Santo K 78843-5I - Koelkast AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Santo K 78843-5I AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
| Merk | AEG-Electrolux |
| Model | Santo K 78843-5I |
| Producttype | Inbouwkoelkast met vriesvak |
| Energieverbruik | Niet gespecificeerd in de handleiding |
| Klimaatklasse | SN (+10 tot +32°C), N (+16 tot +32°C), ST (+18 tot +38°C), T (+18 tot +43°C) |
| Netspanning | 220-240 V, 50 Hz |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a) |
| Vriescapaciteit | Maximaal 2 kg per 24 uur (aanbevolen) |
| Temperatuurregeling | Draaiknop, stand 0 (uit) tot 6 (koudst) |
| Ontdooien koelruimte | Automatisch |
| Ontdooien vriesvak | Handmatig, wanneer ijslaag ca. 4 mm dik is |
| Binnenverlichting | E14-fitting, max. 15 W, 220-240 V |
| Accessoires | Variabele box, flessenhouder, vochtigheidsregeling, legvlakken van glas of rooster |
| Reiniging | Lauwwarm water met afwasmiddel, dooiwaterafvoer reinigen met groene reinigingsstift |
| Veiligheid | Kinderslot (grendelslot verwijderen bij oude apparaten), brandbaar koelmiddel |
| Onderdelen | Online bestelbaar via www.aeg.nl of www.aeg.be |
| Inbouwmaten | Niet gespecificeerd in de handleiding |
Veelgestelde vragen - Santo K 78843-5I AEG-ELECTROLUX
Gebruikersvragen over Santo K 78843-5I AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Santo K 78843-5I - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Santo K 78843-5I van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING Santo K 78843-5I AEG-ELECTROLUX
Koelkasten Gebruiksaanwijzing
Geachte mevrouw, heer
Hartelijk dank voor het kiezen van een van onze kwaliteitsproducten. U heeft een goede keuze gemaakt. Zo kunt u dankzij de combinatie van functioneel design en hoogwaardige technologie rekenen op optimale prestaties en bedieningsgemak. En onze zorg voor het milieu, komt o.a. tot uitdrukking in het energiebesparend functioneren van dit apparaat. Om er zeker van te zijn dat uw apparaat optimaal en onberispelijk presteert, dient u deze gebruik-saanwijzing aandachtig door te lezen. Dan zult u alle processen perfect en zeer efficiënt kunnen besturen.
Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing goed te bewaren, zodat u nog eens iets kunt nalezen. En wilt u dit boekje doorgeven aan een eventuele volgen-de eigenaar van het apparaat.
Wij wensen u veel succes met uw nieuwe apparaat.
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt

Belangrijke informatie over uw persoonlijke veiligheid en informatie over hoe u schade aan het apparaat kunt voorkomen

Algemene informatie en tips

Milieu-informatie
Inhoud
Veiligheid ....4
Weggooien 6
Informatie over de verpakking van het apparaat 6
Weggooien van oude apparaten 6
Transportbescherming verwijderen 7
Opstellen 7
Opstelplaats 7
Het apparaat heeft lucht nodig 8
Inbouw 9
Elektrische aansluiting 9
Beschrijving van het apparaat 10
Vooraanzicht 10
Voor ingebruikname 11
In gebruik nemen en temperatuurregeling ....11
Apparaat uitschakelen....13
Interieur 13
Legvlakken 13
Variabele binnendeur 14
Flessenhouder 14
Vochtigheidsregeling 14
Variabele box 15
Juist bewaren 15
Invriezen en diepvriesproducten bewaren 16
IJsblokjes maken 17
Ontdooien 17
De koelruimte wordt automatisch ontdooid .....17
Vriesvak ontdooien 17
Reiniging en onderhoud ....19
Tips om energie te besparen ....20
Wat te doen als ....20
Hulp bij storingen ....20
Lamp vervangen 21
Geluiden tijdens de werking 22
Bepalingen, normen, richtlijnen 22
Vaktermen 23

Veiligheid
De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Toepassing volgens de voorschriften
- Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doel-einden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schade.
- Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
- Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt
- Controleer het apparaat op transportschade. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.
- Overtuig u er van dat het apparaat na de installatie niet op het aansluitsnoer staat. Belangrijk: Het aansluitsnoer mag alleen door vak-mensen vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij onze service-afdeling.
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobutaan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.
- Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
- Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
- open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
- het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
- Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!
- Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit
het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventueel aanwezige snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.
- Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen.
In het dagelijks gebruik
- Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen bussen of flessen met brandbare stoffen zoals spuitbussen, aanstekers, navullingen voor aanstekers etc. in het koelapparaat.
- Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vriesvak. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol-percentage kan in het vriesvak gelegd worden.
- Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.
- Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.
- Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.) in het koelapparaat gebruiken.
- Waarschuwing - Om het functioneren van het apparaat niet nadelig te beïnvloeden, mogen de ventilatie-openingen van het apparaat of het inbouwmeubel niet worden afgedekt of versperd.
- Waarschuwing - Gebruik m.u.v. de in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen hulpmiddelen geen mechanische of kunstmatige hulpmidelen om het ontdooiproces te bespoedigen.
- Waarschuwing - Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer.
Bij storing
- Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder "Wat te doen als ...". Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
- Koelapparaten mogen alleen door vakmensen gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wend u bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.
Weggooien
Informatie over de verpakking van het apparaat
Gooi het verpakkingsmateriaal van uw apparaat op de juiste wijze weg. Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden!
De materialen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en hebben de volgende aanduidingen:
PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnenin.
PS< voor schuimpolystyreen, bijv. bij de bekledingsdelen, volkomen CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en moeten ook weer in een container voor oud papier gedeponeerd worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.

Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker uit het stopcontact trekken, aansluitsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
- Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
- Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.
- Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk
voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat en de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.
- Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.
- Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.
Opstellen
Opstelplaats
Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten. De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.
Het apparaat daarom
- niet aan directe straling van de zon blootstellen;
- niet bij radiatoren, naast een fornuis of andere warmtebronnen plaatsen;
- alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatklasse behoort:
| Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur van | |
| SN +10 tot +32 °C | |
| N +16 tot +32 °C | |
| ST +18 tot +38 °C | |
| T +18 tot +43 °C | |
Montage direct onder een kookplaat is niet toegestaan. De temperatu- ren van de kookplaat, die op sommige plaatsen hoog zijn, kunnen het apparaat beschadigen.
Indien een kookplaat in de buurt van het apparaat geïnstalleerd wordt, dienen de betreffende montage- en veiligheidsvoorschriften in acht genomen te worden. Gezien de veelzijdigheid van de mogelijke inbouwsituaties is het onmogelijk hier gedetailleerde informatie te verschaffen.
Men dient te voorkomen dat de koelkast warm wordt, door voldoende afstand van de warmtebron aan te houden en door middel van het gebruik van een geschikte isolatieplaat. Een correcte ventilatie van het apparaat dient gegarandeerd te worden.
Het apparaat heeft lucht nodig
Integreerbare modellen (i-apparaten)
De geïntegreerde deur van de meubelkast sluit de inbouwnis bijna geheel af. Daarom moet bij i-apparaten de ventilatie volgens afb. door een opening in de meubelsokkel plaatsvinden. De verwarmde lucht moet door de luchtschacht aan de achterzijde van het meubel naar boven weg kunnen. De ventilatie-openingen moeten minimaal 200 cm² bedragen.
Attentie! Om het functioneren van het apparaat niet nadelig te beïnvloeden, venti- latie-openingen niet afdekken of blokkeren.

Modellen met decorlijsten (E-apparaten)
Inbouwmogelijkheid 1 (optimaal):
Optimale ventilatie voor E-apparaten bestaat, als frisse lucht zowel onder het apparaat als door een opening in de meubelsokkel kan binnenkomen. De verwarmde lucht moet door de lucht-schacht (min. 200 cm²) aan de achterzij-de van het meubel naar boven weg kunnen.

Inbouwmogelijkheid 2:
Ook zonder ventilatie-opening in de meubelsokkel is het gebruik van E-apparaten mogelijk. De frisse lucht die onder het apparaat kan binnenkomen, is voldoende voor de ventilatie. Functie en levensduur van het apparaat worden niet nadelig beïnvloed. De verwarmde lucht moet door de luchtschacht (min. 200 cm²) aan de achterzijde van het meubel naar boven weg kunnen. Bij ventilatie zonder sokkelopening kunnen echter afwijkingen in het energieverbruik t.o.v. de opgaven in de folder voork

Attentie! Om het functioneren van het apparaat niet nadelig te beïnvloeden, ventilatie-openingen niet afdekken of blokkeren.
Inbouw
Zie meegeleverde montage-aanwijzing.
Controleer na het inbouwen van het apparaat, vooral na overzetten van het deurscharnier, of de deurafdichting rondom goed afdicht. Een ondichte deurafdichting kan tot versterkte rijpvorming en daardoor tot hoger energieverbruik leiden (zie ook hoofdstuk „Wat te doen als ...“).
Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde vereist. Het stopcontact moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit het stopcontact kan worden getrokken.
Het voor de aansluiting van het apparaat benodigde stopcontact moet zich links of rechts naast de inbouwnis bevinden.
De elektrische zekering dient minstens 10/16 ampère te zijn. Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).

Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.
Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of
220 ... 240 V \~50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
Beschrijving van het apparaat
Vooranzicht (diverse modellen)

1 = Temperatuurregelaar en binnenverlichting
2 = Boter-/kaasvak met klep
3 = Variabele box (uitvoering afhankelijk van model, niet bij alle modellen)
4 = Deurvak
5 = Flessenvak Flessenhouder (niet bij alle modellen)
6 = Fruit-/groenteladen

8 = Vriesvak (voor bewaren en invriezen)
9 = Universeelbox (niet bij alle modellen)
10 = Vochtigheidsregeling (niet bij alle modellen)
11 = Flessen-/blikkenhouder (niet bij alle modellen)
12 = Typeplaatje
Voor ingebruikname

Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
In gebruik nemen en temperatuurregeling
Attentie! Het apparaat alleen gebruiken als het ingebouwd is!
De temperatuurregelaar bevindt zich in de koelruimte rechts boven. Hij dient tegelijkertijd als AAN/UIT-schakelaar.
Stand "0" = koeling uit
Stand "1" = warmste binnentemperatuur

Stand "6" = koudste binnentemperatuur

-
Stekker in het stopcontact steken.
-
Gewenste temperatuur instellen door de temperatuurregelaar te draai- en. De binnenverlichting gaat aan. De compressor start en werkt dan automatisch.
Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor niet direct als op dat ogenblik automatisch ontdooid wordt.

Aangezien de bewaartemperatuur in de koelruimte snel bereikt wordt, kunnen direct na inschakeling producten opgeborgen worden.
Belangrijk! Wacht met het opbergen van diepvriesartikelen tot de temperatuur in het vriesvak -18°C bereikt heeft.

Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is een bewaartemperatuur van ca. +5°C in de koelruimte en -18°C in het diepvriesvak in de regel koud genoeg.
De temperaturen in koelruimte en vriesvak kunnen niet gescheiden geregeld worden.
De volgende zaken zijn van invloed op de binnentemperatuur:
- omgevingstemperatuur;
- hoeveelheid en temperatuur van de opgeslagen levensmiddelen;
- vaak of lang openen van de deur;
- een storing in aan apparaat.
Daarom moet de instelling van de temperatuurregelaar eventueel aan de omstandigheden van dat moment aangepast worden.
Tips m.b.t. de instelling:
Voorbeelden:
| omgevingstemperatuur stand van de temperatuurregelaar | |
| ca. 10°C tot 1 | |
| ca. 16°C rond 2 | |
| ca. 25°C rond 2 | |
| ca. 32°C 2 tot 3 | |
| ca. 38°C 1 tot 2 | |
Aanwijzing: Bij instelling volgens de tabel heerst een gemiddelde koel- ruimtetemperatuur van ca. +5°C. De gemiddelde temperatuur in het vriesvak bedraagt dan -18°C of kouder. Dit geldt voor omgevingstem- peraturen van +10°C tot +38°C. Bij hoge omgevingstemperatuur wor- den bij een stand van de temperatuurregelaar rond "2" verse levens- middelen op betrouwbare wijze ingevroren, zonder dat het in de koel- ruimte te koud wordt.
- Als u een hogere of lagere temperatuur wenst, draait u de temperatuurregelaar op een warmere resp. koudere stand.
Belangrijk! Hoge omgevingstemperatuur (bijv. op hete zomerdagen) en koude instelling van de temperatuurregelaar (stand "5" tot "6") kunnen er voor zorgen dat de compressor continu werkt.
Reden: De compressor moet ononderbroken lopen om bij een hogere omgevingstemperatuur de lage temperatuur van het apparaat te kunnen handhaven. De koelruimte ontdooit dan niet meer – automatisch ontdooien van de koelruimte is alleen bij stilstaande compressor mogelijk (zie hoofdstuk "Ontdooien"). Sterke rijpvorming aan de achterwand van de koelruimte is dan het gevolg.
Zet in dat geval de temperatuurregelaar op een warmere stand (stand "4" tot "5"). Bij deze instelling wordt de compressor geregeld en begint het ontdooien weer automatisch.
Apparaat uitschakelen
- Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand "0" draaien.
Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:
-
Levensmiddelen uit koelruimte en vriesvak nemen.
-
Apparaat uitschakelen, daartoe de temperatuurregelaar op stand "0" draaien. De binnenverlichting gaat uit.
- Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Vriesvak ontdooien en grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
- Deuren daarna open laten om geurvorming te voorkomen.
Interieur
Legvlakken
Afhankelijk van model en uitrusting zijn legvlakken van glas of roosters meegeleverd.
Het glazen legvlak boven de groente- en fruitbakken moet altijd blijven liggen, opdat fruit en groente langer vers blijven.
De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:
-
Daartoe het legvlak zover naar voren trekken tot het naar boven of onderen bewogen kan worden en eruit gehaald kan worden.
-
Om de legvlakken op een andere hoogte te zetten in omgekeerde volgorde te werk gaan.
Plaatsen van grote verpakkingen (niet bij alle modellen):
De voorste helft van het tweedelige glazen legvlak eruit halen en op een andere hoogte erin schuiven.
Hierdoor wordt ruimte gewonnen om op het daaronder gelegen legvlak grote verpakkingen te plaatsen.

Naargelang de behoefte kunnen de deurvakken er naar boven uitgenomen worden en op andere plaatsen gezet worden.
Flessenhouder (niet bij alle modellen)
Sommige modellen hebben een flessen- houder in het flessenvak. Hij dient als bescherming tegen het omvallen van losse flessen en kan aan de zijkant verschoven worden worden.

Vochtigheidsregeling (niet bij alle modellen)
Voor het legvlak boven de groente- en fruitbakken bevindt zich bij enkele modellen een verstelbaar ventilatierooster.
De opening van de ventilatiesleuven kan m.b.v. een schuifje traploos geregeld worden.
Schuifje rechts: ventilatiesleuven geopend.
Schuifje links: ventilatiesleuven gesloten.

Als de ventilatiesleuven open zijn, heerst t.g.v. sterkere luchtcirculatie een laag luchtvochtigheidsgehalte in de groente- en fruitbakken. Als de ventilatiesleuven dicht zijn, blijft het natuurlijke vochtigheidsgehalte van de levensmiddelen in de groente- en fruitbakken langer behouden.
Variabele box (niet bij alle modellen, uitvoering afhankelijk van model)
Sommige modellen hebben een variabele box die naar de zijkant verschoven kan worden en onder een deurvak is aangebracht.
De box kan onder ieder deurvak worden aangebracht.

-
Voor het omzetten het deurvak met de variabele box naar boven uit de houders in de deur tillen en de beugel uit de geleider onder het deurvak nemen.
-
Inzetten op een andere hoogte geschiedt in omgekeerde volgorde.

De variabele box kan ook in de koel- ruimte aan de zijkant van een legvlak gehangen worden:

-
Trek daartoe het legvlak zo ver naar voren tot het naar boven of naar beneden weggedraaid en er uit gehaald kan worden.
-
De beugel aan de zijkant aan het legvlak hangen en het legvlak weer in de geleiders schuiven.

In de koelruimte heersen, fysisch bepaald, diverse temperaturen. De laagste temperatuur heerst op de onderste legvlakken. Warmer is het op de bovenste legvlakken en in de vakken in de deur. Waar in de koelruimte de juiste temperatuur heerst voor de diverse soorten levensmiddelen laat het voorbeeld hiernaast zien.
Tip: Levensmiddelen dienen altijd afge- dekt of verpakt in de koelruimte gezet te worden om uitdrogen en geur- of smaak- overdracht op andere artikelen te voorko- men.

Voor het verpakken zijn geschikt:
- verschoudzakken en -folies van polyethyleen;
- kunststof dozen met deksel;
- speciale kappen van kunststof met rubber band;
- aluminiumfolie.
Invriezen en diepvriesproducten bewaren
Het vriesvak dient voor het invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen.
Attentie!
- Voor het invriezen van levensmiddelen alsmede voor het bewaren van reeds bevoren diepvriesartikelen dient de temperatuur in het vriesvak -18^ of lager te zijn (zie de tabel in hoofdstuk "In gebruik nemen en temperatuurregeling").
- Let op het op het typeplaatje aangegeven invriesvermogen. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen 24 uur ingevroren kan worden. Als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid aangegeven op het typeplaatje.
- Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.
- Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten.
- Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.
-
Niet te grote hoeveelheden, maximaal 2 kg per 24 uur, invriezen. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.
-
Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen kunnen daaraan vast vriezen.
-
De verpakte levensmiddelen op de bodem van het vriesvak leggen. Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.
-
Deur van het vriesvak goed sluiten.
Tips:
- Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:
- diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;
- speciale diepvriesdozen;
- aluminiumfolie, extra sterk.
- Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjes of plakband.
- Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat lucht het uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.
- Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.
- Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.
IJsblokjes maken
-
Ijsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in het vriesvak plaatsen en laten bevriezen.
-
Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje verdraaien of kort onder stromend water houden.
Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje nooit met spitse of scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik daarvoor een lepelsteel of iets dergelijks.
Ontdooien
De koelruimte wordt automatisch ontdooid
Het ontdooien van de verdamper in de achterwand van de koelruimte geschiedt automatisch.
Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van de koelruimte opgevangen, door het afvoergat naar een bakje aan de compressor gevoerd en verdampt daar.
Het dooiwaterafvoergat moet regelmatig worden gereinigd (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
Vriesvak ontdooien
Tijdens het gebruik en bij het openen van de deur slaat vocht als rijp neer in het vriesvak. Verwijder deze rijp van tijd tot tijd met een zachte
kunststof schraper. Gebruik in geen geval harde of spitse voorwerpen. Het vriesvak dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca. 4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt moment voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar weinig artikelen in liggen.

Waarschuwing!
- Geen elektrische verwarmingsapparaten en geen andere mechanische of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen, met uitzondering van de hulpmiddelen die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden.
- Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor de gezondheid zijn en/of stoffen bevatten die kunststof aantasten.
Voorzichtig! Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.

- Enkele uren vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op stand 6 draaien, om te zorgen voor een koudereserve in de diepvriesproducten.
- Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wik-kelen en op een koele plaats leggen, bijv. in de koelkast.
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Afsluitstopje uit de dooiwateruitloop verwijderen. Bakje eronder zetten om het dooiwater op te vangen.
Tip: Het ontdooien kan versneld worden door een pan met heet water in het vriesvak te zetten en de deur te sluiten. Verwijder stukken ijs die er afvallen voor ze geheel ontdooid zijn.
-
Na het ontdooien apparaat incl. accessoires grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
-
Levensmiddelen terugplaatsen en apparaat weer in gebruik nemen.

Reiniging en onderhoud
Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant incl. toebehoren geregeld gereinigd te worden.

Waarschuwing!
- Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteits-net aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Schakel voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.
- Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken! Hete damp kan kunststof onderdelen beschadigen.
- Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
Let op!
- Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.
- sap van citroen- of sinaasappelschillen;
- boterzuur;
- schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.
Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder- delen. - Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

-
Koel- en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerdere lagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.
-
Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk "Ontdooien")
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.
-
Daarna met schoon water afnemen en droogwrijven.
-
Het dooiwaterafvoergat aan de achterzijde van de koelruimte schoonma- ken m.b.v. de in het afvoergat geplaatste groene reinigingsstift.
-
Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaat weer in bedrijf nemen.

- Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.
- Zorgen voor voldoende ventilatie van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
- Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
- Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
- De temperatuur niet lager dan nodig instellen.
- Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. De koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelruimte gebruikt.
Wat te doen als ...
Hulp bij storingen
Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.

Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door vakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie altijd tot onze service-afdeling.
| Storing Mogelijke oorzaken Oplossing | ||
| Apparaat werkt niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | Het apparaat inschakelen. |
| De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact. | De stekker in het stopcontact steken. | |
| De zekering is doorgeslagen of defect. | De zekering controlleren en eventueel vervangen. | |
| Het stopcontact is defect. | Een elektricien het defect aan het stroomnet laten verhelpen. | |
| Storing Mogelijke | oorzaken Oplossing | |
| Het apparaat koelt te sterk. | Temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuurregelaar tijde- lijk op warmere instelling draaien. |
| De levensmiddelen zijn te warm. | Temperatuur is niet juist ingesteld. | Zie hoofdstuk "In gebruik nemen en temperatuurre- geling". |
| Deur heeft te lang openge- staan. | Deur slechts zo lang open laten als nodig is. | |
| In de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen. | Temperatuurregelaar tijde- lijk op een koudere stand zetten. | |
| Het apparaat staat naast een warmtebron. | Zie hoofdstuk "Opstel- plaats". | |
| Binnenverlichting werkt niet. | Lamp is defect. | Zie hoofdstuk "Lamp ver- vangen". |
| Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting. | Deurafdichting is ondicht (eventueel na het overzet- ten van het deurscharnier). | Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voor- zichtig met een haardroger verwarmen (niet heter dan ca. 50 °C). Tegelijkertijd de verwarm- de deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer helemaal sluit. |
| Na het wijzigen van de temperatuurinstelling start de compressor niet direct. | Dit is normaal, het betreft geen storing. | De compressor start na enige tijd automatisch. |
| Water op de bodem van de koelruimte of op de legvlakken. | Dooiwaterafvoer is ver- stopt. | Zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud". |
Lamp vervangen

Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangen van de lamp het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E 14
-
Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand "O" draaien.
-
Stekker uit het stopcontact trekken.
-
Voor het vervangen van de lamp de bevestigingsschroef eruit draaien.
-
Volgens de afbeelding op de lampafdekking drukken en deze naar achteren wegschuiven.
-
Defecte lamp vervangen.
-
Lampafdekking weer monteren en de bevestigingsschroef aandraaien.
-
Apparaat weer in gebruik nemen.

Geluiden tijdens de werking
De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:
- Klikken Elke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.
- Zoemen Zodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.
- Borrelen/klotsen Wanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u een borrelend of klotsend geluid horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen.
Bepalingen, normen, richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt. Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechnici (VDE). De koudecirculatie is op dichtheid getest.
CE Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen: - 73/23/EG van 19.2.1973 - laagspanningsrichtlijn - 89/336/EG van 3.5.1989 (met inbegrip van wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn.
- 94/2/EG van 21.01. 1994 - richtlijn voor energie-etikettering
- 96/57 EG van 3. 9. 1996 - vereiste met betrekking tot de energie-efficiëntie van elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten en de betreffende combinaties.
Vaktermen
- Koelmiddel
Vloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, worden koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijs een laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levensmiddelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel tot verdampen kan brengen.
• Koelmiddelkringloop
Gesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. De koelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor, condensor en leidingen.
- Verdamper
In de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof, heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Deze warmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelapparaat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de binnenruimte geplaatst of gelijk direct de binnenwand ingeschuimd en daardoor niet zichtbaar.
- Compressor
De compressor ziet eruit als een tonnetje. Hij wordt aangedreven door een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkant van het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat het dampvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt en vervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.
- Condensor
De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecondenseerd. Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van de condensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor is daarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het apparaat, aangebracht.
Voor België: U kan onderdelen, toebehoren en verbruiksprodukten online bestellen op adres http://www.aeg.be
Voor het online bestellen van onderdelen en accessoires, kijk op http://www.aeg.nl
2222 755-45-00-17072007 Wijzigingen voorbehouden
www.aseg-electrolux.ni
www.electrolux.com