HDF5 - Buitenboordmotor Hidea - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HDF5 Hidea in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HDF5 Hidea
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HDF5 - Hidea en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HDF5 van het merk Hidea.
GEBRUIKSAANWIJZING HDF5 Hidea
Dank dat u voor ons merk en product heeft gekozen. Deze handleiding bevat informatie voor de correcte bediening, onderhoud en zorg van de buitenboordmotor. Maak u vertrouwd met deze eenvoudige instructies, dat geeft de zekerheid dat u het meeste plezier aan uw buitenboordmotor beleeft. Wanneer u nog aanvullende vragen heeft, neem dan contact op met uw dealer. Belangrijke informatie wordt benadrukt op de volgende manieren:
⚠ Dit symbool geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan. LET OP! WEES OPLETTEND! UW VEILIGHEID KAN IN GEVAAR ZIJN!
WAARSCHUWING
Wanneer een WAARSCHUWING genegeerd wordt, kan dat ernstig letsel of zelfs dodelijke gevolgen hebben voor de degene die de buitenmotor bedient, een omstander of degene die de buitenboordmotor repareert of inspecteert.
LET OP
LET OP geeft aan dat er speciale maatregelen genomen moeten worden om, mogelijke, motorschade te voorkomen.
OPMERKING
Een OPMERKING geeft belangrijke informatie om bepaalde procedures makkelijker of duidelijker te maken.
Om een lange levensduur te garanderen is het van belang om de instructies en aanwijzingen in de handleiding nauwlettend te volgen. Het niet volgen van de handleiding en instructies kan motorschade en het vervallen van de garantie als gevolg hebben.
OPMERKING
De F4 buitenboordmotor en de standaard aanwezige accessoires zijn gebruikt als uitgangspunt voor de uitleg en illustraties in deze handleiding. Daarom kan het voorkomen dat sommige onderdelen of procedures in deze handleiding geen betrekking hebben op ieder model.
Algemene informatie 1
Veiligheidsinformatie 2
Belangrijke labels 2
Veiligheidslabels 2
Waarschuwingslabels 3
Brandstof instructies 4
Brandstof 4
Motorolie 5
Schroef keuze 6
Basisonderdelen 6
Hoofdonderdelen 7
Tankdop 8
Ventilatieschroef 8
Brandstofkraan 8
Stuurhendel 9
Schakelhendel 9
Gashendel 9
Gashendel stelknop 10
Noodstopschakelaar 11
Stopschakelaar 11
Choke trekknop 11
Startgreep trekstarter 11
Stuurweerstand knop 11
Kantel blokkeerhevel 12
Gebruik 13
Draaggreep 13
Plaatsen van de motor 14
Positionering van de motor 14
Vastzetten van de motor 15
Inloopprocedure 16
Procedure voor viertakt motoren 16
Controles voor het starten 18
Brandstof 17
Starten van de motor 19
Motor warm draaien 20
Uitvoeringen met handstart 19
Schakelen 21
Vooruit, achteruit 21
Motor afzetten 22
Procedure 20
Afstellen van de trimhoek 23
Trimhoek instellen 24
Boottrim instellen 24
Motor kantelen 25
Omhoog kantelen 25
Omlaag kantelen 26
Onderhoud 27
Specifications 27
Vervoer en opslag 29
Buitenboordmotor opslaan 30
Procedure 30
Smering 30
Schoonmaken 30
Gelakte oppervlakten 32
Periodiek onderhoud 33
Onderdelen 33
Onderhoudsschema 34
Smeren 35
Schoonmaken en afstellen bougie 36
Brandstofsysteem controleren 37
Stationair toerental 37
Motorolie verversen 38
Bedrading en stekkers controleren 36
Uitlaatlekkage 39
Schroef controleren 40
Schroef verwijderen 40
Schroef plaatsen 41
Staartstukolie verversen 42
Controle en vervanging anode(s) 43
Coating van de romp 43
Problemen oplossen 44
Diagnose 44
Tijdelijke maatregelen in noodsituaties 48
Schade door aanvaring 48
Starter werkt niet 49
Noodstart procedure 49
Motor is onder water geraakt 50
Procedure 51
Algemene informatie
Het serienummer van de buitenboordmotor is ingeslagen op het label aan de linkerkant van de motor klembeugel. SN = Serial Number, verder is het type, vermogen en gewicht aangegeven. Noteer het serienummer op onderstaande afbeeldingen, deze is noodzakelijk voor de identificatie van de motor en vergemakkelijkt het bestellen van onderdelen.

- Lees deze handleiding geheel door voor het eerste gebruik van de buitenboordmotor. U raakt daardoor vertrouwd met de eigenschappen van de motor en de veiligheids- en onderhoudsvoorschriften
- Lees voordat u gaat varen de handleiding van de boot en alle aanwezige labels. Overtuig u ervan dat u de inhoud daarvan begrijpt
- Gebruik deze motor niet wanneer het vermogen ervan hoger ligt dan maximaal voor de betreffende boot is toegelaten. Een te hoog vermogen maakt het gebruik van de boot dan onveilig. Wanneer het onbekend is wat het maximaal toelaatbare vermogen voor de boot bedraagt, neem dan contact op met de dealer of fabrikant van de boot
- Wijzig de buitenboordmotor niet. Wijzigingen kunnen de buitenboordmotor onveilig of onbruikbaar maken. Een verkeerde schroefkeuze en verkeerd gebruik kunnen motorschade veroorzaken en het brandstofverbruik doen toenemen. Vraag uw dealer naar de juiste procedures
- Gebruik de buitenboordmotor nooit na gebruik van alcohol, verdovende middelen of drugs. Bij 50 procent van alle ongelukken met boten is sprake van alcohol- of drugsgebruik
- Zorg voor een goedgekeurd zwemvest voor iedere opvarende van de boot. Draag bij voorkeur een zwemvest bij het varen. Kinderen en personen die niet kunnen zwemmen, dienen altijd een zwemvest te dragen, alle inzittende dienen een zwemvest te dragen wanneer de weerscondities mogelijk gevaar kunnen opleveren
- Benzine is uiterst brandbaar, de dampen ervan kunnen explosief zijn. Sla benzine zorgvuldig op. Verzeker u ervan dat geen benzine, of benzinedampen lekken voordat de buitenboordmotor gestart wordt
- Deze buitenboordmotor produceert uitlaatgassen waaronder het giftige koolmonoxide, een kleurloos, geurloos gas waarvan inademing kan leiden to bewusteloosheid en zelfs de dood. Symptomen van koolmonoxidevergiftiging zijn onder meer misselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg er voor dat de cabine en stuurstand goed geventileerd worden. Voorkom een geblokkeerde uitlaat
- Controleer het gashendel, het schakelhendel en de stuurinrichting op een juiste werking voordat u de buitenboordmotor start
- Bevestig het veiligheidskoord aan een stevig deel van uw kleding, arm of been. Wanneer u de stuurstand verlaat, zal het koord los van de noodstopschakelaar schieten en de buitenboordmotor laten afslaan
- Verzeker u ervan dat u beschikt over de juiste voorgeschreven wettelijke kennis en eventueel een vaarbewijs noodzakelijk voor het besturen van de boot
- Stel u vooraf op de hoogte van de weersvoorspelling. Ga niet varen onder ongunstige weersomstandigheden
Algemene informatie
- Stel anderen op de hoogte waar u naar toe gaat varen, laat een vaarplan achter bij een verantwoordelijk persoon en schrap dit na uw terugkomst
- Verzeker u ervan dat u weet wat de vaareigenschappen van de boot zijn onder verschillende omstandigheden. Vaar altijd met een veilige, toegelaten snelheid en houd het overige waterverkeer scherp in het oog
- Let in het bijzonder op zwemmers tijdens het varen
- Houd een ruime afstand ten opzichte van zwemgebieden aan
- Wanneer een zwemmer zich dicht bij de boot bevindt, zet de buitenboordmotor dan in neutraal en zet de motor af
- Breng verpakkingen van gebruikte motorolie terug naar het verkooppunt of bied deze aan als klein chemisch afval
- Giet nooit olie in de motor zonder gebruik van een trechter. Veeg gemorste olie direct af
- In geval van twijfel vraag uw dealer naar de juiste procedure om verpakkingen af te voeren. Gooi nooit illegal enige verpakking weg
Lees de handleidingen en labels
Voor het eerste gebruik of onderhoud aan deze buitenboordmotor adviseren wij dringend om:
Deze handleiding geheel te lezen
De handleiding van de boot waarop deze buitenboordmotor gebruikt wordt te lezen
Alle labels op zowel de buitenboordmotor als de boot te lezen
Wanneer u nog vragen heeft, contact met uw dealer op te nemen
Neem contact met uw dealer op wanneer deze labels ontbreken of beschadigd zijn.
Algemene informatie

Het noodstartsysteem is niet voorzien van een startblokkering. Verzeker u ervan dat de schakelhevel in de stand "neutraal" staat.
2

WARNING
- Keep hands, hair, and clothing away from rotating parts while the engine is running.
-
Do not touch or remove electrical parts when starting or during operation.
-
Houd handen, haar en kleding weg van het vliegwiel en andere draaiende delen wanneer de buitenboordmotor in gebruik is.
- Raak geen elektrische delen aan bij het starten of tijdens het gebruik.
3

- Lees deze handleiding en labels.
- Draag een goedgekeurd zwemvest.
- Bevestig het veiligheidskoord aan het zwemvest, arm of been zodat de motor automatisch stopt wanneer u de stuurplaats verlaat. Dit voorkomt dat de boot onbestuurd verder kan varen.
3
4
WARNING
Benzine is hoogst ontvlambaar en explosief. Zet de motor af voordat u brandstof tankt. Draai de tankdop en de ventilatieschroef dicht wanneer de motor niet in gebruik is.
LET OP
Deze zijde naar boven

- Rook niet bij het tanken, houd afstand van vonken, open vuur en andere ontstekingshaarden
- Zet de buitenboordmotor af voor het tanken
- Vul alleen brandstof bij in een goed geventileerde ruimte. Losse brandstoftanks buiten de boot vullen
- Mors geen brandstof. Veeg gemorste brandstof direct weg met een droge doek
• Vul niet te veel brandstof bij - Draai na het tanken de tankdop stevig dicht
- Wanneer u benzine ingeslikt heeft, overmatig benzinedamp ingeademd heeft of benzine in de ogen gekregen heeft direct medische hulp inschakelen
- Wanneer benzine op de huid gemorst wordt, deze direct met zeep en water verwijderen.
Draag geen kleding waar benzine op gemorst is - Laat het benzinevulstuk op de trechter of tankopening rusten om elektrostatische vonken te vermijden
LET OP
Gebruik uitsluitend verse, schone benzine die in schone benzinetanks opgeslagen is geweest en niet vervuild is met water of verontreinigingen
Aanbevolen benzine:
Ongelode Euro 95 Benzine
Wanneer de buitenboordmotor "pingelt", gebruik dan een ander merk brandstof of ongelode super benzine.
Algemene informatie
Motorolie
Aanbevolen motorolie:
Viertakt motorolie die voldoet aan de volgende SAE en API classificaties:
Motorolie classificatie SAE: SAE 10W-30 of 10W-40
Motorolie classificatie API: SE,SF,SG,SH,SJ,SL
Motorolie hoeveelheid (zonder oliefilter): 0,5 L
OPMERKING
Wanneer het voorgeschreven olietype niet beschikbaar, kan op basis van de buitentemperatuur, een alternatief met behulp van onderstaande tabel uitgezocht worden:

bar
| Category | SAE | API | |---|---|---| | SE | 10W-30 | 104 | | SF | 10W-40 | 90 | | SG | 5W-30 | 86 | | SH | 15W-40 | 122 | | SJ | 20W-40 | 122 | | SL | 20W-50 | 122 |LET OP
Alle viertakt buitenboordmotoren worden vanaf de fabriek geleverd zonder motorolie.
Keuze van de schroef
De prestaties van iedere buitenboordmotor zijn in grote mate afhankelijk van de juiste schroef. Een verkeerde schroef heeft niet alleen een negatieve invloed op de prestaties, maar kan ook ernstige motorschade veroorzaken. Het toerental van de buitenboordmotor is afhankelijk van de afmetingen van de schroef, de spoed daarvan en de belasting van de boot. Wanneer het toerental te hoog of te laag is voor de motor, zal deze niet optimaal presteren. In het algemeen is voor zware belastingen een kleine spoed beter geschikt, omdat hiermee beter het juiste toerental kan worden bereikt. Een schroef met een grotere spoed is weer beter geschikt voor een lage belasting.

- Diameter van de schroef
- Spoed van de schroef
- Schroef type
OPMERKING
Kies een schroef waarmee de buitenboordmotor het middelste of de bovenste helft van het toerental haalt met het gas volledig open en een maximale boot belasting. Wanneer het motor toerental onder bepaalde omstandigheden (zoals een minimale boot belasting) boven het maximum toegelaten toerental uitkomt, neem dan gas terug om de buitenboordmotor in het toegelaten toerenbereik te houden.
OPMERKING
Afbeelding kan afwijken van de werkelijkheid. Sommige onderdelen zijn niet standaard op alle uitvoeringen.

- Motorkap
- Sluiting Motorkap
- Handgreep
- Stelschroef
- Anticavitatieplaat
- Schroef
- Inlaat koelwater
- Trimbeugel
- Klembeugel
- Stuurhendel
- Ventilatieschroef
- Tankdop
- Starthandgreep
- Noodstopschakelaar/stopschakelaar
- Klemschroef
- Oog voor kabel
- Tankaansluiting
- Chokeknop
- Schakelhevel
- Brandstoftank
Brandstoftank
De buitenboordmotor is voorzien is van een ingebouwde brandstoftank, die de volgende onderdelen kent:

-
Tankdop
-
Ventilatieschroef
-
Ingebouwde brandstoftank
Tankdop
Sluit de brandstoftank af. Om de tankdop te openen deze tegen de klok in draaien.
Ventilatieschroef
Bevindt zich op de tankdop. Om de ventilatieschroef te openen deze tegen de klok indraaien.
Brandstofkraan
Sluit of opent de toevoer van de brandstof uit de ingebouwde brandstoftank

De brandstofkraan heeft twee standen: een om toevoer uit de ingebouwde tank te selecteren, een voor een losse brandstoftank. Met de kraan in deze positie kan er brandstof naar de carburateur stromen. Voor normaal gebruik dient de kraan in deze stand te staan.

"OPEN" stand bij gebruik van een losse tank.

"OPEN" stand voor de ingebouwde brandstoftank
Stuurhendel
Beweeg de stuurhendel naar links of rechts om van richting te veranderen.

De buitenboordmotor heeft drie schakelstanden: Vooruit (Forward:F), Neutraal (N) en Achteruit (Reverse R). Om te schakelen gashendel dicht draaien om het toerental eerst terug brengen naar stationair toerental. Schakel de gewenste positie in met een snelle beweging.

-
Vooruit (Forward:F)
-
Neutraal (N)
-
Achteruit (Reverse R).
Gashendel
Het gashendel bevindt zich op de stuurstang. Draai het gashendel tegen de klok in
om de snelheid te verhogen, met de klok mee om snelheid te verminderen.

Stelknop frictie gashendel
De bedieningskracht nodig voor het draaien van het gashendel kan met deze stelschroef ingesteld worden naar eigen voorkeur. Draai de stelschroef met de klok mee om het gashendel zwaarder te laten draaien, tegen de klok in om het gashendel lichter te laten draaien.

-
Stelschroef
-
Noodstopschakelaar koord
WAARSCHUWING
Draai de stelschroef niet te strak aan. Wanneer deze te strak staat kan het moeilijk zijn om het gashendel dicht te draaien, wat een ongeval tot gevolg kan hebben. Wanneer een constante snelheid gewenst is, kan de schroef aangedraaid worden op de gewenste stand van het gashendel.
Noodstopschakelaar veiligheidskoord
De buitenboordmotor zal alleen functioneren wanneer de noodstopschakelaar geborgd is met het borgplaatje. Het borgplaatje is verbonden aan het veiligheidskoord. Bevestig het veiligheidskoord aan een stevig deel van uw kleding, arm of been. Wanneer u de stuurstand verlaat, of overboord slaat zal het koord het borgplaatje los van de noodstopschakelaar trekken, waarna de noodstop in werking treedt. Dit voorkomt dat de boot door kan varen zonder bestuurder.
WAARSCHUWING
Bevestig het veiligheidskoord aan een stevig deel van uw kleding, arm of been. Bevestig het veiligheidskoord niet aan een deel van de kleding dat makkelijk kan afscheuren. Let er op dat het veiligheidskoord nergens achter kan blijven haken, waardoor het niet meer kan functioneren. Voorkom dat het veiligheidskoord ongewild los schiet tijdens normaal gebruik. Wanneer het motorvermogen weg valt kan de boot onbestuurbaar worden en abrupt snelheid verliezen. Dit kan er voor zorgen dat personen en voorwerpen in de boot naar voren geslingerd worden.
OPMERKING
De buitenboordmotor kan niet gestart worden wanneer het borgplaatje van de noodstopschakelaar verwijderd is.
Basis onderdelen
Stop knop
Knop indrukken om de buitenboordmotor te laten stoppen. Bij het indrukken wordt de ontsteking uitgeschakeld en zal de motor stil vallen.

Chokeknop uittrekken om het brandstofmengsel rijker te maken bij het starten.

Om de buitenboordmotor te starten de startgreep eerst rustig uittrekken tot een weerstand voelbaar is. Vervolgens de startgreep in een snelle beweging recht naar u toe te trekken.

De wrijving en daarmee de weerstand waarmee de buitenboordmotor om zijn as draait, kan ingesteld worden. Door de versteller strakker of losser te draaien kan de weerstand naar eigen voorkeur ingesteld worden.

Draai de versteller met de klok mee om de weerstand te verhogen Draai de versteller tegen de klok in om de weerstand te verlagen
WAARSCHUWING
Draai de versteller niet te strak aan. Wanneer de weerstand te hoog ingesteld wordt, kan het moeilijk zijn om te sturen wat een ongeval als gevolg kan hebben.
Blokkeerpen
Met de blokkeerpen kan de minimale trimhoek van de buitenboordmotor ten opzichte van de spiegel van de boot ingesteld worden.

Om de buitenboordmotor in de omhoog gekantelde positie te houden, moet de kantelblokkeerhevel op de klembeugel geplaatst worden. Til de hevel om de motor te ontgrendelen.

Om de afdekkap te ontgrendelen, de beugel omhoog en van de kap af trekken. Let er bij het terugplaatsen op, dat de afdekkap goed in de rubberen afdichting valt. Vergrendel de kap door de beugel omhoog en over de haak te trekken.

Gebruik de kantelblokkeerinrichting niet tijdens het vervoer van de buitenboordmotor. Door de bewegingen tijdens het transport kan de vergrendeling losschieten. Wanneer de buitenboordmotor niet in de normale positie vervoerd kan worden, gebruik dan een extra ondersteuning om de motor in de gekantelde positie te vervoeren.
Vergrendeling afdekkap
Vergrendeling bovenste afdekkap
Om de afdekkap te ontgrendelen, de beugel omhoog en van de kap af trekken. Let er bij het terugplaatsen op, dat de afdekkap goed in de rubberen afdichting valt. Vergrendel de kap door de beugel omhoog en over de haak te trekken.

Aan de achterzijde van de buitenboordmotor is een draaggreep geplaatst die het mogelijk maakt de motor met één hand te dragen.

Een verkeerde diepgang van de buitenboordmotor of obstructies voor een goede waterstroom langs de romp (bijvoorbeeld door accessoires als zwemtrappen, dieptemeters of de constructie van de romp) kunnen voor opspattend water zorgen. Er kan ernstige motorschade ontstaan wanneer de motor continu gebruikt wordt bij een opspattende waternevel.
OPMERKING
Controleer de positie van de buitenboordmotor met een maximaal beladen boot. Controleer met stilliggende boot of de buitenboordmotor dan niet zo laag hangt, dat de uitlaat van het koelwater onder water staat of dat golven over de buitenboordmotor kunnen slaan.
Plaatsing van de buitenboordmotor
WAARSCHUWING
- Een te hoog vermogen voor de boot kan ernstige instabiliteit tot gevolg hebben. Gebruik geen buitenboordmotor met meer vermogen dan het maximum toegestane vermogen waarvoor de boot goedgekeurd is. Is dit maximale vermogen niet bekend, neem dan contact op met de producent van de boot
- De hier gegeven informatie is uitsluitend ter informatie bedoeld. Het is onmogelijk om volledige instructies te geven voor iedere mogelijke combinatie van boot en buitenboordmotor. Een juiste installatie hangt gedeeltelijk af van ervaring en de specifieke combinatie van buitenboordmotor en boot. Een verkeerde installatie van de buitenboordmotor kan gevaarlijke gevolgen hebben waaronder slechte vaareigenschappen, verlies van controle over de boot of brandgevaar. Houd rekening met het volgende:
- Permanent geïnstalleerde buitenboordmotoren dienen door de dealer of door een ervaren technicus geplaatst te worden. Wanneer u de motor zelf plaatst, moet u eerst in de juiste procedures door een ervaren technicus onderricht worden
- Voor draagbare modellen geldt dat uw dealer of een ervaren technicus u de juiste procedures moet laten zien
Plaats de buitenboordmotor op de kiellijn van de boot en zorg ervaar dat de boot zelf goed in balans is, is dit niet het geval dan zal de boot moeilijk zijn te sturen. Raadpleeg uw dealer voor de installatie bij boten die geen kiel (-lijn) hebben of die een asymmetrische romp hebben.

text_image
a d 1- Kiellijn
Gebruik
Spiegelhoogte
Om uw boot zo efficiënt mogelijk te laten varen, moet de romp- en motorweerstand in het water zo laag mogelijk zijn. De hoogte van de spiegel en de positie van de buitenboordmotor hebben een grote invloed op deze weerstand. Wanneer de buitenboordmotor te hoog geplaatst wordt, dan kan dat slip van de schroef en een te hoog toerental veroorzaken. Hierdoor ontstaat vermogens- en stuwverlies en oververhitting. Wanneer de buitenboordmotor te laag hangt, zal de weerstand in het water toenemen en de maximale snelheid afnemen. Plaats de buitenboordmotor zodanig dat de anticavitatieplaat 0 tot 25 mm dieper in het water hangt dan de onderkant van de romp.

text_image
Onderzijde boot 0-25mm (0-1in) AnticavitatieplaatOPMERKING
De optimale plaatsingshoogte van de buitenboordmotor hangt af van de combinatie van buitenboordmotor en boot en het gebruik van de boot. Door de motor op verschillende hoogtes te plaatsen kunt u testen welke positie de beste resultaten geeft. Neem contact op met de producent van de boot voor de juiste plaatsingshoogte.
Vastzetten van de buitenboordmotor
- Plaats de buitenboordmotor zodanig op de spiegel dat deze zich zo nauwkeurig mogelijk op de kiellijn (aslijn) van de romp bevindt. Draai de klemschroeven stevig vast. Controleer regelmatig of de klemschroeven nog vast zitten, omdat deze door motortrillingen los kunnen gaan zitten.
WAARSCHUWING
De buitenboordmotor kan van plaats verschuiven of zelfs van de spiegel vallen wanneer de klemschroeven los gaan zitten. Dit kan verlies van controle over de boot of zelfs ernstig letsel veroorzaken. Verzeker u ervan dat de klemschroeven vast zitten en controleer de klemschroeven ook regelmatig onder het varen.

- Wanneer de buitenboordmotor is voorzien van een oog voor een veiligheidskabel, gebruik dit dan om een veiligheidskabel of ketting aan vast te maken. Bevestig het andere eind van de kabel of ketting aan een stevig punt op de boot. Wanneer de buitenboordmotor per ongeluk los van de spiegel raakt, zorgt deze veiligheidskabel of ketting ervoor dat de buitenboordmotor niet geheel in het water valt en zinkt.

Uw nieuwe buitenboordmotor heeft een inlopperiode nodig waarbinnen de verschillende onderdelen op elkaar in kunnen slijten. Het juiste gebruikt tijdens de inlopperiode is van essentieel belang voor de levensduur en prestaties.
LET OP
Het niet opvolgen van de instructies voor de inlopperiode kan ernstige motorschade en een verkorte levensduur als gevolg hebben. Deze schade wordt niet gedekt in de garantie
Procedure voor viertakt uitvoeringen
Belast de buitenboordmotor (ingeschakeld en voorzien van een schroef) als volgt:
- Gedurende het eerste draaiuur: Laat de motor maximaal 3.000 tpm. draaien, dit is ongeveer halfgas.
- Gedurende het tweede draaiuur: Laat de motor maximaal 4.000 tpm. draaien, dit is ongeveer driekwart gas.
- Gedurende de hierop volgende acht draaiuren: Voorkom dat de buitenboordmotor langer dan 5 minuten achter elkaar met vol gas belast wordt
- Na de eerste 10 draaiuren: De buitenboordmotor kan normaal belast worden.
Voor het starten
!
WAARSCHUWING
Wanneer een van de hierna genoemde onderdelen niet geheel correct functioneert, laat het dan nakijken of repareren voordat de buitenboordmotor gebruikt wordt. Een ongeval kan anders een gevolg zijn.
LET OP
Start de buitenboordmotor nooit wanneer deze uit het water is. Dit kan oververhitting en ernstige motorschade tot gevolg hebben.
Brandstof
Verzeker u ervan dat u over genoeg brandstof voor de vaart beschikt
Verzeker u ervan dat er geen brandstof lekkages zijn en geen brandstof dampen
Bedieningsorganen
Controleer of het gashendel en de stuurinrichting goed functioneren voor het starten
De bediening ervan moet soepel gaan, mag niet blijven hangen of te veel vrije slag hebben
- Controleer of er geen losse of gebroken bevestigingen zijn
- Controleer de werking van de starter en stopknop wanneer de buitenboordmotor in het water hangt
Motor
- Controleer de motor en de motorophanging
- Controleer of er geen losse of beschadigde bevestigingen zijn
- Controleer de schroef op schade
Gebruik
Motoroliepeil
- Zet de buitenboordmotor in een rechte positie (niet gekanteld)
- Controleer het motoroliepeil via de olievuldop. Het niveau moet tussen de beide merktekens liggen. Vul olie bij wanneer het niveau onder het onderste merkteken ligt. Nooit meer vullen dan tot het hoogste merkteken, te veel olie moet afgetapt worden.

Brandstof tanken (ingebouwde tank)
WAARSCHUWING
Benzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar en explosief. Houd afstand van vonken, sigaretten, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
- Kantel de buitenboordmotor omlaag naar de verticale positie. Draai de tankdop los.
- Vul voorzichtig de tank.
- Draai de tankdop stevig vast, veeg gemorste brandstof direct weg.
Inhoud brandstoftank: 1,1 liter
Brandstoftoevoer openen
WAARSCHUWING
- Verzeker u ervan dat de boot stevig vast ligt en dat u voldoende ruimte heeft om te manoeuvreren voordat u de motor start. Verzeker u ervan dat er geen zwemmers in de nabijheid zijn.
- Wanneer de ventilatieschroef op de tankdop geopend wordt, zal er benzinedamp vrijkomen. Benzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar en explosief. Houd afstand van vonken, sigaretten, open vuur en andere ontstekingsbronnen wanneer u de ventilatieschroef opent.
-
Deze buitenboordmotor produceert uitlaatgassen waaronder het giftige koolmonoxide, een kleurloos, geurloos gas waarvan inademing kan leiden to bewusteloosheid en zelfs de dood. Symptomen van koolmonoxidevergiftiging zijn onder meer misselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg er voor dat de cabine en stuurstand goed geventileerd worden. Voorkom een geblokkeerde uitlaat
-
Open de ventilatieschroef op de tankdop één slag.

- Open de benzinekraan
- Knijp in de balgpomp tot er een weerstand voelbaar is (losse tank)

Start de buitenboordmotor altijd in neutraal, om te voorkomen dat de boot ongewild gaat varen.

- Zet de schakelhevel in de stand neutraal.
- De buitenboordmotor is voorzien van noodstopschakelaar en een veiligheidskoord, bevestig het koord aan een stevig deel van uw kleding of aan een arm of been. Plaats vervolgens het borgingsplaatje in de noodstopknop.
WAARSCHUWING
- Bevestig het veiligheidskoord aan een stevig deel van uw kleding, arm of been. Bevestig het veiligheidskoord niet aan een deel van de kleding dat makkelijk kan afscheuren. Let er op dat het veiligheidskoord niet ergens achter kan blijven haken, waardoor het niet meer kan functioneren.
- Voorkom dat het veiligheidskoord ongewild los schiet tijdens normaal gebruik. Wanneer het motorvermogen weg valt kan de boot onbestuurbaar worden en abrupt snelheid verliezen. Dit kan er voor zorgen dat personen en voorwerpen in de boot naar voren geslingerd worden.

- Draai het gashendel naar de "START" positie.

- Trek de chokeknop helemaal uit. Wanneer de motor aangeslagen is, de chokeknop weer terugschuiven naar de "RUN" positie.

- Bij een warme motor hoeft de chokeknop niet gebruikt te worden.
-
Wanneer de chokeknop bij een draaiende motor in de "START" positie blijft staan, zal de motor onregelmatig lopen of afslaan.
-
Trek voorzichtig aan de startgreep tot u weerstand voelt. Trek dan in een krachtige en snelle beweging recht naar u toe om de motor te starten.

-
Laat de startgreep hierna niet los, maar laat het startkoord zich geleidelijk oprollen.
-
Draai het gashendel langzaam terug naar de volledig gesloten positie.
OPMERKING
- Een koude motor moet eerst warm draaien.
- Wanneer de motor niet aanslaat na de eerste poging, herhaal dan de startprocedure. Wanneer de motor na 4 of 5 keer starten niet aanslaat. Open dan het gashendel ongeveer 1/8 tot ¼ en probeer het opnieuw. Wanneer een warme motor niet wil aanslaan, volg dan dezelfde procedure.
Motor warm draaien
-
Nadat de motor aangeslagen is, de chokeknop ongeveer halverwege inschuiven. Warm de motor circa 5 minuten lang na het starten op door maximaal 1/5 of minder gas te geven. Wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is, moet de chokeknop geheel ingeschoven worden. Wanneer dit nagelaten wordt, zal de levensduur van de motor afnemen.
-
Controleer of er water uit de wateruitlaat stroomt.
OPMERKING
- Wanneer de chokeknop niet teruggeschoven wordt, zal de motor afslaan.
- Bij buitentemperaturen lager dan -5°C moet de chokeknop nadat de motor aangeslagen is, nog circa 30 seconden uitgetrokken blijven.
Gebruik
LET OP
Een constante waterstroom uit de wateruitlaat toont aan dat de waterpomp het koelwater rond pompt. Wanneer er geen water uit de uitlaat stroomt terwijl de motor draait, kan deze oververhit raken met ernstige motorschade als gevolg. Stop in dat geval onmiddellijk de motor en controleer of de waterinlaat geblokkeerd is en maak deze vrij. Wanneer dat niet het geval is, neem dan contact met uw dealer op.

Verzeker u ervan voor het schakelen, dat er zich geen zwemmers of obstakels in de nabijheid bevinden.
LET OP
Sluit altijd eerst het gas, zodat de motor stationair loopt voordat u van vooruit naar achteruit schakelt en viceversa.
Vooruit of achteruit
- Draai het gashendel naar de volledig gesloten positie.

- Verplaats de schakelhevel in een stevige, snelle beweging van neutraal naar vooruit.

Wanneer u achteruit vaart, doe dat dan langzaam. Geef niet meer dan half gas. De kans bestaat dat de boot onstabiel raakt en niet meer onder controle kan worden gehouden, met een mogelijk ongeval als gevolg.
Motor afzetten
Laat de motor enkele minuten stationair lopen of de boot met lage snelheid varen voordat de motor afgezet wordt Het wordt niet aanbevolen om de motor nadat er met hoge snelheid is gevaren, direct af te zetten.
Procedure
- Druk de stopschakelaar in, totdat de motor volledig tot stilstand is gekomen.
- Draai nadat de motor gestopt is de ventilatieschroef op de tankdop dicht en zet de benzinekraan (indien aanwezig) in de gesloten positie.
OPMERKING
Wanneer de buitenboordmotor voorzien is van een noodstopschakelaar met veiligheidskoord, kan de motor ook afgezet worden door aan het veiligheidskoord te trekken en daarmee het borgingsplaatje uit de schakelaar te trekken.
Afstellen van de trimhoek
De trimhoek van de buitenboordmotor bepaalt mede de positie van de boeg in het water. Een correcte trimhoek verbetert de prestaties, verlaagt het brandstofverbruik en belast de motor minder. De juiste trimhoek hangt af van de combinatie boot, buitenboordmotor en schroef. De correcte trimhoek wordt ook beïnvloed door variabelen als de vaarsnelheid en golfhoogte.
WAARSCHUWING
Een verkeerde trimhoek (zowel te klein als te groot) kan instabiliteit van de boot veroorzaken en het sturen bemoeilijken. Hierdoor wordt de kans op een ongeval verhoogd. Verlaag de snelheid wanneer de boot onstabiel begint aan te voelen, moeilijk te sturen is of niet meer koersvast is en stel de trimhoek bij.
Trimhoek instellen
In de klembeugel bevinden zich 4 of 5 gaten voor het instellen van de trimhoek.
- Stop de buitenboordmotor.
- Kantel de buitenboordmotor iets omhoog en draai de blokkeerpen los.

3. Plaats de blokkeerpen in de gewenste stand
Om de boeg omhoog te brengen, de blokkeerpen verder van de klembeugel plaatsen.
Om de boeg omlaag te brengen, de blokkeerpen dichten bij de klembeugel plaatsen.
Maak enkele testvaarten om te ondervinden welke stand het beste bij de boot en het gebruik daarvan past.
WAARSCHUWING
Zet de motor uit voordat u de trimhoek wijzigt. Kijk uit dat er geen lichaamsdelen bekneld raken bij het losdraaien of vastzetten van de blokkeerpen. Vaar voorzichtig wanneer de trimhoek net gewijzigd is. Verhoog geleidelijk de snelheid en let op of de boot niet instabiel wordt. Een verkeerde trimhoek kan de koersvastheid negatief beïnvloeden.
OPMERKING
De trimhoek van de buitenboordmotor verandert met circa 4 graden wanneer de blokkeerpen één stand van positie wijzigt.
Boottrim instellen
Wanneer de boot planeert, zorgt een opwaartse positie van de boeg voor minder weerstand, hogere stabiliteit en efficiënt gebruik van het motorvermogen. In het algemeen moet de kiel van de boot daarvoor onder een opwaartse hoek van 3 tot 5 graden staan. Met de boeg omhoog, kan de boot een sterkere neiging hebben om naar links of rechts te trekken. Compenseer dit door bij te sturen. Met het verstellen van de trimplaat (indien aanwezig) kan dit effect ook verminderd worden. Wanneer de boeg laag ligt, is het makkelijker om van stilstand naar planeren te versnellen.

Een te grote trimhoek drukt de boeg te ver omhoog en de achterzijde naar beneden. De prestaties en het verbruik verslechteren omdat de romp te veel water moet verplaatsen en de luchtweerstand groter wordt. Bovendien kan de schroef lucht slaan en de boot kan gaan slaan op het water, waardoor de bestuurder en passagiers overboord kunnen slaan.

En te kleine trimhoek laat de romp "ploegen" door het water, omdat de boeg wil duiken.
Accelereren wordt moeilijk en het brandstofverbruik stijgt. Bij hogere snelheden wordt de boot instabiel.
De weerstand in het water neemt toe, waardoor de koersvastheid afneemt en de boot moeilijk te sturen is.

Afhankelijk van het type boot, kan het verstellen van de trimhoek van de buitenboordmotor weinig effect op de trim van de boot hebben.
Omhoog en omlaag kantelen
Wanneer de motor gestopt wordt of wanneer de boot in ondiep water afgemeerd wordt, moet
de buitenboordmotor omhoog gekanteld worden om de schroef en staartstuk te beschermen tegen zout water corrosie en de kans op aanvaringen.

Verzeker u ervan dat geen omstanders zijn wanneer de buitenboordmotor omhoog gekanteld wordt en dat er geen lichaamsdelen bekneld raken tussen de motor en de klembeugel.
WAARSCHUWING
Lekkende brandstof kan brand veroorzaken. Draai de ventilatieschroef op de tankdop dicht wanneer de buitenboordmotor omhoog gekanteld wordt om te voorkomen dat er brandstof lekt.
LET OP
- Volg de procedure "motor afzetten" voordat u de buitenboordmotor omhoog kantelt. Kantel de buitenboordmotor nooit met draaiende motor. Ernstige motorschade als gevolg van oververhitting kan het resultaat zijn.
- Probeer nooit de motor te kantelen door het gashendel neer te drukken, deze kan als gevolg daarvan breken.
- Zorg ervoor dat het motorgedeelte zich altijd hoger bevindt dan de schroef, om te voorkomen dat er water in de cilinder loopt en motorschade veroorzaakt.
- De buitenboordmotor kan niet gekanteld worden wanneer deze in de stand "Reverse" (achteruit) staat.
Onderhoud
Procedure voor het omhoog kantelen
- Stop de motor. Plaats de schakelhevel in de stand "Neutral" (Neutraal).

- Draai de stuurweerstand versteller aan, om te voorkomen dat de motor vrij kan draaien.

- Draai de ventilatieschroef op de tankdop dicht.

- Automatische vergrendeling: pak de handgreep vast en kantel de buitenboordmotor geheel naar voren.
De vergrendeling zal automatisch in werking treden en vergrendelt de buitenboordmotor in de gekantelde positie.

Procedure voor het omlaag kantelen
- Trek de buitenboordmotor een iets naar u toe.
- Til de vergrendeling iets op en laat de motor voorzichtig zakken.
- Draai de versteller van de stuurweerstand los door deze linksom te draaien. Stel de versteller vervolgens af naar de eigen voorkeur.

Hoogte: 1029 mm (kortstaart)
1156 mm (langstaart)
Spiegelhoogte: 567 mm
Gewicht: 22,0 Kg (kortstaart)
24,0 Kg (langstaart)
Prestaties:
Toerental bij vol gas: F 4/5 4.500 - 5.500 tpm
Maximum vermogen: F 4 2,9 kW/4 pk - 5.500 tpm
F 5 3,6 kW/5 pk - 5.500 tpm
Stationair toerental
(in neutraal): 1.800 - 2.000 tpm
Motortype: viertakt
Cilinderinhoud: 112 cc
Koelsysteem: waterkoeling
Startsysteem: handstart
Carburatie: met choke
Klepspeling (koude motor): inlaatklep 0,08 - 0,12 mm
uitlaatklep 0,08 - 0,12 mm
Versnellingsbak:
Drie posities: vooruit-neutraal-achteruit
Overbrengingsverhouding: 2.08 (27/13)
Trim en kantelsysteem: handmatig
Brandstof en olie:
Aanbevolen benzine: ongelood normaal
Tankinhoud: 1,1 liter (ingebouwde tank)
Aanbevolen motorolie
Classificatie API: API SE, SF, SG, SH, SJ, SL
Aanbevolen motorolie
Classificatie SAE: SAE 10W30 of SAE 10W40
Smeersysteem: oliepomp
Motorolie inhoud: 0,5 liter
Aanbevolen staartstukolie: hypoïd olie SAE 90
Staartstukolie inhoud: 100 cc
Aanhaalmomenten:
Transport en opslag van de buitenboordmotor
WAARSCHUWING
LEKKENDE BRANDSTOF KAN BRAND VEROORZAKEN
Voor de buitenboordmotor omhoog gekanteld of op de zijkant gelegd wordt:
- Sluit de ventilatieschroef en benzinekraan wanneer de buitenboordmotor vervoerd of opgeslagen wordt om lekkage van brandstof te voorkomen.
- WEES VOORZICHTIG met het vervoeren van de losse brandstoftank, ongeacht of dat in een boot of auto plaats vindt
- Vul tanks NOOIT tot de maximale capaciteit. Benzine zet uit wanneer het warmer wordt en kan druk in de tank veroorzaken. Dit kan lekkage en mogelijke brandgevaar veroorzaken.
WAARSCHUWING
Begeef u nooit onder de buitenboordmotor. Wanneer de motor valt kan dit ernstig letsel veroorzaken.
LET OP
Gebruik de kantelblokkeerinrichting niet tijdens het vervoer van de buitenboordmotor aan de boot. Door de bewegingen tijdens het transport kan de vergrendeling losschieten. Wanneer de buitenboordmotor niet in de normale positie vervoerd kan worden, gebruik dan een extra ondersteuning om de motor in de gekantelde positie te vervoeren.
De buitenboordmotor moet vervoerd en opgeslagen worden in de normale verticale positie. Wanneer er onvoldoende afstand is tot de weg in deze positie, mag de buitenboordmotor alleen in de gekantelde positie vervoerd worden wanneer de buitenboordmotor voorzien wordt van extra daarvoor bedoelde ondersteuning.
Uitvoering met klemschroeven
Wanneer de motor vervoerd of opgeslagen moet worden, doe dit dan volgens de onderstaande afbeeldingen.

Onderhoud

Leg een handdoek of andere bescherming onder de buitenboordmotor om schade te voorkomen.
Opslag van de buitenboordmotor
Wanneer de buitenboordmotor voor een langere periode (meer dan 2 maanden) opgeslagen wordt, moeten de volgende belangrijke procedures gevolgd worden om schade te voorkomen.
WAARSCHUWING
- Om te voorkomen dat motorolie vanuit het carter in de cilinder loopt, mag de buitenboordmotor uitsluitend in die hier afgebeelde posities vervoerd en opgeslagen worden. Wanneer de buitenboordmotor op zijn kant opgeslagen wordt, moet eerste de motorolie afgetapt worden.
- Laat eerst al het koelwater uit de buitenboordmotor weglopen, voordat deze op zijn kant gelegd wordt, omdat anders koelwater in de cilinder zou kunnen lopen en daardoor schade veroorzaakt.
- Sla de buitenboordmotor op in een droge, goed geventileerde ruimte, niet in direct zonlicht.
Spoelen in een testtank
LET OP
Start de motor nooit zonder koelwatertoevoer. De waterpomp zal beschadigd raken en motorschade als gevolg van verhitting kan het gevolg zijn. Voordat de motor gestart wordt moet er zich water in de waterkanalen bevinden.
- Reinig de buitenkant met schoon zoet water.
- Sluit de brandstofkraan. Sluit de ventilatieschroef in de tankdop.
- Verwijder de afdekkap.
- Plaats de buitenboordmotor in een testtank.

1= Aanbevolen waterniveau
2= Laagste waterniveau
- Vul de tank met schoon zoetwater met het minimum niveau boven de anticavitatieplaat.
LET OP
Wanneer het waterniveau in de testtank te laag is (beneden de anticavitatieplaat) en wanneer de koelwatertoevoer niet voldoende is, kan de motor vastlopen.
- Laat de motor enkele minuten in de neutraal positie stationair draaien.
WAARSCHUWING
- Raak geen elektrische onderdelen aan wanneer de motor gestart wordt of tijdens het gebruik ervan.
-
Houd handen, haar en kleding vrij van het vliegwiel en andere draaiende delen van de motor wanneer deze loopt.
-
Spuit preserveringsolie in de carburateur vlak voordat de motor afgezet wordt. Wanneer dit op de juiste manier gebeurt, zal de motor gaan roken en bijna afslaan.
OPMERKING
Het is essentieel dat de waterkanalen gespoeld worden om te voorkomen dat deze verstopt raken met zout, zand of vuil. Gebruik preserveringsolie om motorschade door roestvorming te voorkomen. Spoel de waterkanalen en gebruik de preserveringsolie op hetzelfde moment.
- Wanneer geen preserveringsolie beschikbaar is, laat de motor dan met verhoogd stationair toerental lopen tot dat de brandstof op is en de motor stopt.
- Plaats een opvangbak onder de carburateur, verwijder de stop en draai vervolgens de aftapschroef van de carburateur los en laat deze leeglopen.

- Breng de aftapschroef weer aan en draai deze vast. Breng de stop weer aan.
- Wanneer er geen preserveringsolie voorhanden is, draai dan de bougie los. Giet vervolgens een theelepel schone motorolie in de cilinder. Draai de motor handmatig enige keren rond. Monteer de bougie weer.
- Breng de afdekkap aan.
- Neem de motor uit de testtank.
- Laat al het koelwater weglopen. Reinig zorgvuldig de buitenkant.
Onderhoud
Smering
- Vet het schroefdraad van de bougie in en monteer de bougie met het juiste aanhaalmoment.
- Vervang de staartstukolie. Controleer of er zich geen water in de olie bevindt wat op een lekke pakking kan wijzen.
- Smeer alle draaipunten.
Schoonmaken van de buitenboordmotor
Was de buitenboordmotor na gebruik met schoon water. Spoel het koelsysteem met schoon water.

Gelakte oppervlakten
Inspecteer de buitenboordmotor op krassen, deuken en afbladderende verf. Beschadigde oppervlakten zullen eerder corroderen. Maak zo nodig de beschadigingen schoon en lak ze opnieuw.
Periodiek onderhoud
WAARSCHUWING
Zet altijd de motor af voordat er onderhoud aan uitgevoerd wordt, tenzij nadrukkelijk anders vermeld. Wanneer u of de eigenaar geen voldoende technische kennis hebt, laat het onderhoud dan door uw dealer of een daartoe gekwalificeerde technicus uitvoeren.
Onderdelen
Wanneer er onderdelen nodig zijn, gebruik dan uitsluitend originele onderdelen of onderdelen van hetzelfde type, kwaliteit en materiaal. Onderdelen van mindere kwaliteit dan origineel kunnen storingen veroorzaken. Het gevolg daarvan kan zowel de bestuurder als de inzittenden in gevaar brengen, omdat de controle over de boot verloren kan raken. Originele onderdelen en accessoires zijn via uw dealer verkrijgbaar.
Onderhoudschema
De frequentie van het onderhoud kan aangepast worden aan het gebruik van de buitenboordmotor. De onderstaande tabel dient hiervoor als algemene leidraad. Raadpleeg de betreffende hoofdstukken voor de onderhoudsprocedures die u zelf kunt uitvoeren.
Wanneer de buitenboordmotor gebruikt wordt in zout, troebel of modderig water, moet deze na ieder gebruik met schoon water gespoeld worden.
Het ● symbool geeft aan dat u deze handeling (desgewenst) zelf kunt uitvoeren
Het ○ symbool geeft aan dat deze handeling door de dealer uitgevoerd moet worden
| Onderdeel Actie | Eerste ledere | ||||
| 10 uur(1 maand) | 50 uur(3 maanden) | 100 uur(6 maanden) | 200 uur(1 jaar) | ||
| Anode(s) Controleren/vervangen | ●/○ ● | /○ | |||
| Waterkanalen Reinigen | ● | ● | |||
| Klembeugel Controleren | ● | ||||
| Brandstofffilter(in de ingebouwde tank) | Controle/reinigen | ○ | |||
| Brandstofsysteem Controle | ● ● | ● | |||
| Brandstoftank(ingebouwde tank) | Controle/reinigen | ○ | |||
| Staartstukolie Verversen | ● | ● | |||
| smeerpunten smeren | ● | ||||
| Stationair toerental Controleren | ●/○ ● | /○ | |||
| Schroef/splitpen Controleren/vervangen | ● | ● | |||
| Schakelmechanisme | Controleren/afstellen | ○ | |||
| Thermostaat | Controleren/afstellen | ○ | |||
| Gashendel/gaskabel/afstelling | Controleren/afstellen | ○ | |||
| Waterpomp | Reinigen/afstellen/vervangen | ○ | |||
| Motorolie | Controleren/verversen | ● | ● | ||
| Bougie(s) | Controleren/afstellen/vervangen | ● | ● | ||
| KlepspelingUitlaatpoort/ | Controleren/afstellen | ○ | ○ | ||
| spruitstuk | Controleren/vervangen | ○ | |||
Onderhoud
Smering
Waterbestendig vet

Bougie schoonmaken en afstellen
WAARSCHUWING
Pas op dat u de porseleinen isolator niet beschadigt bij het losschroeven of vastzetten. Een beschadigde isolator kan vonken en daarmee brand of een explosie veroorzaken.
De bougie vormt een belangrijk deel van de motor en is eenvoudig te controleren. De staat en kleur van de bougie geeft bovendien een indicatie van de conditie van de motor. Wanneer bijvoorbeeld de centrale elektrode aan de binnenkant van de bougie erg wit is, wijst dit op een mogelijk lek in de luchtinlaat of een carburatieprobleem. Neem in dat geval contact op met uw dealer. Neem regelmatig de bougie los en controleer deze op koolafzetting en de staat van de elektroden. Wanneer deze versleten zijn dient de bougie vervangen te worden.
Standaard bougie:
NGK BR6HS / Denso W20FSR-U
Voordat u de bougie monteert, moet eerst de elektrodeafstand gemeten worden met behulp van een voelmaat. Stel zo nodig de juiste afstand in.

text_image
2 1- Elektrodeafstand
- Bougie typeaanduiding (NGK)
Bougie elektrodeafstand: 0,8-1,0 mm
Gebruik altijd een nieuwe pakking en reinig het pasvlak van de bougie op de cilinderkop bij de montage van de bougie. Maak het schroefdraad schoon en monteer met het juiste aanhaalmoment.
Aanhaalmoment bougie: 25,0 Nm (1,84 kgm)
OPMERKING
Wanneer er geen momentsleutel beschikbaar is bij het monteren van de bougie, geeft de volgende procedure een goede indicatie van het juiste aanhaalmoment: draai de bougie handvast aan en vervolgens nog een 1/4 tot een 1/2 slag vaster. Controleer het aanhaalmoment later met een momentsleutel.
Controle brandstofsysteem
WAARSCHUWING
Benzine en benzinedampen zijn uiterst brandbaar en explosief. Houd afstand van vonken, sigaretten, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
WAARSCHUWING
Lekkende brandstof kan tot brand of een explosie leiden.
- Controleer regelmatig op brandstoflekken.
- Wanneer een lekkage geconstateerd wordt, moet deze door een gekwalificeerde technicus verholpen worden
- Ondeugdelijke reparaties kunnen de buitenboordmotor gevaarlijk in het gebruik maken.
Controleer de brandstofleidingen op lekken, scheuren en werking. Wanneer een defect wordt geconstateerd, moet dit direct door uw dealer of een gekwalificeerde technicus gerepareerd worden.

Raak geen elektrische onderdelen aan wanneer de motor gestart wordt of tijdens het gebruik ervan. Houd handen, haar en kleding vrij van het vliegwiel en andere draaiende delen van de motor wanneer deze loopt.
LET OP
Deze procedure moet uitgevoerd worden terwijl de buitenboordmotor in het water hangt, in een testtank hangt of aangesloten is op een spoelinrichting.
Voor deze procedure is een toerenteller noodzakelijk. De resultaten kunnen verschillen afhankelijk of de motor in een testtank of in het water hangt.
- Start de motor en warm deze in de neutraal stand op, tot de motor mooi rond en soepel loopt.
OPMERKING
Het correcte stationaire toerental kan alleen gecontroleerd worden wanneer de motor op bedrijfstemperatuur is. Wanneer de motor nog te koud is, zal het toerental hoger dan normaal zijn. Wanneer u moeilijkheden ondervindt bij het bepalen of instellen van het stationaire toerental, neem dan contact op met uw dealer of raadpleeg een gekwalificeerde technicus.
- Controleer of het toerental op de voorgeschreven waarde ligt. Zie pagina 27 voor het juiste stationaire toerental.
Motorolie verversen
WAARSCHUWING
- Tap de motorolie niet direct af nadat de motor net gestopt is. De motorolie is heet en kan brandwonden veroorzaken.
- Verzeker u ervan dat de buitenboordmotor stevig vastgezet is op de spiegel of een motorsteun.
WAARSCHUWING
- Vul niet meer olie bij dan voorgeschreven. Controleer of de buitenboordmotor rechtop staat (niet gekanteld) wanneer het motoroliepeil gecontroleerd of vervangen wordt.
- Wanneer het motoroliepeil zich boven het maximum niveau bevindt, dan moet de overtollige motorolie afgetapt worden. Een te hoog motorolie niveau kan lekkages en motorschade veroorzaken.
WAARSCHUWING
Ververs de motorolie na de eerste 10 draaiuren, daarna iedere 100 uur of iedere 6 maanden om versnelde motorslijtage te voorkomen.
OPMERKING
Vervang de motorolie wanneer deze nog warm, maar niet heet is.
- Plaats de buitenboordmotor in een rechte, verticale positie.
- Houd een opvangbak klaar met voldoende capaciteit om de motorolie op te vangen. Draai de aftapplug los en vang de motorolie op in de opvangbak. Verwijder vervolgens de olievulplug. Laat de motorolie geheel weglopen. Veeg gemorste motorolie direct op.
- Plaats een nieuwe pakkingring over de aftapplug. Smeer de pakkingring licht in met motorolie voor de montage en draai de aftapplug vast.
Aanhaalmoment olie aftapplug 18,0 Nm (1,84 kgm)
OPMERKING
Wanneer er geen momentsleutel beschikbaar is bij het monteren van de aftapplug, geeft de volgende procedure een goede indicatie van het juiste aanhaalmoment: draai de aftapplug handvast aan en vervolgens nog een 1/4 tot een 1/2 slag vaster. Controleer het aanhaalmoment later met een momentsleutel.
- Vul de correcte hoeveelheid motorolie bij via de vulopening.
Aanbevolen motorolie: 4-takt buitenboordmotor motorolie Hoeveelheid (zonder oliefilter) 0,5 liter

-
Olievuldop
-
Start de buitenboordmotor en controleer of er geen olielekkages zijn.
-
Zet de motor af en wacht 3 minuten. Controleer nogmaals het oliepeil, dat zich tussen het minimum en maximum peil dient te bevinden. Vul motorolie bij indien nodig, tap motorolie af wanneer het peil boven het maximum niveau staat.

text_image
2 1-
Minimum peil
-
Maximum peil
-
Voer afgewerkte motorolie af als klein chemisch afval conform de geldende voorschriften.
Onderhoud
OPMERKING
Ververs de motorolie vaker wanneer de buitenboordmotor onder zware omstandigheden gebruikt wordt zoals bij het slepend vissen (trolling).
Controle van de bedrading en verbindingen
- Controleer of iedere massakabel goed vast zit.
- Controleer dat iedere stekker stevig vast zit.
Uitlaat lekkage
Start de motor en controleer of er geen uitlaatgassen tussen de cilinder, het uitlaatspruitstuk en de uitlaatkap vrijkomen.
Water lekkage
Start de motor en controleer of er geen waterlekkages voorkomen bij de verbindingen tussen de cilinderkop, cilinder en het uitlaatspruitstuk.
Motorolie lekkage
- Controleer de gehele motor op olielekkages.
- Controle van de schroef
WAARSCHUWING
U kunt ernstig gewond raken wanneer de buitenboordmotor per ongeluk start en u zich in de nabijheid van de schroef bevindt.
- Voor de controle, inspectie, montage en demontage van de schroef moet eerst de bougiekap van de bougie afgenomen worden. Plaats bovendien de schakelhevel in de stand neutraal, zet de hoofdschakelaar op "OFF" en neem de sleutel uit het contactslot, verwijder het veiligheidskoord uit de noodstopschakelaar.
- Gebruik nooit uw hand om de schroef vast of tegen te houden bij het vastzetten of losmaken van de schroefmoer. Plaats een houten blok tussen de anticavitatieplaat en de schroef om deze te blokkeren.

- Inspecteer ieder schroefblad op slijtage en erosie door cavitatie en andere schade.
- Controleer de schroefas en spiebanen op schade.
- Controleer de splitpen op schade.
- Controleer of er zich geen vislijnen rond de schroefas bevinden.
- Controleer de afdichting van de schroefas op lekkage.

Schroef verwijderen Spiebaan uitvoeringen
- Buig de splitpen recht en trek deze met een tang los.
- Verwijder de schroefmoer en onderlegring.

- Splitpen
- Schroefmoer
- Onderlegring
- Schroef
-
Vulstuk
-
Neem de schroef en het vulstuk los van de schroefas.
Montage van de schroef
WAARSCHUWING
- Verzeker u er van dat het vulstuk geplaatst is voordat u de schroef monteert, anders kan er schade aan het staartstuk en het schroefhuis ontstaan.
-
Gebruik altijd en nieuwe splitpen en buig de uiteinden om te voorkomen dat de schroef los komt te zitten en verloren kan gaan.
-
Breng waterbestendig, corrosiewerend vet aan op de schroefas.
- Plaats eerst het vulstuk en vervolgens de schroef op de schroefas.
- Plaats de onderlegring. Draai de schroefmoer zodanig vast dat er geen speling voelbaar is wanneer de schroef op de as heen en weer bewogen wordt.
- Draai de schroefmoer in lijn met het splitpen gat in de schroefas. Plaats en nieuwe splitpen en buig de uiteinden daarvan zorgvuldig om.
Onderhoud
Montage van de schroef

Wanneer de schroefmoer na het aandraaien niet in lijn staat met het splitpengat op de schroefas, draai de schroefmoer dan losser totdat deze in lijn staat.
Staartstukolie verversen
WAARSCHUWING
- Verzeker u ervan dat de buitenboordmotor stevig bevestigd is aan de spiegel of motorsteun. Wanneer de motor valt kan dit ernstig letsel veroorzaken.
-
Begeef u nooit onder de buitenboordmotor wanneer deze zich in de gekantelde positie bevindt, ook niet wanneer het kantelblokkeermechanisme in werking is. Wanneer de motor valt kan dit ernstig letsel veroorzaken.
-
Kantel de buitenboordmotor zodanig dat de aftapplug zich op het laagst mogelijk punt bevindt.
- Plaats een opvangbak met voldoende capaciteit onder het staartstuk.
- Draai de olieaftapplug los.

- Vulplug staartstuk
- Olieniveau plug
OPMERKING
Gebruik altijd nieuwe pakkingringen voor de pluggen.
- Verwijder de olieniveau plug om alle olie te laten weglopen.
LET OP
Controleer de afgewerkte staartstukolie. Wanneer de olie melkachtig is, betekent dit dat er water bijgekomen is wat tot schade kan leiden. Ga naar uw dealer om de pakkingen van het straatstuk te laten controleren.
- Gebruik een flexibele trechter of olievulinstallatie om de staartstukolie in de vulplug te gieten.
Aanbevolen staartstukolie:
Hypoïd SAE 90
Oliehoeveelheid: 100 cc

-
Wanneer de verse olie uit de opening van de olieniveauplug begint te lopen, deze plug aanbrengen en vast draaien.
-
Draai de olievulplug vast.
Controle en vervanging van de anodes
Uw buitenboordmotor wordt tegen corrosie beschermd door anodes. Controleer de anodes regelmatig en verwijder schilfers van het anode oppervlak.
WAARSCHUWING
Verf de anodes nooit, daardoor verliezen ze hun werking.

Een schone romp verbetert de prestaties van de boot. Houd daarom het onderwaterschip zo schoon mogelijk en verwijder aangroei. Gebruik een anti-fouling coating om aangroei te voorkomen. Gebruik geen anti-fouling die koper of grafiet bevat, deze coatings versnellen de corrosie van de buitenboordmotor.
Notities
Problemen oplossen
Storingen zoeken
Een probleem in het brandstof-, ontstekings- of verbrandingssysteem kan de oorzaak zijn van moeilijk starten, verlies van vermogen en andere problemen. Hier vindt u de basis controles en mogelijke oplossingen voor storingen.
Starter werkt niet
V. Is er sprake van defecte starteronderdelen?
A. Neem contact op met uw dealer
V. Staat de schakelhevel in neutraal?
A. Schakel in neutraal
Motor slaat niet aan, starter werkt
V. Tank leeg?
A. Vul brandstof bij
V. Brandstof is vervuild of oud?
A. Vul tank met verse brandstof
V. Brandstofffilter verstopt?
A. Vervang of reinig het filter
V. Wordt de juiste startprocedure gevolgd?
A. Zie pagina 16
V. Geeft de brandstofpomp problemen?
A. Neem contact op met uw dealer
V. Zijn de bougies schoon en van het goede type?
A. Controleer de bougie (s), reinig of vervang met het correcte type
V. Is de elektrodeafstand van de bougie verkeerd?
A. Controleer en stel zo nodig af
V. Zijn de kabels van de ontsteking beschadigd of maken ze slechte verbinding?
A. Controleer op slijtage en breuken. Controleer alle stekkerverbindingen, vervang versleten of gebroken kabels
V. Is de ontstekingsunit defect?
A. Neem contact op met uw dealer
V. Zijn het veiligheidskoord en het borgplaatje aangesloten?
A. Bevestig het borgplaatje en koord
V. Is er sprake van inwendige motorschade?
A. Neem contact op met uw dealer
Problemen oplossen
Motor loopt onregelmatig en valt soms stil
V. Is de bougie vet of van het verkeerde type?
A. Controleer de bougie, reinig of vervang met het juiste type.
V. is het brandstofsysteem geblokkeerd?
A. Controleer of er geen brandstofleidingen gedraaid of geknakt zijn.
V. Is de brandstof oud?
A. Vul de tank met verse brandstof.
V. is het brandstofffilter verstopt?
A. reinig of vervang het filter.
V. Is de ontsteking defect?
A. Neem contact op met uw dealer.
V. Is de elektrodeafstand van de bougie correct?
A. Controleer en stel zo nodig bij.
V. Is de bedrading van de ontsteking beschadigd of slecht aangesloten?
A. Controleer alle kabels op breuk en slijtage. Controleer de stekkerverbindingen.
V. Wordt de verkeerde motorolie gebruikt?
A. Ververs de olie met olie van de juiste classificatie
V. Is de thermostaat verstopt of functioneert deze niet goed?
A. Neem contact op met uw dealer.
V. Is de ventilatieschroef op de tankdop gesloten?
A. Draai de ventilatieschroef open.
V. Is de chokeknop uitgetrokken?
A. Schuif de chokeknop geheel terug.
V. Is de motor positie te hoog?
A. Plaats de motor in de correcte positie.
A. Neem contact op met uw dealer
V. Is de brandstofleiding goed aangesloten?
A. Sluit de leiding correct aan.
V. is de afstelling van de gasklep correct?
A. Neem contact op met uw dealer
Motor verliest vermogen
V. Is de schroef beschadigd?
A. Repareer of vervang de schroef.
V. Is de spoed en de diameter van de schroef correct?
A. Installeer een schroef met de correcte specificaties.
V. Is de trimhoek goed?
A. Stel de trimhoek in voor de beste prestaties.
V. Is de motor op de juiste hoogte op de spiegel geplaatst?
A. Positioneer de motor op de correcte hoogte.
V. Is het onderwaterschip aangegroeid?
A. Reinig het onderwaterschip.
V. Zijn de bougies vet of niet van het juiste type?
A. Reinig de bougies of vervang met het juiste type bougie.
V. Is de schroefas omwikkeld met wier of andere obstructies?
A. Verwijder wier en andere materialen.
V. Is het brandstofsysteem geblokkeerd?
A. Controleer op geknikte of afgeknepen brandstofslangen.
V. is het brandstofffilter verstopt?
A. Reinig of vervang het filter.
V. Is de brandstof oud?
A. Vul de tank met verse brandstof.
V. Is de elektrodeafstand van de bougie correct?
A. Controleer en stel zo nodig bij.
V. Is de bedrading van de ontsteking beschadigd of slecht aangesloten?
A. Controleer alle kabels op breuk en slijtage. Controleer de stekkerverbindingen.
V. Wordt het juiste type brandstof gebruikt?
A. Vul de tank met de correcte brandstof.
V. Wordt niet de juiste motorolie gebruikt?
A. Controleer en ververs met motorolie van het juiste type.
V. Is de thermostaat verstopt of functioneert deze niet goed?
A. Neem contact op met uw dealer.
Problemen oplossen
V. Is de ventilatieschroef op de tankdop gesloten?
A. Draai de ventilatieschroef open.
V. Is de benzineslang goed aangesloten?
A. Sluit de slang correct aan.
V. is een bougie van het juiste type gebruikt?
A. vervang door een bougie van het voorgeschreven type.
V. Reageert de motor niet goed op het schakelmechanisme?
A. Neem contact op met uw dealer.
De motor trilt extreem
V. Is de schroef beschadigd?
A. Repareer of vervang de schroef.
V. is de schroefas beschadigd?
A. Neem contact op met uw dealer.
V. Is de schroefas omwikkeld met wier of andere obstructies?
A. Verwijder wier en andere materialen.
V. Zitten de bouten en moeren van de motorbevestiging los?
A. Draai bouten en moeren aan.
V. Is de stuurinrichting beschadigd of heeft deze te veel speling?
A. Neem contact op met uw dealer.
Aanvaringsschade
WAARSCHUWING
De buitenboordmotor kan ernstig beschadigd raken door een aanvaring bij het varen of bij het transport van de buitenboordmotor. Deze beschadigingen kunnen de buitenboordmotor onveilig in het gebruik maken.
Wanneer de buitenboordmotor een object onder water raakt, volg dan de volgende procedure.

- Zet onmiddellijk de motor af.
- Controleer alle onderdelen op schade. Controleer ook of de boot beschadigd is.
- Ongeacht of er schade geconstateerd wordt: vaar direct met lage snelheid naar de dichtstbijzijnde haven.
- Laat uw dealer de buitenboordmotor controleren voordat u deze weer in gebruik neemt.
Problemen oplossen
Startmechanisme werkt niet
Wanneer het startmechanisme niet functioneert (de motor kan niet met de starchandgreep gestart worden) kan de buitenboordmotor met de volgende noodprocedure gestart worden.
WAARSCHUWING
- Gebruik deze procedure alleen in noodgevallen en uitsluitend om terug naar de haven te kunnen varen voor reparatie.
- Bij deze noodprocedure werkt de veiligheidsblokkering voor het schakelmechanisme niet meer. Verzeker u ervan dat de schakelhevel in de stand neutraal staat, anders zou de boot onverhoopt kunnen wegvaren met als mogelijk gevolg een ongeval.
- Bevestig het borgplaatje op de noodstopschakelaar en vervolgens het veiligheidskoord op een stevige plaats van uw kleding, of aan een arm of been.
- Bevestig het veiligheidskoord niet aan een kledingstuk dat makkelijk kan scheuren. Voorkom dat het veiligheidskoord verstrikt raakt of ergens achter kan blijven hangen waardoor het niet meer functioneert.
- Wanneer het motorvermogen weg valt kan de boot onbestuurbaar worden en abrupt snelheid verliezen. Dit kan er voor zorgen dat personen en voorwerpen in de boot naar voren geslingerd worden.
- Verzeker u ervan dat er niemand achter u staat wanneer u aan het startkoord trekt.
- Het koord kan als en zweep naar achteren slaan en iemand verwonden.
- Een onbeschermd niet afgedekt vliegwiel kan zeer gevaarlijk zijn. Houd losse kleding en andere objecten vrij van de motor wanneer u deze start. Gebruik de noodprocedure en het noodstartkoord uitsluitend volgens de hier beschreven procedure. Raak het vliegwiel of andere bewegende delen niet aan wanneer de motor loopt. Installeer het startmechanisme of de afdekkap niet wanneer de motor loopt.
- Raak de ontstekingsspoel, bougiekabel, bougiekap of enig ander elektrisch onderdeel aan bij het starten of bedienen van de motor. U kunt mogelijk een elektrische schok krijgen.
Noodstart procedure van de buitenboordmotor
- Verwijder de afdekkap.
- Schakel de buitenboordmotor in de neutraal positie.

- Ontkoppel de verbinding van het terugwind mechanisme.

- Verwijder drie bouten en neem het terugwindmechanisme los.

- Plaats twee bouten terug om de benzinetank weer vast te zetten.

- Verzeker u ervan dat de motor in neutraal staat en dat het borgingsplaatje in de noodstopschakelaar zit.

- Plaats de knoop van het startkoord in de uitsparing van het starterhuis en wind het koord met de klok mee om het huis.
- Trek rustig aan het koord totdat een weerstand voelbaar is.
- Trek het koord nu hard achteruit om de motor te starten. Herhaal indien nodig.

Wanneer de motor per ongeluk geheel onder water terecht is gekomen, moet deze direct door uw dealer behandeld worden omdat anders vrijwel onmiddellijk corrosie zal gaan optreden. Wanneer het niet mogelijk is om de buitenboordmotor direct bij de dealer te brengen, volg dan onderstaande procedure om de schade zo veel mogelijk te beperken:
Procedure:
- Reinig de motor grondig met schoon zoet water en verwijder modder, zand, zout, wieren en dergelijke.

- Verwijder de bougie en laat het aanwezige water via de bougiegaten uit de cilinder lopen.
- Tap de brandstof van de carburateur, brandstofslangen en brandstofffilter af. Tap de motorolie geheel af.

- Vul de motor met verse motorolie.
Hoeveelheid motorolie: 0,5 liter
- Giet motorolie in de bougiegaten en de carburateur. Laat de motor enkele slagen maken door de trekstarter met de hand te draaien, of met het noodkoord rond te draaien.
- Breng de motor zo snel mogelijk naar de dealer.

Probeer niet om de buitenboordmotor te starten, voordat deze geheel is gecontroleerd.
Notities
In Nederland vertegenwoordigd door:
HIDEA-MARINE
Postbus 70 8600 AB Sneek
Email: info@hidea-marine.nl
Tel: 0515-335104
www.hidea-marine.nl