Verona RCR 45 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Verona RCR 45 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio met cassettespeler |
| Merk | Blaupunkt |
| Model | Verona RCR 45 |
| Frequentiebereik | FM 87,5-108 MHz, MG 531-1602 kHz, LG 153-279 kHz |
| Uitgangsvermogen | 4 x 6 W sinus (DIN 45324/3.1), 4 x 8 W muziek (DIN 45324/3.2) |
| FM-gevoeligheid | 1,0 µV bij 26 dB signaal-ruisverhouding |
| Frequentiebereik FM | 35-16.000 Hz |
| Cassetteweergave | Autoreverse, snelspoelen, frequentiebereik 35-16.000 Hz |
| Diefstalbeveiliging | KeyCard met LED-knipperindicatie |
| RDS-functies | AF (alternatieve frequentie), REG (regionaal), EON (verkeersinformatie) |
| Verkeersinformatie | TA (voorrang verkeersinformatie), TP, waarschuwingssignaal |
| Geluidsregeling | Bass, treble, balans, fader, loudness (6 niveaus) |
| Zendergeheugen | FM: 3 niveaus (I, II, T) met elk 6 zenders; MG/LG: 1 niveau met 6 zenders |
| Travelstore | Automatisch programmeren van 6 sterkste FM-zenders |
| DSC-instellingen | TA-volume, BEEP, LED, loudness, RM, LOCAL/DX-gevoeligheid, KeyCard aanleren |
| Afmetingen (ca.) | 1-DIN chassis (180 x 50 x 160 mm) |
| Gewicht (ca.) | 1,2 kg |
| Voeding | 12 V DC, negatief massa |
| Onderhoud cassettedeck | Reinigingscassette of wattenstaafje met spiritus |
| Veiligheid | Verkeersveiligheid voorop; apparaat niet bedienen tijdens het rijden |
Veelgestelde vragen - Verona RCR 45 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over Verona RCR 45 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Verona RCR 45 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Verona RCR 45 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING Verona RCR 45 BLAUPUNKT
Beknopte gebruiksaanwijzing ..... 63
Belangrijke aanwijzingen...... 66
Wat u beslist moet lezen 66
Verkeersveiligheid.... 66
Inbouw/aansluiting 66
Bescherming tegen diefstal met KeyCard 67
Het apparaat in werking stellen...... 67
KeyCard verwijderen.... 67
Tweede KeyCard programmeren/
KeyCard vervangen 67
Radiopas-gegevens tonen 67
Optische aanduiding van de diefstal- beveiliging 68
Radiogebruik met RDS 68
AF - Alternatieve frequentie 68
REG - Regionaal 68
Frequentieband kiezen 69
Zoekafstemming 69
Handmatig afstemmen op zenders.... 69
"Bladeren" in een zenderketen
(alleen FM) 69
Wisselen van geheugenniveau (FM) .... 69
Zenders programmeren 69
Sterkste zenders automatisch
programmeren met Travelstore 70
Geprogrammeerde zenders oproepen.. 70
Geprogrammeerde zenders laten horen met Preset Scan .... 70
Zenders laten horen met Radio-Scan ... 70
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen 71
Omschakelen stereo-mono (FM) ..... 71
Ontvangst van verkeers- informatie met RDS-EON .... 71
Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen 71
Waarschuwingssignaal 71
Waarschuwingssignaal uitschakelen . 71
Automatische start zoekafstemming ..... 72
Volume van verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen .... 72
Cassetteweergave 72
Cassette plaatsen 72
Cassette verwijderen 72
Snelspoelen 72
Wisselen van kant (autoreverse) ..... 73
Programmeren met DSC 73
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC... 74
Appendix 74
Tips voor het onderhoud 74
Loopwerk/cassettes 74
Beknopte gebruiksaanwijzing
①Aan Dit Volume ↻

Het apparaat kan ook met de KeyCard ⑱ worden in- en uitgeschakeld. Wanneer het apparaat volgens de voorschriften is aangesloten, kan het ook via het contactslot worden in- en uitgeschakeld. Wanneer u het apparaat wilt gebruiken bij uitgeschakeld contact, heeft u de volgende mogelijkheden: a) Knop ① in-/uitschakelen; b) De KeyCard verwijderen/plaatsen; c) Op AUD ③ drukken. Wanneer het apparaat met de KeyCard of met AUD wordt aangezet, vindt verdere weergave plaats bij het laatst ingestelde volume. Wanneer het apparaat bij uitgeschakeld contact wordt bediend, schakelt het na een uur automatisch uit om de accu te sparen.
②LD
Loudness - versterking van de lage tonen bij gering volume. Loudness aan/uit: druk op LD. Overige informatie: "Programmeren met DSC".
③AUD/GEO
AUD
Voor het instellen van treble (hoge to- nen) en bass met de tuimel- schakelaar.

^ Treble +
v Treble -
<< Bass -
Bass +
GEO-
Voor het instellen van balans (links/rechts) en fader (voor/achter) met de tuimelschakelaar.

^ Fader vóór
v Fader achter
<< Balans links
Balans rechts
Wanneer een instelling moet worden veranderd:
- Druk op AUD resp. GEO en verander de instelling met de tuimelschakelaar.
De instelling wordt weergegeven op het display. De laatste instelling wordt automatisch in het geheugen opgeslagen. Instellen beëindigen: druk op AUD resp. GEO.
Wanneer niet binnen 8 seconden een verandering plaatsvindt, schakelt het apparaat terug naar de vorige aanduiding op het display.
④ DSC (Direct Software Control) Met DSC kunnen programmeerbare basisinstellingen worden aangepast. Overige informatie: "Programmeren met DSC".
⑤ AF - Alternatieve Frequentie bij gebruik met RDS
Wanneer "AF" op het display staat, zoekt de radio met RDS automatisch een beter te ontvangen frequentie van hetzelfde programma. AF aan/uit: druk op de toets.
⑥ REG
REG ON/REG OFF
Bij REG ON wordt alleen op een alternatieve frequentie overgeschakeld, wanneer dit een zender is met hetzelf-de regionale programma (zie "REG - Regionaal").
REG in-/uitschakelen: druk op REG totdat "REG ON" of "REG OFF" op het display verschijnt (BEEP klinkt).
⑦lo/dx
Gevoeligheid van de zoekafstemming "lo" verschijnt op het display: normale gevoeligheid (zoekafstemming stopt bij goed te ontvangen zenders).
"lo" brandt niet: hoge gevoeligheid (zoekafstemming stopt ook bij minder goed te ontvangen zenders).
Wisselen: druk op lo/dx.
Overige informatie: "Programmeren met DSC".
⑧Verwijderen van de cassette Druk op ≜.
⑨ Cassette-opening Cassette plaatsen (kant A of 1 naar boven; opening rechts).
⑩ Display
Radio:
NDR1 NDS - zenderindicatie/frequentie
FM - frequentieband
T - geheugenniveau (I, II, T)
5 - voorkeuzetoetsen (1 - 6)
- stereo
lo - gevoeligheid van de zoek-
afstemming
AF - alternatieve frequentie
TP - vaststelling einde verkeers-
informatie
TA - voorrang voor verkeers-
informatie
LD - loudness

Cassette:

TR1--PLAY - kant 1 (of 2)
⑪ Wisselen van kant/Snelspoelen
Wisselen van kant
Druk tegelijk op beide toetsen
"TR1-PLAY" of "TR2-PLAY" op het display.

Snelspoelen
FR : snel terugspoelen; stop met FF
FF : snel vooruitspoelen; stop met FR
⑫SC
Radiogebruik
Scan (korte weergave van alle te ont- vangen zenders). Druk kort op SC.
13PS
Preset Scan (korte weergave van alle in het geheugen vastgelegde zenders). Druk kort op PS.
⑭1, 2, 3, 4, 5, 6 - Voorkeuzetoetsen
Per geheugenniveau (I, II en "T") kunnen op de FM-band 6 zenders worden geprogrammeerd.
Zenders programmeren: druk bij radiogebruik zolang op de toets, totdat het programma weer hoorbaar is.
Zenders oproepen: kies de frequentie- band, kies bij FM het geheugenniveau met FMT (zo vaak intoetsen als nodig) en druk op de overeenkomstige zen- dertoets.
⑮ TA (Traffic Announcement = voorrang voor verkeersinformatie)
Wanneer "TA" op het display staat, worden alleen zenders met verkeersinformatie weergegeven. TA aan/uit: druk op de toets.
⑯M·L
Wisselschakelaar voor midden- en lange golf. Druk op de toets indien gewenst.
Wisselschakelaar voor de FM-geheugenniveaus I, II en "T" (Travelstore). Wisselen van geheugenniveau: druk zo vaak op de toets, totdat het gewenste niveau op het display verschijnt. Voor automatisch programmeren van de zes sterkste zenders met Travelstore:
Programmeren: druk op FMT, totdat de zoekafstemming op het display begint.
Oproepen: druk zo vaak op FMT, totdat "T" op het display verschijnt. Druk daarna kort op een van de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6.
⑱ Bescherming tegen diefstal met KeyCard
Voor het bedienen van het apparaat moet de Keycard geplaatst zijn.

Schuif hiervoor de Keycard, wanneer de KeyCard-tong naar buiten wijst, van bovenaf in de opening. Lees beslist de aanwijzingen onder "Bescherming tegen diefstal met KeyCard".
KeyCard-tong knippert
Wanneer de radio uitstaat, knippert de KeyCard-tong als optische bescherming tegen diefstal, mits de voorwaarden dienovereenkomstig zijn ingesteld met DSC - LED.
⑲Tuimelschakelaar Zoekafstemming

^ omhoog
∨ omlaag
« / >trapsgewijs omlaag/omhoog (indien "AF" uit).
<< / >"bladeren" in de zenderketen, indien "AF" aan (NDR1...NDR4).
Extra functies:
In DSC-mode: functies kiezen en programmeren
Belangrijke aanwijzingen
Wat u beslist moet lezen
Lees voordat u uw autoradio in gebruik neemt de aanwijzingen voor "verkeersveiligheid" en de informatie voor "Bescherming tegen diefstal met KeyCard" a.u.b. zorgvuldig door.
Verkeersveiligheid
De verkeersveiligheid gaat vóór alles. Gebruik daarom uw autoradio altijd zo, dat u steeds alert op de heersende verkeerssitua-tie kunt reageren.
Bedenk dat u al bij een snelheid van 50 km/u elke seconde 14 meter aflegt.
Het is raadzaam uw autoradio niet te bedienen in moeilijke verkeerssituaties.
De waarschuwingssignalen van bv. politie en brandweer moeten in de auto op tijd en duidelijk te horen zijn. Beluister tijdens het rijden uw programma daarom alleen met een aangepast geluidsvolume.
Inbouw/aansluiting
Wanneer u het apparaat zelf wilt inbouwen of verwijderen, lees dan van te voren beslist de bijgevoegde aanwijzingen voor inbouw en aansluiting.
Verbind de luidspreker-uitgangen niet met aarde! Gebruik uitsluitend door Blaupunkt goedgekeurde accessoires en reserve-onderdelen.
Bescherming tegen diefstal met KeyCard
Uw radio wordt geleverd met een KeyCard. Het apparaat kan echter ook met een tweede KeyCard worden bediend. Wanneer een KeyCard verloren of beschadigd raakt, kunt u via een erkende dealer een vervangende KeyCard krijgen. Indien u twee KeyCards gebruikt, kunnen de volgende instellingen individuel geprogrammeerd worden: Bass, treble (hoge tonen), balans en fader, voorkeuzezenders, loudness, TA (volume verkeersinformatie), BEEP-volume. Bovendien blijft de laatste instelling van bv. frequentieband, zenderafstemming, TA-voorrang, loudness, AF, REG ON/OFF en gevoeligheid van de zoekafstemming gehandhaafd. Zo vindt u steeds na het plaatsen van de KeyCard de basisinstelling van uw keuze terug.
Het apparaat in werking stellen
- Zet het apparaat aan en schuif de Keycard, wanneer de KeyCard-tong naar buiten wijst, van bovenaf in de opening (contactoppervlak naar boven).
De autoradio is klaar voor gebruik. Wanneer een voor het apparaat onbekende KeyCard wordt geplaatst, verschijnt "CARD ERR" op het display. Bedien het apparaat in dat geval niet. Na ca. 10 seconden verschijnt op het display "TURN OFF". Zet de radio uit. Wanneer u een onbekend soort kaart invoert (bv. telefoonkaart of credit-card), verschijnt ca. 2 seconden lang "WRONG KC".
Verwijder de verkeerde kaaart en zet het apparaat uit.
Bedien het apparaat pas weer, wanneer u beschikt over een KeyCard die bij het apparaat bekend is.
KeyCard verwijderen
Trek de KeyCard nooit uit het apparaat.
• Druk eerst op de KeyCard.
De KeyCard komt dan in de uitneempositie.
- Neem dan de KeyCard uit de opening.
Tweede KeyCard programmeren/KeyCard vervangen
Een KeyCard kan als tweede KeyCard worden geprogrammeerd, wanneer het apparaat in werking is met de eerste KeyCard. Wanneer u een tweede KeyCard wilt programmeren:
- Plaats de eerste KeyCard en zet het apparaat aan.
- Druk op DSC en kies met ∧/∨ "LEARN KC".
Op het display verschijnt "CHANGE".
- Druk op de KeyCard, deze komt in de uitneempositie.
- Verwijder de eerste KeyCard en schuif, zolang "CHANGE" wordt weergegeven, de nieuwe KeyCard in de opening.
Het apparaat kan nu ook worden bediend met de nieuwe KeyCard.
Er kunnen voor het apparaat maximaal twee KeyCards geprogrammeerd zijn.
Wanneer een derde KeyCard wordt geprogrammeerd, vervalt automatisch de geldigheid van de KeyCard die niet werd gebruikt bij het programmeren.
Radiopas-gegevens tonen
U kunt met de bijgeleverde KeyCard de gegevens van de radiopas zoals toestelnaam, typenummer (7 6 ...) en toestelnummer op het display laten zien.
- Daarvoor moet u de voorkeurstoetsen 1 en 6 gelijktijdig indrukken en het toestel inschakelen.
• Binnen 2 sek. op M•L drukken.
De radiopas-gegevens worden in de vorm van een lichtkrant na elkaar doorlopen.
Funktie beëindigen:
- Willekeurige toets indrukken.
Radiogebruik met RDS (Radio Data Systeem)
Optische aanduiding van de diefstalbeveiliging
Wanneer de auto geparkeerd is, kan de KeyCard-tong knipperen bij wijze van diefstalbeveiliging. Hiervoor moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
De standby-pluspool en de pluspool via het contactslot moeten juist zijn aangesloten (zoals beschreven in de inbouwhandleiding). In de DSC-mode moet "LED 1" zijn ingesteld. Lees hiervoor "Programmeren met DSC - LED".
Het Radio Data Systeem biedt u meer comfort bij het luisteren naar de radio op FM.
Steeds meer radiozenders zenden bij hun programma's ook RDS-informatie uit.
Zodra een radioprogramma kan worden herkend, verschijnt ook de afkorting van de zender op het display, evt. met regionale identificatie, bv. "NDR1 NDS" (Neder-Saksen).
Met RDS worden de voorkeuzetoetsen gebruikt als programmatoetsen. Zo weet u precies op welk programma u bent afgestemd en kunt u ook gericht het gewenste programma kiezen. RDS biedt u nog meer voordelen:
AF - Alternatieve frequentie
De AF-functie (Alternatieve Frequentie) zorgt ervoor dat automatisch op de best te ontvangen frequentie van het gekozen programma wordt afgestemd.
Deze functie is ingeschakeld, wanneer "AF" verschijnt op het display.
AF in- en uitschakelen:
• Druk kort op de AF-toets.
Tijdens het zoeken naar de sterkste frequentie kan de radioweergave even onderbroken worden.
Wanneer bij het aanzetten van het apparaat of bij het kiezen van een geprogrammeerde frequentie "SEARCH" in het display verschijnt, zoekt het apparaat automatisch naar een alternatieve frequentie.
"SEARCH" verdwijnt wanneer een alternatieve frequentie gevonden is of na het doorlopen van de frequentieband.
Wanneer dit programma niet meer naar wens te ontvangen is:
- Kies een ander programma.
REG - Regionaal
Bepaalde programma's van radiozenders worden op bepaalde tijden in regionale uitzendingen verdeeld. Zo verzorgt bv. het eerste net van de NDR op bepaalde tijden programma's van verschillende inhoud voor gebieden in de noordelijke Duitse deelstaten Schleswig-Holstein, Hamburg en Neder-Saksen.
Wanneer u een regionaal programma ontvangt en dit wilt blijven beluisteren:
• Druk op de REG-toets.
Op het display verschijnt "REG ON".
Wanneer u het ontvangstgebied van de regionale zender verlaat, of de volledige RDSService verlangt, schakelt u over op REG OFF.
- Druk kort op de REG-toets.
Wanneer "REG ON" geactiveerd is, verschijnt bij het aanzetten van het apparaat steeds even "REG ON".
Frequentieband kiezen
U kunt kiezen tussen de frequentiegebieden FM 87,5 - 108 MHz,
MG 531 - 1602 kHz en
LG 153 - 279 kHz.
- Schakel de gewenste frequentieband in met FMT of M•L.
Wisselen tussen MG en LG:
• Druk op M·L.
Zoekafstemming ∧/∨
- Druk op / /de/autoradio zoekt automatisch de volgende zender.
Wanneer de tuimelschakelaar ∧/√boven of onder ingedrukt gehouden wordt, loopt de zoekafstemming snel voor- of achteruit door.
Zoekafstemming

^ omhoog ∨ omlaag
<< />brapsgewijs omlaag/omhoog ("AF" is uit)
<< />"bladeren" door de zenderketen, wanneer "AF" aanstaat (NDR1...NDR4).
Handmatig afstemmen op zenders << >> Voorwaarde: AF uitgeschakeld!
- Druk op << >>, de frequentie wordt trapsgewijs omlaag/omhoog veranderd.
Wanneer de tuimelschakelaar << >> rechts of links ingedrukt gehouden wordt, verloopt het zoeken naar frequenties snel.
"Bladeren" in een zenderketen (alleen FM)
U kunt met << >> zenders uit het ontvangstgebied oproepen.
Wanneer verschillende programma's van een zenderketen te ontvangen zijn, kunt u met >> (vooruit) of met << (achteruit) bladeren in de zenderketen, bv. NDR1, 2, 3, 4, N-JOY.
Voorwaarden hiervoor zijn, dat de zenders minstens eenmaal ontvangen zijn en dat AF is geactiveerd (aangegeven op het display). Start daarvoor bv. Travelstore:
- Houd FM T 2 sec. ingedrukt, de frequentieband wordt doorlopen.
Wanneer "AF" niet brandt:
• Druk op AF.
Hiermee is aan de voorwaarden voor zenderkeuze met << >> voldaan.
Wisselen van geheugenniveau (FM)
U kunt de geheugenniveaus I, II en T afwisselen om zenders te programmeren en om geprogrammeerde zenders op te roepen.
Het gekozen geheugenniveau verschijnt op het display.
- Druk zo vaak op FM T, tot het gewenste geheugenniveau op het display verschijnt.
Zenders programmeren
Op de FM-band kunt u voor elk geheugenniveau zes zenders programmeren met de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6.
Op de MG- en LG-band kunt u elk zes zenders programmeren.
- Kies het frequentiegebied met FM T of M·L en op FM het geheugenniveau met FMT.
- Stem af op een zender met de tuimelschakelaar (automatisch of handmatig).
- Druk zolang op de gewenste voorkeuzetoets tot na de geluidsonderdrukking het programma weer te horen is (ca. 2 sec.), resp. tot BEEP klinkt.
De zender is nu geprogrammeerd.
Het display geeft aan welke toets is ingedrukt.
Let op:
Wanneer u afstemt op een reeds geprogrammeerde zender, knipperen de betreffende voorkeuzetoets en het geheugenniveau kort op het display, indien u zich op een ander geheugenniveau bevindt.
Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore
U kunt de zes sterkste FM-zenders in het betreffende ontvangstgebied op volgorde van sterkte, elk uit hun eigen ontvangstgebied, automatisch programmeren.
Deze functie is vooral handig op reis.
• Houd FM T minstens 2 sec. ingedrukt.
Het apparaat zoekt dan de sterkste FM-zenders en slaat ze op in geheugenniveau T (Travelstore). Na voltooiing wordt op de sterkste zender afgestemd.
Indien gewenst kunnen op het Travelstore-niveau ook handmatig zenders worden ingesteld (zie "Zenders programmeren").
Geprogrammeerde zenders oproepen
Indien gewenst kunt u geprogrammeerde zenders oproepen met een druk op de toets.
- Kies het frequentiegebied met FM T of M·L en bij FM het geheugenniveau. Druk daarvoor zo vaak op FMT, tot het gewenste niveau op het display wordt aangegeven.
- Druk kort op de betreffende voorkeuzetoets.
Geprogrammeerde zenders laten horen met Preset Scan
Met Preset Scan kunt u de geprogrammeer-de zenders van alle frequentiegebieden kort laten horen.
Wanneer u zich op de FM-band bevindt, kunt u de zenders van het Travelstore-niveau of de twee geheugenniveaus laten horen.
- Kies het frequentiegebied.
- Kies op FM Travelstore of een geheugenniveau met FMT.
Het apparaat laat de zender ca. 8 sec. horen. Op het display geven de knipperende posities het geheugenniveau en de geheugenplaats van de weergegeven zender aan.
Weergegeven zenders verder beluisteren/Preset Scan beëindigen:
- Druk kort op PS.
Zenders laten horen met Radio-Scan
U kunt de opeenvolgende zenders elk 8 sec. laten horen.
Scan inschakelen:
• Druk kort op SC.
Op het display brandt de weergegeven frequentie of de afkorting van de zender. Tijdens het zoeken brandt "SCAN".
Weergegeven zenders kiezen/Scan uitschakelen:
- Druk kort op SC.
Wanneer geen zender wordt gekozen, wordt Scan automatisch na het doorlopen van de frequentieband uitgeschakeld. U hoort weer de voordien ingestelde zender.
Ontvangst van verkeersinformatie met RDS-EON
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen
U kunt de gevoeligheid van de automatische zoekafstemming veranderen.
Wanneer "lo" wordt aangegeven, worden alleen goed te ontvangen zenders opgezocht (geringe gevoeligheid).
Wanneer "lo" wordt uitgeschakeld, worden ook minder goed te ontvangen zenders opgezocht (grotere gevoeligheid).
Wisselen:
• Druk op lo resp. dx.
De mate van gevoeligheid kunt u bij lo en dx afzonderlijk instellen (zie hiervoor hoofdstuk "Programmeren met DSC").
Omschakelen stereo-mono (FM)
Bij ongunstige ontvangstcondities kan op mono worden overgeschakeld:
- Houd "lo" ca. 2 sec. ingedrukt.
Bij monoweergave verdwijnt het stereoteken Ⓞ op het display.
Steeds wanneer u het apparaat inschakelt, is de stereoweergave ingesteld. Bij slechte ontvangst schakelt het apparaat automatisch over op monoweergave.
Veel FM-zenders zenden regelmatig actuele verkeersinformatie uit voor hun regio.
Zenders met verkeersinformatie zenden ter identificatie een signaal uit, waaraan uw autoradio ze herkent. Wanneer een dergelijk signaal herkend wordt, verschijnt op het display "TP" (Traffic Program - Uitzending met verkeersinformatie).
Daarnaast zijn er zenders die zelf geen verkeersinformatie uitzenden, maar met RDS-EON de mogelijkheid bieden de verkeersinformatie van een andere zender van dezelf-de omroep te ontvangen. Wanneer op een dergelijke zender (bv. NDR3) is afgestemd, verschijnt "TP" op het display, zodra de voorrang voor verkeersinformatie geactiveerd is. Op het display moet dan "TA" branden.
Bij verkeersinformatie wordt automatisch overgeschakeld op de zender met de verkeersinformatie (in dit geval NDR2). Dan volgt de verkeersinformatie, waarna automatisch naar het ervoor beluisterde programma (NDR3) wordt teruggeschakeld.
Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen
Op het display verschijnt "TA" wanneer de voorrang voor verkeersinformatie is ingeschakeld.
Voorrang in-/uitschakelen:
• Druk op TA.
Wanneer u tijdens de verkeersinformatie op TA drukt, wordt de voorrang alleen voor deze melding onderbroken. Het apparaat schakelt terug naar de voormalige instelling. De voorrang voor volgende verkeersinformatie blijft gehandhaafd.
Waarschuwingssignaal
Wanneer u het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, hoort u na ca. 30 sec. een waarschuwingssignaal.
Wanneer u op een voorkeuzetoets drukt, waaronder een zender zonder TP-signaal geprogrammeerd is, hoort u eveneens een waarschuwingssignaal.
Waarschuwingssignaal uitschakelen
a) Wanneer u op een andere zender met verkeersinformatie afstemt:
• Druk op de tuimelschakelaar of
- druk op een voorkeuzetoets waar-onder een programma met verkeersinformatie geprogrammeerd is.
of
b) Wanneer u de voorrang voor verkeers-informatie uitschakelt:
• Druk op TA.
De letters "TA" verdwijnen van het display.
Cassetteweergave
Automatische start zoekafstemming (gebruik cassette)
Wanneer u een cassette beluistert en het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, zoekt de autoradio automatisch een andere zender met verkeersinformatie.
Wanneer ca. 30 sec. na het begin van de zoekafstemming geen zender met verkeers-informatie wordt gevonden, stopt de cassette en hoort u een waarschuwingssignaal.
Schakel het waarschuwingssignaal uit zoals hierboven is beschreven.
Volume van verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen
Dit volume is ingesteld door de fabriek. U kunt het d.m.v. DSC echter veranderen (zie "Programmeren met DSC - TA VOL").
Cassette plaatsen
- Zet het apparaat aan.
• Schuif de cassette in de opening.
Schuif de cassette in de opening met kant A of 1 naar boven en de opening rechts.

△ = cassette verwijderen
De cassette wordt afgespeeld in de laatst gebruikte afspeelrichting.
"TR1-PLAY" op het display betekent: kant 1 of A wordt afgespeeld.
Cassette verwijderen
- Druk op . ≜ De cassette wordt uit de opening geschoven.
Snelspoelen
Snel vooruitspoelen
- Druk op FF (fast forward). Aan het einde van de band schakelt het apparaat over op de andere kant en begint de weergave.
Snel vooruitspoelen beëindigen
• Druk op FR.
Snel terugspoelen
- Druk op FR (fast rewind). Aan het begin van de band start de weergave.
Snel terugspoelen beëindigen
• Druk op FF.
Wisselen van kant
Druk tegelijk op beide toetsen.
"TR1-PLAY" of "TR2-PLAY" op het display.

Snelspoelen
FR : snel terugspoelen; stop met FF FF : snel vooruitspoelen; stop met FF
Programmeren met DSC
Wisselen van kant (autoreverse)
(wisselen van afspeelrichting tijdens de weergave)
• Druk tegelijk op FR en FF.
Aan het einde van de band schakelt het apparaat over op de andere kant. Op het display verschijnt "TR1-PLAY" voor kant 1 of A of "TR2-PLAY" voor kant 2 of B.
Let op:
Bij zwaar lopende cassettes kan voortijdig op de andere kant worden overgeschakeld. Controleer in dit geval of de band goed op de spoel gewonden is. Vaak helpt heen- en weerspoelen van de cassette.
Deze autoradio biedt u de mogelijkheid om met DSC (Direct Software Control) enkele instellingen en functies aan uw wensen aan te passen en deze aanpassingen te programmeren.
Het apparaat is door de fabriek ingesteld. Een overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen vindt u hieronder, zodat u deze altijd kunt raadplegen.
Wanneer u een geprogrammeerde waarde wilt veranderen:
• Druk op DSC.
Op het display wordt de ingestelde waarde aangegeven. Met de tuimelschakelaar kunt u een keuze maken uit de hierna beschreven functies en deze instellen.

^ / functie kiezen
TA VOL Instellen van het volume van de verkeersinformatie van 1 - 9. De verkeersinformatie wordt op dit volume weergegeven. (1 = zacht).
BEEP Bevestigingssignaal voor functies waarvoor een toets langer dan 2 sec. ingedrukt moet blijven. Het volume is instelbaar van 0 - 9 (0 = uit). Na elke verandering klinkt BEEP op het overeenkom- stige volume.
LED (code) De LED ^18 kan knipperen als optische waarschuwing.
LED 1 - LED knippert steeds wanneer de autoradio via het contact is uit- geschakeld.
LED 0 - Het knipperen is uitgeschakeld.
| LOUD Loudness - Aanpassingvan de zachte, lage tonenaan het menselijk gehoor.LOUD 1 - geringe versterkingLOUD 6 - maximale versterking |
| RM | RM-ON (Radio Monitor) - maakt het mogelijk om tijdens het snelspoelen van de cassette naar de radio te luisteren.RM-OFF betekent dat de functie is uitgeschakeld. |
| LOCAL (lo) |
| Gevoeligheid van de zoekafstemming voor lokale ontvangst instellen. |
| LOCAL 1 - zeer gevoelig |
| LOCAL 3 - weinig gevoelig |
| DIS (dx) | |
| Gevoeligheid van dezoekafstemming voor interlokale ontvangst instellen. | |
| DIS 1 - zeer gevoelig | |
| DIS 3 - weinig gevoelig | |
| LEARN KC Voor het programmeren van een tweede KeyCard. Lees de informatie onder "Bescherming tegen diefstal met KeyCard". |
DSC-programmering beëindigen/instelling bewaren:
• Druk op DSC.
Wanneer binnen 8 sec. geen verandering wordt ingevoerd, wordt de laatste instelling automatisch bewaard. Het display schakelt terug naar de vorige toetand.
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC
Tips voor het onderhoud
Loopwerk/cassettes
Gebruik in de auto alleen C60/C90-cassettes. Bescherm uw cassettes tegen vuil, stof en temperaturen boven 50° Celsius.
Laat koude cassettes voor het afspelen opwarmen om onregelmatigheden in de bandloop te vermijden. Na ca. 100 gebruiksuren kunnen door afzetting van stof op de aan- drukrol en de weergavekop storingen optre- den in de bandloop en de weergavekwaliteit. Bij normale verontreiniging kunt u uw casset- tespeler reinigen met een reinigingscasset- te, bij sterkere verontreiniging met een in spiritus gedrenkt wattestaafje. Gebruik nooit hard gereedschap.
Technische gegevens
Versterker:
Uitgangs-
vermogen: 4 x 6 W sinus volgens
DIN 45324/3.1
of
4 x 8 W muziek volgens
DIN 45324/3.2
Tuner
Frequentieband
FM : 87,5 - 108 MHz
MG : 531 - 1602 kHz
LG : 153 - 279 kHz
FM-Gevoeligheid: 1,0 ∝ V bij 26 dB
signaal-ruisverhouding
FM-Frequentie-
bereik: 35 - 16 000 Hz
Cassette:
Frequentie-
bereik: 35 - 16 000 Hz
Wijzigingen voorbehouden!