KI8828D40 - Niet gecategoriseerd NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI8828D40 NEFF in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI8828D40 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI8828D40 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI8828D40 NEFF
- nl Inhoud nl Gebruiksaanwijzing ( Veiligheidsvoorschriften p. 88
- Over deze gebruiksaanwijzing p. 88
- Kans op explosie p. 88
- Gevaar voor een elektrische schok p. 88
- Verbrandingsgevaar door kou p. 88
- Risico op letsel p. 89
- Gevaren door of van het koelmiddel p. 89
- Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen p. 89
- Materiële schade p. 90
- Gewicht p. 90
- 8 Correct gebruik van het apparaat p. 90
- 7 Milieubescherming p. 90
- Verpakking p. 90
- Oude apparaten p. 91
- 5 Installeren en aansluiten p. 91
- Inhoud van de verpakking p. 91
- Technische gegevens p. 91
- Apparaat installeren p. 91
- Nisdiepte p. 92
- Energie besparen p. 92
- Voor het eerste gebruik p. 94
- Elektrische aansluiting p. 94
Veiligheidsvoorschriften Vei l i ghei dsv oor sc hr i f t en Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Over deze gebruiksaanwijzing ■ Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. ■ De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. ■ Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars. Kans op explosie ■ Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders). ■ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. ■ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Gevaar voor een elektrische schok Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. ■ Bij een beschadigd aansluitsnoer: Maak het apparaat direct los van het stroomnet. ■ Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters. ■ Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. ■ Gebruik alleen originele onderdelen van de fabrikant. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen. Verbrandingsgevaar door kou ■ Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. ■ Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.Veiligheidsvoorschriften nl
Risico op letsel Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Gevaren door of van het koelmiddel Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten. ■ Leidingen niet beschadigen. Bij beschadiging van de leidingen: ■ Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. ■ De ruimte ventileren. ■ Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. ■ Contact opnemen met de servicedienst. Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen Er bestaat gevaar voor: ■ kinderen; ■ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen; ■ personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Maatregelen: ■ Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. ■ Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. ■ Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. ■ Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. ■ Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.nl Bestemming van het apparaat
Kans op stikken ■ Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen. ■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen. Materiële schade Om materiële schade te voorkomen: ■ Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. ■ Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. ■ Aan de stekker trekken – niet aan de aansluitkabel. Gewicht Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn. ~ "De juiste opstelplaats" op pagina 91 8 Correct gebruik van het apparaat Bes t e mming van het appar aat Gebruik dit apparaat ■ uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. ■ uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. ■ uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing. Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau. 7 Milieubescherming Mi l i eubes cher ming Verpakking Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden. ■ Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. ■ Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.Installeren en aansluiten nl
Oude apparaten Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. :Waarschuwing Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken! ■ Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen. ■ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden. Attentie! Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen. Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.
1. Stekker uit het stopcontact halen.2. Aansluitsnoer doorknippen.3. Apparaat op deskundige wijze laten
afvoeren. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. 5 Installeren en aansluiten Inst all eren en aansl ui t en Inhoud van de verpakking Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. ~ "Servicedienst" op pagina 106 De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Inbouwapparaat■ Uitrusting (modelafhankelijk)■ Montagemateriaal■ Gebruiksaanwijzing■ Installatievoorschrift■ Klantenserviceboekje■ Garantiebijlage■ Informatie over energieverbruik en geluiden Technische gegevens Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 95 Apparaat installeren De juiste opstelplaats Hoe meer koudemiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. nl Installeren en aansluiten
- Per 8 g koudemiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koudemiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 95 Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 69 kg bedragen. Toegestane omgevingstemperatuur De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 95 Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C. Nisdiepte Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 55 cm – wordt het energieverbruik iets hoger. Energie besparen Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. Klimaatklasse Toegestane omgevings- temperatuur SN +10 °C p. 32
- °C N +16 °C p. 32
- °C ST +16 °C p. 38
- °C T +16 °C °C Apparaat installeren Apparaat niet blootstellen aan direct zonlicht. Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het appa- raat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. Het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen plaatsen: Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm. Naast een cv-installatie: 30 cm. Aanwijzing: Als dat niet mogelijk is een isolatie- plaat aanbrengen tussen het apparaat en de warmte- bron. Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen.Installeren en aansluiten nl p. 43
Een nisdiepte van 56 cm aanhouden. Attentie! Gevaar voor verbranding! Sommige onderdelen van het apparaat worden tij- dens het gebruik heet. Aanraking van deze onderde- len kan brandwonden veroorzaken. De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken. Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren. De ruimte dagelijks luchten. Gebruik van het apparaat Deur van het apparaat slechts kort openen. De lucht in het apparaat wordt niet veel warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporte- ren en snel in het apparaat leggen. Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen en daarna in het apparaat leggen. Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten. Altijd wat ruimte openlaten tussen de levensmidde- len en de achterwand. De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. Levensmiddelen luchtdicht verpakken. Achterkant van het apparaat eenmaal per jaar schoon zuigen. De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken. Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren. Vriesvak regelmatig ontdooien. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en ver- hoogt het energieverbruik. Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten. Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat moet vaker koelen en verbruikt meer stroom. Apparaat installerennl Installeren en aansluiten
Voor het eerste gebruik
1. Infomateriaal eruit nemen en zowel
plakband als beschermfolie verwijderen.
2. Apparaat schoonmaken.
~ "Schoonmaken" op pagina 102 Elektrische aansluiting Attentie! Het apparaat niet aansluiten op een elektronische electronische energiebesparende stekker. Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
1. Na plaatsing van het apparaat
minstens 1 uur wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
2. Het apparaat aansluiten op een
volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 95
3. Sluit het apparaat aan op een
stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact moet ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. :Waarschuwing Gevaar voor een elektrische schok! Indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, mag u in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren gebruiken.Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen. Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz Zekering 10A ... 16 AHet apparaat leren kennen nl
- Het apparaat leren kennen He t appar aat leren kennen Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen. Apparaat ~ Afb. !
- Niet bij alle modellen. Bedieningselementen ~ Afb. " Uitrusting (niet bij alle modellen) Legplateau ~ Afb. # U kunt het legplateau variëren: ■ Legplateau eruit trekken en verwijderen. Varioplateau ~ Afb. $ U kunt hoge voorwerpen koelen (bijv. kannen of flessen): ■ Het voorste deel van het legplateau verwijderen en onder het achterste deel schuiven. Flessenrek ~ Afb. % In het flessenrek kunt u flessen veilig bewaren. U kunt het legplateau variëren: ■ Legplateau eruit trekken en verwijderen. # Vriesvak + Koelvak 3 Verskoelruimte (...P Bedieningselementen X Verlichting ` Uittrekbaar legplateau h Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar )" Groentelade )* Verskoellade )2 Typeplaatje ):* Boter- en kaasvak )B Vak voor grote flessen ( Toets # Schakelt het apparaat in of uit. 0 Toets Super Schakelt de super-functie in of uit. 8 Toets (/) Stelt de temperatuur in. @ Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in °C. H Toets Alarm Schakelt het alarmsignaal uit. P 0°C De indicatie brandt als het apparaat in werking is.nl Apparaat bedienen
Uittrekbaar legplateau ~ Afb. & U kunt zorgen voor een beter overzicht: ■ Legplateau eruit trekken. U kunt het legplateau geheel verwijderen:
1. Beide knoppen onder het legplateau
indrukken en ingedrukt houden.
2. Legplateau eruit trekken, laten
zakken en zijwaarts naar buiten draaien. Reservoir ~ Afb. ' U kunt de lade verwijderen: ■ Lade achteraan iets optillen en verwijderen. U kunt de lade aanbrengen: ■ Lade op de rails plaatsen en in het apparaat schuiven. Botervak en kaasvak ~ Afb. ( U kunt het vak op simpele wijze openen: ■ Onderaan in het midden van de klep licht indrukken. Het vak wordt naar onderen geopend. De klep schuift onder het vak. Voorraadvakken ~ Afb. ) U kunt het flessenrek verwijderen: ■ Flessenrek optillen en verwijderen. Flessenhouder ~ Afb. * Wanneer u de deur opent en sluit: ■ Het flessenrek voorkomt dat de flessen kantelen. IJsbakje U kunt ijsblokjes maken:
1. Het ijsbakje voor 3/4 met water
vullen en in het vriesvak zetten zetten. Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel).
2. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden. 1 Apparaat bedienen App a r a at bedi enen Apparaat inschakelen
1. Toets # indrukken.
Het apparaat begint te koelen.
2. De gewenste temperatuur instellen.
~ "Temperatuur instellen" op pagina 97 Opmerkingen bij/voor het gebruik ■ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ■ De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Apparaat uitschakelen ■ Toets # indrukken. Het apparaat koelt niet meer.Alarm nl
Apparaat buiten werking stellen Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Toets # indrukken.
Het apparaat koelt niet meer.
2. De stekker uit het stopcontact
trekken of de zekering uitschakelen.
Temperatuur instellen Aanbevolen temperatuur Koelvak ■ Toets (/) meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur verschijnt op de display. Verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden. Aanwijzing: Wanneer rijp op de kleine koelproducten in de verskoelruimte voorkomt: De temperatuur warmer instellen. ~ "Storingen, wat te doen?" op pagina 104 Vriesvak De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen. Super-functie Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het kouder in het koelvak en het vriesvak. Super-functie inschakelen bijv.: ■ om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen: ■ 4 ... 6 uur vóór opslag van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg ■ om het max. vriesvermogen te benutten ~ "Maximale invriescapaciteit" op pagina 100 Aanwijzing: Als de super-functie ingeschakeld is, wordt het apparaat iets luider. Na ca. 1 ^ dag schakelt het apparaat over op het normale werking. Super-functie in-/uitschakelen: ■ Toets Super indrukken. Als de super-functie ingeschakeld is, wordt de toets verlicht. M Alarm Al ar m Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld. ■ Deur sluiten of toets Alarm indrukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. Koelvak: +4 °Cnl Koelvak
U Koelvak Koel vak Het koelvak is geschikt voor het bewaren van melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakproducten, geopende conserven en harde kaas. De temperatuur is van +3 °C ... +8 °C instelbaar. Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verloopt. Een temperatuur van +4 °C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen. In acht nemen bij het bewaren ■ Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. ■ Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden. ■ De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren. Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, dan in het koelvak zetten. Let op de koudezones in het koelvak Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen. Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Opmerkingen ■ Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. ■ Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte. ~ "Verskoelruimte" op pagina 98 T Verskoelruimte Ver skoel r ui mte De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid zorgen voor ideale omstandigheden voor het bewaren van verse levensmiddelen. Door de verskoelmogelijkheid kunt u verse levensmiddelen tot wel drie keer langer vers houden dan in het koelvak – voor het langer vers blijven, een langer behoud van voedingsstoffen en een betere smaak.Vriesvak nl
Groentelade ~ Afb. + De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente.Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: ■ overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid instellen ■ overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid instellen Aanwijzingen ■ Koudegevoelige soorten fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten het apparaat op temperaturen van circa +8 °C ... +12 °C te worden bewaard. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de groentelade condenswater vormen. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Verskoellade ~ Afb. !/)* Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees en worst. Bewaartijden bij 0 °C De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit. W Vriesvak Vr i es v a k Het vriesvak is geschikt voor: ■ bewaren van diepvriesproducten; ■ maken van ijsblokjes; ■ om levensmiddelen in te vriezen. De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte. Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden. De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren: ■ ingestelde temperatuur ■ soort levensmiddel ■ vulling van het vriesvak ■ bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen Verse vis, zeevruchten: tot 3 dagen Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden): tot 5 dagen Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worst (broodbe- leg): tot 7 dagen Gerookte vis, broccoli: tot 14 dagen Sla, venkel, abrikozen, prui- men: tot 21 dagen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool: tot 30 dagennl Vriesvak
Deur van het vriesvak ~ Afb. , Neem de volgende punten in acht: ■ De stand van de handgreep geeft aan of het vriesvak goed gesloten is. ■ De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. ■ Als de deur van het vriesvak open staat, ontdooien de opgeslagen diepvrieswaren. Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Maximale invriescapaciteit Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren. Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 95 Voorwaarden voor max. invriesvermogen
1. Circa 8 uur voordat u verse waar
inruimt: super-functie inschakelen.
2. Verse levensmiddelen zo dicht
mogelijk bij de zijwanden invriezen. Diepvriesproducten inkopen ■ Op onbeschadigde verpakking letten. ■ Op houdbaarheidsdatum letten. ■ De temperatuur in de supermarktvriezer moet –18 °C of kouder zijn. ■ De diepvriesketen niet onderbreken: de diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen. Attentie bij het inruimen ■ Levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen. ■ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak. Verse levensmiddelen invriezen Uitsluitend verse en onberispelijke levenmiddelen invriezen. Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten. Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden: ■ Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. ■ Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Aanwijzingen daarover vindt u in de desbetreffende literatuur. Geschikt voor invriezen ■ brood en banket; ■ vis en zeevruchten; ■ vlees; ■ wild en gevogelte; ■ groente, fruit en kruiden; ■ eieren zonder schaal; ■ melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark; ■ bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.Vriesvak nl
Niet geschikt om in te vriezen ■ groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes; ■ ongepelde of hardgekookte eieren; ■ wijndruiven/druiven; ■ hele appels, peren en perziken; ■ yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise. Diepvrieswaren verpakken De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
2. Lucht eruit drukken.
3. Verpakking luchtdicht afsluiten om te
voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
invriesdatum. Als verpakking geschikt: ■ kunststoffolie; ■ wrapfolie van polyethyleen (PE); ■ aluminiumfolie; ■ diepvriesdozen. Geschikte afsluitingen: ■ rubber ringen; ■ kunststofclips; ■ koudebestendig plakband. Ongeschikte verpakking: ■ (in)pakpapier; ■ perkamentpapier; ■ cellofaan; ■ vuilniszakken en plastic zakken. Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij –18 °C Diepvrieskalender De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18 °C. Ontdooien van diepvrieswaren De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden. Ontdooimethoden: ■ in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark) ■ op kamertemperatuur (brood) ■ magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) ■ oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) Attentie! Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen. De maximale opslagtijd van het diepvrieswaren niet meer volledig benutten. Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden Vlees, gevogelte: tot 8 maanden Groente, fruit: tot 12 maandennl Ontdooien
= Ontdooien Ont dooi en Koelvak Het ontdooien wordt automatisch uitgevoerd. Vriesvak Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ■ De laag rijp of ijs regelmatig verwijderen. Attentie! Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten. ■ Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. Ga als volgt te werk:
1. Ca. 4 uur voor het ontdooien de
super-functie inschakelen. De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren.
2. Diepvrieswaren verwijderen en
tussentijds op een koele plaats bewaren.
3. Apparaat uitschakelen.
4. De stekker uit het stopcontact
trekken of de zekering uitschakelen.
5. Om het ontdooiproces te versnellen:
een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
6. Met een doek of spons het
7. Vriesvak droog wrijven.
8. Apparaat inschakelen.
9. Diepvrieswaren in het diepvriesvak
leggen. D Schoonmaken Schoonmaken Attentie! Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden. ■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen. Ga als volgt te werk:
1. Apparaat uitschakelen.
2. De stekker uit het stopcontact
trekken of de zekering uitschakelen.
3. Levensmiddelen verwijderen en op
een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
4. Indien aanwezig: Wachten tot de
rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met
een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Attentie! Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
6. Deurafdichting afvegen met schoon
water en goed afdrogen.
7. Apparaat weer aansluiten,
inschakelen en levensmiddelen inruimen.Luchtjes nl
Schoonmaken van het interieur De variabele onderdelen uit het apparaat nemen. ~ "Uitrusting" op pagina 95 Scheidingsplaat en afdekking groentelade Scheidingsplaat verwijderen ~ Afb. - ■ Glasplaat verwijderen, hendel aan de onderzijde aan beide zijden indrukken, scheidingsplaat naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien. Afdekking van de groentelade verwijderen ■ Afdekking optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien. Afdekking van de groentelade en scheidingsplaat aanbrengen ~ Afb. .
1. Afdekking van de groentelade
2. Scheidingsplaat aanbrengen.
3. Glasplaat aanbrengen.
Uittrekbare rails ~ Afb. / Uittrekbare rails demonteren
1. De rail uittrekken.
2. Vergrendeling in de richting van de
3. Uittrekbare rail losmaken van de
4. Uittrekbare rail in elkaar schuiven,
boven de achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen. Uittrekbare rails monteren
1. Uittrekbare rail in uitgetrokken
toestand op de voorste pen zetten.
2. Uittrekbare rail om vast te klikken
iets naar voren trekken.
3. Uittrekbare rail op de achterste pen
4. Vergrendeling naar achteren
schuiven. l Luchtjes Lucht j es Als u onaangename luchtjes ruikt:
1. Apparaat uitschakelen met
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat
5. Sterk ruikende levensmiddelen
luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
6. Apparaat weer inschakelen.
7. Levensmiddelen inruimen.
8. Na 24 uur controleren of er opnieuw
luchtjes zijn ontstaan.nl Verlichting
9 Verlichting Ve r l i c h t i n g Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Alleen de klantenservice of een geautoriseerde vakman mag de verlichting repareren. > Geluiden Gel ui den Normale geluiden Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator. Borrelen, zoemen of gorgelen: Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Gekraak: automatische ontdooiing wordt uitgevoerd. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen. Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opnieuw aanbrengen. Flessen of serviesgoed raken elkaar: Flessen of schalen uit elkaar zetten. 3 Storingen, wat te doen? St or i ngen, wa t te doen? Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt. De temperatuur wijkt erg af van de instelling. Apparaat 5 minuten uitschakelen. ~ "Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen" op pagina 96 Wanneer de temperatuur te hoog is, de temperatuur na een paar uur opnieuw controleren. Wanneer de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren. Geen enkele indicatie brandt. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. De zekering is geactiveerd. Zekeringen controleren. De stroom is uitgevallen. Controleren of er stroom is.Storingen, wat te doen? nl
De indicatie geeft E... aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. Contact opnemen met de servicedienst. ~ "Servicedienst" op pagina 106 Het apparaat koelt niet, de indicatie en verlichting branden. Presentatielicht ingeschakeld. Zelftest starten. ~ "Zelftest apparaat" op pagina 106 Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. Het is te warm of koud in het verskoelvak. De standaardinstelling is te hoog of te laag inge- steld (bijv. bij vorst in het verskoelvak). U kunt de temperatuur in het verskoelvak 3 standen warmer of kouder instellen. Als de temperatuur in het koelvak op stand 0 is ingesteld, heeft het vers- koelvak een temperatuur van omstreeks 0 °C. Aanwijzing: Een verandering van de standaardin- stelling beïnvloedt de temperatuur in het koelvak en het vriesvak.
1. Toets Super indrukken en ingedrukt houden tot
de weergave Temperatuur knippert.
2. Toets (/) indrukken om de instelling te wijzigen.
Stand –3 is de koudste instelling. Stand +3 is de warmste instelling. Na een minuut wordt de ingestelde stand opge- slagen.nl Servicedienst
4 Servicedienst Servicedienst Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, kunt u contact opnemen met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met Servicedienstadressen. Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 95 Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat. Zelftest apparaat Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten
het inschakelen de toets Super 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal. ■ Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven: uw apparaat is in orde. ■ Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de toets Super 10 seconden knippert: contact opnemen met de Service. Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. Garantie Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land zijn verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website. NL 088 424 4040 B 070 222 143!
Notice-Facile