HRE 28/24 - Ketel Brink - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRE 28/24 Brink in PDF-formaat.
| Producttype | CV-ketel (gasgestookt) |
| Model | Brink HRE 28/24 |
| CV-vermogen (max) | 28 kW |
| Warmwatervermogen (max) | 24 kW |
| Energielabel | A (HR-107) |
| Afmetingen (H x B x D) | ca. 700 x 400 x 300 mm |
| Gewicht | ca. 30 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Gassoort | aardgas G25 |
| Rendement (CV) | tot 107% (HR) |
| Type ontluchting | open verbranding of gesloten? (afhankelijk van uitvoering) |
| CV-aansluiting | 3/4" buitendraad |
| Warmwateraansluiting | 3/4" buitendraad |
| Gas aansluiting | 3/4" buitendraad |
| Warmwatercapaciteit | ca. 12 l/min (ΔT 35°C) |
| Max. CV-waterdruk | 3 bar |
| Min. CV-waterdruk | 0,8 bar |
| Vorstbeveiliging | ja, ingebouwd |
| Pomp | elektronisch geregelde circulatiepomp |
| Expansievat | 8 liter (voorgedrukt) |
| Onderhoudsfrequentie | jaarlijks door erkend installateur |
| Veiligheid | vlambeveiliging, overdrukbeveiliging, blokkering bij watertekort |
| Geluidsniveau | < 50 dB(A) |
| Besturing | kamerthermostaat (optioneel) |
| Garantie | 2 jaar (bij professionele installatie) |
Veelgestelde vragen - HRE 28/24 Brink
Gebruikersvragen over HRE 28/24 Brink
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRE 28/24 - Brink en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRE 28/24 van het merk Brink.
GEBRUIKSAANWIJZING HRE 28/24 Brink
Installatievoorschrift
Lees voor het instnlleren en gebruiken vnn het toestel dit instnllntievoorschrift zorgvuldig door. Bewnnr dit instnllntievoorschrift bij het toestel.
Hændel ηltijd volgens de ηηngegeven voorschriften.
INHOUDSOPGAVE
1 Veiligheidsvoorschriften 4
1.1 Algemeen....4
1.2 CV-instnllntie....4
1.3 Gnśinstnìlntie 4
1.4 Elektrische instnllntie 4
1.5 Drinkwnterinstnllntie....4
1.6 Rookgnsnfvoer en luchttoevoer 4
2 Toestelomschrijving 5
2.1 Algemeen....5
2.2 Werking....5
2.3 Bedrijfstoestnnden 5
2.4 PC Interface....7
2.5 Testprogrammmn's 7
3 Hoofdcomponenten 8
3.1 Accessoires 9
4 Installatie 10
4.1 Inbouwmnten 10
4.2 Opstellingsruimte 12
4.3 Montnge....13
5 Aansluiten 15
5.1 CV-instnllntie ηηnsluiten....15
5.2 Wnrmwnterinstnllntie nnnsluiten....18
5.3 Elektrisch ηηnsluiten....20
5.4 Gns ηηnsluiten....22
5.5 Rookgnsnfvoer en luchttoevoer 23
5.6 Leidinglengten 24
5.7 Afvoer systemen....25
6 In bedrijf stellen van het toestel en de Installatie 42
6.1 Vullen en ontluchten vyn toestel en instnllntie....42
6.2 In bedrijf stellen vnn het toestel 43
6.3 Buiten bedrijf stellen vyn het toestel....44
7 Instelling en afregeling
45
7.1 Direct vin bedieningspnneel 45
7.2 Pnrmeter instellingen vin de servicecode 46
7.3 In- en uitschnkelen tnpcomfort functie....47
7.4 Instellen mnximnnl CV-vermogen....48
7.5 Instellen pompstnnd....48
7.6 Weersnfhnnelijke regeling 49
7.7 Ombouw nnnr ndere gnssoort....50
7.8 Gns/luchtregeling....51
7.9 Controle gnsluchtregeling....52
8 Storingen
56
8.1 Lnntste storing tonen 56
8.2 Storingscodes....56
8.3 Overige storingen 57
9 Onderhoud
60
10 Technische specificaties
10.1 Productkηηrt volgens CELEX-32013R0811, bijinge iV....63
10.2 NTC weerstnnden....63
10.3 Elektrisch schemn HRE 24/18, 28/24 & 36/30 64
11 Garantiebepalingen
65
12 CE-verklaring
65
Alle rechten voorbehouden.
De verstrekte informntie geldt voor het product in stnndnrd uitvoering. Brink Climnte systems BV knn derhnlve niet ngnsprnkelijk gesteld worden voor eventuele schnde voortvloeiend uit de vnn de stnndnrd uitvoering nfwijkende specificties vnn het product. De beschikbnre informntie is met nlle mogelijke zorg snmengesteld, mnnr Brink Climnte systems BV knn niet ngnsprnkelijk gesteld worden voor eventuele fouten in de informntie of voor de gevolgen dnnrvnn. Brink Climnte systems BV knn niet ngnsprnkelijk gesteld worden voor schnde voortvloeiend uit werkznmhdene die door derden zijn uitgevoerd.
Wijzigingen voorbehouden.
Dit installatievoorschrift
Met dit instnllntievoorschrift kunt u het toestel op veilige wijze monteren, instnlleren en onderhouden. Volg de instructies nnuwkeurig op. Neem bij twijfel contnct op met de fnbriknnt. Bewnnr dit instnllntievoorschrift bij het toestel.
Gebruikte afkortingen en benamingen
| Omschrijving Te noemen als | |
| Hoog Rendement HR | |
| Kombi Kompŋkt HRE 24/18, HRE 28/24, of HRE 36/30 gnswŋndketel | Toestel |
| Toestel met leidingwerk voor centrnle verwŋrming CV-instŋllntie | |
| Toestel met leidingwerk voor wnrm tnpwnter WW-instŋllntie |
Pictogrammen
In deze händleiding is het volgende pictogram gebruikt:

VOORZICHTIG
Procedures die -als ze niet met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden- schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.

BELANGRIJK
Procedures en/of voorschriften welke, bij niet opvolgen de werking van het toestel in negatieve zin kunnen beïnvloeden.
Service en technische ondersteuning ten behoeve van de installateur
Voor informntie over specifieke nfstellingen, instnllntie-, onderhouds- en repnrntiewerkznnmheden, kunt u nls instnllnteur contnct opnemen met:
Brink Climnte Systems BV
Wethouder Wassebaliestraat 8, 7951 SN Staphorst
Postbus 11 7950 AA Stnphorst
tel. 0522-469944, fnx. 0522-469400
info@brinkclimntesystems.nl
www.brinkclimntesystems.nl
Identificatie van het product
De toestelgegevens vindt u op het typeplnntje op de onderzijde vnn het toestel en bevnt, nnnst de levernnciersgegevens en het toesteltype de volgende gegevens:
| *****-jjmm***** Product code - Serie Nr.JJ= productiejnηr, mm = productiemηnd | |
| PIN Product Identificntie Nummer | |
| Dŋtn met betrekking tot wŋrm tnpwnter. | |
| Dŋtn met betrekking tot centrŋle Verwnrming | |
| Informntie met betrekking tot de elektrische ηηnsluiting (Voltnge, frequentie, elmnx, IP-klnsse) | |
| PMS Toegestnne CV druk in bŋr | |
| PWS Toegestnne tnpwnter druk in bŋr | |
| Qn HS Belnsting (bovenwnηrde) in kilowntts | |
| Qn Hi Belnsting (onderwnηrde) in kilowntts | |
| Pn Vermogen in kilowntts | |
| NL Bestemmingslnnd (EN 437) | |
| II2EK3P | Toestel cntegorie (EN 437) |
| G25-25 mbŋr | Gηscntegorie en gηsvoordruk (EN 437) |
| C13, .... C83 | Toegestnne rookgηsnfvoer cntegorie (EN 15502) |
| Tmnx Mnx. ηηnvoertemperntuur in °C | |
| IPX4D | Veiligheidsklnsse |
| ******-jjmm****** Product code - Serie Nr.JJ= productiejŋnr, mm = productiemŋnd | |
| PIN Product Identificntie Nummer | |
| Dŋtn met betrekking tot wŋrm tnpwnter. | |
| Dŋtn met betrekking tot centrŋle Verwnrming | |
| Informntie met betrekking tot de elektrische ηηnsluiting (Voltnge, frequentie, elmnx, IP-klnsse) | |
| PMS Toegestnne CV druk in bŋr | |
| PWS Toegestnne tnpwnter druk in bŋr | |
| Qn HS Belnsting (bovenwnηrde) in kilowntts | |
| Qn Hi Belnsting (onderwnηrde) in kilowntts | |
| Pn Vermogen in kilowntts | |
| NL Bestemmingslnnd (EN 437) | |
| II2EK3P | Toestel cntegorie (EN 437) |
| G25-25 mbŋr | Gηscntegorie en gnsvoordruk (EN 437) |
| C13, .... C83 | Toegestnne rookgnsnfvoer cntegorie (EN 15502) |
| Tmnx Mnx. ηηνοertemperntuur in °C | |
| IPX4D | Veiligheidsklnsse |
1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
De fnbriknnt Brink Climnte Systems BV nnnvnnrdt geen enkele nnsprnkelijkheid voor schnde of letsel veroorznkt door het niet (strikt) nnleven vwn de veiligheidsvoorschriften en -instructies, dwn wel door onnchtznmheid tijdens het instnlleren vwn de Kombi Kompnkt Hoog Rendement gnswnndketel en de eventueel bijbehorende nccessoires.
Dit nppnrnnt is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichnmelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek ngn ervnring en kennis, tenzij zij toezicht of instructie over het gebruik vnn het nppnrnnt door een persoon die vernntwoordelijk is voor hun veiligheid is gegeven.
Voor de verschillende disciplines zijn de voorschriften gescheiden vermeld.
1.1 Algemeen
De gehele instnllntie moet voldoen ηηn de geldende (veiligheids-) voorschriften, zonls vermeld in:
• Deze instnllntievoorschriften.
• NEN 1087: Ventilntie vnn woongebouwen.
• NEN 3215: Binnenriolering in woningen en woongebouwen.
- Het bouwbesluit.
- Plnntselijke voorschriften vyn gemeente, brndweer en nutsbedrijven.
• NPR 1088: Toelichting op NEN 1087.
1.2 CV-installatie
De gehele instnllntie moet voldoen ηηn de geldende (veiligheids-) voorschriften, zonls vermeld in:
• NEN 3028: Veiligheidseisen voor CV-instnllnties.
1.3 Gasinstallatie
De gehele instnllntie moet voldoen ηηn de geldende (veiligheids-) voorschriften, zonls vermeld in:
• NEN 8078: 2004 NL: Prestntie eisen gns.
• NEN 1078: 2004 NL: Voorschriften voor ηηrdgηsinstηllnties.
• NPR 3378: Toelichting op NEN 1078.
1.4 Elektrische installatie
De gehele instnllntie moet voldoen ηηn de geldende (veiligheids-) voorschriften, zonls vermeld in:
• NEN 1010.
1.5 Drinkwaterinstallatie
• NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwnter instnllnties.
1.6 Rookgasafvoer en luchttoevoer
De rookgnsnfvoer en luchttoevoerinstnllntie moet voldoen ηηn:
- NEN 2757: Toevoer verbrndingslucht en nfvoer vyn rook vyn verbrndingstoestellen in gebouwen.
• NPR 3378: Toelichting op NEN 1078. - NEN 8757: Afvoer vnn rook vnn verbrnndingstoestellen in gebouwen. Bepnlingsmethoden voor bestnndde bouw.
2 TOESTELOMSCHRIJVING
2.1 Algemeen
De Kombi Kompnkt HRE gnswnndketel is een gesloten toestel. Het toestel is bedoeld om wnrmte te leveren nnn het wnter vnn een CV-instnllntie en de WW-instnllntie.
De luchttoevoer en verbrnndingsgnsnfvoer kunnen door middel vnn twee npnrte leidingen op het toestel ηηngesloten worden. Een concentrische ηηnsluiting knn op bestelling geleverd worden. Het toestel is in combinntie met de combidoorvoer gekeurd, mnnr het toestel knn ook ηηngesloten worden op combidoorvoeren die voldoen ηnn de universele keuringseisen voor combidoorvoeren.
Het toestel knn nnnr keuze nngesloten worden op een montngebeugel, een frnme met bovennnnsluiting en diverse nnsluitsets. Deze worden sepnrnnt geleverd.
De Kombi Kompnkt HRE gnswnndketels zijn voorzien vyn het CE keurmerk en electrische beschermingsklnsse IP44.
2.2 Werking
De Kombi Kompnkt HRE gnswnndketel is een modulerende hoog rendement ketel. Dit houdt in dnt het vermogen wordt nngepnst nqn de gewenste wnrmtebehoefte. In de nluminium wnrmtewisselnqr zijn twee vqn elknqr gescheiden koperen circuits geïntegreerd.
Door de gescheiden uitgevoerde circuits voor CV- en wnrmwnter kunnen de verwnrming en wnrmwntervoorziening onnfhnnkelijk vwn elknnr werken. De wnrmwntervoorziening heeft voorrng ten opzichte vwn de verwnrming. Beide kunnen niet gelijktijdig werken.
Het toestel is voorzien vnn een elektronische brnnderntutomnnt die bij iedere wnrmtevrning vnn de verwhrming of de wnrmwntervoorziening de ventilntor nnnstuart, de gnsklep opent, de brnnder ontsteekt en de vlnm continue bewnkt en regelt, nfhnnelijk vnn het gevrnngde vermogen.
2.3 Bedrijfstoestanden
Op het servicedisplny vnn het bedieningspnneel wordt door een code de bedrijfstoestnnd vnn het toestel ngngegeven.
- Uit
Het toestel is buiten bedrijf, mnnr stnnt wel onder elektrische spnnning. Op vrngen voor wnrm tnpwnter of CV-wnter wordt niet gerengeerd. De toestelvorstbeveiliging is wel nctief. Dit houdt in dnt de pomp gnnt drnnien en de wisselnnr wordt opgewnrmd indien de temperntuur vnn het dnrrin nnnwezige wnter te ver dnηlt.
Als de vorstbeveiliging ingrijpt dqn is code 7 zichtbnnr (opwnrmen wisselnnr).
Tevens knn in deze bedrijfstoestnd de druk in de CV-instnllntie (in Bnr) nfgelezen worden op het temperntuurdisplny.
□Wachtstand
De LED bij de ①oets brndt en eventueel één vnn de LED's vnn de tnpcomfort functie. Het toestel is gereed voor het benntwoorden vnn een vrngg nnnr CV- of tnpwnter.
0 Nadraaien CV
Nη het einde vnn CV-bedrijf drnηt de pomp nn. De nndrnηtijd stnηt vnn fnbriekswege ingesteld op de wηnrde volgens § 7.2. Deze instelling knn gewijzigd worden. Bovendien gnηt de pomp nutomntisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden drnηien om vnstzitten te voorkomen. Deze nutomntische inschnkeling vnn de pomp vindt plnηts op het tijdstip vnn de lnntste wnrmtevrηng. Om het tijdstip te wijzigen dient op het gewenste tijdstip de knmerthermostnηt even omhoog gezet te worden.
1 Gewenste temperatuur bereikt
De brnndernutomnnt knn de wnmtevrng tijdelijk blokkeren. De brnnder wordt dnn gestopt. De blokkering vindt plnnts omdnt de gevrrngde temperntuur is bereikt. Als de temperntuur voldoende is geznt wordt de blokkering opgeheven.
2 Zelftest
Eenmŋnl per 24 uur wordt door de brŋndernutomnnt de ηηngesloten sensoren gecontroleerd. Tijdens de controle voert de ηutomnnt geen ηndere tnken uit.

Bij het stnorten vnn het toestel wordt nllereerst de ventilntor nnnr het stnrttoerentnl gebrncht. Als het stnrttoerentnl is bereikt wordt de brndder ontstoken. Code § 1 is eveneens zichtbnnr nls er nn het stoppen vnn de brndder wordt nngeventileerd.
4 Ontsteken
Als de ventilntor het stnrttoerentnl heeft bereikt vindt de ontsteking vnn de brndder middels elektrische vonken plnnts. Tijdens het ontsteken is code 4 zichtbnnr. Indien de brndder niet ontsteekt dhn vindt nn ongeveer 15 seconden een nieuwe ontsteekpoging plnnts. Als nn 4 ontsteekpogingen de brndder nog niet brndt dhn vnlt de nutomnnt in storing.
5 CV-bedrijf
Op de ηutomηητ knη een ηηη/uit thermostηητ, een OpenTherm thermostηητ, een buitenvoeler of een combinηtie met de Inηtste ηηngesloten worden (zie § 10.3)
Bij een wnrmtevrng nfkomstig vnn een thermostnnt volgt nn het nnnlopen vnn de ventilntor (code 3) het ontsteken (code 4) en de CV-bedrijfstoestnnd (code 5).
Tijdens CV-bedrijf wordt het toerentnl vqn de ventilntor en dηηrmee het vermogen vqn het toestel ηηngepnst zodnign dnt de temperntuur vqn het CV-wnter nηηr de gewenste CV-ηηnvoertemperntuur toe geregeld wordt. Wηnneer een ηηn/uit thermostηnt is ηηngesloten, is dit de op het display ingestelde CV-ηηnvoertemperntuur. In het gevnl vqn een OpenTherm thermostηnt wordt de gewenste CV-ηηnvoertemperntuur door de thermostηnt bepnld. Bij een buitenvoeler wordt de gewenste CV-ηηnvoertemperntuur bepnld door de in de brndernutomnnt geprogrammeerde stooklijn. Voor de lntste twee situnties geldt echter ηls mnximum de op het display ingestelde temperntuur.
Tijdens CV-bedrijf wordt de gevrnngde CV-ŋnvoertemperntuur op het bedieningspnneel weergegeven.
De CV-ηηnvoertemperntuur knn ingesteld worden tussen 30 en 90°C (zie § 7.1). Let op: voor een Inngtemperntuursysteem knn een Ingere mnximnle instelling vereist zijn dqn de stnndηηrdinstelling vyn 80°C.
Door de servicetoets in te drukken tijdens CV-bedrijf knn de werkelijke CV-ηηnvoertemperntuur ηfgelezen worden.
Als de tnpcomfortfunctie is ingeschnkeld (zie code7), dqn wordt een OpenTherm wŋrmtevrŋng vqn minder dqn 40 grnden genegeerd.
6 Tapwaterbedrijf
De wnmwntervoorziening heeft voorrning op de verwnring. Als door de stromingssensor een behoefte vnn meer dqn 1,5 l/min nnn wnrm tnpwnter wordt gedetecteerd, znl een eventuele CV-vrnng onderbroken worden. Nn het nnnlopen vnn de ventilntor (code 3) en het ontsteken (code 4) komt de nutomnnt in tnpwnterbedrijf (code 6). Tijdens tnpwnterbedrijf wordt het toerentnl vnn de ventilntor, en dnηrmee het vermogen vnn het toestel, geregeld door de nutomnnt op bnsis vnn de ingestelde tnpwntertemperntuur.
De regeling drnngt zorg voor de juiste tnpwntertemperntuur. De wnter temperntuur knn worden ingesteld tussen 40°C en 65°C (zie § 7.1). De ingestelde tnpwntertemperntuur wordt op het bedieningspnneel getoond. De stnndnnrdinstelling bedrngt 60°C.
Door de servicetoets in te drukken tijdens tnpwnterbedrijf, knn de werkelijke tnpwntertemperntuur nfgelezen worden.
7 Opwarmen toestel
Ten behoeve vnn een snelle levering vnn wnrm tnpwnter is een zogennnmde tnpcomfortfunctie in de nutomnnt ngngebrncht. Door deze functie wordt de wnrmtewisselnnr op temperntuur gehouden (deze is instelbnnr, zie § 7.1). De tnpcomfortfunctie kent de volgende instellingen:
- Aan: (① LED aan) De tnpcomfortfunctie vqn het toestel is continue ingeschnkeld. Het toestel levert nltijd direct wnrm wnter.
- Eco: ( LED aan) De tnpcomfortfunctie vwn het toestel is zelflerend. Het toestel znl zich nnnpnssen nnn het gebruikspntroon vwn het wnrm tnpwnter. Hierdoor znl de wnrmtewisselnnr gedurende de nncht, of bij lngne nfwezigheid, niet op temperntuur gehouden worden. Het is tevens mogelijk de tnpcomfortfunctie door een open therm knmerthermostnnt te lnten in- en uitschnkelen (zie § 7.3)
- Uit: (Beide LED's uit) De wnrmtewisselnηr wordt niet wnrm gehouden wnηrdoor de levering vnn wnrm tnpwnter even op zich lηnt wnchten. Als er geen behoefte is ηηn snelle levering vnn wnrm tnpwnter, knn de tnpcomfortfunctie uitgeschnkeld worden.

2.4 PC Interface
De nutomnnt is voorzien vnn een interfnce voor een PC. Door middel vnn een specinle knbel en bijbehorende softwnre knn een PC nngesloten worden. Met deze voorziening is het mogelijk om het gedrng vnn de nutomnnt, het toestel en de verwnringsinstnllntie over een lhnge periode te volgen.
2.5 Testprogramma's
In de brnndernutomnnt is een voorziening nnngebrncht om het toestel in een test stntus te brengen.
Door het ηctiveren vyn een testprogrnmmη znl het toestel in bedrijf komen met een vnst ventilntor toerentnl, zonder dnt de regelfuncties zullen ingrijpen.
De veiligheidsfuncties blijven wel ηctief.
Het testprogrnmmn wordt beëindigd door de ten gelijktijdig in te drukken.
Testprogramma's
| Omschrijving programma Toets combinaties Display uitlezing | ||
| Brønder ngn met minimngl WW vermogen (zie pnrnmeter d § 7.2) | ![]() | |
| Brønder ngn met ingesteld mnximngl CV-vermogen (zie pnrnmeter 3 § 7.2) | ![]() | "h" |
| Brønder ngn met mnximngl WW vermogen (zie pnrnmeter 3 § 7.2) | ![]() | "H" |
| Uitschnkelen testprogrnmmn en | ![]() | Actuele bedrijfssituntie |
Uitleesmogelijkheden
Als het toestel in test bedrijf is kunnen de volgende gegevens vin het display worden uitgelezen:
- Door de -toets blijvend in te drukken wordt op het display de CV-druk getoond.
- Door de + toets blijvend in te drukken wordt op het display de gemeten ionisntiestroom getoond.
- Om bevriezing vqn het toestel te voorkomen is het toestel voorzien vqn een vorstbeveiliging. Als de temperntuur vqn de wnrmtewisselnnr te Inng wordt, gnnt de pomp drnnien tot de temperntuur vqn de wnrmtewisselnnr voldoende is. Als de vorstbeveiliging ingrijpt dqn is code 7 zichtbnnr (opwnrmen wisselnnr).
- Als de instnllntie (of een deel dnnrvnn) knn bevriezen, moet er ope koudste plnnts een (externe) vorstthermostnnt op de retourleiding nnngebrncht worden. Deze moet volgens het elektrisch schemn nngesloten worden (zie § 10.3).
Opmerking
Als het toestel buiten bedrijf is ( - op het service display) blijft de toestelvorstbeveiliging nctief, op een wnrmtevmng vnn een (externe) vorstthermostnnt wordt echter niet gerengeerd.
3 HOOFDCOMPONENTEN

A. A-Inbel CV-pomp L. Luchttoevoer
B. Gnsblok M. Rookgnsnfvoerndnpter
C. Brnnderntutomnt met bedieningspnneel N. A#nsluitblok / klemmenlijst X4
D. Aŋnvoersensor S1 O. Condensnfvoerbnk
E. Retoursensor S2 P. Wnrmwntersensor S3
F. Ventilntor Q. Sifon
G. Stromingssensor R. Wnrmtewisselnηηr
H. Druksensor CV S. Bedieningspnneel en uitlezing
I. Aqnsluitsnoer 230 V \~ met steker met rŋndŋrde
J. Høndontluchter U. Positie typeplnnt
K. Kijkglns
T. Ionisntie- / ontsteekpen
3.1 Accessoires
| Omschrijving Artikel | nummers | ||
| Montagebeugel HRE (2008)Ophngstrip, MontngebeugelAnnsluiting ηηνοer en retour∅22 mmAnnsluiting koud- en wηrmwnter∅15 mmAnnsluiting gns 1⁄2" binnendrnndZnkje bevestigingsmntering | 093.177 | ![]() ![]() | |
| Onderaansluitset (kort)Ophngstrip, MontngebeugelT-stuk 22x1⁄2"x22 knel (2 stuks)Sok 15x15 knelOverstortventiel 3 bnrVul- / ηftnpkrηnnInlηntcombinntie 15-15 knel, 8 bnrGnskrηnn 3⁄4"vlŋk x15kn + nippel wnrtel 3⁄4" x15knZnkje bevestigingsmntering | 093.127 | ![]() ![]() | |
| Bovenaansluitset HRE 24/18Frηme, MontngebeugelZnkje bevestigingsmnteringT-stuk 22x1⁄2"x22 knel (2 stuks)Sok 15x15 knelOverstortventiel 3 bnrVul- / ηftnpkrηnnInlηntcombinntie 15-15 knel, 8 bnrGnskrηnn 3⁄4"vlŋk x15kn + nippel wnrtel 3⁄4 " x15knBoven ηηnsluitleidingen | 093.137 | ![]() | |
| Bovenaansluitset HRE 28/24Idem | 093.147 | ||
| Bovenaansluitset HRE 36/30Idem | 093.157 | ||
| Schermplaat HRE (kort) 093.107 | ![]() | ||
| Buitenvoeler 203.207 | |||
| Twee-wegklepset 230V~ voor vloerverwarming en MIT 092.637 | |||
| Concentrische aansluiting ∅80x125Concentrische rookgnsndnpterAfdichtdop | 090.557 | ![]() | |
| Concentrische aansluiting ∅60x100Concentrische rookgnsndnpterAfdichtdop | 090.547 | ![]() | |
| Diagnostic Software (IDS) 090.407 | |||
| Aansluitset Naverwarming Zonneboiler 090.347 | |||
| Thermostatisch mengventiel 842.177 | |||
| Thermostatisch omschakelventiel 065.127 | |||
| Terugslagklep rookgassen 090.417 | |||
| Retourbuis met keerklep HRE 665.017 | |||
| Onderdelenkoffer HRE1 x 844267 Stromingsschnkelηrr4x 200117 NTC Wηrmtewisselnrr2 x 200177 NTC wηrmwnter2 x 209327 Ontsteekpen Kompŋkt2 x 875677 Afdichting ontsteekpen1 x 074607 Ontsteekknbel1 x 074397 Ventilntorset Torin1 x 074507 Ventilntorset Torin tunnel1 x 876597 Afdichting voorplnt 28, 36/301 X 877927 Afdichtring voorplnt 22, 28/24 | 1 x 877927 Afdichting voorplnt 22, 28/241 x 876467 Afdichting voorplnt HRE 24/185 x 240277 Zekering glns 2A-T5 x 875737 O-ring 15 x 25 x 875827 O-ring 19 x 21 x 801467 Gnsblok Siemens 1:11 x 801477 Ontsteekunit Siemens1 x 074407 Brndernutomnt Kompŋkt HRE1 x 864087 Druksensor CV1 x 873537 Borgveer druksensor | 065.447 | ![]() |
4 INSTALLATIE
4.1 Inbouwmaten
Toestel met leidingen naar onderen aangesloten:

Toestel + montagebeugel
| A = | Aŋnvoer CV | ∅22 |
| B = | Retour CV | ∅22 |
| C = | Gns | 1/2 inw. |
| D = | Tnpwnter koud | ∅15 |
| E = | Tnpwnter wnrm | ∅15 |
| F = | Condensnfvoer | ∅ dn25 (flexibel) |
| h= | 517mm | Kombi Kompŋkt HRE 24/18 |
| 577mm | Kombi Kompŋkt HRE 28/24 | |
| 637mm | Kombi Kompŋkt HRE 36/30 | |
| H= | 590mm | Kombi Kompŋkt HRE 24/18 |
| 650mm | Kombi Kompŋkt HRE 28/24 | |
| 710mm | Kombi Kompŋkt HRE 36/30 | |
| Y = | Luchttoevoer | ∅80 (ηfdichtring) |
| Z1 = | Rookgnsnfvoer | ∅80 (ηfdichtring) |
| Z2 = | Rookgnsnfvoer/lucht toevoer | ∅60/100, of ∅80/125 (concentrisch) |
Toestel + aansluitset onder
| A = | Aqnvoer CV | ∅22 (knel) |
| B = | Retour CV | ∅22 (knel) |
| C = | Gns | ∅15 (knel) |
| D = | Tnpwnter koud | ∅15 (knel) |
| E = | Tnpwnter wŋrm | ∅15 (glnd) |
| F = | Condensnfvoer | ∅ dn25 (flexibel) |
| Y = | Luchttoevoer | ∅80 (ηfdichtring) |
| Z1 = | Rookgnsnfvoer | ∅80 (ηfdichtring) |
| Z2 = | Rookgnsnfvoer/lucht toevoer | ∅60/100, of ∅80/125 (concentrisch) |
Toestel met leidingen naar boven aangesloten:

Toestel + aansluitset boven
| A = | Annvoer CV | ∅22 (glnd) (knel) |
| B = | Retour CV | ∅22 (glnd) (knel) |
| C = | Gns | ∅15 (glnd) (knel) |
| D = | Tnpwnter koud | ∅15 (boven glndl) |
| E = | Tnpwnter wnrm | ∅15 (boven glndl) |
| F = | Condensnfvoer | ∅ dn25 (flexibel) |
| H= | 770mm | Kombi Kompŋkt HRE 24/18 |
| 830mm | Kombi Kompŋkt HRE 28/24 | |
| 890mm | Kombi Kompŋkt HRE 36/30 | |
| Y = | Luchttoevoer | ∅80 (ηfdichtring) |
| Z1 = | Rookgnsnfvoer | ∅80 (ηfdichtring) |
| Z2 = | Rookgnsnfvoer/lucht toevoer | ∅60/100, of ∅80/125 (concentrisch) |
4.2 Opstellingsruimte
Het toestel dient ηηn een wnnd gemonteerd te worden die voldoende drŋngkrncht heeft.
Bij lichte wnndconstructies bestnnt de mogelijkheid dnt er resonntiegeluiden optreden.
Binnen een nfstnnd vyn 1 meter vyn het toestel dient een wnndcontnctdoos met rnndnqrde voorhnden te zijn.
Om bevriezing vyn de condensnfvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstnlleerd worden. Zorg bij voorkeur voor een minimnnl vrij te houden ruimte nnnst de ketel vyn 2 cm. In verbnd met schroeigevnnr is geen vrije ruimte vereist.
4.2.1 In een keukenkastje plaatsen
Het toestel knn tussen twee keukenknstjes of in een knstje geplnntst worden.
Zorg voor voldoende ventilntie nnn de onder- en bovenzijde.
Als het toestel in een knstje geplnntst wordt, moeten er ventilntieopeningen vyn tenminste 50 cm² gemnkt worden.
4.2.2 Schermplaat en frontpaneel afnemen
Voor diverse werkzηnmheden ηηn het toestel dienen de eventueel ηηngebrηchte schermplηnt en frontpnneel vηn het toestel verwijderd te worden. Gn hierbij ηls volgt te werk:
- Neem de schermplnnt (A), indien gebruikt, nnnr voren toe weg.
- Drnji de beide schroeven (1) ŋchter het displayvenster vnn het toestel los.
- Trek de onderzijde vnn het frontpnneel (2) nnnr voren toe.


Voor de montnge vnn het toestel wordt, nfhnnkelijk vnn de nnnsluitsituëtie, gebruik gemnkt vnn een montngebeugel, een ondernnnsluitset of een bovennnnsluitset. Op de montngebeugel knn de instnlntie nnngesloten worden, voordnt het toestel geplnntst wordt.
4.3.1 Ophangstrip en montagebeugel monteren
Bevestig de ophngstrip en de montngebeugel, met de bijgeleverde bevestigingsmnterinlen, horizontnŋl nnn de wnnd, overeenkomstig het boorpntroon (zie § 4.1).

4.3.2 Onderaansluitset monteren
Bevestig de ophngstrip en de montngebeugel, met de bijgeleverde bevestigingsmnterinlen, horizontnnl nnn de wnnd, overeenkomstig het boorpntroon (zie § 4.1).

4.3.3 Bovenaansluitset monteren
- Bevestig het frnme, met de bijgeleverde bevestigingsmnterinlen, verticnnl nnn de wnnd.
- Bevestig de montngebeugel in het frnme, door deze met de omgezette knnt nnnr boven door de uitspnringen in het frnme te monteren.
• Schuif de ηηnsluitleidingen in het frŋme (ηlleen bij ηηnsluitset boven compleet). - Sluit de ηηnsluitleidingen ηηn op de koppelingen.

Het toestel is breder dan het frame. Houdt hier bij de montage rekening mee. Zie voor de afmetingen pagina 11.
Monteer nu het toestel, of sluit de instnllntie nnn.
4.3.4 Toestel monteren
- Pnk het toestel uit.
- Controleer de inhoud vnn de verpnkking, deze bestnnt uit:
- Toestel (A)
- Ophngstrip (B)
- Sifon (C)
- Instnllntievoorschrift
- Bedieningsvoorschrift
• Gnrrntieknnrt
-
Controleer het toestel op eventuele beschndigingen: meldt beschndigingen direct ηηn de leverηncier.
-
Monteer de ophngstrip.
-
Controleer of de knelringen recht in de koppelingen vyn de montngebeugel zijn geplnntst.
-
Plnnts het toestel: schuif deze vnn boven nnnr beneden over de ophngstrip (B). Zorg dnt de leidingen tegelijkertijd in de knelfittingen schuiven.
-
Drnni de knelfittingen op de montngebeugel vnst.
De nippels en leidingen mogen niet meedraaien!
-
Open de displnyklep en drŋni de twee schroeven links en rechts nnŋst de displny los en demonteer het frontpnæel.
-
Monteer de flexibele buis (D) op de uitloop vyn de sifon.
-
Vul de sifon met wnter en schuif deze zo ver mogelijk nnnr boven op de condensnfvoer nnnsluiting (E) onder het toestel.
-
Sluit flexibele buis (D) vyn de sifon, eventueel sŋmen met de overstortleiding vyn de inlŋntcombinntie en het overstortventiel, ηηn op het riool vin een open ηηnsluiting (F).
-
Monteer de luchttoevoer en de verbrndingsgnsnfvoer (zie § 5.5).
-
Monteer de mnntel en drnji de twee schroeven links en rechts nnŋst de displny vnst, sluit de displnyklep.

4.3.5 Schermplaat aanbrengen (optioneel)
Hng de omgezette bovenrnd vnn de schermplnnt nnn de sluitringen onder de bodem vnn het toestel en schuif de schermplnnt zo ver mogelijk nnnr nchteren.

5.1 CV-installatie aansluiten
- Spoel de CV-instylIntie goed schoon.
- Monteer de ηηνοerleiding (B) en retourleiding (A) ηην de montngebeugel.
- Alle leidingen moeten spnnningsvrij gemonteerd worden om tikken vyn de leidingen te voorkomen.
- Bestnnde verbindingen mogen niet verdrnjid worden om lekknges te voorkomen.
De CV-installatie dient voorzien te zijn van:
- Een vul/ηftnpkrnnn (A) in de retourleiding direct onder het toestel.
- Een nftnpkrnnn op het Inngste punt vnn de instnllntie.
- Een overstortventiel (B) vqn 3 bnr in de ηηnvoerleiding op een ηfstnd vqn mnximnnl 500 mm vqn het toestel.
Tussen het toestel en het overstortventiel mng zich geen ηfsluiter of vermηuwing bevinden. - Een expnnsievnt in de retourleiding.
- Een terugslngklep, nls er op korte nfstnnd vnn het toestel leidingen nnnr boven lopen. Hiermee wordt voorkomen dnt er tijdens tnpwnterbedrijf vnn het toestel thermosifonwerking optreedt (een niet veerbediende terugslngklep, dient verticnnl gemonteerd te worden).
Als nlle rndintoren zijn uitgevoerd met thermostntische of nfsluitbnre rndintorkrnnen, dient een minimnle wntercirculntie te worden gewnnrborgd. Zie § 7.5.

Vloerverwarmingsverdeler met pomp
Indien een vloerverwnrmingssysteem niet hydrnulisch neutrηl is, knn de vloerverwnrmingspomp ongewenste circulntie over de ketel genereren. Voor een goede werking vqn de wnrmtnpwntervoorziening dient ongewenste circulntie over de ketel te worden voorkomen.
Sluit een vloerverwnrmingssysteem indirect hydrnulisch neutrnl nnn of voorzie de cv-instllntie vnn een tweewegklepset 230 V \~ (E). Indien de vloerverwnrmingspomp vin de retour vnn de ketel wnrmte onttrekt is het mogelijk om met een terugslngklep (D) ongewenste circulntie tegen te gnnn.
Zorg voor een minimnle wntercirculntie. Zie § 7.5.
Aansluitschema vloerverwarming
A. Ketel
B. Pomp
C. Thermostntische regelnfsluiter
D. Terugslngklep veerbediend
E. Elektrische nfsluiter 230 V \~
F. Rndintoren
G. Ruimte-/klok thermostηητ
H. Mnximŋnl thermostŋnt
![graph TD A["Component A"] -->|Flow| B["Valve B"] B --> C["Component C"] C --> D["Actuator F"] D --> E["Return Line"] E --> F["Feedback to A"] G["Component G"] -->|Flow| H["Actuator H"] H --> I["Valve I"] I --> J["Return Line"] J --> K["Feedback to A"] L["Component L"] -->|Flow| M["Actuator M"] M -->…](/content/2026/06/1163464/images/ef51bcdae2504d6260b0d4d557cdef097ba644bb8275cae30d5544790384d6e9.jpg)
Vloerverwarmingsverdeler zonder pomp
Sluit het vloerverwnrmingssysteem (D) ηηn en stel de mnximnle cv-ηηnvoertemperntuur vηn de ketel in op de ontwerpconditie. Monteer op de ηηnvoerbuis onder de ketel een klemthermostnnt (A). De klemthermostnnt met blinde knp dient ingesteld te worden op een mnximnle ηηnvoertemperntuur vηn 55°C.
Monteer de ηηn/uit knmerthermostηηt (B) en sluit deze in serie met de klemthermostηηt ηηn op connector X4 - 6/7 in het toestel. Zie § 10.3.
De pomp in de ketel wordt in deze situntie benut om het drukverlies vyn het vloerverwnrmingssysteem te overbruggen. Met behulp vyn de drukverliesgrnfiek § 7.5 is het mnximnle drukverlies vyn het vloerverwnrmingssysteem te bepnelen.
Zorg voor een minimnle wntercirculntie. Zie § 7.5. Plnnts eventueel een by-pnss ventiel (C).
Het is bij een vloerverwnrmingssysteem zonder pomp ηηn te bevelen om onderstηnde pηrnmeter instellingen te wijzigen:
pnr. o vnn 0 nnnr 3.
pnr. P vnn 5 nnnr 2.
Tevens dient pŋrŋmeter 3 te worden ingesteld op minimŋnl nivenqu of het trŋnmissieverlies vyn de woning.
5.1.3 Toestel met MIT regeling
Het toestel knn ook toegepnst worden in combinntie met een indirect gestookte luchtverwnrmer (b.v. Brink type Elnn) en wnrmteterugwin-unit (b.v. Brink type Renovent HR). Het toestel is geschikt om verse ventilntielucht vnn buiten enkele grnden nn te verwnrmen: dit gnrndeert een minimnle inblnns temperntuur. Deze regeling (MIT regeling) knn met een externe schnkelnqr in- en uitgeschnkeld worden.
Om energie te bespøren dient de pompstnnd zo lngg mogelijk ingesteld te worden.
Aansluitschema MIT regeling
A. Kombi Kompnkt
B. Overstortventiel
C. Expnnsievnt
D. Indirect gestookte hete luchtverwnrming en wŋrmte-terugwin-unit
E. Ventilntor
F. Instelbne flowbegrenzer (Tnco 23.1202)
H. Afsluiter Minimnle Inblŋns Temperntuur
Werkingsprincipe
Als de MIT regeling wordt ingeschnkeld, worden de pomp en de tnpcomfortfunctie vnn het toestel ook ingeschnkeld. Vin de instelbnre flowbegrenzer wordt er een kleine wnrmteflow (mnximŋnl 500 W) nnnr de luchtverwnrmer toegelnten. Hierdoor wordt de in te blnzen lucht enkele grnden opgewnrmd. De nfsluiter wordt geopend wnnneer er een CV wnrmtevrŋng is.
Installatievoorschrift
- Sluit het toestel nnn op de luchtverwnrmer.
- Voer het systeem in koper uit om vervuiling vqn de kleine doorstroomopening vqn de flowbegrenzer te voorkomen.
- Plnnts de nfsluiter nltijd pnrnllel nnn de instelbne flowbegrenzer.
- Isoleer de ηηνοerleiding ηηηr de luchtverwnηrmer.
- Sluit de elektrisch bediende ηfsluiter, (connector X2) en de MIT schnkelηηr (connector X4) ηηn. Zie § 5.3.1 en § 10.3.
- Wijzig pnnmeter 2 vqn de servicecode (zie Pnnmeter instellingen vin de servicecode § 7.2).
Let op: De MIT regeling functioneert alleen als "tnp comfort" op de display van het toestel op "aan" ingesteld is. Raadpleeg de handleiding van de thermostaat bij de toepassing van een "Open Therm" kamerthermostaat.
Flowbegrenzer instellen
Stel de flowbegrenzer (F) zodnign in, dnt het temperntuurverschil vnn de lucht over de luchtverwnrmer, met minimnle luchthoeveelheid, 5°C bedrnggt. De flow znl dqn ongeveer 0,2 liter per minuut bedrngen. Dit is beneden het minimnle meetbereik vnn de flowbegrenzer.

![graph TD A["Container A"] --> B["Valve B"] A --> C["Valve C"] A --> D["Control Valve D"] A --> E["Valve E"] E --> F["Flow Control Valve F"] F --> G["Valve H"] G --> H["Control Valve H"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke…](/content/2026/06/1163464/images/9159e69f387e01a62b1a500a1fcabfcdbc0992ce8daab6635bb723dd1c033e8a.jpg)
5.1.4 Opdeling CV-installatie in groepen bij aanwezigheid extra warmtebron
Werkingsprincipe
Indien de knmerthermostnnt de ketel uitschnkelt doordnt een nndere verwnrmingsbron (houtkncchel, open hngrd, etc) de ruimte opwnrmt, is het mogelijk dnt de overige ruimten nfkoelen. Dit knn worden opgelost door de CV-instnllntie op te delen in twee zones. De zone met de externe wnrmttebron (Z2) knn middels een elektrische nfsluiter worden nfgesloten vnn het hoofdcircuit. Beide zones worden voorzien vnn een eigen knmerthermostnnt.
N.B. Deze regeling "externe wŋrmtebron" knn ηlleen worden toegepnst indien geen externe boiler hoeft te worden opgewnrmd (instηllntietype 1).
Installatievoorschrift
- Plnnts de nfsluiter volgens het ηηnsluitschemn.
- Sluit de knmerthermostnnt vnn zone 1 nnn op X4 - 6/7.
- Sluit de knmerthermostnnt vnn zone 2 nnn X4 - 11/12.
- Wijzig pηrηmeter A (zie Pηrηmeter instellingen vin de servicecode § 7.2).
Let op: De kamerthermostaat in zone 1 MOET een aan/uit thermostaat zijn, de kamerthermostaat in zone 2 mag zowel een OpenTherm thermostaat als ook een aan/uit thermostaat zijn.
![graph TD A["Component A"] --> Z1["Control Valve Z1"] Z1 --> C1["Component C"] C1 --> T1["T1"] T1 --> B["Feedback Loop B"] B --> Z2["Component Z2"] Z2 --> C2["Component C"] C2 --> T2["T2"] T2 --> A style Z1 fill:#f9f,stroke:#333 style Z2 fill:#f9f,stroke:#333](/content/2026/06/1163464/images/79a74757ed80f692c2d654a9304e923b5dbfb1b8589a3a84e653c832ac855ac3.jpg)
Aŋnsluitschemŋ regeling "externe wŋrmtebron"
A. Ketel
B. Elektrische ηfsluiter 230 V \~
C. Rndintoren
T1. Kηmerthermostηηt zone 1
T2. Knmerthermostnnt zone 2
Z1. Zone 1
Z2. Zone 2
5.2 Warmwaterinstallatie aansluiten
- Spoel de instnllntie goed schoon.
- Monteer indien voorgeschreven een inlntcombinntie.
- Monteer de koud- en wŋrmwnterleiding (A en B) ηηn de montngebeugel.
Opmerkingen
- Als het toestel nilleen voor de wnrmwntervoorziening wordt gebruikt, knn de verwnringsfunctie met de servicecode op het bedieningspnneel uitgeschnkeld worden. De CV-instnlntie behoeft dnn niet ηηngesloten of gevuld te worden.
- Als het toestel tijdens de winter buiten bedrijf wordt gesteld en vyn het lichtnet nfgesloten wordt, moet het snnitnirwnter nfgetnpt worden om bevriezing te voorkomen. Neem hiervoor de tnpwnternnnsluitingen onder het toestel los.
- In de Kombi Kompnkt HRE 24/18 en Kombi Kompnkt HRE 28/24 zit een doseerventiel met een nominelle wηηrde vyn respectievelijk 6 en 7,5 liter/min. De Kombi Kompnkt HRE 36/30 is voorzien vyn een doseerschijf-vervηngingsring.
Bij de Kombi Kompnkt HRE 36/30 zijn bij hoge wnterdrukken grotere volumestromen mogelijk. Om bij de Kombi Kompnkt HRE 36/30 een uitstroomtemperntuur vyn 60°C te gnrnderen dient de wnrmwnterinstnllntie op 9 liter/min ingesteld te worden. - Het doseerventiel dient verwijderd te worden indien de wnterduk voor het doseerventiel Inger is dqn 0,8 bnr. De doorstroming dienst dnnrnn met behulp vnn een reduceerventiel ingesteld te worden.
- Het doseerventiel dient te worden gereinigd of te worden vervnngen indien de wnterdruk voor het doseerventiel hoger is dqn 0,8 bqr en de volumestroom Inger is dqn de nominple wnηrde.
Weerstandgrafiek tapcircuit toestel
5.2.1 Toestel met Naverwarming Zonneboiler
Het toestel is voorzien vyn het NZ-Inbel: geschikt voor "Nverwning Zonneboiler". Hiervoor is op bestelling een nnsluitset en een thermostnisch mengventiel beschikbnnr.
Aansluitschema Naverwarming Zonneboiler
A. Toestel
B. Zonneboiler
C. Koud wnter
D. Inlηntcombinηtie
E. T m η x 85°C
F. Wηrm wnter
G. Thermostntisch mengventiel 35° - 65°C (instellen op cn. 62,5°C)
H. Wnrm wnter gemengd
K. Koudwntersensor S4
Opmerking
In combinntie met een zonne-energiesysteem moet er nn het toestel nltijd een thermostnisch mengventiel geplnntst worden, ingesteld op cn. 62,5°C.

5.2.2 Toestel met warmtepompboiler
Indien de uitstroomtemperntuur vyn de wnrmtepompboiler Inger is dhn 55°C, zorgt de Kombi Kompnkt HRE ervoor dnt het tnpwnter uit de wnrmtepompboiler onder Hoog Rendement condities wordt nnverwnrmd.
Werkingsprincipe
De wnrmwnternnnsluiting vqn de wnrmtepompboiler is nngesloten op de mix ingng vqn het thermostnntisch omschnkelventiel (zie het principeschemn). Indien de uitstroomtemperntuur vqn de boiler hoger is dqn de ingestelde temperntuur vqn het omschnkelventiel, znl uit de wnrmtepompboiler worden getnpt. Doordnt het omschnkelventiel niet geheel nfsluitend is, znl tevens een kleine hoeveelheid hoeveelheid door de Kombi Kompŋkt HRE lopen (ongeveer 10% vqn de totnle flow).
Zodrn de uitstroomtemperntuur vnn de wnhmtepompboiler Inger wordt dqn de ingestelde temperntuur vnn het omschnkelventiel znl de flow door de Kombi Kompnkt HRE toenemen. Indien de flow groter wordt dqn de tnpwnterdrempel vnn de Kombi Kompnkt HRE, znl de ketel in tnpwnterbedrijf gnnn.
Wnnneer de uitstroomtemperntuur vnn de wnrmtepompboiler Inger is geworden dnn de ingestelde temperntuur vnn het omschnkelventiel min 12K, gnnt bijnn de volledige tnpflow door de Kombi Kompnkt HRE. De kleine lekflow wordt nu uit de wnrmtepompboiler gehnld. Nn het volledig omschnkelen vnn het omschnkelventiel wordt de tnpflow begrensd door de Kombi Kompnkt HRE.
Aansluitschema toestel met warmtepompboiler
A. Wnrmtepomp D. Koud wnter inlηητ
B. CV-ketel E. Uitstroomtemperntuur wnmtepomp
C. Omschnkelventiel F. Uitstroomtemperntuur wηrm wnter
Installatie
De combinntie dient ηηngesloten te worden volgens het instnllntieschemn. Om een goede werking vyn de combinntie te kunnen gηηnderen, zijn de volgende punten belnngrijk.
Thermostntisch omschnkelventiel: Het toegepste thermostntische omschnkelventiel is een gemodificeerd ventiel welke ηηn de specifieke eisen, die ηηn de combinntie wηrmtepompboiler en Kombi Kompŋkt HRE worden gesteld, voldoet. Voor de juiste werking vηn de combinntie is het omschnkelventiel voorzien vηn een vηste temperntuurinstelling.
Tnpwntervoordruk: Voor een doorstroomhoeveelheid vnn 20 liter per minuut znl de voordruk minimnnl 2,3 bnr moeten bedrngen. De mnximnnl toegestnne wnrmtnpwnter bedrijfsdruk voor de combinntie mng 6 bnr bedrngen. Hiervoor dient een inlnyntcombinntie (6 bnr) gemonteerd te worden.
Mnximnle doorstroomhoeveelheid: Indien de tnpflow groter is dqn 20 liter per minuut znl de Kombi Kompnkt HRE in tnpwnterbedrijf gnnn, ongencht de uitstroomtemperntuur vyn de wŋrmtepompboiler.
Mnximnle temperntuurinstelling wnrmtepompboiler: De temperntuur vyn de wnrmtepompboiler mng niet hoger dhn 60°C worden ingesteld.
Positie thermostntisch omschnkelventiel: Om te voorkomen dnt het thermostntisch omschnkelventiel teveel door de omgevingslucht wordt beïnvloed, dient deze zo dicht mogelijk op de wnrmwnter nnnsluiting vnn de boiler en verticnnl te worden geplnntst (mnximnle nfstnd 100mm). Hierdoor wordt voorkomen dnt het toestel bij iedere tnpvrng in bedrijf komt.
Beïnvloeding wnterstromen: Om te voorkomen dnt de flow door de Kombi Kompnkt HRE tijdens het omschnkelen vqn het ventiel wordt beïnvloed, dient de wŋrmwnter-uit leiding vqn de combinntie rechtdoor te lopen (zie instnllntieschemn).
![graph TD A["Component A"] -->|E| C["Component C"] C -->|C| B["Component B"] B -->|B| D["Component D"] D -->|D| A style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#ffc,stroke:#333 style F fill:#fcc,stroke:#333](/content/2026/06/1163464/images/46159b55676f14f09c483d74d1c71bb26f0e3f7ad3c7c62598bb461cfb26d89b.jpg)
5.3 Elektrisch aansluiten

VOORZICHTIG
Een wandcontactdoos met randaarde mag maximaal 1 meter van het toestel verwijderd zijn.
De wandcontactdoos moet gemakkelijk bereikbaar zijn.
Voor opstelling in vochtige ruimten is een vaste aansluiting verplicht middels een all-polige hoofdschakelaar met een minimale contactopening van 3 mm.
Indien het netsnoer is beschadigd of om een andere reden moet worden vervangen, moet het vervangende netsnoer bij de fabrikant of diens vertegenwoordiger worden besteld. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant of diens vertegenwoordiger.
- Neem bij werkznnmheden nnn het elektrisch circuit de steker uit de wnndcontnctdoos.
- Neem de schermplnnt (A) (indien ηηnwezig) nηηr voren toe weg.
- Drnni de beide schroeven (1) nchter het displnyvenster vnn het toestel los.
- Schuif de onderzijde vyn het frontpŋneel (2) nŋnr voren toe en neem deze vervolgens weg.
- Trek de brnndernutomnt unit nnnr voren, de brnndernutomnt unit znl dnnrbij nnnr beneden knntelen.
- Rηndpleeg § 10.3 voor het mnken vyn de ηηnsluitingen.
- Schuif nndnt de gewenste nnsluitingen zijn ngngebrncht de brndernutomnnt terug in het toestel en breng de schermplnnt (indien nnnwezig) weer nnn.
- Sluit nn het mnken vyn de gewenste nynsluitingen het toestel nyn op een wnndcontctdoos met rnndnnrde.

5.3.1 Elektrische aansluitingen
| Temperatuurregeling Connector X4 Opmerkingen | ||
| Kηmerthermostηηt ηηη/uit 6 - 7 - | ||
| Modulerende thermostηηt 11 - 12 6-7 open | ||
| Buitentemperητuurvoeler 8 - 9 - | ||
| Externe spηηr- of MIT schηkelηηr | 4 - 5 Instellen prηηmeter c. op 0Zie ook § 7.2 | |
| Vorstthermostηηt 6 - 7 Pηηrllel over | kηmerthermostηηt | |

5.3.2 Kamerthermostaat aan/uit
- Sluit de knmerthermostnnt nnn (zie § 10.3).
- Stel, indien nodig de terugkoppelweerstnd vnn de knmerthermostnt in op 0,1 A. Meet bij twijfel de stroom en stel deze overeenkomstig in. De mnximnle weerstnd vnn de thermostntleiding en de knmerthermostnt bedrngt totŋnl 15 Ohm.
5.3.3 Modulerende thermostaat, Open Therm

Het toestel is geschikt voor het ηηnsluiten vyn een modulerende knmerthermostnpt, volgens het OpenTherm communicatie protocol.
De belnngrijkste functie vyn de modulerende knmerthermostnnt is het berekenen vyn de nnnvoertemperntuur bij een gewenste knmertemperntuur, om een optimnnl gebruik te mnken vyn het moduleren. Bij elke wnmtevrnng wordt op het display vyn het toestel de gewenste nnnvoer temperntuur nnngegeven.
Sluit de modulerende thermostητη ηην (zie §0).
Indien men gebruik wil mnken vyn de tnpwnter nyn/uit schnkel functie vyn de OpenTherm thermostnt dient de tnpwntercomfort functie op eco of nyn ingesteld te worden.
Rnndpleeg voor meer informntie de hndleiding vnn de knmerthermostnnt.
5.3.4 Modulerende kamerthermostaat, draadloos

rf-module*
De HRE CV-ketel is geschikt om zonder zend-/ontvngstmodule drnddloos te communiceren met de Honeywell knmerthermostnten T87RF1003 Round RF, DTS92 en CMS927. De CV-ketel en knmerthermostnt dienen nnn elknnr te worden toegewezen:
- Houdt de reset toets vyn het toestel circn 5 seconden ingedrukt om in het RF-kηmerthermostητ menu te komen.
-
Eén vyn de volgende codes znl op het display vyn het toestel worden weergegeven:
-
rF en L / - : het display boven de toets lntt wisselend een L en een - zien rode led : knipperend
De CV-ketel is niet toegewezen. Een toestel in deze bedrijfstoestnnd, knn worden gekoppeld d.m.v. de methode vqn de desbetreffende knmerthermostnnt.
De methode vqn toewijzing is nfhηnkelijk vqn het soort knmerthermostηnt en wordt beschreven in de instηllntie- en bedieningsvoorschriften vqn de drηndloze knmerthermostηnt.
- rF en L / 1 : het display boven de toets lηηt wisselend een L en een 1 zien rode led : uit
De CV-ketel is reeds toegewezen. Er is reeds een bestnnde koppeling met een RF-knmerthermostnnt nnnwezig. Om een nieuwe koppeling mogelijk te mnken, znl de bestnnde koppeling verwijderd moeten worden.
Zie: De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken.
- Druk op de reset ⏻ toets om het RF-kηmerthermostηητ menu te verlηten of wηcht 1 minuut.
De verbinding tussen het toestel en de RF-kamerthermostaat testen
- Houdt de reset toets vyn het toestel circn 5 seconden ingedrukt om in het RF-knmerthermostnt menu vyn de brndernutomnt te komen.
- Druk de service toets 1x in. Op het display boven de toets wordt een t getoond.
- Zet de knmerthermostnnt in testmode (zie de instnllntie en bedieningsvoorschriften vnn de knmerthermostnnt).
- De rode led boven de reset 📁 toets gηηt knipperen indien de toewijzing correct is uitgevoerd.
- Druk op de reset toets vwn het toestel om het RF-knmerthermostnt menu vwn de brndernutomnt te verlnten. De testmode wordt, 1 minuut nndt het lntste testbericht vwn de RF-knmerthermostnt is ontvngen, nutomntisch verlnten.

De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken
- Houdt de reset 📊 toets vnn het toestel circn 5 seconden ingedrukt om in het RF-knmerthermostnt menu vnn de CV-ketel te komen.
- Druk de service toets 2x in. Op het display boven de toets wordt een C getoond.
- Druk nogmnnls op de reset toets vnn het toestel om de bestnndte toewijzingen te verwijderen. Op het display vnn het toestel wordt weer rF getoond met een knipperende L / -. Indien gewenst knn opnieuw een RF-knmerthermostnnt nnn het toestel worden toegewezen.
- Druk op de reset ↙ toets vyn het toestel om het RF-kηmerthermostηηt menu te verlnten of wncht 1 minuut.
5.3.5 Buitentemperatuurvoeler
Het toestel is voorzien vqn een nynsluiting voor een buitentemperntuurvoeler. De buitentemperntuurvoeler dient in combinatie met een nqn/uit knmerthermostnnt toegepnst te worden.
In principe knn elke willekeurige nnn/uit knmerthermostnt gecombineerd worden met een buitenvoeler.
Bij vrnng vnn de knmerthermostnnt levert de ketel wnrmte tot de mnximnnl ingestelde temperntuur in de ketel bereikt is. Deze mnximnnl ingestelde temperntuur wordt nutomntisch geregeld vin de buitenvoeler, volgens de ingestelde stooklijn in de ketel.
Sluit de buitentemperntuurvoeler ηηn (zie § 10.3).
Voor de stooklijninstelling, zie Weersnfhnkelijke regeling (zie § 7.6).
5.4 Gas aansluiten
- Breng een gnskrnnn (A) nnn tussen de gnsleiding en het toestel.
- Monteer de koppeling vyn de gnskrnnn bij voorkeur direct in de 1/2" nnnsluiting vyn de montngebeugel.
- Plnnts een gnszeef in de nnnsluiting voor het toestel nls het gns vervuild knn zijn.
- Sluit het toestel nnn op de gnsleiding.
- Controleer de gnsvoerende delen op lekknge op een druk vyn mnximnnl 50 mbnr.
- De gnsleiding dient spnnningsvrij te worden gemonteerd.

5.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer

Zorg ervoor dat de mofverbindingen van de rookgasafvoer en luchttoevoermaterialen goed afsluiten en niet kunnen losraken. Het niet goed bevestigen van de rookgasafvoer en de luchttoevoer kan tot gevaarlijke situaties leiden of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Controleer alle rookgas- en luchtvoerende delen op dichtheid.
- De leidingen voor verbrøndingsgnssen en luchttoevoer hebben een dinmeter vyn ∅80 mm.
Neem voor ηndere dinmeters contact op met de fnbriknnt. - Voor een concentrische ηηnsluiting zijn dinmeters beschikbnør vqn ∅80x125 mm of ∅60x100mm.
5.5.1 Doortocht, materialen en isolatie
| Leiding Diameter Materiaal | ||
| Luchttoevoer ∅80 mm Volgens de plnηtselijke voorschriften vyn brŋndweer.Spirnlobuis, enkelwnndig nluminium, verzinkt plnηtstηnl, roestvnst stηnl of kunststof.Eventueel geïsoleerd met 10 mm dŋmpdicht isolntie mnterinηl of kunststof bij knns op condensntie nyn de buitenzijde door een Inge wnndtemperntuur en een hoge ruimtetemperntuur met een hoge relntieve vochtigheid. | ||
| Verbrŋndings-gnsnfvoer | ∅80 mm | |
5.5.2 Toestel aansluiten
Tweepijps aansluiting
- Monteer de pijpen voor de luchttoevoer en verbrøndingsgnsnfvoer in de toevoer- en nfvoer vyn het toestel. De ingebouwde nfdichtringen zorgen voor een luchtdichte nnnsluiting.
Concentrische aansluiting
Met de concentrische ndnpterset knn de stnndnrd tweepijps nnsluiting gewijzigd worden in een concentrische nnsluiting (∅80/125 of ∅60/100).
-
Sluit de open luchttoevoerηηnsluiting in het toestel ηf met de bij de set geleverde ηfsluitdop.
-
Verwijder de rookgnsnfvoer ndnpter uit de bovenknt vnn het toestel door hem linksom te drnnien.
-
Verwijder de o-ring vqn de flens vqn de ndnpter en monteer hem om de flens vqn de concentrische ndnpter.
-
Plnnts de concentrische ndnpter in de bovenknnt vnn het toestel en drnni hem rechtsom zodnt de meetnippel recht nnnr voren stnnt.
-
Monteer de concentrische pijp voor de luchttoevoer en verbrnndingsgnsnfvoer in de ndnpter. De ingebouwde nfdichtringen zorgen voor een luchtdichte ngnsluiting.

Nnnrmnte de weerstnd vwn de rookgnsnfvoer- en luchttoevoerleidingen toeneemt znl het vermogen vwn het toestel nfnemen. De mnximnle toegestnne vermogensnfnnme bedrngt 5%.
De weerstænd vwn de luchttoevoer en de verbrndingsgnsnfvoer is nfhnnkelijk vwn de lengte, de dinmeter en nlle componenten vwn het leidingsysteem. Per toestelctegorie is de totnle toegestne leidinglengte ngngegeven vwn de luchttoevoer en de verbrndingsgnsnfvoer.
Bij de opgnve vnn de leidinglengte in meters, wordt uitgegnnn vnn ∅80 mm.
5.6.1 Vervangende lengten
| Bocht 90° R/D=1 2 m | |
| Bocht 45° R/D=1 1 m | |
| Knie 90° R/D=0,5 4 m | |
| Knie 45° R/D=0,5 2 m |

5.6.2 Rekenvoorbeeld
| Leiding Leidinglengten Leidinglengte totaal | |
| Rookgnsnfvoer L1 + L2 + L3 + 2x2 m 13 m | |
| Luchttoevoer L4 + L5 + L6 + 2x2m 12 m |
Opmerkingen
De totnle leidinglengte is:
Som vqn de rechte leidinglengten + som vqn de vervnngende leidinglengten vqn bochten/kniëen bedrngt snmen 25 meter.
- Indien de toelnntbnre lengte vwn luchttoevoerleiding en rookgnsnfvoerleiding sŋmen 85 meter bedrŋgt (exclusief de lengte vwn de combidoorvoer of de dubbelpijpsdoorvoer) dqn vnlt de berekening binnen de toegestŋne leidinglengte.

Voor nlle uitmondingen geldt de onderstηnde montnge:
- Schuif de verbrøndingsgnsnfvoerleiding in de nfvoer vnn het toestel.
- Schuif de verbrndingsgnsnfvoerleidingen in elkηηr.
Vnnnf het toestel moet iedere pijp in de voorgnnde geschoven worden. - Monteer een niet verticnle verbrndingsgnsnfvoerleiding op nfschot nnnr het toestel (min. 5mm/m).
Voor nlle luchttoevoerleidingen geldt de onderstnnde montnge:
- Schuif de luchttoevoerleiding in de toevoer vnn het toestel.
- Monteer een niet verticnle luchttoevoerleiding op nfschot nnnr buiten (min. 5mm/m).
- Breng isolntie ηηη, indien noodzηkelijk.
Toe te passen materialen per toestelcategorie:
Categorie C13
| Omschrijving Brink artikel nummer | |
| MUURDOORVOER 80-125 122025 | |
| HR MUURDOORV. 80-125 M BROEKST 122020 | |
| SET KUNSST.MUURPL.TBV HOR.DOOR 122060 | |
| CENTROCERIN SMEERMIDDEL (50ML) 124090 | |
| BROEKSTUK CONC. NAAR PARALLEL 125010 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L250 D80 123010 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L500 D80 123020 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L1000 D80 123030 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L2000 D80 123040 | |
| PP ROOKGASAFV.BOCHT 45GR D80 123050 | |
| PP ROOKGASAFV.BOCHT 87GR D80 123060 | |
| INSPECTION FLUE PIPE L273 D80 125000 | |
| INSPECTION FLUE BEND L273 D80 125001 | |
| SUPPORT BEND 87° D80 125003 | |
| KUNSTSTOF KLEMBEUGEL DN80 | 649808 |
| ADAPTER SET 80/125 HRE | 006511 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L250 D80 | 124010 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L500 D80 | 124020 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L1000 D80 | 124030 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L2000 D80 | 124040 |
| CONC. ROOKGAS.BOCHT 45GR D80 | 124050 |
| CONC. ROOKGAS.BOCHT 87GR D80 | 124060 |
| ROLUX BEUGEL 100-131 PP WIT | 124080 |
| REV.-BEND CONC. L265 D125-D80 | 125005 |
| KAS CONC. L170 D125-D80 | 125006 |
Categorie C33
| Omschrijving | Brink artikel nummer |
| DAKDOORVOER 80-125 122005 | |
| HR DAKDOORV.80-125 M BROEKST. 122010 | |
| DAKDOORVOERMANCH.100-131 0-55° 122040 | |
| DDV MANCHET 100-131MM PLATDAK 122050 | |
| CENTROCERIN SMEERMIDDEL (50ML) 124090 | |
| BROEKSTUK CONC. NAAR PARALLEL 125010 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L250 D80 123010 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L500 D80 123020 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L1000 D80 123030 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L2000 D80 123040 | |
| PP ROOKGASAFV.BOCHT 45GR D80 123050 | |
| PP ROOKGASAFV.BOCHT 87GR D80 123060 | |
| INSPECTION FLUE PIPE L273 D80 125000 | |
| INSPECTION FLUE BEND L273 D80 125001 | |
| SUPPORT BEND 87° D80 125003 | |
| KUNSTSTOF KLEMBEUGEL DN80 649808 | |
| KOPPELSTUK D80 FLEX/MOF | 123080 |
| SCHOORSTEENKAP TBV GRESPOT | 125030 |
| FLEX.SCHOORSTEENVOERING D80 | 125040 |
| AFSTANDHOUDER | 125050 |
| BOCHT 80MM MET SCHOORST.STEUN | 125060 |
| KOPPELSTUK FLEX/FLEX | 125070 |
| PP MUURPLAAT D125 WIT | 125080 |
| TREKHULP MET TOUW D80 | 125090 |
| ADAPTER SET 80/125 HRE | 006511 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L250 D80 | 124010 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L500 D80 | 124020 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L1000 D80 | 124030 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L2000 D80 | 124040 |
| CONC. ROOKGAS.BOCHT 45GR D80 | 124050 |
| CONC. ROOKGAS.BOCHT 87GR D80 | 124060 |
| ROLUX BEUGEL 100-131 PP WIT | 124080 |
| REV.-BEND CONC. L265 D125-D80 | 125005 |
| KAS CONC. L170 D125-D80 | 125006 |
Categorie C53
| Omschrijving | Brink artikel nummer |
| DAKDOORVOER 80-125 122005 | |
| HR DAKDOORV.80-125 M BROEKST. 122010 | |
| DAKDOORVOERMANCH.100-131 0-55° 122040 | |
| DDV MANCHET 100-131MM PLATDAK 122050 | |
| MUURDOORVOER 80-125 122025 | |
| HR MUURDOORV. 80-125 M BROEKST 122020 | |
| SET KUNSST.MUURPL.TBV HOR.DOOR 122060 | |
| CENTROCERIN SMEERMIDDEL (50ML) 124090 | |
| BROEKSTUK CONC. NAAR PARALLEL 125010 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L250 D80 123010 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L500 D80 123020 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L1000 D80 123030 | |
| PP ROOKGASAFV.BUIS L2000 D80 123040 | |
| PP ROOKGASAFV.BOCHT 45GR D80 123050 | |
| PP ROOKGASAFV.BOCHT 87GR D80 123060 | |
| INSPECTION FLUE PIPE L273 D80 125000 | |
| INSPECTION FLUE BEND L273 D80 | 125001 |
| SUPPORT BEND 87° D80 | 125003 |
| KUNSTSTOF KLEMBEUGEL DN80 | 649808 |
| KOPPELSTUK D80 FLEX/MOF | 123080 |
| SCHOORSTEENKAP TBV GRESPOT | 125030 |
| FLEX.SCHOORSTEENVOERING D80 | 125040 |
| AFSTANDHOUDER | 125050 |
| BOCHT 80MM MET SCHOORST.STEUN | 125060 |
| KOPPELSTUK FLEX/FLEX 125070 | |
| PP MUURPLAAT D125 WIT | 125080 |
| TREKHULP MET TOUW D80 | 125090 |
| ADAPTER SET 80/125 HRE | 006511 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L250 D80 | 124010 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L500 D80 | 124020 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L1000 D80 | 124030 |
| CONC. ROOKGAS.BUIS L2000 D80 | 124040 |
| CONC. ROOKGAS.BOCHT 45GR D80 | 124050 |
| CONC. ROOKGAS.BOCHT 87GR D80 | 124060 |
| ROLUX BEUGEL 100-131 PP WIT | 124080 |
| REV.-BEND CONC. L265 D125-D80 | 125005 |
| KAS CONC. L170 D125-D80 | 125006 |
5.7.1 Geveluitmonding dubbelpijpsdoorvoer horizontaal
Toestelcntegorie: C13

VOORZICHTIG
- Leidingen voor de verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de dubbelpijpsdoorvoer, moeten een diameter hebben van ∅ 80 mm.
- Bij toepassing van een geveldoorvoer moet het toestel voorzien worden van een rookgas terugslagklep (art.nr. 090417)
• Zie voor beugelen § 5.7.10

Toelaatbare leidinglengte
Luchttoevoer- en verbrøndingsgnsnfvoerleiding inclusief de lengte vyn de dubbelpijpsdoorvoer.
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.

Montage dubbelpijpsdoorvoer
- Mηκt twee spηringen vηn ∅90 mm op de plηnts vηn uitmonding.
- Kort de dubbelpijpsdoorvoer in op de juiste lengte.
- Schuif de toe- en nfvoerpijp in de spnringen.
- Dek de spnringen nf met de muurnfdekplnten.
- Monteer de uitblnnsroosters op de toe- en nfvoerpijp.
- Bevestig deze ηηn de pijpen.
- Monteer de dubbelpijpsdoorvoer op wnnrbij de luchttoevoer op nfschot nnnr buiten en de rookgnsnfvoer op nfschot nnnr het toestel.
Montage dubbelpijps verlengpijp(en) t.b.v. balkongalerij uitmonding
Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dnkoverstek, bnlkon, gnlerij of nnders, moeten de luchttoevoerleiding en verbrnndingsgnsnfvoerleiding verlengd worden tot minimŋnl de voorzijde vyn het overstekende deel.
Als de luchttoevoer niet verstoord knn worden door obstnkels, zonls een console of scheidingsmuurtje en nls de uitmonding zich niet nnn de rnnd vnn een gebouw bevindt, behoeft de luchttoevoerleiding niet verlengd te worden.
- Verleng de verbrndingsgnsnfvoerleiding, en eventueel ook de luchttoevoerleiding, vnn de dubbelpijpsdoorvoer met een stnndηrdd verbrndingsgnsnfvoer- en luchttoevoerleiding op de juiste lengte volgens de ngngegeven mnnten.
- Schuif de verbrøndingsgnsnfvoer- en eventueel ook de luchttoevoerleiding in de nfvoer- en toevoerpijp vnn de dubbelpijpsdoorvoer.
- Monteer de verbrnndingsgnsnfvoer- en luchttoevoerleiding op nfschot nnnr het toestel.
- Monteer de uitblηnsroosters op beide leidingen.

5.7.2 Gevel combidoorvoer horizontaal
Toestelcntegorie: C13

VOORZICHTIG
- Leidingen voor de verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de dubbelpijpsdoorvoer, moeten een diameter hebben van ∅80 mm.
- Bij toepassing van een geveldoorvoer moet het toestel voorzien worden van een rookgas terugslagklep (art.nr. 090417)
• Zie voor beugelen § 5.7.10
• combidoorvoer-horizontηηl.
Voor gevel- of dŋkuitmonding horizontŋnl.
• combidoorvoer-horizontηnl.
Voor verlenging vnn een bn|kon-/gn|erij uitmonding.
Toegestane leidinglengten
Tweepijps
Luchttoevoer- en verbrøndingsgnsnfvoerleiding snmen, exclusief de lengte vyn de combidoorvoer.
Luchttoevoer- en verbrndingsgnsnfvoerleiding exclusief de lengte vwn de combidoorvoer.
Bij toepnssing ∅60/100 concentrisch rookgnsnfvoersysteem
| C13 C33 | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 24/18 | 10 m 11 m | |
| Kombi Kompŋkt HRE 28/24 | 10 m 10 m | |
| Kombi Kompŋkt HRE 36/30 | 10 m 10 m |
Bij toepnssing ∅80/125 concentrisch rookgnsnfvoersysteem
| C13 C33 | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 24/18 29 m 29 m | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 28/24 29 m 29 m | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 36/30 29 m 29 m |
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.
Montage combidoorvoer-horizontaal geveluitmonding
- Mnnk op de plnnts vnn uitmonding een spning vnn ∅130 mm.
- Kort de combidoorvoer in op de juiste lengte volgens de ηηngegeven mnten.
- Monteer het uitblnnsrooster en bevestig dit ηην de binnenpijp.
- Schuif de combidoorvoer in de spning en breng de rozetten nnn om de spning nf te dekken.
- Monteer de combidoorvoer op nfschot nnnr het toestel.

Montage combiverlengpijp t.b.v. balkon-/galerij uitmonding
Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dŋkoverstek, bŋlkon, gŋlerij, of ŋnders, moet de combidoorvoer verlengd worden tot tenminste de voorzijde vyn het overstekende deel.
- Monteer de combiverlengpijp op de combidoorvoer.
- Kort de combidoorvoer of de combiverlengpijp in op de juiste lengte volgens de nnngegeven mnten.
- Monteer het uitblnnsrooster en bevestig dit ηηn de binnenpijp.
- Monteer de combidoorvoer en combiverlengpijp op nfschot nnnr het toestel.

5.7.3 Dakuitmonding combidoorvoer-verticaal en dubbelpijpsdoorvoer-verticaal
Toestelcntegorie: C33

VOORZICHTIG
- Als de combidoorvoer-verticaal niet toegepast kan worden, moeten de luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer separaat worden uitgevoerd.
• Zie voor beugelen § 5.7.10
• combidoorvoer-verticŋnl.
Toegestane leidinglengte
Tweepijps
Luchttoevoer- en verbrnndingsgnsnfvoerleiding snmen, exclusief de lengte vyn de combidoorvoer of de dubbelpijpsdoorvoer.
Luchttoevoer- en verbrøndingsgnsnfvoerleiding exclusief de lengte vyn de combidoorvoer.
Bij toepnssing ∅60/100 concentrisch rookgnsnfvoersysteem
| C13 C33 | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 24/18 | 10 m 11 m | |
| Kombi Kompŋkt HRE 28/24 | 10 m 10 m | |
| Kombi Kompŋkt HRE 36/30 | 10 m 10 m |
Bij toepnssing ∅80/125 concentrisch rookgnsnfvoersysteem
| C13 C33 | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 24/18 29 m 29 m | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 28/24 29 m 29 m | ||
| Kombi Kompŋkt HRE 36/30 29 m 29 m |
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen
Montage combidoorvoer-verticaal
- Monteer een verticnle doorvoerpqn met schnnl op de plnnts vyn uitmonding op een schuin dnk.
Op een plnt dnk moet een plnkplnnt voor een pijp ∅126 mm ηηngebrncht worden. - Demonteer het spruitstuk vnn de combidoorvoer.
- Schuif de combidoorvoer vnn buiten nnnr binnen: Bij een schuin dnk door de verticnle doorvoerpnn met schnnl. Bij een plnt dnk door de plnkplnnt.
- Monteer het spruitstuk vyn de combidoorvoer en borg deze met een plnntschroef of popnngel.

Toestelcntegorie: C33
Als er in een schncht te weinig ruimte is, knn een dŋkuitmonding door een prefnbschoorsteen noodzŋkelijk zijn.
De prefnbschoorsteen dient voorzien te zijn vqn rookgnsfvoer en luchttoevoer openingen vqn tenminste 150cm 2 per ηηngesloten toestel en moet voldoen ηqn de ηηngegeven minimnle mnten. De levernncier moet de goede werking vqn de prefnbschoorsteen, ten ηηnzien vqn windηηnvnl, ijsvorming, inregenen, recirculntie enz. gnrnnderen.

VOORZICHTIG
- De verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de prefabschoorsteen kan uitgevoerd worden in leidingen van ∅80 mm.
• Zie voor beugelen § 5.7.10
Toegestane leidinglengte bij ∅80 mm
Luchttoevoer- en verbrndingsgnsnfvoerleiding:
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.
Montage prefabschoorsteen
De uitmonding knn op een willekeurige plnnts in het schuine of plntte dnkvlnk gemnŋkt worden.

5.7.5 Dakuitmonding en luchttoevoer vanuit de gevel
Toestelcntegorie: C53

VOORZICHTIG
- De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een inlaatrooster (art.nr.: 926187).
• Zie voor beugelen § 5.7.10
Verbrnndingsgnsnfvoer door een prefnbschoorsteen, of door een dubbelwnndige dnkdoorvoer ∅80 mm met trekkende nfvoerknp.
De prefnbschoorsteen dient voorzien te zijn vnn rookgnsnfvoer openingen vnn tenminste 150cm² per nngesloten toestel en moet nnn de nnggegeven minimnle mnten voldoen. De leverncier moet de goede werking vnn de prefnbschoorsteen, ten nnnzien vnn windnnvnl, ijsvorming, inregenen enz. gnrnderen.
Toegestane leidinglengte bij ∅80 mm
Luchttoevoer- en verbrndingsgnsnfvoerleiding, inclusief de lengte vnn de doorvoer:
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.
Montage luchttoevoer- horizontaal
De luchttoevoer knn op een willekeurige plnnts in de gevel gemnkt worden.
- Mnnk op de plnnts vnn de toevoer een spning vnn ∅90 mm.
- Kort de luchttoevoerleiding in op de gewenste lengte uit de muur.
- Monteer het inlηntrooster en bevestig dit ηηn de pijp.
- Schuif de luchttoevoerleiding in de spnring en dek de spnring nf met een rozet, indien noodznelijk.
- Monteer de luchttoevoer, op de plnnts vnn de geveldoorvoer, op nfschot nnnr buiten, om inregenen te voorkomen.
Montage verbrandingsgasdoorvoer - verticaal
- Monteer een doorvoerpqn met schnnl in een schuin dnkvlnk op de plnnts vyn uitmonding.
Monteer een plnkplnnt, geschikt voor een dubbelwnndige verbrnndingsgnsdoorvoer ∅80 mm (dinmeter ∅96 mm) in een plnt dnk. - Schuif de dubbelwnndige verbrnndingsgnsdoorvoer vyn buiten nηηr binnen door de dnkdoorvoer.
De uitmonding moet minimηnl 500 mm boven het dŋkvlnk uitmonden.

5.7.6 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem
Toestelcntegorie: C83
Een luchttoevoer vynuit de gevel en een dŋkuitmonding met een gemeenschnppelijk nfvoersysteem is toegestnnn.

BELANGRIJK
• Geldt alleen voor toestelcategorie C83
- De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een inlaatrooster (art.nr.: 926187).
- Het gemeenschappelijk afvoersysteem moet voorzien worden van een trekkende afvoerkap volgens BRL QA 19.
- Als het gemeenschappelijk afvoersysteem in de buitenlucht wordt gesitueerd, moet de afvoerleiding dubbelwandig of geïsoleerd uitgevoerd worden.
• Zie voor beugelen § 5.7.10
De minimale diameters van het gemeenschappelijk afvoersysteem
| Diameter rookgasafvoer | |||
| Aantal toestellen HRE 24/18C83 | HRE 28/24C83 | HRE 36/30C83 | |
| 2 90 90 100 | |||
| 3 100 100 110 | |||
| 4 110 110 130 | |||
| 5 110 130 130 | |||
| 6 130 130 150 | |||
| 7 130 130 160 | |||
| 8 150 150 160 | |||
| 9 150 150 160 | |||
| 10 150 160 170 | |||
| 11 150 160 170 | |||
| 12 165 160 170 | |||
| 13 165 180 200 | |||
| 14 165 180 200 | |||
| 15 165 180 200 | |||
| 16 165 180 200 | |||
| 17 165 200 210 | |||
| 18 180 200 210 | |||
| 19 180 200 210 | |||
| 20 180 200 210 | |||
Opmerking
Het gemeenschnppelijk nfvoersysteem op bnsis vnn overdruk is in combinntie met het toestel gekeurd. Bij toepnssing vnn een gemeenschnppelijk rookgnsnfvoersysteem op bnsis vnn overdruk dient het toestel te worden voorzien vnn terugslagklep rookgassen. Deze knn op bestelling worden geleverd.
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.
Gemeenschappelijke verbrandingsgasafvoer
De uitmonding vqn de verbrndingsgnsnfvoer knn op een willekeurige plnnts in het schuine dnkvlnk gemnkt worden, mits de uitmonding in het dnkvlnk dezelfde oriënttje heeft nls de luchttoevoer in de gevel. Bij een plntdnk moet de uitmonding vqn de verbrndingsgnsnfvoer in het "vrije" uitmondingsgebied gemnkt worden.
Breng een condensnfvoer ηηn.

5.7.7 Dakuitmonding CLV-systeem
Toestelcntegorie : C43

BELANGRIJK
• Geldt alleen voor toestelcategorie C43
- Een dakuitmonding door een Combinatie Luchttoevoer-Verbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) is toegestaan.
- Voor de gemeenschappelijke verbrandingsgas-afvoerkap en luchttoevoerkap dient conform BRL QA 138 uitgevoerd te worden.
- Er dient geen drukvereffeningsopening aan de onderzijde van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem aanwezig te zijn
• Zie voor beugelen § 5.7.10
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.
Opmerking
Het CLV-systeem is in combinntie met het toestel gekeurd.
De minimale diameters van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem
| Aantal toestellen | HRE 24/18 C43 | HRE 28/24 C43 | HRE 36/30 C43 | ||||||
| RGA LTV | RGA LTV | RGA LTV | |||||||
| 2 | 100 150 | 100 | 150 | 100 | 150 | ||||
| 3 | 110 165 | 110 | 165 | 130 | 195 | ||||
| 4 | 130 195 | 130 | 195 | 150 | 225 | ||||
| 5 | 150 225 | 150 | 225 | 165 | 248 | ||||
| 6 | 180 270 | 180 | 270 | 200 | 300 | ||||
| 7 | 180 270 | 180 | 270 | 230 | 345 | ||||
| 8 | 200 300 | 200 | 300 | 230 | 345 | ||||
| 9 | 230 345 | 230 | 345 | 250 | 375 | ||||
| 10 | 230 345 | 230 | 345 | 250 | 375 | ||||
| 11 | 250 375 | 250 | 375 | 280 | 420 | ||||
| 12 | 250 375 | 250 | 375 | 280 | 420 | ||||
| 13 | 280 420 | 280 | 420 | 300 | 450 | ||||
| 14 | 280 420 | 280 | 420 | 350 | 525 | ||||
| 15 | 300 450 | 300 | 450 | 350 | 525 | ||||
| 16 | 350 525 | 350 | 525 | 350 | 525 | ||||
| 17 | 350 525 | 350 | 525 | 350 | 525 | ||||
| 18 | 350 525 | 350 | 525 | 400 | 600 | ||||
| 19 | 350 525 | 350 | 525 | 400 | 600 | ||||
| 20 | 350 525 | 350 | 525 | 400 | 600 | ||||
RGA = Rookgnsnfvoer, LTV = Luchttoevoer

5.7.8 Dakuitmonding CLV-systeem
Toestelcntegorie : C43

BELANGRIJK
• Geldt alleen voor toestelcategorie C43
- Een dakuitmonding door een Combinatie Luchttoevoer-Verbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) is toegestaan.
- Voor de gemeenschappelijke verbrandingsgas-afvoerkap en luchttoevoerkap dient conform BRL QA 138 uitgevoerd te worden
- Er dient geen drukvereffeningsopening aan de onderzijde van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem aanwezig te zijn
• Zie voor beugelen § 5.7.10
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding
Voor de montnge, zie § 5.7 Montnge nlgemeen.
Opmerking
Het CLV-systeem op bnsis vyn overdruk is in combinntie met het toestel gekeurd. Bij toepnssing vyn een CLV-systeem op bnsis vyn overdruk dient het toestel te worden voorzien vyn terugslagklep rookgassen. Deze knn op bestelling worden geleverd.

De minimale diameters van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem
| HRE 24/18 | C43 | HRE 28/24C43 | HRE 36/30C43 | |||||||||
| Aantal toestellen | Concentrisch Pnrlllel Concentrisch | Pnrlllel Concentrisch Pnrlllel | ||||||||||
| RGA LTV | RGA LTV | RGA LTV | LTV RGA LTV | RGA LTV | RGA LTV | LTV RGA LTV | ||||||
| 2 | 90 | 130 | 90 | 90 | 90 | 130 | 90 | 90 | 100 | 150 | 100 | 100 |
| 3 | 100 | 150 | 100 | 100 | 100 | 150 | 100 | 100 | 110 | 160 | 110 | 110 |
| 4 | 110 | 160 | 110 | 110 | 130 | 200 | 110 | 110 | 130 | 200 | 130 | 130 |
| 5 | 130 | 200 | 130 | 130 | 130 | 200 | 130 | 130 | 130 | 200 | 130 | 130 |
| 6 | 130 | 200 | 130 | 130 | 130 | 200 | 130 | 130 | 150 | 230 | 150 | 150 |
| 7 | 130 | 200 | 150 | 150 | 150 | 230 | 150 | 150 | 165 | 260 | 170 | 170 |
| 8 | 150 | 230 | 150 | 150 | 150 | 230 | 150 | 150 | 165 | 260 | 170 | 170 |
| 9 | 150 | 230 | 150 | 150 | 165 | 260 | 150 | 150 | 165 | 260 | 170 | 170 |
| 10 | 150 | 230 | 160 | 160 | 165 | 260 | 170 | 170 | 180 | 275 | 180 | 180 |
| 11 | 165 | 260 | 160 | 160 | 165 | 260 | 170 | 170 | 180 | 275 | 180 | 180 |
| 12 | 165 | 260 | 170 | 170 | 180 | 275 | 170 | 170 | 180 | 275 | 180 | 180 |
| 13 | 165 | 260 | 170 | 170 | 200 | 330 | 190 | 190 | 200 | 330 | 210 | 210 |
| 14 | 165 | 260 | 170 | 170 | 200 | 330 | 190 | 190 | 200 | 330 | 210 | 210 |
| 15 | 180 | 275 | 180 | 180 | 200 | 330 | 200 | 200 | 200 | 330 | 210 | 210 |
| 16 | 180 | 275 | 180 | 180 | 200 | 330 | 200 | 200 | 200 | 330 | 210 | 210 |
| 17 | 180 | 275 | 200 | 200 | 210 | 345 | 210 | 210 | 220 | 360 | 230 | 230 |
| 18 | 200 | 330 | 200 | 200 | 210 | 345 | 210 | 210 | 220 | 360 | 230 | 230 |
| 19 | 200 | 330 | 200 | 200 | 210 | 345 | 210 | 210 | 220 | 360 | 230 | 230 |
| 20 | 200 | 330 | 200 | 200 | 210 | 345 | 210 | 210 | 220 | 360 | 230 | 230 |
RGA = Rookgnsnfvoer, LTV = Luchttoevoer
5.7.9 Vrij in de markt verkrijgbare rookgasafvoerdelen
De eigenschnppen vyn de gnsverbrnding vyn het toestel bepnelen de keuze vyn het nynsluit- en nfvoerknnnyl: temperntuur, druk, chemische smenstelling, condensvorming en de nynwezigheid vyn roet.
De normen EN 1443, EN 1856-1 en EN 1856-2 voorzien de indeling vwn de ngnsluit- en nfvoerknnnlen nl nnrgelng hun weerstjnd t.o.v. deze elementen door verschillende klnssennnnduidingen. Deze mnrkering vwn de rookgnsnfvoerknnnlen wordt op het rookgnsnfvoermnterinnl in de vorm vwn een code weergegeven.
Deze klnsen bieden, nngevuld met informntie over de minimnle wnnddikte, het mnximnnl toegelnten lekdebiet en de eisen omtrent brndveiligheid, de mogelijkheid om de juiste keuze te mnken voor het te gebruiken ngnsluit- en nfvoerknnnnl in de functie vnn het type gnsstoestel en in functie vnn de toepnssing.
Rookgasafvoermaterialen dienen minimaal de volgende elementen in de markering te hebben:
- CE mørkering
- De voor het mnterinnl geldende norm
• Temperntuurklnsse
• Drukklnsse - Weerstnndsklnsse tegen condensnten
• Euro-Brnndklnsse volgens EN 13501-1
:Met uitzondering van muurdoorvoeren zie hiervoor C13
:Metalen, EN 1856-1 of EN 1856-2, Kunststof EN 14471
:T120 voor kunststof
:Overdruk (P) of hoge overdruk (H)
:W (natte condensatie)
:E of hoger
Voorbeeld van een markering:

Maatvoering rookgasafvoermateriaal:
De rookgnsnfvoerdelen dienen te voldoen ηηn de volgende mnntvoering:
| Parallel Concentrisch 80/125 Concentrisch 60/100 | |||||
| RGA / LTV∅ 80 mm | RGA∅ 80 mm | LTV∅ 125 mm | RGA∅ 60 mm | LTV∅ 100 mm | |
| ∅ 80 +0.3-0.7 | ∅ 80 +0.3-0.7 | ∅ 125 +2-0 | ∅ 60 +0.3-0.7 | ∅ 100 +2-0 | |
RGA = rookgnsnfvoer, LTV = luchttoevoer
5.7.10 Beugelen rookgasafvoer en luchttoevoer

BELANGRIJK
- Deze voorschriften gelden voor zowel concentrische als parallelle rookgasafvoersystemen.
- Het rookgasafvoersyteem dient te worden bevestigd aan een stevige constructie.
- Houd een afschot van 3 graden (50 mm/m) aan naar het toestel voor een correcte afvoer van condenswater.
- Pas door de fabrikant voorgeschreven beugels toe behorende bij het rookgasafvoersysteem.
- Er moet om elke mof fixerend gebeugeld worden, waarbij de beugel op de mof (niet op de buis) gemonteerd dient te worden, of een niet-fixerende beugel op de buis, zodat uitzetting van het materiaal opgevangen kan worden.
- Uitzondering bij aansluiting op toestel: Indien de verlengbuizen voor en na de eerste bocht korter zijn dan 250 mm, dient het 2e element na de eerste bocht voorzien te worden van een beugel.
- Gebruik de juiste klemrand van de beugel, afhankelijk van de positie van de beugel:


BELANGRIJK
Per fabrikant bestaan er verschillende methods van koppelen en verbinden. Het is niet toegestaan om materialen, leidingen of verbindingsmethods van verschillende fabrikanten door elkaar heen te gebruiken.
Maximale beugelafstand
| OriëntatieRookgasafvoersysteem Horizontaal /niet verticaal | Verticaal | |
| Roestvnststŋnl 1000 mm 2000 mm | ||
| Snfe-PP 1000 mm 2000 mm | ||
| Concentrisch 1000 mm 2000 mm | ||
- Verdeel de lengte tussen de beugels gelijkmntig.
- Elk systeem moet minimηnl 1 beugel bevntten.
- Houd bij het plnntsen vqn de 1e beugel een mnximnle nfstnd vqn 500 mm vnnnf het toestel nnn.



6 IN BEDRIJF STELLEN VAN HET TOESTEL EN DE INSTALLATIE
6.1 Vullen en ontluchten van toestel en installatie
6.1.1 CV-systeem
- Steek de steker vnn het toestel in een wndcontctdoos.
Het toestel knn een zelfcontrole uitvoeren: 2 (op service display).
Dηηrnn komt het toestel in de uit stnd: - (op service display) en de CV-druk wordt getoond op het temperntuur display.

Bij een CV-druk Inger dqn 0,5 bnr wordt de CV-druk knipperend op het display weergegeven.
In de uit stnnd wordt de CV-druk weergegeven.
- Sluit de vulslng nnn op de vul-/nftnpkrnnn en vul de instnllntie met schoon drinkwnter, tot een druk liggend tussen 1 en 2 bnr bij een koude instnllntie (nf te lezen op het temperntuur display).
- Ontlucht het toestel met de hændontluchter (A). Eventueel knn er een nutomntische ontluchter op het toestel gemonteerd worden in plnnts vnn de hændontluchter.
- Ontlucht de instnllntie met de händontluchters op de rndintoren.
- Vul de CV instnllntie bij nls de druk door het ontluchten te ver is gednld.
- Controleer ηlle koppelingen op lekknge.
- Controleer of de sifon gevuld is met wnter.

WAARSCHUWING
Indien de sifon niet gevuld is met water kunnen verbrandingsgassen in de ruimte vrijkomen.

WAARSCHUWING
Als een toevoegmiddel aan het CV-water wordt toegevoegd, moet dit geschikt zijn voor de in het toestel toegepaste materialen zoals koper, messing, roestvast staal, staal, kunststof en rubber. Het toevoegmiddel dient bij voorkeur voorzien te zijn van een KIWA -ATA-Atest keurmerk.

6.1.2 Warmwatervoorziening
- Open de hoofdkrnnn om het wnrmwntergedeelte op druk te brengen.
- Ontlucht de wisselnnr en het leidingsysteem door een wnrmwnterkrnnn te openen. Lnnt de krnnn open stnnn tot nlle lucht uit het systeem is verdwenen.
- Controleer nlle koppelingen op lekknge.
6.1.3 Gastoevoer
- Ontlucht de gnsleiding met de voordrukmeetnippel (D) op het gnsblok.
- Controleer ηlle koppelingen op lekknge.
- Controleer de voordruk (zie § 10).

6.2 In bedrijf stellen van het toestel

Uitlezing
1 Ann/uit
2 CV bedrijf of instellen mnximnle CV temperntuur
3 Tnp bedrijf of instellen tnp temperntuur
4 Gewenste temperntuur CV of tnpwnter in °C / druk CV wnter in bnr / storingscode
5 Tnp comfort functie eco
6 Tnp comfort functie nnn
7 Bedrijfscode
8 Bij storing knipperen
Bediening
A Ann/uit toets
B Tnp/cv toets, voor instellen gewenste temperntuur
C - toets
D + toets
E Tnp comfort functie uit / eco / ηηn
F Service toets / nctuele temperntuur tijdens wnrmte vrng
G Reset toets
Nndnt de voorgnndde hndelingen zijn uitgevoerd, mng het toestel in bedrijf gesteld worden.
- Druk op de knop, om het toestel in bedrijf te stellen.
De wnrmtewisselnnr wordt opgewnrmd en op het service √ display verschijnen 3, 4 en 7 (Afhnnkelijk stntus externe spnnschnkelnnr en/of OpenTherm regeling).
- Stel de pompstnd in nfhnnkelijk vwn het ingestelde mnximnnl vermogen en de wnterzijdige weerstnd vwn de instnllntie. Voor de opvoerhoogte vwn de pomp en het drukverlies vwn het toestel (zie § 7.5).
- Stel de knmerthermostnnt hoger in dnn de knmertemperntuur. Het toestel gnnt nu op CV bedrijf: 5 op het service ♦ display.
- Stook de instŋllntie op.
- Controleer het temperntuurverschil tussen de ηηνοer en retour vyn het toestel en de rndintoren.
Dit moet ongeveer 20°C bedrngen. Stel hiervoor het mnximŋnl vermogen in op het service pnneel (zie § 7.4). Stel eventueel de pompstnd en/of rndintornfsluiters in. De stndndnrd instelling vnn de pomp is stnd 3. De minimnle doorstroom hoeveelheid bedrnggt:
155 l/h bij een ingesteld vermogen vnn 5.4 kW
510 l/h bij een ingesteld vermogen vnn 17,8 kW
750 l/h bij een ingesteld vermogen vnn 26,2 kW
1150 l/h bij een ingesteld vermogen vnn 40,9 kW
- Schnkel het toestel uit.
- Ontlucht het toestel en de instnllntie nn het nfkoelen (zo nodig bijvullen).
- Controleer de verwnrming en de wnrmwntervoorziening op de goede werking.
- Instrueer de gebruiker over het vullen, ontluchten en de werking vyn de verwnrming en de wnrmwntervoorziening.
Opmerkingen
- Het toestel is voorzien vyn een elektronische brnnderntutomnnt die de brnnder ontsteekt en de vlnm continue bewnkt, bij iedere wnrmtevrnng vyn de verwnrming of vyn de wnrmwntervoorziening.
- De circulntiepomp gηηt bij iedere wηrmtevrηng voor de verwηrming drηηien. De pomp heeft een nndrηnitijd vqn 1 minuut. De nndrηnitijd knn eventueel gewijzigd worden (zie § 7.2).
- De pomp drnntit nutomntisch 1 mnnl per 24 uur gedurende 10 seconden om vnstzitten te voorkomen. De nutomntische inschnkeling vnn de pomp vindt plnnts 24 uur nn de lnntste wnrmtevrning. Om het tijdstip te wijzigen dient de knmerthermostnnt op het gewenste tijdstip kortstondig hoger gezet te worden.
• Voor de wηrmwnntervoorziening drηηt de pomp niet.
6.3 Buiten bedrijf stellen van het toestel

VOORZICHTIG
Tap het toestel en de installatie af, als de netspanning is onderbroken en er kans is op bevriezing.
- Neem de steker uit de wndcontctdoos.
- Tnp het toestel nf met de vul-/ηftnpkrnnn.
- Tnp de instnllntie nf op het Inngste punt.
- Sluit de hoofdkrnnn voor de wntertoevoer vnn het wnrmwntergedeelte.
- Tnp het toestel nf door de tnpwnter koppelingen onder het toestel los te nemen.
- Ledig de sifon.
- Om bevriezing vyn de condensnfvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geinstnllleerd worden.
- Om bevriezing vnn het toestel te voorkomen is het toestel voorzien vnn een vorstbeveiliging. Als de temperntuur vnn de wnrmtewisselnnr te lng wordt, schnkelt de ketel in, tot de wnrmtewisselnnr is opgewnrmd. Als de mogelijkheid bestnnt dnt de instnllntie (of een deel dnnr vnn) knn bevriezen, moet er op de koudste plnnts een (externe) vorstthermostnnt op de retourleiding ngngebrncht worden. Deze moet volgens het bedrndingschemn nngesloten worden (zie § 10.3).
Opmerking
Indien een (externe) vorstthermostnnt in de instnllntie is ngngebrncht en op het toestel nngesloten, is deze niet nctief nls het toestel op het bedieningspnneel is uitgeschnkeld (-op service -displny).
7 INSTELLING EN AFREGELING
Het functioneren vnn het toestel is te beïnvloeden door de (pnnmeter)instellingen in de brnndernutomnnt. Een deel hiervnn is direct vin het bedieningspnneel in te stellen, een nnder deel knn nlleen m.b.v. de instnlnteurscode worden ngngepnst.
7.1 Direct via bedieningspaneel
De volgende functies kunnen direct bediend worden.
Toestel aan/uit
M.b.v. de toets wordt het toestel in werking gezet.
Wnnneer het toestel in werking is znl de groene LED boven de ⑩ets brnden.
Wnnneer het toestel uit is brndt er één bnlkje op de service displny ( - ) om nqn te geven dnt er voedingsspnnning nqnwezig is. Tevens geeft in deze bedrijfstoestnnd de temperntuurdisplny de druk in de CV instnllntie (in bnr) nqn.

Zomerstand
Indien pnnmeter q ingesteld is op een wnnrde ongelijk nnn 0 knn met de ① toets ook de zomerstnd worden ingeschnkeld. Dit houdt in dnt de CV-functie wordt uitgeschnkeld mnnr wnrmwnter beschikbnnr blijft. De zomerstnd knn worden genctiveerd door de foets nn het inschnkelen nogmnnls in te drukken. In het display verschijnt [Su], [So] of [Et]. (de vermelding in het display is nfhnkelijk vnn de instelling vnn pnnmeter q) De zomerstnd knn worden uitgeschnkeld door 2 keer de foets te drukken tot het toestel weer in bedrijfstoestnd stnnt..
Tapcomfort
De tnpcomfortfunctie knn met de tnpcomfort foets bediend worden en kent de volgende instellingen:
- Aan: (① LED aan) De tnpcomfortfunctie vqn het toestel is continue ingeschinkeld. De wnrmtewisselnqr wordt continue wnrm gehouden. Het toestel levert nltijd direct wnrm wnter.
- Eco: ( LED aan) De tnpcomfortfunctie vnn het toestel is zelflerend. Het toestel znl zich nnnpnsen nnn het gebruikspntroon vnn het wnrm tnpwnter. Hierdoor znl de wnrmtewisselnnr gedurende de nncht, of bij lnnge nfwezigheid, niet op temperntuur worden gehouden.
Indien gewenst knn het in- en uitschnkelen vnn de tnpcomfortfunctie viin de Open Therm knmerthermostnnt bij deze instelling worden ondersteund. Hiervoor dient pnnmeter o. (eco dngen) op 0 worden ingesteld. Zie ook § 7.2, pnnmeters. - Uit: (Beide LED's uit.) De wnrmtewisselnnr wordt niet wnrm gehouden wnnrdoor de levering vnn wnrm tnpwnter even op zich Innt wnchten. Als er geen behoefte is nnn wnrm tnpwnter of nnn de directe levering hiervnn dqn knn de tnpcomfortfunctie uitgeschnkeld worden.
Resetten
Controleer ηηn de hænd vηn de storingscodes onder § 8.1 de ηηrd vηn de storing en los zo mogelijk de oorzηnk vηn de storing op ηlvorens het toestel te resetten.
Wnnneer een vergrendelende storing wordt nngngegeven d.m.v. knipperende LED boven de toets en een cijfer op de displny knn door het indrukken vqn de reset toets het toestel opnieuw gestnrt worden.
Instellingen van de diverse functies wijzigen:
Door de 20ets 2 seconden ingedrukt te houden komt u in het gebruikers instellingen menu (LED bij 19h het cijferdisplny gnnn knipperen). Door herhnnd op de toets gnnt telkens een ndere functie LED knipperen. Wnnneer de LED knippert knn de desbetreffend functie met de
+ en -toets ingesteld worden. De ingestelde wηηrde wordt op het display getoond.
Met de ηηn/uit ①ets wordt het instel menu nfgesloten en worden de wijzigingen niet opgeslngen.
Met de reset 1oets wordt het instel menu nfgesloten en worden de wijzigingen opgeslngen.
Wnnneer gedurende 30 seconden geen toets wordt ingedrukt, wordt het instelmenu nutomntisch nfgesloten en worden de wijzigingen opgeslingen.
Maximum CV aanvoertemperatuur
Druk op de 10ets tot de LED bij gijnt knipperen.
Stel met de ten toets de temperntuur in tussen 30°C en 90°C (stnndnrd instelling 80°C).
Tapwater temperatuur
Druk op de 1oets tot de LED bij g gt knipperen.
Stel met de ten toets de temperntuur in tussen 40°C en 65°C (stnndnrd instelling 60°C).
7.2 Parameter instellingen via de servicecode
De pnrnmeters vnn de brnndernutomnnt zijn in de fnbriek ingesteld volgens onderstnndte tnbel.
Deze pnnmeters kunnen nilleen met de servicecode gewijzigd worden. Gn nls volgt te werk om het progrmmngeheugen te nctiveren:
-
Druk gelijktijdig op de en toets, tot een 0 verschijnt op het servicedisplny en een 0 op het temperntuurdisplny.
-
Stel met de toets 15 (servicecode) in op het temperntuurdisplny.
-
Stel met de toets de in te stellen pnrnmeter in op het servicedisplny.
-
Stel met de + en — toets de pnrnmeter in op de gewenste wnnrde (zichtbnnr) op het temperntuurdisplny.
-
Druk, nndnt nlle gewenste vernderingen zijn ingegeven, de ⚫ toets in totdnt P op het servicedisplny verschijnt.
De brnndernutomnnt is nu opnieuw geprogrnmmeerd.
Opmerking
Door de Ⓐ toets in te drukken gηηt men uit het menu zonder de pηηmeterwijzigingen op te slηnn.
Voorbeeld: Wijzigen van Kombi Kompakt HRE naar Kompakt Tap (alleen warmwater)
- Druk gelijktijdig op de en toets.
- Gn met de de toets nnnr 15.
- Druk 1 x op de toets. Op het display verschijnt 0 en 1.
- Wijzig met de toets de 0 in 2.
- Druk op de toets in totdnt P verschijnt.
- De wijziging is doorgevoerd. Het toestel znl nllleen rengeren op een wnrmwnter vrnng.
| Parameter | Instelling | Kombi Kompakt HRE | Beschrijving | ||
| 24/18 | 28/24 | 36/30 | |||
| 0 | Servicecode [15] | - | - | - | Toegning tot instnleteurinstellingen. De servicecode moet ingegeven worden (=15). |
| 1 | Instnletype | 0 | 0 | 0 | 0=Kombi-Kompkt HR1=Kompkt Solo HR + boiler2=Kompkt Tnp HR3=Kompkt Solo HR |
| 2 | CV-pomp continue | 0 | 0 | 0 | 0=nelleen pomp nndrnjien1=pomp continue nctief2=pomp continue nctief + comfortfunctie ingeschekeld (MIT functie) bij gesloten spnrschnkelnr3=pomp continue nctief bij gesloten spnrschnkelnr4=pomp continue nctief (ook bij DHW bedrijf) + comfortfunctie ingeschekeld (MIT functie) bij gesloten spnrschnkelnr |
| 3 | Ingesteld mnximnnl CV vermogen | 70 | 70 | 70 | Instelbereik ingestelde wnrde prrnmeter c tot 85% |
| 3. Mnximum cnpnciteit modulerende CV-pomp | 80 | 80 | 80 | Geen functie in dit toestel | |
| 4 | Ingesteld mnximnnl ww vermogen | 99 | 99 | 99 | Instelbereik ingestelde wnrde prrnmeter d tot 99% |
| 5 | Min.nnnvoertemperntuur vnn de stooklijn | 25 | 25 | 25 | Instelbereik 10°C tot 25°C |
| 5. Mnx. instelwnnrde nnnvoertemperntuur vin bedieningspnneel | 90 | 90 | 90 | Instelbereik 30°C tot 90°C | |
| 6 | Min.buitentemperntuur vnn de stooklijn | -7 | -7 | -7 | Instelbereik -9°C tot 10°C |
| 7 | Mnx. buitentemperntuur vnn de stooklijn | 25 | 25 | 25 | Instelbereik 15°C tot 30°C |
| 8 | CV-pomp nndrnitijd nn CV bedrijf | 1 | 1 | 1 | Instelbereik 0 tot en met 15 minuten |
| 9 | CV-pomp nndrnitijd nn boiler bedrijf | 1 | 1 | 1 | Instelbereik 0 tot en met 15 minuten (n.v.t. voor Kombi toestel) |
| A | Stnnd driewegklep of nfsluiter MIT | 0 | 0 | 0 | 0=tijdens CV bedrijf bekrchtigd1=tijdens ww bedrijf bekrchtigd2=driewegklep in stnnd CV indien toestel niet in rust3=zone-regeling4=combinntie met zonneboiler/oplnndboiler/pnssiefhuis7=LT/HT regeling nctief |
| b | Booster | 1 | 1 | 0 | 0=uit1=nnn |
| C | Stnppenmodulntie | 1 | 1 | 1 | 0=stnppenmodulntie tijdens CV bedrijf uit1=stnppenmodulntie tijdens CV bedrijf nnn |
| c | Minimnnl toerentnl CV | 30 | 30 | 30 | Instelbereik 25 tot 50%. |
| c. | Activering externe MIT/spnηrschnkelηr ingηng | 0 | 0 | 0 | 0 = Externe MIT/spnηrschnkelηr ingηng (connector X4, pos 4-5) ηctief.Overige instelwnηrden: Spnηrschnkelηr functie vinOpen Therm mits pnηmeter o. = 0 |
| d | Minimηnl toerentnl ww | 30 | 25 | 23 | Instelbereik 25 tot 50%. |
| E | Min. ηηnvoertemperntuur tijdens OT vrηng(OT = OpenTherm thermostηnt) | 40 | 40 | 40 | Instelbereik 10°C tot 60°C |
| E . | OT reηctie | 1 | 1 | 1 | 0=OT negeren indien < dηn E1=OT set begrenzen indien < dηn E2=OT ηηn-uit |
| F | Stηrttoerentnl | 70 | 60 | 50 | Instelbereik 50 tot 99% vηn het ingestelde mnximηnl toerentnl. |
| F. | Stηrttoerentnl WW | 70 | 60 | 50 | Instelbereik 50 tot 99% vηn het ingestelde mnximηnl toerentnl. |
| H | Mnx.toerentnl ventilntor | 45 | 45 | 45 | Instelbereik 40 tot 50. (40=4000t/min, 50=5000t/min) M.b.v. deze pnηmeter knn het mnximηnl toerentnl ingesteld worden. |
| L | Legionellη preventie (ηlleen voor solo met externe boiler) | 0 | 0 | 0 | 0= legionellη preventie niet ηctief1= legionellη preventie wekelijks2= legionellη preventie dngelijks |
| n | Regeltemperntuur tijdens boiler bedrijf (Tη) | 85 | 85 | 85 | Instelbereik 60°C tot 90°C |
| n. | Wηrmhoudtemperntuur bij Comfort/Eco | 0 | 0 | 0 | Instelbereik : 0 of 40°C – 60°C0 = wnρmhoudtemperntuur is gelijk ηηntρwnτertemperntuur |
| O. | Wηchtijd CV-vrηng benntwoording | 0 | Instelbereik 0 tot 15 minuten | ||
| o | Wηchtijd CV bedrijf | 0 | 0 | 0 | Instelbereik 0 tot 15 minuten |
| o. | Aηntnl Ecodngen | 3 | Instelbereik 0 tot 100 = Spnηrschnkeling vin schnkelηnr of open therm(ηfhηnelijk vηn instelling pnηmeter c.)1 tot 10 = ηηntnl ecodngen | ||
| P | Antipendeltijd tijdens CV bedrijf | 5 | 5 | 5 | Minimnle uitschnkeltijd op CV bedrijfInstelbnηr 0 tot 15 minuten |
| P. | Referentiewηrde tnpwnter | 24 | 30 | 36 | 0= HRE (in combinntie met stromingsschnkelηnr)24 = HRE 24 A (in combinntie met stromingssensor)30 = HRE 30 A (in combinntie met stromingssensor)36 = HRE 36 A (in combinntie met stromingssensor) |
| q | Zomerstηnd | 0 | 0 | 0 | 0 = Geen zomerstηnd instelbnηr vin de 1eets1 = Zomerstηnd instelbnηr vin 1eest(code in displny : Su)2 = Zomerstηnd instelbnηr vin 1eest(code in displny : So)3 = Zomerstηnd instelbnηr vin 1eest(code in displny : Et) |
7.3 In- en uitschakelen tapcomfort functie
Het is mogelijk om de tnpcomfort functie vnuuit een Open Therm knmerthermostnnt in en uit te schnkelen (mits de thermostnnt deze functie ondersteunt).
Hiervoor moet het toestel vin het display of de stnd Eco: ( LED nnn) zijn ingesteld en moet de pnrnmeter o. op 0 worden ingesteld. Het zelflerend knrkter vnn de regeling wordt hiermee uitgeschkeld.
7.4 Instellen maximaal CV-vermogen
Het mnximnnl CV-vermogen wordt in de fnbriek ingesteld op 70%. Als er voor de CV-instnllntie meer of minder vermogen nodig is, knn het mnximnnl CV-vermogen gewijzigd worden door het toerentnl vyn de ventilntor te wijzigen. Zie tnbel: Instelling CV-vermogen.
Deze tnbel geeft de relntie weer tussen het toerentnl vnn de ventilntor en het toestelvermogen.
| Gewenst CV-vermogen in kW (ca.) Instelling op service display(in % mnximnnl toerentnl) | ||
| Kombi Kompakt HRE | ||
| 24/18 | 28/24 36/30 | |
| - - - | 99 | |
| 17,8 | 22,6 26.2 | ± 83 |
| 14,8 | 19,1 22,0 | 70 |
| 12,7 | 16.4 19,0 | 60 |
| 10,6 | 13,7 15,9 | 50 |
| 8,3 | 11,0 12,7 | 40 |
| 6,4 | 8,3 9,6 | 30 |
| 5,4 | 6,9 7,0 | 25 |
Let op:
Het vermogen tijdens het branden wordt langzaam verhoogd en wordt verlaagd zodra de ingestelde aanvoertemperatuur wordt bereikt (modulatie op Ta).
7.5 Instellen pompstand
De HRE CV-ketels zijn voorzien vwn een modulerende A-klnsse pomp. De minimnle en mnximnle cnpnciteit vwn de pomp knn met de rode drnniknop op de pomp worden ingesteld. De pomp heeft 3 instelmogelijkheden:

Vnrinbele drukregeling (fnbrieksinstelling)

Ontluchtingssyclus

Constnnte drukregeling
Stel de pompstnnd in nfhnnkelijk vwn het ingestelde mnximnnl vermogen en de wnterzijdige weerstnnd vwn de instnllntie. Zie dingrnm: Drukverlies toestel (lijn C voor de HReco 36) en opvoerhoogte pomp, de stnnden 25%, 50%, 75% en 100%. De stnndnrd instelling vwn de pomp is stnnd 100%. Controleer het temperntuurverschil tussen de nnnvoer en de retour vwn het toestel: deze moet ongeveer 20°C bedrngen.
| De minimale doorstroom hoeveelheid Ingesteld vermogen | |
| 155 l/h 5.4 kW | |
| 240l/h | 8,5 kW |
| 510 l/h 17,8 kW | |
| 750 l/h 26,2 kW | |
| 1150 l/h | 40,9 kW |
Drukverlies grafiek toestel CV-zijdig
A. Kombi Kompnkt HRE 24/18
B. Kombi Kompnkt HRE 28/24
C. Kombi Kompnkt HRE 36/30
X Doorstroom hoeveelheid in l/h
Y Drukverlies / opvoerhoogte in mWk
Voorbeeld: Bij 500 l/h heeft de Kombi Kompnkt HRE 28/24 bij pompstnd vnrinbele drukregeling ingesteld op 100% cn. 3,6 mWk over

Constante drukregeling

7.6 Weersafhankelijke regeling
Bij het ηηnsluiten vyn een buitenvoeler wordt de ηηnvoertemperntuur ηutomntisch geregeld ηfhηnkelijk vyn de buitentemperntuur, volgens de ingestelde stooklijn.
De mnximnle nnnvoertemperntuur (Tmnx) wordt ingesteld viŋ het temperntuurdisplny. Indien gewenst knn de stooklijn met de servicecode gewijzigd worden (zie § 7.2).
Stooklijn grafiek
X. T buiten in °C
Y. T ηηνοer in °C
A. Fnbrieksinstelling
7.7 Ombouw naar andere gassoort

BELANGRIJK
Dit toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K (I2K) en is geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specificaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:2012 Annex D met een Wobbe-index van 43,46 - 45,3 MJ/m3 (droog, 0 °C, bovenwaarde) of 41,23 - 42,98 (droog, 15 °C, bovenwaarde). Dit toestel kan daarnaast worden omgebouwd en worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I2E) of P (I3P)

VOORZICHTIG
Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installateur uitgevoerd worden.
Als op het toestel een nnder gnssoort wordt nngesloten dnn wnnrvoor het toestel door de fnbriknt is nfgesteld dient de gnsdoseerring vervnngen te worden. Ombouw sets t.b.v. nndere gnssoorten zijn op bestelling leverbnnr.
Ombouwen van de doseerring
- Schnkel de ketel uit en neem de steker uit het stopcontnct.
- Sluit de gnskrnnn.
- Verwijder het frontpŋneel vnn het toestel.
- Neem de koppeling (A) boven het gnsblok los en drŋni de gnsmengbuis (B) nnŋr nchteren.
- Vervning de O-ring (C) en de gnsdoseerring (D) door de ringen vnn de ombouwset.
- In omgekeerde volgorde weer opbouwen.
- Open de gnskrnnn.
- Controleer de gnskoppelingen voor het gnsblok op dichtheid.
- Plnnts de steker in de wnndcontnctdoos en schnkel de ketel in.
- Controleer de gnskoppelingen nn het gnsblok op dichtheid (tijdens bedrijf).
- Controleer nu de nfstelling vqn de gns/luchtverhouding (zie § 7.9)
- Plnk een sticker ingestelde gnssoort over de bestnndde sticker bij het gnsblok.
- Plnk een sticker ingestelde gnssoort bij de typeplnnt.
- Monteer het frontpŋneel vnn het toestel.

7.8 Gas/luchtregeling
De gnsluchtregeling vnn het toestel is nf fnbriek zodnig ingesteld dnt de verbrnding optimnnl is voor de toegepnste gnssoort. De gnssoort (nndgns of propnnn) wnprop het toestel is nfgesteld stnnt nnggeven op het typeplnntje onderop het toestel. Het toestel mng niet worden toegepnst indien het gebruikte gns nfwijkt vnn dntgene wnt op het typeplnntje vermeld stnnt. Het toestel knn eventueel omgebouwd worden nnnr een ndere gnssoort m.b.v. een ombouwset Zie voor de juiste gnsdoseerring (A) onderstnnde tnbel.
Tabel 1, inserts en bijbehorende gasdoseerringen per toesteltype.
| Kombi Kompakt toesteltype1 | Insert nummer | Gascategorie | ||
| Anrdgns 2EKG25.325 mBnr | Propnnn 3PG3130 & 50 mBnr | Anrdgns 2EG2020 mBnr | ||
| Gnsdoseerring nummer | ||||
| HRE 24/18 A 406 640 | 480 600 | |||
| HRE 28/24 AHRE 36/30 A | 362 705 | 525 655 | ||
1 Geldt ook voor nfgeleide types (bijvoorbeeld RGK en/of TSK)
Een juiste werking vqn de gnsluchtregeling knn worden vnstgesteld door de rookgnssen direct boven het toestel middels een meetprobe vqn een rookgnsnnnyzer te meten. De meting vindt op hoog- en Innglnst plnnts (zie hiervoor § 7.9.1 en § 7.9.2). Uitsluitend op Innglnst knn een eventuele nfwijking gecorrigeerd worden door het gnsblok opnieuw in te stellen (zie § 7.9.3).
Belangrijk.

- Controle vyn de gns/luchtregeling dient met geopende mnntel plnnts te vinden.
- De meting dient uitgevoerd te worden op bnsis vyn O 2 , d.w.z. de rookgnsnnnyzer dient voorzien te zijn vyn een O 2 sensor. Het is toegestnnn de gemeten O 2 meetwnnrde in de rookgnsnnnyzer om te zetten nnnr een CO 2 meetwnnrde.
- De nfwijking vnn de rookgnsnnnyzer mng mnximnnl +/- 0.3% zijn (op bnsis vnn O₂).
- Een betrouwbnre controle en nfstelling is nilleen gewnnrborgd indien er geen extreme onderdruk in de rookgnsnnnsluiting t.o.v. de opstellingsruimte nnnwezig is. Denk hierbij nnn bijvoorbeeld nntuurlijke trek (wind).
- Een nfwijking bij hooglnst knn niet door het nfstellen vnn het gnsblok gecorrigeerd worden. Het toestel dient in dnt gevnl nnuwgezet op gnsdichtheid en juistheid vnn toegepnste componenten (met nnme de gnsdoseerring en de ventilntor inclusief venturi) gecontroleerd te worden.
- Bij vervnnging vyn onderdelen en/of ombouw nnnr een nnder gnssoort dient nltijd de juiste werking vyn de gnsluchtregeling gecontroleerd te worden.

De in de volgende pnngrnfen vermelde O₂ en CO₂ wnηrden gelden voor ηlle in tηbel 1 vermelde toesteltypes.

- Schnkel het toestel uit met de teets. Op het service display verschijnt [→]
- Verwijder de voormnntel vyn het toestel door het losdrnjen vyn de 2 bevestigingsschroeven.
- Verwijder de nfdekdop X vnn het verbrndingsgnsmeetpunt op de rookgnsndnpter boven het toestel.
- Plnnts de meetprobe vnn de rookgnsnnnyzer in het verbrndingsgnsmeetpunt.
Belangrijk.

- Verzeker u ervnn dnt de rookgnsnnnyzer geknlibreerd is. De opstnrt procedure vnn de rookgnsnnnyzer dient voltooid te zijn voordnt de meetprobe in het verbrndingsgnsmeetpunt wordt geplnntst.
- De meetprobe dient het verbrøndingsgns-meetpunt volledig nf te dichten om een betrouwbnre meting te wnnrborgen.
-
Het uiteinde vyn de meetprobe moet zich volledig in de rookgnssen bevinden (midden vyn de rookgnspijp).
-
Schnkel het toestel in met de dets.
- Schnkel het toestel in op hooglnst. Druk hiervoor de ✈ toets en gelijktijdig 2 mnnl de + toets in totdnt de hoofdletter H op het service display verschijnt.
Belangrijk.

- Verzeker u ervnn dnt de hoofdletter H op het service displny verschijnt. Hiermee is zeker gesteld dnt het toestel op de mnximnle belnsting drnŋit.
- Wncht tot de uitlezing vnn de rookgnsnnnyzer stnbiel is (minimnnl 3 minuten).
- Noteer de gemeten O 2 (H) of CO 2 (H) wηηrde.
O _ 2 (H) = g e m e t e n h o o g l a s t O 2 w a a r d e
CO _ 2 (H) = gemeten hooglast CO 2 waarde
- Controleer volgens tŋbel 2ŋ dnn wel tŋbel 2b of de gemeten hooglnst O 2 (H) of CO 2 (H) wnηrde tussen de ηηngegeven boven en onder grenzen ligt.
Tabel 2a: Toegestane O₂(H) grenzen bij hooglast (open mantel)
| Gascategorie Grenswaarden Anrdgns 2EK | |||
| G25.3 | Propnyn 3P G31 | Anrdgns 2E G20 | |
| O2 [%] | O2 [%] | O2 [%] | |
| Bovengrens | 5.70 | 6.05 | 5.60 |
| Ondergrens | 3.15 | 4.50 | 3.85 |
Tabel 2b: Toegestane CO₂(H) grenzen bij hooglast (open mantel)
| Grenswaarden | Gascategorie | ||
| Anrdgns 2EKG25.3 | Propnnn 3PG31 | Anrdgns 2EG20 | |
| CO2[%] | CO2[%] | CO2[%] | |
| Bovengrens | 9.8 | 10.8 | 9.6 |
| Ondergrens | 8.4 | 9.8 | 8.6 |

Belangrijk
- Een nfwijking bij hooglnst knn niet door het nfstellen vnn het gnsblok gecorrigeerd worden. Het toestel dient in dnt gevnl nnuwgezet op gnsdichtheid en juistheid vnn toegepste componenten (met nnme de gnsdoseerring en de ventilntor inclusief venturi) gecontroleerd te worden.
- Voer vervolgens de meting op Innglnst uit (zie § 7.9.2).


Voordnt de Innglnst meting uitgevoerd wordt dient de hooglnst meting nfgerond te zijn. De gemeten O₂(H) of CO₂(H) wnnrde tijdens hooglnst is vwn belnng voor het bepnlen vwn de juiste wnnrde tijdens de Innglnst controle. Zie § 7.9.1 voor de hooglnst meting.
-
Schnkel het toestel in op Innglnst. Druk hiervoor de → toets en gelijktijdig 1 mnnl de → toets in totdnt de letter hoofdletter L op het service display verschijnt.
-
Wncht tot de rookgnsnnnyzer uitlezing stnbiel is (minimnnl 3 minuten).
-
Noteer de gemeten O 2 (L) of CO 2 (L) wηηrde.
O2(L) = gemeten laaglast O 2 waarde
CO2(L = gemeten laaglast CO 2 waarde
- Controleer volgens tŋbel 3ŋ dʒn wel 3b of de gemeten lŋnglnst O 2(L) of CO₂(L) wŋnrde tussen de ηηngegeven boven en onder grenzen ligt.

De O₂ ondergrens is de O₂(H) wηnrde welke genoteerd is tijdens de hooglnst meting. De CO₂ bovengrens is de CO₂(H) wηnrde welke genoteerd is tijdens de hooglnst meting. (Zie § 7.9.1, punt 8)
Tabel 3a: Toegestane O₂(L) grenzen bij laaglast (open mantel)
| GascategorieGrenswaarden Anrdgns 2EKO | |||
| G25.3 | Propnnn 3PG31 | Anrdgns 2EG20 | |
| 2 [%] O | 2 [%] O | 2 [%] | |
| Bovengrens 6.05 6.65 6.00 | |||
| Ondergrens O | 2 (H) O | 2 (H) + 0.5 O | 2 (H) |
Tabel 3b: Toegestane CO₂(L) grenzen bij laaglast (open mantel)
| Grenswaarden | Gascategorie | ||
| Anrdgns 2EKG25.3 | Propnnn 3PG31 | Anrdgns 2EG20 | |
| CO2[%] | CO2[%] | CO2[%] | |
| Bovengrens | CO2(H) CO | 2(H) - 0.3 | CO2(H) |
| Ondergrens | 8.2 | 9.4 | 8.4 |

Belangrijk
- De gnsluchtregeling is correct ingesteld nls de gemeten wηηrde op lŋnglnst binnen de ηηngegeven boven en ondergrenzen vηlt. Bijstellen vηn de gnsluchtregeling is in dnt gevnl niet nodig. De instelling bij lŋnglnst dient bijgesteld te worden volgens de in § 7.9.3 omschreven methode indien de gemeten wηηrde buiten de ηηngegeven grenzen liegt dient.

Voorbeeld (Aardgas 2EK - G25.3)
Tijdens hooglnst is een O₂(H) wηηrde gemeten vηn 4.0%. In dηt gevηl moet de lηŋglnst O₂(L) meetwnηrde zich bevinden tussen de gemeten hooglnst meetwnηrde vηn 4.0% (ondergrens) en de in tηbel 3η ηηngegeven bovengrens vηn 6.05%. Indien een lηŋglnst O₂(L) meetwnηrde gemeten wordt groter dηn 6.05% of kleiner dηn 4.0% dient bijstelling plηητε te vinden.
- Gn, indien de Innglnst meting buiten de in tnbel 3η of 3b genoemde grenzen vnt, door nnnr § 7.9.3 om het gnsblok opnieuw in te stellen. Indien instelling correct is gn door nnnr punt 6.
- Monteer de voormnntel en zet de 2 schroeven hŋndvnst. Controleer de CO wŋnrde bij lŋnglnst. De mnximnnl toegestnne CO meetwnnrde is 160 ppm.
- Schnkel het toestel in op hooglnst. Druk hiervoor de + toets en gelijktijdig 2 mnnl de + toets in totdnt de hoofdletter H op het service displny verschijnt. Controleer de CO wnnrde bij hooglnst. De mnximnnl toegestnne CO meetwnnrde is 160 ppm.
- Schnkel het toestel uit met de ①toets.
- Verwijder de meetprobe vnn de rookgnsnnnyzer uit het verbrndingsgnsmeetpunt en breng nfdekdop X weer zorgvuldig nnn op de ndnpter boven het toestel.
- Schnkel het toestel weer in met de toets.
- Controleer de gnsdichtheid vnn het verbrndingsgnsmeetpunt.
7.9.3 Laaglast correctie
Voordnt de InngInst correctie wordt uitgevoerd dienen de hoog- en InngInst metingen uitgevoerd te zijn. De gemeten O₂(H) of CO₂(H) wnnrde tijdens hoogInst is vwn belnng voor het bepnelen vwn de juiste wnnrde vwn de InngInst instelling (zie § 7.9.1. en § 7.9.2).
- Verwijder de nfdekschroef A vyn het gnsblok zodnt de instelschroef B bereikbnnr wordt.
- Schnkel het toestel in op Innglnst. Druk hiervoor de ✝ toets en gelijktijdig 1 mnnl de — toets in totdnt de hoofdletter L op het service display verschijnt.
- Wncht tot de rookgnsnnnyzer uitlezing stnbiel is (minimnnl 3 minuten).
- Meet de O 2 (L) of CO 2 (L) wηηrde.
- Stel m.b.v. instelschroef B de juiste O 2 (L) of CO 2 (L) wnηrde in. Zie voor de juiste O 2 (L) instelwnηrde tηbel 4η, 4b en 4c. Zie voor de juiste CO 2 (L) instelwnηrde tηbel 5η, 5b en 5c.

- Kies de juiste tnbel nfhnnkelijk vvn de toegepnste gnscntegorie: 4n en 5n: ηηrdgns 2EK G25.3 4b en 5b: propηηn 3P G31 4c en 5c: ηηrdgns 2E G20
- De hooglnst meetwnnrde is beplend voor een correcte nfstelling. Deze meetwnnrde is genoteerd tijdens de hooglnst meting (O₂(H) of CO₂(H), zie § 7.9.1 punt 8).
- Rechtsom drηnien vyn de instelschroef is O 2 verlnging (CO 2 verhoging), linksom is O 2 verhoging (CO 2 verlnging).
- Verdrnni de instelschroef met kleine stnpjes en wncht telkens nn het verdrnnien tot de meting stnbiel is.

Tabel 4a: Bepaling O₂(L) instelwaarde voor aardgas 2EK (open mantel)
| Anrdgns 2EK G25.3 (25 mBnr) | |
| Gemeten wηηrde bij hooglnst(zie § 7.9.1 punt 8) | Instelwnηrde Innglnst(= 0.5 x O2(H) + 3.05) |
| O2(H) [%] O | a(L) [%] |
| 5.70 5.90 ±0.2 | |
| 5.30 5.70 ±0.2 | |
| 5.00 5.55 ±0.2 | |
| 4.70 5.40 ±0.2 | |
| 4.40 5.25 ±0.2 | |
| 4.10 5.10 ±0.2 | |
| 3.80 4.95 ±0.2 | |
| 3.50 4.80 ±0.2 | |
| 3.15 4.65 ±0.2 | |
Tabel 4b: Bepaling O₂(L) instelwaarde voor propaan 3P (open mantel)
| Propηηn 3P G31 (30 & 50 mBηr) | |
| Gemeten wηηrde bij hooglnst(zie § 7.9.1 punt 8) | Instelwnηrde Innglnst(= O2(H) + 0.5 ) |
| O2(H) [%] O | 2(L) [%] |
| 6.05 6.55 ±0.2 | |
| 5.70 6.20 ±0.2 | |
| 5.40 5.90 ±0.2 | |
| 5.10 5.60 ±0.2 | |
| 4.80 5.30 ±0.2 | |
| 4.50 5.00 ±0.2 | |
Tabel 4c: Bepaling O 2 (L) instelwaarde voor aardgas 2E (open mantel)
| Anrdgns 2E G20 (20 mBnr) | |
| Gemeten wηηrde bij hooglnst(zie § 7.9.1 punt 8) | Instelwnηrde Innglnst(= 0.5 x O2(H) + 3.05) |
| O2(H) [%] O | a(L) [%] |
| 5.60 5.80 ±0.2 | |
| 5.30 | 5.65 ±0.2 |
| 5.00 | 5.50 ±0.2 |
| 4.70 5.35 ±0.2 | |
| 4.40 5.20 ±0.2 | |
| 4.10 | 5.05 ±0.2 |
| 3.85 | 4.90 ±0.2 |
Tabel 5a: Bepaling CO₂(L) instelwaarde voor aardgas 2EK (open mantel)
| Anrdgns 2EK G25.3 (25 mBnr) | |
| Gemeten wηηrde bij hooglnst(zie § 7.9.1 punt 8) | Instelwnηrde Innglnst(= 0.5 x CO2(H) + 4.1) |
| CO2(H) [%] CO | 2(L) [%] |
| 9.8 9.0 ±0.1 | |
| 9.6 8.9 ±0.1 | |
| 9.4 8.8 ±0.1 | |
| 9.2 8.7 ±0.1 | |
| 9.0 8.6 ±0.1 | |
| 8.8 8.5 ±0.1 | |
| 8.6 8.4 ±0.1 | |
| 8.4 8.3 ±0.1 | |
Tabel 5b: Bepaling CO₂(L) instelwaarde voor propaan 3P (open mantel)
| Propηηn 3P G31 (30 & 50 mBηr) | |
| Gemeten wηηrde bij hooglnst(zie § 7.9.1 punt 8) | Instelwnηrde Innglnst(= CO2(H) - 0.3) |
| CO2(H) [%] CO | 2(L) [%] |
| 10.8 10.5 ±0.1 | |
| 10.6 10.3 ±0.1 | |
| 10.4 10.1 ±0.1 | |
| 10.2 9.9 ±0.1 | |
| 10.0 9.7 ±0.1 | |
| 9.8 9.5 ±0.1 | |
Tabel 5c: Bepaling CO₂(L) instelwaarde voor aardgas 2E (open mantel)
| Anrdgns 2E G20 (20 mBnr) | |
| Gemeten wηηrde bij hooglnst(zie § 7.9.1 punt 8) | Instelwnηrde Innglnst(= 0.5 x CO2(H) + 4.1) |
| CO2(H) [%] CO | 2(L) [%] |
| 9.6 9.0 ±0.1 | |
| 9.4 8.9 ±0.1 | |
| 9.2 8.8 ±0.1 | |
| 9.0 8.7 ±0.1 | |
| 8.8 8.6 ±0.1 | |
| 8.6 8.5 ±0.1 | |

Voorbeeld (bij toepassing van Aardgas 2EK - G25.3)
Tijdens hooglnst is een O₂(H) wηηrde gemeten vyn 4.10%. In dnt gevnl is de Innglnst O₂ instelwnηrde 5.10 ±0.2%.
- Breng de ηfdekschroef A vyn het gnsblok weer ηηn zodnt de instelschroef B verzegeld wordt.
- Voer de hoog en lnglnst metingen genoemd in § 7.9.1 en § 7.9.2 opnieuw uit (begin bij punt 6 in § 7.9.1) om de juiste werking vnn het toestel zeker te stellen.

Belangrijk
Werkznnmheden nnn gns voerende delen nlsmede het nfstellen vnn de gnsluchtregeling dient te worden uitgevoerd door een erkend instnllnteur.

8.1 Laatste storing tonen
Breng het toestel met de 10ets in de uit-stnd en druk de 10ets in. De rode storings-LED brndt continue, en de Inntste storingscode wordt knipperend op het temperntuursdisplny getoond. Indien het toestel nog nooit een vergrendelende storing heeft gedetecteerd, wordt geen code getoond. De Inntste vergrendelende storing knn gewist worden door tijdens het indrukken vyn de 10ets de 10ets kort in te drukken.
8.2 Storingscodes
Als de storings-LED knippert detecteert de brndernutomnnt een fout. Op het temperntuur display wordt een storingscode weergegeven. Als de storing is verholpen knn de brndernutomnnt opnieuw gestnrt worden door op de reset wets te drukken. De volgende fouten worden onderscheiden:
| Temperatuur display Omschrijving Mogelijke oorzaak oplossing | ||
| Toestel stnnt uit. | ||
| 10, 11, 12, 13, 14 Sensorfout S1 | Lucht in de instnllntie. Ontlucht ketel en cv-instnllntie.Controleer de bevestiging vqn klem ntc om de wnrmwnterbuis.Controleer bedrnding op breuk.Vervnng S1. | |
| 20, 21, 22, 23, 24 Sensorfout S2 | Controleer bedrnding op breuk.Vervnng S2. | |
| 0 Sensorfout nη zelf controle | Vervnng S1 en/of S2. | |
| 1 Temperntuur te hoog | Lucht in instnllntie. Ontlucht ketel en cv-instnllntie.Pomp drnnt niet. Steek met een schroevendrnier in de gleuf vqn de ns vqn de pomp en drnni de ns. Controleer de bedrnding tussen de pomp en de brndernutomnnt.Te weinig doorstroming in instnllntie, rndintoren dicht, pompstnd te lng. | |
| 2 Verwisseling S1 en S2 | Controleer knbelboom.Vervnng S1 of S2. | |
| 4 Geen vlnmsignnnl | Gnskrnnn dicht.Gnsvoordruk te lng of vnt weg. Lnger dtn 20 mbnr.Condensnfvoer verstopt.Controleer ontsteekunit en ontsteekknbel.Geen of niet goede ontsteeknfstnd.Gnsblok of ontsteek unit krijgt geen spnnning.Controleer nrdding. | |
| 5 Slecht vlnmsignnnl | Condensnfvoer verstopt.Gnsvoordruk te lng of vnt weg. Lnger dtn 20 mbnr.Controleer ontsteekunit en ontsteekknbel.Afstelling gnsblok controleren.Controleer nrdding.Controleer luchttoevoer en rookgnsnfvoer i.v.m. mogelijke recirculntie vnn rookgnssen. | |
| 6 Vlnm detectie fout | Vervnng ontsteekknbel + bougiedop.Vervnng ontsteekunit.Vervnng brndernutomnnt. | |
| 8 Ventilntorto erentnl niet juist | Ventilntor loopt nnn tegen mnntel isolntie.Bedrnding tussen ventilntor en mnntel.Controleer bedrnding op slecht contntd drndd.Controleer en/of vervnng ventilntor.Vervnng brndernutomnnt. | |
| 27 Kortsluiting buitenvoeler | Controleer de bedrnding vnn de buitenvoeler.Vervnng buitenvoelerBRINK WTW koppelstuk nnngesloten.Brndernutomnnt is ongeschikt voor deze toepnssing.Vervnng brndernutomnnt voor de juiste versie. | |
| 29,30 Gnsklep relnis defect | Vervnng brndernutomnnt. | |

Vervang defecte onderdelen uitsluitend voor de originele onderdelen.
Het niet of onjuist monteren van de sensoren S1 en/of S2 kan leiden tot ernstige schade.
8.3 Overige storingen
Mogelijke oorzηken: Oplossing:
Voordruk te hoog.
Nee ↓
Onjuiste ontsteeknfstŋnd. Jη →
Nee ↓
Gns-luchtregeling niet goed ingeregeld.
Nee ↓
Zwnkke vonk. Jη →
Jη →
Mogelijk is de huisdrukregelnnr defect. Neem contnct op met het energiebedrijf
Controleer de ontsteekpennfstnd.
Vervning de ontsteekpen.
Jη →
Controleer de nfstelling, zie Gns- luchtregeling.
Controleer de ontsteeknfstnd.
Controleer en/of vervnng de ontsteekknbel.
Vervnng de ontsteekunit op het gnsblok. Vervnng de ontsteekpen.
Controlemal ontsteekpenpositie Art.nr. 074617

Pen moet mal raken.
Pen mag mal niet raken.
Art. 008267/03
8.3.2 Brander resoneert
Mogelijke oorznken: Oplossing:
Voordruk te Inng. Lnger dnn 20 mbnr.
Nee ↓
Jη →
Mogelijk is de huisdrukregelnør defect. Neem contnct op met het gnsbedrijf.
Recirculntie verbrndingsgnssen. Jη ➞ Controleer de verbrndingsgnsnfvoer en luchttoevoer.
Nee ↓
Jη →
Controleer de nfstelling, zie gns-luchtregeling.
Gns- luchtregeling niet goed ingeregeld.
Nee ↓
Jη →
Vervnng de brnnderpnkking.
Mogelijke oorzηken: Oplossing:
Het service display geeft een bnlkje ( - ) weer. De ketel stnnt uit.
Nee ↓
Jη →
Schnkel de ketel in m.b.v. de ① toets.
Kηmerthermostηηt/weersηfhηnkelijke regeling niet gesloten of defect.
Nee ↓
Jη →
Controleer de bedrnding.
Controleer OpenTherm en Ann/uit nnnsluiting vnn het toestel
Vervnng de weersnfhnnelijke regeling.
Pomp drŋnit niet. Displny geeft 80 en 1 weer.
Nee ↓
Jη →
Controleer de spnning.
Controleer connector X2.
Steek met een schroevendrnnier in de gleuf vnn de ns vnn de pomp en drnni de ns.
Vervnng defecte pomp.
Geen spnning (24 V).
Jη →
Vervnng defecte nutomnnt. Controleer de bedrnding volgens het schemn.
Controleer de connector X4.
8.3.4 Het vermogen is verminderd
Mogelijke oorzηken: Oplossing:
Op hoog toerentnl is het vermogen met meer dnn 5% nfgenomen.
Jη →
Controleer toestel, sifon en ηfvoersysteem op vervuiling. Reinig toestel, sifon en ηfvoersysteem.
8.3.5 CV komt niet op temperatuur
Mogelijke oorzηken: Oplossing:
Wnterdruk in instnllntie is te Inng Jη → Vul de instnllntie bij.
Nee ↓
Instelling knmerthermostnnt niet in orde.
Jη →
Controleer de instelling en pns deze eventueel ηηn: Instellen op 0,1 A.
Nee ↓
Temperntuur is te Inng ingesteld. Jη →
Verhoog de CV-temperntuur Zie Bedrijf CV. Indien een buitenvoeler ηηnwezig is: Controleer de buitenvoeler op kortsluiting: hef deze op.
Nee ↓
Pomp drŋnit niet goed. Pompstŋnd is te lŋng. Jŋ →
Verhoog de pompstnd, of vervng de pomp.
Nee ↓
Geen doorstroming in de instnllntie.
Jη →
Controleer of er doorstroming is: er moeten minimηηl 2 of 3 rndintoren open stηηn.
Nee ↓
Het ketelvermogen is niet goed ingesteld voor de instnllntie.
Jη →
Pns het vermogen ηηn. Zie Instelling mnximηnl CV-vermogen.
Nee ↓
Geen wnrmtte overdrncht door vervuiling in de wisselnqr/instnllntie
Jη →
Spoel de wisselnηηr/instηllηtie CV-zijdig.
8.3.6 Geen warmwater (WW)
Mogelijke oorzηken: Oplossing:
Het service display geeft een bnlkje ( - ) weer. De ketel stnnt uit.
Jη →
Schnkel de ketel in m.b.v. de Ifoets.
Nee ↓
De douchemengkrŋnn is defect. Jη →
De mengkrnnn lntt nlleen koud wnter door. Hierdoor blijft de tnpflow door de ketel onder de 1,5 l/min. Vervng de mengkrnnn.
Nee ↓
Geen spnning op de stromingsensor (5V DC).
Jη →
Controleer de bedrnding volgens het schemn.
Nee ↓
Brnnder kommt niet in op WW: S3 defect.
Jη →
Vervnng S3.
Nee ↓
Stromingssensor detecteert geen wŋrmtevrŋng.
Jη →
Tnpflow < 1,5 l/min.
Reinig of vervnng de stromingsschnkelnqr.
8.3.7 Warmwater komt niet op temperatuur
Mogelijke oorzηken: Oplossing/oorzηŋk:
Tnpflow te hoog.
Jη →
Reduceer de tnpflow. Controleer doseerschijf (HRE 24/18 en HRE 28/24)
Nee ↓
CV-instnllntie wordt tijdens tnppen wŋrm
Jη →
Ongewenste circulntie in het cv-circuit door thermosifonwerking of tweede pomp in het cv-circuit. Plnnts een keerklep ingevnl vqn thermosifonwerking of een tweewegklep ingevnl vqn een tweede pomp.
Instelling wŋrmwnter temperntuur te lŋng.
Jη →
Verhoog de wŋrmwnter temperntuur, zie § 7.1.
Nee ↓
Onvoldoende wnmte overdrncht door knlk of vervuiling in de CV-ketel tnpwnterzijdig.
Jη →
Ontknik of spoel de CV-ketel tnpwnterzijdig.
8.3.8 CV-installatie blijft ongewenst warm
Mogelijke oorzηken: Oplossing/oorzηk:
Kηmerthermostηηt/weersηfhηnkelijke regeling defect of kort gesloten.
Nee ↓
CV-instnllntie wordt opgewnrmd door middel vqn Tnpcomfort. Het servicedisplny geeft regelmntig code 7 weer.
Jη →
Controleer de bedrnding.
Controleer OpenTherm en Aqn/uit ηηnsluiting vηn het toestel Vervηng de thermostηηt.
Vervnng de weersnfhnnkelijke regeling.
Jη →
Ongewenste circulntie in het cv-circuit door thermosifonwerking of tweede pomp in het cv-circuit. Plnnts een keerklep ingevnl vnn thermosifonwerking of een tweewegklep ingevnl vnn een tweede pomp.
9 ONDERHOUD
Het toestel en de instnllntie dienen elk jnnr door een erkend instnllnteur gecontroleerd en zo nodig gereinigd te worden.

VOORZICHTIG
Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installateur uitgevoerd worden.
Controleer na werkzaamheden alle rookgasvoerende delen op dichtheid.
Wanneer het toestel zojuist in bedrijf is geweest kunnen sommige onderdelen heet zijn.
Indien een CV-toestel in een overdruk CLV-systeem is geplaatst dient elke 6 jaar de rookgasklep te worden vervangen.

- Schnkel het toestel uit met de tobts.
- Neem de steker uit de wndcontctdoos.
- Sluit de gnskrnnn.
-
Open de displnyklep en drnni de twee schroeven links en rechts nnnst de displny los en demonteer het frontpnneel.
-
Wncht tot het toestel is nfgekoeld.
-
Drnni de wnttelmoer ondernnn de rookgnskoker linksom los.
-
Schuif de rookgnskoker met een linksomdrnjiende beweging nnnr boven (1) tot de onderknnt vnn de pijp boven de nnnsluiting vnn de condensnfvoerbnk is gekomen. Trek de onderknnt vnn de pijp nnnr voren (2) en neem de pijp linksom drnjiend nnnr onder toe weg (3). Let op: bij een overdruk clv-systeem dient gedurende het onderhoud de onderzijde van de rookgasadapter te worden afgedicht.
-
Til de condensnfvoerbnk nqn de linkerknt uit de nqnsluiting vqn de sifon (4) en drnni hem nnnr rechts met de sifon nqnsluiting over de rnd vqn de onderbnk (5). Duw de condensnfvoerbnk nqn de nchterknt nqr beneden vqn de nqnsluiting op de wnrmtewisselnnr (6) en neem hem uit het toestel.
-
Neem de connector vyn de ventilntor en de ontsteekunit vyn het gnsblok.
-
Neem de koppeling onder het gnsblok los.
-
Schroef de borstbouten (inbus) vwn het voordeksel los en neem dit compleet met gnsblok en ventilntor nnnr voren toe weg (let op dnt de brndder, isolntieplnnt, gnsblok, gnsleiding en de ventilntor niet beschndigen). Leg de nfgenomen voordeksel met de voetsteunen horizontnnl op een vlnkke ondergrond.
-
De brnnder en de geïntegreerde isolntieplnnt behoeven geen onderhoud (niet te worden gereinigd). Gebruik derhnlve nooit een borstel of perslucht om deze onderdelen te reinigen, zodnt het ontwikkelen vyn stof wordt vermeden.
-
Demonteer de stuwstrippen die dwnrs in de lnmellen vyn de wnrmtewisselnnr zijn geplnntst.

- Reinig de stuwstrippen en de lnmellen vyn de wnrmtewisselnnr vyn boven nnnr beneden met een borstel of stofzuiger.
- Reinig de onderzijde vnn de wnrmtewisselnnr.
- Reinig de condensnfvoerbnk met wnter.
- Reinig de sifon met wnter.
- Reinig ηlleen de onderkηnt vηn de voorplηnt.

VOORZICHTIG
De geïntegreerde isolatieplaat en branderpakking bevatten ceramische vezels.
9.1.3 Monteren

Vervang de afdichtring van de voorplaat tijdens onderhoud. Controleer bij het monteren de overige afdichtingen op beschadigingen, verharding, (haar)scheuren en/of verkleuringen en vervang deze indien nodig.
Het niet of onjuist monteren van de stuwtrippen kan leiden tot ernstige schade.
- Plnnts de stuwstrippen in de wnrmtewisselnηr.
- Controleer dnt tussen de flens vyn de borstbout en de voorplnnt een dunne Inng kernmisch vet nnnwezig is.
Als geen of onvoldoende vet ηηnwezig is moet dit ηlsnog worden ηηngebrηcht (zie ηfbeelding). - Controleer of de nfdichting rondom de voorplnnt goed geplnntst is. Plnnts de voorplnnt op de wnrmtewisselnnr en bevestig deze met de specinle borstbouten (inbus). Drnni de borstbouten gelijkmntig kruislings hndvnst nnn (10 - 12 Nm). Zie voor de volgorde vnn het nndrnien de nfbeelding. N.B. De nfgebeelde voorplnnt is voorzien vnn 11 borstbouten (Kombi Kompkt HRE 28/24 en HRE 36/30). De voorplnnt vnn de HRE 24/18 is voorzien vnn 9 borstbouten.
- Drnni de brnderboutjes gelijkmntig kruislings hndvnst nnn.
- Monteer de gnskoppeling onder het gnsblok.
- Monteer de connector op de ventilntor en de ontsteekunit op het gnsblok.
- Monteer de condensnfvoerbnk door deze met de sifon nnnsluiting nog voor de onderbnk, op de nfvoerstomp vnn de wisselnnr te schuiven (1). Drnji de condensnfvoerbnk dnnrrn nnnr links (2) en druk deze nnnr beneden in de sifon nnnsluiting (3). Let er op dnt dnnrbij de nchterzijde vnn de condensnfvoerbnk op de nok nchterin de onderbnk (A) komt te rusten.
- Vul de sifon met wnter en monteer deze op de ηηnsluiting onder de condensnfvoerbnk.
- Schuif de rookgnskoker nnnr links drnjiend met de bovenknnt om de rookgnsndnpter in het bovendeksel. Let op: bij een overdruk CLV-systeem dient de tijdens onderhoud geplaatste afdichting eerst te worden verwijderd voordat de rookgaskoker geplaatst kan worden. Steek de onderknnt in de condensnfvoerbnk, sleep de nfdichtring nnnr beneden en drnji de wnrtelmoer rechtsom vnst.
- Open de gnskrnnn en controleer de gnskoppelingen onder het gnsblok en op de montngebeugel op lekknge.
- Controleer de CV- en de wnterleidingen op lekknge.
- Stop de steker in de wŋndcontŋctdoos.
- Stel het toestel in bedrijf met de tbets.
- Controleer het voordeksel, de verbinding vyn de ventilntor op het voordeksel en de rookgnsnfvoer onderdelen op lekknge.
- Controleer de gns-luchtregeling (zie § 7.9) en controleer de gnskoppeling op het gnsblok op dichtheid.
- Monteer de mnntel en drŋni de twee schroeven links en rechts nnŋst de displny vnst, sluit de displnyklep.
- Controleer de verwnrming en de wnrmwntervoorziening op een goede werking.

| Toestel categorie C13; C 33; C43; C53; C63; C83 | |
| Gnsvoordruk G25: 25 mbnr, G31: 30 of 50 mbnr | |
| Geschikt voor gns II | 2EK3P |
| Overige gegevens | ||||
| Gnsverbruik (G25) | m3/h | 0,67 – 2,92 | 0,85 – 3,36 | 0,86 – 3,92 |
| Drukverlies toestel (CV) | mWk | Zie § 7.5 | ||
| Gem. rookgnsstemperntuur tijdens tnp bedrijf | °C | 90 | 90 | 90 |
| Rookgnsmnssnflow | g/s | 11,4 | 14,0 | 15,3 |
| Mnximnle tegendruk | Pη | 75 | 75 75 | |
| Elektrische gegevens | ||||
| Netspønning | V | 230 | 230 | 230 |
| Veiligheidsklnsse | IP | IP44 | IP44 | IP44 |
| Opgenomen vermogen: vollnst | W | 130 | 130 | 130 |
| Opgenomen vermogen: deellnst | W | 40 | 40 | 40 |
| Opgenomen vermogen: stjndby | W | 2 | 2 | 2 |
| Inbouwmaten en gewicht | ||||
| Hoogte | mm | 590 | 650 | 710 |
| Breedte | mm | 450 | ||
| Diepte | mm | 240 | ||
| Gewicht | kg | 30 33 36 | ||
*Gedurende 2 minuten de mnximnle wηηrde dηηrnη de bnsis wηηrde tussen hηηkjes vermeld.
**Het mnximnnl CV-vermogen is in de fnbriek ingesteld. Zie voor de ingestelde wnnrde de pnnrnmeterlijst (§ 7.2). Zie ook § 7.4 Instellen CV-vermogen.
10.1 Productkaart volgens CELEX-32013R0811, bijlage iV
| Leverancier Brink Climate Systems BV | Wethouder Wassebaliestraat 87951 SN Staphorst | ||||
| Typeaanduiding Symbol Eenheid Kombi Kompakt HRE | |||||
| 24/18 28/24 | 36/30 | ||||
| Seizensgebonden energie efficiëntie-klasse voor ruimteverwarming | -- A A A | ||||
| Nominale warmteafgifte (vermogen) | Prated | kW 18 23 26 | |||
| Seizensgebonden energie efficiëntie klasse voor ruimteverwarming | ηs % | 93 93 93 | |||
| Jaarlijks energieverbruik | QHE | GJ | 54 69 79 | ||
| Geluidsniveau | LWA | dB 45 45 45 | |||
| Capaciteitsprofiel tapwater | - | - | L | XL | XL |
| Energie efficiëntie klasse voor waterverwarming | -- A A A | ||||
| Tapwater rendement | ηWH | % | 83 85 85 | ||
| Jaarlijks elektriciteitsverbruik | AEC | kWh | 14 | 17 | 17 |
| Jaarlijks brandstofverbruik | AFC | kWh | 3223 | 5145 | 5132 |
BELANGRIJK Lees voor het installeren het installatie voorschrift en bedieningsvoorschriften.Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij toezicht door, of instructie over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid is gegeven.Het toestel en installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd worden. Zie voor de jaarlijkse reiniging § 9Het toestel kan met een vochtige doek gereinigd worden. Gebruik geen agressieve of schurende schoonmaak- of oplosmiddelen. | |||||
10.2 NTC weerstanden
| NTC 12kOhm | |||||||
| T [°C] | R[ohm] | T [°C] | R[ohm] | T [°C] | R[ohm] | T [°C] | R[ohm] |
| -15 | 76020 | 15 | 18300 | 45 | 5522 | 75 | 1994 |
| -10 | 58880 | 20 | 14770 | 50 | 4609 | 80 | 1707 |
| -5 | 45950 | 25 | 12000 | 55 | 3863 | 85 | 1467 |
| 0 | 36130 | 30 | 9805 | 60 | 3253 | 90 | 1266 |
| 5 | 28600 | 35 | 8055 | 65 | 2752 | 95 | 1096 |
| 10 | 22800 | 40 | 6653 | 70 | 2337 | 100 | 952 |
10.3 Elektrisch schema HRE 24/18, 28/24 & 36/30

11 GARANTIEBEPALINGEN
Met innchtnnme vnn de hieronder vermelde voorwnηrden gnrŋndeert Brink Climnte Systems BV tegenover de erkende instllnteur de deugdelijkheid vnn de gebruikte mnterinlen, nlsmede de goede werking vnn hηηr Centryle Verwnrmingsproducten, indien gebruikt voor het doel, wηηrvoor deze worden geleverd. In de voorkomende gevlllen, dienen wij in de gelegenheid te worden gesteld, ons zo nodig ter plekke te kunnen vergewissen omtrent de deugdelijkheid vnn de gnrηntienηnsprηκ.
De gnrnntie omvnt:
De gnrntie beperkt zich tot het grntis herleveren vqn de onderdelen, die tijdens die gnrntieperiode geheel ter onzer beoordeling mnterinŋl- of fnbricngefouten vertonen, die niet het gevolg zijn vqn normnle slijtnge e.d.. Deze onderdelen dienen onder vermelding vqn het mnnekement frnnco nqn ons te worden toegezonden en worden nn vervnnging ons eigendom.
- De gnrntieperiode op onderdelen is 2 jnnr te rekenen vnnnf de instnlntiedntum. Vnn gnrntie zijn echter uitgesloten de onderdelen: ontsteek-, ionisntiepen, glnszekering en ontluchter.
- De gnnntieperiode op de dichtheid vnn de wnrmtewisselnnr vnn het toestel bedrngt 15 jnnr met dien verstnnde dnt indien door corrosie ter onzer beoordeling niet ter plnntse te verhelpen lekknges ontstnnn, wij uitsluitend dit keteldeel leveren tegen een vergoeding vnn oud voor nieuw gerekend vnnnf de instllntiedntum bij de vervnnging: de eerste 5 jnnr grntis, het 6e jnnr 10%, het 7e jnnr 20% etc. tot het 14e jnnr 90% vnn de dngprijs vnn het te vervnngen keteldeel.
- De gnrntie vervnlt indien wordt vnstgesteld, dnt de gebreken, beschndigingen of overmntige slijtnge te wijten zijn nnn of oneigenlijk gebruik of onoordeelkundige behndeling of nnn ondeskundige repnrntie, instelling, instnlntie of onderhoud, door niet erkende instllnteurs of nnn het onderhevig zijn nnn stoffen met ngressieve chemicnliën (o.n. hnnrlnk) en ndere schndelijke stoffen.
- De gnrntie vervnlt tevens wnnneer leidingen en koppelingen in de instnlntie zijn toegepnsst, die zuurstofdiffusie kunnen veroorznen of het defect het gevolg is vnn ketelsteennfzetting (schndelijk voor het toestel en instnlntie). Oppervlntkebeschndigingen nlsmede trnnsportschnde vnnlen buiten de gnrntie. Het recht op gnrntie vervnlt indien niet knn worden nnngetoond, dnt de CV-ketel nn ingebruiknme niet tenminste 1 mnnl per jnnr door een erkend instnlnteur nnn een onderhoudsbeurt is onderworpen. De instnlntie- en gebruiksvoorschriften die wij voor de betreffende toestellen nfgeven, dienen geheel in ncht te worden genomen.
- De ηηnsprηkelijkheid vqn de fnbriknt uit hoofde vqn de overeenkomst is nndrukkelijk beperkt tot de nnkoming vqn de in dit ηrtikel omschreven gnrntieverplichtingen. Elke vordering tot schndevergoeding behoudens die ter znke vqn het niet nnkomen vqn de gnrntieverplichtingen is uitgesloten. Met innchtneming vqn de dwingendrechtelijk bepningen inzŋke (product-)ηηnsprηkelijkheid kunnen nimmer rechten worden ontleend terzŋke vqn enige bedrijfs- of gevolgschnde, zuivere vermogensschnde of welke schnde dqn ook die zou kunnen voortvloeien uit defecten ηqn door de fnbriknt geleverde mnterijlen of uitgevoerde werkzηnmheden. Verder zijn op ηlle ηnnbiedingen tot en overeenkomsten inzŋke door ons te verrichten leveringen en/of diensten vqn toepnssing de ηlgemene leveringsvoorwnηrden voor de metηnl- en elektrotechnische industrie, door de Vereniging F.M.E.-C.W.M. op 19 oktober 1998 gedeponeerd ter griffie vqn de
ηrrondissementsrechtbnk te Den Hng (nummer 119/1998). Een exemplnnr vnn deze voorwnnrden wordt u op nnnvmng grntis toegezonden. Uitdrukkelijk worden ndersluidende voorwnnrden nfgewezen.
-
De gnrntie is uitsluitend geldig indien het door de koper ondertekend nnhngsel vnn het gnrntiebewijs binnen 8 dngen nn de instllntie nnn ons is geretourneerd. Door ondertekening vnn de gnrntieknrt verklnrt de koper zich nkkoord met de goede stnnt vnn het geleverde.
-
Indien het bedrijf vwn de instnllnteur vóór het verstrijken vwn de gnrntieperiode beeindigd is, knn de gebruiker een beroep doen op onze gnrntieverplichtingen tegenover de instnllnteur.
Milieu

Als het toestel nnn vervnnging toe is knn dit meestnl, nn overleg, door uw denler teruggenomen worden. Mocht dit niet mogelijk zijn, informeer dnn bij uw gemeente nnnr de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijke verwerking vnn de gebruikte mnterinlen.
Voor de productie vyn het toestel is gebruik gemnŋkt vyn diverse kunststoffen en metnlen. Bovendien bevnt het toestel elektronische componenten die tot het elektronisch nfvnl behoren.
Gebruik volgens bestemming
Het toestel, zonls beschreven in deze documenttie, is bestemd voor het verwnrmen vqn ruimten vijn een centryle verwnrmingsinstnllntie en/of voor het leveren vqn wnrmwnter. Ieder nnder gebruik vnlt buiten de bestemming vqn het toestel. Op schnde voortkomend uit onjuist gebruik, knn geen ngnsprŋkelijkheid genomen worden.
12 CE-VERKLARING
Leverηncier
Brink Climnte Systems BV
Adres
Verklnnrt hierbij dnt het CV-toestel:
Voldoet ηηn de bepnlingen vηn de volgende richtlijnen:
• Lŋngspnnningsrichtlijn (2014/35/EC)
• Verordening inzηke gηstoestellen (2016/426/EC)
- Richtlijn inzŋke rendementseisen voor nieuwe olie- en gnsgestookte centrŋle verwnrmingsketels (92/42/EEG)
• EMC richtlijn (2014/30/EC)
RED richtlijn (2014/53/EU)
• Ecodesign (2009/125/EG)
• Energie Inbeling (2010/30/EU)













Lees voor het installeren het installatie voorschrift en bedieningsvoorschriften.Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij toezicht door, of instructie over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid is gegeven.Het toestel en installatie dienen elk jaar door een erkend installateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd worden. Zie voor de jaarlijkse reiniging § 9Het toestel kan met een vochtige doek gereinigd worden. Gebruik geen agressieve of schurende schoonmaak- of oplosmiddelen.