PXL6106NLK - Forn SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PXL6106NLK SMEG in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw gasfornuis |
| Merk | Smeg |
| Model | PXL6106NLK |
| Afmetingen (B x D x H) | 600 x 510 x 55 mm (geschat) |
| Inbouwafmetingen (L x B) | 560-564 x 482-486 mm |
| Gewicht | Ongeveer 12 kg |
| Voedingsspanning | 220-240 V ~ 50/60 Hz |
| Gasaansluiting | 1/2" ISO 228-1, geschikt voor aardgas (G20/G25) of LPG (G30/G31) |
| Aantal branders | 5 (hulp, half-snel, snel, zeer snel) |
| Vermogen branders (max.) | 1.0 - 3.5 kW (afhankelijk van brander en gastype) |
| Ontsteking | Elektronisch, ingebouwd |
| Veiligheid | Thermokoppel (vlambeveiliging), kinderslot |
| Materiaal kookplaat | RVS of glas (afhankelijk van uitvoering) |
| Roosters | Gietijzer, afneembaar |
| Reiniging | Handmatig, geen stoomreiniger; branderonderdelen niet in vaatwasser |
| Onderhoud | Vonkontstekers en thermokoppels regelmatig reinigen |
| Verstelbaar voor gastype | Straalpijpen vervangbaar, primaire lucht verstelbaar |
| Garantie | Raadpleeg de garantievoorwaarden van Smeg |
| Installatie | Uitsluitend door gekwalificeerd technicus |
| Inclusief accessoires | Roosters, vlamverdelers, deksels, pakking, bevestigingsbeugels |
Veelgestelde vragen - PXL6106NLK SMEG
Gebruikersvragen over PXL6106NLK SMEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PXL6106NLK - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PXL6106NLK van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING PXL6106NLK SMEG
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 4
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 7
1.3 Beoogd gebruik 7
1.4 Identificatieplaatje 8
1.5 Deze gebruiksaanwijzing 8
1.6 Verwerking 8
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 9
2 Beschrijving 10
2.1 Algemene beschrijving 10
2.2 Symbolen 11
3 Gebruik 12
3.1 Waarschuwingen 12
3.2 Eerste gebruik 12
3.3 Het gebruik van de kookplaat 13
4 Reiniging en onderhoud 15
4.1 Waarschuwingen 15
4.2 Reiniging van het apparaat 15
5 Installatie 17
5.1 Veiligheidswaarschuwingen 17
5.2 Insnijding van het werkblad 17
5.3 Inbouw 18
5.4 Gasaansluiting 20
5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes 22
5.6 Elektrische aansluiting 27
5.7 Voor de installateur 28
Deze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat zijn aangeduid.
Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
1 Waarschuwingen
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen
Persoonlijk letsel
- Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden zeer heet tijdens het gebruik. Raak geen verwarmingselementen aan tijdens gebruik van het apparaat.
- Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de ovenruimte.
- Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.
- Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.
- Laat kinderen niet spelen met het apparaat.
-
Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat.
-
Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.
- Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.
- Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.
- Let op voor de snelle verwarming van de kookzones. Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting.
- Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit.
- Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken.
- Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.
• Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.
- Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat terwijl het werkt.
- Na gebruik het apparaat uitschakelen.
- Voer geen wijzigingen uit op het apparaat.
• Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.
- Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
- Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen.
Beschadiging van het apparaat
- Ga niet op het apparaat zitten. - Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.
- Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.
- Laat het apparaat niet onbeheerd achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die bij heet worden vlam kunnen vatten. Wees heel voorzichtig
- Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.
- Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.
- Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.
- Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.
- De pannen of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
- Alle pannen moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.
- In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
- Mors geen zuurhoudende stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat.
- Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.
- Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.
- Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.
- Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidaties, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
Installatie
- Dit apparaat mag niet geïnstalleerd worden in boten of caravans.
-
Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.
-
Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.
- Om mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden mag het niet achter een decoratieve deur of een paneel worden geïnstalleerd.
- Voorafgaand aan iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Voorafgaand aan iedere ingreep op het apparaat moet de algemene elektrische voeding gedeactiveerd worden.
- Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.
- Laat de gasaansluiting uitvoeren door bevoegd technisch personeel.
- Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking voor flexibele stalen buizen en 1,5 meter voor rubberen buizen.
- De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.
Waarschuwingen
- Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.
- Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.
- Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.
- Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
- De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.
- Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.
- Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.
-
De eventuele vervanging van elektrische aansluitkabel mag uitsluitend worden uitgevoerd door bevoegd technisch personeel.
-
Verzeker u er voor de montage van dat de plaatselijke gastoevoer (soort gas en gasdruk) en de regeling van het apparaat compatibel zijn.
- De regelingsvoorwaarden voor dit apparaat staan vermeld op het etiket voor de regeling van het gas.
- Dit apparaat is niet aangesloten op een apparaat voor afvoer van de verbrandingsproducten. Het moet geïnstalleerd en aangesloten worden in overeenstemming met de geldende installatievoorschriften. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de ventilatie-eisen.
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen ten gevolge van:
- ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien,
- het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing,
- het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;
- het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.
1.3 Beoogd gebruik
- Dit apparaat is bedoeld om thuis voedsel te bereiden. Elk ander gebruik is oneigenlijk.
- Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbedieningssystemen.
1.4 Identificatieplaatje
Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.
1.5 Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en dient gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.
1.6 Verwerking

Het apparaat moet gescheiden ingezameld worden (richtlijnen 2002/ 95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG). Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.
Verwijdering van het apparaat:

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok
• Schakel de stroomtoevoer uit.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.
Waarschuwingen
- Oude of gebruikte apparaten aan het einde van hun levensduur moeten door de gebruiker worden ingeleverd bij geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of het overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.
Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.
- Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.

Plastic verpakking Gevaar voor verstikking
- Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.
- Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing
In deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:
Waarschuwingen

Algemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.
Beschrijving

Beschrijving van het apparaat en de accessoires.
Gebruik

Informatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, kooktips.
Reiniging en onderhoud

Informatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.
Installatie

Informatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.

Veiligheidswaarschuwingen

Informatie

Suggestie
- Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.
- Enkele gebruiksaanwijzing.
2 Beschrijving
2.1 Algemene beschrijving

□ | Links vooraan
□ | Centraal links
□ | Links achteraan
|□| Centraal brander
Rechts achteraan
□ Centraal rechts
Rechts vooraan
Knoppen branders

Nuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de plaat. Druk op de knoppen, en draai deze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden. Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op positie geplaatst worden.
3 Gebruik
3.1 Waarschuwingen

Incorrect gebruik Gevaar op verbranding
- Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.
- Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting. Wees heel voorzichtig.
- Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.
- Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.
- Raak de warmte-elementen niet aan als het apparaat in werking is. Laat ze afkoelen vóór u het apparaat eventueel reinigt.
- Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.

Incorrect gebruik Beschadiging van de oppervlakken
- Dek de branders of de kookplaat niet af met zilverfolie.
- De recipienten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
- Alle recipienten moeten een effen en regelmatige bodem hebben.
- In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
- Er wordt afgeraden om potten in aardewerk of speksteen te gebruiken om voedsel te bereiden of te verwarmen
3.2 Eerste gebruik
- Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.
- Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires.
- Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).
3.3 Het gebruik van de kookplaat
Alle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Als de brander niet wordt ontstoken binnen 15 seconden, moet de knop op geplaatst worden en moet 60 seconden gewacht worden tot de volgende poging. Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen. Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken en herhaal de handeling. Houd de knop langer ingedrukt.

In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gaslevering, ook wanneer de kraan open staat. Plaats de knop op en wacht minstens 60 seconden om nogmaals te ontsteken.
Correcte positie van de vlamverdelers en van de deksels
Voordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct gepositioneerd zijn met de respectievelijke deksels. Let op dat de openingen van de brander overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels.
Controleer bovendien of de pinnen van de vlamverdelers perfect in de openingen van de brander zijn aangebracht.

De roosters correct plaatsen
Plaats de roosters boven de branders parallel, en dus niet haaks, aan het bedieningspaneel.
Elk type brander moet met diens rooster worden geassocieerd.
Gebruik de afgeschuinde kanten voor de vonkontsteker en het thermokoppel als referentie voor de correcte plaatsing van het rooster op de brander.

Praktisch advies voor het gebruik van de kookplaat
Voor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipienten gebruikt worden met een deksel en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt.
Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.

Diameter van de recipienten:
• Hulpbrander: 12 - 18 cm.
• Halfsnelle brander: 14 - 24 cm.
• Gered. snelle brander: 18 - 24 cm.
- Snelle brander: 20 - 26 cm.
• Zeer snelle brander: 20 - 30 cm.
Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het werkblad te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipienten en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat blijven.

Een vleesrooster gebruiken
Wanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies opgevolgd worden:
- het vleesrooster mag maximaal 10 minuten lang op het maximale vermogen van de brander worden opgewarmd.
- het wordt aanbevolen om voor de bereiding van de levensmiddelen een lager vermogen in te stellen;
- let erop dat de vlammen van de brander niet onder de rand van het vleesrooster uit komen;
- houd de zijwand op minimaal 150 mm van de rand van het vleesrooster;
- plaats het vleesrooster niet op meerdere branders tegelijkertijd.
4 Reiniging en onderhoud
4.1 Waarschuwingen

Incorrect gebruik Beschadiging van de oppervlakken
- Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
- Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
- Laat de kookplaat afkoelen en maak onmiddellijk schoon bij aanraking met te agressieve reinigingsmiddelen, hard water of overgekookte producten (water, sauzen, koffie, enz.).
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.
- Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
4.2 Reiniging van het apparaat
Om de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat ze afgekoeld zijn.
Dagelijkse gewone reiniging
Gebruik steeds en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.
Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig af, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.
Voedselresten of -vlekken
Gebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.
Gebruik normale en niet-schurende producten, en eventueel houten of plastic gerei. Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek. Laat etensresten op basis van suiker (bijv. marmelade) in het apparaat niet opdrogen, dit kan het email binnenin aantasten.
Roosters van de kookplaat
Verwijder de roosters en reinig deze met behulp van lauw water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen. Droog de roosters en plaats ze weer op de kookplaat.

De roosters staan steeds in contact met de vlam waardoor de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.
Reiniging en onderhoud
Vonkontstekers en thermokoppels
Voor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek. Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.

De deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is.

Controleer in het geval van een storing of de gaten van de buitenste vlamverdeler altijd perfect schoon zijn.

Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.

5.1 Veiligheidswaarschuwingen

Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaat Brandgevaar
- Controleer of het materiaal van het meubel brandbestendig is.
- Controleer of het meubel voorzien is van de vereiste openingen.
Fineerbewerkingen, kleefstoffen of kunststof bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn (>90°C), anders kunnen deze mettertijd vervormen.

De minimum afstand die gerespecteerd moet worden tussen afzuigkappen en de kookvlakken moet minstens overeenkomen met diegene die aangeduid wordt in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap.
Ook de minimum afstanden van de vrije delen van het vlak op de achterzijde moeten gerespecteerd worden, zoals wordt aangeduid op de afbeelding van de montage.
5.2 Insnijding van het werkblad

De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd worden door een bevoegd technicus.
De installatie kan uitgevoerd worden op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met kunststof gelamineerd hout, mits het hittebestendig is (>90°C).
Maak een opening (zie de aangeduide afmetingen) in het werkblad van het meubel.

| L (mm) X (mm) Y (mm) | |
| 600 560 ÷ 564 482 ÷ 486 | |
| 750 700 ÷ 704 482 ÷ 486 | |
| 1000 880 ÷ 884 482 ÷ 486 |

Op inbouwruimte voor oven
De afstand tussen de kookplaat en de keukenmeubels of de inbouwapparaten moet zodanig zijn dat een voldoende ventilatie en een voldoende luchtafvoer gegarandeerd wordt.
Bij installatie boven een oven moet een tussenruimte worden gelaten tussen de onderkant van de kookplaat en de bovenzijde van het onderaan geplaatste apparaat.

met opening onderaan

met opening onderaan en achteraan

Wanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien worden van een ventilator voor de koeling.
Op neutrale ruimte of laden
Wanneer andere meubelen (zijwanden, laden, enz.), afwasautomaten of koelkasten aanwezig zijn onder de kookplaat, moet een dubbele houten bodem worden geïnstalleerd op een minimum afstand van 20 mm van de onderkant van de kookplaat, zodat toevallig contact wordt vermeden. De dubbele bodem mag alleen met geschikt gereedschap worden verwijderd.

*150 x 150 (mm) nodig voor de gasaansluiting

met opening onderaan

met opening achteraan

Als geen dubbele houten bodem wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker ongewenst hete of scherpe onderdelen raken.
Installatie
Bevestigingsbeugels
Draai de bevestigingsbeugels (A) vast in de daarvoor bestemde openingen in de zijkanten van de carter onderaan om de kookplaat correct op de structuur te bevestigen.


Bevestig de kookplaat niet met behulp van silicone. Indien dit toch wordt gedaan, kan de kookplaat niet verwijderd worden zonder deze te beschadigen.
Pakking van de kookplaat
Met glazen plaat
Voordat de montage wordt uitgevoerd, moet de bijgeleverde pakking langs de omtrek van de kookplaat worden aangebracht om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.

Met stalen plaat
Breng voor de montage de bijgeleverde pakking aan om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen.
- Raadpleeg de afmetingen die worden aangeduid op de afbeelding; de voorzijde met het gat net raken.

-
Breng de pakking met een lichte druk aan over de hele omtrek van het gat in het werkblad.
-
Snijd de rand van de pakking die te veel is zorgvuldig af.

- Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.
- Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.
- Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.
- De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet verpletterd worden.
- De regelingsvoorwaarden voor dit apparaat staan vermeld op het etiket voor de regeling van het gas.
Algemene informatie
De aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen buis of met een flexibele stalen buis op een doorlopende wand volgens de voorschriften van de van kracht zijnde norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk „5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes“. De toevoerverbinding van het gas heeft een extern schroefdraad 1/2" (ISO 228-1).
Aansluiting met een flexibele stalen buis
Voer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.
Draai de aansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting 1 van het apparaat, en breng de pakking 2 ertussen aan.

Aansluiting met een flexibele stalen buis met conische verbinding
Voer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.
Draai de verbinding 3 zorgvuldig vast op de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½" ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking 2 aan. Breng isolatiemateriaal aan op de schroefdraad van de verbinding 3, en draai de flexibele stalen leiding 4 vast op de verbinding 3.

Aansluiten op LPG
Gebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.

De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel „Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken”.
Ventilatie van de vertrekken
Het apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet een voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden.
De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid geëlimineerd worden die geproduceerd worden door de bereidingen: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt is, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.
Installatie
Afvoer van de verbrandingsproducten

Dit apparaat is niet aangesloten op een apparaat voor afvoer van de verbrandingsproducten. Het moet geïnstalleerd en aangesloten worden in overeenstemming met de geldende installatievoorschriften. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de ventilatie-eisen.
De afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte trek of met een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een bevoegde specialist, en moet uitgevoerd worden door de posities en de afstanden te respecteren die voorzien worden door de normen.
Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.

1 Evacuatie door middel van een afzuigkap
2 Evacuatie zonder afzuigkap
A Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trek
B Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilator
C Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruit
D Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand

Lucht

Verbrandingsproducten

Elektrische ventilator
5.5 Aanpassing aan de verschillende gastypes
Wanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de primaire lucht geregeld worden. Voor het vervangen van de straalpijpen en het afstellen van de branders moet het vlak verwijderd worden.

Om de gasmondstukken te kunnen vervangen moet het apparaat uit het inbouwmeubel worden verwijderd.
Installatie

Verwijdering van het vlak
- Verwijder de roosters van het vlak.

- Verwijder de vlamverdelers en de deksels.

- Verwijder de knoppen en de ringen van de knoppen door ze omhoog te trekken.

Tussen de knop en de ring is een veer aangebracht die niet op de afbeelding is weergegeven.
- Draai voor elke brander de drie schroeven los waarmee de plaatjes aan het vlak zijn bevestigd.

- Verwijder de schroeven die het vlak aan de bekleding van de branders bevestigen (op de afbeelding is als voorbeeld een model van 60 cm uitgebeeld).

- Verwijder het vlak door het omhoog te halen.

Vervanging van de straalpijpen

- Draai de schroef A los en duw de luchtregelaar B helemaal in.
- Verwijder de straalpijpen C met een steeksleutel en monteer de straalpijpen die voor het nieuwe gastype geschikt zijn, neem daarbij de aanwijzingen van de desbetreffende tabellen in acht (zie „Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken“).

Het aandraaimoment van de straalpijp mag niet meer dan 3 Nm bedragen.
-
Stel de luchtstroom af door de luchtregelaar B te verplaatsen tot u de afstand D, aangeduid in de desbetreffende tabel (zie „Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken”), heeft verkregen.
-
Hermonteer het apparaat op correcte wijze als u iedere brander heeft afgesteld.
Regeling van het minimum voor methaan of stadsgas
- Schakel de brander in, en stel in op de minimum positie.
- Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.
- Monteer de knoppen opnieuw en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander.
- Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan.
- Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.

Regeling van het minimum voor vloeibaar gas
- Draai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.

Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat is aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig).
Smering van de gaskranen
Het kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken. Reinig ze van binnen, en vervang het smeervet.

De smering van de gaskranen moet uitgevoerd worden door een gespecialiseerde technicus.
Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken
| Methaan G20 - 20 mbar AUX SR RR R UR | |||||
| Nominaal thermisch vermogen (kW) | 1.0 1.6 | 2.5 2.9 3.5 | |||
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 67 87 | 106 115 122 | |||
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 500 | 900 900 | 1100 | ||
| Primaire lucht (mm) | 4 | 1 | 4 | 4 | 4 |
| Markering op straalpijp | S1 F4 M S S | ||||
| Methaan G25 - 25 mbar / G25.3 - 25 mbar AUX SR RR R UR | |||||
| Nominaal thermisch vermogen (kW) | 1.0 1.7 | 2.5 3.0 3.5 | |||
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 70 91 | 108 118 125 | |||
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 500 | 900 900 | 1100 | ||
| Primaire lucht (mm) | 4 | 4 | 2 | 2 | 2 |
| Markering op straalpijp | F1 Y Y S S | ||||
| Vloeibaar gas G30/31 - 30/37 mbar AUX SR RR R UR | |||||
| Nominaal thermisch vermogen (kW) | 1.0 1.6 | 2.5 2.9 3.5 | |||
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 48 62 | 76 81 90 | |||
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 500 | 900 900 | 1100 | ||
| Primaire lucht (mm) | 10 10 | 10 10 10 | |||
| Markering op straalpijp | - | - | - | - | - |
| Nominaal verbruik G30 (g/h) | 73 116 | 182 211 | 254 | ||
| Nominaal verbruik G31 (g/h) | 71 114 | 179 207 | 250 | ||
De straalpijpen die niet worden bijgeleverd kunt u bestellen bij erkende servicecentra.

Apparaat ingesteld voor: G+ gas K-groep Groningen G25 (2L) - 25 mbar G25.3 (2K) - 25 mbar
5.6 Elektrische aansluiting

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok
- Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.
- De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.
• Schakel de stroomtoevoer uit. - Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
- Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.
- Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.
Algemene informatie
Controleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het identificatieplaatje.
Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat.
Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.
Voorzie de aarding met een kabel van minimaal 20 mm langer dan de andere.
Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:
- 220-240 V 1N\~

Driepolige kabel 3 x 1 mm².

De waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider.
Vaste aansluiting
Voorzie een meerpolige onderbreking voor de voeding, overeenkomstig de installatienormen.
De schakelaar dient op een eenvoudig te bereiken plaats en in de nabijheid van het apparaat te zijn aangebracht.
Aansluiting met stekker en stopcontact
Controleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.
Gebruik geen verloopstekkers, adapters of aftakkingen, omdat ze oververhitting of brand zouden kunnen veroorzaken.
- Na de installatie moet de stekker bereikt kunnen worden. De voedingskabel mag niet verbogen of vastgeklemd worden.
- Het apparaat moet volgens de installatieschema's worden geïnstalleerd.
- Het schroefdraadelement van de verbinding niet losdraaien of forceren. Daardoor kan dit deel van het apparaat beschadigd raken en wordt de fabrieksgarantie ongeldig.
- Verifieer op alle aansluitingen met water en zeep of gas lekt. Zoek eventuele lekken NIET op met open vuur.
- Ontsteek de branders een voor een en allemaal tegelijkertijd om de correcte werking van het gasventiel, de brander en de ontsteking te waarborgen.
- Draai de knoppen van de branders op de stand lage vlam en observer of de vlam van elke brander apart en van alle branders tegelijkertijd stabiel is.
- Wend u tot het dichtstbijzijnde servicecentrum als het apparaat niet correct werkt na alle verificaties te hebben verricht.
- Licht de gebruiker over de correcte werking in wanneer het apparaat correct is geïnstalleerd.