KFN 12823 SD-1 - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KFN 12823 SD-1 MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Koel-vriescombinatie |
| Merk | Miele |
| Model | KFN 12823 SD-1 |
| Afmetingen (hoogte x breedte x diepte) | 1817 mm x 600 mm x 630 mm |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (van +10 °C tot +43 °C) |
| Energieverbruik | Zie typeplaatje |
| Spanning / Frequentie | 220–240 V / 50 Hz |
| Aansluitwaarde | 10 A zekering |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a) |
| NoFrost-systeem | Ja, automatisch ontdooien van de vrieszone |
| Superfrost-functie | Ja, voor snel invriezen |
| DynaCool-functie | Ja, dynamische koeling met ventilator |
| Temperatuurinstelling koelzone | 1 °C tot 9 °C |
| Temperatuurinstelling vrieszone | -15 °C tot -32 °C |
| Aantal deurvakken | 4 (waaronder boter- en kaasvak, eierhouder, flessenplateau) |
| Groente- en fruitladen | 2 |
| Diepvriesladen | 3 (plus diepvriesplateau) |
| Maximale vriescapaciteit per 24 uur | Zie typeplaatje |
| Geluidsniveau | Normale bedrijfsgeluiden (compressor, vloeistofstroming) |
| Draairichting deuren | Omkeerbaar (rechts of links) |
| Reiniging | Binnenruimte met lauwwarm water en reinigingsmiddel |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - KFN 12823 SD-1 MIELE
Gebruikersvragen over KFN 12823 SD-1 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KFN 12823 SD-1 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KFN 12823 SD-1 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KFN 12823 SD-1 MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de koel-vriescombinatie
KFN 12823 SD (-1)
KFN 12823 SD edt/cs-1
KFN 12923 SD (-1)
KFN 12923 SD edt/cs-1
KFN 12924 SD
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
n | - N |
M.-Nr. 07 934 460
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....7
Het besparen van energie 12
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie....13
Het apart uitschakelen van de koelzone 14
Bij langere afwezigheid 14
De juiste temperatuur 15
Het instellen van de temperatuur....16
Temperatuuraanduiding 17
Mogelijke temperatuurinstellingen 17
Waarschuwingssysteem 18
Temperatuuralarm 18
Deuralarm 18
De functie "Superfrost" 19
Het gebruik van de superfrost....19
De functie "DynaCool 🔊" 20
Het gebruik van de "DynaCool 20
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 21
Gedeelten met verschillende temperaturen 21
Koelste gedeelte in de koelzone 21
Minst koele gedeelte in de koelzone 21
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen....22
Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten....22
Levensmiddelen afdekken of niet? 22
Groenten en fruit. 22
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen....23
Eiwitrijke levensmiddelen 23
Vlees 23
Het indelen van de binnenruimte 24
Plateaus 24
Tweedelig plateau 24
Deurvakken 24
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen....25
Maximale vriescapaciteit 25
Het bewaren van diepvriesproducten. 25
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 25
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen....26
Waar u daarbij op moet letten 26
Het verpakken. 26
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt. 27
Het inruimen 27
Grote stukken vlees 27
Het ontdooien van ingevroren producten 28
Het bereiden van ijsblokjes 28
Het snelkoelen van dranken 28
Diepvriesplateau 29
Het gebruik van de koude-accu 29
Het automatisch ontdooien van het apparaat 30
Koelzone 30
Diepvrieszone 30
Het reinigen en onderhouden van het apparaat 31
Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren 31
Het reinigen van de deuren en de zijwanden 32
Het reinigen van de deurdichting 33
Het reinigen van de ventilatie-openingen 33
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant 33
Nuttige tips 34
Geluiden en de oorzaken ervan 37
Afdeling Klantcontacten / Garantie 38
Elektrische aansluiting 39
Tips voor het plaatsen van het apparaat 40
Plaats van opstelling 40
Klimaatklasse 40
Luchttoevoer en luchtafvoer 40
Het plaatsen van het apparaat 41
Het stellen van het apparaat 41
Afmetingen van het apparaat 42
Het veranderen van de draairichting van de deuren 43
Het stellen van de deuren 49
Het inbouwen van het apparaat 50

① Aan - toets van het hele apparaat en Aan/Uit - toets van de koelzone
② DynaCool - toets (Dynamische koe-ling) met controlelampje
③ Temperatuurtoets van de koelzone
④ Temperatuuraanduiding van de koelzone
⑤Temperatuuraanduiding van de diepvrieszone
⑥ Temperatuurtoets van de diepvrieszone
⑦ Superfrost - toets met controlelampje
⑧ Toets voor het uitschakelen van de zoemer met controlelampje
⑨ Hoofdtoets / Aan/Uit - toets van het hele apparaat
①Ventilator
②Boter- en kaasvak
③Binnenverlichting
④Plateaus
⑤Deurvak voor eieren
⑥Deurvakken
⑦Flesplateau
⑧ Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑨Groente- en fruitladen
⑩Fleshouder*
⑪Deurvak voor flessen
⑫Diepvriesladen

Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone afval doet of er op een andere manier niet goed mee omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu.

Verwijder uw oude apparaat dan ook nooit samen met het gewone afval, maar lever het in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen.
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Deze vrieskast voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de plaatsing, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de vrieskast.
Efficiënt gebruik
Deze vrieskast is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk en vergelijkbaar gebruik.
Gebruik deze vrieskast uitsluitend voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
▶ Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de vrieskast niet in staat zijn om het apparaat veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken als ze onder toezicht staan van of worden geïinstrueerd door een verantwoordelijk persoon.
Wanneer er kinderen in huis zijn
Kinderen mogen de vrieskast alleen dan zonder toezicht gebruiken, wanneer ze weten hoe het apparaat werkt en wat voor gevaar zij lopen wanneer ze het fout bedienen.
Wanneer er kinderen in de buurt van de vrieskast zijn, houd ze dan goed in de gaten.
Zorg ervoor dat ze niet met het apparaat gaan spelen.
▶ Controleer vóórdat het apparaat wordt ingebouwd, of het zichtbaar beschadigd is.
Een beschadigde vrieskast mag niet in gebruik worden genomen.
Deze vrieskast bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en versterkt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van de vrieskast op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
- trek de stekker uit het stopcontact,
- lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
- en neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
Hoe meer koelmiddel een vrieskast bevat, des te groter moet het vertrek zijn waarin dit apparaat wordt opgesteld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de vrieskast bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
▶ Een veilig gebruik van de vrieskast is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.
Vergelijk vóórdat u de vrieskast aansluit de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Deze vrieskast mag niet op het elektriciteitsnet worden aangesloten via meervoudige stopcontacten of via verlengsnoeren die daarvoor niet geschikt zijn.
Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaar voor overhitting.
Wanneer de aansluitkabel is be-
schadigd, moet deze door een erkend
vakman / vakvrouw worden vervangen.
De elektrische veiligheid van de vrieskast is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een erkend vakman / vakvrouw inspecteren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een erkend vakman of vakvrouw worden uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.
▶ Installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd als er geen elektrische spanning op de vrieskast staat.
Dat is het geval als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Daarbij mag alleen aan de stekker en niet aan de aansluitkabel worden getrokken.
Wanneer de vrieskast tijdens de garantietijd moet worden gerepareerd, mag de reparatie alleen door een door Miele erkend vakman of vakvrouw worden uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan vervalt de aanspraak op garantie.
▶ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij stellen aan onze apparaten en onderdelen daarvan.
Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie moet worden ge-plaatst, mag het uitsluitend door een erkend vakman / vakvrouw volgens de veiligheidsregels worden ingebouwd en aangesloten.
Veilig gebruik
Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.
Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de vrieskast heeft gehaald.
Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Als ontdooide levensmiddelen worden gekookt en gebraden kunnen ze wel opnieuw worden ingevroren.
Bewaar geen stoffen in de vrieskast die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Gebruik geen elektrische apparaten in deze vrieskast, bijv. voor het maken van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-
staan en bestaat er gevaar voor een ex-
plosie.
Bewaar geen blikjes en flessen in de vrieskast die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in de vrieskast hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, loopt u het risico zich te verwonden en kan er schade aan het apparaat ontstaan.
Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico om voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of schadelijk zijn voor de gezondheid.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de vrieskast nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met spanningsvoerende delen van het apparaat en zo kortsluiting veroorzaken.
▶ Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Door deze producten worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
Sluit de ventilatieopeningen van het apparaat niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de vrieskast beschadigd kunnen raken.
De vrieskast heeft een bepaalde klimaatklasse. De klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waar de temperatuur niet boven of onder mag liggen en staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat de vrieskast voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.
Voor roestvrijstalen apparaten geldt het volgende.
Deze apparaten hebben een deur met een hoogwaardige coating.
Deze coating beschermt tegen vuil. Plak niets op de deur: geen memopa-piertjes, geen plakband, geen tape of andere objecten met plakgedeelte. Doet u dat wel, wordt het oppervlak van de deur aangetast en verliest het zijn beschermende werking.
Deze coating is erg gevoelig voor krassen.
Zet daarom geen magneetjes op de deur.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Maak het slot onbruikbaar, zodat kinderen niet in het apparaat ingesloten kunnen raken en in levensgevaar komen.
▶ Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het besparen van energie
| Normaal energieverbruik Te | hoog energieverbruik | |
| Plaats van het apparaat | In geventileerde ruimtes | In gesloten, niet geventileerde ruimtes |
| Blootgesteld aan zonnestralen | Niet blootgesteld aan zonnestralen | |
| Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | Naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | |
| Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °C | Bij een hoge omgevingstemperatuur | |
| Ventilatie-openingen niet blokkeren en regelmatig stofvrij maken | ||
| Temperatuurinstelling in standen | Bij een instelling van èen van de middelste standen: 2 of 3. | Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik |
| Temperatuurinstelling in graden Digitale weergave | Opslagzone: 8 tot 12 °C | Bij apparaten met winterschakeling: schakel deze bij omgevingstemperaturen lager dan 16 °C of 18 °C uit. |
| Koelzone: 4 tot 5 °C | ||
| PerfectFresh-zone: ca. 0 °C | ||
| Diepvrieszone: -18 °C | ||
| Wijnopslagzone: 10 tot 12 °C | ||
| Dagelijks gebruik | Plaatsing van de plateaus en vakken zoals bij levering | |
| Open de deur alleen indien nodigen zo kort mogelijk. | Deur vaak en lang openen betekent koudeverlies | |
| Leg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek. | Moet u lang zoeken, dan blijft de deur te lang openstaan. | |
| Laat warme levensmiddelen eerst buiten het apparaat afkoelen. | Warme levensmiddelen laten de motor langer werken voor de ver-eiste temperatuur. | |
| Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat. | Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ontdooien. | ||
| Belaad de vakken niet te vol zodat de lucht kan circuleren. | ||
| Ontdooien | Ontdooi het diepvriesgedeelte wan- neer er een ijslaag van 0,5 cm in zit. | Een ijslaag bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten en daar-door stijgt het energieverbruik. |
Voor het eerste gebruik
Laat het apparaat na transport een half uur tot één uur staan voordat u het aansluit.
Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van de koel-vriescombinatie.
Beschermende folie
De roestvrijstalen lijsten aan de binnenkant van het apparaat zijn voorzien van een folie die dient ter bescherming van het apparaat tijdens het transport.
Bij een roestvrijstalen apparaat zijn ook de roestvrijstalen deur en mogelijk ook de zijwanden van een folie voorzien.
■ Trek de folie er pas af, nadat het apparaat op de juiste plaats is gezet.
Reiniging
■ Reinig de binnenkant van het apparaat en de toebehoren.
Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.
Het inschakelen van de koel- vriescombinatie
Met de hoofdtoets rechts kunt u de koel- en de diepvrieszone tegelijk inschakelen.
Dit is ook met de Aan - toets links mogelijk.

■ Druk op de hoofdtoets rechts.
De temperatuuraanduiding van de koelzone geeft de ingestelde temperatuur aan.
De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone en het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer gaan knipperen, totdat de temperatuur in de diepvrieszone laag genoeg is.
Het apparaat begint te koelen.
Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend, gaat de binnenverlichting aan.
Voordat u voor de eerste keer levensmiddelen in de koel-vriescombinatie legt, kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen. Leg levensmiddelen pas in de diepvrieszone, wanneer de temperatuur laag genoeg is (minstens -18°C).
Koude-accu
Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade of op het diepvriesplateau.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.
Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie

■Druk op de hoofdtoets.
De temperatuuraanduidingen gaan uit. De koeling en de binnenverlichting worden uitgeschakeld.
Het apart uitschakelen van de koelzone
U kunt de koelzone uitschakelen, terwijl de diepvrieszone ingeschakeld blijft. Dit kan handig zijn, bij voorbeeld in de vakantie.

■ Druk op de Aan/Uit - toets van de koelzone links.
De temperatuuraanduiding van de koelzone gaat uit. De koelzone is uitgeschakeld. De temperatuuraanduiding van de diepvrieszone blijft branden.
Het weer inschakelen van de koelzone
■ Druk opnieuw op de Aan/Uit - toets van de koelzone links.
De temperatuuraanduiding van de koelzone gaat branden. De koelzone begint te koelen. Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend, gaat de binnenverlichting aan.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koel-vriescombinatie vrij lange tijd niet meer gebruikt, doe dan het volgende.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar uit.
■Reinig het apparaat.
■ Laat de deuren van het apparaat een beetje openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langzamer de micro-organismen groeien en des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De temperatuur in het apparaat wordt hoger, naarmate
- de deuren van het apparaat vaker worden geopend en de deuren langer geopend blijven;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
- de omgevingstemperatuur hoger is. Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waar de kamertemperatuur niet boven of onder mag liggen.
...indekoelzone
Wij adviseren voor het midden van de koelkast een koeltemperatuur van 5°C.
...indediepvrieszone
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18°C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt.
Zodra de temperatuur boven de -10°C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
Het instellen van de temperatuur
De temperaturen in de koel- en diepvrieszone kunt u instellen met behulp van de temperatuurtoets van de desbetreffende zone.

■ Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat de gewenste temperatuur in de temperatuuraanduiding verschijnt.
Wanneer u voor het eerst drukt, dan knippert de temperatuurwaarde die u het laatst heeft ingesteld.
Daarna verandert de temperatuurwaarde voortdurend.
Is de hoogst instelbare temperatuur bereikt, dan wordt weer met de laagst instelbare temperatuur begonnen.
De nieuw gekozen temperatuur wordt na korte tijd automatisch overgenomen. De voor de koelzone ingestelde temperatuur brandt.
De voor de diepvrieszone ingestelde temperatuur knippert zolang, totdat deze is bereikt.
Binnen een temperatuurbereik kan een iets lagere temperatuur worden ingesteld.
Voorbeeld:
Tussen de -15 en de -18°C moet de temperatuur van de diepvrieszone iets worden verlaagd.
■ Druk zo vaak op de temperatuur-toets, totdat in de temperatuur-aanduiding -15°C verschijnt.
■ Druk nog eens ca. 5 seconden lang op de temperatuurtoets om een lagere temperatuur in te stellen.
De lagere temperatuur wordt overgenomen, maar dat is in de temperatuuraanduiding niet zichtbaar.
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding op het bedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.
Mogelijke temperatuurinstellingen
De temperatuur is instelbaar
- in de koelzone van 1°C tot 9°C;
- in de diepvrieszone van -15°C tot -32°C.
Of de laagste temperatuur wordt bereikt is afhankelijk van de plaats waar het apparaat is opgesteld en de omgevingstemperatuur.
Wanneer de omgevingstemperatuur hoog is, dan is het mogelijk dat de laagste temperatuur niet wordt bereikt.
De temperatuuraanduiding van de desbetreffende zone gaat knipperen, wanneer er een andere temperatuur wordt ingesteld.
De gewenste temperatuur in de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone gaat ook knipperen, wanneer
- de temperatuur in de diepvrieszone buiten het bereik valt dat de temperatuuraanduiding kan aangeven;
- de temperatuur in de diepvrieszone een paar graden is gestegen, wat wijst op een koudeverlies.
Gelijktijdig gaat het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer knipperen.
Dit koudeverlies is geen probleem wanneer dit is ontstaan doordat u:
- de deuren van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een grote hoeveelheid producten in het apparaat te leggen of er uit te halen;
- verse levensmiddelen invriest.
Is de temperatuur vrij lange tijd hoger dan -18°C, controleer dan of de ingevroren levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.
Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.
Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem.
Daarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in het apparaat ongemerkt stijgt en er teveel energie wordt gebruikt.
Hoe kunnen wij het waarschu- wingssysteem inschakelen?
Het systeem is automatisch klaar voor gebruik en hoeft niet apart te worden ingeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer de temperatuur in de diepvrieszone teveel stijgt, gaat er een zoemer en knipperen de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone en tevens het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer.
Of het apparaat een temperatuur te hoog vindt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur.
De temperatuur stijgt te sterk en het systeem reageert, wanneer:
- u producten in de diepvrieszone her- sorteert of eruit haalt en er daarbij te veel warme lucht in de ruimte stroomt;
- u een vrij grote hoeveelheid levensmiddelen invriest;
- de stroom uitgevallen is geweest.
Is de temperatuur langere tijd hoger geweest dan -18 °C, is het raadzaam om te controleren of het levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.
Is dat het geval, nuttig de levens- middelen dan zo snel mogelijk!
Zodra de ingestelde temperatuur in de diepvrieszone weer is bereikt, houdt de zoemer op en branden de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone en het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer constant.
Deuralarm
De zoemer gaat ook wanneer èen van de deuren van het apparaat langer dan ca. 60 seconden openstaat.
Zodra de deur wordt dichtgedaan, houdt de zoemer op.
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer
Hindert de zoemer u, dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.
■ Druk op de toets voor het uitschakelen van de zoemer.
De zoemer houdt op en de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone en het controlelampje van de toets voor het uitschakelen van de zoemer blijven zolang knipperen totdat de situatie weer normaal is.
Het gebruik van de superfrost
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen.
De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.
■ Schakel de superfrost in 6 uur voor-dat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Wilt u gebruik maken van de maxi-male vriescapaciteit, schakel de su-perfrost dan 24 uur van te voren in.
De superfrost schakelt u dus niet in:
- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvrieszone legt;
- wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Het inschakelen van de superfrost

■ Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
Het uitschakelen van de superfrost
De superfrost wordt automatisch na ca. 65 uur uitgeschakeld.
Het controlelampje van de Superfrost - toets gaat uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Om energie te besparen kunt u de superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.
Controleer de temperatuur in het apparaat.
■ Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Het gebruik van de "DynaCool"
Wanneer de functie "Dynamische koeling" (DynaCool) niet is ingeschakeld, ontstaan er in de koelzone als gevolg van de natuurlijke luchtcirculatie zones met verschillende temperaturen.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Het is handig om daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van te maken.
Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen".
Wanneer u echter een keer een grote hoeveelheid gelijksoortige levensmiddelen wilt inslaan (bijv. voor een party), kunt u beter de dynamische koeling in-schakelen. Daarmee wordt de temperatuur relatief gelijkmatig over alle plateaus in de koelzone verdeeld en zijn alle levensmiddelen in de koelzone even koel.
De temperatuur kan verder met behulp van de temperatuurregelaar worden ingesteld.
Het gebruik van de dynamische koeling is tevens aan te raden bij:

- een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en
- een hoge luchtvochtigheid.
Het inschakelen van de dynamische koeling
■ Druk op de DynaCool - toets 📁.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
Zorg ervoor dat de ventilatiegleuven aan de achterwand niet worden afgedekt.
Gebeurt dat wel, dan wordt de temperatuur niet gelijkmatig verdeeld.
Het uitschakelen van de dynamische koeling
Daar het energieverbruik iets hoger ligt wanneer de dynamische koeling is ingeschakeld, kunt u de dynamische koeling bij een normale kamertemperatuur (onder de 30 °C) en bij een normale luchtvochtigheid uitschakelen.
■ Druk op de DynaCool - toets 📁.
Het controlelampje van deze toets gaat uit.
Wanneer de deur wordt geopend, gaat de ventilator automatisch tijdelijk uit.
Gedeelten met verschillende temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Dit is een apparaat met dynamische koeling (DynaCool).
Dat houdt in dat, wanneer de ventilator is ingeschakeld, de temperatuur in de koelzone gelijkmatig wordt verdeeld en de temperatuurverschillen hier minder groot zijn.
Koelste gedeelte in de koelzone
Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groente- en fruitvakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:
– vis, vlees, gevogelte;
- worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.
Minst koele gedeelte in de koelzone
Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.
Bewaar geen producten in het ap- paraat die drijfgassen of andere ex- plosieve middelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.
Wanneer er in het apparaat vet- of oliehoudende levensmiddelen zijn opgeslagen, zorg er dan voor dat eventueel vrijkomend vet of olie niet met de kunststof onderdelen van het apparaat in aanraking komt.
Vet en olie kunnen scheuren in het kunststof veroorzaken.
Zet de producten niet tegen de achterwand om te voorkomen dat ze eraan vastvriezen.
Leg de producten niet te dicht op elkaar, zodat de lucht goed kan circuleren.
Dek de ventilator aan de achterkant niet af; deze is belangrijk voor de koelcapaciteit.
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:
- Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals citrusvruchten, bananen, ananas, avocado's, mango's, papaja's, passievruchten, tomaten, komkommers, paprika's, aubergines en courgettes
- Fruit dat nog niet rijp is
– Aardappels - Parmezaanse kaas
Waar u bij het kopen van le- vensmiddelen al op moet letten
Levensmiddelen blijven langer be- waard naarmate ze verser zijn op het moment dat ze in de koelzone worden gelegd. De versheid is bepalend voor de bewaartijd.
Het is daarom belangrijk dat de tijd tussen het kopen en het inruimen van levensmiddelen zo kort mogelijk is. Laat ze daarom niet te lang in een warme auto liggen. Al na twee uur neemt de versheid af en begint het bederf.
Levensmiddelen afdekken of niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgedragen. Te- vens voorkomt u dat de levensmiddelen uitdrogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt, vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groente- en fruitladen worden bewaard.
Let er echter op dat niet alle groenteen fruitsoorten samen in één lade kunnen worden bewaard.
In de eerste plaats kunnen smaak en geur worden overgedragen (zo nemen wortels snel de smaak en geur van uien aan) en in de tweede plaats zijn er levensmiddelen die een natuurlijk gas (ethyleen) afscheiden, waar andere levensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.
- Voorbeelden van groenten en fruit die veel natuurlijke gassen afscheiden:
Bonen, appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's, vijgen, bosbessen en meloenen.
- Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groente- en fruitsoorten:
Broccoli, bloemkool, spruitjes, kiwi's, mango's, honingmelen, appels, abrikozen, komkommers, tomaten, peren, nectarines en perziken.
Voorbeeld: Appels en broccoli kunnen niet samen in één lade worden opgeslagen, omdat appels veel natuurlijk gas afscheiden en broccoli op dit soort gas zeer gevoelig reageert. Broccoli is daardoor veel minder lang houdbaar.
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen
Bewaar onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen apart van elkaar.
Moeten deze levensmiddelen bij elkaar worden bewaard, verpak ze dan in ieder geval. Daarmee voorkomt u dat er microbiologische veranderingen optreden en er ziektekiemen ontstaan.
Eiwitrijke levensmiddelen
Hoe meer eiwit levensmiddelen bevatten, des te sneller bederven ze.
Dat betekent dat schaaldieren sneller bederven dan vis en dat vis weer snel- ler bederft dan vlees.
Vlees
Bewaar vlees onverpakt.
Is het vlees verpakt of zit het in een bakje, open dan verpakking of bakje.
Het oppervlak van het vlees wordt dan sneller droog, de kans dat zich ziekte- kiemen vormen wordt dan kleiner en het vlees is dan langer houdbaar.
Er zijn bepaalde vleessoorten die niet onverpakt bij elkaar kunnen worden bewaard. Gebeurt dat wel dan dragen de vleessoorten ziektekiemen over en bederft het vlees eerder dan nodig is.
Plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.
■ Til het plateau iets op.
■ Trek het iets naar voren.
- Til het met de uitsparing over de plateauribben heen.
■ Verplaats het naar boven of naar beneden.
De opstaande rand die aan de achterkant zit moet naar boven wijzen, zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Met stopjes wordt voorkomen dat de plateaus er per ongeluk uit worden getrokken.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een glasplateau dat uit twee delen bestaat.
■ Druk het achterste gedeelte van on- deren iets omhoog.
- Til tegelijk het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.
Wanneer u de twee gedeelten wilt verplaatsen, doe dan het volgende.
■ Haal ze uit het apparaat.

■ Plaats de beide plateauhouders aan weerszijden op de gewenste hoogte op de plateauribben.
■ Schuif eerst het gedeelte met de opstaande rand op de houders en de ribben, daarna het andere gedeelte.
Deurvakken
■ Schuif de deurvakken naar boven en haal ze eruit.
■ Zet de deurvakken er op de ge-
wenste plaats weer in.
Zorg er daarbij voor dat ze goed
vastklikken.
Maximale vriescapaciteit
Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.
De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".
Dit vermogen is berekend volgens de norm DIN EN ISO 15502.
Het bewaren van diepvriesproducten
■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
- de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de diepvrieszone.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in.
Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.
De cellen gaan krimpen.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.
Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.
De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.
Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
- Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
-
Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
-
Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. - Laat warme gerechten en dranken eerst buiten de vrieskast afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.
Het verpakken
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een sealap- paraat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt
■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen heeft, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in het apparaat legt de functie "Superfrost" in. Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".
De producten die al zijn ingevroren krijgen zo een koudereserve.
Het inruimen
De levensmiddelen kunnen overal in de diepvrieszone worden ingevroren.
U kunt de producten ook direct op de glasplaten leggen. Doe dat in ieder geval met grotere hoeveelheden. Op de glasplaten worden de levensmiddelen heel snel ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.
Haal daarvoor de twee bovenste diepvriesladen uit het apparaat.
Wanneer u de bovenste diepvrieslade uit het apparaat haalt, let er dan op dat u de ventilatorgleuven aan de achterwand niet afdekt. Deze zijn belangrijk voor een goede werking van het apparaat.
De onderste diepvrieslade mag niet uit het apparaat worden gehaald.
In iedere diepvrieslade en op iedere glasplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.
■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de glasplaten van het apparaat, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvriesladen vastvriezen.
Leg in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen om te voorkomen dat de laatste gaan ontdooien.
Grote stukken vlees
Wanneer u een groot stuk vlees wilt invriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kunt u het beste de glasplaten tussen de diepvriesladen verwijderen. Zo is er meer plaats.
■ Haal de twee bovenste diepvriesla- den uit het apparaat, til de glasplaten iets op en haal ze uit het apparaat.
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelkast (de koude die daarbij vrijkomt kan voor het koelen van de andere levensmiddelen worden gebruikt);
- in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes

■ Vul het bakje voor ijsblokjes voor driekwart met water.
■ Zet het bakje op de bodem van een diepvrieslade.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit elkaar.
Diepvriesplateau
Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.

■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.
■ Hang het diepvriesplateau in één van de bovenste diepvriesladen.
■ Laat de producten 10 tot 12 uur stevig invriezen.
■ Hevel ze over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze in de diepvriesladen.
Het gebruik van de koude-accu
De koude-accu voorkomt dat de temperatuur in de diepvrieszone snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen.
Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade direct op de levensmiddelen of op het diepvriesplateau.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.
Leg de koude-accu wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om de levensmid- delen in ieder geval nog zo lang moge- lijk te kunnen bewaren.
Wanneer u verse levensmiddelen in het apparaat wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ontdooien.
De koude-accu kan ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.
Het automatisch ontdooien van het apparaat
Koelzone
Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.
Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.
Diepvrieszone
Het apparaat is uitgerust met een "NoFrost" - systeem, waardoor het automatisch ontdooit.
Het vrijkomende vocht slaat op de ver- damper neer en ontdooit en verdampt regelmatig.
Doordat de diepvrieszone automatisch ontdooit blijft deze altijd ijsvrij.
Door dit bijzondere systeem is er geen gevaar dat de levensmiddelen beginnen te ontdooien!
Let erop dat er geen water in de elektronica, in de verlichting en in de ventilatieopeningen terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd.
De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Om beschadigingen aan het oppervlak te voorkomen, mag u de volgende producten bij het reinigen niet gebruiken:
- zuur-, soda-, ammoniak- of chloride-houdende reinigingsmiddelen;
- kalkoplossende reinigingsmiddelen;
- schurende reinigingsmiddelen zoals schuurpoeder;
- oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen;
- reinigingsmiddelen voor roestvrij staal;
- reinigingsmiddelen voor afwasautomaten;
- ovensprays;
-
glasreinigers;
-
schurende artikelen zoals schuur- sponsjes, borsteltjes of puimsteen- tjes;
- scherpe schrapers.
Vòor het reinigen
■ Schakel het apparaat uit.
■ Haal de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar uit.
■ Haal alle levensmiddelen uit het apparaat en sla deze op een koele plaats op.
■ Haal alle uitneembare onderdelen uit het apparaat.
Het reinigen van de binnen- ruimte en de toebehoren
■ Reinig het apparaat minstens één keer in de maand.
■ Gebruik lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
De volgende onderdelen mogen in de afwasautomaat worden gereinigd:
- het botervlootje, de eierhouders, het bakje voor de ijsblokjes en het diepvriesplateau (voor zover bij dit model horend);
- de deurvakken;
- het boter- en kaasvak.
De temperatuur van het gekozen af- wasprogramma mag niet hoger zijn dan 55 °C!
Kunststof onderdelen kunnen in de afwasautomaat verkleuren, wanneer ze in aanraking komen met natuurlijke kleurstoffen, zoals die van wortels, tomaten en ketchup.
Verkleuringen hebben echter geen negatief effect op de stabiliteit van de onderdelen.
■ Reinig de plateaus en de vakken met de hand, want deze onderdelen mogen niet in de afwasautomaat worden gereinigd.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelzone regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de binnenruimte en de onderdelen na het reinigen met helder water af en droog alles met een doek.
■ Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.
Het reinigen van de deuren en de zijwanden
Verwijder vuil op deuren en zijwanden zo snel mogelijk.
Hoe langer vuil inwerkt, des te moeilijker wordt het om het te verwijderen.
Bovendien kan het oppervlak verkleuren of beschadigd raken.
Alle oppervlakken zijn gevoelig voor krassen.
Bovendien kunnen ze verkleuren of beschadigd raken, wanneer ze met ongeschikte reinigingsmiddelen in aanraking komen.
■ Reinig de oppervlakken met een schone doek, lauwwarm water en reinigingsmiddel.
U kunt ook een schoon, vochtig microvezeldoekje zonder reinigingsmiddel gebruiken.
■ Neem deuren en zijwanden daarna met helder water af en wrijf ze met een doek droog.
Voor de deuren van een roestvrijstalen apparaat geldt het volgende.
Over de deuren van het apparaat is een hoogwaardige laag aangebracht. Deze laag beschermt tegen vuil en maakt het onderhoud makkelijker.
Behandel de deuren niet met – een reinigingsmiddel voor roestvrij staal om te voorkomen dat de beschermende laag wordt aangetast; – het Miele-onderhoudsmiddel voor roestvrij staal om te voorkomen dat er strepen ontstaan.
Het reinigen van de deurdichting
■ Reinig de deurdichting regelmatig alleen met helder water en wrijf deze daarna met een doek grondig droog.
Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Doet u dat wel, wordt de deurdichting in de loop van de tijd poreus.
Het reinigen van de ventilatie- openingen
■ Reinig de ventilatie-openingen regelmatig met een kwast of een stofzui- ger.
Wanneer er zich stof ophoopt, wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant
■ Maak het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (warmte-wisselaar) minstens eenmaal in het jaar stofvrij.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.
Na het reinigen
■ Plaats alle toebehoren weer terug in de koelzone.
■ Leg de levensmiddelen voor de koelzone weer terug.
■ Sluit het apparaat weer aan
■ en schakel het weer in.
■ Schakel de superfrost in, zodat het in de diepvrieszone weer snel koud wordt.
■ Leg de ingevroren levensmiddelen weer terug in de diepvriesladen en schuif deze weer in de diepvrieszone, zodra de temperatuur in deze zone laag genoeg is.
■ Schakel de superfrost weer uit, zodra er in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.
Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... de koel-vriescombinatie niet koelt?
■ Controleer of:
- het apparaat is ingeschakeld - één van de temperatuuraanduidingen moet branden -;
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is ingeschakeld.
Is dit wel het geval,
■ neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
... de temperatuur in de koel- of diepvrieszone te laag is?
■ Stel een hogere temperatuur in.
■ Controleer of:
- de deuren van het apparaat goed dicht zijn;
– de superfrost nog aan is;
Is dat het geval, dan brandt het contro-lelampje van de superfrost.
De superfrost gaat na ca. 65 uur automatisch uit.
- er ineens een vrij grote hoeveelheid verse levensmiddelen is ingevroren.
Is dat het geval, dan staat het apparaat heel lang te ronken en daalt de temperatuur in de koelzone automatisch.
... d e koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de ventilatieroosters afgedekt zijn of dat er stof in zit;
- er stof zit in het metalen rooster (warmtewisselaar) aan de achterwand;
- de deuren van het apparaat vaak open en dicht zijn gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn opgeslagen of ingevroren;
- de deuren van het apparaat goed dicht zitten.
... d e ingevroren producten beginnen te ontdooien, doordat het in de diepvrieszone te warm is?
■ Controleer of de kamertemperatuur onder de klimaatklasse van het apparaat ligt.
Is dat het geval,
■ verhoog dan de kamertemperatuur.
Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat de koel-vriescombinatie minder vaak aan. Dat kan tot gevolg hebben dat het in de diepvrieszone te warm wordt en dat de ingevroren producten beginnen te ontdooien.
... d e ingevroren producten vastgevroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... de deur van de diepvrieszone niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?
Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.
...e re e n zoemer gaat?
Eèn van de deuren staat al meer dan 60 seconden open.
■ Sluit deze deur.
... de zoemer gaat en tegelijk de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone gaat knipperen?
De temperatuur in de diepvrieszone is te hoog, doordat
- de deur van de diepvrieszone vaak open en dicht is gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
- de ventilatieroosters afgedekt zijn.
Zodra de temperatuur die voor de diepvrieszone is ingesteld weer is bereikt, houdt de zoemer op en brandt de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone weer constant.
... het controlelampje van de Superfrost - toets tegelijk met één van de lampjes van de temperatuuraanduidingen begint te knipperen?
Er is sprake van een technische storing.
■ Neem contact op met de Afdeling Klantcontacten.
... de binnenverlichting van de koelzone niet meer functioneert?
^ Controleer of de deur van de koelzone ca. 15 minuten open heeft gestaan.
De verlichting wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer deze deur ca. 15 minuten open heeft gestaan.
Is dat niet het geval, dan is het gloei-lampje kapot.
^ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

^ Pak de lampafdekking ① aan de voorkant en klik deze er aan de achterkant uit.
^ Draai het gloeilampje ② er uit.
^ Pak een ander lampje.
Aansluitgegevens van het lampje:
220 - 240 V, fitting E 14.
Kijk op het oude gloeilampje voor de capaciteit (Watt).
^ Draai het nieuwe gloeilampje in de fitting.
^ Klik de lampafdekking ① er weer op.
... de bodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.
^ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Zo houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.
Geluiden en de oorzaken ervan
| Vaak voorkomende ge-luiden | Waar komen deze geluiden vandaan? |
| Brrrrr... | Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan- neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. |
| Blub, blub.... | Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. |
| Klik.... | Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. |
| Sssrrrrr.... | Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen- de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver- oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa- raat. |
| Knak ... | Het knakken is altijd dan te horen, wanneer het materiaal in het apparaat uitzet. |
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
| Geluiden die makkelijk te verhelpen zijn | Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen? |
| Klapperende en rammelende ge-luiden | Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder. |
| Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg. | |
| Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed. | |
| In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen. | |
| De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder. |
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
- de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
Telefoonnummer en adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de afdeling Klantcontacten altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Garantietermijn en garantievoorwaarden
De garantietermijn bedraagt 2 jaar.
Voor nadere bijzonderheden over de garantievoorwaarden kunt u bellen met de afdeling Klantcontacten.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-voorschriften geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het apparaat mag niet op omvormers worden aangesloten die bij autonome stroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt.
Wanneer het apparaat in dat geval wordt ingeschakeld, kunnen er spanningspieken ontstaan, kan het apparaat om veiligheidsredenen weer worden uitgeschakeld en kan de elektronica beschadigd raken.
Het apparaat mag ook niet met een energievoorkeurstekker worden gebruikt.
Het is mogelijk dat er in dat geval te weinig energie naar het apparaat wordt toegevoerd en dat componenten in het apparaat te warm worden.
Het is niet toegestaan om het apparaat met een verlengsnoer op het elektrici- teitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Zet geen apparaten op uw koelapparaat die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons.
Doet u dat wel, dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Plaats dit apparaat niet direct naast een ander koelapparaat ("side-by-side").
Doet u dat wel, kan er condenswater ontstaan, daar dit apparaat geen zij-wandverwarming heeft.
Vraag uw vakhandelaar om advies.
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct doorheen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +16 °C tot +38 °C |
| T | +16 °C tot +43 °C |
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat het apparaat voor langere tijd afslaat.
Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.
Luchttoevoer en luchtafvoer
Het apparaat kan direct met de achterwand tegen de muur worden geplaatst.
De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt echter warm.
Om een goede luchtafvoer en luchttoevoer te waarborgen moet u ervoor zorgen dat de ventilatieroosters niet afgedekt zijn en dat ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Het plaatsen van het apparaat
■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen.
Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg.
■ Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.
■ Zet het apparaat direct met de achterwand tegen de muur.
Het stellen van het apparaat

■ Stel het apparaat stevig en waterpas via de stelvoeten.

■ Draai stelvoet ① in ieder geval zover naar buiten dat hij tegen de vloer aankomt. Draai de stelvoet daarna nog 90° naar buiten.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Afmetingen van het apparaat

| A | B | C | |
| KFN 12823 SD (-1) | 1817 600 mm | 630 mm | |
| KFN 12823 SD edt/cs-1 | |||
| KFN 12923 SD (-1) | 2010 600 mm | 630 mm | |
| KFN 12923 SD edt/cs-1 | |||
| KFN 12924 SD |
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het apparaat wordt geleverd met rechtsscharnierende deuren. Moeten de deuren linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting.
Voor het veranderen van de draai- richting hebt u nodig:
- een kruiskopschroevendraaier,
- een sleufschroevendraaier,
- Torx-schroevendraaiers in verschillende maten
- en een steeksleutel.
Het is beslist noodzakelijk dat u iemand vraagt om u daarbij te helpen.
Het verwijderen van de deurgrepen

■ Trek aan deurgreep ①.
Zijgedeelte ② van de deurgreep schuift daarbij naar achteren.
■ Trek zijgedeelte ② van de deurgreep stevig naar achteren uit de geleiding.
■ Draai nu de 4 schroeven (Torx 15) in de bevestigingsplaat los en haal de deurgreep eraf.
■ Maak de afdekplaatjes aan de tegen-overliggende kant los en plaats ze op de vrijgekomen gaatjes.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het verwijderen van de deuren
Haal de levensmiddelen uit de deur- vakken.
■ Sluit de bovenste deur.

■ Schuif afdekplaatje ① naar voren en haal het er af.
■ Haal afdekplaatje ② er af.
Voorzichtig! Zodra de lagersteun wordt verwijderd, zit de bovenste deur niet meer vast!
■ Draai de schroeven ④ in lagersteun ③ los en haal de lagersteun er af.
- Til de bovenste deur voorzichtig op, haal hem er af en zet hem aan de kant.
■ Plaats een schroevendraaier van onder in afdekplaatje ⑤ en maak het plaatje voorzichtig los.
■ Haal het plaatje er samen met greepgedeelte ⑥af.
■ Schuif greepgedeelte ⑥ een stukje naar links en haal het van afdekplaat-je ⑤af.
■ Draai greepgedeelte ⑥180°.
■ Plaats afdekplaatje ⑤ van voren op greepgedeelte ⑥ en schuif het naar rechts.
Het schrift moet leesbaar zijn.
■ Haal afdekplaatje ⑦er af.
■ Draai het plaatje 180°.
■ Klik het er aan de tegenoverliggende kant weer op.
■ Klik afdekplaatje ⑤ er samen met greepgedeelte ⑥ aan de tegenoverliggende kant weer op.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
■ Sluit de onderste deur.
Voorzichtig! Zodra de lagersteun wordt verwijderd, zit de onderste deur niet meer vast!

■ Trek lagerbout ⑨ uit de lagersteun in het midden van het apparaat.
- Til de onderste deur voorzichtig op, haal hem er af en zet hem aan de kant.
■ Trek afdekplaatje ⑩ er af.
■ Schroef lagersteun ⑪ er af.
■ Draai de lagersteun 180°.
■ Schroef de steun er aan de tegenoverliggende kant weer op.
■ Haal kunststof kapje ⑧ er af.
■ Draai het kapje 180°.
■ Zet het weer op lagersteun ⑪.
■ Zet afdekplaatje ⑩ er aan de tegenoverliggende kant weer op.

■ Haal stopje ⑫ uit het scharnierblok in de deur en zet het er aan de tegenoverliggende kant weer op.

■ Klik veerklem ⑬, die aan de onderkant van de deur zit, er met behulp van een schroevendraaier uit en klik de klem er aan de tegenoverliggende kant weer op.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het omzetten van de deuren

■ Trek lagerbout ① er met schijfje ② en stelvoet ③ helemaal uit.
■ Haal stopje ④ er af.
■ Draai de schroeven ⑤ los en haal lagersteun ⑥ er af.
■ Draai de schroef van gedeelte ⑧ van lagersteun ⑥ een beetje los.
■ Plaats gedeelte ⑧ in het tegenoverliggende gaatje in lagersteun ⑥.
■ Draai de schroef daarna weer stevig aan.
■ Zet stopje ④ op het andere gaatje.
■ Haal afdekplaatje ⑦ er af en zet het er aan de tegenoverliggende kant weer op.

■ Schroef lagersteun ⑥ aan de tegenoverliggende kant weer vast.
Gebruik daarvoor alleen de beide buitenste schroefgaten.
Gebruik de middelste schroef niet. Alleen zo kan de deur later via de buitenste sleufgaten worden gesteld.
■ Let op! Draai stelvoet ③ aan lagerbout ① helemaal naar binnen.
■ Zet lagerbout ① er met schijfje ② en stelvoet ③ weer helemaal in.
Belangrijk! Het neusje van de lager-bout moet weer naar achteren wijzen.
■ Zet de onderste deur van het apparaat op lagerbout ①.
■ Sluit de onderste deur.
Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Zet lagerbout ① er met schijfje ② en stelvoet ③ weer helemaal in. Belangrijk! Het neusje van de lager- bout moet weer naar achteren wijzen.
■ Zet de bovenste deur van boven op lagerbout ⑨ in het midden van het apparaat.
■ Plaats lagersteun ③ op de tegenoverliggende kant en maak de steun met de schroeven ④ vast. Boor de gaatjes eventueel vòór of gebruik een accuschroevendraaier.
■ Plaats de afdekplaatjes ① en ② op de tegenoverliggende kant.
■ Stel de deur met behulp van de sleufgaten in de onderste lagersteun.
Draai de schroeven daarna stevig vast.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het terugplaatsen van de deurgrepen
Neem beslist de volgende instructies voor het terugplaatsen van de deurgrepen in acht. Wanneer er een deurgreep verkeerd wordt gemonteerd, raakt de deurdichting beschadigd.

■ Maak de deurgreep met de beide voorste schroeven ② eerst losjes aan de tegenoverliggende kant vast.
Bevestigingsplaat ③ moet zo tegen het deurpaneel aanzitten, dat de plaat, wanneer de deur gesloten is, evenwijdig is aan de buitenwand van het apparaat.
Is dat niet het geval, doe dan het volgende.
■ Draai de beide voorgemonteerde stiften ① er met de inbussleutel zover in, totdat bevestigingsplaat ③ de juiste hoek heeft.
■ Draai alle 4 de schroeven ② stevig aan.
■ Schuif zijgedeelte ④ van de deurgreep vanaf de kant van het apparaat in de geleiding van de beves-
tigingsplaat, totdat het hoorbaar vast-klikt.
Let er beslist op dat zijgedeelte ④ van de deurgreep niet tegen de deurdichting aankomt, wanneer de deur opengaat.
Gebeurt dat wel, dan raakt de deur- dichting op den duur beschadigd.
Is dat toch het geval, doe dan het volgende.
■ Stel bevestigingsplaat ③ nog een keer via de stiften ①, totdat de plaat en zijgedeelte ④ de juiste hoek hebben en het zijgedeelte niet tegen de deurdichting aan komt.
De deuren kunnen later ten opzichte van de ommanteling worden gesteld.
In de volgende afbeelding is de deur niet gesloten.
Zo kunnen wij beter laten zien hoe u te werk moet gaan.
De onderste deur stelt u met behulp van de buitenste sleufgaten in de onderste lagersteun.

■ Verwijder middelste schroef ① in de lagersteun.
■ Draai de beide buitenste schroeven
②er een eindje uit.
■ Stel de deur door de lagersteun naar links of rechts te verschuiven.
■ Trek de schroeven ② daarna stevig aan.
Schroef ① hoeft niet opnieuw te worden aangetrokken.
De bovenste deur stelt u met behulp van de sleufgaten in de middelste lagersteun.

■ Draai de beide schroeven ③ er een eindje uit.
■ Stel de deur door de lagersteun naar links of rechts te verschuiven.
■ Draai de schroeven ③ daarna stevig vast.
Het inbouwen van het apparaat

①Extra kast
②Apparaat
③Meubelwand
④ Muur
Het apparaat kan in ieder keukenblok worden ingebouwd.
Wilt u de hoogte van het apparaat aanpassen aan de hoogte van het keukenblok, dan kunt u boven het apparaat een extra kast ① aanbrengen.
Voor de ventilatie moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal worden geplaatst dat minstens 50 mm diep is en net zo breed is als de extra kast boven het apparaat.
De tussenruimte tussen het apparaat of de extra kast en het plafond moet minstens 300 cm² bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.
De ventilatieroosters mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd. Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Wanneer het apparaat in een keukenkast uit het assortiment wordt ingebouwd (diepte max. 580 mm), kan het direct naast een andere keukenkast worden geplaatst.
De deur van het apparaat steekt dan aan de zijkant 34 mm en in het midden van het apparaat 55 mm naar voren ten opzichte van het front van de keuken-kast.
Daardoor kan de deur van het apparaat probleemloos open en dicht.
Wanneer het apparaat naast een muur ④ wordt geplaatst is aan de kant waar de scharnieren zitten tussen muur ④ en apparaat ② een afstand van ca. 55 mm noodzakelijk.
Daardoor kan de deur van het apparaat probleemloos open zonder dat de deurgreep in de weg zit.
Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bezoek op www.miele.nl ook de Miele Shop voor een compleet overzicht van alle accessoires, toebehoren en reinigings- en onderhoudsproducten voor uw Miele-apparaat.
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via telefoonnummer (0347) 37 88 88.
Miele Nederland B.V. Postbus 166 4130 ED VIANEN (0347) 37 88 88
Bezoek het Miele Inspirience Centre: De Limiet 2 4131 NR VIANEN
Wijzigingen voorbehouden / 5010