SLIM-DUAL-LUNA - Detector Satel - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SLIM-DUAL-LUNA Satel in PDF-formaat.
| Type product | Draadloze dual detector met verlichtingsfunctie |
| Afmetingen (H x B x D) | 62 x 137 x 42 mm |
| Gewicht | 144 g |
| Voeding | 12 V DC ±15% |
| Stroomverbruik (stand-by) | 14 mA |
| Stroomverbruik (maximaal) | 100 mA |
| Detectiebereik (geïnstalleerd op 2,4 m) | 20 m x 24 m, 90° |
| Detectiesnelheid | 0,3...3 m/s |
| Radarfrequentie | 24,125 GHz |
| Alarmuitgang | NC relais, 40 mA / 24 V DC |
| Sabotage-uitgang | NC relais, 40 mA / 24 V DC |
| EOL-weerstanden | 2 x 1,1 kΩ / 2 x 4,7 kΩ / 2 x 1 kΩ |
| Aanbevolen installatiehoogte | 2,4 m |
| Toegestane installatiehoogte | tot 4 m |
| Opwarmtijd | 30 s |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C...+55°C |
| Maximale luchtvochtigheid | 93±3% |
| Beveiligingsklasse (EN 50131-2-4) | Grade 2 |
| Milieuklasse (EN 50130-5) | II |
| LED-verlichting | 4 witte LED's, instelbare kleur (7 kleuren) |
| Werkingsmodi | Basis, Geavanceerd, PIR, Radar |
| Configuratie | Via knoppen op module of OPT-1 handzender |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de lens met een zachte, droge doek. Raak de pyro-sensor niet aan. |
| Veiligheid | Sabotagebeveiliging tegen openen en verwijderen. Installatie door gekwalificeerd personeel vereist. |
| Vervangbare onderdelen | Lens vervangbaar door gordijn- of long-beam lens (verkrijgbaar bij SATEL) |
| Algemene informatie | CE-markering, voldoet aan EN 50131-1, EN 50131-2-4, EN 50130-4, EN 50130-5 |
Veelgestelde vragen - SLIM-DUAL-LUNA Satel
Gebruikersvragen over SLIM-DUAL-LUNA Satel
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SLIM-DUAL-LUNA - Satel en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SLIM-DUAL-LUNA van het merk Satel.
GEBRUIKSAANWIJZING SLIM-DUAL-LUNA Satel
Draadloze dual detector met verlichtingsfunctie
CE

Het apparaat dient door gekwalificeerd personeel geïnstalleerd te worden.
Voorafgaand aan de installatie, lees aandachtig deze handleiding door.
Uw rechten op garantie vervallen indien u wijzigingen, modificaties of reparaties uitvoert welke niet door de fabrikant zijn goedgekeurd.
SATEL streeft ernaar de kwaliteit van haar producten voortdurend te verbeteren, wat kan resulteren in wijzigingen van de technische specificaties en software. De actuele informatie over de aangebrachte wijzigingen is beschikbaar op de website.
Bezoek ons op: https://support.satel.pl
De verklaring van overeenstemming kan worden geraadpleegd op www.satel.pl/ce
De volgende symbolen kunnen in deze handleiding gebruikt worden:

- opmerking,

- waarschuwing.
INHOUD
- Eigenschappen....2
- Omschrijving....2
Werkingsmode....2
Verlichtingsfunctie ....3
Supervisie opties ....3
LED indicaties....3
Op afstand schakelen tussen werkingsparameters van de detector....4
Configuratie mode op afstand in-/uitschakelen....4
-
Elektronische module ....4
-
Aansluitklemmen 6
- Selecteer de installatie locatie 7
- Installatie 8
- Configureren van de detector 11
De configuratie mode starten....11
Functies uitvoeren en parameters configureren 12
De configuratie mode beëindigen 13
- Opstarten en uitvoeren looptest....14
Detectoren apart testen 15 - Specificaties .... 15
De SLIM-DUAL-LUNA detector kan beweging detecteren in een beveiligd gebied. Bovendien heeft de detector LED's om een verlichtingsfunctie te bieden. Deze handleiding heeft betrekking op detectoren met elektronische versie D.
1. Eigenschappen
- Bewegingsdetectie via twee detectoren: passief infrarood detector (PIR) en radar detector (MW).
- Aanpasbare detectie gevoeligheid van beide detectoren.
- Detectoren zijn apart te testen.
• Digitale bewegingsdetectie algoritme.
• Digitale temperatuur compensatie. - Digitaal filter die immuniteit waarborgen tegen valse alarmen, voor signalen die door de radar detector ontvangen zijn en veroorzaakt worden door het stroomnetwerk en gasontladingslampen.
- Selecteerbare werkingsmode: basis, geavanceerd, PIR of Radar.
- Optie om de kruipzone beveiliging in / uit te schakelen.
- Groothoek lens speciaal ontworpen voor de SLIM detectoren.
- De mogelijkheid om de lens te vervangen door een gordijn of een long-beam lens.
- De mogelijkheid of de detector te configureren via de OPT-1 handzender.
- Ingebouwde end-of-line weerstanden (2EOL: 2 x 1.1 kΩ / 2 x 4.7 kΩ / 2 x 1 kΩ).
- Verlichtingsfunctie geïmplementeerd met behulp van LED's.
- De optie om op afstand de verlichting te sturen of de verlichting te activeren door beweging.
- LED indicaties
- Selecteerbare LED indicatiekleur (7 kleuren beschikbaar).
- LED indicatie op afstand in-/uit te schakelen.
- Configuratie mode op afstand in/uit te schakelen.
- Controle op het bewegingsdetectie systeem en voedingsspanning.
- Sabotage beveiliging tegen het openen van de behuizing en verwijdering van het montage oppervlak.
- Verstelbare montage beugel inbegrepen.
2. Omschrijving
Werkingsmode
Basis – beide detectoren zijn ingeschakeld. De detector meldt een alarm wanneer beide detectoren beweging hebben gedetecteerd binnen 3 seconden.
Geavanceerd – beide detectoren zijn ingeschakeld. De detector meldt een alarm als:
- beide detectoren beweging hebben gedetecteerd binnen 3 seconden,
- binnen 3 seconden de radar detector beweging detecteert en heeft de PIR detector enkele kleine veranderingen in zijn gezichtsveld registreert maar niet voldoende om ze als beweging te herkennen,
- binnen 15 minuten de radar detector 16 keer beweging heeft gedetecteerd, maar de PIR detector geen veranderingen in zijn gezichtsveld heeft geregistreerd.
PIR – de radar detector is uitgeschakeld. De detector meld een alarm als de infrarood detector beweging detecteert in het beveiligde gebied.
MW – de infrarood detector is uitgeschakeld. De detector meld een alarm als de radar detector beweging detecteert in het beveiligde gebied.

De MW (Radar) werkingsmode kan alleen worden gebruikt voor aansturen van de verlichting door beweging.
Verlichtingsfunctie
De verlichtingsfunctie maakt gebruik van 4 witte LED's. De volgende verlichting werkingsmodi zijn beschikbaar:
- alleen afstandsbediening - de verlichting is AAN wanneer de LUNA aansluiting verbonden is met de common ground (als de LUNA aansluiting verbroken is van de common, is de verlichting UIT),
- afstandsbediening en bewegingsactivering - de verlichting is AAN wanneer de LUNA aansluiting verbonden is met de common ground, of nadat beweging is gedetecteerd door de detector,
- bewegingsactivering als de LUNA aansluiting verbonden is met de common ground - de verlichting is AAN wanneer de LUNA aansluiting verbonden is met de common ground en de detector beweging heeft waargenomen (als de LUNA aansluiting losgekoppeld is van de common ground, zal bewegingsdetectie de verlichting niet activeren).
Indien geactiveerd door beweging, blijft de verlichting AAN gedurende de geprogrammeerde tijdsperiode in de detector. Als de verlichting AAN is en weer beweging wordt gedetecteerd, begint het aftellen opnieuw.
Voor een beschrijving van de configuratie voor de verlichtingsfunctie, zie paragraaf "Configureren van de detector".
Supervisie opties
Indien het voltage voor meer dan 2 seconden onder de 9 V (± 5%) komt of er is een bewegingsdetectie systeem storing, dan zal de detector een storing signaleren. De storing wordt weergegeven door activering van de alarm uitgang en via de LED indicatie. De storing signalering zal aanhouden zolang de storing bestaat.
LED indicaties
De LED's geven aan:
- opwarmen – knippert afwisselend met verschillende kleuren voor ongeveer 30 seconden;
- beweging gedetecteerd door de radar detector – AAN voor 3 seconden (standaard kleur: groen);
- beweging gedetecteerd door de PIR detector – AAN voor 3 seconden (standaard kleur: paars);
- alarm – AAN voor 2 seconden (standaard kleur: blauw);
- storing – continu AAN voor de duur van de storing (dezelfde kleur als bij een alarm).
U kunt de kleuren wijzigen. Elke gebeurtenis kan worden aangegeven in een van de zeven beschikbare kleuren. U kunt ook de indicatie van bewegingsdetectie door de Radar en PIR detectoren in- of uitschakelen (zie "Configureren van de detector").
De LED's worden ook gebruikt in de configuratie mode (zie "Configureren van de detector").
De LED's activeren met de jumper
Als u een jumper over de LED pinnen plaatst, wordt de LED's ingeschakeld, d.w.z. deze geeft de hierboven beschreven gebeurtenissen aan (de LED Indicaties kan niet op afstand
worden in-/uitgeschakeld). Als u geen jumper over de pinnen plaatst, worden de LED's uitgeschakeld, maar kan deze wel op afstand worden in-/uitgeschakeld.
De LED's op afstand in-/uitschakelen.
De LED aansluiting kunt u aansluiten om de LED's op afstand in-/uit te schakelen. Wanneer de aansluiting verbonden is met de common ground, zijn de LED's ingeschakeld. Wanneer de aansluiting verbroken is van de common ground, zijn de LED's uitgeschakeld.
Als de detector wordt gebruikt in het INTEGRA / INTEGRA Plus alarmsysteem, kunt u op de aansluiting een geprogrammeerde uitgang van het type OC aansluiten, bijv. als "Zone test status" of "Maak/Breek".
Op afstand schakelen tussen werkingsparameters van de detector
De SENS aansluiting is bedoeld om op afstand te schakelen tussen werkingsparameters van de detector (werkingsmode van de detector en detector gevoeligheid). De eerste set parameters wordt gebruikt wanneer de aansluiting wordt losgekoppeld van de common ground en de tweede, wanneer de aansluiting verbonden wordt met de common ground.
Dit maakt het mogelijk om de werkingsparameters van de detector te wijzigen, afhankelijk van de blok status waaraan de detector is toegewezen. Als het blok uitgeschakeld is kan de detector de set parameters gebruiken die de efficiëntie van de activering voor de verlichting door beweging verhoogt (maximale gevoeligheid van de detectoren) of de radar detector uitschakelen (PIR werkingsmode). Als het blok ingeschakeld is kan de detector de set parameters gebruiken die valse alarmen elimineert (bijv. lagere gevoeligheid, beide detectoren ingeschakeld, enz.).
Als de detector aangesloten is op een INTEGRA / INTEGRA Plus alarmsysteem, dan kunt u op de aansluiting een OC-uitgang van het alarmsysteem aansluiten, bijv. geprogrammeerd als "IN status".
Voor een beschrijving voor het configureren van detectorparameters, zie paragraaf "Configureren van de detector".
Configuratie mode op afstand in-/uitschakelen.
De SRVC aansluiting maakt het mogelijk om op afstand de configuratie mode in-/uit te schakelen. De configuratie mode is ingeschakeld als de aansluiting verbonden wordt met de common ground.
Als de detector aangesloten is op een INTEGRA / INTEGRA Plus alarmsysteem, dan kunt u op de aansluiting een OC-uitgang van het alarmsysteem aansluiten, bijv. geprogrammeerd als "Service mode status" of "Maak/Breek".
Verwijder de plastic beschermingskap van de printplaat niet, om schade aan de componenten op de print te voorkomen.
Raak de pyro-sensor nooit aan, deze kan daardoor beschadigen.
1

① jumpers voor configuratie van de detector uitgangen. De beschikbare instellingen worden weergegeven in afbeelding:
2 - 2 x 1,1 kΩ weerstanden worden gebruikt,
3 - 2 x 4,7 kΩ weerstanden worden gebruikt,
4 - 2 x 1 kΩ weerstanden worden gebruikt,
5 – de ingebouwde weerstanden worden niet gebruikt.
Als de ingebouwde weerstanden worden gebruikt – sluit de detector aan zoals getoond in Afb. 14. Als de ingebouwde weerstanden niet worden gebruikt – sluit de detector aan zoals getoond in Afb. 13.
② radar detector.
③ Infrarood ontvanger voor het configureren van de detector via de OPT-1 handzender. De handzender van SATEL is hiervoor beschikbaar.
④ MODE knop voor configuratie van de detector (zie: "Configureren van de detector").
⑤ sabotageschakelaar reagerend bij het openen van de behuizing.
⑥ knoppen voor configuratie van de detector (zie: "Configureren van de detector").
⑦ LED indicaties.
⑧ PIR detector (dual element pyro-sensor).
⑨ jumper voor het in-/uitschakelen van de LED indicatie.
⑩ verlichting LED's.
Aan de andere kant van de module is een sabotageschakelaar gesitueerd welke reageert bij het verwijderen van de detector van het montage oppervlak.
4. Aansluitklemmen
De aansluitklemmen zijn gesitueerd op de achterkant van de behuizing (Afb. 6). Om toegang te krijgen tot de aansluitklemmen, moet u de module verwijderen (Afb. 8).
SENS - schakelen tussen detector werkingsparameters (werkingsmode en detector gevoeligheid).
TMP - sabotage uitgang (NC relais).
NC - alarm uitgang (NC relais).
+12V - voedingsingang.
LED - in-/uitschakelen van de LED indicatie.
SRVC - in-/uitschakelen van de detector configuratie mode.
LUNA - LED verlichting sturing.




5. Selecteer de installatie locatie

- Installeer de detector niet buiten (A).
- Installeer de detector op de aanbevolen hoogte (B). Een detector geïnstalleerd op de aanbevolen hoogte voldoet aan de eisen van de EN 50131-2-4 standaard voor Grade 2.
i
Als u ervoor kiest om de detector op een andere hoogte te installeren dan aanbevolen (toegestane installatiehoogte: tot 4 m), test altijd het dekkingsgebied van de detector. Mogelijk moet u de detector op een beugel installeren en kantelen om het optimale dekkingsgebied te bereiken.
- Houd er bij het kiezen van de installatielocatie rekening mee, dat de prestaties van de detector het beste is waar de verwachte richting van de indringer zich door dekkingsgebied beweegt (C).
- Installeer de detector niet op plaatsen waar deze direct blootgesteld kan worden aan zonlicht (D) of reflecterende objecten (E).
- Richt de detector niet richting ventilatie (F), airconditioners (G) of verwarmingsbronnen (H).
6. Installatie

Koppel altijd de voeding los voordat u enige elektrische aansluitingen maakt.
-
Open de behuizing (Afb. 7).
-
Verplaats de elektronicamodule naar beneden om deze te ontgrendelen en verwijder deze vervolgens uit de behuizing (Afb. 8).
-
Maak openingen voor de schroeven (Afb. 9 of Afb. 10) en kabel (Afb. 11) in de achterkant van de behuizing.

-
Voer de kabel door in de daarvoor gemaakte opening. Indien de detector op de beugel gemonteerd wordt, voer dan de kabel in zoals getoond in Afb. 10.
-
Bevestig de achterkant van de behuizing aan de muur (Afb. 9) of bevestig deze op de muur/plafond beugel (Afb. 10). De meegeleverde muurpluggen zijn bedoeld voor beton, baksteen, enz. Gebruik voor andere soorten oppervlakken (gipsplaat, holle wanden) de juiste muurpluggen.
-
Sluit de bekabeling aan op de corresponderende aansluitingen.
9

- Plaats de elektronicamodule terug in de behuizing en beweeg deze omhoog tot deze vergrendeld.
- Configureer de detector (zie "Configureren van de detector").
- Indien u de kruipzone van de detector wilt gebruiken, draai dan de knop aan de binnenkant van de detectorkap in de positie die wordt getoond in Afb. 12-A. Als de kruipzone NIET wilt gebruiken, draai dan de knop in de positie die wordt getoond in Afb. 12-B.
- Sluit de behuizing.
10

7. Configureren van de detector
Om de detector te configureren gebruikt u de knoppen op de module of de OPT-1 handzender.

De OPT-1 handzender van SATEL is hiervoor beschikbaar.
De configuratie mode starten
Druk de MODE knop op de module van de detector ongeveer 3 seconden in, of verbind de SRVC aansluiting met de common ground. Nadat de configuratiemode gestart is beginnen de LED's rood te knipperen. Het aantal keer knipperen betekent het aantal functies dat u kunt uitvoeren (zie tabel 1).

Als u de knoppen - en + tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt houdt in de configuratiemode, dan worden de fabrieksinstellingen van de detector hersteld.
In de configuratiemode zal de LED verlichting niet werken.
Functies uitvoeren en parameters configureren
- Gebruik de knoppen op de module (+ - volgende functie; - - vorige functie) of de handzender knoppen (○volgende functie; - vorige functie) om de functie te vinden die u wilt uitvoeren.
- Druk op de MODE knop op de module of op de ▲pets van de handzender om de functie uit te voeren. Nadat de functie is gestart, beginnen de LED's groen te knipperen. Het aantal keer knipperen betekent de waarde die momenteel ingesteld is voor de parameter die wordt geconfigureerd (zie tabel 1).
- Gebruik de knoppen op de module (+ - volgende waarde; - - vorige waarde) of de handzender knoppen ( ☑ volgende waarde; - vorige waarde) om de geselecteerde parameter te configureren.
- Druk op de MODE knop op de module of op de ▲ toets van de handzender om de wijzigingen op te slaan. Wanneer de nieuwe parameterwaarde opgeslagen is beginnen de LED's rood te knipperen om aan te geven dat u bent teruggekeerd naar de functielijst.
| Functie nummer | Beschrijving van de te programmeren parameter |
| 1 | PIR detector gevoeligheid voor de eerste set parametersU kunt van 1 tot 16 (1 – minimaal; 16 – maximaal).Standaard: 8.Wanneer de functie actief is, wordt bewegingsdetectie door de PIR detecto aangegeven door de LED's die rood oplichten gedurende 2 seconden. Hierdoor kan het dekkingsgebied van de PIR detector worden getest op de ingestelde gevoeligheid. |
| 2 | PIR detector gevoeligheid voor de tweede set parametersU kunt van 1 tot 16 (1 – minimaal; 16 – maximaal).Standaard: 8.Wanneer de functie actief is, wordt bewegingsdetectie door de PIR detecto aangegeven door de LED's die rood oplichten gedurende 2 seconden. Hierdoor kan het dekkingsgebied van de PIR detector worden getest op de ingestelde gevoiligheid. |
| 3 | Radar detector gevoeligheid voor de eerste set parametersU kunt van 1 tot 16 (1 – minimaal; 16 – maximaal).Standaard: 8.Wanneer de functie actief is, wordt bewegingsdetectie door de Radar detector aangegeven door de LED's die rood oplichten gedurende 2 seconden. Hierdoor kan het dekkingsgebied van de Radar detector worden getest op de ingestelde gevoeligheid. |
| 4 | Radar detector gevoeligheid voor de tweede set parametersU kunt van 1 tot 16 (1 – minimaal; 16 – maximaal).Standaard: 8.Wanneer de functie actief is, wordt bewegingsdetectie door de Radar detector aangegeven door de LED's die rood oplichten gedurende 2 seconden. Hierdoor kan het dekkingsgebied van de Radar detector worden getest op de ingestelde gevoeligheid. Wirkingsmode voor de eerste set parametersU kunt 1 (basis), 2 (geavanceerd), 3 (PIR) of 4 (Radar) programmeren. Standaard: 1 (basis). |
| 5 | |
| 6 | Werkingsmode voor de tweede set parametersU kunt 1 (basis), 2 (geavanceerd), 3 (PIR) of 4 (Radar) programmeren. Standaard: 1 (basis). |
| 7 | LED indicatie kleur nadat beweging gedetecteerd is door de PIR detectorU kunt van 1 tot 8 programmeren (1-7 – kleur; 8 – geen verlichting).Standaard: 4 (paars).Naast de weergave van de waarde (groen knipperend), tonen de LED's de kleur die aan die waarde is toegewezen (voor 2 seconden). |
| 8 | LED indicatie kleur nadat beweging gedetecteerd is door de Radar detectorU kunt van 1 tot 8 programmeren (1-7 – kleur; 8 – geen verlichting).Standaard: 2 (groen).Naast de weergave van de waarde (groen knipperend), tonen de LED's de kleur die aan die waarde is toegewezen (voor 2 seconden). |
| 9 | LED indicatie kleur bij een alarm / storingU kunt van 1 tot 7 programmeren (1-7 – kleur).Standaard: 3 (blauw).Naast de weergave van de waarde (groen knipperend), tonen de LED's de kleur die aan die waarde is toegewezen (voor 2 seconden). |
| 10 | Verlichting werkingsmodeU kunt het volgende programmeren: 1 (alleen afstandsbediening), 2 (afstandsbediening en activering door beweging) of 3 (activering door beweging als de LUNA aansluiting verbonden is met de common ground).Standaard: 1 (alleen afstandsbediening). |
| 11 | Tijdsduur verlichting door bewegingU kunt 1 (5 s), 2 (15 s), 3 (30 s), 4 (60 s), 5 (90 s) of 6 (180 s) programmeren. Standaard: 3 (30 s). |
| 12 | Verlichting uitschakel methodeU kunt 1 (direct uit) of 2 (langzaam dimmen) programmeren. Standaard: 2 (langzaam dimmen). |
Tabel 1

Houd bij het instellen van de Radar gevoeligheid er rekening mee dat radargolven kunnen doordringen door, b.v. glas, gipswanden, niet-metalen deuren, etc.
De kleur van LED verlichting heeft invloed op het stroomverbruik van de detector. De rode, groene en blauwe kleuren zorgen voor het laagste stroomverbruik. Als u andere kleuren selecteert, neemt het stroomverbruik met maar liefst enkele milliampères toe.
De configuratie mode beëindigen
Druk de MODE knop op de module van de detector voor ongeveer 3 seconden in, of koppel de SRVC aansluiting met de common ground los.

Als u de configuratie mode hebt gestart met de MODE knop, wordt de configuratie mode automatisch na 20 minuten beëindigd na de laatste bewerking die door de gebruiker is uitgevoerd.
8. Opstarten en uitvoeren looptest

De LED indicaties dienen tijdens de looptest te worden ingeschakeld (zie "LED indicaties").
- Schakel de voeding van de detector in. De LED zal voor 30 seconden met verschillende kleuren knipperen, wat betekent dat de detector opwarmt.
- Wanneer de LED's stoppen met knipperen, controleert u of de LED's aangaan als u binnen het bereik van de detector komt. Afbeelding 15 toont het maximale detectiebereik en de kruipzone van een detector die geïnstalleerd is op 2,4 m hoogte.

Afbeelding 15 toont het dekkingsgebied van de SLIM-DUAL-LUNA detector met een groothoeklens (WD) die standaard in de detector geïnstalleerd is. U kunt de behuizingkap van de detector vervangen om zo een andere lens te installeren. SATEL heeft hiervoor kapjes met een gordijn (CT) lens en met een long-beam (LR) lens.
15

polar_bar
| Position | Value | |--------|-------| | 0 | 2.4 |
Als u de detectoren afzonderlijk wilt testen, kunt u dit doen bij het configureren van de gevoeligheid van de desbetreffende detector (zie "Configureren van de detector").
- Start de detector gevoeligheid configuratiefunctie.
- Zorg ervoor dat de LED's rood worden wanneer u zich binnen het dekkingsgebied verplaatst.
- Indien nodig, wijzig de gevoeligheid.
9. Specifications
Voedingsvoltage 12 V DC ±15%
Stand-by verbruik....14 mA
Maximaal verbruik 100 mA
EOL weerstanden....2 x 1,1 kΩ / 2 x 4,7 kΩ / 2 x 1 kΩ
Uitgangen
alarm (NC relais, resistieve belasting) 40 mA / 24 V DC
sabotage (NC relais, resistieve belasting) 40 mA / 24 V DC
Relais contact weerstand
alarm uitgang.... 26 Ω
sabotage uitgang.... 26 Ω
Radar frequentie 24,125 GHz
Detectie snelheid 0,3...3 m/s
Alarm signaleringstijd....2 s
Opwarm tijd.... 30 s
Aanbevolen installatiehoogte 2,4 m
Toegestane installatiehoogte ....tot 4 m
Detectiebereik (geïnstalleerd op 2.4m)....20 m x 24 m, 90°
Beveiligingsklasse conform de EN50131-2-4 ...... Grade 2
Voldoet aan de normen......EN 50131-1, EN 50131-2-4, EN 50130-4, EN 50130-5
Milieuklasse conform de EN50130-5 ...... II
Bedrijfstemperatuur -10°C...+55°C
Maximale luchtvochtigheid....93±3%
Afmetingen....62 x 137 x 42 mm
Gewicht....144 g