Zonar - Fiets Batavus - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Zonar Batavus in PDF-formaat.
| Producttype | Fiets (stadsfiets) |
| Merk | Batavus |
| Model | Zonar |
| Categorie | Stadsfiets / Citybike |
| Framemateriaal | Staal (geschat) |
| Gewicht (ca.) | 15-20 kg |
| Wielmaat | 28 inch |
| Versnellingen | Derailleur (7/8/9 versnellingen) |
| Remmen | V-brake (velgrem) of schijfrem |
| Zadelverstelling | Hoogte en positie instelbaar |
| Stuurverstelling | Verstelbare Aheadset |
| Bandenspanning | 4-6 bar (zie band) |
| Garantie frame | 10 jaar |
| Garantie onderdelen | 2 jaar (uitgezonderd slijtdelen) |
| Onderhoud | Reinigen met warm water en milde zeep; ketting smeren |
| Veiligheidscontrole | Controleer remmen, verlichting, banden, bouten |
| Band plakken | Mogelijk met reparatieset (zie handleiding) |
| Kettingonderhoud | Raadpleeg dealer voor reiniging |
| Elektrische ondersteuning | Nee |
Veelgestelde vragen - Zonar Batavus
Gebruikersvragen over Zonar Batavus
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Zonar - Batavus en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Zonar van het merk Batavus.
GEBRUIKSAANWIJZING Zonar Batavus
- Inleiding ....3
- Garantie ....4
- Veiligheid 6
3.1 Het gebruik van de fiets 6
3.2 Vervoer per auto....6
- Checklist 7
4.1 Voordat u vertrekt of na een eventuele valpartij ....7
- Zadel 8
5.1 Hoogteafstelling algemeen....8
5.2 Positieafstelling algemeen 9
5.3 Positieafstelling met zadelbout....9
- Stuur 10
6.1 Afstellen verstelbare Aheadset....11
6.2 Afstellen Hybride model 11
6.3 Afstellen geïntegreerde stuurpen (Aheadset) 12
6.4 Afstellen verende voorvork....12
- Versnellingen 13
- Ketting 14
- Remmen 15
9.1 Schijfrem 15
9.2 V-brakes....16
9.3 Knijprem (velgrem)....16
- Wielen ....17
10.1 Band plakken 17 - Technische gegevens ....19
11.1 Aanhaalmomenten....19
Inleiding1.
Gefeliciteerd met de aankoop van uw Batavus fiets.
Lees deze instructies aandachtig en bewaar ze onder handbereik om in de toekomst te kunnen raadplegen. Handel steeds volgens de adviezen en tips die in deze instructies vermeld staan.
Deze instructies bevatten tips en adviezen die uw rijcomfort en veiligheid ten goede komen.
De fabrikant kan echter niet uitsluiten dat er schade kan onstaan, ondanks het nauwkeurig opvolgen van deze adviezen en tips. U kunt aan deze instructies dan ook geen rechten ontlenen (met uitzondering van de daarin verleende garantie). Voor eventuele schade is de fabrikant niet aansprakelijk, tenzij dit volgt uit dwingendrechtelijke wetsbepalingen.

Raadpleeg uw dealer:
• Bij vragen en/of klachten;
- Voor het jaarlijks onderhoud van uw fiets (bij voorkeur vóór het invallen van de winter of voorafgaand aan een vakantietrektocht).

Schoonmaken:
- Gebruik uitsluitend warm water met een milde vloeibare zeep en een katoenen doek voor de grote oppervlakken;
- Vet aluminium, chroom en stalen delen in met zuurvrije vaseline om oxidatie tegen te gaan.
- Niet toegestaan:
- sterke chemische middelen zoals chloorbleek, ammoniak of soda;
- tuinslang of hogedrukspuit om gelagerde draaipunten niet te beschadigen.
Deze zijn waterafstotend maar niet waterdicht;
- Vermijd bij het schoonmaken van de fiets dat er water in de binnenpoten van de verende voorvorken komt.
Verklaring pictogrammen:

Let op: raadpleeg uw dealer

Let op / waarschuwing
Garantie2.
Garantiebepaling voor Batavus fietsen
Indien u van de Batavus garantie gebruik wilt maken, moet u altijd het aankoopbewijs en het 'Bewijs van Eigendom' aan de dealer en/of aan Batavus bv kunnen overhandigen. Hieronder vindt u de garantiebepalingen. Voor garantiezaken kunt u altijd terecht bij de Batavus dealer, welke de kennis heeft om dit conform de garantiebepalingen af te handelen.
Artikel 1 Garantie
1.1 Batavus bv garandeert dat Batavus fietsen vrij zijn van constructie- en/of materiaalfouten en/of roestvorming, een en ander voor zover dat volgt uit deze garantiebepalingen.
1.2 De garantie kan uitsluitend worden ingeroepen door de eerste eigenaar van de betreffende Batavus fiets.
1.3 De garantie vervalt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3.1 en 5.1.
1.4 De garantie is niet overdraagbaar.
1.5 De door Batavus op grond van deze voorwaarde verstrekte garantie laat onverlet de mogelijkheid om de verkoper aan te spreken op grond van de gewone, wettelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2 Garantieperiode
2.1 Batavus frames en ongeveerde voorvorken worden gedurende 10 jaar gegarandeerd op constructie- en/of materiaalfouten.
2.2 Voor verende voorvorken, dempers, en alle overige onderdelen, met uitzondering van de in de paragraaf 2.4 genoemde onderdelen, geldt dezelfde garantie gedurende een periode van 2 jaar.
2.3 Voor lakwerk van frame en vork geldt voor roestvorming van binnenuit een garantie van 2 jaar.
2.4 Op onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, zoals banden, ketting, kettingbladen, freewheel, achtertandwielen, kabels en remblokken wordt geen garantie gegeven, tenzij sprake is van constructie- en/of materiaalfouten.
2.5 Voor overige lak- en chroomdelen geldt voor roestvorming, mits goed onderhouden, een garantie van 2 jaar.
Artikel 3 Garantie-uitsluitingen
3.1 In de navolgende gevallen, ter beoordeling van Batavus, vervalt de garantie:
a. Onjuist en/of onzorgvuldig gebruik van de fiets en gebruik dat niet overeenkomstig de bestemming is;
b. De fiets is niet conform deze informatie of deze instructies onderhouden;
c. Technische reparaties zijn niet op vakkundige wijze verricht;
d. Naderhand gemonteerde onderdelen komen niet overeen met de technische specificaties van de betreffende fiets of zijn onjuist gemonteerd;
e. Indien het bewijs van eigendom, waaruit blijkt dat de fiets vakkundig is afgemonteerd en gecontroleerd alvorens deze aan de klant werd afgeleverd, niet aanwezig is of niet door de erkende Batavus dealer is ondertekend.
3.2 Voorts wordt uitdrukkelijk uitgesloten aansprakelijkheid van Batavus bv voor schade aan (onderdelen van) de fiets als gevolg van:
a. Foutieve afstelling/spanning van stuur, stuurpen, zadel, zadelpen, derailleurset, remmen, snelsluiters van de wielen en zadels;
b. Niet tijdig vervangen van onderdelen zoals rem-/derailleurkabels, remblokken, banden, ketting en tandwielen;
c. Klimatologische invloeden zoals normale verwering van lak of chroomroest.
Artikel 4 Garantie onderdelen
4.1 Gedurende de garantieperiode zullen alle onderdelen, waarvan door Batavus bv is vastgesteld dat sprake is van een materiaal- en/of constructiefout, naar keuze van Batavus bv worden gerepareerd dan wel worden vergoed.
Eventuele kosten van (de-)montage zijn voor rekening van de eigenaar.
4.2 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid komt bij materiaal- en/of constructiefouten bij frames en voorvorken gedurende 3 jaar na aankoopdatum ook het arbeidsloon voor rekening van de fabrikant.
4.3 Kosten van transport van de fiets en/of onderdelen van en naar Batavus bv komen voor rekening van de eigenaar, tenzij het betrokken onderdeel voor garantie in aanmerking komt.
4.4 Indien een bepaald onderdeel voor garantie in aanmerking komt en het origineel niet meer leverbaar is, dan zorgt Batavus bv voor een minimaal gelijkwaardig alternatief.
Artikel 5 Indienen van een claim
5.1 Claims onder deze garantie dienen – onder aanbieding van de fiets of het betreffende onderdeel – via de Batavus dealer bij wie de fiets is gekocht, te worden ingediend. Gelijktijdig moet het bewijs van aankoop alsmede het bij de fiets geleverde bewijs van eigendom aan de dealer worden overhandigd.
5.2 Indien de eigenaar is verhuisd of de dealer niet meer beschikbaar is, zal Batavus bv desgevraagd opgaaf doen van de dichtstbijzijnde Batavus dealer.
Artikel 6 Aansprakelijkheid
6.1 Een door Batavus bv gehonoreerde garantieclaim betekent niet automatisch dat Batavus bv ook aansprakelijkheid aanvaardt voor eventuele geleden schade. De aansprakelijkheid van Batavus bv strekt zich nooit verder uit dan is omschreven in deze garantievoorwaarden. Iedere aansprakelijkheid van Batavus bv voor gevolgschade wordt uitdrukkelijk uitgesloten. Het gestelde in deze bepaling geldt niet indien en voor zover zulks voortvloeit uit een dwingendrechtelijke rechtsbepaling.
Veiligheid3.
Het gebruik van de fiets3.1

- Respecteer de verkeersregels.
• Zorg dat de uitrusting van uw fiets voldoet aan de wettelijke minimumeisen. - Vermijd hevige schokken en extreme belastingen.
- Vermijd oneigenlijk gebruik, zoals forceren en demonteren van, of het eigenhandig aanbrengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer.
- Zijn alle bouten en moeren nog goed aangehaald?
- Bij een hydraulische rem is het niet toegestaan zelf leidingen te demonteren of door te knippen. Er staat namelijk een grote druk op de interne vloeistof (meestal olie).

Onderdeel Controleer en raadpleeg zonodig uw dealer
| Zadel Let op de jaslengte! Bij het afstappen kan de jas achter hetzadel blijven hangen en zorgen voor een onveilige situatie. |
| Stuur Stel het stuur niet af tijdens het fietsen. Stap altijd af.Bij modellen met een hendel is het niet toegestaan de hendel te openen zonder eerst de veiligheidssluiting in te drukken.Hang geen kinderzitje, tassen of andere dingen aan de stuurbocht.De maximale stuurbelasting is 5 kg. |
Handvatten Vervang gescheurde of loszittende handvatten onmiddellijk.
| Pedalen Pas op met harde en/of leren zolen. Er bestaat, vooral bij re-gen en nat weer, een risico om van de pedalen af te schieten.Zorg voor schoeisel met voldoende grip. |
| Remmen Bij nat weer is de remweg langer.Bij lange(re) afdalingen is het veiliger om gedoseerd te rem-men om oververhitting van de remblokjes te vermijden.Rem nooit alleen met de voorrem. Het voorwiel kan hierdoor makkelijk blokkeren en een valpartij veroorzaken. |

Let op: raadpleeg uw dealer als bovengenoemde punten niet in orde zijn en/of er onderdelen loszitten, verbogen of beschadigd zijn.

Bij het vastdraaien van bouten en moeren is de juiste kracht waarmee dit gebeurt zeer belangrijk. In verband met uw eigen veiligheid adviseren wij u uw dealer te raadplegen.
Vervoer per auto3.2

Verwijder alle accessoires die kunnen lostrillen van de fiets (pomp, bidon, fietscomputer, enzovoort). Schakel de batterijen van het automatische achterlicht uit.
Controleer:
Of de fietsendrager goed gemonteerd is;•
Of de verlichting daarvan goed werkt;•
Of de kentekenplaat goed zichtbaar is;•

- Let op de kogeldruk van uw trekhaak van uw auto.
Checklist 4.
Voordat u vertrekt of na een eventuele valpartij4.1

• Respecteer de verkeersregels.
• Zorg dat de uitrusting van uw fiets voldoet aan de wettelijke minimumeisen.
• Vermijd hevige schokken en extreme belastingen.
- Vermijd oneigenlijk gebruik, zoals forceren en demonteren van, of het eigenhandig aanbrengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer.
- Zijn alle bouten en moeren nog goed aangehaald?
- Bij een hydraulische rem is het niet toegestaan zelf leidingen te demonteren of door te knippen. Er staat namelijk een grote druk op de interne vloeistof (meestal olie).

Onderdeel Controleer en raadpleeg zonodig uw dealer
| Stuur Zitten de handvatten goed vast?Is het stuur of de stuurpen verbogen of beschadigd na een valpartij? In geval van een verstelbare stuurpen controleer of deze goed vergrendeld is.Voelt u trillingen aan het stuur? |
| Remmen Vertonen de kabels geen knikken of rafels?Zijn de remblokjes schoon, vetvrij en niet versleten?Is de remkracht voldoende? (Deze is voldoende als u de rem-grepen niet verder dan een kwart tot de helft kunt inknijpen.) |
| Wielen Zit er geen ‘slag’ in het wiel?Zijn er geen spaken los?Bij aluminium velgen met een ‘Safetyline’: is de strip zichtbaar of is de groef niet verdwenen?Is de bandenspanning voldoende?Is het loopvlak van de banden niet versleten? Vertoont het geen zwakke plekken of bobbels?Is de zijreflectie van de banden schoon? |
| Versnellingen Werken alle versnellingen?Schiet een versnelling spontaan ‘door’ of ervaart u gekraak? |
| Pedalen Zijn de reflectoren schoon?Hebben de pedalen voldoende grip?Hebben de pedalen een nog net voelbare speling?Zitten de pedalen goed vast aan de cranks? |

Let op: raadpleeg uw dealer als bovengenoemde punten niet in orde zijn en/of er onderdelen loszitten, verbogen of beschadigd zijn.

Let op bij het vastdraaien van bouten en moeren is de juiste kracht waarmee dit gebeurt zeer belangrijk. In verband met uw eigen veiligheid adviseren wij u uw dealer te raadplegen.
Zadel5.
Typen zadels

A Hoogteafstelling met klemring zie 5.2
B Positieafstelling met zadelbout zie 5.4 (uitvoering met 1 of 2 bouten)

- Let op voor ruwe oppervlakken bij het parkeren van de fiets om beschadiging aan het zadel te voorkomen.
- Door weersinvloeden kunnen zadeloppervlakken afgeven. Gebruik een zadelhoesje om het zadel te beschermen.
Hoogteafstelling algemeen5.1
Veiligheidsmarkering

Stel de hoogte van de zadelpen niet verder in dan de veiligheidsmarkering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn.

Hoogteafstelling met klemring
- Draai de bout (A) los.
- Stel de horizontale positie (vooruit of achteruit) in.
- Draai de bout vast.

Positieafstelling algemeen5.2

Stel het zadel zo horizontaal mogelijk in. Het zadel naar voren resulteert in een meer 'sportieve zit'. Het zadel naar achteren resulteert in een meer 'ontspannen zit'.
Positieafstelling met zadelbout5.3
- Draai de bouten (A) los.
- Stel de horizontale positie (vooruit of achteruit) in.
- Draai de bout vast.

Er is ook een uitvoering met 2 bouten.

B Geintegreerde stuurpen (Aheadset) (zie 6.2)
Bar-ends
Vuistregel voor de stand van de bar-ends (A): Het vlakke gedeelte waar uw handpalm op rust loopt parallel met de Aheadset, schuin omhoog naar voren.

Kanteling van het stuur
- Draai de inbusbouten (A) los.
- Kantel het stuur in de gewenste positie.

Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.
- Draai de inbusbouten vast.

Kanteling van de voorbouw/stuur
- Draai de bout (A) los.
- Kantel de voorbouw en stuur (B) in de gewenste positie.

Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.
- Draai de bout vast.

Kanteling van de voorbouw/stuur
- Draai de bout (A) los.
- Kantel de voorbouw en stuur (B) in de gewenste positie.

Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.
- Draai de bout vast.

Kanteling van het stuur
- Draai de inbusbouten (A) los.
- Kantel het stuur in de gewenste positie, door middel van de twee bouten voorop/bovenop.

Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.
- Draai de inbusbouten vast.

Afstellen verende voorvork6.4
Stel de veersterkte evenredig in met de knoppen (A) en (B)*.
Sommige verende voorvorken zijn uitgevoerd met afdekkapjes. Deze kunt u eenvoudig afnemen met bv. een muntstuk.
Niet alle verende voorvorken zijn instelbaar. De instelbare vorken zijn herkenbaar aan de markering '+' en '-' met pijl.
+ = strakker, dus stuggere werking - = losser, dus meer voelbare vering


* A en B zijn er ook in een uitvoering met een inkeping.
Gebruik hierbij bv. een muntstuk om te verdraaien.
Versnellingen 7. raadpleeg uw dealer
Typen versnellingen

A Versnelling in remgreep C Derailleur verstelling (d.m.v. hendel)
B Derailleur verstelling (d.m.v. draaischakelaar) D Derailleur en tandbladen
E Derailleur en tandbladen met
beschermbeugel
Het is beter een lichtere versnelling te kiezen dan een versnelling die net iets te zwaar is, om uw rug en knieën zoveel mogelijk te ontzien.
Benut de zwaarste versnellingen voor afdalingen of bij wind in de rug.
Neem even de pedaaldruk weg tijdens het schakelen. Zo kunt u soepel schakelen en ontziet u het mechanisme.

Let op: raadpleeg uw dealer:
- Er zijn diverse derailleursystemen en combinaties met 2 of 3 voortandbladen 7,8,9 of 10 achtertandbladen.
- Bij schakelproblemen, krakende of piepende geluiden.
Bij een derailleur: • Zorg ervoor dat
- Zorg ervoor dat tijdens het rijden de ketting zo parallel mogelijk aan het frame is.
- Vermijdt een diagonale kettinglijn om vroegtijdige slijtage te voorkomen.
- Door middel van de verstellers aan het stuur laat u de ketting op andere tandbladen glijden. Met uw linkerhand bedient u de voorderailleur waardoor de ketting op tandblad 1,2, of 3 gaat. Met uw rechterhand bedient u de achterderailleur waardoor de ketting op tandblad 1 t/m 7,8 of 9 (afhankelijk van model) terecht komt. Tijdens het schakelen rustig en met verminderde kracht doortrappen. Het kleine tandblad vóór in combinatie met het grote tandblad achter vormt de meest lichte versnelling. Het grote tandblad vóór in combinatie met het kleine tandblad achter vormt de meest zware versnelling.

Bij een derailleur: • Zorg ervoor dat
Ketting8.

Let op: raadpleeg uw dealer voor het reinigen en onderhoud van uw ketting. Bij uw dealer zijn speciale schoonmaakmiddelen beschikbaar.
Bewegingsruimte

Let op: raadpleeg uw dealer wanneer de bewegingsruimte (A) van de ketting meer dan 2 cm is. De ketting hangt dan te slap.

Remmen 9. raadpleeg uw dealer
Typen remmen

A Hydraulische velgrem C Mechanische schijfrem (zie 9.1)
B Hydraulische schijfrem D Vbrake (velgrem) (zie 9.2)
E Knijprem (velgrem) (zie 9.3)

Let op: raadpleeg uw dealer bij remproblemen, goed en veilig remmen is van levensbelang.
Remblokjes

Let op: raadpleeg uw dealer als de remblokjes zijn versleten (als de schuine inkepingen van de remblokjes (A) zijn weggesleten). Vervang in dit geval de remblokjes.

Schijfrem9.1

Maak bij een schijfrem de schijf regelmatig droog en schoon met bijvoorbeeld een droge doek.

Let op: raadpleeg uw dealer voor het zorgvuldig afstellen van de schijfremmen.

Bij sommige modellen wordt de remkracht van de V-brakes gereguleerd door een zogenaamde 'Power-modulator' of remkrachtdoseerder (A). Dit helpt om overmatig remmen te voorkomen en maakt de rem veiliger in gebruik.

- Draai borgmoer (B) los.
- Stel met moer (A) de knijprem in.
- Draai borgmoer (B) vast, de inkeping naar onderen.

Stel de knijprem zo in dat deze 2/3 deel aangetrokken wordt.

Let op: raadpleeg uw dealer bij remproblemen, goed en veilig remmen is van levensbelang.

Voor een lichte 'loop' zijn de volgende zaken belangrijk:
• Goed opgepompte banden;
De bandenspanning staat op de zijkant van de band vermeldt (Bar of PSi)
• Strak gespannen spaken;
• Goed afgestelde, spelingsvrije naaf.

Let op: raadpleeg uw dealer:
- Voor het regelmatig controleren van de spanning van de spaken.
• Voor het uitnemen/plaatsen van een achterwiel.
- Voor het regelmatig controleren van de spanning van de spaken. - Voor het uitnemen/plaatsen van een achterwiel.
Band plakken10.1
Voorbereiding
- Zorg ervoor dat het wiel met de lekke band vrij kan draaien.
- zet de fiets op zijn kop (op een deken of i.d. om beschadiging te voorkomen);
- bij wielen met een snelsluiter kan het hele wiel uitgenomen worden.
- zet de fiets op zijn kop (op een deken of i.d. om beschadiging te voorkomen); - bij wielen met een snelsluiter kan het hele wiel uitgenomen worden.
Zorg ervoor dat de fiets beschermd is tegen beschadiging.
- Controleer de buitenzijde van de buitenband en verwijder de eventuele oorzaak van het lek.
- kleine steentjes;
- stukjes glas (let op voor snijwonden);
• eventueel een spijker.
- kleine steentjes; - stukjes glas (let op voor snijwonden); - eventueel een spijker.
Stap 1
- Verwijder het ventieldopje (A).
- Verwijder ventiel (B) door middel van moer (C) los te draaien.
- Verwijder moer (D).

Stap 2
- Druk de rand van de buitenband naar het midden van de velg.
- Plaats de eerste bandenlichter (A) tussen de buitenband en de velg. Niet in de buurt van het ventiel vanwege kans op beschadiging.
Let op: Pas op voor het losschieten van de bandenlichters.
-
Zet de bandenlichter vast achter een spaak.
-
Zet de tweede bandenlichter twee spaken verder achter de buitenband en achter een spaak.
-
Zet de derde bandenlichter weer twee spaken verder.
-
Maak de buitenband verder met de hand los en controleer de binnenkant van de buitenband op scherpe voorwerpen. Pas op voor snijwonden.
-
Verwijder de gevonden scherpe voorwerpen.

Stap 3
- Druk het ventiel naar binnen.
- Trek de binnenband (A) naar buiten.

- Pomp de binnenband op.
- Bij een groot lek: u hoort de lucht ontsnappen.
- Bij een kleiner lek: houd de binnenband onder water (in bijvoorbeeld een emmer).
- Maak de binnenband droog.
- Markeer het lek met een balpen.

Plak de band volgens de instructies die bij de banden reparatieset zijn geleverd. Bij de meeste sets zijn onderstaande instructies voldoende:
- Maak met schuurpapier de plaats van het lek schoon.
- Laat de binnenband leeg lopen.
- Smeer lijm/oplosmiddel op een oppervlak dat iets groter is dan het plakkertje.
- Laat het oppervlak een tot twee minuten opdrogen.
- Verwijder het schutvel van het plakkertje.
- Druk het plakkertje stevig op het lek.

- Stop de binnenband terug in de buitenband. De ventielhouder moet recht uit het velggat komen.
- Schroef de velgmoer enkele slagen vast.
- Schroef het ventiel vast.
- Pomp de band een klein beetje op zodat de binnenband niet uit de buitenband valt.
-
Breng de buitenband op zijn plaats. Gebruik uw handen.
-
Met bandenlichters is de kans groot dat er een lek ontstaat.
- Zorg ervoor dat de binnenband niet klem raakt tussen de buitenband en het ventiel.
- Bij het ventielgedeelte drukt u het ventiel even naar de buitenband toe en weer terug; zo springt de binnenband in de buitenband.

Om schade aan de schroefdraad of het loskomen tijdens het rijden te voorkomen moet het vastdraaien van bouten en moeren volgens vastgestelde aanhaalmomenten plaatsvinden. De gegevens in onderstaande tabel zijn algemene richtwaarden.
Item Aanhaalmoment [Nm]
Van de in de handleiding genoemde bouten en moeren.
| Zadelpenbout M8 20 - 25 |
| Zadelpenbout M10 25 - 30 |
| Moer voor zadelpenstrop 15 - 20 |
| Voorbouwbout M6 voor stuur 12 - 13 |

Let op bij het vastdraaien van bouten en moeren is de juiste kracht waarmee dit gebeurt zeer belangrijk. In verband met uw eigen veiligheid adviseren wij u uw dealer te raadplegen.