Schaak - Spel Tactic - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Schaak Tactic in PDF-formaat.
| Producttype | Schaakspel |
| Merk | Tactic |
| Model | Schaak |
| Categorie | Spellen |
| Aantal spelers | 2 |
| Leeftijdsadvies | 6+ |
| Materiaal | Kunststof |
| Inhoud van de doos | 32 schaakstukken (1 koning, 1 dame, 2 torens, 2 lopers, 2 paarden, 8 pionnen per kleur) en 1 speelbord |
| Afmetingen speelbord | circa 40 x 40 cm |
| Gewicht | circa 1 kg |
| Batterijen | Niet van toepassing |
| Veiligheidswaarschuwing | Niet geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar vanwege kleine onderdelen |
| Onderhoud | Reinigen met een droge of licht vochtige doek |
| Reparatie en reserveonderdelen | Neem contact op met de fabrikant voor reserveonderdelen |
| Functies | Basisregels van schaken, rochade, pionpromotie, en passant |
| Speelduur | Varieert, gemiddeld 30-60 minuten |
Veelgestelde vragen - Schaak Tactic
Gebruikersvragen over Schaak Tactic
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Spel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Schaak - Tactic en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Schaak van het merk Tactic.
GEBRUIKSAANWIJZING Schaak Tactic
De dames staan altijd op hun eigen kleur, dat wil zeggen de witte dame op een wit veld en de zwarte dame op een zwarte veld.
Eén speler speelt met de witte figuren, de ander met de zwarte. Wit mag altijd beginnen.
Beide spelers hebben hetzelfde aantal figuren (afb. 1). (koning-dame-torens-lopers-paarden-pionnen).
1 koning 2 lopers 1 dame
2 paarden 2 torens 8 pionnen
Het bewegen van de figuren
De koning:
Mag telkens één plaats verzet worden in alle richtingen (afb. 2). Hij heeft tegenover de andere figuren het voorrecht, dat hij niet geslagen kan worden, maar dat hij met de uitspraak "schaak" voor gevaar en bedreiging door de tegenstander gewaarschuwd wordt.
De dame:
Is de sterkste figuur uit het spel, omdat ze zich in 8 richtingen over alle velden mag bewegen. (tot aan de rand van het speelbord) (afb. 4). Daarmee staat ze bovenaan met betrekking tot de bewegingsvrijheid.
De toren:
Kan zich horizontaal of verticaal over alle beschikbare velden bewegen (afb. 5). Figuren van de tegenstander kan hij op deze velden slaan.
De loper:
Elke speler heeft twee lopers, één op een zwart en één op een wit veld. Gedurende het spel mogen de lopers niet van kleurveld veranderen. Lopers mogen diagonaal in 4 richtingen over een aantal velden verplaatst worden (afb. 6). De loper rechts van de koning heet koningsloper en links naast de dame damesloper.
Het paard:
Mag als enige springen over andere figuren. Men kan zijn bewegingen één veld rechtdoor en één veld scheef noemen. Dat betekent dat een paard altijd na zijn sprong op een veld van een andere kleur terecht komt, als waar hij vandaan gekomen is. Daarmee heeft het paard een grote bewegingsvrijheid (afb. 7).
De pion:
Mag indien hij voor de eerste maal gespeeld wordt 2 plaatsen naar voren gaan. Daarna mag hij slechts 1 plaats naar vor gespeeld worden. Het is de enige figuur die in één richting gespeeld mag worden. Bij het slaan echter mag hij uitsluitend schuin links of schuin rechts één plaats naar voren gaan (afb. 8).
Lukt het een de andere zijde van het speelbord te bereiken, dan mag men deze pion omruilen voor een stuk naar keuze. (behalve de koning). Ongeacht of deze stukken al in het veld staan of niet.
De rochade:
Is een dubbele zet waarbij de koning en de toren gelijktijdig worden verplaatst
om de koning te beschermen. Er is een onderscheid tussen de korte rochade en de lange rochade. Bij de rochade wordt altijd de toren bij de koning geplaatst en de koning over de toren ernaast (afb. 3).
De rochade mag uitsluitend uitgevoerd worden indien:
a) de koning en de betreffende toren nog niet gespeeld is. b) de koning niet “schaak” staat. c) geen figuren van beide spelers tussen de koning en de toren staan. d) de koning niet over een door de tegenstander bedreigd veld moet gaan of op het veld waarna hij na de rochade aankomt.
Schaakmat
Wordt de koning door een tegenstander bedreigd, moet deze schaak zeggen. Nu moet de koning proberen zich uit deze bedreiging te bevrijden.
Het doel van het spel is de koning van de tegenpartij mat te zetten. Bij mat behoren twee punten t.w.:
- de koning moet op zijn veld aangevallen en in schaak staan.
- alle vluchtwegen moeten afgesneden zijn.
Remise
Bij het schaken kan het voorkomen, dat geen van beide spelers de andere tot mat kan brengen. Dan spreekt men van remise.
De volgende regels en tips zijn belangrijk
- Na de eerste fase van het spel, de opening, speelt men de stukken uit
de basisopstelling in een stelling, die in de tweede fase, het middenspel, als uitgangspunt voor de strijd dient. Hierna wordt een stelling opgebouwd die in de derde fase, het eindspel, tot mat moet lijden.
-
Bij het slaan van een stuk van de tegenstander wordt dit van het speelbord genomen.
-
Een vroege rochade is belangrijk om de koning te beschermen.
-
Open velden waarop geen pionnen staan, zal men zo snel mogelijk bezetten met stukken, zoals toren, dame of lopers, waardoor de tegenstander in zijn bewegingen beperkt wordt.
-
Bovendien moet men erop letten, dat zijn eigen stukken zoveel mogelijk door andere worden beschermd.
