KF 8582 SD - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KF 8582 SD MIELE in PDF-formaat.
| Type | Koel-vriescombinatie |
| Merk | Miele |
| Model | KF 8582 SD |
| Kleur | Roestvrij staal |
| Energie | 220-240 V, 50 Hz |
| Koelmiddel | R600a (isobutaan) |
| Klimaatklasse | SN (+10°C tot +32°C), N (+16°C tot +32°C), ST (+18°C tot +38°C), T (+18°C tot +43°C) |
| Dynamische koeling | DynaCool |
| Superfrost | Ja, voor snel invriezen |
| Waarschuwingssysteem | Akoestisch en optisch signaal bij temperatuurstijging in diepvrieszone |
| Ontdooiing koelzone | Automatisch |
| Ontdooiing diepvrieszone | Handmatig |
| Verstelbare plateaus | Ja, in hoogte verstelbaar |
| Deurvakken | Ja, verstelbaar |
| Flessenhouder | Ja, verschuifbaar |
| Koude-accu's | Ja, voor temperatuurbehoud bij stroomuitval |
| IJsblokjesmaker | Ja, bakje met bout |
| Binnenverlichting | Ja, in koelzone |
| Geluidsniveau | Normale bedrijfsgeluiden: motor, koelvloeistof, thermostaat |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging: geen; stekker met randaarde |
Veelgestelde vragen - KF 8582 SD MIELE
Gebruikersvragen over KF 8582 SD MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KF 8582 SD - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KF 8582 SD van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KF 8582 SD MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de koel-vriescombinaties met DynaCool KF 8582 SD ed
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.

M.-Nr. 06 779 220
Algemeen 4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 7
Het besparen van energie 12
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie....14
Het apart uitschakelen van de koelzone 15
Bij langere afwezigheid 15
De juiste temperatuur 16
in de koelzone 16
in de diepvrieszone 16
Het instellen van de temperaturen.... 17
Temperatuuraanduidingen....17
Zoemer 18
Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen? 18
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer 18
De functie "Superfrost" 19
Het gebruik van de "Superfrost". 19
Het gebruik van de "DynaCool ⚡" 20
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 21
Gedeelten met verschillende temperaturen 21
Minst koele gedeelte in de koelzone 21
Koelste gedeelte in de koelzone 21
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen 21
Levensmiddelen afdekken of niet? 22
Groenten en fruit....22
Dierlijke en plantaardige levensmiddelen 22
Eiwitrijke levensmiddelen 22
Vlees 22
Het indelen van de binnenruimte 23
Plateaus 23
Tweedelig plateau 23
Deurvakken 23
Fleshouder 23
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 24
Het bewaren van diepvriesproducten 24
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 24
Waar u daarbij op moet letten 24
Het verpakken van verse levensmiddelen 25
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt . . . . . . . . . . . 25
Het inruimen van verse levensmiddelen. 25
Diepvrieskalender 26
Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 26
Het ontdooien van ingevroren producten 26
Het bereiden van ijsblokjes 27
Het snelkoelen van dranken 27
Het gebruik van de koude-accu's 27
Het ontdooien van de koel-vriescombinatie 28
Het ontdooien van de koelzone....28
Het ontdooien van de diepvrieszone....28
Het reinigen van de koel-vriescombinatie 30
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . 30
Het reinigen van de ventilatieroosters 31
Het reinigen van de deurdichtingen 31
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 31
Nuttige tips 32
Geluiden en de oorzaken ervan 36
Afdeling Klantcontacten 37
Elektrische aansluiting 38
Tips voor het plaatsen van het apparaat 39
Plaats van opstelling 39
Klimaatklasse 39
Luchttoevoer en luchtafvoer 39
Het plaatsen van het apparaat 40
Het stellen van het apparaat 40
Het veranderen van de draairichting van de deuren 41
Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie 44

①Aan/Uit - schakelaar van de koelzone en tevens temperatuurregelaar van de koelzone
②Toets voor het uitschakelen van de zoemer met controlelampje
③Temperatuuraanduiding van de koelzone
④Temperatuuraanduiding van de diepvrieszone
⑤Superfrost - toets met controlelampje
⑥Aan/Uit - schakelaar van het hele apparaat en tevens temperatuurrege- laar van de diepvrieszone
①Boter- en kaasvak
②Ventilator met Aan/Uit - schakelaar van de dynamische koeling (DynaCool)
③Eiervak
④Plateaus van de koelzone
⑤Binnenverlichting
⑥Deurvakken
⑦Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑧Flesplateau
⑨Groenten- en fruitvakken
⑩Fleshouder *
⑪Koude-accu's
⑫Diepvriesladen met diepvries-kalender
⑬Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen
⑭Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
* Afhankelijk van het model

Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.
Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.
Efficiënt gebruik
Deze koel-vriescombinatie is uit-sluitend bestemd voor huishoude- lijk gebruik.
Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge- bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve be- diening.
Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a).
Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat.
Behalve de geluiden van de compres- sor kunnen er dan in het hele koelsys- teem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
- trek de stekker uit het stopcontact,
- lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
- en neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin de koel-vriescombinatie wordt opgesteld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koelvriescombinatie bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
Voordat u uw koel-vriescombinatie aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken.
Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de koel-vriescombinatie anders beschadigd raakt.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle- ren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiks-aanwijzing staan.
Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman/vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.
Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.
Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de koel-vries-combinatie als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Gebruik
Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.
Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet op- nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en beder- ven.
Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.
Bewaar geen stoffen in de koelvriescombinatie die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koelzone in verband met explosiegevaar.
Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ontstaan.
Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
Sluit de ventilatieroosters in het apparaat niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.
De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het in het apparaat te warm wordt.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het besparen van energie
| Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik | ||
| Plaatsing van het apparaat | In ruimten waar kan worden ge -ventileerd | In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd |
| Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnen | Op een plaats waar de zon direct op kan schijnen | |
| Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | Naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | |
| Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °C | Bij een hogere omgevingstemperatuur | |
| Temperatuurinstelling in standen | Instelling van één van de middelste standen: 2 of 3. | Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik |
| Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave) | Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij | apparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstemperaturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit. |
| Koelzone: 4 tot 5 °C | ||
| 0° zone: ca. 0 °C | ||
| Diepvrieszone: - 18 °C | ||
| Dagelijks gebruik Open de de | deur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk. | De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft. |
| Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek. | Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur. | |
| Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen. | Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken. | |
| Leg de levensmiddelen alleen afgedekt of verpakt in het apparaat. | Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ont-dooien. | ||
| Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren. | ||
| Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit. | Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik. | |
Voor het eerste gebruik
Het roestvrijstalen oppervlak en de sierlijsten zijn voorzien van een folie die dient ter bescherming van het apparaat tijdens het transport.
■ Trek deze beschermfolie er pas af nadat het apparaat is geplaatst of ingebouwd. Begin aan de bovenkant.
■ Wrijf het roestvrijstalen oppervlak in met een middel voor het onderhoud van roestvrij staal, bijv. Neoblank.
■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.
Laat het apparaat na transport een half uur tot één uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van het apparaat!
Het inschakelen van de koel- vriescombinatie
Met de rechter Aan/Uit - schakelaar kunt u de koelzone en de diepvrieszone tegelijk inschakelen.

■ Draai deze schakelaar met een muntje vanuit stand "0" naar rechts.
Draai de schakelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder, dan raakt hij be-schadigd.
De temperatuuraanduiding van de koelzone licht op.
Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend, gaat de binnenverlichting aan.
De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone licht op.
Het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer gaat branden.
Het gaat uit zodra het in de diepvrieszone koud genoeg is.
Het apparaat begint te koelen.
Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.
Koude-accu
■ Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.
Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie
■ Draai de rechter Aan/Uit - schakelaar met een muntje terug op stand "0".
De temperatuuraanduidingen gaan uit.
Het apparaat houdt op met koelen.
Het apart uitschakelen van de koelzone
U kunt de koelzone apart uitschakelen, zodat de diepvrieszone ingeschakeld blijft.
Deze mogelijkheid is handig wanneer u bij voorbeeld op vakantie gaat.

■ Draai de Aan/Uit - schakelaar van de koelzone met een muntje terug op stand "0".
De temperatuuraanduiding van de koelzone gaat uit.
De koelzone is uitgeschakeld.
Het opnieuw inschakelen van de koelzone
■ Draai de Aan/Uit - schakelaar van de koelzone met een muntje vanuit stand "0" naar rechts.
De temperatuuraanduiding van de koelzone licht op.
De koelzone begint te koelen.
Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend, gaat de binnenverlichting aan.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koel-vriescombinatie langere tijd niet gebruikt, doe dan het volgende.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Reinig het apparaat.
■ Laat de deuren van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langzamer de micro-organismen groeien en des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De temperatuur in de koel-diepvries-combinatie wordt hoger, naarmate
- de deuren van het apparaat vaker worden geopend en langer geopend blijven;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
- de omgevingstemperatuur hoger is. De koel-diepvriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
... in de koelzone
Voor het midden van het apparaat adviseren wij een koeltemperatuur van 5°C.
... in de diepvrieszone
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18 °C.
Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt.
Zodra de temperatuur boven de -10°C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar.
Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn.
Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
Het instellen van de temperaturen
De temperaturen voor de koel- en diepvrieszone kunt u met behulp van de temperatuurregelaars instellen.
■ Draai de temperatuurregelaar van de desbetreffende zone met een muntje vanuit stand "0" naar rechts.
Draai de temperatuurregelaars niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder, dan raken ze beschadigd.
Temperatuuraanduidingen
De temperatuuraanduidingen op het bedieningspaneel geven altijd de gewenste temperaturen aan.
Wanneer u bijv. wilt dat de koelzone op een temperatuur van 5°C koelt,
- draai de temperatuurregelaar van de koelzone dan vanuit stand "0" zo ver naar rechts totdat de temperatuuraanduiding 5 aangeeft.
Wanneer u wilt dat de diepvrieszone op een temperatuur van -18°C vriest,
■ draai de temperatuurregelaar van de diepvrieszone dan vanuit stand "0" zo ver naar rechts totdat de temperatuuraanduiding -18° aangeeft.
Binnen het aangegeven temperatuurbereik (bijv. tussen de -15°C en -18°C) kan een iets lagere temperatuur worden ingesteld.
■ Draai de temperatuurregelaar bijv. vanuit stand -15°C langzaam naar rechts totdat in de temperatuuraanduiding kort "-18°C" gaat knipperen.
De lagere temperatuur wordt in de temperatuuraanduiding overgenomen.
Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem in de vorm van een akoestisch en optisch signaal.
Dit systeem treedt in werking wanneer de temperatuur in de diepvrieszone on-gemerkt stijgt.
Dit kan het geval zijn wanneer u vrij grote hoeveelheden levensmiddelen invriest zonder de Superfrost te hebben ingeschakeld.
Dan gaat er een zoemtoon en begint gelijktijdig het controlelampje van de zoemer te knipperen.
Controleer dan of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verwerk deze levensmiddelen dan door ze te koken of te braden, alvorens ze opnieuw in te vriezen.
Hoe kunnen wij het waarschu- wingssysteem inschakelen?
Het systeem is automatisch klaar voor gebruik en hoeft niet te worden ingeschakeld.
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer
Zodra de temperatuur die voor de diepvrieszone is ingesteld weer is bereikt, houdt de zoemer op en gaat het controlelampje van de zoemer uit.
Wanneer de zoemtoon u hindert, dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

■ Druk op de toets voor het uitschakelen van de zoemer.
De zoemer houdt op.
Het controlelampje van de zoemer blijft zolang aan, totdat de alarmtoestand voorbij is.
Vanaf dat moment is het waarschu- wingssysteem weer klaar voor gebruik.
Het gebruik van de "Superfrost"
Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen.
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.
De cellen gaan krimpen.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.
Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.
De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugke- ren. Dat betekent dat de levensmid- delen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooi- en!
De Superfrost schakelt u niet in:
- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvrieszone legt;
- wanneer u dagelijks slechts max. 1 kg verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Het inschakelen van de Superfrost
De Superfrost moet u inschakelen 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de Superfrost dan 24 uur van te voren in.

■ Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
De koelcapaciteit van het apparaat is nu maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in het apparaat.
Het uitschakelen van de Superfrost
De Superfrost wordt automatisch na ca. 65 uur uitgeschakeld.
Het controlelampje van de Superfrost - toets gaat uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Om energie te besparen kunt u de Superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.
Controleer de temperatuur in het apparaat.
■ Druk op de Superfrost - toets.
Daarna gaat het controlelampje van deze toets uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal. De functie "DynaCool "
Het gebruik van de "DynaCool"
Wanneer de functie "Dynamische koeling" (DynaCool) niet is ingeschakeld, ontstaan er in de koelzone als gevolg van de natuurlijke luchtcirculatie zones met verschillende temperaturen.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Het is handig om daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van te maken.
Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen".
Wanneer u echter een keer een grote hoeveelheid gelijksoortige levensmiddelen wilt inslaan (bijv. voor een party), kunt u de dynamische koeling beter inschakelen. Daarmee wordt de temperatuur relatief gelijkmatig over alle plateaus in de koelzone verdeeld en zijn alle levensmiddelen in de koelzone even koel.
De temperatuur kan verder met behulp van de temperatuurregelaar worden ingesteld.
Het gebruik van de dynamische koeling is tevens aan te raden bij:
- een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en
- een hoge luchtvochtigheid.
Het inschakelen van de dynamische koeling
■ Druk de schakelaar van de dynamische koeling boven de ventilator op ♣.
Het uitschakelen van de dynamische koeling
Daar het energieverbruik iets hoger ligt wanneer de dynamische koeling is ingeschakeld, kunt u de dynamische koeling onder normale omstandigheden beter uitschakelen.
■ Druk de schakelaar van de dynamische koeling boven de ventilator op "0".
De ventilator gaat automatisch voor een tijdje uit, wanneer de deur wordt geopend.
Gedeelten met verschillende temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Minst koele gedeelte in de koelzone
Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.
Koelste gedeelte in de koelzone
Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:
– vis, vlees, gevogelte;
- worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.
Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.
Bevinden zich vet- of oliehoudende levensmiddelen in de koelkast, let er dan op dat er geen vet of olie uit-loopt.
Wanneer dat in aanraking komt met het kunststof van het apparaat, kunnen er scheuren in het kunststof ontstaan.
De levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, want in dat geval kunnen ze eraan vastvriezen.
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:
- Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
- Fruit dat nog niet rijp is
- Aardappels
- Parmezaanse kaas
Levensmiddelen afdekken of niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevens voorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groenten- en fruitladen worden bewaard.
U moet er echter rekening mee houden dat sommige groentensoorten natuurlijke gassen afscheiden, wat bederf in de hand werkt. Enkele groenten- en fruitsoorten reageren bijzonder gevoelig op deze natuurlijke gassen. Daarom mogen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.
Voorbeelden van vruchten die veel natuurlijke gassen afscheiden:
Appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's en vijgen.
Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groenten- en fruitsoorten:
Kiwi's, broccoli, bloemkool, spruitjes, mango's, honingmelen, appels, abri- kozen, komkommer, tomaten, peren, nectarines en perziken.
Dierlijke en plantaardige levensmiddelen
Houd dierlijke en plantaardige levens- middelen gescheiden, wanneer ze niet verpakt zijn.
Legt u ze dan bij elkaar, kunnen er micro-biologische veranderingen optreden.
Wilt u deze levensmiddelen beslist bij elkaar leggen, verpak ze dan in ieder geval.
Eiwitrijke levensmiddelen
Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwit, kunnen sneller bederven.
Dat betekent dat schaaldieren sneller bederven dan vis en dat vis sneller be- derft dan vlees.
Vlees
Bewaar het vlees onverpakt.
Open het bakje of de folie waar het in zit.
Wanneer de bovenkant van het vlees droog wordt, hebben ziektekiemen minder kans en is het vlees beter houdbaar.
Wanneer u verschillende soorten vlees wilt bewaren, verpak ze dan.
Ze mogen namelijk niet met elkaar in aanraking komen.
Daardoor wordt voorkomen dat er kie- men worden overgedragen en dat het vlees eerder bederft dan nodig is.
Plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.
- Til het plateau aan de voorkant op, trek het voor de helft naar voren en haal het eruit.
■ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen. De opstaande rand moet naar boven wijzen zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een plateau dat uit twee delen bestaat.
- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.
Deurvakken
■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge- wenste plaats weer in. Zorg er daarbij voor dat ze goed vastklikken.
Fleshouder
(Afhankelijk van het model)
De fleshouder kunt u naar rechts of links verschuiven.
Daardoor staan de flessen steviger wanneer u de deur van het apparaat opent en sluit.
Maximale vriescapaciteit
Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.
De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".
Het bewaren van diepvriesproducten
Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Is deze hoger dan -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur lager is dan - 18 °C.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de diepvrieszone.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmid- delen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren. Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
- Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
-
Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
-
Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. - Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.
Het verpakken van verse levensmiddelen
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal-apparaat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt
■ Wanneer u meer dan 1 kg verse levensmiddelen wilt invriezen, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in de diepvrieszone legt de functie "SuperFrost" in.
Het controlelampje gaat branden.
De temperatuur in de diepvrieszone daalt zodat reeds ingevroren producten een koudereserve krijgen.
Het inruimen van verse levensmiddelen
■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvrieszone, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvrieszone vastvriezen.
Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.
Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.
Diepvrieskalender
De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levensmiddelen, wanneer ze vers worden opgeslagen.
Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.
Markeersysteem voor ingevro- ren levensmiddelen
Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levenmiddelen.
Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaketten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12 .

■ Schuif de plaketten vanaf de rand van de diepvrieslade op de geleiderail.
Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het product hebt opgeslagen.
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelruimte van de koelkast;
- in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmid- delen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes
(Afhankelijk van het model met bakje met boutje)

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.
■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten.
■ Zet het bakje op de bodem van één van de diepvriesladen.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.
Het gebruik van de koude- accu's
Door van koude-accu's gebruik te ma- ken kunt u voorkomen dat de tempera- tuur in de diepvrieszone snel stijgt wan- neer de stroom is uitgevallen.
Leg de koude-accu's in het vak boven de diepvriesladen.
Na ca. 24 uur bereiken de koude-accu's hun maximale koelcapaciteit.
Leg de koude-accu's wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om ze in ieder geval nog zo lang mogelijk te kunnen bewaren.
Wanneer u verse levensmiddelen in de koel-vriescombinatie wilt leggen, gebruik de koude-accu's dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ont-dooien.
De koude-accu's kunnen ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.
Het ontdooien van de koelzone
Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.
Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.
Het ontdooien van de diepvrieszone
De diepvrieszone ontdooit niet automatisch, daar de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien.
Wanneer de diepvrieszone normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de vriesplaten. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.
Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vries-combinatie niet meer.
Ontdooi de diepvrieszone van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd.
Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de diepvrieszone liggen.
Voor het ontdooien
■ Haal de ingevroren producten uit de diepvrieszone en wikkel ze in verschillende lagen krantenpapier of de-kens.
■ Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat de diepvrieszone weer klaar is voor gebruik.
Het ontdooien
Handel het ontdooien zo snel mogelijk af. Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Laat de deur van de diepvrieszone open.

■ Schuif het afvoerbuisje voor het dooiwater naar buiten.

■ Vang het dooiwater op met een bak of schaal. Let erop dat de bak of schaal niet overloopt.
U kunt het ontdooien versnellen door een pannetje op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de diepvrieszone te zetten. In dat geval moet de deur bij het ontdooien gesloten blijven, zodat de warmte niet vrij kan ko- men.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vries-combinatie.
Wanneer u dat doet raakt het kunst- stof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Na het ontdooien
■ Giet de bak of schaal leeg.
■ Neem het overige dooiwater in de diepvrieszone met een spons op.
■ Schuif het afvoerbuisje voor het dooi-
water weer naar binnen.
■ Reinig het apparaat en maak het droog.
Er mag geen reinigingswater in de af-
voeropening voor het dooiwater te-
rechtkomen.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat in.
■ Schakel de SuperFrost in, zodat het in de diepvrieszone weer snel koud wordt.
■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvrieszone.
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.
Gebruik voor het roestvrijstalen oppervlak een middel voor het onderhoud van roestvrij staal, bijv. Neoblank. Dit middel is verkrijgbaar bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V.
Let erop dat er geen water in de elektronica, de verlichting of de ventilatieroosters terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Haal de producten uit het apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Ontdooi de diepvrieszone.
■ Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen worden verwijderd.
■ Haal de roestvrijstalen lijst van de voorkant van de plateaus in de koelzone af.
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren
■ Reinig buitenkant, binnenruimte en toebehoren minstens één keer in de maand.
■ Reinig de diepvrieszone iedere keer na het ontdooien.
■ Reinig de toebehoren met de hand en niet in de afwasautomaat. Het botervak kan wel in de afwasautomaat.
■ Gebruik lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
■ Gebruik voor het reinigen van het roestvrijstalen oppervlak een middel voor roestvrij staal, bijv. Neoblank.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelzone regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren na het reinigen met helder water af en droog alles met een doek.
■ Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.
Het reinigen van de ventilatie-roosters
■ Reinig de ventilatieroosters regelmatig met een kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.
Het reinigen van de deurdichtingen
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en droog ze daarna grondig met een doek.
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant
Het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (de warmtewisselaar) moet minstens eenmaal in het jaar van stof worden ontdaan.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.
Na het reinigen
■ Plaats alle toebehoren weer terug in de koelzone.
■ Leg de levensmiddelen weer terug in de koelzone.
■ Sluit de deuren van koel-vriescombinatie.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel de koelzone en de diepvrieszone in.
■ Schakel de superfrost in, zodat het in de diepvrieszone weer snel koud wordt.
Het controlelampje gaat aan.
■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvriesladen en schuif de diepvriesladen weer in de diepvrieszone, zodra de temperatuur in deze zone laag genoeg is.
■ Schakel de superfrost weer uit, zodra er in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.
Het controlelampje gaat uit.
Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... de koel-vriescombinatie het niet doet?
■ Controleer of:
- de temperatuurregelaars op een andere stand staan dan op "0";
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
Is dit laatste wel het geval,
■ neem dan contact op met de Afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
... de deur van de diepvrieszone niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?
Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.
... de temperatuur in de koel- of diepvrieszone te laag is?
■ Stel een hogere temperatuur in.
■ Controleer of:
- de deuren van het apparaat goed dicht zijn;
– de superfrost nog aan is;
Is dat het geval, dan brandt het contro-lelampje van de superfrost.
De superfrost gaat na ca. 65 uur automatisch uit.
- er ineens een vrij grote hoeveelheid verse levensmiddelen is ingevroren.
Is dat het geval, dan staat het apparaat heel lang te ronken en daalt de temperatuur in de koelzone automatisch.
... de koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de ventilatieroosters afgedekt zijn of dat er stof in zit;
- er stof zit in het metalen rooster (warmtewisselaar) aan de achterwand;
- u de deuren van het apparaat vaak open en dicht heeft gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
- de deuren van het apparaat goed dicht zitten;
- er zich in de diepvrieszone een vrij
dikke ijslaag bevindt.
Is dat het geval,
■ ontdooi de zone dan.
... de ingevroren producten beginnen te ontdooien, doordat het in de diepvrieszone te warm is?
■ Controleer of de kamertemperatuur onder de klimaatklasse van het apparaat ligt. Zie ook hoofdstuk: "Montage-instructies".
Is dat het geval,
■ verhoog dan de kamertemperatuur.
Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koel-vriescombinatie minder vaak aan. Dat kan tot gevolg hebben dat het in de diepvrieszone te warm wordt en dat de ingevroren producten beginnen te ontdooien.
... de ingevroren producten vastgevroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... zich in de diepvrieszone een vrij dikke ijslaag bevindt?
■ Controleer of de deur van de diepvrieszone goed sluit.
■ Ontdooi en reinig de diepvrieszone.
Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.
... er een zoemtoon gaat en tegelijk het controlelampje van de zoemer gaat knipperen?
De temperatuur in de diepvrieszone is te laag, doordat
- u een grote hoeveelheid levensmiddelen heeft ingevroren, zonder de superfrost in te schakelen.
Zodra de temperatuur die voor de diepvrieszone is ingesteld weer is bereikt, houdt de zoemer op en gaat het controlelampje van de zoemer uit.
■ Neem in dit laatste geval contact op met de Afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
■ Controleer in beide gevallen of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verwerk deze levensmiddelen dan door ze te koken of te braden, alvorens ze opnieuw in te vriezen.
... het controlelampje van de Superfrost - toets tegelijk met een lampje van de temperatuuraanduidingen begint te knipperen?
Er is sprake van een technische storing.
■ Neem contact op met de Afdeling Klantcontacten.
... de temperatuuraanduidingen niet branden?
■ Controleer of het controlelampje van de Superfrost - toets gaat branden wanneer u op de toets drukt.
Brandt dit lampje wel, dan zijn de temperatuuraanduidingen kapot.
■ Neem contact op met de Afdeling Klantcontacten.
Brandt dit lampje ook niet,
■ controleer dan of:
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
Blijft de hoofdschakelaar uitgeschakeld,
■ neem dan contact op met de Afdeling Klantcontacten.
... het controlelampje van de Superfrost - toets niet brandt, maar het apparaat wel werkt?
Het controlelampje is kapot.
■ Neem contact op met de Afdeling Klantcontacten.
... de binnenverlichting in de koelzone het niet meer doet?
■ Controleer of de deur van de koelzone langere tijd open heeft gestaan.
De binnenverlichting gaat automatisch uit nadat de deur ca. 15 minuten open heeft gestaan.
Is dat niet het geval, dan is het gloei-lampje kapot.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

■ Druk de zijkanten (1) van de lampafdekking naar elkaar toe.
■ Maak de lampafdekking los.
■ Licht de afdekking er aan de achterkant (2) uit.
■ Draai het gloeilampje uit de fitting en pak een ander lampje.
Aansluitgegevens van het lampje: 220 - 240 V, max. 25 W, fitting E 14

■ Draai het nieuwe gloeilampje in de fitting.
Let er bij het indraaien op dat de dichting (3) goed vast zit.
■ Hang de lampafdekking er aan de achterkant weer in.
■ Klik de afdekking aan de zijkanten weer vast.
... de bodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Afdeling Klantcontacten.
Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo ge-ring mogelijk.
Geluiden en de oorzaken ervan
| Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan? | |
| Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. | - |
| Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. | |
| Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. | |
| Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat. | |
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
| Geluiden die makkelijk te verhelpen zijn | Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen? |
| Klapperende en rammelende ge-luiden | Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder. |
| Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg. | |
| Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed. | |
| In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen. | |
| De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder. |
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
- de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
Telefoonnummer en adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de afdeling Klantcontacten altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service
Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-richtlijnen geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het is niet toegestaan het apparaat met een verlengsnoer op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Zet geen apparaten op uw koelapparaat die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons. Doet u dat wel dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Plaats dit apparaat niet direct naast een ander koelapparaat ("side-by-side"). Doet u dat wel, kan er condenswater ontstaan, daar dit apparaat geen zij-wandverwarming heeft. Vraag uw vakhandelaar om advies.
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct doorheen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
| Klimaatklasse Kamertemperatuur | |
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +18 °C tot +38 °C |
| T | +18 °C tot +43 °C |
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat het apparaat voor langere tijd afslaat.
Dat kan weer tot gevolg hebben dat de temperaturen in het apparaat te hoog worden en de producten in de diepvrieszone gaan ontdooien.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm.
Om een goede luchtafvoer en luchttoevoer te waarborgen moet u ervoor zorgen dat de ventilatieroosters niet afgedekt zijn en dat ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Het plaatsen van het apparaat
■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen.
Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg.
■ Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.
Het stellen van het apparaat

■ Stel het apparaat stevig en waterpas via de stelvoeten met de bijgevoegde steeksleutel.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het apparaat wordt geleverd met rechtsscharnierende deuren. Moeten de deuren linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deuren.
Het verwijderen van de deurgrepen
Allereerst moet u het gedeelte losma- ken dat aan de zijkant van de deurgre- pen zit.

■ Wanneer u aan de deurgreep ① trekt, schuift het gedeelte ② dat aan de zijkant zit naar achteren en ont- staat er een spleet ④ tussen dit ge - deelte ② en de bevestigingsplaat ③ van de deurgreep.
■ Klem een stomp voorwerp (bijv. de steel van een pollepel) in de spleet ④en druk de deurgreep langzaam weer in de richting van de deur.
Let erop dat het stompe voorwerp niet van zijn plaats glijdt en het ap- paraat daarbij beschadigt.
Het te verwijderen gedeelte van de deurgreep ②zit nu los.
■ Trek dit gedeelte ②uit de geleiding.
■ Draai nu de vier schroeven (Torx 15) in de bevestigingsplaat los en en haal de deurgreep eraf.
■ Maak de afdekplaatjes aan de tegen-overgestelde kant los en plaats ze op de vrijgekomen gaatjes.
Het verplaatsen van de deuren

■Haal de afdekking ①van het apparaat af.
■ Sluit de onderste deur van het apparaat, schroef de onderste hoekscharnier ②eraf, laat de deur iets zakken en haal hem eraf.
■ Zet het afdekplaatje ④er aan de andere kant weer op.
■ Haal de scharnierdelen ③uit de hoekscharnier ②en zet ze er in het tweede gat van de hoekscharnier weer in.
■ Laat de bovenste deur ⑥dicht en verwijder de lagerbout ⑤.
■ Open de bovenste deur, laat hem iets zakken en haal hem eraf.
Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Haal de afdekking ⑦eraf en schroef de hoekscharnier ⑧van het apparaat af.
■ Steek de bout ⑨ in de hoekscharnier ⑧ en wel in het tweede gat.
■ Draai de plaatstalen haak ⑩en de afdekking ⑪180° en zet ze er aan de andere kant weer aan.
■ Schroef de hoekscharnier ⑧er aan de andere kant weer aan. De schroef M4 moet in het linker gat van het hoekscharnier worden gedraaid.
■ Draai de afdekking ⑦180° en zet deze er aan de andere kant weer aan.
■ Wissel in het midden van het apparaat de afdekking ⑫ met de schar -nierhaak ⑬. Dat doet u als volgt: Schroef de afdekking ⑫ en de schar -nierhaak ⑬ van het apparaat af, draai ze 180° en schroef ze aan de andere kant weer vast.
■ Trek het scharnierblok ⑭uit de scharnierhaak ⑬en zet het er aan de bovenkant van de haak weer in.
■ Haal de stoppen uit de scharnierblokken aan de bovenkant van de deuren en plaats ze aan de andere kant.
■ Hang de bovenste deur van het apparaat op de bout ⑨en sluit de deur van het apparaat.
■ Schuif de middelste lagerbout ⑤ van onder door de scharnierhaak ⑬ in de bovenste deur van het apparaat.
■ Controleer of de bovenste deur van het apparaat goed zit. Stel de deur eventueel met behulp van de sleufgaten in de scharnier-haak ⑬.

■ Hang de onderste deur van het apparaat in de lagerbout ⑤en sluit deze deur.
■ Steek de onderste hoekscharnier ② in het deurscharnierblok van de onderste deur en schroef hem aan de ommanteling vast.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
■ Klik de afdekking ①erop.
Het terugplaatsen van de deurgrepen
Neem beslist de volgende instructies voor het terugplaatsen van de deurgrepen in acht. Wanneer de deurgrepen verkeerd worden gemonteerd, raken de deurdichtingen beschadigd.

■ Maak de deurgreep met de beide voorste schroeven ② eerst losjes aan de andere kant vast.
De bevestigingsplaat ③moet zo tegen het deurpaneel aanzitten, dat de plaat, wanneer de deur gesloten is, evenwijdig is aan de buitenwand van het apparaat.
Is dat niet het geval, doe dan het volgende.
■ Draai de beide voorgemonteerde hefstangetjes ①er dan met de bijge - voegde inbussleutel in totdat de be- vestigingsplaat ③de juiste hoek heeft.
■ Draai alle 4 de schroeven ②stevig aan.
■ Schuif het zijgedeelte van de deurgreep ④vanaf de kant van het apparaat in de geleiding van de bevestigingsplaat totdat het hoorbaar vastklikt.
Let er beslist op dat het zijgedeelte van de deurgreep ④ niet tegen de deurdichting aankomt, wanneer de deur opengaat.
Gebeurt dat wel, dan raakt de deur-dichting op den duur beschadigd.
Is dat toch het geval, doe dan het volgende.
■ Stel de bevestigingsplaat ③ nog-maals via de hefstangetjes ①, totdat de bevestigingsplaat en het zijge-deelte van de deurgreep ④ de juiste hoek hebben en het zijgedeelte van de deurgreep niet tegen de deur-dichting aankomt wanneer de deur opengaat.
Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie

Het apparaat kan in ieder keukenblok worden ingebouwd. Wilt u de hoogte van het apparaat aanpassen aan de hoogte van het keukenblok, dan kunt u boven het apparaat een extra kast ① aanbrengen.
Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat over de hele breedte van deze extra kast een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.
Er moet minstens 4 cm ruimte zitten tussen het apparaat of de extra kast en het plafond, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd.
Is dat niet het geval, dan moet het apparaat met een hogere capaciteit werken, wat meer energie vergt. Hoe groter de luchtafvoeropening, des te lager het energieverbruik.
De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Wanneer het apparaat naast een muur ④wordt opgesteld, is tussen wand en apparaat ②aan de kant van de schar - nieren een afstand van minstens 50 mm vereist, zodat de deur van het apparaat met het handvat helemaal open kan.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN