MIELE KF 889 I DNE 1 - Koelkast

KF 889 I DNE 1 - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KF 889 I DNE 1 MIELE in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE KF 889 I DNE 1 - page 5
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Koel-vriescombinatie met dynamische koeling en ijsblokjesbereider
Merk Miele
Model KF 889 I DNE 1
Inbouw Ja, inbouwapparaat
Koelmiddel Isobutaan (R600a)
Klimaatklasse SN (10-32°C), N (16-32°C), ST (18-38°C), T (18-43°C)
Temperatuurbereik koelruimte 2°C tot 11°C
Temperatuurbereik vriesruimte -14°C tot -28°C
Superkoeling (Supercooling) Ja, schakelt automatisch uit na ca. 6 uur
Superfrost Ja, schakelt automatisch uit na 30-60 uur
Dynamische koeling (DynaCool) Ja, ventilator voor gelijkmatige temperatuur
NoFrost Ja, vriesruimte ontdooit automatisch
IJsblokjesbereider Automatisch, vereist wateraansluiting
Waterdruk 1,5 - 6 bar
Vergrendeling (kinderslot) Ja, via toetsencombinatie
Alarm Temperatuur- en deuralarm met zoemer
Binnenverlichting Ja, schakelt na 15 minuten automatisch uit
Verstelbare plateaus Ja, in hoogte verstelbaar
Groenten- en fruitladen Ja, twee laden
Elektrische aansluiting 220-240 V, 50 Hz, 10 A zekering

Veelgestelde vragen - KF 889 I DNE 1 MIELE

Hoe stel ik de temperatuur in van de koelruimte?
Gebruik de temperatuurtoetsen naast de temperatuuraanduiding: de bovenste toets voor warmer, de onderste voor kouder. De temperatuur is instelbaar van 2°C tot 11°C. De ingestelde waarde knippert en na ca. 5 seconden wordt de actuele temperatuur weergegeven. Controleer na ca. 6 uur de temperatuur.
Wat is de functie Superfrost en hoe gebruik ik deze?
Superfrost zorgt voor optimaal invriezen van verse levensmiddelen. Schakel deze 4-6 uur van tevoren in (24 uur voor maximale vriescapaciteit) door op de Superfrost-toets te drukken. Het controlelampje gaat branden. De functie schakelt automatisch uit na 30-60 uur.
Hoe maak ik ijsblokjes met de automatische ijsblokjesbereider?
Zorg dat het apparaat is aangesloten op de waterleiding (druk 1,5-6 bar) en dat de watertoevoer open is. Schakel de ijsblokjesbereider in met de Aan-/Uit-toets in het ijsblokjesvak. Het duurt ca. 24 uur voordat de eerste ijsblokjes vallen. Bij eerste gebruik of na lange tijd: gooi de eerste drie series weg om de watertoevoer door te spoelen.
Wat moet ik doen als het temperatuuralarm afgaat?
Het temperatuuralarm klinkt als de vriesruimte te warm wordt. Dit kan gebeuren bij het inschakelen, het invriezen van grote hoeveelheden, of na stroomuitval. Druk op de Zoemer-toets om de zoemtoon uit te schakelen. De temperatuuraanduiding blijft knipperen tot de temperatuur weer is bereikt. Controleer of de ingevroren producten zijn ontdooid; zo ja, verwerk ze dan door koken of braden.
Hoe schakel ik de dynamische koeling in?
Druk de schakelaar voor dynamische koeling (boven de ventilator) op het symbool. De ventilator draait alleen als de compressor actief is. Bij normaal gebruik kunt u deze uitschakelen om energie te besparen.
Kan ik de deur van het apparaat veranderen van draairichting?
Ja, de draairichting van de deur kan worden gewijzigd. Volg de stappen in de handleiding: verwijder afdekkingen en lagersteunen, verwissel de deuren en monteer alles opnieuw aan de andere kant. Dit moet vóór het inbouwen gebeuren.
Hoe reinig ik de koel-vriescombinatie?
Schakel het apparaat uit, haal de producten eruit en verwijder de losse onderdelen. Reinig de binnenkant en toebehoren met lauwwarm water en een mild reinigingsmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen of stoomreinigers. Reinig het dooiwatergootje en de afvoeropening regelmatig met een wattenstaafje. Droog alles goed af en laat de deuren kort open staan.
Wat betekent een 'nA' in de temperatuuraanduiding?
'nA' geeft aan dat er stroomuitval is geweest en de temperatuur in de vriesruimte te hoog is opgelopen. Druk op de Zoemer-toets om de hoogste gemeten temperatuur te zien. Controleer of de levensmiddelen zijn ontdooid; verwerk ze zo nodig door koken of braden voordat u ze opnieuw invriest.
Hoe gebruik ik de koude-accu?
Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade. Na ca. 24 uur bereikt deze de maximale koelcapaciteit. Bij stroomuitval legt u deze direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om ze langer koel te houden. Gebruik de accu ook om een scheiding aan te brengen tussen verse en reeds ingevroren producten.
Wat zijn de aanbevolen temperaturen voor het bewaren van levensmiddelen?
Voor de koelruimte wordt 5°C aanbevolen, voor de vriesruimte -18°C. Het koelste gedeelte van de koelzone is direct boven de groentenladen; gebruik dit voor bederfelijke producten zoals vlees, vis en zuivel. Het minst koele gedeelte is bovenin tegen de deur, geschikt voor boter en kaas.

Gebruikersvragen over KF 889 I DNE 1 MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KF 889 I DNE 1 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KF 889 I DNE 1 van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING KF 889 I DNE 1 MIELE

Gebruiks- en montage-aanwijzing

MIELE KF 889 I DNE 1 - Gebruiks- en montage-aanwijzing - 1

voor de koel-vriescombinatie met dynamische koeling en met ijsblokjesbereider KF 889 iDNE-1

Lees beslist de gebruiksaanwijzing

voordat u uw apparaat plaatst,

installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt

onnodige schade aan uw apparaat.

Algemeen 5

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 7

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 8

Het besparen van energie 13

Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie....15

Het apart uitschakelen van de koelruimte 16

Het opnieuw inschakelen van de koelruimte 16

Vergrendeling 17

Het inschakelen van de vergrendeling....17

Bij langere afwezigheid 17

De juiste temperatuur 18

in de koelruimte 18

in de diepvriesruimte 18

Het instellen van de temperatuur....18

Mogelijke temperatuurinstellingen 19

Temperatuuraanduidingen....19

De lichtsterkte van de temperatuuraanduidingen .... 20

Zoemer 21

Temperatuuralarm 21

Deuralarm 21

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem 21

Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon 21

De functie "Superkoeling" 22

Het gebruik van de superkoeling 22

De functie "Superfrost" 23

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 23

Het gebruik van de superfrost....23

De functie "Dynamische koeling" 24

Het gebruik van de dynamische koeling ⚡ 24

Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 25

Gedeelten met verschillende temperaturen 25

Koelste gedeelte in de koelzone 25

Minst koele gedeelte in de koelzone 25

Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen 26

Levensmiddelen afdekken of niet? 26

Groenten en fruit....26

Het indelen van de binnenruimte 27

Plateaus 27

Tweedelig plateau 27

Deurvakken 27

Fleshouders 27

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 28

Het bewaren van diepvriesproducten 28

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 28

Waar u daarbij op moet letten 28

Het verpakken van de verse levensmiddelen 29

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvriesruimte legt . . . . . . . . . . 29

Het inruimen 29

Diepvrieskalender 30

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 30

Het ontdooien van ingevroren producten 31

Het snelkoelen van dranken 31

Diepvriesplateau 31

Het gebruik van de koude-accu 32

Het maken van ijsblokjes 33

Het automatisch ontdooien van het apparaat 35

Koelzone 35

Diepvrieszone 35

Het reinigen van de koel-vriescombinatie 36

Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren 36

Het reinigen van het bakje voor de ijsblokjes 37

Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 38

Het reinigen van de deurdichtingen 38

Nuttige tips 39

Geluiden en de oorzaken ervan 43

Let voordat het apparaat op de waterleiding wordt aangesloten op het volgende. 45

Aansluiting op de watertoevoer 45

Elektrische aansluiting 47

Montage-instructies 48

Plaats van opstelling 48

Klimaatklasse 48

Luchttoevoer en luchtafvoer 48

Voordat u het apparaat inbouwt. 48

Inbouw in een scheidingswand....49

Inbouwmaten 50

Het veranderen van de draairichting van de deur....51

Het inbouwen van de koel-vriescombinatie 53

SUPER ① 08°C -18°C ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ SUPER ⑩

①Superkoeling - toets en controle-lampje van de Superkoeling - toets
②Aan - toets van het hele apparaat en Uit - toets van de koelruimte
③Toetsen voor het instellen van de temperatuur in de koelruimte (Boven: warmer; beneden: kouder)
④Temperatuuraanduiding van de koelruimte
⑤Controlelampje van de vergrendeling

⑥Temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte
⑦Toetsen voor het instellen van de temperatuur in de diepvriesruimte (Boven: warmer; beneden: kouder)
⑧Aan-/Uit - toets van het hele apparaat (Hoofdtoets)
⑨Superfrost - toets en controlelampje van de Superfrost - toets
⑩Zoemer - toets

⑪Schakelaar voor dynamische koeling

⑫Ventilator voor dynamische koeling

⑬Boter- en kaasvak

⑭Binnenverlichting

⑮Eierrekje

⑯Deurvakken

⑰Plateaus

⑱Flesplateau

⑲Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater

⑳Groenten- en fruitladen

②1Fleshouder *

⑳IJsblokjesvak met automatische ijsblokjesbereider

②3Diepvriesvakken met diepvrieskalender

⑳Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen

* Afhankelijk van het model

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het inbouwen van de koel-vriescombinatie 53 - 2

Het verpakkingsmateriaal

De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.

Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.

Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.

Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.

Het afdanken van het apparaat

Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.

Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.

Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het afdanken van het apparaat - 1

Doe het apparaat daarom in geen ge- val bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw ge- meente.

Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.

Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.

Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.

Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koelvries-combinatie.

Efficiënt gebruik

Deze koel-vriescombinatie is uit-sluitend bestemd voor huishoude- lijk gebruik.

Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.

Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door ge- bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve be- diening.

Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is.

Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat.

Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.

Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.

Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.

Wordt het koelsysteem toch beschadigd:

  • vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
  • trek de stekker uit het stopcontact,
  • lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
  • en neem contact op met de Technische Dienst.

Hoe meer koelmiddel een koel-vriescombinatie bevat, des te gro-ter moet het vertrek zijn waarin het ap-paraat wordt opgesteld.

Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.

De hoeveelheid koelmiddel die het apparaat bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.

Voordat u uw koel-vriescombinatie aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken.

Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de koel-vriescombinatie anders beschadigd raakt.

Raadpleeg bij twijfel een elektricien.

De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle-ren.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).

Een veilig gebruik van de koel-vriescombinatie is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiks-aanwijzing staan.

Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman/vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.

Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.

Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.

De fabrikant is ook niet aansprakelijk voor schade die door een ondeugdelijke wateraansluiting is ont-staan.

Alleen een vakman/vakvrouw mag het apparaat op de waterleiding aansluiten en eventuele reparaties aan de ijsblokjesbereider uitvoeren.

De ijsblokjesbereider is niet geschikt om op warm water te worden aangesloten.

De koel-vriescombinatie mag niet op de waterleiding worden aangesloten, wanneer het apparaat elektrisch is aangesloten.

Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de koel-vries-combinatie als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
  • of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.

Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.

De koel-vriescombinatie mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Gebruik

Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.

Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.

Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.

Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvriesruimte heeft gehaald.

Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en bederven.

Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.

Bewaar geen producten in de koelvriescombinatie die explosieve stoffen of brandbare drijfgassen bevatten, zoals spuitbussen.

Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan.

Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.

Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koelruimte in verband met explosiegevaar.

Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvriesruimte die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.

De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.

Haal flessen die u in de diepvries- ruimte hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ontstaan.

Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.

Gebruik geen scherpe voorwerpen om

- rijp- en ijslagen te verwijderen

- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.

Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmings-apparaten of kaarsen in de koel-vries-combinatie.

Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.

Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.

Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

Sluit de luchttoevoeropening in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw niet af. Wanneer deze openingen geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomver- bruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.

De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.

Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Wat te doen wanneer u het apparaat afdankt

Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door

  • koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
  • buisleidingen om te buigen;
  • beschermende lagen af te krabben.

Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.

Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaatsing van het apparaatIn ruimten waar kan worden ge -ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd
Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnenOp een plaats waar de zon direct op kan schijnen
Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming, fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuur
Temperatuurinstelling in standenInstelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik
Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bijapparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
0° zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: - 18 °C
Dagelijks gebruik Open de dedeur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk.De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft.
Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur.
Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken.
Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ontdooien.
Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren.

Het besparen van energie

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik.

Voor het eerste gebruik

■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.

Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van het apparaat!

Het inschakelen van de koel- vriescombinatie

U kunt de koelruimte en de diepvries- ruimte tegelijk inschakelen.

Dit kunt u op twee manieren doen en wel met de Aan-/Uit - toets van het hele apparaat, ook wel de hoofdtoets genoemd, of links met de Aan - toets van het hele apparaat.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het inschakelen van de koel- vriescombinatie - 1

■ Druk op de hoofdtoets.

In de temperatuuraanduiding gaan er streepjes knipperen.

De zoemtoon gaat.

Het apparaat begint te koelen.

Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de koel-vriescombinatie legt, kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.

Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie

■ Druk op de hoofdtoets.

De temperatuuraanduiding geeft niets meer aan.

De koeling is uitgeschakeld. Ist dat niet het geval dan is de vergrendeling ingeschakeld.

Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie

Het apart uitschakelen van de koelruimte

U kunt de koelruimte apart uitschakelen, terwijl de diepvriesruimte ingeschakeld blijft. Dit kan tijdens vakanties het geval zijn.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het apart uitschakelen van de koelruimte - 1

■ Druk op de Aan-/Uit - toets van de koelruimte.

De temperatuuraanduiding van de koelruimte geeft niets meer aan.

De koelruimte is uitgeschakeld.

Het opnieuw inschakelen van de koelruimte

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het opnieuw inschakelen van de koelruimte - 1

■ Druk opnieuw op de Aan-/Uit - toets van de koelruimte.

In de temperatuuraanduiding van de koelruimte gaan streepjes branden.

De koelruimte begint te koelen.

Wanneer de deur wordt geopend, gaat de binnenverlichting aan.

Het uitschakelen van de zoem- toon

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het uitschakelen van de zoem- toon - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemtoon houdt op.

In de temperatuuraanduiding blijven de streepjes knipperen totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Koude-accu

Leg de koude-accu in het bovenste diepvriesvak. Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Vergrendeling

Met de vergrendeling kunt u voorkomen dat het apparaat per ongeluk wordt uitgeschakeld.

Het inschakelen van de vergrendeling

■ Druk de Zoemer - toets in en houd deze ingedrukt.
■ Druk daarbij nog de Superfrost - toets in en houd beide toetsen tegelijk ca. 3 seconden lang ingedrukt totdat het controlelampje van de vergrendeling ⚙in de temperatuuraanduiding brandt en er een pieptoon klinkt.
■ Het apparaat kan pas dan worden uitgeschakeld wanneer de vergrendeling weer is opgeheven!

Het opheffen van de vergrendeling

■ Neem daarvoor dezelfde stappen als bij het inschakelen van de vergrendeling.

Het controlelampje van de vergrendeling Ⓛin de temperatuuraanduiding gaat uit.

Het apparaat kan te allen tijde weer worden uitgeschakeld.

Bij langere afwezigheid

Wanneer u de koel-vriescombinatie vrij lange tijd niet meer gebruikt, doe dan het volgende.

■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Draai de watertoevoer dicht.
■ Reinig het apparaat.
■ Laat de deuren van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.

Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.

Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.

Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.

Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.

De temperatuur in het apparaat wordt hoger, naarmate

  • de deur van het apparaat vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft;
  • er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
  • de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
  • de omgevingstemperatuur hoger is. Dit apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

... in de koelruimte

Wij adviseren voor het midden van het apparaat een koeltemperatuur van 5°C.

... in de diepvriesruimte

Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18°C.

Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt. Zodra de temperatuur boven de - 10°C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.

Het instellen van de temperatuur

De temperatuur in de koelruimte en in de diepvriesruimte kunt u apart instellen met behulp van de beide toetsen rechts en links naast de temperatuuraanduidingen.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het instellen van de temperatuur - 1

- Wanneer u op de bovenste toets drukt gaat de temperatuur omhoog en wordt het warmer.

- Wanneer u op de onderste toets drukt gaat de temperatuur omlaag en wordt het kouder.

De temperatuur die u instelt knippert in de temperatuuraanduiding.

Wanneer u op de temperatuurtoetsen drukt dan ziet u in de temperatuuraanduiding het volgende veranderen:

  • Wanneer u voor het eerst drukt, dan verschijnt de temperatuurwaarde die u het laatst heeft ingesteld knipperend in de temperatuuraanduiding.
  • Vanaf de tweede keer dat u drukt verandert de temperatuurwaarde in stappen van 1°C.
  • Wanneer u de toets ingedrukt houdt, verandert de temperatuurwaarde continu.

Ongeveer 5 seconden nadat u voor het laatst op een temperatuurtoets heeft gedrukt verschijnt in de temperatuuraanduiding automatisch de temperatuurwaarde die op dat moment in de koelruimte of diepvriesruimte heerst.

Wanneer u een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de temperatuuraanduiding na ca. 6 uur wanneer de koel-vriescombinatie lang niet vol is en na ca. 24 uur wanneer het apparaat wel vol is.

Pas dan is de echte temperatuur bereikt.

Is de temperatuur na deze tijd te hoog of te laag, stel dan opnieuw een andere temperatuur in.

Mogelijke temperatuurinstellingen

De temperatuur is instelbaar

  • in de koelruimte van 2°C tot 11°C
  • in de diepvriesruimte van -14ircC tot -28ircC .

Of de laagste temperatuur wordt bereikt is afhankelijk van de plaats waar de koel-vriescombinatie is opgesteld en de omgevingstemperatuur. Wanneer de omgevingstemperatuur hoog is, dan is het mogelijk dat de laagste temperatuur niet wordt bereikt.

Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.

Temperatuuraanduidingen

De temperatuuraanduidingen op het bedieningspaneel geven bij normaal gebruik de temperatuur in het midden van de koelruimte én die van de warmste plek in de diepvriesruimte aan.

De temperatuuraanduiding van de koelruimte kan alleen temperaturen tussen de 0°C en de 19°C aangeven.

De temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte kan alleen temperaturen van onder de 0°C aangeven.

Liggen de temperaturen in het apparaat daarbuiten, dan knipperen er streepjes in de temperatuuraanduiding.

Het duurt ca. 3 tot 8 uur voordat de gewenste temperatuur in het apparaat is bereikt. Dit is afhankelijk van de omgevingstemperatuur.

De temperatuuraanduidingen knippe- ren, wanneer

  • er een andere temperatuur wordt ingesteld,
  • de temperatuur in het apparaat een paar graden is gestegen, wat wijst op een koudeverlies.

Dit koudeverlies is geen probleem wanneer u:

- de deur van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een grote hoeveelheid producten in het apparaat te leggen of er uit te halen;

– verse levensmiddelen invriest.

- de deur van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een grote hoeveelheid producten in het apparaat te leggen of er uit te halen; - verse levensmiddelen invriest.

Is de temperatuur in de diepvriesruimte vrij lange tijd hoger dan -18°C, controleer dan of de ingevroren levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ont-dood.

Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.

De lichtsterkte van de temperatuuraanduidingen

De lichtsterkte van de temperatuuraanduidingen is zwak wanneer het apparaat wordt afgeleverd.

Zodra er een deur wordt geopend, een instelling wordt veranderd of er sprake is van een alarmtoestand, dan brandt de temperatuuraanduiding ca. 1 minuut met zeer grote lichtsterkte.

U kunt de lichtsterkte van de temperatuuraanduiding veranderen:

- Sterker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de bovenste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte.

- Zwakker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de onderste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte.

- Sterker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de bovenste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvries- ruimte. - Zwakker: Druk op de Zoemer - toets, blijf erop drukken en druk tegelijk op de onderste toets naast de temperatuuraanduiding van de diepvries- ruimte.

Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem in de vorm van een zoemer. Daarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in de diepvriesruimte ongemerkt stijgt en er onnodig veel energie wordt verbruikt wanneer één van de deuren te lang openstaat.

Temperatuuralarm

Wanneer de temperatuur in de diepvriesruimte te veel stijgt, gaat er een zoemtoon. Gelijktijdig gaat de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte knipperen.

Of het apparaat een temperatuur te hoog vindt is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.

De zoemtoon gaat en de temperatuuraanduiding gaat knipperen wanneer:

– u de diepvriesruimte inschakelt;
- u producten in de diepvriesruimte hersorteert of eruit haalt en er daarbij te veel warme lucht in de ruimte stroomt;
- u een vrij grote hoeveelheid levenmiddelen invriest;
- de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest.

Deuralarm

De zoemer gaat ook wanneer één van de deuren langer dan ca. 60 seconden openstaat.

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem

Het systeem hoeft niet te worden ingeschakeld, want het is al automatisch klaar voor gebruik.

Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon

Zodra de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte is bereikt houdt de zoemtoon op en brandt de temperatuuraanduiding constant.

Wanneer de zoemtoon u hindert dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemtoon houdt op.

De temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte blijft zolang knipperen totdat de alarmtoestand voorbij is.

Daarna brandt de temperatuuraanduiding constant.

Vanaf dat moment is het waarschu- wingssysteem weer klaar voor gebruik.

Het gebruik van de super- koeling

Met behulp van de functie "Superkoeling" daalt de temperatuur in de koelruimte zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laag hangt af van de kamertemperatuur.

Het gebruik van de superkoeling is vooral dan aan te raden, wanneer u grote hoeveelheden verse levensmiddelen of drank opslaat en snel wilt laten afkoelen.

Het inschakelen van de superkoeling

SUPER

■ Druk op de Superkoeling - toets.

Het controlelampje boven deze toets gaat branden.

De koelcapaciteit van de koelruimte is maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in het apparaat.

Het uitschakelen van de superkoeling

De superkoeling wordt automatisch na ca. 6 uur uitgeschakeld.

Het controlelampje boven de Superkoeling - toets gaat uit.

De koelcapaciteit van de koelruimte is weer normaal.

Om energie te besparen kunt u de superkoeling zelf uitschakelen zodra de levensmiddelen of dranken koel genoeg zijn.

■ Druk op de Superkoeling - toets.

Het controlelampje boven deze toets gaat uit.

De koelcapaciteit van de koelruimte is weer normaal.

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.

Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.

De cellen gaan krimpen.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.

Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.

De cellen krimpen veel minder.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!

Het gebruik van de superfrost

Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen. De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.

De superfrost schakelt u niet in:

  • wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvriesruimte legt;
  • wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in de diepvriesruimte legt.

Het inschakelen van de superfrost

De superfrost moet u inschakelen

4 - 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvriesruimte legt.

Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de superfrost dan 24 uur van te voren in.

SUPER

■ Druk op de Superfrost - toets.

Het controlelampje boven deze toets gaat branden.

De koelcapaciteit van de diepvriesruimte is maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in de diepvriesruimte.

Het uitschakelen van de superfrost

De superfrost wordt automatisch na ca. 30 tot 60 uur uitgeschakeld, afhankelijk van de hoeveelheid levensmiddelen die in de diepvriesruimte zijn gelegd.

Het controlelampje boven de Superfrost - toets gaat uit.

De koelcapaciteit van de diepvriesruimte is weer normaal.

Het gebruik van de dynamische koeling ⚙

Wanneer de functie "Dynamische koeling" (DynaCool) niet is ingeschakeld, ontstaan er in de koelzone als gevolg van de natuurlijke luchtcirculatie zones met verschillende temperaturen.

De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.

Het is handig om daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van te maken.

Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen".

Wanneer u echter een keer een grote hoeveelheid gelijksoortige levensmiddelen wilt inslaan (bijv. voor een party), kunt u de dynamische koeling beter inschakelen. Daarmee wordt de temperatuur relatief gelijkmatig over alle plateaus in de koelruimte verdeeld en zijn alle levensmiddelen in de koelruimte even koel.

De temperatuur kan verder met behulp van de temperatuurregelaar worden ingesteld.

Het gebruik van de dynamische koeling is tevens aan te raden bij:

  • een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en
  • een hoge luchtvochtigheid.

Het inschakelen van de dynamische koeling

■ Druk de schakelaar voor de dynamische koeling boven de ventilator op ♣.

De ventilator gaat draaien, wanneer de compressor (motor) in werking is.

De ventilator wordt uitgeschakeld zodra de deur van het apparaat wordt geopend.

Het uitschakelen van de dynamische koeling

Daar het energieverbruik iets hoger ligt wanneer de dynamische koeling is ingeschakeld, kunt u de dynamische koeling bij normale omstandigheden beter uitschakelen.

■ Druk de schakelaar voor de dynamische koeling op "0".

De ventilator gaat niet meer draaien, wanneer de compressor (motor) in werking is.

Gedeelten met verschillende temperaturen

Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.

Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.

De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.

Koelste gedeelte in de koelzone

Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groenten- en fruitladen.

Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:

– vis, vlees, gevogelte;
– worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.

Minst koele gedeelte in de koelzone

Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.

Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.

Bewaar geen stoffen in het apparaat die drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.

Dit in verband met explosiegevaar.

Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.

Zet geen culinaire olie in de deur van het apparaat.

Doet u dat wel, dan kunnen er scheuren in het kunststof materiaal van de deur ontstaan.

De levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen, want in dat geval kunnen ze eraan vastvriezen.

Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen

Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:

  • Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals bananen, avocado's, papaja's, passievruchten, aubergines, paprika, tomaten en komkommers
  • Fruit dat nog niet rijp is
  • Aardappels
  • Parmezaanse kaas

Levensmiddelen afdekken of niet?

Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.

Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht. Tevens voorkomt u dat de levensmiddelen uit-drogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.

Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.

Groenten en fruit

Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groenten- en fruitladen worden bewaard.

U moet er echter rekening mee houden dat sommige groentensoorten natuurlijke gassen afscheiden, wat bederf in de hand werkt. Enkele groenten- en fruitsoorten reageren bijzonder gevoelig op deze natuurlijke gassen. Daarom mogen niet alle groenten- en fruitsoorten samen in één lade worden bewaard.

Voorbeelden van vruchten die veel natuurlijke gassen afscheiden:

Appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's en vijgen.

Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groenten- en fruitsoorten:

Kiwi's, broccoli, bloemkool, spruitjes, mango's, honingmelen, appels, abri-kozen, komkommer, tomaten, peren, nectarines en perziken.

Plateaus

De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.

■ Trek het plateau naar voren totdat u weerstand voelt, til het aan de voorkant op en haal het eruit.
■ Zet het plateau met de achterkant naar boven op de gewenste plek, haal de voorkant omhoog en schuif het plateau naar binnen. De opstaande rand moet naar boven wijzen zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.

Tweedelig plateau

Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een plateau dat uit twee delen bestaat.

- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.

Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.

Deurvakken

■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge- wenste plaats weer in. Zorg er daarbij voor dat ze goed vastklikken.

Fleshouders

Fleshouders kunt u naar rechts of links verschuiven.

Daardoor staan de flessen steviger wanneer u de deur van het apparaat opent en sluit.

Maximale vriescapaciteit

Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.

De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".

Het bewaren van diepvriesproducten

■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel. Komt deze boven de -18°C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18°C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist als u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de diepvriesruimte.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen

Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!

Waar u daarbij op moet letten

  • Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
  • Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en peren.
  • Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren. Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
  • Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
  • Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.

  • Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
    Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten.

  • Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.

Het verpakken van de verse levens- middelen

■ Vries de levensmiddelen per portie in.

Geschikte verpakking

  • kunststof folie
  • diepvrieszakken van polyethyleen
  • aluminiumfolie
  • diepvriesbakje

Ongeschikte verpakking

  • pakpapier
  • braadpapier
  • cellofaan
  • afvalzakken
  • gebruikte plastic zakken

■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:

- elastiekjes

- kunststof klipjes

- touwtjes of

- koudebestendig plakband.

Sluit zakken en diepvrieszakken van polyethyleen met een seal-apparaat af.

■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvriesruimte legt

■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen heeft, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in de diepvriesruimte legt de functie "Superfrost" in. Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".

Het inruimen

De levensmiddelen kunnen overal in de diepvriesruimte worden ingevroren.

U kunt de diepvriesladen er ook uithalen en de producten direct op de tussenplaten leggen. Alleen de onderste diepvrieslade moet in het apparaat blijven.

In iedere diepvrieslade en op iedere tussenplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.

Wanneer u de bovenste diepvriesla- de uit het apparaat haalt, let er dan op dat de ventilatiegleuven aan de achterwand van het apparaat niet worden afgedekt. Ze zijn belangrijk voor een goede werking van het ap- paraat.

■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvriesladen vastvriezen.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen

Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.

Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.

Wanneer u een groot stuk vlees wilt invriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kunt u het beste de platen tussen de diepvriesladen uit het apparaat halen.

■ Haal de diepvriesladen boven en onder de tussenplaat uit het apparaat.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het invriezen en bewaren van levensmiddelen - 1

■ Druk de haak die aan de achterkant aan de tussenplaat zit naar beneden ①, trek de plaat naar voren en haal hem uit het apparaat ②.

■ Zet de diepvriesladen weer terug.

■ Wilt u de tussenplaat later terugzetten, schuif hem dan naar achteren totdat hij hoorbaar vastklikt.

Diepvrieskalender

De diepvrieskalender die zich op de diepvrieslade bevindt geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levensmiddelen, wanneer ze vers worden opgeslagen.

Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.

Markeersysteem voor ingevro- ren levensmiddelen

Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levenmiddelen.

Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaket- ten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12.

10-12

■ Schuif de plaketten vanaf de rand van de diepvrieslade op de geleiderail.

Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het product hebt opgeslagen.

Het ontdooien van ingevroren producten

Dat kunt u doen

  • in de magnetron;
  • in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
  • bij kamertemperatuur;
  • in de 0°C-ruimte.

Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.

Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.

Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het snelkoelen van dranken

Wanneer u dranken snel wilt koelen schakel dan de superkoeling in.

Wanneer u flessen drank toch in de diepvriesruimte legt, haal ze daar dan na maximaal één uur weer uit.

Doet u dat niet dan springen de flessen uit elkaar.

Diepvriesplateau

Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. De producten blijven in vorm en de kans dat ze aan elkaar vastvriezen is klein.

■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Diepvriesplateau - 1

■ Hang het diepvriesplateau in één van de bovenste diepvriesladen.

■ Laat de producten 10 tot 12 uur ste- vig invriezen.

■ Hevel ze over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze in de laden.

Het gebruik van de koude-accu

De koude-accu voorkomt dat de temperatuur in de diepvriesruimte snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen.

Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade direct op de levensmiddelen of op het diepvriesplateau.

Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Leg de koude-accu wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om de levensmiddelen in ieder geval nog zo lang mogelijk te kunnen bewaren.

Wanneer u verse levensmiddelen in de diepvriesruimte wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ontdooien.

De koude-accu kan ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.

Voor het gebruik van de automatische ijsblokjesbereider heeft u een vastwateraansluiting nodig.

Het inschakelen van de ijsblokjesbereider

■ Schakel de diepvriesruimte in.
■ Open het linker bovenvak in de diepvriesruimte. Dit is het ijsblokjesvak.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het inschakelen van de ijsblokjesbereider - 1

■ Druk op de Aan-/Uit - toets aan de ijsblokjesbereider.
Het controlelampje gaat branden.
■ Sluit het ijsblokjesvak.

Er kunnen alleen ijsblokjes worden gemaakt wanneer het vak helemaal dicht is.

Nadat u het apparaat voor het eerst in gebruik hebt genomen kan het wel 24 uur duren voordat de eerste ijsblokjes uit de ijsblokjesbereider in het vak vallen. Als u de bereider echter opnieuw uit- en weer inschakelt duurt dit niet langer dan 6 uur.

Wanneer u de ijsblokjesbereider voor het eerst gebruikt, of wanneer u deze na lange tijd weer gebruikt, mogen de eerste drie series ijsblokjes niet worden geconsumeerd. Zo kunt u er zeker van zijn dat de watertoevoer goed wordt doorgespoeld.

Het produceren van grotere hoeveelheden ijsblokjes

De hoeveelheid geproduceerde ijsblokjes is afhankelijk van de temperatuur in de diepvriesruimte: hoe lager de temperatuur is, des te meer ijsblokjes er in een bepaald tijdsbestek worden geproduceerd.

Zodra het ijsblokjesvak vol is, wordt de ijsblokjesproductie automatisch stopgezet.

Wanneer u een vrij grote hoeveelheid ijsblokjes nodig hebt,

■ verwissel dan het volle ijsblokjesvak met het vak daarnaast.

Zodra dit vak gesloten is, begint de ijsblokjesproductie van voren af aan.

Het uitschakelen van de ijs-blokjesbereider

Wanneer u geen ijsblokjes wilt produceren, kunt u de ijsblokjesbereider uitschakelen, ook als de diepvriesruimte aan is.

■ Druk zo lang op de Aan-/Uit - toets aan de ijsblokjesbereider totdat het controlelampje uitgaat.

Wanneer de ijsblokjesbereider is uitgeschakeld, kan het ijsblokjesvak ook worden gebruikt voor het invriezen en bewaren van levensmiddelen.

Koelzone

Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.

Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.

Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.

Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.

Diepvrieszone

Het apparaat is uitgerust met een "NoFrost" - systeem, waardoor het automatisch ontdooit.

Het vrijkomende vocht slaat op de ver- damper neer en ontdooit en verdampt regelmatig.

Doordat de diepvrieszone automatisch ontdooit blijft deze altijd ijsvrij.

Door dit bijzondere systeem is er geen gevaar dat de levensmiddelen beginnen te ontdooien!

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.

Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.

Let erop dat er geen water in de elektronica of in de verlichting te-rechtkomt.

Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.

Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.

Voor het reinigen

■ Schakel de koel-vriescombinatie uit door op de hoofdtoets te drukken.
■ Haal de producten uit het hele apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Haal alle toebehoren uit het apparaat die kunnen worden verwijderd.

Het reinigen van de binnen- ruimte en de toebehoren

■ Reinig binnenruimte en toebehoren minstens één keer in de maand.
■ Reinig deze met lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
■ Reinig de toebehoren met de hand en niet in de afwasautomaat. Het botervak kan wel in de afwasautomaat.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelruimte regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de binnenruimte en de toebehoren daarna met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■ Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.

Het reinigen van het bakje voor de ijsblokjes

Voordat de ijsblokjes in het ijsblokjes-vak vallen, worden ze opgevangen in een bakje dat zich in de ijsblokjesbereider bevindt.

Reinig dit bakje regelmatig, zodat er geen water- of ijsresten in blijven zitten.

■ Sluit het apparaat elektrisch aan.
■ Druk zo lang op de Aan-/Uit - toets aan de ijsblokjesbereider totdat het controlelampje gaat branden.
■ Maak het ijsblokjesvak leeg.
■ Druk op de Aan-/Uit - toets aan de ijsblokjesbereider en blijf er ca. 10 seconden op drukken.

Na 1 seconde wordt de ijsblokjesbereider uitgeschakeld en gaat het controle-lampje uit.

Het controlelampje gaat knipperen.

■ Schuif het ijsblokjesvak binnen de eerstvolgende 60 seconden helemaal naar binnen.

Vervolgens gaat het bakje voor de ijsblokjes schuin staan, zodat het kan worden gereinigd.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het reinigen van het bakje voor de ijsblokjes - 1

■ Wacht totdat het bakje niet meer beweegt.

■ Haal het ijsblokjesvak uit het apparaat.
■ Reinig het ijsblokjesvak en het bakje voor de ijsblokjes met warm water en een beetje reinigingsmiddel.
■ Druk op de Aan-/Uit - toets aan de ijsblokjesbereider.

Het bakje voor de ijsblokjes gaat weer terug naar de uitgangspositie.

■ Zet het ijsblokjesvak weer terug en sluit het.

Na max. 6 uur begint de ijsblokjesbereider weer met de productie.

Het bakje voor de ijsblokjes moet ook worden gereinigd, wanneer de ijsblokjesbereider langere tijd niet wordt gebruikt.

Het reinigen van de lucht-toevoer- en luchtafvoeropeningen

■ Reinig de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger.

Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.

Het reinigen van de deur- dichtingen

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en wrijf ze daarna met een doek grondig droog.

Na het reinigen

■ Plaats de toebehoren in de koelruimte.
■ Leg de levensmiddelen in de koelruimte.
■ Sluit de deuren van de koel-vries-combinatie.
■ Schakel de koel-vriescombinatie in.
■ Schakel de superfrost in zodat de diepvriesruimte snel koud wordt.

Het controlelampje gaat branden.

■ Schuif de diepvriesladen met de ingevroren producten in de diepvriesruimte, zodra de temperatuur in deze ruimte laag genoeg is.
■ Schakel de superfrost weer uit.

Het controlelampje gaat uit.

Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.

Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.

Wat moet u doen, wanneer ...

... de koelruimte of de diepvries- ruimte niet koelt?

■ Controleer of:

– de desbetreffende ruimte is ingeschakeld.
De daarbijbehorende temperatuur-aanduiding moet branden.
– de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld. Is dit wel het geval, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... de deur van de diepvriesruimte niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?

Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.

... de temperatuur in de koelruimte of in de diepvriesruimte te laag is?

■ Stel een hogere temperatuur in.
■ Controleer of u vergeten hebt om de superkoeling of de superfrost uit te schakelen. In dat geval brandt het desbetreffen- de controlelampje.

... de koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?

■ Controleer of:

  • de luchttoevoeropening onder in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw zijn geblokkeerd en of er stof inzit;
  • u de deur van de koelruimte of de diepvriesruimte vaak open en dicht heeft gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de deuren van de koel-vriescombinatie goed sluiten;
  • er zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt.
    Klopt dat, ontdooi dan de diepvries-ruimte.

... de ingevroren producten vastgevroren zijn?

Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepel-steel los.

... er zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt?

■ Controleer of de deur van de diepvriesruimte goed sluit.
■ Ontdooi de diepvriesruimte.
■ Reinig de diepvriesruimte.

Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.

... de zoemtoon klinkt en de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte knippert?

De diepvriesruimte is gezien de ingestelde temperatuur te warm en wel doordat:

  • de deur van de diepvriesruimte vaak open en dicht is gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen zijn geblokkeerd;
  • de stroom een tijdje uitgevallen is ge- weest.

Wanneer het euvel verholpen is dan brandt de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte constant en houdt de zoemtoon op.

... er in de temperatuuraanduidingen een streep brandt of knippert?

Controleer de temperatuuraanduidingen ca. 6 uur nadat u het apparaat hebt ingeschakeld.

De temperatuuraanduiding van de koelruimte kan doorgaans alleen temperaturen van 0°C tot 19°C aangeven en de temperatuuraanduiding van de diepvriesruimte alleen temperaturen van onder de 0°C.

Liggen de temperaturen daarbuiten dan brandt er in de temperatuuraanduidingen alleen een streep.

... in een temperatuuraanduiding "F0" tot "F5" verschijnt?

Er is sprake van een storing.

■ Neem contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... in een temperatuuraanduiding een "nA" verschijnt?

De stroom is de afgelopen dagen of uren uitgevallen geweest, waardoor de temperatuur in de diepvriesruimte te sterk is gestegen.

■ Druk op de Zoemer - toets, zolang "nA" brandt.

In de temperatuuraanduiding verschijnt de hoogste temperatuur die tijdens de stroomuitval in de diepvriesruimte is gemeten.

■ Controleer of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verwerk de levensmiddelen dan door ze te koken of te braden, voordat u ze weer invriest.

De hoogste temperatuur wordt ca. 1 minuut aangegeven. Daarna verschijnt in de temperatuuraanduiding weer de temperatuur die op dat moment in de diepvriesruimte heerst.

... de ijsblokjesbereider niet kan worden ingeschakeld?

■ Controleer of het apparaat elektrisch is aangesloten.

... de ijsblokjesbereider geen ijsblokjes produceert?

■ Controleer of:

  • de watertoevoer is ontlucht voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik heeft genomen;
  • de ijsblokjesbereider is ingeschakeld;
    – de diepvriesruimte is ingeschakeld;
    – de watertoevoer is geopend;
  • het ijsblokjesvak helemaal gesloten is.

Bedenk dat het 24 uur kan duren voordat de eerste ijsblokjes worden geproduceerd.

... het controlelampje aan de ijsblokjesbereider knippert?

Er is sprake van een storing.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

... het controlelampje van de superkoeling of dat van de superfrost niet brandt, terwijl het apparaat wel werkt?

Het controlelampje is defect.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

... het apparaat niet kan worden uit geschakeld?

De vergrendeling is ingeschakeld.

... de binnenverlichting in de koel ruimte niet meer functioneert?

■ Controleer of de deur van de koelruimte vrij lange tijd geopend is geweest.

De verlichting wordt na ca. 15 minuten automatisch uitgeschakeld.

Is dat niet het geval, dan is het gloei-lampje kapot.

■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

1 2 1

■ Druk de zijkanten van de lampafdekking naar elkaar toe (1).
■ Maak de lampafdekking los (2).
■ Licht de afdekking er aan de achterkant uit.
■ Draai het gloeilampje uit de fitting en vervang het.
Aansluitgegevens van het lampje: 220 - 240 V, max. 25 W, fitting E 14

MIELE KF 889 I DNE 1 - ... de ingevroren producten vastgevroren zijn? - 2

■ Draai het nieuwe gloeilampje in de fitting. Let er bij het indraaien op dat de dichting goed vast zit.
■ Hang de lampafdekking er aan de achterkant weer in.
■ Laat de afdekking aan de zijkanten weer vastklikken.

... de bodem van de koelruimte nat is?

De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.

■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.

Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische Dienst.

Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Zo houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.
Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.

Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.

Geluiden die makkelijk te verhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder.

Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met

- uw Miele-handelaar

of

- met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.

Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.

Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.

Let voordat het apparaat op de waterleiding wordt aangesloten op het volgende.

Het apparaat mag alleen door een vakman/vakvrouw op de waterleiding worden aangesloten.

De kwaliteit van het water moet voldoen aan de drinkwaterverordening die geldt in het land waarin het apparaat wordt gebruikt.

  • Alle voorzieningen die voor de toevoer van het water naar het apparaat nodig zijn moeten voldoen aan de voorschriften die gelden in het land waarin het apparaat wordt gebruikt.
  • Het water dat het apparaat voor het produceren van de ijsblokjes nodig heeft moet via een koudwaterleiding worden toegevoerd.
  • De waterdruk moet tussen de 1,5 en 6 bar liggen.
  • Aan het apparaat is een roestvrijstalen slang aangebracht van 1,5 m lang.
    Deze slang kan met een verleng- slang langer worden gemaakt. Deze verlengslang moet door een vakman/vakvrouw worden gemon- teerd en is verkrijgbaar bij de afde- ling Onderdelen van de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
  • Tussen de roestvrijstalen slang en de wateraansluiting van het huis moet een kraan zitten waarmee de water-toevoer kan worden onderbroken wanneer dat nodig is.

Let erop dat men ook bij de kraan kan komen wanneer het apparaat is ingebouwd.

Aansluiting op de watertoevoer

Het apparaat mag niet op de water-leiding worden aangesloten, wan-neer er elektrische spanning op staat.

Voor de aansluiting is een kraan met een 3/4 " schroefkoppeling vereist.

3/4"

■ Sluit de roestvrijstalen slang op de kraan aan.

■ Let erop dat de schroefkoppeling goed zit.

Eerst moet de watertoevoer door een vakman/vakvrouw worden ontlucht.

■ Vul de roestvrijstalen slang direct voordat u deze op de watertoevoer-klep aan de onderkant van het apparaat aansluit zo goed mogelijk met water.

3/4"

■ Neem water dat overloopt daarna met een doek op.
■ Bevestig de roestvrijstalen slang aan de watertoevoerklep aan de onderkant van het apparaat.
■ Let erop dat de schroefkoppelingen stevig zitten en dat ze waterdicht zijn.
■ Open de kraan van de watertoevoer en controleer het hele watersysteem op waterdichtheid.
■ Sluit het apparaat nu elektrisch aan. Zie hoofdstuk: "Elektrische aansluiting".
■ Schuif het apparaat in de gewenste positie.
Let er daarbij op dat de roestvrijstalen slang niet beschadigt en dat er geen knikken in komen.

Na max. 24 uur vallen de eerste ijsblokjes uit de ijsblokjesbereider in het vak.

Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.

Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.

Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.

Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.

De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.

In de EU-voorschriften geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.

Het apparaat mag niet op omvormers worden aangesloten die bij autonome stroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt. Het is mogelijk dat wanneer het apparaat in dat geval wordt ingeschakeld, het door spanningspieken om veiligheidsredenen weer wordt uitgeschakeld. De elektronica kan beschadigd raken.

Het apparaat mag ook niet met een energievoorkeurstekker worden gebruikt. Het is mogelijk dat er in dat geval te weinig energie naar het apparaat wordt toegevoerd en dat componenten in het apparaat te warm worden.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.

Een apparaat dat niet is ingebouwd kan kantelen!

Plaats van opstelling

Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct door heen kan schijnen.

Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.

Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.

Klimaatklasse

Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van uw apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Klimaatklasse Kamertemperatuur

SN+10 °C tot +32 °C
N+16 °C tot +32 °C
ST+18 °C tot +38 °C
T+18 °C tot +43 °C

Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat het apparaat voor langere tijd afslaat. Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.

Luchttoevoer en luchtafvoer

De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm. Daarom moet de inbouwkast voor het apparaat zodanig zijn geconstrueerd dat een goede luchttoevoer en luchtafvoer gewaarborgd zijn. Bij Miele-keukens is daar-mee automatisch rekening gehouden.

Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.

De lucht wordt via de sokkel van het apparaat toegevoerd.

De doorsnede van de luchtafvoeropening moet minstens 200 cm 2 bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.

De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.

Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.

Voordat u het apparaat in- bouwt

■ Haal de afdichtingsband en andere toebehoren uit het apparaat en van de achterwand van het apparaat.
■ Verwijder de kabelhouder van de achterwand van het apparaat.
■ Controleer of de onderdelen aan de achterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig de andere kant op.

Inbouw in een scheidingswand

Wanneer het apparaat in een scheidingswand wordt ingebouwd moet de achterkant van de inbouwnis van een front worden voorzien.

110 ≥200cm² ≥550 ≥38 560-570 ≤2100 1772-1788 ≥38 ≥200cm² 1769 c 24 a b 539 3 24

Deurmaten in mm
Apparaat Diepvriesruimte Koelruim- te
abc
KF 889 ... 681 658 1012

De spleet tussen de beide front-platen en de spleet tussen de deuren van het apparaat moeten vlak tegen elkaar liggen!

Het veranderen van de draairichting van de deur

Voordat u het apparaat inbouwt moet u bepalen aan welke kant de deur van het apparaat moet worden geopend. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deur.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Trek de afdekkingen ① en ② naar voren en haal ze eraf.
■ Klap bevestigingshaak ⑥open en schroef hem eraf. Wanneer u het apparaat later in de inbouwnis bevestigt, moet u de bevestigingshaak er aan de andere kant weer aanschroeven.
■ Druk lagerafdekking ⑤ met een spits voorwerp in en verwijder de afdekking.

■ Draai de buitenste schroef ④ in la - gersteun ③ er voor de helft uit en draai de binnenste schroef er hele- maal uit.

Zo is het demonteren van de deur van het apparaat eenvoudiger.

■ Doe de bovenste deur van het apparaat iets open en schuif de deur aan de bovenkant samen met lagersteun ③iets naar buiten zodat u de lager - steun van de schroef af kunt halen. Til dan de deur iets op en haal hem eraf.

180° ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ⑺ ⑳

■ Trek de bovenste lagersteun ①en lagerbout ②uit de deur van het apparaat, draai lagersteun ①180° en zet alles er aan de andere kant weer aan. Let daarbij op vulring ③.
■ Haal de lagerafdekking ⑦er met behulp van een spits voorwerp af.

Het veranderen van de draairichting van de deur

■ Trek lagerbout ④eruit en haal de onderste deur eraf.
■ Haal stop ⑩er met een schroeven-draaier af.
■ Plaats de onderste lagerbout ⑨ sa - men met vulring ⑧ aan de andere kant.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Haal afdekkapje ⑪ van bevestigingshaak ⑫ en schroef de haak eraf. Wanneer u het apparaat later in de inbouwnis bevestigt moet u de bevestigingshaak er aan de andere kant weer inschroeven!
■ Schroef de middelste lagersteun ⑤ eraf, draai hem 180° en schroef hem er aan de andere kant weer aan. Draai de buitenste schroef ⑥ er slechts voor de helft weer in, zet de lagersteun op het apparaat en schuif hem naar binnen. Schroef de lagersteun dan met de binnenste schroef vast.
■ Plaats de onderste deur van het apparaat op lagerbout ⑨en sluit de deur.
■ Zet lagerbout ④erin.

■ Draai aan de bovenkant de buitenste schroef ⑬er helemaal uit en draai hem er aan de andere kant voor de helft weer in.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 2

■ Plaats de bovenste deur van het apparaat op lagerbout ①, hang de lagersteun op de voorgemonteerde schroef ②, schuif de steun naar binnen en schroef hem met de tweede schroef ③vast.
■ Controleer of beide deuren van het apparaat goed zitten en stel ze indien nodig. Draai dan de schroeven in de lagersteunen vast.
■ Monteer alle afdekkingen en stoppen.

Alle stappen bij de montage worden gedemonstreerd met een apparaat met een rechtsscharnierende deur. Hebt u de deurscharnieren naar links verplaatst, houd daar dan bij de montage rekening mee.

Het stellen van de inbouwkast
MIELE KF 889 I DNE 1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 3

■ Stel de inbouwkast voordat u het apparaat inbouwt heel precies met een waterpas. De hoeken van de kast moeten allemaal 90° zijn. Stel de meubeldeuren met behulp van de scharnieren.

Voordat u het apparaat in- bouwt
MIELE KF 889 I DNE 1 - Het veranderen van de draairichting van de deur - 4

■ Schuif opvulplaat ①in de houder.
■ Verkort de afdichtingsband op nishoogte en plak deze aan de kant van het apparaat waar de deur wordt geopend.
■ Schroef opvulplaat met borstbouten vast.
■ Open de afdekking aan bevestigingshaak ①en schroef de haak eraf voor het geval u hem niet al hebt verwijderd bij een eventueel veranderen van de draairichting van de deur.

Het inbouwen van de koel-vriescombinatie

Het inbouwen van het apparaat

■ Schuif het apparaat in de inbouwnis. Let er daarbij op dat de aansluitkabel niet ergens tussen beklemd raakt.

1 2 3 43 X A A B B

■ Schroef bevestigingshaak ①vast, indien dat nog niet is gebeurd.
■ Druk het apparaat dicht tegen de kant waar de deur wordt geopend (A), zodat de afdichtingsband stevig wordt samengedrukt.
■ Schuif het apparaat zo ver naar binnen dat de voorkant van de lagersteunen evenwijdig loopt met de bodem van de inbouwkast (B) en de voorkant van de opengeklapte bevestigingshaak ①evenwijdig loopt met de meubelombouw.

De afstand tussen de voorkant van de kast en de ommanteling van het apparaat moet 43 mm bedragen! (detail X)

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het inbouwen van het apparaat - 2

■ Schroef het apparaat aan de kant waar de scharnieren zitten boven en in het midden aan de meubelkast vast door bij 19 mm dikke meubelwanden de kortere schroeven 5 x 75 mm ③en de kleine afstandshulzen ④in de wanden te draaien; bij 16 mm dikke meubelwanden de langere schroeven 5 x 80 mm ③en de grote afstandshulzen ④in de wanden te draaien.

Het inbouwen van de koel-vriescombinatie

■ Schroef het apparaat aan de onderkant aan de meubelkast vast door korte schroeven van 4 x 14 mm ② door de onderste lagersteunen te draaien en stevig vast te zetten.

MIELE KF 889 I DNE 1 - Het inbouwen van de koel-vriescombinatie - 1

■ Schroef bevestigingshaak ⑤er weer aan, wanneer dat nog niet is gebeurd.

■ Schroef het apparaat aan de kant waar de deur opengaat aan de meubelwand vast door twee schroeven van 4 x 14 mm door de bovenste bevestigingshaak ①te draaien en ste- vig vast te zetten en een schroef van 4 x 14 mm ⑥door bevestigingshaak ⑤te draaien en stevig vast te zetten.

■ Klap bevestigingshaak ①dicht en klik afdekking ⑦vast.

■ Stel opvulplaat ⑧parallel met de bo-venkant van de kast door de plaat te verschuiven. De opvulplaat mag niet naar voren steken!

■ Schroef het apparaat aan de bovenkant aan de meubelkast vast door korte schroeven van 4 x 14 mm ⑨ door de opvulplaat te draaien en stevig vast te zetten.

Het bevestigen van de front- plaat

90° 1 3 d 2 4 5 90°

■ Maak de deurkoppelingsdelen ①ter hoogte van de handvatten met de parkerschroeven 3,9 x 9,5 mm ②aan de deur van het apparaat vast. Bevestig bij een grote deur een extra deurkoppeling. Maak gebruik van de voorgestanste gaten!

■ Doe de deuren helemaal open en schuif glijstroken ③in de deurkoppe - lingsdelen.
■ Maak de glijstroken met schroeven 4 x 14 mm ④aan de meubeldeur vast. Daarbij moet tot de buitenkant van de meubeldeur een afstand d (= dikte van de wand van de inbouwnis + 3 mm) worden aangehouden. Let erop dat de glijstroken zich ongeveer in een hoek van 90° ten opzichte van de voorkant van de deur bevinden.
■ Stel de deurkoppelingen zo dat de meubeldeur aan de kant van het handvat in gesloten toestand niet tegen de kastwand aanligt. Er moet een minimum afstand van 1 mm worden aangehouden.
■ Sluit eventueel vrijgekomen gaten in de deur van het apparaat met de bijgevoegde stoppen ⑤af.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.

Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:

  • brochures en gebruiksaanwijzingen
  • gebruiksadviezen en tips
  • onderdelen en accessoires
  • stofcassettes en reinigingsmiddelen

U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88

Miele Nederland B.V.

Postbus 166

4130 ED VIANEN

(0347) 37 89 11

Infocentrum Miele-inbouwapparaten:

De Limiet 2

4131 NR VIANEN

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : KF 889 I DNE 1

Categorie : Koelkast