STA447 - Vaatwasser SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis STA447 SMEG in PDF-formaat.
| Type product | Vaatwasser |
| Merk | Smeg |
| Model | STA447 |
| Afmetingen (BxDxH) | 598 x 570 x 818 mm |
| Energie-efficiëntieklasse | D |
| Aantal couverts | 14 |
| Geluidsniveau | 44 dB(A) |
| Programma's | Eco, Intensief, Standaard, Glas, Snel 30 min |
| Waterverbruik per cyclus | 9,5 liter |
| Energieverbruik per 100 cycli | 85 kWh |
| Capaciteit | 14 couverts |
| Kleur | Edelstaal |
| Type installatie | Inbouw |
| Netspanning | 220-240 V, 50 Hz |
| Vermogen | 1900 W |
| Gewicht | 39 kg |
| Duurzaamheidsindicatie | Repareerbaarheidsscore 7,8/10 |
| Ingebouwde functies | Uitgestelde start, AquaStop, Half belading |
| Soort display | LED-display |
| Vaatwasmiddel | Poeder, tabletten of vloeibaar |
| Onderhoud | Filters maandelijks reinigen, zout en glansspoelmiddel bijvullen |
| Veiligheid | Kinderslot, overloopbeveiliging |
| Levering | Inclusief gebruiksaanwijzing |
Veelgestelde vragen - STA447 SMEG
Gebruikersvragen over STA447 SMEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwasser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding STA447 - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. STA447 van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING STA447 SMEG
- Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik ____ 4
- Installatie en inbedrijfstelling 7
- Beschrijving van het bedieningspaneel 9
- Gebruiksinstructies 14
- Schoonmak en onderhoud 25
- Oplossingen voor storingen in de werking ____ 29
Wij bedanken u dat u voor één van onze producten heeft gekozen.
Wij raden u aan om alle gebruiksinstructies in deze handleiding aandachtig door te lezen om op de hoogte te zijn van de beste omstandigheden voor een correct en veilig gebruik van uw vaatwasser.
De volgorde van de afzonderlijke paragrafen zal u helpen om stap na stap alle functies van het apparaat te leren kennen. de tekst is eenvoudig en verduidelijkt met gedetailleerde afbeeldingen.
U zult hier tevens praktische aanbevelingen vinden voor het gebruik van korven, sproeiarmen, bakjes, filters, wasprogramma's en de juiste instelling van de bedieningsorganen.
Met de hier verstrekte aanbevelingen voor het reinigen zullen de prestaties van uw vaatwasser ongetwijfeld gegarandeerd blijven.
In deze, eenvoudig te raadplegen handleiding, vindt u een antwoord op alle vragen die u mocht hebben betreffende het gebruik van uw nieuwe vaatwasser.

INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR: deze instructies zijn bestemd voor de bevoegde installateur die is belast met de installatie, inbedrijfstelling en het uitproberen van het apparaat.

INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER: deze instructies omvatten de gebruiksinstructies, de beschrijving van de bedieningsorganen en de juiste schoonmaak- en onderhoudshandelingen van het apparaat.
1. Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik

DEZE HANDLEIDING IS EEN WEZENLIJK ONDERDEEL VAN HET APPARAAT: HIJ DIENT ALTIJD IN ZIJN GEHEEL SAMEN BIJ HET APPARAAT TE WORDEN BEWAARD. VÓÓR DE INGEBRUIKNEMING BEVELEN WIJ AAN OM DE IN DEZE HANDLEIDING OPGE NOMEN AANWIJZINGEN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN. DE INSTALLATIE MOET DOOR BEVOEGD PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD MET INACHTNEMING VAN DE GELDENDE NORMEN. DIT APPARAAT IS BESTEMD VOOR EEN HUISHOUDELIJK GEBRUIK EN BEANTWOORDT AAN DE MOMENTEEL VAN TOEPASSING ZIJNDE RICHTLIJNEN 72/23 EEG, 89/336 (INCLUSIEF 92/31), MET INBEGRIP VAN HET VOORKOMEN EN ELIMINEREN VAN RADIOSTORINGEN. HET APPARAAT IS ONTWIKKELD VOOR DE VOLGENDE WERKZAAAMHEDEN: HET WASSEN EN DROGEN VAN DE VAATIEDER ANDER GEBRUIK DIENT ALS ONEIGENLIJK TE WORDEN BESCHOUWDDE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ENIG GEBRUIK DAT AFWIJKT VAN HETGEEN IS VOORZIEN.

HET TYPEPLAATJE MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMER EN DE MERKING IS ZICHTBAAR OP DE RAND AAN DE BINNENKANT VAN DE DEUR. HET PLAATJE OP DE RAND AAN DE BINNENKANT VAN DE DEUR MAG NOOIT WORDEN VERWIJDERD.

LAAT DE RESTEN VAN DE VERPAKKING NIET ONBEWAAKT IN DE HUISELIJKE OMGEVING LIGGEN. VERDEEL DE VERSCHILLLENDE VAN DE VERPAKKING AFKOMSTIGE AFVALMATERIALEN EN BRENG ZE NAAR HET DICHTSBIZIJNDE CENTRUM VOOR GESCHEIDEN AFVALINZAMELING.

DE AARDAANSLUITING IS VERPLICHT OP DE DOOR DE VEILGHEIDSNORMEN VOOR ELEKTRISCHE INSTALLATIES VOORZIENE WIJZE. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ENIG LETSEL AAN PERSONEN OF SCHADE AAN ZAKEN ALS GEVOLG VAN EEN ONTBREKENDE OF GEBREKKIGE AARDAANSLUITING.

BIJ AANSLUITING VAN HET APPARAAT OP HET ELEKTRICITEITSNET ZONDER GEBRUIK VAN EEN STEKKER, MOET EEN MEERPOLIGE SCHEIDINGSINRICHTING WORDEN AANGEBRACHT MET EEN MINIMALE CONTACTOPENING VAN 3 MM.

DE OP DE VOEDINGSKABEL AAN TE BRENGEN STEKER EN HET BIJBEHORENDE STOPCONTACT DIENEN VAN HETZELFDE TYPE TE ZIJN EN TE BEANTWOORDEN AAN DE GELDENDE NORMEN. CONTROLEER OF DE SPANNINGS- EN FREQUENTIEWAARDEN VAN HET NET OVEREENSTEMMEN MET DIE VERMELD OP HET TYPEPLAATJE. VERMIJD HET GEBRUIK VAN ADAPTERS OF AFLEIDINGENTREK NOOIT AAN DE KABEL OM DE STEKER UIT HET STOPCONTACT TE VERWIJDEREN.

• NA DE INSTALLATIE MOET DE STEKER TOEGANKELIJK BLIJVEN.
- EEN BESCHADIGDE VOEDINGSKABEL MOET DOOR EEN BEVOEGD TECHNICUS WORDEN VERVANGEN.
- NA DE VERVANGING VAN DE VOEDINGSKABEL, MOET U ERVOOR ZORGEN DAT DE VERANKERINGSBEUGEL VAN DE KABEL GOED WORDT VASTGEZET.

BIJ PLAATSING VAN HET APPARAAT OP VLOEREN MET VLOERBEDEKKING MOET U CONTROLEREN OF DE OPENINGEN AAN DE ONDERZIJDE NIET WORDEN AFGESLOTEN.
SCHAKEL DE VAATWASSER NA IEDER GEBRUIK UIT OM STROOMVERSPILLING TE VOORKOMEN.

HET AFGEDANKTE APPARAAT MOET ONBRUIKBAAR WORDEN GEMAAKT. SNIJD, NA DE STEKER UIT HET STOPCONTACT TE HEBBEN GETROKKEN, DE VOEDINGSKABEL DOOR. MAAK DE VOOR KINDEREN GEVAARLIJKE DELEN (SLUITINGEN, DEUREN ENZ.) ONGEVAARLIJK. HET APPARAAT MOET NAAR EEN CENTRUM VOOR EEN GESCHEIDEN AFVALVERWERKING WORDEN GEBRACHT.
BIJ STORINGEN MOET U HET APPARAAT VAN HET ELEKRICITEITSNET LOSKOPPELEN EN DE WATERKRAAN SLUITEN. VERVOLGENS MOET U EEN BEVOEGD TECHNICUS RAADPLEGEN.

GEBRUIK GEEN TIJDENS HET TRANSPORT BESCHADIGDE APPARATEN! RAADPLEEG, BIJ TWIJFEL, UW WEDERVERKOPER. HET APPARAAT MOET WORDEN GEINSTALLEERD EN AANGESLOTEN OVEREENKOMSTIG DE DOOR DE FABRIKANT VERSTREKTE INSTRUCTIES OF DOOR BEVOEGD PERSONEEL.

HET APPARAAT MOET DOOR VOLWASSENEN WORDEN GEBRUIKT. ZORG ERVOOR DAT KINDEREN UIT DE BUURT BLIJVEN EN ER NIET MEE SPELEN. HOUD KINDEREN UIT DE BUURT VAN AFWASMIDDELEN EN DE GEOPENDE VAATWASSERDEUR. DE VERPAKKINGSMATERIALEN (PLASTIC ZAKKEN, POLYSTYROL, METALEN DELEN ENZ.) MOETEN BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN WORDEN GEHOUDEN. HOUD KINDEREN UIT DE BUURT VAN DE GEOPENDE VAATWASSER; IN HET APPARAAT ZOUDEN ZICH NOG RESTEN AFWASMIDDEL KUNNEN BEVINDEN DIE ONHERSTELBARE SCHADE AAN DE OGEN, DE MOND EN KEEL KUNNEN VEROORZAKEN, EN ZELFS TOT DE DOOD DOOR VERSTIKKING KAN LEIDEN.

GEBRUIK GEEN OPLOSMIDDELEN ZOALS ALCOHOL EN TERPENTINE IN HET APPARAAT DIE TOT ONTPLOFFINGEN KUNNEN LEIDEN. PLAATS GEEN MET AS, WAS OF VERF BEVUILDE VAAT IN HET APPARAAT.

DE VAATWASSER KAN KANTELEN ALS GEVOLG VAN HET LEUNEN OF ZITTEN OP DE OPEN DEUR, MET ALLE RISICO'S VAN DIEN VOOR DE PERSONEN.

DRINK, NA BEËINDIGING VAN HET WASPROGRAMMA EN VOOR HET DROGEN, NIET VAN HET EVENTUEEL IN DE VAAT OF DE VAATWASSER ACHTERGEBLEVEN WATER.

MESSEN EN ANDER KEUKENGEREI MET SCHERPE PUNTEN MOETEN MET DE PUNT NAAR BENEDEN IN DE CONTAINER WORDEN GEZET OF HORIZONTAAL IN DE BOVENSTE KORF GELEGD, WAARBIJ U ERVOOR MOET OPLETTEN DAT U ZICH NIET VERWONDT EN DAT ZE NIET UIT DE CONTAINER NAAR BUITEN STEKEN.
MET ACQUASTOP UITGEVOERDE MODELLEN
ACQUASTOP IS EEN INRICHTING DIE BIJ LEKKAGES OVERSTROMINGEN VOORKOMT. NA DE INTERVENTIE VAN DE ACQUASTOP MOET EEN BEVOEGD TECHNICUS WORDEN GERAADPLEEGD OM DE OORZAAK VAN DE STORING OP TE SPOREN EN TE VERHELPEN. BIJ DE MET ACQUASTOP UITGEVOERDE MODELLEN BEVAT DE TOEVOERSLANG EEN ELEKTROMAGNETISCHE KLEPSNIJD DE SLANG NIET DOOR EN LAAT DE ELEKTROMAGNETISCHE KLEP NIET IN HET WATER VALLEN.BIJ BESCHADIGING VAN DE TOEVOERSLANG MOET U HET APPARAAT LOSKOPPELEN VAN DE WATERLEIDING EN HET ELEKTRICITEITSNET.

ONMIDDELLIJK NA DE INSTALLATIE MOET HET APPARAAT KORT WORDEN UITGEPROBEERD OVEREENKOMSTIG DE HIERNA VERSTREKTE INSTRUCTIES. ALS HET APPARAAT NIET MOCHT FUNCTIONEREN MOET U HET VAN DE ELEKTRICITEITSNET LOSKOPPELEN EN DE DICHTSTBIJZIJNDE TECHNISCHE DIENST WAARSCHUWEN PROBEER NIET OM HET APPARAAT TE REPAREREN.

DE VAATWASSER BEANTWOORDT AAN ALLE DOOR DE GELDENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN OPGELEGDE EISEN MET BETREKKING TOT ELEKTRISCHE APPARATEN. EVENTUELE TECHNISCHE CONTROLES MOGEN UITSLUITEND DOOR GESPECIALISEERD EN ERKEND PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD REPARATIES UITGEVOERD DOOR NIET ERKEND PERSONEEL, ZULLEN DE GARANTIE DOEN VERVALLEN EN KUNNEN EEN BRON VAN GEVAAR VOOR DE GEBRUIKER WORDEN.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor letsel aan personen of schade aan zaken als gevolg van het niet opvolgen van de bovenstaande voorschriften of als gevolg van werkzaamheden op ook een enkel deel van het apparaat of door het gebruik van niet-originele vervangingsonderdelen.
2. Installatie en inbedrijfstelling
Verwijder de polystyrol korfblokkeringen. Plaats het apparaat op de daarvoor bestemde. De vaatwasser kan met de zijkanten of de achterkant tegen meubels of wanden worden geplaatst. Als de vaatwasser naast een warmtebron wordt geplaatst moet een warmteïsolerende wand worden geplaatst om oververhitting en een slechte werking te voorkomen. Voor de stabiliteit moeten de inbouwapparaten voor onderbouw of integratie uitsluitend onder ononderbroken werkbladen worden geplaatst en aan de ernaast geplaatste meubels worden vastgeschroefd. Om de inbouw te vergemakkelijken kunnen de toevoer- en afvoerslangen in alle richtingen worden gedraaid; zorg ervoor dat ze niet worden geknikt of afgeklemd en dat ze niet te strak gespannen komen te staan. Voor de passage van de buizen en de voedingskabel is een gat nodig van minimaal ∅ 8 cm.

Zet het apparaat waterpas op de grond met behulp van de regelbare voetjes. Dit is vereist voor de correcte werking van de vaatwasser.

Sommige modellen hebben een centrale regelbare voet achter die met behulp van een schroef onderaan de voorkant van het apparaat kan worden afgesteld.
2.1 Aansluiting op de waterleiding

Voorkom het risico van verstoppingen of beschadigingen: als de waterleiding nieuw is of langdurig ongebruikt gebleven, moet u, voordat u de aansluiting op de waterleiding uitvoert, controleren of het water helder is en zonder vervuiling om schade aan het apparaat te voorkomen. Gebruik voor de aansluiting van de vaatwasser op de waterleiding, uitsluitend nieuwe slangen; gebruik nooit oude of reeds gebruikte slangen.
AANSLUITING OP DE WATERKRAAN
Sluit de toevoerslang, na plaatsing van het bij de vaatwasser geleverde filter A, aan op een koudwaterkraan met een schroefdraad van 3/4" gas. Draai de slang met de hand stevig vast en draai hem nog circa een kwartslag na met een tang.
Bij de met ACQUASTOP uitgeruste modellen is het filter al in de ring met schroefdraad aangebracht.

De vaatwasser kan worden gevuld met water van maximaal 60°C. Bij gebruik van warm water zal de wastijd met circa 20 minuten worden teruggebracht, hoewel de efficiëntie iets minder zal zijn. De aansluiting moet worden uitgevoerd op de warmwaterleiding van het huis en op dezelfde wijze als beschreven voor het koude water.

AANSLUITING OP DE AFVOER
Plaats de afvoerslang in een afvoerpijp met een minimumdiameter van 4 cm; de slang kan ook in de gootsteen worden gehangen met behulp van de bijgesloten slanghouder, waarbij er echter voor moet worden opgelet dat hij niet wordt geknikt of afgeklemd. Het is belangrijk dat de slang niet kan losraken en vallen. Om deze reden heeft de slanghouder een gat waarmee hij met behulp van een touwtje aan de pijp of kraan kan worden bevestigd.

Het vrije eind moet op een hoogte tussen de 30 en 100 cm worden aangebracht en mag nooit onder water staan.
Horizontaal geplaatste verlengstukken mogen maximaal 3 m lang zijn en in dat geval moet de afvoerslang maximaal 85 cm van de grond af worden aangebracht.
2.2 Elektrische aansluiting

Steek de steker in een passend stopcontact en in overeenstemming met de instructies van hfst. "1. Aanwijzingen voor veiligheid en gebruik".
3. Beschrijving van het bedieningspaneel
3.1 Het bedieningspaneel
Alle bedieningsorganen en controle-instrumenten van de vaatwasser zijn aanwezig op het bedieningspaneel aan de bovenzijde.


1 AAN/UITtoets
Door deze toets in te drukken wordt de machine onder spanning gezet.
Controlelampje GESELECTEERD PROGRAMMA
2 Het verlichte controlelampje verwijst naar het geselecteerde programma en eventuele storingen (oplossingen voor de storingen).
3 Drukknop PROGRAMMAKEUZE
Druk deze knop meerdere malen in om het gewenste programma te selecteren.
4 CONTROLELAMPJE ZOUT BIJVULLEN (alleen indien van toepassing)
Het verlichte controlelampje geeft aan dat het zout in de machine op is.
CONTROLELAMPJE GLANSPOELMIDDEL BIJVULLEN
5 (alleen indien van toepassing)
Het verlichte controlelampje geeft aan dat het glansspoelmiddel in de machine op is.
Drukknop GEPROGRAMMEERDE START (alleen indien van toepassing)
6 Door deze drukknop meerdere malen achter elkaar in te drukken kunt u het begin van het programma met 3, 6 of 9 uur uitstellen.
Controlelampje GEPROGRAMMEERDE START (alleen indien van toepassing)
7 Wanneer dit controlelampje brandt is de geprogrammeerde start van 3, 6 of 9 uur ingesteld.
Drukknop ECO DROGEN (alleen indien van toepassing)
8 Hiermee kunt u het eco drogen programma inschakelen. Zie de kanttekeningen van de programmatabel.
9 Controlelampje ECO DROGEN (alleen indien van toepassing)
Het verlichte controlelampje geeft aan dat de functie is ingeschakeld.
INSTELLING VAN HET WASPROGRAMMA EN INSCHAKELEN VAN DE MACHINE
Om het voor de te wassen vaat meest geschikte programma te selecteren verwijzen wij naar de onderstaande tabel, waar u het meest geschikte wasprogramma kunt vinden afhankelijk van de aard en de mate van bevuiling van de vaat.
Druk, als via de voorgestelde tabel, het meest geschikte programma bepaald is:
- de toets AAN/UIT (1) in en wacht tot het PROGRAMMACONTROLELAMPJE (2) gaat branden;
- toets dePROGRAMMAKEUZE (3) drukknop meerdere malen in tot het controlelampje van het gewenste programma gaat branden;
- sluit de deur; na het akoestisch signaal zal het wasprogramma automatisch starten.
| PROGRAMMA NUMMER EN SYMBOOL | LADEN VAN VAAT EN BESTEK | AFWIKKELING PROGRAMMA'S | ||
| 1 | [T0X2] | WEKEN | Pannen en bestek in afwachting van een laatste wasbeurt | Koud voorwassen |
| 2 | ![]() | DELICAAT | Wassen onmiddellijk na het gebruik voor niet erg vieze vaat | Wassen oop 45°C Koud spoelen Spoelen op 67°C Drogen |
| 3 | [DT3A] | BIO (*) EN 50242 | Wassen onmiddellijk na het gebruik voor normaal vieze vaat | Wassen oop 55°C Koud spoelen Spoelen op 67°C Drogen |
| 4 | [6X0K] | NORMAAL | Normaal vieze vaat | Koud voorwassen Wassen oop 65°C Koud spoelen Spoelen op 67°C Drogen |
| 5 | ![]() | INTENSIEVE | Zeer vieze pannen en bestek (uitgezonderd delicate delen) | Voorwassen op 45°C Wassen op 67°C 2 koude spoelbeurten Spoelen op 70°C Drogen |
Gebruik het weken uitsluitend bij een gedeeltelijke belading.
(*) Referentieprogramma volgens de EN 50242 norm.
ECO DROGEN functie (8) (voor de modellen die ermee zijn uitgerust)
U kunt in alle programma's, uitgezonderd het weken, de eco drogen functie selecteren.
Als gevolg hiervan zal het programma ongeveer 25 minuten langer duren, met echter een geringer energieverbruik vanwege de lagere spoeltemperatuur.

De wascyclus zal niet worden gestart als de deur van de vaatwasser niet of niet op de juiste manier gesloten is.
TABEL VOOR CONTROLE-INSTITUTEN
| Controlenorm EN 50242 | |
| Vergelijkbaar programma BIO (*) | |
| Belading 10 couverts | |
| Soort afwasmiddel B | |
| Dosering afwasmiddel 25 g | |
Regeling glansspoelmiddel Afhankelijk van de modellen 3/4 o 4/6
(*) Voor de modellen die ermee zijn uitgerust: de ECO DROGEN (8) functie moet worden ingeschakeld.

De bovenste korf moet in de laagste stand worden gezet.
3.2 Wasprogramma's

Alvorens een wasprogramma te starten moet u controleren of:
• de waterkraan geopend is;
• er regeneratiezout in het reservoir aanwezig is;
• er voldoende afwasmiddel in het bakje is gedaan;
• de korven op de juiste wijze zijn beladen;
• de sproeiarmen vrij, onbelemmerd kunnen draaien;
• de deur van de vaatwasser goed is gesloten.


ANNULERING VAN HET LOPENDE PROGRAMMA
- Om het lopende programma te annuleren moet u, na de deur te hebben geopend, de drukknop PROGRAMMAKEUZE (3) een paar seconden lang ingedrukt houden tot de controlelampjes van de programma's4 en 5 gelijktijdig gaan branden.

- De deur vervolgens weer sluiten.
- Na ongeveer 1 minuut zal de vaatwasser naar de einde cyclus stand gaan.
WIJZIGING VAN HET PROGRAMMA
Om een programma waar de machine mee bezig is, te wijzigen, hoeft u alleen maar de deur te openen en het nieuwe programma te selecteren. Als u de deur weer sluit zal de vaatwasser automatisch het nieuwe programma uitvoeren.
GEPROGRAMMEERDE START
U kunt het begin van het programma met 3, 6 of 9 uur uitstellen.
Op deze wijze kunt u de vaatwasser op het voor u meest geschikte tijdstip laten werken. Na het gewenste programma te hebben ingesteld moet u de GEPROGRAMMEERDE START drukknop (6) indrukken om het geschikte uitstel te selecteren. Het bijbehorende GEPROGRAMMEERDE START controlelampje (7) zal gaan branden. Wanneer u de procedure wenst te verlaten zonder de geprogrammeerde start in te stellen moet u de drukknop meerdere malen indrukken tot alle drie de controlelampjes uit zijn. Op het eind van de cyclus wordt de procedure automatisch afgesloten en, indien u dit wenst, zult u hem voor het volgende programma weer opnieuw moeten instellen.

OM ENERGIE TE BESPAREN! ... EN VOOR HET BEHOUD VAN HET MILIEU
• Probeer om de vaatwasser altijd volledig gevuld te gebruiken.
• Was de vaat niet onder stromend water.
- Gebruik het voor de aard van de vaat meest geschikte programma.
- Spoel niet vooraf eerst af.
- Sluit, indien mogelijk, de vaatwasser aan op een warmwaterleiding tot 60°C.
- Sluit, indien mogelijk het drogen uit en laat de deur op het eind van het wasprogramma halfopen staan, de lucht en de restwarmte zullen de vaat op perfecte wijze drogen.
OM HET AFWASMIDDELVERBRUIK TE BEPERKEN! ... EN VOOR HET BEHOUD VAN HET MILIEU
De in de afwasmiddelen voor vaatwassers aanwezige fosfaten vormen een probleem voor het milieu. Om een overmatig afwasmiddel- en stroomverbruik te voorkomen, raden wij aan om:
- de delicate vaat te scheiden van vaat die beter bestand is tegen agressieve afwasmiddelen en hoge temperaturen;
- het afwasmiddel niet rechtstreeks op de vaat te gieten.

Als het tijdens het wassen noodzakelijk mocht zijn om de deur te openen zult u 1 minuut moeten wachten alvorens het programma weer opnieuw te kunnen starten. Na de deur weer op correcte wijze te hebben gesloten, zal het wasprogramma weer op het punt waarop het werd onderbroken verder gaan. Deze handeling zou kunnen leiden tot onregelmatigheden in het verloop van het programma.
BEËINDIGING
De beeindiging van het wasprogramma wordt aangegeven door een kort akoestisch signaal en door het knipperen van hetcontrolelampje van het zojuist beeindigde programma. Om de machine uit te schakelen moet de deur worden geopend en de drukknopAAN/UIT (1) worden ingedrukt.
VERWIJDEREN VAN DE VAAT
Na beeindiging van het wasprogramma moet u tenminste 20 minuten wachten alvorens de vaat er uit te halen, om hem te laten afkoelen. Om te voorkomen dat eventuele in de bovenste korf achtergebleven waterdruppels op de nog in de onderste korf achtergebleven vaat vallen, wordt het aangeraden om eerst de onderste korf en daarna pas de bovenste korf leeg te halen.
4. Gebruiksinstructies
Na de vaatwasser op correcte wijze te hebben geïnstalleerd zijn de volgende handelingen noodzakelijk om hem te kunnen gebruiken:
- Regeling van de ontharder;
• Vullen met het regeneratiezout;
• Vullen met glansspoelmiddel en afwasmiddel.

4.1 Gebruik van de waterontharder
De hoeveelheid kalk in het water (hardheidsgraad van het water) is verantwoordelijk voor de witte vlekken op de opgedroogde vaat, die, na verloop van tijd mat zullen worden. De vaatwasser is uitgerust met een automatische ontharder die met gebruikmaking van hiervoor specifiek bestemd regeneratiezout, de hardheids-elementen uit het water onttrekt. De vaatwasser is in de fabriek afgesteld op een hardheidsgraad van 3 (gemiddelde hardheid 41-60°dF - 24-31°dH).

Bij gebruik van gemiddeld hard water zal het zout na ongeveer 20 wasbeurtemoeten worden bijgevuld. Het reservoir van de ontharder heeft een capaciteit van ongeveer 1,5 Kg grof zout. Sommige modellen zijn uitgerust met een venster voor het ontbreken van het zout. In deze modellen bevat de dop van het zoutreservoir een groene drijver die bij het verminderen van de zoutconcentratie in het water zal gaan zakken. Wanneer de groene drijver niet meer zichtbaar is door de doorzichtige dop moet het regeneratiezout worden bijgevuld. Het reservoir bevindt zich onderin de vaatwasser. Na de onderste korf te hebben verwijderd moet u de dop van het reservoir linksom losdraaien en het zout met behulp van de met de vaatwasser geleverde trechter toevoegen. Alvorens de dop weer vast te draaien moet u eventuele zoutresten bij de opening verwijderen.

- Bij de eerste inwerkingstelling van de vaatwasser dient u, afgezien van het zout, tevens een liter water in het reservoir te gieten.
- Controleer altijd na het vullen van het reservoir of de dop goed is afgesloten. Het mengsel van water en afwasmiddel mag het reservoir niet binnendringen daar dit werking van het regeneratiesysteem zal beïnvloeden. In dat geval is de garantie niet meer geldig.
- Gebruik uitsluitend regeneratiezout voor vaatwassers voor huishoudelijk gebruik. Vul, bij gebruik van zouttabletten, het reservoir niet volledig af.

- Gebruik geen keukenzout, omdat dit niet-oplosbare substanties bevat die na verloop van tijd het onthardingssysteem kunnen beschadigen.
- Vul, indien noodzakelijk, het zout bij vóór u het wasprogramma start; op deze wijze zal de overtollige zoutoplossing onmiddellijk door het water worden verwijderd; een langdurige aanwezigheid van zout water in de waskuip kan tot corrosievorming leiden.

Let ervoor op dat u het zout niet met het afwasmiddel verwisselt: de aanwezigheid van afwasmiddel in het zoutreservoir zal de ontharder beschadigen.
REGELING MET KEUZESCHAKELAAR
De vaatwasser is uitgerust met een inrichting die het mogelijk maakt om de regeling van de ontharder aan te passen aan de hardheid van het vulwater.
Aan de binnezijde van de plastic ring op de rechterzijkant in de vaatwasser.

Vraag het waterleidingbedrijf om de informatie betreffende de hardheidsgraad van het water.
4.2 Gebruik van de doseerbakjes voor het glansspoelmiddel en het afwasmiddel
De doseerbakjes voor het afwasmiddel en het glansspoelmiddel bevinden zich aan de binnenkant van de deur: links dat van het afwasmiddel en rechts dat van het glansspoelmiddel.

Uitgezonderd het WEEK programma, moet het afwasmiddelbakje vóór iedere wasbeurt met een geschikte dosis afwasmiddel worden gevuld. Het glansspoelmiddel hoeft alleen maar worden bijgevuld indien nodig.

TOEVOEGING VAN HET GLANSSPOELMIDDEL
Het glansspoelmiddel zal het opdrogen van de vaat versnellen en de vorming van vlekken en kalkafzettingen voorkomen; het wordt automatisch tijdens de laatste spoelbeurt aan het water toegevoegd vanuit het doseerbakje aan de binnenkant van de deur.

Om het glansspoelmiddel toe te voegen:
- Open de deur.
- Draai de dop van het reservoir 14 slag linksom en verwijder hem.
- Vul het glansspoelmiddel bij tot het bakje vol is (circa 140 c.c.). Het venstertje naast de dop moet helemaal donker worden. Vul weer glansspoelmiddel bij als het venster lichter wordt of het controlelampje voor het ontbreken van het glansspoelmiddel gaat branden.
- Plaats de dop weer terug en draai hem rechtsom.
- Veeg het gemorste glansspoelmiddel met een doek af omdat dit tot schuimvorming kan leiden.
REGELING VAN DE DOSERING VAN HET GLANSSPOELMIDDEL
De vaatwasser wordt in de fabriek op een gemiddelde waarde afgesteld. De dosering kan echter worden geregeld met behulp van de regelknop op de doseerder, de dosis zal proportioneel zijn aan de stand van de regelknop.
De dosis moet worden verhoogd als de gewassen vaat mat is of ronde vlekken vertoont.
- Voor de regeling van de dosering moet de dop van het reservoir 1/4 slag linksom worden gedraaid en verwijderd.
- Draai vervolgens met een schroevendraaier de regelaar van de dosering in de gewenste stand.
- Plaats de dop weer terug en draai hem rechtsom vast.

- De hoeveelheid glansspoelmiddel moet worden verhoogd als de gewassen vaat mat is of ronde vlekken vertoont.
- Als de vaat daarentegen plakkerig aanvoelt of witte strepen vertoont moet de hoeveelheid glansspoelmiddel worden verminderd.
VULLEN MET AFWASMIDDEL
Om het deksel van het bakje te openen moet u drukknop P een weinig indrukken. Voeg het afwasmiddel toe en sluit het deksel zorgvuldig af. Tijdens het wassen zal het bakje automatisch worden geopend.




- Als het INTENSIEVE programma wordt geselecteerd, moet naast de gewone dosis afwasmiddel een extra hoeveelheid in de bakjes G of H worden gedaan.
- Gebruik uitsluitend specifieke afwasmiddelen voor vaatwassers. Het gebruik van afwasmiddelen van goede kwaliteit is van groot belang voor optimale wasresultaten.
- Bewaar het afwasmiddel in een gesloten verpakking op een droge plek om de vorming van klonten die de wasresultaten nadelig zullen beïnvloeden, te voorkomen. Eenmaal geopend zullen de afwasmiddelen niet al te lang bewaard kunnen blijven omdat het afwasmiddel aan efficiëntie zal inboeten.
- Gebruik geen afwasmiddel voor de handafwas omdat de hoge schuimproductie ervan de werking van de vaatwasser nadelig kan beïnvloeden.
- Zorg voor een goede dosering van het afwasmiddel. Te weinig afwasmiddel zal leiden tot een onvolledige verwijdering van het vuil, terwijl een teveel ervan de efficiëntie niet zal verhogen, maar slechts verspilling is.

- Er zijn vloeibare en afwasmiddelen in poedervorm in de handel, die onderling verschillen voor wat betreft hun chemische samenstelling en die fosfaten kunnen bevatten of niet, die in dat geval zijn vervangen door natuurlijke enzymen.
- Fosfaathoudende afwasmiddelen zijn voornamelijk actief tegen vetten en amide bij temperaturen van meer dan 60°C.
- De enzymen bevattende afwasmiddelen zijn ook al bij lagere temperaturen actief (vanaf 40 tot 55°C) en zijn biologisch beter afbreekbaar. Met dit type afwasmiddel kunnen bij lagere temperaturen dezelfde wasresultaten worden bereikt die anders pas bij programma's van 65°C mogelijk zouden zijn.
Voor het behoud van het milieu bevelen wij het gebruik aan van afwasmiddelen zonder fosfaten of chloor.
- Op de markt vinden we ook afwasmiddelen in de vorm van tabletten, waarvan wordt verklaard dat ze het gebruik van zouten of glansmiddel overbodig maken. In bepaalde gevallen kunnen dergelijke afwasmiddelen niet doeltreffend blijken, vooral indien gebruikt met korte cycli en/of lage wastemperaturen. Bij problemen met de prestaties (bijv. een witte patina op de kuip of de vaat, slechte resultaten bij het drogen, resten op de vaat na het wassen) raden wij aan om weer terug te vallen op de traditionele producten (zout in korrels, wasmiddel in poedervorm, vloeibaar glansmiddel).
Wij wijzen er echter op dat bij het terugkeren naar het gebruik van het traditionele zout een paar cycli nodig zullen zijn voordat de installatie weer volledig efficiënt zal werken; u kunt dus nog sporen van de witte patina op de kuip en de vaat vinden. Mocht het probleem zich herhalen, waarschuw dan de Technische Dienst van de Klantenservice.
- Wanneer u een afwasmiddel in de vorm van tabletten gebruikt (wij raden het gebruik aan van drie afzonderlijke producten: afwasmiddel, zout en glansmiddel) moet u de tabletten in de bestekcontainer leggen. Het doseerbakje is ontworpen voor het gebruik van vloeibaar afwasmiddel of in poedervorm. Tijdens de wascyclus gaat het deurtje niet volledig open en een tabletje wordt daarom niet in zijn geheel afgegeven (gesmolten); dit zou kunnen leiden tot:
- een onvoldoende hoeveelheid tijdens de cyclus afgegeven afwasmiddel, met slechte wasresultaten;
- het samenpersen van het afwasmiddel in het doseerbakje en de afgifte ervan tijdens het spoelen op het eind.

De aanwezigheid van, ook vloeibaar afwasmiddel, in het glansspoelmiddelreservoir zal de vaatwasser beschadigen.
4.3 Waarschuwingen en algemene aanbevelingen

Vóór de eerste ingebruikneming van de vaatwasser verdient het aanbeveling om eerst de onderstaande aanbevelingen met betrekking tot de aard van de te wassen vaat en de plaatsing ervan te lezen.
Over het algemeen bestaan er geen beperkingen voor het wassen van de huishoudelijke vaat, maar in sommige gevallen moet met hun eigenschappen rekening worden gehouden.
Alvorens de vaat in de korven te plaatsen moet u:
- de grootste etensresten, zoals bijvoorbeeld botjes, graten enz. die de filter zouden kunnen verstoppen en de waspomp beschadigen, verwijderen;
- de pannen of koekenpannen met op de bodem verbrande etensresten laten weken om het vuil beter te laten loskomen; om ze vervolgens in de ONDERSTE KORF te zetten.
Om niet onnodig water te verspillen moet u de vaat vooraf niet onder stromend water wassen voordat u hem in de korven laadt.
Een correcte plaatsing van de vaat is een garantie voor goede wasresultaten.
LET OP!
- Controleer of de couverts goed stevig staan en niet kunnen omvallen en de draaling van de sproeiarmen tijdens de werking niet belemmeren;
- plaats geen hele kleine voorwerpen in de korven die bij het vallen de sproeiarmen of de waspomp zouden kunnen blokkeren;
- vaat zoals bijv. kopjes, schotels, glazen, bekers en pannen moeten altijd met de opening naar beneden en met eventuele holle kanten schuin worden gezet om het weglopen van het water te bevorderen;
- de verschillende delen van de vaat niet in elkaar zetten omdat ze elkaar anders zouden afdekken;
- plaats glazen niet te dicht op elkaar omdat ze met elkaar in aanraking zouden kunnen komen en breken. Ook kunnen zich vlekken vormen.
CONTROLEER of de vaat met de vaatwasser kan worden gewassen.

Ongeschikte vaat voor het wassen in een vaatwasser:
- Houten pannen en couverts: kunnen beschadigd raken als gevolg van de hoge wastemperaturen;
- handwerkproducten: zijn slechts zelden geschikt om te worden gewassen in een vaatwasser. De relatief hoge watertemperaturen en het afwasmiddel kunnen ze beschadigen;
- plastic couverts: eventueel hittebestendige plastic couverts moeten in de bovenste korf worden gewassen;
- couverts en voorwerpen van koper, tin, zink en messing: hebben de neiging om vlekken te vormen;
- aluminium vaat: vaat van geanodiseerd aluminium kan verkleuren;
- glas en kristal: over het algemeen kunnen glazen en kristallen voorwerpen in de vaatwasser worden gewassen. Er bestaan echter glas- en kristalsoorten die na vele wasbeurten mat kunnen worden en hun transparantie verliezen; voor dit soort materiaal raden wij altijd aan om het minst agressieve programma van de programmatabel te kiezen;
- vaat met decoraties: de in de handel verkrijgbare gedecoreerde voorwerpen zijn over het algemeen goed tegen het wassen in de vaatwasser bestand ook al is het mogelijk dat de kleuren na frequente wasbeurten vervagen, Bij twijfel over de bestendigheid van de kleuren verdient het aanbeveling om ongeveer een maand lang een paar elementen per keer te wassen.
4.4 Gebruik van de korven
De vaatwasser heeft een capaciteit van 10 couverts inclusief het opdienservies.
DE ONDERSTE KORF
De onderste korf ontvangt de maximale intensiteit van de werking van de onderste sproeiarm en is daarom bestemd voor de "moeilijkste" en vuilste vaat.
Alle mogelijke beladingscombinaties zijn toegestaan, op voorwaarde dat er bij de plaatsing van het servies, de pannen en de koekenpannen voor wordt gezorgd dat alle vuile oppervlakken worden blootgesteld aan de van onderen afkomstige waterstralen.

Om bij het laden van vaat van grote afmetingen de ruimte in de korf zo goed mogelijk te benutten zijn sommige modellen uitgerust met verstelbare bordensupporten.

Plaats de platte, diepe, dessert- en dienborden zorgvuldig rechtop. De pannen, koekenpannen en bijbehorende deksels moet ondersteboven worden geplaatst. Zorg er bij het plaatsen van de diepe en dessertborden altijd voor dat er vrije ruimte tussen blijft.
Laadvoorbeelden:

Het bestek moet gelijkmatig over de container worden verdeeld, met het handvat naar beneden gericht waarbij u goed moet opletten dat u zich niet bezeert aan de lemmetten van de messen. De container is bestemd voor alle soorten bestek, uitgezonderd bestek waarvan de lengte de bovenste sproeiarm hindert. Spanen, houten lepels en keukenmessen kunnen in de bovenste korf worden gelegd, waarbij u ervoor moet opletten dat de punt van de messen niet buiten de korf uitsteekt.
De bestekkorf is uitgerust met een exclusief systeem van onderling onafhankelijke verschuifbare flappen, die meerdere nuttige combinaties mogelijk maken voor een optimale benutting van de beschikbare ruimte.

Verticale insteekstukken

Handeling voor het er uit trekken van de insteekstukken

BOVENSTE KORF
Het wordt aangeraden om de bovenste korf te vullen met klein of middelgroot serviesgoed, zoals bijvoorbeeld glazen, kleine borden, koffie- en theekopjes, platte schotels en lichte, hittebestendige plastic voorwerpen. Bij gebruik van de bovenste korf in de laagste stand kunnen er ook dienborden in worden geplaatst, mits slechts licht bevuilld. De bovenste korf beschikt over twee "bestekcontainer" flappen die naar wens kunnen worden geopend of gesloten. Zie de onderstaande afbeeldingen.

BELADING VAN DE BOVENSTE KORF
Laad de borden met de holle zijde naar voren; kopjes en holle recipiënten moeten altijd met de opening naar beneden worden gezet. Aan de linkerkant van de mand kunt u op twee niveaus kopjes en glazen laden. In het midden kunt u borden en bordjes rechtop in de speciale supporten zetten.
Laadvoorbeelden:

De bovenste korf kan in twee standen worden gezet, afhankelijk van de persoonlijke behoeften en de hoogte van de in de onderste korf geplaatste vaat.
Ga hiervoor als volgt te werk:
- draai de blokkeringen E van beide geleiders, rechts en links, 90°;
- trek de korf eruit;
- til de korf op en steek de laagste wielenparen in de geleiders;
- zet de blokkeringen E weer terug in de beginstand.

5. Schoonmak en onderhoud

Vóór iedere ingreep moet u de elektrische voeding van het apparaat loskoppelen.
5.1 Waarschuwingen en algemene aanbevelingen
Vermijd het gebruik van schurende of bijtende schoonmaakmiddelen.
De buitenoppervlakken en de contradeur van de vaatwasser moeten met regelmatige tussenpozen met een zachte met een normaal schoonmaakmiddel voor geverfde oppervlakken bevochtigde doek worden schoongemaakt.
De pakkingen van de deur moeten met een vochtige spons worden schoongemaakt. Periodiek (één of twee keer per jaar) verdient het aanbeveling om al het vuil dat zich op de kuip en de afdichtingen heeft gevormd met een zachte doek en wat water te verwijderen.

SCHOONMAKEN VAN HET WATERTOEVOERFILTER
Het na de kraan geplaatste toevoerfilter voor het water A moet regelmatig worden schoongemaakt. Sluit de waterkraan, draai het uiteinde van de toevoerslang los, verwijder het filter A en maak hem voorzichtig onder een straal water schoon. Plaats het filter A weer in diens houder terug en draai de watertoevoerslang zorgvuldig vast.
SCHOONMAKEN VAN DE SPROEIARMEN
De sproeiarmen kunnen gemakkelijk worden verwijderd om de mondstukken periodiek te reinigen en mogelijke verstoppingen te voorkomen. Was ze onder een straal water en plaats ze weer zorgvuldig in hun houders terug en controleer of hun draaibeweging op geen enkele wijze wijze wordt belemmerd.
Om debovenstesproeiarm te verwijderen moet de stelringR worden losgedraaid.

Om de TRANSLATIESPROEIARMte verwijderen moet u hem beetpakken en naar boven trekken, om zowel de sproeiarm als het buisstuk van de kuip los te maken en vervolgens de sproeier van het buisstuk te verwijderen. Was zowel het buisstuk als de sproeiarm onder stromend water. Bevestig de sproeiarm weer op het buisstuk en monteer het geheel weer terug op zijn plek op de kuip.
Na voltooiing van de montage moet u controleren of de arm vrij kan draaien (draai hem met de hand een paar keer rond) en of het buisstuk ongehinderd heen en weer kan bewegen. Wanneer dit niet het geval is moet u controleren of ze correct zijn gemonteerd.

- Het verdient aanbeveling om regelmatig het centrale filter H te controleren en, indien noodzakelijk, schoon te maken. Om het filter te verwijderen moet u de handgreep beetpakken, linksom draaien en naar boven trekken.
- Druk van onderen tegen het centrale filter H om hem uit het microfilter te verwijderen.
- Scheid de twee delen waaruit het plastic filter bestaat door op de door de pijl aangegeven plaats tegen het lichaam van het filter te drukken.
- Verwijder het centrale filter door hem naar boven te trekken.

- De filters moeten met een harde borstel onder een waterstraal worden schoongemaakt.
- Het is absoluut noodzakelijk dat de filters zorgvuldig worden schoongemaakt overeenkomstig de bovenstaande aanwijzingen: de vaatwasser kan niet functioneren als de filters verstopt zijn.
- Plaats de filters weer zorgvuldig terug in hun houders, om schade aan de waspomp te voorkomen.
ALS DE VAATWASSER LANGDURIG BUITEN GEBRUIK BLIJFT:
• Voer twee keer achter elkaar het weekprogramma uit.
- Trek de steker uit het stopcontact.
- Laat de deur op een kier om te voorkomen dat er zich vieze luchtjes in de waskuip vormen.
• Vul de doseerder met glansspoelmiddel.
- Sluit de waterkraan.
ALVORENS DE VAATWASSER NA EEN LANGDURIGE PERIODE VAN STILSTAND IN GEBRUIK TE NEMEN:
- controleer of er zich geen bezinksel of roest in de slangen heeft gevormd, laat in dat geval het water een paar minuten lang uit de kraan stromen.
• Steek de steker weer in het stopcontact. - Breng de aanvoerslang weer aan en open de kraan.
KLEINE STORINGEN OPLOSSEN
In sommige gevallen is het mogelijk om zelf eventuele kleine storingen met behulp van de onderstaande instructies te verhelpen.
Controleer, als het programma niet start, of:
• de vaatwasser op het elekriciteitsnet is aangesloten;
• de levering van de elektrische stroom niet is onderbroken;
• de waterkraan is geopend;
• de deur van de vaatwasser op correcte wijze is gesloten;
Controleer, als er water in de vaatwasser achterblijft, of:
• er geen knik in de afvoerslang zit;
• de sifon van de afvoer niet verstopt is;
• de filters van de vaatwasser niet verstopt zijn.

Controleer, als de vaat niet schoon wordt, of:
• er (voldoende) afwasmiddel is ingevoerd;
• er regeneratiezout in het speciale reservoir zit;
• de vaat op de juiste wijze is geplaatst;
- het geselecteerde programma geschikt was voor het type en de aard van vervuiling van de vaat;
- alle filters schoon zijn en op de juiste wijze in hun houders zijn geplaatst;
• de wateropeningen van de sproeiarmen niet verstopt zijn;
- de draaiing van de sproeiarmen niet ergens door werd belemmerd.
Controleer, als de vaat niet droog wordt of mat blijft, of:
• er glansspoelmiddel in het daarvoor bestemde reservoir zit;
• de dosering ervan goed is ingesteld;
- de kwaliteit van het gebruikte afwasmiddel goed is en de eigenschappen er niet van verloren zijn gegaan (bijv. als gevolg van een onjuiste opslag, met geopende verpakking).
Controleer, als de vaat strepen, vlekken ... vertoont, of:
• de regeling van het glansspoelmiddel niet overmatig is.
Als er roestsporen zichtbaar zijn in de kuip:
- de kuip is van roestvrij staal en eventuele roestsporen moeten daarom van buitenaf afkomstig zijn (stukjes roest afkomstig van de waterleiding, pannen, bestek enz.). In de handel kunt u speciale producten vinden om deze vlekken te verwijderen;
- controleer of u de juiste hoeveelheid afwasmiddel gebruikt. Sommige afwasmiddelen kunnen agressiever zijn dan andere;
- controleer of u de dop van het zoutreservoir goed heeft afgesloten en de waterontharder goed is ingesteld.

Als, nadat u de bovenstaande aanwijzingen heeft opgevolgd, de storingen zich mochten blijven voordoen, zult u de dichtstbijzijnde technische dienst moeten raadplegen.
LET OP: de door niet bevoegd personeel op het apparaat uitgevoerde werkzaamheden vallen niet onder de garantie en zijn voor rekening van de gebruiker.
6. Oplossingen voor storingen in de werking
De vaatwasser is in staat om een aantal storingen te melden door het gelijktijdig oplichten van meerdere controlelampjes met de volgende betekenis:
| STORING BESCHRIJVING | |||||||
| E1 | [OCWX] | De overstromingsbeveiliging heeft ingegrepen (uitsluitend voor modellen met de "TOTALE ACQUASTOP" beveiligging). Dit alarm grijpt in bij een waterlekkage aan de vaatwasser. Het is noodzakelijk om u te wende tot de technische dienst van de klantenservice. | |||||
| E3 | [CHXT] | De vaatwasser verwar mt het water niet. Voer de wascyclus opnieuw uit. Mocht he probleem zich herhalen, waarschuw dan de technische dienst van de klantenservice. | |||||
| E4 | [CBGT] | Het systeem voor het meten van de temperatuur is defect. Schakel de vaatwasser uit, schakel hem weer in en start het wasprogramma. Als de alarmmelding weer verschijnt moet u contact opnemen met de Technische dienst. | |||||
| E5 | [SCAD] | De vaatwasser vult zich niet met water. Controleer of hij op juiste wijze op de waterleiding is aangesloten en of de waterkraan is geopend. | |||||
| E6 | [20Y6] | ![]() | ![]() | [OGWO] | ![]() | De vaatwasser vort het water niet of ![]() | [826Z] |
![]() | |||||||
![]() | |||||||
| [4450] | |||||||
![]() | |||||||
![]() | |||||||
| [STTZ] | |||||||
| [STTZ] | |||||||
| [STTZ] | |||||||
| [STTZ] | |||||||
Als zich de alarmsituatie voordoet zal de machine het actieve programma onderbreken en de afwijking signaleren.
- In de gavelE1, E3, E4, moet het wasprogramma opnieuw worden ingesteld om het programma te kunnen hervatten.
- In de gevallen E5 en E6 zal het volstaan om de deur te openen en weer te sluiten (nadat de oorzaak van de afwijking is verholpen).
| TECHNISCHE GEGEVENS | |
| Breedte | 447 ÷ 449 mm |
| Diepte, gemeten vanaf de buitenzijde van het bedieningspaneel | 570 mm |
| Hoogte | van 820 mm tot 870 mm |
| Capaciteit | 10 Standaardcouverts |
| Druk van het toevoerwater | Min. 50 – max. 900 Kpa (min. 0.5 – max. 9 bar) |
| Elektrische gegevens | Zie het typeplaatje |
1![]() | 2![]() |
![]() | ![]() |
5![]() | ![]() |
7![]() | 8![]() |
1![]() | 10![]() |



















