URS Elegance ΙΙ - Veiligheidsalarm Agpo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis URS Elegance ΙΙ Agpo in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale keukenweegschaal |
| Merk | Agpo |
| Model | URS Elegance II |
| Categorie | Niet gecategoriseerd |
| Afmetingen (L x B x H) | 20 x 15 x 2 cm |
| Gewicht | 0,3 kg |
| Voeding | 1x CR2032 knoopcelbatterij (inbegrepen) |
| Scherm | LCD-display met verlichting |
| Maximaal gewicht | 5 kg |
| Nauwkeurigheid | 1 g |
| Functies | Tarra, automatische uitschakeling, eenheden (kg/lb/g/oz) |
| Materiaal | Roestvrijstalen weegplateau, kunststof behuizing |
| Onderhoud en reiniging | Reinig met een vochtige doek; niet onderdompelen |
| Veiligheid | Anti-slip voetjes; overschrijdingsbeveiliging |
| Inhoud verpakking | Weegschaal, batterij, handleiding |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - URS Elegance ΙΙ Agpo
Gebruikersvragen over URS Elegance ΙΙ Agpo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veiligheidsalarm in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding URS Elegance ΙΙ - Agpo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. URS Elegance ΙΙ van het merk Agpo.
GEBRUIKSAANWIJZING URS Elegance ΙΙ Agpo
Gebruikershandleiding Montagehandleiding Technische specificaties
Universele Regelset
AGPO URS ELEGANCE II

Geachte gebruiker,
Gefeliciteerd met uw nieuwe universele regelset.
Dit toestel is de nieuwste ontwikkeling van AGPO en biedt u naast een hoog comfort een laag energieverbruik: Gunstig voor u en voor het milieu. De gebruikershandleiding biedt u diverse adviezen om goed met uw toestel, de CV- en warm water-installatie om te gaan. Wij raden u daarom aan deze zorgvuldig te lezen en te bewaren.
Garantiebewijs
Aan het einde van deze gebruikershandleiding is een garantiebewijs aanwezig. Wij verzoeken u deze zorgvuldig in te vullen en binnen 8 dagen te retourneren aan Agpo b.v. Lees de bijgeleverde informatie.
Installatie
Het toestel dient door een erkende installateur of energiebedrijf geïnstalleerd, in bedrijf gesteld en onderhouden te worden.
De montage handleiding biedt u een handzame hulp bij het installeren van het toestel. Deze handleiding is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken.
Aandachtspunten vóór montage
U wordt in dit hoofdstuk geattendeerd op belangrijke zaken die u voorafgaand aan de montage moet weten.
Montage-instructie
Deze instructie legt bondig uit hoe het toestel gemonteerd en in bedrijf gesteld wordt.
Werking, inspectie, storingen en service
Raadpleeg dit hoofdstuk bij inspectiebeurten en storingen.
Dit hoofdstuk vermeldt de technische gegevens en bevat het elektrisch aansluitschema.
Storingen
Kijk in hoofdstuk 7 of de storing eenvoudig te verhelpen is. Zo niet, neem contact op met uw installateur of energiebedrijf.
Als u de storing niet zelf kunt oplossen:
Bel uw installateur
Schrijf toestelgegevens op:
(zie typesticker op de bodemplaat, achter de mantel)
Toesteltype: AGPO URS ELEGANCE II
Serienummer:
Telefoonnummer installateur:
Wij behouden ons het recht voor wijzigingen in tekst, tekeningen en grafieken e.d. aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving
| Documentnummer: DRS 7009 | Versie: 3 | Datum: april 2005 |
Gebruikershandleiding Montagehandleiding Technische specificaties

Universele Regelset AGPO URS ELEGANCE II


Gebruikershandleiding
bladzijde 5 - 9
- Algemeen 5
- Werking 6
- Het in en uit bedrijf nemen van het toestel 7
- Gebruikersadviezen 7
- Het ontluchten en vullen van de CV-installatie 8
- Inspectie en reiniging 9
- Storingen 9

Montagehandleiding bladzijde 11 - 24

Voorschriften en aandachtspunten vóór montage
8. Voorschriften en aandachtspunten vóór montage 11
8.1 Voorschriften 11
8.2 Leveringsomvang 11
8.3 Benodigde vrije ruimte rondom het toestel 11
8.4 Extra aandachtspunten voor de complete installatie 11

Montage-instructie
9. Montage-instructie 12
9.1 Afmetingen en aansluitingen 12
9.2 Ophangen van het toestel.... 13
9.3 Aansluitingen CV-zijdig 13
9.4 Aansluiten distributiezijdig 13
9.5 Aansluiten tapwaterzijdig 13
9.6 Aansluiten van de kamerthermostaat 13
9.7 Aansluiten van een zonneboiler 14
9.8 OPT-systeem 14
10. Eerste ingebruikname 14
10.1 Voorbereidingen 14
10.2 In bedrijf nemen 14
10.3 Het toestel afstemmen op de installatie. 14

Werking, inspectie, storingen en service
11. Opbouw en werking van het toestel 16
11.1 Overzichtstekening van de URS ELEGANCE II 16
11.2 Componenten 17
11.3 Meng-injectie/OPT-systeem 18
11.4 Werkingsprincipe voor warm water 19
11.5 Werkingsprincipe verwarmingssysteem 19
12. Inspectie en afstellen 20
13. Storingen en componenten 20
13.1 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen 20
13.2 Weerstandstabel NTC sensor 10 kOhm 21
13.3 Service-delen en accessoires 21
Technische specificaties
14. Technische specificaties 22
14.1 Volumestroom tapwater 22
14.2 CV-zijdig drukverlies 22
14.3 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector .... 23
14.4 Technische gegevens 24
15. Certificaties van de Agpo URS ELEGANCE II 24
15.1 CE-keur 25
15.2 Kiwa-keur 25
Garantiebewijs 26
1. ALGEMEEN
Introductie
Met de Universele Regelset (URS) is door AGPO een doorbraak gerealiseerd in regelsets, vergelijkbaar met de ontwikkeling van de gasgestookte HR ketel in de tachtiger en negentiger jaren. De URS is een combitoestel dat zowel warmte aan de CV-installatie als comfortabel warm tapwater levert.

Figuur 1.1 De URS
Enkele belangrijke eigenschappen en voordelen:
- Het comfortniveau is tenminste gelijk of beter dan van de meest moderne HR ketel.
- De gebruikers hebben (net zoals bij HR ketels) de volledige keuze vrijheid in alle betere kamerthermostaten; zowel AAN/UIT-thermostaten als de OpenTherm®-thermostaten kunnen worden aangesloten.
- Onder alle omstandigheden optimale uitkoeling van het warmtedistributiewater.
- De stilstandverliezen zijn gering.
- De URS is standaard te gebruiken voor nagenoeg alle typen warmtedistributie-systemen.
- De combinatie met een zonlichtsysteem voor warmtapwater behoort tot de mogelijkheden.
- Een eigen storingsmelding.
- Een lange levensduur.
- De toegepaste componenten zijn gelijkwaardig aan of gebaseerd op de componenten die ook in de gas gestookte HR ketels worden toegepast.
Naast een hoog kwaliteitsniveau garandeert dit ook een snelle en goede serviceverlening door de grote algemene bekendheid met deze componenten.
- Door de URS te voorzien van een mantel heeft het product ook de uitstraling van een moderne HR ketel gekregen.
- De URS wordt in Nederland gefabriceerd onder strenge kwaliteitseisen, gewaarborgd volgens ISO 9000.
- Tenslotte vermelden wij dat voor de keuze van de componenten, het fabrikage-proces en van het afbraakproces na einde levensduur van de AGPO URS, steeds is gekozen voor een zo laag mogelijke milieubelasting.

Voor uw veiligheid: Let op!
De Agpo URS is een toestel dat voldoet aan de strenge Europese veiligheidsnormen. Het CE-keurmerk (Conform de Europese normen) geeft dit aan.

Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaakt van warm distributiewater en 230V voedingsspanning willen wij u op een aantal zaken attenderen:
• Warme leidingen en pijpen
Dit toestel is geconstrueerd voor CV-systemen met een maximale aanvoertemperatuur van 95°C. Derhalve kunnen de leidingen en radiatoren deze temperatuur bereiken.
- Warm water
De tapwatertemperatuur is ongeveer 60°C en kan soms hoger zijn.
• 230 V elektrische spanning
Dit toestel bevat componenten die onder een spanning van 230V staan.
OpenTherm®

Dit toestel is uitgerust voor communicatie middels het OpenTherm®-protocol
2. WERKING
De Agpo URS is een combitoestel dat zowel warmtapwater kan leveren als warmte aan de CV- installatie. Hierbij heeft de levering van warmtapwater voorrang boven de werking voor de CV-installatie.
Werking voor centrale verwarming
Wanneer de kamerthermostaat warmte vraagt, zal de stuurautomaat een regelventiel openen en gaat er warm water uit het distributiesysteem door de CV-installatie stromen.
De stuurautomaat vertaalt het signaal van de kamerthermostaat in de meest optimale opening van het regelventiel. De warmtetoevoer naar de radiatoren wordt zeer nauwkeurig geregeld, waardoor de kamertemperatuur vrijwel geen schommelingen heeft. Voor de kamerthermostaat kan een (klok)thermostaat van ieder gerenommeerd merk worden aangesloten. Ook de moderne modulerende kamerthermostaten die werken volgens het OpenTherm® communicatie protocol, te herkennen aan het OpenTherm® symbool, kunnen op de URS worden aangesloten.
Als er een CV-pomp in de unit aanwezig is (ELEGANCE II MI) dan zal de stuur-automaat ook deze pomp aansturen. Als er geen warmtevraag voor CV is, dan wordt na enkele minuten nadraaien ook de pomp uitgezet. Om te voorkomen dat de pomp in de zomerperiode vast gaat zitten, wordt deze eens per 24 uur kort gestart en zal circa een halve minuut draaien.
Werking voor warmtapwater.
Voor de levering van warm tapwater is de URS voorzien van een dubbelwandige platen warmtewisselaar. Het tapwater uit het distributienet draagt in deze warmtewisselaar zijn warmte aan het tapwater over.
Bij warm watervraag zal de stromingsensor de hoeveelheid water waarnemen en dit communiceren aan de stuurautomaat. De stuurautomaat vertaalt dit signaal in de meest optimale opening van het tapwater regelventiel. Het warme water wordt ca. 60oC. Als er geen warm water wordt gebruikt zal het regelventiel worden gesloten en loopt er geen warm distributiewater door de warmtewisselaar.
In de zomersituatie kunnen de leidingen naar het warmtedistributiesysteem zover afkoelen, dat er geen snelle warmwaterlevering mogelijk is. Daarom wordt in deze situatie het regelventiel periodiek geopend om de warmtewisselaar op temperatuur te houden*. Vanwege de isolatie van de warmtewisselaar is het stilstandsgebruik te vergelijken met dat van de moderne gasgestookte HR ketel. Het is mogelijk de comfortstand uit te schakelen. Hiermee kan energie worden bespaard. Indien de comfortstand is uitgeschakeld, blijft levering van warm tapwater mogelijk. Het kan dan wat langer duren voordat het warme water op voldoende temperatuur is, wanneer de CV-installatie gedurende langere tijd geen warmte heeft geleverd.
(* comfortstand)
![graph TD A["Warmte-distributie aanvoer"] --> B["TS1"] C["Warm tapwater"] --> B D["Koud tapwater"] --> E["Stromings-Sensor"] B --> F["Warmte-wisselaar"] E --> F F --> G["Micro Controller"] G --> H["Open Therm"] H --> I["Aan / Uit"] I --> G G --> J["TS4"] J --> K["Centrale verwarming"] K --> L["CV-pom…](/content/2026/06/1160949/images/fe90262e43d12fcd9052f8aa4afe285d5852c162f3b1f929fc16aaff4229ccbd.jpg)
Figuur 2.1 Werkingsschema van de URS
3. HET IN EN UIT BEDRIJF NEMEN VAN HET TOESTEL

In bedrijf nemen
- Open langzaam alle kranen aan de onderzijde van het toestel te beginnen met de primair aanvoerleiding.
- Steek de stekker in het stopcontact. Het toestel zal met zijn opstartprogramma beginnen dat tot maximaal 10 minuten in beslag neemt. Het groene lampje knippert hierbij.

Tap geen warm water tijdens het opstartprogramma
Alles gaat goed
- Het groene lampje is continu aan
- Het rode lampje brandt niet
Er is iets mis!
- Het groene lampje is continu aan
• Het rode lampje knippert
Zie hoofdstuk 7: storingen

Uit bedrijf nemen
- Trek de groene toestelconnector onder uit het toestel en wacht tot de kleppen dicht gelopen zijn.
- Neem de stekker uit het stopcontact;
- Sluit langzaam alle kranen aan de onderzijde.

Op vakantie?
Trek de stekker niet uit het stopcontact!
Het toestel is zo ontworpen dat er in de "stand-by" stand vrijwel geen warmte en zeer weinig elektriciteit wordt gebruikt. Schakel het toestel tijdens langdurige afwezigheid daarom niet uit (bijv. in de vakantie). In de winter dient de woning vorstvrij te blijven om bevriezing van leidingen te voorkomen. De regelkleppen blijven geopend indien de spanning tijdens bedrijf van het toestel wordt genomen.
Stel bij langere afwezigheid in de winter de kamerthermostaat niet lager dan ca. 12°C in. Bij vorstgevoelige CV-installaties dient dit zelfs iets hoger te zijn. Open alle radiatorkranen.
Als er een CV-pomp (URS ELEGANCE II MI) is gemonteerd, zal deze iedere 24-uur even bekrachtigd worden, ook als er geen warmtevraag is. Dit wordt gedaan om het vast zitten van de pomp te voorkomen.
4. GEBRUIKERSADVIEZEN
In dit hoofdstuk worden een aantal handreikingen gedaan om zoveel en zo lang mogelijk plezier te hebben van uw toestel en de installatie.

Gebruik van de kamerthermostaat
Voor een goede temperatuurregeling dient een thermo-staat aangesloten te worden die beschikt over één van de drie hieronder vermelde eigenschappen:
- Tweedraads AAN/UIT-(klok)thermostaat met anticipatie-instelmogelijkheid voor 0,13 Amp. (24V, potentiaalvrij contact, eventueel 4 draads voor uitschakeling warmthoudstand).
- Tweedraads elektronische AAN/UIT-(klok)thermostaat met cyclusinstelling (24V, potentiaalvij contact, eventueel 4 draads voor uitschakeling warmhoudstand).
- OpenTherm ® (klok)thermostaat (tweedraads digitaal, afhankelijk van het type thermostaat kan tevens de warmhoudstand uitgeschakeld worden)
De kamerthermostaat is een regelaar, die de temperatuur op de ingestelde waarde houdt. Verhoog of verlaag bij het te warm of te koud aanvoelen van de temperatuur de instelling met maximaal 1°C (behalve 's ochtends of als de verwarming langere tijd uit is geweest). Hiermee voorkomt u dat de temperatuur te veel schommelt en de thermostaat i.p.v. een automatische regelaar als een aan/uit-knop wordt gebruikt.
Radiatoren in de ruimte met de kamerthermostaat altijd open houden
Bij het gebruik van een kamerthermostaat is het noodzakelijk dat alle radiatoren in de ruimte waar deze hangt volledig open staan. Door in dit vertrek één of meer radiatoren te sluiten, zal de temperatuur in de andere vertrekken toenemen, terwijl de temperatuur in de ruimte met de kamerthermostaat niet hoger wordt.

Bevriezingsgevaar
Om te voorkomen dat onderdelen van uw CV-installatie of waterleidingen bevriezen, dient u de kamerthermostaat bij voorkeur niet lager dan ongeveer 12°C in te stellen.
- Sluit de warmtetoevoer niet af.
- Trek de stekker niet uit het stopcontact!
- Draai alle radiatorkranen voldoende open. Vooral in ruimtes met bevriezingsgevaar. Zet eventueel tussendeuren open.
- In het toestel zit een automatische vorstbeveiliging. Deze beveiliging voorkomt echter alleen dat het toestel zelf bevriest.
- Indien de installatie in de winter niet gebruikt wordt moet ook het toestel worden afgetapt.
5. HET ONTLUCHTEN EN VULLEN VAN DE CV-INSTALLATIE

Geadviseerd wordt om de kamerthermostaat voor het slapen maximaal 4°C lager in te stellen dan de dagtemperatuur.

Zomerstand
Stel de kamerthermostaat in de zomer in op ca 12°C. Dit is voldoende om het toestel niet in bedrijf te laten komen. Om sneller over warm tapwater te beschikken, kan de comfortstand worden ingeschakeld.

Warm tapwater
Spaardouches
Alle normale en betere spaardouchekoppen van gerenommeerde merken zijn te gebruiken. Raadpleeg uw installateur voor een goede spaardouchekop. Als u een spaardouchekop gebruikt, zorg dan wel dat deze regelmatig wordt schoongemaakt.
Warm water comfort
De URS beschikt over een uitstekende warmwatervoorziening. Het comfort is volledig te vergelijken met de moderne HR ketel. Voor HR ketels bestaat een kwaliteitsbeoordeling van de warmwatervoorziening, bekend onder de naam van het Gaskeur CW (Comfort Warmwater).
De URS is getest volgens deze kwaliteitsbeoordeling waaruit gebleken is dat de URS de vergelijking met gasgestookte HR ketels ruimschoots aan kan.
Gebruik van een zonnewarmteboiler
Het toestel is geschikt om te worden gebruikt als naverwarmer voor een zonnewarmteboiler.
Is de temperatuur van het tapwater in de zonneboiler hoger dan circa 60°C, dan is aanvullende energie van het toestel niet nodig. De URS zal nu niet in bedrijf komen. Is het tapwater in de zonnewarmteboiler lager dan 60°C, dan is naverwarming met behulp van het toestel noodzakelijk.
Gedurende de zomerperiode dient het toestel altijd in bedrijf te zijn: Houd de stekker in het stopcontact. Het uitschakelen van het toestel is in verband met lange wachttijden en gezondheidsaspecten niet toegestaan. Ook is het niet toegestaan om instellingen van de warmtapwatertemperatuur te wijzigen. De ingevangen energie in de zonnewarmteboiler kan in de zomerperiode zodanig zijn, dat hoge warmtapwatertemperaturen kunnen ontstaan. Het is daarom belangrijk dat de instelling (63°C) van het mengventiel niet gewijzigd wordt.
Mengventiel bij een zonnewarmteboiler.
Bij toepassing van een zonnewarmteboiler dient een mengventiel vóór de URS geplaatst te worden.
Algemeen
Er kan een vulprocedure bij het toestel hangen: Volg dan deze instructie. Als er geen instructie aanwezig is, volg dan de hieronder vermelde instructie. Als de kranen naar het distributienet open staan, wordt de installatie in uw huis vanuit het distributienet automatisch op druk gehouden.
Let op!
Het water in het distributienet moet voldoen aan de eisen zoals deze door KEMA zijn vastgesteld. Indien hiervan wordt afgeweken, dient eerst contact opgenomen te worden met AGPO. Voor eindgebruikers is het niet toegestaan zelf middelen toe te voegen aan het CV-water.
Het vullen van de CV-installatie
Het water dat nodig is om de CV-installatie te vullen komt vanuit het warmte distributiesysteem van het centrale collectieve verwarmingsnet. Deze instructie geldt, indien u de afsluiters van het distributienet heeft gesloten, de installatie heeft afgetapt en opnieuw wilt vullen.
- Neem de stekker (230 Volt) uit het stopcontact.
- Draai alle radiatorkranen open. Bij thermostatische kranen: Zet deze in de maximale stand.
- verwijder de mantel van het toestel. Draai de bevestigingsschroeven van de mantel los. Til de mantel circa 1 cm op en trek de mantel naar voren.
- Open handmatig de 2 stuurventielen; Aan de zijkant van de motoren bevindt zich een witte pal. Druk deze naar achter en naar binnen. De handbediening blijft dan op de half geopende stand staan.
- Draai de aanvoerkraan (meestal: rode kraan) van de warmtedistributieleiding langzaam open. Als de installatie geheel gevuld is, draai dan de retourkraan (meestal: blauwe kraan) langzaam open
- Sluit de 2 stuurventielen weer; druk de witte pallen naar achteren en naar buiten. Laat ze dan weer helemaal terugkomen. (gebruik hiervoor een platte schroevendraaier)
- Ontlucht nu de radiatoren.
- Plaats de mantel terug en bevestig deze met de schroef.
- Steek de stekker weer in het stopcontact.
Het ontluchten van de CV-installatie
- Neem de stekker uit het stopcontact.
- Ontlucht de installatie. Gebruik het ontluchtsleuteltje.
- Begin bij de laagstgelegen radiatoren. Eindig op de bovenverdieping.
- Ontlucht tot er geen lucht meer uit komt.
Aftappen van de installatie
- Neem de stekker uit het stopcontact.
- Sluit alle kranen van het toestel.
- Sluit de slang aan op de vul-/aftapkraan in de retour-leiding. Let op! Water beneden dit niveau wordt niet afgetapt.
- Tap de installatie af. Vergeet niet tijdens het aftappen de radiatorontluchtkraantjes te openen.
6. INSPECTIE EN REINIGING 7. STORINGEN
Onderhoud aan de Agpo URS dient te gebeuren door erkende vakmensen.
Schoonmaken van de URS
Maak de mantel van het toestel alleen schoon met zachte reinigingsmiddelen. Gebruik geen oplosmiddelen zoals wasbenzine, spiritus e.d.
Inspectiebeurt
Voor een goede werking van het toestel adviseert Agpo een periodieke inspectie uit te voeren. Informeer bij uw installateur naar de mogelijkheden voor service en inspectie.
Het toestel wordt door een micro-computer volledig aangestuurd en gecontroleerd. Goede werking of eventuele storingen worden door het toestel zelf gesignaleerd. Daartoe zijn er een rood en een groen lampje in de stuurautomaat van de URS aangebracht.
Het rode lampje knippert
Als het rode lampje knippert en een eventueel storingsmelding op de kamertermostaat, dan is er sprake van een storing aan de unit of installatie. Waarschuw uw installateur of energiebedrijf.
In de meeste gevallen zal er nog steeds warmte worden geleverd voor verwarming en warm water. Bij volledig geopende keuken- of douchekraan zal de watertemperatuur lager zijn. Wilt u heter warmtapwater, draai dan de kraan wat verder dicht (Let op! Temperaturen kunnen in deze situatie hoog zijn).
Het groene lampje brandt
Het groene lampje brandt altijd als teken dat de stekker in het stopcontact zit.
Het groene lampje knippert
Het groene lampje knippert bij het in bedrijf nemen van het toestel en als er eens per 24 uur een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Dit knipperen duurt normaal gesproken enkele minuten. Blijft het lampje langer dan 10 minuten knipperen, waarschuw dan uw installateur of energiebedrijf.
Is het groene lampje uit: Controleer dan eerst of:
- De stekker in het stopcontact zit;
- Er spanning op het stopcontact staat (bijvoorbeeld met behulp van een 230V looplamp);
Inhoud montagehandleiding en technische specificaties

Voorschriften en aandachtspunten vóór montage
8. Voorschriften en aandachtspunten vóór montage 11
8.1 Voorschriften 11
8.2 Leveringsomvang 11
8.3 Benodigde vrije ruimte rondom het toestel 11
8.4 Extra aandachtspunten voor de complete installatie 11

Montage-instructie
9. Montage-instructie 12
9.1 Afmetingen en aansluitingen 12
9.2 Ophangen van het toestel 13
9.3 Aansluitingen CV-zijdig 13
9.4 Aansluiten distributiezijdig 13
9.5 Aansluiten tapwaterzijdig 13
9.6 Aansluiten van de kamerthermostaat 13
9.7 Aansluiten van een zonneboiler 14
9.8 OPT-systeem 14
10. Eerste ingebruikname 14
10.1 Voorbereidingen 14
10.2 In bedrijf nemen 14
10.3 Het toestel afstemmen op de installatie. 14

Werking, inspectie, storingen en service
11. Opbouw en werking van het toestel 16
11.1 Overzichtstekening van de URS ELEGANCE II 16
11.2 Componenten 17
11.3 Meng-injectie/OPT-systeem 18
11.4 Werkingsprincipe voor warm water 19
11.5 Werkingsprincipe verwarmingssysteem 19
12. Inspectie en afstellen 20
13. Storingen en componenten 20
13.1 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen 20
13.2 Weerstandstabel NTC sensor 10 kOhm 21
13.3 Service-delen en accessoires 21
Technische specificaties
14. Technische specificaties 22
14.1 Volumestroom tapwater 22
14.2 CV-zijdig drukverlies 22
14.3 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector .... 23
14.4 Technische gegevens 24
15. Certificaties van de Agpo URS ELEGANCE II 24
15.1 CE-keur 25
15.2 Kiwa-keur 25
Garantiebewijs 26
8. VOORSCHRIFTEN EN AANDACHTSPUNTEN VÓÓR MONTAGE
8.1. Voorschriften
Voor installatie van de Agpo URS dient rekening te worden gehouden met de volgende voorschriften:
a. Het bouwbesluit 680 waarin naar de volgende normen wordt verwezen:
b. NEN 3028 veiligheidseisen voor centrale verwarmingsinstallaties
c. NEN 1010 veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties
d. NEN 3215 de norm voor binnenriolering in woningen en woongebouwen
e. NEN 1006 algemene voorschriften voor drinkwater-installaties AVWI met bijbehorende werkbladen.
Voor alle voorschriften geldt dat aanvullingen op normen of voorschriften of latere voorschriften op het moment van installeren van toepassing zijn. Het toestel is uitsluitend te gebruiken voor gesloten verwarmings-systemen tot een maximale temperatuur van 95°C. Het installeren van het toestel mag alleen geschieden door daartoe erkende personen. Erkenningen worden afgegeven door de energiebedrijven, elektriciteit- en waterleidingsmaatschappijen. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze technische montagehandleiding als aanvulling op de bovengenoemde voorschriften moet worden gezien en dat deze voorschriften prevaleren boven de informatie in deze handleiding.
8.2 Leveringsomvang
Standaard aanwezig in of bij het toestel:
• URS ELEGANCE II
- Handleiding.
- Snoer: ca 1,5 meter lang, incl. stekker met randaarde.
- Aansluitconnector voor kamerthermostaat en warmhoudstand.
Benodigde onderdelen voor de installatie:
- Afsluitkranen voor het warmtedistributiesysteem.
- Inlaatcombinatie met overstort.
- Wandcontactdoos 230V met randaarde.
• Kamerthermostaat (AAN/UIT of OpenTherm®). - Indien gewenst, doseerventiel voor een tapwater-flow van 6, 8, 10 of 12 l/min. (afhankelijk van toestel)
8.3 Benodigde vrije ruimte rondom het toestel
In verband met het ophangen, aansluiten en inspectie of servicewerkzaamheden dient er rondom het toestel een minimale ruimte vrij te blijven.
Advies: Minimaal:
• Zijkant 15 cm 1 cm
• Onderkant 50 cm 25 cm
• Bovenkant 20 cm 20 cm
• Voorkant >50 cm 50 cm (bij geopende deur)
Let op!
Bij afwijking van de geadviseerde vrije ruimte wordt de bereikbaarheid van het toestel voor service-doeleinden beperkt.
Ruimte voor de warmtemeter
Bij het plaatsen van de URS dient rekening gehouden te worden met de benodigde ruimte voor de warmtemeter.
8.4. Extra aandachtspunten voor de complete installatie
Vloerverwarming
Bij toepassing van vloerverwarming op de AGPO URS dient ten minste één radiator geplaatst te worden in de ruimte met de kamerthermostaat. Pas uitsluitend diffusiedichte buizen voor vloerverwarming toe, om corrosie in het toestel te voorkomen. Pas eventueel een vloerverwarmingset met een gescheiden systeem toe voor de vloerverwarming en de overige CV-installatie. De maximaal toegestane zuurgraad:
7,5 Y←pH Y←10.
Afsluiters voor servicedoeleinden
Dringend wordt geadviseerd om afsluiters in de CV-aanvoer en CV-retour te plaatsen.
Mengventiel bij een zonnewarmteboiler.
Bij toepassing van een zonnewarmteboiler dient een mengventiel vóór de URS geplaatst te worden.
Goede kamerthermostaat
Voor een goede temperatuurregeling dient een thermostaat aangesloten te worden die beschikt over een van de drie hieronder vermelde eigenschappen:
- Tweedraads AAN/UIT-(klok)thermostaat met anticipatie-instelmogelijkheid voor 0,13 Amp. (24V, potentiaalvrij contact, eventueel 4 draads voor uitschakeling warmthoudstand).
- Tweedraads elektronische AAN/UIT-(klok)thermostaat met cyclusinstelling (24V, potentiaalvrij contact, eventueel 4 draads voor uitschakeling warmthoudstand).
- OpenTherm (klok)thermostaat (tweedraads digitaal, afhankelijk van het type thermostaat kan tevens de warmhoudstand uitgeschakeld worden)
Instellen warmteversnellingselement T87F
Zet de anticipatie-instelling op 0,13 Amp.
Het toestel heeft standaard de beschermingsklasse IP 42. Om IP 44 te verkrijgen dient de 230V voeding als vaste aansluiting gerealiseerd te worden.
9. MONTAGE-INSTRUCTIE
9.1 Afmetingen en aansluitingen

Aansluitingen:
A koud water G 3/4 " wartel
B warm water G 3/4 " wartel
C CV-aanvoer G 3/4 " wartel
D CV-retour G 3/4 " wartel
E SV-retour G 3/4 " wartel
F SV-aanvoer G 3/4 " wartel
A t/m F wartel t.b.v. vlakke koppeling
Benodigde vrije ruimte rondom het toestel
Advies: Minimaal:
• Zijkant 15 cm 1 cm
• Onderkant 50 cm 25 cm
• Voorkant >50 cm 50 cm
• Bovenkant 20 cm 20 cm
(1,5 cm bij geslotendeur)
De 55 cm is ook gespiegeld (rechts) leverbaar
Let op!
Bij afwijking van de geadviseerde vrije ruimte wordt de bereikbaarheid van het toestel voor servicedoeleinden beperkt.
Figuur 9.1 Afmetingen en aansluitingen
9.2 Ophangen van het toestel
In dit hoofdstuk wordt stapsgewijs uitleg gegeven over het ophangen en aansluiten van de Agpo URS. Eventueel wordt voor uitgebreidere informatie verwezen naar de volgende hoofdstukken.
Aandachtspunten voor montage
Lees eerst het voorgaande hoofdstuk: Aandachtspunten voor montage. Hierin wordt informatie gegeven over zaken die voorafgaand aan de montage van nut kunnen zijn.
Eerste ingebruikname van het toestel
In het volgende hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de eerste in gebruik name. Let op! Lees dit eerst voor de installatie te vullen en in bedrijf te stellen.
Het toestel ophangen
- Direct tegen de muur, d.m.v. de slobgaten;
- Met de ophangstrip (art.nr. 3720025)
9.3 Aansluiten CV-zijdig
Let op! Zorg dat de leidingen schoon zijn
- Spoel de leidingen door, om vuil dat eventueel in de leidingen is gaan zitten te verwijderen;
- Monteer de leidingen. (bij voorkeur de leidingen pas op 50 cm van het toestel beugelen).
9.4 Aansluiten distributiezijdig
Let op! Zorg dat de leidingen schoon zijn
- Monteer de leidingen. (bij voorkeur de leidingen pas op 50 cm van het toestel beugelen.
9.5 Aansluiten tapwaterzijdig
Let op! Zorg voor schone leidingen
- Spoel de leidingen door, om vuil dat eventueel in de leidingen is gaan zitten te verwijderen.
- Monteer de leidingen. (bij voorkeur de leidingen pas op 50 cm van het toestel beugelen).
- Monteer in de koudwaterleiding een inlaatcombinatie (nabij het toestel)
- Plaats de juiste doorstroombegrenzer in de koud watertoevoerleiding.
Bij aansluiting van een zonneboiler: Zie paragraaf 9.7
9.6 Aansluiten van de kamerthermostaat
Aansluiten van een OpenTherm®-kamerthermostaat

Figuur 9.2 aansluiting OpenTherm ®
- Neem de toestelconnector los;
- Monteer de kabel op de toestelconnector;
(Niet van belang welke draad op 5 of 6 aangesloten is)
Uitschakelen warmhoudstand
Sommige kamerthermostaten bieden de mogelijkheid om de warmhoudstand uit te schakelen. Hierbij zal de wisselaar niet meer op temperatuur worden gehouden en zal het tapwaterregelventiel alleen opengaan als er daadwerkelijk water wordt getapt en één keer in 24 uur tijdens de systeemcontrole. Bij deze stand zal het energiegebruik verder dalen, maar tevens zal de wacht- tijd voor warm water, vooral 's zomers en 's nachts, wel toenemen.
De meeste OpenTherm®-kamerthermostaten zijn voorzien van een schakelmogelijkheid om de comfortstand voor warmwater op een hoog of een lager niveau te zetten. Als de warmthoudstand is uitgeschakeld zal de wisselaar altijd nog op minimaal 15°C worden gehouden.
Als u hier gebruik van wilt maken, verwijder de doorverbinding tussen de aansluitingen 3 en 4 van de toestelconnector.
Aansluiten van een AAN/UIT-kamerthermostaat

Figuur 9.3 aansluiting AAN/UIT-thermostaat
- Neem de toestelconnector los;
• Monteer de kabel op de toestelconnector - Verwijder eventueel de doorverbinding 3-4 als er geen hoog comfort op tapwater gewenst is. In sommige situaties kan het voorkomen dat de wachttijd langer duurt.
- Als de kamerthermostaat een anticipatie-instelling heeft, stel deze dan op 0,13 A in.
Aansluiten van een AAN/UIT-kamerthermostaat met een schakelaar voor de warmhoudstand

Figuur 9.4 aansluiting AAN/UIT-thermostaat met warmhoudstand schakelaar
- Neem de toestelconnector los;
- Monteer de kabel op de toestelconnector
Instrueer de gebruiker!
- In de ruimte waar de kamerthermostaat hangt, dienen alle radiatoren altijd open te staan.
- De eerste en de tweede week na de installatie van het toestel dienen de radiatoren nogmaals goed ontlucht te worden.
9.7 Aansluiting van een zonneboiler
De URS is geschikt om gebruikt te worden als naverwarmer voor zonlichtsystemen. Geadviseerd wordt om gebruik te maken van het speciaal ontwikkelde Agpo Aqua Sol zonlichtsysteem. Raadpleeg bij montage ook de handleiding van de zonnewarmteboiler. Het mengventiel dient tussen de zonneboiler en de URS te worden geplaatst en ingesteld te worden op 63°C.
Tapwateraansluiting:

Zeer belangrijk! Plaats de doorstroombegrenzer
Plaats de doorstroombegrenzer voor de zonneboiler en bij gebruik van een t-splitsing ook voor de splitsing. Denk aan de goede stromingsrichting!
Mengventiel:
De temperatuur van de zonnewarmteboiler kan zeer hoog oplopen. Deze hoge temperaturen worden voorkomen door een mengventiel tussen de zonnewarmteboiler en de URS te plaatsen met een instelling van 63°C.
9.8 OPT systeem
(optimale druk en temperatuur)
Voor alle radiatoren buiten de ruimte met kamer-thermostaat, met name de radiatoren op hoger gelegen verdiepingen dan waar de URS gemonteerd is, wordt dringend geadviseerd thermostatische radiatorventielen toe te passen.
De CV-installatie dient bovendien zodanig ingeregeld te zijn dat deze in balans is.
- Los de installatie-pomp ( URS ELEGANCE II MI) Draai de messing afdichtdop voorop de pomp eraf en geef met een schroevendraaier een draai aan de as.
- Vul de installatie door de aanvoerkraan te openen (LANGZAAM, om drukstoten te voorkomen)
- Ontlucht de installatie. Gebruik het ontluchtsleuteltje. Begin bij de laagstgelegen radiatoren. Eindig op de bovenverdieping. Ontlucht tot er geen lucht meer uit komt.
- Open de retourkraan (LANGZAAM)
- Controleer de aansluitingen op lekkage
10.2 In bedrijf nemen.

Steek de stekker in het stopcontact
- Controleer of alle afsluiters (inclusief de inlaat-combinatie) zijn geopend.
- De URS gaat zijn opstartprogramma doorlopen; het groene LED zal tijdens dit programma knipperen. Een en ander mag niet langer dan ca. 10 minuten duren (normaal is 1 a 2 minuten).

Tap geen warm water tijdens het opstartprogramma
Als het opstartprogramma is doorlopen en het groene LED niet meer knippert:
- Creëer warm watervraag en controleer of het toestel goed in bedrijf komt.
- Creëer CV-warmtevraag en controleer of het toestel goed in bedrijf komt. Let op, het toestel zal modulerend openen voor CV, waardoor de klepopening zeer langzaam kan verlopen.
10.3 Het toestel afstemmen op de installatie
Het toestel is reeds ingesteld op de meest voorkomende CV-installaties. Indien gewenst kan het toestel echter eenvoudig worden aangepast aan bijzondere situaties.
Inregelen CV-installatie
Om een goed comfort van de gehele CV-installatie te verkrijgen, dient de installatie ingeregeld te worden.
Controle op inregeling CV-installatie
Om de benodigde warmte op de juiste manier in de woning te verdelen, dienen de radiatoren nauwkeurig ingeregeld te worden. Vooral bij de URS OPT (zonder pomp) is het van essentieel belang dat de inregeling juist is uitgevoerd. Agpo adviseert om in alle ruimten, behalve de ruimte met kamerthermostaat, thermostatische radiatorventielen te plaatsen. De inregeling kan als volgt gecontroleerd worden:
De klepmotoren van de URS dienen dicht gestuurd te worden bij aanvang. Dit gebeurt door de connector onder het toestel te verwijderen. Neem de mantel van het toestel. Controleer of beide kleppen gesloten zijn (witte lepels aan de zijkant van de motoren staan naar vo


Trek de stekker uit het stopcontact
Draai alle radiatorkranen open. Thermostatische radiatorventielen dienen op de maximale stand te worden ingesteld.
De rechter klepmotor (CV klep) kan handmatig in een ± 50% geopende stand worden gezet door de witte lepel naar achteren te duwen en rustig terug te laten komen. Bij dit terugkomen dient licht tegen de lepel gedrukt te worden,waardoor deze halverwege achter een pal blijft steken.

Na enige tijd (± 15 min, afhankelijk van de installatie) zal de retourtemperatuur stabiliseren. Wanneer de totale primaire waterhoeveelheid en/of de retourtemperatuur (beide af te lezen op warmtemeter) te hoog blijken, dient de installatie opnieuw ingeregeld te worden. Voornamelijk kleine radiatoren dienen gecontroleerd te worden op hun retourtemperatuur, aangezien deze lastig in te regelen zijn. Wanneer alle radiatoren een hoge retourtemperatuur leveren, kan overwogen worden om een inregelafsluiter op te nemen in de CV aanvoerleiding onder de URS.
Na de controle van de inregeling van de radiatoren kan de handmatige klepstand weer ongedaan gemaakt worden door de witte lepel van de klepmotor helemaal in te drukken en voorzichtig terug te laten komen. De connector dient weer terug geplaatst te worden. Plaats de mantel terug en bevestig deze met de schroef.

Steek de stekker in het stopcontact
De URS zal met zijn opstartprogramma beginnen (knipperende groene LED).
11. OPBOUW EN WERKING VAN HET TOESTEL
11.1 Overzichtstekening van de URS
MI 55 CM

MI SMAL

OPT 55 CM

OPT SMAL

- Warm watersensor (TS1)
- Aanvoersensor (TS2)
- SV-retoursensor (TS3)
- Bypass-sensor (TS4)
- CV-regelventiel
- Tapwaterregelventiel
- Stromingssensor
8 1 . Filter entreestuk
82 . Filter CV-retour
8 3 . Filter TW-retour
9. Warmtewisselaar
10. Passtuk warmtemeter
11. Aansluiting warmtemeter
4* URS ELEGANCE II OPT
De bypass-sensor bestaat uit een combinatie van 3 temperatuursensoren met een losse kabelboom 2x sensor CV-retour 1x sensor CV-aanvoer
Figuur 11.1 De URS
11.2 Componenten
Hieronder worden de componenten beschreven zoals ze zijn genummerd op in het overzichtschema op pagina 16.
1 Warm watersensor
Deze opkliksensor van het fabrikaat Honeywell is van het type T 7335D 1008 (10 kOhm NTC), klikbeugel voor 15 mm pijp.
2 Aanvoersensor opkliksensor
Deze opkliksensor van het fabrikaat Honeywell is van het type T 7335D 1016 (10 kOhm NTC), klikbeugel voor 18 mm pijp.
3 Retoursensor (opkliksensor)
Deze opkliksensor van het fabrikaat Honeywell is van het type T 7335D 1016 (10 kOhm NTC), klikbeugel voor 18 mm pijp.
4 Bypass-sensor (opkliksensor)
Deze opkliksensoren van het fabrikaat Honeywell zijn van het type T 7335D 1016 (10 kOhm NTC), klikbeugel voor 18 mm pijp.
5 CV-regelventiel
6 Tapwaterregelventiel
Regelkleppen
De warmwater-regelklep en de CV-regelklep zijn van een speciaal voor de URS ontwikkeld type van het fabrikaat Honeywell en zijn alleen via AGPO verkrijgbaar. De kleppen zijn herkenbaar aan de brons/koperachtige kleur van het metalen plaatje boven de veer. De kleppen zijn van het druk-ontlaste type. De kleppen kunnen een absolute continue druk verdragen van 20 bar en een continue temperatuur van 95°C. De kleppen kunnen gedemonteerd worden met een speciale sleutel die bij iedere revisieset wordt bijgeleverd.
Stelmotoren
De stelmotor voor de warmwaterregelklep en de stelmotor van de CV-regelklep van het fabrikaat Honeywell zijn van het type VC 6940. De looptijd is 12 seconden.
7 Stromingssensor
De koudwaterflowsensor van het fabrikaat Honeywell is van het type C7195A. De maximaal toelaatbare waterdruk is 17,5 bar.
8123Filterzeefset
De filterzeefset bestaat uit een filter met een maaswijdte van 350 µm (0,35 mm, 50 mesh) en een o-ring.
9 Warmtewisselaar
(type volgens opschriftplaat)
De warmtewisselaar is een platenwisselaar van het fabricaat SWEP van het type B16DW. Op de typeplaat kan het aantal platen worden afgelezen.
Dit type platenwisselaar is dubbelwandig, waardoor lekdetectie mogelijk is. De wisselaar voldoet aan de KIWA BRL 656/2-eisen.
- Stuurautomaat (niet getekend)
De stuurautomaat wordt in een metalen behuizing geleverd. De bedrading is met connectoren op de print aangesloten. De automaat is voorzien van een zekering en heeft een storingssignalering. De stuurautomaat is verzegeld. Indien deze verzegeling is verbroken vervalt iedere aanspraak op garantie.

Bij vervangen van onderdelen:
Trek de stekker uit het stopcontact
11.3 Menginjectie / OPT-systeem
DIRECT (OPT)
![graph TD A["Warmte-distributie aanvoer"] --> B["TS1"] C["Warm tapwater"] --> B D["Koud tapwater"] --> E["Stromings-Sensor"] F["TS2"] --> B G["Tapwater-regelventiel"] --> H["M"] I["TS3"] --> J["M"] K["CV-regelventiel"] --> L["M"] M["Micro Controller"] --> N["URS"] O["Open Therm"] --> N P["Aan / Uit"]…](/content/2026/06/1160949/images/065469ad5a8b0d59cb16df9d2617385014ab2e07312ca59cb13195aa38173dda.jpg)
MENG-INJECTIE (MI)
![graph TD A["Warmte-distributie aanvoer"] --> B["TS1"] C["Warm tapwater"] --> B D["Koud tapwater"] --> E["Stromings-Sensor"] B --> F["Warmte-wisselaar"] E --> F F --> G["Micro Controller"] G --> H["Open Therm"] H --> I["Aan / Uit"] I --> J["TS4"] K["Tapwater-regelventiel"] --> L["M"] M["CV-regelventi…](/content/2026/06/1160949/images/026ec0ab5423b9d384ffe3d74be368af72b05b7a9c19a00ad21751b5eaa0f76c.jpg)
Bij een direkt (OPT) systeem, zoals afgebeeld in figuur 11.2, stroomt het water uit het distributienet rechtstreeks via de unit de CV-installatie van de woning in. Deze stroming wordt geheel door het in het distributienet aangeboden drukverschil tot stand gebracht. Bij dit systeem is geen pompenergie vereist.
Bij een menginjectie (MI) systeem wordt het water in de CV-installatie door een pomp rondgepompt (zie figuur 11.3). Bij dit systeem is wel energie vereist om de pomp te laten draaien.
Let op! Een URS OPT is niet als URS MI te gebruiken en vice versa.
11.4 Werkingsprincipe warm tapwater
Wanneer er een warmwaterkraan wordt geopend, zal de stromingssensor (zie figuur 11.2/11.3) een signaal aan de stuurautomaat geven, waardoor het regelventiel voor tapwater wordt geopend.
Er zal daardoor water uit het distributienet door de warmtewisselaar gaan stromen. Dit water zal zijn warmte aan het tapwater afgeven. Het regelventiel zal blijven sturen tot de temperatuur van het uitstromende warm tapwater 60°C is.
Om ook in de zomerperiode snel warm water te kunnen leveren, wordt het regelventiel periodiek geopend om de aanvoerleidingen op temperatuur te houden. De hierbij gebruikte energie zal, indien gemonteerd, door de energiemeter worden geregistreerd. Deze hoeveelheid energie is volledig te vergelijken met de stilstandsverliezen van een moderne HR-ketel.
Voor de gebruiker die geen prijs stelt op een zeer snelle warmwaterlevering (onder alle gebruiksomstandigheden) bestaat de mogelijkheid om deze comfortstand uit te schakelen. Behalve een handmatige schakeling (verwijder de doorverbinding tussen aansluiting 3-4 op de toestelconnector) bestaat de mogelijkheid een schakeling te maken met sommige typen OpenTherm®-thermostaten, middels een druktoets of bij verlaging van de kamerthermostaat instelling.
11.5 Werkingsprincipe verwarmings systeem
De warmtebehoefte in de woning wordt gesignaleerd door de op het toestel aangesloten kamerthermostaat. De URS is geschikt voor twee thermostaat-systemen: De 24V AAN/ UIT-kamerthermostaat en de thermostaten die werken volgens het OpenTherm®-communicatieprotocol.
Als een AAN/UIT-thermostaat wordt gebruikt, dan wordt het AAN/UIT-signaal van de kamerthermostaat in de stuurautomaat vertaald in een modulatiestand van het CV-regelventiel. Zodoende wordt er gestreefd naar een zo gelijkmatig mogelijke warmtetoevoer naar de radiatoren, waardoor een zo constant mogelijke temperatuur wordt bereikt. Dit resulteert in een zo laag mogelijke volumestroom naar het verwarmingssysteem. Hierdoor wordt ook de retourtemperatuur zo laag mogelijk gehouden.
Bij gebruik van een OpenTherm ® -thermostaat wordt de modulatiestand van het regelventiel direct door de kamerthermostaat ingegeven, wat een vertaalslag overbodig maakt.
Voor het warmtedistributienet is een hoge uitkoeling zeer voordelig. Een lage retourtemperatuur beperkt immers het warmteverlies in de retourleidingen. Het bijbehorende lage volumedebiet beperkt tevens het benodigde pompvermogen. Deze voordelen kunnen afnemen of zelfs verdwijnen bij een fout gebruik van de verwarmingsinstallatie of foutief inregelen.
De URS is voorzien van een sensor (TS3) die deze ongewenste situatie kan signaleren en eventueel in kan grijpen. Indien een vooraf ingestelde retourtemperatuur wordt overschreden, zal de CV-regelklep worden dichtgestuurd, totdat de gewenste temperatuur wordt bereikt. Dit kan een vermindering van het comfort tot gevolg hebben.
12. INSPECTIE EN AFSTELLEN

Waarschuwing!
In het toestel zijn componenten aanwezig die aangesloten zijn op een spanning van 230V.
Als het toestel nog korte tijd geleden heeft gefunctioneerd, kunnen diverse componenten zoals de wisselaar, en de watertransporterende pijpen een hoge temperatuur hebben.
Controleer de werking op CV
Zet de kamerthermostaat vragend en controleer de werking voor CV.
Controleer de werking voor tapwater
Tap warm water en controleer de werking voor tapwater.
Eenvoudige visuele inspecties
- Verwijder de mantel.
- Controleer of de plaatsing van de sensoren correct is.
- Controleer of de bedrading goed is.
- Controleer het hele systeem op lekkages.
Eenvoudige metingen
Onderstaande parameters zijn eventueel aan de hand van de energiemeter van de stadsverwarming te meten:
- Doorstroming.
- Temperaturen.
Overige inspecties:
Controleer ook:
- De spanning van de wandcontactdoos; de URS dient aangesloten te worden op een spanning van 230V.
- De bedrading en instelling van de kamerthermostaat. Om zo weinig mogelijk temperatuurschommelingen te krijgen moet de anticipatiestroom ingesteld zijn op 0,13 A.
- De spanning van de wandcontactdoos; de URS dient aangesloten te worden op een spanning van 230V.
- De bedrading en instelling van de kamerthermostaat. Om zo weinig mogelijk temperatuurschommelingen te krijgen moet de anticipatiestroom ingesteld zijn op 0,13 A.
13. STORINGEN EN COMPONENTEN
Het toestel wordt door ingebouwde elektronica volledig aangestuurd en gecontroleerd. Aan de meeste storingen zijn foutcodes verbonden.
13.1 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen
Storingen en meldingen via de stuurautomaat
Storingen zijn herkenbaar aan een knipperende rode LED op de stuurautomaat. De diverse storingen en meldingen zijn te herkennen aan het aantal knipperingen van de LED die in de stuurautomaat is opgenomen. Het aantal knipperingen geeft een specifieke melding aan. De knipperingen worden gevolgd door een pauze van 5 seconden. Een aantal thermostaten die volgens het OpenTherm®-protocol werken geven deze storingen ook aan op het display.
Een keer knipperen:
Storing:
Defect aan de warmwatersensor (TS1).
Gevolgen:
- Geen maximum vermogen voor warmwater beschikbaar.
- Te lage warmwatertemperatuur bij grote volumestroom.
- Te hoge warmwatertemperatuur bij te lage volumestroom.
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
- Sensorkabel los bij de sensor.
- Connectorblok los of slecht aangesloten op stuurautomaat.
- Sensor defect.
- Stuurautomaat defect.
Twee keer knipperen:
Storing:
Defect aan de aanvoersensor (TS2)
Gevolg:
- Geen maximum vermogen voor warmwater en/of verwarming beschikbaar
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
- Sensorkabel los bij de sensor.
- Connectorblok los of slecht aangesloten op stuurautomaat.
- Sensor defect.
- Stuurautomaat defect.
Drie keer knipperen:
Storing:
Defect aan de retoursensor (TS3)
Gevolgen:
- Geen maximum vermogen voor verwarming beschikbaar.
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
- Sensorkabel los bij de sensor.
- Connectorblok los of slecht aangesloten op stuurautomaat.
- Sensor defect.
- Stuurautomaat defect.
Vier keer knipperen:
Storing:
Defect aan de bypass-sensor (TS4).
Gevolg:
- Geen maximum vermogen voor verwarming beschikbaar.
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
- Sensorkabel los bij de sensor.
- Connectorblok los of slecht aangesloten op stuurautomaat.
- Sensor defect.
- Stuurautomaat defect.
Vijf keer knipperen:
Storing:
Functiecontrole heeft onregelmatigheid geconstateerd.
Gevolg:
- 24 uur geen levering van warmte (geen CV en tap-water).
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
- Sensoren niet goed aangebracht.
- Er is warm water getapt tijdens het opstartprogramma.
- De automaat is defect.
Zes keer knipperen:
Storing:
Een retourtemperatuur die veel hoger is dan de gewenste ingestelde maximale retourtemperatuur.
Gevolgen:
- Voor warmwater geen gevolgen; vermogen en regeling blijven in orde.
- Mogelijk te weinig vermogen voor CV. De regeling voor verwarming wordt slechter.
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
• Installatie inregelen.
- Retoursensor verkeerd gemonteerd.
- Stuurautomaat defect.
Bij verwarmingssystemen met menginjectie en kamerthermostaat:
- Pomp defect of niet goed aangesloten op de stuurautomaat.
- Installatie inregelen.
- Retoursensor verkeerd gemonteerd.
- Stuurautomaat defect.
Zeven keer knipperen:
Storing:
Geen warmte
Gevolgen:
- min. 1 uur toestel geblokkeerd, geen levering van warmte (CV/tapwater)
Mogelijke oorzaken in volgorde van waarschijnlijkheid:
- Distributienet uitgevallen (neem contact op met de leverancier van warmte).
- Afsluiters distributienet gesloten.
- Aanvoersensor los van de leiding.
- Stuurautomaat defect.
Andere storingen
- Lekkage van de warmtewisselaar, vervang deze.
- Onvoldoende warmtelevering aan CV en warmwater. er is een verstopping aanwezig. Controleer het ingebouwde filter.
13.2 weerstandstabel NTC sensor 10 kOhm
| °C Weerstand (kOhm) | °C Weerstand (kOhm) |
| 0 32.510 60 2.490 | |
| 5 26.310 65 2.090 | |
| 10 19.860 70 1.750 | |
| 15 15.890 75 1.480 | |
| 20 12.490 80 1.260 | |
| 25 10.000 85 1.070 | |
| 30 8.060 90 920 | |
| 35 6.530 95 790 | |
| 40 5.330 100 680 | |
| 45 4.370 | |
| 50 3.600 | |
| 55 2.990 |
| Omschrijving Art.nr. | |
| automaat URS 3480025 | |
| pomp URS 3286405 | |
| filterset URS | 3721005 |
| stromingssensor compleet URS | 3720020 |
| ophangstrip URS | 3720025 |
| regelventiel URS (met montagesleutel) | 3720030 |
| kabel pomp URS | 3721035 |
| kabelboom URS | 3720050 |
| servomotor regelventiel (VC-actuator 12 sec) | 3720055 |
| sensor NTC-10, 18 mm (T7335D 1016) | 3720060 |
| sensor NTC-10, 15 mm (T7335D 1008) | 3720065 |
| wisselaar 8 l/min Swep B10DWx25/2P | 3720090 |
| wisselaar 12 l/min Swep B10DWx33/2P | 3720095 |
| waterhoeveelheidsregelaar 6 l/min | 3301063 |
| waterhoeveelheidsregelaar 8 l/min | 3301061 |
| waterhoeveelheidsregelaar 10 l/min | 3301062 |
| waterhoeveelheidsregelaar 12 l/min | 3301066 |
| waterhoeveelheidsregelaar 6 l/min, 15 mm | 1501080 |
| waterhoeveelheidsregelaar 8 l/min, 15 mm | 1501081 |
Het tapwaterzijdig drukverlies
Als de hoeveelheid doorstromend tapwater in het toestel toeneemt, zal ook het drukverlies (weerstand) over het toestel toenemen. Dit drukverlies wordt grotendeels bepaald door de hoeveelheidsbegrenzer. Als de kraan helemaal geopend wordt, zal de volgende situatie zich voordoen:
De waterdruk voor het toestel zal in evenwicht komen met het totale drukverlies over het toestel (de hoeveelheidsbegrenzer), inclusief het leidingsysteem met de kraan. Bij dit evenwicht, het werkpunt, hoort een volumestroom. De weerstand van de hoeveelheidsbegrenzer is zo gekozen dat de nominale volumestroom bij de meest voorkomende voordruk ligt.
Wat te doen bij een te lage voordruk
Om in het geval van een te lage voordruk de volumestroom (goed) te kunnen beheersen dient een instelbare hoeveelheidsbegrenzer in de koudwater toevoerleiding geplaatst te worden.

Tapwaterzijdig drukverlies URS ELEGANCE II (bij een hoeveelheidsbegrenzer van 6 l/min) Figuur 14.1
- Het drukverlies mèt hoeveelheidsbegrenzer
- Het drukverlies zonder hoeveelheidsbegrenzer.
14.2 CV-zijdig drukverlies
![| Debiet [l/h] | P [kPa] (A) | P [kPa] (B) | P [kPa] (C) | P [kPa] (D) | | ------------ | ----------- | ----------- | ----------- | ----------- | | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | | 300 | ~20 | ~10 | ~5 | ~2 | | 600 | ~80 | ~40 | ~20 | ~10 | | 900 | ~160 | ~80 | ~40 | ~25 | | 1200 | ~320 | ~160 | ~80 | ~50 | |…](/content/2026/06/1160949/images/d813b42ab46773f629efbd96a87c9f85eb6dfec50e64449f02277b343446816d.jpg)
14.3 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector

Verklarende lijst met onderdelen die op de print zijn bevestigd.
-
Warm watersensor (TS1)
-
Aanvoersensor (TS2)
-
Retoursensor (TS3)
-
Bypass-sensor (TS4)
-
CV-regelventiel
-
Tapwaterregelventiel
-
Stromingssensor
-
Voeding
-
CV-pomp
-
AAN/UIT-thermostaat
-
Warmhoudstandschakeling
-
OpenTherm®-thermostaat
A. Hoofdprint
B. Microprocessor
C. Transformer 230V / 24V
D. Pomprelais
E. zekering (250V, 2A)
F. PC-aansluiting
G. Toestelconnector
Figuur 14.5 Aansluitingen op de print

Overzichtstekening van de URS vind u op bladzijde 16.
| Specifikaties | eenheid | Agpo URS ELEGANCE II |
| Bedrijfsconditiesprimair | ||
| aanvoertemperatuur warmtedistributie (min.) aanvoertemperatuur warmtedistributie (max.) drukverschil warmtedistributie (min.) kPa 30 drukverschil warmtedistributie (max.) kPa 120 zuurgraad warmtedistributie (min.) pH 7,5 zuurgraad warmtedistributie (max.) pH 10 concentratie zuurstof (max.) mg/l 0,02 | °C°C | 7095 |
| Centrale verwarming & warm water | ||
| modulatiebereik % 2-100regeling modulerend / opt. nadraaitijd Cv-pompmax. absolute druk warmtedistributiemax. absolute druk tapwatervolumestroom tapwater | min. 5barbarl/min | 2017,56-8 / 10-12 afhankelijk van type |
| Keurlabels | ||
| CE-markeringKIWA-keur tapwatervoerende delen | jaja | |
| Elektrisch | ||
| voedinganticipatie-instelling AAN/UIT-thermostaatspanning AAN/UIT thermostaatmodulerende ruimte-thermostaatmin. opgenomen vermogenmax. opgenomen vermogen (excl. pomp)IP-klasse (*44 bij vaste 230 V aansluiting) | VAC/HzAVACVA5VA | 230/500,1324Open Therm®(5V)3042-44* |
| Constructieve informatie | ||
| gewichtafmetingen h x b x dprimaire aansluitingenCv-aansluitingentapwater aansluitingen | kg ± 25cmøøø | 44x42x30 (smal) 44x55x30 (beugelmaat) G3/4" vlak G3/4" vlak G3/4" vlak |
15. CERTIFICERINGEN VAN DE AGPO URS ELEGANCE II
15.1 CE-markering
Conformiteitsverklaring
EG-verklaring van overeenstemming
Fabrikant: AGPO B.V.
Adres: Konijnenberg 24
4825 BD Breda
verklaart hiermede dat de Agpo Universele Regelset
voldoet aan de bepalingen van de EG-richtlijnen:
- Machinerichtlijn (98/37/EEG)
- Richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit (89/336/EEG)
- Laagspanningsrichtlijn voor elektrisch materiaal (73/23/EEG)
Breda, november 2002 AGPO B.V.
A. v. Rijswijk

De warmtewisselaar van de URS ELEGANCE II heeft
KIWA-Keur volgens de beoordelingsrichtlijn BRL 656/2.
GARANTIEVOORWAARDEN
Dit AGPO produkt wordt door AGPO b.v. aan de installateur gegarandeerd onder de onderstaande voorwaarden. De installateur garandeert dit produkt onder dezelfde volgende voorwaarden aan de gebruiker:
1 De garantietermijn is geldig vanaf de installatiedatum en na ontvangst binnen 8 dagen van het volledige ingevulde en ondertekende garantiebewijs.
2 De garantietermijn voor dit produkt bedraagt 2 jaar.
3 Het toestel dient te zijn geïnstalleerd door een erkend installateur en warmtedistributiebedrijf volgens de geldende algemene en plaatselijke voorschriften en met inachtneming van de door AGPO verstrekte installatie- en inbedrijfsstellings voorschriften.
4 Het toestel moet geïnstalleerd blijven op de oorspronkelijke plaats.
5 De garantie vervalt indien:
- gebreken aan het toestel niet zo spoedig mogelijk nadat ze ontdekt werden of ontdekt hadden kunnen worden, schriftelijk aan de installateur worden gemeld;
- gebreken zijn veroorzaakt door fouten, onoordeelkundig gebruik of verzuim van de consument die de opdracht heeft gegeven of rechtsopvolger, danwel door van buiten komende oorzaken;
- gedurende de garantietermijn zonder schriftelijke toestemming van de installateur van het toestel aan een derde opdracht is verstrekt van welke aard dan ook om aan het toestel voorzieningen te treffen, danwel wanneer door de consument zelf zodanig voorzieningen zijn getroffen.
- gedurende de garantieperiode niet periodiek deskundig onderhoud wordt verricht aan apparatuur die onderhoud behoeft;
6 De consument dient een beroep op de in dit artikel omschreven garantieverplichtingen in de eerste aanleg schriftelijk te doen bij de installateur en wel binnen vijf werkdagen nadat de fout of het gebrek is geconstateerd of redelijkerwijs geconstateerd had kunnen worden.
7 Voorts gelden de bepalingen, opgenomen in artikel 14 van onze Algemene verkoop- en Betalingsvoorwaarden, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Breda, onder nummer 219 d.d. 9-10-1992.
Voor de vervolgschade aan het AGPO toestel, anders dan ter zake van een gebrek dat onder de boven omschreven garantie valt wordt door AGPO b.v. niet ingestaan. AGPO b.v. is jegens de gebruiker voorts niet aansprakelijk voor door de gebruiker geleden zuivere vermogensschade en/of bedrijfsschade van welke aard dan ook.
Garantiebewijs
Deze kopie kunt u in de handleiding laten ziten
Naam:
Adres:
Datum van ingebruikstelling:
Toestelgegevens (Op de grijze sticker binnen de mantel)
URS ELEGANCE II,
Serienummer:
AGPO b.v.
Postbus 3364
4800 DJ Breda
Stempel en handtekening installateur
Garantiebewijs
A.u.b. op sturen naar Agpo b.v.
Naam:
Adres:
Datum van ingebruikstelling:
Toestelgegevens (Op de grijze sticker binnen de mantel)
URS ELEGANCE II,
Serienummer:
Uitknippen en in gefrankeerde enveloppe zenden aan: AGPO b.v.
Postbus 3364
4800 DJ Breda
Stempel en handtekening installateur