CA-MXK5 - Hi-Fi JVC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CA-MXK5 JVC in PDF-formaat.
| Type product | Hi-Fi systeem |
| Merk | JVC |
| Model | CA-MXK5 |
| Afmetingen (bxhxd) | Ongeveer 200 x 300 x 300 mm |
| Gewicht | Ongeveer 5 kg |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz |
| Vermogen | 30 W RMS (2 x 15 W) |
| CD-speler | Ja, afspeelbaar voor CD, CD-R, CD-RW |
| Cassettedeck | Ja, stereo |
| Radio | FM/AM met 30 voorkeuzes |
| Luidsprekers | 2-weg, basreflex |
| Geluidsregeling | Equalizer met presets (rock, pop, klassiek, etc.) |
| Timer | Slaaptimer en wektimer |
| Afstandsbediening | Inbegrepen |
| Display | Vloeibaar kristal (LCD) |
| Hoofdtelefoonaansluiting | Ja, 3,5 mm |
| Audio-ingangen | Aux-ingang (3,5 mm) |
| Onderhoud | Reinigen met zachte, droge doek; geen chemische reinigingsmiddelen |
| Veiligheid | Uitschakelen bij stroomuitval; overspanningsbeveiliging |
| Reparabiliteit | Reservedelen beschikbaar via JVC servicecentra |
| Gebruiksaanwijzing | PDF-handleiding beschikbaar op notice-facile.com |
Veelgestelde vragen - CA-MXK5 JVC
Gebruikersvragen over CA-MXK5 JVC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hi-Fi in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CA-MXK5 - JVC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CA-MXK5 van het merk JVC.
GEBRUIKSAANWIJZING CA-MXK5 JVC
Waarschuwing — Ⓤwets!
Verwijder de stekker uit het stopcontact om de stroomtoevoer helemaal uit te schakelen (het lampje STANDBY/ON gaat uit).
Met de toets (3) het niet mogelijk om de stroomtoevoer naar de eenheid helemaal uit te schakelen. U moet hiertoe de stekker uit het stopcontact verwijderen.
- Als de eenheid standby staat, is het lampje STANDBY/ON rood van kleur.
- Als de eenheid is ingeschakeld, is het lampje STANDBY/ON groen van kleur.
De stroomtoevoer kan met behulp van de afstandsbediening worden geregeld.
ACHTUNG
Ter vermindering van gevaar voor brand, elektrische schokken, enz.:
-
Verwijder geen schroeven, panelen of de behuizing.
-
Stel het toestel niet bloot aan regen of vocht.
ACHTUNG
- Zorg dat u de ventilatieopeningen en -gaten niet afsluit.
(Als de ventilatieopeningen en -gaten worden afgesloten door bijvoorbeeld papier of een doek, kan er hitte in het apparaat worden opgebouwd.) - Zet geen bronnen met open vuur, zoals brandende kaarsen, op het apparaat.
- Wees milieubewust en gooi lege batterijen niet bij het huishoudelijk afval. Lege batterijen dient u in te leveren met het KCA of bij een innamepunt voor batterijen.
- Gebruik dit apparaat niet in een badkamer of in andere natte ruimten.
Zet ook geen voorwerpen op het apparaat die zijn gevuld met water of andere vloeistoffen (zoals cosmetica, medicijnen, bloemenvazen, bloempotten, kopjes enz.).
Voorzichtig: Goede ventilatie vereist
Om brand, elektrische schokken en beschadiging te voorkomen, moet u het toestel als volgt opstellen:
1 Voorkant:
Geen belemmeringen en voldoende ruimte.
2 Zijkanten/boven-/onderkant:
Geen belemmeringen plaatsen in de hieronder aangegeven zones.
3 Onderkant:
Op vlakke ondergrond plaatsen. Voldoende ventilatieruimte voorzien door het toestel op een onderstel met een hoogte van 10 cm of meer te plaatsen.
We danken u voor de aanschaf van een van onze JVC-producten. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig en in zijn geheel door alvorens u deze eenheid gaat gebruiken. Alleen zo kunt u het beste uit uw apparatuur halen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zodat u deze in de toekomst kunt raadplegen.
Over deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is als volgt opgebouwd:
- In deze gebruiksaanwijzing wordt met name gesproken over de bediening van de eenheid met behulp van de toetsen en knoppen aan de voorzijde van de eenheid zelf. Het is echter in veel gevallen ook mogelijk de eenheid te bedienen met de toetsen van de afstandsbediening. Deze toetsen hebben in dat geval dezelfde namen of zijn met dezelfde tekens gemarkeerd als die op de eenheid.
Wanneer de bediening met de afstandsbediening afwijkt van de bediening op het paneel aan de voorzijde van de eenheid, wordt dit expliciet vermeld.
- De basisbediening en de bediening die voor veel functies hetzelfde is, worden op één plek in deze handleiding besproken en niet steeds opnieuw herhaald. We zullen u dus niet steeds vertellen hoe u de eenheid moet in- en uitschakelen, hoe u het volume regelt en hoe u bijvoorbeeld geluidseffecten kunt veranderen. Dit wordt allemaal uitgelegd in het hoofdstuk "Basisbediening" op pagina 9 en 10.
- In deze gebruiksaanwijzing komt u de volgende symbolen tegen:

Dit symbool staat voor een waarschuwing, bijvoorbeeld om een elektrische schok, brand of schade aan de eenheid te voorkomen. U ziet dit symbool ook staan bij alinea's waar u informatie kunt lezen over hoe u de best mogelijke prestaties met deze eenheid kunt bereiken.

Dit symbool staat voor tips en algemene informatie die de moeite waard zijn om te weten.
Voorzorgsmaatregelen
Installatie
- Plaats de ontvanger op een horizontaal oppervlak dat niet vochtig mag zijn of nat kan worden. De omgevingstemperatuur mag niet lager zijn dan — 5°C en niet hoger worden dan 35°C.
- Plaats de eenheid op een locatie waar voldoende ventilatie kan plaatsvinden zodat zich geen hitte in de eenheid kan opbouwen.
- Zorg voor voldoende ruimte tussen de eenheid en een eventuele TV.
- Plaats de luidsprekers uit de buurt van de TV om te voorkomen dat deze de ontvangst van televisiesignalen negatief beïnvloeden.

Plaats de eenheid NIET in de buurt van een warmtebron of op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht, veel stof of trillingen.
Netspanningskabel
- Trek de netspanningskabel bij de stekker uit het stopcontact. Trek nooit aan het snoer zelf.

Raak de netspanningskabel niet met natte handen aan!
Condensatie van vocht
Onder de volgende omstandigheden kan er in de eenheid vocht op de lens neerslaan:
- Nadat de verwarming in de kamer is ingeschakeld
• In een vochtige kamer - Wanneer de eenheid wordt verplaatst van een koude naar een warme omgeving
In de bovenstaande omstandigheden kan het voorkomen dat de eenheid niet wil functioneren. Laat de eenheid in dergelijke gevallen enkele uren aanstaan. Als het vocht is verdampt, moet u de stekker uit het stopcontact verwijderen en deze er daarna weer insteken.
Overige opmerkingen
- Mocht er een metalen voorwerp in de eenheid zijn gevallen of gestoken, haal dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact en waarschuw de dealer voordat u andere stappen onderneemt.
- Als u de eenheid voor een langere periode niet gaat gebruiken, is het raadzaam de stekker uit het stopcontact te verwijderen.

Schroef de eenheid NOOIT openen. In de eenheid bevinden zich geen onderdelen die door de gebruiker hoeven te worden onderhouden.
Mocht er iets misgaan, haal dan de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dealer.
Plaats van de toetsen en knoppen.... 3
De voorzijde van de eenheid 3
Afstandsbediening....5
Aan de slag 6
Uitpakken 6
Batterijen in de afstandsbediening plaatsen ...... 6
Antennes aansluiten 6
Luidsprekers aansluiten.... 7
Andere apparatuur aansluiten....8
De demonstratie op de display annuleren 8
Basisbediening....9
De stroom in- en uitschakelen 9
Stroombesparing tijdens standby met de ecologische modus (ECO-modus)....9
De klok instellen 9
Afspeelbronnen selecteren 9
Volume regelen.... 10
Basgeluid versterken 10
Geluidsmodi selecteren 10
Luisteren naar FM-, MW- en LW-uitzendingen.... 11
Afstemmen op een station 11
Voorkeurzenders instellen 11
Afstemmen op een voorkeurzender.... 11
FM-stations met RDS ontvangen 12
De RDS-informatie wijzigen.... 12
Zoeken naar programma's met behulp van PTY-codes (de functie PTY Search).... 12
Tijdelijk naar verkeersinformatie overschakelen ..... 13
CD's afspelen.... 14
CD's plaatsen 14
Alle CD's helemaal afspelen (de functie Continuous Play).... 14
Basisbediening van de CD-speler 15
De afspeelvolgorde van tracks programmeren (de functie Program Play) 15
Tracks in willekeurige volgorde afspelen (de functie Random Play) 16
Tracks of CD's herhaaldelijk afspelen (de functie Repeat Play).... 16
De CD-speler vergrendelen (de functie Tray Lock).... 16
Cassettes afspelen 17
Een cassette afspelen.... 17
Opnames maken 18
Opnames maken op een cassette in deck B...... 18
Hele cassette kopieren (dubbing) 19
Synchrone opnames maken (CD Synchro Recording) 19
Werken met de timers 20
De Daily Timer instellen 20
De Recording Timer instellen 21
De Sleep Timer instellen 22
Prioriteiten van de timers 22
Onderhoud 23
Problemen oplossen 24
Aanvullende informatie 25
Specificaties 26
Plaats van de toetsen en knoppen
Dit zijn de toetsen en knoppen die u op de eenheid aantreft.
De voorzijde van de eenheid


Weergavevenster van de display

flowchart
graph TD
A["7 Input"] --> B["8 Display"]
B --> C["9 Signal"]
C --> D["10 Output"]
subgraph Inputs
E["DAILY REC SLEEP"] --> F["A B REC"]
F --> G["BASS"]
G --> H["ALL REPEAT 1 DISC"]
H --> I["PRGN RANDOM"]
I --> J["MONO ST"]
J --> K["(BOUND MODE)"]
K --> L["14 RPOSEN TA"]
L --> M["15"]
M --> N["16"]
end
subgraph Outputs
O["10 Output"] --> P["11"]
end
De getallen tussen haakjes verwijzen naar de pagina's in deze handleiding waar u meer informatie over de desbetreffende knop of toets aantreft.
De voorzijde van de eenheid
1 Carrousel
2 De toets STANDBY/ON en het lampje STANDBY (9)
3 De toets ECO (9)
4 De toets ■ (stop) (14 - 19)
5 De toets SET (9, 11, 15, 20 - 22)
6 De toets CANCEL (9, 16, 21, 22) De toets DEMO (8)
7Weergavevenster van de display
8 De toets TAPE ▶ en bijbehorend lampje (9, 17, 19) Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
9 De toets CD ▶/Ⅱ (play/pause) en bijbehorend lampje (9, 14 – 16) Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
10 De toets FM/AM en bijbehorend lampje (9, 11) Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
11De toets DISPLAY (9)
12 De toets AUX en bijbehorend lampje (9) Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
13 De uitgang PHONES (10)
14De toets CLOCK/TIMER (9, 20 - 22)
15 De RDS-bedieningstoetsen (12) • DISPLAY MODE, PTY/EON en SELECT + / -
16 De toets REPEAT (16) De toets PROGRAM (15) De toets RANDOM (16)
17 Deck A (cassettecompartiment) (17, 19) • Als u op de toets ▲ EJECT drukt, wordt het compartiment geopend.
18 De toets ▲ (carrousel openen/sluiten) (14 – 16) Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
19De CD-nummertoetsen en bijbehorende lampjes (CD1, CD2 en CD3) (14, 15, 19) Als u op een van deze toets en drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
20De toets DISC CHANGE (14, 15)
21 De sensor voor de afstandsbediening
22De knop SOUND MODE (10)
23 De PRESET + / - toetsen (11) De |◀◀ / ▶▶| toetsen (achteruit/vooruit zoeken) (9, 15, 20 - 22)
24 De knop ACTIVE BASS EX. LEVEL (10)
25 De knop VOLUME (10)
26 De TUNING + / - toetsen (11) ◀◀ / ▶▶ toetsen (snel terugspoelen/snel vooruit spoelen) (15, 17)
27 De toets TAPE A (17) De toets TAPE B (17)
28 De toets REC START/STOP (18) De toets CD REC START (19) De toets DUBBING (19)
29 Deck B (Cassettecompartiment) (17 - 19) • Als u op de toets EJECT ▲ drukt, wordt het compartiment geopend.
Weergavevenster van de display
1 De indicators voor de timers • De indicators DAILY (dagelijks), REC (opnemen) SLEEP (slapstand) en ⏻ (timer)
②De indicators voor de werking van het cassettedeck • De indicators A/B (actieve cassettedeck), REC (opnemen) en ◀▶ (richting van de cassette)
3 De indicators voor de afspeelmodus van de CD-speler - De indicators REPEAT (1, 1 DISC, ALL DISC), PRGM (programma) en RANDOM (willeleurige volgorde)
4 De indicators voor de tuner • De indicators MONO en ST (stereo)
5 De indicator SOUND MODE
6CD-indicators
7 Indicators voor volumeniveau, niveau van het basgeluid, en geluidsmoduspatroon
8 De indicator BASS en de bijbehorende niveau
9 Hoofdgedeelte van het display • Geeft o.a. de naam van de afspeelbron en frequentie aan.
10 De indicators voor de RDS-bedienings • De indicators RDS, EON en TA
11 De indicators voor de CD-track
Afstandsbediening


Richt de afstandsbediening bij gebruik altijd op de sensor die zich aan de voorzijde van de eenheid bevindt.
Afstandsbediening
1 De toets S∅ANDBY/ON (9)
2 De toets SLEEP (22)
3 De toets AUX (9)
Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
4 De cijfertoetsen (11, 15)
5 De toets TAPE ▶ (9, 17)
Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
6 De toets FM/AM (9, 11)
Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
7 De toets CD ▶/■ (9, 14–16)
Als u op deze toets drukt, wordt de eenheid tevens ingeschakeld.
8 De toets ◀◀◀ (snel terugspoelen/achteruit zoeken)
(11, 15, 17)
9De tocts VOLUME-(10)
10De toets ACTIVE BASS EX. LEVEL (10)
11De toets SOUND MODE (10)
12De toets FM MODE (11)
13De toets RDS bedieningstoetsen (12)
• DISPLAY MODE, PTY/EON en SELECT + / -
14De toets TAPE A/B (17)
15De toets FADE MUTING (10)
16De toets DISC SKIP (14)
17De toetsVOLUME + (10)
18 De toets ▶▶▶ (snel vooruit spoelen/vooruit zoeken)
(11, 15, 17)
19De toets ■ (stop) (14 - 19)
Uitpakken
Controleer nadat u uw aankoop hebt uitgepakt eerst of alle benodigde accessoires aanwezig zijn.
Het getal tussen haakjes geeft aan om hoeveel toebehoren het moet gaan:
- AM (MW/LW) -raamantenne voor middengolf en lange golf (1)
• FM-antenne (1)
• Afstandsbediening (1)
- Batterijen (2)
Mochten er onderdelen ontbreken, neemt u dan contact op met uw leverancier.
Batterijen in de afstandsbediening plaatsen
Zorg er bij het plaatsen van de batterijen (UM-4/AAA/IEC R03) in de afstandsbediening voor dat de polen van de batterijen (+ en -) overeenkomen met de markeringen voor de polen op het batterijenvakje.
Als u de eenheid niet meer met behulp van de afstandsbediening kunt bedienen, moet u beide batterijen tegelijkertijd vervangen door nieuwe.

- Gebruik GEEN oude batterij in combinatie met een nieuwe.
- Gebruik GEEN verschillende soorten batterijen door elkaar.
- Stel batterijen NIET bloot aan hitte of open vuur.
- Laat GEEN batterijen in het batterijenvakje achter als u van plan bent de afstandsbediening een lange tijd niet te gebruiken.
U loopt anders het risico dat de batterijen gaan lekken en dat het batterijenvakje beschadigd wordt.
Antennes aansluiten
FM-antenne
![ANTENNA FM [75 Ω] AM FM-antenne (meegeleverd)](/content/2026/06/1156720/images/8164955e391d100c5dd8f9af0e5e1acf0edcbc4af84f61b33c95d320c16e0260.jpg)
1 Sluit de FM-antenne aan op de coaxiale uitgang met de markering FM [75 Ω].
2 Strek de draadantenne uit.
3 Hang de antenne op in een positie die de beste ontvangst geeft.

Over de meegeleverde FM-antenne
De FM-antenne die bij deze eenheid wordt meegeleverd, kan als tijdelijke antenne dienst doen. Als de ontvangst te wensen overlaat, raden we u het gebruik van een FM-buitenantenne aan.
Een FM-buitenantenne aansluiten
Koppel alvorens de FM-buitenantenne aan te sluiten eerst de draadantenne af.

FM-buitenantenne (niet meegeleverd)

Gebruik een antenne met een impedantie van 75 Ω en een coax-stekker (DIN 45325).
AM-antenne

1 Druk de klemmen van de uitgangen met de marking AM naar beneden. U vindt deze uitgangen aan de achterzijde van deze eenheid.
2 Sluit de AM (MW/LW) -raamantenne volgens de afbeelding aan op de uitgangen met de markering AM.
3 Laat de klemsluiting los.
4 Draai de AM (MW/LW) -raamantenne tot de best mogelijke ontvangst is verkregen.
Een AM (MW/LW) -buitenantenne aansluiten
Indien de ontvangst te wensen overlaat, is het raadzaam om een enkele draad met een beschermlaag van vinyl op de uitgang AM aan te sluiten en deze horizontaal op te hangen. (De AM (MW/LW) -raamantenne moet aangesloten blijven.)

Voor een betere ontvangst van FM-, MW- en LW-zenders
- Controleer of de antennedraden niet per ongeluk in contact staan met andere aansluitpunten, draden of uitgangen.
- Houd de antennekabel uit de buurt van metalen voorwerpen, netspanningskabels en elektrische apparatuur.
Luidsprekers aansluiten

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["Rood SPEAKER [6-16Ω"]]
C --> D["Luidspreker-kabel (rood/zwart)"]
D --> E["Zwart"]
E --> F["Luidspreker-kabel (rood/zwart)"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#cfc,stroke:#333
style E fill:#fcc,stroke:#333
style F fill:#cff,stroke:#333
1 Druk de klemmen van de uitgangen voor de luidsprekerkabels naar beneden. U vindt deze uitgangen aan de achterzijde van deze eenheid.
2 Plaats het uiteinde van de luidsprekerkabel in de uitgang.
Let op de polariteit van de uitgangen; Rood (+) op rood (+) en zwart (-) op zwart (-).
3 Laat de klemsluiting los.
BELANGRIJK: Gebruik alleen luidsprekers met dezelfde impedantie als de impedantie die op de achterkant van de eenheid bij de klemsluitingen voor de luidsprekers staat aangegeven.
Andere apparatuur aansluiten
Op deze eenheid kan zowel analoge als digitale apparatuur worden aangesloten.

- Sluit GEEN apparatuur aan zolang de stroom van de eenheid niet is uitgeschakeld.
- Schakel GEEN apparatuur in zolang nog niet alle verbindingen tot stand zijn gebracht.
Een analoog apparaat aansluiten
Zorg ervoor dat de geluidskabels en stekkers aan de achterkant van de eenheid zijn voorzien van een kleurcode: witte stekkers en uitgangen zijn voor geluidssignalen links, rode stekkers en uitgangen zijn voor geluidssignalen rechts.

flowchart
graph TD
A["Neer geluidsuitgang"] --> B["AUX IN"]
A --> C["Audio- of video-apparatuur"]
B --> D["R"]
C --> E["L"]
Als u andere apparatuur via deze eenheid wilt afspelen, moet u de geluidskabels aansluiten op de geluidsuitgangen van het andere apparaat en de ingang met de aanduiding AUX IN op dit apparaat (de benodigde geluidskabels zijn niet meegeleverd).
Geluidsapparatuur met een optische digitale uitgang aansluiten
Het is mogelijk om het geluid van een CD op een aangesloten digitaal apparaat op te nemen.

flowchart
graph TD
A["Digital OUT [OPTICAL"]] --> B["Geometric Symbol"]
C["Beschermdop"] --> D["Computer Icon"]
E["Geluidsapparatuur met een optische digitale uitgang"] --> F["Goer"]
G["Naar optische digitale uitgang"] --> H["Goer"]
I["Verwijder de beschermdop uit de opening alvorens andere apparatuur aan te sluiten."] --> J["Computer Icon"]
Als u een digitaal apparaat op deze eenheid wilt aansluiten, moet u de optische digitale kabel (niet meegeleverd) aansluiten op de optisch digitale uitgang van het optisch digitale apparaat en de ingang met de aanduiding DIGITAL OUT [OPTICAL] op deze eenheid.
Als u alle aansluitingen tot stand hebt gebracht, kunt u eindelijk de stekker van de netspanningskabel van de eenheid in het stopcontact steken!
De demonstratie op de display annuleren
Zodra u de stekker in het stopcontact steekt, wordt de demonstratie op de display van de eenheid gestart.
ALLEEN op de eenheid:
Druk als u de demonstratie op de display wilt stoppen, op de toets DEMO.


Als u op een andere toets drukt
De demonstratie wordt tijdelijk onderbroken. De demonstratie gaat automatisch verder (als u gedurende 2 minuten niets bedient) tenzij u de demonstratie alsnog annuleert door op de toets DEMO te drukken.
De demonstratie handmatig starten
Druk nogmaals op de toets DEMO en houd deze gedurende minimaal 2 seconden ingedrukt.

De stroom in- en uitschakelen
Druk als u de stroom wilt inschakelen op de toets ⚙/| STANDBY/ON zodat het lampje STANDBY uitgaat.
WELCOME

Druk als u de eenheid wilt uitschakelen (in standby zetten) nogmaals op de toets Ⓞ/l STANDBY/ON zodat het lampje STANDBY aangaat.

GOOD II - BYE
Er wordt altijd enige stroom verbruikt, ook als de eenheid in standby staat.
Als u de stroomtoevoer helemaal wilt uitschakelen, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.

Als u de stekker uit het stopcontact verwijdert of er zich een stroomstoring voordoet
De klok wordt ingesteld op “--:---” en na enkele dagen zonder stroom worden de ingestelde voorkeurzender uit het geheugen gewist (zie pagina 11).
Stroombesparing tijdens standby met de ecologische modus (ECO-modus)
Er kan alleen stroom worden bespaard als u de eenheid uitschakelt of in standby zet.
Druk als u de ECO-modus wilt
gebruiken op de toets ECO terwijl de eenheid is uitgeschakeld (in standby zetten).

De verlichting (inclusief de demonstratie) verdwijnt van de display.
Druk als u de ECO-modus wilt uitschakelen nogmaals op de toets ECO.
De verlichting van de display gaat weer aan.

Over de ECO-modus
Als de ECO-modus is geactiveerd, wordt de demonstratie tijdelijk gcannulcerd.
De klok instellen
Alvorens verder te gaan met de bediening van de eenheid is het raadzaam eerst de ingebouwde klok in te stellen. De klok kan worden ingesteld zowel wanneer de eenheid aanstaat als wanneer deze in standby staat.
ALLEEN op de eenheid:
1 Druk op de toets CLOCK/TIMER.

CLOCK

0:00
De cijferpositie voor hele uren op de display begint te knipperen.
2 Druk op de toets ◀◀◀ of de toets ▶▶| om het uur te kiezen en druk nadat u uw keuze hebt gemaakt op de toets SET om uw keuze in te stellen.
:9:00
- Als u het uur wilt wijzigen nadat u op de toets SET hebt gedrukt, moet u op de toets CANCEL drukken om uw keuze te annuleren. De cijferpositie voor hele uren begint opnieuw te knipperen.

flowchart
graph TD
A["PRESET"] --> B["SET"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
3 Druk op de toets |◀◀ of de toets ▶▶| om de minuten aan te passen en druk op SET.
CLOCK OK

De tijd controleren die de klok aangeeft
Druk tijdens het afspelen van een bron op de toets DISPLAY.
- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt beurtelings de naam van de afspeelbron en de tijd weergegeven.
De klok opnieuw aanpassen
Als u de klok al eerder hebt aangepast, moet u net zo vaak op de toets CLOCK/TIMER drukken tot de vermelding "CLOCK" is geselecteerd.
- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere instelling voor de klok weergegeven, en wel in deze volgorde:


Als er zich een stroomstoring voordoet
De klok verliest zijn instelling en wordt ingesteld op “--:--”. U dient de klok opnieuw in te stellen.
Afspeelbronnen selecteren
Druk als u naar een FM-, MW(middengolf)- en LW(lange golf)-zender wilt luisteren op de toets FM/AM. (Zie pagina 11). Druk als u een CD wilt beluisteren op de toets CD ▶/II. (Zie pagina 14 – 16).
Druk als u een cassette wilt afspelen op de toets TAPE ▶. (Zie pagina 17).
Druk als u een extern apparaat als afspeelbron wilt selecteren op de toets AUX.

Als u op de afspeeltoets van een bron drukt (bijvoorbeeld het apparaat dat is aangesloten op de uitgang AUX, of op de toets FM/AM, CD ▶/Ⅱ en TAPE ▶), wordt de eenheid automatisch ingeschakeld (en de eenheid begint met het afspelen van de geselecteerde bron als deze daarop is voorbereid. Deze voorziening wordt COMPU PLAY CONTROL genoemd).
Volume regelen
Het volume is alleen aan te passen wanneer de eenheid is ingeschakeld.
Draai de knop VOLUME met de wijzers van de klok mee als u de geluidssterkte wilt vergroten, draai deze knop tegen de wijzers van de klok in als u de geluidssterkte wilt verkleinen.

- Het volumeniveau kan in 32 stappen worden aangepast (VOL MIN, VOL 1 — VOL 30 en VOL MAX).
VOL :5
Als u gebruik maakt van de afstandsbediening moet u op de toets VOLUME + drukken om de geluidssterkte te vergoten en op de toets VOLUME – om de geluidssterkte te verkleinen.

Persoonlijk luistergenot
Sluit voor persoonlijk luistergenot een hoofdtelefoon aan op de uitgang met de markering PHONES. Zodra u hierop een hoofdtelefoon aansluit, wordt er geen geluid meer via de luidsprekers ten gehore gebracht. Draai het volume eerst terug alvorens de hoofdtelefoon aan te sluiten of op uw hoofd te zetten.

Schakel de eenheid NIET uit (of in standby) bij een hoge geluidssterkte. De plotselinge geluidsexplosie die zich de volgende keer bij het inschakelen van de eenheid kan voordoen, kan de luidsprekers van de hoofdtelefoon en uw oren beschadigen.
ONTHOUD dat u de geluidssterkte niet kunt aanpassen wanneer de eenheid in standby staat.
De geluidssterkte tijdelijk laten afnemen
Druk op de afstandsbediening op de toets FADE MUTING.
De geluidssterkte neemt langzaam af tot het niveau "VOL MIN".
U herstelt het geluidsniveau weer, als u nogmaals op deze toets drukt.

Basgeluid versterken
Deze functie geldt alleen voor het afspelen van geluid en heeft geen invloed op opnames die u maakt.
Met de ACTIVE BASS EX. LEVEL-knop op deze eenheid kunt u de volle rijkdom van het basgeluid behouden wanneer u bij een laag volume naar een afspeelbron luistert.
Draai de ACTIVE BASS EX. LEVEL-knop met de wijzers van de klok mee om het basgeluid te versterken of tegen de wijzers van de klok in om het af te zwakken.
- Het niveau van het basgeluid kan in drie stappen worden gewijzigd (LOW, MID, HIGH).

De indicator BASS gaat aan als de actieve basuitbreiding wordt ingeschakeld.

Druk als u de afstandsbediening gebruikt op de toets ACTIVE BASS EX. LEVEL om het niveau van het basgeluid aan te passen. Het niveau van de actieve basuitbreiding wordt nu als volgt gewijzigd : LOW → MID → HIGH → OFF → (terug naar het begin).
Draai als u de actieve basuitbreiding wilt annuleren de draaiknop tegen de wijzers van de klok in tot de vemelding "OFF" op de display wordt weergegeven.
Geluidsmodi selecteren
De geluidsmodi kunnen alleen worden toegepast op geluid dat wordt afgespeeld, niet bij het maken van opnames.
U kunt kiezen uit 6 standaard geluidsmodi (3 surround-modi en 3 SEA-modi. SEA staat voor Sound Effect Amplifier, oftewel geluidseffectversterking).
Als u een geluidsmodus wilt selecteren, drukt u op de toets SOUND MODE zodat het bijbehorende lampje op de display van de eenheid oplicht.

Tevens licht de indicator SOUND MODE op de display.

- Elk keer wanneer u op deze toets drukt, verschijnt er een andere geluidsmodus op de display en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["D.CLUB"] --> B["HALL-STADIUM ROCK"]
B --> C["OFF"]
C --> D["CLASSIC"]
D --> E["POP"]
E --> C
C --> F["(Geannuleerd)"]
F --> G["(Dance CLUB)"]
Surround-modi\*:
D.CLUB: Deze modus vergroot de resonantie en het basgeluid.
HALL: Deze modus voegt diepte en glans aan het geluid toe.
STADIUM: Deze modus voegt helderheid toe en spreidt het geluid op een manier die aan een stadion doet denken.
SEA-modi (Sound Effect Amplifier):
ROCK: Deze modus versterkt de lage en hoge frequenties. Geschikt voor akoestische muziek.
POP: Geschikt voor vocale muziek.
CLASSIC: Geschikt voor klassieke muziek.
OFF: Hiermee schakelt u de geselecteerde geluidsmodus uit.
* Er worden surround-elementen aan de SEA-elementen toegevoegd zodat u in uw luisterruimte het gevoel krijgt er live bij te zijn. Als u een van deze modi kiest, gaat tevens de indicator SOUND MODE op de display aan en wel als volgt — (SOUND MODE)
Als een van de SEA-modi is geselecteerd (SEA-elementen zonder surround-elementen), gaat tevens de indicator SOUND MODE op de display aan en wel als volgt — SOUND MODE
Druk als u de afstandsbediening gebruikt op de toets SOUND MODE om de geluidsmodus te selecteren.
- Elk keer wanneer u op deze toets drukt, verschijnt er een andere geluidsmodus op de display en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["D.CLUB (Dance CLUB)"] --> B["HALL"]
B --> C["STADIUM"]
C --> D["ROCK"]
E["OFF (Geannuleerd)"] --> F["CLASSIC"]
F --> G["POP"]
Afstemmen op een station
1 Druk op de toets FM/AM.
De eenheid wordt automatisch ingeschakeld en stemt zichzelf af op het station waarop het eerder afgestemd stond (FM, MW of LW).
- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere omroepband geselecteerd: FM, MW of LW.

2 Zoek naar een station. Op de eenheid:
Druk gedurende minimaal 1 seconde op de toets TUNING + of de toets TUNING - .
Op de afstandsbediening: Druk gedurende minimaal 1 seconde op de toets |◀◀ of de toets ▶▶|.
De eenheid gaat op zoek naar een station en stopt wanneer er een station wordt gevonden met een uitzendsignaal dat sterk genoeg is.
Als het ontvangen programma in stereo wordt ontvangen, licht bovendien de indicator ST (stereo) op de display op.

Als u het zoeken naar een station wilt afbreken, drukt u op de toets TUNING + of op TUNING – (of op de toets ◀◀◀ of op ▶▶◀ op de afstandsbediening).

Als u de toets TUNING + of TUNING - (of |◀◀ of ▶▶| op de afstandsbediening) kort en herhaaldelijk indrukt
De frequentie verandert stapsgewijs.
De FM-ontvangstmodus wijzigen
Als een stereo-uitzending van een FM-station moeilijk is te ontvangen of als er ruis is te horen, kunt u de ontvangst verbeteren door op de afstandsbediening op de toets FM MODE te drukken. De vermelding "MONO" verschijnt en de indicator MONO op de display en de ontvangstkwaliteit verbetert.

Als u het stereo-effect weer wilt inschakelen, drukt u nogmaals op de toets FM MODE zodat op de display de vermelding "STEREO" verschijnt en de indicator MONO op de display uitgaat. Wanneer de ontvanger is ingesteld op de ontvangst van stereouitzendingen, zullen programma's die in stereo worden uitgezonden in stereo worden ontvangen.
Voorkeurzenders instellen
Er kunnen maximaal 30 FM, 8 MW en 7 LW stations (zowel middengolf als lange golf) als voorkeurzender worden ingesteld.
Het kan voorkomen dat er in het geheugen van uw tuner al een of enkele voorkeurzenders zijn ingesteld. Deze zijn tijdens een controle in de fabriek aangebracht en het betreft dus geen storing van de tuner. Volg de onderstaande procedure om de stations van uw eigen keuze als voorkeurzender in het geheugen op te nemen.
- Voor de onderstaande bewerking is een tijdslimiet van kracht. Als u de instelling annuleert nog voordat u de bewerking hebt voltooid, moet u opnieuw bij stap 1 beginnen.
ALLEEN op de eenheid:
1 Stem af op een station dat u als voorkeurzender wilt instellen.
- Zie de paragraaf "Afstemmen op een station" links.
FM 8750
2 Druk op de toets SET.


3 Druk op de toets PRESET + of PRESET - om een nummer voor de voorkeurzender te selecteren.


4 Druk nogmaals op de toets SET.
STORED

Het station waar u in stap 1 op hebt afgestemd, wordt nu onder het nummer dat u in stap 3 hebt geselecteerd als voorkeurzender in het geheugen opgeslagen.
- Als u een nummer aan een voorkeurzender toekent dat al aan een andere voorkeurzender is toegewezen, wordt die voorkeurzender uit het geheugen gewist.

Als u de stekker uit het stopcontact verwijdert of er zich een stroomstoring voordoet
De in het geheugen opgeslagen voorkeurzenders gaan na enkele dagen verloren. Mocht deze situatie zich voordoen, dan moet u de voorkeurzenders opnieuw instellen.
Afstemmen op een voorkeurzender
1 Druk op de toets FM/AM.
De eenheid wordt automatisch ingeschakeld en stemt zichzelf af op het station waarop het eerder afgestemd stond (FM, MW of LW).
- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt er een andere omroepband geselecteerd: FM, MW of LW.

2 Selecteer een voorkeurzender. Op de eenheid:
Druk op de toets PRESET + of PRESET -.

Met de afstandsbediening: Druk op een van de cijfertoetsen.
Bijv.: Druk voor voorkeurzender 5 op de toets met het cijfer 5. Druk voor voorkeurzender 15 op +10 en daarna op 5. Druk voor voorkeurzender 20 op +10 en daarna op 10. Druk voor voorkeurzender 25 tweemaal op +10 en daarna op 5. Druk voor voorkeurzender 30 tweemaal op +10 en daarna op 10.
Met RDS kunnen FM-zenders een extra signaal meesturen met de gewone programmasignalen. De zenders sturen bijvoorbeeld de naam van de zenders, evenals informatie over het soort programma dat wordt uitgezonden, zoals sport of muziek, aan.
Wanneer u afstemt op een FM-zender die de RDS-service biedt, wordt de RDS-indicatie op de display verlicht.
Met dit apparaat kunt u de volgende soorten RDS-signalen ontvangen.
Hiermee worden algemeen bekende zendernamen weergegeven.
CT (Kloktijd):
Geeft de tijd weer die het station uitzendt.
RT (Radiotekst):
Hiermee worden tekstberichten weergegeven die de zender verstuurt.
Hiermee wordt informatie weergegeven over de soorten programma's die door andere RDS-zenders worden uitgezonden.

Meer informatie over RDS
- Bepaalde FM-, MW- en LW- zenders geen RDS-signalen uit.
- Verschillende FM RDS-zenders kunnen verschillende RDS-services aanbieden. Neem contact op met de plaatselijke radiozenders, als u meer informatie wilt over de RDS-services in uw omgeving.
- RDS functioneert mogelijk niet goed als de ontvangen zender de signalen niet goed uitzendt of als de signaalsterkte zwak is.
De RDS-informatie wijzigen
U kunt RDS-informatie op de display lezen terwijl u naar een FM-zender luistert.
Druk op de toets DISPLAY MODE.
- Telkens wanneer u op deze knop drukt, wordt de volgende informatie weergegeven:


flowchart
graph LR
A["PS NAME"] --> B["RT"]
B --> C["CT*"]
D["Frequentie station (of kanaal voorkeurzender)"] --> A
D --> E["(Naam programmaservice)"]
D --> F["(Radiotekst)"]
D --> G["(Kloktijd)"]
* De tijd van de klok die op de display wordt weergegeven, is niet hetzelfde als de kloktijd (CT) die het station uitzendt.

Als een zender geen PS NAME-, CT- of RT-signalen uitzendt
wordt in de hoofddisplay "NO PS", "NO CT" of "NO RT" weergegeven.
Zoeken naar programma's met behulp van PTY-codes (de functie PTY Search)
Een van de voordelen van RDS is dat u een bepaald type programma kunt zoeken door de PTY-codes op te geven.
- Zie “Aanvullende informatie” op pagina 25 voor meer informatie over de PTY-codes.
Zoeken naar een programma aan de hand van de PTY-codes DENK ERAAN dat u FM-stations die RDS-signalen uitzenden als voorkeurzenders dient in te stellen om de PTY-codes te kunnen gebruiken. Zie pagina 11 als u dit nog niet hebt gedaan.
- Voor de onderstaande bewerking is een tijdslimiet van kracht. Als u de instelling annuleert nog voordat u de bewerking hebt voltooid, moet u opnieuw bij stap 1 beginnen.
1 Druk op de toets PTY/EON.

2 Druk op de toets SELECT + of SELECT - totdat de gewenste PTY-code op de display wordt weergegeven.

NEWS
- Telkens wanneer u op deze knop drukt, wordt een van de volgende PTY-codes weergegeven:
NEWS ⇌ AFFAIRS ⇌ INFO ⇌ SPORT ⇌ EDUCATE ⇌ DRAMA ⇌ CULTURE ⇌ SCIENCE ⇌ VARIED ⇌ POP M ⇌ ROCK M ⇌ M.O.R. M ⇌ LIGHT M ⇌ CLASSICS ⇌ OTHER M ⇌ WEATHER ⇌ FINANCE ⇌ CHILDREN ⇌ SOCIAL A ⇌ RELIGION ⇌ PHONE IN ⇌ TRAVEL ⇌ LEISURE ⇌ JAZZ ⇌ COUNTRY ⇌ NATIONAL ⇌ OLDIES ⇌ FOLK M ⇌ DOCUMENT ⇌ (terug naar het begin)
3 Druk nogmaals op de toets PTY/EON.

De FM-voorkeurzenders worden samen met hun nummers op de display weergegeven.
Het apparaat zoekt in 30 geprogrammeerde FM-zenders, stopt zodra het door u geselecteerde programma wordt gevonden en stemt daarop af.
- Als er geen programma wordt gevonden, keert de eenheid terug naar het station dat als laatste werd ontvangen.
De zoekopdracht onderbreken
Druk tijdens het zoeken op de toets SELECT + of SELECT -.
Tijdelijk naar verkeersinformatie overschakelen
Wanneer er EON-gegevens van FM RDS-stations worden ontvangen, kan de EON-functie ervoor zorgen dat de eenheid tijdelijk overschakelt naar verkeersinformatie die door een ander radiostation wordt uitgezonden.
- De EON-functie werkt alleen als u luistert naar een geprogrammeerde FM RDS-zender die EON-informatie uitzendt.
- De EON-indicatie licht op wanneer u een zender met EON-informatie ontvangt.
De EON-functie activeren:
VERGEET NIET dat u FM RDS-zenders moet programmeren om de EON-functie te kunnen gebruiken. Zie pagina 11 als u dit nog niet hebt gedaan.
1 Druk op de toets PTY/EON en houd deze ingedrukt.

Elke keer wanneer u op de toets PTY/EON drukt en deze ingedrukt houdt, verschijnen de vermeldingen "TA ON" en "TA OFF" beurtelings op de display.
TA OFFTA ON
TA ON: Tijdelijk overschakelen naar verkeersinformatie is ingeschakeld.
TA OFF: Tijdelijk overschakelen naar verkeersinformatie is uitgeschakeld.
Zo werkt de EON-functie:
SITUATIE 1
Als geen enkel station verkeersinformatie uitzendt
De eenheid speelt verder met het station dat is geselecteerd.

Wanneer er een station is dat verkeersinformatie uitzendt, zal de eenheid automatisch naar dat station overschakelen. De TA-indicator gaat knipperen.

Wanneer de verkeersinformatie is afgelopen, keert de eenheid terug naar het station waarop het eerder was afgestemd, maar de EON-functie blijft ingeschakeld.
SITUATIE 2
Als er een station is dat verkeersinformatie uitzendt
De eenheid stemt af op het desbetreffende programma. De TA-indicator gaat knipperen.

Wanneer de verkeersinformatie is afgelopen, keert de eenheid terug naar het station waarop het eerder was afgestemd, maar de EON-functie blijft ingeschakeld.
SITUATIE 3
Als het FM-station waar u naar luistert verkeersinformatie gaat uitzenden
De eenheid blijft afgestemd op het station en de TA-indicator gaat knipperen.

Als het programma is afgelopen, stopt de TA-indicator met knipperen maar blijft de EON-functie geactiveerd.

Meer informatie over de EON-functie
- EON-informatie van sommige zenders is mogelijk niet compatibel met dit apparaat. Als dat het geval is, werkt de EON-functie mogelijk niet goed.
- Wanneer u luistert naar een programma waarop met de EON-functie is afgestemd, wordt niet naar een andere zender overgeschakeld, ook al begint een andere zender een programma met dezelfde EON-informatie uit te zenden.
- De EON-functie wordt geannuleerd wanneer u de bron wijzigt in CD, TAPE of AUX; de functie wordt tijdelijk geannuleerd wanneer u de bron wijzigt in MW of LW.
Deze eenheid is ontworpen om de volgende soorten CD's af te spelen: audio-CD's, CD-R's en CD-RW's.
Veelvuldig gebruik van CD's met een afwijkende vorm (bijvoorbeeld hart- of stervormig in plaats van rond) kan de eenheid schade toebrengen.
Als u een CD-R of CD-RW afspeelt
Zelfgemaakte CD-R's (Recordable) en CD-RW's (Rewritable) kunnen alleen worden afgespeeld als de eindbewerking (finalization) heeft plaatsgevonden.
- U kunt uw originele CD-R's en CD-RW's afspelen waarop muziek in de originele CD-indeling is opgenomen (Afspelen is misschien niet mogelijk bij bepaalde, heel specifieke opnamekenmerken of -omstandigheden).
- Lees alvorens een CD-R's of CD-RW's af te spelen eerst de bij de disk meegeleverde instructies aandachtig door.
- Bepaalde CD-R's en CD-RW's kunnen mogelijk niet op deze eenheid worden afgespeeld vanwege een heel specifieke opnamemethode, vuil op beschadigingen op de disk of een vuiltje op de lens.
- Voor CD-RW's is soms een langere leestijd nodig. (Dit heeft te maken met het feit dat de weerkaatsing van CD-RW's minder is dan van CD's).
CD's plaatsen
1 Druk op de toets ▲.
De eenheid schakelt zichzelf automatisch in en de carrousel komt naar buiten geschoven.

2 Leg een of twee CD's van uw keuze met het label naar boven in de daarvoor bestemde uitsparingen in de carrousel.

- Plaats een CD-single (8 cm) in de kleine uitsparing van de carrousel.
3 Druk als u een derde CD wilt plaatsen op de toets DISC CHANGE op de eenheid op de toets DISC SKIP op de afstandsbediening.
De carrousel draait éénderde rond.
4 Druk nogmaals op de toets ▲.
De carrousel wordt gesloten.



Over de indicators voor de CD's
Elke indicator komt overeen met een van de uitsparingen in de carrousel.

- De cirkelvormige indicator gaat aan zodra er een CD in de overeenkomstige uitsparing van de carrousel wordt aangetroffen.
- De CD-indicator draait rond als de CD in de overeenkomstige uitsparing wordt afgespeeld.
- De CD-indicator gaat uit als de eenheid merkt dat er geen CD in de overeenkomstige uitsparing is geplaatst.
Alle CD's helemaal afspelen (de functie Continuous Play)
Het is mogelijk om CD's doorlopend af te spelen.
1 Plaats de CD's.
2 Druk op de CD-toets (CD1, CD2 of CD3) van de CD die u wilt afspelen.
Het afspelen begint bij de eerste track van de CD die u hebt geselecteerd.

Het tracknummer van de CD die wordt afgespeeld knippert. (Er worden niet meer dan 16 tracknummers weergegeven).

Tracknummer Verstreken speelduur
- Als u op de toets CD ▶/■ in plaats van op een van de CD-toetsen drukt, wordt begonnen bij een van de CD's in de carrousel.
Als u de eenheid inschakelt, gaat de indicator ALL DISC op de display automatisch aan. Als u niet wilt dat alle CD's worden afgespeeld, moet u de vermelding 1 DISC selecteren door op de toets REPEAT te drukken.

ALL DISC: Met deze instelling worden alle geplaatste CD's afgespeeld.
1 DISC: Met deze instelling wordt er één CD afgespeeld.
Als u het afspelen wilt stoppen, drukt u op de toets ■. Als u een CD wilt verwijderen, drukt u op de toets ▲.

Volgorde waarin CD's worden afgespeeld (als ALL DISC is geselecteerd)
Wanneer er drie CD's in de carrousel liggen, worden die in een van de onderstaande volgorden afgespeeld:
- Als u op CD1 drukt : CD1 CD2 CD3. Daarna wordt het afspelen gestaakt.
- Als u op CD2 drukt : CD2 CD3 CD1. Daarna wordt het afspelen gestaakt.
- Als u op CD3 drukt : CD3 CD1 CD2. Daarna wordt het afspelen gestaakt.
* Als er slechts 2 CD's zijn geladen, worden die in dezelfde volgorde afgespeeld, maar wordt de lege lade overgeslagen.
Basisbediening van de CD-speler
Tijdens het afspelen van een CD kunnen de volgende bewerkingen worden uitgevoerd.
CD's verwisselen tijdens het afspelen van een andere CD
Druk op de toets DISC CHANGE om de CD uit de carrousel te kunnen nemen. De carrousel komt naar buiten geschoven.
Als er tijdens het afspelen CD's worden verwisseld, stopt het afspelen pas nadat de laatste CD die is verwisseld helemaal is afgespeeld.
Druk als u de carrousel wilt sluiten op de toets DISC CHANGE of op de toets ▲.

Naar een andere CD in de carrousel gaan
Druk op de afstandsbediening op de toets DISC SKIP.
Het afspelen kort onderbreken
Druk op de toets CD ▶/II.
Zolang het afspelen is onderbroken, wordt de vermelding "PAUSE" op de display weergegeven.
Als u het afspelen wilt hervatten, drukt u nogmaals op de toets CD ▶/II.


Als u een bepaald punt in een track wilt opzoeken
Druk tijdens het afspelen van de CD op de toets
◀◀ of op de toets ▶▶ en houd de toets ingedrukt.
- ◀◀: Achteruit zoeken.
•▶▶: Vooruit zoeken.
Als u de afstandsbediening gebruikt, moet u de toets ◀◀◀ of de toets ▶▶▶ indrukken en ingedrukt houden.

Naar een andere track gaan
Druk voor of tijdens het afspelen van de CD herhaaldelijk op de toets ◀◀◀ of de toets ▶▶▶.
- Hiermee gaat u terug naar het begin van de huidige of vorige tracks.
- ▶▶▶: Hiermee gaat u naar het begin van de volgende of daarop volgende tracks.


Als u voor of tijdens het afspelen op de eenheid op de toets |◄◄ of ►►| drukt en deze ingedrukt houdt.
U kunt voortdurend andere tracks kiezen.
Rechtstreeks naar een andere track gaan met behulp van de cijfertoetsen
Met de cijfertoetsen kunt u voor of tijdens het afspelen direct aangeven welke track u wilt horen.
Bijv.: Druk voor track 5 op de toets met het cijfer 5. Druk voor track 15 op +10 en daarna op 5. Druk voor track 20 op +10 en daarna op 10. Druk voor track 32 drie maal op +10 en daarna op 2.

De afspeelvolgorde van tracks programmeren (de functie Program Play)
Het is mogelijk de volgorde waarin tracks worden afgespeeld te bepalen voordat u met afspelen begint. Er kunnen maximaal 32 tracks worden geprogrammeerd.
- Als u een door uzelf samengesteld programma herhaaldelijk wilt afspelen (zie pagina 16), moet u eerst Program Play activeren en daarna op de toets REPEAT drukken.
ALLEEN op de eenheid:
1 Plaats de CD's.
- Als de geselecteerde afspeelbron momenteel niet de CD-speler is, moet u eerst op de toets CD ▶/II, en daarna op de toets ■ drukken alvorens naar de volgende stap te gaan.
2 Druk op de toets PROGRAM zodat de vermelding "PROGRAM" op de display verschijnt.

Tevens gaat de indicator PRGM (programma) op de display aan.

- Als er een programma in het geheugen ligt opgeslagen, wordt dat programma opgeroepen.
3 Druk op een van de CD-toetsen (CD1, CD2 of CD3) om de CD van uw keuze af te kunnen spelen.


4 Druk op de toets |◀◀ of de toets ▶▶| om het gewenste tracknummer van de CD te selecteren en druk vervolgens op de toets SET.
Elke keer wanneer u een track selecteert en op de toets SET drukt, wordt het geselecteerde tracknummer aan de CD-tracknummers op het display toegevoegd.

5 Programmeer naar keuze nog andere tracks.
- Als u tracks van dezelfde CD wilt programmeren, herhaalt u stap 4.
- Als u tracks van een andere CD wilt programmeren, herhaalt u stap 3 en 4.
6 Druk op de toets CD ▶/II.
De tracks worden afgespeeld in de volgorde waarin u deze hebt geprogrammeerd.

Als u het afspelen wilt stoppen, drukt u op de toets ■.
Als u de programmeerfunctie wilt verlaten, drukt u voor of na het afspelen nogmaals op de toets PROGRAM zodat de eenheid overschakelt naar de reguliere afspeelfunctie (Continuous Play). (Het door u samengestelde programma wordt in het geheugen bewaard tot u de eenheid uitschakelt of het programma uit het geheugen verwijdert).
Het programma aanpassen
Het is mogelijk om voor het afspelen van een programma de geprogrammeerde track die op het display wordt weergegeven uit het programma te wissen. U doet dit door op de toets CANCEL te drukken.

- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, wordt de laatst geprogrammeerde track uit het programma verwijderd.
Als u tijdens het afspelen van het programma een andere track wilt kiezen, moet u op de toets ▶▶| (of de toets|◀◀) drukken zodat de af te spelen track volgens het programma wordt gewijzigd (een latere track of een eerder track wordt afgespeeld).
Als u voordat u het afspelen van het programma begint tracks aan het programma wilt toevoegen, hoeft u alleen maar de CD-nummers en/of tracknummers te selecteren die u wilt toevoegen. Volg hiertoe stap 3 en 4 van de programmeerprocedure op pagina 15.
Als u het programma voor of tijdens het afspelen van een programma wilt wissen, moet u tweemaal op de toets ■ drukken.
- Het programma wordt ook gewist als u de carrousel opent.

Als u een 33e stap probeert te programmeren ling "FULL" wordt op de display weergegeven.

Als uw programmeerpoging wordt genegeerd
U hebt geprobeerd een track te programmeren van een lege CD-lade of u hebt een tracknummer opgegeven dat niet bestaat. Dergelijke programmeerpogingen worden gencgeerd.
Tracks in willekeurige volgorde afspelen (de functie Random Play)
Bij het afspelen van tracks in willekeurige volgorde worden de tracks van de CD in de carrousel in een volstrekt willekeurige volgorde ten gehore gebracht.
1 Plaats een CD.
- Als de geselecteerde afspeelbron momenteel niet de CD-speler is, moet u eerst op de toets CD ▶/II, en daarna op de toets ■ drukken alvorens naar de volgende stap te gaan.
2 Druk net zo vaak op de toets RANDOM tot de vermelding "RANDOM" op de display verschijnt.

Tevens gaat de indicator RANDOM op de display aan.

- De tracks worden automatisch in een willekeurige volgorde afgespeeld. Het afspelen in willekeurige volgorde stopt wanneer alle tracks een keer zijn afgespeeld.
Als u het afspelen wilt stoppen, moet u op de toets ■ drukken.
- Het afspelen in willekeurige volgorde stopt ook als u op de toets ▲ drukt.
Als u de functie voor het afspelen in willekeurige volgorde wilt verlaten, moet u tijdens het afspelen nogmaals op de toets RANDOM drukken zodat de eenheid overschakelt naar de reguliere afspeelmodus (Continuous Play).
Als u de afspeelmodus Random Play wilt gebruiken, dient u eerst de afspeelmodus Program Play te verlaten.

Als u op de toets |◀◀ of de toets ▶▶| drukt
Er wordt automatisch een willekeurige andere track geselecteerd.
Tracks of CD's herhaaldelijk afspelen (de functie Repeat Play)
U kunt alle CD's, een heel programma of losse tracks net zo vaak achter elkaar ten gehore brengen als u wilt.
Als u tracks of CD's herhaaldelijk wilt afspelen, moet u voor of tijdens het afspelen op de toets REPEAT drukken.

- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verandert de herhaalfunctie die op de display verschijnt, en wel in deze volgorde:

REPEAT 1: Als u deze optie kiest, wordt één track op één CD herhaald.
REPEAT 1 DISC*: Als u deze optie kiest, worden alle tracks van één CD herhaald.
REPEAT ALL DISC: Als u deze optie kiest, worden alle tracks op alle CD's herhaald.
* De optic REPEAT 1 DISC kan niet worden gekozen in combinatie met Program Play.
Druk als u de herhaalfunctie wilt annuleren, net zo vaak op de toets REPEAT tot de bijbehorende indicator (REPEAT 1, REPEAT 1 DISC of REPEAT ALL DISC) op de display uitgaat.
- De herhaalfunctie (Repeat Play) en de functie voor afspelen in willekeurige volgorde (Random Play) kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.
De CD-speler vergrendelen (de functie Tray Lock)
Met de vergrendelingsfunctie Tray Lock kunt u voorkomen dat de carrousel wordt geopend en er CD's worden uitgenomen.
- Deze bewerking kan alleen aan de voorzijde van de eenheid worden uitgevoerd als de CD-speler als afspeelbron is geselecteerd.
ALLEEN op de eenheid:
Om te voorkomen dat er CD's worden uitgenomen, moet u op de toets ▲ voor de carrousel drukken terwijl u de toets ■ ingedrukt houdt. De vermelding "LOCKED" verschijnt op de display om aan te geven dat de carrousel met CD's nu ontoegankelijk is.
Als u de vergrendelingsfunctie wilt opheffen, drukt u nogmaals op de toets ▲ voor de carrousel terwijl u de toets ■ ingedrukt houdt. De vermelding “UNLOCKED” verschijnt enige tijd op de display om aan te geven dat de carrousel weer toegankelijk is.

Als u probeert de CD's te verwijderen
Op de display verschijnt de vermelding "LOCKED" om aan te geven dat de vergrendelingsfunctie Tray lock actief is.
Een cassette afspelen
1 Druk op de toets EJECT (▲) van het cassettedeck dat u wilt gebruiken.

Voor deck A
2 Plaats een cassette in het cassettedeck. Met het gedeelte waar u de band ziet omlaago.
- Het is alleen mogelijk om cassettes van Type 1 af te spelen.

3 Sluit het cassettecompartiment voorzichtig.
Als u in zowel deck A als deck B een cassette hebt geplaatst, wordt het laatste deck waarin u een cassette hebt geplaatst geselecteerd.
Als u het andere deck wilt bedienen, moet u op de toets TAPE A of de toets TAPE B drukken (of op de toets TAPE A/B op de afstandsbediening).
4 Druk op de toets TAPE ▶.
De cassette wordt afgespeeld en de indicator voor de cassette die wordt afgespeeld (▶) gaat langzaam op de display knipperen.

Als de cassette het einde van de band heeft bereikt, wordt het afspelen automatisch beëindigd.

Druk als u het afspelen wilt stoppen op de toets ■.
Druk als u het andere deck wilt bedienen op de toets TAPE A of de toets TAPE B (of op de toets TAPE A/B op de afstandsbediening) en daarna op de toets TAPE ▶.
Druk als u de cassette snel vooruit wilt spoelen op de toets ▶▶ (of op de toets ▶▶l op de afstandsbediening). De indicator voor de geselecteerde cassett (▶) gaat snel op de display knipperen.
Druk als u de cassette snel terug wilt spoelen op de toets ◀◀◀ (of op de toets |◀◀◀ op de afstandsbediening). De indicator voor de geselecteerde cassette (◀) gaat snel op de display knipperen.
Druk als u de cassette wilt verwijderen op de toets ▲ EJECT als u de cassette in deck A wilt verwijderen of op de toets EJECT ▲ als u de cassette in deck B wilt verwijderen.

Het gebruik van C-120 of cassettes met een dunnere band wordt afgeraden aangezien de kwaliteit van deze cassettes snel afneemt en de band in veel gevallen vastloopt in het rolmechanisme van het cassettedeck.
BELANGRIJK:
- Het is niet toegestaan opnames te maken van materiaal waarop copyright berust of dit materiaal te beluisteren zonder uitdrukkelijke toestemming van degene bij wie het copyright berust.
- Het opnameniveau wordt automatisch ingesteld. U kunt het volume tijdens het maken van een opname dus niet met de knop VOLUME, SOUND MODE, en ACTIVE BASS EX. LEVEL beïnvloeden. U kunt tijdens het maken van een opname wel het geluid van de geluidsweergave aanpassen, zonder dat dit van invloed is op het geluidsniveau van de opname.
- Tijdens het maken van een opname kunt u via de luidspreker of hoofdtelefoon naar geluidsmodi luisteren, maar het geluid wordt zonder geluidsmodi opgenomen (zie pagina 10).
- Als op opnames die u maakt veel ruis of ander ongewenst geluid voorkomt, kan het zijn dat de eenheid te dicht in de buurt van een TV is opgesteld. Plaats de eenheid in dat geval uit de buurt van de TV.
- Voor het maken van opnames dient u cassettes van Type 1 te gebruiken.
Voorkomen dat u belangrijke opnames per ongeluk wist
Cassettes zijn uitgerust met twee wispreventielipjes, waarmee u belangrijke opnames kunt beveiligen. Verwijder het linker lipje


gezien van de speelkant van de cassette als er op die kant een opname staat die u niet per ongeluk wilt wissen.
Als u het gat dat ontstaat met plakband afplakt, kunt u weer opnames op de desbetreffende kant van de cassette maken.
De beste geluidskwaliteit voor opnemen en afspelen
De koppen, geleidewielen of pinnen van de cassettedecks trekken vuil aan en dit resulteert in:
• Verminderde geluidskwaliteit
- Onderbroken weergave van geluid
• Wegvallen van het geluid
- Onvolledig wissen
- Problemen met het maken van opnames
De koppen, pinnen en geleidewielen reinigen
Gebruik een wattenstaafje gedrenkt in alcohol.

De kop demagnetiseren
Schakel de eenheid uit en gebruik een demagnetisatiecassette (verkrijgbaar bij elektronica- en audiozaken).
Opnames maken op een cassette in deck B
ALLEEN op de eenheid:
1 Druk op de toets EJECT ▲ van deck B.

2 Plaats een cassette waarop opnames kunnen worden gemaakt, met het gedeelte waar zich de band bevindt naar beneden, in het deck.
3 Sluit het cassettecompartiment voorzichtig.
4 Start het afspelen van de bron: een FM-zender, MW-zender, LW-zender, de CD-speler of een extern apparaat dat op de ingang AUX IN is aangesloten.
- Als u een cassette wilt kopieren verwijzen we u naar de paragraaf "Hele cassette kopieren (dubbing)" op pagina 19.
- Als de CD-speler de afspeelbron is, kunt u ook synchrone opnames maken met behulp van de functie CD Synchro Recording (zie de paragraaf “Synchrone opnames maken (CD Synchro Recording)” op pagina 19).
5 Druk op de toets
REC START/STOP.
De indicator REC op de display gaat aan en het opnemen begint.

Druk als u het opnemen wilt beeindigen nogmaals op de toets REC START/STOP of druk op de toets ■.
Druk als u de cassette wilt verwijderen op de toets EJECT ▲ van deck B.
Hele cassette kopiëren (dubbing)
ALLEEN op de eenheid:
1 Druk op de toets TAPE ▶, en daarna op de toets ■.

2 Plaats de broncassette in deck A en een cassette die geschikt is voor het maken van opnames in deck B.
3 Druk op de toets DUBBING.
Het kopieren begint.
De vermelding "DUBBING" wordt op de display weergegeven en de indicator REC (opnemen) op display gaat aan.


Als u het kopiëren van de cassette wilt beeindigen, drukt u op de toets ■.
Als u de cassettes wilt verwijderen drukt u op de toets ▲ EJECT voor deck A en op de toets EJECT ▲ voor deck B.
Synchrone opnames maken (CD Synchro Recording)
Dit is de meest eenvoudige manier om een CD op cassette op te nemen.
- U kunt de tracks van een CD ook in de volgorde waarin u deze in een door u zelf samengesteld programma hebt geplaatst op cassette opnemen.
ALLEEN op de eenheid:
1 Plaats een cassette waarop opnames kunnen worden gemaakt in deck B.
2 Plaats een CD in een van de uitsparingen van de carrousel. Let er daarbij op dat de label naar boven wijst.
3 Druk op de juiste CD-toets (CD1, CD2 of CD3) om de geplaatste CD te selecteren en druk daarna op de toets ■.

4 Druk op de toets CD REC START.
De vermelding "CD REC" wordt op de display weergegeven en de indicator REC (opnemen) gaat aan.


Deck B begint met opnemen en de CD-speler begint met afspelen. Als het opnemen is voltooid, stoppen de CD-speler en deck B.
Als u het maken van de synchrone opname wilt stoppen, drukt u op de toets ■.
Als u de cassette wilt verwijderen, drukt u op de toets EJECT ▲ voor deck B.
Deze eenheid beschikt over drie timers (tijdschakelaars) — de Daily Timer, Recording Timer en Sleep Timer.
U kunt deze timers alleen op betrouwbare wijze gebruiken nadat u de in deze eenheid ingebouwde klok goed hebt ingesteld. (Zie de paragraaf "De klok instellen" op pagina 9).
De Daily Timer instellen
Met deze functie kunt u wakker worden met uw favoriete muziek of radioprogramma. U kunt de Daily Timer te allen tijde instellen, of de eenheid nu is in- of uitgeschakeld.
Hoe de Daily Timer in de praktijk werkt
Als de Daily Timer is ingesteld, schakelt de eenheid zich automatisch op de ingestelde tijd en met het ingestelde volume in en begint de geselecteerde bron te spelen. (De indicator knippert zolang de timer actief is). Wanneer het tijdstip van uitschakelen is aangebroken, schakelt de eenheid zichzelf automatisch uit (standby). De instellingen van de timer blijven in het geheugen van de eenheid aanwezig tot u deze opnieuw instelt.
- Voor de onderstaande bewerking is een tijdslimiet van kracht. Als u de instelling annuleert nog voordat u de bewerking hebt voltooid, moet u opnieuw bij stap 1 beginnen.
- Als u tijdens het instellen van de timer een fout maakt, moet u op de toets CANCEL drukken. (Dit werkt echter niet in alle gevallen. Als u de fout niet met de toets CANCEL kunt annuleren, moet u herhaaldelijk op de toets CLOCK/TIMER drukken en weer bij stap 1 beginnen).
Voordat u begint...
- Als u een CD als afspeelbron wilt gebruiken —
- Zorg ervoor dat er zich een CD in de uitsparing van de carrousel bevindt die overeenkomt met het CD-nummer.
- Als u een cassette als afspeelbron wilt gebruiken —
- Zorg ervoor dat er zich een cassette in het cassettedeck bevindt waarvan de indicator op de display aan is (Deck A of Deck B).
- Als u een extern apparaat als afspeelbron wilt gebruiken —
- Zorg ervoor dat de tijd van de klok op het externe apparaat gelijkloopt met de tijd van deze eenheid.
ALLEEN op de eenheid:
1 Druk net zo vaak op de toets CLOCK/TIMER tot de vermelding "DAILY" op de display wordt weergegeven.

De indicator ①aat aan en de indicator DAILY begint op de display te knipperen.

- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verandert de modus van de timer en wel als volgt:

flowchart
graph LR
A["DAILY"] --> B["ON TIME"]
B --> C["REC"]
C --> D["CLOCK"]
D --> E["ON TIME"]
E --> F["Geannuleerd"]
2 Druk nogmaals op de toets CLOCK/TIMER.

De vermelding "ON TIME" wordt circa 2 seconden op de display weergegeven. Vervolgens kunt u de inschakeltijd invoeren.

3 Geef het tijdstip op waarop de eenheid moet worden ingeschakeld.
1) Druk op de toets |◀◀ of ▶▶| om het uur in te stellen. Druk daarna op de toets SET.
2) Druk op de toets ◀◀◀ of ▶▶▶| om de minuut in te stellen. Druk daarna op de toets SET.
Vervolgens wordt gedurende circa 2 seconden de vermelding "OFF TIME" weergegeven. U kunt nu de uitschakeltijd invoeren.

4 Geef het tijdstip op waarop de eenheid moet worden uitgeschakeld (in standby te zetten).
1) Druk op de toets |◀◀ of ▶▶| om het uur in te stellen. Druk daarna op de toets SET.
2) Druk op de toets ◀◀ of ▶▶| om de minuut in te stellen. Druk daarna op de toets SET. Vervolgens kunt u de afspeelbron opgeven.

flowchart
graph TD
A["PRESET"] --> B["SET"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333

5 Druk op de toets |◀◀ of de toets ▶▶| om een afspeelbron te selecteren en druk daarna op de toets SET.
- Elke keer wanneer u op de toets ◀◀◀ of de toets ▶▶▶ l drukt, wordt er een andere afspeelbron
geselecteerd:

flowchart
graph LR
A["TUNER FM"] <--> B["TUNER MW"]
B <--> C["TUNER LW"]
D["TAPEAUX"] <--> E["CD"]
E --> D

flowchart
graph TD
A["PRESET"] --> B["SET"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
TUNER FM: Hiermee stemt u op een FM-voorkeurzender af. → Ga naar stap 6.
TUNER MW: Hiermee stemt u op een MW-voorkeurzender af. → Ga naar stap 6.
TUNER LW: Hiermee stemt u op een LW-voorkeurzender af. → Ga naar stap 6.
CD: Hiermee speelt u een CD vanaf de eerste track af. → Ga naar stap 7.
TAPE: Hiermee speelt u een cassette in deck A of B af. → Ga naar stap 7.
AUX: Hiermee speelt u het externe apparaat af. → Ga naar stap 7.
6 Selecteer het nummer van een voorkeurzender.
Druk op de toets ◀◀◀ of de toets ▶▶▶ I om een voorkeurzender te selecteren en druk daarna op de toets SET. U kunt nu het gewenste volume opgeven.

flowchart
graph TD
A["PRESET"] --> B["SET"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
7 Druk op de toets |◀◀ of de toets ▶▶| om het volumeniveau in te stellen.
- U kunt een van de volgende instellingen voor het volume selecteren: VOL MIN, VOL 1 — VOL 30 en VOL MAX.


8 Druk op de toets SET om het instellen van de Daily timer te voltooien.

De indicator DAILY stopt met knipperen en blijft nu continu branden. De door u opgegeven instellingen worden een voor een op de display bevestigd.
9 Druk op de toets ○/|STANDBY/ON om de eenheid uit te schakelen (in standby te zetten) als u de timer hebt ingesteld terwijl de eenheid was ingeschakeld.

Notes Als de eenheid al in ingeschakeld als de inschakeltijd aanbreekt De Daily timer werkt niet.
De Daily Timer in- of uitschakelen nadat de instellingen zijn opgegeven
1 Druk net zo vaak op de toets CLOCK/TIMER tot de vermelding "DAILY" op de display wordt weergegeven.
2 Druk als u de Daily Timer wilt uitschakelen op de toets CANCEL.
De indicator DAILY op de display gaat uit (de vermelding "OFF" wordt enige tijd weergegeven). De Daily Timer wordt geannuleerd, maar de instelling voor de timer blijft in het geheugen bewaard.


Druk als u de Daily Timer wilt inschakelen op de toets SET.
De indicator DAILY op de display gaat aan. De door u opgegeven instellingen worden een voor een ter bevestiging op de display weergegeven.

De Recording Timer instellen
Met deze timer kunt u automatisch een opname van een radio-uitzending op een cassette maken. De Recording Timer kan worden ingesteld wanneer de eenheid is ingeschakeld of uitgeschakeld.
Hoe de Recording Timer in de praktijk werkt
Als de Recording Timer is ingesteld, schakelt de eenheid zich automatisch op de ingestelde tijd en met het volume "VOL MIN" in en wordt van de geselecteerde bron opgenomen. (De indicator ♦nippert zolang de timer actief is). Wanneer het tijdstip van uitschakelen is aangebroken, schakelt de eenheid zichzelf automatisch uit (standby).
De instellingen van de timer blijven in het geheugen van de eenheid aanwezig tot u deze opnieuw instelt.
- Voor de onderstaande bewerking is een tijdslimiet van kracht. Als u de instelling annuleert nog voordat u de bewerking hebt voltooid, moet u opnieuw bij stap 1 beginnen.
- Als u tijdens het instellen van de timer een fout maakt, moet u op de toets CANCEL drukken. (Dit werkt echter niet in alle gevallen. Als u de fout niet met de toets CANCEL kunt annuleren, moet u herhaaldelijk op de toets CLOCK/TIMER drukken en weer bij stap 1 beginnen).
ALLEEN op de eenheid:
1 Plaats een cassette waarop opnames kunnen worden gemaakt in deck B.
2 Druk net zo vaak op de toets CLOCK/TIMER tot de vermelding "REC" op de display wordt weergegeven.

De indicator gaat aan en de indicator REC begint op de display te knipperen.

- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verandert de modus van de timer en wel als volgt:

flowchart
graph LR
A["DAILY"] --> B["ON TIME"]
B --> C["REC"]
C --> D["CLOCK"]
D --> E["ON TIME"]
E --> F["Geannuleerd"]
3 Druk nogmaals op de toets CLOCK/TIMER.

De vermelding "ON TIME" wordt circa 2 seconden op de display weergegeven. Vervolgens kunt u de inschakeltijd invoeren.

4 Geef het tijdstip op waarop de eenheid moet worden ingeschakeld.
1) Druk op de toets ◀◀◀ of ▶▶| om het uur in te stellen. Druk daarna op de toets SET.
2) Druk op de toets |◀◀ of ▶▶| om de minuut in te stellen. Druk daarna op de toets SET.
Vervolgens wordt gedurende circa 2 seconden de vermelding "OFF TIME" weergegeven. u kunt nu de uitschakeltijd invoeren.

5 Geef het tijdstip op waarop de eenheid moet worden uitgeschakeld (in standby te zetten).
1) Druk op de toets ◀◀◀ of ▶▶▶ om het uur in te stellen. Druk daarna op de toets SET. 2) Druk op de toets ◀◀◀ of ▶▶▶ om de minuut in te stellen. Druk daarna op de toets SET. Vervolgens kunt u de voorkeurzender opgeven.

6 Selecteer een voorkeurzender.
1) Druk op de toets |◀◀ of de toets ▶▶| om de gewenste omroepband te selecteren ("TUNER FM", "TUNER MW" of "TUNER LW") en druk daarna op de toets SET.
2) Druk op de toets ◀◀◀ of de toets ▶▶▶ om het nummer van de voorkeurzender te selecteren. Druk daarna op de toets SET.
De indicator REC stopt met knipperen en blijft continu branden. De door u opgegeven instellingen worden ter bevestiging een voor een op de display weergegeven.

7 Druk op de toets ○/| STANDBY/ON om de eenheid uit te schakelen (in standby te zetten) als u de timer hebt ingesteld terwijl de eenheid was ingeschakeld.

Ais u tijdens het maken van een opname naar een andere afspeelbron wilt luisteren
U moet het opnemen beëindigen. Druk hiertoe op de toets REC START/STOP of ■. Het is niet mogelijk een andere afspeelbron te beluisteren zonder het opnemen te beëindigen.
De Recording Timer in- of uitschakelen nadat de instellingen zijn opgegeven
1 Druk net zo vaak op de toets CLOCK/TIMER tot de vermelding "REC" op de display wordt weergegeven.

2 Druk als u de Recording Timer wilt uitschakelen op de toets CANCEL. De indicator REC op de display gaat uit (de vermelding "OFF" wordt enige tijd weergegeven). De Recording Timer wordt geannuleerd, maar de instelling voor de timer blijft in het geheugen bewaard.
Druk als u de Recording Timer wilt inschakelen op de toets SET.
De indicator REC op de display gaat aan. De door u opgegeven instellingen worden een voor een ter bevestiging op de display weergegeven.

De Sleep Timer instellen
Met deze timer kunt u in slaap vallen met uw favoriete muziek. De Sleep Timer kan worden ingesteld wanneer de eenheid aanstaat.
Hoe de Sleep Timer in de praktijk werkt
De eenheid wordt automatisch uitgeschakeld nadat er een bepaalde periode is verstreken.
ALLEEN op de afstandsbediening:
1 Druk op de toets SLEEP.
De tijdsduur tot de uitschakeltijd wordt weergegeven en de indicator SLEEP begint op de display te knipperen.

- Elke keer wanneer u op deze toets drukt, verschijnt er een andere tijdsduur op de display en wel in deze volgorde:

flowchart
graph LR
A["SLEEP10"] --> B["SLEEP20"] --> C["SLEEP30"] --> D["SLEEP60"]
E["OFF"] <--_F["SLEEP120"] <--_G["SLEEP90"]
H["(Geannuleerd)"]
2 Wacht na het instellen van de tijdsduur ongeveer 5 seconden.
De indicator SLEEP stopt met knipperen en is nu continu aan.
Als u wilt weten hoeveel tijd er nog resteert tot de eenheid wordt uitgeschakeld, moet u eenmaal op de toets SLEEP drukken. Gedurende ongeveer 5 seconden kunt u zien over hoeveel minuten de eenheid door deze functie wordt uitgeschakeld.
Als u de uitschakeltijd wilt wijzigen, drukt u net zo vaak op de toets SLEEP tot de gewenste tijdsduur verschijnt.
Als u de instelling wilt annuleren, drukt u net zo vaak op de toets SLEEP tot de vermelding "OFF" op de display verschijnt en de indicator SLEEP op de display uitgaat.
- De functie Sleep Timer wordt ook uitgeschakeld als u de eenheid zelf uitschakelt.
Prioriteiten van de timers
Aangezien elke timer onafhankelijk van elke andere timer kan worden ingesteld, zult u zich misschien afvragen wat er gebeurt als de instellingen elkaar overlappen. De timers hebben in verschillende omstandigheden verschillende prioriteiten. Hieronder volgen enkele voorbeelden.
- De Recording Timer gaat voor de Daily Timer. Als de Daily Timer is ingesteld om te worden geactiveerd wanneer de Recording Timer al actief is, zal de Daily Timer helemaal niet worden geactiveerd.

- Als de Sleep Timer is ingesteld om te worden geactiveerd wanneer er al een andere timer actief is (de Daily Timer of de Recording Timer), gaat de timer met de vroegste uitschakeltijd voor.

Als u de Recording timer en de Sleep timer zodanig hebt ingesteld dat deze op hetzelfde tijdstip actief worden, moet u goed letten op de uitschakeltijd.
De eenheid functioneert het beste wanneer u zowel uw geluidsdragers (CD's, cassettes) als apparatuur goed onderhoudt.
CD's

- Neem de CD uit de doos door de CD bij de randen vast te pakken en met de wijsvinger op het gat in het midden van de CD te drukken.
- Raak het zilverkleurige oppervlak van de CD niet met de vingers aan. Let erop dat u de CD niet buigt.
- Plaats de CD na gebruik weer terug in de doos of hoes om beschadiging en kromtrekken te voorkomen.

- Let erop dat u geen krassen op het oppervlak van de CD maakt als u de CD weer in de doos plaatst.
• Voorkom dat de CD wordt blootgesteld aan direct zonlicht, extreme temperatuurschommelingen en vocht.

De CD reinigen
Als een CD niet schoon is, moet u die met een zachte doek reinigen. Beweeg de doek vanuit het midden van de CD naar de rand.

Gebruik GEEN oplosmiddelen zoals reinigers voor grammofoonplaten, een spuitbus met oplosmiddelen, of terpentine om de CD schoon te maken.
Cassettes

- Als de band los in de cassette zit, kunt u het losse gedeelte met behulp van een pen die u in een van de wieltjes steekt voorzichtig oprollen.
- Een losse band kan snel beschadigd raken, beschadigingen veroorzaken, of vastlopen.

- Raak de band van de cassette nooit met de vingers aan.

- Bewaar cassettes niet op de volgende plaatsen:
— In een stoffige omgeving
— In direct zonlicht of in een warme omgeving
— In een vochtige omgeving
— In de buurt van ee magneet
Mocht er zich een probleem met de eenheid voordoen, dan raden wij u aan eerst deze lijst met bekende problemen en oplossingen door te lopen alvorens contact op te nemen met de leverancier.
Als u het probleem niet kunt verhelpen aan de hand van de tips die onderstaand worden gegeven, of als de eenheid fysieke schade heeft opgelopen, raden we u aan contact op te nemen met een erkende reparateur, zoals uw leverancier.
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| De demonstratie op de display kan niet worden gcannulceerd. | U hebt geprobeerd de demonstratie met behulp van andere toetsen te beëindigen. | Druk op DEMO op de eenheid (zie pagina 8). |
| Geen geluid. | De aansluitingen zitten los of zijn verkeerd tot stand gebracht. | Controleer alle aansluitingen en verbeter deze (zie pagina 6 – 8). |
| Uitzending is moeilijk te volgen vanwege ongewenst geluid. | Antenne is losgeraakt.De AM (MW/LW) -raamantenne staat te dicht op de eenheid.De FM-antenne is niet voldoende uitgestrekt of opgehangen. | Sluit de antenne aan zodat deze niet los kan schieten.Plaats de AM (MW/LW) -raamantenne ergens anders of draai de antenne enigszins.Hang de FM-antenne op een plaats op waar de beste ontvangst wordt verkregen. |
| Geluid van de CD wordt onderbroken. | De CD is beschadigd of vuil. | Maak de CD schoon of vervang de CD (zie pagina 23). |
| De carrousel gaat niet open of dicht. | De stekker zit niet in het stopcontact.De carrousel is vergrendeld. | Plaats de stekker in het stopcontact.Hef de vergrendeling van de carrousel op (zie pagina 16). |
| De CD speelt niet. | De CD is ondersteboven geplaatst. | Draai de CD om. |
| De cassettecompartimenten kunnen niet open. | De stekker is tijdens het afspelen van de cassette uit het stopcontact verwijderd. | Steck de stekker in het stopcontact. |
| Kan geen opnames maken. | De wisprevenstielipjes zijn van de cassette verwijderd. | Plak de opening op de cassette met plakband af. |
| Geen enkle functie lijkt te werken. | De microprocessor in de eenheid werkt niet vanwege elektrische storingen van buitenaf. | Trck de stekker van de netspanningskabel uit het stopcontact en steek de stekker vervolgens opnieuw in het stopcontact. |
| De afstandsbediening doet het niet. | Het pad tussen de afstandsbediening en de sensor op de eenheid is geblokkeerd.De batterijen zijn (bijna) leeg. | Verplaats het voorwerp dat de rechte lijn onderbreckt.Vervang de batterijen. |
Beschrijving van de PTY-codes:
| NEWS: Nieuws. |
| AFFAIRS: Een programma over een actueel onderwerp,achtergronden bij het nieuws, een debat, ofcommentaar. |
| INFO: Informatief programma in de breedste zin van hetwoord. |
| SPORT: Sportprogramma in de breedste zin van het woord. |
| EDUCATE: Educatief programma. |
| DRAMA: Hoorspelen en feuilletons. |
| CULTURE: Cultureel programma, op regionaal of nationaalniveau, en betrekking hebbend op taal, theater, etc. |
| SCIENCE: Programma over wetenschap en technologie. |
| VARIED: Gevaricerd programma, zoals quizzen, spelletjes eninterviews. |
| POP M: Moderne, populaire muziek. |
| ROCK M: Rock-muziek. |
| M.O.R. M: Eigentijdse muziek die als easy-listening kan wordengetypeerd. |
| LIGHT M: Instrumentele muziek, vocale muziek en koren. |
| CLASSICS: Klassieke muziek, orkesten, symfonieën,kamermuziek, aan. |
| OTHER M: Muziek die niet in een van de muziekcategorieënpast. |
| WEATHER: Weersvooruitzichten. |
| FINANCE: | Beursberichten, informatie over handel ennijverheid, financiële analyses, aan. |
| CHILDREN: | Programma’s voor een jeugdig publiek. |
| SOCIAL A: | Programma’s over sociale wetenschappen,geschiedenis, geografie, psychologie en demaatschappij. |
| RELIGION: | Godsdienstig programma. |
| PHONE IN: | Een programma waarin luisteraars hun meningkunnen geven, hetzij telefonisch, hetzij in een panel. |
| TRAVEL: | Verkeersinformatie en toeristische informatie. |
| LEISURE: | Programma’s over vrijetijdsbesteding. |
| JAZZ: | Jazz-muziek. |
| COUNTRY: | Country-muziek. |
| NATIONAL: | Populaire muziek uit het land of de streek in de taalvan het land. |
| OLDIES: | Muziek uit de categorie “goud van oud”. |
| FOLK M: | Muziek die zijn oorsprong vindt in de muzikalecultuur van een bepaald land. |
| DOCUMENT: | Documentaire over een actueel onderwerp,onderzoeksjournalistiek. |
Bepaalde FM-stations hanteren mogelijk een enigszins afwijkende classificatie van de PTY-codes.
Versterker — CA-MXK5R
Uitgangsvermogen (IEC268-3/DIN)
65 W per kanaal, min. RMS, beide kanalen aangestuurd met 6 Ω bij 1 kHz, en een totale harmonische vervorming van niet meer dan 10%.
Gevoeligheid/impedantie audio-input (bij 1 kHz) AUX: 530 mV/50 kΩ
Signaalgolflengte: 660 nm
Output-niveau: -21 dBm tot -15 dBm
Impedantic luidsprekers: 6 Ω — 16 Ω
Tuner
FM-tuner afstembereik: 87,50 MHz — 108,00 MHz
AM-tuner afstembereik:
Middengolf (MW):522 kHz — 1 629 kHz
Capaciteit van de CD-speler: 3 CD's
Signaal/ruis-verhouding: 85 dB
Cassettedeck
Frequentierespons
Normal (Type I): 50 Hz — 14 000 Hz
Wow en flutter
0,15% (WRMS)
Algemeen
Vereist vermogen: AC 230 V, 50 Hz ∼
Verbruik: 120 W (bij normaal gebruik)
17 W (in standby)
3,5 W (in eco-modus)
Afmetingen (ong.): 270 mm x 317 mm x 447 mm (L/H/D)
Ontwerp en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.
JVC
VICTOR COMPANY OF JAPAN, LIMITED
JVC
INSTRUCTIONS
SPEAKER SYSTEM
SP-MXK5R
BEDIENUNGSANLEITUNG: LAUTSPRECHERSYSTEM MANUEL D'INSTRUCTIONS: SYSTEME DES ENCEINTES GEBRUIKSAANWIJZING: LUIDSPREKERSYSTEEM MANUAL DE INSTRUCCIONES: SISTEMA DE ALTAVOCES ISTRUZIONI: SISTEMA DI ALTOPARLANTI BRUKSANVISNING: HÖGTALARSYSTEM KÄYTTÖOHJE: KAIUTINJÄRJESTELMÄ VEJLEDNING: HÖJTTALERSYSTEM HASZNÁLATI ÚTMUTATÓ: HANGSZÓRÓ RENDSZER INSTRUKCJA UŻYTKOWANIA: ZESTAW GŁOŚNIKOWY NÁVOD K OBSLUZE: REPRODUKTOROVÁ SOUSTAVA
Dank u voor de aanschat van deze JVC luidsprekers.
Lees alvorens over te gaan tot aansluiten, deze gebruiksaanwijzing door zodat u de best mogelijke prestaties zult verkrijgen. Neem kontakt op met de JVC dealer indien u vragen heeft.
- Gebruik GEEN andere versterker dan de CA-MXK5R om dit luidsprekersysteem aan te sturen.
- Schakel de spanning van alle aangesloten komponenten uit alvorens de luidsprekers met de versterker te verbinden.
- Het maximale vermogen van de SP-MXK5R is 90 W. Te hoge ingang kan in abnormale geluidsreproduktie en in beschadigingen resulteren. Overbelasting en verbranding van de bedrading kan worden veroorzaakt, wanneer de hieronder beschreven signalen naar de luidspekers worden gevoed, zelfs wanneer de signalen onder het maximaal toegestane ingangsvermogen zijn. Verminder eerst het volume van de versterker.
1) Ruis, zoals dit optreedtijdens afstemming op een FM-zender.
2) Hoogfrekwentie signalen van een hoog niveau, zoals die tijdens het vooruitspoelen van een tapedeck worden geproduceerd.
3) Klikkende geluiden, die worden veroorzaakt door het in - en uitschakelen van de netspanning van andere komponenten.
4) Klikkende geluiden, zoals die worden geproduceerd bij het tot stand brengen of verbreken van aansluitingen terwijl de netspanning is ingeschakeld.
5) Klikkende geluiden, zoals die optreden bij het vervangen van het element van een draaitafel terwijl de netspanning is ingeschakeld.
6) Klikkende geluiden, zoals die worden geproduceerd door bediening van de schakelaars van de versterker.
7) Voortdurende hoogfrekwentie-oscillatie, of hoogtonige, elektronisch geproduceerde geluiden van muziekinstrumenten.
8) Rondzingend geluid bij gebruik van mikrofoons.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Type | :3-weg 3-luidsprekers bass reflex |
| Luidsprekers: | |
| Woofer | :13,5 cm kegeltype x 1 |
| Midrange | :5,0 cm kegeltype x 1 |
| Tweeter | :2,0 cm kople x 1 |
| Maximale vermogen | :90 W |
| Impedantie | :6 Ω |
| Frekwentiebereik | :45 Hz — 20 000 Hz |
| Geluidsdrukniveau | :82 dB/W·m |
| Afmetingen (B x H x D) | :215 mm x 323 mm x 242 mm |
| Gewicht | :Elk 3,3 kg |
Veranderingen in technische gegevens et ontwerp onder voorbehoud.