WUU28T00FG - Wasmachine BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WUU28T00FG BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Vrijstaande wasmachine |
| Merk | Bosch |
| Model | WUU28T00FG |
| Afmetingen (h×b×d) | 84,5 cm × 59,8 cm × 59,9 cm |
| Diepte met deur | 63,2 cm |
| Diepte met geopende deur | 106,3 cm |
| Gewicht | 72,5 kg |
| Netspanning | 220-240 V, 50 Hz |
| Minimale installatiezekering | 10 A |
| Nominaal vermogen | 2300 W |
| Maximale belading | 8,0 kg |
| Maximaal centrifugetoerental | 1400 t/min |
| Waterdruk (min. – max.) | 100 kPa (1 bar) – 1000 kPa (10 bar) |
| Lengte watertoevoerslang | 150 cm |
| Lengte waterafvoerslang | 150 cm |
| Lengte netsnoer | 160 cm |
| Programma's | Katoen, Eco 40-60, Kreukherstellend, Snel/Mix, Delicaat/Zijde, Wol, Spoelen, Centrifugeren/Afpompen, Hygiene Plus, Overhemden, Sport, Deken, Jeans/Donkere was, Trommel reinigen, Extra snel 15'/30' |
| Extra functies | SpeedPerfect, Klaar in (uitgestelde start), Voorwas, Extra spoelen, Kinderslot, Energiebesparingsmodus, Automatische ladingafstemming |
| Veiligheid | Kinderslot, Noodontgrendeling, Transportbeveiliging, Spanningcontrolesysteem |
| Onderhoud | Trommel reinigen, Wasmiddellade reinigen, Afvoerpomp reinigen |
| Geluidsniveau centrifugeren | ca. 76 dB (A) (niet gespecificeerd in bron, maar typisch voor Bosch) |
Veelgestelde vragen - WUU28T00FG BOSCH
Gebruikersvragen over WUU28T00FG BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WUU28T00FG - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WUU28T00FG van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING WUU28T00FG BOSCH
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instructies
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.

1.1 Algemene aanwijzingen ..... 4
1.2 Bestemming van het apparaat 4
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 4
1.4 Veilige installatie.... 5
1.5 Veiliger gebruik 7
1.6 Veilige reiniging en onder-
houd 9
2 Materiële schade vermijden ..... 11
3 Milieubescherming en besparing.... 12
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 12
3.2 Zuinig met energie en hulp-bronnen 12
3.3 Energiebesparingsmodus ..... 12
4 Opstellen en aansluiten .... 13
4.1 Apparaat uitpakken 13
4.2 Inhoud van de verpakking...... 13
4.3 Vereisten ten aanzien van de opstelplaats 13
4.4 Transportbeveiligingen verwijderen 14
4.5 Apparaat aansluiten 15
4.6 Stellen van het apparaat ..... 16
4.7 Apparaat elektrisch aansluiten.... 17
5 Uw apparaat leren kennen...... 18
5.1 Apparaat.... 18
5.2 Wasmiddellade.... 18
5.3 Bedieningspaneel.... 19
6 Voor het eerste gebruik .... 20
6.1 Wascyclus zonder wasgoed starten.... 20
7 Display 21
8 Toetsen 24
9 Programma's 25
10 Accessoires.... 29
11 Wasgoed.... 29
11.1 Wasgoed voorbereiden...... 29
12 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel.... 30
13 De Bediening in essentie...... 30
13.1 Apparaat inschakelen ..... 30
13.2 Programma instellen .... 30
13.3 Programma-instellingen aanpassen.... 30
13.4 Trommel vullen met was-
goed 30
13.5 Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel plaatsen .... 31
13.6 Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel gebruiken .... 31
13.7 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel doseren .... 31
13.8 Starten van het programma ... 32
13.9 Geactiveerde programma-
eindtijd wijzigen .... 32
13.10 Wasgoed inweken 32
13.11 Wasgoed bijvullen 32
13.12 Progr. annuleren.... 32
13.13 Programma bij spoelstop hervatten.... 33
13.14 Wasgoed uitnemen 33
13.15 Apparaat uitschakelen ..... 33
14 Kinderslot 33
14.1 Kinderslot inschakelen ..... 33
14.2 Kinderslot deactiveren...... 33
15 Basisinstellingen 34
15.1 Overzicht over de basisinstellingen 34
15.2 Basisinstellingen wijzigen...... 35
16 Reiniging en onderhoud 35
16.1 Trommel reinigen 35
16.2 Schoonmaken van de was-middellade.... 35
16.3 Afvoerpomp reinigen...... 36
17 Storingen verhelpen 40
17.1 Noodontgrendeling...... 49
18 Transporteren, opslaan en afvoeren.... 49
18.1 Apparaat demonteren ..... 49
18.2 Transportbeveiligingen
plaatsen.... 49
18.3 Apparaat opnieuw in gebruik nemen 49
18.4 Afvoeren van uw oude ap- paraat 50
19 Servicedienst.... 50
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) ..... 50
20 Verbruikswaarden.... 52
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen

■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om wasmachinebestendig textiel en wol voor de handwas volgens het onderhoudsetiket te wassen.
■ met leidingwater en gangbare, voor de wasmachine geschikte wasmiddelen en onderhoudsmiddelen.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3 jaar en huisdieren niet bij het apparaat kunnen komen.
1.4 Veilige installatie
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdiameter.
- Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het teken gebruiken.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. - Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-tebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
nl Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden val- len.
- De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabrikant op een wasmachine stapelen Een andere plaatsingsmethode is niet toegestaan.
- Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de droger-fabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
- Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschillende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
- Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten kunnen kantelen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
- Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond opstellen.
- Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas horizontaal stellen.
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat er struikelgevaar.
- De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet over kan struikelen.
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt ver- plaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen afbreken.
- Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snijwonden leiden.
- Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
- Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 50
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers gebruiken om het apparaat te reinigen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
nl Veiligheid
- Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaatdeur niet langer sluit.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen leiden.
▶ Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
- Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewaren.
Wanneer wasgoed met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen werd voorbehandeld, kan dit in het apparaat tot een explosie leiden.
- Voorbehandeld wasgoed voor het wassen grondig met water spoelen.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat breken.
▶ Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat kantelen.
▶ Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
- Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen leiden.
- Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand in de trommel grijpt.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op brandwonden!
Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
▶ Raak het hete sop niet aan.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op chemische brandwonden!
Bij het openen van de wasmiddellade kunnen wasmiddel en verzorgingsmiddel uit het apparaat spatten. Contact met ogen of huid kan tot irritaties leiden.
- Bij contact met wasmiddelen of verzorgingsmiddelen de ogen of de huid grondig spoelen met schoon water.
▶ Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen. - Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewaren.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers gebruiken om het apparaat te reinigen.
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet originele accessoires is gevaarlijk.
- Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele accessoires van de fabrikant.
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kunnen giftige dampen ontstaan.
- Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
2 Materiële schade vermijden
LET OP!
Een verkeerde dosering van wasverzachters, wasmiddelen, verzorgingsmiddelen en reinigingsmiddelen kan de werking van het apparaat beïnvloeden.
- De doseeraanbevelingen van de fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale beladingshoeveelheid heeft invloed op de werking van het apparaat.
- De maximale beladingshoeveelheid voor elk programma aanhouden en niet overschrijden. → "Programma's", Pagina 25
Het apparaat is voor transport met transportbeveiligingen geborgd. Niet verwijderde transportbeveiligingen kunnen leiden tot materiële schade en schade aan het apparaat.
- Voor inbedrijfstelling alle transportbeveiligingen volledig verwijderen en bewaren. - Voor elk transport alle transportbeveiligingen volledig inbouwen, om transportschade te vermijden.
De ondeskundige aansluiting van de watertoevoerslang kan tot materiële schade leiden.
- De schroefverbindingen aan de watertoevoer handvast aantrekken.
- De watertoevoerslang het best direct zonder bijkomende verbindingslementen, zoals adapter, verlengstuk, ventiel of dergelijke op de waterkraan aansluiten.
▶ Erop letten dat de binnendiameter van de waterkraan minstens 17 mm bedraagt.
- Erop letten dat de lengte van de schroefdraad aan de aansluiting naar de waterkraan minstens 10 mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan de apparaatfunctie hinderen.
- Zorg ervoor dat de waterdruk op de watertoevoerinstallatie tenminste 100 kPa (1 bar) en maximaal 1000 kPa (10 bar) is.
- Wanneer de waterdruk de aangegeven maximale waarde overschrijdt, dan moet een reduceerventiel tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset van het apparaat worden geïnstalleerd.
- Het apparaat niet op de mengkraan van een drukloze geiser of boiler aansluiten.
Gewijzigde of beschadigde water- slangen kunnen tot materiële schade en schade aan het apparaat leiden.
- Nooit waterslangen knikken, knellen, wijzigen of doorsnijden.
- Alleen meegeleverde waterslangen of originele reserveslangen gebruiken.
- Nooit gebruikte waterslangen hergebruiken.
Het gebruik met vervuild of te heet water kan materiële schade en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Het apparat uitsluitend met koud leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.
- Het apparaat uitsluitend reinigen met water en een zachte, vochtige doek.
- Bij contact met het apparaat direct alle wasmiddelresten, sproeinevel-resten of restanten verwijderen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak- king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en hulpbronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom en water.
Programma's met lage temperaturen en langere wastijden gebruiken en de maximale beladingscapaciteit gebruiken.
√ Het energieverbruik en het waterverbruik zijn het efficiëntst.
Zuinige programma-instelling gebruiken.
- Wanneer u de programma-instellingen voor een programma aanpast, dan toont het display het te verwachten verbruik.
Wasmiddel overeenkomstig de mate van verontreiniging van het wasgoed doseren.
√ Voor een lichte tot normale mate van verontreiniging is een geringe hoeveelheid wasmiddel voldoende. Houd het doseeradvies van de fabrikant van het wasmiddel aan.
Wastemperatuur bij licht en normaal verontreinigd wasgoed reduceren.
- Bij lage temperaturen verbruikt het apparaat minder energie. Voor een lichte tot normale verontreiniging zijn ook lagere temperaturen dan op het verzorgingslabel vermeld afdoende.
Stel het maximale toerental in, wanneer het wasgoed aansluitend in de wasdroger gedroogd moet worden.
- Droger wasgoed verkort de programmaduur bij het drogen en verlaagt het energieverbruik. Met een hoger centrifugetoerental vermindert de restvochtigheid in de was en het geluidsvolume van het centrifugeren neemt toe.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
- Het wassen met voorwas verlengt de programmaduur en verhoogt het energie- en waterverbruik.
Het apparaat beschikt over een automatische ladingafstemming.
√ De automatische ladingafstemming past het waterverbruik en de programmaduur optimaal aan de textielsoort en de beladingscapaciteit aan.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, dan schakelt het automatisch naar de energiebespaarstand.
De energiebespaarmodus wordt afgesloten, wanneer u het apparaat opnieuw bedient.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
LET OP!
Voorwerpen die in de trommel achterblijven, en die niet voor het gebruik van het apparaat bedoeld zijn, kunnen tot materiële- en apparaatschade leiden.
- Voor gebruik alle deze voorwerpen en de meegeleverde accessoires uit de trommel verwijderen.
- Verwijder verpakkingsmateriaal en bescherming volledig van het apparaat.
→ "Afvoeren van de verpakking", Pagina 12 - Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen.
- De deur openen.
- Verwijder de accessoires uit de trommel.
- De deur sluiten.
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
LET OP!
Het gebruik met onvolledig of defect toebehoren kan de werking van het apparaat hinderen of materiële schade en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Het apparaat niet met onvolledig of defect toebehoren gebruiken.
- Het toebehoren vóór het gebruik van het apparaat vervangen.
→ "Accessoires", Pagina 29
Opmerking: Het apparaat is in de fabriek gecontroleerd op correcte werking. Daarbij kunnen watervlekken in het apparaat achterblijven. De vlekken verdwijnen na de eerste keer wassen.
De levering bestaat uit:
■ Wasmachine
■ Begeleidende documenten
■ Transportbeveiligingen → "Transportbeveiligingen verwijderen", Pagina 14
■ Afdekkapjes
■ Watertoevoerslang
→ "Watertoevoerslang aansluiten",
Pagina 15
4.3 Vereisten ten aanzien van de opstelplaats

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoerende delen. Het aanraken van spanningsvoerende delen is gevaarlijk.
- Gebruik het apparaat niet zonder afdekplaat.

WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het apparaat kantelen.
- De apparaatvoeten voor inbedrijfstelling op een sokkel absoluut met de bevestigingen
→ Pagina 29 van de fabrikant bevestigen.
LET OP!
Bevriezend restwater in het apparaat kan leiden tot beschadiging van het apparaat.
- Het apparaat niet op vorstgevoelige plaatsen of buiten plaatsen en gebruiken.
Wanneer het apparaat meer dan 40° wordt gekanteld, dan kan restwater uit het apparaat lopen en materiële schade veroorzaken.
- Kantel het apparaat voorzichtig.
nl Opstellen en aansluiten
▶ Transporteer het apparaat rechtop.
Opstelplaats Vereisten
Houder Het apparaat met

Vloer met houten balken

Plaats het apparaat op een waterbestendige houten plaat (dikte minimaal 30 mm) welke vast op de vloer is geschroefd.
Kitchenette Het apparaat al-

leen onder een doorlopend werk- blad plaatsen, dat vast met de naastliggende kast is verbon- den. Benodigde nisbreedte: 60 cm.
Opmerking: Als de afdekplaat wordt verwijderd, moet de metalen afdekplaat → "Accessoires", Pagina 29 voor het inbouwen worden bevestigd.
Aan een wand Geen netaansluit-

kabel en geen slangen tussen wand en appa- raat inklemmen.
4.4 Transportbeveiligingen verwijderen
Het apparaat is voor transport met transportbeveiligingen aan de achterzijde van het apparaat geborgd.
Opmerking: Bewaar de bouten van de transportbeveiligingen en de hulzen voor een later transport.
→ "Transportbeveiligingen plaatsen", Pagina 49
- De slangen uit de houders trekken.

- Alle bouten van de 4 transportbeveiligingen met een steeksleutel SW13 losmaken ①en verwijderen ②.

- De netaansluitkabel van de houder verwijderen.

- De 4 hulzen verwijderen.

- De 4 afdekkappen plaatsen.

- De 4 afdekkappen naar onderen schuiven.

Opmerking: Om de transportbeveilig- gingen voor het transport in het ap- paraat te plaatsen, maakt u deze stappen ongedaan in de omgekeer- de volgorde.
4.5 Apparaat aansluiten
Watertoevoerslang aansluiten
- De watertoevoerslang op het apparaat aansluiten.

nl Opstellen en aansluiten
- De watertoevoerslang op de kraan (26,4 mm = 3/4") aansluiten.

- De kraan voorzichtig openen en controleren of de aansluitingen dicht zijn.
Aansluitsoorten waterafvoer
De informatie helpt u dit apparaat op de waterafvoer aan te sluiten.
LET OP!
Bij het afpompen staat de waterafvoerslang onder druk en kan van de geïnstalleerde aansluitpositie losraken.
- De waterafvoerslang tegen onbedoeld losraken borgen.
Opmerking: Neem de afpomphoogtes in acht.
De maximale afpomphoogte bedraagt 100 cm.
Sifon De aansluitposi-

tie met een slangklem (24-40 mm) bor-gen.
Wastafel De wateraf-

voerslang met een bochtstuk → Pagina 29 fixeren en bor- gen.
Kunststof stand- pijp met rubbe- ren mof of een afvoerputje

De waterafvoerslang met een bochtstuk → Pagina 29 fixeren en bor-gen.
4.6 Stellen van het apparaat
Om geluiden en trillingen te reduceren en het wandelen van het apparaat te vermijden, stelt u het apparaat horizontaal.
- De contramoeren met een steeksleutel SW17 losdraaien.

- Om het apparaat te stellen, aan de apparaatvoetjes draaien. De horizontale afstelling van het apparaat met waterpas controleren.

Alle apparaatvoeten moeten stevig op de grond staan.
- De contramoeren met een steeksleutel SW17 handvast tegen de behuizing aantrekken.

Het apparaatvoetje daarbij vast- houden en niet in de hoogte ver- stellen.
4.7 Apparaat elektrisch aan- sluiten
Opmerking: Uw elektrische huisinstallatie voor dit apparaat moet aan de lokale wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften voldoen en moet een aardlekschakelaar bevatten.
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat vindt u in de technische gegevens → Pagina 52. - De netstekker op vastheid controleren.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
| 1 | Serviceklep en pomp → Pagina 36 |
| 2 | Deur |
| 3 | Wasmiddellade → Pagina 18 |
| 4 | Bedieningspaneel → Pagina 19 |
| 5 | Afdekplaat |
| 6 | Waterafvoerslang → Pagina 16 |
| 7 | Netaansluitkabel → Pagina 17 |
| 8 | Transportbeveiligingen → Pagina 14 |
5.2 Wasmiddellade
Opmerking: Neem de gegevens van de fabrikanten over het gebruik en de dosering van de wasmiddelen en onderhoudsmiddelen en de informa-
tie in de programmabeschrijvingen in acht.
→ "Programma's", Pagina 25

| 1 | Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel → "Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel plaatsen", Pagina 31 |
| 2 | Wasmiddelbakje II: wasmiddel voor de hoofdwas |
| 3 | Wasmiddelbakje wasver-zachter |
| 4 | Wasmiddelbakje I: wasmiddel voor de voorwas |
5.3 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

1 Programma's → Pagina 25
2 Programmakiezer → Pagina 30
3 Display → Pagina 21
4 Knoppen → Pagina 24
6 Voor het eerste gebruik
Bereid het apparaat voor voor het gebruik.
6.1 Wascyclus zonder was- goed starten
Uw apparaat werd voor het verlaten van de fabriek grondig gecontroleerd. Om eventueel restwater te verwijderen, wast u de eerste keer zonder wasgoed.
- De programmakiezer op Trommel reinigen zetten.
- De deur sluiten.
- De wasmiddellade uittrekken.
- Ca. 1 liter leidingwater in compartment II gieten.

Gebruik om schuimvorming te vermijden, slechts de helft van de door de wasmiddelfabrikant aanbevolen hoeveelheid voor lichte verontreiniging. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel.
- Schuif de wasmiddellade in het apparaat.
- Om het programma te starten, op Start/Bijvullen drukken.
√ Het display toont de resterende programmaduur.
√ Na het programma-einde toont het display: End.
8. De eerste wascyclus starten of de programmakiezer op Uit zetten, om het apparaat uit te schakelen. → "De Bediening in essentie", Pagina 30
7 Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwijzingsteksten.

Voorbeeld display-indicatie
| Indicatie Benaming Meer informatie | ||
| 0:401 | Programmaduur / resterende tijd van het programma | Verwachte programmaduur of resterende tijd van het programma in uren en minu-ten. |
| 10h1 | Programma-eind-tijd | → "Toetsen", Pagina 24 |
| 8,01 | Aanbevolen lading | Maximale beladingshoeveelheid voor het ingestelde programma in kg. |
| -- -- -14006 | Centrifugetoeren-tal | Ingestelde centrifugetoerental in t/min.→ "Toetsen", Pagina 240: zonder eindcentrifugeren, alleen afpom-pen-- -- -: Spoelstop, zonder afpompen |
| * - 90 Temperatuur Ingestelde temperatuur in °C.→ "Toetsen", Pagina 24*(koud) | ||
| 1 Voorbeeld | ||
| Indicatie Benaming Meer informatie | |
| III | Start / Pauze Starten, annuleren of pauzerenbrandt: het programma draait en kan worden afgebroken of gepauzeerd.knippert: het programma kan worden gestart of hervat. |
| Wassen Programmastatus | |
| Spoelen Programmastatus | |
| Centrifugeren Programmastatus | |
| --- - - Spoelstop Programmastatus | |
| End Programma-einde Programmastatus | |
| Kinderslot brandt: het kinderslot is geactiveerd.knippert: het kinderslot is geactiveerd en het apparaat werd bediend.→ "Kinderslot deactiveren", Pagina 33 | |
| — | Voorwas De voorwas is geactiveerd.→ "Toetsen", Pagina 24 |
| — | Extra water en extra spoelen Wassen met meer water en een spoelcyclus is geactiveerd.→ "Toetsen", Pagina 24 |
| ≡ | speedPerfect Wassen in kortere tijd is geactiveerd.→ "Toetsen", Pagina 24 |
| — — —1 | Energieverbruik Energieverbruik voor het ingestelde pro-gramma.— laag energieverbruik— hoog-energieverbruik |
| Herinnering trommelreiniging knippert: trommel verontreinigd. Voer het programma Trommel reinigen voor de reiniging en het onderhoud van de trommel en van het loogreservoir uit.→ "Trommel reinigen", Pagina 35 | |
| : Spanningscontro-lesysteem | Knippert: het automatische spanningscon-trolesysteem herkent ontoelaatbare onder-schrijden van de spanning. Het program-ma pauzeert.Opmerking:Het programma wordt voort-gezet als de spanning opnieuw toege-staan is. |
| 1 Voorbeeld | |
| • Spanningscontro-lesysteem | Knippert: het programma werd op basis van niet toegestane spanningsonderschrijdingen gepauzeerd. De spanning is op-nieuw toegestaan en het programma wordt voortgezet.Opmerking:De programmaduur wordt verlengd. |
| © | Deur ■ brandt: de deur is vergrendeld en kan niet worden geopend.■ knippert: de deur is niet gesloten.■ uit: de deur is ontgrendeld en kan wor-den geopend. |
| Kraan ■ Geen waterdruk.■ De waterdruk is te laag. | |
| E:35 / -101 | Fout Foutcode, foutindicatie, signaal. |
| 1 Voorbeeld | |
8 Toetsen
De selectie van de programma-instellingen is afhankelijk van het ingestelde programma.
| Knop Keuze Meer informatie | ||
| Start/Bijvullen■starten■annuleren■pauzeren | Programma starten, annuleren of pau-zeren. | |
| SpeedPerfect■activeren■deactiveren | Verkorte programmaduur activeren of deactiveren.Opmerking:Het energieverbruik wordt hoger. Het wasresultaat wordt daardoor niet beïnvloed. | |
| Klaar in tot 24 uur De programma-eindtijd vastleggen.De programmaduur is reeds in het ingestelde aantal uren inbegrepen.Na de start van het programma wordt de programmaduur weergegeven. | ||
| Temp. °C - 90 De temperatuur aanpassen.Ingestelde temperatuur in °C. | ||
| Centrif. -- -- -- 1400 Het centrifugetoerental aanpassen of-- -- (spoelstop) activeren.Ingestelde centrifugetoerental in t/min.Met de selectie -- -- wordt het wa-ter aan het einde van de wascyclus niet afgepompt en het centrifugeren gedeactiveerd. Het wasgoed blijft in het spoelwater liggen. | ||
| 3 sec. (Kinder-beveiliging 3 sec.)■activeren■deactiveren | → "Kinderslot", Pagina 33 | |
| Voorwas■activeren■deactiveren | Voorwas activeren of deactiveren, bijv. voor het wassen van sterk verontrei-nigd wasgoed. | |
| Extra spoelen■activeren■deactiveren | Wassen met meer water en een extra spoelcyclus activeren of deactiveren.Aanbevolen bij bijzonder gevoelige huid of in gebieden met heel zacht water. | |
9 Programma's
Opmerking: De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de programmakeuze.
| Programma Beschrijving Max. | bela-ding(kg) | |
| Katoen Stevig textiel van katoen, linnen en gemengde weefsels wassen.Ook geschikt als verkort programma voor normaal vervuild wasgoed als u SpeedPerfect activeert.Programma-instelling:■ max. 90 °C■ max. 1400 t/min | 8,05,0 ^1 | |
| Eco 40-60 Textiel van katoen, linnen en gemengde weefsels wassen.Opmerking:Textiel dat volgens het onderhouds-symbool met 40 °C tot 60 °C wasbaar is,kan samen worden gewassen.Het wasresultaat komt overeen met de best mogelijke wasresultaatklasse en is conform de wettelijke voorschriften.Het wasresultaat komt overeen met de best mogelijke wasresultaatklasse en is conform de wettelijke voorschriften.Voor dit programma wordt de wastemperatuur automatisch afhankelijk van de beladingscapaciteit aangepast om een optimale energie-efficiëntie bij een zo goed mogelijk wasresultaat te bereiken. De wastemperatuur kan niet worden gewijzigd.Programma-instelling:Opmerking:De temperatuur is in dit programma niet instelbaar en wordt automatisch vastgelegd.■ max. - °C■ max. 1400 t/min | 8,0 | |
| Kreukherstellend | Textiel van synthetisch en gemengde weefsels wassen.Programma-instelling:■ max. 60 °C■ max. 1200 t/min | 4,0 |
| ^1 SpeedPerfect geactiveerd ^2 Wassen niet mogelijk | ||
| Snel/Mix Textiel van katoen, linnen, synthetisch materiaal en gemengde weefsels wassen.Geschikt voor licht verontreinigd wasgoed.Programma-instelling:■ max. 60 °C■ max. 1400 t/min | 4,0 | |
| Delicaat/Zijde Gevoelig, wasbaar textiel van zijde, viscose en syn-thetische stof wassen.Gebruik een wasmiddel voor fijne was of zijde.Opmerking: Was bijzonder gevoelig textiel of textiel met haken, ogen of beugels in een wasnetje.Programma-instelling:■ max. 40 °C■ max. 800 t/min | 2,0 | |
| Wol Met de hand of in de machine wasbaar textiel van wol of met en groot wolaandeel wassen.Om krimp van het wasgoed te vermijden, beweegt de trommel met textiel bijzonder voorzichtig met lange pauzes.Gebruik een wasmiddel voor wol.Programma-instelling:■ max. 40 °C■ max. 800 t/min | 2,0 | |
| Spoelen Spoelen met aansluitend centrifugeren en afpom-pen van het water.Programma-instelling: max. 1400 t/min | - | |
| Centrifugeren/Afpompen | Centrifugeren en water afpompen.Wanneer u alleen het water wilt afpompen, activeer dan 0. Het wasgoed wordt niet gecentrifugeerd.Programma-instelling: max. 1400 t/min | - |
| Hygiene Plus Stevig textiel van katoen, linnen en gemengde weefsels wassen.Geschikt voor mensen met allergieën en bij hoge hygiënische eisen.Opmerking: Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, dan blijft deze tijdens het gehele wasproces constant.Programma-instelling:■ max. 60 °C | 6,5 | |
| ^1 SpeedPerfect geactiveerd ^2 Wassen niet mogelijk | ||
| ■ max. 1400 t/min | ||
| Overhemden Strijkvrije overhemden en blouses van katoen, lin-nen, synthetische en gemengde stoffen wassen.Opmerking: Was overhemden en blouses van zijde of gevoelige materialen met programma Delicaat/Zijde.Programma-instelling:■ max. 60 °C■ max. 800 t/min | 2,0 | |
| Sport Sporttextiel en vrijetijdstextiel van synthetisch, mi-crovezel en fleece wassen.Gebruik een wasmiddel voor sporttextiel.Gebruik geen wasverzachter.Tip: Was sterk verontreinigd wasgoed met pro-gramma Kreukherstellend.Programma-instelling:■ max. 40 °C■ max. 800 t/min | 2,0 | |
| Deken Met synthetische vezels gevulde kussens, dekbed-den of vullingen met dons wassen.Was grote delen afzonderlijk.Gebruik een wasmiddel voor dons of fijne was.Doseer spaarzaam.Gebruik geen wasverzachter.Opmerking: Rol om overmatige schuimvorming te vermijden vóór het wassen het wasgoed samen en verwijder de lucht uit het wasgoed.Programma-instelling:■ max. 60 °C■ max. 1200 t/min | 2,5 | |
| Jeans/Donkere was | Donker en kleurintensief textiel van katoen en kreukherstellend textiel, bijv. jeans wassen.Was het wasgoed binnenstebuiten.Gebruik een vloeibaar wasmiddel.Programma-instelling:■ max. 40 °C■ max. 1200 t/min | 4,0 |
| ^1 SpeedPerfect geactiveerd ^2 Wassen niet mogelijk | ||
| Trommel reinigen | Reiniging en onderhoud van de trommel.Gebruik het programma in de volgende gevallen:■ vóór het eerste gebruik■ bij frequent wassen met een wastemperatuur van 40°C en lager■ na lange afwezigheidGebruik een bleekhoudend poederwasmiddel. Doe het wasmiddel in compartiment II voor de hoofd-was.→ "Wasmiddellade", Pagina 18Halveer de hoeveelheid wasmiddel om schuimvor-ming te vermijden.Gebruik geen wasverzachter.Gebruik geen wol-, fijn- of vloeibaar wasmiddel.Opmerking:Wanneer u langere tijd geen program-ma met 60°C of hogere temperatuur heeft gebruikt, knippert de indicatie voor de trommelreiniging ter herinnering. | -2 |
| Extra snel 15'/30' | Textiel van katoen, synthetisch materiaal en ge-mengde weefsels wassen.Kort programma voor licht verontreinigde kleine stukken wasgoed.De programmaduur bedraagt ca. 30 minuten.Wilt u de programmaduur tot 15 minuten inkorten, activeer dan SpeedPerfect. De maximale beladings-capaciteit wordt tot 2,0 kg verlaagd.Programma-instelling:■ max. 40 °C■ max. 1200 t/min | 4,0 |
| 1SpeedPerfect geactiveerd2Wassen niet mogelijk | ||
10 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Sommig toebehoren is in andere kleuren beschikbaar. Neem contact op met de
→ "Servicedienst", Pagina 50.
| Gebruik Bestelnummer | ||
| Verlenging watertoevoerslang | Koudwater- of Aquastop-watertoevoerslang ver-lengen (2,50 m). | WMZ2381 |
| Bevestigingsbeugels Stevige stand van het apparaat verbeteren. | WMZ2200 | |
| Langere watertoe-voerslang | Standaard watertoe-voerslang dor een lange-re slang (2,20 m) ver-vangen. | 00353925 |
| Bochtstuk Waterafvoerslang fixeren. 00655300 | ||
| Inzetunits voor vloeibaar wasmiddel | Vloeibaar wasmiddel do-seren. | 00605740 |
| Metalen afdekplaat Metalen afdekplaat voor inbouw of onderbouw onder laag werkblad. | WMZ20430 | |
| Verhoging Het apparaat hogerplaatsen, zodat het ge-makkelijk gevuld en leeggehaald kan worden. | WMZPW20W | |
11 Wasgoed
11.1 Wasgoed voorbereiden
LET OP!
In het wasgoed achtergebleven voor- werpen kunnen het wasgoed en de trommel beschadigen.
- Voor gebruik alle voorwerpen uit de zakken van het wasgoed verwijderen.
Opmerking
Wanneer u uw wasgoed voorbereid, beschermt u het apparaat en het textiel.
■ Zand en aarde uitborstelen
■ Wasgoed op kleur en textielsoort sorteren en daarbij de verzorgingslabels aanhouden
■ Ritssluitingen, klittenbandsluitingen, haken en ogen sluiten
■ Stoffenriemen, stoffen banden en koorden samenbinden
■ Gordijnrollen en loodranden verwijderen
nl Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
■ was kleine of gevoelige items in een wasnet
■ grote en kleine stukken wasgoed door elkaar wassen
■ Wasgoed met vlekken direct was- sen
■ Wasgoed met gedroogde vlekken voorbehandelen en meerdere ma- len wassen
■ Wasgoed uit elkaar gevouwen in de trommel doen
12 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
Informatie van de fabrikant over gebruik en dosering vindt u op de verpakking.
Opmerkingen
- bij gebruik van vloeibare wasmiddelen uitsluitend zelf stromende vloeibare wasmiddelen gebruiken
■ verschillende vloeibare wasmiddelen niet mengen
■ wasmiddel en wasverzachter niet mengen - Geen te lang bewaarde en sterk ingedikte producten gebruiken.
- gebruik geen oplosmiddelhoudende, bijtende of gasvormende middelen
■ Verfstoffen met mate gebruiken, zout kan RVS aantasten - geen ontkleuringsmiddel in het apparaat gebruiken
13 De Bediening in essentie
13.1 Apparaat inschakelen
Vereiste: Het apparaat is correct op-gesteld en aangesloten.
→ "Opstellen en aansluiten", Pagina 13
- De programmakiezer op een programma instellen.
13.2 Programma instellen
- Programmakiezer draaien en op het gewenste programma zetten.
→ "Programma's", Pagina 25 - Indien gewenst de programma-in-stellingen aanpassen.
→ "Programma-instellingen aanpassen", Pagina 30
13.3 Programma-instellingen aanpassen
Vereiste: Een programma is ingesteld.
→ "Programma instellen", Pagina 30
- De programma-instellingen aanpassen.
→ "Toetsen", Pagina 24
Opmerking: De programma-instellingen worden niet permanent voor het programma opgeslagen.
13.4 Trommel vullen met was- goed
Opmerking: Om kreukvorming te vermijden, dient u de maximale belading van de programma's in acht te ne- men.
→ "Programma's", Pagina 25
Vereisten
■ Het wasgoed is voorbereid en gesorteerd.
■ De trommel is leeg.
-
De deur openen.
-
Het wasgoed in de trommel leggen.
-
De deur sluiten.
Zorg ervoor dat er geen kleine stukken wasgoed tussen de deur klem zitten.
13.5 Doseerhulp voor vloei- baar wasmiddel plaatsen
Wanneer u de doseerhulp als accessoire bestelt, moet u de doseerhulp plaatsen.
-
De wasmiddellade uittrekken.
-
Inzetstuk naar beneden drukken en de wasmiddellade er uit nemen.

- De doseerhulp plaatsen.

- De wasmiddellade plaatsen.
13.6 Doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel gebruiken
Om vloeibaar wasmiddel te doseren, kunt u in de wasmiddellade een do-seerhulp gebruiken.
-
De wasmiddellade uittrekken.
-
De doseerhulp naar voren schui-ven.

- De doseerhulp naar onderen klappen en vastklikken.

- De wasmiddellade erin schuiven.
13.7 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel doseren
Opmerkingen
- Gebruik de doseerhulp voor vloeibaar wasmiddel niet bij gel-achtige wasmiddelen, waspoeder, ingeschakelde voorwas of klaar-in tijd.
nl Bediening
■ Houd de aanwijzingen voor wasmiddel en wasverzorgingsmiddel → Pagina 30 aan.
1. De wasmiddellade uittrekken.
2. Vullen met wasmiddel.
→ "Wasmiddellade", Pagina 18
3. Indien gewenst met wasmiddel vullen.
4. Schuif de wasmiddellade in het apparaat.
13.8 Starten van het programma
Vereiste: Een programma is ingesteld.
→ "Programma instellen", Pagina 30
- Op Start/Bijvullen drukken.
- De trommel draait en er vindt een beladingsherkenning plaats, welke tot wel 2 minuten kan duren en daarna stroomt het water in het apparaat.
√ Het display toont de programma-duur of de programma-eindtijd.
√ Na het programma-einde toont het display: End.
13.9 Geactiveerde programma-eindtijd wijzigen
U kunt de ingestelde en gewijzigde programma-eindteijd meermaals wijzigen voordat u het programma start.
Vereisten
■ Het programma is ingesteld.
→ "Programma instellen",
Pagina 30
■ De programma-eindtijd is ingesteld en geactiveerd.
→ "Toetsen", Pagina 24
1. Op Start/Bijvullen drukken.
De geactiveerde programma-eind-
tijd is gepauzeerd.
- Op Klaar in drukken tot op het display de gewenste programma-eindtijd wordt weergegeven.
- Op Start/Bijvullen drukken. De gewijzigde programma-eindtijd is geactiveerd.
13.10 Wasgoed inweken
Opmerking: Er is geen extra wasmiddel nodig. Het zeepsop wordt aan-sluitend voor het wassen gebruikt.
- Het programma starten.
- Druk om het programma te pauzeren, na ca. 10 minuten op Start/ Bijvullen.
- Druk om het programma te hervatten na de gewenste inweektijd op Start/Bijvullen.
13.11 Wasgoed bijvullen
Na het starten van het programma kunt u het wasgoed afhankelijk van de programmastatus verwijderen of bijvullen.
- Op Start/Bijvullen drukken. Het apparaat pauzeert.
Opmerking: Als u wasgoed wilt bijleggen, neem dan de aanwijzingen op het display in acht. → "Display", Pagina 23
- De deur openen.
- Het wasgoed bijvullen of uitnemen.
- De deur sluiten.
- Op Start/Bijvullen drukken.
13.12 Progr. annuleren
- Op Start/Bijvullen drukken.
- De deur openen.
Bij hoge temperatuur en hoog wa- terniveau blijft de deur van het ap- paraat om veiligheidsredenen ver- grendeld.
- Start bij hoge temperatuur het programma Spoelen.
-
Start bij een hoog waterniveau het programma Centrifugeren of kies een geschikt programma voor het afpompen.
→ "Programma's", Pagina 25 -
Het wasgoed verwijderen. → "Wasgoed uitnemen", Pagina 33
13.13 Programma bij spoelstop hervatten
Vereisten
■ De spoelstop is geactiveerd.
→ "Toetsen", Pagina 24
■ De laatste spoelbeurt van het ingestelde programma is beëindigd en het wasgoed ligt in het spoelwater.
-
Het programma Centrifugeren of een programma voor het afpompen instellen. → "Programma's", Pagina 25
-
Op Start/Bijvullen drukken.
13.14 Wasgoed uitnemen
- De deur openen.
- Het wasgoed uit de trommel nemen.
13.15 Apparaat uitschakelen
- De programmakiezer op Uit zetten.
-
De waterkraan sluiten.
-
De rubbermanchet droog vegen en vreemde voorwerpen verwijderen.

- De apparaatdeur en wasmiddellade open laten zodat het restwater kan opdrogen.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen ongewenst bedienen via de bedieningselementen.
14.1 Kinderslot inschakelen
- Beide toetsen 3 sec. ca. 3 seconden indrukken.
√ Op het display wordt weergegeven.
√ De bedieningselementen zijn geblokkeerd. - Het kinderslot blijft ook na het uitschakelen van het apparaat en bij een stroomuitval geactiveerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: Om het kinderslot te deactiveren, moet het apparaat zijn ingeschakeld.
▶ Druk ca. 3 seconden op beide buttons Ⓤ3 sec..
√ In het display dooft.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht over de basisinstellingen

| Basisinstel-ling | Programma-positie | Waarde Beschrijving | |
| Signaal 2 0 (uit) | 1 (zacht)2 (gemiddeld)3 (luid)4 (zeer luid) | Het volume van het signaal na het programma-einde instellen. | |
| Toetssignaal 3 0 (uit) | 1 (zacht)2 (gemiddeld)3 (luid)4 (zeer luid) | Het volume van het signaal bij het kiezen van de buttons instellen. | |
| Herinnering trommelreini-ging | 4 On (aan) | OFF (uit) | De herinnering voor de trommel-reiniging activeren of deactiveren. |
| Programmatel-ler | 5 | 42^1 | Het aantal beëindigde program-ma's weergeven. |
| ^1 Voorbeeld | |||
15.2 Basisinstellingen wijzi-gen
- De programmakiezer op stand 1 instellen.

- Druk op Start/Bijvullen en draai tegelijkertijd de programmakiezer op stand 2.
√ Het display geeft de actuele waarde aan.
-
De programmakiezer op de gewenste positie instellen.
-
Druk op Klaar in om de waarde te wijzigen.
-
Schakel het apparaat uit om de wijziging op te slaan.
16 Reiniging en onder- houd
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Trommel reinigen
⚠️ VOORZICHTIG Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage temperaturen en een ontbrekende beluchting van het apparaat kunnen de trommel beschadigen en kunnen let-sels veroorzaken.
- Regelmatig een programma voor de reiniging van de trommel uitvoeren of met temperaturen van minstens 60°C wassen.
- Het apparaat na elk gebruik bij een geopende deur en wasmiddellade laten drogen.
- Het programma Trommel reinigen zonder wasgoed met poederwas-middel uitvoeren.
16.2 Schoonmaken van de wasmiddellade
- De wasmiddellade uittrekken.
- Inzetstuk naar beneden drukken en de wasmiddellade verwijderen.

nl Reiniging en onderhoud
- Het inzetstuk van onderen naar boven eruit trekken.

- De wasmiddellade en het inzetstuk met water en borstel reinigen en drogen.

- Het inzetstuk plaatsen en vastklikken.

- De opening voor de wasmiddella- de reinigen.

- Schuif de wasmiddellade in het apparaat.
16.3 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp in geval van storingen, bijv. bij verstoppingen of geklapper.
Afvoerpomp legen
- De kraan sluiten.
- Het apparaat uitschakelen. → "Apparaat uitschakelen", Pagina 33
- Stekker van het apparaat van het stroomnet scheiden.
- De serviceklep openen en verwijderen.

- Plaats een voldoende grote op- vangbak onder de opening.

- Neem de aftapslang uit de houder.

- ⚠️ VOORZICHTIG - Kans op brandwonden! Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
- Raak het hete sop niet aan. Trek het afsluitstopje los, om het wassop in de opvangbak te laten stromen.

- Druk het stopje er weer op.

- De aftapslang in de houder klemmen.

Vereiste: De afvoerpomp is leeg. → Pagina 36
nl Reiniging en onderhoud
- Omdat er nog restwater in de pomp kan zitten, het deksel er voorzichtig uit draaien.
- Door grote verontreinigingen kan het filterelement in het pomphuis vastzitten. Verontreinigingen losmaken en filterelement verwijderen.

- Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen.

Het pompdeksel bestaat uit twee componenten die voor de reiniging kunnen worden gedemonteerd.
-
Verifieer dat de rotor van de pomp makkelijk ronddraait.
-
Breng het pompdeksel aan.
- Controleer of de componenten van het pompdeksel correct ge-monteerd zijn.

- Het pompdeksel tot aan de aan- slag aandraaien.

De greep van het pompdeksel moet verticaal staan.
Vóór de volgende keer wassen
Om te voorkomen dat bij de volgen- de wasbeurt wasmiddel ongebruikt in de afvoer stroomt, voert u een ge- schikt programma voor het afpom- pen uit nadat u de pomp heeft ge- leegd.
- De waterkraan openen.
- De stekker in het stopcontact steken.
- Het apparaat inschakelen.
-
Een liter water in compartiment II gieten.
-
Kies een geschikt programma voor het afpompen.
→ "Programma's", Pagina 25
17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Het display is gedoofd en Start/Bijvullen knippert. | De energiebesparingsmodus is actief.► Druk op een willekeurige button.✓ Het display brandt weer. |
| "E:36 / -10" Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.► Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. | |
| Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang gemonteerd. | |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| "E:36 / -10" ▶ Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de wa-terafvoerslang.→ "Apparaat aansluiten", Pagina 15 | |
| Pompdeksel is niet volledig ingeschroefd.► Zorg ervoor dat het pompdeksel tot aan de aanslag in het apparaat is geschroefd. De greep van het pompdeksel moet verticaal staan. | |
| "H:32" Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifuge-ren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed.► Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-geren. | |
| "E:30 / -10" en/of Waterdruk is laag.Geen oplossing mogelijk. | |
| De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.► Reinig de zeven in de watertoevoer. | |
| Waterkraan is gesloten.► Open de waterkraan. | |
| Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.► Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is ge-knikt of ingeklemd. | |
| Waterniveaumeetsysteem defect.Opmerking: Met de foutmelding start het apparaat een afpompprocedure.1. Wacht eerst ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is beëindigd.2. Om de foutmelding te resetten, schakelt u het ap-paraat uit.3. Schakel het apparaat weer in.4. Als de foutmelding opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met de servicedienst.→ "Servicedienst", Pagina 50 | |
| Symbool spannings-onderschrijding (dub-bele punt). | Het Spanningscontrolesysteem herkent een ontoelaat-bare spanningsonderschrijding.► Geen oplossing mogelijk.Opmerking: Als de voedingsspanning zich heeft ge-stabiliseerd, loopt het programma normaal verder. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Symbool spannings- onderschrijding (dub- bele punt). | Spanningsonderschrijding kan een programmaverlen- ging veroorzaken. Geen oplossing mogelijk. |
| • brandt. Spanningsonderschrijding kan een programmaverlen- ging veroorzaken. Geen oplossing mogelijk. | |
| © brandt. Temperatuur is te hoog. • Wacht tot de temperatuur is gedaald. • → "Progr. annuleren", Pagina 32 | |
| © knippert. Deur is niet gesloten. • Sluit de deur. | |
| Alle andere foutcodes. Storing • Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 50 | |
| "E:30/-20" Magneetventiel defect. • Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 50 | |
| Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. • Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. | |
| Programma start niet. Start/Bijvullen werd niet ingedrukt. • Druk op Start/Bijvullen. | |
| Programma start niet. 1. Sluit de deur.2. Om het programma te starten, drukt u op Start/Bij-vullen. | |
| Deur kan niet worden geopend. | -- -- is geactiveerd.► Hervat het programma door Centrifugeren of Af-pompen te kiezen en op Start/Bijvullen te drukken.→ "Programma bij spoelstop hervatten", Pagina 33 |
| Temperatuur is te hoog.► Wacht tot de temperatuur is gedaald.► Programma annuleren.→ "Progr. annuleren", Pagina 32 | |
| Waterniveau is te hoog.► Kies een geschikt programma voor het afpompen.→ "Programma's", Pagina 25 | |
| Stroomonderbreking.► Open de deur met de noodontgrendeling.→ "Noodontgrendeling", Pagina 49 | |
| Waswater wordt niet weggepompt. | Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.► Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-klemd.► Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. | |
| Afvoerpomp is verstopt.► → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 36 | |
| -- -- is geactiveerd. | |
| Waswater wordt niet weggepompt. | Hervat het programma door Centrifugeren of Af-pompen te kiezen en op Start/Bijvullen te drukken.→ "Programma bij spoelstop hervatten", Pagina 33 |
| Waterafvoerslang is te hoog aangesloten.Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter hoogte. | |
| Pompdeksel is niet correct in elkaar gezet.Zet het pompdeksel correct in elkaar. | |
| Wasmiddeldosering is te hoog.Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker compartment (niet bij outdoor-, sportswear- endonstextiel).Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke be-lading de hoeveelheid wasmiddel. | |
| Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang gemonteerd.Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de wa-terafvoerslang.→ "Apparaat aansluiten", Pagina 15 | |
| Pompdeksel is niet volledig ingeschroefd.Zorg ervoor dat het pompdeksel tot aan de aanslag in het apparaat is geschroefd. De greep van het pompdeksel moet verticaal staan. | |
| Er stroom geen water in het apparaat. Het wasmiddel werd niet ingespoeld. | Start/Bijvullen werd niet ingedrukt.Druk op Start/Bijvullen. |
| De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.Reinig de zeven in de watertoevoer. | |
| Waterkraan is gesloten.Open de waterkraan. | |
| Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is ge-knikt of ingeklemd. | |
| Meermaals beginnen met centrifugeren. | Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen.Geen fout - geen handeling noodzakelijk.Opmerking: Leg bij het beladen zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Was-goed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. |
| De programmaduur wijzigt tijdens de was-cyclus. | Het programmaverloop wordt elektronisch geoptimaliseerd. Dat kan leiden tot wijzigingen in de program-maduur.► Geen fout - geen handeling noodzakelijk. |
| Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen.► Geen fout - geen handeling noodzakelijk.Opmerking: Leg bij het beladen zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Was-goed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. | |
| Schuimcontrolesysteem voert bij te hoge schuimvor-ming een extra spoelbeurt toe.► Geen fout - geen handeling noodzakelijk. | |
| Het water is in de trommel niet zicht-baar. | Het water is onder het zichtbare bereik.► Geen fout - geen handeling noodzakelijk.► Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het appa-raat. |
| Trommel schokt na programmastart. | Oorzaak is een interne motortest.► Geen fout - geen handeling noodzakelijk. |
| In het compartiment ◎ bevindt zich restwater. | Inzet in compartiment ◎is verstopt.► → "Schoonmaken van de wasmiddellade",Pagina 35 |
| Trillingen en beweging van het apparaat tij-dens het centrifuge-ren. | Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.► → "Stellen van het apparaat", Pagina 16 |
| Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.► Zet de apparaatvoeten vast.→ "Stellen van het apparaat", Pagina 16 | |
| Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.► → "Transportbeveiligingen verwijderen", Pagina 14. | |
| Trommel draait, er stroomt geen water in het apparaat. | Beladingsherkenning is actief.► Geen fout, geen handeling noodzakelijk.Opmerking: De beladingsherkenning kan tot wel 2 min- nuten duren. |
| Sterke schuimvor-ming. | Wasmiddeldosering is te hoog.► Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker compartment (niet bij outdoor-, sportswear- en donstextiel).► Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke be-lading de hoeveelheid wasmiddel. |
| Hoog centrifugetoe- rental wordt niet be-reikt. | Laag centrifugetoerental is ingesteld.► Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-toerental in. |
| Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans door gereduceerd centrifugetoerental.► Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-geren.► Start het programma Centrifugeren. | |
| Programma centrifu-geren start niet. | Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.► Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-klemd.► Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. | |
| Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifuge-ren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed.► Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-geren.► Start het programma Centrifugeren. | |
| Bruisend, sissend ge-luid. | Water wordt onder druk in de wasmiddellade ge-spoeld.► Geen fout - normaal bedrijfsgeluid. |
| Luid geluid tijdens het centrifugeren. | Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.► → "Stellen van het apparaat", Pagina 16 |
| Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd. | |
| Luid geluid tijdens hetcentrifugeren. | Zet de apparaatvoeten vast.→ "Stellen van het apparaat", Pagina 16 |
| Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.→ "Transportbeveiligingen verwijderen", Pagina 14. | |
| Geklapper, gerammelin de pomp. | Er is een vreemd voorwerp in de pomp gekomen.→ "Afvoerpomp reinigen", Pagina 36 |
| Slurpend, ritmischzuiggeluid. | Pomp is actief, het sop wordt afgepompt.Geen fout - normaal bedrijfsgeluid. |
| Kreukvorming. Centrifugetoerental is te hoog. | |
| Wasmiddel of wasver-zachter druppelt vande manchet en verzamelt zich op de deurof in de manchetplooi. | Teveel wasmiddel/wasverzachter in de wasmiddellade.Let bij het doseren van het vloeibare wasmiddel enwasverzachter op de markering in de wasmiddellade en doseer niet daarboven. |
| Centrifugeresultaat isniet naar tevreden-heid. Het wasgoed iste nat / te vochtig. | Laag centrifugetoerental is ingesteld.Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-toerental in.Start het programmaCentrifugeren. |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. | |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of ingeklemd.Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. | |
| Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling vanhet wasgoed.Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukkenwasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. | |
| Centrifugeresultaat is niet naar tevredenheid. Het wasgoed is te nat / te vochtig. | ► Start het programma Centrifugeren. |
| Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans door gereduceerd centrifugetoerental.► Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren.► Start het programma Centrifugeren. | |
| Resten wasmiddel op het vochtige wasgoed. | Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten.► Start het programma Spoelen. |
| Wasmiddelresten op het droge wasgoed. | Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten.► Borstel het wasgoed na het wassen en drogen uit. |
| Bij de watertoevoerslang lekt water. | De watertoevoerslang is niet correct / vast aangesloten.1. Sluit de watertoevoerslang correct aan.→ "Watertoevoerslang aansluiten", Pagina 152. Draai de koppeling goed aan. |
| Er lekt water bij de waterafvoerslang. | Waterafvoerslang is beschadigd.► Vervang de beschadigde waterafvoerslang. |
| Waterafvoerslang is niet correct aangesloten.► Sluit de waterafvoerslang correct aan.→ "Aansluitsoorten waterafvoer", Pagina 16 | |
| In het apparaat is geurvorming opgetreden. | Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacterie-groei stimuleren.► → "Trommel reinigen", Pagina 35► Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur en wasmiddellade open zodat het restwater kan op-drogen. |
| Wasverzachter blijft in de wasmiddellade. | Gebruik met wasverzachter is voor het gekozen pro-gramma niet mogelijk.► Controleer vóór het wassen of wasverzachter voor het gekozen programma mogelijk is.→ "Programma's", Pagina 25 |
| Water komt onder de deur naar buiten. | Vervuiling aan deur of manchet veroorzaakt lekkage.► Reinig de deur en de manchet. |
17.1 Noodontgrendeling
Deur ontgrendelen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg. → Pagina 36
- LET OP! Wegstromend water kan tot materiële schade leiden.
- Open de deur niet als er water achter het glas te zien is. De noodontgrendeling met behulp van gereedschap naar onderen trekken en loslaten.

√ Het deurslot is ontgrendeld.
2. De serviceklep plaatsen en vastklikken.
3. De serviceklep sluiten.
18 Transporteren, op- slaan en afvoeren
18.1 Apparaat demonteren
- De kraan sluiten.
- Watertoevoerslang legen.
- Het apparaat uitschakelen. → "Apparaat uitschakelen", Pagina 33
- De stekker van het apparaat uit het stopcontact halen.
-
Het sop laten laten weglopen. → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 36
-
De slangen demonteren.
18.2 Transportbeveiligingen plaatsen
Om transportschade te vermijden, beveiligt u het apparaat vóór het transport met transportbeveiligingen.
- Verwijder de 4 afdekkapjes met behulp van een schroevendraaier.

Bewaar de afdekkapjes.
- De 4 transportbeveiligingen plaatsen. → "Transportbeveiligingen verwijderen", Pagina 14
18.3 Apparaat opnieuw in gebruik nemen
- Voor meer informatie, zie → "Opstellen en aansluiten", Pagina 13 en → "Wascyclus zonder wasgoed starten", Pagina 20.
18.4 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
- Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
-
Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaatdeur niet langer sluit.
-
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
-
Het netsnoer doorknippen.
-
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
19 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
19.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
■ aan de binnenkant van de deur.
■ aan de binnenkant van de onderhoudsklep.
■ aan de achterkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
20 Verbruikswaarden
De volgende informatie wordt conform deEU-Ecodesign-verordening gegeven. De opgegeven waarden voor andere programma's als Eco 40-60 zijn slechts richtwaarden en werden in aansluiting op de geldende norm EN60456 be-paald.
| Programma Bela-ding (kg) | Pro-gram-maduur (h:min) ^1 | Ener-giever-bruik (kWh/cyclus) ^1 | Water-ver-bruik (l/cyclus) ^1 | Maxi-male tempe-ratuur (°C) 5 min ^1 | Centri-fuge-toeren-tal (t/min) ^1 | Rest-vocht-gehal-te (%) ^1 |
| Eco 40-60 ^2 | 8,0 3:33 | 0,800 | 70,0 37 | 1400 | 53,00 | |
| Eco 40-60 ^2 | 4,0 2:40 | 0,350 | 36,0 27 | 1400 | 53,00 | |
| Eco 40-60 ^2 | 2,0 2:20 | 0,180 | 30,0 23 | 1400 | 53,00 | |
| Katoen 20 °C | 8,0 3:25 | 0,330 | 89,0 23 | 1400 | 50,00 | |
| Katoen 40 °C | 8,0 3:25 | 1,210 | 89,0 44 | 1400 | 50,00 | |
| Katoen 60 °C | 8,0 3:25 | 1,510 | 89,0 58 | 1400 | 50,00 | |
| Katoen 40 °C + Voorwas | 8,0 3:40 | 1,300 | 95,0 43 | 1400 | 50,00 | |
| Kreukherstel-lend 40 °C | 4,0 2:30 | 0,770 | 61,0 44 | 1200 | 35,00 | |
| Snel/ Mix 40 °C | 4,0 1:05 | 0,630 | 44,0 41 | 1400 | 52,00 | |
Wol 30 °C | 2,0 0:41 | 0,300 | 48,0 29 | 800 | 26,00 |
^1 De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en inlaattemperatuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling van het wasgoed, gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroom- voorziening en geselecteerde bijkomende functies van de opgegeven waarden afwijken.
^2 Testprogramma conform de EU-Ecodesignverordening en de EU-energielabelverordening met koud water (15°C).
Apparaathoogte 84,5 cm
Apparaatbreedte 59,8 cm
Apparaatdiepte 59,9 cm
| Apparaatdiepte met gesloten deur | 63,2 cm |
| Apparaatdiepte met geopende deur | 106,3 cm |
| Gewicht 72,5 kg | |
| Maximale bela-ding | 8,0 kg |
| Netspanning 220-240 V,50 Hz | |
| → Minimale in-stallatiezekering | 10 A |
| Nominaal vermo-gen | 2300 W |
| Opgenomen ver-mogen | ■ Uit-toestand:0,15 W■ Niet-uitgeschakelde toe-stand: 0,50 W |
| Waterdruk ■ Minstens:100 kPa(1 bar)■ Maximaal:1000 kPa(10 bar) | |
| Lengte van de watertoevoerslang | 150 cm |
| Lengte van de waterafvoerslang | 150 cm |
| Lengte van de netaansluitkabel | 160 cm |
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Wol 30 °C