EKGCS 387 600 - Koelkast AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EKGCS 387 600 AMICA in PDF-formaat.

📄 124 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice AMICA EKGCS 387 600 - page 92
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : EKGCS 387 600

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EKGCS 387 600 - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EKGCS 387 600 van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING EKGCS 387 600 AMICA

NL GEBRUIKSAANWIJZING 92

AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK

SL92 Ditapparaatcombineertuitzonderlijkgebruiksgemakmetperfecteefciëntie.Elkproductwordt voordat het de fabriek verlaat zorgvuldig gecontroleerd op veiligheid en functionaliteit. Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen voordat u het apparaat inschakelt. Geachte Klant! GEFELICITEERD MET UW KEUZE VOOR EEN PRODUCT VAN AMICA Het apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die het gebruik van het apparaat niet beïnvloeden.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwij- zing hebben een informatief karakter. De volledige uitrusting van het apparaat vindt u in het desbetreffende hoofdstuk. NL93

AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK

Sommige opmerkingen in deze gebruiksaanwijzing zijn hetzelfde voor de verschillende typen koelapparatuur, (voor koelkasten, koel-vrieskasten of diepvriezers). U vindt informatie over het type van uw apparaat op de productkaart die is meegeleverd met het product. Producent steelt zich niet verantwoordelijk voor de schade die uit het niet nagaan van de aanwijzingen van deze gebruiksaanwijzing voortvloeit. Wij adviseren deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig te bewaren om te kunnen raadplegen in de toekomst of doorgeven aan de volgende gebruiker. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door perso- nen met een beperkte fysieke, somatische of psychi- sche vaardigheden (waaronder kinderen) en personen die geen ervaring ermee of kennis ervan hebben, ten- zij dit onder toezicht of volgens gebruiksaanwijzing ge- beurt, die door personen die voor de veiligheid veran- twoordelijk zijn doorgegeven wordt. Wees u bijzonder attent op het zelfstandig gebruik van het apparaat door kinderen. Het apparaat is geen spe- elgoed. Het is verboden om op de uitschuifbare ele- menten te zitten en aan de deur hangen. De koelvries combinatie werkt correct in de omgeving- stemperatuur welke aangegeven staat op de tabel met technische gegevens. Plaats het apparaat niet in een kelder, een gang of een niet verwarmde chalet in de herfst en in de winter. Tijdens het opstellen, schuiven en optillen is het ver- boden om aan de deurhandgrepen te grijpen, aan de gleuf aan de achterkant van de koelkast te trekken of compressor aan te rakken. Tijdens het transport, het optillen of opstellen dient de koel-vriescombinatie zich niet meer dan 40° van de ver- ticale positie bevinden. Indien dit wel plaatshad, kan het apparaat pas na 2 uur na de opstelling aangezet wor- den (tek. 2). Voordat u aan onderhoudswerkzaamheden begint haal altijd de stekker uit het stopcontact. Trek nooit aan het netsnoer, maar aan de stekker.94

AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK

De ongewone of sterkere geluiden ontstaan door het uitbreiden en verkleinen van de onderdelen door de temperatuurwijzigingen. Vanwege de veiligheid is het niet aangeraden om het apparaat zelf te herstellen. De herstellingswerkzaam- heden, die door niet bevoegde personen zijn uitgevo- erd, kunnen gevaarlijk voor de gebruikers van het ap- paraat zijn. Ingeval van storing van het koelsysteem is het aangera- den om de ruimte, waarin het apparaat geplaatst werd door enkele minuten te ventileren (deze ruimte dient ten minste 4 m

hebben; voor het product met isobutaan/ R600a) Gedeeltelijk ontdooide producten dient u niet nog een keer in te vriezen. Bewaar dranken in blikken en essen, in het bijzonder koolzuurhoudende dranken, niet in de diepvriezer. Blik- ken en essen kunnen barsten. Plaats geen pas van de diepvriezer genomen produc- ten direct in de mond (ijs, ijsblokken, ezv.), hun lage temperatuur kan ernstige letsels veroorzaken. Let op om het koelsysteem niet te beschadigen, bv. door het prikken in de kanalen van de koelvloeistof in de verdamper, het breken van pijpen. Het ingespoten koelvloeistof is brandbaar. Ingeval van contact met het oog, dient u het met schoon water afspoelen en onmid- dellijk met arts contacteren. Als de voedingskabel beschadigd raakt, dan moet deze vervangen worden bij een specialistische service. Het apparaat is bestemd voor het bewaren van voeding- smiddelen. Gebruik het niet voor andere doeleinden. Koppel het apparaat volledig los van het lichtnet (door de stekker uit het stopcontact te trekken) tijdens werk- zaamheden als schoonmaken, onderhoud of verplaat- sen. NL95

AANWIJZINGEN BETREFFENDE VEILIGHEID VAN GEBRUIK

Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder, door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen en personen zonder ervaring of kennis van het apparaat wanneer op hen gelet wordt of ze geïnstrueerd zijn over het veilig gebruik van het apparaat en ze de gevaren kennen in verband met het gebruik van het apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en on- derhoud mogen niet door kinderen gedaan worden ten- zij ze 8 jaar zijn of ouder en er toezicht wordt gehouden door een juiste persoon. Anti-bacteria System (toegepast afhankelijk van het model. Bij aanwezigheid is een sticker aangebracht in de binnenruimte van het apparaat) - We hebben een speciaal antibacterieel middel toegevoegd aan het ma- teriaal waarvan de binnenzijde van de koelkast is ge- maakt. Dit beschermt de producten tegen schimmels, bacteriën en micro-organismen en voorkomt het ont- staan van onaangename geurtjes. Hierdoor blijven de producten langer vers. Om meer ruimte te creëren in de diepvriezer, kunt u de laden verwijderen en de producten direct op de legplan- ken plaatsen. Dit heeft geen invloed op de thermische en mechanische eigenschappen van het apparaat. De opgegeven inhoud van de diepvriezer is berekend bij afwezigheid van de laden. NL96

IINSTALLATIE EN WERKOMSTANDIGHEDEN VAN HET APPARAAT

Installatie voor de eerste ingebruik- name l Pak het product uit en verwijder de veili- gheidsbanden van de deur en uitrusting (Tek. 4). De restanten van het lijm kunt u met een zacht reinigingsmiddel verwij- deren. l Gooi de piepschuim elementen van de verpakking niet weg. Ingeval van een toekomstig transport, dient de koel-vrie- scombinatie nog een keer met behulp van piepschuim elementen, folie en plakband beveiligt te worden. l Was de binnenkant van de koelkast en de diepvriezer met een zacht warm water met een afwasmiddel en daarna droog het met een doek en wacht tot het droog wordt. l Plaats de koel-vriescombinatie op een ondergrond, die vlak, waterpas en stabiel is, in een droge en regelmatig ventileerde ruimte, niet in direct zonlicht of naast andere warmtebronnen, zoals een gasfornuis, CV-radiator, CV-buis of warme water installatie ezv. l Op de buiten oppervlakken van het pro- duct kan zich beschermende folie bevin- den welke verwijderd dient te worden. l Het apparaat moet waterpas geplaatst zijn, wat kunt u bereiken door op een juiste manier 2 voorvoetjes op te schuiven (tek. 3). l Om de deur vrijuit te kunnen openen, dient de afstand tussen de zijwand van het product (aan de kant van de deur- scharnieren) en de muur in overeenstem- ming te zijn met afbeelding 5*. l De ruimte dient regelmatig geventileerd te worden en het lucht dient onbelemmerd van alle zijden van het apparaat circule- ren (tek. 6*). Minimale afstanden van warmtebronnen: - van elektrische fornuizen, gasfornuizen en andere fornuizen - 30 mm, - van olie- of steenkoolkachels - 300 mm, - van ingebouwde fornuizen - 50 mm Indien het behouden van deze afstanden niet mogelijk is, dient u een juiste isola- tieplaat te gebruiken. l De achterwand van de koelkast en in het bijzonder de condensor en andere elementen van het koelingssysteem mogen de andere elementen niet aan te rakken, in het bijzonder elementen die defecten kunnen veroorzaken (CV-buis en wateraanvoerbuis). l Het is verboden om aan de onderdelen van het aggregaat te manipuleren. In het bijzonder mag het capillair niet defect te zijn, die u bij de compressor ziet. Het capillair mag niet gevouwen, getrokken nog gerold worden. l Het beschadigen van het capillair door de gebruiker maakt de garantie ongeldig (tek. 8). l In geselecteerde modellen bevindt zich de deurhendel aan de binnenkant van het product en dient het vastgeschroeft te worden met een schroevendraaier. Aansluiten op het electriciteitsnet l Zet de temperatuurregelaar in de positie „OFF” of een andere positie die het ap- paraat uitschakelt (zie de pagina met de beschrijving van de besturing) voordat u het aansluit. l Suit het apparaat op het electriciteitsnet met wisselstroom 230V, 50 Hz aan, met gebruik van een correct geïnstalleerd stopcontactdoos, die geaard is en over een zekering van 10A beschikt. l De aansluiting op het electriciteitsnet met een aarding moet volgens de wet- telijke voorschriften uitgevoerd zijn. De producent stelt zich niet verantwoordelijk voor de schade, die door de personen of voorwerpen geleden kan worden als gevolg van het niet nagaan van de ver- plichting van dit voorschrift. l Het is verboden om verloopstekkers, verdeelstekkers en verlengsnoeren te gebruiken. Indien u wel een verleng- snoer moet gebruiken, het dient over een beschermring te beschikken, alleen één contactdoos hebben en over een veiligheidsatest VDE/GS te beschikken. l Ingeval van het gebruik van een verleng- snoer (met een beschermring en veili- gheidsmarkering), moet zijn nest zich in een veilige afstand van waterbakken bevinden en kan niet het gevaar oplopen om met het water en ander afvalwater in aanraking te komen.. l De gegevens staan op de typeplaatje, dat zich beneden aan de binnenwand van de koelkast bevindt**. Uitschakelen l Het apparaat dient in elk moment van het electriciteitsnet te kunnen worden uitgeschakeld door de stekker eruit te halen of de dubbelpolige schakelaar uit te zetten (tek. 9).

  • Geldt niet voor inbouwapparatuur **Toegepast afhankelijk van het model NL97

1. Wanneer u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, of wanneer u het inschakelt na

een stroomstoring, zal het apparaat opstarten met de volgende temperatuurinstellingen:

C voor de koelkast -18[

] voor de diepvriezer. Om de temperatuur of de functies handmatig in te stellen drukt u 3 seconden op de knop om het bedieningspaneel te deblokkeren. De verlichting van de knop voor het kinderslot dooft. U kunt nu de wijzigin- gen aanbrengen.

2. Na opening van de koelkastdeur licht het bedieningspaneel op en gaat de verlichting in

de koelruimte aan. De ventilator in de koelkast gaat uit. 60 seconden na opening van de deur schakelt het alarm in en hoort u een geluidssignaal. Ongeveer 420 seconden na het openen van de deur gaat de verlichting uit. Schakel de verlichting opnieuw in door de schakelaar aan te raken. Als de koelkastdeur openstaat, is het bedieningspa- neel verlicht. Bij een gesloten deur gaat de verlichting van de koelruimte uit en na 60 seconden gaat ook de verlichting van het bedieningspaneel uit. De diepvriesruimte beschikt over een hogetemperatuuralarm. Als na een koelcyclus de temperatuur in de diepvriesruimte hoger is dan -3

C, gaat de temperatuurknop van de diepvriesruimte op het bedieningspaneel knipperen en hoort u een geluidssignaal.

3. Wijziging van de temperatuur in de koelruimte – (uitsluitend met gedeblokkeerd bedie-

ningspaneel) druk op de knop om de temperatuur in te stellen van 2

4. Wijziging van de temperatuur in de diepvriesruimte – (uitsluitend met gedeblokkeerd

bedieningspaneel) druk op de knop om de temperatuur in te stellen van -15

5. Snelkoelfunctie – druk bij een gedeblokkeerd bedieningspaneel op de knop

, de knop gaat branden en de snelkoelfunctie is ingeschakeld. De koelkast begint te werken bij een temperatuur van 2

C. Na 24 uur schakelt de functie uit en de verlichting van het symbool dooft.

6. "Vakantie"-functie – druk bij een gedeblokkeerd bedieningspaneel op de knop

, de knop gaat branden en de "Vakantie"-functie is ingeschakeld. Het apparaat begint te werken bij de volgende temperaturen: voor de koelkastruimte 17

C, voor de diepvries- ruimte -18

7. "Smart"-functie – druk op de knop

op het bedieningspaneel. De "Smart"-functie schakelt in en de knop wordt verlicht. Het apparaat werkt met de volgende temperatu- ren: voor de koelkastruimte 5

C, voor de diepvriesruimte -18

C]. De "Smart"-functie is uitgeschakeld als de verlichting van de knop niet brandt. U schakelt de "Smart"-functie uit door opnieuw op de knop te drukken.

8. Snelvriesfunctie – druk bij een gedeblokkeerd bedieningspaneel op de knop

. De knopverlichting gaat branden en de diepvriesruimte begint te werken met de snelvries- functie bij een temperatuur van -25

C. Na 24 uur schakelt de snelvriesfunctie automa- tisch uit.

9. Druk 3 seconden op de knop

om het apparaat uit te schakelen. De knop wordt ver- licht en de voeding wordt uitgeschakeld. De verlichting in de ruimte en de compressor schakelen uit. Druk 3 seconden op de knop om het apparaat in te schakelen. Het icoon gaat branden en de voeding is ingeschakeld.

10. Modellen met antirijpsysteem beschikken over een functie voor gedwongen ontdooien.

Om de verdamper te reinigen, moet u de functie onmiddellijk ontdooien inschakelen door de knoppen + gedurende 3 seconden in te drukken. Het betreffende sym- bool gaat branden. U schakelt de functie gedwongen ontdooien uit door de knoppen

gedurende 3 seconden in te drukken. Het functiesymbool dooft.

11. Foutmelding en foutalarm - dit apparaat beschikt over de functie foutmelding en

foutalarm. Als er zich een fout voordoet verschijnt het betreffende symbool op de tem- peratuurdisplay; het apparaat blijft werken. Attentie: U kunt alleen functies kiezen als het bedieningspaneel is gedeblokkeerd. De ver- lichting van de blokkadefunctie is actief.98

BEDIENING EN FUNCTIES

Het bewaren van producten in de koelkast Tijdens het bewaren van levensmiddelen in het apparaat handel volgens de onderstaande aanwijzingen. lBewaar de producten op borden, in dozen of in voedselfolie verpakt. Plaats ze gelijkmatig op de oppervlakte van de platen. lLevensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, indien het wel gebeurt kun- nen ze verrijpen of vochtig worden. lHet is verboden om warme voedsel in de koel- kast te plaatsen. lProducten, die makkelijk geuren opnemen, bv. boter, melk, kwark en producten die een sterk geur hebben, bv. vlees, vissen en kazen dienen verpakt met folie of in goed gesloten dozen ge- plaatst worden. lGroenten die rijk aan water zijn, veroorzaken verdamping over de groentelade; dit verstoort de correcte werking van de koelkast niet. lDroog de groenten voor het plaatsen ervan in de koelkast. lTe grote hoeveelheid vocht verkort de tijd van het bewaren, in het bijzonder met betrekking tot groenten met bladeren. lBewaar de groenten zonder wassen. Het was- sen verwijderd hun beschermingslaag, daarom is het aangeraden om ze net voor het eten te wassen. lDe producten in korven (laden) 1, 2, 3* plaats (zie tek. 11).**

lHet is toegestaan om producten op de draadro- osters van de verdamper van de diepvriezer te plaatsen* lHet is toegestaan dat producten 20-30 mm vo- orbij de natuurlijke laadgrens worden gescho- ven.** lU kunt de onderste mand verwijderen om meer laadruimte te creëren. U stapelt de producten op de bodem van de diepvriezer tot de maximale hoogte.* Het invriezen van producten** lBijna alle levensmiddelen kunnen worden inge- vroren, met uitzondering van groenten die rauw worden gegeten, bv. sla. lAlleen producten van uitstekende kwaliteit kun- nen worden ingevroren, verpakt in afgemeten porties die op een keer kunnen worden gebruikt. lGebruik materialen zonder geur om producten te verpakken, die geen lucht nog vocht toelaten en vet niet doorlaten. Het meest geschikt zijn: zakjes, platen van polyetheenfolie, aluminiumfolie. lDe verpakking dient goed worden gesloten en bij het product passen. Glazen verpakkingen zijn verboden. lBreng verse en warme levensmiddelen (in de omgevingstemperatuur) die gaan worden in- gevroren, niet in contact met reeds ingevroren producten. lAanbevolen wordt om per etmaal eenmalig niet meer dan de aanbevolen hoeveelheid verse levensmiddelen in de diepvriezer te plaatsen die staat vermeld in de technische specicatie van het apparaat. lOm de goede kwaliteit van de ingevroren pro- ducten te garanderen, is het aangeraden om de reeds ingevroren producten te verplaatsen opdat ze niet in contact met verse producten komen. lDe ingevroren producten dienen op de ene kant van de diepvriezer geplaatst worden en de verse producten aan de andere kant, zo dicht mogelijk bij de achter- en zijwand. lGebruik voor het invriezen van producten de ruimte die is aangeduid met (*/***). lDe temperatuur in de koelkast wordt onder an- dere bepaald door: omgevingstemperatuur, het aantal geplaatste levensmiddelen, frequentie van deuropening, de hoeveelheid rijp, de stand van de thermostaat lIndien na het sluiten van de koelkast de deur niet direct opnieuw opengaat, wacht 1 tot 2 minuten, zodat de ontstane onder druk gecompreseerd wordt. De bewaartijd van ingevroren producten is afhan- kelijk van hun kwaliteit voor het invriezen en de bewaringstemperatuur. Bij een bewaringstempe- ratuur van -18°C zijn de volgende bewaartijden aanbevolen: Producten Manden Rundvlees 6-8 Kalfsvlees 3-6 Inwendige organen 1-2 Varkensvlees 3-6 Kippenvlees 6-8 Eieren 3-6 Vissen 3-6 Groenten 10-12 Fruit 10-12 De ruimte voor snelkoeling is niet geschikt voor het bewaren van bevroren voedsel. In deze ruimte kunt u ijsblokjes maken en bewaren.***

  • Betreft apparaten met een vriesruimte in het onderste gedeelte van het apparaat ** Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***) *** Geldt niet voor apparaten met een vriesruimte met de aanduiding (*/***) NL99 HOE KAN DE KOELKAST ECONOMISCH GEBRUIKT WORDEN? Praktische tips l Plaats de koelkast of de vrieskast niet in de nabijheid van radiatoren, ovens en stel ze niet rechtstreeks bloot aan zonnestralen. l Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet bedekt zijn. Ze moeten een- tot tweemaal per jaar gereinigd en ontstoft worden. l De gepaste temperatuur kiezen: een tempera- tuur van 6 tot 8 °C in de koelkast en -18 °C in de vrieskast is voldoende. l Als u op vakantie vertrekt, dient u de temperatuur in de koelkast te verhogen. l Open de deur van de koelkast of de vrieskast enkel als dit noodzakelijk is. Het is goed om te weten welke levensmiddelen er in de koelkast bewaard worden en waar ze zich precies be- vinden. Ongebruikte levensmiddelen dienen zo snel mogelijk terug in de koelkast of de vrieskast geplaatst worden, voordat ze opwarmen. l Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig met een doekje met zacht detergent. Toestellen zonder automatische ontdooifunctie dienen regelmatig ontdooid te worden. Vermijd dat er een rijmlaag van meer dan 10 mm dik gevormd wordt. l De afdichting rond de deur moet rein gehouden worden. Anders zal de deur niet meer volledig sluiten. Een beschadigde afdichting moet altijd vervangen worden. Wat betekenen de sterretjes? *Een temperatuur van niet meer dan -6 °C volstaat om ingevroren levensmiddelen gedu- rende ongeveer een week te bewaren. Lades of vakken die aangeduid zijn met één sterretje vindt men (meestal) in goedkopere koelkasten. ** Bij een temperatuur van minder dan -12 °C kan men gedurende één tot twee weken levensmid- delen bewaren zonder dat ze hun smaak verlie- zen. Dit is niet voldoende om levensmiddelen in te vriezen. ***Hoofdzakelijk gebruikt om levensmiddelen in te vriezen bij een temperatuur van minder dan -18 °C. Laat toe om verse levensmiddelen met een gewicht tot 1 kg in te vriezen. ****Zo’n toestel laat toe om levensmiddelen bij een temperatuur van minder dan -18 °C te bewaren en grotere hoeveelheden levensmiddelen in te vriezen. Zones in de koelkast

Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in het koelvak verschillende temperatuurzones. l De koudste zone bevindt zich rechtstreeks boven de groentelades. In deze zone dienen delicate en snel bederfbare levensmiddelen bewaard te worden zoals - vis, vlees, gevogelte, - vleeswaren, kant-en-klare maaltijden, - gerechten of gebak met eieren of room, - vers deeg, cakemengsels, - verpakte groenten en andere verse levensmiddelen waarvan het etiket een bewaartemperatuur van onge- veer 4 °C aangeeft. l De warmste zone bevindt zich bovenaan in de deur. Hier dient boter en kaas bewaard te worden. Levensmiddelen die niet in de koelkast be- waard mogen worden l Niet alle levensmiddelen mogen in de koelkast bewaard worden. Dit zijn onder andere: - groenten en fruit die gevoelig zijn voor lage temperaturen, bijvoorbeeld bananen, avocado, papaja, passievrucht, aubergine, paprika, tomaat en komkommer. - Onrijpe vruchten, - Aardappelen Voorbeeld van producten plaatsing in het apparaat (Tek. 12). NL100

ONTDOOIEN, WASSEN EN ONDERHOUD

Gebruik nooit oplosmiddelen of agressieve, schu- rende schoonmaakmiddelen (bv. schuurpoeders of reinigingsmelk) voor het schoonmaken van de be- huizing en de plastic onderdelen van het product! Gebruik alleen milde vloeibare schoonmaakmidde- len en een zacht doekje. Gebruik geen sponsjes. Ontdooien van de koelkast*** l Aan de achterwand van de koelkast ontstaat rijp, die automatisch ontdooit. Tijdens het ontdooien van de rijp, tezamen met de druppeltjes kunnen ook ontreinigingen door de opening voortvloeien. Dit kan het verstoppen van de opening veroorza- ken. In zo’n geval moet de opening met plunjer gereinigd worden (tek. 13). l Het apparaat werkt in cyclusfazen: eerst koelen (aan de achterwand ontstaat rijp) en daarna ontdo- oien van de rijp (druppeltjes aan de achterwand). Voor het beginnen met reinigen dient het apparaat van het electriciteitsnet uitgeschakeld worden, door de stekker eruit te halen, uitschakeling of losdra- aien van de zekering. Het water mag niet in contact met het bedieningspaneel of verlichting komen. l Gebruik bij het ontdooien geen ontdooisprays. Ze kunnen explosieve mengsels vormen en oplossers bevatten die de kunststof onderdelen van het apparaat beschadigen en zelfs voor de gezondheid schadelijk zijn. l Het water die bij het wassen gebruikt wordt mag niet door de opening naar de verdamper vloeien. l Was het apparaat met een zachte detergent, behoudens de dichting in de deur. De dichting in de deur was met schoon water en droog met een doek. l Reinig nauwkeurig alle elementen van de uitru- sting (groentevakken, rekken, glazen platen ezv.). Ontdooien van de diepvriezer** l Het is aangeraden om het ontdooien van de diepvriezer tezamen met het wassen van het product uit te voeren. l Grote hoeveelheid ijs op de vriesoppervlakten verstoort de werking van het apparaat en ver- groot het energieverbruik. l Het is aangeraden om het apparaat ten minste een of twee keer per jaar te ontdooien. Wanneer er veel ijs ontstaat, moet u het apparaat vaker ontdooien. l Indien in de diepvriezer bevinden zich ingevroren levensmiddelen, stel de draaiknop op max. ong. 4 uur voor het geplande ontdooien in. Daardoor gaat het mogelijk zijn om de ingevroren produc- ten in de kamertemperatuur te bewaren. l Plaats de ingevroren producten in een kan, omgevouwen met krantenpapier en deken en houd ze in een koele plek. l Het ontdooien van de diepvriezer dient zo snel mogelijk uitgevoerd worden. Het te lange bewa- ren van de producten in de kamertemperatuur verkort hun houdbaarheid. Om de vriesruimte te ontdooien handelt u als volgt:** l Schakel het apparaat uit met behulp van het bedieningspaneel en trek vervolgens de stek- ker uit het stopcontact. l Open de deur en haal de producten eruit. l Afhankelijk van het model trekt u het afvoer- kanaaltje naar buiten dat zich in het onderste gedeelte van de diepvries in de basis van het apparaat bevindt. l Laat de deur openstaan, hierdoor versnelt u het ontdooiproces. U kunt ook een schaal met heet (geen kokend) water in de vriesruimte plaatsen. l Maak de binnenkant van de diepvriezer schoon en droog hem af. l Schakel het apparaat in volgens de gebruiksa- anwijzing. Uithalen en inzetten van de legplateaus Til het legplateau op en schuif het uit, schuif het daarna in totdat u niet meer verder kunt en de slu- iting van het legplateau zich in de geleider bevindt (Afb. 15). Uithalen en inzetten van de rekjes Uithalen en inzetten van de rekjes Automatisch ontdooien van de koelkast**** De koelkast werd in de functie van automatisch ontdooien voorzien. Toch kan het aan de ach- terwand van de koelkast rijp verzamelen. Deze ontstaat als veel verse producten in de koelkast bewaard worden. Automatisch ontdooien van de diepvriezer**** De diepvriezer werd in de functie van automatisch ontdooien voorzien (no-frost). Voedsel wordt met gebruik van koud, circelend lucht ingevroren en de vocht van de diepvriezer wordt naar buiten afgevo- erd. Daardoor in de diepvriezer ontstaan er geen grote hoeveelheden ijs en rijp en de producten vriezen niet samen. Handwassen van de koelkast en diepvriezer**** Het wordt aangeraden om de koelkast en diepvrie- zer ten minste een keer per jaar te wassen. Het voorkomt het ontstaan van bacteriën en onprettige geuren. Schakel het apparaat met de knop (1) uit, maak het leeg van producten en was met water met zachte detergent. Daarna droog met een doek. Ten alle tijde is het verboden om de diepvriezer met gebruik van een electrische radiator of haardroger te ontdooien. ** Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***). Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsy- steem *** Betreft apparaten met een koelruimte. Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem **** Betreft apparaten met een Antirijpsysteem NL101

STORINGEN VINDEN EN VERHELPEN

Verschijnselen Mogelijke redenen Herstellingswijze Het apparaat werkt niet Onderbreking in de electrische installatie - controleer of de stekker goed in het stopcontact zit - controleer of de spanningskabel niet beschadigt is - controleer of er spanning op het stopcontact staat door bv. een ander toestel aan te sluiten bv. een nachtlamp - controleer of het apparaat aan staat door de thermostaat op meer dan 0 te zetten Binnenverlichting werkt niet De gloeilamp is los of doorgebrand ( In apparaten met gloeilampen verlichting). - Controleer het vorige punt „Het apparaat werkt niet”- draai de gloeilamp aan of vervang de doorgebrande (In apparaten met gloeilampen verlichting). Vries-/koeltempe- ratuur is niet laag genoeg Slechte instelling van de temperatuurre- gelaar - draai de draaiknop op een hogere positie De omgevingstemperatuur is hoger of lager dan de temperatuur welke aangegeven staat op de tabel met technische gegevens van het apparaat. Het apparaat is bestemd voor werking in een temperatuur welke aangegeven is op de tabel met technische gegevens van het apparaat. Het apparaat staat in de zon of te dicht bij een warmtebron - verander de opstelling van het apparaat volgens de gebruiksaanwijzing In het apparaat werd te grote hoeveelhe- id warme levensmiddelen per een keer gelegd - 72 uur wachten tot de producten gekoeld (inge- vroren) worden en de temperatuur terug naar het gewenste niveau gaat De ventilatie binnen de cel is belemmerd - controleer of de levensmiddelen en dozen de achterwand van de koelkast niet aanraken De ventilatie aan de achterkant van het apparaat is belemmerd - van de wand schuiven voor de afstand van min. 30 mm De deur van de koelkast/vriezer wordt te vaak geopend of blijft te lang open staan - de deur minder vaak openen en/of de tijd van open staan verkorten De deur is niet goed gesloten - levensmiddelen en vakken zo leggen, dat ze het sluiten van de deur niet belemmeren De compressor werkt niet vaak genoeg - controleer of de omgevingstemperatuur niet lager is dan het bereik van de klimaatklasse. De dichting van de deur zit los - dichting vastmaken Het apparaat werkt continue Slechte instelling van de temperatuurre- gelaar - temperatuur met de draaiknop naar beneden draaien Andere redenen in het punt „Vries-/koel- temperatuur is niet laag genoeg” - controleren volgens punt „Vries-/koeltemperatuur is niet laag genoeg” Er ontstaat water in de onderste deel van de koelkast De waterafvoeropening is verstopt - maak de verstopte opening schoon (zie hoofdstuk - „Ontdooien van de koelkast”) De ventilatie binnen de cel is belemmerd - controleer of de levensmiddelen en dozen de achterwand van de koelkast niet aanraken Ongewone of ster- kere geluiden Het apparaat staat niet waterpas en stabiel - het apparaat waterpas opstellen Het apparaat raakt aan wanden, meubels of andere elementen - het apparaat zo opstellen, dat er geen andere elementen aanraakt en zelfstandig staat Bij het normale gebruik van het koeltoestel kunnen er verschillende soorten geluiden ontstaan, die geen enkele invloed hebben op de correcte werking van de koelkast. Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden: lLawaai doordat de koelkast niet waterpas staat – regel de opstelling met behulp van de regelvo- etjes vooraan. Leg eventueel zacht materiaal onder de wieltjes achteraan, in het bijzonder bij een tegelvloer. lWrijving tegen de aanpalende meubelen – verschuif de koelkast. lKnarsen van schuiven of schappen – neem de schuif of het schap weg en plaats het daarna terug. lGeluid van tegen elkaar stotende essen – plaats de essen uit elkaar. Geluiden die hoorbaar zijn tijdens het normale gebruik van het toestel, worden veroorzaakt door de werking van de thermostaat, de compressor (aanslaan), het koelsysteem (krimpen en uitzetten van het materiaal onder invloed van temperatuurverschillen en doorstroom van koelvloeistof). NL102 MILIEUBESCHERMING Bescherming van de ozonlaag Voor de productie van ons product zijn materialen gebruikt, die 100% vrij van FCKW en FKW zijn, wat voordelig voor de bescher- ming van de ozonlaag en vermindering van broeika- seffect is. De moderne tech- nologie en milieuvriendelijke isolatie zorgt voor klein energieverbruik. Recycling van de verpakking Onze verpakkingen bestaan uit milieuvriendelijk, recycleer- baar materiaal: lBuiten verpakking van golfkarton / folie lGevormde delen van geschuimd polystyreen (PS), zonder FCKW lFolies en zaken van polyetheen (PE)

LIQUIDATIE / AFDANKEN VAN HET AP-

PARAAT Indien u van het product geen gebruik meer wenst te maken, voor het afdan- ken snijd het netsnoer door. Tevens verwijder of zet de sluiting buiten werking zodat kinderen zich niet in het oude apparaat kunnen opsluiten. Het apparaat wordt voorzien van het symbool volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EC. Deze symbolen wijzen erop dat dit product na de periode van gebruik niet als huisafval mag worden behandeld. De gebruiker moet het echter naar een plaats brengenwaar elek- trische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, bedrijven of winkels, die met het verzamelen van afgedankte apparaten belast zijn. Als u ervoor zorgt dat afgedankte electro- nische en electrische apparaten op de cor- recte manier worden verwijderd, voorkomt u mogelijke voor mens en milieu nega- tieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van aanwezigheid van gevaarlijke onderdelen en het verkeerd bewaren en afvalbehandeling. KLIMAATKLASSE Klimaatklasse Toegelaten omgeving- stemperaturen SN van +10°C tot +32°C N van +16°C tot +32°C ST van +16°C tot +38°C T van +16°C tot +43°C Informatie over de klimaatklasse staat op de typeplaatje. Deze geeft aan in welke omgevingstemperatuur (dwz. ruimte, waarin hij staat) het product optimaal (correct) werkt.

Verklaring van de producent Hierbij verklaart de producent, dat het product aan de eisen van de onderstaande Europese richtlijnen voldoet:

  • Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC
  • Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC
  • Richtlijn 2009/125/EC
  • Richtlijn RoHS 2011/65/EC en over de certifi cering en de conformiteitsverklaring voor orga- nen die toezicht op de markt houden beschikt.103 GARANTIE, SERVICE Garantie De garantieverplichtingen blijken uit het garantiebewijs. De producent is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van het product. OMDRAAIEN VAN DE DRAAIRICHTING VAN DE DEUR

1. Om de draairichting van de deur te veranderen het apparaat loskoppelen van het lichtnet en alle

levensmiddelen eruit halen.

2. Demonteer de afsluitdopjes met een platte schroevendraaier.

3. Demonteer het bovenste scharnier met een kruiskopschroevendraaier en houd tegelijkertijd de deur

4. Demonteer het middelste scharnier met een kruiskopschroevendraaier en houd tegelijkertijd de

5. Zet de deur op een veilige plaats.

6. Kantel het apparaat (maximaal 40 graden) zodanig, dat u toegang heeft tot het onderste scharnier

7. Demonteer het onderste scharnier met een kruiskopschroevendraaier.

8. Monteer het onderste scharnier aan de andere kant van het apparaat (Afb. 4).

9. Plaats de deur zodanig dat de pin van het onderste scharnier zich in de bijbehorende opening van

10. Bevestig het middelste scharnier aan de andere kant van apparaat, zodanig dat de onderste pin

van het middelste scharnier zich in de bijbehorende opening van de bovenkant van de deur bevindt. Plaats de tweede deur zodanig, dat de bovenste pin van het middelste scharnier zich in de bijbeho- rende opening van de onderkant van de tweede deur bevindt*.

11. Bevestig het bovenste scharnier aan de andere kant van apparaat, zodanig dat de pin van het

bovenste scharnier zich in de bijbehorende opening van de bovenkant van de deur bevindt (Afb. 5).

12. Controleer of de deur juist in het apparaat is geplaatst.

13. Monteer de afsluitdopjes van de scharnieren.

14. Schakel het apparaat in volgens de gebruiksaanwijzing.