Tribute 145M - Naaimachine Husqvarna-Viking - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Tribute 145M Husqvarna-Viking in PDF-formaat.
| Type product | Naaimachine |
| Merk | Husqvarna-Viking |
| Model | Tribute 145M |
| Voedingsspanning | 220-240 V |
| Snelheidsregeling | Via schuifregelaar en voetpedaal |
| Naald omhoog/omlaag | Automatische knop met positieregeling |
| Achteruit naaien | Hendel voor achteruit naaien |
| Naaivoetdruk | Regelknop instelbaar van 0 tot 3 |
| Transporteur verzinken | Handmatig via hendel |
| Steekkeuze | Wieltje met diverse steken |
| Steeklengte | Instelbaar, inclusief stretch en knoopsgat |
| Steekbreedte | Instelbaar |
| Variabele naaldpositie | Via steekbreedtewieltje (midden tot links) |
| Bovendraadspanning | Instelbaar wieltje |
| Knoopsgat | Automatisch, met inlegdraad, handmatig |
| Accessoires meegeleverd | Diverse naaivoeten (A, B, C, D, E, H, J, R, P, transparant, rimpelvoet), naalden, spoelen, schroevendraaier, borstel, tornmesje, garenschijven, verticale garenpen, viltkussen, quiltgeleider, zelfklevende glijplaatjes |
| Verlichting | Gloeilamp 12V 5W |
| Dubbele isolatie | Ja |
| Geluidsniveau | Minder dan 75 dB(A) |
| Voetpedaal type | 21361 |
| Vrije arm | Ja, voor mouwen en broekspijpen |
| Verlengtafel | Ja, met opbergruimte voor accessoires |
Veelgestelde vragen - Tribute 145M Husqvarna-Viking
Gebruikersvragen over Tribute 145M Husqvarna-Viking
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tribute 145M - Husqvarna-Viking en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tribute 145M van het merk Husqvarna-Viking.
GEBRUIKSAANWIJZING Tribute 145M Husqvarna-Viking
Gebruikershandleiding
Tribute™|145M

145 TH ANNIVERSARY LIMITED EDITION SEWING MACHINE

Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28 en UL1594.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende: Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de naaimachine. Lever de instructies bij de naaimachine als deze van eigenaar verwisselt.
GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK:
- Naaimachines mogen nooit onbewaakt blijven wanneer de stekker in het stopcontact zit. Haal de stekker van deze naaimachine altijd meteen uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere onderhoudswerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan.
WAARSCHUWING - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN BRANDWONDEN, BRAND, EEN ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL:
- Laat kinderen niet spelen met de naaimachine. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.
- Gebruik de naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor deze bedoeld is, zoals beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.
- Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde bevoegde dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling.
-
Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof.
-
Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.
- Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken.
- Gebruik geen gebogen naalden.
- Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken.
- Draag een veiligheidsbril.
- Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.
- Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de naaimachine.
- Gebruik de naaimachine niet buiten.
- Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.
- Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen uitschakelen (“0”).
- Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer.
- Het voetpedaal wordt gebruikt om de naaimachine te bedienen. Plaats geen andere voorwerpen op het voetpedaal.
- Gebruik de machine niet als hij nat is.
- Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens service-agent of een persoon met dezelfde kwalificaties om gevaar te voorkomen.
- Deze naaimachine heeft dubbele isolatie. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Raadpleeg de instructies voor het repareren van dubbel geïsoleerde apparaten.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
ALLEEN VOOR EUROPA:
Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis als ze supervisie of instructies hebben gekregen om het apparaat op een veilige manier te kunnen gebruiken en als ze begrijpen welke gevaren eraan verbonden zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd.
Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voet-pedaal van het type “21361”.
VOOR BUITEN EUROPA:
Deze naaimachine is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten, of met een gebrek aan ervaring en kennis, als ze geen supervisie of instructie voor het gebruik van de naaimachine hebben gekregen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehouden om te zorgen dat ze niet met de naaimachine spelen.
Bij normale gebruiksomstandigheden is het geluidsniveau minder dan 75dB(A). De machine mag alleen worden gebruikt met een voet-pedaal van het type “21361”.
SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE APPARATEN
In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden 'DUBBELE ISOLATIE' OF 'DUB-BEL GEÏSOLEERD'.
Wij behouden ons het recht voor zonder aankondiging vooraf veranderingen aan te brengen in de machine en het assortiment accessoires, of aanpassingen te doen in functies of ontwerp. Dergelijke veranderingen zijn echter altijd ten gunste van de gebruiker van het product.
Intellectueel eigendom
De octrooien die op dit product rusten staan vermeld op een etiket op de onderkant van de naaimachine.
VIKING, en TRIBUTE zijn handelsmerken van Singer Sourcing Limited LLC.
HUSQVARNA en de "gekroonde H" zijn handelsmerken van Husqvarna AB. Alle handelsmerken worden gebruikt onder licentie van VSM Group AB.

Bij het wegdoen van dit product moet u erop letten dat het op de juiste wijze wordt gerecycled volgens de nationale richtlijnen voor elektrische/elektronische producten. Gooi elektrische apparaten niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval, maar maak gebruik van gescheiden afvalinzameling. Neem contact op met de gemeente voor informatie over de aanwezige inzamelpunten. Als u oude apparaten vervangt door nieuwe, kan de verkoper wettelijk verplicht zijn om uw oude apparaat gratis terug te nemen om het af te voeren.
Als elektrische apparaten worden weggegooid op stortplaatsen of vuilnisbelten kunnen er gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken, in de voedselketen terechtkomen en schade aanrichten aan uw gezondheid en welzijn.
Inhoudsopgave
Overzicht......I
Verlengtafel 2
Standaard accessoires en opbergruimte 3
VOORDAT U BEGINT 4
Machine op de voedingsspanning aansluiten......4
De naaisnelheid instellen....5
Snelheidsregelschuif......5
Voetpedaal 5
Naald omhoog/omlaag 5
Naaigids referentiekaart 6
Hendel voor achteruit naaien......7
Knop voor regeling naaivoetdruk......7
De naaivoet omhoog en omlaag brengen....8
Naaivoet verwisselen 8
De naald verwisselen....9
Controle van de naald:......9
Plaats het klosje op de garenpen......10
Het spoeltje uitnemen ....10
Opspoelen....II
Het plaatsen van het spoeltje......12
Inrijgen van de machine....13
Draadinsteker....14
Onderdraad omhoog brengen....15
Steken 16
Steekkeuze....16
Steeklengte 16
Stretchsteekbalans instellen......17
Om vervormde steken af te stellen: .....17
Steekbreedte....17
Variabele naaldpositie......17
Bovendraadspanning instellen......18
BASISKENNIS 19
Rechte steken....19
Het naaiwerk afhechten......20
Naadgeleiders op de steekplaat......21
Het naaiwerk draaien....21
NUTTIGE STEKEN 22
Basis zigzagsteken......22
Driestaps zigzagsteek....22
Naaien en afwerken....22
Knopen aanzetten....23
Automatisch knoopsgat......24
Knoopsgat met inlegdraad 28
Handmatig knoopsgat....29
Rits inzetten ....31
Blindzomen....35
Naaivoet....36
Glijvoet H....36
Quiltgeleider 36
Transparante voet B....36
Rimpelvoet......37
Het spoelhuis terug plaatsen....39
Het gloeilampje vervangen....39
HET VERHELPEN
VAN STORINGEN 40
OVERZICHT
- Spoelstop
- Spoclas
- Opening voor extra garenpen
- Garenschijfje
- Garenpen
- Draadgeleider voor het opspoelen
- Draadhefboom
- Knop voor de naaivoetdruk
- Afdekplaat
- Draadafsnijder
- Draadinsteker
- Steekplaat
- Verlengtafel (accessoiredoos)
- Spoelhuisdeksel
- Vrijgaveknop spoelhuisdeksel
- Draadspanningswieltje
- Knop naald omhoog/omlaag
- Snelheidsregelschuif
- Hendel voor achteruit naaien
- Naaigids referentiekaart
- Wieltje voor steeklengte
- Wieltje voor steekkeuze
- Wieltje voor steekbreedte
- Naaivoet
- Naald
- Naaldklemschroef
- Naaivoethouder
- Duimschroef
- Handvat
- Handwiel
- Aan/Uit knop
- Aansluiting voor voetpedaal
- Machineaansluiting
- Schuif voor verzinken transporteur
- Vrije arm
- Knoopsgathendeltje
- Persvoetlichter

Plaats uw vingers links onder de verlengtafel en trek de tafel naar links.
Naaien met de vrije arm
Voor het naaien van mouwen, banden, broekspijpen of andere ronde kledingstukken.
Voor het stoppen van sokken of verstellen van knieën of ellebogen.
Bevestigen
Schuif de verlengtafel op de machine, steek de pennen in de openingen en duw de verlengtafel aan tot deze op zijn plaats klikt.
- Pen
- Opening

Sommige stoffen geven nog verf af, waardoor andere stoffen of uw naaimachine kunnen verkleuren. Het kan moeilijk of onmogelijk zijn om deze verkleuring te verwijderen.
Fleece- en denimstof in met name rood en blauw bevatten vaak overtollige verf.
Wanneer u vermoedt dat uw stof/ kledingstuk overtollige verf bevat, dan altijd voorwassen voordat u het naait of borduurt om verkleuring te voorkomen.
STANDAARD ACCESSOIRES EN OPBERGRUIMTE
- Standaard naaivoet A
- Standaard naaivoet B
- Knoopsgatvoet C
- Blindzoomvoet D
- Ritsvoet E
- Glijvoet H
- Naaivoet J
- Automatische knoopsgatvoet R
- Transparante naaivoct
- Quilters 1/4" patchworkvoet P
- Rimpelvoet
- Zelfklevende glijplaatjes
- Rand-/quiltgeleider
- Naalden
- Spoeltjes
- Schroevendraaier
- Borsteltje
- Tornmesje (knoopsgat opener)
- Garenschijf (groot)
- Garcenschijf (klein)
- Verticale garenpen
- Vilten kussen
- Accessoiredoos (open de verlengtafel om uw accessoires op te bergen).
①

②

3

4

O

6578

□ ○

O

Zet de hoofdschakelaar op uit.
Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type "21361" is (zie de onderkant van het voetpedaal).
Steck de stekker van het voetpedaal in de aansluiting op de machine.
Steek het ene uiteinde van het snoer in de machine en het andere uiteinde in het stopcontact.
Zet de machine aan.
- Aan/Uit knop
- Stekker van voetpedaal
- Machinestekker
- Machineaansluiting
- Stekker
- Stopcontact
Let op: Voordat u het snoer aansluit eerst controleren of de spanning en frequentie van de machine overeenkomen met uw elektrische voeding.

U kunt de naaisnelheid op twee manieren instellen; met de snelheidsregelschuif of met het voetpedaal.
Snelheidsregelschuif
Met de snelheidsregelschuif kunt u de naaisnelheid aan uw wensen aanpassen. De stand van de schuif bepaald hoe snel u kunt naaien.
Schuif de regelaar naar rechts om de snelheid te verhogen.
Schuif de regelaar naar links om de snelheid te verlagen.
Voetpedaal
U kunt de naaisnelheid instellen met het voetpedaal. Hoe verder u het voetpedaal indrukt, hoe sneller uw naaimachine gaat naaien.
Indien u het voetpedaal tot het cinde indrukt, naait de machine op dezelfde maximumsnelheid als met de snelheidsregelschuif.
NAALD OMHOOG/OMLAAG
Als u de naald automatisch boven of in de stof wilt laten stoppen, drukt u op deze toets. Tegelijkertijd wordt de instelling van de naaldstoppositie gewijzigd.
- Naald omhoog/omlaag

Raadpleeg de naaigids referentiekaart voor de gemakkelijkste manier om de beste steck, steeklengte, steckbreedte, draadspanning, naaivoet en naaivoetdruk voor uw naaitechnick en stof te bepalen.
Kijk in de kolom voor uw type stof:

GEWEVEN STOFFEN: voor stevige stoffen die niet rekken. Normaal geweven.

STRETCHSTOFFEN: voor stoffen die rekken. Elastische stof.

LEER/VINYL: voor suède, echt leer en voor kunstleer en -suède.
Selecteer de steek voor de naaitechniek die u wilt gebruiken:

NAAIEN: naait twee stukken stof aan elkaar.
Let op: Voor stretchstoffen beveelt de naaigids referentiekaart aan om een zigzagsteek met een lengte tot 1.5 en steekbreedte tot 1.5 in te stellen voor een naad die met de stof mee rekt.

AFWERKEN: werkt de randen van de stof af om rafelen te voorkomen en zorgt ervoor dat de stof plat blijft.

NAAIEN/AFWERKEN: het naaien en afwerken van de naden vindt in één keer plaats.

RIJGEN: het tijdelijk naaien voor het in elkaar zetten van kledingstukken, het maken van plooien en doorslaan. Gebruik de maximale stecklengte.
Let op: door rijgen ontstaan permanente gaten in leder en vinyl.

BLINDZOMEN: zorgt voor een onzichtbare zoom in kledingstukken. Wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen of leder/vinyl.

ZOOM: selecteert de best zichtbare steek voor een doorgestikte zoom voor het stoftype dat u heeft gekozen.

KNOOPSGAT: naait het knoopsgat dat het beste bij uw stof past.

- Stof
- Naaivoetdruk
- Naaitechnick
- Steek
- Naaivoet
- Draadspanning
- Steeklengte
- Steekbreedte
HENDEL VOOR ACHTERUIT NAAIEN
Wanneer u de hendel voor achteruit naaien omlaag duwt, naait de machine achteruit. Zo lang u de hendel ingedrukt blijft houden, zal de machine achteruit naaien.
- Hendel voor achteruit naaien
KNOPVOOR REGELING NAAIVOETDRUK
Voor stoffen met een verschillende dikte, draait u de regelknop om de juiste druk van de naaivoet op de stof in te stellen. Voor normaal naaien moet de knop op 3 staan.
Draai de knop op 2 voor applicaties, ajour borduurwerk en rijgen. Stel de druk in op 1 voor het naaien van stretchstoffen, chiffon, kant, organza en andere fijne stoffen. Zet de knop op 0 voor naaien uit de vrije hand.
- Merkteken
TRANSPORTEUR VERZINKEN
De transporteurschuif bevindt zich op de vrije arm aan de achterkant van de machine.
Druk de hendel in de richting van de pijl zoals afgebeeld om de transporteur omlaag te brengen.
Druk de hendel in de richting van de pijl zoals afgebeeld en draai het handwiel naar u toe of begin met naaien om de transporteur omhoog te brengen.
De transporteur moet omhoog staan om normaal te naaien.
De naaivoet kan met de persvoetlichter omhoog en omlaag worden gebracht. De naaivoet moet omlaag worden gebracht om te naaien.
Wanneer de persvoetlichter zo ver mogelijk omhoog wordt gebracht, kan de hefhoogte van de naaivoet nog 0,6 cm extra worden verhoogd. Zo kunt u de naaivoet gemakkelijker verwijderen of dikke stof onder de naaivoet leggen.
- Naaivoet omlaag
- Normale hoogte
- Extra hefhoogte
NAAIVOET VERWISSELEN

Zet de Aan/ Uit knop op uit.
- Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat. Trek de naaivoet naar u toe.
- Om de naaivoet te plaatsen, zorgt u dat de dwarspen op de voet zich tussen de veer en de naaivoethouder bevindt. Druk het naar achteren totdat de voet vastklikt.

DE NAALD VERWISSELEN

Zet de machine uit.
Voor uw machine worden de standaard naalden gebruikt.
- Breng de naaivoet omlaag. Maak de naaldklemschroef los door deze tegen de klok in te draaien. Verwijder de naald.
- Duw de nieuwe naald zo ver mogelijk omhoog met de platte zijde van u af. Draai de schroef stevig vast door hem rechtsom te draaien.
a. Stop
b. Platte zijde
c. Naaldklemschroef

Controle van de naald:
leg de platte zijde van de naald op een vlakke ondergrond (steekplaat, glas enz.). De opening tussen de naald en de vlakke ondergrond moet consistent zijn.
Gebruik in geen geval een botte naald. Een beschadigde naald kan blijvende haakjes en ladders in gebreide stoffen, zijde en zijdeachtige stoffen veroorzaken.

Let op: Controleer uw naalden regelmatig op beschadigingen en botte punten.
PLAATS HET KLOSJE OP DE GARENPEN
Plaats het klosje zo op de garenpen dat de draad afrolt zoals afgebeeld.
Bij grote klossen wordt het grote schijfje voor de draad geplaatst. Als u kleine klossen gebruikt, dient het kleine schijfje voor de draad te worden geplaatst.
- Grote garenschijf
- Kleine garenschijf

- Schuif de vrijgaveknop voor het spoelhuisdeksel naar rechts en verwijder het deksel.
a. Vrijgaveknop b. Spoclhuisdcksel
- Verwijder het spoeltje.

- Trek het handwiel uit om de machine in de opspoelstand te zetten (de naald beweegt niet meer).
- Geleid de draad rond de spangeleider voor de onderdraad in de spanschijf.
- Steck de draad van binnen naar buiten door het gat in het spoeltje. Plaats het spoeltje op de spoelas, waarbij het losse uiteinde van de draad er naar boven toc uitsteckt.
- Schuif de spoclas naar rechts.
Let op: Verschuif de spoelas nooit terwijl de machine draait.
- Terwijl u het vrije uiteinde van de draad vasthoudt, drukt u op het voetpedaal. Stop de machine nadat het spoeltje een paar omwentelingen is gedraaid, en knip de draad af zoals afgebceld.
-
Druk nogmaals op het voetpedaal. Wanneer het spoeltje vol is, stopt het spoelen automatisch. Zet de spoelas weer in zijn oorspronkelijke positie door deze naar links te schuiven, en knip de draad af zoals afgebeeld.
-
Druk het handwiel weer in.
Om de verticale garenpen te gebruiken, plaatst u het vilt en de pen zoals hierboven afgebeeld.
a. Verticale garenpen
b. Vilt voor garenpen
c. Opening voor garenpen
![graph TD A["Step 1: Hand Pin"] --> B["Step 2: Rolling Ring"] B --> C["Step 3: Cut Pin"] C --> D["Step 4: Spool with Pin"] D --> E["Step 5: Cutting to Cotton Pin"] E --> F["Step 6: Disassembly to Cotton Pin"] F --> G["Step 7: Close Outer Ring"]](/content/2026/06/1162530/images/8583af10503a19736e6de080a1d890d8583ab943af5598ae8f17d5a89a45bb9c.jpg)
HET PLAATSEN VAN HET SPOELTJE

Zet de Aan/Uit knop op uit.
- Plaats het spoeltje in het spoelhuis met de draad naar buiten zoals afgebeeld.
- Geleid de draad naar de voorste inkeping (a) aan de voorkant van het spoelhuis. Trek de draad naar links en schuif hem daarbij tussen de delen van de spanveer.
- Trek de draad voorzichtig verder tot deze in de inkeping (b) aan de zijkant glijdt.
- Trek de draad nog ca. 10 cm aan. Breng het spoelhuisdeksel aan. Contro leer het inrijgen van de draad aan de hand van de afbeelding op het spoelhuisdeksel.
I

Zet de Aan/Uit knop op uit.
Zorg dat de naaivoet omhoog staat en de naald zich in zijn hoogste stand bevindt.
1 Neem de draad van het klosje en steck deze door de draadgeleider. Treck de draad vervolgens door de rechter groef.
2 Geleid de draad rond de onderkant van de draadgeiderplaat.
3 Trek de draad stevig van rechts naar links over de draadhefboom en breng hem omlaag door het oog van de draadhefboom.
4 Haak de draad vanaf de linkerkant achter de draadgeleider van de naaldstang.
5 Gebruik de naaldinsteker om de draad in de naald te steken (zie pagina 14).

Zet de Aan/Uit knop op uit.
-
Zet de naald in de hoogste stand. Breng de draadinsteker zo ver mogelijk omlaag. Het haakje komt van achteren door het oog van de naald.
-
Geleid de draad van links rond de geleider en onder het haakje door.
a Geleider
b Haakje
-
Ontspan de knop langzaam terwijl u het uiteinde van de draad met de hand vasthoudt. De draad wordt in een lus door het oog van de naald getrokken.
-
Trek de rest van de draad door het oog van de naald.

Zet de Aan/ Uit knop op uit.
-
Breng de naaivoet omhoog en houd de bovendraad in de naald losjes in uw linker hand.
-
Draai het handwiel langzaam één omwenteling naar u toc. Breng de onderdraad naar boven door aan de bovendraad te trekken zoals afgebeeld.
a. Bovendraad b. Onderdraad
- Trek beide draden ca. 10 cm naar achteren en leg ze onder de naaivoet.
1

Zet de naald in de hoogste stand.
Draai de steekkeuzeknop tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat.
- Steekkeuzeknop
- Merktcken
Let op: Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u de steekkeuzeknop draait.

STEEKLENGTE
Draai het steeklengtewieltje tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat. Hoe hoger het nummer, hoe langer de steek.
Het symbol symbol laat de afstelling voor het naaien van knoopsgaten zien.
- Wieltje voor stecklengte


Zet het wieltje voor de steeklengte op "stretch" wanneer u stretchsteken naait.
Let op: Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u het steeklengtewieltje draait.

STRETCHSTEEKBALANS INSTELLEN
Indien de stretchsteken niet in balans zijn terwijl u een bepaalde stof naait, balanceer ze dan door het steeklengtewieltje binnen het stretchgebied te draaien.
Om vervormde steken af te stellen:
Als de steken te los (a) zijn, corrigeer ze dan door het wieltje in de “-” richting te draaien. Als de steken te dicht bij elkaar (b) staan, corrigeer ze dan door het wieltje in de “+” richting te draaien.
STEEKBREEDTE
Draai het steekbreedtewieltje tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat.
Hoe hoger het nummer, hoe breder de steck.
- Wieltje voor steekbreedte
- Merkteken
Let op: Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u het steekbreedtewieltje draait.
VARIABELE NAALDPOSITIE
De naaldpositie voor het naaien van rechte steken kunt u met het steekbreedtewieltje instellen tussen het midden (5) en uiterst links (0).



BOVENDRAADSPANNING INSTELLEN
De draadspanning moet afhankelijk van het te naaien materiaal, de lagen stof en de naaitechniek worden ingesteld.
Correcte spanning:
Bij de ideale rechte steek hechten de boven- en onderdraad, zoals afgebeeld, tussen twee lagen stof in elkaar.
Voor een ideale zigzagsteek is de onderdraad niet te zien aan de goede kant (bovenkant) van de stof, en de bovendraad is net zichtbaar aan de verkeerde kant (onderkant) van de stof.
- Bovendraad
- Onderdraad
- Bovenkant
- Onderkant
De bovendraadspanning is te hoog:
De onderdraad verschijnt aan de bovenkant van de stof. Wanneer u het wieltje op een lager nummer draait, verlaagt u de spanning.
De bovendraadspanning is te laag:
De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stof. Wanneer u het wieltje op een hoger nummer draait, verhoogt u de spanning.

Raadpleeg de naaigids referentiekaart voor de aanbevo len instellingen.
Beginnen met naaien
Breng de naaivoet omhoog en leg de stof langs de naadgeleider op de steekplaat. Breng de naald omlaag op de plaats waar u wilt beginnen. Breng de naaivoet omlaag en trek de draden naar achteren. Druk op het voetpedaal. Geleid de stof zorgvuldig langs de naadgeleider en laat de machine zelf de stof verder transporteren.

Andere naairichting kiezen
Stop de machine en druk op de knop Naald omhoog/omlaag of draai het handwiel om de naald omlaag in de stof te zetten. Breng de naaivoet omhoog. Draai de stof rond de naald om van naairichting te veranderen. Breng de naaivoet omlaag en ga verder met naaien in de nieuwe richting.

- Druk op de hendel voor achteruit naaien en naai aan het einde van de naad enkele steken achteruit om de steek af te hechten.
- Breng de naaivoet omhoog en verwijder de stof, waarbij u de draden naar achteren trekt.
- Trek de draden omhoog in de draadafsnijder. Snijd de draden op de juiste lengte af, zodat u direct met de volgende naad kunt beginnen.

Met de naadgeleiders op de steckplaat kunt u de naadtoeslag bepalen.
De nummers geven de afstand tussen de middelste naaldpositie en de naadgeleider aan.
- Naadgeleiders:
NUMMER TUSSENRUIMTE (CM)
15 1.5
20 2.0
4/8 1.3
5/8 1.6
6/8 1.9

HET NAAIWERK DRAAIEN
Naai langs de 5/8" geleider. Stop met naaien en breng de naald omlaag op het moment dat de rand van de stof aan uw kant zoals weergegeven lijnt met de hoekrichtlijnen. Breng de naaivoet omhoog en draai de stof om de rand te lijnen met de 1,6 cm (5/8") naadgeleider. Breng de naaivoet omlaag en ga verder met naaien in de nieuwe richting.
- Hoekrichtlijn

Raadpleeg de naaigids referentiekaart voor de gemakkelijkste manier om de beste steek, steeklengte, steekbreedte, draadspanning, naaivoet en naaivoetdruk voor uw naaitechniek en stof te bepalen.
BASIS ZIGZAGSTEKEN
Eenvoudige zigzagsteken worden hoofdzakelijk gebruikt voor het afwerken, aanzetten van knopen enz.

⚠! Bij het gebruik van naaivoet J voor de driestaps zigzagsteek, moet u eerst controlleren of de naald de pen in de opening van de steekplaat niet raakt.
De driestaps zigzagsteek is geschikt voor het afwerken van de meeste stoffen. Het wordt gebruikt voor de naadtoeslag om te voorkomen dat de stof aan de randen gaat rafelen. Zorg ervoor dat de naald precies over de rand van de stof naait.

De overlocksteek naait de naad en werkt tegelijkertijd de rand af.

- Soort steek: 1
- Steekbreedte: 0 of 5
- Steeklengte: stretch
- Draadspanning: 2 - 5
- Naaivoet: naaivoet A
Deze steck is sterker dan de gewone rechte steck, omdat het een drievoudige en elastische steek is.
De versterkte rechte steek kan worden gebruikt voor dikke stoffen, voor naden die veel te verduren hebben en bij doorstikken in dikke stoffen.
KNOPEN AANZETTEN
Machine-instelling:
- Steck: 2
- Steekbreedte: afstellen indien nodig
- Steeklengte: naar keuze
- Draadspanning: 3 - 7
- Transporteur: omlaag
Geef op de stof aan waar de knoop moet worden aangezet. Laat de transporteur verzinken. Leg de stof onder de naaivoethouder. Leg de knoop op de markering en breng de naaivoetstang omlaag, zodat deze zich tussen de openingen in de knoop bevindt. Trek de draadeinden naar één kant. Draai het handwiel om te controleren of de naald correct in de openingen in de knoop gaat. Naai 5 - 6 steken. Draai het steekbreedtewieltje op 0 en hecht de draden met enkele steken af.
Let op: Gebruik deze techniek nooit voor knopen die minder dan 1 cm breed zijn.
Breng de transporteur na het aanzetten van de knoop weer omhoog.

2 Steekbreedte: 4 - 5
3 Steeklengte:
4 Draadspanning: 3 - 5
5Naaivoet:Automatische
knoopsgatvoet R
Let op: De grootte van het knoopsgat wordt automatisch ingesteld indien u de knoop in de automatische knoopsgatvoet R legt. De knoophouder op de voet meet de diameter van de knoop tot max. 2,5 cm. Maak een oefenknoopsgat op een proeflapje en gebruik daarbij dezelfde versteviging en stof als bij het eigenlijke kledingstuk. Gebruik versteviging bij alle stoffen.
Draai het handwiel naar u toc om de naald in de hoogste stand te zetten.
-
Bevestig de automatische knoopsgatvoet R
-
Trek de knoophouder naar achteren en leg de knoop erin. Duw de knoophouder terug tegen de knoop, zodat deze stevig wordt vastgehouden.

- Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.
a. Knoopsgathendel
- Breng de naaivoet omhoog en steek de bovendraad door het oog en onder de naaivoet door. Trek beide draden naar links. Leg de stof onder de naaivoet en breng de naald omlaag bij het beginpunt. Breng de voet omlaag.
b. Bovendraad
c. Onderdraad
d. Opening
e. Beginpunt
Let op: Zorg dat er geen ruimte tussen de lip en de front stop zit. Als er ruimte tussen zit, zal de lengte van de rechter en linker stekenrij van het knoopsgat verschillend zijn.
f. Lip
g. Front stop
h. Verschil
i. Er mag geen tussenruimte zijn.
3

- Langzaam naaien. De machine zal het volledige knoopsgat naaien. Stop de machine op het beginpunt wanneer het knoopsgat klaar is. De machine naait de voorste trens en linker stekenrij het eerst, daarna de achterste trens en rechter stekenrij.

- Breng de naaivoet omhoog en verwijder de stof. Knip de boven- en onderdraad af, maar zorg dat er ca. 10 cm vrije draad overblijft. Treck de bovendraad naar de achterkant van de stof door aan de onderdraad te trekken. Knoop de draden vervolgens vast. Steek een speld aan het begin van elke trens, zodat u zich geen zorgen hoeft te maken dat u door de trenzen van het knoopsgat snijdt. Snij het knoopsgat dan open met het tornmesje.

Voor het naaien van het volgende knoopsgat zet u de steckkeuzeknop op , dan weer op 100bals afgebeeld. Verplaats de stof naar de markering voor het volgende knoopsgat.
Druk daarna op het voetpedaal en naai een identiek knoopsgat.

7 Duw de knoopsgathendel zo ver mogelijk omhoog wanneer u klaar bent.

Steekdichtheid voor het knoopsgat instellen
Draai het steeklengtewieltje binnen het
gebied om de steekdichtheid voor het knoopsgat in te stellen.

Let op: Maak een testknoopsgat wanneer de knoop heel dik is. Wanneer de knoop moeilijk door het testknoopsgat past, maakt u het knoopsgat langer door de knoophouder naar achteren te trekken.
- Opening

- Soort steek:
- Steekbreedte: 4 - 5
- Steeklengte:
-
Draadspanning: 3 - 5
5.Naaivoet:Automatische knoopsgatvoet R -
Breng de knoopsgatvoet omhoog, haak de inlegdraad rond het grijperje aan de achterkant van de knoopsgatvoet. Geleid de inlegdraad onder de voet door en haak de inlegdraad in de inkepingen aan de voorkant van de voet om deze goed vast te kunnen houden.
a. Grijper
- Trek zowel de boven- als onderdraad naar links. Breng de naald omlaag in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en breng de voet omlaag. Druk het voetpedaal voorzichtig in en naai het knoopsgat over de inlegdraad. De naaivolgorde is gelijk aan die van het automatische knoopsgat.
b. Bovendraad
c. Onderdraad
d. Beginpunt
- Trek aan het linker uiteinde van het koord om het strak te trekken. Steek het uiteinde van het koord door een stopnaald, steek het koord naar de achterkant van de stof en knip het af. Zie de instructies op pagina 26 wanneer u het knoopsgat openknipt.

Raadpleeg de beknopte naaigids referentie kaart voor de aanbevolen instellingen.
Wanneer de diameter van de knoop groter is dan 2,5 cm, moet het knoopsgat als volgt handmatig worden gemaakt:
-
Plaats knoopsgatvoet C.
-
Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag. Trek zowel de boven- als onderdraad naar links. Breng de naald omlaag in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en breng de voet omlaag.
a. Bovendraad
b. Onderdraad
c. Beginpunt

- Naai de voorste trens en linker stekenrij tot de vereiste lengte en stop met naaien.
- Trek de knoopsgathendel naar u toe.
- Naai de achterste trens en de rechter stekenrij en zet de machine daarna stop op het beginpunt.
- Duw de knoopsgathendel zo ver mogelijk omhoog wanneer u klaar bent.
4

- Soort steck: 1
- Steekbreedte: 5
- Steeklengte: 1.5 - 4
- Draadspanning: 3 - 6
- Naaivoet: Ritsvoet E

Het ritsvoetje bevestigen
Plaats de ritsvoet.
- Gleuf
- Pen
Om de linkerzijde van de rits te naaien, bevestigt u de ritsvoet met de naaldstang aan de rechterkant.
Om de rechterzijde van de rits te naaien, bevestigt u de ritsvoet met de naaldstang aan de linkerkant.

- Tel 1 cm bij de ritslengte voor de totale openingsmaat.
a. Goede kant van de stof
b. 1 cm
c. Openingsmaat
d. Ritsmaat
e. Lip
f. Ritstanden
g. Ritsband
h. Verkeerde kant van de stof
i. Einde van de opening

- Leg de goede kanten van de stof op elkaar. Naai een naad vanaf de onderkant 2 cm vanaf de rechter rand tot het einde van de ritsopening. Naai nog enkele steken achteruit om af te hechten. Verlaag de steeklengte tot "4", zet de bovendraadspanning op "1", en rijg de lengte van de ritsopening.
j. 2 cm
k. Rijgen
- Achteruit naaien
m. Einde van de opening
n. Rechte steek
Rits inzetten
- Bevestig de ritsvoet met de naaldstang aan de rechterzijde. Vouw de rechter naadtoeslag naar onderen om een vouw van 0,2 cm te maken.
a. Onderste laag
b. Einde van de opening
c. Ritstanden
d. Marge van 0,4 cm
e. Verkeerde kant van de stof
f. Openingsmaat
g. Vouw
h. Rijgsteeklijn
- Leg de ritstanden naast de vouw en speld de rits vast. Lijn de ritsvoet met de vouw. Zet de draadspanning en steeklengte terug op de originele instelling. Naai een naad langs de hele lengte van de ritsband, verwijder de spelden tijdens het naaien.


- Naai door alle lagen naast de vouw. Stop vlak voordat de ritsvoet het lipje bereikt. Breng de naald omlaag tot net in de stof. Breng de ritsvoet omhoog en open de rits. Breng de voet omlaag en naai de rest van de naad.
i. Lip
j. 5 cm
- Sluit de rits en leg de stof vlak neer met de goede kant van de stof naar boven. Rijg de stof en de ritsband aan elkaar.
k. Rijgen
- Ritsband
3

- Verwijder de ritsvoet en bevestig hem weer met de stang aan de linkerzijde. Geleid de rand van de voet langs de ritstanden en stik door de stof en de ritsband op ca. 1 cm afstand van de rijglijn. Stop circa 5 cm vanaf de bovenkant van de rits.
m. Verwijder de rijgdraad n. 1 cm
- Rits de rits een paar centimeter open, zodat u ruimte heeft om te naaien. Aan het einde van de naad naait u een paar steken achterruit om af te hechten. Nadat de rits aan beide zijden is genaaid, gebruikt u het tornmesje om de rest van de rijgsteken te verwijderen.

Raadpleeg de beknopte naaigids referentie kaart voor de aanbevolen instellingen.
- Vouw de zoom onder de stof zoals afgebeeld bij dunne of normale stoffen. Vouw een zoom met de verkeerde kant naar boven en een tocslag van 0,5 cm.
a. Verkeerde kant van de stof
b. 0,5 cm
c. Dikke stof
d. Dunne/normale stof
- Bevestig de instelbare
blindzoomvoet. Leg de zoom onder de naaivoet. Wanneer de naald naar de linkerkant komt, legt u de stof zo, dat de gevouwen rand aan de linkerkant van de geleider komt.
Breng de naaivoet omlaag.
- Draai de oranje knop op de
blindzoomvoet naar achteren of voren om de voet heen en weer te bewegen totdat de steckbreedte van de blindzoom de stof nog net raakt.
- Open de stof nadat u de zoom heeft genaaid en druk de zoom plat.
e. Goede kant van de stof

②

Raadpleeg de Naaigids referentieckaart voor de aanbevolen instellingen.
Bij het naaien van schuimrubber, plastic, stoffen met plasticlaag, leder en imitatieleer, glijdt de glijvoet H soepel over de stof zonder te haperen. Gebruik de naaivoet voor gewoon naaien en het maken van knoopsgaten in plastic of lederen stoffen.
Bevestig glijvoet H.
Kies de betreffende steck en begin met naaien.
Quiltgeleider
De quiltgeleider zorgt ervoor dat de stiklijnen recht blijven.
Schuif de geleider in de klem op de naaivoethouder. Pas de geleider naar links of naar rechts aan voor de juiste positie. Naai en geleid de quiltgeleider over de vorige rij steken.
- Klem
- Quiltgeleider
- Tussenruimte
Transparante voet B
Cordonsteken, tapse steken en decoratieve steken. Lengte naar keuze. De tunnel aan de onderkant van de voet glijdt socpel over de steken. Omdat de voet transparant is met rode lijnen, zijn het zicht en de nauwkeurigheid verbeterd. Gebruik versteviging indien nodig.
Bevestig de voet. Stel een decoratieve of cordonsteek in. Begin met naaien.

Rimpel de stof of rimpel de stof en maak een rouche. Geschikt voor dunne tot normale stoffen. Rechte steck, (linker naaldpositie), lengte 4. Hoe langer de steek, hoe meer de stof wordt gerimpeld. Bevestig de rimpelvoet.
Voor gerimpelde stof:
Leg de stof onder de rimpelvoet en begin met naaien. Verhoog de spanning van de bovendraad voor strakkere rimpels.
Rimpelen en gerimpelde stof naaien in één stap:
Leg de te rimpelen stof onder de naaivoet met de goede kant boven.
Leg de stof waarvan de rouche wordt gemaakt in de gleuf van de voet met de goede kant omlaag.
Begin met naaien en geleid de stof maar trek er niet aan. Houd de bovenste stof in de gleuf en laat dit zo constant mogelijk meebewegen. Verhoog de stecklengte en spanning van de bovendraad voor meer rimpels.
Naai een kleine 1/4" naadtoeslag. De rode lijnen geven de 1/4" en 1/8" keerpunten voor en achter de naald aan. Rechte steek, lengte 2,0 – 2,5.
Leg twee stukken stof met de goede kanten op elkaar. Naai met de rand van de stof tegen de rand van de voet. Om aan het einde van de stof 1/4" te draaien, stopt u met naaien met naaldstop omlaag, als de hoek van de stof de eerste rode markering op de voet heeft bereikt.

Verzorging en onderhoud

Zet de Aan/Uit knop op uit.
Demonteer de machine uitsluitend zoals beschreven in dit hoofdstuk. Reinig de buitenkant van de machine met een zachte doek en milde zeep.
MAAK DE GRIJPER EN TRANSPORTEUR SCHOON
-
Verwijder de naald en naaivoet. Verwijder de schroef aan de linkerkant van de steekplaat met de bij de machine geleverde schroevendraaier. Verwijder de steekplaat en het spoeltje. a. Schroef
-
Til het spoelhuis op en verwijder het.
-
Borstel stof en textielresten weg.
-
Maak de transporteur en grijper met het borsteltje schoon.
-
Veeg het geheel met een droge, schone doek schoon.
Let op: U kunt ook een stofzuiger gebruiken.
①

Zet de Aan/Uit knop op uit.
-
Plaats het spoelhuis in de grijper.
-
Controleer of de knop van het spoel huis precies naast de stopper in de grijper past.
a. Knop
b. Stopper
- Plaats het spoeltje. Plaats de steekplaat, steek de twee geleidingspennen van de steekplaat in de gaten in de steekplaat. Plaats de schroef weer.
c. Geleidingsgaten
d. Schroef

Zet de Aan/Uit knop op uit. Wacht
tot de gloeilamp is afgekoeld voordat u deze aanraakt.
Verwijder de kap en de schroef.
Verwijder de voorplaat.
Verwijderen: Langzaam eruit trekken
Vervangen: Indrukken
Let op: vervang het lampje door een lampje van hetzelfde type, 12 V, 5 W.

Het verhelpen van storingen
De bovendraad breekt.
- Bovendraad onjuist ingeregen. Pagina 13
- Bovendraad te strak. Pagina 18
- De naald is verbogen. Pagina 9
- Naald onjuist geplaatst. Pagina 9
- De boven- en onderdraad zijn bij de start niet onder de naaivoet geplaatst. Pagina 19
- De draden werden na het naaien niet naar achteren getrokken. Pagina 20
De onderdraad breekt.
- De onderdraad is niet correct in het spoelhuis geregen. Pagina 12
- Texticlresten in spoclhuis. Pagina 38
- De spoel is beschadigd en draait niet goed. Vervang het spoeltje.
De naald breekt.
- De naald is onjuist geplaatst. Pagina 9
- De naaldklemschroef zit los. Pagina 9
- De draden werden na het naaien niet naar achteren getrokken. Pagina 20
- Naald onjuist aangebracht, verbogen of bot. Pagina 9
- De naald c.q. het garen is ongeschikt voor de betreffende stof. Pagina 9
De machine slaat steken over
- Bovendraad onjuist ingeregen. Pagina 13
- Slechte kwaliteit naald gebruikt. Vervang de naald.
- Bovendraad te strak. Pagina 18
Zoomgerimpeld
- Bovendraad onjuist ingeregen. Pagina 13
- De steeklengte is te groot voor de stof. Maak de steek korter.
De stof wordt niet geleidelijk getransporteerd.
- Transporteur vol met textielresten. Pagina 38
- De stecklengte is te kort. Maak de steek langer.
- De transporteur is na het naaien in de "verzonken stand" Pagina 7 niet omhoog gebracht.
Lussen op de naden
• Bovendraad te los. Pagina 18
De machine werkt niet.
- De machine is niet op het net aangesloten. Pagina 4
- Draad vast in de grijper. Pagina 38
- De spoelas staat nog in de opspoelpositie. Pagina 9
Veel lawaai
- Draad vast in de grijper. Pagina 38
- Textielresten in het spoelhuis of de grijper. Pagina 38
Knoopsgat is niet netjes genaaid.
- De steckdichtheid is niet geschikt voor de te naaien stof. Pagina 27
- Er is geen versteviging gebruikt bij het naaien van stretchstoffen. Gebruik versteviging.
Lagen glijden weg
- Druk van naaivoet onjuist afgesteld. Pagina 7
Kan geen knoops gat naaien
- Knoopsgathendel omlaag gedrukt. Pagina 29
- Controleer of de knoopsgathendel in de achterste stand Pa 29 staat.
Knoopsgat heeft openingen
- Knoop moet strak in de voet zitten. Pagina 24
- Er zit ruimte in de voet. Controleer opening. Pagina 24