CDA-9851 - Autoradio ALPINE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CDA-9851 ALPINE in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio |
| Merk | Alpine |
| Model | CDA-9851 |
| Voeding | 12 V DC (negatieve aarding) |
| Maximaal uitgangsvermogen | 50 W x 4 |
| Frequentiebereik (CD) | 5 – 20.000 Hz (±1 dB) |
| Signaal/ruisverhouding (CD) | 105 dB |
| Dynamisch bereik (CD) | 95 dB |
| Totale harmonische vervorming (CD) | 0,008% (bij 1 kHz) |
| Wow & Flutter (CD) | Niet meetbaar |
| Kanaalscheiding (CD) | 85 dB (bij 1 kHz) |
| Tunerfrequenties | FM 87,5-108 MHz, MW 531-1602 kHz, LW 153-281 kHz |
| RDS | Ja (Radio Data System) |
| Afspeelbare media | CD, CD-R, CD-RW, MP3, WMA |
| iPod-ondersteuning | Ja (via optionele KCA-420i adapter) |
| CD-wisselaar | Ondersteuning voor 6/12 disks (optioneel) |
| Frontpaneel | Afneembaar |
| Display | Beweeglijk met instelbare kantelhoek |
| Verlichtingskleur | Amber of groen (instelbaar) |
| Dimmer | Automatisch of handmatig |
| Subwooferuitgang | Ja (RCA) |
| Voorversterkeruitgang | 2 V / 10 kΩ |
| Zekering | 10 A |
| Afmetingen (ca.) | 178 x 50 x 160 mm (standaard DIN) |
Veelgestelde vragen - CDA-9851 ALPINE
Gebruikersvragen over CDA-9851 ALPINE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CDA-9851 - ALPINE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CDA-9851 van het merk ALPINE.
GEBRUIKSAANWIJZING CDA-9851 ALPINE
Lees deze aanwijzingen aandachtig door alvorens dit toestel te gebruiken.

U kunt meer doen met Alpine CD-wisselaars!
Meer muziekselecties, meer veelzijdigheid, meer comfort.
De CHA-S634 is een zeer krachtige wisselaar voor 6 disks met nieuwe M DAC, CD-R/RW PLAY BACK, MP3 PLAY BACK en CD TEXT.
Het CHA-1214 Ai-NET model is goed voor 12 disks, terwijl het CHM-S630 M-Bus model een supercompacte wisselaar voor 6 disks is met CD-R/RW PLAY BACK.
Inhoud
Gebruiksaanwijzing

WAARSCHUWING
WAARSCHUWING.... 3
VOORZICHTIG.... 3
VOORZORGSMAATREGELEN .... 3
Basisbedieningen
Toestel in- en uitschakelen.... 6
Ingebruikneming....6
Het beweeglijke display openen en sluiten..... 6
Kijkstand van display instellen 6
Volume instellen 6
Frontpaneel losmaken en bevestigen 7
Radio
Luisteren naar de radio....7
Handmatig opslaan van voorkeuzezenders..... 8
Automatisch opslaan van voorkeuzezenders ... 8
Afstemmen op voorkeuzezenders .... 8
Functie Zoeken op zendertitel...... 8
Functie Zoeken op frequentie 8
RDS
RDS-ontvangstmodus instellen en RDS-zenders ontvangen .... 9
RDS-voorkeuzezenders oproepen.... 9
Regionale (lokale) RDS-zenders ontvangen ..... 9
Instellen van het zoeken volgens programma-identificatie (PI SEEK)...... 9
Verkeersinformatie ontvangen.... 10
Zenders zoeken volgens programmatype (PTY).... 10
Verkeersinformatie ontvangen tijdens het afspelen van een CD of een radio-uitzending.... 10
Prioriteit PTY (programmatype)...... 11
Weergave van radiotekst.... 11
CD/MP3/WMA
Afspelen 11
Herhaald afspelen.... 12
M.I.X. (functie voor willekeurig afspelen) .... 13
Nummers aftasten 13
Zoeken op CD-tekst 13
Zoeken op bestands-/mapnaam (voor MP3/WMA).... 13
Snel zoeken 14
Over MP3/WMA 14
Instelling van het geluid
Regeling lage tonen/hoge tonen/balans (links-rechts)/fader (voor-achter)/defeat ... 15
In- en uitschakelen van de functie Loudness.. 15
De lage tonen instellen.... 16
De hoge tonen instellen.... 16
Andere functies
Weergave van titel/tekst.... 16
Disks/zenders benoemen.... 17
CD-titel/zendernaam wissen 17
INSTELLING
Geluid aanpassen
Het basisvolume van bronsignalen aanpassen.... 18
In- en uitschakelen van de subwoofer...... 18
Subwoofersysteem instellen.... 18
Pieptoonfunctie 18
Scrollfunctie aanpassen
Dimmerregeling 18
Verlichtingskleur veranderen.... 18
Instellen van het scrollen.... 18
Instellen van het scrolltype 18
Weergavecontrast instellen 18
Demonstratie 19
MP3/WMA
MP3/WMA-bestanden afspelen.... 19
Extern toestel
In- en uitschakelen van de functie Mute ...... 19
AUX-modus instellen (V-Link).... 19
Aansluiten op een externe versterker...... 19
Instellen van de externe digitale ingang...... 19
Aansluiten van een optisch digitaal compatibele audioprocessor en een niet Ai-NET-compatibele DVD-speler.... 19
Bediening van iPod™
Afspelen 20
Een gewenst liedje zoeken 20
Zoeken op afspeellijst.... 20
Zoeken op artiest 20
Zoeken op album 21
Snel zoeken 21
Afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.) .. 21
Herhaald afspelen.... 21
Tekst weergeven 21
Wisselaar (optioneel)
Sturing van een CD-wisselaar (optioneel) ..... 22
MP3-bestanden weergeven met de CD-wisselaar (optioneel).... 22
Keuze tussen verschillende CD-wisselaars (optioneel).... 22
Informatie
Bij problemen.... 23
Installatie en aansluitingen
Waarschuwing.... 26
Voorzichtig 26
Voorzorgsmaatregelen 26
Installatie.... 27
Aansluitingen 28
Gebruiksaanwijzing
WAARSCHUWING

WAARSCHUWING
Dit symbool wijst op belangrijke aanwijzingen. Niet-naleving van de aanwijzingen kan ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben.
VOER GEEN BEDIENINGEN UIT DIE UW AANDACHT AFLEIDEN EN ZO HET VEILIG BESTUREN VAN UW VOERTUIG IN GEVAAR BRENGEN.
Functies die langer dan een moment uw aandacht vergen, mogen alleen worden bediend nadat u uw voertuig volledig tot stilstand heeft gebracht. Breng uw voertuig altijd tot stilstand op een veilige plaats alvorens deze functies te bedienen. Niet-naleving van deze aanwijzingen kan een ongeval tot gevolg hebben.
STEL HET GELUIDSVOLUME ZO IN DAT U NOG ALTIJD GELUIDEN VAN BUITEN KUNT WAARNEMEN TIJDENS HET RIJDEN.
Niet-naleving van deze aanwijzingen kan een ongeval tot gevolg hebben.
HET TOESTEL NIET UIT ELKAAR NEMEN OF WIJZIGEN.
Niet-naleving van deze aanwijzingen kan een ongeval, brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
GEBRUIK HET APPARAAT ALLEEN IN AUTO'S MET EEN 12-VOLT-ACCU MET NEGATIEVE AARDING.
(Als u hier niet zeker van bent, vraag het dan na bij uw dealer.) Niet-naleving van deze aanwijzingen kan brand of andere nare gevolgen hebben.
HOUD KLEINE VOORWERPEN ZOALS BATTERIJEN BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.
Het inslikken ervan kan ernstig letsel tot gevolg hebben. Indien dit toch gebeurt, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.
GEBRUIK BIJ HET VERVANGEN VAN ZEKERINGEN ALLEEN ZEKERINGEN MET DEZELFDE AMPEREWAAARDE.
Niet-naleving van deze aanwijzingen kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
VENTILATIEOPENINGEN OF RADIATORPANELEN NIET AFSTOPPEN.
Hierdoor kan binnen in het toestel een zodanig intense hitte ontstaan dat er brand uitbreekt.
GEBRUIK DIT TOESTEL ALLEEN VOOR MOBIELE 12V-TOEPASSINGEN.
Elk ander gebruik dan dat waarvoor het toestel ontworpen is, kan brand, een elektrische schok of ander letsel tot gevolg hebben.
LEG UW HANDEN, VINGERS OF VREEMDE VOORWERPEN NIET IN DE INVOERSLEUVEN OF ANDERE OPENINGEN.
Niet-naleving van deze aanwijzingen kan letsel of beschadiging van het toestel tot gevolg hebben.

VOORZICHTIG
Dit symbool wijst op belangrijke aanwijzingen. Niet-naleving van de aanwijzingen kan letsel of materiële schade tot gevolg hebben.
STOP ONMIDDELLIJK HET GEBRUIK INDIEN ER ZICH EEN PROBLEEM VOORDOET.
Niet-naleving van deze aanwijzing kan lichamelijk letsel of beschadiging van het toestel veroorzaken. Breng het toestel naar uw erkende Alpine-dealer of het dichtstbijzijnde Alpine-onderhoudscentrum voor herstelling.
HOUD UW VINGERS OP EEN VEILIGE AFSTAND TERWIJL HET MOTORGESTUURDE FRONTPANEEL OF DE BEWEGENDE MONITOR IN BEWEGING IS.
Niet-naleving van deze aanwijzing kan lichamelijk letsel of beschadiging van het toestel tot gevolg hebben.

VOORZORGSMAATREGELEN
Toestel reinigen
Gebruik een zachte droge doek om het toestel regelmatig te reinigen. Voor hardnekkige vlekken mag u de doek alleen met water bevochtigen. Als u andere producten gebruikt, kunnen de lak of de kunststof aangetast raken.
Temperatuur
Zorg ervoor dat de temperatuur in het voertuig tussen +60°C en -10°C bedraagt voor u het toestel inschakelt.
Vochtcondensatie
Ten gevolge van condensatie kan het weergegeven geluid van de CD zweven. In dit geval haalt u de disk uit de speler en wacht u ongeveer een uur tot het vocht verdampt is.
Beschadigde disk
Speel nooit disks af die gebarsten, verbogen of beschadigd zijn. Als u een slechte disk afspeelt, kan het weergavemechanisme ernstig beschadigd raken.
Onderhoud
Probeer in geval van problemen nooit om zelf het toestel te herstellen. Breng het toestel naar uw erkende Alpine-dealer of de dichtstbijzijnde Alpine-onderhoudsdienst voor onderhoud.

VOORZORGSMAATREGELEN
Probeer het volgende nooit
Neem de disk niet vast of trek er niet aan terwijl hij door het automatisch invoermechanisme in de speler wordt getrokken. Steek geen disk in het toestel terwijl het toestel uitgeschakeld is.

U kunt slechts één disk tegelijk in uw speler steken. Probeer nooit meer dan één disk in de speler te steken. Zorg ervoor dat de bedrukte zijde omhoog staat als u de disk plaatst. Als u de disk niet goed heeft geplaatst, zal uw speler de disk automatisch uitwerpen. Als de speler een correct geplaatste disk uitwerpt, drukt u met een scherp voorwerp (bijvoorbeeld een balpen) op de reset-schakelaar. Als u een disk afspeelt terwijl u op een zeer hobbelige weg rijdt, kan de weergave verspringen, maar dit veroorzaakt geen krassen op de disk of beschadigt de speler niet.
Nieuwe disks
Om te voorkomen dat de CD vastloopt, werpt de CD-speler automatisch disks uit met onregelmatige oppervlakken of disks die verkeerd werden geplaatst. Als een nieuwe disk in de speler wordt geplaatst en als hij wordt uitgeworpen, gaat u met uw vinger langs de binnenzijde van het middengat en langs de buitenrand van de disk. Als u kleine oneffenheden vaststelt, kan dit de reden zijn waarom de disk niet goed in het toestel kan worden geplaatst. Om de oneffenheden te verwijderen, wrijft u met een balpen of een dergelijk voorwerp langs de binnenrand van het gat en langs de buitenrand van de disk, waarna u de disk opnieuw plaatst.


Disks met onregelmatige vorm
Gebruik in dit toestel alleen disks met ronde vorm; gebruik nooit disks met een speciale vorm. Als u disks met een speciale vorm gebruikt, kan het mechanisme beschadigd raken.

De plaats van installatie
Zorg ervoor dat de CDA-9851R niet wordt geïnstalleerd op een plaats die blootgesteld is aan:
- Rechtstreeks zonlicht en warmte
• Hoge vochtigheid en water - Veel stof
- Veel trillingen
Correcte hantering
Laat de disk niet vallen. Hou de disk zo vast, dat u geen vingerafdrukken achterlaat op het oppervlak. Bevestig geen tape, papier of gegomde etiketten op de disk. Schrijf niet op de disk.


Disk reinigen
Vingerafdrukken, stof of vuil op het oppervlak van de disk kunnen tot gevolg hebben dat de CD-speler verspringt. Voor een routinereiniging volstaat het het weergaveoppervlak met een schone, zachte doek af te vegen van het midden van de disk naar de buitenzijde. Als het oppervlak zeer vuil is, bevochtigt u een schone, zachte doek met een oplossing van zacht neutraal detergent voor u de disk reinigt.

Toebehoren voor disks
Er bestaan verschillende accessoires om het diskoppervlak te beschermen en de geluidskwaliteit te verbeteren. Deze accessoires hebben echter meestal een invloed op de dikte en/of de diameter van de disk. Door dergelijk toebchoren te gebruiken, kan de disk buiten de standaardspecificaties vallen en kunnen er werkingsproblemen ontstaan. Het is dus niet aan te bevelen dergelijke accessoires te gebruiken voor disks die in Alpine CD-spelers worden afgespeeld.


CD-stabilisatorDoorschijnend vel
Behandeling van compact disks (CD/CD-R/CD-RW)
• Raak het oppervlak niet aan.
- Stel de disk niet bloot aan direct zonlicht.
- Bevestig geen stickers of etiketten op de disk.
- Reinig de disk als er stof op zit.
- Vermijd oneffenheden aan de buitenzijde van de disk.
- Gebruik geen in de handel verkrijgbare diskaccessoires.
Laat de disk niet gedurende lange tijd in de auto of in het toestel achter. Stel de disk nooit bloot aan direct zonlicht. Hitte en vochtigheid kunnen de CD beschadigen, zodat u niet meer kunt afspelen.
Als u CD-R/CD-RW gebruikt
- Als een CD-R/CD-RW niet kan worden afgespeeld, dient u na te gaan of de laatste schrijfsessie werd afgesloten (beëindigd).
- Beëindig de CD-R/CD-RW indien nodig en probeer de disk opnieuw af te spelen.
Geschikte media
Gebruik alleen CD's waarvan op de labelzijde het volgende CD-logo aangegeven is.


Als u disks gebruikt die niet aan deze voorschriften beantwoorden, kan de goede werking niet worden gewaarborgd. U kunt CD-R's (CD Recordable)/CD-RW's (CDReWritable) gebruiken die alleen werden opgenomen op audiotoestellen. U kunt ook CD-R's/CD-RW's met MP3/WMA-audiobestanden afspelen.
- De volgende CD's kunnen niet altijd op dit toestel worden afgespeeld.
CD's met fouten, CD's met vingerafdrukken, CD's die zijn blootgesteld aan extreme temperaturen of zonlicht (bijv. achtergelaten in de auto of in dit toestel), CD's die in onstabiele omstandigheden werden opgenomen, CD's waarop een opname is mislukt en waarop men opnicuw heeft proberen op te nemen, CD's die beschermd zijn volgens het auteursrecht en die niet voldoen aan de industrienorm voor audio-CD's. - Gebruik disks met MP3-/WMA-bestanden die geschreven zijn in een formaat dat geschikt is voor dit toestel. Voor details zie pagina 14-15.
- Wanneer andere ROM-gegevens dan audiobestanden op een disk worden afgespeeld, hoort u geen geluid.
Windows Media en het Windows-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Apple, het Apple-logo en iPod zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
Basisbedieningen

Aansluitbaar op een stuurwielafstandsbediening-interface.
U kunt dit toestel bedienen met de stuurwielbediening van het voertuig als een Alpine interface voor de stuurwielafstandsbediening (optie) aangesloten is. Neem contact op met uw Alpine-dealer voor meer inlichtingen.
Toestel in- en uitschakelen
Druk op (SOURCE/POWER) om het toestel aan te schakelen.
- Het toestel kan worden ingeschakeld door eender welke toets in te drukken, behalve de uitwerptoets ▲.
Houd (SOURCE/POWER) meer dan 2 seconden ingedrukt om het toestel uit te schakelen.
- Als het toestel de eerste keer wordt ingeschakeld, begint het volume vanaf niveau 12.
Ingebruikneming
Druk op de RESET-schakelaar als u het toestel voor het eerst gebruikt, nadat u de CD-wisselaar heeft geïnstalleerd, nadat u de accu van de auto heeft vervangen, enz.
1 Schakel het toestel uit.
2 Druk met een balpen of een ander scherp voorwerp op RESET.
Het beweeglijke display openen en sluiten
Druk op ▲.
Het beweeglijke display gaat open.

Om het beweeglijke display weer te sluiten, drukt u nogmaals op ▲.
Het beweeglijke display sluit.
- Stel het beweeglijke display niet bloot aan schokken als het open staat, want dit zou tot een storing kunnen leiden.
- Bij lage temperaturen en onmiddellijk na het inschakelen van de voeding kan het display slechts zwak verlicht zijn. Na enige tijd wordt de helderheid normaal.
- Het display stopt in de ingestelde kantelhoek tijdens het sluiten.
Voorzichtig
Houd uw handen (of andere voorwerpen) uit de buurt van het display terwijl het opent of sluit, dit om schade of verwondingen te vermijden. Het beweeglijke display kan in normale gebruiksomstandigheden heel warm worden aan de achterkant. Dit wijst niet op een defect. Het oppervlak niet aanraken.
Kijkstand van display instellen
Het beweeglijke display kan, afhankelijk van de voorkeur van de gebruiker, in 3 verschillende kantelhoeken worden ingesteld.
1 Druk op de MENU-toets om de TILT-modus te kiezen.
2 Druk op de encoder-draaiknop om de hoek van het beweeglijke display in te stellen.

3 Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale modus, of druk op de MENU-toets en kies RETURN om terug te keren naar de normale modus.
- Het display sluit 30 seconden nadat de contactsleutel op OFF werd gezet.
- De ingestelde kantelhoek van het display wordt in het geheugen bewaard. Als de voeding weer wordt ingeschakeld, dient u de kantelhoek niet opnieuw in te stellen.
Voorzichtig
Houd uw handen (of andere voorwerpen) uit de buurt van het display terwijl het opent of sluit, dit om schade of verwondingen te vermijden. Het beweeglijke display kan in normale gebruiksomstandigheden heel warm worden aan de achterkant. Dit wijst niet op een defect. Het oppervlak niet aanraken.
Volume instellen
Draai de encoder-draaiknop tot de gewenste klank wordt verkregen.
Frontpaneel losmaken en bevestigen
Losmaken
1 Schakel het toestel uit.
2 Druk op de ▲ -toets (losmaken) bovenaan links tot het frontpaneel uit het toestel springt.
3 Neem het frontpaneel vast aan de linkerzijde en verwijder het.

- Het frontpaneel kan tijdens normaal gebruik warm worden (met name de connectoraansluitingen aan de achterzijde van het frontpaneel). Dit wijst niet op een defect.
- Plaats het frontpaneel in het meegeleverde draagetui.
Bevestigen
1 Steek de rechterkant van het frontpaneel in het toestel. Zet de inkeping op het frontpaneel op eenzelfde lijn met het vooruitstekende deel op de hoofdeenheid.
2 Druk op de linkerkant van het frontpaneel tot het stevig in het toestel vastzit.

- Voor u het frontpaneel terugplaatst, dient u na te gaan of er geen vuil of stof op de aansluitpunten ligt en of niets tussen het frontpaneel en de hoofdeenheid ligt.
- Bevestig het frontpaneel zorgvuldig, waarbij u de zijkanten van het frontpaneel vasthoudt, zodat u niet per vergissing op een knop drukt.
Radio

Luisteren naar de radio
1 Druk op de SOURCE/POWER toets tot een radiofrequentie in het display verschijnt.
2 Druk herhaaldelijk op de BAND/TEL. toets tot de gewenste radioband wordt afgebeeld.
FM1 → FM2 → FM3 → MW → LW → FM1
3 Druk op de TUNE/A.ME -toets om de tunermodus te kiezen.
DX SEEK (afgelegen modus) → SEEK (lokale modus) → OFF (handmatige modus) → DX SEEK
- De beginmodus is de afgelegen modus.
Afgelegen modus:
Er wordt automatisch afgestemd op sterke en zwakke zenders (automatisch zenders zoeken).
Lokale modus:
Er wordt alleen automatisch afgestemd op sterke zenders (automatisch zenders zoeken).
Handmatige modus:
De frequentie wordt handmalig stapsgewijs afgestemd (manuele afstemming).
4 Druk op de b toets om af te stemmen op de gewenste zender.
Als u de lo toto in gedrukt houdt, verandert de frequentie continu.
- De indicator ST verschijnt op het display als afgestemd wordt op een Stereo FM zender.
Handmatig opslaan van voorkeuzezenders
1 Selecteer de radioband en stem af op de radiozender die u in het geheugen van de voorkeuzezenders wilt opslaan.
2 Houd een van de voorkeuzezendertoetsen (1 tot 6) waaronder u de zender wenst op te slaan, minstens 2 seconden ingedrukt.
De gekozen zender is nu in het geheugen opgeslagen. Het display toont de opgeslagen frequentieband, het voorkeuzenummer en de zenderfrequentie die in het geheugen zijn opgeslagen.
- I n totaal kunnen 30 zenders worden opgeslagen in het geheugen van de voorkeuzezenders (6 zenders per band: FM1, FM2, FM3, MW en LW).
- Als onder een voorkeuzezender reeds een zender werd opgeslagen, zal deze worden gewist en zal de nieuwe zender worden opgeslagen.
- Als de indicator "FUNC" aan is, schakelt u de indicator uit door op de F-toets te drukken, waarna u de bewerking kunt uitvoeren.
Automatisch opslaan van voorkeuzezenders
1 Druk herhaaldelijk op de BAND/TEL. -toets tot de gewenste radioband wordt afgespeeld.
2 Houd de TUNE/A.ME -toets minstens 2 seconden ingedrukt.
De frequentie op het display blijft veranderen tijdens de automatische opslag in het geheugen. De tuner zoekt automatisch naar de 6 sterkste zenders in de geselecteerde frequentieband. De zenders worden opgeslagen onder de voorkeuzezendertoetsen 1 tot 6 (volgens signaalsterkte).
Als de automatische opslag in het geheugen rond is, gaat de tuner naar de zender die opgeslagen werd onder voorkeuzezendertoets 1.
- Als geen zenders werden opgeslagen, zal de tuner terugkeren naar de oorspronkelijke zender waarnaar u luisterde voor de aanvang van de automatische opslag in het geheugen.
Afstemmen op voorkeuzezenders
1 Druk herhaaldelijk op de BAND/TEL. -toets tot de gewenste band wordt afgespeeld.
2 Druk op een van de voorkeuzezendertoetsen (1 tot 6) waaronder de gewenste zender werd opgeslagen.
Het display toont de opgeslagen frequentieband, het voorkeuzenummer en de frequentie van de gekozen zender.
- Als de indicator "FUNC" aan is, schakelt u de indicator uit door op de F -toets te drukken, waarna u de bewerking kunt uitvoeren.
Functie Zoeken op zendertitel
Als de titel van een radiozender wordt ingegeven, kunt u die radiozender zoeken op basis van zijn titel terwijl u naar een andere radiozender luistert.
1 Druk op de radiomodus om naar de titelzoekmodus te gaan.
De eerst ingevoerde titel knippert op het display.
2 Selecteer de gewenste titel door binnen de 10 seconden de encoder-draaiknop te draaien.
3 Druk op de encoder-draaiknop om de frequentie van de geselecteerde titel te ontvangen.
- De zoekfunctie in de titelzoekmodus wordt beëindigd door de toets minstens 2 seconden ingedrukt te houden.
- Als een zender geen titel heeft, verschijnt gedurende 2 seconden "NO TITLE".
- U kunt elke radiozender zoeken met de functie zoeken op zendertitel. De zendertitels worden weergegeven in de volgorde waarin ze werden ingevoerd.
Functie Zoeken op frequentie
U kunt een radiozender zoeken op basis van zijn frequentie.
1 Druk minstens 2 seconden op de 4oets in de radiomodus om de modus zoeken op frequentie in te schakelen.
2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om de gewenste frequentie te kiezen.
3 Druk op de encoder-draaiknop om de geselecteerde frequentie te ontvangen.
- De zoekfunctie in de modus zoeken op frequentie wordt beëindigd door de toets minstens 2 seconden ingedrukt te houden.
RDS

RDS-entvangstmodus instellen en RDS-zenders ontvangen
RDS (Radio Data System) is een radio-informatiesysteem dat gebruik maakt van de 57 kHz onderdraaggolf van normale FM-uitzendingen. RDS maakt het mogelijk allerhande informatie, waaronder verkeersoverzichten en zendernamen, te ontvangen en automatisch opnieuw af te stemmen op een sterkere zender die hetzelfde programma uitzendt.
1 Druk op de F-toets, zodat de indicator "FUNC" oplicht.
2 Druk op de 1/AF-toets om de RDS-modus in werking te stellen.
3 Druk op de toetsd om af te stemmen op de gewenste RDS-zender.
4 Druk opnieuw op de 1/AF-toets om de RDS-modus uit te schakelen.
5 Druk op de F-toets om de normale modus te activeren. De indicator "FUNC" dooft.
- Wanneer het toestel het signaal PTY31 (nooduitzending) ontvangt, zal het automatisch "ALARM" afbeelden in het display.
De digitale RDS-gegevens omvatten de volgende informatie:
PI Programma-identificatie
PS Programmadienstnaam
AF Lijst met alternatieve frequenties
TP Verkeersprogramma
TA Verkeersmelding
PTY Programmatype
EON Verbeterde andere netwerken
RDS-voorkeuzezenders oproepen
1 Druk op de F-toets, zodat de indicator "FUNC" oplicht.
2 Druk op de 1/AF-toets om de RDS-modus in werking te stellen.
3 Druk op de F-toets om de normale modus te activeren. De indicator "FUNC" dooft.
4 Als de indicator "FUNC" gedoofd is, drukt u op de voorkeuzezendertoets waaronder de gewenste RDS-zender werd opgeslagen.
Als het signaal van de voorkeuzezender verzwakt, zal het toestel automatisch zoeken naar een sterkere zender in de AF-lijst en daarop afstemmen.
5 Als de voorkeuzezender en de zenders in de AF-lijst niet kunnen worden ontvangen:
Als de instelling PI SEEK is ingeschakeld (zie "Instellen van het zoeken volgens programma-identificatie (PI SEEK)" op deze pagina), zoekt het toestel naar een andere zender in de PI-lijst. Als er nog geen zenders in de regio kunnen worden ontvangen, geeft het toestel de frequentie van de voorkeuzezender weer en verdwijnt het nummer van de voorkeuzezender. Als het signaalniveau van de lokale zender waarop afgestemd wordt, te zwak wordt voor ontvangst, drukt u op dezelfde voorkeuzezendertoets om af te stemmen op een lokale zender in een andere regio.
- Raadpleeg het hoofdstuk "Radio" voor de instelling van de RDS-voorkeuzezenders. RDS-zenders kunnen alleen vooraf worden ingesteld in de banden FM1, FM2 en FM3.
Regionale (lokale) RDS-zenders ontvangen
1 Druk op de MENU-toets om de instelmodus te kiezen.
De SETUP-modus is ingeschakeld.
2 Druk op de lo toets om de modus RDSREG te kiezen.
3 Draai de encoder-draaiknop naar ON of OFF. In de modus OFF blijft het toestel automatisch de overeenkomstige lokale RDS-zender ontvangen.
4 Houd de MENU toets minstens 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale modus, of druk op de MENU toets en kies RETURN om terug te keren naar de normale modus.
Instellen van het zoeken volgens programma-identificatie (PI SEEK)
1 Druk op de MENU-toets om de instelmodus te kiezen.
De SETUP-modus is ingeschakeld
2 Druk op de lo toets on "PISK".
3 Draai de encoder-draaiknop naar ON of OFF.
4 Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale modus, of druk op de MENU-toets en kies RETURN om terug te keren naar de normale modus.
Verkeersinformatie ontvangen
1 Druk op de TA, zodat de indicator "TA" oplicht.
2 Druk op de [toets] de gewenste zender met verkeersinformatie te selecteren.
Als afgestemd wordt op een zender met verkeersinformatie, licht de indicator "TP" op.
De verkeersinformatie is alleen hoorbaar op het moment dat ze wordt uitgezonden. Als geen verkeersinformatie wordt uitgezonden, staat het toestel in stand-by. Als de uitzending van de verkeersinformatie begint, ontvangt het toestel die uitzending automatisch en verschijnt gedurende enkele seconden "TRF-INFO" op het display, waarna het PS-display terugkeert.
Aan het einde van de uitzending van de verkeersinformatie keert het toestel automatisch terug naar stand-by.
- Als het zendsignaal van de verkeersinformatie onder een bepaald niveau daalt, blijft het toestel 1 minuut in de ontvangstmodus. Als het signaal langer dan 1 minuut onder een bepaald niveau blijft, gaat de indicator "TA" knipperen.
- Wilt u niet naar de ontvangen verkeersinformatie luisteren, druk dan licht op de TA om dat verkeersbericht over te slaan. De TA blijft geactiveerd om het volgende verkeersbericht te ontvangen.
- Als het volumeniveau gewijzigd wordt tijdens de ontvangst van verkeersinformatie, wordt het gewijzigde volume opgeslagen. De volgende maar dat verkeersinformatie wordt ontvangen, zal het volumeniveau automatisch worden aangepast aan het opgeslagen niveau.
- In de TA selecteert de automatische zoekfunctie alleen TP-zenders.
Zenders zoeken volgens programmatype (PTY)
1 Druk op de F-toets, zodat de indicator "FUNC" oplicht.
2 Druk op de 3/PTY-toets om de PTY-modus te activeren terwijl het toestel in FM-radiomodus staat.
Het programmatype van de momenteel ontvangen zender wordt 10 seconden lang weergegeven. Als er geen programmatype kan worden ontvangen, wordt 10 seconden lang "NO PTY" weergegeven. Als er geen RDS-zender kan worden ontvangen, staat "NO PTY" op het display.
- Als geen actie wordt uitgevoerd binnen 10 seconden nadat u op de 3/PTY-toets heeft gedrukt, wordt de PTY-modus automatisch uitgeschakeld.
3 Druk op de toets binnen de 10 seconden nadat de PTY-modus werd geactiveerd om het gewenste programmatype te kiezen terwijl PTY wordt weergegeven.
Telkens als u op deze toets drukt, wordt het volgende programmatype weergegeven.

4 Druk op de 3/PTY-toets binnen de 10 seconden nadat u het programmatype heeft geselecteerd, om een zender te zoeken in het geselecteerde programmatype.
De indicator voor het gekozen programmatype knippert tijdens de zoekbewerking en is constant aan als een zender werd gevonden.
Indien er geen PTY-uitzending wordt gevonden, toont het display gedurende 10 seconden "NO PTY".
5 Druk op de F-toets om de normale modus te activeren. De indicator "FUNC" dooft.
- Bedien het toestel terwijl de indicator "FUNC" aan is. Als u binnen 10 seconden niet op een toets drukt, gaat de indicator "FUNC" uit.
Verkeersinformatie ontvangen tijdens het afspelen van een CD of een radio-uitzending
1 Druk op de TA, zodat de indicator "TA" oplicht.
2 Druk op de le toetsch om desgewenst een zender met verkeersinformatie te selecteren.
Aan het begin van de verkeersinformatie dempt het toestel automatisch het volume van de CD-speler/-wisselaar of van de gewone FM-uitzending.
Aan het einde van de verkeersinformatie keert het toestel automatisch terug naar de originele bron waarnaar u luisterde voor de uitzending van de verkeersinformatie.
Wanneer er geen verkeersinformatiezenders kunnen worden ontvangen:
In de tunermodus:
Als het TP-signaal niet meer kan worden ontvangen, gaat na 1 seconden de indicator "TA" knipperen.
In de CD-modus:
Als het TP-signaal niet meer kan worden ontvangen, wordt automatisch een zender met verkeersinformatie van een andere frequentie geselecteerd.
- De ontvanger is uitgerust met de EON-functie teneinde bijkomende alternatieve frequenties bij te houden in de AF-lijst. Tijdens de ontvangst van een RDS EON-zender licht de indicator "EON" op. Als de ontvangen zender de verkeersinformatie niet uitzendt, stemt de ontvanger automatisch af op de verwante zender die de verkeersinformatie wel uitzendt.
3 Druk op de TA om de modus voor verkeersinformatie uit te schakelen.
De indicator "TA" dooft.
Prioriteit PTY (programmatype)
Met deze functie kunt u een programmatype vooraf instellen (muziek, nieuws, enz.). U kunt een programma van het ingestelde programmatype beluisteren, want het toestel geeft automatisch voorrang aan het ingestelde programmatype als de uitzending begint. De uitzending waarnaar u luisterde wordt dan onderbroken. Deze functie is operationeel wanneer uw toestel is ingesteld op een andere modus dan LW of MW.
1 Druk op de F-toets, zodat de indicator "FUNC" oplicht.
2 Druk op de 2/P.PTY-toets om de modus PRIORITY PTY te activeren.
De basisinstelling is "NEWS".
- Als u niet op een toets drukt binnen 10 seconden nadat u op de 2/P.PTY-toets heeft gedrukt, wordt de modus PRIORITY PTY automatisch uitgeschakeld.
3 Druk binnen 10 seconden op de toets terwijl "NEWS" wordt weergegeven om het gewenste programmatype te kiezen. Druk vervolgens op de 2/P.PTY-toets.
De functie PRIORITY PTY wordt opnieuw ingeschakeld.
4 Druk opnieuw op de 2/P.PTY-toets om de modus PRIORITY PTY te activeren.
Om het programmatype te wijzigen, voert u stap 3 uit. Om de functie PRIORITY PTY uit te schakelen, drukt u op F zodat de indicator "FUNC" oplicht. Houd vervolgens de 2/P. PTY-toets minstens 2 seconden ingedrukt.
- In de modus PRIORITY PTY wordt het volume niet automatisch verhoogd, in tegenstelling tot de modus TA.
5 Druk op de F-toets om de normale modus te activeren. De indicator "FUNC" dooft.
- Bedien het toestel terwijl de indicator "FUNC" aan is. Als u binnen de 10 seconden niet op een toets drukt, gaat de indicator "FUNC" uit.
Weergave van radiotekst
Tekstberichten van een radiozender kunnen worden weergegeven.
Druk op de TITLE-toets terwijl u een FM-zender in de radiomodus ontvangt, om de radiotekst weer te geven.
Telkens als u op de toets drukt, verandert het display.
PS (programmadienstnaam) → Radiotekst → STATION TITLE → FREQUENCY → PS (programmadienstnaam)
Op het display staat gedurende enkele seconden "WAITING", waarna het tekstbericht wordt weergegeven.
- Als er geen tekstbericht kan worden ontvangen of als het toestel een tekstbericht niet goed kan ontvangen, staat "NO TEXT" op het display.
CD/MP3/WMA
SOURCE/

Afspelen
1 Druk op ▲.
Het beweeglijke display gaat open.
2 Plaats een disk met de bedrukte zijde omhoog.
De disk wordt automatisch in het toestel getrokken.

Het beweeglijke display sluit en de weergave begint. Als er reeds een disk in het toestel zit, drukt u op de SOURCE/POWER-toets om naar de CD-modus te gaan.
Telkens als u op de toets drukt, verandert de modus.
TUNER → CD → CD CHANGER* → TUNER
* Alleen als een CD-wisselaar aangesloten is
3 Terwijl een MP3/WMA wordt afgespeeld, drukt u op de ▲ of ▼-toets om de gewenste map te kiezen.
Als u de ▲ of ▼ -toets ingedrukt houdt, veranderen de mappen continu.
4 Druk op de lo toet om de gewenste track (bestand) af te spelen.
Terugkeren naar het begin van de huidige track (bestand):
Druk op
Snel achteruit:
De l'ets ingedrukt houden.
Naar het begin van de volgende track (bestand):
Druk op ▶▶▶
Snel vooruit:
De teets ingedrukt houden.
5 Om de weergave te onderbreken, drukt u op de ▶/II -toets.
Als u nogmaals op de teets drukt, wordt de weergave verdergezet.
6 Druk op ▲ om de disk uit te werpen.
- Verwijder een CD niet terwijl hij wordt uitgeworpen. Plaats niet meer dan één disk tegelijk. Als u een van beide handelingen toch uitvoert, kan er een storing optreden.
- Als de CD niet wordt uitgeworpen, houdt u de ▲ -toets minstens 2 seconden ingedrukt met het verstelbare display open.
- De CD-speler kan disks met audiogegevens, MP3-bestanden en WMA-bestanden afspelen.
- Een bestand in WMA-formaat dat beschermd is door DRM (Digital Rights Management), kan op dit toestel niet worden afgespeeld.
- Tijdens het afspelen van MP3-bestanden wordt "MP3" op het display weergegeven.
- Tijdens het afspelen van WMA-bestanden wordt "WMA" op het display weergegeven.
- Het weergegeven tracknummer voor het afspelen van MP3/WMA-bestanden is het bestandsnummer dat op de disk is opgenomen.
- Als het model HDA-5460 aangesloten is op het toestel, kunnen sommige bedieningen (bijvoorbeeld veranderen van bron, selecteren van het bestand door de toetsen op of neer ingedrukt te houden, enz.) worden uitgevoerd op dit toestel.
MP3-/WMA-weergave-indicator
Het mapnummer, het bestandsnummer, de bemonsteringsfrequentie en de bitsnelheid worden weergegeven zoals hierna aangegeven.


De bemonsteringsfrequentie en de bitsnelheid (frameweergave) verschijnen afwisselend.

- Druk op de TITLE-toets om de weergave te schakelen. Zie "Weergave van titelltekst" (pagina 16) voor meer informatie hieromtrent.
- De bemonsteringsfrequentie van de opname en de bitsnelheid van het MP3/WMA-bestand worden weergegeven. Bij een WMA-bestand met variabele bitsnelheid wordt de gemiddelde bitsnelheid weergegeven.
Herhaald afspelen
Druk op de toets 4 ( ) om de huidige track herhaaldelijk af te spelen.
De track (bestand) wordt herhaaldelijk afgespeeld.
Druk opnieuw op de toets 4 ( ) en kies OFF om het herhaalde afspelen uit te schakelen.
CD-modus:

*1 Als een CD-wisselaar is aangesloten
- Als tijdens M.I.X.-weergave in de CD-wisselaarmodus de functie REPEAT ingesteld is op ON, geldt M.I.X. alleen voor de huidige disk.
MP3/WMA-modus:

*2 Als een MP3-compatibele CD-wisselaar aangesloten is
- Als een CD-wisselaar voor 6 disks of een MP3-compatibele CD-wisselaar is aangesloten: In de CD-wisselaarmodus drukt u op de F-toets om de indicator "FUNC" te laten oplichten, waarna u binnen 10 seconden naar bovenstaande stap gaat.
- Als een CD-wisselaar voor 12 disks aangesloten is: In de CD-wisselaarmodus drukt u twee keer op de F-toets om de indicator "FUNC" te laten oplichten, waarna u binnen 10 seconden naar bovenstaande stap gaat.
M.I.X. (functie voor willekeurig afspelen)
Druk op de toets 5 (ijdens het afspelen van een CD of in pauzemodus.
De tracks (bestanden) op de disk worden in een willekeurige volgorde afgespeeld.
Om de M.I.X.-afspeelmodus uit te schakelen, drukt u opnieuw op de toets 5 ()
CD-modus:

flowchart
graph TD
A["M.I.X.: Tracks worden in willekeurige volgorde afgespeeld."] --> B["⊙ M.I.X.*3: Alle nummers op alle CD's van het huidige magazijn worden in willekeurige volgorde afgespeeld."]
B --> C["(uit)"]
*3 Als een CD-wisselaar met de functie All M.I.X. aangesloten is
- Als tijdens RPT (REPEAT ALL) weergave in de CD-wisselaarmodus de functie M.I.X. ingesteld is op ON, geldt M.I.X. alleen voor de huidige disk.
MP3/WMA-modus:

flowchart
graph TD
A["M.I.X.: Alleen bestanden in een map worden in willekeurige volgorde afgespeeld."] --> B["M.I.X.: Bestanden worden in willekeurige volgorde afgespeeld. Als een MP3-compatibele CD-wisselaar aangesloten is, worden alle bestanden op een disk in willekeurige volgorde weergegeven, waarna de volgende disk wordt weergegeven."]
B --> C["(uit)"]
- Als een CD-wisselaar voor 6 disks of een MP3-compatibele CD-wisselaar is aangesloten: In de CD-wisselaarmodus drukt u op de F-toets om de indicator "FUNC" te laten oplichten, waarna u binnen 10 seconden naar bovenstaande stap gaat.
- Als een CD-wisselaar voor 12 disks aangesloten is: In de CD-wisselaarmodus drukt u twee keer op de F-toets om de indicator "FUNC" te laten oplichten, waarna u binnen 10 seconden naar bovenstaande stap gaat.
Nummers aftasten
Druk op de toets 6 (+)om de scanmodus te activeren.
De eerste 10 seconden van elke track (bestand) worden achtereenvolgens afgespeeld.
Om het aftasten uit te schakelen, drukt u op de toets 6 (→) en schakelt u de scanmodus uit.
- Als een CD-wisselaar voor 6 disks of een MP3-compatibele CD-wisselaar is aangesloten: In de CD-wisselaarmodus drukt u op de F-toets om de indicator "FUNC" te laten oplichten, waarna u binnen 10 seconden naar bovenstaande stap gaat.
- Als een wisselaar voor 12 disks aangesloten is: In de CD-wisselaarmodus drukt u twee keer op de F-toets om de indicator "FUNC" te laten oplichten, waarna u binnen de 10 seconden naar bovenstaande stap gaat.
Zoeken op CD-tekst
De tracks kunnen met behulp van de CD-tekst op de disk worden gezocht en afgespeeld. Als de disk of de wisselaar geen CD-tekst ondersteunt, kunt u zoeken met behulp van de tracknummers.
1 Druk op tijdens het afspelen.
Hierdoor wordt de zoekfunctie ingeschakeld.
2 Draai de encoder-draaiknop om de gewenste track te selecteren en druk dan op de encoder-draaiknop.
Nu wordt de gekozen track afgespeeld.
- Houd in de zoekmodus de toets minstens 2 seconden ingedrukt om te annuleren. De zoekmodus wordt ook geannuleerd als er binnen 10 seconden geen bewerking wordt uitgevoerd.
- Het zoeken op CD-tekst is tijdens het gebruik van de M.I.X.-afspeelmodus niet mogelijk.
Zoeken op bestands-/mapnaam (voor MP3/WMA)
U kunt de map- en de bestandsnaam weergeven en zoeken terwijl u luistert naar het bestand dat momenteel wordt afgespeeld.
1 Druk op de toets om op mapnaam of bestandsnaam te zoeken in de MP3/WMA-modus.
Modus mapnaam zoeken
2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om de gewenste map te kiezen.
3 Druk op de encoder-draaiknop om het eerste bestand in de gekozen map af te spelen.
- De zoekfunctie wordt beeindigd door de toets minstens 2 seconden ingedrukt te houden in de modus mapnaam zoeken.
- In de modus mapnaam zoeken drukt u op omlnaar de modus bestandsnaam zoeken te gaan.
- "NO FILE" wordt weergegeven als de map die met de modus mapnaam zoeken werd geselecteerd geen bestanden bevat.
- "ROOT" wordt weergegeven als een map geen mapnaam heeft.
- Het zoeken op mapnaam is tijdens het gebruik van de M.I.X.-afspeelmodus niet mogelijk.
Vervolg
Modus bestandsnaam zoeken
2 Druk op de ▲ of ▼ -toets om een andere map of playlist te kiezen.
3 Selecteer het gewenste bestand door binnen de 10 seconden de encoder-draaiknop te draaien.
4 Druk op de encoder-draaiknop om het gekozen bestand af te spelen.
- De modus bestandsnaam zoeken wordt beëindigd door de toets minstens 2 seconden ingedrukt te houden.
- In de modus bestandsnaam zoeken drukt u op onl naar de modus mapnaam zoeken te gaan.
- Zoeken op bestandsnaam is niet mogelijk tijdens het gebruik van de M.I.X.-afspeelmodus.
Snel zoeken
U kunt zoeken op tracks (bestanden).
1 Druk minstens 2 seconden op de toets de CD/wisselaar/MP3/WMA-modus om de modus snel zoeken in te schakelen.
2 Draai de encoder-draaiknop binnen de 10 seconden om een gewenste track (bestand) te selecteren.
De gekozen track wordt onmiddellijk afgespeeld.
- De zoekfunctie wordt beeindigd door de toets minstens 2 seconden ingedrukt te houden in de modus snel zoeken.
Over MP3/WMA
VOORZICHTIG
Behalve voor privé-gebruik is het kopieren van audiogegevens (inclusief MP3/WMA-bestanden) of het verspreiden, overdragen of kopieren ervan, gratis of tegen vergoeding, zonder de toestemming van de eigenaar van het auteursrecht ten strengste verboden door de wetgeving op de auteursrechten en door internationale overeenkomsten.
Wat is MP3?
De officiële naam van MP3 is "MPEG-1 Audio Layer 3". Dit is een compressiestandaard die door de ISO (International Standardization Organization) en MPEG (instantie van IEC) wordt beschreven.
MP3-bestanden bevatten gecomprimeerde opslaggegevens. Met MP3-codering kunnen audiogegevens zeer sterk worden gecomprimeerd, waardoor de grootte van de muziekbestanden tot één tiende kan worden teruggebracht. Daarbij wordt bijna geen afbreuk gedaan aan de CD-kwaliteit. Het MP3-formaat kan dergelijke grote compressieverhoudingen realiseren door geluiden te elimineren die onhoorbaar zijn voor het menselijk oor of door andere geluiden worden gemaskeerd.
Wat is WMA?
WMA, of "Windows Media™ Audio", zijn gecomprimeerde audiogegevens. Met WMA kunt u muziekbestanden maken en opslaan met een grotere compressieverhouding dan MP3-audio. Daarbij wordt geen afbreuk gedaan aan de CD-kwaliteit van het geluid.
Methode om MP3/WMA-bestanden te maken
De audiogegevens worden gecomprimeerd met specifieke MP3/WMA-software. Voor meer details over het maken van MP3/WMA-bestanden verwijzen we naar de handleiding bij die software.
De MP3/WMA-bestanden die met dit toestel kunnen worden afgespeeld, hebben de bestandsextensie "mp3" / "wma".
Bestanden zonder extensie kunnen niet worden afgespeeld. (WMA ver. 7.1, 8 en 9 worden ondersteund)
Ondersteunde bemonsteringsfrequenties en bitsnelheden voor het afspelen
MP3
Bitsnelheden: 8 - 320 kbps
Variabele bitsnelheden: 8 - 320 kbps
WMA
Bemonsteringsfrequencies: 48 kHz, 44, 1 kHz, 32 kHz Bitsnelheden: 48 -192 kbps
Variabele bitsnelheden: 48 - 320 kbps
Merk op dat voor bemonsteringsfrequenties de frameweergave van het toestel (pagina 21) eventueel niet correct kan zijn. Afhankelijk van de bemonsteringsfrequenties is het mogelijk dat dit toestel niet correct kan afspelen.
ID3-tags/WMA-tags
Dit toestel ondersteunt ID3 tag v1 en v2, en WMA tag. Als taggegevens in een MP3/WMA-bestand vervat zitten, kan dit toestel de titel (titel van de track), de naam van de artiest en de naam van het album weergeven op basis van de ID3-/WMA-taggegevens.
Dit toestel kan alleen alfanumerieke tekens van één byte (max. 30 voor ID3 tags en max. 15 voor WMA tags) en de onderstreping weergeven. Voor niet-ondersteunde tekens wordt "NO SUPPORT" weergegeven.
Afhankelijk van de inhoud is het mogelijk dat de taginformatie niet goed wordt weergegeven.
MP3/WMA-disks maken
MP3/WMA-bestanden worden voorbereid, waarna ze met behulp van CD-R-brandsoftware worden weggeschreven naar een CD-R of CD-RW. Een disk is goed voor 510 bestanden/mappen (inclusief basismappen). Het maximumaantal mappen is echter 255.
Ondersteunde media
Dit toestel kan CD-ROM's, CD-R's en CD-RW's afspelen.
Overeenkomstige bestandssystemen
Dit toestel ondersteunt disks die geformatteerd zijn volgens ISO9660 Level 1 of Level 2.
Binnen de ISO9660-standaard dient men rekening te houden met een aantal beperkingen. De maximale mapdiepte is 8 (inclusief de brondirectory). Het aantal tekens voor een map-/bestandsnaam is beperkt. Geldige tekens voor de namen van mappen/bestanden zijn letters (A-Z) (in hoofdletters), de cijfers 0-9 en "_" (onderstreping).
Dit toestel kan ook disks in Joliet, Romeo, enz. afspelen en andere normen die voldoen aan ISO9660. Het is echter mogelijk dat de bestandsnamen, mapnamen enz. niet altijd goed worden weergegeven.
Ondersteunde formaten
Dit toestel ondersteunt CD-ROM XA, Mixed Mode CD, Enhanced CD (CD-Extra) en multisessie. Dit toestel kan geen disks correct afspelen die met Track At Once of met pakketsoftware werden opgenomen.
Volgorde van bestanden
Het toestel speelt de bestanden af in de volgorde waarin ze door de software werden weggeschreven. De afspeelvolgorde kan dus verschillend zijn van de volgorde waarin u de bestanden heeft ingegeven. De afspeelvolgorde van de mappen en bestanden is als volgt. De afspeelvolgorde van mappen en bestanden kan echter verschillend zijn van het mapnummer en bestandsnummer dat op het display is aangegeven.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
B --> D["4"]
D --> E["5"]
D --> F["6"]
F --> G["7"]
F --> H["8"]
H --> I["9"]
B --> J["2"]
D --> K["4"]
F --> L["6"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
subgraph "Map"
A
B
C
D
E
F
G
H
end
subgraph "MP3/WMA-bestand"
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
AA
AB
AC
AD
AE
AF
AG
AH
AI
AJ
AK
AL
AM
AN
AO
AP
AQ
AR
AS
AT
AU
AV
AW
AX
AY
end
Terminologie
Bitsnelheid
Dit is de compressieverhouding voor de codering van het geluidssignaal. Hoe groter de bitsnelheid, des te beter de geluidskwaliteit, maar ook des te groter de bestanden.
Bemonsteringsfrequentie
Deze waarde geeft aan hoeveel keer per seconde de gegevens worden bemonsterd (opgenomen). Audio-CD's gebruiken bijvoorbeeld een bemonsteringsfrequentie van 44,1 kHz, zodat het geluid 44.100 keer per seconde wordt bemonsterd (opgenomen). Hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, des te beter de geluidskwaliteit, maar ook des te groter de omvang van de gegevens.
Codering
Converteren van audio-CD's, WAVE-(AIFF-) bestanden en andere geluidsbestanden naar het opgegeven formaat voor audiocompressie.
Tag
Songinformatie zoals titels van tracks, namen van artiesten, namen van albums enz., die vervat zit in MP3/WMA-bestanden. MP3: ID3-tag WMA: WMA-tag
Bronmap
De bronmap bevindt zich bovenaan het bestandssysteem. De bronmap bestaat uit alle mappen en bestanden.
Instelling van het geluid
BAND Encoder-draaiknop (MODE)

Regeling lage tonen/hoge tonen/balans (links-rechts)/fader (voor-achter)/defeat
1 Druk herhaaldelijk op de encoder-draaiknop (MODE) om de gewenste modus te kiezen.
Door herhaaldelijk te drukken selecteert u achtereenvolgens de volgende modi:
- Als u de encoder-draaiknop (MODE) niet binnen 5 seconden indrukt nadat u de modi BASS, TREBLE, BALANCE, FADER, DEFEAT of SUBWOOFER heeft geselecteerd, keert het toestel automatisch terug naar de normale modus.
* Als de subwoofermodus op OFF staat, kan het niveau niet worden bijgeregeld.
2 Draai aan de encoder-draaiknop tot u in elke modus de gewenste klank verkrijgt.
Door defeat in te schakelen (ON), keren voordien uitgevoerde instellingen voor lage en hoge tonen terug naar de fabriekswaarden.
- Afhankelijk van de aangesloten toestellen kan het zijn dat bepaalde functies en indicatoren op het display niet werken.
In- en uitschakelen van de functie Loudness
Loudness legt een speciale klemtoon op de lage en hoge frequenties bij lage luistervolumes. Dit compenseert de lagere gevoeligheid van het menselijk oor voor lage en hoge tonen.
Houd de encoder-draaiknop (MODE) minstens 2 seconden ingedrukt om de loudness-modus in of uit te schakelen.
Op het display staat "LOUD ON" als de modus LOUDNESS ingeschakeld is.
De lage tonen instellen
U kunt de klemtoon van de frequentie van de lage tonen wijzigen om uw eigen klankbeeld te scheppen.
1 Druk op de MENU-toets om BASS te kiezen.
2-1 De middenfrequentie van de lage tonen instellen:
Druk op de toets om degewenste middenfrequentie voor de lage tonen te selecteren.
60Hz↔80Hz↔100Hz↔120Hz↔60Hz
De weergegeven frequentie voor de lage tonen wordt extra beklemtoond.
2-2 De bandbreedte van de lage tonen (Q-factor) instellen:
Druk op de BAND-toets om de gewenste frequentieband voor de lage tonen te selecteren.

flowchart
graph LR
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["(SmaI) ← ...... → (Breed)"]
Verandert de bandbreedte voor de versterking van de lage tonen naar breed of smal. Een brede instelling versterkt een ruim frequentiebereik boven en onder de middenfrequentie. Een smalle instelling versterkt alleen de frequenties nabij de middenfrequentie.
2-3 Het niveau van de lage tonen instellen: Draai aan de encoder-draaiknop om het gewenste niveau voor de lage tonen (-7\~+10) te selecteren.
U kunt het niveau van de lage tonen beklemtonen of afzwakken.
3 Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale modus.
- Als u binnen 60 seconden geen toets indrukt, keert het toestel terug naar de normale modus.
- De instellingen van het niveau van de lage tonen worden afzonderlijk opgeslagen voor elke bron tot de instelling wordt gewijzigd. De instellingen voor de frequentie en de bandbreedte van de lage tonen voor één bron, gelden ook voor alle andere bronnen.
- Afhankelijk van de aangesloten toestellen kan het zijn dat bepaalde functies en indicatoren op het display niet werken. De lage tonen kunnen echter nog wel worden ingesteld als een audioprocessor met lagetonenregeling wordt aangesloten.
- Deze functie kan niet worden gebruikt als de DEFEAT-functie ingeschakeld is.
De hoge tonen instellen
U kunt de klemtoon van de frequentie van de hoge tonen wijzigen om uw eigen klankbeeld te scheppen.
1 Druk op de MENU-toets om TREBLE te kiezen.
2-1 De middenfrequentie van de hoge tonen instellen:
Druk op isfom de gewenste middenfrequentie voor de hoge tonen te selecteren.
7,5kHz↔10,0Hz↔12,5kHz↔15,0kHz↔7,5kHz
De weergegeven frequentie voor de hoge tonen wordt extra beklemtoond.
2-2 Het niveau van de hoge tonen instellen: Draai aan de encoder-draaiknop om het gewenste niveau voor de hoge tonen (-7\~+7) te selecteren.
16.-NL
3 Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale modus.
- Als u binnen 60 seconden geen toets indrukt, keert het toestel terug naar de normale modus.
- De instellingen van het niveau van de hoge tonen worden afzonderlijk opgeslagen voor elke bron tot de instelling wordt gewijzigd. De frequentie-instellingen voor de hoge tonen die zijn ingesteld voor één bron gelden ook voor alle andere bronnen.
- Afhankelijk van de aangesloten toestellen kan het zijn dat bepaalde functies en indicatoren op het display niet werken. De hoge tonen kunnen echter nog wel worden ingesteld als een audioprocessor met hogetonenregeling wordt aangesloten.
- Deze functie kan niet worden gebruikt als de DEFEAT-functie ingeschakeld is.
Andere functies

Weergave van titel/tekst
De titel van een CD/zender kan worden weergegeven als de titel voordien werd ingegeven (zie "Disks/zenders benoemen" pagina 17). Tekstinformatie, zoals de naam van de disk en de track, wordt weergegeven als u een disk afspeelt die compatibel is met CD-tekst. Het is ook mogelijk om de mapnaam, de bestandsnaam, de tag, enz. weer te geven tijdens het afspelen van MP3/WMA-bestanden.
Druk op de TITLE-toets.
Telkens als u op de toets drukt, verandert het display.
CD-tekst weergeven in radiomodus:
PS (programmadienstnaam) → Radiotekst → ZENDERTITEL → FREQUENTIE → PS (programmadienstnaam)
CD-tekst weergeven in CD-modus:
TRACKNR./VERSTREKEN TIJD → TEKST (NAAM VAN DISK) ^1 → TEKST (NAAM VAN TRACK) ^1 → TITEL → TRACKNR./VERSTREKEN TIJD
CD-tekst weergeven in MP3/WMA-modus:
BESTANDSNR./VERSTREKEN TIJD → MAPNR./BESTANDSNR. → BESTANDSNAAM → → ARTIESTNAAM* 2 → ALBUMNAAM*2 → TRACKNAAM*2 → BESTANDSNR./VERSTREKEN TIJD
*1 Weergegeven tijdens het afspelen van een disk met CD-tekst. "NO TEXT" wordt weergegeven als de CD geen tekstgegevens bevat.
*² ID3-tag/WMA-tag
Als een MP3/WMA-bestand ID3/WMA-taginformatie bevat, wordt de ID3/WMA-taginformatie afgebeeld (bijv. naam van de track, naam van de artiest en naam van het album). Alle andere taggegevens worden genegeerd. "NO DATA" wordt weergegeven als een MP3/WMA-bestand geen ID3-tag/WMA-tag bevat.
*3 "ROOT" wordt weergegeven als een map geen mapnaam heeft.
Indicatoren
Als de titel/tekst wordt weergegeven, gaan volgende indicatoren aan, overeenkomstig de modus.
De instelling van het niveau van de lage tonen wordt weergegeven. ("H" wordt weergegeven wanneer het niveau van de lage tonen is ingesteld op 10, en er wordt niets weergegeven wanneer het niveau van de lage tonen in ingesteld op een waarde onder nul).
Het niveau van de lage tonen wordt weergegeven

Licht op als de keuze beschikbaar is na het drukken op |◀◀ of ▶▶|.
| Indicator/modus | CD-modus | MP3/WMA-modus | Tunermodus |
| Terwijl de titel wordt weergegeven | — | — | |
| — | Terwijl mapnaam wordt weergegeven | — | |
| — | Terwijl bestandsnaam wordt weergegeven | — | |
| — | Terwijl naam van artiest wordt weergegeven* | — | |
| Terwijl tekst (disknaam) wordt weergegeven | Terwijl naam van album wordt weergegeven* | — | |
| Terwijl tekst (tracknaam) wordt weergegeven | Terwijl naam van track wordt weergegeven* | Terwijl de titel wordt weergegeven |
*Taginformatie
Over "Titel" en "Tekst":
Titel:
Met dit toestel kunt u de naam van de CD/zender invoeren (deze pagina). De ingevoerde naam wordt "titel" genoemd. U kunt geen titels invoeren of weergeven voor MP3/WMA-disks.
Tekst:
Tekstcompatibele CD's bevatten tekstinformatie, zoals de naam van de disk en de naam van de track. Dergelijke tekstinformatie wordt "tekst" genoemd.
- Afhankelijk van het soort tekens is het mogelijk dat sommige tekens met dit toestel niet goed worden weergegeven.
- Om tekstinformatie te kunnen afbeelden, moet de CD-wisselaar ook compatibel zijn met CD-tekst.
- Als de afrolinstelling (pagina 18) ingesteld is op "SCROLL MANUAL", houdt u de TITLE-toets minstens 2 seconden ingedrukt om de tekstinformatie één keer te scrollen (modi TEXT DISPLAY, FOLDER NAME DISPLAY, FILE NAME DISPLAY of TAG DISPLAY).
- "NO SUPPORT" verschijnt als de gewenste tekstinformatie niet op dit toestel kan worden weergegeven.
- Als de titel voordien niet werd ingevoerd, verschijnt "NO TITLE".
- Afhankelijk van de inhoud is het mogelijk dat de tekst of de taginformatie niet goed wordt weergegeven.
Disks/zenders benoemen
U kunt uw favoriete CD's of radiozenders een naam (titel) geven. U kunt geen titels invoeren voor MP3/WMA-disks.
1 Druk op de TITLE-toets en selecteer de titelweergave. Voor meer details zie "Weergave van titel/tekst" (pagina 16).
2 Houd de TITLE-toets minstens 2 seconden ingedrukt. Het eerste teken knippert.
3 Druk op de BAND-toets om de tekens/symbolen te kiezen.
Hoofdletters → Kleine letters → Cijfers/symbolen → Hoofdletters
4 Draai de encoder-draaiknop om de gewenste letter/cijfer/symbool te selecteren voor de naam.
5 Druk op encoder-draaiknop om het eerste teken op te slaan.
Het eerste teken knippert niet meer en het display gaat verder naar het volgende teken. Als dat teken begint te knipperen, kunt u de volgende letter of het volgende symbool van de naam kiezen.
6 Herhaal de stappen 3 en 5 voor de volledige titel.
Als u op de encoder-draaiknoptoets drukt nadat u het 8ste teken heeft ingevoerd, wordt de naam automatisch opgeslagen in het geheugen.
Bij het invoeren van een naam van minder dan 8 tekens (bijvoorbeeld voor een naam van 3 tekens): Nadat u 3 tekens heeft ingegeven, knippert de spatie voor het 4de teken. Ga verder naar stap 7 om de titel te beëindigen.
7 Houd de TITLE-toets ingedrukt om de titel op te slaan.
- Als u de handeling annuleert terwijl u een titel ingeeft, worden de gekozen tekens niet opgeslagen
- U kunt 24 zendernamen en 18 CD-titels in dit toestel ingeven. Als u meer titels probeert in te geven, verschijnt op het display "FULL DATA". Er kunnen dan geen bijkomende titels meer worden opgeslagen. Als u een nieuwe titel wenst in te voeren, moet u eerst een van de voordien ingevoerde titels wissen.
- De titellengte of de geheugencapaciteit is afhankelijk van het gebruikte model CD-wisselaar.
- Als u een titel wenst te wissen, geeft u in alle spaties het symbool "■" ("■" voor CDA-9830R) in.
- De handelingen beschreven in stappen 3 tot 5 moeten binnen de 10 seconden uitgevoerd worden. Als meer dan 10 seconden geen handeling wordt uitgevoerd, zal de invoermodus worden geannuleerd.
CD-titel/zendernaam wissen
1 Druk op de TITLE-toets om de titelweergave te selecteren. Houd de toets daarna minstens 2 seconden ingedrukt.
2 Houd de 100%ts minstens 2 seconden ingedrukt.
Op het display knippert de titel.
3 Druk herhaaldelijk op de ◄◆toet▶◆◆ de titel die u wilt wissen wordt weergeven.
4 Houd de teits minstens 2 seconden ingedrukt om de weergegeven titel te wissen.
5 Druk de TITLE-toets in om de wisfunctie voor de titel te deactiveren.
- CD-tekst kan niet worden gewist. - "NO DATA" wordt gedurende 2 seconden weergegeven als de titel niet werd ingevoerd in stap 2, of als de titel gewist werd in stap 4.
INSTELLING
U kunt het toestel gemakkelijk aanpassen aan uw eigen voorkeur en gebruik. Kies het SETUP-menu bij Geluid aanpassen, Scrollfunctie aanpassen om de gewenste instelling te selecteren.
SOURCE/
POWER BAND Encoder-draaiknop

In stappen 1 tot en met 4 hierna wordt een typische SETUP-procedure beschreven. Zie verder voor meer informatie over elk SETUP-menu.
1 Druk op de MENU-toets om de instelmodus te kiezen.
De SETUP-modus is ingeschakeld.
2 Druk op de toets om het gewenste instelmenu te selecteren.
(bijv. BEEP selecteren)
FM-LV REG ^1 PISK ^1 AMBER DIMM
SUBW (SUBW SYS) ^*2 PLAY BEEP
SCR TYPE SCR MUTE AUX IN (AUX
NAME)*3↔D-AUX↔P-IC↔CONT↔AP↔DEMO↔
FM-LV
* Zie hoofdstuk "RDS" (pagina 9)
^2 Enkel weergegeven als SUBW ingeschakeld is.
* Enkel weergegeven als AUX ingeschakeld is.
3 Draai aan de encoder-draaiknop om de instelling te wijzigen.
(bijv. BEEP ON of BEEP OFF selecteren.)
4 Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om terug te keren naar de normale modus, of druk op de MENU-toets en kies RETURN om terug te keren naar de normale modus.
- Als u binnen 60 seconden geen toets indrukt, keert het toestel terug naar de normale modus.
Geluid aanpassen
Het basisvolume van bronsignalen aanpassen
Als het verschil in volume tussen de CD-speler en FM-radio te groot is, regelt u het FM-signaalniveau bij.
In- en uitschakelen van de subwoofer
Als de subwoofer ingeschakeld is, voert u volgende stappen uit om de uitgangsfase en het uitgangsniveau van de subwoofer bij te regelen.
1 Druk herhaaldelijk op de encoder-draaiknop om de SUBW-modus te selecteren.
BASS → TREBLE → SUBW → BALANCE → FADER → DEFEAT → VOLUME → BASS
2 Regel het niveau met de encoder-draaiknop.
Subwoofersysteem instellen
Kies SYS1 of SYS2 als het gewenste subwoofereffect.
SYS1: Het subwooferniveau verandert afhankelijk van de instelling van het hoofdvolume.
SYS2: De verandering van het subwooferniveau is niet afhankelijk van de instelling van het hoofdvolume. Bijvoorbeeld, het subwoofereffect is ook hoorbaar bij lage volume-instellingen.
Pieptoonfunctie
BEEP ON (basisinstelling) / BEEP OFF
Deze functie geeft auditieve feedback met variërende tonen, afhankelijk van de ingedrukte toets.
Scrollfunctie aanpassen
Dimmerregeling
DIMMER AUTO (basisinstelling) / DIMMER MANUAL
Zet de functie DIMMER op AUTO om de helderheid van het toestel te verminderen als de koplampen van de auto worden ingeschakeld. Deze modus is interessant als u de achterverlichting van het toestel 's nachts te helder vindt.
Verlichtingskleur veranderen
AMBER ON / AMBER OFF (groen) (basisinstelling)
U kunt de verlichtingskleur van het toestel wijzigen.
Instellen van het scrollen
SCR AUTO / SCR MANUAL (basisinstelling)
Deze CD-speler kan de namen van de disk en de tracks, die op CDTEXT-disks werden opgenomen, scrollen; hetzelfde geldt voor tekstinformatie voor bestands- en mapnamen en tags van MP3/WMA-bestanden.
AUTO: De CD-tekstinformatie, de tekstinformatie van map- en bestandsnamen en de tags worden automatisch gescrolld.
MANUAL: Het display wordt alleen gescrolld wanneer een disk wordt geladen, van track wordt veranderd enz.
- Het toestel scrollt CD-tekstnamen, mapnamen, bestandsnamen of tags. De disktitels die handmatig werden ingevoerd (pagina 17) kunnen niet worden gescrolld.
Instellen van het scrolltype
SCR TYPE1 (basisinstelling) / SCR TYPE2
U kunt kiezen tussen twee scrollmethoden. Kies het gewenste type.
TYPE1 : De tekens scrollen doorlopend en verschijnen vanaf de rechterkant van het display.
TYPE2 : De tekens worden een voor een weergegeven en verdwijnen een voor een vanaf de linkerkant van het display wanneer het scherm vol is.
Weergavecontrast instellen
CONT
U kunt het weergavecontrast aanpassen om de zichtbaarheid te verbeteren.
U kunt het contrast aanpassen van -5 tot +5.
- De fabrieksinstelling is "0".
Demonstratie
Het toestel beschikt over een demofunctie voor beeld en geluid.
- Om de demofunctie af te sluiten, kiest u DEMO OFF
MP3/WMA
MP3/WMA-bestanden afspelen
PLAY MODE CD-DA (basisinstelling) / PLAY MODE CD-DA&MP3
Dit toestel kan CD's met CD- en MP3/WMA-bestanden afspelen. In sommige situaties (bepaalde verbeterde CD's) kan het afspelen echter moeilijk zijn. Voor deze speciale gevallen kunt u alleen het afspelen van CD-gegevens kiezen. Als een disk zowel CD- als MP3/WMA-bestanden bevat, begint het afspelen vanaf het gedeelte met CD-gegevens op de disk.
CD-DA : Alleen CD-gegevens kunnen worden afgespeeld.
CD-DA&MP3: Zowel CD-gegevens als MP3/WMA-bestandstracks kunnen worden afgespeeld.
- Voer deze instelling uit voor u een disk plaatst. Als u de disk reeds heeft geplaatst, voert u de instelling uit nadat u de disk heeft uitgehaald. (Als u een MP3-wisselaar gebruikt, moet u de disks verwisselen.)
Extern toestel
In- en uitschakelen van de functie Mute
Als een toestel met de onderbrekingsfunctie wordt aangesloten, wordt het audiosignaal automatisch gedempt als het onderbrekingssignaal van het toestel binnenkomt.
AUX-modus instellen (V-Link)
AUX IN ON / AUX IN OFF (basisinstelling)
U kunt het TV/vidcogeluid invoeren door een optionele Ai-NET/RCA-aansluitkabel (KCA-121B) of Versatile Link Terminal (KCA-410C) aan te sluiten op deze component.
U kunt de weergave van de AUX-naam wijzigen als AUX ON is ingesteld. Selecteer de AUX-naam door op bo te drukken. Draai dan aan de encoder-draaiknop.
Als de KCA-410C aangesloten is, kunt u twee AUX-namen instellen.
- Via de KCA-410C kunt u tot 2 externe toestellen met RCA-uitgang aansluiten. In dit geval drukt u op de SOURCE/POWER-toets om de AUX-modus te selecteren, waarna u op de BAND/TEL.-toets drukt om het gewenste toestel te selecteren.
Aansluiten op een externe versterker
PWR-IC ON (basisinstelling) / PWR-IC OFF
Als een externe versterker aangesloten is, kunt u de geluidskwaliteit verbeteren door de voeding van de ingebouwde eindversterker uit te schakelen.
PWR-IC OFF: Gebruik deze modus als de voor- en achtervoorversterkers van het loestel worden gebruikt om een externe versterker aan te sturen die aangesloten is op de luidsprekers. In deze instelling voert de inwendige eindversterker van de head-unit geen signaal naar de luidsprekers.

flowchart
graph TD
A["Input"] --> B["Versterker"]
C["Input"] --> D["Versterker"]
B --> E["Links voor"]
B --> F["Rechts voor"]
D --> G["Links achter"]
D --> H["Rechts achter"]
PWR-IC ON: De luidsprekers worden aangestuurd door de ingebouwde eindversterker.
Luidsprekers

- Het systeem produceert geen geluid als de vermogensuitgang uitgeschakeld is.
Instellen van de externe digitale ingang
D-AUX ON / D-AUX OFF (basisinstelling)
Wanneer een ALPINE Ai-NET-compatibele digitale audioprocessor en een niet Ai-NET-compatibele DVD-speler (DVE-5207) zijn aangesloten, zet u D-AUX op ON om te genieten van 5.1-kanaals surroundgeluid.
- Na het inschakelen van D-AUX kiest u de instelling in "Aansluiten van een optisch digitaal compatibele audioprocessor en een niet Ai-NET-compatibele DVD-speler".
- Druk op SOURCE/POWER en selecteer de D-AUX-modus, regel het volume, enz.
- Afhankelijk van de aangesloten audioprocessor wordt het geluid van de DVD-speler mogelijk nog weergegeven, ondanks de verandering van bron. Schakel in dit geval de DVD-speler uit.
Aansluiten van een optisch digitaal compatibele audioprocessor en een niet
Ai-NET-compatibele DVD-speler
Na het inschakelen van D-AUX in "Instellen van de externe digitale ingang" gaat u als volgt te werk, afhankelijk van het type audioprocessor:
H510: Als de PXA-H510 en de niet Ai-NET-compatibele DVD-speler (DVE-5207) zijn aangesloten (met een optische kabel), gebruikt u de instelling H510. Sluit de DVD-speler aan op de optische digitale ingangsaansluiting (DVD-speler) van de processor.
OTHER: Als een andere audioprocessor dan de PXA-H510 en een niet Ai-NET-compatibele DVD-speler (DVE-5207) zijn aangesloten (met een optische kabel), gebruikt u de instelling OTHER. Sluit de DVD-speler aan op de optische digitale ingangsaansluiting (head-unit) van de processor.
- Nadat het selecteren van de ingang is voltooid, moet u het contactslot op OFF en weer op ON zetten. De instelling van de optische digitale ingangsschakelaar is voltooid.
Bediening van iPod™ (optioneel)

Een iPod of iPod mini kan worden bediend vanaf de CDA-9851R wanneer u hem aansluit op een optionele Alpine interface-adapter voor iPod™ (KCA-420i). Terwijl hij is aangesloten op de CDA-9851R is bediening op de iPod niet mogelijk.
- Voor meer informatie verwijzen we naar de gebruiksaanwijzing van de aangesloten interface-adapter voor iPod™ (KCA-420i).
- Voor een beschrijving van elke functie verwijzen we naar de documentatie bij de iPod.
Afspelen
1 Druk op de SOURCE/POWER-toets om naar de iPod-modus te gaan.
2 Druk op l'om het gewenste liedje te kiezen.
Terugkeren naar het begin van het huidige liedje:
Druk op
Snel achteruit:
De toets ingedrukt houden.
Naar het begin van het volgende liedje gaan:
Druk op ▶▶▶
Snel vooruit:
De toets ▶gedrukt houden.
3 Om het afspelen te onderbreken, drukt u op de toets ▶/II.
Als u nogmaals op de toets ■■■, gaat het afspelen verder.
- Als een liedje op de iPod wordt afgespeeld wanneer hij op de adapter is aangesloten, gaat het afspelen na het aansluiten gewoon verder.
- Als de iPod samen met een wisselaar wordt gebruikt, moet de Versatile Link-contactdoos (KCA-410C) worden gebruikt. Druk in dit geval op BAND om de wisselaarmodus voor de iPod te kiezen.
Een gewenst liedje zoeken
Een iPod kan honderden liedjes bevatten. De liedjes kunnen worden geordend in afspeellijsten. Deze kunnen door de CDA-9851R worden gebruikt om het zoeken naar liedjes te vergemakkelijken.
- Houd in de zoekmodus de toets minstens 2 seconden ingedrukt om de zoekmodus te annuleren.
Zoeken op afspeellijst
1 Druk op om de zoekmodus PLAYLIST te kiezen.
Bij elke druk op de toets verandert de zoekmodus. De zoekmodus verandert automatisch in PLAYLIST 4 seconden na het kiezen van PLAYLIST.
PLAYLIST → ARTIST → ALBUM → PLAYLIST
2 ^*1 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop en kies een afspeellijst.
3 Druk op de encoder-draaiknop om de gekozen afspeellijst af te spelen.
Zoeken naar een liedje in de gekozen afspeellijst
1 Druk na het kiezen van de afspeellijst in stap 2* 1 op om naar de modus voor het zoeken van liedjes in de gekozen afspeellijst te gaan.
2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om een liedje te kiezen en druk op de encoder-draaiknop.
Het gekozen liedje wordt afgespeeld.
- Als u "iPod name" van iPod kiest in stap 2 ^-1 , worden alle liedjes op de iPod afgespeeld.
Zoeken op artiest
1 Druk op om de zoekmodus ARTIST te kiezen.
Bij elke druk op de toets verandert de zoekmodus. De zoekmodus verandert automatisch in ARTIST 4 seconden na het kiezen van ARTIST.
PLAYLIST → ARTIST → ALBUM → PLAYLIST
2^*2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop en kies een artiest.
3 Druk op de encoder-draaiknop om alle liedjes van de gekozen artiest af te spelen.
Zoeken naar een album van de gekozen artiest
1 Druk na het kiezen van de artiest in stap 2* ^2 op 📋 om naar de modus voor het zoeken naar albums van de gekozen artiest te gaan.
2*3 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om een album te kiezen.
3 Druk op de encoder-draaiknop om alle liedjes van het gekozen album af te spelen.
Zoeken naar een liedje van het gekozen album
1 Druk na het kiezen van het album in stap 2* ^3 op om naar de modus voor het zoeken van liedjes in het gekozen album te gaan.
2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om een liedje te kiezen en druk op de encoder-draaiknop.
Het gekozen liedje wordt afgespeeld.
- Als u ALL kiest in stap 2 ^2 , worden alle liedjes op de iPod afgespeeld.
- Als u ALL kiest in stap 2 ^-3 , worden alle liedjes van de gekozen artiest afgespeeld.
Zoeken op album
1 Druk op om de zoekmodus ALBUM te kiezen.
Bij elke druk op de toets verandert de zoekmodus. De zoekmodus verandert automatisch in ALBUM 4 seconden na het kiezen van ALBUM.
PLAYLIST → ARTIST → ALBUM → PLAYLIST
2 *4 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop en kies een album.
3 Druk op de encoder-draaiknop om alle liedjes van het gekozen album af te spelen.
Zoeken naar een liedje van het gekozen album
1 Druk na het kiezen van het album in stap 2* 4 op om naar de modus voor het zoeken van liedjes in het gekozen album te gaan.
2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om een liedje te kiezen en druk op de encoder-draaiknop. Het gekozen liedje wordt afgespeeld.
- Als u ALL kiest in stap 2 ^4 , worden alle liedjes op de iPod afgespeeld.
Snel zoeken
U kunt zoeken naar liedjes.
1 Houd minstens 2 seconden ingedrukt om de snelzoekfunctie in te schakelen.
2 Draai binnen 10 seconden aan de encoder-draaiknop om het gewenste liedje te kiezen.
Het gekozen liedje wordt onmiddellijk afgespeeld.
- Houd in de zoekmodus de toets minstens 2 seconden ingedrukt om de zoekmodus te annuleren.
- Snel zoeken op de iPod duurt langer dan de normale snelzoekfunctie.
- "QUICK SEARCH" knippert in het display tijdens het snel zoeken.
Afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.)
De functie voor afspelen in willekeurige volgorde van de iPod wordt weergegeven als M.I.X. op de CDA-9851R.
Willekeurig afspelen van albums (M.I.X. ALBUM):
Er wordt een willekeurig album op de iPod gekozen en de liedjes van dat album worden in volgorde afgespeeld. Als u een liedje in de afspeellijst-/artiestzoekmodus heeft gekozen voordat u de functie voor het afspelen van albums in willekeurige volgorde koos, worden alleen albums van die afspeellijst/artiest willekeurig gekozen. De liedjes van dat album worden in volgorde afgespeeld.
Willekeurig afspelen van liedjes (M.I.X. ALL):
Alle liedjes op de iPod worden in willekeurige volgorde afgespeeld. Als u een liedje in de afspeellijst-/artiestzoekmodus heeft gekozen voordat u de functie voor het afspelen van liedjes in willekeurige volgorde koos, worden alleen de liedjes van die afspeellijst/artiest/album willekeurig gekozen.
1 Druk op 5()
De liedjes worden in willekeurige volgorde afgespeeld.

2 Om de M.I.X.-afspeelmodus te annuleren, kiest u (uit) met de bovenstaande procedure.
- Voor meer informatie over de zoekmodus verwijzen we naar "Een gewenst liedje zoeken" (pagina 20).
- Als u een liedje in de albumzoekmodus heeft gekozen voordat u de functie voor het afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.) koos, worden de liedjes niet in willekeurige volgorde afgespeeld als u de functie voor het afspelen van albums in willekeurige volgorde inschakelt.
- Als er geen album in de afspeellijst is, zal de functie voor het afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.) niet werken als u de functie voor het afspelen van albums in willekeurige volgorde inschakelt.
Herhaald afspelen
Alleen de functie Eén herhalen is beschikbaar voor de iPod. Eén herhalen: Eén liedje wordt herhaaldelijk afgespeeld.
1 Druk op 4 ( ).
Het liedje wordt herhaaldelijk afgespeeld.
RPT → (uit) → RPT (Eén herhalen) (Eén herhalen)
2 Om het herhaald afspelen te annuleren, kiest u (uit) met de bovenstaande procedure.
- Tijdens het herhaald afspelen kunnen geen andere liedjes worden gekozen door op of te druk.
Tekst weergeven
U kunt de taginformatie van een liedje op de iPod weergeven.
Druk op de TITLE-toets.
Bij elke druk op de knop verandert het display als volgt:
Naam artiest → Naam album → Naam liedje → Verstreken tijd → Naam artiest
- "NO DATA" verschijnt als er geen taginformatie is.
- Als de scrollinstelling (zie pagina 18) ingesteld is op "SCR MANUAL", houdt u de TITLE-toets minstens 2 seconden ingedrukt om de taginformatie slechts één keer te scrollen.
- Alleen alfanumerieke tekens (ASCII) kunnen worden weergegeven.
- Als de naam van de artiest, het album of het liedje die is aangemaakt met iTunes te lang is, zullen de liedjes misschien niet worden afgespeeld wanneer de iPod wordt aangesloten op de adapter. Daarom wordt een maximum van 250 lettertekens aanbevolen. Het maximumaantal tekens voor de head-unit is 64 (64 bytes).
- Sommige tekens zullen misschien niet correct worden weergegeven.
- "NO SUPPORT" wordt weergegeven wanneer tekstinformatie niet compatibel is met de CDA-9851R.
Wisselaar (optioneel)

Sturing van een CD-wisselaar (optioneel)
Een optionele CD-wisselaar voor 6 disks of 12 disks kan worden aangesloten op dit toestel als deze compatibel is met Ai-NET. Als een CD-wisselaar aangesloten is op de Ai-NET-ingang van dit toestel, kan de CD-wisselaar worden bediend op dit toestel. Met behulp van de KCA-400C (Multi-Changer Switching Device) of de KCA-410C (Versatile Link Terminal) kunnen verschillende CD-wisselaars worden bediend door dit toestel. Zie "Keuze tussen verschillende CD-wisselaars" op deze pagina om de CD-wisselaars te selecteren.
- De bedieningstoetsen op dit toestel voor de bediening van de CD-wisselaar zijn alleen actief als een CD-wisselaar aangesloten is.
- De DVD-wisselaar (optioneel) kan worden bediend op dit toestel en op de CD-wisselaar.
1 Druk op de SOURCE/POWER-toets om de wisselaarmodus in te schakelen.
Op het display worden het nummer van de disk en het tracknummer afgebeeld.
- De bronindicator is afhankelijk van de aangesloten bron.
- Druk op de BAND-toets om de diskmodus om te schakelen naar de CD-wisselaar-modus.
2 Druk op de diskkeuzetoetsen (1 tot 6) voor een van de disks in de CD-wisselaar.
Het geselecteerde disknummer verschijnt op het display en de CD wordt afgespeeld.
- Als de gewenste disk geselecteerd werd, kunt u de DVD-wisselaar op dezelfde manier bedienen als de CD-speler van dit toestel. Voor meer details verwijzen we naar de paragraaf CD/MP3/WMA.
- Als de indicator "FUNC" aan is, werken de diskkeuzetoetsen niet.
Als een wisselaar voor 12 disks aangesloten is:
Om de disks van 1 tot 6 te selecteren, is de procedure identiek aan die van de CD-wisselaar voor 6 disks. Om de disks genummerd van 7 tot 12 te selecteren, drukt u eerst op de F-toets. Hierdoor wijzigt de indicator "D" in "d". Druk dan op de gewenste voorkeuzezendertoets. Met de F-toets geactiveerd, vertegenwoordigen de voorkeuzezendertoetsen 1 tot 6 respectievelijk de disks 7 tot 12.
MP3-bestanden weergeven met de CD-wisselaar (optioneel)
Als u een wisselaar aansluit die compatibel is met MP3, kunt u op dit toestel CD-ROM's, CD-R's en CD-RW's afspelen waarop MP3-bestanden staan.
1 Druk op de SOURCE/POWER-toets om naar de MP3-wisselaarmodus te gaan.
2 Druk op een van de diskkeuzetoetsen (1 tot 6) overeenkomstig de gewenste disk in de CD-wisselaar.
3 Om de weergave te onderbreken, drukt u op de ▶/II -toets.
Als u nogmaals op de tofts drukt, wordt de weergave verdergezet.
- Het toestel kan disks weergeven met zowel audiogegevens als MP3-gegevens.
- Om MP3 te gebruiken met een MP3-compatibele CD-wisselaar, gaat u naar "CD/MP3/WMA" op pagina 11 tot 15.
Keuze tussen verschillende CD-wisselaars (optioneel)
Het Ai-NET-systeem van Alpine ondersteunt tot 6 CD-wisselaars. Bij gebruik van twee of meer CD-wisselaars, dient de KCA-400C (Multi-Changer Switching Device) gebruikt te worden. Gebruikt u 1 dergelijk schakeltoestel, dan kunt u tot 4 CD-wisselaars aansluiten. Gebruikt u 2 dergelijke schakeltoestellen, dan kunt u tot 6 CD-wisselaars aansluiten. Als u de KCA-410C (Versatile Link Terminal) gebruikt, kunt u twee wisselaars en twee externe uitgangen (AUX) aansluiten.
1 Druk op de SOURCE/POWER-toets om de CD-wisselaarmodus te activeren.
2 Druk op de BAND/TEL.-toets om de selectiemodus voor de CD-wisselaar in te schakelen.
De selectiemodus voor de CD-wisselaar blijft gedurende enkele seconden actief.
3 Druk op de BAND-toets tot de indicator voor de gewenste CD-wisselaar op het scherm verschijnt.
- Als de geselecteerde CD-wisselaar niet aangesloten is, wordt op het display "NO CHGR" afgebeeld.
- Om de geselecteerde wisselaar te bedienen, zie "CD/MP3/WMA" (pagina 11).
- Voor meer details over de externe ingang (AUX) als de KCA-410C wordt gebruikt, zie "AUX-modus instellen (V-Link)" op pagina 19.
Informatie
Bij problemen
Als u een probleem vaststelt, schakelt u het toestel uit en weer in. Als het toestel nog steeds niet normaal werkt, kunt u volgende checklist raadplegen. Op die manier kunt u een probleem gemakkelijker identificeren dat afkomstig is van het toestel. Ligt het probleem niet bij het toestel, kijk dan alle aansluitingen van het systeem na of wend u tot een erkende Alpine-verdeler.
Algemeen
Toestel of display werkt niet.
- De contactsleutel van de auto staat niet in de juiste positie.
- Als het toestel aangesloten werd volgens de instructies, zal het niet werken als het contact van de auto uitgeschakeld is.
- Verkeerde aansluiting van stroomkabel (rood) en batterijkabel (geel).
- Controleer de aansluitingen van de stroomkabel en de batterijkabel.
• Gesprongen zekering. - Kijk de zekering van het toestel na; vervang zo nodig door een zekering met de juiste stroomsterkte.
- Defect in de interne microcomputer ten gevolge van interferentieruis enz.
- Druk met een balpen of een ander puntig voorwerp op de RESET-knop.
Radio
Geen ontvangst van radiozenders.
- Geen antenneaansluiting ofwel een open aansluiting.
- Kijk na of de antenne correct aangesloten is; vervang zo nodig de antenne of de kabel.
Onmogelijk om zenders te vinden in de zoekmodus.
• U bevindt zich in een zone waar het signaal zwak is.
- Vergewis u ervan dat de tuner in de DX-modus staat.
- Als u zich in een regio met een sterk signaal bevindt, kan het zijn dat de antenne misschien niet geaard of verkeerd aangesloten is.
- Kijk de aansluitingen van de antenne na; zorg ervoor dat de antenne degelijk van een aardleiding is voorzien op de montageplaats.
- De antenne is misschien niet lang genoeg.
- Kijk na of de antenne volledig werd uitgetrokken; als de antenne stuk is, dient u ze te vervangen door een nieuwe.
De radio-uitzending gaat gepaard met veel ruis.
- De antenne is niet lang genoeg.
- Trek de antenne volledig uit; vervang een gebroken antenne.
- De antenne is slecht gcaard.
- Vergewis u ervan dat de antenne juist geaard is ter hoogte van zijn montageplaats.
CD
CD-speler/wisselaar werkt niet.
- Bedrijfstemperatuur van +50°C voor de CD werd overschreden.
- Laat de binnenkant van de auto (of de bagageruimte) afkoelen.
Weergegeven geluid van de CD zweeft.
• Vochtcondensatie in de CD-module.
- Wacht lang genoeg tot de condensatie verdampt is (ongeveer 1 uur).
CD kan niet worden geplaatst.
- Er zit reeds een CD in de CD-speler. - Haal de CD uit de speler.
- De CD is niet goed geplaatst.
- Ga na of de CD werd geplaatst zoals beschreven in het hoofdstuk Werking van de CD-speler.
CD kan niet snel vooruit of achteruit spoelen.
• D e CD is beschadigd.
- Haal de CD uit het toestel en gooi hem weg. Als u een beschadigde CD gebruikt, kan het mechanisme van het toestel beschadigd raken.
Geluidsweergave van CD verspringt wegens trillingen.
- Toestel niet goed bevestigd.
- Zet het toestel degelijk vast.
- De disk is zeer vuil.
- Reinig de disk.
- De disk vertoont krassen.
- Vervang de disk.
- De optische lens is vuil.
- Gebruik geen in de handel verkrijgbare disk om de optische lens te reinigen. Raadpleeg uw Alpine-dealer.
Weergegeven geluid van CD verspringt zonder trillingen.
- De disk is vuil of gekrast.
- Reinig de disk; als de disk beschadigd is, moet hij worden vervangen.
Foutmeldingen (alleen ingebouwde CD-speler)
- Mechanische fout
- Druk op ▲. Als de foutmelding verdwijnt, plaatst u de disk weer in het toestel. Als deze oplossing niet helpt, dient u uw ALPINE-dealer te raadplegen.
Afspelen van CD-R/CD-RW is onmogelijk
- Sessie werd niet degelijk beëindigd (afgesloten).
- Sluit de sessie af en probeer opnieuw af te spelen.
MP3/WMA
MP3 of WMA wordt niet afgespeeld.
- Er heeft zich een schrijffout voorgedaan. Het CD-formaat is niet compatibel.
- Ga na of de CD in een ondersteund formaat geschreven is. Zie "Over MP3/WMA" (pagina 14-15) en schrijf de CD opnieuw in een formaat dat door dit toestel wordt ondersteund.
Audio
Er komt geen geluid uit de luidsprekers.
- Er komt geen signaal uit de luidsprekeruitgang.
P-IC staat op "OFF" (pagina 19).
Indicatie voor CD-speler
HIGH-TEMP
- Beschermingscircuit wordt geactiveerd door hoge temperatuur.
- De indicator zal verdwijnen als de temperatuur opnieuw binnen de bedrijfswaarden ligt.
NO DISC
- Geen CD geplaatst.
- Plaats een CD.
- Hoewel er een disk geplaatst is, verschijnt "NO DISC" en het toestel begint niet met het afspelen of werpt de disk uit.
- Verwijder de disk als volgt:
1) Druk op de ▲ -toets.
Het beweeglijke display gaat open.
2) Druk nogmaals minstens 2 seconden op de ▲ -toets terwijl het beweeglijke display open is.
Als de disk nog niet uitgeworpen wordt, raadpleegt u uw Alpine-dealer.
ERROR
- Fout in het mechanisme.
1) Druk op de ▲ -toets en werp de CD uit. Raadpleeg uw Alpine-dealer indien de CD niet wordt uitgeworpen.
2) Als de foutmelding daarna niet verdwenen is, drukt u nogmaals op de ▲ -toets.
Als de foutmelding nog steeds niet verdwenen is nadat u enkele keren op de ▲ -toets heeft gedrukt, dient u contact op te nemen met uw Alpine-dealer.
- Als "ERROR" aangegeven is:
Als de disk niet kan worden uitgeworpen door op ▲ te drukken, drukt u op de RESET-schakelaar (zie pagina 6) en drukt u opnieuw op ▲. Als de disk nog steeds niet kan worden uitgeworpen, raadpleegt u uw Alpine-dealer.
PROTECT
- Er werd een WMA-bestand met auteursrechtelijke bescherming afgespeeld.
- U kunt alleen bestanden afspelen die niet van een auteursrechtelijke bescherming voorzien zijn.
UNSUPPORT
- De disk is niet geschreven in een door MP3/WMA ondersteund formaat.
- Gebruik een disk die in het door MP3/WMA ondersteunde formaat is geschreven.
Indicatie voor CD-wisselaar
HIGH-TEMP
- Beschermingscircuit wordt geactiveerd door hoge temperatuur.
- De indicator zal verdwijnen als de temperatuur opnieuw binnen de bedrijfswaarden ligt.
ERROR - 01
- Defect in de CD-wisselaar.
- Raadpleeg uw Alpine-dealer. Druk op de uitwerptoets van het magazijn en verwijder het magazijn.
Controleer de indicatie. Breng het magazijn terug in. Raadpleeg uw Alpine-dealer indien het magazijn niet uit het toestel kan worden getrokken.
- Magazijnuitwerping onmogelijk.
- Druk op de magazijnuitwerpknop. Als het magazijn niet uitgeworpen wordt, raadpleegt u uw Alpine-dealer.
ERROR - 02
- Er is een CD in de CD-wisselaar achtergebleven.
- Druk op de uitwerptoets om de uitwerpfunctie te activeren. Als de CD-wisselaar de uitwerpfunctie beëindigd heeft, plaatst u een leeg magazijn in de CD-wisselaar om de CD te recupereren die in de CD-wisselaar achtergebleven is.
NO MAGZINE
- Er is geen magazijn in de CD-wisselaar aanwezig.
- Breng een magazijn in.
NO DISC
- Er wordt geen CD aangegeven.
- Kies een andere CD.
Indicatie voor iPod-modus
NO IPOD
- De iPod is niet aangesloten.
- Zorg ervoor dat de iPod correct is aangesloten. Controleer of de kabel niet te sterk gebogen is.
- De batterij van de iPod is zwak.
- Raadpleeg de documentatie bij de iPod en laad de batterij op.
NO FILE
- Er zijn geen liedjes opgeslagen op de iPod.
- Download liedjes naar de iPod en sluit hem aan op de CDA-9851R.
ERROR - 01
• Communicatiefout
- Zet het contactslot uit en dan weer op ACC of ON.
- Controleer het display door de iPod opnieuw met de iPod-kabel op de adapter aan te sluiten.
ERROR - 02
- De iPod-softwareversie is niet compatibel met de optionele adapter KCA-420i.
- Raadpleeg de handleiding van de optionele adapter KCA-420i en werk de iPod-softwareversie bij zodat deze compatibel is met de optionele adapter KCA-420i.
Technische gegevens
FM-TUNERGEDEELTE
Afstemgebied 87,5 – 108,0 MHz
Bruikbare gevoeligheid mono 0,7 μV
Alternatieve kanaalselectiviteit 80 dB
Signaal/ruisverhouding 65 dB
Stereoverdeling 35 dB
Ontvangstverhouding 2,0 dB
MW-TUNERGEDEELTE
Afstemgebied 531 – 1,602 kHz
Gevoeligheid (IEC-norm) 25,1 μV/28 dB
LW-TUNERGEDEELTE
Afstemgebied 153 -281 kHz
Gevoeligheid (IEC-norm) 31,6 μV/30 dB
CD-GEDEELTE
Frequentiebereik 5 – 20.000 Hz (±1 dB)
Wow & Flutter (\% WRMS) Niet meetbaar
Totale harmonische vervorming 0,008% (bij 1 kHz)
Dynamisch bereik 95 dB (bij 1 kHz)
Signaal/ruisverhouding 105 dB
Kanaalscheiding 85 dB (bij 1 kHz)
LEESSYSTEEM
Golflengte 795 nm
(11-16 V toelaatbaar)
Maximaal uitgangsvermogen 50 W x 4
Maximale spanning voorversterkeruitgang 2 V/10k ohm
Lage tonen ±20/-14 dB bij 60 Hz
Hoge tonen ±14 dB bij 10 kHz
- Ten gevolge van de voortdurende productverbetering kunnen de specificaties en het ontwerp veranderen zonder voorafgaande kennisgeving.
VOORZICHTIG
(Onderzijde van speler)
Installatie en aansluitingen
Voor u het toestel installeert of aansluit, dient u volgende informatie en pagina 3 tot 5 van deze handleiding grondig door te nemen.

Waarschuwing
SLUIT HET TOESTEL CORRECT AAN.
Verkeerde aansluitingen kunnen brand of schade aan het toestel tot gevolg hebben.
GEBRUIK HET APPARAAT ALLEEN IN AUTO'S MET EEN 12-VOLT-ACCU MET NEGATIEVE AARDING.
(Als u hier niet zeker van bent, vraag het dan na bij uw dealer.) Niet-naleving van deze aanwijzingen kan brand of andere nare gevolgen hebben.
ALVORENS DE AANSLUITINGEN TE MAKEN DIENT U DE KABEL VAN DE NEGATIEVE ACCUPOOL LOS TE MAKEN.
Niet-naleving van deze aanwijzing kan elektrische schok of letsel door elektrische kortsluitingen tot gevolg hebben.
MAAK GEEN VERBINDINGEN MET KABELS VAN ANDERE SYSTEMEN.
Nooit kabelisolatie wegsnijden om stroom af te takken voor andere systemen. Hierdoor zou de stroomdoorvoercapaciteit van de draad worden overschreden, wat brand of elektrische schok tot gevolg kan hebben.
GEEN PIJPEN OF BEDRADING BESCHADIGEN BIJ HET BOREN VAN GATEN.
Wanneer u gaten in het chassis boort voor de installatie, moet u voorzorgsmaatregelen nemen om geen pijpen, brandstofleidingen, reservoirs of elektrische bedrading te raken, te beschadigen of te hinderen. Het niet nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan brand tot gevolg hebben.
GEBRUIK BOUTEN OF MOEREN IN HET REM- OF BESTURINGSSYSTEEM NIET ALS AARDAANSLUITINGEN.
Bouten of moeren van het rem- of besturingssysteem (of andere veiligheidssystemen) of reservoirs mogen NOOIT worden gebruikt voor installaties of aardaansluitingen. Het gebruik van deze onderdelen kan de controle over het voertuig onklaar maken en brand enz. veroorzaken.
HOUD KLEINE VOORWERPEN ZOALS BATTERIJEN BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.
Het inslikken ervan kan ernstig letsel tot gevolg hebben. Indien dit toch gebeurt, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.
INSTALLEER HET TOESTEL NIET OP PLAATSEN WAAR DE BEDIENING VAN HET VOERTUIG ZOU WORDEN GEHINDERD, ZOALS HET STUURWIEL OF DE SCHAKELHENDEL.
Mocht u dat toch doen, kan het zicht vooruit worden belemmerd of kunnen bepaalde bewegingen worden gehinderd, wat tot een ernstig ongeval kan leiden.

Voorzichtig
LAAT DE BEDRADING EN INSTALLATIE UITVOEREN DOOR EXPERTS.
De bedrading en installatie van dit toestel vergen speciale technische vaardigheden en ervaring. Met het oog op de veiligheid wendt u zich voor dit werk het best tot de dealer waarbij u dit toestel heeft gekocht.
GEBRUIK ALLEEN DE VERMELDE ACCESSOIRES EN INSTALLEER ZE OP EEN VEILIGE MANIER.
Vergewis u ervan alleen de vermelde accessoire-onderdelen te gebruiken. Gebruik van andere onderdelen dan de vermelde kan het toestel inwendig beschadigen of kan tot gevolg hebben dat het toestel niet stevig op zijn plaats wordt geïnstalleerd. Hierdoor kunnen onderdelen loskomen, wat gevaar of een defect aan het toestel kan veroorzaken.
BRENG DE BEDRADING ZO AAN DAT ZE NERGENS WORDT GEPLOOID OF GEKNELD DOOR EEN SCHERPE METALEN RAND.
Leg de kabels en draden uit de weg van bewegende onderdelen (zoals de stoelrails) of scherpe of gepunte randen. Dit voorkomt dat de bedrading geplooid en beschadigd geraakt. Indien de bedrading door een gat in een metalen voorwerp passeert, gebruik dan een rubberen doorvoerhuls om te voorkomen dat de metalen rand van het gat de draadisolatie kan doorsnijden.
NIET INSTALLEREN OP PLAATSEN MET VEEL VOCHT OF STOF.
Vermijd het toestel te installeren op plaatsen waar vaak vocht of stof komt. Het toestel kan defect geraken door binnendringend vocht of stof.
Voorzorgsmaatregelen
- Vergeet niet de kabel los te koppelen van de (–) batterijpool voor u uw CDA-9851R installeert. Hierdoor vermijdt u elke mogelijkheid tot beschadiging van het toestel door een kortsluiting.
- Vergewis u ervan de kleurgecodeerde stroomdraden aan te sluiten volgens het diagram. Verkeerde aansluitingen kunnen een defect aan het toestel of beschadiging van het elektrische systeem van het voertuig tot gevolg hebben.
- Als u aansluitingen met het elektrisch systeem van het voertuig tot stand brengt, dient u rekening te houden met in de fabriek geïnstalleerde componenten (bijv. ingebouwde computer). Maak geen aftakkingen van deze draden om stroom te hebben voor dit toestel. Als u de CDA-9851R aansluit op de zekeringkast, dient u na te gaan of de zekering voor de kring waarop de CDA-9851R wordt aangesloten de juiste ampèrewaarde heeft. Indien de zekering een andere ampèrewaarde heeft, kan dit het toestel en/of het voertuig beschadigen. Raadpleeg uw ALPINE-dealer in geval van twijfel.
- De CDA-9851R is uitgerust met vrouwelijke RCA-aansluitingen om andere toestellen (bijv. een versterker) aan te sluiten die ook over RCA-connectoren beschikken. U heeft misschien een adapter nodig om andere toestellen aan te sluiten. Vraag in dat geval uw erkende ALPINE-dealer om hulp.
- Vergewis u ervan de negatieve luidsprekerdraad (−) aan te sluiten op de negatieve luidsprekerklem (−). Verbind de luidsprekerkabels van het linker en rechter kanaal nooit met elkaar of met de carrosserie van het voertuig.
BELANGRIJK
Noteer het serienummer van uw toestel in de daartoe voorziene ruimte hieronder en houd het bij als referentie. Het serienummer of het gegraveerde serienummer vindt u aan de onderzijde van het toestel.
SERIENUMMER:
INSTALLATIEDATUM:
INSTALLATIETECHNICUS:
PLAATS VAN AANKOOP:
Installatie

Voorzichtig
Als u dit toestel in uw auto installeert, mag u het afneembare front niet verwijderen. Als u het afneembare voorpaneel tijdens de installatie verwijdert, kunt u te hard op de metalen plaat voor het afneembare voorpaneel drukken, waardoor deze plaat verbuigt.
Voorzichtig
Blokkeer de ventilator of de warmteafvoer van het toestel niet, want hierdoor wordt de luchtcirculatie gehinderd. In dit geval kan de warmte in het toestel zich opstapelen en brand veroorzaken

1

Schuif de montageslede uit de hoofdeenheid (zie "Demontage" op deze pagina). Schuif de montageslede in het dashboard en zet de slede vast met de metalen sluitingen.
2

Als uw voertuig uitgerust is met de steun, monteert u de lange zeskantbout in het achterpaneel van de CDA-9851R en plaatst u de rubberen dop op de zeskantbout. Als uw voertuig niet over de montagesteun beschikt, versterkt u de head-unit met de metalen montagebeugel (niet meegeleverd). Verbind alle andere draden van de CDA-9851R overeenkomstig de informatie in het hoofdstuk AANSLUITINGEN.
- Voor de schroef *dient u een schroef te kiezen die geschikt is voor de installatieplaats in het chassis.
3
Schuif de CDA-9851R in het dashboard tot hij vastklikt. Daardoor wordt het toestel stevig vergrendeld en kan het niet loskomen van het dashboard. Plaats het afneembare frontpaneel.
Demontage
-
Verwijder het afneembare frontpaneel.
-
Schuif de optionele beugels achteraan op het toestel via de geleiders aan beide kanten. Het toestel kan nu worden verwijderd uit de montageslede.

- Trek het toestel uit het dashboard en zorg ervoor dat het niet meer vastklikt.


Aansluitingen

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
E --> F["⑥"]
F --> G["⑦"]
G --> H["⑧"]
H --> I["⑨"]
I --> J["⑩"]
J --> K["⑪"]
K --> L["⑫"]
L --> M["⑬"]
M --> N["⑭"]
N --> O["⑮"]
O --> P["⑯"]
P --> Q["⑰"]
Q --> R["⑱"]
R --> S["⑲"]
S --> T["⑳"]
T --> U["㉑"]
U --> V["㉒"]
V --> W["㉓"]
W --> X["㉔"]
X --> Y["㉕"]
Y --> Z["㉖"]
Z --> AA["㉗"]
AA --> AB["㉘"]
AB --> AC["㉙"]
AC --> AD["㉚"]
AD --> AE["㉛"]
AE --> AF["㉜"]
AF --> AG["㉝"]
AG --> AH["㉟"]
AH --> AI["㉳"]
AI --> AJ["㉟"]
subgraph Sensor Components
AK["Naar voertuigdisplay-interface"] --> AL["JASO-antenneplug"]
AL --> AM["ISO-antenneplug"]
AN["(Roze/Zwart) INGANGSDRAAD AUDIO-ONDERBREKING (MUTE)"] --> AO["(Blauw/Wit) INSCHAKELDRAAD VERSTERKER (REMOTE)"]
AP["(Oranje) DIMMER"] --> AQ["(Rood) CONTACTSLOT"]
AR["(Zwart) MASSA"] --> AS["(Blauw) ELEKTRISCHE ANTENNE"]
AT["ACCU"] --> AU["(Geel)"]
AV["(Groen)"] --> AW["(Groen/Zwart)"]
AX["(Wit)"] --> AY["(Wit/Zwart)"]
AZ["(Gijs/Zwart)"] --> BA["(Gijs)"]
BB["(Violet/Zwart)"] --> BC["(Violet)"]
BD["(Violet)"] --> BE["(Violet)"]
BF["(Groen)"] --> BG["(Groen/Zwart)"]
BH["(Wit)"] --> BI["(Wit/Zwart)"]
BJ["(Gijs)"] --> BK["(Gijs)"]
BL["(Violet/Zwart)"] --> BM["(Violet)"]
BN["(Violet)"] --> BO["(Violet)"]
BP["(Groen)"] --> BQ["(Groen/Zwart)"]
BR["(Wit)"] --> BS["(Wit/Zwart)"]
BT["(Gijs)"] --> BU["(Gijs)"]
BV["(Violet/Zwart)"] --> BW["(Violet)"]
BX["(Violet)"] --> BY["(Violet)"]
BZ["(Groen)"] --> CA["(Groen/Zwart)"]
CB["(Wit)"] --> CC["(Wit/Zwart)"]
CD["(Gijs)"] --> CE["(Gijs)"]
CF["(Violet/Zwart)"] --> CG["(Violet)"]
CH["(Violet)"] --> CI["(Violet)"]
CJ["Luidsprekers"] --> CK["Links achter"]
CL["Links voor"] --> CM["Rechts voor"]
CN["Rechts achter"] --> CO["Rechts voor"]
CP["CD-wisselaar (afzonderlijk verkocht)"] --> CQ["Luidsprekers"] --> CR["Versterker"] --> CS["Versterker"] --> DD["Versterker"] --> DJ["Subwoofers"]
① Aansluitconnector voertuigdisplay
Levert stuursignalen voor het voertuigdisplay. Sluit dit aan op de optionele interfacedoos voor het voertuigdisplay. Voor meer informatie over de aansluitingen kunt u terecht bij uw ALPINE-dealer.
② Antennebus
③ Ingangsdraad audio-onderbreking (mute) (Roze/Zwart) Sluit deze draad aan op de audio-uitgang van een gsm, die aardsluiting geeft als een oproep wordt ontvangen.
④ Inschakeldraad versterker (remote) (Blauw/Wit)
Sluit deze draad aan op de inschakeldraad (remote) van uw versterker of signaalprocessor.
⑤ Dimmerdraad (Oranje)
Deze stroomdraad mag worden aangesloten op de stroomdraad voor de instrumentengroepverlichting. Hiermee kunt u het display van het toestel dimmen met de dimmerregeling van het voertuig.
⑥ Geschakelde stroomdraad (contactslot) (Rood)
Sluit deze draad aan op een open contact in de zekeringkast van het voertuig of een andere ongebruikte stroombron die alleen (+) 12 V levert als het contact wordt ingeschakeld of in de accessoirepositie staat.
⑦ Aardingsdraad (Zwart)
Sluit deze draad aan op een goede chassisaarding in het voertuig. Zorg ervoor dat de verbinding tot stand wordt gebracht met blank metaal en degelijk vastgezet is met de meegeleverde plaatmetaalschroef.
⑧ Draad voor de elektrische antenne (Blauw)
Sluit deze draad aan op de +B-klem van uw elektrische antenne, indien van toepassing.
- Deze draad mag alleen worden gebruikt om de elektrische antenne van het voertuig te sturen. Gebruik deze draad niet om een versterker, een signaalprocessor, e.d. aan te sluiten.
⑨ Accustroomdraad (Geel)
Sluit deze draad aan op de positieve pool (+) van de autoaccu.
⑩ ISO-stroomtoevoerconnector
⑪ ISO-aansluiting (luidsprekeruitgang)
⑫ Uitgangsstroomdraad (Groen) luidspreker links achteraan (+)
⑬ Uitgangsstroomdraad (Groen/Zwart) luidspreker links achteraan (-)
⑭ Uitgangsstroomdraad (Wit) luidspreker links vooraan (+)
⑮ Uitgangsstroomdraad (Wit/Zwart) luidspreker links vooraan (−)
⑯ Uitgangsstroomdraad (Grijs/Zwart) luidspreker rechts vooraan (−)
⑰ Uitgangsstroomdraad (Grijs) luidspreker rechts vooraan (+)
⑱ Uitgangsstroomdraad (Violet/Zwart) luidspreker rechts achteraan (-)
⑲ Uitgangsstroomdraad (Violet) luidspreker rechts achteraan (+)
⑳ Ai-NET-connector
Verbind deze met de uitgangs- of ingangsconnector van andere producten (CD-wisselaar, equalizer, iPod-adapter ^v2 , enz.) die uitgerust zijn met Ai-NET.
- Als u de iPod aansluit, hebt u de optionele adapter nodig (KCA-420i). Voor details over de aansluiting, zie Gebruikershandleiding van de KCA-420i.
②1 Stuurwielafstandsbedieningsinterface-connector Naar interfacedoos voor stuurwielafstandsbediening.
② Zekeringhouder (10 A)
②3 RCA-uitgangen achter ROOD is rechts en WIT is links.
②4 RCA-uitgangen voor ROOD is rechts en WIT is links.
②5 RCA-uitgangen subwoofer ROOD is rechts en WIT is links.
②6 Systeemschakelaar
Als u een processor met Ai-NET gebruikt, zet u deze schakelaar in de stand EQ/DIV. Als geen toestel aangesloten is, laat u de schakelaar in de stand NORM staan.
- Vergeet niet het toestel uit te schakelen voor u de positie van de schakelaar verandert.
⑳ Voedingsconnector
⑳ Ai-NET-kabel (meegeleverd bij CD-wisselaar)
⑲ RCA-verlengkabel (afzonderlijk verkocht)
③0 ISO/JASO-antenneadapter (afzonderlijk verkocht) Afhankelijk van het voertuig kan een ISO/JASO-antenneadapter vereist zijn.
Om ruis/storingen in het audiosysteem te voorkomen.
- Plaats het toestel en de draden minstens 10 cm weg van de draadbundels van de auto.
- Houd de accukabels zo ver mogelijk weg van andere draden.
- Maak de aardingsdraad stevig vast op een bloot stuk metaal (verwijder lak, vuil of vet indien nodig) van het autochassis.
- Indien u een aanvullende ruisonderdrukker installeert, sluit deze dan aan zo ver mogelijk van het toestel vandaan. Uw Alpine-dealer verkoopt verschillende ruisonderdrukkers; u kunt bij hem terecht voor bijkomende informatie.
- Raadpleeg uw Alpine-dealer voor verdere informatie, want hij is het best geïnformeerd over het voorkomen van ruis.