A.O. Smith BFM50 - Boiler

BFM50 - Boiler A.O. Smith - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BFM50 A.O. Smith in PDF-formaat.

📄 70 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice A.O. Smith BFM50 - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type apparaat Gasgestookte gesloten boiler
Model BFM50
Inhoud (liter) 298
Totale hoogte (mm) 2000
Diameter (mm) 710
Ledig gewicht (kg) 245
Maximale werkdruk (bar) 8
Voedingsspanning (VAC) 230
Opgenomen elektrisch vermogen (W) 100
Gascategorie (fabrieksinstelling) II2L3P (aardgas G25 - 25 mbar)
Nominaal vermogen (kW) 40,5
Regelthermostaat (°C) 40 – 70
Veiligheidscomponenten Veiligheidsthermostaat, maximaalthermostaat, vorstthermostaat, ionisatiepen, drukschakelaar
Wateraansluitingen (inch) Koudwater: R1½, Warmwater: Rp1½
Gasaansluiting (inch) Rp¾
Rookgasafvoerdiameter (mm) 100
Luchttoevoerdiameter (mm) 150
Onderhoudsinterval Minimaal 1 keer per jaar water- en gaszijdig
Anode 2 stuks magnesium-opofferingsanodes
IP-klasse 20
Type rookgasafvoer (toestelcategorie) C13 / C33

Veelgestelde vragen - BFM50 A.O. Smith

Hoe stel ik de gewenste watertemperatuur in?
Draai aan de knop van de regelthermostaat op het bedieningspaneel. De temperatuur is traploos instelbaar tussen ongeveer 40°C en 70°C. De standen 1 t/m 4 komen overeen met oplopende temperaturen.
Wat moet ik doen bij gaslucht?
Waarschuwing: geen open vuur, niet roken, geen elektrische schakelaars gebruiken. Open ramen en deuren, sluit de hoofdgaskraan, waarschuw bewoners en verlaat het gebouw. Bel daarna de gasdistributiemaatschappij of uw installateur.
Hoe kan ik het toestel resetten na een storing?
Als het rode lampje op de resetknop brandt, druk dan één keer op de resetknop nadat u de oorzaak van de storing heeft weggenomen. Bij herhaalde storingen neem contact op met een servicemonteur.
Hoe vaak moet het toestel onderhouden worden?
Minimaal één keer per jaar dient zowel waterzijdig (controleren anodes, ontkalken) als gaszijdig (reinigen branders, inspuiters) onderhoud uitgevoerd te worden. De frequentie hangt af van waterkwaliteit en gebruik.
Kan ik de boiler zelf vullen en aftappen?
Ja, de procedures staan in de handleiding. Bij vullen opent u de afsluiter in de warmwaterleiding, sluit de aftapkraan en opent de toevoerkraan. Bij aftappen sluit u de stroom, gas en watertoevoer, en opent de aftapkraan. Zorg dat de installatie ontlucht wordt.
Wat is de maximale waterdruk die de boiler kan verdragen?
De maximale werkdruk is 8 bar. Indien de waterleidingdruk hoger is, moet een drukreduceerventiel worden geplaatst. Een inlaatcombinatie is altijd verplicht.
Hoe lang duurt het opwarmen van de boiler?
De opwarmtijd voor een temperatuurstijging van 45°C (ΔT=45°C) is bij de BFM50 ongeveer 22 minuten. Dit is afhankelijk van de begintemperatuur en de ingestelde temperatuur.
Wat moet ik doen als er geen warm water komt?
Controleer of de AAN/UIT-schakelaar op I staat, of de hoofdschakelaar ingeschakeld is en of de gaskraan open is. Reset de branderautomaat eenmalig. Blijft het probleem bestaan, raadpleeg de storings tabel in de handleiding.
Kan ik de boiler gebruiken bij vriesweer?
Ja, de boiler heeft een vorstthermostaat die het toestel automatisch inschakelt bij een watertemperatuur van 20°C of lager. Zet de AAN/UIT-schakelaar op stand 0 (OFF-mode) om de vorstbeveiliging actief te houden zonder dat de boiler continu opwarmt.
Waar vind ik het serienummer en type van mijn boiler?
Het serienummer en model staan op het typeplaatje dat op de mantel van het toestel is bevestigd. Noteer deze gegevens bij het bestellen van onderdelen of bij garantieclaims.

Gebruikersvragen over BFM50 A.O. Smith

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Boiler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BFM50 - A.O. Smith en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BFM50 van het merk A.O. Smith.

GEBRUIKSAANWIJZING BFM50 A.O. Smith

Gesloten industriële boiler

BFM - 30/50/80/100/120

A.O. Smith BFM50 - 1

Installatie-, Gebruikers- en Servicehandleiding

uw installateur

Lees deze handleiding zorgvuldig

Waarschuwing

Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u het toestel in gebruik neemt. Het niet lezen van deze handleiding en het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding kan leiden tot ongevallen en schade aan personen en het toestel.

Alle rechten voorbehouden.

Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van A.O. Smith Water Products Company.

A.O. Smith Water Products Company behoudt zich het recht voor de specificaties zoals vermeld in deze handleiding te wijzigen.

Handelsmerken

Alle in deze handleiding genoemde merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende leveranciers.

Aansprakelijkheid

A.O. Smith Water Products Company is niet aansprakelijk voor claims van derden veroorzaakt door ondeskundig gebruik anders dan vermeld in deze handleiding en overeenkomstig de Algemene Voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

Zie verder de Algemene Voorwaarden. Deze kunt u kostenlos bij ons opvragen.

Hoewel grote zorg is besteed aan het waarborgen van correcte en waar nodig, volledige beschrijving van de relevante onderdelen, kan het voorkomen dat de handleiding fouten en onduidelijkheden bevat.

Mocht u toch fouten of onduidelijkheden in de handleiding ontdekken, dan vernemen wij dat graag van u. Het helpt ons de documentatie verder te verbeteren.

Meer informatie

Indien u opmerkingen of vragen heeft aangaande specifieke onderwerpen die betrekking hebben op het toestel, aarzelt u dan niet contact op te nemen met:

Algemeen: +31 40 294 25 00

Fax: +31 40 294 25 39

E-mail: info@aosmith.nl

Website: www.aosmithinternational.com

Voor problemen met de aansluitingen op gas,- elektra- en watervoorzieningen kunt u terecht bij de leverancier/installateur van uw installatie.

A.O. Smith BFM50 - Meer informatie - 1

Inhoudsopgave

1 Inleiding 7

1.1 Over het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7
1.2 Wat te doen bij gaslucht - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7
1.3 Voorschriften - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7
1.4 Onderhoud 8
1.5 Notatiewijzen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8
1.6 Doelgroepen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 9
1.7 Overzicht van dit document - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 9

2 Werking van het toestel 11

2.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 11
2.2 Algemene werking van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - 12
2.3 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - 13
2.4 Beveiliging van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 14
2.5 Veiligheid van de installatie- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 15

3 Installatie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17

3.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17
3.2 Verpakking 17
3.3 Omgevingscondities 17
3.4 Technische specificaties - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 20
3.5 Aansluitschema 23
3.6 Wateraansluitingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 23
3.7 Gasaansluiting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 25
3.8 Luchttoevoer en rookgasafvoer- - - - - - - - - - - - - - - - - - - 26
3.9 Elektrische aansluiting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 32
3.10 Voordruk en branderdruk controleren - - - - - - - - - - - - - - - - 33

4 Ombouw naar een andere gascategorie - - - - - - - - - - - 37

4.1 Ombouwen 37
4.2 Inspuiters vervangen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 38
4.3 Branderdrukregeling of vlakke plaat vervangen BFM30-50-80-100 - - - - 39

5 Vullen- 41

6 Aftappen 43

7 Het bedieningspaneel 45

7.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 45
7.2 Bedieningspaneel 45
7.3 Betekenis van de icoontjes - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 45
7.4 AAN/UIT-schakelaar - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 45
7.5 Regelthermostaat 45
7.6 Resetknop branderautomaat - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 45

8 Status van het toestel 47

8.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 47
8.2 Bedrijfstoestanden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 47
8.3 Storingstoestanden 47

Inhoudsopgave

9 In bedrijf nemen 49

9.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 49
9.2 In bedrijf nemen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 49
9.3 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 49

10 Uit bedrijf nemen 51

10.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 51
10.2 Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode") - - - - - - - 51
10.3 Toestel spanningsloos maken - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 51
10.4 Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen - - - - - - - - - - 51

11 Storingen 53

11.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 53
11.2 Storingstabel: algemene storingen- - - - - - - - - - - - - - - - - - 54
11.3 Storingstabel: onvoldoende warm water - - - - - - - - - - - - - - - 55
11.4 Storingstabel: geen warm water - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 56

12 Onderhoud uitvoeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 59

12.1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 59
12.2 Onderhoud voorbereiden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 59
12.3 Waterzijdig onderhoud - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 59
12.4 Gaszijdig onderhoud - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 62
12.5 Onderhoud afronden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 62

13 Garantie (certificaat) 63

13.1 Garantie algemeen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 63
13.2 Garantie tank - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 63
13.3 Voorwaarden installatie en gebruik - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 63
13.4 Uitsluitingen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 64
13.5 Omvang garantie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 64
13.6 Claims 64
13.7 Verplichtingen voor A.O. Smith - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 64

1.1 Over het toestel

A.O. Smith BFM50 - Over het toestel - 1

Deze handleiding beschrijft de installatie, service en het gebruik van een BFM-toestel. Het BFM-toestel is een gasgestookte gesloten boiler met een ventilator in de luchttoevoer. De schoorsteenaansluitingen, parallel of concentrisch, zijn toestelafhankelijk. De mogelijke toesteltypen zijn C13 en C33. De informatie in deze handleiding geldt voor de: BFM 30, BFM 50, BFM 80, BFM 100 en BFM 120.

De bouwwijze en de uitrusting van het toestel zijn volgens de Europese norm voor gas gestookte warmwatervoorraadtoestellen voor sanitair gebruik (EN 89). De toestellen voldoen daarmee aan de Europese Richtlijn voor Gastoestellen en hebben daarom het recht de CE-markering te dragen.

Waarschuwing Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u de boiler in gebruik neemt. Het niet lezen van de handleiding en het niet opvolgen van de beschreven instructies kan leiden tot persoonlijke ongevallen en schade aan het toestel.

1.2 Wat te doen bij gaslucht

Waarschuwing Bij gaslucht:

Geen open vuur! Niet roken!

Vonkvorming vermijden! Geen elektrische schakelaars gebruiken, ook geen telefoon, stekker of bel!

Ramen en deuren openen!

Hoofdgasafsluitinrichting sluiten!

Bewoners waarschuwen en gebouw verlaten!

Waarschuw na verlaten van het gebouw de gasdistributiemaatschappij of installateur.

1.3 Voorschriften

Als (eind)gebruiker, installateur of service- en onderhoudsmonteur dient u ervoor te zorgen dat de gehele installatie tenminste voldoet aan de ter plekke geldende:

• voorschriften m.b.t. bouwbesluiten;
- richtlijnen voor bestaande gasinstallaties opgesteld door uw energieleverancier;
- richtlijnen voor aardgasinstallaties en de bijbehorende praktijkrichtlijnen;
- veiligheidseisen voor laagspanningsinstallaties;
• voorschriften m.b.t. drinkwatervoorziening;
- voorschriften m.b.t. ventilatie in gebouwen;
- voorschriften m.b.t. toevoer van verbrandingslucht;
- voorschriften m.b.t. afvoer van rookgassen;
- eisen voor gasverbruikinstallaties;
- voorschriften m.b.t. binnenriolering in gebouwen;
- voorschriften van brandweer, energiebedrijven en gemeente.

Verder dient de installatie te voldoen aan de voorschriften van de fabrikant.

1.4 Onderhoud

Opmerking

Voor alle voorschriften, eisen en richtlijnen geldt dat aanvullingen of latere wijzigingen en/of toevoegingen op het moment van installeren van toepassing zijn.

Een onderhoudsbeurt dient minimaal één maal per jaar zowel waterzijdig als gaszijdig te worden uitgevoerd. De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van ondermeer de waterkwaliteit, het gemiddeld aantal branduren per dag en de ingestelde watertemperatuur.

Opmerking

Om de juiste onderhoudsfrequentie te bepalen, wordt aanbevolen de service- en onderhoudsmonteur het toestel drie maanden na installatie water- en gaszijdig te laten controleren. Aan de hand van deze controle kan de onderhoudsfrequentie worden vastgesteld.

Opmerking

Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het toestel.

Zowel de eindgebruiker als de service- en onderhoudsmonteur zijn verantwoordelijk voor regelmatig onderhoud. Zij dienen hier duidelijke afspraken over te maken.

Opmerking

- Indien het toestel niet regelmatig onderhouden wordt, vervalt het recht op garantie.

1.5 Notatiewijzen

In deze handleiding wordt gebruik gemaakt van de volgende notatiewijzen:

Opmerking

Opgelet belangrijke mededeling.

Let op

Het negeren van deze tekst kan leiden tot beschadiging van het toestel.

Waarschuwing

Het negeren van deze tekst kan leiden tot ernstige beschadiging van het toestel en tot gevaarlijke persoonlijke situaties.

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 1

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 2

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 3

1.6 Doelgroepen

De drie doelgroepen voor deze handleiding zijn:

• (eind)gebruikers;
- installateurs;
- service- en onderhoudsmonteurs.

Op iedere pagina wordt met symbolen aangegeven voor welke doelgroep de informatie bedoeld is. Zie de tabel.

Symbolen per doelgroep

Symbool Doelgroep
A.O. Smith BFM50 - Doelgroepen - 1(Eind)gebruiker
A.O. Smith BFM50 - Doelgroepen - 2Installateur
A.O. Smith BFM50 - Doelgroepen - 3Service- en onderhoudsmonteur

1.7 Overzicht van dit document

De tabel geeft een overzicht van de inhoud van dit document.

Inhoud van dit document

Hoofdstuk DoelgroepenOmschrijving
Werking van het toestelA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 1A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 2A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 3Dit hoofdstuk beschrijft de werking van het toestel.
Installatie Dit hoofdstuk beschrijft de uitle voeren A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 4 A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 5 A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 6installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen.
VullenA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 7A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 8A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 9Dit hoofdstuk beschrijft het vullen van het toestel.
Aftappen Dit hoofdstuk beschrijft de uitle voeren van het toestel.
Het bedieningspaneelA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 10A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 11A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 12Dit hoofdstuk beschrijft de algemene bediening van het toestel en geeft uitleg over het bedieningspaneel.
Status van het toestelA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 13A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 14A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 15Dit hoofdstuk beschrijft in welke status (toestand) u het toestel kunt aantreffen, en wat de eventuele daaropvolgende actie is.
In bedrijf nemen Dit hoofdA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 16A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 17A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 18toestel in bedrijf neemt. Verder wordt hier de algemene opwarmcyclus van het toestel beschreven.
Uit bedrijf nemenA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 19A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 20A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 21Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel voor kortere of langere tijd uit bedrijf neemt.
StoringenA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 22A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 23A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 24Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk bedoeld voor de installateur en service- en onderhoudsmonteur. Het beschrijft de storingen van het toestel. In een tabel worden de mogelijke kenmerken, oorzaken en oplossingen gegeven. Echter ook een eindgebruiker kan hier aanvullende informatie vinden m.b.t. het toestel.
Onderhoud uitvoerenA.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 25A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 26A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 27Dit hoofdstuk beschrijft het te plegen onderhoud.
Garantie (certificaat)A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 28A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 29A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 30Dit hoofdstuk geeft de garantievoorwaarden.

Inleiding

A.O. Smith BFM50 - Overzicht van dit document - 31

2 Werking van het toestel

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:

  • Algemene werking van het toestel;
  • Opwarmcyclus van het toestel;
  • Beveiliging van het toestel;
  • Veiligheid van de installatie.

2.2 Algemene werking van het toestel

De figuur geeft een dwarsdoorsnede van het toestel weer.

Dwarsdoorsnede van het toestel

A.O. Smith BFM50 - Algemene werking van het toestel - 1

Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.

  1. warmwateruitlaat

  2. drukschakelaar

  3. branderkamer

  4. anode

  5. tank

  6. warmtewisselaar

  7. inspectie- en reinigingsopening

  8. koudwaterinlaat

  9. aftapkraan

  10. gasblok

  11. ventilator

  12. ionisatiepen

  13. rookgasafvoerpijp

  14. isolatielaag

  15. staafbranders/branderbed

  16. veiligheidsthermostaatsensor

  17. maximaalthermostaatsensor

  18. branderautomaat

  19. regelthermostaat

  20. maximaalthermostaat

  21. veiligheidsthermostaat

  22. vorstthermostaat

  23. regelthermostaatsensor

  24. vorstthermostaatsensor

  25. luchttoevoer

  26. luchtrestrictor

50 branderkamer met luchtverdeelplaat

  1. waakvlambrander

  2. vonkontsteker

Bij dit toestel wordt het koude water, onderaan de tank, ingevoerd bij de koudwaterinlaat (14). Door de branderkamer (50) en warmtewisselaar (11) wordt de verbrandingswarmte overgedragen aan het water. Het opgewarmde tapwater verlaat de tank bij de warmwateruitlaat (2). Als het toestel volledig met water gevuld is, staat het voortdurend onder waterleidingdruk. Bij het aftappen van warm water uit het toestel wordt er direct weer koud water toegevoegd.

De lucht die nodig is voor de verbranding wordt door de ventilator geforceerd in de branderkamer gebracht.

Het gas dat nodig is voor de verbranding stroomt via het gasblok (16) in het verdeelstuk (manifold). Het gasblok voor de BFM 120 is afwijkend (zie kader). In de manifold bevinden zich inspuiters. Het gas spuit via deze inspuiters in de staafbranders (36). De staafbranders vormen tezamen het branderbed. Bij de inspuiting van het gas in de staafbranders wordt ook de primaire lucht uit de branderkamer aangezogen die nodig is voor de verbranding. Door de nauwe opening van de inspuiter wordt de gasstroom versneld. Hierdoor ontstaat een onderdruk. Door de zuigende werking van deze onderdruk wordt de lucht mee aangezogen (Venturi werking).

De ontsteking van het gas/luchtmengsel vindt in twee stappen plaats. Eerst wordt met een vonkontsteker de waakvlam ontstoken. Vervolgens zorgt deze waakvlam voor de volledige ontsteking.

De bij deze verbranding vrijkomende rookgassen worden door de warmtewisselaar geleid. De warmtewisselaar is opgebouwd uit vlampijpen met daarin wervelstrips. Deze vertragen het transport van de rookgassen waardoor een beter rendement verkregen wordt.

De rookgassen verlaten het toestel via de topbox (46). De topbox voor de BFM 100 en 120 is afwijkend (zie kader).

Onder het branderbed is een luchtverdeelplaat (50) gemonteerd die tevens dienst doet als stralingsschild. Bij condensvorming zal het condenswater via de luchtverdeelplaat afgevoerd worden naar de sifon.

De PU-isolatielaag (24 voorkomt warmteverlies. Voor corrosiebescherming is de binnenzijde van de tank geëmailleerd. De anodes (9) geven extra bescherming.

2.3 Opwarmcyclus van het toestel

Het gehele toestel wordt bestuurd door de branderautomaat (40) en de regelthermostaat (41) of vorstthermostaat (44). De regelthermostaat en vorstthermostaat meten beide, onafhankelijk, de watertemperatuur ( Twater ). De opwarmcyclus van het toestel wordt actief op het moment dat Twater beneden de drempelwaarde ( Tset ) komt. De waarde van Tset is afhankelijk van de gekozen toestand van het toestel (8.2 "Bedrijfstoestanden"). Staat het toestel in de 'OFF-mode' (vorstbeveiliging) dan wordt deze waarde bepaald door de vorstthermostaat (drempelwaarde = 20°C). Staat het toestel in de 'ONmode' dan is de drempelwaarde via de regelthermostaat instelbaar (±40°C -±70°C).

Op het moment dat Twater beneden Tset komt sluit de desbetreffende thermostaat (regel- of vorst) en constateert de branderautomaat een warmtevraag. Het gasblok wordt geopend en het gas vermengt zich met lucht. Dit mengsel wordt ontstoken met de vonkontsteker, en het water wordt verwarmd. Zodra Twater boven Tset komt, gaat de thermostaat weer open. De warmtevraag wordt opgeheven en de branderautomaat stopt de opwarmcyclus.

Zowel bij het sluiten als het openen hebben de thermostaten een bepaalde marge. Deze marge noemen we hysterese. De hysterese is niet instelbaar.

2.4 Beveiliging van het toestel

2.4.1 Inleiding

De branderautomaat bewaakt de watertemperatuur m.b.v. thermostaten en zorgt voor een veilige verbranding. Dit gebeurt door:

• d e Beveiliging watertemperatuur;
• d e lonisatiepen;
• d e Drukschakelaar.

2.4.2 Beveiliging watertemperatuur

De branderautomaat bewaakt m.b.v. de vorst-, maximaal-, en de veiligheidsthermostaat drie temperaturen die betrekking hebben op de veiligheid. De tabel verklaart de werking van de thermostaten met sensoren.

Temperatuurbeveiliging

Beveiliging Omschrijving
VorstthermostaatAls de vorstthermostaatsensor (46) een temperatuur meet van 20°C of lager start de opwarmcyclus (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel").
MaximaalthermostaatAls de maximaalthermostaatsensor (39) een temperatuur meet die hoger is dan 84°C, opent de maximaalthermostaat. De warmtevraag wordt beëindigd en de branderautomaat stopt de opwarmcyclus totdat de maximaal-thermostaat weer sluit. Op dat moment reset de branderautomaat het toestel en start de opwarmcyclus weer. De maximaalbeveiliging dient om oververhitting en/of overmatige kalkvorming in het toestel te voorkomen.
VeiligheidsthermostaatAls de veiligheidsthermostaatsensor (38) een temperatuur meet die hoger is dan 93°C opent de veiligheidsthermostaat. De warmtevraag wordt beëindigd en de branderautomaat stopt direct de opwarmcyclus. Er treedt een vergrendelende storing van de branderautomaat op. Deze moet handmatig gereset worden alvorens het toestel weer in bedrijf genomen kan worden.

2.4.3 Ionisatiepen

Om ervoor te zorgen dat er geen gas stroomt als er geen verbranding is, is een ionisatiepen (21) aangebracht. De branderautomaat gebruikt deze pen voor vlamdetectie d.m.v. ionisatiemeting. De branderautomaat sluit de gasklep zodra deze vaststelt dat er wel gas vloeit maar geen vlam is.

2.4.4 Drukschakelaar

De drukschakelaar waarborgt de afvoer van de rookgassen en de luchttoevoer tijdens het voorspoelen en in bedrijf zijn van het toestel. De drukschakelaar staat standaard open. Bij voldoende drukverschil sluit de drukschakelaar. Treedt er echter een verstoring op dan gaat de drukschakelaar weer open en wordt de opwarmcyclus onderbroken. De tabel geeft schakelpunten per toestel.

A.O. Smith BFM50 - Drukschakelaar - 1

Opmerking

Het schakelpunt van de drukschakelaar kan niet worden bijgesteld.

Schakelpunten van drukschakelaar

Toestel Drukverschil sluiten Drukverschil openen
BFM30>200 Pa < 170 Pa
BFM50>270 Pa < 240 Pa
BFM80>255 Pa < 225 Pa
BFM100>610 Pa < 580 Pa
BFM120>220 Pa < 190 Pa

2.5 Veiligheid van de installatie

Naast de standaard beveiliging van het toestel (2.4 "Beveiliging van het toestel") moet de installatie verder beveiligd worden met een inlaatcombinatie en reduceerventiel. Optioneel kan een T&P-ventiel worden toegepast.

2.5.1 Inlaatcombinatie en reduceerventiel

Een te hoge druk in de tank kan de geëmailleerde laag (in het toestel) of de tank beschadigen. Een inlaatcombinatie en drukreduceerventiel voorkomen dit. De inlaatcombinatie functioneert als afsluiter, terugslagklep en overstortventiel. Indien de waterleidingdruk te hoog is (> 8 bar) moet een drukreduceerventiel worden toegepast. Beide onderdelen dienen in de koudwaterleiding (3.6.1 "Koudwaterzijdig") gemonteerd te worden.

2.5.2 T&P-ventiel

Een T&P-ventiel (Temperature and Pressure Relief Valve = Temperatuur- en drukreduceerventiel) bewaakt de druk in de tank en watertemperatuur bovenin de tank. Indien de druk in de tank te hoog wordt (> 10 bar) of de watertemperatuur te hoog (> 97°C) zal het ventiel openen. Het hete water kan nu uit de tank stromen. Omdat het toestel onder waterleidingdruk staat, zal automatisch koud water de tank in stromen. Het ventiel blijft open totdat de onveilige situatie is opgeheven. Het toestel heeft standaard een aansluitpunt voor een T&P-ventiel (3.6.3 "Warmwaterzijdig").

3 Installatie

Waarschuwing

De installatie dient te geschieden overeenkomstig de algemeen en plaatselijk geldende voorschriften van gas-, waterleidings-, elektriciteitsbedrijven en brandweer, door een erkend installateur.

Het toestel mag alleen in een ruimte geïnstalleerd worden indien die ruimte voldoet aan de vereiste landelijke en plaatselijke ventilatievoorschriften (1.3 "Voorschriften").

3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen (9 "In bedrijf nemen"), te weten:

  • Verpakking;
  • Omgevingscondities;
  • Technische specificaties;
  • Wateraansluitingen;
  • Gasaansluiting;
  • Luchttoevoer en rookgasafvoer;
    • Elektrische aansluiting;
  • Voordruk en branderdruk controleren.

Voor een eventuele ombouw naar een andere gascategorie, zie ombouwen (4 "Ombouw naar een andere gascategorie").

3.2 Verpakking

Verwijder de verpakking voorzichtig, zo voorkomt u beschadiging van het toestel.

U kunt het toestel het best uitpakken als het op of nabij zijn definitieve plaats staat.

Let op

Het toestel mag alleen rechtop verplaatst worden. Pas op dat het toestel na het uitpakken niet beschadigd raakt.

3.3 Omgevingscondities

Het toestel heeft een gesloten verbranding en is voor de benodigde luchttoevoer onafhankelijk van de opstellingsruimte. Er gelden daardoor geen aanvullende ventilatievoorschriften.

De mogelijke toesteltypes zijn C13 en C33.

3.3.1 Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur

De opstellingsruimte moet vorstvrij zijn, of tegen vorst beveiligd zijn. De tabel geeft de omgevingscondities aan die moeten worden nageleefd om het functioneren van de toegepaste elektronica te kunnen garanderen.

Specificaties luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur

Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur
Luchtvochtigheid max. 93% RV bij+25°C
Omgevingstemperatuur Functioneel: 0 < _ T ≤ 60°C

3.3.2 Maximale vloerbelasting

Houd in verband met het gewicht van het toestel rekening met de maximale vloerbelasting, zie de tabel.

Gewicht van het toestel gevuld met water
BFM 30BFM50BFM 80BFM
539 kg 543 kg548 kg 573 kg573 kg

100

BFM

3.3.3 Watersamenstelling

Het toestel is bedoeld om drinkwater op te warmen. Het drinkwater moet voldoen aan de regelgeving voor drinkwater voor menselijke consumptie. In de tabel ziet u een overzicht van de specificaties.

Watersamenstelling
Hardheid(aardalkali-ionen)>1,00 mmol/l:• Duitse hardheid >5,6° dH• Franse hardheid >10,0° fH• Britse hardheid >7,0° eH
Geleidbaarheid >125 μS/cm
Zuurgraad (pH-waarde) 7,0 < pH-waarde < 9,5

A.O. Smith BFM50 - Watersamenstelling - 1

Opmerking

Als van de in de tabel opgegeven specificaties wordt afgeweken, dan kan de bescherming van de tank niet worden gegarandeerd (13 "Garantie (certificaat)").

3.3.4 Werkruimte

In verband met de bereikbaarheid van het toestel wordt aanbevolen de volgende afstanden in acht te nemen (zie de figuur):

  • AA: bij de bedieningszuil en de reinigingsopening van het toestel: 100 cm.
    • BB: rondom het toestel: 50 cm.
  • Bovenzijde van het toestel (ruimte voor het vervangen van de anodes):
  • 100 cm bij gebruik van vaste anodes, of
  • 50 cm bij gebruik van flexibele anodes.
    Indien de ruimte kleiner is dan 100 cm, dan kunt u flexibele magnesium anodes bestellen.

A.O. Smith BFM50 - Werkruimte - 1

Opmerking

Let er bij het installeren op of het toestel, bij eventuele lekkage van de tank en/of aansluitingen, schade kan toebrengen aan de directe omgeving of lager gelegen verdiepingen. Indien dit het geval is dient het toestel bij een vloerafvoer of in een passende metalen lekbak geïnstalleerd te worden.

Een lekbak moet een deugdelijke afvoer hebben en minstens 5 cm diep zijn met een lengte en breedte van minimaal 5 cm groter dan de diameter van het toestel.

Werkruimte AA BB AA AA

IMD-0241 R1

3.4 Technische specificaties

Het toestel is geleverd zonder accessoires. Controleer de maten (3.4.1 "Afmetingen van het toestel"), de gasgegevens (3.4.3 "Gasgegevens") en andere specificaties (3.4.2 "Algemene en elektrische gegevens") van de te gebruiken accessoires.

3.4.1 Afmetingen van het toestel

Boven- en vooraanzicht toestel

① F C E 10° 4/6 37° 45° 6 G/L

② F C E Hy 10° 4/6 L G 37° 45° 6

A.O. Smith BFM50 - Afmetingen van het toestel - 3

Afmetingen (tenzij anders aangegeven, alle maten in mm)

Maat Omschrijving BFM30 BFM50 BFM80 BFM100 BFM120
A Totalehoogte 2000 2000 2020 2020 2020
B Hoogtebovenzijde toestel 1800 1800 1820 18201820
C Positieop pallet 580 580580580580
DDiameter toestel710710710710710
E Diepte1000 1000 1000 1000 1000
FBreedte755755755755755
GDiameter rookgasafvoer80100130130130
Hyy-positie luchttoevoer---235235
KHoogte gasaansluiting600600600600760
LDiameter Luchttoevoer125150200130130
MHoogte koudwatertoevoer600600590590590
N Hoogtewarmwateruitlaat 1640 1640 1655 1655 1655
PHoogte reinigingsopening770770760760760
RHoogte aftapkraan aansluiting550550540540540
S HoogteT&P ventiel aansluiting 1600 1600 1600 1600
1Aansluiting koudwatertoevoer (uitw.) R11/2 R11/2 R11/2 R11/2 R11/2
2Aansluiting warmwateruitlaat (inw.) Rp1 1/2 Rp11/2 Rp11/2 Rp11/2 Rp11/2
3Aansluiting gasblok (inw.) Rp3/4 Rp3/4 Rp3/4 Rp3/4 Rp1
4Aansluiting aftapkraan (inw.) Rp11/2 Rp11/2 Rp11/2 Rp11/2 Rp11/2
5Aansluiting T&P ventiel (inw.)1-11.5 NPT1-11.5 NPT Rp11/2 Rp11/2 Rp11/2
6Opening reinigen/inspectie∅ 100∅ 100∅ 100∅ 100∅ 100

3.4.2 Algemene en elektrische gegevens

Algemene en elektrische gegevens

OMSCHRIJVINGEenheidBFM30BFM50BFM80BFM100BFM120
Inhoudliter309298253253253
Maximale werkdrukbar88888
Ledig gewichtkg230245295320320
Opwarmtijd ΔT = 45°C minuten37221298
Diameter luchtrestrictormm3642544864
Aantal anodes-22444
Aantal staafbranders/inspuiters-35777
Aantal vlampijpen/wervelstrips-57161616
Opgenomen elektrisch vermogenW100100100275300
Voedingsspanning(-15% +10% VAC)Volt230230230230230
NetfrequentieHz ( ± 1Hz)5050505050
IP-klasse-2020202020

3.4.3 Gasgegevens

Gasgegevens

OmschrijvingEenheid30BFM BFM 50BFM 80BFM 100BFM 120
Gascategorie: II2L3P
Aardgas G25 - 25mbar
Diameter inspuiter mm 2.90 2.70 3,05 3,50 3,70
Diameter waakvlam inspuiter mm 0,56/0,41 0,56/0,41 0,56/0,41 0,56/0,41
(1) = Vlakke plaat(2) = Branderdrukregeling1of222
Nominale belasting (onderwaarde) kW 30,0 45,0 77,0 102,0 115,0
Nominaal vermogenkW 27,3 40,5 69,3 90,8 102,4
Voordrukmbar2525252525
Branderdrukmbar12,5 12,5 12,5 12,5 14,0
Gasverbruik (*)kg/h3,75,59,5 12,6 14,2
LP-gas G31 - 30mbar (propaan)
Algemeen
Diameter inspuiter mm 1,50 1,50 1,70 2,00 2,30
Diameter waakvlam inspuitermm 0,25 0,25 0,25 0,25 0,25
(1) = Vlakke plaat(2) = Branderdrukregeling1of211
Nominale belasting (onderwaarde) kW 28,0 47,0 76,0 102,0 115,0
Nominaal vermogenkW 25,5 42,3 68,4 90,8 102,4
Voordrukmbar3030303030
Branderdruk (†)mbar----22,0
Gasverbruik (*)kg/h2,23,75,97,98,9
(*) Gebaseerd op 1013,25 mbar en 15 °C.(†) Bij gebruik van een vlakke afdichtplaat i.p.v. een branderdrukregeling wordt gesteld dat de branderdruk gelijk is aan de voordruk. De branderdruk zal in de praktijk echter lager zijn.

3.5 Aansluitschema

De figuur geeft het aansluitschema weer. Dit schema wordt gebruikt in de paragrafen waarin het eigenlijke aansluiten wordt beschreven.

Aansluitschema

Legenda

Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.

  1. drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)
  2. inlaatcombinatie (verplicht)
  3. T&P-Ventiel (optioneel)
  4. afsluiter (aanbevolen)
  5. terugslagklep (verplicht)
  6. circulatiepomp (optioneel)
  7. shuntpomp (optioneel)
  8. aftapkraan
  9. gaskraan (verplicht)
  10. service afsluiter (aanbevolen)
  11. temperatuurmeter (aanbevolen)
  12. condensafvoer
  13. tappunten

A. koudwatertoevoer
B. warmwaterafvoer
C. circulatieleiding
D. gastoevoer

14 14 14 4 6 5 4 3 12 11 B 4 7 5 4 D 10 C 9 2 1 A 13

IMD-0058 R3

3.6 Wateraansluitingen

Waarschuwing

De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").

3.6.1 Koudwaterzijdig

Zie (A) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").

  1. De maximale werkdruk van het toestel bedraagt 8 bar. Indien de waterleidingdruk meer dan 8 bar is, plaats dan een goedgekeurd reduceerventiel (1).
  2. Plaats koudwaterzijdig een goedgekeurde inlaatcombinatie (2) overeenkomstig de geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").
  3. Sluit de overstortzijde van de inlaatcombinatie (2) aan op een open waterafvoerleiding.

A.O. Smith BFM50 - Koudwaterzijdig - 1

Let op

Een inlaatcombinatie is verplicht. Monteer deze zo dicht mogelijk bij het toestel.

A.O. Smith BFM50 - Let op - 1

Waarschuwing

Tussen inlaatcombinatie en het toestel mag nooit een afsluiter of terugslagklep geplaatst worden.

3.6.2 Shuntleiding

U kunt een shuntpomp aansluiten om gelaagdheid van het water in de boiler te voorkomen.

  1. Optioneel: monteer afhankelijk van het tappatroon een shuntleiding (∅ 22 mm), een afsluiter (11) en een shuntpomp (7).
  2. Monteer een terugslagklep (5).
  3. Monteer een afsluiter (11).

3.6.3 Warmwaterzijdig

Zie (B) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").

A.O. Smith BFM50 - Warmwaterzijdig - 1

Opmerking

Isolatie van lange warmwaterleidingen voorkomt onnodig energieverlies.

  1. Optioneel: monteer een temperatuurmeter (12) ter controle van de temperatuur van het tapwater.
  2. Monteer een afsluiter (11) in de warmwateruitgangleiding ten behoeve van servicedoeleinden.

3.6.4 Aftapkraan

  1. Monteer de standaard meegeleverde aftapkraan (9).
  2. Indien gewenst, monteer een circulatieleiding (3.6.5 "Circulatieleiding"). Zo niet monteer dan de bij de aftapkraan geleverde afdichtmoer met pakking (C) volgens de figuur.

C IMD-0122 R1

3.6.5 Circulatieleiding

Zie (C) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").

Indien men direct warm water ter beschikking wil hebben bij tappunten kan een circulatiepomp geïnstalleerd worden. Dit verhoogt het comfort en voorkomt waterverspilling.

  1. Monteer een circulatiepomp (6) met een capaciteit overeenkomend met de grootte en weerstand van het circulatiesysteem.
  2. Monteer een terugslagklep (5) na de circulatiepomp om de circulatierichting te garanderen.
  3. Monteer voor servicedoeleinden twee afsluiters (4).
  4. Sluit de circulatieleiding aan op het T-stuk bij de aftapkraan (9) volgens de aftapkraan figuur (3.6.4 "Aftapkraan").

3.7 Gasaansluiting

Waarschuwing

De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").

Let op

Zorg ervoor dat de diameter en de lengte van de gastoevoerleiding zo gedimensioneerd zijn dat er voldoende capaciteit geleverd kan worden voor het toestel.

Zie (D) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").

  1. Monteer een gaskraan (10) in de gastoevoerleiding.
  2. Blaas voor gebruik de gasleiding schoon.
  3. Sluit de gaskraan.
  4. Monteer de gastoevoerleiding op het gasblok.

Waarschuwing

Controleer na montage op lekkages.

3.8 Luchttoevoer en rookgasafvoer

3.8.1 Inleiding

A.O. Smith BFM50 - Inleiding - 1

Waarschuwing

De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").

De aansluiting van de luchttoevoer en rookgaafvoer van de BFM 30, 50 en 80 enerzijds en de BFM 100 en 120 anderzijds verschillen.

3.8.2 Montage rookgasmateriaal BFM 30, 50, 80

De BFM-toestellen zijn gekeurd voor de categorie C13 en C33. De handleiding beschrijft deze typen. Indien uitleg gewenst kunt u contact opnemen met leverancier of fabrikant.

A.O. Smith BFM50 - Montage rookgasmateriaal BFM 30, 50, 80 - 1

Opmerking

Wij schrijven het gebruik voor van een voor het toestel goedkeurde concentrische dak of muurdoorvoer.

U dient te voldoen aan de volgende eisen:

  • De maximaal toegestane schoorsteenlengte (A+B+C) bedraagt 7 meter.
  • Het maximaal toegestane aantal 45° of 90° bochten is 2.
  • Indien u een horizontale pijp toepast, plaats deze dan onder een afschot van minimaal 5 mm per meter pijp naar het toestel!
  • Zorg ervoor dat de rookgasafvoer in een uitmondingsgebied geplaatst wordt waarin dit toegestaan is voor het desbetreffende toesteltype.

3.8.3 Concentrische muurdoorvoer BFM 30, 50, 80

Muurdoorvoer A MD-0065 R2

3.8.4 Specificatie concentrische muurdoorvoer C13 (BFM30, 50, 80)

Specificatie concentrische muurdoorvoer C13

Onderwerp Omschrijving
Muurdoorvoerset:1x Muurdoorvoer (incl. muurplaat & klemband)1x Pijp 500 mm1x Bocht 90°Art. Nr. BFM 300302 515 1 BFM 50 0302 504 1 BFM 80 0302 326 1
Constructie Concentrisch
Fabrikant Muelink & Grol
Type M2000 MDV SE WL
Pijpmateriaal Constructie Concentrisch
Rookgasafvoer Dikwandig aluminium met lippenring afdichting
Luchttoevoer Dunwandig verzinkt plaatstaal
Pijpdiameters Rookgasafvoer BFM 30∅ 80 mmBFM 50 ∅ 100 mmBFM 80 ∅ 130 mm
Luchttoevoer BFM30 ∅ 125 mmBFM 50 ∅ 150 mmBFM 80 ∅ 200 mm
(1) U mag geen andere muurdoorvoer gebruiken. U kunt de muurdoorvoerset, onder vermelding van het artikelnummer bestellen bij fabrikant of groothandel.

3.8.5 Concentrische dakdoorvoer BFM30, 50, 80

Dakdoorvoer

C B A O

JMD-0061 R2

3.8.6 Specificatie concentrische dakdoorvoer C33 (BFM30, 50, 80)

Specificatie concentrische dakdoorvoer C33

Onderwerp Omschrijving
Dakdoorvoerset:• 1x Dakdoorvoer (incl. klemband)• 1x Pijp 1000 mm• 1 x PlakplaatArt. Nr BFM 30BFM 50BFM 80 0302\ 5181 0302\ 5071 0302\ 3271
Constructie Concentrisch
Fabrikant Muelink & Grol
Type M2000 DDV SE HR/VR
Pijpmateriaal Constructie Concentrisch
Rookgasafvoer Dikwandig aluminium met lippenring afdichting
Luchttoevoer Dunwandig verzinkt plaatstaal
Pijpdiameters Rookgasafvoer BFM 30BFM 50BFM80 80 mm 100 mm 130 mm
Luchttoevoer BFM 30BFM 50BFM80 125mm 150 mm 200 mm
(1) U mag geen andere dakdoorvoer gebruiken. U kunt de dakdoorvoerset, onder vermelding van het artikelnummer bestellen bij fabrikant of groothandel.

3.8.7 Montage rookgasmateriaal BFM 100, 120

Het luchttoevoerkanaal (1) en rookgasafvoerkanaal (2) het voor de BFM 100 en 120 komen separaat uit de topbox. Ze dienen via een broekstuk op de concentrische muurdoorvoer of dakdoorvoer aangesloten te worden.

Parallelle aansluiting BFM 100, 120

Legenda

  1. Luchttoevoer
  2. rookgasafvoer

A.O. Smith BFM50 - Legenda - 1

A.O. Smith schrijft het gebruik voor van een voor het toestel goedgekeurde concentrische dak- of muurdoorvoer. Gebruik van een verkeerde dak- of muurdoorvoer kan resulteren in een storing.

Verder dient u te voldoen aan de volgende eisen:

  • De maximaal toegestane schoorsteenlengte (A+B+C) bedraagt 7 meter.
  • Het maximaal toegestane aantal 45° of 90° bochten is 2.
  • Indien u een horizontale pijp toepast, plaats deze dan onder een afschot van minimaal 5 mm per meter pijp naar het toestel!
  • Het broekstuk om de luchttoevoer en rookgasafvoer van parallel naar concentrisch te laten verlopen dient direct voor de muur- of dakdoorvoer geplaatst te worden.
  • De schoorsteenlengte van de luchttoevoer moet ongeveer gelijk zijn aan de rookgasafvoer.
  • Zorg ervoor dat de rookgasafvoer in een uitmondingsgebied geplaatst wordt waarin dit toegestaan is voor het desbetreffende toesteltype.

Zie de figuren Muurdoorvoer (3.8.8 "Concentrische muurdoorvoer BFM100, 120") en Dakdoorvoer (3.8.10 "Concentrische dakdoorvoer BFM 100, 120") voor een voorbeeldopstelling.

3.8.8 Concentrische muurdoorvoer BFM100, 120

Muurdoorvoer

B A

IMD-0226 R1

3.8.9 Specificatie concentrische muurdoorvoer C13 (BFM100, 120)

Specificatie concentrische muurdoorvoer C13

Onderwerp Omschrijving
Muurdoorvoerset:1x Muurdoorvoer (incl. muurplaat & klemband)1x Klemband1x broekstuk2x Pijp 500 mm2x Bocht 90°Art. Nr. 0306 7741
Constructie Concentrisch
Fabrikant Muelink & Grol
Type M2000 MDVSCC
Pijpmateriaal Constructie Parallel
Rookgasafvoer Dikwandig aluminium met lippenring afdichting
Luchttoevoer Dikwandig aluminium met lippenring afdichting
Pijpdiameters Rookgasafvoer ∅ 130 mm
Luchttoevoer ∅ 130 mm
(1) U mag geen andere muurdoorvoer gebruiken. U kunt de muurdoorvoerset, onder vermelding van het artikelnummer bestellen bij fabrikant of groothandel.

3.8.10 Concentrische dakdoorvoer BFM 100, 120

Dakdoorvoer

C B A

IMD-0239 R1

3.8.11 Specificatie concentrische dakdoorvoer C33 (BFM 100, 120)

Specificatie concentrische dakdoorvoer C33

Onderwerp Omschrijving
Dakdoorvoerset:• 1x Muurdoorvoer (incl. klemband)• 1x Pijp 1000 mm• 1 x PlakplaatArt. Nr. 0306 7731
Constructie Concentrisch
Fabrikant Muelink & Grol
Type M2000 DDV SE
Pijpmateriaal Constructie Parallel
Rookgasafvoer Dikwandig aluminium met lippenring afdichting
Luchttoevoer Dikwandig aluminium met lippenring afdichting
Pijpdiameters Rookgasafvoer ∅ 130 mm
Luchttoevoer ∅ 130mm
(1) U mag geen andere dakdoorvoer gebruiken. U kunt de dakdoorvoerset, onder vermelding van het artikelnummer bestellen bij fabrikant of groothandel.

3.9 Elektrische aansluiting

A.O. Smith BFM50 - Elektrische aansluiting - 1

Waarschuwing

De installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").

In deze paragraaf worden de elektrische aansluitingen beschreven.

De figuur geeft een aanzicht van het elektrisch aansluitblok weer, de tabel de bijbehorende aansluitingen.

Aansluitblok

Legenda

A. schroeven
B. beschermkap
C. aansluitblok

200V AC 60 Hz N L N L S1 S2 S3 S4 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ㉑ ㉒ ㉓ ㉔ ㉕ ㉖ ㉗ ㉘ ㉙ ㉚ ㉛ ㉜ ㉝ ㉞ ㉟ ㉳ ㉟ ㉟a ㉟b ㉟c ㉟d ㉟e ㉟f ㉟g ㉟h ㉟i ㉟j ㉟k ㉟l ㉟m ㉟n ㉟o ㉟p ㉟q ㉟r ㉟s ㉟t ㉟u ㉟v ㉟w ㉟x ㉟y ㉟z ㉟a ㉟b ㉟c ㉟d ㉟e ㉟f ㉟g ㉟h ㉟i ㉟j ㉟k ㉟l ㉟m ㉟n ㉟o ㉟p ㉟t ㉟u ㉟v ㉟w ㉟x ㉟y ㉟z

IMD-0243 R1

Als voorbereiding dient u eerst de twee kappen en de beschermkap van het elektriciteitsgedeelte te verwijderen.

  1. Draai de schroeven van de kappen los.
  2. Verwijder voorzichtig de kappen van het toestel. Het elektriciteitsgedeelte is nu zichtbaar.
  3. Draai de 2 schroeven (A) van het elektriciteitsgedeelte los en verwijder de beschermkap (B) van het elektriciteitsgedeelte. Het aansluitblok (C) wordt nu zichtbaar.

A.O. Smith BFM50 - Legenda - 2

Opmerking

Raadpleeg de tabel voor de aansluitingen 1 t/m 10.

Raadpleeg het elektrisch schema (14 "Elektrisch schema") voor het aansluiten van elektrische componenten.

Elektrisch aansluitblok

Netspanning Ventilator Alarm Uit
NL 1/2 NL 1/2 S1S2S
12345678910

3

3.9.1 Netspanning aansluiten

Het toestel wordt geleverd zonder voedingskabel en hoofdschakelaar.

A.O. Smith BFM50 - Netspanning aansluiten - 1

Opmerking

Om het toestel van spanning te voorzien dient het toestel m.b.v. een permanente elektrische verbinding op netspanning aangesloten te worden. Tussen deze vaste verbinding en het toestel moet een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van tenminste 3 mm geplaatst worden. De voedingskabel moet aders van minimaal 3 x 1,0 mm 2 bevatten.

A.O. Smith BFM50 - Opmerking - 1

Waarschuwing

Laat het toestel spanningsloos totdat u aan het in bedrijf stellen toe bent.

  1. Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.
  2. Sluit aarde ( )fase (L 1) en nul (N) van de voedingskabel aan op punten 1 t/m 3 in in het aansluitblok volgens de tabel.
  3. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.
  4. Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.
  5. Sluit de voedingskabel aan op de hoofdschakelaar.

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 1

Waarschuwing

Laat het toestel spanningsloos totdat u aan in bedrijf stellen toe bent.

3.10 Voordruk en branderdruk controleren

A.O. Smith BFM50 - Voordruk en branderdruk controleren - 1

Opmerking

Alvorens u het toestel in bedrijf neemt en/of de voordruk en branderdruk at controleren dient u het toestel te vullen (5 "Vullen").

A.O. Smith BFM50 - Opmerking - 1

Let op

Bij de eerste keer in bedrijf nemen en na het ombouwen, is het verplicht om voordruk en branderdruk te controleren.

A.O. Smith BFM50 - Let op - 1

Opmerking

Het controleren van de gasdrukken gaat het eenvoudigst met twee manometers. In de procedure gaan we ervan uit dat u over twee van deze meters beschikt.

Indien het toestel op een andere gascategorie moet gaan functioneren dan de standaard ingestelde gascategorie (zie typeplaatje) dan dient u het toestel eerst om te bouwen (4 "Ombouw naar een andere gascategorie").

Gasblok voor BFM 30 t/m 100

Legenda

  1. branderdrukregeling
  2. dopje branderdrukregeling
  3. stelschroef branderdrukregeling
  4. connector van gasblok
  5. vlakke afdichtplaat
  6. meetnippel voordruk
  7. gasblok
  8. meetnippel manifold

A.O. Smith BFM50 - Legenda - 1

Gasblok voor BFM 120

Legenda

  1. branderdrukregeling
  2. stelschroef branderdrukregeling
  3. meetnippel voordruk
  4. gasblok
  5. meetnippel manifold

Ps mbar 2.5 10 5 4 20 6 30 8 10 40 50 Ps < Pg Pg ① ③ ⑥ ⑦ ⑧

IMD-0257 R1

Om de voordruk en branderdruk te controleren handelt u als volgt:

  1. Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").
  2. Op het gasblok zitten twee meetnippels. Voor het controleren van de voordruk wordt meetnippel (6) gebruikt. De andere meetnippel op het gasblok wordt niet gebruikt. Voor het meten van de branderdruk wordt de manifoldmeetnippel (8) gebruikt. In de meetnippels bevinden zich afdichtschroefjes. Draai beide afdichtschroefjes enkele slagen los. Draai ze niet helemaal los; het is lastig om deze dan weer vast te schroeven.
  3. Sluit een manometer aan op de manifoldmeetnippel (8).
  4. Open de gastoevoer en ontlucht het gasleidingnet via meetnippel (6).
  5. Sluit een manometer aan op manifoldmeetnippel (6) zodra er gas uit deze nippel komt.
  6. Schakel spanning op het toestel met de hoofdschakelaar van het toestel.
  7. Zet de regelthermostaat op de hoogste stand en neem het toestel in bedrijf door de Aan/Uit-schakelaar op stand I te zetten.
  8. De opwarmcyclus begint en het branderbed zal na enige tijd ontsteken.
  9. Nadat het branderbed ontstoken is moet u circa 1 minuut wachten voordat u de dynamische drukken afleest.
  10. Lees met de manometer de voordruk af van meetnippel (6). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").

Opmerking Roadploog

Raadpleeg de beheerder van het gasnet indien de voordruk niet juist is.

  1. Lees met de manometer de branderdruk af van meetnippel (8). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").

Opmerking

Indien de branderdruk niet juist is en het toestel is uitgerust met een vlakke plaat of hoog-laagregeling, dan kunt u de druk niet bijregelen. Raadpleeg in dit geval uw installateur of uw leverancier. Als het toestel wel is uitgerust met een branderdrukregeling, dan kunt u de druk bijregelen.

  1. BFM 30, 50, 80, 100

  2. Verwijder het dopje (2) van de branderdrukregeling.

  3. Corrigeer de branderdruk door, afhankelijk van de afwijking, de stelschroef (3) te draaien:

- Stelschroef linksom: branderdruk neemt af.

- Stelschroef rechtsom: branderdruk neemt toe.

  1. BFM 120

  2. Verwijder het dopje (2) van de branderdrukregeling.

  3. Corrigeer de branderdruk door, afhankelijk van de afwijking, de stelschroef (3) (PG) met de meegeleverde imbussleutel te draaien:

- Stelschroef linksom: branderdruk neemt af.

- Stelschroef rechtsom: branderdruk neemt toe.

Waarschuwing

Met Stelschroef (Ps) wordt de startdruk geregeld. Deze hoeft en mag nooit worden gewijzigd.

  1. Controleer de branderdruk met de opgegeven waarde uit de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").

  2. Indien de ingestelde druk niet juist is de branderdruk afregeling herhalen tot juiste druk bereikt is.

  3. Neem het toestel buiten bedrijf door de 0/1-schakelaar op stand 0 te zetten.
  4. Sluit de gastoevoer.
  5. Ontkoppel beide manometers en draai de afdichtschroefjes in de meetnippels dicht.

Opmerking

Neem voor het in bedrijf nemen even de tijd om de meegeleverde garantiekaart in te vullen. Zo stelt u ons in staat om de kwaliteit van onze systemen te waarborgen, en onze garantieprocedure te perfectioneren.

Retourneer deze kaart zo snel mogelijk. Uw klant ontvangt dan een garantiecertificaat met onze garantievoorwaarden

4 Ombouw naar een andere gascategorie

A.O. Smith BFM50 - Ombouw naar een andere gascategorie - 1

Let op

De ombouw mag alleen door een erkend installateur uitgevoerd worden.

Indien het toestel moet gaan functioneren op een andere gasfamilie (LP-gas of aardgas) of op een andere gascategorie anders dan de gascategorie waar het toestel standaard op afgesteld is, dient het toestel met een speciale ombouwset aangepast te worden.

A.O. Smith BFM50 - Let op - 1

Let op

Na ombouwen dient u de voordruk en branderdruk te controleren.

4.1 Ombouwen

  1. Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").
  2. Sluit de gastoevoer.
  3. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of de waakvlaminspuiter van de in te stellen gascategorie afwijkt van de huidige. Zo ja, vervang deze dan (4.2 "Inspuiters vervangen").

A.O. Smith BFM50 - Ombouwen - 1

Opmerking

De huidige gascategorie kunt u aflezen van het typeplaatje.

  1. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of de hoofdinspuiter van de in te stellen gascategorie afwijkt van de huidige. Zo ja, vervang deze dan (4.2 "Inspuiters vervangen").
  2. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of voor de in te stellen gascategorie het gebruik van een vlakke plaat of branderdrukregeling benodigd is. Als dit anders is dan voor de huidige gascategorie, verwissel deze dan (4.3 "Branderdrukregeling of vlakke plaat vervangen BFM30-50-80-100").
  3. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of de voordruk en branderdruk van de in te stellen gascategorie overeenkomt met de huidige en pas deze zonodig aan. (3.10 "Voordruk en branderdruk controleren")

4.2 Inspuiters vervangen

  1. trekontlaster
  2. kabel vonkelektrode
  3. kabel ionisatiepen
  4. branderautomaat
  5. connector(en) van het gasblok
  6. gasblok
  7. gaskoppeling
  8. branderbed

Gasblok gedemonteerd

A.O. Smith BFM50 - Gasblok gedemonteerd - 1

  1. Demonteer de beschermkap van de bedieningszuil: draai de 4 schroeven los en verwijder de beschermkap door deze omhoog te tillen. Het elektriciteitsgedeelte wordt nu zichtbaar.
  2. Demonteer de trekontlaster (1) en neem de draden van de vonkelektrode (2 = rood) en van de ionisatiepen (3 = zwart) los van de branderautomaat (4).
  3. Schroef de connector(en) (5) van het gasblok (6) los.
  4. Demonteer de gaskoppeling (7) voor het gasblok.
  5. Verwijder de tien schroeven, waarmee het branderbed (8) is bevestigd.
  6. Trek het branderbed uit het toestel.

Opmerking

Bij het uitwisselen van de waakvlaminspuiter en/of inspuiters: Leg het branderbed op zijn zij en benader het van de onderzijde.

  1. Als volgens de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") de waakvlaminspuiter moet worden vervangen:

a. Neem de vonkelektrode (1) los uit de klembeugel. Maak op deze manier ruimte voor het demonteren van de waakvlaminspuiter.
b. Draai de ionisatiepen (2) los uit de houder om ruimte te maken.
c. Demonteer de houder van de waakvlaminspuiter (3)
d. Vervang de waakvlaminspuiter (4) door de waakvlaminspuiter met de juiste diameter uit de ombouwset.
e. Controleer de waakvlaminspuiter. De inspuitdiameter is met een slagcijfers op de inspuiter aangegeven.
f. Monteer de houder, de ionisatiepen en de vonkelektrode.

  1. Als volgens de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") de hoofdinspuiters van de branders moeten worden vervangen:
    a. Demonteer de hoofdinspuiters (5)
    b. Monteer de hoofdinspuiter uit de ombouwset. Controleer de benodigde inspuitdiameter met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens"). De diameter is met slagcijfers op de inspuiter aangegeven.
  2. Indien nodig vervang de vlakke plaat of branderdrukregeling
  3. Plaats het branderbed terug en monteer de schroeven.
  4. Monteer de gaskoppeling voor het gasblok en schroef de connector(en) van het gasblok vast.
  5. Sluit de draden van de vonkelektrode en van de ionisatiepen aan op de branderautomaat en monteer ze in de trekontlaster.
  6. Sluit het gas aan.
  7. Monteer de beschermkap.

Opmerking

Raadpleeg het elektrisch schema (14 "Elektrisch schema") voor het aansluiten van de elektrische componenten

4.3 Branderdrukregeling of vlakke plaat vervangen BFM30-50-80-100

Bepaal volgens gastabel of het gasblok moet worden voorzien van een branderdukregeling of vlakke afdichtplaat. Indien nodig, vervang deze:

  1. Voer stap 7 tot en met 9 uit van inspuiters vervangen (4.2 "Inspuiters vervangen").
  2. Demonteer de branderdrukregeling of vlakke plaat van het toestel.
  3. Monteer de branderdrukregeling of vlakke plaat uit de ombouwset.
  4. Voer stap 10 tot en met 14 uit van inspuiters vervangen (4.2 "Inspuiters vervangen").

Opmerking

Wanneer u klaar bent met het vervangen van de componenten moet u de voordruk en branderdruk controleren en aanpassen aan de in te stellen gascategorie (3.10 "Voordruk en branderdruk controleren").

5 Vullen

Aansluitschema

Legenda

Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.

  1. drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)
  2. inlaatcombinatie (verplicht)
  3. T&P-Ventiel (optioneel)
  4. afsluiter (aanbevolen)
  5. terugslagklep (verplicht)
  6. circulatiepomp (optioneel)
  7. shuntpomp (optioneel)
  8. aftapkraan
  9. gaskraan (verplicht)
  10. service afsluiter (aanbevolen)
  11. condensafvoer
  12. tappunten

A. koudwatertoevoer
B. warmwaterafvoer
C. circulatieleiding
D. gastoevoer

14 14 14 4 6 5 4 C D 10 9 3 12 T 11 B 4 7 5 4 2 1 A 13

JMD-0058 R3

Om het toestel te vullen gaat u als volgt te werk:

  1. Open de afsluiter (11) in de warmwaterleiding, en indien aanwezig de afsluiters (4) van de circulatiepomp (6).
  2. Sluit aftapkraan (9).
  3. Open het dichtstbijzijnde tappunt (14).
  4. Open de toevoerkraan van de inlaatcombinatie (2) zodat koud water het toestel instroomt.
  5. Vul het toestel volledig. Als uit het dichtstbijzijnde tappunt een volle straal water komt, is het toestel vol.
  6. Ontlucht de gehele installatie, bijvoorbeeld door alle tappunten te openen.
  7. Het toestel staat nu onder waterleidingdruk. Er mag nu geen water uit het overstortventiel van de inlaatcombinatie en indien toegepast uit het T&P-ventiel (3) komen. Is dit toch het geval dan kan het zijn dat:

- De waterleiding druk groter is dan de voorgeschreven 8 bar. Plaats alsnog een drukreduceerventiel (1).

- Het overstortventiel van de inlaatcombinatie defect is, of onjuist is gemonteerd.

6 A f t a p

Aansluitschema

Legenda

Niet vermelde nummers zijn niet van toepassing.

  1. drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)
  2. inlaatcombinatie (verplicht)
  3. T&P-Ventiel (optioneel)
  4. afsluiter (aanbevolen)
  5. terugslagklep (verplicht)
  6. circulatiepomp (optioneel)
  7. shuntpomp (optioneel)
  8. aftapkraan
  9. gaskraan (verplicht)
  10. service afsluiter (aanbevolen)
  11. condensafvoer
  12. tappunten

A. koudwatertoevoer
B. warmwaterafvoer
C. circulatieleiding
D. gastoevoer

14 14 14 4 6 5 4 C D 10 9 3 12 11 B 4 7 5 4 2 1 A 13

IMD-0058 R3
Voor sommige handelingen is het nodig het toestel af te tappen. De procedure is als volgt:

  1. Neem het toestel buiten bedrijf door de Aan/Uit-schakelaar op het bedieningspaneel in de stand 0 te zetten.
  2. Maak het toestel spanningsloos door de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet op stand 0 te zetten.
  3. Sluit de gastoevoer (10).
  4. Sluit de afsluiter (11) in de warmwaterleiding.
  5. Sluit de toevoerkraan in de koudwatertoevoerleiding (A).
  6. Open de aftapkraan (9).
  7. Belucht het toestel (of installatie) zodat het helemaal kan leeglopen.

7 Het bedieningspaneel

7.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:

  • Bedieningspaneel;
    • Betekenis van de icoontjes;
    • AAN/UIT-schakelaar;
  • Regelthermostaat;
  • Resetknop branderautomaat.

7.2 Bedieningspaneel

Het bedieningspaneel bestaat uit:

  • een AAN/UIT-schakelaar met signaleringslamp;
  • een resetknop met signaleringslamp;
  • een regelthermostaat met draaiknop;
  • twee signaleringslampen.

7.3 Betekenis van de icoontjes

De tabel geeft de betekenis van de icoontjes weer.

Icoontjes en hun betekenis

Naam Betekenis
A.O. Smith BFM50 - Betekenis van de icoontjes - 1AAN/UIT SchakelaarON-mode / OFF-mode
A.O. Smith BFM50 - Betekenis van de icoontjes - 2Resetknop met storingsindicatieResetten branderautomaat
A.O. Smith BFM50 - Betekenis van de icoontjes - 3Temperatuur-regelingInstellen watertemperatuur (Tset)

7.4 AAN/UIT-schakelaar

Met de AAN/UIT-schakelaar zet u het toestel in de ON-mode of OFF-mode. In de OFF-mode blijft het toestel echter wel onder spanning staan. Hierdoor blijft de vorstbeveiliging actief.

Opmerking

Om het toestel spanningsloos te maken dient u de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet te gebruiken.

Met de draaiknop van de regelthermostaat stelt u de gewenste watertemperatuur in tussen ± 40°C en ± 70°C. De draaiknop is traploos en heeft een verdeling van 1 t/m 4. De tabel geeft een overzicht van standen en temperaturen.

Temperatuurinstellingen

Een storing kan leiden tot een vergrendeling van de branderautomaat. In dit geval brandt het rode lampje in de resetknop. Nadat de oorzaak van de storing is weggenomen kunt u het toestel resetten met de resetknop.

Opmerking

Neem voordat u reset altijd eerst de oorzaak van de storing weg.

Aan de hand van de toestelstatus (8 "Status van het toestel") kunt u diverse storingen (11 "Storingen") herkennen.

8 Status van het toestel

8.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:

  • Bedrijfstoestanden;
  • Storingstoestanden;

8.2 Bedrijfstoestanden

In werking heeft het toestel drie basis bedrijfstoestanden, te weten:

- SPANNINGSLOOS

In deze toestand is het toestel uit en zijn alle onderdelen zonder spanning. De hoofdschakelaar (schakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet) staat uit. Op het bedieningspaneel:

  • staat de AAN/UIT-schakelaar op stand 0;
  • is het groene lampje uit.

• OFF

In deze toestand is de vorstbeveiliging actief. De hoofdschakelaar staat op stand I. Op het bedieningspaneel:

  • staat de AAN/UIT-schakelaar op stand 0;
  • brandt het groene lampje.

• ON

In deze stand beantwoordt het toestel continu de warmtevraag. Op het bedieningspaneel:

  • staat de AAN/UIT-schakelaar op stand I;
  • kan de watertemperatuur ingesteld worden met de draaiknop van de de regelthermostaat (7.5 "Regelthermostaat");
  • brandt het groene lampje.

8.3 Storingstoestanden

Als het toestel zich in een storingstoestand bevindt wordt warmtevraag (tijdelijk) genegeerd en kunt u geen warm water aftappen. Ook de vorstbeveiliging werkt nu niet meer.

De storingstoestanden zijn onderverdeeld in drie groepen:

- Lock out error van de branderautomaat

In dit geval brandt het rode storingslampje van de resetknop op het bedieningspaneel. De branderautomaat is in vergrendeling.

Na het wegnemen van de oorzaak moet de resetknop ingedrukt worden om het toestel weer in bedrijf te nemen.

- Pendelen van toestel

In dit geval onderneemt het toestel voortdurend een startpoging, maar kan de opwarmcyclus vanwege een storing niet succesvol doorlopen.

Na het wegnemen van de oorzaak komt het toestel vanzelf weer in bedrijf.

- Blocking errors

Deze toestand herkent u aan het feit dat het toestel geen startpogingen van de opwarmcylus onderneemt ondanks dat de watertemperatuur lager is dan u met de regelthermostaat (7.5 "Regelthermostaat") heeft ingesteld. Deze storingen verdwijnen automatisch indien de oorzaak van de storing niet meer aanwezig is, vervolgens komt het toestel vanzelf weer in bedrijf.

Op het bedieningspaneel is niet te zien wat de oorzaak van de storing is. Voor een uitgebreid storingsoverzicht wordt verwezen naar het storingen. (11 "Storingen")

Als u als eindgebruiker het toestel aantreft in een storingstoestand kunt u het toestel proberen in bedrijf te nemen door de resetknop eenmaal in te drukken. Als de storing echter terugkomt of in korte tijd meerdere malen voorkomt, dient u contact op te nemen met uw service- en onderhoudsmonteur.

9 In bedrijf nemen

9.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:

  • In bedrijf nemen;
  • Opwarmcyclus van het toestel.

9.2 In bedrijf nemen

U neemt het toestel in bedrijf via:

  1. Vul het toestel (5 "Vullen").
  2. Zet de gaskraan open (3.5 "Aansluitschema").
  3. Schakel spanning op het toestel met de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet.
  4. Zet het toestel in de "ON-mode" door de AAN/UIT-schakelaar op het bedieningspaneel op stand I te zetten.
  5. Stel met de regelthermostaat (7.5 "Regelthermostaat") de gewenste watertemperatuur in.

Indien er warmtevraag is zal de opwarmcyclus (9.3 "Opwarmcyclus van het toestel") doorlopen worden.

9.3 Opwarmcyclus van het toestel

De opwarmcyclus van het toestel wordt actief op het moment dat de gemeten watertemperatuur ( Twater ) beneden de drempelwaarde ( Tset ) komt. Deze drempelwaarde is afhankelijk van de gekozen toestand van het toestel. Staat het toestel bijvoorbeeld in de "OFF-mode" (vorstbeveiliging) dan is deze waarde 20°C. Staat het toestel bijvoorbeeld in de "ON-mode" dan is de drempelwaarde instelbaar, bijvoorbeeld stand 3 (± 60°C).

De opwarmcyclus doorloopt achtereenvolgens de toestanden:

  1. WARMTEVRAAG;
  2. WACHTTIJD;
  3. VOORGLOEIEN;
  4. ONTSTEKEN;
  5. IN BEDRIJF;
  6. WACHTTIJD.

In onderstaand voorbeeld wordt de gehele cyclus uitgelegd.

A.O. Smith BFM50 - Opwarmcyclus van het toestel - 1

Opmerking

De doorlopen cyclus geldt ook bij het inschakelen van de vorstbeveiliging.

  1. De sensor van de regelthermostaat meet de temperatuur. De watertemperatuur komt beneden de ingestelde temperatuur (bijvoorbeeld) 60°C, hierdoor sluit de regelthermostaat. De branderautomaat constateert nu een warmtevraag en start de opwarmcyclus.
  2. Na de warmtevraag begint de wachttijd-periode. Deze wachttijd zorgt voor een veilige ontsteking. De wachttijd duurt circa 15 seconden.
  3. Als de wachttijd is afgelopen (dit is te horen aan het 'klikken' van de relais in de branderautomaat) begint het voorgloeien.
  4. Na ongeveer 12 seconden (voor)gloeien wordt het gasblok geopend en vindt de ontsteking plaats.
  5. Na de ontsteking wordt de vlam gedetecteerd en is het toestel in bedrijf. Dit betekent dat het daadwerkelijke opwarmen is begonnen.
  6. Als het water op temperatuur is, valt de warmtevraag weg. Het gasblok gaat dicht en het branderbed dooft. Er begint een nieuwe wachttijd van circa 10 seconden.
  7. Na deze wachttijd komt het toestel in de ruststand en wacht het tot dewatertemperatuur opnieuw beneden de ingestelde temperatuur komt.

Bij de eerstvolgende warmtevraag begint de opwarmcyclus weer bij stap 1.

10 Uit bedrijf nemen

10.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:

  • Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode");
    • Toestel spanningsloos maken;
  • Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen.

10.2 Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode")

Om het toestel een korte periode buiten bedrijf te stellen moet u de vorstbeveiliging inschakelen met behulp van de opwarmcyclus van het toestel (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel").

Met de vorstbeveiliging voorkomt u bevriezing van het water in het toestel. U activeert de vorstbeveiliging door de Aan/Uit-schakelaar op het bedieningspaneel op stand 0 te zetten.

10.3 Toestel spanningsloos maken

U mag het toestel niet zondermeer spanningsloos maken. De juiste procedure is als volgt:

  1. Neem het toestel buiten bedrijf door de Aan/Uitschakelaar op de stand 0 te zetten.

  2. Maak het toestel spanningsloos door de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet op stand 0 te zetten.

10.4 Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen

Om het toestel voor langere tijd buiten bedrijf te stellen moet u het toestel aftappen (6 "Aftappen").

11 Storingen

11.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de volgende storingen behandeld:

• Gas l u c h t .
- Waterlekkage.
- Explosieve ontsteking.
- Slecht vlambeeld.
- Geen warm water
- Onvoldoende warm water.

Als het toestel zich in een storingstoestand bevindt wordt warmtevraag (tijdelijk) genegeerd en kunt u geen warm water aftappen. Ook de vorstbeveiliging werkt nu niet meer. De storingstoestanden zijn onderverdeeld in drie groepen:

- Lock out errors van de branderautomaat

In dit geval brandt het rode storingslampje op het bedieningspaneel. De branderautomaat is in vergrendeling.

Na het wegnemen van de oorzaak moet het toestel met de resetknop weer in bedrijf worden genomen.

- Pendelen van toestel

In dit geval onderneemt het toestel voortdurend een startpoging, maar kan de opwarmcyclus (9.3 "Opwarmcyclus van het toestel") vanwege een storing niet succesvol doorlopen. Na het wegnemen van de oorzaak komt het toestel vanzelf weer in bedrijf.

- Blocking errors

Deze toestand herkent u aan het feit dat het toestel niet in bedrijf komt ondanks dat de watertemperatuur lager is dan u ingesteld hebt met de regelthermostaat (7.5 "Regelthermostaat").

Deze storingen verdwijnen automatisch indien de oorzaak van de storing niet meer aanwezig is, vervolgens komt het toestel vanzelf weer in bedrijf.

De volgende paragrafen geven de storingen in tabelvorm weer.

Opmerking

De in de tabellen aangehaalde voetnoten zijn op de laatste pagina van de betreffende tabel weergeven.

11.2 Storingstabel: algemene storingen

A.O. Smith BFM50 - Storingstabel: algemene storingen - 1

Waarschuwing

Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door een service- en onderhoudsmonteur.

Algemene storingen

Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking
Gaslucht GaslekkageWaarschuwingSluit direct de hoofdgaskraan.WaarschuwingGeen schakelaars bedienen.WaarschuwingGeen open vuur.WaarschuwingVentileer de ruimte waar het toestel in staat.WaarschuwingNeem direct contact op met uw installateur of plaatselijk gasbedrijf.
Waterlekkage Lekkageop een wateraansluiting (schroefdraad)Draai de schroefdraadaansluiting vaster aanIndien lekkage niet verholpen is raadpleeg uw installateur
Lekkage uit ander watertoestel of leiding in de buurtSpoor lekkage op
Lekkage van de tank van het toestelRaadpleeg de leverancier en/of fabrikant
Condens Wacht met aftappen van (teveel) tapwater tot het water in de boiler de ingestelde temperatuur heeft bereikt.
Explosieve ontstekingSlecht vlambeeldVerkeerde voordruk en/of branderdrukStel de juiste voordruk en/of branderdruk in (3.10 "Voordruk en branderdruk controleren")Indien ontsteking niet is verbeterd raadpleeg uw installateur.
Vervuilde branderReinig de brander(s) (12.4.2 "Reinigen brander(s)")
Vervuilde inspuiterReinig de inspuiter(s) (12.4.3 "Reinigen inspuiter(s)")
Te weinig luchttoevoerVerbeter de luchttoevoer door een betere ventilatie van de ruimte waarin het toestel zich bevindt.

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 1

11.3 Storingstabel: onvoldoende warm water

A.O. Smith BFM50 - Storingstabel: onvoldoende warm water - 1

Waarschuwing

Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door een service- en onderhoudsmonteur.

Onvoldoende warm water

Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking
Onvoldoende warm waterIngestelde watertemperatuur ( Tset ) te laagZet regelthermostaat (7.5 "Regelthermostaat") in hogere stand
Warmwatervoorraad is op1. Reduceer warmwaterverbruik en geef het toestel de tijd om op te warmen.2. Indien deze storing regelmatig verschijnt controleer dan of de maximaal thermostaat schakelt.Indien dit het geval is controleer dan de werking van de circulatie- en/of shuntpomp.Indien deze storing regelmatig verschijnt controleer dan of de maximaal thermostaat schakelt.

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 1

A.O. Smith BFM50 - Waarschuwing - 2

11.4 Storingstabel: geen warm water

Geen warm water

Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking
Geen startpoging van de opwarmcyclusGeenvoedingsspanning aanwezig1. Controleer of hoofdschakelaar AAN staat2. Controleer spanning op de hoofdschakelaar3. Controleer spanning op het elektrisch aansluitblok4. Controleer spanning op de branderautomaat5. Controleer zekering in de branderautomaatDe te meten spanning moet 230 VAC (-15%, +10%) zijnZie het elektrisch schema BFM (14 "Elektrisch schema")Indien de storing niet verholpen kan worden neem dan contact op met uw installateur
Geen startpoging van de opwarmcyclus(blocking error)Drukschakelaar sluit niet1. Blokkering van de rookgasafvoer of luchttoevoer- Spoor blokkering op- Verwijder blokkering2. Defecte drukschakelaar- Controleer bekabeling van drukschakelaar- Controleer werking van drukschakelaarAls de storing verholpen is komt het toestel bij warmtevraag automatisch weer in bedrijfIndien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur
Onderbreking in het thermostaten circuit1. Controleer of regelthermostaat is geschakeld (gesloten)2. Controleer bekabeling en sensors van de regel- en maximaalthermostaat
Voortdurend starten van de opwarmcyclus(pendelen van het toestel)Teveel weerstand in de rookgasafvoer (de drukschakelaar opent tijdens opwarmen)1. Controleer of de schoorsteenconfiguratie (3.8 "Luchttoevoer en rookgasafvoer") volgens de voorschriften gemonteerd isIndien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur

A.O. Smith BFM50 - Storingstabel: geen warm water - 1

Kenmerk Oorzaak Maatregel Opmerking
Resetknop branderautomaat (lock out error branderautomaat)Deze storing kent drie mogelijke oorzaken. Om de oorzaak te kunnen bepalen moet u de storing opnieuw laten optreden:1. Reset het toestel door 1x de resetknop te bedienen2. Oorzaak (a) treedt op tussen stap 4 en stap 5 van de opwarmcyclus3. Oorzaak (b) treedt op in stap 5 of 64. Oorzaak (c) treedt op in stap 7zie opwarmcyclus van het toestel (9.3 "Opwarmcyclus van het toestel")
(a) Continu onderbreking in het veligheidscircuit1. Controleer of thermostaat kapot is2. Controleer of sensor van de thermostaat kapot is3. Controleer bekabeling van de thermostaatIndien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur
(b) Mislukte startpogingGeen gas:1. Controleer of gaskraan open staat2. Controleer of gasblok opent (klikken van het gasblok)3. Controleer bedrading van het gasblokIndien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur
Geen ontsteking:1. Controleer of vonkontsteker vonkt in waakvlamkapje2. Controleer bedrading van de gloeiplug3. Controleer of de vonkontsteker juist is gemonteerd in de houder
Geen vlamdetectie:1. Controleer of ionisatiepen defect is2. Controleer aansluiting bedrading van de ionisatiepen
(c) Onderbreking in het veiligheidcircuit tijdens opwarmen (de veiligheidsthermostaat heeft geschakeld)1. Controleer of de regelthermostaat functioneert2. Controleer of maximaal thermostaat functioneert3. Controleer werking van een eventuele circulatiepompIndien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storing dient u contact op te nemen met uw installateur

A.O. Smith BFM50 - Storingstabel: geen warm water - 2

12 Onderhoud uitvoeren

12.1 Inleiding

Let op

Onderhoud mag alleen door een erkend service- en onderhoudsmonteur worden uitgevoerd.

Bij elke onderhoudsbeurt dient het toestel zowel waterzijdig als gaszijdig onderhouden te worden. Het onderhoud dient in de volgende volgorde te worden uitgevoerd.

  1. Waterzijdig onderhoud
  2. Waterzijdig onderhoud
  3. Gaszijdig onderhoud
  4. Onderhoud afronden

Opmerking

Voor het bestellen van reserve-onderdelen is het van belang het toesteltype, toestelmodel en het volledige serienummer van het toestel te noteren. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. Aan de hand van deze informatie kunnen gegevens van reserveonderdelen vastgesteld worden.

12.2 Onderhoud voorbereiden

Om te testen of alle componenten nog goed functioneren dient u de volgende stappen uit te voeren:

  1. Zet de Aan/Uit-schakelaar op het bedieningspaneel op stand 0.
  2. Zet de regelthermostaat in de hoogste stand (onthoud de oorspronkelijke instelling) en zet de Aan/Uit-schakelaar weer terug op stand I.
  3. Indien er geen warmtevraag is, tap dan water om warmtevraag te creëren.
  4. Controleer of de opwarmcyclus (9.3 "Opwarmcyclus van het toestel") correct verloopt.
  5. Zet de regelthermostaat terug in de oorspronkelijke stand en zet de AAN/UIT-schakelaar weer terug op stand I.
  6. Controleer de voor- en branderdruk (3.10 "Voordruk en branderdruk controleren") en pas deze indien nodig aan.
  7. Controleer bij het rookgasafvoersysteem of alle onderdelen goed bevestigd zijn.
  8. Test de werking van het overstort ventiel van de inlaatcombinatie. Het water dient met een volle straal uit te stromen.
  9. Test de overstortwerking van het T&P-ventiel. Het water dient met een volle straal uit te stromen.
  10. Controleer de afvoerleidingen van de overstortventielen en verwijder aanwezige kalkresten.
  11. Tap het toestel af (6 "Aftappen").

12.3 Waterzijdig onderhoud

12.3.1 Inleiding

Waterzijdig dienen te volgende stappen te worden uitgevoerd:

  1. Controle anodes.
  2. Ontkalken en reinigen tank.

12.3.2 Controle anodes

Tijdige vervanging van de anodes verlengt de levensduur van het toestel. De aanwezige anodes moeten vervangen worden zodra ze voor 60% of meer verbruikt zijn (houd hiermee rekening bij het bepalen van de onderhoudsfrequentie).

  1. Verwijder het schoorsteenmateriaal uit de topbox.
  2. Demonteer de deksel van de topbox.
  3. Neem de bekabeling van de ventilator los en verwijder de kabel uit de trekontlaster.
  4. Draai de schroeven van de topbox los.
  5. Neem de topbox van het toestel.
  6. Draai de schroeven van de deksel aan de bovenzijde van het toestel los.
  7. Neem de deksel van het toestel.
  8. Neem de afdichtring van het toestel.
  9. Draai de anodes los met geschikt gereedschap.
  10. Controleer de anodes en vervang zonodig.
  11. Controleer nu ook de wervelstrips (12.4.4 "Controle wervelstrips"). Vervang deze indien noodzakelijk.
  12. Plaats een nieuwe afdichtring op de rand van de tank en monteer de deksel.
  13. Monteer de topbox.
  14. Voer de kabel van de ventilator door de trekontlaster en sluit de bekabeling aan op de ventilator. Zie bijlage (14 "Elektrisch schema").
  15. Monteer de deksel op de topbox.

12.3.3 Ontkalken en reinigen tank

Ketelsteen- en kalkaanslag verhinderen een goede geleiding van de warmte naar het water. Periodiek reinigen en ontkalken voorkomt vorming van deze aanslag. Hierdoor wordt de levensduur van het toestel verlengd en bovendien het verwarmingsproces bevorderd.

Bij bepaling van de onderhoudsfrequentie dient rekening gehouden te worden met de snelheid van de kalkvorming. Kalkvorming is afhankelijk van de plaatselijke watergesteldheid, het waterverbruik en de ingestelde watertemperatuur. Om overmatige kalkaanslag te voorkomen wordt een temperatuurinstelling van maximaal 60°C aanbevolen.

Om een goede en waterdichte afsluiting van een reinigingsopening te waarborgen moeten de pakking (6), O-ring (7), sluitringen (4), bouten (3) en eventueel de deksel (5) na opening vernieuwd worden (zie de figuur). Bij de leverancier/fabrikant is hier een speciale set voor te verkrijgen.

Voor het eenvoudig ontkalken en reinigen van de tank is het toestel uitgerust met twee reinigingsopeningen.

A.O. Smith BFM50 - Ontkalken en reinigen tank - 1

  1. Verwijder de afdekplaat (1) op de buitenmantel (zie de figuur).
  2. Verwijder de isolatie (2) voorzichtig en leg deze apart. Deze moet later weer gebruikt worden.
  3. Draai de bouten los.
  4. Verwijder de deksel, de pakking en de O-ring.
  5. Inspecteer de tank en verwijder de losse kalkaanslag en verontreinigingen.
  6. Indien de kalkaanslag niet handmatig verwijderd kan worden, dient ontkalkt te worden met een ontkalkingsmiddel. Neem contact op met de leverancier/fabrikant voor een advies over het te gebruiken ontkalkingsmiddel.

1 5 3 4 6 2

IMD-0282 R1

  1. Sluit de reinigingsopening. Om beschadiging van de tank te voorkomen dienen de bouten aangedraaid te worden met een moment van maximaal 50 Nm. Gebruik hiervoor geschikt gereedschap. Om de reinigingsopening eenvoudig te sluiten kan bij het monteren van de bouten het beste de in de figuur aangegeven volgorde aangehouden worden.

12.4 Gaszijdig onderhoud

12.4.1 Inleiding

Gaszijdig dienen de volgende stappen te worden uitgevoerd:

  1. Reinigen brander(s).
  2. Reinigen inspuiter(s).
  3. Controle wervelstrips.

12.4.2 Reinigen brander(s)

  1. Demonteer de brander(s).
  2. Verwijder de op de brander(s) aanwezige verontreinigingen.
  3. Monteer de brander(s).

12.4.3 Reinigen inspuiter(s)

  1. Demonteer de inspuiter(s).
  2. Verwijder de in de inspuiter(s) aanwezige verontreinigingen.
  3. Monteer de inspuiter(s).

De wervelstips kunnen heet zijn.

  1. Neem de wervelstrips uit het toestel.
  2. Controleer de wervelstrips op de aanwezigheid van roet en verwijder dit zonodig.
  3. Controleer de wervelstrips op slijtage en vervang de wervelstrips zonodig.

12.5 Onderhoud afronden

Om het onderhoud af te ronden voert u de volgende stappen uit:

  1. Vul het toestel (5 "Vullen").
  2. Neem het toestel in bedrijf (9 "In bedrijf nemen").

13 Garantie (certificaat)

Voor registratie van uw garantie dient u de bijgevoegde garantiekaart ingevuld te retourneren waarna u een garantiecertificaat wordt toegestuurd. Dit certificaat geeft de eigenaar van een door A.O. Smith Water Products Company B.V. te Veldhoven, Nederland (hierna "A.O. Smith") geleverd toestel recht op de hierna omschreven garantie, waartoe A.O. Smith zich jegens de eigenaar verbindt.
13.1 Garantie algemeenIndien binnen één jaar na de oorspronkelijke installatiedatum van een door A.O. Smith geleverde boiler, na onderzoek en ter uitsluitende beoordeling van A.O. Smith, blijkt dat een deel of onderdeel, met uitzondering van de tank, niet of niet juist functioneert ten gevolge van fabricage- en/of materiaalfouten, zal A.O. Smith dit deel of onderdeel vervangen of repareren.
13.2 Garantie tankIndien binnen 3 jaar na de oorspronkelijke installatiedatum van een door A.O. Smith geleverde boiler, na onderzoek en ter uitsluitende beoordeling van A.O. Smith, blijkt dat de stalen glasslined tank lekt ten gevolge van roest of corrosie vanuit de waterzijdige kant, zal A.O. Smith een volledig nieuwe boiler van gelijkwaardige grootte en kwaliteit ter beschikking stellen. Op de ter vervanging beschikbaar gestelde boiler zal een garantie gegeven worden voor de duur van de resterende garantieperiode van de oorspronkelijk geleverde boiler. In afwijking van het in artikel 2 bepaalde geldt, dat de garantieduur wordt teruggebracht tot één jaar na de oorspronkelijke installatiedatum indien ongefiltreerd of onthard water door de boiler stroomt of daarin achterblijft.
13.3 Voorwaarden installatie en gebruikDe in artikel 1 en 2 bedoelde garantie geldt uitsluitend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:a. De boiler is geïnstalleerd met inachtneming van zowel de installatievoorschriften van A.O. Smith geldend voor het specifieke model, als de plaatselijk geldende installatie- en bouwverordeningen, voorschriften en regelingen van overheidswege.b. De boiler blijft geïnstalleerd op de oorspronkelijke installatieplaats.c. Er wordt uitsluitend drinkwater gebruikt, dat te allen tijde vrij kan circuleren (voor verwarming van zout of corrosief water is een afzonderlijk geïnstalleerde warmtewisselaar verplicht).d. De tank is door middel van periodiek onderhoud gevrijwaard van schadelijke ketelsteen- en kalkaanslag.e. De boilerwatertemperaturen zijn niet hoger dan de maximale instelling van de thermostaten, die onderdeel van de boiler vormen.f. De waterdruk en/of warmtebelasting niet groter is dan de maxima aangegeven op de typeplaat van de boiler.g. De boiler is geplaatst in een niet-corrosieve atmosfeer of omgeving.h. De boiler is voorzien van een door de daartoe bevoegde instantie goedgekeurde inlaatcombinatie van voldoende capaciteit, niet groter dan de werkdruk als aangegeven op de boiler en eventueel ook van een door de daartoe bevoegde instantie goedgekeurde temperatuur- en drukontlastklep, die gemonteerd is overeenkomstig de installatievoorschriften van A.O. Smith die van toepassing zijn op het specifieke model boiler en voorts met inachtneming van de plaatselijke voorschriften, verordeningen en regelingen van overheidswege.i. Het toestel moet te allen tijden voorzien zijn van kathodische bescherming. Indien hiervoor opofferingsanodes zijn toegepast moeten deze worden vervangen en vernieuwd indien en zodra ze voor 60% of meer verbruikt zijn. Bij toepassing van elektrische anodes moet men ervoor zorgen dat deze continu functioneel zijn.
13.4 UitsluitingenDe in artikel 1 en 2 bedoelde garantie geldt niet:a. indien de boiler door een van buiten komende oorzaak is beschadigd;b. in geval van misbruik, verwaarlozing (met inbegrip van bevriezing),verandering, onjuist en/of afwijkend gebruik van de boiler en wanneer gepoogd is lekken te repareren;c. indien verontreinigingen of andere deeltjes de tank in hebben kunnen stromen;d. indien de geleidbaarheid van het water minder is dan 125 μS/cm en/of de hardheid (aardalkali-ionen) van het water minder is dan 1,00 mmol/lit (3.3.3 "Watersamenstelling");e. indien ongefilterd, gerecirculeerd water door de boiler stroomt of in de boiler opgeslagen wordt;f. indien gepoogd is zelf een defecte boiler te repareren.
13.5 Omvang garantieDe verplichtingen van A.O. Smith krachtens de gegeven garantie gaat niet verder dan kosteloze levering af magazijn van de te vervangen delen of onderdelen respectievelijk boiler. vervoers-, arbeids-, installatie- en andere met de vervanging verband houdende kosten komen niet voor rekening van A.O. Smith.
13.6 ClaimsEen claim gebaseerd op de gegeven garantie moet worden gedeponeerd bij de handelaar bij wie de boiler is gekocht of bij een andere handelaar die de producten van A.O. Smith Water Products Company verkoopt. Het onderzoek van de boiler bedoeld in de artikelen 1 en 2 zal plaatsvinden in een laboratorium van A.O. Smith.
13.7 Verplichtingen voor A.O. SmithMet betrekking tot haar boilers respectievelijk de ter vervanging geleverde (delen of onderdelen van de) boilers, wordt door A.O. Smith geen andere garantie of waarborg gegeven dan de garantie zoals uitdrukkelijk in dit certificaat verwoord.A.O. Smith is krachtens de gegeven garantie of anderszins niet aansprakelijk voor schade aan personen of zaken, veroorzaakt door (delen of onderdelen, respectievelijk de stalen glasslined tank van) een door haar (ter vervanging) geleverde boiler.

Dit hoofdstiuk geeft de elektrische schema('s) en bijbehorende lengenda.

14.2 Elektrisch schema BFM
graph TD A["230VAC 50 Hz"] --> B["FAN"] B --> C["N L N L S S S S"] C --> D["PVC NO PVC NC"] D --> E["Terminal C"] D --> F["Terminal D"] D --> G["Terminal E"] D --> H["Terminal F"] D --> I["Terminal G"] D --> J["Terminal H"] D --> K["Terminal I"] D --> L["Terminal J"] D --> M["Terminal K"] D --> N["T…

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

0305485 R2

1 = bruin, 2 = blauw, 3 = geel/groen, 4 = zwart, 5 = wit, 6 = rood, 7 = wit/oranje, 8 = wit/violet, 9 = zwart/groen, 10 = zwart/rood, 11 = zwart/wit

COMPONENTEN:

A Mantel

B Scheidingstransformator

C LDS (Luchtdrukverschilschakelaar)

D Filter

E Reset knop

F Vorstthermostaat

G Regelthermostaat

H AAN/UIT schakelaar

K Veiligheidsthermostaat

L Maximaalthermostaat

M Branderautomaat

N Kroonklemstrip

P Aardingsstrip

R R e l a i s

OPTIONELE COMPONENTEN

S K I o k

T Potentiostaat

A.O. Smith BFM50 - OPTIONELE COMPONENTEN - 1

A.O. Smith BFM50 - OPTIONELE COMPONENTEN - 2

A.O. Smith BFM50 - OPTIONELE COMPONENTEN - 3

Index

A

aansluiten circulatieleiding 25 elektrisch 32, 33 gas 25 koudwaterzijdig 23 luchttoevoer 26 shuttleiding 24 warmwaterzijdig 24 aansprakelijkheid 3 aftappen 43 algemene gegevens 3

B

bedrijfstoestanden 47 beveiliging 14 branderdruk 33 buitenbedrijfstellen korte periode 51 langere periode 51 spanningsloos maken 51

C

circulatieleiding aansluiten 25 claims 64

D

dakdoorvoer 28, 31 doelgroepen 9

E

elektrische aansluiting 32

G

garantie 63 algemeen 63 installatie en gebruiksvoorwaarden 63 omvang 64 uitsluitingen 64 gasaansluiting 25 gascategorie, ombouw naar andere - 37 gebruiker 9

H

handelsmerken 3 hoofdschakelaar 33

|

icoontjes 45 betekenis 45 inbedrijf 49 inbedrijfnemen 49 inhoud document 9 installateur 9 installatieschema 23 ionisatiepen 15

K

kalkaanslag 60 koudwaterzijdig aansluiten 23

L

luchttoevoer aansluiten 26 luchtvochtigheid 17

M

merknamen 3 muurdoorvoer 27, 30

N

netspanning 32, 33 notatiewijzen 8

0

ombouw naar andere gascategorie 37 omgevingscondities 17 omgevingstemperatuur 17 onderhoud afronden 62 anode 60 brander 62 gaszijdig 62 inspuiter 62 uitvoeren 59 voorbereiden 59 waterzijdig 59 onderhoudsbeurt 8 ontsteken 13 opwarmcyclus 13

R

regelthermostaat 45 resetknop 45 rookgasafvoer aansluiten 26

s

servicemonteur 9 shuntpomp 24 specificaties 20 symbol gebruiker 9 installateur 9 servicemonteur 9

V

veiligheid 15 verpakking 17 voordruk 33 vullen 41

W

warmwaterzijdig aansluiten 24 water samenstelling 18

Index

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : A.O. Smith

Model : BFM50

Categorie : Boiler