MIELE KF 888 iDN-1 - Koelkast

KF 888 iDN-1 - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KF 888 iDN-1 MIELE in PDF-formaat.

📄 52 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE KF 888 iDN-1 - page 5
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Inbouwkoelkast
Merk Miele
Model KF 888 iDN-1
Afmetingen (hxbxd) 177 x 55,8 x 54,6 cm
Gewicht 65 kg
Inhoud 340 liter
Energielabel E (nieuw EU-labels)
Jaarlijks energieverbruik 180 kWh
Geluidsniveau 35 dB
Klimaatklasse SN-T (10 - 43 °C)
Koelmiddel R600a
Aansluitwaarde 150 W
Voedingsspanning 220-240 V / 50 Hz
Snoerlengte 2,5 m
Functies SuperCool, DynaCool, PerfectFresh, TouchControl
Ontdooien Automatisch (NoFrost)
Deurrichting Omkeerbaar
Deuraanslag Rechts, links omwisselbaar
Veiligheid Deuralarm, temperatuuralarm, kinderslot
Onderhoud en reiniging Roestvrijstalen deur, glasplateaus afneembaar
Garantie 2 jaar volledig

Veelgestelde vragen - KF 888 iDN-1 MIELE

Hoe stel ik de temperatuur in op mijn Miele KF 888 iDN-1?
Gebruik de touchbediening op het bedieningspaneel. Druk op de SuperCool toets voor een snelle koeling of stel de gewenste temperatuur in via het + en - symbool. De fabrieksinstelling is 4 °C in de koelruimte.
Wat moet ik doen als het deuralarm afgaat?
Het deuralarm waarschuwt als de deur langer dan 60 seconden open staat. Sluit de deur volledig. Als het alarm blijft, controleer dan of er iets de sluiting blokkeert.
Hoe reinig ik de PerfectFresh-lade?
Verwijder de lade en was deze met een zachte doek en lauw water met een mild schoonmaakmiddel. Droog alles goed af voordat u het terugplaatst. Gebruik geen agressieve chemicaliën of schuurmiddelen.
Kan ik de deur van links naar rechts veranderen?
Ja, de deur is omkeerbaar. Raadpleeg de handleiding voor de stapsgewijze instructies. U hebt een schroevendraaier en een inbussleutel nodig. Het wordt aanbevolen dit door een vakman te laten doen.
Wat betekent de foutmelding F1 op het display?
Foutcode F1 duidt op een sensorprobleem. Probeer het apparaat 5 minuten uit te schakelen en weer in te schakelen. Blijft de fout, neem dan contact op met de Miele service.
Hoe vaak moet ik het waterfilter vervangen?
Als uw model een waterfilter heeft, vervang deze dan elke 6 maanden of wanneer het filterindicatorlampje gaat branden. Gebruik alleen originele Miele filters.
Waarom is mijn koelkast luidruchtig?
Lichte geluiden zoals borrelen of zoemen zijn normaal. Als het geluid te luid is, controleer of het apparaat waterpas staat en of er geen voorwerpen op de compressor trillen. Zorg voor voldoende ventilatie.
Wat is de aanbevolen temperatuur voor het bewaren van vlees?
Vlees bewaart u het beste in de PerfectFresh-zone bij -1 °C tot 2 °C. Gebruik de SuperCool functie voor het snel koelen van vers vlees.
Hoe activeer ik het kinderslot?
Houd de toets SuperCool en Alarm tegelijk ingedrukt tot het slotpictogram op het display verschijnt. Herhaal dezelfde handeling om te deactiveren.
Wat is de maximaal toegestane omgevingstemperatuur?
De klimaatklasse SN-T betekent dat het apparaat werkt bij temperaturen van 10 °C tot 43 °C. Boven 43 °C kan de koelprestatie verminderen.

Gebruikersvragen over KF 888 iDN-1 MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KF 888 iDN-1 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KF 888 iDN-1 van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING KF 888 iDN-1 MIELE

Gebruiks- en montage-aanwijzing

MIELE KF 888 iDN-1 - Gebruiks- en montage-aanwijzing - 1

voor de koel-vriescombinatie KF 888 iDN-1

Lees beslist de gebruiksaanwijzing

voordat u uw apparaat plaatst,

installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt

onnodige schade aan uw apparaat.

Algemeen 5

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 7

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 8

Het besparen van energie 13

Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie 15

Het apart uitschakelen van de koelruimte 15

Het opnieuw inschakelen van de koelruimte 15

Vergrendeling 16

Het inschakelen van de vergrendeling 16

Bij langere afwezigheid 16

De juiste temperatuur 17

in de koelruimte 17

in de diepvriesruimte 17

Het instellen van de temperatuur....17

Mogelijke temperatuurinstellingen 18

Temperatuuraanduidingen....18

De lichtsterkte van de temperatuuraanduidingen 19

De zoemer....20

Temperatuuralarm 20

Deuralarm 20

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem 20

Het voortijdig uitschakelen van de zoemer 20

De functie "Superkoeling" 21

Het gebruik van de superkoeling 21

De functie "Superfrost" 22

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 22

Het gebruik van de superfrost....22

De functie "Dynamische koeling" 23

Het gebruik van de dynamische koeling ⚡ 23

Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 24

Gedeelten met verschillende temperaturen 24

Koelste gedeelte in de koelzone 24

Minst koele gedeelte in de koelzone 24

Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen 25

Levensmiddelen afdekken of niet? 25

Groenten en fruit....25

Het indelen van de binnenruimte 26

Plateaus 26

Tweedelig plateau 26

Deurvakken 26

Fleshouders 26

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 27

Het bewaren van diepvriesproducten 27

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 27

Waar u daarbij op moet letten: 27

Het verpakken van de verse levensmiddelen 28

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt ..... 28

Het wegleggen van de verse levensmiddelen in de diepvrieszone. . . . . . . 28

Diepvrieskalender 29

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 29

Het ontdooien van ingevroren producten 29

Het bereiden van ijsblokjes 30

Het snelkoelen van dranken 30

Diepvriesplateau 30

Het gebruik van de koude-accu 31

Het automatisch ontdooien van het apparaat 32

Koelzone 32

Diepvrieszone 32

Het reinigen van de koel-vriescombinatie 33

Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 34

Het reinigen van de deurdichtingen 34

Nuttige tips 35

Geluiden en de oorzaken ervan 38

Elektrische aansluiting 40

Montage-instructies 41

Plaats van opstelling 41

Klimaatklasse 41

Luchttoevoer en luchtafvoer 41

Voordat u het apparaat inbouwt. 41

Inbouw in een scheidingswand 42

Inhoud

Inbouwmaten 43

Het veranderen van de draairichting van de deur. 44

Het inbouwen van de koel-vriescombinatie 46

SUPER ① 08°C -18°C ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ SUPER ⑩

①Superkoeling - toets en controle-lampje van de Superkoeling - toets
②Aan - toets van het hele apparaat en Uit - toets van de koelruimte
③Toetsen voor het instellen van de temperatuur in de koelruimte (Boven: warmer; beneden: kouder)
④Temperatuuraanduiding van de koelruimte
⑤Controlelampje van de vergrendeling

⑥Temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte
⑦Toetsen voor het instellen van de temperatuur in de diepvriesruimte (Boven: warmer; beneden: kouder)
⑧Aan-/Uit - toets van het hele apparaat
⑨Superfrost - toets en controlelampje van de Superfrost - toets
⑩Zoemer - toets

⑪Schakelaar voor dynamische koeling
⑫Ventilator voor dynamische koeling
⑬Boter- en kaasvak
⑭Binnenverlichting
⑮Eierrekje
⑯Deurvakken
⑰Plateaus
⑱Flesplateau
⑲Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑳Groenten- en fruitladen
②1Fleshouder *

⑳Diepvriesladen met diepvrieskalender

②3 Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen

* Afhankelijk van het model

MIELE KF 888 iDN-1 - Inhoud - 2

Het verpakkingsmateriaal

De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.

Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.

Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.

Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.

Het afdanken van het apparaat

Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.

Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.

Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het afdanken van het apparaat - 1

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.

Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.

Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.

Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.

Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.

Efficiënt gebruik

Deze koel-vriescombinatie is uit-sluitend bestemd voor huishoude- lijk gebruik.

Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.

Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge- bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve be- diening.

Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is.

Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat.

Behalve de geluiden van de compres- sor kunnen er dan in het hele koelsys- teem stromingsgeluiden optreden.

Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.

Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.

Wordt het koelsysteem toch beschadigd:

  • vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
  • trek de stekker uit het stopcontact,
  • lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
  • en neem contact op met de Technische Dienst.

Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin het ap-paraat wordt opgesteld.

Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.

De hoeveelheid koelmiddel die het apparaat bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.

Voordat u uw koel-vriescombinatie aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken.

Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de koel-vriescombinatie anders beschadigd raakt.

Raadpleeg bij twijfel een elektricien.

De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle-ren.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).

Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiks-aanwijzing staan.

Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman/vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.

Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.

Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.

Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de koel-vries-combinatie als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
  • of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.

Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.

De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Gebruik

Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.

Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.

Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.

Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en bederven.

Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.

Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.

Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koelzone in verband met explosiegevaar.

Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.

De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.

Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ontstaan.

Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.

Gebruik geen scherpe voorwerpen om

  • rijp- en ijslagen te verwijderen
  • en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.

Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie.

Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.

Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.

Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

Sluit de luchttoevoeropening in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw niet af.

Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.

De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.

Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt

Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door

  • koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
  • buisleidingen om te buigen;
  • beschermende lagen af te krabben.

Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.

Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaatsing van het apparaatIn ruimten waar kan worden ge -ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd
Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnenOp een plaats waar de zon direct op kan schijnen
Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming, fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuur
Temperatuurinstelling in standenInstelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik
Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bijapparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
0° zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: - 18 °C
Dagelijks gebruik Open de dedeur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk.De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft.
Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur.
Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken.
Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ontdooien.
Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren.

Het besparen van energie

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik.

Voor het eerste gebruik

■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.

Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van het apparaat!

Het inschakelen van de koel- vriescombinatie

U kunt de koelruimte en de diepvries- ruimte tegelijk inschakelen. Dit kunt u op twee manieren doen en wel met de Aan-/Uit - toets van het hele apparaat, ook wel de hoofdtoets ge- noemd, of links met de Aan - toets van het hele apparaat.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het inschakelen van de koel- vriescombinatie - 1

■ Druk op de hoofdtoets.

In de temperatuuraanduiding gaan er streepjes knipperen. De zoemtoon gaat. Het apparaat begint te koelen.

Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de koel-vriescombinatie legt, kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.

Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie

■ Druk op de hoofdtoets.

De temperatuuraanduiding geeft niets meer aan. De koeling is uitgeschakeld. Ist dat niet het geval dan is de vergrendeling ingeschakeld.

Het apart uitschakelen van de koelruimte

U kunt de koelruimte apart uitschakelen, terwijl de diepvriesruimte ingeschakeld blijft. Dit kan tijdens vakanties het geval zijn.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het apart uitschakelen van de koelruimte - 1

■ Druk op de Aan-/Uit - toets van de koelruimte.

De temperatuuraanduiding van de koelruimte geeft niets meer aan. De koelruimte is uitgeschakeld.

Het opnieuw inschakelen van de koelruimte

■ Druk opnieuw op de Aan-/Uit - toets van de koelruimte.

In de temperatuuraanduiding van de koelruimte gaan streepjes branden. De koelruimte begint te koelen. Wanneer de deur wordt geopend, gaat de binnenverlichting aan.

Het uitschakelen van de zoem- toon

MIELE KF 888 iDN-1 - Het uitschakelen van de zoem- toon - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemtoon houdt op. In de temperatuuraanduiding blijven de streepjes knipperen totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Koude-accu

Leg de koude-accu in het bovenste diepvriesvak. Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Vergrendeling

Met de vergrendeling kunt u voorkomen dat het apparaat per ongeluk wordt uitgeschakeld.

Het inschakelen van de vergrendeling

■ Druk de Zoemer - toets in en houd deze ingedrukt.
■ Druk daarbij nog de Superfrost - toets in en houd beide toetsen tegelijk ca. 3 seconden lang ingedrukt totdat het controlelampje van de vergrendeling ⚙in de temperatuuraan - duiding brandt en er een pieptoon klinkt.

Het apparaat kan pas dan worden uitgeschakeld wanneer de vergrendeling weer is opgeheven!

Het opheffen van de vergrendeling

■ Neem daarvoor dezelfde stappen als bij het inschakelen van de vergrendeling.

Het controlelampje van de vergrendeling Ⓛ in de temperatuuraanduiding gaat uit. Het apparaat kan te allen tijde weer worden uitgeschakeld.

Bij langere afwezigheid

Wanneer u de koel-vriescombinatie vrij lange tijd niet meer gebruikt, doe dan het volgende.

■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Reinig het apparaat.
■ Laat de deuren van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.

Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.

Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.

Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.

Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.

De temperatuur in het apparaat wordt hoger, naarmate

  • de deur van het apparaat vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft;
  • er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
  • de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
  • de omgevingstemperatuur hoger is. Dit apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

... in de koelruimte

Wij adviseren voor het midden van het apparaat een koeltemperatuur van 5°C.

... in de diepvriesruimte

Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18°C.

Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt. Zodra de temperatuur boven de - 10°C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.

Het instellen van de temperatuur

De temperatuur in de koelruimte en in de diepvriesruimte kunt u apart instellen met behulp van de beide toetsen rechts en links naast de temperatuuraanduidingen.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het instellen van de temperatuur - 1

  • Wanneer u op de bovenste toets drukt gaat de temperatuur omhoog en wordt het warmer.
  • Wanneer u op de onderste toets drukt gaat de temperatuur omlaag en wordt het kouder.

De temperatuur die u instelt knippert in de temperatuuraanduiding.

Wanneer u op de temperatuurtoetsen drukt dan ziet u in de temperatuuraanduiding het volgende veranderen:

  • Wanneer u voor het eerst drukt, dan verschijnt de temperatuurwaarde die u het laatst heeft ingesteld knipperend in de temperatuuraanduiding.
  • Vanaf de tweede keer dat u drukt verandert de temperatuurwaarde in stappen van 1°C.
  • Wanneer u de toets ingedrukt houdt, verandert de temperatuurwaarde continu.

Ongeveer 5 seconden nadat u voor het laatst op een temperatuurtoets heeft gedrukt verschijnt in de temperatuuraanduiding automatisch de temperatuurwaarde die op dat moment in de koelruimte of diepvriesruimte heerst.

Wanneer u een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de temperatuuraanduiding na ca. 6 uur wanneer de koel-vriescombinatie lang niet vol is en na ca. 24 uur wanneer het apparaat wel vol is.

Pas dan is de echte temperatuur bereikt.

Is de temperatuur na deze tijd te hoog of te laag, stel dan opnieuw een andere temperatuur in.

Mogelijke temperatuurinstellingen

De temperatuur is instelbaar

  • in de koelruimte van 2°C tot 11°C
  • in de diepvriesruimte van -16°C tot -26°C.

Of de laagste temperatuur wordt bereikt is afhankelijk van de plaats waar de koel-vriescombinatie is opgesteld en de omgevingstemperatuur. Wanneer de omgevingstemperatuur hoog is, dan is het mogelijk dat de laagste temperatuur niet wordt bereikt.

Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.

Temperatuuraanduidingen

De temperatuuraanduidingen op het bedieningspaneel geven bij normaal gebruik de temperatuur in het midden van de koelruimte én die van de warmste plek in de diepvriesruimte aan.

De temperatuuraanduiding van de koelruimte kan alleen temperaturen tussen de 0°C en de 19°C aangeven.

De temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte kan alleen temperaturen van onder de 0°C aangeven.

Liggen de temperaturen in het apparaat daarbuiten, dan knipperen er streepjes in de temperatuuraanduiding.

Het duurt ca. 3 tot 8 uur voordat de gewenste temperatuur in het apparaat is bereikt. Dit is afhankelijk van de omgevingstemperatuur.

De temperatuuraanduidingen knippe- ren, wanneer

  • er een andere temperatuur wordt ingesteld,
  • de temperatuur in het apparaat een paar graden is gestegen, wat wijst op een koudeverlies.

Dit koudeverlies is geen probleem wanneer u:

- de deur van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een grote hoeveelheid producten in het apparaat te leggen of er uit te halen;

– verse levensmiddelen invriest.

- de deur van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een grote hoeveelheid producten in het apparaat te leggen of er uit te halen; - verse levensmiddelen invriest.

Is de temperatuur in de diepvriesruimte vrij lange tijd hoger dan -18°C, controleer dan of de ingevroren levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ont-dood.

Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.

De lichtsterkte van de temperatuuraanduidingen

De lichtsterkte van de temperatuuraanduidingen is zwak wanneer het apparaat wordt afgeleverd.

Zodra er een deur wordt geopend, een instelling wordt veranderd of er sprake is van een alarmtoestand, dan brandt de temperatuuraanduiding ca. 1 minuut met zeer grote lichtsterkte.

U kunt de lichtsterkte van de temperatuuraanduiding veranderen:

- Sterker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de bovenste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte.

- Zwakker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de onderste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvries- ruimte.

- Sterker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de bovenste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvries- ruimte. - Zwakker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de onderste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvries- ruimte.

Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem in de vorm van een zoemer. Daarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in de diepvriesruimte ongemerkt stijgt en dat er onnodig energie wordt verbruikt wanneer de deur openstaat.

Temperatuuralarm

Wanneer de temperatuur te sterk stijgt klinkt er een zoemtoon. Tegelijk gaat de temperatuuraanduiding knipperen.

Of het apparaat een temperatuur te hoog vindt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.

De zoemtoon klinkt en de temperatuuraanduiding gaat knipperen wanneer:

  • u de diepvriesruimte inschakelt;
  • u een vrij grote hoeveelheid levens- middelen invriest;
  • u de deur van het apparaat vrij lange tijd open hebt laten staan, bijv. om producten in het apparaat te leggen of te hersorteren of uit het apparaat te halen;
  • de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest.

Deuralarm

Wanneer de deur van het apparaat langer geopend blijft dan ca. 60 secon- den, klinkt de zoemtoon.

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem

Het waarschuwingssysteem hoeft niet te worden ingeschakeld, want het is al automatisch klaar voor gebruik.

Het voortijdig uitschakelen van de zoemer

Zodra de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte is bereikt houdt de zoemer op en brandt de temperatuuraanduiding constant.

Wanneer de zoemer u hindert dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het voortijdig uitschakelen van de zoemer - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemer houdt op.

De temperatuuraanduiding blijft zolang knipperen totdat de alarmtoestand voorbij is.

Daarna brandt de temperatuuraanduiding constant.

Vanaf dat moment is het waarschu- wingssysteem weer klaar voor gebruik.

Het gebruik van de super- koeling

Met behulp van de functie "Superkoeling" daalt de temperatuur in de koelruimte zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laag hangt af van de kamertemperatuur.

Het gebruik van de superkoeling is vooral dan aan te raden, wanneer u grote hoeveelheden verse levensmiddelen of drank opslaat en snel wilt laten afkoelen.

Het inschakelen van de superkoeling

SUPER

■ Druk op de Superkoeling - toets.

Het controlelampje boven deze toets gaat branden.

De koelcapaciteit van de koelruimte is maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in het apparaat.

Het uitschakelen van de superkoeling

De superkoeling wordt automatisch na ca. 6 uur uitgeschakeld.

Het controlelampje boven de Superkoeling - toets gaat uit.

De koelcapaciteit van de koelruimte is weer normaal.

Om energie te besparen kunt u de superkoeling zelf uitschakelen zodra de levensmiddelen of dranken koel genoeg zijn.

■ Druk op de Superkoeling - toets.

Het controlelampje boven deze toets gaat uit.

De koelcapaciteit van de koelruimte is weer normaal.

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.

Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.

De cellen gaan krimpen.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.

Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.

De cellen krimpen veel minder.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!

Het gebruik van de superfrost

Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen. De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.

De superfrost schakelt u niet in:

  • wanneer u reeds ingevroren levens- middelen in de diepvriesruimte legt;
  • wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in de diepvriesruimte legt.

Het inschakelen van de superfrost

De superfrost moet u inschakelen

4 - 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvriesruimte legt.

Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de superfrost dan 24 uur van te voren in.

SUPER

■ Druk op de Superfrost - toets.

Het controlelampje boven deze toets gaat branden.

De koelcapaciteit van de diepvriesruimte is maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in de diepvriesruimte.

Het uitschakelen van de superfrost

De superfrost wordt automatisch na ca. 30 tot 60 uur uitgeschakeld, afhankelijk van de hoeveelheid levensmiddelen die in de diepvriesruimte zijn gelegd.

Het controlelampje boven de Superfrost - toets gaat uit.

De koelcapaciteit van de diepvriesruimte is weer normaal.

Het gebruik van de dynamische koeling ♗

Wanneer de functie "Dynamische koeling" (DynaCool) niet is ingeschakeld, ontstaan er in de koelzone als gevolg van de natuurlijke luchtcirculatie zones met verschillende temperaturen.

De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.

Het is handig om daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van te maken.

Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen".

Wanneer u echter een keer een grote hoeveelheid gelijksoortige levensmiddelen wilt inslaan (bijv. voor een party), kunt u de dynamische koeling beter inschakelen. Daarmee wordt de temperatuur relatief gelijkmatig over alle plateaus in de koelruimte verdeeld en zijn alle levensmiddelen in de koelruimte even koel.

De temperatuur kan verder met behulp van de temperatuurregelaar worden ingesteld.

Het gebruik van de dynamische koeling is tevens aan te raden bij:

  • een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en
  • een hoge luchtvochtigheid.

Het inschakelen van de dynamische koeling

■ Druk de schakelaar voor de dynamische koeling boven de ventilator op ♀.

De ventilator gaat draaien, wanneer de compressor (motor) in werking is.

De ventilator wordt uitgeschakeld zodra de deur van het apparaat wordt geopend.

Het uitschakelen van de dynamische koeling

Daar het energieverbruik iets hoger ligt wanneer de dynamische koeling is ingeschakeld, kunt u de dynamische koeling bij normale omstandigheden beter uitschakelen.

■ Druk de schakelaar voor de dynamische koeling op "0".

De ventilator gaat niet meer draaien, wanneer de compressor (motor) in werking is.

Gedeelten met verschillende temperaturen

Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.

Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.

De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.

Koelste gedeelte in de koelzone

Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.

Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:

– vis, vlees, gevogelte;
– worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.

Minst koele gedeelte in de koelzone

Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.

Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.

Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.

Dit in verband met explosiegevaar.

Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.

Zet geen culinaire olie in de deur van het apparaat.

Doet u dat wel, dan kunnen er scheuren in het kunststof materiaal van de deur ontstaan.

De levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, want in dat geval kunnen ze eraan vastvriezen.

Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen

Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:

  • Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
  • Fruit dat nog niet rijp is
  • Aardappels
  • Parmezaanse kaas

Levensmiddelen afdekken of niet?

Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.

Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevens voorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.

Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.

Groenten en fruit

Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groenten- en fruitladen worden bewaard.

U moet er echter rekening mee houden dat sommige groentensoorten natuurlijke gassen afscheiden, wat bederf in de hand werkt. Enkele groenten- en fruitsoorten reageren bijzonder gevoelig op deze natuurlijke gassen. Daarom mogen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.

Voorbeelden van vruchten die veel natuurlijke gassen afscheiden:

Appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's en vijgen.

Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groenten- en fruitsoorten:

Kiwi's, broccoli, bloemkool, spruitjes, mango's, honingmelen, appels, abri-kozen, komkommer, tomaten, peren, nectarines en perziken.

Plateaus

De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.

■ Trek het plateau naar voren totdat u weerstand voelt, til het aan de voorkant op en haal het eruit.
■ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen. De opstaande rand moet naar boven wijzen zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.

Tweedelig plateau

Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een plateau dat uit twee delen bestaat.

- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.

Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.

Deurvakken

■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge- wenste plaats weer in. Zorg er daarbij voor dat ze goed vastklikken.

Fleshouders

Fleshouders kunt u naar rechts of links verschuiven.

Daardoor staan de flessen steviger wanneer u de deur van het apparaat opent en sluit.

Maximale vriescapaciteit

Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.

De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".

Het bewaren van diepvries- producten

■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel. Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de koel-vriescombinatie.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen

Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!

Waar u daarbij op moet letten:

  • Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
  • Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
  • Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren. Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
  • Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
  • Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.

  • Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
    Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten.

  • Laat warme gerechten en dranken eerst buiten de koel-vriescombinatie afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ontdooien en wordt er meer stroom verbruikt dan nodig is.

Het verpakken van de verse levensmiddelen

■ Vries de levensmiddelen per portie in.

Geschikte verpakking

  • kunststof folie
  • diepvrieszakken van polyethyleen
  • aluminiumfolie
  • diepvriesbakje

Ongeschikte verpakking

  • pakpapier
  • braadpapier
  • cellofaan
  • afvalzakken
  • gebruikte plastic zakken

■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:

- elastiekjes

- kunststof klipjes

- touwtjes of

- koudebestendig plakband.

Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal- apparaat afsluiten.

■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt

■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen heeft, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in de diepvrieszone legt de functie "Superfrost" in. Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".

Het wegleggen van de verse levensmiddelen in de diepvrieszone

De levensmiddelen kunnen overal in de diepvrieszone worden ingevroren, behalve in de onderste diepvrieslade.

Vrij grote hoeveelheden kunnen het beste direct op de vriesplaten worden gelegd, daar de levensmiddelen daar bijzonder snel worden ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. In dit geval moeten één of meer diepvriesladen uit het apparaat worden gehaald.

In iedere diepvrieslade en op iedere vriesplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.

■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de vriesplaten van het apparaat, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvriesladen vastvriezen.

Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.

Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.

Diepvrieskalender

De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levensmiddelen, wanneer ze vers worden opgeslagen.

Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen

Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen.

Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaketten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12.

10-12

■ Schuif de plaketten vanaf de rand van de diepvrieslade op de geleiderail.

Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het product hebt opgeslagen.

Het ontdooien van ingevroren producten

Dat kunt u doen

  • in de magnetron;
  • in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
  • bij kamertemperatuur;
  • in de koelzone.

Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.

Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.

Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het bereiden van ijsblokjes

(Afhankelijk van het model met bakje met boutje)

MIELE KF 888 iDN-1 - Het bereiden van ijsblokjes - 1

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.

■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten en zet het op de bodem van één van de diepvriesladen.

■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.

■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.

Het snelkoelen van dranken

Wanneer u flessen drank in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.

Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.

Diepvriesplateau

Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.

MIELE KF 888 iDN-1 - Diepvriesplateau - 1

■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.
■ Hang het diepvriesplateau in één van de bovenste diepvriesladen.
■ Laat de producten 10 tot 12 uur stevig invriezen.
■ Hevel ze over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze in de diepvriesladen.

Het gebruik van de koude-accu

(afhankelijk van het model)

De koude-accu voorkomt dat de temperatuur in de diepvrieszone snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen.

Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade direct op de levensmiddelen of op het diepvriesplateau.

Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Leg de koude-accu wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om de levensmiddelen in ieder geval nog zo lang mogelijk te kunnen bewaren.

Wanneer u verse levensmiddelen in het apparaat wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ontdooien.

De koude-accu kan ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.

Het automatisch ontdooien van het apparaat

Koelzone

Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.

Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.

Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.

Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.

Diepvrieszone

Het apparaat is uitgerust met een "NoFrost" - systeem, waardoor het automatisch ontdooit.

Het vrijkomende vocht slaat op de ver- damper neer en ontdooit en verdampt regelmatig.

Doordat de diepvrieszone automatisch ontdooit blijft deze altijd ijsvrij.

Door dit bijzondere systeem is er geen gevaar dat de levensmiddelen beginnen te ontdooien!

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.

Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.

Let erop dat er geen water in de elektronica of in de verlichting te-rechtkomt.

Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.

Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.

Voor het reinigen

■ Schakel de koel-vriescombinatie uit door op de Aan-/Uit - toets van het hele apparaat te drukken.
■ Haal de producten uit het hele apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen worden verwijderd.

Het reinigen van de binnen- ruimte en de toebehoren

■ Reinig de koelruimte minstens één keer in de maand.
■ Reinig de ruimte en de toebehoren met lauwwarm water met reinigingsmiddel.
■ Reinig de toebehoren met de hand en niet in de afwasautomaat. Het botervak kan wel in de afwasautomaat.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelruimte regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de binnenruimte en de toebehoren daarna met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■ Laat de deuren van de koel-vries-combinatie korte tijd openstaan.

Het reinigen van de lucht- toevoer- en luchtafvoer- openingen

■ Reinig de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger.

Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.

Het reinigen van de deur- dichtingen

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet. Als u dat doet dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en wrijf ze daarna met een doek grondig droog.

Na het reinigen

■ Plaats de toebehoren in de koelruimte.
■ Leg de levensmiddelen in de koelruimte.
■ Sluit de deuren van de koel-vries-combinatie.
■ Schakel de koel-vriescombinatie in.
■ Schakel de superfrost in zodat de diepvriesruimte snel koud wordt.

Het controlelampje gaat branden.

■ Schuif de diepvriesladen met de ingevroren producten in de diepvriesruimte, zodra de temperatuur in deze ruimte laag genoeg is.
■ Schakel de superfrost weer uit.

Het controlelampje gaat uit.

Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.

Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.

Wat moet u doen, wanneer ...

... de koelzone of de diepvrieszone niet koelt?

■ Controleer of:

  • de desbetreffende zone is ingeschakeld. De daarbijbehorende temperatuuraanduiding moet branden;
  • de stekker stevig in het stopcontact zit;
  • de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld. Is dit wel het geval, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... de deur van de diepvrieszone niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?

Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.

... de temperatuur in de koelzone of in de diepvrieszone te laag is?

■ Stel een hogere temperatuur in.
■ Controleer of u vergeten hebt om de superkoeling of de superfrost uit te schakelen. In dat geval brandt het desbetreffende controlelampje.

... de koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?

■ Controleer of:

  • de luchttoevoeropening onder in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw zijn geblokkeerd en of er stof inzit;
  • u de deur van de koelzone of de diepvrieszone vaak open en dicht heeft gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de deuren van de koel-vriescombi-natie goed sluiten;

... het apparaat voortdurend staat te ronken?

Wanneer het apparaat slechts weinig kou hoeft te genereren, schakelt het over op een lagere capaciteit om energie te besparen. Daar staat tegenover dat het apparaat wel langere tijd achter elkaar moet werken.

... de ingevroren producten vastgevroren zijn?

Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepel-steel los.

... de zoemtoon klinkt en de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone knippert?

De diepvrieszone is gezien de ingestelde temperatuur te warm en wel doordat:

  • de deur van de diepvrieszone vaak open en dicht is gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen zijn geblokkeerd;
  • de stroom een tijdje uitgevallen is ge- weest.

Wanneer het euvel verholpen is dan brandt de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone constant en houdt de zoemtoon op.

... er in de temperatuuraanduidingen een streep brandt of knippert?

Controleer de temperatuuraanduidingen ca. 6 uur nadat u het apparaat hebt ingeschakeld.

De temperatuuraanduiding van de koelzone kan doorgaans alleen temperaturen van 0 °C tot 19 °C aangeven en de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone alleen temperaturen van onder de 0 °C. Liggen de temperaturen daarbuiten dan brandt er in de temperatuuraanduidingen alleen een streep.

... in een temperatuuraanduiding "F0" tot "F5" verschijnt?

Er is sprake van een storing.

■ Neem contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... in een temperatuuraanduiding een "nA" verschijnt?

De stroom is de afgelopen dagen of uren uitgevallen geweest, waardoor de temperatuur in de diepvrieszone te sterk is gestegen.

■ Druk op de Zoemer - toets, zolang "nA" brandt.

In de temperatuuraanduiding verschijnt de hoogste temperatuur die tijdens de stroomuitval in de diepvrieszone is gemeten.

■ Controleer of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verwerk de levensmiddelen dan door ze te koken of te braden, voordat u ze weer invriest.

De hoogste temperatuur wordt ca. 1 minuut aangegeven. Daarna verschijnt in de temperatuuraanduiding weer de temperatuur die op dat moment in de diepvrieszone heerst.

... het controlelampje van de superkoeling of dat van de superfrost niet brandt, terwijl het apparaat wel werkt?

Het controlelampje is defect.

■ Naam contact op met de Technische Dienst.

... het apparaat niet kan worden uit geschakeld?

De vergrendeling is ingeschakeld.

... de binnenverlichting in de koelzone niet meer functioneert?

■ Controleer of de deur van de koelzone vrij lange tijd geopend is geweest.

De verlichting wordt na ca. 15 minuten automatisch uitgeschakeld.

Is dat niet het geval, dan is het gloei-lampje kapot.

■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

1 2 1

■ Druk de zijkanten van de lampafdekking naar elkaar toe.

■ Maak de lampafdekking los.

■ Licht de afdekking er aan de achterkant uit.

■ Draai het gloeilampje uit de fitting en vervang het.

Aansluitgegevens van het lampje: 220 - 240 V, max. 25 W, fitting E 14

MIELE KF 888 iDN-1 - ... de binnenverlichting in de koelzone niet meer functioneert? - 2

■ Draai het nieuwe gloeilampje in de fitting. Let er bij het indraaien op dat de dichting goed vast zit.

■ Hang de lampafdekking er aan de achterkant weer in.

■ Laat de afdekking aan de zijkanten weer vastklikken.

... de bodem van de koelzone nat is?

De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.

■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.

Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische Dienst.

Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Zo houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.

Geluiden en de oorzaken ervan

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.
Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.

Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.

Geluiden die makkelijk te verhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder.

Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met

- uw Miele-handelaar

of

- met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.

Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.

Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.

Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.

Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.

Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.

Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.

De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.

In de EU-voorschriften geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.

Het apparaat mag niet op omvormers worden aangesloten die bij autonome stroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt. Het is mogelijk dat wanneer het apparaat in dat geval wordt ingeschakeld, het door spanningspieken om veiligheidsredenen weer wordt uitgeschakeld. De elektronica kan beschadigd raken.

Het apparaat mag ook niet met een energievoorkeurstekker worden gebruikt. Het is mogelijk dat er in dat geval te weinig energie naar het apparaat wordt toegevoerd en dat componenten in het apparaat te warm worden.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.

Een apparaat dat niet is ingebouwd kan kantelen!

Plaats van opstelling

Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct door heen kan schijnen.

Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.

Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.

Klimaatklasse

Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van uw apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Klimaatklasse Kamertemperatuur

SN+10 °C tot +32 °C
N+16 °C tot +32 °C
ST+18 °C tot +38 °C
T+18 °C tot +43 °C

Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat het apparaat voor langere tijd afslaat. Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.

Luchttoevoer en luchtafvoer

De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm. Daarom moet de inbouwkast voor het apparaat zodanig zijn geconstrueerd dat een goede luchttoevoer en luchtafvoer gewaarborgd zijn. Bij Miele-keukens is daar-mee automatisch rekening gehouden.

Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.

De lucht wordt via de sokkel van het apparaat toegevoerd.

De doorsnede van de luchtafvoeropening moet minstens 200 cm 2 bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.

De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.

Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.

Voordat u het apparaat in- bouwt

■ Haal de afdichtingsband en andere toebehoren uit het apparaat en van de achterwand van het apparaat.
■ Verwijder de kabelhouder van de achterwand van het apparaat.
■ Controleer of de onderdelen aan de achterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig de andere kant op.

Inbouw in een scheidingswand

Wanneer het apparaat in een scheidingswand wordt ingebouwd moet de achterkant van de inbouwnis van een front worden voorzien.

110 ≥200cm² ≥550 ≥38 560-570 ≤2100 1772-1788 ≥38 1769 c 24 a b ≥200cm² 539 3 24

Deurmaten in mm
Diepvrieszone Koelzone
abc
KF 888 .. 681 664 1012

De spleet tussen de beide meubeldeuren en de spleet tussen de deuren van het apparaat moeten vlak tegen elkaar liggen!

Het veranderen van de draairichting van de deur

Voordat u het apparaat inbouwt moet u bepalen aan welke kant de deur van het apparaat moet worden geopend. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deur.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Trek de afdekkingen ① en ② naar voren en haal ze eraf.

■ Klap bevestigingshaak ⑥open en schroef hem eraf. Wanneer u het apparaat later in de inbouwnis bevestigt, moet u de bevestigingshaak er aan de andere kant weer aanschroeven.

■ Druk lagerafdekking ⑤ met een spits voorwerp in en verwijder de afdekking.

■ Draai de buitenste schroef ④ in la - gersteun ③ er voor de helft uit en draai de binnenste schroef er hele- maal uit.

Zo is het demonteren van de deur van het apparaat eenvoudiger.

■ Doe de bovenste deur van het apparaat iets open en schuif de deur aan de bovenkant samen met lagersteun ③iets naar buiten zodat u de lager - steun van de schroef af kunt halen. Til dan de deur iets op en haal hem eraf.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 2

■ Trek de bovenste lagersteun ①en lagerbout ②uit de deur van het apparaat, draai lagersteun ①180° en zet alles er aan de andere kant weer aan. Let daarbij op vulring ③.

■ Haal de lagerafdekking ⑦er met behulp van een spits voorwerp af.

Het veranderen van de draairichting van de deur

■ Trek lagerbout ④eruit en haal de onderste deur eraf.
■ Haal stop ⑩er met een schroeven-draaier af.
■ Plaats de onderste lagerbout ⑨ sa - men met vulring ⑧ aan de andere kant.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Haal afdekkapje ⑪ van bevestigingshaak ⑫ en schroef de haak eraf. Wanneer u het apparaat later in de inbouwnis bevestigt moet u de bevestigingshaak er aan de andere kant weer inschroeven!
■ Schroef de middelste lagersteun ⑤ eraf, draai hem 180° en schroef hem er aan de andere kant weer aan. Draai de buitenste schroef ⑥ er slechts voor de helft weer in, zet de lagersteun op het apparaat en schuif hem naar binnen. Schroef de lagersteun dan met de binnenste schroef vast.
■ Plaats de onderste deur van het apparaat op lagerbout ⑨en sluit de deur.
■ Zet lagerbout ④erin.

■ Draai aan de bovenkant de buitenste schroef ⑬er helemaal uit en draai hem er aan de andere kant voor de helft weer in.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 2

■ Plaats de bovenste deur van het apparaat op lagerbout ①, hang de lagersteun op de voorgemonteerde schroef ②, schuif de steun naar binnen en schroef hem met de tweede schroef ③vast.
■ Controleer of beide deuren van het apparaat goed zitten en stel ze indien nodig. Draai dan de schroeven in de lagersteunen vast.
■ Monteer alle afdekkingen en stoppen.

Het inbouwen van de koel-vriescombinatie

Alle stappen bij de montage worden gedemonstreerd met een apparaat met een rechtsscharnierende deur. Hebt u de deurscharnieren naar links verplaatst, houd daar dan bij de montage rekening mee.

Het stellen van de inbouwkast
MIELE KF 888 iDN-1 - Het inbouwen van de koel-vriescombinatie - 1

■ Stel de inbouwkast voordat u het apparaat inbouwt heel precies met een waterpas. De hoeken van de kast moeten allemaal 90° zijn. Stel de meubeldeuren met behulp van de scharnieren.

Voordat u het apparaat in- bouwt
MIELE KF 888 iDN-1 - Het inbouwen van de koel-vriescombinatie - 2

■ Schuif opvulplaat ①in de houder.

■ Verkort de afdichtingsband op nishoogte en plak deze aan de kant van het apparaat waar de deur wordt geopend.

■ Schroef opvulplaat met borstbouten vast.

■ Open de afdekking aan bevestigingshaak ①en schroef de haak eraf voor het geval u hem niet al hebt verwijderd bij een eventueel veranderen van de draairichting van de deur.

Het inbouwen van het apparaat

■ Schuif het apparaat in de inbouwnis. Let er daarbij op dat de aansluitkabel niet ergens tussen beklemd raakt.

1 2 A 43 X 1 A B B

■ Schroef bevestigingshaak ①vast, indien dat nog niet is gebeurd.

■ Druk het apparaat dicht tegen de kant waar de deur wordt geopend (A), zodat de afdichtingsband stevig wordt samengedrukt.

■ Schuif het apparaat zo ver naar binnen dat de voorkant van de lagersteunen evenwijdig loopt met de bodem van de inbouwkast (B) en de voorkant van de opengeklapte bevestigingshaak ①evenwijdig loopt met de meubelombouw.

De afstand tussen de voorkant van de kast en de ommanteling van het apparaat moet 43 mm bedragen! (detail X)

MIELE KF 888 iDN-1 - Het inbouwen van het apparaat - 2

■ Schroef het apparaat aan de kant waar de scharnieren zitten boven en in het midden aan de meubelkast vast door

bij 19 mm dikke meubelwanden de kortere schroeven 5 x 75 mm ③en de kleine afstandshulzen ④in de wanden te draaien;

bij 16 mm dikke meubelwanden de langere schroeven 5 x 80 mm ③en de grote afstandshulzen ④in de wanden te draaien.

Het inbouwen van de koel-vriescombinatie

■ Schroef het apparaat aan de onderkant aan de meubelkast vast door korte schroeven van 4 x 14 mm ② door de onderste lagersteunen te draaien en stevig vast te zetten.

MIELE KF 888 iDN-1 - Het inbouwen van de koel-vriescombinatie - 1

■ Schroef bevestigingshaak ⑤er weer aan, wanneer dat nog niet is gebeurd.

■ Schroef het apparaat aan de kant waar de deur opengaat aan de meubelwand vast door twee schroeven van 4 x 14 mm door de bovenste bevestigingshaak ①te draaien en ste- vig vast te zetten en een schroef van 4 x 14 mm ⑥door bevestigingshaak ⑤te draaien en stevig vast te zetten.

■ Klap bevestigingshaak ①dicht en klik afdekking ⑦vast.

■ Stel opvulplaat ⑧parallel met de bo-venkant van de kast door de plaat te verschuiven. De opvulplaat mag niet naar voren steken!

■ Schroef het apparaat aan de bovenkant aan de meubelkast vast door korte schroeven van 4 x 14 mm ⑨ door de opvulplaat te draaien en stevig vast te zetten.

Het bevestigen van de front- plaat

90° 1 3 d 2 4 5 90°

■ Maak de deurkoppelingsdelen ①ter hoogte van de handvatten met de parkerschroeven 3,9 x 9,5 mm ②aan de deur van het apparaat vast. Be- vestig bij een grote deur een extra deurkoppeling. Maak gebruik van de voorgestanste gaten!

■ Doe de deuren helemaal open en schuif glijstroken ③in de deurkoppe - lingsdelen.
■ Maak de glijstroken met schroeven 4 x 14 mm ④ aan de meubeldeur vast. Daarbij moet tot de buitenkant van de meubeldeur een afstand d (= dikte van de wand van de inbouwnis + 3 mm) worden aangehouden. Let erop dat de glijstroken zich ongeveer in een hoek van 90° ten opzichte van de voorkant van de deur bevinden.
■ Stel de deurkoppelingen zo dat de meubeldeur aan de kant van het handvat in gesloten toestand niet tegen de kastwand aanligt. Er moet een minimum afstand van 1 mm worden aangehouden.
■ Sluit eventueel vrijgekomen gaten in de deur van het apparaat met de bijgevoegde stoppen ⑤af.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.

Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:

  • brochures en gebruiksaanwijzingen
  • gebruiksadviezen en tips
  • onderdelen en accessoires
  • stofcassettes en reinigingsmiddelen

U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88

Miele Nederland B.V.

Postbus 166

4130 ED VIANEN

(0347) 37 89 11

Infocentrum Miele-inbouwapparaten:

De Limiet 2

4131 NR VIANEN

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : KF 888 iDN-1

Categorie : Koelkast