K 2204 S-1 - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis K 2204 S-1 MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Koelkast met vriesvak |
| Model | K 2204 S-1 |
| Merk | Miele |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (afhankelijk van typeplaatje) |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a) |
| Netspanning | 220-240 V, 50 Hz |
| Zekering | 10 A |
| Aansluitkabel | Met randaardestekker |
| Verlichting | Gloeilamp max. 15 W, fitting E14 |
| Temperatuurregeling | Draaiknop met standen 1-7 |
| Winterschakeling | Ja, met controlelampje |
| Automatische ontdooiing koelzone | Ja |
| Handmatige ontdooiing vriesvak | Ja |
| Deurscharnieren | Rechts, omkeerbaar |
| Vriesvak inhoud | Kleine hoeveelheden |
| Inhoud koelzone | Niet gespecificeerd |
| Geschikt voor inbouw | Ja, onder werkblad |
| Geluidsniveau | Normale bedrijfsgeluiden (compressor, vloeistof) |
Veelgestelde vragen - K 2204 S-1 MIELE
Gebruikersvragen over K 2204 S-1 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding K 2204 S-1 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. K 2204 S-1 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING K 2204 S-1 MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de koelkast K 2204 S-1
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.
Algemeen 4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6
Het besparen van energie 10
Het in- en uitschakelen van de koelkast 12
Bij langere afwezigheid 12
De juiste temperatuur 13
... in de koelzone .... 13
... in het diepvriesvak.... 14
Het instellen van de temperatuur....14
Het gebruik van de winterschakeling 15
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 16
Gedeelten met verschillende temperaturen 16
Koelste gedeelte in de koelzone 16
Minst koele gedeelte in de koelzone 16
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen 17
Levensmiddelen afdekken of niet? 17
Groenten en fruit....17
Het indelen van de binnenruimte 18
Plateaus 18
Tweedelig plateau 18
Deurvakken 18
Fleshouders....18
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 19
Het bewaren van diepvriesproducten 19
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 19
Waar u daarbij op moet letten 19
Het verpakken van de verse levensmiddelen 20
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het diepvriesvak legt. . . . . . . . . . . . 20
Het wegleggen van de verse levensmiddelen 20
Het ontdooien van ingevroren producten 21
Het bereiden van ijsblokjes 21
Het snelkoelen van dranken 21
Het ontdooien van de koelkast 22
Het ontdooien van de koelzone....22
Het ontdooien van het diepvriesvak 22
Het reinigen van de koelkast....24
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . 24
Het reinigen van de ventilatieroosters 24
Het reinigen van de deurdichting 25
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 25
Nuttige tips 26
Geluiden en de oorzaken ervan 28
Elektrische aansluiting 30
Tips voor het plaatsen van het apparaat 31
Plaats van opstelling 31
Klimaatklasse 31
Luchttoevoer en luchtafvoer 31
Het bevestigen van de handgreep 31
Het plaatsen van het apparaat 32
Het stellen van het apparaat 32
Het veranderen van de draairichting van de deur....33
Deur van de koelkast....33
Deurtje van het diepvriesvak....34
Het onderbouwen van het apparaat 35

①Temperatuurregelaar
③ Lichtcontactschakelaar
②Winterschakeling - toets met controlelampje

③Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑦Binnenverlichting
④Groenten- en fruitladen
⑧Deurvak
⑨Deurvak voor flessen
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.
Deze koelkast voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daar- om eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onder- houd van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koelkast.
Efficiënt gebruik
Deze koelkast is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze koelkast uitsluitend voor het koelen en bewaren van le-
vensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a).
Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden;
- trek de stekker uit het stopcontact;
- lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minuten lang door
- en neem contact op met de Technische Dienst.
Hoe meer koelmiddel een koelkast bevat, des te groter moet het ver- trek zijn waarin de koelkast wordt opge- steld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koel- kast bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
Voordat u uw koelkast aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektrici- teitsnet te vergelijken.
Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de koelkast anders beschadigd raakt.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De elektrische veiligheid van de koelkast is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is ge-installeerd.
Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman controleren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Een veilig gebruik van de koelkast is alleen dan gegarandeerd, als het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.
Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman/vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.
Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de koelkast als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
De koelkast mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Gebruik
Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.
Wanneer u dat doet zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit het diepvriesvak heeft gehaald.
Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet op- nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en beder- ven.
Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.
Bewaar geen stoffen in de koelkast die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan.
Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koelkast in verband met explosiegevaar.
Bewaar geen blikjes en flessen in het diepvriesvak met koolzuurhoudende dranken of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in het diepvries-vak hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet kunnen ze uit elkaar springen en zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ontstaan.
Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen.
De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Wanneer u dat doet beschadigt u de verdampers en functioneert de koelkast niet meer.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koelkast,
Wanneer u dat doet raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Wanneer u dat doet dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd poreus.
Sluit de ventilatieroosters in het apparaat niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koelkast beschadigd kunnen raken.
De koelkast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een
klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koelkast staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat de koelkast voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koelkast nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroor- zaken.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Voorkom dat kinderen zich bij het
spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact
en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het
koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het besparen van energie
| Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik | ||
| Plaatsing van het apparaat | In ruimten waar kan worden ge -ventileerd | In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd |
| Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnen | Op een plaats waar de zon direct op kan schijnen | |
| Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | Naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | |
| Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °C | Bij een hogere omgevingstemperatuur | |
| Temperatuurinstelling in standen | Instelling van één van de middelste standen: 2 of 3. | Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik |
| Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave) | Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij | apparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstemperaturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit. |
| Koelzone: 4 tot 5 °C | ||
| 0° zone: ca. 0 °C | ||
| Diepvrieszone: - 18 °C | ||
| Dagelijks gebruik Open de de | deur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk. | De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft. |
| Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek. | Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur. | |
| Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen. | Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken. | |
| Leg de levensmiddelen alleen afgedekt of verpakt in het apparaat. | Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ont-dooien. | ||
| Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren. | ||
| Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit. | Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik. | |
Voor het eerste gebruik
■ Reinig de binnenkant van de koelkast en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reini-gingsmiddel.
■ Maak daarna alles met een doek droog.
Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor de werking van de koelkast.
Het inschakelen van de koel- kast
■ Draai de temperatuurregelaar vanuit stand "0" op één van de andere standen.
Het apparaat begint te koelen. De binnenverlichting gaat aan wanneer de deur wordt geopend.
Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.
Het uitschakelen van de koel- kast
■ Draai de temperatuurregelaar vanuit stand "1" op stand "0".
De koeling en de binnenverlichting zijn uitgeschakeld.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koelkast vrij lange tijd niet meer gebruikt,
■ schakel dan het apparaat uit;
■ trek de stekker uit het stopcontact;
■ ontdooi het diepvriesvak;
■ reinig het apparaat en
■ laat de deur van het apparaat en het deurtje van het diepvriesvak iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De temperatuur in de koelkast wordt hoger, naarmate
- de deur van het apparaat vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
- de omgevingstemperatuur hoger is. De koelkast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
... in de koelzone
Voor het midden van de koelzone adviseren wij een koeltemperatuur van 5 °C.
Wilt u weten wat de koeltemperatuur ongeveer is,
■ zet dan een glas water in het midden van de koelkast met een thermometer erin.
Deze geeft na ca. 24 uur de temperatuur ongeveer aan.
Attentie:
- Gewone huisthermometers meten meestal zeer onnauwkeurig. U kunt het beste een elektronisch meetapparaat gebruiken.
- Meet niet de luchttemperatuur die in het apparaat heerst, want deze zegt niets over de temperatuur van de levensmiddelen.
- U kunt de deur van de koelkast het beste zo min mogelijk opendoen in de tijd waarin u aan het meten bent, omdat er iedere keer warme lucht naar binnen stroomt.
... in het diepvriesvak
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt. Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt beginnen ze te groeien en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
Het instellen van de temperatuur
De temperatuur kunt u instellen met behulp van de temperatuurregelaar.
■ Draai de regelaar vanuit stand "0" op één van de standen tussen 1 en 7.
Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.
Wij adviseren één van de middelste standen.
Wanneer zich in het diepvriesvak ingevroren producten bevinden die voorlo-pig beslist niet mogen ontdooien is het aan te bevelen om een stand van 4 tot 7 in te stellen.
Deze stand is ook aan te bevelen wanneer de deur van het apparaat erg vaak open wordt gedaan, er grote hoeveelheden levensmiddelen in de koelzone worden gelegd of de omgevingstemperatuur hoog is.
Bij lage kamertemperaturen onder of gelijk aan 18 °C slaat het apparaat minder vaak aan en daardoor kan het in het diepvriesvak te warm worden.
Dat kan ertoe leiden dat de ingevroren producten gaan ontdooien.
Om dat te voorkomen kunt u de winter- schakeling gebruiken.
Het inschakelen van de winterscha- keling

■ Druk op de Winterschakeling - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
Het apparaat slaat vaker aan, waardoor de temperatuur in het diepvriesvak daalt en de vereiste temperatuur is ge- waarborgd.
Het uitschakelen van de winterschakeling
Zodra de kamertemperatuur hoger is dan 18 °C wordt het diepvriesvak met behulp van de temperatuurregelaar voldoende gekoeld en moet de winter-schakeling worden uitgeschakeld.
Gebeurt dat niet wordt er onnodig veel energie verbruikt.
■ Druk op de Winterschakeling - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Gedeelten met verschillende temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Koelste gedeelte in de koelzone
Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:
– vis, vlees, gevogelte;
– worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.
Minst koele gedeelte in de koelzone
Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.
Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.
Zet geen culinaire olie in de deur van het apparaat.
Doet u dat wel, dan kunnen er scheuren in het kunststof materiaal van de deur ontstaan.
De levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, want in dat geval kunnen ze eraan vastvriezen.
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:
- Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
- Fruit dat nog niet rijp is
- Aardappels
- Parmezaanse kaas
Levensmiddelen afdekken of niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevens voorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groenten- en fruitladen worden bewaard.
U moet er echter rekening mee houden dat sommige groentensoorten natuurlijke gassen afscheiden, wat bederf in de hand werkt. Enkele groenten- en fruitsoorten reageren bijzonder gevoelig op deze natuurlijke gassen. Daarom mogen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.
Voorbeelden van vruchten die veel natuurlijke gassen afscheiden:
Appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's en vijgen.
Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groenten- en fruitsoorten:
Kiwi's, broccoli, bloemkool, spruitjes, mango's, honingmelen, appels, abri-kozen, komkommer, tomaten, peren, nectarines en perziken.
Plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.
■ Trek het plateau naar voren totdat u weerstand voelt, til het aan de voorkant op en haal het eruit.
■ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen.
De opstaande rand moet naar boven wijzen zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een plateau dat uit twee delen bestaat.
- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.
Deurvakken
■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge- wenste plaats weer in. Zorg er daarbij voor dat ze goed vastklikken.
Fleshouders
Fleshouders kunt u naar rechts of links verschuiven.
Daardoor staan de flessen steviger wanneer u de deur van het apparaat opent en sluit.
Het gebruik van het diepvries- vak
Gebruik het diepvriesvak voor
- het bewaren van diepvriesproducten;
- het invriezen en bewaren van kleine hoeveelheden verse levensmiddelen;
- het bereiden van ijsblokjes en ijs.
Het bewaren van diepvriesproducten
Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Is deze hoger dan -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur lager is dan - 18 °C.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist als u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in het diepvriesvak.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren. Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
- Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
-
Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
-
Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. - Laat warme gerechten en dranken eerst buiten de koelkast afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.
Het verpakken van de verse levens- middelen
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een sealap- paraat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het diepvriesvak legt
■ Druk enige tijd voordat u de verse levensmiddelen in het diepvriesvak legt op de Winterschakeling - toets. Zie hoofdstuk: "Het gebruik van de winterschakeling".
Het wegleggen van de verse levensmiddelen
■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van het diepvriesvak, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van het diepvriesvak vastvriezen.
Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.
Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelzone van de koelkast;
- in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmidde- len hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes
(Afhankelijk van het model met bakje met boutje)

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.
■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten en zet het op de bodem van het diepvriesvak.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in het diepvriesvak hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.
Het ontdooien van de koelzone
Terwijl de koelkast in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.
Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.
Het ontdooien van het diepvriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch, daar de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien.
Wanneer het vriesvak normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de verdamper. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.
Krab de rijp- en ijslagen er niet af. Doet u dat wel, dan beschadigt u de verdamper en functioneert de koel-kast niet meer.
Ontdooi het diepvriesvak van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd.
Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in het vriesvak liggen.
Voor het ontdooien
■ Haal de ingevroren producten uit het diepvriesvak en wikkel ze in verschillende lagen krantenpapier of dekens.
■ Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat het diepvriesvak weer klaar is voor gebruik.
Het ontdooien
Handel het ontdooien zo snel mogelijk af. Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het apparaat.
■ Laat de deur van het diepvriesvak open.
U kunt het ontdooien versnellen door een pannetje op een onderzetter met heet (niet kokend) water in het vriesvak te zetten. In dat geval kan de deur bij het ontdooien gesloten blijven, zodat de warmte niet vrij kan komen.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koelkast. Doet u dat wel, dan raakt het kunst- stof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Na het ontdooien
■ Neem het dooiwater met een spons op.
■ Reinig het apparaat en droog het. Er mag geen reinigingswater in de afvoeropening voor het dooiwater terechtkomen.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel de koelkast in.
■ Leg de ingevroren producten weer terug in het diepvriesvak.
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.
Let erop dat er geen water in de temperatuurregelaar of in de verlichting terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
■ Schakel het apparaat uit door de temperatuurregelaar op "0" te draaien.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Haal de levensmiddelen uit de koel-kast en bewaar ze op een koele plaats.
■ Ontdooi het diepvriesvak.
■ Haal alle toebehoren uit de koelkast die kunnen worden verwijderd.
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren
■ Reinig de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren van de koelkast minstens één keer in de maand.
■ Reinig het diepvriesvak iedere keer na het ontdooien.
■ Gebruik daarvoor lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
■ Reinig de toebehoren met de hand. Het botervak kan in de afwasauto- maat.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem buitenkant, binnenruimte en toebehoren met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■ Laat de deur van de koelkast korte tijd openstaan.
Het reinigen van de ventilatie-roosters
■ Reinig de ventilatieroosters regelmatig met een kwast of een stofzuiger.
Wanneer zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.
Het reinigen van de deurdichting
Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Doet u dat wel, dan wordt de deurdichting in de loop van de tijd poreus.
■ Reinig de deurdichting regelmatig alleen met helder water en wrijf deze daarna met een doek grondig droog.
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant
Het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (warmtewisselaar) moet minstens eenmaal in het jaar van stof worden ontdaan.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.
Na het reinigen
■ Plaats alle toebehoren weer terug in de koelkast.
■ Steek de stekker weer in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat met behulp van de temperatuurregelaar weer in.
■ Plaats de levensmiddelen weer terug in de koelkast.
■ Sluit de deur van de koelkast.
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Gebeurt dit niet dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... de koelkast niet koelt?
■ Controleer of:
- de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan "0";
– de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld. Is dit wel het geval, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
... de temperatuur in de koelzone te laag is?
■ Zet de temperatuurregelaar op een lagere stand (hogere temperatuur).
■ Controleer of
- het deurtje van het diepvriesvak goed gesloten is;
– de winterschakeling is ingeschakeld;
- er een vrij grote hoeveelheid levensmiddelen ineens is ingevroren.
Wanneer een grote hoeveelheid levensmiddelen ineens wordt ingevroren is de koelkast heel lang in werking en daalt de temperatuur in de koelzone automatisch.
Daarom moet er nooit meer dan 2 kg levensmiddelen ineens worden ingevroren.
... de koelkast vaker en voor langere tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de ventilatieroosters zijn geblokkeerd en of er veel stof inzit;
- het metalen rooster (warmtewisselaar) aan de achterkant van het apparaat stoffig is;
- u de deur van de koelkast vaak open en dicht heeft gedaan;
- u het deurtje van het diepvriesvak vaak open en dicht heeft gedaan;
- er grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
– de deur van de koelkast goed sluit; - het deurtje van het diepvriesvak goed sluit;
- er zich in het diepvriesvak een vrij dikke ijslaag bevindt.
Klopt dat, ontdooi dan het diepvries-vak.
... de in het diepvriesvak opgeslagen levensmiddelen ontdooien, doordat het in het diepvriesvak te warm is?
■ Controleer of de kamertemperatuur onder de klimaatklasse van het apparaat ligt. Is dit zo, verhoog dan de kamertemperatuur of schakel de winterschakeling in.
Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koelkast minder vaak aan en kan het in het diepvriesvak te warm worden.
... de ingevroren producten vastgevroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... zich in het diepvriesvak een vrij dikke ijslaag bevindt?
■ Controleer of het deurtje van het diepvriesvak goed sluit.
■ Ontdooi het diepvriesvak en reinig het.
Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.
... de binnenverlichting in de koelzone niet meer functioneert?
■ Controleer of:
- de lichtschakelaar klemt;
- de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0".
Zo ja, dan is het gloeilampje kapot.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

■ Pak de lampafdekking aan de achterkant vast, druk de zijkant omhoog ① en trek de lampafdekking eraf ②.
■ Vervang het gloeilampje.
Aansluitgegevens van het lampje: 220 - 240 V, max. 15 W, fitting E 14
■ Schuif de lampafdekking er weer op en klik deze vast.
... de bodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische Dienst.
Open als het mogelijk is het deurtje van het diepvriesvak en de koelkastdeur niet vóórdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.
Geluiden en de oorzaken ervan
| Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan? | |
| Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. | |
| Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. | |
| Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. | |
| Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat. |
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
| Geluiden die makkelijk te verhelpen zijn | Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen? |
| Klapperende en rammelende ge-luiden | Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder. |
| Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg. | |
| Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed. | |
| In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen. | |
| De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder. |
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
– met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-richtlijnen geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het is niet toegestaan het apparaat met een verlengsnoer op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Zet geen apparaten op uw kast die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons. Doet u dat wel dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct doorheen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +18 °C tot +38 °C |
| T | +18 °C tot +43 °C |
Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat het apparaat voor langere tijd afslaat.
Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.
Dat kan er zelfs toe leiden dat de ingevroren producten gaan ontdooien.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm.
Om een goede luchttoevoer en luchtafvoer mogelijk te maken mogen de ventilatieroosters niet geblokkeerd zijn.
De ventilatieroosters moeten bovendien regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Het bevestigen van de hand- greep
Wanneer u de draairichting van de deur niet hoeft te veranderen kunt u nu de handgreep aan de deur van het apparaat schroeven.

■ Maak de handgreep ① met de schroeven ② op de deurgaten vast.
■ Plaats de bijgevoegde afdekkapjes
③op de schroeven.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Het plaatsen van het apparaat
■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen.
Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg.
■ Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.
Het stellen van het apparaat

■ Stel het apparaat stevig en waterpas via de stelvoeten met de bijgevoegde steeksleutel.
Het veranderen van de draairichting van de deur
De koelkast wordt geleverd met een rechtsscharnierende deur. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deur.
Deur van de koelkast

■ Schroef wanneer de deur van de koelkast nog gesloten is de hoekscharnier ①eruit, laat de deur iets zakken en haal hem eraf.
■ Haal de scharnierbout ②uit de hoek - scharnier en schroef hem in het tweede gat van de hoekscharnier.
■ Haal de afdekking ③eraf en sluit daarmee de vrijgekomen gaten aan de andere kant af.
■ Schroef de scharnierbout aan de bovenkant ④eruit en schroef de bout er aan de andere kant weer aan.
■ Haal de stop ⑤uit het deurscharnier - blok en zet hem er aan de andere kant weer in.
■ Haal de stopjes ⑥eruit en schroef de deurgreep ⑦eraf. Zet de deurgreep en de stopjes er aan de andere kant weer aan.
■ Verwijder de deursteun ⑧door deze goed vast te pakken en met kracht opzij te drukken.
Voor een linksscharnierende deur is de deursteun niet meer nodig. Voor het geval de deur echter weer rechtsscharnierend moet zijn, moet de deursteun op dezelfde plaats weer worden aangebracht.
■ Plaats de deur van de koelkast op de bovenste scharnierbout ④en sluit de deur.
■ Zet de onderste scharnierbout ② met de hoekscharnier ① in het daarvoor bestemde gat aan de onderkant van de deur van de koelkast en schroef de hoekscharnier aan de ommante-ling vast.
■ Stel de deur van de koelkast met behulp van de sleufgaten in de hoekscharnier en draai alle schroeven stevig aan.
Het veranderen van de draairichting van de deur
Deurtje van het diepvriesvak

■ Schroef de lagersteun ①los en haal de steun er samen met het deurtje van het diepvriesvak ②af.
■ Plaats de lagersteun op de bovenste stift van het deurtje van het diepvriesvak ③en draai het deurtje om zodat de lagersteun beneden zit.
■ Schroef de sluithaak ④eraf.

■ Draai de sluithaak 180° en schroef de haak er aan de tegenovergestelde kant weer aan ⑤.
■ Zet het deurtje van het diepvriesvak er aan de bovenkant in ⑥en schroef de lagersteun vast ⑦.
■ Sluit de vrijgekomen gaten met de bijgevoegde stoppen ⑧af.
Het apparaat kunt u onder het werkblad schuiven. Eerst moet u echter het tafelblad van het apparaat verwijderen:

■ Draai de schroeven ①aan de achter - kant van het apparaat eruit.
- Til het tafelblad aan de achterkant omhoog en verwijder het.
Voor de luchttoevoer en luchtafvoer aan de achterwand van het apparaat is het zeer belangrijk dat er in het werkblad een ventilatieopening van minstens 140 cm 2 zit.
Het wandafsluitingsprofiel aan het werkblad mag bij een onderbouw-diepte van 600 mm maximaal 10 mm diep zijn!
Zorg ervoor dat u altijd bij het stopcontact kunt komen.
Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN