BLAUPUNKT Orlando DJ - Autoradio

Orlando DJ - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Orlando DJ BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BLAUPUNKT Orlando DJ - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Autoradio met cassettespeler en aansluiting voor CD-wisselaar
Merk Blaupunkt
Model Orlando DJ
Versterkervermogen (sinus) 4 x 23 Watt (DIN 45324 bij 14,4 V)
Maximaal vermogen 4 x 35 Watt
Frequentiebereik FM 87,5 – 108 MHz
Frequentiebereik MG 531 – 1602 kHz
Frequentiebereik LG 153 – 279 kHz
FM-gevoeligheid 0,9 μV bij 26 dB signaal-ruisverhouding
Cassette frequentiebereik 30 – 18.000 Hz
Radio Data Systeem (RDS) Ja, met AF (alternatieve frequentie) en REG (regionaal)
Verkeersinformatie TA (verkeersberichten) met EON (Enhanced Other Networks)
Programmatype (PTY) Ja, keuze uit diverse programmatypes
Diefstalbeveiliging KeyCard-systeem met optische LED-knipperfunctie
Geluidsverbetering Dolby B NR, Loudness (instelbaar), Bass/Treble regeling
Automatische zenderprogrammering Travelstore: 6 sterkste FM-zenders automatisch opslaan
Direct Software Control (DSC) Programmeerbare instellingen zoals scantijd, helderheid, kleur, beepvolume
CD-wisselaar compatibiliteit Geschikt voor Blaupunkt CD-wisselaar A05
Telefoon-muting Automatische onderdrukking van audio bij telefoongebruik (weergave "PHONE")
Voedingsspanning 12 V DC (autobatterij)
Reiniging KeyCard-contacten met alcohol; cassettespeler met reinigingscassette of alcohol
Variocolour display Aanpasbare verlichtingskleur (groen tot rood)
Garantie Raadpleeg uw Blaupunkt-dealer

Veelgestelde vragen - Orlando DJ BLAUPUNKT

Hoe schakel ik de verkeersinformatie (TA) in?
Druk op de TA-toets. Het display toont "TA". Alleen zenders met verkeersberichten worden weergegeven.
Wat moet ik doen als de KeyCard niet wordt herkend?
Controleer of u de juiste KeyCard plaatst met het contactvlak naar boven. Als "CARD ERR" verschijnt, is de kaart niet bekend. Laat een nieuwe KeyCard programmeren bij uw dealer.
Hoe programmeer ik zenders op de voorkeuzetoetsen?
Stem af op de gewenste zender, houd een van de toetsen 1-6 ingedrukt tot de BEEP klinkt. De zender is opgeslagen onder die toets.
Hoe stel ik de bas en treble in?
Druk op AUD en gebruik de tuimelschakelaar om bas (bass) en treble (hoge tonen) in te stellen. Druk nogmaals op AUD om te bevestigen.
Hoe gebruik ik de cd-wisselaar?
Druk herhaaldelijk op SRC tot "CDC ON" verschijnt. Kies cd met de tuimelschakelaar omhoog/omlaag en titels met kort indrukken.
Hoe reinig ik de cassettespeler?
Gebruik een reinigingscassette of een in spiritus gedrenkt wattenstaafje om de koppen en aandrukrol te reinigen. Nooit hard gereedschap gebruiken.
Wat is de functie van DSC (Direct Software Control)?
DSC biedt programmeerbare opties zoals scantijd, weergavehelderheid, kleur, beepvolume, loudness en meer. Druk op DSC en navigeer met tuimelschakelaar.
Hoe wijzig ik de scantijd voor radio en cd?
Druk op DSC, kies "SCANTIME" met de tuimelschakelaar, stel de tijd in tussen 5 en 30 seconden met << >>.
Hoe stel ik de helderheid van het display in?
Druk op DSC, selecteer "BRIGHT". Stel daghelderheid in (1-16) en voor nacht de autoverlichting inschakelen om nachtwaarde in te stellen.
Hoe programmeer ik een tweede KeyCard?
Plaats de eerste KeyCard en zet het apparaat aan. Druk op DSC, kies "LEARN KC". Volg de instructies op het display: verwijder eerste KeyCard en plaats de nieuwe.

Gebruikersvragen over Orlando DJ BLAUPUNKT

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Orlando DJ - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Orlando DJ van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING Orlando DJ BLAUPUNKT

Beknopte gebruiksaanwijzing .. 107

Belangrijke aanwijzingen ..... 113

Wat u beslist moet lezen 113

Verkeersveiligheid 113

Inbouw 113

Telefoon-muting.... 113

Accessoires 113

Diefstalbeveiligingssysteem

KeyCard 114

Apparaat in gebruik nemen 114

KeyCard verwijderen 114

Tweede KeyCard programmeren /

KeyCard vervangen 114

Radiopas-gegevens tonen 114

Optische aanduiding als diefstal- beveiliging 115

Onderhoud van de KeyCard...... 115

Functie-mode kiezen.... 116

Radiogebruik met RDS ...... 116

AF - Alternatieve frequentie.... 116

REG - Regionaal.... 116

Golfgebied kiezen 117

Zenderafstemming.... 117

Zoekafstemming ∧/∨...... 117

Handmatig afstemmen met << >> .. 117

Bladeren in de zenderketens

(alleen FM).... 117

Wisselen van geheugenniveau (FM).. 117

Zenders programmeren.... 118

Sterkste zenders automatisch

programmeren met Travelstore...... 118

Geprogrammeerde zenders oproepen 118

Geprogrammeerde zenders kort laten

horen met Preset Scan.... 118

Zenders kort laten horen met

Radio-Scan 118

Korte speeltijd (Scan) wijzigen ..... 119

Gevoeligheid van de zoek-

afstemming wijzigen 119

Stereo-mono wisselen (FM) 119

PTY - Programmatype (soort) ...... 119

PTY in-/uitschakelen 119

Programmatype 119

Programmatype van de zender

opvragen.... 120

Gekozen programmatype tonen ..... 120

Programmatype kiezen 120

Programmatype programmeren ..... 120

Zenders kort laten horen met PTY-

SCAN....121

Voorrang PTY.... 121

Ontvangst van verkeers-

informatie met RDS-EON...... 122

Voorrang voor verkeersinformatie

in-/uitschakelen.... 122

Waarschuwingssignaal 122

Waarschuwingssignaal uitschakelen122

Automatische start zoekafstemming .. 122

Volume van verkeersinformatie en

waarschuwingssignaal instellen ..... 123

GEO voor verkeersinformatie en

waarschuwingssignaal instellen ..... 123

Cassette plaatsen 123

Cassette verwijderen 123

Snel vooruit-/terugspoelen 123

Titels kiezen met S-CPS 123

Wisselen van kant (Autoreverse) ..... 124

Wisselen van bandsoort 124

Cassettetitels kort laten horen met

SCAN 124

Dolby B NR ^* 124

Onbespeelde gedeelten automatisch

overslaan met Blank Skip 124

Radio luisteren bij snelspoelen met

Tips voor het onderhoud 125

Bediening van de cd-wisselaar

A05....125

Wisselaarfunctie inschakelen 125

Cd en titels kiezen 125

MIX.... 125

Soort aanduiding kiezen 126

Soort aanduiding bewaren 126

SCAN 126

Cd's benoemen.... 126

Cd-naam wissen met DSC-UPDATE . 127

Programmering met DSC ..... 127

Overzicht van de door de fabriek

ingestelde basisinstellingen met DSC 130

Appendix.... 130

Beknopte gebruiksaanwijzing

①In-/uitschakelen met ON:

Druk op ON.

Om het apparaat in te schakelen met ON moet de KeyCard geplaatst zijn. De weergave vindt plaats met het vooraf ingestelde volume.

BLAUPUNKT Orlando DJ - Beknopte gebruiksaanwijzing - 1

Uit-/inschakelen met de KeyCard:

Het apparaat moet ingeschakeld zijn met ON.

Let op:

Lees hiervoor beslist de informatie onder "Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard".

Uit-/inschakelen via het contactslot:

Wanneer het apparaat dienovereen-komstig is aangesloten, kan het via het contactslot uit- en weer ingeschakeld worden. Na uitschakelen van het contactslot wijst een dubbele pieptoon u erop dat voor het verlaten van de auto de KeyCard moet worden verwijderd.

Inschakelen met uitgeschakeld contact

Wanneer het contact is uitgeschakeld (KeyCard geplaatst) kan het apparaat zo verder worden bediend: Druk na de dubbele pieptoon op ON. Het apparaat wordt ingeschakeld. Na een speeltijd van een uur wordt het apparaat ter beveiliging van de auto-accu automatisch uitgeschakeld.

②VOL+ / VOL-

Wijzigen van het volume Na het inschakelen vindt de weergave plaats met het vooraf ingestelde volu- me (VOL FIX). VOL FIX kan worden veranderd (zie "Programmering met DSC").

Volume ineens veranderen Door op de 🔍-toets te drukken is het mogelijk het apparaat snel zacht te zetten. Het display geeft "MUTE" aan. Deze functie wordt opgeheven wanneer de toets 🔍 of VOL+ wordt ingedrukt.

Wanneer VOL- wordt ingedrukt, is het normale volume één instelafstand la-

ger dan het ⚫(mute-) volume. Het mute-volume kan zo worden ingesteld:

- Stel het gewenste volume in.

- Houd ♦ twee seconden ingedrukt (Beep klinkt).

Dit volume is geprogrammeerd als mute-volume.

Extra functie

Programmeertoets in het DSC-menu.

④FM T - doorlooptoets

Druk op de toets om te wisselen tussen de geheugenniveaus I, II en T (Travelstore). Zodra deze toets wordt ingedrukt, wordt automatisch omgeschakeld op FM.

Extra functie FMT

De zes sterkste zenders programmeren met Travelstore:

Druk op FMT totdat de BEEP klinkt resp. "T-STORE" op het display verschijnt.

⑤M·L - doorlooptoets

Voor midden- en langegolf.

⑥ Tuimelschakelaar

Radiogebruik
BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑥ Tuimelschakelaar - 1

A/ Zoekafstemming

opwaarts

y neerwaarts

<</> trapsgewijs op-/neerwaarts indien AF uit

<</>> bladeren in de zenderketens indien AF in bv. NDR 1, 2, 3, 4, N-JOY, FFN, ANTENNE ...

Cassetteweergave
BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑥ Tuimelschakelaar - 2

A / titels kiezen (S-CPS)

^ voorwaarts ▼ achterwaarts

snel vooruit spoelen

« snel terugspoelen

Beëindig de functie met △▽

Gebruik met cd-wisselaar
BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑥ Tuimelschakelaar - 3

Cd kiezen

opwaarts

« neerwaarts

Titels kiezen

opwaarts: kort indrukken CUE - snel vooruit (hoorbaar): ingedrukt houden

veerwaarts: tweemaal of meermaals achtereen kort indrukken REVIEW - snel achteruit (hoorbaar): ingedrukt houden

Extra functies van de tuimelschakelaar:

Overige instelmogelijkheden met:

AUD 26

GEO 25

DSC-MODE 24

PTY 14

Voorwaarde is dat de betreffende functie geactiveerd is.

⑦Display

BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑦Display - 1

BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑦Display - 2

BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑦Display - 3

BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑦Display - 4

a) NDR2 - stationsnaam
b) TR 2 - Track (kant) van de cassette
c) VIVALDI - cd-naam of
d) 1 : 52 - Time (verstreken speeltijd) en Number (cd-nummer) bij gebruik met cd-wisselaar
e) FM - golfgebied
f) lo - gevoeligheid van de zoekaf- stemming
g) I, II, T - geheugenniveau I, II, of Travelstore
h) 6 - voorkeuzetoets (1 - 6)

i) LD - loudness ingeschakeld
j) - stereo
k) AF - alternatieve frequentie bij RDS
I) TP - zender met verkeersinfor- matie (wordt ontvangen)
m) TA - voorrang voor zenders met verkeersinformatie
n) PTY - programmatype is geactiveerd
o) B - Dolby B NR
p) MTL - er wordt een metal- of CrO _2 cassette afgespeeld
q) RM - Radio Monitor (radio belui- steren tijdens snelspoelen)
r) BLS - Blank Skip - overslaan van onbespeelde gedeelten
s) MIX - weergave cd-titels in wille-keurige volgorde

⑧Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard

Voor het bedienen van het apparaat moet de KeyCard geplaatst zijn.

BLAUPUNKT Orlando DJ - ⑧Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard - 1

KeyCard plaatsen

Wanneer de KeyCard-tong naar buiten geschoven is:

Schuif de KeyCard met het contact-oppervlak naar boven in de sleuf.

Druk zonodig op de KeyCard-tong om deze vast te klikken. Lees beslist de informatie onder "Diefstalbeveiligings-systeem KeyCard".

Knipperende KeyCard-tong

Wanneer de radio is uitgeschakeld en de KeyCard is verwijderd, knippert de KeyCard-tong als optische diefstalbeveiliging, mits de juiste instelling is uitgevoerd.

Nadere informatie: "Programmeren met DSC". Het knipperen kan met de KeyCard-tong worden uitgeschakeld, wanneer deze door drukken wordt vastgeklikt.

⑨MIX

Gebruik met cd-wisselaar

MIX CD

Titels van een cd worden in willekeurige volgorde weergeven. Cd-keuze op volgorde van nummer.

MIX MAG

Titels van een cd worden in willekeurige volgorde weergeven. Cd-keuze in willekeurige volgorde.

MIX OFF

MIX is uitgeschakeld.

Druk zo vaak op MIX totdat de ge- wenste functie kort op het display ge- toond wordt.

⑩SC

Radiogebruik

Scan

Druk kort op SC – "FM SCAN" en het symbool van de kort weergegeven zender zijn ombeurten verlicht. Alle te ontvangen zenders worden kort weergegeven.

Preset Scan

Houd SC ca. twee seconden ingedrukt. BEEP is te horen, "SCAN" en het symbool van de kort weergegeven zender zijn ombeurten verlicht. De onder de voorkeuzetoetsen geprogrammeerde zenders worden kort weergegeven. Scan/Preset Scan stoppen: Druk opnieuw op SC.

Gebruik met cd-wisselaar

CD-Scan

Druk op SC – "CDC SCAN" verschijnt op het display. Het apparaat laat de cd-titels kort ho- ren. CD-Scan stoppen: Druk opnieuw op SC.

11lo

Gevoeligheid van de zoekafstemming wijzigen: Druk kort op de toets. Mono / stereo omschakelen: Houd de toets ca. twee seconden ingedrukt (BEEP). Bij monoweergave verdwijnt het Ⓐ- symbool.

⑫ TA (Traffic Announcement = voorrang voor verkeersinformatie) Wanneer op het display "TA" is aangegeven, worden alleen zenders met verkeersinformatie weergegeven. Voorrang in/uit: druk op TA.

⑬AF

Alternatieve frequentie bij gebruik met RDS: wanneer "AF" op het display verschijnt, zoekt de radio met RDS automatisch een beter te ontvangen frequentie van dezelfde zender op. AF in/uit: druk kort op toets AF.

Regio-functie in-/uitschakelen: Houd de AF-toets ca. twee seconden ingedrukt (BEEP). Op het display verschijnt "REG-ON" of "REG-OFF" (zie REG - Regionaal).

⑭PTY

Programme Type = programmatype Met PTY veranderen de voorkeuzetoetsen in programmatype-toetsen. Met elke voorkeuzetoets kan een type programma worden gekozen, zoals bv. NIEUWS, SPORT, POP, WETENSCHAP.

15 SRC

(Source = bron)

U kunt wisselen tussen de functie-modes radio, cassette en CDC.

⑯DIS

Radiogebruik

Wanneer op DIS gedrukt wordt, wordt de frequentie ca. vier seconden getoond.

Cassetteweergave

Wanneer op DIS gedrukt wordt, wordt de stationsnaam/frequentie ca. vier seconden getoond.

Gebruik met cd-wisselaar

Wisseling van de aanduiding tussen Name, Time (speeltijd van de titel) en Number (cd-nummer). Druk kort op DIS.

Maakt het mogelijk de radio te beluisteren tijdens snelspoelen van de cassette.

RM in-/uitschakelen: druk op RM. Op het display verschijnt "RM", indien geactiveerd. Tijdens het snelspoelen wordt de radio weergegeven.

18

Om de cassette te verwijderen: druk op de toets.

⑲1, 2, 3, 4, 5, 6 - voorkeuzetoetsen

Per geheugenniveau (I, II, en T) kunnen op de FM-band zes zenders worden geprogrammeerd. Op de MG- en LG-band kunt u elk zes zenders programmeren.

Zenders programmeren – druk bij radiogebruik zo lang op een voorkeuzetoets, tot het programma weer te horen is (BEEP).

Zenders oproepen – stel het golfgebied in. Kies op FM het geheugenniveau en druk op de overeenkomstige voorkeuzetoets.

Extra functie voorkeuzetoetsen

PTY-programmatype programmeren en oproepen

Wanneer PTY geactiveerd is ("PTY" op het display), kunt u bij FM-gebruik voor elke voorkeuzetoets een programma-type vastleggen en oproepen.

⑳Cassette-opening

Schuif de cassette in de opening (kant A of 1 naar boven, opening naar rechts).

②1 △▽ Wisselen van kant

Met deze toets kan tijdens de casset- teweergave op het andere spoor (kant) worden overgeschakeld. Op het dis- play verschijnt "TR 1" of "TR 2".

22B

Dolby B NR*

Met Dolby B NR opgenomen cassettes kunnen optimaal worden afgespeeld wanneer "B" op het display te zien is.

* Ruisonderdrukkingssysteem, gefabriceerd onder licensie van Dolby Laboratories. Het woord "Dolby" en het symbool met de dubbele "D" zijn gedeponeerde handelsmerken van Dolby Laboratories.

23LD

Loudness - versterking van de lage to- nen bij zwak volume, aangepast aan het gehoor.

LD in-/uit: druk op de toets. Wanneer loudness is ingeschakeld, verschijnt "LD" op het display. Nadere informatie: zie "Programmering met DSC".

Met DSC kunnen programmeerbare basisinstellingen worden aangepast. Nadere informatie: "Programmeren met DSC".

25:GEO

Voor het instellen van balans (links/rechts) en fader (voor/achter)

BLAUPUNKT Orlando DJ - 23LD - 1

^ fader voor
v fader achter
« balans links
balans rechts

De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen.

GEO uitschakelen: druk opnieuw op de toets.

Wanneer de instelling binnen vier seconden niet wordt gewijzigd, schakelt het display terug naar de vorige toestand.

Extra functie GEO

Aparte balans- en fader-instelling voor verkeersinformatie (zie "GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen").

26AUD

Voor het instellen van treble (hoge to- nen) en bass met de tuimelschakelaar

BLAUPUNKT Orlando DJ - Extra functie GEO - 1

De laatste instelling wordt automatisch opgeslagen.

AUD uitschakelen: druk opnieuw op de toets.

Wanneer de instelling binnen vier seconden niet wordt gewijzigd, wordt de AUD-instelling automatisch beëindigd.

Belangrijke aanwijzingen

Wat u beslist moet lezen

Lees voordat u uw autoradio in gebruik neemt de volgende aanwijzingen a.u.b. zorgvuldig door.

Verkeersveiligheid

De verkeersveiligheid gaat vóór alles. Gebruik daarom uw autoradio altijd zo, dat u steeds alert op de heersende verkeerssituatie kunt reageren.

Bedenk dat u al bij een snelheid van 50 km/u elke seconde 14 meter aflegt.

Het is raadzaam uw autoradio niet te bedienen in moeilijke verkeerssituaties.

De waarschuwingssignalen van bv. politie en brandweer moeten in de auto op tijd en duidelijk te horen zijn.

Beluister tijdens het rijden uw programma daarom alleen met een aangepast geluidsvolume.

Inbouw

Wanneer u de installatie zelf wilt inbouwen of verwijderen, lees dan beslist vooraf de meegeleverde aanwijzingen voor inbouw en aansluiting.

Voor een probleemloos gebruik moet de pluspool via het contact en via een continue plus-aansluiting zijn aangesloten.

Verbind de luidsprekeruitgangen nooit met de massa!

Telefoon-muting

Wanneer u in uw auto een autotelefoon gebruikt, kan de radio-, cassette- of cd-weergave bij gebruik van de telefoon automatisch worden onderdrukt (telefoon-muting).

Op het display verschijnt dan "PHONE".

Verkeersinformatie heeft voorrang wanneer TA geactiveerd is. De mededeling wordt afgebroken wanneer u op TA drukt.

Accessoires

Gebruik alleen door Blaupunkt toegelaten accessoires en reserve-onderdelen.

Met dit apparaat kunt u de volgende Blaupunkt-producten bedienen:

Afstandsbediening

De infrarood-afstandsbediening RC 05 maakt de bediening van de belangrijkste functies vanaf het stuur mogelijk.

BLAUPUNKT Orlando DJ - Afstandsbediening - 1

Bij de radio wordt een KeyCard meegeleverd.

De autoradio kan echter ook met een tweede KeyCard worden bediend. Wanneer een KeyCard verloren of beschadigd raakt, kan uw dealer u aan een nieuwe KeyCard helpen.

Wanneer u twee KeyCards gebruikt, worden de instellingen van de eerste KeyCard overgenomen. U heeft echter de mogelijkheid om de volgende functies individueel te programmeren:

programmering van de voorkeuzetoetsen, instelling van bass, treble (hoge tonen), balans en fader, loudness, TA (volume verkeersmeldingen), BEEP-volume.

Bovendien blijft de laatst ingestelde toestand zoals die van golfgebied, zenderafstemming, TA-voorrang, AF, REG ON/OFF, SCANTIME, gevoeligheid van de zoekafstemming en VOL FIX, bewaard.

Zo treft u na het plaatsen van uw KeyCard de door u gekozen instellingen opnieuw aan.

Apparaat in gebruik nemen

- Zet het apparaat aan.

Schuif, wanneer de KeyCard-tong naar buiten geschoven is, de KeyCard met het contactoppervlak naar boven in de sleuf.

De autoradio is klaar voor gebruik.

Wanneer een vreemde KeyCard wordt geplaatst, verschijnt "CARD ERR" op het display. Bedien het apparaat dan niet. Na ca. tien seconden schakelt het apparaat zichzelf uit.

Wanneer u een vreemde kaartsoort plaatst (bv. telefoonkaart of creditcard), verschijnt ca. twee seconden lang "WRONG KC". Verwijder de vreemde kaart en plaats een kaart die bekend is bij het apparaat.

• Druk op ON om in te schakelen.

KeyCard verwijderen

Trek de KeyCard nooit uit het apparaat!

• Druk eerst op de KeyCard.

De KeyCard komt in de uitneempositie.

- Verwijder de KeyCard.

Tweede KeyCard programmeren / KeyCard vervangen

Een KeyCard kan als extra KeyCard worden geprogrammeerd wanneer het apparaat in werking is met de eerste KeyCard.

Wanneer u een tweede KeyCard wilt programmeren:

- Plaats de eerste KeyCard en zet het apparaat aan.

- Druk op DSC en kies "LEARN KC" met ∧/∨.

- Druk op << of >>.

Op het display verschijnt "CHANGE".

- Druk op de KeyCard. Deze komt in de uitneempositie.

- Verwijder de eerste KeyCard en schuif, zolang "CHANGE" te zien is, de nieuwe KeyCard erin.

Het apparaat kan nu ook met de nieuwe KeyCard worden bediend.

Er kunnen maximaal twee KeyCards voor het apparaat geprogrammeerd zijn.

Wanneer een derde KeyCard geprogrammeerd wordt, wordt automatisch de autorisatie van de KeyCard die niet gebruikt werd bij het programmeren, gewist.

Radiopas-gegevens tonen

Met de geleverde KeyCard kunt u de gevens van de radiopas, zoals naam van het apparaat, typenummer (76 ...) en apparaat-nummer op het display laten verschijnen.

De bediening hiervoor vindt u onder "Programmeren met DSC - READ KC".

De tweede, bij uw dealer verkrijgbare, KeyCard biedt de mogelijkheid om onder de DSC-menu-optie "READ KC" via bewegen-de tekst korte informatie te tonen, bv. het telefoonnummer van de autowerkplaats, alarmnummer van de autoclub.

Een hiervoor toegeruste dealer kan een vrij te kiezen tekst met maximaal 48 karakters invoeren.

Turn On Message (T.O.M.)

= informatie bij inschakelen

De tweede, bij uw dealer verkrijgbare KeyCard biedt de mogelijkheid bij iedere keer dat het apparaat wordt ingeschakeld een "Turn On Message" naar keuze te laten zien.

Een hiervoor toegeruste dealer kan een vrij te kiezen tekst met maximaal 48 karakters invoeren.

Telkens wanneer u het apparaat met de tweede KeyCard inschakelt, verschijnt deze tekst.

Optische aanduiding als diefstalbeveiliging

KeyCard-tong knippert

Wanneer de auto geparkeerd is en de KeyCard is verwijderd, kan de KeyCard-tong knipperen als diefstalbeveiliging.

Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan:

De pluspool en de continue pluspool moeten juist zijn aangesloten, zoals in de handleiding beschreven.

In de DSC-mode moet "LED ON" ingesteld zijn.

Lees hiervoor zonodig "Programmering met DSC - LED".

Knipperen uitschakelen

Het knipperen kan worden uitgeschakeld door zo op de KeyCard te drukken dat deze vastklikt.

Wanneer u het knipperen geheel wilt uit- schakelen, stelt u in het DSC-menu "LED OFF" in.

Onderhoud van de KeyCard

Probleemloos functioneren van de KeyCard is gewaarborgd wanneer de contacten vrij zijn van vreemde deeltjes. Vermijd direct aanraken van de contacten met de handen.

Reinig de contacten van de KeyCard indien gewenst met een in alcohol gedrenkt wattenstaafje.

Functie-mode kiezen

Met SRC (Source = bron) kiezen tussen de volgende functie-modes:

Radio

Cassette

Cd-wisselaar.

De cassetteweergave kan alleen worden gekozen wanneer een cassette geplaatst is.

Omschakelen naar een andere functie- mode:

• Druk kort op SRC.

Radiogebruik met RDS (Radio Data System)

Het Radio Data System biedt u meer comfort bij het luisteren naar de radio op FM. Steeds meer radiozenders zenden bij hun programma's ook RDS-informatie uit.

Zodra een radioprogramma kan worden herkend, verschijnt ook de afkorting van de zender op het display, evt. met regionale identificatie, bv. "NDR1 NDS" (Neder-Saksen). Met RDS worden de voorkeuzetoetsen gebruikt als programmatoetsen. Zo weet u precies op welk programma u bent afgestemd en kunt u ook gericht het gewenste programma kiezen.

RDS biedt u nog meer voordelen:

AF - Alternatieve frequentie

De AF-functie (Alternatieve frequentie) zorgt ervoor dat automatisch op de best te ontvangen frequentie van het gekozen programma wordt afgestemd.

Deze functie is ingeschakeld wanneer "AF" op het display verschijnt.

AF in-/uitschakelen:

- Druk kort op de AF-toets.

Tijdens het zoeken naar de sterkste frequentie kan de radioweergave even onderbroken worden.

Wanneer bij het aanzetten van het apparaat of bij het kiezen van een geprogrammeerde frequentie "SEARCH" op het display verschijnt, zoekt het apparaat automatisch naar een alternatieve frequentie.

"SEARCH" verdwijnt wanneer een alternatieve frequentie gevonden is of na het doorlopen van de frequentieband.

Wanneer dit programma niet meer naar wens te ontvangen is:

• Kies een ander programma.

REG - Regionaal

Bepaalde programma's van radiozenders worden op bepaalde tijden in regionale uitzendingen verdeeld. Zo verzorgt bv. het eerste net van de NDR op bepaalde tijden programma's van verschillende inhoud voor gebieden in de noordelijke Duitse deelstaten Sleeswijk-Holstein, Hamburg en Neder-Saksen.

Wanneer u een regionaal programma ontvangt en dit wilt blijven beluisteren:

- Houd AF ca. twee seconden ingedrukt. Op het display verschijnt "REG ON".

Wanneer u het ontvangstgebied van de regionale zender verlaat, of de volledige RDS-service verlangt, schakelt u over op "REG OFF":

- Houd AF ca. twee seconden ingedrukt, totdat "REG OFF" verschijnt.

Steeds wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, verschijnt kort "REG ON" of "REG OFF" op het display.

Golfgebied kiezen

U kunt kiezen tussen de frequentiegebieden FM 87,5 - 108 MHz,

MG 531 - 1602 kHz en

LG 153 - 279 kHz.

- Schakel de gewenste frequentieband in met FMT of M·L.

Wisselen tussen MG/LG:

- druk op M·L.

Zenderafstemming

Zoekafstemming ∧ ∨

- Druk op /, de autoradio zoekt automatisch de volgende zender.

Wanneer A naar boven of naar beneden ingedrukt gehouden wordt, loopt de zoekafstemming snel opwaarts of neerwaarts verder.

BLAUPUNKT Orlando DJ - Zoekafstemming ∧ ∨ - 1

Zoekafstemming

opwaarts
v neerwaarts
« trapsgewijs omlaag (indien AF uit)

trapsgewijs omhoog (indien AF uit)

Handmatig afstemmen met << >>

U kunt ook handmatig op zenders afstemmen.

Voorwaarde:

AF en PTY zijn uitgeschakeld (de symbolen zijn niet op het display te zien).

Indien gewenst schakelt u deze functies zo uit:

• Druk op AF resp. PTY.

Handmatige afstemming uitvoeren:

- Druk op << >>. De frequentie wordt trapsgewijs omlaag/omhoog gewijzigd.

Wanneer de tuimelschakelaar << >> links of rechts ingedrukt gehouden wordt, vindt de frequentiedoorloop snel plaats.

Bladeren in de zenderketens (alleen FM)

Met << >> kunt u zenders uit het ontvangstgebied oproepen. Wanneer meer zenders van 'zenderketens' te ontvangen zijn, kunt u met >> (vooruit) of << (achteruit) bladeren in de zenderketens, bv. NDR 1, 2, 3, 4, N-JOY, FFN, ANTENNE ...

Voorwaarden hiervoor zijn dat deze zenders minstens eenmaal ontvangen zijn en dat "AF" geactiveerd is (staat op het display).

Start hiervoor bv. Travelstore:

- Houd FM T ca. twee seconden ingedrukt; er volgt een frequentiedoorloop.

Wanneer "AF" niet brandt:

• Druk op AF.

Aan de voorwaarden voor de zenderkeuze met << >> is voldaan.

Wisselen van geheugenniveau (FM)

U kunt de geheugenniveaus I, II en T afwisselen om zenders te programmeren en om geprogrammeerde zenders op te roepen.

Het gekozen geheugenniveau verschijnt op het display.

- Druk zo vaak op FM T, tot het gewenste geheugenniveau op het display verschijnt.

Zenders programmeren

Op de FM-band kunt u voor elk geheugenniveau (I, II, T) zes zenders programmeren met de voorkeuzetoetsen 1, 2, 3, 4, 5, 6.

Op de MG- en LG-band kunt u eveneens elk zes zenders programmeren.

  • Kies het geheugenniveau met FM T of M·L.
  • Stem af op een zender met de tuimeltoets (automatisch ∧/√ of handmatig << >>).
  • Druk zo lang op de gewenste voorkeuzetoets, tot het programma weer te horen is na de geluidsonderdrukking (ca. twee seconden), resp. tot BEEP klinkt.
    De zender is nu geprogrammeerd.

Het display geeft aan welke toets ingedrukt is.

Let op:

Indien u afstemt op een reeds geprogrammeerde zender terwijl u zich op een ander geheugenniveau bevindt, knipperen op het display het betreffende geheugenniveau en de voorkeuzetoets.

Sterkste zenders automatisch programmeren met Travelstore

U kunt de zes sterkste FM-zenders op volgorde van sterkte, elk uit hun eigen ontvangstgebied, automatisch programmeren. Deze functie is vooral handig op reis.

- Houd FM T ca. twee seconden ingedrukt.

Op het display verschijnt "T-STORE".

De zes sterkste FM-zenders worden automatisch opgeslagen op geheugenniveau "T" (Travelstore). Na voltooiing wordt op de sterkste zender afgestemd.

Indien gewenst kunnen op het Travelstore-niveau ook handmatig zenders worden ingesteld (zie "Zenders programmeren").

Geprogrammeerde zenders oproepen

Indien gewenst kunt u geprogrammeerde zenders oproepen met een druk op de toets.

  • Kies het geheugenniveau met FM T of M•L.
    Druk daarvoor zo vaak op FMT, tot het gewenste niveau op het display wordt aangegeven.

- Druk kort op de betreffende voorkeuzetoets.

Geprogrammeerde zenders kort laten horen met Preset Scan

U kunt alle geprogrammeerde zenders op elk frequentiegebied kort laten horen.

- Houd SC ca. twee seconden ingedrukt. Het apparaat laat alle geprogrammeerde zenders van het frequentiegebied achter-eenvolgens kort horen. De nummers van de voorkeuzetoetsen het geheugenniveau knipperen op het display.

Wilt u een van de gehoorde zenders blijven beluisteren/Preset Scan beëndigen:

• Druk kort op SC.

Zenders kort laten horen met Radio-Scan

U kunt de te ontvangen zenders kort laten horen.

Scan inschakelen:

- Druk kort op SC. De frequentie of het symbool van de zender knippert op het display. Tijdens het zoeken knippert "FM-SCAN" resp. "AM-SCAN".

Gehoorde zender kiezen/Scan uitschakelen:

- Druk kort op SC.

Wanneer u geen zender kiest, wordt de zoekafstemming beëindigd nadat de frequentieband eenmaal doorlopen is. U hoort weer de oorspronkelijke zender.

Korte speeltijd (Scan) wijzigen

De korte speeltijd kan worden ingesteld tussen 5 en maximaal 30 seconden.

Indien u de speeltijd wilt veranderen, lees dan "DSC-programmering - SCANTIME".

Gevoeligheid van de zoek- afstemming wijzigen

U kunt de gevoeligheid van de automatische zoekafstemming wijzigen.

Wanneer "lo" wordt getoond, worden alleen goed te ontvangen zenders gezocht (geringe gevoeligheid).

Wanneer "lo" wordt uitgeschakeld, worden ook minder goed te ontvangen zenders gezocht (hogere gevoeligheid).

U kunt de gevoeligheidsgraad op elk niveau veranderen (lees hiervoor het hoofdstuk "Programmering met DSC").

Stereo-mono wisselen (FM)

Bij ongunstige ontvangstcondities kunt u overschakelen op mono:

- Houd lo ca. twee seconden ingedrukt.

Bij monoweergave verwijnt het stereoteken op het display.

Telkens wanneer u het apparaat aanzet, is de stereoweergave ingesteld.

Bij slechte ontvangst schakelt het apparaat automatisch over op monoweergave.

PTY - Programmatype (soort)

Dit is een RDS-service die geleidelijk aan door de omroepen wordt ingevoerd. Hier-mee is het mogelijk gericht FM-zenders van een bepaald type te kiezen. Wanneer u het programmatype gekozen heeft, kan de keuze van de zenders met de zoekafstemming of met Scan worden uitgevoerd.

PTY in-/uitschakelen

• Druk op PTY.

Wanneer de functie ingeschakeld is, laat het display kort het laatst gekozen programma-type zien. Rechts onder staat continu "PTY".

Programmatype

Met << >> kunt u het laatst gekozen programmatype aangeven en een ander kiezen.

Met de voorkeuzetoetsen 1 - 6 kunt u ge-programmeerde programmatypes kiezen.

Voorwaarde: PTY is ingeschakeld.

Met DSC kunt u de taal kiezen uit Duits en Engels (zie "Programmering met DSC - PTY LANG").

De hierna vermelde programmatypes staan ter beschikking.

De vetgedrukte letters zijn identiek aan de kort getoonde PTY-vermelding op het display.

NEWS

nieuws

CURRENT AFFAIRS

politiek

INFORMATION

gesproken woord

SPORT

sport

EDUCATE

educatief

DRAMA

hoorspel + literatuur

CULTURE

cultuur / religie

SCIENCE

wetenschap

VARIED

ontspanning

POP MUSIC

popmuziek

ROCK MUSIC

rockmuziek

M.O.R.M

ontspanningsmuziek

LIGHT M

licht klassiek

CLASSICS

serieus klassiek

OTHER M

overige muziek

PTY 16 t/m PTY 30 zijn nog niet bezet.

Programmatype van de zender opvragen

- Houd PTY ca. twee seconden ingedrukt.

Na de BEEP wordt aangegeven welk soort programma de ontvangen zender uitzendt. Wanneer "NO PTY" verschijnt, heeft de zender geen PTY-kenmerk.

Gekozen programmatype tonen

- Druk op << of op >>.

Het laatst gekozen programmatype wordt kort getoond.

Programmatype kiezen

a) met de voorkeuzetoetsen

Wanneer PTY uitgeschakeld is, kunnen met de toetsen 1 - 6 door de fabriek vastgelegde programmatypes worden gekozen.

- Druk op een van de toetsen 1 - 6.

Het display toont twee seconden het gekozen programmatype.

Wanneer u een andere zender van dit programmatype wilt beluisteren:

- Start de zoekafstemming met ∧/∨.

Wanneer geen zender van het gekozen programmatype gevonden wordt, toont het display kort "NO PTY". De BEEP is te horen. De laatst ingestelde zender wordt ontvangen.

U kunt op elke plaats in het geheugen een ander beschikbaar programmatype vastleggen. Lees indien nodig de volgende paragraaf, "Programmatype kiezen".

b) met << >> van de tuimelschakelaar (zoekafstemming)

Wanneer PTY uitgeschakeld is, kunt u met << of >> een programmatype kiezen.

  • Druk op << of >>. Het laatst gekozen programmatype wordt drie seconden getoond.
  • Kies in deze tijd met >> (vooruit) of << (achteruit) het gewenste programmatype.
  • Druk zo vaak op << of >> als nodig is.

Wanneer u een een zender van dit programmatype wilt horen:

- Start de zoekafstemming met ∧/∨.

Wanneer geen zender van het gekozen programmatype gevonden wordt, toont het display kort "NO PTY". De BEEP is te horen. De laatst ingestelde zender wordt ontvangen.

Programmatype programmeren

Van fabriekswege is onder elk van de voorkeuzetoetsen 1 - 6 een programmatype vastgelegd.

U kunt echter ook andere beschikbare programmatypes programmeren.

Wanneer u een ander programmatype wilt programmeren, moet "PTY" op het display verlicht zijn.

  • Schakel zonodig "PTY" in met de PTY-toets.
  • Kies het programmatype met << >>.
  • Druk zo lang op de gekozen toets (1-6), totdat BEEP te horen is.

Het gekozen programmatype kan met deze toets worden opgeroepen indien "PTY" verlicht is.

Zenders kort laten horen met PTY-SCAN

Voorwaarde: PTY moet verlicht zijn op het display.

• Druk op SC.

De radio laat de te ontvangen zenders van dit programmatype kort horen.

SCAN uitschakelen:
• Druk nogmaals op SC.

Voorrang PTY

Situatie

PTY is ingeschakeld, de aanduiding op het display is verlicht.

Er is momenteel geen zender van het ge- kozen programmatype te ontvangen (met zoekafstemming of Scan).

Het apparaat schakelt terug naar de oorspronkelijke zender.

Zodra binnen dezelfde 'zenderketen' een zender van het gekozen programmatype te ontvangen is, schakelt het apparaat bij gebruik van de radio voor de duur van de uitzending over op deze zender.

Voorbeeld:

  • oorspronkelijke zender: NDR3
  • "PTY" op het display
  • "POP" gekozen
  • zoekafstemming gestart
  • geen zender met "PTY-POP" gevonden
  • display toont "NO PTY" en schakelt
  • automatisch terug naar NDR 3
  • NDR 2 zendt "PTY POP" uit
  • apparaat schakelt binnen de zenderketen over op NDR 2, zolang deze zender "POP" uitzendt.

Ook bij cassette- en cd-weergave schakelt het apparaat binnen de zenderketen over op de radiozender van het gekozen programmatype. Na het einde van de PTY-uitzending blijft het apparaat op radiogebruik staan.

Let op:

Zoals al vermeld werd, zijn deze functies momenteel nog niet met alle RDS-zenders te gebruiken.

Ontvangst van verkeersinformatie met RDS-EON

Onder EON verstaat men het uitwisselen van programma-informatie binnen een zenderketen.

Veel FM-zenders zenden regelmatig actuele verkeersinformatie uit voor hun regio.

Zenders met verkeersinformatie zenden ter identificatie een signaal uit, waaraan uw autoradio ze herkent. Wanneer een dergelijk signaal herkend wordt, verschijnt op het display "TP" (Traffic Program - Uitzending met verkeersinformatie).

Daarnaast zijn er zenders die zelf geen verkeersinformatie uitzenden, maar met RDS-EON de mogelijkheid bieden de verkeersinformatie van een andere zender van dezelfde omroep te ontvangen.

Wanneer bij ontvangst van een dergelijke zender (bv. NDR3) de voorrang voor verkeersinformatie geactiveerd moet zijn, dan moet "TA" op het display verlicht zijn.

Bij verkeersinformatie wordt automatisch overgeschakeld op de zender met de verkeersinformatie (in dit geval NDR2). Dan volgt de verkeersinformatie, waarna automatisch naar het ervoor beluisterde programma (NDR3) wordt teruggeschakeld.

Voorrang voor verkeersinformatie in-/uitschakelen

Op het display is "TA" verlicht wanneer de voorrang voor verkeersinformatie ingeschakeld is.

Om de voorrang in of uit te schakelen:

• Druk op TA.

Wanneer u tijdens een verkeersmededeling op TA drukt, wordt de voorrang alleen voor deze mededeling onderbroken. Het apparaat schakelt terug naar de oorspronkelijke toestand. Voor volgende meldingen blijft de voorrang behouden.

Diverse toetsen hebben geen functie tijdens de verkeersinformatie.

Waarschuwingssignaal

Wanneer u het ontvangstgebied van de ingestelde verkeersinformatie-zender verlaat, hoort u na ca. 30 seconden een waarschuwingssignaal.

Wanneer u op een voorkeuzetoets drukt waaronder een zender zonder TP-signaal is geprogrammeerd, hoort u eveneens een waarschuwingssignaal.

Waarschuwingssignaal uitschakelen

a) Stem af op een andere zender met verkeersinformatie.

  • Druk hiervoor op de tuimelschakelaar of
  • druk op een voorkeuzetoets waaronder een zender met verkeersinformatie geprogrammeerd is.

of

b) Zet de voorrang voor verkeersinformatie uit.

• Druk op TA.

De aanduiding "TA" op het display verdwijnt.

Automatische start zoekafstemming (cassette- en cd-weergave)

Wanneer u een cassette of een cd beluis- tert en het ontvangstgebied van de ingestel- de verkeersinformatie-zender verlaat, zoekt de autoradio automatisch een andere zen- der met verkeersinformatie.

Wanneer ca. 30 seconden na het begin van de zoekafstemming geen programma met verkeersinformatie gevonden wordt, stopt de cassette of de cd en hoort u een waarschuwingssignaal. Zet het waarschuwingssignaal af op de reeds beschreven manier.

Volume van verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen

Dit volume is door de fabriek ingesteld. U kunt echter een verandering aanbrengen met DSC (zie "Programmering met DSC - TA VOL").

GEO voor verkeersinformatie en waarschuwingssignaal instellen

Balans en fader kunnen apart worden ingesteld voor de duur van de verkeersinformatie en het waarschuwingssignaal.

Het is bijvoorbeeld mogelijk om de verkeers-informatie alleen via de linker luidsprekers weer te geven.

De chauffeur krijgt zo zijn belangrijke verkeersinformatie, terwijl de passagiers achterin zo min mogelijk gestoord worden.

Instellen:

- Stel tijdens een verkeersmededeling balans en fader in zoals u deze voortaan wilt beluisteren.

Cassetteweergave

De installatie moet ingeschakeld zijn.

Zodra een cassette wordt geplaatst, wordt vanuit elke functie-mode overgeschakeld op cassetteweergave.

Cassette plaatsen

- Zet het apparaat aan.

De cassette wordt automatisch naar de eindpositie getransporteerd en kant A of 1 wordt weergegeven.

Bij cassetteweergave verschijnt "TR 1" of "TR 2" op het display (Track = kant).

Schuif de cassette in de opening met kant A of 1 naar boven en de opening rechts.

BLAUPUNKT Orlando DJ - Cassette plaatsen - 1

Cassette verwijderen

• Druk op

BLAUPUNKT Orlando DJ - Cassette verwijderen - 1

De cassette wordt uit de opening geschoven.

Snel vooruit-/terugspoelen

BLAUPUNKT Orlando DJ - Snel vooruit-/terugspoelen - 1

BLAUPUNKT Orlando DJ - Snel vooruit-/terugspoelen - 2

Snel vooruit spoelen

BLAUPUNKT Orlando DJ - Snel vooruit-/terugspoelen - 3

Snel terugspoelen

BLAUPUNKT Orlando DJ - Snel vooruit-/terugspoelen - 4

Titels kiezen (S-CPS) voorwaarts

v achterwaarts

Beëindig de functie met △▽

Titels kiezen met S-CPS

Om cassettetitels te herhalen en over te slaan met ∧ (voorwaarts) / ∨ (achterwaarts).

Er kunnen maximaal negen titels worden overgeslagen.

- Druk hiervoor zo vaak op de tuimelschakelaar als nodig.

Het display geeft het aantal titels aan dat moet worden overgeslagen.

Correctie met tegenovergestelde toets. Direct stoppen met .

Voorwaarde voor S-CPS: er moet zich een pauze van minstens drie seconden tussen de titels bevinden.

Wisselen van kant (Autoreverse)

Wisselen van looprichting tijdens de weergave:

- Druk op .

Aan het eind van de band schakelt het apparaat automatisch over op de andere kant. Op het display verschijnt "TR 1" voor kant 1, resp. "TR 2" voor kant 2.

Let op:

Bij zwaar lopende cassettes kan automatisch op de andere kant worden overgeschakeld. Controleer in dit geval of de band goed op de spoel gewonden is. Vaak helpt heen en weer spoelen van de cassette.

Wisselen van bandsoort

De herkenning van de bandsoorten ferro, chroomdioxide en metal verloopt automatisch. Bij weergave van metal of CrO_2 -cassettes verschijnt "MTL" op het display.

Cassettetitels kort laten horen met SCAN

U kunt de titels van de cassette kort laten afspelen. Zodra een titel u bevalt, kunt u SCAN beëindigen. De titel wordt dan verder afgespeeld.

Scan starten/beëindigen:

• Druk kort op SC.

De lengte van het fragment kan worden veranderd (zie: "Programmering met DSC - SCANTIME").

Dolby B NR\*

Met dit apparaat kunnen cassettes worden afgespeeld die met Dolby B of zonder ruisonderdrukking zijn opgenomen.

Cassettes die met Dolby NR* zijn opgenomen, munten uit door een wezenlijk lagere bandruis en een dienovereenkomstig grotere dynamiek.

Op het display is "B" verlicht, wanneer Dolby B NR is ingeschakeld.

In-/uitschakelen:

• Druk op B (niet bij Scan).

* Ruisonderdrukkingssysteem, gefabriceerd onder licensie van Dolby Laboratories. Het woord "Dolby" en het symbool met de dubbele "D" zijn gedeponeerde handelsmerken van Dolby Laboratories.

Onbespeelde gedeelten automatisch overslaan met Blank Skip

Zodra bij cassetteweergave zich een pauze van langer dan 15 seconden voordoet, wordt automatisch snel vooruit gespoeld naar het volgende stuk.

Het display geeft dan "B-SKIP" aan.

Blank Skip in-/uitschakelen:

- Houd RM ca. een seconde ingedrukt.

Op het display is "BLS" verlicht wanneer de functie ingeschakeld is.

Radio luisteren bij snelspoelen met RM (Radio Monitor)

Wanneer u tijdens snelspoelen (ook bij S-CPS) in plaats van de gebruikelijke geluidsonderdrukking naar de radio wilt luisteren, schakel dan RM in.

RM in-/uitschakelen:

• Druk op RM.

Op het display is RM verlicht, indien geactiveerd.

Tips voor het onderhoud

Gebruik in de auto alleen C60/C90-cassettes. Bescherm uw cassettes tegen vuil, stof en temperaturen boven 50° Celsius. Laat koude cassettes voor het afspelen opwarmen om onregelmatigheden in de bandloop te vermijden. Na ca. 100 gebruiksuren kunnen door afzetting van stof op de aandrukrol en de weergaveknop storingen optreden in de bandloop en de weergavekwaliteit. Bij normale verontreiniging kunt u uw cassettespeler reinigen met een reinigingscassette, bij sterkere verontreiniging met een in spiritus gedrenkt wattenstaafje. Gebruik nooit hard gereedschap.

Bediening van de cd-wisselaar A05

Wisselaarfunctie inschakelen

Er moet een magazijn met minstens één cd geplaatst zijn.

Met SRC wisselt u van geluidsbron:

- Druk zo vaak op SRC, tot op het display kort "CDC ON" verschijnt.

Cd en titels kiezen

BLAUPUNKT Orlando DJ - Cd en titels kiezen - 1
Cd kiezen

opwaarts
« neerwaarts

Titels kiezen

opwaarts: kort indrukken CUE - snel vooruit (hoorbaar): ingedrukt houden
veerwaarts: tweemaal of meermaals achtereen kort indrukken opnieuw starten van de titel: kort indrukken

REVIEW - snel achteruit (hoorbaar): ingedrukt houden

MIX

De cd-titels kunnen in willekeurige volgorde worden weergegeven.

MIX CD – De titels van de gekozen cd worden in willekeurige volgorde weergegeven. De volgende cd's worden op volgorde van nummer afgespeeld. Voor de weergave van de titels geldt MIX (willekeurige volgorde).

MIX MAG – Alle titels van de cd worden in willekeurige volgorde weergegeven. Daarop wordt de volgende cd in willekeurige volgorde gekozen en afgespeeld enz.

MIX OFF – MIX is uitgeschakeld. De cd's en de titels worden op volgorde van nummer afgespeeld.

Functie wisselen:

- Druk zo vaak op MIX, totdat de gewenste functie kort op het display verschijnt.

Wanneer MIX is ingeschakeld, is rechts op het display "MIX" verlicht.

Soort aanduiding kiezen

U kunt bij cd-weergave het soort aanduiding kiezen:

"NAME" – De ingevoerde naam, bv. "MADONNA", wordt aan- gegeven.

"TIME" – De verstreken tijd van de titel, bv. "2:32", wordt in minuten aangegeven.

"NUMBER" – Disk-nummer, bv. "CD 8 T5" wordt aange- geven.

Wisselen van soort aanduiding bij cd-weergave:

- Druk op DIS.

Het soort aanduiding verschijnt kort, gevolgd door de bijbehorende waarde, bv. "TIME", "2:32".

Wanneer u "NAME" heeft gekozen, zonder dat voor de cd een naam is ingevoerd, verschijnt "CD PLAY" op het display.

Lees hiervoor ook de paragraaf "Cd-namen invoeren".

Soort aanduiding bewaren

Het gewenste soort aanduiding kan worden bewaard en wordt na elke keer inschakelen aangegeven.

Indien gewenst:

- Druk zo vaak op DIS, tot het gewenste soort aanduiding wordt aangegeven.

- Druk zo lang op DIS, tot de BEEP te horen is.

SCAN

Om de titels van alle cd's kort te laten ho- ren.

SCAN starten:

• Druk op SC.

De titels zijn op volgorde achtereenvolgens kort te horen.

SCAN beëindigen:

- Druk kort op SC.

De laatst te horen titel wordt verder afgespeeld.

SCAN wordt ook beëindigd wanneer:

- op AUD, GEO, DSC, SRC, ⚡, << >> of ∥wordt gedrukt.

Cd's benoemen

U kunt 99 cd's een naam geven. Deze naam (bv. "VIVALDI") verschijnt op het display wanneer de cd wordt afgespeeld.

Voorwaarde is dat u met DIS de aanduiding "NAME" gekozen heeft.

Invoer starten:

• Druk op de DSC-toets.

"CDC-NAME" verschijnt op het display.

• Druk op

Het eerste invoerveld knippert.

- Kies nu met de tuimelschakelaar / AY een teken.

Achtereenvolgens verschijnen de hoofdletters (A - Z), speciale tekens en de cijfers 0-9.

- Ga met de tuimelschakelaar << >> naar de volgende onderstreping en kies een teken.

Op deze wijze kunnen maximaal zeven tekens worden gekozen.

Invoer beëindigen:

- Druk op om de invoer te bewaren.

Wanneer u de invoer van een naam wilt beëindigen:

- Druk op DSC om het DSC-menu te verlaten.

Wanneer u een volgende cd-naam wilt invoeren:

- Kies een nieuwe cd.

Een naam wordt gewijzigd (overschreven) door andere tekens in te voeren en te bewaren.

Cd-naam wissen met DSC-UPDATE

Via DSC kunnen de namen van de cd's gewist worden. Met "CDC UPD" (Update - bijwerken) kunnen alle cd's waarvan de naam behouden moet blijven, worden bevestigd.

- Plaats een magazijn met cd's waarvan de gegevens bewaard moeten blijven.

• Druk op DSC.

- Druk zo vaak op , totdat "CDC UPD" op het display verschijnt.

- Druk op << >> .

Na voltooiing van de update verschijnt "NEXT MAG" op het display.

- Houd △ op de wisselaar ca. twee seconden ingedrukt.

Het magazijn wordt uit de opening geschoven.

- Plaats het volgende magazijn.

Ga zo verder met alle cd's/magazijnen waarvan de naam behouden moet blijven.

- Bij de laatste cd of het laatste magazijn waarvan de naam behouden moet blijven: druk op

Wanneer u de functie wilt beëindigen:

• Druk op DSC.

Bij alle geplaatste cd's is de naam behouden. Bij alle andere is de naam gewist.

Programmering met DSC

Uw autoradio biedt u de mogelijkheid om met DSC (Direct Software Control) enkele instellingen en functies aan uw wensen aan te passen en deze aanpassingen te programmeren.

Het apparaat is door de fabriek ingesteld. Een overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen vindt u hieronder, zodat u deze altijd kunt raadplegen.

Wanneer u een geprogrammeerde waarde wilt veranderen:

• Druk op DSC.

Met de tuimelschakelaar en de -toets kunt u een keuze maken uit de de hierna beschreven functies en deze instellen. Op het display wordt de ingestelde waarde aangegeven.

BLAUPUNKT Orlando DJ - Programmering met DSC - 1
∧/functie kiezen
<< >> waarde instellen/oproepen

CDC NAME Verschijnt alleen bij weergave via de cd-wisselaar. Met deze functie kunt u cd's naar eigen inzicht benoemen (zie "Cd's benoemen").

LOUDNESS Loudness-aanpassing van zachte, lage tonen aan het menselijk gehoor. LOUD 1- geringe versterking LOUD 6- maximale versterking

TA VOL Volume van de verkeersin- formatie instelbaar tussen 0 en 63. U hoort de verkeersinformatie altijd op dit volume, wanneer het standaardvolume geringer is. Wanneer het standaardvolume groter is dan TA VOL, wordt de verkeersinformatie iets sterker doorgegeven dan het standaardvolume.

SPEECH In de toekomst zullen ver- schillende RDS-omroepen onderscheid gaan maken tussen uitzendingen van muziek en gesproken woord. U kunt de klankkleur voor gesproken woord instellen van "SPEECH 0...4". SPEECH 0: Muziek/speech uitgeschakeld SPEECH 1: Defeat (bas, treble en loud- ness op "0") SPEECH 2-4: Verschillende instelling van volume, bas en treble wan- neer loudness uitgeschakeld is. U kunt uitproberen welke in- stelling van SPEECH u het best bevalt.

BEEP Bevestigingssignaal voor functies waarvoor een toets langer dan twee seconden ingedrukt moet blijven. Het volume is instelbaar van 0-9 (0 = uit).

ANGLE Met deze instelling (-1, 0 en +1) kunt u uw individuele waarnemingshoek instellen. Stel ANGLE zo in dat het het display het best waar te nemen is.

BRIGHT U kunt de helderheid van het display instellen tussen 1 en 16. U kunt een afzon- derlijke helderheidswaarde kiezen voor dag en nacht. Invoeren van de helderheid voor 's nachts: Zet de verlichting van de auto aan en programmeer de helderheidswaarde. Voorwaarde is dat de radio is aangesloten op de ver- lichting van de auto.

COLOUR (Variocolour) Om de kleur van de ver- lichting van het apparaat stapsgewijs aan te passen aan de dashboardver- lichting. groen ....fel-oranje ....rood

LED ON U kunt kiezen tussen LED ON of LED OFF. Bij LED ON knippert de KeyCard- tong als extra beveiliging wanneer het apparaat uitge- schakeld is en de KeyCard is verwijderd.

LEARN KC U kunt een tweede KeyCard programmeren. Lees hiervoor de aanwijzingen onder "Diefstalbeveiligingssysteem KeyCard" - "Tweede KeyCard programmeren".

READ KC De gegevens van een Key-Card kunnen worden getoond. Bij de meegeleverde Key-Card worden de apparaatgegevens zoals naam, typenummer (76...) en apparaatnummer aangegeven. Bij de tweede KeyCard kunnen de door de vakhandelaar ingevoerde gegevens worden aangegeven (zie "Short Additional Memory S.A.M.").

Wanneer u tijdens het uitlezen de KeyCard verwijdert, verschijnt "READ KC" op het display. Het apparaat blijft spelen, maar kan niet meer worden bediend totdat het wordt uitgeschakeld. Plaats de KeyCard opnieuw.

PTY LANG Hiermee kiest u de taal van de programmasoort-aanduiding: DEUTSCH of ENGLISH.

SCANTIME Met deze functie wordt de scantijd voor radio en cd vastgelegd (5 - 30 seconden).

S-DX Instellen van de gevoelig- heid van de zoekafstem- ming voor interlokale ont- vangst. DX 1 - zeer gevoelig DX 3 - normaal gevoelig

S-LO Instellen van de gevoelig- heid van de zoekafstem- ming voor lokale ontvangst. LO 1 - zeer gevoelig LO 3 - normaal gevoelig De gevoeligheid van de zoekafstemming kan voor FM en AM apart worden in- gesteld.

CDC UPD Maakt het mogelijk om bij gebruik met een cd-wissel-aar cd-namen te wissen om plaats te maken voor nieuwe cd's (zie "Cd-naam wissen met DSC-UPDATE").

VOL FIX Hiermee kunt u het aan- vangsvolume bij inschake- len instellen. Stel het gewenste aan- vangsvolume in met << >rangle. Wanneer VOL 0 wordt inge- steld, vindt bij inschakelen weergave plaats met het laatst ingestelde volume.

DSC-programmering beëindigen/instelling bewaren:

- Druk op DSC.

Overzicht van de door de fabriek ingestelde basisinstellingen met DSC

CD NAME -

LOUDNESS 3

TA VOL 35

SPEECH 0

BEEP 4

ANGLE 0

BRIGHT 16

COLOUR groen

LED ON

LEARN KC -

READ KC -

PTY LANG ENGLISH

SCANTIME 10 sec.

S - DX 1

S - LO 1

CD UPD -

VOL FIX 0

Appendix

Technische gegevens

Versterker

Uitgangsvermogen:

4 x 23 Watt sinus volgens

DIN 45 324 bij 14,4 V

4 x 35 Watt max. power

Tuner

Golfgebieden:

FM : 87,5 - 108 MHz

MG : 531 - 1602 kHz

LG : 153 - 279 kHz

FM - gevoeligheid:

0,9 ∝ V bij 26 dB

signaal-ruisverhouding

FM - frequentiebereik:

30 - 16 000 Hz

Cassette

Frequentiebereik:

30 - 18 000 Hz

Wijzigingen voorbehouden!

BLAUPUNKT Orlando DJ - Cassette - 1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : Orlando DJ

Categorie : Autoradio