SD-NX10H - Hi-Fi Systeem SHARP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SD-NX10H SHARP in PDF-formaat.
| Type product | Hi-Fi Systeem |
| Merk | Sharp |
| Model | SD-NX10H |
| CD-speler | 1-disc laadsleuf, Compact Disc speler |
| MD-recorder | MiniDisc recorder/weergave, magneto-optisch |
| Tuner | FM/AM met RDS (Radio Data Systeem) |
| Versterker uitgangsvermogen | 50 W RMS (25 W + 25 W) |
| Frequentiebereik CD | 20 - 20.000 Hz |
| Frequentiebereik MD | 20 - 20.000 Hz |
| Signaal/ruisverhouding MD | 95 dB (1 kHz) |
| Dynamisch bereik CD | 90 dB (1 kHz) |
| Luidspreker type | 2-weg systeem (3 cm tweeter, 10 cm woofer) |
| Luidspreker impedantie | 6 Ohm |
| Luidspreker afmetingen (B x H x D) | 187 x 423 x 200 mm |
| Luidspreker gewicht | 3,7 kg per stuk |
| Afstandsbediening | Infrarood, met batterijen (AA x 2) |
| Extra functies | X-BASS, Surround, Equalizer (Heavy, Soft, Vocal), 7 kleuren display |
| Timer | Timer-gestuurde weergave en opname, slaaptimer (1 min - 2 uur) |
| Opnamefuncties | SP (stereo), LP2 (2x normale duur), LP4 (4x normale duur), MONO |
| RDS functies | PTY, TP, TA, EON, ASPM |
| Aansluitingen | Hoofdtelefoon (3,5 mm), Digitale ingang (optisch), AUX (analoog/digitaal), Luidsprekeruitgangen |
| Stroomverbruik | Ingeschakeld: 54 W; Standby: 0,6 W (demo uit) |
| Voeding | 230 V AC, 50 Hz |
| Accessoires | Afstandsbediening, AA batterijen (2x), AM ringantenne, FM antenne, luidsprekersnoeren (2x), netsnoer, systeembedieningssnoer, geluidssnoer, zachte doek |
Veelgestelde vragen - SD-NX10H SHARP
Gebruikersvragen over SD-NX10H SHARP
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hi-Fi Systeem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SD-NX10H - SHARP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SD-NX10H van het merk SHARP.
GEBRUIKSAANWIJZING SD-NX10H SHARP
Raadpleeg de bladzijden i t/m vi en N-1 t/m N-60.
ENGLISH
- Wanneer de ON/STAND-BY toets in de STAND-BY stand staat, loopt er nog steeds stroom (netspanning) in het toestel. Wanneer de ON/STAND-BY toets in de STAND-BY stand staat, kan het toestel ingeschakeld worden via de timerfunctie of de afstandsbediening.
Waarschuwing:
Dit toestel bevat geen door de gebruiker te repareren onderdelen. Verwijder de behuizing nooit tenzij u deskundig bent op dit gebied. In het toestel loopt een gevaarlijke spanning; haal de stekker altijd uit het stopcontact alvorens onderhoud uit te voeren of wanneer het toestel voor langere tijd niet gebruikt wordt.
Gebruik van regelaars, het maken van instellingen, gebruik of handelingen anders dan in deze gebruiksaanwijzing vermeld, kan gevaarlijke straling blootleggen. De laserstraal in deze CD-speler kan de ogen beschadigen. Probeer derhalve de ombouw niet te verwijderen. Laat reparaties alleen over aan erkend onderhoudspersoneel.
• CAUTION
Karakteristieken van laserdiodode
- Materiaal: GaAlAs
• Golfengte: 785 nm
• Pulstijden:
Leesfunctie: 0,8 mW Doorlopend
Schrijffunctie: max. 10 mW 0,5 S
min. cycle 1.5 S
Herhaling
Laser Diode Properties
• Material: GaAlAs
• Wavelength: 785 nm
- Pulse time:
Hartelijk bedankt voor de aanschaf van dit SHARP product. Voor het verkrijgen van de best mogelijke prestaties van dit product, moet u deze gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Deze aanwijzingen verduidelijken de bediening van dit SHARP product.
Inhoud
■ Algemene informatie
Voorzorgen 2-3
Accessoires .... 3
Bedieningsorganen en indicatoren 4 - 9
■ Voorbereidingen voor gebruik
Afstandsbediening 10
Systeemaansluitingen 11 - 13
■ Basisbediening
Algemene bediening .... 14
Geluidsregeling 15
Instellen van de klok 16
■ CD-weergave
Luisteren naar een CD 17 - 19
■ MD-weergave
Beluisteren van een minidisc 20 - 22
■ Geavanceerde CD/MD-weergave
Directe weergave 23
Herhaalde of willekeurige weergave 23
Geprogrammeerde weergave 24
■ Radio
Luisteren naar de radio 25 - 26
■ RDS Radio
Gebruiken van het Radio Data Systeem (RDS) 27 - 33
■ MD-opname
Alvorens op een minidisc op te nemen 34
Opnemen op een minidisc van een CD 35 - 38
Opname van de radio op een minidisc 39
Controleren van aanduidingen op het display 40
■ Monteren van een MD
Invoeren van een titel voor een minidisc 41 - 43
Monteren van een opgenomen minidisc 43 - 47
■ Geavanceerde mogelijkheden
Timer en slaaptimer bediening 48 - 52
Verbeteren van uw stereosysteem 53 - 54
■ Referenties
Wat is een minidisc? 55
Beperkingen van het MD-systeem 55
Foutmeldingen 56
Tabel probleemoplossing 57 - 58
Onderhoud 59
De apparatuur dient te worden opgesteld op een goed geventileerde plek met tenminste 10 cm vrije ruimte aan de zijkanten en de achterkant. Er moet ook minstens 20 cm aan de bovenkant van het toestel worden vrijgelaten.

- Gebruik het toestel op een stevige, horizontale ondergrond die vrij is van trillingen.

- Stel het toestel niet aan direct zonlicht, magnetisme, stof, en vochtigheid bloot en houd het toestel uit de buurt van elektronische/elektrische apparaten (personal computers, facsimiles, etc.) die mogelijk storing veroorzaken.

- Zet niets bovenop het toestel.
- Stel het toestel niet aan vocht, temperaturen hoger dan 60°C of extreem lage temperaturen bloot.
-
Als uw systeem niet naar behoren functioneert, dient u de stekker uit het stopcontact te halen. Doe vervolgens de stekker weer terug in het stopcontact en zet uw systeem aan.
-
Bij onweer dient u voor de veiligheid de stekker van uw toestel uit het stopcontact te halen.
- Grijp de stekker zelf beet als u deze uit het stopcontact haalt. Indien aan het snoer wordt getrokken, kunnen de interne draden beschadigen.
- De behuizing mag niet verwijderd worden, aangezien dit kan leiden tot elektrische schokken. Raadpleeg voor werkzaamheden aan het binnenwerk uw plaatselijke SHARP servicecentrum.
- De ventilatie mag niet worden belemmerd door de ventilatie-openingen af te dekken met voorwerpen zoals kranten, tafellakens, gordijnen enz.




- Er mogen geen open vuurbronnen, zoals brandende kaarsen op het toestel gezet worden.
- U dient rekening te houden met het milieu wanneer u batterijen weggooit.
- Het toestel is ontworpen voor gebruik in een gematigd klimaat.
- Dit toestel dient uitsluitend te worden gebruikt bij een omgevingstemperatuur vanaf 5°C tot 35°C.
NEDERLANDS
Voorzorgen (vervolg)
Waarschuwing:
- De netspanning dient overeen te komen met de spanning aangegeven op het toestel. Gebruik van dit toestel met een ander voltage dan het aangeduide is gevaarlijk en kan leiden tot brand of andere ongelukken. SHARP kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade ten gevolge van gebruik van dit toestel met een ander voltage dan het gespecificeerde.
- Dit product is uitgerust met een koelventilator aan de achterkant van de versterker voor een betere warmteafvoer.
■ Volumeregeling
Het daadwerkelijke geluidsniveau bij een gegeven volume-instelling hangt mede af van de doelmatigheid en de opstelling van de luidsprekers en van diverse andere factoren. U dient blootstelling aan hoge geluidsniveaus, die zich kunnen voordoen wanneer het toestel wordt aan gezet terwijl het volume hoog staat, of bij doorlopend luisteren bij hoge volumes, te vermijden.
■ Zorg voor uw CD's
Compact Discs zijn redelijk duurzaam, maar door vuil op het oppervlak van het schijfje kan er een afleesfout ontstaan. Volg de onderstaande richtlijnen zodat u maximaal kunt profiteren van uw CD collectie en uw speler.
- Schrijf niet op het schijfje, vooral niet op de kant zonder label, waar het signaal op staat. Maak geen markering van enigerlei soort op dit oppervlak.
- Stel de CD's niet bloot aan overmatige warmte of vochtigheid, of aan direct zonlicht.
- Pak een CD altijd vast aan de rand, en nooit aan het plaatoppervlak. Vingerafdrukken, vuil of water op de CD kan storingen bij het aflezen van de CD-signalen veroorzaken. Als een CD vuil is en daardoor niet goed speelt, maak deze dan schoon door met een zachte, droge doek van het middenpunt uit naar de rand toe te vegen.

- Plak geen labels of stukjes plakband op een CD. Dit kan storingen aan het toestel veroorzaken.

Accessoires
Controleert u alstublieft of de volgende accessoires inderdaad aanwezig zijn.
Afstandsbediening ×1 "AA" formaat batterijen (UM/SUM-3, R6, HP-7 of soortgelijk)×2 | ![]() |
AM ringantenne× 1 FM-antenne 1 | × |
Luidsprekersnoer ×2 Netsnoer | × |
Systeembedieningssnoer × 1 Geluidssnoer 1 | × |
Zachte doek ×1 | |
Opmerking:
Alleen de bovenvermelde accessoires worden meegeleverd.
Bedieningsorganen en indicatoren

■ MD/CD/tunereenheid voorpaneel
Referentiepagina
1. CD-uitwerptoets 18
2.CD stoptoets 17
3.CD weergave-/pauzetoets 17
4. Toets voor terugspoelen CD/afstemmen op lagere frequentie .. 18, 25
5. Toets voor versneld afspelen CD/afstemmen op hogere frequentie .. 18, 25
6.MD-opnametoets 38
7.MD stoptoets 21
8.MD weergave-/pauzetoets 20
9.Toets voor MD opnamefunctie/versneld terugspoelen MD . . . 21, 38
10.MD +10 fragmenten hoger toets 21
1.Toets voor MD opnamefunctie/versneld afspelen MD ..... 21,38
12.MD-uitwerptoets 21
13.Aan/uit (standby) toets 17
14.Tuner (Band) toets 25
15.Externe apparatuur/demo-toets 13,54
16.MD-opnamefunctietoets 35
17.Wistoets 47
18.Keuzetoets CD/MD-weergavefunctie 23
19.Toetsen voor het verhogen of verlagen van het volume ..... 15
20.Toets voor het openen/sluiten CD/MD klep 17
21.CD-houder....17
22.MD-houder 20
23.Timer-indicator....49
24.Slaaptimer-indicator 51
25.Mono opname indicator 35
26.Aan/uit indicator
27.Stereo opname indicator 35
28.2 keer normale opnameduur (stereo) indicator ..... 35
29.4 keer normale opnameduur (stereo) 35
30.Sensor voor de afstandsbediening 10
Bedieningsorganen en indicatoren (vervolg)

■ Multi-functioneel LCD display
- Niveaumeter/teken-informatie/frequentie indicator
2.Functie-indicator
3.Opname-indicator
4.CD/MD weergave-indicator
5.Top-positie indicator
6.RDS indicator
7.Verkeersinformatieprogramma-indicator - Verkeersinformatie-indicator
9.MD opname-pauze indicator
10.Dynamische PTY indicator
11.CD/MD herhaalindicator
12.EON indicator
13.Programmatype-indicator
14.Verkeersinformatie-indicator
15.Surround indicator
16.Indicator willekeurige weergave
17.Geprogrammeerde weergave-indicator
18.Weergave-gesynchroniseerde opnameindicator
19.Fragmentmontage-indicator
20.TOC-indicator
21.FM stereo-indicator
22.FM-stereofunctie indicator
23.Slaaptimer-indicator
24.Timer-gestuurde weergave-/opname-indicator

■ MD/CD/tunereenheid achterpaneel
Referentiepagina
1.Aansluiting hoofdtelefoon 53
2.Digitale ingangsaansluiting 53
3.Systeembedieningsaansluiting 13
4.Systeembedienings-uitgangsaansluiting 13
5.Lijn-uitgangsaansluitingen 53
6.Ingangsaansluitingen externe apparatuur 53
7.75 Ohm FM antenne-aansluiting 12
8.Antenne aard-aansluiting 13
9.AM ringantenne aansluiting 12
Bedieningsorganen en indicatoren (vervolg)

■ Versterkereenheid voorpaneel
1.Aan/uit indicator

■ Achterpaneel versterker
Referentiepagina
1.Systeembedienings-ingangsaansluiting....13
2.Systeembedieningsaansluiting ....13
3.Luidspreker-aansluitingen ....13
4.Koelventilator
5.Wisselstroom ingangsaansluiting ....12

■ Luidsprekersysteem
Referentiepagina
1.Grille van de luidspreker
2.Tweeter
3.Woofer
4.Woofer
5.Bassreflexkanaal
6.Luidspreker-aansluitingen 13
Opstellen van het luidsprekersysteem:
De linker en rechter luidsprekers hebben hun eigen aparte vorm. Voor de beste prestaties dient u de luidsprekers op te stellen volgens het onderstaande diagram.

De grilles van de luidsprekers zijn afneembaar:
Er mag niets in aanraking komen met de luidspreker-membranen wanneer u de grilles van de luidsprekers haalt.


Bedieningsorganen en indicatoren (vervolg)

■ Afstandsbediening
Referentiepagina
1.Zender afstandsbediening ....10
2. Keuzetoets CD/MD-weergavefunctie
3. MD-opnamefunctietoets
4. Aan/uit (standby) toets
5. MD-opnametoets
6.Top-positie toets 38
7.Fragment-montagetoets ....37
8.Weergave-gesynchroniseerde-opnametoets ....54
9.RDS EON toets 27,31
10.RDS programmatype/verkeersinformatie zoektoets .....27, 30
11.RDS ASPM (Automatisch Station Programma Geheugen) toets . .27
12. Toetsen voor het verhogen of verlagen van het volume
13.CD/MD snel terug, afstemmen lager toets
14.Extra Bass toets....15
15.CD/MD programmatoets 24
16.Wistoets 24
17.Naam/TOC-montagetoets. 41
18.Timer-/wistoets....16,48
19.Tijdtoets 19,22
20.Enter toets 16
21.MD stoptoets
22.MD weergave-/pauzetoets
23.CD stoptoets
24.CD weergave-/pauzetoets
25.Tuner (Band) toets
26. Extra ingangstoets
27.Surroundtoets 15
28.CD/MD snel vooruit, afstemmen hoger toets
29. Equalizer voorkeuzetoets 15
30.Teken invoer/CD, MD, tuner direct keuzetoetsen .....23, 41
31.Displaytoets .....19, 22
32.Opnameniveau/cursor/tuner voorkeuzetoetsen .....25, 38, 41
33.CD/MD montagetoets 35
Toetsen met een "*" op de afbeelding kunnen alleen worden worden bediend via de afstandsbediening. Andere toetsen kunnen zowel op het hoofdtoestel als op de afstandsbediening worden bediend.
Afstandsbediening
■ Batterijen inzetten
1 Open het batterijklepje.
2 Plaats de bijgeleverde batterijen overeenkomstig de (+) en (-) markeringen in het batterijvak.
- Bij het plaatsen of verwijderen van de batterijen moet u deze naar de polen drukken.
3 Sluit het batterijklepje.

Voorzorgen bij het gebruik van batterijen:
● Vernieuw altijd alle batterijen tegelijk.
- Gebruik nooit oude en nieuwe batterijen tegelijkertijd.
- Verwijder de batterijen als het toestel langere tijd niet gebruikt zal worden. Hierdoor voorkomt u mogelijke schade vanwege lekkende batterijen.
Let op:
- Gebruik geen oplaadbare batterijen (nikkelcadmium batterij, etc.).
- Verkeerd geplaatste batterijen kunnen problemen veroorzaken.

Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.
Opmerkingen aangaande de afstandsbediening:
- Vervang de batterijen wanneer het bereik afneemt of wanneer de bediening onbetrouwbaar wordt. Gebruik 2 "AA" formaat batterijen (UM/SUM-3; R6, HP-7 of vergelijkbaar).
- Maak het zendvenster van de afstandsbediening en sensor van het stereosysteem regelmatig schoon met een zachte doek.
- Als de sensor op het stereosysteem bloot staat aan een sterke lichtbron, is het mogelijk dat het toestel niet naar behoren reageert op de afstandsbediening. Verander de verlichting of de opstelling van het stereosysteem.
- Houd de afstandsbediening uit de buurt van vocht, hitte, schokken en trillingen.
■ Testen van de afstandsbediening
Controleer de afstandsbediening nadat u gecontroleerd heeft of alle aansluitingen op de juiste manier zijn gemaakt. (Zie de bladzijden 11 - 13.) Richt de afstandsbediening op de sensor van het toestel.
De afstandsbediening kan worden gebruikt binnen het hieronder aangegeven bereik:
Druk op de ON/STAND-BY toets. Wordt de stroom ingeschakeld? Nu kunt u van uw muziek genieten.

Systeemaansluitingen


■ Aansluiten van de antennes
Bijgeleverde FM-antenne:
Sluit de FM-antennedraad aan op de FM 75 OHMS aansluiting en richt de draad zo- danig dat de ontvangst optimaal is.

Bijgeleverde AM-ringantenne:
Sluit de draad van de AM ringantenne aan op de AM en GND aansluitingen. Plaats de AM ringantenne zo dat u de beste ontvangst verkrijgt. u kunt de AM ringantenne op een plank enz. zetten, of deze met schroeven (niet meegeleverd) aan een zuil of aan de wand bevestigen.

Opmerking:
Houd de FM/AM antenne uit de buurt van de versterker, MD/CD/tuner, netsnoer en luidsprekerdraden. Als deze te dicht bij elkaar zijn, kan er ruis geproduceerd worden.
Installeren van de AM ringantenne:
< In elkaar zetten > < Bevestigen aan de wand >

Systeem-aansluitingen (vervolg)
■ Externe FM of AM antenne
Gebruik een externe FM of AM sntenne als u een betere ontvangst nodig hebt. Raadpleeg uw dealer.

Opmerkingen:
- Bij gebruik van een externe FM antenne dient u de meegeleverde FM antennedraad los te maken van de FM 75 OHMS aansluiting.
- Bij gebruik van een externe AM antenne, dient u de draad van de AM ringantenne aangesloten te houden.
■ Aansluiten van de luidsprekers
Sluit de zwarte draad aan op de (-) en de doorzichtige op de (+).

Let op:
- Sluit de luidsprekerdraden eerst op de luidsprekers aan en daarna pas op het toestel zelf.
- Gebruik luidsprekers met een impedantie van 6 Ohm of hoger, daar luidsprekers met een lagere impedantie het toestel mogelijk beschadigen.
- Verwissel in geen geval de rechter en linker kanalen. De rechter luidspreker is de luidspreker aan de rechterkant wanneer u naar het toestel gekeerd staat.
- Laat de ontblote luidsprekerdraden elkaar niet raken.

- Ga niet op de luidsprekers zitten of staan. Dit kan leiden tot persoonlijk letsel.
■ Aansluiten van de MD/CD/tuner en de versterker
Sluit de tuner en de versterker op elkaar aan via het geluidssnoer en het systeembedieningssnoer die worden meegeleverd met dit toestel.

■ Aansluiten van het netsnoer
Nadat u gecontroleerd heeft of alle aansluitingen op de juiste manier gemaakt zijn, kunt u de stekker van het toestel in het stopcontact doen. Als u voor het eerst de stekker in het stopcontact doet, zal het toestel in de demonstratiefunctie gaan.
Opmerking:
Haal de stekker van het toestel uit het stopcontact als u het toestel voor langere tijd niet zult gebruiken.
■ Demonstratiefunctie
Als u voor het eerst de stekker van het toestel in het stopcontact doet, zal het toestel in de demonstratiefunctie gaan. U zult woorden over het display zien schuiven.
DEMO ON
Annuleren van de demonstratiefunctie:
Druk op de AUX (DEMO) toets wanneer het toestel in de standby-stand (demonstratiefuncie) staat. Het toestel gaat nu in de stroom-spaarstand.
Weer activeren van de demonstratiefunctie:
Druk nog een keer op AUX (DEMO) wanneer het toestel in de standby-stand staat.
Algemene bediening

■ Kies uw favoriete kleur uit 7 verschillende mogelijkheden.
1 Druk op de ON/STAND-BY toets om het systeem aan te schakelen.
2 Houd de DISPLAY toets tenminste 2 seconden ingedrukt.
3 Druk op de REC LEVEL/CURSOR of taets en selecteer "COLOR".
4 Druk op de ENTER toets.
5 Druk op de REC LEVEL/CURSOR of toets.
| INITIAL | De kleur verandert automatisch met de bediening. |
| FIXED | U kunt zelf uw favoriete kleur kiezen. |
| DAILY | De kleur verandert met de dag van de week. |
| RANDOM | De kleur verandert willekeurig. |
6 Druk op de ENTER toets.
7 Wanneer FIXED of DAILY is geselecteerd:
- Druk op ENTER nadat u met de REC LEVEL/CURSOR of teets uw favoriete kleur heeft gekozen.
- Kies uw favoriete kleur uit 7 verschillende mogelijkheden (COLOR 1 t/m COLOR 7).
■ Veranderen van de helderheid van de display-verlichting
Dimmen:
1 Druk op de ON/STAND-BY toets om het systeem aan te schakelen.
2 Houd de DISPLAY toets tenminste 2 seconden ingedrukt.
3 Druk op de REC LEVEL/CURSOR of toets en selecteer "DIMMER ON ?".
4 Druk op de ENTER toets.
- De verlichting gaat uit en de tekens worden gedimd.
Helderder maken:
1 Houd de DISPLAY toets tenminste 2 seconden ingedrukt.
2 Druk op de ENTER toets.
Geluidsregeling

■ Volumeregeling
Druk op de VOLUME toets om het volume te verhogen en op de VOLUME toets om het volume te verlagen.
VOLUME 20
■ Regeling lage tonen
Wanneer de X-BASS toets wordt ingedrukt, zal het toestel in de extra bass functie gaan, waarin de lage tonen extra versterkl worden. Om de extra bass functie te annuleren dient u op de X-BASS toets te drukken.

De lage tonen worden versterkt. Geannuleerd.
■ Surroundfunctie
Druk op de SURROUND toets voor weergave met een surroundeffect waarbij u als het ware door muziek wordt omringd.
Druk nogmaals op de SURROUND toets om de surroundfunctie te annuleren. "SURROUND" dooft.

■ Equalizer
Dient u de PASS/EQ toets net zo vaak in te drukken tot de gewenste geluidsfunctie verschijnt.
![graph TD A["BY-PASS"] --> B["HeavY"] C["SOFT"] --> D["VOCAL"] E["De hoge tonen worden verzwakt."] --> D F["Het geluid wordt neutraal (onveranderd) weergegeven."] --> C G["De lage en de hoge tonen worden versterkt."] --> D H["De vocalen (midden tonen) worden versterkt."] --> D](/content/2026/06/1156704/images/706a5de9143e997214261d0b8ed4378e0765928540d2f9f92c549557021e3ce6.jpg)
Instellen van de klok

In dit voorbeeld wordt de klok ingesteld op 9:30 15. 02 '01.
1 Druk op de ON/STAND-BY toets om de spanning in te schakelen.
2 Druk op de TIMER/DELETE toets.
3 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR <of toets om "TIME ADJUST" te selecteren.
TIME ADJUST
4 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
5 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR <of toets om het jaar in te stellen en druk vervolgens op de ENTER toets.
01.01,01
6 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR
01.02'01
7 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR
15.02'01
8 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR <of toets om de uren in te stellen en druk vervolgens op de ENTER toets.
9:00
9 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR <of toets om de minuten in te stellen en druk vervolgens op de ENTER toets.
9:30
- Het ingestelde uur zal niet veranderen als de minuten van "59" naar "00" springen.
- De klok begint te lopen vanaf "0" seconden. (De seconden worden niet getoond.) Het tijddisplay verdwijnt na een paar seconden.
Bevestigen van het tijddisplay:
[Wanneer het toestel standby staat]
Druk op de DISPLAY toets van de afstandsbediening.
De tijdsaanduiding zal circa 5 seconden worden getoond.
[Met de stroom ingeschakeld]
Druk op de TIMER/DELETE toets.
Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR <of toets.
De tijdsaanduiding zal circa 10 seconden worden getoond.
Opmerking:
De instelling voor de klok zal worden gewist wanneer de stekker van het toestel uit het stopcontact wordt gehaald of wanneer er een stroomstoring optreedt.
Opnieuw instellen van de klok:
Voer de aanwijzingen onder "Instellen van de klok" van het begin af aan uit.
Luisteren naar een CD


Onderbreken van de weergave:
Druk op de CD ▶nets.
Om de weergave vanaf hetzelfde punt te laten hervatten, dient u nog een keer op de CD ▶bets te drukken.
Stoppen van de weergave:
Druk op de CD ■oets.
Verwijderen van de CD:
Druk op de CD 🔒oets als de stopfunctie is ingesteld.
Opmerkingen:
- Wanneer u een half uitgeworpen CD opnieuw wilt laden, dient u deze te verwijderen en opnieuw in het toestel te doen.
- Een 8 cm CD-single zal een stukje verder naar buiten komen als u twee keer op de CD ▲toets drukt.
- Als de kant van de CD waar de opnamen op staan wordt aangeraakt of vuil wordt, dient u "Zorgen voor uw Compact Discs" (bladzijde 3) te raadplegen en deze schoon te maken.

- Druk op de OPEN/CLOSE toets en sluit de CD/MD klep.
- Wanneer het toestel uit (standby) gaat, zal de openstaande CD/MD klep automatisch worden gesloten.
Let op:
- Wees voorzichtig dat u uw vingers niet klemt tussen de klep.
- Stop of beweeg de CD/MD klep niet met de hand. Dit kan leiden tot storingen aan het toestel.
- De CD en MD laadsleuven wijzen naar boven. Wees voorzichtig dat u hier geen muntjes of iets dergelijks in laat vallen. Om stof uit het toestel te houden, dient u de CD/MD klep dicht te houden wanneer het toestel niet gebruikt wordt.
- Ontsporen wordt mogelijk veroorzaakt indien het toestel aan schokken of trillingen blootstaat.
- Weergave van sommige CD's met een hoog volume kan onsporing veroorzaken. Verlaag het volume in dit geval.
- Indien een radio of TV de weergave van de CD stoort, dient u het toestel verder van de TV of radio te plaatsen.
- Als er tijdens gebruik van de CD een foutmelding verschijnt, dient u "Foutmeldingen" op bladzijde 56 te raadplegen.
■ Opzoeken van het begin van een fragment
Naar het begin van het volgende fragment verspringen:
Druk tijdens de weergave op de ►dets.
- U kunt naar het gewenste fragment springen door net zo vaak op de te bets te drukken tot het nummer van het gewenste fragment verschijnt.
Opnieuw beginnen van het spelende fragment:
Druk tijdens de weergave op de teets.
- U kunt naar het gewenste fragment springen door net zo vaak op de Hoets te drukken tot het nummer van het gewenste fragment verschijnt.
■ Opzoeken van het gewenste deel
Snel vooruit spoelen met geluid:
Houd de ►lets ingedrukt tijdens weergave.
Snel terug spoelen met geluid:
Houd de Kets ingedrukt tijdens weergave.
Opmerkingen:
- Normale weergave zal hervatten zodra de i of toels wordt losgelaten.
- Wanneer bij het snel vooruit spoelen het einde van het laatste fragment wordt bereikt, zal de aanduiding "END" op het display verschijnen en zal de CD worden gepauzeerd. Wanneer bij het snel terug spoelen het begin van het eerste fragment wordt bereikt, zal het toestel beginnen met weergeven.
Luisteren naar een CD (vervolg)

■ Omschakelen van het tijd-display
Met elke druk op de TIME toets op de afstandsbediening tijdens weergave, zal het display veranderen.
| De verstreken weergavetijd voor het huidige fragment zal worden getoond. |
| De resterende tijd van het huidige fragment wordt op het display getoond. |
| De totale resterende weergavetijd voor de disc zal worden getoond. |
Opmerkingen:
- Tijdens willekeurige weergave wordt de totale resterende weergavetijd niet getoond.
- Afhankelijk van de CD is het mogelijk dat de op het display getoonde weergavetijd niet overeenkomt met de totale weergavetijd zoals vermeld op de verpakking van de CD omdat de tijd tussen de fragmenten niet meegerekend wordt.
■ Overschakelen naar de niveaumeter
Met elke druk op de DISPLAY toets op de afstandsbediening tijdens weergave, zal het display veranderen.
| De verstreken weergavetijd voor het huidige fragment zal worden getoond. |
![]() |
| De niveaumeter verschijnt. |
![]() |
Beluisteren van een minidisc

Een fragment kan worden afgespeeld zoals het werd opgenomen: mono, of met 2 of 4 keer de normale opnameduur (stereo).
1 Druk op de ON/STAND-BY toets om de spanning in te schakelen.
2 Druk op de MD ■toets.
3 Druk op de OPEN/CLOSE toets om de CD/MD klep te openen.

4 Doe een MiniDisc in het MD compartiment met het label naar uzelf toe.

- Als de MiniDisc verkeerd in het toestel wordt gedaan, zal "?MD DISC" of "Can't READ" op het display verschijnen. Druk in een dergelijk geval op de MD 🔒oets.
- De titel voor de disc wordt uitsluitend getoond indien er een titel is ingevoerd en het totaal aantal fragmenten en de totale weergavetijd van de minidisc verschijnen op het display.
5 Druk op de MD ▶pets om de weergave te starten.
- Indien de geplaatste minidisc een fragmentnaam heeft, zal deze eerst rollend op het display worden getoond. Daarna zal de verstreken weergavetijd verschijnen.
- De verstreken weergavetijd wordt getoond indien de geplaatste minidisc geen fragmentnamen heeft.
- Na weergave van het laatste fragment schakelt de MD-speler automatisch in de stopfunctie.
Beluisteren van een minidisc (Vervolg)
Onderbreken van de weergave:
Druk op de MD ▶ets.
Om de weergave vanaf hetzelfde punt te laten hervatten, dient u nog een keer op de MD ▶bets te drukken.
Stoppen van de weergave:
Druk op de MD ■toets.
Verwijderen van een minidisc:
Druk op de MD toets als de stopfunctie is ingesteld.

- Wees voorzichtig dat u uw vingers niet klemt tussen de klep.
- Stop of beweeg de CD/MD klep niet met de hand. Dit kan leiden tot storingen aan het toestel.
- De CD en MD laadsleuven wijzen naar boven. Wees voorzichtig dat u hier geen muntjes of lets dergelijks in laat vallen. Om stof uit het toestel te houden, dient u de CD/MD klep dicht te houden wanneer het toestel niet gebruikt wordt.
- U moet de stroom inschakelen wanneer u een MD in het toestel doet. Als u een MD in het toestel duwt zonder dat de stroom is ingeschakeld, kunnen er storingen optreden.
- Haal de MD uit het toestel wanneer u het toestel gaat verplaatsen. Deze kan vast komen te zitten in het toestel en storingen veroorzaken.
- Plaats het toestel verder van de TV of radio indien het beeld of geluid van de TV of radio wordt gestoord door het gebruik van een minidisc.
- Het geluid van minidiscs slaat normaliter niet over door trillingen. Indien de trillingen echter continu doorgaan zal het geluid mogelijk wel overslaan. Afhankelijk van de opname op de minidisc is het tevens mogelijk dat het geluid overslaat wanneer het volume hoog is ingesteld. U moet in dat geval het volume verlagen zodat de weergave normaal is.
- Zie "Foutmeldingen" op bladzijde 56 indien er tijdens het gebruik van een minidisc een foutmelding op het display verschijnt.
■ Opzoeken van het begin van een fragment
Naar het begin van het volgende fragment verspringen:
Druk tijdens de weergave op de teets.
- U kunt naar het gewenste fragment springen door net zo vaak op de teets te drukken tot het nummer van het gewenste fragment verschijnt.
Opnieuw beginnen van het spelende fragment:
Druk tijdens de weergave op de Hoets. - U kunt naar het gewenste fragment springen door net zo vaak op de Hoets te drukken tot het nummer van het gewenste fragment verschijnt.
■ Opzoeken van het gewenste deel
Snel vooruit spoelen met geluid:
Houd de ►tolets ingedrukt tijdens weergave.
Snel terug spoelen met geluid:
Houd de Haets ingedrukt tijdens weergave.
Opmerkingen:
- Normale weergave zal hervatten zodra de hot toets wordt losgelaten.
- "END" verschijnt op het display en de werking van de minidisc wordt gepauzeerd wanneer tijdens versneld voorwaarts het eind van het laatste fragment wordt bereikt. Wanneer het begin van het eerste fragment wordt bereikt tijdens versneld achterwaarts, zal de weergavefunctie echter worden geactiveerd.
■ Selecteren van een fragment dat meer dan 10 fragmenten verder ligt.
Terwijl het toestel gestopt is of tijdens weergave:
1 Druk op de +10 toets om 10 fragmenten vooruit te gaan.
2 Druk op de of toets om 1 fragment vooruit resp. terug te gaan.
Naar fragment 27 gaan terwijl u naar fragment 5 aan luisteren bent:


■ Omschakelen van het tijd-display
Met elke druk op de TIME toets op de afstandsbediening tijdens weergave, zal het display veranderen.
De verstreken weergavetijd voor het huidige fragment zal worden getoond.

De resterende tijd van het huidige fragment wordt op het display getoond.

De totale resterende weergavetijd voor de disc zal worden getoond.

Opmerkingen:
- Tijdens willekeurige weergave wordt de totale resterende weergavetijd niet getoond.
- Afhankelijk van de minidisc is het mogelijk dat de weergavetijd op het display niet overeenkomt met de werkelijke totale weergavetijd zoals aangegeven op de verpakking van de minidisc, aangezien de tijd tussen de fragmenten niet wordt mee gerekend.
■ Overschakelen naar de fragmentnaam of niveaumeter enz.
Met elke druk op de DISPLAY toets op de afstandsbediening tijdens weergave, zal het display veranderen.
| De verstreken weergavetijd voor het huidige fragment zal worden getoond. | |
| 1 0 : 0 3 | |
| MD | |
| De fragmentnaam wordt getoond. |
| 1:LOVE SOMD |
"NO NAME" verschijnt als het fragment geen titel heeft.
| De niveaumeter verschijnt. |
| MD |
In mono opgenomen fragmenten worden aangeduid met "M".
| De resterende opnametijd wordt getoond. | |
| SP -022:20MD | |
| De opnamedatum wordt getoond. |
| 15.02'01(MD) |
| No. MTS 12:42 | |
| MD | |
Opmerkingen:
- Wanneer de niveaumeter wordt getoond, zal deze onveranderd blijven tijdens de weergave.
- Deze keert terug naar normaal wanneer de MD wordt verwijderd.
- De resterende opnametijd, de opnametijd of -datum worden niet getoond voor een MD die alleen geschikt is voor weergave.
Directe weergave
![graph TD A["PLAY MODE"] --> B["PROGRAM"] B --> C["CLEAR"] D["MD"] --> E["CD"] E --> F["CHARACTER >10"] G["ABC"] --> H["GHI"] G --> I["JKL"] G --> J["MNO"] G --> K["PQRS"] G --> L["TUV"] G --> M["WXYZ"]](/content/2026/06/1156704/images/c5b056f355c31b2420290b14b6380a8b09e2845caa15afdc99a7ef00155910e6.jpg)
Druk op de directe weergave keuzetoetsen om het gewenste fragment te selecteren in de CD of MD weergavefunctie.
Selecteren van een fragment tussen fragment 11 en fragment 99: Selecteer het fragment nadat u op de >10 toets heeft gedrukt.
A. Kies bijvoorbeeld 28
1 Druk op de " 10" toets.
2 Druk op de "2" toets.
3 Druk op de "8" toets.
Selecteren van een fragment boven fragment 100 (alleen MD):
Selecteer het fragment nadat u twee keer op de >10 toets heeft gedrukt. B. Kies bijvoorbeeld 105
1 Druk tweemaal op de " 10" toets.
2 Druk op de "1" toets.
3 Druk op de "0/10" toets.
4 Druk op de "5" toets.
Herhaalde of willekeurige weergave
U kunt kiezen uit de volgende CD en MD weergavefuncties: "Herhaalde weergave", "Willekeurige weergave" en "Normale weergave".
![1 Druk met CD of MD ingeschakeld herhaaldelijk op de PLAY MODE toets om de weergavefunctie te kiezen. NORMAL [CD] REPEAT [CD] RANDOM [CD] RANDOM](/content/2026/06/1156704/images/64bb55ad8a6d99f94a03a996b6da65cead15cef73172edc0746cbcabedd8e421.jpg)
2 Druk op de CD ▶ of MD taets om de weergave te laten beginnen.
Herhalen van geprogrammeerde fragmenten:
Voer de stappen 1 - 5 onder "Geprogrammeerde weergave" uit en kies vervolgens de herhaalde weergave.
Opmerkingen:
- U kunt de weergavefunctie selecteren met de PLAY MODE toets op het hoofdtoestel.
- Willekeurige weergave is niet mogelijk tijdens geprogrammeerde bediening.
- Nadat u de herhaalde weergave gebruikt heeft, moet u op de ■toets drukken. Doet u dit niet, dan zal de weergave van de disc(s) doorlopend herhaald worden.
- De willekeurige weergave zal automatisch stoppen wanneer alle fragmenten een keer afgespeeld zijn. (Hetzelfde fragment zal niet twee keer worden afgespeeld.)
- Met willekeurige weergave kiest de CD-speler of MD-speler automatisch zelf de fragmenten. (Ü kunt de volgorde van de fragmenten niet bepalen.)
Annuleren van herhaalde of willekeurige weergave:
Druk herhaaldelijk op de PLAY MODE toets om de normale weergavefunctie te selecteren.
Geprogrammeerde weergave
U kunt maximaal 20 CD-fragmenten of 20 minidiskfragmenten programmeren. Het is niet mogelijk om tegelijkertijd zowel fragmenten van een CD als van een mini-disc te programmeren.
1 Druk tijdens de stopfunctie op de CD ■ of MD ■ oets.
2 Druk op de PROGRAM toets om de functie voor het vastleggen van een programma in te stellen.

3 Druk op de direct keuzetoetsen om het gewenste fragment te selecteren.
![7 P 1 [CD] PROGRAN Weergavevolgorde 7 TIN 5 : 27 [CD] PROGRAN Weergavetijd](/content/2026/06/1156704/images/0a2ed304d696e4dbd6425f74ed9a79c5e230b85ae577a51131d03965d3fdb7e1.jpg)
4 Herhaal stap 3 voor de overige fragmenten. U kunt maximaal 20 fragmenten programmeren.
Als de totale geprogrammeerde weergavetijd de 400 minuten overschrijdt, zal "--": "getoond worden. Het programma wordt echter wel gewoon opgeslagen.
5 Druk op de CD ■ of MD ■ oets.
6 Druk op de CD ▶ of MD taets om de weergave te laten beginnen.
Wissen van de geprogrammeerde fragmenten:
Druk op de CLEAR toets terwijl de "PROGRAM" indicator knippert.
- Met elke druk op de toets zal het laatste fragment van het programma worden gewist.
Annuleren van de geprogrammeerde weergavefunctie:
Druk op de CLEAR toets terwijl het toestel gestopt is. De "PROGRAM" indicator zal verdwijnen en alle geprogrammeerde gegevens zullen worden gewist.
Toevoegen van fragmenten aan het programma:
Als een programma eerder is opgeslagen, zal de "PROGRAM" indicator verschijnen. Volg de stappen 1 - 5 om fragmenten toe te voegen. De nieuwe fragmenten zullen worden toegevoegd na het laatste fragment van het oorspronkelijke programma.
Controleren welke fragmenten zijn geprogrammeerd:
Druk op de 100 toets terwijl het toestel met de geprogrammeerde weergave-functie geactiveerd is gestopt.
Opmerkingen:
- Uitwerpen van een CD of MD zal automatisch de geprogrammeerde reeks annuleren.
- Ook al drukt u op de ON/STAND-BY toets om het toestel standby te zetten of verandert u de bedieningsfunctie van CD of MD naar een andere functie, de geprogrammeerde fragmenten zullen niet worden gewist.
- Willekeurige weergave is niet mogelijk tijdens geprogrammeerde bediening.
Luisteren naar de radio

■ Afstemmen
1 Druk op de ON/STAND-BY toets om het systeem aan te schakelen.
2 Druk herhaaldelijk op de TUNER (BAND) toets om de gewenste golfband (FM STEREO, FM of AM) te kiezen.
3 Druk op de TUNING vof toets om op de gewenste zender af te stemmen.
Afstemmen met de hand:
Druk zo vaak als nodig is op de TUNING of toets om af te stemmen op de gewenste zender.
Automatisch afstemmen:
Wanneer de TUNING of toets langer dan 0,5 seconden ingedrukt wordt gehouden, gaat het toestel automatisch scannen en zal er worden afgestemd op de eerste gevonden zender.
U kunt afstemmen op de gewenste zender door op de toets op de afstandsbediening te drukken.
Opmerkingen:
- Bij radiostoring, is het mogelijk dat het automatisch afstemmen automatisch op dat punt blijft staan.
- Het automatisch afstemmen zal signalen van zwakke zenders overslaan.
- Wanneer u heeft afgestemd op een RDS (Radio Data System), zal eerst de frequentie getoond worden en daarna zal de RDS indicator oplichten. Tenslotte zal de naam van het station getoond worden.
- U kunt volautomatisch laten afstemmen op RDS zenders via "ASPM", zie bladzijde 29.
4 Druk op de TUNER (BAND) toets om een FM stereo uitzending te ontvangen. De "STEREO" indicator zal oplichten.
- "ST" zal verschijnen bij een FM stereo uitzending.
- Als de FM ontvangst zwak is, dient u op de TUNER (BAND) toets te drukken. De "STEREO" indicator zal uit gaan. De ontvangst wordt mono en het geluid zal duidelijker worden.

Na gebruik:
Druk op de ON/STAND-BY toets om de standbyfunctie te activeren.
■ Programmeren van voorkeurzenders
(Bediening met de afstandsbediening)
U kunt 40 AM en FM zenders opslaan in het geheugen en deze met een druk op een toets weer oproepen.
1 Voer de stappen 1 - 4 onder "Afstemmen" op bladzijde 25 uit.
2 Druk op de ENTER toets om de functie voor het programmeren van zenders te activeren.
3 Druk binnen 5 seconden op de TUN. PRESET vof toets om het nummer van het voorkeuzekanaal te kiezen.
- Programmeer de zenders op volgorde in het geheugen beginnende met voorkeurzendernummer 1.
4 Druk binnen 5 seconden op de ENTER toets om deze zender in het geheugen op te slaan.
- Als de indicator van het voorkeuzenummer uit gaat voor de zender in het geheugen is opgeslagen, dient u de procedure vanaf stap 2 te herhalen.
5 Herhaal de stappen 1 - 4 om andere zenders in te stellen of om een voorkeuzezender te wijzigen.
- Wanneer een nieuwe zender in het geheugen opgeslagen wordt, zal de eerder opgeslagen zender worden gewist.


Opmerking:
De backup functie kan de opgeslagen zenders een paar uur in het geheugen houden in geval van een stroomstoring of wanneer de stekker uit het stopcontact raakt.
■ Instellen van een voorkeuzezender
(Bediening met de afstandsbediening)
Druk op de TUN. PRESET of toets om af te stemmen op de gewenste zender.
De direct keuzetoetsen stellen u in staat een opgeslagen zender weer op te roepen.
Om een voorkeuzezender tussen de 11 en 40 te selecteren:
Om bijvoorbeeld 28 te kiezen
1 Druk op de " 10" toets.
2 Druk op de "2" toets.
3 Druk op de "8" toets.
■ Wissen van het gehele voorkeuzegeheu-gen
(Bediening met de afstandsbediening)
1 Druk op de TUNER (BAND) toets.
2 Houd de CLEAR toets tenminste 3 secon- den ingedrukt.
3 Druk op de ENTER toets.

COMPLETE
Gebruiken van het Radio Data Systeem (RDS)
RDS is een door een groeiend aantal FM zenders aangeboden service. Deze FM zenders sturen met hun reguliere programma's extra signalen mee. Deze signalen bevatten gegevens zoals de naam van de zender en informatie over het soort programma, zoals sport, muziek enz.
Wanneer u heeft afgestemd op een RDS zender, zullen "RDS" en de naam van de zender worden getoond.
De aanduiding "TP" (verkeersprogramma) zal op het display verschijnen als de ontvangen uitzending verkeersinformatie bevat, en "TA" (verkeersbericht) zal verschijnen terwijl er daadwerkelijk verkeersinformatie ontvangen wordt (zie bladzijde 33).
De aanduiding "EON" zal verschijnen terwijl er EON (Enhanced Other Network) gegevens worden uitgezonden.
De aanduiding "PTYI" (Dynamische PTY indicator) zal verschijnen terwijl er een Dynamische PTY zender wordt ontvangen.
U kunt de RDS functie alleen via de afstandsbediening bedienen.

■ Via RDS verzorgde informatie
Met elke druk op de DISPLAY toets zal het display als volgt veranderen:
![graph TD A["Zendernaam (PS)"] --> B["Programmatype (PTY) (Vast op Engels)"] B --> C["Frequentie"] C --> D["Niveaometer"] D --> E["BBC R1"] E --> F["News"] F --> G["98.80**"] G --> H["FM"] H --> I["FM"]](/content/2026/06/1156704/images/f02dabe45b5d734d01e4845d01cd74a89e8bd657b95494d3bb8cbd1d96b39fe4.jpg)
Wanneer u afstemt op een zender die geen RDS gegevens uitzendt, of op een zeer zwakke RDS zender, zal het display in deze volgorde veranderen:

Beschrijving van de verschillende PTY (Programmatype) codes, TP (Verkeersinformatieprogramma) en TA (Verkeersinformatie). U kunt de volgende PTY, TP en TA signalen opzoeken en ontvangen.
| News Korte verslagen van feiten, gebeurtenissen en openbare meningen, reportages en actualiteiten. | |
| Affairs Actualiteitenprogramma dat dieper ingaat op het nieuws, in het algemeen met een andere presentatiestijl en een ander concept, inclusief debatten en analyses. | |
| Info Programma met als doel advies te geven, in de breedste zin des woords. | |
| Sport Programma over enig aspect van sport. | |
| Educate Programma dat in de eerste plaats bedoeld is om iets van te leren, met de nadruk op de formele kanten van het onderwijs. | |
| Drama Alle horspelen en radio-series. | |
| Culture Programma's over enig aspect van de nationale of regionale cultuur, inclusief taal, theater enz. | |
| Science Programma's over de natuurwetenschappen en technologie. | |
| Varied Voornamelijk gebruikt voor licht amusement praatprogramma's die niet onder een andere categorie vallen. Bijvoorbeeld quizzen, panel-spelletjes, interviews met beroemcheden ed. | |
| Pop M | Commerciële muziek, gewoonlijk beschouwd als populair in het huidige tijdsgewricht, vaak opduikend op ranglijsten van platenverkopen van dit moment of uit het recente verleden. |
| Rock M Hedendaagse moderne muziek, gewoonlijk geschreven en uitgevoerd door jonge muzikanten. | |
| Easy M Gemakkelijk in het gehoor liggende hedendaagse muziek, niet zijnde Pop. Rock of Klassiek, noch behorend tot een van de gespecialiseerde muziekstijlen, Jazz. Folk of Country. Muziek in deze categorie is vaak, maar niet altijd, vocaal en gewoonlijk van korte duur. | |
| Light M | Klassieke Muziek voor een breed publiek, niet speciaal voor afficionado's. Bijvoorbeeld instrumentale muziek en individuele of koorzang. |
| Classics | Uitvoeringen van de grote orkestrale werken, symfonieën, kamermuziek enz. inclusief de grote opera's. |
| Other M Muziek die niet onder de andere titels valt. Vooral voor specialistische genres als Rhythm & Blues en Reggae. | |
| Weather | Weerberichten, voorspellingen en Meteorologische informatie. |
| Finance Boursberichten, handel en industrie enz. | |
| Children Programma's voor een jeugdig publiek vooral ter vermaak, minder ter le-ring. | |
| Social Programma's over mensen en dingen die invloed hebben op individuen en groepen mensen. Inclusief sociologie, geschiedenis, aardrijkskunde, psychologie en maatschappij. | |
| Religion | Alle kanten van overtuiging en geloof met betrekking tot God of Goden, de aard van het bestaan en ethiek. |
| Phone in | Waarin gewone mensen hun meningen op de radio tot uildrukking brengen via de telefoon of in een publiek forum. |
| Travel Programma's over reizen naar bestemmningen dichtbij en veraf, groepsreizen en reis-ideeën en kansen. Niet voor het aankondigen van problemen, vertragingen of wegomleggingen met gevolgen voor het dagelijks verkeer, waarvoor de TP/TA berichten bedoeld zijn. | |
| Leisure Programma's over recreationele activiteiten waar de luisteraar mogelijk aan deel kan nemen. Bijvoorbeeld tuinieren, vissen, antiek verzamelen, kokkerollen, eten en wijn enz. | |
| Jazz | Polyfone syncopatische muziek gekarakteriseerd door improvisatie. |
| Country | Ljedjes die ontstaan zijn in het zuiden van de Verenigde Staten of de muzikale traditie van die regio voortzetten, gekarakteriseerd door een gemakkelijk in het gehoor liggende melodie en een tekst met een verhaal. |
| Nation M | Actuele populaire muziek uit het land of de regio zelf in de landstaal, in contrast tot internationale populaire muziek die gewoonlijk geïnspireerd is op Amerikaanse of Engelse muziek en in het Engels wordt uitgevoerd. |
| Oldies | Muziek uit de zogeheten 'gouden tijd' van de populaire muziek. |
| Folk M Muziek | die geworteld is in de muzikale traditie van een bepaald volk, gewoonlijk uitgevoerd op akoestische instrumenten. De teksten zijn soms gebaseerd op historische gebeurtenissen of personen. |
| Document | Programma's die van doen hebben met feitelijke zaken, gepresenteerd in een onderzoekende stijl. |
| TEST | Uitgezonden wanneer ontvangers of noodzendapparatuur getest worden. |
| Alarm ! | Noodbericht, uitgezonden onder uitzonderlijke omstandigheden om te waarschuwen voor gebeurtenissen die een publiek gevaar vertegenwoordigen. |
| None | Geen programmatype (uitsluitend ontvangst). |
| TP | Uitzendingen met verkeersinformatie. |
| TA | Er wordt verkeersinformatie uitgezonden. |
Opmerking: Wanneer u een programma kiest in de EON standby stand, zal het toestel "TI" tonen op het display, in plaats van "TA".
Gebruiken van het Radio Data Systeem (RDS) (vervolg)
■ Gebruiken van het Auto Station Program Memory (ASPM)
Tijdens de ASPM functie zoekt de tuner automatisch nieuwe RDS-zenders zoeken. Er kunnen maximaal 40 zenders worden vastgelegd.
Als u al een paar zenders in het geheugen heeft gezet, zal het aantal nieuwe zenders dat u kunt opslaan minder zijn.
1 Druk op de TUNER (BAND) toets en selecteer de FM band.

2 Houd de ASPM toets tenminste 3 seconden ingedrukt.
Nadat "ASPM" ongeveer 4 seconden heeft geknipperd, zal het scannen beginnen (87,50 - 108,00 MHz).

Wanneer er een RDS zender wordt gevonden, zal de aanduiding "RDS" korte tijd getoond worden en zal de zender in het geheugen worden opgeslagen.

Na het scannen zal het aantal zenders dat in het geheugen is opgeslagen 4 seconden worden getoond, waarna 4 seconden lang de aanduiding "END" getoond zal worden.

Voortijdig stoppen van de ASPM functie:
Druk tijdens het zoeken naar zenders op de ASPM toets.
De reeds in het geheugen opgeslagen zenders worden hier bewaard.
Opmerkingen:
- Als dezelfde zender op verschillende frequenties uitzendt, zal de sterkst doorkomende frequentie in het geheugen worden opgeslagen.
- Een zender met dezelfde frequentie als een reeds in het geheugen opgeslagen zender zal niet worden opgeslagen.
- Als er reeds 40 zenders in het geheugen zijn opgeslagen, zal het scannen worden afgebroken. Als u de ASPM functie opnieuw wilt laten uitvoeren, dient u het voorkeuzegeheugen eerst te wissen.
- Als de RDS signalen zeer zwak zijn, is het mogelijk dat de naam van de zender in kwestie niet in het geheugen kan worden opgeslagen.
Wissen van het gehele voorkeurzendergeheugen:
1 Druk op de TUNER (BAND) toets.
2 Houd de CLEAR toets tenminste 3 secon-
den ingedrukt.
3 Druk op de ENTER toets.

Om opnieuw te proberen een stationsnaam op te slaan, wanneer de verkeerde naam in het geheugen was gezet:
Het kan onmogelijk blijken zendernamen in het geheugen op te slaan via de ASPM functie als er veel ruis is of als het signaal te zwak is. Doe in dit geval het volgende.
1 Druk op de TUN. PRESET of toets om te controleren of de namen correct zijn.
2 Als u een verkeerde naam tegenkomt terwijl u een zender aan het ontvangen bent. Wacht tot de correcte naam verschijnt. Druk vervolgens op de ENTER toets.
3 Druk binnen 5 seconden op de TUN. PRESET of toets om het opnieuw te corrigeren voorkeuzekanaal te leten verschijnen.
4 Druk binnen 5 seconden op de ENTER toets.
- De stationsnaam is correct in het geheugen opgeslagen.
Opmerkingen:
- U kunt dezelfde zendernaam opslaan in verschillende kanalen.
- Het is mogelijk dat de zendernamen tijdelijk afwijken in bepaalde gebieden of gedurende bepaalde perioden.
■ Oproepen van zenders uit het geheugen
Opgeven van programmatypes en zenders selecteren (PTY zoeken):
U kunt een in het geheugen opgeslagen zender opzoeken door het programmatype op te geven (nieuws, sport, verkeersprogramma enz, zie bladzijde 28).
| 1 Druk op de TUNER (BAND) toets en selecteer de FM band. | ||
| TUNER(BAND) | ||
| 2 Druk op de PTY-TI toets. | ||
| PTY-TI | PTY TI | |
| ● "PTY TI" en "SELECT" worden afwisselend 6 seconden op het display getoond. | ||
3 Druk vervolgens binnen 6 seconden op de TUN. PRESET √ of ∧ toets om het gewenste programmatype te kiezen.



- Door iedere druk op de toets zal het programmatype veranderen. Indien u de toets langer dan 0,5 seconden indrukt, zal het programmatype voortdurend veranderen.
4 Druk op de ENTER toets terwijl het geselecteerde programmatype aan het knipperen is (binnen 4 seconden).




- Nadat het geselecteerde programmatype 2 seconden gebrand heeft, zal de aanduiding "SEARCH" verschijnen en zal het zoeken beginnen.

Opmerkingen:
- Als het display stopt met knipperen, dient u opnieuw te beginnen vanaf stap 2. Als het toestel een programma van het gewenste type kan vinden, zal de bijbehorende programmanaam 10 seconden blijven knipperen en vervolgens doorlopend getoond worden.
- Als u naar hetzelfde programmatype via een andere zender wilt luisteren, dient u op de PTY-TI toets te drukken terwijl het nummer van het kanaal en de naam van de zender aan het knipperen zijn. Het toestel gaat nu op zoek naar de volgende zender.
- Als er geen zender gevonden kan worden, zal de aanduiding "NOT FOUND" 4 seconden lang getoond worden.
Als u het verkeersprogramma selecteert:
Als u bij stap 4 het verkeersprogramma (TP) selecteert, zal de aanduiding "TP" verschijnen. (Dit betekent niet dat u nu direct naar verkeersinformatie kunt luisteren.)
De aanduiding "TA" zal verschijnen wanneer er verkeersinformatie wordt uitgezonden.
Handmatig opgeven van zendernamen en kiezen van zenders:
U kunt afstemmen op een zender door de zendernaam op te geven (BBC R1, BBC R2 enz.) van een van de in het geheugen opgeslagen zenders.
Voor u deze handeling gaat proberen, moet u eerst een of meer stationsnamen in het geheugen gezet hebben.
1 Druk op de TUNER (BAND) toets en selecteer de FM band.
2 Druk op de TUN. PRÉSET of/toets om af te stemmen op de gewenste zender.

3 De naam van de zender zal ongeveer 3 seconden lang getoond worden. Vervolgens zal het display als volgt veranderen.

Gebruiken van het Radio Data Systeem (RDS) (vervolg)
■ Automatisch weergeven van het gewenste programma (EON-PTY)
Wanneer er een programma van het gewenste type wordt uitgezonden, zal de radio automatisch daarop afstemmen.
1 Stem af op een RDS zender (waarvan de zendernaam getoond wordt).

2 Druk op de EON toets wanneer "EON" wordt getoond.




- "PTY TI" en "SELECT" worden afwisselend 6 seconden op het display getoond.
- "NO EON" wordt ongeveer 5 seconden getoond ten teken dat de EON standbyfunctie niet kan worden geactiveerd indien u met "EON" niet opgelicht op de EON toets drukt
3 Selecteer het gewenste programmatype door op de TUN. PRESET of ^ toets te drukken terwijl deze getoond worden.



- De aanduiding van het gekozen programmatype knippert.
4 Druk binnen 4 seconden op de ENTER toets.

![graph LR A["News"] --> B["WAITING"] B --> C["BBC R1"] A --> D["EON PTY"] B --> E["EON PTY"] C --> F["EON PTY"]](/content/2026/06/1156704/images/1fed4d65c90900d0f165ac14774a41400a533373c939262f920a174d1b6630aa.jpg)
- Het geselecteerde programmatype en "WAITING" worden ieder 2 seconden getoond.
- "PTY" wordt getoond en het toestel schakelt weer in de EON-PTY standbyfunctie.
5 Wanneer het opgegeven programma begint via een ON (ander netwerk) zender, zal het toestel overschakelen naar die zender en zal de aanduiding "PTY" gaan knipperen.

6 Wanneer het programma is afgelopen, zal het toestel automatisch terugkeren naar de oorspronkelijke zender.
Controleren van de instelling voor de standbyfunctie:
Druk tijdens de EON standbyfunctie op de EON toets. ("Programmatype" →WAITING")
Annuleren van de EON standbyfunctie:
Druk op de EON toets in de EON standby functie. Druk binnen 4 seconden nog een keer op dezelfde toets. (De aanduiding "PTY" zal uit gaan.)
Over de PTYI (Dynamische PTY Indicator):
"PTYI" (Dynamische PTY Indicator) zal verschijnen terwijl er een Dynamisch PTY station ontvangen wordt. De PTYI geeft aan dat het programmatype op het station waarop u heeft afgestemd, of de PTY informatie waaraan gerefereerd wordt in ontvangen EON informatie op dit moment wordt geëvalueerd en dat er mogelijk zal worden overgeschakeld.
PTYI Betekenis
| Licht op Afgestemd op een dynamisch PTY station. |
Gaat uit Afgestemd op een statisch PTY station.
- Druk op de DISPLAY toets wanneer de aanduiding "PTYI" verschijnt om te contro- leren van wat voor type het huidige programma is.
■ Automatisch weergeven van de verkeersinformatie (EON-TI)
Wanneer er verkeersinformatie wordt uitgezonden, zal de radio automatisch daarnaar overschakelen.
1 Stem af op een RDS zender (waarvan de zendernaam getoond wordt).

2 Druk op de EON toets wanneer "EON" wordt getoond.




- "PTY TI" en "SELECT" worden afwisselend 6 seconden op het display getoond.
- "NO EON" wordt ongeveer 5 seconden getoond ten teken dat de EON standbyfunctie niet kan worden geactiveerd indien u met "EON" niet opgelicht op de EON toets drukt.
3 Selecteer TI (verkeersinformatie) door op de TUN. PRESET of toets te drukken terwijl deze getoond worden.



4 Druk binnen 4 seconden op de ENTER toets.




- "TI" en "WAITING" worden ieder 2 seconden getoond.
- "TI" wordt getoond en het toestel schakelt weer in de EON-TI standbyfunctie.
5 Wanneer gespecificeerde verkeersinformatie (TA) start op een andere ON (ander netwerk) zender wordt automatisch overgeschakeld naar die zender en knippert "TI".

6 De oorspronkelijke zender waarnaar u luisterde wordt weer ingesteld wanneer de verkeersinformatie eindigt.
Controleren van de instelling voor de standbyfunctie:
Druk tijdens de EON standbyfunctie op de EON toets. ("TI" - "WAITING")
Annuleren van de EON standbyfunctie:
Druk op de EON toets in de EON standbyfunctie. Druk binnen 4 seconden nog een keer op dezelfde toets. (De aanduiding "TI" zal uit gaan.)
Gebruiken van het Radio Data Systeem (RDS) (vervolg)
■ Opmerkingen aangaande het gebruik van RDS
Mocht zich een van de volgende gevallen voordoen, dan betekent dit niet dat het toestel defect is:
- "PS", "NO PS" en een zendernaam worden afwisselend getoond en het toestel functioneert niet iuist.
- Indien een bepaalde zender niet de juiste signalen uitzendt of aan het testen is, zal de RDS ontvangstfunctie mogelijk niet juist functioneren.
- Het is mogelijk dat gegevens zoals de zendernaam niet getoond worden wanneer u afstemt op een RDS zender waarvan het signaal te zwak is.
- "NO PS" of "NO PTY" zal ongeveer 5 seconden blijven knipperen, waarna de frequentie zal worden getoond.
Over de "TP" en "TA" indicatoren:
| "TP" "TA" Betekenis | ||
| Niet op-gelicht | Niet op-gelicht | Bevat geen verkeersberichten en verwijst ook niet, via EON, naar een programma dat wel verkeersberichten bevat. |
| Niet op-gelicht | Opgelicht | Bevat EON informatie over een ander programma met ver-keersinformatie. |
| Opgelicht | Niet op-gelicht | Bevat verkeersberichten, maar niet op dit moment en bevat mogelijk ook EON informatie over andere verkeersberichten. |
| Opgelicht | Opgelicht Er | Er wordt op dit moment verkeersinformatie uitgezonden. |
De EON standbyfunctie wordt in de volgende gevallen geannuleerd.
- Wanneer u op de ON/STAND-BY toets drukt om het toestel standby te zetten.
- Wanneer u tijdens de EON standbyfunctie een andere golfband instelt.
- Wanneer u tijdens de EON standbyfunctie een andere FM zender kiest.
- Wanneer u een voorkeuzezender oproept.
Opmerkingen:
- Terwijl hetzelfde programma als het opgegeven PTY (of TA) uitgezonden wordt, zal het toestel niet naar een ON (ander netwerk) zender overschakelen.
- Als er meer dan twee andere netwerk-zenders zijn, dient u de sterkte van de beide signalen te vergelijken en af te stemmen op de zender met het sterkste signaal (EON-AF). Als een andere netwerk-zender in het voorkeuzegeheugen is opgeslagen, zal het toestel naar dat voorkeuzekanaal overschakelen.
- Als u van een ON (ander netwerk) zender waarop is afgestemd door de EON functie wilt terugkeren naar de zender waar u oorspronkelijk op had afgestemd, dient u op de EON toets te drukken.
- De standbyfunctie blijft actief wanneer de oorspronkelijke zender weer wordt ingesteld. (De "TI" of "PTY" indicator blijft opgelicht.)
- Het toestel schakelt niet tussen ON zenders. Het toestel keert terug naar de oorspronkelijke zender.
- Als er een probleem is met de ON zender waar het toestel op heeft afgestemd, zal de aanduiding "WEAK SIG" verschijnen en zal het toestel terugkeren naar de oorspronkelijke zender.
- Als het signaal van de ON zender waar het toestel op heeft afgestemd zwak is of niet goed (vanwege elektrische ruis), zal het toestel de aanduiding "WEAK SIG" tonen en terugkeren naar de oorspronkelijke zender.
Alvorens op een minidisc op te nemen
■ Schrijven van gegevens op een minidisc (TOC)
In de TOC (Table of Contents, oftewel "Inhouds-opgave") wordt bijvoorbeeld informatie over de fragmentnummers en de plaats van de opname vastgelegd. Het toestel kan dankzij deze TOC bijvoorbeeld snel het begin van een bepaald fragment vinden en automatisch nieuwe fragmenten op lege gedeelten opnemen.

Gedeelte voor TOC (fragment nummers, na- men, etc.)
Gedeelte voor
opname van ge-
luid
Wanneer u begint met opnemen of monteren, zal "TOC" op het display verschijnen. Dit toont dat de informatie in de TOC nu wordt veranderd in overeenstemming met de gemaakte opname of montage. (De verandering in de TOC wordt nu echter nog niet op de minidisc vastgelegd.)
De TOC wordt bijgewerkt en vastgelegd wanneer
- De opname wordt gestopt.
- Naar een andere ingangsbron wordt geschakeld.
- De minidisc wordt uitgeworpen.
- U zet het toestel uit (standby).
Trek de stekker NIET uit het stopcontact wanneer de TOC data worden bijgewerkt ("TOC" knippert) en stel het toestel NIET aan trillingen bloot, daar de TOC data anders mogelijk niet juist op de minidisc worden vastgelegd met als gevolg dat de weergave niet juist zal worden uitgevoerd.
Opname is in de volgende gevallen niet mogelijk.
- Indien u probeert op te nemen op een minidisc die uitsluitend voor weergave geschikt is (in de handel verkrijgbare, voorbespeelde minidisc).
- Wanneer een minidisc tegen het per ongeluk wissen is beschermd. (Zie bladzijde 55.)
- Indien er geen tijd voor opname meer op de disc beschikbaar is. (Zie bladzijde 56.)
- Indien de "TOC FULL" mededeling verschijnt. (Zie bladzijde 56.)
- Indien de TOC van een disc is beschadigd.
■ Bemonsteringsfrequentie converter
Dit systeem is uitgerust met een bemonsteringsfrequentie converter die automatisch de bemonsteringsfrequentie van de aangesloten digitale tuners of DAT-decks omzet (32 kHz, 48 kHz) naar 44.1 kHz. U kunt digitaal opnemen van apparatuur met verschillende bemonsteringsfrequenties.
■ Serie-kopie beheersysteem (SCMS)
Deze speler is uitgerust met een digitale kopieerbeveiliging volgens het SCMS systeem. SCMS beperkt de vervaardiging van digitale kopieën tot een enkele generatie ter bescherming van de op het materiaal rustende auteursrechten. Als er een digitale kopie (eerste generatie kopie) wordt gemaakt van een auteursrechtelijk beschermde digitale signaalbron (een audio CD of zo), kan van die eerste generatie kopie verder geen kopie (tweede generatie kopie) meer gemaakt worden. SCMS heeft geen effect op analoge opnamen.
![graph TD A["Audio CD"] -->|Digitale opname| B["Minidisc (1ste generatie kopie)"] B -->|Niet mogelijk| C["Minidisc (2de generatie kopie)"] B -->|Digitale verbinding| D["Analoge verbinding"] D -->|Mogelijk| E["Analoge verbinding"] B -->|"Can't COPY" verschijnt en opname is niet toegestaan.| F["Analoge…](/content/2026/06/1156704/images/649fd5b1e3ccddd7c93855859bd302512ceedd3993144327579074540fec9c8b.jpg)
■ Opmerkingen voor opname
- SHARP is niet aansprakelijk voor beschadiging of het verliezen van een opname vanwege een onjuiste werking van dit toestel.
- Alvorens een belangrijke opname te maken wordt het sterk aanbevolen om eerst even een test te maken om te bevestigen dat alles correct is ingesteld.
- U kunt het geluid met de VOLUME, SÜRROUND, X-BASS en PASS/EQ regelaars regelen. Dit heeft geen effect op het signaal dat wordt opgenomen (Variabele geluidsmonitor).
■ Over ATRAC
Het ATRAC (Adaptive TRansform Acoustic Coding)systeem comprimeert de geluidsgegevens tot 1/5 van de oorspronkelijke grootte door onhoorbare geluiden te verwijderen. Aangezien de weergave gebaseerd is op psychoakoestische analyse, wordt de geluidskwaliteit hierdoor niet aangetast.
Dit toestel is uitgerust met het ATRAC3 compressiesysteem dat de geluidsgegevens kan reduceren tot 1/10 of 1/20 van de oorspronkelijke grootte.
Door middel van dit systeem is het toestel in staat met 2 of 4 keer de normale opna- meduur in stereo op te nemen.
Opnemen op een minidisc van een CD

Stereo-opname Mono-opname
![]() | ![]() | ||
| 2 keer normale opna- meduur (stereo) | ![]() | 4 keer normale opna- meduur (stereo) | ![]() |
| Aanduiding Opnamefunctie Opname | (om op te ne- men op een MD van 80 mi- nuten) | ||
| SP Stereo-opname Maximum 80 LP2 2 keer normale opnameduur (stereo) Maximum 160 LP4 4 keer normale opnameduur (stereo) Maximum 320 MONO Mono-opname Maximum 160 | minuten minuten minuten minuten | ||
Opmerkingen:
- De opname van een Cd op een MiniDisc zal beginnen ook al passen niet alle CD fragmenten op de MiniDisc. In een dergelijk geval zullen zowel de MD als de CD worden gestopt wanneer de MD vol is.
- Wanneer het einde van de CD bereikt wordt, zal de opname op MD tegelijkertijd gestopt worden.
- U kunt van een CD waarvoor u een programma heeft samengesteld opnemen.
- U kunt ook opnemen in de weergavefunctie. Herhaalde weergave ook nog tijdens de opname worden ingeschakeld.
Stoppen van de opname:
Druk op de CD ■ of MD ■ets.
De CD en minidisc stoppen.
Na gebruik:
Druk op de ON/STAND-BY toets om het toestel in de standby-stand te zetten.
Over fragmentnummers:
Fragmentnummers worden automatisch in overeenstemming met de originele fragmenten aangebracht (synchroon-markeringsfunctie).
- Bij opname van een CD op een minidisc komen de fragmentnummers die op de minidisc worden geschreven mogelijk niet overeen met de fragmentnummers van de CD.
CD
Eerste fragment Tweede fragment Derde fragment
Fragment A Fragment B Fragment C

Minidisc
Eerste fragment Tweede fragment Derde fragment
Fragment A Fragment B Fragment C
Opmerkingen betreffende de functie voor verlengde opnameduur:
- Fragmenten die zijn opgenomen met de functies voor 2 en 4 keer de normale opnameduur kunnen niet worden weergegeven met een toestel dat deze functies niet ondersteunt.
- Op een dergelijk toestel zal "LP:" aan het begin van het fragment getoond worden en zal er geen geluid worden weergegeven. (De daadwerkelijke bediening en melding op het display hangen af van het toestel.)
Opmerking voor opnemen met hoge snelheid:
Vanwege krassen, vuil of de toestand van de opname, is het mogelijk dat het geluidssignaal in stukjes wordt gehakt of dat er ruis wordt weergegeven van een MD die met hoge snelheid is opgenomen. In eend ergelijk geval dient u de MD bij normale snelheid op te nemen.
Let op bij opnemen met 4 keer normale opnameduur (LP4):
Het opnemen met 4 keer de normale opnameduur wordt mogelijk gemaakt door een speciale compressiemethode. Daarom is het mogelijk dat er soms wat ruis wordt opgenomen.
Als de geluidskwaliteit het belangrijkst is, kunt u beter een stereo opname of een opname met 2 keer de normale opnameduur maken.
Opnemen op een minidisc van een CD (vervolg)
■ Opnemen van de gewenste fragmenten van de CD

1 Druk op de ON/STAND-BY toets om het systeem aan te schakelen.
2 Druk op de CD ■toets en doe de gewenste CD in het toestel.
3 Plaats een opname-minidisc in de MD-houder.
4 Druk op de of toets om het gewenste fragment te kiezen.
5 Druk op de TRACK toets om het fragmentnummer te programme-ren.

Ingesteld fragmentnummer T-EDIT
6 Herhaal de stappen 4 - 5 voor verdere fragmenten. U kunt maximaal 20 fragmenten programmeren.
- Als er meer dan 20 fragmenten geselecteerd zijn, zal "EDIT OVER" verschijnen en kan fragment 21 niet worden opgeslagen.
7 Druk op de CD ▶MD EDIT (HIGH/NORMAL) toets om de opname te beginnen.
Wanneer de opname is afgelopen, zullen de geselecteerde fragmenten van het display verdwijnen.
Opslaan van een fragment terwijl u ernaar luistert:
1 Wanneer u een fragment hoort dat u wilt opnemen tijdens de weergave, dient u op de TRACK toets te drukken.
- Het fragment wordt opgeslagen. (Er kunnen maximaal 20 fragmenten worden opgeslagen.)
2 Nadat het fragment is opgeslagen, druk op de CD 1ets om de weergave te stoppen.
3 Druk op de HIGH of NORMAL toets om de opname te laten beginnen.
Wissen van de opgeslagen fragmenten:
Druk op de CD ■oets terwijl het toestel gestopt is.
■ Opnemen op de top-positie van een Mini-Disc waarop reeds is opgenomen
1 Bereid de opname voor.
Opnemen van een CD: Opnemen van de radio:
Doe de gewenste CD en een MiniDisc waarop kan wordenopgenomen in het toestel.
Stem af op de gewenste zender en doe een minidisc waarop kan worden opgenomen in het toestel.
2 Druk op de TOP POSITION toets.

Druk nog een keer om de top-positie functie te annuleren.
3 Begin de opname.
Opnemen van een CD: Opnemen van de radio:
Druk op de HIGH of NORMAL toets. Druk eerst op de MD toets en daarna op de REC toets.
Wanneer de opname afgelopen is, zal de top-positie functie worden geannuleerd.
Het opgenomen fragment zal het eerste fragment van de minidisc worden. Alle eerder opgenomen fragmenten worden hernummerd.
Opmerking:
- De top-positie kan niet worden ingesteld of geannuleerd wanneer het toestel gepauzeerd of aan het opnemen is.
■ Regelen van het opnameniveau
U kunt het opnameniveau afstemmen op de op te nemen signaalbron aan de hand van de niveaumeter.
1 Druk op de CD ■toets.
2 Druk op de 1 of toets om het gewenste fragment te kiezen.
3 Druk op de REC MODE toets om de opnamefunctie in te stellen.
4 Druk op de CD ▶tbets om de weergave te starten.
5 Druk op de REC otoets om de opname te pauzeren.
6 Druk op de REC LEVEL/CURSOR

- Het maximum niveau mag de "0dB" niet overschrijden.
- Het opnameniveau kan worden ingesteld in stappen van 2dB, van - 4dB t/m +10dB.
- Op dit moment kunt u het opnameniveau regelen met de net toets.
7 Druk op de CD ■toets.
8 Druk nog eens op de of toets om het fragment dat u wilt opnemen te selecteren.
9 Druk nog eens op de CD ▶om de opname te beginnen.
Stoppen van de opname:
Druk op de MD ■oets
De minidisc stopt.
De weergave van de CD wordt voortgezet.
Opname van de radio op een minidisc

Onderbreken van de opname:
Druk nogmaals op de MD ▶ets om de opname vanaf hetzelfde punt op de mini-disc voort te zetten.
Stoppen van de opname:
Druk op de MD ■oets.
De minidisc stopt
Over fragmentnummers:
De opname wordt als een enkel fragment gemaakt en er wordt slechts één fragmentnummer aangebracht.

Markeren van fragmentnummers tijdens het opnemen van de radio:
Druk tijdens opname op het gewenste moment op de REC ●toets om een nieuw fragmentnummer te markeren. Door iedere druk op deze toets zal de teller van fragmentnummers met een worden verhoogd.
Controleren van aanduidingen op het display
■ Controleren van de opnamefunctie en de resterende opnametijd

Druk op de REC MODE toets terwijl het toestel in de MD functie gestopt is. Door iedere druk op de toets verandert het display als volgt.
![graph TD A["SP -022:20"] --> B["LP2 -044:40"] B --> C["LP4 -089:20"] C --> D["MON0-044:40"]](/content/2026/06/1156704/images/3ba540687dabc60e18237180d963ea3466a0e679fe64e1a1c8316b4cf603cd19.jpg)
Resterende tijd bij stereo opname
Resterende tijd bij 2 keer normale opnameduur
Resterende tijd bij 4 keer normale opnameduur
Resterende tijd bij mono opname
- Nadat de resterende opnametijd getoond is, zal het normale display terugkeren.
- Wanneer de opname wordt hervat, zal deze beginnen in de opnamefunctie die u via deze procedure heeft bevestigd.
■ Controleren van het display in de opname-functie
Druk tijdens de opnamefunctie op de DISPLAY toets. Door iedere druk op de toets verandert het display als volgt.
![graph TD A["1 0:03"] --> B["12 NO NAME"] B --> C["k 0:022"] C --> D["12 -022:20"]](/content/2026/06/1156704/images/dfe16febbb0b0075dd285ebb6640fed65664fc895a9daee6c1aa9b6c95401095.jpg)
Verstreken weergavetijd
"NO NAME" verschijnt.
Niveaumeter
Resterende opnametijd
- Waanneer de opname is afgelopen, zal het normale display terugkeren.
- Zelfs als de mono opnamefunctie gebruikt wordt, zal de niveaumeter in stereo worden weergegeven.
Invoeren van een titel voor een minidisc

■ Invoeren van namen voor een disc en fragment
U kunt een naam voor een disc en fragmenten invoeren.
U kunt een naam voor een disc en maximaal 255 fragmentnamen per disc invoeren (maximaal 40 tekens voor de disc en iedere fragmentnaam met een totaal van 1.700 tekens kunnen worden ingevoerd).
- Minidiscs die uitsluitend voor weergave geschikt zijn, kunnen niet worden gemon- teerd.
1 Druk op de MD toets en plaats een minidisc in de MD-houder. (Zie bladzijde 20.)
2 Kies "DISC NAME" of "TRACK NAME".
Aanmaken van een discnaam: Aanmaken van een fragment- naam:
Druk op de NAME/TOC EDIT toets terwijl de minidisc gestopt is, druk op de NAME/TOC EDIT toets en vervolgens binnen 10 seconden op de REC LE- Druk op de NAME/TOC EDIT toets tijdens weergave of pauze van een minidisc om "TRACK NAME" te selecteren.
VEL/CURSOR < of> toets om "DISC NAME" te selecteren.


3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
- Druk op de NAME/TOC EDIT toets om de bediening te annuleren.


- Het toestel schakelt in de functie voor het invoeren van tekens.
4 Gebruik de 1 - 10, SYMBOL en CHARACTER toetsen om de tekens in te voeren.


- Met de CHARACTER toets kunt u schakelen tussen hoofdletters en kleine letters.
- U kunt de volgende symbolen invoeren door op de SYMBOL toets te drukken.
5 Druk op de ENTER toets wanneer de naam geheel is ingevoerd.


Tekens (symbolen):
| CHARACTER>10 | ABC2 | DEF3 | GHI4 | JKL5 | MNO6 | PQRS7 | TUV8 | WXYZ9 | D/10 | |
| Hoofdletters↑Kleine letters | 1 ABC 2 DEF 3 GH I 4 JKL 5 | MNO 6 | PQRS 7 | TUV 8 | WXYZ 9 | 0 ☐ | ||||
| wxyz 9 | 0 !: ☐ | |||||||||
| SYMBOLTIME | - . , / : ? & ( ) ! " # $ % * ; <= > @ _ ` + ' ☐ | |||||||||
□: toont een spatie.
Wissen van namen van een disc en fragmenten:
1 Voer stappen 1 - 2 van "Invoeren van namen voor een disc en fragment" op bladzijde 41 uit.
2 Houd de TIMER/DELETE toets tenminste 3 seconden ingedrukt.
- "NAME CLEAR?" wordt getoond.
3 Druk op de ENTER toets als u klaar bent.
Wissen van een teken:
1 Voer stappen 1 - 3 van "Invoeren van namen voor een disc en fragment" op bladzijde 41 uit.
2 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR < of > toets op de afstandsbediening om het te wissen teken te selecteren zodat dit gaat knipperen.
3 Druk op de TIMER/DELETE toets.
4 Druk op de ENTER toets als u klaar bent.
Toevoegen van een teken:
1 Voer stappen 1 - 3 van "Invoeren van namen voor een disc en fragment" op bladzijde 41 uit.
2 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR < of > toets op de afstandsbediening om het teken waar u een nieuw teken voor wilt zetten te selecteren zodat dit gaat knipf 3 ghereinkl 5 mno 6 pqrs 7 tuv 8
3 Kies het in te voeren teken en druk dan op de ENTER toets.
Titel invoeren voor een minidisc (Vervolg)

Veranderen van een teken:
Voorbeeld) Veranderen van "LAVE" in "LOVE"
1 Voer stappen 1 - 3 van "Invoeren van namen voor een disc en fragment" op bladzijde 41 uit.
2 Gebruik de REC LEVEL/CURSOR of toets op de afstandsbediening om het te wijzigen teken te selecteren zodat dit gaat knipperen.

3 Druk op de TIMER/DELETE toets.

4 Voer het nieuwe teken in.

5 Druk op de ENTER toets.

Monteren van een opgenomen minidisc
■ Splitsen van een fragment
1 Start de weergave van het fragment dat u wenst te splitsen en druk op de MD ►toets bij het punt waar u het fragment wenst te splitsen.
2 Druk op de NAME/TOC EDIT toets en selecteer "DIVIDE" door binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR
DIVIDE
3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
DIVIDE OK?
- Druk op de NAME/TOC EDIT toets om de bediening te annuleren.
4 Druk nogmaals op de ENTER toets.
- Het fragment is gesplitst en het toestel schakelt bij het begin van het tweede ge-deelte van het fragment in de pauzefunctie.
- De nummers van de fragmenten die op dit gesplitste fragment volgen, wordenautomatisch met één verhoogd.
Opmerkingen:
- Als u een fragment met een titel en een opnamedatum splitst, zullen de twee nieuwe fragmenten dezelfde titel en opnamedatum krijgen.
- Als er echter niet genoeg ruimte is om de tekens in de "TOC" op te slaan, zal het tweede fragment geen titel krijgen.
- Er kunnen maximaal 255 fragmenten op iedere disk worden opgenomen. Het is echter mogelijk dat u geen fragmenten meer kunt splitsen ook al is het aantal fragmenten op de disk nog geen 254.
■ Combineren van fragmenten
1 Selecteer terwijl het toestel gestopt is het tweede fragment van de twee naast elkaar liggende fragmenten die u wilt samenvoegen met de teets. U kunt ook het tweede van de twee samen te voegen fragmenten beginnen af te spelen en dan op de MD teets drukken.

2 Druk op de NAME/TOC EDIT toets en selecteer "COMBINE" door binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR < of >toets te drukken.

3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.

- Druk op de NAME/TOC EDIT toets om de bediening te annuleren.
4 Druk nogmaals op de ENTER toets. - De twee fragmenten worden gecombineerd en het toestel schakelt bij het begin van het gecombineerde fragment in de pauzefunctie.
- De nummers van de fragmenten die op het gecombineerde fragment volgen, worden automatisch met een verlaagd.
Opmerkingen:
- Gebruik eerst de MOVE functie om de twee fragmenten in de gewenste volgorde naast elkaar te plaatsen. Gebruik dan de COMBINE functie om deze twee fragmenten met elkaar te combineren.
- Deze functie kan niet worden gebruikt wanneer de willekeurige of geprogrammeerde weergavefunctie is geactiveerd.
- Als beide samen te voegen fragmenten een titel hebben, of als alleen het eerste fragment een titel heeft, zal de titel van het eerste fragment worden gebruikt.
- Als het eerste fragment geen titel heeft, zal de titel van het samengevoegde fragment als volgt worden bepaald.
De titel van het tweede fragment zal worden gebruikt voor fragmenten die in mono of in stereo zijn opgenomen.
Er zal geen titel worden gegeven aan fragmenten die met de functie voor 2 of 4 keer de normale opnameduur zijn opgenomen.
De volgende soorten fragmenten kunnen mogelijk niet met elkaar worden gecombineerd.
- Digitaal opgenomen fragment met analog opgenomen fragment.
- Fragmenten die zijn opgenomen met verschillende opnamefuncties (mono, stereo, 2 keer normale opnameduur, 4 keer normale opnameduur) kunnen niet worden samengevoegd.
- Te korte fragmenten kunnen niet worden samengevoegd (8 seconden voor stereo, 16 seconden voor mono en 2 keer normale opnameduur, 32 seconden voor 4 keer normale opnameduur).
Monteren van een opgenomen minidisc (vervolg)

■ Verplaatsen van een fragment
1 Selecteer het fragment dat u wilt verplaatsen met de of teets terwijl het toestel gestopt is. Of begin het fragment dat u wilt verplaatsen af te spelen en druk dan op de MD teets.
2 Druk op de NAME/TOC EDIT toets en selecteer "MOVE" door binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR
3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
4 Selecteer de positie voor het nieuwe fragment door op de af toets te drukken.
- Druk op de NAME/TOC EDIT toets om de bediening te annuleren.
5 Druk nogmaals op de ENTER toets.
- Het fragment wordt verplaatst en het toestel wordt gestopt aan het begin van het bij stap 4 geselecteerde fragment.




■ Verplaatsen van een geprogrammeerd fragment
1 Programmeer de fragmenten die u wilt verplaatsen. (Zie bladzijde 24.)
2 Druk op de NAME/TOC EDIT toets.
3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
- Druk op de NAME/TOC EDIT toets om de bediening te annuleren.
4 Druk nogmaals op de ENTER toets.
- De fragmenten worden opnieuw gerangschikt.
- De geprogrammeerde fragmenten komen vooraan de disc.


Opmerking:
- Als een fragment twee of meer keren is geprogrammeerd, zal de eerste keer de voorrang krijgen.
■ Wissen van een fragment per keer
1 Selecteer terwijl het toestel gestopt is het fragment dat u wilt wissen door op de ►of toets te drukken. U kunt ook het te wissen fragment beginnen af te spelen en dan op de MD ►tbets drukken om de weergave te pauzeren.
2 Druk op de ERASE toets.


- Druk op de MD ■oets om de bediening te annuleren.
3 Houd de ERASE toets tenminste 2 seconden ingedrukt.

- Het fragment is nu gewist en het toestel stopt bij het begin van het volgende fragment.
Let op:
Nadat een fragment eenmaal is gewist, is het voorgoed verloren. Controleer daarom goed het fragmentnummer voordat u het wist.
Opmerkingen:
- De nummers van de fragmenten die op het gewiste fragment volgen, worden automatisch met één verlaagd.
- De naam van een fragment, indien aanwezig, wordt tevens gewist.
- Het is ook mogelijk fragmenten te wissen door met de NAME/TOC EDIT toets op de afstandsbediening het "ERASE" of "ALL ERASE" menu te selecteren.
Monteren van een opgenomen minidisc (vervolg)
■ Wissen van alle fragmenten ineens
1 Druk op de MD ■toets.
2 Druk op de ERASE toets.

ERASE OK?
MD
- Druk op de MD ■toets om de bediening te annuleren.
3 Houd de ERASE toets tenminste 3 seconden ingedrukt.


BLANK MD MD
- Alle fragmentnummers en fragmentnamen worden gewist.
■ In een keer wissen van de geprogrammeerde fragmenten
1 Programmeer de fragmenten die u wilt wissen. (Zie bladzijde 24.)
- U kunt maximaal 20 fragmenten programmeren.
2 Druk op de NAME/TOC EDIT toets van de afstandsbediening.
3 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR <of toets op de afstandsbediening om "PRGM ERASE" te selecteren.
PRGM ERASE
MD
PROGRAM
4 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets op de afstandsbediening.
PRGM ERASE?
MD
PROGRAM
- Druk op de MD ■toets om de bediening te annuleren.
5 Druk op de ENTER toets van de afstandsbediening.
COMPLETE
MD
TOG
- De geprogrammeerde fragmenten worden gewist.
Timer en slaaptimer bediening
Timer-gestuurde weergave:
Het toestel wordt ingeschakeld en de gewenste signaalbron zal op dit moment worden weergegeven (CD, MD, TUNER, AUX, OPT). Als de ingestelde eindtijd wordt bereikt, zal het toestel automatisch in de standby-stand gaan.
Timer-gestuurde opname:
Het toestel gaat aan en begint op de van tevoren ingestelde tijd op te nemen van de gewenste signaalbron (TUNER, AUX, OPT). Aan het eind van de ingestelde periode zal het toestel automatisch in de standby-stand gaan.
![graph TD A["TIMER/DELETE"] --> B["ENTER"] C["REC LEVEL/CURSOR"] --> D["DISPLAY"] E["Display"] --> F["Remote"]](/content/2026/06/1156704/images/fe3462ec727f9be13f4503d20681148276769d54f700ee2e5cade4598270252a.jpg)
■ Timer-gestuurde weergave/Timer-gestuurde opname
Voor u de timer in gaat stellen:
Wanner het toestel in de standby-stand staat, kuntu op de DISPLAY toets op de afstandsbediening drukken om te controleren of de klol gelijk loopt.


1 Druk op de ON/STAND-BY toets om de spanning in te schakelen.
2 Druk op de TIMER/DELETE toets.

3 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR of toets en selecteer "TIMER SET".

4 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.

Vervolg op de volgende bladzijde
Timer en slaaptimer bediening (vervolg)
5 Druk op de REC LEVEL/CURSOR of toets om de "TIMER PLAY" of "TIMER REC" functie te selecteren.
Voor timer-gestuurde weerga- ve: Voor timer-gestuurde op- name:

6 Druk op de ENTER toets.

7 Druk op de REC LEVEL/CURSOR

8 Druk op de REC LEVEL/CURSOR <of toets om de minuten te bepalen en druk op de ENTER toets.

- Als de timer-instelling niet wordt veranderd, zal de eindtijd automatisch worden ingesteld op een uur na de begintijd.
9 Druk op de REC LEVEL/CURSOR

10Druk op de REC LEVEL/CURSOR <of toets om de minuten te bepalen en druk op de ENTER toets.

11Druk op de REC LEVEL/CURSOR
Kies de via de timer weer te geven signaalbron: CD, MD, TUNER, AUX of OPT. Selecteren van de signaalbron voor timer-gestuurde opname: TUNER, AUX of OPT.
12Druk op de ENTER toets.
13Druk op de REC LEVEL/CURSOR of toets om het volume te regelen.
- Wees voorzichtig dat u het volume niet te hoog zet.
14Druk op de ENTER toets.

Timer-gestuurde opname
- De timer-instelling zal op volgorde worden getoond.
- Het toestel gaat in de standby-stand, waarna automatisch de weergave of opname standby-stand wordt ingeschakeld.

Wanneer de ingestelde tijd bereikt wordt, zal de weergave of opname beginnen.
- Bij timer-gestuurde weergave zal het volume langzaam toenemen. Timer-gestuurde opname zal beginnen bij het door u ingestelde volume.
Wanneer de eindtijd voor de timer bereikt wordt, gaat het systeem automatisch in de standby-stand.
■ Gebruiken van dezelfde timer-instelling
Wanneer deze eenmaal in het geheugen is opgeslagen, kan de instelling voor de timer als volgt gebruikt worden.
1 Druk op de TIMER/DELETE toets.
2 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR <of toets en selecteer "STANDBY".
STANDBY
CD
Als "STANDBY" niet op het display verschijnt, is de instelling voor de klok gewist. Stel in dit geval de klok en de timer opnieuw in.
3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
De timer-instelling zal op volgorde worden getoond. Het toestel gaat in de standby-stand, waarna automatisch de weergave of opname standby-stand wordt ingeschakeld.
Opmerkingen:
- De instelling voor de timer wordt gewist wanneer de stekker van het toestel uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt.
- Timer-gestuurde weergave is mogelijk met een CD of MD, ook al is de herhaalde, willekeurige of geprogrammeerde weergavefunctie ingesteld.
- Bij timer-gestuurde weergave of opname met gebruik van externe apparatuur aangesloten op de AUX IN of DIGITAL IN aansluitingen, dient u "AUX" of "OPT" te selecteren bij stap 11. Op dit moment zal alleen dit stereosysteem automatisch worden uitgeschakeld. (De externe apparatuur zal niet worden uitgeschakeld.)
Controleren van de timer-instelling:
1 Druk op de TIMER/DELETE toets terwijl het toestel standby staat in de timer-gestuurde weergave- of opnamefunctie.
2 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR of toets en selecteer "TIMER CALL".
TIMER CALL
3 Druk op de ENTER toets.
- Nadattde instelling voor de timer op volgorde getoond is, zal het normale display terugkeren.
Veranderen van de timer-instelling:
Voer "Timer-gestuurde weergave / timer-gestuurde opname" van het begin af aan uit. (Zie de bladzijden 48 - 49.)
Annuleren van de timer-gestuurde weergave/opname:
- Als de stroom wordt ingeschakeld terwijl het toestel standby staat voor weergave of opname, zal de instelling voor de timer worden geannuleerd.
● Ga als volgt te werk om te annuleren zonder de stroom in te schakelen.
1 Druk op de TIMER/DELETE toets.
2 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR of toets en selecteer "CANCEL".
CANCEL
3 Druk op de ENTER toets.
Timer en slaaptimer bediening (vervolg)
■ Slaaptimer
De radio. CD en MiniDisc kunnen allemaal automatisch uitgeschakeld worden.
| 1 Geef de gewenste geluidsbron weer. |
| 2 Druk op de TIMER/DELETE toets. |
3 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR <of toets en selecteer "SLEEP".![]() |
4 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.![]() |
5 Druk op de REC LEVEL/CURSOR <of toets om de sluimertijd te bepalen. (Maximum: 2 uur - Minimum: 1 minuut) |
6 Druk op de ENTER toets.![]() |
| 7 Uw systeem gaat automatisch in de standby-stand wanneer de ingestelde tijd verstreken is.● Het volume zal 1 minuut voor de slaaptimer afgelopen is verminderd worden. |
Controleren van de resterende slaaptijd:
1 Druk op de TIMER/DELETE toets terwijl de slaaptimer in werking is.
2 Druk binnen 10 seconden op de REC REVEL/CURSOR of toets en selecteer "SLEEP".

Resterende sluimertijd.
- Het normale display zal terugkeren na ongeveer 10 seconden.
- U kunt de sluimertijd veranderen.
- Druk op de ENTER toets terwijl de resterende sluimertijd wordt getoond. (Zie de stappen 5 - 6 links.)
Annuleren van de slaaptimer:
De sluimertijd wordt geannuleerd wanneer het toestel standby wordt gezet.
Ga als volgt te werk om alleen de slaaptimer te annuleren zonder het toestel standby te zetten.
1 Druk op de TIMER/DELETE toets terwijl de slaaptimer in werking is.
2 Druk binnen 10 seconden op de REC LEVEL/CURSOR of toets en selecteer "SLEEP OFF".

3 Druk binnen 10 seconden op de ENTER toets.
■ Gebruik van een combinatie van slaaptimer en timer-gestuurde weergave
U kunt gaan slapen terwijl u naar de radio luistert en gewekt worden door een CD.


- Instelling slaaptimer
![graph LR A["1 minuut - 2 uur"] --> B["Automatische uitschakeling instaaptimer."] B --> C["Begintijd timer-gestuurde weergave"] C --> D["Gewenste tijd"] D --> E["Stoptijd"]](/content/2026/06/1156704/images/e2d2205881633e33a3f09465382ca45c2e6de7a3eb06fcffe08350f502467cb2.jpg)
■ Gebruik van een combinatie van slaaptimer en timer-gestuurde opname
U kunt gaan slapen terwijl u naar een CD luistert en opnemen van een radiozender terwijl u slaapt.



Verbeteren van uw stereosysteem
Schakel de spanning van dit toestel standby en de spanning van de betrokken andere componenten uit alvorens verbindingen te maken.
![graph TD A["MD-recorder, digitale tuners of DAT-decks"] --> B["Naar de optische lijn-uitgangsaansluiting"] B --> C["VERBINDingskabel voor digitaal opnemen"] C --> D["DIGITAL IN"] D --> E["Device with 12 ports"] E --> F["AUX IN L R"] F --> G["In de handel verkrijgbaar RCA (tulpstekker) snoer"] G -->…](/content/2026/06/1156704/images/1f2394eb5cb2326257103b2ee42cec093346409dad17b5c9cb29f5bc992ad440.jpg)
■ Luisteren naar de geluidsweergave van de aangesloten apparatuur
1 Druk op een AUX (DEMO) toets om "AUX ANALOG" of "AUX DIGITAL" te kiezen.
Bij een analoog in- gangssignaal
Bij een digitaal ingangs- signaal



Bij een ingangssignaal van "AUX DIGITAL", is het mogelijk dat "NO SIGNAL" verschijnt, afhankelijk van de aangesloten apparatuur.
2 Laat de aangesloten apparatuur weergeven.
3 Stel het volume in met de VOLUME toetsen.
■ Opnemen op een minidisc (Normale opname)
1 Druk op een AUX (DEMO) toets om "AUX ANALOG" of "AUX DIGITAL" te kiezen.
2 Plaats een opname-minidisc met het label boven in de MD-houder.
3 Druk op de REC ●toets.
4 Laat de aangesloten apparatuur weergeven.
5 Druk op de REC LEVEL/CURSOR of toets om het opnameniveau in te stellen.

Niveaumeter Opnameniveau
- Het maximum niveau mag de "0dB" niet overschrijden.
- Het opnameniveau kan worden ingesteld in stappen van 2dB, van - 4dB t/m +10dB.
- Als het opnameniveau te laag is, zal het volumeniveau worden verlaagd. Als het te hoog is, zal het geluid vervormd worden.
6 Druk op de MD ▶tpets.
■ Opnemen op een minidisc (Synchroon-opname)
1 Druk op de AUX (DEMO) toets.
2 Plaats een opname-minidisc met het label boven in de MD-houder.
3 Druk op de S-SYNC ●REC toets van de afstandsbediening.
4 Laat de aangesloten apparatuur weergeven.
- De opname zal automatisch beginnen.
- Het gebruikte opnameniveau is het voor de vorige opname ingestelde niveau. (Dit niveau kan ook worden ingesteld tijdens de opname.)
■ Hoofdtelefoon
- Zet het volume laag voor u de hoofdtelefoon aansluit of uit het toestel haalt.
- Let er op dat de gebruikte hoofdtelefoon een 3,5 mm diameter stekker heeft en een impedantie tussen de 16 en 50 Ohm. De aanbevolen impedantie is 32 Ohm.
- Door de hoofdtelefoon aan te sluiten, worden de luidsprekers automatisch uitgeschakeld.
- Zet het volume laag voor u de hoofdtelefoon aansluit of uit het toestel haalt.
- Let er op dat de gebruikte hoofdtelefoon een 3,5 mm diameter stekker heeft en een impedantie tussen de 16 en 50 Ohm. De aanbevolen impedantie is 32 Ohm.
- Door de hoofdtelefoon aan te sluiten, worden de luidsprekers automatisch uitgeschakeld.
Wat is een minidisc?
De disc zelf bevindt zich in een huls of cartridge. U hoeft zich derhalve geen zorgen over stof, vingerafdrukken, etc. te maken. U krijgt echter wel problemen indien er stof of vuil door de opening direct op de disc komt of de disc zelf op een andere wijze wordt beschadigd. Let derhalve op de volgende punten.
■ Voorkomen dat een opgenomen minidisc per ongeluk wordt gewist
Schuif het wispreventielipje, aan de zijkant van de minidisc, in de richting van de pijl. - De minidisc is in dit geval tegen het per ongeluk wissen beschermd.

Wanneer u later toch nog een extra opname op een beschermde minidisc wilt maken, moet u het wispreventielipje gewoon weer naar de oorspronkelijke stand terug schuiven.
■ Tip voor het opplakken van een label
Let op het volgende wanneer u een label of sticker op een minidisc wilt plakken. Indien het label namelijk niet goed wordt opgeplakt, zal de minidisc in het toestel vast komen te zitten en mogelijk niet meer kunnen worden verwijderd.
- Vervang een gedeeltelijk loszittend of krullend label door een nieuw label.
- Plak geen label over een reeds opgeplakt label.
- Plak het label uitsluitend op de aangegeven plaats.

■ Disctypes
Er zijn twee soorten discs: discs uitsluitend voor weergave en discs waarmee tevens opname mogelijk is.
- Minidiscs uitsluitend voor weergave:
Dit zijn de voorbespeelde, in de handel verkrijgbare mini-discs. Dit is hetzelfde type optische disc als een CD. Voor weergave wordt gebruik gemaakt van een optische aftasting. (Opname en montage is niet mogelijk.)

U kunt alleen een luikje aan één kant zien (achterkant).
- Minidiscs waarop tevens kan worden opgenomen: Dit is een "lege disc" waarop u een opname kunt maken. Er wordt een magneto optische disk gebruikt. Opname gebeurt met gebruik van een laser en een magnetisch veld. U kunt herhaaldelijk op deze disks opnemen.

U kunt luikjes aan beide kan- ten zien.
Beperkingen van het MD-systeem
| "TOC FULL" wordt mogelijk op het display getoond indien de maximale opnametijd van een minidisc nog niet is bereikt. | Met het MD-systeem zijn de scheidingstekens van de opnameruimte op een minidisc in de TOC vastgelegd. Indien u herhaaldelijk fragmenten wist, opneemt of monteert zal de TOC vol raken, ook al is het maximale aantal fragmenten (255) nog niet bereikt. In dat geval is verdere opname onmogelijk. (Wis de gehele minidisc wanneer u deze disc weer geheel opnieuw voor opname wilt gebruiken.) |
| "DISC FULL" wordt mogelijk op het display getoond indien de maximale opnametijd van een minidisc nog niet is bereikt. | Eventueel onbruikbare gedeelten op een minidisc worden automatisch overgeslagen en niet bij de opnametijd berekend. De opnametijd kan derhalve korter zijn. |
| Zelfs wanneer verschillende korte fragmenten worden gewist, wordt de resterende opna-metijd mogelijk niet verhoogd. | Wanneer de resterende opnametijd van een disc wordt getoond, worden fragmenten die korter dan 12 secon-den zijn mogelijk niet bij het totaal meegerekend. |
| Twee fragmenten kunnen mo-gelijk niet worden gecombi-neerd. | De COMBINE functie werkt mogelijk niet met gebruik van minidiscs waarop herhaaldelijk is opgenomen of ge-monteerd. Een van een CD opgenomen fragment (dig-tale opname) en een van de radio of andere apparatuur opgenomen fragment (analoge opname) kunnen niet samen worden gecombineerd. |
| Het totaal van de opnametijd plus de resterende tijd van de minidisc is mogelijk niet gelijk aan de maximale opnametijd. | Een cluster (ongeveer 2 seconden) is normaliter de mi-nimale eenheid voor opname. Indien een fragment der-halve korter dan 2 seconden is, wordt echter 2 seconden "ruimte" van de disc gebruikt. De tijd die be-schikbaar is voor opname, kan daarom korter zijn dan de resterende tijd die op het display wordt getoond.Indien er krassen op de disc zijn, worden deze gedeel- ten automatisch overgeslagen (en op die gedeelten dus niets opgenomen). De opnametijd wordt in dat geval verminderd. |
| Het geluid slaat soms over bij snel voor- en achterwaartse weergave van opgenomen frag-menten. | Bij een minidisc die herhaaldelijk voor opname of mon-tage werd gebruikt, slaat het geluid mogelijk over tijdens snel voor- of achterwaarts. |
Foutmeldingen
Ga als volgt te werk Indlen een foutmelding op het display wordt getoond:
| Foutmeldingen | Betekenis Oplossing | |
| BLANK MD | ● Er is niets opgenomen. (Geen muziek en geen discnaam is opgenomen.) | ● Plaats een andere minidisc. |
| Can't COPY | ● U probeert een CD op te ne- men die tegen kopiëren is be- schermd. | ● Vervang de CD. |
| Can't EDIT | ● Een fragment kan niet worden gemonteerd. | ● Verander het stoppunt in het fragment en probeer vervolgens te monteren. |
| Can't READ* (*: Cijfer of sym- bool) | ● De disc is beschadigd. ● De TOC informatie kan niet worden afgelezen. ● Minidisc is niet gespecifi- ceerd. | ● Plaats een andere minidisc. ● Wis de disc en probeer nog- maals op te nemen. |
| Can't REC | ● Opname is onmogelijk vanwe- ge trillingen of schokken. | ● Neem opnieuw op of vervang de minidisc. |
| Can't T REC | ● Timer-gestuurde opname is niet mogelijk of er is geen ruimte op de MD. ● Er is geen ruimte meer voor opname op de disc. | ● Plaats een opname-disc met voldoende opnametijd. |
| Can't WRITE | ● De TOC informatie is niet juist geschreven omdat het toestel aan schokken onderhevig was of er zijn krassen op de disc. | ● Schakel het toestel in de stand- byfunctie en probeer de TOC opnieuw te schrijven. (Zorg dat het toestel tijdens het schrijven niet aan schokken en trillingen onderhevig is.) |
| CD NO DISC | ● Er is geen CD geplaatst. ● De data van de CD kunnen niet worden afgelezen. | ● Plaats de CD. ● Plaats de CD opnieuw. |
| DISC FULL | ● Er is geen ruimte meer voor opname op de disc. | ● Vervang de minidisc door een andere opname-disc. |
| EDIT OVER | ● U heeft 21 of meer fragmen- ten voor het monteren geko- zen. | ● Verlaag het aantal fragmenten. |
| Er - MD ** (**: Cijfer of symbool) | ● Minidisc werkt niet juist. | ● Druk op de MD àtoets. ● Schakel het toestel in de stand- byfunctie en schakel vervolgens de stroom weer in. |
| Foutmeldingen | Betekenis Oplossing | |
| MD NO DISC | ● Er is geen minidisc geplaatst.● De data van de minidisc kunnen niet worden afgelezen. | ● Plaats de minidisc.● Plaats de minidisc opnieuw. |
| NAME FULL | ● Het aantal tekens voor de discnaam of fragmentnaam is hoger dan 40. | ● Verkort de discnaam of fragmentnaam. |
| NOT AUDIO | ● De op de disc opgenomen data zijn geen audiodata. | ● Vervang de minidisc. |
| PLAYBACK MD | ● U probeert op een disc op te nemen die uitsluitend voor weergave geschikt is. | ● Plaats een opname-disc met voldoende opnametijd. |
| POWER ? | ● Minidisc werkt niet juist. | ● Schakel het toestel in de standbyfunctie en schakel vervolgens de stroom weer in. |
| PROTECTED | ● De minidisc is tegen opname (wissen) beschermd. | ● Druk het wispreventielipje in de originele stand. |
| TEMP OVER | ● De temperatuur is te hoog. | ● Schakel dit toestel in de stand-byfunctie en wacht even. |
| TOC FORM ** (**: C|fer of symbool) | ● De TOC informatie van de MD komt niet overeen met de specificaties van de minidisc of kan niet worden gelezen. | ● Plaats een andere minidisc.● Wis de disc en probeer nog-maals op te nemen. |
| TOC FULL | ● Er is geen ruimte meer voor opname van fragmentnummers. | ● Plaats een opname-disc met voldoende opnametijd. |
| TOC FULL 1 | ● Er is geen ruimte meer voor opname van tekens. | ● Plaats een opname-disc met voldoende opnametijd.● Wis de onnodige tekens. |
| ? MD DISC | ● De data bevat een fout.● Minidisc is niet gespecificeerd. | ● Druk op de MD àoets.● Plaats een andere minidisc. |
Tabel probleemoplossing
Veel vermeende "problemen" kunnen door de gebruiker zelf worden opgelost, zonder een reparateur in te schakelen.
■ Algemeen
| Symptoom Mogelijke oolzaak | |
| ● "TIME ADJUST" zal verschijnen wanneer de klok-tijd gecontroleerd wordt. | ● Is er een stroomstoring geweest? Stel de klok opnieuw in. (Zie bladzijde 16.) |
| ● Het toestel reageert niet na een druk op een toets. | ● Zet dit toestel in de standby-stand en zet het vervolgens weer aan. |
| ● Geen geluid. | ● Staat het volumeniveau op "0"? ● Is de hoofdtelefoon aangesloten? ● Sluiten de luidsprekersnoeren kort? |
| ● Het beeld op het TV-scherm is ver-vormd. | ● Wanneer een radio of TV met een binnenan-tenne in de buurt van het toestel is geplaatst zal de ontvangst mogelijk worden gestoord. ● Gebruik bij voorkeur een buitenantenne. |
| ● Volume kan niet worden geregeld. | ● Is de geluidskabel aangesloten op de LINE OUT aansluiting op de MD/CD/tuner? Zet het toestel uit (standby) en sluit de kabel aan op de SYSTEM OUT aansluiting. (Zie bladzijde 13.) |
■ CD-speler
| Symptoom Mogelijke oor/zaak | |
| ● Een disc geplaatst maar "CD NO DISC" of "Can't READ" wordt ge-toond. | ● De disc is vuil.● Is het toestel onderhevig aan trillingen?● Heeft zich wellicht condens gevormd binnen-in het toestel? |
| ● De weergave begint niet. | ● De CD is omgekeerd geplaatst. |
| ● De weergave stopt halverwege of verloopt niet naar behoren. | ● De disc voldoet niet aan de juiste standaar-den.● De disc is vervormd of bekrast. |
| ● Het weergegeven geluid slaat over of stopt middenin een fragment. | ● Is het toestel onderhevig aan trillingen?● De disc is vuil.● Heeft zich wellicht condens gevormd binnen-in het toestel? |
■ Minidisc
| Symptoom Mogelijke oorzaak | |
| ● Opname niet mogelijk. | ● Is de minidisc tegen wissen beveiligd?● Gebruikt u een minidisc waarmee uitsluitend kan worden weergegeven?● Ziet u de "DISC FULL" of "TOC FULL" mededeling op het display? |
| ● Een disc geplaatst maar "MD NO DISC" of "Can't READ" wordt ge-toond.● Het geluid slaat over. | ● De disc is vuil.● Is het toestel onderhevig aan trillingen?● Heeft zich wellicht condens gevormd binnen-in het toestel? |
Tuner
| Symptoom Mogelijke oorzaak | |
| ● De radio maakt achter elkaar ongebruikelijke geluiden. | ● Het stereosysteem staat dicht bij een TV of computer.● De FM/AM ringantenne staat niet goed. Leid het netsnoer uit de buurt van de antenne als deze bij elkaar in de buurt zijn. |
| ● Voorkeurzender kan niet worden opgeroepen. | ● Werd de spanning onderbroken?● Leg de zenders opnieuw vast. |
■ Afstandsbediening
| Symptoom Mogelijke oorzaak | |
| ● De afstandsbediening werkt niet. | ● Zit de stekker van het stereosysteem in het stopcontact?● De batterij is met de polen verkeerd gericht geplaatst.● De batterijen zijn leeg.● De afstand of de hoek is te groot.● Valt er sterk licht op de sensor voor de afstandsbediening? |
■ Bij problemen (reset)
Wanneer dit product wordt blootgesteld aan sterke invloeden van buitenaf (mechanische schokken, abnormale statische elektriciteit, abnormale netspanning als gevolg van blikserminslag enz.) of wanneer het toestel onjuist bediend wordt, is het mogelijk dat er storingen optreden.
Als zich een dergelijk probleem voordoet, dient u het volgende te doen: Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact. Steek vervolgens weer in het stopcontact en controleer de werking opnieuw.
Let op:
Door deze handeling worden alle gegevens uit het geheugen gewist, met inbegrip van de klok, timerinstellingen, voorkeuzezenders van de tuner en geprogrammeerde fragmenten voor een CD of minidisc.
■ Condensatie
Plotselinge temperatuursschommelingen, opslag of gebruik in een zeer vochtige omgeving, kunnen condens in het binnenwerk van het toestel (CD pick-up, MD pick-up enz.) of op de zender van de afstandsbediening veroorzaken.
Condens kan tot storingen aan het toestel leiden. Als dit gebeurt, dient u de stroom ingeschakeld te laten zonder dat er een disc in het toestel zit tot het toestel weer normaal functioneert (ongeveer 1 uur). Veeg eventuele condens van de zender van de afstandsbediening voor u hiermee het toestel gaat bedienen.

■ Voor u het toestel verplaatst
Verwijder alle CD's en minidiscs uit het toestel. Uw toestel controleert vervolgens of er nog discs in het toestel zitten. "CD NO DISC" en "MD NO DISC" zullen verschijnen als er geen disc meer in het toestel zit. Zet het toestel vervolgens uit (standby). Het toestel kan beschadigd raken als u het verplaatst terwijl er nog discs in zitten.

Onderhoud
■ Reinigen van de behuizing
Neem de behuizing van tijd tot tijd af met een zachte doek en een slap sopje en wrijf na met een droge doek.
Let op:
Gebruik geen chemische reinigingsdoekjes of andere chemicaliën.

SHARP behoudt zich het recht voor om het ontwerp en de technische gegevens aan te passen terwille van productverbeteringen zonder mededeling vooraf. De waarden gegeven in het gedeelte "Technische gegevens" zijn gebaseerd op een gemiddeld model van de productielijn. Er kunnen echter lichte afwijkingen bestaan per individueel toestel.
■ Algemeen
| Voedingsbron 230 V wisselstroom, 50 Hz | |
| Stroomverbruik Stroom ingeschakeld: 54 WStroom standby: 0,6 W (*) | |
| Afmetingen MD/CD/tunereenheid | |
| Gewicht MD/CD/tunereenheid | |
| In-/uitgangsaansluitingen MD/CD/tunereenheid | |
(*) Deze waarde voor het stroomverbruik wordt verkregen wanneer de demonstratiefunctie is uitgeschakeld en het toestel standby staat. Raadpleeg bladzijde 13 voor het uitschakelen van de demonstratiefunctie.
■ Versterker
| Versterkingssysteem 64fs | -bits schakeling(Opmerking: fs = 44,1 kHz) |
| Opgegeven uitgangsvermogen | RMS: 50 W (25 W + 25 W) (DIN 45 324) |
| A/D ruisvormgeving 7e orde | (delta Sigma) modulatie |
■ CD-speler
| Type 1-disc laadsleuf type Compact Disc-speler |
| Signaalaflezing Geen contact makende, 3-straals halfgeleider laser lees-kop |
| D/A converter 1-bit D/A converter |
| Frequentleberelk 20 - 20.000 Hz |
| Dynamisch berelk 90 dB (1 kHz) |
■ Minidisc
| Type MiniDisc-recorder | |
| Signaalaflezing Contactloze, halfgeleider laser pickup met 3 stralen | |
| Rotatiesnelheid Ongeveer 400 - 900 tpm CLV | |
| Foutcorrectle ACIRC (Advanced Cross Interleave Reed-Solomon Code) | |
| Kwantisering 20-bit lineair (A/D converter) | |
| Coderlng ATRAC (Adaptive Transformed Acoustic Coding), ATRAC3 | |
| Bemonsteringsfrequentie | 44,1 kHz |
| Opnamemethode | Magnetische modulatie overschrijfmethode |
| Frequentiebereik 20 - 20.000 Hz | |
| D/A converter 1-bit D/A converter | |
| Wow en flutter | Onmeetbaar (minder dan 0,001% W. piek) |
| Signaal/ruisverhouding | 95 dB (1 kHz) |
| Dynamisch bereik 90 dB (1 kHz) | |
| Aantal kanalen | Stereo: 2 kanalen (SP, LP2, LP4)Mono: 1 kanaal (MONO) |
Tuner
| Frequentiebereik FM: 87,5 - 108 MHzAM: 522 - 1.620 kHz |
■ Luidspreker
| Type 2-weg type luidspreker | systeem |
| 3 cm tweeter | |
| 10 cm woofer | |
| Maximaal ingangsvermo-gen | 50 W |
| Nominaal ingangsvermo-gen | 25 W |
| Impedantie | 6 Ohm |
| Afmetingen | Breedte: 187 mmHoogte: 423 mmDiepte: 200 mm |
| Gewicht | 3,7 kg/per stuk |
SHARP
SHARP CORPORATION
TINSZ0666AWZZ A0012.YT
Afstandsbediening ×1 "AA" formaat batterijen (UM/SUM-3, R6, HP-7 of soortgelijk)×2
AM ringantenne× 1 FM-antenne 1
×
Luidsprekersnoer ×2 Netsnoer
×
Systeembedieningssnoer × 1 Geluidssnoer 1
×
Zachte doek ×1







(Maximum: 2 uur - Minimum: 1 minuut)