DTXpress - Drummachine YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DTXpress YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Drummodule / drummachine |
| Merk | Yamaha |
| Model | DTXpress |
| Afmetingen (B x H x D) | 220 x 240 x 44 mm |
| Gewicht | 1,6 kg |
| Voeding | DC 12V via netvoedingsadapter (PA-3B of PA-3C) |
| Stroomverbruik | 4,8 W |
| Maximale polyfonie | 32 voices |
| Aantal drumvoices | 910 |
| Aantal keyboardvoices (GM) | 128 |
| Aantal trigger-ingangen | 10 (1-8 stereo, 9/10 stereo voor dubbele trigger) |
| Hi-hat controller ingang | Ja (HI HAT CONTROL-aansluiting) |
| Aantal sequencer sporen | 2 |
| Aantal standaardsongs | 95 |
| Aantal gebruikerssongs | 32 (persoonlijke songs) |
| Aantal standaard drumsets | 48 |
| Aantal gebruikersdrumsets | 32 |
| Aantal triggerinstellingen | 7 standaard + 4 gebruikers |
| Toongenerator | AWM2 (16-bit PCM) |
| Effecten | Digitale reverb (instelbaar per drumset en voice) |
| Aansluitingen | MIDI IN/OUT, TO HOST, AUX IN (stereo mini), hoofdtelefoon, uitgang L/MONO en R |
| Display | 16 x 2 LCD met achtergrondverlichting |
| Bijgeleverde accessoires | Gebruikershandleiding (Basisgids en Reference Guide), netvoedingsadapter |
| Compatibiliteit | GM System Level 1 |
Veelgestelde vragen - DTXpress YAMAHA
Gebruikersvragen over DTXpress YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Drummachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DTXpress - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DTXpress van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING DTXpress YAMAHA
Gebruikershandleiding
Basisgids
VEILIGHEIDSADVIEZEN
LEES HET ONDERSTAANDE AANDACHTIG DOOR VOORDAT U VERDERGAAT
* Bewaar deze veiligheidsadviezen op een handige plek zodat u ze nog eens kunt raadplegen.

WAARSCHUWING
Volg de onderstaande veiligheidsadviezen altijd op ter voorkoming van zwaar lichamelijk letsel of overlijden als gevolg van een elektrische schok, kortsluiting, schade, brand of ander gevaar. De veiligheidsadviezen luiden onder meer:
- Maak het instrument nooit open en probeer nooit om de interne onderdelen te demonteren of er iets aan te wijzigen. Het instrument bevat geen onderdelen die door de gebruiker onderhouden hoeven te worden. Als het instrument tijdens het bespelen stoort, stop dan onmiddellijk en laat het instrument door de technische dienst van Yamaha nakijken.
- Stel het instrument niet bloot aan regen en gebruik het niet in de buurt van water of in een vochtige omgeving. Plaats nooit voorwerpen die vloeistof bevatten op het instrument. Zo voorkomt u dat er vloeistof in de openingen kan lekken.
- Als het snoer of de stekker van de netvoedingsadapter rafelt of beschadigd is, wanneer het geluid tijdens het gebruik plotseling wegvalt of wanneer het in-

VOORZICHTIG
strument een ongewone geur of rook verspreidt, schakel het dan onmiddellijk uit, trek de stekker uit het stopcontact en laat het instrument door de technische dienst van Yamaha nakijken.
- Gebruik alleen de adapter die hier wordt geadviseerd (PA-3B of een equivalent dat door Yamaha wordt aangeraden). Een verkeerde adapter kan tot schade aan het apparaat of tot oververhitting leiden.
- Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het instrument gaat reinigen. Raak een stekker nooit aan met natte handen.
- Controleer de stekker regelmatig en verwijder stof of vuil dat zich daar kan hebben afgezet.
Volg de onderstaande veiligheidsadviezen altijd op om te voorkomen dat u of anderen letsel oplopen of dat het instrument of andere apparatuur beschadigd raakt. Deze adviezen luiden onder meer:
- Houd het snoer van de netvoedingsadapter uit de buurt van hittebronnen als kachels of de centrale verwarming. Buig het snoer niet onnodig, plaats er geen zware voorwerpen op en leg het zo neer dat niemand erop kan gaan staan, erover kan struikelen of er voorwerpen overheen kan rollen.
- Houd altijd de stekker en nooit het snoer vast wanneer u de stekker uit het stopcontact of het snoer van het instrument lostrekt.
- Sluit het instrument nooit via een stekkerdoos aan op een stopcontact. Hierdoor kan de geluidskwaliteit afnemen of het stopcontact oververhit raken.
- Haal de netvoedingsadapter los wanneer u het instrument niet gebruikt en tijdens onweer.
- Als u het instrument aansluit op andere elektronische componenten, zorg dan dat deze componenten zijn uitgeschakeld. Zet voor alle componenten het volume in de laagste stand voordat u ze in- of uitschakelt. Houd voor alle componenten het volume op het minimumniveau en stel dit tijdens het bespelen van het instrument geleidelijk in op het gewenste niveau.
- Stel het instrument niet bloot aan stof, trillingen of extreme kou of warmte (zoals rechtstreeks zonlicht, in de buurt van een hittebron of overdag in een auto) om vervorming van de panelen of beschadiging van de interne onderdelen te voorkomen.
- Gebruik het instrument niet in de directe omgeving van andere elektrische apparatuur als televisies, radio's of luidsprekers. Hierdoor kunnen de andere apparaten worden gestoord.
- Zorg dat het instrument stabiel staat en niet per ongeluk kan omvallen.
- Haal eerst het adaptersnoer en andere kabels los van het instrument voordat u het verplaatst.
- Reinig het instrument altijd met een zachte, droge doek. Gebruik hiervoor nooit ververdunners, oplosmiddelen, vloeibare schoonmaakmiddelen of doekjes die in een chemisch reinigingsmiddel zijn gedrenkt. Plaats nooit voorwerpen van vinyl, plastic of rubber op het instrument. Hierdoor kan het paneel of het toetsenbord verkleuren.
-
L eun nooit met uw gewicht op het instrument en plaats er geen zware voorwerpen op. Ga niet ruw om met toetsen, schakelaars of aansluitingen.
-
Gebruik alleen de standaard of het drumrek dat voor het instrument is bestemd. Bevestig de standaard of het drumrek alleen met de meegeleverde schroeven om te voorkomen dat er interne onderdelen worden beschadigd of dat het instrument omvalt.
- Bespeel het instrument niet langdurig met een hoog of onaangenaam volumeniveau. Dit kan permanente doofheid veroorzaken. Raadpleeg een dokter als uw gehoorvermogen afneemt of u een constante toon in uw oren bemerkt.
■ INTERNE ACCU VERVANGEN
- Dit instrument is voorzien van een niet-oplaadbare interne accu die ervoor zorgt dat gegevens in het instrument bewaard blijven als het apparaat is uitgeschakeld. Wanneer het vensterbericht "Battery Low" verschijnt, moet de accu worden vervangen. Sla in dit geval onmiddellijk uw gegevens op naar een extern randapparaat, bijvoorbeeld de Yamaha MIDI Data Filer MDF3 die is voorzien van een diskettestation. Laat de interne accu vervangen door de technische dienst van Yamaha.
- Probeer nooit zelf de interne accu te vervangen in verband met mogelijke risico's voor uw veiligheid. Laat dit altijd doen door de technische dienst van Yamaha.
- Houd de interne accu altijd buiten het bereik van kinderen. Waarschuw onmiddellijk een dokter als een kind per ongeluk de accu inslikt.
■ PERSOONLIJKE GEGEVENS OPSLAAN
- Sla alle gegevens op in een extern randapparaat, bijvoorbeeld de Yamaha MIDI Data Filer MDF3. Zo voorkomt u dat er door een storing of een gebruikersfout belangrijke gegevens verloren gaan.
Yarnaha is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door verkeerd gebruik van of verkeerde aanpassingen aan het instrument of voor verloren of beschadigde gegevens.
Schakel altijd het instrument uit wanneer u het niet gebruikt.
Hartelijk dank voor het aanschaffen van de YAMAHA DTXPRESS.
De DTXPRESS is een compacte drumtrigger-module die is voorzien van een AWM-toongenerator en sequencerfuncties.
Lees deze handleiding aandachtig door om de mogelijkheden van de DTXPRESS optimaal te kunnen te benutten.
Bewaar deze handleiding op een handige plaats om deze zonodig nog eens te kunnen raadplegen.
De handleiding
De gebruikershandleiding van de DTXPRESS bestaat uit deze twee boeken:
● Basisgids (dit boek)
Lees dit boek door voordat u met de DTXPRESS aan de slag gaat.
Dit boek bevat adviezen voor een goed en veilig gebruik van de DTXPRESS.
U vindt hier ook de namen van bedieningselementen en functies, informatie over het aansluiten van de pads en het gebruik van de DTXPRESS, instructies voor het opnemen en afspelen van songs en voor het maken van eigen drumsets.
In de appendix achter in het boek treft u tenslotte specificaties en foutberichten aan.
● Reference Guide
In dit boek vindt u gedetailleerde beschrijvingen van alle functies in DTXPRESS.
De appendix achterin het boek bevat informatie over drumvoices, songs, MIDI-gegevensindeling, enzovoort.
Notatie in de beschrijvingen
In deze handleiding wordt voor toetsen en uitleg de volgende notatie gebruikt:
• [PLAY], [START/S], enz. Een toets op het voorpaneel wordt aangegeven met [ ] (blokhaken).
- [SHIFT]+[START/S], enz. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [START/S].
• [PAGE▲]/[PAGE▼], enz. Gebruik [PAGE▲] of [PAGE▼].
- "Complete!", enz. Woorden tussen " " zijn vensterberichten.
• → p. 10, enz. Geeft de pagina in de naslag aan waar u verdere informatie kunt vinden.
LET OP
De illustraties en LCD-vensters in deze gebruikershandleiding dienen slechts als instructie. Het is mogelijk dat zij iets afwijken van wat u op uw instrument ziet.
Inhoud van het pakket
Dit pakket bevat de volgende items. Open het pakket en controleer of deze items aanwezig zijn:
- De DTXPRESS
• Netvoedingsadapter - Gebruikershandleiding É Basisgids (dit boek), Reference Guide
Belangrijkste voorzieningen van de DTXPRESS
Naast de drumtrigger-functie treft u in de compacte, 1U grote half-rack-body van de DTXPRESS ook een polyfone toon-generator met 32 voices aan die compatibel is met de standaard GM System Level 1 plus een 2-sporen sequencer. Dit alles is speciaal ontworpen voor drummers.
U kunt de DTXPRESS gebruiken tijdens live-concerten, voor ritmetraining, bij het maken van songs en bij het maken van opnames
■ Drumtrigger-functie
- Er zijn 10 trigger-aansluitingen en een aansluiting voor een hi-hatcontroller beschikbaar. Naast triggerpads kunt u bijvoorbeeld ook de Yamaha DT20 Drum Triggers gebruiken. Stereopads zijn ook compatibel.
- Instellingsgegevens over de aangesloten pads, zoals de soorten trigger-invoer en de gevoeligheid, zijn vastgelegd in 7 standaardpatronen. Er is ook een persoonlijk gedeelte met 4 patronen.
- 48 standaarddrumsets plus geheugenruimte voor 32 persoonlijke drumsets die door de gebruiker kunnen worden ingesteld.
■ Toongeneratorsectie
- Een kwalitatief hoogwaardige 16-bits AWM2 (PCM)-toongenerator die voldoet aan de standaard GM System Level 1. Polyfoon met 32 voices.
- In totaal 910 drum- en percussievoices plus 128 keyboardvoices die voldoen aan GM System Level I.
- Dezelfde interne digitale reverbsectie die ook wordt gebruikt in de Yamaha GM/XG-toongenerators van de MU-serie.
- De persoonlijke drumsets maken gebruik van één drum map met toewijzingen die onbeperkt kan worden bewerkt.
■ Sequencersectie
- Een 2-sporen sequencer voor het opnemen van songs. Elk spoor kan gegevens bevatten voor MIDI-kanalen 1 t/m 16.
- In totaal 95 standaardsongs plus een gebied voor persoonlijke songs dat ruimte biedt aan 32 persoonlijke songs.
- Naast een hoofdsong die vanaf het paneel en met MIDI wordt geregeld, kunnen er 3 padsongs afzonderlijk worden geregeld en gelijktijdig worden afgespeeld door middel van trigger-invoer van de pads.
-
Padsongs kunnen met één maat tegelijk worden gespeeld waarbij elke maat wordt voorafgegaan door een slag op een pad.
-
Neem uw drumpartij real-time op met sequencergegevens van een extern apparaat.
- De drumpartij van de song of een van de drumvoices kan eenvoudig met Mute worden uitgeschakeld zodat u zelf de song kunt meespelen.
- Synchroon afspelen met een externe sequencer is mogelijk.
- De functie Groove Check analyseert uw ritmische vaardigheden en geeft direct feedback. Een geweldige manier om uw techniek te verbeteren.
■ Interface
- Uitgerust met MIDI IN/OUT-aansluitingen en een TO HOST-aansluiting. U kunt de DTXPRESS aansluiten op externe MIDI-apparaten of een computer en zo uw systeem uitbreiden.
- De TO HOST-aansluiting en HOST SELECT-schakelaar maken rechtstreekse aansluiting op een computer mogelijk.
- Sluit een cd- of md-speler aan op de AUX IN-aansluiting zodat u kunt meespelen met uw favoriete muziek.
• Hoofdtelefoonaansluiting aanwezig

GM
“GM” (General MIDI) is een standaard die een algemene indeling voor tonen biedt waardoor de overdracht van MIDI-songgegevens wordt vergemakkelijkt. Bovendien biedt GM ook de compatibiliteit die het mogelijk maakt om bij het gebruik van toongeneratoren van verschillende fabrikanten en van verschillende typen de oorspronkelijke tonen af te spelen.
VEILIGHEIDSADVIEZEN 4
De handleiding 5
Notatie in de beschrijvingen 5
Inhoud van het pakket 5
Belangrijkste voorzieningen van de DTXPRESS.... 6
Bedieningselementen en functies 8
Voorpaneel 8
Achterpaneel 9
Installatie.... 10
■ Pads aansluiten....10
Installatie met akoestische drums 11
■ Mengpaneel of audioapparatuur aansluiten 12
■ MIDI-apparaat aansluiten .... 12
■ Computer aansluiten .... 12
■ cd-speler, enz. aansluiten (AUX IN-aansluiting) 13
■ Hoofdtelefoon aansluiten (PHONES-aansluiting) 13
■ Voeding aansluiten .... 13
Overzicht basisfuncties DTXPRESS 14
De DTXPRESS bespelen! 16
Meespelen met de metronoom 17
Meespelen met een song.... 18
Opname maken van uzelf 20
Eigen drumset maken 22
Optimaal gebruikmaken van de DTXPRESS 24
■ Fabrieksinstellingen .... 24
■ Functies voor aansluitingen en invoerbronnen (pads) 24
■ Reverb instellen....24
■ Instellingen voor de drumvoice....24
■ Instellingen voor de toongenerator 25
■ Instellingen voor de song 25
■ Overige functies ....25
■ MIDI gebruiken 25
■ Computer aansluiten ....26
Specifications 27
Foutberichten 28
Problemen oplossen 29
Register van dit boek 31
Bedieningselementen en functies
Voorpaneel

①AUX IN-aansluiting
Op deze aansluiting sluit u de uitgang van een extern audioapparaat aan (stereo mini-aansluiting). (p. 13)
Dit is handig wanneer u wilt meespelen met muziek van een cd- of cassette-speler.
②Volume AUX IN (AUX IN VOL)
Hiermee wordt het volume geregeld van de cd- of cassettespeler die is aangesloten op de AUX IN ①.
③Hoofdtelefoonaansluiting (PHONES)
Sluit hier een hoofdtelefoon aan om naar de DTXPRESS te luisteren (p. 13).
④Aan/uit-schakelaar/hoofdvolumeregeling (POWER/VOL)
Schakelt de stroomvoorziening in en uit (ON/OFF) en regelt het algemene volumeniveau (uitvoer van de aansluitingen OUTPUT en PHONES) van de DTXPRESS.
Draai de volumeknop met de klok mee om het volume te verhogen en tegen de klok in om het volume te verlagen. Druk op de toets om de stroom- voorziening in en uit te schakelen (ON/OFF).
⑤Click-volume (CLICK VOL)
Hiermee regelt u het volume van de metronoom-click. (p. 17)
U regelt het volume van de bassdrum door aan de knop te draaien terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt.
⑥Begeleidingsvolume (ACCOMP VOL)
Hiermee regelt u het volume van de song-begeleiding. (p. 18)
U regelt het volume van de snaredrum door aan de knop te draaien terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt.
⑦LCD-venster
Op het LCD-venster worden de informatie en de gegevens weergegeven die nodig zijn voor het bedienen van de DTXPRESS.
⑧Afspeeltoets (PLAY)
Hiermee gaat u naar de modus Drum Kit Play.
⑨Systeemtoets (UTIL)
Hiermee gaat u naar de modus Utility. In deze modus bevinden zich de basisinstellingen voor de werking van de DTXPRESS.
⑩Click-toets (CLICK)
Druk hierop om de metronoom (tikgeluid) te starten en te stoppen (p. 17).
⑪Trigger-toets (TRIG)
Hiermee gaat u naar de modus Trigger Setup Edit. Druk tweemaal op de toets om de pagina "Gain, Minimum Velocity" van deze modus weer te geven.
⑫Voice-toets (VOICE)
Hiermee gaat u naar de modus Drum Kit Voice Edit.
Als u zich in deze modus bevindt en op deze toets drukt, hoort u de voice die op dat moment is ingesteld alsof deze van de pad afkomstig is (auditionfunctie).
Druk tweemaal op de toets om de pagina "Volume, Pan" van deze modus weer te geven.
Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [VOICE] drukt om de audio-uitvoer van de aansluitingen OUTPUT ② en PHONES ③ uit te schakelen.
⑬Song-toets (SONG)
Hiermee gaat u naar de modus Song Job.
Druk tweemaal op de toets om de pagina "Clear Song" van deze modus weer te geven.
⑭Start/Stoptoets (START/S)
Hiermee start of stopt u het afspelen of opnemen van de song.
Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [START/S] drukt om de standbystand voor opname te activeren.
⑮Save/Enter-toets (SAVE/ENT)
Hiermee worden opdrachten bevestigd en gegevens opgeslagen.
Door deze toets ingedrukt te houden terwijl u op een andere toets drukt, activeert u de tweede functie van die toets.
⑰ Paginatoetsen [PAGE▲, PAGE▼]
Met deze toetsen bladert u door de verschillende pagina's op het venster. Met de toets [PAGE▲] bladert u vooruit naar de volgende pagina en met [PAGE▼] bladert u terug naar de vorige pagina.
Houd de toets ingedrukt om doorlopend door de pagina's te bladeren. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt terwijl u op [PAGE▲] drukt, schakelt u de drumvoice uit tijdens afspelen (funetie Rhythm Mute).
Als u [SHIFT] ingedrukt houdt terwijl u op [PAGE▼] drukt, dan geeft u de tempo-instelling van de song weer (p. 18).
⑱ Selectietoetsen [SEL◀, SEL▶]
Met deze toetsen verplaatst u de cursor.
Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [SEL▶] drukt om naar de functie Groove Check te gaan (p. 17).
⑲Waardetoetsen (VALUE−, VALUE+)
Hiermee wijzigt u de gegevenswaarde die u met de cursor hebt geselecteerd.
Als u de toets ingedrukt houdt, blijft de waarde doorlopend veranderen. Houd [VALUE+] ingedrukt en druk op [VALUE-] om de waarde steeds met 10 te verhogen.
Houd |VALUE-| ingedrukt en druk op |VALUE+| om de waarde steeds met 10 te verlagen.
Achterpaneel

20MIDI IN/OUT-aansluiting
Deze aansluitingen worden gebruikt voor de transmissie en de ontvangst van MIDI-gegevens naar en van externe MIDI-apparaten.
Door externe MIDI-apparaten aan te sluiten, breidt u de functie van de DTXPRESS uit.
②Schakelaar voor demping van invoer (INPUT ATTENUATION)
Hiermee wordt voor alle trigger-aansluitingen de waarde ingesteld voor Input Attenuation (1 KICK-6 RIDE). U vermindert de demping door de schakelaar in de lage stand (L) te zetten. U verhoogt de demping door de schakelaar in de hoge stand (H) te zetten. Hierdoor stelt u het invoerniveau af op de specificatie van de pads en de trigger-sensoren die zijn aangesloten op de DTXPRESS. (p. 10)
②Trigger-aansluiting (1 KICK-8HI HAT)
Deze aansluitingen dienen voor de pads en de triggers. Sluit de pads aan volgens de aanduiding onder de verschillende ingangen. (p. 10) De DTXPRESS is ook compatibel met de stereo-uitvoerpads.
②3Trigger-aansluiting (9/10)
Via deze aansluiting wordt een pad aangesloten op de DTXPRESS. De L van de stereoansluiting correspondeert met ingang 9 en de R correspondeert met ingang 10. Door twee pads via een stereoplug te verbinden, is invoer van twee triggers mogelijk. Als u over een monoplug beschikt, kan alleen ingang 9 worden gebruikt.
24Aansluiting hi-hatcontroller (HI HAT CONTROL)
Hierop wordt een hi-hatcontroller aangesloten (p. 10).
* Gebruik voor de aansluiting van een hi-hatcontroller een kabel met een stereoplug.
⑲Selectieschakelaar voor host (HOST SELECT Mac/PC-1/PC-2/MIDI)
Stel de schakelaar in volgens het type computer dat is aangesloten op TO HOST-aansluiting. Bij gebruik van de MIDI-aansluiting zet u de schakelaar in de stand "MIDI" (p. 12, 26).
26 TO HOST-aansluiting
Via deze aansluiting wordt een computer met een seriële kabel aangesloten op de DTXPRESS. Gebruik altijd een kabel die compatibel is met het type computer dat u gebruikt (p. 26).
② OUTPUT-aansluiting (OUTPUT L/MONO, R)
Via deze aansluitingen wordt de DTXPRESS aangesloten op een externe versterker, een extern mengpaneel, enzovoort. Voor afspelen in monoweergave gebruikt u de L/MONO-aansluiting. Voor stereoweergave gebruikt u aansluitingen L en R.
28 Aansluiting voor netsnoer (DC IN 12V)
Hierop sluit u een netvoedingsadapter aan voor de stroomvoorziening. Bevestig het snoer aan de snoerhaak 29 om te voorkomen dat de adapter per ongeluk losraakt.
29 Snoerhaak
Voorkomt dat het netsnoer per ongeluk losraakt (p. 13).

Om een elektrische schok en schade aan apparaten te vermijden, moet u de DTXRESS en alle gerelateerde apparaten hebben uitgeschakeld voordat u de apparaten aansluit op de diverse aansluitingen van de DTXPRESS.
■ Pads aansluiten
Sluit de uitvoerkabels van de pads aan op de trigger-aansluitingen op het achterpanel van de DTXPRESS. Dit wordt op de onderstaande afbeelding geïllustreerd. De trigger-aansluitingen zijn voorzien van een aanduiding (1 KICK, enzovoort). Let dus goed op dat u de pads aansluit op de corresponderende trigger-aansluitingen
![graph TD A["op 7 CRASH"] --> B["op 8 HI HAT"] B --> C["op 3 TOM1 op 4 TOM2"] C --> D["op 5 TOM3"] D --> E["op 1 KICK"] F["op 6 RIDE"] --> C G["VOORZICHTIG) Voor het aansluiten van de Hi-Hat Controller is een kabel met een stereoplug nodig."] --> H["op HI HAT CONTROL"]](/content/2026/06/1160640/images/f02b9e412daab123b618c0f33c11c8a471e27c86f1f6b118849f1188eb7a6c76.jpg)
- Voor een flexibele opstelling van de snaredrum en hi-hat kunt u de pads het beste opstellen zoals in de onderstaande afbeelding is weergegeven.

- Alle trigger-aansluitingen zijn geschikt voor stereo-invoer. Pads die zijn uitgerust met trigger-schakelaars als de TP80S of de PCY80S kunnen hierop worden aangesloten.
- Zodra een pad met de corresponderende trigger-aansluiting (1 KICK, enzovoort) is verbonden, wijst de DTXPRESS automatisch instellingen toe die bij de pads horen. Wanneer echter pads en drumtriggers met verschillende eigenschappen worden aangesloten, moeten bijpassende instellingen voor parameters zoals gevoeligheid worden ingesteld.
- Gevoeligheid wordt ingesteld in de modus Trigger Setup Edit [1-1. Pad Type] (Reference Guide: p. 12). Na tweemaal op [TRIG] te hebben gedrukt, slaat u op de pad die u wilt instellen waarna op het venster van de DTXPRESS het juiste instellingenoverzicht verschijnt.
- De invoergevoeligheidsschakelaars (INPUT ATTENUATION) zijn schakelaars die corresponderen met de trigger-aansluitingen 1 KICK-6 RIDE.
De L-stand van de schakelaar correspondeert met een lage gevoe-
ligheid voor pads als TP, KP, PCY en PB. De H-stand correspondeert met een hoge gevoeligheid die geschikt is voor bijvoorbeeld de DT20 Drum Trigger.
- De pads TP60, TP80S, PCY80S, enzovoort kunnen worden aangesloten op 1 KICK. Het is ook mogelijk om de hi-hatcontroller HH60, HH80, HH80A te gebruiken als kickpedaal(Gebruik [1-1. Pad Type] om instellingen op te geven).
- Naast de 1 KICK-aansluiting kan de 9/10-aansluiting worden gebruikt voor het aansluiten van een tweede bassdrumpedaal om dubbele bassdrums te ereëren.
- De aansluitingen 9/10 corresponderen met een dubbele trigger-invoer die gebruikmaakt van een stereoansluiting voor L (9) en R (10). Wij adviseren het gebruik van deze aansluitingen voor de Yamaha Bar Pad (BP-80).
U kunt een conversiekabelplug gebruiken (stereoplug m monoplug x2) voor de invoer van twee afzonderlijke trigger-signalen.
Installatie met akoestische drums
Als bijvoorbeeld de optionele Yamaha DT20 Drum Triggers zijn aangesloten op een set akoestische drums, kunnen deze drums worden aangesloten op de DTXPRESS.
■ Voorbeeld van een installatie met akoestische drums en drumpads
Sluit de uitvoerkabels van de pads en de drumtriggers aan op de aansluitingen op het achterpaneel van de DTXPRESS. Dit wordt in de onderstaande afbeelding geillustreerd
* Als u de drumtriggers gebruikt, moet u de juiste instellingen opgeven in de modus Trigger Setup Edit [1-1. Pad Type] (Reference Guide : p. 12).
![graph TD A["op 1 KICK"] --> B["op 5 TOM3"] B --> C["op 9/10"] C --> D["op 6 RIDE"] D --> E["op 4 TOM2"] E --> F["op 7 CRASH"] E --> G["op 3 TOM1"] G --> H["op 8 HI HAT"] G --> I["op 2 SNARE"] J["YAMAHA"] --> K["Central drum with multiple plates"]](/content/2026/06/1160640/images/16af166b8cda32394bc1dec362b08673ace00b0db14354f6dd0003dfde3f9468.jpg)
■ Drumtrigger bevestigen
Voer de onderstaande procedure uit om de drumtrigger-sensoren aan de akoestische drums te bevestigen.
- Bevestiging aan de bassdrum
Bevestig de drumtrigger-sensor op het slag- vel van de bassdrum, tegen de rand aan.
* De sensor mag niet in contact komen met de rand.
- Bevestiging aan de snaredrum
Bevestig de drumtrigger-sensor op het slag- vel van de bassdrum, tegen de rand tegen- over de drummer.
* De sensor mag niet in contact komen met de rand.
- Bevestiging aan de toms
Bevestig de drumtrigger-sensor op de ke- tel, tegen de rand aan.
* De sensor mag niet in contact komen met de rand.
* Kies voor de trigger zo'n positie dat andere instrumenten (drum of percussie) er geen invloed op hebben.



■ Drumtriggers verwijderen
Verwijder bij het vervangen van het slagvel eerst voorzichtig de drumtrigger-sensoren met bijvoorbeeld een mes, voordat u de spanrand losmaakt.
* Trek de trigger niet aan het snoer los.
Onderhoud van de drumtriggers
- Het oppervlak van het slagvel of de ketel waarop de trigger wordt bevestigd mag niet vuil of vet zijn. Reinig het oppervlak daarom eerst met bijvoorbeeld alcohol.
- Bevestig de sensoren en snoeren met tape om te voorkomen dat de snoeren breken als gevolg van de vibratie van de drumrand.
- Ongelijke vibraties en aanhoudende resonans op het slagvel of de ketel kan dubbele triggering veroorzaken. Dit kan worden voorkomen door het slagvel van een demper te voorzien en de vibratie zoveel mogelijk te beperken. Wij adviseren u de Yamaha dempring te gebruiken.
- Als u de drumtriggers opnieuw wilt bevestigen, moet u eerst alle gebruikte tape verwijderen en nieuwe tape aanbrengen. Gebruikte tape kan problemen veroorzaken als onvoldoende gevoeligheid, dubbele triggering, enzovoort.
■ Mengpaneel of audioapparatuur aansluiten
Door de aansluitingen OUTPUT L/MONO en R aan de achterzijde van de DTXPRESS te verbinden met een mengpaneel of audioapparatuur, is het mogelijk om via externe luidsprekers audio te reproduceren of uw eigen muziek op te nemen.
- Luidsprekers met ingebouwde versterkers.

- Op de DTXPRESS gemaakte muziek opnemen op een cassettedeck.

* OUTPUT is een standaardaansluiting die geschikt is voor mono-invoer. Gebruik een kabel met een plug die geschikt is voor het desbetreffende apparaat.
* Gebruik de OUTPUT L/MONO-aansluiting op de DTXPRESS wanneer u een apparaat voor invoer van een monosignaal aansluit.
■ MIDI-apparaat aansluiten
Gegevens die zich in de DTXPRESS bevinden, kunnen niet alleen worden opgeslagen (Bulk Dump) op bijvoorbeeld een Yamaha MIDI Data Filer MDF3, maar ook op een ander MIDI-apparaat.
Het is ook mogelijk om de toongenerator van de DTXPRESS aan te sluiten op een externe sequencer.
Bovendien biedt het gebruik van MIDI-functies voor een groot aanbod aan mogelijkheden met de DTXPRESS.
Raadpleeg de sectie [MIDI gebruiken] (p. 25) voor informatie over het gebruik van MIDI-functies.
• MIDI-gegevens verzenden
Verbind de MIDI OUT-aansluiting op de DTXPRESS via een MIDI-kabel met de MIDI IN-aansluiting op het externe MIDI-apparaat.
Zet de HOST SELECT-schakelaar in de stand "MIDI".
![graph TD A["Instellen op "MIDI""] --> B["MIDI-gegevens"] B --> C["MIDI IN"] D["DTXPRESS"] --> E["MT1000"] F["MT1000"] --> G["MT1001"] H["MT1001"] --> I["MT1002"] J["MT1002"] --> K["MT1003"] L["MT1003"] --> M["MT1004"] N["MT1004"] --> O["MT1005"] P["MT1005"] --> Q["MT1006"] R["MT1006"] -->…](/content/2026/06/1160640/images/f9c5c32f917ac518e4d649dbc902a73f37b376f3524d37b1eb5e6ace7e8e3ef1.jpg)
• MIDI-gegevens ontvangen
Verbind de MIDI IN-aansluiting op de DTXPRESS via een MIDI-kabel met de MIDI OUT-aansluiting op het externe MIDI-apparaat.
Zet de HOST SELECT-schakelaar in de stand "MIDI".

Gebruik altijd een standaard MIDI-kabel voor het aansluiten van apparatuur. De MIDI-kabel mag niet langer zijn dan 15 meter. Een langere kabel kan leiden tot ongelijkmatige werking en andere problemen.
■ Computer aansluiten
De DTXPRESS is voorzien van een ingebouwde MIDI-interface. Hiermee kan de DTXPRESS via de TO HOST-aansluiting rechtstreeks worden verbonden met de seriële poort van de computer.
Met sequencersoftware die op de computer is geïnstalleerd, kunnen de keyboardvoices van de DTXPRESS worden aangestuurd. De sequencegegevens uit de DTXPRESS kunnen in de computer worden gewijzigd.
Raadpleeg de sectie [Computer aansluiten] (p. 26) voor meer informatie.
■ cd-speler, enz. aansluiten (AUX IN-aansluiting)
De audio-uitvoer van een cd-speler of cassettedeck die is verbonden met de AUX IN-aansluiting (stereo mini) op het voorpaneel kan worden gemengd met het geluid van de DTXPRESS en via de uitgangen op het achterpaneel worden verzonden.
Deze functie komt van pas wanneer u met uw favoriete song wilt meespelen of met vrienden muziek maakt.
Het volume van het externe signaal wordt geregeld met de knop AUX IN VOL.

■ Hoofdtelefoon aansluiten (PHONES-aansluiting)
Sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES-aansluiting (stereo standaard) op het voorpaneel om op deze manier naar de DTXPRESS te luisteren. Het volume voor de hoofdtelefoon wordt geregeld met de knop POWER/VOL..
Denk bij het gebruik van een hoofdtelefoon aan uw gehoor. Stel het volume in op een aanvaardbaar niveau.
■ Voeding aansluiten
Een speciale netvoedingsadapter voorziet de DTXPRESS van stroom.
Zorg ervoor dat de voeding is uitgeschakeld voordat u de netvoedingsadapter aansluit op de DC IN-aansluiting. Deze aansluiting bevindt zich op het achterpaneel.
Zet het snoer goed vast met behulp van de snoerhaak zodat het niet per ongeluk kan losraken.


Gebruik alleen de meegeleverde netvoedingsadapter. Het gebruik van andere adapters kan leiden tot ongelijkmatige werking of schade aan het apparaat. Koppel de adapter los wanneer u de DTXPRESS langere tijd niet gebruikt.
Voordat u de DTXPRESS aanzet, moet u het volgende doen:
- Draai de knop POWER/VOL helemaal naar links (mini-maal volume) voordat u de DTXPRESS aanzet. Zo voor-komt u beschadiging van de luidsprekers, de hoofd-telefoon en de DTXPRESS.
- Alle externe apparaten die op de DTXPRESS is aangesloten, moet zijn uitgezet. Zet altijd eerst de DTXPRESS en vervolgens pas de aangesloten apparaten aan.
Overzicht basisfuncties DTXPRESS (Lijst met basisfuncties)
![Regelt het volume van een cd- of md-speler! Regelt het volume van de clickvoice van de me- tronoom! Houd [SHIFT] ingedrukt en draai deze knop om het volume van de bassdrum te regelen! Speel op de DTXPRESS mee met uw favoriete cd of md! (Sluit de cd- of md-speler hier aan.) SLuit hier een hoofdtelefo…](/content/2026/06/1160640/images/9b5cec347a117666d7d28d174a491d32dd4ddaaea7e21239f9d4579b5e4baac2.jpg)
![graph TD A["Selecteer de drumset en song. Stel hierna het song-tempo en de metronoom in."] --> B["→ Geeft toegang tot de modus Drum Kit Play."] C["Stel de basisinstellingen en de instellingen voor MIDI en de sequencer van de DTXPRESS in."] --> D["→ Geeft toegang tot de modus Utility"] E["Start/stopt…](/content/2026/06/1160640/images/c091b1ff92e72f955134e35014e86e459c8934ec263db0f721aa851b36c963fe.jpg)
![Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op deze toets om de drumpartij van de song uit te schakelen. Start/stop met het afspelen van de song! Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op deze toets om de opname te starten. Instellingen opslaan in het geheugen van de DTXPRESS. Tweede functie instellen voor toetsen en kn…](/content/2026/06/1160640/images/50fa4d1a605e7fdd447b1858d9bdcb49ada04ff7be989877dc26466cdf399c4c.jpg)
Geselecteerde song beluisteren
- Druk op [PLAY] om dit venster te openen:

- Selecteer het nummer van de song met [SEL◄]/[SEL►]. Het geselecteerde nummer gaat knipperen.
- Selecteer de song met [VALUE-]/[VALUE+].
- Druk op [START/S] om de song af te spelen!
Tempo van de song wijzigen
- Houd |SHIFT| ingedrukt en druk op |PAGE▼| om dit venster te openen:

- Selecteer de waarde voor het tempo met |SEL◀|/|SEL▶|. De geselecteerde waarde gaat knipperen.
- Stel het tempo in met [VALUE-]/[VALUE+].
Metronoom instellen
- Houd |SHIFT| ingedrukt en druk op |PAGE▼| om dit venster te openen:

- Selecteer de parameter die u wilt instellen met [SEL◀]/[SEL▶]. De geselecteerde parameter gaat knipperen.
- Stel de waarde in met |VALUE-|/|VALUE+|.
Gevoeligheid van de pad wijzigen
- Druk tweemaal op [TRIG] om dit venster te openen:

- Sla op de pad die u wilt wijzigen (deze pad wordt geselecteerd).
- Voer de bewerkingen uit met [SEL◄]/[SEL►] en [VALUE-]/[VALUE+].
Uitgangsgeluidskwaliteit bewerken
- Druk tweemaal op [UTIL] om dit venster te openen:

- Selecteer "Lo" (bass) of "Hi" (treble) met |SEL◀|/|SEL▶|.
- Voer de bewerkingen uit met [SEL◀]/[SEL▶] en [VALUE-]/[VALUE+].
Drumset selecteren
- Druk op [PLAY] om dit venster te openen:

- Selecteer het nummer van de drumset met [SEL◀]/[SEL▶]. Het geselecteerde nummer gaat knipperen.
- Selecteer een drumset met |VALUE-|/|VALUE+|.
Voice-volume voor de afzonderlijke pads wijzigen
- Druk tweemaal op [VOICE] om dit venster te openen:

- Sla op de pad waarvan u het voice-volume wilt wijzigen (deze pad wordt geselecteerd).
- Voer de bewerkingen uit met [SEL◀]/[SEL▶] en [VALUE-]/[VALUE+].
Voice van de pad wijzigen
- Druk op [VOICE] om dit venster te openen:

Voice-categorie Voice-nummer
- Sla op de pad waarvan u de voice wilt wijzigen (deze pad wordt geselecteerd).
- Selecteer de voice-categorie en het voice-nummer met [SEL◄]/[SEL►] en [VALUE-]/[VALUE+].
Reverb voor de drumvoice wijzigen
- Selecteer de drumset waaraan u reverb wilt toevoegen. Druk op [VOICE] en vervolgens op [PAGE▲]/[PAGE▼] om dit venster te openen.

- Bewerk het reverbniveau met [SEL◀]/[SEL▶] en [VALUE-]/[VALUE+].
- Druk op |VOICE| of |TRIG| en bewerk de instellingen in het venster van de modus.
- Druk op [SAVE/ENT].
- Gebruik [VALUE-]/[VALUE+] om het adres dat u wilt opslaan in te stellen.

Adres opslaan
- Druk op [SAVE/ENT] waarna het bevestigingsvenster verschijnt. Druk nogmaals op [SAVE/ENT].
De DTXPRESS is nu aangesloten. Muziek!
1. Zet het apparaat aan (ON)
Controleer of alle apparaten, pads, externe apparaten, enzovoort juist zijn aangesloten en druk op de knop POWER/VOL op het voorpaneel om de stroomvoorziening in te schakelen (ON).
De DTXPRESS is klaar voor gebruik zodra het onderstaande selectievenster voor drumsets en songs verschijnt.
* De laatst geselecteerde drumset of song wordt weergegeven.

Zet altijd eerst de DTXPRESS aan (ON) en dan pas de audioapparatuur, het mengpaneel of de versterker. Zo voorkomt u beschadiging van de luidsprekers.
2. Sla op een pad
Sla op een pad en draai de knop POWER/VOL langzaam naar rechts totdat een aangenaam volumeniveau is bereikt.
Het volumeniveau wordt hoger wanneer u de knop naar rechts draait en lager wanneer u de knop naar links draait.

3. Kies een andere drumset
Beluister de voices van de verschillende drumsets.
De drumsetnummers 1 t/m 48 bestaan uit 48 standaarddrumsets die speciaal zijn geprogrammeerd door Yamaha. m [Preset Drum Kit List] (Reference Guide : p. 42)
Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op het nummer van de drumset te plaatsen en selecteer de drumset met [VALUE-]/[VALUE+].
4. Wijzig het instrumentvolume voor de afzonderlijke pads
- Houd [SHIFT] ingedrukt en draai aan de knop CLICK VOL om het volume van de bassdrum te regelen.

- Houd [SHIFT] ingedrukt en draai aan de knop ACCOMP. VOL om het volume van de snaredrum te regelen.

* W anneer het apparaat wordt uitgezet, worden de beginwaarden van de hierboven beschreven volume-instellingen voor de bass- en snaredrum hersteld.
- Druk tweemaal op [VOICE] om de volume-instelling van elke pad (invoerbron) weer te geven.

Sla op de pad waarvan u het volume wilt instellen en regel het vo- lume met [VALUE-]/[VALUE+].
* In hetzelfde venster kunt u ook de pan (de positie van de voice binnen het stereospectrum) van de afzonderlijke pads instellen (Reference Guide : p. 17).

Volgens de instelling in de modus Utility [1-3. Volume Mode] (Reference Guide : p. 28) kan het volume van het bekken, de drums en andere instrumenten worden geregeld met de bovenstaande knoppen.
5. Wijzig de weergavekwaliteit van de monitor
Druk tweemaal op [UTIL]. In het venster dat verschijnt, kunt u de weergavckwaliteit instellen van het audiosignaal dat naar de aansluitingen OUTPUT en PHONES wordt verzonden.


Sommige drumsets bevatten padsongs en drumloopvoices die starten wanneer op de bijbehorende pad wordt geslagen.

Druk op [SEL◄]/[SEL►] om de knipperende cursor op de positie Lo of Hi te plaatsen. Regel vervolgens de weergavekwaliteit met [VALUE-]/[VALUE+].
Laat de metronoom meelopen terwijl u de DTXPRESS bespeelt. Gebruik de functie Groove Check om uw ritmische nauwkeurigheid te controleren.
1. Schakel de metronoom in
Druk op [CLICK] om de metronoom te starten.
Het lampje in de [CLICK] toets licht op bij elke slag van elke maat.
Druk nogmaals op [CLICK] om de metronoom te stoppen.
Het volume van de clickvoice regelt u met de knop CLICK VOL.


1-1. Stel het tempo van de metronoom in
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [PAGE▼]. Het instelvenster voor het tempo verschijnt.
Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op de tempowaarde te plaatsen en stel het gewenste tempo in met [VALUE-]/[VALUE+].
Het instelbereik van de tempo is ♪=30-300.


1-2. Stel de beat van de metronoom in
Druk in het bovenstaande instelvenster op [SEL▶] om de knipperende cursor op de beatwaarde te plaatsen. Stel de gewenste beat in met [VALUE-]/[VALUE+].
Het instelbereik van de beat is 1/4-8/4, 1/8-16/8 of 1/16-16/16.
1-3. Stel de nootwaarde van de metronoom in
Druk in het bovenstaande instelvenster op [SEL▶] om de knipperende cursor op de nootwaarde te plaatsen. Stel het tempo van de click (fijnere kwantisering) in met [VALUE-]/[VALUE+].
1-4. Geef de clickvoice en andere instellingen op
De metronoom produceert drie verschillende clickvoices:
“hi” aan het begin van de maat, “mid” op elke kwartnoot en “lo” op beats van fijnere kwantisering.
U kunt de clickvoices instellen op elke gewenste voice (van een druminstrument) en toonhoogte.
In de volgende sectie [Meespelen met een song] wordt nader uitgelegd hoe u de voices wijzigt.
Raadpleeg de sectie over de modus Utility [3. Sequencer Group] (Reference Guide : p. 32) voor meer informatie.
2. Gebruik Groove Check
Tijdens het bespelen van de pads analyseert de functie Groove Check in de DTXPRESS uw ritmische nauwkeurigheid en toont de resultaten.
Uw timing wordt vergeleken met de click van de metronoom waarna uw nauwkeurigheid wordt weergegeven.
2-1. Stel de metronoom in
Voordat u de functie Groove Check kunt gebruiken, moet u het tempo, de beat en de fijnere kwantisering selecteren voor het gewenste ritme.
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SEL▶] om de onderstaande functie Groove Check weer te geven.

2-3. Bespeel de pad met de metronoom
Druk op [CLICK] om de metronoom te starten en sla op de pad van de snaredrum.
- Het nummer achter “Groov=” aan de linkerzijde van het venster geeft de nauwkeurigheid weer van elke slag op de pad. De waarde “-” (min) betekent dat uw timing na de clickvoice was (juiste timing) en de waarde “+” (plus) betekent dat uw timing vóór de clickvoice was.
- Het nummer achter "Ave=" aan de rechterzijde van het venster is de globale nauwkeurigheid of het gemiddelde van de waarden achter "Groove". U kunt de functie Groove Check gebruiken om de nauwkeurigheid te controleren van een volledige drumpartij of song.
De functie Groove Check kan niet alleen worden gebruikt bij de snaredrum, maar bij alle pads van de DTXPRESS. Verder kunt u het patroon van de metronoom wijzigen in zestienden of triolen. Experimenteer eens met een van de andere instellingen.
* Houd [SHIFT] ingedrukt en druk tweemaal op [SEL▶] om de beginwaarden te herstellen.
Meespelen met een song
De DTXPRESS bevat in totaal 95 standaardsongs om uw ritme te oefenen. Probeer mee te spelen met een song.
1. Selecteer een song
Selecteer een van de songs in de DTXPRESS en luister deze af. De song-nummers 1 t/m 95 zijn standaardsongs die zijn gemaakt door Yamaha.
- [Preset Song List] (Reference Guide : p. 49)
Druk op [PLAY] om het venster Drum Kit & Song weer te geven.

K I T = 1 amp; A c o u s t i c S O N G = 1 amp; L a t i n i a
Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op het nummer van de song te plaatsen. Selecteer een song met [VALUE-]/[VALUE+].


* W anneer u een andere song kiest, wordt de drumset ingesteld die bij de nieuwe song hoort.
2. Beluister de song
Als u op [START/S] drukt, wordt de song vanaf het begin afgespeeld. Het lampje in de toets [SONG] zal oplichten op de eerste beat van elke maat.


De song stopt automatisch wanneer het einde van de song is bereikt. Tijdens het afspelen kunt u de song stoppen met [START/S].
* Sommige songs beginnen weer opnieuw.

U kunt de song vooraf laten gaan door twee maten van de metronoom (m Utility Mode [3-5. Count Switch] Reference Guide : p. 33).
3. Schakel een drumpartij uit met Mute
Probeer mee te spelen met de song. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [PAGE▲]. Druk vervolgens op [START/S] om de song af te spelen. Een drumpartij in de song wordt nu uitgeschakeld en is dus niet langer hoorbaar (functie Rhythm Mute).
Speel de drumpartij.

Als de functie Rhythm Mute is geactiveerd, verschijnt een "☐" achter de naam van de song.

Houd |SHIFT| ingedrukt en druk op |PAGE▲| om de functie Rhythm Mute te beëindigen.

De functie kan worden gebruikt tijdens het afspelen van de song.
4. Regel het song-volume
Het volume van de song wordt geregeld met de knop ACCOMP VOL. Regel de balans tussen de song en uw drumpartij met de knoppen ACCOMP VOL en POWER/VOL (algemene volume van de song en pads).
5. Wijzig het tempo van de song
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [PAGE▼] om de instelling van het tempo weer te geven.
Druk net als bij de metronoom op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op de tempowaarde te plaatsen. Druk op [VALUE-]/[VALUE+] om het gewenste tempo in te stellen (♩=30-300).
Druk op [PAGE▲] om terug te keren naar het oorspronkelijke venster (Drum Kit & Song).


6. Speel mee met de clickvoice
Als de drumpartij is uitgeschakeld met Mute, kan het moeilijk zijn maat te houden. Gebruik in dat geval de metronoom. Met ondersteuning van de clickvoice wordt het meespelen met de song eenvoudiger.
Druk op [CLICK] om de metronoom te starten. De metronoom heeft automatisch hetzelfde tempo als de song. Druk op [CLICK] om de metronoom weer te stoppen.
Het volume van de clickvoice wordt geregeld met de knop CLICK VOL.
CLICK


CLICK VOL
KICK
Tip U kunt de metronoom (clickvoice) zo instellen dat deze tegelijk met de song start en stopt (m [3-8. Click Mode] Reference Guide : p. 34).
7. Kies een andere clickvoice
Wanneer de clickvoice lijkt op een van de voices in de song, is de voice moeilijk hoorbaar. U kunt in dat geval beter een andere clickvoice kiezen.
- In dit voorbeeld wordt de standaard ingestelde clickvoice van 4 beats (een hoge en lage bellvoice) gebruikt.
Wijzig de voice op de eerste beat.
Druk driemaal langzaam op [UTIL] om naar het volgende venster te gaan.

7-1. Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op het type van de clickvoice te plaatsen. Selecteer de clickvoice "fi" (de clickvoice op de eerste beat) met [VALUE-]/[VALUE+].
7-2. Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op de voice-categorie te plaatsen. Selecteer de drumvoice-categorie voor de clickvoice met [VALUE-]/[VALUE+].
De letters duiden de volgende drumvoice-categorieën aan:
K: Akoestische kick
k: Elektrische kick
S: Akoestische snare
s: Elektrische snare
T: Akoestische tom
t: Elektrische tom
C: Bekken
H: Hi-hat
P: Percussie
E: Effect 1
e: Effect 2
L: Drumloop
m: diverse voices
Selecteer hier "P" voor diverse voices.
7-3. Druk op [SEL▶] om de knipperende cursor op het voice-nummer te plaatsen. Selecteer de drumvoice voor de clickvoice met [VALUE-]/[VALUE+].
In dit voorbeeld selecteert u de "010 Marimba".
Druk op [CLICK] om de metronoom te starten. De eerder geselecteerde voice is nu vervangen door de voice Marimba.
Volg dezelfde procedure om andere clickvoices ("mid", "lo") te vervangen door een voice die uw voorkeur heeft.
Druk op [PLAY] om terug te keren naar het oorspronkelijke venster (Drum Kit & Song).
8. Kies een andere drumset
Wanneer u voor een bepaalde song een andere drumset wilt gebruiken, hoeft u alleen het nummer van de drumset in het venster Drum Kit & Song te wijzigen.

9. Kies alleen een andere song (drumset blijft ongewijzigd)
Wanneer u een andere song kiest, wordt normaal gesproken de drumset gebruikt die voor de song is ingesteld. Met behulp van de functie Rhythm Mute ([SHIFT]+[PAGE ▲]) kunt u echter een andere song kiezen terwijl de drumset ongewijzigd blijft.
* U kunt ook in de modus Utility [2-2. Channel 10 Program Change/Receive Channel Event] (Reference Guide : p. 30) de optie Channel 10 Program Change zo instellen dat er geen programmawijzigingen worden ontvangen. Hierdoor wordt alleen de song gewijzigd.
10. Schakel een drum uit met Mute
U kunt afzonderlijke drums zoals [Bass Drum], [Snare Drum], [Cymbal], [Other Drum Instruments] uitschakelen met Mute.
Deze functie is handig wanneer u afzonderlijke drumpartijen wilt oefenen.
Druk in het venster Drum Kit & Song tweemaal op [PAGE▼] om naar het volgende venster te gaan (Song & Mute):

Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om het druminstrument te selecteren dat u met Mute wilt uitschakelen (Ki: bassdrum, Sn: snaredrum, C: bek- ken, Mi: overig). Wijzig vervolgens het luidsprekerpictogram (i) in het mutepictogram (M) door op [VALUE+] te drukken.
Als u Mute wilt beëindigen, drukt u op |VALUE-| om het luidsprekerpictogram (ü) weer te activeren.
Vervolgens kunt u uw eigen drumpartij opnemen met de DTXPRESS-sequencer. Evenals bij standaardsongs kunt u bij opgenomen songs een andere drumset kiezen, het tempo wijzigen en de song afspelen.
■ Opnamesysteem
- Kies voor de opname een van de hiervoor bestemde persoonlijke songs (nr. 96-127). Voor opname kunt u geen standaardsongs gebruiken (nr. 1-95).
- Persoonlijke songs bevatten twee sporen voor opname. U neemt altijd één spoor tegelijk op.
- Tijdens het opnemen van de song wordt informatie in het geheugen opgeslagen over het tijdstip en de wijze waarop de afzonderlijke pads werden bespeeld. Dit worden sequencegegevens genoemd. MIDI-gegevens afkomstig uit de MIDI IN/TO HOST-aansluitingen kunnen tegelijkertijd worden opgenomen.
- Sequencegegevens kunnen worden gebruikt om het tempo te veranderen en een voice of drumset te selecteren tijdens het afspelen. →Reference Guide : p. 24 [2. Program Change, Bank Select]
- V oordat u de song start, moet u het aantal op te nemen maten opgeven. De opname vindt plaats in real-time. Wanneer het einde van de laatste maat is bereikt, zijn er twee mogelijkheden afhankelijk van wat is ingesteld; (1) de song stopt automatisch (Replace) en de opname is voltooid; (2) de song start weer vanaf het begin zodat nieuwe gegevens kunnen worden toegevoegd aan de eerder opgenomen gegevens (Overwrite).
U kunt nu gaan opnemen
1. Selecteer de song die u wilt opnemen
Druk op [PLAY] om naar het venster Drum Kit & Song te gaan en selecteer een nummer van een persoonlijke song (nr. 96-127).
* Als op beide sporen van een persoonlijke song gegevens staan, kan deze song niet worden gebruikt.
* Als u de opname start terwijl er geen song is geselecteerd, wordt automatisch de lege persoonlijke song met het laagste nummer geselecteerd. Hetzelfde gebeurt wanneer voor de opname een standaardsong is geselecteerd.
2. Stel de opnamecondities in
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [START/S]. Het volgende instelvenster Recording Conditions verschijnt.
Druk eerst op [SEL◀]/[SEL▶] om de gewenste parameter te selecteren en vervolgens op [VALUE-]/[VALUE+] om de volgende opnamecondities in te stellen.

2-1. Stel het aantal maten in dat u wilt opnemen
Stel het aantal maten in dat u wilt opnemen.
* W anneer het andere spoor al gegevens bevat, bepaalt het aantal maten van dat spoor de lengte van de song.
2-2. Selecteer de opnamemodus
Selecteer een van de volgende opnamemodi:
Overwrite (Üur): De opname vindt plaats in de modus Repeat. Na het einde van de laatste maat wordt de song weer vanaf het begin gestart zodat nieuwe gegevens kunnen worden toegevoegd aan de bestaande gegevens op het spoor.
Replace (R=1): Wanneer het einde van de laatste maat is bereikt of op [START/S] wordt gedrukt, wordt de opname gestopt (en dus niet herhaald).
2-3. Stel het opnamespoor in
Selecteer spoor 1 of 2 voor de opname.
2-4. Stel het tempo en de beat van de metronoom in
Stel het tempo en de beat van de metronoom in die tijdens de opname hoorbaar is.
2-5. Stel de kwantiseringsfunctie in
U kunt de kwantiseringsfunctie gebruiken om uw timing te corrigeren. De noten worden dan opgeschoven naar de dichtstbijzijnde beat. De nauwkeurigheid van de kwantisering wordt ingesteld met een nootwaarde. De functie kan worden gebruikt tijdens de opname.
* Als de kwantiseringsfunctie is ingesteld op "no", is deze niet actief.
* U kunt de kwantiseringsfunctie ook gebruiken nadat de opname is voltooid (Reference Guide : p. 25).
● Kwantisering (een voorbeeld)
- De opgenomen noten zijn niet op tijd gespeeld.

3. Start de opname
Druk op [START/S] en na het aftikken van twee maten vooraf wordt de opname gestart. Luister tijdens de opname naar de clickvoice van de metronoom.
* Als u op [START/S] drukt terwijl het toegewezen spoor gegevens bevat, verschijnt het foutbericht "Data not Empty". De opname wordt geannuleerd.
- De opnamemodus is ingesteld op Replace ("Rp1").
Tijdens de opname wordt het volgende venster weergegeven (alleen ter informatie).
Maatnummer dat wordt opgenomen

Na het einde van het laatste maatnummer wordt de opname automatisch gestopt en verschijnt opnieuw het venster Drum Kit & Song.
* U kunt de opname ook stoppen door op [START/S] te drukken.
- De opnamemodus is ingesteld op Overwrite ("Ovr").
Tijdens de opname wordt het volgende venster weergegeven (alleen ter informatie).
Maatnummer dat wordt opgenomen

De song die wordt opgenomen, wordt steeds herhaald totdat u op [START/S] drukt.
Na het einde van de laatste maat wordt de song weer vanaf het begin gestart zodat nieuwe gegevens kunnen worden toegevoegd aan de bestaande gegevens op het spoor.
Wanneer de opnamemodus is ingesteld op Overwrite ("OUF"), kunt u tijdens het opnemen de opname ongedaan maken met de toets [SAVE/ENT]. De opgenomen gegevens vanaf het begin van de song tot aan het punt waarop [SAVE/ENT] werd ingedrukt, worden gewist en de oorspronkelijke gegevens worden hersteld.
● Opname ongedaan maken (een voorbeeld)

Wanneer u nu hier op (SAVE/ENT) drukt, worden alleen de gegevens van de tweede opname gewist.
Druk op [START/S] om de opname te stoppen en terug te keren naar het venster Drum Kit & Song.

Als tijdens de opname het apparaat wordt uitgeschakeld, kunnen alle gegevens van persoonlijke songs verloren gaan. Wees dus voorzichtig.
4. Beluister de song
Druk op [START/S] als u de zojuist opgenomen song vanaf het begin wilt afspelen. U kunt ook een andere drumset kiezen en de song met een andere drumset afspelen.
→Reference Guide : p. 24 [2. Program Change, Bank Select]
5. Neem de song opnieuw op
Als u de song opnieuw wilt opnemen, moet u de volgende procedure volgen om de eerder opgenomen gegevens op het spoor te wissen.
- Songgegevens wissen (spoor 1 en 2)
Druk tweemaal op [SONG] om naar het onderstaande venster Clear Song te gaan.
Druk op |SAVE/ENT| om alle gegevens van de geselecteerde song te wissen.
* Om het "Clear Song" wissen te annuleren, drukt u op de [VALUE-1] toets.
- Gegevens van één spoor wissen
Druk tweemaal op [SONG] om naar het venster Clear Song te gaan en druk vervolgens tweemaal op [PAGE▲]. Het onderstaande venster Clear Track verschijnt.
SONG Clear Track Track=1
Stel het nummer van het spoor in met [VALUE-]/[VALUE+] en druk vervolgens op [SAVE/ENT]. Het bericht "Are you sure?" verschijnt. Druk nogmaals op [SAVE/ENT] om alle gegevens op het geselecteerde spoor te wissen.
* Om het "Clear Song" wissen te annuleren, drukt u op de [VALUE-1] toets.
6. Neem een tweede spoor op
Op dezelfde wijze kunt u een tweede spoor opnemen. Het aantal ma- ten kan echter niet worden gewijzigd.
7. Geef de naam van de song op
In het venster staat als song-naam "no name" vermeld. Wijzig dit in een naam van uw keuze.
Druk op [SONG] om naar de song-modus te gaan en selecteer het onderstaande venster Song Name met [PAGE▲]/[PAGE▼].
SONG SingName no name
Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op het teken te plaatsen dat u wilt wijzigen en selecteer het gewenste teken met [VALUE-]/[VALUE+].
Hieronder ziet u welke tekens beschikbaar zijn.
(in volgorde van weergave)
Spatie
!" # _ " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " " "
De naam van de song mag uit maximaal acht tekens bestaan.
Als het apparaat wordt uitgezet, wordt de voltooide song opgeslagen.
U kunt een eigen drumset maken door een voice toe te wijzen aan de afzonderlijke pads en de tuning (toonhoogte), voice, decay, reverb, enzovoort in te stellen.
Selecteer eerst een drumvoice voor de set die u wilt samenstellen. In dit voorbeeld wijst u een voice van de snaredrum toe.
U kunt elke willekeurige drumset kiezen (de gemaakte drumset wordt opgeslagen als een persoonlijke drumset (nr. 49-80)).
1-1. Selecteer een snaredrum voor de invoerbron
Druk op [VOICE] om het selectievenster van de drum voice weer te geven.

Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op de invoerbron te plaatsen en selecteer "Pad 2" met [VALUE-]/[VALUE+].
Dit houdt in dat u de snarepad die is aangesloten op de trigger-aansluiting 2 SNARE hebt geselecteerd.
De waarde "i,j=1" betekent dat laagnummer 1 is geselecteerd. Twee voices (2 lagen) kunnen worden doorgegeven met een invoerbron (trigger). In dit geval moet u opgeven welke voice hier wordt gebruikt.
1-2. Selecteer de drumvoice-categorie
Bepaal vervolgens de drumvoice-categorie.
De drumvoice-categorie is ook voor de clickvoice van de metronoom gebruikt (p. 19).
In dit voorbeeld selecteert u "s: Electric Snare".
Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op de voice-categorie te plaatsen en selecteer “≡” met [VALUE-]/[VALUE+].
De markering “*” verschijnt tussen “KIT” en “IN”. Dit geeft aan dat de gegevens in de geselecteerde drumset zijn gewijzigd.
1-3. Selecteer een drumvoice
Selecteer nu een drumvoice.
Volg hierbij dezelfde procedure als bij het wijzigen van de clickvoice van de metronoom (p. 19). Druk op [SEL▶] om de knipperende cursor op het voice-nummer te plaatsen en wijs de drumvoice toe met [VALUE-]/[VALUE+]. In dit voorbeeld selecteert u "014 Dance 01".
KIT IN = Pad 2 U = 1 = s / 0 1 4 Dance01
U hebt nu een drumvoice toegewezen aan de set die u wilt samenstellen.
Vervolgens kunt u deze drumvoice op verschillende manieren bewerken om uw eigen snaredrumvoice te maken.
2. Wijzig het volume
Wijzig het volume van de drumvoice die u hoort terwijl u op de pad slaat. Regel de volumebalans tussen deze pad en de andere pads.
Druk op [PAGE▼] om naar het volgende venster te gaan.

Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op het volumeniveau te plaatsen en stel het volumeniveau in met [VALUE-]/[VALUE+].
* Als de drumvoice uit twee lagen bestaat, verschijnt de aanduiding "i=--".
Tip Druk op [VOICE] om de voice af te luisteren alsof op de pad wordt geslagen.
3. Wijzig de pan
In hetzelfde venster kunt u de paninstelling van de drumvoice wijzigen.
Hiervoor verplaatst u de positie van de geselecteerde drumvoice binnen het volgende stereospectrum: "L64" (links) - "C" (midden) - "R63" (rechts).
Druk op [SEL▶] om de knipperende cursor op het panniveau te plaatsen en stel de waarde van de pan in met [VALUE-]/[VALUE+] .
4. Wijzig de tuning (toonhoogte)
Wijzig de tuning (toonhoogte) van de drumvoice.
Druk op [PAGE▼] om naar het volgende venster te gaan.

Druk op [SEL◀]/[SEL▶] om de knipperende cursor op de positie "C" of "F" te plaatsen en stel de toonhoogte van de voice in met [VALUE-]/[VALUE+].
Bij "C=" neemt de toonhoogte toe in eenheden van een halve stap en bij "F=" in stappen van ongeveer 1,17.
5. Wijzig de decay (afnameduur van de voice)
Wijzig de decay van de voice (de afnameduur van de voice).
Druk tweemaal op [PAGE▼] om naar het volgende venster te gaan.

Druk op |SEL◀|/|SEL▶| om de knipperende cursor op de decay te plaatsen en stel deze in met [VALUE-]/[VALUE+].
Met een pluswaarde (+) maakt u de decay sneller.
6. Wijzig de helderheid van de voice (filterinstelling)
In hetzelfde venster kunt u de frequentie voor filteruitschakeling instellen. Wijzig de helderheid van de voice.
Druk op [SEL▶] om de knipperende cursor op de positie "Fc=" te plaatsen en stel de waarde in met [VALUE-]/[VALUE+].
Met een pluswaarde (+) maakt u het geluid helderder.
7. Regel de volumebalans van een voice van 2 la-gen
Als de geselecteerde drumvoice bestaat uit 2 lagen (1 drumvoice bestaande uit 2 voice-golven), kunt u de volumebalans tussen de 2 golven regelen.
Druk op |PAGE▲| om naar het volgende venster te gaan.

Druk achtercenvolgens op |SEL◄|/|SEL►| en |VALUE-|/|VALUE+| om het nummer van de laag te selecteren.
* Als de toegewezen stem niet uit twee lagen bestaat, is deze instelling niet geldig.
Druk op |SEL▶| om de knipperende cursor op de laagbalans te plaatsen en stel de waarde van de laagbalans in met [VALUE-]/[VALUE+].
Stel in hoeveel reverb aan de voice moet worden toegevoegd.
Druk op |PAGE▲|/|PAGE▼| om het onderstaande venster te selecteren.

Druk op |SEL◀|/|SEL▶| om de knipperende cursor op het reverbniveau te plaatsen en stel de waarde in met [VALUE-]/[VALUE+].
Hoe hoger de waarde, hoe meer reverb aan de voice wordt toegevoegd. Bij de waarde "∅" wordt geen reverb toegevoegd.
* In dit venster stelt u het reverbniveau voor elke invoerbron in. Het algemene reverbniveau voor de drumset wordt ingesteld in [5-2. Drum Reverb Send] (Reference Guide : p. 23).
9. Regel de balans tussen laag 1 en 2
Als u voor de zojuist gemaakte voice een voice van 2 lagen hebt gebruikt, kunt u de balans tussen beide voices regelen door het volume van de afzonderlijke voices in te stellen.
* U kunt de conversiecurve voor 2 voices selecteren. → Drum Kit Edit Mode [2-1. Cross Fade] (Reference Guide : p. 19)
10. Sla de gemaakte voice op
Sla de gemaakte drumvoice op in het geheugen van de DTXPRESS. De drumsetnummers "49" t/m "88" (persoonlijke drumsets) zijn beschikbaar voor het opslaan van eigen drumsets.
Druk op [SAVE/ENT] om naar het volgende venster te gaan.

Druk op [VALUE-]/[VALUE+] om het drumsetnummer ("49" - "80") in te stellen waaronder u de drumset wilt opslaan.
Druk op [SAVE/ENT]. Het bericht "Are you sure?" verschijnt, waarna u uw keuze kunt bevestigen.
* D r uk op [VALUE-] als u de bewerking wilt annuleren.
Druk nogmaals op [SAVE/ENT] om op te slaan. Na het bericht "Complete!" keert u terug naar het venster Drum Kit & Song.
11. Geef de naam van de drumset op
De voltooide drumset heeft nog altijd de naam van de oorspronkelijke drumset.
Druk op [VOICE] om de modus Drum Kit Voice Edit te activeren en druk vervolgens op [PAGE▼] om naar het onderstaande venster Drum Kit Name te gaan. Geef de drumset een andere naam volgens de eerder beschreven procedure bij het maken van een song (p. 21).

De drumset met de zelfgedefinieerde snaredrum is nu gereed.
Volg dezelfde procedure om drumvoices voor de andere pads (invoerbron) te maken totdat u een volledige drumset hebt die geheel naar uw wens is samengesteld.
Tip
De DTXPRESS bevat tevens keyboardvoices die voldoen aan de standaard GM System Level 1, zodat u niet alleen drumvoices maar bijvoorbeeld ook het geluid van een piano, gitaar, bas, strijk-instrument, koperen instrument, houten blaasinstrument of effect kunt laten klinken wanneer u op de pad slaat.
Wanneer u keyboardvoices wilt instellen voor de pads, wijzigt u eerst het MIDI-kanaal van de pad in een ander kanaal dan "18" (Reference Guide : p.18 [1-7. Channel, Gate Time]) en selecteert u vervolgens het MIDI-nootnummer van de voice die u wilt gebruiken (Reference Guide : p.18 [1-6. Note Number]).
* Als de optie [2-5. Key Off Enable] (Reference Guide : p. 20) is ingesteld op "disable", zijn sommige voices continu hoorbaar. Druk in dat geval op [SHIFT] + [VOICE] om de voices uit te schakelen.
Optimaal gebruikmaken van de DTXPRESS
Naast de hiervoor beschreven functies biedt de DTXPRESS nog veel meer.
Pas als u alle functies kent, kunt u de mogelijkheden van de DTXPRESS ten volle benutten.
■ Fabrieksinstellingen
De interne instellingen van de DTXPRESS worden teruggezet naar de standaardfabriekswaarden.
- Utility Mode [1-6. Factory Set] (Reference Guide : p. 29)

Als u deze bewerking uitvoert, gaan alle gegevens van de persoonlijke drumset, trigger-instellingen en songs verloren.
■ Functies voor aansluitingen en invoerbronnen (pads)
- U kunt een drumset selecteren door op een pad te slaan. Als u bijvoorbeeld de optionele Yamaha Bar Pad BP80 hebt aangesloten op de trigger-aansluiting 9/10, kunt u de waarde van het drumsetnummer met één te verlagen door op de linkerbarpad slaan. Slaat u op de rechterbarpad, dan wordt de waarde van het drumsetnummer met één verhoogd.
Wanneer de hierboven beschreven functie in een willekeurige drumset wordt gebruikt, raadpleegt u:
→ Reference Guide : p. 14 [2-1. Increment/Decrement]
Wanneer de hierboven beschreven functie in een specifieke drumset wordt gebruikt, raadpleegt u:
→ Reference Guide : p. 20 [2-6. Function]
- Een hi-hatcontroller die is aangesloten op de trigger-aansluiting 1 KICK kan worden gebruikt als kickpedaal. → Reference Guide : p. 12 [1-1. Pad Type]
- De gevoeligheid van pads en drumtriggers kan op verschillende manieren worden ingesteld:
Automatisch instellen van de gevoeligheid van pads en drumtriggers die op de DTXPRESS zijn aangesloten:
→ Reference Guide : p. 12 [1-1. Pad Type]
Gevocligheid sterk wijzigen:
→ schakelaar INPUT ATTENUATION op het achterpaneel omzetten (p. 10)
Gevocligheid licht wijzigen:
→ Reference Guide : p. 12 [1-2. Gain, Minimum Velocity]
- Gevoeligheid instellen van de hi-hatcontroller die is verbonden met de HI HAT CONTROL-aansluiting. → Reference Guide : p. 23 [5-3. Hi-hat Sensitivity]
- Moment instellen waarop de hi-hatcontroller de hi-hat sluit en de tijd opgeven waarbinnen de controller een voetsplash detecteert → Reference Guide : p. 29 [1-5. Hi-Hat Offset]
- Overspraak voorkomen (gemengde ingangssignalen tussen de aansluitingen)
- Dubbele triggers (2 gelijktijdig gespeelde tonen) → Reference Guide : p. 13 [1-4. Self Rejection/Rejection]
- V elocitycurve (aanslagdynamiek) instellen. De curve geeft de relatie aan tussen de kracht waarmee op de pad wordt geslagen en het geproduceerde volume
→ Reference Guide : p. 13 [1-3. Velocity Curve]
- Signalen omwisselen tussen de trigger-aansluitingen 1 en 9/10 → Reference Guide : p. 14 [2-2. Input Exchange]
- Trigger-instellingsgegevens naar de instellingen van een andere trigger-aansluiting kopieren
→ Reference Guide : p. 13 [1-6. Trigger Setup Copy] - T ijdelijk geen trigger-signalen ontvangen vanaf alle pads van de DTXPRESS
→ Reference Guide : p. 28 [1-2. Trigger Bypass]
Functie Trigger Bypass (zie hierboven) vanaf een pad aan- of uitzetten (ON/OFF) - Reference Guide : p. 20 [2-6. Function]
■ Reverb instellen
De DTXPRESS is voorzien van een digitale reverbsectie.
- Reverbsoort en -tijd instellen voor elke drumset → Reference Guide : p. 21 [3-1. Reverb Type, Time]
- U kunt het reverbniveau op drie manieren instellen: Reverbniveau instellen van de voice die door de pad van elke invoerbron wordt voortgebracht
→ Reference Guide : p. 19 [2-2 Reverb Send]
Reverbniveau instellen van de volledige drumset
→ Reference Guide : p. 23 [5-2. Drum Reverb Send]
Algemene reverbniveau van de DTXPRESS instellen
→ Reference Guide : p. 21 [3-2. Reverb Master Return]
Reverbniveau instellen van elke drumset in de persoonlijke drum map
→ Reference Guide : p. 36 [5-6. Reverb Send]
- Reverbircuit overslaan (geen reverb)
→ Reference Guide : p. 35 [4-4. Reverb Bypass]
■ Instellingen voor de drumvoice
• Cross-fading instellen tussen de voicelagen 1 en 2
→ Reference Guide : p. 19 [2-1. Cross Fade]
- Randvoice zo instellen dat de padvoice wordt getriggerd zodra de stereopads worden gebruikt
→ Reference Guide : p. 21 [2-8. Rim to Pad]
- De modus Alternate Group, Key Assign instellen voor voices die tegelijk hoorbaar zijn
→ Reference Guide : p. 19 [2-3. Alternate Group, Key Assign Mode]
- T oonsoort in-/uitschakelen (Key ON/OFF) die wordt verzonden als op de pad wordt geslagen
→ Reference Guide : p. 20 [2-4. Hold Mode]
- Signalering van berichten over uitgeschakelde toonsoort (Key OFF) instellen
→ Reference Guide : p. 20 [2-5. Key Off Enable]
• V olume van de volledige drumset instellen
→ Reference Guide : p. 23 [5-1. Volume]
- Eigen drumset maken
■ Instellingen voor de toongenerator
- De volgende instellingen gelden voor de volledige toongenerator: Equalizer (toonkwaliteit regelen), tuning, volume, reverb overslaan → Reference Guide : p. 34 [4. TG (Tone Generator) Group]
■ Instellingen voor de song
- Automatisch de hoofdsong wijzigen als een andere drumset is gekozen
• Reference Guide : p. 23 [5-4. Song Select]
- Gelijktijdig weergave regelen (starten/stoppen) van maximaad 3 songs door op de pad te slaan → Reference Guide : p. 20 [2-7. Pad Song]
- B ewerken van de volgende parameters in song-sequencergegevens: Tempo, Repeat Playback, Program Change, Bank Select, Volume, Pan, Song Copy, Quantize, Clear Track, Merge Track, Clear Song en Song Name
Reference Guide : p. 24 [Song Job Mode]
- Song afspelen in het ingestelde tempo, ook als een andere song is gekozen
→ Reference Guide : p. 34 [3-7. Use Tempo]
■ Overige functies
-
Behalve voor het triggeren van voices kunnen de pads ook worden gebruikt voor de volgende regelfuncties;
padsong afspelen/stoppen, clickvoice van metronoom aan- en uitzetten (ON/OFF), andere drumset kiezen, trigger-blokkering aan- en uitzetten (ON/OFF) en hoofdsong afspelen/stoppen.
→ Reference Guide : p. 20 [2-6. Function] -
P ads (trigger-invoerbron) toewijzen in de modi Trigger Setup Edit en Drum Kit Voice Edit door op de pad te slaan → Reference Guide : p. 28 [1-1. Learn Mode]
- Volume van het bekken, de drum en andere instrumenten regelen via de knoppen ACCOMp. VOL. en CLICK VOL → Reference Guide : p. 28 [1-3. Volume Mode]
- Laatst gebruikte pagina weergeven in de modi Trigger Setup Edit en Drum Kit Voice Edit → Reference Guide : p. 28 [1-4. Jump to Recent Page]
■ MIDI gebruiken
De DTXPRESS is uitgerust met MIDI IN/OUT-aansluitingen en een TO HOST-aansluiting. Via deze aansluitingen worden gegevens uitgewisseld tussen een extern MIDI-apparaat of een computer en de DTXPRESS. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de MIDI-gegevensindeling.
Wat is MIDI?
MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een internationale standaard die het mogelijk maakt instrumenten en computers met elkaar te verbinden voor het verzenden en ontvangen van muziek en andere gegevens. Dankzij deze standaard kunnen computers en instrumenten van verschillende fabrikanten en typen met elkaar communiceren.
Met behulp van MIDI kan de DTXPRESS de volgende bewerkingen uitvoeren. Raadpleeg de sectie |Connecting a MIDI Device| (p. 12) voor meer informatie over het aansluiten van externe MIDI-apparaten.
● Bulk Dump/Bulk In
Instellingsgegevens van de DTXPRESS kunnen naar een extern MIDI-apparaat of een computer worden verzonden (Bulk Dump). Wanneer u op de DTXPRESS een apparaat aansluit met een opslagfunctie, zoals de Yamaha MDF3, kunt u een reservekopie maken van uw gegevens en een bibliotheek aanleggen.
Bovendien kunnen de gegevens die in een extern apparaat zijn opgeslagen, worden teruggezonden naar de DTXPRESS (Bulk In).
- Gesynchroniseerd afspelen met externe MIDI-apparaten
Wanneer u twee MIDI-apparaten die gebruikmaken van tempogegevens, zoals sequencers, met elkaar verbindt, moet het ene apparaat de tempogegevens (clock) volgen die door het andere apparaat worden verzonden (sync).
De afgespeelde gegevens van een externe sequencer kunnen worden gesynchroniseerd met behulp van de song en metronoomclick van de DTXPRESS. Tevens kan de song-weergave van de DTXPRESS worden gesynchroniseerd met een externe sequencer.
● MIDI-gegevens verzenden en ontvangen
- De toongenerator van de DTXPRES kan worden aangestuurd door MIDI-song-gegevens (sequencegegevens) uit een extern MIDI-apparaat. Deze song-gegevens kunnen tegelijk worden opgenomen met de muziek die u op de DTXPRESS maakt.
- U kunt wisselen tussen de drumsets van de DTXPRESS en de song-weergave kan worden geregeld vanuit een extern MIDI-apparaat.
- Gegevens van de hi-hatcontroller kunnen via MIDI worden verzonden.
Ook allerlei andere MIDI-gegevens kunnen worden verzonden en ontvangen.
Raadpleeg onder andere de secties [Drum Kit Voice Edit Mode] (p. 15), [Utility Mode] (p. 27) en [MIDI Data Format], (p. 50) in de "Reference Guide" voor meer informatie.
■ Computer aansluiten
U kunt de DTXPRESS op twee manieren aansluiten op een computer:
- U verbindt de seriële poort van de computer rechtstreeks met de TO HOST-aansluiting van de DTXPRESS.
- U verbindt de MIDI-IN-aansluiting van de DTXPRESS met de computer via een MIDI-interface.
1. Seriële poort van de computer direct verbinden met de TO HOST-aansluiting van de DTXPRESS.
De aansluiting en signaaloverdracht tussen een computer en de DTXPRESS is in principe voor elke computer gelijk.

Verbind de apparaten met een kabel en stel de HOST SELECT-schakelaar in op het type seriële poort en de klok die door de computer worden gebruikt. Lees de instructies aan de rechter-zijde van deze pagina aandachtig door en kies een kabel die past bij de gebruikte computer.
Tip
Het binnenkomende signaal uit de TO HOST-aansluiting wordt zowel naar de toongenerator en sequencer als naar de MIDI OUT-aansluiting van de DTXPRESS verzonden. Op dat moment wordt alleen een bericht over het ingestelde poort-nummer in de modus Utility [2-10. Host Thru Port] (Reference Guide : p. 32) naar de MIDI OUT-aansluiting verzonden.
De signalen uit de toongenerator en sequencer worden samengevoegd met het signaal uit de MIDI IN-aansluiting en naar de TO HOST-aansluiting verzonden.
2. MIDI IN-aansluiting verbinden met een MIDI-interface
- A is uw computer is voorzien van een MIDI-interface, moet u de MIDI OUT-aansluiting op de computer verbinden met de MIDI IN-aansluiting op de DTXPRESS. Zet de HOST SELECT-schakelaar in de stand "MIDI".
- Als u een Macintosh-computer met een externe MIDI-interface wilt aansluiten, verbindt u de MIDI-interface met de RS-422-aansluiting (modem- of printerpoort) van de computer en verbindt u de MIDI OUT-aansluiting op de interface met de MIDI IN-aansluiting op de DTXPRESS. Zet de HOST SELECT-schakelaar in de stand "MIDI".
* W anneer de HOST SELECT-schakelaar in de stand "MIDI" is gezet, wordt de transmissie en ontvangst via de TO HOST-aansluiting genegeerd.
Kabels voor computeraansluiting
● Mac
Apple Macintosh Peripheral-kabel (M0197)
Maximumlengte 2 meter

● PC-1
8-pins MINI DIN naar D-SUB 25-pins kabel
Wanneer u een PC-1 computer met een 9-pins seriële poort hebt, gebruik dan een kabel van het type PC-2. Maximumlengte 1,8 meter

● PC-2
8-pins MINI DIN naar D-SUB 9-pins kabel
Maximumlengte 1,8 meter

Toongenerator 16-bits AWM2
Maximumpolyfonie 32
Voices 910 drum-/percussievoices en effecten
32 persoonlijke geheugenlocaties
Triggerinstellingen 7 standaardtriggers
4 persoonlijke geheugenlocaties
Hoofdsong Start/Stop, Note Chase
Padsong 3 songs die tegelijk kunnen worden gespeeld, Trigger Control
Overige sequencerfuncties MIDI sync play, Kwantisering (tijdens opname, in modus Song
Edit Job)
Mute (Rhythm Mute, Drum Instrument Mute), Groove Check
Song 95 standaardsongs
32 persoonlijke geheugenlocaties
Opnamemodi Real-time
Bedieningselementen
LED-toetsen 6 (PLAY, TRIGGER, UTILITY, VOICE, CLICK, SONG)
Toetsen 9 (START/STOP, SAVE/ENTER, SHIFT, PAGE▲/▼, Select ◀/▶, VALUE-/+
Venster 16 x 2 LCD-venster (met achtergrondverlichting)
Aansluitingen
Voorpaneel Aux input (stereo mini-aansluiting)
Hoofdtelefoon (stereo hoofdtelefoonaansluiting)
Achterpaneel MIDI-ingang/uitgang
Voetcontroller (stereo hoofdtelefoonaansluiting)
HOST SELECT SW
TO HOST (mini-DIN-aansluiting)
Uitgang L/MONO (mono hoofdtelefoonaansluiting)
Uitgang R (mono hoofdtelefoonaansluiting)
Triggeringangen 1-8 (stereo hoofdtelefoon → L : triggeringang, R : randschakelaar)
Triggeringang 9/10 (stereo hoofdtelefoon → L, R : triggeringang)
Schakelaar voor triggerdemping 1-6 (DIP SW)
Stroomvoorziening Gelijkstroom 12 V/netvoedingsadapter (PA-3B of PA-3C)
Stroomverbruik 4,8 Watt
Afmetingen (B x H x D) 220 x 240 x 44 mm
Gewicht 1,6 kg
Accessoires Gebruikershandleiding (Basisgids, Reference Guide)
Netvoedingsadapter
Foutberichten
Wanneer onjuiste instellingen of bewerkingen zijn aangetroffen of een abnormale bewerking is uitgevoerd, verschijnt een foutbericht. Raadpleeg het onderstaande foutbericht en corrigeer de fout.
ERROR
Data Initialized
Dit bericht verschijnt als de gegevens niet juist kunnen worden gelezen nadat het apparaat is aangezet. Mogelijk zijn de backup-RAM-gegevens beschadigd of is de interne accu bijna leeg. Neem contact op met de dichtstbijzijnde service-afdeling van Yamaha of de dealer waar u het apparaat hebt gekocht.
WARNING
Battery Low
De interne accu is bijna leeg. Persoonlijke gegevens worden mogelijk gewist. Neem contact op met de dichtstbijzijnde service-afdeling van Yamaha of de dealer waar u het apparaat hebt gekocht.
ERROR
MIDI Buffer full
Het apparaat heeft te veel MIDI-gegevens ontvangen om deze in één keer te verwerken. Verminder de hoeveelheid gegevens die in één keer wordt verzonden en probeer het opnieuw.
ERROR
HOST is Offline
De computer die op het apparaat is aangesloten, is uitgeschakeld of onjuist aangesloten. Controleer de kabelaansluitingen en de spanning en probeer het opnieuw.
ERROR
Check Sum Error
Het controletotaal voor de ontvangen gegevens is onjuist. Controleer het controletotaal van de gegevens die worden verzonden.
ERROR
Illegal Data
Er is een fout opgetreden tijdens de ontvangst van de gegevens. De gegevens zijn mogelijk beschadigd. Controleer de gegevens die worden verzonden.
CANJ T EDIT
PRESET SONG
Er is een fout opgetreden tijdens het bewerken van de standaardsong. Een standaardsong kan niet worden bewerkt.
ERROR
SEQ is Running
De bewerking kan niet worden uitgevoerd terwijl de sequencer actief is. Stop de sequencer en probeer het opnieuw.
ERROR
Data not Empty
Dit bericht verschijnt wanneer u op een spoor wilt opnemen dat al gegevens bevat. Selecteer een leeg spoor en probeer het opnieuw.
ERROR
Memory Full
De geheugencapaciteit voor persoonlijke songs is overschreden. Wis ongewenste songs om geheugen vrij te maken en probeer opnieuw op te nemen. Verplaats songs die u wilt bewaren nu naar een extern MIDI-apparaat met behulp van de functie Bulk Dump.
De DTXPRESS produceert geen geluid en herkent de triggerinvoer niet.
- Is de pad of de triggersensor goed aangesloten op de triggeraansluiting van de DTXPRESS? (→ p. 10)
- Is de volumeknop op het voorpaneel in de laagste stand gedraaid? (→ p. 8)
- Wordt het invoerniveau weergegeven wanneer er op de pad wordt geslagen? (→ Reference Guide : p. 12 [1-2. Gain, Minimum Velocity])
- Is de ingangsversterking te laag ingesteld? (m Reference Guide : p. 12 [1-2 Gain, Minimum Velocity])
- Is in de modus Utility de schakelaar voor de functie Trigger Bypass [1-2 Trigger Bypass] ingesteld op "ON"? (→ Reference Guide : p. 28)
- Is in de modus Drum Kit Edit het volume ingesteld op "0"? [1-2 Volume, Pan] (→ Reference Guide : p. 17) of [5.1 Volume] (m Reference Guide : p. 23)
- Controleer in de modus Utility de instelling van het lokale bedieningselement voor volume. Als hier "off" is ingesteld, produceert de DTXPRESS geen geluid wanneer er op de pads wordt geslagen. (→ Reference Guide : p. 31 [2-6. Device Number, Local Control]).
- Gebruikt u een goede kabel?
De externe toongenerator produceert geen geluid.
- Is de MIDI-kabel (connector) goed aangesloten? (→ p. 12)
- Zijn de juiste waarden gebruikt voor de MIDI-nootnummers? (→ Reference Guide : p. 18 [1-7 Channel, Gate Time])
- Is in de modus Utility de schakelaar voor de functie Trigger Bybass [1-2 Trigger Bypass] ingesteld op "ON"? (→ Reference Guide : p. 28)
Er wordt een andere voice geproduceerd dan de voice die is ingesteld.
- Is het MIDI-kanaal dat voor verzenden wordt gebruikt ingesteld op een kanaal dat niet wordt gebruikt voor de drumvoice (ch=10)? (→ Reference Guide : p. 18 [1-7. Channel, Gate Time])
- Is de parameter Voice=2 ingesteld voor een voice die uit twee lagen bestaat? (→ Reference Guide : p. 17 [1-1 voice])
Er wordt geluid geproduceerd maar de gevoeligheid ligt te laag (volume te laag).
- Is de ingangsversterking te laag ingesteld? (→ Reference Guide : p. 12 [1-2 Gain, Minimum Velocity])
- Pads met volume-instellingen voor uitvoer of gevoeligheid moeten worden aangepast (verhoogd).
- Is de minimumvelocity te laag ingesteld? (→ Reference Guide : p. 12 [1-2 Gain, Minimum Velocity])
- Wordt er een juiste velocitycurve gebruikt? (→ Reference Guide : p. 12 [1-2 Gain, Minimum Velocity])
- Is het volume van de gewenste voice te laag? (→ Reference Guide : p. 17 [1-2 Volume, Pan])
- Is het slagvel te oud?
- Wijzig op het achterpaneel de instelling van INPUT ATTENUATION. (→ p. 9)
Het triggergeluid is niet stabiel (bij akoestische drums).
- Controleer de informatie bij "Er wordt geluid geproduceerd maar de gevoeligheid ligt te laag (volume te laag)" hierboven.
- Is het juiste padtype ingesteld? Selecteer een hogere waarde voor padtype (DT snare → DT hi tom → DT lo tom → DT kick 1 → DT kick 2) (m Reference Guide : p. 12 [1-1. Pad Type])
- Is de DT 20 goed met tape bevestigd? (Is er gebruikte tape achtergebleven op het slagvel?) (→ p. 11)
- Is de kabel goed aangesloten op de DT20-aansluiting?
Er worden dubbele triggers geproduceerd.
- Gebruikt u een sensor die niet door Yamaha is gemaakt? Als het signaal te sterk is, kan dit dubbele triggers veroorzaken.
- Veroorzaakt het slagvel ongelijke vibraties? Het kan nodig zijn om het slagvel te dempen.
- Is de sensor ongeveer in het midden van het slagvel aangebracht? Plaats de sensor meer naar de rand (boven de draagrand). (→ p. 11) .
- Komt de sensor nog tegen iets anders aan?
- Pads met volume-instellingen voor uitvoer of gevoeligheid moeten worden aangepast (verlaagd).
- Stel bij Rejection een hogere parameterwaarde in. Echter, als er een te hoge waarde wordt ingesteld, kan het geluid worden gedempt wanneer er tegelijkertijd op een andere drum wordt geslagen. (→ Reference Guide : p. 13 [1-4 Self-Rejection, Rejection])
- Gebruik Self-Rejection. (→ Reference Guide : p. 13 [1-4 Self-Rejection, Rejection])
- Wijzig op het achterpaneel de instelling van INPUT ATTENUATION (→ p. 9)
Er wordt overspraak geproduceerd.
- Plaats de sensoren (DT20, enzovoort) verder uit de buurt van de drums.
- Is de ingangsversterking te hoog ingesteld? (→ Reference Guide : p. 12 [1-2 Gain, Minimum Velocity])
- Stel bij Rejection een hogere parameterwaarde in. Echter, als er een te hoge waarde wordt ingesteld, kan het geluid worden gedempt wanneer er tegelijkertijd op een andere drum wordt geslagen. (→ Reference Guide : p. 13 [1-4 Self-Rejection, Rejection])
- Als de overspraak wordt geproduceerd bij bepaalde triggerinvoer, gebruik dan de optie Specific Rejection (→ Reference Guide : p. 13 [1-5 Specific Rejection])
Geluiden worden afgebroken bij continu spelen.
- De maximumpolyfonie van 32 voices kan zijn overschreden. Stel in de modus Drum Kit Voice Edit (2-3. Alternate Group, Key Assign Mode) ( → Reference Guide : p. 19] de waarde bij "Key" in op "semi" of "mono".
Er is één geluid hoorbaar wanneer er op twee pads (drums) wordt gespeeld.
- Verhoog de ingangsversterking van de pad (drum) die geen geluid produceert. (→ Reference Guide : p. 12 [1-2. Gain, Minimum Veleocity])
- Verlaag voor de pad die geen geluid produceert de waarde die is ingesteld voor Rejection. (→ Reference Guide : p. 13 [1-4. Self-Rejection, Rejection])
- Zijn beide pads in het venster van de modus Drum Kit Voice Edit toegewezen aan dezelfde groep [2-3 Alternate Group, Key Assign Mode] (→ Reference Guide : p. 19)?
Het geluid is altijd hard.
- Is de ingestelde minimumwaarde van de minimumvelocity te hoog? (→ Reference Guide : p. 12 [1-2 Gain, Minimum Velocity])
- Wordt er een juiste velocitycurve gebruikt? (→ Reference Guide : p. 13 [1-3 Velocity Curve])
- Gebruikt u een sensor die niet door Yamaha is gemaakt? Het uitgangsniveau is wellicht te hoog.
- Zet de INPUT ATTENUATION-schakelaar op het achterpaneel om. (→ p. 9)
De DTXPRESS ontvangt geen schakelaar- of triggersignalen.
- Herstel de fabrieksinstellingen wanneer u toegang hebt tot de modus Utility. De instellingen van de DTXPRESS worden teruggezet naar de fabriekswaarden.
- Zet de aan/uit-schakelaar achtereenvolgens uit en aan terwijl u de toetsen [PAGE▲] en [PAGE▼] ingedrukt houdt. De fabrieksinstellingen van de DTXPRESS worden hersteld.
Het geluid stopt niet.
- Voor sommige voices geldt een zeer lange releasetijd wanneer de parameter "key off" is ingesteld op "disable" [2-5. Key Off Enable] (→ Reference Guide : p. 20). Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [VOICE] om het geluid tijdelijk te stoppen.
Register van dit boek
A
Akoestische drums 11
AUX IN 8,13
B
Battery Low 4
BEGELEIDINGSVOLUME 8,16,18
C
CLICK 8,17,18,19
Drumset drumset wijzigen (selecteren) 16, 19
drumsetnaam 23
eigen drumset maken 22
Drumtrigger 11
Drumvoice 19
DT 20....11
Dubbele trigger 29
G
Gesynchroniseerd afspelen 25
Groove Check 17
H
HI HAT CONTROL-aansluiting 9
Hi-hat
hi-hatcontroller 9,10,32
Hoofdtelefoon 8,13,16
HOST SELECT-schakelaar 9,26
1
INPUT ATTENUATION 9
Interne accu 4
Invoerbron 22
Invoergevoeligheid 9,10
K
Kwantiseringsfunctie ....20
M
Metronoom 12, 18, 19
MIDI 12,25
aansluitingen 12
Bulk Dump 25
Bulk In 25
MIDI IN/OUT-aansluiting 9
MIDI-apparaat 12
Mute
drum uitschakelen met Mute ....19
drumpartij (Rhythm Mute) 18
0
Ongedaan maken 21
Opnemen 12,20
Opslaan OUTPUT-aansluiting 9,12
P
Pad 10
Pan 22
PHONES-aansluiting 18, 13
POWER/VOL 8,16,18
R
Replace 20,21
s
Sequencer 20
Serièle kabel 26
Seriële poort 26
Snoerhaak 9,13
Song drumpartij uitschakelen met Mute .... 18
gegevens wissen (song/spoor) 21
opnemen 20
persoonlijke song 20
song beluisteren 18
song selecteren 18
songnaam 21
standaardsong ....18
tempo wijzigen 18
Spoor 20
Stroomvoorziening 8,9,13,16
T
TO HOST-aansluiting 9,26
Triggeraansluiting 9,10
Tuning 22
U
Uitschakelfrequentie 23
V
Voice
decay wijzigen 22
helderheid van de voice wijzigen 23
opslaan 25
pan wijzigen 22
reverbniveau wijzigen 23
tuning (toonhoogte) wijzigen 22
volume wijzigen 16,22
volumebalans wijzigen 23
Volume
begeleidingsvolume 8, 16, 18
assdrumvolume 16,28
clickvolume 8,16,18
hoofdvolume 8,16,18
snaredrumvolume 16
songvolume 18
W
Weergavekwaliteit 16
Neem voor meer productinformatie contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of de onderstaande officiële distributeur.
NORTH AMERICA
CANADA
Yamaha Music Nederland
Kanaalweg 18G, 3526KL, Utrecht, The Netherlands
Tel: 030-2828411