PW 413 - Wasmachine MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PW 413 MIELE in PDF-formaat.
| Type product | Professionele wasautomaat |
| Merk | Miele |
| Model | PW 413 |
| Afmetingen (B x H x D) | 799 x 1352 x 1010 mm (totaal) |
| Trommelinhoud | 14 kg droog wasgoed |
| Aansluiting | 400 V / 3-fase / 50-60 Hz (zie typeplaatje) |
| Wateraansluiting | Koudwater, warmwater, optioneel hardwater |
| Max. centrifugetoerental | 1025 omw/min |
| Programma's | Witte was, Bonte was, Kreukherstellend, Fijne was, Wol, Extra spoelen, etc. |
| Speciale programma's | Mops, Doeken, Desinfectie, Sluice (voor ernstig vervuild wasgoed) |
| Display | Grafisch display met functietoetsen |
| Doseersysteem | Optioneel voor vloeibare middelen, max. 13 doseerpompen |
| Communicatiemodule | Optioneel XKM RS232 |
| Noodschakelaar | Ja |
| Materiaal | Roestvrij stalen behuizing |
| Geluidsniveau (werkplek) | < 70 dB(A) |
| Energiebesparing | Maximale belading, juiste dosering, warm spoelen gebruiken |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging, noodstop, automatische deurvergrendeling |
| Onderhoud | Programma 'Machine reinigen', regelmatig ontkalken |
Veelgestelde vragen - PW 413 MIELE
Gebruikersvragen over PW 413 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PW 413 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PW 413 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING PW 413 MIELE
Gebruiksaanwijzing en opstellingsinstructies
Wasautomaat
PW 413
PW 418
Verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat te- gen transportschade. Het verpakkingsma- riaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd. Uw vakhandelaar neemt de verpakking over het algemeen terug.
Het afdanken van een apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren. Als u uw oude apparaat bij het gewone afval doet of er op een andere manier niet goed mee omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Doe uw oude apparaat daarom nooit bij het gewone huisafval.

Lever het apparaat in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur. Vraag uw handelaar indien nodig om inlichtingen. Het afgedankte apparaat moet buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen.
Energie besparen
Energie- en waterverbruik
- Maak zoveel mogelijk gebruik van de maximale beladingscapaciteit van een programma.
U gebruikt dan relatief gezien de minste hoeveelheid energie en water.
Wasmiddel
- Gebruik hoogstens zoveel wasmiddel als op de wasmiddelverpakking staat aangegeven.
- Verlaag bij een geringere belading de wasmiddelhoeveelheid.
Tip voor machinaal drogen
Wilt u het wasgoed na afloop in de droog-automaat drogen, kies dan het hoogste centrifugetoerental dat voor dit wasgoed mogelijk is.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu 2
Het afdanken van een apparaat 2
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen.... 7
Aanwijzingen voor behandelingen met chloorbleekmiddelen en perchloorethyleen ..... 14
Antichloorbehandeling 14
Beschrijving automaat (met wasmiddelvak).... 16
Machinevarianten met wasmiddelvak (WEK) 16
Beschrijving automaat (zonder wasmiddelvak).... 17
Machinevarianten zonder wasmiddelvak (WEK) 17
Bediening van de wasautomaat.... 18
Functie van de bedieningselementen.... 18
Functietoetsen.... 19
Wasgoed voorbereiden.... 20
Ingebruikneming.... 20
Wasgoed voorbereiden 20
Vulgewichten 21
Trommel vullen 21
Wassen met wasmiddelvak 22
Wasmiddeldosering via het wasmiddelvak 22
Bleekmiddel....23
Gebruik van textielverf / ontkleurings-en ontkalkingsmiddel 23
Wassen zonder wasmiddelvak.... 24
Doseerhoeveelheden.... 24
Ingebruikneming doseerpompen 24
Programma voortzetten na de melding "Fout doseersysteem" 24
Kalibratie dosering.... 25
Wassen 27
Wasmiddeldosering....27
Wasmiddeldosering.... 27
Dosering wasmiddel.... 27
Waterhardheid 27
Programma starten.... 31
Deur openen na programma-einde 32
Als het programma tijdens het gebruik wordt afgebroken 32
Programma-overzicht - BASISVARIANT 34
Programma's voor fijne was/wol 36
Programma "Extra spoelen" 37
Programma "Extra centrifugeren" 37
Programma "Extra afvoer" 37
Programma "Stijven" 37
Programma "Machine reinigen" 38
Inhoud
Programma-overzicht variant - MOPSTAR 39
Programma's "Gebouwenreiniging" 39
Informatie bij de programma's "Mops...+ behandelen" 41
Informatie bij het programma "Mops behandelen" 41
Mops beladingshoeveelheid (katoen).... 42
Mops beladingshoeveelheid (microvezel) 42
Informatie bij het programma "Doeken standaard" 45
Informatie bij de programma's "Doeken...+ behandelen" 45
Informatie bij het programma "Doeken behandelen" 45
Programma "Pads" 45
Programma "Matten" 45
Programma "Vitrages" 46
Programmaverloop zonder centrifugeren, vitrages 46
Programma "Bonte was" 46
Programma "Extra spoelen" 46
Programma "Extra centrifugeren" 46
Programma "Extra afvoer" 47
Programma "Machine reinigen" 47
Programma-overzicht variant - SLUICE 48
Programma's "Desinfectie" 50
Programma "Machine reinigen" 51
Programma "Extra afvoer" 51
Extra functies....57
Starttijd/-datum 57
Starttijd/-datum instellen 57
Starttijd/-datum niet overnemen 58
Met voorwas.... 58
Toevoegen voorwas 58
Stijven....58
Dosering via het wasmiddelvak.... 58
Dosering in de trommel 59
Zonder centrifugeren....59
Programma-afbreking....60
Vergrendelde programma's afbreken 61
Communicatiemodule 61
Optionele modules 62
Dosering vloeibare middelen (optioneel voor apparaten met wasmiddelvak).... 62
Programma voortzetten na de melding "Fout doseersysteem" 62
Doseerhoeveelheden.... 63
Ingebruikneming doseerpompen 63
Kalibratie dosering.... 64
Nuttige tips....66
Noodontgrendeling van de afvoerklep en de deur.... 66
Service-interval, veiligheidsvoorschrift (BGR) 68
Foutmeldingen.... 68
Service....70
Nuttige tips....71
Het oplossen van problemen 71
U kunt geen wasprogramma starten.... 71
Een tegenvallend wasresultaat 72
Algemene problemen met de wasautomaat 73
Programma voortzetten na een onderbreking van de stroomvoorziening 74
Mogelijke oorzaken van overmatige schuimvorming 75
Het oprollen van grote stukken wasgoed.... 76
Reiniging en onderhoud.... 77
Reiniging en onderhoud 77
Roestvorming 77
Wasmiddelvak, wasmiddelbakjes en zuighevel reinigen.... 78
Plaatsen en aansluiten....80
Wasautomaat plaatsen 80
Algemene voorwaarden voor het gebruik 80
Om het onderhoud te vergemakkelijken 81
Sokkelopstelling 82
Transportbeveiliging 82
Transportbeveiligingen verwijderen 82
Wateraansluiting 83
Aansluiting op alleen koud water 83
Aansluiting doseermiddelen op mengkast (vloeibare reinigingsmiddelen) 84
Waterafvoer 84
Elektrische aansluiting.... 85
Doseerpompen aansluiten 85
Bedieningselementen 86
Functie van de bedieningselementen.... 86
Functietoetsen....86
Algemeen 88
Overzicht functieniveaus 88
Toegang tot het exploitatieniveau / password wijzigen 89
Wachtwoord 89
Password wijzigen....90
Taal / Tijd / Datum 91
Keuzemogelijkheden hoofdmenu 91
Inhoud
Menupunt "Taal" 91
Menupunt "Tijd/Datum" 92
Menupunt "Dosering" 93
Menupunt "Dosering" 93
Menupunt "Instellingen" 95
Submenu's: 95
Memory-functie 96
Keuzemogelijkheden eenheden 96
Zoemer 98
Maximale wastemperatuur 98
Display stand-by 98
Contrastinstelling....99
Dagtijd 99
Datumweergave 99
Kalibratie dosering.... 100
Doseercapaciteit (D1 tot D13) 101
Correctiefactor dosering (D1 tot D13) 102
Leegmelding dosering (D 1 tot D 13).... 103
Gebruik password 104
Gemiddelde waterdruk.... 104
Verwarmingsvermogen.... 104
Klantgegevens.... 104
Muntsoort 106
Elektrische aansluiting.... 107
Afmetingen voor plaatsing 107
Gewicht en vloerbelasting.... 107
Emissiewaarden 107
Productveiligheid.... 107
Machinegegevens PW 418....108
Elektrische aansluiting.... 108
Afmetingen voor plaatsing 108
Gewicht en vloerbelasting.... 108
Emissiewaarden 108
Productveiligheid.... 108
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het apparaat. In de gebruiksaanwijzing vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en het onderhoud.
Als andere personen worden geïinstrueerd om het apparaat te bedienen, moeten zij beslist op de hoogte zijn van deze veiligheidsinstructies.
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar.
Verantwoord gebruik
De wasautomaat is voor professioneel gebruik.
De automaat is bedoeld voor plaatsing in een bedrijfsomgeving.
Wordt de automaat professioneel gebruikt, dan mag alleen geïinstrueerd/geschoold personeel de automaat bedienen. Als de automaat in een vrij toegankelijke ruimte staat opgesteld, moet de exploitant veiligstellen dat de automaat zonder risico kan worden gebruikt.
De wasautomaat mag uitsluitend worden gebruikt voor wasgoed dat niet met gevaarlijke of ontvlambare stoffen is vervuild.
▶ Reinig in deze automaat alleen wasgoed dat volgens het wasetiket geschikt is voor machinale reiniging of natreiniging.
De automaat moet overeenkomstig de gebruiksaanwijzing worden gebruikt, regelmatig worden onderhouden en de werking moet regelmatig worden gecontroleerd.
De wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnenshuis.
Plaats uw wasautomaat niet in een vorstgevoelige ruimte. Bevroren slangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van de elektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespunt afnemen.
De wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld op een schip) worden gebruikt.
▶ Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!
Kinderen onder acht jaar mogen alleen in de buurt van de wasautomaat komen als ze constant onder toezicht staan.
Kinderen vanaf acht jaar mogen de automaat alleen zonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen of onderhouden.
Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van het apparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Desinfectieprogramma's mogen niet worden onderbroken, omdat anders het desinfectieresultaat onvoldoende kan zijn. De desinfectiestandaard van thermische en chemo-thermische procédés dient te worden bewaakt.
Ander gebruik dan hierboven aangegeven, is niet toegestaan. Voor de gevolgen kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
Problemen voorkomen
Gebruik de automaat nooit voor chemisch reinigen! Bij de meeste daarvoor gebruikte reinigingsmiddelen, zoals benzine, bestaat brand-/explosiegevaar!
Als op hoge temperaturen wordt gewassen, wordt het kijkglas heet. Zorg er daarom voor dat kinderen het kijkglas niet kunnen aanraken als de wasautomaat aanstaat.
Er bestaat verbrandingsgevaar!
Sluit de deur nadat u de automaat heeft gebruikt. Zo voorkomt u dat kinderen in de automaat klimmen of voorwerpen erin verstoppen en dat kleine dieren opgesloten raken.
De veiligheidsvoorzieningen en de bedieningselementen van het apparaat mogen niet worden beschadigd of verwijderd.
Als de bedieningselementen of de isolatie van kabels beschadigd zijn, mag u het apparaat niet gebruiken totdat het is gerepareerd.
Het water in de wasautomaat is geen drinkwater! Laat het water in een afvoersysteem weglopen dat speciaal daarvoor is aangelegd.
▶ Controleer steeds of de trommel stilstaat als u het wasgoed uit de automaat wilt halen. Als u uw hand in een nog draaiende trommel steekt, kunt u ernstig letsel oplopen.
▶ Voorkom dat u vastgeklemd raakt tussen de deur en het frame.
Let op! De deur wordt automatisch vergrendeld, zodra de automaat start.
Als het wasmiddelvak open is of als er bakjes ontbreken, bestaat verbrandingsgevaar door eruit spattend water.
Gebruik de automaat alleen compleet met alle onderdelen!
Let bij gebruik en combinatie van speciale reinigingsmiddelen en speciale producten op de aanwijzingen van de betreffende fabrikant. Gebruik het middel alleen voor de toepassingen die door de fabrikant zijn aangegeven. Hiermee voorkomt u materiaalschade en eventuele heftige chemische reacties.
Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst of het zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde wasautomaat mag niet worden geplaatst en niet in gebruik worden genomen.
De elektrische veiligheid van de automaat is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad.
▶ Reparaties mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele zijn geautoriseerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoor Miele niet aansprakelijk kan worden gesteld.
▶ Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdrukkelijk door Miele zijn toegestaan.
Wanneer een storing wordt verholpen en wanneer de wasautomaat wordt gereinigd en onderhouden, mag er geen elektrische spanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval als:
- de stekker uit de contactdoos is getrokken of
- de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uitgeschakeld is of
- de betreffende zekering van de huisinstallatie er helemaal uitgedraaid is.
Zie ook het hoofdstuk "Plaatsen en aansluiten" onder "Elektrische aansluiting".
De wasautomaat mag alleen met een nieuwe slangenset op de watervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen niet worden gebruikt. Controleer de slangen regelmatig. U kunt de slangen dan tijdig vervangen en waterschade voorkomen.
Bij lekkage moet de oorzaak worden weggenomen, voordat u de automaat weer mag gebruiken. Maak de automaat meteen spanningsvrij als er water vrijkomt.
Bij problemen met de stoomverwarming kunnen hogere temperaturen voorkomen bij de vuldeur, de klep van het wasmiddelvak en in de trommel (met name de trommelrand). Er bestaat kans op lichte verbrandingen.
Deze opmerking geldt alleen voor apparaten met stoomverwarming.
▶ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aan onze producten stellen.
Het apparaat is voor professionele doeleinden en moet aan de wettelijke veiligheidseisen blijven voldoen. Wij adviseren u het apparaat dan ook periodiek door een deskundige te laten controleren (bijvoorbeeld door Miele). De resultaten van de controle moeten in het zogenaamde machinevolgboek worden vastgelegd (verkrijgbaar bij Miele).
▶ Volg de aanwijzingen uit de hoofdstukken "Plaatsen en aansluiten" en "Technische gegevens".
De aansluitstekker van de wasautomaat moet altijd toegankelijk zijn, zodat u de machine altijd spanningsvrij kunt maken.
Bij een vaste aansluiting moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld.
Als een vaste elektrische aansluiting gepland is, moet de automaat via een geschikte schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De schakelaar moet bij het apparaat worden geïnstalleerd. De schakelaar moet duidelijk herkenbaar en goed toegankelijk zijn.
Veilig gebruik
De maximale beladingscapaciteit bedraagt voor PW 413 - 14 kg en voor PW 418 - 20 kg (droge was). De beladingscapaciteit voor de specifieke programma's vindt u in het hoofdstuk "Programma-overzicht".
Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de transportbeveiligingen aan de achterkant van het apparaat (zie ook "Plaatsen en aansluiten" onder "Transportbeveiligingen verwijderen"). Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aan de meubels/apparaten die ernaast staan.
▶ Probeer nooit de deur van de wasautomaat met geweld te openen. U kunt de deur alleen openen als dit op het display wordt aangegeven.
Druk de trommel niet naar achteren als de machine loopt.
Als u de deur sluit, kunt u tussen het deurframe en de trommelopening vastgeklemd raken en zich bezeren. Hetzelfde geldt voor het scharniergedeelte. Let op! De deur wordt automatisch vergrendeld, zodra de automaat start.
Sluit de waterkraan als u langere tijd afwezig bent (bijvoorbeeld tijdens vakanties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen afvoer in de vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje.
▶ Voorkom dat vreemde voorwerpen (spijkers, naalden, munten, paperclips, etc.) in de wasautomaat terechtkomen. Dergelijke voorwerpen kunnen de automaat beschadigen (zoals de kuip en de wastrommel). Beschadigde onderdelen kunnen op hun beurt het was- goed beschadigen.
Bij juiste dosering van het wasmiddel hoeft de wasautomaat niet te worden ontkalkt. Als u toch moet ontkalken, gebruik dan een speciaal ontkalkingsmiddel dat een anti-corrosie-middel bevat (verkrijgbaar bij Miele). Volg de aanwijzingen op de verpakking nauwkeurig op.
Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen is behandeld, moet eerst grondig met schoon water worden uitgespoeld, vóórdat het in de automaat wordt gewassen.
Gebruik nooit reinigingsmiddelen die oplosmiddelen bevatten (zoals wasbenzine). Onderdelen van de wasautomaat kunnen beschadigd raken en er kunnen giftige dampen vrijkomen. Bovendien bestaat er brand- en explosiegevaar.
Bewaar en gebruik in de buurt van de wasautomaat geen benzine, petroleum of andere licht ontvlambare stoffen. Er bestaat brand- en explosiegevaar! Gebruik het machinedeksel niet als werkblad.
Bewaar op het machinedeksel geen chemicaliën (vloeibare wasmiddelen, hulpmiddelen). Dergelijke middelen kunnen kleurveranderingen en lakschade veroorzaken. Als er per ongeluk chemicaliën op het oppervlak terechtkomen, verwijder deze dan meteen met een in water natgemaakte doek.
Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich de opening voor de luchtafvoer. Deze opening mag nooit worden afgesloten of afgedekt. Houdt u zich aan de minimale afstand uit de installatietekening.
Textielverf moet geschikt zijn voor gebruik in een wasautomaat. Volg de aanwijzingen op de verpakking nauwkeurig op.
Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstelling corrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaat worden gebruikt.
▶ Voorkom dat de roestvrijstalen oppervlakken in aanraking komen met vloeibare reini-gings- en desinfectiemiddelen die chloor of natriumhypochloride bevatten. Deze middelen kunnen op het roestvrije staal corrosie veroorzaken. Agressieve chloorbleekloogdampen kunnen eveneens corrosie tot gevolg hebben. Bewaar geopende reservoirs met dergelijke middelen daarom niet in de buurt van de apparatuur.
▶ Voor de reiniging van het apparaat mag geen hogedrukreiniger of waterstraal worden gebruikt.
Chloor en schade aan onderdelen
Hoe groter de gebruikte chloorhoeveelheden, des te groter de kans op schade aan onderdelen van de automaat.
Aanwijzingen voor behandelingen met chloorbleekmiddelen en perchloorethyleen
Het gebruik van chloorhoudende middelen, zoals natriumhypochloride en poedervormige chloorbleekmiddelen, kan - afhankelijk van de chloorconcentratie, de inwerktijd en de temperatuur - de beschermlaag van het roestvrije staal aantasten en corrosie veroorzaken op onderdelen van de automaat. Om deze redenen dient u af te zien van het gebruik van dergelijke middelen. In plaats daarvan adviseren wij bleekmiddelen op zuurstofbasis.
Als u toch voor bepaalde verontreinigingen chloorhoudende bleekmiddelen gebruikt, dient u altijd een antichloorbehandeling uit te voeren. U voorkomt zo dat onderdelen van de wasautomaat en de was onherstelbaar beschadigd raken.
Antichloorbehandeling
De antichloorbehandeling moet meteen aansluitend op het gebruik van het chloorbleek-middel worden uitgevoerd! Gebruik hiervoor bij voorkeur waterstofperoxide of een was- of bleekmiddel op zuurstofbasis en zonder het water tussendoor af te pompen.
Met thiosulfaat kan, vooral bij hard water, gipsvorming optreden waardoor verontreini-gingen op het wasgoed en afzettingen in de wasautomaat kunnen ontstaan. Omdat een behandeling met waterstofperoxide het neutralisatieproces van chloor ondersteunt, dient daaraan de voorkeur te worden gegeven.
De juiste hoeveelheden hulpmiddelen en de behandelingstemperaturen dienen ter plaatse volgens de doseeradviezen van de was- en hulpmiddelenfabrikanten te worden ingesteld en gecontroleerd. Ook moet worden getest of er resten actieve chloor in de was zijn achtergebleven.
Accessoires
Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of ingebouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kan Miele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meer worden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en product-aansprakelijkheid.
Het afdanken van een apparaat
Als u uw oude automaat afdankt, maak dan eerst het deurslot onbruikbaar. Daarmee voorkomt u dat spelende kinderen zich opsluiten en in levensgevaar komen.
Als de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet worden opgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is.
Machinevarianten met wasmiddelvak (WEK)


① Display
zie "Functie van de bedieningselementen"
② Noodschakelaar
zie "Functie van de bedieningselementen"
③ Deurgreep
④ Deur
⑤ Verstelbare machinevoeten (4 stuks)
⑥ Wasmiddelvak
⑦ Elektrische aansluiting
⑧ Koudwateraansluiting
⑨ Warmwateraansluiting
⑩ 2 x hardwateraansluiting (optioneel)
⑪ Aansluitingen voor externe doseer-pompen
⑫ Wasemafvoer / vrije afvoer type AB
^13 Schacht voor communicatiemodule
De communicatiemodule XKM RS 232 is bij te bestellen.
⑭ Afvoerklep
^15 Koudwateraansluiting dosering vloeibare reinigingsmiddelen
(optioneel)
⑯ Ventilatorbehuizing
Zie ook "Plaatsen en aansluiten"
Machinevarianten zonder wasmiddelvak (WEK)


① Display
zie "Functie van de bedieningselementen"
② Noodschakelaar
zie "Functie van de bedieningselementen"
③ Deurgreep
④ Deur
⑤ Verstelbare machinevoeten (4 stuks)
⑥ Elektrische aansluiting
⑦ Koudwateraansluiting
⑧ Warmwateraansluiting
⑨ 2 x hardwateraansluiting (optioneel)
⑩ Aansluitingen voor doseerpompen
⑪ Wasemafvoer / vrije afvoer type AB
^12 Schacht voor communicatiemodule
De communicatiemodule XKM RS 232 is bij te bestellen.
⑬ Afvoerklep
⑭ Koudwateraansluiting dosering vloeibare reinigingsmiddelen
⑮ Ventilatorbehuizing
Zie "Plaatsen en aansluiten"
Functie van de bedieningselementen

① Display
Na het inschakelen van het apparaat verschijnt kort een welkomstscherm en daarna het 1e of laatst gestarte programma.
② Functietoetsen
Afhankelijk van de machinestatus worden hieraan bepaalde functies toegewezen. De functies verschijnen in het display boven de toetsen en worden gemarkeerd als u op de betreffende toets drukt. De eerste 6 programma's kunt u rechtstreeks via de toetsen 1 - 6 kiezen.
Door iets langer op toets 6 ▶ te drukken, kunt u nog meer programma's kiezen.
③ Toets Start
De ringverlichting knippert als u een gekozen programma kunt starten. Als u op de starttoets drukt, wordt het programma gestart. Als u na de start van een programma op de toets drukt, wordt de displayinhoud weergegeven, zoals die voor de programmastart was.
Met speciale software kunnen gegevens worden uitgewisseld tussen de besturing en een PC (en omgekeerd). De aansluiting geschiedt via de optische interface aan de voorkant van het bedieningspaneel.
⑤ Aan-schakelaar
Apparaat inschakelen
⑥ Uit-schakelaar
Apparaat uitschakelen
⑦ Noodschakelaar
Met de noodschakelaar kan de gebruiker het apparaat bij gevaar (of om gevaarlijke situaties te voorkomen) snel in een veilige toe-stand brengen. De noodschakelaar moet altijd toegankelijk zijn. Let op! De machine is niet spanningsvrij!
Als het probleem is verholpen, kunt u de noodschakelaar weer ont-grendelen door deze naar rechts te draaien.
Druk opnieuw op de toets "START" om het onderbroken programma voort te zetten.
Functietoetsen
Stop/Einde
De rechter functietoets wordt na de programmastart als stoptoets gebruikt. Als u op de toets drukt, wordt het gekozen programma gestopt. Als u nog een keer drukt, wordt het programma afgebroken.
+ ∪ Blok plus
Met deze toets wordt het betreffende programmablok (bijvoorbeeld voorwas) aan het programma toegevoegd.
Stijfselstop
Druk op deze toets als de was moet worden gesteven.
Centrifugeerstop
Druk op deze toets als de was na het spoelen niet moet worden ge-centrifugeerd.
Instellingen
Starttijd/-datum
Als u vóór de programmastart op deze toets drukt, verschijnt in het display de melding dat u een starttijd kunt kiezen.
+ Terug Met deze toets gaat u terug naar de vorige displaypagina.
▼/▲ Aanwijzing dat er een volgende of voorafgaande regel is.
Opslaan
Zie "Toegang tot het exploitatieniveau".
Watertoevoer
Programma vergrendeld
Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
Programma ontgrendeld
Datatransfer
Signaal (zoemer) uit
Ingebruikneming
⚠️ De eerste ingebruikneming mag alleen door Miele of door een geautoriseerde vakhandelaar worden gedaan.
■ Draai de waterkranen open, afhankelijk van de verwarmingssoort ook de stoomkraan.
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) in.
■ Schakel de automaat met de toets I "Aan" in.
Miele
PROFESSIONAL
PW 4xx
Welkom
In het display verschijnt een welkomstscherm.

De weergave op het display varieert afhankelijk van het gekozen programma.
Tip: De eerste 6 programma's kunt u rechtstreeks via de toetsen 1 - 6 kiezen.
Door iets langer op toets 6 ▶ te drukken, kunt u nog meer programma's kiezen.
Wasgoed voorbereiden

■ Maak de zakken leeg.
⚠️ Voorwerpen zoals spijkers, munten en paperclips kunnen het wasgoed en onderdelen van de automaat beschadigen.
Vulgewichten
(droog wasgoed)
| PW 413 PW 418 | |
| Max. 14 kg Max. 20 kg |
U vindt alle vulgewichten in het programma-overzicht.
Trommel vullen
■ Schakel de wasautomaat met de toets I in.
■ Trek aan de deurgreep om de deur te openen.
■ Leg het wasgoed uit elkaar gevouwen en losjes in de trommel. Leg wasgoed van verschillende grootte in de trommel. Daardoor wordt een beter wasresultaat bereikt en kan het wasgoed zich tijdens het centrifugeren beter verdelen.
Bij een maximale belading is het energie- en waterverbruik, vergeleken met de totale hoeveelheid wasgoed, het laagst. Wordt de maximale beladingscapaciteit overschreden, dan kunnen de wasresultaten tegenvallen en gaat het wasgoed sneller kreuken.
Deur sluiten
■ Sluit de deur door deze in de voorvergrendelingspositie te drukken.
⚠️ Let erop dat er niets tussen deur en dichting (manchet) beklemd raakt.
De deur klikt vast, maar is nog niet volledig vergrendeld. Dat gebeurt automatisch, zodra de automaat wordt gestart.
Wasmiddeldosering via het wasmiddelvak

■ Voor de standaardprogramma's doseert u het poedervormige was-middel voor de hoofdwas in bakje Ⓞ. Indien gewenst, doet u het wasmiddel voor de voorwas in bakje Ⓞ. Wasverzachter doseert u in het voorste gedeelte van bakje ⚙.

■ Andere vloeibare hulpmiddelen doseert u in het achterste gedeelte van bakje ⚙ (indien dit geprogrammeerd is).

De vakken van het bakje ⚙️ mogen maximaal tot aan de markering worden gevuld.
De hulpmiddelen stromen anders meteen via de zuighevel in de machine.
Bleekmiddel
Alleen textiel dat in het wasetiket de aanduiding heeft, mag met bleekmiddel worden behandeld.

Doseer het vloeibare bleekmiddel uitsluitend in het daarvoor bestemde bakje. Het bleekmiddel wordt dan automatisch tijdens de 2e spoelgang in de trommel gespoeld. Bont wasgoed mag alleen met bleekmiddel worden behandeld als de fabrikant uitdrukkelijk op het wasetiket vermeldt dat het textiel kleurecht is en gebleekt mag worden.
⚠️ Hoe groter de gebruikte chloorhoeveelheden, des te groter de kans op schade aan onderdelen van de automaat.
Gebruik van textielverf / ontkleurings- en ontkalkingsmiddel
Textielverf en ontkleuringsmiddelen, alsmede ontkalkingsmiddelen moeten geschikt zijn voor gebruik in de wasautomaat. Let altijd op de aanwijzingen van de fabrikant van het middel.
Doseerhoeveelheden
Houdt u zich aan de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.
Let bij gebruik en combinatie van speciale reinigingsmiddelen en speciale producten op de aanwijzingen van de betreffende fabrikant. Gebruik het betreffende middel alleen voor de toepassingen die de fabrikant aangeeft. Hiermee voorkomt u materiaalschade en eventuele heftige chemische reacties. Vraag in geval van twijfel de fabrikant van het middel of het geschikt is voor gebruik in wasautomaten.
Vloeibare wasmiddelen moeten voor gebruik op kamertemperatuur worden gebracht, zodat de viscositeit (en daarmee de doseerhoeveelheid) niet wordt beïnvloed.
Ingebruikneming doseerpompen
Voor de ingebruikneming van de doseerpompen moet het vloeibare wasmiddel worden aangezogen en de doseerhoeveelheid worden ingesteld.
Programma voortzetten na de melding "Fout doseersysteem"
Als een reservoir leeg is, worden de pomp en de machine automatisch uitgeschakeld, tegelijk meldt de wasautomaat een tekort aan vloeibaar middel.

■ Vul het reservoir.
■ Druk op de toets "Start" om het programma voort te zetten.
Kalibratie dosering
De kalibratiefunctie wordt gebruikt om de doseerhoeveelheid van de afzonderlijke doseerpompen vast te stellen.
Om rechtstreeks in de kalibratie-functie te komen, gaat u als volgt te werk (bij uitgeschakelde machine):
■ Houd de functietoets 2 ingedrukt en schakel de machine met de toets "Aan" I in.

Keuzemogelijkheden:
- Doseerpomp 1 tot 13
■ Kies een doseerpomp.
Nadat u een doseerpomp heeft gekozen, verschijnt het volgende display:

Tip: U kunt een doseerhoeveelheid instellen tussen 0 en 9999 ml (in stappen van 1 ml).
■ Druk op de functietoets 0/1.
De doseerslang wordt gevuld.
■ Druk op de toets 0/1 om de functie te stoppen.
■ Steek de slang van de betreffende doseerpomp in een maatbeker (de slang moet omhoog lopen).
⚠ Irriterende middelen. Irritatie van ogen en huid. Vermijd elk contact met de huid en de ogen. Draag beschermende kleding.
■ Ga weer naar het hoofdmenu met de toets "Terug".

■ Kies een doseerpomp.

■ Druk op de functietoets 0/1.
U stopt de pomp door op de toets 0/1 te drukken. Na 60 seconden stopt de pomp automatisch.
■ Meet de hoeveelheid die zich in de maatbeker bevindt.

■ Voer de gemeten waarde in het veld "V:" in.
De hoeveelheid P wordt door de besturing berekend in ml/min.
■ Druk op de functietoets 📄 "Opslaan".
De gemeten waarde wordt aan de pomp toegewezen.
■ Sluit de slang weer aan.
Wasmiddeldosering
Wasmiddeldose-ring
Gebruik niet te veel wasmiddel, anders ontstaat er te veel schuim.
- Gebruik geen wasmiddelen die overmatig schuimen. - Volg de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De dosering is afhankelijk van: - de hoeveelheid wasgoed - de waterhardheid - de mate waarin het wasgoed is verontreinigd
Houd bij de dosering rekening met de waterhardheid en neem de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant in acht.
Waterhardheid
| Hardheidsgraad Totale hardheid in mmol/l Duitse hardheid °dH | |
| Zacht (I) 0 - 1,5 0 - 8,4 | |
| Gemiddeld (II) 1,5 - 2,5 8,4 - 14 | |
| Hard (III) Meer dan 2,5 Meer dan 14 | |
Als u de waterhardheid in uw regio niet kent, neem dan contact op met uw waterbedrijf.
Programma kie- zen
U kunt de eerste 6 programma's rechtstreeks via de toetsen 1 - 6 kiezen.

■ Door iets langer op toets 6 ▶ te drukken, kunt u nog meer programma's kiezen.
Tip: Hetzelfde geldt in andere displays voor de toetsen 12 en 18.

■ Druk op een programmatoets (functietoets) om een programma te kiezen.
In het display verschijnt dan (bijvoorbeeld):

Tip: Als u nogmaals op de programmatoets drukt, verschijnen op de onderste regel de extra functies.
Extra functies
Extra functies voor- was, stijfselstop of centrifugeerstop kiezen
■ Bevestig het gekozen programma door op de programmatoets te drukken (bijvoorbeeld toets 4).
In het display verschijnt dan (bijvoorbeeld):

- Indien gewenst, kunt u het programmablok "Voorwas" toevoegen met de functietoets + ⊥ "Blok plus".
Als u op de functietoets +☐ "Blok plus" drukt, verschijnt in het display:

Het veld "+∪" is gemarkeerd.
Tip: U kunt de functie weer uitzetten door opnieuw op de toets te drukken.
Tip: Druk op de toets "Stijfselstop" als de was moet worden ge- steven.
Tip: Druk op de toets ⚙ "Centrifugeerstop" als de was na het spoelen niet moet worden gecentrifugeerd.
Als geen verdere aanpassingen van het programma nodig zijn:
■ Druk op de toets "START".
Het programma loopt af.
Wijzigingen vóór de programma-start
Vulgewicht
Als voor de programmastart nog aanpassingen nodig zijn (bijvoorbeeld van het vulgewicht, de temperatuur of het centrifugetoerental), gaat u als volgt te werk:
Voordat u het programma start, kunt u het vulgewicht handmatig invoeren.

■ Druk op de programmatoets van het programma (bijvoorbeeld 4).

■ Druk op de toets -OK+.

Het keuzeveld "Vulgewicht" is gekozen.
■ Bevestig de keuze met de toets OK.
Het keuze- of invoerveld wordt voor wijzigingen vrijgegeven.

■ Wijzig met de toets – of + het vulgewicht.
Als u op de toets OK drukt, bevestigt u de instelling van het keuze- of invoerveld.
Temperatuur
De temperatuur kan voor de programmastart in stappen van 1 °C worden ingesteld. U kunt kiezen uit "koud" en een waarde oplopend tot de maximale temperatuur.

■ Druk op de programmatoets van het programma (bijvoorbeeld 4).

■ Druk op de toets OK.

■ Kies door één keer op de toets ▶ te drukken het keuzeveld "Temperatuur".
■ Bevestig de keuze met de toets OK.
Het keuze- of invoerveld wordt voor wijzigingen vrijgegeven.

■ Wijzig met de toets – of + de temperatuur.
Als u op de toets OK drukt, bevestigt u de instelling van het keuze- of invoerveld.
Centrifugetoerental
Voor de programmastart kunt u het centrifugetoerental in stappen van 25 omwentelingen/minuut (in het display "o/min" of "omw/min") wijzigen in een waarde tussen 300 en het maximale centrifugetoerental.

■ Druk op de programmatoets van het programma (bijvoorbeeld 4).

■ Druk op de toets OK.

■ Kies door twee keer op de toets ▶ te drukken het keuzeveld "Centrifugetoerental".
■ Bevestig de keuze met de toets OK.
Het keuze- of invoerveld wordt voor wijzigingen vrijgegeven.

■ Wijzig met de toets – of + het toerental.
Als u op de toets OK drukt, bevestigt u de instelling van het keuze- of invoerveld.
Maximale centrifu- getoerentallen
| PW 413 PW 418 | |
| 1025 o/min 950 o/min | |
| Het maximale centrifugetoerental is afhankelijk van het gekozen pro-gramma. | |
Programma starten
■ Druk op de toets "START".
Het programma loopt af.
Na de start wordt het programmaverloop in het display weergegeven.

Op de 2e displayregel (hier "Voorwas"), verschijnt bovendien de actuele soptemperatuur.

Na afloop van het programmablok "Voorwas" verschijnt op de tweede regel het programmablok "Hoofdwas" met de actuele soptemperatuur. Daaronder verschijnt het volgende programmablok (hier "Spoelen 1").
Tip: Rechts in het display kunt u zien hoe laat het programma is afge- lopen.
Deur openen na programma-einde
Als de trommel stilstaat en zich geen water meer in de machine bevindt, verschijnt na afloop van het programma (bijvoorbeeld) het volgende in het display:

Tegelijk klinkt gedurende 5 seconden een akoestisch signaal om het programma-einde aan te geven.
De deur wordt automatisch ontgrendeld.
■ Trek aan de deurgreep om de deur te openen.
De deur moet uit de vergrendeling worden getrokken.
Op de deur nooit met geweld.
Als u de deur niet kunt openen, volgt u de aanwijzingen onder "Noodontgrendeling".
■ Haal het wasgoed uit de trommel.
Als het programma tijdens het gebruik wordt afgebroken
Als het programma is afgebroken met water in de automaat, tijdens het centrifugeren of bij een hoge wastemperatuur, dan kunt u de deur niet openen.
Probeer niet de deur met geweld te openen.
In het display verschijnt (bijvoorbeeld):

■ Druk op de functietoets 📋 "Waterafvoer" of kies het programma "Extra centrifugeren" en druk op de toets "START".

■ Wacht totdat de trommel stilstaat.
1 Mops standaard Programma-einde - temperatuur in machine



■ Wacht totdat het wasgoed is afgekoeld.
Daarna kunt u de deur openen.
Als u het apparaat daarna niet meer gebruikt:
■ Schakel de automaat uit met de toets 0 "Uit".
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) uit.
■ Sluit alle kranen voor water en stoom.
| Witte was 90 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Textiel | van katoen, linnen of mengweefsels, bij-voorbeeld beddengoed en badstof | 1:10 - 1:9PW 41313 - 14 kgPW 41818 - 20 kg |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 40 °C, naar keuzeHoofdwas 90 °C, Cool Down activeerbaar2 spoelgangenLaatste spoelgang warm*Eindcentrifugeren | |
* De standaardprogramma's Witte was 90 °C en Bonte was 60 °C zijn op warm spoelen geprogrammeerd. Als er warm water beschikbaar is, is het gunstig om voor de laatste spoelgang warm water te gebruiken.
- De restvochtigheid van het wasgoed is na het centrifugeren geringer.
- Het wasgoed is al opgewarmd.
- Als u het wasgoed meteen verder verwerkt in de droogautomaat of met de mangel, bespaart u energie en tijd.
Programma's "Bonte was" / Eco kort 50 °C
| Bonte was 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | 1:10 - 1:9PW 41313 - 14 kgPW 41818 - 20 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 60 °C (instelbaar: van koud tot 60 °C)2 spoelgangenLaatste spoelgang warm*Eindcentrifugeren | |
| Bonte was Eco kort 50 °C | ||
| Textielsoort Licht verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | ||
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 50 °C2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Bonte was 30 °C | ||
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | ||
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 30 °C (instelbaar: van koud tot 30 °C)2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
* De standaardprogramma's Witte was 90 °C en Bonte was 60 °C zijn op warm spoelen geprogrammeerd. Als er warm water beschikbaar is, is het gunstig om voor de laatste spoelgang warm water te gebruiken.
- De restvochtigheid van het wasgoed is na het centrifugeren geringer.
- Het wasgoed is al opgewarmd.
- Als u het wasgoed meteen verder verwerkt in de droogautomaat of met de mangel, bespaart u energie en tijd.
Programma "Kreukherstellend"
| Kreukherstellend 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van synthetische vezels, mengweefsels | 1:20PW 413 - 6,6 kgPW 418 - 9 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 60 °C (instelbaar: van koud tot 60 °C)2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Programma's voor fijne was/wol
| Fijne was 30 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Synthetische stoffen, kunstzijde | 1:25PW 413 - 5,2 kgPW 418 - 7,2 kg | |
| Programmaver-loop | Hoofdwas 30 °CWasritme "fijn"2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Wol 30 °C | ||
| Textielsoort Machinewasbare, sterke wol- en wolmengweef-sels met wolmerk | ||
| Programmaver-loop | Hoofdwas 30 °CWasritme "behoedzaam"2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Programma "Extra spoelen"
| Extra spoelen | ||
| Textielsoort Textiel | dat alleen gespoeld en gecentrifugeerd moet worden | |
| Programmaver-loop | 1 spoelgangEindcentrifugeren | |
Programma "Extra centrifugeren"
| Extra centrifugeren | ||
| Textielsoort Gewa | ssen textiel dat alleen gecentrifugeerd moet worden | |
| Programmaver-loop | Eindcentrifugeren | |
Programma "Extra afvoer"
| Extra afvoer | ||
| Textielsoort | ||
| Programmaver-loop | Waterafvoer | |
Programma "Stijven"
| Stijven | ||
| Textielsoort Voor het stijven van net gewassen wasgoed (ta-felkleden, servetten, beroepskleding) | ||
| Programmaver-loop | 1 spoelgang*Eindcentrifugeren | |
* Het stijfselconcentraat kunt u vóór het begin van het programma in het voorste of achterste bakje rechts 📋 doseren. Een grotere hoeveelheid stijfsel kunt u handmatig tegelijk met het instromende water via bakje 📁 of 📃 toevoegen.
Programma "Machine reinigen"
Voor de reiniging van het wasmiddelvak, de trommel, de kuip en het afvoersysteem.
■ Voer bij frequent gebruik van desinfectieprogramma's, van programma's met lage temperaturen of voor het verwijderen van grove verontreinigingen het programma "Machine reinigen" regelmatig uit.
| Machine reinigen* | ||
| Textielsoort Zonder belading | ||
| Programmaver-loop | +⊥ Reinigen 70 °C, naar keuze2 spoelgangen | |
* Het blok Reinigen met watertoevoer via alle wegen en een temperatuurverhoging tot 70 °C kunt u via de "Blok plus"-toets toevoegen. Als u het blok "Reinigen" toevoegt, moet u voor het reinigingsprogramma wasmiddel doseren.
Programma's "Gebouwenreiniging"
Deze programma's zijn geschikt voor het wassen, desinfecteren en behandelen (in verschillende vochtigheidsgraden) van mops, pads en reinigingsdoeken van katoen, meng-weefsels of microvezels.
Om recontaminatie te vermijden, wordt het water bij de desinfectieprogramma's tijdens de spoelgangen niet via het wasmiddelvak toegevoerd
Programma's "Mops"
Om grove verontreinigingen in de machine te vermijden.
■ Schud de mops goed uit, voordat u ze in de machine doet.
| Mops standaard 60 °C / 90 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyester, microvezels | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kgAantalzie tabel"Mops beladings-hoeveelheid" | |
| Programmaver-loop | OntwaterenVoorspoelbad+2e voorspoelbad, naar keuzeHoofdwas 60 °C (naar keuze van koud tot 90 °C), Cool Down activeerbaar2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Mops thermische desin- 90 °Cfectie*###** | ||
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | OntwaterenVoorspoelbad+2e voorspoelbad, naar keuzeDesinfectie 90 °C, 10 min., Cool Down activeer-baar3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
* Het blok Cool Down kan (indien nodig) bijvoorbeeld voor het behoedzaam afkoelen van microvezelmops worden geactiveerd.
** Programma vergrendeld. Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
*** De desinfectieparameters voor de chemo-thermische desinfectie (temperatuur, temperatuurstop (houdtijd) en do-seerhoeveelheden) moeten ter plaatse op de was- en desinfectiemiddelen worden afgestemd.
Programma-overzicht variant - MOPSTAR
| Mops chemo-thermische 60 °C Vulverhouding/desinfectie*** | hoeveelheid | |
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyester, microvezels | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kgAantalzie tabel"Mops beladings-hoeveelheid" | |
| Programmaver-loop | OntwaterenVoorspoelbad+2e voorspoelbad, naar keuzeDesinfectie*** 60 °C, 20 min.3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Mops nieuw* 60 °C / 90 °C | ||
| Textielsoort Voor het wassen van nieuwe mops | ||
| Programmaver-loop | Hoofdwas 60 °C (naar keuze van koud tot 90 °C), Cool Down activeerbaar2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Mops standaard + behan- 60 °C / 90 °C delen* | ||
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | Programmaverloop als bij "Mops standaard", aansluitend:behandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
| Mops thermische desin- 90 °Cfectie + behandelen* | ||
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | Programmaverloop als bij "Mops thermische desinfectie", aansluitend:behandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
* Het blok Cool Down kan (indien nodig) bijvoorbeeld voor het behoedzaam afkoelen van microvezelmops worden geactiveerd.
** Programma vergrendeld. Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
| Mops chemo-thermische 60 °C desinfectie + behan-delen*** | Vulverhouding/ hoeveelheid | |
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyes-ter, microvezels | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kgAantalzie tabel"Mops beladings-hoeveelheid" | |
| Programmaver-loop | Programmaverloop als bij "Mops chemo-ther-mische desinfectie"*, aansluitend:behandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
| Mops behandelen | ||
| Textielsoort Reinigingsmateriaal van katoen, viscose, polyes-ter, microvezels | ||
| Programmaver-loop | 1 spoelgangBehandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
* Het blok Cool Down kan (indien nodig) bijvoorbeeld voor het behoedzaam afkoelen van microvezelmops worden geactiveerd.
** Programma vergrendeld. Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
*** De desinfectieparameters voor de chemo-thermische desinfectie (temperatuur, temperatuurstop (houdtijd) en do-seerhoeveelheden) moeten ter plaatse op de was- en desinfectiemiddelen worden afgestemd.
Informatie bij de programma's "Mops...+ behandelen"
Met de programma's Mops . . . + behandelen kan de gebruiker steeds over gebruiksklare mops beschikken die al voorzien zijn van reinigingsmiddel of desinfectiemiddel. Hiervoor volgt na het wassen of desinfecteren een behandelingsstap met centrifugeren.
De te doseren hoeveelheden moeten ter plaatse worden ingesteld. De desinfectiestandaard moet worden gecontroleerd.
Informatie bij het programma "Mops behandelen"
Het programma Mops behandelen is voor het achteraf behandelen van schone, droge mops. Tijdens de behandelingsfase wordt een desinfectiemiddel toegevoegd.
De te doseren hoeveelheden moeten ter plaatse worden ingesteld. De desinfectiestandaard moet worden gecontroleerd.
Mops beladingshoeveelheid (katoen)
| Formaat mops | 40 cm190 g/mop | 50 cm220 g/mop | 60 cm280 g/mop | 80 cm360 g/mop | 110 cm510 g/mop | 130 cm610 g/mop | 160 cm720 g/mop |
| PW 413 68 st. 59 st. | 46 st. 36 st. | 25 st. 21 st. | 18 st. | ||||
| PW 418 95 st. 82 st. | 64 st. 50 st. | 35 st. 30 st. | 25 st. |
Tip: Bij gebruik van microvezelmops is de beladingshoeveelheid groter, vanwege het ge- ringere gewicht van deze mops.
Mops beladingshoeveelheid (microvezel)
| Formaat mops 40 cm | 120 g/mop | 50 cm170 g/mop |
| PW 413 108 st. 76 st. | ||
| PW 418 150 st. 106 st. |
| Doeken standaard 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | 1:20PW 41316 g/doekca. 415 doeken = 6,6 kg22 g/doekca. 300 doeken = 6,6 kgPW 41816 g/doekca. 565 doeken = 9 kg22 g/doekca. 409 doeken = 9 kg | |
| Programmaver-loop | Voorspoelen+Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas, van koud tot 60 °C, 10 min.2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Doeken thermische des- 90 °C infectie* ☐** | ||
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | Voorspoelen+Voorwas, naar keuzeDesinfectie 90 °C, 10 min., Cool Down activeer-baar3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Doeken chemo-ther- 70 °C mische desinfectie*** ☐** | ||
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | Voorspoelen+Voorwas, naar keuzeDesinfectie 70 °C, 10 min.3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
* Blok Cool Down kan zo nodig worden geactiveerd.
** Programma vergrendeld. Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
Programma-overzicht variant - MOPSTAR
| Doeken standaard + be- 60 °C Vulverhouding/handelen | hoeveelheid | |
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | 1:20PW 41316 g/doekca. 415 doeken = 6,6 kg22 g/doekca. 300 doeken = 6,6 kgPW 41816 g/doekca. 565 doeken = 9 kg22 g/doekca. 409 doeken = 9 kg | |
| Programmaver-loop | Programmaverloop als bij "Doeken standaard", aansluitend:behandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
| Doeken thermische des- 90 °C infectie + behandelen* | ||
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | Programmaverloop als bij "Doeken thermische desinfectie", aansluitend:behandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
| Doeken chemo-ther- 70 °C mische desinfectie + be-handelen*** | ||
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | Programmaverloop als bij "Doeken chemo-ther-mische desinfectie", aansluitend:behandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
| Doeken behandelen | ||
| Textielsoort Doeken van katoen, viscose, polyester, microvezels | ||
| Programmaver-loop | 1 spoelgangBehandeling "vochtig"of bij blokactivering:nevelvochtig, nat, druipnat | |
* Blok Cool Down kan zo nodig worden geactiveerd.
** Programma vergrendeld. Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
*** De desinfectieparameters voor de chemo-thermische desinfectie (temperatuur, temperatuurstop (houdtijd) en do-seerhoeveelheden) moeten ter plaatse op de was- en desinfectiemiddelen worden afgestemd.
Informatie bij het programma "Doeken standaard"
Het programma Doeken standaard is ook voor reinigingsdoeken die na het wassen niet meteen weer worden gebruikt, maar na het drogen worden opgeslagen.
Informatie bij de programma's "Doeken...+ behandelen"
Met de programma's Doeken . . . + behandelen kan de gebruiker steeds over gebruiksklare doeken beschikken die al voorzien zijn van reinigingsmiddel of desinfectiemiddel. Hiervoor volgt na het wassen of desinfecteren een behandelingsstap met centrifugeren. De te doseren hoeveelheden moeten ter plaatse worden ingesteld. De desinfectiestandaard moet worden gecontroleerd.
Informatie bij het programma "Doeken behandelen"
Het programma Doeken behandelen is voor het achteraf behandelen van schone, droge doeken. Tijdens de behandelingsfase wordt een desinfectiemiddel toegevoegd. De te doseren hoeveelheden moeten ter plaatse worden ingesteld. De desinfectiestandaard moet worden gecontroleerd.
Programma "Pads"
| Pads 40 °C / 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Reinigingspads | 1:50PW 413 - 2,6 kgPW 418 - 3,6 kg | |
| Programmaver-loop | Voorspoelbad+山2e voorspoelbad, naar keuzeHoofdwas 40 °C (naar keuze van koud tot 60 °C)3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Programma "Matten"
| Matten 40 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Schoonloopmatten | 1:15PW 413max. 8,8 kgPW 418max. 12 kg | |
| Programmaver-loop | VoorspoelenHoofdwas 40 °C3 spoelbadenEindcentrifugeren | |
Tip: De beladingshoeveelheid voor matten kan kleiner zijn, afhankelijk van de grootte, de stijfheid en de dikte van de matten.
Programma "Vitrages"
| Vitrages 40 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Synthetische stoffen, kunstzijde | 1:25 - 1:20PW 413 - 5,8 kgPW 418 - 8 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdreiniging 40 °C3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Programmaverloop zonder centrifugeren, vitrages
Programma "Vitrages", programmaverloop zonder centrifugeren
■ Druk op de toets Ⓞ "Centrifugeerstop".
- Beëindig het programma in de status "Centrifugeerstop" met de toets Ⓥ "Stop/Einde" met water in de machine.
■ Kies de toets 📋 "Waterafvoer".
Programma "Bonte was"
| Bonte was 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Normaal verontreinigd beddengoed en badstof van katoen, linnen of mengweefsels | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 60 °C2 spoelgangenLaatste spoelgang warmEindcentrifugeren | |
Programma "Extra spoelen"
| Extra spoelen | ||
| Textielsoort Textiel | dat alleen gespoeld en gecentrifugeerd moet worden | |
| Programmaver-loop | 1 spoelgangEindcentrifugeren | |
Programma "Extra centrifugeren"
| Extra centrifugeren | ||
| Textielsoort Gewa | ssen textiel dat alleen gecentrifugeerd moet worden | |
| Programmaver-loop | Eindcentrifugeren | |
Programma "Extra afvoer"
| Extra afvoer | ||
| Textielsoort | ||
| Programmaver-loop | Waterafvoer | |
Programma "Machine reinigen"
Voor de reiniging van het wasmiddelvak, de trommel, de kuip en het afvoersysteem.
■ Voer bij frequent gebruik van desinfectieprogramma's, van programma's met lage temperaturen of voor het verwijderen van grove verontreinigingen het programma "Machine reinigen" regelmatig uit.
| Machine reinigen* | ||
| Textielsoort Zonder belading | ||
| Programmaver-loop | +山 Reinigen 70 °C, naar keuze2 spoelgangen | |
* Het blok Reinigen met watertoevoer via alle wegen en een temperatuurverhoging tot 70 °C kunt u via de "Blok plus"-toets toevoegen. Als u het blok "Reinigen" toevoegt, moet u voor het reinigingsprogramma wasmiddel doseren.
| De "Sluice"-programma's zijn voor zeer ernstig verontreinigd ondergoed, badstof was-goed en beddengoed.De desinfectie gebeurt volgens de richtlijnen van de National Health Service (GB). Er zijn twee desinfectiemogelijkheden: 65 °C, 10 minuten en 71 °C, 3 minuten. |
| Sluice sensitive 65 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Ernstig verontreinigd ondergoed, badstof was-goed en beddengoed | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kg | |
| Programmaver-loop | 2 voorspoelgangenVoorwas 60 °C, 5 min.Desinfectie 65 °C, 10 min.3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Sluice 71 °C | ||
| Textielsoort Ernstig verontreinigd ondergoed, badstof was-goed en beddengoed | ||
| Programmaver-loop | 2 voorspoelgangenVoorwas 60 °C, 5 min.Desinfectie 71 °C, 3 min.3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Sluice sensitive 65 °C | |||||
| Program-mastap | Waterver-houding * | Thermostop | Tempera-tuur | Temp. houd-tijd(wastijd 2) | Geprogram-meerde was-tijd ca. |
| Voorspoelen 1 | 1:7 Nee | Koud - 5 min. | |||
| Voorspoelen 2 | 1:7 Nee | Koud - 4 min. | |||
| Voorwas 1:7 | Ja 60 °C 5 min. | - | |||
| 1 minuut centrifugeren | |||||
| Desinfectie 1 | 5 Ja 65 °C 10 | min. - ** | |||
| 2 minuten centrifugeren | |||||
| Spoelen 1 1:5 | Nee Koud - 5 min. | ||||
| 1 minuut centrifugeren | 5 min. | ||||
| Spoelen 2 1:5 | Nee Koud - 5 min. | ||||
| 1 minuut centrifugeren met het maximale aantal omw./min. | |||||
| Spoelen 3 1:4 | Nee Koud - 5 min. | ||||
| 5 minuten centrifugeren met het maximale aantal omw./min. | |||||
| Sluice 71 °C | |||||
| Voorspoelen 1 | 1:7 Nee | Koud - 5 min. | |||
| Voorspoelen 2 | 1:7 Nee | Koud - 4 min. | |||
| Voorwas 1:7 | Ja 60 °C 5 min. | - | |||
| 1 minuut centrifugeren | |||||
| Desinfectio 1 | 5 Ja 71 °C 3 | min. | - ** | ||
| 2 minuten centrifugeren | |||||
| Spoelen 1 1:5 | Nee Koud - 5 min. | ||||
| 1 minuut centrifugeren | |||||
| Spoelen 2 1:5 | Nee Koud - 5 min. | ||||
| 1 minuut centrifugeren met het maximale aantal omw./min. | |||||
| Spoelen 3 1:4 | Nee Koud - 5 min. | ||||
| 5 minuten centrifugeren met het maximale aantal omw./min. | |||||
* Afhankelijk van de belading en de textielsoort
** Afhankelijk van de verwarmingsoort en bij warmwateraansluiting van de warmwatertemperatuur
Programma's "Desinfectie"
| Alle programma's zijn vergrendeld. Dat wil zeggen dat u ze vanaf 1 minuut na de start van het programma niet meer kunt onderbreken, stopzetten of versneld doorlopen. | ||
| Om recontaminatie te vermijden, wordt het water bij de desinfectieprogramma's tijdens de spoelgangen niet via het wasmiddelvak toegevoerd | ||
| Chemo-thermische des- 60 °C Vulverhouding/ infectie | hoeveelheid | |
| Textielsoort Katoen | , linnen, bijvoorbeeld beddengoed, bad-stof | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kg |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 40 °C, naar keuzeDesinfectie 60 °C*, 20 min.2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Chemo-thermische des- 40 °C infectie | ||
| Textielsoort Katoen | , mengweefsels tot 40 °C | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeDesinfectie 40 °C*, 20 min.Wasritme "fijn"2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
* De desinfectieparameters voor de chemo-thermische desinfectie (temperatuur, temperatuurstop (houdtijd) en doseer-hoeveelheden) moeten ter plaatse op de was- en desinfectiemiddelen worden afgestemd.
Programma "Machine reinigen"
Voor de reiniging van het wasmiddelvak, de trommel, de kuip en het afvoersysteem.
■ Voer bij frequent gebruik van desinfectieprogramma's, van programma's met lage temperaturen of voor het verwijderen van grove verontreinigingen het programma "Machine reinigen" regelmatig uit.
| Machine reinigen* | ||
| Textielsoort Zonder belading | ||
| Programmaver-loop | +山 Reinigen 70 °C, naar keuze2 spoelgangen | |
* Het blok Reinigen met watertoevoer via alle wegen en een temperatuurverhoging tot 70 °C kunt u via de "Blok plus"-toets toevoegen. Als u het blok "Reinigen" toevoegt, moet u voor het reinigingsprogramma wasmiddel doseren.
Programma "Extra afvoer"
| Extra afvoer | ||
| Textielsoort | ||
| Programmaver-loop | Waterafvoer | |
| Witte was 90 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Textiel | van katoen, linnen of mengweefsels, bij-voorbeeld beddengoed en badstof | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kg |
| Programmaver-loop | +↓ Voorwas 40 °C, naar keuzeHoofdwas 90 °C, Cool Down activeerbaar2 spoelgangenLaatste spoelgang warm*Eindcentrifugeren | |
* De standaardprogramma's Witte was 90 °C en Bonte was 60 °C zijn met warm spoelen geprogrammeerd. Als er warm water beschikbaar is, is het aan te bevelen voor de laatste spoelgang warm water te gebruiken.
- De hoeveelheid restvocht is dan na het centrifugeren minder.
- En het wasgoed is warm.
- Als u de was vervolgens meteen in de droogautomaat of de mangel verwerkt, bespaart u energie en tijd.
Programma "Kreukherstellend"
| Kreukherstellend 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van synthetische vezels, mengweefsels | 1:20PW 413 - 6,6 kgPW 418 - 9 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 60 °C (instelbaar: van koud tot 60 °C)2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Fijne was 30 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Synthetische stoffen, kunstzijde | 1:25PW 413 - 5,2 kgPW 418 - 7,2 kg | |
| Programmaver-loop | Hoofdwas 30 °CWasritme "fijn"2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Programma "Vitrages"
| Vitrages 40 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Synthetische stoffen, kunstzijde | 1:25 - 1:20PW 413 - 5,8 kgPW 418 - 8 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdreiniging 40 °C3 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Programma "Extra spoelen"
| Extra spoelen | ||
| Textielsoort Textiel | dat alleen gespoeld en gecentrifugeerd moet worden | |
| Programmaver-loop | 1 spoelgangEindcentrifugeren | |
Programma "Extra centrifugeren"
| Extra centrifugeren | ||
| Textielsoort Gewa | ssen textiel dat alleen gecentrifugeerd moet worden | |
| Programmaver-loop | Eindcentrifugeren | |
Programma-overzicht "Wasserette"
Deze programma's voor professionele wasserijen zijn geschikt voor alle textielsoorten die in de machine mogen worden gewassen.
| Bonte was 60 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kg | |
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 60 °C (instelbaar: van koud tot 60 °C)2 spoelgangenLaatste spoelgang warm*Eindcentrifugeren | |
| Bonte was 40 °C | ||
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | ||
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 40 °C2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Bonte was 30 °C | ||
| Textielsoort Normaal verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | ||
| Programmaver-loop | +U Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 30 °C (instelbaar: van koud tot 30 °C)2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
* Het standaardprogramma Bonte was 60 °C is met warm spoelen geprogrammeerd. Als er warm water beschikbaar is, is het aan te bevelen voor de laatste spoelgang warm water te gebruiken.
- De hoeveelheid restvocht is dan na het centrifugeren minder.
- En het wasgoed is warm.
- Als u de was vervolgens meteen in de droogautomaat of de mangel verwerkt, bespaart u energie en tijd.
| Bont 60 °C intensief + voorwas | Vulverhouding/ hoeveelheid | |
| Textielsoort Sterk | verontreinigd textiel van katoen, linnen of mengweefsels, bijvoorbeeld beddengoed en badstof | 1:10PW 413 - 13 kgPW 418 - 18 kg |
| Programmaver-loop | Voorwas 30 °CHoofdwas 60 °C2 spoelgangenLaatste spoelgang warm*Eindcentrifugeren | |
* Het standaardprogramma Bonte was 60 °C is met warm spoelen geprogrammeerd. Als er warm water beschikbaar is, is het aan te bevelen voor de laatste spoelgang warm water te gebruiken.
- De hoeveelheid restvocht is dan na het centrifugeren minder.
- En het wasgoed is warm.
- Als u de was vervolgens meteen in de droogautomaat of de mangel verwerkt, bespaart u energie en tijd.
Programma's "Dekbedden"
Deze programma's zijn geschikt voor het wassen van niet doorgestikte dekbedden, door-gestikte dekbedden en cassettedekbedden met donzen, synthetische of natuurhaarvulling.
Deze wasprogramma's zijn uitsluitend bedoeld voor het wassen van textielsoorten die volgens het wasetiket van de fabrikant geschikt zijn voor machinaal wassen.
| Donzen dekbedden 40 °C Vulverhouding/ | hoeveelheid | |
| Textielsoort Normaal verontreinigde donzen dekbedden en hoofdkussens | Zie "Dekbedden beladingshoeveel-heden" | |
| Programmaver-loop | Ontluchten+Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 40 °C2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
| Synthetische dekbedden 40 °C | ||
| Textielsoort Normaal verontreinigde synthetische dekbedden en hoofdkussens | ||
| Programmaver-loop | +Voorwas 30 °C, naar keuzeHoofdwas 40 °C2 spoelgangenEindcentrifugeren | |
Dekbedden beladingshoeveelheden
De maximale belading staat in de volgende tabel. De aantallen zijn evenwel afhankelijk van de grootte en de dikte van het beddengoed.
| Type Hoeveelheid* | |
| PW 413 3 kussens of | 1 kussen + 1 dekbed |
| PW 418 4 kussens of | 2 kussens + 1 dekbed of 2 dekbedden |
* Een dekbed komt overeen met circa twee kussens.
Tip: Bind niet doorgestikte dekbedden op meerdere plaatsen af om te voorkomen dat er te veel onbalans ontstaat doordat de vulling zich ophoopt. Bovendien bereikt u zo het beste reinigingsresultaat.
Starttijd/-datum
Starttijd/-datum instellen
Als u aan een programma een starttijd/-datum wilt toewijzen, kunt u met de functietoets ⏻ "Starttijd/-datum" het gewenste moment instellen.
■ Kies het gewenste wasprogramma.
Nadat u een programma heeft gekozen, verschijnt in het display (bijvoorbeeld):

■ Druk op de functietoets ⏻ "Starttijd/-datum".
In het display verschijnt dan (bijvoorbeeld):

In het display verschijnt altijd de actuele tijd en datum. Het invoerveld voor "uren" is gemarkeerd.
■ Druk op de toets OK.
Het invoerveld "Uren" wordt voor wijziging vrijgegeven.
■ Druk op de toets - of + om het uur te veranderen.
■ Druk op de toets OK om de invoer te bevestigen.
■ Druk op de toets ▶ om het veld "Minuten" te kiezen en bevestig met de toets OK.
■ Druk op de toets - of + om de minuten te veranderen.
■ Druk op de toets ▶ om het veld "Startdatum - dag" te kiezen en bevestig met de toets OK.
■ Druk op de toets - of + om de dag te veranderen.
■ Verander eventueel de maand en het jaar als dat nodig is.
■ Na het instellen van het gewenste tijdstip, drukt u op de toets "START".
Op het display verschijnt de actuele tijd en datum en ook de ingestelde starttijd/-datum.

Starttijd/-datum niet overnemen
Tip: Als u de deur nog eens opent, moet u opnieuw op de toets "START" drukken. De ingestelde starttijd wordt gewist als u de deur opent.
■ Druk op de toets ⏻ "Starttijd/-datum" of op de toets ↩ "Terug". De veranderingen worden niet overgenomen.
Met voorwas
Toevoegen voor- was
Voor sterk verontreinigd wasgoed kunt u voor de programmastart een voorwas toevoegen. Dit kan alleen bij programma's waarbij een voor- was mogelijk is.
■ Druk op de toets + "Blok plus".
In het display verschijnt:

In het display is het veld "+山" gemarkeerd.
Tip: U kunt de functie weer uitzetten door opnieuw op de toets te drukken.
Dosering via het wasmiddelvak
Stijven
Stijven kunt u voor de programmastart kiezen door op de toets "Stijfselstop" te drukken.
■ Druk op de toets 📁 "Stijfselstop".
In het display wordt het veld 📁 gemarkeerd.
Tip: U kunt de functie weer uitzetten door opnieuw op de toets te drukken.

Als de programmastap "Stijfselstop" bereikt is, knippert in het display "Stijfselstop".
■ Bereid het stijfsel volgens de aanwijzingen van de fabrikant en do-seer het in het instromende water via het voorste gedeelte van het bakje ⚙️.
De wastijd wordt automatisch met 4 minuten verlengd.
Tip: Mocht de oplossing nog niet vloeibaar genoeg zijn, voeg dan nog wat water toe.
■ Druk op de toets "START" om het programma voort te zetten.
Dosering in de trommel
De programmastap "Stijfselstop" is bereikt.
■ Open de vuldeur en doseer het voorbereide stijfsel in de trommel.
■ Sluit de deur.
In het display verschijnt weer de volgende melding:

■ Druk op de toets "START" om het programma voort te zetten.
Zonder centrifugeren
De functie "Centrifugeerstop" Ⓞ kunt u voor de programmastart kiezen.
■ Druk op de toets "Centrifugeerstop".
In het display wordt het veld ⚙ gemarkeerd.
Tip: U kunt de functie weer uitzetten door opnieuw op de toets te drukken.

Als de programmastap "Centrifugeerstop" bereikt is, knippert in het display "Centrifugeerstop".
■ U beëindigt het programma door op de toets Ⓥ "Stop/Einde" te drukken. De machine centrifugeert niet en het water wordt niet afgevoerd.
Tip: Als u het programma met centrifugeren wilt voortzetten, drukt u op de toets "START".
Programmastop
Als u het programma wilt stopzetten.
■ Druk op de toets Ⓥ "Stop/Einde" om het programma te beëindigen.
Het programma wordt gestopt.

Tip: Als u het programma wilt voortzetten, drukt u op de toets "START".
Programma-afbreking
U kunt het programma als volgt afbreken.
■ Druk twee keer achter elkaar op de toets ☑ "Stop/Einde".
Het programma wordt afgebroken.
Wordt het programma met water in de machine of tijdens het centrifugeren afgebroken, dan verschijnt het volgende display:

Of

Tip: Om de deur te kunnen openen, drukt u op de functietoets "Waterafvoer". Of kies het programma "Extra centrifugeren" en druk op de toets "START".
Vergrendelde programma's afbreken
Vergrendelde programma's kunt u niet meer stoppen of afbreken.

Het display geeft de vergrendeling aan, als u probeert het programma met de toets ☑ "Stop/Einde" af te breken.
Tip: Als u het programma wilt ontgrendelen, drukt u op de toets "Ontgrendelen" en voert u het password (wachtwoord) in.
■ Druk op de functietoets ☐ "Ontgrendelen" en voer het wachtwoord in.
Nadat het wachtwoord is ingevoerd, verschijnt in het display:

■ Druk op de toets 📋 "Opslaan".
De normale displayinhoud verschijnt en u kunt het programma afbreken.

Communicatiemodule
Via de communicatiemodule kunt u een PC aan de automaat aansluiten.
De schacht voor de communicatiemodule bevindt zich aan de achterkant van de automaat.
Een geschikt editorprogramma is verkrijgbaar bij Miele en bij de Miele-vakhandel.
Dosering vloeibare middelen (optioneel voor apparaten met wasmiddelvak)

A Doseerpomp
B Zuiglans
① Aansluiting voor de slang (zuigkant)
② Aansluiting voor de slang (drukkant)
③ Afvoer (bij slangbreuk)
④ Aanzuigopening
⑤ Niveausonde voor het reinigingsmiddel. Als een reservoir leeg is, worden de pomp en de machine automatisch uitgeschakeld.
Programma voortzetten na de melding "Fout doseersysteem"
Als een reservoir leeg is, worden de pomp en de machine automatisch uitgeschakeld, tegelijk meldt de wasautomaat een tekort aan vloeibaar middel.

■ Vul het reservoir.
■ Druk op de toets "Start" om het programma voort te zetten.
Doseerhoeveelheden
Houdt u zich aan de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.
Let bij gebruik en combinatie van speciale reinigingsmiddelen en speciale producten op de aanwijzingen van de betreffende fabrikant. Gebruik het betreffende middel alleen voor de toepassingen die de fabrikant aangeeft. Hiermee voorkomt u materiaalschade en eventuele heftige chemische reacties. Vraag in geval van twijfel de fabrikant van het middel of het geschikt is voor gebruik in wasautomaten.
Vloeibare wasmiddelen moeten voor gebruik op kamertemperatuur worden gebracht, zodat de viscositeit (en daarmee de doseerhoeveelheid) niet wordt beïnvloed.
Reiniging en onderhoud doseersysteem
Om verstop- pingen en corro- sie in het doseer- systeem te voor- komen:
■ Reinig de zuiglansen met water.
■ Zet de zuiglansen in een bak met warm water (40-50 °C).
■ Stuur via de kalibratiefunctie alle pompen aan. Op deze wijze wordt het doseersysteem doorgespoeld.
■ Controleer de aansluitingen, slangen, tuitjes en de bijbehorende dichtingen op lekkage.
Eens per 2 weken en voordat u de doseerpompen voor lange tijd uitzet, moet het doseersysteem met warm water worden doorgespoeld om verstoppingen en corrosie in het doseersysteem te voorkomen.
Ingebruikneming doseerpompen
Voor de ingebruikneming van de doseerpompen moet het vloeibare wasmiddel worden aangezogen en de doseerhoeveelheid worden ingesteld.
Om rechtstreeks in de kalibratie-functie te komen, gaat u als volgt te werk (bij uitgeschakelde machine):
Kalibratie dosering
De kalibratiefunctie wordt gebruikt om de doseerhoeveelheid van de afzonderlijke doseerpompen vast te stellen.
■ Houd de functietoets 2 ingedrukt en schakel de machine met de toets "Aan" I in.

Keuzemogelijkheden:
- Doseerpomp 1 tot 13
■ Kies een doseerpomp.
Nadat u een doseerpomp heeft gekozen, verschijnt het volgende display:

Tip: U kunt een doseerhoeveelheid instellen tussen 0 en 9999 ml (in stappen van 1 ml).
■ Druk op de functietoets 0/1.
De doseerslang wordt gevuld.
■ Druk op de toets 0/1 om de functie te stoppen.
■ Steek de slang van de betreffende doseerpomp in een maatbeker (de slang moet omhoog lopen).
⚠️ Irriterende middelen.
Irritatie van ogen en huid.
Vermijd elk contact met de huid en de ogen. Draag beschermende kleding.
■ Ga weer naar het hoofdmenu met de toets "Terug".

■ Kies een doseerpomp.

■ Druk op de functietoets 0/1.
U stopt de pomp door op de toets 0/1 te drukken. Na 60 seconden stopt de pomp automatisch.
■ Meet de hoeveelheid die zich in de maatbeker bevindt.

■ Voer de gemeten waarde in het veld "V:" in.
De hoeveelheid P wordt door de besturing berekend in ml/min.
■ Druk op de functietoets 📋 "Opslaan".
De gemeten waarde wordt aan de pomp toegewezen.
■ Sluit de slang weer aan.
Stroomstoring tijdens het wassen
Noodontgrendeling van de afvoerklep en de deur
■ Schakel de automaat uit.
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) uit.
■ Sluit alle kranen voor water en stoom.
Als u het wasgoed uit de machine wilt halen, moet u eerst handmatig de afvoerklep openen en daarna de deur handmatig ontgren-delen.

■ Steek een steeksleutel (maximaal sleutel 10/11) door de spleet aan de achterkant van de machine.
■ Open de afvoerklep door op de hendel achter de achterwand van de machine te drukken.
■ Houd de hendel ingedrukt, totdat het water volledig is afgevoerd.
Het water stroomt weg.
De noodafvoer sluit automatisch, zodra u de steeksleutel terugtrekt.
Noodontgrendeling deur bij stroomuit- val
De deur kan niet worden geopend.
Let op! Gevaar door draaiende trommel en verbrandingsgevaar. Voordat u de torxsleutel plaatst, moet de machine spanningsvrij zijn, de trommel stilstaan en het water in de machine zijn afgevoerd.

- Draai het ontgrendelingselement met een torxsleutel T 40 twee keer helemaal rond tegen de wijzers van de klok in (linksom).
Tip: Als u tegelijk tegen de deur drukt, gaat het draaien van de noodontgrendeling gemakkelijker.
Het ontgrendelingselement bevindt zich tegenover de aanslag van de deur ter hoogte van de deurgreep (zie afbeelding).
Het ontgrendelingselement mag nooit naar rechts worden gedraaid.
Hierdoor kan het deurslot beschadigd raken.
De draaiweerstand neemt voelbaar af. Als het ontgrendelingselement vrij draait, is de deur ontgrendeld.
Service-interval, veiligheidsvoorschrift (BGR)
Tip: Het ontgrendelingselement hoeft niet te worden teruggedraaid. De deur kan nu worden geopend.
Als na het indrukken van de "Aan"-schakelaar de volgende melding in het display verschijnt, moet een onderhoudsbeurt of de jaarlijke veiligheidscontrole worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden mogen alleen door Miele worden uitgevoerd.

Service-interval 1
Neem contact op met Miele.


Controle BGR
Neem contact op met Miele.

Na 5 seconden dooft het display.
Foutmeldingen
⚠️ Reparaties aan elektrisch en stoomverwarmde apparaten mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen gevaar opleveren voor de gebruiker.
Als er voor of na de start van een programma storingen optreden, worden deze in het display weergegeven.
Het display blijft donker. De wasautomaat heeft geen stroom.

■ Controleer de stekker, de hoofdschakelaar en de zekeringen (ter plaatse).

Spanningsonderbreking
Programmastop!
Druk op de starttoets.



■ Druk op de toets "START" als de stroomvoorziening weer in orde is.
Tip: Deze foutmelding kan ook betekenen dat de motorbeveiliging in werking is getreden.
■ Laat de motor afkoelen.

Fout watertoevoer
Neem contact op met Miele als na een herstart het probleem niet is verholpen.


■ Controleer de waterkraan en druk op de toets "START".

Fout deurslot
Neem contact op met Miele als na een herstart het probleem niet is verholpen.


■ Als het deurvergrendelingsprobleem ook na een herstart blijft, gaat u te werk zoals beschreven onder "Noodontgrendeling deur". Neem contact op met Miele als u het probleem niet kunt verhelpen.

Fout verwarmingssysteem
Programmastop! Druk op de starttoets. Programma alleen zonder verwarming.


■ Druk op de toets "START" om het programma zonder verwarming voort te zetten.
Tip: Bij desinfectieprogramma's wordt bij deze foutmelding het programma afgebroken.
■ Neem contact op met Miele.

Fout aandrijving
Programmastop! Druk op de starttoets. Motortemperatuur te hoog.


■ Laat de motor afkoelen.
De onbalans is te groot. De onbalansschakelaar heeft gereageerd.

Fout onbalans
Neem contact op met Miele als na een herstart het probleem niet is verholpen.


■ Schakel de automaat uit en in en druk op de toets "START".

Fout afvoerklep
Neem contact op met Miele als na een herstart het probleem niet is verholpen.


■ Controleer het afvoersysteem ter plaatse en druk op de toets "START".
Een defecte afvoerklep mag uitsluitend door Miele worden gerepareerd.

Fout doseersysteem
Vul doseerreservoir ??
Druk op de starttoets.


■ Vervang het doseerreservoir.

Kaartfout
Kaart verkeerd ingestoken.

■ Steek de kaart goed in de kaartlezer.
Service
Neem bij storingen contact op met Miele.
Vermeld daarbij het model, het serienummer (SN) en met materiaal-nummer (M.-Nr.). U vindt deze gegevens op de typeplaatjes:
De typeplaatjes bevinden zich bij geopende deur boven de deur en aan de achterkant van de automaat (boven).
Geef ook de foutmelding in het display door aan Miele.
Gebruik uitsluitend originele Miele-onderdelen als onderdelen moeten worden vervangen (geef ook hierbij het model, het serie-nummer [SN] en het materiaalnummer (M.-Nr.) door).
Het oplossen van problemen
De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voorkomen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor bespaart u tijd en geld, omdat u niet de hulp van een service-technicus hoeft in te roepen.
De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te vinden en het probleem te verhelpen. Houdt u daarbij rekening met het volgende:

Reparaties mogen uitsluitend door erkende vakmensen worden uitgevoerd. Ondeslig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker.
U kunt geen wasprogramma starten
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het display blijft donker. Er staat geen stroom op het apparaat.■ Controleer of de wasautomaat ingeschakeld is.■ Controleer of het apparaat elektrisch is aangesloten.■ Controleer of de zekering van de huisinstallatie in orde is. | |
| In het display verschijnt een foutmelding. | Zolang er een foutmelding in het display staat, kunt u geen nieuw programma starten.■ Volg de aanwijzingen in het display op.■ Bevestig de melding. De foutmelding wordt gewist. |
| Het display is donker en het controlelampje van de toets Start knippert lang-zaam. | Het display wordt automatisch uitgeschakeld om energie te besparen (stand-by).■ Druk op een willekeurige toets. De stand-by-functie wordt beëindigd. |
Een tegenvallend wasresultaat
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het wasgoed wordt met een vloeibaar wasmiddel niet schoon. | Vloeibare wasmiddelen bevatten vaak geen bleekmiddel.Fruit-, koffie- en theevlekken worden dan niet verwijderd.■ Gebruik poedervormige wasmiddelen met een bleekmiddel.■ Doseer vlekkenzout in bakje 📊 en het vloeibare was-middel in een doseerbolletje.■ Doseer vloeibaar wasmiddel en vlekkenzout nooit bij el-kaar in het wasmiddelbakje. |
| Op het gewassen wasgoed zijn grijze, elastische bol-letjes achtergebleven (vet-bolletjes). | Er is te weinig wasmiddel gedoseerd. Het wasgoed was met veel vet verontreinigd (olie, zalf, etc.).■ Wanneer wasgoed zo vervuild is, moet u óf meer was-middel doseren óf een vloeibaar wasmiddel gebruiken.■ Draai vóór de volgende wasbeurt een wasprogramma op 60 °C met een vloeibaar wasmiddel en zonder wasgoed. |
| Op het gewassen wasgoed zitten witte, wasmiddel-achtige bestanddelen. | Het wasmiddel bevat niet in water oplosbare bestanddelen (bijvoorbeeld zeolieten) voor de ontharding van het water.Deze bestanddelen zijn op het textiel afgezet.■ Probeer de resten met een borstel te verwijderen als het wasgoed droog is.■ Was donker wasgoed voortaan met een wasmiddel dat geen zeolieten bevat. Vloeibare wasmiddelen voldoen meestal aan deze eis. |
| Wasgoed met zeer vette verontreinigingen wordt niet goed schoon. | ■ Kies een programma met voorwas. Gebruik voor de voorwas een vloeibaar wasmiddel.■ Gebruik voor de hoofdwas waspoeder. |
| Voor sterk vervuilde bedrijfskleding adviseren wij voor de hoofdwas speciale wasmiddelen. Neem voor meer informa-tie contact op met de leverancier van uw reinigingsmidde-len. | |
Algemene problemen met de wasautomaat
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| De wasautomaat trilt tijdens het centrifugeren. | De machinevoeten (stelvoeten) staan niet goed en zijn niet met de contramoer vastgezet.■ Stel de wasautomaat goed en schroef de stelvoeten met de contramoer vast. |
| In het wasmiddelvak blijft vrij veel wasmiddel achter. | Er staat onvoldoende druk op het water.■ Reinig de zeefjes in de watertoevoer. |
| Poedervormige wasmiddelen in combinatie met onthardingsmiddelen hebben de neiging te gaan plakken.■ Reinig het wasmiddelvak en doseer voortaan eerst het wasmiddel en dan pas het onthardingsmiddel in het juiste bakje. | |
| De wasverzachter wordt niet volledig ingespoeld of er blijft te veel water in bakje ✉ staan. | De zuighevel zit niet goed of is verstopt.■ Reinig de zuighevel. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud", "Wasmiddelvak reinigen". |
| In het display staat een voor u vreemde taal. | Onder "Instellingen ▶" "Taal ▶" is een andere taal ingesteld.■ Stel de gewenste taal in. Het vlaggetje dient daarbij als hulp. |
| Het kussenprogramma duurt langer dan bij de start was aangegeven. | Het omhulsel is opgezwollen, waardoor de lucht in de kussens niet weg kan.■ Verlaag de wastemperatuur en doe het wasgoed in een nauwe waszak of bind de kussens met een koord af. |
| De deur kan niet worden geopend. | De stroomvoorziening is niet in orde.■ Controleer of de wasautomaat ingeschakeld is.■ Controleer of de automaat elektrisch aangesloten is.■ Controleer of de zekering van de huisinstallatie in orde is. |
| Stroomuitval■ Open de deur zoals beschreven in het volgende gedeelte. | |
| Er bevindt zich nog water in de trommel en de wasauto-maat kan het water niet afpompen.■ Controleer of het afvoersysteem verstopt is. Reinig het afvoersysteem zoals in het volgende gedeelte wordt beschreven. | |
| Om te voorkomen dat u zich brandt, kunt u de deur niet openen bij een watertemperatuur van meer dan 50 °C. | |
Programma voortzetten na een onderbreking van de stroomvoorziening
Als een lopend programma bijvoorbeeld bij stroomuitval wordt onderbroken, kunt u het programma voortzetten als de stroomvoorziening weer in orde is.
■ Schakel de wasautomaat met de toets I in.
■ Druk vervolgens op de toets Start.
Het programma wordt met de opgeslagen status voortgezet.
Mogelijke oorzaken van overmatige schuimvorming
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Overmatige schuimvor-ming | Wasmiddelsoort■ Gebruik wasmiddelen voor professionele wasautomaten. Gebruik geen huishoudwasmiddelen. |
| Overdosering■ Doseer volgens de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant. Let ook op de waterhardheid in uw regio. | |
| Sterk schuimend wasmiddel■ Gebruik een minder schuimend wasmiddel of neem contact op met een deskundige. | |
| Zeer zacht water■ Bij waterhardheidsgraad 1 dient u minder wasmiddel te gebruiken. Volg de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant. | |
| De vervuilingsgraad van het wasgoed■ Bij licht verontreinigd wasgoed kunt u minder wasmiddel doseren. Volg de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant. | |
| Resten van reinigingsmiddelen in de was■ Spoel het wasgoed eerst. Doe dat met koud water en gebruik geen wasmiddel. Wasgoed dat met inweekmid-del is behandeld, moet goed worden uitgespoeld. | |
| Geringe washoeveelheid■ Verlaag de wasmiddeldosering evenredig. | |
| Te hoog trommeltoerental tijdens het wassen■ Pas het toerental van de trommel en het wasritme aan. | |
Het oprollen van grote stukken wasgoed
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het oprollen van grote stukken wasgoed | ■ Neem contact op met Miele. |
| Het kan voorkomen dat zich grote stukken wasgoed (bij-voorbeeld tafelkleden) tijdens het centrifugeren oprollen. | |
Reiniging en onderhoud
■ Voer reinigings- en onderhoudswerkzaamheden bij voorkeur na gebruik van de automaat uit.
Voor de reiniging van het apparaat mag geen hogedrukreiniger of waterstraal worden gebruikt.
■ Reinig de ommanteling, het bedieningspaneel en de kunststof delen alleen met een mild reinigingsmiddel of met een zachte, vochtige doek. Wrijf de delen vervolgens weer droog.
Schuurmiddelen veroorzaken krassen op het oppervlak.
■ Reinig roestvrijstalen delen met een normaal reinigingsmiddel voor roestvrij staal.
■ Houd de deurdichting schoon. Verwijder eventuele verontreinigingen met een vochtige doek.
Voorkom dat reinigingsmiddelen in elektrische onderdelen terecht- komen.
■ Reinig bij oppervlaktedesinfectie het front en het gedeelte bij het deurslot alleen met een nevelvochtige doek. Sproei geen vloeistof op deze delen.
■ Reinig roestvrijstalen delen met een normaal reinigingsmiddel voor roestvrij staal.
■ Houd de deurdichting schoon. Verwijder eventuele verontreinigingen met een vochtige doek.
Tip: Bij veel stof moet de ventilatorbehuizing met een stofzuiger worden gereinigd. De ventilatorbehuizing bevindt zich aan de achterkant van het apparaat.
Roestvorming
De trommel is van roestvrij staal. IJzerhoudend water of ijzerhouden- de voorwerpen (zoals paperclips, ijzeren knopen en ijzerdeeltjes) die met de was in de machine terechtkomen, kunnen roestvorming in de trommel tot gevolg hebben. Reinig in dit geval de trommel regelmatig en meteen na het vaststellen van de roestvorming met een normaal reinigingsmiddel voor roestvrij staal. Controleer ook de deurdichtingen op ijzerhoudende verontreinigingen en reinig de dichtingen grondig met de eerder genoemde reinigingsmiddelen. Deze maatregelen moeten regelmatig worden uitgevoerd om roestvorming te voorkomen.
Wasmiddelvak, wasmiddelbakjes en zuighevel reinigen
■ Het wasmiddelvak en de inzetbakjes moeten na gebruik grondig met warm water worden gereinigd, zodat geen wasmiddelresten en korstjes achterblijven.
■ Laat bij langdurige stilstand het klepje van het wasmiddelvak open.
■ Reinig indien nodig ook de zuighevels van de bakjes voor de washulpmiddelen.

■ Trek de zuighevel eruit, reinig deze met warm water en plaats de zuighevel terug.

Reiniging van het opvanggootje en de sifon
■ Trek het klepje van het wasmiddelvak aan de rechter kant eraf, onder een hoek van 45°.
Als het gootje verstopt is, moeten het gootje en de bijbehorende afvoertuit worden gereinigd.
■ Controleer het rooster van de wasemafvoer aan de achterkant van de machine af en toe op verontreinigingen. Reinig het rooster indien nodig.

■ Controleer de zeefjes in de koppelstukken (1) en de toevoerslangen (2) regelmatig op verontreinigingen. Reinig de zeefjes indien dat nodig is.
Wasautomaat plaatsen
De automaat mag alleen door Miele of door een geautoriseerde vakhandelaar worden geplaatst. Zie ook de installatietekening.
De wasautomaat mag uitsluitend worden gebruikt voor wasgoed dat niet met gevaarlijke of ontvlambare stoffen is vervuild.
■ Plaats de wasautomaat in een vorstvrije ruimte.
■ Transporteer de automaat in het vertrek met een hefwagen.
Automaten met machinevoeten mogen niet worden verschoven. De machinevoeten kunnen beschadigd raken.
■ Verwijder de transportverpakking voorzichtig met geschikt gereedschap.
■ Haal de automaat met een geschikt hefsysteem van de transport-pallet.
Algemene voorwaarden voor het gebruik
De automaat is uitsluitend voor professioneel gebruik en mag alleen binnen worden gebruikt.
Omgevingstemperatuur op de plaats van opstelling: 0 °C tot 40 °C
Relatieve luchtvochtigheid: niet condenserend
Afhankelijk van de plaats van opstelling kan de constructie van het gebouw geluiden en vibraties overnemen.
Tip: Wanneer strenge eisen aan het geluidsniveau worden gesteld, dient u een deskundige in te schakelen.
Om het onderhoud te vergemakkelijken
Om latere onderhoudswerkzaamheden door Miele eenvoudiger te maken, dient u rekening te houden met de aangegeven minimale afmetingen en met de afstand tot de wand (met toegang).
■ Neem de minimale afstanden en de afstand tot de wand in acht.

Voor onderhoudswerkzaamheden moet een afstand van ca. 400 mm tot aan de wand worden aangehouden.
■ Stel de automaat met de machinevoeten (stelvoeten) waterpas.
De automaat moet waterpas staan. Alleen dan kan de automaat goed functioneren.
Sokkelopstelling
Bij plaatsing op een sokkel moet de automaat altijd aan de onderbouw of de betonnen sokkel worden bevestigd. De onderbouw moet aan de vloer worden bevestigd.
Transportbeveiliging


Transportbeveiligingen verwijderen
De 2 transportbeveiligingen aan de voorkant zijn elk met 3 schroeven bevestigd. De transportbeveiliging achter is met 4 schroeven bevestigd. De transportbeveiligingen mogen pas op de plaats van opstelling worden verwijderd, vóór de ingebruikneming van de automaat.
■ Verwijder de voor- en achterwand:
■ Draai de schroeven aan de onderkant van de voorwand eruit en verwijder het paneel.
■ Draai vervolgens de schroeven aan de onderkant van de achterwand eruit en verwijder het paneel.
■ Draai de schroeven los van de transportbeveiligingen.
Bewaar de transportbeveiligingen. De beveiligingen moeten worden gemonteerd als u de machine wilt transporteren.
Wateraansluiting
Om een storingsvrij programmaverloop te garanderen, moet de waterdruk liggen tussen 100 kPa (1 bar) en 1000 kPa (10 bar).
Voor de wateraansluiting moeten de bijgeleverde toevoerslangen worden gebruikt.
Gebruik bij vervanging alleen slangen die bestand zijn tegen 7000 kPa (70 bar) overdruk en tegen een watertemperatuur van minstens 90 °C. Dit geldt ook voor de betreffende aansluitarmaturen. Originele Miele-onderdelen voldoen aan deze eisen.
Tip: Instromend warm water mag niet warmer zijn dan 70 °C.
Aansluiting op alleen koud water

Het Y-stuk is bijgevoegd.
Aansluiting doseermiddelen op mengkast (vloeibare reinigingsmiddelen)

De aansluitingen 1 en 2 zijn voor de dosering van pastavormige middelen. De aansluitingen zijn afgesloten en moeten met een 8 mm- boor worden opengeboord.

Let op! Doorboor alleen het eerste wandje (1). Slechts 10 mm achter dit wandje bevindt zich nog een wandje (2) dat niet mag worden beschadigd (zie afbeelding). Als u de doorboorde aansluitingen niet meer wilt gebruiken, moet u deze afsluiten.
De aansluitingen 3 tot 12 zijn voor het doseren van vloeibare middelen. Deze tuitjes zijn eveneens afgesloten en moeten met een kleine zaag op de juiste slangdiameter worden afgezaagd. Als u de afgezaagde aansluitingen niet meer wilt gebruiken, moet u deze afsluiten.
Waterafvoer
Waterafvoer AV op de automaat: DN 70, bouwzijdig: mof DN 70. Volumestroom kortstondig: 200 l/min.
Bij een groot verval moet de buis worden geventileerd, zodat er geen vacuum in het afvoersysteem van de automaat kan ontstaan.
Schuim- en wasemafvoer BWS
Bij overmatige schuimvorming kan schuim uit de wasemafvoer komen. Om het schuim af te voeren kunt u een optionele ombouwset voor de wasemafvoer laten plaatsen.
Elektrische aansluiting
De wasautomaat mag uitsluitend worden aangesloten op een huisinstallatie die volgens de voorschriften is geïnstalleerd. Dit mag alleen door een erkend elektricien worden gedaan, met inachtneming van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf.
Tip: Open het machinedeksel. De aansluitklem bevindt zich op de montageplaat.
Bij installatie van een aardlekschakelaar (RCD) moet dit een aardlekschakelaar van het type B zijn (geschikt voor alle stroomsoorten).
De elektrische installatie van de automaat voldoet aan de normen DIN EN 60335-1, DIN EN 50571.
De spanningsgegevens vindt u op het typeplaatje.
Bij een vaste aansluiting moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet minimaal 3 mm bedragen. Geschikt zijn zelfuitschakelaars, zekeringen en relais (VDE 0660).
De stekkerverbinding of de schakelaar voor het loskoppelen van de netspanning moet altijd toegankelijk zijn.
Bij loskoppeling van de netspanning moet het betreffende systeem afsluitbaar zijn of hierop moet te allen tijde controle mogelijk zijn.
Gebruik het bijgevoegde schema.
Doseerpompen aansluiten
De aansluitklemmen voor 4 tijdgestuurde doseerpompen die zonder multifunctionele module kunnen worden gebruikt, bevinden zich achter de afdekking naast de elektrische aansluiting. Zie het bijgeleverde schema.
Nadat het apparaat is geplaatst en aangesloten, moeten alle gede- monteerde panelen weer worden teruggeplaatst.
Functie van de bedieningselementen

① Display
Een uitgebreide toelichting vindt u op de volgende bladzijden.
② Keuzetoetsen
Met deze toetsen kunt u meteen wasprogramma's kiezen. U kunt de toetsen ook voor uw favoriete programma's gebruiken.
③ Toets Start
④ Optische interface PC
De optische interface gebruikt Miele voor servicedoeleinden.
⑤ Aan-schakelaar
⑥ Uit-schakelaar
⑦ Noodschakelaar
(niet bij alle machinevarianten, zie ook Noodschakelaar)
Functietoetsen
Stop/Einde
De rechter functietoets wordt na de programmastart als stoptoets gebruikt. Als u op de toets drukt, wordt het gekozen programma gestopt. Als u nog een keer drukt, wordt het programma afgebroken.
+ ⊥ Blok plus
Met deze toets wordt het betreffende programmablok (bijvoorbeeld voorwas) aan het programma toegevoegd.
Stijfselstop
Druk op deze toets als de was moet worden gesteven.
Centrifugeerstop
Druk op deze toets als de was na het spoelen niet moet worden ge- centrifugeerd.
Instellingen
Starttijd/-datum
Als u vóór de programmastart op deze toets drukt, verschijnt in het display de melding dat u een starttijd kunt kiezen.
Terug Met deze toets gaat u terug naar de vorige displaypagina.
▼/▲ Aanwijzing dat er een volgende of voorafgaande regel is.
Opslaan
Zie "Toegang tot het exploitatieniveau".
Watertoevoer
Programma vergrendeld
Als een vergrendeld programma gestart is, kan het na 1 minuut niet meer met de einde-toets worden gestopt of afgebroken.
Programma ontgrendeld
Datatransfer
Signaal (zoemer) uit
Overzicht functieniveaus
| GebruikerToegang met de "Aan"-schakelaar. | ExploitantToegang via de functietoets ▶ "Instellingen" met password-invoer. | |
| Start van alle programma'sMenupunten hoofdmenu | ||
| Programmastart alleen na betaling (geld, kaart) | TaalTaalkeuze voor de duur van één wasprogramma | Tijd/datumInstellen van tijd/datum |
| DoseringWijzigen van de doseergegevens van afzonderlijke programma's | Password wijzigen | |
| InstellingenMemory-functieZoemer Eenheid temperatuurEenheid seconde Eenheid minuutEenheid uur Eenheid lengteEenheid massa Eenheid volumeEenheid druk Eenheid toerentalMax. wastemperatuurDisplay stand-byContrastinstellingDagtijdDatumweergaveKalibratie doseringDoseercapaciteit (D1 tot 13)Correctiefactor dosering (D1 tot D13)Leegmelding dosering (D1 tot 13)Gebruik passwordGemiddelde waterdrukVerwarmingsvermogenKlantgegevens:- Branche - naam - voornaam- Straat - huisnummer - plaats - postcode - telefoon- Systeemadres - plaatsingsdatumMuntsoort | ||
Wachtwoord
Om toegang te krijgen tot het exploitatieniveau moet u een wachtwoord (password) van 4 tekens invoeren. U kunt kiezen uit de aangeboden tekens. U kunt deze functie alleen kiezen voordat u een programma start of na afloop van een programma.
■ Druk op de functietoets ⚠ totdat het symbool verandert in ⚠.
■ Druk nog eens op de functietoets.
De volgende displayinhoud verschijnt:

Nadat u het "Exploitationiveau" heeft geselecteerd en op de toets OK heeft gedrukt, verschijnt het invoerveld van het password.
Als u voor het eerst naar het exploitatieniveau gaat, moet u het password "M1LE" invoeren.

■ Kies een letter of cijfer en bevestig met de toets OK.
Als u op de toets OK drukt, verschijnt het gekozen teken op de betreffende positie.
■ Als u de vier tekens heeft ingevoerd, drukt u op de toets "Opslaan".
Als het password correct is ingevoerd, komt u in het exploitatieniveau.

Als u binnen 30 seconden geen instelling doet, op de toets drukt of een verkeerd password invoert, verschijnt hetzelfde display als na een stroomstoring.
Password wijzigen
Via dit menupunt kunt u het password veranderen.
■ Kies "Exploitationiveau / Hoofdmenu".

■ Kies "Password wijzigen" en bevestig met de toets OK.
Nadat u "Password wijzigen" heeft geselecteerd en op de toets OK heeft gedrukt, verschijnt het volgende display:

■ Kies een letter of cijfer en bevestig met de toets OK.
Als u op de toets OK drukt, verschijnt het gekozen teken op de betreffende positie.
■ Bevestig de invoer met de toets 📋 "Opslaan".
Als u na de invoer op de toets "Opslaan" drukt, verschijnt voor de veiligheid een melding.

■ Druk op de toets 📋 "Opslaan".
Keuzemogelijkheden hoofdmenu
- Taal
- Tijd/Datum
- Dosering
- Instellingen
- Password wijzigen
Menupunt "Taal"
Voor het kiezen van de betreffende landstaal.
■ Kies het menupunt "Taal".

Na het kiezen van een taal wordt de displayinhoud meteen in die taal weergegeven, zodat de leesbaarheid gewaarborgd is. Vervolgens springt het systeem terug naar het hoofdmenu.
Keuzemogelijkheden: - Duits - Engels (GB) - Engels (USA) - Spaans - Frans - Italiaans - Nederlands - Noors - Portugees - Grieks - Russisch
Als u na het activeren van het exploitatieniveau "Taal" niet binnen 30 seconden een toets of de toets 📄 "Opslaan" bedient, springt het display terug naar het hoofdmenu.
Menupunt "Tijd/Datum"
Via dit menupunt kunt u de actuele datum en de dagtijd instellen.
Zonder stroomtoevoer blijven de instellingen ca. 6 weken behouden. Daarna moeten de datum en de tijd opnieuw worden ingesteld.
■ Kies het menupunt "Tijd/Datum":
Na het kiezen van het menupunt verschijnt het volgende display:

■ Druk op de toets 📋 "Opslaan".
De instellingen worden overgenomen als u op de toets "Opslaan" drukt. Het systeem springt daarna terug.
Als u na het activeren van het exploitatieniveau "Tijd/Datum" niet binnen 30 seconden een toets of de toets "Opslaan" bedient, springt het display terug naar het hoofdmenu.
Menupunt "Dosering"
Via dit menupunt kunt u de doseergegevens gericht veranderen.

■ Kies "Dosering".
Na het kiezen van het menupunt verschijnt het volgende display:

■ Kies het gewenste programma.
Na het kiezen van het betreffende programma verschijnen alleen de parameters van de doseergegevens.

■ Kies het gewenste bereik en het blok.

De keuzemogelijkheden verschijnen:
- Nee
- Hoeveelheid ml
- Concentratie ml/l
- Concentratie ml/kg
Bij de instelling "Doseerwijze: nee" worden de doseerfasen 1 en 2 geblokkeerd.

Bij de instelling "Hoeveelheid" of "Concentratie" kunt u bij de do-seerfasen 1 en 2 kiezen voor "Nee" of "Gebruiker gedefinieerd".

Keuzemogelijkheden:
- Doseringen 1 tot 6
Doseerpomp:
- Nee
- D1 tot D13

Doseerhoeveelheid: 0 tot 9999 passend bij de doseerwijze:
- ml
- ml/l
- ml/kg
Doseervertraging:
- Nee
- 0 tot 999 s
■ Druk op de toets 📄 "Opslaan" om de gewijzigde doseergegevens op te slaan of druk op de toets 🔍 om zonder opslaan naar de programmalijst terug te springen.
Er wordt teruggesprongen naar de programmalijst met of zonder opslag van de doseergegevens.
Tip: Ook de correctiefactor moet eventueel worden gewijzigd.
Voor het oproepen van het menupunt "Instellingen".

■ Roep de volgende displayinhoud op met de pijltoetsen:

Submenu's:
- Memory-functie
- Zoemer
– Eenheid temperatuur
– Eenheid seconde - Eenheid minuut
– Eenheid uur
– Eenheid lengte - Eenheid massa
– Eenheid volume - Eenheid druk
– Eenheid toerental - Max. wastemperatuur
- Display stand-by
- Contrastinstelling
- Dagtijd
- Datumweergave
- Kalibratie dosering
– Doseercapaciteit (D1 tot D13) - Correctiefactor dosering (D1 tot D 13)
– Leegmelding dosering (D1 tot D13) - Gebruik password
- Gemiddelde waterdruk
- Verwarmingsvermogen
- Klantgegevens
- Muntsoort
De vastgelegde parameters slaat u als volgt op.
■ Leg de parameters vast.
■ Druk op de toets 📋 "Opslaan" om de vastgelegde parameters op te slaan.
Het opslaan wordt uitgevoerd en het systeem springt terug naar het submenu.
Tip: Als u op de toets drukt of wanneer niet binnen 30 seconden een toets wordt bediend, worden de instellingen niet uitgevoerd en springt het systeem terug naar het hoofdmenu.
Memory-functie
De programmaparameters "Temperatuur" en "Centrifugetoerental" van de programma's die voor de start kunnen worden gewijzigd, worden na de programmastart opgeslagen. Bovendien worden de functies van de functietoetsen na het einde van het programma niet gere-set. Als u het programma opnieuw kiest, verschijnen de toetsen weer.
Keuzemogelijkheden:
- Nee
- Ja
Keuzemogelijkheden eenheden
Als u een taal heeft ingesteld en voor de instelling "auto" kiest, worden automatisch de bij die taal behorende eenheden gebruikt.
Eenheid temperatuur
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- °C
- °F
Eenheid seconde
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- s
- sec
- sg
- sek
Eenheid minuut
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- min
- mn
Eenheid uur
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- h
- timer
- tim
- uur
- time
- hr
Eenheid lengte
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- mm
- inches
Eenheid massa
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- kg
-1
Eenheid volume
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- |
- USA gal
- CDN gal
Eenheid druk
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- bar
- psi
Eenheid toerental
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- U/min
- T/min
- rpm
- t/mn
- giri/min
- kierr/min
- r/min
-omdr/min - v/min
- o/min
Zoemer
Als u "ja" instelt, wordt de zoemer parallel aan het programmastop-signaal 1 en 2, het blokeindesignaal en het "Stopsignaal fout" geactiveerd. De frequentie van de zoemer neemt bij "Stopsignaal fout" toe. Druk op een toets om de zoemer uit te schakelen. Na 5 minuten wordt de zoemer automatisch uitgeschakeld.
Als u kiest voor de instelling "nee", wordt de zoemer niet aange-stuurd.
Keuzemogelijkheden:
- Nee
- Ja
Maximale wastemperatuur
U kunt een waarde instellen tussen koud en 95 °C / 203 °F. U kunt de waarde in stappen van 1 °C / °F wijzigen. De temperaturen van alle programma's worden door de ingestelde waarde beperkt. Als u hier bijvoorbeeld 60 °C instelt, wordt in geen enkel programma een temperatuur bereikt van meer dan 60 °C, ook als in de programmering van een programma een hogere temperatuur staat.
Keuzemogelijkheden:
- Koud
- 15 tot 95 °C
Display stand-by
Als u kiest voor de instelling "Display stand-by: ja", wordt het display ingeschakeld, zodra u een bedieningselement aanraakt. Volgen er geen instellingen, dan wordt na 10 minuten de stand-by-functie geactiveerd. Ter informatie knippert de ringverlichting van de start-toets. Als u een bedieningselement aanraakt, wordt het display weer ingeschakeld en verschijnt het beeld dat het laatst te zien was.
Als u kiest voor de instelling "Display stand-by: nee", is het display permanent ingeschakeld.
■ Kies uit de volgende mogelijkheden:
- Ja
- Nee
Contrastinstelling
U kunt het contrast instellen op een waarde tussen 1 en 10. Zo kunt u het display aanpassen aan de situatie ter plaatse. Als u een andere waarde instelt, ziet u meteen het resultaat.
Keuzemogelijkheden:
-1 tot 10
Dagtijd
Hiermee kunt u de dagtijd en de urenweergave instellen.
Keuzemogelijkheden:
-24 h
-12 h
Datumweergave
Afhankelijk van de ingestelde taal worden verschillende weergaveformaten gebruikt.
■ Kies uit de volgende tabel het formaat voor de datumweergave.

| Land Formaat | |
| Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland, Frankrijk, Italië, Finland, Portugal, Spanje, Denemarken, Noorwegen, Griekenland | Dag/maand/jaar |
| Zweden Jaar/maand/dag | |
| USA Maand/dag/jaar |
Tip: Het formaat van de datumweergave kan aan het land worden aangepast.
Keuzemogelijkheden:
- Auto
- Dag/maand/jaar
- Jaar/maand/dag
- Maand/dag/jaar
Om rechtstreeks in de kalibratie-functie te komen, gaat u als volgt te werk (bij uitgeschakelde machine):
Kalibratie dosering
De kalibratiefunctie wordt gebruikt om de doseerhoeveelheid van de afzonderlijke doseerpompen vast te stellen.
■ Houd de functietoets 2 ingedrukt en schakel de machine met de toets "Aan" in.

Keuzemogelijkheden:
- Doseerpomp 1 tot 13
■ Kies een doseerpomp.
Nadat u een doseerpomp heeft gekozen, verschijnt het volgende display:

Tip: U kunt een doseerhoeveelheid instellen tussen 0 en 9999 ml (in stappen van 1 ml).
■ Druk op de functietoets 0/1.
De doseerslang wordt gevuld.
■ Druk op de toets 0/1 om de functie te stoppen.
■ Steek de slang van de betreffende doseerpomp in een maatbeker (de slang moet omhoog lopen).
⚠️ Irriterende middelen.
Irritatie van ogen en huid.
Vermijd elk contact met de huid en de ogen. Draag beschermende kleding.
■ Ga weer naar het hoofdmenu met de toets "Terug".

■ Kies een doseerpomp.

■ Druk op de functietoets 0/1.
U stopt de pomp door op de toets 0/1 te drukken. Na 60 seconden stopt de pomp automatisch.
■ Meet de hoeveelheid die zich in de maatbeker bevindt.

■ Voer de gemeten waarde in het veld "V:" in.
De hoeveelheid P wordt door de besturing berekend in ml/min.
■ Druk op de functietoets 📋 "Opslaan".
De gemeten waarde wordt aan de pomp toegewezen.
■ Sluit de slang weer aan.
Doseercapaciteit (D1 tot D13)
De capaciteit van de aangesloten doseerpompen is instelbaar op een waarde tussen 0 ml/min en 9999 ml/min (in stappen van 1 ml/min.).
■ Roep de volgende displayinhoud op:

■ Kies "Doseercapaciteit".
Na het kiezen van het menupunt "Doseercapaciteit" verschijnt de volgende displayinhoud:

Keuzemogelijkheden:
- Nee
- 1 tot 9999,0 ml/min
Correctiefactor dosering (D1 tot D13)
De correctiefactor kan worden gebruikt, als er een verandering is geweest bij de vloeibare reinigingsmiddelen. Als u bijvoorbeeld een ander middel voor doseerpomp D1 gaat gebruiken (een hogere concentratie), is via de correctiefactor een snelle aanpassing mogelijk.
■ Bereken de correctiefactor aan de hand van de volgende formule:
$$ \text { Correctiefactor D1 } = \frac {\text { nieuwe hoeveelheid Dos - p. D1 }}{\text { huidige hoeveelheid Dos - p. D1 }} $$
■ Roep de volgende displayinhoud op:

■ Kies "Correctiefactor dosering".

U heeft de volgende keuzemogelijkheden:
- 0,01 tot 1,99
-2
Nadat u het exploitatieniveau heeft verlaten, worden in de programma's de nieuwe doseerhoeveelheden gebruikt, maar in de programmering niet veranderd.
Leegmelding dosering (D 1 tot D 13)
Als er een leegmelding moet plaatsvinden, moet u de betreffende ingang programmeren.

■ Kies "Leegmelding dosering".

Keuzemogelijkheden:
- Ja
- Nee
Gebruik password
Hier kunt u het gebruik van een password instellen.
■ Geef aan of u een password wilt gebruiken.
Keuzemogelijkheden:
- Ja
- Nee
Als u al een password heeft ingesteld en later de instelling "nee" kiest, wordt u gevraagd het actuele password in te voeren, zodra u op de toets drukt.
Gemiddelde waterdruk
Om de verbruiksgegevens te kunnen berekenen, moet de gemiddelde waterdruk worden ingesteld. De waterdruk wordt onder meer gebruikt voor de berekening van de waterhoeveelheden in de afzonderlijke blokken c.q. voor een heel programma.
Keuzemogelijkheden:
- 0,1 tot 50 bar
- 1 tot 800 psi
Verwarmingsvermogen
Voor de berekening van het verwarmingsvermogen moet de verwarmingsspanning zijn ingesteld.
Keuzemogelijkheden:
- 0,0 tot 999,9 kW
Klantgegevens
Hier kunnen diverse klantgegevens worden vastgelegd.
Keuzemogelijkheden:
- Branche - Plaats
- Naam - Postcode
- Voornaam - Telefoon
- Straat - Systeemadres
- Huisnummer - Plaatsingsdatum
Branche
Hier kunt u een branche-aanduiding kiezen.
Keuzemogelijkheden:
- Zorgcentrum
- Artsenpraktijk
- Herstellingsoord
- Brandweer/hulpdienst
- Restaurant/café
- Wasserij
- Ambacht
- Hotel/pension
- Industrie
- Jeugdherberg
- Ziekenhuis
- Manege
- Scholen
- Textielreiniging
- Woningbouw
- Overige:
- Naam, voornaam
- Straat, huisnummer
- Plaats, postcode
- Telefoon
- Systeemadres (hier kunt u een systeemadres voor de machine invoeren (10 tekens)).
- Plaatsingsdatum
Muntsoort
Keuzemogelijkheden:
- Auto (gekoppeld aan de taal)
- EUR Euro
- GBP Brits pond
- CHF Zwitserse frank
- USD Amerikaanse dollar
- RUB Russische roebel
- CAD Canadese dollar
- CZK Tsjechische kroon
- DKK Deense kroon
- PLN Poolse zloty
- SEK Zweedse kroon
- TRL Turkse lira
- SKK Slowaakse kroon
Machinegegevens PW 413
Elektrische aansluiting
Aansluitspanning zie typeplaatje
Frequentie zie typeplaatje
Opgenomen vermogen zie typeplaatje
Stroomopname zie typeplaatje
Vereiste zekering zie typeplaatje
Verwarmingsvermogen zie typeplaatje
Afmetingen voor plaatsing
Breedte behuizing (zonder aangebouwde onderdelen) 795 mm
Hoogte behuizing (zonder aangebouwde onderdelen) 1350 mm
Diepte behuizing (zonder aangebouwde onderdelen) 897 mm
Breedte machine totaal 799 mm
Hoogte machine totaal 1352 mm
Diepte machine totaal 1010 mm
Minimale breedte transportopening 805 mm
Minimale afstand tussen wand en machinefront 1350 mm
Gewicht en vloerbelasting
Nettogewicht zie installatietekening
Maximale vloerbelasting bij gebruik
zie installatietekening
Emissiewaarden
Geluidsdrukniveau op de werkplek volgens EN ISO 11204/11203
<70 dB(A) re 20 μPa
Geluidsvermogen (EN ISO 9614-2)
<80 dB(A)
Productveiligheid
Gehanteerde normen inzake productveiligheid
IEC 60335-1, IEC 60335-2-7
EN 60335-1, EN 50571
Machinegegevens PW 418
Elektrische aansluiting
Aansluitspanning zie typeplaatje
Frequentie zie typeplaatje
Opgenomen vermogen zie typeplaatje
Stroomopname zie typeplaatje
Vereiste zekering zie typeplaatje
Verwarmingsvermogen zie typeplaatje
Afmetingen voor plaatsing
Breedte behuizing (zonder aangebouwde onderdelen) 920 mm
Hoogte behuizing (zonder aangebouwde onderdelen) 1450 mm
Diepte behuizing (zonder aangebouwde onderdelen) 857 mm
Breedte machine totaal 924 mm
Hoogte machine totaal 1452 mm
Diepte machine totaal 950 mm
Minimale breedte transportopening 930 mm
Minimale afstand tussen wand en machinefront 1250 mm
Gewicht en vloerbelasting
| Nettogewicht | zie installatietekening |
| Maximale vloerbelasting bij gebruik | zie installatietekening |
Emissiewaarden
| Geluidsdrukniveau op de werkplek volgens EN ISO 11204/11203 | <70 dB(A) re 20 μPa |
| Geluidsvermogen (EN ISO 9614-2) | <80 dB(A) |
Productveiligheid
| Gehanteerde normen inzake productveiligheid | IEC 60335-1, IEC 60335-2-7EN 60335-1, EN 50571 |
Miele Professional
Postbus 166
4130 ED VIANEN
Telefoon afdeling Customer Service Professional (03 47) 37 88 84
Telefax (03 47) 37 84 29
E-mail: professional@miele.nl
Internet: www.miele-professional.nl