Toronto RDM 128 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Toronto RDM 128 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio met cassette en RDS |
| Merk | Blaupunkt |
| Model | Toronto RDM 128 |
| Afmetingen (B x H x D) | 178 x 50 x 160 mm (DIN-formaat) |
| Gewicht | 1,2 kg |
| Voeding | 12 V DC (auto-accu) |
| Uitgangsvermogen | 4 x 20 W RMS |
| Frequentiebereik tuner | FM: 87,5 – 108 MHz, AM: 531 – 1602 kHz |
| RDS | Ja (Radio Data System) |
| Cassettespeler | Ja, automatische omschakeling |
| Geheugen voor zenders | 24 (FM: 12, AM: 12) |
| Automatische zenderopslag (AS) | Ja |
| Toonregeling | Bass, Treble, Balance, Fader |
| Aansluitingen | ISO-stekker, antenne-ingang, luidsprekeruitgangen |
| Beveiliging | Zekering 10 A |
| Reparatiegemak | Losse frontplaat (afneembaar) |
| Onderhoud en reiniging | Gebruik een zachte, droge doek; geen oplosmiddelen |
| Reserveonderdelen | Zekeringen, afstandsbediening (optioneel) |
Veelgestelde vragen - Toronto RDM 128 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over Toronto RDM 128 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Toronto RDM 128 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Toronto RDM 128 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING Toronto RDM 128 BLAUPUNKT
Beknopte gebruiksaanwijzing .. 110
Belangrijke aanwijzingen ..... 116
Wat u beslist moet lezen 116
Verkeersveiligheid 116
Inbouw 116
Telefoon-muting.... 116
Accessoires 116
Diefstalbeveiligingssysteem
KeyCard 117
Apparaat in gebruik nemen 117
KeyCard verwijderen 117
Tweede KeyCard programme-ren /
KeyCard vervangen 117
Radiopas-gegevens tonen 117
Optische aanduiding als diefstal-
beveiliging 118
Onderhoud van de KeyCard...... 118
Functie-mode kiezen...... 119
Radiogebruik met RDS 119
AF - Alternatieve frequentie...... 119
REG - Regionaal.... 119
Golfgebied kiezen 120
Zenderafstemming.... 120
Zoekafstemming ∧.∨...... 120
Handmatig afstemmen met << >> .. 120
Bladeren in de zenderketens.... 120
Wisselen van geheugenniveau (FM).. 120
Zenders programmeren.... 121
Sterkste zenders automatisch
programmeren met Travelstore...... 121
Geprogrammeerde zenders oproepen 121
Geprogrammeerde zenders kort laten
horen met Preset Scan.... 121
Zenders kort laten horen met
Radio-Scan 121
Korte speeltijd (Scan) wijzigen ..... 122
Gevoeligheid van de zoekafstemming wijzigen 122
Stereo-mono wisselen (FM) 122
PTY - Programmatype (soort) ...... 122
PTY in-/uitschakelen 122
Programmatype 122
Programmatype van de zender opvragen.... 123
Zenders kort laten horen met PTY-SCAN 124
Voorrang PTY.... 124
Ontvangst van verkeersinfor- matie met RDS-EON.... 125
Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen.... 125
Waarschuwingssignaal 125
Waarschuwingssignaal uit- schakelen 125
Automatische start zoekafstemming .. 125
Volume van verkeersinformatie en
waarschuwingssignaal instellen ..... 126
GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen .... 126
Gebruik met cd en cd-wisselaar (CDC) ....
Cd-gebruik inschakelen 126
Cd plaatsen.... 126
Cd verwijderen.... 126
Titels kiezen 126
MIX.... 127
CDC-gebruik inschakelen.... 127
Cd's en titels kiezen.... 127
MIX....127
Soort aanduiding kiezen 128
Soort aanduiding bewaren 128
SCAN 128
TPM - Track Program Memory ...... 128
Titels programmeren met TPM ..... 128
Cd-weergave met TPM 129
TPM-programmering wissen: ...... 129
Cd's benoemen.... 130
Naam van een cd wissen 130
TPM-geheugen en cd-naam wissen met
DSC-UPDATE 130
Programmering met DSC ..... 131
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC 134
Appendix.... 134
Beknopte gebruiksaanwijzing
①In-/uitschakelen met ON:
Druk op ON.
Om het apparaat in te schakelen met ON moet de KeyCard geplaatst zijn. De weergave vindt plaats met het vooraf ingestelde volume.

Uit-/inschakelen met de KeyCard:
Het apparaat moet ingeschakeld zijn met ON.
Let op:
Lees hiervoor beslist de informatie onder "Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard".
Uit-/inschakelen via het contactslot:
Wanneer het apparaat dienovereen-komstig is aangesloten, kan het via het contactslot uit- en weer ingeschakeld worden. Na uitschakelen van het contactslot wijst een dubbele pieptoon u erop dat voor het verlaten van de auto de KeyCard moet worden verwijderd.
Inschakelen met uitgeschakeld contact
Wanneer het contact is uitgeschakeld (KeyCard geplaatst) kan het apparaat zo verder worden bediend: Druk na de dubbele pieptoon op ON. Het apparaat wordt ingeschakeld. Na een speeltijd van een uur wordt het apparaat ter beveiliging van de auto-accu automatisch uitgeschakeld.
②VOL+ / VOL-
Wijzigen van het volume Na het inschakelen vindt de weergave plaats met het vooraf ingestelde volu- me (VOL FIX). VOL FIX kan worden veranderd (zie "Programmering met DSC").
③
Volume ineens veranderen Door op de 🔍-toets te drukken is het mogelijk het apparaat snel zacht te zetten. Het display geeft "MUTE" aan. Deze functie wordt opgeheven wanneer de toets 🔍 of VOL+ wordt ingedrukt.
Wanneer VOL- wordt ingedrukt, is het normale volume één instelafstand la-
ger dan het ⚫(mute-) volume. Het mute-volume kan zo worden ingesteld:
- Stel het gewenste volume in.
- Houd ♦ twee seconden ingedrukt (Beep klinkt).
Dit volume is geprogrammeerd als mute-volume.
Extra functie
Programmeertoets in het DSC-menu.
④FM T - doorlooptoets
Druk op de toets om te wisselen tussen de geheugenniveaus I, II en T (Travelstore). Zodra deze toets wordt ingedrukt, wordt automatisch omgeschakeld op FM.
Extra functie FMT
De zes sterkste zenders programmeren met Travelstore:
Druk op FMT totdat de BEEP klinkt resp. "T-STORE" op het display verschijnt.
⑤M·L - doorlooptoets
Voor midden- en langegolf.
⑥ Tuimelschakelaar
Radiogebruik

A/ Zoekafstemming
opwaarts
neerwaarts
<</> trapsgewijs op-/neerwaarts indien AF uit
<</>> bladeren in de zenderketens indien AF in bv. NDR 1, 2, 3, 4, N-JOY, FFN, ANTENNE ...
Cd-gebruik

A / titels kiezen opwaarts
v neerwaarts
Wanneer slechts eenmaal op wordt gedrukt, wordt de spelende titel opnieuw afgespeeld.
Snel vooruit verplaatsen, hoorbaar (CUE) Houd zo lang ingedrukt als ge-wenst.
<< Snel acheruit verplaatsen, hoorbaar (REVIEW) Houd «zo lang ingedrukt als gewenst.
Gebruik met cd-wisselaar (optie)

Cd kiezen
opwaarts
« neerwaarts
Titels kiezen
opwaarts: kort indrukken CUE - snel vooruit (hoorbaar): ingedrukt houden
veerwaarts: tweemaal of meermaals achtereen kort indrukken REVIEW - snel achteruit (hoorbaar): ingedrukt houden
Extra functies van de tuimelschakelaar:
Overige instelmogelijkheden met:
AUD 20
GEO 19
DSC-MODE 18
PTY 14
Voorwaarde is steeds dat de betreffende functie geactiveerd is.
⑦Display



a) NDR2 - stationsnaam
b) VIVALDI - cd-naam of
c) 1 : 52 - Time (verstreken speeltijd)
en Number (cd-nummer bij gebruik met wisselaar (op-tie)
d) FM - golfgebied
e) 6 - voorkeuzetoets (1 - 6)
f) I, II, T - geheugenniveau I, II, of Travelstore
g) CD-IN - cd is geplaatst
h) - stereo
i) lo - gevoeligheid van de zoekafstemming
j) AF - alternatieve frequentie bij RDS
k) TA - voorrang voor zenders met verkeersinformatie
I) TP - zender met verkeersinformatie (wordt ontvangen)
m) PTY - programmatype is geactiveerd
n) MIX - weergave cd-titels in wille-keurige volgorde
o) TPM - cd-titels kiezen en program-
meren
p) T5 - vijfde cd-titel wordt weergegeven
⑧Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard
Voor het bedienen van het apparaat moet de KeyCard geplaatst zijn.

KeyCard plaatsen
Wanneer de KeyCard-tong naar buiten geschoven is:
Schuif de KeyCard met het contactoppervlak naar boven in de sleuf.
Druk zonodig op de KeyCard-tong om deze vast te klikken. Lees beslist de informatie onder "Diefstalbeveiligings-systeem KeyCard".
Knipperende KeyCard-tong
Wanneer de radio is uitgeschakeld en de KeyCard is verwijderd, knippert de KeyCard-tong als optische diefstalbeveiliging, mits de juiste instelling is uitgevoerd.
Nadere informatie: "Programmeren met DSC". Het knipperen kan met de KeyCard-tong worden uitgeschakeld, wanneer deze door drukken wordt vastgeklikt.
⑨SC/MIX
Radiogebruik
Scan
Druk kort op SC/MIX –
"FM SCAN" en het symbool van de kort weergegeven zender zijn ombeurten verlicht. Alle te ontvangen FM-zenders zyn kort te horen.
Preset Scan
Houd SC/MIX ca. twee seconden ingedrukt –
BEEP klinkt, "SCAN" en het symbol van de te hoven zender zyn afwisse- lend verlicht.
De onder de voorkeuzetoetsen geprogrammeerde zenders worden kort weergegeven.
Scan/Preset Scan stoppen: Druk opnieuw op SC/MIX.
Cd-gebruik
MIX
Wanneer MIX is ingeschakeld, verschijnt "MIX" op het display. Met MIX worden de cd-titels in willekeurige volgorde weergegeven.
MIX in-/uitschakelen: Druk kort op SC/MIX.
Cd-Scan
Houd SC/MIX ca. twee seconden ingedrukt – BEEP weerklinkt, "CD-SCAN" verschijnt. De cd-titels worden kort weergegeven.
Cd-Scan stoppen: Druk opnieuw op SC/MIX.
Gebruik met cd-wisselaar (CDC, optie)
MIX CD
Titels van een cd worden in willekeurige volgorde weergeven. Cd-keuze op volgorde van nummer.
MIX MAG
Titels van een cd worden in willekeurige volgorde weergeven. Cd-keuze in willekeurige volgorde.
MIX OFF
MIX is uitgeschakeld.
Druk zo vaak op SC/MIX totdat de gewenste functie kort op het display getoond wordt.
Cd-Scan
Houd SC/MIX ca. twee seconden ingedrukt – BEEP weerklinkt, "CDC-SCAN" verschijnt. De cd-titels worden kort weergegeven.
Cd-Scan stoppen: Druk opnieuw op SC/MIX.
⑩lo·CLR
Radiogebruik
Gevoeligheid van de zoekafstemming wijzigen:
Druk kort op de toets. Mono/stereo omschakelen: Houd de toets ca. twee seconden ingedrukt (BEEP). Bij monoweergave verdwijnt het stereo-symbol .
Gebruik met cd en cd-wisselaar (optie)
Wissen van cd-titels in het TPM-geheugen.
⑪ TPM
(Track Program Memory) Om titels te kiezen en te programme- ren bij cd- en cdc-weergave. In elke functie-mode kunnen maximaal 30 cd's geprogrammeerd worden. Lees hier- voor het hoofdstuk "TPM-programme- ring".
⑫ TA (Traffic Announcement = voorrang voor verkeersinformatie) Wanneer op het display "TA" is aangegeven, worden alleen zenders met verkeersinformatie weergegeven. Voorrang in/uit: druk op TA.
⑬AF
Radiogebruik
Alternatieve frequentie bij gebruik met RDS: wanneer "AF" op het display verschijnt, zoekt de radio met RDS automatisch een beter te ontvangen frequentie van dezelfde zender op. AF in/uit: druk kort op toets AF.
Regio-functie in-/uitschakelen: Houd de AF-toets ca. twee seconden ingedrukt (BEEP). Op het display verschijnt "REG-ON" of "REG-OFF" (zie REG - Regionaal).
Cd-gebruik
Omschakelen van de aanduiding tussen Number en Time (verstreken speeltijd):
Druk kort op AF.
Gebruik met wisselaar (optie)
Omschakelen van de aanduiding tussen Name, Time (verstreken speeltijd) en Number (cd-nummer):
Druk kort op AF.
⑭PTY
Programme Type = programmatype Met PTY veranderen de voorkeuzetoetsen in programmatype-toetsen. Met elke voorkeuzetoets kan een type programma worden gekozen, zoals bv. NIEUWS, SPORT, POP, WETENSCHAP.
15 △·SRC
SRC (Source = bron)
Wanneer een cd is geplaatst, kunt u wisselen tussen de functie-modes radio, cd en CDC/AUX (indien geactiveerd).
△ (Eject)
Wanneer u de toets twee seconden ingedrukt houdt, wordt de cd uit het apparaat geschoven.

⑯1, 2, 3, 4, 5, 6 - voorkeuzetoetsen
Per geheugenniveau (I, II, en T) kunnen op de FM-band zes zenders worden geprogrammeerd. Op de MG- en LG-band kunt u elk zes zenders programmeren.
Zenders programmeren – druk bij radiogebruik zo lang op een voorkeuzetoets, tot het programma weer te horen is (BEEP).
Zenders oproepen – stel het golfgebied in. Kies op FM het geheugenniveau en druk op de overeenkomstige voorkeuzetoets.
Extra functie voorkeuzetoetsen
PTY-programmatype programmeren en oproepen
Wanneer PTY geactiveerd is ("PTY" op het display), kunt u bij FM-gebruik voor elke voorkeuzetoets een programma-type vastleggen en oproepen.
⑰ Opening voor cd
Nadat de cd met het label naar boven in de opening geschoven is, wordt deze automatisch naar de afspeelpositie gebracht. Er wordt automatisch overgeschakeld op cd-weergave.
Met DSC kunnen programmeerbare basisinstellingen worden aangepast. Nadere informatie: "Programmeren met DSC".
19 GEO
Voor het instellen van balans (links/rechts) en fader (voor/achter)

^ fader voor
v fader achter
« balans links
balans rechts
De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen.
GEO uitschakelen: druk opnieuw op de toets.
Wanneer de instelling binnen vier seconden niet wordt gewijzigd, schakelt het display terug naar de vorige toestand.
Extra functie GEO
Aparte balans- en fader-instelling voor verkeersinformatie (zie "GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen").
20AUD
Voor het instellen van treble (hoge to- nen) en bass met de tuimelschakelaar

De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen.
AUD uitschakelen: druk opnieuw op de toets.
Wanneer de instelling binnen vier seconden niet wordt gewijzigd, wordt de AUD-instelling automatisch beëindigd.
Extra functie AUD
Loudness-aanpassing van zachte lage tonen aan het menselijk gehoor.
Loudness in-/uitschakelen:
Houd AUD ca. twee seconden ingedrukt (BEEP).
De loudness is ingeschakeld wanneer op het display "LD" verlicht is. Nadere informatie: zie "Programmeren met DSC".
Belangrijke aanwijzingen
Wat u beslist moet lezen
Lees voordat u uw autoradio in gebruik neemt de volgende aanwijzingen a.u.b. zorgvuldig door.
Verkeersveiligheid
De verkeersveiligheid gaat vóór alles. Gebruik daarom uw autoradio altijd zo, dat u steeds alert op de heersende verkeerssituatie kunt reageren.
Bedenk dat u al bij een snelheid van 50 km/u elke seconde 14 meter aflegt.
Het is raadzaam uw autoradio niet te bedienen in moeilijke verkeerssituaties.
De waarschuwingssignalen van bv. politie en brandweer moeten in de auto op tijd en duidelijk te horen zijn.
Beluister tijdens het rijden uw programma daarom alleen met een aangepast geluidsvolume.
Inbouw
Wanneer u de installatie zelf wilt inbouwen of verwijderen, lees dan beslist vooraf de meegeleverde aanwijzingen voor inbouw en aansluiting.
Voor een probleemloos gebruik moet de pluspool via het contact en via een continue plus-aansluiting zijn aangesloten.
Verbind de luidsprekeruitgangen nooit met de massa!
Telefoon-muting
Wanneer u in uw auto een autotelefoon gebruikt, kan de radio- of cd-weergave bij gebruik van de telefoon automatisch worden onderdrukt (telefoon-muting).
Op het display verschijnt dan "PHONE". Verkeersinformatie heeft voorrang wanneer TA geactiveerd is. De mededeling wordt afgebroken wanneer u op TA drukt.
Accessoires
Gebruik alleen door Blaupunkt toegelaten accessoires en reserve-onderdelen.
Met dit apparaat kunt u de volgende Blaupunkt-producten bedienen:
Cd-wisselaar
CDC A 05 of CDC F 05.
Afstandsbediening
De infrarood-afstandsbediening RC 05 maakt de bediening van de belangrijkste functies vanaf het stuur mogelijk.


Versterkers
Bij de radio wordt een KeyCard meegeleverd.
De autoradio kan echter ook met een tweede KeyCard worden bediend. Wanneer een KeyCard verloren of beschadigd raakt, kan uw dealer u aan een nieuwe KeyCard helpen.
Wanneer u twee KeyCards gebruikt, worden de instellingen van de eerste KeyCard overgenomen. U heeft echter de mogelijkheid om de volgende functies individueel te programmeren:
programmering van de voorkeuzetoetsen, instelling van bass, treble (hoge tonen), balans en fader, loudness, TA (volume verkeersmeldingen), BEEP-volume.
Bovendien blijft de laatst ingestelde toestand zoals die van golfgebied, zenderafstemming, TA-voorrang, AF, REG ON/OFF, SCANTIME, gevoeligheid van de zoekafstemming en VOL FIX, bewaard.
Zo treft u na het plaatsen van uw KeyCard de door u gekozen instellingen opnieuw aan.
Apparaat in gebruik nemen
- Zet het apparaat aan.
Schuif, wanneer de KeyCard-tong naar buiten geschoven is, de KeyCard met het contactoppervlak naar boven in de sleuf.
De autoradio is klaar voor gebruik.
Wanneer een vreemde KeyCard wordt geplaatst, verschijnt "CARD ERR" op het display. Bedien het apparaat dan niet. Na ca. tien seconden schakelt het apparaat zichzelf uit.
Wanneer u een vreemde kaartsoort plaatst (bv. telefoonkaart of creditcard), verschijnt ca. twee seconden lang "WRONG KC". Verwijder de vreemde kaart en plaats een kaart die bekend is bij het apparaat.
• Druk op ON om in te schakelen.
KeyCard verwijderen
Trek de KeyCard nooit uit het apparaat!
• Druk eerst op de KeyCard.
De KeyCard komt in de uitneempositie.
- Verwijder de KeyCard.
Tweede KeyCard programmeren / KeyCard vervangen
Een KeyCard kan als extra KeyCard worden geprogrammeerd wanneer het apparaat in werking is met de eerste KeyCard.
Wanneer u een tweede KeyCard wilt programmeren:
- Plaats de eerste KeyCard en zet het apparaat aan.
- Druk op DSC en kies "LEARN KC" met ∧/∨.
- Druk op << of >>.
Op het display verschijnt "CHANGE". - Druk op de KeyCard. Deze komt in de uitneempositie.
- Verwijder de eerste KeyCard en schuif, zolang "CHANGE" te zien is, de nieuwe KeyCard erin.
Het apparaat kan nu ook met de nieuwe KeyCard worden bediend.
Er kunnen maximaal twee KeyCards voor het apparaat geprogrammeerd zijn.
Wanneer een derde KeyCard geprogrammeerd wordt, wordt automatisch de autorisatie van de KeyCard die niet gebruikt werd bij het programmeren, gewist.
Radiopas-gegevens tonen
Met de geleverde KeyCard kunt u de gevens van de radiopas, zoals naam van het apparaat, typenummer (76 ...) en apparaat-nummer op het display laten verschijnen.
De bediening hiervoor vindt u onder "Programmeren met DSC - READ KC".
De tweede, bij uw dealer verkrijgbare, KeyCard biedt de mogelijkheid om onder de DSC-menu-optie "READ KC" via bewegen-de tekst korte informatie te tonen, bv. het telefoonnummer van de autowerkplaats, alarmnummer van de autoclub.
Een hiervoor toegeruste dealer kan een vrij te kiezen tekst met maximaal 48 karakters invoeren.
Turn On Message (T.O.M)
= informatie bij inschakelen
De tweede, bij uw dealer verkrijgbare Key-Card biedt de mogelijkheid bij iedere keer dat het apparaat wordt ingeschakeld een "Turn On Message" naar keuze te laten zien.
Een hiervoor toegeruste dealer kan een vrij te kiezen tekst met maximaal 48 karakters invoeren.
Telkens wanneer u het apparaat met de tweede KeyCard inschakelt, verschijnt deze tekst.
Optische aanduiding als dief- stalbeveiliging
KeyCard-tong knippert
Wanneer de auto geparkeerd is en de KeyCard is verwijderd, kan de KeyCard-tong knipperen als diefstalbeveiliging.
Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan:
De pluspool en de continue pluspool moeten juist zijn aangesloten, zoals in de handleiding beschreven.
In de DSC-mode moet "LED ON" ingesteld zijn.
Lees hiervoor zonodig "Programmering met DSC - LED".
Knipperen uitschakelen
Het knipperen kan worden uitgeschakeld door zo op de KeyCard te drukken dat deze vastklikt.
Wanneer u het knipperen geheel wilt uit- schakelen, stelt u in het DSC-menu "LED OFF" in.
Onderhoud van de KeyCard
Probleemloos functioneren van de KeyCard is gewaarborgd wanneer de contacten vrij zijn van vreemde deeltjes. Vermijd direct aanraken van de contacten met de handen. Reinig de contacten van de KeyCard indien gewenst met een in alcohol gedrenkt wattenstaafje.
Functie-mode kiezen
Met SRC (Source = bron) kunt u kiezen tussen de volgende functie-modes:
Radio,
Cd
CDC (AUX)
AUX kan alleen worden gekozen wanneer geen Blaupunkt-wisselaar CDC-A 05 of F 05 is aangesloten. In het DSC-menu moet "AUX ON" zijn ingesteld.
Cd kan alleen worden gekozen waneer een cd is geplaatst.
Omschakelen naar een andere functie- mode:
- Druk kort op SRC.
Radiogebruik met RDS (Radio Data System)
Het Radio Data System biedt u meer comfort bij het luisteren naar de radio op FM. Steeds meer radiozenders zenden bij hun programma's ook RDS-informatie uit.
Zodra een radioprogramma kan worden herkend, verschijnt ook de afkorting van de zender op het display, evt. met regionale identificatie, bv. "NDR1 NDS" (Neder-Saksen). Met RDS worden de voorkeuzetoetsen gebruikt als programmatoetsen. Zo weet u precies op welk programma u bent afgestemd en kunt u ook gericht het gewenste programma kiezen.
RDS biedt u nog meer voordelen:
AF - Alternatieve frequentie
De AF-functie (Alternatieve frequentie) zorgt ervoor dat automatisch op de best te ontvangen frequentie van het gekozen programma wordt afgestemd.
Deze functie is ingeschakeld wanneer "AF" op het display verschijnt.
AF in-/uitschakelen:
- Druk kort op de AF-toets.
Tijdens het zoeken naar de sterkste frequentie kan de radioweergave even onderbroken worden.
Wanneer bij het aanzetten van het apparaat of bij het kiezen van een geprogrammeerde frequentie "SEARCH" op het display verschijnt, zoekt het apparaat automatisch naar een alternatieve frequentie.
"SEARCH" verdwijnt wanneer een alternatieve frequentie gevonden is of na het doorlopen van de frequentieband.
Wanneer dit programma niet meer naar wens te ontvangen is:
- Kies een ander programma.
REG - Regionaal
Bepaalde programma's van radiozenders worden op bepaalde tijden in regionale uitzendingen verdeeld. Zo verzorgt bv. het eerste net van de NDR op bepaalde tijden programma's van verschillende inhoud voor gebieden in de noordelijke Duitse deelstaten Sleeswijk-Holstein, Hamburg en Neder-Saksen.
Wanneer u een regionaal programma ontvangt en dit wilt blijven beluisteren:
- Houd AF ca. twee seconden ingedrukt. Op het display verschijnt "REG ON".
Wanneer u het ontvangstgebied van de regionale zender verlaat, of de volledige RDS-service verlangt, schakelt u over op "REG OFF":
- Houd AF ca. twee seconden ingedrukt, totdat "REG OFF" verschijnt.
Steeds wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, verschijnt kort "REG ON" of "REG OFF" op het display.
Golfgebied kiezen
U kunt kiezen tussen de frequentiegebieden FM 87,5 - 108 MHz,
MG 531 - 1602 kHz en
LG 153 - 279 kHz.
- Schakel de gewenste frequentieband in met FMT of M•L.
Wisselen tussen MG/LG:
- druk op M·L.
Zenderafstemming
Zoekafstemming ∧ ∨
- Druk op /, devautoradio zoekt automatisch de volgende zender.
Wanneer ↗ naar boven of naar beneden ingedrukt gehouden wordt, loopt de zoekafstemming snel opwaarts of neerwaarts verder.

Zoekafstemming
opwaarts
v neerwaarts
« trapsgewijs omlaag (indien AF uit)
trapsgewijs omhoog (indien AF uit)
Handmatig afstemmen met << >>
U kunt ook handmatig op zenders afstemmen.
Voorwaarde:
AF en PTY zijn uitgeschakeld (de symbolen zijn niet op het display te zien).
Indien gewenst schakelt u deze functies zo uit:
• Druk op AF resp. PTY.
Handmatige afstemming uitvoeren:
- Druk op << >>. De frequentie wordt trapsgewijs omlaag/omhoog gewijzigd.
Wanneer de tuimelschakelaar << >> links of rechts ingedrukt gehouden wordt, vindt de frequentiedoorloop snel plaats.
Bladeren in de zenderketens (alleen FM)
Met << >> kunt u zenders uit het ontvangstgebied oproepen. Wanneer meer zenders van 'zenderketens' te ontvangen zijn, kunt u met >> (vooruit) of << (achteruit) bladeren in de zenderketens, bv. NDR 1, 2, 3, 4, N-JOY, FFN, ANTENNE ...
Voorwaarden hiervoor zijn dat deze zenders minstens eenmaal ontvangen zijn en dat "AF" geactiveerd is (staat op het display).
Start hiervoor bv. Travelstore:
- Houd FM T ca. twee seconden ingedrukt; er volgt een frequentiedoorloop.
Wanneer "AF" niet brandt:
• Druk op AF.
Aan de voorwaarden voor de zenderkeuze met << >> is voldaan.
Wisselen van geheugenniveau (FM)
U kunt de geheugenniveaus I, II en T afwisselen om zenders te programmeren en om geprogrammeerde zenders op te roepen.
Het gekozen geheugenniveau verschijnt op het display.
- Druk zo vaak op FM T, tot het gewenste geheugenniveau op het display verschijnt.
Zenders programmeren
Op de FM-band kunt u voor elk geheugenniveau (I, II, T) zes zenders programmeren met de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6.
- Kies het geheugenniveau met FM T of M·L.
- Stem af op een zender met de tuimeltoets (automatisch ∧/√ of handmatig << >>).
- Druk zo lang op de gewenste voorkeuzetoets, tot het programma weer te horen is na de geluidsonderdrukking (ca. twee seconden), resp. tot BEEP klinkt.
De zender is nu geprogrammeerd.
Het display geeft aan welke toets ingedrukt is.
Let op:
Indien u afstemt op een reeds geprogrammeerde zender terwijl u zich op een ander geheugenniveau bevindt, knipperen op het display het betreffende geheugenniveau en de voorkeuzetoets.
Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore
U kunt de zes sterkste FM-zenders op volgorde van sterkte, elk uit hun eigen ontvangstgebied, automatisch programmeren. Deze functie is vooral handig op reis.
- Houd FM T ca. twee seconden ingedrukt.
Op het display verschijnt "T-STORE".
De zes sterkste FM-zenders worden automatisch opgeslagen op geheugenniveau "T" (Travelstore). Na voltooiing wordt op de sterkste zender afgestemd.
Indien gewenst kunnen op het Travelstore-niveau ook handmatig zenders worden ingesteld (zie "Zenders programmeren").
Geprogrammeerde zenders oproepen
Indien gewenst kunt u geprogrammeerde zenders oproepen met een druk op de toets.
- Kies het geheugenniveau met FM T of M·L. Druk daarvoor zo vaak op FMT, tot het gewenste niveau op het display wordt aangegeven.
- Druk kort op de betreffende voorkeuzetoets.
Geprogrammeerde zenders kort laten horen met Preset Scan
U kunt alle geprogrammeerde zenders op elk frequentiegebied kort laten horen.
Het apparaat laat alle geprogrammeerde zenders van het frequentiegebied achter- eenvolgens kort horen. De nummers van de voorkeuzetoetsen het geheugenniveau knipperen op het display.
Wilt u een van de gehoorde zenders blijven beluisteren/Preset Scan beëndigen:
• Druk kort op SC/MIX.
Zenders kort laten horen met Radio-Scan
U kunt alle te ontvangen zenders kort laten horen.
Scan inschakelen:
- Druk kort op SC/MIX. De frequentie of het symbool van de zender knippert op het display. Tijdens het zoeken is "SCAN" verlicht.
Gehoorde zender kiezen/Scan uitschakelen:
• Druk kort op SC/MIX.
Wanneer u geen zender kiest, wordt de zoekafstemming beëindigd nadat de frequentieband eenmaal doorlopen is. U hoort weer de oorspronkelijke zender.
Korte speeltijd (Scan) wijzigen
De korte speeltijd kan worden ingesteld tussen 5 en maximaal 30 seconden.
Indien u de speeltijd wilt veranderen, lees dan "DSC-programmering - SCANTIME".
Gevoeligheid van de zoek- afstemming wijzigen
U kunt de gevoeligheid van de automatische zoekafstemming wijzigen.
Wanneer "lo" wordt getoond, worden alleen goed te ontvangen zenders gezocht (geringe gevoeligheid).
Wanneer "lo" wordt uitgeschakeld, worden ook minder goed te ontvangen zenders gezocht (hogere gevoeligheid).
U kunt de gevoeligheidsgraad op elk niveau veranderen (lees hiervoor het hoofdstuk "Programmering met DSC").
Stereo-mono wisselen (FM)
Bij ongunstige ontvangstcondities kunt u overschakelen op mono:
- Houd lo ca. twee seconden ingedrukt.
Bij monoweergave verwijnt het stereoteken op het display.
Telkens wanneer u het apparaat aanzet, is de stereoweergave ingesteld.
Bij slechte ontvangst schakelt het apparaat automatisch over op monoweergave.
PTY - Programmatype (soort)
Dit is een RDS-service die geleidelijk aan door de omroepen wordt ingevoerd. Hier-mee is het mogelijk gericht FM-zenders van een bepaald type te kiezen. Wanneer u het programmatype gekozen heeft, kan de keuze van de zenders met de zoekafstemming of met Scan worden uitgevoerd.
PTY in-/uitschakelen
• Druk op PTY.
Wanneer de functie ingeschakeld is, laat het display kort het laatst gekozen programma-type zien. Rechts onder staat continu "PTY".
Programmatype
Met << >> kunt u het laatst gekozen programmatype aangeven en een ander kiezen.
Met de voorkeuzetoetsen 1 - 6 kunt u ge-programmeerde programmatypes kiezen.
Voorwaarde: PTY is ingeschakeld.
Met DSC kunt u de tall kiezen uit Duits en Engels (zie "Programmering met DSC - PTY LANG").
De hierna vermelde programmatypes staan ter beschikking.
De vetgedrukte letters zijn identiek aan de kort getoonde PTY-vermelding op het display.
NEWS
nieuws
CURRENT AFFAIRS
politiek
INFORMATION
gesproken woord
SPORT
sport
EDUCATE
educatief
DRAMA
hoorspel + literatuur
CULTURE
cultuur / religie
SCIENCE
wetenschap
VARIED
ontspanning
POP MUSIC
popmuziek
ROCK MUSIC
rockmuziek
M.O.R.M
ontspanningsmuziek
LIGHT M
licht klassiek
CLASSICS
serieus klassiek
OTHER M
overige muziek
PTY 16 t/m PTY 30 zijn nog niet bezet.
Programmatype van de zender opvragen
- Houd PTY ca. twee seconden ingedrukt.
Na de BEEP wordt aangegeven welk soort programma de ontvangen zender uitzendt. Wanneer "NO PTY" verschijnt, heeft de zender geen PTY-kenmerk.
Gekozen programmatype tonen
- Druk op << of op >>.
Het laatst gekozen programmatype wordt kort getoond.
Programmatype kiezen
a) met de voorkeuzetoetsen
Wanneer PTY uitgeschakeld is, kunnen met de toetsen 1 - 6 door de fabriek vastgelegde programmatypes worden gekozen.
- Druk op een van de toetsen 1 - 6.
Het display toont twee seconden het gekozen programmatype.
Wanneer u een andere zender van dit programmatype wilt beluisteren:
- Start de zoekafstemming met ∧/∨.
Wanneer geen zender van het gekozen programmatype gevonden wordt, toont het display kort "NO PTY". De BEEP is te horen. De laatst ingestelde zender wordt ontvangen.
U kunt op elke plaats in het geheugen een ander beschikbaar programmatype vastleggen. Lees indien nodig de volgende paragraaf, "Programmatype kiezen".
b) met << >> van de tuimelschakelaar (zoekafstemming)
Wanneer PTY uitgeschakeld is, kunt u met << of >> een programmatype kiezen.
- Druk op << of >>. Het laatst gekozen programmatype wordt drie seconden getoond.
- IKies in deze tijd met >> (vooruit) of << (achteruit) het gewenste programmatype.
- Druk zo vaak op << of >> als nodig is.
Wanneer u een een zender van dit programmatype wilt horen:
- Start de zoekafstemming met ∧ ∨.
Wanneer geen zender van het gekozen programmatype gevonden wordt, toont het display kort "NO PTY". De BEEP is te horen. De laatst ingestelde zender wordt ontvangen.
Programmatype programmeren
Van fabriekswege is onder elk van de voorkeuzetoetsen 1 - 6 een programmatype vastgelegd.
U kunt echter ook andere beschikbare programmatypes programmeren.
Wanneer u een ander programmatype wilt programmeren, moet "PTY" op het display verlicht zijn.
- Schakel zonodig "PTY" in met de PTY-toets.
- Kies het programmatype met << >>.
- Druk zo lang op de gekozen toets (1-6), totdat BEEP te horen is.
Het gekozen programmatype kan met deze toets worden opgeroepen indien "PTY" verlicht is.
Zenders kort laten horen met PTY-SCAN
Voorwaarde: PTY moet verlicht zijn op het display.
• Druk op SC.
De radio laat de te ontvangen zenders van dit programmatype kort horen.
SCAN uitschakelen:
• Druk nogmaals op SC.
Voorrang PTY
Situatie
PTY is ingeschakeld, de aanduiding op het display is verlicht.
Er is momenteel geen zender van het ge- kozen programmatype te ontvangen (met zoekafstemming of Scan).
Het apparaat schakelt terug naar de oorspronkelijke zender.
Zodra binnen dezelfde 'zenderketen' een zender van het gekozen programmatype te ontvangen is, schakelt het apparaat bij gebruik van de radio voor de duur van de uitzending over op deze zender.
Voorbeeld:
- oorspronkelijke zender: NDR3
- "PTY" op het display
- "POP" gekozen
- zoekafstemming gestart
- geen zender met "PTY-POP" gevonden
- display toont "NO PTY" en schakelt
- automatisch terug naar NDR 3
- NDR 2 zendt "PTY POP" uit
- apparaat schakelt binnen de zenderke- ten over op NDR 2, zolang deze zen- der "POP" uitzendt.
Ook bij cd- en CDC-gebruik schakelt het apparaat binnen de zenderketen over op de radiozender van het gekozen programma-type.
Na het einde van de PTY-uitzending blijft het apparaat op radiogebruik staan.
Let op:
Zoals al vermeld werd, zijn deze functies momenteel nog niet met alle RDS-zenders te gebruiken.
Ontvangst van verkeersinformatie met RDS-EON
Onder EON verstaat men het uitwisselen van programma-informatie binnen een zenderketen.
Veel FM-zenders zenden regelmatig actuele verkeersinformatie uit voor hun regio.
Zenders met verkeersinformatie zenden ter identificatie een signaal uit, waaraan uw autoradio ze herkent. Wanneer een dergelijk signaal herkend wordt, verschijnt op het display "TP" (Traffic Program - Uitzending met verkeersinformatie).
Daarnaast zijn er zenders die zelf geen verkeersinformatie uitzenden, maar met RDS-EON de mogelijkheid bieden de verkeersinformatie van een andere zender van dezelfde omroep te ontvangen.
Wanneer bij ontvangst van een dergelijke zender (bv. NDR3) de voorrang voor verkeersinformatie geactiveerd moet zijn, dan moet "TA" op het display verlicht zijn.
Bij verkeersinformatie wordt automatisch overgeschakeld op de zender met de verkeersinformatie (in dit geval NDR2). Dan volgt de verkeersinformatie, waarna automatisch naar het ervoor beluisterde programma (NDR3) wordt teruggeschakeld.
Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen
Op het display is "TA" verlicht wanneer de voorrang voor verkeersinformatie ingeschakeld is.
Om de voorrang in of uit te schakelen:
• Druk op TA.
Wanneer u tijdens een verkeersmededeling op TA drukt, wordt de voorrang alleen voor deze mededeling onderbroken. Het apparaat schakelt terug naar de oorspronkelijke toestand. Voor volgende meldingen blijft de voorrang behouden.
Diverse toetsen hebben geen functie tijdens de verkeersinformatie.
Waarschuwingssignaal
Wanneer u het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, hoort u na ca. 30 seconden een waarschuwingssignaal.
Wanneer u op een voorkeuzetoets drukt waaronder een zender zonder TP-signaal is geprogrammeerd, hoort u eveneens een waarschuwingssignaal.
Waarschuwingssignaal uitschakelen
a) Stem af op een andere zender met verkeersinformatie.
- Druk hiervoor op de tuimelschakelaar of
- druk op een voorkeuzetoets waaronder een zender met verkeersinformatie geprogrammeerd is.
of
b) Zet de voorrang voor verkeersinformatie uit.
• Druk op TA.
De aanduiding "TA" op het display verdwijnt.
Automatische start zoekafstemming (cd- en CDC-gebruik)
Wanneer u een cd beluistert en het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, zoekt de autoradio automatisch een andere zender met verkeersinformatie. Wanneer ca. 30 seconden na het begin van de zoekafstemming geen programma met verkeersinformatie gevonden wordt, stopt de cd en hoort u een waarschuwingssignaal. U kunt het waarschuwingssignaal op de reeds beschreven manier afzetten.
Gebruik met cd en cd-wisselaar (CDC)
Volume van verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen
Dit volume is door de fabriek ingesteld. U kunt echter een verandering aanbrengen met DSC (zie "Programmering met DSC - TA VOL").
GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen
Balans en fader kunnen apart worden ingesteld voor de duur van de verkeersinformatie en het waarschuwingssignaal.
Het is bijvoorbeeld mogelijk om de verkeers-informatie alleen via de linker luidsprekers weer te geven.
De chauffeur krijgt zo zijn belangrijke verkeersinformatie, terwijl de passagiers achterin zo min mogelijk gestoord worden.
Instellen:
- Stel tijdens een verkeersmededeling balans en fader in zoals u deze voortaan wilt beluisteren.
Met dit apparaat kunt u cd's afspelen. Bovendien kunt u de cd-weergave via een Blaupunkt cd-wisselaar CDC-A 05 / F 05 comfortabel bedienen.
De CDC-A 05 / CDC-F 05 worden niet mee-geleverd en zijn verkrijgbaar bij uw dealer.
Cd-gebruik
Cd-gebruik inschakelen
Cd geplaatst, "CD IN" op het display. Met SRC wisselt u van geluidsbron:
- Druk zo vaak op SRC, tot op het display kort "CD" verschijnt.
Cd plaatsen
- Zet het apparaat aan.
- Schuif de cd (tekst naar boven) zonder forceren in de opening.
De cd wordt automatisch naar de afspeel-positie getransporteerd. De cd-weergave volgt.
Cd verwijderen
- Houd ca een seconde ingedrukt.
De cd wordt uit de opening geschoven.
Het automatische transport van de cd mag ter bescherming van het mechaniek niet
worden gehinderd of geholpen.
Wanneer de cd niet verwijderd wordt, wordt deze na ca. 30 seconden naar binnen getransporteerd.
Titels kiezen
Na plaatsing van de cd verschijnen de ingeschakelde functies op het display. Wanneer "TPM" niet verlicht is, kunnen alle cd-titels gekozen en afgespeeld worden. Wanneer "TPM" verlicht is, kunnen alleen de met TPM geprogrammeerde titels gekozen en afgespeeld worden.

^/Titels kiezen opwaarts
Y neerwaarts Wanneer slechts eenmaal op vgedrukt wordt, start de spelende titel opnieuw.
Snel vooruit verplaatsen, hoorbaar (CUE)
Houd zo lang als nodig ingedrukt.
<< Snel achteruit verplaatsen, hoorbaar (REVIEW)
Houd «zo lang als nodig ingedrukt.
Met de tuimelschakelaar worden de titels doolopen. Door meermaals op de tuimelschakelaar te drukken, kunt u verschillende muziekstukken tegelijk overslaan.
Op het display wordt naast "T" (track) het bijbehorende nummer van het gekozen muziekstuk aangegeven.
MIX
De cd-titels kunnen in willekeurige volgorde worden weergegeven. MIX is ingeschakeld, wanneer op het display "MIX" verlicht is.
MIX in-/uitschakelen:
• Druk kort op SC/MIX.
CDC-gebruik
CDC-gebruik inschakelen
Er moet een magazijn met minstens één cd geplaatst zijn.
Met SRC wisselt u van geluisdbron:
- Druk zo vaak op SRC, tot op het display kort "CDC" verschijnt.
Cd's en titels kiezen

Cd kiezen
opwaarts
« neerwaarts
Titels kiezen
opwaarts: kort indrukken
CUE - snel vooruit (hoorbaar): ingedrukt houden
veerwaarts: tweemaal of meermaals achtereen kort indrukken.
Opnieuw starten van de titel: kort in- drukken
REVIEW - snel achteruit (hoorbaar): ingedrukt houden
MIX
De cd-titels kunnen in willekeurige volgorde worden weergegeven.
MIX CD – De titels van de gekozen cd worden in willekeurige volgorde weergegeven. De volgende cd's worden op volgorde van nummer afgespeeld. Voor de weergave van de titels geldt MIX (willekeurige volgorde).
MIX MAG – CDC-A 05 / -F 05 Alle titels van de cd worden in willekeurige volgorde weergegeven. Daarop wordt de volgende cd in willekeurige volgorde gekozen en afgespeeld enz.
MIX OFF – MIX is uitgeschakeld. De cd's en de titels worden op volgorde van nummer afgespeeld.
Functie wisselen:
- Druk zo vaak op SC/MIX, totdat de gewenste functie kort op het display verschijnt.
Wanneer MIX is ingeschakeld, is rechts op het display "MIX" verlicht.
Cd- en CDC-gebruik
Soort aanduiding kiezen
U kunt bij cd-gebruik het soort aanduiding kiezen:
"NAME" – De ingevoerde naam, bv. "MADONNA", wordt aan- gegeven.
"TIME" – De verstreken tijd van de titel, bv. "2 : 32", wordt in minuten aangegeven.
Bovendien bij CDC-gebruik:
"NUMBER" – Disk-nummer, bv "CD 8" wordt aangegeven.
Wisselen van soort aanduiding bij cd-gebruik:
• Druk op AF.
Het soort aanduiding verschijnt kort, bv, "TIME", "2:32".
Wanneer u "NAME" heeft gekozen, zonder dat voor de cd een naam is ingevoerd, verschijnt "CD PLAY" op het display.
Lees hiervoor ook de paragraaf "Cd-naam invoeren".
Soort aanduiding bewaren
Het gewenste soort aanduiding kan worden bewaard en wordt na elke keer inschakelen aangegeven.
Indien gewenst:
- Druk zo vaak op AF, tot het gewenste soort aanduiding wordt aangegeven.
- Druk zo lang op AF, tot de "BEEP" te horen is.
SCAN
Om cd-titels kort te laten horen. Bij CDC- gebruik laat het apparaat de titels van alle cd's kort horen.
SCAN starten:
- Houd SC/MIX ca. een seconde ingedrukt.
De titel zijn op volgorde achtereenvolgens kort te horen.
SCAN beëindigen:
• Druk kort op SC/MIX.
De laatst te horen titel wordt verder afgespeeld.
SCAN wordt ook beëindigd wanneer:
- op AUD, GEO, DSC, SRC, TPM, ⚡, << >> of ∧/wordt gedrukt.
TPM
Om uw favoriete cd-titels te programmeren en af te spelen.
Bij cd-gebruik kunnen maximaal 30 titels, en bij CDC-gebruik maximaal 99 titels worden geprogrammeerd.
Titels programmeren met TPM
De TPM-functie moet uitgeschakeld zijn ("TPM" niet op het display).
Wanneer nog geen TPM-titel geprogrammeerd is, kan de functie niet worden ingeschakeld.
Indien gewenst:
• Schakel TPM in/uit met toets TPM.
- Kies de titel (track) met . Het titel-nummer wordt aangegeven.
- Druk zo lang op TPM, totdat de "BEEP" te horen is.
De titel is geprogrammeerd.
Bij CDC-gebruik geeft het symbool "< " voor de cd-naam aan dat voor deze cd een TPM-programmering bestaat.
De volgende titels kiest u weer met Aven programmeert u met TPM enz., zoals hierboven beschreven.
U kunt tijdens de cd-weergave altijd cd-titels programmeren. Voorwaarde hiervoor is dat "TPM" en "SCAN" uitgeschakeld zijn. Op dezelfde manier kunt u titels van andere cd's programmeren met TPM.
Cd-weergave met TPM
- De TPM-functie moet ingeschakeld zijn. (TPM in/uit met toets TPM).
De onder "TPM" geprogrammeerde titels worden op volgorde afgespeeld.
Alle niet geprogrammeerde titels worden overgeslagen.
TPM-programmering wissen:
Met CLR (Clear = wissen) kunnen afzonderlijke titels, alle titels van een cd of het hele TPM-geheugen gewist worden.
Bovendien kan bij CDC-gebruik het TPM-geheugen voor het geplaatste magazijn of van alle magazijnen gewist worden.
Om TPM-programmeringen te wissen moet TPM ingeschakeld zijn (verlicht op het display). Wanneer het TPM-geheugen leeg is, verschijnt op het display "NO TPM".
Cd-gebruik
a) TPM-programmering van een titel wissen:
- Zet TPM aan.
- Kies de titel (track) met ∧∀.
- Houd CLR circa twee seconden ingedrukt, totdat "CLR TR" op het display verschijnt.
De TPM is voor deze titel gewist.
b) TPM-programmering van een cd wissen:
- Zet TPM aan.
- Houd CLR circa vier seconden ingedrukt, totdat "CLR DISK" verschijnt.
De TPM van deze cd is gewist.
c) TPM-programmering van alle cd's wissen:
- Zet TPM aan.
- Houd CLR circa acht seconden ingedrukt, totdat "CLR TPM" verschijnt.
Het TPM-geheugen is voor alle cd's gewist.
CDC-gebruik
a) TPM-programmering van een titel wissen:
- Zet TPM aan.
• Kies de titel (track) met ∑ - Houd CLR circa twee seconden ingedrukt, totdat "CLR TR" op het display verschijnt.
De TPM is voor deze titel gewist.
b) TPM-programmering van een cd wissen:
- Zet TPM aan.
- Houd CLR circa acht seconden ingedrukt, totdat "CLR CD" verschijnt.
De TPM van deze cd is gewist.
c) TPM-programmering van een magazijn wissen:
- Zet TPM aan.
- Houd CLR circa zestien seconden ingedrukt, totdat "CLR MAG" verschijnt.
De TPM van dit magazijn is gewist.
d) TPM-programmering van alle magazijnen wissen:
- Zet TPM aan.
- Houd CLR circa 24 seconden ingedrukt, totdat "CLR TPM" verschijnt.
Het TPM-geheugen is voor alle magazijnen gewist.
Cd- en CDC-gebruik
Cd's benoemen
Bij cd-gebruik kunnen maximaal 30 cd's, en bij CDC-gebruik maximaal 99 cd's worden benoemd.
Deze naam (bv. "VIVALDI") verschijnt op het display wanneer u de cd in dezelfde functie- gebruik afspeelt waarin ook de naam werd ingevoerd.
Voor waarde is dat u met AF de display-mode "NAME" haft gekozen.
Invoer starten:
- Druk op de DSC-toets. "CD-NAME" resp. CDC-NAME" verschijnt op het display.
- Druk op ♦. Het eerste invoerveld knippert.
- Kies nu met de tuimelschakelaar een teken.
Achtereenvolgens verschijnen de hoofdletters (A - Z), speciale tekens en de cijfers 0 - 9.
- Ga met de tuimelschakelaar << >> naar de volgende onderstreping en kies een teken.
Op deze wijze kunnen bij cd-gebruik maximaal acht, en bij CDC-gebruik maximaal zeven tekens worden gekozen.
Invoer beëindigen:
- Druk op om de invoer te bewaren. Wanneer u de invoer van een naam wilt beëindigen:
- Druk op DSC om het DSC-menu te verlaten.
Wanneer u een volgende cd-naam wilt invoeren:
- Plaats bij cd-gebruik een nieuwe cd of kies bij CDC-gebruik een nieuwe cd.
Een naam wordt gewijzigd (overschreven) door andere tekens in te voeren en te bewaren.
Naam van een cd wissen
Via DSC kan de naam van een cd worden gewist.
• Druk op DSC.
- Druk zo vaak op , totdat "CD-NAME" of "CDC-NAME" op het display verschijnt.
- Druk op CLR. De naam verdwijnt.
DSC-menu verlaten:
• Druk op DSC.
TPM-geheugen en cd-naam wissen met DSC-UPDATE
Via DSC kan het TPM-geheugen en de naam van een of meer cd's gewist worden. Met "CD UPD" resp. "CDC UPD" (Update - bijwerken) kunnen alle cd's waarvan de naam en het TPM-geheugen behouden moet blijven, worden bevestigd.
- Plaats een cd resp. een magazijn met cd's waarvan de gegevens bewaard moeten worden.
• Druk op DSC. - Druk zo vaak op , totdat "CD UPD" resp. "CDC UPD" op het display verschijnt.
- Druk op << >>.
Programmering met DSC
Na voltooiing van de update verschijnt "NEXT CD" resp. "NEXT MAG" op het display.
- Houd ▲ ca. twee seconden ingedrukt (bij cd-gebruik op de radio, bij CDC- gebruik op de wisselaar).
De cd resp. het magazijn wordt uit de opening geschoven. - Plaats de volgende cd / het volgende magazijn.
Ga zo verder met alle cd's/magazijnen waarvan het TPM-geheugen resp. de naam behouden moet blijven.
Bij de laatste cd of het laatste magazijn waarvan de naam behouden moet blijven:
- Houd TPM ca. twee seconden ingedrukt.
Wanneer u de functie wilt beëindigen:
• Druk op DSC.
Bij alle geplaatste cd's is het TPM-geheugen behouden. Bij alle andere zijn het TPM-geheugen en de naam gewist.
Uw autoradio biedt u de mogelijkheid om met DSC (Direct Software Control) enkele instellingen en functies aan uw wensen aan te passen en deze aanpassingen te programmeren.
Het apparaat is door de fabriek ingesteld. Een overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen vindt u hieronder, zodat u deze altijd kunt raadplegen.
Wanneer u een geprogrammeerde waarde wilt veranderen:
• Druk op DSC.
Met de tuimelschakelaar en de -toets kunt u een keuze maken uit de de hierna beschreven functies en deze instellen. Op het display wordt de ingestelde waarde aangegeven.

^/functie kiezen
<< >> waarde instellen/oproepen
CD/CDC NAME
Verschijnt alleen bij cd/CDC-weergave. Met deze functie kunt u cd's naar eigen inzicht benoemen (zie "Cd's benoemen").
LOUDNESS Loudness-aanpassing van zachte, lage tonen aan het menselijk gehoor.
LOUD 1 - geringe verster- king
LOUD 6 - maximale ver- sterking
TA VOL Volume van de verkeersin- formatie instelbaar tussen 0 en 63.
U hoort de verkeersinformatie altijd op dit volume, wanneer het standaardvolume geringer is.
Wanneer het standaardvolume groter is dan TA VOL, wordt de verkeersinformatie iets sterker doorgegeven dan het standaardvolume.
SPEECH In de toekomst zullen verschillende RDS-omroepen onderscheid gaan maken tussen uitzendingen van muziek en gesproken woord. U kunt de klankkleur voor gesproken woord instellen van "SPEECH 0...4". SPEECH 0: Muziek/speech uitgeschakeld SPEECH 1: Defeat (bas, treble en loudness op "0") SPEECH 2-4: Verschillende instelling van volume, bas en treble wanneer loudness uitgeschake is. U kunt uitproberen welke in stelling van SPEECH u het best bevalt.
BEEP Bevestigingssignaal voor functies waarvoor een toets langer dan twee seconden ingedrukt moet blijven. Het volume is instelbaar van 0-9 (0 = uit).
ANGLE Met deze instelling (-1, 0 en +1) kunt u uw individuele waarnemingshoek instellen. Stel ANGLE zo in dat het het display het best waar te nemen is.
BRIGHT U kunt de helderheid van het display instellen tussen 1 en 16. U kunt een afzon- derlijke helderheidswaarde kiezen voor dag en nacht. Invoeren van de helderheid voor 's nachts: Zet de verlichting van de auto aan en programmeer de helderheidswaarde. Voorwaarde is dat de radio is aangesloten op de ver- lichting van de auto.
COLOUR (Variocolour) Om de kleur van de ver- lichting van het apparaat stapsgewijs aan te passen aan de dashboardver- lichting.
groen ...... fel-oranje ...... rood
LED ON U kunt kiezen tussen LED ON of LED OFF. Bij LED ON knippert de KeyCard- tong als extra beveiliging wanneer het apparaat uitge- schakeld is en de KeyCard is verwijderd.
LEARN KC U kunt een tweede KeyCard programmeren. Lees hiervoor de aanwijzingen onder "Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard" - "Tweede KeyCard programmeren".
READ KC De gegevens van een Key-Card kunnen worden getoond. Bij de meegeleverde Key-Card worden de apparaatgegevens zoals naam, typenummer (76...) en apparaatnummer aangegeven. Bij de tweede KeyCard kunnen de door de vakhandelaar ingevoerde gegevens worden aangegeven (zie "Short Additional Memory S.A.M.").
Wanneer u tijdens het uitlezen de KeyCard verwijdert, verschijnt "READ KC" op het display. Het apparaat blijft spelen, maar kan niet meer worden bediend totdat het wordt uitgeschakeld. Plaats de KeyCard opnieuw.
PTY LANG Hiermee kiest u de taal van de programmasoort-aanduiding: DEUTSCH of ENGLISH.
SCANTIME Met deze functie wordt de scantijd voor radio en cd vastgelegd (5 - 30 seconden).
S-DX Instellen van de gevoelig- heid van de zoekafstem- ming voor interlokale ont- vangst. DX 1 - zeer gevoelig DX 3 - normaal gevoelig
S-LO Instellen van de gevoelig- heid van de zoekafstem- ming voor lokale ontvangst. LO 1 - zeer gevoelig LO 3 - normaal gevoelig De gevoeligheid van de zoekafstemming kan voor FM en AM apart worden in- gesteld.
CD/CDC UPD
Maakt het mogelijk om bij cd- of CDC-gebruik het TPM-geheugen en de cdnamen te wissen om plaats te maken voor nieuwe cd's (zie "TPM-geheugen en cdnaam wissen met DSC-UPDATE").
AUX Deze menu-optie verschijnt niet wanneer een cd-wisselaar (A 05 of F 05) is aangesloten. Van fabriekswege is ingesteld op AUX OFF. Wanneer via AUX een extern apparaat is aangesloten, moet AUX ON worden ingesteld.
VOL FIX Hiermee kunt u het aan- vangsvolume bij inschake- len instellen. Stel het gewenste aan- vangsvolume in met << >>. Wanneer VOL 0 wordt inge- steld, vindt bij inschakelen weergave plaats met het laatst ingestelde volume.
DSC-programmering beeindigen/instelling bewaren:
• Druk op DSC.
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC
CD NAME -
LOUDNESS 3
TA VOL 35
SPEECH 0
BEEP 4
ANGLE 0
BRIGHT 16
COLOUR groen
LED ON
LEARN KC -
READ KC -
PTY LANG ENGLISH
SCANTIME 10 sec.
S - DX 1
S - LO 1
CD UPD -
AUX OFF
VOL FIX 0
Appendix
Technische gegevens
Versterker
Uitgangsvermogen:
4 x 23 Watt sinus volgens
DIN 45 324 bij 14,4 V
4 x 35 Watt max. power
Tuner
Golfgebieden:
FM : 87,5 - 108 MHz
MG : 531 - 1602 kHz
LG : 153 - 279 kHz
FM - gevoeligheid:
0,9 ∝ V bij 26 dB
signaal-ruisverhouding
FM - frequentiebereik:
30 - 16 000 Hz
CD
Frequentiebereik:
20 - 20 000 Hz
Aansluitmogelijkheid voor DAB-box
Wijzigingen voorbehouden!