BOSCH B-sol 100 - Temperatuurregelaar

B-sol 100 - Temperatuurregelaar BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis B-sol 100 BOSCH in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH B-sol 100 - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Temperatuurverschilregelaar voor zonne-installatie
Merk Bosch
Model B-sol 100
Afmetingen (h x b x d) 170 x 190 x 53 mm
Gewicht Ca. 0,5 kg
Voedingsspanning 230 V AC, 50 Hz
Max. stroomverbruik 1,1 A
Eigen verbruik 1 W
Beschermingsgraad IP20
Meetbereik temperatuur -30 °C tot +180 °C
Omgevingstemperatuur 0 °C tot +50 °C
Aantal temperatuursensors 2 (NTC 20K voor collector, NTC 10K voor boiler)
Kabellengte sensors 2,5 m (collector) en 3 m (boiler)
Max. belasting pompuitgang 1,1 A (alleen pomp 1)
Display Verlicht (groen/geel), toont pompstatus, temperaturen, foutmeldingen
Montage Wandmontage of integratie in zonnestation
Functies Temperatuurverschilregeling, max. boilertemperatuur, toerentalregeling, minimale/maximale collectortemperatuur, buizencollectorfunctie, Zuid-Europa-functie, handmatige bediening, reset
Onderhoudsinstructies Regelmatig controleren van bedrijfsdruk en temperatuurverschil; elke 2 jaar onderhoud door installateur
Reiniging collectoren Door installateur, zelfreinigend effect bij regen
Veiligheid Max. tapwatertemperatuur 60 °C middels mengkraan; elektrische aansluiting door elektricien
Garantie / Overeenstemming CE-markering, voldoet aan EN-voorschriften
Inhoud levering Regelaar, 2 temperatuursensors, bevestigingsmateriaal

Veelgestelde vragen - B-sol 100 BOSCH

Hoe installeer ik de B-sol 100 regelaar?
De regelaar wordt aan de muur gemonteerd met drie schroeven (zie handleiding hoofdstuk 4.1). De elektrische aansluiting moet door een erkende elektricien worden uitgevoerd. Zorg dat de voeding is uitgeschakeld voordat u de regelaar opent. Gebruik de meegeleverde trekontlastingsklemmen.
Wat betekenen de symbolen op het display?
Het display toont een installatieschema met symbolen voor collector, boiler en pomp. Geanimeerde zonnecircuit (pos. 8) geeft aan dat de pomp draait. Symbolen voor max. boilertemperatuur (pos. 7) en min./max. collectortemperatuur (pos. 9) knipperen bij overschrijding. Foutmeldingen worden weergegeven als knipperend rood display met codes.
Hoe stel ik de maximale boilertemperatuur in?
Ga naar het hoofdmenu door op de menutoets te drukken. Draai aan de draaiknop totdat max verschijnt. Druk op de draaiknop om te selecteren, draai om de gewenste temperatuur (20-90 °C) in te stellen en druk nogmaals om op te slaan. De fabrieksinstelling is 60 °C.
Wat moet ik doen bij een foutmelding?
Bij een fout knippert het display rood. Raadpleeg de storingstabel in de handleiding (hoofdstuk 7). Voor sensorbreuk of kortsluiting controleert u de sensoraansluitingen. Neem bij andere fouten contact op met een installatiebedrijf. U kunt de foutmelding tijdelijk uitschakelen door op de menutoets te drukken.
Hoe kan ik de temperatuurwaarden aflezen?
In de automatische modus kunt u met de draaiknop door verschillende installatiewaarden bladeren, zoals collectortemperatuur (T1), boilertemperatuur (T2), bedrijfsuren en pomptoerental. De geselecteerde waarde wordt op het display weergegeven met een positiesymbool.
Is onderhoud nodig?
Ja, hoewel de installatie vrijwel onderhoudsvrij is, adviseren wij elke 2 jaar onderhoud door een installateur. Als gebruiker kunt u zelf tweemaal per jaar het temperatuurverschil, de bedrijfsdruk en de bedrijfsuren controleren en noteren in het protocol (hoofdstuk 9).
Hoe kan ik de pomp handmatig bedienen?
Ga naar het hoofdmenu en selecteer Handmatige werking. U kunt kiezen uit on (pomp draait maximaal 12 uur), off (pomp uit) of Auto (automatische regeling). De veiligheidsvoorzieningen blijven actief. Na 12 uur keert de regelaar terug naar de automatische modus.
Wat is de Zuid-Europa-functie?
De Zuid-Europa-functie is bedoeld voor warme landen waar vorst zelden voorkomt. Bij een collectortemperatuur onder de ingestelde waarde (standaard 5 °C) schakelt de pomp in om warm boilerwater door de collector te pompen, totdat de temperatuur weer stijgt. Let op: deze functie biedt geen absolute vorstbescherming; gebruik solarvloeistof voor de installatie.
Hoe lang zijn de kabels van de temperatuursensors?
De collectortemperatuursensor heeft een kabel van 2,5 meter, de boilertemperatuursensor een kabel van 3 meter. De sensorkabels kunnen worden verlengd tot maximaal 100 meter (gebruik 0,75 mm² tot 50 m, 1,5 mm² tot 100 m). Zorg dat de kabels gescheiden worden gelegd van 230 V-kabels.
Kan ik de regelaar zelf resetten?
Ja, in het hoofdmenu is een reset-functie beschikbaar. Hiermee worden alle parameters teruggezet naar de fabrieksinstellingen (behalve bedrijfsuren). Na reset moeten alle parameters opnieuw worden gecontroleerd en ingesteld. Raadpleeg hiervoor de installateur.

Gebruikersvragen over B-sol 100 BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B-sol 100 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B-sol 100 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING B-sol 100 BOSCH

Regelaar voor zonne-installatie

B-sol 100

BOSCH B-sol 100 - B-sol 100 - 1

BOSCH

nl Installatie- en bedieningshandleiding

Inhoudsopgave

1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen 3

1.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen 3

1.2 Verklaring symbolen 4

2 Gegevens betreffende het toestel 5

2.1 EG-verklaring van overeenstemming 5

2.2 Leveringsomvang

2.3 Productbeschrijving

4 Installatie (alleen voor de installateur) 9

4.1 Wandmontage van de regelaar 9

4.2 Elektrische aansluiting 10

4.2.1 De kabeldoorvoer voorbereiden 10

4.2.2 Kabels aansluiten 11

5 Bediening 12

5.1 Elementen van het zonnestation 13

5.2 Elementen van de regelaar 14

5.3 Bedrijfssoorten

5.4 Temperatuurwaarden weergeven 15

5.5 Hoofdmenu (alleen voor de installateur) 15

5.6 Expertmenu (alleen voor de installateur) 18

6 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) 19

7 Storingen 20

7.1 Storingen met displayweergave 20

7.2 Storingen zonder displayweergave 21

5

8 Aanwijzingen voor de gebruiker 23

8.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk? 23

8.2 Belangrijke aanwijzingen ten aanzien van de solarvloeistof 23

8.3 De zonne-installatie controleren 23

8.4 De bedrijfsdruk controleren, eventueel opnieuw laten instellen 24

8.5 Collectoren reinigen 24

9 Protocol voor de gebruiker 25

14

1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen

1.1 Algemene veiligheidsaan- wijzingen

Met betrekking tot deze handleiding

Deze handleiding bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige montage en bediening van de regelaar zonne-energie.

Deze handleiding is zowel bestemd voor de gebruiker als voor de installateur. Hoofdstukken waarvan de inhoud uitsluitend is bestemd voor de installateur, zijn gemarkeerd met de toevoeging „Alleen voor de installateur“.

▶Deze handleiding zorgvuldig doorlezen en bewaren.

▶Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht, ten einde verwondingen bij personen en materiële schade te vermijden.

Voorgeschreven toepassing

De temperatuurverschilregelaar (hierna regelaar genoemd) mag alleen voor het gebruik van thermische zonne-installaties binnen de toegestane omgevingsvoorwaarden worden gebruikt (→ hoofdstuk 2.4).

De regelaar mag niet in de open lucht, in vochtige ruimten of in ruimten waarin licht ontvlambare gasmengsels kunnen ontstaan, worden gebruikt.

▶De zonne-installatie alleen voor de voorge-schreven toepassing gebruiken. Zorg dat er geen defecten zijn.

Elektrische aansluiting

Alle werkzaamheden, waarvoor de regelaar moet worden geopend, mogen uitsluitend door erkende installateurs worden uitgevoerd.

▶De elektrische aansluiting uitsluitend door een elektricien laten uitvoeren.
▶Er op letten dat een scheidingsvoorziening conform EN 60335-1 voor het over alle polen loskoppelen van het stroomnet beschikbaar is.
▶De regelaar voor het openen over alle polen stroomloos schakelen.

Tapwatertemperatuur

▶Om de taptemperatuur tot max. 60 °C te kunnen begrenzen: tapwatermengkraan inbouwen.

Normen en richtlijnen

▶De plaatselijke normen en richtlijnen voor het monteren en het gebruiken van het apparaat in acht nemen!

Afval

▶Sorteer en recycleer de verpakking op milieu-vriendelijke wijze.
▶Bij vervanging van een component: het oude onderdeel milieuvriendelijk als afval behandelen.

1.2 Verklaring symbolen

BOSCH B-sol 100 - Verklaring symbolen - 1

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevarendriehoek aangeduid.

Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.

  • Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
  • Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
  • Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.

BOSCH B-sol 100 - Verklaring symbolen - 2

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.

Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.

2 Gegevens betreffende het toestel

2.1 EG-verklaring van overeenstemming

Dit product voldoet qua constructie en gedrag aan de desbetreffende Europese richtlijnen alsmede aan evt. aanvullende nationale eisen. De overeenstemming is bewezen.

2.2 Leveringsomvang

BOSCH B-sol 100 - Leveringsomvang - 1

Afb. 1 Regelaar B-sol 100 met temperatuursensors

•Regelaar B-sol 100
•Collectortemperatuursensor NTC 20K (FSK-Collector)
•Boilertemperatuursensor NTC 10K
- Bevestigingsmateriaal en trekontlastingsklemmen (bij wandmontage)

Wanneer de regelaar in een zonnestation is geïntegreerd, zijn de kabels deels voorgemonteerd.

2.3 Productbeschrijving

De regelaar is ontwikkeld voor gebruik in een zonne-installatie. De regelaar kan aan een muur worden gemonteerd of is in een zonnestation geïntegreerd.

Het display van de regelaar is tijdens normaal gebruik tot 5 minuten nadat een toets/knop is ingedrukt groen/geel op de achtergrond verlicht (activeren door bijv. aan de draaiknop te draaien Ⓞ).

Het display geeft aan:

•Pompstatus (als eenvoudig installatieschema)
•Installatiewaarden (bijv. temperaturen)
•geselecteerde functies
•storingsmeldingen

min / max T1 ΔT on max i + reset T3 max T2 8000 °C % h

Afb. 2 Mogelijke displayweergaven

Installatieschema zonne-installatie

① ② ③ ④ 7747006071.01-1.SD

Afb. 3 Installatieschema

1 Collectorveld

2 zonnestation

3 Zonneboiler

4 Regelaar B-sol 100

Hoofdcomponenten van de zonne-installatie
Collectorveld• bestaat uit platte collectoren of vacuümbuiscollectoren
zonnestation• bestaat uit een pomp, veiligheids- en afsluitarmaturen voor de zonne-installatiecircuit.
Zonneboiler• dient voor het bewaren van de gewonnen zonne-energie•Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:-drinkwateropslag-bufferopslag (voor ondersteuning van de verwarming)-combi-opslag (voor ondersteuning van de verwarming en het drink-water)

Regelaar B-sol 100 • incl. twee temperatuursensors

Tabel 1

Werkingsprincipe

Wanneer het ingestelde temperatuurverschil tussen het collectorveld (→ afb. 3, pos. 1) en zonneboiler (→ afb. 3, pos. 3) wordt overschreden, wordt de pomp in het zonnestation ingeschakeld.

De pomp transporteert het warmtedragende medium (solarvloeistof) in een circuit door het collectorveld naar de verbruiker. Normaal gesproken is dit een zonneboiler. In de zonneboiler zit een warmtewisselaar, die de gewonnen zonne-energie van het warmtedragermedium op het drinkwater of tapwater overdraagt.

Regelaar B-sol 100
Eigen verbruik 1 W
Beschermingswijze IP20 / DIN 40050
Aansluitspanning 230 V AC, 50 Hz
Bedrijfsstroomsterkte |max: 1,1 A
max. stroomverbruik bij pompuitgang 1,1 A (slechts pomp 1 aansluiten!)
Meetbereik -30 °C tot +180 °C
Toegestane omgevingstemperatuur 0 tot +50 °C
Collectortemperatuursensor NTC 20K met 2,5 m lange kabel
Boilertemperatuursensor NTC 10K met 3 m lange kabel
Afmetingen (h x b x d) 170 x 190 x 53 mm

Tabel 3 Weerstandswaarden van de temperatuursensors

BOSCH B-sol 100 - Werkingsprincipe - 1

Om de weerstandswaarden te kunnen meten moeten de temperatuursensors losgekoppeld zijn van de regelaar.

3 Voorschriften

Dit apparaat voldoet aan de desbetreffende EN-voorschriften.

De onderstaande richtlijnen en voorschriften opvolgen:

▶Plaatselijke bepalingen en voorschriften van het verantwoordelijke nutsbedrijf.
- Industriële en brandweertechnische bepalingen en voorschriften.

4 Installatie (alleen voor de installateur)

4.1 Wandmontage van de regelaar

De regelaar wordt met behulp van drie schroeven op de wand bevestigd.

BOSCH B-sol 100 - Wandmontage van de regelaar - 1

Voorzichtig: Gevaar voor letsel en beschadiging van de behuizing door ondeskundige montage.

▶De achterkant van de behuizing mag niet als boorsjabloon worden gebruikt.

  • Het bovenste bevestigingsgat (→ afb. 4, pos. 1) boren en de meegeleverde schroef tot 5 mm indraaien.
    ▶De schroef onderaan de regelaar losdraaien en het deksel verwijderen.
    ▶De regelaar aan de uitsparing in de behuizing ophangen.
    ▶ De onderste bevestigingsgaten (→ afb. 4, pos. 2) aftekenen, de gaten boren en pluggen plaatsen.
    ▶De regelaar uitlijnen en in de onderste bevestigingsgaten links en rechts vastschroeven.

5 mm 6 mm 120 mm 166 mm 7747006071-05.1 SD

Afb. 4 Wandmontage van de regelaar

1 bovenste bevestigingsgat
2 onderste bevestigingsgaten

4.2 Elektrische aansluiting

BOSCH B-sol 100 - Elektrische aansluiting - 1

Gevaar: Levensgevaar door elektrische stroom.

▶Voor het openen van het apparaat de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken.

▶De kabel met trekontlasting beveiligen.

4.2.1 De kabeldoorvoer voorbereiden

De kabels kunnen afhankelijk van de montage-situatie van achteren (→ afb. 5, pos. 4) of van onderen (→ afb. 5, pos. 3) in de behuizing worden geleid!

▶Beschermingswijze IP 20 tijdens de installatie aanhouden:

-Alleen noodzakelijke kabeldoorvoeren open maken.

-Kabeldoorvoeropeningen slechts zo groot als noodzakelijk maken.

Kabeldoorvoer (→ afb. 5) met mes open maken, zodat er geen scherpe kanten overblijven.

▶De kabel met de desbetreffende trekontlasting (→ afb. 5, pos. 2) beveiligen. De trekont-lasting kan ook gedraaid worden gemonteerd (→ afb. 5, pos.1).

7747006071-02.1 SD

Afb. 5 Doorvoer en bevestiging van de kabel

1 Trekontlasting gedraaid

2 Trekontlasting

3 Kabeldoorvoer langs onder

4 Kabeldoorvoer langs achter

4.2.2 Kabels aansluiten

Voor de aansluiting van de kabels moet u het volgende in acht nemen:

  • De plaatselijke voorschriften zoals aarding enz. opvolgen.
  • Alleen originele toebehoren van de fabrikant gebruiken. Andere fabrikaten op aanvraag.
  • De regelaar tegen overbelasting en kortsluiting beveiligen.
  • De voedingsspanning moet overeenkomen met de waarden die op het typeplaatje staan vermeld.
  • Op iedere klem max. 1 kabel aansluiten (max. 1,5 mm ^2 ).
  • Bij de temperatuursensors is de polariteit van de aders willekeurig. De sensorkabels kunnen max. tot 100 m worden verlengd (tot 50 m lengte = 0,75 mm ^2 , tot 100 m = 1,5 mm ^2 ).
  • Alle sensorkabels gescheiden verleggen van 230 V of 400 V voerende kabels, om inductieve beïnvloeding te voorkomen (min. 100 mm).

  • Afgeschermde laagspanningskabels gebruiken indien externe inductieve invloeden kunnen worden verwacht (bijv. door transformatorstations, krachtstroomkabels, microgolven).

  • Voor de 230 V-aansluiting minimaal kabels van het type H05 VV-... (NYM...) gebruiken.
  • Brandveiligheidstechnische, bouwkundige maatregelen mogen niet worden beïnvloed.

BOSCH B-sol 100 - Kabels aansluiten - 1

Wij adviseren om de elektrische aansluiting schakelbaar uit te voeren.

▶De aansluiting niet via de nood- schakelaar van de verwarming laten lopen.

▶De kabels overeenkomstig het schakelschema (→ afb. 6) aansluiten.
▶Snelaansluitklem met een schroevendraaier indrukken.
▶ Nadat de werkzaamheden zijn beëindigd, de regelaar met deksel en schroef afsluiten.

F1 230V AC S1 S2 L S3 T1 T2 T3 7747006071-03.1 SD ① ⑤ ④ ② ③

Afb. 6 Aansluitschema

1 Zekering 1,6 AT
2 Temperatuursensor T3 voor temperatuuraanduiding boiler midden/boven (toebehoren)
3 Temperatuursensor T2 voor temperatuuraanduiding en regelwaarde boiler onder
4 Temperatuursensor T1 voor temperatuuraanduiding en regelwaarde collector
5 Pomp (max. 1,1 A)

5 Bediening

Aanwijzingen voor de gebruiker

De zonne-installatie wordt bij de inbedrijfstelling door uw installateur afgesteld en draait daarna automatisch.

▶De zonne-installatie ook tijdens een langere afwezigheid (bijv. vakantie) niet uitschakelen. Indien de installatie overeenkomstig de opgaven van de fabrikant is geïnstalleerd, is de zonne-installatie op zichzelf veilig.
- Geen wijzigingen aan de instellingen van de regelaar uitvoeren.
▶Na een langere stroomuitval of langere afwezigheid, de bedrijfsdruk aan de manometer van de zonne-installatie (→ hoofdstuk 8.4, pagina 24) controleren.

Aanwijzingen voor de installateur

▶Alle documenten aan de gebruiker overhandigen.
▶Geef de gebruiker de nodige uitleg over de werking en de bediening van het apparaat.

5.1 Elementen van het zonnestation

De hoofdcomponenten van het zonnestation zijn:

  • Thermometer (→ afb. 7, pos. 1 en 3): De ingebouwde thermometers geven de temperaturen van de retour van de collectoren (blauw) en de aanvoer (rood) weer.
  • Manometer (→ afb. 7, pos. 2): De manometer geeft de bedrijfsdruk aan.

① ② ③ 7747004985.09-1.SD

Afb. 7 Zonnestation

1 Temperatuuraanduiding collectorcircuit retour
2 Manometer
3 Temperatuuraanduiding collectorcircuit aanvoer

5.2 Elementen van de regelaar

1 2 3 4 85° min/max T1 max T3 T2 7 5 6 85°C 7747006071-04.1 SD

Afb. 8 Regelaar en display

1 Display
2 Draaiknop
3 Toets „terug“
4 Menutoets
5 Symbool voor temperatuursensor
6 Aanduiding voor temperatuurwaarden, bedrijfsuren enz.
7 Aanduiding voor „Max. boilertemperatuur bereikt“
8 Geanimeerde zonnecircuit
9 Aanduiding voor „Minimale of maximale collectortemperatuur bereikt“

5.3 Bedrijfssoorten

Indien het inschakeltemperatuurverschil tussen de beide aangesloten temperatuursensors wordt overschreden, draait de aangesloten pomp. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (→ afb. 8, pos. 8).

Zodra het uitschakeltemperatuurverschil is bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.

Ter bescherming van de pomp wordt deze ca. 24 uur nadat deze voor de laatste keer heeft gedraaid ca. 3 seconden lang ingeschakeld (pompkick).

Werkingstest, handbediening

Deze bedrijfssoort is alleen in het hoofdmenu voor installateurs toegankelijk.

5.4 Temperatuurwaarden weergeven

In de automatische werking kunnen met behulp van de draaiknop verschillende installatiewaarden (temperatuurwaarden, bedrijfsuren, pomptoerental) worden opgevraagd.

Temperatuurwaarden worden door middel van positienummers in het pictogram toegewezen.

5.5 Hoofdmenu (alleen voor de installateur)

In het hoofdmenu van de regelaar wordt de regeling aan de omstandigheden van de zonne-installatie aangepast.

▶Om naar het hoofdmenu te wisselen: druk op de toets menu
▶Met de draaiknop de gewenste instelling of functie selecteren.

▶Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien.

▶Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken.

▶Om het hoofdmenu te verlaten: de toets indrukken.

Indien langer dan 60 seconden niets wordt ingevoerd, verlaat de regelaar het hoofdmenu.

Aan-duidingFunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteld
T onInschakeltemperatuurverschilIndien het ingestelde inschakeltemperatuurverschil ( T ) tus- sen boiler en collectorveld is bereikt, begint de pomp te draaien. Wanneer de ingestelde waarde daalt tot onder de helft van die waarde, wordt de pomp uitgeschakeld.7-20 K[8 K]
maxMax. boilertemperatuurIndien de temperatuur op de boilertemperatuursensor de max. boilertemperatuur bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld. Op het display knippert de aanduiding „max“ en de tem- peratuur van de boilertemperatuursensor wordt weergegeven.20-90 °C[60 °C]
BOSCH B-sol 100 - Hoofdmenu (alleen voor de installateur) - 1ToerentalregelingDeze functie verhoogt het rendement van de zonne-installa- tie. Hierbij wordt gepoogd om het temperatuurverschil tus- sen de temperatuursensors T1 en T2 tot de waarde van het inschakeltemperatuurverschil te regelen.Wij adviseren om deze instelling ingeschakeld te houden.on/off[on]
Aan-duiding FunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteld
BOSCH B-sol 100 - Hoofdmenu (alleen voor de installateur) - 2Minimaal toerental bij toerentalregelingDeze functie legt het minimale toerental van de pomp vast en maakt de aanpassing van de toerentalregeling aan de individuele uitvoering van de zonne-installatie mogelijk.30-100% [50%]
min / maxMaximale collectortemperatuur en minimale collector-temperatuurWanneer de maximale collectortemperatuur wordt overschreden, wordt de pomp uitgeschakeld.Wanneer de temperatuur tot onder de minimale collectortemperatuur (20 °C) daalt, begint de pomp zelfs niet te draaien, indien aan alle overige inschakelvoorwaarden is voldaan.100-140 °C [120 °C]
BOSCH B-sol 100 - Hoofdmenu (alleen voor de installateur) - 3BuizencollectorfunctieOm warme solarvloeistof naar de sensor te kunnen pompen, wordt vanaf een collectortemperatuur van 20 °C iedere 15 minuten de pomp gedurende 5 seconden ingeschakeld.on/off [off]
BOSCH B-sol 100 - Hoofdmenu (alleen voor de installateur) - 4Zuid-Europa-functieDeze functie is uitsluitend bedoeld voor landen waar op grond van de hoge temperaturen normaal gesproken geen gevaar voor bevriezing bestaat. Indien de collectortemperatuur bij een ingeschakelde Zuid-Europa-functie tot onder de +5 °C daalt, wordt de pomp ingeschakeld. Daardoor wordt warm boilerwater door de collector gepompt. Wanneer de collectortemperatuur +7 °C bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.Attentie! De Zuid-Europa-functie biedt geen absolute beveili-ging tegen vorstschade. Eventueel de installatie met solar-vloeistof vullen!on/off [off]
BOSCH B-sol 100 - Hoofdmenu (alleen voor de installateur) - 5InfoDeze functie geeft de softwareversie aan.
Handmatige werking „on“ (ingeschakeld)De handmatige werking „on“ stuurt de pomp maximaal 12 uur aan. Op het display verschijnen afwisselend de aan-duidingen „on“ en de geselecteerde waarde. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (→ afb. 8, pos. 8). Veiligheidsvoorzieningen, zoals bijv. max. collectortemperatuur, blijven ingeschakeld.Na maximaal 12 uur schakelt de regelaar over op de automati-sche werking.Handmatige werking „off“ (uitgeschakeld)De pomp wordt uitgeschakeld en de solarvloeistof blijft in rust. Op het display verschijnen afwisselend de aanduidingen „off“ en de geselecteerde waarde.Handmatige werking „Auto“ (automatisch)Indien het inschakeltemperatuurverschil tussen de beide aangesloten temperatuursensors wordt overschreden, draait de aangesloten pomp. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (→ afb. 8, pos. 8).Zodra het uitschakeltemperatuurverschil is bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.on/off/Auto [off]
resetBasisinstellingenAlle functies en parameters worden teruggezet op de basisinstelling (met uitzondering van de bedrijfsuren). Na het reset-ten moeten alle parameters gecontroleerd en eventueel opnieuw ingesteld worden.

Tabel 4 Functies in het hoofdmenu

Tabel 4 Functies in het hoofdmenu

Tabel 4 Functies in het hoofdmenu

BOSCH B-sol 100 - Hoofdmenu (alleen voor de installateur) - 6

Waarschuwing: Gevaar voor brandwonden door temperaturen van het warme water van meer dan 60 °C!

- Om de taptemperaturen tot max. 60 °C te kunnen begrenzen: tapwatermengkraan inbouwen.

5.6 Expertmenu (alleen voor de installateur)

Voor speciale installaties kunnen in het Expert-menu verdere instellingen worden uitgevoerd.

▶Om naar het Expertmenu te wisselen: de toets menu ongeveer 5 seconden lang indrukken.
▶Met de draaiknop de gewenste instelling of functie P1 tot P4 selecteren.

▶Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien.
▶Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken.
▶Om het expertmenu te verlaten: de toets indrukken.

BOSCH B-sol 100 - Expertmenu (alleen voor de installateur) - 1

Aan-duidingFunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteld
P1Minimale collectortemperatuurWanneer de minimale collectortemperatuur niet bereikt wordt, gaat de pomp ook niet draaien als aan alle overige inschakelvoorwaarden is voldaan.10-80 °C[20 °C]
P2UitschakeltemperatuurverschilIndien de ingestelde waarde niet meer bereikt wordt, wordt de pomp uitgeschakeld.De waarde kan alleen afhankelijk van de in het hoofdmenu ingestelde inschakeltemperatuurverschil worden ingesteld (vast ingesteld verschil = 3 K, → tabel 4, pagina 15).4-17 K[4 K]
P3Inschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie (→ tabel 4, pagina 15)Wanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-Europa-functie tot onder de ingestelde waarde daalt, wordt de pomp ingeschakeld.De waarde kan nu alleen afhankelijk van de „Uitschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie“ (vast ingesteld verschil = 2 K) worden ingesteld.4-8 °C[5 °C]
P4Uitschakeltemperatuur Zuid-Europa-functieWanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-Europa-functie tot boven de ingestelde waarde stijgt, wordt de pomp uitgeschakeld.De waarde kan alleen afhankelijk van de „Inschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie“ worden ingesteld (vast ingestelde verschil = 2 K).6-10 °C[7 °C]

Tabel 5 Functies in het Expertmenu

6 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur)

BOSCH B-sol 100 - Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) - 1

Waarschuwing: Beschadiging van de pomp door drooglopen.

▶Controleren of het collectorcircuit met solarvloeistof is gevuld (→ Montage- en onderhoudshandleiding zonne-energiestation).

▶Tijdens de inbedrijfstelling van de zonne-installatie moet u de technische documentatie van het zonnestation, van de collectoren en van de zonneboiler in acht nemen.
▶De zonne-installatie uitsluitend in bedrijf stellen, indien alle pompen en kleppen perfect werken!

BOSCH B-sol 100 - Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) - 2

Waarschuwing: Schade aan de installatie tijdens de inbedrijfstelling door bevroren water of door verdamping in de zonnecircuit.

▶De collectoren tijdens de inbedrijfstelling tegen de inwerking van de zon beschermen.
▶De zonne-installatie niet bij vorst in bedrijf stellen.

Ten aanzien van het zonnestation onderstaande handelingen in acht nemen:

▶ontluchting van de installatie controleren.
▶debiet controleren en instellen.
▶De instellingen van de regelaar in het inbedrijfstellings- en onderhoudsprotocol vastleggen (→ Montage- en onderhoudshandleiding van het zonnestation).

BOSCH B-sol 100 - Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) - 3

Waarschuwing: Schade aan de installatie door onjuist ingestelde bedrijfssoort.

Om het ongewenst opstarten van de pomp na het inschakelen van de netspanning te voorkomen, is de regelaar af fabriek in de modus handmatige werking „off“ ingesteld.

▶De regelaar voor de normale werking op „Auto“ zetten (→ hoofdstuk 5.5, pagina 15).

7 Storingen

7.1 Storingen met displayweergave

Bij storingen knippert het display rood. Boven-dien geeft het display het soort storing door middel van symbolen weer.

▶Voor de gebruiker: Indien een storing optreedt contact opnemen met een installatiebedrijf.

Aan-duidingSoort storingEffect Mogelijke oorzaken Verhelpen
-,-,-sensorbreuk (collector- of boilertemperartuursensor)
De pomp wordt uitgeschakeldTemperatuursensor niet of niet correct aangesloten.Temperatuursensor of sen-sorkabel defect.Controleer de sensoraansluiting. Controleer of de temperatuursensor misschien gebroken of verkeerd ingebouwd is.De temperatuursensor vervangen. De sensorkabel con-troleren.
-,-,-Kortsluiting collectortemperatuursensor
Pomp wordt uitgescha-keld.Temperatuursensor of sen-sorkabel defect.De temperatuursensor vervangen. De sensorkabel con-troleren.
SysHet temperatuurverschil tussen de temperatuursensors T1 en T2 is te groot
Geen volumestroom.Lucht in de installatie.De pomp is geblokkeerd.De kleppen of afsluitingen zijn gesloten.Verstopte kabel.De installatie ontluchten.De pomp controleren.Kleppen en afsluitingen con-troleren.De kabel controleren.
ErrDe collectoraansluitingen verwisseld
Mogelijkerwijs zijn de collec-toraansluitingen (retour, ver-trek) verwisseld.De buis voor vertrek en retour controleren.

Tabel 6 Mogelijke storingen met displayweergave

Sensorstoringen worden, nadat de oorzaak is verholpen, niet meer weergegeven.

▶Bij andere storingen: de toets indeokken om de storingsaanduiding uit te schakelen.

7.2 Storingen zonder displayweergave

Soort storingEffect Mogelijke oorzaken Verhelpen
De aanduiding is uitgegaan. De pomp draait niet, hoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan.
De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie.Geen stroomtoevoer, zekering of voedingskabel defect.Controleer de zekering en vervang deze indien nodig. De elektrische installatie door een elektricien laten controleren.
De pomp draait niet, alhoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan.
De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie.De pomp is door middel van de „Handmatige werking“ uitgeschakeld.De boilertemperatuur „T2“ ligt in de buurt van of boven de ingestelde maximale boilertemperatuur.De collectortemperatuur „T1“ ligt in de buurt van of boven de ingestelde maximale collectortemperatuur.Met behulp van de functie „Handmatige werking“ overschakelen op automatisch.Indien de temperatuur 3 K onder de maximale boilertemperatuur daalt, wordt de pomp ingeschakeld.Indien de temperatuur 5 K onder de maximale collectortemperatuur daalt, wordt de pomp ingeschakeld.
De pomp draait niet, hoewel de circuitanimatie op het display wordt weergegeven.
De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie.De kabel naar de pomp is onderbroken of niet aangesloten.Pomp defect.De kabel controleren.De pomp controleren, eventueel vervangen.
De circuitanimatie op het display draait, de pomp „bromt“.
De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie.De pomp zit vast als gevolg van een mechanische blokkade.De gleufschroef op de pompkop losdraaien en de pompas met een schroevendraaier losdraaien. Niet tegen de pompas slaan!
De temperatuursensor geeft een onjuiste waarde aan.
De pomp wordt te vroeg/te laat ingeschakeld/uitgeschakeld.De temperatuursensor is niet correct gemonteerd. Verkeerde temperatuursensor gemonteerd.De positie, montage en soort sensor controleren, eventueel warmte-isolatie aanbrengen.
Te heet tapwater.
Verbrandingsgevaar De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan is te hoog ingesteld.De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan lager instellen.
Te koud tapwater (of te geringe hoeveelheid warm tapwater).
De temperatuurregelaar voor warm water op de ketel of de tapmengkraan is te laag ingesteld.De temperatuurinstelling overeenkomstig de bijbehorende bedie-ningshandleiding instellen (max. 60 °C).

Tabel 7 Mogelijke storingen zonder displayweergave

Tabel 7 Mogelijke storingen zonder displayweergave

8 Aanwijzingen voor de gebruiker

8.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk?

Uw zonne-installatie voor drinkwateropwarming of een combinatie van drinkwateropwarming en verwarmingsondersteuning is vrijwel onderhoudsvrij.

Desondanks adviseren wij om de installatie iedere 2 jaar door een installatiebedrijf te laten onderhouden. Zo wordt een foutloze en efficiënte werking gegarandeerd en kan mogelijke schade vroegtijdig herkend en hersteld worden.

8.2 Belangrijke aanwijzingen ten aanzien van de solarvloeistof

BOSCH B-sol 100 - Belangrijke aanwijzingen ten aanzien van de solarvloeistof - 1

Waarschuwing: Gevaar voor letsel door contact met solarvloeistof (water-propyleenglycol-mengsel).

▶Wanneer er solarvloeistof in uw ogen komt, moet u uw ogen, met opengesperde oogleden, meteen grondig onder stromend water uitspoelen.

▶De solarvloeistof onbereikbaar voor kinderen opbergen.

De solarvloeistof is biologisch afbreekbaar.

Tijdens de inbedrijfstelling van de zonne-installatie wordt de installateur erop gewezen, dat voor de solarvloeistof een minimale vorstbescherming van -25 °C moet worden gegarandeerd.

8.3 De zonne-installatie controleren

U kunt aan een foutloze werking van uw zonne-installatie bijdragen door:

  • het temperatuurverschil tussen vertrek en retour, alsmede de collector- en de boiler-temperatuur ongeveer tweemaal per jaar te controleren,
    •bij zonnestations de bedrijfsdruk te controle- ren,
  • de warmtehoeveelheid (indien er een warmtemeter is geïnstalleerd) en/of bedrijfsuren te controleren,

BOSCH B-sol 100 - De zonne-installatie controleren - 1

Voer de waarden in het protocol op pagina 25 in (ook als kopieervoorbeeld).

Het ingevulde protocol kan de installateur helpen om de zonne-installatie te controleren en te onderhouden.

8.4 De bedrijfsdruk controleren, eventueel opnieuw laten instellen

BOSCH B-sol 100 - De bedrijfsdruk controleren, eventueel opnieuw laten instellen - 1

Drukschommelingen binnen de zonnecircuit op grond van temperatuursveranderingen zijn normaal en leiden niet tot storingen in de zonne-installatie.

- De bedrijfsdruk op de manometer (→ afb. 7) controleren terwijl de installatie koud is (ca. 20 °C).

Bij het wegvallen van de druk

Een drukdaling kan de volgende oorzaken hebben:

  • Er is een lek in de zonnecircuit.
  • Een automatische ontluchter heeft lucht of stoom uitgeblazen.

Wanneer de druk van de installatie sterk gedaald is:

▶Controleer of er solarvloeistof in de opvangbak onder het zonnestation is gelekt.
▶Een installatiebedrijf inschakelen wanneer de bedrijfsdruk 0,5 bar onder de in het inbedrijfstellingsprotocol ingevoerde waarde is gedaald (→ Montage- en onderhoudshandleiding van het zonnestation).

8.5 Collectoren reinigen

BOSCH B-sol 100 - Collectoren reinigen - 1

Gevaar: Voor valpartijen!

▶Laat de inspectie-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden op het dak alleen door een installatiebedrijf uitvoeren.

Op grond van het zelfreinigende effect bij regen hoeven de collectoren normaal gesproken niet te worden gereinigd.

9 Protocol voor de gebruiker

Gebruiker van de installatie: Datum inbedrijfstelling:
Aantal collectoren: Collectortype:
Boilertype: Dakhelling:
Windstreek: Zonnestation:
Datum Thermometer op zonnestationTemperatuuraanduiding op regelaarManometer op zonnestationWeerssituatie 1=wolkeloos 2=onbewolkt 3=bewolkt 4=bedekt
Collector aanvoer, rood, in °CCollector retour, blauw, in °CCollector (°C)Boiler onder (°C)Bedrijfsdruk in barBedrijfsuren en/of warmtehoeveel-heid in kWh

Tabel 8 Protocolvoorbeeld voor waarden zonne-installatie

Notities

Notities

Bosch Thermotechniek B.V.

Postbus 379

7300 AJ Apeldoorn

Tel: +31 (0) 55 - 543 43 43

Fax: +31 (0) 55 - 543 43 44

www.boschsupportline.nl

infott@nl.bosch.com

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : B-sol 100

Categorie : Temperatuurregelaar