MIELE KF 8852 S - Koelkast

KF 8852 S - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KF 8852 S MIELE in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE KF 8852 S - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Koel-vriescombinatie
Merk Miele
Model KF 8852 S
Klimaatklasse SN (10°C tot 32°C), N (16°C tot 32°C), ST (18°C tot 38°C), T (18°C tot 43°C)
Koelmiddel Isobutaan (R600a)
Elektrische aansluiting 220-240 V, 50 Hz, 10 A zekering
Bediening Aparte temperatuurregelaars voor koelzone en diepvrieszone
Temperatuurbereik koelzone Instelbaar via regelaar, aanbevolen 5°C
Temperatuurbereik diepvrieszone Instelbaar via regelaar, aanbevolen -18°C
Superfrost functie Voor snel invriezen, schakelt automatisch uit na ca. 65 uur
Waarschuwingssysteem Akoestisch en optisch signaal bij temperatuurstijging in diepvrieszone
Ontdooien koelzone Automatisch, dooiwater stroomt via gootje naar verdampingssysteem
Ontdooien diepvrieszone Handmatig, bij ijslaag van ca. 5 mm
Binnenverlichting In koelzone, gaat uit na ca. 15 minuten deur open
Deurgrepen Aluminium, reinigen met zachte doek
Toebehoren IJsblokjesbak, koude-accu, diepvriesplateau, fleshouder
Plaatsing Inbouw of vrijstaand, ventilatieroosters niet afdekken
Draairichting deuren Omkeerbaar (rechts- naar linksscharnierend)
Geluiden tijdens gebruik Normale bedrijfsgeluiden: brommen, klotsen, klikken, ruisen
Onderhoud Maandelijks reinigen koelzone, jaarlijks metalen rooster achterkant stofvrij maken

Veelgestelde vragen - KF 8852 S MIELE

Hoe schakel ik de koel-vriescombinatie in?
Draai de temperatuurregelaar van de koelzone en/of diepvrieszone met een muntje vanuit stand '0' naar rechts. De temperatuuraanduiding licht op. Laat het apparaat na plaatsing eerst 12 tot 24 uur staan voordat u het aansluit.
Hoe stel ik de juiste temperatuur in?
Draai de temperatuurregelaar met een muntje naar rechts tot de gewenste temperatuur op de aanduiding verschijnt. Voor de koelzone wordt 5°C aanbevolen, voor de diepvrieszone -18°C. Draai niet verder dan het punt waar u weerstand voelt.
Wat is de Superfrost-functie en wanneer gebruik ik deze?
Superfrost versnelt het invriezen van verse levensmiddelen. Schakel het 6 uur (of 24 uur voor maximale capaciteit) voordat u grote hoeveelheden invriest in. Druk op de Superfrost-toets; het lampje brandt. Het schakelt automatisch uit na ca. 65 uur.
Wat betekent het akoestische alarm?
Een zoemtoon en knipperend lampje geven aan dat de temperatuur in de diepvrieszone ongemerkt is gestegen, bijvoorbeeld door het invriezen van grote hoeveelheden zonder Superfrost. Controleer of levensmiddelen ontdooid zijn. Druk op de toets om de zoemer uit te schakelen.
Hoe ontdooi ik de diepvrieszone?
Schakel een dag van tevoren Superfrost in. Haal de producten eruit, wikkel ze in krantenpapier en bewaar ze koel. Schakel de diepvrieszone uit, laat de deur open en vang het dooiwater op. Gebruik geen scherpe voorwerpen of elektrische apparaten. Reinig en droog daarna de zone.
Hoe reinig ik de koel-vriescombinatie?
Schakel het apparaat uit en trek de stekker eruit. Gebruik lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel. Reinig de buitenkant, binnenruimte en toebehoren minstens eenmaal per maand. Maak het gootje en de afvoeropening in de koelzone regelmatig schoon.
Kan ik de draairichting van de deuren wijzigen?
Ja, de deuren zijn omkeerbaar van rechts- naar linksscharnierend. Volg de instructies in de handleiding: verwijder de deurgrepen, verplaats de scharnieren en monteer de grepen aan de andere kant. Let erop dat de deurdichting niet beschadigd raakt.
Wat moet ik doen bij een storing?
Controleer of de stekker in het stopcontact zit en de temperatuurregelaars niet op '0' staan. Bij een dikke ijslaag in de vriezer: ontdooien. Bij knipperende lampjes van Superfrost en temperatuuraanduiding: technische storing, neem contact op met de Technische Dienst van Miele.
Waarom maakt mijn koelkast geluiden?
Normale geluiden zijn: brommen van de compressor, klotsen van koelvloeistof, klikken van de thermostaat en ruisen van luchtcirculatie. Rammelende geluiden kunnen komen doordat het apparaat niet waterpas staat of onderdelen loszitten. Controleer de waterpas en zet alles goed vast.
Hoe kan ik energie besparen?
Plaats het apparaat op een koele, geventileerde plek uit de zon. Stel de temperatuur niet te laag in: 5°C in de koelzone en -18°C in de vriezer. Open de deur zo kort mogelijk. Ontdooi de vriezer bij een ijslaag van 5 mm. Laat warme gerechten eerst afkoelen.

Gebruikersvragen over KF 8852 S MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KF 8852 S - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KF 8852 S van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING KF 8852 S MIELE

Gebruiks- en montage-aanwijzing

MIELE KF 8852 S - Gebruiks- en montage-aanwijzing - 1

voor de koel-vriescombinaties

KF 8452 S

KF 8852 S

Lees beslist de gebruiksaanwijzing

voordat u uw apparaat plaatst,

installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt

onnodige schade aan uw apparaat.

MIELE KF 8852 S - voor de koel-vriescombinaties - 1

M.-Nr. 06 205 000

Algemeen 4

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 6

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 7

Het besparen van energie 12

Het in- en uitschakelen van het apparaat 14

Bij langere afwezigheid 15

De juiste temperatuur 16

... in de koelzone .... 16

... in de diepvrieszone ..... 17

Het instellen van de temperaturen.... 17

Temperatuuraanduidingen....17

Zoemer 18

Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen? 18

Het voortijdig uitschakelen van de zoemer 18

De functie "Superfrost" 19

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 19

Het gebruik van de Superfrost. 19

Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 21

Gedeelten met verschillende temperaturen 21

Koelste gedeelte in de koelzone 21

Minst koele gedeelte in de koelzone 21

Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen 22

Levensmiddelen afdekken of niet? 22

Groenten en fruit....22

Het indelen van de binnenruimte 23

Plateaus 23

Tweedelig plateau 23

Deurvakken 23

Fleshouder 23

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 24

Het bewaren van diepvriesproducten 24

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 24

Waar u daarbij op moet letten 24

Het verpakken van verse levensmiddelen 25

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt . . . . . . . . . . . 25

Het inruimen van de verse levensmiddelen 25

Diepvrieskalender 26

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 26

Het ontdooien van ingevroren producten 26

Het bereiden van ijsblokjes 27

Het snelkoelen van dranken 27

Diepvriesplateau 27

Het gebruik van de koude-accu 28

Het ontdooien van de koel-vriescombinatie 29

Het ontdooien van de koelzone 29

Het ontdooien van de diepvrieszone....29

Het reinigen van de koel-vriescombinatie 32

Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . . 32

Het reinigen van de deurgrepen 33

Het reinigen van de ventilatieroosters 33

Het reinigen van de deurdichtingen 33

Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 33

Nuttige tips 35

Geluiden en de oorzaken ervan 38

Elektrische aansluiting 40

Tips voor het plaatsen van het apparaat 41

Plaats van opstelling 41

Klimaatklasse 41

Luchttoevoer en luchtafvoer 41

Het plaatsen van het apparaat 41

Het stellen van het apparaat 42

Het veranderen van de draairichting van de deuren 43

Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie 47

Algemeen

0 9 -15 °C 7 -18 5 -21 3 -25 1 -32 Super ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ * ***

①Aan/Uit - toets en temperatuur-regelaar van de koelzone
②Toets voor het uitschakelen van de zoemer met controlelampje
③Temperatuuraanduiding van de koelzone

④Temperatuuraanduiding van de diepvrieszone
⑤Superfrost - toets met controlelampje
⑥Aan/Uit - toets en temperatuurregelaar van de diepvrieszone

①Boter- en kaasvak
②Binnenverlichting
③Eiervak
④Deurvakken
⑤Plateaus
⑥Flesplateau (afhankelijk van het model)
⑦Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑧Groente- en fruitvakken
⑨Fleshouders
⑩Diepvriesladen met diepvries-kalender
⑪Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen
⑫Afvoer voor het dooiwater

MIELE KF 8852 S - Algemeen - 2

Het verpakkingsmateriaal

De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.

Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.

Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.

Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.

Het afdanken van het apparaat

Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.

Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.

Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

MIELE KF 8852 S - Het afdanken van het apparaat - 1

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.

Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.

Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.

Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.

Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.

Efficiënt gebruik

Deze koel-vriescombinatie is uit-sluitend bestemd voor huishoude- lijk gebruik.

Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.

Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge- bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve be- diening.

Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a).

Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat.

Behalve de geluiden van de compres- sor kunnen er dan in het hele koelsys- teem stromingsgeluiden optreden.

Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.

Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.

Wordt het koelsysteem toch beschadigd:

  • vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
  • trek de stekker uit het stopcontact,
  • lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
  • en neem contact op met de Technische Dienst.

Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin de koel-vriescombinatie wordt opgesteld.

Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.

De hoeveelheid koelmiddel die de koelvriescombinatie bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.

Voordat u uw koel-vriescombinatie aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken.

Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de koel-vriescombinatie anders beschadigd raakt.

Raadpleeg bij twijfel een elektricien.

De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle- ren.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).

Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiks-aanwijzing staan.

Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman/vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.

Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.

Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.

Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de koel-vries-combinatie als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,

- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.

Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.

De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Gebruik

Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.

Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.

Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.

Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet op- nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en beder- ven.

Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.

Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.

Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koelzone in verband met explosiegevaar.

Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.

De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.

Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ontstaan.

Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.

Gebruik geen scherpe voorwerpen om

  • rijp- en ijslagen te verwijderen
  • en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.

Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie.

Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.

Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.

Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

Sluit de ventilatieroosters in het apparaat niet af.

Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.

De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het in het apparaat te warm wordt.

Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.

Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt

Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door

  • koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
  • buisleidingen om te buigen;
  • beschermende lagen af te krabben.

Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.

Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.

Het besparen van energie

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaatsing van het apparaatIn ruimten waar kan worden ge -ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd
Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnenOp een plaats waar de zon direct op kan schijnen
Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming, fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °CBij een hogere omgevingstemperatuur
Temperatuurinstelling in standenInstelling van één van de middelste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik
Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bijapparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstemperaturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
0° zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: - 18 °C
Dagelijks gebruik Open de dedeur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk.De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft.
Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur.
Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken.
Leg de levensmiddelen alleen afgedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ont-dooien.
Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren.
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik.

Voor het eerste gebruik

■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.

Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 12 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is voor een goede werking van de koel-vriescombinatie zeer belangrijk.

Het inschakelen van het apparaat

De koelzone en de diepvrieszone kunnen los van elkaar worden ingeschakeld, zodat u niet alletwee de zones gelijk in gebruik hoeft te nemen.

Koelzone

MIELE KF 8852 S - Koelzone - 1

■ Draai de temperatuurregelaar van de koelzone met een muntje vanuit stand "0" naar rechts.

De temperatuuraanduiding van de koelzone licht op.

Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder dan raakt de regelaar beschadigd.

De koelzone begint te koelen.

Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend gaat de binnenverlichting aan.

Diepvrieszone

MIELE KF 8852 S - Diepvrieszone - 1

■ Draai de temperatuurregelaar van de diepvrieszone met een muntje vanuit stand "0" naar rechts.

De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone licht op.

Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder dan raakt de regelaar beschadigd.

Het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer gaat branden.

Het gaat uit zodra het in de diepvrieszone koud genoeg is.

Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.

Koude-accu

Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade of op het diepvriesplateau.

Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Het uitschakelen van de koelzone, diepvrieszone of allebei

■ Draai de temperatuurregelaar van de koelzone, diepvrieszone of allebei met een muntje terug op stand "0".

De koeling wordt uitgeschakeld.

Bij langere afwezigheid

Wanneer u de koel-vriescombinatie langere tijd niet gebruikt, doe dan het volgende.

■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Ontdooi de diepvrieszone.

■ Reinig het apparaat.

■ Laat de deuren van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.

Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.

Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.

Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langzamer de micro-organismen groeien en des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.

Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.

De temperatuur in de koel-diepvries-combinatie wordt hoger, naarmate

  • de deuren van het apparaat vaker worden geopend en langer geopend blijven;
  • er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
  • de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
  • de omgevingstemperatuur hoger is. De koel-diepvriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

... in de koelzone

Voor het midden van het apparaat adviseren wij een koeltemperatuur van 5°C.

Wilt u weten wat de koeltemperatuur ongeveer is,

■ zet dan een glas water in het midden van de koel-diepvriescombinatie met een thermometer erin.

Deze geeft na ca. 24 uur de temperatuur ongeveer aan.

Attentie:

  • Gewone huisthermometers meten meestal zeer onnauwkeurig. U kunt het beste een elektronisch meetapparaat gebruiken.
  • Meet niet de luchttemperatuur die in het apparaat heerst, want deze zegt niets over de temperatuur van de levensmiddelen.
  • U kunt de deur van de koelzone het beste zo min mogelijk opendoen in de tijd waarin u aan het meten bent, omdat er iedere keer warme lucht naar binnen stroomt.

... in de diepvrieszone

Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt. Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst ver-werkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.

Het instellen van de temperaturen

De temperaturen voor de koel- en diepvrieszone kunt u met behulp van de temperatuurregelaar van de desbetreffende zone instellen.

■ Draai de temperatuurregelaar van de koelzone, resp. de diepvrieszone met een muntje vanuit stand "0" naar rechts.

Draai de temperatuurregelaars niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt.

Draait u verder dan raken ze be- schadigd.

Temperatuuraanduidingen

De temperatuuraanduidingen op het bedieningspaneel geven altijd de gewenste temperatuur aan.

Wanneer u bijvoorbeeld wilt dat het apparaat op een temperatuur van 5°C koelt,

- draai de temperatuurregelaar van de koelzone dan vanuit stand "0" zo ver naar rechts totdat de temperatuur-aanduiding 5 aangeeft.

Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem in de vorm van een akoestisch en optisch signaal.

Dit systeem treedt in werking wanneer de temperatuur in de diepvrieszone on-gemerkt stijgt.

Dit kan het geval zijn wanneer u vrij grote hoeveelheden levensmiddelen invriest zonder de Superfrost te hebben ingeschakeld.

Dan gaat er een zoemtoon en begint gelijktijdig het controlelampje van de zoemer te knipperen.

Controleer dan of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verwerk deze levensmiddelen dan door ze te koken of te braden, alvorens ze opnieuw in te vriezen.

Hoe kunnen wij het waarschu- wingssysteem inschakelen?

Het systeem is automatisch klaar voor gebruik en hoeft niet te worden ingeschakeld.

Het voortijdig uitschakelen van de zoemer

Zodra de temperatuur die voor de diepvrieszone is ingesteld weer is bereikt, houdt de zoemer op en gaat het controlelampje van de zoemer uit.

Wanneer de zoemtoon u hindert, dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

MIELE KF 8852 S - Het voortijdig uitschakelen van de zoemer - 1

■ Druk op de toets voor het uitschakelen van de zoemer.

De zoemer houdt op.

Het controlelampje van de zoemer blijft zolang aan, totdat de alarmtoestand voorbij is.

Vanaf dat moment is het waarschu- wingssysteem weer klaar voor gebruik.

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.

Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.

De cellen gaan krimpen.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.

Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.

De cellen krimpen veel minder.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!

Het gebruik van de Superfrost

Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen. De Superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.

De Superfrost schakelt u niet in:

- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvrieszone legt;

- wanneer u dagelijks slechts max. 1 kg verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt.

Het inschakelen van de Superfrost

De Superfrost moet u inschakelen 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvrieszone legt.

Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de Superfrost dan 24 uur van te voren in.

Super

■ Druk op de Superfrost - toets.

Het controlelampje van deze toets gaat branden.

De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone geeft de laagste temperatuur aan en de temperatuur in het apparaat daalt, doordat de koelcapaciteit van het apparaat nu maximaal is.

Het uitschakelen van de Superfrost

De Superfrost wordt automatisch na ca. 65 uur uitgeschakeld.

Het controlelampje van de Superfrost - toets gaat uit.

De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.

De temperatuuraanduiding geeft weer de gewenste temperatuur aan.

Om energie te besparen kunt u de Superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.

■ Druk op de Superfrost - toets.

Het controlelampje van deze toets gaat uit.

De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.

Gedeelten met verschillende temperaturen

Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.

Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.

De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.

Koelste gedeelte in de koelzone

Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.

Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:

– vis, vlees, gevogelte;
– worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.

Minst koele gedeelte in de koelzone

Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.

Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.

Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.

Dit in verband met explosiegevaar.

Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.

Zet geen culinaire olie in de deur van het apparaat.

Doet u dat wel, dan kunnen er scheuren in het kunststof materiaal van de deur ontstaan.

De levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, want in dat geval kunnen ze eraan vastvriezen.

Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen

Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:

  • Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
  • Fruit dat nog niet rijp is
  • Aardappels
  • Parmezaanse kaas

Levensmiddelen afdekken of niet?

Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.

Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevens voorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.

Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.

Groenten en fruit

Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groenten- en fruitladen worden bewaard.

U moet er echter rekening mee houden dat sommige groentensoorten natuurlijke gassen afscheiden, wat bederf in de hand werkt. Enkele groenten- en fruitsoorten reageren bijzonder gevoelig op deze natuurlijke gassen. Daarom mogen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.

Voorbeelden van vruchten die veel natuurlijke gassen afscheiden:

Appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's en vijgen.

Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groenten- en fruitsoorten:

Kiwi's, broccoli, bloemkool, spruitjes, mango's, honingmelen, appels, abri-kozen, komkommer, tomaten, peren, nectarines en perziken.

Plateaus

De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.

  • Til het plateau aan de voorkant op, trek het voor de helft naar voren en haal het eruit.
    ■ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen. De opstaande rand moet naar boven wijzen zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.

Tweedelig plateau

Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een plateau dat uit twee delen bestaat.

- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.

Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.

Deurvakken

■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge- wenste plaats weer in. Zorg er daarbij voor dat ze goed vastklikken.

Fleshouder

(Afhankelijk van het model)

De fleshouder kunt u naar rechts of links verschuiven.

Daardoor staan de flessen steviger wanneer u de deur van het apparaat opent en sluit.

Maximale vriescapaciteit

Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.

De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".

Het bewaren van diepvriesproducten

■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Is deze hoger dan -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur lager is dan - 18 °C.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de diepvrieszone.

Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmid- delen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen

Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!

Waar u daarbij op moet letten

  • Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
  • Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
  • Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.
    Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
  • Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
  • Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.

  • Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
    Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten.

  • Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.

Het verpakken van verse levens- middelen

■ Vries de levensmiddelen per portie in.

Geschikte verpakking

  • kunststof folie
  • diepvrieszakken van polyethyleen
  • aluminiumfolie
  • diepvriesbakje

Ongeschikte verpakking

  • pakpapier
  • braadpapier
  • cellofaan
  • afvalzakken
  • gebruikte plastic zakken

■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:

- elastiekjes

- kunststof klipjes

- touwtjes of

- koudebestendig plakband.

Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal- apparaat afsluiten.

■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt

■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen wilt invriezen, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in de diepvrieszone legt de Superfrost in. Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost".

Het inruimen van de verse levens- middelen

De levensmiddelen kunnen overal in de diepvrieszone worden ingevroren, bij voorkeur in de bovenste twee diepvriesladen.

Vrij grote hoeveelheden kunnen het beste direct op de vriesplaten worden gelegd, daar de levensmiddelen daar bijzonder snel worden ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. In dit geval moeten één of meer diepvriesladen uit het apparaat uit worden gehaald.

In de spleet tussen de bovenkant van de diepvrieszone en de bovenste vriesplaat mogen in geen geval levensmiddelen worden gelegd, ook niet in een platte verpakking. Deze ruimte is belangrijk voor een goede luchtventilatie en daarmee voor een goede werking van het apparaat.

In iedere diepvrieslade en op iedere vriesplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen

■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de vriesplaten van de diepvrieszone, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvrieslade vastvriezen.

Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.

Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.

Diepvrieskalender

De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levensmiddelen, wanneer ze vers worden opgeslagen.

Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.

Markeersysteem voor ingevro- ren levensmiddelen

Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levenmiddelen.

Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaketten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12.

10-12

■ Schuif de plaketten vanaf de rand van de diepvrieslade op de geleiderail.

Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het product hebt opgeslagen.

Het ontdooien van ingevroren producten

Dat kunt u doen

  • in de magnetron;
  • in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
  • bij kamertemperatuur;
  • in de koelruimte van de koelkast;
  • in de stoomoven.

Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.

Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.

Groente kan in het algemeen in bevoren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.

Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmid- delen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het bereiden van ijsblokjes

(Afhankelijk van het model met bakje met boutje)

MIELE KF 8852 S - Het bereiden van ijsblokjes - 1

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.

■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten.

■ Zet het bakje op de bodem van één van de diepvriesladen.

■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.

■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.

Het snelkoelen van dranken

Wanneer u flessen drank in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.

Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.

Diepvriesplateau

Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.

De producten blijven in vorm en de kans dat ze aan elkaar vastvriezen is klein.

MIELE KF 8852 S - Diepvriesplateau - 1

■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.

■ Hang het plateau in één van de bovenste diepvriesladen.

■ Laat de producten 10 tot 12 uur stevig invriezen.

■ Hevel ze over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze in de diepvriesladen.

Het gebruik van de koude-accu

Door van de koude-accu gebruik te maken kunt u voorkomen dat de temperatuur in de diepvrieszone snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen.

Leg de koude-accu direct op de levensmiddelen in de bovenste diepvrieslade of op het diepvriesplateau.

Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Leg de koude-accu wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om ze in ieder geval nog zo lang mogelijk te kunnen bewaren.

Wanneer u verse levensmiddelen in de koel-vriescombinatie wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ont-dooien.

De koude-accu kan ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.

Het ontdooien van de koelzone

Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.

Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.

Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.

Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.

Het ontdooien van de diepvrieszone

De diepvrieszone ontdooit niet automatisch, daar de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien.

Wanneer de diepvrieszone normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de vriesplaten. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.

Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vries-combinatie niet meer.

Ontdooi de diepvrieszone van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd.

Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de diepvrieszone liggen.

Voor het ontdooien

■ Schakel 1 dag voor het ontdooien de Superfrost in. Daardoor krijgen de reeds opgeslagen ingevroren levensmiddelen een koudereserve en kunnen dus iets langer bij kamertemperatuur worden bewaard.
■ Haal de ingevroren producten uit de diepvrieszone en leg de koude-accu erop.
■ Wikkel de producten in verschillende lagen krantenpapier of dekens
■ en bewaar ze op een koele plaats, totdat de diepvrieszone weer klaar is voor gebruik.
■ Haal alle diepvriesladen uit de diepvrieszone.

Het ontdooien

Handel het ontdooien zo snel mogelijk af. Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.

■ Schakel de diepvrieszone uit.

De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone gaat uit.

■ Laat de deur van de diepvrieszone open.

Het ontdooien van de koel-vriescombinatie

MIELE KF 8852 S - Het ontdooien van de koel-vriescombinatie - 1

■ Klap de afvoer voor het dooiwater uit.

MIELE KF 8852 S - Het ontdooien van de koel-vriescombinatie - 2

■ Vang het dooiwater op in een bak of schaal.

Let erop dat de bak of schaal niet overloopt.

U kunt het ontdooien versnellen door een pannetje op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de diepvrieszone te zetten.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vries-combinatie.

Wanneer u dat doet raakt het kunst- stof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.

Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Na het ontdooien

■ Giet de bak of schaal leeg.
■ Neem het overige dooiwater in de diepvrieszone met een spons op.
■ Reinig de diepvrieszone en maak deze droog.
■ Klap de afvoer voor het dooiwater weer in.
■ Sluit de deur van de diepvrieszone.
■ Schakel de diepvrieszone weer in.

De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone gaat branden.

■ Schakel de Superfrost in, zodat het in de diepvrieszone weer snel koud wordt.

Het controlelampje gaat aan.

■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvriesladen en schuif de diepvriesladen weer in de diepvrieszone, zodra de temperatuur in deze zone laag genoeg is.
■ Schakel de Superfrost weer uit, zodra er een constante temperatuur in de diepvrieszone van minstens -18°C is bereikt.

Het controlelampje gaat uit.

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.

Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.

Let erop dat er geen water in de elektronica, de verlichting of de ventilatieroosters terechtkomt.

Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.

Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.

Voor het reinigen

■ Schakel het apparaat met de twee temperatuurregelaars uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Haal de producten uit het apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen worden verwijderd.

■ Haal de roestvrijstalen lijst van de voorkant van de plateaus af.

Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren

■ Reinig buitenkant, koelzone en toebehoren minstens één keer in de maand.
■ Reinig de diepvrieszone iedere keer na het ontdooien.
■ Reinig de toebehoren met de hand en niet in de afwasautomaat. Het botervak kan wel in de afwasautomaat.
■ Gebruik lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelzone regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren na het reinigen met helder water af en droog alles met een doek.
■ Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.

Het reinigen van de deurgre- pen

Aluminium is levend materiaal dat sterk reflecteert. De reflectie en de aanblik van het materiaal hangen sterk af van de gezichtshoek van waaruit men naar het materiaal kijkt, van de lichtinval en van wat zich verder in de nabijheid van het materiaal bevindt.

Verwijder vuil op de aluminium deurgrepen direct. Doet u dit niet, dan kan het materiaal verkleuren.

De deurgrepen zijn gevoelig voor krassen en sneetjes.

De volgende reinigingsmiddelen mo- gen voor de deurgrepen niet worden gebruikt.

  • De reinigingsmiddelen die in het begin van dit hoofdstuk zijn genoemd.
  • Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal.
  • Kalkoplossende reinigingsmiddelen.
  • Chloridehoudende reinigingsmiddelen.
  • Schurende reinigingsmiddelen zoals schuurpoeder.
  • Schuursponsjes of sponsjes waar nog resten van schuurmiddelen in zitten.
  • Reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.

Het reinigen van de ventilatie-roosters

■ Reinig de ventilatieroosters regelmatig met een kwast of een stofzuiger.

Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.

Het reinigen van de deurdichtingen

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet. Wanneer u dat doet dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en droog ze daarna grondig met een doek.

Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant

Het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (de warmtewisselaar) moet minstens eenmaal in het jaar van stof worden ontdaan.

Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.

Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.

Na het reinigen

■ Plaats alle toebehoren weer terug in de koelzone.
■ Leg de levensmiddelen weer terug in de koelzone.
■ Sluit de deuren van koel-vriescombinatie.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel de koelzone en de diepvrieszone met de twee temperatuurregelaars weer in.
■ Schakel de Superfrost met de Superfrost - toets in, zodat het in de diepvrieszone weer snel koud wordt.

Het controlelampje gaat aan.

■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvriesladen en schuif de diepvriesladen weer in de diepvrieszone, zodra de temperatuur in deze zone laag genoeg is.

■ Schakel de Superfrost met de Superfrost - toets weer uit, zodra er in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.

Het controlelampje gaat uit.

Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen. Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.

Wat moet u doen, wanneer ...

... de koel-vriescombinatie het niet doet?

■ Controleer of:
- de temperatuurregelaars op een andere stand staan dan op "0";
– de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
– Is dit laatste wel het geval,
■ neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... de deur van de diepvrieszone niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?

Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.

... de temperatuur in de koel- of diepvrieszone te laag is?

■ Stel een hogere temperatuur in.

■ Controleer of de Superfrost nog aan is.

Is dat het geval, dan brandt het contro- lelampje van de Superfrost.

De Superfrost gaat na ca. 65 uur automatisch uit.

... de koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?

■ Controleer of:

  • de ventilatieroosters afgedekt zijn of dat er stof in zit;
  • er stof zit in het metalen rooster (warmtewisselaar) aan de achterwand;
  • u de deuren van het apparaat vaak open en dicht heeft gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de deuren van het apparaat goed dicht zitten;
  • er zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt.

Is dat het geval,

■ ontdooi de zone dan.

... de ingevroren producten vastgevroren zijn?

■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.

... zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt?

■ Controleer of de deur van de diepvrieszone goed sluit.
■ Ontdooi en reinig de diepvrieszone. Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroom-verbruik stijgt.

... er een zoemtoon gaat en tegelijk het controlelampje van de zoemer gaat knipperen?

De temperatuur in de diepvrieszone is te laag, doordat

- u een grote hoeveelheid levensmiddelen heeft ingevroren, zonder de Superfrost in te schakelen.

Zodra de temperatuur die voor de diepvrieszone is ingesteld weer is bereikt, houdt de zoemer op en gaat het controlelampje van de zoemer uit.

– de compressor defect is.
■ Neem in dit laatste geval contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
■ Controleer in beide gevallen of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verwerk deze levensmiddelen dan door ze te koken of te braden, alvorens ze opnieuw in te vriezen.

... het controlelampje van de Superfrost - toets tegelijk met een lampje van de temperatuuraanduidingen begint te knipperen?

Er is sprake van een technische storing.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

... de temperatuuraanduidingen niet branden?

■ Controleer of het controlelampje van de Superfrost - toets gaat branden wanneer u op de toets drukt.

Brandt dit lampje wel, dan zijn de temperatuuraanduidingen kapot.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

Brandt dit lampje ook niet,

■ controleer dan of - de stekker stevig in het stopcontact zit; - de hoofdschakelaar is ingeschakeld.

Blijft de hoofdschakelaar uitgeschakeld,

■ neem dan contact op met de Technische Dienst.

... het controlelampje van de Superfrost - toets niet brandt, maar het apparaat wel werkt?

Het controlelampje is kapot.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

... de binnenverlichting in de koel zone het niet meer doet?

■ Controleer of de deur van de koelzone langere tijd open heeft gestaan.

De binnenverlichting gaat automatisch uit nadat de deur ca. 15 minuten open heeft gestaan. Is dat niet het geval, dan is het gloeilampje kapot.

■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

1 2 1

■ Druk de zijkanten (1) van de lampafdekking naar elkaar toe.
■ Maak de lampafdekking los.
■ Licht de afdekking er aan de achterkant (2) uit.
■ Draai het gloeilampje uit de fitting en pak een ander lampje.

Aansluitgegevens van het lampje:

220 - 240 V, max. 25 W, fitting E 14

■ Draai het nieuwe gloeilampje in de fitting.

Let er bij het indraaien op dat de dichting (3) goed vast zit.

■ Hang de lampafdekking er aan de achterkant weer in.
■ Klik de afdekking aan de zijkanten weer vast.

... de bodem van de koelzone nat is?

De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.

■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.

Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische Dienst.

Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vrdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.

MIELE KF 8852 S - ... de bodem van de koelzone nat is? - 1

Geluiden en de oorzaken ervan

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.
Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.

Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.

Geluiden die makkelijk te verhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder.

Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met

- uw Miele-handelaar

of

- met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.

Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.

Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.

Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.

Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.

Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.

Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.

De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.

In de EU-voorschriften geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.

Het apparaat mag niet op omvormers worden aangesloten die bij autonome stroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt. Het is mogelijk dat wanneer het apparaat in dat geval wordt ingeschakeld, het door spanningspieken om veiligheidsredenen weer wordt uitgeschakeld. De elektronica kan beschadigd raken.

Het apparaat mag ook niet met een energievoorkeurstekker worden gebruikt. Het is mogelijk dat er in dat geval te weinig energie naar het apparaat wordt toegevoerd en dat componenten in het apparaat te warm worden.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.

Zet geen apparaten op uw koelapparaat die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons. Doet u dat wel dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.

Plaats modellen zonder zijwandverwarming niet direct naast een ander koelapparaat. Doet u dat wel, kan er condenswater ontstaan met alle schadelijke gevolgen van dien.

Plaats van opstelling

Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct doorheen kan schijnen.

Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.

Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.

Klimaatklasse

Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN+10 °C tot +32 °C
N+16 °C tot +32 °C
ST+18 °C tot +38 °C
T+18 °C tot +43 °C

Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat het apparaat voor langere tijd afslaat.

Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.

Luchttoevoer en luchtafvoer

De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm.

Om een goede luchtafvoer en luchttoe- voer te waarborgen moet u ervoor zor- gen dat de ventilatieroosters niet afge- dekt zijn en dat ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.

Het plaatsen van het apparaat

■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen. Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg.
■ Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.

Tips voor het plaatsen van het apparaat

Het stellen van het apparaat

MIELE KF 8852 S - Het stellen van het apparaat - 1

■ Stel het apparaat stevig en waterpas via de stelvoeten met de bijgevoegde steeksleutel.

Het veranderen van de draairichting van de deuren

Het apparaat wordt geleverd met rechtsscharnierende deuren. Moeten de deuren linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deuren.

Het verwijderen van de deurgrepen

Allereerst moet u het gedeelte losma- ken dat aan de zijkant van de deurgre- pen zit.

MIELE KF 8852 S - Het verwijderen van de deurgrepen - 1

■ Wanneer u aan de deurgreep ① trekt, schuift het gedeelte ② dat aan de zijkant zit naar achteren en ont- staat er een spleet ④ tussen dit ge - deelte ② en de bevestigingsplaat ③ van de deurgreep.

■ Klem een stomp voorwerp (bijv. de steel van een pollepel) in de spleet ④en druk de deurgreep langzaam weer in de richting van de deur.

Let erop dat het stompe voorwerp niet van zijn plaats glijdt en het ap- paraat daarbij beschadigt.

Het te verwijderen gedeelte van de deurgreep ②zit nu los.

■ Trek dit gedeelte ②uit de geleiding.

■ Draai nu de vier schroeven (Torx 15) in de bevestigingsplaat los en en haal de deurgreep eraf.

■ Maak de afdekplaatjes aan de tegen-overgestelde kant los en plaats ze op de vrijgekomen gaatjes.

Het verplaatsen van de deuren

■ Open de onderste deur.

MIELE KF 8852 S - Het verplaatsen van de deuren - 1

■ Maak het sokkelpaneel ①met een schroevendraaier los, klap het naar voren en haal het weg.

■ Maak de afdekking ② met de schroe - vendraaier los en sluit de deur van het apparaat.

■ Draai schroef ③uit het deurschar - nier.

■ Trek het deurscharnier ④ met de la- gerbout ⑤ naar beneden en haal het weg.

Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Open de onderste deur, laat hem iets zakken en licht hem eruit.
■ Laat de bovenste deur ⑦gesloten, trek de lagerbout ⑥naar beneden en verwijder de bout.

MIELE KF 8852 S - Het veranderen van de draairichting van de deuren - 1

■ Open de bovenste deur, laat hem iets zakken en licht hem eruit. Let daarbij op de afstandsschijf ①.

■ Klik de afdekkingen ②er met een schroevendraaier aan de voorkant uit.

■ Draai de bovenste lagerbout ③er met de inbus van de bijgevoegde steeksleutel uit en draai hem er aan de andere kant weer in.

■ Zet de afdekkingen ②er aan de achterkant weer in en laat ze aan de voorkant vastklikken.

■ Wissel de afdekking ⑧ in het midden van het apparaat en de scharnier-haak ⑤. Doe daartoe het volgende: Draai de schroeven ⑨ eruit, trek de afdekking ⑧ en de scharnierhaak ⑤ eraf, draai ze allebei 180° en schroef ze aan de andere kant weer vast.

■ Trek het lagerbusje ④ vanonder uit de scharnierhaak ⑤ en zet het busje er van boven weer in.

■ Haal het afstandsstuk ⑦er met een schroevendraaier af en zet het aan de andere kant weer vast.

■ Licht de stoppen ⑩uit de lagerbusjes in de deuren van het apparaat en stop ze er aan de andere kant weer in.

■ Hang de bovenste deur van het apparaat in de lagerbout ③(let daarbij op de afstandsschijf ①) en sluit de deur van het apparaat.

■ Schuif de middelste lagerbout ⑥ van onderen door de scharnierhaak ⑤ in de bovenste deur van het apparaat.

■ Controleer of de bovenste deur goed zit. Stel de deur indien nodig via de sleufgaten in de scharnierhaak ⑤.

■ Hang de onderste deur van het apparaat in de scharnierhaak ⑤en sluit de deur.

Het veranderen van de draairichting van de deuren

In de volgende afbeelding is de onderste deur niet gesloten. Zo kunnen wij beter laten zien hoe u te werk moet gaan.

MIELE KF 8852 S - Het veranderen van de draairichting van de deuren - 1

■ Draai het deurscharnier ②180°, trek de lagerbout ①eruit en zet deze er omgekeerd weer in.

■ Monteer beide onderdelen in de lagersteun ⑥. Schuif daartoe de lagerbout ① door de lagersteun ⑥ in het deurscharnier ②, draai het deurscharnier naar binnen, schuif het omhoog en monteer het met schroef ③ voor.

■ Stel de onderste deur van het apparaat via het sleufgat in de lagersteun ⑥ten opzichte van de ommanteling van het apparaat. Draai schroef ③ daarna stevig aan.

■ Schuif het sokkelpaneel ④erop en druk het aan totdat het vastklikt.

■ Open de onderste deur en plaats de afdekking ⑤aan de voorkant in het sokkelpaneel en klik haar aan de achterkant vast.

Het terugplaatsen van de deurgrepen

Neem beslist de volgende instructies voor het terugplaatsen van de deurgreep in acht.

Wanneer de deurgreep verkeerd wordt gemonteerd, wordt de deurdichting beschadigd.

MIELE KF 8852 S - Het terugplaatsen van de deurgrepen - 1

■ Maak de deurgreep met de beide voorste schroeven ②eerst losjes aan de andere kant vast.

De bevestigingsplaat ③moet zo tegen het deurpaneel aanzitten, dat de plaat, wanneer de deur gesloten is, evenwijdig is aan de buitenwand van het apparaat.

Is dat niet het geval, doe dan het volgende.

■ Draai de beide voorgemonteerde hefstangetjes ①er dan met de bijge - voegde inbussleutel in totdat de be- vestigingsplaat ③de juiste hoek heeft.

Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Draai alle vier de schroeven ②stevig aan.
■ Schuif het zijgedeelte van de deurgreep ④vanaf de kant van het apparaat in de geleiding van de bevestigingsplaat totdat het hoorbaar vastklikt.

Let er beslist op dat het zijgedeelte van de deurgreep ④ niet tegen de deurdichting aankomt, wanneer de deur opengaat.

Gebeurt dat wel, dan raakt de deur-dichting op den duur beschadigd.

Als dat het geval is, doe dan het volgende.

■ Stel de bevestigingsplaat ③ nog-maals via de hefstangetjes ①, totdat de bevestigingsplaat en het zijgedeelte van de deurgreep ④de juiste hoek hebben en het zijgedeelte van de deurgreep niet tegen de deurdichting aankomt wanneer de deur opengaat.

≥40 ≥50 631 ≤580 ① ② ③ ca. 36

Het apparaat kan in ieder keukenblok worden ingebouwd. Wilt u de hoogte van het apparaat aanpassen aan de hoogte van het keukenblok, dan kunt u boven het apparaat een extra kast ① aanbrengen.

Voor de ventilatie moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal worden geplaatst dat minstens 50 mm diep is en net zo breed is als de extra kast boven het apparaat.

De tussenruimte tussen het apparaat of de extra kast en het plafond moet minstens 40 mm bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.

De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd. Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden ge- maakt.

Bij een ombouw met keukenkasten die voldoen aan de norm (diepte max. 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkast worden geplaatst. De deur van het apparaat ②steekt dan aan de zijkant 34 mm en in het midden van het apparaat 51 mm uit ten opzichte van het front van de keukenkast. Daardoor kan de deur zonder problemen worden geopend en gesloten.

Wanneer het apparaat naast een muur ③wordt opgesteld, is tussen muur ③ en apparaat ② aan de kant van de scharnieren een afstand van minstens 36 mm vereist, zodat de deu- ren van het apparaat met de deurgre- pen helemaal open kunnen.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.

Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:

  • brochures en gebruiksaanwijzingen
  • gebruiksadviezen en tips
  • onderdelen en accessoires
  • stofcassettes en reinigingsmiddelen

U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88

Miele Nederland B.V.

Postbus 166

4130 ED VIANEN

(0347) 37 89 11

Infocentrum Miele-inbouwapparaten:

De Limiet 2

4131 NR VIANEN

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : KF 8852 S

Categorie : Koelkast