KFN 14923 SDE ED - Koelkast MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KFN 14923 SDE ED MIELE in PDF-formaat.
| Type product | Koel-vriescombinatie |
| Merk | Miele |
| Model | KFN 14923 SDE ED |
| Energieklasse | E |
| Jaarlijks energieverbruik | ca. 290 kWh |
| Afmetingen (H x B x D) | 185 x 75 x 70 cm |
| Gewicht | ca. 80 kg |
| Netvolume koelgedeelte | ca. 300 L |
| Netvolume vriesgedeelte | ca. 100 L |
| Vriescapaciteit | ca. 10 kg/24u |
| Aantal sterren vriezer | 4 sterren (****) |
| NoFrost systeem | Ja |
| Verlichting | LED |
| Waterdispenser | Nee |
| Aansluitwaarde | 220-240 V, 50 Hz |
| Geluidsniveau | ca. 35 dB |
| Klimaatklasse | SN-T |
| Ontdooien koelgedeelte | Automatisch |
| Ontdooien vriesgedeelte | NoFrost (automatisch) |
| Stallingstijd bij stroomuitval | ca. 15 uur |
| Keurmerken | CE |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - KFN 14923 SDE ED MIELE
Gebruikersvragen over KFN 14923 SDE ED MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KFN 14923 SDE ED - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KFN 14923 SDE ED van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KFN 14923 SDE ED MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de koel-vriescombinatie met NoFrost-systeem en DynaCool KFN 14923 SD
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.
n l - N L
M.-Nr. 07 302 590
Beschrijving van het apparaat 5
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 7
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....8
Het besparen van energie 13
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie....14
Het bedienen van de koel-vriescombinatie....14
Het apart uitschakelen van de koelzone 15
Instellingsmodus 16
Het in- en uitschakelen van de toetstoon 17
Het in- en uitschakelen van de vergrendeling 17
Bij langere afwezigheid 18
De juiste temperatuur 19
Temperatuuraanduiding 19
Het instellen van de temperatuur 20
Mogelijke temperatuurinstellingen 20
Het wijzigen van de lichtsterkte van de temperatuuraanduiding ..... 21
Waarschuwingssysteem 22
Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen?....22
Temperatuuralarm 22
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer bij temperatuuralarm....22
Deuralarm 23
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer bij deuralarm 23
De functie "Superkoeling" 24
De functie "Superfrost" 25
Het gebruik van de superfrost....25
De functie "DynaCool" 26
Het gebruik van de DynaCool 26
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen 27
Gedeelten met verschillende temperaturen 27
Koelste gedeelte in de koelzone 27
Minst koele gedeelte in de koelzone 27
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen....28
Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten. 28
Levensmiddelen afdekken of niet? 28
Groenten en fruit. 28
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen....29
Eiwitrijke levensmiddelen 29
Vlees 29
Het indelen van de binnenruimte 30
Plateaus 30
Tweedelig plateau 30
Deurvak, o.a. voor eieren / Deurvak voor flessen 31
Fleshouder 32
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen....33
Maximale vriescapaciteit 33
Het bewaren van diepvriesproducten....33
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 33
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen....34
Waar u daarbij op moet letten 34
Het verpakken. 34
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt. 35
Het inruimen 35
Grote stukken vlees 35
Diepvrieskalender 36
Het ontdooien van ingevroren producten 36
Het bereiden van ijsblokjes 37
Het snelkoelen van dranken 37
Diepvriesplateau 37
Het gebruik van de koude-accu 38
Het automatisch ontdooien van het apparaat 39
Koelzone 39
Diepvrieszone 39
Inhoud
Het reinigen van de koel-vriescombinatie 40
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . 40
Het reinigen van de deurdichtingen 41
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant 41
Het reinigen van de ventilatieroosters 41
Actief koolstoffilters 42
Het vervangen van de actief koolstoffilters 42
Het vervangen van de actief koolstoffilters op een later tijdstip....42
Nuttige tips 44
Geluiden en de oorzaken ervan 48
Afdeling Klantcontacten / Garantie 49
Elektrische aansluiting 50
Tips voor het plaatsen van het apparaat 51
Plaats van opstelling 51
Klimaatklasse 51
Luchttoevoer en luchtafvoer 51
Het plaatsen van het apparaat 52
Het stellen van het apparaat 52
Afmetingen van het apparaat 53
Het veranderen van de draairichting van de deuren 54
Het stellen van de deuren 65
Het inbouwen van het apparaat 66

① Aan/Uit - sensortoets van het hele apparaat en
aparte Aan/Uit - sensortoets van de koelzone
② DynaCool - sensortoets
③ Superkoeling -, resp. Superfrost - sensortoets
④ Temperatuur - sensortoets
(V = kouder)
⑤ Vergrendelingscontrolelampje (Alleen zichtbaar wanneer de vergrendeling is ingeschakeld)
⑥ Temperatuuraanduiding van de koel-, resp. diepvrieszone
⑦ Sensortoets voor het wisselen tussen koel- en diepvrieszone (Boven: "Koelen" - symbool; Beneden: "Vriezen" - symbool)
⑧ Temperatuur - sensortoets
(∧ = warmer)
⑨ Sensortoets voor het uitschakelen van de zoemer
(Alleen zichtbaar bij alarm)
⑩ Signaal voor het vervangen van de actief koolstoffilters (Alleen zichtbaar wanneer ze moeten worden vervangen)
① Ventilator
② Binnenverlichting
③ Boter- en kaasvak
④ Flesplateau
⑤ Deurvak voor eieren
⑥ Houder voor de actief koolstoffilters
⑦ Plateaus
⑧ Gootje voor het dooiwater en afvoeropening voor het dooiwater
⑨ Groente- en fruitladen
⑩ Fleshouder*
⑪ Deurvak voor flessen
⑫ Diepvriesladen met diepvrieskalender
* Afhankelijk van het model

Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Deze koel-vriescombinatie voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen.
Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de plaatsing, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.
Efficiënt gebruik
Deze koel-vriescombinatie is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze koel-vriescombinatie uitsluitend voor het koelen en bewaren van levensmiddelen, voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs. Gebruik voor andere doeleinden is ontoelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
▶ Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de koel-vriescombinatie niet in staat zijn om het apparaat veilig te bedienen, mogen deze koel-vriescombinatie alleen gebruiken als ze onder toe-zicht staan van of worden geïnstrueerd door een verantwoordelijk persoon.
Wanneer er kinderen in huis zijn
Kinderen mogen de koel-vriescombinatie alleen dan zonder toezicht gebruiken, wanneer ze weten hoe het apparaat werkt en wat voor gevaar zij lo-pen wanneer ze de koel-vriescombinatie fout bedienen.
Wanneer er kinderen in de buurt van de koel-vriescombinatie zijn, houd ze dan goed in de gaten.
Zorg ervoor dat ze niet met het apparaat gaan spelen.
Controleer vóórdat de koel-vries-combinatie wordt geplaatst, of het apparaat zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde koel-vriescombinatie mag niet worden geplaatst en niet in gebruik genomen.
Wanneer de aansluitkabel is be- schadigd, moet deze door een erkend vakman / vakvrouw worden vervangen.
Deze koel-vriescombinatie bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en versterkt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van de koel-vriescombinatie op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
-
trek de stekker uit het stopcontact,
-
lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
- en neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
Hoe meer koelmiddel een koel-vries-combinatie bevat, des te groter moet het vertrek zijn waarin dit apparaat wordt opgesteld.
Is het vertrek te klein, dan kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koelvriescombinatie bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
▶ Een veilig gebruik van de koel-vries-combinatie is alleen dan gegaran-deerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.
Vergelijk vóórdat u de koel-vries-combinatie aansluit de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist over-eenkomen.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Deze koel-vriescombinatie mag niet op het elektriciteitsnet worden aangesloten via meervoudige stopcontacten of via verlengsnoeren die daarvoor niet geschikt zijn.
Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaar voor oververhitting.
De elektrische veiligheid van de koel-vriescombinatie is uitsluitend gegarandeerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
▶ Installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook reparaties mogen alleen door een erkend vakman / vakvrouw worden uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker risico's lopen waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.
▶ Reparaties mogen tijdens de garantieperiode alleen door een technicus van Miele worden uitgevoerd. Gebeurt dat niet, vervalt de garantie.
Bij installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook bij reparaties mag er geen elektrische spanning op de koel-vriescombinatie staan.
Daarvan is alleen sprake als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, dat zij volledig voldoen aan de veiligheids-eisen die wij stellen aan onze apparaten en onderdelen daarvan.
Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman / vakvrouw worden ingebouwd en aangesloten.
Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Veilig gebruik
▶ Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al gekookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren.
Het eten van levensmiddelen die over de uiterste houdbaarheidsdatum heen zijn kan tot een levensmiddelenvergiftiging leiden. Neem de houdbaarheidsdatum in acht die de levensmiddelenfabrikant aan- geeft. De bewaartijd hangt van verschillende factoren af, zoals de versheid en de kwaliteit van de levensmiddelen en de koelkasttemperatuur.
Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Gebruik geen elektrische apparaten in deze koel-vriescombinatie, bijv. voor het maken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie.
Plaats dranken met een hoog alcoholpercentage alleen rechtop en altijd goed gesloten in de koel-vriescombinatie in verband met explosiegevaar.
Bewaar geen blikjes en flessen in de diepvrieszone die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in de diepvrieszone hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ont-staan.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer.
▶ Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
▶ Sluit de roosters in het apparaat niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de koel-vriescombinatie beschadigd kunnen raken.
De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koel-vriescombinatie staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat de koel-vriescombinatie voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aan- houden.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de koel-vriescombinatie.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Bevinden zich vet- of oliehoudende levensmiddelen in de koel-vriescombinatie, let er dan op dat er geen vet of olie uitloopt.
Wanneer dat in aanraking komt met het kunststof van het apparaat, kunnen er scheuren in het kunststof ontstaan.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de koel-vriescombinatie nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Maak het slot onbruikbaar.
U voorkomt daarmee dat kinderen zich bij het spelen opsluiten.
▶ Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
| Normaal energieverbruik Te | hoog energieverbruik | |
| Plaatsing van het apparaat | In ruimten waar kan worden geventi- leerd | In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd |
| Op een plaats waar de zon niet di- rect op kan schijnen | Op een plaats waar de zon di- rect op kan schijnen | |
| Niet naast een warmtebron (verwar- ming, fornuis) | Naast een warmtebron (verwar- ming, fornuis) | |
| Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °C | Bij een hogere omgevingstem- peratuur | |
| Temperatuurinstelling in standen | Instelling van één van de middelste standen: 2 of 3. | Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik |
| Temperatuurinstelling in graden (Digitale weergave) | Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C | Bij apparaten met winterschake- ling: schakel bij omgevingstem- peraturen lager dan 16 °C de winterschakeling uit. |
| Koelzone: 4 tot 5 °C | ||
| 0° zone: ca. 0 °C | ||
| Diepvrieszone: -18 °C | ||
| Dagelijks gebruik | Open de deur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort moge- lijk. | De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft. |
| Leg de levensmiddelen bij het inrui- men meteen op de goede plek. | Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur. | |
| Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen. | Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste tempera- tuur te bereiken. | |
| Leg de levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt in het apparaat. | Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ont- dooien. | ||
| Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tussen de levensmiddelen kan circuleren. | ||
| Ontdooien | Ontdooi het diepvriesgedeelte wan- neer er een ijslaag van 1 cm in zit. | Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invrie- zen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik. |
Voor het eerste gebruik
De roestvrijstalen lijsten en frames in het apparaat worden tijdens het transport met behulp van een folie tegen beschadigingen beschermd.
■ Trek de beschermfolie er af.
■ Wrijf de roestvrijstalen gedeelten daarna in met een middel voor het onderhoud van roestvrij staal.
Dit middel brengt een film over het roestvrij staal aan, waarmee wordt voorkomen dat het weer snel vuil wordt.
■ Reinig de binnenkant van de koelvriescombinatie en de toebehoren. Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.
Laat het apparaat na transport ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit.
Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van de koel-vriescombinatie.
Actief koolstoffilters (Active Air Clean - koolstofffilters)
■ Plaats de bijgevoegde actief koolstoff-filters in de houder en plaats de houder op één van de plateaus in de koelzone.
Zie "Actief koolstoffilters".
Het bedienen van de koel- vriescombinatie
U bedient dit apparaat door de sensor-toetsen aan te tippen.
Het inschakelen van de koel- vriescombinatie
Met de Aan/Uit - toets schakelt u de koel- en diepvrieszone tegelijk in.

■ Tip de Aan/Uit - toets zolang aan, totdat de temperatuuraanduiding gaat branden.
De temperatuuraanduiding van de koelzone geeft de temperatuur aan die op dat moment in de koelzone heerst.
Ligt de temperatuur in de diepvrieszone boven de 0 °C, branden in de temperatuuraanduiding van de diepvrieszone alleen nog maar streepjes.
Zodra de temperatuur onder de 0 °C komt, geeft de temperatuuraanduiding de temperatuur aan die op dat moment in de diepvrieszone heerst.
Het "Vriezen" - symbool en de sensor-toets voor het uitschakelen van de zoemer knipperen zolang, totdat de temperatuur in de diepvrieszone laag genoeg is.
Het apparaat begint te koelen.
Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend gaat de binnenverlichting aan.
Voordat u voor de eerste keer levensmiddelen in de koel-vriescombinatie legt, kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen. Leg de levensmiddelen pas in de diepvrieszone wanneer de temperatuur in deze zone laag genoeg is (minstens -18°C).


Met deze sensortoets kunt u tussen de zones wisselen.
Wilt u van de koelzone naar de diepvrieszone overstappen, bijv. om de temperatuur te controleren,

■ tip dan de sensortoets voor het wisselen tussen de zones zolang aan, totdat het "Vriezen" - symbool geel oplicht.
Afhankelijk van de zone die u heeft ge- kozen kunt u nu:
– de functie "DynaCool" kiezen;
- de functie "Superkoeling", resp. "Superfrost" kiezen of
- een andere temperatuur kiezen.
Meer informatie vindt u in de desbetreffende hoofdstukken.
Koude-accu
Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade of op het diepvriesplateau.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.
Het uitschakelen van de koel- vriescombinatie

■ Tip de Aan/Uit - toets zolang aan, totdat alle lichtjes uitgaan.
Is dat niet het geval, dan is de vergren- deling ingeschakeld.
Wanneer daarvòor de koelzone is gekozen, wordt eerst de koelzone en daarna de diepvrieszone uitgeschakeld.
De koeling en de binnenverlichting worden uitgeschakeld.
Het apart uitschakelen van de koelzone
U kunt de koelzone uitschakelen, terwijl de diepvrieszone ingeschakeld blijft. Dit kan handig zijn, bijv. in de vakantie.

■ Schakel het apparaat in, resp. kies de koelzone, waarna het "Koelen" - symbool geel oplicht.
Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie
■ Tip de Aan/Uit - sensortoets zolang aan, totdat het "Koelen" - symbool uit-gaat.
De koelzone en de binnenverlichting worden uitgeschakeld.
De diepvrieszone blijft ingeschakeld en het "Vriezen" - symbool brandt.
Het weer inschakelen van de koelzone

■ Kies de koelzone, waarna het "Koelen" - symbool geel oplicht en
■ tip de Aan/Uit - sensortoets zolang aan, totdat de temperatuuraanduiding gaat branden
of
■ schakel het apparaat uit en opnieuw weer in.
Het apparaat begint te koelen. Wanneer de deur van de koelzone wordt geopend gaat de binnenverlichting aan.
Instellingsmodus
Bepaalde functies van het apparaat kunt u alleen in de instellingsmodus instellen.
Hoe men in de instellingsmodus komt en hoe men de instellingen wijzigt, staat in de verschillende hoofdstukken beschreven.
Overzicht van de instellingen die u in de instellingsmodus kunt kiezen:
| Het in- en uitschakelen van de instellingsmodus | c |
| Het in- en uitschakelen van de toetstoonZie volgende paragraaf. | b |
| Het bevestigen van de vervanging van de actief koolstoff-filtersZie hoofdstuk: "Actief koolstoff-filters". | h |
| Het in- en uitschakelen van de vergrendelingZie verderop in dit hoofdstuk. | u |
| Het wijzigen van de lichtsterkte van de temperatuuraanduidingZie hoofdstuk: "De juiste temperatuur". | d |
Wanneer u in de instellingsmodus zit, wordt het deuralarm automatisch uitgeschakeld.
Zodra de deur van het apparaat wordt gesloten, is het deuralarm weer geactiveerd.
Het in- en uitschakelen van de toets- toon
ledere keer wanneer u een sensortoets aantipt, klinkt er een toetstoon.
U kunt deze toetstoon uitschakelen.

■ Tip de V - toets aan en laat uw vinger op de toets rusten.

■ Tip daarbij de Aan/Uit - toets één keer aan en laat de V - toets niet los!
■ Laat uw vinger nog 5 seconden op de V - toets rusten, totdat c in de aanduiding verschijnt.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding b verschijnt.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
Door de V - toets aan te tippen kunt u instellen of de toetstoon moet worden uitgeschakeld of ingeschakeld moet blijven.
b 0 betekent: de toetstoon is uitgeschakeld.
b 1 betekent: de toetstoon is ingeschakeld.
b - betekent: terug naar het menu.
De gekozen instelling brandt en de te kiezen instelling knippert.
■ Kies de door u gewenste instelling door de V - toets aan te tippen.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding c verschijnt.
■ Tip de Aan/Uit - toets aan.
U zit nu niet meer in de instellingsmodus.
Het in- en uitschakelen van de vergrendeling
Met de vergrendeling kunt u voorkomen dat het apparaat per ongeluk wordt uitgeschakeld.

■ Tip de V - toets aan en laat uw vinger op de toets rusten.

■ Tip daarbij de Aan/Uit - toets één keer aan en laat de V - toets niet los!
■ Laat uw vinger nog 5 seconden op de V - toets rusten, totdat c in de aanduiding verschijnt.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding u verschijnt.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
Door de V - toets aan te tippen kunt u instellen of de vergrendeling moet worden in- of uitgeschakeld.
ω 0 betekent: de vergrendeling is uitgeschakeld.
ü 1 betekent: de vergrendeling is ingeschakeld.
- betekent: terug naar het menu.
De gekozen instelling brandt en de te kiezen instelling knippert.
■ Kies de door u gewenste instelling door de V - toets aan te tippen.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding c verschijnt.
■ Tip de Aan/Uit - toets aan.
U zit nu niet meer in de instellingsmodus.
Wanneer de vergrendeling is ingeschakeld, brandt de vergrendelingscontrole in de temperatuuraanduiding.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koel-vriescombinatie vrij lange tijd niet meer gebruikt, doe dan het volgende.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Reinig het apparaat.
■ Laat de deuren van het apparaat een beetje openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen wel uitgeschakeld, maar niet gereinigd en niet opengezet, bestaat het gevaar dat zich schimmel vormt.
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
De temperatuur in de koel-vriescombinatie wordt hoger, naarmate
- de deuren van het apparaat vaker worden geopend en de deuren langer geopend blijven;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- de temperatuur van de net opgeslagen levensmiddelen hoger is;
- de omgevingstemperatuur hoger is. De koel-vriescombinatie is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
...indekoelzone
Voor het midden van de koelzone adviseren wij een koeltemperatuur van 4 °C.
...indediepvrieszone
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt.
Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt beginnen ze te groeien en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding op het bedieningspaneel geeft bij normaal gebruik de temperatuur in het midden van de koelzone en de minst koele plek van de diepvrieszone aan.
Het instellen van de temperatuur
De temperatuur in de koel- en diepvrieszone kunt u onafhankelijk van elkaar instellen.


■ Kies de koel- of diepvrieszone.
Het "Koelen" -, resp. "Vriezen" - symbool licht geel op.

■ Stel met de V - toets en de ∧ - toets de temperatuur in.
- Wanneer u de V - toets aantipt gaat de temperatuur omlaag en wordt het kouder.
- Wanneer u de ∧ - toets aantipt gaat de temperatuur omhoog en wordt het warmer.
De temperatuur die u instelt knippert in de temperatuuraanduiding.
Wanneer u de temperatuurtoetsen aantipt, dan ziet u in de temperatuuraanduiding het volgende veranderen:
- Wanneer u voor het eerst aantipt, dan knippert de temperatuurwaarde die u het laatst heeft ingesteld.
- Vanaf de tweede keer dat u aantipt verandert de temperatuurwaarde in stappen van 1 °C.
- Wanneer u blijft aantippen, verandert de temperatuurwaarde continu.
Nadat de hoogste, resp. laagste temperatuurwaarde is bereikt, verdwijnt de ∨ -, resp. ∧ - toets.
Ongeveer 5 seconden nadat u voor het laatst een temperatuurtoets heeft aangetipt, laat de temperatuuraanduiding automatisch de gemiddelde temperatuurwaarde zien, die op dat moment in de koel-, resp. diepvrieszone heerst.
Wanneer u een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de temperatuuraanduiding na ca. 6 uur wanneer het apparaat lang niet vol is en na ca. 24 uur wanneer het apparaat wel vol is.
Pas dan is de echte temperatuur bereikt.
Is de temperatuur na deze tijd te hoog of te laag, stel dan opnieuw een andere temperatuur in.
Mogelijke temperatuurinstellingen
De temperatuur is instelbaar:
- in de koelzone van 2 °C tot 11 °C
- in de diepvrieszone van -16 °C tot -26 °C
Of de laagste temperatuur wordt bereikt is afhankelijk van de plaats waar de koel-vriescombinatie is opgesteld en de omgevingstemperatuur.
Wanneer de omgevingstemperatuur hoog is, dan is het mogelijk dat de laagste temperatuur niet wordt bereikt.
Het wijzigen van de lichtsterkte van de temperatuuraanduiding
U kunt de lichtsterkte van de temperatuuraanduiding aan de omgeving aanpassen.

■ Tip de V - toets aan en laat uw vinger op de toets rusten.

■ Tip daarbij de Aan/Uit - toets één keer aan en laat de V - toets niet los!
■ Laat uw vinger nog 5 seconden op de V - toets rusten, totdat c in de aanduiding verschijnt.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding d verschijnt.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
Door de V - toets aan te tippen kunt u de lichtsterkte van de temperatuuraanduiding wijzigen.
Bij d 0 is de lichtsterkte maximaal.
Bij d 1 wordt de lichtsterkte gereduceerd.
d betekent: terug naar het menu.
De gekozen instelling brandt en de te kiezen instelling knippert.
■ Kies de door u gewenste lichtsterkte door de V - toets aan te tippen.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding c verschijnt.
■ Tip de Aan/Uit - toets aan.
U zit nu niet meer in de instellingsmodus.
Deze koel-vriescombinatie is uitgerust met een waarschuwingssysteem, waarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in de diepvrieszone ongemerkt stijgt en de deuren te lang openstaan.
Hoe kunnen wij het waarschu- wingssysteem inschakelen?
Het systeem is automatisch klaar voor gebruik en hoeft niet apart te worden ingeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer de temperatuur in de diepvrieszone te veel stijgt,
- gaat er een zoemer;
- begint de toets voor het uitschakelen van de zoemer rood te knipperen
- en gaat het "Vriezen" - symbool knipperen.
De temperatuur stijgt te sterk wanneer:
- u producten in de diepvrieszone legt, hersorteert of eruit haalt en er daarbij te veel warme lucht in de ruimte stroomt;
- u een vrij grote hoeveelheid levensmiddelen invriest;
- de stroom een vrij lange tijd uitgeschakeld is geweest.
Zodra de juiste temperatuur weer is bereikt, houdt de zoemer op en gaan de lichtjes uit.
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer bij temperatuur-alarm
Hindert de zoemer u, dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

■ Tip de toets aan voor het uitschakelen van de zoemer.
De zoemer houdt op.
De toets voor het uitschakelen van de zoemer en het "Vriezen" - symbool blijven knipperen, totdat de juiste temperatuur weer is bereikt.
Is de temperatuur langere tijd hoger geweest dan -18°C, controleer dan of de levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.
Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.
Deuralarm
Wanneer één van de deuren van het apparaat langer dan ca. 2 minuten openstaat,
- gaat er een zoemer;
- licht de toets voor het uitschakelen van de zoemer rood op
- en gaat het symbool van die zone knipperen waarvan de deur openstaat.
Zodra de deur wordt gesloten, houdt de zoemer op en gaan de lichtjes uit.
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer bij deuralarm
Hindert de zoemer u, dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

■ Tip de toets aan voor het uitschakelen van de zoemer.
De zoemer houdt op.
De toets voor het uitschakelen van de zoemer blijft branden en het symbool van die zone waarvan de deur openstaat blijft knipperen, totdat de deur weer is gesloten.
Het gebruik van de superkoeling
Met behulp van de functie "Superkoeling" daalt de temperatuur in de koelzone zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laag hangt van de kamertemperatuur af.
Het gebruik van de superkoeling is vooral dan aan te raden, wanneer u grote hoeveelheden verse levensmiddelen of drank opslaat en snel wilt laten afkoelen.
Het inschakelen van de superkoeling

Het "Koelen" - symbool licht geel op.

■ Tip de Superkoeling - toets aan.
De toets licht geel op.
De koelcapaciteit van het apparaat is maximaal en de temperatuur in het apparaat daalt.
Het uitschakelen van de superkoeling
De superkoeling wordt automatisch na ca. 6 uur uitgeschakeld.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Om energie te besparen kunt u de superkoeling zelf uitschakelen zodra de levensmiddelen of dranken koel genoeg zijn.

Het "Koelen" - symbool licht geel op.

■ Tip de Superkoeling - toets aan.
De gele kleur van de toets wordt minder.
De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.
Het gebruik van de superfrost
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen.
De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.
Schakel de superfrost in 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de superfrost dan 24 uur van te voren in.
De superfrost schakelt u dus niet in:
- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvrieszone legt;
- wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt.
Het inschakelen van de superfrost

Het "Vriezen" - symbool licht geel op.

■ Tip de Superfrost - toets aan.
De toets licht geel op.
De koelcapaciteit van de diepvrieszone is nu maximaal en de temperatuur in deze zone daalt.
Het uitschakelen van de superfrost
De superfrost wordt automatisch na ca. 30 tot 65 uur uitgeschakeld, afhankelijk van de hoeveelheid levensmiddelen.
De koelcapaciteit van de diepvrieszone is dan weer normaal.
Om energie te besparen kunt u de superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.

Het "Vriezen" - symbool licht geel op.

■ Tip de Superfrost - toets aan.
De gele kleur van de toets wordt minder.
De koelcapaciteit van de diepvrieszone is weer normaal.
Het gebruik van de DynaCool
Wanneer de functie "Dynamische koeling" (DynaCool) niet is ingeschakeld, ontstaan er in de koelzone als gevolg van de natuurlijke luchtcirculatie zones met verschillende temperaturen.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Het is handig om daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van te maken.
Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen".
Wanneer u echter een keer een grote hoeveelheid gelijksoortige levensmiddelen wilt inslaan (bijv. voor een party), kunt u beter de dynamische koeling in-schakelen. Daarmee wordt de temperatuur relatief gelijkmatig over alle plateaus in de koelzone verdeeld en zijn alle levensmiddelen in de koelzone even koel.
De temperatuur kan verder met behulp van de temperatuurtoetsen worden ingesteld.
Het gebruik van de dynamische koeling is tevens aan te raden bij:
- een hoge kamertemperatuur (vanaf ca. 30 °C) en
- een hoge luchtvochtigheid.
Het inschakelen van de dynamische koeling

Het "Koelen" - symbool licht geel op.

■ Tip de DynaCool - toets ✉ aan.
De toets licht geel op.
Het uitschakelen van de dynamische koeling
Daar het energieverbruik iets hoger ligt wanneer de dynamische koeling is ingeschakeld, kunt u de dynamische koeling bij normale omstandigheden beter uitschakelen.

Het "Koelen" - symbool licht geel op.

■ Tip de DynaCool - toets ✉ aan.
De gele kleur van de toets wordt minder.
Wanneer de deur wordt geopend, gaat de ventilator automatisch tijdelijk uit.
Gedeelten met verschillende temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten met verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de levensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het onderste gedeelte van het apparaat.
Dit is een apparaat met dynamische koeling (DynaCool).
Dat houdt in dat, wanneer de ventilator is ingeschakeld, de temperatuur in de koelzone gelijkmatig wordt verdeeld en de temperatuurverschillen hier minder groot zijn.
Koelste gedeelte in de koelzone
Het koelste gedeelte in de koelzone bevindt zich direct boven de groente- en fruitvakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens- middelen die niet lang houdbaar zijn, zoals:
– vis, vlees, gevogelte;
- worst, kant-en-klaar-gerechten;
- levensmiddelen waar eieren of room in zijn verwerkt;
- alle soorten deeg;
- melkproducten;
- in folie verpakte, voorgesneden groente en in het algemeen alle verse groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een temperatuur van minstens 4°C.
Minst koele gedeelte in de koelzone
Het minst koele gedeelte in de koelzone bevindt zich helemaal bovenin tegen de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan van boter zodat deze smeerbaar blijft en voor kaas zodat deze zijn aroma niet verliest.
Bewaar geen producten in het ap- paraat die drijfgassen of andere ex- plosieve middelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco- holpercentage alleen rechtop en al- tijd goed gesloten in het apparaat in verband met explosiegevaar.
Wanneer er in het apparaat vet- of oliehoudende levensmiddelen zijn opgeslagen, zorg er dan voor dat eventueel vrijkomend vet of olie niet met de kunststof onderdelen van het apparaat in aanraking komt.
Vet en olie kunnen scheuren in het kunststof veroorzaken.
Zet de producten niet tegen de achterwand om te voorkomen dat ze eraan vastvriezen.
Leg de producten niet te dicht op elkaar, zodat de lucht goed kan circuleren.
Dek de ventilator aan de achterkant niet af; deze is belangrijk voor de koelcapaciteit.
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt om in de koelzone te worden bewaard. Hiertoe behoren:
- Koudegevoelig fruit en koudegevoelige groenten zoals citrusvruchten, bananen, ananas, avocado's, mango's, papaja's, passievruchten, tomaten, komkommers, paprika's, aubergines en courgettes
- Fruit dat nog niet rijp is
– Aardappels - Parmezaanse kaas
Waar u bij het kopen van le- vensmiddelen al op moet letten
Levensmiddelen blijven langer bewaard naarmate ze verser zijn op het moment dat ze in de koelzone worden gelegd. De versheid is bepalend voor de bewaartijd.
Het is daarom belangrijk dat de tijd tussen het kopen en het inruimen van levensmiddelen zo kort mogelijk is. Laat ze daarom niet te lang in een warme auto liggen. Al na twee uur neemt de versheid af en begint het bederf.
Levensmiddelen afdekken of niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge- dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgedragen. Te- vens voorkomt u dat de levensmiddelen uitdrogen en dat mogelijk aanwezige bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt en de koelzone regelmatig reinigt, vermeerderen bacteriën zoals salmonella's zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onverpakt in de groente- en fruitladen worden bewaard.
Let er echter op dat niet alle groenteen fruitsoorten samen in één lade kunnen worden bewaard.
In de eerste plaats kunnen smaak en geur worden overgedragen (zo nemen wortels snel de smaak en geur van uien aan) en in de tweede plaats zijn er levensmiddelen die een natuurlijk gas (ethyleen) afscheiden, waar andere levensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.
- Voorbeelden van groenten en fruit die veel natuurlijke gassen afscheiden:
Bonen, appels, abrikozen, peren, nectarines, perziken, pruimen, avocado's, vijgen, bosbessen en meloenen.
- Voorbeelden van groenten en fruit die erg gevoelig reageren op gassen van andere groente- en fruitsoorten:
Broccoli, bloemkool, spruitjes, kiwi's, mango's, honingmelen, appels, abrikozen, komkommers, tomaten, peren, nectarines en perziken.
Voorbeeld: Appels en broccoli kunnen niet samen in één lade worden opgeslagen, omdat appels veel natuurlijk gas afscheiden en broccoli op dit soort gas zeer gevoelig reageert. Broccoli is daardoor veel minder lang houdbaar.
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen
Bewaar onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen apart van elkaar.
Moeten deze levensmiddelen bij elkaar worden bewaard, verpak ze dan in ieder geval. Daarmee voorkomt u dat er microbiologische veranderingen optreden en er ziektekiemen ontstaan.
Eiwitrijke levensmiddelen
Hoe meer eiwit levensmiddelen bevatten, des te sneller bederven ze.
Dat betekent dat schaaldieren sneller bederven dan vis en dat vis weer sneller bederft dan vlees.
Vlees
Bewaar vlees onverpakt.
Is het vlees verpakt of zit het in een bakje, open dan verpakking of bakje.
Het oppervlak van het vlees wordt dan sneller droog, de kans dat zich ziekte- kiemen vormen wordt dan kleiner en het vlees is dan langer houdbaar.
Er zijn bepaalde vleessoorten die niet onverpakt bij elkaar kunnen worden bewaard. Gebeurt dat wel dan dragen de vleessoorten ziektekiemen over en bederft het vlees eerder dan nodig is.
Plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen zodat er producten van verschillende hoogte kunnen worden neergezet / neergelegd.
■ Til het plateau iets op.
■ Trek het iets naar voren.
■ Til het met de uitsparing over de plateauribben heen.
■ Verplaats het naar boven of naar beneden.
De opstaande rand die aan de achterkant zit moet naar boven wijzen, zodat de levensmiddelen niet met de achterwand in aanraking kunnen komen en eraan vastvriezen.
Met stopjes wordt voorkomen dat de plateaus er per ongeluk uit worden getrokken.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het apparaat wilt plaatsen kunt u gebruik maken van een glasplateau dat uit twee delen bestaat.
- Til het voorste gedeelte iets op en schuif het onder het achterste gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan hoge producten worden neergezet / neergelegd.
Wanneer u de twee gedeelten wilt verplaatsen, doe dan het volgende.

■ Haal ze uit het apparaat.
■ Plaats de beide plateauhouders aan weerszijden op de gewenste hoogte op de plateauribben.
■ Schuif eerst het gedeelte met de opstaande rand op de houders en de ribben, daarna het andere gedeelte.
Groente- en fruitladen op rol- geleiders
Deze groente- en fruitladen zijn via rolgeleiders inschuifbaar en uittrekbaar. Ze kunnen ook helemaal uit het apparaat worden gehaald.
Deurvak, o.a. voor eieren / Deurvak voor flessen
Wilt u deze vakken verplaatsen, doe dan het volgende.
- Til het vak uit het roestvrijstalen frame.
■ Schuif het frame naar boven.
■ Plaats het frame op de gewenste plaats.
Let erop dat het goed vast zit.
■ Zet het vak weer in het frame.
U kunt deze vakken ook uit het frame halen om er levensmiddelen in te leggen of er uit te halen.
U kunt ze ook met de levensmiddelen direct op tafel zetten.
Universeel deurvak
In het universele deurvak kunnen levensmiddelen worden bewaard en ook geserveerd.

Het universele deurvak bestaat uit een diep vak ① en een vlak vak ②. Beide vakken kunnen als losse vakken in het roestvrijstalen frame worden geplaatst.
Wilt u het universele deurvak als serveerblad gebruiken,
■ zet het vlakke vak ② dan in het roestvrijstalen frame en gebruik het diepe vak ① als deksel,
■ haal het universele deurvak uit de houder
■ en zet het op tafel.
Fleshouder
(Afhankelijk van het model)
De fleshouder kunt u naar rechts of links verschuiven.
Daardoor staan de flessen steviger als u de deur van het apparaat opent en sluit.
Wanneer u de fleshouder wilt schoon- maken adviseren wij u deze er hele- maal uit te halen.
■ Schuif de rand aan de voorkant van de fleshouder naar boven en klik de fleshouder eruit.
Maximale vriescapaciteit
Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingvroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.
De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".
Het bewaren van diepvriesproducten
■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
- de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de koel-vriescombinatie.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.
De cellen gaan krimpen.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.
Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen. De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.
Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
- Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
-
Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
-
Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. - Laat warme gerechten en dranken eerst buiten de koel-vriescombinatie afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ontdooien en wordt er meer stroom verbruikt dan nodig is.
Het verpakken
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een sealap- paraat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt
■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen heeft, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in het apparaat legt de functie "Superfrost" in.
De producten die al zijn ingevroren krijgen zo een koudereserve.
Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".
Het inruimen
De levensmiddelen kunnen overal in de diepvrieszone worden ingevroren.
U kunt de producten ook direct op de glasplaten leggen. Doe dat in ieder geval met grotere hoeveelheden. Op de glasplaten worden de levensmiddelen heel snel ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.
Haal daarvoor de twee bovenste diepvriesladen uit het apparaat.
Wanneer u de bovenste diepvrieslade uit het apparaat haalt, let er dan op dat u de ventilatorgleuven aan de achterwand niet afdekt. Deze zijn belangrijk voor een goede werking van het apparaat.
De onderste diepvrieslade mag niet uit het apparaat worden gehaald.
In iedere diepvrieslade en op iedere glasplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.
■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de glasplaten van het apparaat, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvriesladen vastvriezen.
Leg in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen om te voorkomen dat de laatste gaan ontdooien.
Grote stukken vlees
Wanneer u een groot stuk vlees wilt invriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kunt u het beste de glasplaten tussen de diepvriesladen verwijderen. Zo is er meer plaats.
■ Haal de bovenste twee diepvriesla- den uit het apparaat, til de glasplaten iets op en haal ze uit het apparaat.
Diepvrieskalender
De diepvrieskalender op de diepvries-laden geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levens-middelen, wanneer ze vers worden op-geslagen.
Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.

2 - 3 maanden:
Taart, ijs, éénpansgerechten
3 - 5 maanden:
Vis, champignons, brood
6 - 8 maanden:
Varkensvlees, kalfsvlees, gevogelte
10 - 12 maanden:
Rundvlees, fruit, groenten
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelkast (de koude die daarbij vrijkomt kan voor het koelen van de andere levensmiddelen worden gebruikt);
- in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevoren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes

■ Vul het bakje voor ijsblokjes voor driekwart met water.
■ Zet het bakje op de bodem van een diepvrieslade.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de koelzone hebt gelegd om snel te koelen, schakel dan de superkoeling in.
Wilt u ze toch in de diepvrieszone leggen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit elkaar.
Diepvriesplateau
Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.
■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.

■ Hang het diepvriesplateau in één van de bovenste diepvriesladen.
■ Laat de producten 10 tot 12 uur stevig invriezen.
■ Hevel ze over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze in de diepvriesladen.
Het gebruik van de koude-accu
De koude-accu voorkomt dat de temperatuur in de diepvrieszone snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen.
Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade direct op de levensmiddelen of op het diepvriesplateau.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.
Leg de koude-accu wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om de levensmiddelen in ieder geval nog zo lang mogelijk te kunnen bewaren.
Wanneer u verse levensmiddelen in het apparaat wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ontdooien.
De koude-accu kan ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.
Koelzone
Terwijl de koel-vriescombinatie in werking is, kunnen zich aan de achterwand van de koelzone rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want de koelzone wordt automatisch ont-dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor het dooiwater en via de afvoeropening voor het dooiwater in het verdampings- systeem aan de achterkant van het apparaat.
Let erop dat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen. Houd het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater daarom schoon.
Diepvrieszone
Het apparaat is uitgerust met een "NoFrost" - systeem, waardoor het automatisch ontdooit.
Het vrijkomende vocht slaat op de ver- damper neer en ontdooit en verdampt regelmatig.
Doordat de diepvrieszone automatisch ontdooit blijft deze altijd ijsvrij.
Door dit bijzondere systeem is er geen gevaar dat de levensmiddelen beginnen te ontdooien!
Gebruik nooit zand-, zuur-, soda-, schuurmiddel- of chloridehoudende reinigingsmiddelen of chemische oplosmiddelen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.
Gebruik voor het onderhoud van de roestvrijstalen gedeelten een middel dat daar geschikt voor is.
Dit is verkrijgbaar bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V.
Let erop dat er geen water in de elektronica en in de verlichting terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings- water door de afvoeropening voor het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
■ Schakel de koel-vriescombinatie uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Haal de producten uit het apparaat en bewaar ze op een koele plaats.
■ Haal alle toebehoren uit het apparaat die kunnen worden verwijderd.
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren
■ Reinig buitenkant, binnenruimte en toebehoren minstens één keer in de maand.
■ Reinig de toebehoren met de hand en niet in de afwasautomaat.
■ Gebruik lauwwarm water met wat reinigingsmiddel.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater in de koelzone regelmatig met een wattenstaafje of iets dergelijks, zodat het dooiwater altijd ongehinderd weg kan lopen.
■ Neem de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren na het reinigen met helder water af en droog alles met een doek.
■ Reinig de roestvrijstalen gedeelten met een middel dat daar geschikt voor is.
■ Wrijf deze gedeelten daarna in met een middel dat geschikt is voor het onderhoud van roestvrij staal.
Het is belangrijk dat dit iedere keer na de reiniging gebeurt.
Dit middel brengt een film over het roestvrij staal aan, waarmee wordt voorkomen dat het weer snel vuil wordt.
■ Laat de deuren van het apparaat korte tijd openstaan.
Het reinigen van de deurdichtingen
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden ze in de loop van de tijd poreus.
■ Reinig de deurdichtingen regelmatig alleen met helder water en droog ze daarna grondig met een doek.
Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant
■ Maak het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat (de warmtewisselaar) minstens eenmaal in het jaar stofvrij.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Let er bij het reinigen van het metalen rooster op dat er geen kabels of andere onderdelen worden afgescheurd, geknikt of beschadigd.
Het reinigen van de ventilatie-roosters
■ Reinig de ventilatieroosters regelmatig met een kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.
Na het reinigen
■ Plaats alle toebehoren weer terug in de koelzone.
■ Leg de levensmiddelen weer terug in de koelzone.
■ Sluit de deuren van koel-vriescombinatie.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat in.
■ Schakel de superfrost in, zodat het in de diepvrieszone weer snel koud wordt.
■ Leg de ingevroren levensmiddelen weer terug in de diepvriesladen.
■ Schuif de laden weer in de diepvrieszone, zodra de temperatuur in deze zone laag genoeg is.
■ Schakel de superfrost weer uit, zodra er in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18°C is bereikt.
Ca. om de 6 maanden moeten de actief koolstoffilters worden vervangen.

Dit wordt gesignaleerd doordat het te- ken van deze filters op het paneel rood oplicht.
Het vervangen van de actief koolstofffilters

■ Haal de houder met de actief koolstofffilters van het plateau.

■ Haal de beide actief koolstofffilters uit de houder.
■ Plaats de nieuwe filters in de houder.
■ Plaats de houder tegen de opstaande rand aan de achterkant van èen van de plateaus en laat de houder daar vastklikken.

■ Tip het teken voor het vervangen van de actief koolstoffilters ca. 2 secon- den lang aan om de filtervervanging te bevestigen.
Het signaal voor het vervangen van de actief koolstoffilters gaat uit en de teller wordt teruggezet.
Het vervangen van de actief koolstoff-filters op een later tijdstip
Beschikt u niet over nieuwe actief kool- stofffilters, bestel deze dan bij uw Miele- vakhandelaar.
U kunt de filters ook op een later tijdstip vervangen.
Wanneer het rood brandende signaal voor het vervangen van de filters u stoort, kunt u dit signaal voortijdig uitzetten.

■ Tip het teken voor het vervangen van de actief koolstoffilters ca. 2 secon- den lang aan.
Het signaal gaat uit.
Daarna moet u de teller via de instellingsmodus terugzetten.

■ Tip de V - toets aan en laat uw vinger op de toets rusten.

■ Tip daarbij de Aan/Uit - toets één keer aan en laat de V - toets niet los!
■ Laat uw vinger nog 5 seconden op de V - toets rusten, totdat c in de aanduiding verschijnt.
■ Tip de V - toets opnieuw zo vaak aan, totdat in de aanduiding h verschijnt.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets aan.
■ Tip de V - toets zo vaak aan, totdat in de aanduiding h 2 verschijnt.
■ Tip ter bevestiging de Aan/Uit - toets 2 seconden lang aan.
De teller wordt teruggezet.
■ Tip de V - toets zo vaak aan, totdat in de aanduiding c verschijnt.
■ Tip de Aan/Uit - toets aan.
U zit nu niet meer in de instellingsmodus.
Tip:
Bevinden zich sterk riekende levensmiddelen zoals zeer gekruide kaas in de koelkast, doe dan het volgende.
- Plaats de houder met de actief koolstoffilters op dat plateau waar zich deze levensmiddelen bevinden.
- Vervang de actief koolstoffilters eerder en zet daarna de teller terug.
- Plaats een extra houder met actief koolstoffilters in het apparaat.
Actief koolstoffilters en houders zijn verkrijgbaar bij de Miele-vakhandelaar of bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V.
Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... de koelzone of de diepvrieszone niet koelt?
■ Controleer of:
- de desbetreffende zone is ingeschakeld
- de daarbijbehorende temperatuur-aanduiding moet branden -;
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
Is dit wel het geval,
■ neem dan contact op met afdeling Klantcontacten van Miele Nederland.
... de koel-vriescombinatie voortdu rend in werking is?
Wanneer het apparaat minder vriescapaciteit nodig heeft, schakelt het over op een lager toerental om energie te besparen. Daardoor is het apparaat ook langere tijd in werking.
... de temperatuur in de koelzone of de diepvrieszone te laag is?
■ Stel een hogere temperatuur in.
■ Controleer of:
- de deuren van het apparaat goed gesloten zijn;
- de superkoeling nog aan is;
- de superfrost nog aan is;
- er ineens een vrij grote hoeveelheid verse levensmiddelen is ingevroren.
Is dat het geval, dan staat het apparaat heel lang te ronken en daalt de temperatuur automatisch.
... d e koel-vriescombinatie vaker en voor langere tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de ventilatieroosters geblokkeerd of stoffig zijn;
- het metalen rooster aan de achterkant van het apparaat stoffig is;
- de deuren van het apparaat vaak open en dicht zijn gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
- de deuren van het apparaat goed sluiten.
... de deur van de diepvrieszone niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?
Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.
... d e ingevroren producten beginnen te ontdooien, doordat het in de diepvrieszone te warm is?
■ Controleer of de kamertemperatuur onder de klimaatklasse van het apparaat ligt.
Is dat het geval,
■ verhoog dan de kamertemperatuur.
Wanneer de kamertemperatuur te laag is, slaat het apparaat minder vaak aan. Dat kan tot gevolg hebben dat het in de diepvrieszone te warm wordt en dat de ingevroren producten beginnen te ont-dooien.
... d e ingevroren producten vastgevroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... de zoemer gaat en de toets voor het uitschakelen van de zoemer en het "Vriezen" - symbool gaan knippen?
De temperatuur in de diepvrieszone is te hoog, doordat
- de deur van deze zone vaak open en dicht is gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen in deze zone zijn gelegd;
- de ventilatieroosters afgedekt zijn.
Zodra de storing is verholpen, houdt de zoemer op en gaan de lichtjes uit.
...indetemperatuuraanduidir "nA" verschijnt?
Er heeft zich in de afgelopen dagen of uren een stroomstoring voorgedaan waardoor de temperatuur in het apparaat te sterk is gestegen.
■ Tip de toets voor het uitschakelen van de zoemer aan totdat "nA" verdwijnt.
In de temperatuuraanduiding verschijnt de hoogste temperatuur die tijdens de stroomstoring in de diepvrieszone heeft geheerst.
Deze wordt ca. 1 minuut aangegeven. Daarna verschijnt in de temperatuur-aanduiding weer de temperatuur die op dat moment in de diepvrieszone heerst.
■ Controleer of de levensmiddelen door de hoge temperatuur gedeelte- lijk of zelfs geheel zijn ontdooid.
Is dat het geval,
■ kook of bak ze dan eerst voordat u ze weer invriest.
... i n d e temperatuuraanduiding "_F" verschijnt?
Er is sprake van een storing.
■ Neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
... i n d e temperatuuraanduiding "dn" verschijnt?
De demomodus is geactiveerd.
■ Neem contact op met de afdeling Klantcontacten.
... er ind et em per at u ur a and u i dden binnenverlichting in de koelzo-streepjes branden? ne het niet meer doet?
■ Controleer de temperatuuraanduiding ca. 6 uur na het inschakelen van het apparaat.
Een temperatuur verschijnt alleen dan, wanneer deze in het bereik ligt dat kan worden weergegeven.
... het teken voor het vervangen van de actief koolstoffilters rood oplicht?
■ Vervang de actief koolstoffilters.
Bestel indien nodig nieuwe filters bij uw Miele-vakhandelaar.
... het apparaat niet kan worden uitgeschakeld?
De vergrendeling is ingeschakeld.
■ Controleer of de deur van de koelzone minstens 15 minuten open heeft gestaan.
De verlichting wordt automatisch uitgeschakeld, wanneer deze deur ca. 15 minuten open heeft gestaan.
Is dat niet het geval, dan is de binnen-verlichting defect.
■ Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.

■ Pak paneel ① aan de achterkant vast en klik het er uit.
■ Trek glasplaat ② er uit.
■ Draai gloeilamp ③ er uit.
■ Draai er een ander lampje in.
Aansluitgegevens van het gloeilampje: 220 - 240 V, max. 25 W, fitting E 14
■ Schuif de glasplaat ② er weer in.
■ Klik paneel ① er aan beide kanten in.
Haakje ④ moet over de glasplaat heenkomen.
... de bodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt.
■ Reinig het gootje en de afvoeropening voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
Open als het mogelijk is de deuren van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Zo houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.
Geluiden en de oorzaken ervan
| Vaak voorkomende geluiden | Waar komen deze geluiden vandaan? |
| Brrrrr... | Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wanneer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. |
| Blubb, blubb.... | Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. |
| Klik.... | Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. |
| Sssrrrrr.... | Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillende zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt veroorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het apparaat. |
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
| Geluiden die makkelijk te verhelpen zijn | Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen? |
| Klapperende en rammelende ge-luiden | Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder. |
| Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg. | |
| Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed. | |
| In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen. | |
| De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder. |
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
- de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
Telefoonnummer en adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de afdeling Klantcontacten altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Garantietermijn en garantievoorwaarden
De garantietermijn bedraagt 2 jaar.
Voor nadere bijzonderheden over de garantievoorwaarden kunt u bellen met de afdeling Klantcontacten.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-voorschriften geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het apparaat mag niet op omvormers worden aangesloten die bij autonome stroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt. Het is mogelijk dat wanneer het apparaat in dat geval wordt ingeschakeld, het door spanningspieken om veiligheidsredenen weer wordt uitgeschakeld. De elektronicac kan beschadigd raken.
Het apparaat mag ook niet met een energievoorkeurstekker worden gebruikt. Het is mogelijk dat er in dat geval te weinig energie naar het apparaat wordt toegevoerd en dat componenten in het apparaat te warm worden.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Zet geen apparaten op uw koelapparaat die warmte afgeven, zoals broodroosters of magnetrons.
Doet u dat wel, dan wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Plaats dit apparaat niet direct naast een ander koelapparaat ("side-by-side").
Doet u dat wel, kan er condenswater ontstaan, daar dit apparaat geen zij-wandverwarming heeft.
Vraag uw vakhandelaar om advies.
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct doorheen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +16 °C tot +38 °C |
| T | +16 °C tot +43 °C |
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat het apparaat voor langere tijd afslaat.
Dat heeft weer tot gevolg dat de temperaturen in het apparaat te hoog zijn.
Luchttoevoer en luchtafvoer
Het apparaat kan direct met de achterwand tegen de muur worden geplaatst.
De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt echter warm.
Om een goede luchtafvoer en luchttoevoer te waarborgen moet u ervoor zorgen dat de ventilatieroosters niet afgedekt zijn en dat ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Tips voor het plaatsen van het apparaat
Het plaatsen van het apparaat
■ Haal eerst de kabelhouder van de achterkant van het apparaat af.
■ Controleer of alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen.
Buig eventueel in de weg zittende delen voorzichtig weg.
■ Schuif het apparaat voorzichtig op de daarvoor bestemde plaats.
■ Zet het apparaat direct met de achterwand tegen de muur.
Het stellen van het apparaat

■ Stel het apparaat via de stelvoeten met de bijgevoegde steeksleutel stevig en waterpas.

■ Draai indien nodig stelvoet ① uit de lagersteun om de onderste deur meer steun te geven.
Afmetingen van het apparaat

| A | B | C | |
| KFN 14923 SD | 2010 mm | 600 mm | 630 mm |
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het apparaat wordt geleverd met rechtsscharnierende deuren. Moeten de deuren linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting.
Voor het veranderen van de draai-richting van de deuren hebt u nodig::
- een kruiskopschroevendraaier,
- een sleufschroevendraaier,
- Torx-schroevendraaiers in verschillende maten
- en een steeksleutel.
Het is beslist noodzakelijk dat u iemand vraagt om u daarbij te helpen.
Het verwijderen van de deurgreep

■ Trek aan de deurgreep ①.
Het zijgedeelte van de deurgreep ② schuift daarbij naar achteren.
■ Trek het zijgedeelte van de deurgreep ② krachtig naar achteren uit de geleiding.
■ Draai nu de vier schroeven (Torx 15) in de bevestigingsplaat los en en haal de deurgreep eraf.
■ Maak de afdekplaatjes aan de tegen-overgestelde kant los en plaats ze op de vrijgekomen gaatjes.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Haal eerst de levensmiddelen uit de deurvakken.
Het verwijderen van de bovenste deursluitingsdemper
■ Open de bovenste deur.

■ Plaats een sleufschroevendraaier van boven in de uitsparingen van paneel ① en haal het langzaam en voorzichtig van de demper af.
Let er daarbij op dat u de deurdich- ting niet beschadigt.
Doet u dat wel, is het mogelijk dat de deur niet goed meer sluit en de levensmiddelen niet voldoende worden gekoeld.

■ Schuif paneel ① in de richting van het apparaat en laat het daar eerst tussen deur en rest van het apparaat hangen.
■ Klik beveiliging ②, die bij het apparaat wordt geleverd, op demper ③.
Zo kan het scharnier niet samenklappen.
Verwijder de beveiliging pas als we daarom vragen.
■ Maak afdekplaatje ④ voorzichtig van boven en onder met een sleufschroe-vendraaier los.

■ Schroef bout ⑤ met een sleufschroe-vendraaier naar boven en haal hem er uit.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
■ Haal afdekplaatje ④ er af.
Demper en apparaat zijn nu los van elkaar.
■ Haal paneel ① er af.

■ Schuif demperbeugel ⑥ zo ver mogelijk naar de kant waar de greep zit en maak de schroeven ⑦ aan de demper los.
■ Schuif de demper met behulp van een sleufschroevendraaier zo ver mogelijk naar de kant waar de greep zit en til hem er uit.
■ Leg de demper even aan de kant.
Het verwijderen van de bovenste deur

■ Plaats een sleufschroevendraaier van onder in de uitsparing van afdekplaatje ⑧ en maak het plaatje voorzichtig los.
■ Haal afdekplaatje ⑧ er samen met greepgedeelte ⑨ af.
■ Schuif greepgedeelte ⑨ een stukje naar links en haal het van afdekplaatje ⑧ af.
■ Draai het greepgedeelte ⑨ 180°.
■ Plaats afdekplaatje ⑧ van voren op greepgedeelte ⑨ en schuif het naar rechts.
Het schrift moet leesbaar zijn.
■ Schroef lagersteun ⑩ er af, draai het 180° en zet het aan de tegenovergestelde kant weer aan.
Boor de schroefpunten eventueel voor.
■ Schuif het bovenste afdekplaatje ⑪ naar voren en haal het er af.
■ Haal afdekplaatje ⑫ er af.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Voorzichtig! Zodra de lagersteun wordt verwijderd waar hieronder over gesproken wordt, zit de bovenste deur niet meer vast.
■ Sluit de bovenste deur.
■ Maak de schroeven ⑬ aan de bovenste lagersteun ⑭ los en trek de steun er af.
- Til de bovenste deur voorzichtig op, licht hem er uit en zet hem aan de kant.
■ Let er daarbij op dat de lagerbout in het midden van het apparaat in de lagersteun blijft zitten.
Gebeurt dat niet, staat de onderste deur niet vast.
■ Klik afdekplaatje ⑧ er samen met het greepgedeelte ⑨ er aan de tegenovergestelde kant weer op.
■ Zet afdekplaatje ⑫ er aan de tegenovergestelde kant weer op.
Het verwijderen van de onderste deursluitingsdemper
■ Open de onderste deur.

■ Plaats een sleufschroevendraaier van boven in de uitsparingen van paneel ① en haal het langzaam en voorzichtig van de demper af.
Let er daarbij op dat u de deurdichting niet beschadigt. Doet u dat wel, is het mogelijk dat de deur niet goed meer sluit en de levensmiddelen niet voldoende worden gekoeld.

■ Schuif paneel ① in de richting van het apparaat en laat het daar eerst tussen deur en rest van het apparaat hangen.
■ Klik beveiliging ②, die bij het apparaat wordt geleverd, op demper ③.
Zo kan het scharnier niet samenklappen.
Verwijder de beveiliging pas als we daarom vragen.
■ Maak afdekplaatje ④ voorzichtig met een sleufschroevendraaier los.
■ Kiep het apparaat indien nodig met hulp van een ander persoon iets naar achteren.
Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Druk bout ⑤ met een sleufschroevendraaier naar boven en haal hem er uit.
Demper en apparaat zijn nu los van el-kaar.
■ Haal paneel ① er af.

■ Schuif demperbeugel ⑥ zo ver mogelijk naar de kant waar de greep zit en maak de schroeven ⑦ aan de demper los.
■ Schuif de demper met behulp van een sleufschroevendraaier zo ver mogelijk naar de kant waar de greep zit en til hem er uit.
■ Leg de demper even aan de kant.
Het verwijderen van de onderste deur
■ Sluit de onderste deur.

■ Trek lagerbout ⑨ in het midden van het apparaat uit de lagersteun.
- Til de onderste deur voorzichtig op, licht hem er uit en zet hem aan de kant.
■ Trek afdekplaatje ⑩ er af.
■ Schroef lagersteun ⑪ er af, draai hem 180° en schroef hem er aan de tegenovergestelde kant weer op.
■ Draai kunststof kapje ⑧ 180° en plaats het weer op lagersteun ⑪ in het midden van het apparaat.
■ Zet afdekplaatje ⑩ er aan de andere kant weer op.
Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Haal stopje ⑫ uit het scharnierblok in de deur en zet het er aan de tegenovergestelde kant weer op.
Het terugplaatsen van de onderste deur

■ Draai de stelvoet aan lagersteun ③ er helemaal in.
■ Kiep het apparaat met de hulp van een ander persoon voorzichtig naar achteren en trek lagerbout ③ er uit.
■ Let daarbij op scharnierbout ④.
■ Draai de schroeven ⑤ los en haal la- gersteun ⑥ er af.
■ Haal afdekplaatje ⑦ er af en zet het er aan de tegenovergestelde kant weer op.
■ Maak lagersteun ⑥ met de beide buitenste schroeven aan de andere kant weer vast.
Gebruik de middelste schroef niet. Alleen zo kan de deur later via de buitenste sleufgaten worden gesteld.
■ Schroef gedeelte ⑧ uit lagersteun ⑥, draai het 180° en schroef het er in het tegenoverliggende gat van de lagersteun weer in.
■ Zet afdekplaatje ② er aan de tegenovergestelde kant weer op.
■ Kiep het apparaat met de hulp van een ander persoon voorzichtig naar achteren en steek lagerbout ③ van onder in lagersteun ⑥.
De inkeping onder in de lagersteun moet naar voren wijzen.
■ Plaats scharnierbout ④ op lagerbout ③.
■ Zet afdekplaatje ① er op.
■ Zet de onderste deur van boven op lagerbout ③.
■ Sluit de onderste deur.
Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Steek lagerbout ⑨ door lagersteun ⑪, die in het midden van het apparaat zit, in de onderste deur.
Het terugplaatsen van de onderste deursluitingsdemper

■ Haal afdekplaatje ① uit paneel ②, draai het 180° en zet het er aan de andere kant weer in.

■ Zet de demper in de deur; de rechter kant eerst.

■ Schuif de demper met hulp van een sleufschroevendraaier zo ver in de richting van het apparaat, totdat hij vastklikt.
De schroefgaten links en rechts moeten precies passen.
■ Maak de demper met de schroeven ③ eerst aan de kant van het apparaat, dan aan de kant van de handgreep vast, waarbij u de demper nog eens flink in de richting van het apparaat schuift.
Het veranderen van de draairichting van de deuren

■ Hang paneel ② op demperbeugel ④.
■ Trek demperbeugel ④ naar de lagersteun en steek bout ⑤ er van boven in, zodat het vierkantje in het dieper gelegen gedeelte zit.
■ Klik het afdekplaatje ⑥ er op.
Let erop dat afdekplaatje ⑥ goed zit, zodat de deur probleemloos sluit en de bout goed vast zit.
■ Haal beveiliging ⑦ er af.

■ Plaats paneel ② van boven op de demper. Klik het paneel er eerst aan de onderkant en daarna aan de bovenkant op.
■ Sluit de onderste deur.
Het terugplaatsen van de bovenste deur
■ Plaats de bovenste deur op lagerbout ⑨ in het midden van het apparaat.
■ Sluit de bovenste deur.

■ Maak lagersteun ⑭ met de schroeven ⑬ aan de andere kant weer vast. Boor de schroefgaten eventueel voor of gebruik een accuschroevendraai-er.
■ Zet het afdekplaatje ⑪ er aan de te-genovergestelde kant weer op.
■ Stel de deur met behulp van de sleufgaten in de onderste lagersteun. Trek de schroeven stevig aan.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het terugplaatsen van de bovenste deursluitingsdemper

■ Haal afdekplaatje ① uit paneel ②, draai het 180° en zet het er aan de andere kant weer in.

■ Zet de demper in de deur; de rechter kant eerst.

■ Schuif de demper met hulp van een sleufschroevendraaier zo ver in de richting van het apparaat, totdat hij vastklikt.
De schroefgaten links en rechts moeten precies passen.
■ Maak de demper met de schroeven ③ eerst aan de kant van het apparaat, dan aan de kant van de handgreep vast, waarbij u de demper nog eens flink in de richting van het apparaat schuift.

■ Schuif afdekplaatje ⑤ er vanaf de zijkant zo op dat de openingen waar de bout ⑥ doorheen moet, boven elkaar liggen.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
■ Trek demperbeugel ④ naar de lagersteun en steek bout ⑤ er van boven in, zodat het vierkantje in het dieper gelegen gedeelte zit.
■ Klik het afdekplaatje ⑥ er op.
Let erop dat afdekplaatje ⑥ goed zit, zodat de deur probleemloos sluit en de bout goed vast zit.
■ Haal beveiliging ⑦ er af.

■ Plaats paneel ② van boven op de demper.
Klik het paneel er eerst aan de on-
derkant en daarna aan de bovenkant
op.
■ Sluit de bovenste deur.
Het veranderen van de draairichting van de deuren
Het terugplaatsen van de deurgrepen
Neem beslist de volgende instructies voor het terugplaatsen van de deurgrepen in acht. Wanneer de deurgrepen verkeerd worden gemonteerd, wordt de deurdichting beschadigd.

■ Maak de deurgreep met de beide voorste schroeven ② eerst losjes aan de andere kant vast.
De bevestigingsplaat ③ moet zo tegen het deurpaneel aanzitten, dat de plaat, wanneer de deur gesloten is, evenwijdig is aan de buitenwand van het apparaat.
Is dat niet het geval, doe dan het volgende.
■ Draai de beide voorgemonteerde hefstangetjes ① er dan met de bijgevoegde inbussleutel in totdat de bevestigingsplaat ③ de juiste hoek heeft.
■ Draai alle vier de schroeven ② stevig aan.
■ Schuif het zijgedeelte van de deur-greep ④ vanaf de kant van het appa-
raat in de geleiding van de bevestigingsplaat totdat het hoorbaar vastklikt.
Let er beslist op dat het zijgedeelte van de deurgreep ④ niet tegen de deurdichting aankomt, wanneer de deur opengaat.
Gebeurt dat wel, dan raakt de deur- dichting op den duur beschadigd.
Als dat het geval is, doe dan het volgende.
Stel de bevestigingsplaat ③ nogmaals via de hefstangetjes ①, totdat de bevestigingsplaat en het zijgedeelte van de deurgreep ④ de juiste hoek hebben en het zijgedeelte van de deurgreep niet tegen de deurdichting aankomt wanneer de deur opengaat.
De deuren van het apparaat kunnen achteraf worden gesteld.
In de volgende afbeeldingen zijn de deuren niet gesloten. Zo kunnen wij beter laten zien hoe u te werk moet gaan.
De onderste deur kan via de buitenste sleufgaten in de onderste lagersteun worden gesteld.

■ Verwijder de middelste schroef ① in de lagersteun.
■ Draai de beide buitenste schroeven
② er een eindje uit.
■ Stel de deur door de lagersteun naar links of rechts te verschuiven.
■ Trek daarna de schroeven ② stevig aan.
Schroef ① hoeft niet opnieuw te worden aangetrokken.
De onderste deur kan via de buitenste sleufgaten in de onderste lagersteun worden gesteld.

■ Draai de beide schroeven ③ er een beetje uit.
■ Stel de deur door de lagersteun naar links of rechts te verschuiven.
■ Trek daarna de schroeven ③ stevig aan.
Het inbouwen van het apparaat

① Extra kast
② Apparaat
③ Meubelwand
④ Muur
Het apparaat kan in ieder keukenblok worden ingebouwd.
Wilt u de hoogte van het apparaat aanpassen aan de hoogte van het keukenblok, dan kunt u boven het apparaat een extra kast ① aanbrengen.
Voor de ventilatie moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal worden geplaatst dat minstens 50 mm diep is en net zo breed is als de extra kast boven het apparaat.
De tussenruimte tussen het apparaat of de extra kast en het plafond moet minstens 300 cm² bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.
De ventilatieroosters mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd. Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Wanneer het apparaat in een keukenkast uit het assortiment wordt ingebouwd (diepte max. 580 mm), kan het direct naast een andere keukenkast worden geplaatst.
De deur van het apparaat steekt dan aan de zijkant 34 mm en in het midden van het apparaat 50 mm naar voren ten opzichte van het front van de keuken-kast.
Daardoor kan de deur van het apparaat probleemloos open en dicht.
Wanneer het apparaat naast een muur ④ wordt geplaatst is aan de kant waar de scharnieren zitten tussen muur ④ en apparaat ② een afstand van ca. 55 mm noodzakelijk.
Daardoor kan de deur van het apparaat probleemloos open zonder dat de deurgreep in de weg zit.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN