SL TYPE 601 - Spiegelreflexloze camera LEICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SL TYPE 601 LEICA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SL TYPE 601 LEICA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Spiegelreflexloze camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SL TYPE 601 - LEICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SL TYPE 601 van het merk LEICA.
GEBRUIKSAANWIJZING SL TYPE 601 LEICA
NOTICE D'UTILISATION | GEBRUIKSAANWIJZING






LEICA M10
Mode d'emploi
AVANT-PROPOS
Leica dankt u voor de aanschaf van de Leica M10 en feliciteert u met deze beslissing. U hebt met deze uniqueke digitale 35mm systemcamera een uitstekende keuze gemaakt.
Wij wensen u veel plezier en succes bij het fotograferen met uw neue camera. Om alle möglichkheden goed te{kunnen gebruiken, adviseren wij u eerst deze handleiding te lezen.
Leica Camera AG
Betekenis van de verschillende informatiecatogorieën in\ deze handleiding
Aanwijzing:
Bijkomende informatatie
Belangrijk:
Niet-naleving kan leiden tot beschadiging van de camera, de accessoires of de opnamen
Let op:
Niet-naleving kan leiden tot lichamelijk letsel

LEVERINGSOMVANG
Controleer, voordat u uw camera in gebruik neemt, de meegeleverde accessoires op volledigheid.
- Draagriem
- Camera-bajonetkap
- Lithium-ionen batterij Leica BP-SCL5
- Oplaadapparaat Leica BC-SCL5, inclusief netsnoer (EU, VS) en autolaadkabel
- Afdekking voor accessoireschoen
Let op:
Sla kleine delen (zoals de afdekking voor de accessoireschoen) als volgt op:
- buiten het bereik van kinderen (inslikken kan leiden toe verstikk-ing!)
- op eenplaats waar ze Niet verloren gaan, bijvoorbeeld op de hiertoe voorziene plaatsen van de cameraverpakking.
ACCESSIONS
Voor een actuel overzicht en beschrijving van de voor uw camera beschikbare objectieven en accessoires gaat u maar de startpagina van Leica Camera AG onder:
www.leica-camera.com
Belangrijk:
Er mogen uitsluitend de in deze handleiding genoemde en beschreven en/of de door Leica Camera AG genoemde en beschreiben accessoires met de Leica M10 worden gebrukt.
VERVANGENDE
ONDERDELEN
Bestelnummer
Camera-bajonetkap 16060
Cameradraagriem 24023
Lithium-ionen batterij BP-SCL5. 24003
Batterij-opleadapparaat BC-SCL5 (inclusief netsnoer voor VS
[423-116.001-020] en EU [423-116.001-005],
andere afhankelijk van de lokale markt), autolaadkabel..... 24002
Afdekking voor accessoireschoen,
Kunststof, zwart 420-300.001-035
Aanwijzingen:
-
Leica werkkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimisering van uw camera. Omdat bij digitale camera's zeer veel functies uitsluitend zuiver elektronisch worden gestuurd,:kunnen deze verbeteringen en uittbreidingen van functies naderhand in uw camera worden geinstalleerd. Om deze reden biedt Leica zogenaamde firmware-updates aan. Deze camera's zich af fabrik hetijd uitergerust met de nieuwste firmware. Maar u kunt de neue firmware ook zelf van once startpagina downloaden en maar uw camera overdragen: als u zich als eigenaar op de Leica Camera homepage registreert, dan worden u via de nieuwsbrief op de hoogte gesteld als er een firmware-update beschikbaar is. Meer details over registratie en firmware-updates voor uw camera en eventuele veranderingen en aanvullingen op de uitvoerin gen in deze gebruksaanwijzing vind u in 'Klantgedeelte' onder: https://owners.leica-camera.com
-
De gegevens in deze handleiding—hebben betrekking op een vroege firmwareversie. Handleidingen en toelichtingen op basis van andere firmwareversies vindt u eveneens in het 'Klantgedeelte'.
-
Met welke firmwareversie uw camera isuitgerust (zie ook pagina 199), kunt u als volgt vaststellen: Menupunt Camera Information kiezen.
- In het submenu vindt u in de regel Camera Firmware rechts het betreffende nummer.
- Specifieke, nationale goedkeuringen voor dit cameramodel vindt u als volgt: In hetzelfde submenu Camera Information (zie vorige aanwijzing) Regulatory Information kiezen.
- In het bijbehorendesubmenu vindt u op meertere网页's de bijbehorende goedkeuringstekens.
- De productiedatum van uw camera vindt u op de stickers in de garantiekaart en/of op de verpakking. De datumnotatie is:一年多/maand/dag.
- Controller, voordat u uw camera in gebruik neemt, de meegeleverde accessoires op volledigheid.
INHOUDSOPGAVE
VOORWOORD. 114
LEVERINGSOMVANG 116
ACCESSIONES 116
VERVANGENDE ONDERDELEN 116
WAARSCHUWINGEN 122
JURIDISCHE OPMERKINGEN 122
Milieuvriendelijk afvoeren van elektrische en elektronische apparatuur. 123
BENAMING VAN DE ONDERDELEN 124
BEKNOPTEHANDLEIDING 126
VOORBEREIDINGEN 126
FOTOGRAFEREN 126
BEKIJKEN VAN DE OPNAMEN 127
WISSEN VAN OPNAMEN. 127
UITVOERIGE HANDLEIDING 128
VOORBEREIDINGEN 128
DRAAGRIEM BEVESTIGEN 128
BATTERIJ LADEN 128
BATTERIJ EN GEHEUGENKAART VERVANGEN 132
LEICA M-OBJECTIEVEN. 135
Objectiefplaatsen 137
Objectief verwijderen 137
DE BELANGRIJKSTE INSTELLINGEN/ BEDIENINGSELEMENTEN 138
DECAMERAIN-ENUITSCHAKELEN 138
DEONTSPANNER 139
Serieopnamen 140
HETTIJDINSTELWIEL 141
DE MENUBEDIENING 142
VOORINSTELLINGEN 146
CAMERA-BASISINSTELLINGEN 146
Menutaal. 146
Datum en tijd 146
Automatisch uitschakelen 148
Monitor-/zoekerinstellingen 148
OPNAME-BASISINSTELLINGEN 150
DETECTIE OBJECTIEFTYPE 150
Handmatigingeven van het objectieftype / de brandpuntsaftstand.150
BESTANDFORMAAT 152
JPG-INSTELLINGEN 152
Resolutie 152
Contrast, scherpte, kleurverzadiging. 153
Zwart/wit-opnamen 153
WITBALANS 154
Instellen van de helderheid 160
INFO-beeldschemerm 160
LIVE VIEW-MODUS. 160
Belichtingssimulatie 161
Overige weergaveopties 161
AFSTANDSMETING. 164
Met de optische zoeker 164
Met het monitorbeeld in de Live View-modus 165
Belichtingsmodussen. 169
Tijdautomaat 169
Belichtingscorrecties 170
Automatische belichtingsreeksen 172
Handmatige instelling van de belichting 174
De B-installing / De T-functie 174
Over-enonderschrijden van hetmeetbereik 175
WEERGAVEMODUS. 176
Andere opnamen bekijken / 'Bladeren' in het geheugen 177
Vergroten / selecteren van uitsnede / gelijktijdig bekijken van
meerdere verkleinde opnamen 178
Opname Markeren. 180
Opnamen wissen. 180
OVERIGE FUNCTIONS 182
FLITSMODUS 182
FOTOGRAFEREN MET DE ZELFONTSPANNER 188
INTERVALOPNAMEN 188
BEELDBESTANDEN
AUTEURSRECHTELIJK MARKEREN 189
REGISTRATIE VAN OPNAMELOCATIE MET GPS 190
- Moderne elektronische elementen reageren gevoelig op elektrostatische ontlading. Omdat mensen bijvoorbeeld bij het lopen over synthetisch tapijt[zonder moeite een lading van tienduizenden Volt kuren ontwikkelen, kan het bij aanraking van uw camera tot een ontlading komen, vooral als deze op een gemakkelijk geleidende ondergrond ligt. Wanner het alleen om de camerabehuizing gaat, is deze ontlading voor de elektronica geheel ongevaarlijk. De maar buiten gebrachte contacten,zoals die in de accessoireschoen,要去enECHter, ondanks extra ingebouwdeeiligheidsschakelingen, omveiligheidsredenen zo mogelijk Niet worden aangeraakt. Daarom adviseren we de bijbehorende afdekking aktijd teplaatsen,als u geen Zoeker of flitsapparaat gebruikt.
- Gebruik voor het schoonmaken van de contacten geen optiek-microvezeldoek (synthetisch), maar een katoenen of linnen doeck! Wanner u van tevoren bewust een verwarmingsbuis of waterleiding (geleidend, met 'aarde' verbonden materiaal) aanraakt, za een eventuele elekstrostatice lading veilig worden ontladen. Vermijd verruiling en oxidatie van de contacten, ook door uw camera.altijd met een objectief of bajonetdeksel op de camera droog op te bergen.
- Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storing, kortsluiting of een elektrische schok te vermijden.
- Probeer nooit onderdelen van de behuizing (afdekkingen) te verwijderen; vakkundige reparations können alleen door een er-kend servicepunt worden uitgevoerd.
JURIDISCHE OPMERKINGEN
- Neem het autoeursrecht nauwlettend in acht. Het kopiernen en publiceren van zich opgenomen media, zoals banden, cd's, of door anderen uitgevegen of gepubliceerd materiaal kan het autoeursrecht schenden.
- Dit geldt ook voor alle meegeleverde software.
- Het SD-logo is een gedeponeerd merk.
- Overige nomen, firma- en productnamen die in deze handleding worden genoemd, zich handelsmerken, respectievelijk gedeponeerde handelsmerken van de betreffende ondernemeningen.

Milieuvriendelijk afvoeren van elektrische en elektronische apparatuur
(Geldt voor de EU en overige Europese landen met gezegcheden inzameling.)
Dit apparaat bevat elektrische en / of elektronische onderdelen en mag waarom Niet met het gangbare huisvuil worden meegegeven! In plaats waarvan moet het voor recycling op door de gemeenten beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor u gratis. Als het toestel zich verwisselbare batterijen bevat,要去 denze vooraf worden verwijderd en eventueel volgens de voorschriften milieuuviendelijk worden afgevoerd.
Meer informatatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijkke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het apparaat hebt gekocht.
CE
Verklaring van Conformiteit (DoC)
Hiermee verkaart "Leica Camera AG" dat dit product in overeinstemming is met de essenceille vereisteen en andere relevante bepalingen van Richtlij 2014/53/EU.
Klanten können een kopie van het origine DoC m.b.t. once R&TTE-producten van once DoC-server downloads:
www.cert.leica-camera.com
Neem in geval van verdere vragen contact op met:
Leica Camera AG, Am Leitz-Park 5, 35578 Wetzlar, Duitsland
Dit product is voor de algemene consument bedoeld. (Categorie 3)
Dit product is speciala bedoed om aangesloten te worden op een toegangspunt van 2,4 GHz WLAN.
De CE-markering van unsere producten geeft aan dat de basiseisen van de geldende EU-richtlijnen worden nageleefd.
BENAMING VAN DE ONDERDELEN
Afbeeldingen op de voorste en achefterste omslagagina's
Vooranzicht
1 Objectief-ontgrendelingsknop
2 Ogen voor draagriem
3 Focusknop
4 Kijkvenster van de afstandsmeter
5 Helderheidssensor
6 Kijkvenster van de zoeker
Zelfontspanner-lichtdiode
8 Beeldveldkiezer
Borglip van de bodemkap
Bovenaanzicht
ISO-instelwiel met klikstanden voor
- A - automatische regeling van de ISO-gevoeligheid
- 100-6400 ISO-waarden
- MISO: voor hogere gevoeligheden
Index voor ISO-instelling
12 Vaststaande ring
a. Index voor afstandsinstelling
b. Scherptediepteschaal
c. Rode indexknop voor het verwisselen van objectief
13 Diafragma-insteling
14 Witte indexpunt voor diafragma-instelling
15 Tegenlichtkap
16 Afstandsinstelring
a. Vingergreep
17 Hoofdschakelaar met klikstanden voor in- (●) en uitgeschakel-de camera
18 Ontspanner
a. Shroefdraad voor draadontspanner
19 Tijdinstelwiel met klikstanden voor
- A - automatische regeling van de sluitiertijd
- Sluitiertijden 1/4000 - 8 s (inclusief tussenwaarden)
- B (langdurige belichting)
- Flitssynchronisatietijd (%_180 s
20 Accessoireschoen
Achteraanzicht
21 Lichtdiode voor opnameregistratie / gevevensopslag op kaart
22 MENU-knop
- voor het oproepen van het menu FAVORITES, of het menu MAIN MENU,als Niet erder een functie is toegewezen
- voor het verlaten van de menu's FAVORITES en MAIN MENU, en desubmenu's
23 PLAY-knop
- voor het in- en uitschakelen van de (permanente) weergave-modus
- voor terugkeer maar volledig beeld
24 LV-knop om de Live View-modus mee aan of uit te zetten
25 WLAN-antenna (niet zichtbaar)
26 Helderheidssensor voor monitor
27 Zoekeroculair
28 Instelwiel
- voor het navigeren door de menu's
- voor het instellen van de geselecteerde menuopties
- voor het instellen van een belichtingscorrectie
- voor het vergroten/verkleinen van de weergegeven opnames
- voor het bladeren in het opnamegeheugen
29 Kruisknop
- voor het navigeren door de menu's
- voor het instellen van de geselecteerde menuopties
- voor het bladeren in het opnamegeheugen
- voor het aansturen van het gewenste beeldfragment bij het gebruik van Gray Card
30 Middenkop
- voor het oproepen van de statusweergave
- voor het accepteren van de menu-instelingen
- voor weergave van instellenen/gegevens bij opname
- voor weergave van de opnamegevevens bij beeldweergave
31 Monitor
Onderaanzicht
(bodemdeksel geplaatst)
32 Vergrendelingsknevel voor bodemdeksel
33 Statiefschroefdraad A1/4, DIN 4503 (1/4")
34 Bodemdeksel
(Bodemdeksel verwijderd)
35 Geheugenkaartensleuf
36 Batterijyak
37 Batterij-vergrendelingsschuif
Houd de volgende onderden gereed:
- Camera
- Batterij
- Geheugenkaart (niet meegeleverd)
- Laadapparaat en netsnoer
VOORBEREIDINGEN
- Batterij laden (zie pagina 128)
- Batterijplaatsen (zie pagina 132)
- Geheugenkaart plaatsen (zie pagina 132)
- Objectiefplaatsen (zie pagina 137)
- Camera inschakelen (zie pagina 138)
- Menutaal instellen (zie pagina 146)
- Datum en moyen instellen (zie paginga 146)
- Geheugenkaart eventueel formatteren (zie pagina 193)
FOTOGRAFEREN
- Tijdinstelwiel op A instellen (zie pagina 141)
- Scherpte instellen (zie pagina 158)
- Belichtingsmeting inschakelen (zie pagina 139)
- Belichting eventueel corrigeren (zie pagina 141)
- Ontspannen (zie pagina 139)
De camera is af fabriek ingesteld op de automatische, kortstondige weergave van de LASTe opname (zie pagina 176).
Permanent weergave inschaken (altijd möglich): PLAY-knop indrukken (zie pagina 176).
Andere opnamen bekijken: Linker of rechter kant van de kruisknop indrukken.
Opnamen vergroten:
Instelwiel maar rechts draaien.
WISSEN VAN OPNAMEN
(uitsluitend binnen de PLAY-weergave möglich)
MENU-knop indrukken, om het wismenu op te roepen.
Meer informatatie over deze procedure vindt u op pagina 180.
VOORBEREIDINGEN
DRAAGRIEM BEVESTIGEN


BATTERIJ LADEN
Oplaadapparaat

A Bus voor netsnoor
B Bus voor autolaadkabel
CHARGE-LED
B 80% -LED

E Contacten
Vastzetnok
Batterij
De camera worden door een Li-ionaccu van de benodigde energie voorzien.

- Als bevestiging van het oplaadproces begint de groene, met CHARGE gemarkeerde LED te knipperen. Zodra de accu tot minstens 4/5 van zijn capacititeit is opgeladen, brandt bovendien de gele, met 80% gemarkeerde LED. Als de accu volledig is opgeladen,.gaat ook de groene LED permanent branden.
Aanwijzing:
De 80% -LED zal vanwege het werkingsprincipe van het laadproces al na circa 2aar gaan branden.
Het laadapparaat要去 van hetlichtnet worden gehaald als het opladen is voltooid. Er is geen gevaar voor overlading.
Let op:
- Er mogen in deze camera uitsluitend batterijen worden gebruikt die in deze handleiding (bestelnummer 24003) of door Leica Camera AG worden genoemd en beschreiben.
- Deze accu's mogen uitsluitend met de specialaar voor bestemde apparaten en alleen precies zoals hierna beschreiben worden opgeladen.
- Als deze accu's Niet volgens de voorschriften worden gebruikt of als accu's worden gebruikt die Niet hiervoor zijn bestemd, kan onder bepaalde omstandigheden een explosie ontstaan!
- Deze accu's mogen Niet voor langere tijd aan ditte of zonlicht en vooral ook Niet aan vochtigheid of water worden blootgesteld. Bovendien mogen deze accu's nooit in een magnetron of in een omgeving onder hoge druk worden geplaatst wegens gevaar van brand of explosie!
- Een veiligheidsklep in de batterij zorgt ervoor dat bij onjuiste om-gang met de batterij eventuele overdruk gecontroleerd kan ont-wijken.
-
Er mag uitsluitend het Leica laadapparaat dat in deze handleiding worden genoemd (bestelnummer 24002) worden gezruikt. Het gebruik van andere, Niet door Leica Camera AG toegestane, oplaadapparaten kan tot schade aan de accu's leiden en in een extreem geval ook tot ernstige, levensgevaarlijke verwondingen.
-
Het meegeleverde oplaadapparaat mag uitsluitend voor het opladen van deze accu's worden gebruikt. Probeer het Niet voor andere doeleinden te gebruiken.
- De meegeleverde autolaadkabel mag in geen geval worden aangesloten als de acculader met het net is verbonden.
- Zorg ervoor dat het gebruekte stopcontactijdens het laden vrij toegankelijk is.
- Het oplaadapparaat en accu mogen nicht worden geopend. Reparaties mogen uitsluitend door erkende werkplaatsen worden uitgevoerd.
Aanwijzingen:
- De accu要去 worden opgeladen voordat de camera voor de eerste koer worden gezruikt.
- De batterij moet een temperatuur tussen 10 en 30^ hebben om te+kunnen worden opgeladen (anders schakelt het oplaadapparaat Niet in, respectievelijk weeuit).
- Li-ionaccu's kunnen alttijd en onafhankelijk van de laadtoestand worden opgeladen. Als een accu bij het begin van opladen slechts gedeeltelijk is ontladen, worden de volledige oplading sneller bereikt.
- Tijdens het oplaadproces worden de accu's warm. Dit is normal aan geen storing.
- Indien beiden LEDs van de lader snel gaan knipperen (2 Hz) net nadat het laden is begonnen, duidt dit op een laadfout (bijvoorbeeld wegens overschrijden van de maximale laadtijd, spanninger of temperaturen buiten het toegestane gebied, of kortsluiing). Haal in zo'n geval het oplaadapparaat van de netvoeding en verwijder de batterij. Zorg ervoor dat aan de hiervoor genoemde temperatuurvoorwaarden worden voldaan en start het oplaadproces opnieuw. Als het probleem Niet wordt opgelost, neem dan contact op met uw dealer, de nationale vertegenwoordiging van Leica of met Leica Camera AG.
-
Een neue accu bereikt zijn volledige capaciteit pas na 2-3 maal volledig opladen en ontladen door gebruik in de camera. Dit ontlaadproces要去 telkens na circa 25 koer laden worden herhaald. Voor een maximale levendsduur van de batterij mag deze Niet permanent aan extreem hoge of lage temperaturen (bijvoorbeeld 's zomers respectievelijk 's winters in een geparkeerde auto) worden blootgesteld.
-
De levensduur van elke batterij is (zelfs bij optimale gebruiks-oorwaarden) begrensd! Na enkele honderden oplaadcylci is dit duidelijk te zien aan de korter wordende gebruiksperioden.
- Na hoogstens vierJAar dient u de batterij te verrangen, omdat de prestaties afnemen en u vooral bij lage temperaturen nicht更是 verzekererd bent van een betrouwbare werking.
- Defecte batterijen要去en volgens de betreffende voorschriften (zie pagina 123) worden afgevoerd.
- De verwisselbare batterij voedt een vast in de camera ingebouwde bufferbatterij die het permanent functioneren van de interne klok en kalender voor maximaal 2 maanden verzekert. Als de bufferaccu uitgeput is, moet deze door hetplaatsen van de verwisselbare accu waar worden opgeladen. De volledige capaciteit van de bufferbatterij is (met geplaatste verwisselbare batterij) na een of tweeagen waar bereikt. De camera hoeft hiervoor nicht ingeschakeld te blijven.
BATTERIJ EN GEHEUGENKAART VERVANGEN
De camera met de hoofdschakelaar 17 uitschakelen.
Belangrijk:
Open het bodemdeksel Niet en verwijder de geheugenkaart of batterij Niet zolang als teken van opnameregratie en/of gevevensopslag op de kaart de rode LED 21 links onder naast de monitor 31 knippert. Anders können nog Niet (volledig) opgeslagen opnamegeevens verloren gaan.
Bodemkap verwijderen




Accuplaatsen

Accu verwijdenen

Weergave batterijconditie
De batterijconditie verschijnt in de Live View-modus (zie pagina 160) in de monitor 31 als u op de middenkopnop 30 drukt.
Aanwijzingen:
- Verwijder de accu als u de camera eenijd lang Niet gebruikt.
- Uiterlijk twee maanden nadat de capaciteit van een batterij in de camera uitgeput is (zie hiervoor ook de LASTe opmerking onder 'Batterij opladen', pagina 128),要去en de datum enijd op-nieuw worden ingeoerd.
- Als de accucapaciteit afzwakt, ofwel als u een oude accu gebruikt, zullen de waarschuwingen,indicaties en opties eventueel beperkt of geblokkeerd blijven, afhankelijk van de gebruekte cameraoptie.
Bruikbare geheugenkaarten
De camera slaat de opnamen op een SD-(Secure Digital), respectievelijk SDHC-(High Capacity), respectievelijk SDXC-(eXtended Capacity) kaart op.
SD/SDHC/SDXC-geheugenkaarten worden door verschillende produnten en met uitenlopende capaciteit en schrijf-/leessnelheid aangeboden. Vooral die met een große capaciteit en hoge schrijf-/leessnelheid makes een aanzienlijk snellere registratie en weergave möglichk.
De kaarten haben een schakelaar voor schrijfbveiliging, waarmee de gegevens gegen onopzettelijk opslaan en wissen worden worden beschermd. Deze schakelaar is als schuif op de Niet-afgeschuinde kant van de kaart uitgevoerd en beveiligt gegevens op de kaart in zich onderste stand, die met LOCK is gemarkeerd.
Aanwijzingen:
- Raak de contacten van de geheugenkaart Niet aan.
- Geheugenkaarten met minder dan 1 GB capaciteit worden nicht ondersteund. Kaarten met capaciteitussen 1 GB en 2 GB moeten voor het eerste gebruik in de camera worden geformatteerd.
- Het gebruik van geheugenkaarten met geintegreerd WLAN worden nicht aanbevolen, aangezien ze de capaciteit van het ingebouwde WLAN konnen verminderen.
Geheugenkaart plaatsen

Geheugenkaart verwijderen

Aanwijzingen:
- Het aanbod van SD/SDHC/SDXC-kaarten is te groot dat Leica Camera AG alle verwrijkbare typen nicht volledig op compatibiliteit en kwaliteit kan controleren. Een beschadiging van camera of kaart is weliswaar Niet te verwachten, maar waarke koarten Niet aan alle SD-/SDHC/SDXC-standaards voldoen, kan Leica Camera AG geen garantie bieden voor een goede werkung.
- Als de geheugenkaart Niet teplaatsen is, controllerer dan de juiste orientatie.
-
Wonneer u bij ingeschakelde camera de bodemkap of de geheugenkaart verwijdert, verschijnen op de monitor de betreffende waarschuingen inplaats van de betreffende indications:
-
Attention Bottom cover removed
-
Attention No card available
-
Omdat elektromagnetische velden, elektrostatische lading even-als defecten aan de camera en de kaart tot beschadiging of verlies van gegevens op de geheugenkaart hunnen leiden, is het raadzaam de gegevens maar een computer te kopiernen en waar op te slaan (zie pagina 198).
- Omdezelfde reden worden geadviseerd de kaart in principe in een antistatisch foedraal te bewaren.
LEICA M-OBJECTIEVEN
Als basisregel geldt: De meeste Leica M-objectieven konnen worden gebruikt. Bijzonderheden over de enkele uitzonderingen en beperkingen worden in de volgende opmerkingen toegelicht. Het gebruik is onafhankelijk van de objectiefuitrusting: met of zonder 6-bit codering in de bajonet.
Ook zonder deze extra utrusting (dat wil zeggen: bij gebruik van Leica M-objectieven zonder code) zal de camera in de meeste gevallen goede opnamen make.
Om ook in zulke gevallen optimale beeldkwaliteit te bereiken, adviseren wij u het objectieftype in te voeren (zie pagina 150).


Belangrijk:
-
Niet geschicht:
-
Hologon 15mm f/8,
- Summicron 50mm f/2 met dicht bij-instelling,
- Elmar 90mm f/4 met verzinkbare tubus (productieperiode 1954-1968)
-
Verscheidene exemplaren van de Summilux-M 35 mm f/1.4 (niet asferisch, productieperiode 1961-1995, Made in Canada) können Niet op de camera worden gezet, respectievelijk Niet tot oneindig scherpstellen. De Leica Customer Care afde-ling kan deze objectieven dusdanig modificeren dat ze ook op de camera können worden gebruikt.
-
Geschikt, maar met het risico van beschadiging van de camera respectievelijk het objectief:
Objectieven met verzinkbare tubus konnen uitsluitend met UITgetrokken tubus worden gebruikt, dat wil zeggen hun tubus mag op de camera in geen geval worden verzonken. Dit geldt nicht voor de huidige Makro-Elmar-M 90 mm f/4, waarvan de tubus zich in verzonken toestand Niet in de camera steekt en daemonom onbeperkt kan worden gebruikt.
- Beperkt bruikbaar:
Ondanks de grote nauwkeurigheid van de meetzoeker van de camera kan precies focussesen met 135 mm-objectieven bij open diafragma als gevolg van de zeer geringe scherptediepte nicht worden gegarandeerd. Wij raden u aan minstens twee stops te diafragmeren. Daarentegen kutu dankzij de Live View-modus van de camera enhaar verscheidene instellingshulpjes dit objectief onbeperkt gebruiken.
- Geschikt, maar belichtingsmeting uitsluitend bij Live View-modus möglichk
Super-Angulon-M 21 mm f/4
Super-Angulon-M 21 mm f/3.4
- Elmarit-M 28 mm f/2.8 met fabricagenummer onder 2314921.
Aanwijzingen:
- Leica Customer Care kan vele Leica M-objectieven anschraf van de 6-bit codering voorzien (adres: zie pagina 224).
-
Er{kunnen aan de Leica M,behalve Leica M-objectieven met en zonder codering,m.b.v.de als toebehoren verkrijgbare Leica M-adapter R ook Leica R-objectieven worden ingezet. Verdere details over deze accessoires vindt u op de startpagina van Leica Camera AG.
-
Leica M objectieven zijn uitergerust met een regelkromme, die de ingestelde afstand mechanismisch aan de camera overdraagt, en zo het handmatig scherpstellen met de meetzoeker van de Leica M camera möglichk maakt. Bij het gebruik van de meetzoeker in combinatie met Lichtsterke objectieven (≥ 1,4)要去 reckening worden gehonden met de volgende omstandigheden: Het scherpstelmechanisme van iedere camera en ieder objectief worden in de fabriek van Leica Camera AG in Wetzlar individuel met de grootst möglichke precisie ingesteld. Hierbij worden extreem keine tolerantries aangehonden, die in de fotografische praktijk een nauwkeurige scherpstellung van iedere camera/objectief-combinatie möglichk maken.
Als Lichtsterke objectieven (≥ 1,4) bij open diafragma worden geplaatst, kan het vanwege de dan gedeeltekijk uiterst geringe scherptediepte en onnauwkeurigheden bij het scherpstellen met de meetzoeker evenwel gebeuren dat de (samengestelde) totaaltolerantie van camera en objectief instelfouten geeft. Daarom kan bij kritische beschouwing in dergelijkke geallen nicht wordenuitgesloten dat een bepaalde camera/objectief-combinatie systematische afwijkingen vertoont. Als u bij het fotograferen een algemene afwijking van de focussituatie in een bepaalderichting waardeenm, wordt aanbevolen het objectief en de camera te lately controlen door de Customer Care adefeling van Leica. Hier kan dan nog eens worden gecontroleerd dat beiden producten binnen de toegestane totaaltolerantie zich ingesteld. Wij vragen uw begrip voor het feit dat Niet voor alle combinaties van camera en objectief een 100% afstemming van de focussituatie kan worden gerealiseerd.
Om de hierboven vermelde reden adviseren we u in dergelijkke gevallen de Live View functie met de bijbehorende instelhulpen in te stellen.
Objectiefplaatsen

- Camera uitschakelen
- Het objectief aan de starre ring 12 vasthouden
- De rode indexknop 12c van het objectief gegenover de ont-grendelingsknop 1 op de camerabody honden
- Het objectief in deze stand passend op de camera plaatsen
- Met een korte draai maar rechts worden het objectief hoor- en voelhaar vergrendeld
Objectief verwijderen

- Camera uitschakelen
- Het objectief aan de starre ring 12 vasthouden
- De ontgrendelingsknop 1 op de camerabody indrukken
- Het objectief aan links draaien tot+zijn rode indexknop 12c gegenover de ontgrendelingsknop staat
- Objectief dan zonder te wrikken,recht eruit nemen
Aanwijzingen:
- Als basisregel geldt: Ter bescherming gegen het binnendringen van stof en dergelijk je moet u algid een objektief of de cameradop op de camera latenten.
- Om verzelfde reden要去 het wisselen van een objectief snel en in een zo stofvrij möglichke ruimteplaatsvinden.
- Camera- of objectiefkappen要去en nicht in een broekzak worden bewaard, sondern ze staat auftrekken dat bij hetplaatsen van het objectief in de camera terecht kankommen.
DE BELANGRIJKSTE INSTELLINGEN / BEDIENINGSELEMENTEN
De camera worden met de hoofdschakelaar 17 in- enuitgeschakeld. Deze bevindt zich onder de ontspanner en is als hendel uitgevoerd:
Inschakelen
Na het inschakenenlicht de LED 21 even op en de indications in de zoeker worden zichtaar.
Aanwijzing:
De camera is vanaf circa 1 s na het inschaken paraat.
Uitschakelen
Ook als de camera Niet met de hoofdschakelaar isuitgeschakeld, gebeurt dit automatisch als u via het menu een automatische uitschakeltijd hebt ingesteld (zie pagina 148) en de camera binnen dezeijd Niet wordt bediend.
Maar als de automatische uitschakeltijd op Off is gezet, en de camera langerearend wordt gebruikt, moet deze alttijd met de hoofdschakelaar wordenuitgeschakeld,om abusievelijkeontspan- ningen en het ontladen van de batterijuiit te sluiten.
DEONTSPANNER
De ontspanner 18 heeft twee indrukstanden:
-
Aantikken (=Indrukken tot het eerste drukpunt)
-
activeert camera-elektronica en Zoekerweergave
- slaat in tijduatamaat de gemeten belichtingswaarde op; dat wil zeggen: de door de camera berekende sluitertijd (meer hierover staat in het hoofdstuk 'De opslag van meetwaarden' op pagina 170)
- start dearend van een eventeel ropende zelfontspanner op-nieuw.
Als de ontspanner op deze indrukstand worden gehonden, blijft de weergave actief.
Als de camera vooraf is uitgeschakeld, za hij waar worden geactiveerd en de weergave worden ingeschakeld.
Als vooraf de weergavemodus was ingesteld, of de menubedie-ning was geactiveerd, zal de camera teruggaan maar de opnamemodus.
Na het loslaten van de ontspanner blijven camera-elektronica en zoekerweergaven nog zolang ingeschakeld als is ingesteld in het menupunt Automatic Power Saving (zie pagina 148).
Aanwijzing:
De ontspanknop blijft geblokkeerd
- als het interne geheugen (tijdelijk) vol is, bijv. na een série van ≥ 16 opnamen.
- als de geplaatste geheugenkaart en het interne geheugen (tijde-lijk) vol zich.
- als de accu zichen Grenzen besteht bereikt (capaciteit, temperatuur, leeftijd).
- als de geheugenkaart schrijfbveiliging heeft of is beschadigd.
- als de beeldnummering op de geheugenkaart is verbruikt.
- als de camera bij diens eerste ingebruikname, respectievelijk na het terugstellen van alle instellingen, gezet dat taal, datum enarend moeten worden ingevoerd.
-
als de sensor te warm is.
-
Als de ontspanknap—helemaal worden doorgedrukt, worden de opname gemaakt, ofwel de ingestelde tijd van de zelfontspanner begint af te lopen. De gegevens worden daarna op de geheugenkaart opgeslagen.
Aanwijzing:
De ontspanknop要去, om bewegingsonscherpte te voorkomen, voorzichtig - Niet met een ruk - worden ingedrukt, totdat de sluiter metlicht klikkenGaaflopen.
De ontspanner heeft genormeerde schroefdraad 18a voor draadontspanners.
Serieopnamen
In de fabrieksinstellung staat de camera op afzonderlijke opnames. Maar u kurz ook serieopnamen make, bijvoorbeeld om een bewegingsproces in meertere stappen vast te leggen. Of afzonderlijke opnamen of serieopnamen worden gemaakt, stelt u vooraf in via menubediening:
De functie instellen
- Menupunt Drive Mode selectoren, en
- in het menu Single of Continuous
Na de instelling worden sérieopnamen gemaakt zolang u de ont-spanner 18—helemaal ingedrukt houdt (en de capaciteit van de geheugenkaart voldoende is). Wanner u deze darüber slechts kort indrukt, worden steeds afzonderlijke opnamen gemaakt.
Er kuren maximaal circa 40 Foto's (in JFG-indeling) snel ache ter elkaar (maximaal circa 5 Foto's per seconde) worden gemaakt. Daarna metiets vertraagde frequentie.
Aanwijzingen:
- De genoemde opnamen per seconde en het maximaal mogelijk aanatal opnamen in een serie baseren op de standardinstelling - ISO 200 en als formaat L-JPC. In andere instellenen, respectievelijk afhankelijk van de beeldinhoud, White Balanceinstelling en gebruekte geheugenkaart hunnen de frequentie en het aanlager zijn.
- Onafhankelijk van het,aantal opnamen in een serie,wordt in\ beide weergavemodi eerst de)[-staeste fot van de Serie getoond,\ respectievelijk tijdens het opslaan de)[-staste op de geheugenkaart reeds opgeslagen fot van de series getoond.
HET TijdINSTELWIEL

Met hetijdinstelwie1 19 worden de belichtingsmodi geselecteerd:
-ijdautomaatmodus door instelling op de rood gemarkeerde A-stand,
handmatig door het kiezen van een sluitiertijdCUSen 1 / 4000 st/m 8s,tussenwaarden die in 12 stappen vastklikken zicheneens beschikbaar),alsook
- de met het -symbool extra gemarkeerde, kortst mögliches synchronisatietijd 1 / 180 s voor de flitsmodus, en
- B voor lange belichtingstijden.
Hetijd-instelwielte heeft geen aanslag, het kan vanuit elke stand in een willekeurige richting kan worden gedraaid. Het klikt bij alle gegraveerde standen en deussenwaarden vast. Tussenstanden buiten de klikstandenogens Niet worden gebruikt. Meer informatie over de instelling van de juiste belichting staat in de paragrafen vanaf pagina 167.
DE MENUBEDIENING
Vele instellingen worden op de camera via menubesturing gerealiseerd.
De toegang tot de menubesturing verschift, afhankelijk of menu-punten al of Niet in het menu FAVORITES waar opgenomen:
In de fabrieksinstelling, en alttijd als minstens eén menupunt aan dit menubereik is toegewezen, dient hij als 'startpage'; dat wil zegtgen: in die situatuies vindt de toegang plaats via dit menu
FAVORITES.
Het 'hoofdbereik' van het menu (het menu MAIN MENU) bevat algtd alle menupunten. In de hierboven omschreiben situations is hij uitsluitend bereikbaar vanuit het menu FAVORITES. Als aan de LASTeECHter geen menupunt is toegewezen, vindt de toegang in het menu MAIN MENU direct plaats
Aan het menu FAVORITES Aunt u maximaal 7 van de in totaal 26 menupunten van het menu MAIN MENU toewijzen. Dit biedt de mogelijkheid de vaakst gebruikte menupunten bijzonder nsel en eenvoudig op te roepen en in te stellen. Meer over dit menubereik leest u op de volgende pagina's.
De betreffende instellungen respectievelijk instellingsstappen van de menupunten vinden in beiden menu's op gelijke wijze plaats. Ze worden bij ingeschakelde camera overzichtelijk en stap voor stap op het LCD-schem 31 getoond.
De menubediening oproepen
FAVORITES-menu
MENU-knop 22 indrukken
- Het menu FAVORITES verschijnt. Naast de variabele punten bevat het in de onderste regel altijd het punt MAIN MENU. Het momenteel actieve menupunt is na het oproepen eerst altijd het LAST geselecteerde.

MAIN MENU
Wanner aan het FAVORITES- menu menupunteren zich toegewezen:
- MENU-knop 22 indrukken
- Met instelwieljtje 28 of bovenste / onderste Kant van de kruisknop 29 MAIN MENU kiezen

-
Middenkop 30 of rechter kant van de kruiskop indrukken
-
De eerste pagina van het menu MAIN MENU verschijnt.

Wonneer aan het menu FAVORITES geen menupunten zijn toegewezen:
MENUKnop22indrukken
- De eerste pagina van het menu MAIN MENU verschijnt.
Een menupunt kiezen
-
Het gewenste menupunt kiezen:
-
Instelwiel 28 draaien (aar rechts = omlaag, maar links = omhoog)
of
- Bovenste of onderste kant van de kruisnop 29 indrukken

Aanwijzingen:
- Het gebruik van het instelwiel is nicht alleen gemakkelijker, maar ook aanzienlijk sneller.
- Individuèle menu-items, zoals GPS en Format SD alsmede enkele submenu-items können alleen worden opgeroepen onder be-paalde omstandigheden. Meer informatie hierover vindt u in de betreffende hoofdstukken.
De letters in de betreffende regels zichs om dit aan te gehen.
Instellen van de menuoptie
-
Het betreffende submenu oproepen:
-
Middenkop 30 indrukken
of - Op de rechtskant van de kruisknop 29 drukken

- In de kopregel worden het actuele menupunt getoond.
De submenu's bestaan meestal uit verschillende optievarianten die u in de volgende stap direct kurz kiezen.
In sommige gevallen is er ook een schaal voor het instellen van waarden of de submenu's zijn op hun beurt samenge-stelduit items waar u opnieuw optievarienten voor kunt instellen.
Aanwijzing:
Het menupunt GPS heeft als enige geen submenu. Details over deinstalling vindt u op pagina 190.
- Gewenste functievarianten / waardenkiezen:
-Instelwiel 28 in juiste richting draaien
of
- Juiste kant van de kruiskop 29 indrukken,
omhoog / omlaag voor volgende / vorige regel, ofwel voor het kiezen van de functievarianten, links / rechts voor instellingen in een regel, of op een schaal.
In subpunten met selecteerbare functievarianten kurz u ook maar een andere regel gaan met de middenknop 30.

Aanwijzing:
Sommige menu-items, zoals de Date & Time en de opties
Exposure Bracketing en White Balance vereisen bijkomende instellen. De toelichtingen en andere bijzonderheden over de andere menufuncties staan in de betreffende gedeelten.
Installing opslaan
Middenkop 30 indrukken
- Op de monitor verschijnt waar het startschem. Rechts op de betreffende menubalk staat nu de zojuist ingestelde optievariant.
De menu's en submenu's=kunt u op elk gewenst moment (en zonder de gewijzigde instellingen toe te passen) verlaten door op de volgende knappen te drukken: ontspanner 18, PLAY 23 en MENU 22.
Het menu FAVORITES beheren
Voor de maximaal zeven menupunten die u kunt toewijzen aan het menu FAVORITES, staan bijna alle menupunten van het menu MAIN MENU ter beschikking (zie pagina 216 voor een volledige lijst).
- In het menu MAIN MENU kiest u Customize Control,
- in het betreffende submenuEdit Favorites, en
- het bijbehorende submenu oproepen.

- Gewenste menupunt kiezen, en
-
door de middenkop 30 in te drukken er het menu FAVORITES aan toevoegen: On, of eruit verwijdenen: Off.
-
Er verschijt een waarschuwing, als bij de poging een menu-punt toe te voegen het menu FAVORITES er reeds zeven heeft.
Aanwijzing:
Als u in stap 5 alle menupunten Off-schakelt, worden daardoor ook het menu FAVORITES in totaal gewist. Daarom verschijnt in een dergelijke situatie, zoals beschreiben op pagina 142, reeds bij het oproepen van de menubediening door het indrukken van de knop MENU het menu MAIN MENLI.
VOORINSTELLINGEN
CAMERA-BASISINSTELLINGEN
Aanwijzig:
Als u de camera voor de eerste keer instelt, respectievelijk na het opnieuw inschakenen na een terugstellen op de fabrieksinstellingen (zie pagina 193), of na een firmware-update verschijnen de vol-gende beiden menupunten automatisch.
Menutaal
De camera is af fabriek ingesteld op Engels. De andere selecteerbare menutalen zijn Duits, Frans, Spaans, Portugees, Russisch, Japans, Koreaans, of traditioneel, respectievelijk vereenvoudigd Chinees.
De functie instellen
- Menupunt Language kiezen, en
-
in het submenu de gewenste taal.
-
Op enkele uitzonderingen na (knopaanduidingen, korte begrippen) worden alle gevevens in de taal gewijzigd.
Datum enijd
De functies instellen
- Menupunt Date & Time kiezen, en
- het submenu oproepen. Het bestaat UIT de vijf punten Auto GPS Time, Time Zone, Daylight Saving Time, Date Setting, en Time Setting.
Aanwijzing:
Wij adviseren de volgende drie instelleningen in de vermelde volgorde te realiseren.
Voor correcteijdindicatie overal ter wereld:
- Kies in hetsubmenu Date & Time, Time Zone, en
-
in hetsubmenu de gewenste zone/de momentele locatie.
-
Links in de regel staat de afwijking ten opzichte van Greenwich Mean Time, rechts grotere steden in de betreffende tijdzones.
Voor correcteijdindicatie in landen met tijdaanpassing van het seizoen:
- In hetsubmenu Date & Time kiest u Daylight Saving Time, en
- hier dan de gewenste variant (On / Off) kiezen.
Aanwijzing:
Time Zone en Daylight Saving Time waar alleen beschikbaar als de optie via Auto GPS Timeuit staat.
De hijd instellen
- In hetsubmenu Date & Time kiestu Time Setting.
-
In hetsubmenu in de bovenste regel Time Format kiest u de gewenste weergave, in de onderste regel uren, minuten en am of pm (uitsluitend in combinatie met de indeling 12 hour月至ijk).
-
Activeren van de betreffende instelling:
Rechter of linker kant van de krusknop indrukken.
- De geselecteerde positie is rood onderstrept.
-Instellen:
Instelwiel draaien of bovenste of onderste kant van de kruisknop indrukken.
Automatische, door GPS gesturde tijdindicatie
Dit menupunt staat uitsluitend ter beschikking als de met een geintegreerde GPS-antenne uitergeruste elektronische zoeker is geplaatst (als accessoire leverbaar), en in het menu het punt is ingeschakeld (zie pagina 190).
- In het submenu Date & Time kiest u Auto GPS Time, en
- waar schakelt u de functie Of of Off.
Als u de optie hebt geactiveerd, za de op de camera ingesteldeijd continu aan de hand van de ontvangen GPS-signalen worden gele-corrigeerd.
De datum instellen:
Er zijn drie varianten voor de volgorde van weergave beschikkaar.
- In hetsubmenu Date & Time kiest u Date Setting.
-
In het bijbehorendesubmenu in de bovenste regel Date Format kiest u de gewenste weergave, in de onderste regel一年多, maand en dag.
-
Activeren van de betreffende instelling:
Rechter of linker kant van de kruisknop indrukken. - De geselecteerde positie is rood onderstreept.
-Instellen:
Instelwiel draaien of bovenste of onderste kant van de kruisknop indrukken.
Aanwijzing:
Zelfs als er geen accu is geplaatst, of als deze leeg is, blijft de instelling van datum enijd door een ingebouwde bufferaccu gedurende circa 2 maanden behonden. Daarna要去 ze zoals hiervoor beschreiben opnieuw worden ingesteld.
Automatisch uitschakelen
Deze functie schakelt de camera vanzelf na een vooraf ingesteldeijd UIT.
De functie instellen
- Menupunt Automatic Power Saving kiezen, en
- in het submenu de gewenste tijsdsduur, respectievelijk de functie Off-schakelen.
Aanwijzinq:
Ook als de camera door deze functie werk uitgeschakeld, kutn u de camera te allen tjnde door indrukken van de ontspanner 18 waar activeren.
Monitor-/zoekerinstellingen
Omschaken tussen monitor en zoeker
Als u de als accesaire leverbare Zoeker gebruikt,kest u zowel voor de Live View-,als voor de weergavemodus vastleggen,wanner de monitor of de zoeker moet worden gebruikt voor de betreffende weergaven.In de fabrieksinstelling vindt de wisseling automatisch plaats (onder gebruik van de naderingssensor in het oculair van de zoeker)
De functie instellen
- Menupunt EVF/Display Control kiezen, en
- in hetsubmenu Play Screen Target (voord de weergavemodus) of LV Screen Target (voord de Live View-modus).
- In beiden bijbehorendesubmenu's hetzij Auto kiezen, of de betreffende weergaven uitsluitend in de monitor (Monitor), of uitsluitend in de zoeker (EVF)要去en plaatsvinden.
OPNAME-BASISINSTELLINGEN
DETECTIE OBJECTIETYPE
De 6-bit codering in de bajonet van de huidige Leica M-objectieven stelt de camera in staat met de sensor in zijn bajonet het geplaatste objectieftype te herkennen.
- Deze informatatie worden o.a. voor het optimaliseren van de beeldgegevens gezrukt. Bijvoorbeeld worden de randverduistering, die bijv. bij groothoekobjectieven en grote diafragmaopeningen bijzonder opvallend kan zich, in de beeldgegevens gecompenseerd.
- Ook de regeling van de flitsbelichting en de flitsreflector maakt gebruik van de objectiefgeevens (zie 'Geschikte flitsapparaten', pagina 182).
- Bovendien worden de informatie die deze 6-bit codering oplevert in de EXIF-gegevens van de opnamen weggeschreven. In deuitgebvre beeldgegevens zal de brandpuntsafstand van het objectief bovendien worden weergegeven.
De functie instellen
- Menupunt Lens Detection kiezen, en
-
in het submenu de gewenste variant:
-
OFF, of
- Auto, als een geodeerd Leica M-objectief is geplaatst, of
- Manual M/Manual R, als een ongecodeerd Leica M-objectief is geplaatst / een Leica R-objectief met behulp van de Leica R-adapter M op de camera+kennen worden gezruikt (als accessoire leverbaar, voor meer details verwijzen wij u maar de instructies van de adapter).
Aanwijzingen:
- Bij hetplaatsen van een gecodeerd Leica M-objectief schakelt de camera automatisch om waar Auto, ook als vooraf in Manual M een ander objectief is ingevoerd.
- Bij gebruik van Leica R-objectieven schakelt de camera automatisch om waar Manual R, ook als vooraf Auto is ingevoerd.
- Bij gebruik van Leica M-objectieven zonder codering moet Auto ten behoeve van vermijding van storingen nicht worden gebruikt; dat wil zaggen: in die situatuies要去 algid het gebruekte objec-tiefontype handmatig worden ingevoerd.
Handmatig ingeven van het objectieftype / de brandpuntsafstand
Vroegere Leica M-objectieven worden bij gebrek aan codering nicht herkend door de camera. U=kunt ze darüber wel via het menu invoeren.
Hetzelfde geldt voor Leica R-objectieven.
-
In hetsubmenu Manual M/Manual R kiezen, en
-
Op de monitor verschijnt de bijbehorende lijst met objectieven waarin voor ondubbelzinnige identificatie ook de betreffende artikelnummers staan vermeld. De camera kan detecteren of er een M-objectief is bevestigd, of een Leica R-objectief d.m.v. de adapter. Bijgevolg zal de lijst ofwel M-, of R-objectieven bevatten.
- Kies in de betreffende lijst het objectief dat u gebruikt.
Aanwijzingen voor Leica M-objectieven:
- Het artikelnummer is bij vele objectieven aan de andere kant van de scherptediepteschaal gegraveerd.
- De lijst vermeldt objectieven die zonder codering verzrikijgbaar waren (circa vór Juni 2006). Objectieven van een latere introduktiedatum zijn uitsluitend gecodeerd verzrikijgbaar en+kennen waarom Niet handmatig worden geselecteerd.
- Bij gebruik van de Leica Tri-Elmar-M 16-18-21 mm f/4 ASPH. worden de ingestelde brandpuntsafstand Niet aan de camerabehuizing overgedragen en.daarom ook Niet in de EXIF-gegevensrecord van de opnamen vermeld. U kunt de brandpuntsafstandECHTER aan wens handmatig opgeven.
- De Leica Tri-Elmar -M 28-35-50 mm f/4 ASPH. bezit daarente-gen de voor de inspiegeling van de geschikte Lichtkaders in de Zoekeroodzakelijkmechanische overbrenging van de ingestelde brandpuntsafstand maar de camera. Deze worden door de elektronica van de camera afgetast en voor correctie van deze brandpuntsafstand gebruikt. Wegens gebrek aan ruimte staat in het menu alleen een artikelnummer - 11 625. Vanzelfsprekind ook de beiden andere varianten - 11 890 en 11 894 - gebruiken en de in het menu ingestelde waarden gelden hiervoort net zo.
BESTANDFORMAAT
Registraratie van de beeldgeveens kan maar keuze gebeuren
a. met het bestandsformaat JPG, of
b. met het bestandsformaat DNG, of
c. gelijktijdig met beiden formaten (dat wil zaggen: er ontstaan dan per opname.altijd twee bestanden).
Dit maakt energijds een precieze afstemming op de beoogde toepassingsdoelendein respectievelijk op het gebruik van de aanweizi geheugencapaciteit op de kaart möglichk, maar anderijds ook op de benodigde zekerheid en flexibilititeit voor toepassingen naderhand.
De functie instellen
- Menupunt Photo File Format kiezen, en
- in het bijbehorendesubmenu het gewenste formaat, respectievelijk de gewenste combinatie.
Aanwijzingen:
- Voor de ongecomprimeerde opslag van onbewerkte opnamegegevens worden het gestandaardiseerde formaat ONG (Digital Negative) gezruikt.
- Bij gewelijkijdige opslag van de beeldgegevens als DNG en JPG worden voor het JPG-formaat de bestaande instelling van de resolutie gezrukt; dat wil zaggen: de beiden bestanden können vaak verschillende resoluties hebben.
- Het op de monitor getoonde, resterende,aantal opnamen verandert Niet moodzakelijkwerwijs na elke opname. Dit hangt van hetobject af;zerij fijnere structuren resulteren in een grotere hoeveelheid gegevens,homogene vlakken in een Kleinere hoeveelheid.
JPG-INSTELLINGEN
Aanwijzing:
De in deze paragraaf beschreiben functies en instellenen hebben uitsluitend betrekking op opnamen in het UPG-formaat. Op de beeldgegevens in DNG-formaat hebben ze geen effect,,ondat deze in principe altijd in de oorspronkelijke vom worden opgeslagen.
Resolutie
De registratie van de beeldgeveens is in het JPG-formaat met drie verschillende resoluties möglichk. Dit.maakt een precieze afstemming op het voorgenomen gebruik, respectievelijk de capaciteit van de aanwezige geheugenkaart möglichk. Met de hoogste resolutie (overeenkomend met de grootste datahoeveelheid), die u bijv. voor de hoogste kwaliteit bij grotere afdukken dient te kiezen, hunnenatuurlijk aanzienlijk minder opnamen op een kaart worden opgeslagen dan met de laagste resolutie.
De functie instellen
- Menupunt.JPG Settings kiezen,
- in het submenu JPG Resolution, en
- in het bijbehorendesubmenu de gewenste resolutie.
Contrast, scherpte, kleurverzadiging
In de elektronische fotografie konnen naast de resolutie andere, wezenlijke beeldeigenschappen eenvoudig worden aangepast. Terwijl beeldbewerkingsprogramma's dit - nadat de opname is gemaakt en op de computer geladen - in grote mate möglichk make, kurz u met.dequeue camera drie van de belangrijkke beeldeigenschappen al voor de opname beinvloeden:
- Het contrast, dat wil zeggen het verschilCUSnen lichte en donkeere partijen,bepaalt of een beeld eerder ,mat"of ,briljant" overkomt. Daarom kan het contrast door vergroten of verkleinen van dit verschil,dat wil zeggen door de heldere weergave van lichte en donkere partijen worden beinvoed.
- Een scherpe afbeelding door de juiste afstandsinstelling - tenminste van het hoofdonderwerp - is een voorwaarde voor eengelukte opname. De scherpe indruk van een beeld worden越werstk bepaald door de scherpte aan de zijkanten, dat wil zeggenhoe Klein het overgangsgebied van Licht maar donker aan dezijkanten van het beeld is. Door het vergroten of verkleinen vandit gebied kan dus ook de indruk van scherpte worden gewijzigd.
- De kleurverzadiging bepaalt of de kleuren op het beeld meer „flets" en pastelkleurig of „knallend" en bont overkomen. Terwijllichtomstandigheden en weersgesteldheid (nevelig/helder) voor de opname een gegeven়, kan hierdoor de weergave worden beinvloed.
Alle drie beeldeigenschappen können (onafhankelijk van elkaar) op drie niveaus worden ingesteld, zodate u ze optimaal kutan aanpassen aan de betreffende situatie en / of uw voorstellingen
De functies instellen
- Menupunt JPG Settings kiezen,
- in het submenu Contrast, of Sharpness, of Saturation, en
- in het betreffende submenu het gewenste niveau.
Aanwijzing:
De resolutie is bij het DNG-formaat algtd 24MP, dat wil zeggen onafhankelijk van een möglichk andere instelling voor het JPG-formaat.
Zwart/wit-opnamen
Zolang u uw opnamen (ook) in het JPG-formaat wilt registereren, kunt u kiezen of u ze in kleur of in zwart/wit wilt bewaren.
De functies instellen
- Menupunt JPG Settings kiezen,
- in het submenu Monochrome, en
- hier de functie On- of Offschakelen.
Aanwijzing:
Bij het gebruik van Monochrome is hetsubmenu Saturation nicht beschikbaar (= grijs weergegeben).
WITBALANS
In de digitale fotografia zorgt de witbalans voor een neutrale kleurweergave bij elklicht. De kleur die als wit要去en weergegeven, worden vooraf in de camera ingesteld.
U kuntuitienverschillendeinstellingenkiezen:
- Auto - voor de automatische regeling, die in de meeste situates neutrale resultaten levert.
- Acht vaste voorinstelleningen voor de meest voorkomendelicht-bronnen:
Daylight, - bijv. voor buiertenopnamen in de zon,
Cloudy: bijvoorbeeld voor buitenopnamen bij bewolkte hemel,
- Shadow, - bijv. voor buitenopnamen met het hoofdonderwarp in de schaduw,
Tungsten, - bijv. voor binnenopnamen met (voornamelijk)licht van gloeilampen,
- Fluorescent Warm: voor opnamen met (voornamelijk) Licht van TL-buizen, bijvoorbeeld voor woonruimten met warm Licht van circa 3700K^1 dat heticht van gloeilampen nabootst,
Fluorescent Cool: voor opnamen met (voornamelijk)licht van TL-buizen, bijvoorbeeld voor werkruimten en buitenverlichting met koel Licht van circa 5800K^1
- Flash - bijvoorbeeld voor opnamen met elektronische flitsbelichting,
Gray Card - voor de handmatige instelling door meting en
- Color Temperature 1 - voor een direct instelbare kleurtemperatuurwaarde.
Aanwijzing:
Bij het gebruik van elektronenflitsers die over de technische mogelijkheden van een System-Camera-Adaption (SCA) van het systemeem 3000 en over de adapter SCA-3502-5 beschikken, of een overeenkomstig geintegreerde voet, kan de witbalans voor een juiste kleurweergave op Auto worden gezet.
Wanneer er darüber andere, nicht specifiek op de camera afgestemde flitsapparaten worden gebruikt, die de witbalans van de camera nit automatisch omschakelen, moet de instelling Flits worden gebruikt.
De functie instellen
Voor de automatische of een van de vaste instellen
- In het menu White Balance kiezen, en
- in hetsubmenu de gewenste functie.
Voor directe instelling van de kleurtemperatuur
U kurz waarden:tussen 2000 en 13100 (K) direct instellen (van 2000 tot 5000K in stappen van 100, van 5000 tot 8000K in stappen van 200 en van 8000 tot 13100K in stappen van 300). Daar-mee is een zeer groot gebied beschikbaar dat bijna alle in de praktijk voorkomende kleurtemperaturen dekt en waarbinnen u de kleurweergaveeer nauwkeurig op de aanweziglichtkleur en uw persoonlijke voorkeur kurz afstemmen.
- Menuoptie White Balance kiezen,
- in hetsubmenu de variant Color Temperature, en
- kies met het instelwiel 28 of met de bovenste/onderste kruisknop 29 de gewenste waarde.
Voor de handmatige instelling door meting
- In het menu White Balance kiezen, en
-
in het bijbehorendesubmenu de variant Gray Card.
-
Op de monitor verschijnt de melding: Please take a picture for setting the white balance.
-
Maak nu een opname en let er waar bij op dat er een wit of neutraal grijs (referentie-)vlak in beeld is.
Op de monitor verschijnt
- de afbeelding op basis van de automatische witbalans-in-stelling
- een haarkruis in het beeldmiddelpunt
- rechtsboven Preview © als aanwijzing voor de verdere bediening
- Door de betreffende kant van de kruisknop op het detail van het onderwerp te richten dat de basis voor de(APe wibalans-instelling moet vormen (bijvoorbeeld op het genoemde referentievlak).
-
Middenkop 30 indrukken.
-
De kleurweergave van het beeld worden overeenkomstig aangepast. Rechtsboven verschijnt Save als aanwijzing voor de verdere bediening
-
Deze neue witbalansinstelling
-
ofwel overnemen - door nogmaals de middenknop in te drukken,
-
Op de monitor verschijnt de melding: White balance is set.
-
of voor een herhaling van de gehele procedure (stappen 2-6)
MENU-knop 22 indrukken.
Een waarde die op deze wijze is bepaald, blijft zo lang opgeslagen (dat wil zeggen: hij worden voor alle volgende opnamen gebruikt), tot er of een nieuwe meting of een andere instelling van de witbalans worden gebruikt.
ISO-GEVOELIGHEID
De ISO-instelling heeft een gebied van ISO 100 - 50000, wat de aanpassing aan de betreffende situatuies möglichk maakt.
Behalve de vaste instelleningen besteht de camera ook de optie A waardoor de camera de gevoeligheid automatisch aan het omgevingslicht, respectievelijk de gekozen sluitertijd-/diafragmawarden aanpast. In combinatie met de tjductomaat (zie pagina 169) worden hierdoor het gebied van de automatische belichtingsregelinguitgebrecht.
Bij handmatige instellungen biedt dit meer ruimte voor het gebruik van de gewenste sluitertijd/diafragmacombatie.
De automatische instelling besteht auch de möglichkheid priori- teiten vast te leggen, bijvoorbeeld om creatieve redenen.
Aanwijzig:
In het bijzonder bij hoge ISO-waarden en latere beeldbewerking en vooral in grotere gebieden van uniforme holderheid van het onderworp kan er ruis zichtaar worden, alsmede verticale en horizonta- le strepen.
De functie instellen
Met het ISO-instelwiel 10
Ter beschikking staan de op het wiel gegraveerde waarden, en de posities A voor de automatische instelling en M voorussenwaarden, bijvoorbeeld 250, maar ook voor hogere waarden zoals 6400. In zijn rustpositie (onder) is het wiel vergrendeld.
- Instelwiel omhoog trekken, en
-
zo draaien dat de gewenste waarde of instelling gegenover de index 11 staat
-
De ingestelde waarde verschijnt.
-
in de Zoeker (voor circa 2 s inplaats van de sluitertijd)
-
in de monitor (uitsluitend wonneer de weergaven vooraf waren opgeroepen)
-
Instelwiel maar beneden duwen
Verdere instellingen vinden in het menu plaats.
Alsussenwaarden of hogere waarden moeten worden ingesteld: M-ISO
- Menupunt [SO Setup] kiezen,
- in het submenu M-ISO, en
- in het bijbehorende submenu uit de lijst de gewenste waarde.
Als u het bereik van de automatische instelling wilt begrenzen
- Menupunt ISO Setup kiezen,
- in het submenu Maximum Auto ISO, respectievelijk Maximum Exposure Time, en
- in de betreffende submenu 's de gewenste waarden. In hetsubmenu Maximum Auto ISO legt u met de gekozen hoogste gevoeligheid het bereik vast waarbinnen de automatische instelling moet werken. In hetsubmenu Maximum Exposure Time kunt u of het aan de camera overlaten, sluitiertijden te berekenen die geen onscherpte voroorzaken, met eén van de drie brandpuntsafstand-gerelateerde instellengen 1/1, 1/(2f), 1/(4f)², of zich de langste sluitiertijd invoeren,ussen 1/2 s en 1/500 s. Bij de instellengen die op brandpuntsafstandঀn gebaseerd, scha-kelt de camera pas over op een hogere filmgevoeligheid als wegens geringere Lichtsterkte de sluitiertijd onder de betreffende drempel zou vallen, dus bijvoorbeeld met een 50 mm-objectief bij langerearenden dan 160 s bij 1/f, respectievelijk 1125 s bij 1/(2f), of 1250 s bij 1/(4f).
Aanwijzing:
Bij geleruik van de automatische belichtingsserie (zie pagina 172) geldt de volgende regel:
De gevoeligheid die door de camera automatisch voor de Nietgecorrigeeerde opname is bepaald, za ook voor alle andere opnamen van een serie worden toegepast; dat wil zaggen dat deze ISO-waarde tijdens een serie Niet worden veranderd. Dit kan er mogelijk toe leiden dat de langste onder Maximum Exposure Time ingestelde sluitiertijd overschreden worden.
DE LICHTKADER-MEETZOEKER
De lichtkader-meetzoeker van deze camera is nicht alleen een bij-zonder hoogwaardige, grote, brillante enHoldere zoeker, maar ook een aan het objectief gekoppelde,zerer precieze afstandmeter. De koppeling gebeurt automatisch met alle Leica M-objectieven van 16 tot 135mm brandpuntsafstand als ze op de camera worden geplaatst. De zoeker heeft een vergrottingsfactor van O,72x.
Als u objectieven met brandpuntsafstanden 28 (Elmarit vanaf fabricagenummer 2411001), 35, 50, 75, 90 en 135mm gebruikt, lichten automatisch de bijbehorende lichtkaders in de combinaties 28 + 90mm , 35 + 135mm , 50 + 75mm op. Zodra de camera-elektronica worden ingeschakeld, verschijnen ze (door LEDs wit verlicht) samen met de LEDs van de belichtingsmeter, respectievelijk het LED-flitssymbol aan de onderste rand van het zoekerbeeld.
Ze zijn zodanig met de afstandsinstelling gekoppeld dat de parallax (de offset:tussen de objectief- en zoekeras) automatisch worden gecompenseerd. De sensor registreert bij afstanden van minder dan 2 mietsrinder dan dat de binnenkanten van de lichtkaders aanuiden, bij grotere afstandenietsmeer (zie afbeelden hiernaast).Deze geringe afwijkingen zich in de praktijk zelden van doorslaggevende betekenis en worden bepaald door het prince:
Lichtkaders van een zoekercamera要去en op de beeldhoek van de betreffende objectief-brandpuntsafstanden worden afgestemd. De nominale beeldhoek verandertchalteriets bij het scherpstellen vanwege deaarbijveranderende uittrekking;datwilzeggen:door de afstand van het optische systeem van het sensorvlak. Als de ingestelde afstandkleineris danoneindig(en overeenkomstig de uittrekking groter),wordt ook de werkelijkkebeeldhoekkleiner:het objectief registreert minder van het onderwerp. Bovendien zijn de verschillen van de beeldhoek bij langere brandpuntsafstanden ten gevolge van degrotere uittrekking ook groter.
In het midden van het zoekerveld ligt het rechthoekige af-stand-meetveld, datichter is dan het omligende beeldveld. Meer over de afstands- en belichtingsmeting evenals de flitsmodus staat in de betreffende paragrafen.

Alle opnamen en Lichtkader-positions gelden voor een brandpuntsafstand van 50mm
| A | Lichtkader |
| B | Werkelijk beeldveld |
| Instelling op 0,7 m: | De sensor registreert circa een kaderbreedte hinter. |
| Instelling op 2 m: | De sensor registreert precies het beeldveld dat door de binnenkanten van het Lichtkader worden getoond. |
| Instelling op oneindig: | De sensor detecteert een respectievelijk vier (vertical of horizontal) kaderbreedte(n)meer. |
DE BEELDVELDKIEZER
De beeldveldkiezer breidt de möglichkheid van deze ingebouwde universele Zoeker nog uit: met deze ingebouwde universele Zoeker kunt u te allenijd de beeldkaders in beeld brengen die nicht tot het op dat moment gebruekte objectief behoren. U ziet dan direct of het voor de beeldvorming gunshoter is het onderwerp met een andere brandpuntsafstand op te nemen.

35mm + 135mm

50mm + 75mm

28mm + 90mm
DE MONITOR
De camera heeft een grote monitor, door een afdekglas van extrém hard en bijzonder krasbestendige Gorilla®-glas beschemme 3" LCD-kleurenmonitor 31. In de opnamemodus bij ingeschakelde Live View geeft deze het beeld waar de sensor via het objctief heeft geregistreerd. In de weergavemodus dient deze het bekijken van de opnamen op de geheugenkaart. In beidenGVallen wordt het volledige beeldveld en de betreffende geselecteerde gegevens en informatatie weergegevens (zie pagina 212).
Dehelderheid van het monitorbeeld kan worden aangepast in de menubediening. U kunt waar keuze de automatische regeling kiezen, dat wil zeggen afhankelijk van de externe Lichtsterkte, of een van vijf handmatig in te stellen niveaus, zodat u de monitor optimaal aan de momentele situatie kunt aanpassen
Instellen van de helderheid
- Menupunt Display Brightness kiezen, en
- in de submenulijst de automatische instelling of het gewenste niveau.
Aanwijzingen:
- U=knt alle in deze handleiding beschreiben indications (aar wens) ook in een geplaatste elektronische zoeker bekijken (zoals de optieeel verkrijgbare Leica Visoflex)
- Met het menupunt EVF Brightnesskest u op bezelfde wijze als hierboven beschreiben de helderheid van een dergelijkke zoeker instellen.
INFO-beeldschemm
Bij gelebruik van de meetzoeker kut u de monitor met het indrukken van de middenknop gelebruiken om een reeks instellenen wee tergeven.
LIVE VIEW-MODUS
Met de Live View-modus van deze camera kunt uijdens de opname het onderwerp op de monitor bekijken, wat precies zo worden weergegeven als het geplaatste objectief het weergeeft. Deze modus is ook vereist voor het gebruik van bepaalde focusseer- (zie pagina 165) en belichtingsmethoden.
De Live View-functie in-/uitschakelen
LV-knop 24 indrukken.
Aanwijzingen:
- De Live View-modus is gebaseerd op het beeld dat door de sensor worden geregistreerd. Daartoe moet de camera de sluiter regelen. Dit is natuurlijk voorbaar en kan eventuele ook een korte ontspanvertraging met zich meebrengen.
- Met name bij langer gebruik van de Live View-modus worden de camera warmer. Tegelijkkortijd worden het stroomverbruik hoger.
- Wisselstroom veroorzaakt bij vele lichtbronnen helderheidvarieties, die onzichtbaar zijn voor het oog. Vanwege de gevoeligheid en de uitleesfrequentie van beeldsensoren kan dit leiden tot een flickkerend beeld op de Live View-monitor. Dat geldt Niet voor de opnamen. Door een lange sluitertijd te kiezen,kest u dit effect bij de opname vermijden.
Belichtingssimulatie
In de fabrieksinstelling worden het onderwerp in delichtsterkte weergegeven die overeenkomt met de optimale belichtingsregeling'. Dat geldt ongeacht de gebruike belichtingsmodus (tijdautoaat / handmatige instelling), en onafhankelijk van de ingestelde sluitertijd-/diafragmawaarden.
Als u de ontspannop tot het eerste drukpunt indrukt, zal de helderheid van het monitorbeeld wel met de betreffende belichtingsregeling overeenstemmen. Hierdoor is een inschatting van het effect van de betreffende belichtingsregeling op de afbeelding vór de opname möglichk.
- Dit worden weergegeven door.
Zowel voor de tijdautomaat als de handmatige belichtingsinstelling staat een instelling ter beschikking, waar bij daadwerkelijk beeldefect permanent worden weergegeven.
De functie instellen
- Menupunt Capture Assistants kiezen,
- in hetsubmenu Exposure Simulation, en
- waar Release half pressed (fabrieksinstelling) of Permanent (voor handmatige belichtingsregeling).
Overige weergaveopties
In het Live View-monitorbeeld konnen verschillende soorten informatie worden weergegeven. De meesten verschijnen in een kopen een voetregel (zie daartoe ook pagina 212).
In de standaardinstelling verschijt eerst (dat wil zegggen:+zonder dat een of andere knop worden ingedrukt) slechts het beeld en, zolang de ontspanner in het eerste drukpunt worden gez Holden, ook de voetregel.
Met het indrukken van de middenknop 3 konnen kop- en voetregel permanent worden opgeroepen. In dit geval maar het vasthouden van de ontspanner in het eerste drukpunt beiden verdwijnen.
Naast de standaardinformatie in kop- en voetregel kut u een série andere weergaven selecteren, om het monitorbeeld in opname- en weergavemodus aan te passen aan uw wensen. Hiertoe behoren hulpfuncties voor de belichtingsinstelling en beeldvorming, maar ook voor het scherpstellen. Laatsten worden in het kader van de paragraaf 'Afstandsmeting' op de pagina 164 behandeld.
Histogram
Het histogram geeft de holderheitsverdeling van de opname waar.
Daar bij komt de horizontale as overeen met de tinten die van zwart (links) via grijs maar wit (rechts) lopen. De verticale as komt overeen met de hoeveelheid pixels van de desbetreffende holderheid.
Deze grafische weergave maakt - naast de beeldindruk zich - een extra snelle en eenvoudige beoordeeling van de belichtingsinstelling可想而知.
De functie instellen
- Menupunt Capture Assistants kiezen,
- in het submenu Histogram, en
- waar schakelt u de functie On of Off.
Aanwijzing:
Als de Release half pressed (zie vorige pagina) ingesteld is, verschijnt het histogram uitsluitend bij aangetekte ontspanner.
Clipping
De clipping-weergaven tonen rood knipperend de lichte, en blauw knipperend de donkere gedeelten van een afbeelding aan, die zonder tekening, dat wil zaggen over- of onderbelicht worden. Om deze weergaven aan te passen aan specifieke voorwaarden of uw vormgevende voorstellingen, kut u drempelwaarden vastleggen, dat wil zaggen: bij welke graad van over-/onderbelichting ze verschijnen.
Daarmee bieden de clipping-weergaven u de möglichkheid, betreffende beelddelen heel eenvoudig te herkennen en de belichtingsinstellung nauwkeurig aan te passen.
De functie instellen
- Menupunt Capture Assistants kiezen, en
-
in hetsubmenu Exposure Clipping.
-
Er verschijnt een volgend submenu met de regels Clipping Enabled, Lower Limit, Upper Limit en.daaronder een schaalverdeling, die zowel de betreffende ingestelde waarde als de instelgrenzen weergeeft.
-
In de regel Clipping Enabled de functie On- of Off-schakelen. Als hij is uitgeschakeld, zich de beiden andere regels Niet beschik-baar (= grijs).
- (Optioneel) In de regels Lower Limit en Upper Limit de gewens-te onderste en bovenste drempelwaarde instellen.
Aanwijzingen:
- Het histogram is.altijd gebaseerd op de weergegevenhelderheid, dat wil zeggen, afhankelijk van de gebruike instellenen kan hij de definitieve belichting eventuele nicht weergeven.
- In de opnamemodus要去 het histogram worden begrepen als "trend-indicator" en Niet als een weergave van het exacte aantal pixels.
- Bij een opname met flits kan het histogram de uiteindelijke belichting Niet afbeelden, waar dat de flits eerst na de weergave worden geactiveerd.
- Het histogram kan bij de weergave van een beeld iets van die bij de opname afwijken.
- Het histogram is bij de gewelijktijdige weergave van meerdere verkleinde, respectievelijk vergrote opnamen Niet beschikkaar.
- De Clipping-indicator heeft altijd betrekking op de actueel go-toonde uitsnede van de opname.
Raster
Er zijn twee rasterweergaven beschikbaar. Ze verdelen het beeldveld in 3× 3 of in 6× 4 velden. Ze vereenvoudigen de beeldvorming, maar ook de precieze orientatie van de camera.
De functie instellen
- Menupunt Capture Assistants kiezen,
- in hetsubmenuBrids, en
- in het bijbehorendesubmenu de gewenste instelling, of de functie Off-schakelen.
AFSTANDSMETING
Voor de afstandsinstelling(Int) u verscheidene hulpmiddelen gebruiken, afhankelijk van of u de camera-interne, optische zoeker 27 of de Live View-modus (zie pagina 165) gebruikt.
Met de optische Zoeker
Met de afstandsmeter van deze camera kan vanwege� grote effectieve meetbasis zeer precies worden gewerkt. Dit blijkt toenal het gebruik van groothoekjobjectieven met hun relatief grotescherptediepte gunstig te�. Het meetveld van de afstandsmeter is in het midden van de zoeker als lichte, scherp afgebakende rechthoek te zien. De scherpte kan volgens de mengbeeld- of deel-beeldmethode worden ingesteld:
Mengbeeldmethode (dubbelseed)
Richt bijvoorbeeld bij een portret het meetveld van de afstandsmeter op het oog, en draai net zo lang aan de afstand-instelring van het objectief, totdat de contouren in het meetveld samenvallen. Daarna de uitsnede van het onderwerp vastleggen.

onscherp

scherp
Deelbeeldmethode
Richt bijvoorbeeld voor een architectuuropname het meetveld van de afstandsmeter op de verticale of een andere duidelijk afgebakende verticale lijn, en draai met de afstandsinsteling van het objectief net zo lang, totdat de contouren van de Kant of lijn op de begrenzingen van het meetveld zonder offset te zien+zijn. Daarna de uitsnede van het onderwerp vastleggen.

onscherp

scherp
Aanwijzing:
Let ten aanzien van de instelnauwkeurigheid ook op de derde aanwijzing op pagina 136.
Met het monitorbeeld in de Live View-modus
In de Live View-modus kunt u met behulp van de monitor focusses- ren: De monitor geeft het onderwerp net zo scherp waar als het door het objectief worden afgebeeld, afhankelijk van de afstands- en diafragma-instelling.
Dit geldt voor allegebruikteobjectieven,datwilzeggenook met Leica R-objectieven.
Aanwijzing:
Vanwege de verschillende gevoeligheden en gebruksomstandigheden können er verschillen optreden:tussen de als optimaal ervaren, ofwel de weergegeven instellen.
Werkwijze
- Met het indrukken van de knop LV 24 Live View-modus inschakelen.
- Stel met de afstandsinstelring van het objectief de gewenste delen van het onderwerp scherp.
Hulpmiddelen voor de handmatige scherpstelling in de Live View-modus
Om de instelling te vergemakkelijken of om de instelnauwkeurigheid te verhogen,+zijn twee weergavevarianten beschikbaar:
- Vergroten van een (aanvankelijk) centraal fragment van het monitorbeeld.
- Markeren van scherpe onderwerpdelen in het monitorbeeld.
Beide varianten können gezamenlijk worden toegepast.
Eenuitsnedevergroten
Deze optie kan op drie manieren worden opgeroepen.
Voor incidenteel gebruik
Met de Focus-knop:
- Menupunt Capture Assistants kiezen,
- in het menu Focus Aid, en
- waar de functie Manual.
- Focus-knop 3 indrukken.
Voor continu gebruik
Met de afstandsinstelring van het objectief:
- Menupunt Capture Assistants kiezen,
- in het submenu Focus Aid, en
- waar de functie Automatic.
- De afstandsinstelring van het objectief 16 draaien.
Met het instelwiel van de camera:
- Menupunt Customize Control kiezen,
- in hetsubmenuCustomize Wheel, en
- in het bijbehorende menu LV Zoom.
- Het instelwiel van de camera 28 draaien.
Zodra de Focus-knop ingedrukt, respectievelijk de ring of het instelwiel gedraaid worden, toont het monitorbeeld:
- het vergrote gebied
- onder links met behulp van een rechtsboek binnen een frame bij benadering de positie van het fragment
De verdere bediening is in beide gevallen hetzelfde:
-
(Optioneel)
-
Vergrottingsfactor met het instelwiel 28 veranderen, in twee niveaus.
- Positie van het fragment binnen het beeldveld met de kruisknop 29 verschuiven.
-
Bij verschoven fragment toont een haarkruis in het beeldveld het midden van het fragment.
-
Stel met de afstandsinstelring van het objectief de gewenste delen van het onderwerp scherp.
U=kunt op elk gewenst moment terugkeren maar gangbare (= Niet-vergrote) weergave.
- Door het aantikken van de ontspanner
-Met het instelwiel
Als uervoalgens nogmaals op de Focus-knop drukt of de afstandsinsteling van het objectief draait, verschijnt de LAST gebruekte fragmentgrootte.
Markering scherp afgebeelde objectdelen
U kurz de delen van het onderwerp die optimaal scherp zijn op het monitorbeeld door 'inkleuring' van de bijbehorende contouren markeren, zodat ze gemakkelijk te herkennen zijn. Dankzij de beschikbare vier kleuren kurz u de weergave aan elke achtergrond aanpassen.
De functie instellen
- Menupunt Capture Assistants kiezen,
- in hetsubmenu Focus Peaking, en
- in het bijbehorende submenu de gewenste kleur, respectievelijk Off, wanneer u van de optie geen gebruik wilt make.
Toepassing
-
Beelduitsnede bepalen.
-
Focusknop 3 indrukken, respectievelijk afstandsinsteling van het objectief zo draaien dat de gewenste motiefdelen optimaal scherp zichn.
-
Alle delen van het object die bij de betreffend ingestelde afstand scherp worden afgebeeld, worden door omrandingen in de geselecteerde kleur gemarkeerd.

Belangrijk:
- Deze functie werkkt op objectcontrast; dat wil zaggen: oplicht/ donker-verschillen. Er{kunnenkaarom soms delen van het object worden gemarkeerd die Niet scherp zich aufgebeeld, maar die een hoog contrast vertonen.
- Met name bij het gebruik van groothoekobjectieven metkleine diafragma (=grote scherptediepte) neemt de nauwkeurigheid van de weergave af.
BELICHTINGSMETING EN-REGELING
Belichtingsmeter-weergaven
Als aanduiding dat de belichtingsmeter gereed is om te meten, brandt een van deindicaties in de zoeker, respectievelijk op de monitor continu:
- bijijdautomaat door de weergave van de sluitiertijd,
- bij handmatige instelling in de zoeker door een van de beiden driehoekige LED's,evt. samen met de middelste, ronde LED, op de monitor met de lichtschaal.
Als de ontspanner waar wordt losgelaten zonder de sluiter te activeren, blijft (blijven) de betreffende LED(s) zolang branden tot de camera zich uitschakelt.
Wanner hetijd-instelwieljtje op B staat, is de belichtingsmeteruitgeschakeld.
Aanwijzingen:
- Als een juiste belichting met de beschikbare sluitertijden bij tjduct automaat Niet möglichk is, knippert als waarschuwing de sluitertijd-indicatie (alleen in de zoeker,meer hierover vindt u in het hoofdstuk 'De tjductautomaat' op pagina 169).
- Als bij handmatige instelling en zeer weiniglicht het meetbereik van de belichtingsmeter Niet worden bereikt, za als waarschuwing de linker driehoekige LED gaan knipperen, respectievelijk op de monitor de linker streep van de lichtschaal. Bijijdautomaat wordt verder de sluitertijd weergegeven. Wanner de benodigde sluitertijd de langst möglichke tijd overschrijdt, knippert ook.Deze indicatie in de zoeker.
- Wonneer de camera langereijd Niet worden gebruikt of in een tas worden opgeborgen,要去 deze algid met de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld. Onbedoelde opnamen worden hiermee ook verhinderd.
Belichtingsmeetmethoden
Afhankelijk van het feit of de Live View-modus al of Niet worden toegepast, staan verschillende meetmethoden ter beschikking:
- Bij gebruik van demeetzoeker:
een sterk centrum-georienteerde meting. Deze methode houdt rekening met het gehele beeldveld, maar de in het midden geregistreerde onderwerpen bepalen veel sterker dan de randgebieden de berekening van de belichtingswaarde.
Hiervoor worden het door de lichte sluterlamel gereflecteerde Licht door een fotodiode gereistreerd en gemeten.
- Met de Live View-modus:
aar wens punt-, centrum-georienteerde meting eneerveldmeting. In deze gevalen vindt de meting plaats door de opname-sensor.
De Live View-meetmethoden kiezen
De functie instellen
- Menupunt Exp. Metering kiezen, en
- in hetsubmenu de gewenste meetmethode:
- Spot Slechts een Klein, door een cirkel in het midden van het monitorbeeld weergegeven bereik worden geregisteerd en gevalueerd.
- Center-weighted Deze methode houdt rekening met het gehele beeldveld, maar de in het midden gereistreede onderwerpen bepalen veel sterker dan de randgebieten de berekening van de belichtingswaarde.
- Multi-field Deze meetmethode baseert op de registratie van meerdere meetwaarden. Ze worden in een algoitme bere-kend die aan de situatie is aangepast, wat resulteert in een belichtingswaarde die is afgestemd op de passende weergave van het veronderstelde hoofdonderwerp.
- De ingestelde meetmethode worden in de Live View-modus in de kopbalk van het monitorbeeld weergegeven, bij gebruik van de zoeker in het INFO-beeldschem (zie pagina 212).
De sluitertijd die nodig is voor een correcte belichting, respectievelijk de afwijking van de juiste belichting, worden aangegeven door de Zoeker of de monitor, ofwel worden met hun behulp bepaald (zie de volgende secties).
Belichtingsmodussen
De camera kent twee belichtingsmodi: tjductomaaat of handmatige instelling. Afhankelijk van motief, situatie en individuele voorkeur kan op deze wijze gekozen worden UIT
- de gebruikelijke 'half-automaat' of
- de vaste instelling van sluitiertijd en diafragma.
Tijdautomaat
Als hetijd-draaiwiel in de A-stand staat, dan za de elektronica van de camera de geschikte sluitertijd automatisch en traploos binnen een bereik van 1/4000 tot 125 s bepalen, en wel volgens de ingestelde filmgevoeligheid, de gemeten holderheid en het handmatig gekozen diafragma. De bepaalde sluitertijd worden voor een better overzicht in halve stappen weergegeven.
Bij langere sluitertijden dan 2 s worden na het ontspannen in de weergave de resterende belichtingstijd in seconden teruggeteld. De werkelijk berekende, en traploos gestuurde belichtingstijd kan erchter van de halve-stap weergaven afwijken: Als bijv. vór het ontspannen 16 (als dichtstbijgelegen waarde) in de indicateit is te zien en de bepaalde belichtingstijd toch langer is, kan het terugtellen na ontspannen ook met 19 beginnen.
Bij extremelichtomstandigheden kan de belichtingsmeting bij de verwerking van alle parameters sluitertijden opleveren, die buiten het werkgebied liggen, dat wil zeggen dat er belichtingstijden korte dan 1 / 4000s of longer dan 125 s vereist zouden zich. In zulke gefallen worden toch de genoemde minimale en maximale sluitertijden gebruikt, maar als waarschuwing zullen deze waarden in de zoeker knipperen.
Aanwijzingen:
- Zoals in combinatie met de ISO-instelling beschreiben staat, is bij de toepassing van hoge gevoeligheden, en vooral bij gelijkmatig donkere vlakken, in meer of mindere mate beeldruis merkbaar. Ter reductie van dit storende verschijnsel maakt de camera automatisch na opnamen met langere sluitertijden en hoge ISO-waarden een tweede 'zwartopname' (met gesloten sluiter). De bij deze parallel-opname gemeten ruis worden dan rekenkun-dig van het eigendijke opnamerecord 'afgetrokken'. Dienovereen-komstig za in zulke gezallen als aanwijzing de melding
Noise Reduction 12s¹ op het LCD-schem termischijnen. Bij langdurige belichtingen moet rekening worden gehonden met deze verdubbeling van de 'belichtings'-tijd. De camera mag intussen Niet worden uitgeschakeld.
- Als de B-functie in combinatie met de zelfontspanner (zie pagina 188) worden gezrukt,要去 de ontspanner Niet ingedrukt worden gehonden;de sluiter blijt zolang open tot de ontspanner een tweede koer worden ingedrukt (komt in dit geval overeen met de T-functie).
Meetwaardegeugeen
Vaak worden belangrijke delen van het onderwerp om vormgeven de redenenuit het midden geplaatst en soms zich en zeither of donkerder dan gemiddeld. De centrum-georienteerde meting en de spotmetering registeren in prince aan een gedeelte in het centrum van het beeld en zich op een gemiddelde grijswaarde gezikt. Onderwerpen en situatuies van deze soort kuren ook met de tijdautomaatzer eenvoudig met het meetwaardegeheugen worden verwerkt.
Aanwijzingen:
- Een meetwaardegeheugen is in combinatie met meerveldmeting Niet zinvol, waar dat in dat geval de specifieke registriatie van een enkel deel van het onderwerp Niet möglichk is.
- In combinatie met het meetwaardegeheugen is er in Live View ook een belichtingssimulatie beschikkaar (zie pagina 161).
Toepassen van de functie
- Richt uw camera op het belangrijke deel van het onderwerp (bij spotmeting met meetveld), ofwel alternatif een ander, gemiddeld helder detail.
- De ontspanner 18 tot aan het eerste ruktpunt indrukken: metting en opsgal vinden plaats.
- Zolang het drukpunt worden vastgehonden, verschijnt als bevestiging in de zoeker eenkleine rode punct op de regel met cijfers en deijdweergave verandert ook bij gewijzigdelichtomstandigheden Nieteer.
- Met nog steeds ingedrukt gehonden ontspanner de camera daarna op het uiteindelijke beeldfragment zwenken, en
- de opname maken.
Een wijziging van de diafragma-instelling nadat de meetwaarde is opgeslagen, heeft geen aanpassing van de sluitertijd tot gevolg en zou tot een foutieve belichting leiden. Het opslaan worden geannu-leard als u uw vinger van het drukpunt van de ontspanknop neemt.
Belichtingscorrecties
Belichtingsmeters zijn afgestemd op een gemiddelde grijswaarde geijkt (18% reflectie), die overeenkomt met de Lichtsterkte van een normalaal, dat wil zeggen gemiddeld fotografisch onderwerp. Wanner het gemeten detail van het motifief Niet aan deze voorwaarden voldoet, kan een belichtingscorrectie worden uitgevoerd.
Vooral bij meertere opnamen acheer elkaar, bijvoorbeeld als om bepaalde redenen voor een serie opnamen bewust een ieets krappere of ruimere belichting gewenst is, kan de belichtingscorrectie een zeer handige functie+zijn. Eenmaal ingesteld blijft deze anders dan de meetwaarde-opslag werkzaam totdat deze weeort wordt geset. U kunt belichtingscorrecties in een gebied van ± 3 EV in stappen van 1 / _3 EV instellen (EV: Exposure Value = belichtingswaarde).
Instellen en verwijderen van een belichtingscorrectie
A. Met focusgeveens en instelwiel
- Focusknop 3 ingedrukt houden, en
- met het instelwiel 28 gewenste waarde selecteren.
B. Met overeenkomstig 'geprogrammeerd' instelwiel
- Menupunt Customize Control kiezen,
- in het submenuCustomize Wheel,
- in het bijbehorende submenu Exp. Compensation, en
- Functie bevestigen door het indrukken van de middenknop 30
- Met het instelwiel 28 gewenste waarde instellen.
C. Via de menubediening
-
Menupunt Exp. Compensation kiezen.
-
Op de monitor verschijnt als submenu een schaalverdeling:

A Ingestelde correctiewaarde (markeringen bij uitgeschakeld)
- Gewenste waarde instellen.
Weergeven
- In de situatuies A en B worden de correctiewaarde in de Zoeker weergegeven, bijvoorbeeld 1.0-/0.3 (tijdelijke weergave inplaats van de sluitiertijd). Daarna in de vom van gewijzigde sluitiertijden en een knipperend laagste punt, ofwel voor ongeveer 0,5 s als de weergave worden geactiveerd.
- Onafhankelijk van de instelmethode worden de waarde in de monitor bij Live View-modus evenals in het INFO-beeldschembij gebruik van de zoeker door een markingsering in het onderste geedeelte van de lichtschaal weergegeven, maar ook in de uitgangsmenulijst door EV + X^1
Belangrijk:
Een op de camera ingestelde belichtingscorrectie beinvloedt uitsluitend de meting van het aanwezigle Licht, dat wil zeggen Niet die van de flitser (meer informatie over flitsfotografia vindt u in het gedeelte vanaf pagina 182).
Voor de ingestelde correcties geldt - onafhankelijk van de wijze waarop ze oorspronkelijk zijn ingevoerd:
- Deze blijven zo lang geldig tot ze handmatig weeper op [0] worden teruggezet. Daar bij doet het er Niet toe of die camera tussen-door uit- en weer ingeschakeld is geweest.
- Ze können zobel via het menu alsook met het instelwiei worden teruggezet.
Automatische belichtingsreeksen
Veel aantrekkelijke motieven zijn erg contrastrijk en hebben zowel zeer lichte alsook zeer donkere gebieden. Afhankelijk van het deel waarop u uw belichting afstemt, kan het beeldeffect verschillend�<|im_start|>assistant zijn. In zulke geallen können - bij tijdautomaat - met de automatische belichtingsreeks (bracketing) meerdere alternatieven met gestaffelde belichting, dat wil ziggen met verschillende sluitertijden, worden gemaatkt. Daarna kan de geschiktste opname voor gebruik worden geselecteerd of met bewerkingssoftware een opname met zeer veel contrast worden gemaatkt (trefwoord HDR).
Beschikbaar zich:
- 5 trappen: 0.3EV, 0.7EV, 1EV, 2EV und 3EV
- 2 aantal opnamen: 3 of 5
De functie instellen
- Menupunt Drive Mode selectoren, en
-
in hetsubmenu Exposure Bracketing.
-
Op de monitor verschijnt het betreffendesubmenu.

A Antal opamen
Belichtingsverschil:tussen de opnamen
Belichtingscorrectie-instelling
Procedure van de belichtingsreeks
E Lichtwaarde-schaalverdeling met rood gemarkeerde belichtingswaarden van de
opanax (als tegelijkkortijd een belichtingscorrectie is ingesteld, wordt de schaal met de bijbehorende waarde verschoven).
-
In de regel Frames de gewenste waarde kiezen, in de regel F-Stops het gewenste belichtingsverschil, en in de regel Exp. Compensation de gewenste Correctiewaarde belichting (optioneel).
-
De gemarkeerde belichtingswaarden zullen van locatie wissenelen, afhankelijk van de betreffende instelleningen. Bij een belichtingscorrectie verschuft ook de schaalverdeling.
-
In de regel Automatic kiezen of de opnamen allen door eenma-lig ontspannen要去enplaatsvinden: Dn, of allen afzonderlijk: Off.
- Instelling bevestigen door het indrukken van de middenknop.
- Door eenmalig respectievelijk meermalig te ontspannen, worden alle opnamen gemaakt.
Aanwijzingen:
- Bij gebruik van de automatische belichtingsreeks geldt de vol-gende regel:
Bij automatische regeling van de ISO-gevoeligheid (zie pagina 156) zal de gevoeligheid die door de camera automatisch voor de Niet-gecorrigeerde opname is bepaald, ook voor alle andere opnamen van een serie worden toegepast; dat wil zeggen dat deze ISO-waardeijdens een serie Niet worden veranderd. Dit kan er möglichk toe leiden dat de langste onder Maximum Exposure Time ingestelde sluitiertijd worden overschreden.
- Afhankelijk van de beschikbare combinatie sluitiertijd/diafragma kan het werkgebied van de automatische belichtingsserie beperkt zijn.
Onafhankelijk waarvan wordt altijd het ingestelde aantal opa- men gemaakt en+kunnen er daarom meerdere opamen van een reeks opdezelfde wijze belicht+zijn. - Automatische belichtingsreeksen zijn ook in combinatie met de flitsmodus möglichk. Dit gebeurt zonder rekening te houden met de accuconditionie van het flitsapparaat, dat wil zaggen de reeks zar zowel opnamen met als zonder flits bevatten.
- De functie blijft actief tot een andere functie worden gekozen in hetsubmenu Drive Mode, dat wil zaggen ook na het in- en uitschakelen van de camera. Als een andere functie worden gekozen, vindt bij elke bediening van de ontspanner een volgende belich-ingsserie plaats.
Handmatige instelling van de belichting
- Ontspanknop aantikken, en
- metijdinstelwiel 19 en/of diafragma-instelring 13 van het objectief de gewenste belichting instellen. In de Live View-modus vindt dit plaats met behulp van het merkteken op de lichtschaal in de voetregel van het monitorbeeld, bij gebruik van de zoeker door middel van een UIT drie LEDs bestaande lichtschaal.
Behalve de voor een goede belichting benodigde draairichting van hetijdinstelwieltje en de diafragma-insteling gezven de drie LED's van de lichtschaal in de zoeker op de volgende wijze onder- en overbelichting evenals de juiste belichting aan:
Onderbelichting met minstens één diafragmastop;
aar rechts draaien
Onderbelichting van 1 / 2 diafragmastop;
aar rechts draaien
- Juiste belichting
Overbelichting van 1 / 2 diafragmastop;
haar links draaien
Overbelicht met minstens één diafragmastop;
aar links draaien
Aanwijzingen:
- Hetijd-instelwieltje moet op een van de ingegraveerde sluitertijden ofussenwaarden zijn vastgeklikt.
- Bij langere sluitiertijden dan 2 s worden na het ontspannen in de weergave de resterende belichtingstijd in seconden teruggeteld.
De B-installing / De T-functionie
Met de B-instelling blijft de sluiter zo lang geopend als de ontspanner ingedrukt worden gehonden (tot maximaal 125 s; afhankelijk van de ISO-instelling).
De B-functie kan bovendien worden gebruikt om langere sluitiertijden dan 8 s vast in te stellen:
- Focusknop 3 circa 1 s indrukken.
- Op de monitor verschijnt hetsubmenu met de sluitertijden, respectievelijk. Beschikbare sluitertijden zijn wit gekarkeerd (afhankelijk van de ISO-gevoeligheid verschillend), Niet beschikbare grijs.
- Gewenste sluitiertijd kiezen,
- submenu door aantikken van de ontspanner 18, of door indrukken van het MENU-22, of de middenkop 30 verlaten, en
- de opname maken.
In combinatie met de zelfontspanner is tevens een T-functie beschikbaar: Is zowel ingesteld en ook de zelfontspanner door aantikken van de ontspanner geactiveerd, opent de sluiter na de gekozen wachtijd automatisch. Deze blijft dan - zonder dat de ontspankop hoeft te worden vastgehonden - zolang geopend tot de ontspankop een tweede ker wordt aangetipt. Zo kan de bewegingsonscherpte die door bediening van de ontspankop eventuele ontstaat ook bij langdurige opnamen verregaand worden vermeden.
De belichtingsmeter blijft in alle gevallen uitgeschakeld, na de ontspanning telt de digitale cijferindicatie in de ZoekerECHTER ter orientatie de verlopen belichtingstijd in seconden mee.
Aanwijzingen:
- Bij lange belichtingstijden kan zeer sterke beeldruis ontstaan.
- Na opnamen met langere sluitertijden (vanaf circa 1/30 s, afhanke-lijk van andere menu-instellen), vindt ter verkleining van dit storende verschijnsel een gevevensverwerkingsronde plaats, die evenveelrijk krijgt als de belichting. Bij langdurige belichtingen moet rekening worden gehonden met deze verdubeling van de 'belichtings'-tijd. De camera mag intussen nicht worden uitgeschakeld.
Dienovereenkomstig zal in zulke gevallen als aanwijzing de melding Noise Reduction 12s' op het LCD-schem verschijnen.
Over-enouderschrijden van hetmeetbereik
Als bij handmatige instelling en zeer weiniglicht het meetbereik van de belichtingsmeter Niet wordt gehaald, knippert als waarschuwing in de zoeker de linker driehoekige LED () en bij te veellicht de rechter () . Bijijdautomaat worden verder de sluitertijd weergegeven. Wanner de benodigde sluitertijd longer blijdt dan de langste möglichkeijd, respectievelijk korter worden dt dan de kortste mogelijkteijd, zullen ook.Deze indications gaan knipperen. Omdat de belichtingsmeting met het ingestelde diafragma plaatsvindt, kan.Deze situatie ook door diafragmeren van het objectief ontstaan.
WEERGAVEMODUS
Voor de weergave van opnamen kunt u kiezen:
- PLAY Weergave voor onbeperkteijd, of
- Auto Review Kortstondige weergave direct na de opname
Weergave voor onbeperkteijd
PLAY-knop 23 indrukken.
- In de monitor verschijnt de LAST opgenomen afbeelding en, in zoverre ze bij het LAST gebruik ingeschakeld waren, de bijbehorende weergaven.
Wanneer darüber geen beeldbestand op de geplaatste geheugenkaart aanwezig is, verschijnt na omschakeling op weergave demelding: Attention No media file to display
Afhankelijk van de vooraf ingestelde functie heeft het indrukken van de PLAY-knop verschillende gevolgen:
| Uitgangssituatie | Na drukken op de PLAY-knop | |
| a. | Volledige weergave | Opnamemodus |
| van een opname | ||
| b. | Weergave van een vergroot fragment / meererekleinere opnamen | Volledige weergave |
| van de opname | ||
Automatische weergave van telkens de LASTe opname
In de modus Auto Review worden elk beeld direct na de opname weergegeven. Op deze wijze kan bijv. snel en eenvoudig worden ge-controlled erd of de Foto gelukt is of herhaald moet worden. Met deze optie stelt u de weergaveduur van het beeld in.
De functie instellen
- Menupunt Auto Review selectoren,
- in het bijbehorende submenu de gewenste optie, respectievelijk tijdsduur: (Off, 1s, 3s, 5s, Hold).
Vanuit de modus Auto Review kan algid aan de normale, dat wil zeggen qua tijd onbegrensde, PLAY-weergavemodus worden omgeschakeld.
Aanwijzing:
Als u met de sériephoto-functie (zie paginga 140) hebt gefotogra-feerd, worden in beiden weergavemodi eerst de LASTe Foto van de série getoond, respectievelijkijdens het opslaan de LASTe op de geheugenkaart reeds opgeslagen Foto van de série getoond. Hoe u andere opnamen van de série kurz kiezen en welke möglichkheden er verder nog zichn voor de weergave, kurz u in de volgende sectie nalezen.
Weergaven bij flitsmodus
Om de opnamen goed te kunnen bekijken, verschijnt er in de fabrieksinstellung de opname zonder de informatatie in de kop- en voetregels.

Met het indrukken van de middenkop 30 kunt u alsijd kop- en voetregels oproepen. In zoverre Histogram en Exposure Clipping waar ingeschakeld (zie pagina 162), verschijnen deze gevevens dan ook.

Aanwijzingen:
- Het histogram en de clipping-weergaven zijn zowel bij de weergave van het volledige beeld, alsook van een uitsnede beschikbaar, maar nicht bij gelijktijdige weergave van 12 of 20 verkleinde opnamen.
- Het histogram en de clipping-weergaven hebben algtd betrekking op de actueel getoonde uitsnede van de opname.
Andere opnamen bekijken / 'Bladeren' in het geheugen
Met de linker en rechter kant van de kruisknop 29 kurz u de overige opgeslagen opnamen oproepen. Na de eerste /的那一 ste opname beginnen de in een oneindige lus geschakelde opnamen wee van voren af aan, zodate u alle opnamen in beidenrichtingen kurz bereiken.
- De opnamenummers wisselen navenant.

Vergroten / selecteren van uitsnede / gegelijktijdig bekijken van meerdere verkleinde opnamen
U Aunt, voor een betere beordeling van een vergrote uitsnede, een opname oproepen en deze uitsnede vrij kiezen. Omgekeerd Aunt u ook maximaal 20 opnamen tegelijk bekijken, bijvoorbeeld om een overzicht te krijgen of om een gezochte Foto sneller te vinden.
Door het instelwiel 28aar rechts te draaien, worden een uitsnede vanuit het midden vergroot. Vergrotingen zijn tot 1:1 möglichk, dat wil zeggen tot 1 pixel van de monitor 1 pixel van de opname weergeeft.
Met de kruisknop 29 Aunt u bij een vergrote afbeelding de locatie van de uitsnede willekeurig verschuiven.
- De rechthoek binnen het kader in de linker onderhoek symboliseert de locatie en de vergroting van de getoonde uitsnede.

Aanwijzing:
Ook bij vergrote afbeelding kunt u
- direct maar een andere opname gaan, die dan indezelfde vergrotting worden getoond. Hiervoor gebruikt u wee de linker of,rechter kruisknop -ECHTER met ingedrukt gehonden PLAY-knop 23.
- de opname markeren (zie pagina 180).
Door het instelwiel waar links te draaien (van de normale afmetinguitgaand), kunt u gewelijkijdig 12, respectievelijk door verder te draai-en 20 opnamen op de monitor bekijken.

A Vooraf in normale grotte bekeken opname
B Nummer van de rood omrande opname
Schuifbalk; toont schematisch de positie van de gemarkeerde opname in de overzichtslijst aan
Met de kruiisknop kurz u vrij onder de verkleinde opnamen navigeren, de betreffende opname worden gemarkeerd door het rode kader. Deze opname kurz weer op normale grootte instellen door aan het instelwiel waar rechts te draaien, ofwel in een stap door op de PLAY-knop te drukken.
Bij de weergave van 20 beelden kut u door het instelwiel verdneraar links te draaien het rode kader om alle beelden plaatsen, zodat uervolgens 'per blok' snel kutn bladeren'.

A Opnamenummers van de rood omkaderde groep van 20
Schuifbalk; toont schematisch de positie van de gemarkeerde coop van 20 in de overzichtslijst aan
Opnamen markeren
U kunt iedere opname markeren, bijvoorbeeld om ze sneller wee te vinden, of om het latere wissen vaneer opnamen te vereenvoudigen (zie volgende paragraaf). Het markeren kan direct, of menubediend plaatsvinden:
Direct
Bovenste kant van de kruisknop 29 indrukken.
- De opname worden gemarkeerd door ★.
Het verwijderen van een markings gebeurt net zo.
Menubediend
-
MENU-knop22indrukken.
-
Het betreffende menu verschijnt.

- Rate kiezen.
-
Middenkop 30 indrukken.
-
De opname worden gemarkeerd door ★, in het menu worden Rate verrangen door Unrate.
Afzonderlijke markeringen verwijdert u in原則 op bezelfde manier met Unrate, meerde tegelijk met Unrate ALL. In dit geval knippert tijdens de procedure de LED 21.
Opnamen wissen
Zolang een opname worden getoond, kan deze eventuele ook op dat moment worden gewist. Dit kan nuttig zijn als de opnamen bijv. op andere media werden opgeslagen, als ze Niet meer nodig+zijn of wannereer geheugen op de kaart nodig is. U heb't de mogelijkheid maar wens enkele of geleijktijdiguitsluitend de nicht gemarkeerde, of alle opnamen te wissen.
Werkwijze
-
MENU-knop 22 indruken.
-
Het menu "wissen" verschijnt.
De verdere bediening is afhankelijk van het feit of u slechts een opname of gelijkertijd meerdere opnamen wilt wissen.
Afzonderlijke opnamen wissen
- Delete Single kiezen, en
- om het proces te starten, de middenknop 30 indrukken.
- Tijdens het wissen knippert de LED 21.
Na het wissen verschijnt de volgende opname. Wannererechter geen opnamenmeer op de kaart zich opgeslagen,verschijnt de melding:Attention No media file to display.
Meerdere/alle opnamen wissen
- Delete Multi kiezen,
- Middenkop 30 indrukken,
- in het submenu de gewenste variant, ALL, ALL Unrated (zie vorige paragraaf), of, als u geen opname meer wilt wissen, Cancel, en
-
Middenknop nogmaals indruken.
-
Tijdens het wissen knippert de LED 21.
Na het wissen verschijnt de volgende gemarkeerde opname.
Bij ALL en ALL Unrated verschijnt inplaats waarvan een na-vraag-submenu ter beveiliging gegen abusievelijk wissen.
Uitsluitend bij ALL en ALL Unrated
Als daadwerkelijk alle opnamen要去en worden gewist:
-
In het navraagmenu Yes kiezen.
-
Tijdens het wissen knippert de LED 21. Na het wissenverschijnt de melding: Attention No media file to display.
Aanwijzingen:
- Markeren en wissen isuitsluitend möglichk vanuit de weergave PLAY. Maar het is onafhankelijk van het feit of de weergave in normale grootte of in meerde verkleinde afbeeldingenplaatsvindt (behalte als bij de 20-voudige weergave het rode kader de gehele groep omsluit).
- Ook bij opgeroepen wis- en markingsmenu=kunt u.altijd andere opnamenkiezen.
- Met de PLAY-knop=kunt u te allen tjnde het wismenu weeer uitschakelen.
- Door een opname te wissen worden de volgende opnamen opniewe genummerd volgens het volgende patron: wist u bijvoorbeeld beeld nr. 3, worden het beeld dat voorheen nr. 4 was verrolgens nr. 3, het beeld dat voorheen nr. 5 was, worden nr. 4, enz. Dit geldt darüber nicht voor de bestandsnummering op de geheugenkaart.
OVERIGE FUNCTIONS
FLITSMODUS
De camera bepaalt het benodigde flitsvermogen door het afgeven van een of meermeetflitsen in fracties van seconden voor de eigenvlijke opname.Direct daarna,bij het begin van de belichting, wordt de hoofdflits afgeveen. Alle factoren die de belichting beinvloeden (bijvoorbeeld opnamefilters en wijziging van de diafragma-instelling) worden automatisch gespecteerd.
Geschikte flitsapparaten
De volgende flitsapparaten können met de camera worden gebruikt. Ze latent afhankelijk van de uitrusting, verschillend veel van de in deze handleiding beschreiben functies.
- Leica systeme-flitsapparaten zoals de modellen SF40, SF64, SF26
Andere systeme-flitsapparaten,behalve Leica SF 20 - Andere, gebruikelijke flitsapparaten met gestandaardiseerde flitsvoet en positief middencontact1 (ontsteking via het midden/X-contact). Wij adviseren het gebruik van thyristor-geregelde elektronenflitsapparaten.
- Studio-flitssystemen (ontsteking via synchroonkabel)
Flitsapparaat aanbrengen
Alvorens u een flitsapparaat in de accessoireschoen 20 van de camera staat
- het kapje dat de accessoireschoen beschermt, als het Niet worden gezruikt, maar afterwards geschoven en
- moeten camera en flitsapparaat worden uitgeschakeld.
Bij hetplaatsen van een flitsapparaat moet u erop letten, dat u de voet volledig in de accessoireschoen schuift en, indien aanwezig, met de klemmoer gegen ongewild loskomen en vallen beschermt. Dit is vooral bij flitsapparaten met extra regel- en signalcontacten belangrijk,ondat wijziging van de positie in de accessoireschoen de vereiste contacten onderbreekt en daardoor foutieve functies konnen ontstaan.
Aanwijzing:
Zorg dat het accessoireschoen-kapje steeds is aangebracht als er geen accessoire worden gebruikt (bijvoorbeeld een flitsapparaat).
Flits-belichtingsregeling
De volautomatische (dat wil zeggen: door de camera geregelde) flitsmodus is bij de camera met de hiervoor genoemde systeme-compatible flitsapparaten en in beiden belichtingsmodi (tijdautoaat A en handmatige instelling) beschikbaar.
Bovendien is in alle drie belichtingsmodi een automatische invulflitsregeling actief. Om steeds een uitgebalanceerde verhoudtussen flits- en omgevingslicht te garanderen, worden het flitsvermoen bij toenemende Lichtsterkte EVT. met max. 113 EV verminderd. Wanner echter de aanwezige lichtsterkte zichs met de kortst mogelijk flitsssynchronisatietijd van 1180 al overbelichting tot geolgheeft, za een HSS-compatible flits bij tijdautomaat Niet worden geactiveerd. In zulke gezallen worden de sluitertijd overeenkomstig het omgevingslicht geregeld en in de zoeker aangegeven.
Bovendien kunt u met de camera met tijdautomaat A en handmatige installing gebruik maken van interessante vormgevende flitsstechnieken, zoals flitssynchronisatie op het 2e in plaats van het gebruikelijke 1e Sluitergordijn en het flitsen met langere sluitertijden dan de synchronisatietijd van 1_180S . Deze functies worden op de camera via het menu ingesteld (meer hierover in de volgende hoofdstukken).
Bovendien geeft de camera de ingestelde gevoeligheid door aan het flitsapparaat. Daarmee kan het flitsapparaat, voorzover het deze weergaven bezit en voorzover het op het objectief gekozen diafragma ook op het flitsapparaat is ingevoerd, zich reikwijdte automatisch aangeven. De gevoeligheidsinstelling kan bij systemd-compatiblele flitsers Niet via de flitser zich worden beinvloed,.ovdat deze al door de camera worden overgedragen.
Aanwijzingen:
- Studioflitsinstallaties hebben vaak een zeer lange flitsduur. Het kan in dat geval waarom eventuele zinvol zijn een langere sluiter-tijd dan 1 / 180s te kiezen.
- Hetzelfde geldt voor radiografisch gestuurde flitstriggers bij het 'draadloos flitsen', waar dat de radiografische overdracht eenijdvertraging kan veroorzaken.
- De instellingen en functies die in de volgende hoofdstukken zijn beschreiben, hebben alleen betrekking op deze camera en systemcompatibile flitsapparaten.
- Een op de camera ingestelde belichtingscorrectie (zie paginga 170) beinvloedt uitsluitend de meting van het aanwezigige Licht! Wanner u in de flitsmodus gelifiktijdig een correctie van de TTL-flitsbelichtingsmeting wenst (parallel of tegengesteld),要去 deze extra (op het flitsapparaat) instellen! (Uitzondering: Met de Leica SF26要去 de correctie aan de camera per menubiediening worden ingesteld.)
- Meer informatatie over de flitsmodus, vooral in combinatie met andere, Niet special op deze camera afgestemde flitsapparaten, evenals de verschillende modi van de flitsapparaten, vindt u in de betreffende handleiding.
De instellingen van de automatische TTL-flitsmodus die door de camera worden geregeld
Aan het flitsapparaat:
- Het gebruekte flitsapparaat inschaken, en
- op de modus voor regeling van het richtgetal (bijvoorbeeld TTL of GNC = Guide Number Control) zetten.
Op de camera:
- Camera inschakelen, respectievelijk bij automatisch uitgeschakelde camera ontspanner aantikken. Als het LASTe door te snel en in een keer volledig indrukken van de ontspanner worden verzuiimd, zal het flitsapparaat eventueel Niet worden geactiveerd.
- Hetijdinstelwiel op A, op de flitssynchronisatietijd (%_180s) , of op een langere sluitertijd (ook B) instellen. In de modus Tijdautomaat stelt de camera automatisch een sluitertijd in het kader van het in het menu gekozen tijdbereik in (zie 'Het synchroontijdbereikkiezen' / 'Het ontstekingstijd-stipkiezen', pagina 182). Let waar bij op de kortste flitssynchronisatie-tijd, omdat deze bepaalt of er een 'normale' opnameflits of een HSS-flits worden geveen.
- De gewenste (respectievelijk het voor de betreffende afstand tot het onderwerp benodigde) diafragma instellen.
Aanwijzig:
Als de automatische geregelde of handmatig ingestelde sluitiertijd korter is dan 1 / 180s , za het flitsapparaat Niet flitsen, behalve als het een HSS-compatible flitsapparaat is.
De controweergaven van de flitsbelichting in de zoeker bij systemdconforme flitsapparaten
In de Zoeker dient een flitsvormige LED voor terugmelding en weergave van verschillende situatuies. Deze LED verschijnt samen met de beschreiben weergaven voor de belichtingsmeting van het aanwezigte Licht.
Bij TTL-flitsmodus
- 3 verschijnt ondanks ingeschakeld en gereed flitsapparaat Niet: op de camera is handmatig een kortere sluitertijd dan [180]s ingesteld en het aangesloten flitsapparaat is Niet HSS-compatible. In zulke gevallen activeert de camera ook een ingeschakeld en paraat flitsapparaat Niet.
- knippert voor de opname langzaam (2Hz): het flitsapparaat is nog nicht paraat.
- brandt voor de opname: het flitsapparaat isARAAT.
-世界第一部小说《夜游》 -blibt na het ontspannen ononderbroken branden, de overige indications zijn echter verdwenen:
de flitscapaciteit was voor een normgetrouwe belichting in orde, het flitsapparaat blijft paraat.
- knippert na het ontspannen snel (4 Hz), de overige indications zijn echter verdwenen:
de flitscapaciteit was voor een normgetrouwe belichting in orde, het flitsapparaat isECHTER nog Niet weeer paraat. - Gaat na het ontspannen samen met de overigeindicatiesuit: de flitscapaciteit was voor een normgetrouwe belichting Niet in orde, bijvoorbeeld door een te Klein gekozen diafragma voor het onderwerp. Als op het flitsapparaat een gedeelde flitsstand is ingesteld, kan op basis van het geringere opgeroeopen vermogen ondanks de verdwenen flits-LED het apparaat toch paraat+zijn.
Bij instelling van het flitsapparaat op computerregeling (A) of handmatige modus (M)
- 3 verschijnt ondanks ingeschakeld en gereed flitsapparaat Niet: op de camera is handmatig een kortere sluitertijd dan 180 s ingesteld. In zulke geallen activeert de camera ook een ingeschakeld en paraat flitsapparaat Niet.
- knippert voor de opname langzaam (2Hz): het flitsapparaat is nog nicht paraat.
- brandt voor de opname: het flitsapparaat is paraat.
Flitsmodus met korte sluitertijden (High Speed Sync.)
De volautomatische, dat wil zaggen door de camera gesturde lineaire flitsmodus, is bij de camera met desbetreffend uitergeruste Leica flitsapparaten, met alle sluitertijden en met tijdautomaat, alsook met handmatige belichtingsregeling beschikbaar. Hij worden automatisch geactiveerd door de camera, als de geselecteerde of berekende sluitertijd korter is dan de synchronisatietijd 1/180s. Bij een juist ingesteld flitsapparaat vereist deze omschakeling verder geen activiteiten van de fotografiaef.
Belangrijk:
De reikwijdtbe bij het HSS-flitsen is duidelijk korter dan bij het TTL-flitsen.
Keuze van het synchronisatietijdbereik
De weergave van het voorhandenlicht worden bepaald door de slui-tertijd en het diafragma. Bij vaste instelling van de kortst mogelijkste slui-tertijd in de flitsmodus, de synchronisatietijd, leidt dit in vele situatuies tot een onnodige,meer of minder sterke onderbelichting van alle delen van het onderwerp die door het flitslicht Niet goed worden belicht.
Deze camera sunt u in de flitsmodus in combinatie met deijdautoMaat gebruikte sluitiertijdbereik nauwkeurig aan de voorwaardenvoort het betreffende onderwerp, respectievelijk aan uw wensen met betrekking tot beeldvorming aanpassen.
De functie instellen
- Menupunt Flash Settings kiezen,
- in hetsubmenu Max. Flash Sync. Time, en
- in deze lijst hetzij een van de automatische, brandpuntsaf-stand-gerelateerde instellingen (1/f, 1/[2f], 1/[4f]) of de gewenste langste sluitertijd (in het bereik van 1/2 s tot 1/125 s)1.
Aanwijzingen:
- 1/f leidt tot de langste sluiertijden volgens de vuistregel voor stabiele opnamen uit de hand, bijvoorbeeld 160 s met een 50 mm-objectief. De overeekenkomstige sluiertijden met 1/2f en 1/4f zonden in het voorbeeld 1125 s en 1250 sহn.
Belangrijk: Het instelbereik is op 1 / 125 s begrensd, ook al is de gebruekte brandpuntsafstand langer.
- Bij handmatige regeling van de belichting(Int)kunt u eveneens alle sluitertijden tot de synchronisatietijd _180s instellen.
Het synchronisatietijdstip kiezen
De belichting van flitsopnamen vindt plaats met tweelichtbronnen, de aanwezigere - en het flitslicht. De uitsluitend of hoofdzakelijk door het flitslicht belichte delen van het onderwerp wordenaarbij door de uitzonderlijk korte Lichtimpuls bijna altiijd (bij correcte scherpstelling) scherp weergegeven. Daarentegen worden alle andere motiefdelen - namelijk de delen die voldoende door het aanwezigelicht zichen belicht, respectievelijk zelf oplichten - in hetzelfde beeld met wisselende scherpte afgebeeld. Of deze motiefdelen scherp of "vaag" worden weergegeven, respectievelijk hoe groot de "vaagheid" is, worden door twee van elkaar afhankelijkke factoren bepaald:
- de lenghte van de sluitertijd, dat wil zaggen hoe lang deze motiefdelen op de sensor "inwerken" en
- hoe snel deze motiefdelen - of ook de camera zich - tijdens de opname bewegen.
Hoe langer de sluitertijd respectievelijk hoe sneller de beweging is, hoe duidelijker.beideelkaar overlappende beeldfragmenten verschillen. Het gebruikelijk tijdstip van de flitsontsteking is aan het begin van de belichting, dat wil zegers onmiddelijk nadat het 1ste sluitergordijn het beeldvenster volledig hebigt geopend. Dit kan zichs tot schijnbare tegenstrijdigheden leiden, zoals bij de opname van de motorfiets, die door zich eigienlichtsporen worden ingehaald. De camera biedt u de optieussen dit gebruikelijk flits-ontstekings-tijdstip en de synchronisatie aan het einde van de belichting te kiezen, dat wil zegers onmiddelijk voordat het 2e sluitergordijn weeber begint met het sluiten van het beeldvenster. Het scherpe beeld geeft in dit geval het einde van de beweging wee. Deze flitstechniek verleent de fotoenatuurlijkere indruk van beweging en dynamiek.
Deze optie is beschikbaar
- bij alle camera- en flitsapparaatinstellenen
- bij tijdautomaat evenals bij handmatige sluitertijdkeuze
- in het automatische, evenals de handmatige flitsmodus
De weergaven zijn in beiden gevallen geg.
De functie instellen
- Menupunt Flash Settings kiezen,
- in hetsubmenu Flash Sync. Made, en
- waar de gewenste variant.
Flits-belichtingscorrecties
Met deze functie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting van het aanwezige Licht gericht afgezwakt of versterkt worden, bijv. om bij een buitenopname in de avond het gezicht van een persoon op de Voorgrund Lichter te make, verwijl de lichtsfeer behonden moet blijven.
De functie instellen
- Menupunt Flash settings kiezen, en
- in hetsubmenu Flash Exposure Compensation en
- in het bijbehorendesubmenu de gewenste instelling.
Aanwijzingen:
- Flash Exposure Compensation staat (bij uitgeschakeld flitsapparaat) slechts ter beschikking als de correctie aan het gebruekte flitsapparaat zich kan worden ingesteld, zoals bij de Leica SF26.
- Een met plus-correctie gekozenHoldere flitsverlichting vereist een hoger flitsvermogen en omgekeerd. Daarom beinvloeden flits-belichtingscorrecties更是 of minder sterk de reikwijdtete van de flits: een plus-correctie vermindert de reikwijdtte, een minus-correctie verhoegt.Deze.
- Een ingestelde correctie blijkt ook na een willekeurig anteIa opnamen en zelfs na het uitschakelen van de camera actief, respectievelijk zolang tot hij op O worden teruggezet.
FOTOGRAFEREN MET DE ZELFONTSPANNER
Met de zelfontspanner=kunt u een opname met een vertraging van eventueel 2 of 12s maken. Dit is handig als u bijv. onscherpte door bewegen bij het afdrukken wilt voorkomen of als u bij een groeps-opname zich ook in beeld wilt verschijnen. In zulke geallen worden geadviseerd de camera op een statief teplaatsen.
De functie instellen en gebruiken
- Menupunt Drive Mode selectoren, en
- in hetsubmenu de regel met de gewenste wachtijd.
-
Met de ontspanner 18 wachtijd starten.
-
Aan de voorkant van de camera geeft, gedurende de eerste 10 s van de 12 s voorlooptijd, de knipperende LED het aflopen van de voorlooptijd aan, en op het LCD-schem wordt deze geluktijdig afgeteld.
Tijdens de 12 s lopende zichfontspanner-voorlooptijd kan de functie altijd door indrukken van de MENU-knop 22 worden geannuleerd; deinstalling blijft behonden, of wordt door opnieuw aantippen van deontspanner wee gestart.
Belangrijk:
Tijdens zichontspanning vindt instelling van de belichting Nietplaats bij het drukpunt van de ontspanner, maar pas direct voor de opname.
INTERVALOPNAMEN
Met deutsche camera=kunt u bewegingen over een langere periode in vorm van fotoseries automatisch opnemen. Daarbij legt u de afstanden:tussen de opnamen en het,aantal Foto's vast.
De functie instellen en gebruiken
- Menupunt Drive Mode selectoren,
- in hetsubmenuInterval, en
- in het bijbehorendesubmenu Frames.
- In het bijbehorende toetsenblok-submenu het aanal opamen kiezen, waaruit de voorziene intervalopname moet bestaan.

A Invoerregel
Cijferblok
Knop 'Wissen' (wissen van de betreffende LASTE Waarde)
Knop 'Bevestigen' (bevestigen van zowel afzonderlijke waarden als afgesloten instellingen; terugkeer maar het vorige menuniveauzonder bevestigen van enige instelling door op de MENU-knop te drukken)
- In het Interval-submenu Interval Time kiezen, en
-
in dit submenu de gewenste afstand tussen de opnamen. De waarden verwisselen: Bovenste/onderste zijde van de kruisknop indrukken. Wisselen tussen (uren), (minutes) en (seconden), linker / rechter zichde van de kruisknop indrukken.
-
Met de ontspanner 18 série starten.
Een verstreijkende opnameserie kan uitsluitend worden afgebroke. door de camera uit te schakelen. De betreffende instellingen blijvenaar bijbehonden, zodat na het inschakelen van de camera een opnieuw aantikken van de ontspanner de serie opnieuw start.
Aanwijzingen:
- Bij intervalopnamen is Live View-modus slechts kortstondig möglich: na een opname worden hij weein ingeschakeld.
- Onafhankelijk van het,aantal opnamen in een serie,wordt in\ beide weergavemodi eerst de laatste fot van de Serie getoond,\ respectievelijk tijdens het opslaan de laatste op de geheugenkaart reeds opgeslagen fot van de series getoond.
BEELDBESTANDEN AUTEURSRECHTELIJK MARKEREN
Met deze cameraURTuwbeeldbestandenmarkerendoortekstenandere tekensin te voeren.
Hiervoor kunt u per opname in 2 rubrieken telkens informatatie t/m 20 tekens invoeren.
De functie instellen en gebruiken
- Menupunt Camera Information kiezen, en
-
in hetsubmenu Copyright Information.
-
Het bijbehorendesubmenu bevat de drie punten Copyright, Information en Artist. Aanvankelijk is alleen de regel met Copyright geactiveerd.
-
Copyright-functie On-schakelen.
- De regels information en Artist়n geactiveerd.
- Information /Artist-submenu oproepen. (De verdere bediening is in beiden geallen hetzelfde.)
- Het toetsbord-submenu verschijnt.

A Invoerregel
Toetsenblok
Knop 'Wissen' (wissen van het betreffende staat teken)
Knop 'Bevestigen' (bevestigen van zowel afzonderlijke waarden als afgesloten instellingen; terugkeer maar het vorige menuniveau zonder bevestigen van enige instelling door op de MENU-knop te drukken)
E Veranderen hoofdletters /kleine letters
F Veranderen letters / cijfers en tekens
-
In de invoerregel is de eerste plaatst gemarkeerd als gereed voor bewerking. (In de fabrieksinstelling staan waar als voorbeelden reeds information, respectievelijk Artist). De beschikbare tekens+zijn hoofdletters enkleine letters, en een spatie, en na het omschakelen de cijfers tot en met en diverse leestekens. Beide tekengroepen staan steeds in een gesloten Ius.
-
In dit toetsenbord-submenu met het instelwiel 28 of de kruisknop 29 de gewenste tekens markeren,
- steeds met de middenknop 30 invoeren, en
- cervolgens de ingevoerde gegevens bevestigen met de -knop.
REGISTRATIE VAN OPNAMELOCATIE MET GPS
Aanwijzig:
Dit menu-item is alleen beschikbaar met geplaatste Leica Visoflex zoeker (als toebehoren verkrijgbaar).
Met het Global Positioning System kan wereldwijd de juiste positie van een ontvanger worden bepaald. De Leica Visoflex zoeker isuitgerust met een bijbehorende ontvanger. Als hij op de camera isbevestigd, zal de camera bij ingeschakelde functie continu signalenontvangen en de positiegegevensactualiseren. De camera kandeze gegevens (breedte- en lengtegraden, hoogte boven NAP) in de 'EXIF'-data wegschrijven.
De functie instellen
- Menupunt GPS kiezen, en
-
waar On- of Off-schakelen.
-
Op het LCD-schem 31 geeft het "Satelliet"-pictogram ( ) de betreffende status aan (alleen in het venster met de opnamegeevens):
-
=的那一台的 1 min. geleden
- =)[-1] 24 uur geleden
- = maarste positiebepaling minstens 24 uwr geleden, of erijken geen positiegegevens
Opmerkingen bij de functie:
- De GPS antennae bevindt zich bovenin de behuizing van de zoe-ker.
- Een vereiste voor GPS-positiebepaling is "vrij zich" van de antenneneaar de hemel. Het is raadzaam de camera zodanig vast te houden dat de zoeker verticaal maar boven wijst.
- De positiebepaling kan soms eenaar minuten duren. Dit kan met name dan optreden wonneer er tussen het uit- en weeer aanzetten van de camera zo veelijd verstreken is dat de satellolietlocaties aanzienlijk zijn gewijzigd en opnieuw要去en worden gezonden.
- Let erop dat de GPS-antenne Niet door uw hand of door andere voorwerpen (vooral Niet door metalen voorwerpen) worden bedekt.
-
Een fouloze ontvangst van signalen van GPS-satellieten is bij voorbeeld op de volgendeplaatsen of situatuies eventueel Niet möglich. In dergelijk gevallen zal er geen of slechts een gebrekkige positiebepaling möglichelijk+zijn.
-
in gesloten ruimtes
- onderaards
- onder bomen
- in een bewegend voertuig
- in de buurt van hoge gebouwen of in nauwe dalen
- in de buurt van de hoogspanningsleidingen
- in tunnels
- in de buurt van 1,5 Ghz mobiele telefoons
Opmerking over veilige toepassing:
Het door het GPS-systeme gemroduceerde elektromagnetische veld kan instrumenten en meetapparatuur beinvloeden. Denkt u er waarom aan bijv. aan board van een vliegtuig voor het starten of landen, in ziekenhuizen en op andereplaatsen waar radioverkeer aan beperkingen onderworpen is,.altijd de GPS-functie uit te scha-kelen.
Belangrijk (juridisch voorgeschreiben gebruiksbeperkingen):
- In bepaalde landen of regio's is het gebruik van GPS en daarmee samenhangende technologieën zo möglichk beperkt. Voor reizen maar het buitenland dient u zich in elk geval bij de ambassade van het betreffende land, respectievelijk uw reisorganisatie hier-over te lately informeren.
- Het gebruik van GPS in de Volksrepubliek China en in Cuba en in de nabijheid van hun grenzen (uit gezonderd: Hong Kong en Macao) is verboden door de wetten van het land. Overtredingen worden verwolgd door de autoriteiten! Daarom worden de GPS-functie in deze gebieden automatisch gedexeerde.
Met deze camera kutu maar wens combinaties van alle menu-instelingen permanent opslaan, bijv. om ze bij terugkerende situations / onderwerpen snel en eenvoudig te{kunnen oproepen. Er..., Zijn vier geheugenplaatsen voor dergelijke combinaties maybeijk, plus de onveranderlijke fabrieksinstelling die u altijd werk kutoproepen. De naam van de opgeslagen profielen kutu wijzigen. De op deze camera ingestelde profielen kutu op een andere geheugenkaart overdragen om ze in andere camerabody's toe te passen, en u kut profielen die op een andere kaart zich opgeslaagen ook waar deze camera overdragen.
Installingen opslaan / profiel aanmaken
- Gewenste functies in het menu instellen.
- Menupunt User Profiles selectoren,
- in het submenu Save as User Profile, en
- in het bijbehorendesubmenu de gewenste geheugenplaats.
Een profiel kiezen
-
Menupunt User Profiles kiezen.
-
Als u gebruikersprofielen hebt opgeslagen, za de profielnaam wit verschijnen; bovendien zijn ze als active gemarkeerd. Ongebruekte geheugenplaatsen verschijnen grijs.
-
In de submenulijst kiest u het gewenste profiel, ofwel een van de opgeslagen profielen, of Standard Profile (komt overeen met de fabrieksinstelling van de camera).
- De gekozen geheugenplaats worden in de oorspronkelijke menulijst bijvoorbeeld door User 1 aangegeven, in het informatiebeeldschemm (zie paginga 214) door het betreffende symbool, in dit geval
Aanwijzing:
Als u een instelling van een momenteel toegepast profiel wijzigt, zal er in de oorspronkelijke menulijst verschijnen, inplaats van de naam van het eerder toegepaste profiel.
Naam profiel wijzigen
- Menupunt User Profiles selectoren,
- in hetsubmenu Rename User Profile, en
-
in deze submenulijst het gewenste profielnummer.
-
Het toetsenbord-submenu verschijnt. Hetzelfde toetsenbord als bij de functie Copyright (zie pagina 189).
-
De verdere bediening gebeurt net zo als bij de functie Copyright in de stappen 5-7 beschreiben.
Profielen op een kaart opslaan / van een kaart overnemen
- MenupuntUser Profileskiezen,
- in hetsubmenu Export to Card, respectievelijk import from Card,
- in de betreffende vraag-submenu's de procedure bevestigen of afwijzen, en
- Middenkop 30 indrukken.
Aanwijzing:
Bij het ex- en importereren worden in principe alle vier profielen maar (van) de kaart overgedragen; dat wil zaggen: ook profielen die eventuele leeg zich. Als gezolg waarvan worden bij het importereren van profielen alle eventuele reeds op de camera aanwezigeprofielen overschreiben; dat wil zaggen: gewist.
RESETTEN VAN ALLE INDIVIDUELE INSTELLINGEN
Met deze functie=kunt u alle eigen installingen in het hoofdmenu en opnameparameter-menu in een keer op de fabrieksinstallingen terugzetten.
De functie instellen
- Menupunt Reset Camera kiezen,
- in het vraag-submenu de procedure bevestigen of afwijzen, en
- Middenknop 30 indrukken.
Aanwijzingen:
- Dit terugzetten geldt ook voor de eventuele met de functie User Profiles vastgelegde en opgeslagen, individuele profielen.
- Zolang de camera Niet worden UITgeschakeld, geldt dit darüber nicht voor de instellenen onder Date & Time. Na het UIT- en inschakenen van de camera vindtijken een neue opstart plaats; dat wil zaggen: daarna要去en de instelleningen waar worden gereiliseerd.
FORMATTEREN VAN DE GEHEUGENKAART
Gewoonlijk is het Niet nodig reeds gebruekte geheugenkaarten te formatteren. Wanner echter een Niet-geformatteerde kaart voor het eerst worden geplaatst,要去 deze worden geformatteerd.
Aanwijzing:
Maak er.daarom een gewoonte van,al uw opamen zo snel mogelijk op een geheugenmedium,bijv. op de harde schijf van uw computer te kopiernen.Dit geldt vooral als de camera bij een servicegeval samen met de geheugenkaart worden opgestuurd.
Werkwijze
- Menupunt Format SD kiezen,
- in het vraag-submenu de procedure bevestigen of afwijzen, en
- Middenkop 30 indrukken.
Aanwijzingen:
- Schakel de camera Niet uit terwijl een geheugenkaart worden geformatteerd.
- Als de geheugenkaart in een ander apparaat, bijv. een computer is geformatteerd,要去 hem in deze camera opnieuw formatte-ren.
- Als de geheugenkaart Niet kan worden geformatteerd / beschreiben, vraagt u uw dealer of de afdeling Leica Product Support (adres: zie pagina 224) om advies.
MAPPENBEHEER
De beeldgeveens worden op de geheugenkaart in mappen opgeslagen, die automatisch worden aangemaakt. Deze mapnamen bestaan in principe uit achekt tekens: drie cijfers en vijf letters. In de fabrieksinstelling worden de eerste map als 100LEICA aangeduid, de tweede als 101LEICA, enz. Als mapnummer worden in principe het eerste vrij nummer aangemaakt, er zichmaal 999 mappings mogelijk. Als alle nummers zijn verbruikt, verschijnt er een waarschuwing op de monitor.
De individuelle afbeeldingen in de mappen krijgen doorlopende nummers tot en met 9999, behalte als er zich op de geheugenkaart al een afbeelding met een hoger nummer bevindt dan het LASTe dat de camera heeft aangemaaakt. In zulke geallen telt de camera door, volgens de nummering van de afbeelding op deze kaart. Als de actuèle map het beeldnummer 9999 bevat, zal er automatisch een neue map worden aangemaaakt, waarin de nummering wee bij 0001 zal beginnen. Als mapnummer 999 en beeldnummer 9999 zijn bereikt, zal er op de monitor een betreffende waarschuwing verschijnen en zult u de nummering moeten resetten (zie hieronder). Dit kan gebeuren door de geheugenkaart te formatteren, maar ook door een andere geheugenkaart te gelebruiken. Met.dequeue camera kut u bovendien.altijd een neue map aanmaken, zich de naam ervan bepalen, en de bestandsnamen wijzigen.
Mapnaam wijzigen
- Menupunt Image Numbering kiezen, en
-
in het bijbehorende menu New Folder
-
Het toetsenbord-submenu verschijnt. Hetzelfde toetsenbord als bij de functie Copyright (zie pagina 189).
-
De verdere bediening gebeurt net zo als bij de functie Copyright in de stappen 5-7 beschreiben.
- In de invoerregel staat eerst altijd XXX LEICA. De tekens 4-8 können worden gewijzigd. Na de LASTe invoor verschijnt een vraag-submenu.
- De neue mapnaam bevestigen of afwijzen.
Aanwijzing:
Als u een geheugenkaart gebruikt, die nicht met uw camera is geformatteerd (zie pagina 193), zal de camera automatisch een neue map aanmaken.
Bestandsnaam afbeelding wijzigen
- Menupunt Image Numbering kiezen, en
-
in het bijbehorendesubmenu Change Filename.
-
Het toetsenbord-submenu verschijnt. Hetzelfde toetsenbord als bij de functie Copyright (zie pagina 189).
-
De verdere bediening gebeurt net zo als bij de functie Copyright in de stappen 5-7 beschreiben.
- In de invoerregel staat eerst alkijd L100-0001.DNG'. De eerste vierplaatsen können worden veranderd. Na de LASTe invoer verschijnt weeher het Image Numbering -submenu.
Beeldnummers terugzetten
- Menupunt (Image Numbering) kiezen, en
-
in het bijbehorendesubmenu Reset Image Numbering.
-
Een vraag-submenu verschijnt.
- De procedure bevestigen of afwijzen.
DRAADLOZE GEGEVENSOVERDRacht EN AFSTANDSBEDIERING VAN DE CAMERA
U kunt de camera met een iPhone / iPad op afstand bedieren respectievelijk deze toestellen als extern geheugenmedium gebruiken. Hiertoe要去erst de betreffende app op uw iPhone / iPad worden geinstalleerd. Deze app is in de Apple App Store™ beschikkaar voor iOS™ apparaten.
WLAN-activering en keuze van de verbindingsmethoden
Er zijn twee möglichkheden van verbindingsopbouw+tussen uw camera en uw iPhone/iPad. Wanner u toegang heeft tot een WLAN is het raadzaam om de methode bij Join WLAN te gebruiken. Bij deze methode�<|im_start|> camera en iPhone / iPad in hetzelfde WLAN-network aangemeld. Het makes van een directe verbinding (Create WLAN) is met name practisch, wanner geen WLAN beschikbaar is. Bij deze methode brengt de camera een toegangs-punt tot stand, waar u zich met uw iPhone/iPad aan kutn melden.
De functie instellen
- Menuoptie WLAN kiezen,
- in hetsubmenu Function inschakelen, en
- in hetzelfde submenu Create WLAN of Join WLAN.
Met een beschikbaar netwerk verbinden (Join WLAN)
Met deze functie is een toegang tot de beschikbare WLAN-netwerken möglichk.
De functie instellen
-
In het WLAN-submenu Setup selectoren.
-
De camera geeft automatisch een overzicht van de beschikbare netwerken.
- Het gewenste WLAN UIT de networklijk selecteren of met Add Network een verborgenetwork invoeren.
- Met de middenknop het geselecteerde netwerk bevestigen.
- Het toetsenbord-submenu verschijnt.
Directe verbinding (Create WLAN)
Met deze functie is een toeing tot de camera zonder beschikbaar WLAN-network mogelijk.
De functie instellen
- In het WLAN-submenu Setup selectoren.
- De cameranaam bij SSID/Network Name invoeren (indien gewenst). Dit geleurt in een toetsbord-submenu net als voor Copyright beschreiben.
- Een network-wachtwoord bij Password invoeren (indien gewenst). Ook dit gebeurt in een toetsbord-submenu Zoals beschreiben.

A Invoerregel
Toetsenblok
Knop 'Wissen' (wissen van het betreffende staat teken)
Knop 'Bevestigen' (bevestigen van zowel afzonderlijke waarden als afgesloten instellingen; terugkeer maar het vorige menuniveau zonder bevestigen van enige instelling door op de MENU-knop te drukken)
E Veranderen hoofdletters /kleine letters
F Veranderen letters / cijfers en tekens
-
In de invoerregel is de eerste plaat gemarkeerd als gereed voor bewerking. De beschikbare tekens zijn hoofdletters enkleine letters, en een spatie, en na het omschakenen de cijfers tot en met en diverse leestekens. Beide tekengroepen staan steeds in een gesloten lus.
-
Het wachtwoord (indien vereist) invoeren.
Aanwijzingen:
-
Bij het gebruik van apparaten of computersystemen die een betrouwbaardere beveiliging dan WLAN-apparaten vereisen, moet ervoor worden gezorgd dat de juiste maatregelen voor de beveiliging en bescherming gegen storingen op de gebruekte systemen worden toegepast.
-
Leica Camera AG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die kan optreden bij gebruik van de camera voor andere doeleinden dan voor het gebruik als een WLAN-apparaat.
- Aangenomen worden dat het gebruik van de WLAN-functie möglich is in de landen waar deze camera worden verkocht. Er bestaat het gevaar, dat de camera in strijd is met de wetgeving over radiocomunicatie als het worden gebruikt in andere landen dan waarin het worden verkocht. Leica Camera AG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuèle schendingen.
- Houd er rekening mee dat er gevaar is voor het afluisteren van de via de radiocomunicatie verzonden en ontvangen gegevens door derden. Het worden ten zeerste aanbevolen om de versleuteling onder de instellingen van de draadloze toegangspunten te activeren om informatieveiligheid te waarborgen.
- Vermijd het gebruik van de camera in gebieden met magnetische velden, staatische elektriciteit of storingen, bijvoorbeeld in de buurt van magnetrons. Anders bereikt de radiocomunicatie de camera misschien Niet.
- Wonneer de camera in de buurt van apparatuur zoals magnetrons en draadloze telefoons worden gebruikt die de 2,4 GHz-frequentieband gebruiken, kan dit op beiden apparaten beinvloeding van de prestatiesveroorzaken.
- Maak geen verbinding met draadloze netwerken, waar u Niet bevoegt bent om deze te gebruiken.
- Bij geactiveerde WLAN-functie worden draadloze netwerken automatisch gezocht. Wanner dit geleurt, denen ook netwerken worden weergegeven, waarvoor u Niet bevoegt bent om deze te gebruiken (SSID: verwijst maar die naam die wordt gebruikt om een netwerk te identificeren via een WLAN-verbinding). Probeert uECHter nicht om een verbinding tot een dergelijk netwerk tot stand te brengen, odomat dit als onbeveogde toegang zou+kunnen worden beschouwd.
- Het worden aanbevolen om de WLAN-functie in vliegtuigen uit te schakelen
GEGEVENSOVERDRACHT NAAR EEN COMPUTER
De beeldgegevens op een geheugenkaartkest u met een kaart-leesapparaat voor SD-/SDHC/SDXC-kaarten maar een computer overdragen.
Datastructuur op de geheugenkaart
Gegevens die op een kaart+zijn opgeslaagen en maar een computer worden gekopieerd, worden in de mappings 100LEICA, 101LEICA etc. opgeslaagen:
In deze mappen können maximaal 9999 opnamen worden opgesla-gen.
WERKEN MET DNG -RAW DATA
Wonneer u het gestandaardiseerde en toekomst verzekerde DNG (Digital Negativ)-formaat wilt gebruiken, hebt u een gespecialiserde software nodig, om de opgeslagen onbewerkte geveens in de hoogste kwaliteit te converteren, bijvoorbeeld een professionele converter voor onbewerkte geveens Adobe® Photoshop® Lightroom®. Dergelijk beeldbewerkingsssoftware biedt kwalitatief geoptimaliserde algorithmen voor de digitale kleurverwerking, die gewijkelijk bijzonder weinig ruis en een verbazingwekkende beeldresolutie möglichk make.
Bij de bewerking hebt u de möglichkheid achteraf parameters Zoals ruisvermindering, gradatie, scherpte enz. in te stellen en op deze wijze een maximale beeldkwaliteit te realiseren.
INSTALLEREN VAN FIRMWARE-UPDATES
Leica werkkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling en optimalisering van zijn producten. Omdat er bij digitale camera's zeer veel functiesuitsluitend door software worden gestuurd, konnen enkele van deze verbeteringen en uitbreidingen van opties achteraf worden geinstalleerd.
Om deze reden bildet Leica in onregelmatige intervallen zogenaamde firmware-updates aan, die u kunt ophalen op once startpageina. Nadat u de camera op de startup van Leica Camera hebt geregistreerd, worden per nieuwsbrief geinformeerd, wonneer een firmware-update ter beschikking staat. Leica Camera AG infor-meert u over alle{nieuwe updates.
Wanner u vast wilt stellen, welke firmwareversie geinstalleerd is:
Menupunt Camera Information kiezen.
- In de regel Camera Firmware worden rechts in de regel het versie-nummer aangegeven.
Meer details over registratie en firmware-updates voor uw camera en eventuele veranderingen en aanvullingen op de UITvoeringen in de gebruiksaanwijzing vind u in 'Klantgedeelte' onder: https://owners.leica-camera.com
Aanwijzingen:
- Wanneer de batterij onvoldoende is geladen, krijgt u de waarschuwing Battery low. Laad in dit geval eerst de batterij op en herhaal de hierboven beschreven actie.
- Neem alle instructies in acht met betrekking tot het opnieuw in gebruik nemen van de camera.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN EN ONDERHOUD
ALGEMENE VOORZORGSGMAATREGELEN
- Gebruik uw camera Niet in de onmiddellijke nabijheid van apparatuur met sterke magnetevelden en elektrostatische of elektromagnetische velden (zoals inductie-ovens, magnetrons, monitoren van tv of computer, videogame-consoles, mobiele telefoons,Zendapparatuur).
- Wonneer u de camera op een tevisie plaatst, of in de onmiddellijke nabijheid van een tevisie gebruikt, kan het magneetveld beeldregistraties verstoren.
- Hetzelfde geldt voor gebruik in de buurt van mobiele telefoons.
- Sterke magneetvelden, bijvoorbeeld die van luidspekers of grote elektromotoren, können beschadiging van de opgeslagen gegeven, respectievelijk verstoring van de opnamen tot gevolg hebben.
- Gebruik de camera Niet in de onmiddelijkne nabijheid van radio-zenders of hoogspanningsleidingen. Hun elektromagnetische velden konnen de beeldregistrations eveneens verstoren.
- Als de camera door het effect van elektromagnetische velden Niet goed functioneert, deze uitschakelen, de batterij verwijderen en weeplaatsen, en de camera weer inschakelen.
- Bescherm de camera gegen contact met insectenspray en andere agressieve chemicalien. Benzine, verdunner en alcohol mogen ook nicht voor reiniging worden gebruikt.
- Bepaalde chemicalien en vloeistoffen können de behuizing van de camera, respectievelijk het oppervlak beschaden.
-
Omdat rubber en kunststof soms agressieve chemicaliën af-scheiden, mogen ze Niet langere vrij met de camera in contact blijven.
-
Zorg ervoor, dat zand of stof Niet in de camera kan binnendrin-gen, bijvoorbeeld aan het strand. Zand en stof konnen de camera en de geheugenkaart beschadigen. Let hier vooral op bij het verwangen van objectieven en kaarten.
- Zorg ervoor, dat geen water in de camera kan binnendringen, bijvoorbeeld bij sneeuw, regen of aan het strand. Vocht kan tot storingen leiden en zichs onherstelbare schade aan de camera en de geheugenkaart veroorzaken.
- Zorg ervoor dat het flitsschoen-beschemkapje.altijd op+zijnplaats zit als u geen accessoire gebruikt (bijv. flitser of externe Zoeker). Het beschermt bus 28 eenarend lang gegen het binnendringen van water.
- Als er spetterz zout water op uw camera zijn gekomen, bevoch-tigt u een zachte doeck eerst met leidingwater, wringt deze stevig UIT en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doeck goed nawrijven.
MONITOR
De productie van de monitor vindtplaats in een zeer nauwkeurig proces. Zo is verzekerd dat van de in totaal meer dan 1.036.800 pixels maar heel, heel weinig pixels Niet werken, dat wil zeggen dat ze donker blijven, of algijd HOLDER. Dit isECHTER geen storing en beinvloedt de beeldweergave Niet nadelig.
- Wonneer de camera aan grote temperatuurschommelingen worden bloatgesteld, kan zich condens op de monitor vormen. Wis deze voorzichtig met een zachte, droge doek af.
- Als de camera bij het inschakelen zeer koud is, kan de monitor aanvankelijk iota's donkerder zijn dan normala. Zodra deze warmer worden, bereikt de monitor waar jeijn normale helderheid.
SENSOR
- Hoogtestraling (bijvoorbeeld bij vluchten) kan pixeldefectenveroorzaken.
CONDENSATIEVOCHT
- Als er zich condens op of in de camera heeft gezvormd,要去 hem uitschakelen en ongeveer 1(uur bij kamertemperatuur laden liggen. Als kamer-en cameratemperatuur gegelijk,zijn,verdwijnt de condens vanzelf.
ONDERHOUD
Omdat elke verruiling tevens een voedingsbodem voor micro-organismen vormt,要去 de uitrusting zorgvuldig worden schoongehonden.
VOOR DE CAMERA
- Reinig de camera uitsluitend met een zachte, droge doek. Hardnekig vuil要去erst met een sterk verdund afwasmiddel worden bevochtig, enervoigens met een droge doek worden wegveeegd.
- Camera en objectief要去en voor het verwijderen van vlekken en vingerafdrukken met een schone, pluisvrijde doek worden afgeveegd. Vuil in moeilijk toegankelijkte hoeken van de camera-behuizing kan met een Klein borsteltje worden verwijderd. De sluiterlamellen mogen in geen geval worden aangeraakt.
- Alle mechanismisch bewegende lagers en glijvlakken van uw camera zichen gesmeerd. Denk waar aan als u de camera langereijd Niet gebruikt: de camera ongeveer elke drie maanden meerdere keren ontspannen om verharsen van de smeerpunten te vermijden. Het is ook aanbevolen dat u herhaaldelijk alle andere bedieinngselementen verstelt en gebruikt. Ook de afstandsinsteling en diafragma-insteling van de objectieven要去 regelmatig worden bewogen.
- Let op dat de sensor voor de 6-bit codering in de bajonet Niet wordt verruild of verkrast. Zorg er ook voor dat zich waar geen zandkorrels of dergelijkde deeltjes verzamelen die krassen op de bajonet hunnen verroorzaken. Reinig dit onderdeel uitsluitend droog en oefen geen druk uit op het afdekglas!
VOOR OBJECTIEVEN
- Op de buitenlenzen van het objectief要去 het verwijdenen van stof met de zachtte haarpenseel normala gesproken volstaan. Bij sterkere verruiling hunnen deze met een zeer schone, gegardeerd smetvrijne, zachtde doek in cirkelvormige bewegingen van binnen aan buten voorzichtig worden gereinigd. Wij adviseren microvezeldoekjes (verkrijgbaar in de Foto- en optiekzaak) die in een beschermende verpakking worden bewaard en bij temperaturen tot 40^ wasbaar zich (geen wasverzachter, nooit strijken!). Reinigingsdoekjes voor brillen die met chemische middelen+zijn geimpregneerd, mogen Niet worden gebruikt omdat ze het objectiefglas hunnen beschadenigen.
- Let op dat de 6-bit codering in de bajonet (sj) Niet worden verruild of verkrast. Zorg er ook voor dat zich় aan zandkorrels of dergelijkde deeltjes verzamelen die krassen op de bajonet hunnenveroorzaken. Reinig dit onderdeel uitsluitend droog!
- Optimale bescherming van frontlenzen bij ongunstige opnameomstandigheden (bijvoorbeeld zand, spetters zout water!) verkrijgt u metkleurloze UVA-filters. Er moetECHter rekening mee worden gehonden dat ze bij bepaalde tegenlichtsituaties engrote contrasten, zoals bij elk filter, ontgewenste reflexen kunnervoorzaken. Het altijd aanbevelenswaardige gebruik van een tegenlichtkap菩提dextra bescherming gegen ongewenste vingerafdukken en regen.
VOOR DE BATTERIJEN
De oplaadbare Li-ionaccu's genereren stroom door interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beinvloed. Zeer hove en lage temperatu-ren verkorten de verblijftijd en levensduur van de accu's.
- Verwijder de accu.altijd als u de camera langere tijd nicht gebruikt. Anders kan de batterij na enkele weken diep worden ontladen; dat wil zeggen: De spanning daalt sterk, odomat de camera, zichs wanner.Deze isuitgeschakeld, een geringe ruststroom verbruikt (bijvoorbeeld voor de opslag van de datum).
- Li-ionenaccu's moeten in gedeeltelijk opgeladen toestand worden bewaard, dat wil zeggen nicht volledig ontladen, maar ook Niet volledig opgeladen (volgens de individatie op de monitor). Bij zeer langdurige opslag moet de batterij ongeveer tweemaal per一年多 gedurende circa 15 minutes worden opgeladen om diepe ontlading te vermijden.
- Houd de contacten van de batterijen steeds schoon en vrij toegankelijk. Li-ionaccu's zijn weliswaar gegen kortsluiting beveiligd, maar toen mag u de contacten Niet in aanraking lately komen met metalen voorwerpen zoals paperclips of sieraden. Een kort gesloten accu kan zeer heet worden en ernstige brandwondenveroorzaken.
-
Als er een batterij op de grond valt, moet u daarna de behuizing en contacten op eventuele schade controeren. Hetplaatsen van een beschadigde batterij kan de camera beschaden.
-
Als er geuren, verkleuringen, verrormingen, oververhitting of lekkages van vloeistof optreden,要去 onmiddelijk de batterij uit de camera of oplaadapparaat worden verwijderd en要去 deze worden verrangen. Bij voortgezet gebruik van de batterij is er anders een reeel risico voor oververhitting met brand- en/of explosiegevaar!
- Bij brandlucht of lekkende vloeistoffen moet u de batterijukt de buurt van warmtebronnen houden. De lekkende vloeistof kan gaan branden!
- Een veiligheidsklep in de batterij zorgt ervoor dat bij onjuiste om-gang met de batterij eventuele overdruk gecontroleerd kan ont-wijken.
- Met name koude omgevingen können leiden tot een capaciteitsvermindering van de batterij.
- Accu's hebben slechts een beperkte levensduur. Wij adviseren een verranging na circa vieraar.
- Den productiedatum van een batterij is op de body vermeld: WWJJ (WW = kalenderweek / JJ =jaar).
- Geef de schadelijke accu's af aan een verzamelpunt voor correcte recycling.
- Deze accu's mogen Niet voor langere tijd aan ditte of zonlicht en vooral ook Niet aan vochtigheid of water worden bloatgesteld. Bovendien mogen deze batterijen nooit in een magnetron of in een omgeving onder hove druk worden geplaatst wegens gevaar van brand of explosie!
VOOR HET OPLAADAPPARAAT
- Wonneer het oplaadapparaat in de buurt van radio-ontvangers worden gezrukt, kan de ontvangst worden verstoord. Houdussen de apparaten een afstand van minimaal 1 m aan.
- Wonneer het oplaadapparaat worden gebruikt, kan dit geluid veroorzaken ('zoemen'); dit is normala en geen storing.
- Trek de netstekker van het oplaadapparaat eruit als dit Niet worden gezruikt, omdat het ook zonder batterij (zeer weinig) stroom verbruikt.
- Houd de contacten van het oplaadapparaat.altijd schoon en maak nooit kortsluiting.
-
De meegeleverde autolaadkabel
-
mag alleen in 12 V-stroomcircuits worden gebruikt,
- mag in geen geval worden aangesloten als de lader met het net is verbonden.
- Zolang een opname worden opgeslagen of de geheugenkaart worden uitgelezen, mag deze Niet worden verwijderd, cameramag Niet worden uitgeschakeld en Niet aan trillingen worden blootgesteld.
- Geheugenkaarten要去en veiligheidshalte uitsluitend in het meegeleverde antistatische foedraal worden bewaard.
- Bewaar geheugenkaarten Niet op een plaat waar ze aan hoge temperaturen, direct zonlicht, magnetoelden of statische ontla-ding worden blootgesteld.
- Laat de geheugenkaart Niet vallen en buig deze Niet, sondern diesen anders beschadigd kan worden en de opgeslagen geevens verloren können gaan.
- Verwijder.altijd de geheugenkaart als u de camera langerearendiet Niet gebruikt.
- Raak de aansluitingen aan dechterzijde van de geheugenkaart Niet aan en houd ze vrij van vuil, stof en vocht.
- Het is raadzaam de geheugenkaart af en toe te formatteren, sondern voor de fragmentering bij het wissen enige geheugencapaciteit nodig kan zich.
Aanwijzingen:
- Bij gewoon formatteren gaan de gevevens op de kaart voorlopig nog Niet onheroepelijk verloren. Alleen de directory worden gewist zodate de aanwezige bestanden Niet meer direct toegankelijk zich. Met de goede software kuren de gevevens weeer toegankelijk worden gemaakt. Alleen de gevevens die daarna door het opslaan van十几年e gevevens worden overschreven, zich=echt definitief gewist. Maak er.daarom een gewoonte van al uw opnamen altijd zo snel maybek op een veilig geheugenmedium op te slaan, bijv. de harde schijf van uw computer. Dit geldt vooral als de camera bij een servicegeval samen met de geheugenkaart worden opgestuurd.
- Afhankelijk van de toegepaste geheugenkaart kan het formateren wel 3 minutes duren.
REINIGEN VAN DE SENSOR / STOFDETECTIE
Als zich stof- of vuildeeltjes aan het sensor-afdekglas hechten, kan dit, afhankelijk van de grootte, zich manifesteren in donkere punten of vlekken op de opnamen.
Met de optie Dust Detectionkest u controlleren, of er zich stof op de sensor bevindt en hoeveel. Dit is Veel exacter als een visuèle controle en zodoende dus een betrouwbare methode om te{kunnen beoordelen of een reiniging nodig is.
De camera kan voor reiniging van de sensor - tegen een vergoeding - maar de Customer Care van Leica Camera AG worden gestuurd (adres: zie paging 224). Deze reiniging maakt geen deel UIT van de garantie.
U=knt de reiniging ook zelf ter hand nemen; hiervoor dient de menufunctie Open Shutter. Toegang tot de sensor vindt plaats via de opengehonden sluiter.
Stofdetectie
- Menupunt Sensor Cleaning kiezen.
- Het submenu verschijnt.
- Dust detection kiezen.
- De volgende melding Please close the aperture to the largest value [16 or 22], and take a picture of a homogeneous surface (defocussed).
- Drukdontspanner 17 in.
- Op de monitor verschijnt na een korteijd een "foto" waarop zwarte pixels de stofdeeltjes weergeven.
Aanwijzing:
Als de stofdetecie zich nicht möglichk is gebleken, zal er inplaats waarvan een betreffende melding verschijnen.
Na enkele seconden zal het scherm waar teruggaan maar het onder punt 2 genoemde. De opname kan dan herhaald worden.
Reinigen
-
Menupunt Sensor Cleaning kiezen.
-
Het submenu verschijnt.
-
Open Shutter kiezen.
- Een vraag-submenu verschijnt.
- De procedure bevestigen. Bij voldoende accucapaciteit, dat wil zaggen bij minstens 60% za de sluiter opengaan.
- De melding Attention Please switch off camera after Inspection verschijnt.
Aanwijzing:
Wanner de batterijcapaciteit zichter lager is, verschijnt inplaats waar van de waarschuwing Attention Battery capacity too low for sensor cleaning om erop te wijzen dat de optie Niet beschikbaar is, dat wil zaggen Yes nicht kan worden gekozen
- Reiniging realiseren. Neem waar bij beslilst de onderstaande opmerkingen inucht.
- Schakel de camera na de reiniging UIT. De sluiter zal voor de veilighed pas 10s daarna sluiten.
- De melding Attention Please stop sensor cleaning immediately verschijnt.
Aanwijzingen:
- Als basisregel geldt: Op de camera要去 als bescherming gegen het binnendringen van stof e.d. in het binnenwerk van de camera algtd een objctief zich geplaatst, of de kap van de body.
- Om verzinslich de reden moet het wisselen van een objektief snel en in een zo stofvrij möglichke ruimte plaatsvinden.
- Omdat onderdelen van kunststof snel statisch worden opgeladen en dan in toenemende mate stof aantrekken, dient u=kappen van de objectieven en body slechts kort in de zakken van uw kleding te bewaren.
- Om nog meer verruiling te vermijden,要去en inspectie en reini-ging van de sensor in een zo stofvrij möglichke ruimte plaatsvin-den.
- Zwak aanhechtend stof kan met schoon, eventuele geioniseerd gas Zoals lucht of stikstof van het sensor-afdekglas worden geleblazen. Hiervoor kan een (rubber-) blaasbalg zonder borsteltje worden gebruikt. Ook speciale, drukloze reinigingssprays, zoals 'Tetenal Antidust Professional' kunnen conform hun gebruiks-aanwijzing worden gebruikt.
- Als de aangehechte deeltjes op de beschreiben wijze nicht können worden verwijderd, neem dan contact op met de Leica Info-dienst.
- Als de batterijcapaciteit bij geopende sluiter terugloopt tot minder dan 40% , verschijnt op de monitor de waarschuwing Attention Please stop sensor cleaning immediately. Door het uitschakelen worden ook de sluiter waar gesloten.
- Let er beslist op dat u het venster van de sluiter in zo'n geval vrijhoudt. Dat wil zeggen: dat er, om schade te vermiiden, geen voorwerp het correct sluiten van de sluiter verhindert!
Belangrijk:
- Leica Camera AG niedt geen garantie voor schade die door de gebruiker bij het reinigen van de sensor worden veroorzaakt.
- Probeer Niet met de mond stofdeeltjes van het sensor.afdekglas te blazen; dekleinste druppeltjes speeksel konnen al moeilijk te verwijderen vlekken veroorzaken.
- Persluchtreinigers met hoge gasdrukogens nicht worden gebruikt, sondern alles ook schade können veroorzaken.
- Voorkom dat het sensoroppervlak bij inspectie en reiniging met een of ander hard voorwerp in aanraking komt.
OPBERGEN
- Wonneer u de camera eenijd lang nicht gebruikt, is het raadzaam
a. de geheugenkaart te verwijderen (zie pagina 132), en b. de batterij te verwijderen (zie pagina 132) (na uiterlijk 2 maanden gaan de opgeslagenijd en datum verloren). - Een objectief werkkt als een brandglas als het volle zonlicht frontaal op de camera staat. De camera要去 waarom algijd gegen sterke zonznestraling worden beschermd. Hetplaatsen van een objectiefkap, het opbergen van de camera in de schaduw (of gelijk in de tas) kan ertoe bijdragen interne schade aan de camera te voorkomen.
- Bewaar de camera bij voorkeur in een gesloten en gestoffeerd foedraal, zodate er niets tegenaan kan schuren en stof op afstand worden gezogen.
- Bewaar de camera op een droge, voldoende geventileerde plaats, die bescherming biedt gegen hoche temperatuur en vochtigheid. De camera要去 bij gebruik in een vochtige omgeving voor de opslag beslilst vrij zijn van ieder vocht.
- Fototassen die bij gebruik nat+zijn geworden, moeten worden leeggemaakt om beschadiging van uw uitrusting door vocht en eventueel vrijkomende restanten leerlooimiddeluit te sluiten.
- Ter bescherming gegen schimmelvorming, bij gebruik in een vochtig en warm tropisch klimaat,要去 de camera-uitrusting zo veel möglichk aan zon en lucht worden bloatgesteld. Het bewaren in afgesloten koffers of tassen is slechts aan te bevelen als bovendien een droogmiddel, bijvoorbeeld silicagel, worden gebruikt.
- Bewaar de camera ter vermijding van schimmelvorming Niet voor lange tijd in de leren tas.
- Noteer het fabricagenummer van uw camera (in de accessoireschoen gegraveerd!) en de objectieven, waar dat die in geval van verlies uitermateboutigrijk zich.
STORINGEN REMEDIES
De camera reageert nicht op het inschaken.
- Is de accu goed geplaatst?
- Is de accuconditie voldoende? Gebruikt u een opgeladen accu.
- Is de bodemkap goed geplaatst?
Onmiddelijk na het inschaken schakelt de camera zichzelf waar UIT.
- Is de accuconditie voldoende voor de werkking van de camera? Laad de accu op ofplaats een opgeladen accu.
Is er spreke van condens? Dit komt voor als de camera van een koude maar een warmerplaats worden gebracht. Wacht in dat geval eerst tot het condens is verwluchtigd.
De cameraaatzichnietontspannen.
- Er worden beeldgeevensaar de geheugenkaart gekopieerd en nou is het buffergeheugen net vol.
- De capacité van de geheugenkaart is onvoldoende en het buffergeheugen is vol.
Wis Niet meer benodigde opnamen voordat u十几年e maakt. - Er is geen geheugenkaart geplaatst en het buffergeheugen is vol.
- De geheugenkaart is defect of beveiligd gegen schrijven. Schakel de schrijfbbeveliging van de camera uit, respectievelijkplaats een andere geheugenkaart.
- De beeldnummering is verbruikt.
Zet de beeldnummeringtering. - De sensor is oververhit. Geef de camera de möglichkeid om af te koelen.
De opname kan nicht worden opgeslagen.
- Is een geheugenkaart geplaatst?
- De capacititeit van de geheugenkaart is onvoldoende.
Wis Nieteer benodigde opnamen voordat u十几年e maakt.
- De kwaliteit van het monitorbeeld worden onder een große hoek in原則�inder.
Als u loodrecht op de monitor kijkt en het beeld is te donker of te Licht: Stelt u een andere lichtsterkte in, of gebruik de als accessoire verkrijgbare, externe elektronische zoeker.
De zojuist gemaakte opname worden nicht op de monitor getoond
- Is (indien de camera in de opnamemodus staat) de optie Auto Review ingeschakeld?
De opname kan nicht worden getoond.
- Is een geheugenkaart geplaatst?
- Erijken geen gegevens op de geheugenkaart.
De tijd en datum+zijn onjuist respectievelijk Niet meer aanwezig.
- De camera werd lange tijd Niet gebruikt;vooral bij verwijderde accu. Plaats een volledig opgeladen accu. Stel datum en tijd in.
APPENDIX
DE WEERGAVEN IN DE ZOEKER


- Lichtkaders voor 50~mm en 75~mm^1 (voorbeeld)
- Meetveld voor afstandsinstelling
- Met LED's1 (Light Emitting Diodes - lichtdiodes) voor:
a. Digitale individatie met vier tekens, met onder- en bovenlig-gende punten
88 Digitale weergave:
- Weergave van de automatisch berekende sluiertijd bij tijdautomaat A, respectievelijk bij het verstreijken van langere sluiertijden dan 1 s
- Waarschuwing voor waarden onder respectievelijk boven het meetbereik of het instelbereik bijijdautomaat A
- Indicatie van de belichtingscorrectie (kortstondigijdens de instelling, of voor ongeveer 0,5s bij het activeren van de belichtingsmeting door kort halverwege indrukken van de ontspannop)
- Aanduiding (tijdelijk) van vol buffergeheugen
- Indicatie ontbrekende geheugenkaart (Sd)
- Aanduiding volle geheugenkaart (Full)
b. Bovenliggend punct:
- Aanduiding (branden) van actief meetwaardegeheugen
c. Onderliggend punct:
- Aanduiding (knipperen) van actieve belichtingscorrectie
d. Tweedriehoekige en een Ronde LED:
- Bij handmatige belichtingsinstellung: gemeinschappelijk als lichtschaal voor de belichtingsregeling. Driehoekige LED's geen deoodzakelijkde draairichting aan voor zowel de diafragmaring als het instelwieltje van de sluitertijden.
- Waarschuwing voor waarde onder het meetbereik
e. Flitssymbool:
- Flitsparaatstatus
- Informatie over de flitsbelichting vór en na de opname
DE INDICATIONS OP DE MONITOR
BJ OPNAME
In Live View-modus

1 Witbalans-modus
2 Bestandsformaat / compressieniveau / resolutie
3 Methode belichtingsmeting
4 Ontspanner-/Drive Mode-modus
5 WLAN (uitsluitend, indien ingeschakeld, verschillende weergaven, afhankelijk van de ontvangsstituatie)
GPS (uitsluitend, indien ingeschakeld, verschillende weergaven, afhankelijk van de ontvangstituatie)
7 Lichtsterkte/brandpuntsafstand of type objectief
Batterijcapaciteit
9 Opname-histogram
10 Clipping-markering onder- (blauw), respectievelijk overbelichte (rood) onderwerpden
11 Markering scherp ingestelde randen in het onderwerp (Focus Peaking)
12 Spot-belichtingsmeetveld (uitsluitend als meetmethode is ingeschakeld)
13 Raster (twee varianten selecteerbaar)
14 Belichtingsmodus
ISO-gevoeligheid/-instelling
16 Lichtschaal
17 Belichtings-correctieschaal
18 Sluitertijd
19 Belichtingssimulatie
20 Resterende aantal opnamen inclusief tendensweergave door staafdiagram
21 Weergave van de grootte en de locatie van de uitsnede (alleen bij vergroting van een fragment)
In de Zoekermodus (met een druk op de middenknop)

22 Batterijcapaciteit, vergeleken met de Live View-modus met extra tendensweergave door staafdiagram
23 Geheugenkaart-capaciteit inclusief tendensweergave door staafdiagram
24 Gebruekte profiel-geheugenplaats (uitsluitend indien ingeschakeld)
BJ WEERGAVE

1 Witbalans-modus
2 Bestandsformaat / compressieniveau / resolutie
3 Methode belichtingsmetting
4 Ontspanner-/Drive Made-modus
5 WLAN (uitsluitend, indien ingeschakeld, verschillende weergaven, afhankelijk van de ontvangsstituatie)
GPS (uitsluitend, indien ingeschakeld, verschillende weergaven, afhankelijk van de ontvangsstuatie)
7 Lichtsterkte/brandpuntsafstand of type objectief
Batterijcapaciteit
Weergave-histogram
10 Bestandsnummer van de getoonde opname
Symbol voor gemarkeerde opname
12 Clipping-markering onder- (blauw), respectievelijk overbelichte (rood) onderwerpden
13 Weergave van de grootte en de locatie van de uitsnede (alleen bij uitsneden)
14 Belichtingsmodus
ISO-gevoeligkeit
16 Lichtschaal
17 Schaal voor belichtingscorrecties
18 Sluitertijd
19 Totaalaantal opnamen op de geheugenkaart inclusief staafdiagram voor weergave voor relatieve situatie in verhouding tot het totaalaantal opnamen
20 Geselecteerd beeld / gselecteerde beeldgroep (alleen bij verkleinde weergave van 12 / 20 afbeelden)
Wismenu

21 Wismenu met menupunten
BIJ MENUBEDIENING

1 Weergave van het menugedeelte FAVORITES (uitsluitend, als minstens een menupunt aan dit menu is toegewezen)
2 Menuoptie
3 Instellen van menu-item
4 Verwijzingaar submenu
5 Schuifbalk met paginamarkering (alleen in het hoofdmenu)
DE MENUPUNTEN
| Fabrieksinstalling menu FAVORITES | Bruikbaar voor menu FAVORITES | Pagina | |
| Lens Detection | × | 150 | |
| Drive Mode | × | × | 140/172/188 |
| Exp. Metering | × | 168 | |
| Exp. Compensation | × | × | 171 |
| Flash settings | × | × | 186/187 |
| ISO Setup | × | × | 156 |
| White Balance | × | × | 154 |
| Photo File Format | × | × | 152 |
| JPG Settings | × | × | 152-153 |
| (Deelpunt van.JPG Settings) | |||
| Auto Review | × | 176 | |
| Capture Assistants | × | 161 | |
| EVF/Display Control | × | 161-163/165-166 | |
| User Profiles | × | 148 | |
| Customize Control | × | 192 | |
| Display Brightness | × | 160 | |
| EVF Brightness | × | 160 | |
| Fabrieksinstelling menu FAVORITES | Bruikbaar voor menu FAVORITES | Pagina | |
| Auto Power Saving | × | 148 | |
| WLAN | × | 196 | |
| GPS1 | × | 190/147 | |
| Date & Time | × | 146-147 | |
| Language | × | 146 | |
| Reset Camera | × | 193 | |
| Format SD | × | 193 | |
| Image Numbering | 194-195 | ||
| Sensor Cleaning | 206 | ||
| Camera Information | 117/189/199 |
1 Menupunt is alleen beschikbaar met geplaatste Leica Visoflex zoeker (als toebehoren verkrijgbaar).
TREFWOORDENREGISTER
Aanduiding van de onderdelen 124
Afstandsinstelling. 164
Afstandsmeter 162
Deelbeeldmethode 164
Instelwiel 124
Meetveld 158/210
Mengbeeldmethode 164
Op de monitor 165
Scherpte instellingshulpjes 165/166
Alle individuelle menu-installingen terugstellen 193
Batterij,plaatsen en eruit nemen. 244
Beeldeigenschappen (contrast, scherpte, kleurverzadiging) ..... 153
Beeldfrequentie 140
Beeldveldkiezer 159
Bekijken van de opname 176
met de Auto Review-functie (automatische weergave) 176
met de PLAY-functie 176
Belichting / belichtingsregeling / belichtingsmeter
Automatische belichtingsseries. 172
Belichtingscorrecties 170
Handmatige instelling 174
Inschakelen 139
Meetbereik 175/220
Meetmethoden 168
Meetwaardenopslag 170
Tijdautomaat 169
Uitschakelen 139
Waardes boven of onder het meetbereik 175
Bewaren 208
Contrast, zie beeldeigenschappen
Copyright 189
Datastructeur op de geheugenkaart 198
Datum en tintd. 146
Diafragma-insteling 124
DNG 152/199
Draagriem 128
Firmware-downloads 199
Flitsmodus 182
Flitsapparaten 182
Synchronisatie. 186
Formaatkader 158/210
Formatteren van de geheugenkaart 193
Fragment, zie Weergavemodus 178
Gegevensoverdracht aan een computer. 198
Geheugenkaart,plaatsen en eruit nemen. 134
Gevoeligheid 156
GPS 190
Histogram 162/212
Hoofdschakelaar 138
HSS-flits 180
In-/uitschakelen 138
Infodienst, Leica Product Support 224
Intervalopname 188
ISO-gevoeligheid 156
Klantendienst 224
Kleurverzadiging, zie beeldeigenschappen
Leveringsomvang 116
Lichtkader-meetzoeker 158/210
Live View 160/165
Menubediening 142
Menupunten 217
Menutaal 146
Monitor. 160
Objectieven, Leica M. 135
Gebruik van aanwezigoejectieven. 135-136
Opbouw 124
Plaatsen en verwijderen 137
Onbewerkte gegevens 152
Onderdelen,benaming van de 124
Onderhoud. 202
Ontspanner, zie ook Sluiter en Technische gegevens..... 139/222
Opname wissen 180
Reparities / Leica Customer Care 224
Resolutie. 152
Scherpte, zie beeldeigenschappen
Scherptediepteschaal. 124
Serieopnames. 140
Sluiter, zie Ontspanner en Technische gegevens
Storingen en oplossingen 208
Tijd/diafragma-combinatie, zie belichtingsinstellung. 174
Tijdautomaat 169
Tijdinstelwie1 141
Uitschakeling, automatische 260
Vergroten van de opname 165/178
Vervangende onderdelen. 116
Voorzorgsmaatregelen 200
Waarschuwingen 122
Weergavemodus. 176
Weergeven
in de Zoeker 210
op de monitor. 211
Wisselobjectieven 135
Witbalans. 154
WLAN 196
Zelfontspanner 188
Zoeker
Lichtkader 158/210
Weergeven 210
TECHNISCHE GEGEVENS
Camera type
Leica M10, compacte digitale meetzoeker-systeemcamera
Typenummer
3656
Objectiefaansluiting
Leica M-bajonet met extra sensor voor 6-bit codering
Objectiefsystem
Leica M-objectief, Leica R-objectief via adapter plaatbaar (verkrijgbaar als accessoire, zie pagina 116)
Opnameformaat / beeldsensor
CMOS-chip, actief vlak circa 24 × 36 ~mm
Resolutie
DNG™: 5976 x 3992 pixels (24 MP),
JPEG: 5952 x 3968 pixels (24 MP), 4256 x 2832 pixels (12 MP), 2976 x 1984 pixels (6 MP)
Gegevensindelingen
DNG™ (onbewerkte gegevens), zonder verlies gecomprimeerd, JPEG
Bestandsgrootte
DNGTM: 20-30 MB, JPEG: Afhankelijk van resolutie en beeldinhoud
Buffergeheugen
2 GB / 16 opnamen in série
Witbalans
Automatisch, handmatig, 8 voorinstelleningen, instelling kleurtemperatuur
Opslagmedium
SD-kaarten tot 2 GB / SDHC-kaarten tot 32 GB / SDXC-kaarten
Menutalen
Duits, Engels, Frans, Spaans, Italiaans, Portugees, Japans, traditionnel Chinees, vereenvoudigd Chinees, Russisch, Koreaans
Belichtingsmeting
Belichtingsmeting door het objectief (TTL), bij ingesteld diafragma; Meetprincipe/-methode
Bij de meting van het door de lichte lamellen van het 1ste sluitergordijn op een meetelc gereflecteerde Licht: sterk op het centrum georienteerd; bij de meting op de sensor: spot-, centrum-georienteerde of multi-segment-meting
Meetgebied
Komt overeen bij kamertemperatuur en normale luchtvochtigheid en ISO 100 bij diafragma 1,0 EV-1 tot EV20 bij diafragma 32. Als de linker driehoekige LED in de zoeker knippert, duidt dit op waar den onder het meetgebied
Gevoeligheidsbereik
ISO 100 tot ISO 50000, vanaf ISO 200 in 13 ISO-stappen instelbaar, maar keuze automatische regeling of handmatige instelling
Belichtingsmodussen
Naar keuze automatische regeling van de sluitertijd met handmatige diafragma-selectie -tijdautomaat A, of handmatige instelling van sluitertijd en diafragma
Flits-belichtingsregeling
Aansluiting flitsapparaten
Via accessoireschoen met midden- en regelcontacten
Synchronisatie
Naar keuze op het eerste of tweede sluitergordijn schakelbaar
Flitssynchronisatietijd
= 1180s; langere sluitiertijden zich筹码 jonne wanner synchronisa
tietijd worden anderschreden: automatisch overschakelen maar
TTL-lineair flitsen met HSS-compatible Leica systemdflitsapparaten
Flits-belichtingsmeting
Door middel van centrumgeoriënteerde TTL-oorflitsmeting met
Leica flitsapparaten (SF40, SF64, SF26), respectievelijk systeme
conformé flitsapparaten door middel van SCA3502 M5-adapter
Flitsmeetcel
2 silicium-fotodiodes met convergerende lens op de camerabodem
Flits-belichtingscorrectie
±3 EV in 1% EV-stappen
Displays in flash-modus (alleen in de Zoeker)
Door middel van flitssymbol-LED
Zoeker
Contractieprincipipe
Grote,Holdere lichtkader-meetzoeker met automatische parallaxcompensatie
Oculair
Afgestemd op -0,5 dioptrie; correctielenzen verkrijgbaar van -3 tot +3 dioptrieën
Beeldveldbegrenzng
Door twee oplichtende kaders: Voor 35 en 135 mm, ofwel 28 en 90mm, ofwel 50 en 75 mm; automatische omschakeling als het objectief worden geplaatst
Parallax-compensatie
Het horizontale en verticale verschil tussen zoeker en objectief wordt overeenkomstig de afstandsinstalling automatisch gecompenseerd, dat wil zeggen het lichtkader van de zoeker komt automatisch overeen met de door het objectief geregistreerde uitsnede van het onderwerp
Overeenstemming van zoekerbeeld en werkelijk beeld
De afmetingen van de lichtkaders komen bij een afstandinstelling van 2 m exact overeen met de sensorafmetingen van circa 23,9 x 35,8 mm; wonneer op oneindig is ingesteld, worden er, afhankelijk van de brandpuntsafstand, circa 7,3 % (28 mm) tot 18 % (135 mm) méér door de sensor gezien dan het betreffende lichtkader aan-duidt en vice versa iets minder bij kortere afstanden dan 2 m
Vergroting (voor alle objectieven) 0,73-voudig
Grootbasis afstandsmeter
Deelbeeld- en mengbeeldafstandsmeter in het midden van het zoekerbeeld, als holder veld gemarkeerd
Effectieve meetbasis
50,6 mm (mechanische meetbasis 69,31 mm x zoeker vergroting 0,73x)
Weergeven
In de Zoeker
Digitale individatie met vier tekens, met onder- en bovenligende punten
Op hinterwand
3" kleuren-TFT-LCD-monitor met 16 miljoen kleuren en 1.036.800 pixels, circa 100% beeldveld, afdekglas van extreem hard, bijzonder krasbestendig Gorilla®-glas, kleurruimte: sRGB, voor Live View- en weergavemodus, indications
Sluiter en ontspanning
Afsluiting
Spleetsluiter van metalen lamellen met verticaal verloop
Sluitertijden
Bij tijductautomaat: (A) traploos van 125 s tot 14000 s., bij handmatige instelling: 8 s tot 14000 s in halve niveaus, van 8 s tot 125s in hele niveaus, B: voor langdurige opnamen tot maximaal 125s (SAMEN met zelfontspanner T-functionie, dat wil zichgen 1ste ontspannen= sluiter opent, 2de keer ontspannen= sluiter sluit), ←(1/180s): möglichkheid van erg korte sluitertijd voor flitssynchronisatie, HSS linear flitsen met sluitertijden korder dan 1180 s (HSS-compatible Leica-systemeflitsapparaten)
Serieopnamen
circa 5 beelden/s, 30-40 beelden in série (afhankelijk van verschil-lende instelleningen)
Ontspanknop
Tweetraps, eerste niveau: activering van de camera-elektronica belichtingsmeting en meetwaardeopSLag (bij tijdautomaat), tweede niveau: ontspanning, standard schroefdraad voor draadontspanner is geintegreerd.
Zelfontspanner
Voorlooptijd waar keuze 2 s (bij tijdu automaat en handmatige insteling van de belichting) of 12 s via menu instelbaar. Indicatie door knipperende lichtdiode (LED) aan de voorzijde van de camera, evenals indicatie op de monitor
De camera in-/uitschakelen
Met hoofdschakelaar op de camera-afdekkap, maar keuze zichstandig uitschakelen van de camera-elektronica na circa 2/5/10 min; opnieuw activeren door aantippen van de ontspanner
Voeding
1 Lithium-ionen batterij, nominale spanning 7,4 V, capacitit
1300 mAh.; maximale laadstroom-/spanning:
Gelijkstroom 1000 mA, 7,4 V; modelnummer: BP-SCL5
fabrikant: PT. VARTA Microbattery, geproduced in Indonesie
Oplaadapparaat
Ingangen: wissenschaften, 100-240 V, 50 / 60 Hz, 300 mA, automatische omschakeling of gelijkspanning 12 V / 1,3 A; uitgang: gelsektroom nominal 7,4 V, 1000 mA / maximaal 8,25 V, 1100 mA; modelummer: BC-SCL5, fabrikant: Guangdong PISEN Electronics Co, Ltd., geproduced in China
GPS (alleen beschikbaar met geplaatste Leica Visoflex Zoeker, als toebehoren verkrijgbaar)
Inschakelbaar (wegens nationale wetgeving nicht overal beschikbaar; dat wil zeggen: schakelt in denen landen automatisch UIT), de gegevens worden in de EXIF-header van de beeldbestanden wegeschreven.
WLAN
Voldoet aan standaard IEEE 802.11b/g/n (standaard WLAN-protocol),
kanaal 1-11; encryptie-methode:WiFi-compatibel WPA™/
WPA2™-encryptie, toegangsmethode: Infrastructuurwerking
Camerabehuzing
Materialial
Volledig metalen body van gegoten magnesium, afgewerkt met kunstler; afdekkap en bodemkap van messing, zwart of silver verchroomd
Beeldveldkiezer
Maakt het möglich de beiden lichtkaders steeds handmatig op te roepen (bijvoorbeeld voor het vergelijkken van fragmenten)
Statiefschroefdraad
A 1 / 4 (1 / 4^) DIN van roestvast staal in bodem
Gebruiksvoorwaarden
0-40°C
Interfaces
ISO-accessoireschoen met extra contacten voor Leica Visoflex zoeker (als toebehoren verkrijngbaar)
Maten
(breedte x diepte x hoogte) circa 139 × 38,5 × 80 ~mm
Gewicht
circa 660g (met batterij)
Leveringsomvang
Oplaadapparaat 100-240 V met 2 netsnoeren (Euro, USA, voor sommige exportmarktken afwijkend) en 1 autolaadsnoer, lithium-ionenaccu, draagriem, bajonetdeksel voor behuizing, deksel voor accessoireschoen
LEICA SERVICEADRESSEN
Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook over de meegeleverde software, worden schriftelijk, Telefonisch of per e-mail beantwoord door de afdeling Product Support van Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van handleidingen is dit uw contactadres. U kunt uw vragen eveneens via het contactformulier op de website van Leica Camera AG aan onsRCTEN.
Leica Camera AG
Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade kunt u gelebruik makev van de Customer Care van Leica Camera AG of de reparationservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land (voor adressenlijst zie garantiebewijs).
Leica Camera AG
Customer Care
Am Leitz-Park 5