KT 3414 S - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KT 3414 S MIELE in PDF-formaat.
| Type product | Koel-vriescombinatie |
| Merk | Miele |
| Model | KT 3414 S |
| Categorie | Inbouwapparaat |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a) |
| Temperatuurregeling | Centrale draaiknop (stand 1-7) |
| Winterschakeling | Ja, met toets en controlelampje |
| Ontdooien koelzone | Automatisch |
| Ontdooien vrieszone | Handmatig (bij 5 mm ijslaag) |
| Vriescapaciteit | Zie typeplaatje |
| Deur draairichting | Rechts, omkeerbaar naar links |
| Binnenverlichting | Ja, 220-240 V, max. 15 W, fitting E14 |
| Plateaus | Verstelbaar, tweedelig plateau mogelijk |
| Deurvakken | Verplaatsbaar |
| Flessenhouder | Ja, verschuifbaar |
| Groenten- en fruitladen | Ja |
| Elektrische aansluiting | 220-240 V, 50 Hz, 10 A zekering |
| Reiniging | Lauwwarm water, geen stoomreiniger |
| Ventilatieroosters | Regelmatig reinigen |
| Metaal rooster achterkant | Jaarlijks reinigen |
| Garantie | Miele Service Verzekering Certificaat |
Veelgestelde vragen - KT 3414 S MIELE
Gebruikersvragen over KT 3414 S MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KT 3414 S - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KT 3414 S van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KT 3414 S MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de koel-vriescombinaties
KT 3226 S
KT 3414 S
KT 3424 S
KT 3426 S
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.

M.-Nr. 05 579 351
Inhoud
Algemeen 4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....6
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie....10
Bij langere afwezigheid 10
De juiste temperatuur 11
... in de koelzone .... 11
... in de diepvrieszone .... 11
Het instellen van de temperatuur....12
Het gebruik van de winterschakeling....13
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 14
Zones met verschillende temperaturen....14
Koelste gedeelte in de koelruimte 14
Het minst koele gedeelte in de koelruimte 14
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen 15
Levensmiddelen afdekken of niet? 15
Groenten en fruit....15
Tips om energie te besparen....15
Het indelen van de binnenruimte 16
Het verplaatsen van de plateaus....16
Tweedelig plateau 16
Het verplaatsen van de deurvakken 16
Fleshouders....16
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 17
Het bewaren van diepvriesproducten 17
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 17
Waar u daarbij op moet letten: 17
Het verpakken. 18
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt . . . . . . . . . . . 18
Het wegleggen 18
Het ontdooien van ingevroren producten 19
Het bereiden van ijsblokjes 19
Het snelkoelen van dranken 19
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie 20
Het ontdooien van de koelzone....20
Het ontdooien van de diepvrieszone....20
Het reinigen van de koel-vriescombinatie 22
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . 22
Het reinigen van de ventilatieroosters 22
Het reinigen van de deurdichtingen 23
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 23
Nuttige tips 24
Elektrische aansluiting 28
Tips voor het plaatsen van het apparaat 29
Plaats van opstelling 29
Klimaatklasse 29
Luchttoevoer en luchtafvoer 29
Het bevestigen van de handvaten 29
Transportbeveiliging van de handvaten 30
Het plaatsen van het apparaat 30
Het stellen van het apparaat 30
Het veranderen van de draairichting van de deur....31
Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie 33

①Temperatuurregelaar
②Winterschakeling - toets en controlelampje van de winterschakeling
①Plateau voor de diepvrieszone
②Boter- en kaasvak
③Plateaus voor de koelzone
④Eierrekje
⑤Binnenverlichting
⑥Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑦Groenten- en fruitladen
⑧Deurvakken
⑨Fleshouder
⑩Ventilatieroosters

Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grofvuil, maar informeer bij uw handelaar of het mogelijk is het apparaat terug te geven.
Is dit niet mogelijk, informeer dan bij de gemeente of bij een grondstoffenhandelaar naar mogelijkheden voor hergebruik van het materiaal (bijv. schrootverwerking).
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.
Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.
Efficiënt gebruik
Deze koel-vriescombinatie is uit-sluitend bestemd voor huishoude- lijk gebruik.
Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge- bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve be- diening.
Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a).
Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat.
Behalve de geluiden van de compres- sor kunnen er dan in het hele koelsys- teem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
- trek de stekker uit het stopcontact,
- lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
- en neem contact op met de Technische Dienst.
Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin de koel-vriescombinatie wordt opgesteld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koel-vriescombinatie bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
Voordat u uw koel-vriescombinatie aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken.
Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de koel-vriescombinatie anders beschadigd raakt.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle- ren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiks-aanwijzing staan.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman/vakvrouw op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.
Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.
Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de koel-vries-combinatie als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Gebruik
Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.
Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet op- nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en beder- ven.
Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.
Bewaar geen stoffen in de koelvriescombinatie die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en
altijd goed gesloten in de koelzone in verband met explosiegevaar.
Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ont-staan.
Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vries-combinatie.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
Sluit de ventilatieroosters in het apparaat niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.
De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Voor het eerste gebruik
■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.
Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van het apparaat!
Het inschakelen van de koel- vriescombinatie
■Draai de temperatuurregelaar vanuit stand 0 naar rechts op één van de andere standen.
Het apparaat begint te koelen.
Wanneer de deur wordt geopend gaat de binnenverlichting van de koelzone aan.
Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie
■ Draai de temperatuurregelaar naar links terug op stand 0.
De koeling en de binnenverlichting zijn uitgeschakeld.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koel-vriescombinatie vrij lange tijd niet meer gebruikt, ga dan als volgt te werk.
■ Schakel het apparaat uit.
■Trek de stekker uit het stopcontact.
■Ontdooi de diepvrieszone.
■Reinig het apparaat.
■Laat de deuren van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De temperatuur in het apparaat wordt hoger, naarmate
– de deur van het apparaat vaker wordt geopend en langer geopend blijft;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
- de omgevingstemperatuur hoger is. Dit apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
... in de koelzone
Wij adviseren voor het midden van het apparaat een temperatuur van 5 °C.
Wilt u weten wat de koeltemperatuur ongeveer is,
■ zet dan een glas water in het midden van de koelkast met een thermometer erin.
Deze geeft na ca. 24 uur de temperatuur ongeveer aan.
Attentie:
- Gewone huisthermometers meten meestal zeer onnauwkeurig. U kunt het beste een elektronisch meet-apparaat gebruiken.
- Meet niet de luchttemperatuur die in het apparaat heerst, want deze zegt niets over de temperatuur van de levensmiddelen.
- U kunt de deur van het apparaat het beste zo min mogelijk opendoen in de tijd waarin u aan het meten bent, omdat er iedere keer warme lucht naar binnen stroomt.
... in de diepvrieszone
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren een temperatuur in van -18 °C.
Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt.
Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt beginnen ze te groeien en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar.
Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
Het instellen van de temperatuur
De temperaturen voor de koel- en diepvrieszone kunt u centraal met behulp van de temperatuurregelaar in de koelzone instellen.
■ Draai de temperatuurregelaar op een stand tussen de 1 en de 7.
Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.
Wij adviseren één van de middelste standen.
Wanneer er in de diepvrieszone diepvriesproducten liggen en de vereiste lage temperaturen gewaarborgd moeten blijven, is een instelling van 4 tot 7 aan te raden.
Deze instelling raden wij ook aan wanneer de deur van het apparaat zeer vaak geopend wordt, grote hoeveelheden levensmiddelen in de koelruimte worden gelegd of de omgevingstemperatuur zeer hoog is.
Bij lage kamertemperaturen onder of gelijk aan 18 °C slaat het apparaat minder vaak aan en daardoor kan het in de diepvrieszone te warm worden. Dat kan ertoe leiden dat de ingevroren producten gaan ontdooien. Om dat te voorkomen kunt u de winterschakeling gebruiken.
Het inschakelen van de winterscha- keling

■Druk op de Winterschakeling - toets.
Daarna gaat het controlelampje van deze toets branden.
Het apparaat slaat vaker aan, waardoor de temperatuur in de diepvrieszone daalt en de vereiste temperatuur is ge- waarborgd.
Het uitschakelen van de winterscha- keling
Zodra de kamertemperatuur hoger is dan 18 °C wordt de diepvrieszone met behulp van de temperatuurregelaar voldoende gekoeld en moet de winter-schakeling worden uitgeschakeld. Gebeurt dat niet wordt er onnodig veel energie verbruikt.
■ Druk op de Winterschakeling - toets.
Daarna gaat het controlelampje van deze toets uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Zones met verschillende temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelruimte zones met verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Koelste gedeelte in de koelruimte
Het koelste gedeelte in de koelruimte bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:
– vis, vlees, gevogelte;
– worst, kant-en-klaar-gerechten;
– levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4 °C.
Het minst koele gedeelte in de koelruimte
Het minst koele gedeelte in de koel- ruimte bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.
Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui- vingsmiddelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.
Zet geen culinaire olie in de deur van het apparaat.
Doet u dat wel, dan kunnen er scheuren in het kunststof materiaal van de deur ontstaan.
De levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, want in dat geval kunnen ze eraan vastvriezen.
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelruimte te worden bewaard.
Hiertoe behoren:
- Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
– Fruit dat nog niet rijp is
– Aardappels - Parmezaanse kaas
Levensmiddelen afdekken of niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevens voorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelruimte regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groente- en fruitladen worden bewaard.
U moet er echter rekening mee houden dat sommige groentesoorten natuurlijke gassen afscheiden, wat bederf in de hand werkt. Enkele groente- en fruit-
soorten reageren bijzonder gevoelig op deze natuurlijke gassen. Daarom mo- gen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.
Voorbeelden van vruchten die veel natuurlijke gassen afscheiden:
Appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's en vijgen.
Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groenten- en fruitsoorten:
Kiwi's, broccoli, bloemkool, spruitjes, mango's, honingmelen, appels, abri- kozen, komkommer, tomaten, peren, nectarines en perziken.
Tips om energie te besparen
- Wanneer u levensmiddelen in het apparaat wilt leggen of eruit wilt halen, doe de deur dan altijd maar even open.
Hoe vaker en hoe langer de deur openstaat, des te hoger de temperatuur in het apparaat wordt en des te langer het apparaat staat te ronken om de temperatuur laag te houden. - Leg de levensmiddelen bij het inruimen meteen op de goede plek. Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur.
- Laat warme levensmiddelen en dranken afkoelen voordat u ze in het apparaat plaatst.
- Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tussen de levensmiddelen kan circuleren.
Het verplaatsen van de plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergelegd / neergezet.
■ Trek het plateau naar voren totdat u weerstand voelt, til het aan de voorkant op en haal het eruit.
■ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen.
De opstaande rand moet naar boven wijzen zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een plateau dat uit twee delen bestaat.
- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.
Het verplaatsen van de deurvakken
■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.
Zorg er daarbij voor dat ze goed vastklikken.
Fleshouders
Fleshouders kunt u naar rechts of links verschuiven.
Daardoor staan de flessen steviger wanneer u de deur van het apparaat opent en sluit.
Maximale vriescapaciteit
Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.
De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".
Het bewaren van diepvries- producten
■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de koel-vriescombinatie.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten:
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren. Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
- Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
- Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
- Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten.
- Laat warme gerechten en dranken eerst buiten de koel-vriescombinatie afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ontdooien en wordt er meer stroom verbruikt dan nodig is.
Het verpakken
■Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakjes
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal- apparaat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt
■ Draai de temperatuurregelaar ca. 24 uur vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt op een middelste tot hoge stand.
■ Druk dan op de Winterschakeling - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
De temperatuur in de diepvrieszone daalt, waardoor reeds in deze zone opgeslagen en ingevroren levensmiddelen een koudereserve krijgen.
Het wegleggen
■Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvrieszone, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvrieszone vastvriezen.
Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.
Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.
Ca. 24 uur daarna zijn de verse levens- middelen helemaal ingevroren.
■ Draai de temperatuurregelaar weer op de gewenste stand en schakel de winterschakeling uit, als de kamer-temperatuur hoger is dan 18 °C!
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelzone.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.
■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten.

■Schuif het bakje in de daarvoor bestemde houder in de diepvrieszone.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.
Het ontdooien van de koelzone
Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelruimte rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelruimte wordt automatisch ont-dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.
Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.
Het ontdooien van de diepvrieszone
De diepvrieszone ontdooit niet automatisch, daar de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien.
Wanneer de diepvrieszone normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de vriesplaten. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.
Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vries-combinatie niet meer.
Ontdooi de diepvrieszone van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd.
Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de diepvrieszone liggen.
■ Haal de ingevroren producten uit de diepvrieszone en wikkel ze in verschillende lagen krantenpapier of de-kens.
■ Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat de diepvrieszone weer klaar is voor gebruik.
Handel het ontdooien zo snel mogelijk af. Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Laat de deur van de diepvrieszone open.
■ Neem het dooiwater met een spons op.
U kunt het ontdooien versnellen door een pannetje op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de diepvrieszone te zetten. In dat geval moet de deur bij het ontdooien gesloten blijven, zodat de warmte niet vrij kan komen.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vries-combinatie.
Wanneer u dat doet raakt het kunst- stof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
■ Reinig de diepvrieszone en maak deze droog.
Er mag geen reinigingswater in de afvoeropening voor het dooiwater terechtkomen.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat in.
■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvrieszone.
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.
Let erop dat er geen water in de elektronica, de verlichting of de ventilatieroosters terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
■ Schakel het apparaat uit door de temperatuurregelaar op "0" te draaien.
■ Haal de te koelen producten uit het apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen worden verwijderd.
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren
Deze kunt u het beste reinigen met lauwwarm water met reinigingsmiddel. Reinig de toebehoren met de hand. Het botervak kan in de afwasautomaat.
■ Reinig de koelruimte minstens één keer in de maand en de diepvrieszone iedere keer na het ontdooien.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelruimte regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■Neem de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren daarna met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.
Het reinigen van de ventilatie-roosters
■ Reinig de ventilatieroosters regelmatig met een kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.
Het reinigen van de deurdichtingen
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.
Doet u dat wel dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en wrijf deze daarna met een doek grondig droog.
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant
Het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (warmtewisselaar) moet minstens eenmaal in het jaar van stof worden ontdaan.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.
Na het reinigen
■ Plaats alle toebehoren weer terug in de koelzone.
■ Leg de levensmiddelen weer terug in de koelzone.
■ Sluit de deuren van koel-vriescombinatie.
■ Schakel het apparaat in.
■ Leg de ingevroren producten in de diepvrieszone zodra de temperatuur in deze zone laag genoeg is.
Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... u ongewone geluiden hoort nadat u de koel-vriescombinatie hebt ingeschakeld en vooral nadat u het apparaat voor het eerst in gebruik hebt genomen?
■Schakel de koel-vriescombinatie uit en controleer of:
- het apparaat stabiel en waterpas staat;
- de meubels die naast het apparaat staan gaan trillen als deze aanstaat;
- u eraan gedacht hebt dat alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen;
- u de kabelhouder van de achterwand van het apparaat hebt verwijderd;
- de uitneembare onderdelen van de koel-vriescombinatie stevig in het apparaat zitten;
- er flessen tegen elkaar aankomen.
Bedenk wel dat motor- en stromingsgeluiden in het koelsysteem niet te vermijden zijn.
... de koel-vriescombinatie niet koelt?
■ Controleer of:
- de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0";
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
Is dit wel het geval, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
... de temperatuur in de koelruimte te laag is?
■Zet de temperatuurregelaar op een lagere stand (hogere temperatuur).
■Controleer of:
- de deur van de diepvrieszone goed gesloten is.
- er een vrij grote hoeveelheid levensmiddelen ineens is ingevroren.
Wanneer een grote hoeveelheid levensmiddelen ineens wordt ingevroren is de koel-vriescombinatie heel lang in werking en daalt de temperatuur in de koelruimte automatisch.
Daarom moet er nooit meer dan 2 kg levensmiddelen ineens worden ingevroren.
- u de winterschakeling wel hebt uitgeschakeld.
... de koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de ventilatieroosters zijn geblokkeerd en of er veel stof inzit;
- het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (warmtewisselaar) stoffig is;
- u de deur van de koelzone of die van de diepvrieszone vaak open en dicht heeft gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
- de deuren van de koel-vriescombi-natie goed sluiten;
- er zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt.
Klopt dat, ontdooi dan de diepvrieszone.
... de in de diepvrieszone opgeslagen levensmiddelen ontdooien, doordat het in de diepvrieszone te warm is?
■ Controleer of de kamertemperatuur onder de klimaatklasse van het apparaat ligt.
Is dit zo, verhoog dan de kamertemperatuur of schakel de winterschakeling in.
Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koel-vriescombinatie minder vaak aan en kan het in de diepvrieszone te warm worden.
... de ingevroren producten vastgevroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt?
■ Controleer of de deur van de diepvrieszone goed sluit.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Reinig de diepvrieszone.
Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.
... de binnenverlichting in de koelzone niet meer functioneert?
■ Controleer of lichtcontactschakelaar klemt.
■ Controleer of de temperatuurrege-
laar op een andere stand staat dan
op 0.
Is dat wel het geval, dan is het gloei-
lampje kapot.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.
■ Pak de lampafdekking van achteren vast.

■ Druk het gedeelte ①omhoog
■ en trek de lampafdekking ②eraf.
■ Vervang het gloeilampje.
Aansluitgegevens van het lampje:
220 - 240 V, max. 15 W, fitting E 14
■ Schuif de lampafdekking er weer op en klik deze vast.
... de bodem van de koelruimte nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische Dienst.
Open als het mogelijk is de deuren van de koel-vriescombinatie niet vóórdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
– met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-richtlijnen geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het is niet toegestaan het apparaat met een verlengsnoer op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Zet geen apparaten op de koel-vriescombinatie die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons. Doet u dat wel dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct door heen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer de koel-vriescombinatie staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
De koel-vriescombinatie is geconstru- eerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertempe- ratuurbereik waarbinnen de tempera- tuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +18 °C tot +38 °C |
| T | +18 °C tot +43 °C |
Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat.
Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn. Dat kan er zelfs toe leiden dat de ingevroren producten beginnen te ontdooien.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van de koel-vriescombinatie wordt warm.
Daarom zijn een goede luchttoevoer en luchtafvoer noodzakelijk. Om die reden mogen de ventilatieroosters niet geblokkeerd zijn en moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Het bevestigen van de hand- vaten
Wanneer u de draairichting van de deuren niet hoeft te veranderen, schroef dan de handvaten er aan.

■ Maak de handvaten ① met de schroeven ② op de deurgaten vast.
■ Schuif de plaatjes ③er op en zorg ervoor dat ze goed vastklikken.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Transportbeveiliging van de handvaten
Wanneer u de deuren voor het eerst opendoet, gaan de handvaten van de transportstand over in de gebruiksstand. Dit is door een klik te horen. Ze staan daarna iets meer van het apparaat af dan daarvoor.
Het plaatsen van het apparaat
■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen.
Buig eventueel in de weg zittende
delen voorzichtig weg.
■Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.
Het stellen van het apparaat

■ Stel het apparaat stevig en waterpas via de stelvoeten met de bijgevoegde steeksleutel.
Het veranderen van de draairichting van de deur
Het apparaat wordt geleverd met rechtsscharnierende deuren. Moeten de deuren linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deuren.
■ Open de onderste deur van het apparaat.

■ Sluit de onderste deur van het apparaat, schroef de onderste hoekscharnier ②eraf, laat de deur iets zakken en haal hem eraf.
■ Haal de vulring en de scharnierbout ③uit de hoekscharnier en schroef ze er in het tweede gat van de hoekscharnier weer in.
■ Laat de bovenste deur ⑤dicht, schroef de bovenste hoekscharnier ④eraf, laat de deur iets zakken en haal hem eraf.

■Haal de stoppen ①uit de deurscharnierblokken en steek ze er aan de andere kant weer in.
■ Schroef de scharnierbout ②eruit en schroef de bout er aan de andere kant weer in. Let op de vulring.
■ Haal de stoppen ③en het afdekkap - je ④eraf.
Steek de stoppen er in de tegenoverliggende kant weer in en bedek de schroefkop aan de tegenoverliggende kant met het afdekkapje.
■ Klik de afdekkingen ⑧ er aan de voorkant af en haal ze weg.
■ Schroef het handvat ⑤er af.
■ Plaats het handvat ⑤en de stoppen ⑥aan de andere kant.
Het veranderen van de draairichting van de deur
■ Schuif de afdekkingen ⑧op het ap - paraat en let er op dat ze goed vast- klikken.
■ Hang de bovenste deur van het apparaat op de scharnierbout ②en sluit de deur van het apparaat.

■Draai de hoekscharnier ①180°, steek hem in het deurscharnierblok van de bovenste deur en schroef hem aan de ommanteling vast.
■ Hang de onderste deur ④ in de bo-venste hoekscharnier ① en sluit de onderste deur.
■ Steek de onderste scharnierhaak ② in het deurscharnierblok van de onderste deur en schroef hem aan de ommanteling vast.
■ Stel de deuren van het apparaat met behulp van de sleufgaten in de hoekscharnieren ① en ② en draai alle schroeven stevig aan.
■ Sluit de vrijgekomen gaten aan de tegenoverliggende kant met de afdekking ③af.

De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Wanneer het apparaat naast een muur ④wordt opgesteld, is tussen wand en apparaat ②aan de kant van de schar - nieren een afstand van minstens 50 mm vereist, zodat de deur van het apparaat met het handvat helemaal open kan.
Het apparaat kan in ieder keukenblok worden ingebouwd. Wilt u de hoogte van het apparaat aanpassen aan de hoogte van het keukenblok, dan kunt u boven het apparaat een extra kast ① aanbrengen.
Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat over de hele breedte van deze extra kast een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.
De luchtafvoeropening onder het pla- fond moet minstens 300 cm ^2 bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd.
Is dat niet het geval, dan moet het apparaat met een hogere capaciteit werken, wat meer energie vergt. Hoe groter de luchtafvoeropening, des te lager het energieverbruik.
U kunt zich wenden tot Miele Nederland B.V.:
Bij storingen:
- afdeling Technische Dienst - Telefoon: (03 47) 37 88 88*
Voor onderdelenleveranties:
- afdeling Onderdelen - telefoon: (03 47) 37 88 80*
Voor overige informatie:
- afdeling Consumentenbelangen - telefoon: (03 47) 37 88 87*
MIELE NEDERLAND B.V.
Postbus 166 4130 ED Vianen
Kantoor en Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2 (wegnummer 31) 4131 NR Vianen
*) meerdere lijnen