B-sol 100 - Temperatuurregelaar BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B-sol 100 BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Temperatuurverschilregelaar voor zonne-installatie |
| Merk | Bosch |
| Model | B-sol 100 |
| Afmetingen (h x b x d) | 170 x 190 x 53 mm |
| Gewicht | Ca. 0,5 kg |
| Voedingsspanning | 230 V AC, 50 Hz |
| Max. stroomverbruik | 1,1 A |
| Eigen verbruik | 1 W |
| Beschermingsgraad | IP20 |
| Meetbereik temperatuur | -30 °C tot +180 °C |
| Omgevingstemperatuur | 0 °C tot +50 °C |
| Aantal temperatuursensors | 2 (NTC 20K voor collector, NTC 10K voor boiler) |
| Kabellengte sensors | 2,5 m (collector) en 3 m (boiler) |
| Max. belasting pompuitgang | 1,1 A (alleen pomp 1) |
| Display | Verlicht (groen/geel), toont pompstatus, temperaturen, foutmeldingen |
| Montage | Wandmontage of integratie in zonnestation |
| Functies | Temperatuurverschilregeling, max. boilertemperatuur, toerentalregeling, minimale/maximale collectortemperatuur, buizencollectorfunctie, Zuid-Europa-functie, handmatige bediening, reset |
| Onderhoudsinstructies | Regelmatig controleren van bedrijfsdruk en temperatuurverschil; elke 2 jaar onderhoud door installateur |
| Reiniging collectoren | Door installateur, zelfreinigend effect bij regen |
| Veiligheid | Max. tapwatertemperatuur 60 °C middels mengkraan; elektrische aansluiting door elektricien |
| Garantie / Overeenstemming | CE-markering, voldoet aan EN-voorschriften |
| Inhoud levering | Regelaar, 2 temperatuursensors, bevestigingsmateriaal |
Veelgestelde vragen - B-sol 100 BOSCH
Gebruikersvragen over B-sol 100 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B-sol 100 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B-sol 100 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING B-sol 100 BOSCH
Regelaar voor zonne-installatie
B-sol 100

BOSCH
nl Installatie- en bedieningshandleiding
Inhoudsopgave
1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen 3
1.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen 3
1.2 Verklaring symbolen 4
2 Gegevens betreffende het toestel 5
2.1 EG-verklaring van overeenstemming 5
2.2 Leveringsomvang
2.3 Productbeschrijving
4 Installatie (alleen voor de installateur) 9
4.1 Wandmontage van de regelaar 9
4.2 Elektrische aansluiting 10
4.2.1 De kabeldoorvoer voorbereiden 10
4.2.2 Kabels aansluiten 11
5 Bediening 12
5.1 Elementen van het zonnestation 13
5.2 Elementen van de regelaar 14
5.3 Bedrijfssoorten
5.4 Temperatuurwaarden weergeven 15
5.5 Hoofdmenu (alleen voor de installateur) 15
5.6 Expertmenu (alleen voor de installateur) 18
6 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) 19
7 Storingen 20
7.1 Storingen met displayweergave 20
7.2 Storingen zonder displayweergave 21
5
8 Aanwijzingen voor de gebruiker 23
8.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk? 23
8.2 Belangrijke aanwijzingen ten aanzien van de solarvloeistof 23
8.3 De zonne-installatie controleren 23
8.4 De bedrijfsdruk controleren, eventueel opnieuw laten instellen 24
8.5 Collectoren reinigen 24
9 Protocol voor de gebruiker 25
14
1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen
1.1 Algemene veiligheidsaan- wijzingen
Met betrekking tot deze handleiding
Deze handleiding bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige montage en bediening van de regelaar zonne-energie.
Deze handleiding is zowel bestemd voor de gebruiker als voor de installateur. Hoofdstukken waarvan de inhoud uitsluitend is bestemd voor de installateur, zijn gemarkeerd met de toevoeging „Alleen voor de installateur“.
▶Deze handleiding zorgvuldig doorlezen en bewaren.
▶Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht, ten einde verwondingen bij personen en materiële schade te vermijden.
Voorgeschreven toepassing
De temperatuurverschilregelaar (hierna regelaar genoemd) mag alleen voor het gebruik van thermische zonne-installaties binnen de toegestane omgevingsvoorwaarden worden gebruikt (→ hoofdstuk 2.4).
De regelaar mag niet in de open lucht, in vochtige ruimten of in ruimten waarin licht ontvlambare gasmengsels kunnen ontstaan, worden gebruikt.
▶De zonne-installatie alleen voor de voorge-schreven toepassing gebruiken. Zorg dat er geen defecten zijn.
Elektrische aansluiting
Alle werkzaamheden, waarvoor de regelaar moet worden geopend, mogen uitsluitend door erkende installateurs worden uitgevoerd.
▶De elektrische aansluiting uitsluitend door een elektricien laten uitvoeren.
▶Er op letten dat een scheidingsvoorziening conform EN 60335-1 voor het over alle polen loskoppelen van het stroomnet beschikbaar is.
▶De regelaar voor het openen over alle polen stroomloos schakelen.
Tapwatertemperatuur
▶Om de taptemperatuur tot max. 60 °C te kunnen begrenzen: tapwatermengkraan inbouwen.
Normen en richtlijnen
▶De plaatselijke normen en richtlijnen voor het monteren en het gebruiken van het apparaat in acht nemen!
Afval
▶Sorteer en recycleer de verpakking op milieu-vriendelijke wijze.
▶Bij vervanging van een component: het oude onderdeel milieuvriendelijk als afval behandelen.
1.2 Verklaring symbolen

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevarendriehoek aangeduid.
Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.
- Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
- Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevallen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
2 Gegevens betreffende het toestel
2.1 EG-verklaring van overeenstemming
Dit product voldoet qua constructie en gedrag aan de desbetreffende Europese richtlijnen alsmede aan evt. aanvullende nationale eisen. De overeenstemming is bewezen.
2.2 Leveringsomvang

Afb. 1 Regelaar B-sol 100 met temperatuursensors
•Regelaar B-sol 100
•Collectortemperatuursensor NTC 20K (FSK-Collector)
•Boilertemperatuursensor NTC 10K
- Bevestigingsmateriaal en trekontlastingsklemmen (bij wandmontage)
Wanneer de regelaar in een zonnestation is geïntegreerd, zijn de kabels deels voorgemonteerd.
2.3 Productbeschrijving
De regelaar is ontwikkeld voor gebruik in een zonne-installatie. De regelaar kan aan een muur worden gemonteerd of is in een zonnestation geïntegreerd.
Het display van de regelaar is tijdens normaal gebruik tot 5 minuten nadat een toets/knop is ingedrukt groen/geel op de achtergrond verlicht (activeren door bijv. aan de draaiknop te draaien Ⓞ).
Het display geeft aan:
•Pompstatus (als eenvoudig installatieschema)
•Installatiewaarden (bijv. temperaturen)
•geselecteerde functies
•storingsmeldingen

Afb. 2 Mogelijke displayweergaven
Installatieschema zonne-installatie

Afb. 3 Installatieschema
1 Collectorveld
2 zonnestation
3 Zonneboiler
4 Regelaar B-sol 100
| Hoofdcomponenten van de zonne-installatie | |
| Collectorveld | • bestaat uit platte collectoren of vacuümbuiscollectoren |
| zonnestation | • bestaat uit een pomp, veiligheids- en afsluitarmaturen voor de zonne-installatiecircuit. |
| Zonneboiler | • dient voor het bewaren van de gewonnen zonne-energie•Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:-drinkwateropslag-bufferopslag (voor ondersteuning van de verwarming)-combi-opslag (voor ondersteuning van de verwarming en het drink-water) |
Regelaar B-sol 100 • incl. twee temperatuursensors
Tabel 1
Werkingsprincipe
Wanneer het ingestelde temperatuurverschil tussen het collectorveld (→ afb. 3, pos. 1) en zonneboiler (→ afb. 3, pos. 3) wordt overschreden, wordt de pomp in het zonnestation ingeschakeld.
De pomp transporteert het warmtedragende medium (solarvloeistof) in een circuit door het collectorveld naar de verbruiker. Normaal gesproken is dit een zonneboiler. In de zonneboiler zit een warmtewisselaar, die de gewonnen zonne-energie van het warmtedragermedium op het drinkwater of tapwater overdraagt.
| Regelaar B-sol 100 | |
| Eigen verbruik 1 W | |
| Beschermingswijze IP20 / DIN 40050 | |
| Aansluitspanning 230 V AC, 50 Hz | |
| Bedrijfsstroomsterkte | | max: 1,1 A |
| max. stroomverbruik bij pompuitgang 1,1 A (slechts pomp 1 aansluiten!) | |
| Meetbereik -30 °C tot +180 °C | |
| Toegestane omgevingstemperatuur 0 tot +50 °C | |
| Collectortemperatuursensor NTC 20K met 2,5 m lange kabel | |
| Boilertemperatuursensor NTC 10K met 3 m lange kabel | |
| Afmetingen (h x b x d) 170 x 190 x 53 mm | |
Tabel 3 Weerstandswaarden van de temperatuursensors

Om de weerstandswaarden te kunnen meten moeten de temperatuursensors losgekoppeld zijn van de regelaar.
3 Voorschriften
Dit apparaat voldoet aan de desbetreffende EN-voorschriften.
De onderstaande richtlijnen en voorschriften opvolgen:
▶Plaatselijke bepalingen en voorschriften van het verantwoordelijke nutsbedrijf.
- Industriële en brandweertechnische bepalingen en voorschriften.
4 Installatie (alleen voor de installateur)
4.1 Wandmontage van de regelaar
De regelaar wordt met behulp van drie schroeven op de wand bevestigd.

Voorzichtig: Gevaar voor letsel en beschadiging van de behuizing door ondeskundige montage.
▶De achterkant van de behuizing mag niet als boorsjabloon worden gebruikt.
- Het bovenste bevestigingsgat (→ afb. 4, pos. 1) boren en de meegeleverde schroef tot 5 mm indraaien.
▶De schroef onderaan de regelaar losdraaien en het deksel verwijderen.
▶De regelaar aan de uitsparing in de behuizing ophangen.
▶ De onderste bevestigingsgaten (→ afb. 4, pos. 2) aftekenen, de gaten boren en pluggen plaatsen.
▶De regelaar uitlijnen en in de onderste bevestigingsgaten links en rechts vastschroeven.

Afb. 4 Wandmontage van de regelaar
1 bovenste bevestigingsgat
2 onderste bevestigingsgaten
4.2 Elektrische aansluiting

Gevaar: Levensgevaar door elektrische stroom.
▶Voor het openen van het apparaat de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken.
▶De kabel met trekontlasting beveiligen.
4.2.1 De kabeldoorvoer voorbereiden
De kabels kunnen afhankelijk van de montage-situatie van achteren (→ afb. 5, pos. 4) of van onderen (→ afb. 5, pos. 3) in de behuizing worden geleid!
▶Beschermingswijze IP 20 tijdens de installatie aanhouden:
-Alleen noodzakelijke kabeldoorvoeren open maken.
-Kabeldoorvoeropeningen slechts zo groot als noodzakelijk maken.
Kabeldoorvoer (→ afb. 5) met mes open maken, zodat er geen scherpe kanten overblijven.
▶De kabel met de desbetreffende trekontlasting (→ afb. 5, pos. 2) beveiligen. De trekont-lasting kan ook gedraaid worden gemonteerd (→ afb. 5, pos.1).

Afb. 5 Doorvoer en bevestiging van de kabel
1 Trekontlasting gedraaid
2 Trekontlasting
3 Kabeldoorvoer langs onder
4 Kabeldoorvoer langs achter
4.2.2 Kabels aansluiten
Voor de aansluiting van de kabels moet u het volgende in acht nemen:
- De plaatselijke voorschriften zoals aarding enz. opvolgen.
- Alleen originele toebehoren van de fabrikant gebruiken. Andere fabrikaten op aanvraag.
- De regelaar tegen overbelasting en kortsluiting beveiligen.
- De voedingsspanning moet overeenkomen met de waarden die op het typeplaatje staan vermeld.
- Op iedere klem max. 1 kabel aansluiten (max. 1,5 mm ^2 ).
- Bij de temperatuursensors is de polariteit van de aders willekeurig. De sensorkabels kunnen max. tot 100 m worden verlengd (tot 50 m lengte = 0,75 mm ^2 , tot 100 m = 1,5 mm ^2 ).
-
Alle sensorkabels gescheiden verleggen van 230 V of 400 V voerende kabels, om inductieve beïnvloeding te voorkomen (min. 100 mm).
-
Afgeschermde laagspanningskabels gebruiken indien externe inductieve invloeden kunnen worden verwacht (bijv. door transformatorstations, krachtstroomkabels, microgolven).
- Voor de 230 V-aansluiting minimaal kabels van het type H05 VV-... (NYM...) gebruiken.
- Brandveiligheidstechnische, bouwkundige maatregelen mogen niet worden beïnvloed.

Wij adviseren om de elektrische aansluiting schakelbaar uit te voeren.
▶De aansluiting niet via de nood- schakelaar van de verwarming laten lopen.
▶De kabels overeenkomstig het schakelschema (→ afb. 6) aansluiten.
▶Snelaansluitklem met een schroevendraaier indrukken.
▶ Nadat de werkzaamheden zijn beëindigd, de regelaar met deksel en schroef afsluiten.

Afb. 6 Aansluitschema
1 Zekering 1,6 AT
2 Temperatuursensor T3 voor temperatuuraanduiding boiler midden/boven (toebehoren)
3 Temperatuursensor T2 voor temperatuuraanduiding en regelwaarde boiler onder
4 Temperatuursensor T1 voor temperatuuraanduiding en regelwaarde collector
5 Pomp (max. 1,1 A)
5 Bediening
Aanwijzingen voor de gebruiker
De zonne-installatie wordt bij de inbedrijfstelling door uw installateur afgesteld en draait daarna automatisch.
▶De zonne-installatie ook tijdens een langere afwezigheid (bijv. vakantie) niet uitschakelen. Indien de installatie overeenkomstig de opgaven van de fabrikant is geïnstalleerd, is de zonne-installatie op zichzelf veilig.
- Geen wijzigingen aan de instellingen van de regelaar uitvoeren.
▶Na een langere stroomuitval of langere afwezigheid, de bedrijfsdruk aan de manometer van de zonne-installatie (→ hoofdstuk 8.4, pagina 24) controleren.
Aanwijzingen voor de installateur
▶Alle documenten aan de gebruiker overhandigen.
▶Geef de gebruiker de nodige uitleg over de werking en de bediening van het apparaat.
5.1 Elementen van het zonnestation
De hoofdcomponenten van het zonnestation zijn:
- Thermometer (→ afb. 7, pos. 1 en 3): De ingebouwde thermometers geven de temperaturen van de retour van de collectoren (blauw) en de aanvoer (rood) weer.
- Manometer (→ afb. 7, pos. 2): De manometer geeft de bedrijfsdruk aan.

Afb. 7 Zonnestation
1 Temperatuuraanduiding collectorcircuit retour
2 Manometer
3 Temperatuuraanduiding collectorcircuit aanvoer
5.2 Elementen van de regelaar

Afb. 8 Regelaar en display
1 Display
2 Draaiknop
3 Toets „terug“
4 Menutoets
5 Symbool voor temperatuursensor
6 Aanduiding voor temperatuurwaarden, bedrijfsuren enz.
7 Aanduiding voor „Max. boilertemperatuur bereikt“
8 Geanimeerde zonnecircuit
9 Aanduiding voor „Minimale of maximale collectortemperatuur bereikt“
5.3 Bedrijfssoorten
Indien het inschakeltemperatuurverschil tussen de beide aangesloten temperatuursensors wordt overschreden, draait de aangesloten pomp. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (→ afb. 8, pos. 8).
Zodra het uitschakeltemperatuurverschil is bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.
Ter bescherming van de pomp wordt deze ca. 24 uur nadat deze voor de laatste keer heeft gedraaid ca. 3 seconden lang ingeschakeld (pompkick).
Werkingstest, handbediening
Deze bedrijfssoort is alleen in het hoofdmenu voor installateurs toegankelijk.
5.4 Temperatuurwaarden weergeven
In de automatische werking kunnen met behulp van de draaiknop verschillende installatiewaarden (temperatuurwaarden, bedrijfsuren, pomptoerental) worden opgevraagd.
Temperatuurwaarden worden door middel van positienummers in het pictogram toegewezen.
5.5 Hoofdmenu (alleen voor de installateur)
In het hoofdmenu van de regelaar wordt de regeling aan de omstandigheden van de zonne-installatie aangepast.
▶Om naar het hoofdmenu te wisselen: druk op de toets menu
▶Met de draaiknop de gewenste instelling of functie selecteren.
▶Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien.
▶Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken.
▶Om het hoofdmenu te verlaten: de toets indrukken.
Indien langer dan 60 seconden niets wordt ingevoerd, verlaat de regelaar het hoofdmenu.
| Aan-duiding | Functie | Instelbereik [vooraf ingesteld] | ingesteld |
| T on | InschakeltemperatuurverschilIndien het ingestelde inschakeltemperatuurverschil ( T ) tus- sen boiler en collectorveld is bereikt, begint de pomp te draaien. Wanneer de ingestelde waarde daalt tot onder de helft van die waarde, wordt de pomp uitgeschakeld. | 7-20 K[8 K] | |
| max | Max. boilertemperatuurIndien de temperatuur op de boilertemperatuursensor de max. boilertemperatuur bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld. Op het display knippert de aanduiding „max“ en de tem- peratuur van de boilertemperatuursensor wordt weergegeven. | 20-90 °C[60 °C] | |
![]() | ToerentalregelingDeze functie verhoogt het rendement van de zonne-installa- tie. Hierbij wordt gepoogd om het temperatuurverschil tus- sen de temperatuursensors T1 en T2 tot de waarde van het inschakeltemperatuurverschil te regelen.Wij adviseren om deze instelling ingeschakeld te houden. | on/off[on] | |
| Aan-duiding Functie | Instelbereik [vooraf ingesteld] | ingesteld | |
![]() | Minimaal toerental bij toerentalregelingDeze functie legt het minimale toerental van de pomp vast en maakt de aanpassing van de toerentalregeling aan de individuele uitvoering van de zonne-installatie mogelijk. | 30-100% [50%] | |
| min / max | Maximale collectortemperatuur en minimale collector-temperatuurWanneer de maximale collectortemperatuur wordt overschreden, wordt de pomp uitgeschakeld.Wanneer de temperatuur tot onder de minimale collectortemperatuur (20 °C) daalt, begint de pomp zelfs niet te draaien, indien aan alle overige inschakelvoorwaarden is voldaan. | 100-140 °C [120 °C] | |
![]() | BuizencollectorfunctieOm warme solarvloeistof naar de sensor te kunnen pompen, wordt vanaf een collectortemperatuur van 20 °C iedere 15 minuten de pomp gedurende 5 seconden ingeschakeld. | on/off [off] | |
![]() | Zuid-Europa-functieDeze functie is uitsluitend bedoeld voor landen waar op grond van de hoge temperaturen normaal gesproken geen gevaar voor bevriezing bestaat. Indien de collectortemperatuur bij een ingeschakelde Zuid-Europa-functie tot onder de +5 °C daalt, wordt de pomp ingeschakeld. Daardoor wordt warm boilerwater door de collector gepompt. Wanneer de collectortemperatuur +7 °C bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.Attentie! De Zuid-Europa-functie biedt geen absolute beveili-ging tegen vorstschade. Eventueel de installatie met solar-vloeistof vullen! | on/off [off] | |
![]() | InfoDeze functie geeft de softwareversie aan. | ||
| Handmatige werking „on“ (ingeschakeld)De handmatige werking „on“ stuurt de pomp maximaal 12 uur aan. Op het display verschijnen afwisselend de aan-duidingen „on“ en de geselecteerde waarde. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (→ afb. 8, pos. 8). Veiligheidsvoorzieningen, zoals bijv. max. collectortemperatuur, blijven ingeschakeld.Na maximaal 12 uur schakelt de regelaar over op de automati-sche werking.Handmatige werking „off“ (uitgeschakeld)De pomp wordt uitgeschakeld en de solarvloeistof blijft in rust. Op het display verschijnen afwisselend de aanduidingen „off“ en de geselecteerde waarde.Handmatige werking „Auto“ (automatisch)Indien het inschakeltemperatuurverschil tussen de beide aangesloten temperatuursensors wordt overschreden, draait de aangesloten pomp. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (→ afb. 8, pos. 8).Zodra het uitschakeltemperatuurverschil is bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld. | on/off/Auto [off] | ||
| reset | BasisinstellingenAlle functies en parameters worden teruggezet op de basisinstelling (met uitzondering van de bedrijfsuren). Na het reset-ten moeten alle parameters gecontroleerd en eventueel opnieuw ingesteld worden. | ||
Tabel 4 Functies in het hoofdmenu
Tabel 4 Functies in het hoofdmenu
Tabel 4 Functies in het hoofdmenu

Waarschuwing: Gevaar voor brandwonden door temperaturen van het warme water van meer dan 60 °C!
- Om de taptemperaturen tot max. 60 °C te kunnen begrenzen: tapwatermengkraan inbouwen.
5.6 Expertmenu (alleen voor de installateur)
Voor speciale installaties kunnen in het Expert-menu verdere instellingen worden uitgevoerd.
▶Om naar het Expertmenu te wisselen: de toets menu ongeveer 5 seconden lang indrukken.
▶Met de draaiknop de gewenste instelling of functie P1 tot P4 selecteren.
▶Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien.
▶Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken.
▶Om het expertmenu te verlaten: de toets indrukken.

| Aan-duiding | Functie | Instelbereik [vooraf ingesteld] | ingesteld |
| P1 | Minimale collectortemperatuurWanneer de minimale collectortemperatuur niet bereikt wordt, gaat de pomp ook niet draaien als aan alle overige inschakelvoorwaarden is voldaan. | 10-80 °C[20 °C] | |
| P2 | UitschakeltemperatuurverschilIndien de ingestelde waarde niet meer bereikt wordt, wordt de pomp uitgeschakeld.De waarde kan alleen afhankelijk van de in het hoofdmenu ingestelde inschakeltemperatuurverschil worden ingesteld (vast ingesteld verschil = 3 K, → tabel 4, pagina 15). | 4-17 K[4 K] | |
| P3 | Inschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie (→ tabel 4, pagina 15)Wanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-Europa-functie tot onder de ingestelde waarde daalt, wordt de pomp ingeschakeld.De waarde kan nu alleen afhankelijk van de „Uitschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie“ (vast ingesteld verschil = 2 K) worden ingesteld. | 4-8 °C[5 °C] | |
| P4 | Uitschakeltemperatuur Zuid-Europa-functieWanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-Europa-functie tot boven de ingestelde waarde stijgt, wordt de pomp uitgeschakeld.De waarde kan alleen afhankelijk van de „Inschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie“ worden ingesteld (vast ingestelde verschil = 2 K). | 6-10 °C[7 °C] |
Tabel 5 Functies in het Expertmenu
6 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur)

Waarschuwing: Beschadiging van de pomp door drooglopen.
▶Controleren of het collectorcircuit met solarvloeistof is gevuld (→ Montage- en onderhoudshandleiding zonne-energiestation).
▶Tijdens de inbedrijfstelling van de zonne-installatie moet u de technische documentatie van het zonnestation, van de collectoren en van de zonneboiler in acht nemen.
▶De zonne-installatie uitsluitend in bedrijf stellen, indien alle pompen en kleppen perfect werken!

Waarschuwing: Schade aan de installatie tijdens de inbedrijfstelling door bevroren water of door verdamping in de zonnecircuit.
▶De collectoren tijdens de inbedrijfstelling tegen de inwerking van de zon beschermen.
▶De zonne-installatie niet bij vorst in bedrijf stellen.
Ten aanzien van het zonnestation onderstaande handelingen in acht nemen:
▶ontluchting van de installatie controleren.
▶debiet controleren en instellen.
▶De instellingen van de regelaar in het inbedrijfstellings- en onderhoudsprotocol vastleggen (→ Montage- en onderhoudshandleiding van het zonnestation).

Waarschuwing: Schade aan de installatie door onjuist ingestelde bedrijfssoort.
Om het ongewenst opstarten van de pomp na het inschakelen van de netspanning te voorkomen, is de regelaar af fabriek in de modus handmatige werking „off“ ingesteld.
▶De regelaar voor de normale werking op „Auto“ zetten (→ hoofdstuk 5.5, pagina 15).
7 Storingen
7.1 Storingen met displayweergave
Bij storingen knippert het display rood. Boven-dien geeft het display het soort storing door middel van symbolen weer.
▶Voor de gebruiker: Indien een storing optreedt contact opnemen met een installatiebedrijf.
| Aan-duiding | Soort storingEffect Mogelijke oorzaken Verhelpen | ||
| -,-,- | sensorbreuk (collector- of boilertemperartuursensor) | ||
| De pomp wordt uitgeschakeld | Temperatuursensor niet of niet correct aangesloten.Temperatuursensor of sen-sorkabel defect. | Controleer de sensoraansluiting. Controleer of de temperatuursensor misschien gebroken of verkeerd ingebouwd is.De temperatuursensor vervangen. De sensorkabel con-troleren. | |
| -,-,- | Kortsluiting collectortemperatuursensor | ||
| Pomp wordt uitgescha-keld. | Temperatuursensor of sen-sorkabel defect. | De temperatuursensor vervangen. De sensorkabel con-troleren. | |
| Sys | Het temperatuurverschil tussen de temperatuursensors T1 en T2 is te groot | ||
| Geen volumestroom. | Lucht in de installatie.De pomp is geblokkeerd.De kleppen of afsluitingen zijn gesloten.Verstopte kabel. | De installatie ontluchten.De pomp controleren.Kleppen en afsluitingen con-troleren.De kabel controleren. | |
| Err | De collectoraansluitingen verwisseld | ||
| Mogelijkerwijs zijn de collec-toraansluitingen (retour, ver-trek) verwisseld. | De buis voor vertrek en retour controleren. | ||
Tabel 6 Mogelijke storingen met displayweergave
Sensorstoringen worden, nadat de oorzaak is verholpen, niet meer weergegeven.
▶Bij andere storingen: de toets indeokken om de storingsaanduiding uit te schakelen.
7.2 Storingen zonder displayweergave
| Soort storingEffect Mogelijke oorzaken Verhelpen | ||
| De aanduiding is uitgegaan. De pomp draait niet, hoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan. | ||
| De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. | Geen stroomtoevoer, zekering of voedingskabel defect. | Controleer de zekering en vervang deze indien nodig. De elektrische installatie door een elektricien laten controleren. |
| De pomp draait niet, alhoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan. | ||
| De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. | De pomp is door middel van de „Handmatige werking“ uitgeschakeld.De boilertemperatuur „T2“ ligt in de buurt van of boven de ingestelde maximale boilertemperatuur.De collectortemperatuur „T1“ ligt in de buurt van of boven de ingestelde maximale collectortemperatuur. | Met behulp van de functie „Handmatige werking“ overschakelen op automatisch.Indien de temperatuur 3 K onder de maximale boilertemperatuur daalt, wordt de pomp ingeschakeld.Indien de temperatuur 5 K onder de maximale collectortemperatuur daalt, wordt de pomp ingeschakeld. |
| De pomp draait niet, hoewel de circuitanimatie op het display wordt weergegeven. | ||
| De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. | De kabel naar de pomp is onderbroken of niet aangesloten.Pomp defect. | De kabel controleren.De pomp controleren, eventueel vervangen. |
| De circuitanimatie op het display draait, de pomp „bromt“. | ||
| De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. | De pomp zit vast als gevolg van een mechanische blokkade. | De gleufschroef op de pompkop losdraaien en de pompas met een schroevendraaier losdraaien. Niet tegen de pompas slaan! |
| De temperatuursensor geeft een onjuiste waarde aan. | ||
| De pomp wordt te vroeg/te laat ingeschakeld/uitgeschakeld. | De temperatuursensor is niet correct gemonteerd. Verkeerde temperatuursensor gemonteerd. | De positie, montage en soort sensor controleren, eventueel warmte-isolatie aanbrengen. |
| Te heet tapwater. | ||
| Verbrandingsgevaar De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan is te hoog ingesteld. | De begrenzing van de boilertemperatuur en de tapmengkraan lager instellen. | |
| Te koud tapwater (of te geringe hoeveelheid warm tapwater). | ||
| De temperatuurregelaar voor warm water op de ketel of de tapmengkraan is te laag ingesteld. | De temperatuurinstelling overeenkomstig de bijbehorende bedie-ningshandleiding instellen (max. 60 °C). | |
Tabel 7 Mogelijke storingen zonder displayweergave
Tabel 7 Mogelijke storingen zonder displayweergave
8 Aanwijzingen voor de gebruiker
8.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk?
Uw zonne-installatie voor drinkwateropwarming of een combinatie van drinkwateropwarming en verwarmingsondersteuning is vrijwel onderhoudsvrij.
Desondanks adviseren wij om de installatie iedere 2 jaar door een installatiebedrijf te laten onderhouden. Zo wordt een foutloze en efficiënte werking gegarandeerd en kan mogelijke schade vroegtijdig herkend en hersteld worden.
8.2 Belangrijke aanwijzingen ten aanzien van de solarvloeistof

Waarschuwing: Gevaar voor letsel door contact met solarvloeistof (water-propyleenglycol-mengsel).
▶Wanneer er solarvloeistof in uw ogen komt, moet u uw ogen, met opengesperde oogleden, meteen grondig onder stromend water uitspoelen.
▶De solarvloeistof onbereikbaar voor kinderen opbergen.
De solarvloeistof is biologisch afbreekbaar.
Tijdens de inbedrijfstelling van de zonne-installatie wordt de installateur erop gewezen, dat voor de solarvloeistof een minimale vorstbescherming van -25 °C moet worden gegarandeerd.
8.3 De zonne-installatie controleren
U kunt aan een foutloze werking van uw zonne-installatie bijdragen door:
- het temperatuurverschil tussen vertrek en retour, alsmede de collector- en de boiler-temperatuur ongeveer tweemaal per jaar te controleren,
•bij zonnestations de bedrijfsdruk te controle- ren, - de warmtehoeveelheid (indien er een warmtemeter is geïnstalleerd) en/of bedrijfsuren te controleren,

Voer de waarden in het protocol op pagina 25 in (ook als kopieervoorbeeld).
Het ingevulde protocol kan de installateur helpen om de zonne-installatie te controleren en te onderhouden.
8.4 De bedrijfsdruk controleren, eventueel opnieuw laten instellen

Drukschommelingen binnen de zonnecircuit op grond van temperatuursveranderingen zijn normaal en leiden niet tot storingen in de zonne-installatie.
- De bedrijfsdruk op de manometer (→ afb. 7) controleren terwijl de installatie koud is (ca. 20 °C).
Bij het wegvallen van de druk
Een drukdaling kan de volgende oorzaken hebben:
- Er is een lek in de zonnecircuit.
- Een automatische ontluchter heeft lucht of stoom uitgeblazen.
Wanneer de druk van de installatie sterk gedaald is:
▶Controleer of er solarvloeistof in de opvangbak onder het zonnestation is gelekt.
▶Een installatiebedrijf inschakelen wanneer de bedrijfsdruk 0,5 bar onder de in het inbedrijfstellingsprotocol ingevoerde waarde is gedaald (→ Montage- en onderhoudshandleiding van het zonnestation).
8.5 Collectoren reinigen

Gevaar: Voor valpartijen!
▶Laat de inspectie-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden op het dak alleen door een installatiebedrijf uitvoeren.
Op grond van het zelfreinigende effect bij regen hoeven de collectoren normaal gesproken niet te worden gereinigd.
9 Protocol voor de gebruiker
| Gebruiker van de installatie: Datum inbedrijfstelling: | |
| Aantal collectoren: Collectortype: | |
| Boilertype: Dakhelling: | |
| Windstreek: Zonnestation: |
| Datum Thermometer op zonnestation | Temperatuuraanduiding op regelaar | Manometer op zonnestation | Weerssituatie 1=wolkeloos 2=onbewolkt 3=bewolkt 4=bedekt | ||||
| Collector aanvoer, rood, in °C | Collector retour, blauw, in °C | Collector (°C) | Boiler onder (°C) | Bedrijfsdruk in bar | Bedrijfsuren en/of warmtehoeveel-heid in kWh | ||
Tabel 8 Protocolvoorbeeld voor waarden zonne-installatie
Notities
Notities
Bosch Thermotechniek B.V.
Postbus 379
7300 AJ Apeldoorn
Tel: +31 (0) 55 - 543 43 43
Fax: +31 (0) 55 - 543 43 44
www.boschsupportline.nl
infott@nl.bosch.com




