KIS2FAD - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KIS2FAD SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KIS2FAD - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KIS2FAD van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KIS2FAD SIEMENS
it Istruzioni per l'uso nl Gebruiksaanwijzing
Inhoudsopgave Veiligheid 95 Algemene aanwijzingen 95 Bestemming van het apparaat 95 Inperking van de gebruikers 96 Veiliger transport 96 Veilige installatie 96 Veilig gebruik 97 Beschadigd apparaat 100 Het voorkomen van materiële schade 102 Milieubescherming en besparing 102 Afvoeren van de verpakking 102 Energie besparen 102 Opstellen en aansluiten 103 Leveringsomvang 103 Apparaat opstellen en aansluiten 103 Criteria voor de opstellocatie 104 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 104 Apparaat elektrisch aansluiten 104 Uw apparaat leren kennen 105 Apparaat 105 Bedieningselementen 105 Uitrusting 105 Legplateau 105 Variabel legplateau 105 Uittrekbaar legplateau 106 Groente- en fruitlade 106 Verskoellade 106 Boter- en kaasvak 106 Deurrekken 106 Accessoires 106 De Bediening in essentie 107 Apparaat inschakelen 107 Opmerkingen bij het gebruik 107
Machine uitschakelen 107 Temperatuur instellen 107 Extra functies 108 Super-functie 108 Alarm 108 Deuralarm 108 Koelvak 108 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 108 Koudezones in het koelvak 109 Verskoelruimte 109 Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C 109 Vriesvak 109 Deur van het vriesvak 110 Invriescapaciteit 110 Tips voor het inkopen van diepvrieskost 110 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 110 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 110 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C 111 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 112 Ontdooien 112 Ontdooien in het koelvak. 112 Ontdooien in de verskoelruimte ... 112 Ontdooien in het vriesvak 112 Reiniging en onderhoud 113 Apparaat voorbereiden voor reiniging 113 Apparaat schoonmaken 113 Onderdelen eruit halen 114 Apparaatonderdelen demonteren 114 93
Storingen verhelpen 116 Functiestoringen 116 Aanwijzingen op het display 117 Temperatuurprobleem 117 Geluiden 118 Geurtjes 118 Apparaatzelftest uitvoeren 119 Opslaan en afvoeren 119 Apparaat buiten gebruik stellen ... 119 Afvoeren van uw oude apparaat .. 119 Servicedienst 120 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 120 Technische gegevens 120
Veiligheid Houd de informatie omtrent veiligheid aan, zodat u het apparaat veilig kunt gebruiken. Dit apparaat is conform de desbetreffende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten en is ontstoord. Algemene aanwijzingen
Hier vindt u algemene informatie over deze gebruiksaanwijzing. ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u het apparaat veilig en efficiënt gebruiken. ¡ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor de gebruiker van het apparaat. ¡ Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in acht. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Controleer het apparaat na het uitpakken. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. Bestemming van het apparaat
Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen. Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Installatiehandleiding aanhouden. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ volgens deze gebruiksaanwijzing. ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor ijsbereiding. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van maximaal 2000 m boven zeeniveau.
Inperking van de gebruikers
Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare personen. Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. Veiliger transport
Houd de veiligheidsaanwijzingen aan wanneer u het apparaat transporteert. WAARSCHUWING ‒ Gevaar voor letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen. Veilige installatie
Houd deze veiligheidsaanwijzingen in acht bij de installatie van het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Gevaar voor een elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. WAARSCHUWING ‒ Risico van brand! ¡ Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. ¡ Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat. Veilig gebruik
Neem bij gebruik van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. WAARSCHUWING ‒ Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen. 97
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. ▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen. ¡ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING ‒ Verstikkingsgevaar! ¡ Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. ¡ Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING ‒ Explosiegevaar! ¡ Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen exploderen, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. ¡ Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ¡ Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Gevaar voor letsel! ¡ Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de verskoelruimte bewaren. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. ¡ Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ Beschadig de leidingen van de koudemiddelkringloop en isolatie niet. WAARSCHUWING ‒ Verbrandingsgevaar door kou! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak. VOORZICHTIG ‒ Gezondheidsrisico! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt. ▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Neem deze veiligheidsvoorschriften in acht als uw apparaat beschadigd is. WAARSCHUWING ‒ Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigde apparaat gebruiken. ▶ Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de servicedienst. → Pagina 120 ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ¡ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING ‒ Risico van brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. 100
▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 107 ▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 120
nl Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van materiële schade
Het voorkomen van materiële schade Ter voorkoming van materiële schade, aan het apparaat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de aanwijzingen in acht te nemen. LET OP! ¡ Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. ¡ Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Milieubescherming en besparing
Milieubescherming en besparing Bescherm het milieu door het apparaat op een hulpbronnenbesparende manier te gebruiken en herbruikbare materialen op de juiste manier af te voeren.
Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst. ¡ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen: – Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 30 cm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. Het apparaat hoeft bij lagere omgevingstemperaturen minder vaak te koelen. ¡ Een nisdiepte van 560 mm gebruiken. ¡ Ventilatieopeningen niet afdekken of blokkeren. ¡ Ventileer de ruimte dagelijks. De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen.
Energie besparen bij het gebruik. Houd deze aanwijzing aan wanneer u uw apparaat gebruikt. Aanwijzing De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Ventilatieopeningen niet afdekken of blokkeren. De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm.
Opstellen en aansluiten
¡ Open de ovendeur slechts kort. ¡ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. De lucht in het apparaat warmt niet zo sterk op. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen luchtdicht. De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. ¡ Vriesvak regelmatig ontdooien. Een vorstvrij vriesvak is stroombesparend en koelt de diepvrieswaren optimaal. ¡ Deur van het vriesvak slechts kortstondig openen en zorgvuldig sluiten. Een gesloten deur van het vriesvak beschermt het vriesvak tegen sterke verijzing.
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Opstellen en aansluiten
Opstellen en aansluiten Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 120 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires1 ¡ Installatiemateriaal ¡ Installatiehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenserviceboekje ¡ Garantiebijlage2 ¡ Energielabel ¡ Productgegevensblad ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden
Apparaat opstellen en aansluiten Voorwaarde: De leveringsomvang van het apparaat is gecontroleerd. → Pagina 103 1. Houd de criteria aan voor de opstellocatie van het apparaat. → Pagina 104 2. Installeer het apparaat overeenkomstig de meegeleverde installatiehandleiding. 3. Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden. → Pagina 104
nl Opstellen en aansluiten 4. Het apparaat elektrisch aansluiten.
Criteria voor de opstellocatie Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst. WAARSCHUWING Explosiegevaar! Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Afb. 1 / 7 Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 55 bedragen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1 / 7 Klimaatklasse
SN N ST T Toegestane ruimtetemperatuur 10 °C…32 °C 16 °C…32 °C 16 °C…38 °C
16 °C…43 °C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen be104
schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de meubelnis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 1. Haal het informatiemateriaal er uit. 2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips en karton. 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 113
Apparaat elektrisch aansluiten 1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Afb. 1 / 7 2. De netstekker op vastheid controleren. a Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
Lees meer over de onderdelen van uw apparaat.
Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. schakelt de Super-functie in of uit. schakelt het apparaat in of uit.
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat. → Afb. 1
Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt. De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
Om de schappen naar wens te variëren, het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 114
Uittrekbaar legplateau → Pagina 106 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Groente- en fruitlade → Pagina 106 Verskoellade → Pagina 106 Typeplaatje Boter- en kaasvak → Pagina 106 Deurrek voor grote flessen
Aanwijzing Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
Variabel legplateau Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoog koelmateriaal te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau verwijderen en onder het achterste deel van het legplateau schuiven. → Afb. 3
Bedieningselementen Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. → Afb. 2
schakelt het alarmsignaal uit. / stelt de temperatuur van het koelvak in. 105
Uittrekbaar legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, het legplateau uittrekken.
Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. → Afb. 4
Gebruik de lagere temperaturen in de verskoellade om gevoelige levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen instellen:
¡ Lage luchtvochtigheid bij overbewegend bewaren van fruit en hoge belading. ¡ Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente alsook bij gemengde belading of geringe beladen. Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen. Het condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C. Koudegevoelig fruit
Koudegevoelige groente 106
Boter- en kaasvak Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te variëren deze er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Deurrek verwijderen", Pagina 114
Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd. Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenhouder De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen. → Afb. 5
IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
De Bediening in essentie
IJsblokjes maken 1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met
water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken. 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets verbuigen of kort onder stromend water houden. De Bediening in essentie
De Bediening in essentie Hier wordt de bediening van het apparaat in essentie beschreven.
Apparaat inschakelen indrukken. a Het apparaat begint te koelen. 2. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 107 1.
Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt. ¡ De behuizing links, rechts en onder de verskoelruimte wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
Machine uitschakelen ▶ indrukken. a Het apparaat koelt niet meer.
Temperatuur instellen Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, kunt u de temperatuur instellen.
Koelvaktemperatuur instellen ▶ Zo vaak op
/ drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Temperatuur verskoelruimte instellen Aanwijzing De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden. ▶ Wanneer rijp op de kleine koelproducten in de verskoelruimte voorkomt, de verskoeltemperatuur hoger instellen. → Pagina 117
Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Om de vriesvaktemperatuur in te
stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 107. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
nl Extra functies Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
Uw apparaat beschikt over alarmfuncties.
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Hierdoor koelen en bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie. → "Invriescapaciteit", Pagina 110 Aanwijzing Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Super-functie inschakelen ▶
Aanwijzing Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen ▶ indrukken. a De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Waarschuwingssignaal (deuralarm) uitschakelen ▶ De apparaatdeur sluiten of op
drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld. Koelvak
Koelvak In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakwaren, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren. De temperatuur in het koelvak kunt u van 3 °C tot 8 °C instellen. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C. Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak. ¡ Om ervoor te zorgen dat de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen langer behouden blijven, uitsluitend verse en ongeschonden levensmiddelen bewaren.
¡ Bij kant-en-klaar-producten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden. ¡ Om aroma, kleur en versheid te behouden of smaakoverdracht en verkleuringen van de kunststofdelen te vermijden, levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren. ¡ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, voordat u deze in het koelvak plaatst.
Door het vershouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.
Koudezones in het koelvak
Levensmiddel Verse vis, zeevruchten Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) Gerookte vis, broccoli
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.
Verskoelruimte In de verskoelruimte kunt u verse levensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak. De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
Bewaartijd tot 3 dagen tot 5 dagen tot 7 dagen
tot 14 dagen Sla, venkel, abrikozen, pruimen tot 21 dagen Zachte kaas, yoghurt, kwark, tot 30 dakarnemelk, bloemkool gen
Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Tips ¡ Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. ¡ Bewaar gevoelige levensmiddelen in de verskoelruimte, bijv. vis, worst en vlees. → "Verskoelruimte", Pagina 109
Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van verschillende factoren:
Ingestelde temperatuur Levensmiddel (grootte en soort) Bewaarde hoeveelheid Reeds bewaarde hoeveelheid levensmiddelen
Deur van het vriesvak Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten. Aan de greepstand van de deur van het vriesvak herkent u of het vriesvak juist is gesloten. Aanwijzing Als u de deur van het vriesvak sluit, klikt deze hoorbaar vast.
Voorwaarden voor invriesvermogen 1. Vóór het inladen van verse levens-
middelen Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 108 2. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Tips voor het inkopen van diepvrieskost Neem de tips in acht als u diepvrieskost inkoopt. ¡ Op onbeschadigde verpakking letten. ¡ Op de houdbaarheidsdatum letten. ¡ De temperatuur in de supermarktvriezer moet –18 °C of kouder zijn. ¡ De diepvriesketen niet onderbreken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1 / 7
Neem de tips in acht als u levensmiddelen in het vriesvak inruimt. ¡ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. Indien nodig diepgevroren levensmiddelen in het vriesvak veranderen van positie.
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen Neem de tips in acht als u verse levensmiddelen invriest. ¡ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
¡ Voor het verbruik gekookte, gebraden of gebakken levensmiddelen zijn geschikter dan rauw te eten levensmiddelen. ¡ Om voedingswaarde, aroma en kleur te behouden, moet u bepaalde levensmiddelen voorbereiden om in te vriezen. – Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. – Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Meer aanwijzingen vindt u in de desbetreffende literatuur.
Over het invriezen van geschikte levensmiddelen Brood en banket Vis en zeevruchten Vlees Wild en gevogelte Groente, fruit en kruiden Eieren zonder schaal Melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark ¡ Bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes ¡ ¡ ¡ ¡ ¡ ¡ ¡
Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen ¡ Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes ¡ Ongepelde of hardgekookte eieren ¡ Wijndruiven/druiven ¡ Hele appels, peren en perziken ¡ Yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise
Diepvrieswaren verpakken Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermijden. 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen. Geschikte verpakking:
– Kunststoffolie van polyethyleen – Buisfolie van polyethyleen – Diepsvrieszakjes van polyethyleen – Diepvriesdozen Niet geschikt als verpakking:
(in)pakpapier Perkamentpapier Cellofaan Aluminiumfolie Vuilniszakken en gebruikte plastic zakken 2. De lucht eruit drukken. 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen. Geschikte afsluitingen: – Rubberringen – Kunststofclips – Koudebestendig plakband 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest. Levensmiddel Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket Gevogelte, vlees Groente, fruit
Bewaartijd Tot 6 maanden
Tot 8 maanden Tot 12 maanden 111
Ontdooimethodes voor diepvrieswaren Om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden, de ontdooimethode aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen. VOORZICHTIG Gezondheidsrisico! Bij het ontdooien kan er bacterievorming optreden en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Ontdooimethode Koelvak
Omgevingstemperatuur Magnetron
Levensmiddel Dierlijke levensmiddelen, zoals vis, vlees, kaas, kwark Brood Levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding Levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding
Ontdooien Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien.
Ontdooien in het koelvak. Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
Ontdooien in de verskoelruimte De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch.
Ontdooien in het vriesvak Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, ontdooit het vriesvak niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien. 1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 108 De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren. 2. De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen. 3. Het apparaat uitschakelen. → Pagina 107 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Reiniging en onderhoud 5. Om het ontdooien te versnellen,
een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten. 6. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen. 7. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven. 8. Het apparaat elektrisch aansluiten. 9. Het apparaat inschakelen. → Pagina 107 10. De diepvrieswaren inladen. → Pagina 110 Reiniging en onderhoud
Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
Apparaat voorbereiden voor reiniging Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereid voor reiniging 1. Het apparaat uitschakelen. → Pagina 107 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Haal alle levensmiddelen uit het apparaat en bewaar deze op een koele plek. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen. 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien. 5. Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 114 6. De volgende apparaatonderdelen uit het apparaat demonteren:
– → "Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade", Pagina 114 – → "Telescooprails", Pagina 114
Apparaat schoonmaken Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoonmaakmiddelen beschadigd raakt. WAARSCHUWING Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. ¡ Vloeistof in de verlichting kan gevaarlijk zijn. ▶ Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen. LET OP! ¡ Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. ¡ Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. ▶ Reinig nooit plateaus en houders in de vaatwasser. 1. Apparaat voorbereiden voor reini-
ging. → Pagina 113 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pHneutraal afwasmiddel reinigen. 113
nl Reiniging en onderhoud 3. Met een zachte, droge doek gron4. 5. 6. 7.
dig nadrogen. De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen. Het apparaat elektrisch aansluiten. Het apparaat inschakelen. → Pagina 107 Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat. ▶ Het legplateau uittrekken en verwij-
Uittrekbaar legplateau verwijderen 1. Het uittrekbare legplateau uittrek-
ken tot de grendelnok losklikt. → Afb. 6 2. Het legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draaien.
Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en ver-
Groente- en fruitlade verwijderen ▶ De fruit- en groentelade naar voren
Verskoellade verwijderen ▶ De verskoellade naar voren kante-
len en verwijderen → Afb. 8
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade Om de scheidingsplaat en de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Scheidingsplaat demonteren 1. De fruit- en groentelade verwijde-
2. De hendels aan de onderkant aan
beide zijden indrukken en de scheidingsplaat naar voren trekken . → Afb. 9 3. De scheidingsplaat optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking demonteren ▶ De afdekking van de fruit- en
groentelade optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Scheidingsplaat en afdekking inbouwen 1. De afdekking van de fruit- en
groentelade plaatsen. 2. De vochtigheidsregelaar op lagere
luchtvochtigheid instellen. 3. De scheidingsplaat aanbrengen.
Telescooprails Om de telescooprails grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Reiniging en onderhoud
2. De vergrendeling in de richting van
de pijl schuiven en van de achterste pen losmaken . → Afb. 12 3. De telescooprail in elkaar schuiven. 4. De telescooprail boven de achterste pen naar achteren schuiven en losklikken . → Afb. 13
Uittrekbare rails monteren 1. De telescooprail in uitgeschoven
toestand op de voorste pen plaatsen en om te vergrendelen iets naar voren trekken . → Afb. 14 2. De telescooprail aan de achterste pen plaatsen en de vergrendeling naar achteren schuiven . → Afb. 15
nl Storingen verhelpen Storingen verhelpen
Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Gevaar voor een elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Functiestoringen Storing Apparaat werkt niet. Er brandt geen enkele indicatie.
Oorzaak De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Verhelpen van storingen ▶ Controleer of de netstekker van de stroomkabel volledig in het stopcontact is gestoken.
De zekering is geactiveerd.
▶ Controleer de zekeringen.
De stroom is uitgevallen.
1. Controleer of er stroom is. 2. Koude-accu's, indien voorhanden,
op de dievrieswaren leggen. Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.
Het presentatielicht is ingeschakeld.
▶ Voer de apparaatzelftest uit.
→ Pagina 119 a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. Verschillende oorzaken zijn ▶ Neem contact op met de klantenmogelijk. service. → "Servicedienst", Pagina 120
LED-verlichting functioneert niet. Kapje van de lamp niet verwijderen. De koelmachine schakelt va- Apparaatdeur werd vaak ge- ▶ Open de apparaatdeur niet onnoker en langer in. opend. dig. De ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▶ Verwijder blokkades voor de venti-
Aanwijzingen op het display Storing Oorzaak of verschijnt op het tem- De elektronica heeft een fout geconstateerd. peratuurdisplay.
Verhelpen van storingen ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 120
Temperatuurprobleem Storing Oorzaak Temperatuur wijkt erg af van Verschillende oorzaken zijn de instelling. mogelijk.
Verhelpen van storingen 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 107 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 107 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Cool-fresh-vak is te warm of te koud
Aanwijzing De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf ingesteld op 0. Instelling 0 komt overeen met een temperatuur van ca. 0 °C. U kunt de temperatuur in het cool-freshvak tot 3 instellingen warmer of kouder instellen. Een wijziging van de standaardinstelling is van invloed op de temperatuur in het koelvak en het vriesvak. 1. Druk op tot het temperatuurdisplay knippert. 2. Om de instelling te wijzigen drukt u op / . – Instelling -3 komt overeen met de koudste instelling. – Instelling +3 komt overeen met de warmste instelling. a De geselecteerde instelling wordt na een minuut opgeslagen.
Standaardinstelling is te hoog of te laag, bijv. bevriezing in cool-fresh-vak
nl Storingen verhelpen
Geluiden Storing Apparaat bromt.
Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt. Apparaat klikt.
Apparaat produceert geluiden.
Oorzaak Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Geen storing. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
Verhelpen van storingen Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Flessen of containers raken elkaar.
Super-functie is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. ▶ Controleer de uitneembare uitrus-
tingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. kaar.
Geurtjes Storing Oorzaak Het apparaat ruikt onaange- Verschillende oorzaken zijn naam. mogelijk.
Verhelpen van storingen 1. Bereid het apparaat voor om te reinigen. → Pagina 113 2. Reinig het apparaat. → Pagina 113 3. Reinig alle levensmiddelenverpakkingen. 4. Verpak sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht om geurvorming te voorkomen. 5. Controleer na 24 uur opnieuw of er luchtjes zijn ontstaan.
Apparaatzelftest uitvoeren 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 107 2. Het apparaat na ca. 5 minuten op-
nieuw inschakelen. → Pagina 107 3. Binnen 10 seconden na het in-
schakelen gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden. a De apparaatzelftest start. a Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. a Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
5. Laat de deur van het apparaat
Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Gezondheidsrisico! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen. ▶ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden. 1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Het apparaat milieuvriendelijk af-
voeren. Opslaan en afvoeren
Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
Apparaat buiten gebruik stellen 1. Het apparaat uitschakelen.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
→ Pagina 107 2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Het apparaat ontdooien. → Pagina 112 4. Het apparaat reinigen. → Pagina 113 119
nl Servicedienst Servicedienst
Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst. We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd. Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Aanwijzing Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur 120
van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar (behalve in Denemarken en Zweden waar de duur 1 jaar bedraagt) in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. → Afb. 1 / 7 Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren. Technische gegevens
Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje. → Afb. 1 / 7
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// www.bsh-group.com/energylabel1. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte 121
Notice-Facile