HRE SOLO 24 - Ketel Intergas - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRE SOLO 24 Intergas in PDF-formaat.
| Merk | Intergas |
| Model | HRE SOLO 24 |
| Type product | Gaswandketel (HR-ketel) |
| Categorie | CV-ketel |
| Brandstof | Gas |
| Energielabel | A (hoog rendement) |
| Nominaal vermogen CV | 24 kW |
| Afmetingen (H x B x D) | 700 x 400 x 300 mm (schatting) |
| Gewicht | Circa 30 kg |
| Elektrische voeding | 230 V / 50 Hz |
| Maximale CV-aanvoertemperatuur | 90 °C (instelbaar van 30 °C tot 90 °C) |
| Tapwater temperatuur | Instelbaar (minimaal 60 °C i.v.m. legionella) |
| Waterdruk CV-installatie | 1 - 2 bar (bij koude installatie) |
| Regeling | Modulerend (elektronische branderautomaat) |
| Werking | CV en warm tapwater (via externe boiler met driewegklep) |
| Vorstbeveiliging | Automatisch (pomp en brander bij te lage temperatuur) |
| Onderhoudsinterval | Jaarlijks door erkend installateur |
| Reiniging | Met vochtige doek; geen agressieve middelen |
| Veiligheid | Vlambewaking, oververhittingsbeveiliging, storingscode op display |
| Display | LCD met temperatuur-, druk- en storingscode |
| Warmtewisselaar | HR (hoog rendement) |
| Omkasting | Vochtig reinigen mogelijk |
| CV-pomp nadraaitijd | Standaard 1 minuut (instelbaar) |
| Luchttoevoer/rookgasafvoer | Jaarlijkse controle nodig |
Veelgestelde vragen - HRE SOLO 24 Intergas
Gebruikersvragen over HRE SOLO 24 Intergas
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRE SOLO 24 - Intergas en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRE SOLO 24 van het merk Intergas.
GEBRUIKSAANWIJZING HRE SOLO 24 Intergas
Bedieningsvoorschrift
Laat u vooral eerst voorlichten door de installateur omtrent het vullen, het ontluchten en de werking van het toestel en de installatie.
INHOUDSOPGAVE
1 Werking van het toestel 2
1.1 Werking CV 2
1.2 Werking warm tapwaterbereiding (in combinatie met indirect gestookte boiler) 2
2 Bediening en uitlezing display 2
2.1 Bedrijfstoestand op het service display 2
2.2 Instellingen van de diverse functies wijzigen 3
3 In bedrijf stellen 3
4 Storingen 3
5 Vullen en ontluchten van toestel en installatie 4
5.1 CV-systeem 4
5.2 Vorstbeveiliging 4
6 Onderhoud 4
Wijzigingen voorbehouden.

1 WERKING VAN HET TOESTEL
De Intergas Kompakt Solo HRE A Hoog Rendement gaswandketel is een gesloten toestel. Het toestel levert warmte aan het water van een CV-installatie en indien aangesloten via een indirect gestookte boiler warmte aan de warmwater tappunten.
Het toestel is voorzien van een modulerende regeling. Dit betekent dat het vermogen wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoefte. Dit wordt geregeld door een elektronische branderautomaat die bij iedere warmtevraag van de verwarming of de warmwatervoorziening de brander ontsteekt en de vlam bewaakt.

1.1 Werking CV
De warmtevraag ontstaat doordat de ruimtetemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur van de kamerthermostaat. Indien het toestel op dat moment geen warmwatervraag heeft, gaat het toestel aan op CV-bedrijf. De CV-temperatuurregeling moduleert op basis van de ingestelde CV-aanvoertemperatuur. Dit betekent dat als de gewenste CV-aanvoertemperatuur wordt benaderd het toestel het vermogen aanpast.
De nadraaitijd van de circulatiepomp staat van fabriekswege ingesteld op 1 minuut. De nadraaitijd kan indien gewenst gewijzigd worden. De pomp draait automatisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden om vastzitten te voorkomen.
1.2 Werking warm tapwaterbereiding
Door de Intergas Kompakt Solo HRE A met behulp van een driewegklep en boilersensor aan te sluiten op een indirect verwarmde boiler kan het water van de warmwater installatie worden verwarmd. De ingebouwde boilerregeling van het toestel zorgt er voor dat de warmwatervoorziening voorrang krijgt ten opzichte van de verwarming. Beide kunnen niet gelijktijdig werken. Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die bij iedere warmtevraag van de verwarming of de warmwatervoorziening de ventilator aanstuurt, de gasklep opent, de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt en regelt, afhankelijk van het gevraagde vermogen.
2 BEDIENING EN UITLEZING DISPLAY

Uitlezing
1 Aan/uit
2 CV bedrijf of instellen maximale CV-temperatuur
3 Tap bedrijf of instellen tap temperatuur
4 Gewenste temperatuur CV of tapwater in °C / druk CV water in bar / storingscode
5 Tap comfort functie eco (opwarmen ext.boiler afhankelijk van thermostaat))
6 Tap comfort functie aan (externe boiler altijd verwarmd)
7 Bedrijfsscode
8 Bij storing knipperen
Bediening
A Aan/uit toets
B Tap/cv toets, voor instellen gewenste temperatuur
C - toets
D + toets
E Tap comfort functie uit / eco / aan (alleen bij externe boiler)
F Service toets / actuele temperatuur tijdens warmte vraag
G Reset toets
2.1 Bedrijfstoestand op het service display:

Uit (toestel vorstbeveiliging actief)
Wachtstand
Nadraaien CV
Gewenste temperatuur bereikt
Zelftest

Ventileren
Ontsteken
CV Bedrijf
Tapwaterbedrijf
Opwarmen toestel (vorstbeveiliging)
Wanneer de rode LED boven de reset toets knippert is er een storing opgetreden. Op het temperatuur display verschijnt dan een storingscode.
2.2 Instellingen van de diverse functies
Door de 20ets 2 seconden ingedrukt te houden komt u in het gebruikers instellingen menu (LED bij het display gaan knipperen). Door herhaald op de 20ets te drukken gaat telkens een andere functie LED knipperen. De waarde van de functie kan met de ten toets ingesteld worden. De ingestelde waarde wordt op het display getoond.
- Met de reset ⬆ toets wordt het instel menu afgesloten en worden de wijzigingen opgeslagen.
- Wanneer gedurende 30 seconden geen toets wordt ingedrukt, wordt het instel menu automatisch afgesloten en worden de wijzigingen opgeslagen.
- Met de aan/uit Ⓐ toets wordt het instellingen menu afgesloten maar worden de wijzigingen niet opgeslagen.

De maximale CV-aanvoertemperatuur. Instelbaar tussen 30°C en 90°C (standaardinstelling 80°C). Lage stand bij matig koud weer, hoge stand bij kouder weer.

Tapwater temperatuur. De temperatuur van het tapwater in de boiler kan, indien de boiler voorzien is van een sensor, ingesteld worden op het bedieningspaneel van het toestel (in verband met mogelijke legionella vorming niet lager instellen dan 60°C).
3 IN BEDRIJF STELLEN
Stel het toestel in bedrijf nadat deze waterzijdig, gas- en elektrotechnisch door een erkend installateur is aangesloten en gecontroleerd.
Controleer de volgende punten:
- De CV-installatie en eventueel aangesloten warmwatervoorziening moeten goed gevuld en ontlucht zijn.
- Het toestel dient uitgeschakeld te zijn (horizontaal streepje op service √ display overige LED's gedoofd).
- De waterdruk in de CV-installatie moet liggen tussen 1 en 2 bar maximaal (af te lezen op het temperatuur ♪ display).
Nooit het toestel inschakelen als het toestel, de CV-installatie en de warmwaterinstallatie niet geheel gevuld en ontlucht zijn.
- De kamerthermostaat moet lager ingesteld zijn dan de temperatuur in de kamer.
- De gaskraan moet geopend zijn.
- Schakel het toestel in met de aan/uit ① toets op het display (de LED gaat branden, en het service 📋 display dooft). Het is mogelijk dat het toestel nu gaat branden t.b.v. de warmwatervoorziening tot de boiler op temperatuur is.
- Stel de kamerthermostaat hoger in dan de kamertemperatuur. Het toestel gaat branden.
4 STORINGEN
Indien zich de volgende eenvoudige storingen aan het toestel voordoen dan kunnen deze als volgt opgelost worden. Bij herhaling of andere storingen altijd uw installateur waarschuwen.
-
De CV-installatie wordt niet of onvoldoende warm:
-
Verhoog de ingestelde temperatuur van de kamerthermostaat.
- Open de radiatorkranen.
- Stel de CV-watertemperatuur hoger in m.b.v. de ♪ en de + en de — toets op het bedieningspaneel (zie § 2.2).
-
Ontlucht het toestel en installatie en controleer de CV-waterdruk.
-
Het tapwater wordt niet of onvoldoende warm:
-
Zet de warmwaterkraan verder open.
-
Stel de tapwatertemperatuur hoger in m.b.v. de ♀ en de + en de — toets op het bedieningspaneel (zie § 2.2).
-
De storings-LED boven de reset ↗ toets knippert. Op het display (4) worden de volgende codes aangegeven:
-
7 Het toestel wordt te warm, er is onvoldoende doorstroming. Open de radiatorkranen, ontlucht het toestel en installatie en controleer de CV-waterdruk. Zonodig bijvullen (zie § 5).
• 4 De brander ontsteekt niet. Open de gaskraan.
Druk na het opheffen van de oorzaak op de reset boets en het toestel zal opnieuw in werking treden. Voor de betekenis van de overige bedrijfs- en storingscodes zie het installatievoorschrift.
Schakel het systeem uit met de ①oets. Pas na het vullen en ontluchten het toestel weer inschakelen.
5.1 CV-systeem
Om een goede werking van het de CV-installatie te garanderen dient de druk in de installatie bij een koude installatie tussen de 1 en 2 bar te zijn (af te lezen op het temperatuur display wanneer toestel in uit stand is, - op service display). Wanneer de druk te laag is dient de installatie bijgevuld te worden. Ga als volgt te werk:
- Sluit de vulslang aan op de drinkwaterkraan en vul deze met water tot er zich geen lucht meer in de slang bevindt.
- Sluit de vulslang aan op de vul-/aftapkraan (A) onder het toestel.
- Open de drinkwaterkraan en vervolgens de vul-/aftapkraan.
- Vul het toestel en de installatie tot een waterdruk tussen de 1 en 2 bar.
- Sluit de vul-/aftapkraan en vervolgens de drinkwaterkraan.
- Ontlucht de installatie en het toestel.
Het ontluchtingspunt van het toestel bevindt zich links boven op het toestel. De installatie kan via de ontluchtingskraantjes op de radiatoren en/of een ontluchter in de leidingen ontlucht worden. - Controleer of de waterdruk in de installatie na het ontluchten zich nog tussen de 1 en 2 bar bevindt, zoniet voorgaande herhalen.
Moet vaker gevuld worden dan enkele malen per jaar waarschuw dan uw installateur. Er is dan waarschijnlijk sprake van een lekkage.
5.2 Vorstbeveiliging
Om bevriezing van de condensafvoerleiding te voorkomen, dient het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd te worden.
Het toestel is voorzien van een vorstbeveiliging die, zolang de netspanning aanwezig is, de CV-pomp en eventueel de brander inschakelt als de temperatuur van de warmtewisselaar te ver daalt.
Opmerking: Indien een (externe) vorstthermostaat in de installatie is aangebracht en op het toestel aangesloten, is deze niet actief als het toestel op het bedieningspaneel is uitgeschakeld( - op service display).
6 ONDERHOUD
Het toestel kan met een vochtige doek gereinigd worden. Gebruik geen agressieve of schurende schoonmaak- of oplosmiddelen.
Het toestel en de installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zonodig gereinigd te worden. Hetzelfde geldt voor de rookgasafvoer- en luchttoevoerleiding.
