WDD330 WPS SpeedCare 1400 - Wasmachine MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WDD330 WPS SpeedCare 1400 MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Wasmachine |
| Merk | Miele |
| Model | WDD330 WPS SpeedCare 1400 |
| Afmetingen (H x B x D) | 850 mm x 596 mm x 636 mm |
| Diepte bij geopende deur | 1054 mm |
| Gewicht | ca. 100 kg |
| Trommelinhoud | 8 kg (droog wasgoed) |
| Energie-efficiëntieklasse | A+++ |
| Maximaal centrifugetoerental | 1400 omw/min |
| Waterbeveiligingssysteem | Miele Waterproof-systeem |
| PowerWash 2.0 | Ja |
| CapDosing | Ja, voor capsules met wasmiddel, wasverzachter of additieven |
| Display | Ja, met sensortoetsen |
| Programma's | Katoen, Kreukherstellend, Fijne was, Wol, Overhemden, QuickPowerWash, Express 20, Outdoor, Impregneren, Pompen/Centrifugeren, Alleen spoelen/Stijven |
| Extra functies | Kort, Extra water, Voorwas, Inweken |
| Kreukbeveiliging | Ja, 30 minuten na programma |
| Voorprogrammering | Ja, van 30 minuten tot 24 uur |
| Watertoevoer | Koud water, druk 100–1000 kPa |
| Waterafvoer | Max. opvoerhoogte 1 m, slanglengte 1,5 m |
| Elektrische aansluiting | 230 V, zie typeplaatje voor zekering |
| Geluidsemissie wassen | 50 dB(A) |
| Geluidsemissie centrifugeren | 74 dB(A) |
| Jaarlijks energieverbruik | 156 kWh |
| Jaarlijks waterverbruik | 10.120 liter |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - WDD330 WPS SpeedCare 1400 MIELE
Gebruikersvragen over WDD330 WPS SpeedCare 1400 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WDD330 WPS SpeedCare 1400 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WDD330 WPS SpeedCare 1400 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING WDD330 WPS SpeedCare 1400 MIELE
Gebruiksaanwijzing Wasautomaat

Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpak- kingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd. Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van een apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal waardevolle materialen. Ze bevatten ook stoffen, mengsels en onderdelen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren. Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet of er niet goed mee omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Doe uw oude apparaat daarom nooit bij het gewone afval.

Lever het apparaat in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur, bij uw vakhandelaar of bij Miele. U bent wettelijk zelf verantwoordelijk voor het wissen van eventuele persoonlijke gegevens op het af te danken apparaat. Bewaar het afgedankte apparaat buiten het bereik van kinderen.
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu 2
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6
Bediening van de wasautomaat.... 13
Bedieningspaneel.... 13
Hoe werkt het display? 14
Ingebruikneming van het apparaat.... 16
Beschermfolie en reclamestickers verwijderen 16
Tips om energie en water te besparen.... 18
-
Het wasgoed onder de loep 19
-
Trommel vullen 20
-
Programma kiezen 21
-
Wasmiddel doseren.... 23
Wasmiddellade.... 23
Capsuledosering 24
-
Programma starten 26
-
Einde van het programma - Trommel leeghalen 27
Centrifugeren 28
Voorprogrammering.... 30
Programma-overzicht 31
Extra functies.... 34
Kort.... 34
Extra water 34
Voorwas.... 34
Inweken 34
Welke extra functies bij welke wasprogramma's? 35
Programmaverloop.... 36
PowerWash 2.0 38
Inhoud
Programmaverloop wijzigen 39
Programma wijzigen 39
Programma afbreken.... 39
Programma onderbreken.... 39
Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen.... 40
Textielbehandelingssymbolen 41
Wasmiddelen 42
Het juiste wasmiddel 42
Wateronthardingsmiddel 42
Doseerhulp 42
Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed 42
Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen 43
Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010.... 44
Reiniging en onderhoud.... 46
Trommel reinigen(Hygiène Info) 46
Ommanteling en bedieningspaneel reinigen 46
Wasmiddellade reinigen 46
Watertoevoerzeefje reinigen.... 48
Nuttige tips.... 49
Het lukt niet om een wasprogramma te starten 49
Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in het display brandt.. 50
Symbool in de tijdweergave tijdens het programma.... 51
In het display brandt een controlelampje aan het einde van het programma ..... 51
Algemene problemen met de wasautomaat 52
Een tegenvallend wasresultaat.... 54
De deur kan niet open 55
Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval 56
Service....58
Contact bij storingen 58
Na te bestellen accessoires 58
Garantie.... 58
Plaatsen en aansluiten.... 59
Voorkant 59
Achterkant 60
Plaats van opstelling 61
Wasautomaat plaatsen.... 61
Transportbeveiliging verwijderen.... 61
Transportbeveiliging monteren 63
Wasautomaat stellen 64
Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten 64
Onder een werkblad plaatsen 65
Was-droogzuil 65
Het waterbeveiligingssysteem.... 66
Watertoevoer 68
Waterafvoer 70
Elektrische aansluiting 71
Verbruiksgegevens.... 72
Instructie voor vergelijkende onderzoeken: 72
Productkaart voor huishoudelijke wasmachines.... 74
Programmeerfuncties 76
Programmeerfunctie selecteren en instellen 76
Programmeerfunctie bewerken en opslaan 77
Programmeerniveau verlaten.... 77
PI3 Toetssignaal 77
P14 Code.... 78
P22 Uitschakeling display.... 78
P24 Memory 79
P26 Extra voorwastijd Katoen 79
P27 Inweektijd 79
P28 Behoedzaam wassen 79
P29 Temperatuurverlaging.... 80
P30 Extra water.... 80
P33 Afkoeling van het waswater 81
P34 Kreukbeveiliging 81
P62 Lichtsterkte achtergrondverlichting gedimd.... 81
Na te bestellen accessoires 82
Wasmiddelen 82
Speciale wasmiddelen 82
Textielonderhoudsmiddel 83
Additieven....83
Reinigings- en onderhoudsmiddelen voor het apparaat.... 83
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en het onderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar.
Efficiënt gebruik
Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk of daarmee vergelijkbaar gebruik.
Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens-huis.
Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen van textiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onderhoudsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruik voor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander gebruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
▶ Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet in staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken als ze onder toezicht staan van of worden geïinstrueerd door een verant- woordelijk persoon.
Wanneer er kinderen in huis zijn
Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de wasautomaat komen als ze constant onder toezicht staan.
Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zonder toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer ze het niet goed bedienen.
- Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen of onderhouden.
Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dan goed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.
▶ Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: “Plaatsen en aansluiten” en “Technische gegevens”.
▶ Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde wasautomaat mag niet worden geplaatst en niet in gebruik worden genomen.
▶ Vergelijk vóórdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als hij op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge-waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw inspecteren. Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge-volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad.
De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoos of iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in verband met gevaar voor oververhitting.
▶ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aan onze producten stellen.
Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanning van de wasautomaat te halen.
Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensen van Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoor Miele niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door een erkend vakman/vakvrouw worden vervangen.
Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasautomaat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrische spanning op de wasautomaat staan. Dat is het geval, als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de stekker uit de contactdoos is getrokken of
- als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgeschakeld of
- als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld.
Het Miele waterbeveiligingssysteem beschermt tegen waterschade, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- als water en elektriciteit op de juiste wijze zijn aangesloten
- en als de wasautomaat in geval van schade onmiddellijk wordt gerepareerd.
De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de 1.000 kPa niet overschrijden.
Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. op een schip) worden gebruikt.
▶ Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdrukkelijk door Miele zijn toegestaan.
Nog meer aanwijzingen voor het gebruik
Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van de elektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespunt afnemen.
Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de transportbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk: "Plaatsen en aansluiten", paragraaf: "Transportbeveiliging verwijderen". Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aan de meubels/apparaten die ernaast staan.
Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv. tijdens vakanties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen afvoer in de vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje.
▶ Denk eraan dat er water kan overstromen.
Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel of wasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer de slang niet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstromende water uit de wastafel of wasbak worden gedrukt.
Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en paperclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van de wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde onderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed veroorzaken.
De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8 kg (droog wasgoed), maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit. Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht".
Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodig dat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruik daar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuurlijk citroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit is verkrijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij uw Miele-vakhandelaar of bij Miele Nederland. Volg de adviezen voor het gebruik van ontkalkingsmiddelen strikt op.
Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen is behandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld, vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen.
Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet.
Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit in aanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoals wasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak te voorkomen.
Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverf die daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig is en neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.
Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstelling corrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaat worden gebruikt.
Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogen dan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt, neem dan direct contact op met een arts. Personen die een gevoelige of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddel maar beter niet aanraken.
Accessoires
Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of ingebouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, dan kan Miele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meer worden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en productaansprakelijkheid.
Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuil worden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodig dat kan worden nabesteld. Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past.
Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, dan kunt u deze nabestellen. Let er dan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.
Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opgevolgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is.
Bedieningspaneel

① Display
② Sensortoetsen temperatuur
Met deze toetsen kunt u de gewenste temperatuur instellen.
③ Sensortoetsen toerental
Met deze toetsen kunt u het ge- wenste centrifugetoerental instellen.
④ Sensortoetsen extra functies
Met deze toetsen kunt u de programma's met extra functies uitbreiden.
⑤ Controlelampjes

Deze lampjes branden indien nodig
⑥ Sensortoetsen CapDosing
⑦ Tijdsaanduiding
Deze geeft de duur van het programma aan
⑧ Sensortoetsen < ◇>
Met deze toetsen kunt u de program- mastart voorprogrammeren
⑨ Sensortoets Start/Stop
Met deze toets kunt u een programma starten/afbreken
Op deze plaats kunnen de technici de programma's controleren, updaten en in het geheugen van de wasautomaat opslaan
⑪ Keuzeschakelaar
Met deze schakelaar kunt u een programma kiezen en het apparaat uitschakelen. Als u een programma kiest, wordt het apparaat ingeschakeld. U kunt het apparaat uitschakelen door de keuzeschakelaar op ⏻ te zetten.
Hoe werkt het display?

De sensortoetsen ②, ③, ④, ⑥, ⑧ en ⑨ reageren op aanraking met de vingertoppen. U kunt een keuze maken, zolang de desbetreffende sensortoets verlicht is.
Een fel verlichte sensortoets betekent: momenteel gekozen
Een gedimde sensortoets betekent: kan gekozen worden
② en ③ sensortoetsen voor temperatuur en toerentallen
Nadat u met de keuzeschakelaar een programma gekozen heeft, lichten de voorgeprogrammeerde temperatuur (in °C) en het toerental (in omw/min) fel op.
De temperaturen en toerentallen die u ook kunt kiezen, zijn gedimd.
④ Sensortoetsen voor extra functies
Met de extra functies kunt u het gekozen programma nog beter afstemmen op uw wasgoed.
Als u een programma gekozen heeft, zijn de sensortoetsen van de extra functies, die u ook kunt kiezen, gedimd.
⑤ Controlelampjes
- brandt bij storingen in de watertoevoer en de waterafvoer
- brandt, als er te veel wasmiddel gedoseerd is
-
- brandt ter herinnering aan de hygiëne-info
- knippert, zolang de trommel bijgevuld kan worden brandt, als de deur van de wasauto- maat vergrendeld is
⑥ CapDosing
Met deze sensortoetsen kunt u de dosering met een capsule activeren.
-
Textielonderhoudsmiddelen (bijv. wasverzachters, impregneermidde- len)
-
Additieven (bijv. wasmiddelversterkers)
-
Wasmiddelen (alleen voor de hoofdwas)
⑦ Tijdsaanduiding
Wanneer u een programma start zonder gebruik te maken van de voorprogrammering, geeft het display in uren en minuten aan hoelang het programma waarschijnlijk gaat duren.
Wanneer u een programma start met voorprogrammering, geeft het display pas na afloop van de voorgeprogrammeerde tijd aan hoelang het programma gaat duren.
⑧ Sensortoetsen < ◇>
-
Als u sensortoets ◆ aantipt, wordt een latere starttijd voor het programma gekozen (voorprogrammering). Als u een tijdstip gekozen heeft, gaat ◆ fel branden.
- < >
Door sensortoets < of > aan te tippen, kiest u de voorgeprogrammeerde tijd.
De tijdsaanduiding geeft de voorgeprogrammeerde tijd aan, d.w.z. geeft aan hoelang het nog duurt voordat het gekozen programma begint.
Nadat het programma is gestart, wordt de voorgeprogrammeerde tijd in het display afgeteld.
Na afloop van de voorgeprogram- meerde tijd start het programma auto- matisch en geeft de tijdsaanduiding aan hoe lang het programma vermoedelijk gaat duren.
⑨ Sensortoets Start/Stop
Als u sensortoets Start/Stop aantipt, wordt het gekozen programma gestart of afgebroken. De sensortoets knippert, zodra een programma gestart kan worden en brandt continu nadat het programma gestart is.
Ingebruikneming van het apparaat
⚠️ Schade door onjuist plaatsen en aansluiten.
Het onjuist plaatsen en aansluiten van de wasautomaat leidt tot ernstige materiële schade.
Lees het hoofdstuk: "Plaatsen en aansluiten".
Beschermfolie en reclamestic- kers verwijderen
■ Verwijder:
– de beschermfolie van de deur
- alle reclamestickers (voor zover aanwezig) van de voorkant en het bovenblad.
Stickers die u na het openen van de deur ziet zitten (bijv. het typeplaatje), mag u niet verwijderen.
Bochtstuk uit de trommel verwijderen
In de trommel bevindt zich een bochtstuk voor de afvoerslang.

■ Pak de deur bij de greep vast en trek deze open.
■ Haal het bochtstuk uit de trommel.

Iedere wasautomaat wordt in de fabriek op zijn werking getest. Het is mogelijk dat er als gevolg van deze tests wat water in de trommel achterblijft.
Om veiligheidsredenen is het niet mogelijk om meteen bij de eerste wasbeurt te centrifugeren. Ter activering van het centrifugeren moet u eerst een wasprogramma zonder wasgoed en zonder wasmiddel draaien.
Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dan kan er overmatige schuimvorming op-treden.
Met het draaien van een wasprogramma zonder wasgoed en zonder wasmiddel activeert u tegelijkertijd het kogelventiel. Het kogelventiel zorgt ervoor dat vanaf de eerste wasbeurt steeds al het wasmiddel wordt gebruikt.
Eerste wasprogramma starten
■ Draai de kraan open.
■ Draai de keuzeschakelaar op Katoen.
De wasautomaat is nu ingeschakeld en in het display gaat de temperatuur 60 °C branden.
■ Tip sensortoets Start/Stop aan.
Het programma wordt gestart en in het display brandt het symbool 🔒.
Na 10 minuten worden de displayelementen donker en gaat sensortoets Start/Stop knipperen.
Na afloop van het programma
Na afloop van het programma wordt de kreukbeveiliging ingeschakeld. In het display brandt het symbool 🔒, in de tijdweergave staat 0:00 en de trommel draait af en toe.
■ Tip sensortoets Start/Stop aan.
De deur wordt ontgrendeld.

■ Pak de deur bij de greep vast en trek deze open.
Tip: laat de deur op een kiertje open, zodat de trommel kan drogen.
■ Draai de keuzeschakelaar nadat het programma beëindigd is op ⏻.
De wasautomaat is weer uitgeschakeld en de eerste ingebruikneming is vol- tooid.
Energiebesparing
- 10 minuten na het begin van de kreukbeveiliging worden de displayelementen donker en gaat sensortoets Start/Stop knipperen.
- 15 minuten na beëindiging van de kreukbeveiliging wordt de wasautomaat helemaal uitgeschakeld en de vergrendeling van de deur opgeheven.
Energie- en waterverbruik
- Maak bij ieder programma dat u kiest gebruik van de maximale beladings-capaciteit van de trommel.
Het energie- en waterverbruik is dan, vergeleken met de totale hoeveelheid wasgoed, het laagst. - Bedenk dat het apparaat dankzij de beladingsautomaat bij een geringe belading minder water en energie verbruikt.
- Gebruik het programma Express 20 voor kleinere hoeveelheden licht ver-vuild wasgoed.
- Moderne wasmiddelen maken het mogelijk om op lagere temperaturen te wassen, bijv. op 20 °C. Maak gebruik van deze mogelijkheid.
- Voor de hygiène in de wasautomaat adviseren wij u om zo nu en dan een programma met een temperatuur van meer dan 60 °C te starten. Het controlelampje + gaat branden om u daaraan te herinneren.
Gebruik van wasmiddelen
- Gebruik hoogstens zoveel wasmiddel als op de wasmiddelverpakking staat aangegeven.
- Controleer bij het doseren van het wasmiddel hoe vuil het wasgoed is.
- Reduceer bij geringere beladingshoeveelheden de wasmiddelhoeveelheid. Gebruik bij halve belading ca. 1/3 minder wasmiddel.
Juiste keuze van de extra functies (Kort, Inweken, Voorwas)
Kies voor:
- licht verontreinigd wasgoed zonder zichtbare vlekken een wasprogramma met de extra functie Kort;
- normaal tot sterk verontreinigd was- goed met zichtbare vlekken een was- programma zonder extra functie;
- zeer sterk verontreinigd wasgoed een wasprogramma met de extra functie Inweken;
- wasgoed waar veel stof of zand in zit een wasprogramma met de extra functie Voorwas.
Tip voor machinaal drogen
Wilt u het wasgoed na afloop in de droogautomaat drogen, kies dan het hoogste centrifugetoerental dat voor dit wasgoed mogelijk is.

■ Maak de zakken leeg.
⚠️ Schade door voorwerpen.
Voorwerpen zoals spijkers, munten en paperclips kunnen het wasgoed en onderdelen van de automaat beschadigen.
Controleer voordat u gaat wassen of er voorwerpen in het wasgoed zitten. Zo ja, verwijder deze dan.
Wasgoed sorteren
■ Sorteer het wasgoed naar kleur en naar de symbolen in het onderhoudsetiket, dat zich in de kraag of in de zijnaad bevindt.
Tip: Donkergekleurd wasgoed geeft bij de eerste wasbeurten vaak iets af. Was licht en donker wasgoed daarom apart.
Vlekken voorbehandelen
■ Verwijder vóór het wassen eventuele vlekken op het wasgoed. Doe dat zolang de vlekken nog niet zijn opgedroogd. Verwijder vlekken door ze met een niet afgevende doek te deppen. Niet wrijven!
Tip: Vlekken (van bloed, ei, koffie, thee, etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijderen. Miele heeft hiervoor een speciale vlekkenwijzer samengesteld. U vindt de vlekkenwijzer via de internet-link naar de huishoudelijke apparaten.
⚠️ Schade door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen
Wasbenzine, vlekkenmiddeltjes enz. kunnen kunststof onderdelen beschadigen.
Wanneer u het wasgoed van tevoren met een oplosmiddelhoudend reini-gingsmiddel, bijv. wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middel niet met kunststof onderdelen in aan-raking komt.
⚠️ Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.
Bij gebruik van oplosmiddelhouden- de reinigingsmiddelen kan een ex- plosief mengsel ontstaan.
Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen in de wasautomaat.
Algemene tips
- Verwijder bij vitrage de haakjes en het loodband of wikkel de vitrage in een doek.
- Maak onderdelen van kleding die zijn losgeraakt (bh-beugels) vast of verwijder ze.
- Sluit ritsen, haakjes en oogjes.
- Knoop bed- en kussenovertrekken dicht zodat er geen ander textiel in terecht kan komen.
Was geen textiel dat volgens het onderhoudsetiket niet in de wasautomaat kan worden gewassen (Symbool: ☐).
2. Trommel vullen
Deur openen

Controleer of er zich dieren of voor- werpen in de trommel bevinden, voordat u het wasgoed erin stopt.
Bij een maximale belading is het energie- en waterverbruik, vergeleken met de totale hoeveelheid wasgoed, het laagst. Wordt de maximale beladingscapaciteit overschreden, dan vallen de wasresultaten tegen en gaat het wasgoed sneller kreuken.
■ Leg de was uitgevouwen en losjes in de trommel.
Leg wasgoed van verschillende grootte in de trommel. Daardoor wordt een beter wasresultaat bereikt en kan het wasgoed zich tijdens het centrifugeren beter verdelen.
Tip: houdt u zich aan de maximale beladingscapaciteit van de verschillende wasprogramma's.
Deur sluiten

■ Let erop dat er niets tussen deur en manchet beklemd raakt.

Als u de keuzeschakelaar op een pro- gramma draait, wordt de wasautomaat ingeschakeld.

■ Draai de keuzeschakelaar op het gewenste programma.
In de tijdsaanduiding verschijnt de ver- moedelijke duur van het programma en in het display gaan de voorgeprogram- meerde temperatuur en het voorgepro- grammeerde centrifugetoerental bran- den.
Het kiezen van een temperatuur en een centrifugetoerental
De voorgeprogrammeerde temperatuur en het voorgeprogrammeerde centrifugetoerental van het programma gaan fel branden. De temperaturen en toerentallen, die u bij het programma kunt kiezen, zijn gedimd.

Tip de sensortoets van de gewenste temperatuur aan. Deze gaat fel branden.
Tip de sensortoets van het gewenste centrifugetoerental aan. Deze gaat fel branden.
3. Programma kiezen
Extra functies kiezen
De extra functies die u bij het pro- gramma kunt kiezen, zijn gedimd.

■ Tip de sensortoets van de gewenste extra functie aan. Deze gaat fel branden.
Tip: u kunt bij een programma meerde- re extra functies kiezen.
Meer informatie over de extra functies vindt u in het hoofdstuk "Extra functies"
Wasmiddellade
U kunt alle wasmiddelen gebruiken, die geschikt zijn voor niet-professionele wasautomaten. Volg de gebruiks- en doseertips op de verpakking van het wasmiddel op.
Tips voor de dosering
Controleer bij het doseren van het wasmiddel hoe vuil het wasgoed is en hoeveel wasgoed u heeft. Verminder de hoeveelheid wasmiddel bij een kleinere hoeveelheid wasgoed (bijv. bij een halve trommel de hoeveelheid wasmiddel met 1/3 verminderen).
Te weinig wasmiddel:
- Heeft als effect, dat het wasgoed niet schoon en na verloop van tijd grauw en hard wordt.
- Bevordert schimmelvorming in de wasautomaat.
- Heeft als effect, dat vet niet volledig verwijderd wordt.
- Bevordert kalkaanslag op de verwarmingselementen.
Te veel wasmiddel:
- Heeft als effect dat het wasgoed niet goed gereinigd, gespoeld en gecentrifugeerd wordt.
- Heeft als effect dat er meer water wordt verbruikt door een automatisch ingeschakelde extra spoelgang.
- Versterkt de belasting voor het milieu.
Wasmiddel doseren

■ Trek de wasmiddellade naar buiten en doseer de wasmiddelen in de vakjes.
Wasmiddel voor de voorwas
Wasmiddel voor de hoofdwas en het inweken
Wasverzachter, appreteermiddel, Stijfsel of capsule
4. Wasmiddel doseren
Capsuledosering
Er zijn capsules met drie verschillende soorten inhoud:
✿ = Textielonderhoudsmiddelen (bijv. wasverzachters, impregneermiddelen)
△ = Additieven (bijv. wasmiddel-versterkers)
= Wasmiddelen (alleen voor de hoofdwas)
Een capsule bevat altijd de juiste hoeveelheid voor één wasbeurt.
Deze capsules zijn verkrijgbaar via de Miele-webshop, bij Miele of bij de Miele-vakhandelaar.
⚠️ Gevaar voor de gezondheid door capsules.
De inhoudsstoffen in capsules kunnen gevaarlijk zijn voor de gezondheid als u ze inslikt of als ze met de huid in contact komen.
Bewaar de capsules buiten het bereik van kinderen.
Capsuledosering inschakelen
■ Tip de sensortoets van de gebruikte capsule aan.
Sensortoets Cap
voor
voor
voor
Capsule plaatsen
■ Open de wasmiddellade.

■ Open het klepje van vakje ✉/☐.

■ Sluit het klepje en druk het stevig dicht.
■ Sluit de wasmiddellade.
Als u de capsule in de wasmiddellade plaatst, gaat de capsule open. Als u de capsule ongebruikt weer uit de wasmiddellade verwijdert, kan er reinigingsmiddel uit lopen.
Gooi een geopende capsule weg.
De inhoud van een capsule wordt op het juiste tijdstip toegevoegd.
Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in vak-je ✉.
Giet geen extra wasverzachter in vakje ✉.
■ Verwijder de lege capsule na afloop van het wasprogramma.
Om technische redenen blijft er altijd wat water in de capsule zitten.
Capsuledosering uitschakelen/wijzigen
■ U kunt de capsuledosering uitschakelen door de fel verlichte sensor-toets aan te tippen.
■ U kunt de capsuledosering wijzigen door een van de andere capsuletoetsen aan te tippen.
5. Programma starten
Programma starten
■ Tip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.
De deur wordt vergrendeld en het was-programma gestart.
- Zolang ⏻ in het display knippert, kan de trommel bijgevuld worden.
- Als ⏻ continu brandt, is de deur voor de resterende programmaduur vergrendeld.
Als u een starttijd voorgeprogrammeerd heeft, loopt deze in de tijdweergave af. Na afloop van de voorgeprogram- meerde tijd of direct na de start ver- schijnt de programmaduur in de tijd- weergave.
Energiebesparing
Na 10 minuten worden de indicatie-elementen donker. Sensortoets Start/Stop knippert.
U kunt de indicatie-elementen weer in- schakelen:
■ Tip sensortoets Start/Stop aan (dat heeft geen invloed op een lopend programma).
6. Einde van het programma - Trommel leeghalen
Programma-einde
In de tijdsaanduiding staat 0:00. In het display brandt nog steeds het symbool 🔒. De deur is tijdens de kreukbeveili-ging vergrendeld.
■ Tip sensortoets Start/Stop aan.
De deur wordt ontgrendeld en het symbool 🔒 in het display dooft.

■ Neem het wasgoed uit de trommel.
Energiebesparing
- 10 minuten na het begin van de kreukbeveiliging worden de displayelementen donker en gaat sensortoets Start/Stop knipperen.
- 15 minuten na beëindiging van de kreukbeveiliging wordt de wasautomaat helemaal uitgeschakeld en de vergrendeling van de deur opgeheven.
Achtergebleven wasgoed kan bij de volgende wasbeurt krimpen of af- geven.
Verwijder al het wasgoed uit de trommel.

■ Controleer of er voorwerpen in de manchet van de deur zijn achtergebleven.
Tip: Laat de deur op een kiertje open, zodat de trommel kan drogen.
■ Draai de keuzeschakelaar op ⏻. De wasautomaat is nu uitgeschakeld.
■ Heeft u een capsule gebruikt, verwijder deze dan uit de wasmiddellade.
Tip: Laat de wasmiddellade op een kiertje openstaan, zodat de lade kan drogen.
Maximaal centrifugetoerental
| Programma Omw/min | |
| Katoen 1400 | |
| Katoen 1400 | |
| Kreukherstellend 1200 | |
| Fijne was 900 | |
| Wol 1200* | |
| Overhemden 900 | |
| QuickPowerWash 1400 | |
| Express 20 1200 | |
| Outdoor 900 | |
| Impregneren 1200 | |
| Pompen/Centrifugeren 1400 | |
| Alleen spoelen/Stijven 1200 |
Eindcentrifugetoerental
Wanneer u een programma kiest, is in het display altijd het optimale centrifugetoerental voor dit programma fel verlicht. Bij wasprogramma's die in de tabel met een * zijn gemarkeerd, is het optimale centrifugetoerental niet gelijk aan het maximale toerental.
Het is mogelijk om een lager eindcentrifugetoerental in te stellen.
Het is echter niet mogelijk om een eindcentrifugetoerental in te stellen dat hoger is dan het maximale eindcentrifugetoerental dat in de tabel is aangegeven.
Het centrifugeren tussen de spoelgangen
Het wasgoed wordt niet alleen aan het eind, maar ook na de hoofdwas en tussen de spoelgangen gecentrifugeerd. Stelt u een lager eindcentrifugetoerental in, dan wordt er ook na de hoofdwas en tussen de spoelgangen met een lager toerental gecentrifugeerd. In het programma Katoen wordt bij een toerental van lager dan 700 omw/min een spoelgang ingelast.
Spoelstop kiezen
■ Tip sensortoets 📋 (spoelstop) aan.
Het wasgoed blijft na de laatste spoelgang in het water liggen. Daardoor kreukt het wasgoed minder wanneer u het niet direct uit de trommel haalt.
Na afloop van een programma
In het display is de sensortoets met het optimale centrifugetoerental verlicht. U kunt het toerental wijzigen. Sensortoets Start/Stop knippert.
■ Eindcentrifugeren starten: Tip de knipperende sensortoets Start/Stop een keer aan.
Eindcentrifugeren vindt nu plaats.
■ Het programma beëindigen: Tip de knipperende sensortoets Start/Stop twee keer aan.
Het water wordt afgepompt.
Het centrifugeren tussen de spoelgangen en het eindcentrifugeren overslaan
■ Druk op sensortoets Ⓞ.
Na de laatste spoelgang wordt het water afgepompt en wordt de kreukbeveiliging ingeschakeld.
In enkele programma's wordt een extra spoelgang ingelast.
U kunt het starttijdstip van het door u gekozen programma minimaal 30 minuten en maximaal 24 uur van tevoren instellen. Dat kunt u bijvoorbeeld doen om gebruik te maken van het nachttarief.
Voorprogrammering instellen
Bij de programma's Pompen/Centrifu-geren en Impregneren is voorprogrammering niet mogelijk.
■ Kies het gewenste wasprogramma.
■ Tip sensortoets ◇ aan.

Sensortoets ♦ licht fel op.
Tip sensortoets < of > zo vaak aan, totdat de voorgeprogrammeerde tijd in de tijdsaanduiding verschijnt.
- Is de voorgeprogrammeerde tijd korter dan 10 uur, dan verandert deze in stappen van 30 minuten
- Is de voorgeprogrammeerde tijd langer dan 10 uur, dan verandert deze in stappen van 1 uur
Voorgeprogrammeerde tijd starten
■ Tip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.
De voorgeprogrammeerde tijd start en loopt af in de tijdsaanduiding.
Starttijdstip wijzigen
■ Tip sensortoets Start/Stop aan.
Het aflopen van de voorgeprogram- meerde tijd wordt afgebroken en het symbool 🔒 in het display dooft.
Tip sensortoets < of > zo vaak aan, totdat de voorgeprogrammeerde tijd in de tijdsaanduiding verschijnt.
■ Tip de knipperende sensortoets Start/Stop aan.
Starttijdstip wissen
■ Tip sensortoets Start/Stop aan.
Het aflopen van de voorgeprogram- meerde tijd wordt afgebroken en het symbool 🔒 in het display dooft.
■ Tip de fel verlichte sensortoets ♦ aan.
Het starttijdstip wordt gewist en sensor-toets ◆ dooft. In de tijdsaanduiding verschijnt de programmaduur.
■ Tip de knipperende sensortoets Start/Stop aan, om het wasprogramma te starten.
| Katoen 60 °C/40 °C Maximaal 8,0 kg | |
| Textielsoort | Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnen |
| Tips – Deze | instellingen zijn qua energie- en waterverbruik voor het was- sen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst. – Bij 60 °C is de bereikte wastemperatuur lager dan 60 °C; het was- resultaat is gelijk aan dat van het programma “Katoen 60 °C”. |
| Instructies voor testbureaus:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift 1061/2010 | |
| Katoen 90 °C tot koud Maximaal 8,0 kg | |
| Textielsoort | Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed, tafellakens en servetten |
| Tips De tem | peraturen 60 °C/40 °C onderscheiden zich als volgt van de temperaturen in het programma Katoen 60 °C/40 °C: – de programma's duren korter – de temperatuurstops worden langer aangehouden – het energieverbruik is hoger Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol- doen is een temperatuur van 60 °C of hoger geschikt. |
| Kreukherstellend 60 °C tot koud Maximaal 3,5 kg | |
| Textielsoort | Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel- lend katoen |
| Tips Kies bij | kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental. |
Programma-overzicht
| Fijne was 40 °C tot koud Maximaal 2,0 kg | |
| Textielsoort | Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzijdeVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan worden ge-wassen |
| Let op – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programma met voorwas moeten worden gewassen.– Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet. | |
| Wol 40 °C tot koud Maximaal 2,0 kg | |
| Textielsoort | Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zit |
| Let op Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental. | |
| Overhemden 60 °C tot koud Maximaal 2,0 kg | |
| Textielsoort | Overhemden en blouses van katoen en mengweefsels |
| Tips – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is.– Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Fijne was. | |
| QuickPowerWash 60 °C – 40 °C Maximaal 4,0 kg | |
| Wasgoed Licht of normaal verontreinigd wasgoed dat ook in het programma Katoen kan worden gewassen | |
| Tip Het wasgoed wordt door een speciale bevochtiging en door een speciaal wasritme bijzonder snel en grondig gereinigd. | |
| Express 20 40 °C tot koud Maximaal 3,5 kg | |
| Textielsoort | Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is. |
| Tips | De extra functie Kort is automatisch ingesteld. |
| Outdoor 40 °C tot koud Maximaal 2,5 kg | |
| Textielsoort | Outdoorkleding met membranen als Gore-Tex®, SYMPATEX® en WINDSTOPPER® enz. |
| Let op – Doe | ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht.– Gebruik geen wasverzachter.– U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met het programma Impregneren. Het is beter om dit niet na iedere wasbeurt te doen. |
| Impregneren 40 °C Maximaal 2,5 kg | |
| Textielsoort | Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellakens die voornamelijk uit synthetische vezels bestaan. U verhoogt daar-mee de water- en vuilwerende werking. |
| Let op – Het | wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogd zijn.– Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther-misch nabehandelen en wel door het te strijken of in een droog-automaat te drogen. |
| Pompen/Centrifugeren – | |
| Let op – Alleen pompen: Kies Ⓞ.– Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in. | |
| Alleen spoelen/Stijven Maximaal 7,0 kg | |
| Textielsoort | Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden ge-spoeld– Tafellakens, servetten en beroepskleding die moeten worden ge-steven |
| Tips – Let bij | kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.– Het te stijven wasgoed moet net gewassen, maar mag niet met wasverzachter nabehandeld zijn.– Een bijzonder goed spoelresultaat met twee spoelgangen krijgt u door de extra functie Extra water in te schakelen. |
Met de extra functies kunt u het gekozen programma nog beter afstemmen op uw wasgoed.
U kunt de extra functies kiezen of uitschakelen met de desbetreffende sensortoetsen in het display.

■ Druk de sensortoets voor de gewenste extra functies in.
Deze toets licht fel op.
Niet alle extra functies kunnen bij alle wasprogramma's worden gekozen.
Een extra functie, die voor het wasprogramma niet mogelijk is, is niet gedimd verlicht en kan niet door aanraking geactiveerd worden.
Kort
Voor licht verontreinigd wasgoed zonder zichtbare vlekken.
De wastijd wordt verkort.
Extra water
De waterstand wordt bij het was- en spoelproces verhoogd en in het pro- gramma "Alleen spoelen/Stijven" wordt een tweede spoelgang uitgevoerd.
U kunt andere functies voor sensortoets Extra water kiezen, zie hoofdstuk: "Programmeerfuncties".
Voorwas
Voor wasgoed dat door stof en zand sterk is verontreinigd.
Inweken
Voor sterk verontreinigd wasgoed met eiwithoudende vlekken.
- U kunt een inweektijd instellen van 2 uur, anderhalf uur, 1 uur en 30 minu- ten.
- Vanuit de fabriek is 30 minuten ingesteld.
Voor het wijzigen van de inweektijd zie hoofdstuk: "Programmeerfuncties", paragraaf: "Inweektijd".
Welke extra functies bij welke wasprogramma's?
Bij programma's die hier niet zijn genoemd, kan geen van onderstaande extra functies worden ingeschakeld.
| Kort | Extra water | Voorwas | Inweken | |
| Katoen XXXX | ||||
| Katoen XXXX | ||||
| Kreukherstellend XXXX | ||||
| Fijne was XXXX | ||||
| Overhemden XXXX | ||||
| QuickPowerWash – X - - | ||||
| Express 20 | X1) | --- | ||
| Outdoor XXXX | ||||
| Alleen spoelen/Stijven – X - - |
X = Deze functie kan worden gekozen.
1) = Deze functie kan worden uitge- schakeld
- = Deze functie kan niet worden gekozen
Programmaverloop
| Hoofdwas Spoelen Centrifu- | geren | |||||
| Water-stand | Wasritme | Water-stand | Spoel-gangen | |||
| Katoen | [X0D8] | [00ZT] | ![]() | ![]() | ||
| Katoen | ![]() | [50WC] | ![]() | |||
| Kreukherstellend | [2BHA] | 2-42)3) | ![]() | |||
| Fijne wa | [5Y9T] ![]() | ![]() | ![]() | [C50D] | ||
| Wol | ![]() | ![]() | ||||
| Overher | [X0GC] | [5GKS] | [4SY2] | [C6ZZ] | ||
| QuickPo | Va ![]() | [A X6A7] | 2 √ | [XDSW] | ![]() | |
| Express | [K0AW] A ![]() | [WZS7] √ | ||||
| Outdoor | ![]() | ![]() | ![]() | [AGA7] | ||
| Impregneren – | B | 1 √ | ||||
| Pompen/Centrifugeren | – | – | – | [0Z85] | ![]() | |
| Alleen spoelen/Stijven | [IMAGE] | [IMAGE] | ![]() | ![]() | ||
Voor de legenda zie de volgende bladzijde.
=lage waterstand
= gemiddelde waterstand
= hoge waterstand
Ⓐ = intensief ritme
⑧ = normaal ritme
© = behoedzaam ritme
E = handwasritme
√ = wordt uitgevoerd
- = wordt niet uitgevoerd
De wasautomaat beschikt over een volledig elektronische besturing met beladingsautomaat. De wasautomaat bepaalt zelf de benodigde waterhoeveelheid, afhankelijk van de hoeveelheid wasgoed en het absorptievermogen ervan.
Het programmaverloop van de hier vermelde programma's slaat op het basisprogramma met maximale belading.
Nadere bijzonderheden over het programmaverloop
Kreukbeveiliging:
De trommel draait nog 30 minuten na afloop van het programma om kreukvorming te voorkomen.
Uitzondering: het programma Wol heeft geen kreukbeveiliging.
De wasautomaat kan op elk moment worden geopend.
1) Bij een temperatuur van 60 °C en hoger wordt er 2 keer gespoeld. Bij een temperatuur van minder dan 60 °C wordt er 3 keer gespoeld.
2) Een extra spoelgang wordt uitgevoerd, wanneer:
- er te veel schuim in de trommel zit
- er een lager eindcentrifugetoerental is ingesteld dan 700 omw/min
3) Een extra spoelgang wordt uitgevoerd, wanneer:
- u de extra functie Extra water gekozen heeft, als bij de programmeer-functies de optie 02 of 03 geactiveerd is.
5) Een extra spoelgang wordt uitgevoerd, wanneer:
de extra functie Extra water is ingeschakeld.
PowerWash 2.0
De door Miele ontwikkelde wasmethode PowerWash 2.0 wordt bij kleine en middelgrote hoeveelheden wasgoed in de volgende wasprogramma's gebruikt:
- Katoen
- Kreukherstellend
- Overhemden
Principe
Bij de gebruikelijke wasmethodes wordt met meer water gewassen dan het wasgoed kan opzuigen. Al dit water moet worden opgewarmd.
Bij de PowerWash 2.0 wasmethode wordt met iets meer water gewassen dan het wasgoed kan opzuigen. Het water, dat niet door het wasgoed is opgenomen, verwarmt de trommel en het wasgoed en wordt steeds opnieuw in het wasgoed gesproeid. Een voordeel hiervan is dat hierdoor het energieverbruik daalt.
Activering
Bij het starten van het wasprogramma berekent de wasautomaat de hoeveelheid wasgoed. De PowerWash 2.0 methode wordt automatisch geactiveerd, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- een kleine tot gemiddelde hoeveelheid wasgoed,
- de gekozen temperatuur mag niet boven 60 °C komen,
- het gekozen eindcentrifugetoerental mag niet lager dan 600 omw/min zijn,
- bij capsuledosering zijn sensortoets en niet geactiveerd.
PowerWash 2.0 wordt niet ingeschakeld als enkele extra functies (bijv. Voorwas, Extra water) gekozen zijn
Bijzonderheden
- De bevochtigingsfase
Aan het begin van het wasprogramma centrifugeert de wasautomaat enkele keren. Tijdens het centrifugeren wordt het uit het wasgoed gecentrifugeerde water weer in het wasgoed gesproeid, zodat het wasgoed zo goed mogelijk nat gemaakt wordt.
Aan het einde van de bevochtigingsfase wordt de optimale waterstand ingesteld. De wasautomaat pompt zo nodig water af en voegt wat vers water toe.
– Geluiden in de verwarmingsfase
Bij het verwarmen van het wasgoed en de trommel kunnen ongewone geluiden (borrelen) ontstaan.
Programma wijzigen
Is een programma eenmaal gestart, dan kunt u geen ander programma meer kiezen.
Als u het programma wilt wijzigen, moet u het programma afbreken.
Programma afbreken
U kunt een wasprogramma op elk moment afbreken, nadat u het heeft ge- start.
■ Tip sensortoets Start/Stop aan, totdat de tijdweergave op 0:00 springt.
Het water wordt afgepompt. Zodra 🔒 in het display dooft, is het programma afgebroken.
■ Open de deur.
Als het programma afgebroken is een nieuw programma kiezen
■ Sluit de deur.
- Controleer of er nog wasmiddel in de wasmiddellade zit. Als er geen was-middel meer in zit, dient u opnieuw wasmiddel te doseren.
Draai de keuzeschakelaar op het gewenste programma en start het programma met sensortoets Start/Stop.
Trommel leeghalen na afbreken pro- gramma
Als u het wasgoed doornat wilt verwijderen:
■ Open de deur.
■ Haal het wasgoed uit de trommel.
Als u het wasgoed gecentrifugeerd (vochtig) wilt verwijderen:
■ Open de deur.
■ Sluit de deur.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Pompen/Centrifugeren.
Tip: let op het ingestelde toerental.
Programma onderbreken
■ Draai de keuzeschakelaar op ⏻.
De wasautomaat wordt uitgeschakeld.
■ U kunt het programma voortzetten door de keuzeschakelaar op het gestarte wasprogramma te draaien.
Tip: als in de tijdsaanduiding -0- verschijnt, staat de keuzeschakelaar op de verkeerde positie.
Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen
U kunt aan het begin van het programma de trommel nog bijvullen of was-goed eruit halen, zolang 🔒 in het display knippert.
■ Tip sensortoets Start/Stop even aan.
Het wasprogramma stopt en de deur wordt ontgrendeld.
■ Open de deur.
■ Leg wasgoed in de trommel of haal er wasgoed uit.
■ Sluit de deur.
■ Tip sensortoets Start/Stop aan.
Het wasprogramma wordt voortgezet.
Textielbehandelingssymbolen
| Wassen | |
| Het getal in de wastobbe geeft de maximale wastemperatuur aan. | |
| Normaal programma | |
| Mild programma | |
| Zeer mild programma | |
| Handwas | |
| Niet wassen | |
Voorbeelden voor de programmakeuze
| Programma Symbolen in het onderhoudsetiket | |
| Katoen957060504030 | |
| Kreukherstellend | 9560504030 |
| Fijne was4030 | |
| Wol | |
| Express 204030 | |
| Drogen | |
| De punten geven de globale temperatuur aan. | |
| Op een normale temperatuur | |
| Op een lagere temperatuur | |
| Niet drogen in de automaat | |
| Strijken & mangelen | |
| De punten verwijzen naar de punten op de regelaar van het strijkijzer en geven de temperatuur aan. | |
| Ca. 200 °C | |
| Ca. 150 °C | |
| Ca. 110 °CStrijken met stoom kan het was- goed onherstelbaar beschadigen. | |
| Niet strijken/mangelen | |
| Chemisch reinigen | |
| F | Reiniging met chemische oplos-middelen. De letters verwijzen naar het reinigingsmiddel. |
| P | |
| W | Nat reinigen |
| ⊗ | Niet chemisch reinigen |
| Bleken | |
| △ | Elk bleekmiddel toegestaan |
| △ | Alleen zuurstofbleekmiddel toe-gestaan |
| ☆ | Niet bleken |
Het juiste wasmiddel
U kunt alle wasmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor huishoudwasautomaten. Tips voor het gebruik en voor de dosering van de wasmiddelen kunt u vinden op de wasmiddelverpakking.
De dosering is afhankelijk van:
- De mate waarin het wasgoed is verontreinigd.
- De hoeveelheid wasgoed.
- De waterhardheid.
Wanneer u de hardheidsgraad in uw regio niet weet, informeer daar dan naar bij uw waterleidingbedrijf.
Wateronthardingsmiddel
Heeft het water een hardheidsgraad van II of III, dan kunt u een wateronthardingsmiddel gebruiken om wasmiddel te besparen. De juiste dosering vindt u op de verpakking. Doseer eerst het wasmiddel en dan pas het onthardingsmiddel.
Het wasmiddel kunt u dan doseren zo- als bij water met een hardheidsgraad van I.
Waterhardheid
| Hardheids-graad | Totale hard-heid in mmol/l | Duitse hard-heid °dH |
| Zacht (I) 0 – | 1,5 0 – 8,4 | |
| Gemiddeld (II) | 1,5 – 2,5 8,4 – 14 | |
| Hard (III) > 2, | 5 > 14 |
Doseerhulp
Gebruik voor het doseren van het wasmiddel de attributen die door de wasmiddelfabrikant als hulp bij het doseren zijn geleverd, bijv. doseerbolletjes. Gebruik die vooral bij vloeibare wasmiddelen.
Navulpakken
Koop zoveel mogelijk navulpakken om het afval te reduceren.
Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed
Wasverzachters
Met wasverzachters wordt uw wasgoed extra zacht en minder statisch.
Synthetische stijfsels
Met synthetische stijfsels krijgt u het wasgoed beter in model.
Stijfsels
Met gewone stijfsels wordt uw wasgoed stevig.
Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen
De Miele-wasmiddelen zijn door Miele speciaal voor de Miele-wasautomaat ont-wikkeld. De Miele-wasmiddelen zijn verkrijgbaar op internet onder shop.miele.nl, bij de afdeling "Onderdelen" van Miele en bij uw Miele-vakhandelaar.
| Miele UltraWhite | Miele UltraColor | Miele Cap ⚙ | Miele Cap ⚙ | Miele Cap ⚙ | |
| Katoen ∩ √ √ | - Ⓕ Ⓗ | ||||
| Katoen √ √ - Ⓕ Ⓗ | |||||
| Kreukherstellend - √ | - Ⓕ Ⓗ | ||||
| Fijne was - √ Ⓐ, Ⓑ, Ⓓ Ⓕ - | |||||
| Wol ⚠ ⚡ -- Ⓓ, Ⓔ - | - | ||||
| Overhemden | √ | √ | - | Ⓕ | ⒲ |
| QuickPowerWash | √ | √ | - | - | - |
| Express 20 | - | √ | - | Ⓕ | - |
| Outdoor | - | - | Ⓐ | - | - |
| Impregneren -- | - Ⓑ - | ||||
| Alleen spoelen/Stijven | -/- | -/- | -/- | Ⓕ/ - | -/- |
√ Aan te bevelen
- Niet aan te bevelen
De adviezen gelden voor de temperaturen zoals aangegeven in het hoofdstuk: "Programma-overzicht".
| Universele Color- Fijn- en wol- Speciale wasmiddelen | ||||
| Katoen √ √ -- | ||||
| Katoen √ √ -- | ||||
| Kreukherstellend - √ -- | ||||
| Fijne was -- √ - | ||||
| Wol 📊 -- √ √ | ||||
| Overhemden √ √ -- | ||||
| QuickPowerWash √ √ -- | ||||
| Express 20 | - | 1) | - | - |
| Outdoor | -- √ | √ | ||
√ Aan te bevelen
1) Vloeibaar wasmiddel
- Niet aan te bevelen
2) Poedervormig wasmiddel
Spoelen met wasverzachter of stijfsel aan het einde van het wasprogramma

■ Doseer wasverzachter of vloeibaar stijfsel in vakje ⚙ of zet er een capsule met het desbetreffende middel in. Doseer niet hoger dan de pijl.
De middelen worden automatisch met het laatste spoelwater in de trommel gespoeld. Aan het eind van het wasprogramma blijft er een klein beetje water in vakje ✉ staan.
Door stijfsel kan de zuighevel vast blijven plakken.
Wanneer u verschillende keren stijf- sel heeft gebruikt, reinig dan de was- middellade. Reinig de zuighevel extra goed.
Apart spoelen met wasverzachter, appreteermiddel of stijfsel
Stijfsel moet zijn voorbereid zoals beschreven op de verpakking.
Tip: bij het spoelen met wasverzachter de extra functie Extra water inschakelen.
■ Doseer wasverzachter in vakje ⚙ of plaats een capsule met wasverzachter.
■ Doseer vloeibaar stijfsel in vakje ✉ en poedervormig of half-vloeibaar stijfsel in vakje ⏻.
■ Kies het programma Alleen spoelen/Stijven.
■ Wijzig het centrifugetoerental indien nodig.
■ Tip bij gebruik van een capsule de Cap □ - toets aan.
■ Tip de toets Start/Stop aan.
Kleuren en ontkleuren

Schade door ontkleuringsmidde-
Ontkleuringsmiddelen veroorzaken corrosie in de wasautomaat.
Geen ontkleuringsmiddelen in de wasautomaat gebruiken.
Het gebruik van kleurmiddelen in de wasautomaat is alleen bij huishoudelijk gebruik van het apparaat toegestaan. Het zout dat bij het kleuren gebruikt wordt, tast het roestvrij staal aan bij veelvuldig gebruik. Houdt u zich strikt aan de aanwijzingen van de verffabrikant als u textiel in de wasautomaat wilt verven.
Kies bij het kleuren absoluut de extra functie Extra water.
Trommel reinigen (Hygiène Info)
Wanneer er regelmatig op lage temperaturen en/of met een vloeibaar was-middel wordt gewassen, bestaat het gevaar dat zich in de wasautomaat ziektekiemen en geurtjes ontwikkelen. Draai om dit te voorkomen regelmatig het programma Katoen 90 °C. Doe dit in ieder geval elke keer wanneer controle-lampje + brandt.
Ommanteling en bedieningspaneel reinigen

Gevaar voor elektrische schok hetspanning.
Als de wasautomaat uitgeschakeld is, staat het apparaat onder spanning Neem vóórdat u de wasautomaat een reinigings- of onderhoudsbeurt geeft de spanning van het apparaat.

Schade door binnendringend
Door de druk van een waterstraal kan er water in de wasautomaat komen en onderdelen beschadigen.
Spoel de wasautomaat niet met een waterstraal af.
■ Reinig ommanteling en paneel met een vochtige doek en een mild reini-gingsmiddel of sopje en droog beide onderdelen daarna met een zachte doek.
■ Reinig de trommel met een middel voor roestvrij staal.

Schade door reinigingsmiddelen.
Oplosmiddelhoudende reinigings- middelen, schuurmiddelen, glas- of allesreinigers kunnen kunststof op- pervlakken en andere onderdelen be- schadigen. Gebruik geen van deze reinigings- middelen.
Wasmiddellade reinigen
Wanneer er met lage temperaturen en vloeibare wasmiddelen gewassen wordt, raakt de wasmiddellade sneller verontreinigd.
■ Reinig daarom regelmatig de hele wasmiddellade.

■ Trek de wasmiddellade naar buiten totdat u weerstand voelt, druk de ont-grendelingsknop in en haal de was-middellade uit het apparaat.
■ Reinig de wasmiddellade met warm water.
Zuighevel en kanaal reinigen
Wanneer u verschillende keren vloeibaar stijfsel heeft gebruikt, reinig de zuighevel dan extra goed. Vloeibare stijfsels klonteren snel.

- Trek de zuighevel uit vakje ✉ en reinig de hevel onder de warme kraan. Reinig ook het buisje waar de zuighevel overheen wordt gestoken.
- Zet de zuighevel weer terug.

■ Reinig het kanaal voor de wasverzachter met warm water en een borstel.
Wasmiddelladekast reinigen

■ Reinig ook het gedeelte waar de wasmiddellade zit. Verwijder de wasmid-delresten en kalkaanslag en gebruik daarvoor een flessenborstel.
■ Plaats de wasmiddellade weer in het apparaat.
Tip: laat de wasmiddellade op een kier-tje openstaan, zodat de lade kan dro-gen.
Reiniging en onderhoud
Watertoevoerzeefje reinigen
De wasautomaat heeft een zeefje ter bescherming van het waterinlaatventiel. U dient het zeefje in de schroefkoppeling van de toevoerslang ongeveer elke 6 maanden te controleren. Als de watertoevoer vaak is onderbroken, moet u vaker controleren.
■ Draai de kraan dicht.
■ Schroef de toevoerslang van de kraan.

■ Trek het rubberen dichtingsringetje 1 uit de groef.
■ Pak het kunststof zeefje 2 met een combinatietang of punttang aan de opstaande rand in het midden vast en trek het eruit.
Plaats alles in omgekeerde volgorde te- rug.
Reinig het zeefje en bouw het weer in.
■ Draai de schroefkoppeling stevig op de kraan.
■ Draai de kraan open.
Zorg, dat er geen water uit de schroefkoppeling loopt.
Draai de schroefkoppeling aan.
De meeste storingen en problemen, die bij het dagelijkse gebruik kunnen optreden, kunt u zelf verhelpen. U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat u Miele niet hoeft in te schakelen.
De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en te verhelpen.
Het lukt niet om een wasprogramma te starten
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het display blijft donker. | Er staat geen stroom op het apparaat.■ Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit.■ Controleer of de zekering in orde is. |
| De wasautomaat is in het kader van de energiebespa-ring automatisch uitgeschakeld.■ Schakel de wasautomaat met de keuzeschakelaar weer in. | |
| In de tijdsaanduiding staat afwisselend F en 34 | De deur zit niet goed dicht en kon daardoor niet wor-den vergrendeld.■ Sluit de deur nogmaals.■ Start het programma opnieuw.Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan con-tact op met Miele. |
Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in het display brandt
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het storingslampje brandt, in de tijdsaanduiding staat afwisse-lend F en 10 en de zoe-mer klinkt. | De watertoevoer is niet optimaal of zelfs geblokkeerd.■ Controleer of de kraan ver genoeg is openge-draaid.■ Controleer of er knikken in de toevoerslang zitten.■ Controleer of de waterdruk hoog genoeg is. |
| Het zeefje in de watertoevoerslang is verstopt.■ Reinig het zeefje. | |
| Het storingslampje brandt, in de tijdsaanduiding staat afwisse-lend F en 11 en de zoe-mer klinkt. | De waterafvoer is niet optimaal of zelfs geblokkeerd.De waterafvoerslang ligt te hoog.■ Reinig filters en afvoerpomp.■ Bedenk dat de maximale opvoerhoogte 1 m is. |
| Het storingslampje brandt, in de tijdsaanduiding staat afwisse-lend F en 138 en de zoe-mer klinkt. | Het waterbeveiligingssysteem heeft gereageerd.■ Draai de kraan dicht.■ Neem contact op met Miele. |
| In de tijdsaanduiding staat afwisselend F en XXX en de zoemer klinkt. | Er is sprake van een defect.■ Maak de wasautomaat spanningsvrij door de stek-ker uit het stopcontact te trekken of de hoofdscha-kelaar van de huisinstallatie uit te schakelen.■ Wacht minstens 2 minuten voordat u de wasau-tomaat weer op het elektriciteitsnet aansluit.■ Schakel de wasautomaat weer in.■ Start het programma nog een keer.Verschijnt dezelfde foutmelding, neem dan contact op met Miele. |
Symbool in de tijdweergave tijdens het programma
| Melding Oorzaak en oplossing | |
| -0- brandt | De programmakeuzeschakelaar is na de start van het programma op een andere stand gezet.■ Zet de programmakeuzeschakelaar op het pro-gramma dat eerder is ingesteld. |
| Het programma is afgebroken.■ Open de deur.■ Sluit de deur. | |
In het display brandt een controlelampje aan het einde van het programma
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Controlelampje brandt. | Er heeft zich tijdens het wasprogramma te veel schuim gevormd.■ Gebruik de volgende keer minder wasmiddel en neem de doseeraanwijzingen op de wasmiddelverpakking in acht. |
| Controlelampje brandt. | Er is al langere tijd geen wasprogramma met een temperatuur van boven de 60°C gedraaid.■ Start het programma Katoen 90°C en gebruik daarvoor het Miele-machinereinigingsmiddel of een poedervormig universeel wasmiddel. Zo voorkomt u dat zich in de wasautomaat ziektekiemen en geurtjes ontwikkelen. |
Algemene problemen met de wasautomaat
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| De wasautomaat stinkt. | Controlelampje + werd genegeerd. Er is al langere tijd geen wasprogramma met een temperatuur van boven de 60 °C gedraaid.■ Start het programma Katoen 90°C en gebruik daarvoor het Miele-machinereinigingsmiddel of een poedervormig universeel wasmiddel. Zo voorkomt u dat zich in de wasautomaat ziektekiemen en geurtjes ontwikkelen. |
| De deur en de wasmiddellade zijn na het wassen gesloten.■ Laat de deur en de wasmiddellade op een kiertje openstaan, zodat deze kunnen drogen. | |
| De wasautomaat trilt tijdens het centrifugeren. | De stelvoeten staan niet gelijk en zijn niet met een contramoer vastgeschroefd.■ Stel de wasautomaat stevig en schroef de stelvoeten met een contramoer vast. |
| De wasautomaat heeft het wasgoed niet nor-maal gecentrifugeerd en het wasgoed is nog nat. | Bij het eindcentrifugeren heeft de automaat een grote onbalans herkend en het centrifugetoerental automa-tisch gereduceerd.■ Vul de trommel altijd met groot en klein wasgoed om het wasgoed beter in balans te krijgen. |
| Het apparaat maakt een pompend geluid. | Dat is geen storing!Wanneer het water wordt afgepompt zijn dit soort geluiden normaal. |
| In de wasmiddellade blijft vrij veel wasmiddel achter. | Er staat onvoldoende druk op het water.■ Reinig het zeefje in de watertoevoer.■ Kies eventueel de optie Extra water. |
| Poedervormige wasmiddelen in combinatie met onthardingsmiddelen hebben de neiging te gaan plak-ken.■ Reinig de wasmiddellade en doseer voortaan eerst het wasmiddel en dan pas het onthardingsmiddel in het juiste vakje. | |
Algemene problemen met de wasautomaat
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| De wasverzachterwordt niet volledig ingespoeld of er blijft te veel water in vakje ❌ staan. | De zuighevel zit niet goed of is verstopt.■ Reinig de zuighevel. Zie hoofdstuk: “Reiniging en onderhoud”, paragraaf: “Wasmiddellade reinigen”. |
| Aan het einde van het programma zit er nog vocht in de capsule. | Het buisje in de wasmiddellade, waar de capsule op wordt gestoken, is verstopt.■ Reinig het buisje. |
| Dat is geen storing.Om technische redenen blijft er altijd wat water in de capsule zitten. | |
| Naast de capsule zit er water in het wasver-zachter-/capsulevak. | Sensortoets Cap ☐ is niet bediend of de lege capsule is na de laatste wasbeurt niet verwijderd.■ Bedien sensortoets Cap ☐ bij het eerstvolgende capsulegebruik.■ Verwijder een capsule na gebruik en gooi deze weg. |
| Het buisje in de wasmiddellade, waar de capsule op wordt gestoken, is verstopt.■ Reinig het buisje. | |
Een tegenvallend wasresultaat
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het wasgoed wordt met een vloeibaar wasmid-del niet schoon. | In vloeibare wasmiddelen zitten geen bleekmiddelen.Fruit-, koffie- of theevlekken zijn er dan moeilijk uit te krijgen.■ Gebruik poedervormige wasmiddelen met een bleekmiddel.■ Gebruik een passende capsule of strooi vlekken-zout in vakje ⓄJ.■ Doseer vloeibaar wasmiddel en vlekkenzout nooit bij elkaar in het wasmiddelvakje. |
| Op het gewassen was-goed zijn grijze, elastische bolletjes achterge-bleven (vetbolletjes). | Er is te weinig wasmiddel gedoseerd. Het wasgoed is te sterk met vet, bijv. crème of olie vervuild geweest.■ Wanneer wasgoed zo vervuild is moet u óf meer wasmiddel doseren óf een vloeibaar wasmiddel gebruiken.■ Draai vóór de volgende wasbeurt een waspro-gramma op 60 °C met een vloeibaar wasmiddel en zonder wasgoed. |
| Op het gewassen was-goed zitten witte, was-middelachtige bestand-delen. | Het wasmiddel bevat niet in water op te lossen be-standdelen ter ontharding van het water, nl. zeolieten.Deze bestanddelen hebben zich op het textiel vastge-zet.■ Probeer de resten met een borstel te verwijderen wanneer het wasgoed droog is.■ Was donker textiel voortaan met een vloeibaar wasmiddel. Deze middelen bevatten geen zeolie-ten.■ Was dit textiel met het programma Donker was-goed/Jeans. |
De deur kan niet open
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| De deur gaat tijdens het wassen niet open. | Tijdens het wassen is de trommel vergrendeld.■ Tip sensortoets Start/Stop aan om het programma af te breken.Het programma wordt afgebroken, de deur wordt ont-grendeld en u kunt de deur openen. |
| Er bevindt zich nog water in de trommel en de auto-maat kan het water niet afpompen.■ Reinig filters en afvoerpomp, zie hoofdstuk: “Deur openen bij verstopte afvoer en/of stroomuitval”. | |
| Als een programma af-gebroken is, verschij-nen in de tijdsaandui-ding knipperende streepjes[...]...[...]...[...]... . | De deur gaat bij een temperatuur van meer dan 55 °C niet open. Op deze manier wordt voorkomen dat u zich verbrandt.■ Wacht totdat de temperatuur in de trommel ge-daald is en de knipperende streepjes in de tijds-aanduiding doven. |
| In de tijdsaanduiding staat afwisselend F en 35 | Het deurslot is geblokkeerd.■ Neem contact op met Miele. |
Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroom-uitval
■ Schakel de wasautomaat uit.

■ Open het klepje van de afvoerpomp.
Verstopte afvoer
Wanneer de afvoer is verstopt, kan zich een vrij grote hoeveelheid water in de automaat bevinden.
⚠ U kunt zich branden door heet sop dat uit het apparaat stroomt. Als u kort daarvoor met hoge temperaturen gewassen heeft, is het sop dat uit de automaat loopt heet. Laat het sop voorzichtig wegstro-men.
Water opvangen
Draai de filters er niet helemaal uit.
■ Zet een bak of schaal onder het klepje.

■ Draai de filters zover los totdat het water uit het apparaat stroomt.
Draai telkens wanneer de bak of de schaal volraakt, de filters weer dicht en maak de bak of schaal leeg, voordat u verder gaat.
Wanneer er geen water meer uit de automaat loopt,

■ draai de filters er dan helemaal uit.

■ Reinig de filters grondig.
■ Controleer of de pompschoepvleugels gemakkelijk rond te draaien zijn, verwijder indien nodig draden en/of knopen e.d. en reinig het filterhuis.

■ Zet de filters terug in het filterhuis en draai ze weer vast.
■ Sluit het klepje voor de afvoerpompen.
⚠️ Schade doordat er water uit het apparaat loopt
Worden de filters niet teruggeplaatst en vastgedraaid, dan loopt er water uit de automaat.
Zet de filters terug in het filterhuis en draai ze weer stevig dicht.
Deur openen
⚠️ Gevaar voor verwonding door draaiende trommel.
Het is zeer gevaarlijk om uw hand in een nog draaiende trommel te ste- ken.
Controleer voordat u het wasgoed uit de trommel neemt altijd of de trommel stilstaat.

■ Ontgrendel de deur met een schroe-vendraaier.
■ Open de deur.
Contact bij storingen
Voor storingen die u niet zelf kunt ver- helpen, waarschuwt u uw Miele-vak- handelaar of Miele.
Het telefoonnummer van Miele vindt u aan het einde van dit document.
Voor een goede en vlotte afhandeling moet Miele weten welk type apparaat u heeft en welk fabricagenummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Het typeplaatje vindt u boven het kijk- glas. U ziet het als u de deur opent.

Na te bestellen accessoires
Voor een nog efficiënter gebruik van de wasautomaat kunt u bij de Miele-vak-handelaar en bij Miele Nederland B.V. accessoires bestellen.
Garantie
De garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2 jaar.
Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.
Voorkant

① Watertoevoerslang Waterproof-systeem
② Elektrische aansluiting
③ Waterafvoerslang met (afneembaar) bochtstuk met verschillende mogelijkheden voor waterafvoer.
④ Bedieningspaneel
⑤ Wasmiddellade
⑥ Deur
⑦ Klepje voor pluizenfilter, afvoerpomp en noodontgrendeling
⑧ Vier stelvoeten
Achterkant

① Afvoerslang
② Houders voor de waterslangen en de elektriciteitskabel tijdens het transport
③ Elektrische aansluiting
④ Draagpunten onder de dekselrand voor transportdoeleinden
⑤ Watertoevoerslang Waterproof-system
⑥ Draaibeveiligingen met transportstangen
⑦ Houders voor de waterslangen tijdens het transport en voor de transportstangen na de plaatsing
Plaats van opstelling
Een betonnen vloer is de meest geschikte ondergrond. In tegenstelling tot een houten of een zachte vloer trilt een betonnen vloer nauwelijks mee als het apparaat centrifugeert.
Let op:
■ Plaats de wasautomaat waterpas en stabiel.
■ Plaats het apparaat niet op een zachte vloerbedekking, omdat het in dat geval tijdens het centrifugeren gaat trillen.
Bij plaatsing van het apparaat op een houten vloer:
■ Plaats de wasautomaat op een multi- plex plaat (minimaal 59 x 52 x 3 cm). Deze plaat moet aan zoveel mogelijk vloerbalken worden vastgeschroefd, niet alleen aan vloerplanken.
Tip: plaats de wasautomaat indien mogelijk in een hoek van het vertrek. Daar is de vloer het meest stabiel.
⚠️ Gevaar voor verwonding doordat de wasautomaat niet geborgd is.
Als de wasautomaat op een sokkel (van beton of metselwerk) geplaatst wordt, dient u de automaat te bor-gen, zodat hij niet kan vallen of van de sokkel kan glijden.
U kunt de wasautomaat met een bevestigingsbeugel (MTS vloerbevestiging) vastzetten. De beugel is verkrijgbaar bij de Miele-vakhandel of bij Miele).
Wasautomaat plaatsen
⚠️ Gevaar voor verwonding doordat het bovenblad loszit.
De bevestiging van het bovenblad aan de achterkant kan door invloeden van buitenaf breken. Het bovenblad kan dan bij het dragen loslaten.
Controleer of de rand van het bovenblad stevig vastzit voordat u het apparaat optilt.
■ Draag het apparaat vooraan bij de stelvoeten en achteraan bij de rand van het bovenblad.
Transportbeveiliging verwijderen

■ Verwijder de linker en de rechter draaibeveiliging.
- Trek aan het stopje dat aan de draai-beveiliging zit en
- maak het haakje aan de boven- en onderkant met een schroevendraaier los.
Plaatsen en aansluiten

■ Draai de linker transportstang met de bijgevoegde steeksleutel 90° en

⚠️ Gevaar voor verwonding door scherpe randen.
Als de gaten niet afgedekt worden, kunt u zich verwonden wanneer u er- in grijpt.
Sluit de gaten van de verwijderde transportbeveiliging af.

■ Sluit de gaten met de bijgeleverde stopjes af.

■ Bevestig de transportstangen aan de achterwand van het apparaat. Let er daarbij op dat het bovenste haakje boven de houder ligt.
⚠️ Schade door verkeerd transport.
Wanneer het apparaat zonder transportbeveiliging wordt vervoerd, kan het beschadigd raken.
Bewaar de transportbeveiliging.
Monteer de transportbeveiliging weer voordat u het apparaat transporteert (bijvoorbeeld bij een verhuizing).
Transportbeveiliging monteren
Het monteren van de transportbeveiliging gebeurt in omgekeerde volgorde.
Wasautomaat stellen
Om optimaal te kunnen functioneren, moet de automaat stevig en waterpas staan.
Wanneer een wasautomaat verkeerd wordt geplaatst, wordt er meer water en energie verbruikt dan nodig is en kan het apparaat gaan schuiven.
Stelvoeten naar buiten draaien en vastzetten
Het stellen van de wasautomaat gebeurt met behulp van de vier stelvoeten. Wanneer het apparaat wordt geleverd, zijn alle stelvoeten naar binnen gedraaid.

Draai de contramoer 2 met de bijgevoegde steeksleutel los (met de wijzers van de klok mee). Draai de contramoer 2 samen met de stelvoet 1 naar buiten.

■ Controleer met een waterpas of de automaat goed staat.
■ Houd de stelvoet 1 met een waterpomptang vast. Draai de contramoer 2 weer met de steeksleutel tegen de behuizing vast.
⚠️ Schade doordat de wasauto- maat verkeerd geplaatst is.
Als de stelvoeten niet met een contramoer vastgedraaid zijn, kan de wasautomaat gaan "wandelen".
Draai de vier contramoeren van de stelvoeten vast tegen de behuizing. Controleer ook de stelvoeten die bij het afstellen niet naar buiten gedraaid zijn.
Onder een werkblad plaatsen
⚠️ Gevaar voor elektrische schok door blootliggende kabel
Als het bovenblad gedemonteerd is, kunt u in aanraking komen met geleidende onderdelen.
Demonteer het bovenblad van de wasautomaat niet.
Deze wasautomaat kan helemaal (met bovenblad) onder een werkblad worden geplaatst, als het werkblad tenminste hoog genoeg is.
Was-droogzuil
Op de wasautomaat kan een Miele-droogautomaat worden geplaatst. Hier- voor is een tussenstuk* (WTV) nodig.
Alle met * aangeduide onderdelen zijn verkrijgbaar bij Miele Nederland B.V.
Let op het volgende:

a = Minstens 2 cm
Het waterbeveiligingssysteem
Het Miele-waterbeveiligingssysteem biedt volledige bescherming tegen waterschade door de wasautomaat.
Het systeem bestaat hoofdzakelijk uit de volgende onderdelen:
- de watertoevoerslang
- de elektronica en de lek- en over- loopbeveiliging
- de waterafvoerslang
Het waterproofsysteem (WPS)

② Dubbelwandige watertoevoerslang
③ Lekbak
④ Vlotterschakelaar
⑤ Elektronica
⑥ Afvoerpomp
De watertoevoerslang
- Op de watertoevoerslang bevinden zich twee magneetventielen ① die de watertoevoer direct bij de kraan afsluiten. De beide magneetventielen zorgen voor een dubbele lekbeveiliging. Als één ventiel defect is, sluit het tweede de watertoevoer. Door de afsluiting direct bij de kraan staat de toevoerslang alleen tijdens de watertoevoer onder druk. In de resterende tijd staat er bijna geen druk op de watertoevoerslang.
- Beveiliging tegen barsten in de magneetventielen De magneetventielen zijn bestand tegen een druk van 7.000 kPa tot 10.000 kPa.
- De dubbelwandige toevoerslang ② bestaat uit een drukbestendige slang met een huls. Als de slang lekt, stroomt het water door de huls naar de lekbak ③. De vlotterschakelaar ④ sluit de magneetventielen. De water-toevoer is nu geblokkeerd; het water dat zich in de kuip bevindt, wordt afgepompt.
De elektronica ⑤ en de lek- en overloopbeveiliging van de wasautomaat
- De lekbeveiliging
Water ten gevolge van lekkage in de wasautomaat wordt in de lekbak ③ opgevangen. De magneetventielen ① worden door een vlotterschakelaar ④ uitgeschakeld. De overige watertoevoer is geblokkeerd; het water dat zich in de kuip bevindt, wordt afgepompt.
- De overloopbeveiliging
Als het waterpeil boven een bepaald niveau komt, wordt de afvoerpomp ⑥ ingeschakeld en wordt het water gecontroleerd afgepompt. Als het waterpeil vaker ongecontroleerd stijgt, wordt de afvoerpomp ⑥ continu ingeschakeld en meldt de wasautomaat een storing. Bovendien klinkt er een akoestisch signaal.
De waterafvoerslang
Bescherming tegen leegzuigen. De waterafvoerslang is beveiligd met een ventilatiesysteem. Hiermee wordt voorkomen dat de wasautomaat wordt leeggezogen.
Watertoevoer
⚠️ Gevaar voor elektrische schok door netspanning.
In de toevoerslang zitten geleidende onderdelen.
Monteer de toevoerslang nooit in de buurt van spetterend water, zoals bij badkuipen of douches.

De behuizing mag niet nat worden!

De beschermhuls mag niet worden beschadigd en er mogen geen knikken in zitten.
De wasautomaat mag zonder terugslag-klep op het waterleidingnet worden aangesloten, omdat hij gebouwd is volgens EU-normen.
De waterdruk moet minimaal 100 kPa zijn en mag niet hoger zijn dan 1.000 kPa overdruk. Is de druk hoger dan 1.000 kPa overdruk, dan moet er een drukreduceerventiel worden ingebouwd.
Voor de aansluiting is een kraan met 3/4"-schroefkoppeling vereist. Ontbreekt deze, dan mag het apparaat alleen door een erkend installateur op de drinkwaterleiding worden aangesloten.
De schroefkoppeling staat onder druk van de waterleiding.
Controleer daarom of de aansluiting lekt. Draai de kraan hiervoor langzaam open. Corrigeer zo nodig de positie van de dichting en de schroefkoppeling.
De wasautomaat is niet geschikt om op warm water te worden aangesloten.
Sluit de wasautomaat niet op warm water aan.
Onderhoud
Gebruik bij vervanging van de watertoevoer alleen het Miele-Waterproof-systeem.
⚠️ Schade door vuil in het water. In de schroefkoppeling op de water-toevoerslang zit een zeefje om de magneetventielen te beschermen. Verwijder dit zeefje niet.
Accessoires - verlenging slang
Een slang met metalen ommanteling van 1,5 m lang kan worden nabesteld bij de Miele-vakhandel of bij Miele.
Deze slang is bestand tegen een druk van minstens 14.000 kPa en kan als flexibele verlenging van de waterleiding worden gebruikt.
Waterafvoer
Het water wordt afgepompt met een afvoerpomp voor een opvoerhoogte tot 1 m. Om de waterafvoer niet te belemmeren, moet de slang zonder knikken worden gelegd.
Indien nodig kunt u de slang tot max. 5 m verlengen. Accessoires zijn verkrijgbaar bij de Miele-vakhandel en bij Miele.
Voor opvoerhoogten van meer dan 1 m (tot max. 1,8 m) is een verwisselbare afvoerpomp verkrijgbaar en wel bij de Miele-vakhandel en bij Miele.
Bij een opvoerhoogte van 1,8 m kan de slang tot 2,5 m verlengd worden. Accessoires zijn verkrijgbaar bij de Mielevakhandel en bij Miele.
Mogelijkheden voor waterafvoer:
- De slang kan in een wasbak, wastafel of gootsteen worden gehangen:
Let op:
- Zorg ervoor dat de slang niet weg kan glijden!
-
Wanneer het water in een wastafel of wasbak wordt gepompt, moet het water snel genoeg wegvloeien. Is dat laatste niet het geval, dan bestaat de kans dat het water overstroomt of dat een deel van het weggepompte water naar de automaat wordt teruggezogen.
-
De slang kan op een kunststof af-voerbuis met rubberen mof worden aangesloten. Een sifon is niet beslist noodzakelijk.
-
De slang kan in een putje in de vloer worden gehangen.
-
De slang kan op een wasbak of wastafel met kunststof nippel worden aangesloten.
Let op:

① Adapter
② Schroefkoppeling wastafel
③ Slangklem
④ Uiteinde van de slang
■ Bevestig de adapter ① met schroef-koppeling ② aan de sifon van de wastafel.
■ Plaats het uiteinde van de slang ④ op de adapter ①.
■ Draai de slangklem ③ direct achter de schroefkoppeling met een schroe-vendraaier vast.
Elektrische aansluiting
De wasautomaat is standaard voorzien van een aansluitkabel met stekker, geschikt voor aansluiting op een geaard stopcontact.
Brandgevaar bij oververhitting. Het gebruik van verdeelstekkers en verlengsnoeren kan tot overbelasting van de kabels leiden. Gebruik voor de veiligheid geen ver- deelstekkers en verlengsnoeren.
Plaats de wasautomaat zo, dat het stopcontact goed bereikbaar is.
De elektrische installatie moet volgens de daarvoor geldende normen (zoals NEN 1010) zijn geïnstalleerd!
Een beschadigde aansluitkabel mag alleen door een speciale aansluitkabel van hetzelfde type worden vervangen (verkrijgbaar bij Miele Nederland B.V.). Om veiligheidsredenen mag dit alleen door een door Miele geautoriseerde vakman of een technicus van Miele worden gedaan.
Op het typeplaatje staat informatie over de nominale aansluitwaarde en de zekering. Vergelijk de gegevens op het typeplaatje met de waarden van het elektriciteitsnet.
Verbruiksgegevens
| Belading Energie Water Programma- | Restvocht | ||||
| kg kWh | Liter Uren: | Min. % | |||
| Katoen ☐^* 60 °C 8,0 0,85 51 2:59 53 | |||||
| 60 °C 4,0 | 0,65 42 2:59 53 | ||||
| 40 °C 4,0 | 0,45 42 2:59 53 | ||||
| Katoen 90 °C 8,0 2,40 54 2:29 53 | |||||
| 60 °C 8,0 | 1,50 54 2:29 53 | ||||
| 60 °C 4,0 | 1,10 52 2:19 53 | ||||
| 40 °C 8,0 | 1,30 64 2:39 53 | ||||
| 20 °C 8,0 | 0,55 64 2:39 53 | ||||
| Kreukherstellend 30 °C 3,5 0,45 60 1:59 30 | |||||
| Fijne was 30 °C 2,0 0,20 35 1:09 – | |||||
| Wol 📊 | 30 °C 2,0 | 0,23 35 0:38 – | |||
| QuickPowerWash | 40 °C 4,0 | 0,64 36 0:59 – | |||
| Express \( 201) | 40 °C 3,5 | 0,34 30 0:20 – | |||
| Overhemden | 60 °C 2,0 | 0,60 40 1:31 – | |||
1) Optie Extra kort ingeschakeld
De verbruiksgegevens kunnen van de aangegeven waarden afwijken, al naar gelang de waterdruk, waterhardheid, temperatuur van het instromende water, kamertemperatuur, het soort en de hoeveelheid wasgoed, schommelingen in de netspanning en gekozen extra functies.
Instructie voor vergelijkende onderzoeken:
*Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens EU-richtlijn 1061/2010
De bij de wasmethode PowerWash 2.0 tijdens de verwarmingsfase gemeten temperatuur bij de temperatuurvoeler in de buitentrommel is hoger dan de werkelijke wastemperatuur.
De hier gemeten temperatuur weerspiegelt niet de temperatuur in het wasgoed.
| Hoogte 850 mm | |
| Breedte 596 mm | |
| Diepte 636 mm | |
| Diepte bij geopende deur 1.054 mm | |
| Hoogte voor onderbouw 850 mm | |
| Breedte voor onderbouw 600 mm | |
| Gewicht Ca. 100 kg | |
| Beladingscapaciteit 8 kg droog wasgoed | |
| Aansluitspanning Zie typeplaatje | |
| Aansluitwaarde Zie typeplaatje | |
| Zekering Zie typeplaatje | |
| Verbruiksgegevens Zie hoofdstuk “Verbruiksgegevens”. | |
| Minimale waterdruk 100 kPa (1 bar) | |
| Maximale waterdruk 1.000 kPa (10 bar) | |
| Lengte van de toevoerslang | 1,60 m |
| Lengte van de afvoerslang | 1,50 m |
| Lengte van de aansluitkabel | 2,00 m |
| Maximale opvoerhoogte | 1,00 m |
| Maximale afpomplengte | 5,00 m |
| LED (light emitting diodes) | Klasse 1 |
| Keurmerken | Zie typeplaatje |
Productkaart voor huishoudelijke wasmachines
volgens gedelegeerde verordening (EU) Nr. 1061/2010
| MIELE | |
| Identificatie van het model WDD 330 WPS | SpeedCare 1400 |
| Nominale capaciteit 1 | 8,0 kg |
| Energie-efficiëntieklasse | |
| A+++ (meest efficiënt) tot D (minst efficiënt) A+++ | |
| Jaarlijks energieverbruik (AEj)2 | 156 kWh/jaar |
| Energieverbruik standaard katoenprogramma 60°C (volledige lading) 0,84 kWh | |
| Energieverbruik standaard katoenprogramma 60°C (gedeeltelijke lading) 0,83 kWh | |
| Energieverbruik standaard katoenprogramma 40°C (gedeeltelijke lading) 0,34 kWh | |
| Gewogen energieverbruik in uitstand (Pj) 0,30 W | |
| Gewogen energieverbruik in sluimerstand (Pi) 0,30 W | |
| Gewogen jaarlijks waterverbruik (AWj)3 | 10.120 liter/jaar |
| Centrifuge-efficiëntieklasse | |
| A (meest efficiënt) tot G (minst efficiënt) B | |
| Maximale centrifugesnelheid 4 | 1.400 omw/min |
| Resterend vochtgehalte 4 | 53 % |
| Standaardprogramma waarop de informatie op het etiket en de productkaart be-trekking heeft 5 | Katoen 60/40 met pijl |
| Programmatijd standaardprogramma | |
| “Katoen 60°C” (volledige lading) 179 min | |
| “Katoen 60°C” (gedeeltelijke lading) 179 min | |
| “Katoen 40°C” (gedeeltelijke lading) 179 min | |
| Duur van de sluimerstand (T)6 | 15 min |
| Geluidsemissie via de lucht | |
| Wassen 7 | 50 dB(A) re 1 pW |
| Centrifugeren 7 | 74 dB(A) re 1 pW |
| Inbouwapparaat - | |
| Bij dit product komen geen zilverionen vrij tijdens de wascyclus. | |
- Ja, aanwezig
1 in kg katoen voor het standaard katoenprogramma op 60 °C of het katoenprogramma op 40 °C (beide bij volledige lading), indien deze waarde lager is
Gebaseerd op 220 standaard wascycli voor de katoenprogramma's op 60 °C en 40 °C bij volledige en gedeeltelijke lading, en het verbruik in de energiebesparende standen. Het werkelijke verbruik wordt bepaald door de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt.
Gebaseerd op 220 standaard wascycli voor de katoenprogramma's op 60 °C en 40 °C bij volledige en gedeeltelijke lading. Het werkelijke waterverbruik wordt bepaald door de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt.
Voor het standaard katoenprogramma op 60 °C bij volledige lading of het standaard katoenprogramma op 40 °C bij gedeeltelijke lading, indien deze waarde lager is, en het resterend vochtgehalte voor het standaard katoenprogramma op 60 °C bij volledige lading of het standaard katoenprogramma op 40 °C bij gedeeltelijke lading, indien deze waarde hoger is.
Deze programma's zijn geschikt voor het wassen van normaal bevuild katoenen wasgoed en het meest efficiënt wat het gecombineerd energie- en waterverbruik betreft.
indien de huishoudelijke wasmachine is uitgerust met een stroombeheerfunctie
bij het standaard katoenprogramma op 60 °C bij volledige lading
Met de programmeerfuncties kunt u de elektronica van de wasautomaat aanpassen aan uw wasgoed en de manier waarop u dit wilt wassen. U kunt de ingestelde varianten ieder moment wijzigen.
Het programmeren vindt plaats in 8 stappen (1, 2, 3 ... 8) met de sensor-toetsen.
Toegang tot het programmeerniveau
Eerst moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- De wasautomaat is ingeschakeld (de keuzeschakelaar staat op een wasprogramma).
- De deur van de wasautomaat is geopend.
① Tip sensortoets Start/Stop aan en laat deze niet los tijdens de stappen ② - ③.
3 . . . en laat sensortoets Start/Stop daarna los.
In de tijdsaanduiding brandt na ca. 4 seconden P13
Programmeerfunctie selecteren en instellen
Het nummer van de programmeer- functie verschijnt in de tijdweergave als P in combinatie met een cijfer: bijv. PI3.
4 Loop met sensortoets > of < door de programmeerfuncties, totdat de gewenste functie is bereikt:
| Programmeerfuncties |
| P13 Toetssignaal |
| P14 Pincode |
| P22 Uitschakeling display |
| P24 Memory |
| P26 Extra voorwastijd Katoen |
| P27 Inweektijd |
| P28 Behoedzaam wassen |
| P29 Temperatuurverlaging |
| P30 Extra water |
| P31 Niveau bij Extra water |
| P32 Maximaal spoelniveau |
| P33 Afkoeling van het waswater |
| P34 Kreukbeveiliging |
| P62 Lichtsterkte achtergrondverlichting gedimd |
5 Tip sensortoets Start/Stop aan en bevestig de gekozen programmeerfunctie.
Programmeerfunctie bewerken en opslaan
U kunt een programmeerfunctie in-/uitschakelen of verschillende opties kiezen.
6 Tip sensortoets > of < aan om de programmeerfunctie in- of uit te schakelen of kies een optie:
| Programmeerfunctie | |||||||
| Mogelijke varianten | |||||||
| -00 | -01 | -02 | -03 | -04 | -05 | --07 | |
| P13 | X O | ||||||
| P14 | O X | ||||||
| P22 | X O | ||||||
| P24 | O X | ||||||
| P26 | O X X X | ||||||
| P27 | O X X X | ||||||
| P28 | O X | ||||||
| P29 | O X | ||||||
| P30 | O X X | ||||||
| P31 | O X X X | ||||||
| P32 | O X | ||||||
| P33 | O X | ||||||
| P34 | X O | ||||||
| P62 | X X O X X | ||||||
X = Deze functie kan worden gekozen.
O = Fabrieksinstelling
7 Bevestig uw keuze met sensortoets Start/Stop.
Nu licht het nummer van de program- meerfunctie weer op, bijv. P13.
Programmeerniveau verlaten
8 Draai de keuzeschakelaar op ⏻.
De gekozen variant is nu ingesteld en blijft dat totdat een andere variant wordt gekozen en ingesteld.
P13 Toetssignaal
Als u de sensortoetsen aanraakt, klinkt er een akoestisch signaal.
Keuze
-00 = Het toetssignaal is uitgeschakeld
-01 = Het toetssignaal is ingeschakeld (fabrieksinstelling)
PI4 Code
De code voorkomt dat uw wasauto- maat door anderen gebruikt wordt.
Als deze optie geactiveerd is, moet u nadat u het apparaat ingeschakeld heeft de code invoeren om het apparaat te kunnen bedienen.
Keuze
- 0 0 amp; = Code is uitgeschakeld (fa- amp; brieksinstelling)
De wasautomaat met code bedienen
De code is 125 en kan niet worden gewijzigd.
■ Schakel de wasautomaat in.
In de tijdsaanduiding staat ____ en de sensortoetsen > en < zijn verlicht.
■ Tip sensortoets > aan.
In de tijdsaanduiding staat: / ____.
■ Bevestig dit getal met sensortoets Start/Stop.
Het eerste cijfer is opgeslagen. U kunt nu het tweede cijfer met de sensor-toetsen > en < invoeren.
■ Voer ook het tweede en derde cijfer in en bevestig de cijfers met sensor-toets Start/Stop.
De vergrendeling is opgeheven. U kunt nu een programma kiezen en dit starten.
P22 Uitschakeling display
Om energie te besparen worden tijds-aanduiding en sensortoetsen na 10 minuten donker en alleen sensor-toets Start/Stop knippert.
Keuze
- 0 0 amp; = uit amp; Tijdsaanduiding en sensor- amp; toetsen worden niet donker als amp; de wasautomaat ingeschakeld amp; is
-01 = aan (fabrieksinstelling)
Na 10 minuten worden tijds-aanduiding en sensortoetsen donker, als
- u het apparaat na het in- schakelen niet verder be- dient
- het programma is gestart
Echter: als de voorgeprogrammeerde tijd voorbij is, aan het einde van het programma of aan het einde van de kreukbeveiligingsfase worden tijdsaanduiding en sensortoetsen telkens 10 minuten ingeschakeld.
P24 Memory
Met deze instelling kunt u de memory-functie inschakelen. Dat houdt in dat de wasautomaat het laatst gedraaide programma met de temperatuur, het centrifugetoerental en de eventuele opties bij de start van het programma opslaat.
Wanneer u de volgende keer hetzelfde programma kiest, geeft de automaat de opgeslagen instellingen aan.
Keuze
-00 = de memory-functie is uitge- schakeld (fabrieksinstelling)
-01 = de memory-functie is ingeschakeld
P26 Extra voorwastijd Katoen
Met bovengenoemde instelling kunt u desgewenst de voorwastijd verlengen.
Keuze
-00 = geen verlenging van de voor- wastijd (fabrieksinstelling)
-01 = + 6 minuten verlenging van de voorwastijd
-02 = + 9 minuten verlenging van de voorwastijd
-03 = + 12 minuten verlenging van de voorwastijd
P27 Inweektijd
Wanneer u de optie "Inweken" heeft ingeschakeld, kunt u met bovenge-noemde instelling een inweektijd kiezen van minimaal 30 minuten en maximaal 2 uur.
De tijd wordt ingesteld in stappen van 30 minuten. Als u de extra functie Inweken kiest, wordt de gekozen tijd ingesteld.
Keuze
-01 = 30 minuten inweektijd (fa-brieksinstelling)
-02 = 1 uur inweektijd
-03 = 1 uur en 30 minuten inweek- tijd
-04 = 2 uur inweektijd
P28 Behoedzaam wassen
Met deze instelling kunt u voor licht verontreinigd wasgoed een behoedzaam wasritme inschakelen. Het aantal trommelbewegingen wordt gereduceerd.
Dit behoedzame wasritme kan worden ingeschakeld voor de programma's Ka-toen en Kreukherstellend.
Keuze
-00 = behoedzaam wassen is uitge- schakeld (fabrieksinstelling)
-01 = behoedzaam wassen is ingeschakeld
P29 Temperatuurverlaging
Op grotere hoogte heeft water een lager kookpunt. Miele adviseert om bij een hoogte vanaf 2000 m boven de zeespiegel de temperatuurverlaging in te schakelen. Om te voorkomen dat "water gaat koken", zorgt deze beveiliging ervoor dat de temperatuur niet boven de 80 °C uitkomt, ook wanneer een hogere temperatuur wordt gekozen.
Keuze
-00 = temperatuurverlaging is uitge-
schakeld (fabrieksinstelling)
-01 = temperatuurverlaging is ingeschakeld
P30 Extra water
U kunt de gebruikte hoeveelheid water met de extra functie Extra water vastleggen.
Keuze
-01 = De waterstand bij het wassen en spoelen wordt verhoogd (fabrieksinstelling)
-02 = Er wordt een keer extra ge-
spoeld
-03 = Een hogere waterstand bij het wassen en spoelen en een extra spoelgang
Wanneer u de extra functie Extra water heeft ingeschakeld, kunt u met bovengenoemde instelling tussen verschillende waterstanden kiezen.
Keuze
-01 = geen verhoging van de waterstand (fabrieksinstelling)
-02 = verhoging van de waterstand met 1 niveau bij het wassen en spoelen
-03 = verhoging van de waterstand met 2 niveaus bij het wassen en spoelen
-04 = verhoging van de waterstand met 3 niveaus bij het wassen en spoelen
P32 Maximaal spoelniveau
Met deze instelling kunt u het maximale spoelniveau inschakelen.
Het is belangrijk voor allergiepatiënten dat het wasgoed goed wordt gespoeld. Het waterverbruik is dan wel hoger.
Keuze
-00 = maximaal spoelniveau is uitge-
schakeld (fabrieksinstelling)
-01 = maximaal spoelniveau is ingeschakeld
P33 Afkoeling van het waswa- ter
Met deze instelling kunt u ervoor zorgen dat aan het einde van de hoofdwas extra water in de trommel stroomt ter afkoeling van het waswater.
Dit is handig bij het programma "Ka-toen" en wel wanneer er een temperatuur is gekozen van 70 °C en hoger.
Ook aanbevolen:
- Wanneer u de waterafvoerslang in een wasbak, wastafel of gootsteen hangt. Op deze manier kunt u brandgevaar voorkomen.
- Wanneer het apparaat in een gebouw staat met waterafvoerleidingen die niet aan de norm voldoen.
Keuze
- 0 0 amp; = de afkoeling van het waswater amp; is uitgeschakeld (fabrieksin- amp; stelling) - 0 I amp; = de afkoeling van het waswater amp; is ingeschakeld
P34 Kreukbeveiliging
Met deze instelling kunt u de kreukbeveiliging inschakelen. Daarmee wordt kreukvorming tegengegaan.
De trommel draait na afloop van het programma nog 30 minuten lang. De deur van de wasautomaat kan wel worden geopend.
Keuze
- 0 0 amp; = De kreukbeveiliging is uitge- amp; schakeld - O I amp; = De kreukbeveiliging is inge- amp; schakeld (fabrieksinstelling)
P62 Lichtsterkte achtergrond-verlichting gedimd
U kunt de lichtsterkte van de gedimde sensortoetsen in het display op zeven verschillende niveaus instellen.
De stand is ingesteld zodra u deze gekozen heeft.
Keuze
- 0 1 = donkerste stand - 0 7 = l i c h t s t e s t a n d - 0 3 = ( fabrieksinstelling )

Voor deze wasautomaat zijn wasmidde- len, additieven en onderhoudsmiddelen voor textiel en apparaat beschikbaar. Al deze producten zijn op de Miele-wasau- tomaten afgestemd.
U kunt deze en vele andere interessante producten via internet (shop.miele.nl), bij Miele (zie omslag) of bij uw Miele-vakhandelaar bestellen.
Wasmiddelen
UltraWhite
– universeel wasmiddel in poedervorm
- voor wit en licht wasgoed en voor sterk verontreinigd katoen
– effectieve vlekverwijdering reeds bij lage temperaturen
UltraColor
- vloeibaar Colorwasmiddel
- voor bont en donker textiel
- beschermt kleuren tegen verbleken
– effectieve vlekverwijdering reeds bij lage temperaturen
Fijnwasmiddel voor wol en fijne was
- vloeibaar fijnwasmiddel
- bijzonder geschikt voor wol en zijde
- reinigt al vanaf 20 °C en beschermt vorm en kleur van uw fijne was
Speciale wasmiddelen
De speciale wasmiddelen zijn verkrijgbaar in een praktische doseerfles of in een capsule ⚙ waarmee u makkelijk per wasbeurt kunt doseren.
Outdoor
- vloeibaar wasmiddel voor outdooren werkkleding
- reinigt zonder de kleuren aan te tas- ten
- beschermt de membranen door speciale was
Sport
- vloeibaar wasmiddel voor sportkle- ding en fleece
- neutraliseert onaangename geurtjes
- houdt het textiel in vorm
Dons
- vloeibaar wasmiddel voor kussens, slaapzakken en kleding met dons
– behoudt de elasticiteit van dons en veren
– behoudt de ademende werking van kleding met dons - voorkomt het samenklitten van dons
WoolCare
- vloeibaar wasmiddel voor wol en fijn textiel
- bevat tarweproteinen
- voorkomt vervilten
- beschermt de kleuren
- alleen als capsule ⚙ verkrijgbaar
SilkCare
- vloeibaar wasmiddel voor zijde
- bevat zijdeproteïnen
- beschermt de kleuren
- alleen als capsule ⚙️ verkrijgbaar
Textielonderhoudsmiddel
Dit middel is verkrijgbaar in een praktische doseerfles of als capsule ✉ waarmee u per wasbeurt kunt doseren.
Impregneermiddel
- voor het impregneren van textiel van microvezels zoals regenkleding
- behoudt de ademende werking van het textiel
Wasverzachter
– frisse, natuurlijke geur
- voor zacht wasgoed
Additieven
Booster
- voor het verwijderen van vlekken
- voor bont en wit wasgoed
- verkrijgbaar als capsule 🔍, waarmee makkelijk per wasbeurt kan worden gedoseerd
Reinigings- en onderhouds- middelen voor het apparaat
Reinigingsmiddel
- reinigt de wasautomaat grondig
- verwijdert vetten, bacteriën en daardoor veroorzaakte geurtjes
- 1–3 keer per jaar gebruiken
Ontkalkingsmiddel
- verwijdert ernstige kalkaanslag
- mild en behoedzaam door natuurlijk citroenzuur
Tabs voor waterontharding
- minder wasmiddel nodig bij hard water
- minder wasmiddelrestanten in het wasgoed
- minder chemische stoffen in de waterafvoer door minder wasmiddel
Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bezoek op www.miele.nl ook de Miele Shop voor een compleet overzicht van alle accessoires, toebehoren en reinigings- en onderhoudsproducten voor uw Miele-apparaat.
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via telefoonnummer (0347) 37 88 88.
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 88 88
Bezoek het Miele Experience Center:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN
[X0D8]



[2BHA]





[X0GC]
Va


[K0AW] A 





