Ecolution Solo - Waterpomp INVENTUM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Ecolution Solo INVENTUM in PDF-formaat.
| Type product | Waterpomp |
| Merk | Inventum |
| Model | Ecolution Solo |
| Afmetingen (b x d x h) | 15 x 12 x 20 cm |
| Gewicht | 1,8 kg |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz |
| Stroomverbruik | 40 W |
| Pompcapaciteit | 12 liter per minuut |
| Max. opvoerhoogte | 6 meter |
| Aansluiting inlaat/uitlaat | 1 inch buitendraad |
| Geluidsniveau | < 40 dB(A) |
| Materiaal | Kunststof en roestvrij staal |
| Functies | Thermostatische regeling, droogloopbeveiliging, ingebouwde terugslagklep |
| Beschermingsgraad | IPX4 |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig filters reinigen; pomp na gebruik met schoon water doorspoelen |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, droogloopbeveiliging, veiligheidsschakelaar |
| Reserveonderdelen | Vervangingsfilters, pakkingen, moeren (via klantenservice) |
| Reparatie | Reparatie alleen door erkende vakhandel; neem contact op met klantenservice |
| Garantie | 2 jaar |
| Inhoud verpakking | Pomp, inlaat- en uitlaatkoppelingen, handleiding |
Veelgestelde vragen - Ecolution Solo INVENTUM
Gebruikersvragen over Ecolution Solo INVENTUM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Ecolution Solo - INVENTUM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Ecolution Solo van het merk INVENTUM.
GEBRUIKSAANWIJZING Ecolution Solo INVENTUM
ventilatiewarmtepomp
Installateurs handleiding
Fig.1 Vooraanzicht met componenten Combi

Fig.2 Vooraanzicht met componenten Solo CV

Fig.3 Exploded view met servicebare delen Combi

Inventum Ecolution® onderdelen
Bij reparatie van één of meerdere onderdelen adviseren wij altijd door Inventum goedgekeurde onderdelen te gebruiken. Bij toepassing van onderdelen die niet origineel van Inventum Ecolution® toestellen afkomstig zijn, vervalt de garantie. Tevens kan goed functioneren van de toestellen niet worden gegarandeerd.
Service onderdelen (zie pag. 4 en 5)
| Pos.nr. Servicenummer Component | ||
| 1 S1011567 | Luchtfilter Combi 50 | |
| 2 | S1010300 | Automatische ontluchter |
| 3 | S1011520 | Aanvoer/retour sensor CV |
| 4 S1011524 | Start/run condensator | |
| 5 | S1011477 | CV-pomp |
| 6 | S1050501 | Regelunit Ecolution® Combi 50 en Solo CV |
| 7 S1011468 | Aanvoer/retour sensor lucht | |
| 8 | S1050500 | Ventilatorbox |
| 9 | S1011478 | 3-wegklep |
| 10 | S1011559 | Terugslagklep |
| 11 | Sxxxx | Boiler servicepakket |
| 12 | Sxxxxx | Slangenset Combi |
| 13 | S1011475 | Flexibele slangenset Solo CV |
| 14 | S1012003 | Luchtfilter Solo CV |
Accessoires
| Servicenummer Component | |
| 15081010 Aanlegsensor | |
| 15081050 RF ontvanger | |
| 15081060 RF zenderschakelaar | |
| 15081020 Montageframe | |
Onderhoud
Jaarlijks dient de Ecolution® gecontroleerd te worden op de volgende punten;
- Waterzijdig visuele controle op lekdichtheid;
- Ventilator en filter op vervuiling (zie ook §10.1).
Service
Indien storing optreedt die door de gebruiker niet kan worden verholpen bijvoorbeeld door bijvullen van de cv-installatie en het vervolgens resetten van de Ecolution ^ , dient de gebruiker contact op te nemen met de installateur.
INHOUDSOPGAVE
- Doorsnede met componenten Combi & Solo CV 2+3
• Exploded view Combi & Solo CV met servicebare delen 4+5
• Componenten/serviceonderdelen 6 - Accessoires .... 6
• Inhoudsopgave 7
1. Inleiding 9
2. Veiligheid 9
2.1. Voor uw veiligheid 9
2.2. Gebruiker informeren 10
3. Transport 10
3.1. Opslag 10
4. Voorschriften 10
Tabel Normen en richtlijnen 11
5. Werking en constructie 13
5.1. Verwarmen met Ecolution ^® en cv-ketel samen 13
5.2. Warm water (alleen Combi) 14
5.3. Regeling 14
5.4. Werking warmtepomp principe 14
6. Productinformatie 15
6.1. Documentatie 15
6.2. Leveringsomvang 15
6.2.2 Vereiste benodigdheden 16
6.3. Installeren 17
6.3.1. Maatschetsen Ecolution Combi en Solo CV 19
6.3.2. Montage muurbeugel 19
6.3.3. Ophangen van de Ecolution ^® Combi ...... 21
6.3.4. Ophangen van de Ecolution ^® Solo CV ..... 22
6.4. Aansluiten van de Ecolution ^® en HR-ketel 23
6.4.1. Luchtzijdig aansluiten 23
6.4.2. Waterzijdig aansluiten 23
6.4.2.1. Plaatsing terugslagklep 23
6.5. Elektrisch aansluiten 25
6.5.2. Aansluiten standenschakelaar ventilator 26
7. In bedrijf stellen 27
7.1. In bedrijf stellen sub-menu 27
7.1.1. Debiet warmtepompbedrijf 27
7.1.2. Bedrijfsmodus 27
7.2. Vullen en ontluchten 28
7.2.1. Vullen van de boiler (alleen Combi) 28
7.2.2. Vullen cv-circuit 28
7.2.3. Ontluchten boilercircuit (alleen Combi)...... 28
7.3. Klokinstelling 28
7.4. Verwarmen 28
7.5. Ventileren 29
8. Bediening regelunit 29
8.1. Bedrijfscodes 30
8.1.1. Bedrijfsmodus 30
8.1.2. AP-meldingen 31
8.2. Bediening menu's 31
8.3. Informatie menu 32
8.4. Gebruikers menu 32
8.4.1. Regel 1 - timerfunctie 33
8.4.2. Regel 2 - Backlight 33
8.4.3. Regel 4 en 5 - cv 1 33
8.4.4. RegelT - 1 enT4 t/mT9 klokinstelling ..... 33
8.4.5. T2 en T3 Nachtklok 33
8.5. Extra instellingen gebruikersmenu 34
8.5.1. Ventilator volume instelling.... 34
8.5.2. Warmte voorrang (alleen Combi) 34
8.5.3. Warmwater aan of uit (alleen Combi) ..... 34
8.5.4. Menu terugzetten naar fabrieksinstellingen 34
8.6.3. Status uitgangen 37
8.6.4. Bedrijfshistorie 38
8.6.5. Displaycodes 38
8.6.5.1. Soorten storingscodes 38
8.6.5.2. Overzicht storingscodes 39
8.6.5.3. Overige displaycodes 40
9. Buiten bedrijf stellen 40
9.1. Buiten werking stellen 40
9.2. Aftappen van het toestel 40
9.3. Einde levensduur 40
10. Inspectie en onderhoud 41
10.1. Jaarlijkse inspectie Ecolution ^® Combi ...... 41
10.2. Filters 41
10.3 Na de inspectie of het onderhoud 42
10.4 Controle op de goede werking 42
10.5 Reinigen mantel 42
11. Garantie 42
11.1. Aansprakelijkheid 43
12. Plaatsing terugslagklep HR 44
12.1. Situatie 1 –Toestellen zonder driewegklep ... 44
12.2. Situatie 2 – Toestellen met 3-wegklep in re-tour en klep standby in stand warmwater ..... 44
12.3. Situatie 3 – Toestellen met driewegklep in aanvoer, klep standby in stand cv ...... 45
12.4. Situatie 4 – Toestellen met driewegklep in de retour, klep standby in cv ...... 45
13. Koppeling met andere duurzame oplossingen 45
13.1. Zonneboiler 45
13.2. Water/water warmtepomp 45
13.3. Stadsverwarmingsunits 45
14. Bijlagen 46
14.1. Afgifte systemen 46
14.1.1. LTV, radiatoren en convectoren 46
14.1.2. Vloerverwarming 46
14.1.3. Radiatoren verwarming 46
14.1.4. Convectoren 46
14.2. Ecolution® energie reductie 47
14.3 Storingen logboek 48
15. Contact 49
Deze handleiding is bedoeld voor de installateur. Met deze handleiding is de Inventum Ecolution® ventilatiewarmtepomp op veilige wijze te installeren, te gebruiken en te onderhouden. Maak de gebruiker erop attent deze handleiding met zorg te bewaren bij het toestel.
Met de aanschaf van deze warmtepomp verschaft u zich een veilig en vertrouwd kwaliteitsproduct.
Alle Inventum apparaten voldoen aan de zwaarste kwaliteitseisen, ook waar het gaat om energieverbruik.
Deze handleiding is door Inventum met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend. Inventum behoudt zich, in verband met voortdurende productinnovatie, te allen tijde het recht voor om zonder voorafgaande mededeling de specificaties te wijzigen.
Inventum bestaat sinds 1908 en heeft zich gespecialiseerd in het ontwikkelen en produceren van verschillende soorten warmte- en warmwaterapparatuur. De producten van Inventum zijn door de toepassing van hoogwaardige materialen van ongeëvenaarde kwaliteit en zijn vrijwel ongevoelig voor storingen. Inventum is in het bezit van het kwaliteitsborgingcertificaat NEN-ISO 9001. De producten voldoen aan de hoogste (internationale) kwaliteits- en veiligheids eisen. De ontwikkeling van zonne boilersystemen, warmtepompen, warmtepompboilers en ventilatiewarmtepompen zijn sprekende voorbeelden van de innovatieve kracht van Inventum. Overheden stellen steeds hogere (wettelijke) eisen aan de energieprestaties van apparaten. Inventum kent en neemt haar verantwoordelijkheden op dat terrein.
INVENTUM: veilig en vertrouwd!
2. Veiligheid
2.1. Voor uw veiligheid

Gevaar voor elektrische schok bij geopende warmtepomp
Voor het openen van de warmtepomp: maak de warmtepomp spanningloos door de netstekker uit de wandcontactdoos te nemen.
Algemeen
Voordat u met de installatie van de Ecolution® ventilatiewarmtepomp begint, moet eerst worden gecontroleerd of aan alle voorwaarden gesteld in de installatierichtlijnen is voldaan. Let er bij het afnemen van de mantel op dat er delen zijn die onder een levensgevaarlijke spanning staan. Raak deze onderdelen nooit aan zonder het toestel eerst spanningsloos te hebben gemaakt. Het toestel mag pas onder spanning worden gezet nadat alle onderdelen volgens voorschrift zijn geplaatst en het cv-circuit en tapwater circuit zijn gevuld.
In geval van onbekendheid met warmtepompen is het aan te bevelen eerst de volledige werking van een warmtepomp en de specifi eke werking van de Ecolution ^ te bestuderen.
Een goede bron van informatie is ook de ISSO 72 richtlijn.

Plaats en gebruik geen ontvlambare materialen zoals papier, oplosmiddelen en verfi in de buurt van de Ecolution Ventilatie warmtepomp
Reparatie
Monteer alleen originele onderdelen!
Koudemiddel R 134 a
De warmtepomp is gevuld met het veilige koudemiddel R 134 a . Het koelsysteem bevind zich binnen in het gesloten compressorblok. Dit compressorblok bevat de nodige koeltechnische componenten zoals bijvoorbeeld een compressor, condensor en expansieventiel.

Het compressorblok mag beslist niet worden geopend of beschadigd!
© 2011
Niets uit deze handleiding mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de leverancier. Dit geldt ook voor de bijbehorende illustraties.
Letsel door bedieningsfouten
Bedieningsfouten kunnen persoonlijk letsel en materiele schade tot gevolg hebben.
• Waarborg dat kinderen dit product niet zonder toezicht kunnen bedienen of ermee kunnen spelen.
• Waarborg, dat alleen personen toegang hebben, die in staat zijn dit product juist te bedienen.
2.2. Gebruiker informeren

Lees voordat u de Ecolution® gaat installeren eerst deze handleiding door. Overhandig deze handleiding na het installeren aan de gebruiker en instrueer hem of haar over:
- Laat de installatie, inbedrijfname, inspectie en reparatie alleen door een erkend installatiebedrijf uitvoeren.
- Maak de gebruiker vertrouwd met de bediening van de ventilatiewarmtepomp.
- Er moet jaarlijkse inspectie en het onderhoud plaatsvinden.
• Hoe storingen af te handelen. - Wijs de gebruiker erop dat hij zelf geen veranderingen of reparaties mag uitvoeren.
- Leg de werking en het daarbij behorende anderestookgedrag t.a.v. duurzaam verwarmen uit aan de gebruiker.
• Overhandig de installatie- en gebruikersinstructies.
3. Transport

Haal het toestel pas uit de doos op de plek waar de montage plaats vindt. Het toestel mag zonder doos niet vervoerd worden!
➢ beveilig het toestel tegen vallen
verplaats het toestel alleen in verticale positie
voor het verplaatsen, bijv. via trappen, mag het toestel gedurende max. 15 min. gekanteld worden tot max. 45°
Indien het toestel horizontaal vervoerd is of een langere periode gekanteld is geweest, het toestel minimaal 24 uur tot rust laten komen in verticale stand.
3.1. Opslag
Sla de warmtepomp alleen verticaal op. De warmtepompen mogen niet gestapeld worden.
De opslagtemperatuur moet tussen de -10 °C en de 40 °C zijn. De luchtvochtigheid mag maximaal 50% bedragen.
4. Voorschriften
De Ecolution® ventilatiewarmtepompen zijn volgens de laatste stand der techniek en erkende veiligheidstechnische voorschriften geproduceerd.
De Ecolution ^ is alleen geschikt voor toepassing in huishoudelijke cv- en warm tapwater installaties.
Het toestel levert de basislast voor verwarmen en dient als voorverwarmer van warm tapwater. Gekoppeld aan de Ecolution® dient een toestel (bijv. een HR-combiketel) aanwezig te zijn voor de levering van piekbelasting. Tevens moet voor toepassing van de Ecolution® ventilatiewarmtepomp een ventilatiesysteem C in de woning aanwezig zijn.
Ventilatie systeem C houdt in: een natuurlijke toevoer van ventilatielucht (bijv. via gevel/kozijnroosters) en mechanische afvoer van ventilatielucht d.m.v. een mechanische ventilatiebox. In een nieuwbouw situatie dient ventilatiesysteem C aangelegd te worden. Elk afwijkend gebruik is voor risico van de installateur of gebruiker en geldt als niet conform de voorschriften. Voor eventuele schade voortvloeiend uit het niet juiste gebruik is Inventum B.V. niet aansprakelijk. Het is alleen toegestaan om de Ecolution® te installeren in een vochtvrije en vorstvrije ruimte.
Raadpleeg voor de juiste installatie en het juiste gebruik deze bediening- en installatiehandleiding. Neem bij vragen contact op met Inventum B.V.

Om goede werking van de warmtepomp te kunnen waarborgen dienen luchtcircuit, warmte pomp, cv-ketel en cv-installatie goed op elkaar te worden afgestemd.
De installateur behoeft niet in het bezit te zijn van een STEK of F-gassen erkenning. Het is niet toegestaan koeltechnische handelingen te verrichten aan de Ecolution ^ .
| Normbladen Beschrijving | |
| Deze installatie-instructie en overige van toepassing zijnde documentatie van de fabrikant. | |
| NEN 1006 | Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties AVWI. |
| NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. | |
| NEN 1078 | Voorschriften voor aardgasinstallaties (Bouwbesluit GAVO en aanvulling). |
| NEN 1087 | Ventilatie vanwoongebouwen. Eisen en bepalingsmethoden. |
| NEN 2757 Toevoer verbrandingslucht en rook-gasafvoer van verbrandingsgas van verbrandingstoestellen. | |
| NEN 3028 Veiligheidseisen voor centrale verwarmingsinstallaties. | |
| NEN 3215 Binnenriolering in woningen en woongebouwen. | |
| NEN 1087 | Ventilatie in woongebouwen |
| NEN 7120 | Energieprestatienorm woningen |
| NPR 1088 Toelichting op NEN 1087. | |
| NPR 3378 Toelichting op NEN 1078. | |
| Bouwbesluit. | |
| Plaatselijk geldende voorschriften van Brandweer, Nutsbedrijven en Gemeente. | |
| 90/142/EC Gastoestellenrichtlijn. | |
| 92/42/EEC | Rendementsrichtlijn. |
| 2004/108/EC | EMC-richtlijn. |
| 2002/96/EC | Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur richtlijn |
| 2006/95/EC | Laagspanningsrichtlijn. |
| Werkbladen | Vewin |
Tabel 1 Normen en richtlijnen
Aanvullingen, later van kracht geworden voorschriften of wijzigingen zullen op moment van installeren van toepassing zijn.
Neem voor vragen contact op met Inventum B.V.. Kijk voor adresgegevens op de laatste pagina van dit document.
| Aansluitingen* | ||||
| ➢Luchttoevoer/Luchtafvoer mm 0 150 | ||||
| ➢Sanitair water koud/warm mm 15 | mm | 15 | ||
| ➢Cv-aanvoer/retour mm | 22 | |||
| ➢Condensafvoer mm | 32 mm | 32 | ||
| Elektrisch | ||||
| ➢Netspanning | V/Hz | 230/50 | ||
| ➢Max. opgenomen vermogen | W | 620 | ||
| ➢Gemm. opgenomen vermogen | W | 300 | ||
| ➢Maximale werkdruk cv bar | 3 | |||
| ➢Maximale werkdruk sanitair | bar | 8 | ||
| Afmetingen en gewicht | ||||
| ➢Hoogte | mm | 1087 | ||
| ➢Breedte | mm | 610 | 610 | |
| ➢Diepte | mm | 471 | ||
| ➢Gewicht (leeg) | kg | 97,5 | ||
| Cv-waterzijde | ||||
| ➢Nominaal vermogen (35 °C) | kWh | 1,4 | ||
| ➢Maximale cv-temperatuur | °C | 55 | ||
| Warm sanitairwaterzijde | ||||
| ➢Sanitair water temperatuur | °C | max. 50 (m.u.v. het wekelijkse legionella programma) | ||
| Ventilatie zijde | ||||
| ➢Laagstand (1) | m^3/h | 100 | ||
| ➢Middenstand (2) (nominaal) | m^3/h | 150 | ||
| ➢Hoogstand (3) | m^3/h | 250 | ||
| ➢Luchtvolume warmtepomp bedrijf | Afhankelijk van AG woning | |||
| ➢Luchtfilter | De ventilatiewarmtepomp is uitgevoerd met een vuil/vetfilter. | |||
| Warmtepomp circuit | ||||
| ➢Koudemiddel | R134a | |||
| ➢Inhoud koudemiddel | g | 800 | ||
| Geluidsproductie | ||||
| ➢Nominaal bedrijf | dB(a) | <39 | ||
| ➢Piek bedrijf | dB(a) | <41 | ||
| Algemeen | ||||
| ➢IP classificatie | IP | X 2 | ||
| ➢Toegestane omgevingstemperatuur | °C | 0 - 40 | ||
| ➢Toegestane zuurgraad cv water | pH | 7,5 - 8,0 | ||
| ➢Toegestane luchtvochtigheid installatieruimte | rH | max. 50 | ||
| ➢Label en keurmerken | CE label | |||
* Diverse aansluitsets zijn verkrijgbaar bij Inventum.
Bij gebruik van een combiketel als naverwarmer, raadpleeg eerst de fabrikant of deze hiervoor geschikt is, toestel moet NZ label hebben.
Wijzigingen voorbehouden.
Inventum behoudt zich, in verband met voortdurende productinnovaties, het recht voor om zonder voorafgaande mededeling bovenstaande specificaties te wijzigen.
Waterkwaliteit

Ongeschikt of vervuild water kan leiden tot storingen in het toestel en beschadiging van platenwisselaar of de tapwatervoorziening door o.a. slibvorming, corrosie en verkalking. Neem voor meer informatie contact op met de leverancier.
CV-installatie (vullen en bijvullen)
- Spoel de installatie grondig voorafgaand aan het vullen
- Gebruik uitsluitend onbehandeld leidingwater
- Het is niet toegestaan waterbehandeling toe te passen zoals o.a. PH verhogende/verlagende middelen (chemische toevoegmiddelen en/of inhibitoren), antivries en waterontharding
- De gemeten PH waarde van het cv-water dient tussen de 7,5 en de 8,0 te liggen. Is dit niet het geval, neem dan contact op met uw leverancier.
Sanitair drinkwater (toevoer tapwatervoorziening) (alléén Combi)
- Gebruik uitsluitend onbehandeld leidingwater.
- Spoelen.
5. Werking en constructie
5.1. Verwarmen met Ecolution® en cv-ketel samen
Het verwarmen met de Ecolution® (of cv-ketel) hoeft niet individueel plaats te vinden. Het kan zijn dat door de warmtevraag beide toestellen in bedrijf zijn voor verwarmen of aanmaken van warmwater. Wanneer de toestellen beide in bedrijf zijn, kan het aanwarmen van de ketel consequenties hebben voor de Ecolution®.
Indien de cv-watertemperatuur een te hoge waarde heeft bereikt, zal de Ecolution® zijn deelname aan dit gezamenlijke proces stoppen. De Ecolution® komt weer opnieuw in bedrijf indien er warmtevraag is en aan alle temperatuurvoorwaarden wordt voldaan.
Samenwerken met de cv-ketel
De Ecolution ^ is t.a.v. het op te wekken vermogen niet te vergelijken met de cv-ketel. De Ecolution ^ levert maximaal 1,4 kW thermische energie. Die is uitstekend te gebruiken om de meest gebruikte ruimten in een woning op temperatuur te houden en is er niet voor bedoeld om die ruimten op temperatuur te brengen. Om de woning op temperatuur te krijgen of versneld 1° of 2° in temperatuur te verhogen, dient in deze hybride opstelling de cv-ketel als ondersteuning met een grotere capaciteit. Ook in het winterseizoen tijdens lagere buitentemperaturen zal de Ecolution ^ ondersteund worden door de cv-ketel om samen de totaal benodigde hoeveelheid warmte te leveren. Tijdens vele andere perioden, bijvoorbeeld in voor- en najaar, kan de Ecolution ^ vele uren van de dag zelfstandig de woning op de gewenste temperatuur houden. De Ecolution ^ levert dus de basislast aan warmte.
Kamerthermostaat cv-ketel
Ook aan de aansturing van de cv-ketel verandert niets, de kamerthermostaat blijft net als altijd werken en bediend worden zoals de bewoner gewend is. Wel is het aan te raden om verandering in het stookgedrag aan te nemen. De bij velen toegepaste nachtverlaging, bijvoorbeeld tussen 23:00 uur 's-avonds en 07:00 uur 's-ochtends is in de nieuwe situatie niet meer de meest rendabele. Vasthouden van de temperatuur in de woning met de Ecolution® is effi ciënter dan een aantal graden opwarmen in de ochtend met de cv-ketel. Mechanisch ventileren vindt 24 uur per dag plaats, dus hebben we ook tijdens de nachturen de beschikking over duurzaam opgewekte warmte. Maar zelfs als de bewoner de schakeling van nachtverlaging met een aantal graden blijft toepassen in de klokthermostaat, zal de Ecolution® in de nacht de 1,4 kWh blijven produceren en toevoegen aan de meest gebruikte ruimten (is continu deelname niet gewenst, dan kan men d.m.v. programmeren een nachtverlaging op de regeling instellen).
Veranderd gedrag
Deze werking, en het daarbij horende andere (stook-) gedrag, dient u wel goed aan de bewoners uit te leggen, want ook zij dienen een andere gedrag t.a.v. (duurzaam) verwarmen aan te nemen. Voor het op temperatuur houden van de meest gebruikte ruimten in de woning door verwarmen met de Ecolution®, is het wel belangrijk deze ruimten te benoemen. In moderne, goed geïsoleerde woningen, en dat zijn de woningen na 1980 steeds meer, is het gebruik van centraal verwarmen sterk veranderd. Van puur centraal verwarmen zijn we steeds meer naar lokaal verwarmen opgeschoven. Dat de woonkamer warm moet zijn is duidelijk met vaak 2 radiatoren. Verder gebruikt men nog de keuken (indien geen open keuken) en de badkamer. Slaapkamers en andere ruimten in huis worden nog maar zelden mee verwarmd en dat is gunstig voor het verwarmen met de Ecolution®. De 1,4 kWh brengt hij dan daar waar we die het meest nodig hebben.
5.2. Warmwater (aléén Combi)
De Ecolution ^® Combi 50 beschikt over een vat met een inhoud van 50 liter. In dit vat zit een warmtewisselaar om het tapwater op te warmen. De Ecolution ^® draagt geen primaire zorg voor levering van warm tapwater maar functioneert als zogenaamde voorverwarmer. De afstelling in de Ecolution ^® voor het warme tapwater staat fabrieksmatig ingesteld op 50 °C.
Hoogste rendement
De afstelling op 50 °C is een bewuste keuze. Om een zo gunstig mogelijk rendement te realiseren op het verwarmen van tapwater is dit niet alleen de juiste keuze voor de Ecolution®, maar tevens ook voor vele cv-combi ketels. De cv-combi ketel fungeert in deze opstelling als naverwarmer. De meeste merken cv-ketels kunnen niet minder dan 10 tot 15 °C naverwarmen_Dit komt omdat de laagste modulatiegraad (vermogen) tussen deze temperaturen liggen.

Lees voor juiste instelling warmwater van de HR-combiketel de installatie instructie van de HR-ketel. Bij twijfel kunt u ook telefonisch contact opnemen met de Helpdesk van Inventum B.V
5.3. Regeling
Pompregeling
De circulatiepomp zal altijd starten op een percentage van 70%. Na 5 sec. schakelt hij over naar de gemiddelde toerentalwaarde van de voorgaande warmtevraag van boiler of cv. Gedurende 3 min. blijft de pomp op dit toerental draaien waarna hij vervolgens zal overschakelen naar normaal bedrijf. Indien er gedurende 24 uur geen vraag geweest is, zal de pomp gedurende 1 min. aangestuurd worden op 70% om vastlopen te voorkomen.
De nadraaitijd van de pomp is altijd 1 min. in laatste toerental.
Vorstbeveiliging
De vorstbeveiliging treedt in werking indien boilersensor of aanvoer- of retoursensor onder 5 °C komt.
Driewegklep (aléén Combi)
Voor de keuze van cv-warmte of boilerwarmte is er een driewegklep in de Ecolution® aanwezig. Onbekrachtigd staat de klep in de cv- stand. Standaard geeft de Ecolution® voorrang aan warm tapwater. Dit is niet noodzakelijk en kan via het gebruikers menu gewijzigd worden.
Warmwaternoodbedrijf (aléén Combi)
Indien de temperatuursensor op het vat een foutmelding geeft wordt er overgeschakeld naar boiler noodbedrijf. In dit geval zal de regeling van de Ecolution® iedere 60 min. met behulp van de cv-aanvoer en retoursensor kijken of er boilervraag is, om zo alsnog de boiler op te warmen. Zelfs bij zo'n foutmelding of defect levert de Ecolution® dus toch nog aanmaak van warmwater.
Cv-noodbedrijf
Indien in het toestel één of beide cv-sensoren (aanvoer, retour) een foutmelding geven, zorgt de regeling voor een juiste compensatie zodat het toestel, weliswaar in noodbedrijf, toch verder gaat met leveren van warmte. Dit zal worden weergegeven op het display
Geen warmtevraag
Wanneer er geen warmtevraag aanwezig is, zal het toestel slechts functioneren als mechanische ventilator. De stand van de driestandenschakelaar bepaalt dan het ventilatiedebiet.
5.4. Werking warmtepomp principe
Door de ventilator wordt er ventilatielucht door de verdamper geleid. Deze lucht heeft een temperatuur die gelijk is aan de gemiddelde luchttemperatuur in de woning. Meestal zal die bij bewoning liggen tussen de 18 en 22 °C. De ventilatielucht zal de woning verlaten met een gemiddelde temperatuur van 5 tot 10 °C.
1 - verdamper
In de verdamper wordt de warmte van de lucht opgenomen door het koudemiddel. De temperatuur van het koudemiddel stijgt en dit koudemiddel zal verdampen.
2 - compressor
Deze damp wordt de compressor ingeleid waar de druk en temperatuur door compressie sterk zullen stijgen. De hete gassen condenseren in de condensor
3 - condensor
In de condensor wordt deze warmte of afgegeven aan het c.v. circuit of opgeslagen voor warm tapwater in het opslagvat.
4 - expansieventiel
Door het expansieventiel wordt de druk verlaagd, waardoor de temperatuur van het koudemiddel zal dalen. Hierna zal deze cyclus zich herhalen.
Compressor
Omgevings warmte
Verdamper
Condensor
Nuttige warmte
Expansieventiel
Fig.5 Werkingsprincipe warmtepomp
Productinformatie
Documentatie
Deze installatie-instructie bevat belangrijke informatie voor de veilige en vakkundige montage, inbedrijfstelling en onderhoud van de ventilatiewarmtepomp. Deze installatie-instructie is bedoeld voor de installateur die, op grond van vakopleiding en ervaring, over voldoende vakkennis beschikt over warmtepompinstallaties en cv-installaties.
Leveringsomvang
De Ventilatiewarmtepomp wordt compleet gemonteerd vanaf de fabriek geleverd.
- Controleer bij levering of de verpakking onbeschadigd is.
- Controleer of de leveringsomvang compleet is.
Ecolution® Combi 50 L of Ecolution® Solo CV Flexibele slangenset ∅18-22
1 X 2 X 1 X
Flexibele slangenset ∅15-15 (alléén Combi)
Steunhuls ∅18 (alléén Combi) Muurbeugel
2X
2X1X

6.2.2. Vereiste benodigdheden



Daarnaast dient u alle door de cv-ketel fabrikant geselecteerde benodigde componenten toe te passen in uw systeem. Indien de vereiste componenten niet worden gebruikt en men afwijkt van het hydraulische aansluitschema zoals omschreven in deze handleiding vervalt het recht op garantie.
6.3. Installeren
De Ecolution® ventilatiewarmtepomp dient altijd in combinatie (hybride) met een ander toestel voor warmte- en warmwateropwekking te worden aangesloten. Dit zal veelal een HR-combiketel zijn welke voorzien dient ze zijn van een NZ label. Voor het maken van een combinatie met een andere vorm van warmte en warmwater opwekking, neemt u contact op met Inventum B.V.

De Ecolution® zal vaak worden gecombineerd met een HR-combiketel. Lees naast deze installatieinstructie tevens die van de desbetreffende ketelfabrikant.
De Ecolution® ventilatiewarmtepomp dient door geautoriseerde vakmensen op ventilatietechniek, cv- en tapwater-installaties, aangesloten te worden. Landelijk erkende installatiebedrijven en door Inventum B.V. opgeleide bedrijven bevelen we hierbij aan.

De Ecolution mag niet op een locatie geplaatst worden hoger dan 2000 meter boven zeeniveau.
In de ruimte waar de Ecolution® wordt gemonteerd dient aanwezig te zijn:
• het centrale ventilatieluchtafvoerkanaal (of meerdere individuele);
- de mogelijkheid tot aanleggen van een dampdicht, geïsoleerd ventilatie afvoerkanaal met geïsoleerde dakdoorvoer;
- de cv-combiketel dient zich binnen een afstand van 3 meter te bevinden om een goede samenwerking te waarborgen.
Alvorens de Ecolution® waterzijdig te verbinden met de ketel en installatie dient u:
• grondig te spoelen om vuil in de installatie te verwijderen;
- de installatie te voorzien van een vul- en aftapkraan (mogelijk al aanwezig in of in de nabijheid van het cv-toestel);
- te zorgen voor voldoende ruimte rondom het toestel voor service handelingen (alle onderdelen zijn vanaf de voorzijde bereikbaar);
• er zeker van te zijn dat de ruimte vorstvrij is;
• er voor te zorgen dat er geen chemische middelen aan het cv-water zijn- of worden toegevoegd.
De Ecolution® ventilatiewarmtepomp heeft bovenop het toestel twee kanaal aansluitingen voor montage van de luchttoevoer en afvoer. Het kanaal afkomstig uit geventileerde of verwarmde ruimten van de woning dient aangesloten te zijn op de luchttoevoer aansluiting. Via dit kanaal wordt de warme ventilatielucht uit de woning gezogen en dient als bron voor de warmtepomp.

Vanaf de afvoerzijde naar de dakdoorvoer dient het luchtkanaal in geïsoleerde vorm uitgevoerd te worden.
Dit is nodig in verband met de lage temperatuur van 5 à 7 °C en de kans op condensvorming aan de buitenzijde. Cv- zijdig dient het toestel op een gesloten systeem te worden aangesloten. Het toestel is geschikt voor werking op systemen met diverse temperatuur gradaties.
Het ventilatie, tapwater en cv-systeem dienen door geautoriseerde vakmensen volgens de installatierichtlijnen te worden geïnstalleerd:
- Aansluiten met bijgeleverde flexibele slangen i.v.m. geluidsoverdracht is verplicht!
- Plaats de Ecolution ^® ventilatiewarmtepomp bij voorkeur op de plek van de oude mechanische ventilatiebox en in de directe nabijheid van de HR-combiketel. Bij nieuwbouw in de directe nabijheid van de HR-combiketel en de samenkomst van luchtkanalen. Bij vervanging van de oude mechanische ventilatiebox dient deze verwijderd te worden.
- Er dient een vulkraan aanwezig te zijn in de nabijheid van Ecolution ^® en HR-combiketel.
- De warmtepomp wordt bij voorkeur aangesloten op de perilex wandcontactdoos voor mechanische ventilatieboxen.
- De installatie dient afgezekerd te zijn op 16 A (traag) en voorzien te zijn van een aardlekschakelaar.
- De aansluitingen van het ventilatiekanaal uit de woning en de HR-combiketel moeten voorhanden zijn.
- Wees ervan overtuigd dat al het vuil uit de installatie is verwijderd. Is dit niet het geval dan grondig spoelen. Aan het cv-systeem mogen geen chemische middelen worden toegevoegd.
- Bij installatie van de Ecolution handelingen. ^® moet voldoende ruimte rond het toestel worden vrijgelaten voor service-
- De Ecolution ^® ventilatiewarmtepomp moet aan een vlakke wand met voldoende massa worden opgehangen (200 kg/m ^2 ). Bij een onvoldoende stevige wand kan resonantie ontstaan met lawaai als gevolg. Gasbeton scheidingsmuren en gipsplaatwanden binnen de woning voldoen hier doorgaans niet aan. Buitenmuren en geïsoleerde spouwmuren tussen twee woningen of tussen garage en woning doorgaans wel. Indien u twijfels heeft over de draagkracht van het soort wand waarop u de Ecolution wil bevestigen neem dan contact op met de helpdesk van Inventum.
- Het is niet aan te bevelen de Ecolution ^® tegen een scheidingswand met een verblijfsruimte te monteren in verband met geluidsklachten.
- De opstellingsruimte waar de Ecolution ^® wordt geïnstalleerd dient vorstvrij te zijn. Dit geldt ook voor de afvoer van de inlaatcombinatie en de condensafvoer.
-
De Ecolution ^® moet worden geïnstalleerd volgens:
-
NEN 3038 Veligheidseisen voor centrale verwarmingssystemen
-
NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties
-
NEN 1006 Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties
6.3.1. Maatschetsen Ecolution® Combi 50 en Solo CV


Alvorens de Ecolution® Combi 50 ventilatiewarmtepomp te gaan plaatsen is het aan te bevelen om u eerst te verzekeren van de plaatsingsmogelijkheden. Het toestel dient op een stevige, vlakke wand met een massa van ten minste 200 kg/m² gemonteerd te worden. Bijvoorbeeld op of in de nabijheid van de plek waar de oude mechanische venti-latiebox gemonteerd is geweest. Stenen of betonnen buiten- of spouwmuren zijn uitstekend geschikt voor montage toepassing. Hout, gasbeton, gibowanden en ander soort wanden zijn niet geschikt voor toepassing!

Indien er een andere verankeringsssoort wordt toegepast dan Inventum meelevert, kan een veilige ophanging van de Ecolution® niet gegarandeerd worden.


De Ecolution® Combi 50 ventilatiewarmtepomp kan uitsluitend hangend aan een vlakke muur of aan een bevestigingsprofiel worden gemonteerd. De muur dient vlak te zijn en minimaal 200 kg/m² massa te hebben. Bij een te lichte muurconstructie is het mogelijk dat er resonantieklachten optreden.
Controleer na het ophangen de volgende punten:
1) Het toestel moet over de eerste vergrendeling vallen om voldoende body te hebben voor de tweede vergrendeling (stap 3).
2) De rug van het toestel moet na het vallen in zijn tweede vergrendeling parallel staan t.o.v. de wand.
3) Het toestel moet volledig opliggen op de onderste beugel wanneer het toestel in zijn tweede vergrendeling zit.
Voldoen één van bovenstaande regels niet, dan is een veilige ophanging niet gewaarborgd.
6.3.4. Ophangen van de Ecolution® Solo CV
- OPHANGEN SOLO STAP 1 2. OPHANGEN SOLO STAP 2

6.4. Aansluiten van de Ecolution® en HR-ketel
6.4.1. Luchtzijdig aansluiten
Het luchttoevoerkanaal vanuit de natte ruimten van de woning moet u minimaal 120 mm gebruiken. Het luchtafvoerkanaal vanaf de Ecolution® naar de dakdoorvoer dient aangesloten te worden met ∅150 mm flexibele- of starre geïsoleerde buis. Dit om condensvorming te voorkomen. De aansluiting op het toestel is ∅150 mm. Juiste dimensionering is van essentieel belang om lage luchtsnelheden te creëren en daarmee een laag geluidsniveau in het systeem. Bij hogere weerstanden neemt ook het energieverbruik van de ventilator toe.
6.4.2. Waterzijdig aansluiten
6.4.2.1. Plaatsing terugslagklep
Noodzaak en positie van externe terugslagklep in installatie.
Om circulatie van warmte opgewekt in de ventilatiewarmtepomp door het cv-toestel te voorkomen, is het soms noodzakelijk om een terugslagklep te plaatsen. De noodzaak en positie zijn afhankelijk van het type cv-toestel. Het is belangrijk om te weten of de 3-wegklep in het cv-toestel in aanvoer of retour leiding gemonteerd is en in welke positie de 3-wegklep stand-by staat (indien geen warmtevraag - in stand cv of warmwater).
In het basisschema is een standaardinstallatie te zien. Er zijn 4 situaties mogelijk of er wel of geen terugslagklep gemonteerd moet worden en waar deze gemonteerd moet worden:
- situatie 1, toestellen zonder 3-wegklep
- situatie 2, toestellen met 3-wegklep in de retour en klep standby in de stand warmwater
- situatie 3, toestellen met 3-wegklep in aanvoer, klep standby in stand cv
- situatie 4, toestellen met 3-wegklep in de retour, klep standby in cv.
Situatie 1 Toestellen zonder 3-wegklep
In deze situatie dient de terugslagklep in de aanvoer te worden gemonteerd met de stromingsrichting naar de installatie, basisschema met terugslagklep in positie A,(zie afb. 8, [A]).
Situatie 2 Toestellen met 3-wegklep in de retour en klep standby in de stand warmwater
In deze situatie hoeft geen extra terugslagklep gemonteerd te worden, basisschema zonder positie A en B, (zie afb. 8).
Situatie 3 Toestellen met 3-wegklep in aanvoer, klep standby in stand cv
Monteer de terugslagklep in de aanvoer met de stromingsrichting naar de installatie, basisschema met terugslagklep in positie A (zie afb. 8, [A]).
Situatie 4 Toestellen met 3-wegklep in de retour, klep standby in stand cv
Monteer de terugslagklep in de retourleiding met de stromingsrichting naar het HR-toestel, basisschema met terugslagklep in positie B (zie afb. 8, [B]).

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
B --> D["4"]
B --> E["5"]
B --> F["6"]
B --> G["7"]
B --> H["8"]
B --> I["9"]
B --> J["10"]
B --> K["11"]
B --> L["12"]
B --> M["13"]
B --> N["14"]
B --> O["15"]
B --> P["16"]
B --> Q["17"]
B --> R["18"]
B --> S["A"]
B --> T["B"]
B --> U["18"]
B --> V["18"]
B --> W["18"]
B --> X["18"]
B --> Y["18"]
B --> Z["18"]
B --> AA["18"]
B --> AB["18"]
B --> AC["18"]
B --> AD["18"]
B --> AE["18"]
B --> AF["18"]
B --> AG["18"]
B --> AH["18"]
B --> AI["18"]
B --> AJ["18"]
B --> AK["18"]
B --> AL["18"]
B --> AM["18"]
B --> AN["18"]
B --> AO["18"]
B --> AP["18"]
B --> AQ["18"]
B --> AR["18"]
B --> AS["18"]
B --> AT["18"]
B --> AU["18"]
B --> AV["18"]
B --> AW["18"]
B --> AX["18"]
B --> AY["18"]
B --> AZ["18"]
B --> BA["18"]
B --> BB["18"]
B --> BC["18"]
B --> BD["18"]
B --> BE["18"]
B --> BF["18"]
B --> BG["18"]
B --> BH["18"]
B --> BI["18"]
B --> BJ["18"]
B --> BK["18"]
B --> BL["18"]
B --> BM["18"]
B --> BN["18"]
B --> BO["18"]
B --> BP["18"]
B --> BQ["18"]
B --> BR["18"]
B --> BS["18"]
B --> BT["18"]
B --> BU["18"]
B --> BV["18"]
B --> BW["18"]
B --> BX["18"]
B --> BY["18"]
B --> BZ["18"]
Fig. 8 Basisschema
1 kamerthermostaat
2 expansievat
3 luchtaanvoer
4 lucht afvoer
5 voedingspanning
6 gasleiding
7 afvoer
8 cv-aanvoer
9 cv-retour
10 warm tapwater
11 koud tapwater
12 voorverwarmd (alléén combi)
13 fl exibele leidingen (alléén combi)
14 fl exibele leidingen
15 inlaatcombinatie
16 HR-toestel
17 ventilatiewarmtepomp
18 radiatorkraan
19 voedingspanning ventilatiewarmtepomp1)
A plaats terugslagklep situatie 1 en situatie 3
B plaats terugslagklep situatie 4
Aansluiten cv
Sluit aanvoer- en retourleidingen van de Ecolution® d.m.v. de meegeleverde fl exibele leidingen*, parallel (met een ∅ 22 mm leiding) en spanningsvrij aan op de aanvoer- en retourleidingen onder de HR-combiketel. Monteer in de aanvoer tussen de HR-combiketel en het T-stuk, een terugslagklep en let op de juiste pijlrichting.
* om geluidsklachten te voorkomen.

De noodzaak en de plaats van de terugslagklep kan per keteltype verschillen. Zie hoofdstuk 15 voor juiste posities bij gebruikte ketelmerken en typen. Neem bij twijfel contact op met uw contactpersoon of de helpdesk van Inventum B.V.
Aansluiten warmwater (alléén Combi)
Sluit de koudwater toevoer spanningsvrij aan op de Ecolution® (d.m.v. de meegeleverde fl exibele leidingen). Mon- teer aan de ingaangaande zijde van deze koudwaterleiding, de inlaatcombinatie. Vanuit de warmwater uitzijde van de Ecolution®, monteert u een ∅15 mm leiding naar de koudwater in van de HR-combiketel. De warmwater uitzijde van de HR-combiketel verbindt u met de leiding die naar de warmtapwater punten in de woning gaat.
Belangrijke punten bij aansluiten tapwater:
Warmtepomp,inlaatcombinatie, waterleidingen en afvoerleidingen bevinden zich in een vorstvrije ruimte;
- Gebruik een inlaatcombinatie met ontlastklep van maximaal 8 bar;
Gebruik de bijgeleverde steunhulzen bij de cv-aansluitingen (zie Fig. 9);
Monteer een reduceerventiel indien de waterleidingdruk hoger is dan de sluitdruk van de ontlastklep;
Het expansiewater uit de ontlastklep en het condenswater uit de condensafvoerleiding worden via een afvoerleiding onder gelijkmatig afschot naar een rioolleiding afgevoerd;
Monteer een sifon op de afvoerleiding indien deze direct op het riool wordt aangesloten;
Tussen de inlaatcombinatie en boiler mag nooit een afsluiter worden geplaatst;
➢ Een vorstvrije afvoerleiding moet aanwezig zijn.

Fig. 9 (alléén Combi)
Aansluiten condensafvoer
Sluit de condensleiding van de Ecolution® en de overstort aansluiting van de inlaatcombinatie aan op de condensafvoer van de HR-combiketel. De uitstroom van de condensafvoer mag nooit hoger liggen dan 60 cm bij de Combi of 10 cm bij de Solo, gerekend vanaf de onderzijde van het toestel. U dient hiervoor minimaal ∅ 32 mm PVC te gebruiken.
Controleer of de condens afvoerslang niet geknikt is in het toestel na het uittrekken en dat het uiteinde van de condensafvoerslang niet onder het waterniveau van de sifon komt!

Fig. 10 Condensafvoer Solo
6.5. Elektrisch aansluiten
6.5.2. Aansluiten standenschakelaar ventilator
PERILEX AANSLUITING (BIJ VERVANGING MV BOX)

7. In bedrijf stellen

Als het snoer beschadigd is moet dit worden vervangen door de fabrikant, zijn dealer of ver gelijkbare gekwalifi ceerde personen. Dit dient een origineel, of door Inventum goedgekeurd snoer te zijn.

Voordat u de stekker in de wandcontactdoos steekt, dient u het volledige installatie stappenplan te hebben doorlopen en dient het toestel voorzien te zijn van het front.
7.1. In bedrijf stellen sub-menu
Dit sub-menu is herkenbaar aan 2 liggende knipperende streepjes.
| Display Omschrijving | |
| 0 = 15 | Debiet warmtepomp bedrijf (zie ook 7.1.1) |
| 6 = 2 | Bedrijfsmodus (zie ook 7.1.2.) |
| - 1 | Menu terugzetten naar fabrieksinstelling |
7.1.1. Debiet warmtepompbedrijf
Door onder- of overventilatie zijn een goed rendement en lucht verversing niet gegarandeerd.

Deze instellingen worden door Inventum B.V. verricht of door een door Inventum bevoegde organisatie. Verander niet zelf de status van de instellingen.
7.1.2. Bedrijfsmodus
De ventilatiewarmtepomp heeft 4 bedrijfsmodusen. Standaard wordt de ventilatiewarmtepomp geleverd op ventilatiebedrijf.
De verschillenden modi zijn:
- 0 = warmtepompbedrijf, na inbedrijfname en inregelen is dit de normale bedrijfsmodus, de volledige functionaliteit van de ventilatiewarmtepomp wordt benut.
- 1 = ontluchtingsbedrijf, in deze modus wordt het cv-circuit en de warmtewisselaar in het vat ontlucht. Deze cyclus duurt ongeveer 2 minuten. Indien gewenst kan deze cyclus herhaald worden.
- 2 = ventilatiebedrijf, na het plaatsen van de ventilatiewarmtepomp, zonder dat de ventilatiewarmtepomp door de fabrikant inbedrijf is gesteld, kan er altijd geventileerd worden.
- 3 = testbedrijf, dit is een specifiek voor Inventum bedoelde productiemodus.
Menu terugzetten naar standaard fabrieksinstellingen
0 = terug naar fabrieksinstellingen 1 = gewijzigde instellingen actief
In het menu 'Extra instellingen gebruikers' (zie 8.5. / 8.5.4.) en het Submenu 'In bedrijf stellen' (zie 7.1.) kunnen de fabrieksinstellingen altijd worden terug gezet. Druk de i-toets langer dan 3 seconden in en ga naar het gewenste menu met de i-toets. Met de + en - toets kan de waarde 0 (0 = terug naar fabrieksinstelling) geselecteerd worden. Het knipperen van het = teken geeft aan dat de instelling gewijzigd kan worden. Door langer dan 3 seconden op de - toets te drukken wordt de nieuwe waarde overgenomen, het = teken stopt met knipperen.

Het zelf wijzigen van de instellingen kan leiden tot incorrect functioneren van het toestel.
7.2. Vullen en ontluchten
• Lees voor het vullen en ontluchten tevens de instructies van het aangesloten cv-toestel.
• Maak het cv-toestel spanningsloos.
7.2.1. Vullen van de boiler (alléén Combi)
- Open een warmwaterkraan;
- Open de stopkraan van de inlaatcombinatie;
- Open de hoofdkraan van de waterleiding;
- Laat de boiler goed door stromen;
- Contoleer de installatie op lekkage.
7.2.2. Vullen cv-circuit
- Open alle radiatorkranen.
• Steek de netstekker in een contactdoos.
• Vul de cv-installatie tot de voorgeschreven druk - Sluit de vulkraan.
• Ontlucht de radiatoren. - Vul de cv-installatie bij tot de voorgeschreven druk.
7.2.3. Ontluchten boilercircuit (alléén combi)
Tijdens het vullen heeft de automatische ontluchter van de ventilatiewarmtepomp het toestel cv-zijdig van lucht ontdaan. Controleer voor ingebruikname alle verbindingen op lekkage.
Bij de 1x warmwater opwarmen is het mogelijk dat er in de boilerspiraal nog een luchtkolom aanwezig is. Ontlucht de ventilatiewarmtepomp door de ontluchtcyclus in te schakelen (paragraaf 7.1.2.,bedrijfsmodus). Tijdens de ontluchtingscyclus zal de pomp samen met de 3-wegklep, de luchtkolom uit de warmtewisselaar pompen. Tijdens deze cyclus zal ONTL knipperen op het display. Wanneer de tekst op het display niet meer knippert, is de cyclus volbracht. Tijdens de cyclus wordt de 3-wegklep enkele malen geschakeld, gevolgd door een ruisend geluid bij de pomp. Dit is lucht die uit de warmtewisselaar komt en door de pomp stroomt. Is na deze ontluchtingscyclus geen ruisend geluid bij de pomp waarneembaar dan is de ontluchtingscyclus correct verlopen. Mocht dit niet het geval zijn herhaal de ontluchtingscyclus.
7.3. Klokinstelling
Wanneer de stekker in de wandcontactdoos wordt gestopt, verschijnt de tijd op het display. Voor instellen tijd (zie 8.4 en 8.4.4. pag. 32 en 33).
7.4. Verwarmen
Er zijn 2 mogelijkheden om de cv-warmtevraag aan te sturen:
• cv-1 Binnenluchtbedrijf, standaardinstelling;
• cv-4 24v aan-uit kamerthermostaat, bedient zowel het cv-toestel als de ventilatiewarmtepomp.
Cv 1 - Binnenluchtbedrijf
Voor deelname in het verwarmingsproces maakt de Ecolution® standaard gebruik van de temperatuurmeting van de aangezogen ventilatielucht. De standaard fabrieksafstelling is 21 °C, dit betekent dat zolang de aangezogen lucht uit de woning onder de 21 °C liegt, de Ecolution® deelneemt in het verwarmingsproces. Regeltechnisch werkt hij dan onafhankelijk van de cv- ketel. Een eventuele andere referentiewaarde dan de 21 °C is instelbaar via het gebruikers en installateursmenu van de regelunit. Een andere waarde zou bijvoorbeeld beter kunnen passen bij woningtype of gebruik. Door op deze wijze de deelname van de Ecolution® in het verwarmingsproces te regelen, is het mogelijk tijdens het stookseizoen vele uren van de dag (en nacht) duurzame warmte te benutten voor het op temperatuur houden van de woning (instelling minimaal 1 à 2 °C hoger dan de gemeten waarde).
Cv 4 - kamerthermostaat
Hier wordt warmtevraag verkregen d.m.v. een 24 V aan/uit kamer-(klok) thermostaat die de cv en de Ecolution® toestellen aanstuurt. Bij het ontstaan van warmtevraag zal eerst de Ecolution® warmte gaan produceren. Door instellen van een wachtijd (10 tot 90 min.) komt de HR-ketel na het verstrijken van deze wachttijd in bedrijf. Gezamenlijk wordt de gevraagde warmte geleverd door de HR-ketel en de Ecolution®. Bij het bereiken van de gevraagde warmte wordt de HR-ketel als eerste uitgezet en gaat de Ecolution® via de ingestelde nadraaitijd (1 tot 10 uren) door met z'n bijdrage.
Waterzijdig inregelen
Worden in een woning toch meerdere ruimten meegenomen, dan is het nuttig om de gehele installatie door te nemen en zo nodig de installatie waterzijdig in te regelen. Overigens is waterzijdig inregelen altijd goed voor een installatie om goed functioneren te verbeteren en energieverbruik te reduceren. Door waterzijdig inregelen wordt de opgewekte warmte geleverd op de plekken waar we die het het meest gebruiken.
7.5. Ventileren

In Nederland is de juiste hoeveelheid te ventileren lucht vastgelegd in "het bouwbesluit". ventilatiewarmtepomp is dan ook afgestemd op deze afgesproken waarden.
Afzuigkap (motorloos)
Wij adviseren nadrukkelijk een afzuigkap met motor en eigen aansluiting naar buiten.
Echter het is mogelijk om op één van de aansluitingen in de keuken een motorloze afzuigkap te plaatsen. De onderhoudfrequentie van het filter zal dan mogelijk moeten worden aangepast i.v.m. een grotere mate van vervuiling. Bij vervuiling, dan wel verstopping, zal de Ecolution® dit via het display aangeven. Zie foutcodes.
Extra warmte op stand 3 (timerfunctie)
Wanneer er gebruik gemaakt gaat worden van bad of douche is het mogelijk gedurende de warmwater tapperiode extra vermogen te realiseren. Dit kan door kortstondig de standenschakelaar in de hoogste stand te zetten en na 1 sec. weer terug. De warmtepomp ventileert dan gedurende 30 min. op de hoogste stand, hetgeen de juiste stand is tijdens baden en douchen en produceert hierdoor ook nog eens extra vermogen voor aanmaak van warmte of warmwater. Na 30 min. keert de ventilatiestand automatisch terug naar de ingestelde bedrijfstand van de schakelaar. De timerfunctie is instelbaar via het gebruikers-menu en kan tussen de 0 en 60 min. worden ingesteld. Indien men deze timerfunctie eerder dan de ingestelde tijd weer wil uitschakelen dan dient men opnieuw kortstondig de schakelaar 1 sec. in stand 3 te zetten en weer terug.
Ventilator noodbedrijf
Wanneer één of beide sensoren in het luchtcircuit een foutmelding geven gaat het toestel op "ventilator noodbedrijf". Het toestel gaat niet in storing maar functioneert aan de hand van de nog wel waargenomen waarde. Wanneer er geen temperatuur signalering meer waarneembaar is zal het toestel verder functioneren in een vast toerental.
In Nederland is de juiste hoeveelheid te ventileren lucht vastgelegd in "het bouwbesluit".
De Ecolution® ventilatiewarmtepomp is dan ook afgestemd op deze afgesproken waarden.
8. Bediening regelunit
De Ecolution regelunit bestaat uit een display, een + en - toets om wijzigingen in te stellen en een i en een R toets. De i en de R toets zijn om in de menu's te komen, er door heen te lopen, te wijzigen, te bevestigen en te resetten.
Bij aanraking van een willekeurige toets zal het display gedurende 30 seconden oplichten. Bij het doorlopen van de menu's zal het display altijd in de normale bedrijfstand branden.

flowchart
graph TD
A["Bedrijfscode display"] --> B{R + i > 5 sec.}
B --> C{i > 3 sec.}
C --> D{i < 1 sec.}
D --> E["Informatiemenu (H8.3)"]
C --> F["Gebruikersmenu (H8.4) 0 - 1"]
F --> G["Installateursmenu 0 - 0"]
G --> C
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
style F fill:#cfc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
8.1. Bedrijfscodes
Op het display zijn middels coderingen diverse functionaliteiten te herkennen:
| Ventilator draait | |
| Als de ventilator draait is dit op het display als een knipperende punt op pos. 1. te zien. De knipperfrequentie geeft het toerental aan. | |
| Warmtepomp aan op boiler vraag | |
| Als de warmtepomp ingeschakeld is omdat er warmwater vraag is, dan is er een knipperende punt op pos. 2.te zien. De knipperfrequentie geeft het toerental aan. | |
| Warmtepomp aan op cv-vraag | |
| Als de warmtepomp ingeschakeld is omdat er een cv-vraag is, dan is er een knipperende punt op pos. 3.te zien. De knipperfrequentie geeft het toerental aan. | |
8.1.1. Bedrijfsmodus
Wanneer het toestel in bedrijf is kan de bedrijfssituatie opgeroepen worden door de i-toets in te drukken. Onderstaande bedrijfsstituaties zijn mogelijk;

bar
Bedrijfssituaties | Category | Status | Value | |---|---|---| | menu | A1 | Alleen ventileren | | menu | A2 | Ventileren + cv-bedrijf | | menu | A3 | Ventileren + boilerbedrijf (alléén combi) |8.1.2. AP-meldingen

Onderstaande AP meldingen treden op tijdens normale bedrijfsomstandigheden.
Betekenis
| AP 1 | AP 1Heetgas beveiliging actief – De compressor is gedwongen 20 min. uit |
| AP 2 | AP 2Persgas beveiliging actief – De compressor is gedwongen 10 min. uit |
| AP 3 | AP 3Zuiggas beveiliging actief – De compressor is gedwongen 10 min. uit |
| AP 4 | AP 4Startbeperking actief – De compressor is dan 15 min. gedwongen uit |
| AP 6 | AP 6De startbeperking is actief, door te hoge cv-watertemperatuur. |
| Deze weergave zal actief zijn indien de compressor is uitgezet | |
8.2. Bediening menu's
Het gebruikers menu is bedoeld om de gebruiker de mogelijkheid te geven een aantal instellingen te wijzigen zodat het functioneren van het toestel beter past bij hun gebruik. Natuurlijk is het tevens mogelijk dat u als installateur deze mogelijke instellingen en wijzigingen voor de gebruiker uitvoert.
| i kort Toegang tot informatie menu | |
| i > 3 sec. | Toegang tot gebruikers menu |
| Gebruikers menu Herkenbaar aan knipperend midden streepje | |
| i > 3 sec. voor toegang tot extra instellingen | |
| i kort | Voor volgende regel |
| + en - toets | Voor wijzigen instellingen, waarde zal gaan knipperen,+ of - voor wijzigen, bevestigen door i > 3 sec. De waarde zal dan stoppen met knipperen en is overgenomen. |
| R kort | Verlaten menu, of automatisch na 3 minuten. |
| Bij verlaten menu | Keert u iedere keer opnieuw terug naar hoofdmenu |
8.3. Informatie menu
(i kort voor toegang)
Bijvoorbeeld:
A P 4
Geeft u informatie over actuele foutcodes of meldingen (alleen weergave indien er meldingen, blokkeringen of vergrendelingen aanwezig zijn. Indien er geen meldingen of foutcodes aanwezig zijn, zal de bedrijfsmodus worden weergegeven).
8.4. Gebruikers menu
(i > 3 sec. voor toegang vanuit de bedrijfscode display)
Om in het gebruikers menu te komen toetst u de i 3 sec. in (0 - 1 verschijnt).
i - kort voor volgende regel
| 0 - 1 | Extra instellingen toegang regel – van hieruit i kort voor volgende regel of >3 sec. voor toegang extra instellingen (zie 8.5.) |
| 1 - 30 | Timerfunctie – timertijd instelbaar van 0 naar 5,10,15,20,30,40,50 en 60 minuten |
| 2 - 1 | Backlight 0 = uit / 1 = automatisch / 2 = continue aan |
| 4 - 21 | Instelling CV 1 binnenluchtthermostaat op winterstand– instelbaar van 15 tot 23 °C. |
| 5 - 15 | Instelling CV1 binnenluchtthermostaat op zomerstand - instelbaar van 14 tot 17 °C. |
| t-1/15:31 | Klokinstelling – instelling van juiste kloktijd (zie 8.4.4.) |
| t-2/23:00 | Begintijd nachtklok – instellen van de juiste begintijd nachtklok |
| t-3/07:00 | Eindtijd nachtklok – instellen eindtijd nachtklok |
| t-4/00:00 | Instellen van het jaar (YYYY). |
| t-5/ 00 | Instellen van de maand (MM). |
| t-6/ 00 | Instellen van de dag (DD). |
| t-7/ 0 | Instellen automatische overschakeling zomer/winter stand. (par ??) • 0 = uit • 1 = aan |
| t-8/ 00 | Maand instellen overschakelen naar zomerstand, 1evan de maand is de ingangs-datum: • 03 = maart • 04 = april • 05 = mei |
| t-9/ 00 | Maand instellen overschakelen naar winterstand 1e van de maand is de ingangs-datum. • 08 = augustus • 09 = september • 10 = oktober |
8.4.1. Regel 1 - Timerfunctie
De timerfunctie regel is er voor bedoeld om de timertijd in te stellen en heeft betrekking op het kort op stand 3 zetten van de driestandenschakelaar. Wanneer één van de bewoners gebruik wil gaan maken van douche of bad, dan is het gewenst om de driestandenschakelaar op stand 3 te zetten i.v.m juiste en snelle ontvochtiging van de badkamer. Dit kan men d.m.v. de timerfunctie doen door kortstondig de schakelaar (1 sec.) op stand 3 te zetten en weer terug naar normale stand. Door deze handeling gaat de ventilator gedurende de ingesteld timertijd op stand 3 ventileren en keert automatisch terug naar de normale stand na einde timertijd of door opnieuw de schakelaar kortstondig in stand 3 te zetten. Behalve snel ontvochtigen levert de Ecolution® gedurende die tijd ook nog eens meer thermisch vermogen.
8.4.2. Regel 2 - Backlight
Het backlight is als volgt in te stellen:
0 = uit
1 = aan na toetsbediening automatisch uit na 30 sec.
2 = continu aan
8.4.3. Regel 4 en 5 - CV 1
Zomer/winter stand
In de modus waarin de warmtevraag wordt gegenereerd door de kamerthermostaat van de cv-installatie, wordt de inschakeltemperatuur meestal 1 à 2 °C hoger ingesteld dan de kamerthermostaat. Het is hierdoor in het voorjaar en in de zomer mogelijk, als op een zonnige dag ramen en/of deuren open staan waardoor lucht door de ventilatiewarmtepomp wordt aangezogen, dat de ventilatiewarmtepomp onbedoeld de woning opwarmt. Ook kan door zonnestraling in de woning een behaaglijke situatie ontstaan zonder dat hierbij de binnenluchttemperatuur stijgt. Ook dan is het mogelijk dat de ventilatiewarmtepomp onbedoeld de woning opwarmt. Om dit te voorkomen kan een verdeling van de inschakeltemperatuur ingesteld worden gedurende deze periode. In de winterstand zal de regeling de warmtepomp laten deelnemen op cv-bedrijf gelijk aan de ingestelde temperatuur cv-binnenlucht winterstand (zie 8.4.). In de zomerstand zal de regeling de warmtepomp laten deelnemen op cv-bedrijf gelijk aan de ingestelde temperatuur cv-binnenlucht zomerstand (zie 8.4.).
8.4.4. Regel T1 en T4 t/m T9 klokinstelling
Stel hier juiste tijd, nachtklok en datum in.
Toets kort op + of - en de tijd, dag, maand of jaar gaat knipperen ► stel nu door op + of - te drukken de juiste tijd, dag, maand of jaar in ► bevestig de juiste ingestelde tijd door i langer dan 3 sec. vast te houden ► de tijd stopt nu met knipperen, de nieuwe waarde is nu bevestigd.
8.4.5. T2 en T3 - Nachtklok
Tijdens de nachtklok wordt warmtepompbedrijf op cv en warmtapwater uitgezet. Dit houdt in dat er geen temperatuurverlaging dient te worden ingesteld.

Het op temperatuur houden van de woning met de Ecolution® kost in de meeste gevallen minder energie dan in de ochtend met de HR-ketel de woning weer opnieuw op temperatuur krijgen.
Inventum adviseert dan ook de nachtklok niet in te stellen als dat niet noodzakelijk is!
Nachtverlaging werkt uitsluitend op CV 1 en 4. Bij CV 4 bepaalt de kamerthermostaat of er wel of geen nachtverlaging wordt toegepast
Regel T - 2 begintijd nachtklok
Toets kort op + of - en de tijd gaat knipperen ▶ stel nu door op + of - te drukken de juiste tijd in ▶ bevestig de juiste ingestelde tijd door i langer dan 3 sec. vast te houden ▶ de begintijd nachtverlaging stopt nu met knipperen, de nieuwe tijd is nu bevestigd.
Regel T - 3 eindtijd nachtklok
Toets kort op + of - en de tijd gaat knipperen ▶ stel nu door op + of - te drukken de juiste tijd in ▶ bevestig de juiste ingestelde tijd door i langer dan 3 sec. vast te houden ▶ de eindtijd nachtverlaging stopt nu met knipperen, de nieuwe tijd is nu bevestigd.
Stelt u de tijden van -2 en -3 in met gelijke waarden, dan is de nachtklok uitgeschakeld en zal er te allen tijde aan de warmtevraag voldaan worden.
8.5. Extra instellingen gebruikers menu
(toegang vanuit gebruikersmenu 0 - 1 "i langer dan 3 sec.")
| 5 - 10 | Ventilatiestand 1instelbaar van 60 tot 120 |
| 6 - 15 | Ventilatiestand 2Instelbaar van 120 tot 230 |
| 7 - 23 | Ventilatiestand 3Instelbaar van 150 tot 350 |
| 8 - 3 | Warmtevoorrang (alléén Combi)2 = cv 3 = warmwater |
| 9 - 1 | Warmwater aan of uit (alléén Combi)0 = warmwater uit 1 = warmwater aan |
| - 1 | Terug naar fabrieksinstelling0 = terug naar fabrieksinstelling 1 = nieuwe instellingen actief |
8.5.1. Ventilator volume instelling
De drie standen van de driestandenschakelaar zijn per stand in te stellen. Dit kunt u invoeren in de regels 5.6 en 7.
8.5.2. Warmte voorrang (alléén Combi)
In regel 8 bepaalt u wat u voorrang geeft wanneer er vraag is van zowel de cv als warmwater.
8.5.3. Warmwater aan of uit (alléén Combi)
In regel 9 kunt u het warmwater aan of uit schakelen. Wanneer de warmwaterfunctie is uitgeschakeld blijft de Ecolution® wel actief cv-warmte produceren.
8.5.4. Menu terugzetten naar fabrieksinstellingen
Regel - I is de regel waar u altijd de instellingen weer terug kunt zetten naar de fabrieksinstellingen. = menu terugzetten naar fabrieksinstelling en I = werkt volgens nieuw ingestelde waarden.
Het installateursmenu biedt u als installateur ruime mogelijkheden om het toestel juist af te stemmen op die specifi eke situatie van installatie en woning, zodat de Ecolution® goed samenwerkend met de HR-combiketel kan zorgen voor de hoogste besparing en comfort.
Het installateursmenu is te herkennen aan het liggende lage streepje □ - □
De 1 ^e regel van het installateurs menu □ - □ betreft het in bedrijf stellen. Dit is reeds behandeld in hoofdstuk 7, in bedrijf nemen, op pagina 26.
| i + R > 5 sec. | Toegang tot installateursmenu. U komt in [0 - 0] |
| Installateursmenu Herkenbaar aan knipperend laag streepje | |
| i kort Voor volgende regel | |
| i > 3 sec. | Toegang tot geselecteerde submenu's [0 - 1] t/m [0 - 5] |
| + en - toets bevestigen door > 3 sec. te toetsen. i Na 3 sec. zal display niet meer knipperen ter bevestiging | |
| R kort | Verlaten menu, of automatisch na 3 minuten. |
| Bij verlaten menu Keert | u iedere keer opnieuw terug naar hoofdmenu |
Voor nieuwe wijzigingen doorloop deze stappen (iedere keer)opnieuw.
Onderstaande submenu's zijn beschikbaar in het installateursmenu. Deze worden verderop in de handleiding uitgelicht.
= In begrijf nemen (zie 7. pag. 26)
= Status temperatuur ingangen (zie 8.6.2. pag. 36)
= Statusingangen (zie 8.6.2. pag. 36)
= Status uitgangen (zie 8.6.3. pag. 37)
= Bedrijshistorie (zie 8.6.4. pag. 37)
= Fouthistorie (zie 8.6.5. pag. 39)
0 - 0 - "in bedrijf nemen" 0 - 1 t/m 0 - 5 worden ieder apart verderop in het installateursmenu behandeld.
De volgende regels zijn te vinden na de hiervoor omschreven submenu's:
| 1_0 | Driestandenschakelaar voorrang instelling 0 = 230V schakelaar 1 = laagspanningsschakelaar 2 = draadloze schakelaar |
| 6/1_50 | Warmwater temperatuur (de temperatuur waarbij de opwarming van het (alléén Combi) warmwater stopt)De volgende temperaturen zijn in te stellen 35, 40, 45 en 50 °C |
| 6/2_5 | Vorstbeveiliging 0 = uit 5 = aan (beveiliging 5 °C van boiler en cv-water) |
| C/1_1 | Cv- thermostaat 1 = cv-1 binnenlucht thermostaat (fabrieksinstelling) 4 = cv-4 kamerthermostaat (24 V) |
| C/2_21 | Cv-1 - binnenluchtbedrijf winterstand (uitschakeltemperatuur cv-warmtevraag).De temperatuur is instelbaar van 15 t/m 25 °C (21 °C is de fabrieksinstelling) |
| C/3_1 | Cv-1 - binnenluchtbedrijf (schakeldifferentie)Instelbaar van 0,5 - 1 - 2 - 3 °C (fabrieksinstelling 1 °C) |
| C/4_4 | Cv-1 - binnenluchtbedrijf nadraaitijdInstelbaar van 0-1/2-1-2-3-5-10 uur |
| C/5_15 | CV-1 binnenluchtbedrijf zomerstand (uitschakeltemperatuur CV-warmtevraag)De temperatuur is instelbaar van 15 t/m 25 °C (15 °C is de fabrieksinstelling) |
| C/6_2 | Cv-kamerthermostaat (nadraai tijd warmtepomp na einde warmtevraag in uren)Instelbaar van 1,2,3,4,6,8, 10 uren |
| C/7_30 | Cv-ketelthermostaat uitstel (wanneer de warmtevraag van de kamerthermostaat langer is dan de geselecteerde tijd in minuten, dan zal de ketelthermostaat uitgang actief worden) |
| P0000 | Weergave regelunit versieDigit 1 geeft hardware versieDigit 2, 3, 4 geven de software versie |
| -0 | Menu terugzetten naar fabrieksinstelling0 = menu ingesteld als fabrieksinstelling1 = menu instellingen niet als fabrieksinstelling |
! Wees zorgvuldig in het wijzigen van deze instellingen, ze zijn van groot belang voor het (goed) functioneren van de Ecolution® ventilatiewarmtepomp. Indien u bepaalde instellingen niet weet te interpreteren, neem dan contact op met de helpdesk van Inventum B.V.
8.6.1. Informatiemenu's installateurs
De regels 0 .. 1 t/m 0 .. 5 geven installateurs informatie over diverse zaken.
Toets R en i >5 sec. en u komt in 0 - 0 het installateursmenu (deze regel - in bedrijf nemen - is reeds behandeld)
Druk kort op i en u komt op status temperatuur ingangen 0_1. Toets i >3 sec. en u komt in het menu.
8.6.2. Submenu's
8.6.2.1. Status temperatuur ingangen
(Toets i > 3 sec. bij 0_1 voor toegang)
In deze regel kunt u alle temperaturen inzien en controleren die de sensoren van de Ecolution® op dat specifi eke moment als status hebben.
Indien een sensor niet is aangesloten of is onderbroken (te lage waarde heeft), geeft de display bijv. Indien een sensor is kortgesloten, buiten meetbereik (te hoge waarde heeft), geeft de display bijv.

Bij deze serie regels is het eerste cijfer het cijfer van de regel en de cijfers 2, 3 en 4 zijn de gemeten waarden
| 0 _ | Toestel identifi catiecode |
| 1 _ 21 | Lucht in temperatuur |
| 2 _ 06 | Lucht uit temperatuur |
| 3 _ 08 | Zuiggas temperatuur |
| 4 - 68 | Heetgas temperatuur |
| 5 - 38 | Cv-retour temperatuur |
| 6 - 40 | Cv-aanvoer temperatuur |
| 7 - 48 | Warmwater temperatuur |
8.6.2.2. Status ingangen
(Toets i > 3 sec. bij 0 - 2 voor toegang)
De status ingangen zijn te doorlopen van regel 65 t/m 72. Dit zijn de eerste twee cijfers (knipperend) van het display. De cijfers die niet knipperen geven de status weer.
| 65 1 | Driestanden RF schakelaar1 = stand 1, 2 = stand 2, 3 = stand 3 |
| 66 3 | Driestandenschakelaar laagspanning0 = st. 0, 1 = st. 1, 2 = st. 2, 3 = st. 3 |
| 67 2 | Driestandenschakelaar 230 V0 = st. 0, 1 = st. 1, 2 = st. 2, 3 = st. 3 |
| 68 1 | Kamerthermostaat0 = uit, 1 = aan/vragend |
8.6.3. Status uitgangen
( Toets i > 3 sec. bij 0 - 3 voor toegang)
De status uitgangen zijn te doorlopen van regel 75 t/m 83 Dit zijn de eerste twee cijfers (knipperend) van het display. De cijfers 3 en 4 geven de status weer.
| 75 0 | Brandervoorwaarde thermostaat0 = uit, 1 = bekrachtigd |
| 76 0 | Cv-ketelthermostaat0 = uit, 1 = bekrachtigd |
| 78 0 | Compressor0 = uit, 1 = aan |
| 79 9 | Ventilator0 = uit of 2 laatste cijfers geven toerental weer (1 - 10) |
| 80 0 | Cv-pomp0 = uit of 2 laatste cijfers geven toerental weer (1 - 10) |
| 81 0 | Driewegklep1 = circuit 1, 2 = circuit 2 |
8.6.4. Bedrijfshistorie
(Toets i > 3 sec. bij 0 - 4 voor toegang)
Tijdens het bekijken van de bedrijfshistorie ziet u een wisselend display, om en om toont hij het regelnummer en data informatie 1005/098. I is het regelnr. Om en om vertoont hij regelnummer en data - 8 is de tijd in dagen.
Het is mogelijk dat niet alle regels actief zijn, dit is afhankelijk van de uitvoering.
De bedrijfstijd wordt weergegeven in dagen.
| 1 / 8 | Compressor bedrijfstijd in dagen |
8.6.5. Displaycodes
8.6.5.1. Soorten storingscodes
Een display storingscode zegt iets over de status van de ventilatiewarmtepomp. Display storingscodes worden direct in de display weergegeven of zijn via het infomenu op te roepen, de laatste 64 storingscodes kunnen zichtbaar worden gemaakt.
Voor het openen van het submenu storings-historie, ga als volgt te werk:
▶ Open het installateursmenu (zie 8.6).
Kies met de menu -toets het menu storings-historie 0 - 5.
Open het submenu storingshistorie, door de menu toets langer dan 3 seconden in te drukken.
Er zijn 3 soorten display storingscodes:
- storingsmelding, de ventilatiewarmtepomp wisselt bij normaal bedrijf op het display de laatste 2 meldingscodes met de bedrijfscode af. F00 E/M F50
- blokkerende storingscode, Tijdens een blokkering is de ventilatiewarmtepomp tijdelijk buiten bedrijf. Na het verhelpen van de storing gaat de ventilatiewarmtepomp weer in normaal bedrijf. Het display wisselt de blokkerende storingscode met de bedrijfscode af. F51 E77 F89
vergrendelende storingscode, tijdens een vergrendelende storingscode is de ventilatiewarmtepomp buiten bedrijf. Druk op de resettoets ➤. Als de vergrendelende storing hierna niet verholpen is, moet de storing eerst verholpen worden. Het display wisselt de vergrendelende storingscode met een leeg display af. F90 E/I F94
8.6.5.2. Overzicht storingscodes
| Storingscode Sport code Betekenis Oplossing | |||
| F-01 | Melding Pomp noodbedrijf. | Controleer status ingang cv-aanvoer-, cv-re-tour-, luchtuitsensor defect, kortgesloten of niet aangesloten, controleer bedrading. | |
| F-02 | Melding Ventilator noodbedrijf. | Flow-, lucht-in-, lucht-uitsensor defect, kort-gesloten of niet aangesloten. Controleer in het installateursmenu auto-fanregeling 1 of deze 0 is, of vervang indien aanwezig de flowsensor. | |
| F-033 | Melding Compressor noodbedrijf. | Zuig-, heetgastemperatuur, aanvoer- of re-tourtemperatuur niet goed. Zuiggas, heet-gas, aanvoer of retoursensor defect, controleer bedrading. | |
| F-044 | Melding Boiler noodbedrijf. | Boilersensor defect / kortgesloten / niet aan-gesloten. | |
| F-055 | Melding | cv-warmtevraag noodbedrijf. | Defect lucht-in sensor, controleer bedrading. |
| F-200 | Melding Luchtfilter verstopt. | Reinigen of vervang luchtfilter, controleer luchtkanalen op verstoppingen en controleer ventielen. | |
| F-500 | Blokkering | Foutmelding identificatiecode, meetwaarde buitenbereik (-20 °C tot 140 °C). | Vervang de ID sensor. |
| F-511 | Blokkering Lucht-in noodbedrijf. | Lucht-in of lucht-uit sensor defect / niet aan-gesloten / kortgesloten, controleer bedra-ding. | |
| F-522 | Blokkering Lucht-uit noodbedrijf. | Lucht-in of lucht-uit sensor defect/niet aan-gesloten / kortgesloten, controleer bedra-ding. | |
| F-533 | Blokkering Zuiggas | Zuiggassensor heeft een niet acceptabele waarde gemeten / AP3 gedurende 10 minuten. | |
| F-594 | Blokkering | Heetgas | Heetgassensor heeft een te hoge tempera-tuur gemeten / AP1. |
| F-555 | Blokkering | Retourtemperatuurfout | Mogelijk defecte aanvoer of retoursensor. |
| F-566 | Blokkering | Aanvoertemperatuurfout | Mogelijk defecte aanvoer of retoursensor. |
| F-587 | Blokkering Boileertemperatuurfout | Boilersensor defect / niet aangesloten / kort-gesloten. | |
| F-880 | Blokkering | Drooginzetbeveiliging actief, lucht in het systeem, aanvoer en / of retoursensor defect en / of pomp defect. | Ontlucht het systeem, controleer de cv-sen-soren en de draaien van de pomp. Vervang cv-sensorenpomp en / of pomp. |
| F-881 | Blokkering | Interne beveiliging compressor geopend, compressor te zwaar belast. | Interne beveiliging compressor laat ventila-tiewarmtepomp minimaal 1 u ur buiten bedrijf. |
| F-980 | Vergrendeling | Drooginzet beveiliging, na 3 x blokkering F 80, binnen 4 uur. | Ontlucht het systeem, controleer of de pomp draait, vervang de pomp, reset systeem. |
| F-982 | Vergrendeling | Sensorfout | Heetgas en persgas kunnen beide niet ge-detecteerd worden. |
| F-993 | Vergrendeling | Sensorfout | Zuiggas en lucht-uit kunnen beide niet be-paald worden. |
| F-984 | Vergrendeling | Controle | Compressor is 3 x 60 minuten. uit geweest. |
8.6.5.3. Overige displaycodes
| Storingscode Soort code Betekenis Oplossing | |||
| AP-11 | overige | Heetgasbeveiliging actief | toestel gedwongen 20 minuten uit |
| AP-22 | overige | Persgasbeveiliging actief | toestel gedwongen 20 minuten uit |
| AP-33 | overige | Invriesgasbeveiliging actief | toestel gedwongen 20 minuten uit |
| AP-44 | overige | Ventilatiewarmtepomp binnen 15 minuten 2^e maal in bedrijf. | toestel gedwongen 15 minuten uit |
| AP-66 | overige | Startbeperking door te hoge cv-tempe-ratuur. | |
| U1E | overige | Compressor is uitgeschakeld door de ventilatiestandenschakelaar, stand 0 of de nachtkloktimer is ingeschakeld. | Ventilatiestandenschakelaar, stand 1of hoger. Schakel de nachtkloktimer uit (alleen bij 24 V standen schakelaar). |
9. Buiten bedrijf stellen
9.1. Buiten werking stellen
Neem de Ecolution® uit bedrijf door de stekker uit de contactdoos te nemen.
9.2. Aftappen van het toestel
CV-installatie aftappen:
Tap de cv-installatie af overeenkomstig de installatiehandleiding van de cv-ketel.
Boiler leegtappen (alléén Combi):
• Neem de stekker uit de wandcontactdoos;
- Open een warmwaterkraan en sluit deze als er geen warm water meer uit de kraan komt;
• Sluit de hoofdkraan van de waterleiding;
- Sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie;
- Open de koud- en de warmwaterkraan om de druk van het leidingnet te halen en sluit deze vervolgens;
- Neem maatregelen om eventueel lekwater op te vangen;
• Schroef de inlaatcombinatie los van de Ecolution®;
- Sluit een aftapslang aan op de koudwateraansluiting van de Ecolution leg het uiteinde van de slang op een plaats waar het water goed afgevoerd kan worden;
- Open een warmwaterkraan of draai de wartel van de warmwateraan sluiting los.
9.3. Einde levensduur
Dit apparaat is conform de Richtlijn EU 2002/96/EC. Alle door Inventum B.V. gebruikte materialen zijn vrij van stoffen die bij sloop en/of vernietiging schadelijk zijn voor het milieu.

De warmtepomp is gevuld met het koudemiddel R134a en staat onder druk. Dit koudemiddel dient eerst door daartoe bevoegden te worden verwijderd, voordat tot verdere recycling mag worden overgegaan.

Afgedankte ventilatiewarmtepompen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gere cycled. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycled respectie velijk afgevoerd.
10. Inspectie en onderhoud
10.1. Jaarlijkse inspectie Ecolution® Combi
Het jaarlijks onderhoud van de warmtepomp beperkt zich tot het eenmaal per jaar visueel controleren.
• Waterzijdig visuele controle op lekdichtheid;
- Ventilator en verdamper controleren op vervuiling.
10.2. Filters
Het fi Iter dient jaarlijks vervangen te worden om een goede werking van de warmtepomp te kunnen waarborgen. Bij het niet jaarlijks vervangen van het fi Iter gaan de stofdeeltjes zich ophopen waardoor storingen kunnen optreden. Wanneer er een afzuigkap op het ventilatiesysteem zit aangesloten dient het fi Iter om de 4 maanden vervangen te worden.

Filters kunnen NIET gereinigd worden!
Filters kunnen niet gereinigd worden. Door het handmatig reinigen met behulp van bijvoorbeeld de stofzuiger, kan de fi jne structuur van het fi Iter beschadigd raken. Dat geldt ook voor het uitwassen van fi Iters. Filters zijn verkrijgbaar via; fi Iters@inventum.com
Vervangen filter Combi:
- VERWIJDER SCHROEF BOVEN

10.3. Na de inspectie of het onderhoud
▶ Trek alle losgedraaide schroefverbindingen na.
▶ Controleer alle koppelingen op dichtheid.
10.4. Controle op goede werking
Neem de ventilatiewarmtepomp in bedrijf (zie 7. pag. 27).
- Controleer de goede werking van de ventilatiewarmtepomp:
- geen foutmeldingen op het display
- geen luchtlekkages
- geen waterlekkages
- geen resonantie of andere geluidsproblemen.
▶ Controleer de cv-waterdruk en vul indien nodig bij (zie 7.2. pag. 28).
10.5. Reinigen mantel
Reinig de mantel van de ventilatiewarmtepomp uitsluitend met een vochtige doek en eventueel met zeep. Gebruik in geen geval schurende of agressieve reinigingsmiddelen die de lak of kunststof delen kunnen aantasten.
11. Garantie
Deze Ecolution® ventilatiewarmtepomp is met grote zorg vervaardigd en wordt door Inventum gegarandeerd op alle materiaal- en/of constructiefouten.
Garantieverlening
De zorg voor de uitvoering van de garantie berust in eerste instantie bij de installateur of leverancier waar de Ecolution® is gekocht. Raadpleeg dan ook altijd eerst uw installateur of leverancier.
Garantie termijn
- 2 jaar* volledige garantie onderdelen en arbeidsloon
- 3 jaar aanvullend op onderdelen exclusief arbeidsloon
- 10 jaar* op de beschikbaarheid van onderdelen
* gerekend vanaf de datum op het aankoopbewijs
Garantievoorwaarden
- Bij aanspraak op garantie moet het type- en serienummer van de Ecolution ^® vermeld worden (Deze gegevens bevinden zich op het typeplaatje van de Ecolution ^® );
- De aankoopnota met vermelding van de aankoopdatum dient overlegd te worden.
De garantie geldt alleen als:
- er materiaal- en constructiefouten zijn (e.e.a. ter beoordeling van de fabrikant);
- de Ecolution ^® volgens de installatie- en bedieningshandleiding is geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden;
- de Ecolution ^® ventilatiewarmtepomp is geïnstalleerd door een erkend installatiebedrijf;
- de Ecolution ^® is in bedrijf genomen door Inventum of een door Inventum erkend installatiebedrijf;
- de eerste diagnose door een erkend installateur is uitgevoerd;
- de Ecolution ^ constructief geen wijzigingen of aanpassingen heeft ondergaan;
- het defect geen gevolg is van te hard of te agressief drinkwater, agressieve (vloei-)stoffen, dampen of gassen en in- of uitwendige corrosie of kalkafzetting;
- het defect geen gevolg is van eigen schuld, nalatigheid of onoordeelkundig gebruik;
Garantie uitsluiting
- Voorrijkosten;
- Verzendkosten;
- Transportschade;
- Administratiekosten;
- Secundaire schade zoals brandschade, bedrijfsschade, waterschade of lichamelijk letsel.
Service
Meldt u zich altijd bij de plaatselijk installateur of verkooppunt wanneer u problemen heeft met de installatie en/of de bediening van de Ecolution®. Voor het nabestellen van onderdelen kunt u daar eveneens terecht.
N.B.
Het defect van één of meerdere onderdelen rechtvaardigt in geen enkel geval de vervanging of terugzending van het volledige apparaat. Alle relevante onderdelen zijn op korte termijn te verkrijgen.

Bij toepassing van onderdelen die niet origineel van Inventum Ecolution® toestellen afkomstig zijn, vervalt de garantie. Tevens kan goed functioneren van de Ecolution® niet worden gegarandeerd.
11.1. Aansprakelijkheid
Inventum of uw installateur/leverancier accepteert geen aansprakelijkheid voor schade of lichamelijk letsel van welke aard dan ook ontstaan door:
- het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding;
- onvoorzichtigheid tijdens het installeren, gebruiken, onderhouden en repareren van deze ventilatiewarmtepomp;
- gebruik niet conform de toepassing;
- het toepassen van onderdelen welke niet door de fabrikant zijn geleverd;
- gevolgschade door lekkage.
14. Plaatsing terugslagklep HR
Noodzaak en positie van externe terugslagklep in installatie
Om circulatie van warmte opgewekt in de Ecolution® over de HR-ketel te voorkomen, is het soms noodzakelijk om een terugslagklep te plaatsen. De noodzaak en positie zijn afhankelijk van het merk en type HR-combi toestel. Het is belangrijk om te weten of de driewegklep in de ketel in aanvoer of retour gemonteerd is en in welke positie de driewegklep stand-by staat (indien geen warmtevraag - in stand cv of warmwater).
14.1. Situatie 1 – Toestellen zonder driewegklep
In deze situatie dient de terugslagklep in de aanvoer te worden gemonteerd met de stromingsrichting naar de installatie.
Deze situatie is van toepassing op o.a. de volgende toestellen:
| Intergas Kombi Kompact HRE 24/18 |
| Intergas Kombi Kompact HRE |
| Intergas Kombi Kompact HRE 24/18 |
| Intergas Kombi Kompact HR 22 |
| Intergas Kombi kompact HR 28/24 |
| Intergas Kombi Kompact HR 28 |
| Intergas Kombi Kompact HR |
14.2. Situatie 2 – Toestellen met 3-wegklep in de retour en klep standby in de stand warmwater
In deze situatie is geen terugslagklep noodzakelijk.
Deze situatie is van toepassing op o.a. de volgende toestellen:
14.3. Situatie 3 – Toestellen met driewegklep in aanvoer, klep standby in stand cv
De terugslagklep moet in de aanvoer geplaatst worden met stromingsrichting naar installatie. Deze situatie is van toepassing op o.a. de volgende toestellen:
| Merk | Type |
| Daalderop Comfort Classic 24/50 + | |
| Daalderop Comfort Classic 30/50 + | |
| Daalderop Comfort Classic 24/80 + | |
| Daalderop Comfort Classic 32/80 + | |
| Daalderop Comfort Classic 38/80 + | |
| Nefit Classic HRC 22 H en V | |
| Nefit Classic HRC 30 H en V | |
| Nefit Excellent HRC 22 CW4 H | |
| Nefit Excellent HRC 30 CW5 H | |
14.4. Situatie 4 – Toestellen met driewegklep in de retour, klep standby in cv
De terugslagklep moet in de retour worden gemonteerd. Deze situatie is van toepassing op o.a. de volgende toestellen:
15. Koppeling met andere duurzame oplossingen
15.1. Zonneboiler
Voor koppelingen met andere duurzame oplossingen adviseren wij eerst contact op te nemen met de helpdesk van Inventum B.V. De koppeling van een zonneboiler aan de Ecolution® Combi 50 L en de HR-combi ketel raden wij af. Installatietechnisch is de koppeling van deze toestellen wel haalbaar maar het extra rendement is verwaarloosbaar.
15.2. Water/water warmtepomp
Het is ook mogelijk de Ecolution ^ te combineren met water/water warmtepompen. Om de combinatie met de diverse merken en typen te kunnen realiseren raden wij u aan contact op te nemen met de Helpdesk van Inventum B.V.
15.3. Stadsverwarmingsunits
Ook als de woning voorzien is van stadsverwarming en ventilatiesysteem C, is het mogelijk als duurzame oplossing een Ecolution® hiermee te combineren. Wij raden u aan eerst telefonisch contact op te nemen met de helpdesk van Inventum B.V.
16. Bijlagen
16.1. Afgifte systemen
De Ecolution® ventilatiewarmtepomp is speciaal voor de Nederlandse woningmarkt ontwikkeld en kan zowel in nieuwbouw woningen als in bestaande woningen worden toegepast. Vele woningen vanaf eind jaren '70 zijn voorzien van ventilatiesysteem C, d.w.z. natuurlijke toevoer van ventilatielucht en mechanische afvoer. Ook nu is ventilatiesysteem C nog altijd een prima systeem om een nieuwbouw woning van de juiste ventilatie te voorzien. In tegenstelling tot warmtepompen met bodemtemperatuur wisseling, die uitsluitend efficiënt functioneren met lage temperatuursystemen, kan de Ecolution® ingezet worden bij vrijwel alle soorten toegepaste afgifte systemen. Uiteraard zal bij afgifte systemen die werken op lagere temperaturen de deelname en het rendement van de Ecolution® hoger zijn. Bij temperatuursystemen tot 35 °C en 35 tot 55 °C is het rendement en de deelname van de Ecolution® uitstekend en zal hierbij voor een flinke energiebesparing zorgen. Bij ieder afgiftesysteem in een bestaande woning is het belangrijk om de 1,5 kW vermogen daar te krijgen waar hij het meest gebruikt wordt, vaak de woonkamer. Bij een goed ontworpen en ingeregelde installatie zal de warmte daar ook juist geleverd worden. Bij minder goed ontworpen en ingeregelde installaties is het goed dit alsnog te overwegen. Waterzijdig inregelen van cv-installaties kan stevig bijdragen aan een goed rendement van HR-ketel en warmtepomp.
16.1.1. LTV, radiatoren en convectoren
De Ecolution® is als hybride toepassing te gebruiken in diverse temperatuur afgifte systemen.
Uitermate geschikt zijn LTV systemen (laag temperatuur systemen). Deze zullen met temperaturen tot max. 40 °C uitstekend passen bij het verwarmen met een warmtepomp. Zowel het rendement van de warmtepomp als het deelname percentage in de totale warmteproductie is hierbij optimaal te noemen. LTV systemen zijn: vloerverwarming, wandverwarming en diverse LTV radiator- en convectorsystemen.
Standaard (aanwezige) radiatoren zijn ook uitstekend te gebruiken voor verwarmen met een Ecolution ^4 . Tot een maximale waarde van 55 °C kan de Ecolution ^6 deelnemen in het verwarmingsproces en dat zijn waarden waar vele radiatoren de te verwarmen ruimten prima mee op temperatuur kunnen houden. Het rendement en het deelname percentage in de totale warmte productie is dan ook uitstekend.
Convectoren moeten we verdelen in de oude 70 - 90 °C systemen en moderne systemen, die veel lagere temperaturen nodig hebben voor warmte-afgifte. Bij toepassing van de Ecolution® in de oude 70 - 90 °C systemen is de deelname nog altijd nuttig aanwezig maar zal deelname in de totale warmte productie minder zijn dan bij de andere afgifte systemen. Convectoren met lagere en zelfs LTV toepassing zijn uiteraard uitstekend toe te passen.
Dit is een laagtemperatuur afgifte systeem en kan zowel als hoofdverwarming worden toegepast in een installatie, als wel als bijverwarming (in combinatie met radiatoren). In beide gevallen is toepassing in een hybride systeem HR-ketel met Ecolution® uitstekend geschikt. De Ecolution® zal in dergelijke systemen een flinke bijdrage kunnen leveren aan het verwarmen van de woning en daarmee aan energiebesparing.
16.1.3. Radiatoren
Bij woningen met radiatoren als afgiftesysteem is een hybride systeem met de Ecolution® uitstekend toepasbaar. Tot een temperatuur van 55 °C is de deelname van de Ecolution® gegarandeerd. Tussen de 35 en 55 °C is de bijdrage en het rendement van de Ecolution® uitstekend. Hoe lager de temperatuur hoe hoger de bijdrage en het rendement. Een modulerend systeem waarbij de watertemperatuur wordt verlaagd bij geringe warmtevraag is optimaal.
16.1.4. Convectoren
De op een temperatuur van 70 - 90 °C functionerende groep convectoren zijn minder geschikt voor gebruik achter de Ecolution®. Het zal technisch geen problemen opleveren en deelname van de Ecolution® is ook wel mogelijk, maar het rendement zal achterblijven bij lagere temperatuur systemen. Ventilator convectoren zijn daarentegen wel goed te gebruiken. Deze convectoren zijn bedoeld om met lage temperaturen hun bijdrage te leveren.

16.2. Ecolution® energie reductie
Hieronder staan enkele voorbeelden van de energiereductie die te behalen is met de Ecolution® Combi 50. De energie reductie is tevens te bepalen door gebruik te maken van de Inventum Eco Calculator die te vinden is op www.inventum.com Met deze rekentool kunnen berekeningen worden gemaakt voor nieuwbouw (EPC-reductie) en bestaande bouw (Energie Index/Label-sprongen) De uitkomsten kunnen als PDF gedownload worden en mogen gelden als zijnde gelijkwaardigheidsverklaringen (zie voorbeeld op volgende bladzijde).

flowchart
graph TD
A["A"] --> B["B"]
B --> C["C"]
C --> D["D"]
D --> E["E"]
E --> F["F"]
F --> G["G"]
G --> H["T"]
H --> I["End"]
Deze herberekening methodiek is conform norm bekend en gevalideerd door TNO Bouw en Ondergrond te Apeldoorn en mag gebruikt worden als vervanging van een gelijkwaardigheidsverklaring.
Energiereductie voor en na het plaatsen van de Ecolution® Combi 50
Voor Na
| Nieuwbouw | EPC | 0,92 | 0,61 |
| Bestaande | |||
| bouw 1 | EPC | 1,04 | 0,65 |
| EI | 1,32 | 0,83 | |
| Label | C | A | |
| Bestaande | |||
| bouw 2 | EPC | 1,58 1,11 | |
| EI | 2,01 | 1,40 | |
| Label | E | C | |
| Bestaande | |||
| bouw 3 | EPC | 1,91 1,30 | |
| EI | 2,43 | 1,65 | |
| Label | F | D | |
EPC is bepaald volgens NEN 5128, EI (Energie Index) volgens ISSO 82 (EPA Energie Prestatie Advies). Reductie is be- paald m.b.v. normatieve bijlage luchtwater- warmtepompen die per 1 januari 2011 in het bouwbesluit wordt opgenomen. Tot die tijd mag deze normatieve bijlage op basis van gelijkwaardigheid gebruikt worden. Referentie gegevens z.o.z. ......is de gewijzigde tekst 28 jan 2010
Algemene gegevens
| Projectomschrijving | RVE24Inven |
| Bestandsnaam | Fictieve herberekening |
| Omschrijving bouwwerk | Stadsparkwoningen |
| Adres | Leijenseweg 101 |
| Soort bouwwerk | Woningen |
| Overige gebouwgegevens | Voorbeeld |
Resultaat voor herberekening
| Aantal wooneenheden | 1 | |
| Ag.verw. | 194,4 m^2 | |
| A verlies | 200,88 m^2 | |
| Verwarmen | Qprim;verw | 36935 MJ |
| Hulpenergie | Qprim;hulp | 4560 MJ |
| Warm tapwater | Qprim;tap | 29675 MJ |
| Ventilatoren | Qprim;vent | 4308 MJ |
| Verlichting | Qprim;vent | 10966 MJ |
| Totaal | Qpres;tot | 87652 MJ |
| EPC | 1.02 | |
| Aanvoertemperatuur CV | LT 45/38 | |
| Type of rendement bijstook | HR107 ketel | |
| Warm tapwater | Nopw;tap | 0.825 |
Resultaat na herberekening
| Verwarmen | Qprim;verw | 23779 MJ |
| Hulpenergie | Qprim;hulp | 2074 MJ |
| Warm tapwater | Qprim;tap | 24269 MJ |
| Ventilatoren | Qprim;vent | 1367 MJ |
| Totaal | Qpres;tot | 63664 MJ |
| EPC | 0,74 | |
| EPC voor herberekening =1.02 > EPC na herberekening = 0.736 > EPC reductie = 0.284 | ||
| Nopw;verw | 1.514 | |
| Warm tapwater | Nopw;tap | 0.991 |
Deze herberekening is alleen juist uitgevoerd indien de resultaten voor herberekening één op één zijn overgenomen vanuit het EPW bestand; hierop dient gecontroleerd te worden.


Referentie gegevens
De berekeningen zijn gemaakt voor de Novem tussenwoning met een Ag 123,5 m² en A verlies van 149,79 m²
Nieuwbouw
• HR 107 forfaitair
• LT verwarming <= 35 °C
• Warmwater installatie forfaitair
• Rendement tapwater 0,70
• DC ventilator forfaitair
• Qprim;verwarmen 21348 MJ
Bestaande bouw 1
• HR 100 forfaitair
• HT verwarming 70/50 °C
• Warmwaterinstallatie forfaitair
• Rendement tapwater 0,60
• AC ventilator forfaitair
• Qprim;verwarmen 24344 MJ
Bestaande bouw 2
• HR 100 forfaitair
• HT verwarming 70/50 °C
• Warmwater installatie forfaitair
• Rendement tapwater 0,60
• AC ventilator forfaitair
• Qprim;verwarmen 55595 MJ
Bestaande bouw 3
• VR ketel forfaitair
• HT verwarming 70/50 °C
• Warmwater installatie forfaitair
• Rendement tapwater 0,50
• AC ventilator forfaitair
• Qprim;verwarmen 68568 MJ
16.3 Storingen Logboek
17. Contact
17.1. Installateur
Geinstalleerd door:
17.2. Helpdesk
Voor vragen of hulp kunt u tijdens kantooruren bellen met onze helpdesk, T 030 2748484. U kunt ook uw vraag stellen per e-mail: info@inventum.com
17.3. Filterservice
Nieuwe vervangingingsfilters kunt u bestellen bij Inventum:
T 030 2748484
of bij uw installateur.
Inventum B.V.
Postbus 275, 3990 GB Houten