Color LaserJet Pro M254nw - Printer HP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Color LaserJet Pro M254nw HP in PDF-formaat.
| Type product | Printer |
| Merk | HP |
| Model | Color LaserJet Pro M254nw |
| Afmetingen (B x D x H) | 392 x 385,8 x 247,5 mm |
| Gewicht | 13,8 kg |
| Stroomvoorziening | 110-240 V, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik (gemiddeld) | 320 W (afdrukken), 10 W (stand-by), 1 W (uit) |
| Papiercapaciteit lade 1 | 1 vel |
| Papiercapaciteit lade 2 | 250 vel |
| Afdruksnelheid (kleur, normaal) | 21 ppm |
| Afdruksnelheid (zwart, normaal) | 21 ppm |
| Dubbele afdruk (duplex) | Handmatig (alleen nw-model) |
| Connectiviteit | Ethernet, USB 2.0, Wi-Fi, Wi-Fi Direct |
| Mobiel afdrukken | HP ePrint, AirPrint, Android-afdrukken |
| Direct afdrukken via USB | Ja (alleen touchscreenmodellen) |
| Ondersteunde besturingssystemen | Windows, macOS, Linux, UNIX |
| Tonercartridges | HP 202A/202X (zwart, cyaan, magenta, geel) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigingspagina afdrukken via EWS of bedieningspaneel |
| Veiligheid | CE-markering, overeenstemming met EU-richtlijnen |
| Reparatie en onderdelen | Zelfreparatie-onderdelen beschikbaar (bijv. lade 1 en 2) |
| Garantie | 1 jaar (afhankelijk van regio) |
Veelgestelde vragen - Color LaserJet Pro M254nw HP
Gebruikersvragen over Color LaserJet Pro M254nw HP
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Color LaserJet Pro M254nw - HP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Color LaserJet Pro M254nw van het merk HP.
GEBRUIKSAANWIJZING Color LaserJet Pro M254nw HP
Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding
Copyright en licentie
Verveelvoudiging, bewerking en vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming zijn verboden, behalve zoals toegestaan door het auteursrecht.
De informatie in dit document kan zonder vooraankondiging worden gewijzigd.
De enige garantie voor producten en services van HP wordt uiteengezet in de garantieverklaring die bij dergelijke producten en services wordt geleverd. Niets in deze verklaring mag worden opgevat als een aanvullende garantie. HP is niet aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of weglatingen in deze verklaring.
Editie 1, 10/2017
Handelsmerken
Adobe®, Adobe Photoshop®, Acrobat® en PostScript® zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
Apple en het Apple-logo zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen/regio's.
OS X is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen/regio's.
AirPrint is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen/regio's.
iPad is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen/regio's.
iPod is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen/regio's.
iPhone is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen/regio's.
Microsoft®, Windows®, Windows® XP en Windows Vista® zijn in de Verenigde Staten gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
UNIX® is een gedeponeerd handelsmerk van The Open Group.
Inhoudsopgave
1 Printeroverzicht .... 1
Printeraanzichten 2
Vooraanzicht van de printer 2
Achteraanzicht van de printer 3
Weergave van 2-regelig bedieningspaneel (alleen nw- en dn-modellen) 4
Weergave van bedieningspaneel met aanraakscherm (alleen dw-modellen) 5
Lay-out van beginscherm 5
Het bedieningspaneel met aanraakscherm gebruiken 6
Printerspecificaties .... 7
Technische specificaties 7
Ondersteunde besturingssystemen 7
Mobiele afdrukoplossingen 10
Printerafmetingen 10
Stroomverbruik, stroomvoorzieningsspecificaties en geluidsuitstoot 11
Bereik voor de werkomgeving 11
Printerhardware en -software installeren 12
2 Papierladen 13
Inleiding 14
Papier laden in de sleuf voor één vel (lade 1) 15
Inleiding 15
Afdrukstand van het papier in lade 1 15
Papier plaatsen in lade 2 17
Inleiding 17
Afdrukstand van het papier in lade 2 19
Enveloppen afdrukken en laden 21
Inleiding 21
Enveloppen afdrukken 21
Afdrukstand envelop 22
Etiketten afdrukken en plaatsen 23
Inleiding 23
Handmatige invoer voor etiketten 23
Afdrukstand van etiket 24
3 Benodigdheden, accessoires en onderdelen 25
Benodigdheden, accessoires en onderdelen bestellen 26
Bestellen 26
Benodigdheden en accessoires 26
Zelfreparatie-onderdelen voor de klant 27
Tonercartridges vervangen 28
Inleiding 28
De tonercartridges verwijderen en deze vervangen 30
4 Afdrukken 33
Afdruktaken (Windows) 34
Afdrukken (Windows) 34
Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Windows) 35
Handmatig dubbelzijdig afdrukken (Windows) 35
Meerdere pagina's per vel afdrukken (Windows) 37
De papiersoort selecteren (Windows) 37
Afdruktaken (OS X) 38
Afdrukken (OS X) 38
Automatisch dubbelzijdig afdrukken (OS X) 38
Handmatig dubbelzijdig afdrukken (OS X) 38
Meerdere pagina's per vel afdrukken (OS X) 39
De papiersoort selecteren (OS X) 39
Mobiel afdrukken 40
Inleiding 40
Wi-Fi Direct (alleen draadloze modellen) 40
Wi-Fi Direct in- of uitschakelen 42
De Wi-Fi Direct-naam van de printer wijzigen 43
HP ePrint via e-mail 44
HP ePrint-software 46
AirPrint 46
Android-geïntegreerd afdrukken 47
Direct afdrukken via USB (alleen modellen met touchscreen) 48
Inleiding 48
Stap één: Toegang krijgen tot USB-bestanden op de printer 48
Stap twee: USB-documenten afdrukken 48
Optie één: Documenten afdrukken 48
Optie twee: Foto's afdrukken 49
5 De printer beheren 51
Toepassingen van HP Webservices gebruiken (alleen modellen met aanraakscherm) 52
Het verbindingstype van de printer wijzigen (Windows) 53
Geavanceerde configuratie met de geïntegreerde webserver van HP (EWS) en HP Device Toolbox (Windows) ... 54
IP-netwerkinstellingen configureren 58
Inleiding 58
Disclaimer voor printer delen 58
Netwerkinstellingen weergeven of wijzigen 58
De naam van de printer in het netwerk wijzigen 59
IPv4 TCP/IP-parameters handmatig configureren via het bedieningspaneel 60
Functies voor beveiliging van de printer 62
Inleiding 62
Het wachtwoord van het apparaat instellen of wijzigen met de geïntegreerde webserver van HP .... 62
Instellingen voor energiebesparing 64
Inleiding 64
Afdrukken met EconoMode 64
De instelling Sluimermodus/automatisch uitschakelen na inactiviteit instellen 64
De vertraging voor uitschakelen na inactiviteit instellen en de printer zo configureren dat deze maximaal 1 watt verbruikt 65
De instelling voor uitschakelvertraging configureren 66
HP Web Jetadmin 68
De firmware bijwerken 69
Methode een: De firmware bijwerken via het bedieningspaneel 69
Methode twee: De firmware bijwerken met behulp van de Firmware Update Utility 70
6 Problemen oplossen 71
Klantondersteuning 72
Help-systeem op het bedieningspaneel (alleen modellen met aanraakscherm) 73
De fabrieksinstellingen herstellen 74
Het bericht 'Cartridge bijna leeg' of 'Cartridge vrijwel leeg' wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer 75
De instelling "Vrijwel leeg" wijzigen 75
Bij printers met faxfunctionaliteit 76
Benodigdheden bestellen 76
De printer pakt geen papier op of het papier wordt verkeerd ingevoerd 77
Inleiding 77
Het apparaat pakt geen papier op 77
Het apparaat pakt meerdere vellen papier op.
Papierstoringen verhelpen
Inleiding
Papierstoringenlocaties
Frequente of terugkerende papierstoringen?
Papierstoringen in de sleuf voor één vel (lade 1) verhelpen
Papierstoringen in lade 2 verhelpen
Papierstoringen in de achterklep en het fusergebied verhelpen
Papierstoringen verhelpen in de duplexeenheid (alleen duplexmodellen)
Papierstoringen in de uitvoerbak oplossen
De afdrukkwaliteit verbeteren
Inleiding
De printerfirmware bijwerken
Afdrukken vanuit een ander softwareprogramma
De papiersoort voor de afdruktaak controleren
De instelling voor de papiersoort op de printer controleren 91
De instelling voor de papiersoort controleren (Windows) 91
De instelling voor de papiersoort controleren (OS X) 91
Status van de tonercartridge controleren 92
Een reinigingspagina afdrukken 93
De printcartridge of cartridges controleren 94
Papier en afdrukomgeving controleren 94
Stap een: Papier gebruiken dat voldoet aan de specificaties van HP 94
Stap twee: De omgeving controleren 94
Stap drie: De uitlijning van een afzonderlijke lade instellen 95
Een andere printerdriver proberen 96
EconoMode-instellingen controleren 96
Afdrukdichtheid aanpassen 97
De printer kalibreren om de kleuren uit te lijnen 98
Kleurinstellingen aanpassen (Windows) 99
De afdrukkwaliteitspagina afdrukken en interpreteren 99
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 101
Inleiding 101
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 101
Problemen met bekabelde netwerken oplossen 110
Inleiding 110
Slechte fysieke verbinding 110
De computer kan niet met de printer communiceren 110
De printer maakt gebruik van de verkeerde koppelings- en duplexinstellingen voor het netwerk .. 111
Nieuwe softwareprogramma's zorgen mogelijk voor compatibiliteitsproblemen 111
Uw computer of workstation is mogelijk niet juist ingesteld 111
De printer is uitgeschakeld of andere netwerkinstellingen zijn niet juist 111
Problemen met draadloze netwerken oplossen 112
Inleiding 112
Controlelijst draadloze verbinding 112
Er kan niet worden afgedrukt met de printer na het voltooien van de draadloze configuratie ..... 113
Er kan niet worden afgedrukt met de printer en op de computer is een firewall van derden geïnstalleerd 113
De draadloze verbinding functioneert niet meer nadat de draadloze router of de printer is verplaatst 113
Er kunnen geen computers meer worden aangesloten op de draadloze printer 114
De verbinding van de draadloze printer wordt verbroken wanneer er verbinding wordt gemaakt met een virtueel privénetwerk 114
Het netwerk wordt niet weergegeven in de lijst met draadloze netwerken 114
Het draadloos netwerk functioneert niet 114
Diagnose van draadloos netwerk uitvoeren 115
Storing op een draadloos netwerk verminderen 115
Index 117
1 Printeroverzicht
- Printeraanzichten
- Printerspecificaties • Printerhardware en -software installeren
Voor meer informatie:
De volgende informatie is correct op het moment van uitgave. Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
De uitgebreide Help van HP voor de printer omvat de volgende informatie:
• Installeren en configureren - Leren en gebruiken - Problemen oplossen • Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums • Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
Printeraanzichten
• Vooraanzicht van de printer - Achteraanzicht van de printer • Weergave van 2-regelig bedieningspaneel (alleen nw- en dn-modellen) • Weergave van bedieningspaneel met aanraakscherm (alleen dw-modellen)
Vooraanzicht van de printer
| 1 2-regelig bedieningspaneel met achtergrondverlichting (alleen nw- en dn-modellen) |
| 2 Uitvoerbak |
| 3 Uitvoerbakverlenging |
| 4 Voorklep (toegang tot tonercartridges) |
| 5 Modelnaam |
| 6 Voorrangsinvoersleuf voor één vel (lade 1) |
| 7 Hoofdinvoerlade (lade 2) |
| 8 Aan-uitknop |
| 9 Bedieningspaneel met kleurenaanraakscherm (alleen dw-modellen) |
| 10 USB-poort voor direct afdrukken zonder pc (alleen dw-modellen) |
Achteraanzicht van de printer
| 1 Achterklep (toegang voor het verhelpen van storingen) |
| 2 Sticker met product- en serienummer |
| 3 Netsnoeraansluiting |
| 4 USB-interface-aansluiting |
| 5 Ethernet-poort |
| 6 Duplexeenheid (alleen duplexmodellen) |
Weergave van 2-regelig bedieningspaneel (alleen nw- en dn-modellen)

| 1 2-regelig bedieningspaneeldisplay Dit scherm geeft menu's en printerinformatie weer. | ||
| 2 Knop OK Druk op de knop OK voor de volgende handelingen:De menu's van het bedieningspaneel openen.Een op het display van het bedieningspaneel weergegeven submenu openen.Een menu-item selecteren.Bepaalde fouten wissen.Een afdruktaak starten als er een prompt op het bedieningspaneel staat (bijvoorbeeld als het bericht Druk op [OK] om door te gaan wordt weergegeven op het display van het bedieningspaneel). | ||
| 3 | Knop Hij naar links | Druk op deze knop om door de menu's te bladeren of om een waarde op het display te verlagen. |
| 4 | Knop Bij terug | Druk op deze knop voor de volgende handelingen:De menu's van het bedieningspaneel verlaten.Terugkeren naar een vorig menu in een lijst met submenu's.Terugkeren naar een vorig menu-item in een lijst met submenu's (zonder wijzigingen in het menu-item op te slaan). |
| 5 | Knop voor draadloze functie (alleen draadloze modellen) | Gebruik deze knop om het menu Draadloos te openen. |
| 6 | Knop Annuleren | Raak deze knop aan om een afdruktaak te annuleren of om de bedieningspaneelmenu's te sluiten. |
| 7 | Knop Pijl naar rechts | Druk op deze knop om door de menu's te bladeren of om een waarde op het display te verhogen. |
Weergave van bedieningspaneel met aanraakscherm (alleen dw-modellen)

| 1 | Knop Terug | Raak deze knop aan om terug te keren naar het vorige scherm. |
| 2 | Knop Erginscherm | Raak deze knop aan om naar het beginscherm te gaan. |
| 3 | Knop Help | Raak deze knop aan om de help van het bedieningspaneel te openen. |
| 4 Aanraakscherm Het display biedt toegang tot menu's, helpanimaties en printerinformatie. | ||
| 5 Indicator voor beginschermpagina Het display geeft aan welk beginscherm het bedieningspaneel momenteel weergeeft. | ||

OPMERKING: Het bedieningspaneel heeft geen standaardknop om te annuleren, maar tijdens veel acties op de printer verschijnt er op het aanraakscherm een knop om te annuleren. Dit stelt de gebruiker in staat een proces te annuleren voordat de printer dit voltooit.
Lay-out van beginscherm
Het beginscherm biedt toegang tot printerfuncties en geeft de huidige status van de printer weer.
Keer op elk moment terug naar het beginscherm door op het bedieningspaneel van de printer de knop Beginscherm aan te raken.

OPMERKING: De functies die in het beginscherm worden weergegeven zijn afhankelijk van de configuratie van de printer.


| 1 | Resetknop | Raak deze knop aan om tijdelijke taakinstellingen te herstellen naar standaardinstellingen. |
| 2 | Knop Verbindingsinformatie | Raak deze knop aan om het menuVerbindingsinformatiemet netwerkinformatie te openen. De knop wordt weergegeven als een pictogram van een bekabeld netwerk, afdraadloos netwerk, afhankelijk van het netwerk waarmee de printer is verbonden. |
| 3 Printerstatus Dit schermgedeelte biedt informatie over de algehele printerstatus. | ||
| 4 | KnopUSB | Raak deze knop aan om het menuUSB-flashstationte openen. |
| 5 | KnopModigdheden | Raak deze knop aan voor informatie over de status van benodigdheden. |
| 6 | KnopApps | Raak deze knop aan om het menuAppste openen om direct af te drukken vanuit bepaalde webtoepassingen. |
| 7 | KnopInstellingen | Raak deze knop aan om het menuInstellingente openen. |
Het bedieningspaneel met aanraakscherm gebruiken
Doorloop de volgende stappen om het bedieningspaneel met aanraakscherm van de printer te gebruiken.
| Actie Omschrijving | Voorbeeld | |
| Aanraken | Raak een item op het scherm aan om dat item te selecteren of dat menu te openen. U kunt tijdens het bladeren door menu's het scherm kort aanraken om het bladeren te onderbreken. | Raak de knopInstellingen aan om het menuInstellingen te openen. |
![]() | ||
| Actie Omschrijving Voorbeeld | ||
| Vegen Raak het scherm aan en schuif met uw vinger horizontaal over het scherm om horizontaal te schuiven. | Veeg over het beginscherm voor de knop Instellingen 😊 | |
![]() | ||
| Bladeren Raak het scherm aan en verplaats het door zonder los te laten uw vinger verticaal te bewegen. | Blader door het menu Instellingen. | |
![]() | ||
Printerspecificaties

BELANGRIJK: De volgende specificaties zijn correct op het moment van uitgave maar zijn onderhevig aan wijzigingen. Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
• Technische specificaties • Ondersteunde besturingssystemen • Mobiele afdrukoplossingen • Printerafmetingen • Stroomverbruik, stroomvoorzieningsspecificaties en geluidsuitstoot • Bereik voor de werkomgeving
Technische specificaties
Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
Ondersteunde besturingssystemen
De volgende informatie geldt voor de printerspecifieke Windows PCL 6- en HP OS X-printerdrivers en het software-installatieprogramma.
Windows: Het HP software-installatieprogramma installeert de driver HP PCL.6 versie 3, HP PCL 6 versie 3 of HP PCL-6 versie 4, afhankelijk van het Windows-besturingssysteem, evenals optionele software bij gebruik van het software-installatieprogramma.
Download de driver HP PCL.6 versie 3, HP PCL 6 versie 3 of HP PCL-6 versie 4 van de ondersteuningswebsite voor deze printer: www.hp.com/support/ljM253.
OS X: Mac-computers worden door deze printer ondersteund. Download HP Easy Start vanaf 123.hp.com/LaserJet of vanaf de printerondersteuningspagina en gebruik HP Easy Start vervolgens om de HP-printerdriver te installeren. HP Easy Start is niet inbegrepen in het HP software-installatieprogramma.
- Ga naar 123.hp.com/LaserJet.
- Volg de stappen voor het downloaden van de printersoftware.
Linux: Ga voor informatie en printerdrivers voor Linux naar www.hp.com/go/linuxprinting.
UNIX: Ga voor informatie over en printerdrivers voor UNIX® naar www.hp.com/go/unixmodelscripts.
Tabel 1-1 Ondersteunde besturingssystemen en printerdrivers
| Besturingssysteem De printerdriver is geinstalleerd (via de software op internet) | Opmerkingen | |
| Windows ° XP SP3, 32-bits | De printerspecifieke printerdriver HP PCL.6 voor dit besturingssysteem wordt geinstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | Sinds april 2009 biedt Microsoft geen ondersteuning meer voor Windows XP. HP zal zijn best blijven doen om ondersteuning te bieden voor het niet langer verkrijgbare Windows XP. Sommige functies van de printerdriver worden niet ondersteund. |
| Windows Vista ° , 32-bits | De printerspecifieke printerdriver HP PCL.6 voor dit besturingssysteem wordt geinstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | Sinds april 2012 biedt Microsoft geen ondersteuning meer voor Windows Windows Vista. HP zal zijn best blijven doen om ondersteuning te bieden voor het niet langer verkrijgbare Windows Vista. Sommige functies van de printerdriver worden niet ondersteund. |
| Windows 7, 32-bits en 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL 6 voor dit besturingssysteem wordt geinstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | ||
| Windows 8, 32-bits en 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL 6 voor dit besturingssysteem wordt geinstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | Ondersteuning voor Windows 8 RT wordt geboden via de Microsoft IN OS Versie 4, 32-bits driver. | |
| Windows 8.1, 32-bits en 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL-6 V4 voor dit besturingssysteem wordt geinstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | Ondersteuning voor Windows 8.1 RT wordt geboden via de Microsoft IN OS Versie 4, 32-bits driver. | |
| Windows 10, 32-bits en 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL-6 V4 voor dit besturingssysteem wordt geinstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | ||
| Windows Server 2008 SP2, 32-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL.6 kan worden gedownload vanaf de website voor printerondersteuning. Download de driver en installeer deze vervolgens via het Microsoft-hulpprogramma Printer toevoegen. | Sinds januari 2015 biedt Microsoft geen ondersteuning meer voor Windows Server 2008. HP zal zijn best blijven doen om ondersteuning te bieden voor het niet langer verkrijgbare besturingssysteem Windows Server 2008. Sommige functies van de printerdriver worden niet ondersteund. | |
Tabel 1-1 Ondersteunde besturingssystemen en printerdrivers (vervolg)
| Besturingssysteem De printerdriver is geïnstalleerd (via de software op internet) | Opmerkingen | |
| Windows Server 2008 SP2, 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL 6 kan worden gedownload vanaf de website voor printerondersteuning. Download de driver en installeer deze vervolgens via het Microsoft-hulpprogramma Printer toevoegen. | Sinds januari 2015 biedt Microsoft geen ondersteuning meer voor Windows Server 2008. HP zal zijn best blijven doen om ondersteuning te bieden voor het niet langer verkrijgbare besturingssysteem Windows Server 2008. | |
| Windows Server 2008 R2, SP 1, 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL 6 voor dit besturingssysteem wordt geïnstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | ||
| Windows Server 2012, 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL 6 voor dit besturingssysteem wordt geïnstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | ||
| Windows Server 2012 R2, 64-bits De printerspecifieke printerdriver HP PCL-6 voor dit besturingssysteem wordt geïnstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | ||
| Windows Server 10 (Server 2016), 32-bits en 64-bits | De printerspecifieke printerdriver HP PCL-6 voor dit besturingssysteem wordt geïnstalleerd als onderdeel van de software-installatie. | |
| OS X 10.10 Yosemite, OS X 10.11 El Capitan, OS X 10.12 Sierra | Download HP Easy Start van 123.hp.com/LaserJet voor het installeren van de printerdriver. Volg de stappen voor het installeren van de printersoftware en printerdriver. | |
OPMERKING: Voor een actueel overzicht van ondersteunde besturingssystemen en voor uitgebreide Help van HP voor de printer, gaat u naar www.hp.com/support/ljM253.
OPMERKING: Ga voor driverondersteuning voor HP UPD voor deze printer naar www.hp.com/go/upd. Klik op de koppelingen onder Meer informatie.
Tabel 1-2 Minimale systeemvereisten
| Windows OS X | |
| Cd-romstation, dvd-station of internetverbinding | Internetverbinding |
| USB 1.1 of 2.0-verbinding of een netwerkverbinding | 1 GB vrije ruimte op de harde schijf |
| 400 MB vrije ruimte op de harde schijf | |
| 1 GB RAM (32-bits) of 2 GB RAM (64-bits) | |
Mobiele afdrukoplossingen
HP biedt diverse mobiele en ePrint-oplossingen voor gemakkelijk afdrukken naar een HP-printer vanaf een laptop, tablet, smartphone of ander mobiel apparaat. Ga naar www.hp.com/go/LaserJetMobilePrinting om de volledige lijst te zien en te bepalen wat de beste keuze is.

OPMERKING: Werk de printerfirmware bij om te zorgen dat alle mobiele afdruk- en ePrint-functies worden ondersteund.
• Wi-Fi Direct (alleen draadloze modellen) HP ePrint via e-mail (HP Webservices moet zijn ingeschakeld en de printer moet zijn geregistreerd bij HP Connected) HP ePrint app (beschikbaar voor Android, iOS en Blackberry) HP All-in-One Remote-app voor iOS- en Android-apparaten HP ePrint software Google Cloudprinter AirPrint • Afdrukken met Android
Printerafmetingen
Afbeelding 1-1 Afmetingen van de M254nw- en M254dn-modellen
Printer geheel gesloten Printer geheel geopend
| 1. Hoogte 247,5 mm 247,5 mm | |
| 2. Diepte M254nw-modellen: 385,8 mm | M254nw-modellen: 855 mm |
| M254dn-modellen: 419 mm | M254dn-modellen: 1008 mm |
| 3. Breedte 392 mm 392 mm | |
| Gewicht (met cartridges) M254nw-modellen: 13,8 kg | |
| M254dn-modellen: 14,8 kg | |
Afbeelding 1-2 Afmetingen van de M254dw-modellen
Stroomverbruik, stroomvoorzieningsspecificaties en geluidsuitstoot
Raadpleeg www.hp.com/support/ljM253 voor recente informatie.
⚠️ VOORZICHTIG: De stroomvereisten zijn gebaseerd op het land/de regio waar de printer wordt verkocht. Verander niets aan de ingestelde spanning. Hierdoor raakt de printer beschadigd en komt de garantie van de printer te vervallen.
Bereik voor de werkomgeving
Tabel 1-3 Bereik voor de werkomgeving
| Omgeving Aanbevolen Toegestaan | ||
| Temperatuur 17 tot 25 °C 15 tot 30 °C | ||
| Relatieve luchtvochtigheid Relatieve luchtvochtigheid (RH) van 30 tot 70% | Relatieve luchtvochtigheid van 10% tot 80% | |
| Hoogte | Niet van toepassing | 0 tot 3048 m |
Printerhardware en -software installeren
Raadpleeg de installatieposter en snelstartgids die bij de printer zijn geleverd voor algemene installatie-instructies. Ga naar de HP-ondersteuningspagina voor aanvullende instructies.
Ga naar www.hp.com/support/ljM253 voor de uitgebreide Help van HP voor de printer. Zoek de volgende ondersteuning:
• Installeren en configureren - Leren en gebruiken - Problemen oplossen • Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums - Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
2 Papierladen
Inleiding • Papier laden in de sleuf voor één vel (lade 1) • Papier plaatsen in lade 2 • Enveloppen afdrukken en laden • Etiketten afdrukken en plaatsen
Voor meer informatie:
De volgende informatie is correct op het moment van uitgave. Zie www.hp.com/support/ijM253 voor actuele informatie.
De uitgebreide Help van HP voor de printer omvat de volgende informatie:
• Installeren en configureren • Leren en gebruiken • Problemen oplossen • Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
Inleiding

VOORZICHTIG: Breid niet meer dan één papierlade tegelijk uit.
Gebruik een papierlade niet als opstapje.
Houd uw handen uit de papierlades wanneer deze worden gesloten.
Alle laden moeten zijn gesloten als u de printer verplaatst.
Papier laden in de sleuf voor één vel (lade 1)
Inleiding
De volgende informatie beschrijft hoe u papier moet plaatsen in lade 1. Deze lade bevat 1 vel papier. Gebruik deze voor het afdrukken van documenten van één pagina, documenten met meerdere papiersoorten of enveloppen.

OPMERKING: Papierstoringen voorkomen:
Voeg nooit papier toe aan of verwijder papier uit de lade tijdens het afdrukken. - Gebruik geen papier dat is gekreukeld, gevouwen of beschadigd.
- Schuif de breedtegeleiders voor het papier in de voorrangsinvoersleuf voor één vel van elkaar af.
- Plaats de bovenkant van het vel op de opening en stel de papiergeleiders zodanig bij dat deze het vel licht raken maar het papier niet buigen.
- Voer het vel in de sleuf in en houd het vast. De printer verplaatst het vel gedeeltelijk in het papierpad. Raadpleeg Afdrukstand van het papier in lade 1 op pagina 15 voor informatie over de afdrukstand van het papier.
OPMERKING: Afhankelijk van de grootte van het vel hebt u mogelijk twee handen nodig ter ondersteuning van het papier voordat het wordt ingenomen door de printer.
- Open op uw computer de softwaretoepassing en begin met afdrukken. Zorg ervoor dat de driver staat ingesteld op de juiste papiersoort en -grootte voor het papier dat wordt afgedrukt van de voorrangsinvoersleuf voor één vel.

Afdrukstand van het papier in lade 1
Als u papier gebruikt dat een bepaalde afdrukstand vereist, plaatst u dit aan de hand van de informatie in de volgende tabel.
Papiersoort, Stand afbeelding, Uitvoer, Papierformaat, Papier plaatsen
| Briefpapier of voorbedrukt | StaandOPMERKING: In lade1 kan papier van A5-formaat zowel staand als liggend worden afgedrukt. | Enkelzijdig afdrukken Letter, Legal, Executive,Oficio (8,5 x 13), A4, A5, A6, B5 (JIS),B5 (ISO), Postcard #10, JapanesePostcard (Postcard (JIS)), DoubleJapan Postcard Rotated (DoublePostcard (JIS)) | Afdrukzijde bovenBovenrand eerst in de printer![]() |
| Dubbelzijdig afdrukken Letter, Legal, Executive,Oficio (8,5 x 13), A4, A5, A6, B5 (JIS),B5 (ISO), Postcard #10, JapanesePostcard (Postcard (JIS)), DoubleJapan Postcard Rotated (DoublePostcard (JIS)) | Afdrukzijde benedenBovenrand eerst in de printer![]() | ||
| Geperforeerd Staand | OPMERKING: In lade1 kan papier van A5-formaat zowel staand als liggend worden afgedrukt. | Enkelzijdig afdrukken of dubbelzijdig afdrukken | Letter, Legal, Executive,Oficio (8,5 x 13), A4, A5, A6, B5 (JIS),B5 (ISO), Postcard #10, JapanesePostcard (Postcard (JIS)), DoubleJapan Postcard Rotated (DoublePostcard (JIS)) |
Afdrukzijde bovenGaten naar de linkerkant van de printer![]() |
Papier plaatsen in lade 2
Inleiding
De volgende informatie beschrijft hoe u papier moet plaatsen in lade 2. Deze lade kan maximaal 250 vel papier met een gewicht van 75 g/m² bevatten.

OPMERKING: Papierstoringen voorkomen:
Voeg nooit papier toe aan of verwijder papier uit de lade tijdens het afdrukken. Haal voordat u de lade bijvult al het papier uit de invoerlade en leg de stapel recht. • Waaier het papier niet uit wanneer u de lade vult. - Gebruik geen papier dat is gekreukeld, gevouwen of beschadigd.
1. Open de lade.
OPMERKING: Open de lade niet als deze in gebruik is.

2. Stel de papiergeleiders in door de afstelvergrendelingen in te drukken en de geleiders op te schuiven tot het formaat van het papier dat u gebruikt.
OPMERKING: Als u papier van Legal-formaat wilt plaatsen, dient u de voorzijde van de lade te verlengen door de blauwe vergrendeling ingedrukt te houden terwijl u de voorzijde van de lade naar voren trekt. Als lade 2 is gevuld met papier van Legal-formaat, steekt deze ongeveer 57,5 mm uit vanaf de voorzijde van de printer.

- Plaats het papier in de lade. Raadpleeg Afdrukstand van het papier in lade 2 op pagina 19 voor informatie over de afdrukstand van het papier.
- Stel de geleiders zo in dat deze de papierstapel net aanraken, maar het papier niet buigen.
OPMERKING: Verplaatst de papiergeleiders niet te strak tegen de papierstapel.
OPMERKING: Schuif de papiergeleiders naar het juiste formaat en plaats niet te veel papier in de lade om storingen te voorkomen.
- Sluit de lade.

Afdrukstand van het papier in lade 2
Als u papier gebruikt dat een bepaalde afdrukstand vereist, plaatst u dit aan de hand van de informatie in de volgende tabel.
Papiersoort Stand afbeelding Uitvoer Papierformaat Papier plaatsen
| Briefhoofdpapier of voorbedrukt | Staand Enkelzijdig afdrukken Letter, Legal, Executive, Oficio (8,5 x 13), A4, A6, B5 (JIS), B5 (ISO), Postcard #10, Japanese Postcard (Postcard (JIS)), Double Japan Postcard Rotated (Double Postcard (JIS)) | Afdrukzijde bovenBovenrand aan de achterkant van de lade![]() |
| Dubbelzijdig afdrukken Letter, Legal, Executive, Oficio (8,5 x 13), A4, A6, B5 (JIS), B5 (ISO), Postcard #10, Japanese Postcard (Postcard (JIS)), Double Japan Postcard Rotated (Double Postcard (JIS)) | Afdrukzijde benedenBovenrand aan de achterkant van de lade![]() |
Liggend Enkelzijdig afdrukken A5 Afdrukzijde boven Bovenrand aan de achterkant van de lade

Papiersoort Stand afbeelding Uitvoer Papierformaat Papier plaatsen
| Dubbelzijdig afdrukken A5 Afdrukzijde beneden | |||
| Bovenrand aan de achterkant van de lade | |||
![]() | |||
| Geperforeerd Staand Enkelzijdig afdrukken | of dubbelzijdig afdrukken | Letter, Legal, Executive, Oficio (8,5 x 13), A4, A6, B5 (JIS), B5 (ISO), Postcard #10, Japanese Postcard (Postcard (JIS)), Double Japan Postcard Rotated (Double Postcard (JIS)) | Afdrukzijde boven |
| Gaten naar de linkerkant van de lade | |||
![]() | |||
| Liggend Enkelzijdig afdrukken of dubbelzijdig afdrukken | A5 Afdrukzijde boven | Gaten naar de voorzijde van de lade | |
![]() | |||
Enveloppen afdrukken en laden
Inleiding
De volgende informatie beschrijft hoe u enveloppen moet afdrukken en plaatsen. In lade 1 past 1 envelop. In lade 2 passen 5 enveloppen.
Volg deze stappen om de juiste instellingen te selecteren in de printerdriver voor het afdrukken van enveloppen met de optie handmatige invoer. Stuur daarna de afdruktaak naar de printer en plaats de enveloppen in de lade.
Enveloppen afdrukken
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers en klik of tik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om de printerdriver te openen.

OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.

OPMERKING: Als u deze functies wilt openen vanaf een Startscherm in Windows 8 of 8.1, selecteert u Apparaten, Afdrukken en vervolgens de printer.
- Klik of tik op het tabblad Papier/Kwaliteit.
- Selecteer het juiste formaat voor de enveloppen in de vervolgkeuzelijst Papierformaat.
- Selecteer Envelop in de vervolgkeuzelijst Papiersoort.
- Selecteer Handmatige invoer in de vervolgkeuzelijst Papierbron.
- Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten.
- Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop OK om de taak af te drukken.
Afdrukstand envelop
| Lade Envelopformaat Enveloppen plaatsen | |
| Lade 1 Envelop #10, Envelop Monarch, Envelop B5,Envelop C5, Envelop DL | Afdrukzijde omhoogKorte frankeerzijde in de richting van de printer![]() |
| Lade 2 Envelop #10, Envelop Monarch, Envelop B5,Envelop C5, Envelop DL | Afdrukzijde omhoogKorte frankeerzijde in de richting van de printer![]() |
Etiketten afdrukken en plaatsen
Inleiding
De volgende informatie beschrijft hoe u etiketten moet afdrukken en plaatsen. In lade 1 past 1 etiketvel. In lade 2 passen 50 etiketvellen.
Volg deze stappen om de juiste instellingen te selecteren in de printerdriver voor het printen van etiketten met de optie handmatige invoer. Stuur daarna de afdruktaak naar de printer en plaats de etiketten in de lade. Als u de handmatige invoer gebruikt, drukt de printer de taak niet af totdat de lade is geopend.
Handmatige invoer voor etiketten
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers en klik of tik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om de printerdriver te openen.

OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.

OPMERKING: Als u deze functies wilt openen vanaf een Startscherm in Windows 8 of 8.1, selecteert u Apparaten, Afdrukken en vervolgens de printer.
- Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit.
- Selecteer het juiste formaat voor de etiketten in de vervolgkeuzelijst Papierformaat.
- Selecteer Etiketten in de vervolgkeuzelijst Papiersoort.
- Selecteer Handmatige invoer in de vervolgkeuzelijst Papierbron.
- Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten.
- Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop OK om de taak af te drukken.
Afdrukstand van etiket
Lade Etiketten plaatsen
Lade 1 Afdrukzijde boven
Bovenrand eerst in de printer

Lade 2: afdrukzijde boven
Bovenrand eerst in de printer

3 Benodigdheden, accessoires en onderdelen
Benodigdheden, accessoires en onderdelen bestellen • Tonercartridges vervangen
Voor meer informatie:
De volgende informatie is correct op het moment van uitgave. Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
De uitgebreide Help van HP voor de printer omvat de volgende informatie:
• Installeren en configureren - Leren en gebruiken - Problemen oplossen • Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
Benodigdheden, accessoires en onderdelen bestellen
Bestellen
| Benodigdheden en papier bestellen www.hp.com/go/suresupply | |
| Originele onderdelen of accessoires van HP bestellen www.hp.com/buy/parts | |
| Bestellen via service- of ondersteuningsproviders Neem contact op met een erkend service- of ondersteuningspunt van HP. | |
| Bestellen via de geïntegreerde webserver van HP (EWS) Typ het IP-adres of de hostnaam van de printer in het adres- of URL-veld van een ondersteunde webbrowser op de computer om toegang te krijgen tot de webserver. De geïntegreerde webserver bevat een koppeling naar de SureSupply-website van HP. Hier vindt u mogelijkheden voor het aanschaffen van originele benodigdheden van HP. |
Benodigdheden en accessoires
| Artikel Omschrijving Cartridgenummer Nummer | ||
| Benodigdheden | ||
| Alleen voor gebruik in Noord-Amerika, Latijns-Amerika, landen/regio's binnen Azië Pacific en Japan | ||
| Originele HP 202A zwarte LaserJet-tonercartridge | Zwarte tonercartridge met standaardcapaciteit 202A CF500A | |
| Originele HP 202X zwarte LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Zwarte tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF500X | |
| Originele HP 202A cyaan LaserJet-tonercartridge | Cyaan tonercartridge met standaardcapaciteit 202A CF501A | |
| Originele HP 202X cyaan LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Cyaan tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF501X | |
| Originele HP 202A gele LaserJet-tonercartridge | Gele tonercartridge met standaardcapaciteit 202A CF502A | |
| Originele HP 202X gele LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Gele tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF502X | |
| Originele HP 202A magenta LaserJet-tonercartridge | Magenta tonercartridge met standaardcapaciteit 202A CF503A | |
| Originele HP 202X magenta LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Magenta tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF503X | |
| Alleen voor gebruik in Europa, Rusland, CIS, het Midden-Oosten en Afrika | ||
| Originele HP 203A zwarte LaserJet-tonercartridge | Zwarte tonercartridge met standaardcapaciteit 203A CF540A | |
| Originele HP 203X zwarte LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Zwarte tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF540X | |
| Originele HP 203A cyaan LaserJet-tonercartridge | Cyaan tonercartridge met standaardcapaciteit 203A CF541A | |
| Originele HP 203X cyaan LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Cyaan tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF541X | |
| Originele HP 203A gele LaserJet-tonercartridge | Gele tonercartridge met standaardcapaciteit 203A CF542A | |
| Originele HP 203X gele LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Gele tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF542X | |
| Originele HP 203A magenta LaserJet-tonercartridge | Magenta tonercartridge met standaardcapaciteit | 203A CF543A |
| Originele HP 203X magenta LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Magenta tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF543X | |
Zelfreparatie-onderdelen voor de klant
Zelfreparatie-onderdelen voor de klant (CSR, Customer Self-Repair) zijn voor veel HP LaserJet printers beschikbaar om de reparatietijd te verminderen. Ga voor meer informatie over het CSR-programma en de voordelen naar www.hp.com/go/csr-support en www.hp.com/go/csr-faq.
Echte HP vervangingsonderdelen kunt u bestellen op www.hp.com/buy/parts of door contact op te nemen met een bevoegde service- of ondersteuningsprovider van HP. Om een onderdeel te bestellen, hebt u een van de volgende gegevens nodig: onderdeelnummer, serienummer (op de achterkant van de printer), productnummer of printernaam.
- Onderdelen die zijn gemarkeerd met Verplicht kunnen door de klant zelf worden geïnstalleerd. U kunt de reparatie ook laten uitvoeren door servicemedewerkers van HP maar dan worden kosten in rekening gebracht. Voor deze onderdelen wordt onder uw HP-printergarantie geen ondersteuning ter plekke of reparatie in de werkplaats aangeboden.
- Onderdelen die zijn gemarkeerd met 'Optioneel' kunnen tijdens de garantieperiode van de printer op uw verzoek zonder bijkomende kosten worden geïnstalleerd door servicemedewerkers van HP.
| Artikel Omschrijving | Instructies voor zelf vervangen Nummer | |
| Voorrangsinvoersleuf voor één vel Vervangende lade voor voorrangsinvoersleuf voor één vel (lade 1) | Verplicht RM2-1693-000 | |
| Papierinvoerlade voor 250 vel Vervangende cassette voor lade 2 | Verplicht RM2-1679-000 | |
Tonercartridges vervangen
Inleiding
Deze printer geeft aan wanneer het niveau van de tonercartridge laag is. De echte resterende levensduur van de tonercartridge kan variëren. Zorg dat u een vervangende tonercartridge hebt die u kunt plaatsen wanneer de afdrukkwaliteit niet meer voldoet.
Ga naar HP SureSupply op www.hp.com/go/suresupply om cartridges aan te schaffen of de cartridgecompatibiliteit van de printer te controleren. Blader naar de onderkant van de pagina en controleer of land/regio juist is ingesteld.
De printer gebruikt vier kleuren en heeft voor elke kleur een afzonderlijke tonercartridge: geel (Y), magenta (M), cyaan (C) en zwart (K). De tonercartridges bevinden zich aan de binnenzijde van de voorklep.
| Item Omschrijving Cartridgenummer Nummer | ||
| Alleen voor gebruik in Noord-Amerika, Latijns-Amerika, landen/regio's binnen Azië Pacific en Japan | ||
| Originele HP 202A zwarte LaserJet-tonercartridge | Zwarte tonercartridge met standaardcapaciteit | 202A CF500A |
| Originele HP 202X zwarte LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Zwarte tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF500X | |
| Originele HP 202A cyaan LaserJet-tonercartridge | Cyaan tonercartridge met standaardcapaciteit | 202A CF501A |
| Originele HP 202X cyaan LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Cyaan tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF501X | |
| Originele HP 202A gele LaserJet-tonercartridge | Gele tonercartridge met standaardcapaciteit 202A CF502A | |
| Originele HP 202X gele LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Gele tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF502X | |
| Originele HP 202A magenta LaserJet-tonercartridge | Magenta tonercartridge met standaardcapaciteit | 202A CF503A |
| Originele HP 202X magenta LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Magenta tonercartridge met hoge capaciteit 202X CF503X | |
| Alleen voor gebruik in Europa, Rusland, CIS, het Midden-Oosten en Afrika | ||
| Originele HP 203A zwarte LaserJet-tonercartridge | Zwarte tonercartridge met standaardcapaciteit | 203A CF540A |
| Originele HP 203X zwarte LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Zwarte tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF540X | |
| Originele HP 203A cyaan LaserJet-tonercartridge | Cyaan tonercartridge met standaardcapaciteit | 203A CF541A |
| Originele HP 203X cyaan LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Cyaan tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF541X | |
| Originele HP 203A gele LaserJet-tonercartridge | Gele tonercartridge met standaardcapaciteit 203A CF542A | |
| Originele HP 203X gele LaserJet-tonercartridge met hoge capaciteit | Gele tonercartridge met hoge capaciteit 203X CF542X | |
| Originele HP 203A magenta Laser Jet-tonercartridge | Magenta tonercartridge met standaardcapaciteit | 203A CF543A |
| Originele HP 203X magenta Laser Jet-tonercartridge met hoge capaciteit | Magenta tonercartridge met hoge capaciteit | 203X CF543X |
OPMERKING: Tonercartridges met hoge capaciteit bevatten meer toner dan standaardcartridges, waardoor er meer pagina's mee kunnen worden afgedrukt. Ga naar www.hp.com/go/learnaboutsupplies voor meer informatie.
Verwijder de tonercartridge pas uit de verpakking wanneer u deze plaatst.
⚠️ VOORZICHTIG: Stel de tonercartridge niet langer dan enkele minuten bloot aan licht. Zo voorkomt u beschadiging van de cartridge. Dek de groene afbeeldingsdrum af als de tonercartridge voor langere tijd uit de printer wordt verwijderd.
De volgende afbeelding geeft de onderdelen van de tonercartridge weer.

⚠️ VOORZICHTIG: Als er toner op uw kleding komt, veegt u dit af met een droge doek en wast u de kleding in koud water. Met warm water wordt de toner in de stof opgenomen.
OPMERKING: In de verpakking van de tonercartridge vindt u informatie over hergebruik van gebruikte cartridges.
De tonercartridges verwijderen en deze vervangen
- Open de voorklep.
- Pak de blauwe hendel van de tonercartridgelade en trek de lade naar buiten.
- Pak de hendel van de tonercartridge en trek de cartridge vervolgens recht naar boven om deze te verwijderen.

- Haal de nieuwe tonercartridge uit de doos en trek aan het lipje op de verpakking.
- Haal de tonercartridge uit de geopende verpakking. Bewaar alle verpakking om de tonercartridge mee te recyclen.
OPMERKING: Raak de groene afbeeldingsdrum niet aan. Vingerafdrukken op de drum kunnen defecten in het afdrukken veroorzaken.
- Schud de tonercartridge licht heen en weer, zodat de toner gelijkmatig in de cartridge wordt verdeeld.

- Plaats de nieuwe tonercartridge. Zorg ervoor dat de kleur op de cartridge overeenkomt met de kleur op de lade.
OPMERKING: Raak de groene afbeeldingsdrum niet aan. Vingerafdrukken op de drum kunnen defecten in het afdrukken veroorzaken.

- Sluit de lade met de tonercartridges.

• Afdruktaken (Windows) • Afdruktaken (OS X) Mobiel afdrukken • Direct afdrukken via USB (alleen modellen met touchscreen)
Voor meer informatie:
De volgende informatie is correct op het moment van uitgave. Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
De uitgebreide Help van HP voor de printer omvat de volgende informatie:
• Installeren en configureren - Leren en gebruiken - Problemen oplossen • Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
Afdruktaken (Windows)
Afdrukken (Windows)
De volgende procedure beschrijft het standaardafdrukproces voor Windows.
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers. Als u instellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om de printerdriver te openen.

OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.

OPMERKING: In Windows-10, 8.1 en 8 hebben deze toepassingen een andere indeling met andere functies ten opzichte van wat hieronder wordt beschreven voor desktoptoepassingen. Voer de volgende stappen uit om de functie voor afdrukken vanaf een app in het Start-scherm te openen:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken en selecteer vervolgens de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de printer.
De HP AiO Printer Remote toepassing downloadt extra driver-functies voor het stuurprogramma HP PCL-6 V4 wanneer Meer instellingen is geselecteerd.

OPMERKING: Klik op de knop Help (?) in de printerdriver voor meer informatie.
- Klik op de tabbladen in de printerdriver om de beschikbare opties te configureren. Stel bijvoorbeeld de papierrichting in op het tabblad Afwerking en stel papierbron, papiersoort, papierformaat en kwaliteitsinstellingen in op het tabblad Papier/Kwaliteit.
- Klik op de knop OK om terug te gaan naar het dialoogvenster Afdrukken. Geef op dit scherm het aantal af te drukken exemplaren op.
- Klik op de knop Afdrukken om de taak af te drukken.
Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Windows)
Gebruik deze procedure voor printers met een automatische eenheid voor dubbelzijdig afdrukken. Als er op de printer geen automatische eenheid voor dubbelzijdig afdrukken is geïnstalleerd of als u op papiersoorten wilt afdrukken die de eenheid voor dubbelzijdig afdrukken niet ondersteunt, kunt u handmatig dubbelzijdig afdrukken.
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om het printerstuurprogramma te openen.
OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.
OPMERKING: In Windows 10, 8.1 en 8 hebben deze toepassingen een andere indeling met andere functies ten opzichte van wat hieronder wordt beschreven voor desktoptoepassingen. Voer de volgende stappen uit om de functie voor afdrukken vanaf een app in het Start-scherm te openen:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken en selecteer vervolgens de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de printer.
De HP AiO Printer Remote toepassing downloadt extra driver-functies voor het stuurprogramma HP PCL-6 V4 wanneer Meer instellingen is geselecteerd.
- Open het tabblad Afwerking.
- Selecteer Dubbelzijdig afdrukken. Klik op OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten.
- Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop Afdrukken om de taak af te drukken.
Handmatig dubbelzijdig afdrukken (Windows)
Gebruik deze procedure voor printers waarop geen automatische eenheid voor dubbelzijdig afdrukken is geïnstalleerd, of om af te drukken op papier dat de eenheid voor dubbelzijdig afdrukken niet ondersteunt.
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om het printerstuurprogramma te openen.
OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.
OPMERKING: In Windows 10, 8.1 en 8 hebben deze toepassingen een andere indeling met andere functies ten opzichte van wat hieronder wordt beschreven voor desktoptoepassingen. Voer de volgende stappen uit om de functie voor afdrukken vanaf een app in het Start-scherm te openen:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken en selecteer vervolgens de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de printer.
De HP AiO Printer Remote toepassing downloadt extra driverfuncties voor het stuurprogramma HP PCL-6 V4 wanneer Meer instellingen is geselecteerd.
- Open het tabblad Afwerking.
- Selecteer Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) en klik op OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten.
- Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop Afdrukken om de eerste zijde van de taak af te drukken.
- Haal de afgedrukte stapel uit de uitvoerbak en leg deze in lade 1.
- Selecteer, wanneer u hierom wordt gevraagd, de desbetreffende knop op het bedieningspaneel om door te gaan.
Meerdere pagina's per vel afdrukken (Windows)
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om het printerstuurprogramma te openen.

OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.

OPMERKING: In Windows 10, 8.1 en 8 hebben deze toepassingen een andere indeling met andere functies ten opzichte van wat hieronder wordt beschreven voor desktoptoepassingen. Voer de volgende stappen uit om de functie voor afdrukken vanaf een app in het Start-scherm te openen:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken en selecteer vervolgens de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de printer.
De HP AiO Printer Remote toepassing downloadt extra driver-functies voor het stuurprogramma HP PCL-6 V4 wanneer Meer instellingen is geselecteerd.
- Open het tabblad Afwerking.
- Selecteer het aantal pagina's per vel in de vervolgkeuzelijst Pagina's per vel.
- Selecteer de juiste opties voor Paginaranden afdrukken, Paginavolgorde en Afdrukrichting. Klik op OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten.
- Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop Afdrukken om de taak af te drukken.
De papiersoort selecteren (Windows)
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer in de lijst met printers en klik of tik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren om de printerdriver te openen.

OPMERKING: De naam van de knop verschilt per softwareprogramma.

OPMERKING: In Windows 10, 8.1 en 8 hebben deze toepassingen een andere indeling met andere functies ten opzichte van wat hieronder wordt beschreven voor desktoptoepassingen. Voer de volgende stappen uit om de functie voor afdrukken vanaf een app in het Start-scherm te openen:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken en selecteer vervolgens de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de printer.
De HP AiO Printer Remote toepassing downloadt extra driverfuncties voor het stuurprogramma HP PCL-6 V4 wanneer Meer instellingen is geselecteerd.
- Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit.
- Selecteer de papiersoort die u gebruikt, en klik op OK.
- Klik op OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten.
- Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop Afdrukken om de taak af te drukken.
Afdruktaken (OS X)
Afdrukken (OS X)
De volgende procedure beschrijft het standaardafdrukproces voor OS X.
- Klik op de optie Afdrukken in het menu Bestand.
- Selecteer de printer.
- Klik op Details weergeven of Exemplaren en pagina's en selecteer vervolgens andere menu's om de afdrukinstellingen aan te passen. OPMERKING: De naam van het item verschilt per softwareprogramma.
- Klik op de knop Afdrukken.

Automatisch dubbelzijdig afdrukken (OS X)

OPMERKING: Deze informatie heeft betrekking op printers die beschikken over een automatische eenheid voor dubbelzijdig afdrukken.

OPMERKING: Deze functie is beschikbaar als u de HP-printerdriver installeert. Mogelijk is de functie niet beschikbaar als u AirPrint gebruikt.
- Klik op de optie Afdrukken in het menu Bestand.
- Selecteer de printer.
- Klik op Details weergeven of Exemplaren en pagina's en klik vervolgens op het menu Lay-out. OPMERKING: De naam van het item verschilt per softwareprogramma.
- Selecteer een bindoptie in de vervolgkeuzelijst Dubbelzijdig.
- Klik op de knop Afdrukken.

Handmatig dubbelzijdig afdrukken (OS X)

OPMERKING: Deze functie is beschikbaar als u de HP-printerdriver installeert. Mogelijk is de functie niet beschikbaar als u AirPrint gebruikt.
- Klik op de optie Afdrukken in het menu Bestand.
- Selecteer de printer.
- Klik op Details weergeven of Exemplaren en pagina's en klik vervolgens op het menu Handmatig dubbelzijdig.

OPMERKING: De naam van het item verschilt per softwareprogramma.
- Klik op het vak Handmatig dubbelzijdig en selecteer een bindoptie.
- Klik op de knop Afdrukken.
- Ga naar de printer en verwijder alle lege vellen uit lade 1.
- Haal de bedrukte stapel uit de uitvoerbak en plaats die met de bedrukte zijde omlaag in de invoerlade.
- Raak, wanneer u hierom wordt gevraagd, de desbetreffende knop op het bedieningspaneel aan om door te gaan.
Meerdere pagina's per vel afdrukken (OS X)
- Klik op de optie Afdrukken in het menu Bestand.
- Selecteer de printer.
- Klik op Details weergeven of Exemplaren en pagina's en klik vervolgens op het menu Lay-out.

OPMERKING: De naam van het item verschilt per softwareprogramma.
- Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina's per vel het aantal pagina's dat u op elk vel wilt afdrukken.
- Selecteer in het gedeelte Lay-outrichting de volgorde en positie van de pagina's op het vel.
- Selecteer in het menu Randen het soort rand dat u rond elke pagina op het vel wilt afdrukken.
- Klik op de knop Afdrukken.
De papiersoort selecteren (OS X)
- Klik op de optie Afdrukken in het menu Bestand.
- Selecteer de printer.
- Klik op Details weergeven of Exemplaren en pagina's en klik vervolgens op het menu Afdrukmateriaal en kwaliteit of het menu Papier/kwaliteit.

OPMERKING: De naam van het item verschilt per softwareprogramma.
- Selecteer in de opties Media en kwaliteit of Papier/kwaliteit.

OPMERKING: Deze lijst bevat de hoofdset met beschikbare opties. Sommige opties zijn niet beschikbaar op alle printers.
- Afdrukmateriaal: Selecteer de optie voor de papiersoort voor de afdruktaak.
- Afdrukkwaliteit: Selecteer het resolutieniveau voor de afdruktaak.
- Rand-tot-rand afdrukken: Selecteer deze optie om dicht tegen de randen van het papier af te drukken.
- EconoMode: Selecteer deze optie om toner te besparen als u conceptversies van documenten afdrukt.
- Klik op de knop Afdrukken.
Mobiel afdrukken
Inleiding
HP biedt diverse mobiele en ePrint-oplossingen voor gemakkelijk afdrukken naar een HP-printer vanaf een laptop, tablet, smartphone of ander mobiel apparaat. Ga naar www.hp.com/go/LaserJetMobilePrinting om de volledige lijst te zien en te bepalen wat de beste keuze is.

OPMERKING: Werk de printerfirmware bij om te zorgen dat alle mobiele afdruk- en ePrint-functies worden ondersteund.
• Wi-Fi Direct (alleen draadloze modellen) HP ePrint via e-mail HP ePrint-software AirPrint • Android-geïntegreerd afdrukken
Wi-Fi Direct (alleen draadloze modellen)
Met Wi-Fi Direct-functionaliteit kunt u vanaf een draadloos mobiel apparaat afdrukken zonder dat een verbinding met een netwerk of internet is vereist.

OPMERKING: Niet alle mobiele besturingssystemen worden op dit moment door Wi-Fi Direct ondersteund.

OPMERKING: Voor mobiele apparaten zonder Wi-Fi Direct-functionaliteit maakt de Wi-Fi Direct-verbinding alleen afdrukken mogelijk. Nadat u hebt afgedrukt met Wi-Fi Direct, moet u verbinding maken met een lokaal netwerk om toegang te krijgen tot internet.
Voer de volgende stappen uit voor toegang tot de Wi-Fi Direct-verbinding van de printer:

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
2-regelige bedieningspanelen:
- Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
- Open de volgende menu's:
• Netwerk instellen Wi-Fi Direct • Verbindingsmethode
- Kies een van de volgende verbindingsmethoden:
• Automatisch: Als u deze optie kiest, stelt u het wachtwoord in op 12345678. - Handmatig: Als u deze optie kiest, wordt een veilig, willekeurig wachtwoord gegenereerd.
- Open het menu Wi-Fi of Wi-Fi Direct op het mobiele apparaat.
- Selecteer de naam van de printer in de lijst met beschikbare netwerken.

OPMERKING: Als de naam van de printer niet wordt weergegeven, bevindt u zich mogelijk buiten het bereik van het Wi-Fi Direct-signaal. Verplaats het apparaat dichter bij de printer.
- Voer bij de aanwijzing het Wi-Fi Direct-wachtwoord in of selecteer de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.

OPMERKING: Als voor Android-apparaten met ondersteuning voor Wi-Fi Direct de verbindingsmethode is ingesteld op Automatisch, wordt de verbinding automatisch tot stand gebracht. Er wordt dan niet om een wachtwoord gevraagd. Als de verbindingsmethode is ingesteld op Handmatig, moet u op de knop OK drukken of een op het bedieningspaneel van de printer weergegeven pincode opgeven als wachtwoord.
- Open het document en selecteer vervolgens de optie Afdrukken.

OPMERKING: Als het mobiele apparaat geen ondersteuning biedt voor afdrukken, installeert u de mobiele app HP ePrint.
- Selecteer de printer uit de lijst met beschikbare printers en selecteer vervolgens Afdrukken.
- Nadat de afdruktaak is voltooid, moeten sommige mobiele apparaten opnieuw met het lokale netwerk worden verbonden.
Touchbedieningspanelen:
- Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Verbindingsinformatie aan.
- Open de volgende menu's:
Wi-Fi Direct - Instellingen • Verbindingsmethode
- Kies een van de volgende verbindingsmethoden:
• Automatisch: Als u deze optie kiest, stelt u het wachtwoord in op 12345678. - Handmatig: Als u deze optie kiest, wordt een veilig, willekeurig wachtwoord gegenereerd.
- Open het menu Wi-Fi of Wi-Fi Direct op het mobiele apparaat.
- Selecteer de naam van de printer in de lijst met beschikbare netwerken.

OPMERKING: Als de naam van de printer niet wordt weergegeven, bevindt u zich mogelijk buiten het bereik van het Wi-Fi Direct-signaal. Verplaats het apparaat dichter bij de printer.
- Voer bij de aanwijzing het Wi-Fi Direct-wachtwoord in of selecteer de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.

OPMERKING: Als voor Android-apparaten met ondersteuning voor Wi-Fi Direct de verbindingsmethode is ingesteld op Automatisch, wordt de verbinding automatisch tot stand gebracht. Er wordt dan niet om een wachtwoord gevraagd. Als de verbindingsmethode is ingesteld op Handmatig, moet u op de knop OK drukken of een op het bedieningspaneel van de printer weergegeven pincode opgeven als wachtwoord.

OPMERKING: Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer de knop Verbindingsinformatie aan voor toegang tot het Wi-Fi Direct-wachtwoord.
- Open het document en selecteer vervolgens de optie Afdrukken.

OPMERKING: Als het mobiele apparaat geen ondersteuning biedt voor afdrukken, installeert u de mobiele app HP ePrint.
- Selecteer de printer uit de lijst met beschikbare printers en selecteer vervolgens Afdrukken.
- Nadat de afdruktaak is voltooid, moeten sommige mobiele apparaten opnieuw met het lokale netwerk worden verbonden.
De volgende apparaten en besturingssystemen ondersteunen Wi-Fi Direct:
- Tablets en telefoons met Android 4.0 en hoger waarop de HP Print Services of de Mopria-plug-in voor mobiel afdrukken is geïnstalleerd. De meeste computers, tablets en laptops met Windows 8.1 waarop de HP-printerdriver is geïnstalleerd.
De volgende apparaten en besturingssystemen bieden geen ondersteuning voor Wi-Fi Direct, maar kunnen afdrukken naar een printer die wel ondersteuning biedt voor Wi-Fi Direct:
Apple iPhone en iPad • Mac-computers met OS X
Voor meer informatie over afdrukken via Wi-Fi Direct, raadpleegt u www.hp.com/go/wirelessprinting.
Wi-Fi Direct-mogelijkheden kunnen via het bedieningspaneel van de printer worden in- of uitgeschakeld.
Wi-Fi Direct in- of uitschakelen

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op het bedieningspaneel op de knop OK en open het menu Netwerkinstellingen.
Touchbedieningspanelen: Selecteer in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Verbindingsinformatie / (1)
- Open de volgende menu's:
Wi-Fi Direct • Instellingen (alleen bedieningspanelen met aanraakscherm) Aan/uit
- Raak de menuoptie Aan aan. Met Uit schakelt u afdrukken via Wi-Fi Direct uit.

OPMERKING: In omgevingen waar meer dan een model van dezelfde printer is geïnstalleerd, kan een unieke Wi-Fi Direct-naam voor elke printer handig zijn voor printerherkenning bij het afdrukken via Wi-Fi Direct. Op bedieningspanelen met een aanraakscherm is de Wi-Fi Direct-naam ook beschikbaar door eerst het pictogram Verbindingsinformatie, in het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer en vervolgens het pictogram Wi-Fi Direct aan te raken.
De Wi-Fi Direct-naam van de printer wijzigen
Volg deze procedure om de Wi-Fi Direct-naam van de printer te wijzigen met de geïntegreerde webserver van HP (EWS):
Stap één: De geïntegreerde webserver van HP openen

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
Touchbedieningspanelen: Raak de knop Verbindingsinformatie aan in het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens de knop Netwerk verbonden of Wi-Fi-netwerk AAN (a) aan om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
- Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
Stap twee: De Wi-Fi Direct-naam wijzigen
- Klik op het tabblad Networking (Netwerken).
- Klik in het linkerdeelvenster op de koppeling Wi-Fi Direct instellen.
- Voer in het veld Wi-Fi Direct-naam de nieuwe naam in.
- Klik op Apply (Toepassen).
HP ePrint via e-mail
Gebruik HP ePrint om documenten af te drukken door ze als e-mailbijlage vanaf een willekeurig apparaat met een e-mailfunctie naar het e-mailadres van de printer te sturen.
Voor het gebruik van HP ePrint moet de printer aan deze eisen voldoen:
- De printer moet zijn verbonden met een vast of draadloos netwerk en over een internetverbinding beschikken. HP Webservices moet zijn ingeschakeld op de printer en de printer moet zijn geregistreerd bij HP Connected.
Volg deze procedure om HP-webservices in te schakelen en u te registreren bij HP Connected:

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
1 2-regelig bedieningspaneel 2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
2-regelige bedieningspanelen
- Druk op de knop OK op het bedieningspaneel. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
- Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

https://10.10.XX.XXX/

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
- Klik op het tabblad HP Webservices en vervolgens op Inschakelen. De printer schakelt Webservices in en drukt vervolgens een informatiepagina af. Op de informatiepagina staat de printercode die u nodig hebt om de HP-printer bij HP Connected te registreren.
- Ga naar www.hpconnected.com om een HP ePrint-account te maken en voltooi het installatieproces.
Touchbedieningspanelen:
- Raak in het beginscherm van het bedieningspaneel de knop Verbindingsinformatie aan.

- Open de volgende menu's:
HP ePrint ○ Instellingen - Webservices activeren
- Raak de knop Afdrukken aan voor de gebruiksvoorwaarden. Raak de knop OK aan om de gebruiksvoorwaarden te accepteren en HP Web Services in te schakelen.
De printer schakelt Webservices in en drukt vervolgens een informatiepagina af. Op de informatiepagina staat de printercode die u gebruikt om de HP printer bij HP Connected te registreren.
- Ga naar www.hpconnected.com om een HP ePrint-account te maken en voltooi het installatieproces.
HP ePrint-software
Met de HP ePrint-software kunt u vanaf een Windows- of Mac-desktop of laptop gemakkelijk afdrukken naar een printer met HP ePrint-functionaliteit. Met deze software kunt u gemakkelijk de printers met HP ePrint-functionaliteit vinden die zijn geregistreerd bij uw HP Connected-account. De beoogde HP-printer kan zich op het kantoor of op een andere locatie waar ook ter wereld bevinden.
- Windows: Nadat u de software hebt geïnstalleerd, kiest u in de toepassing die u op dat moment gebruikt de optie Afdrukken en selecteert u vervolgens HP ePrint in de lijst met geïnstalleerde printers. Klik op de knop Eigenschappen als u de afdrukopties wilt configureren. OS X: Na de installatie van de software, selecteert u Bestand, Afdrukken. Selecteer vervolgens de pijl naast PDF (in de linkerbenedenhoek van het driverscherm). Selecteer HP ePrint.
In Windows biedt de HP ePrint-software ondersteuning voor afdrukken via TCP/IP op lokale printers op het netwerk (LAN of WAN) voor apparaten die UPD PostScript® ondersteunen.
Windows en OS X bieden beide ondersteuning voor afdrukken via IPP voor apparaten die op een LAN- of WAN-netwerk zijn aangesloten en ePCL ondersteunen.
Windows en OS X ondersteunen ook het afdrukken van PDF-documenten naar openbare afdruklocaties en het afdrukken met HP ePrint via e-mail in de cloud.
Ga naar www.hp.com/go/eprintsoftware als u drivers wilt downloaden of meer informatie wilt lezen.

OPMERKING: Voor Windows is HP ePrint + JetAdvantage de naam van de printerdriver voor de HP ePrint-software.

OPMERKING: De HP ePrint-software voor OS X is een PDF-workflowprogramma en technisch gezien geen printerdriver.

OPMERKING: HP ePrint-software biedt geen ondersteuning voor afdrukken via USB.
AirPrint
Direct afdrukken met AirPrint van Apple wordt ondersteund voor iOS en op Mac-computers met OS X 10.7 Lion en nieuwer. Gebruik AirPrint om direct op de printer af te drukken vanaf een iPad, iPhone (3GS of later), of iPod touch (derde generatie of later) in de volgende mobiele toepassingen:
Mail, Foto's, Safari
iBooks • Externe toepassingen selecteren.
U kunt AirPrint alleen gebruiken als de printer is verbonden met hetzelfde netwerk (subnet) als waarmee het Apple-apparaat is verbonden. Ga voor meer informatie over het gebruik van AirPrint en welke HP-printers compatibel zijn met AirPrint naar www.hp.com/go/LaserJetMobilePrinting.

OPMERKING: Controleer voordat u AirPrint met een USB-verbinding gaat gebruiken eerst het versienummer. AirPrint versie 1.3 en eerder ondersteunen geen USB-verbindingen.
Android-geïntegreerd afdrukken
Dankzij de geïntegreerde oplossing van HP voor Android en Kindle kunnen mobiele apparaten HP-printers op een netwerk of binnen draadloos bereik automatisch vinden en er via Wi-Fi Direct mee afdrukken.
De afdrukoplossing is geïntegreerd in veel versies van het besturingssysteem.

OPMERKING: Als afdrukken niet beschikbaar is op uw apparaat, gaat u naar Google Play > Android-apps en installeert u de HP Print Service Plugin.
Ga voor meer informatie over het gebruik van de in Android geïntegreerde afdrukoplossing en over welke Android-apparaten worden ondersteund naar www.hp.com/go/LaserJetMobilePrinting.
Direct afdrukken via USB (alleen modellen met touchscreen)
Inleiding
Deze printer beschikt over direct afdrukken via USB. U kunt dus snel bestanden afdrukken zonder de bestanden via de computer te verzenden. De USB-poort van de printer is geschikt voor standaard USB-flashstations. U kunt de volgende bestandstypen openen:
.pdf .jpg .prn en .PRN .cht en .CHT .pxl .pcl en .PCL .ps en .PS
Stap één: Toegang krijgen tot USB-bestanden op de printer
- Plaats het USB-flashstation in de USB-poort van de printer.
- Het menu USB-flashstation wordt geopend met de volgende opties:
Documenten afdrukken, Foto's bekijken en afdrukken, Scannen naar USB-station
Stap twee: USB-documenten afdrukken
Optie één: Documenten afdrukken
- Selecteer Documenten afdrukken om een document af te drukken.
- Selecteer de naam van het document om af te drukken. Als het document is opgeslagen in een map, selecteert u eerst de map en vervolgens het document dat u wilt afdrukken.
- Zodra het overzichtsscherm verschijnt, kunnen de volgende instellingen worden aangepast:
Aantal exemplaren, Papierformaat, Papiersoort, Aanpassen aan pagina, Sortering, Uitvoerkleur (alleen voor kleurenprinters)
- Selecteer Afdrukken om het document af te drukken.
- Haal de afgedrukte taak op uit de uitvoerbak en verwijder het USB-flashstation.
Optie twee: Foto's afdrukken
- Selecteer Foto's bekijken en afdrukken om foto's af te drukken.
- Selecteer de voorbeeldweergave van elke foto die u wilt afdrukken en selecteer vervolgens Gereed.
- Zodra het overzichtsscherm verschijnt, kunnen de volgende instellingen worden aangepast:
• Afbeeldingsformaat - Papierformaat • Papiersoort • Aantal exemplaren • Uitvoerkleur (alleen voor kleurenprinters) - Lichter/donkerder
- Druk op Afdrukken om de foto's af te drukken.
- Haal de afgedrukte taak op uit de uitvoerbak en verwijder het USB-flashstation.
5 De printer beheren
• Toepassingen van HP Webservices gebruiken (alleen modellen met aanraakscherm) - Het verbindingstype van de printer wijzigen (Windows) - Geavanceerde configuratie met de geïntegreerde webserver van HP (EWS) en HP Device Toolbox (Windows) • IP-netwerkinstellingen configureren - Functies voor beveiliging van de printer • Instellingen voor energiebesparing HP Web Jetadmin • De firmware bijwerken
Voor meer informatie:
De volgende informatie is correct op het moment van uitgave. Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
De uitgebreide Help van HP voor de printer omvat de volgende informatie:
• Installeren en configureren - Leren en gebruiken - Problemen oplossen • Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
Toepassingen van HP Webservices gebruiken (alleen modellen met aanraakscherm)
Toepassingen van HP Web Services bieden nuttige content die automatisch van het internet naar de printer kan worden gedownload. Kies uit verschillende toepassingen waaronder nieuws, kalenders, formulieren en cloudopslag van documenten.
Om deze toepassingen te activeren en de downloads te plannen, gaat u naar de HP Connected-website op www.hpconnected.com

OPMERKING: De printer moet zijn verbonden met een vast of draadloos netwerk en over een internetverbinding beschikken om deze functie te kunnen gebruiken. HP-webservices dient te zijn ingeschakeld op de printer.
Webservices activeren
Dit proces schakelt zowel de HP Webservices als het menu Toepassingen in.
- Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Raak HP Web Services aan.
- Raak Webservices inschakelen aan.
- Raak Afdrukken aan om de gebruiksvoorwaarden van HP-webservices af te drukken.
- Raak OK aan om de procedure te voltooien.
Nadat u een toepassing vanaf de HP Connected-website hebt gedownload, is deze beschikbaar in het menu Toepassingen in het bedieningspaneel van de printer.
Het verbindingstype van de printer wijzigen (Windows)
Indien u de printer al gebruikt en de manier waarop deze is aangesloten wilt wijzigen, kunt u Configuratie en software van apparaat gebruiken om de verbinding te wijzigen. Sluit de nieuwe printer bijvoorbeeld via een USB- of netwerkkabel aan op de computer of wijzig de verbinding van USB in een draadloze verbinding.
Volg de onderstaande procedure om Configuratie en software van apparaat te openen:
- Open de HP Printer Assistant.
- Windows 10: Klik vanuit het menu Start op Alle apps, klik vervolgens op HP en selecteer de naam van de printer.
- Windows 8.1: Klik op de pijl omlaag in de linkerbenedenhoek van het scherm Start en selecteer de printernaam.
- Windows 8: Klik met de rechtermuisknop op een leeg gedeelte van het scherm Start, klik op Alle apps op de app-balk en selecteer vervolgens de naam van de printer.
- Windows 7, Windows Vista en Windows XP: Klik op het bureaublad van uw computer op Start, selecteer Alle programma's, klik op HP, klik vervolgens op de map voor de printer en selecteer de naam van de printer.
- Selecteer in de HP Printer Assistant eerst Hulpprogramma's in de navigatiebalk en vervolgens Configuratie en software van apparaat.
Geavanceerde configuratie met de geïntegreerde webserver van HP (EWS) en HP Device Toolbox (Windows)
Met de geïntegreerde webserver van HP kunt u via de computer afdrukfuncties beheren in plaats van via het bedieningspaneel van de printer.
• Printerstatusinformatie bekijken • De resterende levensduur van de benodigdheden bepalen en nieuwe benodigdheden bestellen • De configuratie van de laden weergeven en wijzigen • De menuconfiguratie van het bedieningspaneel van de printer bekijken en wijzigen • Interne pagina's weergeven en afdrukken • Meldingen ontvangen over gebeurtenissen met betrekking tot de printer en de benodigdheden • De netwerkconfiguratie bekijken en wijzigen
De geïntegreerde webserver van HP is beschikbaar wanneer de printer is aangesloten op een IP-netwerk. De geïntegreerde webserver van HP biedt geen ondersteuning voor IPX-printeraansluitingen. U hebt geen toegang tot internet nodig om de geïntegreerde webserver van HP te kunnen openen en gebruiken.
Wanneer de printer is aangesloten op het netwerk, is de geïntegreerde webserver van HP automatisch beschikbaar.
OPMERKING: HP Device Toolbox is software die wordt gebruikt om verbinding te maken met de geïntegreerde webserver van HP wanneer de printer via USB is aangesloten op een computer. Deze software is alleen beschikbaar als u een volledige installatie hebt uitgevoerd wanneer de printer op de computer is aangesloten. Sommige functies zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van hoe de printer is aangesloten.
OPMERKING: De geïntegreerde webserver van HP is niet toegankelijk buiten de netwerkfirewall.
Methode 1: De geïntegreerde webserver van HP (EWS) openen vanuit de software
- Open de HP Printer Assistant.
- Windows 10: Klik vanuit het menu Start op Alle apps, klik vervolgens op HP en selecteer de naam van de printer.
- Windows 8.1: Klik op de pijl omlaag in de linkerbenedenhoek van het scherm Start en selecteer de printernaam.
- Windows 8: Klik met de rechtermuisknop op een leeg gedeelte van het scherm Start, klik op Alle apps op de app-balk en selecteer vervolgens de naam van de printer.
- Windows 7, Windows Vista en Windows XP: Klik op het bureablad van uw computer op Start, selecteer Alle programma's, klik op HP, klik vervolgens op de map voor de printer en selecteer de naam van de printer.
- Selecteer Afdrukken in de HP Printer Assistant en selecteer HP Device Toolbox.
Methode 2: De geïntegreerde webserver van HP (EWS) openen vanuit een webbrowser
OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
Touchbedieningspanelen: Raak de knop Verbindingsinformatie aan in het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens de knop Netwerk verbonden of Wi-Fi-netwerk AAN (aan om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
- Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
| Tabblad of gebied Omschrijving | |
| Het tabblad HomeHier vindt u informatie over de printer, de status en de configuratie. | Apparaatstatus: Hiermee geeft u de status van de printer weer en het geschatte percentage resterende levensduur van benodigdheden van HP.Status benodigdheden: Toont de geschatte resterende levensduur van benodigdheden van HP in procenten. De werkelijke resterende levensduur van benodigdheden kan variëren. Zorg dat u vervangende benodigdheden hebt die u kunt plaatsen wanneer de afdrukkwaliteit niet meer voldoet. De cartridge hoeft alleen te worden vervangen, als de afdrukkwaliteit niet langer acceptabel is.Apparaatconfiguratie: Hier vindt u informatie die op de configuratiepagina van de printer wordt weergegeven.Netwerkoverzicht: Hier vindt u informatie over de netwerkconfiguratiepagina van de printer.Rapporten: Hiermee drukt u de door de printer gegenereerde configuratiepagina en statuspagina voor benodigdheden af.Logboek kleurgebruik: Toont een overzicht van kleurtaken van de printer.(Alleen kleurmodellen)Logbestand: Hierin staan alle printergebeurtenissen en -fouten.Open Source-licenties: Toont een overzicht van de licenties voor opensourcesoftwareprogramma's die kunnen worden gebruikt met de printer. |
| Tabblad SysteemHiermee kunt u de printer vanaf uw computer configureren. | Apparaatgegevens: Biedt basisinformatie over de printer en het bedrijf.Papierinstell.: Hiermee wijzigt u de standaardpapierverwerkingsinstellingen van de printer.Afdrukkwaliteit: Hiermee wijzigt u de standaardinstellingen voor de afdrukkwaliteit van de printer.Energie-instellingen: Hiermee wijzigt u de standaardtijden voor het activeren van de sluimermodus of automatisch uitschakelen.Afdrukdichtheid: Hiermee kunt u de afdrukdichtheid van contrasten, accenten, middentinten en schaduwen wijzigen.Papiersoorten: Hiermee kunt u afdrukmodi configureren die overeenkomen met de door de printer geaccepteerde papiersoorten.Systeeminstellingen: Hiermee wijzigt u de standaardsysteeminstellingen van de printer.Instellingen benodigdheden: Wijzig de instellingen voor waarschuwingen Cartridge bijna leeg en overige informatie voor benodigdheden.Service: Hiermee voert u de schoonmaakprocedure van de printer uit.Opslaan en herstellen: Hier kunt u de huidige instellingen voor de printer opslaan in een bestand op de computer. Gebruik dit bestand om dezelfde instellingen in een andere printer te laden of de instellingen op een later tijdstip te herstellen op deze printer.Beheer: Hiermee kunt u het wachtwoord van de printer instellen of wijzigen. Schakel printerfuncties in of uit.OPMERKING: Het tabblad Systeem kan met een wachtwoord worden beveiligd. Als deze printer op een netwerk is aangesloten, moet u eerst contact opnemen met de systeembeheerder voordat u de instellingen op dit tabblad wijzigt. |
| Tabblad AfdrukkenHiermee kunt u standaardafdrukinstellingen wijzigen vanaf uw computer. | Afdrukken: Hier kunt u de standaardafdrukinstellingen van de printer wijzigen, zoals het aantal exemplaren en de afdrukstand. Deze opties zijn tevens beschikbaar op het bedieningspaneel.PCL5: Hier kunt u de PCL5-instellingen weergeven en wijzigen.PostScript: De functie Print PS-fouten in- of uitschakelen. |
| Tabblad Netwerk(Alleen printers die op een netwerk zijn aangesloten)Hiermee kunt u netwerkinstellingen wijzigen vanaf uw computer. | Op dit tabblad kunnen netwerkbeheerders de netwerkgerelateerde instellingen voor de printer beheren wanneer deze op een IP-netwerk is aangesloten. Hiermee kan ook de netwerkbeheerder de Wireless Direct-functie instellen. Dit tabblad verschijnt niet als de printer rechtstreeks op een computer is aangesloten. |
| Tabblad HP Web Services | Gebruik dit tabblad om verschillende webgebaseerde hulpprogramma's voor de printer in te stellen en te gebruiken. |
IP-netwerkinstellingen configureren
Inleiding • Disclaimer voor printer delen • Netwerkinstellingen weergeven of wijzigen • De naam van de printer in het netwerk wijzigen • IPv4 TCP/IP-parameters handmatig configureren via het bedieningspaneel
Inleiding
Configureer de netwerkinstellingen voor de printer aan de hand van de volgende secties.
Disclaimer voor printer delen
HP ondersteunt geen peer-to-peer netwerken omdat dit een functie is van Microsoft-besturingssystemen en niet van de printerdrivers van HP. Ga naar de website van Microsoft op www.microsoft.com.
Netwerkinstellingen weergeven of wijzigen
U kunt de IP-configuratie-instellingen weergeven of wijzigen via de geïntegreerde webserver van HP.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- Open de HP Embedded Web Server (EWS, geïntegreerde webserver):
a. 2-regelige bedieningspanelen: Raak op het bedieningspaneel van de printer de knop OK aan. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
Touchbedieningspanelen: Raak de knop Verbindingsinformatie aan in het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens de knop Netwerk verbonden of Wi-Fi-netwerk AAN (aan om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
b. Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
- Klik op het tabblad Netwerk voor informatie over het netwerk. Wijzig desgewenst de instellingen.
De naam van de printer in het netwerk wijzigen
Indien u de naam van de printer in een netwerk wilt wijzigen zodat de printer kan worden geïdentificeerd, gebruikt u de geïntegreerde webserver van HP.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- Open de HP Embedded Web Server (EWS, geïntegreerde webserver):
a. 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
Touchbedieningspanelen: Raak de knop Verbindingsinformatie aan in het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens de knop Netwerk verbonden of Wi-Fi-netwerk AAN (a) aan om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
b. Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
- Open het tabblad Systeem.
- Op de pagina Apparaatgegevens wordt de standaardprinternaam weergegeven in het veld Apparaatnaam. U kunt deze naam wijzigen zodat u de printer kunt identificeren.

OPMERKING: Het invullen van de andere velden op deze pagina is optioneel.
- Klik op de knop Toepassen om de wijzigingen toe te passen.
IPv4 TCP/IP-parameters handmatig configureren via het bedieningspaneel
Met de menu's van het bedieningspaneel kunt u handmatig een IPv4-adres, subnetmasker en standaardgateway instellen.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
2-regelige bedieningspanelen
- Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
- Open de volgende menu's:
• Netwerk instellen • IPv4-configuratiemethode - Handmatig
- Gebruik de pijlknoppen en de knop OK om het IP-adres, subnetmasker en standaardgateway in te voeren en raak vervolgens de knop OK aan om de wijzigingen op te slaan.
Touchbedieningspaneel
- Raak vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer de knop Instellingen aan.
- Ga naar en raak het menu Netwerkinstellingen aan.
- Raak het menu IPV4-configuratiemethode aan en vervolgens de knop Handmatig.
- Gebruik het toetsenblok op het aanraakscherm om het IP-adres in te voeren en raak vervolgens de knop OK aan. Raak de knop Ja aan om te bevestigen.
- Gebruik het toetsenblok op het aanraakscherm om het subnetmasker in te voeren en raak vervolgens de knop OK aan. Raak de knop Ja aan om te bevestigen.
- Gebruik het toetsenblok op het aanraakscherm om de standaardgateway in te voeren en raak vervolgens de knop OK aan. Raak de knop Ja aan om te bevestigen.
Functies voor beveiliging van de printer
Inleiding
De printer bevat beveiligingsopties waarmee toegang tot configuratie-instellingen en beveiligde gegevens kan worden beperkt. Ook kan toegang tot belangrijke hardwarecomponenten worden ontzegd.
Het wachtwoord van het apparaat instellen of wijzigen met de geïntegreerde webserver van HP
Het wachtwoord van het apparaat instellen of wijzigen met de geïntegreerde webserver van HP
Stel een wachtwoord voor toegang tot de printer en de geïntegreerde webserver van HP in zodat onbevoegde gebruikers de printerinstellingen niet kunnen wijzigen.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
1 2-regelig bedieningspaneel 2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- Open de HP Embedded Web Server (EWS, geïntegreerde webserver):
a. 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
Touchbedieningspanelen: Raak de knop Verbindingsinformatie aan in het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens de knop Netwerk verbonden of Wi-Fi-netwerk AAN (aan om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
b. Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
- Klik in het tabblad Systeem op de koppeling Beheer in het linkernavigatiedeelvenster.
- In het gedeelte Productbeveiliging voert u in het veld Wachtwoord het wachtwoord in.
- Voer het wachtwoord opnieuw in in het veld Wachtwoord bevestigen.
- Klik op de knop Toepassen.

OPMERKING: Noteer het wachtwoord en bewaar het op een veilige plaats.
Instellingen voor energiebesparing
Inleiding • Afdrukken met EconoMode • De instelling Sluimermodus/automatisch uitschakelen na inactiviteit instellen - De vertraging voor uitschakelen na inactiviteit instellen en de printer zo configureren dat deze maximaal 1 watt verbruikt • De instelling voor uitschakelvertraging configureren
Inleiding
De printer beschikt over verschillende functies waarmee op energieverbruik en benodigdheden kan worden bespaard.
Afdrukken met EconoMode
Deze printer beschikt over de optie EconoMode, waarmee u conceptversies van documenten kunt afdrukken. Door EconoMode te gebruiken, verbruikt u minder toner. De afdrukkwaliteit kan in EconoMode echter minder zijn.
HP raadt doorlopend gebruik van de EconoMode af. Als de EconoMode voortdurend wordt gebruikt, is het mogelijk dat de toner langer meegaat dan de mechanische onderdelen van de tonercartridge. Als de afdrukkwaliteit slechter wordt en niet meer acceptabel is, is het verstandig de tonercartridge te vervangen.

OPMERKING: Als deze optie niet beschikbaar is in uw printdriver, kunt u deze instellen met de HP geïntegreerde webserver.
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
- Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit.
- Klik op het selectievakje EconoMode.
De instelling Sluimermodus/automatisch uitschakelen na inactiviteit instellen
Gebruik de menu's op het bedieningspaneel om in te stellen hoe lang het duurt voordat de slaapstand van de printer wordt ingeschakeld.
Voer de volgende stappen uit om de instelling Sluimermodus/automatisch uitschakelen na te wijzigen:

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
• Systeeminstellingen • Energie-instellingen
• Sluimermodus/automatisch uitschakelen na
- 2-regelige bedieningspanelen: Gebruik de pijlknoppen om de tijd voor Sluimermodus/automatisch uitschakelen na te selecteren, en druk vervolgens op de knop OK.
Touchbedieningspanelen: Selecteer de tijd voor Sluimermodus/automatisch uitschakelen na.
De vertraging voor uitschakelen na inactiviteit instellen en de printer zo configureren dat deze maximaal 1 watt verbruikt
Gebruik de menu's op het bedieningspaneel om in te stellen hoe lang het duurt voordat de printer wordt uitgeschakeld.

OPMERKING: Nadat de printer is uitgeschakeld, neemt het stroomverbruik af tot 1 watt of minder.
Voer de volgende stappen uit om de instellingen voor uitschakelvertraging te wijzigen:

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
• Systeeminstellingen • Energie-instellingen • Uitschakelen na
- Selecteer de tijd voor de uitschakelvertraging.

OPMERKING: De standaardwaarde is 4 uur.
De instelling voor uitschakelvertraging configureren
Gebruik de menu's op het bedieningspaneel om te selecteren of de printer vertraagd wordt uitgeschakeld nadat de aan-uitknop is ingedrukt.
Voer de volgende stappen uit om de instellingen voor uitschakelvertraging te wijzigen:
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
• Systeeminstellingen • Energy Settings (Energie-instellingen) • Uitschakelvertraging
- Selecteer een van de vertragingsopties:
- Geen vertraging: De printer wordt uitgeschakeld na een bepaalde periode van inactiviteit die is ingesteld bij de instelling Automatisch uitschakelen na.
- Bij poorten actief: Als deze optie is geselecteerd, wordt de printer niet uitgeschakeld tenzij alle poorten niet-actief zijn. Een actieve netwerk- of faxverbinding voorkomt dat de printer wordt uitgeschakeld.
HP Web Jetadmin
HP Web Jetadmin is een bekroond, toonaangevend hulpprogramma voor het efficiënt beheren van een groot scala aan HP-apparaten binnen een netwerk, inclusief printers, multifunctionele printers en digitale verzendapparatuur. Met deze oplossing kunt u op afstand installeren, onderhouden, problemen oplossen en uw afdruk- en beeldvormingsomgeving beschermen - om zo uiteindelijk de productiviteit van uw bedrijf te vergroten door u te helpen tijd te besparen, de kosten te beheersen en uw investering te beschermen.
Er worden regelmatig updates voor HP Web Jetadmin uitgegeven om ondersteuning te bieden voor specifieke productfuncties. Ga naar www.hp.com/go/webjetadmin voor meer informatie.
De firmware bijwerken
HP verstrekt regelmatig productupdates, nieuwe webservice-apps en nieuwe functies voor bestaande webservice-apps. Voer de volgende stappen uit om de productfirmware voor één product bij te werken. Wanneer u de firmware bijwerkt, worden webservice-apps automatisch bijgewerkt.
Er zijn twee ondersteunde methoden om de firmware bij te werken op dit apparaat. Gebruik slechts een van de volgende methoden om de productfirmware bij te werken.
Methode een: De firmware bijwerken via het bedieningspaneel
Gebruik deze stappen om de firmware te laden via het bedieningspaneel (alleen voor producten die zijn aangesloten op het netwerk), en/of stel het apparaat in om toekomstige firmware-updates automatisch te laden. Ga naar methode twee voor apparaten die op een USB-poort zijn aangesloten.
- Controleer of het apparaat is aangesloten op een bekabeld (ethernet) of draadloos netwerk met een actieve internetverbinding.

OPMERKING: Het product moet een internetverbinding hebben om de firmware te kunnen bijwerken via een netwerkverbinding.
- Open het menu Instellingen in het beginscherm van het bedieningspaneel.
- Raak op bedieningspanelen met aanraakscherm de knop Instellingen aan. • Druk op standaardbedieningspanelen op de knop met de pijl naar links of naar rechts.
- Ga naar en open het menu Service, en open het menu LaserJet Update.

OPMERKING: Als de optie LaserJet Update niet wordt vermeld, gaat u naar methode twee.
- Controleer op updates.
- Op bedieningspanelen met aanraakscherm raakt u Nu op updates controleren aan.
- Op standaardbedieningspanelen selecteert u Controleren op updates.

OPMERKING: Het product controleert automatisch op een update en als een nieuwere versie wordt gedetecteerd, wordt de update automatisch gestart.
- Stel het apparaat zo in dat de firmware automatisch wordt bijgewerkt wanneer er updates beschikbaar zijn.
Open het menu Instellingen in het beginscherm van het bedieningspaneel.
- Raak op bedieningspanelen met aanraakscherm de knop Instellingen aan. • Druk op standaardbedieningspanelen op de knop met de pijl naar links of naar rechts.
Ga naar en open het menu Service, open het menu LaserJet Update en selecteer het menu Updates beheren.
Stel het apparaat zo in dat de firmware automatisch wordt bijgewerkt.
- Op bedieningspanelen met aanraakscherm stelt u de optie Updates toestaan in op JA en stelt u vervolgens de optie Automatisch controleren in op AAN.
- Op standaardbedieningspanelen stelt u de optie Updates toestaan in op JA en stelt u vervolgens de optie Automatisch controleren in op AAN.
Methode twee: De firmware bijwerken met behulp van de Firmware Update Utility
Gebruik deze stappen om Firmware Update Utility handmatig van hp.com te downloaden en te installeren.

OPMERKING: Deze methode is de enige beschikbare optie voor het bijwerken van de firmware voor apparaten die via een USB-kabel op de computer zijn aangesloten. Deze werkt ook voor apparaten die met een netwerk zijn verbonden.
- Ga naar www.hp.com/go/support, klik op de koppeling Drivers & software en typ de productnaam in het zoekveld. Druk op de knop ENTER en selecteer het apparaat in de lijst met zoekresultaten.
- Selecteer het besturingssysteem.
- Zoek in de sectie Firmware de Firmware Update Utility.
- Klik op Downloaden, klik op Uitvoeren en klik vervolgens opnieuw op Uitvoeren.
- Wanneer het hulpprogramma is gestart, selecteert u het apparaat in de vervolgkeuzelijst en klikt op Firmware verzenden.

OPMERKING: Klik op Configuratiepagina afdrukken als u een configuratiepagina wilt afdrukken om te controleren of de versie van de geïnstalleerde firmware van vóór of na het updateproces is.
- Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien en klik op de knop Sluiten om het hulpprogramma te sluiten.
6 Problemen oplossen
- Klantondersteuning • Help-systeem op het bedieningspaneel (alleen modellen met aanraakscherm) • De fabrieksinstellingen herstellen
- Het bericht 'Cartridge bijna leeg' of 'Cartridge vrijwel leeg' wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer • De printer pakt geen papier op of het papier wordt verkeerd ingevoerd • Papierstoringen verhelpen • De afdrukkwaliteit verbeteren • Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen • Problemen met bekabelde netwerken oplossen • Problemen met draadloze netwerken oplossen
Voor meer informatie:
De volgende informatie is correct op het moment van uitgave. Zie www.hp.com/support/ljM253 voor actuele informatie.
De uitgebreide Help van HP voor de printer omvat de volgende informatie:
• Installeren en configureren - Leren en gebruiken - Problemen oplossen - Software- en firmware-updates downloaden • Meepraten op ondersteuningsforums Informatie over garantie en wettelijke voorschriften zoeken
Klantondersteuning
| Telefonische ondersteuning voor uw land/regioZorg dat u de printernaam, het serienummer, de aankoopdatum en een probleemomschrijving bij de hand hebt | Telefoonnummers voor land/regio vindt u op de folder in de doos van de printer of opsupport.hp.com. |
| 24 uur per dag ondersteuning via internet en hulpprogramma's en drivers downloaden | www.hp.com/support/ljM253 |
| Aanvullende HP service- of onderhoudsovereenkomsten bestellen | www.hp.com/go/carepack |
| De printer registrerenwww.register.hp.com |
Help-systeem op het bedieningspaneel (alleen modellen met aanraakscherm)
De printer heeft een ingebouwd Help-systeem dat uitleg geeft over het gebruik van elk scherm. U opent het Help-systeem door de knop Help in de linkerbenedenhoek van het scherm aan te raken.

Voor sommige schermen opent Help een algemeen menu waarin kan worden gezocht naar specifieke onderwerpen. U kunt door de menustructuur bladeren door het aanraken van de menuknoppen.
In sommige Help-schermen worden animaties weergegeven die u helpen bij het doorlopen van procedures, bijvoorbeeld het verhelpen van papierstoringen.
Voor schermen met instellingen voor afzonderlijke taken opent Help een onderwerp dat de opties voor dat scherm uitlegt.
Als er een fout of waarschuwing op de printer wordt gegeven, raakt u de knop Help? aan om een bericht te openen waarin het probleem wordt beschreven. In dat bericht staan ook instructies voor het oplossen van het probleem.
De fabrieksinstellingen herstellen
Als u de fabrieksinstellingen terugzet, worden alle printer- en netwerkinstellingen weer op de fabriekswaarden ingesteld. De paginateller en het ladeformaat worden niet opnieuw ingesteld. Volg onderstaande stappen om de fabrieksinstellingen van de printer te herstellen.

VOORZICHTIG: Wanneer u de fabrieksinstellingen terugzet, worden alle instellingen gewijzigd in de standaardwaarden. Ook worden in het geheugen opgeslagen pagina's verwijderd.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
Service • Standaardwaarden
- Druk op de knop OK of raak deze aan.
De printer wordt automatisch opnieuw opgestart.
Het bericht 'Cartridge bijna leeg' of 'Cartridge vrijwel leeg' wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer
Cartridge bijna leeg: De printer geeft aan wanneer een cartridge vrijwel leeg is. De werkelijke resterende levensduur van een cartridge kan variëren. Zorg dat u een vervangende tonercartridge heeft die u kunt plaatsen wanneer de afdrukkwaliteit niet meer voldoet. De cartridge hoeft nu nog niet te worden vervangen.
Cartridge vrijwel leeg: De printer geeft aan wanneer de cartridge bijna leeg is. De werkelijke resterende levensduur van een cartridge kan variëren. Zorg dat u een vervangende tonercartridge heeft die u kunt plaatsen wanneer de afdrukkwaliteit niet meer voldoet. De cartridge hoeft op dat moment nog niet te worden vervangen, tenzij de afdrukkwaliteit niet meer acceptabel is.
Premium Protection Warranty van HP verloopt wanneer er een bericht verschijnt op de statuspagina van toebehoren of de geïntegreerde webserver dat aangeeft dat de Premium Protection Warranty op deze benodigdheden is verlopen.
De instelling "Vrijwel leeg" wijzigen
U kunt de manier aanpassen waarop de printer reageert wanneer benodigdheden bijna leeg zijn. U hoeft deze instellingen niet opnieuw te configureren wanneer u een nieuwe cartridge plaatst.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
1 2-regelig bedieningspaneel 2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
• Systeeminstellingen • Instellingen benodigdheden
• Zwarte cartridge of Kleurencartridges • Instelling voor vrijwel leeg
- Voer een van de volgende handelingen uit:
- Selecteer de optie Doorgaan als u wilt dat de printer u waarschuwt wanneer een cartridge vrijwel leeg is, maar wel doorgaat met afdrukken.
- Selecteer de optie Stoppen als u wilt instellen dat de printer stopt met afdrukken tot u de cartridge hebt vervangen.
- Selecteer de optie Vragen als u wilt instellen dat de printer stopt met afdrukken en u vraagt de cartridge te vervangen. U kunt het bericht ter kennisgeving aannemen en doorgaan met afdrukken. Een door de klant te configureren optie op deze printer is "Herinner mij na 100 pagina's, 200 pagina's, 300 pagina's, 400 pagina's of nooit". Deze optie is beschikbaar voor het gemak van de klant en vormt geen indicatie dat deze pagina's een acceptabele afdrukkwaliteit hebben. Een door de klant te configureren optie op dit apparaat is "Herinner mij na 100 pagina's, 200 pagina's, 300 pagina's, 400 pagina's of nooit". Deze optie is beschikbaar voor het gemak van de klant en vormt geen indicatie dat deze pagina's een acceptabele afdrukkwaliteit hebben.
Bij printers met faxfunctionaliteit
Wanneer de printer is ingesteld op de optie Stoppen of Vragen, is het mogelijk dat faxberichten niet worden afgedrukt wanneer het afdrukken wordt hervat. Dit kan gebeuren als de printer tijdens het wachten meer faxberichten heeft ontvangen dan in het geheugen kunnen worden opgeslagen.
Wanneer de drempelwaarde Vrijwel leeg is bereikt, kan de printer faxberichten zonder onderbreking blijven afdrukken als u de optie Doorgaan voor de cartridge selecteert, maar de afdrukkwaliteit kan afnemen.
Benodigdheden bestellen
| Benodigdheden en papier bestellen www.hp.com/go/suresupply | |
| Bestellen via service- of ondersteuningsproviders Neem contact op met een erkend service- of ondersteuningspunt van HP. | |
| Bestellen via de geïntegreerde webserver van HP Typ het IP-adres of de hostnaam van de printer in het adres- of URL-veld van een ondersteunde webbrowser op de computer om toegang te krijgen tot de webserver. De geïntegreerde webserver bevat een koppeling naar de SureSupply-website van HP. Hier vindt u mogelijkheden voor het aanschaffen van originele benodigdheden van HP. |
De printer pakt geen papier op of het papier wordt verkeerd ingevoerd
Inleiding
U kunt het volgende proberen wanneer de printer geen papier of meerdere vellen tegelijkertijd oppakt uit de papierlade. In de volgende situaties kan een papierstoring optreden.
• Het apparaat pakt geen papier op - Het apparaat pakt meerdere vellen papier op.
Het apparaat pakt geen papier op
Als het apparaat geen papier uit de lade pakt, kunt u het volgende proberen.
- Open het apparaat en verwijder eventuele vastgelopen vellen papier.
- Plaats papier met het juiste formaat in de lade.
- Controleer of het papierformaat en de papiersoort correct zijn ingesteld op het bedieningspaneel van het apparaat.
- Zorg ervoor dat de papiergeleiders in de lade zijn afgestemd op het papierformaat. Pas de geleiders aan tot de juiste inspringing in de lade.
- Controleer op het bedieningspaneel of het apparaat wacht op een bevestiging om het papier handmatig in te voeren. Plaats papier en ga verder met afdrukken.
- De rollen boven de lade zijn mogelijk vuil geworden. Maak de rollen schoon met een pluisvrije doek die is bevochtigd met warm water.
Het apparaat pakt meerdere vellen papier op.
Als het apparaat meerdere vellen papier uit de lade pakt, kunt u het volgende proberen.
- Verwijder de stapel papier uit de lade, buig de stapel, draai deze 180 graden en draai hem vervolgens om. Waaier het papier niet uit. Plaats de stapel papier terug in de lade.
- Gebruik uitsluitend papier dat voldoet aan de specificaties van HP voor dit apparaat.
- Gebruik geen papier dat is gekreukeld, gevouwen of beschadigd. Gebruik indien nodig papier uit een ander pak.
- Controleer of de lade niet te vol is. Als dit wel het geval is, dient u de gehele stapel papier uit de lade te verwijderen, de stapel recht te leggen en een deel van de stapel papier terug te plaatsen in de lade.
- Zorg ervoor dat de papiergeleiders in de lade zijn afgestemd op het papierformaat. Pas de geleiders aan tot de juiste inspringing in de lade.
- Zorg ervoor dat de omgeving van de printer binnen de specificaties valt.
Papierstoringen verhelpen
Inleiding
De volgende informatie beschrijft hoe u papierstoringen op de printer kunt verhelpen.
• Papierstoringenlocaties • Frequente of terugkerende papierstoringen? • Papierstoringen in de sleuf voor één vel (lade 1) verhelpen • Papierstoringen in lade 2 verhelpen • Papierstoringen in de achterklep en het fusergebied verhelpen • Papierstoringen verhelpen in de duplexeenheid (alleen duplexmodellen) • Papierstoringen in de uitvoerbak oplossen
Papierstoringenlocaties

1 Uitvoerbak 2 Voorrangsinvoersleuf voor één vel (lade 1) 3 Lade 2 4 Achterklep en fusergebied 5 Duplexeenheid (alleen duplexmodellen)
Frequente of terugkerende papierstoringen?
Volg deze stappen om problemen met frequente papierstoringen op te lossen. Als de eerste stap het probleem niet oplost, gaat u verder met de volgende stap totdat u het probleem hebt opgelost.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- Als het papier vastloopt in de printer, verhelp dan de storing en druk een configuratiepagina af om het product te testen.
- Controleer op het bedieningspaneel van de printer of de lade voor het juiste papierformaat en de juiste papiersoort is geconfigureerd. Pas de papierinstellingen indien nodig aan.
a. 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak het pictogram Instellingen aan om het menu te openen.
b. Open de volgende menu's:
• Systeeminstellingen • Papierinstellingen
c. Selecteer de lade in de lijst.
d. Selecteer de optie Standaard papiersoort en selecteer vervolgens de papiersoort in de invoerlade. e. Selecteer de optie Standaard papierformaat en selecteer vervolgens het papierformaat in de invoerlade.
- Schakel de printer gedurende 30 seconden uit en schakel het vervolgens weer in.
- Druk een reinigingspagina af om overtollige toner uit de binnenkant van de printer te verwijderen.
a. 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak het pictogram Instellingen aan om het menu te openen.
b. Open het menu Service.
c. Selecteer de optie Reinigingspagina.
d. Plaats gewoon papier of A4-papier wanneer dit wordt gevraagd.
Wacht tot het proces is voltooid. Gooi de afgedrukte pagina weg.
- Druk een configuratiepagina af om de printer te testen.
a. 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak het pictogram Instellingen aan om het menu te openen.
b. Open het menu Rapporten.
c. Selecteer Configuratierapport.
Als geen van deze stappen het probleem oplost, moet de printer wellicht worden nagekeken. Neem contact op met de klantenondersteuning van HP.
Papierstoringen in de sleuf voor één vel (lade 1) verhelpen
Volg de onderstaande procedure om storingen in lade 1 te verhelpen. Wanneer er een blokkade is, kan het bedieningspaneel het volgende bericht weergeven plus een animatie om u te helpen bij het verhelpen van de blokkade.
- Trek lade 2 volledig uit de printer.

- Duw op de voorrangsinvoersleuf voor één vel en trek de invoersleuflade uit.

- Trek vastgelopen papier recht en voorzichtig uit de voorrangsinvoersleuf voor één vel.

- Duw de voorrangsinvoersleuflade in de printer.

- Plaats lade 2 terug en sluit deze.

Gebruik de volgende procedure om te controleren op papier in alle mogelijke blokkadelocaties in en bij lade 2. Wanneer er een blokkade is, kan het bedieningspaneel het volgende bericht weergeven plus een animatie om u te helpen bij het verhelpen van de blokkade.
- Trek de lade volledig uit de printer.
- Verwijder vastgelopen of beschadigde vellen papier.
- Als er geen vastgelopen papier zichtbaar is of het papier moeilijk kan worden verwijderd uit het invoergebied van lade 2, duwt u op de voorrangsinvoersleuf en verwijdert u de invoersleuftade.

- Verwijder vastgelopen of beschadigde vellen papier.

- Duw de voorrangsinvoersleuflade in de printer.

- Plaats lade 2 terug en sluit deze.

Papierstoringen in de achterklep en het fusergebied verhelpen
Volg de onderstaande procedure om storingen in de achterklep en het fusergebied te verhelpen. Wanneer er een blokkade is, kan het bedieningspaneel het volgende bericht weergeven plus een animatie om u te helpen bij het verhelpen van de blokkade

WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van de printer kan de fuser heet worden. Wacht totdat de fuser is afgekoeld voordat u deze aanraakt.
- Open de achterklep.

- Trek vastgelopen papier voorzichtig uit de rollen in de achterklep.

WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van de printer kan de fuser heet worden. Wacht totdat de fuser is afgekoeld voordat u deze aanraakt.

- Sluit de achterklep.

Volg de onderstaande procedure om storingen in de duplexeenheid te verhelpen. Wanneer er een blokkade is, kan het bedieningspaneel het volgende bericht weergeven plus een animatie om u te helpen bij het verhelpen van de blokkade.

WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van de printer kan de fuser heet worden. Wacht totdat de fuser is afgekoeld voordat u deze aanraakt.
- Open de duplexeenheid aan de achterkant van de printer.
- Verwijder vastgelopen of beschadigde vellen papier.

WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van de printer kan de fuser heet worden. Wacht totdat de fuser is afgekoeld voordat u deze aanraakt.
- Sluit de duplexeenheid.

Papierstoringen in de uitvoerbak oplossen
Gebruik de volgende procedure om te controleren op papier in alle mogelijke vastlooplocaties in de uitvoerbak. Wanneer er een blokkade is, kan het bedieningspaneel het volgende bericht weergeven plus een animatie om u te helpen bij het verhelpen van de blokkade.

WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van de printer kan de fuser heet worden. Wacht totdat de fuser is afgekoeld voordat u deze aanraakt.
- Open de achterklep.

- Als in de uitvoerbak vastgelopen papier zichtbaar is, pakt u dit vast bij de voorste rand en verwijdert u het. Verwijder het vastgelopen papier met beide handen om scheuren te voorkomen.

- Verwijder vastgelopen papier voorzichtig uit de rollen in de achterklep.

WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik van de printer kan de fuser heet worden. Wacht totdat de fuser is afgekoeld voordat u deze aanraakt.

- Sluit de achterklep.

De afdrukkwaliteit verbeteren
Inleiding • De printerfirmware bijwerken • Afdrukken vanuit een ander softwareprogramma • De papiersoort voor de afdruktaak controleren • Status van de tonercartridge controleren • Een reinigingspagina afdrukken • De printcartridge of cartridges controleren • Papier en afdrukomgeving controleren • Een andere printerdriver proberen • EconoMode-instellingen controleren • Afdrukdichtheid aanpassen • De printer kalibreren om de kleuren uit te lijnen • Kleurinstellingen aanpassen (Windows) • De afdrukkwaliteitspagina afdrukken en interpreteren
Inleiding
De volgende informatie beschrijft de stappen voor probleemoplossing om problemen met de afdrukkwaliteit op te lossen, zoals:
Vlekken Vage afdruk - Donkere afdruk Lichte afdruk Strepen Ontbrekende toner - Verspreide tonerstippen - Losse toner • Schuine afbeeldingen
Probeer de volgende oplossingen in de aangegeven volgorde om deze of andere problemen met de afdrukkwaliteit te verhelpen.
Raadpleeg het gedeelte Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen in deze gebruikershandleiding voor meer informatie over het oplossen van specifieke beeldfouten.
De printerfirmware bijwerken
Probeer de printerfirmware bij te werken. Raadpleeg het gedeelte De printerfirmware bijwerken van deze gebruikershandleiding voor meer informatie.
Afdrukken vanuit een ander softwareprogramma
Probeer af te drukken vanuit een ander softwareprogramma. Als de pagina correct wordt afgedrukt, ligt het probleem bij het programma dat u gebruikt om het document af te drukken.
De papiersoort voor de afdruktaak controleren
Controleer de instelling van de papiersoort wanneer u afdrukt vanuit een softwareprogramma en de afgedrukte pagina's vlekken hebben, vaag of donker zijn, papier gekruld is, of wanneer u verspreide tonerpunten, tonerverlies of kleine delen op de pagina waar toner ontbreekt constateert.
De instelling voor de papiersoort op de printer controleren
- Open de lade.
- Controleer of de juiste papiersoort in de lade is geplaatst.
- Sluit de lade.
- Volg de instructies op het bedieningspaneel om de instellingen voor de papiersoort van de lade te bevestigen of aan te passen.
De instelling voor de papiersoort controleren (Windows)
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
- Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit.
- Klik in de vervolgkeuzelijst Papiersoort op de optie Meer....
- Vouw de lijst Type is: uit.
- Vouw de categorie met papiersoorten uit die het best overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
- Selecteer de papiersoort die u gebruikt en klik vervolgens op de knop OK.
- Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten. Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop OK om de taak af te drukken.
De instelling voor de papiersoort controleren (OS X)
- Klik op het menu Bestand en vervolgens op de optie Afdrukken.
- Selecteer de printer in het menu Printer.
- Het menu Exemplaren & pagina's wordt standaard weergegeven door de printerdriver. Open de menuvervolgkeuzelijst en klik op het menu Afwerking.
- Selecteer in de vervolgkeuzelijst Media een papiersoort.
- Klik op de knop Afdrukken.
Status van de tonercartridge controleren
Volg deze stappen om de geschatte resterende levensduur van tonercartridges en indien nodig de status van andere vervangbare onderdelen te bepalen.
Stap één: De statuspagina voor benodigdheden afdrukken

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
Rapporten • Status benodigdheden
- 2-regelige bedieningspanelen: Blader naar Pagina Status benodigdheden afdrukken en druk vervolgens op de knop OK.
Stap twee: Voorraad controleren
- Bepaal met behulp van het voorraadstatusrapport de geschatte resterende levensduur van tonerinktpatronen en indien nodig de status van andere vervangbare onderdelen.
Als u een tonercartridge gebruikt waarvan het einde van de levensduur is bereikt, kunnen zich problemen met de afdrukkwaliteit voordoen. De statuspagina van toebehoren geeft aan wanneer een onderdeel bijna moet worden vervangen.
Premium Protection Warranty van HP verloopt wanneer er een bericht verschijnt op de statuspagina van toebehoren of de geïntegreerde webserver dat aangeeft dat de Premium Protection Warranty op deze benodigdheden is verlopen.
De tonercartridge hoeft op dat moment nog niet te worden vervangen, tenzij de afdrukkwaliteit niet langer acceptabel is. Zorg dat u een vervangende tonercartridge heeft die u kunt plaatsen wanneer de afdrukkwaliteit niet meer voldoet.
Als u vaststelt dat een tonercartridge of ander vervangbaar onderdeel moet worden vervangen, kunt u de nummers van echte HP-onderdelen vinden op de statuspagina voor benodigdheden.
- Controleer of u een echte HP-cartridge gebruikt.
Op een echte HP-tonercartridge staat het woord "HP" of het HP-logo. Meer informatie over het identificeren van HP-cartridges vindt u op www.hp.com/go/learnaboutsupplies.
Een reinigingspagina afdrukken
Tijdens het afdrukproces kunnen deeltjes papier, toner en stof zich in de printer ophopen. Dit kan leiden tot problemen met de afdrukkwaliteit, zoals tonerspikkels of -spatten, vegen, vlekken, lijnen of herhaalde markeringen.
Ga als volgt te werk om een reinigingspagina af te drukken.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
Service - Reinigingspagina
- Plaats gewoon papier of A4-papier wanneer dit wordt gevraagd en druk vervolgens op de knop OK.
Een bericht Reinigen zal worden getoond op het bedieningspaneel van de printer. Wacht tot het proces is voltooid. Gooi de afgedrukte pagina weg.
De printcartridge of cartridges controleren
Volg deze stappen om elke tonercartridge te inspecteren.
- Verwijder de tonercartridges uit de printer en controleer of de afdichttape is verwijderd.
- Controleer of de geheugenchip is beschadigd.
- Onderzoek het oppervlak van de groene afbeeldingsdrum.
⚠️ VOORZICHTIG: Raak de afbeeldingsdrum niet aan. Vingerafdrukken op de afbeeldingsdrum kunnen problemen geven met de afdrukkwaliteit.
- Vervang de tonercartridge als zich krassen, vingerafdrukken of andere beschadigingen op de afbeeldingsdrum bevinden.
- Plaats de tonercartridge terug en druk enkele pagina's af om te zien of het probleem is opgelost.
Papier en afdrukomgeving controleren
Stap een: Papier gebruiken dat voldoet aan de specificaties van HP
Sommige problemen met de afdrukkwaliteit kunnen ontstaan wanneer u papier gebruikt dat niet voldoet aan de specificaties van HP.
- Gebruik altijd papier van een type en gewicht dat door deze printer wordt ondersteund.
- Gebruik papier van goede kwaliteit en dat vrij is van sneden, inkepingen, scheuren, vlekken, losse deeltjes, stof, kreukels, gaten, nietjes en gekrulde of verbogen randen.
- Gebruik papier waarop nog nooit is afgedrukt.
- Gebruik papier dat geen metallisch materiaal bevat, zoals glitter.
- Gebruik papier dat is ontworpen voor laserprinters. Gebruik geen papier dat alleen is geschikt is voor inkjetprinters.
- Gebruik geen papier met een te ruw oppervlak. Gladder papier zorgt over het algemeen voor een beter afdrukresultaat.
Stap twee: De omgeving controleren
De omgeving kan de afdrukkwaliteit direct beïnvloeden en is een algemene oorzaak van problemen met afdrukkwaliteit of papiertoevoer. Probeer het volgende:
- Plaats de printer niet op een tochtige locatie, zoals in de buurt van ramen of deuren, of bij het ventilatierooster van de airconditioning. Zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan temperaturen of vochtigheid die buiten de productspecificaties vallen. Zet de printer niet in een afgesloten ruimte, zoals een kast.
- Plaats de printer op een stevig, vlak oppervlak. Zorg ervoor dat de luchtuitlaten van de printer niet worden geblokkeerd. De printer moet aan alle kanten beschikken over een goede luchtstroom, ook aan de bovenkant. Bescherm de printer tegen vuiltjes in de lucht, stof, stoom, vet en andere elementen die in de printer aanslag kunnen vormen.
Stap drie: De uitlijning van een afzonderlijke lade instellen
Volg de volgende stappen wanneer tekst of beelden niet gecentreerd of onjuist uitgelijnd zijn op de afgedrukte pagina, wanneer u vanuit specifieke laden afdrukt.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Open de volgende menu's:
• Systeeminstellingen - Afdrukkwaliteit • Uitlijning aanpassen • Testpagina afdrukken
- Selecteer de aan te passen lade en volg de instructies op de afgedrukte pagina's.
- Druk de testpagina nogmaals af om de resultaten te controleren. Breng indien nodig verdere wijzigingen aan.
- Selecteer OK om de nieuwe instellingen op te slaan.
Een andere printerdriver proberen
Probeer een andere printerdriver als u afdrukt vanuit een softwareprogramma en de afbeeldingen op de gedrukte pagina's onverwachte lijnen vertonen of als er tekst of afbeeldingen ontbreken, als de pagina's niet correct zijn opgemaakt of als de lettertypen afwijken.
Download een van de volgende drivers van de HP website: www.hp.com/support/ljM253.
| HP PCL.6-driver | Deturingssystemen zoals Windows* XP en Windows Vista*. Ga naarwww.hp.com/go/supportvoor een lijst van ondersteunde besturingssystemen. |
| HP PCL 6-driver | Deze printerspecifieke printerdriver ondersteunt Windows 7 en nieuwere besturingssystemen die drivers van versie 3 ondersteunen. Ga naarwww.hp.com/go/supportvoor een lijst van ondersteunde besturingssystemen. |
| HP PCL-6-driver | Deze apparaatspecifieke printerdriver ondersteunt Windows 8 en nieuwere besturingssystemen die drivers van versie 4 ondersteunen. Ga naarwww.hp.com/go/supportvoor een lijst van ondersteunde besturingssystemen. |
| HP UPD PS-driver | Aanbevolen voor afdrukken met programma's van Adobe® of met andere grafisch intensieve softwareBiedt ondersteuning voor afdrukken via postscript-emulatie en voor postscript flash-lettertypen |
| HP UPD PCL 6 | Aanbevolen voor printen in alle Windows-omgevingenBiedt algemeen de beste snelheid, afdrukkwaliteit en printerfunctie-ondersteuning voor de meeste gebruikersOntwikkeld voor gebruik met Windows Graphic Device Interface (GDI) voor de beste snelheid in Windows-omgevingenMogelijk niet volledig compatibel met software van derden en aangepaste software op basis van PCL 5 |
EconoMode-instellingen controleren
HP raadt doorlopend gebruik van de EconoMode af. Als de EconoMode voortdurend wordt gebruikt, is het mogelijk dat de toner langer meegaat dan de mechanische onderdelen van de tonercartridge. Als de afdrukkwaliteit slechter wordt en niet meer acceptabel is, is het verstandig de tonercartridge te vervangen.

OPMERKING: Deze functie is beschikbaar via de PCL 6-printerdriver voor Windows. Als u deze driver niet gebruikt, kunt u de functie ook inschakelen door de geïntegreerde webserver van HP te gebruiken.
Voer de volgende stappen uit als de hele pagina te donker of te licht is.
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
- Klik op het tabblad Papier/Kwaliteit en ga naar het gedeelte Afdrukkwaliteit.
- Gebruik deze instellingen als de pagina te donker is:
- Selecteer de optie 600 dpi, indien beschikbaar.
- Schakel het selectievakje Economode in om deze optie in te schakelen. Gebruik deze instelling als de pagina te licht is:
- Selecteer de optie FastRes 1200, indien beschikbaar.
- Schakel het selectievakje Economode uit om deze optie uit te schakelen.
- Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten. Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop OK om de taak af te drukken.
Afdrukdichtheid aanpassen
Voer de volgende stappen uit om de afdrukdichtheid aan te passen.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- Open de geïntegreerde webserver van HP (EWS):
a. 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel. Open het menu Netwerkinstellingen, selecteer IP-adres weergeven en vervolgens Ja. Ga terug naar het beginscherm om het IP-adres weer te geven.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Verbindingsinformatie / (1) aan en raak vervolgens de knop Netwerk verbonden of Wi-Fi-netwerk AAN aan (2) om het IP-adres of de hostnaam weer te geven.
b. Open een internetbrowser en voer in de adresregel het IP-adres of de hostnaam in zoals die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Druk op de toets Enter op het toetsenbord van de pc. De geïntegreerde webserver wordt geopend.

OPMERKING: Als de webbrowser een bericht weergeeft dat toegang tot de website mogelijk niet veilig is, selecteert u de optie om door te gaan naar de website. Toegang tot deze website zal de computer niet beschadigen.
- Klik op het tabblad Systeem en selecteer de pagina Afdrukdichtheid.
- Selecteer de juiste instelling voor de dichtheid.
- Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
De printer kalibreren om de kleuren uit te lijnen
Door middel van kalibratie wordt de afdrukkwaliteit verbeterd.
Volg deze stappen om problemen met de afdrukkwaliteit op te lossen, zoals onjuiste kleuren, gekleurde schaduwen, wazige afbeeldingen of andere problemen met de afdrukkwaliteit.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Selecteer de volgende menu's:
- Systeeminstellingen
- Afdrukkwaliteit
- Kleurenkalibratie
- Nu kalibreren
- Alleen 2-regelige bedieningspanelen: Selecteer OK om het kalibratieproces te starten.
- Het bericht Kalibreren... wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Het kalibratieproces duurt enkele minuten. Schakel de printer pas uit nadat het kalibratieproces is voltooid. Wacht tot de printer is gekalibreerd en probeer vervolgens opnieuw af te drukken.
Kleurinstellingen aanpassen (Windows)
Wanneer u vanuit een softwareprogramma afdrukt, volgt u deze stappen als de kleuren op de afgedrukte pagina niet overeenkomen met de kleuren op het scherm van de computer, of als u niet tevreden bent met de kleuren op de afgedrukte pagina.
De kleuropties wijzigen
- Selecteer de afdrukoptie vanuit het programma.
- Selecteer de printer en klik vervolgens op de knop Eigenschappen of Voorkeuren.
- Klik op het tabblad Kleur.
- Klik op de optie Afdrukken in grijstinten om een kleurendocument af te drukken in zwart en grijstinten. Gebruik deze optie om kleurendocumenten af te drukken voor kopiëren of faxen. U kunt deze optie ook gebruiken om concepten af te drukken of kleurtoner te besparen.
- Klik op de knop OK om het dialoogvenster Documenteigenschappen te sluiten. Klik in het dialoogvenster Afdrukken op de knop OK om de taak af te drukken.
De afdrukkwaliteitspagina afdrukken en interpreteren

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
- 2-regelige bedieningspanelen: Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
Touchbedieningspanelen: Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Selecteer het menu Rapporten.
- Raak het item Afdrukkwaliteitspagina aan.
Deze pagina bevat vijf gekleurde banen die in vier groepen zijn ingedeeld, zoals in de onderstaande afbeelding is weergegeven. Door elke groep te onderzoeken, kunt u het probleem isoleren en bepalen welke tonercartridge het probleem veroorzaakt.
Afbeelding 6-1 Afdrukkwaliteitpagina
1

2

3

4
Gebied Tonercartridge
| 1 Geel |
| 2 Cyaan |
| 3 Zwart |
| 4 Magenta |
- Als er in slechts één groep stippen en strepen voorkomen, dient u de tonercartridge te vervangen die bij deze groep hoort. Als er in meerdere groepen stippen voorkomen, dient u een reinigingspagina af te drukken. Als het probleem aanhoudt, controleert u of de stippen altijd dezelfde kleur hebben (bijvoorbeeld of er in alle vijf gekleurde banen magentastippen worden weergegeven). Als de stippen allemaal dezelfde kleur hebben, dient u die tonercartridge te vervangen.
- Als er strepen worden weergegeven in meerdere gekleurde banen, dient u contact op te nemen met HP. Waarschijnlijk wordt het probleem dan niet veroorzaakt door de tonercartridge.
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Inleiding • Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Inleiding
De volgende informatie beschrijft de stappen voor probleemoplossing om problemen met beeldfouten op te lossen, zoals:
Lichte afdruk • Grijze achtergrond of donkere afdruk • Lege pagina's • Zwarte pagina's • Donkere of lichte stroken • Donkere of lichte strepen • Ontbrekende toner • Schuine afbeeldingen • Kleuren die niet zijn uitgelijnd • Omgekruld papier
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Tabel 6-1 Snelle referentietabel beeldfouten
| Tabel 6-2 Lichte afdruk op pagina 103 Tabel 6-3 Grijze achtergrond of donkere afdruk op pagina 104 | Tabel 6-4 Lege pagina — geen afdruk op pagina 104 | |
| AaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCeAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbEcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbccAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBb ccAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBb CcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaB bCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bccAaB bcc A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c c A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c c A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c d A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c l A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c t A a B c | Tabel 6-2 Lichte afdruk op pagina 103 Tabel 6-3 Grije achtergrond of donkere afdruk op pagina 104 | |
Tabel 6-1 Snelle referentietabel beeldfouten (vervolg) Tabel 6-5 Zwarte pagina op pagina 105 Tabel 6-6 Streepvorming op pagina 105 Tabel 6-7 Streepvorming op pagina 106
Tabel 6-8 Problemen met hechting/fuser op pagina 107![graph TD A["Start"] --> B["Step 1"] B --> C["Step 2"] C --> D["Step 3"] D --> E["Step 4"]](/content/2026/06/1161289/images/40d152494d517dc87a5d671c1504953ef4b5c8fcccb50083aa24c3c37b29b66e.jpg)
Tabel 6-9 Problemen met de plaatsing van afbeeldingen op pagina 108
Tabel 6-10 Kleurvlakregistratiefouten (alleen kleurmodellen) op pagina 108
Tabel 6-11 Uitvoerproblemen op pagina 109
Beeldfouten, ongeacht de oorzaak, kunnen vaak worden opgelost met behulp van dezelfde stappen. Gebruik de volgende stappen als een uitgangspunt voor het oplossen van problemen met de afbeeldingskwaliteit.
- Druk het document opnieuw af. Afdrukproblemen treden vaak periodiek op of kunnen helemaal verdwijnen als u verdergaat met afdrukken.
- Controleer de toestand van de cartridge(s). Als een cartridge vrijwel leeg is, vervangt u de cartridge.
- Zorg ervoor dat de afdrukmodusinstellingen voor de driver en de lade overeenkomen met het afdrukmateriaal dat in de lade is geplaatst. Probeer ander afdrukmateriaal of een andere lade. Probeer een andere afdrukmodus.
- Controleer of de printer actief is binnen het ondersteunde temperatuur-/luchtvochtigheidsbereik.
- Zorg ervoor dat de papiersoort en het papierformaat en -gewicht worden ondersteund door de printer. Zie de ondersteuningspagina van de printer op support.hp.com voor een lijst met de ondersteunde papiersoorten en -formaten voor de printer.

OPMERKING: De term 'fusing' verwijst naar het gedeelte van het afdrukproces waarbij de toner zich aan het papier hecht.
De volgende voorbeelden verwijzen naar papier van Letter-formaat dat eerst met de korte zijde is ingevoerd in de printer.
Tabel 6-2 Lichte afdruk
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Lichte afdruk:De afgedrukte inhoud op de hele pagina is te licht of flets. | 1. Druk het document opnieuw af.2. Verwijder de cartridge en schud deze om de toner beter te verdelen.3. Alleen zwart-witmodellen: Zorg dat de instelling Economode is uitgeschakeld, zowel op het bedieningspaneel van de printer als in de printerdriver.4. Controleer of de cartridge op de juiste wijze is geinstalleerd.5. Druk een pagina met de status van de benodigdheden af en controleer de resterende levensduur en het gebruik van de cartridge.6. Vervang de cartridge.7. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. | |
Tabel 6-3 Grijze achtergrond of donkere afdruk
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Grijze achtergrond of donkere afdruk:De afbeelding of tekst is donkerder dan verwacht. | 1. Zorg ervoor dat het papier in de laden niet al eerder door de printer is verwerkt.2. Gebruik een andere papiersoort.3. Druk het document opnieuw af.4. Alleen zwart-witmodellen: Ga vanuit het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer naar het menuTonerdichtheid aanpassen en stel een lagere tonerdichtheid in.5. Controleer of de printer actief is binnen het ondersteunde temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik.6. Vervang de cartridge.7. Als het probleem aanhoudt, gaat unaarsupport.hp.com. | |
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | |
| Lege pagina — geen afdruk:De pagina is helemaal leeg en bevat geen afgedrukte inhoud. | |
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Zwarte pagina:De afgedrukte pagina is helemaal zwart. | 1. Kijk of de cartridge beschadigd is.2. Controleer of de cartridge op de juiste wijze is geïnstalleerd.3. Vervang de cartridge.4. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. | |
Tabel 6-6 Streepvorming
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Herhaalde brede strepen of impulsstrepen:Donkere of lichte lijnen die over de hele lengte van de pagina worden herhaald. De lijnen kunnen zowel scherp als dof zijn. Dit probleem komt alleen voor in gebieden met vulling, niet in gebieden met tekst of secties zonder afgedrukte inhoud. | 1. Druk het document opnieuw af.2. Probeer vanuit een andere lade af te drukken.3. Vervang de cartridge.4. Gebruik een andere papiersoort.5. Alleen Enterprise-modellen: ga vanuit het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer naar het menuPapiersoorten aanpassen en kies vervolgens een afdrukmodus die is bedoeld voor iets zwaarder afdrukmateriaal dan u gebruikt. Dit vertraagt de afdruksnelheid en komt de afdrukkwaliteit mogelijk ten goede.6. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. | |
Tabel 6-7 Streepvorming
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Lichte verticale strepen:Lichte strepen, vaak over de hele lengte van de pagina. Dit probleem komt alleen voor in gebieden met vulling, niet in gebieden met tekst of secties zonder afgedrukte inhoud. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Verwijder de cartridge en schud deze om de toner beter te verdelen.3. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com.OPMERKING: Er kunnen zowel lichte als donkere verticale strepen optreden wanneer de afdrukomgeving niet voldoet aan het opgegeven bereik voor temperatuur of luchtvochtigheid. Raadpleeg de omgevingsspecificaties van de printer voor het toegestane temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik. |
| Donkere verticale strepen en ITB-reinigingsstrepen (alleen kleurmodellen):Donkere lijnen die over de hele lengte van de pagina worden herhaald. Het defect kan overal op de pagina optreden, in gebieden met vulling of in gebieden zonder afgedrukte inhoud. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Verwijder de cartridge en schud deze om de toner beter te verdelen.3. Druk een reinigingspagina af.4. Controleer het tonerniveau in de cartridge.5. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. |
Tabel 6-8 Problemen met hechting/fuser
| Omschrijving Hechting/fuser Mogelijke oplossingen | ||
| Verschuiving hete fuser (schaduw):Lichte schaduwen of verschuivingen van het beeld, herhaald over de lengte van de pagina. Het herhaalde beeld wordt mogelijk steeds vager. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Controleer de papiersoort in de papierlade en pas de printerinstellingen dienovereenkomstig aan. Selecteer indien nodig een lichtere papiersoort.3. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. |
| Slechte hechting:Tonervlekken aan beide kanten van de pagina. Dit probleem komt vaak voor langs de randen van taken met hoge dekking en op lichte soorten afdrukmateriaal, maar kan overal op de pagina optreden. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Controleer de papiersoort in de papierlade en pas de printerinstellingen dienovereenkomstig aan. Selecteer indien nodig een zwaardere papiersoort.3. Alleen Enterprise-modellen: via het bedieningspaneel van de printer gaat u naar het menuRand-tot-randen selecteert uNormaal. Druk het document opnieuw af.4. Alleen Enterprise-modellen: op het bedieningspaneel van de printer selecteert uMarges automatisch opnemenen drukt u het document opnieuw af.5. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. |
Tabel 6-9 Problemen met de plaatsing van afbeeldingen
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Marges en schuintrekken:De afbeelding is niet gecentreerd of staatscheef op de pagina. Dit probleem treedt opwanneer het papier niet goed wordtgeplaatst als het uit de lade wordtgetrokken en door de papierbaan wordtverwerkt. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Verwijder het papier en laad de ladeopnieuw. Zorg ervoor dat alle randenvan het papier aan alle zijden gelijkzijn.3. Let erop dat de bovenkant van depapierstapel niet boven de indicatorvoor de maximale stapelhoogteuitkomt. Plaats niet te veel papier in delade.4. Controleer of de papiergeleiders zijningesteld op het juiste papierformaat.Verplaatst de papiergeleiders niet testrak tegen de papierstapel. Pas depapiergeleiders aan op basis van deinkepingen of de markeringen in delade.5. Als het probleem aanhoudt, gaat unaarsupport.hp.com. |
Tabel 6-10 Kleurvlakregistratiefouten (alleen kleurmodellen)
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Kleurvlakregistraties:Een of meerdere kleurvlakken zijn niet uitgelijnd met de andere kleurvlakken. De primaire fout is meestal geel. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Kalibreer de printer via het bedieningspaneel.3. Als een cartridge de status Vrijwel leeg heeft of als de afgedrukte uitvoer bijzonder flets is, vervangt u de cartridge.4. Gebruik op het bedieningspaneel van de printer de functieKalibratie herstellenom de fabrieksinstellingen voor kalibratie te herstellen.5. Als het probleem aanhoudt, gaat unaarsupport.hp.com. |
Tabel 6-11 Uitvoerproblemen
| Omschrijving Voorbeeld Mogelijke oplossingen | ||
| Gekrulde uitvoer:Het afgedrukte papier heeft omkrullende randen. De omkrullende rand kan zich aan de korte of lange zijde van het papier bevinden. Er zijn twee soorten omkrulling mogelijk:Positieve omkrulling: Het papier krult om naar de bedrukte zijde. Dit probleem treedt op in droge omgevingen of bij het afdrukken van pagina's met veel dekking.Negatieve omkrulling: Het papier krult bij de bedrukte zijde vandaan. Dit probleem treedt op in omgevingen met een hoge luchtvochtigheid of bij het afdrukken van pagina's met weinig dekking. | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Positieve omkrulling: Selecteer een zwaardere papiersoort op het bedieningspaneel van de printer. De zwaardere papiersoort zorgt voor een hogere temperatuur bij het afdrukken.Negatieve omkrulling: Selecteer een lichtere papiersoort op het bedieningspaneel van de printer. De lichtere papiersoort zorgt voor een lagere temperatuur bij het afdrukken. Bewaar het papier in een droge omgeving voordat u het gaat gebruiken of gebruik een net geopend pak papier.3. Druk af in de dubbelzijdige modus.4. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. |
| Uitvoer stapelen:Het papier wordt niet goed gestapeld in de uitvoerlade. De stapel is ongelijkmatig of scheef gestapeld of de pagina's worden uit de lade geduwd en vallen op de grond. Een van de volgende situaties kan dit probleem veroorzaken:Sterk krullend papierHet papier in de lade is gekreukeld of vervormdHet papier is niet van een standaardpapiersoort, zoals enveloppenDe uitvoerlade is te vol | ![]() | 1. Druk het document opnieuw af.2. Trek het verlengstuk voor de uitvoerbak uit.3. Als het probleem wordt veroorzaakt door extreem krullend papier, voert u de stappen voor probleemoplossing bij Gekrulde uitvoer uit.4. Gebruik een andere papiersoort.5. Gebruik een net geopend pak papier.6. Verwijder het papier uit de uitvoerlade voordat de lade te vol wordt.7. Als het probleem aanhoudt, gaat u naarsupport.hp.com. |
Problemen met bekabelde netwerken oplossen
Inleiding
Bepaalde soorten problemen kunnen duiden op communicatieproblemen met het netwerk. Het gaat hier bijvoorbeeld om de volgende problemen:
• Soms niet kunnen communiceren met de printer - De printer wordt niet gevonden tijdens installatie van de driver • Soms kan niet worden afgedrukt

OPMERKING: Als de netwerkverbinding met tussenpozen wordt verbroken, werk dan eerst de printerfirmware bij. Ga voor het updaten van de printerfirmware naar http://support.hp.com, zoek uw printer op en zoek vervolgens op 'firmware updaten'.
Controleer de volgende items om na te gaan of de printer met het netwerk communiceert. Druk voordat u begint een configuratiepagina af vanaf het bedieningspaneel van de printer en zoek het IP-adres van de printer op deze pagina.
• Slechte fysieke verbinding • De computer kan niet met de printer communiceren - De printer maakt gebruik van de verkeerde koppelings- en duplexinstellingen voor het netwerk - Nieuwe softwareprogramma's zorgen mogelijk voor compatibiliteitsproblemen Uw computer of workstation is mogelijk niet juist ingesteld • De printer is uitgeschakeld of andere netwerkinstellingen zijn niet juist

OPMERKING: HP ondersteunt geen peer-to-peer netwerken, aangezien dit een functie is van Microsoft-besturingssystemen en niet van de printerdrivers van HP. Ga voor meer informatie naar Microsoft op www.microsoft.com.
Slechte fysieke verbinding
- Controleer of de printer met een kabel van de juiste lengte is aangesloten op de juiste netwerkpoort.
- Controleer of de kabels stevig zijn bevestigd.
- Controleer aan de achterzijde van de printer of er twee lampjes branden bij de netwerkpoortaansluiting: een oranje knipperlampje ten teken van netwerkverkeer en een groen lampje dat de netwerkkoppeling aangeeft.
- Als het probleem hiermee niet is verholpen, probeert u een andere kabel of poort op de hub.
De computer kan niet met de printer communiceren
- Test de netwerkcommunicatie door een ping-opdracht uit te voeren op het netwerk. a. Open een opdrachtregel op uw computer.
- In Windows: klik op Start, klik op Uitvoeren, typ vervolgens cmd en druk op Enter. • In OS X: ga naar Programma's, naar Hulpprogramma's en open daar Terminal.
b. Typ ping, gevolgd door het IP-adres voor uw printer.
c. Het netwerk functioneert als er op het scherm retourlijden worden weergegeven.
- Als de ping-opdracht is mislukt, controleer dan of de netwerkhubs zijn ingeschakeld en controleer vervolgens of de netwerkinstellingen, de printer en de computer allemaal voor hetzelfde netwerk zijn geconfigureerd (ook bekend als subnet).
- Ga naar de printereigenschappen en klik op het tabblad Poorten. Controleer of het huidige IP-adres van de printer is geselecteerd. Het IP-adres van de printer wordt weergegeven op de configuratiepagina.
- Als u de printer hebt geïnstalleerd met de standaard TCP/IP-poort van HP, schakelt u het vakje Altijd afdrukken naar dit apparaat, zelfs als het IP-adres verandert in.
- Als u de printer hebt geïnstalleerd met een standaard TCP/IP-poort van Microsoft, gebruikt u de hostnaam van de printer in plaats van het IP-adres.
- Als het IP-adres juist is, verwijdert u de printer en voegt u deze opnieuw toe.
De printer maakt gebruik van de verkeerde koppelings- en duplexinstellingen voor het netwerk.
HP raadt aan deze instellingen op de automatische modus te laten staan (de standaardinstelling). Wanneer u deze instellingen wijzigt, dient u deze ook voor uw netwerk te wijzigen.
Nieuwe softwareprogramma's zorgen mogelijk voor compatibiliteitsproblemen.
Controleer of nieuwe softwareprogramma's juist zijn geïnstalleerd en de juiste printerdriver gebruiken.
Uw computer of werkstation is mogelijk niet juist ingesteld.
- Controleer de instellingen van de netwerkdrivers, printerdrivers en netwerkomleiding.
- Controleer of het besturingssysteem juist is geconfigureerd.
De printer is uitgeschakeld of andere netwerkinstellingen zijn niet juist.
- Bekijk de configuratie-/netwerkpagina's van de printer om de status van de netwerkinstellingen en protocollen te controleren.
- Configureer de netwerkinstellingen zo nodig opnieuw.
Problemen met draadloze netwerken oplossen.
Inleiding • Controlelijst draadloze verbinding - Er kan niet worden afgedrukt met de printer na het voltooien van de draadloze configuratie - Er kan niet worden afgedrukt met de printer en op de computer is een firewall van derden geïnstalleerd - De draadloze verbinding functioneert niet meer nadat de draadloze router of de printer is verplaatst - Er kunnen geen computers meer worden aangesloten op de draadloze printer - De verbinding van de draadloze printer wordt verbroken wanneer er verbinding wordt gemaakt met een virtueel privénetwerk - Het netwerk wordt niet weergegeven in de lijst met draadloze netwerken • Het draadloos netwerk functioneert niet • Diagnose van draadloos netwerk uitvoeren • Storing op een draadloos netwerk verminderen
Inleiding
Gebruik de probleemoplossingsinformatie als hulp bij het oplossen van problemen.

OPMERKING: Om te bepalen of afdrukken via Wi-Fi Direct op uw printer is ingeschakeld, drukt u een configuratiepagina af vanuit het bedieningspaneel van de printer.
Controlelijst draadloze verbinding
• Zorg dat de netwerkkabel niet is aangesloten. - Controleer of de printer en de draadloze router zijn ingeschakeld en van stroom worden voorzien. Controleer ook of de draadloze zender van de printer is ingeschakeld. - Controleer of de naam van het draadloze netwerk (SSID) juist is. Druk de configuratiepagina af om de naam van het draadloze netwerk (SSID) te bepalen. Voer de draadloze installatie opnieuw uit als u niet zeker weet of de naam van het draadloze netwerk (SSID) juist is. - Bij beveiligde netwerken controleert u of de beveiligingsinformatie juist is. Voer de draadloze installatie opnieuw uit als de beveiligingsinformatie niet juist is. - Probeer toegang te krijgen tot andere computers op het draadloos netwerk als het draadloos netwerk niet goed functioneert. Probeer verbinding te maken met internet via een draadloze verbinding als het netwerk toegang heeft tot internet. - De coderingsmethode (AES of TKIP) voor de printer is hetzelfde als die voor het draadloze toegangspunt (op netwerken met WPA-beveiliging). - Controleer of de printer zich binnen het bereik van het draadloze netwerk bevindt. Bij de meeste netwerken dient de printer zich binnen 30 m van het draadloze toegangspunt (draadloze router) te bevinden.
Zorg dat het draadloze signaal niet wordt geblokkeerd door obstakels. Verwijder grote metalen objecten tussen het toegangspunt en de printer. Controleer of er geen pilaren, muren of draagbalken van metaal of beton tussen de printer en het draadloos toegangspunt staan. Zorg dat de printer niet in de buurt staat van elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen storen. Apparaten die het draadloos signaal kunnen storen, zijn onder andere motoren, draadloze telefoons, beveiligingscamera's, andere draadloze netwerken en bepaalde Bluetooth-apparaten. - Controleer of de printerdriver op de computer is geïnstalleerd. - Controleer of u de juiste printerpoort hebt geselecteerd. - Controleer of de computer en de printer op hetzelfde draadloze netwerk zijn aangesloten. - Controleer voor OS X of de draadloze router ondersteuning biedt voor Bonjour.
Er kan niet worden afgedrukt met de printer na het voltooien van de draadloze configuratie
- Zorg dat de printer is ingeschakeld en gereed is.
- Schakel firewalls van derden uit op uw computer.
- Controleer of het draadloos netwerk goed werkt.
- Controleer of de computer goed functioneert. Start indien nodig de computer opnieuw op.
- Controleer of u de geïntegreerde webserver van HP kunt openen vanaf een computer op het netwerk.
Er kan niet worden afgedrukt met de printer en op de computer is een firewall van derden geïnstalleerd
- Werk de firewall bij met de meest recente update van de fabrikant.
- Als de firewall tijdens het installeren van de printer of tijdens het afdrukken om uw toestemming vraagt, dient u deze te geven voor het uitvoeren van de programma's.
- Schakel de firewall tijdelijk uit en installeer de draadloze printer vervolgens op de computer. Schakel de firewall in wanneer de installatie is voltooid.
De draadloze verbinding functioneert niet meer nadat de draadloze router of de printer is verplaatst.
- Controleer of de router of de printer is verbonden met hetzelfde netwerk waarmee uw computer is verbonden.
- Druk een configuratiepagina af.
- Vergelijk de naam van het draadloze netwerk (SSID) op de configuratiepagina met de SSID in de printerconfiguratie op uw computer.
- Als de nummers niet hetzelfde zijn, zijn de apparaten niet aangesloten op hetzelfde netwerk. Configureer de draadloze instellingen voor de printer opnieuw.
Er kunnen geen computers meer worden aangesloten op de draadloze printer.
- Controleer of de andere computers zich binnen het draadloos bereik bevinden en dat er geen obstakels zijn die het signaal blokkeren. Voor de meeste netwerken ligt het draadloos bereik op maximaal 30 m van het draadloos toegangspunt.
- Zorg dat de printer is ingeschakeld en gereed is.
- Controleer of er niet meer dan 5 gelijktijdige Wi-Fi Direct-gebruikers zijn.
- Schakel firewalls van derden uit op uw computer.
- Controleer of het draadloos netwerk goed werkt.
- Controleer of de computer goed functioneert. Start indien nodig de computer opnieuw op.
De verbinding van de draadloze printer wordt verbroken wanneer er verbinding wordt gemaakt met een virtueel privénetwerk.
U kunt niet gelijktijdig met een virtueel privénetwerk en andere netwerken verbonden zijn.
Het netwerk wordt niet weergegeven in de lijst met draadloze netwerken
- Controleer of de draadloze router is ingeschakeld en de stroomtoevoer functioneert.
- Het netwerk is mogelijk verborgen. U kunt echter gewoon verbinding maken met een verborgen netwerk.
Het draadloos netwerk functioneert niet
- Zorg dat de netwerkkabel niet is aangesloten.
- Om te controleren of de verbinding met het netwerk is verbroken, dient u andere apparaten op het netwerk aan te sluiten.
- Test de netwerkcommunicatie door een ping-opdracht uit te voeren op het netwerk.
a. Open een opdrachtregel op uw computer.
- In Windows: klik op Start, klik op Uitvoeren, typ vervolgens cmd en druk op Enter.
- In OS X: ga naar Programma's, naar Hulpprogramma's en open daar Terminal.
b. Typ ping, gevolgd door het IP-adres van de router.
c. Het netwerk functioneert als er op het scherm retourlijden worden weergegeven.
- Controleer of de router of de printer is verbonden met hetzelfde netwerk waarmee de computer is verbonden.
a. Druk een configuratiepagina af. b. Vergelijk de naam van het draadloze netwerk (SSID) op het configuratierapport met de SSID in de printerconfiguratie op de computer. c. Als de nummers niet hetzelfde zijn, zijn de apparaten niet aangesloten op hetzelfde netwerk. Configureer de draadloze instellingen voor de printer opnieuw.
Diagnose van draadloos netwerk uitvoeren
Vanaf het bedieningspaneel van de printer kunt u een diagnose uitvoeren die u informatie geeft over de instellingen van het draadloze netwerk.

OPMERKING: De stappen zijn afhankelijk van het soort bedieningspaneel.
1
2 Bedieningspaneel uitgevoerd als aanraakscherm
2-regelige bedieningspanelen
- Druk op de knop OK op het bedieningspaneel.
- Open de volgende menu's:
- Zelfdiagnose • Test voor draadloze verbinding uitvoeren
- Druk op de knop OK om de test te starten. De printer drukt een testpagina af met de resultaten van de diagnose.
Touchbedieningspaneel
- Veeg vanaf het beginscherm op het bedieningspaneel van de printer totdat het menu Instellingen wordt weergegeven. Raak de knop Instellingen aan om het menu te openen.
- Ga naar en selecteer Zelfdiagnose.
- Selecteer Test voor draadloze verbinding uitvoeren om de test te starten. De printer drukt een testpagina af met de resultaten van de diagnose.
Storing op een draadloos netwerk verminderen
Met de volgende tips kunt u storing op een draadloos netwerk verminderen:
- Houd de draadloze apparaten uit de buurt van grote metalen voorwerpen zoals dossierkasten en andere elektromagnetische apparaten zoals magnetrons en draadloze telefoons. Deze voorwerpen kunnen radiosignalen verstoren. Houd de draadloze apparaten uit de buurt van grote stenen gebouwen en andere soorten gebouwen. Deze objecten kunnen radiogolven absorberen en de signaalsterkte verlagen. Plaats de draadloze router op een centrale locatie in het zicht van de draadloze printers op het netwerk.
Index
A
aan/uit-knop, locatie 2
accessoires
bestellen 26
onderdeelnummers 26
achterklep
storingen 85
afdrukken
vanaf USB-flashstations 48
afdrukken op beide zijden
handmatig, Windows 35
instellingen (Windows) 35
Afdrukken via Wi-Fi Direct 10, 40
afdrukmateriaal
plaatsen in lade 1 15
afmetingen van de printer 10
AirPrint 46
Android-apparaten
afdrukken vanaf 47
Apps, menu 52
artikelnummers
bestellen 26, 27
B
bakken, uitvoer
locatie 2
bedieningspaneel
help 73
locatie 2
beeldkwaliteit
status van de tonercartridge
controleren 92
benodigdheden
bestellen 26
drempelinstellingen voor bijna
leeg 75
gebruik wanneer onderdeel bijna
leeg is 75
onderdeelnummers 26, 27
tonercartridges vervangen 28
bestellen
benodigdheden en accessoires
26
besturingssystemen, ondersteund 7
besturingssystemen (OS)
ondersteund 7
browservereisten
geïntegreerde webserver van HP
54
C
cartridge
vervangen 28
controlelijst
draadloze verbinding 112
D
direct afdrukken via USB 48
draadloos netwerk
problemen oplossen 112
draadloos netwerk, storing 115
drivers, ondersteund 7
dubbelzijdig afdrukken
instellingen (Windows) 35
Mac 38
Windows 35
duplex
handmatig (Mac) 38
handmatig (Windows) 35
duplex afdrukken
Mac 38
duplex afdrukken (dubbelzijdig)
instellingen (Windows) 35
Windows 35
duplexeenheid
storingen 86
E
EconoMode-instellingen 64, 96
energiezuinige instellingen 64
envelop
afdrukstand 21
enveloppen
afdrukstand 15
plaatsen in lade 1 15
enveloppen, laden 21
etiket
afdrukstand 23
etiketten
afdrukken 23
etiketten, plaatsen 23
Explorer, ondersteunde versies
geïntegreerde webserver van HP
54
F
fabrieksinstellingen herstellen 74
fuser
storingen 85
G
geheugen
meegeleverd 7
geheugenchip (toner)
locatie 28
geïntegreerde webserver (EWS)
functies 54
wachtwoorden toewijzen 62
geluidsspecificaties 11
gewicht van de printer 10
H
handmatige duplex
Mac 38
Windows 35
help, bedieningspaneel 73
herstellen, fabrieksinstellingen 74
Hoofdinvoerlade enveloppen plaatsen 21 etiketten plaatsen 23
hoofdschakelaar, locatie 2
HP Device Toolbox, gebruiken 54
HP ePrint 44
HP ePrint-software 46
HP EWS, gebruiken 54
HP geïntegreerde webserver (EWS) functies 54
HP-klantondersteuning 72
HP Web Jetadmin 68
HP Webservices inschakelen 52 toepassingen 52
instellingen fabrieksinstellingen herstellen 74
interfacepoorten locatie 3
Internet Explorer, ondersteunde versies geïntegreerde webserver van HP 54
Jetadmin, HP Web 68
kalibreren kleuren 98
klantondersteuning online 72
kleppen, locatie 2
kleuren kalibreren 98
kleuropties wijzigen (Windows) 99
kleurthema wijzigen (Windows) 99
knoppen bedieningspaneel locatie 5
L
lade 1 afdrukstand 15 storingen 80 vullen 15
lade 2
afdrukstand 19 papier plaatsen 17 storingen 82
laden
capaciteit 7 locatie 2 meegeleverde 7
M
meerdere pagina's per vel afdrukken (Mac) 39 afdrukken (Windows) 37
mobiel afdrukken Android-apparaten 47 mobiel afdrukken, ondersteunde software 10
mobiele afdrukoplossingen 7
N
Netscape Navigator, ondersteunde versies, geïntegreerde webserver van HP 54
netwerken, HP Web Jetadmin 68, ondersteund 7, printer installeren 53
netwerkinstallatie 53
netwerkpoort, locatie 3
nietcassettes, onderdeelnummers 27
0
onderdeelnummers, accessoires 26, nietcassettes 27, tonercartridges 26, 27, vervangingsonderdelen 27
onderdelen van tonerinktpatronen 28
onderhoudskits, onderdeelnummers 27
ondersteuning, online 72
online help, bedieningspaneel 73
online ondersteuning 72
OS (besturingssystemen), ondersteund 7
P
pagina's per minuut 7
pagina's per vel selecteren (Mac) 39 selecteren (Windows) 37
papier afdrukstand lade 1 15
afdrukstand lade 2 19 lade 1 vullen 15
lade 2 vullen 17 selecteren 94
papier, bestellen 26
papierinvoer, problemen oplossen 77
papiersoort selecteren (Windows) 37
papiersoorten selecteren (Mac) 39
papierstoringen achterklep 85 duplexeenheid 86
fuser 85 lade 1 80 lade 2 82
locaties 78 uitvoerbak 88 voorrangsinvoersleuf voor één vel 80
plaatsen papier in lade 1 15 papier in lade 2 17
printerdrivers, ondersteund 7
problemen met de beeldkwaliteit voorbeelden en oplossingen 101
problemen oplossen bekabeld netwerk 110
kabelnetwerk 112 netwerkproblemen 110
papierinvoer 77 status van de tonercartridge controleren 92
R
reinigen papierbaan 93
S
sluimervertraging instelling 64
specificaties
stroomvoorziening en geluid 11
standaardinstellingen herstellen 74
sticker met apparaat- en serienummer locatie 3
sticker met serienummer locatie 3
storingen
achterklep 85
duplexeenheid 86
fuser 85
lade 1 80
lade 2 82
uitvoerbak 88
voorrangsinvoersleuf voor één vel 80
stroom
verbruik van 11
stroomvoorzieningsspecificaties 11
systemvereisten
geïntegreerde webserver van HP 54
Systeemvereisten
(minimaal) 9
T
technische ondersteuning online 72
toepassingen
downloaden 52
tonercartridges
drempelinstellingen voor bijna leeg 75
gebruik wanneer cartridge bijna leeg is 75
onderdeelnummers 26, 27
vervangen 28
U
uitschakelvertraging instelling 65
uitvoerbak
locatie 2
uitvoerbak,
storingen verhelpen 88
USB-flashstations
afdrukken vanaf 48
USB-poort
locatie 3
USB-poort voor direct afdrukken locatie 2
V
vervangen
tonerinktpatronen 28
vervangingsonderdelen
onderdeelnummers 27
voedingsaansluiting locatie 3
Voorrangsinvoerlade
enveloppen plaatsen 21
etiketten plaatsen 23
voorrangsinvoersleuf voor één vel afdrukstand 15
papier plaatsen 15
storingen 80
W
webbrowsereisten
geïntegreerde webserver van HP 54
Webservices
inschakelen 52
toepassingen 52
websites
HP Web Jetadmin, downloaden 68
klantondersteuning 72




















