San Franc RDM 127 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis San Franc RDM 127 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio met CD-speler en RDS |
| Merk | Blaupunkt |
| Model | San Franc RDM 127 |
| Golfgebieden | FM 87,5 - 108 MHz, MG 531 - 1602 kHz, LG 153 - 279 kHz |
| Uitgangsvermogen | 4 x 23 W sinus (DIN 45324) / 4 x 35 W max. |
| FM-gevoeligheid | 0,9 µV bij 26 dB signaal-ruisverhouding |
| CD-frequentiebereik | 20 - 20.000 Hz |
| Diefstalbeveiliging | KeyCard-systeem met optische LED-indicatie |
| Equalizer | 9-band grafisch, handmatig of preset (Rock, Disco, Jazz, Classic, Vocal) |
| DNC | Dynamische geluidsmaskering (LOW, MID, HIGH, OFF) |
| DSA | Digitale signaalaanpassing met HiFi-afstemming |
| RDS-functies | AF, REG, PTY, EON, TA |
| CD-wisselaar compatibiliteit | Blaupunkt CDC A 05, CDC A 071, CDC F 05 |
| Afstandsbediening | Infrarood RC 05 of RC 06 H (optioneel) |
| Voeding | 12 V DC (autoaccu) |
| Inbouwmaat | 1-DIN (standaard) |
| Displayhelderheid | Instelbaar 1-16, dag en nacht apart |
| Verlichtingskleur | Variocolour: groen tot oranje tot rood |
| Onderhoud contacten KeyCard | Reinigen met alcohol |
| Verkeersveiligheid | Waarschuwingssignaal bij verlaten ontvangstgebied TA |
Veelgestelde vragen - San Franc RDM 127 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over San Franc RDM 127 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding San Franc RDM 127 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. San Franc RDM 127 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING San Franc RDM 127 BLAUPUNKT
Beknopte gebruiksaanwijzing .. 123
Belangrijke aanwijzingen ..... 129
Wat u beslist moet lezen 129
Verkeersveiligheid 129
Inbouw 129
Telefoon-muting.... 129
Accessoires 129
Diefstalbeveiligingssysteem
KeyCard 130
Apparaat in gebruik nemen 130
KeyCard verwijderen 130
Tweede KeyCard programmeren / KeyCard vervangen .... 130
Radiopas-gegevens tonen 130
Optische aanduiding als diefstal- beveiliging .... 131
Onderhoud van de KeyCard...... 131
Weergavesoort kiezen 132
Radioweergave met RDS...... 132
AF - Alternatieve frequentie...... 132
REG - Regionaal.... 132
Golfgebied kiezen 133
Zenderafstemming.... 133
Bladeren in de zenderketens.... 133
Wisselen van geheugenniveau (FM).. 133
Zenders programmeren.... 134
Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore...... 134
Geprogrammeerde zenders oproepen 134
Geprogrammeerde zenders kort laten horen met Preset Scan.... 134
Zenders kort laten horen met Radio-Scan 135
Korte speeltijd (Scan) wijzigen ...... 135
Gevoeligheid van de zoek- afstemming wijzigen .... 135
Stereo-mono wisselen (FM) 135
PTY - Programmatype (soort) ...... 135
Programmatype 135
Ontvangst van verkeersinformatie met RDS-EON.... 138
Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen.... 138
Waarschuwingssignaal 138
Automatische start zoekafstemming .. 138 Volume van verkeersinformatie en
waarschuwingssignaal instellen ..... 139
GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen .... 139
Weergave van cd en cd-wisselaar (CDC) 139
Cd-weergave inschakelen 139
Cd plaatsen.... 139
Cd verwijderen.... 139
Titels kiezen 139
MIX.... 140
CDC-weergave inschakelen 140
Cd's en titels kiezen.... 140
MIX....140
Soort aanduiding kiezen 141
Soort aanduiding bewaren 141
SCAN 141
Cd's benoemen.... 141
Cd-naam wissen met DSC-UPDATE 142
DSA.... 143
Overzicht equalizer-functies 143
HiFi-afstemming.... 143
Handmatige equalizer-instelling ..... 145
Preset-equalizer-instellingen oproepen.... 145
Aanduiding van de equalizer-instellingen 145
Equalizer-mode verlaten 145
DSA-demo 146
DNC 146
Afstellen van DNC 146
DNC-gevoeligheid instellen 146
Programmering met DSC ..... 147
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC 149
Beknopte gebruiksaanwijzing
① In-/uitschakelen met ON:
Druk op ON.
Om het apparaat in te schakelen met ON moet de KeyCard geplaatst zijn. De weergave vindt plaats met het vooraf ingestelde volume.

Uit-/inschakelen met de KeyCard:
Het apparaat moet ingeschakeld zijn met ON.
Let op:
Lees hiervoor beslist de informatie onder "Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard".
Uit-/inschakelen via het contactslot:
Wanneer het apparaat dienovereenkomstig is aangesloten, kan het via het contactslot uit- en weer ingeschakeld worden. Na uitschakelen van het contactslot wijst een dubbele pieptoon u erop dat voor het verlaten van de auto de KeyCard moet worden verwijderd.
Inschakelen met uitgeschakeld contact
Wanneer het contact is uitgeschakeld (KeyCard geplaatst) kan het apparaat zo verder worden bediend: Druk na de dubbele pieptoon op ON. Het apparaat wordt ingeschakeld. Na een speeltijd van een uur wordt het apparaat ter beveiliging van de auto-accu automatisch uitgeschakeld.
②VOL+ / VOL-
Wijzigen van het volume Na het inschakelen vindt de weergave plaats met het vooraf ingestelde volume (VOL FIX). VOL FIX kan worden veranderd (zie "Programmering met DSC").
③
Volume ineens veranderen Door op de 🔍-toets te drukken is het mogelijk het apparaat snel zacht te zetten. Het display geeft "MUTE" aan. Deze functie wordt opgeheven wanneer de toets 🔍 of VOL+ wordt ingedrukt.
Wanneer VOL- wordt ingedrukt, is het normale volume één instelafstand lager dan het ⚫(mute-) volume. Het mute-volume kan zo worden ingesteld:
ger dan het (mute-) volume. Het mute-volume kan zo worden ingesteld:
- Houd ♦ twee seconden ingedrukt (pieptoon klinkt).
Dit volume is geprogrammeerd als mute-volume.
Extra functie
Programmeertoets in het DSC-menu.
④FM T - doorlooptoets
④FM T - doorlooptoets
Druk op de toets om te wisselen tussen de geheugenniveaus I, II en T (Travelstore). Zodra deze toets wordt ingedrukt, wordt automatisch omgeschakeld op FM.
Extra functie FMT
De zes sterkste zenders programmeren met Travelstore:
Druk op FMT totdat de pieptoon klinkt resp. "T-STORE" op het display verschijnt.
⑤M·L - doorlooptoets
Voor midden- en langegolf.
⑥ Tuimelschakelaar
Radioweergave A/ Zoekafstemming opwaarts
neerwaarts <</> trapsgewijs op-/neerwaarts
(op FM alleen wanneer AF uit) alleen op FM: <</> bladeren in de zenderketens indien
AF in
bv. NDR 1, 2, 3, 4, N-JOY, FFN,
ANTENNE...
Cd-weergave A / titels kiezen opwaarts
▼ neerwaarts Wanneer slechts eenmaal op ▼wordt gedrukt, wordt de spelende titel opnieuw afgespeeld.
Snel vooruit verplaatsen, hoorbaar (CUE) Houd>zo lang ingedrukt als gewenst.
<< Snel acheruit verplaatsen, hoorbaar (REVIEW) Houd «zo lang ingedrukt als gewenst.
Weergave met cd-wisselaar (optie) Cd kiezen
opwaarts << neerwaarts
Titels kiezen
opwaarts: kort indrukken CUE - snel vooruit (hoorbaar): ingedrukt houden
neerwaarts: tweemaal of meermaals achtereen kort indrukken REVIEW - snel achteruit (hoorbaar): ingedrukt houden
Extra functies van de tuimelschakelaar:
Overige instelmogelijkheden met:
AUD 20
GEO 19
DSC-MODE 18
PTY 14
Voorwaarde is steeds dat de betreffende functie geactiveerd is.
⑦Display



a) NDR2 - stationsnaam b) VIVALDI - cd-naam of c) 1 : 52 - Time (verstreken speeltijd) en Number (cd-nummer bij gebruik met wisselaar (optie) d) FM - golfgebied e) 6 - voorkeuzetoets (1 - 6) f) I, II, T - geheugenniveau I, II, of Travelstore g) CD-IN - cd is geplaatst h) - stereo i) lo - gevoeligheid van de zoek- afstemming j) AF - alternatieve frequentie bij RDS k) TA - voorrang voor zenders met verkeersinformatie
l) TP - zender met verkeersinformatie (wordt ontvangen) m) PTY - programmatype is geactiveerd n) MIX - weergave cd-titels in willekeurige volgorde o) T5 - vijfde cd-titel wordt weergegeven
⑧Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard
Voor het bedienen van het apparaat moet de KeyCard geplaatst zijn.

KeyCard plaatsen
Wanneer de KeyCard-tong naar buiten geschoven is:
Schuif de KeyCard met het contact-oppervlak naar boven in de sleuf.
Druk zonodig op de KeyCard-tong om deze vast te klikken. Lees beslist de informatie onder "Diefstalbeveiligings-systeem KeyCard".
Knipperende KeyCard-tong
Wanneer de radio is uitgeschakeld en de KeyCard is verwijderd, knippert de KeyCard-tong als optische diefstalbeveiliging, mits de juiste instelling is uitgevoerd.
Nadere informatie: "Programmeren met DSC". Het knipperen kan met de KeyCard-tong worden uitgeschakeld, wanneer deze door drukken wordt vastgeklikt.
⑨SC/MIX
Radiogebruik
Scan
Druk kort op SC/MIX –
"FM SCAN" en het symbool van de kort weergegeven zender zijn ombeurten verlicht. Alle te ontvangen FM-zenders zijn kort te horen.
Preset Scan
Preset Scan kan alleen worden gestart wanneer PTY is uitgeschakeld ("PTY" is niet verlicht op het display).
Houd SC/MIX ca. twee seconden ingedrukt –
De pieptoon klinkt, "SCAN" en het symbool van de te horen zender zijn afwisselend verlicht.
De onder de voorkeuzetoetsen geprogrammeerde zenders worden kort weergegeven.
Scan/Preset Scan stoppen:
Druk opnieuw op SC/MIX.
PTY-Scan
PTY-Scan kan alleen worden gestart wanneer PTY is ingeschakeld ("PTY" is verlicht op het display).
De zenders van de gekozen programmasoort zijn kort te horen.
Cd-weergave
MIX
Wanneer MIX is ingeschakeld, verschijnt "MIX" op het display. Met MIX worden de cd-titels in willekeurige volgorde weergegeven.
MIX in-/uitschakelen:
Druk kort op SC/MIX.
Cd-Scan
Houd SC/MIX ca. twee seconden ingedrukt – De pieptoon weerklinkt, "CD-SCAN" verschijnt. De cd-titels worden kort weergegeven.
Cd-Scan stoppen:
Druk opnieuw op SC/MIX.
Weergave van cd-wisselaar (CDC, optie)
MIX CD
Titels van een cd worden in willekeurige volgorde weergegeven.
Cd-keuze op volgorde van nummer.
MIX MAG
Titels van een cd worden in willekeurige volgorde weergegeven.
Cd-keuze in willekeurige volgorde.
MIX OFF
MIX is uitgeschakeld.
Druk zo vaak op SC/MIX totdat de gewenste functie kort op het display getoond wordt.
Cd-Scan
Houd SC/MIX ca. twee seconden ingedrukt – De pieptoon weerklinkt, "CDCSCAN" verschijnt. De cd-titels worden kort weergegeven.
Cd-Scan stoppen:
Druk opnieuw op SC/MIX.
10lo
Gevoeligheid van de zoekafstemming wijzigen:
Druk kort op de toets.
Mono/stereo omschakelen:
Houd de toets ca. twee seconden ingedrukt (pieptoon).
Bij monoweergave verdwijnt het stereo-symbool.
⑪ TA (Traffic Announcement = voorrang voor verkeersinformatie)
Wanneer op het display "TA" is aangegeven, worden alleen zenders met verkeersinformatie weergegeven.
Voorrang in/uit: druk op TA.
⑫ DSA (Digital Signal Adaptation - digitale signaalaanpassing)
Voor het bedienen van de equalizer-functies en de DNC-rijgeluidenmaskering.
Lees de uitvoerige beschrijving onder "DSA", "Equalizer" resp. "DNC".

Radioweergave
Alternatieve frequentie bij weergave met RDS: wanneer "AF" op het display verschijnt, zoekt de radio met RDS automatisch een beter te ontvangen frequentie van dezelfde zender op. AF in/uit: druk kort op toets AF.
Regio-functie in-/uitschakelen: Houd de AF-toets ca. twee seconden ingedrukt (pieptoon). Op het display verschijnt "REG-ON" of "REG-OFF" (zie REG - Regionaal).
Cd-gebruik
Omschakelen van de aanduiding tussen Number en Time (verstreken speeltijd): Druk kort op AF.
Weergave van cd-wisselaar (optie)
Omschakelen van de aanduiding tussen Name, Time (verstreken speeltijd) en Number (cd-nummer): Druk kort op AF.
14 PTY
Programme Type = programmatype Met PTY veranderen de voorkeuzetoetsen in programmatype-toetsen. Met elke voorkeuzetoets kan een type programma worden gekozen, zoals bv. NIEUWS, SPORT, POP, WETENSCHAP.
⑮ △·SRC
SRC (Source = bron)
Wanneer een cd is geplaatst, kunt u wisselen tussen de functie-modes radio, cd en CDC/AUX (indien geactiveerd).
△ (Eject)
Wanneer u de toets twee seconden ingedrukt houdt, wordt de cd uit het apparaat geschoven.
⑯1, 2, 3, 4, 5, 6 - voorkeuzetoetsen
Per geheugenniveau (I, II, en T) kunnen op de FM-band zes zenders worden geprogrammeerd. Op de MG- en LG-band kunt u elk zes zenders programmeren.
Zenders programmeren – druk bij radioweergave zo lang op een voorkeuzetoets, tot het programma weer te horen is (pieptoon).
Zenders oproepen – stel het golfgebied in. Kies op FM het geheugenniveau en druk op de overeenkomstige voorkeuzetoets.
Extra functie voorkeuzetoetsen
PTY-programmatype programmeren en oproepen Wanneer PTY geactiveerd is ("PTY" op het display), kunt u bij FM-weergave voor elke voorkeuzetoets een programmatype vastleggen en oproepen.
⑰ Opening voor cd
Nadat de cd met het label naar boven in de opening geschoven is, wordt deze automatisch naar de afspeelpositie gebracht. Er wordt automatisch overgeschakeld op cd-weergave.
Met DSC kunnen programmeerbare basisinstellingen worden aangepast. Nadere informatie: "Programmeren met DSC".
19 GEO
Voor het instellen van balans (links/rechts) en fader (voor/achter)

fader voor v fader achter << balans links
balans rechts
De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen.
GEO uitschakelen: druk opnieuw op de toets.
Wanneer de instelling binnen vier seconden niet wordt gewijzigd, schakelt het display terug naar de vorige toestand.
Extra functie GEO
Aparte balans- en fader-instelling voor verkeersinformatie (zie "GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen").
20AUD
Voor het instellen van treble (hoge tonen) en bass met de tuimelschakelaar

De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen.
AUD uitschakelen: druk opnieuw op de toets.
Wanneer de instelling binnen vier seconden niet wordt gewijzigd, wordt de AUD-instelling automatisch beëindigd.
Extra functie AUD
Loudness-aanpassing van zachte lage tonen aan het menselijk gehoor.
Loudness in-/uitschakelen:
Houd AUD ca. twee seconden ingedrukt (pieptoon).
De loudness is ingeschakeld wanneer op het display "LD" verlicht is. Nadere informatie: zie "Programmeren met DSC".
Belangrijke aanwijzingen
Wat u beslist moet lezen
Lees voordat u uw autoradio in gebruik neemt de volgende aanwijzingen a.u.b. zorgvuldig door.
Verkeersveiligheid
De verkeersveiligheid gaat vóór alles. Gebruik daarom uw autoradio altijd zo, dat u steeds alert op de heersende verkeerssituatie kunt reageren.
Bedenk dat u al bij een snelheid van 50 km/u elke seconde 14 meter aflegt.
Het is raadzaam uw autoradio niet te bedienen in moeilijke verkeerssituaties.
De waarschuwingssignalen van bv. politie en brandweer moeten in de auto op tijd en duidelijk te horen zijn.
Beluister tijdens het rijden uw programma daarom alleen met een aangepast geluidsvolume.
Inbouw
Wanneer u de installatie zelf wilt inbouwen of verwijderen, lees dan beslist vooraf de meegeleverde aanwijzingen voor inbouw en aansluiting.
Voor een probleemloos gebruik moet de pluspool via het contact en via een continue plus-aansluiting zijn aangesloten.
Verbind de luidsprekeruitgangen nooit met de massa!
Telefoon-muting
Wanneer u in uw auto een autotelefoon gebruikt, kan de radio- of cd-weergave bij gebruik van de telefoon automatisch worden onderdrukt (telefoon-muting).
Op het display verschijnt dan "PHONE". Verkeersinformatie heeft voorrang wanneer TA geactiveerd is. De mededeling wordt afgebroken wanneer u op TA drukt.
Accessoires
Gebruik alleen door Blaupunkt toegelaten accessoires en reserve-onderdelen.
Met dit apparaat kunt u de volgende Blaupunkt-producten bedienen:
Cd-wisselaar
CDC A 05, CDC A 071 of CDC F 05.
Afstandsbediening
De infrarood-afstandsbediening RC 05 of RC 06 H maakt de bediening van de belangrijkste functies vanaf het stuurwiel mogelijk.
RC 06 H is een handafstandsbediening.

Bij de radio wordt een KeyCard meegeleverd.
De autoradio kan echter ook met een tweede KeyCard worden bediend. Wanneer een KeyCard verloren of beschadigd raakt, kan uw dealer u aan een nieuwe KeyCard helpen.
Wanneer u twee KeyCards gebruikt, worden de instellingen van de eerste KeyCard overgenomen. U heeft echter de mogelijkheid om de volgende functies individueel te programmeren:
programmering van de voorkeuzetoetsen, instelling van bass, treble (hoge tonen), balans en fader, loudness, TA (volume verkeersmeldingen), pieptoon-volume.
Bovendien blijft de laatst ingestelde toestand zoals die van golfgebied, zenderafstemming, TA-voorrang, AF, REG ON/OFF, SCANTIME, gevoeligheid van de zoekafstemming en VOL FIX, bewaard.
Zo treft u na het plaatsen van uw KeyCard de door u gekozen instellingen opnieuw aan.
Apparaat in gebruik nemen
- Zet het apparaat aan.
Schuif, wanneer de KeyCard-tong naar buiten geschoven is, de KeyCard met het contactoppervlak naar boven in de sleuf.
De autoradio is klaar voor gebruik.
Wanneer een vreemde KeyCard wordt geplaatst, verschijnt "CARD ERR" op het display. Bedien het apparaat dan niet. Na ca. tien seconden schakelt het apparaat zichzelf uit.
Wanneer u een vreemde kaartsoort plaatst (bv. telefoonkaart of creditcard), verschijnt ca. twee seconden lang "WRONG KC". Verwijder de vreemde kaart en plaats een kaart die bekend is bij het apparaat.
- Druk op ON om in te schakelen.
KeyCard verwijderen
Trek de KeyCard nooit uit het apparaat!
• Druk eerst op de KeyCard.
De KeyCard komt in de uitneempositie.
- Verwijder de KeyCard.
Tweede KeyCard programmeren / KeyCard vervangen
Een KeyCard kan als extra KeyCard worden geprogrammeerd wanneer het apparaat in werking is met de eerste KeyCard.
Wanneer u een tweede KeyCard wilt programmeren:
- Plaats de eerste KeyCard en zet het apparaat aan.
- Druk op DSC en kies "LEARN KC" met ∧/∨.
- Druk op << of >>.
Op het display verschijnt "CHANGE".
- Druk op de KeyCard. Deze komt in de uitneempositie.
- Verwijder de eerste KeyCard en schuif, zolang "CHANGE" te zien is, de nieuwe KeyCard erin.
Het apparaat kan nu ook met de nieuwe KeyCard worden bediend.
Er kunnen maximaal twee KeyCards voor het apparaat geprogrammeerd zijn.
Wanneer een derde KeyCard geprogrammeerd wordt, wordt automatisch de autorisatie van de KeyCard die niet gebruikt werd bij het programmeren, gewist.
Radiopas-gegevens tonen
Met de geleverde KeyCard kunt u de gegevens van de radiopas, zoals naam van het apparaat, typenummer (76 ...) en apparaat-nummer op het display laten verschijnen.
De bediening hiervoor vindt u onder "Programmeren met DSC - READ KC".
De tweede, bij uw dealer verkrijgbare, KeyCard biedt de mogelijkheid om onder de DSC-menu-optie "READ KC" via bewegende tekst korte informatie te tonen, bv. het telefoonnummer van de autowerkplaats, alarmnummer van de autoclub.
Een hiervoor toegeruste dealer kan een vrij te kiezen tekst met maximaal 48 karakters invoeren.
Turn On Message (T.O.M.)
= informatie bij inschakelen
De tweede, bij uw dealer verkrijgbare KeyCard biedt de mogelijkheid bij iedere keer dat het apparaat wordt ingeschakeld een "Turn On Message" naar keuze te laten zien.
Een hiervoor toegeruste dealer kan een vrij te kiezen tekst met maximaal 48 karakters invoeren.
Telkens wanneer u het apparaat met de tweede KeyCard inschakelt, verschijnt deze tekst.
Optische aanduiding als diefstalbeveiliging
KeyCard-tong knippert
Wanneer de auto geparkeerd is en de KeyCard is verwijderd, kan de KeyCard-tong knipperen als diefstalbeveiliging.
Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan:
De pluspool en de continue pluspool moeten juist zijn aangesloten, zoals in de handleiding beschreven.
In de DSC-mode moet "LED ON" ingesteld zijn.
Lees hiervoor zonodig "Programmering met DSC - LED".
Knipperen uitschakelen
Het knipperen kan worden uitgeschakeld door zo op de KeyCard te drukken dat deze vastklikt.
Wanneer u het knipperen geheel wilt uitschakelen, stelt u in het DSC-menu "LED OFF" in.
Onderhoud van de KeyCard
Probleemloos functioneren van de KeyCard is gewaarborgd wanneer de contacten vrij zijn van vreemde deeltjes. Vermijd direct aanraken van de contacten met de handen.
Reinig de contacten van de KeyCard indien gewenst met een in alcohol gedrenkt wattenstaafje.
Weergavesoort kiezen
Met SRC (Source = bron) kunt u kiezen tussen de volgende weergavesoorten:
Radio,
Cd
CDC (AUX)
AUX kan alleen worden gekozen indien een Blaupunkt cd-wisselaar is aangesloten.
In het DSC-menu moet "AUX ON" zijn ingesteld.
Cd kan alleen worden gekozen wanneer een cd is geplaatst.
Omschakelen naar een andere weergavesoort:
- Druk kort op SRC.
Radioweergave met RDS (Radio Data System)
Het Radio Data System biedt u meer comfort bij het luisteren naar de radio op FM. Steeds meer radiozenders zenden bij hun programma's ook RDS-informatie uit.
Zodra een radioprogramma kan worden herkend, verschijnt ook de afkorting van de zender op het display, eventueel met regionale identificatie, bijvoorbeeld "NDR1 NDS" (Neder-Saksen). Met RDS worden de voorkeuzetoetsen gebruikt als programmatoetsen. Zo weet u precies op welk programma u bent afgestemd en kunt u ook gericht het gewenste programma kiezen.
RDS biedt u nog meer voordelen:
AF - Alternatieve frequentie
De AF-functie (Alternatieve frequentie) zorgt ervoor dat automatisch op de best te ontvangen frequentie van het gekozen programma wordt afgestemd.
Deze functie is ingeschakeld wanneer "AF" op het display verschijnt.
AF in-/uitschakelen:
- Druk kort op de AF-toets.
Tijdens het zoeken naar de sterkste frequentie kan de radioweergave even onderbroken worden.
Wanneer bij het aanzetten van het apparaat of bij het kiezen van een geprogrammeerde frequentie "SEARCH" op het display verschijnt, zoekt het apparaat automatisch naar een alternatieve frequentie.
"SEARCH" verdwijnt wanneer een alternatieve frequentie gevonden is of na het doorlopen van de frequentieband.
Wanneer dit programma niet meer naar wens te ontvangen is:
- Kies een ander programma.
REG - Regionaal
Bepaalde programma's van radiozenders worden op bepaalde tijden in regionale uitzendingen verdeeld. Zo verzorgt bv. het eerste net van de NDR op bepaalde tijden programma's van verschillende inhoud voor gebieden in de noordelijke Duitse deelstaten Sleeswijk-Holstein, Hamburg en Neder-Saksen.
Wanneer u een regionaal programma ontvangt en dit wilt blijven beluisteren:
- Houd AF ca. twee seconden ingedrukt. Op het display verschijnt "REG ON".
Wanneer u het ontvangstgebied van de regionale zender verlaat, of de volledige RDS-service verlangt, schakelt u over op "REG OFF":
- Houd AF ca. twee seconden ingedrukt, totdat "REG OFF" verschijnt.
Steeds wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, verschijnt kort "REG ON" of "REG OFF" op het display.
Golfgebied kiezen
U kunt kiezen tussen de frequentiegebieden FM 87,5 - 108 MHz,
MG 531 - 1602 kHz en
LG 153 - 279 kHz.
- Schakel de gewenste frequentieband in met FMT of M·L.
Wisselen tussen MG/LG:
- druk op M·L.
Zenderafstemming
Zoekafstemming ∧ ∨
- Druk op /, de autoradio zoekt automatisch de volgende zender.
Wanneer A naar boven of naar beneden ingedrukt gehouden wordt, loopt de zoekafstemming snel opwaarts of neerwaarts verder.

Zoekafstemming
opwaarts neerwaarts
<< / >> trapsgewijs omlaag/omlaag (op FM alleen indien AF uit)
Handmatig afstemmen met << >>
U kunt ook handmatig op zenders afstemmen.
Voorwaarde:
AF en PTY zijn uitgeschakeld (de symbolen zijn niet op het display te zien).
Indien gewenst schakelt u deze functies zo uit:
• Druk op AF resp. PTY.
Handmatige afstemming uitvoeren:
- Druk op << >>. De frequentie wordt trapsgewijs omlaag/omhoog gewijzigd.
Wanneer de tuimelschakelaar << >> links of rechts ingedrukt gehouden wordt, vindt de frequentiedoorloop snel plaats.
Bladeren in de zenderketens (alleen FM)
Met << >> kunt u zenders uit het ontvangstgebied oproepen. Wanneer meer zenders van 'zenderketens' te ontvangen zijn, kunt u met >> (vooruit) of << (achteruit) bladeren in de zenderketens, bv. NDR 1, 2, 3, 4, N-JOY, FFN, ANTENNE ...
Voorwaarden hiervoor zijn dat deze zenders minstens eenmaal ontvangen zijn en dat "AF" geactiveerd is (staat op het display).
Start hiervoor bv. Travelstore:
- Houd FM T ca. twee seconden ingedrukt; er volgt een frequentiedoorloop.
Wanneer "AF" niet brandt:
• Druk op AF.
Aan de voorwaarden voor de zenderkeuze met << >> is voldaan.
Wisselen van geheugenniveau (FM)
U kunt de geheugenniveaus I, II en T afwisselen om zenders te programmeren en om geprogrammeerde zenders op te roepen.
Het gekozen geheugenniveau verschijnt op het display.
- Druk zo vaak op FM T totdat het gewenste geheugenniveau wordt aangegeven op het display.
Zenders programmeren
Op de FM-band kunt u voor elk geheugenniveau (I, II, T) zes zenders programmeren met de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6.
Op de MG- en LG-band kunt u eveneens elk zes zenders programmeren.
- Kies het geheugenniveau met FM T of M·L.
- Stem af op een zender met de tuimeltoets (automatisch ∧/∨ of handmatig << >>).
- Druk zo lang op de gewenste voorkeuzetoets, tot het programma weer te horen is na de geluidsonderdrukking (ca. twee seconden), resp. tot de pieptoon klinkt.
De zender is nu geprogrammeerd.
Het display geeft aan welke toets ingedrukt is.
Let op:
Indien u afstemt op een reeds geprogrammeerde zender terwijl u zich op een ander geheugenniveau bevindt, knipperen op het display het betreffende geheugenniveau en de voorkeuzetoets.
Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore
U kunt de zes sterkste FM-zenders op volgorde van sterkte, elk uit hun eigen ontvangstgebied, automatisch programmeren. Deze functie is vooral handig op reis.
- Houd FM T ca. twee seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt "T-STORE".
De zes sterkste FM-zenders worden automatisch opgeslagen op geheugenniveau "T" (Travelstore). Na voltooiing wordt op de sterkste zender afgestemd.
Indien gewenst kunnen op het Travelstore-niveau ook handmatig zenders worden ingesteld (zie "Zenders programmeren").
Geprogrammeerde zenders oproepen
Indien gewenst kunt u geprogrammeerde zenders oproepen met een druk op de toets.
- Kies het geheugenniveau met FM T of M·L. Druk hiervoor zo vaak kort op FMT totdat het gewenste niveau wordt aangegeven op het display.
- Druk kort op de betreffende voorkeuzetoets.
Geprogrammeerde zenders kort laten horen met Preset Scan
U kunt alle geprogrammeerde zenders op elk frequentiegebied kort laten horen.
Preset Scan kan alleen worden gestart wanneer PTY is uitgeschakeld ("PTY" is niet verlicht op het display).
• Druk indien gewenst op PTY.
Het apparaat laat alle geprogrammeerde zenders van het frequentiegebied achtereenvolgens kort horen. De nummers van de voorkeuzetoetsen en het geheugenniveau knipperen op het display.
Wilt u een van de gehoorde zenders blijven beluisteren/Preset Scan beëindigen:
• Druk kort op SC/MIX.
Zenders kort laten horen met Radio-Scan
U kunt alle te ontvangen zenders kort laten horen.
Scan inschakelen:
• Druk kort op SC/MIX.
De frequentie of het symbool van de zender knippert op het display. Tijdens het zoeken is "SCAN" verlicht.
Gehoorde zender kiezen/Scan uitschakelen:
• Druk kort op SC/MIX.
Wanneer u geen zender kiest, wordt de zoekafstemming beëindigd nadat de frequentieband eenmaal doorlopen is. U hoort weer de oorspronkelijke zender.
Korte speeltijd (Scan) wijzigen
De korte speeltijd kan worden ingesteld tussen 5 en maximaal 30 seconden.
Indien u de speeltijd wilt veranderen, lees dan "DSC-programmering - SCANTIME".
Gevoeligheid van de zoekafstemming wijzigen
U kunt de gevoeligheid van de automatische zoekafstemming wijzigen.
Wanneer "lo" wordt getoond, worden alleen goed te ontvangen zenders gezocht (geringe gevoeligheid).
Wanneer "lo" wordt uitgeschakeld, worden ook minder goed te ontvangen zenders gezocht. Wisselen van gevoeligheidsniveau:
- Druk kort op lo.
U kunt de gevoeligheidsgraad traploos variëren. Lees hiervoor desgewenst "Programmering met DSC - S-LO, S-DX".
Stereo-mono wisselen (FM)
Bij ongunstige ontvangstcondities kunt u overschakelen op mono:
- Houd lo ca. twee seconden ingedrukt.
Bij monoweergave verdwijnt het stereoteken op het display.
Telkens wanneer u het apparaat aanzet, is de stereoweergave ingesteld.
Bij slechte ontvangst schakelt het apparaat automatisch over op monoweergave.
PTY - Programmatype (soort)
Dit is een RDS-service die geleidelijk aan door de omroepen wordt ingevoerd. Hiermee is het mogelijk gericht FM-zenders van een bepaald type te kiezen. Wanneer u het programmatype gekozen heeft, kan de keuze van de zenders met de zoekafstemming of met Scan worden uitgevoerd. PTY in-/uitschakelen
- Druk op PTY.
Wanneer de functie ingeschakeld is, laat het display kort het laatst gekozen programmatype zien. Rechts onder staat continu "PTY".
Programmatype
Met << >> kunt u het laatst gekozen programmatype aangeven en een ander kiezen.
Met de voorkeuzetoetsen 1 - 6 kunt u geprogrammeerde programmatypes kiezen.
Voorwaarde: PTY is ingeschakeld.
Met DSC kunt u de taal kiezen uit Duits en Engels (zie "Programmering met DSC - PTY LANG").
De hierna vermelde programmatypes staan ter beschikking.
De vetgedrukte letters zijn identiek aan de kort getoonde PTY-vermelding op het display.
NEWS
nieuws
CURRENT AFFAIRS politiek
INFORMATION
gesproken woord
SPORT
sport
EDUCATE
educatief
DRAMA
hoorspel + literatuur
CULTURE
cultuur / religie
wetenschap
wetenschap
gevarieerd
ontspanning
popmuziek
popmuziek
rockmuziek
rockmuziek
M.O.R.M.
ontspanningsmuziek
licht klassiek
licht klassiek
klassiek
serieus klassiek
overige muziek
overige muziek
PTY 16 t/m PTY 30 zijn nog niet bezet.
Programmatype van de zender opvragen
- Houd PTY ca. twee seconden ingedrukt.
Na de pieptoon wordt aangegeven welk soort programma de ontvangen zender uitzendt.
Wanneer "NO PTY" verschijnt, heeft de zender geen PTY-kenmerk.
Gekozen programmatype tonen
- Druk op << of op >>.
Het laatst gekozen programmatype wordt kort getoond.
Programmatype kiezen
a) met de voorkeuzetoetsen
Wanneer PTY uitgeschakeld is, kunnen met de toetsen 1 - 6 door de fabriek vastgelegde programmatypes worden gekozen.
- Druk op een van de toetsen 1 - 6. Het display toont twee seconden het gekozen programmatype.
Wanneer u een andere zender van dit programmatype wilt beluisteren:
- Start de zoekafstemming met ∧/V. Wanneer geen zender van het gekozen programmatype gevonden wordt, toont het dis-
play kort "NO PTY". De pieptoon is te horen. De laatst ingestelde zender wordt ontvangen.
U kunt op elke plaats in het geheugen een ander beschikbaar programmatype vastleggen. Lees indien nodig de volgende paragraaf, "Programmatype kiezen".
b) met << >> van de tuimelschakelaar (zoekafstemming)
Wanneer PTY uitgeschakeld is, kunt u met << of >> een programmatype kiezen.
- Druk op << of >>. Het laatst gekozen programmatype wordt drie seconden getoond.
- Kies in deze tijd met >> (vooruit) of << (achteruit) het gewenste programmatype.
- Druk zo vaak op << of >> als nodig is.
Wanneer u een zender van dit programmatype wilt horen:
- Start de zoekafstemming met ∧/∨.
Wanneer geen zender van het gekozen programmatype gevonden wordt, toont het display kort "NO PTY". De pieptoon is te horen. De laatst ingestelde zender wordt ontvangen.
Programmatype programmeren
Van fabriekswege is onder elk van de voorkeuzetoetsen 1 - 6 een programmatype vastgelegd.
U kunt echter ook andere beschikbare programmatypes programmeren.
Wanneer u een ander programmatype wilt programmeren, moet "PTY" op het display verlicht zijn.
- Schakel zonodig "PTY" in met de PTY-toets.
- Kies het programmatype met << >>.
- Druk zo lang op de gekozen toets (1-6), totdat de pieptoon te horen is.
Het gekozen programmatype kan met deze toets worden opgeroepen indien "PTY" verlicht is.
Zenders kort laten horen met PTY-SCAN
Voorwaarde: PTY moet verlicht zijn op het display.
• Druk op SC. De radio laat de te ontvangen zenders van dit programmatype kort horen. SCAN uitschakelen: • Druk nogmaals op SC.
Voorrang PTY
Situatie
PTY is ingeschakeld, de aanduiding op het display is verlicht.
Er is momenteel geen zender van het gekozen programmatype te ontvangen (met zoekafstemming of Scan).
Het apparaat schakelt terug naar de oorspronkelijke zender.
Zodra binnen dezelfde 'zenderketen' een zender van het gekozen programmatype te ontvangen is, schakelt het apparaat bij gebruik van de radio voor de duur van de uitzending over op deze zender.
Voorbeeld:
- oorspronkelijke zender: NDR3
- "PTY" op het display
- "POP" gekozen
- zoekafstemming gestart
- geen zender met "PTY-POP" gevonden
- display toont "NO PTY" en schakelt
- automatisch terug naar NDR 3
- NDR 2 zendt "PTY POP" uit
- apparaat schakelt binnen de zenderketen over op NDR 2, zolang deze zender "POP" uitzendt.
Ook bij cd- en CDC-gebruik schakelt het apparaat binnen de zenderketen over op de radiozender van het gekozen programma-type.
Na het einde van de PTY-uitzending blijft het apparaat op radiogebruik staan.
Let op:
Zoals al vermeld werd, zijn deze functies momenteel nog niet met alle RDS-zenders te gebruiken.
Ontvangst van verkeersinformatie met RDS-EON
Onder EON verstaat men het uitwisselen van programma-informatie binnen een zenderketen.
Veel FM-zenders zenden regelmatig actuele verkeersinformatie uit voor hun regio.
Zenders met verkeersinformatie zenden ter identificatie een signaal uit, waaraan uw autoradio ze herkent. Wanneer een dergelijk signaal herkend wordt, verschijnt op het display "TP" (Traffic Program - Uitzending met verkeersinformatie).
Daarnaast zijn er zenders die zelf geen verkeersinformatie uitzenden, maar met RDS-EON de mogelijkheid bieden de verkeersinformatie van een andere zender van dezelfde omroep te ontvangen.
Wanneer bij ontvangst van een dergelijke zender (bv. NDR3) de voorrang voor verkeersinformatie geactiveerd moet zijn, dan moet "TA" op het display verlicht zijn.
Bij verkeersinformatie wordt automatisch overgeschakeld op de zender met de verkeersinformatie (in dit geval NDR2). Dan volgt de verkeersinformatie, waarna automatisch naar het ervoor beluisterde programma (NDR3) wordt teruggeschakeld.
Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen
Op het display is "TA" verlicht wanneer de voorrang voor verkeersinformatie ingeschakeld is.
Om de voorrang in of uit te schakelen:
• Druk op TA.
Wanneer u tijdens een verkeersmededeling op TA drukt, wordt de voorrang alleen voor deze mededeling onderbroken. Het apparaat schakelt terug naar de oorspronkelijke toestand. Voor volgende meldingen blijft de voorrang behouden.
Diverse toetsen hebben geen functie tijdens de verkeersinformatie.
Waarschuwingssignaal
Wanneer u het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, hoort u na ca. 30 seconden een waarschuwingssignaal.
Wanneer u op een voorkeuzetoets drukt waaronder een zender zonder TP-signaal is geprogrammeerd, hoort u eveneens een waarschuwingssignaal.
Waarschuwingssignaal uitschakelen
a) Stem af op een andere zender met verkeersinformatie.
- Druk hiervoor op de tuimelschakelaar of
- druk op een voorkeuzetoets waaronder een zender met verkeersinformatie geprogrammeerd is.
of
b) Zet de voorrang voor verkeersinformatie uit.
• Druk op TA.
De aanduiding "TA" op het display verdwijnt.
Automatische start zoekafstemming (cd- en CDC-weergave)
Wanneer u een cd beluistert en het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, zoekt de autoradio automatisch een andere zender met verkeersinformatie. Wanneer ca. 30 seconden na het begin van de zoekafstemming geen programma met verkeersinformatie gevonden wordt, stopt de cd en hoort u een waarschuwingssignaal. U kunt het waarschuwingssignaal op de reeds beschreven manier afzetten.
Weergave van cd en cd-wisselaar (CDC)
Volume van verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen
Dit volume is door de fabriek ingesteld. U kunt echter een verandering aanbrengen met DSC (zie "Programmering met DSC - TA VOL").
GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen
Balans en fader kunnen apart worden ingesteld voor de duur van de verkeersinformatie en het waarschuwingssignaal.
Het is bijvoorbeeld mogelijk om de verkeers-informatie alleen via de linker luidsprekers weer te geven.
De chauffeur krijgt zo zijn belangrijke verkeersinformatie, terwijl de passagiers achterin zo min mogelijk gestoord worden.
Instellen:
- Stel tijdens een verkeersmededeling balans en fader in zoals u deze voortaan wilt beluisteren.
Met dit apparaat kunt u cd's afspelen. Bovendien kunt u de cd-weergave via een Blaupunkt cd-wisselaar CDC-A 05, -A 071 of -F 05 comfortabel bedienen.
Deze cd-wisselaars maken geen deel uit van het geleverde pakket en zijn verkrijgbaar bij de vakhandel.
Cd-weergave
Cd-weergave inschakelen
Cd geplaatst, "CD IN" op het display.
Met SRC wisselt u van geluidsbron:
- Druk zo vaak op SRC, tot op het display kort "CD" verschijnt.
Cd plaatsen
- Zet het apparaat aan.
- Schuif de cd (tekst naar boven) zonder forceren in de opening.
De cd wordt automatisch naar de afspeel-positie getransporteerd. De cd-weergave volgt.
Cd verwijderen
- Houd ca. een seconde ingedrukt. De cd wordt uit de opening geschoven. Het automatische transport van de cd mag
ter bescherming van het mechaniek niet worden gehinderd of geholpen.
Wanneer de cd niet verwijderd wordt, wordt deze na ca. 30 seconden naar binnen getransporteerd.
Titels kiezen
Na plaatsing van de cd verschijnen de ingeschakelde functies op het display.

A / Titels kiezen opwaarts
y neerwaarts
Wanneer slechts eenmaal op vgedrukt wordt, start de spelende titel opnieuw.
Snel vooruit verplaatsen, hoorbaar (CUE)
Houd >> zo lang als nodig ingedrukt.
<< Snel achteruit verplaatsen, hoorbaar (REVIEW)
Houd «zo lang als nodig ingedrukt.
Met de tuimelschakelaar worden de titels doorlopen. Door meermaals op de tuimelschakelaar te drukken, kunt u verschillende muziekstukken tegelijk overslaan.
Op het display wordt naast "T" (track) het bijbehorende nummer van het gekozen muziekstuk aangegeven.
MIX
De cd-titels kunnen in willekeurige volgorde worden weergegeven. MIX is ingeschakeld, wanneer op het display "MIX" verlicht is.
MIX in-/uitschakelen:
• Druk kort op SC/MIX.
CDC-weergave
CDC-weergave inschakelen
Er moet een magazijn met minstens één cd geplaatst zijn.
Met SRC wisselt u van geluidsbron:
- Druk zo vaak op SRC, tot op het display kort "CDC ON" verschijnt.
Cd's en titels kiezen
Cd kiezen
opwaarts
neerwaarts
Titels kiezen
opwaarts: kort indrukken CUE - snel vooruit (hoorbaar): ingedrukt houden; neerwaarts: tweemaal of meermaals achtereen kort indrukken. Opnieuw starten van de titel: kort indrukken REVIEW - snel achteruit (hoorbaar): ingedrukt houden
MIX
De cd-titels kunnen in willekeurige volgorde worden weergegeven.
MIX CD – De titels van de gekozen cd worden in willekeurige volgorde weergegeven. De volgende cd's worden op volgorde van nummer afgespeeld. Voor de weergave van de titels geldt MIX (willekeurige volgorde).
MIX MAG – CDC-A 05 / -F 05 Alle titels van de cd worden in willekeurige volgorde weergegeven. Daarop wordt de volgende cd in willekeurige volgorde gekozen en afgespeeld enz.
MIX OFF – MIX is uitgeschakeld. De cd's en de titels worden op volgorde van nummer afgespeeld.
Functie wisselen:
- Druk zo vaak kort op SC/MIX totdat de gewenste functie kort op het display verschijnt.
Wanneer MIX is ingeschakeld, is rechts op het display "MIX" verlicht.
Cd- en CDC-weergave
Soort aanduiding kiezen
U kunt bij cd-weergave het soort aanduiding kiezen:
"NAME" – De ingevoerde naam, bv. "MADONNA", wordt aan- gegeven.
"TIME" – De verstreken tijd van de titel, bv. "2 : 32", wordt in minuten aangegeven.
Bovendien bij CDC-weergave:
"NUMBER" – Disk-nummer, bv "CD 8" wordt aangegeven.
Wisselen van soort aanduiding bij cd-gebruik:
• Druk op AF.
Het soort aanduiding verschijnt kort, bv, "TIME", "2:32".
Wanneer u "NAME" heeft gekozen, zonder dat voor de cd een naam is ingevoerd, verschijnt "CD PLAY" op het display.
Lees hiervoor ook de paragraaf "Cd-naam invoeren".
Soort aanduiding bewaren
Het gewenste soort aanduiding kan worden bewaard en wordt na elke keer inschakelen aangegeven.
Indien gewenst:
- Druk zo vaak op AF, tot het gewenste soort aanduiding wordt aangegeven.
- Druk zo lang op AF, tot de pieptoon te horen is.
SCAN
Om cd-titels kort te laten horen. Bij CDC- gebruik laat het apparaat de titels van alle cd's kort horen.
SCAN starten:
- Houd SC/MIX ca. een seconde ingedrukt, totdat "CDC SCAN" verschijnt.
De titels zijn op volgorde achtereenvolgens kort te horen.
SCAN beëindigen:
• Druk kort op SC/MIX.
De laatst te horen titel wordt verder afgespeeld.
SCAN wordt ook beëindigd wanneer:
- op AUD, GEO, DSC, SRC, ⚡, << >> of ∧/wordt gedrukt.
Cd- en CDC-weergave
Cd's benoemen
Bij cd-weergave kunnen maximaal 30 cd's, en bij CDC-weergave maximaal 99 cd's worden benoemd.
Deze naam (bv. "VIVALDI") verschijnt op het display wanneer u de cd in dezelfde functie- gebruik afspeelt waarin ook de naam werd ingevoerd.
Voorwaarde is dat u met AF de display-mode "NAME" heeft gekozen.
Invoer starten:
- Druk op de DSC-toets. "CD-NAME" resp. "CDC-NAME" verschijnt op het display.
• Druk op 📋.
Het eerste invoerveld knippert.
- Kies nu met de tuimelschakelaar een teken.
Achtereenvolgens verschijnen de hoofdletters (A - Z), speciale tekens en de cijfers 0 - 9.
- Ga met de tuimelschakelaar << >> naar de volgende onderstreping en kies een teken.
Op deze wijze kunnen bij cd-weergave maximaal acht, en bij CDC-weergave maximaal zeven tekens worden gekozen.
Invoer beëindigen:
- Druk op om de invoer te bewaren.
Wanneer u de invoer van een naam wilt beëindigen:
- Druk op DSC om het DSC-menu te verlaten.
Wanneer u een volgende cd-naam wilt invoeren:
- Plaats bij cd-weergave een nieuwe cd of kies bij CDC-weergave een nieuwe cd.
Een naam wordt gewijzigd (overschreven) door andere tekens in te voeren en te bewaren.
Cd-naam wissen met DSC-UPDATE
Via DSC kunnen de namen van de cd's worden gewist.
Met "CD UPD" resp. "CDC UPD" (update = bijwerken) kunnen alle cd's waarvan de naam bewaard moet blijven, worden bevestigd.
- Plaats een cd resp. een magazijn met cd's waarvan de gegevens bewaard moeten worden.
- Druk op DSC.
- Druk zo vaak op , totdat "CD UPD" resp. "CDC UPD" op het display verschijnt.
- Druk op << >>.
Na voltooiing van de update verschijnt "NEXT CD" resp. "NEXT MAG" op het display.
- Houd ca. twee seconden ingedrukt (bij cd-weergave op de radio, bij CDC-weergave op de wisselaar).
De cd resp. het magazijn wordt uit de opening geschoven.
- Plaats de volgende cd / het volgende magazijn.
Ga zo te werk met alle cd's/magazijnen waarvan de cd-naam bewaard moet blijven.
- Bij de laatste cd of het laatste magazijn waarvan de naam bewaard moet blijven, houdt u ca. twee seconden ingedrukt (pieptoon).
Wanneer u de functie wilt beëindigen:
• Druk op DSC.
Van alle cd's die geplaatst zijn, is de naam bewaard gebleven. Bij alle andere is de naam gewist.
DSA
Digital Signal Adaptation – digitale signaal-aanpassing
Met DSA kunt u equalizer-functies oproepen en instellen en de dynamische rijgeluidenmaskering DNC uitvoeren.
Overzicht equalizer-functies
De HiFi-weergave in de auto wordt bv. beïnvloed door het interieur van de auto (bekleding, ruiten), plaatsing van de luidsprekers enz.
Met de geïntegreerde equalizer kunnen negen frequentiebanden per kanaal worden ingesteld: 60 Hz, 125 Hz, 250 Hz, 500 Hz, 1 kHz, 2 kHz, 4 kHz, 8 kHz, 16 kHz.
Op telkens vijf geheugenplaatsen (toetsen 1-5) kunnen verschillende instellingen worden geprogrammeerd en opgeroepen.
Met toets 6 wordt de equalizer steeds uitgeschakeld.
Voor een optimale klankuitsturing zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar:
Zelfafstemmende equalizer
(HiFi-afstemming)
Het apparaat is voorzien van een zelfafstemmende, adaptieve negenbands-equalizer voor vier kanalen. Per geheugenplaats kunnen vier kanalen elektronisch worden afgestemd (links voor, rechts voor, links achter, rechts achter).
Handmatige equalizer
Per geheugenplaats kunnen voor en achter met de hand aparte equalizer-instellingen worden uitgevoerd.
Preset-equalizer
(vast ingesteld door de fabriek)
Met de toetsen 1-5 of met ∧/∨ << >> kunnen niet veranderbare equalizer-instellingen worden opgeroepen:
1 ROCK, 2 DISCO, 3 JAZZ, 4 CLASSIC, 5 VOCAL, 6 P - EQ OFF
HiFi-afstemming
U kunt voor vijf verschillende situaties elektronische afstemmingen uitvoeren en bewaren.
Deze afstemmingen worden d.m.v. de toetsen 1-5 geprogrammeerd en opgeroepen. U kunt bv. de volgende situaties kiezen:
1 voor alleen de bestuurder 2 voor bestuurder en passagier 3 passagier 4 inzittenden voor en achter 5 inzittenden alleen achter.
Met toets 6 schakelt u de equalizer uit ("P-EQ OFF" op het display).
Voor de afstemming bevestigt u de microfoonkabel (microfoon-opening naar onder) met kleefband aan het plafond van de auto. De positie van de microfoon voor situatie 1 (alleen bestuurder) is direct ter hoogte van het hoofd van de bestuurder. Voor situatie 2 wordt de microfoon tussen de bestuurder en de passagier geplaatst, voor situatie 3 ter hoogte van het hoofd van de passagier, enz.
HiFi-afstemming starten
Voor de afstemming moet een werkelijk rustige omgeving beschikbaar zijn. Vreemde geluiden vervormen de meting. Er mogen geen voorwerpen de uitstraling van de luidsprekers hinderen. De installatie moet ingeschakeld zijn.
- Plaats de microfoon voor de in te stellen situatie.
Wanneer de microfoon onjuist geplaatst is, wordt de meting vervormd.
Afhankelijk van de auto en de plaatsing van de luidsprekers kan de afstemming lineair of met versterkte lage tonen worden uitgevoerd.
Probeer zelf welke instelling u het best bevalt.
De keuze voert u uit met DNC. Daarbij betekent:
DNC-OFF - lineair frequentieverloop DNC-LOW - lichte lage-tonenversterking DNC-MID - middelsterke lage-tonenversterking
DNC-HIGH - sterke lage-tonenversterking.
• Druk tweemaal kort op DSA. Op het display verschijnt de actuele DNC-instelling. - Kies met << >> de instelling waarmee u de HiFi-afstemming wilt uitvoeren. • Druk tweemaal kort op DSA. - Druk zo vaak op 📋 totdat "EL" verschijnt. - Houd de bijbehorende toets (1-5) ca. twee seconden lang ingedrukt (pieptoon).
Op het display verschijnt "MicPos 8", de aftelling loopt. Aansluitend begint de volautomatische afstemming.
Hiervoor wordt via de luidsprekers een luide ruis weergegeven.

Zorg bij dit proces voor zo groot mogelijke stilte.
Zodra het afstemproces voltooid is, geeft het display "EQ-READY" aan en schakelt het terug naar de laatst ingestelde toestand.
HiFi-afstemming controleren / veranderen
Indien gewenst kunt u de automatische afstemming van een kanaal controleren en corrigeren:
• Druk kort op DSA. - Druk zo vaak op ⚡ totdat "EL" verschijnt.
De vier te kiezen kanalen verschijnen op het display met de volgende tekens:
EL ↑ links voor, ER↑ rechts voor, EL ↓ links achter, ER↓ rechts achter

• Kies het kanaal met ∧ / ∨ - Kies de eventueel te corrigeren frequentieband met << >>.
De ingestelde frequentie wordt aangegeven met een knipperende streep.
- Met ∧/√ kunt u de uitsturing van de frequentieband veranderen. Nadat de aanpassing voltooid is, drukt u op << >>, totdat er geen frequentieband meer knippert. Verander indien gewenst de overige elektronisch afgestemde kanalen zoals hierboven beschreven. De laatste instelling wordt automatisch bewaard.
Let op:
Bij de afstemming moeten alle vier de luidsprekeruitgangen zijn aangesloten.
Wanneer bij de HiFi-afstemming een luidspreker niet wordt gevonden omdat deze defect, niet aangesloten of afgedekt is, wordt voor het bijbehorende luidsprekerpaar een lineaire afstemming uitgevoerd.
De balans/fader-instelling is dan evenzeer beperkt mogelijk.
HiFi-afstemming oproepen
Wanneer de weergave met een van de elektronische HiFi-afstemmingen moet plaatsvinden:
• Druk kort op DSA. - Druk zo vaak op ⚡ totdat "EL" verschijnt. - Kies de equalizer-instelling met de toetsen 1-5.
Handmatige equalizer-instelling
Indien u de handmatige equalizer-instelling prefereert, kunt u voor de luidsprekers voor (EQ 1) en achter (EQ 2) negen frequentiebanden van 60 Hz tot 16 kHz apart instellen.
Ook hier kunt u de instelling voor vijf situaties bewaren (met de toetsen 1-5):
• Druk kort op DSA. - Druk zo vaak op 📋 totdat "EQ" verschijnt. - Stel met ∧/∀ in op "EQ" (voor). - Kies de frequentieband met << >> en stel de intensiteit in met / / Houd aansluitend << >> ingedrukt tot er geen frequentieband meer knippert. - Stel "EQ ↓" in met ∧. Stel de frequentieband en de intensiteit in zoals hiervoor beschreven.

Stel achtereenvolgens alle frequentiebanden in voor voor en achter en bewaar deze met een toets (1-5). Houd hiervoor de toets ca. twee seconden ingedrukt (pieptoon).
Met toets 6 worden alle frequentiebanden op de middenstand ingesteld. De handmatige equalizer is uitgeschakeld.
Handmatige equalizer-instelling oproepen
Wanneer de weergave met een van de handmatige equalizer-afstemmingen moet plaatsvinden:
- Druk kort op DSA.
- Druk zo vaak op 📋 totdat "EQ" verschijnt.
- Kies uw handmatige equalizer-instelling met de toetsen 1-5 (kort indrukken).
Preset-equalizer-instellingen oproepen
Wanneer de weergave met een van de Preset-equalizer-afstemmingen moet plaatsvinden:
• Druk kort op DSA. - Druk zo vaak op 📂 totdat "ROCK", "DISCO", "JAZZ", "CLASSIC", "VOCAL" of "P-EQ OFF" op het display verschijnt. - Kies uw Preset-equalizer-instelling met de toetsen 1-5 (kort indrukken).
Met toets 6 kan de Preset-equalizer worden uitgeschakeld ("P-EQ OFF" op het display).
DISCO
Zodra het display een Preset-equalizer-instelling aangeeft, bv. "DISCO", kunt u alle andere kort laten weergeven:
• Druk op SC.
Op het display knippert het nummer van de bijbehorende toets van de weergegeven instelling.
Aanduiding van de equalizer-instellingen
Bij het instellen van de equalizers worden ook halve stappen aangegeven (op het 2dB-rooster). Na de instelling wordt de frequentieband als volle balk (4dB-rooster) weergegeven.
Equalizer-mode verlaten
Om de equalizer-mode te verlaten moet tweemaal op DSA worden gedrukt. Ca. zestien seconden na de laatste instelling wordt de equalizer-mode automatisch verlaten.
DNC
DSA-demo
Met DSA-demo kunt u alle functies die met DSA kunnen worden ingesteld en opgeroepen, akoestisch en optisch (via display) laten weergeven.
- Houd DSA ca. twee seconden ingedrukt, totdat op het display "DSADEMO" verschijnt.
Eerst wordt de verandering van het klankbeeld met de Preset-equalizer-standen uitgevoerd.
Dan volgt de demonstratie van de HiFi-afstemming met weergave van de verschillend ingestelde kanalen. Dan wordt het resultaat van de handmatige instelling gedemonstreerd.
DSA-demo uitschakelen
De DSA-demo loopt eindeloos door. Om deze uit te schakelen:
• Druk kort op DSA.
Dynamic Noise Covering – maskering van de rijgeluiden
Met DNC wordt een volume dat als onaangenaam wordt ervaren wanneer de auto stilstaat, tijdens het rijden versterkt.
De versterking gebeurt met verschillende sterkte voor verschillende frequentiegebieden, afhankelijk van de geluidsontwikkeling in de auto.
Zo blijven volume en klankbeeld ook bij wisselende geluidsontwikkeling prettig verstaanbaar. Kort durende geluiden, zoals die welke ontstaan bij het oversteken van spoorrails, worden niet in aanmerking genomen.
Afstellen van DNC
Voor het op de auto afgestemd functioneren van DNC is een afstelling via de meetmicrofoon absoluut noodzakelijk. De microfoon wordt met het meegeleverde zelfklevende klittenband duurzaam gemonteerd in de nabijheid van de console, echter niet direct op vibrerende delen of aan de ventilatie of verwarming.
De opening van de microfoon moet in de richting van de passagiersstoel wijzen. De afstelling moet plaatsvinden op een rustige plaats, met uitgeschakelde motor.
- Druk zo vaak op DSA, totdat op het display "DNC-MID", "-HIGH", "-LOW" of "DNC-OFF" verschijnt.
- Houd een voorkeuzetoets naar keuze (1-6) ca. twee seconden ingedrukt, totdat "MicPos 8" verschijnt op het display.
De DNC-afstemming is gestart en verloopt nu automatisch.
Het display geeft "DNC-ADJ" aan. Nu begint de eigenlijke meting. Zodra het display "DNC-OK" aangeeft, is het afstemproces voltooid. Het display geeft ca. acht seconden "DNC-MID" aan.
DNC-gevoeligheid instellen
De versterking van het volume kan uit drie standen worden gekozen:
Na de afstemming wordt automatisch ingesteld op DNC-MID.
DNC-LOW kiest u bijvoorbeeld bij een rumoerige auto en muziek met veel lage tonen. DNC-HIGH kiest u bijvoorbeeld bij een stille auto en klassieke muziek.
- Druk zo vaak op DSA, totdat op het display "DNC-MID", "-LOW", "-HIGH" of "DNC-OFF" verschijnt.
DNC-MID
Met "DNC-OFF" schakelt u DNC uit.
Ca. acht seconden na de laatste instelling wordt automatisch op het radio- of cd-display overgeschakeld.
U kunt ook direct omschakelen door nogmaals op DSA te drukken.
Programmering met DSC
Uw autoradio biedt u de mogelijkheid om met DSC (Direct Software Control) enkele instellingen en functies aan uw wensen aan te passen en deze aanpassingen te programmeren.
Het apparaat is door de fabriek ingesteld. Een overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen vindt u hieronder, zodat u deze altijd kunt raadplegen.
Wanneer u een geprogrammeerde waarde wilt veranderen:
• Druk op DSC.
Met de tuimelschakelaar en de -toets kunt u een keuze maken uit de hierna beschreven functies en deze instellen. Op het display wordt de ingestelde waarde aangegeven.
^/functie kiezen << >> waarde instellen/oproepen
CD/CDC NAME
Verschijnt alleen bij weergave van cd of cd-wisselaar. Met deze functie kunt u cd's naar eigen inzicht benoemen (zie "Cd's benoemen").
LOUDNESS: Loudness-aanpassing van zachte, lage tonen aan het menselijk gehoor.
LOUD 1 - geringe versterking
LOUD 6 - maximale versterking
TA VOL: Volume van de verkeersinformatie instelbaar tussen 0 en 63.
U hoort de verkeersinformatie altijd op dit volume, wanneer het standaardvolume geringer is.
Wanneer het standaardvolume groter is dan TA VOL, wordt de verkeersinformatie iets sterker doorgegeven dan het standaardvolume.
SPEECH: In de toekomst zullen verschillende RDS-omroepen onderscheid gaan maken tussen uitzendingen van muziek en gesproken woord. U kunt de klankkleur voor gesproken woord instellen van "SPEECH 0...4". SPEECH 0: Muziek/speech uitgeschakeld SPEECH 1: Defeat (bas, treble en loudness op "0") SPEECH 2-4: Verschillende instelling van volume, bas en treble wanneer loudness uitgeschakeld is. U kunt uitproberen welke instelling van SPEECH u het best bevalt.
BEEP: Bevestigingssignaal voor functies waarvoor een toets langer dan twee seconden ingedrukt moet blijven. Het volume is instelbaar van 0-9 (0 = uit).
ANGLE: Met deze instelling (-1, 0 en +1) kunt u uw individuele waarnemingshoek instellen. Stel ANGLE zo in dat het display het best waar te nemen is.
BRIGHT: U kunt de helderheid van het display instellen tussen 1 en 16. U kunt een afzonderlijke helderheidswaarde kiezen voor dag en nacht. Invoeren van de helderheid voor 's nachts: Zet de verlichting van de auto aan en programmeer de helderheidswaarde. Voorwaarde is dat de radio is aangesloten op de verlichting van de auto.
COLOUR (Variocolour): Om de kleur van de verlichting van het apparaat stapsgewijs aan te passen aan de dashboardverlichting.
groen ..... fel-oranje ..... rood
LED ON: U kunt kiezen tussen LED ON of LED OFF. Bij LED ON knippert de KeyCard-tong als extra beveiliging wanneer het apparaat uitgeschakeld is en de KeyCard is verwijderd.
LEARN KC U kunt een tweede KeyCard programmeren. Lees hiervoor de aanwijzingen onder "Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard" - "Tweede KeyCard programmeren".
READ KC De gegevens van een Key-Card kunnen worden getoond. Bij de meegeleverde Key-Card worden de apparaatgegevens zoals naam, typenummer (76...) en apparaatnummer aangegeven. Bij de tweede KeyCard kunnen de door de vakhandelaar ingevoerde gegevens worden aangegeven (zie "Short Additional Memory S.A.M.").
Wanneer u tijdens het uitlezen de KeyCard verwijdert, verschijnt "READ KC" op het display.
PTY LANG Hiermee kiest u de taal van de programmasoort-aanduiding: DEUTSCH of ENGLISH.
SCANTIME Met deze functie wordt de scantijd voor radio en cd vastgelegd (5 - 30 seconden).
S-DX Instellen van de gevoeligheid van de zoekafstemming voor interlokale ontvangst. DX 1 - zeer gevoelig DX 3 - normaal gevoelig
S-LO Instellen van de gevoeligheid van de zoekafstemming voor lokale ontvangst. LO 1 - zeer gevoelig LO 3 - normaal gevoelig De gevoeligheid van de zoekafstemming kan voor FM en AM apart worden ingesteld.
CD/CDC UPD
Maakt het mogelijk om bij weergave van cd en cd-wisselaar namen van cd's te wissen om plaats te maken voor nieuwe cd's. (Zie "Cd-naam wissen met DSC".)
AUX Deze menu-optie verschijnt niet wanneer een cd-wisselaar (A 05 of F 05) is aangesloten. Van fabriekswege is ingesteld op AUX OFF. Wanneer via AUX een extern apparaat is aangesloten, moet AUX ON worden ingesteld.
VOL FIX Hiermee kunt u het aanvangsvolume bij inschakelen instellen. Stel het gewenste aanvangsvolume in met << >>. Wanneer VOL 0 wordt ingesteld, vindt bij inschakelen weergave plaats met het laatst ingestelde volume.
DSC-programmering beëindigen/instelling bewaren:
• Druk op DSC.
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC
CD/CDC NAME -
LOUDNESS 3
TA VOL 35
SPEECH 0
BEEP 4
ANGLE 0
BRIGHT 16
COLOUR groen
LED ON
LEARN KC -
READ KC -
PTY LANG ENGLISH
SCANTIME 10 sec.
S - DX 1
S - LO 1
CD/CDC UPD -
Technische gegevens
Versterker
Uitgangsvermogen:
4 x 23 Watt sinus volgens
DIN 45 324 bij 14,4 V
4 x 35 Watt max. power
Tuner
Golfgebieden:
FM : 87,5 - 108 MHz
MG : 531 - 1602 kHz
LG : 153 - 279 kHz
FM - gevoeligheid:
0,9 ∝ V bij 26 dB
signaal-ruisverhouding
FM - frequentiebereik:
30 - 16 000 Hz
CD
Frequentiebereik:
20 - 20 000 Hz
Wijzigingen voorbehouden!