KGF56PIDP - Combinatiekoelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KGF56PIDP BOSCH in PDF-formaat.

📄 148 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH KGF56PIDP - page 88
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Ελληνικά EL Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : KGF56PIDP

Categorie : Combinatiekoelkast

Download de handleiding voor uw Combinatiekoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGF56PIDP - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGF56PIDP van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING KGF56PIDP BOSCH

nlInhoudnlGebruiksa nwijzng Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.

Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!

Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!

Kinderen in het huishouden

Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/ EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Aanwijzingen over de afvoer

  • Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
  • Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

2. Aansluitkabel doorknippen en samen

met de stekker verwijderen.

3. Legplateaus en voorraadvakken niet

eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!

4. Laat kinderen niet met het afgedankte

apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Zakje met montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden

De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht: Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.

Afstand tot de wand Het apparaat zodanig opstellen dat de deur 90° kan worden geopend. Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ,. Klimaatklasse

Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C +16 °C tot 43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting Afb. " De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. m Waarschuwing m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. Kennismaking met het apparaat Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. ,. De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. !

  • Niet bij alle modellen.

Koelruimte VitaFresh-compartiment Diepvriesruimte

Bedieningselementen Boter en kaasvak Voorraadvak voor kleine flesjes Vak voor grote flessen Verlichting (LED) Flessenrek Ontbijtset Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Groentelade Verskoellade Diepvrieslade Bedieningselementen Afb. $

Toets „super” (Koelruimte) Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen. Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. Temperatuurinsteltoetsen koelruimte Met deze toetsen wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld. connect-indicatie Wordt gemarkeerd als het Home Connect-menu actief is. Dit dient voor het in- en uitschakelen, evenals het configureren van de Home Connect-functie (zie hoofdstuk Home Connect). Toets „fresh” Dient voor het in- en uitschakelen van de fresh-modus. Toets „eco” Dient voor het in- en uitschakelen van de eco-modus.

Holiday-toets Dient voor het in- en uitschakelen van de Vakantie-modus (zie het hoofdstuk Vakantiemodus). Temperatuurindicatie VitaFresh Geeft de ingestelde temperatuur van het VitaFresh-vak aan. Selectietoets verskoelcompartiment Stelt de temperatuur van het verskoelcompartiment in. Toets 'On/Off' Dient voor het in- en uitschakelen van het hele apparaat. Toets „alarm off” De toets dient voor het uitschakelen van het alarmsignaal (zie het hoofdstuk Alarmfunctie). menu-toets Activeert het Home Connectmenu. Dit dient voor het in- en uitschakelen, evenals het configureren van de Home Connect-functie (zie hoofdstuk Home Connect). Toets „super” (Diepvriesruimte) Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C. Temperatuurinsteltoetsen diepvriesruimte Met deze toetsen wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.

1. Het apparaat met de toets Aan/Uit 10

inschakelen. Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie 14 en de alarmtoets 11 branden.

2. Door de alarmtoets 11 in te drukken

wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. Wij raden een instelling van +4°C aan. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4°C bewaren. De vooringestelde temperaturen worden na meerdere uren bereikt. Leg pas daarna levensmiddelen in het apparaat. De fabriek adviseert de volgende temperaturen:

Diepvriescompartiment: –18 °C VitaFresh-compartiment: 0 °C tot 2 °C Koelcompartiment: +4 °C Aanwijzingen bij het gebruik

Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. Door het volledig automatische NoFrost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig.

De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. Instellen van de temperatuur Afb. $ Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C. Temperatuur-insteltoets koelruimte 3, net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie van de koelruimte 2. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. VitaFresh-compartiment De temperatuur is instelbaar van –1 °C tot +3 °C. Temperatuur-insteltoets VitaFreshcompartiment 9 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur is ingesteld.

Diepvriesruimte Eco-modus De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C. Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte 15 meermaals indrukken tot de gewenste diepvriesruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie diepvriesruimte 14. Met de Eco-modus schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om. Inschakelen: Druk op de eco-toets. Speciale functies Afb. $ Vers-modus Met de vers-modus blijven levensmiddelen nog langer houdbaar. Inschakelen: De fresh-toets indrukken. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: +2 °C ■ VitaFresh-compartiment: 0 °C ■ Vriescompartiment: blijft ongewijzigd Uitschakelen: De fresh-toets indrukken.

Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: +8 °C ■ VitaFresh-compartiment: +3 °C ■ Diepvriescompartiment: –16 °C Uitschakelen: Druk op de eco-toets. Vakantie-modus Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten. De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C omgeschakeld. Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan. Inschakelen: Druk op de holiday-toets. Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in: ■ Koelcompartiment: +14 °C ■ VitaFresh-compartiment: +14 °C ■ Vriescompartiment: blijft ongewijzigd Uitschakelen: Druk op de holiday-toets.

Sabbath-modus Bij het inschakelen van de Sabbathmodus worden de volgende instellingen uitgeschakeld: Akoestische signalen Binnenverlichting ■ Meldingen op de display ■ De achtergrondverlichting van de display wordt verminderd ■ De toetsen worden geblokkeerd Sabbath-modus inschakelen en uitschakelen: De toets super vriesruimte gedurende 15 seconden indrukken.

Alarmfuncties Deuralarm Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld. Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie diepvriesruimte 14 toont de ingestelde diepvriesruimtetemperatuur, zonder te knipperen. Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen: ■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, ■ als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd. Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Alarm uitschakelen De alarm-toets 11 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. Na indrukken van de toets alarm 11, geeft de temperatuurindicatie diepvriesruimte 14 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.

Home Connect Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mobiel eindapparaat op afstand worden bediend. Aanwijzing Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance. Als het apparaat niet wordt verbonden met het thuisnetwerk, werkt het als een koelapparaat zonder netwerkaansluiting en kan het nog steeds via de bedieningselementen handmatig worden bediend. Om de Home Connect functies te gebruiken, het apparaat met een Home Connect Wi-Fi dongle verbinden. Als er geen Home Connect Wi-Fi dongle met uw apparaat is meegeleverd, kunt u deze bij de Servicedienst bestellen. Aanwijzing Het aansluiten en loskoppelen van de stekker op de achterzijde van het apparaat gaat moeilijker dan verwacht. Controleren of de stekker goed is aangesloten. De Home Connect Wi-Fi-dongle aanbrengen op 1 meter hoogte. Aanwijzingen ■ Houd u aan de veiligheidsbepalingen en waarschuwingen in deze gebruiksaanwijzing. Zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u niet thuis bent en u het apparaat bedient via de Home Connect app (zie het hoofdstuk Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen). Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.

De bediening op het apparaat heeft altijd voorrang boven de bediening via de Home Connect app. In deze tijd is bediening via de app niet mogelijk. Home Connect instellen Aanwijzingen ■ Houd rekening met de Home Connect bijlage, die onder http://www.boschhome.com bij de handleidingen gedownload kan worden. Hiervoor voert u in het zoekveld het E-nummer van uw apparaat in. ■ Om instellingen via Home Connect te kunnen uitvoeren, moet de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat zijn geïnstalleerd. Zie hiervoor de meegeleverde documentatie van Home Connect.Volg de door de app aangegeven stappen om de instellingen aan te brengen. ■ Het menu Home Connect wordt automatisch gesloten wanneer het apparaat langere tijd niet wordt bediend. Aanwijzingen voor het openen van het menu Home Connect vindt u aan het begin van het desbetreffende hoofdstuk. Automatische verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer er een WLAN-router met WPSfunctie beschikbaar is, kunt u het koelapparaat automatisch met het thuisnetwerk verbinden.

1. menu-toets indrukken om het Home

Connect-menu te openen. De indicatie geeft Cn aan.

2. Toets E koelvak net zo vaak

indrukken tot de indicaties AC en oF aangeven.

3. Toets E vriesvak indrukken.

Het apparaat is klaar voor de automatische verbinding. De indicatie geeft 2 minuten een animatie weer. Gedurende deze periode de volgende stappen uitvoeren.

4. De WPS-functie op de

thuisnetwerkrouter activeren (bijv. via de WPS-/WLAN-toets, informatie daarover is te vinden in de documentatie van de router).

Bij een geslaagde verbinding knippert on in de indicatie van het koelapparaat. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app. Als de indicatie oF aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. Het proces herhalen of handmatig verbinding maken. Handmatige verbinding met het thuisnetwerk (WLAN) Wanneer de beschikbare WLAN-router niet over een WPS-functie beschikt of als dit niet bekend is, kunt u het koelapparaat handmatig verbinden met het thuisnetwerk.

1. menu-toets indrukken om het Home

Connect-menu te openen. De indicatie geeft Cn aan.

2. Toets E koelvak net zo vaak

indrukken tot de indicaties SA en oF aangeven.

3. Toets E vriesvak indrukken.

Het apparaat is klaar voor de handmatige verbinding. De indicatie geeft 5 minuten een animatie weer. Gedurende deze periode de volgende stappen uitvoeren.

4. Het koelapparaat heeft nu een eigen

WLAN-netwerk met de netwerknaam HomeConnect ingesteld. Tot dit netwerk kunt u nu toegang krijgen met het mobiele eindapparaat.

5. Het instellingsmenu van het mobiele

eindapparaat openen en de WLANinstellingen oproepen.

6. Het mobiele eindapparaat met het

WLAN-netwerk HomeConnect verbinden. Wachtwoord: HomeConnect Het tot stand brengen van de verbinding kan tot 60 minuten duren.

7. Als er een verbinding is gemaakt, de

Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen. De app zoekt naar het koelapparaat.

8. Zodra het koelapparaat is gevonden,

de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van het eigen thuisnetwerk (WLAN) in de daarvoor bestemde velden invoeren.

9. Bevestigen met de knop Naar

huishoudelijke apparaten sturen.

Bij een geslaagde verbinding knippert on in de indicatie van het koelapparaat. U kunt het koelapparaat nu verbinden met de app.

Als de indicatie oF aangeeft, kon er geen verbinding worden gemaakt. Het wachtwoord opnieuw invoeren en op de juiste schrijfwijze letten. Controleren of het koelapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk (WLAN) bevindt. De procedure herhalen. Koelapparaat verbinden met app Het koelapparaat kan pas met de app worden verbonden als er een verbinding tussen het koelapparaat en thuisnetwerk is gemaakt.

1. menu-toets indrukken om het Home

Connect-menu te openen. De indicatie geeft Cn aan.

2. Toets E net zo vaak indrukken tot de

indicaties PA (Pairing = met app verbinden) en oF aangeven.

3. Toets E vriesvak indrukken om de

verbinding met de app te starten. De indicatie geeft een animatie weer. Zodra het koelapparaat met de app verbonden is, geeft de indicatie on aan.

4. In de Home Connect app op het

mobiele eindapparaat wordt het koelapparaat weergegeven. Het koelapparaat selecteren en met de knop + toevoegen. Als het koelapparaat niet automatisch wordt weergegeven, dan in de Home Connect app eerst Huishoudelijke apparaten zoeken en vervolgens Huishoudelijk apparaat verbinden selecteren.

5. De instructies van de app volgen tot

het proces is voltooid.

De indicaties geven PA en on aan. Het koelapparaat is met de app verbonden. Als er geen verbinding kan worden gemaakt, controleren of het mobiele eindapparaat met het thuisnetwerk (WLAN) is verbonden. Vervolgens het koelapparaat opnieuw met de app verbinden. Als de indicatie Er aangeeft, de Home Connect instellingen terugzetten en het instellen vanaf het begin opnieuw uitvoeren. Signaalsterkte controleren Als er geen verbinding kan worden gemaakt, kunt u het beste de signaalsterkte controleren.

1. menu-toets indrukken om het Home

Connect-menu te openen. De indicatie geeft Cn aan.

2. Toets E koelvak net zo vaak

indrukken tot de indicatie SI aangeeft.In de tweede indicatie verschijnt een waarde tussen 0 (geen ontvangst) en 3 (volledige ontvangst). Aanwijzing De signaalsterkte moet minimaal 2 bedragen. Als de signaalsterke te laag is, kan de verbinding worden onderbroken. De router en het koelapparaat dichter bij elkaar plaatsen, ervoor zorgen dat de verbinding niet door afschermende wanden wordt verstoord of een repeater installeren om het signaal te versterken.

Home Connect instellingen terugzetten Als het niet lukt een verbinding te maken of als u het koelapparaat in een ander thuisnetwerk (WLAN) wilt aanmelden, kunnen de Home Connect instellingen worden teruggezet.

1. menu-toets indrukken om het Home

Connect-menu te openen. De indicatie geeft Cn aan.

2. Toets E net zo vaak indrukken tot de

indicaties rE en oF aangeven.

3. Toets E vriesvak indrukken om het

terugzetten van de instellingen te starten.

De indicatie geeft een korte animatie weer en vervolgens weer oF. De Home Connect instellingen zijn teruggezet. Als de indicatie Er aangeeft, dan het terugzetten opnieuw uitvoeren of de Servicedienst bellen. Aanwijzing over gegevensbescherming Wanneer uw Home Connect koelapparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het koelapparaat de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):

De actuele software- en hardwareversie van uw koelapparaat. ■ Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen. Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie hoeft pas te worden uitgevoerd wanneer u Home Connect voor het eerst wilt gebruiken.

Aanwijzing Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app. Verklaring van overeenstemming Hierbij verklaart Robert Bosch Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 1999/5/EG. Een uitvoerige R&TTE conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.bosch-home.com, op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten. Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule). Veiligheidscertificaat van de WiFi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).

Netto-inhoud De koelruimte De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. , De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket. Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de houders worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op het legplateau en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Aanwijzing Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Onderdelen eruit halen Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. )

In acht nemen bij het bewaren

Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Aanwijzing Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen.

Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:

De koudste zones bevinden zich voor de ontluchtingsopeningen en in de chiller, afb. !/24. Aanwijzing In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees. De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzing Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Harde kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv.

vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. om dranken snel te koelen. In- en uitschakelen Afb. $ Toets „super” 1 indrukken. De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Het VitaFreshcompartiment De temperatuur in het verskoelcompartiment wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In het verskoelcompartiment kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak. Groentelade Afb. ' De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: ■ overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid ■ overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid

Aanwijzingen ■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar. Diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken

voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Verskoellade Afb. !/24 Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk. Bewaartijden (bij 0 °C) Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten Gevogelte, vlees (gekookt/ gebraden) Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) Gerookte vis, broccoli Sla, venkel, abrikozen, pruimen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool

max. 3 dagen max. 5 dagen Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. , Voorwaarden voor max. invriesvermogen

Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”). Houders eruit nemen, levensmiddelen rechtstreeks op het legplateau en de bodem van het vriesvak stapelen. Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.

Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten

De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Attentie bij het inruimen

Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. Aanwijzing De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen. Diepvrieswaren opslaan De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen. Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

1. Levensmiddelen in de verpakking

2. Lucht eruit drukken.

3. Het geheel van een goede sluiting

4. Vermeld op de pakjes inhoud en

invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ■ Groente, fruit: tot 12 maanden.

Supervriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen Afb. $ Toets „super” 13 indrukken. Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op. Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Uitvoering Legplateaus en voorraadvakken U kunt de legplateaus en de voorraadvakken in de deur naar wens verplaatsen. Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Voorraadvak iets optillen en eruit halen. Speciale uitvoering (niet bij alle modellen) Boter en kaasvak Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open. Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen. Ontbijtset Afb. % De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gevuld worden. U kunt de ontbijtset eruit nemen om deze te vullen of leeg te maken. Daartoe de ontbijtset optillen en eruit trekken. De houder van de bakjes kunt u verschuiven. Flessenrek Afb. & In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. IJsbakje Afb. +

1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen

en in de diepvriesruimte zetten.

2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met

een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).

3. Om de ijsblokjes los te maken:

het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden. Diepvrieskalender Afb. * Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.

Koude-accu De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden. Sticker "OK" (niet bij alle modellen) Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd. Aanwijzing Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Correcte instelling

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaat Afb. $ Toets Aan/Uit 10 indrukken. Koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

1. Uitschakelen van het apparaat.

2. Stekker uit het stopcontact trekken of

de zekering losdraaien resp. uitschakelen.

3. Schoonmaken van het apparaat.

4. Deur van het apparat open laten.

Aanwijzing Om schade aan het apparaat te voorkomen, moeten de deuren van het apparaat zo ver zijn geopend, dat ze vanzelf open blijven staan. Klem geen voorwerpen in de deur om deze open te houden.

Ontdooien Koelcompartiment Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen. Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. Schoonmaken van het apparaat m Attentie

Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Het reinigingswater mag niet in de volgende gedeelten komen: ■ Bedieningselementen ■ Verlichting ■ Ventilatieopeningen ■ Openingen in de scheidingsplaat Ga als volgt te werk:

1. De stekker uit het stopcontact trekken

of de zekering uitschakelen.

2. Diepvrieswaren verwijderen en

bewaren op een koele plaats. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.

3. Het spoelwater mag niet in de

bedieningselementen, verlichting, ventilatieopeningen of in de openingen van de scheidingsplaat komen! Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel.

4. Deurafdichting alleen met schoon

water schoonmaken en grondig droogwrijven.

5. Na het schoonmaken het apparaat

6. Diepvrieswaren opnieuw in het

diepvriesvak leggen. Uitrusting Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Aanwijzing De scheidingsplaat tussen koelcompartiment en VitaFreshcompartiment is vast ingebouwd. Om te voorkomen dat het apparaat wordt beschadigd, mag deze plaat alleen door de servicedienst of geautoriseerde vaklui worden verwijderd.

Legplateaus uit de deur nemen Afb. # Legplateaus optillen en verwijderen. Glasplateaus eruit halen De glasplateaus naar voren trekken en verwijderen. Reservoir verwijderen Afb. ( De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging. Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken. Diepvrieslade verwijderen Afb. ) Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Energie besparen

Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Voor een zo laag mogelijk energieverbruik: aan de zijkanten enige afstand tot de wand aanhouden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.

Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Bij hogere omgevingstemperaturen kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Knakkende geluiden Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak De temperatuur wijkt erg af van de instelling. De verlichting functioneert niet. Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is Stekker in het stopcontact steken. Controleer uitgeschakeld; de stekker zit of er stroom is. Controleer de zekeringen. niet goed in het stopcontact. In het koelcompartiment of het VitaFresh-compartiment is het te koud. De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.

Stel een hogere temperatuur voor het koelcompartiment in. Stel een hogere temperatuur voor het VitaFresh-compartiment in. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. Max. invriescapacitiet niet overschrijden.

Storing Eventuele oorzaak Oplossing Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Alarmtoets, afb $/11, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt. De zijwanden van het apparaat zijn warm. In de zijwanden lopen buizen Dat is normaal voor het apparaat, en geen die tijdens het koelproces storing. warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door deze warmte. De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt. Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit. Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.

Zelftest apparaat Klantenservice Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. , Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Zelftest starten

1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten

2. Apparaat inschakelen en binnen de

eerste 10 seconden een van de „super”-toetsen, 13 of 1, gedurende 35 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal. Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde. Als de „super”-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice. Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.