KT 12520 SD - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KT 12520 SD MIELE in PDF-formaat.
| Type product | Koel-vriescombinatie |
| Afmetingen (H x B x D) | 1550 mm x 600 mm x 630 mm |
| Gewicht | Ca. 55 kg (geschat) |
| Netspanning / frequentie | 220-240 V, 50 Hz |
| Zekering | 10 A |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (+10°C tot +43°C) |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a) |
| Energieverbruik | Zie typeplaatje (ca. 200 kWh/jaar, indicatief) |
| Vriescapaciteit | Zie typeplaatje (max. kg/24u) |
| Functie DynaCool | Dynamische koeling voor gelijkmatige temperatuurverdeling |
| Functie Superfrost | Versneld invriezen van verse levensmiddelen |
| Temperatuurregeling | Centraal via draaiknop (met muntje) |
| Ontdooiing koelzone | Automatisch (dooiwater via gootje) |
| Ontdooiing vriezer | Handmatig (bij ijslaag ca. 5 mm) |
| Binnenverlichting | Gloeilamp, E14 fitting, 220-240 V |
| Deurrichting | Omkeerbaar (rechtsscharnierend standaard) |
| Toebehoren | Verstelbare plateaus, deurvakken, groente-/fruitladen, fleshouder (optioneel) |
| Reiniging | Regelmatig met lauwwarm water en mild reinigingsmiddel; geen stoomreiniger |
| Veiligheid | Kinderslot (deur), geen explosieve stoffen, geen scherpe voorwerpen bij ontdooien |
| Reparatie en onderdelen | Alleen door erkend Miele-technicus; gebruik originele Miele-onderdelen |
| Garantie | 2 jaar (bij normaal huishoudelijk gebruik) |
Veelgestelde vragen - KT 12520 SD MIELE
Gebruikersvragen over KT 12520 SD MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KT 12520 SD - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KT 12520 SD van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KT 12520 SD MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de koel-vriescombinaties met DynaCool KT 12520 SD
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaaat plaatst, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
n l - N L
M.-Nr. 07 286 340
Beschrijving van het apparaat 4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....7
Het besparen van energie 12
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie....13
Bij langere afwezigheid 14
De juiste temperatuur 15
Het instellen van de temperatuur....16
De functie "Superfrost" 17
Het gebruik van de superfrost....17
De functie "DynaCool 🔊" 18
Het gebruik van de "DynaCool 2"....18
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 19
Gedeelten met verschillende temperaturen 19
Koelste gedeelte in de koelzone 19
Minst koele gedeelte in de koelzone 19
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen....20
Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten. 20
Levensmiddelen afdekken of niet? 20
Groenten en fruit....20
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen....21
Eiwitrijke levensmiddelen 21
Vlees 2
Het indelen van de binnenruimte 22
Plateaus 22
Tweedelig plateau 22
Deurvakken 22
Fleshouder 22
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen....23
Maximale vriescapaciteit 23
Het bewaren van diepvriesproducten 23
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 23
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen....24
Waar u daarbij op moet letten 24
Het verpakken. 24
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt ..... 25
Het inruimen 25
Het ontdooien van ingevroren producten 25
Het bereiden van ijsblokjes 26
Het snelkoelen van dranken 26
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie 27
Het ontdooien van de koelzone 27
Het ontdooien van de diepvrieszone....27
Het reinigen van de koel-vriescombinatie 29
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . 29
Het reinigen van de ventilatieroosters 30
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant 30
Het reinigen van de deurdichtingen 30
Nuttige tips 31
Geluiden en de oorzaken ervan 34
Afdeling Klantcontacten / Garantie 35
Elektrische aansluiting 36
Tips voor het plaatsen van het apparaat 37
Plaats van opstelling 37
Klimaatklasse 37
Luchttoevoer en luchtafvoer 37
Het plaatsen van het apparaat 38
Het stellen van het apparaat 38
Afmetingen van het apparaat 39
Het veranderen van de draairichting van de deuren 40
Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie....44
Beschrijving van het apparaat





① DynaCool - toets (Dynamische koe-ling) met controlelampje
② Temperatuuraanduiding van de koelzone
③ Superfrost - toets met controlelampje
④ Aan/Uit - schakelaar en temperatuurregelaar
① Plateau van de diepvrieszone
② Ventilator
③ Boter- en kaasvak
④ Plateaus van de koelzone
⑤ Deurvakken, o.a. voor eieren
⑥ Binnenverlichting
⑦ Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑧ Groente- en fruitladen
⑨ Fleshouder*
⑩ Deurvak voor flessen
* Afhankelijk van het model

Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen.
Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de plaatsing, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.
Efficiënt gebruik
Deze koel-vriescombinatie is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs. Gebruik voor andere doeleinden is ontoelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
▶ Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de koel-vriescombinatie niet in staat zijn om het apparaat veilig te bedienen, mogen deze koel-vriescombinatie alleen gebruiken als ze onder toe-zicht staan van of worden geïnstrueerd door een verantwoordelijk persoon.
Wanneer er kinderen in huis zijn
Kinderen mogen de koel-vriescombinatie alleen dan zonder toezicht gebruiken, wanneer ze weten hoe het apparaat werkt en wat voor gevaar zij lopen wanneer ze de koel-vriescombinatie fout bedienen.
Wanneer er kinderen in de buurt van de koel-vriescombinatie zijn, houd ze dan goed in de gaten.
Zorg ervoor dat ze niet met het apparaat gaan spelen.
Controleer vóórdat de koel-vries-combinatie wordt geplaatst, of het apparaat zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde koel-vriescombinatie mag niet worden geplaatst en niet in gebruik genomen.
Wanneer de aansluitkabel is be- schadigd, moet deze door een erkend vakman / vakvrouw worden vervangen.
Deze koel-vriescombinatie bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en versterkt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van de koel-vriescombinatie op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
-
trek de stekker uit het stopcontact,
-
lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
- en neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
Hoe meer koelmiddel een koel-vries-combinatie bevat, des te groter moet het vertrek zijn waarin dit apparaat wordt opgesteld.
Is het vertrek te klein, dan kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koel-vriescombinatie bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
▶ Een veilig gebruik van de koel-vries-combinatie is alleen dan gegaran-deerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.
▶ Vergelijk vóórdat u de koel-vries-combinatie aansluit de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist over-eenkomen.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Deze koel-vriescombinatie mag niet op het elektriciteitsnet worden aangesloten via meervoudige stopcontacten of via verlengsnoeren die daarvoor niet geschikt zijn.
Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaar voor oververhitting.
De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
▶ Installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook reparaties mogen alleen door een erkend vakman / vakvrouw worden uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.
▶ Reparaties mogen tijdens de garantieperiode alleen door een technicus van Miele worden uitgevoerd. Gebeurt dat niet, vervalt de garantie.
Bij installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook bij reparaties mag er geen elektrische spanning op de koel-vriescombinatie staan.
Daarvan is alleen sprake als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, dat zij volledig voldoen aan de veiligheids-eisen die wij stellen aan onze apparaten en onderdelen daarvan.
Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman / vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten.
Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Veilig gebruik
▶ Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.
Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al gekookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren.
Het eten van levensmiddelen die over de uiterste houdbaarheidsdatum heen zijn kan tot een levensmiddelenvergiftiging leiden.
Neem de houdbaarheidsdatum in acht die de levensmiddelenfabrikant aan- geeft. De bewaartijd hangt van verschillende factoren af, zoals de versheid en de kwaliteit van de levensmiddelen en de koelkasttemperatuur.
Bewaar geen stoffen in de koelvriescombinatie die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Gebruik geen elektrische apparaten in deze koel-vriescombinatie, bijv. voor het maken van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie.
Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koel-vriescombinatie in verband met explosiegevaar.
Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ont-staan.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.
▶ Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
▶ Sluit de roosters in het apparaat niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.
De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aan- houden.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Bevinden zich vet- of oliehoudende levensmiddelen in de koel-vriescombinatie, let er dan op dat er geen vet of olie uitloopt.
Wanneer dat in aanraking komt met het kunststof van het apparaat, kunnen er scheuren in het kunststof ontstaan.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Maak het slot onbruikbaar.
U voorkomt daarmee dat kinderen zich bij het spelen opsluiten.
▶ Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het besparen van energie
| Normaal energieverbruik Te | hoog energieverbruik | |
| Plaatsing van het apparaat | In ruimten waar kan worden geventi-leerd | In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd |
| Op een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnen | Op een plaats waar de zon di-rect op kan schijnen | |
| Niet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis) | Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis) | |
| Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °C | Bij een hogere omgevingstem- peratuur | |
| Temperatuurinstelling in standen | Instelling van één van de middelste standen: 2 of 3. | Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik |
| Temperatuurinstelling in graden (Digitale weergave) | Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C | Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstem-peraturen lager dan 16 °C de winterschakeling uit. |
| Koelzone: 4 tot 5 °C | ||
| 0° zone: ca. 0 °C | ||
| Diepvrieszone: - 18 °C | ||
| Dagelijks gebruik | Open de deur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort moge- lijk. | De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft. |
| Leg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek. | Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur. | |
| Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen. | Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste tempera-tuur te bereiken. | |
| Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat. | Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ontdooien. | ||
| Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tussen de levensmiddelen kan circuleren. | ||
| Ontdooien | Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van 1 cm in zit. | Een ijslaag in het diepvries-gedeelte bemoeilijkt het invrie-zen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik. |
Voor het eerste gebruik
De roestvrijstalen lijsten aan de deur-vakken en de plateaus zijn voorzien van een folie die dient ter bescherming van het apparaat tijdens het transport.
■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren.
Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.
■ Trek de beschermfolie van de roestvrijstalen lijsten af.
Laat het apparaat na transport ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit.
Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van de koel-vriescombinatie.
Het inschakelen van de koel- vriescombinatie

■ Draai de Aan / Uit - schakelaar / temperatuurregelaar met een muntje vanuit stand "0" zover naar rechts, totdat de temperatuuraanduiding van de koelzone oplicht.
Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt.
Draait u verder dan raakt de regelaar beschadigd.
Het apparaat begint te koelen.
De temperatuuraanduiding van de koelzone geeft de gewenste temperatuur aan.
Wanneer de deur wordt geopend gaat de binnenverlichting aan.
Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.
Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie
■ Draai de Aan / Uit - schakelaar / temperatuurregelaar met een muntje terug op stand "0".
De koeling en de binnenverlichting zijn uitgeschakeld.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koel-vriescombinatie vrij lange tijd niet meer gebruikt, doe dan het volgende.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Reinig het apparaat.
■ Laat de deuren van de koel-vries-combinatie en een beetje openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ont-staan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De temperatuur in de koel-vriescombinatie wordt hoger, naarmate
- de deuren van het apparaat vaker worden geopend en de deuren langer geopend blijven;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
- de omgevingstemperatuur hoger is. De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
...indekoelzone
Voor het midden van de koelzone adviseren wij een koeltemperatuur van 4 °C.
...indediepvrieszone
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt.
Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt beginnen ze te groeien en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
Het instellen van de temperatuur
De temperaturen voor de koel- en diepvrieszone kunt u centraal met behulp van de Aan/Uit - schakelaar / temperatuurregelaar instellen.
Wanneer u wilt dat het apparaat op 5°C koelt,

- draai de Aan / Uit - schakelaar / temperatuurregelaar dan met een muntje vanuit stand "0" zover naar rechts, totdat de 5 in de temperatuuraanduiding gaat branden.
De temperatuuraanduiding op het bedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.
Wanneer er in de diepvrieszone ingevroren producten liggen en de vereiste lage temperaturen gewaarborgd moeten blijven, is een instelling van 3°C tot 5°C aan te raden.
Deze instelling raden wij ook aan wan- neer de deuren van het apparaat zeer vaak worden geopend, er grote hoe- veelheden levensmiddelen in worden gelegd of de omgevingstemperatuur hoog is.
Het gebruik van de superfrost
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen.
De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.
De superfrost schakelt u dus niet in:
- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvrieszone legt;
- wanneer u dagelijks slechts max. 1 kg verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Het inschakelen van de superfrost
De superfrost moet u inschakelen 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de superfrost dan 24 uur van te voren in.

■ Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
De koelcapaciteit van het apparaat is nu maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in het apparaat.
Het uitschakelen van de superfrost
De superfrost wordt automatisch na ca. 65 uur uitgeschakeld.
Het controlelampje van de Superfrost - toets gaat uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Om energie te besparen kunt u de superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.
Controleer de temperatuur in het apparaat.
■ Druk op de Superfrost - toets.
Daarna gaat het controlelampje van deze toets uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Het gebruik van de "DynaCool"
Wanneer de functie "Dynamische koeling" (DynaCool) niet is ingeschakeld, ontstaan er in de koelzone als gevolg van de natuurlijke luchtcirculatie zones met verschillende temperaturen.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Het is handig om daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van te maken.
Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen".
Wanneer u echter een keer een grote hoeveelheid gelijksoortige levensmiddelen wilt inslaan (bijv. voor een party), kunt u beter de dynamische koeling in-schakelen. Daarmee wordt de temperatuur relatief gelijkmatig over alle plateaus in de koelzone verdeeld en zijn alle levensmiddelen in de koelzone even koel.
De temperatuur kan verder met behulp van de temperatuurregelaar worden ingesteld.
Het gebruik van de dynamische koeling is tevens aan te raden bij:
- een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en
- een hoge luchtvochtigheid.
Het inschakelen van de dynamische koeling

■ Druk op de DynaCool - toets 📁.
Het controlelampje van de DynaCool - toets gaat branden.
Zorg ervoor dat de ventilatiegleuven aan de achterwand niet worden afgedekt.
Gebeurt dat wel, dan wordt de temperatuur niet gelijkmatig verdeeld.
Het uitschakelen van de dynamische koeling
Daar het energieverbruik iets hoger ligt wanneer de dynamische koeling is ingeschakeld, kunt u de dynamische koeling bij een normale kamertemperatuur (onder de 30 °C) en bij een normale luchtvochtigheid uitschakelen.
■ Druk op de DynaCool - toets 📁.
Het controlelampje van de DynaCool - toets gaat uit.
Wanneer de deur wordt geopend, gaat de ventilator automatisch tijdelijk uit.
Gedeelten met verschillende temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Dit is een apparaat met dynamische koeling (DynaCool).
Dat houdt in dat, wanneer de ventilator is ingeschakeld, de temperatuur in de koelzone gelijkmatig wordt verdeeld en de temperatuurverschillen hier minder groot zijn.
Koelste gedeelte in de koelzone
Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groente- en fruitvakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:
– vis, vlees, gevogelte;
- worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.
Minst koele gedeelte in de koelzone
Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.
Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.
Wanneer er in het apparaat vet- of oliehoudende levensmiddelen zijn opgeslagen, zorg er dan voor dat eventueel vrijkomend vet of olie niet met de kunststof onderdelen van het apparaat in aanraking komt.
Vet en olie kunnen scheuren in het kunststof veroorzaken.
Zet de producten niet tegen de achterwand om te voorkomen dat ze eraan vastvriezen.
Leg de producten niet te dicht op elkaar, zodat de lucht goed kan circuleren.
Dek de ventilator aan de achterkant niet af; deze is belangrijk voor de koelcapaciteit.
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:
- Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
- Fruit dat nog niet rijp is
- Aardappels
- Parmezaanse kaas
Waar u bij het kopen van le- vensmiddelen al op moet letten
Levensmiddelen blijven langer be- waard naarmate ze verser zijn op het moment dat ze in de koelzone worden gelegd. De versheid is bepalend voor de bewaartijd.
Het is daarom belangrijk dat de tijd tussen het kopen en het inruimen van levensmiddelen zo kort mogelijk is. Laat ze daarom niet te lang in een warme auto liggen. Al na twee uur neemt de versheid af en begint het bederf.
Levensmiddelen afdekken of niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgedragen. Te- vens voorkomt u dat de levensmiddelen uitdrogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groente- en fruitladen worden bewaard.
Let er echter op dat niet alle groenteen fruitsoorten samen in één lade kunnen worden bewaard.
In de eerste plaats kunnen smaak en geur worden overgedragen (zo nemen wortels snel de smaak en geur van uien aan) en in de tweede plaats zijn er levensmiddelen die een natuurlijk gas (ethyleen) afscheiden, waar andere levensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.
- Voorbeelden van groenten en fruit die veel natuurlijke gassen afscheiden:
Bonen, appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's, vijgen, bosbessen en meloenen.
- Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groente- en fruitsoorten:
Broccoli, bloemkool, spruitjes, kiwi's, mango's, honingmelen, appels, abrikozen, komkommers, tomaten, peren, nectarines en perziken.
Voorbeeld: Appels en broccoli kunnen niet samen in één lade worden opgeslagen, omdat appels veel natuurlijk gas afscheiden en broccoli op dit soort gas zeer gevoelig reageert. Broccoli is daardoor veel minder lang houdbaar.
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen
Bewaar onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen apart van elkaar.
Moeten deze levensmiddelen bij elkaar worden bewaard, verpak ze dan in ieder geval. Daarmee voorkomt u dat er microbiologische veranderingen optreden en er ziektekiemen ontstaan.
Eiwitrijke levensmiddelen
Hoe meer eiwit levensmiddelen bevatten, des te sneller bederven ze.
Dat betekent dat schaaldieren sneller bederven dan vis en dat vis weer sneller bederft dan vlees.
Vlees
Bewaar vlees onverpakt.
Is het vlees verpakt of zit het in een bakje, open dan verpakking of bakje. Het oppervlak van het vlees wordt dan sneller droog, de kans dat zich ziektekiemen vormen wordt dan kleiner en het vlees is dan langer houdbaar. Er zijn bepaalde vleessoorten die niet onverpakt bij elkaar kunnen worden bewaard. Gebeurt dat wel dan dragen de vleessoorten ziektekiemen over en bederft het vlees eerder dan nodig is.
Plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.
■ Til het plateau iets op.
■ Trek het iets naar voren.
- Til het met de uitsparing over de plateauribben heen.
■ Verplaats het naar boven of naar beneden.
De opstaande rand die aan de achterkant zit moet naar boven wijzen, zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Met stopjes wordt voorkomen dat de plateaus er per ongeluk uit worden getrokken.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een glasplateau dat uit twee delen bestaat.
- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.
Wanneer u de twee gedeelten wilt verplaatsen, doe dan het volgende.
■ Haal ze uit het apparaat.

■ Plaats de beide plateauhouders aan weerszijden op de gewenste hoogte op de plateauribben.
■ Schuif eerst het gedeelte met de opstaande rand op de houders en de ribben, daarna het andere gedeelte.
Deurvakken
■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge-
wenste plaats weer in.
Zorg er daarbij voor dat ze goed
vastklikken.
Fleshouder
(Afhankelijk van het model)
De fleshouder kunt u naar rechts of links verschuiven.
Daardoor staan de flessen steviger als u de deur van het apparaat opent en sluit.
Wanneer u de fleshouder wilt schoon- maken adviseren wij u deze er hele- maal uit te halen.
■ Schuif de rand aan de voorkant van de fleshouder naar boven en klik de fleshouder eruit.
Maximale vriescapaciteit
De maximale vriescapaciteit mag niet worden overschreden, omdat levensmiddelen het best zo snel mogelijk tot in de kern kunnen worden ingevroren. De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h". Dit vermogen is berekend volgens de norm DIN EN ISO 15502.
Het bewaren van diepvriesproducten
■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
- de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de diepvrieszone.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi- de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.
De cellen gaan krimpen.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.
Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen. De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.
Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
- Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
-
Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
-
Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. - Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.
Het verpakken
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een sealap- paraat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt
■ Schakel enige tijd voor het inruimen de superfrost in.
Zo krijgen de producten die al zijn ingevroren een koudereserve.
Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".
Het inruimen
■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvrieszone van het apparaat, zo- dat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvrieszone vastvriezen.
Leg in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen om te voorkomen dat de laatste gaan ontdooien.
De superfrost wordt na een tijdje automatisch uitgeschakeld.
Het controlelampje gaat uit.
Het apparaat werkt weer met normale capaciteit.
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelzone (de koude die daarbij vrijkomt kan voor het koelen van de andere levensmiddelen worden gebruikt);
- in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevoren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes

■ Vul het bakje voor ijsblokjes voor driekwart met water.
■ Zet het bakje op de bodem van een diepvrieslade.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.
Het ontdooien van de koelzone
Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.
Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.
Het ontdooien van de diepvrieszone
De diepvrieszone ontdooit niet automatisch, daar de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien.
Wanneer het apparaat normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de verdamperplaat. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.
Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de verdamperplaat en functioneert het apparaat niet meer.
Ontdooi de diepvrieszone van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd.
Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de diepvrieszone liggen.
Voor het ontdooien
■ Haal de ingevroren producten uit de diepvrieszone.
■ Wikkel ze in verschillende lagen kran- tenpapier of dekens.
■ Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat die diepvrieszone weer klaar is voor gebruik.
Het ontdooien
Handel het ontdooien zo snel mogelijk af.
Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Laat de deur van de diepvrieszone open.
■ Neem het dooiwater met een spons op.
U kunt het ontdooien versnellen door een pannetje op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de diepvrieszone te zetten.
Houd in dit geval de deur tijdens het ontdooien gesloten, zodat de warmte niet weg kan.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in het apparaat. Doet u dat wel, dan raakt het kunst- stof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Na het ontdooien
■ Reinig de koel-vriescombinatie. Zorg ervoor dat er geen reinigingswater in de afvoeropening van het dooiwater terechtkomt.
■ Maak het apparaat droog.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat in.
■ Leg de ingevroren producten weer in de diepvrieszone.
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddel- of chloridehoudende reinigingsmiddelen of chemische oplosmiddelen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.
Let erop dat er geen water in de Aan/Uit - schakelaar / temperatuurregelaar, verlichting en ventilatie-roosters terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
■ Schakel de koel-vriescombinatie uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit.
■ Haal de producten uit het apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Haal alle toebehoren uit het apparaat die kunnen worden verwijderd.
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren
■ Reinig buitenkant, koelzone en toebehoren minstens één keer in de maand.
■ Reinig de diepvrieszone iedere keer na het ontdooien.
■ Reinig de toebehoren met de hand en niet in de afwasautomaat.
■ Gebruik lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelzone regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren na het reinigen met helder water af en droog alles met een doek.
■ Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.
Het reinigen van de ventilatie-roosters
■ Reinig de ventilatieroosters regelmatig met een kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant
Het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (de warmtewisselaar) moet minstens eenmaal in het jaar van stof worden ontdaan.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.
Het reinigen van de deurdichtingen
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet. Doet u dat wel, dan worden ze in de loop van de tijd poreus.
■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en droog ze daarna grondig met een doek.
Na het reinigen
■ Plaats de toebehoren in de koelvriescombinatie.
■ Steek de stekker in het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie in.
■ Schakel het apparaat weer in.
■ Leg de levensmiddelen in het apparaat.
■ Sluit de deuren van het apparaat.
Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... de koel-vriescombinatie het niet doet?
■ Controleer of:
- de Aan/Uit - schakelaar / temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0";
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
Is dit wel het geval,
■ neem dan contact op met de Afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
... de temperatuur in de koelzone te laag is?
■ Draai de temperatuurregelaar naar rechts.
De temperatuuraanduiding geeft een hogere temperatuur aan.
■ Controleer of:
– de superfrost nog aan is;
- de deur van de diepvrieszone goed dicht is;
- er ineens een vrij grote hoeveelheid verse levensmiddelen is ingevroren.
Is dat het geval, dan staat het apparaat heel lang te ronken en daalt de temperatuur in de koelzone automatisch.
... d e koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de ventilatieroosters geblokkeerd of stoffig zijn;
- het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat stoffig is;
- u de deuren van het apparaat vaak open en dicht heeft gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
- de deuren van het apparaat goed dicht zitten;
- er zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt.
Is dat het geval,
■ ontdooi de zone dan.
... d e ingevroren producten beginnen te ontdooien, doordat het in de diepvrieszone te warm is?
■ Controleer of de kamertemperatuur onder de klimaatklasse van het apparaat ligt.
Is dat het geval,
■ verhoog dan de kamertemperatuur.
Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koel-vriescombinatie minder vaak aan. Dat kan tot gevolg hebben dat het in de diepvrieszone te warm wordt en dat de ingevroren producten beginnen te ontdooien.
... d e ingevroren producten vastge vroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt?
■ Controleer of de deur van de diepvrieszone goed sluit.
■ Ontdooi en reinig de diepvrieszone.
Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.
... de ventilator ook werkt nadat de DynaCool is uitgeschakeld?
Dat is geen storing.
De ventilator werkt ook wanneer de superfrost is ingeschakeld of wanneer de kamertemperatuur onder de 18 °C ligt.
... het controlelampje van de superfrost niet brandt, terwijl het apparaat wel werkt?
Het controlelampje is defect.
■ Neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
... de binnenverlichting in de koelzone het niet meer doet?
■ Controleer of de Aan/Uit - schakelaar / temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0".
Is dat wel het geval, dan is het gloei-lampje kapot.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

■ Klik de lampafdekking er aan de voorkant uit (1) en haal deze er af (2).

■ Draai het gloeilampje eruit.
■ Pak een ander lampje.
Aansluitgegevens van het lampje:
220 - 240 V, fitting E 14.
Kijk op het oude gloeilampje voor de capaciteit (Watt).
■ Draai het nieuwe gloeilampje erin.
■ Hang de lampafdekking er aan de achterkant weer in.
■ Klik de afdekking aan de zijkanten weer vast.
... de bodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Afdeling Klantcontacten.
Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo ge-ring mogelijk.
Geluiden en de oorzaken ervan
| Vaak voorkomende ge-luiden | Waar komen deze geluiden vandaan? |
| Brrrrr... | Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan- neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. |
| Blubb, blubb.... | Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. |
| Klik.... | Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. |
| Sssrrrrr.... | Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen- de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver- oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa- raat. |
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
| Geluiden die makkelijk te verhelpen zijn | Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen? |
| Klapperende en rammelende ge-luiden | Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder. |
| Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg. | |
| Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed. | |
| In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen. | |
| De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder. |
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
- de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
Telefoonnummer en adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de afdeling Klantcontacten altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Garantietermijn en garantievoorwaarden
De garantietermijn bedraagt 2 jaar.
Voor nadere bijzonderheden over de garantievoorwaarden kunt u bellen met de afdeling Klantcontacten.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-richtlijnen geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het is niet toegestaan het apparaat met een verlengsnoer op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Zet geen apparaten op uw koelapparaat die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons.
Doet u dat wel, dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Plaats dit apparaat niet direct naast een ander koelapparaat ("side-by-side").
Doet u dat wel, kan er condenswater ontstaan, daar dit apparaat geen zij-wandverwarming heeft.
Vraag uw vakhandelaar om advies.
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct doorheen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +16 °C tot +38 °C |
| T | +16 °C tot +43 °C |
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat het apparaat voor langere tijd afslaat.
Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.
Luchttoevoer en luchtafvoer
Het apparaat kan direct met de achterwand tegen de muur worden geplaatst.
De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt echter warm.
Om een goede luchtafvoer en luchttoevoer te waarborgen moet u ervoor zorgen dat de ventilatieroosters niet afgedekt zijn en dat ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Het plaatsen van het apparaat
■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen.
Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg.
■ Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.
■ Zet het apparaat direct met de achterwand tegen de muur.
Het stellen van het apparaat

■ Stel het apparaat stevig en waterpas via de stelvoeten.
Afmetingen van het apparaat

| A | B | C | |
| KT 12520 SD | 1550 mm | 600 mm | 630 mm |
| KT 12720 SD | 1690 mm | 600 mm | 630 mm |
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het apparaat wordt geleverd met rechtsscharnierende deuren. Moeten de deuren linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting.
Het is beslist noodzakelijk dat u iemand vraagt om u daarbij te helpen.
In de volgende afbeeldingen zijn de deuren niet gesloten. Zo kunnen wij beter laten zien hoe u te werk moet gaan.
Het verwijderen van de deurgrepen
Allereerst moet u het gedeelte losma- ken dat aan de zijkant van de deurgre- pen zit.

■ Wanneer u aan de deurgrepen ① trekt, schuift het zijgedeelte ② van de deurgrepen naar achteren en ontstaat er een spleet ④ tussen dit ge- deelte ② en de bevestigingsplaat ③ van de deurgrepen.
■ Klem een stomp voorwerp (bijv. de steel van een pollepel) in de spleet ④ en druk de deurgrepen langzaam weer in de richting van de deuren.
Let erop dat het stompe voorwerp niet van zijn plaats glijdt en het apparaat daarbij beschadigt.
Het te verwijderen gedeelte van de deurgrepen ② zit nu los.
■ Trek dit gedeelte ② uit de geleiding.
■ Draai nu de vier schroeven (Torx 15) in de bevestigingsplaat los en en haal de deurgrepen eraf.
■ Maak de afdekplaatjes aan de tegen-overgestelde kant los en plaats ze op de vrijgekomen gaatjes.
Het verplaatsen van de deuren
■ Sluit de onderste deur van het apparaat.

■ Draai schroef ① uit het deurscharnier aan de onderkant ② van het apparaat.
■ Open de onderste deur voorzichtig, til hem iets op en haal hem van het apparaat af.
■ Haal lagerbout ③ uit het deurscharnier en leg de bout even aan de kant.
■ Schroef het deurscharnier ② van het apparaat af en schroef het er aan de andere kant weer op.
■ Haal het afdekplaatje ④ eraf en zet het er aan de andere kant weer op.

■ Laat de bovenste deur gesloten en trek lagerbout ⑤ vanonder uit scharnierhaak ⑫.
■ Open de bovenste deur voorzichtig, laat hem iets zakken en licht hem eruit.
■ Let daarbij op de afstandsschijven.
■ Haal afdekplaatje ⑥ eraf en schroef hoekscharnier ⑦ eraf.
■ Draai haak ⑧ en afdekplaatje ⑨ 180° en zet ze er aan de andere kant weer op.
■ Schroef hoekscharnier ⑦ er aan de andere kant weer aan.
■ Schroef lagerbout ⑩ er uit en schroef hem er in het daarnaast gelegen gat in het hoekscharnier weer in.
■ Draai afdekplaatje ⑥ 180° en zet het er aan de andere kant weer op.
■ Haal de stopjes ⑪ er uit en schroef scharnierhaak ⑫ er af.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
■ Draai scharnierhaak ⑫ 180° en schroef de haak er aan de andere kant weer op.
■ Zet de stopjes ⑪ er eveneens aan de andere kant weer op.
■ Haal de stopjes uit de deurscharnierblokken en zet ze er aan de andere kant weer op.
■ Hang de bovenste deur van het apparaat in de lagerbout ⑩ en sluit de deur van het apparaat.
■ Schuif lagerbout ⑤ met de lange kant naar boven van onderen door de scharnierhaak ⑫ in de bovenste deur van het apparaat.
■ Hang de onderste deur van het apparaat in lagerbout ⑤.

■ Plaats de lagerbout ③ van onder in de onderste deur van het apparaat.
■ Doe de onderste deur zachtjes dicht.
Lagerbout ③ moet daarbij aan de zijkant in de rail van deurscharnier ② glijden.
■ Bevestig lagerbout ③ door schroef ① vanaf de buitenkant door het deurscharnier te steken.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het terugplaatsen van de deurgrepen
Neem beslist de volgende instructies voor het terugplaatsen van de deurgrepen in acht. Wanneer de deurgrepen verkeerd worden gemonteerd, wordt de deurdichting beschadigd.

■ Maak de deurgrepen met de beide voorste schroeven ② eerst losjes aan de andere kant vast.
De bevestigingsplaat ③ moet zo tegen het deurpaneel aanzitten, dat de plaat, wanneer de deur gesloten is, evenwijdig is aan de buitenwand van het apparaat.
Is dat niet het geval, doe dan het volgende.
■ Draai de beide voorgemonteerde hefstangetjes ① er dan met de bijgevoegde inbussleutel in totdat de bevestigingsplaat ③ de juiste hoek heeft.
■ Draai alle vier de schroeven ② stevig aan.
■ Schuif het zijgedeelte van de deurgrepen ④ vanaf de kant van het apparaat in de geleiding van de bevestigingsplaat totdat het hoorbaar vastklikt.
Let er beslist op dat het zijgedeelte van de deurgrepen ④ niet tegen de deurdichting aankomt, wanneer de deur opengaat.
Gebeurt dat wel, dan raakt de deur- dichting op den duur beschadigd.
Als dat het geval is, doe dan het volgende.
■ Stel de bevestigingsplaat ③ nog-maals via de hefstangetjes ①, totdat de bevestigingsplaat en het zijge-deelte van de deurgrepen ④ de juiste hoek hebben en het zijgedeelte van de deurgrepen niet tegen de deurdichting aankomt wanneer de deur opengaat.
Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie

Het apparaat kan in ieder keukenblok worden ingebouwd. Wilt u de hoogte van het apparaat aanpassen aan de hoogte van het keukenblok, dan kunt u boven het apparaat een extra kast ① aanbrengen.
Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat over de hele breedte van deze extra kast een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.
Er moet minstens 4 cm ruimte zitten tussen het apparaat of de extra kast en het plafond, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd.
Is dat niet het geval, dan moet het apparaat met een hogere capaciteit werken, wat meer energie vergt. Hoe groter de luchtafvoeropening, des te lager het energieverbruik.
De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Wanneer het apparaat naast een muur ④ wordt opgesteld, is tussen wand en apparaat ② aan de kant van de scharnieren een afstand van minstens 50 mm vereist, zodat de deur van het apparaat met het handvat helemaal open kan.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN
Wijzigingen voorbehouden / 1108