ADMR80 - Boiler A.O. Smith - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ADMR80 A.O. Smith in PDF-formaat.
| Producttype | Gasgestookte open boiler (atmosferisch) |
| Merk | A.O. Smith |
| Model | ADMR80 |
| Categorie | Waterverwarmer / Boiler |
| Inhoud | 335 liter |
| Afmetingen (hxbxd) | 2100 x 1100 x 800 mm |
| Diameter | 710 mm |
| Leeg gewicht | 238 kg |
| Maximale werkdruk | 8 bar |
| Voedingsspanning | 230 V ~ 50 Hz |
| Opgenomen elektrisch vermogen | 50 W |
| Nominaal vermogen (G25) | 65,2 kW |
| Gasverbruik (G25) | 9,6 m³/h |
| Aansluiting gas | Rp 3/4" |
| Aansluiting koudwater | Rp 1 1/2" |
| Aansluiting warmwater | Rp 1 1/2" |
| Rookgasafvoer diameter | 180 mm |
| IP-beschermklasse | IP30 |
| Opwarmtijd (ΔT=45°C) | 17 minuten |
| Bediening | Display met menusturing (ThermoControl) |
| Veiligheidsfuncties | Vorstbeveiliging, rookgasafvoerbeveiliging, ionisatievlamdetectie, temperatuurbeveiliging |
| Onderhoudsinterval | Minimaal 1x per jaar waterzijdig en gaszijdig |
| Garantie | 1 jaar op onderdelen, 3 jaar op tank |
Veelgestelde vragen - ADMR80 A.O. Smith
Gebruikersvragen over ADMR80 A.O. Smith
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boiler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ADMR80 - A.O. Smith en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ADMR80 van het merk A.O. Smith.
GEBRUIKSAANWIJZING ADMR80 A.O. Smith
Atmosferische industriële boiler
ADMR - 40/50/60/80/90/115/135

Installatie-, Gebruikers- en Servicehandleiding
uw installateur
Lees deze handleiding zorgvuldig
Waarschuwing
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u het toestel in gebruik neemt. Het niet lezen van deze handleiding en het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding kan leiden tot ongevallen en schade aan personen en het toestel.
Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van A.O. Smith Water Products Company.
A.O. Smith Water Products Company behoudt zich het recht voor de specificaties zoals vermeld in deze handleiding te wijzigen.
Handelsmerken
Alle in deze handleiding genoemde merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende leveranciers.
Aansprakelijkheid
A.O. Smith Water Products Company is niet aansprakelijk voor claims van derden veroorzaakt door ondeskundig gebruik anders dan vermeld in deze handleiding en overeenkomstig de Algemene Voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.
Zie verder de Algemene Voorwaarden. Deze kunt u kostenlos bij ons opvragen.
Hoewel grote zorg is besteed aan het waarborgen van correcte en waar nodig, volledige beschrijving van de relevante onderdelen, kan het voorkomen dat de handleiding fouten en onduidelijkheden bevat.
Mocht u toch fouten of onduidelijkheden in de handleiding ontdekken, dan vernemen wij dat graag van u. Het helpt ons de documentatie verder te verbeteren.
Meer informatie
Indien u opmerkingen of vragen heeft aangaande specifieke onderwerpen die betrekking hebben op het toestel, aarzelt u dan niet contact op te nemen met:
Algemeen: +31 40 294 25 00
Fax: +31 40 294 25 39
E-mail: info@aosmith.nl
Website: www.aosmithinternational.com
Voor problemen met de aansluitingen op gas,- elektra- en watervoorzieningen kunt u terecht bij de leverancier/installateur van uw installatie.

Inhoudsopgave
1 Inleiding 9
1.1 Over het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 9
1.2 Wat te doen bij gaslucht - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 9
1.3 Voorschriften 9
1.4 Doelgroepen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 10
1.5 Onderhoud 10
1.6 Notatiewijzen 11
1.7 Overzicht van dit document 11
2 Werking van het toestel 13
2.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 13
2.2 Algemene werking van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - 13
2.3 Opwarmcyclus van het toestel 14
2.4 Beveiliging van het toestel 14
2.5 Veiligheid van de installatie- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 15
3 Installatie - 17
3.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17
3.2 Verpakking 17
3.3 Omgevingscondities 17
3.4 Technische specificaties - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 20
3.5 Aansluitschema 23
3.6 Shuntleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 23
3.7 Wateraansluitingen 23
3.8 Gasaansluiting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 25
3.9 Rookgasafvoer- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 25
3.10 Elektrische aansluiting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 29
3.11 Voordruk en branderdruk controleren - - - - - - - - - - - - - - - - 33
4 Ombouw naar een andere gascategorie 37
4.1 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115 - - - - - - - - - - 38
4.2 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 135 - - - - - - - - - - - - - 40
5 Vullen- 43
5.1 Vullen van het toestel 43
6 Aftappen 45
6.1 Aftappen van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 45
7 Het bedieningspaneel 47
7.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 47
7.2 Bediening 47
7.3 Betekenis van de icoontjes - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 47
7.4 AAN/UIT-schakelaar op elektronische besturing - - - - - - - - - - - 47
7.5 Navigatieknoppen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 47
7.6 PC-aansluiting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 48
8 Status van het toestel 49
8.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 49
8.2 Bedrijfstoestanden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 49
8.3 Storingstoestanden 50
8.4 Servicetoestand - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 51
Inhoudsopgave
9 In bedrijf nemen 53
9.1 In bedrijf nemen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 53
9.2 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 53
10 Uit bedrijf nemen 55
10.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 55
10.2 Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode") - - - - - - - 55
10.3 Toestel spanningsloos maken - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 55
10.4 Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen - - - - - - - - - - 55
11 Hoofdmenu - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 57
11.1 Notatiewijze voor bediening van het menu - - - - - - - - - - - - - - - - 57
11.2 De "ON-mode" inschakelen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 57
11.3 Watertemperatuur instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 57
11.4 Weekprogramma - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 57
11.5 Extra periode - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 61
11.6 Instellingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 62
12 Serviceprogramma 65
12.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 65
12.2 De hysterese instellen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 65
12.3 De storingshistorie uitlezen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 65
12.4 De toestelhistorie uitlezen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 66
12.5 De toestelselectie uitlezen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 66
12.6 De pomp aan- of uitzetten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 66
12.7 Het service interval instellen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 66
12.8 Het contrast van het display instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - 66
12.9 De schakeltijd van het licht instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 66
12.10 De scrollsnelheid van het display instellen - - - - - - - - - - - - - - - - 66
13 Storingen - 67
13.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 67
13.2 Storingstabel voor algemene storingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - 68
13.3 Storingstabel voor storingen op het display - - - - - - - - - - - - - - - -70
14 Onderhoudsfrequentie 79
14.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 79
14.2 Service-interval bepalen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 79
15 Onderhoud uitvoeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 81
15.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 81
15.2 Onderhoud voorbereiden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 81
15.3 Waterzijdig onderhoud - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 82
15.4 Gaszijdig onderhoud - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 85
15.5 Onderhoud afronden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 85
16 Garantie (certificaat) 87
16.1 Garantie algemeen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 87
16.2 Garantie tank - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 87
16.3 Voorwaarden installatie en gebruik - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 87
16.4 Uitsluitingen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 88
16.5 Omvang garantie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 88
16.6 Claims - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 88
16.7 Verplichtingen voor A.O. Smith - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 88
17 Bijlagen- 89
17.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 89
17.2 Elektrische schema's ADMR - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 89
17.3 Weekprogrammakaart - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 95
Inhoudsopgave
1 Inleiding
1.1 Over het toestel

Deze handleiding beschrijft de installatie, service en het gebruik van een ADMR-toestel. Het ADMR-toestel is een gasgestookte open boiler zonder ventilator. ADMR-toestellen zijn voorzien van een rookgasafvoerbeveiliging.
Een ADMR is van het toesteltype B 11BS .
De informatie in deze handleiding geldt voor de types: ADMR 40, ADMR 50, ADMR 60, ADMR 80, ADMR 90, ADMR 115 en ADMR 135.
De bouwwijze en de uitrusting van het toestel zijn volgens de Europese norm voor gas gestookte warmwatervoorraadtoestellen voor sanitair gebruik (EN 89). De toestellen voldoen daarmee aan de Europese Richtlijn voor Gastoestellen en hebben daarom het recht de CE-markering te dragen.

Waarschuwing
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u de boiler in gebruik neemt. Het niet lezen van de handleiding en het niet opvolgen van de beschreven instructies kan leiden tot persoonlijke ongevallen en schade aan het toestel.
1.2 Wat te doen bij gaslucht

Waarschuwing
Bij gaslucht:
Geen open vuur! Niet roken!
Vonkvorming vermijden! Geen elektrische schakelaars gebruiken, ook geen telefoon, stekker of bel!
Ramen en deuren openen!
Hoofdgasafsluitinrichting sluiten!
Bewoners waarschuwen en gebouw verlaten!
Waarschuw na verlaten van het gebouw de gasdistributiemaatschappij of installateur.
1.3 Voorschriften
Als (eind)gebruiker, installateur of service- en onderhoudsmonteur dient u ervoor te zorgen dat de gehele installatie tenminste voldoet aan de ter plekke geldende:
• voorschriften m.b.t. bouwbesluiten;
- richtlijnen voor bestaande gasinstallaties opgesteld door uw energieleverancier;
- richtlijnen voor aardgasinstallaties en de bijbehorende praktijkrichtlijnen;
- veiligheidseisen voor laagspanningsinstallaties;
• voorschriften m.b.t. drinkwatervoorziening;
• voorschriften m.b.t. ventilatie in gebouwen;
- voorschriften m.b.t. toevoer van verbrandingslucht;
• voorschriften m.b.t. afvoer van rookgassen;
- eisen voor gasverbruikinstallaties;
- voorschriften m.b.t. binnenriolering in gebouwen;
- voorschriften van brandweer, energiebedrijven en gemeente.
Verder dient de installatie te voldoen aan de voorschriften van de fabrikant.

Opmerking
Voor alle voorschriften, eisen en richtlijnen geldt dat aanvullingen of latere wijzigingen en/of toevoegingen op het moment van installeren van toepassing zijn.
1.4 Doelgroepen
De drie doelgroepen voor deze handleiding zijn:
• (eind)gebruikers;
- installateurs;
- service- en onderhoudsmonteurs.
Op iedere pagina wordt met symbolen aangegeven voor welke doelgroep de informatie bedoeld is. Zie de tabel.
Symbolen per doelgroep
| Symbool Doelgroep | ||
![]() | (Eind)gebruiker | |
![]() | Installateur | |
![]() | Service- en onderhoudsmonteur | |
1.5 Onderhoud
Een onderhoudsbeurt dient minimaal één maal per jaar zowel waterzijdig als gaszijdig te worden uitgevoerd. De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van ondermeer de waterkwaliteit, het gemiddeld aantal branduren per dag en de ingestelde watertemperatuur.

Opmerking
Om de juiste onderhoudsfrequentie te bepalen, wordt aanbevolen de service- en onderhoudsmonteur het toestel drie maanden na installatie water- en gaszijdig te laten controleren. Aan de hand van deze controle kan de onderhoudsfrequentie worden vastgesteld.

Opmerking
Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het toestel.
Zowel de eindgebruiker als de service- en onderhoudsmonteur zijn verantwoordelijk voor regelmatig onderhoud. Zij dienen hier duidelijke afspraken over te maken.

Opmerking
- Indien het toestel niet regelmatig onderhouden wordt, vervalt het recht op garantie.



1.6 Notatiewijzen
In deze handleiding wordt gebruik gemaakt van de volgende notatiewijzen:

Opmerking
Opgelet belangrijke mededeling.

Let op
Het negeren van deze tekst kan leiden tot beschadiging van het toestel.

Waarschuwing
Het negeren van deze tekst kan leiden tot ernstige beschadiging van het toestel en tot gevaarlijke persoonlijke situaties.
1.7 Overzicht van dit document
De tabel geeft een overzicht van de inhoud van dit document.
Inhoud van dit document
| Hoofdstuk Doelgroepen Omschrijving | ||||
| Werking van het toestel Dit hoofdstuk beschrijft de werking van het toestel. | ||||
![]() | ||||
Installatie Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren ![]() | installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen. | |||
Vullen Dit hoofdstuk beschrijft het vullen van het toestel. ![]() | ||||
Aftappen Dit hoofdstuk beschrijft het aftappen van het toestel. ![]() | ||||
| Het bedieningspaneel Dit hoofdstuk beschrijft de algemene bediening van hettoestel met het display. | ||||
| Status van het toestel Dit hoofdstuk beschrijft in welkestatus (toestand) u hettoestel kunt aantreffen, en wat de eventueledaaropvolgende actie is. | ||||
| In bedrijf nemen | - ![]() | Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel in bedrijf neemt.Verder wordt hier de algemene opwarmcyclus van het toestel beschreven. | ||
| Uit bedrijf nemen Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel voor kortere oflangere tijd uit bedrijf neemt. | ||||
| Hoofdmenu | -X8Y4] ![]() | Dit hoofdstuk beschrijft het hoofdmenu van het display. Dit is het feitelijke menu voor de gebruiker, maar ook de installateur en service- en onderhoudsmonteur zullen er gebruik van maken. | ||
| Serviceprogramma | ![]() | Dit hoofdstuk beschrijft het servicemenu. Het is in hoofdzaak bedoeld voor de installateur en service- en onderhoudsmonteur. Echter ook een eindgebruiker kan hier aanvullende informatie vinden m.b.t. het toestel. | ||
| Storingen | ![]() | Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk bedoeld voor de installateur en service- en onderhoudsmonteur. Het beschrijft de storingen van het toestel. Deze storingen worden op het display getoond. In een tabel wordt de mogelijke oorzaak en oplossing gegeven. Echter ook een eindgebruiker kan hier aanvullende informatie vinden m.b.t. het toestel. | ||
| Hoofdstuk Doelgroepen Omschrijving | ||
Onderhoudsfrequentie Dit hoofdstuk beschrijft hoe u kunt vaststellen met welke ![]() | frequentie het onderhoud dient te worden uitgevoerd. Zowel de eindgebruiker als de service- en onderhoudsmonteur zijn verantwoordelijk voor regelmatig onderhoud. Zij dienen hierover duidelijke afspraken te maken. | |
| OpmerkingIndien het toestel niet regelmatig onderhouden wordt, vervalt het recht op garantie. | ||
Onderhoud uitvoeren Dit hoofdstuk beschrijft het te plegen onderhoud. ![]() | ||
Garantie (certificaat) Dit hoofdstuk geeft de garantievoorwaarden. ![]() | ||
2 Werking van het toestel
2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:
- Algemene werking van het toestel;
- Opwarmcyclus van het toestel;
- Beveiliging van het toestel;
- Veiligheid van de installatie.
2.2 Algemene werking van het toestel
De figuur geeft een dwarsdoorsnede van het toestel weer.
Dwarsdoorsnede van het toestel
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
2. warmwateruitlaat
4. ThermoControl (elektronische besturing)
7. temperatuursensor T 1
8. branderkamer
9. anode
10. tank
11. warmtewisselaar
12. inspectie- en reinigingsopening
13. temperatuursensor T2
14. koudwaterinlaat
15. aftapkraan
16. gasblok
20. gloeionsteker
21. ionisatiepen
22. rookgasafvoer
24. isolatielaag
32. rookgasklep
33. trekonderbreker
34. rookgassensor
35. stralingsschild/condensbak
36. staafbranders/branderbed

Bij dit toestel wordt het koude water, onderaan de tank, ingevoerd bij de koudwaterinlaat (14). Door de branderkamer (8) en warmtewisselaar (11) wordt de verbrandingswarmte overgedragen aan het water. Het opgewarmde tapwater verlaat de tank bij de warmwateruitlaat (2). Als het toestel volledig met water gevuld is, staat het voortdurend onder waterleidingdruk. Bij het aftappen van warm water uit het toestel wordt er direct weer koud water toegevoegd.
Het gas dat nodig is voor de verbranding stroomt via het gasblok (16) in het verdeelstuk (manifold). In het verdeelstuk (manifold) bevinden zich inspuiters. Het gas spuit via deze inspuiters in de staafbranders (36). De staafbranders vormen tezamen het branderbed. Bij de inspuiting van het gas in de staafbranders wordt ook de primaire lucht aangezogen die nodig is voor de verbranding. Door de nauwe opening van de inspuiter wordt de gasstroom versneld. Hierdoor ontstaat een onderdruk. Door de zuigende werking van deze onderdruk wordt de lucht mee aangezogen (Venturi werking). Verder wordt lucht aangezogen door de openingen in het branderbed.
De gloeionsteker (20) zorgt voor de ontsteking van het gas/luchtmengsel.
De bij deze verbranding vrijkomende rookgassen worden door de vlampijpen (onderdeel van 11) geleid. In de vlampijpen zijn wervelstrips (onderdeel van 11) geplaatst. Deze vertragen het transport van de rookgassen waardoor een beter rendement verkregen wordt.
De rookgassen verlaten het toestel via de trekonderbreker (33). In de trekonderbreker is een energiebesparende rookgasklep (32) gemonteerd. De rookgasklep opent voordat het branderbed ontsteekt en sluit zodra het dooft.
Onder het branderbed is een stralingsschild/condensbak (35) gemonteerd. Deze voorkomt oververhitting van de vloeroppervlakte onder het toestel, en doet dienst als opvangbak voor condenswater.
De isolatielaag (24) voorkomt warmteverlies. Voor corrosiebescherming is de binnenzijde van de tank geëmailleerd. De anodes (9) geven extra bescherming.
2.3 Opwarmcyclus van het toestel
Het gehele toestel wordt bestuurd en bewaakt door de ThermoControl (de elektronische besturing). De temperatuursensor T1 (7), bovenin de tank (10), en de temperatuursensor T2 (13), onderin de tank, meten de watertemperatuur. Deze temperaturen worden doorgegeven aan de elektronische besturing. Aan de hand van deze twee metingen berekent de elektronische besturing een netto watertemperatuur: Tnetto . De waarde van Tnetto ligt tussen de temperatuur bovenin de tank en onderin de tank. Zodra Tnetto lager is dan de ingestelde watertemperatuur ( Tset ) constateert de elektronische besturing een "warmtevraag". Het gasblok (16) wordt geopend en het gas vermengt met de lucht. Dit mengsel wordt ontstoken met de gloeionsteker (20) en het water wordt verwarmd. Zodra Tnetto boven Tset komt eindigt de warmtevraag en stopt de elektronische besturing de opwarmcyclus.
Zowel bij het constateren en beëindigen van de warmtevraag neemt de elektronische besturing een bepaalde marge in acht. De marge noemen we de hysterese (12.2 "De hysterese instellen").
2.4 Beveiliging van het toestel
2.4.1 Inleiding
De elektronische besturing bewaakt de watertemperatuur en zorgt voor een veilige verbranding. Dit gebeurt door:
• d e Beveiliging watertemperatuur;
• d e Rookgasafvoerbeveiliging;
• d e lonisatiepen.
2.4.2 Beveiliging watertemperatuur
De elektronische besturing bewaakt met temperatuursensor T1 (7) en temperatuursensor T2 (13), drie temperaturen die betrekking hebben op de veiligheid. De tabel verklaart de werking van de temperatuursensoren.
Temperatuurbeveiliging
| Beveiliging Omschrijving | |
| Tegen vorst(T1 < 5°C of T2 < 5°C) | De vorstbeveiliging grijpt in. Het water wordt verwarmd tot 20°C. |
| Op maximale watertemperatuur(T1 > 85°C of T2 > 85°C) | De maximaalbeveiliging dient om oververhitting en/of overmatige kalkvorming in het toestel te voorkomen. Indien de maximaalbeveiliging ingrijpt, stopt de verwarming. Hierdoor koelt het water in de tank af. Als het water voldoende is afgekoeld (T1 < 78°C), reset de elektronische besturing het toestel. |
| Voor extra veiligheid(T1 > 93°C of T2 > 93°C) | Er treedt een vergrendelende storing van de boilerregeling op. De regeling moet handmatig gereset worden alvorens het toestel weer in bedrijf genomen kan worden (8.3 "Storingstoestanden"). De reset kan pas worden uitgevoerd als T1 < 78°C. |
2.4.3 Rookgasafvoerbeveiliging
De rookgassen worden via de trekonderbreker (33) en het rookgasafvoerkanaal naar buiten geleid. Om te voorkomen dat rookgassen in de opstellingsruimte terecht komen, wordt de afvoer hiervan bewaakt door een zogenaamde Rookgassensor (34). Hiertoe is in de trekonderbreker een rookgassensor geplaatst. Deze sensor is uitgerust met een temperatuurgevoelige weerstand (NTC). Met behulp van deze weerstand meet de elektronische besturing de temperatuur. Onder normale omstandigheden is dit de omgevingstemperatuur. Echter, als er onvoldoende trek is (bijvoorbeeld door een geblokkeerde schoorsteen) zullen de rookgassen 'terugslaan' en langs de rookgassensor stromen. De sensor meet dan een te hoge temperatuur. De elektronische besturing grijpt nu direct in.
2.4.4 Ionisatiepen
Om ervoor te zorgen dat er geen gas stroomt als er geen verbranding is, is een ionisatiepen (21) aangebracht. De elektronische besturing gebruikt deze pen voor vlamdetectie d.m.v. ionisatiemeting. De elektronische besturing sluit de gasklep zodra deze vaststelt dat er geen vlam is terwijl er wel gas vloeit.
2.5 Veiligheid van de installatie
Naast de standaard beveiliging van het toestel (2.4 "Beveiliging van het toestel") moet de installatie verder beveiligd worden met een inlaatcombinatie en reduceerventiel. Optioneel kan een T&P-ventiel worden toegepast.
2.5.1 Inlaatcombinatie en reduceerventiel
Een te hoge druk in de tank kan de geëmailleerde laag (in het toestel) of de tank beschadigen. Een inlaatcombinatie en drukreduceerventiel voorkomen dit. De inlaatcombinatie functioneert als afsluiter, terugslagklep en overstortventiel. Indien de waterleidingdruk te hoog is (> 8 bar) moet een drukreduceerventiel worden toegepast. Beide onderdelen dienen in de koudwaterleiding (3.7.1 "Koudwaterzijdig") gemonteerd te worden.
2.5.2 T&P-ventiel
Een T&P-ventiel (Temperature and Pressure Relief Valve = Temperatuur- en drukreduceerventiel) bewaakt de druk in de tank en watertemperatuur bovenin de tank. Indien de druk in de tank te hoog wordt (> 10 bar) of de watertemperatuur te hoog (> 97°C) zal het ventiel openen. Het hete water kan nu uit de tank stromen. Omdat het toestel onder waterleidingdruk staat, zal automatisch koud water de tank in stromen. Het ventiel blijft open totdat de onveilige situatie is opgeheven. Het toestel heeft standaard een aansluitpunt voor een T&P-ventiel (3.7.2 "Warmwaterzijdig").
3 Installatie
| WaarschuwingDe installatie dient te geschieden overeenkomstig de algemeen en plaatselijk geldende voorschriften van gas-, waterleidings-, elektriciteitsbedrijven en brandweer, door een erkend installateur.Het toestel mag alleen in een ruimte geïnstalleerd worden indien die ruimte voldoet aan de vereiste landelijke en plaatselijke ventilatievoorschriften (1.3 "Voorschriften"). | |
| 3.1 Inleiding | Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen (9 "In bedrijf nemen"), te weten:Verpakking;Omgevingscondities;Technische specificaties;Wateraansluitingen;Gasaansluiting;Rookgasafvoer;Elektrische aansluiting;Voordruk en branderdruk controleren.Voor een eventuele ombouw naar een andere gascategorie, zie ombouwen (4 "Ombouw naar een andere gascategorie"). |
| 3.2 Verpakking | Verwijder de verpakking voorzichtig, zo voorkomt u beschadiging van het toestel.U kunt het toestel het best uitpakken als het op of nabij zijn definitieve plaats staat. |
| Let opHet toestel mag alleen rechtop verplaatst worden. Pas op dat het toestel na het uitpakken niet beschadigd raakt. | |
| 3.3 Omgevingscondities | Let opEen open toestel mag in verband met explosiegevaar en corrosie van het toestel niet gebruikt worden in ruimten waar chemische stoffen opgeslagen liggen of gebruikt worden. Sommige drijfgassen, bleekmiddelen, ontvettingsmiddelen e.d. verspreiden explosieve dampen en/of dampen die versnelde corrosie veroorzaken. Indien het toestel gebruikt wordt in een ruimte waar zulke stoffen aanwezig zijn, dan vervalt het recht op garantie.ADMR-toestellen zijn open toestellen en mogen alleen in een open opstellingsruimte geplaatst worden. Ze zijn van het type B11BS . |
3.3.1 Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur
De opstellingsruimte moet vorstvrij zijn, of tegen vorst beveiligd zijn. De tabel geeft de omgevingscondities aan die moeten worden nageleefd om het functioneren van de toegepaste elektronica te kunnen garanderen.
Specificaties luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur
| Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur | |
| Luchtvochtigheid max. 93% RV bij | +25°C |
| Omgevingstemperatuur Functioneel: 0 < _T ≤ 60°C | |
3.3.2 Maximale vloerbelasting
Houd in verband met het gewicht van het toestel rekening met de maximale vloerbelasting, zie de tabel.
| Gewicht van het toestel gevuld met water | ||||||||
| ADMR 40 ADMR 50 ADMR 60 ADMR 80 A | DMR 90 ADMR 115 ADMR 135 | |||||||
| 504 kg 578 kg | 507 kg 573 kg 522 kg 523 kg 581 | kg | ||||||
3.3.3 Watersamenstelling
Het toestel is bedoeld om drinkwater op te warmen. Het drinkwater moet voldoen aan de regelgeving voor drinkwater voor menselijke consumptie. In de tabel ziet u een overzicht van de specificaties.
| Watersamenstelling | |
| Hardheid(aardalkali-ionen) | >1,00 mmol/l:• Duitse hardheid >5,6° dH• Franse hardheid >10,0° fH• Britse hardheid >7,0° eH |
| Geleidbaarheid >125 μS/cm | |
| Zuurgraad (pH-waarde) 7,0 < pH-waarde < 9,5 | |
Opmerking
Als van de in de tabel opgegeven specificaties wordt afgeweken, dan kan de bescherming van de tank niet worden gegarandeerd (16 "Garantie (certificaat)").
3.3.4 Werkruimte
In verband met de bereikbaarheid van het toestel wordt aanbevolen de volgende afstanden in acht te nemen (zie de figuur):
- AA: bij de bedieningszuil en de reinigingsopening van het toestel: 100 cm.
• BB: rondom het toestel: 50 cm. - Bovenzijde van het toestel (ruimte voor het vervangen van de anodes):
- 100 cm bij gebruik van vaste anodes, of
- 50 cm bij gebruik van flexibele anodes.
Indien de ruimte kleiner is dan 100 cm, dan kunt u flexibele magnesium anodes bestellen.
Opmerking
Let er bij het installeren op of het toestel, bij eventuele lekkage van de tank en/of aansluitingen, schade kan toebrengen aan de directe omgeving of lager gelegen verdiepingen. Indien dit het geval is dient het toestel bij een vloerafvoer of in een passende metalen lekbak geïnstalleerd te worden.
Een lekbak moet een deugdelijke afvoer hebben en minstens 5 cm diep zijn met een lengte en breedte van minimaal 5 cm groter dan de diameter van het toestel.
Werkruimte

Het toestel is geleverd zonder accessoires. Controleer de maten (3.4.1 "Afmetingen van het toestel"), de gasgegevens (3.4.3 "Gasgegevens") en andere specificaties (3.4.2 "Algemene en elektrische gegevens") van de te gebruiken accessoires.
3.4.1 Afmetingen van het toestel
Boven- en vooraanzicht toestel
Legenda
Zie de tabel.

Afmetingen (tenzij anders aangegeven, alle maten in mm)
| Maat Omschrijving ADMR | 40 | ADMR 50 | ADMR 60 | ADMR 80 | ADMR 90 | ADMR 115 | ADMR 135 | |
| A Totale hoogte 1900 2100 1900 2100 2000 | 0 2085 20 | 85 | ||||||
| B Hoogte bovenzijde toestel 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 1960 1760 196 | Diameter toestel 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 710 71 | 10 710 | ||||||
| E Diepte | 800 | 800 | ||||||
| F Breedte | 1100 | 1100 | 1100 | 1100 | 1105 | 1105 | 1105 | |
| G Diameter rookgasafvoer 150 | 150 180 180 225 225 225 | |||||||
| H Hart toestel / Hart rookgasafvoer 660 | 660 660 660 675 675 675 | |||||||
| J Hoogte rookgasafvoer | 1840 2040 1840 2040 1935 2010 2010 | |||||||
| K Hoogte gasaansluiting 400 | 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 | |||||||
| M Hoogte koudwatertoevoer | 565 565 565 565 575 650 650 | |||||||
| N Hoogte warmwateruitlaat 1605 | 1810 1605 1810 1640 1715 1715 | |||||||
| P Hoogte reinigingsopening 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 730 735 | ||||||||
| R Hoogte aftapkraan aansluiting 500 515 500 515 525 600 595 | ||||||||
| S Hoogte T&P ventiel aansluiting 1550 | 1760 1550 1760 1595 1660 1660 | |||||||
| 1 Aansluiting koudwatertoevoer (uitw.) | R11/2 | R11/2 | R11/2 | R11/2 | R11/2 | R11/2 | R11/2 | |
| 2 Aansluiting warmwateruitlaat (inw.) | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | |
| 3 Aansluiting gasblok (inw.) | Rp3/4 | Rp3/4 | Rp3/4 | Rp3/4 | Rp3/4 | Rp3/4 | Rp1 | |
| 4 Aansluiting aftapkraan (inw.) | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | |
| 5 Aansluiting T&P ventiel (inw.) | 1-11.5 NPT | 1-11.5 NPT | 1-11.5 NPT | 1-11.5 NPT | Rp11/2 | Rp11/2 | Rp11/2 | |
| 6 Opening reinigen/inspectie | ∅ 100 | ∅ 100 | ∅ 100 | ∅ 100 | ∅ 100 | ∅ 100 | ∅ 100 | |
3.4.2 Algemene en elektrische gegevens
Algemene en elektrische gegevens
| OMSCHRIJVING | Eenheid | ADMR 40 | ADMR 50 | ADMR 60 | ADMR 80 | ADMR 90 | ADMR 115 | ADMR 135 |
| Inhoud | liter | 309 | 357 | 298 | 335 | 278 | 253 | 252 |
| Maximale werkdruk | bar | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 |
| Ledig gewicht | kg | 195 | 221 | 209 | 238 | 244 | 270 | 329 |
| Opwarmtijd ΔT = 45°C | minuten | 30 | 26 | 19 | 17 | 12 | 8 | 7 |
| Aantal anodes | - | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 4 | 4 |
| Aantal staafbranders/inspuiters | - | 3 | 4 | 5 | 7 | 7 | 9 | 6 |
| Aantal vlampijpen/wervelstrips | - | 5 | 6 | 7 | 9 | 12 | 16 | 17 |
| Opgenomen elektrisch vermogen | W | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 80 |
| Voedingsspanning (-15% +10% VAC) | Volt | 230 | 230 | 230 230 | 230 230 230 | 230 | ||
| Netfrequentie | Hz ( ± 1Hz) | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| IP-klasse | - | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
3.4.3 Gasgegevens
Gasgegevens
| Omschrijving II2L3P | Eenheid A | DMR40 | ADMR50 | ADMR60 | ADMR80 | ADMR90 | ADMR115 | ADMR135 |
| Gascategorie 2L: Algemeen | ||||||||
| Diameter inspuiter mm 3,50 3,50 3 | 50 3,30 3,50 | 3,50 4,30 | ||||||
| (1) = Vlakke plaat(2) = Branderdrukregeling(3) = Hoog-laagregeling | 1 , | 2 | o | f | 3 | 2 | 2 | 2 |
| G25 - 25 mbar | ||||||||
| Nominale belasting (onderwaarde) | kW | 37,3 | 50,3 | 62,8 | 77,6 | 88,0 | 112,0 | 130,6 |
| Nominaal vermogen kW 31,7 42,3 | 52,8 65,2 73 | 9 94,1 11 | 1,0 | |||||
| Voordruk | mbar | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Branderdruk | mbar | 8,5 | 8,5 | 8,5 | 8,5 | 8,5 | 8,5 | 11,3 |
| Gasverbruik (*) | m3/h | 4,6 | 6,2 | 7,7 | 9,6 | 10,8 | 13,8 | 16,1 |
| Gascategorie 3P: Algemeen | ||||||||
| Diameter inspuiter mm 1,90 1,90 1 | 90 1,70 1,90 | 1,90 2,50 | ||||||
| (1) = Vlakke plaat(2) = Branderdrukregeling(3) = Hoog-laagregeling | 1 , | 2 | o | f | 3 | 1 | 1 | 1 |
| G31 - 30 mbar | ||||||||
| Nominale belasting (onderwaarde) | kW | 40,2 | 52,5 | 66,0 | 77,5 | 93,0 | 115,0 | 133,1 |
| Nominaal vermogen kW 34,2 44,1 | 55,4 65,1 78 | 1 96,6 11 | 3,1 | |||||
| Voordruk | mbar | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Branderdruk (†) | mbar | - | - | - | - | - | - | - |
| Gasverbruik (*) | kg/h | 3,1 | 4,1 | 5,1 | 6,0 | 7,2 | 8,9 | 10,3 |
| (*) Gebaseerd op 1013,25 mbar en 15 °C.(†) Bij gebruik van een vlakke afdichtplaat i.p.v. een branderdrukregeling wordt gesteld dat de branderdruk gelijk is aan de voordruk. De branderdruk zal in de praktijk echter lager zijn. | ||||||||
3.5 Aansluitschema
De figuur geeft het aansluitschema weer. Dit schema wordt gebruikt in de paragrafen waarin het eigenlijke aansluiten wordt beschreven.
Aansluitschema
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)
- inlaatcombinatie (verplicht)
- T&P-Ventiel (optioneel)
- afsluiter (aanbevolen)
- terugslagklep (verplicht)
- circulatiepomp (optioneel)
- shuntpomp (optioneel)
- aftapkraan
- gaskraan (verplicht)
- service afsluiter (aanbevolen)
- temperatuurmeter (aanbevolen) 6
- tappunten
A. koudwatertoevoer
B. warmwaterafvoer
C. circulatieleiding
D. gastoevoer
![graph TD A["Component A"] -->|A| B["Component B"] B -->|B| C["Component C"] C -->|C| D["Component D"] D -->|D| E["Component E"] E -->|E| F["Component F"] F -->|F| G["Component G"] G -->|G| H["Component H"] H -->|H| I["Component I"] I -->|I| J["Component J"] J -->|J| K["Component K"] K -->|K| L["Comp…](/content/2026/06/1158003/images/19f8e504c0d157123036b0fe1ed98c4001a4be790db8c2fe05607e3025252e40.jpg)
IMD-0136 R2
3.6 Shuntleiding
U kunt een shuntpomp aansluiten om gelaagdheid van het water in de boiler te voorkomen.
- Optioneel: monteer afhankelijk van het tappatroon een shuntleiding (∅ 22 mm), een afsluiter (11) en een shuntpomp (7).
- Monteer een terugslagklep (5).
- Monteer een afsluiter (11).
3.7 Wateraansluitingen
Waarschuwing
De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").
3.7.1 Koudwaterzijdig
Zie (A) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").
- De maximale werkdruk van het toestel bedraagt 8 bar. Indien de waterleidingdruk meer dan 8 bar is, plaats dan een goedgekeurd reduceerventiel (1).
- Plaats koudwaterzijdig een goedgekeurde inlaatcombinatie (2) overeenkomstig de geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").
- Sluit de overstortzijde van de inlaatcombinatie (2) aan op een open waterafvoerleiding.

Let op
Een inlaatcombinatie is verplicht. Monteer deze zo dicht mogelijk bij het toestel.

Waarschuwing
Tussen inlaatcombinatie en het toestel mag nooit een afsluiter of terugslagklep geplaatst worden.
3.7.2 Warmwaterzijdig
Zie (B) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").

Opmerking
Isolatie van lange warmwaterleidingen voorkomt onnodig energieverlies.
- Optioneel: monteer een temperatuurmeter (12) ter controle van de temperatuur van het tapwater.
- Optioneel: monteer het T&P-ventiel (3).
- Monteer een afsluiter (11) in de warmwateruitgangleiding ten behoeve van servicedoeleinden.
3.7.3 Aftapkraan
- Monteer de standaard meegeleverde aftapkraan (9).
- Indien gewenst, monteer een circulatieleiding (3.7.4 "Circulatieleiding"). Zo niet monteer dan de bij de aftapkraan geleverde afdichtmoer met pakking (C) volgens de figuur.

3.7.4 Circulatieleiding
Zie (C) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").
Indien men direct warm water ter beschikking wil hebben bij tappunten kan een circulatiepomp geïnstalleerd worden. Dit verhoogt het comfort en voorkomt waterverspilling.
- Monteer een circulatiepomp (6) met een capaciteit overeenkomend met de grootte en weerstand van het circulatiesysteem.
- Monteer een terugslagklep (5) na de circulatiepomp om de circulatierichting te garanderen.
- Monteer voor servicedoeleinden twee afsluiters (4).
- Sluit de circulatieleiding aan op het T-stuk bij de aftapkraan (9) volgens de aftapkraan figuur (3.7.3 "Aftapkraan").
3.8 Gasaansluiting
Waarschuwing
De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").
Let op
Zorg ervoor dat de diameter en de lengte van de gastoevoerleiding zo gedimensioneerd zijn dat er voldoende capaciteit geleverd kan worden voor het toestel.
Zie (D) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").
- Monteer een gaskraan (10) in de gastoevoerleiding.
- Blaas voor gebruik de gasleiding schoon.
- Sluit de gaskraan.
- Monteer de gastoevoerleiding op het gasblok.
Waarschuwing
Controleer na montage op lekkages.
3.9 Rookgasafvoer
Waarschuwing
De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").
3.9.1 Inleiding
Voor aansluiting van het toestel op het rookgasafvoerkanaal dient de los meegeleverde trekonderbreker gebruikt te worden. In de trekonderbreker dienen de standaard meegeleverde rookgassensor en rookgasklep gemonteerd te worden. U moet het elektrische deel van de rookgasklep aansluiten (3.10 "Elektrische aansluiting") in de bedieningszuil.
3.9.2 Montage trekonderbreker
De trekonderbreker kan naar keuze gepositioneerd worden. Na de positionering is de trekonderbreker met twee schroeven (6) aan de bovenzijde van het toestel vastgeschroefd en wordt hij ondersteund door een bevestigingssteun (1) aan de zijkant van het toestel. De bevestigingssteun is meegeleverd in het plastic zakje dat achter de bedieningszuil zit. De werkwijze voor het monteren is als volgt:
Verwijderen van de beschermkap
Legenda
A. schroeven
B. beschermkap
C. aansluitblok

- Demonteer de beschermkap (B) van de bedieningszuil door de 4 schroeven (A) van de kap los te draaien.
Het zakje met hierin ondermeer de bevestigingssteun (en aansluitmaterialen voor de rookgassensor) wordt zichtbaar.
- Haal de bevestigingssteun uit het zakje.
Plaatsen van de trekonderbreker
Legenda
1 bevestigingssteun
2 gaatjes voor bevestigingssteun
3 schroeven voor
bevestigingssteun
4 gaatjes voor trekonderbreker
5 afdichtring
6 schroeven voor trekonderbreker
7 45° bocht
8 rookgasafvoerpijp

IMD-0123 R1
- Breng de bevestigingssteun (1) zodanig aan dat deze de trekonderbreker ondersteunt.
- Boor twee gaatjes (2) (boor 3,2 mm) ten behoeve van de bevestigingssteun.
- Schroef de bevestigingssteun vast.
- Plaats de trekonderbreker in de steun en teken de boorgaten (4) aan de bovenzijde af. Neem dan de trekonderbreker weer van het toestel.
- Boor nu twee gaatjes (4) in de bovenzijde van het toestel (boor 3,2 mm).
- Leg de afdichtring (5) op het toestel.
-
Schroef de trekonderbreker vast.
-
Monteer:
-
op de opening van de trekonderbreker een 45° bocht (7), gevolgd door:
- een corrosiebestendige verticale rookgasafvoerpijp (8) van minimaal 0,5 meter,
- het overige rookgasafvoermateriaal.
Opmerking
Gebruik rookgasafvoermateriaal dat voldoet aan de voorschriften (1.3 "Voorschriften").
Opmerking
Zorg ervoor dat de rookgasafvoer in een uitmondingsgebied geplaatst wordt waarin dit toegestaan is voor het desbetreffende toesteltype.
3.9.3 Montage rookgasklep
In de verpakking van de apart meegeleverde rookgasklep bevinden zich: de compleet afgemonteerde rookgasklep (1), een bevestigingsplaat (2) met gat voor de as van de rookgasklep en bevestigingsschroeven. U kunt de rookgasklep zowel in de de linker- als rechterzijde van de trekonderbreker monteren.
Rookgasklep
Legenda
1 rookgasklep
2 bevestigingsplaat

- Haal de rookgasklep (1) uit de verpakking.
- De trekonderbreker is aan de zijdekanten voorzien van twee afdekplaten. Schroef deze los.
- Monteer de bij de rookgasklep meegeleverde bevestigingsplaat (2) met gat voor de as van de rookgasklep.
- Schuif de rookgasklep, zoals aangegeven in de figuur, in de vrijgekomen uitsparing van de trekonderbreker.

Opmerking
Zie Elektrische aansluiting voor het elektrisch aansluiten van de rookgasklep.
3.9.4 Montage rookgassensor
Op de bedieningszuil zit een plastic zakje met daarin de rookgassensor en bijbehorende bevestigingsmaterialen.
De kabel van de sensor is aangesloten in de bedieningszuil en nog niet verbonden met de sensor. Deze kabel zit aan de bovenzijde van de bedieningszuil.

Rookgasbeveiliging
Legenda
1 bracket
2 rookgassensor
3 bevestigingsbeugeltje
4 steker
5 sensorkabel

Monteer de rookgassensor als volgt:
- Haal de bracket (1) - met daarin de rookgassensor (2) gemonteerd - uit de verpakking.
- Plaats de bracket in de trekonderbreker en schroef de bracket vast.
- Buig de bevestigingsbeugeltjes (3) om de kabel van de rookgassensor.
- Klik de steker (4) van de sensorkabel (5) op de rookgassensor.
- Schroef de bevestigingsbeugeltjes (3) vast in de trekonderbreker en het toestel.
3.10 Elektrische aansluiting
Waarschuwing
De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").
3.10.1 Inleiding
In deze paragraaf komen achtereenvolgens aan de orde:
- Voorbereiding;
- Netspanning aansluiten;
• Rookgasklep aansluiten.
• Scheidingstransformator aansluiten; - Continupomp aansluiten;
- Shuntpomp aansluiten;
• Extra On-mode schakelaar ("Tank ON") aansluiten; - Extra storingsmelder ("Alarm UIT") aansluiten.
Optioneel kunnen een scheidingstransformator, een continupomp, een regeling gestuurde pomp, een extra ON-mode schakelaar en een extra storingsmelder op het toestel worden aangesloten. Zie hiervoor:
Opmerking
De optionele componenten zijn niet meegenomen in het opgegeven opgenomen elektrisch vermogen zoals aangegeven in de tabel (3.4.2 "Algemene en elektrische gegevens").
Het toestel is fasegevoelig. Het is absoluut noodzakelijk de fase (L) van het net aan de fase van het toestel en de nul (N) van het net aan te sluiten aan de nul van het toestel.

Let op
Er mag géén spanningsverschil tussen nul (N) en aarde (±) aanwezig zijn. Is dit wel het geval dan dient een scheidingstransformator toegepast te worden (3.10.5 "Scheidingstransformator aansluiten").
Voor meer informatie of voor het bestellen van deze scheidingstransformator gelieve contact op te nemen met A.O. Smith Water Products Company.
De figuur geeft een aanzicht van de elektrische aansluitblokken weer, de tabel de bijbehorende aansluitingen.
Aansluitblokken
Legenda
A. schroeven
B. beschermkap
C. aansluitblok

Als voorbereiding dient u eerst de beschermkap van de bedieningszuil te verwijderen:
- Draai de 4 schroeven (A) los en verwijder de beschermkap (B) van het elektriciteitsgedeelte. De aansluitblokken (C) worden nu zichtbaar.
Raadpleeg de Elektrische schema's ADMR voor het aansluiten van elektrische componenten.
Elektrisch aansluitblok
| Netspanning Shuntpomp Pomp continu Vrij | |||||||||||
| 1/2 | L1 N | L2 N | L8 N | -- | 1/2 | ||||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 0 | 11 |
| Tank on Rookgasbeveiliging | |||||
| S1 | S2 | ||||
| X1 | X2 | X1 | X2 | X3 | X4 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| Alarm Uit | Relais-voeding | Vrij | Rookgasklep | ||||||||
| X! | X2 | ± | L4 | N | - | ± | L5 | N | L6 | X1 | X2 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 |
| Scheidingstrafo | |||||
| Primair | Secundair | ||||
| N | L7 | 1/2 | N | L8 | 1/2 |
| 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
3.10.3 Netspanning aansluiten
Het toestel wordt geleverd zonder voedingskabel en hoofdschakelaar.
Opmerking
Om het toestel van spanning te voorzien dient het toestel m.b.v. een permanente elektrische verbinding op netspanning aangesloten te worden. Tussen deze vaste verbinding en het toestel moet een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van tenminste 3 mm geplaatst worden. De voedingskabel moet aders van minimaal 3 x 1,0 mm 2 bevatten.
Waarschuwing
- Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
- Sluit aarde ( )fase (L 1) en nul (N) van de voedingskabel aan op punten 1 t/m 3 in in het aansluitblok volgens de tabel.
- Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
- Sluit de voedingskabel aan op de hoofdschakelaar.
3.10.4 Rookgasklep aansluiten
- Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
-
Sluit aarde ( )fase (L 5) en nul (N) aan op punten 25, 26 en 27. Sluit vervolgens de drie gecodeerde zwarte draden (1 t/m 3) aan op punten 28 t/m 30. Draad 1 op punt 28 (L₆), draad 2 op punt 29 (X₁) en draad 3 op punt 30 (X₂). Zie de tabel Elektrisch aansluitblok (3.10.2 "Voorbereiding").
-
Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
3.10.5 Scheidingstransformator aansluiten
Een scheidingstransformator wordt toegepast indien er sprake is van een 'zwevende nul'.
- Raadpleeg het bij de scheidingstransformator geleverde montagevoorschrift. (Informeer bij de leverancier voor de juiste scheidingstransformator.)
- Sluit de kabels van de scheidingstransformator aan op de punten 31 t/m 36 in het aansluitblok volgens de bijgeleverde instructie. Raadpleeg indien nodig de Elektrische schema's ADMR.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
3.10.6 Continupomp aansluiten
De continupomp zal inschakelen zodra netspanning op het toestel wordt gezet.
- Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
- Sluit aarde ( )fase (L 3) en nul (N) aan op punten 7, 8 en 9 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3.10.2 "Voorbereiding").
- Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
3.10.7 Shuntpomp aansluiten
De shuntpomp is regeling gestuurd. Het inschakelen van de shuntpomp wordt bepaald via instellingen van de elektronische besturing.
- Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
- Sluit aarde ( ) fase (L 2) en nul (N) aan op punten 4, 5 en 6 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3.10.2 "Voorbereiding").
- Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
3.10.8 Extra On-mode schakelaar ("Tank ON") aansluiten
Tank ON is een mogelijkheid om een externe AAN/UITschakelaar aan te sluiten. In de UIT stand is de ingestelde bedrijfstoestand actief. In de AAN stand wordt de ingestelde bedrijfstoestand overruled en is de "ONmode" actief.
- Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
- Sluit de kabels (X 1 en X 2 ) aan op punten 13 en 14 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3.10.2 "Voorbereiding").
- Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
3.10.9 Extra storingsmelder ("Alarm UIT") aansluiten
Alarm UIT is een potentiaal vrij contact dat in geval van een storing geschakeld wordt. Hierop kan bijvoorbeeld een lamp worden aangesloten om de storing te signaleren. Een 230 V aansluiting kan rechtstreeks aangestuurd worden. Voor andere voltages is bij A.O. Smith een specifiek relais met kabelboom en instructies verkrijgbaar. De voeding van dit relais kan aangesloten worden op punten 22 en 23.
- Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
- Sluit de fase kabels (X 1 en X 2 ) aan op punten 19 en 20 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3.10.2 "Voorbereiding").
- Sluit, indien benodigd, aarde ( ) aan op punt 21.
- Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
3.11 Voordruk en branderdruk controleren
Opmerking
Alvorens u het toestel in bedrijf neemt en/of de voordruk en branderdruk gaat controleren dient u het toestel te vullen (5 "Vullen").
Let op
Bij de eerste keer in bedrijf nemen en na het ombouwen, is het verplicht om de voordruk en branderdruk te controleren.
Opmerking
Het controleren van de gasdrukken gaat het eenvoudigst met twee manometers. In de procedure gaan we ervan uit dat u over twee van deze meters beschikt.
Gasblok voor ADMR 40 t/m 115
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- branderdrukregeling
- dopje branderdrukregeling
- stelschroef branderdrukregeling
- connector van gasblok
- vlakke afdichtplaat
- meetnippel voordruk
- gasblok
- meetnippel manifold

Gasblok voor ADMR 135
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- branderdrukregeling
- dopje branderdrukregeling
- stelschroef branderdrukregeling
- meetnippel voordruk
- gasblok
- meetnippel manifold
- hoog-laagregeling

Om de voordruk en branderdruk te controleren handelt u als volgt:
- Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").
-
Op het gasblok zitten twee meetnippels. Voor het controleren van de voordruk wordt meetnippel (6) gebruikt. De andere meetnippel op het gasblok wordt niet gebruikt. Voor het meten van de branderdruk wordt de manifoldmeetnippel (8) gebruikt. In de meetnippels bevinden zich afdichtschroefjes. Draai beide afdichtschroefjes enkele slagen los. Draai ze niet helemaal los; het is lastig om deze dan weer vast te schroeven.
-
Sluit een manometer aan op de manifoldmeetnippel (8).
-
Open de gastoevoer en ontlucht het gasleidingnet via meetnippel (6).
-
Sluit een manometer aan op manifoldmeetnippel (6) zodra er gas uit deze nippel komt.
-
Schakel spanning op het toestel met de hoofdschakelaar van het toestel.
-
Zet de elektronische besturing AAN door de 0/I-schakelaar op stand I te zetten.
Het display toont nu circa 10 seconden INTERNE CONTROLE en komt daarna in het hoofdmenu.
INTERNE CONTROLE

- Activeer de "ON-mode" door de volgende stappen te doorlopen:
- Druk eenmaal op de blauwe pijl () om de aanwijzer voor ON te zetten en druk op E Netscherm zoals weergegeven is, verschijnt.

- Bevestig met denstand
IN BEDRIJF NEMEN.
Het toestel staat nu in de "ON-mode" en zal ontsteken.
- Nadat het display de tekst IN BEDRIJF weergeeft moet u circa 1 minuut wachten voordat u de dynamische drukken afleest.
- Lees met de manometer de voordruk af van meetnippel (6). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").
Opmerking
Raadpleeg de beheerder van het gasnet indien de voordruk niet juist is.
- Lees met de manometer de branderdruk af van meetnippel (8). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").
Opmerking
Indien de branderdruk niet juist is en het toestel is uitgerust met een vlakke plaat of hoog-laagregeling, dan kunt u de druk niet bijregelen. Raadpleeg in dit geval uw installateur of uw leverancier. Als het toestel wel is uitgerust met een branderdrukregeling, dan kunt u de druk bijregelen volgens onderstaande stappen.
3.11.2 Branderdruk controleren
- Verwijder het dopje (2) van de branderdrukregeling.
- Corrigeer de branderdruk door, afhankelijk van de afwijking, de stelschroef (3) te draaien:
- Stelschroef linksom: branderdruk neemt af.
- Stelschroef rechtsom: branderdruk neemt toe.
- Dek de opening van de stelschroef af en controleer de branderdruk met de opgegeven waarde uit de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").
- Indien de ingestelde druk niet juist is de branderdruk afregeling herhalen tot juiste druk bereikt is.
-
Monteer het dopje (2) op de branderdrukregeling.
-
Activeer de "OFF-mode" van de elektronische besturing:

- Indien het HOOFDMENU nog niet wordt weergegeven:
druk op
- Gebruik en om de aanwijzer voor OFF te plaatsen.
- Bevestig met . ENTER
- Zet de elektronische besturing uit.
3.11.3 Afronden
- Sluit de gastoevoer.
- Ontkoppel beide manometers en draai de afdichtschroefjes in de meetnippels dicht.
- Plaats de kap terug.
Opmerking
Neem voor het in bedrijf nemen even de tijd om de meegeleverde garantiekaart in te vullen. Zo stelt u ons in staat om de kwaliteit van onze systemen te waarborgen, en onze garantieprocedure te perfectioneren.
Retourneer deze kaart zo snel mogelijk. Uw klant ontvangt dan een garantiecertificaat met onze garantievoorwaarden.
4 Ombouw naar een andere gascategorie

Let op
De ombouw mag alleen door een erkend installateur uitgevoerd worden.
Indien het toestel moet gaan functioneren op een andere gasfamilie (LP-gas of aardgas) of op een andere gascategorie anders dan de gascategorie waar het toestel standaard op afgesteld is, dient het toestel met een speciale ombouwset aangepast te worden.

Let op
Na ombouwen dient u de voordruk en branderdruk te controleren.
In dit hoofdstuk komen aan de orde:
- Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115.
- Ombouw naar andere gascategorie ADMR 135.
Uitwisselen inspuiters
Legenda
- afdekplaat
- borgstrips
- inspuiter met slagcijfer

4.1 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115
- Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").
- Sluit de gastoevoer.

Let op
De brander kan heet zijn.
- Schroef de afdekplaat (1) van de brandersteun.
- Gebruik geschikt gereedschap om de borgstrips (2) de demonteren. De borgstrips hebben namelijk scherpe randen. Trek de borgstrips rechtomhoog.

Opmerking
Ter vereenvoudiging van de branderdemontage kan het stralingsschild / de condensbak tijdelijk worden losgenomen.
- Neem de branders één voor één uit de ophanging aan de voorzijde. Beweeg ze hiertoe eerst van je af en vervolgens naar beneden. De inspuiters zijn nu vrij.
- Demonteer de inspuiters.
- Selecteer en monteer de juiste inspuiters uit de ombouwset aan de hand van de tabel met gasgegevens (3.4.3 "Gasgegevens"). De inspuiterdiameter is met een slagcijfer weergegeven op de inspuiter, zie (3).
- Hang de branders terug in de ophanging.
- Breng de borgstrips aan.
- Monteer, indien losgenomen, het stralingsschild / de condensbak.
Ombouwen gasblok
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- branderdrukregeling
- connector van het gasblok
- vlakke afdichtplaat
- meetnippel voordruk
- gasblok

- Controleer of het gasblok uitgevoerd is met een branderdrukregeling (1) of met een vlakke afdichtplaat (5).
Opmerking
Indien de voordruk van een gascategorie gelijk is aan de branderdruk (zie de tabel met gasgegevens (3.4.3 "Gasgegevens")) dan moet het gasblok voorzien zijn van een vlakke afdichtplaat met kurkpakking. Een afwijkende branderdruk t.o.v. de voordruk vereist het gebruik van een branderdrukregeling met rubberen pakking. Een ombouw-set is zo samengesteld dat de benodigde componenten aanwezig zijn.
-
Indien de vlakke afdichtplaat of branderdrukregeling vervangen moet worden:
-
Schroef de connector (4) van het gasblok los.
- Demonteer indien benodigd de vlakke afdichtplaat (5) of branderdrukregeling (1).
- Monteer indien benodigd de vlakke afdichtplaat of branderdrukregeling uit de ombouwset.
-
Monteer de connector (4) van het gasblok.
-
Controleer de voordruk en de branderdruk (3.11 "Voordruk en branderdruk controleren").
- Neem de sticker uit de ombouwset die de zojuist ingestelde gascategorie weergeeft en plak deze onder het typeplaatje van het toestel. Hiermee wordt duidelijk aangegeven dat het toestel niet meer functioneert op het gas waarop het in eerste instantie is geleverd.
- Neem het toestel in bedrijf (9.1 "In bedrijf nemen").
4.2 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 135
4.2.1 Inleiding
Deze paragraaf beschrijft de:
- Ombouw van LP gas naar aardgas;
- Ombouw van aardgas naar LP gas.
Ombouwen gasblok
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- branderdrukregeling
- gasblok
- hoog/laag regeling

4.2.2 Ombouw van LP gas naar aardgas
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- timers
- bracket
- 6-polige klemmenstrook
7 trekontlasters - 9-polige klemmenstrook
- metrische trekontlaster
- hoog-laagregelingskabel

- Voer stap 1 t/m 9 uit (4.1 "Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115").
- Demonteer de hoog-laag regeling (9)
- Monteer de branderdrukregeling (1) inclusief de afdichtingspakking uit de ombouwset. Bevestig de branderdrukregeling met de twee bijgeleverde kleine schroefjes op het gasblok (7).
- Demonteer de kabels tussen de 6polige klemmenstrook(6) en de 9polige klemmenstrook (8). Dit zijn de kabels van de timers, hoog/laagregeling, gasblok, gloeionsteker en ionisatiepen.
- Demonteer de timers (4), bracket (5), kabelboom (niet afgebeeld) en 9polige klemmenstrook.
- Draai de metrische trekontlaster (9) met de hoog-laagregelingskabel (10) los. Verwijder deze kabel.
- Monteer de stopplug uit het ombouwsetje op de plaats van de metrische trekontlaster.
- Sluit de kabels van het gasblok, de gloeionsteker, en ionisatiepen aan op de 6polige klemmenstrook volgens het elektrisch schema (17.2 "Elektrische schema's ADMR").
- Zet de gasblokkabel vast in één van de meegeleverde trekontlaster (7). Doe dit ook voor de kabels van de gloeionsteker en ionisatiepen.
- Controleer de voordruk en de branderdruk (3.11 "Voordruk en branderdruk controleren").
- Neem de sticker uit de ombouwset die de zojuist ingestelde gascategorie weergeeft en plak deze onder het typeplaatje van het toestel. Hiermee wordt duidelijk aangegeven dat het toestel niet meer functioneert op het gas waarop het in eerste instantie is geleverd.
- Neem het toestel in bedrijf (9.1 "In bedrijf nemen").
4.2.3 Ombouw van aardgas naar LP gas
- Voer stap 1 t/m 9 uit (4.1 "Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115").
- Demonteer de branderdrukregeling (1).
- Monteer de hoog-laag regeling (9) inclusief de afdichtingspakking uit de ombouwset. Bevestig de hoog-laagregeling met twee kleine schroefjes op het gasblok.
- Demonteer de kabels van het gasblok, de gloeionsteker, en de ionisatiepen uit de 6polige klemmenstrook (6) en de trekontlaster (7).
- Monteer de timers (4) inclusief kabelboom met 9polige klemmenstrook (6), uit het ombouwsetje, op de bedieningszuil.
- Demonteer de stopplug (niet afgebeeld) uit de onderzijde van de bedieningszuil en vervang deze door de metrische trekontlaster (9) uit het ombouwsetje.
- Leid de hoog-laagregelingskabel (10) door de trekontlaster en draai de terkontlaster aan zodat de kabel klem zit.
- Sluit de hoog-laagregelingskabel (10) met de steker aan op de hoog-laag regeling (9).
- Sluit de kabels van de timers, hooglaagregeling, gasblok en de gloeiplug aan volgens het elektrisch schema (17.2 "Elektrische schema's ADMR").
- Controleer de voordruk en de branderdruk (3.11 "Voordruk en branderdruk controleren").
- Neem de sticker uit de ombouwset die de zojuist ingestelde gascategorie weergeeft en plak deze onder het typeplaatje van het toestel. Hiermee wordt duidelijk aangegeven dat het toestel niet meer functioneert op het gas waarop het in eerste instantie is geleverd.
- Neem het toestel in bedrijf (9.1 "In bedrijf nemen").
5 Vullen
5.1 Vullen van het toestel
Aansluitschema
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)
- inlaatcombinatie (verplicht)
- T&P-Ventiel (optioneel)
- afsluiter (aanbevolen)
- terugslagklep (verplicht)
- circulatiepomp (optioneel)
- shuntpomp (optioneel)
- aftapkraan
- gaskraan (verplicht)
- service afsluiter (aanbevolen)
- temperatuurmeter (aanbevolen) 6
- tappunten
A. koudwatertoevoer
B. warmwaterafvoer
C. circulatieleiding
D. gastoevoer
![graph TD A["Component A"] -->|A| B["Component B"] B -->|B| C["Component C"] C -->|C| D["Component D"] D -->|D| E["Component E"] E -->|E| F["Component F"] F -->|F| G["Component G"] G -->|G| H["Component H"] H -->|H| I["Component I"] I -->|I| J["Component J"] J -->|J| K["Component K"] K -->|K| L["Comp…](/content/2026/06/1158003/images/34798fd31eaac663edc7c70c425746cf6adfe58936cb88e2018be803a1dd6728.jpg)
Om het toestel te vullen gaat u als volgt te werk:
- Open de afsluiter (11) in de warmwaterleiding, en indien aanwezig de afsluiters (4) van de circulatiepomp (6).
- Sluit aftapkraan (9).
- Open het dichtstbijzijnde tappunt (14).
- Open de toevoerkraan van de inlaatcombinatie (2) zodat koud water het toestel instroomt.
- Vul het toestel volledig. Als uit het dichtstbijzijnde tappunt een volle straal water komt, is het toestel vol.
-
Ontlucht de gehele installatie, bijvoorbeeld door alle tappunten te openen.
-
Het toestel staat nu onder waterleidingdruk. Er mag nu geen water uit het overstortventiel van de inlaatcombinatie en indien toegepast uit het T&P-ventiel (3) komen. Is dit toch het geval dan kan het zijn dat:
- De waterleiding druk groter is dan de voorgeschreven 8 bar.
Plaats alsnog een drukreduceerventiel (1).
- Het overstortventiel van de inlaatcombinatie defect is, of onjuist is gemonteerd.
6 A f t a p
6.1 Aftappen van het toestel
Aansluitschema
Legenda
Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.
- drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)
- inlaatcombinatie (verplicht)
- T&P-Ventiel (optioneel)
- afsluiter (aanbevolen)
- terugslagklep (verplicht)
- circulatiepomp (optioneel)
- shuntpomp (optioneel)
- aftapkraan
- gaskraan (verplicht)
- service afsluiter (aanbevolen)
- temperatuurmeter (aanbevolen) 6
- tappunten
A. koudwatertoevoer
B. warmwaterafvoer
C. circulatieleiding
D. gastoevoer
![graph TD A["Component A"] -->|A| B["Component B"] B -->|B| C["Component C"] C -->|C| D["Component D"] D -->|D| E["Component E"] E -->|E| F["Component F"] F -->|F| G["Component G"] G -->|G| H["Component H"] H -->|H| I["Component I"] I -->|I| J["Component J"] J -->|J| K["Component K"] K -->|K| L["Comp…](/content/2026/06/1158003/images/99c27ab1a86c02aa7dfedcf895986e1f1dc6b473fe16a58e409975561dae95cf.jpg)
Voor sommige handelingen is het nodig het toestel af te tappen. De procedure is als volgt:
- Activeer het HOOFDMENU met 📄

- Plaats de aanwijzer voor OFF.
- Bevestig OFF met ENTER
- Zet het toestel UIT (stand 0) met de AAN/UIT-schakelaar van het bedieningspaneel.
- Maak het toestel spanningsloos door de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet op stand 0 te zetten.
- Sluit de gastoevoer (10).
-
Sluit de afsluiter (11) in de warmwaterleiding.
-
Sluit de toevoerkraan van de inlaatcombinatie (2).
- Open de aftapkraan (9).
- Belucht het toestel (of installatie) zodat het helemaal kan leeglopen.
7 Het bedieningspaneel
7.1 Inleiding
In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:
- Bediening;
• Betekenis van de icoontjes; - AAN/UIT-schakelaar op elektronische besturing;
- Navigatieknoppen;
- PC-aansluiting.
7.2 Bediening
Het gehele toestel wordt bestuurd en bewaakt door de ThermoControl (de elektronische besturing). De bediening is volledig menugestuurd en bestaat uit.
- een 4-regelig display met 20 karakters per regel;
- 6 drukknoppen voor de bediening (onder het display);
- 6 grafische symbolen (boven het display);
- een aansluiting voor een service-PC;
- een AAN/UIT-schakelaar.
De drukknoppen zijn onderverdeeld in drie groepen:
- Navigatieknoppen:
- Knoppen omhoog, en omlaag;
- E n ENTER : ;
- Reset knop: RESET
• het hoofdmenu (11 "Hoofdmenu"): 📄;
- het serviceprogramma (12 "Serviceprogramma"):
Dit hoofdstuk is specifiek bedoeld voor de serviceen onderhoudsmonteur en installateur.
In deze handleiding wordt het display van de elektronische besturing afgebeeld zoals in de figuur, al dan niet met icoontjes.

7.3 Betekenis van de icoontjes
De tabel geeft de betekenis van de icoontjes weer.
De pijltjes + en - geven aan dat u omhoog en/of omlaag kunt scrollen. Voor het scrollen gebruikt u de
Icoontjes en hun betekenis
| Icoon Naam Betekenis | ||
| Warmte-vraag | Constatering warmtevraag | |
| Wachttijd | Wachttijd voor veilig ontsteken | |
| Rookgas-klep | De rookgasklep is open | |
| Gloeien | (Voor)gloeien | |
| Gasblok | Openen gasblok/ontsteking | |
| Vlam-detectie | Toestel in bedrijf | |
7.4 AAN/UIT-schakelaar op elektronische besturing
Met de AAN/UIT-schakelaar van de elektronische besturing schakelt u het toestel AAN en UIT. In de UIT stand blijft het toestel echter wel onder spanning staan, waardoor de continupomp blijft draaien.
INTERNE CONTROLE
Na het aanzetten verschijnt circa 10 seconden de tekst INTERNE CONTROLE op het display. Daarna verschijnt het hoofdmenu (11 "Hoofdmenu"). Indien vanuit het hoofdmenu geen keuze wordt gemaakt, schakelt het toestel automatisch naar de toestand OFF (8.2 "Bedrijfstoestanden").

Opmerking
Om het toestel spanningsloos te maken dient u de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet te gebruiken.
7.5 Navigatieknoppen
Het gebruik van deze knoppen wordt toegelicht aan de hand van de figuur die het hoofdmenu weergeeft (11 "Hoofdmenu").
De navigatieknoppen zijn:
- Knoppen omhoog, en omlaag;
EnterER ;
- Reset knop: . RESET
knoppen ↑ en ↓ .
| HOOFDMENUOFF→ONWEEKPROGRAMMA |
| EXTRA PERIODEINSTELLINGEN |
De aanwijzer ⇒ wijst de te activeren keuze aan. In het display zoals is afgebeeld in de figuur kunt u scrollen door het hoofdmenu.
Het hoofdmenu bestaat uit: OFF, ON, WEEKPROGRAMMA, EXTRA PERIODE en INSTELLINGEN. De teksten EXTRA PERIODE en INSTELLINGEN zijn pas zichtbaar bij ver genoeg omlaag scrollen.
Met Ebevestigt u de geselecteerde keuze.
Met de knop Rotadert u één pagina terug in een menu en vervallen alle tot dan toe gemaakte instellingen in dat menu.

Opmerking
Knop Pwosit dok gebruikt om het toestel te resetten na een storing.
7.6 PC-aansluiting
De PC-aansluiting is uitsluitend bedoeld voor technici van A.O. Smith om de status en de historie van het toestel uit te kunnen lezen. Deze gegevens kunnen van belang zijn bij storingen en/of klachten.
8 Status van het toestel
8.1 Inleiding
In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:
- Bedrijfstoestanden;
- Storingstoestanden;
- Servicetoestand.
8.2 Bedrijfstoestanden
In werking heeft het toestel vier basis bedrijfstoestanden, te weten:
- OFF
• ON - EXTRA
- PROG
8.2.1 OFF
In deze toestand is de vorstbeveiliging actief. De figuur toon het display, met op:
- regel één: de tekst OFF;
- regel twee: de tijd, de dag en T1 en Tnetto afwisselend (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel").
- regel drie en vier: de tekst VORSTBEVEILIGING ACTIEF.
OFF
13:45 Donderdag 6°C
VORSTBEVEILIGING
ACTIEF
8.2.2 ON
In deze toestand beantwoordt het toestel continu de warmwatervraag. De figuur toont het display, met op:
- regel één: de tekst ON;
- regel twee: de tijd, de dag en T1 en Tnetto afwisselend (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel").
- regel drie: de geprogrammeerde watertemperatuur Tset ;
- regel vier: is leeg in rust, of toont een tekst die afhankelijk is van de opwarmcyclus (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel"), zoals WARMTEURAAG.
ON
13:45 Donderdag 67°C
Tset 75°C
8.2.3 EXTRA
In deze toestand is één extra periode geprogrammeerd en geactiveerd. In deze toestand wordt de OFF- of PRÖG-stand tijdelijk overruled om aan één periode van warmtevraag te voldoen. Als de periode voorbij is, gaat het toestel automatisch terug naar de voorgaande bedrijfstoestand. De figuur toont het display, met op:
- regel één: de tekst EXTRA;
- regel twee: de tijd, de dag en T1 en Tnetto afwisselend (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel");
- regel drie: het inschakelmoment en de bijbehorende geprogrammeerde watertemperatuur;
- regel vier: de tekst PERIODE ACTIEF.
EXTRA
12:30 Donderdag 76°C
DO 12:45 Tset 75°C
PERIODE ACTIEF
8.2.4 PROG
In deze toestand is een geprogrammeerd weekprogramma actief en het toestel reageert continu op warmtevraag binnen de ingestelde tijdsperiodes van het weekprogramma. In deze toestand zijn twee situaties te onderscheiden:
PROG
10:00 Maanda9 76°C
MA 11:15 Tset 75°C
1. De huidige tijd valt binnen een ingestelde tijdsperiode van het weekprogramma.
De figuur toont het bijbehorende display, met op:
- regel één: de tekst PROG;
- regel twee: de tijd, de dag en T 1 en T netto afwisselend (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel");
- regel drie: het eerstkomende uitschakelmoment en de watertemperatuur Tset van de actieve periode;
- regel vier: is leeg of toont een tekst die afhankelijk is van de opwarmcyclus (2.3 "Opwarmcyclus van het toeste!"), bijvoorbeeld WARMTEVRAAG.
PROG
12:00 Maanda9 76°C
MA 11:15
PERIODE ACTIEF
2. De huidige tijd valt buiten een ingestelde tijdsperiode van het weekprogramma.
De figuur toont het bijbehorende display, met op:
- regel één: de tekst PROG;
- regel twee: de tijd, de dag en T 1 en T netto afwisselend (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel");
- regel drie: het eerstkomende inschakelmoment;
- regel vier: toont de tekst PERIODE ACTIEF.
Voor alle toestanden geldt dat op enig moment de watertemperatuur beneden de gewenste temperatuur kan komen. Het toestel komt dan in een verwarmingscyclus terecht. Deze opwarmcyclus is voor alle basis bedrijfstoestanden gelijk (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel").

Opmerking
Het instellen en eventueel programmeren van de basis bedrijfstoestanden zijn beschreven in het hoofdstuk hoofdmenu (11 "Hoofdmenu").
8.3 Storingstoestanden
De figuur toont een voorbeeld van een storingstoestand. Indien het toestel in deze stand staat, toont het display op:
- regel één: storingscode met een letter, twee cijfers en een storingsomschrijving;
- regel twee t/m vier: afwisselend een beknopte toelichting van de storing en een beknopte actie ten behoeve van de oplossing.
De op het display weergegeven actie om de storing te verhelpen mag enkel worden uitgevoerd door een service- en onderhoudsmonteur.
Er zijn verschillende soorten storingen:
- LOCK OUT ERRORS
Wanneer de oorzaak niet meer aanwezig is, moeten deze storingen met de knop RESET gereset worden om het toestel weer in bedrijf te nemen.
- BLOCKING ERRORS
Deze storingen verdwijnen automatisch indien de oorzaak van de storing niet meer aanwezig is, vervolgens komt het toestel vanzelf weer in bedrijf.
Op het display is niet te zien wat voor soort storing het betreft. Een uitgebreid storingsoverzicht vindt u elders in de handleiding. (13 "Storingen")
Als u als eindgebruiker het toestel aantreft in een storingstoestand kunt u het toestel proberen in bedrijf te nemen door de Fkbspeenmaal in te drukken.
Als de storing echter terugkomt of in korte tijd meerdere malen voorkomt, dient u contact op te nemen met uw service- en onderhoudsmonteur.



8.4 Servicetoestand
De figuur toont de melding SERVICE BENODIGD.
!!!WAARSCHUWING!!!
MAXIMUM BRANDUREN: SERVICE BENODIGD
Indien de melding verschijnt is het toestel toe aan een service- en onderhoudsbeurt. Neem dan contact op met uw service- en onderhoudsmonteur.

Opmerking
De melding SERVICE BENODIGD is gebaseerd op het aantal verstreken branduren en het ingestelde service-interval. Indien het service-interval onjuist is gekozen, dan kan deze in overleg met de service- en onderhoudsmonteur aangepast worden. Informatie over de onderhoudsfrequentie vindt u elders in de handleiding (14 "Onderhoudsfrequentie").
9 In bedrijf nemen
9.1 In bedrijf nemen
U neemt het toestel in bedrijf via:
- Vul het toestel (5 "Vullen").
- Zet de gaskraan open (3.5 "Aansluitschema").
- Schakel spanning op het toestel met de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet.
- Zet de elektronische besturing AAN door de AAN/UIT-schakelaar op stand I te zetten. Het display toont nu circa 10 seconden INTERNE CONTROLE en komt daarna in het hoofdmenu.


- Druk eenmaal op de blauwe pijl ( ) om de aanwijzer voor ON te zetten en druk op ENTER Het scherm zoals weergegeven is in de figuur verschijnt.

- Bevestig met deustand IN BEDRIJF NEMEN.
Het toestel staat nu in de "ON-mode". Indien er warmtevraag is zal de opwarmcyclus (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel") doorlopen worden.
Als de opwarmcyclus niet wordt doorlopen, dan is er geen warmtevraag; indien dit het geval is, moet Tset waarschijnlijk worden ingesteld (11.3 "Watertemperatuur instellen").
9.2 Opwarmcyclus van het toestel
De opwarmcyclus van het toestel wordt actief op het moment dat de gemeten watertemperatuur (T netto ) beneden de drempelwaarde (T set ) komt. Deze drempelwaarde is afhankelijk van de gekozen toestand van het toestel. Staat het toestel bijvoorbeeld in de "OFF-mode" (vorstbeveiliging) dan is deze waarde 5°C. Staat het toestel bijvoorbeeld in de "ON-mode" dan is de drempelwaarde instelbaar, bijvoorbeeld op 65°C.
De opwarmcyclus doorloopt achtereenvolgens de toestanden:
- WARMTEVRAAG
- WACHTTIJD
- ROOKGASKLEP
- VOORGLOEIEN
- ONTSTEKEN
- IN BEDRIJF
- WACHTTIJD
In het volgende voorbeeld wordt de gehele cyclus uitgelegd aan de hand van de bedrijfstoestand ON.
Opmerking
De doorlopen cyclus geldt ook voor de overige bedrijfstoestanden.
Als het toestel in bedrijf komt, worden de volgende stappen doorlopen:
-
De watertemperatuur komt beneden de ingestelde temperatuur (bijvoorbeeld) 65°C. De elektronische besturing constateert warmtevraag en start de opwarmcyclus.
-
Het icoontje wordt geactiveerd.
- De melding WARMTEURAAG verschijnt.

-
Na de warmtevraag begint de wachttijd-periode. Deze periode duurt circa 12 seconden.
-
Het icoontje wordt geactiveerd.
- De melding WACHTTIJD verschijnt.

-
Tijdens de wachttijd wordt de rookgasklep geopend.
-
Het icoontje wordt geactiveerd.
- De melding ROOKGASKLEP verschijnt.

-
Na het openen van de rookgasklep verschijnt de term VOORGLOEIEN op het display. Nu begint het (voor)gloeien van de gloeionsteker.
-
Het icoontje wordt ingetrokken.
- Het icoontje wordt geactiveerd.

-
Na een aantal seconden (voor)gloeien wordt het gasblok geopend en vindt de ontsteking plaats.
-
Het icoontje wordt geactiveerd.
- De melding ONTSTEKEN verschijnt.

-
Na de ontsteking wordt de vlam gedetecteerd en is het toestel in bedrijf. Dit betekent dat het daadwerkelijke opwarmen is begonnen:
-
Het icoontje wordt ingetrokken.
- Het icoontje wordt geactiveerd.
- De melding IN BEDRIJF verschijnt.

L
- Als het water op temperatuur is, valt de warmtevraag weg. De rookgasklep en het gasblok gaan dicht en het branderbed dooft. Er begint een nieuwe wachttijd met een duur van circa 10 seconden.
- De icoontjes en, worden ingetrokken.
- Het icoontje wordt geactiveerd.
- De melding WACHTTIJD verschijnt.

-
Na de wachttijd komt het toestel in de zogenaamde ruststand:
-
Het icoontje wordt ingetrokken.
- De melding WACHTTIJD wordt ingetrokken.
- Bij de eerstvolgende warmtevraag begint de opwarmcyclus weer bij stap 1.




10 Uit bedrijf nemen
10.1 Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft:
- Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode");
• Toestel spanningsloos maken; - Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen.
10.2 Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode")
Om het toestel een korte periode buiten bedrijf te stellen moet u de vorstbeveiliging inschakelen.
Met de vorstbeveiliging voorkomt u bevriezing van het water in het toestel.
U activeert de vorstbeveiliging via:
- Druk op de knop om het hoofdmenu te selecteren.
- Plaats met ♦n d♦ aanwijzer voor OFF. Bevestig met ENTER
OFF
13:45 Donderdag 6°C
VORSTBEVEILIGING
ACTIEF
De vorstbeveiliging grijpt in als de watertemperatuur lager dan 5°C is. Op regel één van het display verschijnt dan V∅RST. Het toestel verwarmt het water tot 20°C (T set ) en valt uiteindelijk terug in de stand ∅FF.

Opmerking
Deze waardes 5°C en 20°C zijn niet instelbaar.
10.3 Toestel spanningsloos maken
U mag het toestel niet zondermeer spanningsloos maken. De juiste procedure is als volgt:
- Activeer het HOOFDMENU met
- Plaats de aanwijzer voor OFF.
- Bevestig OFFmet ENTER.
HOOFDMENU
→OFF
ON
- WEEKPROGRAMMA

Let op
Het toestel kan defect raken als u niet wacht tot het spoelen van de ventilator gestopt is.
- Wacht tot de ventilator gestopt is. Het icoontje dan ingetrokken.
- Zet het toestel UIT (stand 0) met de AAN/UIT-schakelaar van het bedieningspaneel.
- Maak het toestel spanningsloos door de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet op stand 0 te zetten.
10.4 Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen
Tap het toestel af als u het voor langere tijd buiten bedrijf stelt. Handel als volgt:
- Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").
- Sluit de gastoevoer.
- Sluit de afsluiter in de warmwaterleiding.
- Sluit de toevoerkraan van de inlaatcombinatie.
- Open de aftapkraan
- Belucht het toestel (of installatie) zodat het helemaal leeg kan lopen.



11 Hoofdmenu
11.1 Notatiewijze voor bediening van het menu
Het HOOFDMENU (4) van de elektronische besturing is onderverdeeld in submenu's. Zo is bijvoorbeeld INSTELLINGEN een onderdeel van het hoofdmenu. Het menu INSTELLINGEN is ook weer onderverdeeld in submenu's. Bijvoorbeeld TRAL is een submenu van INSTELLINGEN. Om nu, bijvoorbeeld, het menu TRAL te selecteren wordt in deze handleiding de volgende notatiewijze gebruikt:
• : INSTELLINGEN | TAAL
Bevestig met ENTER
Dit betekent:
- : Activeer het hoofdmenu met .
- INSTELLINGEN: Ga met knop ten/of naar INSTELLINGEN en bevestig met ENTER
- TÄAL: Ga met knop ↑en/of ̈aar TÄAL
- Bevestig met EnaheHingeven van ENTER heeft u het submenu TÄL geactiveerd.
11.2 De "ON-mode" inschakelen
U kunt het toestel vanuit iedere willekeurige bedrijfstoestand in de ON stand schakelen, hiervoor gebruikt u:
1.: ON | IN BEDRIJF NEMEN
Bevestig met ENTER

Opmerking
Raadpleeg ook het hoofdstuk over in bedrijf nemen (9 "In bedrijf nemen").
11.3 Watertemperatuur instellen
11.3.1 Watertemperatuur instellen via SETPOINT menu
De watertemparatuur is instelbaar tussen 40°C en 80°C.
De watertemperatuur stelt u in via:
1.: ON | SETPOINT INSTELLEN
Bevestig met ENTER

- Gebruik:
- on de waarde te verhogen;
- on de waarde te verlagen.
- Bevestig met .Na bevestigen komt het toestel in de "ONmode".

Als de ingestelde temperatuur hoger is dan de werkelijke waarde van het water dan kan het zijn dat het toestel niet direct begint met verwarmen. Om het in- en uitschakelen te beperken is namelijk een marge ingebouwd. Standaard staat deze marge op 4°C. Het toestel begint te verwarmen als de watertemperatuur 4°C kouder is dan het SETPOINT. De marge noemen we de hysterese. De service- en onderhoudsmonteur kan deze instellen (12.2 "De hysterese instellen").
11.3.2 Watertemperatuur instellen tijdens ON-mode
De watertemperatuur kan ook direct worden bijgeregeld als het toestel in de "ONmode" staat. U gebruikt dan:
- on de waarde te verhogen;
- on de waarde te verlagen.
- Bevestig met . ENTER

11.4 Weekprogramma
Met het weekprogramma kunt u de watertemperatuur op door u gewenste dagen en tijden instellen.
Als het toestel draait volgens een weekprogramma dan is dit op het display aangegeven met de tekst PROG op de eerste regel (zie de figuur). Op de tweede regel staat de tijd van de dag, de dag en de temperatuur. Op de derde regel staat het eerstkomende schakelpunt van het weekprogramma en de bijbehorende temperatuur. Op de vierde regel staat de tekst PROGRAMMA ACTIEF.

Het standaard aanwezige weekprogramma schakelt het toestel iedere dag in om middernacht 00:00 uur en uit op 23:59 uur. De watertemperatuur staat standaard ingesteld op 65°C.
Indien gewenst kunt u alle instellingen van het standaard aanwezige weekprogramma wijzigen.
Als gedurende het weekprogramma de watertemperatuur te laag wordt, dan zal het toestel de opwarmcyclus (9.2 "Opwarmcyclus van het toestel") doorlopen en daarna weer terugvallen in het weekprogramma.
Achtereenvolgens komen aan de orde:
- Het weekprogramma in en uit bedrijf nemen
- Het standaard aanwezige weekprogramma wijzigen
- Tijdstippen aan een weekprogramma toevoegen
- Tijdstippen van een weekprogramma verwijderen
11.4.1 Het weekprogramma in en uit bedrijf nemen
U kunt het weekprogramma vanuit iedere willekeurige bedrijfstoestand in bedrijf nemen, gebruik hiervoor:
1.: WEEKPROGRAMMA | IN BEDRIJF NEMEN Bevestig met ENTER
U kunt een weekprogramma uit bedrijf nemen door een andere bedrijfstoestand te activeren, bijvoorbeeld de "ON-mode".
11.4.2 Het standaard aanwezige weekprogramma wijzigen

Opmerking
Vul eerst het gewenste weekprogramma in op de meegeleverde weekprogrammakaart.
Een weekprogramma is opgebouwd uit een aantal instelbare periodes waarop u het toestel kunt laten in- en uitschakelen. Een periode bestaat uit een:
- inschakeltijdstip: dag van de week, uren en minuten:
- uitschakeltijdstip: uren en minuten;
- de instelbare watertemperatuur;
- de regeling gestuurde pomp in- of uitschakelen.

Opmerking
Een in- en uitschakeltijdstip kan alleen op dezelfde dag beginnen en eindigen. Per dag kunt u maximaal drie periodes programmeren. U kunt maximaal 21 periodes programmeren.
Het menu voor het weekprogramma bereikt u via:
• 📄: WEEKPROGRAMMA | INGEVEN.
Bevestig met ENTER

Het display toont het menu voor het weekprogramma, zie de figuur hieronder. Standaard schakelt het programma iedere dag aan en uit op respectievelijk 00:00 en 23:59 uur, staat de watertemperatuur op 65°C en staat de pomp aan (F).

Voorbeeld
Als voorbeeld wordt het inschakeltijdstip van zondag ingesteld op 08:15 uur, en het bijbehorende uitschakeltijdstip op 12:45 uur. De watertemperatuur wordt ingesteld op 75 °C en de pomp blijft aan.
Via het menu worden hiertoe achtereenvolgens: het inschakelttijdstip, het uitschakelttijdstip, de gewenste watertemperatuur en de stand van de regeling gestuurde pomp ingevoerd.
Weekprogramma: inschakeltijdstip instellen
- Laat de aanwijzer staan op 20 Bevestig met ENTER

De dag die wordt aangewezen door ÷ knippert.
- Gebruik en on de gewenste dag in te stellen. In het voorbeeld is dit Z0 (zondag).



Bevestig met ENTER
| AAN 20+00:00 |
| UIT 20 00:59 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN OPSLAAN |
De aanwijzer verplaatst naar de uren, deze knipperen.
- Gebruik on om de uren in te stellen. In het voorbeeld is dit 08.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer gaat naar de minuten, deze knipperen.
| AAN 20 08→00 |
| UIT 20 08:00 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN OPSLAAN |

Opmerking
Omdat de uitschakeltijd nooit voor de inschakeltijd kan liggen, loopt de ingestelde uitschakeltijd automatisch mee met de inschakeltijd.
- Gebruik en on de minuten in te stellen. In het voorbeeld is dit 15.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer gaat naar de uren van de uitschakeltijd, deze knipperen.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20+08:15 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN OPSLAAN |
Weekprogramma: uitschakeltijdstip instellen
- Gebruik en om de uren in te stellen. In het voorbeeld is dit 12.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer gaat naar de minuten, deze knipperen.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20 12→15 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN OPSLAAN |
- Gebruik en on de minuten in te stellen. In het voorbeeld is dit 45.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar de gewenste watertemperatuur.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20 12:45 |
| Tset→65°C |
| POMP AAN OPSLAAN |
Weekprogramma: watertemperatuur instellen
- Gebruik on om de watertemperatuur in te stellen. In het voorbeeld is dit 75°C.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar POMP AAN
| AAN 20 08:15 | |
| UIT 20 12:45 | |
| Tset 75°C | |
| POMP→AAN | OPSLAAN |
Weekprogramma: regeling gestuurde pomp instellen
- Indien gewenst kan een pomp aangestuurd worden tijdens de periode. Gebruik dan ↑en ↓ om POMP AAN in te stellen. De pomp zorgt dan voor een regelmatige circulatie van warm water in de warmwaterleidingen. U kunt deze stap overslaan indien u geen pomp in uw circuit heeft.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar OPSLAAN.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20 12:45 |
| Tset 75°C |
| POMP AAN →OPSLAAN |
- Bevestig met ENTER
Het scherm zoals is weergegeven in de figuur verschijnt.
| DAG | TIJD | Tset | |
| AAN→ZO | 08:15 | 75°C | P |
| UIT | ZO | 12:45 | |
| AAN | MA | 00:00 | 65°C |
| UIT | MA | 23:59 | |
| AAN | DI | 00:00 | 65°C |
| UIT | DI | 23:59 |
-
Indien gewenst kunt u met 1aar een volgende dag scrollen en meer inschakeltijdstippen ("Weekprogramma: inschakeltijdstip instellen") en uitschakeltijdstippen ("Weekprogramma: uitschakeltijdstip instellen") wijzigen.
-
Na het wijzigen van de gewenste in -en uitschakeltijdstippen neemt u het weekprogramma in bedrijf:
Scroll met ↓naar IN BEDRIJF NEMEN. Bevestig met ENTER
11.4.3 Tijdstippen aan een weekprogramma toevoegen
Het menu voor het TOEVOEGEN van in- en uitschakeltijdstippen voor het weekprogramma bereikt u via:
1.: WEEKPROGRAMMA | INGEVEN.
Bevestig met ENTER
WEEKPROGRAMMA
IN BEDRIJF NEMEN
*→INGEVEN
▼
Het display toont het menu voor het
weekprogramma. De aanwijzer staat bij de actieve periode.
DAG TIJD Tset
AAN→ZO 08:15 75°C P
UIT ZO 12:45
AAN MA 00:00 65°C P
...
...
...
UIT ZA 23:59
TOEVOEGEN
VERWIJDEREN
IN BEDRIJF NEMEN
- Scroll↓ naÄDEVOEGEN.
Bevestig met ENTER
Het scherm voor het toevoegen van een periode verschijnt.
AAN →20 08:15
UIT 20 12:45
Tset 75°C
POMP AAN OPSLAAN
Voorbeeld
Als voorbeeld wordt een extra periode geprogrammeerd waarvan het inschakeltijdstip ingesteld wordt op 18:00 uur, en het bijbehorende uitschakeltijdstip op 22:00 uur. De watertemperatuur wordt ingesteld op 75 °C en de pomp blijft aan.
DAG TIJD Tset
AAN→ZO 18:00 75°C P
UIT ZO 22:00
AAN MA 00:00 65°C P
UIT MA 23:59
.....
.....
....
UIT ZA 23:59
TOEVOEGEN
VERWIJDEREN
IN BEDRIJF NEMEN
- Voer uit:
a. Stel het inschakeltijdstip in ("Weekprogramma: inschakeltijdstip instellen").
b. Stel het uitschakeltijdstip in ("Weekprogramma: uitschakeltijdstip instellen").
c. Stel de watertemperatuur
in ("Weekprogramma: watertemperatuur instellen").
d. Stel de regelinggestuurde pomp in ("Weekprogramma: regeling gestuurde pomp instellen").
- Om de toegevoegde periode door te voeren moet u met ↓naar IN BEDRIJF NEMEN scrollen en bevestigen met ENTER
11.4.4 Tijdstippen van een weekprogramma verwijderen
Alle in- en uitschakeltijdstippen zijn in het display "achter elkaar" geplaatst. Stel dat de in- en uitschakeltijdstippen van het toestel zijn geprogrammeerd volgens de figuur.
DAG TIJD Tset
AAN→ZO 08:15 75°C P
UIT ZO 12:45
AAN ZO 18:00 75°C P
UIT ZO 22:00
...
...
UIT ZA 23:59
TOEVOEGEN
VERWIJDEREN
IN BEDRIJF NEMEN
Om te verwijderen gaat u als volgt te werk:
1.: WEEKPROGRAMMA | INGEVEN.
Bevestig met ENTER
HOOFDMENU
UIT
*→ON
WEEKPROGRAMMA
- Scroll met naar INGEVEN.
Bevestig met ENTER
WEEKPROGRAMMA
IN BEDRIJF NEMEN
→INGEVEN
Het display toont het menu voor het weekprogramma.
- Scroll met 1aar VERWIJDEREN.
Bevestig met ENTER



Om aan te geven dat u in het verwijder menu aan het werk bent, is de aanwijzer vervangen door een uitroepteken (!) en knipperen de bij deze periode behorende gegevens.
| DAG TIJD TsetAAN! Z0 08:15 75°C PUIT Z0 12:45AAN Z0 18:00 75°C P |
| UIT Z0 22:00............UIT ZA 23:59TOEVOEGENVERWIJDERENIN BEDRIJF NEMEN |
- Scroll met 1aar de te verwijderen dag.
Bijvoorbeeld Z0 (zondag) de tweede periode. Zie de figuur.
Bevestig met ENTER
| DAG TIJD TsetAAN!ZO 18:00 75°C PUIT ZO 22:00AAN MA 00:00 65°C P |
| UIT MA 23:59............UIT ZA 23:59TOEVOEGENVERWIJDERENIN BEDRIJF NEMEN |
- De regels met de schakeltijden worden vervangen door de tekst BLOK ECHT VERWIJDEREN?, Zie de figuur.
Bevestig met ENTER (of gebruik Monste annuleren)
| DAG TIJD TsetAAN! BLOK ECHTUIT VERWIJDEREN?AAN MA 00:00 65°C P |
De schakeltijd is verwijderd. U komt weer terug in het menu voor het weekprogramma. De aanwijzer wijst naar de eerste geprogrammeerde periode.
| DAG TIJD Tset |
| AAN→ZO 08:15 75°C P |
| UIT ZO 12:45 |
| AAN MA 00:00 65°C P |
| UIT MA 23:59 |
| ...... |
| ...... |
| UIT ZA 23:59 |
| TOEVOEGEN |
| VERWIJDEREN |
| IN BEDRIJF NEMEN |
- Scroll met •aar IN BEDRIJF NEMEN.
Bevestig met ENTER
Het weekprogramma is actief.
11.5 Extra periode
Een extra periode gebruikt u om het toestel gedurende een bepaalde periode in te schakelen zonder dat u hiervoor de weekprogrammering aan wilt passen of het toestel uit de OFF-mode (vorstbeveiligingsstand) wilt halen.
Als het toestel draait volgens een "extra periode" dan is dit op het display aangegeven met de tekst EXTRA.
EXTRA
10:00 Maanda9 76°C MA 11:15 Tset 75°C PERIODE ACTIEF
Als gedurende de extra periode (11.5.1 "Een extra periode instellen") de watertemperatuur te laag wordt, zal het toestel de opwarmcyclus (9.2 "Opwarmcyclus van het toestel") doorlopen en daarna weer terugvallen in de extra periode.
Voor een extra periode gelden dezelfde instelbare gegevens als een periode van een weekprogramma (11.4.2 "Het standaard aanwezige weekprogramma wijzigen").
11.5.1 Een extra periode instellen
- Het menu voor het invoeren van de extra periode bereikt u via:
2.: EXTRA PERIODE
Bevestig met ENTER
HOOFDMENU
Het display toont de instellingen voor de extra periode.
Inschakeltijdstip instellen
- Gebruik en om de dag in te stellen. In het voorbeeld is dit Z0.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar de uren, deze knipperen.
AAN 20÷00:00
UIT 20 00:59
Tset 65°C
POMP AAN START
- Gebruik om de inschakeluren op de gewenste waarde in te stellen. In het voorbeeld is dit 08.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar de minuten, deze knipperen.
| AAN 20 08→00 |
| UIT 20 08:00 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN START |

Opmerking
Omdat de uitschakeltijd nooit voor de inschakeltijd kan liggen loopt de ingestelde uitschakeltijd automatisch mee met de inschakeltijd.
- Gebruik en on de minuten in te stellen. In het voorbeeld is dit 15.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar de uren van het uitschakeltijdstip.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20→08:15 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN START |
Uitschakeltijdstip instellen
- Gebruik en om de uren in te stellen. In het voorbeeld is dit 012.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar de minuten, deze knipperen.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20 12÷15 |
| Tset 65°C |
| POMP AAN START |
- Gebruik en on de minuten in te stellen. In het voorbeeld is dit 45.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar de watertemperatuur. Zie de figuur
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20 12:45 |
| Tset→65°C |
| POMP AAN START |
Watertemperatuur instellen
- Gebruik en on de watertemperatuur in te stellen. In het voorbeeld is dit 75°C.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar POMP AAN.
| AAN 20 08:15 |
| UIT 20 12:45 |
| Tset 75°C |
| POMP→AAN |
START
Regeling gestuurde pomp instellen
- Indien gewenst kan een pomp aangestuurd worden tijdens de periode. Gebruik dan ↑en ↓ om POMP AAN in te stellen. De pomp zorgt dan voor een regelmatige circulatie van warm water in de warmwaterleidingen. U kunt deze stap overslaan indien u geen pomp in uw circuit heeft.
Bevestig met ENTER
De aanwijzer verplaatst naar START.
| AAN 20 08:15 | |
| UIT 20 12:45 | |
| Tset 75°C | |
| POMP AAN | →START |
- Bevestig met .ENTER
De extra periode is ingesteld.

Opmerking
Als de extra periode afgelopen is gaat de regeling weer terug naar de toestand ON, OFF of WEEKPROGRAMMA. Een week later wordt de extra periode NIET automatisch weer ingeschakeld.
11.6 Instellingen
Met de keuze INSTELLINGEN kunt u een bepaalde gegevens instellen en bepaalde toestelgegevens uitlezen:
- Instelbare gegevens
- Taal van het menu.
- Huidige dag en tijd.
- Uitleesbare toestelgegevens, deze categorie is enkel van belang voor de installateur en/of service-en onderhoudsmonteur
- Regelbereik (watertemperatuur).
- Onsteektoerental ventilator.
- Werktoerental ventilator.
11.6.1 Taal van het menu instellen
Om het taalmenu in te stellen:
| HOOFDMENU |
| WEEKPROGRAMMA |
| * EXTRA PERIODE |
| →INSTELLINGEN |
- Het menu voor het invoeren van de taal bereikt u via:
2.: INSTELLINGEN.
Bevestig met ENTER
Het display toont het menu voor instellingen.
| INSTELLINGEN→TAAL |
| * DAG/TIJD |
| * TOESTELGEGEVENS |



- De aanwijzer staat voor THAL
Bevestig met ENTER
Het display toont het menu voor de taal.

- Scroll met 🍼aar de gewenste taal.
Bevestig met ENTER
De taal is ingesteld.
11.6.2 Dag en tijd instellen
Om de tijd en dag in te voeren:

- Het menu voor het invoeren van de dag en tijd bereikt u via:
2.: INSTELLINGEN.
Bevestig met ENTER
Het display toont het menu voor instellingen.
- Scroll met en naar DAG/TIJD
Bevestig met ENTER

Het display toont het menu voor het aanpassen van de dag.

- De aanwijzer staat voor Zonda9.
Scroll met ↑en naar de gewenste dag.
Bevestig met ENTER
De dag is ingesteld. Het display toont het menu voor het aanpassen van de tijd.

- De aanwijzer staat voor de uren, deze knipperen.
Scroll met ten naar het huidige uur, bijvoorbeeld 15.
Bevestig met ENTER

- De aanwijzer staat voor de minuten, deze knipperen
Scroll met 1en naar de te komen minuut, bijvoorbeeld 45.
Bevestig op de ingestelde minuut met ENTER

De tijd is ingesteld.

Opmerking
Het toestel houdt geen rekening met de zomertijd.
11.6.3 Toestelgegevens uitlezen

Opmerking
Deze categorie gegevens is enkel van belang voor de installateur en/of service- en onderhoudsmonteur.
De tabel geeft de instellingen van de toestelgegevens weer zoals deze behoren te zijn.
Toestelgegevens
| ADMR40 - 135 | |
| Regelbereik 40 - 80°C | |
| Rookgasbeveiliging 75°C |
Het menu voor het uitlezen van de toestelgegevens bereikt u via:
1.: INSTELLINGEN.
Bevestig met ENTER
HOOFDMENU WEEKPROGRAMMA * EXTRA PERIODE →INSTELLINGEN
- Scroll met ▼aar TOESTELGEGEVENS Bevestig met ENTER
INSTELLINGEN TAAL * DAG/TIJD →TOESTELGEGEVENS
Het display toont het menu voor het uitlezen van de toestelgegevens.
- Scroll met •aar het uit te lezen onderdeel, bijvoorbeeld REGELBEREIK. Het bijbehorende display verschijnt.
REGELBEREIK 40-80°C
12 Serviceprogramma
12.1 Inleiding
Met het serviceprogramma kan de installateur of service- en onderhoudsmonteur.
- De hysterese instellen;
- De storingshistorie uitlezen;
- De toestelhistorie uitlezen;
- De toestelselectie uitlezen;
- De pomp aan- of uitzetten;
• Het service interval instellen; - Het contrast van het display instellen;
- De schakeltijd van het licht instellen;
- De scrollsnelheid van het display instellen.
| SERVICE PROGRAMMA→HYSTERESE |
| STORINGSHISTORIE |
| TOESTELHISTORIE |
| TOESTELSELECTIE |
| POMPSCHAKELING |
| SERVICE INTERVAL |
| CONTRAST DISPLAY |
| SCHAKELTIJD LICHT |
| SCROLLSNELHEID |
De onderliggende paragrafen beschrijven in het kort deze menu's. Indien u niet op de hoogte bent van de algehele bediening, lees dan eerst het betreffende hoofdstuk hierover (7 "Het bedieningspaneel").
Opmerking
De notatiewijze voor de bediening van het service menu is gelijk aan die van het hoofdmenu (11.1 "Notatiewijze voor bediening van het menu"). Echter, u gebruikt om het serviceprogramma te bereiken, in plaats van voor het hoofdmenu.
12.2 De hysterese instellen
Als de ingestelde temperatuur (SETPOINT) hoger is dan de werkelijke watertemperatuur, dan kan het zijn dat het toestel niet direct begint met de opwarmcyclus (9.2 "Opwarmcyclus van het toestel"). Om het in- en uitschakelen te beperken is namelijk een marge ingebouwd. Deze marge noemen we de
hysterese. Standaard staat deze marge op 2°C. De opwarmcyclus start als de watertemperatuur 2°C lager ligt dan het SETPOINT en eindigt als het water 2°C hoger ligt dan het SETPOINT.
HYSTERESE OMHOOG→3°C
U kunt de hysterese instellen via:
• : HYSTERESE OMHOOG De figuur geeft een voorbeeld
U kunt de hysterese instellen via • : HYSTERESE OMLAAG
12.3 De storingshistorie uitlezen
U kunt de storingshistorie uitlezen via:
• :STORINGSHISTORIE
U krijgt een overzicht van "Blocking errors" en "Lock out errors". In beide gevallen geldt dat de elektronische besturing 15 regels reserveert voor de laatste 15 storingsmeldingen. Zijn er minder dan 15 storingsmeldingen, dan worden drie puntjes weergegeven. Het display toont eerst de "Blocking errors". Na EVOTGEerde "Lock out Errors".
De figuur geeft een voorbeeld van de "Blocking errors". De tekst STORINGSHISTORIE wordt nu gevolgd door (B).
| STORINGSHISTORIE(B) |
| S04 SENSOR FOUT |
| F06 IONISATIE |
| C0250HZFOUT |
De figuur geeft een voorbeeld van de "Lock out errors". De tekst STORINGSHISTORIE wordt nu gevolgd door (L).
| STORINGSHISTORIE(L) |
| F02 VENTILATOR |
| F07 VLAMFOUT |
| ... |
Opmerking
Voor een overzicht van alle storingen en bijbehorende oorzaak wordt verwezen naar het betreffende hoofdstuk (13 "Storingen").
12.4 De toestelhistorie uitlezen
Met de toestelhistorie kunt u de bedrijfsuren, het aantal ontstekingen, het aantal vlamfouten en het aantal ontsteekfouten uitlezen.
U bereikt het menu voor het uitlezen van de toestelhistorie via:
• : TOESTELHISTORIE De figuur geeft een voorbeeld.
| TOESTELHISTORIE |
| BEDRIJFSUREN 000410 |
| ONTSTEKINGEN 001000 |
| VLAMFOUTEN 000021 |
| ONTSTEEKFOUT 000013 |
12.5 De toestelselectie uitlezen
U bereikt het menu voor het uitlezen van het toestel via:
- : TOESTELSELECTIE Het toestelnummer vindt u op het typeplaatje. De toestelselectie is in de fabriek juist ingesteld.
| TOESTELSELECTIE |
| +5934 |
| ▲ 8576 |
| ▼ 3379 |
| 6527 |
| .... |
12.6 De pomp aan- of uitzetten
Indien een regeling gestuurde pomp geïnstalleerd (3.6 "Shuntleiding") is kan deze AAN of UIT gezet worden via:
• : POMPSCHAKELING Standaard staat de pomp UIT.
| POMPSCHAKELING→AANUIT |
Indien de toestand WEEKPROGRAMMA of EXTRA PERIODE actief is, dan is de de AAN/UIT-selectie van de pompschakeling in het servicemenu ondergeschikt aan de toestand WEEKPROGRAMMA of EXTRA PERIODE
Voorbeeld
Een periode van het weekprogramma is actief. Binnen deze periode staat de pompschakeling UIT. Als in het servicemenu de pompschakeling AAN wordt gezet, blijft de pomp UIT. De pomp gaat pas AAN als de periode van het weekprogramma afgelopen is.
12.7 Het service interval instellen
Als hulpmiddel is de elektronische besturing uitgevoerd met een service interval waarmee de onderhoudsfrequentie (14.2 "Service-interval bepalen") door de service- en onderhoudsmonteur kan worden ingesteld aan de hand van het aantal branduren.
Het service interval wordt bepaald door het aantal branduren. Dit is instelbaar op 500, 1000 en 1500 uren. Standaard staat het aantal uur op 500. Indien het ingestelde aantal uren bereikt is, volgt hiervan een melding (8.4 "Servicetoestand"). U kunt het service interval instellen via:
12.8 Het contrast van het display instellen
U kunt het contrast van het display instellen via:
- : CONTRAST DISPLAY Standaard staat deze waarde op 100%. Het bereik is van 0 t/m 100%. De figuur geeft het bijbehorende display.
| CONTRAST DISPLAY |
| → 95 % |
12.9 De schakeltijd van het licht instellen
U kunt het "schakelpunt licht" (dit is de tijd dat de verlichting van het display aan blijft na het indrukken van een toets) instellen via:
- SCHAKELTIJD LICHT Standaard is deze waarde 255 sec. Het bereik is van 0 t/m 255 seconden. De figuur geeft het bijbehorende display.
| SCHAKELTIJD LICHT |
| ÷ 255 sec |
12.10 De scrollsnelheid van het display instellen
U kunt de scrollsnelheid van het display instellen via:
- Ⓞ: SCROLLSNELHEID Standaard is 10. Het bereik is van 0 t/m 100. Te hoge of lage waardes bemoeilijken het scrollen.
| SCROLLSNELHEID |
| ÷ 10 |
13 Storingen
13.1 Inleiding
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Algemene storingen
Algemene storingen geven geen melding op het display. Algemene storingen zijn:
- Gaslucht
- Display licht niet op
- Onvoldoende of geen warm water.
- Waterlekkage
- Explosieve ontsteking.
In de handleiding is een tabel met algemene storingen opgenomen (13.2 "Storingstabel voor algemene storingen").
- Storingen op het display
Storingen worden op het display weergegeven met op regel:
- Één: een code gevolgd door een omschrijving. De code bestaat uit een letter en twee cijfers.
- Twee, drie en vier: een beschrijving die om de twee seconden wordt afgewisseld door een actie. Zie de figuren. De eerste toont een mogelijke storing, de tweede de bijbehorende controle actie.
S02: SENSORFOUT TOP TANK SENSOR 1 ONDERBROKEN
S02: SENSOR FOUT
CONTROLEER SENSOR BOVENIN
Er zijn verschillende soorten storingen die worden onderverdeeld in twee groepen:
- LOCK OUT ERRORS
Wanneer de oorzaak niet meer aanwezig is, moeten deze storingen met de knop RESET gereset worden om het toestel weer in bedrijf te nemen.
- BLOCKING ERRORS
Deze storingen verdwijnen automatisch indien de oorzaak van de storing niet meer aanwezig is, vervolgens komt het toestel vanzelf weer in bedrijf.
In de handleiding is een tabel met storingsmeldingen, die op het display worden getoond, opgenomen (13.3 "Storingstabel voor storingen op het display").
13.2 Storingstabel voor algemene storingen

Waarschuwing
Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door een service- en onderhoudsmonteur.
Algemene storingen
| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| Gaslucht Gaslekkage | Sluit direct de hoofdgaskraan.Geen schakelaars bedienen.Geen open vuur.Ventileer de ruimte waar het toestel in staat. | Neem direct contact op met uw installateur of plaatselijk gasbedrijf. | |
| Display is uit | Toestel staat uit | Neem het toestel in bedrijf (9 "In bedrijf nemen"). | |
| Geen voedingsspanning aanwezig | 1. Controleer of hoofdschakelaar AAN staat2. Controleer of er spanning staat op de hoofdschakelaar.3. Controleer of AAN/UIT-schakelaar van de elektronische besturing AAN staat (stand I).4. Controleer of er spanning staat op het elektrisch aansluitblok.5. De te meten spanning moet 230 VAC (-15%, +10%) zijn | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen")Indien de storing niet verholpen is raadpleeg uw installateur. | |
| Zekering(en) defect Vervang zekering(en) Voor het vervangen van de zekeringen dient u contact op te nemen met uw installateur. | |||
| Waterlekkage Lekkage | op een wateraansluiting (schroefdraad) | Draai de schroefdraadaansluiting vaster aan | Indien lekkage niet verholpen is raadpleeg uw installateur |
| Lekkage uit ander watertoestel of leiding in de buurt | Spoor lekkage op | ||
| Lekkage van de tank van het toestel | Raadpleeg de leverancier en/of fabrikant | ||
| Condens | Wacht met aftappen van (teveel) tapwater tot het water in de boiler de ingestelde temperatuur heeft bereikt. | ||


| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| Explosieve ontstekingSlecht vlambeeld | Verkeerde voordruk en/of branderduk | Stel de juiste voordruk en/of branderduk in (3.11 "Voordruk en branderduk controleren") | Indien ontsteking niet is verbeterd raadpleeg uw installateur. |
| Vervuilde brander | Reinig de brander(s) (15.4.2 "Reinigen brander(s)") | ||
| Vervuilde inspuiter | Reinig de inspuiter(s) (15.3.4 "Reinigen inspuiter(s)") | ||
| Te weinig luchttoevoer | Verbeter de luchttoevoer door een betere ventilatie van de ruimte waarin het toestel zich bevindt. | ||
| Onvoldoende of geen warm water | Toestel staat uit | Neem het toestel in bedrijf (9 "In bedrijf nemen"). | |
| Geen voedingsspanning aanwezig | 1. Controleer of hoofdschakelaar AAN staat2. Controleer of er spanning staat op de hoofdschakelaar.3. Controleer of AAN/UIT-schakelaar van de elektronische besturing AAN staat (stand I).4. Controleer of er spanning staat op het elektrisch aansluitblok.5. De te meten spanning moet 230 VAC (-15%, +10%) zijn | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen")Indien de storing niet verholpen is raadpleeg uw installateur. | |
| Warmwatervoorraad is op | Reduceer warmwaterverbruik en geef het toestel de tijd om op te warmen. | Indien er onvoldoende of geen warm water blijft raadpleeg uw installateur. | |
| De regeling staat in de OFF-stand. | Zet de regeling in de ON-stand (11.2 "De "ON-mode" inschakelen"). | ||
| Temperatuur ( Tset ) is te laag ingesteld. | Temperatuur ( Tset ) op een hogere waarde instellen (11.3 "Watertemperatuur instellen"). | ||
13.3 Storingstabel voor storingen op het display

Waarschuwing
Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door een service- en onderhoudsmonteur.
Storingen op het display
| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| S01 (blocking error)Open circuit van temperatuur sensor T2 onderin de tank | Sensor is niet (goed)aangesloten | Sluit de connector van de sensor aan op JP3 | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen") |
| Defecte rookgassensor | Vervang rookgassensor | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | |
| Kabelbreuk 1. Meet de kabelweerstand van de sensorkabel door. Deze moet ± 0 Ohm zijn.2. Vervang de kabel bij een kabelbreuk | |||
| S02 (blocking error)Open circuit van sensor 1 van temperatuur sensor T1 bovenin de tank(1) . | Sensor is niet (goed)aangesloten | Sluit de connector van de sensor aan op JP5 | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen") |
| Defecte sensor Vervang sensor T 1 | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | ||
| Kabelbreuk 1. Meet de kabelweerstand van de sensorkabel door. Deze moet ± 0 Ohm zijn.2. Vervang de kabel bij een kabelbreuk | |||
| S03 (blocking error)Open circuit van sensor 2 van temperatuur sensor T1 bovenin de tank(1) | Sensor is niet (goed)aangesloten | Sluit de connector van de sensor aan op JP5 | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen") |
| Defecte sensor Vervang sensor T 1 | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | ||
| Kabelbreuk 1. Meet de kabelwesterstand van de sensorkabel door. Deze moet ± 0 Ohm zijn.2. Vervang de kabel bij een kabelbreuk | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | ||


| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| S04 (blocking error)Open circuit van rookgassensor 1. | Rookgassensor is niet (goed) aangesloten. | Sluit de connector van de rookgassensor (2) aan op JP4. | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen") |
| Defecte rookgassensor | Vervang de rookgassensor T1 | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | |
| Kabelbreuk 1. Meet de kabelweerstand van de sensorkabel door. Deze moet ± 0 Ohm zijn.2. Vervang de kabel bij een kabelbreuk | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | ||
| S05 (blocking error)Open circuit van rookgassensor 2. | Rookgassensor is niet (goed) aangesloten. | Sluit de connector van de rookgassensor (2) aan op JP4. | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen") |
| Defecte rookgassensor | Vervang de rookgassensor T2 | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | |
| Kabelbreuk 1. Meet de kabelweerstand van de sensorkabel door. Deze moet ± 0 Ohm zijn.2. Vervang de kabel bij een kabelbreuk | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te memen met uw installateur | ||
| S11 (blocking error)Kortgesloten circuit van de temp. sensor T2 onderin de tank | Kortsluiting in sensorcircuit | Vervang sensor T2 en kabel Voor het vervangen van de benodigde | onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| S12 (blocking error)Kortgesloten circuit van sensor 1 van temperatuur sensor T1 bovenin de tank(1) | Kortsluiting in sensorcircuit | Vervang sensor T1 en kabel Voor het vervangen van de benodigde | onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| S13 (blocking error)Kortgesloten circuit van sensor 2 van temperatuur sensor T1 bovenin de tank(1) | Kortsluiting in sensorcircuit | Vervang sensor T1 en kabel Voor het vervangen van de benodigde | onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |

| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| S14 (blocking error)Kortgesloten circuit van rookgassensor 1 | Kortsluiting in rookgassensorcircuit | Vervang de rookgassensor (2) en kabel. Voor het vervangen van de | benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| S15 (blocking error)Kortgesloten circuit van rookgassensor 2 | Kortsluiting in rookgassensorcircuit | Vervang de rookgassensor (2) en kabel. Voor het vervangen van de | benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| F01 (blocking error)Fout in voedingscircuit | Fase en Nul verkeerd om aangesloten | Sluit de fase en de nul goed aan (3.10 "Elektrische aansluiting"), het toestel is fase gevoelig | Zie het elektrisch schema ADMR (17 "Bijlagen") |
| Condens op de ionisatiepen | 1. Kabel loshalen bij de ionisatiepen2. Laat toestel 3 keer ontsteken met onderbroken ionisatiecircuit3. Ionisatiekabel weer terugplaatsen op de ionisatiepen4. Toestel weer laten ontsteken5. Door de ontsteekpogingen is de condens verdampt | Bij repeterende storingen dient u contact op te nemen met uw installateur | |
| Zwevende Nul Plaats een scheidingstransformator (3.10.5 "Scheidingstransformator aansluiten") | Voor het plaatsen van een scheidingstransformator dient u contact op te nemen met uw installateur | ||

| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| F04 (lock out error)Drie ontsteekpogingen zonder succes. | Geen gas 1. Open de hoofdgaskraan en/of gaskraan voor het gasblok2. Controleer voordruk op het gasblok3. Herstel indien nodig de gastoevoer | Neem voor het herstellen van de gastoevoer contact op met uw installateur | |
| Lucht in de gasleiding | Ontlucht de gasleiding | Zie Voordruk en branderdruk controleren voor het ontluchten van de gasleiding en het meten van de voordruk en branderdruk. | |
| Geen branderdruk 1. Controleer branderdruk op het gasblok.2. Controleer of gasklep(pen) schakelen.3. Indien nodig vervang het gasblok. | |||
| Fout in het gloeionstekercircuit | 1. Controleer of gloeionsteker op de juiste manier is aangesloten (JP2).2. Controleer bekabeling van de gloeionsteker3. Meet de weerstand over de gloeionsteker. Deze moet tussen de 2 en 5 Ohm liggen.4. Kijk of de gloeionsteker oplicht tijdens ontsteken.5. Indien nodig gloeionsteker vervangen. | Bij terugkerende storing neem contact op met uw installateur.Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur | |
| Fout in het ionisatiecircuit | 1. Controleer of ionisatiepen op de juiste manier is aangesloten (JP2)2. Controleer bekabeling van de ionisatiepen3. Meet de ionisatiestroom. Deze moet minimaal 1,5 microA zijn.4. Vervang indien nodig de bekabeling | ||
| Te lage voedingsspanning | Controleer voedingsspanning, deze moet 230 VAC(-15%, +10%) zijn | ||
| F05 (lock out error)Er zijn te veel vlamfouten gesignaleerd. | Verkeerde dakdoorvoer Recirculatie van rookgassen. | 1. Controleer of de juiste dakoorvoer geplaatst is (3.9 "Rookgasafvoer").2. Indien nodig plaats juiste dak- of muurdoorvoer.3. Controleer of dak- of muurdoorvoer in een toegestaan gebied uitmond. | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur |

| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| F06 (lock out error)Kortsluiting tussenionisatiepen en aarde | Contact met metalenoppervlakte doorkabelbreuk. | Controleer bekabeling van ionisatiepen. Vervang indien nodig debekabeling. | Bij terugkerende storing neem contact op met uw installateur.Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contactop te nemen met uw installateur |
| Keramisch deel van deionisatiepen isgebroken/gescheurd. | 1. Controleer of het keramische deel van de ionisatiepen nog heelis ter plaatse van de luchtverdeelplaat van de brander.2. Indien dit niet het geval is, moet de ionisatiepen vervangenworden. | ||
| F07 (lock out error)Er is een vlamgeconstateerd na hetsluiten van de gasklep. | Defecte gaskleppen 1. | Controleer of er nog branderdruk aanwezig is, wanneer degaskleppen gesloten zijn.2. Controleer of er nog een vlam aanwezig is wanneer degaskleppen gesloten zijn.3. Indien dit het geval is moet het gasblok vervangen worden. | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerendestoring dient u contact op te nemen met uw installateurVoor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contactop te nemen met uw installateur |
| F08 (lock out error)Footmeldingveiligheidsrelais | Vlamdetectie voordatgasklep geopendwordt. | 1. Reset elektronische besturing.2. Indien storing opnieuw verschijnt, elektronische besturingvervangen. | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerendestoring dient u contact op te nemen met uw installateurVoor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contactop te nemen met uw installateur |
| F09 (lock out error)Watertemperatuurbeveiliging. | Temperatuur, boveninde tank, is hoger dan 93°C. | 1. Controleer werking van een eventuele circulatiepomp2. Controleer positie van de temperatuur sensor T1 3. Reset toestelregeling | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerendestoring dient u contact op te nemen met uw installateur |
| OpmerkingDe storing “F09” blijft actief indien tijdens het resetten dewatertemperatuur hoger dan 78 °C was. Als dit het geval is, tap daneerst water af door het dichtsbijzijnde tappunt te openen zodat koudwater kan instromen. | |||

| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| F10 (lock out error)Begrenzing van het aantal ontsteekpogingen op basis van het schakelen van het rookgaskleprelais. | Rookgaskleprelais schakelt tijdens warmtevraag. | 1. Controleer of rode pijl op de rookgasklepmotor helemaal naar rechts gaat en tijdens de warmtevraag in deze positie blijft staan.2. Controleer of er fysieke blokkeringen zijn en verhelp deze indien mogelijk.3. Controleer of spanning op de zwarte draad van de motoraansturing aanwezig blijft tijdens de warmtevraag.4. Controleer elektrische aansluitingen op onjuiste verbindingen en verhelp deze indien mogelijk. | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateurVoor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| F11 (blocking error)Vlamdetectie met gesloten gasklep. | Defecte gaskleppen Zie | F07. | |
| F12 (lock out error)De rookgasafvoerbeveiliging is geactiveerd. | Rookgasafvoerverstopt | 1. Controleer op blokkeringen van het rookgasafvoerkanaal2. Verwijder eventuele blokkeringen3. Reset elektronische besturing. | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur |
| F13 (lock out error)Rookgasklep wordt niet aangestuurd door de motor | De motor opent de rookgasklep niet | Zie F10 | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur |
| F14 (lock out error)Stand van rookgasklep wordt niet bewaakt door de micro-switch | De micro-switch detecteert de stand van de rookgasklep niet | 1. Controleer of rode pijl op de motor helemaal naar rechts en/of naar links gaat2. Controleer of micro-switch schakelt bij het draaien van klep | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur |

| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| C02 (lock out error)Foutmelding van de toestelregeling. | Verkeerde referentiespanning van de AD-convertor. | 1. Reset elektronische besturing.2. Controleer of de frequentie van de voedingsspanning voldoet (3.4.2 "Algemene en elektrische gegevens"). Indien dit niet het geval is neem dan contact op met uw installateur3. Indien frequentie goed is maar de storing niet verholpen, vervang de elektronische besturing. | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| Interne foutmelding van de toestelregeling. | • EEPROM leesfout• 50 Hz error• Interne communicatiefout | ||
| Interne foutmelding van de toestelregeling. | • Gaskleprelais error• Veiligheidsrelais error• Ontstekingsrelais error• RAM error• EEPROM error• Inhoud EEPROM conspondeert niet met software versie | ||
| C03 (blocking error)Resetfout | Teveel resets in een te korte periode | Wacht tot de fout verdwijnt (maximaal 1 uur). Indien de storing niet verdwijnt dient de toestelregeling vervangen te worden. | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| C04 (blocking error)Toestelselectiefout | .Verkeerde toestelselectie / Verkeerde selectieweerstand. | 1. Controleer of het juiste toestel geselecteerd is (12.5 "De toestelselectie uitlezen").2. Indien het juiste toestel geselecteerd is, plaats de juiste selectieweerstand.3. Selecteer, bij onjuiste toestelselectie, het juiste toestel. | Indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateurVoor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| E01 (blocking error)Beveiligingstemperatu ur bovenin de tank is geactiveerd. | De temperatuur van het water bovenin de tank is >85°C. | Geen. Dit is een tijdelijke melding die vanzelf verdwijnt en ook meerdere keren kan verschijnen. | |

| Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking | |||
| E03 (lock-out error)Fout in temperatuur sensor T1 bovenin de tank. | De twee temperatuursensoren in de tank meten gedurende minimaal 60 seconden een verschil ≥ 10 °C. | 1. Controleer sensorpositie en -bekabeling.2. Reset de elektronische besturing indien nodig. Vervang de sensor indien de storing niet is verholpen. | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| E04 (lock-out error)Fout in de dummy-sensor (2) . | De twee dummysensoren meten gedurende minimaal 60 seconden een verschil ≥ 10 °C. | 1. Controleer bekabeling van dummy 1 en dummy 2.2. Reset elektronische besturing indien nodig. Vervang de dummy-sensor indien de storing niet is verholpen. | Voor het vervangen van de benodigde onderdelen dient u contact op te nemen met uw installateur |
| (1) Temperatuursensor T1 is een '2 in 1' sensor, T1 bevat 2 NTC's voor de maximaalthermostaat- en veiligheidsthermostaat beveiliging.(2) De rookgassensor bestaat uit rookgassensor 1 en rookgassensor 2. | |||

14 Onderhoudsfrequentie
14.1 Inleiding
Een onderhoudsbeurt dient minimaal één maal per jaar zowel waterzijdig als gaszijdig te worden uitgevoerd. De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van ondermeer de waterkwaliteit, het gemiddeld aantal branduren per dag en de ingestelde watertemperatuur.

Opmerking
Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het toestel.
Om de juiste onderhoudsfrequentie te bepalen, wordt aanbevolen de service- en onderhoudsmonteur het toestel drie maanden na installatie water- en gaszijdig te laten controlleren. Aan de hand van deze controle kan de onderhoudsfrequentie worden vastgesteld.
14.2 Service-interval bepalen
Als hulpmiddel is de elektronische besturing uitgevoerd met een service-interval waarmee de onderhoudsfrequentie door de service- en onderhoudsmonteur kan worden ingesteld aan de hand van het aantal branduren.
Het service-interval kan ingesteld worden op: 500, 1000 of 1500 branduren. Standaard staat de instelling op 500 branduren.
Voorbeeld
In de eerste drie maanden heeft het toestel 300 uur gebrand. Bij het onderhoud blijkt dat service 1 maal per jaar voldoende is. Na 1 jaar zijn er dus ongeveer 1200 branduren verstreken. De eerste in te stellen waarde onder de 1200 uur is 1000 branduren.
In dit geval stelt een service- en onderhoudsmonteur het interval in op 1000.
In de eerste drie maanden heeft het toestel 300 uur gebrand. Bij het onderhoud blijkt dat, bijvoorbeeld door de waterkwaliteit, minimaal iedere 6 maanden service nodig is.
Na 6 maanden zijn er dus ongeveer 600 branduren verstreken. De eerste in te stellen waarde onder de 600 uur is 500 branduren.
In dit geval stelt een service- en onderhoudsmonteur het interval in op 500.
!!!WAARSCHUWING!!!
MAXIMUM BRANDUREN: SERVICE BENODIGD
Op het display zal na het verstrijken van het ingestelde aantal branduren de melding SERVICE BENODIGD verschijnen. Na het verschijnen van de melding dient contact opgenomen te worden met de service- en onderhoudsmonteur.
15 Onderhoud uitvoeren
15.1 Inleiding
Let op
Onderhoud mag alleen door een erkend service- en onderhoudsmonteur worden uitgevoerd.
Bij elke onderhoudsbeurt dient het toestel zowel waterzijdig als gaszijdig onderhouden te worden. Het onderhoud dient in de volgende volgorde te worden uitgevoerd.
- Onderhoud voorbereiden
- Waterzijdig onderhoud
- Gaszijdig onderhoud
- Onderhoud afronden
Opmerking
Voor het bestellen van reserve-onderdelen is het van belang het toesteltype, toestelmodel en het volledige serienummer van het toestel te noteren. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. Aan de hand van deze informatie kunnen gegevens van reserveonderdelen vastgesteld worden.
15.2 Onderhoud voorbereiden
Om te testen of alle componenten nog goed functioneren dient u de volgende stappen uit te voeren:
- Activeer het HOOFDMENU met 📄
- Gebruik en om de aanwijzer voor OFF te plaatsen.
- Bevestig OFF met ENTER

- Zet het toestel UIT (stand 0) met de AAN/UIT-schakelaar van het bedieningspaneel.
- Zet de elektronische besturing AAN door de Aan/Uit-schakelaar op stand I te zetten.

Het display toont nu circa 10 seconden INTERNE CONTROLE en komt daarna in het hoofdmenu.

- Activeer de 'ON-mode' door de volgende stappen te doorlopen:
- Druk eenmaal op de blauwe pijl () om de aanwijzer voor ON te zetten en druk op ENTER

- Bevestig met derstandar
IN BEDRIJF NEMEN.
- Indien er geen warmtevraag is verhoog dan Tset (11.3 "Watertemperatuur instellen"). Onthoud de oorspronkelijke instelling. Tap vervolgens water om warmtevraag te creëren.
- Controleer of de opwarmcyclus correct verloopt (9.2 "Opwarmcyclus van het toestel").
- Indien u Tset heeft gewijzigd, zet deze dan weer terug op de gewenste stand (11.3 "Watertemperatuur instellen").
- Controleer de voor- en branderdruk (3.11 "Voordruk en branderdruk controleren") en pas deze indien nodig aan.
- Controleer bij het rookgasafvoersysteem of alle onderdelen goed bevestigd zijn.
- Test de werking van het overstort ventiel van de inlaatcombinatie. Het water dient met een volle straal uit te stromen.
- Test de overstortwerking van het T&P-ventiel. Het water dient met een volle straal uit te stromen.
- Controleer de afvoerleidingen van de overstortventielen en verwijder aanwezige kalkresten.
- Tap het toestel af (6 "Aftappen").
15.3 Waterzijdig onderhoud
15.3.1 Inleiding
Waterzijdig dienen te volgende stappen te worden uitgevoerd:
- Controle anodes.
- Ontkalken en reinigen tank.
15.3.2 Controle anodes
Tijdige vervanging van de anodes verlengt de levensduur van het toestel. De aanwezige anodes moeten vervangen worden zodra ze voor 60% of meer verbruikt zijn (houd hiermee rekening bij het bepalen van de onderhoudsfrequentie).

Waarschuwing
De trekonderbreker en het deksel kunnen heet zijn.
- Neem de bedrading van de rookgasklep los.
- Trek de steker van de sensorkabel bedrading uit de rookgassensor.
- Demonteer de bevestigingsbeugeltjes van de rookgassensor.
- Koppel de trekonderbreker los van de rookgasafvoer.
- Draai de schroeven van de trekonderbreker los.
- Neem de trekonderbreker van het toestel.
- Draai de schroeven van de deksel aan de bovenzijde van het toestel los.
- Neem de deksel van het toestel.
- Neem de afdichtring van het toestel.
- Controleer nu ook de wervelstrips (15.4.3 "Controle wervelstrips"). Vervang deze indien noodzakelijk.
- Plaats een nieuwe afdichtring op de rand van de tank en monteer de deksel.
- Monteer de trekonderbreker (3.9.2 "Montage trekonderbreker").
- Monteer de rookgasklep (3.9.3 "Montage rookgasklep").
- Monteer de rookgassensor (3.9.4 "Montage rookgassensor").
- Monteer de beschermkap.
15.3.3 Ontkalken en reinigen tank
Ketelsteen- en kalkaanslag verhinderen een goede geleiding van de warmte naar het water. Periodiek reinigen en ontkalken voorkomt vorming van deze aanslag. Hierdoor wordt de levensduur van het toestel verlengd en bovendien het verwarmingsproces bevorderd.
Bij bepaling van de onderhoudsfrequentie dient rekening gehouden te worden met de snelheid van de kalkvorming. Kalkvorming is afhankelijk van de plaatselijke watergesteldheid, het waterverbruik en de ingestelde watertemperatuur. Om overmatige kalkaanslag te voorkomen wordt een temperatuurinstelling van maximaal 60°C aanbevolen.
Om een goede en waterdichte afsluiting van een reinigingsopening te waarborgen moeten de pakking (6), O-ring (7), sluitringen (4), bouten (3) en eventueel de deksel (5) na opening vernieuwd worden (zie de figuur). Bij de leverancier/fabrikant is hier een speciale set voor te verkrijgen.
Voor het eenvoudig ontkalken en reinigen van de tank is het toestel uitgerust met twee reinigingsopeningen.

- Verwijder de afdekplaat (1) op de buitenmantel (zie de figuur).
- Verwijder de isolatie (2) voorzichtig en leg deze apart. Deze moet later weer gebruikt worden.
- Draai de bouten los.
- Verwijder de deksel, de pakking en de O-ring.
- Inspecteer de tank en verwijder de losse kalkaanslag en verontreinigingen.
- Indien de kalkaanslag niet handmatig verwijderd kan worden, dient ontkalkt te worden met een ontkalkingsmiddel. Neem contact op met de leverancier/fabrikant voor een advies over het te gebruiken ontkalkingsmiddel.

IMD-0282 R1
- Sluit de reinigingsopening. Om beschadiging van de tank te voorkomen dienen de bouten aangedraaid te worden met een moment van maximaal 50 Nm. Gebruik hiervoor geschikt gereedschap. Om de reinigingsopening eenvoudig te sluiten kan bij het monteren van de bouten het beste de in de figuur aangegeven volgorde aangehouden worden.
15.3.4 Reinigen inspuiter(s)
- Demonteer de inspuiter(s).
- Verwijder de in de inspuiter(s) aanwezige verontreinigingen.
- Monteer de inspuiter(s).
15.4 Gaszijdig onderhoud
15.4.1 Inleiding
Gaszijdig dienen de volgende stappen te worden uitgevoerd:
- Reinigen brander(s).
- Reinigen inspuiter(s).
- Controle wervelstrips.
15.4.2 Reinigen brander(s)
- Demonteer de brander(s).
- Verwijder de op de brander(s) aanwezige verontreinigingen.
- Monteer de brander(s).
15.4.3 Controle wervelstrips

Waarschuwing
De trekonderbreker en het deksel kunnen heet zijn.
- Neem de bedrading van de rookgasklep los.
- Trek de steker van de sensorkabel bedrading uit de rookgassensor.
- Demonteer de bevestigingsbeugeltjes van de rookgassensor.
- Koppel de trekonderbreker los van de rookgasafvoer.
- Draai de schroeven van de trekonderbreker los.
- Neem de trekonderbreker van het toestel.
- Draai de schroeven van de deksel aan de bovenzijde van het toestel los.
- Neem de deksel van het toestel.
- Neem de afdichtring van het toestel.

Waarschuwing
De wervelstips kunnen heet zijn.
- Neem de wervelstrips uit het toestel.
- Controleer de wervelstrips op de aanwezigheid van roet en verwijder dit zonodig.
- Controleer de wervelstrips op slijtage en vervang de wervelstrips zonodig.
- Plaats een nieuwe afdichtring op de rand van de tank en monteer de deksel.
- Monteer de trekonderbreker (3.9.2 "Montage trekonderbreker").
- Monteer de rookgasklep (3.9.3 "Montage rookgasklep").
- Monteer de rookgassensor (3.9.4 "Montage rookgassensor").
- Monteer de beschermkap.
15.5 Onderhoud afronden
Om het onderhoud af te ronden voert u de volgende stappen uit:
- Vul het toestel (5 "Vullen").
- Neem het toestel in bedrijf (9 "In bedrijf nemen").
- Neem de melding SERVICE BENODIGD weg. Dit doet u door éénmaal RESET in te drukken gevolgd door éénmaal ENTER
16 Garantie (certificaat)
| Voor registratie van uw garantie dient u de bijgevoegde garantiekaart ingevuld te retourneren waarna u een garantiecertificaat wordt toegestuurd. Dit certificaat geeft de eigenaar van een door A.O. Smith Water Products Company B.V. te Veldhoven, Nederland (hierna "A.O. Smith") geleverd toestel recht op de hierna omschreven garantie, waartoe A.O. Smith zich jegens de eigenaar verbindt. | |
| 16.1 Garantie algemeen | Indien binnen één jaar na de oorspronkelijke installatiedatum van een door A.O. Smith geleverde boiler, na onderzoek en ter uitsluitende beoordeling van A.O. Smith, blijkt dat een deel of onderdeel, met uitzondering van de tank, niet of niet juist functioneert ten gevolge van fabricage- en/of materiaalfouten, zal A.O. Smith dit deel of onderdeel vervangen of repareren. |
| 16.2 Garantie tank | Indien binnen 3 jaar na de oorspronkelijke installatiedatum van een door A.O. Smith geleverde boiler, na onderzoek en ter uitsluitende beoordeling van A.O. Smith, blijkt dat de stalen glasslined tank lekt ten gevolge van roest of corrosie vanuit de waterzijdige kant, zal A.O. Smith een volledig nieuwe boiler van gelijkwaardige grootte en kwaliteit ter beschikking stellen. Op de ter vervanging beschikbaar gestelde boiler zal een garantie gegeven worden voor de duur van de resterende garantieperiode van de oorspronkelijk geleverde boiler. In afwijking van het in artikel 2 bepaalde geldt, dat de garantieduur wordt teruggebracht tot één jaar na de oorspronkelijke installatiedatum indien ongefiltreerd of onthard water door de boiler stroomt of daarin achterblijft. |
| 16.3 Voorwaarden installatie en gebruik | De in artikel 1 en 2 bedoelde garantie geldt uitsluitend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:a. De boiler is geïnstalleerd met inachtneming van zowel de installatievoorschriften van A.O. Smith geldend voor het specifieke model, als de plaatselijk geldende installatie- en bouwverordeningen, voorschriften en regelingen van overheidswege.b. De boiler blijft geïnstalleerd op de oorspronkelijke installatieplaats.c. Er wordt uitsluitend drinkwater gebruikt, dat te allen tijde vrij kan circuleren (voor verwarming van zout of corrosief water is een afzonderlijk geïnstalleerde warmtewisselaar verplicht).d. De tank is door middel van periodiek onderhoud gevrijwaard van schadelijke ketelsteen- en kalkaanslag.e. De boilerwatertemperaturen zijn niet hoger dan de maximale instelling van de thermostaten, die onderdeel van de boiler vormen.f. De waterdruk en/of warmtebelasting niet groter is dan de maxima aangegeven op de typeplaat van de boiler.g. De boiler is geplaatst in een niet-corrosieve atmosfeer of omgeving.h. De boiler is voorzien van een door de daartoe bevoegde instantie goedgekeurde inlaatcombinatie van voldoende capaciteit, niet groter dan de werkdruk als aangegeven op de boiler en eventueel ook van een door de daartoe bevoegde instantie goedgekeurde temperatuur- en drukontlastklep, die gemonteerd is overeenkomstig de installatievoorschriften van A.O. Smith die van toepassing zijn op het specifieke model boiler en voorts met inachtneming van de plaatselijke voorschriften, verordeningen en regelingen van overheidswege.i. Het toestel moet te allen tijden voorzien zijn van kathodische bescherming. Indien hiervoor opofferingsanodes zijn toegepast moeten deze worden vervangen en vernieuwd indien en zodra ze voor 60% of meer verbruikt zijn. Bij toepassing van elektrische anodes moet men ervoor zorgen dat deze continu functioneel zijn. |
| 16.4 Uitsluitingen | De in artikel 1 en 2 bedoelde garantie geldt niet:a. indien de boiler door een van buiten komende oorzaak is beschadigd;b. in geval van misbruik, verwaarlozing (met inbegrip van bevriezing),verandering, onjuist en/of afwijkend gebruik van de boiler en wanneer gepoogd is lekken te repareren;c. indien verontreinigingen of andere deeltjes de tank in hebben kunnen stromen;d. indien de geleidbaarheid van het water minder is dan 125 μS/cm en/of de hardheid (aardalkali-ionen) van het water minder is dan 1,00 mmol/lit (3.3.3 "Watersamenstelling");e. indien ongefilterd, gerecirculeerd water door de boiler stroomt of in de boiler opgeslagen wordt;f. indien gepoogd is zelf een defecte boiler te repareren. |
| 16.5 Omvang garantie | De verplichtingen van A.O. Smith krachtens de gegeven garantie gaat niet verder dan kosteloze levering af magazijn van de te vervangen delen of onderdelen respectievelijk boiler. vervoers-, arbeids-, installatie- en andere met de vervanging verband houdende kosten komen niet voor rekening van A.O. Smith. |
| 16.6 Claims | Een claim gebaseerd op de gegeven garantie moet worden gedeponeerd bij de handelaar bij wie de boiler is gekocht of bij een andere handelaar die de producten van A.O. Smith Water Products Company verkoopt. Het onderzoek van de boiler bedoeld in de artikelen 1 en 2 zal plaatsvinden in een laboratorium van A.O. Smith. |
| 16.7 Verplichtingen voor A.O. Smith | Met betrekking tot haar boilers respectievelijk de ter vervanging geleverde (delen of onderdelen van de) boilers, wordt door A.O. Smith geen andere garantie of waarborg gegeven dan de garantie zoals uitdrukkelijk in dit certificaat verwoord.A.O. Smith is krachtens de gegeven garantie of anderszins niet aansprakelijk voor schade aan personen of zaken, veroorzaakt door (delen of onderdelen, respectievelijk de stalen glasslined tank van) een door haar (ter vervanging) geleverde boiler. |
17 Bijlagen
17.1 Inleiding
Deze bijlage bevat:
• Elektrische schema's ADMR (17.2 "Elektrische schema's ADMR")
• Weekprogrammakaart (17.3 "Weekprogrammakaart")
17.2 Elektrische schema's ADMR
17.2.1 Elektrisch schema ADMR 40 t/m 115 en 135 aardgas, ADMR 40 t/m 115 LP - gas
![graph TD subgraph Component_A A1["①"] --> A2["②"] A2 --> A3["③"] A3 --> A4["④"] A4 --> A5["⑤"] A5 --> A6["⑥"] A6 --> A7["⑦"] A7 --> A8["⑧"] A8 --> A9["⑨"] A9 --> A10["⑩"] A10 --> A11["⑪"] A11 --> A12["⑫"] A12 --> A13["⑬"] A13 --> A14["⑭"] A14 --> A15["⑮"] A15 --> A16["⑯"] A16 --> A17["⑰"] A17 --> A1…](/content/2026/06/1158003/images/c30ad15591dd562202f768fd878195a8bb01c1fb7387f200cfd2c2066401d53d.jpg)
1 = bruin, 2 = blauw, 3 = geel/groen, 4 = zwart, 5 = wit, 6 = grijs/beige, 7 = groen, 8 = geel
AANSLUITINGEN KLEMMENSTROKEN:
Aarde
N Nul
L1 Fase-ingang van besturing
L2 Fase-ingang van regeling gestuurde pomp
L3 Fase-ingang van continu pomp
L4 Fase-ingang van extra storingsmelder
L5 Fase-ingang van rookgasklepmotor
L6 Fase-uitgang van rookgasklepmotor (terugkoppeling)
L7 Fase-ingang van scheidingstrafo (primaire kant)
L8 Fase-uitgang van scheidingstrafo (secundaire kant)
COMPONENTEN:
A Besturing
B Gasblok
C Gloeionsteker
D Ionisatiepen
E Extra storingsmelder
F Dubbelpolige hoofdschakelaar
G Regeling gestuurde pomp
H Continupomp
J Rookgasklep
K Scheidingstrafo
L I/O schakelaar besturing
M Display
N Extra ON-mode schakelaar
O Aansluiting voor de rookgassensor
P Temperatuursensor (T2 - onder in de tank)
Q Temperatuursensor (T1 - boven in de tank)
R Selectieweerstand
AANSLUITINGEN OP BESTURING:
J2 Aansluiting van de voeding van de besturing
J19 Aansluiting van extra storingsmelder en voeding rookgasklep
J20 Aansluiting van het gasblok
J21 Aansluiting van regeling gestuurde pomp
J29 Aansluiting van de terugkoppeling van de rookgasklep
J36 Aansluiting van display op de besturing
JP2 Aansluiting van ionisatiepen en gloeionsteker
JP3 Aansluiting van temperatuursensor T2
JP4 Aansluiting van rookgassensor
JP5 Aansluiting van temperatuursensor T1
JP6 Aansluiting van selectieweerstand en terugkoppeling van micro-switch
JP8 Aansluiting van extra ON-mode schakelaar
F1 Zekering
F3 Zekering
17.2.2 Elektrisch schema ADMR 135 LP-gas
![graph TD A["①"] --> B["1"] C["②"] --> D["2"] E["③"] --> F["3"] G["④"] --> H["4"] I["⑤"] --> J["5"] K["⑥"] --> L["6"] M["⑦"] --> N["7"] O["⑧"] --> P["8"] Q["⑨"] --> R["9"] S["⑩"] --> T["10"] U["⑪"] --> V["11"] W["⑫"] --> X["12"] Y["⑬"] --> Z["13"] AA["⑭"] --> AB["14"] AC["⑮"] --> AD["15"] AE["⑯"] -->…](/content/2026/06/1158003/images/94a8dfd39684f6edc62d1730a3c77c5e17ebf9f86e7f60cb71bafd3d45f55ee1.jpg)
1 = bruin, 2 = blauw, 3 = geel/groen, 4 = zwart, 5 = wit, 6 = grijs/beige, 7 = groen, 8 = geel
AANSLUITINGEN KLEMMENSTROKEN:
Aarde
N Nul
L1 Fase-ingang van besturing
L2 Fase-ingang van regeling gestuurde pomp
L3 Fase-ingang van continu pomp
L4 Fase-ingang van extra storingsmelder
L5 Fase-ingang van rookgasklepmotor
L6 Fase-uitgang van rookgasklepmotor (terugkoppeling)
L7 Fase-ingang van scheidingstrafo (primaire kant)
L8 Fase-uitgang van scheidingstrafo (secundaire kant)
COMPONENTEN:
A Besturing
B Gasblok
C Gloeionsteker
D Ionisatiepen
E Hoog/laag regeling
F T i m e r
G Extra storingsmelder
H Dubbelpolige hoofdschakelaar
J Regeling gestuurde pomp
K Continupomp
L Rookgasklep
M Scheidingstrafo
N I/O schakelaar besturing
O Display
P Extra ON-mode schakelaar
Q Aansluiting voor de rookgassensor
R Temperatuursensor (T2 - onder in de tank)
S Temperatuursensor (T1 - boven in de tank)
T Selectieweerstand
AANSLUITINGEN OP BESTURING:
J2 Aansluiting van de voeding van de besturing
J19 Aansluiting van extra storingsmelder en voeding rookgasklep
J20 Aansluiting van het gasblok
J21 Aansluiting van regeling gestuurde pomp
J29 Aansluiting van de terugkoppeling van de rookgasklep
J36 Aansluiting van display op de besturing
JP2 Aansluiting van ionisatiepen en gloeionsteker
JP3 Aansluiting van temperatuursensor T2
JP4 Aansluiting van rookgassensor
JP5 Aansluiting van temperatuursensor T1
JP6 Aansluiting van selectieweerstand en terugkoppeling van micro-switch
JP8 Aansluiting van extra ON-mode schakelaar
F1 Zekering
F3 Zekering
17.3 Weekprogrammakaart
De weekprogrammakaart kunt u uitknippen en bij het toestel hangen.
| Periode DAG TIJD Tset Pomp | |||||
| 1. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 2. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 3. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 4. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 5. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 6. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 7. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 8. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 9. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 10. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
| 11. | AAN | ...°C | AAN/UIT | ||
| UIT | |||||
Voorbeeld
| Periode DAG | TIJD Tset Pomp | |||
| 1. | AAN MA | 14:30 | 70 °C | AAN/ UIT |
| UIT MA | 16:15 | |||
| Periode DAG | TIJD Tset Pomp | ||||
| 12. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 13. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 14. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 15. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 16. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 17. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 18. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 19. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 20. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||
| 21. | AAN | ...°C | AAN/ UIT | ||
| UIT | |||||






Index
A
aan/uitschakelaar 47
aansluiten
circulatieleiding 25
elektrisch 29, 31
gas 25
koudwaterzijdig 23
shutleiding 23
warmwaterzijdig 24
aansprakelijkheid 3
aftappen 45
algemene gegevens 3
B
bediening 57
bedrijfstoestanden
algemeen 49
EXTRA 49
OFF 49
ON 49
PROG 50
beveiliging 14
branderdruk 33
buitenbedrijfstellen
korte periode 55
langere periode 55
spanningsloos maken 55
C
circulatieleiding aansluiten 25
claims 88
contrast display instellen 66
D
datum instellen 63
doelgroepen 10
E
elektrisch aansluitblok 30
elektrische aansluiting 29
extra periode 49
bedrijfstoestand 49
instellen 61
G
garantie 87
algemeen 87
installatie en gebruiksvoorwaarden 87
omvang 88
uitsluitingen 88
gasaansluiting 25
gascategorie, ombouw naar andere - 37
gebruiker 10
H
handelsmerken 3
hoofdschakelaar 31
hysterese instellen 65
|
inbedrijfnemen 53
inhoud document 11
installateur 10
installatieschema 23
ionisatiepen 15
K
kalkaanslag 83
koudwaterzijdig aansluiten 23
L
luchtvochtigheid 18
M
merknamen 3
N
navigatieknoppen 47
netspanning 31
notatiewijzen 11
0
off 49
ombouw naar andere gascategorie 37
omgevingscondities 17
omgevingstemperatuur 18
on 49
onderhoud
afronden 85
brander 85
gaszijdig 85
inspuiter 85
uitvoeren 81
waterzijdig 82
onderhoudsbeurt 10, 79
ON-mode 57
opwarmcyclus 14
P
PC-aansluiting 48
pomp 66
prog 50
S
schakelpunt licht instellen 66
scrollen 47
scrollsnelheid display instellen 66
service benodigd 51
service interval instellen 66
servicemonteur 10
shuntpomp 23
specificaties 20
storing 50
storingshistorie uitlezen 65
symbol
gebruiker 10
installateur 10
servicemonteur 10
T
taal instellen 62
temperatuursensor
T1 14
T2 14
ThermoControl
aan/uitschakelaar 47
Tnetto 14
toestand
EXTRA 49
OFF 49
ON 49
PROG 50
SERVICE BENODIGD 51
STORING 50
toestel
historie uitlezen 66
opwarmcyclus 14
selectie uitlezen 66
V
veiligheid 15
verpakking 17
voordruk 33
vorstbeveiliging 49
vullen 43
W
warmwaterzijdig aansluiten 24
water
samenstelling 18
temperatuur instellen 57
weekprogramma 49













