Madrid RCM 105 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Madrid RCM 105 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio met cassette- en CD-wisselaar (optioneel) |
| Merk | Blaupunkt |
| Model | Madrid RCM 105 |
| Afmetingen (ca.) | 1-DIN (180 x 50 x 160 mm) |
| Gewicht (ca.) | 1,0 kg |
| Voeding | 12 V gelijkstroom, negatieve massa |
| Uitgangsvermogen | 4 x 20 W RMS (volgens DIN 45324), 4 x 25 W muziek |
| Frequentiebereik FM | 35 – 16.000 Hz (-3 dB) |
| Frequentiebereik cassette | 30 – 16.000 Hz (-3 dB) |
| FM-gevoeligheid | 0,9 µV bij 26 dB signaal-ruisafstand |
| Radiofuncties | RDS (AF, REG, EON), Travelstore, Preset Scan, Radio Scan, 6 voorkeuzetoetsen per geheugenniveau (I, II, T) |
| Cassettefuncties | Autoreverse, snelspoelen (FF/FR), Radio Monitor (RM), automatische omschakeling |
| CD-wisselaar (optie) | Compatibel met Blaupunkt CDC-A03, -F03, -A05, -F05; functies: SCAN, MIX, CD-naam invoeren |
| Diefstalbeveiliging | KeyCard-systeem met code, optionele knipperende LED |
| Geluidsinstellingen | Volume, Bass, Treble, Balance, Fader, Loudness (6 niveaus), Mute, TA-volume |
| Programmeerbare functies (DSC) | ANGLE, BEEP, BRIGHT, CD DISP, LED, LOUDNESS, SCANTIME, S-DX, S-LO, SPEECH, TA LEVEL, VOL FIX, CDC UPDATE |
| Onderhoud cassette | Reiniging met reinigingscassette of in spiritus gedrenkt wattenstaafje; geen hard gereedschap gebruiken |
| Veiligheid | Verkeersveiligheid voorop; waarschuwingssignalen hoorbaar; volume aanpassen tijdens rijden |
| Vervangbare onderdelen | KeyCard (verkrijgbaar via erkende servicedienst), Designer KeyCards tegen meerprijs |
Veelgestelde vragen - Madrid RCM 105 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over Madrid RCM 105 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Madrid RCM 105 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Madrid RCM 105 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING Madrid RCM 105 BLAUPUNKT
Beknopte gebruiksaanwijzing ..... 70
Belangrijke aanwijzingen...... 73
Wat u beslist moet lezen 73
Verkeersveiligheid.... 73
Inbouw/aansluiting 73
Optische indicatie als diefstalbeveiliging.... 74
KeyCard 74
KeyCard vervangen 74
Radio-gebruik met RDS 75
AF - Alternatieve-Frequentie 75
REG-Regional 75
Zoekafstemming 75
Handmatig op zenders afstemmen ..... 75
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen 76
Stereo - mono wisselen 76
Veranderen van geheugenniveau ..... 76
Zenders programmeren 76
Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore .... 76
Geprogrammeerde zenders oproepen.. 76
Geprogrammeerde zenders laten horen met Preset Scan .... 77
Zenders laten horen met Radio-Scan ... 77
Ontvangst verkeersinformatie met RDS-EON.... 78
Voorrang voor verkeersinformatie aan-/uitzetten 78
Waarschuwingssignaal 78
Waarschuwingssignaal uitzetten ..... 78
Automatische zoekafstemming 78
Instellen geluidsvolume voor verkeersinformatie .... 78
Cassette-weergave 79
Cassette inschuiven 79
Cassette uitnemen 79
Snelspoelen 79
Wisselen van spoor (Autoreverse) ..... 79
Radio luisteren bij snelspoelen met RM (Radio Monitor).... 79
Geluidsbron omschakelen met SRC ..... 80
Onderhoud 80
Programmeren met DSC 80
Bedienen van een CD-wisselaar (optie) 82
Wisselaar-functie inschakelen met SRC op de autoradio .... 82
Cd kiezen/ titel kiezen met tuimelschakelaar .... 82
SCAN 82
MIX....83
CD-namen invoeren/tonen 83
CD-namen wissen.... 83
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC... 84
Appendix 84
Beknopte gebruiksaanwijzing
①ON
Aanzetten:
Op ON drukken (de KeyCard moet ingeschoven zijn), het toestel speelt op vooraf ingestelde volume. Dit volume kan veranderd worden (zie "Programmeren met DSC - VOL FIX").
Uitzetten:
ON-toets ca. 1 sec. ingedrukt houden. Als het toestel met ON werd aangezet, kan met de KeyCard in- en uitgeschakeld worden (KeyCard - de passieve diefstalbeveiliging).
Het toestel kan ook via het contact worden uitgezet (indien zo aangesloten).
Na het uitzetten van het contact herinnert een dubbele pieptoon u er aan, dat u voordat u uit de auto stapt de KeyCard er uit zou moeten halen.

Als het contact uit staat (KeyCard is ingeschoven) kunt u het toestel zo verder gebruiken.
Ca. 8 sec. na het uitzetten van het contact op "ON" drukken. Het toestel wordt aangezet.
Na een speelduur van een uur wordt het toestel ter bescherming van de accu automatisch uitgezet.
②VOL+ / VOL-
Gewenst volume instellen met de toets VOL+ / Vol-.
Telkens na het aanzetten hoort u het toestel op het vooraf ingesteld volume. Dit volume kan veranderd worden (zie "Programmeren met DSC - VOL FIX").
③FM
Wisseltoets voor het FM-geheugenniveau I, II.
Wisselen van het geheugenniveau: toets zo vaak aantikken, tot het gewenste niveau op het display verschijnt.
④TS - Travelstore
Om de zes sterkste zenders met Travelstore automatisch te programmeren:
Programmeren: druk op TS tot het zenderzoeken op het display begint.
Oproepen: Op TS drukken; "T" verschijnt op het display. Daarna kort op één van de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6 drukken.
⑤-dB
Door het indrukken van de -dB-toets hebt u de mogelijkheid om ineens het volume zacht te zetten. Het display toon "MUTE". Deze functie wordt weer opgeheven door kort op de -dB-toets of op VOL+ te drukken.
Als op VOL- wordt gedrukt, is het nor-male volume gelijk aan het -dB (mute)-volume.
Het mute-volume is als volgt te programmeren:
Gewenst volume instellen met de toets VOL+ / Vol-. Instelling bevestigen door de -dB-toets gedurende ca. 2 sek. ingedrukt te houden (Beep klinkt).
Dit volume is als mute-volume geprogrammeerd.
⑥ Tuimelschakelaar

Extra functies:
DSC - MODE Functies kiezen en programmeren.
AF - MODE (AF op display) Met << >> in de zen- derreeks bladeren, bijv.: NDR1...NDR4
Track ∧/CD-gebruik (optie)
kort indrukken: titel kiezen. Ingedrukt houden: CUE/REVIEW.
CD << >> CD kiezen
⑦Display
Cassette-gebruik

Om het toestel te kunnen gebruiken, moet de KeyCard ingevoerd zijn.


De Keycard (contactdeel naar boven gericht) boven de Keycard-tong in de daarbij behorende gleuf schuiven. Leest u beslist de informatie bij "Key-Card".
⑨ AF-toets (Alternatieve Frequentie) bij RDS-gebruik
Als "AF" op het display verschijnt, zoekt de radio met RDS automatisch een beter te ontvangen frequentie van hetzelfde programma.
"AF" aan/uit: kort op toets AF drukken. AF-toets ca. 2 sec. indrukken, op het display verschijnt REG-ON of REG-OFF (REG - regionaal).
10PS
Functie bij radio-gebruik: PS (Preset Scan)
Toets kort indrukken - de op de voor- keuzetoetsen geprogrammeerde zen- ders zijn kort te horen.
⑪TA
(Traffic Announcement = voorrang voor verkeersinformatie)
Als op het display "TA" staat, worden alleen de verkeersinformatie-zenders weergegeven.
TA aan/uit: toets TA indrukken.
⑫1, 2, 3, 4, 5, 6 - voorkeuzetoetsen
Per geheugenniveau (I, II, en "T") kunnen 6 zenders geprogrammeerd worden.
Zenders programmeren - tijdens radio-gebruik de toets zolang ingedrukt houden tot het programma weer te horen is.
Zenders selecteren - Het geheugenniveau kiezen en op de desbetreffende voorkeuzetoets drukken.
⑬SCA
Functie bij radio-gebruik:
SCA indrukken - de op de voorkeuze- toetsen geprogrammeerde zenders zijn kort te horen.
Functie bij CD-gebruik (optie):
Voor korte weergave van CD-num- mers.
SCAN starten, beëindigen: SCA kort indrukken.
Maakt radio-ontvangst mogelijk tijdens het snelspoelen bij cassette-gebruik.
Bij cassette-gebruik
RM aan-/uitzetten: op RM drukken. Indien geactiveerd, staat "RM" op het display.
⑮Snelspoelen / wisselen van spoor
Wisselen van spoor
tegelijk indrukken
TR1-PLAY of TR2-PLAY op het display

⑯Cassette-opening
Cassette inschuiven (kant A of 1 naar boven; opening rechts)
⑰Cassette uitnemen
Op ▲ drukken
Met DSC kunnen programmeerbare basisinstellingen aangepast worden. Verdere informatie: "Programmeren met DSC".
⑲dx / lo
Gevoeligheid van de automatische zoekafstemming.
In display "lo" - normaal gevoelig (zoekafstemming stopt bij goed te ontvangen zenders).
In display géén "lo" (dx) - zeer gevoelig (de zoekafstemming stopt ook bij minder goed te ontvangen zenders).
Omschakelen: lo resp. dx aantikken.
20MIX
→ Bediening van een wisselaar.
21AUD
Voor het instellen van Treble (hoge tonen) en Bass (lage tonen) met de tuimelschakelaar.

De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen in het geheugen. Volgt er binnen 8 sec. geen wijziging, dan schakelt het display terug op de voorgaande mode.
22LD
Loudness - optimale versterking van lage tonen bij gering volume. Loudness aan/uit: op toets LD drukken. Voor verdere informatie zie "Programmeren met DSC".
23GEO
Voor het instellen van BALANCE (links/rechts) en FADER (voor/achter).

De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen in het geheugen. Volgt er binnen 8 sec. geen wijziging, dan schakelt het display terug op de voorgaande mode.
Om over te schakelen naar een andere geluidsbron bijv. cassette, radio, AUX resp. CD-wisselaar (optie).
Belangrijke aanwijzingen
Wat u beslist moet lezen
Leest u zorgvuldig de volgende aanwijzingen voordat u uw autoradio in gebruik neemt.
Verkeersveiligheid
De verkeersveiligheid heeft de hoogste prioriteit.
Gebruik daarom uw autoradio altijd zó, dat u steeds alert op de momentele verkeerssitua- tie kunt blijven reageren.
Bedenk dat u al bij een snelheid van 50 km/h in één seconde 14 meter aflegt.
Het is raadzaam om in moeilijke verkeersituaties uw toestel niet te bedienen.
De waarschuwingssignalen van bijv. politie en brandweer moeten in de auto op tijd en duidelijk gehoord kunnen worden.
Beluister daarom tijdens het rijden uw programma alleen met een aangepast volume.
Inbouw/aansluiting
Wanneer u de installatie zelf wilt inbouwen of uitbreiden, lees dan beslist vooraf de meegeleverde aanwijzingen m.b.t. inbouw en aansluiting.
Optische indicatie als diefstalbeveilig- ging
Bij een geparkeerde auto kan ter diefstalbeveiliging de Keycard-tong knipperen.
Met DSC kunnen twee situaties worden ingesteld. LED ON of LED OFF.
Leest u hiervoor "Programmeren met DSC, LED ON/OFF".
KeyCard
De autoradio kan alleen met twee KeyCard's (1 of 2) in werking gesteld worden, waarvan de code in het toestel opgeslagen is.
Toestel inschakelen en KeyCard geheel in-schuiven. De radio is nu klaar voor gebruik. Wanneer een verkeerde KeyCard gebruikt wordt, verschijnt “----” op het display.
Na ca. 10 sec. verschijnt op het display "CARD ERR".
In dat geval het toestel pas weer gebruiken nadat u de erbij behorende Keycard tot uw beschikking heeft.
Trek de KeyCard nooit uit het toestel.
Eerst op de KeyCard drukken. De KeyCard komt in de uitneempositie en het display toont "LEARNING". Dan pas de KeyCard uit het toestel nemen.
Raakt een KeyCard zoek of beschadigd dan kunt u via een erkende servicedienst een nieuwe KeyCard verkrijgen. Tegen extra betaling zijn er Designer KeyCards verkrijgbaar.
Deze servicediensten zijn in de autoradio- servicelijst gemarkeerd (□). Bij twijfel kan de servicedienst-centrale van uw land u het adres van de dichtstbijzijnde KeyCard-ser- vicedienst geven.
Met de KeyCard (1 en 2) kunnen de instellingen van de volgende functies apart opgeslagen worden: Bass, hoge tonen (Treble), Balance en Fader, voorkeuzetoetsen, Loudness, TA (volume), Speech (geluid bij gesproken woord), BEEP-volume, SCANTIME, VOLFIX.
Bovendien blijft de laatst ingestelde stand zoals zender- afstemming, TA-voorrang, Loudness, AF, RM, REG ON/OFF, gevoeligheid van zoekafstemming opgeslagen.
Zo beschikt u na het inschuiven van uw KeyCard weer over de gekozen basisinstelling.
KeyCard vervangen
Een KeyCard kan alleen maar door een nieuwe met hetzelfde kengetal (1 resp. 2) worden vervangen.
Wilt u bijv. KeyCard 2 vervangen, dan
• voert u KeyCard 1 in en zet het toestel aan.
- Drukt u op de KeyCard, dan komt deze in de uitneempositie en op het display verschijnt LEARNING.
- KeyCard 1 er uit halen en terwijl LEARNING nog aan staat, de nieuwe KeyCard 2 invoeren.
Het toestel kan nu met de nieuwe KeyCard 2 worden gebruikt.
Er kan telkens maar één KeyCard 1 en 2 worden gebruikt om het toestel aan te zetten.
Radio-gebruik met RDS (Radio Data System)
Radio-Data-System biedt u op de FM meer comfort bij het radio luisteren.
Steeds meer omroepen zenden naast hun programma RDS-informatie uit.
Zodra zenders kunnen worden geïdentificeerd, verschijnt ook de afkorting van de zendernaam evt. met regio-identificatie op het display, bijv. NDR1, NDS (Nedersaksen).
De voorkeuzetoetsen worden met RDS in programmatoetsen veranderd. U weet nu precies, welke zender u ontvangt en kunt zodoende ook de gewenste zender gericht kiezen.
RDS biedt u nog meer voordelen:
AF - Alternatieve-Frequentie
De functie AF (Alternatieve Frequentie) zorgt ervoor, dat de best te ontvangen frequentie van het gekozen programma automatisch wordt opgezocht.
Deze functie is ingeschakeld als op het display "AF" staat.
AF aan-/uitzetten:
- kort op toets AF drukken.
Tijdens het zoeken naar de zender die het best kan worden ontvangen, wordt het radiogeluid korte tijd onderdrukt.
Als bij het aanzetten van het toestel of bij het oproepen van een geprogrammeerde frequentie "SEARCH" op het display verschijnt, dan zoekt het toestel automatisch naar een alternatieve frequentie.
"SEARCH" verdwijnt, wanneer een alternatieve frequentie gevonden is of nadat de frequentieband is doorlopen.
Is dit programma niet meer naar tevredenheid te ontvangen, dan
- kiest u een ander programma.
REG-Regional
Bepaalde programma's van radiostations worden op bepaalde tijden onderverdeeld in regionale programma's. Zo verzorgt bijvoorbeeld NDR-1 voor de noordelijke deelstaten Sleeswijk-Holstein, Hamburg en Nedersaksen van tijd tot tijd regionale programma's van uiteenlopende aard.
Ontvangt u een regionale zender en wilt u deze blijven beluisteren, dan kan dit door:
• ca. 2 sec. op AF te drukken.
Op het display verschijnt "REG ON".
Indien u het ontvangstgebied van het regionale programma verlaat of wilt beschikken over de volledige RDS-service, dan schakelt u op "REG OFF".
- ca. 2 sec. op AF drukken, totdat "REG OFF" verschijnt.
Na ieder inschakelen van het toestel verschijnt kort "REG ON" of "REG OFF" op het display.
Zoekafstemming ∠ √
- Op / drukken, de autoradio zoekt automatisch de volgende zender.
Wordt de tuimelschakelaar ∧/∨boven of beneden ingedrukt gehouden, loopt de zoekafstemming versneld omhoog of omlaag door.

Handmatig op zenders afstemmen
<< >>
Voorwaarde = AF uitgeschakeld!
- Op << >> drukken, de frequentie gaat met kleine stapjes omhoog/omlaag.
Wordt de tuimelschakelaar << >> rechts of links ingedrukt gehouden, gaat het zoeken van de frequentie snel.
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen
U kunt de gevoeligheid van de automatische zoekafstemming wijzigen.
Wordt "lo" getoond, worden alleen goed te ontvangen zenders gezocht (geringe gevoeligheid).
Wordt dx aangezet ("lo" verdwijnt), worden ook minder goed te ontvangen zenders gezocht (hogere gevoeligheid).
Omschakelen:
De mate van gevoeligheid kunt u stapsgewijze variëren (zie daarvoor hoofdstuk "Programmeren met DSC").
Stereo - mono wisselen
Bij slechte ontvangstcondities kan er op mono overgeschakeld worden.
Bij mono-weergave verdwijnt de stereo-indicatie van het display.
Omschakelen:
- lo ca. 2 sec. indrukken.
Telkens als het toestel wordt aangezet is de stereo-weergave ingesteld.
Bij slechte ontvangst schakelt het toestel automatisch over op mono-weergave.
Veranderen van geheugenniveau
U kunt tussen de geheugenniveaus I, II en T bij het programmeren en bij het oproepen van de geprogrammeerde zenders switchen.
Op het display wordt het gekozen geheugenniveau getoond.
- Zo vaak op FM of TS drukken, tot op het display het gewenste geheugenniveau getoond wordt.
Zenders programmeren
U kunt in het FM-gebied per geheugenniveau (I, II, T) zes zenders met de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6 programmeren.
- Het geheugenniveau kiezen.
- Met de tuimelschakelaar afstemmen op een zender (automatisch ∧/Vof handmatig << >>).
- Zo lang op de gewenste voorkeuzetoets drukken, totdat na de geluidsonderdrukking het programma weer te horen is (ca. 2 sec.)
Nu is de zender geprogrammeerd. Het display toont, welke toets ingedrukt is.
Aanwijzing:
Als u een reeds geprogrammeerde zender instelt, dan knippert even de betreffende voorkeuzetoets en het geheugenniveau, wanneer u zich op een ander geheugenniveau bevindt.
Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore
U kunt de 6 sterkste FM-zenders in het betreffende ontvangstgebied, gesorteerd naar frequentie-sterkte, automatisch programmeren.
Deze functie is bijzonder handig op reis.
- TS tenminste 2 sec. ingedrukt houden.
Het toestel zoekt de zes sterkste FM-zenders en slaat deze in het "T"-geheugen op (Travelstore). Als de procedure beëindigd is, schakelt het toestel op de sterkste zender.
Indien gewenst kunnen op het Travelstore-niveau zenders ook handmatig geprogrammeerd worden (zie "Zenders programmeren").
Geprogrammeerde zenders oproepen
Indien gewenst kunt u geprogrammeerde zenders door een druk op de toets weer oproepen.
- Het geheugenniveau met FM of TS kiezen.
- Betreffende voorkeuzetoets kort indrukken.
Geprogrammeerde zenders laten horen met Preset Scan
U kunt geprogrammeerde zenders met Preset Scan laten horen. De speelduur kunt u met DSC SCANTIME kiezen.
- op PS drukken,
het toestel laat na elkaar alle geprogrammeerde zenders even horen.
Afhankelijk van de instelling zijn de zenders van de geheugenniveaus I-II of van het Travelstore-niveau "T" te beluisteren. Als op een voorkeuzetoets geen zender geprogrammeerd is, wordt deze toets overgeslagen. Preset Scan beëindigen:
- Nogmaals op PS drukken.
De momenteel te horen zender is verder te beluisteren.
Zenders laten horen met Radio-Scan
U kunt de volgende zenders laten horen. De speelduur kunt u met DSC SCANTIME kiezen.
Scan inschakelen:
- Druk op SCA.
Op het display knippert de beluisterde frequentie of de afkorting van de zen- dernaam. Tijdens het zoeken verschijnt "SCAN".
Beluisterde zender uitkiezen/
Scan uitschakelen:
- op SCA drukken.
Als er geen zender gekozen wordt, dan schakelt Scan automatisch uit na het doorlopen van de frequenties. U hoort de voordien ingestelde zender.
Leest u hiervoor ook DSC-programmering "SCANTIME".
Ontvangst verkeersinformatie met RDS-EON
Veel FM-zenders zenden regelmatig actuele verkeersinformatie uit voor hun regio.
Verkeersinformatie-zenders zenden een signaal uit waaraan uw autoradio deze herkent. Wordt een dergelijk signaal herkent, dan verschijnt op het display "TP" (Traffic Program - verkeersinformatie-zender).
Daarnaast zijn er programma's, die zelf geen verkeersinformatie uitzenden maar met RDS-EON de mogelijkheid bieden om verkeersinformatie op een andere zender van deze omroep te ontvangen. Bij de ontvangst van een dergelijke zender (bijv. NDR3) staat "TP" op het display, wanneer de voorrang voor verkeersinformatie is geactiveerd. Op het display moet dan "TA" oplichten.
Bij een verkeersmededeling wordt automatisch op de zender met verkeersinformatie (hier NDR2) overgeschakeld. De verkeersinformatie is te beluisteren en daarna wordt automatisch naar het daarvoor beluisterde programma (NDR3) teruggeschakeld.
Voorrang voor verkeersinformatie aan-/uitzetten
Is de voorrangfunctie voor verkeersinformatie geactiveerd, dan staat op het display "TA". Voorrang aan-/uitzetten:
• ca. 2 sec. op TA drukken.
Waarschuwingssignaal
Verlaat u het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender dan klinkt er na ongeveer 30 seconden een waarschuwingssignaal.
Drukt u op een voorkeuzetoets, waarop een zender zonder TA geprogrammeerd is, dan hoort u eveneens een waarschuwingssignaal.
Waarschuwingssignaal uitzetten
a) Een andere zender met verkeersinformatie instellen door:
• op tuimelschakelaar te drukken of
- op een voorkeuzetoets te drukken waarop een verkeersinformatie-zender geprogrammeerd is.
of
b) De voorrang van de verkeersinformatie uitschakelen door:
- op TA drukken.
Op het display verdwijnt de indicatie "TA".
De geluidssterkte van de waarschuwing kunt u ook tot het vooraf ingestelde mute-volume verlagen.
Automatische zoekafstemming
Voorwaarde:
Voorrang voor verkeersinformatie staat aan. Wanneer u een cassette of CD beluistert of de geluidssterkte op "0" ingesteld heeft en u verlaat het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender, zoekt de autoradio automatisch een nieuwe verkeersinformatie-zender.
Wordt ca. 30 sec. na het starten van de zoekafstemming geen verkeersinformatiezender gevonden, stopt de cassette resp. CD en hoort u een waarschuwingssignaal. Waarschuwingssignaal uitzetten zoals boven beschreven.
Instellen geluidsvolume voor verkeersinformatie
Het geluidsvolume voor het waarschuwingssignaal en de actuele of opgeslagen verkeersmededeling is door de fabriek ingesteld. U kunt dit echter met DSC wijzigen (zie "Programmeren met DSC, TA LEVEL").
Cassette-weergave
Cassette inschuiven
- Toestel aanzetten
- Cassette inschuiven
Eject cassette
Cassette met kant A of 1 naar boven, open kant rechts, inschuiven

De cassette wordt afgespeeld in de laatst gekozen afspeelrichting.
TR1 op het display wil zeggen:
Spoor 1 of A wordt afgespeeld.
Cassette uitnemen
• Op drøkken
De cassette wordt uitgeschoven
Snelspoelen
Versneld vooruitspoelen
- op FF (Fast Forward) drukken. Aan het einde van de band schakelt het toestel over op de andere kant/het andere spoor en begint met de weergave.
Versneld vooruitspoelen stoppen
- op FR drukken.
Versneld terugspoelen
- op FR (Fast Rewind) drukken. Aan het einde van de band schakelt het toestel over op weergave.
Versneld terugspoelen stoppen
- op FF drukken.
Wisselen van spoor
tegelijk indrukken
TR1-PLAY of TR2-PLAY op het display

Wisselen van spoor
(Autoreverse)
(Afspeelrichting tijdens weergave wisselen)
• FR en FF tegelijkertijd indrukken.
Aan het einde van de band schakelt het toestel automatisch over op het andere spoor. Op het display verschijnt "TR1" voor spoor 1 of A resp. "TR2" voor spoor 2 of B.
Aanwijzing:
Bij cassettes die stroef lopen, is een automatische omkering van afspeelrichting mogelijk. In dat geval de wikkeling van de band controleren. Het euvel is vaak te verhelpen door versneld spoelen van de cassette.
Radio luisteren bij snelspoelen met RM (Radio Monitor)
Wilt u tijdens het snelspoelen i.p.v. de gebruikelijke geluidsonderdrukking de radio horen, dan
- drukt u op RM; op het display verschijnt "RM".
Programmeren met DSC
Geluidsbron omschakelen met SRC (Source = bron)
Met deze toets kunt u tussen radio-gebruik, cassette-weergave en CD-weergave (optie) of een ander aangesloten toestel kiezen. Omschakelen door
- op toets SRC te drukken.
Onderhoud
Het is aan te raden om in de auto alleen C60/C90 bandjes te gebruiken. Bescherm uw cassettes tegen vuil, stof en temperaturen boven 50° Celcius. Koude cassettes laat u voor het afspelen eerst warmer worden om onregelmatig lopen van de band te voorkomen. Loop- en geluidsstoringen kunnen na ongeveer 100 bedrijfsuren optreden door vastzittend stof op de rubberen aandrukrol en de kop.
Bij normale verontreiniging kunt u uw cassette-toestel reinigen met een reinigingscassette, ingeval van sterke verontreiniging met een in spiritus gedrenkt wattenstaafje. Gebruik nooit hard gereedschap.
Uw autoradio biedt u de mogelijkheid om met DSC (Direct Software Control) enkele instellingen en functies aan uw wensen aan te passen en deze wijzigingen te programmeren.
De toestellen zijn door de fabriek ingesteld. Een overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen vindt u onderstaand, zodat u steeds deze basisinstellingen kunt raadplegen.
Als u een programmering wilt wijzigen dan - drukt u op DSC.
Met de tuimelschakelaar en de -dB-toets kunt u een keuze maken uit de hierna beschreven functies en deze instellen. Op het display wordt de ingestelde positie aangegeven.

CDC NAME (alleen bij angesloten wisselaar)
Met deze functie kunt u de CD's willekeurige NAMEN geven. (zie "Bedienen van een CD-wisselaar/CD-na-men invoeren/tonen").
ANGLE Met de instelling -1, 0, +1 wordt de individuele waar-nemingshoek aangepast. ANGLE zo instellen, dat het display het best af te lezen is.
BEEP Bevestigingssignaal voor functies waarvoor men de toets langer dan 2 sec. inge- drukt moet houden. Geluidsvolume is in te stel- len van 0 - 9 (0 = uit).
BRIGHT De helderheid van het dis- play kan tussen 1 en 16 ge- regeld worden. U kunt een helderheidswaarde zowel voor overdag als voor 's nachts instellen. Het invoeren van de helder- heid voor 's nachts: U zet de autoverlichting aan en programmeert de waarde van de helderheid. Voor- waarde is dat de verlichting op het stroomcircuit van de auto is aangesloten.
CD DISP (alleen bij angesloten wisselaar) Bij CD-gebruik kan met << >> tussen de volgende indicaties gekozen worden: NAME – de met CD-NAME ingevoerde naam TIME – de speelduur van een nummer NUMBER – CD- en titelnummer
LED ON U kunt kiezen tussen LED ON of LED OFF. De Key- Card-tong knippert bij LED ON als extra beveiliging als het toestel is uitgeschakeld en de Keycard er uit is ge- haald.
LOUDNESS Loudness - Aanpassing van de zachte lage tonen aan het menselijk gehoor. LOUD 1 - geringe aanpassing LOUD 6 - grootstmogelijke aanpassing
SCANTIME Met dit punt wordt de Scan- tijd voor de radio vastgelegd. Het bereik ligt tussen 5 en 30 sec.
S-DX 1 Gevoeligheid van de zoekafstemming voor de interlokale ontvangst instellen. DX. 1 - grootste gevoeligheid DX. 3 - ongevoelig
S-LO 1 Gevoeligheid van de zoekafstemming voor de lokale ontvangst instellen. LO1 - grootste gevoeligheid LO3 - ongevoelig De gevoeligheid van de zoekafstemming kan voor AM en FM afzonderlijk ingesteld worden.
SPEECH In de toekomst maken diverse RDS-radiostations onder-scheid tussen muziek- en praatprogramma's. De klank kan voor gesproken woord via "SPEECH" apart worden ingesteld.
TA LEVEL Geluidsvolume voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal is in te stellen van 1 - 9; ook zijn Fader, Balance, Treble, Bass in te stellen. De laatste instelling wordt opgeslagen. De verkeersinformatie is te horen overeenkomstig de instellingen.
Bedienen van een CD-wisselaar (optie)
CD UPD Biedt de mogelijkheid om de van naam voorziene CD's te wissen, om plaats voor nieuwe CD-namen te creëren (zie "Bedienen van een CD-wisselaar - CD namen wissen").
VOL FIX Maakt de instelling van het standaardvolume mogelijk. Met << >> het gewenste standaardvolume instellen.
DSC-programmering stoppen/instelling opslaan:
- op DSC drukken.
U kunt de volgende CD-wisselaars van Blaupunkt met deze autoradio bedienen: CDC-A03, -F03, -A05, -F05.
Wisselaar-functie inschakelen met SRC op de autoradio
Een magazijn moet ingeschoven zijn. Met SRC schakelt u over op een andere geluidsbron (radio - wisselaar - cassette). SRC zo vaak indrukken totdat op het display de wisselaarfuncties verschijnen. Eerst verschijnt kort "CD ON", dan bijv. CD1 - T1 CD = disk, T = TRACK (titel).
CD-nr. Titel-nr.

Cd kiezen/ titel kiezen met tuimelschakelaar

Opnieuw starten van de titel: kort indrukken Titel kiezen (neerwaarts): twee of meer keren kort na elkaar indrukken REVIEW - versneld terugspoelen (hoorbaar): ingedrukt houden
Op het display verschijnt de gekozen modus.
SCAN
Voor het kort laten horen van de CD-nummers.
SCAN starten:
- SCA op de autoradio indrukken. De titels worden in opwaartse volgorde kort na elkaar even afgespeeld.
SCAN beëindigen:
- op SCA drukken. Het laatst gespeelde nummer wordt verder afgespeeld.
MIX
CD-nummers kunnen in een toevallige volgorde worden weergegeven.
MIX CD – Nummers van de gekozen CD worden in toevallige volgorde weergegeven. De andere CD's worden in numerieke volgorde weergegeven, voor de weergave van nummers geldt Mix.
MIX MAG – Alle nummers in het magazijn worden in toevallige volgorde weergegeven.
MIX OFF – MIX is uitgeschakeld. De nummers worden in numerieke volgorde weergegeven.
Functie omschakelen:
- Zo vaak op MIX drukken, tot de gewenste functie kort op het display verschijnt.
Als MIX aanstaat, staat onder rechts op het display "MIX".

CD-namen invoeren/tonen
U kunt 99 CD's een naam geven. Wanneer de CD-weergave begint, kan op het display de naam, (bijv. VIVALDI), verschijnen.
Vereist: bij DSC-CD DISP moet NAME gekozen zijn.
Invoer starten:
Er moet minstens 1 CD in het magazijn geschoven zijn.
• Bron CDC met SRC kiezen.
• Druk op toets DSC
- Zo vaak op tuimelschakelaar ∧/vdukken tot op het display CD NAME verschijnt.
- Druk op -dB.
De eerste onderstreping knippert.
- Nu met de tuimelschakelaar ∧/veen teken uitkiezen.
Na elkaar verschijnen de hoofdletters (A-Z), speciale tekens en de cijfers 0-9.
- Met de tuimelschakelaar << >> naar de volgende onderstreping gaan en een teken uitkiezen.
Er kunnen maximaal 7 tekens op deze wijze uitgekozen worden.
Invoer beëindigen:
- Druk op -dB, de invoer is opgeslagen. U kunt nu met de tuimelschakelaar ∧/ ∨ andere DSC-functies uitkiezen
of
- DSC indrukken, de invoer is opgeslagen. U verlaat nu tegelijkertijd het DSC-menu.
Invoer opslaan/volgende CD kiezen:
- Op -dB drukken en om de naam in te geven volgende CD met << >> kiezen.
- Op -dB drukken en de naam invoeren.
Een ingevoerde naam wordt door het opnieuw opslaan van een naam gewist (overheen geschreven).
CD-namen wissen
Bij een poging om meer dan 99 CD-namen op te slaan, verschijnt "FULL" op het display. U kunt via DSC de namen van een of meerdere CD's compleet wissen en zodoende ruimte voor nieuwe namen creëren.
Met de functie CDC-UPDATE (bijwerken) worden alle CD's waarvan de naam moet worden bewaard, bevestigd, alle anderen worden gewist.
• op DSC drukken.
- magazijn met CD's plaatsen, waarvan de namen moeten worden bewaard.
- zo vaak op ∧/Vdrukken, tot "CDC UPD" (Update) op het display verschijnt.
- op toets << >> drukken en er verschijnt "LOAD CD" op het display.
Op het display verschijnt na het lezen van de CD's "NEXT MAG" (magazijn).
- op EJECT op de wisselaar drukken en het volgende magazijn inschuiven.
Op dezelfde wijze te werk gaan bij alle CD's waarvan de naam-programmering moet worden bewaard.
- Tenslotte drukt u op -dB gedurende ca. 2 sec. tot op het display "UPDATING" verschijnt. Nu wordt de update uitgevoerd. Zodra "READY" verschijnt, is de procedure beëindigd.
Bij alle CD's die werden geplaatst, is de naam-programmering bewaard gebleven, bij alle andere is de naam-programmering gewist.
Deze procedure kunt u onderbreken wan- neer u op DSC drukt.
Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC
ANGLE 0
BEEP 4
BRIGHT 16
CD DISP NAME
LED ON
LOUDNESS 3
SCANTIME 10s
S - DX 2
S - LO 2
SPEECH 0
TA LEVEL 5
VOL FIX 20
Appendix
Technische gegevens
Versterker:
Uitgangsvermogen:4 x 20 Watt sinus
volgens DIN 45324
4 x 25 Watt muziek
volgens DIN 45324
FM- gevoeligheid:
0,9 ∝ V bij 26 dB
signaal-/ruisafstand
Frekwentiebereik:
FM 35 - 16 000 Hz (-3 dB)
Cassette 30 - 16 000 Hz (-3 dB)
Wijzigingen voorbehouden!