EH631BL18E - Kookplaat SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EH631BL18E SIEMENS in PDF-formaat.

Page 23
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Inhoudsopgave Klik op een titel om naar de pagina te gaan
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIEMENS

Model : EH631BL18E

Categorie : Kookplaat

Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EH631BL18E - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EH631BL18E van het merk SIEMENS.

GEBRUIKSAANWIJZING EH631BL18E SIEMENS

INSTALLATIEVOORSCHRIFT 21 Montage 21 Belangrijke aanwijzingen 23 Gereedmaken van de meubels waarin het apparaat wordt gemonteerd, afbeeldingen 1/2/3/4 23 Installeren van het apparaat, afbeeldingen 5/6 24 Wijzigen van de vermogensintensiteit voor de aansluiting 13 / 16 / 20 Ampère, afbeelding 7 24 Het apparaat demonteren 24 GEBRUIKSAANWIJZING 25 Veiligheidsvoorschriften 25 Oorzaken van schade 26 Bescherming van het milieu 27 Milieuvriendelijk afvoeren 27 Tips om energie te besparen 27 Koken op Inductie 27 Voordelen van het Koken op Inductie 27 Pannen 27 Het apparaat leren kennen 28 Het bedieningspaneel 28 De kookzones 28 Restwarmte-indicator 28 Programmeren van de kookplaat 29 De kookplaat in- en uitschakelen 29 Afstellen van de kookzone 29 Kooktabel 29 Kinderslot 30 Het kinderslot activeren en deactiveren 30 Automatisch kinderslot 30 Functie Powerboost 31 Activeren 31 Deactiveren 31 Timerfunctie 31 Een kookzone automatisch uitschakelen 31 De kookwekker 31 Automatische tijdslimiet 32 Basisinstellingen 32 Toegang tot de basisinstellingen 33 Onderhoud en reiniging 33 Kookplaat 33 Omlijsting van de kookplaat 33 Repareren van storingen 33 Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat 34 Servicedienst 34 Geteste gerechten 35

D E F Belangrijke aanwijzingen

Montage op de lade, afbeelding 2a

Veiligheid: de veiligheid gedurende het gebruik is alleen gegarandeerd indien de montage in technisch opzicht op correcte wijze en in overeenstemming met dit installatievoorschrift uitgevoerd is. De installateur is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een ongeschikte montage.

Metalen voorwerpen die zich in de lade bevinden kunnen hoge temperaturen bereiken, wat te wijten is aan luchtcirculatie afkomstig van de ventilatie van de plaat. Als dit gebeurt is het raadzaam om een tussensteun te gebruiken.

Elektrische aansluiting: deze mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegd vakman. Deze wordt geregeld door de voorschriften van de elektriciteitsmaatschappij van de zone.

Tussensteun: u kunt een houten paneel gebruiken (afbeelding 3) of een geschikt accessoire aanschaffen bij onze technische dienst. De referentiecode van dit accessoire is 686002. Werkblad: moet een dikte hebben van ten minste 20 mm.

Type aansluiting: het apparaat behoort tot beschermingsklasse I en mag alleen worden gebruikt in combinatie met een aansluiting met aardgeleiding.

De afstand tussen de bovenzijde van de kookplaat en de bovenzijde van de lade moet 65 mm bedragen.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor de ongeschikte werking en de mogelijke schade veroorzaakt door ongeschikte elektrische installaties.

Montage op een oven, afbeelding 2b

Installatie: het apparaat moet worden aangesloten op een vaste installatie waarin middelen voor uitschakeling zijn ingebouwd, in overeenstemming met de reglementeringen van de installatie. Montage ingebouwd onder het werkblad: inductieplaten mogen alleen worden geïnstalleerd op een lade, ovens met gedwongen ventilatie van hetzelfde merk of vaatwassers van hetzelfde merk. Onder de kookplaat mogen geen koelkasten, ovens zonder ventilatie of wasmachines geïnstalleerd worden. Voedingskabel: zorg ervoor dat de voedingskabel niet bekneld raakt of langs scherpe randen loopt. Indien er een oven onder gemonteerd is, laat de kabel dan via de achterste hoeken van de oven tot de aansluitkast lopen. Hij moet zo geplaatst worden dat er geen hete delen van de kookplaat of de oven geraakt worden. Werkblad: vlak, horizontaal, stabiel. Volg de instructies van de fabrikant van het werkblad op. Garantie: een ongeschikte installatie, aansluiting of montage houdt het verlies van de geldigheid van de garantie van het product in. Aanwijzing: Elke manipulatie in het apparaat, met inbegrip van de vervanging van de voedingskabel, moet worden uitgevoerd door personeel van de Technische Dienst met een specifieke opleiding.

Gereedmaken van de meubels waarin het apparaat wordt gemonteerd, afbeeldingen 1/2/3/4

Werkblad: moet een dikte hebben van ten minste: ■ ■

20 mm als het op een compacte oven geïnstalleerd wordt. 30 mm als het op een niet-compacte oven geïnstalleerd wordt.

Als de plaat op een compacte oven geïnstalleerd is, moet er een afstand van 60 mm worden opengelaten tussen de bovenzijde van de oven en de bovenzijde van het werkblad. Montage op de vaatwasmachine, afbeelding 2c Er moet een tussenliggend accessoire geïnstalleerd worden. Dit accessoire moet bij onze technische dienst besteld worden. De referentiecode van dit accessoire is 686002. Werkblad: moet een dikte hebben van ten minste 20 mm en maximaal 40 mm. De afstand tussen de bovenzijde van de kookplaat en de bovenzijde van de vaatwasmachine moet bedragen: ■

60 mm als het op een compacte vaatwasmachine geïnstalleerd wordt. 65 mm als het op een niet-compacte vaatwasmachine geïnstalleerd wordt.

Ventilatie, afbeelding 4 In verband met de ventilatie van de kookplaat zijn de volgende punten noodzakelijk: ■

een opening aan de bovenzijde van de achterwand van het meubel (afbeelding 4a). ruimte tussen de achterzijde van het meubel en de keukenwand (afbeelding 4b).

Inbouwmeubelen: ten minste bestand tegen een temperatuur van 90°C. Vrije ruimte: verwijder de spaanders na de snijwerkzaamheden. Snijoppervlakken: afdichten met hittebestendig materiaal. 23

Installeren van het apparaat, afbeeldingen 5/6 Sluit het apparaat op de stroom aan en controleer de werking. ■ ■

Spanning, zie gegevensplaatje. Sluit het alleen aan volgens het aansluitschema (afbeelding 6). 1. Bruin 2. Blauw 3. Geel en groen

Wijzigen van de vermogensintensiteit voor de aansluiting 13 / 16 / 20 Ampère, afbeelding 7 Alvorens de plaat voor het eerst in te schakelen, moet u controleren of de plaat op de correcte vermogensintensiteit aangesloten is. Om de vermogensintensiteit van de plaat te wijzigen, moet u onderstaande stappen uitvoeren: 1. Schakel de kookplaat in met de hoofdschakelaar. Plaats

geen enkele pan op de kookzones.

2. Stel tijdens de volgende 60 seconden alle kookzones op de

gewenste vermogensstand volgens de vereiste vermogensintensiteit, zie tabel.

Vermogensintensiteit in Ampère

3. Schakel de kookzones één voor één uit, beginnend bij de

kookzone onderaan rechts, linksom.

4. Op de visuele indicator van de kookzones aan de rechterkant

wordt de geselecteerde vermogensintensiteit getoond.

5. Schakel de kookplaat uit met de hoofdschakelaar.

De geselecteerde vermogensintensiteit werd correct bewaard.

Het apparaat demonteren Sluit het apparaat af van het verdeelnet. Neem de kookplaat uit door van beneden af druk uit te oefenen. Attentie! Schade aan het apparaat! Probeer het apparaat niet uit te nemen door hem van bovenaf uit te wippen.

GEBRUIKSAANWIJZING Produktinfo

Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.siemens-home.com en in de online-shop: www.siemens-eshop.com

: Veiligheidsvoorschriften Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren. Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren. Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift. Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes. Geen afdekplaten of ongeschikte kinderbeveiligingsroosters gebruiken. Deze kunnen ongevallen veroorzaken, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening. Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel. Heeft u een pacemaker of soortgelijk medisch hulpmiddel geïmplanteerd, dan dient u speciale voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij het gebruiken of in de buurt komen van inductiekookplaten als die in werking zijn. Raadpleeg uw arts of de fabrikant van het hulpmiddel, om er zeker van te zijn dat het voldoet aan de geldige regelgeving en informeer omtrent mogelijke incompatibiliteit. Risico van brand! ■ Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. ■ De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. ■ Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. ■ De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Risico van verbranding! ■ De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Risico van brand!

De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. ■ Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat. ■ Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat. Kans op een elektrische schok! ■ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice. ■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. ■ Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. ■ Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. ■

Ris ico van verbrand ing!

K ans op een elek trische schok!

K ans op een elek trische schok!

Gevaar voor beschadiging! Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen daar geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren. Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden. Risico van letsel! ■ Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen. ■ Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn. Risico v an letsel!

Oorzaken van schade Attentie! ■

K ans op een elek trische schok!

Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken. Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken. Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken. Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen. Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden.

Algemeen overzicht In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade: Schade

Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper.

Ongeschikte reinigingsproducten

Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten.

Zout, suiker en zand

Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of steun.

Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op Controleer de pannen. de vitroceramische plaat veroorzaken Verkleuringen Afbladderingen

Ongeschikte reinigingsproducten

Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten.

Aanraking van de pannen

Til kookpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen.

Suiker, levensmiddelen met een hoog suikerge- Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. halte

Bescherming van het milieu Milieuvriendelijk afvoeren Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Gebruik altijd het deksel dat overeenstemt met elke kookpan. Wanneer zonder deksel gekookt wordt, is aanzienlijk meer energie nodig. Gebruik een glasdeksel om een goede zichtbaarheid te hebben zonder dat u het deksel van de pan hoeft te nemen.

Gebruik pannen met een vlakke bodem. Bij een niet vlakke bodem wordt meer energie verbruikt. De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. Opgelet: pannenfabrikanten duiden gewoonlijk de bovenste diameter van de pan aan, die meestal groter is dan de diameter van de bodem van de pan. Gebruik een kleine pan voor kleine hoeveelheden. Een grote, weinig gevulde pan vereist veel energie. Gebruik weinig water voor het koken. Op deze wijze wordt energie bespaard en blijven alle vitaminen en mineralen van de groenten behouden. Selecteer de laagste vermogensstand die het kookpunt behoudt. Met een te hoge stand wordt energie verspild.

Koken op Inductie Voordelen van het Koken op Inductie Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen: ■

Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een niet geheel ferromagnetische bodem. Bij het gebruik van grote pannen met een ferromagnetische zone met een kleinere diameter, wordt enkel de ferromagnetische zone verwarmd, zodat de warmte niet homogeen kan worden verdeeld.

Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd. Dit werkt energiebesparend.

Pannen met aluminium kookzones in de bodem verkleinen de ferromagnetische zone, zodat het geleverde vermogen lager kan zijn en er problemen kunnen ontstaan bij de detectie van de pan en het kan zelfs zijn dat deze niet wordt gedetecteerd.

Eenvoudiger in onderhoud en reiniging. Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel. Warmte- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknop wordt gedrukt. De inductiekookzone levert geen warmte meer af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld.

Om goede kookresultaten te verkrijgen, is het raadzaam dat de diameter van de ferromagnetische zone van de pan is afgestemd op de maat van de kookzone. Als de pan op een kookzone niet wordt gedetecteerd, probeer hem dan op de zone met een iets kleinere diameter.

Pannen Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van: ■

speciale pannen voor inductie van roestvrij staal.

Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of de bodem van de pan wordt aangetrokken door een magneet.

Niet geschikte pannen Gebruik nooit straalplaten of pannen van: ■

Kenmerken van de bodem van de pan De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard.

Geen pan of ongeschikte afmeting Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit. Lege pannen of pannen met een dunne bodem Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet

worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst. Pandetectie Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan.

Het apparaat leren kennen Op pagina 2 vindt u informatie over afmetingen en vermogens van de kookzones

Het bedieningspaneel

Bedieningsvlakken Bij het aanraken van een symbool wordt de overeenkomstige functie geactiveerd. Aanwijzing: Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking.

De kookzones Kookzone

$ Enkelvoudige kookzone

Gebruik een pan met de geschikte maat.

Gebruik enkel pannen die geschikt zijn om te koken op inductie, zie hoofdstuk “Geschikte pannen".

Restwarmte-indicator De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aanduidt welke nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan. Ook als de plaat uitgeschakeld is, blijft de indicator œ of •, branden zolang de kookzone warm is. Als de pan van de plaat genomen wordt voordat de kookzone uitgeschakeld is, verschijnen afwisselend de indicator œ o • en de geselecteerde vermogensstand.

Programmeren van de kookplaat In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld.

De kookplaat in- en uitschakelen De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.

2. Druk binnen de volgende 10 seconden op het symbool

+ of -. De basisinstelling wordt getoond: Symbool + vermogensstand 9 Symbool - vermogensstand 4

Inschakelen: druk op het symbool #. Er klinkt een akoestisch signaal. De indicator die zich naast de hoofdschakelaar bevindt en de indicatoren ‹ van de kookzones gaan branden. De kookplaat is klaar om te werken. Uitschakelen: druk op het symbool # totdat de indicatoren doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. De restwarmteindicator blijft branden tot de kookzones voldoende afgekoeld zijn. Aanwijzingen ■ De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra alle kookzones meer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn. ■

De geselecteerde instellingen blijven opgeslagen gedurende de eerste 4 seconden na het uitschakelen van de plaat. Indien de kookplaat opnieuw wordt ingeschakeld binnen deze tijdsperiode, dan worden de vorige instellingen toegepast.

Afstellen van de kookzone Selecteer de gewenste vermogensstand met de symbolen + en -. Vermogensstand 1 = minimumvermogen. Vermogensstand 9 = maximumvermogen. Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende instelling. Deze wordt aangegeven met een punt. Selecteer de kookzone en de vermogensstand De kookplaat moet ingeschakeld zijn. 1. Selecteer de kookzone met het symbool ¸.

De vermogensstand is afgesteld. De vermogensstand wijzigen Selecteer de kookzone en druk op het symbool + of - tot de gewenste vermogensstand verschijnt. De kookzone uitschakelen Selecteer de kookzone en druk vervolgens op het symbool + of - tot ‹ verschijnt. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt. Aanwijzingen ■ Als er geen pan op de inductiekookzone wordt geplaatst, gaat de geselecteerde vermogensstand knipperen. Na een tijdje wordt de kookzone uitgeschakeld. ■

Als er een pan op de kookzone staat voordat de plaat wordt ingeschakeld, zal deze worden gedetecteerd binnen 20 seconden na het indrukken van de hoofdschakelaar en zal de kookzone automatisch worden geselecteerd. Selecteer, zodra deze is gedetecteerd, de vermogensstand binnen 20 seconden, anders wordt de kookzone uitgeschakeld. Ook al worden er meerdere pannen geplaatst, bij het inschakelen van de kookplaat wordt er maar één gedetecteerd.

Kooktabel In onderstaande tabel worden enkele voorbeelden gegeven. Gebruik de vermogensstand 9 als u begint te koken. Bij het verhitten van purees, crèmes en dikke sauzen dient u af en toe te roeren. Vermogensstand Smelten Chocolade, chocoladecouverture

Boter, honing, gelatine

Verhitten en warmhouden Maaltijdsoep (bv. linzen)

Worstjes opgewarmd in water**

* Koken zonder deksel ** Zonder deksel ***Geregeld omdraaien 29

Vermogensstand Op een zacht vuurtje gaarstoven, op een zacht vuurtje koken Aardappelballetjes*

Koken, stomen, smoren Rijst (met twee keer zoveel water)

Eenpansgerecht, soep

Koken met de snelkookpan

Braden / Frituren met een beetje olie** Filets, koteletten (al dan niet gepaneerd)

Vis en visfilet, ongepaneerd

Vis en visfilet, gepaneerd

Vlees, bv., stukjes kip

Vis, groenten of paddestoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. champignons

Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg

* Koken zonder deksel ** Zonder deksel ***Geregeld omdraaien

Kinderslot De kookplaat kan beveiligd worden tegen ongewilde inschakeling, om te voorkomen dat kinderen de kookzones kunnen inschakelen.

Het kinderslot activeren en deactiveren De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. Activeren: houd het symbool ‚ gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De indicator naast het symbool ‚ gaat branden gedurende 10 seconden. De kookplaat is geblokkeerd. Deactiveren: houd het symbool ‚ gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.

Automatisch kinderslot Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgeschakeld. Activeren en deactiveren In hoofdstuk Basisinstellingen vindt u informatie over het inschakelen van het automatische kinderslot.

Functie Powerboost Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller worden verwarmd dan wanneer de vermogensstand Š wordt gebruikt. Alle kookzones zijn voorzien van deze functie.

Deactiveren 1. Selecteer een kookzone. 2. Druk op het symbool ›.

Activeren De kookplaat moet ingeschakeld zijn, maar er mag geen kookzone in werking zijn.

De indicator › wordt niet meer in beeld gebracht en de kookzone keert terug naar de vermogensstand Š. De functie is gedeactiveerd. Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.

1. Selecteer een kookzone. 2. Druk op het symbool ›.

De indicator › gaat branden De functie is nu geactiveerd. Aanwijzing: Indien een kookzone wordt ingeschakeld wanneer de functie powerboost in werking is, knipperen op de visuele indicator van de kookzone › en Š; vervolgens wordt de vermogensstand Š afgesteld. De functie powerboost wordt gedeactiveerd.

Timerfunctie Deze functie kan op twee verschillende manieren gebruikt worden: ■

om een kookzone automatisch uit te schakelen

Een kookzone automatisch uitschakelen De zone gaat automatisch uit na het verstrijken van de geselecteerd tijd. Programmeren van de kooktijd.

Na het verstrijken van de tijd De kookzone wordt uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal en op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹ gedurende 10 seconden. De indicator Ú van de kookzone gaat branden. Druk op het symbool 0, de indicators gaan uit en het akoestisch signaal stopt. Aanwijzingen ■ Indien een kooktijd in verschillende zones geprogrammeerd is, wordt op de visuele indicator van de timerfunctie altijd de kooktijd van de geselecteerde zone getoond. De kooktijd kan worden ingesteld tot 99 minuten.

De kookplaat moet ingeschakeld zijn:

1. Selecteer de kookzone en de gewenste vermogensstand.

2. Druk op het symbool 0. De indicator Ú van de kookzone

Met de kookwekker kan een tijd geprogrammeerd worden tot 99 minuten. Deze is niet afhankelijk van andere instellingen. Deze functie schakelt de kookzone niet automatisch uit.

3. Druk op het symbool + of -. De basisinstelling wordt getoond:

Zo wordt dit geprogrammeerd

gaat branden.Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹.

Symbool +: 30 minuten. Symbool -: 10 minuten.

1. De kookwekker kan op twee verschillende manieren worden

Als de kookzone geselecteerd is: druk 2 keer op symbool 0. Als de kookzone niet geselecteerd is: druk op het symbool 0.

De indicator Ú naast symbool W licht op. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹. 2. Druk op het symbool + of -. De basisinstelling wordt getoond.

Symbool +: 10 minuten. Symbool -: 05 minuten. 4. Druk op het symbool + of - tot de gewenste kooktijd

Na enkele seconden begint de kooktijd te lopen. Aanwijzing: Het is mogelijk om dezelfde kooktijd voor alle zones automatisch te programmeren. De geprogrammeerde tijd zal onafhankelijk verstrijken voor ieder van de kookzones. In het hoofdstuk Basisinstellingen vindt u informatie over de automatische programmering van de kooktijd. De tijd wijzigen of annuleren Selecteer de kookzone. Druk op het symbool 0 en wijzig de kooktijd met de symbolen + of -, of stel af op ‹‹.

3. Stel de gewenste kooktijd in met de symbolen + of -.

Na enkele seconden begint de tijd te lopen. De tijd wijzigen of annuleren Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator Ú naast het symbool W gaat branden. Wijzig de tijd of stel hem af ‹‹ met de symbolen + of -. Na het verstrijken van de tijd Er klinkt een waarschuwingssignaal. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹. Na 10 seconden doven de indicators. Druk op het symbool 0, de indicators gaan uit en het akoestische signaal stopt. 31

Automatische tijdslimiet Indien de kookzone gedurende lange tijd in werking is en er geen enkele wijziging in de instelling wordt aangebracht , dan wordt de automatische tijdslimiet geactiveerd. De kookzone wordt niet meer verhit. Op de visuele indicator van de kookzone knipperen afwisselend ”, ‰ en de restwarmte-indicator œ/•. De indicator gaat uit als er op een willekeurig symbool wordt gedrukt. Nu kan de kookzone opnieuw worden ingesteld. Wanneer de automatische limiet is geactiveerd, wordt deze geregeld afhankelijk van de geselecteerde vermogensstand (van 1 tot 10 uur).

Basisinstellingen Het apparaat beschikt over diverse basisinstellingen. Deze instellingen kunnen worden aangepast aan de behoeften van de gebruiker. Indicator

Automatisch kinderslot

‹ Gedeactiveerd.* ‚ Geactiveerd. ™ƒ

Akoestische signalen

‹ Bevestigingssignaal en foutsignaal gedeactiveerd. ‚Alleen foutsignaal geactiveerd. ƒAlleen bevestigingssignaal geactiveerd. „Alle signalen geactiveerd.* ™†

Automatische programmering van de kooktijd.

‹ Uitgeschakeld.* ‚-ŠŠ Tijd van de automatische uitschakeling. ™‡

Duur van het geluidssignaal van de timerfunctie

‚ 10 seconden*. ƒ 30 seconden. „ 1 minuut. ™ˆ

Functie Power-Management

‹ = Gedeactiveerd.* ‚ = 1000 W minimumvermogen. ‚= 1500 W ƒ = 2000 W ...

Š of Š. = maximumvermogen van de plaat.** ™Š

Selectietijd van de kookzone

‹ Onbeperkt: de laatst geprogrammeerde kookzone blijft geselecteerd.* ‚ Beperkt: de kookzone blijft slechts 10 seconden lang geselecteerd. ™‹

Terug naar de standaardinstellingen

‹ Persoonlijke instellingen.* ‚ Terug naar de fabrieksinstellingen. *Fabrieksinstelling **Het maximumvermogen van de plaat is afhankelijk van de configuratie van de vermogensintensiteit die voor de installatie is ingesteld. Om deze maximumwaarde niet te overschrijden, beschikt de plaat over een aantal componenten die het vermogen automatisch beheren en dit verdelen over de ingeschakelde kookzones, afhankelijk van de behoeften.

Toegang tot de basisinstellingen

4. Selecteer vervolgens de gewenste instelling met de

De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. 1. Schakel de kookplaat in. 2. Druk binnen de volgende 10 seconden op het symbool ‚

en houd het gedurende 4 seconden ingedrukt.

5. Druk nogmaals op het symbool ‚ gedurende meer

De instellingen zijn op de juiste wijze bewaard. Op de visuele indicatoren gaan ™ en ‚ afwisselend en ‹ als standaardwaarde branden. 3. Druk meerdere keren op het symbool ‚ tot de indicator van

Afsluiten Om de instellingen af te sluiten, de kookplaat met de hoofdschakelaar uitschakelen.

de gewenste functie verschijnt.

Onderhoud en reiniging De raadgevingen en waarschuwingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld voor het optimaal schoonmaken en onderhouden van de kookplaat.

Corrosieve producten zoals ovensprays of vlekkenverwijderaars

De beste manier om hardnekkig vuil te verwijderen is om een glasschraper te gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht.

Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon. Op die manier voorkomt u dat aangekoekte resten verbranden. Maak de kookplaat pas schoon als hij voldoende is afgekoeld. Gebruik alleen reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Volg de aanwijzingen op de verpakking van het product op. Gebruik nooit:

Glasschrapers zijn verkrijgbaar via de Technische dienst of in onze online winkel.

Omlijsting van de kookplaat Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te vermijden, moeten de volgende aanwijzingen worden opgevolgd:

Onverdund afwasmiddel

Gebruik alleen warm water met een beetje zeep

Afwasmiddel voor vaatwasmachines

Gebruik nooit scherpe of bijtende producten

Gebruik de glasschraper niet

Repareren van storingen Storingen zijn gewoonlijk toe te schrijven aan kleine details. Neem de volgende raadgevingen en waarschuwingen in acht alvorens contact op te nemen met de Technische Dienst. Indicator

De stroom is uitgevallen.

Controleer met andere elektrische apparaten of de stroom is uitgevallen.

Het apparaat is niet aangesloten volgens het Controleer of het apparaat is aangesloten volgens het aansluitschema. aansluitschema. Storing in het elektronische systeem.

De indicators knipperen

Als de storing na de voorgaande controles niet is opgelost, neem dan contact op met de Technische Dienst.

Het bedieningspaneel is vochtig of er ligt iets Droog de zone van het bedieningspaneel of neem het op. voorwerp weg.

* Als de indicatie voortduurt, neem dan contact op met de Technische Dienst. Zet geen hete pannen op het bedieningspaneel. 33

De indicator - knippert op de indicatoren van de kookzones

Er heeft zich een fout voorgedaan in het elek- Bedek het bedieningsvlak kort met de hand om de stotronische systeem. ring te bevestigen.

“§ + nummer / š + nummer / ¡ + nummer

Storing in het elektronische systeem.

Sluit de kookplaat af van het verdeelnet. Wacht ongeveer 30 seconden alvorens hem weer aan te sluiten.*

Er is een interne fout in de werking opgetreden.

Sluit de kookplaat af van het verdeelnet. Wacht ongeveer 30 seconden alvorens hem weer aan te sluiten.*

Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft de overeenkomstige kookzone uitgeschakeld.

Wacht tot het elektronische systeem voldoende afgekoeld is. Druk vervolgens op een willekeurig symbool van de kookplaat. *

Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft alle kookzones uitgeschakeld.

Ӡ + vermogensstand en Er staat een warme pan op de zone van het bedieningspaneel. Het is zeer waarschijnlijk waarschuwingstoon dat het elektronische systeem oververhit raakt.

Neem die pan weg. De storingsindicator gaat kort daarna uit. U kunt verder gaan met koken.

Ӡ en waarschuwingstoon Er staat een warme pan op de zone van het

Neem die pan weg. Wacht enkele seconden. Druk op bedieningspaneel. De kookzone is uitgegaan een willekeurig bedieningsvlak. Als de storingsindicaom het elektronische systeem te beschermen. tor uit gaat kunt u verder gaan met koken.

Onjuiste voedingsspanning, overschrijding van de normale werklimieten.

Neem contact op met uw elektriciteitsleverancier.

De kookzone is oververhit en is uitgeschakeld Wacht totdat het elektronische systeem voldoende om uw kookplaat te beschermen. afgekoeld is en schakel hem opnieuw in.

* Als de indicatie voortduurt, neem dan contact op met de Technische Dienst. Zet geen hete pannen op het bedieningspaneel.

Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat

voedsel en de manier waarop het wordt bereid, kunnen de intensiteit van het geluid doen variëren.

De technologie van het verwarmen door inductie is gebaseerd op het ontstaan van elektromagnetische velden die ervoor zorgen dat de warmte rechtstreeks op de bodem van de pan wordt voortgebracht. De pannen kunnen, afhankelijk van hun bouw, geluiden of trillingen voortbrengen, zoals hieronder worden genoemd:

De geluiden ontstaan met name in pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen, zodra deze worden aangezet op de hoogste stand en op twee kookzones tegelijk. Deze fluitende geluiden verdwijnen of worden minder zodra het vermogen wordt verlaagd.

Hoge fluitende geluiden

Een diep gezoem zoals in een transformator

Geluid van de ventilator

Dit geluid ontstaat tijdens het koken op een hoge vermogensstand. De oorzaak daarvan is de hoeveelheid energie die de kookplaat aan de pan overdraagt. Het geluid verdwijnt of vermindert zodra de vermogensstand wordt verlaagd.

Voor een goed gebruik van het elektronische systeem moet de kookplaat op een gecontroleerde temperatuur werken. Hiertoe is de kookplaat voorzien van een ventilator die wordt geactiveerd als een hoge temperatuur wordt gedetecteerd. De ventilator kan ook door inertie werken, nadat de kookplaat is uitgezet, als de gedetecteerde temperatuur nog te hoog is.

Een laag fluitend geluid Dit geluid ontstaat als de pan leeg is. Het geluid verdwijnt zodra er water of voedsel in de pan wordt gedaan. Knisperen Dit geluid doet zich voor bij pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen. Het geluid komt door de trillingen die ontstaan op de verbindingsvlakken van de verschillende materialen. Dit geluid is afkomstig van de pan. De hoeveelheid

Ritmische geluiden, vergelijkbaar met de wijzers van een klok Dit geluid treedt enkel op wanneer 3 of meer kookzones in werking zijn en verdwijnt of vermindert wanneer een kookzone wordt uitgeschakeld. De omschreven geluiden zijn normaal en maken deel uit van de inductietechnologie en duiden niet op een storing.

Servicedienst Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

E-nummer en FD-nummer

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020 B 070 222 142

Geef wanneer u contact opneemt met de servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op. Het typeplaatje met de nummers vindt u op het identificatiebewijs van het apparaat. Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt. 34

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Geteste gerechten Deze tabel is opgesteld door evaluatie-instituten om de controles van onze apparaten te vereenvoudigen. De gegevens van de tabel verwijzen naar ons toebehoren van Schulte-Ufer (pannenset van 4 stuks voor inductieplaat HZ390042 met de volgende afmetingen:

Steelpan Ø 16 cm, 1,2 l voor kookzones van Ø 14,5 cm

Kookpan Ø 16 cm, 1,7 l voor kookzones van Ø 14,5 cm

Kookpan Ø 22 cm, 4,2 l voor kookzones van Ø 18 cm

Koekenpan Ø 24 cm, voor kookzones van Ø 18 cm Voorverwarming

1:30 zonder te roeren

2:30 zonder te roeren

1. De boter laten smelten, het meel en het zout erdoor mengen en alles laten verhitten

2. Voeg de melk toe en breng de saus aan de kook en blijf ondertussen doorroeren

Chocolade smelten Pan: steelpan Chocoladecouverture (bv. merk Dr. Oetker puur 55% , 150 g.) Linzensoep verhitten en warmhouden Pan: Kookpan Begintemperatuur 20 °C Linzensoep* Hoeveelheid 450 g. Hoeveelheid: 800 g. Linzensoep uit blik, bv. linzen met chorizo van Erasco Hoeveelheid 500 g. Hoeveelheid 1 kg. Bechamelsaus bereiden Pan: Steelpan Temperatuur van de melk: 7 °C Ingrediënten: 40 g boter , 40 g meel, 0,5 l melk (3,5% vetstof) en een snufje zout

3. Als de Bechamelsaus begint te koken, laat dan nog 2 minuten staan terwijl u blijft doorroeren Rijstpap maken Pan: Gewone pan Temperatuur van de melk: 7 °C Verwarm de melk tot hij omhoog komt. Verander de aanbevolen vermogensstand en voeg de rijst, de suiker en het zout aan de melk toe. Ingrediënten: 190 g. rondkorrelige rijst, 23 g. suiker, 750 ml. melk (3,5% vetstof) en een snufje zout Ingrediënten: 250 rondkorrelige rijst, 30 g. suiker, 1 l. melk (3,5% vetstof) en een snufje zout

Voorverwarming Geteste gerechten

Ingrediënten: 125 g rondkorrelige rijst, 300 g water en een snufje zout

Ingrediënten: 250 g rondkorrelige rijst, 600 g water en een snufje zout

Tot de olietemperatuur 180 °C bedraagt

Temperatuur van het water 20 °C Varkenshaas bakken Pan: Koekenpan Begintemperatuur van de varkenshaas: 7 °C 2 varkenshaasfilets (totaal gewicht circa 200 g, 1 cm dik) Pannenkoeken bakken** Pan: Koekenpan 55 ml pannenkoekbeslag Diepvriesfrieten bakken Pan: Kookpan Ingrediënten: 1,8 kg zonnebloemolie per bereiding: 200 g diepvriesfrieten (bv. McCain 123 Frites Original) *Recept volgens DIN 44550 **Recept volgens DIN EN 60350-2