BTI 65 - Boiler A.O. Smith - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BTI 65 A.O. Smith in PDF-formaat.
| Merk | A.O. Smith |
| Model | BTI 65 |
| Type product | Waterverwarmer (elektrische boiler) |
| Capaciteit | 65 liter |
| Afmetingen (h x Ø) | ca. 800 x 400 mm |
| Gewicht | ca. 40 kg |
| Voedingsspanning | 230 V / 50 Hz |
| Vermogen | 2,2 kW |
| Temperatuurinstelling | Thermostatisch, instelbaar van 30°C tot 80°C |
| Veiligheidsvoorzieningen | Overdrukventiel, temperatuurbegrenzer, droogkookbeveiliging |
| Materiaal | Geëmailleerd staal met glaslaag |
| Isolatie | Polyurethaanschuim, dikte 50 mm |
| Anode | Magnesiumanode ter bescherming tegen corrosie |
| Onderhoud | Jaarlijks ontkalken en anode controleren |
| Montage | Muurbevestiging inbegrepen |
| Aansluitingen | Koud- en warmwateraansluiting 1/2" buitendraad |
| Energieklasse | C (schatting op basis van type) |
| Geluidsniveau | Geen generator: stil |
| Garantie | 2 jaar op het apparaat, 5 jaar op het vat |
Veelgestelde vragen - BTI 65 A.O. Smith
Gebruikersvragen over BTI 65 A.O. Smith
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boiler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BTI 65 - A.O. Smith en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BTI 65 van het merk A.O. Smith.
GEBRUIKSAANWIJZING BTI 65 A.O. Smith
Lees eerst de installatievoorschriften alvorens het toestel te installeren. Lees de gebruikersinstructies alvorens het toestel te ontsteken. Het niet zorgvuldig opvolgen van deze instructies kan leiden tot explosiegevaar en/of brand en kan materiële schade en/of lichamelijk letsel veroorzaken.
Het installeren én voor de eerste maal in bedrijf stellen dient te geschieden door een erkend installateur. De gassoort en waarden waarop het toestel standaard (af fabriek) is afgesteld, staan op de typeplaat vermeld. Het toestel mag alleen in een ruimte geïnstalleerd worden indien die ruimte voldoet aan de vereiste ventilatievoorschriften.
A.O.SMITH ACCEPTEERT GEEN VERANTWOORDELIJKHEID VOOR GARANTIE, SERVICEVERLENING EN/OF PRODUKTAANSPRAKELIJKHEID IN GEVAL VAN ONGEAUTORISEERDE WIJZIGINGEN, PRODUKTMODIFICATIES OF REPARATIES.
1. ALGEMEEN
1.1 Toestelomschrijving ....5
1.2 Technische beveiligingsapparatuur ....6
1.2.1 Gasblok....6
1.2.2 Zuil 6
1.2.3 Werking van het toestel 7
1.2.4 Rookgasafvoerbeveiliging 7
1.3 Technische beschrijving ....8
1.3.1 Maatvoering 8
1.3.2 Technische gegevens 10
2. VOOR DE INSTALLATEUR
2.1 Installatievoorschriften 11
2.1.1 Installatie.... 11
2.1.2 Wateraansluiting 11
2.1.3 Gasaansluiting 12
2.1.4 Rookgasafvoer....12
2.1.5 Rookgasafvoerbeveiliging 12
2.1.6 Elektrische aansluiting 12
2.2 In bedrijf stellen....12
2.3 Demontage en montage van de zuil 14
2.4 Het instellen van de gasdruk 14
2.5 Temperatuurregeling 15
2.6 Ombouw naar ander gas 15
2.7 Onderhoud....16
2.7.1 Opofferingsanode 16
2.7.2 Reiniging....16
2.7.3 Ontkalking....16
2.7.4 Service onderdelen 17
2.8 Inlaatcombinatie....17
2.9 Gaslucht....17
2.10 Condensatie....17
2.11 Belangrijke waarschuwing 17
3. VOOR DE GEBRUIKER
3.1 Gebruiksaanwijzing 18
3.2 Gebruik 18
3.3 Maatregelen bij storing 19
4. GARANTIE....20
5. BIJLAGE 1....22
1. ALGEMEEN
1.1 Toestelomschrijving
Bouwwijze en uitrusting van het voorraadtoestel zijn volgens de Europese norm voor gasgestookte warmwatervoorraadtoestellen voor sanitair gebruik (EN89). Het toestel voldoet daarmee aan de Europese Richtlijn voor Gastoestellen en heeft daarom het recht de CE-markering te dragen. Het is een open toestel zonder ventilator met een rookgasafvoerbeveiliging (categorie B 11BS )
Het voorraadtoestel is geschikt voor een werkdruk tot 8 bar. De tank is van plaatstaal en aan de binnenzijde glasslined. Tevens is de tank voorzien van een opofferingsanode als extra bescherming tegen corrosie. Een dikke, CFK-vrij, PU-isolatielaag bekleed met een stalen ommanteling voorkomt onnodig warmteverlies. Als het voorraadtoestel volledig met water gevuld is, dan staat het voortdurend onder waterleidingdruk. Bij het aftappen van warmwater uit het toestel wordt er direct weer koudwater toegevoegd. Voor een betere warmteoverdracht is in de vlampijp een wervelstrip ingebouwd. De rookgassen geven hun warmte af aan het water door straling en geleiding. De rookgassen worden via de trekonderbreker in de schoorsteen geleid. De afvoer van de rookgassen gebeurt door een natuurlijke, thermische trek (zie afbeelding 1).
Om extra comfort te creëren kan bij lange leidingen een circulatieleiding met een circulatiepomp aangesloten worden. De circulatieleiding is op de koudwaterleiding aan te sluiten.

Afbeelding 1 - doorsnede toestel
1) Trekonderbreker
2) Warmwater uitlaat
3) Isolatiemateriaal
4) Vlampijp
5) Glasslined tank
6) Gasblok en vonkontsteking
7) Zuil met complete besturing
8) Reinigingsopening
9) Ontstekingselectrode
10) Koudwater inlaat
11) TTB-resetknop
12) T&P-aansluiting
13) Staalmantel
14) Wervelstrip
15) Opofferingsanode
16) Aftapkraan
17) Hoofdbrander
1.2 Technische
beveiligingsapparatuur
1.2.1 Gasblok
Het toestel is voorzien van een gasblok dat de toevoer van gas naar de brander regelt. Het gasblok is voorzien van een veiligheidsklep, een gasklep en een branderdrukregeling (bij standaard aardgas afstelling). De stand van de veiligheids- en gasklep wordt geregeld vanuit de branderautomaat. Om een beter ontsteekgedrag te verkrijgen opent de gasklep vertraagd (softlite).
Het gasblok is geschikt voor gassen uit de eerste, tweede en derde gasfamilie. De maximale ingangsdruk is 60 mbar. De automatische vonkontsteking zorgt ervoor dat de brander ontsteekt zodra er vraag is naar warmte.
1.2.2 Zuil
De temperatuurregeling van het boilerwater is ondergebracht in de zuil die op de mantel van het toestel is gemonteerd. (zie afbeelding 2). Vanwege veiligheidsdoeleinden is het toestel voorzien van 2 thermostaten: een regelthermostaat regelbaar tussen 40 °C en 80 °C. en een veiligheidsthermostaat die schakelt bij 90 °C. De zuil is uitgevoerd met een AAN/UIT knop (I/O). In stand "I" wordt het gasblok bestuurd op basis van de warmtebehoefte van de regelthermostaat. In stand "O" staat het toestel uit.

Afbeelding 2 - Bovenaanzicht zuil
IMD 0392
A) Warmwater uitlaat
B) Koudwater inlaat
1) Elektrische aansluiting
2) AAN/UIT schakelaar
3) Resetknop ontstekingsregelaar
4) Temperatuurregelknop
5) Resetknop veiligheidsthermostaat
1.2.3 Werking van het toestel
Normale bediening.
Zodra er vraag is naar warmte moet een wachtperiode van 1 seconde overbrugd worden voordat de branderautomaat en het gasblok in werking komen. De ontstekingspen ontsteekt de waakvlam en de daarop volgende vlam wordt waargenomen door de ionisatie electrode. Zodra de waakvlam wordt waargenomen, wordt het ontsteken van de waakvlam gestopt en de hoofdgasklep wordt geopend. De hoofdbrander wordt door de waakvlam ontstoken. Het toestel is nu in werking. Wanneer de temperatuur van het water de ingestelde temperatuur heeft bereikt schakelt de thermostaat uit en het elektrisch signaal naar de brander automaat wordt verbroken. De gastoevoer is nu gesloten.
Foutmelding ontsteking.
Als de vlam niet ontsteekt binnen de vastgestelde veiligheidsperiode van 25 seconden wordt de automatische ontsteking buiten werking gesteld. Dit wordt weergegeven door het oplichten van de RESET-knop op de zuil. Het toestel moet handmatig worden gereset door de RESET knop in te drukken. Als de vlam dooft gedurende het normale proces wordt de startvolgorde opnieuw herhaald door de automatische ontsteking.
1.2.4 Rookgasafvoerbeveiliging
Het toestel is voorzien van een rookgasafvoerbeveiliging. De werking van de beveiliging berust op het principe van de Thermische Terugslag Beveiliging, kortweg TTB genoemd.
Het doel van de TTB is te voorkomen dat de rookgassen van het toestel in de ruimte komen waar het toestel staat opgesteld, in plaats van via de rookgasafvoer naar buiten (terugslag). Bij het in werking treden van de TTB door opwarming van de voeler door de hete rookgassen wordt de gastoevoer afgesloten.
Na opsporing van de oorzaak van de terugslag kan het toestel weer in bedrijf gesteld worden door de RESET knop in te drukken.
Als deze storing zich herhaaldelijk voordoet, betekent dit dat de afvoer van de rookgassen niet probleemloos verloopt. Wij adviseren om dan door de installateur de oorzaak op te laten zoeken en deze te laten verhelpen.
Belangrijk.
Indien de boiler buiten bedrijf gesteld is door een storing, kan dit door de TTB veroorzaakt zijn. Dit is zichtbaar doordat de RESET knop op de TTB naar buiten gesprongen is. Het toestel kan weer in bedrijf gesteld worden door de RESET knop in te drukken. De TTB mag nooit buiten werking gesteld worden. Terugslag van rookgassen kan leiden tot vergiftiging.
1.3 Technische beschrijving
1.3.1 Maatvoering
De toestellen zijn geschikt voor een rookgasafvoerkanaal met een minimale diameter zoals aangegeven staat bij maat G.
| MAAT BTI65 | |
| A 1680 | |
| B 1510 | |
| D 520 | |
| E 655 | |
| G 100 | |
| K 340 | |
| M 1540 | |
| N 1540 | |
| R 295 | |
| S 1330 | |
| 1 Koudwaterinlaat | |
| 2 Warmwateruitlaat | |
| 3 Gasaansluiting | |
| 4 Aftapkraan | |
| 5 T&P aansluiting | |
| 6 Reinigingsopening |
Alle maten zijn in mm aangegeven (afgerond op 5mm).

Afbeelding 3 - Afmetingen
| Omschrijving eenheid BTI 65 | ||
| GEGEVENS AARDGAS G25 - 25 mbar | ||
| Nominale belasting (onderwaarde) kW 16,6 | ||
| Vermogen kW 12,9 | ||
| Voordruk (G25) mbar 25 | ||
| Branderdruk (G25) mbar 11,1 | ||
| Gasverbruik (G25)* m | 3/h 2,0 | |
| Diameter hoofdinspuiter (G25) mm | 3,90 | |
| Diameter waakvlaminspuiter (G25) | mm | 0,56/0,41 |
| Opwarmtijd ΔT = 45 K | min | 44 |
| GEGEVENS PROPAAN G31 - 28/30 mbar | ||
| Nominale belasting (onderwaarde) kW 15,6 | ||
| Vermogen kW 12,1 | ||
| Voordruk (G31) mbar 30 | ||
| Gasverbruik (G31)* | kg/h | 1,2 |
| Diameter hoofdinspuiter (G31) mm | 2,0 | |
| Diameter waakvlaminspuiter (G31) | mm | 0,23 |
| Opwarmtijd ΔT = 45 K | min | - |
| ALGEMEEN | ||
| Inhoud | liters | 178 |
| Wateraansluitingen** - | 3/4'' -14NPT | |
| Gasaansluiting | - | Rp1/2 |
| Aftapkraan | - | 3/4'' -14NPT |
| Anode | - | 3/4'' -14NPT |
| Extra aansluiting (bv. voor circulatieleiding of T&P plug) | - | 3/4'' -14NPT |
| Maximale werkdruk | bar | 8 |
| Ledig gewicht | kg | 93 |
* Gasverbruik bij 1013,25 mbar en 15 °C
** Voor een lekdichte verbinding kunnen op de NPT-aansluitnippels Europese koppelstukken gebruikt worden met pijpschroefdraad ISO 228/1 - G 3/4 of ISO 7/1 3/4
2. VOOR DE INSTALLATEUR
2.1 Installatievoorschriften
Het toestel mag alleen in een ruimte geïnstalleerd worden indien die ruimte voldoet aan de vereiste landelijke en plaatselijke ventilatievoorschriften. De opstellingsruimte moet vorstvrij zijn of tegen vorst beveiligd zijn.
Ten opzichte van de brandbare materialen dienen de volgende afstanden in acht genomen te worden: Zijkant van het toestel: 15 cm Achterkant van het toestel: 15 cm Voorkant van het toestel: 60 cm Trekonderbreker en afvoerbuis:15 cm rondom
Bij hout- en kunststofvloeren dient het toestel op een vuurvaste ondergrond geplaatst te worden. Wanneer de boiler in een gesloten ruimte zonder vensters wordt geplaatst, dient voor toevoer van voldoende verse lucht te worden gezorgd. Onvoldoende luchttoevoer kan leiden tot brand, explosie of verstikking. Raadpleeg de landelijke en plaatselijke voorschriften.
2.1.1 Installatie
De installatie dient te geschieden overeenkomstig de algemeen en plaatselijk geldende voorschriften van gas- en waterbedrijven en brandweer, door een erkend installateur.
2.1.2 Wateraansluiting
De maximale toegestane bedrijfsdruk van het toestel bedraagt 8 bar. Koudwaterzijdig moet het voorraadtoestel van een afsluitkraan en een goedgekeurde inlaatcombinatie voorzien zijn. Tevens moet er een goedgekeurd reduceertoestel geplaatst worden bij een waterleidingdruk van meer dan 8 bar. De overdrukkijde van de inlaatcombinatie moet op een open waterafvoerleiding aangesloten worden (zie afbeelding 4). Isolatie van lange leidingen voorkomt onnodige energieverspilling.
- Gaskraan
- Afsluiter
- Temperatuur- en drukventiel
- Terugslagklep
- Terugslagklep
- Circulatiepomp
- Aftapkraan
- Drukreduceer
- Overstortventiel
A Gasleiding
B Warmwaterafvoer
C Koudwaterafvoer
D Tappunten
![graph TD A["1"] --> B["2"] B --> C["3"] C --> D["4"] D --> E["5"] E --> F["6"] F --> G["D"] H["A"] --> I["7"] I --> J["8"] J --> K["9"] K --> L["C"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#cff,stroke:#333 s…](/content/2026/06/1157999/images/8b91290fc54f364659ff288396155d5e993415d0e90104d3af2807f7e05a728e.jpg)
Afbeelding 4 - Aansluitschema
2.1.3 Gasaansluiting
De gaszijdige installatie mag alleen geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen geldende voorschriften van gas-, elektriciteit- en waterleidingbedrijven (GAVO).
2.1.4 Rookgasafvoer
Er mogen aan de rookgasafvoer géén veranderingen en/of omhullingen aangebracht worden. De tegen corrosie beschermde afvoerpijp moet minimaal dezelfde diameter hebben als de diameter van de trekonderbreker. Direct op de trekonderbreker moet verticaal een afvoerpijp geplaatst worden. Deze moet minimaal 50 cm lang zijn. Als men daarna een gedeelte horizontale afvoerpijp wil plaatsen moet deze met een opschot van minimaal 6 cm per meter naar de schoorsteen geleid worden. Verder moet de afvoerverbindingsbuis tussen trekonderbreker en het schoorsteenkanaal zo kort mogelijk gehouden worden.
2.1.5 Rookgasafvoerbeveiliging
Het toestel is voorzien van een rookgasafvoerbeveiliging. De werking van de beveiliging berust op het principe van de Thermische Terugslag Beveiliging, kortweg TTB genoemd.
De TTB is te herkennen aan de koperkleurige spiraal die aan de onderkant van de trekonderbreker bevestigd is.
De spiraal is door middel van een capilairleiding verbonden aan een thermostaat. De bedrading van de thermostaat dient op het thermokoppelcircuit aangesloten te zijn.
Belangrijk
De T.T.B. mag nooit buiten werking gesteld worden. Terugslag van rookgassen kan leiden tot vergiftiging.
Attentie!
Instructie toevoeging voor de installateur. Montage van de Thermische Terugslag Beveiliging:
- Verwijder de twee schroefjes uit de deksel;
- plaats het steuntje (met de voorgemonteerde TTB) op de deksel;
- zet het steuntje met de beide schroefjes vast;
- maak de verbinding tussen de male-en female connectors op de deksel.
2.1.6 Elektrische aansluiting
Alle elektrische aansluitingen moeten overeenkomstig NEN1010 en volgens de plaatselijk geldende voorschriften uitgevoerd worden door een erkend elektrisch installatiebureau. Het toestel moet middels een permanente elektrische verbinding op een voedingsspanning aangesloten worden. Tussen deze vaste verbinding en het toestel moet een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van tenminste 3 mm geplaatst worden. De voedingskabel moet aders van minimaal 3* 1.0 mm² bevatten. De aansluitklemmen voor het elektrisch circuit zijn aangegeven met de symbolen, voor aarde ⌘N voor de nul en L voor de fase.
Controleer met behulp van een multimeter altijd of in de branderautomaat ook inderdaad de fase en de nul correct zijn aangesloten. Dit is noodzakelijk voor het functioneren van de vlamdetectie van het toestel. De voedingsspanning moet voldoen aan onderstaande eisen:
| Voedings-spanning | Frequentie Minimaalelektrisch | afgezekerd op |
| 220 / 240VAC | 50 Hz 5 A |
Het elektrisch schema van alle aansluitingen is weergegeven in bijlage 1.
2.2 In bedrijf stellen
Vullen van het toestel.
- Monteer de aftapkraan en controleer of deze gesloten is.
- Koudwaterkraan naar de boiler openen en alle kranen op warmwater-aftappunten ter ontluchting openen. Het toestel is gevuld zodra op alle aftappunten koud water stroomt.
- Alle kranen op warmwateraftappunten weer sluiten
In bedrijf stellen.
- Controleer of het toestel met water gevuld is en of de gasleiding naar de boiler open is.
- De AAN/UIT schakelaar moet in de UIT stand staan.
- Ontlucht de gasleiding door de druk meetnippel aan de instroomzijde van het gasblok te openen. Sluit de druk meetnippel zodra de gasleiding ontlucht is.
- Controleer of de spanning juist is aan gesloten op het toestel, gebruik hier voor een multimeter.
- Bij de eerste opstart van het toestel kan de branderautomaat in een rust positie staan, druk op de reset knop om de automaat te reseten. (Na handmatige reset zal een uitgebreide af-loop/wacht periode zich voordoen)
- Schakel de AAN/UIT schakelaar in de AAN stand. Zodra de waakvlam niet ontsteekt binnen 25 seconden zal de automaat de reset knop doen oplichten en moet deze worden gereset (wacht 15 seconden om een nieuwe resetpoging te ondernemen). Het kan mogelijk zijn dat u dit meerdere keren moet herhalen doordat er nog lucht in het gasleidingnet aanwezig is.
- Controleer voordruk en branderdruk en indien noodzakelijk dient u deze bij stellen. Zie voor de juiste gegevens de tabel met technische gegevens.
- Zet de temperatuurregelknop in de gewenste stand, bij voorkeur 60 °C. (zie ontkalking).
Opmerking:
Zodra bij normaal gebruik de reset knop is ingedrukt zal het gasblok en de branderautomaat buiten werking treden, een nieuwe herstart zal plaatsvinden zodra de reset knop wordt geactiveerd.
Buiten werking stellen
Opmerking:
De boiler mag alleen uitgeschakeld worden als er voor langere duur geen vraag is naar water, b.v. vakanties, anders moet de boiler gewoon in werking blijven. Het uitschakelen gebeurt door de AAN/UIT schakelaar in de UIT stand te zetten.
Indien er vorstgevaar is dient de boiler in z'n geheel afgetapt te worden. Maak het toestel spanningsloos (stekker uit het stopcontact) en draai de gastoevoer dicht.
2.3 Demontage en montage van de zuil
Demontage van de zuil
(zie afbeelding 6).
- Verwijder de schroef aan de voor zijde van de zuil.
- Duw de zuil omhoog zodat de haakjes aan de onderzijde van de zuil vrij zijn van de bodem.
- Trek de zuil aan de onderzijde voor- zichtig naar u toe.
- Haal de zuil in zijn geheel naar beneden zodat de bovenzijde vrij is.
Montage van de zuil
(zie afbeelding 6).
- Plaats de top van de zuil onder de rand van het kolompaneel en duw hem zover mogelijk naar boven.
- Plaats de haakjes in de brander- opening en over de bodemrand.
- Laat de zuil naar beneden zakken.
- Plaats de schroef aan de voorzijde van de zuil.
2.4 Het instellen van de gasdruk
De gasdruk wordt standaard ingesteld af fabriek.
De volgende procedure moet in acht worden genomen zodra de gasdruk nagekeken of bijgesteld wordt.
- Zet de boiler buiten werking door de hoofdschakelaar op UIT te zetten.
- Sluit een manometer aan op de druk-meetnippel om de branderdruk te kunnen meten van het gasblok.
- Zet de boiler aan en laat de brander ontsteken.
- Bekijk de branderdruk. Indien noodzakelijk, stel de branderdruk opnieuw in. Met de klok meedraaien vergroot de gastoevoer, tegen de klok in draaien verkleint de gastoevoer.
- Zet de boiler uit, verwijder de manometer en dicht de meetdruk af.
- Neem het toestel in gebruik.

Afbeelding 6 - Demontage en montage van de zuil
2.5 Temperatuurregeling
Het toestel staat onder waterleidingdruk (maximaal 8 bar). Er wordt evenveel koud water toegevoerd, als er warmwater verbruikt wordt. Het gasblok schakelt automatisch de gastoevoer. Dat betekent dat de gastoevoer naar de hoofdbrander geopend wordt, wanneer de temperatuur van het water te laag is en weer gesloten wordt, als de ingestelde temperatuur bereikt is. Bij hoge watertemperaturen ontstaat er meer kalkafzetting in het toestel. Daarom wordt aanbevolen om de temperatuurregelknop in te stellen op 60 °C omdat er dan minder kalkafzetting optreedt.
2.6 Ombouw naar ander gas
Voor ombouw van het toestel van aardgas naar een LP gas, of andersom, is het noodzakelijk om de hoofdinspuiter en de waakvlaminspuiter te wisselen. De ombouw mag alleen uitgevoerd worden door een erkend installateur.
- Sluit de hoofdgaskraan in de gastoevoer.
- Demonteer de brander.
- Vervang de inspuiter van de hoofd- brander en de waakvlambrander door de juiste inspuiters uit de ombouwset (zie onderstaande tabel).
Opmerking:
- Wanneer ombouw plaats vindt van aardgas naar LP, dan dient de schroef op het gasblok voor branderdrukregeling helemaal ingeschroefd te worden tot aan de aanslag.
- Wanneer ombouw plaats vindt van LG naar aardgas dan dient de juiste branderdruk te worden ingesteld.
2.7 Onderhoud
Het voorraadtoestel moet minstens éénmaal per jaar door een vakman getest en gereinigd worden, zodat een goede werking gegarandeerd is.
2.7.1 Opofferingsanode
- De levensduur van de anode wordt bepaald door de kwaliteit en de hoeveelheid water die door het toestel stroomt. Het wordt daarom aanbevolen om ieder jaar de anode te laten controleren.
- Stopkraan in de koudwatertoevoer leiding sluiten
- Dichtstbijzijnde waterkraan openen zodat de waterdruk uit de boiler en leidingnet wegvalt.
- Anode met passende sleutel los draaien.
- Anode controleren en vernieuwen indien deze voor 60% of meer is aangetast.
- Anode waterdicht inschroeven.
Indien het noodzakelijk is de anode te vervangen moet deze altijd vervangen worden door eenzelfde exemplaar. Aan de hand van het toesteltype en het volledige serienummer kan het type anode vastgesteld worden.
2.7.2 Reiniging
- Sluit de gastoevoer af en demonteer de brander nadat deze afgekoeld is.
- Brander en waakvlamleiding van het gasblok losmaken.
- Verwijder de complete branderset.
- Brander met een zachte borstel schoonmaken.
- Waakvlambrander controleren en eventueel schoonmaken.
- Branderkamer, rookgaskanaal en de wervelstrip controleren en indien nodig reinigen.
- In omgekeerde volgorde weer monteren.
2.7.3 Ontkalking
Kalkvorming is afhankelijk van de watergesteldheid en behoefte. Daarnaast treedt bij hoge watertemperaturen meer kalkafzetting op in het toestel. Een temperatuurinstelling van 60 °C wordt aanbevolen, zodat de kalkafzetting gering blijft. Ontkalking moet met geschikte middelen uitgevoerd worden. Voor uitgebreide informatie is een ontkalkingsinstruktie beschikbaar.
| Omschrijving | eenheid | BTI 65 | |
| G25 | G31 | ||
| Voordruk | mbar | 25 | 30 |
| Branderdruk | mbar | 11.1 | 30 |
| Diameter hoofdinspuiter | mm | 3.90 | 2.00 |
| Diameter waakvlaminspuiter | mm | 0.56/0.41 | 0.23 |
2.7.4 Service onderdelen
Voor het bestellen van reserve-onderdelen is het van belang het toestelmodel en het volledige serienummer van het toestel te noteren. Aan de hand van het toestelmodel en het volledige serienummer kunnen gegevens van reserve-onderdelen vastgesteld worden.
2.8 Inlaatcombinatie
Door middel van ontlasten testen. Het water dient met een volle straal uit te stromen. Testen of de afvoerleiding open is en eventueel kalkresten verwijderen.
2.9 Gaslucht
WAARSCHUWING.
Direct de hoofdgaskraan sluiten. Geén vuur of licht ontsteken, géén elektrische schakelaars of bellen gebruiken. Ramen openen. Inspecteer grondig alle gasaansluitingen en schakel, indien de gaslucht zich handhaaft, het plaatselijk gasbedrijf of uw installateur in.
2.10 Condensatie
Als het toestel met koud water gevuld is of als het warm water verbruik zeer hoog is, zal normaal gesproken condensatie van de rookgassen optreden aan de koude vlakken van de verbrandingskamer en de rookgasafvoerpijp. De waterdruppels zullen op de brander vallen, wat sissende geluiden tot gevolg kan hebben. Dit is een normaal verschijnsel dat zal verdwijnen zodra het toestel zijn bedrijfstemperatuur weer heeft bereikt.
2.11 Belangrijke
waarschuwing
Het toestel mag nooit met een gesloten koudwater toevoer in bedrijf genomen worden.
3. VOOR DE GEBRUIKER
3.1 Gebruiksaanwijzing
Het installeren en voor de eerste maal in bedrijf stellen dient te geschieden door een erkend installateur.
Vullen van het toestel
- Monteer de aftapkraan en controleer of deze gesloten is.
- Koudwaterkraan naar de boiler openen en alle kranen op warm wateraftappunten ter ontluchting openen. Het toestel is gevuld zodra op alle aftappunten koud water stroomt.
- Alle kranen op warmwater aftappunten weer sluiten
In bedrijf stellen.
- Controleer of het toestel met water gevuld is en of de gasleiding naar de boiler open is.
- De AAN/UIT schakelaar moet in de UIT stand staan.
- Ontlucht de gasleiding door de drukmeetnippel aan de instroomzijde van het gasblok te openen. Sluit de drukmeetnippel zodra de gasleiding ontlucht is.
- Controleer of de spanning juist is aangesloten op het toestel, gebruik hiervoor een multimeter.
- Bij de eerste opstart van het toestel kan de branderautomaat in een rust positie staan, druk op de reset knop om de automaat te reseten. (Na handmatige reset zal een uitgebreide afloop/wacht periode zich voordoen)
-
Schakel de AAN/UIT schakelaar in de AAN stand. Zodra de waakvlam niet ontsteekt binnen 25 seconden zal de automaat de reset knop doen oplichten en moet deze worden gereset (wacht 15 seconden voor een nieuwe reset poging te onderne- men). Het kan mogelijk zijn dat u dit meerdere keren moet herhalen doordat er nog lucht in het gasleidingnet aanwezig is.
-
Controleer voordruk en branderdruk en indien noodzakelijk dient u deze bijstellen. Zie voor de juiste gegevens de tabel met technische gegevens.
- Zet de temperatuurregelknop in de gewenste stand, bij voorkeur 60 °C. (zie ontkalking).
Opmerking:
Zodra bij normaal gebruik de reset knop is ingedrukt zal het gasblok en de branderautomaat buiten werking treden, een nieuwe herstart zal plaatsvinden zodra de reset knop wordt geactiveerd.
3.2 Gebruik
Het toestel staat onder waterleidingdruk (maximaal 8 bar). Er wordt evenveel koud water toegevoerd, als er warm water verbruikt wordt. Het gasblok schakelt automatisch de gastoevoer. Dat betekent dat de gastoevoer naar de hoofdbrander geopend wordt, wanneer de temperatuur van het water te laag is en weer gesloten wordt, als de ingestelde temperatuur bereikt is.
Bij hoge watertemperaturen ontstaat er meer kalkafzetting in het toestel. Daarom wordt aanbevolen om de temperatuurregelknop in te stellen op 60 °C omdat er dan minder kalkafzetting
3.3 Maatregelen bij storing
| Storing Oorzaak | Maatregel | |
| Gaslucht. Ruikt u gas, | direct de hoofdgaskraan sluiten, geen | vuur of licht ontsteken, geen elektrische schakelaars of bellen gebruiken. Ramen openen. Neem direct contact op met uw installateur of het plaatselijk gasbedrijf. |
| Toestel is uit of ontsteekt niet | Branderautomaat in vergrendeling Branderautomaat resetten met behulp van de RESET toets op bovenzijde van de kolom. | |
| Rookgasafvoerbeveiliging heeft het toestel buiten bedrijf gesteld. | Het toestel in bedrijf stellen. Wanneer dit vaker voor komt, uw installateur waarschuwen. | |
| Veiligheidsthermostaat is aangesproken | Water in het toestel af laten koelen en de watertemperatuur lager instellen (60 °C). Veiligheidsthermostaat resetten met behulp van RESET knop. | |
| Gastoevoer gesloten. Gaskraan openen. | ||
| Onvoldoende of helemaal geen warm water. | Temperatuur te laag ingesteld. Temperatuur te laag ingesteld. | |
| Rookgasafvoerbeveiliging, TTB, heeft het toestel buiten bedrijf gesteld. | De TTB resetten en toestel in bedrijf stellen. Wanneer dit vaker voorkomt, uw installateur waarschuwen. | |
| Veiligheidsthermostaat is aangesproken. | Water in het toestel af laten koelen en de watertemperatuur lager instellen (60 °C). Veiligheidsthermostaat resetten met behulp van RESET knop. | |
| Warmwatervoorraad is op. Reduceer uw warmwater gebruik. Geef het toestel de tijd om water op te warmen. | ||
| Oorzaak niet vast te stellen. Toestel spaningsloos maken. Gaskraan sluiten en uw installateur waarschuwen. | ||
| Explosieve ontsteking. | Verkeerde voordruk en/of branderdruk. Juiste voordruk en/of branderdruk instellen. | |
| Vervuilde inspuiters. Inspuiters schoonmaken. | ||
| Vlambeeld slecht. Verkeerde voordruk en/of branderdruk. Juiste voordruk en/of branderdruk instellen. | ||
| Waterlekkage. Condensatie van (rook)gassen. Zie “condensatie”. | ||
| Lekkage uit andere water toestellen of leidingen in de buurt. | Spoor de oorzaak op. | |
In het algemeen geldt dat indien de storing niet verholpen kan worden of bij terugkerende storingen U contact op dient te nemen met Uw installateur.
optreedt.
4. GARANTIE
Indien correct en tijdig ingevuld, geeft dit certificaat de eigenaar van een door A.O.SMITH Water Products Company B.V. te Veldhoven, Nederland (hierna "A.O.SMITH") geleverde boiler, recht op de hierna omschreven garantie waartoe A.O.SMITH zich jegens de eigenaar verbindt.
4.1 Garantie algemeen
Indien binnen één jaar na de oorspronkelijke installatiedatum van een door A.O.SMITH geleverde boiler, na onderzoek en ter uitsluitende beoordeling van A.O.SMITH, blijkt dat een deel of onderdeel, met uitzondering van de tank, niet of niet juist functioneert ten gevolge van fabricage- en/of materiaalfouten, zal A.O.SMITH dit deel of onderdeel vervangen of repareren.
4.2 Garantie tank
Indien binnen 3 jaar na de oorspronkelijke installatiedatum van een door A.O.SMITH geleverde boiler, na onderzoek en ter uitsluitende beoordeling van A.O.SMITH, blijkt dat de stalen glasslined tank lekt ten gevolgen van roest of corrosie vanuit de waterzijdige kant, zal A.O.SMITH een volledig nieuwe boiler van gelijkwaardige grootte en kwaliteit ter beschikking stellen. Op de ter vervanging beschikbaar gestelde boiler zal een garantie worden gegeven voor de duur van de resterende garantieperiode van de oorspronkelijk geleverde boiler. In afwijking van het in artikel 2 bepaalde geldt, dat de garantieduur van 3 jaar op de stalen glasslined tank wordt teruggebracht naar één jaar na de oorspronkelijke installatiedatum indien gefilterd, onthard water door de boiler stroomt of daarin achter blijft.
4.3 Installatie- en gebruiksvoorwaarden
De in artikel 1 en 2 bedoelde garantie geldt uitsluitend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de boiler is geïnstalleerd met inachtneming van zowel de installatie- voorschriften van A.O.SMITH geldend voor het specifieke model als de plaatselijk geldende installatie- en bouwverordeningen, voorschriften en regelingen van overheidswege;
b) de boiler blijft geïnstalleerd op de oorspronkelijke installatieplaats;
c) er wordt uitsluitend drinkwater gebruikt, dat te allen tijde vrij kan circuleren, terwijl de tank vrij is van schadelijke ketelsteen- en kalkaanslag (gebruik van een afzonderlijk geïnstalleerde warmtewisselaar voor indirecte verwarming van zout of corrosief water verplicht);
d) de tank wordt door middel van preventief onderhoud gevrijwaard van kalkafzetting;
e) de boilerwatertemperaturen zijn niet hoger dan de maxima aangegeven in het instructiemateriaal;
f) de waterdruk en/of warmtebelasting is niet groter dan de maxima aangegeven op de typeplaat van de boiler;
g) de boiler is geplaatst in een niet corrosieve atmosfeer of omgeving;
h) de boiler is voorzien van een door de daartoe bevoegde instantie goedgekeurde drukontlastklep van voldoende capaciteit, niet groter dan de werkdruk als aangegeven op de boiler en eventueel ook van een door de daartoe bevoegde instantie goedgekeurde temperatuur- en drukontlastklep, die gemonteerd is overeenkomstig de installatie- voorschriften van A.O.SMITH die van toepassing zijn op het specifieke model en voorts met inachtneming van de plaatselijke voorschriften en regelingen van overheidswege;
i) de anodes worden vervangen en vernieuwd indien en zodra deze voor 60% of meer zijn opgelost.
4.4 Uitsluitingen
De in artikel 1 en 2 bedoelde garantie geldt niet:
a) indien de boiler door een van buiten komende oorzaak beschadigd is;
b) in het geval van misbruik, verwaarlozing (met inbegrip van bevriezing), verandering, onjuist en/of afwijkend gebruik van de boiler en wanneer gepoogd is lekken te repareren;
c) indien verontreinigingen of andere deeltjes in de tank hebben kunnen stromen;
d) het watergeleidingsvermogen minder is dan 150 micro Siemens/cm en/of de hardheid van het water minder is dan 6°DH;
e) indien ongefilterd, gerecirculeerd water door de boiler stroomt of in de boiler opgeslagen wordt;
f) indien gepoogd is zelf een defecte boiler te repareren.
4.5 Omvang garantie
De verplichting van A.O.SMITH krachtens de gegeven garantie gaat niet verder dan kosteloze levering af magazijn Veldhoven van de te vervangen delen of onderdelen respectievelijk boiler. Vervoers-, arbeids-, installatie- en andere met de vervanging verband houdende kosten komen niet voor rekening van A.O.SMITH.
4.6 Claims
Een claim gebaseerd op de gegeven garantie moet worden gedeponeerd bij de handelaar bij wie de boiler is gekocht of bij een andere handelaar die de produkten van A.O.SMITH verkoopt. Het onderzoek van de boiler bedoeld in de artikelen 1 en 2 zal plaatsvinden in een laboratorium van A.O.SMITH.
4.7 Geen andere verplichtingen voor A.O.SMITH dan in dit certificaat bepaald
Met betrekking tot haar boilers respectievelijk de ter vervanging geleverde
(delen of onderdelen van de) boilers, wordt door A.O.SMITH geen andere garantie of waarborg gegeven dan de garantie zoals uitdrukkelijk in dit certificaat verwoord. A.O.SMITH is krachtens de gegeven garantie of anderszins niet aansprakelijk voor schade aan personen of zaken, veroorzaakt door (delen of onderdelen respectievelijk de stalen glasslined tank van) een door haar (tervervanging) geleverde boiler. Deze garantie geldt voor de volgende modellen:
BTI 65 N
5. Bijlage 1
① bruin
②= blauw
③ geel/groen
④ zwart
⑤ wit
rood
A = Ontstekingscontroller
B = AAN/UIT schakelaar
C = Waakvlambrander
D = Ontstekingselectrode
E = Ionisatie-electrode
F = Transformer vlamdetection*
G = T.T.B.
H = Control thermostaat
K = Veiligheidsthermostaat
L = Tijdschakelaar *
M = Ontstekingsreset
N = Kroonsteenstrip
P = Kroonsteenstrip
R = Aardingsstrip
S = Connector
T = Gasblok
U = Kroonsteenstrip
V = Tank
W = Mantel
X = Basisplaat zuil
* = In optie leverbaar

Aansluitschema BTI modellen