Logasol SKS 3.0 - Airconditioning BUDERUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Logasol SKS 3.0 BUDERUS in PDF-formaat.
| Producttype | Zonnecollector (thermisch) |
| Merk | Buderus |
| Model | Logasol SKS 3.0 |
| Bruto-oppervlak | 2,4 m² |
| Absorberinhoud (verticaal) | 1,5 liter |
| Absorberinhoud (horizontaal) | 2,0 liter |
| Gewicht (verticaal) | ca. 45 kg |
| Gewicht (horizontaal) | ca. 48 kg |
| Toegestane bedrijfsoverdruk | 10 bar |
| Maximale hellingshoek dak | 25° – 60° |
| Montagesysteem | Dakinbouwkader voor schuine daken (titaanzink of koper) |
| Aansluitprincipe | Tichelmannprincipe met flexibele inox-slangen |
| Warmtedrager | Solarfluid (Tyfocor LS bij DBS-station) |
| Veiligheid | Aarding conform VDE 100; valbeveiliging bij montage |
| Onderhoud | Alleen door erkend vakman; jaarlijkse controle aanbevolen |
| Recycling | Collectoren kunnen aan producent worden teruggegeven voor milieuvriendelijke recycling |
| Garantie | Neem contact op met Buderus of erkende installateur |
| CE-markering | Ja, voldoet aan Europese normen |
| KE-nummer | 08-328-132 |
Veelgestelde vragen - Logasol SKS 3.0 BUDERUS
Gebruikersvragen over Logasol SKS 3.0 BUDERUS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Logasol SKS 3.0 - BUDERUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Logasol SKS 3.0 van het merk BUDERUS.
GEBRUIKSAANWIJZING Logasol SKS 3.0 BUDERUS
Belangrijke algemene gebruiksaanwijzingen
Gebruik het materiaal enkel in de toepassing waarvoor het gemaakt werd en neem daarbij het montagevoorschrift in acht. Onderhoud en herstellingen mogen enkel door een erkend vakman worden uitgevoerd.
Het technische materiaal enkel installeren in de voorgeschreven combinaties en met de toebehoren en de wisselstukken die in het montagevoorschrift vermeld staan. Andere combinaties, toebehoren en wisselstukken mogen enkel dan gebruikt worden wanneer ze uitdrukkelijk voor de voorziene toepassing bestemd zijn en noch prestaties, noch veiligheidseisen beïnvloeden.

OPMERKING!
Voor de montage en de werking van de installatie moeten de nationale normen en richtlijnen in acht genomen worden!
Technische wijzigingen voorbehouden!
Door nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen afbeeldingen, functieverloop en technische gegevens in beperkte mate afwijken.
1 Algemeen 4
2 Technische gegevens 5
3 Algemene aanwijzingen 6
3.1 Veiligheidsaanwijzingen 6
3.2 Voorgeschreven toepassing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
3.3 Voorschriften en richtlijnen 7
4 Algemene informatie 8
4.1 Collectortypes....8
4.2 Soorten 9
5 Dakinbouwkader monteren 10
5.1 Beknopte beschrijving van de dakinbouwkader en toebehoren .....10
5.2 Oppervlakte ingenomen door het collectorveld .....14
5.3 Voor de montage – veiligheidsaanwijzingen .....15
6 Montage van het systeem met dakinbouwkader ..... 16
6.1 Montage voorbereiden 16
6.2 Dakinbouwkader bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
6.3 Collectorhouder monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
6.4 Dakinbouwkader aarden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
7 Montage van de collectoren 23
7.1 Veiligheidsaanwijzingen 23
7.2 Voor de montage van de collectoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
7.3 Collectoren plaatsen en bevestigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
7.4 Bladerplaat boven (optie). 26
7.5 Voorbereiding van de hydraulische aansluiting .....27
8 Hydraulische aansluiting 29
9 Aansluiting temperatuurvoeler 32
10 Werkzaamheden afronden 33
10.1 Dak afdichten en bedekken 33
10.2 Isolatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
1 Algemeen
Dit voorschrift beschrijft
- de plaatsing van de dakinbouwkader
- de montage en de aansluiting van de aansluitset
van de zonnecollectoren van de reeks Logasol SKS 3.0.
De complete technische documentatie moet bewaard worden en kan bij de producent geraadpleegd worden.

OPMERKING!
Dit montagevoorschrift moet aan de klant overhandigd worden. De installateur geeft de klant de nodige uitleg betreffende de werking en de bediening van het toestel.

RECYCLAGE
Wanneer de collectoren vervangen worden, kunnen ze aan de producent teruggegeven worden. De materialen worden dan op een milieuvriendelijke wijze gerecycleerd.
Absorberinhoud, type verticaal 1,5 l
Absorberinhoud, type horizontaal 2,0 l
Buitenoppervlak (bruto-oppervlak) 2,4 m 2
Gewicht netto ongeveer type verticaal 45 kg
Gewicht netto ongeveer type horizontaal 48 kg
Toegestane bedrijfsoverdruk
van de collector 10 bar
Kennummer 08-328-132
3 Algemene aanwijzingen
3.1 Veiligheidsaanwijzingen
- Zorg ervoor dat u voor het begin van de werkzaamheden alle onderdelen en hun functie kent.
- Neem vóór de montage dit voorschrift zorgvuldig door en neem de veiligheidsaanwijzingen, voorschriften en richtlijnen in acht. U vermindert de risico's door op een veilige manier te werken.
-
Controleer of:
-
de levering compleet en intact is. Gebruik enkel de originele onderdelen van de producent en vervang defecte stukken onmiddellijk.
- de dakconstructie voldoende draagkracht heeft en of er geen beschadigingen zijn aan de constructie (bv. een defecte lattenconstructie of ondichte plaatsen).
Bij dakwerkzaamheden bestaat er een groter risico door naar beneden vallende onderdelen.
- Draag steeds de noodzakelijke veiligheidskleding en zorg ervoor dat onbevoegden de montageplaats niet kunnen betreden.
- Informeer voor de montage naar plaatselijke voorwaarden en locale voorschriften.
- Tref bij alle werkzaamheden op daken de gepaste maatregelen ter preventie van ongevallen.

VOORZICHTIG!
Wanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd blootgesteld worden aan de zonne-instraling, bestaat er gevaar voor verbranding aan de betreffende onderdelen.
3.2 Voorgeschreven toepassing
De dakinbouwkader is bestemd voor de montage van thermische zonnecollectoren op schuine daken met een hellingsgraad van 25°–60°. Ze kunnen op de aanwezige dakconstructie van pannendaken opgebouwd worden. De afbeeldingen in dit montagevoorschrift zijn schematische voorstellingen.
Ingeval het montagesysteem op daken met platte pannen of op metalen daken gemonteerd moet worden, moet de montage – met name de dakafdichting – door een dakdekker resp. loodgieter uitgevoerd worden

TOEPASSINGSVOORWAARDEN
Monteer de onderdelen enkel op dak-constructies met voldoende draagkracht.

ONGEOORLOOFDE TOEPASSING
De montageset mag niet gebruikt worden voor de bevestiging van andere constructies die op het dak geplaatst worden. De constructie dient enkel voor een veilige bevestiging van zonne-collectoren.

VOORZICHTIG!
Breng geen veranderingen aan de constructie aan. Anders beïnvloedt u de veilige functie van de montageset.

AANSPRAKELIJKHEID
Bij een toepassing die in strijd is met de bepa- lingen of ingeval van ongeoorloofde aanpassin- gen aan de constructie, evenals voor de daaruitvolgende schade geldt, dat niet nog lan- ger beroep op de aansprakelijkheid kan gedaan worden.
3.3 Voorschriften en richtlijnen
Dit montagevoorschrift gaat er, voor de beschreven werkzaamheden, van uit dat de vakman beschikt over de nodige vakkennis en een beroepsdiploma CV. Voer de montage enkel uit, wanneer u daadwerkelijk over de nodige kwalificaties beschikt.
Bij de uitvoering van het werk moeten de bouwzijdige voorwaarden evenals de regeln van de techniek en de plaatselijke voorschriften in acht genomen worden.
Regels van de techniek voor de installatie van thermische zonne-installaties (keuze):-
Montage op daken
– DIN 18338 VOB 1) Dakbedekkingss- en dakafdichtingswerkzaamheden
– DIN 18339 VOB 1) Loodgieterswerkzaamheden
– DIN 18451 VOB 1) Werken op stellingen
Aansluiting van thermische zonne-installaties
DIN 4757 deel 1 Zonne-installaties met water of een mengeling op basis van water als warmtedrager; Eisen betreffende de veilig- heidstechnische uitvoering
DIN 4757 deel 2 Zonne-installaties met organische warmtedragers; Eisen betreffende de veilig- heidstechnische uitvoering
DIN 1988 Technische regels voor drink- waterinstallaties (TRWI)
Installation en uitrusting van boilers
DIN 4753 deel 1 Boiler en installaties voor - wateropwarming voor drink- en bedrijfswater; eisen, kenmerken, uitrusting- en controle
DIN 18 380 VOB 1) Installaties voor opwarming van verwarmings- en tapwater
DIN 18 381 VOB 1) Werkzaamheden aan gas-, en waterinstallaties
DIN 18 421 VOB 1) Isolatiewerkzaamheden aan warmtetechnische installaties AVB 2) Water
DVGW W 551 Drinkwateropwarmings-en leidinginstallaties; technische maatregelen voor verminde- ring van de toename van legionellaplaag
1) VOB: Reglement betreffende aanbestedingen voor bouwwerkzaamheden.
Deel C: Algemene Technische Contractuele Voorwaarden voor bouwwerkzaamheden (ATV).
2) Voorwaarden voor bouwwerkzaamheden voor de hoogbouw met inachtname van de woningbouw.
4 Algemene informatie
4.1 Collectortypes
In tegenstelling tot de conventionele types van collectoren, is bij de SKS-collectoren, naast de leidingen voor de aanvoer en de retour eveneens een derde circulerende verzamelleiding geïntegreerd. Daardoor kan het collectoveld volgens het Tichelmannprincipe aangesloten worden. De aanvoerleiding wordt daarbij door alle collectoren opnieuw naar de aansluitzijde geleid. Een bijkomende leiding valt weg. Bijgevolg zijn er minder warmteverliezen.

Afb. 1 Collectorveld volgens het Tichelmannprincipe
Legende
Pos. 1: Tichelmannbocht
Pos. 2: Afsluitkap
Pos. 3: Temperatuurvoeler
Pos. 4: Aanvoerleiding
Pos. 5: Retourleiding
Pos. 6: Stop
4.2 Soorten
De zonnecollectoren SKS 3.0 kunnen uitgerust worden met een compleetstation van het type KS of DBS. Voor de montage van de zonnecollectoren moet u rekening houden met het volgende:
a) Bij een compleetstation KS:
- De installatie moet met Solarfluid gevuld worden.
- De ontluchter moet op het hoogste punt van het leidingensysteem geïnstalleerd worden (montagevoorschrift ontluchterset in acht nemen).
- Wanneer de leidingen geplaatst worden, moet erop gelet worden, dat er geen lucht in de leidingen komt. Indien dit niet vermeden kan worden omwille van be-paalde omstandigheden op de opstellingsplaats, moet er een bijkomende ontluchter op een geschikte plaats geplaatst worden.
- Het collectorveld moet horizontaal op het dak ge- monteerd worden.
- Wanneer de installatie ontlucht is, kan de afsluitschroef weer op de ontluchter gedraaid worden.
b) Bij een compleetstation DBS:
- Bij een compleetstation DBS loopt de collector leeg wanneer hij niet in werking is.
- Het collectorveld moet bijgevolg met een verval van ten minste 0,5% naar de aansluitzijde gemonteerd worden.
- De installatie kan met water gevuld zijn, wanneer de leidingen overal met een verval van ten minste 2% gelegd kunnen worden. Wanneer er geen vaste leidingen gebruikt worden (bv. Twin Tube van een rol), moet het verval ten minste 4% bedragen.
- De installatie moet met Solarfluid Tyfocor LS gevuld worden, wanneer er geen minimumverval van 2% voor de leidingen is.
- Voor het vullen van de installatie mag enkel de Solarfluid van de fabricant gebruikt worden (zie montagevoorschrift compleetstation DBS).

Afb. 2 Schematische voorstelling KS-compleetstation
Legende
Pos. 1: Collector SKS
Pos. 2: Ontluchter
Pos. 3: Aanvoer
Pos. 4: Expansievat
Pos. 5: Compleetstation KS
Pos. 6: Retour

Afb. 3 Schematische voorstelling DBS-compleetstation
Legende
Pos. 1: Collector SKS
Pos. 2: Aanvoer
Pos. 3: Leegloopvat
Pos. 4: Regeling
Pos. 5: Retour
5 Dakinbouwkader monteren
5.1 Beknopte beschrijving van de dakinbouwkader en toebehoren
Voor de toepassing van deze dakinbouwkader moeten er geen aanpassingen aan de dakconstructie aangebracht worden.
De dakinbouwkader (één per collector) bestaat uit (afb. 4):
1 x dakinbouwkader pos. 1
5 x aanhechtingsplaatje pos. 2
4 x collectorhouder pos. 3
1 x loodslab b,1250 mm pos. 5
1 x bladerplaat boven (optie) pos. 8
4 x collectorklem pos. 9
1 x driehoekige afdichtingsband pos. 10
2 x vierkante afdichtingsband, 3000 mm pos. 11
1 x vierkante afdichtingsband, 750 mm pos. 11 diverse kleine onderdelen
Per collectorveld is er bovendien noodzaak aan een aansluitset, bestaande uit:
2 x aanhechtingsplaatje pos. 2
1 x afsluitprofiel, zijdelings rechts pos. 4
1 x loodslab a, 500 mm pos. 6
1 x afsluitprofiel, zijdelings links pos. 7
1 x driehoekige afdichtingsband pos. 10
Per collectorveld is er bovendien noodzaak aan een aansluitset, bestaande uit:
2 x aansluitleidingen uit flexible inox-slang
2 x Tichelmannbocht met isolatie en afdekkap
1 x isolatiemateriaal voor de aansluitleidingen
2 x borgplaat, 2 dubbele schroefkoppelingen (incl. dichting)
2 x dichtingen voor de dakdoorvoer
Montagesleutel, sleutel voor cilinderkopschroeven, stop, afsluitkap (dichting, wartelmoer, inlegstuk).

Afb. 4 Compleet overzicht van de montageset voor de plaatsing van een collector
Legende
Pos. 1: Dakinbouwkader
Pos. 2: Aanhechtingsplaatje
Pos. 3: Collectorhouder
Pos. 4: Afsluitprofiel, zijdelings rechts
Pos. 5: Loodslab b
Pos. 6: Loodslab a
Pos. 7: Afsluitprofiel, zijdelings links
Pos. 8: Bladerplaat boven (optie)
Pos. 9: Collectorklem
Pos. 10: Driehoekige afdichtingsband
Pos. 11: Vierkante afdichtingsband
Bijkomend gereedschap / materiaal :
- sleutel SW 27
- 5 daklatten;
lengte: telkens even breed als het collectorveld
- kopspijkers, nagels (80 mm)
– felstang (of iets gelijkaardigs)
– waterpas, metselkoord
Korte beschrijving:
De dakinbouwkaders uit titaanzink of koper kunnen in elk pannendak geïntegreerd worden.
Voor elke zonnecollector is er een dakinbouwkader voorzien (zie afb. 4).
- Het voorziene aantal dakinbouwkaders wordt op de lattenconstructie aangebracht en telkens met 5 aan-hechtingsplaatjes bevestigd.
- De collectorhouder en de collectorklem bevestigen de collector aan de dakconstructie.
- Links en rechts van de rij dakinbouwkaders grijpt een speciaal afsluitprofiel onder de zijdelingse dakpannen (zie afb. 5). Aan de kant van de dakgoot wordt het afgevoerde water via een loodslab naar de onderliggende dakpannen afgevoerd. Indien gewenst kan er eveneens een bladerplaat gemonteerd worden.
- De driehoekige afdichtingsbanden vervangen de pannenbedekking aan de kant van de daknok en dienen aan de beide zijden bovendien ook als bescherming tegen stortregens en als wind- en sneeuw- afdichting.

OPGELET!
Zorg er steeds voor, dat bij onderbreking van de montagewerkzaamheden de collectoren met de aanhechtingsplaatjes aan het dak bevestigd zijn.
Hydraulische aansluiting:
De geleverde aansluitleidingen worden aan één zijde van het collectorveld aangesloten en via de gepaste ver- luchtingspannen onder het dak doorgevoerd.

Afb. 5 Dwarsdoorsnede van de dakinbouwkader
Legende
Pos. 1: Afsluitprofiel
Pos. 2: Driehoekige afdichtingsband
Pos. 3: Collector
Pos. 4: Collectorklem
Pos. 5: Dakinbouwkader
Pos. 6: Collectorhouder
Pos. 7: Aanwezige lattenconstructie
Pos. 8: Dakinbouwkader
Pos. 9: Keper
Pos. 10: Vierkante afdichtingsband
5.2 Oppervlakte ingenomen door het collectorveld
Basisprincipe:
Niet enkel de collectoren nemen plaats in, maar er moet ook rekening gehouden worden met de plaats ingenomen door aanvoer- en retourleidingen (in de stromingsrichting stijgende leidingen, ontluchtingsmogelijkheden) onder de dakpannen. U dient derhalve niet enkel met het oppervlak op het dak rekening te houden, maar eveneens met de plaats die onder het dak nodig is voor de installatie.
De nevenstaande afmetingen zijn de afmetingen van het collectorveld incl. de afsluitprofielen links en rechts van het collectorveld.
Voorzie voor de leidingdoorvoer links en rechts van het collectorveld ten minste 0,5 m extra.
Ten opzichte van de dakranden resp. de daknok moet een minimumafstand van twee pannen geteld worden.
Collectorvelden met meerdere rijen
Voor de verbinding van twee collectorrijen is een aparte verbindingsset noodzakelijk.
Tussen de collectorrijen moeten er zich ten minste twee rijen pannen bevinden.

Afb. 6 Plaatsbehoefte voor collectorvelden, verticaal Afstand ten minste 0,3m (alle maten in meter)

Afb. 7 Plaatsbehoefte voor collectorvelden, horizontaal (alle maten in meter)
5.3 Voor de montage – veiligheidsaanwijzingen
Informeer voor de montage naar de bouwzijdige voorwaarden en de plaatselijke voorschriften.
Controleer of
- de levering compleet en intact is. Gebruik enkel de originele onderdelen van de producent en vervang defecte stukken onmiddellijk.
- de dakconstructie voldoende draagkracht heeft en of er geen beschadigingen zijn aan de constructie (bv. een defecte lattenconstructie of ondichte plaatsen).
- de volgorde van de zonnecollectoren optimaal is. Houd rekening met de zonne-instraling (instralingshoek, gericht naar het zuiden). Vermijd schaduw van hoge bomen of iets gelijkaardigs en pas het collectorveld aan de vorm van het gebouw aan (bv. insprongen voor vensters, deuren enz.).

VOORZICHTIG!
Bij dakwerkzaamheden bestaat er een groter risico door naar beneden vallende onderdelen: draag de noodzakelijke beschermende kleding en zorg dat onbevoegden de montageplaats niet kunnen betreden.
- Er bestaat met name gevaar bij oude woningen door onbeveiligde dakpannen, die tijdens de werkzaamheden naar beneden kunnen vallen. Maak de onbeveiligde dakpannen daarom vast (bv. met stormklemmen), vooraleer met de montage te beginnen.
- Verwijder afgebroken dakpannen, dakspanen of dakplaten rond de collectoren.
– Zorg er bij alle werkzaamheden voor dat u niet van het dak kan vallen.

OPMERKING!
Laat de moeilijke herstellingen aan het dak, met name de afdichtingswerken, door een dakdekker uitvoeren.

VOORZICHTIG!
Wanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd blootgesteld worden aan de zonne-instraling, bestaat er gevaar voor verbranding aan de betreffende onderdelen.
Transportbescherming voor collectoraansluitingen
Alle collectoraansluitingen zijn dankzij een transportbescherming tegen beschadigingen beschermd.
- De aansluitingen aan de linkerzijde van de collector zijn beschermd door een aangeschroefde plaat. Deze bescherming mag slechts vlak voor het bevestigen van de collectorhouder verwijderd worden!
- De aansluitingen aan de rechterzijde van de collector zijn voorzien van kunststofkappen. Verwijder ze vooraleer u de collectoren op de profielrails schroeft.
Opstelling met twee rijen collectoren:
Bij een opstelling met twee rijen collectoren (twee rijen boven elkaar) moet er een bijkomende verbindingsset besteld worden voor tussen de twee rijen. Het montagevoorschrift wordt bij de set geleverd.
6 Montage van het systeem met dakinbouwkader
6.1 Montage voorbereiden

WAARSCHUWING!
Tref bij de montagewerkzaamheden op schuine daken de gepaste maatregelen ter preventie van ongevallen. Neem de voorschriften ter preventie van ongevallen in acht!
- Dek bij een oude woning het voor de collectoren noodzakelijke oppervlak af.
Laat bij een nieuwe woning de noodzakelijke ruimte op de normale lattenconstructie vrij (per collector ongeveer 1,30 x 2,50 m). Het dak kan evenwel ook gewoon bedekt worden, waarna u volgens dezelfde methode tewerk gaat als bij de oude woningen.

OPGELET!
Zorg ervoor dat de dakbedekking niet beschadigd wordt! Neem in geval van twijfel een dakdekker in dienst.
- Laat aan alle zijden twee rijen pannen over (afb. 8), opdat er een goede waterafvoer gegarandeerd blijft.
- Ingeval het dak met folie bedekt is, blijft de folie op de voorziene montageoppervlakken. Bij warmtedaken (sterk geïsoleerde daken) moeten in de isolatie twee doorgangen voor de aanvoer en retour voorzien worden.

Afb. 8 Richtwaarden voor de voorbereiding
Legende
Pos. 1: ten minste twee pannenrijen
Pos. 2: ten minste 40 cm
- Bepaal een gunstige uitgangspositie tussen de bovenste, onderste en zijdelingse dakpannen.
Neem, als hulpmiddel, de dakinbouwkader van een collector en het rechtse zijdelingse afsluitprofiel (afb. 9).
De pannen moeten het afsluitprofiel aan de zijkant (afb. 9, pos. 4) zo'n 60–80 mm en bovenaan (afb. 9, pos. 5) zo'n 100–110 mm bedekken.

OPMERKING!
Houd eveneens rekening met de latere zijdelingse pannenbedekking. Zo kan doorgaans vermeden worden dat er pannen versneden moeten worden.

OPGELET!
Wanneer het noodzakelijk blijkt, kan er een rij pannen aan de bovenzijde van het collectorveld ingekort worden, verklein echter nooit de pannen onder het collectorveld!

Afb. 9 Uitgangspunt voor dakinbouwkader bepalen
Legende
Pos. 1: Daklat
Pos. 2: Keper
Pos. 3: Rechtse afsluitprofiel
Pos. 4: Maat = 60–80 mm
Pos. 5: Maat = 100–110 mm
Bijkomende daklatten + loodslab aanbrengen
- Nagel de lat 1 (afb. 11, pos. 1) op een afstand van ca. 8 cm over de laatste aanwezige daklat met pannenbedekking. Breng onmiddellijk daarboven de lat 2 (afb. 11, pos. 2) aan.

OPMERKING!
Bij een hellingsgraad van minder dan 30° moet er een langere loodslab gemonteerd worden (zie afb. 14). Die loodslabben zijn beschikbaar in de vakhandel.
- Rol de bijgeleverde loodslab over de daklatten, evenals over de pannen uit. Plooi de loodslab aan het bovenste uiteinde 1 cm om de daklat en bevestig ze met spijkerkoppen (afb. 11, bovenste loep).
- Bevestig de lat 3 (afb. 11, pos. 3) direct aan de loodslab achter de lat 2 (afb. 11, pos. 2).
- Plaats de eerste dakinbouwkader met het onderste deel (korte zijde) op de loodslab en de latten-constructies, en positioneer de kader tot de boven-zijde van de lat 2 en de binnenzijde van de dakin-bouwkader quasi gelijk liggen (afb. 11, pos. 2).
- Nagel bovenaan de dakinbouwkader (gelijk met de binnenzijde) de lat 4 vast (afb. 11, pos 4).
- Nagel de lat 5 aan het bovenste uiteinde van de dak-inbouwkader (afb. 11, pos. 5).

OPMERKING!
Laat de loodslabben aan de zijkanten ca. 40 mm overhangen (afb. 10).

Afb. 10 Loodslabben aanbrengen

Afb. 11 Aanbrengen van de bijkomende latten en een loodslab
Legende
Pos. 1: Lat 1
Pos. 2: Lat 2
Pos. 3: Lat 3
Pos. 4: Lat 4
Pos. 5: Lat 5
Pos. 6: Aanwezige lat (kan weggelaten worden)
Pos. 7: Aanhechtingsplaatje
Pos. 8: Dakinbouwkader
6.2 Dakinbouwkader bevestigen
- Verbind het zijdelingse afsluitprofiel met de eerste en de laatste dakinbouwkader vooraleer deze kaders aan te brengen. De kaders kunnen in de profielen gestoken worden en samengedrukt worden tot aan de staande gleuf en zo tot een eenheid verbonden worden.
- Begin bij het monteren van de dakinbouwkaders aan de rechterzijde.
- Span een metselkoord in de nok van de dakinbouwkaders over de gehele breedte van de installatie (afb. 12).
Bij een compleetstation KS:
Span de koord horizontaal.
Bij een compleetstation DBS:
Span de koord met een verval van 0,5 % naar de aan-sluitpunten (afb. 12, pos. 1).

OPMERKING!
Gebruik een waterpas voor het positioneren van de koord.
Het verval is groot genoeg (0,5 %) wanneer de luchtbel gelijk ligt met het markeerstreepje (afb. 12, pos. 1).
- Positioneer de dakinbouwkader met behulp van de metselkoord.

OPMERKING!
Laat het gelijk liggen met de koord.
- Steek de bijgeleverde aanhechtingsplaatjes, bovenaan en onderaan, in de omgeplooide zijde van de dakinbouwkader telkens 2 maal aan de binnenzijde en schroef of nagel ze vast (afb. 13, pos. 2). Ingeval het gaat om warmtedaken (sterk geïsoleerde daken, bv. met styropor-vormstuken) moet er een dakdekker in dienst genomen worden.
●Schuif de aanhechtingsplaatjes (hulpmiddelen voor het positioneren) aan de buitenzijde in de omgeplooide zijde van het zijdelingse afsluitprofiel en van de dakinbouwkader en bevestig ze aan de daklat (afb. 13, pos. 1en 2).
-Plaats de overige dakinbouwkaders. - Druk de gleuf tussen de dakinbouwkader en de aanhechtingsplaatjes samen (met een felstang of iets dergelijks).

Afb. 12 Metselkoord plaatsen
6.3 Collectorhouder monteren
- Voor de afdichting snijd u van de vierkante afdichtingsband een stuk van ca. 10 cm lang af. Dat legt u in de bak van de collectorhouder (afb. 13, pos. 4).
- Schroef de collectorhouders met behulp van de bijgeleverde houten schroeven in het bovenste deel (op max. 1/3) van de dakinbouwkader rechts, links, evenals onderaan langs de binnenzijde op aan afstand van ca. 80 cm op de daklat (afb. 13, pos. 3).

OPMERKING!
De collectorhouders van twee vlak naast elkaar liggende collectoren moeten afwisselend (een reeks daklatten hoger of lager dan de andere) geplaatst worden.

Afb. 13 Bevestigen van de dakinbouwkader en collectorhouder
Legende
Pos. 1: Aanhechtingsplaatje (hulp voor positioneren)
Pos. 2: Aanhechtingsplaatje (hulp voor positioneren)
Pos. 3: Collectorhouder
Pos. 4: Vierkante afdichtingsband
Pos. 5: Inox schroeven
6.4 Dakinbouwkader aarden
De dakinbouwkaders moeten conform VDE 100 aan het aardingssystem aangesloten worden.
De aansluiting kan via de dakinbouwkader langs de Cu-verzamelleiding gebeuren.
De werkzaamheden moeten door een elektriciën uitgevoerd worden.
- Monteer op een willekeurige plaats aan de dakin-bouwkader een Cu-leiding (min. diameter van 2 tot 6 mm) bv. door middel van inox dakgoot- of felsklem-men.
- De aansluiting van de Cu-leiding aan de verzamelleiding voor de aardingslus gebeurt met behulp van inox aardingsklemmen.
Pannendaken met een hellingsgraad van minder dan 30°
Bij daken met een hellingsgraad van minder dan 30° is het mogelijk, dat de geleverde loodslab van 30 cm te smal is, om een absolute dichtheid te garanderen.
In dat geval moet er een 50 cm brede loodslab gemonteerd worden, die aangebracht moet worden zoals in afb. 11 wordt getoond (verkrijgbaar in de vakhandel). Voor de montage van de langere loodslab moeten er twee bijkomende daklatten aangebracht worden (in het totaal dus 4 latten onderaan, afb. 14).
De 1e lat bevindt zich 5 cm boven de laatste lat die voorhanden is, waar de pan op rust. De 2e en de 3e lat volgen telkens met een afstand van 1 cm. De 4e lat moet gelijk met de binnenzijde van de dakinbouwkader afsluiten.

Afb. 14 Montage van de verlengde loodslab
7 Montage van de collectoren
7.1 Veiligheidsaanwijzingen

VOORZICHTIG!
Gevaar voor blessures door naar beneden val- lende collectoren. Zorg ervoor dat tijdens het transport of bij de montage de collectoren niet naar beneden kunnen vallen.
- Voer de onderstaande werkzaamheden steeds per twee uit. De collector kan omwille van zijn afmetingen niet door één persoon gedragen worden, de collector is daarvoor te moeilijk hanteerbaar.
- Gebruik voor de montage een heftoestel uit de dakdekkingssector resp. een vacuümtoestel met voldoende draagkracht.
- Beveilig bij een onderbreking van de werkzaamheden de collectoren, zodat ze niet naar beneden kunnen vallen. Schroef de collector ten minste aan twee collectorhouders.
– Zorg voor veiligheid tijdens alle werkzaamheden op het dak.
7.2 Voor de montage van de collector
Plaats afsluitkappen of stoppen op de aansluitingen die u niet nodig heeft (afb. 15)
Voor de aansluiting van een collectorveld hoeft u alle aansluitingen niet te gebruiken.
- Sluit de aansluitingen die u niet gebruikt af met de geleverde afsluitkappen of stoppen. Gebruik de geleverde montagesleutel, houdt alles eventueel tegen met een sleutel voor cilinderkopschroeven SW 10.

OPGELET!
Sluit de transportbescherming van de aan-sluitingen aan de buitenste collectoren met een stop (afb. 15, pos. 1) resp. afsluitstuk (afb. 15, pos. 2), wartelmoer (afb. 15, pos. 3) en dichting (afb. 15, pos. 4) af.

Afb. 15 Niet benodigde aansluitingen van stoppen voorzien
Legende
Pos. 1: Stop
Pos. 2: Afsluitstuk
Pos. 3: Wartelmoer
Pos. 4: Dichting
Pos. 5:
Collectoraansluitingen voor inbouw voorbereiden
- Verwijder de beschermingskap (afb. 16, pos. 1) aan de rechter collectorzijde.

Afb. 16 Beschermingskap (rechterzijde) verwijderen
Montage van de collectoren 7
- Verwijder de transportbeveiligingen (afb. 17, pos.1) aan de linker collectorzijde nog niet op de grond!

OPMERKING!
Verwijder de transportbeveiligingen pas vlak voor de de hydraulische aansluiting. Anders wordt het moeilijk om de aansluitstutten op de rechter collectorzijde bij het plaatsen van de collectoren naar de tegenoverliggende aan-sluitingen te voeren.

Afb. 17 Transportbeveiliging niet op de grond verwijderen
Collectoren voor de montage voorbereiden

OPMERKING!
Let erop dat de dompelhuls van de voeler zich bovenaan rechts aan de collectoraansluiting bevindt.

OPGELET!
Leg de vierkante afdichtingsband, die deel uitmaakt van de levering, in de bak aan de achterzijde van de collector (dichting!), zie afb. 18.

Afb. 18 Vierkante afdichtingsband in de achterzijde van de collector leggen
Legende
Pos. 1: Vierkante afdichtingsband
Pos. 2: Achterzijde van de collector
7.3 Collectoren plaatsen en bevestigen

OPMERKING!
Begin steeds met de collector aan de rechterzijde van het collectorveld.
Ga voor de montage van de collector met ten minste twee personen tewerk. Neem alle eerder vermelde veiligheidsaanwijzingen in acht en zorg ervoor dat u en het materiaal niet van het dak kunnen vallen.
-Plaats de eerste collector in de uiterste rechtse dak-inbouwkader.
- Bevestig de collector door de collectorklem in de nok van de collectorkader te leggen en met de schroeven met bolle kop aan de collectorhouder vast te schroeven (afb. 19).

OPMERKING!
Wanneer de collector verbonden wordt met een DBS-station, moet het collectorveld geplaatst worden met een verval van ten minste 0,5 %.
- Alle andere collectoren worden op dezelfde manier geplaatst.
7.4 Bladerplaat boven (optie)
De bovenste bladerplaat moet apart bij de montageset besteld worden. De plaat moet gemonteerd worden, wanneer:
- de hellingsgraad van het dak groter is dan 45° ,
- er met een verhoogde sneeuwlast gerekend moet worden,
- er veel bladeren op het collectorveld kunnen vallen.
- Klik de bovenste bladerplaat (afb. 20, pos. 2) in de nok van de collectorkader (afb. 20, pos. 1) en leg ze onderaan in de gleuf van de dakinbouwkader.

Afb. 19 Collector plaatsen en bevestigen
Legende
Pos. 1: Collector
Pos. 2: Collector
Pos. 3: Collectorklem
Pos. 4: Schroeven met bolle kop
Pos. 5: Dakinbouwkader
Pos. 6: Collectorhouder

Afb. 20 Bladerplaat in de nok van de dakinbouwkader klikken
Legende
Pos. 1: Nok van de collectorkader
Pos. 2: Bovenste bladerplaat
Pos. 3: Driehoekige afdichtingsband
Pos. 4: Dakinbouwkader
7.5 Voorbereiding van de hydraulische aansluiting

OPGELET BIJ DBS-COMPLEETSTATIONS
Plaats de aansluitleidingen steeds met een verval van ten minste 2 % naar het compleetstation.
Ontluchter monteren bij KS-compleetstations
Bij een zonne-installatie die door een KS-compleetstation wordt aangedreven, moet er op het hoogste punt van het collectorveld in de aanvoerleiding een ontluchter gemonteerd worden (afb. 21, zie eveneens het montagevoorschrift van de ontluchterset en van het compleetstation).

OPMERKING!
Gebruik standaard verluchtingspannen of een antennedoorgang voor de plaatsing aansluit-leidingen onder het dak.
- Afhankelijk van het type van pannen moet er een voldoende grote opening (∅ 40 mm) voor de doorvoer van de leidingen in de pan (antennedoorvoer) uitgesneden worden.
- Monteer de verluchtingspannen voor de aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen conform afb. 21 en afb. 23.
- Isoleer de flexibele inox leidingen voor het plaatsen met het geleverde materiaal (afbeelding zonder isolatie).

Afb. 21 Monteren van een ontluchter bij een KS-compleet-station
Legende
Pos. 1: Automatische ontluchter (bij KS)
Pos. 2: Aanvoerleiding
Pos. 3: Retourleiding
Montage van de retourleiding
- Schuif de flexibele inox-slang door de zijdelingse boring van de onderste verluchtingspan en door de dakisolatie.
- Trek de dichting voor de doorvoer van de leidingen (afb. 22) aan de zijde met de draad van de flexibele inox-slang aan (niet via de schroefverbinding van de klemring). Let erop, dat de dichting niet in de ontluchtingsleiding glijdt.
-Plaats de pan op de latten.

Afb. 22 Retouraansluiting
Montage van de aanvoerleiding bij DBS-stations
●Schuif de flexibele inox-slang door de opening van de bovenste verluchtingspan en door de dakisolatie (afb. 23).
- Trek de dichting voor de doorvoer van de leidingen aan de zijde met de draad van de flexibele inox-slang aan (niet via de schroefverbinding van de klemring). Let erop, dat de dichting niet in de ontluchtingsleiding glijdt.
De leidingen kunnen nu correct leeglopen.
-Plaats de pan op de latten.

Afb. 23 Aanvoeraansluiting bij DBS
Montage van de aanvoerleiding bij KS-stations
●Schuif de flexibele inox-slang door de opening van de boven het collectorveld liggende verluchtingspan en door de dakisolatie. Neem daarbij de stijging naar de ontluchter in acht (afb. 24).

Afb. 24 Aanvoeraansluiting bij KS
8 Hydraulische aansluiting
Hydraulische aansluiting van de aanvoer- en retourleiding
De hydraulische aansluiting gebeurt met behulp van de geleverde flexibele inox-slang.

OPMERKING!
Bij de montage van de aansluitleidingen (evenals bij de Tichelmanbocht) moet aan de rechterzijde van het collectorveld de geleverde dubbele schroefkoppeling (afb. 25, pos. 1) gebruikt worden.
- Schroef de zijde van de dubbele schroefkoppeling aan de witte dichting aan de collector.
- Sluit bovenaan de collector de flexibele inox-slang (afb. 25, pos. 2) voor de aanvoerleiding aan. Schroef de aansluitingen met behulp van een montagesleutel (SW 27) handvast aan. Tegelijkertijd wordt er met een schroevendraaier (SW 17) tegengehouden (afb. 27). Het draaimoment ligt tussen 40 en 50 Nm.
- Sluit onderaan de collector de flexibele inox-slang voor de retourleiding aan.

OPMERKING!
Er zijn geen bijkomende dichtingen nodig voor de hydraulische aansluiting van de collectoren. In de hydraulische aansluitingen van de collectoren werden de dichtingen reeds in de fabriek geïntegreerd.

Afb. 25 Montage van de aanvoerleiding
Hydraulische aansluiting8
Hydraulische verbinding van twee collectoren!
- De transportbeveiliging van de linker collectorzijde moet steeds vlak voor het plaatsen van de betroffen hydraulische verbinding verwijderd worden (afb. 26, pos.1).
- De verbinding van de collectoren gebeurt via de tegenover elkaar liggende collectoraansluitingen. De aansluitingen aan de rechterzijde van de collector zijn vast, die aan de linkerzijde zijn flexibel.

OPGELET!
De afstand van 35 mm tussen de collectoren mag niet verkleind worden, omdat anders de compensatoren geen bewegingsruimte meer hebben en de collector beschadigd kan worden.

OPMERKING!
Gebruik geen waterpomptang of iets dergelijks!
- De tegenover elkaar liggende aansluitingen manueel aandraaien, eventueel montagesleutel als hulpmiddel gebruiken (afb. 27).

Afb. 26 Transportbeveiligingen verwijderen

Afb. 27 Aansluitingen vastschroeven
Beveiligingsplaten monteren (afb. 28)
Opdat de twee flexibele aansluitingen van de linker collectorzijde beschermd zouden zijn tegen uitzettingen bij warmte, moeten er beveiligingsplaten gemonteerd worden.
- Plaats steeds eerst de onderzijde in de collectorkuip naast de aansluitingen (pos. 1).
- Druk de plaat tegen de kader, tot ze in het kader-profiel is vastgeklikt (pos. 2).
●Schuif de plaat over de aansluiting (pos. 3).
Ga volgens hetzelfde principe tewerk bij de volgende platen.

Afb. 28 Beveiligingsplaten monteren (in de collectorkader ingeklikt)
Legende
Pos. 1: Onderzijde van de plaat
Pos. 2: Bovenzijde van de plaat
Pos. 3: Plaat op de aansluiting (vooraanzicht)
Montage des Tichelmannbocht (afb. 29)
De Tichelmannbocht wordt in de fabriek voorzien van een kunststofafdekkap en isolatiemateriaal.
- Plaats de Tichelmannbocht (eventueel met een dubbele schroefkoppeling) aan de bovenste aansluiting van de laatste collector en draai de aansluitingen manueel vast.
- Draai de schroefverbinding vast met de geleverde montagesleutel (SW 27). Wanneer de Tichelmannbocht aan de rechterzijde van het collectorveld gemonteerd wordt, moet u hem met een sleutel SW 17 tegenhouden.
- Schuif de geleverde afdekking samen met het isolatiemateriaal over de Tichelmannbocht, tot ze in de nok van de collectorzijde vastklikken.
- Schroef dan de afdekking met de geleverde schroeven vast aan de collectorkuip.

Afb. 29 Montage van de Tichelmannbocht
9 Aansluiting temperatuur- voeler
- Druk de warmtegeleidende pasta (wordt geleverd bij het compleetstation) in de dompelhuls van de voeler.
- Voer de temperatuurvoeler (afb. 30, pos. 3) door de klemmenschroef (afb. 30, pos. 1en 2) en schuif hem ca. 170 mm, tot aan de aanslag, in de collector

OPMERKING!
A: Inbouwplaats bij een systeem met één rij collectoren
B: Inbouwplaats bij een systeem met twee rijen collectoren
●Schuif het onderste deel van de klemmenschroef (afb. 30, pos. 1) in de collector.
● Draai de klemmenschroef (afb. 30, pos. 1 en 2) aan.

Afb. 30 Temperatuurvoeler monteren
Legende
Pos. 1: Klemmenschroef
Pos. 2: Klemmenschroef
Pos. 3: Temperatuurvoeler
A: Systeem met één rij collectoren
B: Systeem met twee rijen collectoren
10 Werkzaamheden afronden
10.1 Dak afdichten en bedekken

OPMERKING!
Nadat alle dakinbouwkaders en bedekkingen zijn aangebracht, dient u nogmaals de positie te controleren en indien nodig te corrigeren.

OPMERKING!
De afdichtingsbanden elkaar lichtjes laten raken. De afdichtingsbanden kunnen apart besteld worden.
- Kleef de driehoekige afdichtingsband (afb. 31, pos. 1) rechts en links op het afsluitprofiel van de dakinbouwkader evenals bovenaan op de dakinbouwkader of op de bladerplaat (afb. 31, pos. 3) en dat steeds over de gehele lengte.

Afb. 31 Dak afdichten en bedekken
Legende
Pos. 1: Driehoekige afdichtingsband
Pos. 2: Kadersysteem met pannen bedekken
Pos. 3: Bladerplaat
Zorg ervoor dat de dakpannen goed liggen.

OPMERKING!
Let erop, dat de driehoekige afdichtingsband (afb. 32, pos. 1) niet onder de dakpan samenge- drukt wordt. Door die onvoorziene belasting kan de driehoekige afdichtingsband van het kleven- de oppervlak loskomen.

Afb. 32 Driehoekige afdichtingsband inknippen of afsnijden
Werkzaamheden afronden10
●Knip, indien nodig, de driehoekige afdichtingsband af, vooraleer hem te bedekken (afb. 33).
- Beveilig de dakpannen, indien nodig, tegen het verschuiven of het naar beneden vallen, bv. met pannenklemmen of schroeven.

Afb. 33 Driehoekige afdichtingsband afsnijden
●Maak, na elke dakpan die op het dak geplaatst wordt, met een mes een inkeping in de driehoekige afdichtingsband (afb. 34).

Afb. 34 Inkepingen maken in de driehoekige afdichtingsband
Werkzaamheden afronden 10
- Bedek het kadersysteem aan de bovenzijde en aan de zijkant met pannen (afb. 31, pos. 2). Snijd de pannen eventueel op maat.
- De bovenste gleuven die rechtop staan kunnen ervoor zorgen dat de pannen niet helemaal vlak liggen. Om dat te vermijden, moeten die gleuven bovenaan naar de zijkant gebogen worden.
- Aan de zijde van de dakgoot kan de loodslab onderaan (ca. 3 cm) met een rubberen hamer aan de contouren van de dakpannen aangepast worden (afb. 35).

Afb. 35 Loodslab aan de dakpannen aanpassen
Legende Pos. 1: Stootrand Pos. 2: Loodslab
10.2 Isolatie

OPGELET!
Controleer ten slotte de correcte positie van de montageset en van de collectoren.

OPMERKING!
De onderstaande isolatiewerkzaamheden moeten pas uitgevoerd worden als er een drukproof werd gedaan en alle aansluitingen dicht zijn.
Isolatie van de bouwzijdige verzamelleidingen bij montage binnen en buiten
- Gebruik voor de isolatie van de leidingen buiten UV-bestendige materialen en materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen.
- Gebruik voor de isolatie van de leidingen binnen materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen.
- Gebruik het geleverde isolatiemateriaal.
- Snijd van het isolatiemateriaal stukken van 40mm af, en isoleer de aansluitstutten van het collectorsysteem ermee.
Verwarmingstechnologie van hoogstaande kwaliteit gaat gepaard met een professionele installatie en een professioneel onderhoud. Buderus levert zijn hele gamma daarom enkel via de installateur. Vraag hem naar de Buderus verwarmingstechniek. Of informeer u bij een van onze filialen.
Filiaal Plaats Straat Telefoon Telefax
| Gosselies | 6041 Gosselies | avenue Jean Mermoz 3b | (071) 25 81 50 | (071) 25 81 55 |
| Herentals | 2200 Herentals | Toekomstlaan 11 | (014) 28 64 60 | (014) 22 55 44 |
| Heverlee | 3001 Heverlee | Ambachtenlaan 42a | (016) 40 30 20 | (016) 40 04 06 |
Installateur:
Buderus
HEIZTECHNIK
Buderus Verwarming - Chauffage nv/sa
http://www.buderus.be