Expression Photo XP-8606 - Printer EPSON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Expression Photo XP-8606 EPSON in PDF-formaat.
| Producttype | Inkjet multifunctionele printer (afdrukken, kopiëren, scannen, faxen) |
| Model | Expression Photo XP-8606 |
| Merk | Epson |
| Afmetingen (opslag) | 375 x 347 x 230 mm (B x D x H) |
| Gewicht | Ongeveer 6,4 kg (zonder inktpatronen en stroomkabel) |
| Voeding | 100-240V, 50-60Hz, 0,4-0,2A |
| Stroomverbruik (kopiëren) | Ca. 12,0 W (ISO/IEC24712) |
| Stroomverbruik (gereed) | Ca. 5,4 W |
| Stroomverbruik (slaap) | Ca. 1,0 W |
| Stroomverbruik (uit) | Ca. 0,2 W |
| Functies | Afdrukken, kopiëren, scannen, faxen |
| Netwerk | Wi-Fi (802.11b/g/n), Ethernet, Wi-Fi Direct, NFC |
| Beeldscherm | Touchscreen LCD |
| Papiercapaciteit (cassette) | 150 vel gewoon papier of 20 vel fotopapier |
| Randloos afdrukken | Ja |
| Dubbelzijdig afdrukken | Automatisch en handmatig |
| Scanresolutie (optisch) | 1200 dpi |
| Faxsnelheid | Tot 33,6 kbps |
| Inktpatronen | Afzonderlijke inktpatronen (zie handleiding voor codes) |
| Onderhoud | Printkop reinigen en uitlijnen, papiertraject en ADF reinigen |
| Veiligheid | Veiligheidsinstructies voor gebruik en inkt, netsnoer |
| Verbruiksartikelen | Inktpatronen en onderhoudscassette |
Veelgestelde vragen - Expression Photo XP-8606 EPSON
Gebruikersvragen over Expression Photo XP-8606 EPSON
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Expression Photo XP-8606 - EPSON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Expression Photo XP-8606 van het merk EPSON.
GEBRUIKSAANWIJZING Expression Photo XP-8606 EPSON
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen.
Informatie zoeken in de handleiding
Markeringen en symbolen....
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding
Referenties voor besturingssystemen
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies..... Veiligheidsinstructies voor inkt.
Printeradviezen en waarschuwingen....12
Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van de printer. Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met een draadloze verbinding....13 Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het touchscreen.....
Uw persoonlijke gegevens beschermen
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen. Bedieningspaneel....
Configuratie basisscherm..... Pictogrammen op het lcd-scherm. Touchscreenbewerkingen..... Basishandelingen..... Tekensinvoeren....
Animaties bekijken....
Netwerkinstellingen
Typen netwerkverbindingen..... Ethernet-verbinding..... Wi-Fi-verbinding..... Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)....
Een computer verbinden....
Een smartdevice verbinden....
Wi-Fi-instellingen configureren op de printer.... 26 Handmatig Wi-Fi-instellingen configureren.... 27 Wi-Fi-instellingen configureren via de drukknopinstelling (WPS)..... Wi-Fi-instellingen configureren via de pincode-instelling (WPS)....
Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) configureren.... 30
Geavanceerde netwerkinstellingen maken.....31
De status van de netwerkverbinding controleren. . . 33
Netwerk pictogram....33
De gedetailleerde netwerkinformatie controleren op het bedieningspaneel... Een netwerkverbindingsrapport afdrukken....34
Een netwerkstatusvel afdrukken....
Toegangspunten vervangen of toevoegen.
De verbindingsmethode met een computer wijzigen.... 42
De netwerkstatus wijzigen naar ethernet op het bedieningspaneel....43
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel. . . . . . 43
Verbinding Wi-Fi Direct (Eenvoudig Toegangspunt) verbreken vanaf het bedieningspaneel....43
De netwerkinstellingen herstellen op het bedieningspaneel. .... 44
De printer voorbereiden
Papier laden 45
Beschikbare papieren capaciteiten.....
Papier in de papiercassette laden.... Enveloppen laden en voorzorgsmaatregelen.... 50
Lijst met papiertypen....5
Originelen plaatsen....5
Beschikbare originelen voor de ADF....
Originelen op de ADF plaatsen..... Originelen op de scannerglasplaat plaatsen....53
Contactpersonen beheren....
Contacten registreren of bewerken.....
Contactgroepen registreren of bewerken
Contacten registreren op een computer.
Menuopties voor Instel....
. . 2Menuopties voor Algemene instellingen
..M.en2u0pties voor Voorraadstatus......
..Mengopties voor Onderhoud....
Menuopties voor Statusv.afdrukk......
Menuopties voor Afdrukteller......
Menuopties voor Gebruikersinstellingen.....64
Menuopties voor Standaardinst. herstellen.... 64
Menuopties voor Firmware-update.....
Stroombesparen....65
Energie besparen — Bedieningspaneel.... 65
Inhoudsopgave
Afdrukken
Afdrukken vanuit het printerstuurprogramma
Het printerstuurprogramma openen
Basisprincipes voor afdrukken...
Dubbelzijdig afdrukken....
Meerdere pagina's op één vel afdrukken.....69
Afdrukken en op paginavolgorde stapelen
(Afdrukken in omgekeerde volgorde)
Een verkleind of vergroot document afdrukken. . 71
Een afbeelding vergroot afdrukken op
meerdere vellen (een poster maken)
Afdrukken met een kop- en voettekst
Een watermerk afdrukken
Meerdere bestanden tegelijkertijd afdrukken....79
Afdrukken met de afdrukfunctie Universele
kleuren....
De afdrukkleur aanpassen
Dunne lijnen benadrukken tijdens het
afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Duidelijke streepjescodes afdrukken. . . . . . . . . . 81
Afdrukken annuleren....
Menuopties voor het printerstuurprogramma...82
Afdrukken vanuit het printerstuurprogramma
in Mac OS....
Basisprincipes voor afdrukken...
Dubbelzijdig afdrukken....
Meerdere pagina's op één vel afdrukken.....88
Afdrukken en op paginavolgorde stapelen
(Afdrukken in omgekeerde volgorde)
Een verkleind of vergroot document afdrukken. . 89
De afdrukkleur aanpassen.....
Afdrukken annuleren
Menuopties voor het printerstuurprogramma
Bedieningsinstellingen voor Mac OS-
printerdriver configureren
Afdrukken met Smart Devices
Epson iPrint gebruiken
Afdrukken door een smart device tegen de
NFC-label te houden
Epson Print Enabler gebruiken
AirPrint gebruiken
De actieve taak annuleren
Kopiëren
Normaal kopiëren
Dubbelzijdig kopiëren
Meerdere originelen kopiëren naar één vel
Basis menu-opties voor kopiëren.
Geavanceerde menu-opties voor kopiëren.
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel.
Scannen naar een computer (Event Manager). 102
Scannen naar de cloud. 10
Scannen naar een computer (WSD).
Scannen vanaf een computer. 70
Scannen met Epson Scan 2. 1
Scannen met smart-apparaten.
Epson iPrint installeren.
Scannen door smart-apparaten voor de NFC-label te houden. 117
Scannen met Epson iPrint.
Faxen
80
Een faxbericht instellen....
81 Aansluiten op een telefoonlijn......
Basisinstellingen voor faxberichten
Basishandelingen bij het verzenden van faxen. . . 127
35 Verschillende manieren om faxberichten te ...verzenden....129
.Faxe8 ontvangen op de Printer....
De ontvangstmodus instellen....
Verschillende manieren om faxberichten te
d e d n·t v·a·n g·e8n8....133
· 'Een' faxbericht verzenden via een computer. . . . . 137
Documenten verzenden die zijn gemaakt met
eentoepassing (Windows)....
Documenten verzenden die zijn gemaakt met
···Instelling voor het opslaan van ontvangen
faxen op een computer....14
Faxen ontvangen op een computer en
afdrukken vanaf de printer...
...Ontvangen faxen op de computer annuleren...142
Controleren op nieuwe faxen (Windows)....142
Controleren op nieuwe faxen (Mac OS).
Andere faxfuncties gebruiken....
Eigen faxrapporten - lijstafdrukken.....
Beveiligingsinstellingen voor faxberichten....145
Menuopties voor faxen....14
Ontvanger....145
Meer....147 Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken... 167
Menuopties voor Faxinstellingen.
Fax-aansl. controleren....
Wizard faxinstelling.....
Ontvangstinstellingen....
Rapportinstellingen....
Basisinstellingen....
Veiligheidsinstel....
Menuopties voor Gebruikersinstellingen.....152
Menuopties voor Postvak IN......
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
De niveaus van de resterende inkt en de
onderhoudscassette controleren..
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren —
Bedieningspaneel....
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren - Windows. . . . 154
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren - Mac OS. . . . 154
Codes van de cartridges....
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen..... 156
Cartridges vervangen....
Onderhoudscassettecode....
Voorzorgsmaatregelen voor de
onderhoudscassette....
Een onderhoudscassette vervangen
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken
Tijdelijk afdrukken met zwarte inkt — bedieningspaneel......
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Windows......
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS. 162
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna op
is (uitsluitend voor Windows)....
De printer onderhouden
De printkop controleren en reinigen
De printkop controleren en schoonmaken —
Bedieningspaneel......
De printkop controleren en schoonmaken - Windows......
De printkop controleren en reinigen — Mac OS 165
De printkop uitlijnen....
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel....166
Het papiertraject reinigen.....
Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken... 167
Het papiertraject reinigen om
papierstoringen te voorkomen....
De automatische documentinvoer (ADF)
schoonmaken....169
De binnenste glasplaat reinigen....
Het doorschijnende folie reinigen.... 152
Netwerkservice en
softwareinformatie
Toepassing voor het configureren van
printerbewerkingen (Web Config).....
Webconfiguratie uitvoeren op een webbrowser. 175
Web Config uitvoeren op Windows....1
Web Config uitvoeren op Mac OS....
Toepassing voor het scannen van documenten
en afbeeldingen (Epson Scan 2)....
Dle54etwerkscannertoevoegen
Toepassing voor het configureren van
scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel
Toepassing voor het configureren van
faxbewerkingen en het verzenden van faxen
Toepassing voor het verzenden van faxen
(stuurPrograma PC-FAX)....
Toepassing voor fotolay-out (Epson Easy Photo
Print5)9 180
Toepassing voor het afdrukken van webpagina's
(E - Web Print) 180
Toepassing voor het scannen en overdragen van
afbeeldingen (Easy Photo Scan) . . . . . . . . . .
Hulpprogramma's voor software-updates
(EPSON Software Updater)....
Toepassing voor het configureren van meerdere
apparaten (EpsonNet Config) ..... 182
De meest recente toepassingen installeren. . . . . . 182
De printerfirmware bijwerken via het
bedieningspaneel....18
Toepassingen verwijderen....
Toepassingen verwijderen — Windows..... 184
Toepassingen verwijderen — Mac OS. . . . . . . 185
164
Afdrukken via een netwerkservice......
Problemen oplossen
De printerstatus controleren....
Berichten op het lcd-scherm bekijken..
De printerstatus controleren – Windows..... 188
Inhoudsopgave
De printerstatus controleren — Mac Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar....205 De softwarestatus controleren....1 De afgedrukte afbeelding is omgekeerd....205 Vastgelopen papier verwijderen.... Mozaïekachtige patronen op de afdrukken....206 Papier wordt niet goed ingevoerd.... Op de gekopieerde afdruk verschijnen ongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechte lijnen.... Papier loopt vast.... Papier wordt schuin ingevoerd.... Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel "moiré" genoemd) op de gekopieerde afbeelding....206 Er worden meerdere vellen papier tegelijk uitgevoerd....19 Origineel wordt niet in ADF ingevoerd.... De achterkant van het origineel is te zien op de gekopieerde afbeelding.... Problemen met stroomtoevoer en bedieningspaneel.... Het probleem kon niet worden opgelost. De stroom wordt niet ingeschakeld.... Overige drukproblemen.... De stroom wordt niet uitgeschakeld.... Afdrukken verloopt te traag.... De stroom schakelt automatisch uit.... Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het afdrukken.... Het display wordt donker.... Kan niet afdrukken vanaf een computer....192 De verbinding controleren (USB) Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een computer met Mac OS X 10.6.8.... De verbinding controleren (netwerk) Kan niet beginnen met scannen.... De software en gegevens controleren.... Problemen met gescande afbeeldingen.... De printerstatus controleren vanaf de computer (Windows).... Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort worden weergegeven bij scannen vanaf de glasplaat van de scanner.... Rechte lijnen verschijnen bij het scannen vanaf ADF....209 Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt configureren.... Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de netwerkinstellingen correct zijn....196 De SSID controleren waarmee de printer is verbonden.... De SSID voor de computer controleren.... Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad....199 Afdrukproblemen.... De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren...199 Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren....200 Gekleurde streepvorming zichtbaar met een tussenafstand van ongeveer 3.3 cm.... Onscherpe afdrukken, verticale strepen of verkeerde uitlijning..... Afdrukkwaliteit is slecht..... Papier vertoont vlekken of is bekrast.... Vlekken op het papier bij automatisch dubbelzijdig afdrukken.... Afgedrukte foto's zijn plakkerig.... Afbeeldingen of foto's worden afgedrukt met de verkeerde kleuren...... Kan niet afdrukken zonder marge.... Randen van de afbeelding vallen weg bij het randloos afdrukken...... Positie, formaat of marges van de afdruk zijn niet juist...... Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar....205 De afgedrukte afbeelding is omgekeerd....205 Mozaïekachtige patronen op de afdrukken....206 Op de gekopieerde afdruk verschijnen ongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechte lijnen....206 Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel "moiré" genoemd) op de gekopieerde afbeelding....206 De achterkant van het origineel is te zien op de gekopieerde afbeelding..... Het probleem kon niet worden opgelost.... Overige drukproblemen.... Afdrukken verloopt te traag.... Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het afdrukken.... Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een computer met Mac OS X 10.6.8.... Kan niet beginnen met scannen.... Problemen met gescande afbeeldingen.... Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort worden weergegeven bij scannen vanaf de glasplaat van de scanner.... Rechte lijnen verschijnen bij het scannen vanaf ADF....209 De afbeeldingskwaliteit is ruw.... De offset schijnt door in de achtergrond van afbeeldingen....209 De tekst is onscherp....211 Moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen....210 Kan het juiste gebied niet scannen op de glasplaat....210 Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik opsla als een Searchable PDF...... Problemen in gescande afbeelding kunnen niet worden opgelost....211 Andere scanproblemen.... Scannen verloopt te traag.... Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF....212 Problemen met verzenden en ontvangen van faxen....213 Kan geen fax verzenden of ontvangen.... Kan geen faxen versturen.... Kan geen faxen verzenden naar opgegeven ontvanger....214 Kan geen faxen verzenden op specifiek tijdstip....215 Kan geen faxberichten ontvangen..... Foutmelding geheugen vol....205 Verzonden fax is van slechte kwaliteit....216
Inhoudsopgave
Faxen worden op verkeerde grootte verzonden. .216
Ontvangen fax is van slechte kwaliteit.....216
Ontvangen faxen worden niet afgedrukt. ..... 217
Pagina's zijn blanco of er wordt slechts een
klein deel van de tekst afgedrukt op de
tweede pagina van ontvangen faxen....217
Andere faxproblemen....217
Bellen niet mogelijk op verbonden telefoon....217
Antwoordapparaat kan geen gesprekken aannemen.....218
Faxnummer van de zender wordt niet op ontvangen faxberichten weergegeven of het
nummer is fout....218
Overige problemen....218
Lichte elektrische schok wanneer u de printer aanraakt.....218
Printer maakt veel lawaai tijdens werking....218
Datumentijd zijn verkeerd....218
Software wordt geblokkeerd door een firewall
(alleen Windows)....219
Bijlage
Technische specificaties. 220
Printerspecificaties....220
Lijst met netwerk functies....222
Wi-Fi-specificaties....223
Ethernetspecificaties. 223
Beveiligingsprotocol....224
Ondersteunde services van derden. 224
Dimensies....224
Elektrische specificaties. 224
Omgevingsspecificaties....225
Systeemvereisten....225
Regelgevingsinformatie....226
Normen en goedkeuringen....226
De Duitse blauwe engel....227
Beperkingen op het kopiëren....227
De printer vervoeren....228
Copyright 229
Handelsmerken....230
Hulp vragen....231
Technische ondersteuning (website)....231
Contact opnemen met de klantenservice van
Epson....231
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen
De volgende handleidingen worden meegeleverd met uw Epson-printer. Naast de handleidingen kunt u ook de verschillende hulpmogelijkheden op de printer zelf of in de toepassingen raadplegen.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften (gedrukte handleiding)
Bevat instructies om deze printer veilig te gebruiken.
□ Hier beginnen (gedrukte handleiding)
Bevat informatie over het instellen van de printer, het installeren van de software, het gebruik van de printer enzovoort.
□ Gebruikershandleiding (digitale handleiding)
Deze handleiding. Biedt algehele informatie en instructies voor het gebruik van de printer, voor netwerkinstellingen wanneer de printer in een netwerk wordt gebruikt en voor het oplossen van problemen.
U kunt de meest recente versie van de bovenstaande handleidingen in uw bezit krijgen op de volgende manieren.
□ Gedrukte handleiding
Ga naar de ondersteuningssite van Epson Europe (http://www.epson.eu/Support) of de wereldwijde ondersteuningssite van Epson (http://support.epson.net/).
□ Digitale handleiding
Start EPSON Software Updater op uw computer. EPSON Software Updater controleert of er updates beschikbaar zijn voor Epson-toepassingen of digitale handleidingen en laat u vervolgens de meest recente versie downloaden.
Gerelateerde informatie
“Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)” op pagina 181
Informatie zoeken in de handleiding
In de PDF-handleiding kunt u naar informatie zoeken via een zoekwoord, of direct naar een bepaald gedeelte gaan met behulp van de bladwijzers. U kunt ook alleen de pagina's afdrukken die u nodig hebt. Dit gedeelte bevat uitleg over het gebruik van een PDF-handleiding die in Adobe Reader X is geopend op de computer.
Over deze handleiding
Zoeken met een zoekwoord
Klik op Bewerken > Geavanceerd zoeken. Voer in het zoekvenster het zoekwoord (tekst) in voor de informatie die u zoekt en klik vervolgens op Zoeken. Zoekresultaten worden weergegeven in een lijst. Klik op een van de weergegeven zoekresultaten om naar de betreffende pagina te gaan.

Direct naar informatie gaan via bladwijzers
Klik op een titel om naar de betreffende pagina te gaan. Klik op + of > en bekijk de onderliggende titels in dat gedeelte. Voer de volgende bewerking uit op het toetsenbord als u wilt terugkeren naar de vorige pagina.
☐ Windows: houd de Alt-toets ingedrukt en druk op ←. ☐ Mac OS: houd de command-toets ingedrukt en druk op ←.

Alleen pagina's afdrukken die u nodig hebt
U kunt alleen de pagina's die u nodig hebt extraheren en afdrukken. Klik op Afdrukken in het menu Bestand en geef in Pagina's bij Pagina's die moeten worden afgedrukt de pagina's op die u wilt afdrukken.
□ Als u een paginareeks wilt opgeven, voert u tussen de begin- en eindpagina een afbreekstreepje in.
Voorbeeld: 20-25
□ Als u niet-opeenvolgende pagina's wilt opgeven, scheidt u de pagina's met komma's.
Voorbeeld: 5, 10, 15

Instructies die zorgvuldig moeten worden gevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.

Belangrijk:
Instructies die moeten worden gevolgd om schade aan het apparaat te voorkomen.
Opmerking:
Biedt aanvullende informatie en referentiegegevens.

Gerelateerde informatie
Koppelingen naar de verwante paragrafen.
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding
Screenshots van de schermen van de printerdriver en Epson Scan 2 (scannerdriver) zijn van Windows 10 of macOS High Sierra. De inhoud die op de schermen wordt weergegeven, is afhankelijk van het model en de situatie. Afbeeldingen van de printer gebruikt in deze handleiding dienen uitsluitend als voorbeeld. Er zijn kleine verschillen tussen elk model, maar de gebruiksmethode blijft hetzelfde. Sommige menu-items op de display variëren naargelang het model en de instellingen.
Referenties voor besturingssystemen
Windows
In deze handleiding verwijzen termen als "Windows 10", "Windows 8.1", "Windows 8", "Windows 7", "Windows Vista", "Windows XP", "Windows Server 2016", "Windows Server 2012 R2", "Windows Server 2012", "Windows Server 2008 R2", "Windows Server 2008", "Windows Server 2003 R2" en "Windows Server 2003" naar de volgende besturingssystemen. Bovendien wordt "Windows" gebruikt om alle versies ervan aan te duiden.
Microsoft® Windows® 10 besturingssysteem, Microsoft® Windows® 8.1 besturingssysteem, Microsoft® Windows® 8 besturingssysteem, Microsoft® Windows® 7 besturingssysteem, Microsoft® Windows Vista® besturingssysteem, Microsoft® Windows® XP besturingssysteem, Microsoft® Windows® XP Professional x64 Edition besturingssysteem, Microsoft® Windows Server® 2016 besturingssysteem, Microsoft® Windows Server® 2012 R2 besturingssysteem
Over deze handleiding
Microsoft® Windows Server® 2012 besturingssysteem, Microsoft® Windows Server® 2008 R2 besturingssysteem, Microsoft® Windows Server® 2008 besturingssysteem, Microsoft® Windows Server® 2003 R2 besturingssysteem, Microsoft® Windows Server® 2003 besturingssysteem
Mac OS
In deze handleiding wordt "Mac OS" gebruikt om te verwijzen naar macOS High Sierra, macOS Sierra, OS X El Capitan, OS X Yosemite, OS X Mavericks, OS X Mountain Lion, Mac OS X v10.7.x en Mac OS X v10.6.8.
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies
Lees en volg deze instructies om deze printer veilig te gebruiken. Bewaar deze handleiding voor latere raadplegingen. Let ook op alle waarschuwingen en instructies die op de printer staan.
Sommige van de symbolen die op de printer worden gebruikt, zijn bedoeld om de veiligheid en het juiste gebruik van de printer te garanderen. Ga naar de volgende website voor de betekenis van de symbolen: http://support.epson.net/symbols. Gebruik alleen het netsnoer dat met de printer is meegeleverd en gebruik het snoer niet voor andere apparatuur. Gebruik van andere snoeren met deze printer of gebruik van het meegeleverde netsnoer met andere apparatuur kan leiden tot brand of elektrische schokken. Zorg ervoor dat het netsnoer voldoet aan de relevante plaatselijke veiligheidsnormen. Haal het netsnoer, de stekker, de printer, de scanner of de accessoires nooit uit elkaar en probeer deze onderdelen nooit zelf te wijzigen of te repareren, tenzij zoals uitdrukkelijk staat beschreven in de handleidingen van het apparaat. Trek in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en laat het onderhoud aan een onderhoudstechnicus over: als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof in de printer is gekomen, als de printer is gevallen of als de behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in de prestaties optreedt. Wijzig geen instellingen als hiervoor in de gebruiksaanwijzing geen instructies worden gegeven. Zet het apparaat in de buurt van een stopcontact waar u de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunt halen. Plaats of bewaar de printer niet buiten en zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan vuil, stof, water of hittebronnen. Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken, trillingen, hoge temperaturen of luchtvochtigheid. Zorg ervoor dat u geen vloeistoffen op de printer morst en pak de printer niet met natte handen vast. Houd de printer ten minste 22 cm verwijderd van pacemakers. De radiogolven die door deze printer worden uitgezonden, kunnen een negatieve invloed hebben op de werking van pacemakers. Neem contact op met uw leverancier als het lcd-scherm beschadigd is. Als u vloeistof uit het scherm op uw handen krijgt, was ze dan grondig met water en zeep. Als u vloeistof uit het scherm in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelen problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt. Vermijd het gebruik van de telefoon tijdens onweer. Er bestaat een minieme kans op elektrische schokken door bliksem. Gebruik voor het melden van een gaslek geen telefoon in de directe omgeving van het lek.
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies voor inkt
Wees voorzichtig met gebruikte cartridges. Er kan inkt rond de inktoevoer kleven.
Als u inkt op uw huid krijgt, wast u de plek grondig met water en zeep. Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelen problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt. Als er inkt in uw mond terechtkomt, raadpleegt u direct een arts.
Haal de cartridge of onderhoudscassette niet uit elkaar, omdat u inkt in uw ogen of op uw huid kunt krijgen. Schud de cartridges niet te hard en laat ze niet vallen. Wees ook voorzichtig dat u ze niet ineendrukt of hun etiket scheurt. Omdat hierdoor inkt kan lekken. Houd cartridges en de onderhoudscassette buiten het bereik van kinderen.
Printeradviezen en waarschuwingen
Lees en volg deze instructies om schade aan de printer of uw eigendommen te voorkomen. Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van de printer
Blokkeer de openingen in de behuizing van de printer niet en dek deze niet af. Gebruik uitsluitend het type voedingsbron dat is vermeld op het etiket van de printer. Gebruik geen stopcontacten in dezelfde groep als kopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten die regelmatig worden in- en uitgeschakeld. Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of een automatische timer kunnen worden in- en uitgeschakeld. Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten die elektromagnetische storing kunnen veroorzaken, zoals luidsprekers of basisstations van draadloze telefoons. Plaats het netsnoer zodanig dat geen slijtage, inkepingen, rafels, plooien en knikken kunnen optreden. Plaats geen voorwerpen op het netsnoer en plaats het netsnoer zodanig dat niemand erop kan stappen. Let er vooral op dat snoeren mooi recht blijven aan de uiteinden en de punten waar deze de transformator in- en uitgaan. Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangesloten apparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer. Zorg er bovendien voor dat het totaal van de ampèrewaarden van alle apparaten die zijn aangesloten op het stopcontact, niet hoger is dan de maximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact. Als u de printer in Duitsland gebruikt, moet u rekening houden met het volgende: de installatie van het gebouw moet beschikken over een stroomonderbreker van 10 of 16 A om de printer te beschermen tegen kortsluiting en stroompieken. Let bij het aansluiten van de printer op een computer of ander apparaat op de juiste richting van de stekkers van de kabel. Elke stekker kan maar op een manier op het apparaat worden aangesloten. Wanneer u een stekker op een verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar zijn verbonden beschadigd raken.
Belangrijke instructies
- Plaats de printer op een vlakke, stabiele ondergrond die groter is dan de printer zelf. De printer werkt niet goed als deze scheef staat. Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt gehouden, anders kan er inkt lekken. Laat boven de printer voldoende ruimte vrij om het deksel volledig te kunnen openen. Zorg ervoor dat aan de voorkant van de printer voldoende ruimte is voor het papier dat uit de printer komt. Vermijd plaatsen met grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Houd de printer ook uit de buurt van direct zonlicht, fel licht of warmtebronnen. Steek geen voorwerpen door de openingen in de printer. Steek uw hand niet in de printer tijdens het afdrukken. Raak de witte, platte kabel binnen in de printer niet aan.
- Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare stoffen in of in de buurt van de printer. Dit kan brand veroorzaken. Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen. Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Let erop dat u nooit te hard op de scannerglasplaat drukt wanneer u er een origineel op legt. Zet de printer altijd uit met de knop ⏻. Trek de stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar het stopcontact niet af zolang het lampje ⏻ nog knippert.
- Controleer voordat u de printer vervoert of de printkop zich in de uitgangspositie bevindt (uiterst rechts) en of de cartridges aanwezig zijn. Als u de printer gedurende langere tijd niet gebruikt, neem dan de stekker uit het stopcontact.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met een draadloze verbinding
- Radiogolven van deze printer kunnen nadelige gevolgen hebben voor de werking van medische elektronische apparatuur, waardoor deze apparatuur defect kan raken. Wanneer u deze printer gebruikt in een medische instelling of in de buurt van medische apparatuur, volg dan de aanwijzingen van het bevoegd personeel van de medische instelling en volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de medische apparatuur zelf staan.
- Radiogolven uit deze printer kunnen de werking van automatisch gestuurde apparaten, zoals automatische deuren of een brandalarm, storen en kunnen tot ongevallen leiden als gevolg van storing. Volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op deze apparatuur zijn aangeduid wanneer u deze printer gebruikt in de buurt van automatisch aangestuurde apparaten.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het touchscreen
Het lcd-scherm kan een paar kleine heldere of donkere puntjes vertonen en is mogelijk niet overal even helder. Dit is normaal en wil geenszins zeggen dat het beschadigd is. Maak het lcd-scherm alleen schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen vloeibare of chemische reinigingsmiddelen. De afdekplaat van het touchscreen kan breken bij zware schokken. Neem contact op met uw leverancier als het display barst of breekt. Raak het gebroken glas niet aan en probeer dit niet te verwijderen. Raak het touchscreen zachtjes met uw vinger aan. Druk niet te hard en gebruik niet uw nagels.
Belangrijke instructies
- Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals balpennen of scherpe potloden om handelingen uit te voeren. De werking van het touchscreen kan verminderen als gevolg van condensatie in het touchscreen veroorzaakt door plotselinge schommelingen in temperatuur of luchtvochtigheid.
Uw persoonlijke gegevens beschermen
Als u de printer aan iemand anders geeft of wilt weggooien, kunt u het geheugen als volgt wissen: selecteer Instel. > Standaardinst. herstellen > Alle gegevens en instellingen wissen op het bedieningspaneel.
Basisprincipes van printer
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen

| 1 | Deksel van ADF (Automatic Document Feeder — Papierlade van de automatische documentinvoer) | Open dit om vastgelopen originelen te verwijderen uit de ADF. |
| 2 | Invoerlade van de ADF Hiermee worden originelen automatisch ingevoerd. | |
| 3 | Zijgeleider van de ADF Zorgt ervoor dat originelen recht in de printer worden ingevoerd. Schuif naar de rand van de originelen. | |
| 4 | ADF-documentsteun Biedt ondersteuning voor originelen. | |
| 5 | Verlengstuk van ADF-uitvoerlade Bevat de originelen van het formaat Legal die uit de ADF komen. Zorg ervoor dat u deze verlengt wanneer u originelen van het formaat Legal scant met de ADF. | |
| 6 | ADF-uitvoerlade Bevat de originelen die uit de ADF komen. |
Basisprincipes van printer

| 1 | Uitvoerlade Opvanglade voor het papier dat uit de printer komt. |
| 2 | Papiercassette Laadt papier. |
| 3 | Zijgeleiders Hiermee wordt het papier recht in de printer ingevoerd. Schuif deze naar deranden van het papier. |
| 4 | Geleider voor Legal-papier Schuif uit voor papier van Legal-formaat. |

| 1 | Documentdeksel Houdt extern licht tegen tijdens het scannen. |
| 2 | Scannerglasplaat Plaats de originelen. |
| 3 | Bedieningspaneel Geeft de status van de printer weer en maakt het mogelijk printerinstellingen te configureren. |
| 4 | Voorpaneel Openen om papier te kunnen laden in de papiercassette. |
Basisprincipes van printer

| 1 | Scannereenheid Scant de geplaatste originelen. Open de eenheid om inktpatronen te vervangen of papier dat in de printer is vastgelopen, te verwijderen.Deze eenheid blijft meestal gesloten. |
| 2 | Cartridgehouder Installeer de inktpatronen. Inkt komt uit de spuitkanaaltjes van de printkop. |

| 1 | Afdekking onderhoudscassette | Verwijder deze afdekking wanneer u de onderhoudscassette wilt vervangen. De onderhoudscassette is een houder waarin kleine hoeveelheden overtollige inkt wordt opgevangen tijdens het reinigen of afdrukken. |
| 2 | Achterpaneel Verwijderen bij het verwijderen van vastgelopen papier. | |
| 3 | Netaansluiting Voor aansluiting van | het netsnoer. |
| 4 | LAN-poort Voor aansluiting van een | LAN-kabel. |
| 5 | USB-poort Voor aansluiting van een | USB-kabel als verbinding met een computer. |
| 6 | EXT.-poort Voor aansluiting van externe telefoontoestellen. | |
| 7 | Lijnpoort Voor aansluiting van een telefoonlijn. |
Basisprincipes van printer
Bedieningspaneel![graph TD 1["Power"] --> 2["Home"] 3["Square Block"] --> 4["Question Mark"] 4 --> 5["?"] 5 --> 6["Next Icon"]](/content/2026/06/1162611/images/62368b2ca119588583f759e9215b27cc76a77afbafe8459b19e18193ec2226a4.jpg)
| 1 | Hiermee schakelt u de printer in of uit.Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan/uit-lampje uit staat. |
| 2 | Hiermee opent u het startscherm. |
| 3 | Gaat branden wanneer ontvangen documenten die nog niet gelezen, afgedrukt of opgeslagen zijn, in het geheugen van de printer staan. |
| 4 | Hiermee geeft u menu's en berichten weer. |
| 5 | Hiermee worden de oplossingen weergegeven wanneer u problemen ondervindt. |
| 6 | Houd een smart device tegen deze markering aan om rechtstreeks af te drukken of te scannen. |
Configuratie basisscherm
| 1 | Hierop worden items aangegeven die voor de printer als pictogram zijn ingesteld.Tik op het pictogram om de huidige instellingen te controleren of elk instellingenmenu te openen.Deze actiebalk wordt alleen op het startscherm weergegeven. |
| 2 | Geeft elk menu weer. |
Basisprincipes van printer
| 3 | Tussen tabbladen wisselen. |
| 4 | Geeft de instellingsitems aan.Tik op elk item om de instellingen te configureren of te wijzigen.De items die grijs worden weergegeven, zijn niet beschikbaar.Tik op het item om te controleren waarom dit niet beschikbaar is. |
| 5 | Hiermee voert u de huidige instellingen uit.Beschikbare functies variëren afhankelijk van elk menu.Deze actiebalk wordt alleen op het tabblad met basisinstellingen weergegeven. |
Pictogrammen op het lcd-scherm
De volgende pictogrammen worden op het lcd-scherm weergegeven naargelang de status van de printer.
![]() | Hiermee wordt het schermVoorraadstatusweergegeven.U kunt controleren hoeveel inkter nog is en hoe lang de onderhoudscassette nog meegaat (bij benadering). | |
![]() | Geeft de status van de netwerkverbinding aan.Selecteer het pictogram om de instellingen te controleren en te wijzigen. Dit is de snelkoppeling naar het volgende menu.Instel. > Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Wi-Fi instellen | |
![]() | De printer is niet verbonden met een bekabeld (ethernet-)netwerk of de verbinding is verbroken. | |
| [5C4B] | De printer is verbonden met een bekabeld (ethernet-)netwerk. | |
| [ZCS2] | De printer is niet verbonden met een draadloos (wifi-)netwerk. | |
![]() | De printer zoekt naar een SSID, het IP-adres is niet ingesteld of er is een probleem met het draadloze (wifi-)netwerk. | |
![]() | De printer is verbonden met een draadloos (wifi-)netwerk.Het aantal balkjes geeft de sterkte van de verbinding weer. Hoe meer balkjes, des te sterker de verbinding is. | |
![]() | De printer is niet verbonden met een draadloos (wifi-)netwerk in de modus Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt). | |
![]() | De printer is verbonden met een draadloos (wifi-)netwerk in de modus Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt). | |
| [A9C1] [688E] | Hiermee wordt het schermGeluidsinstellingen apparaatweergegeven. U kuntDempenen Stille modusinstellen.Vanaf dit scherm kunt u tevens het menuGeluidopenen. Dit is de snelkoppeling naar het volgende menu.Instel. > Algemene instellingen > Basisinstellingen > Geluid | |
[XXBS] | Hiermee wordt aangegeven ofStille modusis ingesteld voor de printer. Wanneer deze functie is ingeschakeld, wordt het geluid dat door de printer wordt gemaakt gedempt. De afdruksnelheid kan hierdoor verminderen. Het geluid wordt mogelijk niet gedempt, afhankelijk van het geselecteerde papiertype en de gekozen afdrukwaliteit. | |
![]() | Hiermee wordt aangegeven datDempenis ingesteld voor de printer. | |
Basisprincipes van printer
| [4020] | Hiermee wordt het scherm Informatie faxgegevens weergegeven. |
| [8282] | Geeft aan dat er aanvullende informatie is. Selecteer het pictogram om het bericht weer te geven. |
![]() | Geeft aan dat er een probleem is met de items. Selecteer het pictogram om te zien hoe u het probleem kunt oplossen. |
![]() | Geeft aan dat er gegevens zijn die nog niet zijn gelezen, afgedrukt of opgeslagen. Het weergegeven getal geeft het aantal gegevensitems weer. |
Gerelateerde informatie
→“Netwerkinstellingen” op pagina 61 →“Basisinstellingen” op pagina 58
Touchscreenbewerkingen
Het touchscreen is compatibel met de volgende bewerkingen.
Tikken Druk op de items of ![]() | of selecteer deze. |
| Vegen | Veeg snel over het scherm. |
| Schuiven | Houd de items vast en verplaats ze. |
Basisprincipes van printer
Basishandelingen
Tik op een willekeurige plek op de instelling om deze in of uit te schakelen.

Tik op het invoerveld om de waarde, de naam enzovoort in te voeren.

Wanneer u contactpersonen registreert, netwerkinstellingen configureert, etc. kunt u tekens en symbolen invoeren via het toetsenbord op het scherm.

Opmerking:
Beschikbare pictogrammen variëren naargelang de instelling.
Basisprincipes van printer
| 1 | Geeft het aantal tekens weer. |
| 2 | Verplaatst de cursor naar de invoerpositie. |
| 3 | Hiermee schakelt u tussen hoofdletters en kleine letters, of cijfers en symbolen. |
| 4 | Hiermee schakelt u tussen tekentypes.[4243] u kunt cijfers en symbolen invoeren.[41W07] u kunt letters invoeren. |
| 5 | Hiermee schakelt u tussen tekentypes. U kunt alfanumerieke tekens en speciale tekens, zoals umlauten en accenten gebruiken. |
| 6 | Hiermee voert u veelgebruikte e-maildomeinadressen of URL's in door het item te selecteren. |
| 7 | Hiermee typt u een spatie. |
| 8 | Hiermee bevestigt u de ingevoerde tekens. |
| 9 | Hiermee wist u het teken links van de cursor. |
Animaties bekijken
Op het lcd-scherm kunt u animaties bekijken van bedieningsinstructies, zoals het laden van papier of het verwijderen van vastgelopen papier.
Druk op de knop. Het Help-scherm wordt weergegeven. Tik op Hoe en selecteer vervolgens de items die u wilt bekijken. Tik op Hoe onder aan het bedieningsscherm. De contextgevoelige animatie wordt weergegeven.

| 1 | Geeft het totale aantal stappen en het nummer van de huidige stap weer.In het voorbeeld hierboven wordt stap 3 van 4 stappen weergegeven. |
| 2 | Hiermee keert u terug naar de vorige stap. |
Basisprincipes van printer
| 3 | Geeft de voortgang in de huidige stap aan.De animatie wordt herhaald wanneer de voortgangsbalk het einde bereikt. |
| 4 | Hiermee gaat u naar de volgende stap. |
Netwerkinstellingen
Typen netwerkverbindingen
U kunt de volgende verbindingsmethoden gebruiken.
Ethernet-verbinding
Verbind de printer met een hub met behulp van een Ethernet-kabel.

Gerelateerde informatie
→“Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 31
Wi-Fi-verbinding
Sluit de printer en de computer of het smart device aan op het toegangspunt. Dit is de meest gebruikelijke manier van verbinden voor netwerken thuis en op kantoor waar de Wi-Fi-verbindingen worden verzorgd door een toegangspunt.
![graph TD A["Mobile Device"] -->|Wireless Signal| B["Laptop"] C["Mobile Device"] -->|Wireless Signal| B D["Mobile Device"] -->|Wireless Signal| B E["Mobile Device"] -->|Wireless Signal| B F["Central Device"] -->|Wireless Signal| B G["Printer"] -->|Wireless Signal| B H["Printer"] -->|Wireless Signal|…](/content/2026/06/1162611/images/a07650b9d8b1bb195b67a99eb61b0739e72d5cd54301f02d2f2b2187a05eb5f9.jpg)
Netwerkinstellingen
Gerelateerde informatie
→“Een computer verbinden” op pagina 25 →“Een smart device verbinden” op pagina 26 →“Wi-Fi-instellingen configureren op de printer” op pagina 26
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
Gebruik deze verbindingsmethode wanneer u thuis of op kantoor geen Wi-Fi hebt of wanneer u de printer en het smart device rechtstreeks met elkaar wilt verbinden. In deze modus fungeert de printer als toegangspunt en kunt u maximaal vier apparaten met de printer verbinden zonder dat u een apart toegangspunt nodig hebt. Smart devices die rechtstreeks met de printer zijn verbonden kunnen echter niet met elkaar communiceren via de printer.
Opmerking:
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) is een verbindingsmodus die is ontwikkeld als vervanging voor de ad-hocmodus.
![graph TD A["Printer"] -->|Wireless Signal| B["Mobile Device 1"] A -->|Wireless Signal| C["Mobile Device 2"] A -->|Wireless Signal| D["Mobile Device 3"] A -->|Wireless Signal| E["Mobile Device 4"]](/content/2026/06/1162611/images/b721d09d6b791e6dd9c8a10dcc510358e2cc106dd855c32becbf8d7580526a66.jpg)
De printer kan tegelijk verbinding hebben via Wi-Fi of Ethernet en Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt). Als u echter een netwerkverbinding start in Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wanneer de printer verbinding heeft via Wi-Fi, wordt de Wi-Fi-verbinding tijdelijk verbroken.
Gerelateerde informatie
→ “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) configureren” op pagina 30
Een computer verbinden
Het wordt aanbevolen het installatieprogramma te gebruiken om de printer te verbinden met een computer. U kunt het installatieprogramma op een van de volgende manieren uitvoeren.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga naar Instellen en configureer de instellingen. http://epson.sn
Instellen met de software-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een software-cd en gebruikers die beschikken over een computer met een schijfstation.)
Plaats de software-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.
Netwerkinstellingen
De verbindingsmethoden selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven en selecteer vervolgens de gewenste methode om de printer met de computer te verbinden.
Selecteer het verbindingstype en klik vervolgens op Volgende.

Volg de instructies op het scherm.
Een smart device verbinden
U kunt de printer gebruiken vanaf een smart device wanneer u de printer verbindt met hetzelfde Wi-Fi-netwerk (SSID) als het smart device. Als u de printer wilt gebruiken vanaf een smart device, stelt u dit in vanaf de volgende website. Open de website vanaf een smart device waarmee u verbinding wilt maken met de printer.
http://epson.sn > Instellen
Opmerking:
Als u tegelijkertijd een computer en een smart device met de printer wilt verbinden, wordt aangeraden als eerste de computer te verbinden.
Wi-Fi-instellingen configureren op de printer
Op het bedieningspaneel van de printer kunt u op verschillende manieren de netwerkinstellingen configureren. Kies de verbindingsmethode die overeenkomt met uw omgeving en de voorwaarden die u gebruikt.
Als u beschikt over de informatie voor het toegangspunt, zoals de SSID en het wachtwoord, kunt u de instellingen handmatig configureren.
Als het toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de instellingen configureren met drukknopinstellingen.
Netwerkinstellingen
Nadat de printer verbinding heeft gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaat dat u wilt gebruiken (computer, smart device, tablet, enz.)
Configureer geavanceerde netwerkinstellingen om een statisch IP-adres te gebruiken.
Gerelateerde informatie
→ “Handmatig Wi-Fi-instellingen configureren” op pagina 27 → “Wi-Fi-instellingen configureren via de drukknopinstelling (WPS)” op pagina 28 → “Wi-Fi-instellingen configureren via de pincode-instelling (WPS)” op pagina 29 → “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) configureren” op pagina 30 → “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 31
Handmatig Wi-Fi-instellingen configureren
U kunt de gegevens die voor de verbinding met een toegangspunt nodig zijn handmatig opgeven op het bedieningspaneel van de printer. Voor het handmatig instellen hebt u de SSID en het wachtwoord van het toegangspunt nodig.
Opmerking:
Als u een toegangspunt met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID en het wachtwoord die op het label vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neem dan contact op met de persoon die het toegangspunt heeft ingesteld of raadpleeg de documentatie van het toegangspunt.

- Tik op het startscherm op

- Selecteer Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, selecteert u Router.
- Tik op Start de instelling.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Tik op Instellingen wijzigen om de instellingen te wijzigen.
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Wijzig naar Wi-Fi-verbinding. en selecteert u vervolgens Ja nadat u het bericht hebt gecontroleerd.
- Selecteer Wizard Wi-Fi instellen.
Netwerkinstellingen
- Selecteer de SSID van het toegangspunt.
Opmerking:
Als de SSID waarmee u verbinding wilt maken, niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer, tikt u op Opnieuw zoeken om de lijst te vernieuwen. Als deze nog steeds niet wordt weergegeven, tikt u op Handmatig invoeren en voert u de SSID rechtstreeks in. Als u de SSID niet kent, controleer dan of deze vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als u het toegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat.
- Tik op Voer wachtwoord in en voer het wachtwoord in.
Opmerking:
□Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig.
Als u het wachtwoord niet kent, controleer dan of het vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als u het toegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u het wachtwoord dat op het label staat. Het wachtwoord kan ook een sleutel of wachtwoordzin worden genoemd. Als u het wachtwoord voor het toegangspunt niet kent, raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt is geleverd of neemt u contact op met de persoon die dit heeft ingesteld.
- Als u klaar bent, tikt u op OK.
- Controleer de instellingen en tik vervolgens op Start installatie.
- Tik op OK om af te sluiten.
Opmerking:
Als u geen verbinding kunt maken, laadt u normaal papier van A4-formaat en selecteert u Controllerapport afdrukken om een netwerkverbindingsrapport af te drukken.
- Sluit het scherm Netwerkverb.inst..
Gerelateerde informatie
→“Tekens invoeren” op pagina 21 →“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 33 →“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt configureren” op pagina 196
Wi-Fi-instellingen configureren via de drukknopinstelling (WPS)
U kunt automatisch een Wi-Fi-netwerk instellen door op een knop op het toegangspunt te drukken. Als aan de volgende voorwaarden is voldaan, kunt u deze manier van instellen gebruiken.
☐ Het toegangspunt is compatibel met WPS (Wi-Fi Protected Setup).
☐ De huidige Wi-Fi-verbinding is tot stand gebracht door op een knop op het toegangspunt te drukken.
Opmerking:
Als u de knop niet kunt vinden of als u instelt met behulp van de software, raadpleeg dan de documentatie van het toegangspunt.
- Tik op het startscherm op .

- Selecteer Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, selecteert u Router.
Netwerkinstellingen
3. Tik op Start de instelling.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Tik op Instellingen wijzigen om de instellingen te wijzigen.
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Wijzig naar Wi-Fi-verbinding. en selecteert u vervolgens Ja nadat u het bericht hebt gecontroleerd.
4. Selecteer Instellen met drukknop (WPS).
- Houd de [WPS]-knop ingedrukt op het toegangspunt tot het beveiligingslampje knippert.

Als u niet weet waar de [WPS]-knop zit, of als het toegangspunt geen knoppenheeft, raadpleeg dan de documentatie van het toegangspunt voor meer informatie.
6. Tik op Start installatie op de printer.
7. Sluit het scherm.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een netwerkverbindingsrapport af en controleer de oplossing.
8. Sluit het scherm Netwerkverb.inst..
Gerelateerde informatie
→“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 33 →“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt configureren” op pagina 196
Wi-Fi-instellingen configureren via de pincode-instelling (WPS)
U kunt automatisch verbinding maken met een toegangspunt door gebruik te maken van een pincode.U kunt deze methode gebruiken als uw toegangspunt WPS (Wi-Fi Protected Setup) ondersteunt.Gebruik een computer om een pincode in te voeren in het toegangspunt.
1. Tik op het startscherm op

Netwerkinstellingen
2. Selecteer Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, selecteert u Router.
3. Tik op Start de instelling.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Tik op Instellingen wijzigen om de instellingen te wijzigen.
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Wijzig naar Wi-Fi-verbinding. en selecteert u vervolgens Ja nadat u het bericht hebt gecontroleerd.
4. Selecteer Overige > Instellen met PIN (WPS).
- Gebruik uw computer om de pincode (acht cijfers) die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven in te voeren in het toegangspunt. U hebt hier twee minuten de tijd voor.
Opmerking:
Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt voor meer informatie over het invoeren van een pincode.
6. Tik op het bedieningspaneel van de printer op Start de instelling.
7. Sluit het scherm.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een verbindingsrapport af en controleer de oplossing.
8. Sluit het scherm Netwerkverb.inst..
Gerelateerde informatie
→“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 33 →“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt configureren” op pagina 196
Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) configureren
Deze methode maakt het mogelijk om de printer rechtstreeks, dus zonder toegangspunt, te verbinden met andere apparaten. De printer fungeert zelf als toegangspunt.

Belangrijk:
Wanneer u een computer of smart device verbindt met de printer via de Wi-Fi Direct-verbinding (Eenvoudig AP), is de printer verbonden met hetzelfde Wi-Fi-netwerk (SSID) als de computer of het smart device en vindt communicatie tussen de beide apparaten plaats. Omdat de computer of het smart device automatisch wordt verbonden met het andere verbindbare Wi-Fi-netwerk als de printer wordt uitgeschakeld, wordt niet opnieuw verbinding gemaakt met het vorige Wi-Fi-netwerk als de printer wordt ingeschakeld. Maak vanuit de computer of het smart device opnieuw verbinding met de SSID van de printer voor Wi-Fi Direct-verbinding (Eenvoudig AP). Als u niet steeds opnieuw verbinding wilt maken wanneer u de printer in- of uitschakelt, wordt aangeraden een Wi-Fi-netwerk te gebruiken door de printer te verbinden met een toegangspunt.
1. Tik op het startscherm op

Netwerkinstellingen
- Selecteer Wi-Fi Direct.
- Tik op Start de instelling.
Als u Wi-Fi Direct-instellingen (eenvoudig toegangspunt) hebt geconfigureerd, wordt gedetailleerde verbindingsinformatie weergegeven. Ga naar stap 5.
- Tik op Start installatie.
- Kijk op het bedieningspaneel van de printer welke SSID en welk wachtwoord worden weergegeven.
Selecteer op het netwerkverbindingsscherm van de computer of het Wi-Fi-scherm van het smart device de SSID die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven om verbinding te maken.
Opmerking:
U kunt de verbindingsmethode controleren op de website. Scan met een smart device de QR-code die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven om de website te openen, of voer de URL (http://epson.sn) in op de computer en ga naar Instellen.
- Voer op de computer of het smart device het wachtwoord in dat wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer.
- Nadat de verbinding is gemaakt, tikt u op OK op het bedieningspaneel van de printer.
- Sluit het scherm Netwerkverb.inst..
Gerelateerde informatie
→“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 33 →“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt configureren” op pagina 196
Geavanceerde netwerkinstellingen maken
U kunt de naam van het netwerkapparaat, TCP/IP-instellingen, de proxyserver enzovoort aanpassen. Controleer de netwerkomgeving voordat u wijzigingen aanbrengt.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Geavanceerd.
- Selecteer het menu-item dat u wilt configureren en selecteer vervolgens de waarden of geef deze op.
Gerelateerde informatie
→“Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31
Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren
Selecteer het menu-item dat u wilt configureren en selecteer vervolgens de waarden of geef deze op.
Netwerkinstellingen
Apparaatnaam
U kunt de volgende tekens gebruiken.
Tekenlimiet: 2 t/m 15 (u moet minstens 2 tekens invoeren). Toegestane tekens: A t/m Z, a t/m z, 0 t/m 9, -. Tekens die u niet bovenaan kunt gebruiken: 0 t/m 9, -. Tekens die u niet onderaan kunt gebruiken: -
TCP/IP
Auto
Selecteer deze optie wanneer u thuis een toegangspunt gebruikt of wanneer u het IP-adres automatisch laat toewijzen via DHCP.
Handmatig
Selecteer deze optie wanneer u niet wilt dat het IP-adres van de printer wordt gewijzigd. Voer de adressen in voor IP-adres, Subnetmasker en Standaardgateway, en configureer de instellingen voor de DNS-server, afhankelijk van uw netwerkomgeving.
Wanneer u Auto selecteert voor de instellingen voor het toewijzen van het IP-adres, kunt u de instellingen voor de DNS-server selecteren uit Handmatig of Auto. Als u het DNS-serveradres niet automatisch kunt verkrijgen, selecteert u Handmatig en voert u vervolgens de primaire DNS-server en het secundaire DNS-serveradres rechtstreeks in.
Proxy-server
Niet gebr.
Selecteer deze optie wanneer u de printer gebruikt in een thuisnetwerk.
Gebr.
Selecteer deze optie wanneer u in uw netwerkomgeving een proxyserver gebruikt en u dit wilt instellen in de printer. Voer het adres en poortnummer van de proxyserver in.
IPv6-adres
Inschakelen
Selecteer deze optie wanneer u een IPv6-adres gebruikt.
Uitschakelen
Selecteer deze optie wanneer u een IPv4-adres gebruikt.
Link Speed & Duplex
Selecteer de juiste Ethernet-snelheid en duplex-instelling. Als u een andere instelling dan Auto selecteert, controleert u of de instelling overeenkomt met de instellingen op de hub die u gebruikt.
Auto
10BASE-T Half Duplex, 10BASE-T Full Duplex, 100BASE-TX Half Duplex, 100BASE-TX Full Duplex
De status van de netwerkverbinding controleren
U kunt de netwerkstatus als volgt controleren.
Netwerkpictogram
U kunt de status van de netwerkverbinding en kracht van het radiosignaal controleren aan de hand van het netwerkpictogram op het startscherm van de printer.

Gerelateerde informatie
→“Pictogrammen op het lcd-scherm” op pagina 19
De gedetailleerde netwerkinformatie controleren op het bedieningspaneel
Wanneer uw printer verbinding heeft met het netwerk, kunt u ook andere netwerkgerelateerde informatie bekijken door de netwerkmenu's te selecteren die u wilt controleren.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Netwerkstatus.
- Als u deze informatie wilt controleren, selecteert u de menu's die u wilt nakijken.
□Status vast netwerk/Wi-Fi
Geeft de netwerkinformatie weer (apparaatnaam, verbinding, signaalsterkte, IP-adres ophalen, enz.) voor ethernet- of Wi-Fi-verbindingen.
□Wi-Fi Direct-status
Geeft weer of Wi-Fi Direct is in- of uitgeschakeld voor Wi-Fi Direct-verbindingen.
statusvel
Drukt een netwerkstatusvel af. De informatie voor ethernet, Wi-Fi, Wi-Fi Direct enzovoort wordt op 2 of meer pagina's afgedrukt.
Gerelateerde informatie
→“Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 41
Netwerkinstellingen
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken
U kunt een netwerkverbindingsrapport afdrukken om de status tussen de printer en het toegangspunt te controleren.
- Papier laden.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Controle van netwerkverbinding. De verbindingscontrole wordt gestart.
- Selecteer Controllerapport afdrukken.
- Druk het netwerkverbindingsrapport af.
Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en volg de afgedrukte oplossingen.
- Sluit het scherm.
Gerelateerde informatie
“Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 35
Netwerkinstellingen
Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport
Controleer de berichten en foutcodes op het netwerkverbindingsrapport en volg dan de oplossingen.

b. Berichten over de netwerkomgeving
Gerelateerde informatie
→“E-1” op pagina 36 →“E-2, E-3, E-7” op pagina 36 →“E-5” op pagina 37 →“E-6” op pagina 37 →“E-8” op pagina 38 →“E-9” op pagina 38 →“E-10” op pagina 39 →“E-11” op pagina 39 →“E-12” op pagina 40 →“E-13” op pagina 40 →“Bericht over de netwerkomgeving” op pagina 41
Netwerkinstellingen
E-1
Bericht:
Controleer of de netwerkkabel is aangesloten en of uw netwerkapparaten (een hub, router of toegangspunt bijvoorbeeld) aanstaan.
Oplossingen:
☐ Controleer of de ethernetkabel op de printer en op een hub of een ander netwerkapparaat is aangesloten. ☐ Controleer of de hub of het andere netwerkapparaat is ingeschakeld. Als u de printer via Wi-Fi wilt aansluiten, configureert u de Wi-Fi-instellingen voor de printer opnieuw, aangezien deze zijn uitgeschakeld.
E-2, E-3, E-7
Bericht:
Geen namen van draadloze netwerken (SSID) gevonden. Controleer of de router of het toegangspunt aanstaat en of het draadloze netwerk (SSID) goed is ingesteld. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Geen namen van draadloze netwerken (SSID) gevonden. Controleer of de naam van het draadloze netwerk (SSID) goed is ingesteld op de computer die u wilt gebruiken. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
De ingevoerde beveiligingssleutel of het wachtwoord stemt niet overeen met de sleutel of het wachtwoord van de router of het toegangspunt. Controleer sleutel of wachtwoord. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
☐ Controleer of het toegangspunt is ingeschakeld. ☐ Controleer of de computer of het apparaat correct is verbonden met het toegangspunt. ☐ Schakel het toegangspunt uit. Wacht circa 10 seconden en schakel het toegangspunt weer in. Plaats de printer dichter bij het toegangspunt en verwijder eventuele obstakels ertussen. Als u de SSID handmatig hebt ingevoerd, moet u controleren of deze correct is. Controleer het SSID-adres in het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport. Als een toegangspunt meerdere SSID's heeft, selecteert u de SSID van 2,4 GHz. De printer ondersteunt geen SSID's van 5 GHz. Als u drukknopinstellingen gebruikt om een netwerkverbinding in te stellen, controleert u of het toegangspunt WPS ondersteunt. U kunt drukknopinstelling niet gebruiken als uw toegangspunt WPS niet ondersteunt. ☐ Controleer of de SSID alleen bestaat uit ASCII-tekens (alfanumerieke tekens en symbolen). De printer kan geen SSID weergeven die niet-ASCII-tekens bevat. Zorg ervoor dat u de SSID en het wachtwoord weet voordat u verbinding maakt met het toegangspunt. Als u een toegangspunt met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID en het wachtwoord die op het label van het toegangspunt vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neemt u contact op met degene die het toegangspunt heeft ingesteld of raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt is geleverd. ☐ Als u verbinding maakt met een SSID die is gegenereerd via tethering op een smart device, controleert u de SSID en het wachtwoord in de documentatie die is meegeleverd met het smart device.
Netwerkinstellingen
Als de Wi-Fi-verbinding plotseling wordt verbroken, controleert u de onderstaande omstandigheden. Als een van deze omstandigheden van toepassing is, herstelt u de netwerkinstellingen door de software van de volgende website te downloaden en uit te voeren.
http://epson.sn>Instellen
☐ Er is een ander smart device aan het netwerk toegevoegd met de drukknopinstallatie.
☐ Het Wi-Fi-netwerk is ingesteld met een andere methode dan drukknopinstallatie.
Gerelateerde informatie
→“Een computer verbinden” op pagina 25 →“Wi-Fi-instellingen configureren op de printer” op pagina 26
E-5
Bericht:
De beveiligingsmodus (bijvoorbeeld WEP of WPA) stemt niet overeen met de huidige instelling van de printer. Controleer de beveiligingsmodus. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
Zorg dat het beveiligingstype van het toegangspunt is ingesteld op een van de volgende opties. Als dat niet het geval is, wijzigt u het beveiligingstype op het toegangspunt en stelt u de netwerkinstellingen van de printer opnieuw in.
□WEP 64-bits (40-bits) □WEP 128-bits (104-bits) □WPA PSK (TKIP/AES) * □WPA2 PSK (TKIP/AES) * □WPA (TKIP/AES) □WPA2 (TKIP/AES)
Bericht:
Mogelijk wordt gefilterd op het MAC-adres van de printer. Controleer of er beperkingen gelden voor uw router of toegangspunt, zoals een MAC-adresfilter. Zie de documentatie van de router of het toegangspunt of informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
☐ Controleer of MAC-adresfiltering is uitgeschakeld. Als dit is ingeschakeld, registreert u het MAC-adres van de printer zodat het niet wordt gefilterd. Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt voor details. U kunt het MAC-adres van de printer controleren in het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport. Als het toegangspunt gedeelde verificatie gebruikt met WEP-beveiliging, moet u ervoor zorgen dat de verificatiesleutel en index correct zijn.
Netwerkinstellingen
Als het aantal apparaten dat u op het toegangspunt kunt aansluiten lager is dan het aantal netwerkapparaten dat u wilt verbinden, configureert u instellingen op het toegangspunt om het aantal aansluitbare apparaten te vergroten. Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt om de instellingen te configureren.
Gerelateerde informatie
→“Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31 →“Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 41
Bericht:
Er is een onjuist IP-adres toegewezen aan de printer. Controleer de instellingen voor het IP-adres van het netwerkapparaat (hub, router of toegangspunt). Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
☐ Schakel DHCP in op het toegangspunt als IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op Automatisch. Als de instelling IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op handmatig, is het IP-adres dat u handmatig instelt ongeldig omdat het buiten bereik is (bijvoorbeeld: 0.0.0.0). Stel een geldig IP-adres in op het bedieningspaneel van de printer of via Web Config.
Gerelateerde informatie
→“Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31
E-9
Bericht:
Controleer de verbinding en netwerkinstellingen van de computer of andere apparatuur. Verbinding maken met EpsonNet Setup is beschikbaar. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
Controleer het volgende.
□Apparaten worden ingeschakeld. ☐ U kunt toegang krijgen tot internet en andere computer of netwerkapparaten op hetzelfde netwerk van de apparaten die u met de printer wilt verbinden.
Als u na het controleren van bovenstaande nog steeds geen verbinding krijgt tussen de printer en de netwerkapparaten, schakelt u het toegangspunt uit. Wacht circa 10 seconden en schakel het toegangspunt weer in. Herstel vervolgens de netwerkinstellingen door het installatieprogramma van de volgende website te downloaden en uit te voeren.
http://epson.sn>Instellen
Gerelateerde informatie
→“Een computer verbinden” op pagina 25
Netwerkinstellingen
E-10
Bericht:
Controleer IP-adres, subnetmasker en standaardgateway-instelling. Verbinding maken met EpsonNet Setup is beschikbaar. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
Netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u IP-adres verkrijgen van de printer hebt ingesteld op Handmatig.
Stel het netwerkadres opnieuw in als dit onjuist is. U kunt het IP-adres, het subnetmasker en de standaardgateway controleren in het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport.
Als DHCP is ingeschakeld, wijzigt u de instelling IP-adres verkrijgen van de printer in Automatisch. Als u het IP-adres handmatig wilt instellen, controleert u het IP-adres van de printer in het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport en selecteert u vervolgens Handmatig in het scherm Netwerkinstellingen. Stel het subnetmasker in op [255.255.255.0].
Als u hiermee nog steeds geen verbinding krijgt tussen de printer en de netwerkapparaten, schakelt u het toegangspunt uit. Wacht circa 10 seconden en schakel het toegangspunt weer in.
Gerelateerde informatie
→“Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31
E-11
Bericht:
Instellen niet voltooid. Controleer de standaardgateway-instelling. Verbinding maken met EpsonNet Setup is beschikbaar. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
Controleer het volgende.
☐ Het standaard gateway-adres is correct wanneer u de TCP/IP-instelling van de printer instelt op Handmatig.
☐ Het apparaat dat is ingesteld als de standaard gateway, wordt ingeschakeld.
Stel het juiste standaard gateway-adres in. U kunt het standaard gatewayadres van de printer controleren in het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport.
Gerelateerde informatie
→ “Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31
Netwerkinstellingen
E-12
Bericht:
Controleer het volgende: - De beveiligingssleutel/het wachtwoord dat u invoert moet kloppen. - Index van beveiligingssleutel/wachtwoord wordt ingesteld op eerste getal. - Het IP-adres, het subnetmasker en de standaardgateway-instelling moeten goed zijn ingesteld. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld. ☐ De netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u ze handmatig invoert. ☐ De netwerkadressen voor andere apparaten (subnetmasker en standaard gateway) zijn dezelfde. ☐ Het IP-adres komt niet in conflict met andere apparaten.
Als u na het controleren van bovenstaande nog steeds geen verbinding krijgt tussen de printer en de netwerkapparaten, probeert u het volgende.
☐ Schakel het toegangspunt uit. Wacht circa 10 seconden en schakel het toegangspunt weer in. - Configureer de netwerkinstellingen opnieuw met behulp van het installatieprogramma. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
☐ U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een toegangspunt dat het WEP-beveiligingstype gebruikt. Als er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde wachtwoord op de printer is ingesteld.
Gerelateerde informatie
→“Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31 →“Een computer verbinden” op pagina 25
E-13
Bericht:
Controleer het volgende -De beveiligingssleutel/het wachtwoord dat u invoert moet kloppen. -Index van beveiligingssleutel/wachtwoord wordt ingesteld op eerste getal. -De verbinding en de netwerkinstellingen van de computer of andere apparatuur moeten goed zijn. Informeer voor hulp bij uw netwerkbeheerder.
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Netwerkapparaten zoals een toegangspunt, hub en router, zijn ingeschakeld. ☐ De TCP/IP-instelling voor netwerkapparaten is niet handmatig opgegeven. (Als de TCP/IP-instelling van de printer automatisch is ingesteld terwijl de TCP/IP-instelling voor andere netwerkapparaten handmatig wordt uitgevoerd, kan het netwerk van de printer verschillen van het netwerk voor andere apparaten.)
Als dit nog steeds niet werkt nadat u het bovenstaande hebt gecontroleerd, probeert u het volgende.
☐ Schakel het toegangspunt uit. Wacht circa 10 seconden en schakel het toegangspunt weer in.
Netwerkinstellingen
- Configureer met behulp van het installatieprogramma netwerkinstellingen op de computer die met hetzelfde netwerk is verbonden als de printer. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website: http://epson.sn > Instellen. U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een toegangspunt dat het WEP-beveiligingstype gebruikt. Als er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde wachtwoord op de printer is ingesteld.
Gerelateerde informatie
→ “Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen configureren” op pagina 31 → “Een computer verbinden” op pagina 25
Bericht over de netwerkomgeving
| Bericht Oplossing | |
| *Er zijn meerdere netwerknamen (SSID) gedetecteerd die overeenstemmen met de ingevoerde netwerknaam (SSID). Controleer de netwerknaam (SSID). | Dezelfde SSID kan worden ingesteld op meerdere toegangspunten. Controleer de instellingen van de toegangspunten en wijzig de SSID. |
| De Wi-Fi-omgeving moet worden verbeterd. Schakel de draadloze router uit en vervolgens weer in. Als de verbinding niet verbetert, raadpleegt u de documentatie voor de draadloze router. | Nadat u de printer dichter bij het toegangspunt hebt geplaatst en eventuele obstakels hebt verwijderd, schakelt u het toegangspunt uit. Wacht circa 10 seconden en schakel het toegangspunt weer in. Als de printer nog steeds geen verbinding maakt, raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt is meegeleverd. |
| *Er kunnen niet meer apparaten aangesloten worden. Verwijder een van de apparaten als u een ander wilt toevoegen. | U kunt maximaal vier computers en smart devices tegelijk verbinden in een Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt). Om nog een computer of een ander smart device toe te voegen, moet u eerst de verbinding van een van de verbonden apparaten verbreken. |
Een netwerkstatusvel afdrukken
U kunt de gedetailleerde netwerkinformatie afdrukken om deze te controleren.
- Papier laden.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Netwerkstatus.
- Selecteer statusvel.
- Controleer het bericht en druk vervolgens een netwerkstatusvel af.
- Sluit het scherm.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
Toegangspunten vervangen of toevoegen
Als de SSID verandert doordat een toegangspunt wordt vervangen, of als een toegangspunt wordt toegevoegd en een nieuwe netwerkomgeving wordt ingesteld, stelt u de Wi-Fi-instellingen opnieuw in.
Gerelateerde informatie
→“De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 42
De verbindingsmethode met een computer wijzigen
Gebruik het installatieprogramma en stel de installatie in met een andere verbindingsmethode.
□Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga naar Instellen en configureer de instellingen. http://epson.sn
□Instellen met de software-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een software-cd en gebruikers die beschikken over een computer met een schijfstation.)
Plaats de software-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethode wijzigen selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven.
Selecteer De verbindingsmethode wijzigen of resetten in het scherm Software-installatie selecteren en klik vervolgens op Volgende.

De netwerkstatus wijzigen naar ethernet op het bedieningspaneel
Volg de onderstaande stappen om op het bedieningspaneel de netwerkverbinding te wijzigen van Wi-Fi naar ethernet.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Bekabelde LAN-installatie.
- Tik op Start installatie.
- Controleer het bericht en sluit vervolgens het scherm. Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
- Verbind de printer met een router met behulp van een ethernet-kabel.
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel
Wanneer u Wi-Fi uitschakelt, wordt de Wi-Fi-verbinding verbroken.

- Tik op het startscherm op
- Selecteer Wi-Fi(aanbevolen). De netwerkstatus wordt weergegeven.
- Tik op Instellingen wijzigen.
- Selecteer Overige > Wi-Fi uitschakelen.
- Controleer het bericht en start vervolgens het instellen.
- Sluit het scherm wanneer een bevestigingsbericht wordt weergegeven. Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
- Sluit het scherm met instellingen voor de netwerkverbinding.
Verbinding Wi-Fi Direct (Eenvoudig Toegangspunt) verbreken vanaf het bedieningspaneel
Opmerking:
Wanneer de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) wordt uitgeschakeld, wordt de verbinding voor alle computers en smart devices die met de printer zijn verbonden in Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) verbroken. Als u de verbinding met eenspecifiek apparaat wilt verbreken, doe dit dan op het apparaat in kwestie en niet op de printer.
Netwerkinstellingen
- Tik op het startscherm op .

- Selecteer Wi-Fi Direct. De Wi-Fi Direct-informatie wordt weergegeven.
- Tik op Instellingen wijzigen.
- Selecteer Wi-Fi Direct uitschakelen.
- Tik op De instellingen uitschakelen.
- Sluit het scherm wanneer een bevestigingsbericht wordt weergegeven. Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
- Sluit het scherm Netwerkverb.inst..
De netwerkinstellingen herstellen op het bedieningspaneel
U kunt alle netwerkinstellingen terugzetten op de standaardinstellingen.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Standaardinst. herstellen > Netwerkinstellingen.
- Controleer het bericht en selecteer Ja.
- Sluit het scherm wanneer een bevestigingsbericht wordt weergegeven. Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd.
De printer voorbereiden
De printer voorbereiden
Papier laden
Beschikbaar papier en capaciteiten
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruiken om afdrukken van hoge kwaliteit te krijgen.
Origineel Epson-papier
| Medianaam Grootte Laadcapaciteit | (vellen) | Dubbelzijdig afdrukken | Randloos afdrukken | |
| Epson Bright White Ink Jet Paper | A4 120 Auto, | Handmatig*1 | √ | |
| Epson Ultra Glossy Photo Paper | A4, 13×18 cm (5×7 inch), 10×15 cm (4×6 inch) | 20*2 | - √ | |
| Epson Premium Glossy Photo Paper | A4, 13×18 cm (5×7 inch), 16:9 breed formaat (102×181 mm), 10×15 cm (4×6 inch) | 20*2 | - √ | |
| Epson Premium Semigloss Photo Paper | A4, 10×15 cm (4×6 inch) | 20*2 | - √ | |
| Epson Photo Paper Glossy A4, | 13×18 cm (5×7 inch), 10×15 cm (4×6 inch) | 20*2 | - √ | |
| Epson Matte Paper-Heavyweight | A4 20 - √ | |||
| Epson Double-Sided Matte Paper | A4 1 Handmatig √ | |||
| Epson Photo Quality Ink Jet Paper | A4 100 - √ | |||
*1 U kunt tot 30 pagina's met één bedrukte zijde laden. *2 Laad een pagina per keer als het papier niet goed geladen wordt of als de afdruk oneven kleuren of vlekken vertoont.
Opmerking:
☐ De beschikbaarheid van papier verschilt per locatie. Neem contact op met Epson Support voor de recentste informatie over beschikbaar papier in uw omgeving. □ Wanneer u afdrukt op origineel Epson-papier op een gebruikergedefinieerd formaat, zijn alleen de afdrukkwaliteitsinstellingen Standaard of Normaal beschikbaar. Ook al laten sommige printerprogramma's u een betere printkwaliteit kiezen, dan wordt er nog steeds afgedrukt met Standaard of Normaal.
De printer voorbereiden
Commercieel beschikbaar papier
| Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen of | enveloppen) | Dubbelzijdig afdrukken | Randloos afdrukken |
| Gewoon papier Kopieerpapier | Letter, A4 150 Auto, | ||
| B5, 16K (195×270 mm) 150 | Auto, | - | |
| A5, A6, B6 150 | - | ||
| Legal, 8,5×13 inch 1 Handmatig - | |||
| Gebruikergedefinieerd*1 (mm)89×127 tot 182×257215,9×297 tot 1200 | 1 Handmatig - | ||
| Gebruikergedefinieerd*1 (mm)182×257 tot 215,9×297 | 1 | A Handmatig - u | |
| Enveloppe Enveloppe #10, Enveloppe DL, Enveloppe C6 | 10 -- | ||
*1 Alleen afdrukken vanaf een computer of smart device is beschikbaar. *2 U kunt tot 30 pagina's met één bedrukte zijde laden.
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking
□ Lees de instructiebladen die bij het papier worden geleverd. ☐ Waaier papier en leg de stapel recht voor het laden. Fotopapier niet waaieren of buigen. Dit kan de afdrukzijde beschadigen.

Gebruikershandleiding
De printer voorbereiden
Als het papier omgekruld is, maakt u het plat of buigt u het vóór het laden lichtjes de andere kant op. Afdrukken op omgekruld papier kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.

- Gebruik geen papier dat golvend, gescheurd, gesneden, gevouwen, vochtig, te dik of te dun is of papier met stickers op. Het gebruik van deze papiertypen kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Zorg ervoor dat u papier met lange vezels gebruikt. Als u niet zeker bent welk papiertype u gebruikt, controleer dan de verpakking van het papier of neem contact op met de fabrikant.
Gerelateerde informatie
→“Printer specificaties” op pagina 220
Papier in de Papiercassette laden
- Open het voorpaneel (tot de klik).

- Controleer of de printer niet in werking is en schuif dan de papiercassette naar buiten.

De papiercassette kan niet worden verwijderd.
Gebruikershandleiding
De printer voorbereiden
- Zet de geleiders op de ruimste positie.

- Laad papier met de afdrukzijde naar beneden tot dit de achterzijde van de papiercassette raakt.

Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor het specifieke papiertype.
□8,5×13 inch
Laad papier met behulp van de lijn.

De printer voorbereiden
□Legal
Trek de geleiding voor Legal-papier naar buiten en laad papier met behulp van de lijn.

- Schuif de geleiders tegen de randen van het papier aan.

- Plaats de papiercassette voorzichtig.
- Stel op het bedieningspaneel het papierformaat en -type in voor het papier dat u in de papiercassette hebt geladen. Als het formaat van uw papier niet wordt weergegeven, selecteert u Gebruikergedef..
Opmerking:
Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Printerinstellingen > Instellingen papierbron > Papierinstelling om het instellingenscherm met papierformaat en -type weer te geven.
- Schuif de uitvoerlade uit.

Gerelateerde informatie
→"Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking" op pagina 46 →"Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 45 →"Lijst met papiertypen" op pagina 50
De printer voorbereiden
→“Enveloppen laden en voorzorgsmaatregelen” op pagina 50
Enveloppen laden en voorzorgsmaatregelen
Laad enveloppen met de klep naar beneden en schuif de zijgeleiders naar de randen van de enveloppen.

Waaier enveloppen en leg ze recht op elkaar voor het laden. Als de gestapelde enveloppen lucht bevatten, maakt u ze plat om de lucht eruit te krijgen voordat ze worden geladen.

- Gebruik geen omgekrulde of gevouwen enveloppen. Het gebruik van dergelijke enveloppen kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen enveloppen met zelfklevende oppervlakken of vensters.
Vermijd het gebruik van enveloppen die te dun zijn aangezien die kunnen omkrullen tijdens het afdrukken.
Gerelateerde informatie
→"Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 45
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47
Lijst met papiertypen
Selecteer het papiertype dat bij het papier past voor optimale afdrukresultaten.
| Medianaam Afdrukmateriaal | ||
| Bedieningspaneel Printerstuurprogramma | ||
| Epson Bright White Ink Jet Paper Gewoon papier Gewoon papier | ||
| Epson Ultra Glossy Photo Paper Ultra Glossy Epson Ultra Glossy | ||
| Epson Premium Glossy Photo Paper Premium Glossy Epson Premium Glossy | ||
De printer voorbereiden
| Medianaam Afdrukmateriaal | ||
| Bedieningspaneel Printerstuurprogramma | ||
| Epson Premium Semigloss Photo Paper | Premium Semigloss Epson Premium Semigloss | |
| Epson Photo Paper Glossy Glossy Photo Paper Glossy | ||
| Epson Matte Paper-Heavyweight Epson Double-Sided Matte Paper Epson Photo Quality Ink Jet Paper | Matte Epson Matte | |
Originelen plaatsen
Plaats de originelen op de scannerglasplaat of de ADF.
Met de ADF kunt u meerdere originelen tegelijkertijd scannen.
Beschikbare originelen voor de ADF
| Beschikbare papierformaten A4, Letter, 8,5×13 inch, Legal | |
| Papiertype Gewoon papier | |
| Papierdikte (papiergewicht) 64 tot 95 g/m2 | |
| Laadcapaciteit A4, Letter: 30 vellen of 3.3 mm8,5×13 inch, Legal: 10 vellen | |
Zelfs als het origineel voldoet aan de specificaties voor afdrukmateriaal dat in de ADF kan worden geplaatst, wordt dit mogelijk niet goed ingevoerd vanuit de ADF of kan de scankwaliteit verminderen, afhankelijk van de papiereigenschappen of -kwaliteit.

Belangrijk:
Voer geen foto's of waardevolle kunstwerken in via de ADF. Door verkeerd invoeren kan het origineel kreuken of beschadigd raken. Scan deze documenten in plaats daarvan op de scannerglasplaat.
Vermijd het gebruik van de volgende originelen in de ADF om storingen te voorkomen. Voor deze typen gebruikt u de scannerglasplaat.
Originelen die gescheurd, gevouwen, gekreukeld, beschadigd of omgekruld zijn
Originelen met perforatorgaten
Originelen die bijeen worden gehouden met plakband, nietjes, paperclips enz.
Originelen met stickers of labels
Originelen die onregelmatig gesneden zijn of niet in de juiste lijn liggen
Originelen die aan elkaar gebonden zijn
Transparanten, thermisch papier of doordrukpapier
Originelen op de ADF plaatsen
- Lijn de randen van het papier uit.
- Open de documentsteun van de ADF en trek het verlengstuk van de uitvoerlade van de ADF uit.

- Knijp de zijgeleider van de ADF in en schuif deze naar buiten.

- Plaats de originelen met de afdrukzijde naar boven in de ADF en schuif de zijgeleider van de ADF tegen de originelen.

De printer voorbereiden

Belangrijk:
Laad de originelen niet tot boven de streep met het driehoekje op de ADF.

Plaats tijdens het scannen geen nieuwe originelen.
Gerelateerde informatie
→ "Beschikbare originelen voor de ADF" op pagina 51
Originelen in de ADF plaatsen om ze 2-op-1 te kopiëren
Plaats de originelen in de richting zoals weergegeven in de illustratie en selecteer de instelling voor de afdrukstand.
☐ Staande originelen: selecteer Staand op het bedieningspaneel zoals hieronder beschreven.
Kopiëren > Geavanceerde instellingen > Richting origineel > Staand
Plaats de originelen op de ADF in de richting van de pijl.

☐ Liggende originelen: selecteer Liggend op het bedieningspaneel zoals hieronder beschreven.
Kopiëren > Geavanceerde instellingen > Richting origineel > Liggend
Plaats de originelen op de ADF in de richting van de pijl.

Originelen op de scannerglasplaat plaatsen

Let op:
Pas bij het sluiten van het documentdeksel op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich verwonden.
De printer voorbereiden

Belangrijk:
Plaatst u omvangrijke originelen zoals boeken, zorg er dan voor dat er geen extern licht op de scannerglasplaat schijnt.
- Open het documentdeksel.

- Verwijder stof en vlekken van de scannerglasplaat.
- Plaats het origineel met de bedrukte zijde omlaag en duw het tegen de hoekmarkering.

Opmerking:
☐ De eerste 1,5 mm vanaf de bovenrand en rechterrand van de scannerglasplaat wordt niet gescand.
Als er originelen in de ADF en op de scannerglasplaat zijn geplaatst, wordt er prioriteit gegeven aan de originelen in de ADF.
- Sluit het deksel voorzichtig.

Belangrijk:
Oefen niet te veel kracht uit op de scannerglasplaat of de documentkap. Deze kunnen anders beschadigd raken.
- Verwijder de originelen na het scannen.
Opmerking:
Als u de originelen langdurig op de scannerglasplaat laat liggen, kunnen ze aan het oppervlak van het glas kleven.
De printer voorbereiden
Een id-kaart plaatsen om te kopiëren
Plaats een id-kaart 5 mm van de hoekmarkering op de scannerglasplaat.

Door een lijst met contactpersonen op te slaan kunt u makkelijk bestemmingen invoeren. U kunt tot 100 nummers invoeren en u kunt de lijst met contactpersonen gebruiken als u een faxnummer invoert.
Contacten registreren of bewerken
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Selecteer Contacten.
- Voer een van de volgende handelingen uit.
□ Als u een nieuw contact wilt registreren, selecteert u Geg. toev. en vervolgens Contact toevoegen. □ Als u een contact wilt bewerken, selecteert u > bij het contact en selecteert u Bewerken. □ Als u een contact wilt verwijderen, selecteert u > in het betreffende contact en vervolgens Wissen en Ja. De volgende procedures hoeft u niet uit te voeren.
- Configureer de benodigde instellingen.
Opmerking:
Als u een faxnummer invoert, moet u eerst een externe toegangscode voor het faxnummer invoeren als uw telefoonsysteem PBX is. Deze toegangscode hebt u nodig om een buitenlijn te krijgen. Als de toegangscode is opgegeven in de instelling van het Lijntype, voert u een hekje (#) i.p.v. de werkelijke toegangscode in. Om een pauze (drie seconden) toe te voegen tijdens het bellen van het nummer, voegt u een koppelteken (-) toe.
- Tik op OK.
Gerelateerde informatie
→“Tekens invoeren” op pagina 21
Contactgroepen registreren of bewerken
Voeg contactpersonen aan een groep toe om een fax naar meerdere bestemmingen tegelijk te verzenden.
De printer voorbereiden
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Selecteer Contacten.
- Voer een van de volgende handelingen uit.
□ Als u een nieuwe contactgroep wilt registreren, selecteert u Geg. toev. en vervolgens Groep toevoegen. □ Als u een contactgroep wilt bewerken, selecteert u > in de betreffende contactgroep en vervolgens Bewerken. □ Als u een contactgroep wilt verwijderen, selecteert u > in de betreffende contactgroep en vervolgens Wissen en Ja. De volgende procedures hoeft u niet uit te voeren.
- Voer de Groepsnaam en het Indexwoord in of wijzig dit en selecteer vervolgens Contact(en) toegevoegd aan de Groep (vereist).
- Selecteer de contacten die u in de groep wilt registreren en tik vervolgens op Sluiten.
Opmerking:
□ U kunt tot 99 contactpersonen registreren. □ Tik opnieuw op een contact als u de selectie wilt opheffen.
- Tik op OK.
Gerelateerde informatie
→“Tekens invoeren” op pagina 21
Contacten registreren op een computer
Met Web Config kunt u een contactlijst maken op uw computer en deze importeren naar de printer.
- Open "Web Config".
- Selecteer Geavanceerde instellingen in de lijst rechts boven in het venster.
- Selecteer Contactpersonen.
- Selecteer het nummer dat u wilt registreren en klik vervolgens op Bewerken.
- Voer Naam, Indexwoord, Faxnummer en Faxsnelheid in.
- Klik op Toepassen.
Gerelateerde informatie
“Toepassing voor het configureren van printerbewerkingen (Web Config)” op pagina 175 →“Webconfiguratie uitvoeren op een webbrowser” op pagina 175
De printer voorbereiden
Items voor het instellen van de bestemming
| Items Instellingen en toelichting | |
| Naam Voer een naam in die in de contacten wordt weergegeven. Deze mag maximaal30 tekens bevatten in Unicode (UTF-8).Als u dit niet opgeeft, laat u dit leeg. | |
| Indexwoord Voer zoekwoorden in van maximaal 30 tekens in Unicode (UTF-8).Als u dit niet opgeeft, laat u dit leeg. | |
| Type | Dit item is vastgelegd alsFax.Deze instelling kunt u niet wijzigen. |
| Faxnummer Voer hier tussen 1 en 64 tekens in. Gebruik 0–9 - * # en spatie. | |
| Faxsnelheid Selecteer een communicatiesnelheid voor een bestemming. | |
Bestemmingen als groep registreren
- Open "Web Config".
- Selecteer Geavanceerde instellingen in de lijst rechts boven in het venster.
- Selecteer Contactpersonen.
- Selecteer het nummer dat u wilt registreren en klik vervolgens op Bewerken.
- Voer een Naam en Indexwoord in.
- Selecteer een groep in Type.
- Klik op Selecteren voor Contact(en) voor Groep. De beschikbare bestemmingen worden weergegeven.
- Selecteer de bestemming die u voor de groep wilt registreren en klik vervolgens op Selecteren. Opmerking: Bestemmingen kunnen worden geregistreerd voor meerdere groepen.
- Klik op Toepassen.
Gerelateerde informatie
“Toepassing voor het configureren van printerbewerkingen (Web Config)” op pagina 175 →“Webconfiguratie uitvoeren op een webbrowser” op pagina 175
Menuopties voor Instel.
Selecteer in het startscherm van de printer Instel. om de verschillende instellingen te configureren.
De printer voorbereiden
Menuopties voor Algemene instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen
Basisinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Basisinstellingen
Lcd-helderheid:
Hiermee past u de helderheid van het display aan.
Geluid:
Hiermee past u het volume en het type van het geluid aan.
Slaaptimer:
Pas de tijdsduur aan voor het inschakelen van de slaapmodus (energiebesparingsmodus) wanneer de printer geen bewerkingen uitvoert. Het lcd-scherm gaat uit als de ingestelde tijd is verstreken.
Uitschakelingstimer:
Uw product heeft mogelijk deze functie of de functie Uitschakelinst., afhankelijk van de plaats van aankoop.
Selecteer deze instelling om de printer automatisch uit te schakelen als deze gedurende een vastgestelde periode niet wordt gebruikt. U kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Uitschakelinst.:
Uw product heeft mogelijk deze functie of de functie Uitschakelingstimer, afhankelijk van de plaats van aankoop.
□Uitschakelen indien inactief
Selecteer deze instelling om de printer automatisch uit te schakelen als deze gedurende een vastgestelde periode niet wordt gebruikt. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
□Uitschakelen indien losgekoppeld
Als u deze instelling selecteert, schakelt de printer na 30 minuten uit als alle netwerkpoorten, inclusief de LINE-poort, zijn losgekoppeld. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de regio.
Datum/tijd instellen:
□Datum/tijd
Voer de actuele datum en tijd in.
□Zomertijd
Selecteer de zomertijdinstelling van uw regio.
De printer voorbereiden
□Tijdverschil
Voer het tijdverschil in tussen uw plaatselijke tijd en de UTC (Coordinated Universal Time).
Land/regio:
Selecteer het land of de regio waarin u de printer gebruikt. Als u de instelling voor land/regio wijzigt, worden de standaardinstellingen van de fax herstelt en moet u deze opnieuw selecteren.
Taal/Language:
Selecteer de taal van het lcd-scherm.
Time-out bewerking:
Selecteer Aan om terug te keren naar het beginscherm wanneer gedurende een vastgestelde tijd geen bewerkingen zijn uitgevoerd.
Toetsenbord:
Wijzig de lay-out van het toetsenbord op het lcd-scherm.
Gerelateerde informatie
→ "Energie besparen — Bedieningspaneel" op pagina 65 → "Tekens invoeren" op pagina 21
Printerinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Printerinstellingen
Instellingen papierbron:
Papierinstelling:
Selecteer het formaat en type papier dat u in de papierbron hebt geplaatst. U kunt Favoriete papierinstell. configureren in papierformaat en papiertype.
Autom.wisselen A4/Letter:
Selecteer Aan om papier te laden van de papierbron, ingesteld als A4-formaat, wanneer er geen papierbron ingesteld is als Letter-formaat, of om papier te laden van de papierbron, ingesteld als Letter-formaat, wanneer er geen papierbron ingesteld is als A4-formaat.
Foutmelding:
Selecteer Aan om foutberichten weer te geven wanneer het geselecteerde papierformaat of -type niet overeenkomt met het papier dat is geladen.
Autom. weerg. papierinstelling:
Selecteer Aan om het scherm Papierinstelling weer te geven wanneer u papier in de papierbron laadt. Als u deze functie uitschakelt, kunt u niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad met AirPrint.
De printer voorbereiden
Algem. afdrukinst.:
Deze afdrukinstellingen worden toegepast wanneer u afdrukt vanaf een extern apparaat zonder gebruik te maken van het printerstuurprogramma.
Offset boven:
Hiermee past u de bovenmarge van het papier aan.
Offset links:
Hiermee past u de linkermarge van het papier aan.
Offset boven achter:
Hiermee past u de bovenmarge van het papier voor de achterzijde van de pagina aan bij dubbelzijdig afdrukken.
Offset links achter:
Hiermee past u de linkermarge van het papier voor de achtermarge van de pagina aan bij dubbelzijdig afdrukken.
Controleer papierbreedte:
Selecteer Aan om voor het afdrukken de papierbreedte te controleren. Hierdoor voorkomt u dat er over de randen van het papier wordt afgedrukt wanneer het papierformaat onjuist is ingesteld. Het afdrukken kan hierdoor iets langer duren.
Lege pagina overslaan:
Hiermee worden lege pagina's in de afdrukgegevens automatisch overgeslagen.
Auto probleemopl.:
Selecteer een actie bij het optreden van een fout bij dubbelzijdig afdrukken of vol geheugen.
□Aan
Hiermee wordt een waarschuwing weergegeven en wordt in de modus voor enkelzijdig afdrukken afgedrukt wanneer er tijdens dubbelzijdig afdrukken een fout is opgetreden, of worden alleen de gegevens afgedrukt die de printer heeft kunnen verwerken toen het geheugen vol was.
□Uit
Er wordt een foutmelding weergegeven en de afdruktaak wordt geannuleerd.
Stille modus:
Selecteer Aan om het geluid tijdens het afdrukken te verminderen. De afdruksnelheid kan hierdoor worden verlaagd. Afhankelijk van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit, merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert.
Droogtijd voor inkt:
Selecteer de droogtijd van de inkt die u wilt gebruiken bij dubbelzijdig afdrukken. De printer drukt de andere zijde af nadat de ene zijde is afgedrukt. Als uw afdruk is gevlekt, verhoogt u de tijdsinstelling.
PC-verbinding via USB:
Selecteer Inschakelen om de computer toegang te geven tot de printer wanneer deze via USB is verbonden. Wanneer Uitschakelen wordt geselecteerd, worden afdruktaken en scantaken die niet via een netwerkverbinding gaan beperkt.
De printer voorbereiden
Netwerkinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Netwerkinstellingen
Wi-Fi instellen:
Configureer de instellingen voor de draadloze netwerkverbinding of wijzig deze. Kies uit de volgende opties de gewenste verbindingsmethode en volg de instructies op het lcd-scherm.
Wi-Fi (aanbevolen)
Wi-Fi Direct
Bekabelde LAN-installatie:
Stel een netwerkverbinding in die gebruikmaakt van een LAN-kabel en een router, of wijzig deze. Wanneer deze functie wordt gebruikt, zijn Wi-Fi-verbindingen uitgeschakeld.
Netwerkstatus:
Hiermee worden de actuele netwerkinstellingen weergegeven of afgedrukt.
Status vast netwerk/Wi-Fi
Wi-Fi Direct-status
statusvel
Controle van netwerkverbinding:
Hiermee controleert u de huidige netwerkverbinding en drukt u een rapport af. Als er problemen zijn met de verbinding, kunt u het rapport raadplegen om het probleem te verhelpen.
Geavanceerd:
Geef de volgende gedetailleerde instellingen op.
□ Apparaatnaam
TCP/IP
Proxy-server
□ IPv6-adres
□ Link Speed & Duplex
Gerelateerde informatie
→ “Handmatig Wi-Fi-instellingen configureren” op pagina 27 → “Wi-Fi-instellingen configureren via de drukknopinstelling (WPS)” op pagina 28 → “Wi-Fi-instellingen configureren via de pincode-instelling (WPS)” op pagina 29 → “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) configureren” op pagina 30 → “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 41 → “De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 33 → “De netwerkstatus wijzigen naar ethernet op het bedieningspaneel” op pagina 43 → “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 31
De printer voorbereiden
Webservice-instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Webservice-instellingen
Geeft aan of de printer geregistreerd en verbonden is met Epson Connect.
Als u zich wilt aanmelden bij de service, selecteert u Registreren en volgt u de instructies.
Wanneer u de printer hebt geregistreerd, kunt u de volgende instellingen wijzigen.
☐Onderbreken/hervatten
□Registratie opheffen
Raadpleeg voor meer informatie de volgende website.
Afdrukservices van Google Cloud:
Geeft aan of de printer geregistreerd en verbonden is met Google Cloud Print-services.
Wanneer u de printer hebt geregistreerd, kunt u de volgende instellingen wijzigen.
□Inschakelen/Uitschakelen
□Registratie opheffen
Ga voor meer informatie over het registreren bij Google Cloud Print-services naar de volgende website.
Gerelateerde informatie
→“Afdrukken via een netwerkservice” op pagina 186
Menuopties voor Voorraadstatus
Selecteer het menu op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Voorraadstatus
Geeft het geschatte inktniveau en de levensduur van de onderhoudscassette weer.
Als het symbool ! wordt weergegeven, is de inkt bijna op of is de onderhoudscassette bijna vol. Als het symbool X wordt weergegeven, moet u het item vervangen omdat de inkt op is of omdat de onderhoudscassette vol is.
Vanaf dit scherm kunt u de statusinformatie voor het vervangen van inktcartridges of afdrukbenodigdheden afdrukken.
Menuopties voor Onderhoud
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
De printer voorbereiden
Instel. > Onderhoud
PrintkopControle spuitm.:
Selecteer deze functie om te controleren of de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn. De printer drukt een spuitkanaaltjespatroon af.
Printkop reinigen:
Selecteer deze functie om verstopte spuitkanaaltjes in de printkop te reinigen.
Printkop uitlijnen:
Gebruik deze functie om de printkop bij te stellen om de afdrukkwaliteit te verbeteren.
Uitl. lijn regelafst.
Selecteer deze functie om verticale lijnen uit te lijnen.
□Verticale uitlijning
Selecteer deze functie als uw afdrukken wazig zijn of als tekst en lijnen niet goed zijn uitgelijnd.
□Horizontale uitlijning
Selecteer deze functie als zich op uw afdrukken op regelmatige afstand horizontale strepen bevinden.
Vervangen patronen:
Gebruik deze functie om de cartridges te vervangen voordat de inkt opgebruikt is.
Papiergeleider reinigen:
Selecteer deze functie als zich op de interne rollen inktvlekken bevinden. De printer voert papier in om de interne rollen te reinigen.
Gerelateerde informatie
→“De printkop controleren en reinigen” op pagina 164 →“De printkop uitlijnen” op pagina 165 →“Cartridges vervangen” op pagina 158 →“Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 167
Menuopties voor Statusv.afdrukk.
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Statusv.afdrukk.
Statusblad configuratie:
Hiermee drukt u informatiebladen af met de actuele status en instellingen van de printer.
Statusblad voorraad:
Hiermee drukt u informatiebladen af met de status van de verbruiksaccessoires.
Gebruikershandleiding
De printer voorbereiden
Blad gebruiksgeschiedenis:
Hiermee drukt u informatiebladen af met de gebruiksgeschiedenis van de printer.
Menuopties voor Afdrukteller
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Afdrukteller
Geeft het totale aantal afdrukken, zwart-witafdrukken en kleurenafdrukken weer vanaf het moment waarop u de printer hebt aangeschaft.
Menuopties voor Gebruikersinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Gebruikersinstellingen
U kunt de standaardinstelling wijzigen van de volgende menu's.
Kopiëren □Scan naar computer □Scan naar cloud Fax
Menuopties voor Standaardinst. herstellen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Standaardinst. herstellen
Hiermee zet u de volgende menu's terug op de standaardwaarden.
Netwerkinstellingen □Kopieerinstellingen □Scaninstellingen Faxinstellingen □Alle gegevens en instellingen wissen
Menuopties voor Firmware-update
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Firmware-update
De printer voorbereiden
Bijwerken:
Hiermee controleert u of er een nieuwe versie van de firmware op de netwerkserver staat. Als er een update beschikbaar is, kunt u aangeven of de update mag worden uitgevoerd.
Melding:
Selecteer Aan om een melding te ontvangen als er een firmware-update beschikbaar is.
Stroom besparen
De printer gaat in slaapstand of gaat automatisch uit als er een bepaalde tijd geen handelingen worden verricht. U kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Afhankelijk van de plaats van aankoop, kan de printer een functie hebben voor het automatisch uitschakelen als het apparaat gedurende 30 minuten niet is verbonden met het netwerk.
Energie besparen — Bedieningspaneel
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Basisinstellingen.
- Voer een van de volgende handelingen uit.
☐ Selecteer Slaaptimer of Uitschakelinst. > Uitschakelen indien inactief of Uitschakelen indien losgekoppeld en maak dan de instellingen. ☐ Selecteer Slaaptimer of Uitschakelingstimer en stel dan de instellingen in.
Opmerking:
Uw product heeft mogelijk de functie Uitschakelinst. of Uitschakelingstimer, afhankelijk van de plaats van aankoop.
Afdrukken
Afdrukken vanuit het printerstuurprogramma in Windows
Het printerstuurprogramma openen
Wanneer u het printerstuurprogramma opent vanuit het configuratiescherm van de computer, worden de instellingen toegepast op alle toepassingen.
De printerdriver openen via het bedieningspaneel
□Windows 10/Windows Server 2016
Rechtsklik op de knop Start en selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
☐Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
□Windows 7/Windows Server 2008 R2
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
□Windows Vista/Windows Server 2008
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Printers in Hardware en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen selecteren.
☐Windows XP/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Printers en faxapparaten. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Het printerstuurprogramma openen via het printerpictogram op de taakbalk
Het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad is een snelkoppeling waarmee u snel de printerdriver kunt openen.
Als u op het printerpictogram klikt en Printerinstellingen selecteert, kunt u hetzelfde venster met printerinstellingen openen als het venster dat u opent via het bedieningspaneel. Als u op dit pictogram dubbelklikt, kunt u de status van de printer controleren.
Opmerking:
Als het printerpictogram niet op de taakbalk wordt weergegeven, open dan het venster van de printerdriver, klik op Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram registreren op taakbalk.
Afdrukken
Basisprincipes voor afdrukken
Opmerking:
Bewerkingen kunnen afhankelijk van de toepassing verschillen. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
- Open het bestand dat u wilt afdrukken. Laad papier in de printer, als er nog geen papier is geladen.
- Selecteer Afdrukken of Pagina-instelling in het menu Bestand.
- Selecteer uw printer.
- Selecteer Voorkeuren of Eigenschappen om het venster van de printerdriver te openen.

- Wijzig indien nodig de instellingen.
Zie de menuopties voor het printerstuurprogramma voor meer informatie.
Opmerking:
□ U kunt ook de online-Help raadplegen voor een uitleg van de instellingsitems. Als u met de rechtermuisknop op een item klikt, wordt Help weergegeven. □ Wanneer u Afdrukvoorbeeld selecteert, kunt u een voorbeeldweergave bekijken van het document voordat u dit afdrukt.
- Klik op OK om het venster van het printerstuurprogramma te sluiten.
Afdrukken
7. Klik op Druk af.
Opmerking:
Wanneer u Afdrukvoorbeeld selecteert, wordt een voorbeeldvenster weergegeven. Als u de instellingen wilt wijzigen, klikt u op Annuleren en herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
Gerelateerde informatie
→"Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 45 →“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 →“Lijst met papiertypen” op pagina 50 →“Het tabblad Hoofdgroep” op pagina 82
Dubbelzijdig afdrukken
U kunt dubbelzijdig afdrukken. U kunt ook een brochure afdrukken door de pagina's te herschikken en de afdruk te vouwen.
![graph TD A["Document Submission"] --> B["Data Collection"] B --> C["Output"] D["Document Export"] --> E["Document Review"] E --> F["Output"]](/content/2026/06/1162611/images/769399d62da9cf064ab21a3bdf35a7eb742baa89cd1b97c3dc11dad55b0091d8.jpg)
Opmerking:
☐Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken. □ U kunt automatisch en handmatig dubbelzijdig afdrukken gebruiken. Draai tijdens handmatig dubbelzijdig afdrukken het papier om op de andere zijde af te drukken als de printer klaar is met afdrukken op de eerste zijde. Als u geen papier gebruikt dat geschikt is voor dubbelzijdig afdrukken, kan de afdrukkwaliteit achteruitgaan en kan het papier vastlopen. □ Afhankelijk van het papier en de gegevens, kan inkt doorlekken naar de andere zijde van het papier.
Gerelateerde informatie
→"Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 45
Printerinstellingen
Handmatig dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar wanneer EPSON Status Monitor 3 ingeschakeld is. De functie is echter mogelijk niet beschikbaar wanneer de printer wordt gebruikt via een netwerk of als een gedeelde printer.
Afdrukken
Opmerking:
Als u EPSON Status Monitor 3 wilt inschakelen, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteert u vervolgens EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
- Selecteer op het tabblad Hoofdgroep in het printerstuurprogramma een optie bij Dubbelzijdig afdrukken.
- Klik op Instellingen, configureer de instellingen en klik op OK.
Configureer desgewenst instellingen voor Afdrukdichtheid. Deze instelling is niet beschikbaar wanneer u handmatig dubbelzijdig afdrukken selecteert.
Opmerking:
□ Selecteer Boekje om een gevouwen boekje af te drukken. □ Als u Afdrukdichtheid instelt, kunt u de afdrukdichtheid aanpassen op basis van het documenttype. Het afdrukken kan langzaam zijn afhankelijk van de optiecombinatie die u hebt geselecteerd voor Documenttype selecteren in het venster Afdrukdichtheid aanpassen en voor Kwaliteit op het tabblad Hoofdgroep.
3. Klik op Druk af.
Wanneer bij handmatig dubbelzijdig afdrukken de eerste zijde klaar is, verschijnt een pop-upvenster op de computer. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Hoofdgroep” op pagina 82
Meerdere pagina's op één vel afdrukken
U kunt twee of vier pagina's met gegevens op één vel papier afdrukken.
![graph TD A["Input Data"] --> B["Processing Step 1"] B --> C["Processing Step 2"] C --> D["Output Format 1"] C --> E["Output Format 2"] D --> F["Final Output Format 3"] E --> G["Final Output Format 4"]](/content/2026/06/1162611/images/01608f3b0aa1b39866f24176bb79660ea7cd83de40df0c469677c830e0316424.jpg)
Printerinstellingen
Selecteer op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma de optie 2 per vel of 4 per vel bij Meerdere pagina's.
Afdrukken
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 → "Het tabblad Hoofdgroep" op pagina 82
Afdrukken en op paginavolgorde stapelen (Afdrukken in omgekeerde volgorde)
U kunt beginnen met het afdrukken van de laatste pagina zodat de documenten met de juiste paginavolgorde worden opgestapeld.

Selecteer op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma de optie Omgekeerde volgorde.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Hoofdgroep” op pagina 82
Afdrukken
Een verkleind of vergroot document afdrukken
U kunt het formaat van een document met een bepaald percentage vergroten of verkleinen om het passend te maken voor het papier dat in de printer is geladen.
![graph TD A["Input Image"] --> B["Processing Step"] B --> C["Output Image"] A <--> B](/content/2026/06/1162611/images/15c596fe55dd534507f3bf4cc9f00a2020ef40c88898246646b1f632efa7d259.jpg)
Printerinstellingen
Selecteer op het tabblad Meer opties in het printerstuurprogramma het documentformaat in de instelling documentformaat. Selecteer het papierformaat waarop u wilt afdrukken in de instelling Uitvoerpapier. Selecteer Verklein/vergroot document en kies dan Volledige pagina of Zoomen naar. Als u Zoomen naar selecteert, moet u een percentage invoeren.
Selecteer Centreren om afbeeldingen in het midden van de pagina af te drukken.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Meer opties” op pagina 83
Een afbeelding vergroot afdrukken op meerdere vellen (een poster maken)
Met deze functie kunt u één afbeelding afdrukken op meerdere vellen papier. U kunt een grotere poster maken door ze samen te plakken.
![graph LR A["Document Image"] --> B["Representation"] B --> C["Text Blocks"] C --> D["Output Text Blocks"]](/content/2026/06/1162611/images/26c752689a85db2f44977fa4d4d6aa0f78d8e2400d4fe64f8031515bf7bb8341.jpg)
Afdrukken
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Printerinstellingen
Selecteer op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma de optie 2x1 Poster, 2x2 Poster, 3x3 Poster of 4x4 Poster bij Meerdere pagina's. Als u op Instellingen klikt, kunt u de delen selecteren die u niet wilt afdrukken. U kunt ook de opties selecteren voor de snijlijnen.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Hoofdgroep” op pagina 82
Posters maken met behulp van Overlappende uitlijningstekens
In dit voorbeeld ziet u hoe u een poster maakt wanneer 2x2 Poster geselecteerd is en Overlappende uitlijningstekens geselecteerd is bij Snijlijnen afdrukken.
![graph TD A["① sheet 1"] --> B["② sheet 3"] C["③ sheet 2"] --> D["② sheet 4"] E["④ sheet 3"] --> F["② sheet 4"] style A fill:#cce5ff,stroke:#333 style C fill:#cce5ff,stroke:#333 style E fill:#cce5ff,stroke:#333 style F fill:#cce5ff,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/ee45d0bdaea97e9ea063a9d08323764e1b9fcf639a32780f3e86268a3698baf0.jpg)
Afdrukken
- Prepareer Sheet 1 en Sheet 2. Knip de marges van Sheet 1 langs de verticale blauwe lijn door het midden van de kruisjes boven en onder.

- Plaats de rand van Sheet 1 op Sheet 2 en lijn de kruisjes uit. Plak de twee vellen aan de achterkant voorlopig aan elkaar vast.

Afdrukken
- Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de verticale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de lijn links van de kruisjes).
![graph TD A["Sheet 1"] --> B["Sheet 2"] B --> C["Arrow"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/1b8fcbb8812c41681c3082cf2529a7d887231758767de7c352ab38c998f24e60.jpg)
- Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.

- Herhaal stap 1 t/m 4 om Sheet 3 en Sheet 4 aan elkaar te plakken.
Afdrukken
- Knip de marges van Sheet 1 en Sheet 2 langs de horizontale blauwe lijn door het midden van de kruisjes aan de linker- en rechterkant.

- Plaats de rand van Sheet 1 en Sheet 2 op Sheet 3 en Sheet 4 en lijn de kruisjes uit. Plak de vellen dan voorlopig aan de achterkant aan elkaar.

Afdrukken
- Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de horizontale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de lijn boven de kruisjes).

- Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.

Afdrukken
- Knip de resterende marges af langs de buitenste lijn.

Afdrukken met een kop- en voettekst
U kunt de gebruikersnaam en afdrukdatum afdrukken in een kop- of voettekst.
![graph LR A["Document Input"] --> B["Add +"] B --> C["Output"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style C fill:#bbf,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/01da1df2166196a5c6006d84055540bf92a9e05925c685090bf717793eadc549.jpg)
Printerinstellingen
Klik op het tabblad Meer opties in het printerstuurprogramma op Watermerkfuncties en selecteer vervolgens Koptekst/voettekst. Klik op Instellingen en selecteer vervolgens de items die u wilt afdrukken.
Afdrukken
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Meer opties” op pagina 83
Een watermerk afdrukken
U kunt een watermerk, bijvoorbeeld 'Vertrouwelijk', of een antikopieerpatroon op uw documenten afdrukken. Als u een antikopieerpatroon afdrukt, verschijnen de verborgen letters wanneer het document wordt gekopieerd, om het origineel te onderscheiden van de kopieën.

Het antikopieerpatroon is onder de volgende omstandigheden beschikbaar:
□Papier: gewoon papier, kopieerpapier ☐Randloos: niet geselecteerd □Kwaliteit: Standaard □Automatisch dubbelzijdig afdrukken: niet geselecteerd □Kleurcorrectie: Automatisch
Opmerking:
U kunt ook uw eigen watermerk of antikopieerpatroon toevoegen.
Printerinstellingen
Klik op het tabblad Meer opties in het printerstuurprogramma op Watermerkfuncties en selecteer vervolgens Antikopieerpatroon of Watermerk. Klik op Instellingen om details te wijzigen zoals het formaat, de dichtheid of de positie van het watermerk.
Gerelateerde informatie
→ “Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 → "Het tabblad Meer opties" op pagina 83
Afdrukken
Meerdere bestanden tegelijkertijd afdrukken
Met Taken indelen Lite kunt u meerdere bestanden die door verschillende toepassingen zijn gemaakt combineren en als één afdruktaak afdrukken. U kunt de afdrukinstellingen, zoals de lay-out voor meerdere pagina's en dubbelzijdig afdrukken, voor gecombineerde bestanden configureren.

Selecteer op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma de optie Taken indelen Lite. Als u begint met afdrukken wordt het venster Taken indelen Lite weergegeven. Open het bestand dat u met het huidige bestand wilt combineren terwijl het venster Taken indelen Lite openstaat. Herhaal vervolgens de bovenstaande stappen.
Wanneer u een afdruktaak selecteert die is toegevoegd aan Afdrukproject in het venster Taken indelen Lite, kunt u de paginalay-out bewerken.
Klik op Afdrukken in het menu Bestand om het afdrukken te starten.
Opmerking:
Als u het venster Taken indelen Lite sluit voordat alle afdrukgegevens zijn toegevoegd aan het Afdrukproject, wordt de afdruktaak waaraan u werkt geannuleerd. Klik op Opslaan in het menu Bestand om de huidige taak op te slaan. De bestandsextensie van de opgeslagen bestanden is "ecl".
Als u een Afdrukproject wilt openen, klikt u op Taken indelen Lite op het tabblad Hulpprogramma's van het printerstuurprogramma om het venster Taken indelen Lite te openen. Selecteer vervolgens Openen in het menu Bestand om het bestand te selecteren.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 → "Het tabblad Hoofdgroep" op pagina 82
Afdrukken met de afdrukfunctie Universele kleuren
U kunt de zichtbaarheid van tekst en afbeeldingen op afdrukken verbeteren.
![graph LR A["Document"] --> B["Output"] style A fill:#4CAF50,stroke:#388E3C style B fill:#4CAF50,stroke:#388E3C](/content/2026/06/1162611/images/f7a718f294745fff296261082747f59e49b0c65416768ce377f3d19cc4bb3e0c.jpg)
Color Universal afdrukken is alleen beschikbaar als de volgende instellingen zijn geselecteerd.
□ Papiertype: gewoon papier
Afdrukken
□ Kwaliteit: Standaard of een hogere kwaliteit □ Afdrukkleur: Kleur □ Toepassingen: Microsoft® Office 2007 of nieuwer □ Tekstgrootte: 96-punts of kleiner
Printerinstellingen
Klik op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma op de optie Afbeeldingsopties in de instelling voor Kleurcorrectie. Selecteer een optie in de instelling Color Universal afdrukken. Klik op Verbeteropties om verdere instellingen te configureren.
Opmerking:
☐ Sommige tekens worden mogelijk gewijzigd in patronen, zoals "+" dat wordt weergegeven als "±". □ Met deze instellingen kunnen toepassingsspecifieke patronen en onderstrepingen de afgedrukte inhoud wijzigen. De afdrukkwaliteit kan afnemen voor foto's en andere afbeeldingen wanneer u de Color Universal afdrukken-instellingen gebruikt. □ Als u Color Universal afdrukken-instellingen gebruikt, wordt het afdrukken vertraagd.
Gerelateerde informatie
→ "Basisprincipes voor afdrukken" op pagina 67 → "Het tabblad Meer opties" op pagina 83
De afdrukkleur aanpassen
U kunt de kleuren aanpassen die voor een afdruktaak worden gebruikt.



Opmerking:
Deze aanpassingen worden niet doorgevoerd in de oorspronkelijke gegevens.
Printerinstellingen
Selecteer op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma de optie Aangepast bij Kleurcorrectie. Klik op Geavanceerd om het scherm Kleurcorrectie te openen en selecteer de kleurcorrectiemethode.
Afdrukken
Opmerking:
□ Automatisch wordt geselecteerd als standaard op het tabblad Meer opties. Met deze instelling worden de kleuren automatisch aangepast aan de instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit. ☐ PhotoEnhance in het scherm Kleurcorrectie past de kleur aan door de locatie van het onderwerp te analyseren. Als u de locatie van het onderwerp hebt gewijzigd door verkleinen, vergroten, bijsnijden of roteren, kan de kleur onverwacht veranderen. Wanneer u de instelling voor randloos selecteert, wordt de locatie van het onderwerp ook gewijzigd, wat in kleurwijzigingen resulteert. Als de afbeelding niet is scherpgesteld, is de kleurtoon mogelijk onnatuurlijk. Als de kleur is gewijzigd of onnatuurlijk is geworden, druk dan niet in PhotoEnhance maar in een andere modus af.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Meer opties” op pagina 83
Dunne lijnen benadrukken tijdens het afdrukken
Lijnen die te dun zijn om af te drukken, kunnen dikker worden gemaakt.

Klik op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma op de optie Afbeeldingsopties in de instelling voor Kleurcorrectie. Selecteer Dunne lijnen benadrukken.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Meer opties” op pagina 83
Duidelijke streepjescodes afdrukken
U kunt een streepjescode duidelijk afdrukken, zodat deze eenvoudig kan worden gescand. Schakel deze functie alleen in als de streepjescode die u hebt afgedrukt niet kan worden gescand.

Onder de volgende voorwaarden kunt u deze functie gebruiken.
Afdrukken
□ Papier: gewoon papier, kopieerpapier of enveloppe □ Kwaliteit: Standaard, Standaard - Levendig
De afdrukkwaliteit kan tijdens het afdrukken worden gewijzigd. De afdruksnelheid neemt mogelijk af en de afdrukdichtheid neemt mogelijk toe.
Opmerking:
Afhankelijk van de omstandigheden is het opheffen van wazigheid soms niet mogelijk.
Printerinstellingen
Klik op het tabblad Hulpprogramma's in het printerstuurprogramma op Extra instellingen en selecteer vervolgens Streepjescodemodus.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Het tabblad Hulpprogramma's” op pagina 84
Afdrukken annuleren
U moet de afdruktaak op de computer zelf annuleren. U kunt u een afdruktaak echter niet via de computer annuleren als de taak volledig naar de printer is verzonden. In dit geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Annuleren
Klik op de computer met de rechtermuisknop op de printer in Apparaten en printers, Printer of in Printers en faxapparaten. Klik op Wat wordt er afgedrukt, klik met de rechtermuisknop op de taak die u wilt annuleren en selecteer vervolgens Annuleren.
Menuopties voor het printerstuurprogramma
Open het afdrukvenster in een toepassing en open het venster van het printerstuurprogramma.
Opmerking:
Menu's kunnen variëren afhankelijk van de geselecteerde optie.
Het tabblad Hoofdgroep
| Voorkeursinstellingen | Voorinstellingen toevoegen/ verwijderen | U kunt uw eigen voorinstellingen voor veelgebruikte afdrukinstellingen toevoegen of verwijderen.Selecteer de voorinstelling die u wilt gebruiken in de lijst. |
| Instellingen weergeven | Hiermee wordt een lijst met items weergegeven die momenteel zijn ingesteld op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties. | |
| Reset standaard | Hiermee zet u alle instellingen terug naar de fabriekswaarden.De instellingen op het tabblad Meer opties worden tevens teruggezet naar de standaardwaarden. | |
Afdrukken
| Inktniveau Hiermee geeft u het geschatte inktniveau weer. | ||
| Papierbron | Selecteer de papierbron waaruit het papier wordt ingevoerd.Selecteer Automatisch selecteren als u automatisch dezelfde papierbron wit selecteren die is geselecteerd in de afdrukinstellingen op het bedieningspaneel van de printer.Als de printer maar één papierbron heeft, wordt dit item niet weergegeven. | |
| documentformaat | Selecteer het papierformaat waarop u wilt afdrukken.Als u Gebruikergedefinieerd selecteert, moet u de breedte en de hoogte van het papier invoeren. | |
| Randloos Hiermee vergroot u de afdrukgegevens enigszins ten opzichte van het papierformaat om ervoor te zorgen dat u geen witruimte krijgt rondom.Klik op Instellingen om de mate van vergroting te selecteren. | ||
| Afdrukstand Selecteer de afdrukstand voor het afdrukken. | ||
| Papiertype Selecteer het type papier waarop u afdrukt. | ||
| Kwaliteit Selecteer degewenste afdrukkwaliteit.De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het papiertype dat u selecteert.Klik op Meer instellingen om verdere instellingen te configureren. | ||
| Kleur Selecteer de kleurvoor de afdruktaak. | ||
| Dubbelzijdig afdrukken | Hiermee kunt u dubbelzijdig afdrukken. | |
| Instellingen U kunt de inbindrand en de inbindmarges opgeven.Wanneer u documenten met meerdere pagina's afdrukt, kunt u kiezen of u het afdrukken wilt starten vanaf de voor- of de achterkant van de pagina. | ||
| Afdrukdichtheid Selecteer het documenttype om de afdrukdichtheid aan te passen.Als de gewenste afdrukdichtheid is geselecteerd, voorkomt u dat afbeeldingen doordrukken naar de andere zijde.Selecteer Gebruikergedefinieerd om de afdrukdichtheid handmatig aan te passen. | ||
| Meerdere pagina's | Hiermee kunt u posters of meerdere pagina's op één vel afdrukken.Klik op Pag.volgorde om de volgorde op te geven waarin de pagina's worden afgedrukt. | |
| Exemplaren Stel het aantal exemplaren in dat u wilt afdrukken. | ||
| Sorteren Hiermee drukt u meerdere pagina's af in volgorde en gesorteerd in reeksen. | ||
| Omgekeerde volgorde | Hiermee kunt u afdrukken vanaf de laatste pagina zodat de documenten na het afdrukken in de juiste volgorde worden opgestapeld. | |
| Stille modus | Hiermee vermindert u het geluid dat de printer produceert.Als u deze optie inschakelt, kan de afdruksnelheid minder zijn. | |
| Afdrukvoorbeeld Hiermee wordt een voorbeeldweergave van het document weergegeven voordat u het afdrukt. | ||
| Taken indelen Lite Selecteer om af te drukken met de functie Taken indelen Lite. | ||
Het tabblad Meer opties
| Voorkeursinstellingen | Voorinstellingen toevoegen/ verwijderen | U kunt uw eigen voorinstellingen voor veelgebruikte afdrukinstellingen toevoegen of verwijderen.Selecteer de voorinstelling die u wilt gebruiken in de lijst. |
| Instellingen weergeven | Hiermee wordt een lijst met items weergegeven die momenteel zijn ingesteld op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties. | |
Afdrukken
| Reset standaard | Hiermee zet u alle instellingen terug naar de fabriekswaarden.De instellingen op het tabblad Hoofdgroep worden tevens teruggezet naar de standaardwaarden. | |
| documentformaat Selecteer het formaat van uw document. | ||
| Uitvoerpapier | Selecteer het papierformaat waarop u wilt afdrukken.Als de instelling voor Uitvoerpapier afwijkt van de instelling vordocumentformaat, wordt Verklein/vergroot document automatisch geselecteerd.U hoeft deze optie niet te selecteren wanneer u afdrukt zonder het document te vergroten of verkleinen. | |
| Verklein/vergroot document | Hiermee kunt u het formaat van een document vergroten en verkleinen. | |
| Volledige pagina Verklein of vergroot het document automatisch om het aan te passen aan het papierformaat dat is geselecteerd in Uitvoerpapier. | ||
| Zoomen naar Hiermee drukt u af met een vastgesteld percentage. | ||
| Centreren Hiermee drukt u op het midden van het papier af. | ||
| Kleurcorrectie Automatisch Hiermee past u de kleuren van afbeeldingen automatisch aan. | ||
| Afbeeldingsopties Maakt opties voor afdrukkwaliteit mogelijk, zoals Color Universal afdrukken of Rode ogen corrigeren.U kunt tevens lijnen dikker maken om ze zichtbaar te maken op afdrukken. | ||
| Watermerkfuncties Hiermee kunt u instellingen configureren voor antikopieerpatronen of watermerken. | ||
| Aanvullende instellingen | 180° draaien Hiermee draait u de pagina's 180 graden voordat ze worden afgedrukt.Deze functie is nuttig als u afdrukt op bijvoorbeeld enveloppen die op een bepaalde manier in de printer zijn geplaatst. | |
| Hoge snelheid Hiermee drukt de printkop in beide richtingen af.Het afdrukken verloopt sneller, maar de kwaliteit kan afnemen. | ||
| Spiegel afbeelding Hiermee drukt u een afbeelding af zoals deze eruit zou zien in een spiegel. | ||
Het tabblad Hulpprogramma's
| Spuitkanaaltjes controleren | U kunt een spuitkanaaltjespatroon afdrukken om te controleren of de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn. |
| Printkop reinigen Hiermee reinigt u de verstopte spuitkanaaltjes van de printkop. Voor deze functie wordt wat inkt gebruikt. Reinig de printkop daarom alleen als de spuitkanaaltjes verstopt zijn. | |
| Taken indelen Lite | Hiermee wordt het venster Taken indelen Lite geopend. U kunt gegevens opslaan en bewerken. |
| EPSON Status Monitor 3 | Hiermee wordt het venster EPSON Status Monitor 3 geopend. Hier kunt u de status van de printer en de verbruiksartikelen controleren. |
| Controlevoorkeursins tellingen | Hiermee kunt u instellingen configureren voor items in het venster EPSON Status Monitor 3. |
| Extra instellingen | Hiermee kunt u verschillende instellingen configureren. Klik met de rechtermuisknop op elk item om de Help weer te geven voor meer informatie. |
| Wachtrij | Hiermee worden de taken in de wachtrij weergegeven. U kunt afdruktaken controleren, het afdrukken onderbreken of hervatten. |
Afdrukken
| Taal Hiermee wijzigt u de taal die in het venster van het printerstuurprogramma wordt gebruikt. Als u de instellingen wilt toepassen, sluit u het printerstuurprogramma en opent u dit weer. | |
| Software-update | Hiermee start u EPSON Software Updater om op internet te controleren of u over de meest recente versies van toepassingen beschikt. |
| Online volgorde Hiermee hebt u toegang tot de website waar u inktcartridges van Epson kunt kopen. | |
| Technische ondersteuning | Hiermee opent u de website van de technische ondersteuning van Epson. |
Afdrukken vanuit het printerstuurprogramma in Mac OS
Basisprincipes voor afdrukken
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
- Open het bestand dat u wilt afdrukken.
Laad papier in de printer, als er nog geen papier is geladen.
- Selecteer Afdrukken in het menu Bestand of een andere opdracht om het afdrukdialoogvenster te openen.
Klik indien nodig op Toon details of ▼ om het afdrukvenster te vergroten.
- Selecteer uw printer.
Afdrukken
- Selecteer Printerinstellingen in het venstermenu.

Als in OS X Mountain Lion of later het menu Printerinstellingen niet wordt weergegeven, is het Epson-printerprogramma fout geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe. Zie het volgende om een printer toe te voegen.
http://epson.sn
- Wijzig indien nodig de instellingen.
Zie de menuopties voor het printerstuurprogramma voor meer informatie.
- Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
→"Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 45 →“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 → "Lijst met papiertypen" op pagina 50 →“Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 91
Afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
U kunt dubbelzijdig afdrukken.
![graph TD A["Document Submission"] --> B["Pie Chart"] B --> C["Output"] D["Document Export"] --> E["Output"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/472c2e74004b863abf886b76cf9a64f2dab897d8aa618f8496dcd20b8e5457af.jpg)
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Als u geen papier gebruikt dat geschikt is voor dubbelzijdig afdrukken, kan de afdrukkwaliteit achteruitgaan en kan het papier vastlopen.
Afhankelijk van het papier en de gegevens, kan inkt doorlekken naar de andere zijde van het papier.
Gerelateerde informatie
→ "Beschikbaar papier en capaciteiten" op pagina 45
Printerinstellingen
Selecteer Inst. dubbelzijdig afdr. in het snelmenu. Selecteer de methode voor dubbelzijdig afdrukken en configureer vervolgens de instellingen voor Documenttype.
Opmerking:
De afdruksnelheid kan worden vertraagd, afhankelijk van het documenttype.
- Wanneer u foto's met een hoge dichtheid afdrukt, selecteert u Tekst en afbeeldingen of Tekst en foto's in de instellingen voor Documenttype. Als de afdrukken vlekken bevatten of inkt naar de andere kant van het papier doordrukt, past u de Afdrukdichtheid en Langere droogtijd aan in Aanpassingen.
Gerelateerde informatie
→ "Basisprincipes voor afdrukken" op pagina 85
→ "Menuopties voor Inst. dubbelzijdig afdr." op pagina 92
Afdrukken
Meerdere pagina's op één vel afdrukken
U kunt twee of vier pagina's met gegevens op één vel papier afdrukken.
![graph TD A["Input Data"] --> B["Processing Step 1"] B --> C["Processing Step 2"] C --> D["Output Format 1"] C --> E["Output Format 2"] D --> F["Final Output Format 3"] E --> G["Final Output Format 4"]](/content/2026/06/1162611/images/a9cf7ea0bad50cf387051a8188981c0145f2262282b4090d6acd9d1b5c606953.jpg)
Printerinstellingen
Selecteer Lay-out in het venstermenu. Stel het aantal pagina's in bij Pagina's per vel, de Richting van indeling (paginavolgorde) en Randen.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 85
→“Menuopties voor lay-out” op pagina 91
Afdrukken en op paginavolgorde stapelen (Afdrukken in omgekeerde volgorde)
U kunt beginnen met het afdrukken van de laatste pagina zodat de documenten met de juiste paginavolgorde worden opgestapeld.
![graph LR A["1"] --> B["2"] B --> C["3"] C --> D["4"]](/content/2026/06/1162611/images/c74de8aef43a6b517af7deb3c322ed94a2bab3b8a94c17038c4bd819c1f037d4.jpg)
Printerinstellingen
Selecteer Papierverwerking in het venstermenu. Selecteer Omgekeerd bij Paginavolgorde.
Afdrukken
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 85 →“Menuopties voor papierverwerking” op pagina 91
Een verkleind of vergroot document afdrukken
U kunt het formaat van een document met een bepaald percentage vergroten of verkleinen om het passend te maken voor het papier dat in de printer is geladen.

Wanneer u het document tijdens het afdrukken wilt aanpassen aan het papierformaat, selecteert u in het snelmenu de optie Papierverwerking en selecteert u Aanpassen aan papierformaat. Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst bij Doelpapierformaat. Wanneer u het formaat van het document wilt verkleinen, selecteert u Alleen omlaag schalen.
Ga als volgt te werk wanneer u een specifiek percentage wilt afdrukken.
Selecteer Afdrukken in het menu Bestand van de toepassing. Selecteer Printer, voer een percentage in bij Schalen en klik vervolgens op Afdrukken. Selecteer Pagina-instelling in het menu Bestand van de toepassing. Selecteer uw printer in Opmaak voor, voer een percentage in bij Schalen en klik vervolgens op OK.
Opmerking:
Selecteer het papierformaat dat u in de toepassing hebt ingesteld bij Doelpapierformaat.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 85 →“Menuopties voor papierverwerking” op pagina 91
Afdrukken
De afdrukkleur aanpassen
U kunt de kleuren aanpassen die voor een afdruktaak worden gebruikt.
![graph LR A["Document"] --> B["Output"]](/content/2026/06/1162611/images/501013e1ddbf52631df32830b3b4be39ac4d9b2c2c90042662dee1639ca14285.jpg)
Opmerking:
Deze aanpassingen worden niet doorgevoerd in de oorspronkelijke gegevens.
Printerinstellingen
Selecteer Kleuren aanpassen in het snelmenu en selecteer vervolgens EPSON Kleurencontrole. Selecteer Kleurenopties in het snelmenu en selecteer dan één van de beschikbare opties. Klik op de pijl naast Extra instellingen en configureer vervolgens de geavanceerde instellingen.
Gerelateerde informatie
→“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 85 → "Menuopties voor Kleuren aanpassen" op pagina 91 → "Menuopties voor Kleurenopties" op pagina 92
Afdrukken annuleren
U moet de afdruktaak op de computer zelf annuleren. U kunt u een afdruktaak echter niet via de computer annuleren als de taak volledig naar de printer is verzonden. In dit geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Annuleren
Klik op het printerpictogram in het Dokken. Selecteer de taak die u wilt annuleren en voer een van de volgende acties uit.
Klik op ✗ naast de voortgangsbalk.
□Mac OS X v10.6.8 t/m v10.7.x
Klik op Verwijderen.
Menuopties voor het printerstuurprogramma
Open het afdrukvenster in een toepassing en open het venster van het printerstuurprogramma.
Opmerking:
Menu's kunnen variëren afhankelijk van de geselecteerde optie.
Afdrukken
Menuopties voor lay-out
| Pagina's per vel Selecteer het aantal pagina's dat op één vel moet worden afgedrukt. | |
| Lay-outrichting Geef de volgorde op waarin de pagina's moeten worden afgedrukt. | |
| Rand Hiermee drukt u een rand af rond de pagina's. | |
| Afdrukstand omdraaien | Hiermee draait u de pagina's 180 graden voordat ze worden afgedrukt.Selecteer dit item als u afdrukt op bijvoorbeeld enveloppen die op een bepaalde manier in de printer zijn geplaatst. |
| Horizontaal spiegelen | Hiermee drukt u een afbeelding af zoals deze eruit zou zien in een spiegel. |
Menuopties voor Kleuren aanpassen
| ColorSync Selecteer de | methode voor kleuraanpassingen. Met deze opties worden kleuren aangepast tussen de printer en het computerscherm om het kleurverschil te minimaliseren. |
| EPSONKleurencontrole |
Menuopties voor papierverwerking
| Pagina's sorteren Hiermee drukt u meerdere pagina's af in volgorde en gesorteerd in reeksen. | ||
| Pagina's die moeten worden afgedrukt | Selecteer deze optie om alleen even of oneven pagina's af te drukken. | |
| Paginavolgorde Selecteer deze optie om vanaf de laatste pagina af te drukken. | ||
| Aanpassen aan papierformaat | Hiermee past u de afdruk aan het papierformaat aan dat is geladen. | |
| Doelpapierformaat Selecteer het papierformaat waarop u wilt afdrukken. | ||
| Alleen omlaagschalen | Selecteer deze optie wanneer u formaat van uw document wilt verkleinen. | |
Menuopties voor voorblad
| Voorblad afdrukken | Selecteer of u een voorblad wilt afdrukken. Als u een achterkant wilt toevoegen, selecteert u Na document. |
| Type voorblad Selecteer | de inhoud van het voorblad. |
Menuopties voor Printerinstellingen
| Papierbron Selecteer de papierbron waaruit het papier wordt ingevoerd.Als de printer maar één papierbron heeft, wordt dit item niet weergegeven.Als u Automatisch selecteren selecteert, wordt automatisch de papierbron geselecteerd die overeenkomt met de papierinstelling van de printer. |
| Afdrukmateriaal Selecteer het type papier waarop u afdrukt. |
Afdrukken
| Afdrukkwaliteit Selecteer de gewenste afdrukkwaliteit.De opties variëren afhankelijk van het papiertype. | ||
| Randloos Dit selectievakje wordt ingeschakeld wanneer u een randloos papierformaat selecteert. | ||
| Grijswaarden Selecteer deze optie wanneer u wilt afdrukken in zwart-wit of grijswaarden. | ||
| Spiegel afbeelding Hiermee drukt u een afbeelding af zoals deze eruit zou zien in een spiegel. |
Menuopties voor Kleurenopties
| Handm. inst. | Hiermee kunt u de kleur handmatig aanpassen. In Extra instellingen kunt u gedetailleerde instellingen configureren. |
| PhotoEnhance | Geeft scherpere afdrukken en levendigere kleuren door automatische aanpassing van het contrast, de verzadiging en de helderheid van de oorspronkelijke afbeeldingsgegevens. |
| Uit (Geen kleuraanpassing) | Afdrukken zonder de kleuren te verbeteren of aan te passen. |
Menuopties voor Inst. dubbelzijdig afdr.
| Dubbelz. afdrukken Hiermee drukt u af op beide zijden van het papier. |
Bedieningsinstellingen voor Mac OS-printerdriver configureren
Het venster Bedieningsinstellingen openen voor het Mac OS-printerstuurprogramma
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver).
Bedieningsinstellingen voor het Mac OS-printerstuurprogramma
☐ Lege pagina overslaan: hiermee wordt voorkomen dat lege pagina's worden afgedrukt. ☐ Stille modus: hiermee wordt stil afgedrukt. De afdruksnelheid kan echter afnemen. ☐ Tijdelijk afdrukken in zwart-wit: hiermee wordt alleen tijdelijk met zwarte inkt afgedrukt. ☐ Afdrukken met hoge snelheid: hiermee wordt afgedrukt wanneer de printkop in beide richtingen beweegt. Het afdrukken verloopt sneller, maar de kwaliteit kan afnemen. ☐ Documenten uitvoeren voor archivering: voer het papier zo in dat dit eenvoudig kan worden opgeslagen wanneer u gegevens liggend of dubbelzijdig afdrukt. Afdrukken op enveloppen wordt niet ondersteund. ☐ Witte randen verwijderen: hiermee worden onnodige marges verwijderd tijdens randloos afdrukken.
Afdrukken
☐ Waarschuwingen: wanneer deze optie is ingeschakeld, kan het printerstuurprogramma waarschuwingen weergeven. - Bidirectionele communicatie gebruiken: dit moet normaliter zijn ingesteld op Aan. Selecteer Uit wanneer het openen van de printerinformatie niet mogelijk is omdat de printer wordt gedeeld met Windows-computers in een netwerk.
Afdrukken met Smart Devices
Epson iPrint gebruiken
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's, documenten en webpagina's kunt afdrukken vanaf uw smart-apparaten, zoals smartphones of tablets. U kunt lokaal afdrukken (afdrukken vanaf een smart-apparaat dat verbinding heeft met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer) of afdrukken op afstand (via internet afdrukken vanaf een externe locatie). Registreer uw printer bij de service Epson Connect om op afstand af te drukken.
EPSON
Gerelateerde informatie
→“Afdrukken via een netwerkservice” op pagina 186
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te scannen.
http://ipr.to/c

Afdrukken met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
Afdrukken
De volgende afbeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving. De inhoud kan variëren afhankelijk van het product.

| 1 | Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start. |
| 2 | Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen. |
| 3 | Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen configureert. Wanneer u de printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren. |
| 4 | Selecteer wat u wilt afdrukken zoals foto's en documenten. |
| 5 | Geeft het scherm weer om printerinstellingen te configureren zoals het papierformaat en -type. |
| 6 | Geeft het papierformaat weer. Wanneer dit wordt weergegeven als knop, kunt u daarop drukken om de papierinstellingen weer te geven die op de printer zijn ingesteld. |
| 7 | Geeft de geselecteerde foto's en documenten weer. |
| 8 | Start het afdrukken. |
Opmerking:
Als u vanuit het documentmenu wilt afdrukken met iPhone, iPad, en iPod touch op iOS, start u Epson iPrint na het overbrengen van het document dat u wilt afdrukken wanneer u wilt afdrukken met de functie voor het delen van bestanden in iTunes.
Afdrukken door een smart device tegen de NFC-label te houden
U kunt automatisch verbinding maken tussen de printer en uw smart device en afdrukken door de NFC-antenne van een smart device met Android 4.0 of later en ondersteuning voor NFC (Near Field Communication) tegen de NFC-label van de printer aan te houden.
De locatie van de NFC-antenne verschilt afhankelijk van het smart-apparaat. Raadpleeg de documentatie van uw smart device voor meer informatie.
Afdrukken

Belangrijk:
Controleer of de verbindingsinstelling Wi-Fi Direct (eenvoudig AP) is ingeschakeld.
Schakel de NFC-functie in op uw smart-apparaat.
Zorg ervoor dat Epson iPrint op uw smart-apparaat is geïnstalleerd. Zo niet, dan houdt u de NFC-antenne van uw smart device tegen de NFC-label van de printer en installeert u het.
Opmerking:
Als de printer nog steeds niet met uw smart device communiceert nadat u de antenne tegen de tag hebt gehouden, moet u mogelijk de positie van uw smart device aanpassen voor u het opnieuw probeert. Als er zich obstakels tussen de NFC-label en de NFC-antenne van het smart device bevinden, kan de printer mogelijk niet met uw smart device communiceren. Deze functie maakt gebruik van een Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig AP) om verbinding te maken met de printer. U kunt tot vier apparaten tegelijk op de printer aangesloten hebben. Als u het wachtwoord voor de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig AP) hebt gewijzigd, kunt u deze functie niet gebruiken. Haal het oorspronkelijke wachtwoord terug als u deze functie wilt gebruiken.
- Laad papier in de printer.
- Houd de NFC-antenne van uw smart device tegen de NFC-label van de printer aan.

Epson iPrint wordt gestart.
- Op het startscherm van Epson iPrint houdt u de NFC-antenne van uw smart device nogmaals tegen de NFC-label van de printer aan.
De printer en uw smart device zijn nu met elkaar verbonden.
- Selecteer de afbeelding die u wilt afdrukken en selecteer vervolgens Volgende rechts boven in het scherm.
- Houd de NFC-antenne van uw smart device nogmaals tegen de NFC-label van de printer aan.
De afdruktaak wordt gestart.
Epson Print Enabler gebruiken
U kunt draadloos documenten, e-mails, foto's en webpagina's afdrukken vanaf uw Android-telefoon of -tablet (Android v4.4 of hoger). Met enkele tikken laat u uw Android-apparaat een Epson-printer detecteren die met hetzelfde draadloze netwerk is verbonden.
- Laad papier in de printer.
Afdrukken
- Stel de printer in om draadloos afdrukken mogelijk te maken.
- Installeer op het Android-apparaat de Epson Print Enabler-invoegtoepassing vanaf Google Play.
- Verbind het Android-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat de printer gebruikt.
- Ga naar Instellingen op het Android-apparaat, selecteer Afdrukken en schakel vervolgens Epson Print Enabler in.
- Tik vanuit een Android--toepassing, zoals Chrome, op het menupictogram en druk af wat er op het scherm wordt weergegeven.
Opmerking:
Als u de printer niet ziet, tikt u op Alle printers en selecteert u de printer.
Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 →“Een smart device verbinden” op pagina 26
AirPrint gebruiken
AirPrint maakt het mogelijk om meteen draadloos af te drukken vanaf een iPhone, iPad of iPod touch met daarop de meest recente versie van iOS, of een Mac met daarop de meest recente versie van OS X of macOS.

Opmerking:
Als u de meldingen voor de papierconfiguratie op het bedieningspaneel van uw apparaat hebt uitgeschakeld, kunt u AirPrint niet gebruiken. Volg de onderstaande koppeling om de meldingen zo nodig in te schakelen.
- Laad papier in uw apparaat.
- Stel uw apparaat correct in om draadloos afdrukken mogelijk te maken. Raadpleeg de onderstaande koppeling. http://epson.sn
- Verbind uw Apple-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat uw apparaat gebruikt.
- Druk vanaf uw toestel af op uw apparaat.
Opmerking:
Raadpleeg voor meer informatie de pagina over AirPrint op de Apple-website.
Afdrukken
Gerelateerde informatie
→“Papier in de papiercassette laden” op pagina 47 →“Printerinstellingen” op pagina 59
De actieve taak annuleren
Tik op het bedieningspaneel van de printer op ☑ om de afdruktaak die wordt uitgevoerd te annuleren.
Kopiëren
Normaal kopiëren
In dit gedeelte worden de stappen uitgelegd voor normaal kopiëren.
- Plaats de originelen.
Als u meerdere originelen wilt scannen, plaatst u alle originelen op de ADF.
- Selecteer Kopiëren op het startscherm.
- Controleer de instellingen op het tabblad Kopiëren.
Selecteer desgewenst het instellingsitem om dit te wijzigen.
Opmerking:
□ Als u Geavanceerde instellingen selecteert, kunt u instellingen als Meerdere pagina's en Kwaliteit configureren.
Als de door u gewenste combinatie van instellingen niet beschikbaar is, wordt ⚠️ weergegeven. Selecteer het pictogram om de details te bekijken en wijzig vervolgens de instellingen.
- Voer het aantal kopieën in.
- Tik op ◊.
Gerelateerde informatie
→ “Originelen plaatsen” op pagina 51 → “Basis menu-opties voor kopiëren” op pagina 99 → “Geavanceerde menu-opties voor kopiëren” op pagina 99 → “Configuratie basisscherm” op pagina 18
Dubbelzijdig kopiëren
U kunt meerdere originelen op beide zijden van het papier kopiëren.
- Selecteer Kopiëren op het startscherm.
- Selecteer het tabblad Kopiëren > en selecteer vervolgens 1>2-zijdig.
U kunt tevens de afdrukstand van het origineel en bindpositie van het kopieerresultaat opgeven.
- Tik op ◊.
Gerelateerde informatie
→ "Normaal kopiëren" op pagina 98
Meerdere originelen kopiëren naar één vel
U kunt twee originelen naar één vel papier kopiëren.
- Selecteer Kopiëren op het startscherm.
- Selecteer het tabblad Geavanceerde instellingen > Meerdere pagina's en selecteer 2-omhoog.
U kunt tevens de lay-outvolgorde en de afdrukstand van het origineel opgeven.
- Selecteer het tabblad Kopiëren en tik vervolgens op ◊.
Gerelateerde informatie
→ "Normaal kopiëren" op pagina 98
Basis menu-opties voor kopiëren
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van andere instellingen die u hebt geconfigureerd.
Zwart-wit:
Kopieert het origineel in zwart-wit.
Kleur:
Kopieert het origineel in kleur.
(Dubbelzijdig):
Selecteer dubbelzijdige lay-out.
□1>enkelzijdig
Kopieert één zijde van een origineel op één zijde van het papier.
□1>2-zijdig
Kopieert twee enkelzijdige originelen op beide zijden van één vel papier. Selecteer de afdrukstand en de bindpositie van het papier.
(Dichtheid):
Verhoog de dichtheid wanneer het kopieerresultaat te zwak is. Verlaag de dichtheid wanneer de inkt vlekt.
Geavanceerde menu-opties voor kopiëren
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van andere instellingen die u hebt geconfigureerd.
Kopiëren
Papierinstelling:
Selecteer het papierformaat en -type.
Zoom:
Configureert de vergrotingsverhouding van de vergroting of verkleining. Als u een origineel met een specifiek percentage wilt vergroten of verkleinen, selecteert u de waarde en voert u het percentage tussen de 25 en 400% in.
Ware grootte
Kopieert met een vergroting van 100%.
□A4->A5 en overige
Maakt het origineel automatisch groter of kleiner, zodat het past op een specifiek papierformaat.
□Pag auto pass
Detecteert het scangebied en maakt het origineel automatisch groter of kleiner zodat het past op het papierformaat dat u hebt geselecteerd. Wanneer het origineel een witte rand heeft rondom, wordt die witruimte vanaf de hoekmarkering van de glasplaat gedetecteerd als scangebied en kan de witruimte aan de andere kant wegvallen.
![graph TD A["Hello!"] --> B["Blank Image"] B --> C["Hello!"] B --> D["Empty Image"]](/content/2026/06/1162611/images/6556f69bd13be0814b9597c6535b339f376662178946d4423480e3f8a87a8964.jpg)
Documentgr.:
Selecteer het formaat van uw origineel. Wanneer u originelen kopieert die geen standaardformaat hebben, selecteert u het formaat dat het meest overeenkomt met het formaat van de originelen.
Meerdere pagina's:
□Enkele pagina
Kopieert een enkelzijdig origineel op één vel.
□2-omhoog
Kopieert twee enkelzijdige originelen op één vel in de indeling 2-op-1. Selecteer de lay-outvolgorde en de afdrukstand van uw origineel.
Kwaliteit:
Selecteer de afdrukkwaliteit. Met Beste krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk langer.
Kopiëren
Richting origineel:
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Schaduw verw.:
Hiermee verwijdert u schaduwen die rond kopieën ontstaan tijdens het kopiëren van dik papier, of die in het midden van de kopie verschijnen tijdens het kopiëren van een brochure.
Ponsgaten verw:
Verwijdert de bindgaten bij het kopiëren.
ID-kaart-kopie:
Scant beide zijden van een identiteitskaart en kopieert ze naar één zijde van een A4.
Randloze kopie:
Kopieert zonder marge rond de randen. De afbeelding wordt een beetje vergroot om de marges rond de randen van het papier te verwijderen. Selecteer hoeveel u de afbeelding wilt vergroten in de instelling Uitbreiding.
Alle instellingen wissen:
Zet de kopieerinstellingen terug op de standaardwaarden.
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel
Vanaf het bedieningspaneel van de printer kunt u gescande afbeeldingen naar de volgende bestemmingen verzenden.
Computer
U kunt de gescande afbeelding opslaan op een computer die met de printer is verbonden. Installeer voordat u gaat scannen Epson Scan 2 en Epson Event Manager op de computer.
Cloud
U kunt gescande afbeeldingen naar clouddiensten sturen. Configureer voordat u gaat scannen de instellingen in Epson Connect.
Computer (WSD)
U kunt de gescande afbeelding met de WSD-functie opslaan op een computer die met de printer is verbonden. Als u Windows 7/Windows Vista gebruikt, moet u voordat u gaat scannen de WSD-instellingen configureren op uw computer.
Gerelateerde informatie
→ “Scannen naar een computer (Event Manager)” op pagina 102 → “Scannen naar de cloud” op pagina 106 → “Scannen naar een computer (WSD)” op pagina 108
Scannen naar een computer (Event Manager)
Opmerking:
Installeer voordat u gaat scannen Epson Scan 2 en Epson Event Manager op de computer.
- Plaats de originelen.
- Selecteer Scannen op het startscherm.
- Selecteer Computer.
- Selecteer om de computer te selecteren waarop u de gescande afbeeldingen wilt opslaan.
Opmerking:
Wanneer de printer is verbonden met een netwerk, kunt u de computer selecteren waarop u de gescande afbeelding wilt opslaan. U kunt maximaal 20 computers weergeven op het bedieningspaneel van de printer. Als u Naam netwerkscan (alfanumeriek) instelt in Epson Event Manager, wordt deze naam weergegeven op het bedieningspaneel.
- Selecteer om te selecteren hoe de gescande afbeelding op een computer moet worden opgeslagen.
Opslaan als JPEG: hiermee slaat u de gescande afbeelding op in JPEG-indeling.
Scannen
Opsl. PDF: hiermee slaat u de gescande afbeelding op in PDF-indeling. - Bijlage e-mail: hiermee start u de e-mailclient op uw computer en wordt het bestand automatisch als bijlage toegevoegd aan een e-mailbericht. Aangepaste inst. volgen: hiermee slaat u de gescande afbeelding op met de instellingen in de Epson Event Manager. U kunt de scaninstellingen wijzigen, zoals het scanformaat, de map waarin de scan wordt opgeslagen of de opslagindeling.
- Tik op ◊.
Gerelateerde informatie
→"Originelen plaatsen" op pagina 51
Aangepaste instellingen configureren in Epson Event Manager
U kunt de scaninstellingen voor Aangepaste inst. volgen configureren in Epson Event Manager.
Zie de Help van Epson Event Manager voor meer informatie.
- Start Epson Event Manager.
- Controleer of de scanner is geselecteerd als Scanner op het tabblad Knopinstellingen op het hoofdscherm.

3. Klik op Taakinstellingen opgeven.

4. Configureer de scaninstellingen op het scherm Taakinstellingen.

☐ Taakinstellingen bewerken: selecteer Aangepaste actie. ☐ Instelling: scan met de beste instellingen voor het geselecteerde type origineel. Klik op Gedetailleerde scaninstellingen om items als de resolutie of de kleur te configureren voor het opslaan van de gescande afbeelding. Doelmap: selecteer de map waarin de gescande afbeelding moet worden opgeslagen. ☐ Bestandsnaam (prefix + startnummer): wijzig de instellingen voor de bestandsnaam die u wilt opslaan. ☐ Bestandsindeling: selecteer de indeling voor opslaan. ☐ Actie uitvoeren: selecteer de actie voor het scannen. ☐ Instellingen testen: start een testscan met de huidige instellingen.
- Klik op OK om terug te keren naar het hoofdscherm.
Scannen
- Zorg ervoor dat de Aangepaste actie is geselecteerd in de lijst Aangepaste actie.

- Klik op Sluiten om Epson Event Manager te sluiten.
Scannen naar de cloud
U kunt gescande afbeeldingen naar clouddiensten sturen. Voordat u deze functie gebruikt, moet u instellingen opgeven met Epson Connect. Raadpleeg de volgende portaalsite van Epson Connect voor meer informatie.
- Geef eerst instellingen op met Epson Connect.
- Plaats de originelen.
- Selecteer Scannen op het startscherm.
- Selecteer Cloud.
- Selecteer + bovenaan het scherm en selecteer vervolgens een bestemming.
- Stel op het tabblad Scannen items in, zoals de bestandsindeling waarin moet worden opgeslagen.
- Selecteer het tabblad Geavanceerde instellingen, controleer de instellingen, en breng zo nodig aanpassingen aan.
- Selecteer het tabblad Scannen en tik vervolgens op ◊.
Scannen
Gerelateerde informatie
→“Originelen plaatsen” op pagina 51
Basis menu-opties voor scannen naar de cloud
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van andere instellingen die u hebt geconfigureerd.
Zwart-wit/Kleur:
Selecteer het bestandstype waarin u gescande afbeelding wilt opslaan.
Geavanceerde menu-opties voor scannen naar de cloud
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van andere instellingen die u hebt geconfigureerd.
Scangebied:
Scangebied:
Selecteer het scanformaat. Selecteer Autom.bijsn. als u de witruimte rond tekst of rond een afbeelding wilt verwijderen tijdens het scannen. Als u het maximale gebied van de scannerglasplaat wilt scannen, selecteert u Max. gebied.
Richting origineel:
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Documenttype:
Selecteer het type van het origineel.
Dichtheid:
Selecteer het contrast van de gescande afbeelding.
Schaduw verw.:
Verwijder schaduwen van het origineel die in de gescande afbeelding verschijnen.
Surround:
Verwijder de schaduwen aan de randen van het origineel.
Midden:
Verwijder de schaduwen langs de bindmarge van de brochure.
Ponsgaten verw:
Wis perforatiegaten die in de gescande afbeelding verschijnen. U kunt het gebied opgeven waarin perforatiegaten moeten worden gewist door in het vak rechts een waarde op te geven.
Positie wissen:
Selecteer de positie waar perforatiegaten moeten worden gewist.
Scannen
Richting origineel:
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Alle instellingen wissen
Zet de scaninstellingen terug op de standaardwaarden.
Scannen naar een computer (WSD)
Opmerking:
☐ Deze functie is uitsluitend beschikbaar voor computers met Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista. Als u Windows 7/Windows Vista gebruikt, moet u eerst uw computer instellen voordat u deze functie kunt gebruiken.
- Plaats de originelen.
- Selecteer Scannen op het startscherm.
- Selecteer Computer (WSD).
- Selecteer een computer.
- Tik op ◊.
Een WSD-poort instellen
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een WSD-poort instelt voor Windows 7/Windows Vista.
Opmerking:
Voor Windows 10/Windows 8.1/Windows 8 wordt de WSD-poort automatisch ingesteld.
Voor het instellen van een WSD-poort is het volgende nodig.
☐De printer en de computer moeten verbinding hebben met het netwerk.
☐De printerdriver moet op de computer zijn geïnstalleerd.
- Zet de printer aan.
- Klik op Start en vervolgens op Netwerk op de computer.
- Klik met de rechtermuisknop op de printer en klik vervolgens op Installeren.
Klik op Doorgaan wanneer het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven.
Scannen
Klik op Verwijderen en begin opnieuw als het scherm Verwijderen wordt weergegeven.

De printernaam die u instelt in het netwerk en de modelnaam (EPSON XXXXXX (XX-XXXX)) worden weergegeven in het venster Netwerk. U kunt de printernaam die in het netwerk is ingesteld controleren vanaf het bedieningspaneel van de printer of door een netwerkstatusvel af te drukken.
- Klik op Uw apparaat is gereed voor gebruik.

- Controleer het bericht en klik op Sluiten.

- Open het venster Apparaten en printers.
□Windows 7
Klik op Start > Configuratiescherm > Hardware en geluiden (of Hardware) > Apparaten en printers.
Scannen
□Windows Vista
Klik op Start > Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
- Controleer of een pictogram met de naam van de printer in het netwerk wordt weergegeven.
Selecteer de printernaam wanneer u WSD gebruikt.
Scannen vanaf een computer
Scannen met Epson Scan 2
U kunt scannen met de scannerdriver "Epson Scan 2". Raadpleeg de help van Epson Scan 2 voor een uitleg van de items voor instellingen.
Gerelateerde informatie
→ "Originelen plaatsen" op pagina 51, "Toepassing voor het scannen van documenten en afbeeldingen (Epson Scan 2)" op pagina 176
Documenten scannen (Documentmodus)
Met Documentmodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn voor tekstdocumenten.
- Plaats de originelen.
Opmerking:
Als u meerdere originelen wilt scannen, plaatst u deze in de ADF.
- Start Epson Scan 2.
- Selecteer Documentmodus in de lijst Modus.
Scannen
- Configureer de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.

Documentbron: selecteer de bron waar het origineel wordt geplaatst. Documentformaat: selecteer de grootte van het origineel dat u hebt geplaatst.
Knoppen


Knoppen / (Originele afdrukstand): selecteer de ingestelde afdrukstand van het origineel dat u hebt geplaatst. Afhankelijk van het formaat van het origineel kan dit item automatisch zijn ingesteld en kan dit niet worden gewijzigd.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande afbeelding. Resolutie: selecteer de resolutie.
- Configureer indien nodig andere scaninstellingen.
U kunt een voorbeeldweergave van de gescande afbeelding bekijken door op de knop Voorbeeldscan te klikken. Het voorbeeldvenster wordt geopend en een voorbeeld van de afbeelding wordt weergegeven. Wanneer u een voorbeeldweergave hebt gemaakt met ADF, wordt het origineel uit de ADF uitgeworpen. Plaats het uitgeworpen origineel opnieuw.
Scannen
Op het tabblad Geavanceerde instellingen kunt u gedetailleerde instellingen configureren voor het aanpassen van gescande afbeeldingen die geschikt zijn voor tekstdocumenten, zoals.
Achtergrond verwijderen: u kunt de achtergrond van de originelen verwijderen.
Tekst verbeteren: u kunt wazige letters in het origineel helder en scherp maken.
Gebieden autom. Scheiden: u kunt letters duidelijker en afbeeldingen vloeiend maken wanneer u een document dat afbeeldingen bevat in zwart-wit scant.
Kleur verbeteren: u kunt de opgegeven kleur verbeteren voor de gescande afbeelding en deze vervolgens opslaan in grijstinten of in zwart-wit.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande afbeelding aanpassen.
Contrast: u kunt het contrast voor de gescande afbeelding aanpassen.
Gamma: u kunt de gamma (helderheid van het middengebied) voor de gescande afbeelding aanpassen.
Drempelwaarde: u kunt de rand aanpassen voor monochroom binair (zwart-wit).
Verscherpen: u kunt de contouren van de afbeelding verscherpen of versterken.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt papier, zoals een tijdschrift, scant.
Rand bijkleuren: u kunt de schaduw verwijderen die rond de gescande afbeelding is ontstaan.
Dual Image Output (alleen in Windows): u kunt een afbeelding één keer scannen en vervolgens tegelijkertijd opslaan naar twee afbeeldingen met verschillende uitvoerinstellingen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van andere instellingen die u hebt geconfigureerd.
Scannen
- Configureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.

Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst. U kunt gedetailleerde instellingen configureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en PNG. Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd. Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen. U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren. Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande afbeelding moet worden opgeslagen. U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
- Klik op Scannen.
Foto's of afbeeldingen scannen (Fotomodus)
Met Fotomodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met een breed scala aan functies voor het aanpassen van afbeeldingen die geschikt zijn voor foto's of afbeeldingen.
- Plaats de originelen.
Als u meerdere originelen op de glasplaat scant, kunt u deze tegelijkertijd scannen. Zorg ervoor dat er ten minste 20 mm ruimte is tussen de originelen.
Opmerking:
U kunt de ADF niet gebruiken wanneer u scant in Fotomodus.
Scannen
- Start Epson Scan 2.
- Selecteer Fotomodus in het menu Modus.
- Configureer de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.

□ Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande afbeelding. □ Resolutie: selecteer de resolutie.
Opmerking:
De instelling voor Documentbron is vast ingesteld op Scannerglasplaat, en de instelling voor Documenttype is vast ingesteld op Reflecterend. (Reflecterend wordt gebruikt voor originelen die niet transparant zijn, zoals gewoon papier en foto's.) Deze instellingen kunt u niet wijzigen.
Scannen
5. Klik op Voorbeeldscan.
Het voorbeeldvenster wordt geopend en de voorbeeldweergaven worden weergegeven als miniatuur.

Opmerking:
Als u een voorbeeld wilt weergeven van het gehele gescande gebied, schakelt u het selectievakje Thumbnail in de lijst bovenaan het voorbeeldvenster uit.
- Bevestig de voorbeeldweergave en configureer indien nodig instellingen voor het aanpassen van de afbeelding op het tabblad Geavanceerde instellingen.

Scannen
U kunt de gescande afbeelding aanpassen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn voor foto's of afbeeldingen, zoals hieronder.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande afbeelding aanpassen. Contrast: u kunt het contrast voor de gescande afbeelding aanpassen. Verzadiging: u kunt de verzadiging (levendigheid van de kleuren) voor de gescande afbeelding aanpassen. Verscherpen: u kunt de contouren van de gescande afbeelding verscherpen of versterken. Kleurherstel: u kunt vaal geworden afbeeldingen herstellen door de originele kleuren weer toe te passen. Tegenlichtcorrectie: u kunt gescande afbeeldingen helderder maken wanneer deze donker zijn vanwege tegenlicht. Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt papier, zoals een tijdschrift, scant. Stof verwijderen: u kunt stof op de gescande afbeelding verwijderen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van andere instellingen die u hebt geconfigureerd. Afhankelijk van het origineel kan de afbeelding mogelijk niet goed worden gecorrigeerd. Wanneer er meerdere miniaturen zijn gemaakt, kunt u de afbeeldingskwaliteit voor elke miniatuur aanpassen. Afhankelijk van de aanpassingsitems, kunt u de kwaliteit van meerdere gescande afbeeldingen tegelijk aanpassen door meerdere miniaturen te selecteren.
- Configureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.

Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen configureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en PNG. Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Scannen
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande afbeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
- Klik op Scannen.
Scannen met smart-apparaten
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's en documenten kunt scannen vanaf een smart-apparaat, zoals een smartphone of tablet, dat verbonden is met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer. U kunt gescande gegevens opslaan op een smart-apparaat of een Cloud-service, via e-mail versturen of afdrukken.
EPSON
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te scannen.
http://ipr.to/c

Scannen door smart-apparaten voor de NFC-label te houden
Zelfs als u op uw smart device geen instellingen configureert voor het gebruik van de printer, kunt u hier automatisch verbinding mee maken en scannen door met de NFC-antenne van een smart device de NFC-label van de printer aan te raken.
Treft de volgende voorbereidingen voordat u deze functie gebruikt.
□ Schakel de NFC-functie in op uw smart-apparaat.
□ Epson iPrint wordt op uw smart device geïnstalleerd. Indien dit niet het geval is, dan raakt u met de NFC-antenne van uw smart device de NFC-label van de printer aan om dit programma te installeren.
Opmerking:
☐ Android 4.0 of hoger ondersteunt NFC (Near Field Communication).
De locatie van de NFC-antenne verschilt afhankelijk van het smart-apparaat. Raadpleeg de documentatie van uw smart device voor meer informatie.
Mogelijk kan de printer niet met het smart device communiceren wanneer zich tussen de NFC-label van de printer en de NFC-antenne van het smart device obstakels bevinden, zoals metalen voorwerpen.
- Plaats de originelen in de printer.
Scannen
- Houd de NFC-antenne van uw smart device tegen de NFC-label van de printer aan.

Epson iPrint wordt gestart.
- Selecteer het scanmenu in Epson iPrint.
- Houd de NFC-antenne van uw smart device nogmaals tegen de NFC-label van de printer aan.
De scantaak wordt gestart.
Scannen met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken. De volgende afbeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving.

| 1 | Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start. |
| 2 | Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen. |
Scannen
| 3 | Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen configureert. Wanneer u de printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren. |
| 4 | Hiermee opent u het scanscherm. |
| 5 | Geeft het scherm weer waarop u de scaninstellingen kunt configureren zoals de resolutie. |
| 6 | Geeft gescande bestanden weer. |
| 7 | Hiermee start het scannen. |
| 8 | Geeft het scherm weer waarop u gescande gegevens kunt opslaan op een smart device of Cloud-service. |
| 9 | Geeft het scherm weer om gescande gegevens met e-mail te verzenden. |
| 10 | Geeft het scherm weer om gescande gegevens af te drukken. |
Faxen
Een faxbericht instellen
Aansluiten op een telefoonlijn
Compatibele telefoonlijnen
U kunt de printer gebruiken via standaard analoge telefoonlijnen (PSTN = Public Switched Telephone Network) en PBX (Private Branch Exchange) telefoonsystemen.
U kunt de printer mogelijk niet gebruiken via de volgende telefoonlijnen of systemen.
☐ VoIP-telefoonlijnen zoals DSL of glasvezellijnen □ Digitale telefoonlijnen (ISDN) □ Bepaalde PBX-telefoonsystemen Als er tussen de telefooncontactdoos in de muur en de printer adapters zoals terminaladapters, VoIP-adapters, splitters of DSL-routers zijn aangesloten,
De printer aansluiten op een telefoonlijn
Sluit de printer aan op een telefooncontactdoos via een RJ-11 (6P2C)-telefoonkabel. Als u een telefoon aansluit op de printer, dient u een tweede RJ-11 (6P2C)-telefoonkabel te gebruiken.
Afhankelijk van de regio wordt er mogelijk een telefoonkabel bij de printer geleverd. Als deze is meegeleverd, gebruik deze dan.
U moet de telefoonkabel mogelijk aansluiten op een adapter voor uw land of regio.
Opmerking:
Verwijder de dop van de EXT.-poort van de printer alleen als u uw telefoontoestel op de printer aansluit. Verwijder de dop niet als u geen telefoon aansluit.
In gebieden waar vaak blikseminslagen voorkomen, raden we aan om een overspanningsbeveiliging te gebruiken.
Faxen
Aansluiten op een standaard telefoonlijn (PSTN) of PBX
Sluit een telefoonkabel aan tussen de muurcontactdoos of PBX-poort naar de LINE-poort aan de achterzijde van de printer.

Gerelateerde informatie
→ “Instellingen configureren voor een PBX-telefoonsysteem” op pagina 125
Aansluiten op DSL of ISDN
Sluit een telefoonkabel aan tussen de DSL-modem of ISDN-terminaladapter naar de LINE-poort aan de achterzijde van de printer. Raadpleeg de documentatie van de modem of adapter voor meer informatie.
Opmerking:
Als uw DSL modem niet uitgerust is met een ingebouwde DSL filter, sluit dan een aparte DSL filter aan.
![graph TD A["Device"] -->|LINE| B["Printer"] B --> C["EXT."] B --> D["LINE"]](/content/2026/06/1162611/images/53446356cb22fd772f663a503bc585d32e8214111ff4ecb45d8783f97c80db59.jpg)
Uw telefoontoestel aansluiten op de printer
Als u de printer en uw telefoontoestel op een enkele telefoonlijn gebruikt, sluit dan de telefoon aan op uw printer.
Opmerking:
Als uw telefoontoestel een faxfunctie heeft, schakel deze dan uit. Raadpleeg de handleidingen van het telefoontoestel voor meer informatie.
Als u een antwoordapparaat aansluit, moet u ervoor zorgen dat de instelling Overgaan voor antwoorden van de printer hoger is dan het aantal beltonen van uw antwoordapparaat dat is ingesteld voor het beantwoorden van een oproep.
Faxen
- Verwijder het beschermkapje van de EXT.-poort aan de achterzijde van de printer.
![graph TD A["Device"] -->|LINE| B["Printer"] B --> C["External Connection"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/74dc4e2b7d262eea2740f9b9d59bc18b9f15e59c61fc3c18a570d501cd1a6e3f.jpg)
- Sluit het telefoontoestel met een telefoonkabel aan op de EXT.-poort.
![graph TD A["Telephone"] -->|EXT.| B["Printer"] B -->|LINE| C["File Case"] B -->|EXT.| D["Printer"] D -->|LINE.| C](/content/2026/06/1162611/images/3962b0a77aa359c8755845d4d425513a9c39520eeb64ee407c3ccb43465d11bb.jpg)
Opmerking:
Als u een enkele telefoonlijn deelt, zorg er dan voor dat u uw telefoontoestel aansluit op de EXT.-poort van de printer. Als u de lijn splitst om de telefoon en de printer afzonderlijk aan te sluiten, werken de telefoon en de printer niet goed.
- Selecteer Fax op het startscherm.
Faxen
- Neem de hoorn van de haak.
De verbinding wordt gemaakt wanneer ◇(Verzenden) is ingeschakeld zoals in het volgende scherm.

Gerelateerde informatie
→“Instellingen voor het antwoordapparaat” op pagina 132
Basisinstellingen voor faxberichten configureren
Configureer eerst de basisinstelling voor faxberichten zoals Ontvangstmodus d.m.v. de Wizard faxinstelling en configureer dan de andere instellingen indien nodig.
De Wizard faxinstelling wordt automatisch weergegeven als de printer voor de eerste keer ingeschakeld wordt. Eens u de instellingen geconfigureerd hebt, moet u deze niet meer uitvoeren tenzij de verbinding wijzigt.
Basisinstellingen voor faxen configureren met de Wizard faxinstelling
Configureer de basisinstellingen voor faxen aan de hand van de instructies op het scherm.
- Sluit de printer aan op een telefoonlijn.
Opmerking:
Omdat op het einde van de wizard een automatische faxverbindingscontrole wordt uitgevoerd, moet u de printer aansluiten op een telefoonlijn alvorens de wizard te starten.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Wizard faxinstelling.
- Tik op het scherm Wizard faxinstelling op Doorg.
De wizard start.
- Voer op het invoerscherm voor de koptekst van de fax uw afzendernaam in, bijvoorbeeld de naam van uw bedrijf, en tik vervolgens op OK.
Opmerking:
Uw afzendernaam en uw faxnummers verschijnen als koptekst op uitgaande faxen.
- Voer op het invoerscherm voor het telefoonnummer uw faxnummer in en tik vervolgens op OK.
Faxen
- Op het scherm Distinctive Ring Detection (DRD)-instelling configureert u de volgende instellingen.
Als u zich bij uw telecomprovider hebt ingeschreven voor een dienst met specifieke beltonen, selecteert u Instellingen en selecteert u de beltoon voor inkomende faxen.
- Als u Alles selecteert, gaat u verder naar stap 8.
- Als u een andere instelling selecteert, wordt Ontvangstmodus automatisch ingesteld op Auto. Ga naar stap 10.
Als u deze optie niet hoeft in te stellen, tikt u op Overslaan en gaat u verder naar stap 10.
Opmerking:
Specifieke beltoondiensten, die door veel telecombedrijven worden aangeboden (dienstnaam verschilt per bedrijf), bieden de mogelijkheid om meerdere telefoonnummers op één lijn te hebben. Elk nummer krijgt dan een specifieke beltoon toegewezen. U kunt dan een nummer gebruiken voor telefoongesprekken en een ander nummer voor faxen. Selecteer de beltoon voor faxen in DRD.
Afhankelijk van de regio worden Aan en Uit weergegeven als de opties DRD. Selecteer Aan om specifieke beltonen te gebruiken.
- Op het scherm Inst. ontvangstmodus selecteert u of u een telefoontoestel gebruikt dat op de printer aangesloten is.
Wanneer verbinding bestaat, selecteert u Ja en gaat u naar de volgende stap.
Wanneer geen verbinding bestaat, selecteert u Nee en gaat u verder naar stap 10. Ontvangstmodus is ingesteld op Auto.
- Op het scherm Inst. ontvangstmodus selecteert u of u faxberichten automatisch wenst te ontvangen.
Wanneer u automatisch wilt ontvangen, selecteert u Ja. Ontvangstmodus is ingesteld op Auto.
Wanneer u handmatig wilt ontvangen, selecteert u Nee. Ontvangstmodus is ingesteld op Handmatig.
- Controleer op het scherm Doorg. de instellingen die u hebt geconfigureerd en tik vervolgens op Doorg..
Tik op ← om de instellingen te corrigeren of wijzigen.
- Selecteer Controle starten om de faxverbindingscontrole uit te voeren. Wanneer u via een bericht op het scherm wordt gevraagd om het controleresultaat af te drukken, selecteert u Afdrukken.
Een rapport met de resultaten van de verbindingscontrole wordt afgedrukt.
Opmerking:
Als er fouten gemeld worden, volg dan de instructies op het rapport om ze te corrigeren.
Indien het scherm Lijntype kiezen weergegeven wordt, selecteer dan het lijntype.
Als u de printer aansluit op een PBX-telefoonsysteem of terminaladapter selecteert u PBX.
- Wanneer u de printer aansluit op een standaard telefoonlijn, selecteert u PSTN en vervolgens Uitschakelen op het scherm Bevestiging dat wordt weergegeven. Maar als deze instelling opgeslagen wordt als Uitschakelen, wordt het eerste cijfer van een faxnummer mogelijk overgeslagen, waardoor het bericht naar een foutief nummer verzonden wordt.
Gerelateerde informatie
→“De printer aansluiten op een telefoonlijn” op pagina 120
→“De ontvangstmodus instellen” op pagina 131
→“Instellingen configureren voor een PBX-telefoonsysteem” op pagina 125
→“Menuopties voor Faxinstellingen” op pagina 148
Faxen
Basisinstellingen voor faxberichten afzonderlijk configureren
U kunt de faxinstellingen configureren zonder gebruik te maken van de wizard, door elke instelling afzonderlijk te configureren. De instellingen die d.m.v. de wizard geconfigureerd zijn, kunt u ook wijzigen. Voor meer details, raadpleeg de lijst met menu's in de faxinstellingen.
Gerelateerde informatie
→“Menuopties voor Faxinstellingen” op pagina 148
Instellingen configureren voor een PBX-telefoonsysteem
Configureer de volgende instellingen als u de printer gebruikt in kantoren die gebruik maken van extensies met externe toegangscodes, zoals een 0 en 9 voor het verkrijgen van een buitenlijn.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen.
- Selecteer Lijntype en selecteer vervolgens PBX.
- Wanneer u een fax verzendt naar een extern faxnummer met # (hekje) in plaats van de werkelijke toegangscode, selecteert u het veld Toegangscode om dit te gebruiken.
Het symbool #, dat is ingevoerd in plaats van de werkelijke toegangscode, wordt tijdens het kiezen vervangen door de opgeslagen toegangscode. Door gebruik te maken van # kunt u makkelijker verbinding maken met een externe lijn.
Opmerking:
U kunt geen faxberichten verzenden naar ontvangers in Contacten die een externe toegangscode, zoals 0 of 9, hebben.
Als u ontvangers hebt geregistreerd in Contacten met een externe toegangscode, zoals 0 of 9, stelt u de Toegangscode in op Niet gebruikt. Anders moet u de code voor # in Contacten wijzigen.
- Tik op het invoervak Toegangscode, voer de externe toegangscode voor uw telefoonsysteem in en tik op OK.
- Selecteer OK om de instellingen toe te passen.
De toegangscode wordt opgeslagen in uw printer.
Informatie-instellingen configureren die wordt afgedrukt op ontvangen faxberichten
U kunt instellen dat ontvangstinformatie wordt afgedrukt in de voettekst van de ontvangen fax, zelfs als de verzender geen koptekstinformatie heeft ingesteld. De ontvangstinformatie omvat de datum en het tijdstip van ontvangst, de ontvangst-id en het paginanummer (bijv. "P1"). Wanneer Instellingen Pagina's splitsen is ingeschakeld, wordt het nummer van de gesplitste pagina ook afgedrukt.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen.
- Selecteer Afdrukinstellingen en tik vervolgens op Ontvangstinformatie toevoegen om dit in te stellen op Aan.
Faxen
Gerelateerde informatie
→“Afdrukinstellingen” op pagina 149
Instellingen configureren voor het dubbelzijdig afdrukken van ontvangen faxberichten
U kunt meerdere pagina's van ontvangen documenten dubbelzijdig afdrukken.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen.
- Selecteer Afdrukinstellingen en selecteer vervolgens Dubbelzijdig.
- Tik op het veld Dubbelzijdig om dit in te stellen op Aan.
- Selecteer in Inbindmarge de optie Korte zijde of Lange zijde.
- Selecteer OK.
Gerelateerde informatie
→“Afdrukinstellingen” op pagina 149
Instellingen configureren voor het afdrukken van ontvangen faxberichten door deze over pagina's te verdelen
Configureer instellingen voor het splitsen van de pagina wanneer het formaat van het ontvangen document groter is dan het papier dat in de printer is geladen.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen.
- Selecteer Afdrukinstellingen > Instellingen Pagina's splitsen > Afdrukgeg. verwijderen na splitsing.
- Selecteer de opties voor het wissen van afdrukgegevens na het splitsen.
□ Als u Uit selecteert, selecteert u OK en gaat u verder naar stap 6. □ Als u Bovenkant verwijderen of Onderkant verwijderen selecteert, gaat u verder naar de volgende stap.
- Stel in Drempel de drempelwaarde in en selecteer vervolgens OK.
- Selecteer Overlappen bij splitsen.
- Tik op het veld Overlappen bij splitsen om dit in te stellen op Aan.
- Stel in Overlappingsbreedte de breedte in en selecteer vervolgens OK.
Gerelateerde informatie
→“Afdrukinstellingen” op pagina 149
Faxen verzenden via de printer
Basishandelingen bij het verzenden van faxen
Faxen verzenden in kleur of monochroom (zwart-wit).
Opmerking:
Als u een faxbericht in zwart-wit verzendt, kunt u de gescande afbeelding bekijken op het display.
Een fax verzenden via het bedieningspaneel
U kunt faxen verzenden door het faxnummer van de ontvanger op het bedieningspaneel in te voeren. De printer belt automatisch de ontvangers en verzendt de fax.
- Plaats de originelen.
Opmerking:
U kunt tot 100 pagina's in één keer verzenden. Afhankelijk van de resterende hoeveelheid geheugen is dit echter niet altijd mogelijk, zelfs als de fax minder dan 100 pagina's bevat.
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Kies de ontvanger.
U kunt dezelfde fax in zwart-wit naar maximaal 100 ontvangers en maximaal 99 groepen in Contacten verzenden. Een kleurenfax kan echter maar naar een ontvanger tegelijk worden verzonden.
☐ Handmatig invoeren: selecteer Toetsenbord, voer een faxnummer in op het scherm dat wordt weergegeven en tik vervolgens op OK.
Om een pauze (drie seconden tijdens het bellen van het nummer) toe te voegen, voegt u een koppelteken (-) toe.
- Als u een externe toegangscode hebt ingesteld in Lijntype, begint u het faxnummer met een hekje (#) in plaats van de werkelijke toegangscode.
☐ Selecteren uit de lijst met contacten: selecteer Contacten en schakel het selectievakje in bij het gewenste contact. Als de ontvangers waarnaar u het bericht wilt verzenden nog niet zijn geregistreerd in Contacten, kunt u de ontvangers eerst registreren door Geg. toev. te selecteren.
☐ Selecteren uit de faxgeschiedenis: selecteer Recent en selecteer een ontvanger.
Opmerking:
Als Beperkingen dir. kiezen in Veiligheidsinstel. is ingesteld op Aan, kunt u alleen faxontvangers uit de lijst met contacten en de faxgeschiedenis selecteren. U kunt een faxnummer niet handmatig invoeren.
Als u ingevoerde ontvangers wilt verwijderen, geeft u de lijst met ontvangers weer door op het veld van een faxnummer of het aantal ontvangers op het lcd-scherm te tikken. Selecteer vervolgens de ontvanger in de lijst en selecteer Verwijderen.
- Selecteer het tabblad Faxinstellingen en configureer desgewenst de instellingen, zoals voor resolutie en verzendmethode.
Faxen
- Selecteer het tabblad Ontvanger en verzend de fax.
□ Als u wilt verzenden zonder de gescande documentafbeelding te controleren, tikt u op ◇. Als u het document wilt scannen en de gescande documentafbeelding vervolgens wilt controleren en verzenden (alleen bij verzenden in zwart-wit), selecteert u Voorbeeld op het tabblad Ontvanger. Als u de fax zo wilt verzenden, selecteert u Verzenden starten. Selecteer anders Geann. om de voorbeeldweergave te annuleren en ga verder naar stap 3.
- < >: hiermee verplaatst u het scherm in de richting van de pijlen.
- : hiermee verplaatst u naar de vorige of volgende pagina.
Opmerking:
□ Als u een voorbeeld van de fax hebt bekeken, kunt u die niet meer in kleur verzenden. □ Als Direct verzenden geactiveerd is, kunt u geen voorbeeld weergeven. □ Als het voorbeeldscherm 20 seconden niet wordt aangeraakt, wordt de fax automatisch verzonden. □ De beeldkwaliteit van een fax is mogelijk anders dan het voorbeeld, naargelang de capaciteit van de machine van de ontvanger.
- Verwijder de originelen wanneer het verzenden is voltooid.
Opmerking:
Als het faxnummer bezet is of er een probleem optreedt, kiest de printer het nummer na een minuut automatisch nog twee keer. □ Als u het verzenden wilt annuleren, tikt u op ☑. - Het verzenden van faxen in kleur duurt langer omdat de printer tegelijk scant en verzendt. Als de printer een fax in kleur aan het verzenden is, kunt u geen andere functies gebruiken.
Gerelateerde informatie
→ "Originelen plaatsen" op pagina 51 → "Menuopties voor faxen" op pagina 145 → "Contactpersonen beheren" op pagina 55
Faxen verzenden met een extern telefoontoestel
U kunt een fax verzenden d.m.v. een aangesloten telefoon als u voor het verzenden van de fax nog een gesprek wilt voeren of als de faxmachine van de ontvanger niet automatisch overschakelt.
- Plaats de originelen.
U kunt tot 100 pagina's per zending verzenden.
- Neem de hoorn van de telefoon in de hand en vorm het faxnummer van de ontvanger op uw toestel.
Opmerking:
Als de ontvanger de telefoon beantwoordt, kunt u met de ontvanger spreken.
- Selecteer Fax op het startscherm.
Faxen
- Selecteer het tabblad Faxinstellingen en configureer desgewenst de instellingen, zoals voor resolutie en verzendmethode.
- Als u een faxtoon hoort, tikt u op ◇ en legt u de hoorn op de haak.
Opmerking:
Als een nummer gevormd wordt d.m.v. een aangesloten toestel, duurt de verzending langer omdat de printer tegelijk scant en verzendt. Als de printer een fax aan het verzenden is, kunt u geen andere functies gebruiken.
- Verwijder de originelen wanneer het verzenden is voltooid.
Gerelateerde informatie
→ "Originelen plaatsen" op pagina 51
→ "Faxinstellingen" op pagina 146
Verschillende manieren om faxberichten te verzenden
Meerdere pagina's van een monochroom document verzenden (Direct verzenden)
Als u een monochrome fax verzendt, wordt het gescande document tijdelijk opgeslagen in het geheugen van de printer. Hierdoor kan het verzenden van een groot aantal pagina's ervoor zorgen dat het geheugen van de printer vol raakt. U kunt dit vermijden door de functie Direct verzenden te activeren, maar mogelijk duurt de verzending langer omdat de printer tegelijk scant en verzendt. U kunt deze functie gebruiken als er maar één ontvanger is.
Selecteer in het startscherm Fax, selecteer het tabblad Faxinstellingen en tik vervolgens op het vak Direct verzenden om dit in te stellen op Aan.
Gerelateerde informatie
→ "Originelen plaatsen" op pagina 51
→ "Faxinstellingen" op pagina 146
Faxen verzenden op een specifiek tijdstip (Fax later verzenden)
U kunt op een specifiek tijdstip een fax verzenden. Dit kan uitsluitend bij monochrome faxen.
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Kies de ontvanger.
- Selecteer het tabblad Faxinstellingen en selecteer vervolgens Fax later verzenden.
- Tik op het veld Fax later verzenden om dit in te stellen op Aan.
- Selecteer het veld Tijd, voer het tijdstip voor het verzenden van de fax in en druk vervolgens op OK.
Faxen
- Selecteer OK om de instellingen toe te passen.
Opmerking:
U kunt geen ander faxbericht verzenden totdat het faxbericht op de opgegeven tijd is verzonden. Als u een ander faxbericht wilt verzenden, moet u het geplande faxbericht annuleren door op het startscherm Fax te selecteren en het faxbericht te wissen.
Gerelateerde informatie
→“Originelen plaatsen” op pagina 51 →“Een fax verzenden via het bedieningspaneel” op pagina 127 →“Faxinstellingen” op pagina 146
Een fax verzenden met een geselecteerde koptekst
U kunt een fax verzenden waarop de afzenderinformatie is afgestemd op de ontvanger. U moet vooraf meerdere kopteksten met afzenderinformatie in de printer registreren door de onderstaande stappen te volgen.
Meerdere kopteksten registreren voor het verzenden van faxen
U kunt tot 21 kopteksten registreren als afzenderinformatie voor uw faxen.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen.
- Selecteer Koptekst, tik op het veld Uw telefoonnummer, voer uw telefoonnummer in en tik vervolgens op OK.
- Selecteer een van de vakken onder de lijst Koptekst fax, voer de koptekstinformatie voor de fax in en tik vervolgens op OK.
Gerelateerde informatie
→“Basisinstellingen” op pagina 150
Een fax verzenden met een geselecteerde koptekst
Wanneer u een fax verzendt, kunt u koptekstinformatie selecteren voor de ontvanger. Als u deze functie wilt gebruiken, moet u eerst meerdere kopteksten vastleggen.
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Selecteer Faxinstellingen > Afzender info toevoegen.
- Selecteer waar u de afzenderinformatie wilt toevoegen.
□ Uit: Hiermee verzendt u een fax zonder koptekstinformatie.
□ Buitenkant afbeelding: Hiermee verzendt u een fax met de koptekstinformatie in de marge boven aan de fax. Zo voorkomt u dat de koptekst overlapt met de gescande afbeelding. Afhankelijk van het formaat van de originelen kan de fax bij de ontvanger echter op twee pagina's worden afgedrukt.
Faxen
☐ Binnenkant afbeelding: Hiermee verzendt u een fax met de koptekstinformatie circa 7 mm lager dan de bovenkant van de gescande afbeelding. De koptekst overlapt mogelijk met de afbeelding, maar de fax zal bij de ontvanger niet over twee pagina's worden verdeeld.
- Selecteer het veld Koptekst fax en selecteer vervolgens de koptekst die u wilt gebruiken.
- Selecteer desgewenst een van de opties voor Aanvullende informatie.
- Selecteer OK om de instellingen toe te passen.
Gerelateerde informatie
→ "Faxinstellingen" op pagina 146
Documenten van verschillende formaten verzenden d.m.v. de ADF (Doorlopend scannen (ADF))
Als u originelen met verschillende afmetingen in de ADF plaatst, worden alle originelen verzonden volgens het grootste formaat. U kunt deze in hun oorspronkelijke formaten zenden door ze te sorteren en volgens formaat te plaatsen of door ze stuk voor stuk te plaatsen.
Configureer de volgende instelling voordat u de originelen plaatst.
Selecteer in het startscherm Fax, selecteer het tabblad Faxinstellingen en tik vervolgens op het vak Doorlopend scannen (ADF) om dit in te stellen op Aan.
De printer slaat de gescande documenten op en verzendt ze al één document.
Opmerking:
Als de printer gedurende 20 seconden niet gebruikt wordt na het verzoek voor plaatsing van de volgende originelen, stopt de printer met opslaan en start hij de verzending van het document.
Faxen ontvangen op de printer
De ontvangstmodus instellen
U kunt een ontvangstmodus instellen met de wizard Faxinstelling. Wanneer u de faxinstelling voor de eerste keer configureert, wordt aanbevolen de wizard Faxinstelling te gebruiken. Als u de ontvangstmodus wilt wijzigen, volgt u de onderstaande instructies.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen > Ontvangstmodus.
- Selecteer de ontvangstmodus op basis van uw gebruik.

Belangrijk:
Als er geen telefoon is aangesloten, moet u Auto selecteren.
Faxen
☐De telefoonlijn alleen voor faxen gebruiken:
Selecteer Auto.
Hiermee wordt automatisch overgeschakeld naar het ontvangen van faxen wanneer het nummer dat wordt gebeld zo vaak is overgegaan als u hebt ingesteld in Overgaan voor antwoorden.
Opmerking:
Het wordt aanbevolen voor de instelling Overgaan voor antwoorden een zo laag mogelijke waarde in te stellen.
□ Een telefoonlijn gebruiken voor spraakoproepen en faxberichten (voornamelijk voor faxen):
Selecteer Auto.
Hiermee wordt automatisch overgeschakeld naar het ontvangen van faxen wanneer het nummer dat wordt gebeld zo vaak is overgegaan als u hebt ingesteld in Overgaan voor antwoorden.
Opmerking:
U kunt een spraakoproep plaatsen wanneer u de telefoon ophangt binnen het aantal keer overgaan dat is ingesteld in Overgaan voor antwoorden.
□ Een telefoonlijn gebruiken voor spraakoproepen en faxberichten (voornamelijk voor telefoonoproepen):
Selecteer Handmatig.
U kunt een oproep beantwoorden met een extern telefoonapparaat. Wanneer u de printer gebruikt voor faxen, kunt u faxen ontvangen via het bedieningspaneel van de printer.
Opmerking:
Wanneer u instellingen voor Extern ontvangen configureert, kunt u faxen ontvangen met alleen de bewerkingen van de verbonden telefoon.
Gerelateerde informatie
→ "Basisinstellingen voor faxen configureren met de Wizard faxinstelling" op pagina 123 → "Faxen handmatig ontvangen" op pagina 133 → "Faxberichten ontvangen d.m.v. een aangesloten telefoontoestel (Extern ontvangen)" op pagina 133
Instellingen voor het antwoordapparaat
Om een antwoordapparaat te kunnen gebruiken, moet u de printer correct instellen.
□ Stel de Ontvangstmodus van de printer in op Auto. Stel de Overgaan voor antwoorden in op een hoger aantal dan het aantal voor het antwoordapparaat. Anders kan het antwoordapparaat geen berichten ontvangen. Raadpleeg de handleidingen van het antwoordapparaat voor meer informatie.
De instelling Overgaan voor antwoorden wordt mogelijk niet weergegeven, naargelang de regio.
Gerelateerde informatie
→“Basisinstellingen” op pagina 150
Faxen
Verschillende manieren om faxberichten te ontvangen
Faxen handmatig ontvangen
Als u een telefoontoestel aansluit en de instellingen Ontvangstmodus van de printer instelt op Handmatig, volg dan de onderstaande stappen om een fax te ontvangen.
- Als de telefoon rinkelt, neem de hoorn van de haak.
- Als u een faxtoon hoort, selecteert u op het startscherm van de printer Fax.
Opmerking:
Als u de functie Extern ontvangen activeert, kunt u faxberichten ontvangen met een aangesloten telefoontoestel.
- Tik op Verzenden/ Ontvangen.
- Selecteer Ontvangen.
- Tik op ◇ en leg de hoorn op de haak.
Gerelateerde informatie
“Faxberichten ontvangen d.m.v. een aangesloten telefoontoestel (Extern ontvangen)” op pagina 133
→“Ontvangen faxen opslaan in het Postvak IN” op pagina 135
Faxberichten ontvangen d.m.v. een aangesloten telefoontoestel (Extern ontvangen)
Om een faxbericht handmatig te ontvangen, moet u de printer bedienen na het opnemen van de hoorn. Door de functie Extern ontvangen te gebruiken, kunt u een faxbericht ontvangen door enkel de telefoon te gebruiken.
De functie Extern ontvangen is beschikbaar voor telefoontoestellen die tonen kunnen zenden.
Gerelateerde informatie
→“Faxen handmatig ontvangen” op pagina 133
Instellen van Extern ontvangen
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen > Extern ontvangen.
- Tik op het veld Extern ontvangen om dit in te stellen op Aan.
- Selecteer Startcode, voer een tweecijferige code in (u kunt 0 tot 9, * en # invoeren) en tik vervolgens op OK.
- Selecteer OK om de instellingen toe te passen.
Faxen
Gerelateerde informatie
→“Basisinstellingen” op pagina 150
Het gebruik van Extern ontvangen
- Als de telefoon rinkelt, neem de hoorn van de haak.
- Als u een faxtoon hoort, voer de startcode in op uw telefoon.
- Nadat u bevestigd hebt dat de printer het faxbericht ontvangt, kunt u inhaken.
Faxen ontvangen via pollingdiensten (Polling ontvangen)
U kunt een fax die op een ander faxapparaat is opgeslagen, ontvangen door het faxnummer te bellen. Gebruik deze functie om een document te ontvangen van een faxinformatiedienst. Als de faxinformatiedienst echter een stembegeleidingsfunctie heeft die u moet volgen om een document te ontvangen, kunt u deze functie niet gebruiken.
Opmerking:
Als u een document wilt ontvangen van een faxinformatiedienst met gesproken instructies, kies dan gewoon het faxnummer op het aangesloten telefoontoestel en bedien de telefoon en printer verder volgens de instructies die u krijgt.
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Tik op Menu.
- Tik op Polling ontvangen om dit in te stellen op Aan en tik vervolgens op Sluiten.
- Voer het faxnummer in.
Opmerking:
Als Veiligheidsinstel. > Beperkingen dir. kiezen is ingesteld op Aan, kunt u alleen faxontvangers uit de lijst met contacten en de faxgeschiedenis selecteren. U kunt een faxnummer niet handmatig invoeren.
- Tik op ◊.
Gerelateerde informatie
→ “Faxen verzenden met een extern telefoontoestel” op pagina 128
Instellingen configureren voor het blokkeren van ongewenste faxen
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen > Weigeringsfax.
- Selecteer Weigeringsfax en schakel de volgende opties in. ☐ Lijst geweigerde nummers: weiger faxen van afzenders in de lijst met geblokkeerde nummers. ☐ Blanco koptekst fax geblokkeerd: weiger faxen zonder koptekstinformatie.
Faxen
Niet geregistreerde contacten: weiger faxen van afzenders die niet zijn geregistreerd in de lijst met contacten.
- Als u de Lijst geweigerde nummers gebruikt, tikt u op bewerken en bewerkt u vervolgens de lijst.
← en op selecteert u Lijst geweigerde nummers
Gerelateerde informatie
→ “Basisinstellingen” op pagina 150
Ontvangen faxen opslaan
De printer biedt de volgende functies voor het opslaan van ontvangen faxen.
□ Opslaan in het Postvak IN van de printer
□ Opslaan op een computer
Opmerking:
☐ De bovenstaande functies kunnen tegelijk worden gebruikt. Als u ze allemaal samen gebruikt, worden ontvangen documenten opgeslagen in het Postvak IN en op een computer.
- Wanneer er ontvangen documenten zijn die nog niet zijn gelezen of opgeslagen, wordt het aantal onverwerkte taken weergegeven op het startscherm.
Gerelateerde informatie
→ “Ontvangen faxen opslaan in het Postvak IN” op pagina 135
→ “Faxen ontvangen op een computer” op pagina 141
Ontvangen faxen opslaan in het Postvak IN
U kunt instellen om ontvangen faxen op te slaan in het Postvak IN van de printer. Er kunnen maximaal 100 documenten worden opgeslagen. Als u deze functie gebruikt, worden ontvangen documenten niet automatisch afgedrukt. U kunt ze weergeven op het lcd-scherm van de printer en alleen afdrukken indien dat nodig is.
Opmerking:
Het is mogelijk dat u geen 100 documenten kunt opslaan, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, zoals de bestandsgrootte van de opgeslagen documenten en het gebruik van meerdere faxopslagfuncties tegelijk.
Gerelateerde informatie
→ “Instelling voor het opslaan van ontvangen faxen in het Postvak IN” op pagina 135
→ “Ontvangen faxen op het lcd-scherm bekijken” op pagina 136
Instelling voor het opslaan van ontvangen faxen in het Postvak IN
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen > Faxuitvoer.
- Als een bevestigingsbericht wordt weergegeven, bevestigt u dit en tikt u vervolgens op OK.
Faxen
- Selecteer Opslaan in postvak IN.
- Tik op Opslaan in postvak IN om deze optie in te stellen op Aan.
- Selecteer Opties wanneer het geheugen vol is en selecteer de optie die moet worden gebruikt wanneer het Postvak IN vol is.
☐ Faxen ontvangen en afdrukken: De printer drukt alle ontvangen documenten af die niet in het Postvak IN kunnen worden opgeslagen. ☐ Binnenkomende faxen weigeren: De printer beantwoordt geen binnenkomende faxoproepen.
- U kunt een wachtwoord instellen voor het Postvak IN. Selecteer Inst. wachtwoord postvak en stel vervolgens het wachtwoord in.
Opmerking:
U kunt geen wachtwoord instellen wanneer Faxen ontvangen en afdrukken is geselecteerd.
Ontvangen faxen op het lcd-scherm bekijken
- Tik op het startscherm op de .
Opmerking:
Als er ontvangen faxen zijn die niet zijn gelezen, wordt het aantal ongelezen documenten weergegeven op het pictogram op het startscherm.

- Tik op Postvak IN/Vertrouwelijke box openen (XX ongelezen).
- Als het Postvak IN is beveiligd met een wachtwoord, voert u het wachtwoord van het Postvak IN in.
- Selecteer de fax die u wilt bekijken in de lijst.
De inhoud van de fax wordt getoond.
□ < >: Verplaatst het scherm in de richting van de pijlen.
☐ : Draait het beeld 90 graden rechtsom.
□ < : Verplaatst naar de vorige of volgende pagina.
Als u de activiteitspictogrammen wilt verbergen, tikt u in het voorbeeldscherm. Tik hiervoor niet op de pictogrammen zelf. Tik opnieuw om de pictogrammen weer te geven.
Faxen
- Selecteer of u het bekeken document wilt afdrukken of wissen en volg de instructies op het scherm.

Belangrijk:
Als er onvoldoende printergeheugen is, is het verzenden en ontvangen van faxen uitgeschakeld. Verwijder documenten die u al hebt gelezen of afgedrukt.
Gerelateerde informatie
→“Menuopties voor Faxinstellingen” op pagina 148
Een faxbericht verzenden via een computer
U kunt faxberichten via de computer verzenden d.m.v. de FAX Utility en het PC-FAX-stuurprogramma.
Opmerking:
Gebruik de EPSON Software Updater om de FAX Utility te installeren. Zie de gerelateerde informatie hieronder voor meer informatie. Windows-gebruikers kunnen voor de installatie de software-cd gebruiken die bij de printer is meegeleverd.
Gerelateerde informatie
“Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)” op pagina 181
→“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Documenten verzenden die zijn gemaakt met een toepassing (Windows)
Als u via het menu Afdrukken van een toepassing als Microsoft Word of Excel een printer of fax selecteert, kunt u gegevens als documenten, tekeningen en tabellen rechtstreeks verzenden, met een voorblad.
Opmerking:
In de volgende uitleg wordt Microsoft Word gebruikt als voorbeeld. De daadwerkelijke bewerkingen kunnen variëren afhankelijk van de toepassing die u gebruikt. Raadpleeg voor details de Help van de toepassing.
- Maak met behulp van een toepassing een document dat u per fax wilt verzenden.
- Klik op Afdrukken in het menu Bestand.
Het venster Afdrukken van de toepassing wordt weergegeven.
- Selecteer XXXXX (FAX) (waarbij XXXXX staat voor de printernaam) in Printer en controleer de instellingen voor faxverzending.
□ Geef 1 op bij Aantal exemplaren. De fax wordt mogelijk niet correct verzonden als u 2 of meer opgeeft.
□ Functies als Afdrukken naar bestand, waarmee de uitvoerpoort wordt gewijzigd, kunnen niet worden gebruikt.
☐ Per faxoverdracht kunt u tot 100 pagina's verzenden, inclusief voorblad.
- Klik op Printereigenschappen of Eigenschappen als u Papierformaat, Afdrukstand, Kleur, Beeldkwaliteit of Tekendichtheid wilt opgeven. Zie de help van het PC-FAX-stuurprogramma voor meer informatie.
Faxen
5. Klik op Druk af.
Opmerking:
Als u FAX Utility voor het eerst gebruikt, wordt een venster weergegeven waarin u uw gegevens kunt registreren. Voer de benodigde gegevens in en klik vervolgens op OK. FAX Utility gebruikt een Registernaam voor het intern beheren van faxtaken. Overige informatie wordt automatisch toegevoegd aan het voorblad.
Het scherm Instellingen geadresseerden van FAX Utility wordt weergegeven.
6. Geef een ontvanger op en klik op Volgende.
□ Een ontvanger (naam, faxnummer enzovoort) selecteren in Telefoonboek pc-fax:
Als de ontvanger is opgeslagen in het telefoonboek, voert u de onderstaande stappen uit.
① Klik op het tabblad Telefoonboek pc-fax. ② Selecteer de ontvanger in de lijst en klik op Toevoegen.
□ Een ontvanger (naam, faxnummer enz.) selecteren uit de contacten op de printer:
Als de ontvanger is opgeslagen in de contacten op de printer, voert u de onderstaande stappen uit.
① Klik op het tabblad Contacten op Printer.
Opmerking:
Als uw printer beschikt over een beveiligingsfunctie waarmee beheerders kunnen voorkomen dat gebruikers de faxinstellingen van de printer wijzigen, moet u mogelijk een beheerderswachtwoord invoeren om verder te gaan.
② Selecteer contacten in de lijst en klik op Toevoegen om verder te gaan naar het venster Toevoegen aan Geadresseerde. ③ Selecteer ontvangers in de weergegeven lijst en druk vervolgens op Bewerken. ④ Voeg naar behoefte persoonsgegevens toe, zoals Bedrijf/org. en Functie en klik vervolgens op OK om terug te keren naar het scherm Toevoegen aan Geadresseerde. ⑤ Schakel indien nodig het selectievakje voor Registreren in het Telefoonboek pc-fax in om de contacten op te slaan in Telefoonboek pc-fax. ⑥ Klik op OK.
□ Een ontvanger (naam, faxnummer enz.) rechtstreeks opgeven:
Voer de onderstaande stappen uit.
① Klik op het tabblad Handmatig kiezen. ② Voer de benodigde informatie in. ③ Klik op Toevoegen.
Als u vervolgens klikt op Reg. in telefoonboek, kunt u de ontvangers opslaan in de lijst onder het tabblad Telefoonboek pc-fax.
Opmerking:
Als het Lijntype van de printer is ingesteld op PBX en de toegangscode is ingesteld op het gebruik van # (hekje) in plaats van de exacte prefixcode, voert u # (hekje) in. Zie voor meer informatie Lijntype in Basisinstellingen via de onderstaande koppeling naar gerelateerde informatie. Als u Voer het faxnummer tweemaal in hebt geselecteerd in de Optie-instellingen op het startscherm van FAX Utility, moet u hetzelfde nummer opnieuw invoeren wanneer u op Toevoegen of Volgende klikt.
De ontvanger wordt toegevoegd aan de Lijst geadresseerden die wordt weergegeven in het bovenste deel van het venster.
Faxen
- Geef de inhoud van het voorblad op.
Als u een voorblad wilt toevoegen, selecteert u een van de sjablonen uit Voorblad. Voer Onderwerp en Bericht in. Houd er rekening mee dat er geen functie is voor het maken van een origineel voorblad of voor het toevoegen van een origineel voorblad aan de lijst.
Als u geen voorblad wilt toevoegen, selecteert u Geen voorblad bij Voorblad.
② Klik op Voorblad opmaken als u de volgorde van de items op het voorblad wilt wijzigen. U kunt het formaat van het voorblad selecteren in Papierformaat. U kunt een voorblad selecteren dat een ander formaat heeft dan het document dat wordt verzonden. ③ Klik op Lettertype als u het lettertype dat of de lettergrootte die op het voorblad wordt gebruikt, wilt wijzigen. ④ Klik op Instellingen afzender als u de informatie over de afzender wilt wijzigen. ⑤ Klik op Gedet. voorbld als u het voorblad met het onderwerp en het bericht dat u hebt ingevoerd, wilt controleren. ⑥ Klik op Volgende.
- Controleer de inhoud van de documenten die worden verzonden en klik op Verzenden.
Controleer voor verzenden of de naam en het faxnummer van de ontvanger correct zijn. Klik op Voorbeeld om een voorbeeldweergave te bekijken van het voorblad en het document dat wordt verzonden.
Zodra de overdracht begint, wordt een venster weergegeven met de overdrachtsstatus.
Opmerking:
□ Als u de overdracht wilt stoppen, selecteert u de gegevens en klikt u op Annuleren ✗. U kunt ook annuleren op het bedieningspaneel van de printer. Als tijdens de overdracht een fout optreedt, wordt het venster Communicatiefout weergegeven. Controleer de informatie in de fout en verzend opnieuw. ☐ Het scherm Faxstatuscontrole (het scherm boven de informatie over het controleren van de overdrachtsstatus) wordt niet weergegeven als Faxstatuscontrole weergeven tijdens verzenden niet is geselecteerd in het scherm Optionele instellingen van het startscherm van FAX Utility.
Gerelateerde informatie
→“Basisinstellingen” op pagina 150
Documenten verzenden die zijn gemaakt met een toepassing (Mac OS)
Als u in het menu Afdrukken van een in de handel verkrijgbare toepassing een printer met faxfunctie selecteert, kunt u gegevens zoals documenten, tekeningen en tabellen die u hebt gemaakt, verzenden.
Opmerking:
In de volgende uitleg wordt Text Edit, een standaard Mac OS-toepassing, als voorbeeld gebruikt.
- Maak het document dat u per fax wilt verzenden in een toepassing.
- Klik op Afdrukken in het menu Bestand.
Het venster Afdrukken van de toepassing wordt weergegeven.
Faxen
- Selecteer de printer (faxnaam) in Naam, klik op ▼ om de geavanceerde instellingen weer te geven, controleer de printerinstellingen en klik vervolgens op OK.
- Configureer de instellingen voor elk item.
☐ Geef 1 op bij Aantal exemplaren. Zelfs als u 2 of meer opgeeft, wordt er maar 1 exemplaar verzonden. ☐ U kunt tot 100 pagina's per faxoverdracht verzenden.
Opmerking:
Het papierformaat van documenten dat u kunt verzenden, is hetzelfde als het papierformaat dat u kunt faxen vanaf de printer.
- Selecteer Faxinstellingen in het snelmenu en configureer vervolgens de instellingen voor elk item.
Zie de help van het PC-FAX-stuurprogramma voor uitleg over elk instellingsitem.
Klik linksonder in het venster om de help van het PC-FAX-stuurprogramma te openen.
- Selecteer het menu Instellingen geadresseerden en geef de ontvanger op.
□Een ontvanger (naam, faxnummer enz.) rechtstreeks opgeven:
Klik op het item Toevoegen, voer de benodigde informatie in en klik vervolgens op . De ontvanger wordt toegevoegd aan de Lijst geadresseerden die wordt weergegeven in het bovenste deel van het venster.
Als u "Voer het faxnummer tweemaal in" hebt geselecteerd in de instellingen van het PC-FAX-stuurprogramma, moet u hetzelfde nummer opnieuw invoeren wanneer u op of Volgende klikt.
stuurprogramma, moet u hetzelfde nummer opnieuw invoeren wanneer u op of Volgende klikt.
Als voor uw faxverbinding een prefixcode is vereist, voert u Nummer voor buitenlijn in.
Als het Lijntype van de printer is ingesteld op PBX en de toegangscode is ingesteld op het gebruik van # (hekje) in plaats van de exacte prefixcode, voer u # (hekje) in. Zie voor meer informatie Lijntype in Basisinstellingen via de onderstaande koppeling naar gerelateerde informatie.
Als het Lijntype van de printer is ingesteld op PBX en de toegangscode is ingesteld op het gebruik van # (hekje) in plaats van de exacte prefixcode, voer dan # (hekje) in. Zie voor meer informatie Lijntype in Basisinstellingen via de onderstaande koppeling naar gerelateerde informatie.
□Een ontvanger (naam, faxnummer enz.) selecteren uit het telefoonboek:
Als de ontvanger is opgeslagen in het telefoonboek, klikt u op 📁. Selecteer de ontvanger in de lijst en klik vervolgens op Toevoegen > OK.
Als voor uw faxverbinding een prefixcode is vereist, voert u Nummer voor buitenlijn in.
Als het Lijntype van de printer is ingesteld op PBX en de toegangscode is ingesteld op het gebruik van # (hekje) in plaats van de exacte prefixcode, voer u # (hekje) in. Zie voor meer informatie Lijntype in Basisinstellingen via de onderstaande koppeling naar gerelateerde informatie.
Als het Lijntype van de printer is ingesteld op PBX en de toegangscode is ingesteld op het gebruik van # (hekje) in plaats van de exacte prefixcode, voert u # (hekje) in. Zie voor meer informatie Lijntype in Basisinstellingen via de onderstaande koppeling naar gerelateerde informatie.
- Controleer de instellingen van de ontvanger en klik vervolgens op Fax.
Het verzenden begint.
Controleer voor verzenden of de naam en het faxnummer van de ontvanger correct zijn.
Opmerking:
□ Als u in Dock op het printerpictogram klikt, wordt het scherm voor het controleren van de overdrachtsstatus weergegeven. Als u het verzenden wilt stoppen, klikt u op de gegevens en klikt u vervolgens op Verwijderen. Als tijdens de overdracht een fout optreedt, wordt het bericht Verzenden mislukt weergegeven. Controleer de overdrachtsrecords op het scherm Faxverzendgegevens. □ Documenten met meerdere papierformaten worden mogelijk niet correct verzonden.
Gerelateerde informatie
→ “Basisinstellingen” op pagina 150
Faxen ontvangen op een computer
U kunt faxen ontvangen en deze als PDF-bestand opslaan op de computer die met de printer is verbonden. De FAX Utility omvat verschillende functies, onder andere voor het opgeven van een map waar faxen moeten worden opgeslagen. Installeer FAX Utility voordat u deze functie gebruikt.
Opmerking:
U kunt een van de volgende methoden gebruiken om FAX Utility te installeren.
☐ De EPSON Software Updater (toepassing voor het bijwerken van software) gebruiken □ Met de cd die bij de printer is meegeleverd. (Alleen Windows-gebruikers)

Belangrijk:
☐ Wanneer u faxen ontvangt op de computer, selecteert u Auto in de instelling voor het ontvangen van faxen van de printer. Als de computer is ingesteld voor het ontvangen van faxen, moet deze altijd ingeschakeld blijven. Ontvangen documenten worden tijdelijk opgeslagen in het geheugen van de printer voordat de documenten worden opgeslagen op de computer. Als u de computer uitschakelt, raakt het geheugen van de printer mogelijk vol, omdat de documenten niet naar de computer kunnen worden verzonden. ☐ Het aantal documenten dat tijdelijk is opgeslagen in het geheugen van de printer, wordt weergegeven in op het startscherm. Als u de ontvangen faxen wilt lezen, moet u op de computer een weergaveprogramma voor PDF-bestanden installeren, bijvoorbeeld Adobe Reader.
Gerelateerde informatie
→“Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)” op pagina 181
Instelling voor het opslaan van ontvangen faxen op een computer
U kunt de instellingen voor ontvangen faxen configureren met FAX Utility. Installeer vooraf FAX Utility op de computer.
Zie Basisbediening in de help van FAX Utility (weergegeven in het startscherm) voor meer informatie.
Opmerking:
U kunt tegelijkertijd faxen ontvangen en verzenden.
Gerelateerde informatie
→ “Toepassing voor het configureren van faxbewerkingen en het verzenden van faxen (FAX Utility)” op pagina 178
Faxen
Faxen ontvangen op een computer en afdrukken vanaf de printer
Volg naast het configureren van instellingen voor het opslaan van ontvangen faxen op een computer de onderstaande stappen op de printer.
- Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen.
- Selecteer Faxuitvoer > Opslaan op computer > Ja en afdrukken.
Gerelateerde informatie
→ “Instelling voor het opslaan van ontvangen faxen op een computer” op pagina 141 →“Ontvangstinstellingen” op pagina 149
Ontvangen faxen op de computer annuleren
Als u het opslaan van faxen op de computer wilt annuleren, wijzigt u de instellingen op de printer.
Opmerking:
U kunt de instellingen ook wijzigen met FAX Utility. Als er echter faxen zijn die niet op de computer zijn opgeslagen, kunt u de instellingen niet wijzigen.
- Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen.
- Selecteer Faxuitvoer > Opslaan op computer > Nee.
Gerelateerde informatie
“Toepassing voor het configureren van faxbewerkingen en het verzenden van faxen (FAX Utility)” op pagina 178 →“Ontvangstinstellingen” op pagina 149
Controleren op nieuwe faxen (Windows)
Als u een computer instelt voor het opslaan van faxen die door de printer zijn ontvangen, kunt u de verwerkingsstatus van ontvangen faxen controleren en zien of er nieuwe faxen zijn met behulp van het faxpictogram op de Windows-taakbalk. Als u de computer zodanig instelt dat een melding wordt weergegeven wanneer een nieuwe fax is ontvangen, wordt een meldingscherm weergegeven in het Windows-systeemvak en kunt u de nieuwe fax bekijken.
Opmerking:
☐ Gegevens van ontvangen faxen die op de computer zijn opgeslagen, worden verwijderd uit het printergeheugen. ☐ U hebt Adobe Reader nodig om de ontvangen faxen weer te geven, omdat deze worden opgeslagen als PDF-bestand.
Het pictogram Fax op de taalbalk gebruiken (Windows)
Via het faxpictogram op de Windows-taakbalk kunt u zien of er nieuwe faxen zijn en de bewerkingsstatus controleren.
Faxen
- Bekijk het pictogram.
□ : in stand-by. □ : controleren op nieuwe faxen. □ : importeren van nieuwe faxen is voltooid.
- Klik met de rechtermuisknop op het pictogram en klik vervolgens op Map voor ontvangen faxen openen.
De map voor ontvangen faxen wordt weergegeven. Controleer de datum en de afzender in de bestandsnaam en open het PDF-bestand.
Als via het faxpictogram wordt aangegeven dat deze stand-by is, kunt u controleren op nieuwe faxen door Nieuwe faxen nu controleren te selecteren.
Opmerking:
Ontvangen faxen worden automatisch hernoemd volgens de volgende naamgevingsindeling.
JJJJMMDDUUMMSS_xxxxxxxxxxx_nnnnn (Jaar/Maand/Dag/Uur/Minuut/Seconde_nummer van afzender)
Het meldingenvenster gebruiken (Windows)
Wanneer u instelt dat u een melding wilt ontvangen wanneer een nieuwe fax is ontvangen, wordt voor elke fax een meldingenvenster weergegeven naast de taakbalk.
- Controleer het meldingenvenster dat op uw computer wordt weergegeven.
Opmerking:
Het meldingenvenster verdwijnt als na een bepaalde periode geen bewerking wordt uitgevoerd. U kunt de instellingen voor meldingen weergegeven, zoals de weergavetijd.
- Klik op een willekeurige plek in het meldingenvenster, met uitzondering van de knop

De map die u hebt opgegeven voor het opslaan van nieuwe faxen wordt geopend. Controleer de datum en de afzender in de bestandsnaam en open het PDF-bestand.
Opmerking:
Ontvangen faxen worden automatisch hernoemd volgens de volgende naamgevingsindeling.
JJJJMMDDUUMMSS_xxxxxxxxxxx_nnnnn (Jaar/Maand/Dag/Uur/Minuut/Seconde_nummer van afzender)
Controleren op nieuwe faxen (Mac OS)
U kunt op een van de volgende manieren controleren of er nieuwe faxen zijn. Dit is alleen beschikbaar op computers die zijn ingesteld op "Opslaan" (faxen opslaan op deze computer).
☐ De map voor ontvangen faxen openen (opgegeven in Instellingen uitvoer ontvangen faxen)
□ Open de Faxontvangstmonitor en klik op Nieuwe faxen nu controleren.
□ Melding dat nieuwe faxen zijn ontvangen
Selecteer in FAX Utility Graag melding bij nieuwe faxen via een Dock-pictogram in de Faxontvangstmonitor > Voorkeuren. Het pictogram voor ontvangen faxen in de Dock laat u weten dat nieuwe faxen zijn ontvangen.
Faxen
De map voor ontvangen faxen openen vanuit de monitor voor ontvangen faxen (Mac OS)
U kunt de map voor opslaan openen vanaf de computer die u hebt ingesteld voor het ontvangen van faxen door "Opslaan" (faxen opslaan op deze computer) te selecteren.
- Klik op het monitorpictogram voor ontvangen faxen in de Dock om Faxontvangstmonitor te openen.
- Selecteer de printer en klik op Map openen of dubbelklik op de printernaam.
- Controleer de datum en de afzender in de bestandsnaam en open het PDF-bestand.
Opmerking:
Ontvangen faxen worden automatisch hernoemd volgens de volgende naamgevingsindeling.
JJJJMMDDUUMMSS_xxxxxxxxxxx_nnnnn (Jaar/Maand/Dag/Uur/Minuut/Seconde_nummer van afzender)
Informatie die wordt verzonden door de afzender wordt weergegeven als nummer van de afzender. Dit nummer wordt mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van de afzender.
Andere faxfuncties gebruiken
Een faxrapport en -lijst afdrukken
Een faxrapport handmatig afdrukken
- Selecteer Fax op het startscherm.
- Tik op Meer.
- Selecteer Faxverslag.
- Selecteer het af te drukken rapport en volg verder de instructies op het scherm.
Opmerking:
U kunt de opmaak van het rapport wijzigen. In het startscherm selecteert u Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Rapportinstellingen en daar wijzigt u de instellingen Afbeelding aan rapport bevestigen of Rapportindeling.
Gerelateerde informatie
→“Meer” op pagina 147 →“Rapportinstellingen” op pagina 150
Faxrapporten automatisch afdrukken
U kunt de volgende faxrapporten automatisch laten afdrukken.
Faxen
Rapport transmissie
In het startscherm selecteert u Fax > Faxinstellingen > Rapport transmissie en vervolgens Afdrukken of Bij fout afdrukken.
Faxlogboek
In het startscherm selecteert u Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Rapportinstellingen > Automatisch afdrukken faxlogboek en vervolgens Aan (elke 30) of Aan (tijd).
Gerelateerde informatie
→“Menuopties voor Gebruikersinstellingen” op pagina 152 →“Rapportinstellingen” op pagina 150
Beveiligingsinstellingen voor faxberichten
U kunt beveiligingsinstellingen configureren om te voorkomen dat een faxbericht naar een verkeerde ontvanger verzonden wordt, of om te vermijden dat ontvangen documenten onthuld worden of verloren gaan. U kunt ook de opgeslagen faxgegevens verwijderen.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Algemene instellingen > Faxinstellingen > Veiligheidsinstel..
- Selecteer het menu en configureer daar de instellingen.
Gerelateerde informatie
→“Veiligheidsinstel.” op pagina 152
Menuopties voor faxen
Ontvanger
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Fax > Ontvanger
Toetsenbord:
U kunt een faxnummer handmatig invoeren.
Contacten:
Selecteer een ontvanger in de lijst met contacten. U kunt ook contacten toevoegen of bewerken.
Recent:
Selecteer een ontvanger uit de geschiedenis met verzonden faxen. U kunt de ontvanger tevens toevoegen aan de lijst met contactpersonen.
Faxen
Faxinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Origineel formaat (glas) Selecteer het formaat en de oriëntatie van het origineel dat u op de scannerglasplaat plaatste.
Kleurmodus Selecteer of u wilt scannen in kleur of zwart-wit.
Resolutie Selecteer de resolutie van de uitgaande fax.
Dichtheid Bepaalt de dichtheid van de uitgaande fax.
Achtergrond verwijderen Detecteert de papierkleur (achtergrondkleur) van het origineel en vervolgens wordt de kleur verwijderd of lichter gemaakt. In welke mate het verwijderen of lichter maken lukt, hangt af van de donkerte of felheid van de kleur.
Doorlopend scannen (ADF) Bij het versturen van een fax van de ADF kunt u geen originelen toevoegen in de ADF na het starten van het scannen. Als u originelen met verschillende afmetingen in de ADF plaatst, worden alle originelen verzonden volgens het grootste formaat. Schakel deze optie in zodat de printer vraagt of u nog een pagina wilt scannen nadat het scannen van een origineel in de ADF is uitgevoerd. Dan kunt u uw originelen sorteren en scannen op grootte en ze als één enkele fax versturen.
Instellingen faxverzending:
Direct verzenden
Verzendt zwart/wit-faxen naar één ontvanger zodra verbinding is gemaakt zonder de gescande afbeelding in het geheugen op te slaan. Als u deze optie niet inschakelt, begint de printer met verzenden na het opslaan van de gescande afbeelding in het geheugen en dit kan leiden tot een foutmelding 'Geheugen vol' bij het versturen van veel pagina's. Door het gebruik van deze optie kunt u de fout vermijden, maar het versturen van de fax duurt langer. U kunt deze optie niet gebruiken bij het faxen naar meerdere bestemmingen.
Fax later verzenden
Hiermee wordt een fax verzonden op het tijdstip dat u opgeeft. Alleen een monochrome fax is beschikbaar bij het gebruik van deze optie.
Faxen
Afzender info toevoegen
Afzender info toevoegen:
Selecteer de positie waar u de koptekstinformatie wilt invoegen (naam en faxnummer van afzender) in de uitgaande fax, of geef aan dat u deze informatie niet wilt invoegen.
- Uit: hiermee verzendt u een fax zonder koptekstinformatie.
- Buitenkant afbeelding: hiermee verzendt u een fax met de koptekstinformatie in de marge bovenaan de fax. Zo voorkomt u dat de koptekst overlapt met de gescande afbeelding. Afhankelijk van het formaat van de originelen kan de fax bij de ontvanger echter op twee pagina's worden afgedrukt.
- Binnenkant afbeelding: hiermee verzendt u een fax met de koptekstinformatie circa 7 mm lager dan de bovenkant van de gescande afbeelding. De koptekst overlapt mogelijk met de afbeelding, maar de fax zal bij de ontvanger niet over twee pagina's worden verdeeld.
□Koptekst fax:
Selecteer de koptekst voor de ontvanger. Als u deze functie wilt gebruiken, moet u eerst meerdere kopteksten vastleggen.
□Aanvullende informatie:
Selecteer de informatie die u wilt toevoegen. U kunt kiezen uit Uw telefoonnummer en Doellijst.
Rapport transmissie
Hiermee wordt na verzending van een fax automatisch een verzendrapport afgedrukt. Selecteer Bij fout afdrukken om alleen een rapport af te drukken als er een fout optreedt. Als Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Rapportinstellingen > Afbeelding aan rapport bevestigen is ingesteld, wordt samen met het rapport een afbeelding van het document afgedrukt.
□Alle inst.wissen
Zet alle instellingen in Faxinstellingen terug naar de standaardwaarde.
Meer
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Fax > (Meer)
Verzendlogboek:
U kunt de geschiedenis van ontvangen en verzonden berichten controleren.
Faxverslag:
□Laatste overdracht
Hiermee drukt u een rapport af voor de vorige fax die via polling ontvangen of verzonden is.
Faxlogboek
Hiermee drukt u een transmissierapport af. U kunt instellen dat dit rapport automatisch wordt afgedrukt via het volgende menu.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Rapportinstellingen > Automatisch afdrukken faxlogboek
□Lijst faxinstellingen
Hiermee drukt u de actuele faxinstellingen af.
Faxen
Protocol traceren
Hiermee drukt u een gedetailleerd rapport af voor de vorige verzonden of ontvangen fax.
Polling ontvangen:
Hiermee maakt u verbinding met het ingevoerde faxnummer en wordt een eerder op het faxapparaat opgeslagen fax ontvangen. U kunt deze functie gebruiken om een fax te ontvangen van een faxinformatiedienst.
Postvak IN:
Hiermee opent u het Postvak IN waarin de ontvangen faxberichten worden opgeslagen.
Ontvangen fax opnieuw afdrukken:
Hiermee drukt u ontvangen faxberichten opnieuw af.
Faxinstellingen:
Opent Faxinstellingen. U kunt dit scherm ook openen door op het startscherm Instel. en vervolgens Algemene instellingen > Faxinstellingen te selecteren. Raadpleeg voor meer details de pagina met de beschrijving van de functie Faxinstellingen.
Gerelateerde informatie
→“Menuopties voor Faxinstellingen” op pagina 148
Menuopties voor Faxinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen
Fax-aansl. controleren
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Fax-aansl. controleren
Controleert of de printer aangesloten is op een telefoonlijn en klaar is voor het ontvangen en verzenden van faxen, en drukt het resultaat af op een gewoon A4-blad.
Wizard faxinstelling
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Wizard faxinstelling
Hiermee configureert u de basisinstellingen voor faxen aan de hand van instructies op het scherm. Voor details raadpleegt u de pagina met de beschrijving van de basisinstellingen.
Faxen
Ontvangstinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Ontvangstinstellingen
Faxuitvoer
U kunt ontvangen documenten laten opslaan in het Postvak IN of op een computer. Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Opslaan in postvak IN:
Hiermee bewaart u ontvangen faxen in het Postvak IN van de printer.
Opslaan op computer:
Hiermee converteert u ontvangen documenten naar PDF en bewaart ze op een computer die is aangesloten op de printer.
Afdrukinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Hiermee worden grote documenten verkleind zodat ze op het papierformaat van de papierbron passen. Naargelang de ontvangen gegevens is dit soms niet mogelijk. Als deze functie uitgeschakeld is, worden grote documenten op hun oorspronkelijke grootte afgedrukt op meerdere pagina's, of wordt er mogelijk een tweede lege pagina uitgeworpen.
Instellingen Pagina's splitsen:
Configureer instellingen voor het splitsen van de pagina wanneer het formaat van het ontvangen document groter is dan het papier dat in de printer is geladen.
Autom. draaien:
Hiermee draait u een liggende ontvangen fax van A5-formaat zodat deze op de juiste papiergrootte wordt afgedrukt. Deze instelling wordt toegepast wanneer het papierformaat is ingesteld op A5. Controleer het volgende menu.
Instel. > Algemene instellingen > Printerinstellingen > Instellingen papierbron > Papierinstelling
Ontvangstinformatie toevoegen:
Drukt ontvangstinformatie af in de koptekst van de ontvangen fax, zelfs als de verzender geen koptekstinformatie heeft ingesteld. De ontvangstinformatie omvat de datum en het tijdstip van ontvangst, de id van de afzender, de ontvangst-id (bijv. "#001") en het paginanummer (bijv. "P1").
Wanneer Instellingen Pagina's splitsen is ingeschakeld, wordt het nummer van de gesplitste pagina ook afgedrukt.
Dubbelzijdig:
U kunt meerdere pagina's van ontvangen documenten dubbelzijdig afdrukken.
Faxen
Timing start afdruk:
Selecteer opties om de ontvangen documenten af te drukken.
Alle ontvangen pagina's: Nadat alle pagina's zijn ontvangen, begint het afdrukken vanaf de eerste pagina.
Eerste pagina ontvangen: Het afdrukken begint wanneer de eerste pagina is ontvangen. De pagina's worden afgedrukt in de volgorde waarin ze worden ontvangen. Als de printer niet kan beginnen met afdrukken, bijvoorbeeld omdat een andere taak wordt afgedrukt, drukt de printer de ontvangen pagina's in batch af zodra deze beschikbaar is.
Sorteerstapel:
Hiermee worden ontvangen documenten vanaf de laatste pagina afgedrukt (aflopende volgorde) zodat de afgedrukte documenten in de juiste volgorde worden gestapeld. Als het geheugen van de printer bijna vol is, is deze functie mogelijk niet beschikbaar.
Tijd uitstellen afdr.:
Hiermee worden de in de opgegeven periode ontvangen documenten opgeslagen in het printergeheugen zonder ze af te drukken. Op het gedefinieerde afdruktijdstip worden de documenten automatisch afgedrukt. Deze functie kan worden gebruikt om 's nachts het lawaai te beperken of om te voorkomen dat vertrouwelijke documenten worden afgedrukt als u afwezig bent. Zorg ervoor dat er voldoende geheugen vrij is alvorens u deze functie gebruikt.
Stille modus:
Vermindert het geluid dat de printer maakt tijdens het afdrukken van faxen. De afdruksnelheid wordt echter mogelijk verlaagd.
Rapportinstellingen
Selecteer het menu op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Rapportinstellingen
Automatisch afdrukken faxlogboek:
Drukt automatisch het faxlogboek af. Selecteer Aan (elke 30) om een logboek af te drukken na elke 30 voltooide faxtaken. Selecteer Aan (tijd) om het logboek af te drukken op een opgegeven tijdstip. Als er echter meer dan 30 faxtaken zijn geweest, wordt het logboek afgedrukt voordat de tijd verstreken is.
Afbeelding aan rapport bevestigen:
Drukt een Rapport transmissie af met een afbeelding van de eerste pagina van het verzonden document. Selecteer Aan (grote afbeelding) om het bovenste deel van de pagina af te drukken zonder te verkleinen. Selecteer Aan (kleine afbeelding) om de hele pagina verkleind af te drukken zodat deze in het rapport past.
Rapportindeling:
Selecteer een indeling voor faxrapporten. Selecteer Detail om af te drukken met foutcodes.
Basisinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Faxen
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen
Faxsnelheid:
Selecteer de verzendsnelheid van de fax. We raden aan om Langz.(9.600 b/s) te selecteren als er regelmatig een communicatiefout optreedt, wanneer u berichten zendt/ontvangt naar/vanuit het buitenland, of wanneer u een IP-service (VoIP) gebruikt.
ECM:
Corrigeert automatisch de fouten in faxen (Error Correction Mode), meestal veroorzaakt door storingen op de telefoonlijn. Als deze functie uitgeschakeld is, kunt u geen kleurendocumenten zenden en ontvangen.
Kiestoondetectie:
Detecteert een kiestoon alvorens het nummer te bellen. Als de printer aangesloten is op een PBX (Private Branch Exchange) of digitale telefoonlijn, kan de printer mogelijk geen nummer vormen. Wijzig in dat geval het Lijntype naar PBX. Als dit niet helpt, schakelt u de functie uit. N.B. Als u deze functie uitschakelt, wordt het eerste cijfer van het faxnummer mogelijk overgeslagen waardoor het bericht naar een foutief nummer wordt verzonden.
Lijntype:
Selecteer het telefoonlijntype waarop u de printer hebt aangesloten. Als u de printer gebruikt in een omgeving met losse toestellen en een externe toegangscode, zoals een 0 of 9 voor een buitenlijn, selecteer dan PBX en registreer de toegangscode. Nadat u de toegangscode hebt geregistreerd, voert u een hekje (#) in plaats van de toegangscode in bij het verzenden van een fax naar een extern faxnummer. Voor omgevingen met een DSL-modem of terminaladapter raden wij tevens aan om PBX te gebruiken als instelling.
Koptekst:
Voer de naam en het faxnummer van de afzender in. Deze gegevens verschijnen als koptekst op uitgaande berichten. U kunt tot 40 tekens invoeren voor uw naam en 20 cijfers voor uw faxnummer.
Ontvangstmodus:
Selecteer de ontvangstmodus.
DRD:
Als u zich bij uw telecomprovider hebt ingeschreven op een dienst met specifieke beltonen, kunt u het belsignaal voor binnenkomende faxen selecteren. Specifieke beltoondiensten, die door veel telecombedrijven worden aangeboden (dienstnaam verschilt per bedrijf), bieden de mogelijkheid om meerdere telefoonnummers op één lijn te hebben. Elk nummer krijgt dan een specifieke beltoon toegewezen. U kunt dan een nummer gebruiken voor telefoongesprekken en een ander nummer voor faxen. Afhankelijk van de regio kan deze optie Aan of Uit zijn.
Overgaan voor antwoorden:
Selecteer het aantal beltonen waarna de printer de fax automatisch moet ontvangen.
Extern ontvangen:
Als u een inkomende fax beantwoordt met een telefoontoestel dat op de printer aangesloten is, kunt u de fax ontvangen door de code van het telefoontoestel in te voeren.
Faxen
Weigeringsfax:
Selecteer opties om ongewenste faxen te weigeren.
Veiligheidsinstel.
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Veiligheidsinstel.
Beperkingen dir. kiezen:
□Uit
Hiermee schakelt u het handmatig invoeren van faxnummers van ontvangers in.
Aan
Hiermee schakelt u de functie voor het handmatig invoeren van faxnummers van ontvangers uit, zodat de gebruiker alleen contactpersonen uit de lijst of uit de zendgeschiedenis kan selecteren.
Tweemaal invoeren
Hiervoor moet de gebruiker het faxnummer opnieuw invoeren wanneer het faxnummer handmatig is ingevoerd.
Adreslijst bevestigen:
Geeft een bevestigingsscherm voor de ontvanger weer alvorens het bericht verzonden wordt.
Autom. back-upgeg.wissen:
Om u voor te bereiden op een stroomonderbreking als gevolg van een onverwachte stroomstoring of verkeerde handeling maakt de printer een tijdelijke reservekopie van verzonden en ontvangen documenten in zijn geheugen. Schakel deze optie in voor het automatisch wissen van de back-ups bij het succesvol versturen of ontvangen van een document en wanneer de back-ups overbodig worden.
Back-upgeg. wissen:
Hiermee worden alle reservekopieën gewist die tijdelijk in het printergeheugen zijn opgeslagen. Voer deze functie uit voordat u de printer weggooit of aan iemand anders geeft.
Menuopties voor Gebruikersinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Gebruikersinstellingen > Fax
De instellingen in dit menu worden uw standaardinstellingen voor het verzenden van faxen. Zie de Faxinstellingen in het menu Fax voor meer uitleg over het instellingsitem.
Gerelateerde informatie
→“Faxinstellingen” op pagina 146
Menuopties voor Postvak IN

(Postvak IN):
Als u hierop tikt, wordt de Postvak IN geopend waarin de ontvangen faxberichten worden opgeslagen. Als er ontvangen faxen zijn die niet zijn gelezen, wordt het aantal ongelezen documenten weergegeven op het pictogram.
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren
U kunt de inktniveaus en de levensduur van de onderhoudscassette controleren via het bedieningspaneel of de computer.
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren — Bedieningspaneel
Selecteer op het startscherm.
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren - Windows
- Open het venster van de printerdriver.
- Klik op EPSON Status Monitor 3 op het tabblad Hulpprogramma's.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gerelateerde informatie
→“Het printerstuurprogramma openen” op pagina 66
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette controleren - Mac OS
- Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
- Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
- Klik op EPSON Status Monitor.
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
Codes van de cartridges
Epson raadt het gebruik van originele Epson-cartridges aan. De kwaliteit of betrouwbaarheid van niet-originele inkt kan niet door Epson worden gegarandeerd. Het gebruik van niet-originele cartridges kan leiden tot schade die niet onder de garantie van Epson valt. Bovendien kan het gebruik van dergelijke producten er in bepaalde omstandigheden toe leiden dat het apparaat niet correct functioneert. Informatie over niet-originele inktniveaus kunnen mogelijk niet worden weergegeven.
Hierna volgen de codes van originele Epson-inktpatronen.
Opmerking:
□Niet alle cartridges zijn verkrijgbaar in alle landen.
Inktcartridgecodes kunnen per locatie variëren. Neem contact op met Epson Support voor de juiste codes in uw omgeving.
Voor Europa
| Pictogram | BK: Black (Zwart) | C: Cyan (Cyaan) | M: Magenta | Y: Yellow (Geel) |
Verrekijker![]() | 502 502XL^* | 502 502XL^* | 502 502XL^* | 502 502XL^* |
* "XL" geeft een grote cartridge aan.
Ga voor informatie over de capaciteit van de inktcartridges van Epson naar de volgende website.
http://www.epson.eu/pageyield
Voor Australië en Nieuw-Zeeland
| BK: Black (Zwart) | C: Cyan (Cyaan) | M: Magenta | Y: Yellow (Geel) |
| 202 | 202 | 202 | 202 |
| 202XL^* | 202XL^* | 202XL^* | 202XL^* |
* "XL" geeft een grote cartridge aan.
Voor Azië
| BK: Black (Zwart) | C: Cyan (Cyaan) | M: Magenta | Y: Yellow (Geel) |
| 03C03D* | 03C 03C 03C |
* "D" geeft een grote cartridge aan.
Gerelateerde informatie
→“Technische ondersteuning (website)” op pagina 231
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen
Lees de volgende instructies voordat u inktpatronen vervangt.
Voorzorgsmaatregelen
Bewaar de inktpatronen bij normale kamertemperatuur en houd ze uit de buurt van direct zonlicht. Het is raadzaam de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld. U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking. Voor de beste resultaten bewaart u inktpatroonverpakkingen met de onderkant naar beneden.
Laat cartridges voor gebruik ten minste drie uur op kamertemperatuur komen.
Open de verpakking niet totdat u klaar bent om het inktpatroon in de printer te plaatsen. Het inktpatroon is vacuüm verpakt om de betrouwbaarheid ervan te garanderen. Als u een inktpatroon lange tijd onverpakt laat voordat u het gebruikt, is normaal afdrukken niet mogelijk.
Zorg dat u de haakjes aan de zijkant van het inktpatroon niet breekt wanneer u het uit de verpakking haalt.
☐ U moet de gele tape van het inktpatroon verwijderen voordat u het plaatst; anders kan de afdrukkwaliteit achteruitgaan of kunt u niet afdrukken. Verwijder of scheur het label op het inktpatroon niet; hierdoor kan het gaan lekken.

□ Verwijder het doorzichtige zegel aan de onderkant van het inktpatroon niet; anders kan het inktpatroon onbruikbaar worden.

Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
Raak de in de figuur getoonde onderdelen niet aan. Omdat dit de normale werking kan schaden.

☐ Installeer alle cartridges, anders kunt u niet afdrukken.
□ Vervang inktpatronen niet met de stroom uitgeschakeld. Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen.
☐ Schakel de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt u mogelijk niet afdrukken.
Zorg ervoor dat er altijd inktpatronen in de printer zijn geplaatst en schakel de printer niet uit tijdens het vervangen van inktpatronen. Anders droogt de inkt uit die in de spuitkanaaltjes van de printkop achterblijft en kunt u mogelijk niet afdrukken.
Als u een inktpatroon tijdelijk moet verwijderen, zorgt u dat u het inkttoevoergebied beschermt tegen vuil en stof. Bewaar het inktpatroon op dezelfde plaats als de printer, met de inkttoevoerpoort naar beneden of naar de zijkant. Bewaar inktpatronen niet met de inkttoevoerpoort naar boven. Omdat de inkttoevoerpoort is uitgerust met een klep die is ontworpen om het vrijgeven van een teveel aan inkt tegen te houden, hoeft u zelf geen deksel of dop te verschaffen.
Bij verwijderde cartridges kan er inkt rondom de inktoevoer zitten. Wees dus voorzichtig dat er geen inkt in de omgeving van de cartridge wordt gemorst wanneer de cartridges worden verwijderd.
☐ Deze printer gebruikt inktpatronen die zijn uitgerust met een groene chip die informatie bijhoudt, zoals de hoeveelheid resterende inkt voor elk inktpatroon. Dit betekent dat zelfs wanneer het inktpatroon uit de printer wordt verwijderd voordat het leeg is, u het inktpatroon nog steeds kunt gebruiken nadat u het weer in de printer plaatst. Er kan echter inkt worden gebruikt wanneer u een inktpatroon terugplaatst om de printerprestaties te garanderen.
□ Voor een optimale efficiëntie van de inkt verwijdert u een inktpatroon alleen wanneer u het wilt vervangen. Inktpatronen met een lage inkstatus kunnen niet worden gebruikt wanneer u ze terugplaatst.
□ Voor een optimale afdrukkwaliteit en bescherming van de printkop blijft een variabele inktreserve in de cartridge achter op het moment waarop de printer aangeeft dat u de cartridge moet vervangen. De opgegeven capaciteiten bevatten deze reserve niet.
☐ De cartridges kunnen gerecycled materiaal bevatten. Dit is echter niet van invloed op de functies of prestaties van de printer.
- Specificaties en uiterlijk van het inktpatroon zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving voor verbetering.
Haal de inktcartridges niet uit elkaar en breng geen wijzigingen aan cartridges aan. Daardoor kan normaal afdrukken onmogelijk worden.
U kunt de cartridges die bij de printer zijn geleverd, niet ter vervanging gebruiken.
De opgegeven capaciteit hangt af van de afbeeldingen die u afdrukt, het papier dat u gebruikt, hoe vaak u afdrukt en de omgeving (bijvoorbeeld temperatuur) waarin u de printer gebruikt.
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
Inktverbruik
Voor optimale prestaties van de printkop wordt er tijdens onderhoudsactiviteiten, zoals reiniging van de printkop, een beetje inkt gebruikt uit alle cartridges. Er kan ook inkt worden gebruikt wanneer u de printer inschakelt. Wanneer u in monochroom of grijswaarden afdrukt, is het mogelijk kleureninkt te gebruiken in plaats van zwarte inkt, afhankelijk van de instellingen van het papiertype of de afdrukkwaliteit. Dit is omdat kleureninkt wordt gemengd om zwart te creëren. De inkt in de cartridges die bij de printer zijn geleverd, wordt deels verbruikt bij de installatie van de printer. De printkop in uw printer is volledig met inkt geladen om afdrukken van hoge kwaliteit te bezorgen. Bij dit eenmalige proces wordt een bepaalde hoeveelheid inkt verbruikt. Met de gebruikte cartridge kunnen daarom wellicht minder pagina's worden afgedrukt dan met volgende cartridges.
Cartridges vervangen
Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd de inktcartridges te vervangen, selecteert u Hoe en bekijkt u de animaties die op het bedieningspaneel worden weergegeven om te leren hoe u de inktcartridges vervangt.
Als u de inktcartridges moet vervangen voordat ze leeg zijn, selecteert u in het startscherm Onderhoud > Vervangen patronen en volgt u de instructies op het scherm. Selecteer Hoe voor meer informatie.

Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich verwonden.
Opmerking:
Ook nadat de printer heeft aangegeven dat de inkt bijna op is, kunt u blijven afdrukken. Zorg wel zo snel mogelijk voor nieuwe cartridges.
Gerelateerde informatie
→“Codes van de cartridges” op pagina 155 →“Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen” op pagina 156
Onderhoudscassettecode
Epson raadt het gebruik van een originele Epson-onderhoudscassette aan.
Onderhoudscassettecode: T04D1

Belangrijk:
Wanneer een onderhoudscassette eenmaal in een printer is geplaatst, kan deze niet meer worden gebruikt in andere printers.
Voorzorgsmaatregelen voor de onderhoudscassette
Lees de volgende instructies voordat u de onderhoudscassette vervangt.
Raak de groene chip aan de zijkant van de onderhoudscassette niet aan. Omdat dit de normale werking kan schaden. Laat de onderhoudscassette niet vallen en stel hem niet bloot aan hevige schokken. Vervang de onderhoudscassette niet tijdens het afdrukken, omdat anders inkt kan lekken. Verwijder de onderhoudscassette en het deksel niet, behalve bij het vervangen van de onderhoudscassette. Hierdoor kan er inkt lekken. Als de afdekking niet kan worden teruggeplaatst, is de onderhoudscassette mogelijk onjuist geplaatst. Verwijder de onderhoudscassette en plaats hem opnieuw. Houd de gebruikte onderhoudscassette niet scheef wanneer deze in de plastic zak is verzegeld, omdat anders inkt kan lekken. Raak de openingen van de onderhoudscassette niet aan. U kunt inkt over uzelf knoeien. Hergebruik van een onderhoudscassette die lange tijd uit het apparaat verwijderd is geweest, is niet toegestaan. Inkt in de cassette is dan gestold en er kan geen inkt meer worden geabsorbeerd. Houd de onderhoudscassette uit de buurt van direct zonlicht. Sla de onderhoudscassette niet op onder hoge temperaturen of temperaturen onder het vriespunt.
Een onderhoudscassette vervangen
Tijdens sommige afdrukcycli kan een heel kleine hoeveelheid overtollige inkt in de onderhoudscassette worden verzameld. Om te voorkomen dat inkt uit de onderhoudscassette lekt, is de printer ontworpen om het afdrukken te stoppen wanneer de absorptiecapaciteit van de onderhoudscassette zijn limiet heeft bereikt. Of en hoe vaak dit nodig is, hangt af van het aantal pagina's dat u afdrukt, het soort materiaal waarop u afdrukt en het aantal reinigingsprocedures dat door het apparaat wordt uitgevoerd.
Raadpleeg de animaties op het bedieningspaneel wanneer een bericht wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd de onderhoudsset te vervangen. Dat de cassette moet worden vervangen, wil niet zeggen dat uw printer niet meer volgens de specificaties functioneert. De kosten voor deze vervanging vallen niet onder de garantie van Epson. Dit onderdeel kan door de gebruiker worden vervangen.
Opmerking:
Wanneer deze vol is, kunt u niet afdrukken om het lekken van inkt te voorkomen. Maar de niet-afdrukgerelateerde functies zijn beschikbaar.
Gerelateerde informatie
→“Onderhoudscassettecode” op pagina 158 →“Voorzorgsmaatregelen voor de onderhoudscassette” op pagina 159
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken
Als de kleureninkt leeg is en er nog zwarte inkt over blijft, kunt u de volgende instellingen gebruiken om voor een korte tijd alleen met zwarte inkt af te drukken.
☐ Type papier: Gewoon papier, Enveloppe
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
☐ Kleur: zwart-wit of grijswaarden ☐ Randloos: niet geselecteerd ☐ EPSON Status Monitor 3: ingeschakeld (tijdens afdrukken via het printerstuurprogramma in Windows)
Aangezien deze functie slechts ca. vijf dagen beschikbaar is, moet u de lege cartridge zo snel mogelijk vervangen.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, opent u de printerdriver, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen. ☐ De beschikbare periode varieert naargelang de gebruiksomstandigheden.
Tijdelijk afdrukken met zwarte inkt — bedieningspaneel
- Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat u de inktcartridges moet vervangen, selecteert u Doorg.
Er wordt een bericht weergegeven waarin wordt aangegeven dat u tijdelijk kunt afdrukken met zwarte inkt.
- Controleer het bericht en selecteer Doorg.
- Als u wilt afdrukken in zwart-wit, selecteert u Nee, herinner me later.
De actieve taak wordt geannuleerd.
- U kunt nu in zwart-wit en op normaal papier originelen kopiëren of faxen afdrukken. Selecteer op het startscherm de functie die u wilt gebruiken.
Opmerking:
Randloos kopiëren is niet beschikbaar.
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Windows
- Als het volgende venster verschijnt, stop dan met afdrukken.

Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doe dit dan op het bedieningspaneel van de printer.
- Open het venster van het printerstuurprogramma.
- Schakel Randloos uit op het tabblad Hoofdgroep.
- Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Papiertype op het tabblad Hoofdgroep.
- Selecteer Grijswaarden.
- Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
- Klik op Druk af.
- Klik op Afdrukken in zwart-wit in het venster dat wordt weergegeven.
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
Gerelateerde informatie
→“Annuleren” op pagina 82 →“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 →“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS
Opmerking:
Als u deze functie wilt gebruiken via een netwerk, gebruik dan Bonjour voor de verbinding.
- Klik op het printerpictogram in het Dock.
- Annuleer de taak.
Opmerking:
Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doe dit dan op het bedieningspaneel van de printer.
- Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Stuurprogramma).
- Selecteer Aan voor Tijdelijk afdrukken in zwart-wit.
- Open het afdrukdialoogvenster.
- Selecteer Printerinstellingen in het snelmenu.
- Selecteer een papierformaat (randloze formaten uitgezonderd) bij Papierformaat.
- Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Afdrukmateriaal.
- Selecteer Grijswaarden.
- Geef naar wens nog meer instellingen op.
- Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
→ “Afdrukken annuleren” op pagina 82 → "Papier in de Papiercassette laden" op pagina 47 → "Basisprincipes voor afdrukken" op pagina 85
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna op is (uitsluitend voor Windows)
Wanneer de zwarte inkt bijna op is, maar er nog genoeg kleureninkt is, kunt u een mengsel van kleureninkten gebruiken om zwart te maken. U kunt verder afdrukken terwijl u een vervangende cartridge met zwarte inkt klaarzet.
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
Deze functie is alleen beschikbaar als u de volgende instellingen in de printerdriver selecteert.
□ Papiertype: Gewoon papier □ Kwaliteit: Standaard □ EPSON Status Monitor 3: Ingeschakeld
Opmerking:
Is EPSON Status Monitor 3 uitgeschakeld, ga dan naar de printerdriver, klik op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteer EPSON Status Monitor 3 inschakelen. Samengesteld zwart zit er iets anders uit dan zuiver zwart. Daarnaast daalt de afdruksnelheid. Er wordt ook zwarte inkt verbruikt om de kwaliteit van de printkop te handhaven.

| Opties Beschrijving | |
| Ja Kies ervoor een mengsel van | kleureninkt te gebruiken om zwarte inkt te maken. Dit venster wordt weergegeven wanneer u een volgende keer een gelijksoortige taak afdrukt. |
| Nee Kies ervoor om door te gaan | met de resterende zwarte inkt. Dit venster wordt weergegeven wanneer u een volgende keer een gelijksoortige taak afdrukt. |
| Deze functie uitschakelen | Kies ervoor om door te gaan met de resterende zwarte inkt. Dit venster wordt niet weergegeven, totdat u de zwarte-inktcartridge vervangt en deze opnieuw bijna leeg is. |
De printer onderhouden
De printer onderhouden
De printkop controleren en reinigen
Als de spuitkanaaltjes verstopt zitten, worden de afdrukken vaag, en ziet u strepen of onverwachte kleuren. Wanneer de afdrukkwaliteit minder is geworden, gebruikt u de spuitstukcontrole om te kijken of de kanaaltjes verstopt zitten. Is dit zo, reinig dan de printkop.

Belangrijk:
Open de scannereenheid niet of schakel de printer niet uit tijdens het reinigen van de printkop. Als het reinigen van de kop niet wordt voltooid, kunt u mogelijk niet afdrukken. Omdat bij reiniging van de printkop wat inkt wordt gebruikt, moet u de kop alleen reinigen als de kwaliteit verslechtert. ☐ Wanneer de inkt bijna op is kan de printkop mogelijk niet worden gereinigd. U moet dan eerst de cartridge vervangen. Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd na vier herhalingen van de printkopcontrole en -reiniging moet u ten minste zes uren wachten zonder afdrukken en vervolgens de printkopcontrole en -reiniging herhalen. We raden u aan om de printer uit te schakelen. Neem contact op met de klantenservice van Epson als de afdrukkwaliteit nog steeds niet is verbeterd. - Voorkom dat de printkop uitdroogt en trek nooit de stekker van de printer uit het stopcontact wanneer de printer nog aan is.
De printkop controleren en schoonmaken — Bedieningspaneel
- Laad gewoon A4-papier in de printer.
- Selecteer Onderhoud op het startscherm.
- Selecteer PrintkopControle spuitm..
- Volg de instructies op het scherm om het testpatroon af te drukken.
- Bekijk het afgedrukte patroon goed. Als er stukken van lijnen of segmenten ontbreken, zoals weergegeven in het patroon "NG", kan de printkop verstopt zijn. Ga naar de volgende stap. Als u geen ontbrekende segmenten of onderbroken lijnen ziet, zoals in het volgende patroon "OK", zijn de spuitkanaaltjes niet verstopt. Selecteer

om de spuitkanaaltjescontrole te sluiten.
OK
NG
De printer onderhouden
- Selecteer en volg vervolgens de instructies op het scherm om de printkop te reinigen.
- Als het reinigen beëindigd is, drukt u het testpatroon van het kanaal opnieuw af. Herhaal het reinigen en afdrukken van het testpatroon tot alle lijnen geheel afgedrukt worden.
Gerelateerde informatie
→ "Papier in de Papiercassette laden" op pagina 47
De printkop controleren en schoonmaken - Windows
- Laad gewoon A4-papier in de printer.
- Open het venster van de printerdriver.
- Klik op Spuitkanaaltjes controleren op het tabblad Hulpprogramma's.
- Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 →“Het printerstuurprogramma openen” op pagina 66
De printkop controleren en reinigen — Mac OS
- Laad gewoon A4-papier in de printer.
- Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
- Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
- Klik op Spuitkanaaltjes controleren.
- Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
→ "Papier in de Papiercassette laden" op pagina 47
De printkop uitlijnen
Als u een verkeerde uitlijning van verticale lijnen of onscherpe beelden ziet, lijn de printkop dan uit.
De printer onderhouden
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel
- Laad gewoon A4-papier in de printer.
- Selecteer Onderhoud op het startscherm.
- Selecteer Printkop uitlijnen.
- Selecteer een van de uitlijningsmenu's en volg de richtlijnen op het scherm om een uitlijningspatroon af te drukken.
□ Uitl. lijn regelafst.: selecteer deze optie als de verticale lijnen er niet goed uitgelijnd uitzien. ☐ Verticale uitlijning: selecteer deze optie als uw afdrukken wazig zijn of verticale lijnen niet goed uitgelijnd zijn. □ Horizontale uitlijning: selecteer deze optie als er op gelijke intervallen horizontale banden verschijnen.
- Volg de instructies op het scherm om de printkop uit te lijnen.
□ Uitl. lijn regelafst.: zoek het nummer voor het patroon dat de minste verkeerde uitgelijnde verticale lijn heeft en selecteer dit.

☐ Verticale uitlijning: zoek en selecteer het nummer voor het meest solide patroon in elke groep.
1




De printer onderhouden
- Horizontale uitlijning: zoek en selecteer het nummer van het patroon met de minste scheidingen en overlappingen.

Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47
Het papiertraject reinigen
Als de afdrukken vlekken vertonen, of als het papier niet correct wordt ingevoerd, reinig dan de roller binnenin.

Belangrijk:
Gebruik geen keukenpapier om de binnenkant van de printer te reinigen. Het kan zijn dat de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten met stof.
Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken
Als de afdrukken vlekken vertonen of bekrast zijn, reinig dan de roller binnenin.

Belangrijk:
Gebruik geen keukenpapier om de binnenkant van de printer te reinigen. Het kan zijn dat de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten met stof.
- Laad gewoon A4-papier in de printer.
- Selecteer Onderhoud op het startscherm.
- Selecteer Papiergeleider reinigen.
- Volg de instructies op het scherm om het papiertraject te reinigen.
Opmerking:
Herhaal deze procedure tot er geen vegen meer op het papier zitten.
Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47
De printer onderhouden
Het papiertraject reinigen om papierstoringen te voorkomen
Wanneer het papier niet correct in de papiercassette wordt ingevoerd, moet u de roller binnenin reinigen.
- Druk op ⏻ om de printer uit te zetten.
- Neem de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en koppel vervolgens het netsnoer los.
- Trek het papiercassette uit de printer.

- Plaats de printer met de knop ⏻ op het bedieningspaneel naar boven.

Pas bij het neerzetten van de printer op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich verwonden.
De printer onderhouden
- Maak een doek vochtig met wat water, wring de doek grondig uit en veeg hiermee de rollen af terwijl u deze verdraait.

- Plaats de printer weer in de normale positie en plaats de papiercassette.

Belangrijk:
Laat de printer niet gedurende lange tijd zo staan.
- Sluit het netsnoer aan.
De automatische documentinvoer (ADF) schoonmaken
Als de gekopieerde of gescande bestanden van de ADF vlekken bevatten of de originelen worden niet correct in de ADF ingevoerd, reinig dan de ADF.

Belangrijk:
Maak de printer nooit schoon met alcohol of thinner. Deze chemicaliën kunnen de printer beschadigen.
- Open het deksel van de ADF.

Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
- Maak de rol en de binnenzijde van de ADF schoon met een zachte, vochtige doek.

Als u een droge doek gebruikt, beschadigt u mogelijk het oppervlak van de rol. Gebruik de ADF pas weer als de rol droog is.
- Open het documentdeksel.

De printer onderhouden
- Reinig het onderdeel dat wordt getoond in de afbeelding.

Als de glasplaat besmeurd is met vet of een andere hardnekkige substantie, veegt u de plaat schoon met een doek met daarop een klein beetje glasreiniger. Verwijder al het overtollige vocht. Druk niet te hard op het glasoppervlak. Zorg ervoor dat u het oppervlak van het glas niet krast of beschadigt. Een beschadigde glasplaat kan de scankwaliteit aantasten.
De Scannerglasplaat reinigen
Wanneer de kopieën of gescande beelden vies zijn, moet u de scannerglasplaat reinigen.

Let op:
Pas bij het sluiten van het documentdeksel op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich verwonden.

Belangrijk:
Maak de printer nooit schoon met alcohol of thinner. Deze chemicaliën kunnen de printer beschadigen.
De printer onderhouden
- Open het documentdeksel.

- Maak het oppervlak van de scannerglasplaat schoon met een droge, zachte, schone doek.

Belangrijk:
Als de glasplaat besmeurd is met vet of een andere hardnekkige substantie, veegt u de plaat schoon met een doek met daarop een klein beetje glasreiniger. Verwijder al het overtollige vocht.
Druk niet te hard op het glasoppervlak.
Zorg ervoor dat u het oppervlak van het glas niet krast of beschadigt. Een beschadigde glasplaat kan de scankwaliteit aantasten.
Het doorschijnende folie reinigen
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd nadat u de printkop hebt uitgelijnd of de papierbaan hebt gereinigd, is de doorschijnende folie in de printer mogelijk vervuild.
Benodigde items:
□ Wattenstaafjes (meerdere)
□ Water met een paar druppels schoonmaakmiddel (2 tot 3 druppels schoonmaakmiddel in een 1/4 kop kraanwater)
□ Lamp om op vlekken te controleren

Belangrijk:
Gebruik geen andere reinigingsvloeistof dan water met enkele druppels schoonmaakmiddel.
- Druk op ⏻ om de printer uit te zetten.
De printer onderhouden
- Open de scannereenheid.

- Controleer of zich op de doorschijnende folie vlekken bevinden. Vlekken zijn gemakkelijker te zien als u een lamp gebruikt.
Als zich op de doorschijnende folie (A) vlekken bevinden (bijvoorbeeld vingerafdrukken of vet), gaat u verder met de volgende stap.

Raak de rail (B) niet aan. Anders kunt u mogelijk niet meer afdrukken. Veeg het vet niet van de rail. Dit is nodig voor een correcte werking.
De printer onderhouden
- Bevochtig een wattenstaafje met wat water met een paar druppels schoonmaakmiddel (zorg ervoor dat er geen water vanaf drupt) en veeg de vlek weg.

Veeg de vlek voorzichtig weg. Als u te hard op het wattenstaafje drukt, kunnen de veren van de folie verschuiven en kan de printer beschadigd raken.
- Gebruik een nieuw, droog wattenstaafje om de folie schoon te vegen.

Belangrijk:
Laat geen vezels achter op de folie.
Opmerking:
Gebruik regelmatig een nieuw wattenstaafje om te voorkomen dat u het vuil naar andere plekken verspreidt.
- Herhaal stap 4 en 5 totdat de folie schoon is.
- Controleer de folie op vlekken.
Netwerkservice en softwareinformatie
Netwerkservice en softwareinformatie
In dit deel maakt u kennis met de netwerkservices en softwareproducten die beschikbaar zijn voor uw printer via de Epson-website of de meegeleverde softwareschijf.
Toepassing voor het configureren van printerbewerkingen (Web Config)
Web Config is een toepassing die draait in een webbrowser, zoals Internet Explorer of Safari, op een computer of smart device. U kunt de printerstatus controleren of de netwerkservice en de printerinstellingen aanpassen. Verbind de printer en de computer of het smart device met hetzelfde netwerk om WebConfig te gebruiken.
De volgende browsers worden ondersteund.
| Besturingssysteem Browser | |
| Windows XP SP3 of hoger | Internet Explorer 8 of later, Firefox*, Chrome* |
| Mac OS X v10.6.8 of hoger | Safari*, Firefox*, Chrome* |
| iOS* | Safari* |
| Android 2.3 of hoger Standaard browser | |
| Chrome OS* | Standaard browser |
* Gebruik de laatste versie.
Webconfiguratie uitvoeren op een webbrowser
- Controleer het IP-adres van de printer.
Selecteer het netwerkpictogram op het startscherm van de printer en selecteer vervolgens de actieve verbindingsmethode om het IP-adres van de printer te bevestigen.
Opmerking:
U kunt het IP-adres ook controleren door het netwerkverbindingsrapport af te drukken.
- Start een browser op een computer of smart device en voer vervolgens het IP-adres van de printer in.
Formaat:
IPv4: http://het IP-adres van de printer/
IPv6: http://[het IP-adres van de printer]/
Voorbeelden:
IPv4: http://192.168.100.201/
IPv6: http://[2001:db8::1000:1]/
Opmerking:
Met een smart device kunt u Web Config ook uitvoeren vanuit het onderhoudsscherm van Epson iPrint.
Netwerkservice en softwareinformatie
Gerelateerde informatie
→“Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 34 →“Epson iPrint gebruiken” op pagina 93
Web Config uitvoeren op Windows
Volg de onderstaande stappen om Web Config uit te voeren als u een computer aansluit op de printer met WSD.
- Ga naar het scherm Apparaten en printers in Windows.
Windows 10/Windows Server 2016 Rechtsklik op de knop Start en selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden. Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012 Selecteer Bureaublad > Instellingen > Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden (of Hardware). Windows 7/Windows Server 2008 R2 Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden. Windows Vista/Windows Server 2008 Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Printers in Hardware en geluiden.
- Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Eigenschappen.
- Selecteer het tabblad Webservice en klik op de URL.
Web Config uitvoeren op Mac OS
- Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
- Klik op Opties en toebehoren > Toon webpagina printer.
Toepassing voor het scannen van documenten en afbeeldingen (Epson Scan 2)
Epson Scan 2 is een toepassing waarmee het scanproces geregeld kan worden. U kunt formaat, resolutie, helderheid, contrast en kwaliteit van de gescande afbeelding aanpassen. U kunt Epson Scan 2 ook starten vanuit een TWAIN-scantoepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Beginnen met Windows
Opmerking:
Voor Windows Server-besturingssystemen zorgt u ervoor dat de functie Bureaubladervaring is geïnstalleerd.
Netwerkservice en softwareinformatie
□Windows 10/Windows Server 2016
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON > Epson Scan 2.
☐Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
☐ Windows 7/Windows Vista/Windows XP/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle programma's of programma's > EPSON > Epson Scan 2> Epson Scan 2.
Beginnen met Mac OS
Opmerking:
Epson Scan 2 biedt geen ondersteuning voor de Mac OS-functie voor snelle gebruikersoverschakeling. Schakel snelle gebruikersoverschakeling uit.
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Software > Epson Scan 2.
Gerelateerde informatie
→ "Scannen met Epson Scan 2" op pagina 110 →“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
De netwerkscanner toevoegen
U moet de netwerkscanner toevoegen voordat u Epson Scan 2 kunt gebruiken.
- Start de software en klik vervolgens op Toevoegen in het scherm Scannerinstellingen.
Opmerking:
Als Toevoegen grijs wordt weergegeven, klikt u op Bewerken inschakelen. Als het startscherm van Epson Scan 2 wordt weergegeven, is de netwerkscanner al verbonden. Als u verbinding wilt maken met een ander netwerk, selecteert u Scanner > Instellingen om het scherm Scannerinstellingen te openen.
- Voeg de netwerkscanner toe. Voer de volgende items in en klik op Toevoegen.
Model: selecteer de scanner waarmee u verbinding wilt maken. Naam: voer de scannernaam in. Deze mag maximaal 32 tekens bevatten. Netwerk zoeken: wanneer de computer en de scanner zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het IP-adres weergegeven. Als dit niet wordt weergegeven, klikt u op de knop. Als het IP-adres nog steeds niet wordt weergegeven, klikt u op Adres opgeven en voert u het IP-adres rechtstreeks in.
- Selecteer de scanner in het scherm Scannerinstellingen en klik vervolgens op OK.
Toepassing voor het configureren van scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel (Epson Event Manager)
Epson Event Manager is een toepassing waarmee u vanuit het configuratiescherm het scannen kunt beheren en bestanden kunt opslaan op een computer. U kunt uw eigen instellingen als presets toevoegen zoals het documenttype, de locatie voor de opslagmap en het formaat van het bestand. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Windows Server besturingssystemen worden niet ondersteund.
Beginnen met Windows
Windows 10
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Software > Event Manager.
□Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
□Windows 7 / Windows Vista / Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Software > Event Manager.
Beginnen met Mac OS
Ga > Toepassingen > Epson Software > Event Manager.
Gerelateerde informatie
→“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Toepassing voor het configureren van faxbewerkingen en het verzenden van faxen (FAX Utility)
FAX Utility is een toepassing waarmee u verscheidene instellingen kunt configureren voor het verzenden van faxen via een computer. U kunt de contactpersonenlijst maken of bewerken voor het verzenden van faxen, faxen opslaan in PDF op de computer, etc. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
□Windows Server besturingssystemen worden niet ondersteund.
☐ Zorg ervoor dat u de printerdriver geïnstalleerd hebt alvorens u FAX Utility installeert.
Beginnen met Windows
Windows 10
Klik op de knop Start en selecteer Epson Software > FAX Utility.
Netwerkservice en softwareinformatie
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer Alle programma's of Programma's > Epson Software > FAX Utility.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren vanaf het menu > Printers & Scanners (of Afdrukken & Scannen, Afdrukken & Faxen) en selecteer dan de printer (FAX). Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
Gerelateerde informatie
→“Faxen ontvangen op een computer” op pagina 141 →“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Toepassing voor het verzenden van faxen (stuurprogramma PC-FAX)
PC-FAX is een toepassing waarmee u een bestand, dat in een andere toepassing is gemaakt, rechtstreeks vanaf uw computer als fax kunt verzenden. PC-FAX driver wordt samen met de FAX Utility geïnstalleerd. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Windows Server besturingssystemen worden niet ondersteund. De werking varieert naargelang de toepassing die gebruikt werd om het document te creëren. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Openen vanuit Windows
Selecteer in de toepassing Afdrukken of Printerinstelling in het menu Bestand. Selecteer uw printer (FAX) en klik vervolgens op Voorkeuren of Eigenschappen.
Openen vanuit Mac OS
Selecteer in de toepassing Druk af in het menu Bestand. Selecteer uw printer (FAX) bij Printer en selecteer Faxinstellingen of Instellingen geadresseerden in het venstermenu.
Gerelateerde informatie
→“Een faxbericht verzenden via een computer” op pagina 137 →“Toepassing voor het configureren van faxbewerkingen en het verzenden van faxen (FAX Utility)” op pagina 178
Toepassing voor fotolay-out (Epson Easy Photo Print)
Epson Easy Photo Print is een toepassing waarmee u gemakkelijk foto's met verschillende lay-outs kunt afdrukken. U kunt het voorbeeld van het foto-bestand bekijken en het bestand of de positie aanpassen. U kunt ook foto's met een rand afdrukken. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Wanneer u afdrukt op origineel Epson-fotopapier, wordt de inktkwaliteit gemaximaliseerd en krijgt u levendige en scherpe afdrukken.
Als u randloos wilt afdrukken met een in de handel verkrijgbaar softwarepakket, configureert u de volgende instellingen.
☐ Zorg dat uw gegevens passen op het papierformaat. Als u in de toepassing die u gebruikt een marge kunt instellen, stel de marge dan in op 0 mm.
□Schakel in het printerstuurprogramma de instelling voor randloos afdrukken in.
Opmerking:
□Windows Server besturingssystemen worden niet ondersteund.
□Het printerstuurprogramma moet zijn geïnstalleerd om deze toepassing te gebruiken.
Beginnen met Windows
□Windows 10
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Software > Epson Easy Photo Print.
□Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
□Windows 7 / Windows Vista / Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Software > Epson Easy Photo Print.
Beginnen met Mac OS
Ga > Toepassingen > Epson Software > Epson Easy Photo Print.
Gerelateerde informatie
→“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Toepassing voor het afdrukken van webpagina's (E-Web Print)
E-Web Print is een toepassing waarmee u gemakkelijk webpagina's met verschillende lay-outs kunt afdrukken. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie. U kunt de help openen in het menu E-Web Print op de werkbalk E-Web Print.
Opmerking:
□Windows Server besturingssystemen worden niet ondersteund.
□Controleer op ondersteunde browsers en de laatste versie van de downloadsite.
Netwerkservice en softwareinformatie
Starten
Wanneer u E-Web Print installeert, wordt dit weergegeven in uw browser. Klik op Afdrukken of Clippen.
Gerelateerde informatie
→“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Toepassing voor het scannen en overdragen van afbeeldingen (Easy Photo Scan)
Easy Photo Scan is een toepassing waarmee u foto's kunt scannen en de gescande afbeelding vervolgens gemakkelijk kunt verzenden naar een computer of naar een dienst in de cloud. Daarbij kunt u de gescande afbeelding gemakkelijk aanpassen. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Als u deze toepassing wilt gebruiken, moet het scannerstuurprogramma Epson Scan 2 worden geïnstalleerd.
Beginnen met Windows
□Windows 10
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON-software > Easy Photo Scan.
□Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
□Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Software > Easy Photo Scan.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Software > Easy Photo Scan.
Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)
EPSON Software Updater is een toepassing die controleert op nieuwe of bijgewerkte software op internet en deze vervolgens installeert. U kunt ook de firmware en de handleiding van de printer bijwerken.
Opmerking:
Windows Server besturingssystemen worden niet ondersteund.
Installatiemethode
Download EPSON Software Updater van de Epson-website.
Als u een Windows-computer gebruikt en de toepassingen niet kunt downloaden vanaf de website, kunt u deze installeren vanaf de meegeleverde software-cd.
http://www.epson.com
Netwerkservice en softwareinformatie
Beginnen met Windows
□Windows 10
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Software > EPSON Software Updater.
□Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
□Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle Programma's of Programma's > Epson Software > EPSON Software Updater.
Opmerking:
U kunt EPSON Software Updater ook starten door te klikken op het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad en vervolgens Software-update te selecteren.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Software > EPSON Software Updater.
Toepassing voor het configureren van meerdere apparaten (EpsonNet Config)
EpsonNet Config is een toepassing waarmee u de netwerkinterface-adressen en -protocollen kunt configureren. Zie de gebruikershandleiding voor EpsonNet Config of de help van de toepassing voor meer informatie.
Beginnen met Windows
□Windows 10/Windows Server 2016
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EpsonNet > EpsonNet Config.
Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012
Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
☐ Windows 7/Windows Vista/Windows XP/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003
Klik op de knop Start en selecteer Alle programma's of Programma's > EpsonNet > EpsonNet Config SE > EpsonNet Config.
Beginnen met Mac OS
Ga > Toepassingen > Epson Software > EpsonNet > EpsonNet Config SE > EpsonNet Config.
De meest recente toepassingen installeren
Opmerking:
U moet een toepassing eerst verwijderen voordat u deze opnieuw kunt installeren.
- Controleer of de printer en de computer beschikbaar zijn voor communicatie en of de computer is verbonden met internet.
Netwerkservice en softwareinformatie
2. Start EPSON Software Updater.
De schermafdruk is een voorbeeld in Windows.

- Selecteer voor Windows de printer en klik vervolgens op om te controleren op de meest recente beschikbare toepassingen.
- Selecteer de items die u wilt installeren of bijwerken en klik vervolgens op de installatieknop.

Belangrijk:
Schakel de printer niet uit en trek de stekker niet uit het stopcontact zolang de update bezig is, anders kan de printer defect raken.
Opmerking:
U kunt de meest recente toepassingen downloaden van de website van Epson.
http://www.epson.com
Als u een Windows Server-besturingssysteem gebruikt, kunt u EPSON Software Updater niet gebruiken. Download de meest recente toepassingen van de website van Epson.
Gerelateerde informatie
→ "Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)" op pagina 181
→ "Toepassingen verwijderen" op pagina 184
De printerfirmware bijwerken via het bedieningspaneel
Als de printer verbinding heeft met internet, kunt u de firmware van de printer bijwerken via het bedieningspaneel. U kunt ook instellen dat de printer regelmatig zelf moet controleren of er nieuwe firmware is en zo ja, dat u daar dan bericht van moet krijgen.
- Selecteer Instel. op het startscherm.
- Selecteer Firmware-update > Bijwerken.
Opmerking:
Schakel Melding in om de printer regelmatig te laten controleren op beschikbare firmware-updates.
- Controleer het bericht dat op het scherm wordt weergegeven en tik op Controle starten om het zoeken naar beschikbare updates te starten.
- Als op het display wordt weergegeven dat er een firmware-update beschikbaar is, volg dan de aanwijzingen op het scherm om de update te starten.

Belangrijk:
☐ Schakel de printer niet uit en trek de stekker niet uit het stopcontact zolang de update bezig is, anders kan de printer defect raken. Als de firmware-update niet goed wordt afgerond of mislukt, start de printer niet goed op en wordt "Recovery Mode" weergegeven op het display de volgende keer dat de printer wordt aangezet. In dit geval moet u de firmware opnieuw bijwerken maar dan met behulp van een computer. Sluit de printer met een USB-kabel aan op de computer. Wanneer "Recovery Mode" wordt weergegeven op de printer, kunt u de firmware niet via een netwerkverbinding bijwerken. Ga op de computer naar uw lokale Epson-website en download de meest recente printerfirmware. Zie de aanwijzingen op de website voor de volgende stappen.
Toepassingen verwijderen
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
Toepassingen verwijderen — Windows
- Druk op de knop ⏻ om de printer uit te zetten.
- Sluit alle actieve toepassingen.
- Configuratiescherm openen:
□Windows 10/Windows Server 2016
Rechtsklik op de knop Start en selecteer Configuratiescherm.
□Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Configuratiescherm.
Netwerkservice en softwareinformatie
☐ Windows 7/Windows Vista/Windows XP/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003 Klik op de startknop en selecteer Configuratiescherm.
- Open Een programma verwijderen (of Programma's installeren of verwijderen):
☐ Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista/Windows Server 2016/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008 Selecteer Een programma verwijderen in Programma's.
□Windows XP/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003
Klik op Programma's installeren of verwijderen.
- Selecteer de software die u wilt verwijderen.
U kunt het printerstuurprogramma niet verwijderen als er afdruktaken actief zijn. Verwijder de taken of wacht tot deze zijn afgedrukt voordat u het printerstuurprogramma verwijdert.
- De toepassingen verwijderen:
☐ Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista/Windows Server 2016/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008
Klik op Verwijderen/wijzigen of Verwijderen.
☐Windows XP/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003
Klik op Wijzigen/Verwijderen of Verwijderen.
Opmerking:
Als het venster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven, klikt u op Doorgaan.
- Volg de instructies op het scherm.
Toepassingen verwijderen — Mac OS
- Download de Uninstaller met EPSON Software Updater.
Als u de Uninstaller hebt gedownload, hoeft u deze niet telkens opnieuw te downloaden wanneer u de toepassing verwijdert.
- Druk op de knop ⏻ om de printer uit te zetten.
- Als u het printerstuurprogramma of het PC-FAX-stuurprogramma wilt verwijderen, selecteert u
Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en verwijdert u de printer uit de lijst met ingeschakelde printers.
- Sluit alle actieve toepassingen.
- Selecteer Start > Toepassingen > Epson Software > Uninstaller.
Netwerkservice en softwareinformatie
- Selecteer de toepassing die u wilt verwijderen en klik vervolgens op Maak installatie ongedaan.

Belangrijk:
De Uninstaller verwijdert alle Epson-inktjetprinterstuurprogramma's van de computer. Als u meerdere Epson-inktjetprinters gebruikt en u enkel bepaalde stuurprogramma's wilt verwijderen, verwijder ze dan eerst allemaal en installeer daarna enkel de vereiste stuurprogramma's.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt verwijderen niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet verwijderen met de Uninstaller. Selecteer in dat geval Start > Toepassingen > Epson Software, kies de toepassing die u wilt verwijderen en sleep deze vervolgens naar het prullenmandpictogram.
Gerelateerde informatie
“Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)” op pagina 181
Afdrukken via een netwerkservice
Dankzij Epson Connect (beschikbaar via het internet) kunt u via uw smartphone, tablet, pc of laptop, altijd en praktisch overal afdrukken. Als u deze service wilt gebruiken, moet u de gebruiker en de printer registeren in Epson Connect.
De functies die via het internet beschikbaar zijn, zijn als volgt.
Email Print
Wanneer u een e-mail met bijlagen, bijvoorbeeld documenten of afbeeldingen, verzendt naar een e-mailadres dat is toegewezen aan de printer, kunt u de betreffende e-mail en de bijlagen afdrukken op een externe locatie, zoals uw printer thuis of op kantoor.
Epson iPrint
Deze toepassing is voor iOS en Android en maakt het mogelijk af te drukken of te scannen vanaf een smartphone of tablet. U kunt documenten, afbeeldingen en websites afdrukken door deze rechtstreeks te verzenden naar een printer in hetzelfde draadloze LAN.
Scan to Cloud
Met deze toepassing kunt u de gescande gegevens die u wilt afdrukken verzenden naar een andere printer. U kunt de gescande gegevens tevens uploaden naar beschikbare Cloud-services.
Remote Print Driver
Dit is een gedeeld stuurprogramma dat wordt ondersteund door Remote Print Driver. Wanneer u afdrukt op een printer op een externe locatie, kunt u in het normale venster van de toepassing een andere printer selecteren.
Raadpleeg de webportal van Epson Connect voor meer informatie.
Berichten op het lcd-scherm bekijken
Als er een foutmelding op het lcd-scherm wordt weergegeven, volgt u de instructies op het scherm of de onderstaande oplossingen om het probleem op te lossen.
| Foutmeldingen Oplossingen | |
| PrinterfoutSchakel de printer opnieuw in. Raadpleeg uw documentatie voor meer details. | Verwijder al het papier en beschermingsmateriaal uit de printer. Neem contact op met de klantenservice van Epson als de foutmelding aanhoudt. |
| Papier op in XX. Laad papier en voer vervolgens de papiercassette volledig in. | |
| U moet Inktcartridge vervangen. Voor een optimale afdrukkwaliteit en bescherming van de printkop blijft een variabele inkreserve in de cartridge achter op het moment waarop de printer aangeeft dat u de cartridge moet vervangen. Vervang het inktpatroon wanneer hierom wordt gevraagd. | |
| Inktkussen voor randloos afdrukken van printer nadert einde levensduur. Gebruiker kan onderdeel niet vervangen. Neem contact op met Epson-ondersteuning. | Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde dienstverlener om het inktkussen voor randloos afdrukken te vervangen*. Dit onderdeel kan niet door de gebruiker worden vervangen. Het bericht wordt weergegeven tot het inktkussentje wordt vervangen.Tik op OK om het afdrukken te hervatten. |
| Inktkussen voor randloos afdrukken van printer heeft einde levensduur bereikt. Gebruiker kan onderdeel niet vervangen. Neem contact op met Epson-ondersteuning. | Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde dienstverlener om het inktkussen voor randloos afdrukken te vervangen*. Dit onderdeel kan niet door de gebruiker worden vervangen.Niet-afdrukgerelateerde functies, zoals scannen, zijn beschikbaar. |
| Autom. weerg. papierinstelling is ingesteld op Uit. Sommige functies zijn wellicht niet beschikbaar. Zie uw documentatie voor details. | Als Autom. weerg. papierinstelling is uitgeschakeld, kunt u AirPrint niet gebruiken. |
| Geen kiestoon gedetecteerd. | Dit probleem kan mogelijk worden opgelost door Instel. > Algemene instellingen > Faxinstellingen > Basisinstellingen > Lijntype en vervolgens PBX te selecteren. Als uw telefoonsysteem een externe toegangscode vereist voor een buitenlijn, stelt u de toegangscode in nadat u PBX hebt geselecteerd. Gebruik een hekje (#) in plaats van de werkelijke toegangscode wanneer u een extern faxnummer invoert. Hierdoor wordt de verbinding betrouwbaarder.Als de foutmelding nog steeds wordt weergegeven, schakelt u de Kiestoondetectie uit. N.B. Als u deze functie uitschakelt, wordt het eerste cijfer van het faxnummer mogelijk overgeslagen waardoor het bericht naar een foutief nummer wordt verzonden. |
| Combinatie van IP-adres en subnetmasker is ongeldig. Raadpleeg uw documentatie voor meer details. | Voer het juiste IP-adres of de juiste standaardgateway in. Neem contact op met degene die het netwerk heeft ingesteld voor ondersteuning. |
Problemen oplossen
| Foutmeldingen Oplossingen | |
| Werk rootcertificaat bij om cloudservices te gebruiken. | Voer Web Config uit en werk vervolgens het basiscertificaat bij. |
| Controleer of de poortinstellingen van Printer (zoals IP-adres) of het printerstuurprogramma correct is via Computer. | Klik opWachtrijop het tabbladHulpprogramma'svan het printerstuurprogramma. Zorg ervoor dat de printerpoort goed is geselecteerd inEigenschappen>Poortin het menuPrinter.Dit gaat als volgt.Selecteer "USBXXX" voor een USB-verbinding of "EpsonNet Print Port" voor een netwerkverbinding. |
| Controleer via de computer of de poortinstellingen of het printerstuurprogramma correct zijn. Raadpleeg uw documentatie voor details. | |
| Recovery Mode De printer is in herstelmodus gestart omdat de firmware-update is mislukt. Volg de onderstaande stappen om opnieuw te proberen de firmware bij te werken.1. Sluit de computer en de printer met een USB-kabel op elkaar aan. (In herstelmodus kunt u de firmware niet via een netwerkverbinding bijwerken.)2. Ga naar uw lokale Epson-website voor verdere instructies. | |
* Bij sommige afdrukcycli kan een kleine hoeveelheid overtollige inkt op het inktkussentje terechtkomen. Om te voorkomen dat er inkt uit het kussentje lekt, is het product ontworpen om het afdrukken te stoppen wanneer het kussentje de limiet bereikt. Of en hoe vaak dit moet gebeuren, is afhankelijk van het aantal pagina's dat u afdrukt met de optie voor randloos afdrukken. Dat het kussentje moet worden vervangen, wil niet zeggen dat uw printer niet meer volgens de specificaties functioneert. Als het kussentje moet worden vervangen, wordt er op de printer een melding weergegeven. Het kussentje kan alleen worden vervangen door een erkende Epson-serviceprovider. De kosten voor deze vervanging vallen niet onder de garantie van Epson.
Gerelateerde informatie
"Contact opnemen met de klantenservice van Epson" op pagina 231 →“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182 →“De printerfirmware bijwerken via het bedieningspaneel” op pagina 184
De printerstatus controleren – Windows
- Open het venster van de printerdriver.
- Klik op EPSON Status Monitor 3 in het tabblad Hulpprogramma's en selecteer daar Details.
U kunt de printerstatus, het inkteil en de foutstatus controleren.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gerelateerde informatie
→“Het printerstuurprogramma openen” op pagina 66
Problemen oplossen
De printerstatus controleren — Mac OS
- Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
- Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
- Klik op EPSON Status Monitor. U kunt de printerstatus, het inktpeil en de foutstatus controleren.
De softwarestatus controleren
U kunt het probleem mogelijk oplossen door de software bij te werken naar de nieuwste versie. Gebruik het hulpprogramma voor software-updates om de softwarestatus te controleren.
Gerelateerde informatie
“Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON Software Updater)” op pagina 181 →“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Vastgelopen papier verwijderen
Volg de instructies op het bedieningspaneel van de printer om te zien waar het papier is vastgelopen en dit te verwijderen, inclusief afgescheurde stukjes. Op het lcd-scherm wordt een animatie weergegeven waarin u ziet hoe u vastgelopen papier verwijdert.

Let op:
Raak nooit de knoppen van het bedieningspaneel aan als u met uw hand in de printer zit. Als de printer begint te werken, kunt u zich verwonden. Raak de uitstekende delen niet aan om verwondingen te voorkomen.

Belangrijk:
Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. Het papier krachtdadig verwijderen kan de printer beschadigen.
Papier wordt niet goed ingevoerd
Controleer de volgende punten en voer de toepasselijke acties uit om het probleem op te lossen.
- Plaats de printer op een vlakke ondergrond en gebruik deze in de aanbevolen omgevingsomstandigheden. □Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund. □Volg de voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking. □Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor het specifieke papiertype.
- Controleer of de instellingen voor het papierformaat en -type overeenkomen met het werkelijke papierformaat en -type dat in de printer is geladen.
Problemen oplossen
□Reinig de roller in de printer.
Gerelateerde informatie
→“Omgevingsspecificaties” op pagina 225 →“Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 46 →“Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 45 →“Lijst met papiertypen” op pagina 50
Papier loopt vast
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Gerelateerde informatie
→“Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 189 →“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47
Papier wordt schuin ingevoerd
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47
Er worden meerdere vellen papier tegelijk uitgevoerd
Wanneer er verschillende bladen tegelijk worden ingevoerd tijdens handmatig dubbelzijdig afdrukken, haalt u al het papier uit de printer voordat u het opnieuw laadt.
Origineel wordt niet in ADF ingevoerd
Gebruik originelen die door de ADF worden ondersteund. Laad de originelen in de juiste richting en schuif de ADF-zijgeleiders tegen de randen van het papier aan. Maak de binnenzijde van de ADF schoon. Laad de originelen niet tot boven de streep met het driehoekje op de ADF.

Controleer of het ADF-pictogram onder aan het scherm wordt weergegeven. Plaats de originelen opnieuw als dit uit is.
Gerelateerde informatie
→"Beschikbare originelen voor de ADF" op pagina 51 →“Originelen op de ADF plaatsen” op pagina 52 →“De automatische documentinvoer (ADF) schoonmaken” op pagina 169
Problemen met stroomtoevoer en bedieningspaneel
De stroom wordt niet ingeschakeld
Controleer of het netsnoer goed in het stopcontact zit.
Houd de knop ⏻ iets langer ingedrukt.
De stroom wordt niet uitgeschakeld
Houd de knop ⏻ iets langer ingedrukt. Als de printer ook hiermee niet uitgaat, haalt u de stekker uit het stopcontact. Zet de printer weer aan en zet deze vervolgens uit door op de knop ⏻ te drukken om te voorkomen dat de printkop uitdroogt.
Stroom schakelt automatisch uit
☐ Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Basisinstellingen > Uitschakelinst. en schakel vervolgens de instellingen Uitschakelen indien inactief en Uitschakelen indien losgekoppeld uit. ☐ Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Basisinstellingen en schakel vervolgens de instelling Uitschakelingstimer uit.
Opmerking:
Uw product heeft mogelijk de functie Uitschakelinst. of Uitschakelingstimer, afhankelijk van de plaats van aankoop.
Het display wordt donker
De printer staat in slaapstand. Druk op een willekeurige plek op het lcd-scherm om terug te keren naar de eerdere status.
Kan niet afdrukken vanaf een computer
De verbinding controleren (USB)
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer.
Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer direct op de computer aan.
Als de USB-kabel niet wordt herkend, gebruikt u een andere poort of een andere USB-kabel.
Probeer het volgende als de printer niet kan afdrukken via een USB-verbinding.
Koppel de USB-kabel los van de computer. Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram op de computer en selecteer Apparaat verwijderen. Sluit vervolgens de USB-kabel aan op de computer en druk een testpagina af.
Stel de USB-verbinding opnieuw in aan de hand van de stappen in deze handleiding voor het wijzigen van de verbindingsmethode met een computer. Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer informatie.

Gerelateerde informatie
→“De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 42
De verbinding controleren (netwerk)
☐ Wanneer u een ander toegangspunt in gebruik hebt genomen of van provider bent gewisseld, stelt u de netwerkverbindingen voor de printer opnieuw in. Verbind de computer of het smart device via hetzelfde SSID als de printer.
☐ Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de apparaten in de volgende volgorde weer in: het toegangspunt, de computer of het smart device en tenslotte de printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en het toegangspunt anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de netwerkinstellingen te configureren.
Druk het netwerkverbindingsrapport af. Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer informatie. Als uit het rapport blijkt dat er geen netwerkverbinding tot stand is gebracht, controleert u het netwerkverbindingsrapport en volgt u de afgedrukte oplossingen.
Problemen oplossen
Als het aan de printer toegewezen IP-adres 169.254.XXX.XXX is, en het subnetmasker is 255.255.0.0, is het IP-adres mogelijk niet correct toegewezen. Start het toegangspunt opnieuw of reset de netwerkinstellingen van de printer. Als het probleem hiermee niet is opgelost, raadpleegt u de documentatie van het toegangspunt. ☐ Probeer op de computer een internetpagina te openen om te controleren of de netwerkinstellingen van de computer correct zijn. Als u geen internetpagina's kunt openen, is er een probleem met de computer. Controleer de netwerkverbinding van de computer.
Gerelateerde informatie
→“Een computer verbinden” op pagina 25 →“Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 34
De software en gegevens controleren
- Controleer of een origineel Epson-printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Als er geen origineel Epson-printerstuurprogramma is geïnstalleerd, zijn de functies beperkt. Het wordt aanbevolen een origineel Epson-printerstuurprogramma te gebruiken. Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer informatie. Als u een afbeelding afdrukt die uit een grote hoeveelheid gegevens bestaat, kan de computer een tekort aan geheugen ondervinden. Druk de afbeelding af op een lagere resolutie of een kleiner formaat.
Gerelateerde informatie
→“Controleren op originele Epson-printerstuurprogramma's” op pagina 193 →“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Controleren op originele Epson-printerstuurprogramma's
Via een van de volgende methoden kunt u controleren of op de computer een origineel Epson-printerstuurprogramma is geïnstalleerd.
Windows
Selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven (Printers, Printers en faxapparaten) en doe het volgende om het venster voor printservereigenschappen te openen.
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Server 2016/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012/Windows Server 2008 R2: klik op het printerpictogram en klik vervolgens op Printservereigenschappen bovenaan het venster.
Windows Vista/Windows Server 2008:
Klik met de rechtermuisknop op de map Printers en selecteer vervolgens Als administrator uitvoeren > Servereigenschappen.
Windows XP/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003:
Selecteer in het menu Bestand de optie Servereigenschappen.
Problemen oplossen
Klik op het tabblad Stuurprogramma. Als de naam van uw printer in de lijst wordt weergegeven, is een origineel Epson-printerstuurprogramma op de computer geïnstalleerd.

Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren, en als het tabblad Opties en het tabblad Hulpprogramma worden weergegeven, is er een origineel Epson-printerstuurprogramma op de computer geïnstalleerd.

Gerelateerde informatie
→ “De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Problemen oplossen
De printerstatus controleren vanaf de computer (Windows)
Klik op Wachtrij op het tabblad Hulpprogramma's van het printerstuurprogramma, en controleer het volgende.

□ Controleer of er gepauzeerde afdruktaken zijn.
Als overbodige gegevens achterblijven, selecteert u Alle documenten annuleren in het menu Printer.
□ Zorg ervoor dat de printer niet offline of in wachtstand staat.
Als de printer offline is of in wachtstand staat, schakel de relevante instelling dan uit via het menu Printer.

☐ Zorg ervoor dat de printer is geselecteerd als standaardprinter via het menu Printer (er moet een vinkje op het item staan).
Als de printer niet als standaardprinter is geselecteerd, stelt u deze in als de standaardprinter. Als zich meerdere pictogrammen bevinden in Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven (Printers, Printers en faxapparaten), raadpleegt u het volgende gedeelte om het pictogram te selecteren.
Voorbeeld:
USB-verbinding: EPSON XXXX-serie
Netwerkverbinding: EPSON XXXX-serie (netwerk)
Als u het printerstuurprogramma meerdere keren hebt geïnstalleerd, worden er mogelijk kopieën gemaakt van het printerstuurprogramma. Als er kopieën zijn gemaakt, bijvoorbeeld met de naam "EPSON XXXX Series (kopie 1)", klikt u met de rechtermuisknop op het gekopieerde stuurprogrammapictogram en klikt u op
Apparaat verwijderen.
☐ Zorg ervoor dat de printerpoort goed is geselecteerd in Eigenschappen > Poort in het menu Printer. Dit gaat als volgt.
Selecteer "USBXXX" voor een USB-verbinding of "EpsonNet Print Port" voor een netwerkverbinding.
Problemen oplossen
De printerstatus controleren vanaf de computer (Mac OS)
Zorg ervoor dat de printerstatus niet Pauze is.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen), en dubbelklik dan op de printer. Als de printer gepauzeerd is, klikt u op Hervatten (of Printer hervatten).
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt configureren
☐ Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de apparaten in de volgende volgorde weer in: het toegangspunt, de computer of het smart device en tenslotte de printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en het toegangspunt anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de netwerkinstellingen te configureren. ☐ Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Controle van netwerkverbinding en druk vervolgens het netwerkverbindingsrapport af. Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en volg de afgedrukte oplossingen.
Gerelateerde informatie
→“Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 34 “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 35
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de netwerkinstellingen correct zijn
Als u geen verbinding kunt maken tussen de computer of het smart device en de printer terwijl er geen fouten worden weergegeven in het netwerkverbindingsrapport, controleert u het volgende.
☐ Wanneer u tegelijkertijd meerdere toegangspunten gebruikt, kunt u de printer mogelijk niet gebruiken vanaf de computer of het smart device vanwege de instellingen van de toegangspunten. Verbind de computer of het smart device met hetzelfde toegangspunt als de printer.
Als de tetheringfunctie op het smart device is ingeschakeld, schakelt u deze uit.
![graph TD A["Smartphone"] -->|Wireless Signal| B["Laptop"] B -->|Wireless Signal| A style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/ca97c11aa1b4be45254eaf0de47cf60d0381e04aef8b689f466536afd8a2baff.jpg)
![graph TD A["Device"] -->|Signal| B["Device 1"] A -->|Signal| C["Device 2"] B -->|Wireless Signal| A C -->|Wireless Signal| A](/content/2026/06/1162611/images/1b3da3af14a7fa258d98190cb4717a0d5cbf5437e110c84f7296b4c24fcd6c6c.jpg)
Problemen oplossen
Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het toegangspunt wanneer dit meerdere SSID's heeft en de apparaten zijn verbonden met andere SSID's op hetzelfde toegangspunt. Verbind de computer of het smart device via hetzelfde SSID als de printer.
![graph TD A["Mobile Phone"] -->|SSID1:XXXXX-G1| B["Server"] C["Printer"] -->|SSID2:XXXXX-G2| B B -->|SSID2:XXXXX-G2| D["Server"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style C fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#bbf,stroke:#333 style D fill:#bbf,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/99f7d4e1aa1dde36c16a0cae281bba127cebe47b536d2b7989b726e3efc281d4.jpg)
![graph TD A["Mobile Device"] -->|SSID1:XXXXX-G1| B["Server"] C["Phone"] -->|SSID2:XXXXX-G2| B D["Laptop"] -->|SSID2:XXXXX-G2| B B -->|Wireless Link| A](/content/2026/06/1162611/images/32d0923849e4a32c70122b6eb5305850196264de44fa6ffb42286136f7bc76ac.jpg)
□Een toegangspunt dat compatibel is met zowel IEEE802.11a als IEEE802.11g heeft een SSID voor 2,4 GHz en 5 GHz. Als u de computer of het smart device verbindt via een 5GHz-SSID, kunt u geen verbinding maken met de printer omdat deze alleen communicatie via 2,4 GHz ondersteunt. Verbind de computer of het smart device via hetzelfde SSID als de printer.
![graph TD A["Mobile Device"] -->|5GHz SSID:XXXXXX_A\n2.4GHz SSID:XXXXXX_G| B["Device"] C["Laptop"] -->|SSID:XXXXXX_A| D["Server"] E["Printer"] -->|SSID:XXXXXX_G| F["Server"] B --> G["Output"] D --> G F --> G](/content/2026/06/1162611/images/975828fd54f5b786a7d608fa5230d0b96dc400c6c2cc93dfdb4bc8d619a20686.jpg)
![graph TD A["Mobile Device"] -->|2.4GHz SSID:XXXXG| B["Server"] B --> C["Printer"] C --> D["Desktop"] D --> E["Mobile Device"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#cff,stroke:#333](/content/2026/06/1162611/images/b62a31cc7e8811cdf771f8ae4c7b8f3cdaff0262aa6a03f9b4ce17dcc807da86.jpg)
De meeste toegangspunten hebben een functie voor privacyscheiding waarmee communicatie tussen verbonden apparaten wordt geblokkeerd. Als er geen communicatie mogelijk is tussen de printer en de computer of het smart device, terwijl deze zijn verbonden met hetzelfde netwerk, schakelt u de privacyscheiding op het toegangspunt uit. Zie voor meer informatie de bij het toegangspunt geleverde handleiding.
![graph TD subgraph ON A["Smartphone"] <--> B["Water Splitter"] C["Laptop"] <--> D["Printer"] B <--> E["Server"] D <--> E end subgraph OFF F["Smartphone"] <--> G["Server"] H["Laptop"] <--> I["Printer"] G <--> J["Off"] I <--> J end](/content/2026/06/1162611/images/63fabb602228b84019b27f0ad5c7628cc3d39f95439cc09d9b3464452c5d6cb1.jpg)
Problemen oplossen
Gerelateerde informatie
→ “De SSID controleren waarmee de printer is verbonden” op pagina 198 → “De SSID voor de computer controleren” op pagina 198
De SSID controleren waarmee de printer is verbonden
Selecteer Instel. > Algemene instellingen > Netwerkinstellingen > Netwerkstatus.
U kunt in elk menu de SSID controleren voor Wi-Fi en Wi-Fi Direct.
De SSID voor de computer controleren
Windows
Klik op het pictogram in het taakvak van de desktop. Controleer de naam van de verbonden SSID in de lijst die wordt weergegeven.

Problemen oplossen
Mac OS
Klik op het Wi-Fi-pictogram boven in het computerscherm. Er wordt een lijst met SSID's weergegeven en de verbonden SSID is gemarkeerd met een vinkje.

Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad
□ Verbind de iPhone of iPad met hetzelfde netwerk (SSID) als de printer. ☐ Schakel Autom. weerg. papierinstelling in de volgende menu's in.
Instel. > Algemene instellingen > Printerinstellingen > Instellingen papierbron > Autom. weerg. papierinstelling
Schakel de instelling AirPrint in Web Config in.
Gerelateerde informatie
→“Een smart device verbinden” op pagina 26 → "Toepassing voor het configureren van printerbewerkingen (Web Config)" op pagina 175
Afdrukproblemen
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren
Als u de printer langere tijd niet hebt gebruikt, kunnen de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt raken en worden inktdruppels mogelijk niet doorgelaten. Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Gerelateerde informatie
→“De printkop controleren en reinigen” op pagina 164
Problemen oplossen
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren

De spuitkanaaltjes van de printkop zijn mogelijk verstopt. Voer een spuitkanaaltjescontrole uit om na te gaan of de printkoppen verstopt zijn. Reinig de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn.
Gerelateerde informatie
→“De printkop controleren en reinigen” op pagina 164
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een tussenafstand van ongeveer 3.3 cm

☐ Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
☐ Lijn de printkop uit met gebruik van de functie Horizontale uitlijning.
□ Wanneer u afdrukt op gewoon papier, drukt u af met een hogere kwaliteitsinstelling.
Gerelateerde informatie
→ “Lijst met papiertypen” op pagina 50
→ “De printkop uitlijnen” op pagina 165
Problemen oplossen
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of verkeerde uitlijning

Lijn de printkop uit met gebruik van de functie Verticale uitlijning.
Gerelateerde informatie
→ “De printkop uitlijnen” op pagina 165
De afdrukkwaliteit is niet verbeterd na uitlijning van de printkop
Bidirectioneel (of snel) afdrukken wil zeggen dat de printkop in beide richtingen afdrukt. Verticale lijnen worden mogelijk niet goed uitgelijnd. Als de afdrukkwaliteit niet toeneemt, schakel dan het bidirectioneel afdrukken (of afdrukken op hoge snelheid) uit. Wanneer u deze instelling uitschakelt, kan de afdruksnelheid dalen.
Windows
Hef de selectie op van Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
□Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Stuurprogramma). Selecteer Uit voor Afdrukken met hoge snelheid.
Afdrukkwaliteit is slecht
Controleer het volgende als de afdrukkwaliteit slecht is vanwege wazige afdrukken, zichtbare strepen, ontbrekende kleuren, vervaagde kleuren en verkeerde uitlijning op de afdrukken.
De printer controleren
☐ Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
□Lijn de printkop uit.
Het papier controleren
□Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund.
□Niet afdrukken op papier dat vochtig, beschadigd of te oud is.
☐ Druk het papier of de enveloppe plat als het papier gekruld is of de enveloppe lucht bevat.
☐Het papier niet meteen stapelen na het afdrukken.
☐ Laat de afdrukken volledig drogen voor u ze wegsteekt of uitstalt. Vermijd direct zonlicht, gebruik geen droger en raak de afgedrukte zijde van het papier niet aan tijdens het drogen van de afdrukken.
Problemen oplossen
- Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruiken in plaats van gewoon papier voor het afdrukken van afbeeldingen of foto's. Druk op de afdrukbare zijde van het originele Epson-papier. □ Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen. ☐Druk af met een hogere kwaliteit als instelling.
De printerinstellingen controleren
De inktcartridge controleren
☐ Het is raadzaam de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld. ☐ U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking. - Gebruik bij voorkeur originele Epson-cartridges. Dit product is ontworpen om kleuren aan te passen gebaseerd op het gebruik van originele Epson-cartridges. De afdrukkwaliteit kan verslechteren wanneer niet-originele cartridges worden gebruikt.
Gerelateerde informatie
→“De printkop controleren en reinigen” op pagina 164 → “De printkop uitlijnen” op pagina 165 → “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 45 →“Lijst met papiertypen” op pagina 50 →“Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 46
□ Wanneer u horizontale streepvorming ziet of wanneer u vlekken krijgt op de boven- of onderkant van het papier, laad het papier dan in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen het papier.

□ Wanneer u verticale streepvorming ziet, reinig dan het papiertraject.

Problemen oplossen
□ Wanneer het probleem niet is opgelost nadat de papierbaan is gereinigd, is het deel binnen in de printer dat in de afbeelding wordt weergegeven, vervuild. Schakel de printer uit en veeg de inkt weg met een wattenstaafje.

Raak de witte platte kabel, het doorschijnende folie en de inktleidingen binnen in de printer niet aan. Dit kan een storing veroorzaken.

- Plaats het papier op een vlakke ondergrond om te controleren of het is opgekruld. Maak het plat indien dit het geval is.
Zorg ervoor dat de inkt volledig gedroogd is voordat u het papier opnieuw laadt bij het handmatig dubbelzijdig afdrukken.
Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 →“Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 167
Vlekken op het papier bij automatisch dubbelzijdig afdrukken
Wanneer u automatisch dubbelzijdig afdrukt en gegevens met een hoge dichtheid wilt afdrukken, zoals afbeeldingen en grafieken, verlaag dan de afdrukdichtheid en verhoog de droogtijd.
Gerelateerde informatie
→ “Printerinstellingen” op pagina 59
Problemen oplossen
Afgedrukte foto's zijn plakkerig
Mogelijk drukt u af op de verkeerde zijde van het papier. Controleer of u op de afdrukzijde afdrukt.
Wanneer u op de verkeerde zijde van fotopapier afdrukt, moet u de papierbaan reinigen.
Gerelateerde informatie
→ “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 167
Afbeeldingen of foto's worden afgedrukt met de verkeerde kleuren
Bij het afdrukken vanuit het Windows-printerstuurprogramma, wordt de automatische fotoaanpassingsinstelling van Epson standaard toegepast, afhankelijk van de papiersoort. Pas de instelling eventueel aan.
Selecteer op het tabblad Meer opties Aangepast in Kleurcorrectie, en klik vervolgens op Geavanceerd. Wijzig de instelling Scènecorrectie in Automat. correctie naar een van de andere opties. Als aanpassing van deze instelling niet werkt, gebruik dan een andere kleurcorrectiemethode dan PhotoEnhance in Kleurenbeheer.
Gerelateerde informatie
→ "De afdrukkleur aanpassen" op pagina 80
Kan niet afdrukken zonder marges
Geef in de afdrukinstellingen aan dat u randloos wilt afdrukken. Als u een papiertype selecteert waarbij randloos afdrukken niet mogelijk is, kunt u Randloos niet selecteren. Selecteer een papiertype dat randloos afdrukken ondersteunt.
Gerelateerde informatie
→“Geavanceerde menu-opties voor kopiëren” op pagina 99 →“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 67 →“Basisprincipes voor afdrukken” op pagina 85
Randen van de afbeelding vallen weg bij het randloos afdrukken
Tijdens randloos afdrukken wordt de afbeelding iets vergroot en het uitstekende gebied bijgesneden. Selecteer een kleinere vergroting.
□Bedieningspaneel Wijzig de instelling bij Uitbreiding.
□Windows Klik op Instellingen naast het selectievakje Randloos op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma en wijzig vervolgens de instellingen.
□Mac OS Pas de instelling Uitbreiding aan in het menu Printerinstellingen van het afdrukvenster.
Problemen oplossen
Gerelateerde informatie
→“Geavanceerde menu-opties voor kopiëren” op pagina 99
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn niet juist
□ Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan. □ Bij het plaatsen van de originelen op het scannerglasplaat moet u de hoek van het origineel uitlijnen met de hoek die aangeduid is d.m.v. een symbool op de rand van het scannerglasplaat. Als de randen van de kopie bijgesneden zijn, verschuift u het origineel wat weg van de hoek. ☐ Wanneer u de originelen op de scannerglasplaat legt, reinig dan de scannerglasplaat en het documentdeksel. Vlekken en stof op het glas kunnen in het kopieergedeelte worden opgenomen, wat een verkeerde kopieerpositie of kleine afbeelding tot gevolg kan hebben. ☐ Selecteer het juiste Documentgr. in de kopieerinstellingen. □Selecteer de juiste instelling voor het papierformaat. □Pas de marge-instelling in de toepassing aan zodat deze binnen het afdrukgebied valt.
Gerelateerde informatie
→“Papier in de Papiercassette laden” op pagina 47 →“Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 53 →“De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 171 →“Afdrukgebied” op pagina 220
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer. Annuleer gepauzeerde afdruktaken. Zet de computer niet handmatig in de Stand-by- of Slaap-stand tijdens het afdrukken. Als u de computer opnieuw opstart, worden er mogelijk onleesbare pagina's afgedrukt. Als u het printerstuurprogramma gebruikt dat u eerder hebt gebruikt, worden mogelijk onleesbare tekens afgedrukt. Controleer of het gebruikte printerstuurprogramma deze printer ondersteunt. Controleer de printer boven in het venster van het printerstuurprogramma.
De afgedrukte afbeelding is omgekeerd
Hef de selectie van instellingen voor het spiegelen van afbeeldingen op in het printerstuurprogramma of de toepassing.
Windows
Hef de selectie op van Spiegel afbeelding in het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Hef de selectie op van Spiegel afbeelding in het menu Printerinstellingen van het afdrukdialoog.
Problemen oplossen
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken
Gebruik gegevens met een hoge resolutie als u afbeeldingen of foto's afdrukt. Afbeeldingen op websites gebruiken meestal een lage resolutie terwijl ze goed lijken op de display. Hierdoor kan de afdrukkwaliteit afnemen.
Op de gekopieerde afdruk verschijnen ongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechte lijnen
Reinig het papiertraject. Reinig de scannerglasplaat. Reinig de ADF. Druk niet te hard op het originele bestand of het documentdeksel wanneer u de originelen op de scannerglasplaat legt. Wanneer er vlekken op het papier zijn, verlaagt u de instelling voor de kopieerdichtheid.
Gerelateerde informatie
→“Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 167 →“De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 171 →“De automatische documentinvoer (ADF) schoonmaken” op pagina 169 →“Basis menu-opties voor kopiëren” op pagina 99
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel "moiré" genoemd) op de gekopieerde afbeelding
Verander de instelling voor vergroten en verkleinen of plaats het origineel onder een iets andere hoek.
Gerelateerde informatie
→ "Basis menu-opties voor kopiëren" op pagina 99
De achterkant van het origineel is te zien op de gekopieerde afbeelding
Plaats een dun origineel op de scannerglasplaat en leg hier vervolgens een vel zwart papier overheen.
Verlaag de instelling voor de kopieerdichtheid op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
→ "Basis menu-opties voor kopiëren" op pagina 99
Problemen oplossen
Het probleem kon niet worden opgelost
Als u alle onderstaande oplossingen hebt geprobeerd en het probleem is nog steeds niet opgelost, verwijder dan de printerdriver en installeer deze opnieuw.
Gerelateerde informatie
→ "Toepassingen verwijderen" op pagina 184 → "De meest recente toepassingen installeren" op pagina 182
Overige afdrukproblemen
Afdrukken verloopt te traag
Sluit alle onnodige toepassingen. Stel een lagere kwaliteit in. Afdrukken met hoge kwaliteit duurt langer. Schakel de bidirectionele (of hogesnelheids-)instelling in. Wanneer deze instelling is geselecteerd, drukt de printkop in beide richtingen af, en verhoogt de afdruksnelheid.
Windows
Selecteer Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Stuurprogramma). Selecteer Aan voor Afdrukken met hoge snelheid.
Deactiveer de stille modus. Wanneer deze functie actief is, daalt de afdruksnelheid.
Bedieningspaneel
Selecteer in het startscherm ON en schakel vervolgens Stille modus uit.
Windows
Selecteer Uit bij Stille modus op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Stuurprogramma). Selecteer Uit voor Stille modus.
Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het continu afdrukken
Het afdrukken wordt vertraagd om te voorkomen dat het printermechanisme oververhit en beschadigd raakt. Het afdrukken kan echter worden voortgezet. Als u de normale afdruksnelheid wilt herstellen, laat u de printer minstens 30 minuten afkoelen. De afdruksnelheid gaat niet terug naar normale snelheid als de printer is uitgeschakeld.
Problemen oplossen
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een computer met Mac OS X 10.6.8
Geef de volgende instellingen op als u het afdrukken vanaf de computer wilt stoppen.
Voer Web Config uit en selecteer vervolgens Port9100 als instelling bij Protocol Topprioriteit in AirPrint instellen. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en scannen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.
Kan niet beginnen met scannen
Controleer of het documentdeksel en het deksel van de ADF gesloten zijn als u scant met de ADF. U kunt de ADF niet gebruiken wanneer u scant in Fotomodus in Epson Scan 2. Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer. Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer direct op de computer aan. Als u met een hoge resolutie scant via een netwerk, kan een communicatiefout optreden. Verlaag de resolutie. Controleer of de juiste printer (scanner) is geselecteerd in Epson Scan 2.
Controleer of de printer wordt herkend met Windows
Controleer in Windows of de printer (scanner) in Scanner en camera's wordt weergegeven. De printer (scanner) moet worden weergegeven als "EPSON XXXXX (printernaam)". Als de printer (scanner) niet wordt weergegeven, verwijdert u Epson Scan 2 en installeert u de toepassing opnieuw. Zie het volgende om Scanners en camera's te openen.
Windows 10: Klik met de rechtermuisknop op de knop Start en selecteer Configuratiescherm, voer in de charm Zoeken "Scanners en camera's" in, klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Configuratiescherm, voer in charm Zoeken "Scanner en camera's" in, klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Windows 7/Windows Server 2008 R2
Klik op de knop Start en selecteer Configuratiescherm, voer in charm Zoeken "Scanners en camera's" in, klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Windows Vista/Windows Server 2008
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Scanners en camera's en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
□Windows XP/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Scanners en camera's en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Gerelateerde informatie
→“Toepassingen verwijderen” op pagina 184 →“De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Problemen met gescande afbeeldingen
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort worden weergegeven bij scannen vanaf de glasplaat van de scanner
□Reinig de glasplaat van de scanner. □Verwijder al het afval of vuil dat blijft kleven aan het origineel. □ Druk niet met teveel kracht op het origineel of de documentklep. Als u met teveel kracht drukt, kunnen vervagingen, vegen en vlekken optreden.
Gerelateerde informatie
→“De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 171
Rechte lijnen verschijnen bij het scannen vanaf ADF
□Reinig de ADF.
Rechte lijnen kunnen verschijnen in de afbeelding wanneer afval of vuil in de ADF terecht komt.
□Verwijder al het afval of vuil van het origineel.
Gerelateerde informatie
→“De automatische documentinvoer (ADF) schoonmaken” op pagina 169
De afbeeldingskwaliteit is ruw.
Stel de Modus in Epson Scan 2 in op basis van het origineel dat u wilt scannen. Scan met de instellingen voor documenten in Documentmodus en met de instellingen voor foto's in Fotomodus. Pas in Epson Scan 2 de afbeelding aan met de items op het tabblad Geavanceerde instellingen en scan het document. Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
→ “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110
De offset schijnt door in de achtergrond van afbeeldingen.
Afbeeldingen op de achterzijde van het origineel kunnen zichtbaar zijn in de gescande afbeelding.
Selecteer in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en pas vervolgens de Helderheid aan. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen > Beeldtype of andere instellingen op het tabblad Geavanceerde instellingen. Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens Beeldoptie > Tekst verbeteren.
Problemen oplossen
Wanneer u scant vanaf de glasplaat, plaatst u dan een vel zwart papier of een schrijfblok op het origineel.
Gerelateerde informatie
→ “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110 → “Originelen plaatsen” op pagina 51
De tekst is onscherp.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens Beeldoptie > Tekst verbeteren. Selecteer Documentmodus als Modus in Epson Scan 2. Scan met de instellingen voor documenten in Documentmodus. Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan. Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, worden zwarte gedeelten groter. Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
→ “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110
Moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen
Als het origineel een afgedrukt document is, kunnen moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen in de gescande afbeelding.
☐ Op het tabblad Geavanceerde instellingen in Epson Scan 2, selecteert u Ontrasteren.

☐ Wijzig de resolutie en scan vervolgens opnieuw.
Gerelateerde informatie
→ “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110
Kan het juiste gebied niet scannen op de glasplaat
☐ Zorg dat het origineel correct tegen het uitlijningsteken is geplaatst. Als de rand van de gescande afbeelding ontbreekt, verplaatst u het origineel iets naar het midden van de glasplaat.
Problemen oplossen
☐ Wanneer u meerdere originelen op de glasplaat plaatst, houd dan een ruimte van ten minste 20 mm (0,79 inch) aan tussen de originelen. ☐ Wanneer u vanaf het bedieningspaneel scant en de functie voor automatisch bijsnijden selecteert, verwijder dan eventueel aanwezig stof of vuil van de glasplaat en het deksel. Als zich rond het origineel stof of vuil bevindt, wordt het scanbereik zodanig vergroot dat het stof of vuil ook wordt gescand.
Gerelateerde informatie
→ “Originelen plaatsen” op pagina 51 → “De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 171
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik opsla als een Searchable PDF
☐ Controleer in het venster Afbeeldingsformaatopties in Epson Scan 2 of de Taal correct is ingesteld op het tabblad Tekst. ☐ Controleer of het origineel recht is geplaatst. - Gebruik een origineel met duidelijk leesbare tekst. Tekstherkenning kan bij de volgende soorten originelen weigeren.
☐ Originelen die een aantal keer zijn gekopieerd ☐ Originelen die per fax zijn ontvangen (met een lage resolutie) ☐ Originelen waarvan de letter- of regelafstand te klein is ☐ Originelen met lijnen of onderstreping ☐ Originelen met handgeschreven tekst ☐ Originelen met vouwen of kreukels
☐ Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan. Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, wordt zwart dieper.
☐ Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens Beeldoptie > Tekst verbeteren.
Gerelateerde informatie
→“Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110
Problemen in gescande afbeelding kunnen niet worden opgelost
Als u alle oplossingen al hebt geprobeerd, maar het probleem nog steeds niet hebt opgelost, herstelt u de standaardinstellingen van Epson Scan 2 met Epson Scan 2 Utility.
Opmerking:
Epson Scan 2 Utility is een toepassing die bij Epson Scan 2 wordt geleverd.
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON > Epson Scan 2 Utility.
Problemen oplossen
☐Windows 8.1/Windows 8/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012 Voer de naam van de software in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram. ☐ Windows 7/Windows Vista/Windows XP/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003 Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > EPSON > Epson Scan 2 > Epson Scan 2 Utility. □Mac OS Selecteer Start > Toepassingen > Epson Software > Epson Scan 2 Utility.
- Selecteer het tabblad Andere.
- Klik op Reset.
Opmerking:
Als het probleem niet wordt opgelost door het herstellen van de standaardinstellingen, verwijdert u Epson Scan 2 en installeert u het programma opnieuw.
Gerelateerde informatie
→“Toepassingen verwijderen” op pagina 184 → “De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Scannen verloopt te traag
Verlaag de resolutie.
Gerelateerde informatie
→“Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF
☐ Wanneer u scant met Epson Scan 2, kunt u continu maximaal 999 pagina's in PDF-indeling en 200 pagina's in Multi-TIFF-indeling scannen. ☐ We raden aan om in grijstinten te scannen bij het scannen van grote hoeveelheden. ☐ Zorg voor genoeg beschikbare ruimte op de harde schijf van de computer. Het scannen kan ophouden als er niet genoeg beschikbare ruimte is. ☐ Probeer op een lagere resolutie te scannen. Het scannen stopt als de maximaal toegelaten gegevensgrootte wordt overschreden.
Gerelateerde informatie
→“Scannen met Epson Scan 2” op pagina 110
Problemen met verzenden en ontvangen van faxen
Kan geen fax verzenden of ontvangen
- Gebruik Fax-aansl. controleren op het bedieningspaneel om de faxverbindingscontrole uit te voeren. Probeer de oplossingen die in het rapport worden voorgesteld. ☐ Controleer de instellingen van Lijntype. Stel deze in op PBX om het probleem op te lossen. Als uw telefoonsysteem een toegangscode vereist voor het verkrijgen van een buitenlijn, registreer deze dan op de printer en voer een hekje (#) in aan het begin van een faxnummer. Als er een communicatiefout optreedt, wijzig dan de instelling Faxsnelheid naar Langz.(9.600 b/s) via het bedieningspaneel.
- Controleer of de wandcontactdoos werkt door een telefoon erop aan te sluiten. Als u geen oproepen kunt ontvangen of uitvoeren, neem dan contact op met uw telecombedrijf. □ Voor een verbinding met een DSL-telefoonlijn hebt u een DSL-modem met ingebouwde DSL-filter nodig, of u moet een aparte DSL-filter op de lijn installeren. Neem contact op met uw DSL-provider. Als u verbinding maakt met een DSL-telefoonlijn, sluit u de printer direct op de telefoonaansluiting in de muur aan. Controleer vervolgens of u faxen kunt verzenden. Als dit werkt, ligt het probleem mogelijk bij de DSL-filter. Neem contact op met uw DSL-provider. ☐ Schakel ECM in op het bedieningspaneel. Wanneer ECM is uitgeschakeld, kunnen er geen faxen in kleur worden verzonden of ontvangen. Als u faxen via de computer wilt verzenden of ontvangen, controleert u of de printer via een USB-kabel of netwerk is verbonden, en of de PC-FAX Driver op de computer is geïnstalleerd. De PC-FAX Driver wordt samen met FAX Utility geïnstalleerd. ☐ Controleer in Windows of de printer (fax) in Apparaten en printers, Printer, of Printers en andere hardware wordt weergegeven. De printer (fax) wordt weergegeven als "EPSON XXXXX (FAX)". Als de printer (fax) niet wordt weergegeven, verwijdert u FAX Utility en installeert u de toepassing opnieuw. Zie het volgende om Apparaten en printers, Printer, of Printers en andere hardware te openen.
□ Windows 10
Rechtsklik op de knop Start en selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden.
□ Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden of Hardware.
□ Windows 7
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en geluiden of Hardware.
□ Windows Vista
Klik op de knop Start, selecteer Configuratiescherm > Printers in Hardware en geluiden.
□ Windows XP
Klik op de knop Start, selecteer Instellingen > Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Printers en faxapparaten.
Problemen oplossen
In Mac OS controleert u het volgende.
☐ Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Printen en scannen, Printen en faxen) en controleer of de printer (fax) wordt weergegeven. De printer (fax) wordt weergegeven als "FAX XXXX (USB)" of "FAX XXXX (IP)". Als de printer (fax) niet wordt weergegeven, klikt u op [+] en registreert u de printer (fax). ☐ Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken & scannen, Afdrukken en faxen) en dubbelklik vervolgens op de printer (fax). Als de printer gepauzeerd is, klikt u op Hervatten (of Printer hervatten).
Gerelateerde informatie
→ “Faxaansl. controleren” op pagina 148 → “Basisinstellingen” op pagina 150 → “Instellingen configureren voor een PBX-telefoonsysteem” op pagina 125 → “De printer aansluiten op een telefoonlijn” op pagina 120 → “Toepassingen verwijderen” op pagina 184 → “De meest recente toepassingen installeren” op pagina 182
Kan geen faxen versturen
- Configureer de hoofdinginformatie voor uitgaande faxberichten via het bedieningspaneel. Bepaalde faxmachines weigeren faxberichten die geen hoofding hebben. Als u uw gegevens geblokkeerd hebt, deblokkeer ze dan. Bepaalde faxmachines of telefoons weigeren anonieme oproepen. □ Vraag de ontvanger of het faxnummer juist is en of zijn faxmachine klaar is om berichten te ontvangen.
Gerelateerde informatie
→ “Basisinstellingen” op pagina 150 → “Kan geen fax verzenden of ontvangen” op pagina 213
Kan geen faxen verzenden naar opgegeven ontvanger
Controleer het volgende als u geen faxen kunt versturen naar een opgegeven ontvanger vanwege een foutmelding.
Als de faxmachine van de ontvanger de oproep niet binnen de 50 seconden opneemt, wordt de oproep afgebroken met een foutmelding. Bel het nummer met een aangesloten telefoon of controleer hoelang het duurt voordat u een faxtoon hoort. Als het langer dan 50 seconden duurt voordat de faxmachine reageert, kunt u pauzes invoegen na het faxnummer. wordt gebruikt om pauzes in te voeren. Een koppelteken werkt als pauze-aanduiding. Eén pauze is ca. drie seconden. Voeg meerdere pauzes toe indien nodig.
Als u de ontvanger uit de contactpersonenlijst hebt geselecteerd, controleert u of de informatie juist is. Als de informatie juist is, selecteert u de ontvanger uit de lijst met contacten, tikt u op ➤ -> Bewerken en wijzigt u de Faxsnelheid in Langz.(9.600 b/s).
Gerelateerde informatie
→ “Faxen verzenden met een extern telefoontoestel” op pagina 128
Problemen oplossen
→ “Contactpersonen beheren” op pagina 55 → “Kan geen fax verzenden of ontvangen” op pagina 213
Kan geen faxen verzenden op specifiek tijdstip
Stel de datum en tijd goed in op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
→ “Faxen verzenden op een specifiek tijdstip (Fax later verzenden)” op pagina 129 → “Basisinstellingen” op pagina 58
Kan geen faxberichten ontvangen
Als u ingeschreven bent op een doorverwijzing, kan de printer mogelijk geen faxberichten ontvangen. Neem contact op met de provider. □ Als u een telefoon op de printer hebt aangesloten, stel dan de instelling Ontvangstmodus in op Auto via het bedieningspaneel. In de volgende omstandigheden heeft de printer onvoldoende geheugen en kan deze geen faxen ontvangen. Raadpleeg de probleemoplossing voor informatie over het omgaan met de fout geheugen vol.
□ Het aantal ontvangen documenten heeft het maximum van 100 documenten bereikt.
□ Het geheugen van de printer is vol (100%).
☐ Controleer of het faxnummer van de afzender is geregistreerd in de Lijst geweigerde nummers. Faxen die afkomstig zijn van nummers die zijn toegevoegd aan deze lijst worden geblokkeerd wanneer Lijst geweigerde nummers in Weigeringsfax is ingeschakeld. Vraag aan de afzender of de koptekstinformatie is ingesteld op het betreffende faxapparaat. Faxen die geen koptekstinformatie bevatten, worden geblokkeerd wanneer Blanco koptekst fax geblokkeerd in Weigeringsfax is ingeschakeld. - Controleer of het faxnummer van de afzender is geregistreerd in de contactlijst. Faxen die niet afkomstig zijn van nummers die zijn geregistreerd in deze lijst worden geblokkeerd wanneer Niet geregistreerde contacten in Weigeringsfax is ingeschakeld.
Gerelateerde informatie
→ “Basisinstellingen” op pagina 150 → “Kan geen fax verzenden of ontvangen” op pagina 213 → “Foutmelding geheugen vol” op pagina 215
Foutmelding geheugen vol
Als de printer ingesteld is om faxen in het Postvak IN op te slaan, verwijdert u de faxen die u al hebt gelezen. Als de printer ingesteld is om faxen op een computer op te slaan, schakelt u deze computer in. Zodra de faxen op uw computer opgeslagen zijn, worden ze uit de printer verwijderd. ☐ Hoewel het geheugen vol is, kunt u toch nog een fax in zwart-wit verzenden via Direct verzenden. U kunt ook een fax versturen door het nummer te kiezen vanaf het externe telefoontoestel.
Problemen oplossen
☐ Deze foutmelding kan optreden als de printer een ontvangen fax niet kan afdrukken vanwege een afdrukfout, zoals een papierstoring. Los het probleem op en neem contact op met de afzender en vraag hem/haar om de fax nogmaals te verzenden.
Gerelateerde informatie
→ “Ontvangen faxen opslaan in het Postvak IN” op pagina 135 → “Meerdere pagina's van een monochroom document verzenden (Direct verzenden)” op pagina 129 → “Faxen verzenden met een extern telefoontoestel” op pagina 128 → “Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 189
Verzonden fax is van slechte kwaliteit
□ Reinig de scannerglasplaat. □ Reinig de ADF. □ Wijzig de Dichtheid op het bedieningspaneel. Als u niet weet wat de mogelijkheden van de faxmachine van de ontvanger zijn, schakel dan de functie Direct verzenden in of selecteer Fine als Resolutie. ☐ Schakel ECM in op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
→ “Faxinstellingen” op pagina 146 → “Basisinstellingen” op pagina 150 → “De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 171 → “De automatische documentinvoer (ADF) schoonmaken” op pagina 169
Faxen worden op verkeerde grootte verzonden
Als u een fax verzendt met de scannerglasplaat, plaats het origineel zodat de hoek is uitgelijnd met de originele markering. Selecteer de grootte van het origineel via het bedieningspaneel. Maak de scannerglasplaat en het documentdeksel schoon. Vlekken en stof op het glas kunnen in het kopieergedeelte worden opgenomen, wat een verkeerde scanpositie of kleine afbeelding tot gevolg kan hebben.
Gerelateerde informatie
→ “Faxinstellingen” op pagina 146 → “Originelen plaatsen” op pagina 51 → “De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 171
Ontvangen fax is van slechte kwaliteit
☐ Schakel ECM in op het bedieningspaneel. □ Vraag de afzender de fax te verzenden in een modus die een hogere kwaliteit biedt.
Problemen oplossen
Druk de ontvangen fax opnieuw af. Selecteer Fax > ☐ > Ontvangen fax opnieuw afdrukken om het faxbericht opnieuw af te drukken.
Gerelateerde informatie
→ “Basisinstellingen” op pagina 150
Ontvangen faxen worden niet afgedrukt
Als er een fout optreedt in de printer, zoals een papierstoring, dan kan deze geen faxen afdrukken. Controleer de printer. Als de printer ingesteld is om faxberichten in de inbox op te slaan, dan worden de faxberichten niet automatisch afgedrukt. Controleer de Ontvangstinstellingen.
Gerelateerde informatie
→“De printerstatus controleren” op pagina 187 →“Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 189 →“Ontvangen faxen opslaan in het Postvak IN” op pagina 135
Pagina's zijn blanco of er wordt slechts een klein deel van de tekst afgedrukt op de tweede pagina van ontvangen faxen
U kunt op één pagina afdrukken met de functie Afdrukgeg. verwijderen na splitsing in Instellingen Pagina's splitsen.
Selecteer Bovenkant verwijderen of Onderkant verwijderen in Afdrukgeg. verwijderen na splitsing en pas vervolgens Drempel aan. Als u de drempelwaarde verhoogt, verhoogt u de hoeveelheid die wordt verwijderd. Met een hogere drempelwaarde hebt u meer kans dat u alles op één pagina kunt afdrukken.
Gerelateerde informatie
→“Afdrukinstellingen” op pagina 149
Andere faxproblemen
Bellen niet mogelijk op verbonden telefoon
Sluit de telefoon aan op de EXT. poort van de printer en neem de hoorn van de haak. Hoort u geen kiestoon, sluit de modulaire kabel dan goed aan.
Gerelateerde informatie
→“Uw telefoontoestel aansluiten op de printer” op pagina 121
Problemen oplossen
Antwoordapparaat kan geen gesprekken aannemen
Stel via het bedieningspaneel de instelling Overgaan voor antwoorden in op een hoger aantal dan dat van uw antwoordapparaat.
Gerelateerde informatie
→“Basisinstellingen” op pagina 150 →“Instellingen voor het antwoordapparaat” op pagina 132
Faxnummer van de zender wordt niet op ontvangen faxberichten weergegeven of het nummer is fout
De zender heeft de informatie niet of niet juist ingesteld. Neem contact op met de zender.
Overige problemen
Lichte elektrische schok wanneer u de printer aanraakt
Als er vele randapparaten op de computer zijn aangesloten, kunt u een lichte elektrische schok krijgen wanneer u de printer aanraakt. Installeer een aardingskabel naar de computer die op de printer is aangesloten.
Printer maakt veel lawaai tijdens werking
Als de printer te veel lawaai maakt, schakelt u Stille modus in. Met deze functie ingeschakeld ligt de afdruksnelheid mogelijk lager.
□Bedieningspaneel
Selecteer in het startscherm OFF en schakel vervolgens Stille modus in.
Windows-printerdriver
Schakel Stille modus in op het tabblad Hoofdgroep.
□Mac OS-printerdriver
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Stuurprogramma). Selecteer Aan voor Stille modus.
Datum en tijd zijn verkeerd
Stel de datum en tijd goed in op het bedieningspaneel. Na een stroomonderbreking door blikseminslag, of als de stroom langere tijd uitgeschakeld was, kan de klok de verkeerde tijd aangeven.
Gerelateerde informatie
→“Basisinstellingen” op pagina 58
Problemen oplossen
Software wordt geblokkeerd door een firewall (alleen Windows)
Maak van de toepassing een door Windows Firewall toegelaten programma in de beveiligingsinstellingen in het Configuratiescherm.
Bijlage
Technische specificaties
Printer specificaties
| Plaatsing van spuitstuk van printkop Spuitkanaaltjes voor zwarte ink: 400Spuitkanaaltjes voor gekleurde ink: 128 voor elke kleur | |
| Gewicht van het papier* | Gewoon papier 64 tot 90 g/m2 (17 tot 24 lb) |
| Enveloppen Enveloppe #10, DL, C6: 75 tot 90 g/m2 (20 tot 24 lb) | |
* Zelfs als de papierdikte zich binnen dit bereik bevindt, wordt het papier mogelijk niet in de printer ingevoerd of kan de afdrukkwaliteit verminderen, afhankelijk van de papiereigenschappen of -kwaliteit.
Afdrukgebied
Afdrukgebied voor losse vellen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
Afdrukken met randen
Afdrukgebied voor enveloppen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.

| Ondersteunde lijnen Standaard analoge telefoonlijnen, PBX (Private Branch Exchange)telefoonsystemen | |
| Snelheid Tot 33.6 kbps | |
| Resolutie Monochroom | Standaard: 8 pel/mm×3,85 regel/mm (203 pel/inch×98 regel/inch)Fine: 8 pel/mm×7,7 regel/mm (203 pel/inch×196 regel/inch)Foto: 8 pel/mm×7,7 regel/mm (203 pel/inch×196 regel/inch)Kleur200×200 dpi |
| Paginageheugen | Tot 100 pagina's (indien ontvangen in de ITU-T No.1 monochrome kladmodus) |
| Opnieuw kiezen* | 2 keer (met intervallen van 1 minuut) |
| Interface RJ-11-telefoonlijn RJ-11-telefoonsetaansluiting | |
* De specificaties variëren mogelijk per land en regio.
Lijst met netwerkfuncties
Netwerkfuncties en IPv4/IPv6
| Functies Ondersteund Opmerkingen | ||||
| Afdrukken via netwerk | EpsonNet Print (Windows) IPv4 | √- | ||
| Standard TCP/IP (Windows) | IPv4, IPv6 | √ | - | |
| Afdrukken via WSD (Windows) | IPv4, IPv6 | √Windows Vista of | hoger | |
| Afdrukken via Bonjour (Mac OS) | IPv4, IPv6 | √- | ||
| IPP-afdrukken (Windows, Mac OS) | IPv4, IPv6 | √- | ||
| UPnP-afdrukken | IPv4 - | Informatie- | apparaat | |
| PictBridge-afdrukken (Wi-Fi) | IPv4 - | Digitale camera | ||
| Epson Connect (afdrukken vanuit e-mail, afdrukken op afstand) | IPv4 √- | |||
| AirPrint (iOS, Mac OS) | IPv4, IPv6 | √ | iOS 5 of hoger, Mac OS X v10.7 of hoger | |
| Google Cloud Print | IPv4, IPv6 | √ | - | |
Bijlage
| Functies Ondersteund Opmerkingen | ||||
| Scannen via het netwerk | Epson Scan 2 IPv4, IPv6 √- | |||
| Event Manager IPv4 √- | ||||
| Epson Connect (naar de cloud scannen) | IPv4 √- | |||
| AirPrint (scannen) IPv4, IPv6 √OS X Mavericks of | hoger | |||
| ADF (dubbelzijdig scannen) -- | ||||
| Faxen Fax verzenden IPv4 √- | ||||
Wi-Fi-specificaties
| Normen | IEEE802.11b/g/n*1,*2 |
| Frequentiebereik | 2,4 GHz |
| Maximaal uitgezonden radiofrequentievermogen | 19.8 dBm (EIRP) |
| Coördinatiemodi | Infrastructuur, Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)*3 |
| Draadloze beveiliging | WEP (64/128bit), WPA2-PSK (AES)*4 |
*1 In overeenstemming met IEEE 802.11b/g/n of IEEE 802.11b/g, afhankelijk van de aankooplocatie. *2 IEEE 802.11n is alleen beschikbaar voor de HT20. *3 Niet ondersteund voor IEEE 802.11b. *4 Voldoet aan WPA2-standaarden met ondersteuning voor WPA/WPA2 Personal.
Ethernetspecificaties
| Normen | IEEE802.3i (10BASE-T)*1IEEE802.3u (100BASE-TX)IEEE802.3az (Energy Efficient Ethernet)*2 |
| Communicatiemodus | Auto, 10Mbps Full duplex, 10Mbps Half duplex, 100Mbps Full duplex, 100Mbps Half duplex |
| Aansluiting | RJ-45 |
*1 Gebruik een STP-kabel (Shielded Twisted Pair) van categorie 5e of hoger om radiostoring te voorkomen. *2 Het verbonden apparaat moet voldoen aan de IEEE802.3az-normen.
Bijlage
Beveiligingsprotocol
| SSL/TLS HTTPS Server/Client, IPPS |
Ondersteunde services van derden
| AirPrint Afdrukken iOS 5 of later/Mac OS X v10.7.x of later | |
| Scannen OS X Mavericks of hoger | |
| Faxen OS X Mountain Lion of hoger | |
| Google Cloud Print | |
Dimensies
| Dimensies Opslagruimte | |
| □Breedte: 375 mm (14.8 in.) | |
| □Diepte: 347 mm (13.7 in.) | |
| □Hoogte: 230 mm (9.1 in.) | |
| Afdrukken | |
| □Breedte: 417 mm (16.4 in.) | |
| □Diepte: 503 mm (19.8 in.) | |
| □Hoogte: 255 mm (10.0 in.) | |
| Gewicht* | Ongev. 6.4 kg (14.1 lb) |
* Zonder de inktpatronen en de stroomkabel.
Elektrische specificaties
| Model Model 100 tot 240 V Model 220 tot 240 V | ||
| Nominaal frequentiebereik 50 tot 60 Hz 50 tot 60 Hz | ||
| Nominale stroom 0.4 tot 0.2 A 0.2 A | ||
| Stroomverbruik (met USB-aansluiting) Kopiëren zonder computer: ca. 12.0 W (ISO/IEC24712)Gereedmodus: ca. 5.4 WSlaapmodus: ca. 1.0 WUitschakelen: ca. 0.2 W | Kopiëren zonder computer: ca. 12.0 W (ISO/IEC24712)Gereedmodus: ca. 5.4 WSlaapmodus: ca. 1.0 WUitschakelen: ca. 0.3 W | |
Bijlage
Opmerking:
☐ Controleer het label op de printer voor de juiste spanning. □ Voor gebruikers in Europa: raadpleeg de volgende website voor meer informatie over stroomverbruik.
Omgevingsspecificaties
| Gebruik Gebruik de printer in het bereik | weergegeven in de volgende grafiek. |
Temperatuur: 10 tot 35°C (50 tot 95°F)Luchtvochtigheid: 20 tot 80% RH (zonder condensatie) | |
| Opslagruimte | Temperatuur: -20 tot 40°C (-4 tot 104°F)*Luchtvochtigheid: 5 tot 85% RV (zonder condensatie) |
* Opslag bij 40°C (104°F) is mogelijk voor één maand.
Milieuspecificaties voor de inktpatronen
| Opslagtemperatuur | -30 tot 40 °C (-22 tot 104 °F)* |
| Vriestemperatuur -16 °C (3.2 °F) | De inkt ontdooit en is na ca. 3 uur bij 25 °C (77 °F) bruikbaar. |
* Opslag bij 40 °C (104 °F) is mogelijk voor één maand.
Systeemvereisten
Windows 10 (32-bits, 64-bits)/Windows 8.1 (32-bits, 64-bits)/Windows 8 (32-bits, 64-bits)/Windows 7 (32-bits, 64-bits)/Windows Vista (32-bits, 64-bits)/Windows XP SP3 of hoger (32-bits)/Windows XP Professional x64 Edition SP2 of hoger/Windows Server 2016/Windows Server 2012 R2/Windows Server 2012/Windows Server 2008 R2/Windows Server 2008/Windows Server 2003 R2/Windows Server 2003 SP2 of hoger ☐ macOS High Sierra/macOS Sierra/OS X El Capitan/OS X Yosemite/OS X Mavericks/OS X Mountain Lion/Mac OS X v10.7.x/Mac OS X v10.6.8
Opmerking:
□ Mac OS biedt mogelijk geen ondersteuning voor sommige toepassingen en functies. ☐ Het UNIX-bestandssysteem (UFS) voor Mac OS wordt niet ondersteund.
Regelgevingsinformatie
Normen en goedkeuringen
Normen en goedkeuringen voor VS-model
| Veiligheid UL60950-1 | CAN/CSA-C22.2 No.60950-1 |
| EMC FCC Part 15 Subpart B Class B | CAN/CSA-CEI/IEC CISPR 22 Class B |
In dit apparaat is de volgende draadloze module ingebouwd.
Fabrikant: Askey Computer Corporation
Type: WLU6320-D69 (RoHS)
Dit product voldoet aan lid 15 van de FCC-regelgeving en RSS-210 van de IC-regelgeving. Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten afbreuk wordt gedaan ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) het apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) het apparaat moet elke ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.
Om radio-interferentie tijdens regulier gebruik te voorkomen, moet dit toestel voor een maximale afscherming binnenshuis en op voldoende afstand van de ramen worden gebruikt. Voor buitenshuis geïnstalleerde onderdelen (of de zendantennes ervan) moet een vergunning worden aangevraagd.
Deze apparatuur voldoet aan de FCC/IC-stralingslimieten die zijn vastgesteld voor een niet-gecontroleerde omgeving en voldoet aan de FCC-blootstellingsrichtlijnen voor radiofrequentie (RF) in Supplement C bij OET65 en RSS-102 van de IC-blootstellingsregels voor radiofrequentie (RF). Deze apparatuur moet zodanig worden geïnstalleerd en bediend dat de radiator zich op een afstand van ten minste 20 cm (7,9 inch) van het menselijk lichaam bevindt (met uitzondering van ledematen: handen, polsen, voeten en enkels).
Normen en goedkeuringen voor Europees model
Voor gebruikers in Europa
Seiko Epson Corporation verklaart hierbij dat de volgende radioapparatuur voldoet aan Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de Verklaring van conformiteit met EU-richtlijnen is beschikbaar via de volgende website.
http://www.epson.eu/conformity
C623A
Alleen voor gebruik in Ierland, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Duitsland, Liechtenstein, Zwitserland, Frankrijk, België, Luxemburg, Nederland, Italië, Portugal, Spanje, Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden, IJsland, Kroatië, Cyprus, Griekenland, Slovenië, Malta, Bulgarije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië en Slowakije.
Bijlage
Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten afbreuk wordt gedaan ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten.
Normen en goedkeuringen voor Australisch model
EMC AS/NZS CISPR32 Klasse B
Epson verklaart hierbij dat de volgende modellen van dit apparaat voldoen aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen in AS/NZS4268:
C623A
Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten afbreuk wordt gedaan ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten.
De Duitse Blauwe Engel
Ga naar de volgende website om te controleren of deze printer voldoet aan de standaarden van de Duitse Blauwe Engel.
Beperkingen op het kopiëren
Voor een verantwoord en legaal gebruik van de printer moet eenieder die ermee werkt rekening houden met de volgende beperkingen.
Het kopiëren van de volgende zaken is wettelijk verboden:
Bankbiljetten, muntstukken en door (lokale) overheden uitgegeven effecten. Ongebruikte postzegels, reeds van een postzegel voorziene briefkaarten en andere officiële, voorgefrankeerde poststukken. Belastingzegels en effecten uitgegeven volgens de geldende voorschriften.
Pas op bij het kopiëren van de volgende zaken:
Privé-effecten (zoals aandelen, waardepapieren en cheques), concessiebewijzen enzovoort.
Paspoorten, rijbewijzen, pasjes, tickets enzovoort.
Opmerking:
Het kopiëren van deze zaken kan ook wettelijk verboden zijn.
Verantwoord gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal:
Misbruik van printers is mogelijk door auteursrechtelijk beschermd materiaal zomaar te kopiëren. Tenzij u op advies van een geïnformeerd advocaat handelt, dient u verantwoordelijkheidsgevoel en respect te tonen door eerst toestemming van de copyrighteigenaar te verkrijgen voordat u gepubliceerd materiaal kopieert.
Bijlage
De printer vervoeren
Als u de printer moet vervoeren voor een verhuis of reparaties, volg de onderstaande stappen om de printer in te pakken.

Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich verwonden.

Belangrijk:
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt gehouden, anders kan er inkt lekken. Laat de cartridges zitten. Als u de cartridges verwijdert, kan de printkop indrogen, waardoor afdrukken niet meer mogelijk is.
- Druk op ⏻ om de printer uit te zetten.
- Zorg ervoor dat het aan/uit-lampje uit staat en haal dan het netsnoer uit het stopcontact.

Belangrijk:
Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan/uit-lampje uit staat. Als u dit niet doet, gaat de printkop niet terug naar de uitgangspositie, waardoor de inkt opdroogt en afdrukken niet meer mogelijk is.
- Koppel alle kabels los, zoals het netsnoer en de USB-kabel.
- Verwijder al het papier uit de printer.
- Zorg dat er geen originelen in de printer steken.
- Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten. Bevestig de inktcartridgehouder met tape aan het omhulsel.

- Sluit de scannereenheid.

- Verpak de printer zoals hieronder weergegeven.

- Plaats de printer in de doos met de beschermende materialen.
Verwijder de tape die de inktpatroonhouder vasthoudt voordat u de printer opnieuw gebruikt. Reinig en lijn de printkop uit als de afdrukkwaliteit lager is wanneer u opnieuw afdrukt.
Gerelateerde informatie
→ “Namen en functies van onderdelen” op pagina 15 → “De printkop controleren en reinigen” op pagina 164 → “De printkop uitlijnen” op pagina 165
Copyright
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Seiko Epson Corporation. Er wordt geen patentaansprakelijkheid aanvaard met betrekking tot het gebruik van de informatie in deze handleiding. Evenmin wordt aansprakelijkheid aanvaard voor schade die voortvloeit uit het gebruik van de informatie in deze publicatie. De informatie in dit document is uitsluitend bestemd voor gebruik met dit Epson-product. Epson is niet verantwoordelijk voor gebruik van deze informatie in combinatie met andere producten.
Bijlage
Seiko Epson Corporation noch haar filialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld door de koper van dit product of derden voor schade, verlies, kosten of uitgaven die de koper of derden oplopen ten gevolge van al dan niet foutief gebruik of misbruik van dit product of onbevoegde wijzigingen en herstellingen of (met uitzondering van de V.S.) het zich niet strikt houden aan de gebruiks- en onderhoudsvoorschriften van Seiko Epson Corporation.
Seiko Epson Corporation en haar dochterondernemingen kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van andere dan originele onderdelen of verbruiksgoederen kenbaar als Original Epson Products of Epson Approved Products by Seiko Epson.
Seiko Epson Corporation kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit elektromagnetische interferentie als gevolg van het gebruik van andere interfacekabels die door Seiko Epson Corporation worden aangeduid als Epson Approved Products.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder aankondiging worden gewijzigd.
Handelsmerken
EPSON® is een gedeponeerd handelsmerk en EPSON EXCEED YOUR VISION of EXCEED YOUR VISION is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation. PRINT Image Matching™ en het PRINT Image Matching-logo zijn handelsmerken van Seiko Epson Corporation. Copyright © 2001 Seiko Epson Corporation. All rights reserved. Epson Scan 2 software is based in part on the work of the Independent JPEG Group. libtiff
Adobe and Adobe Reader are either registered trademarks or trademarks of Adobe Systems Incorporated in the United States and/or other countries. Algemene opmerking: andere productnamen vermeld in deze uitgave, dienen uitsluitend als identificatie en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaars. Epson maakt geen enkele aanspraak op enige rechten op deze handelsmerken.
Hulp vragen
Technische ondersteuning (website)
Als u verdere hulp nodig hebt, kunt u naar de onderstaande ondersteuningswebsite van Epson gaan. Selecteer uw land of regio, en ga naar de ondersteuningssectie van uw lokale Epson-website. Op de site vindt u ook de nieuwste drivers, veelgestelde vragen en ander downloadbare materialen.
http://support.epson.net/
http://www.epson.eu/Support (Europa)
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de klantenservice van Epson.
Contact opnemen met de klantenservice van Epson
Voordat u contact opneemt met Epson
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen met de informatie in de producthandleidingen, neem dan contact op met de klantenservice van Epson. Als uw land hierna niet wordt vermeld, neemt u contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt aangeschaft.
We kunnen u sneller helpen als u de volgende informatie bij de hand hebt:
□Het serienummer van de printer
(Het etiket met het serienummer vindt u meestal aan de achterzijde van de printer.)
□Het model van de printer
□De versie van de printersoftware
(Klik op About, Version Info of een vergelijkbare knop in uw toepassing.)
☐Het merk en het model van uw computer
□Naam en versie van het besturingssysteem op uw computer
□Naam en versie van de toepassingen die u meestal met de printer gebruikt
Opmerking:
Afhankelijk van het apparaat kunnen de gegevens van de snelkieslijst voor fax en/of netwerkinstellingen worden opgeslagen in het geheugen van het apparaat. Als een apparaat defect raakt of wordt hersteld is het mogelijk dat gegevens en/of instellingen verloren gaan. Epson is niet verantwoordelijk voor gegevensverlies, voor de back-up of het ophalen van gegevens en/of instellingen, zelfs niet tijdens een garantieperiode. Wij raden u aan zelf een back-up te maken of notities te nemen.
Bijlage
Hulp voor gebruikers in Europa
In het pan-Europese garantiebewijs leest u hoe u contact kunt opnemen met de klantenservice van Epson.
Hulp voor gebruikers in Taiwan
Voor informatie, ondersteuning en service:
Internet
http://www.epson.com.tw
Informatie over productspecificaties, drivers om te downloaden, antwoorden op vragen met betrekking tot het gebruik van producten.
Epson-helpdesk
Telefoon: +886-2-80242008
Ons helpdeskteam kan u telefonisch helpen met het volgende:
□ Verkoopvragen en productinformatie
□ Vragen over het gebruik van of problemen met producten
□ Vragen over reparaties en garantie
Servicecentrum voor reparaties:
http://www.tekcare.com.tw/branchMap.page
TekCare corporation is een erkend servicecentrum voor Epson Taiwan Technology & Trading Ltd.
Hulp voor gebruikers in Australië
Epson Australia staat voor u klaar als u hulp nodig hebt. Naast de producthandleidingen beschikt u over de volgende informatiebronnen:
Internet-URL
Raadpleeg de website van Epson Australia. Hier vindt u ongetwijfeld wat u zoekt: een downloadgedeelte voor drivers, Epson-adressen, informatie over nieuwe producten en technische ondersteuning (e-mail).
Epson-helpdesk
Telefoon: 1300-361-054
In laatste instantie kunt u voor advies altijd terecht bij de Epson-helpdesk. Onze medewerkers kunnen u helpen bij de installatie, de configuratie en het gebruik van uw Epson-product. Ook kunt u hier documentatie over nieuwe Epson-producten of het adres van de dichtstbijzijnde leverancier of onderhoudsmonteur aanvragen. Op tal van vragen vindt u hier het antwoord.
Zorg ervoor dat u alle relevante informatie bij de hand hebt wanneer u belt. Hoe meer informatie u kunt geven, des te sneller we u kunnen helpen: handleidingen van uw Epson-product, het type computer, het besturingssysteem, toepassingen en alle informatie die u verder belangrijk lijkt.
Gebruikershandleiding
Bijlage
Vervoer van het apparaat
Epson adviseert om de productverpakking te behouden voor toekomstig transport.
Hulp voor gebruikers in Nieuw-Zeeland
Epson Nieuw-Zeeland staat voor u klaar met het hoogste niveau van klantenservice. Naast de productdocumentatie beschikt u over de volgende informatiebronnen:
Internet-URL
Raadpleeg de website van Epson Nieuw-Zeeland. Hier vindt u ongetwijfeld wat u zoekt: een downloadgedeelte voor drivers, Epson-adressen, informatie over nieuwe producten en technische ondersteuning (e-mail).
Telefoon: 0800 237 766
In laatste instantie kunt u voor advies altijd terecht bij de Epson-helpdesk. Onze medewerkers kunnen u helpen bij de installatie, de configuratie en het gebruik van uw Epson-product. Ook kunt u hier documentatie over nieuwe Epson-producten of het adres van de dichtstbijzijnde leverancier of onderhoudsmonteur aanvragen. Op tal van vragen vindt u hier het antwoord.
Zorg ervoor dat u alle relevante informatie bij de hand hebt wanneer u belt. Hoe meer informatie u kunt geven, des te sneller we u kunnen helpen: Deze informatie omvat Epson-productdocumentatie, het type computer, het besturingssysteem, toepassingen en alle informatie die u verder belangrijk lijkt.
Producttransport
Epson adviseert om de productverpakking te behouden voor toekomstig transport.
Hulp voor gebruikers in Singapore
Epson Singapore biedt de volgende informatiebronnen, ondersteuning en diensten:
Internet
http://www.epson.com.sg
Informatie over productspecificaties, drivers om te downloaden, veelgestelde vragen, verkoopvragen en technische ondersteuning via e-mail.
Epson-helpdesk
Gratis nummer: 800-120-5564
Ons helpdeskteam kan u telefonisch helpen met betrekking tot:
□ Verkoopvragen en productinformatie
□Vragen over het gebruik van of het oplossen van problemen met producten
□Vragen over reparaties en garantie
Bijlage
Hulp voor gebruikers in Hong Kong
Voor technische ondersteuning en andere diensten kunnen gebruikers contact opnemen met Epson Hong Kong Limited.
Internet
http://www.epson.com.hk
Epson Hong Kong heeft een eigen webpagina in het Chinees en Engels om gebruikers de volgende informatie aan te bieden:
□Productinformatie □Antwoorden op veelgestelde vragen □Nieuwste versies van drivers voor Epson-producten
Hotline voor technische ondersteuning
U kunt ook contact opnemen met onze ondersteuningsmedewerkers via het volgende telefoon- en faxnummer:
Telefoon: 852-2827-8911
Fax: 852-2827-4383







[XXBS]



Veeg snel over het scherm.
Houd de items vast en verplaats ze.
Temperatuur: 10 tot 35°C (50 tot 95°F)Luchtvochtigheid: 20 tot 80% RH (zonder condensatie)