I-Serie - Ketel Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis I-Serie Atag in PDF-formaat.
| Producttype | Condensatieketel |
| Model | Atag I-Serie |
| Afmetingen (H x B x D) | 700 x 400 x 300 mm |
| Gewicht | 35 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Nominaal vermogen verwarming | 24 kW |
| Energie-efficiëntieklasse | A+ |
| Functies | Verwarming en warm water |
| Brandertype | Modulerende brander |
| Ontluchting | Automatische ontluchter |
| Expansievat | Ingebouwd, 8 liter |
| Uitvoering | HR-ketel (Hoog Rendement) |
| Onderhoud | Jaarlijks onderhoud aanbevolen |
| Reiniging | Reinig de buitenkant met een vochtige doek |
| Veiligheidsvoorzieningen | Overdrukbeveiliging, thermische beveiliging, gasdrukbewaking |
| Reserveonderdelen | Originele Atag onderdelen verkrijgbaar |
| Repareerbaarheid | Repareerbaar door erkend installateur |
| Garantie | 2 jaar (te verlengen) |
Veelgestelde vragen - I-Serie Atag
Gebruikersvragen over I-Serie Atag
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding I-Serie - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. I-Serie van het merk Atag.
GEBRUIKSAANWIJZING I-Serie Atag
Korte verklaring van symbolen en tekens van het display en toetsen

text_image
17 bar eco reset (OK) (ESC)
WW Zichtbaar indien warmwaterprogramma is ingeschakeld. Knippert bij warmtevraag voor warm water.

Error Storingsindicatie (weergave met code).

Sleutel Service-functie of blokkering.

Pomp Zichtbaar indien pomp op continu is ingeschakeld. Knippert indien vorstbescherming actief is.

ECO Zichtbaar indien Comfortfunctie voor warmwater is uitgeschakeld.

Vlam Zichtbaar indien ketel in bedrijf is voor verwarming of warm water.

CV Zichtbaar indien verwarmingsprogramma is ingeschakeld. Knippert bij warmtevraag voor verwarming.

OK
CV-programma Aan/Uit Keteltemperatuur instellen (max. aanvoertemperatuur)
ESC
nevenfunctie: OK en Escape

ECO-functie warm water aan/uit.
Info-toets: deze toets 6 seconden ingedrukt houden om ketelinformatie op te vragen.

Reset-toets


Warmwaterprogramma Aan/Uit
Warmwatertemperatuur instellen (WW)
nevenfunctie: Scroll en +/-functie

flowchart
graph TD
A["Cell 1"] --> B["Cell 2"]
B --> C["Cell 3"]
C --> D["Cell 4"]
D --> E["Cell 5"]
E --> F["Cell 6"]
F --> G["Cell 7"]
G --> H["Cell 8"]
H --> I["Cell 9"]
I --> J["Cell 10"]
J --> K["Cell 11"]
K --> L["Cell 12"]
L --> M["Cell 13"]
M --> N["Cell 14"]
N --> O["Cell 15"]
O --> P["Cell 16"]
P --> Q["Cell 17"]
Q --> R["Cell 18"]
R --> S["Cell 19"]
S --> T["Cell 20"]
Rookgasanalyse (Niet gebruiken: alleen voor erkende onderhouds- of servicetechnicus)
Pomp continu (deze 2 toetsen 6 seconden ingedrukt houden)
Inhoud
1 Inleiding 4
2 Regelgeving....4
3 Technische specificaties/ ErP-gegevens 6-7
4 Afmetingen 8
6 Ketelbeschrijving 10
Ketelcomponenten....11
7 Ophangen van de ketel 12
8 Aansluiten van de ketel 13
8.1 CV-systeem 13
8.2 Expansievat....15
8.3 Waterkwaliteit 15
8.4 Verwarmingssysteem met kunststof leidingen....17
8.5 Gasleiding....18
8.6 Warmwatervoorziening....18
8.6.1 Zonneboiler (voorverwarmer) NZ (alleen combiketel) 20
8.6.2 Externe boiler (alleen soloketel) 21
8.7 Condensafvoerleiding....22
8.8 Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem 22
8.8.2 Dimensionering rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem....26
9 Elektrische aansluiting....27
9.1 Kamerthermostaten 29
9.2 Buitenvoeler....29
10 Vullen en ontluchten van ketel en cv-installatie 32
10.1 Warmwatervoorziening 32
11 Ketelregeling....33
11.1 Bediening en verklaring van de functies....34
12 In werking stellen van de ketel ....35
12.1 Instellingen 36
12.2 Parameters....39
13 Buiten bedrijf stellen van de ketel....40
14 Onderhoud....41
14.1 Ⓞontrole (rookgasanalyse)....41-44
15 Onderhoudswerkzaamheden 45
15.1 Doorstroombegrenzer....49
15.2 Onderhoudsfrequentie....49
15.3 Garantie....49
16 Storingsmelding ....50
Bijlage A Toevoegingen systeemwater 51
Bijlage B Weerstandstabel....55
Bijlage C Conformiteitsverklaring....53

Werkzaamheden aan het toestel mogen alleen door gekwalificeerd personeel met gekalibreerde apparatuur plaatsvinden.
1 Inleiding
Dit installatievoorschrift beschrijft de werking, installatie, bediening en het primaire onderhoud van de ATAG i-Serie cv-ketels.
Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkende installateurs die de ATAG ketels installeren en in gebruik stellen.
Lees ruim voor aanvang van installatie van de ketel dit installatievoorschrift goed door.
Voor gebruikers van de ATAG i-Serie is een aparte gebruikshandleiding opgenomen.
ATAG Verwarming is niet aansprakelijk voor gevolgen die voortvloeien uit ingeslopen fouten of onvolkomenheden in het installatievoorschrift en de gebruikshandleiding. Tevens behoudt ATAG Verwarming zich het recht voor om haar producten te wijzigen zonder voorafgaande mededeling.

Geef de klant bij oplevering van de installatie duidelijke instructies over het gebruik van de ketel en overhandig daarbij de gebruikshandleiding en garantiekaart aan de klant.
Elke ketel is voorzien van een typeplaat. Verifieer aan de hand van de gegevens op deze typeplaat of de ketel voldoet aan de situatie waarin het geplaatst moet worden, zoals gassoort, netvoeding en afvoerklasse.
2 Regelgeving
Voor installatie van de ATAG i-Serie gelden de volgende regels:
- Wetgeving: Bouwbesluit
Het bouwbesluit bevat prestatie-eisen over opstelling, afvoer en uitmonding. - NEN 2757; bepalingsmethode voor afvoer
- NEN 1087; bepalingsmethode voor ventilatie en prestatie-eisen voor leidingwerk
- NPR 3378 of NTR
- NEN 3028; veiligheidsvoorschriften
- AVWI - NEN 1006;
- ARBO-wet;
- Plaatselijk geldende voorschriften.

De installatie van de ketel mag uitsluitend door een erkend en geregistreerd installateur uitgevoerd worden. Werkzaamheden aan het toestel mogen alleen door gekwalificeerd personeel met gekalibreerde apparatuur en passend gereedschap plaatsvinden. De ketel moet aangesloten worden volgens dit installatievoorschrift en alle installatietechnische normen en voorschriften die betrekking hebben op de aan te sluiten installatie. De installateur is verantwoordelijk voor het in acht nemen van de ARBO-wet.

Het apparaat mag alleen door bevoegde personen bediend worden, die geïnstrueerd zijn over de werking en het gebruik van het apparaat. Ondeskundig gebruik kan leiden tot schade aan het apparaat en/of de aangesloten installatie.

Het apparaat mag niet worden gebruikt door kinderen of personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij onder toezicht of indien zij instructies daarvoor hebben gekregen.

Er moet op toegezien worden dat kinderen niet met het apparaat spelen.
Houd rekening met de volgende veiligheidsvoorschriften:
- Alle werkzaamheden aan de ketel dienen in een droge omgeving plaats te vinden.
- Laat de ATAG ketel niet functioneren zonder mantel, tenzij er controle- en afstelwerkzaamheden moeten plaatsvinden (zie hoofdstuk 13).
- Laat nooit elektrische en elektronische componenten in contact komen met water.
Voer de volgende handelingen uit bij (onderhouds-) werkzaamheden aan een reeds aangesloten ketel:
- Schakel alle functies uit;
- Sluit de gaskraan;
- Trek de stekker uit de wandcontactdoos;
- Sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie bij de ketel.
Indien er controle- en afstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden let dan op het volgende;
- De ketel moet tijdens deze werkzaamheden kunnen functioneren, dus moeten zowel de voedingsspanning, de gasdruk alsook de waterdruk op de ketel blijven staan. Zorg ervoor dat deze tijdens de werkzaamheden geen gevaar kunnen opleveren.

Controleer na (onderhouds-)werkzaamheden aan de ketel altijd alle gasvoerende delen op dichtheid (d.m.v. lekzoekspray).

Plaats na (onderhouds-)werkzaamheden altijd de mantel terug en borg de mantel met de schroeven.
De volgende (veiligheids-) symbolen kunnen in dit installatievoorschrift, op de verpakking en op de ketel voorkomen:

Dit symbool geeft aan dat de ketel vorstvrij opgeslagen moet worden.

Dit symbool geeft aan dat de verpakking en/of inhoud beschadigd kan raken door onzorgvuldig transport.

Dit symbool geeft aan dat de verpakte ketel beschermd moet worden tegen weersinvloeden tijdens transport en opslag.

SLEUTEL-symbool. Dit symbool geeft aan dat hier een (de-)montage uitgevoerd moet worden.

LET OP-symbool. Dit symbool geeft aan dat extra aandacht gevraagd wordt bij een bepaalde handeling.

Tip, beschrijving van een handigheid.
3 Technische specificaties
| Technische specificaties Aardgas | ||||||
| ATAG i-Serie | ||||||
| Type i32S i28C i36C i28EC i36EC | ||||||
| Type warmtewisselaar iCon2 iCon1 iCon2 iCon1 iCon2 | ||||||
| CE product identificatienummer(PIN) 0063CQ3634 | ||||||
| Land van bestemming NL | ||||||
| Qmin minimale belasting cv & ww (Hi) kW 6,2 4,5 6,2 4 | 5 | 6,2 | ||||
| Qn nominale belasting cv (Hi) | kW | 28,8 | 22,5 | 28,8 | 22,5 | 28,8 |
| Qr afgestelde belasting cv (Hi) * | kW | 28,8 | 19,8 | 23,4 | 19,8 | 23,4 |
| Qmin minimale belasting cv & ww (Hs) | kW | 6,9 | 5,0 | 6,9 | 5,0 | 6,9 |
| Qn nominal belasting cv (Hs) | kW | 31,9 | 24,9 | 31,9 | 24,9 | 31,9 |
| Qnw nominal belasting ww (Hi) | kW | 28,8 | 28,7 | 37,9 | 28,3 | 37,9 |
| Qnw nominale belasting ww (Hs) | kW | 32,0 | 31,8 | 42,0 | 31,4 | 42,0 |
| Pmin minimaal vermogen cv (50/30°C) | kW | 6,7 | 4,9 | 6,7 | 4,9 | 6,7 |
| Pn nominaal vermogen cv (50/30°C) | kW | 31,1 | 24,3 | 31,1 | 24,3 | 31,1 |
| Pmin minimaal vermogen cv (80/60°C) | kW | 6,1 | 4,4 | 6,1 | 4,4 | 6,1 |
| Pn nominaal vermogen cv (80/60°C) | kW | 28,3 | 22,1 | 28,3 | 22,1 | 28,3 |
| NOx klasse EN15502-1 | 5 | |||||
| O2 (vollast) | % | 4,7 | ||||
| CO2 (vollast) | % | 9,0 | ||||
| Toestelcategorie | B23, B33, C13, C33, C43, C53, C63, C83, C93 | |||||
| Rookgas temperatuurklasse | T100 | |||||
| Rookgastemperatuur cv (80/60°C vollast) | °C | 63 | ||||
| Rookgastemperatuur cv (50/30°C vollast) | °C | 34 | ||||
| Rookgas massastroom (vollast ww) | g/s | 14 | 14 | 18 | 13 | 18 |
| Gas categorie | II2EK3P | |||||
| Gasdruk | mbar | 25 / 37 | ||||
| Gas verbruik G25 (vollast ww) | m3/hr | 3,55 | 3,53 | 4,66 | 3,48 | 4,66 |
| Stroomsoort | V/Hz | ~ 230/50 | ||||
| Beschermingsgraad volgens EN 60529 | IPX4D (B22/B33 IPX0D) | |||||
| Nadraaitijd pomp cv | sec | 60 | ||||
| Nadraaitijd pomp ww | sec | - | 20 | |||
| PMS waterdruk cv min./max. | bar | 1 / 3 | ||||
| Maximale aanvoertemperatuur | °C | 85 | ||||
| Restopvoerhoogte cv | kPa | 20 | 20 | 20 20 | 20 | |
| PMW waterdruk ww min./max. | bar | - | 0,5 / 8 | |||
| WW temperatuur instelling (Tin=10°C) | °C | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Tapdrempel | l/min | - | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
| Specifiek ww debiet D (60°C) | l/min | - | 8,0 | 11,0 | 8,3 | 11,5 |
| Gaskeur klasse | CW | - | 4 | 5 | 4 | 5 |
| Gaskeur debiet | l/min | - | 7,5 | 10,0 | 7,7 | 10,5 |
| Gewicht (leeg) | kg | 32 | 32 | 35 | 34 | 37 |
* Zie voor instelling belasting cv hoofdstuk 12.2
Technische specificaties
| ErP specificaties volgens Europese Richtlijn 2010/30/EU | ||||||
| Type i32S i28C i36C i28EC i36EC | ||||||
| Opgegeven profiel ww XL XXL XXL XXL | ||||||
| Seizoesgebonden rendementsklasse cv A A A A A | ||||||
| Rendementsklasse ww | A A A | A | ||||
| Pn | kW | 28,3 | 22,1 | 28,3 | 22,1 | 28,3 |
| QHE jaarlijkse energie consumptie | GJ | 92 | 69 | 92 | 69 | 84 |
| AEC jaarlijks elektriciteitsverbruik | kWh | 69 | 52 | 57 | 52 | |
| AFC jaarlijks brandstof verbruik | GJ | 22 | 21 | 20 | 20 | |
| ηs Seizoesgebonden rendement cv | % | 94 | 94 | 94 | 94 | 94 |
| ηWH rendement ww | % | 87 | 90 | 94 | 96 | |
| LWA geluidsniveau, binnen | dB | 48 | 46 | 48 | 46 | 48 |
| P4 nominale output (80/60°C) | kW | 28,3 | 22,1 | 28,3 | 22,1 | 28,3 |
| P1 30% van nominale output (36/30°C) | kW | 9,5 | 9,4 | 9,5 | 9,4 | 9,5 |
| η4 rendement bij nominale belasting (GCV) | % | 88 | 88 | 89 | 88 | 89 |
| η1 rendement bij 30% van de nominale belasting (GCV) | % | 99 | 99 | 99 | 99 | 99 |
| elmax | kW | 0,074 | 0,072 | 0,077 | 0,074 | 0,077 |
| elmin | kW | 0,032 | 0,028 | 0,032 | 0,028 | 0,032 |
| PSB | kW | 0,004 | 0,004 | 0,004 | 0,004 | 0,004 |
| Pstby warmteverlies | kW | 0,047 | 0,047 | 0,047 | 0,047 | 0,047 |
| Qelec dagelijks elektrisch energieverbruik ww | kWh | 0,31 | 0,24 | 0,26 | 0,23 | |
| Qfuel dagelijks gas energieverbruik ww | kWh | 26 | 25 | 23 | 23 | |
4 Afmetingen
| Type i24S i24C i28C i35C i35EC | |||||||
| A Hoogte mm 700 700 700 700 764 | |||||||
| B Breedte mm 440 440 440 440 440 | |||||||
| C Diepte | mm 276 276 276 276 276 | ||||||
| D Rookgasafvoer | mm 220 220 220 220 220 | ||||||
| D1 | Rookgasafvoer | mm 136 136 136 136 136 | |||||
| E Luchttoevoer | mm 333 333 333 333 333 | ||||||
| E1 | Luchttoevoer | mm | 95 | 95 | 95 | 95 | 95 |
| F | Aansluiting CV aanvoer (knel) | mm | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| G Aansluiting WW (knel) | mm | 125 125 125 125 | |||||
| H Aansluiting afvalwater | mm 165 165 165 165 165 | ||||||
| J | Aansluiting gas (knel) | mm 220 220 220 220 220 | |||||
| K Aansluiting KW (knel) | mm | 315 315 315 315 | |||||
| L | Aansluiting CV retour (knel) | mm 380 380 380 380 380 | |||||
| M | Aansluiting expansievat (knel) | mm 169 169 169 169 169 | |||||
| N | Ketel aansluitingen vanaf achterwand | mm | 91 | 91 | 91 | 91 | 91 |
| Ketel aansluitdiameters | |||||||
| O | Rookgasafvoer | mm | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| P | Luchttoevoer | mm | 80 | 80 | 80 | 80 | 80 |
| g | Aansluiting gas (knel) | mm | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 |
| v | Aansluiting CV aanvoer (knel) | mm | 22 | 22 | 22 | 22 | 22 |
| r | Aansluiting CV retour (knel) | mm | 22 | 22 | 22 | 22 | 22 |
| c | Aansluiting afvalwater | mm | 21.5 | 21.5 | 21.5 | 21.5 | 21.5 |
| k | Aansluiting KW (knel) | mm | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 |
| w | Aansluiting WW (knel) | mm | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 |
| e | Aansluiting expansievat (knel) | mm | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 |
Afmetingen

text_image
P O D1 Muur N
text_image
Plafond 25 E D O P 350 Muur A EC-versie: 64
Installatievoorschrift ATAG i-Serie
5 Leveringsomvang
De ketel wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:
- Ketel met mantel;
• Overstortventiel 3 bar (in ketel);
• Automatische ontluchter (in ketel); - Bypass (in ketel);
• Driewegklep (in combiketel); - Doseerventiel (in combiketel);
- Terugslagklep tegen rookgassen (alleen in EC-combiketel);
- Doos met toebehoren, met:
- Sifon met afvoerslang;
- Toebehoren voor ketelaansluitingen;
- Ophangbeugel;
- Bevestigingsmateriaal bestaande uit pluggen en schroeven;
- Aftekenmal;
- Gebruikshandleiding en Service & Installatie manual;
- Garantiekaart.

De ATAG i-Serie cv-ketel is hoofdzakelijk voorzien van 230V elektrische componenten.
De volgende onderdelen zijn niet standaard aanwezig in de ketel en moeten volgens voorschrift in de installatie opgenomen worden (levering door derden):
- Inlaatcombinatie 8 bar in koudwaterleiding; zie 6.7;
- Expansievat (inhoud en druk is installatieafhankelijk); zie 6.2;
• Gaskraan; zie 6.6; - Vul- en aftapkraan cv-installatie;
• Rookgasafvoersysteem;
• Kamerthermostaat/Regeling.
6 Ketelbeschrijving
De ATAG i-Serie cv-ketel is een gesloten, condenserende en modulerende cv-ketel al of niet voorzien van een geïntegreerde warmwatervoorziening.
De ketel is voorzien van een compacte RoestVastStalen iCon warmtewisselaar met gladde buizen. Een doordacht principe met duurzame materialen.
De cv-ketel verbrandt (aard)gas voor het leveren van warmte. Deze warmte wordt in de warmtewisselaar overgedragen aan het water in de cv-installatie. Door het sterk afkoelen van de rookgassen ontstaat condens. Hierdoor wordt juist een zeer hoog rendement gehaald. Het gevormde condenswater, dat geen negatieve invloed op de wisselaar en de werking heeft, wordt door de interne sifon afgevoerd.
De ketel is voorzien van een intelligent besturingssysteem. De ketel anticipeert op de warmtebehoefte van de cv-installatie of de warmwatervoorziening. Hierdoor zal de ketel zijn vermogen afstemmen op de installatie. Dit betekent dat de ketel langer en op een laag niveau in bedrijf zal zijn.
Indien er een buitenvoeler wordt aangesloten kan de regeling weersafhankelijk functioneren. Dit houdt in dat de regeling de buitentemperatuur en de aanvoerwatertemperatuur meet. Aan de hand van deze gegevens berekent het besturingssysteem de optimale aanvoerwatertemperatuur in de installatie.
De ATAG EC-versies onderscheiden zich door de Tapwater Technologie.
Een extra warmtewisselaar (gepatenteerde economizer) onder de primaire warmtewisselaar warmt bij warmwatergebruik het inkomende koud water eerst op voordat het door de platenwisselaar naar de uiteindelijke 60°C wordt gebracht. Dit zorgt voor het uitzonderlijk hoge tapwaterrendement van dit type.

text_image
13 12 18 3 2 T1 P1 T2 16 7 11 15 5 6 1 F1 T3 14 4 10 8 9 17 ATAGATAG i35EC
1 Warmtewisselaar type iCon
2 Ontsteekunit
3 Ventilator
4 Luchtinlaatdemper
5 Gasklep
6 Automatische ontluchter
7 Platenwisselaar (WW)
8 Besturingsunit
9 Bedieningspaneel
10 Driewegklep
11 Circulatiepomp
12 Rookgasafvoer
13 Luchttoevoer
14 Typeplaat
15 Overstortventiel
16 Economiser (WW)
17 Sifon
18 Terugslagklep RGA (alleen in EC-combiketel)
T1 Aanvoersensor
T2 Retoursensor
T3 Warmwatersensor
F1 Flowsensor (WW)
P1 Waterdruksensor
7 Ophangen van de ketel

Ketel installeren conform geldende richtlijnen in daarvoor bestemde en goed geventileerde opstellingsruimte.
De opstellingsruimte voor de cv-ketel moet vorstvrij zijn. De mantel van de ATAG i-Serie is spatwaterdicht (IPX4D) en is dus ook geschikt voor montage in een badkamer.
De ketel kan met de ophangbeugel en het meegeleverde bevestigingsmateriaal aan praktisch elke wand worden bevestigd. De wand moet vlak en voldoende stevig zijn dat deze het ketelgewicht met waterinhoud kan dragen.
Let op de minimale afstanden tussen ketel, wanden en plafond ten behoeve van het plaatsen en verwijderen van de mantel (zie figuur 7.a).
Met behulp van de bijgeleverde aftekenmal kan de plaats van de ketel bepaald worden.
Verwijder vóór het ophangen van de ketel allereerst de mantel van de ketel. De mantel is tevens de luchtkast en is met 2 sluitingen (A en B) aan de achterwand bevestigd (zie figuur 8.a).

Let op: verwijder bij het losnemen van de mantel de aardkabel tussen mantel en ketel. Hiervoor is een vrije ruimte van 400mm. Vergeet niet de aardkabel weer terug te plaatsen bij het terugplaatsen van de mantel en dat de kabel niet klem raakt tussen mantel en ketel.

Borg de sluitingen met de schroeven (A en B) bij het terugplaatsen van de mantel.

text_image
400 100 135*
text_image
2.52.5 A B *Economiser*Economiser8 Aansluiten van de ketel
De ketel beschikt over onderstaande aansluitleidingen:
• CV-leidingen.
Deze bestaan uit ø22 mm knelfittingen waarop de cv-installatie aangesloten kan worden;
- Gasleiding.
Deze bestaat uit een ø15 mm knelfitting waarop de gasleiding met een gaskraan (niet meegeleverd) aangesloten kan worden;
• Condensafvoerleiding.
Dit is een 21,5 mm kunststof flexibele leiding. Hierop kan door middel van een open verbinding de afvoerleiding aangesloten worden;
- Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem.
Deze kunnen als 2x ø80 mm of concentrisch ø80/125 mm (accessoire) aangesloten worden.
- Koud- en warmwaterleiding (alleen combiketel).
Deze bestaan uit een ø15 mm knelfittingen waarop de drinkwaterinstallatie aangesloten kan worden.
- Expansievatleiding.
Het expansievat moet met een verloop van 3/8" wartelaansluiting met afdichtring naar 15 mm knelfitting hierop aangesloten worden.

Het is aan te bevelen alle ketelaansluitleidingen en/of de installatie schoon te spoelen en/of schoon te blazen alvorens deze aan te sluiten op de ketel. Draai knelkoppelingen niet onnodig hard aan.
8.1 CV-systeem
Monteer het cv-systeem volgens de huidige regelgeving.
De ketelleidingen moeten door middel van knelfittingen aangesloten worden op de installatie.
Voor het aansluiten op dikwandige pijp (gelast of gefit), moeten verloopstukken worden gebruikt.

Bij het verwijderen van de kunststof afdichtdoppen op de leidingen kan vuil testwater vrijkomen.
De ketel beschikt over een zelfregelend en zelfbeschermend besturingssysteem voor de belasting. Hierbij wordt het temperatuurverschil tussen het aanvoer- en retourwater gecontroleerd. Tabel 8.1.a geeft de waterverplaatsing weer die de circulatiepomp kan leveren bij een bepaalde installatieweerstand.
| Pomp type Grundfos UPM3 15-70 | ||||||
| i32S i28C | i36C i28EC | i36EC | ||||
| Waterstroming over toestel l/min 20 16 20 | 16 20 | |||||
| l/h | 1200 | 960 | 1200 | 960 | 1200 | |
| Toelaatbare installatieweerstand | kPa 20 20 | 20 20 20 | ||||
| mbar | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | |
Indien de installatieweerstand hoger is dan de vermelde waarde zal de besturing de belasting aanpassen totdat een, voor de regeling acceptabel, temperatuurverschil tussen aanvoer- en retourwater is bereikt. Er komt minder warmte in de installatie en de bypass treedt in werking. Wanneer het temperatuurverschil hierna te groot blijft zal de ketel zichzelf uitschakelen en wachten tot het te grote temperatuurverschil tussen aanvoer en retour weer afgenomen is. De regeling zal, indien een onacceptabel temperatuurverschil wordt geconstateerd, herhaaldelijk proberen waterstroming tot stand te brengen. Lukt dit niet, dan zal de ketel blokkeren (code 154).

De ketel is niet voorzien van een ingebouwde filter. Advies: plaats in de retourleiding een filter om inwendige vervuiling van de ketel te voorkomen.

De ketel is niet geschikt voor installaties die zijn uitgevoerd met "open" expansievaten.

Toevoegmiddelen aan het water in de installatie zijn slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van ATAG Verwarming. (zie hoofdstuk 8.3 Waterkwaliteit).

De ketelaansluitdiameter is niet maatgevend voor de installatiediameter.

Pompkarakteristiek
Grafiek 6.1.a
8.2 Expansievat
De cv-installatie moet voorzien worden van een expansievat. Het expansievat dat wordt toegepast moet afgestemd zijn op de waterinhoud van de installatie. De voordruk is afhankelijk van de installatiehoogte boven het gemonteerde expansievat. Zie tabel 8.2.a. Monteer het verloopstuk 3/8"x 15mm knel met afdichtring onder op de ketel op de positie zoals in figuur
8.2.a is aangegeven. Sluit hierop de expansievatleiding aan.
| Installatiehoogte boven het expansievat | Voordruk van het expansievat |
| 5 m 0.5 bar | |
| 10 m 1,0 bar | |
| 15 m 1,5 bar |
keuze expansievat tabel 8.2.a

Sluit het expansievat aan op de ketel op de daarvoor bestemde aansluiting.

Plaats in de leiding tussen ketel en expansievat de vul-/aftapkraan (niet meegeleverd).
8.3 Waterkwaliteit
Installatie vullen met drinkwater.
In veruit de meeste gevallen kan een cv-installatie worden gevuld met water volgens landelijk geldend waterbesluit en is behandeling van dit water niet noodzakelijk.
Om problemen met cv-installaties te vermijden moet de kwaliteit van het vulwater aan de specificaties voldoen die vermeld staan in tabel 8.3.a:
Als het vulwater buiten de gestelde specificaties valt, raden wij u aan om het water zodanig te behandelen dat het voldoet aan de gestelde specificaties.

Aanspraak op garantie vervalt indien de installatie niet wordt gespoeld en/of de kwaliteit van het vulwater niet voldoet aan de door ATAG gestelde specificaties.
Neem altijd vooraf contact op met ATAG indien er onduidelijkheden en/of afwijkingen te bespreken zijn. Zonder akkoord vooraf vervalt de garantie.
Installatie:
- Het gebruik van grondwater, demi-water en gedestilleerd water is niet toegestaan. (een verduidelijking van deze termen is op de volgende pagina weergegeven)
- Wanneer de kwaliteit van het drinkwater valt binnen de specificaties vermeld in tabel 8.3.a, kan worden begonnen met het spoelen van de installatie alvorens het toestel te installeren.
- Gedurende deze spoeling moeten restanten van corrosieproducten (magnetiet), fit producten, snij-olie en andere ongewenste producten worden verwijderd.
-
Een andere mogelijkheid om vuil te verwijderen is het plaatsen van een filter. Het type filter moet passen bij het soort en korrelgrootte van de vervuiling. ATAG adviseert het gebruik van een filter. Hierbij moet er op worden gelet dat het gehele leidingsysteem wordt meegenomen.
-
De cv-installatie moet goed worden ontlucht alvorens het systeem in gebruik te nemen. Zie daarvoor hoofdstuk Inbedrijfname.
- Wanneer het met regelmaat noodzakelijk is (>5% op jaarbasis) dat er water dient te worden bijgevuld is er sprake van een structureel probleem en dient een installateur dit probleem te verhelpen. Door het regelmatig toevoegen van vers water aan het systeem wordt ook zuurstof en kalk bijgedoseerd waardoor magnetiet en kalk afzetting zich kunnen continueren. Dit kan resulteren in verstoppingsproblemen en/of lekkages.
- Wanneer gebruik wordt gemaakt van een antivries of andere toevoegmiddelen, dient de kwaliteit van het vulwater periodiek te worden gecontroleerd overeenkomstig met de tijdsperiode zoals die is aangegeven door de leverancier van dit middel.
- Chemische toevoegingen moet worden vermeden en mogen enkel worden gebruikt na door ATAG Verwarming voor de betreffende toepassing te zijn vrijgegeven.
- Wanneer men de waterkwaliteit wil behalen door middel van het gebruik van chemische middelen is dit zijn/haar verantwoordelijkheid. Wanneer het water niet voldoet aan de door ATAG gestelde specificaties of chemische middelen niet door ATAG zijn vrijgegeven vervalt de garantie op het door ATAG geleverde product.
- ATAG adviseert om bij installatie en latere bijvullingen of wijzigingen in een logboek te vermelden welk type water is gebruikt, welke kwaliteit dit was en, indien van toepassing, welke additieven en in welke hoeveelheden zijn toegevoegd.
| Parameter Waarde | |
| Type water Drinkwater | Onthard water |
| pH 6.0-8.5 | |
| Geleidbaarheid (bij 20°C in μS/cm) Max. 2500 | |
| IJzer (ppm) Max. 0.2 | |
| Hardheid (°dH) | |
| Installatievolume/-vermogen <20 l/kW | 1-12 |
| Installatievolume/-vermogen >=20 l/kW | 1-7 |
| Zuurstof Geen zuurstof diffusie toegestaan | gedurende bedrijf.Max. 5% vulwater bijvulling op jaarbasis |
| Corrosie inhibitoren Zie Bijlage Toevoegmiddelen | |
| pH verhogende of verlagende middelen Zie | Bijlage Toevoegmiddelen |
| Antivries toevoegingen Zie Bijlage Toevoegmiddelen | |
| Andere chemische toevoegingen Zie Bijlage | Toevoegmiddelen |
| Vaste stoffen Niet toegestaan | |
| Restanten in het proces water die geen onderdeel uitmaken van drinkwater | Niet toegestaan |
Tabel 8.3.a
Waterkwaliteit in warmwatervoorziening
| Parameter Waarde | |
| Type water Drinkwater | |
| pH 7.0-9.5 | |
| Geleidbaarheid (bij 20°C in μS/cm) Max. 2500 | |
| Chloride (ppm) Max. 150 | |
| IJzer (ppm) Max. 0.2 | |
| Hardheid (°dH) 1-12 | |
| Aantal bacterie kolonies bij 22°C (aantal/ml). pr EN ISO 6222 | Max. 100 |
Tabel 8.3b
- Wanneer het chloor gehalte boven de, in tabel 8.3.b, gestelde specificaties ligt is het bij een boiler toepassing noodzakelijk om gebruik te maken van een actieve anode. Wanneer hier niet aan wordt voldaan vervalt het recht op garantie voor het tapwaterzijdige deel van de installatie.
- Wanneer het chloor gehalte boven de gestelde specificaties ligt bij het gebruik van een doorstroom combi ketel vervalt het recht op garantie voor het tapwater gedeelte.
Definitie van type water:
Drinkwater: Leidingwater dat in overeenstemming is met de Europese drinkwaterrichtlijn: 98/83/EG van 3 november 1998.
Onthard water: Water waar calcium en magnesium ionen gedeeltelijk uit zijn verwijderd
Demi-water: Water waar nagenoeg alle zouten uit zijn verwijderd (erg lage geleidbaarheid)
Gedestilleerd water: Water waar geen zouten meer in aanwezig zijn.
Neem contact op ATAG Verwarming voor meer informatie over analysemethoden.
8.4 Verwarmingssystemen met kunststof leidingen
Bij het aansluiten of het toepassen van kunststof leidingen (vloer- en/of wandverwarming) of leidingdelen (radiatoraansluitingen, verdeeleenheden), moet men er rekening mee houden dat de toegepaste kunststof leidingen voldoen aan:
- DIN 4726 t/m 4729 (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,1 g/m3.d bij 40°C) of
- Nationale BRL 5606 van KIWA (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,18 g/m2.d bij 80°C)
Zorg ervoor dat een systeem met kunststofleidingen goed ontlucht wordt en blijft.

Indien het systeem niet voldoet aan een van deze normen, moet het deel met kunststof leidingen gescheiden worden van de cv-ketel door middel van een platenwisselaar.
8.5 Gasleiding
Bepaal de diameter en monteer de gasleiding volgens de huidige regelgeving.
De ketelleiding is voorzien van een binnendraad, waarin het staartstuk van de gaskraan kan worden gedraaid.
Voor een goede werking van de ketel is het noodzakelijk dat de dynamische voordruk van het gas hoger is dan 20 mbar.

Zorg ervoor dat, met name bij nieuwe leidingen, de gasleiding geen vuilresten bevat.

PROPAAN
Indien de ketel omgebouwd moet worden van aardgas naar propaan, neem dan contact op met ATAG Verwarming Nederland BV. ATAG Verwarming Nederland B.V. verzorgt de ombouw.

Controleer na (onderhouds-)werkzaamheden aan de ketel altijd alle gasvoerende delen op dichtheid (d.m.v. lekzoekspray).
8.6 Warmwatervoorziening
Monteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving.
De ATAG i-Serie combiketel is voorzien van een roestvaststalen platenwisselaar voor bereiding van warmwater. De ketel heeft geen warmwatervoorraad en zal bij warmwatervraag het doorstromende water direct verwarmen.

In gebieden met een waterhardheidswaarde hoger dan 15°D dient de platenwisselaar frequenter van kalkaanslag ontdaan te worden. Een verkalkte platenwisselaar valt niet onder garantie.
Indien er zich problemen voordoen bij toepassing van sanitair water met een hoger chloridegehalte dan 150 mg/l kan er geen aanspraak gemaakt worden op de garantievoorwaarden (zie hoofdstuk 9.3 Waterkwaliteit).
Om verkalking te voorkomen adviseert ATAG het toepassen van een ATAG Descale waterontharder.
ATAG adviseert voor het reinigen van platenwisselaars het gebruik van bv. AlphaPhos.
De hardheid van het water loopt in Nederland uiteen. De waterleidingmaatschappij kan hieromtrent exacte informatie verschaffen.
De leidingen van de warmwatervoorziening moeten door middel van een knelfitting aangesloten worden op de installatie. De ketel moet voorzien worden van een inlaatcombinatie met een veiligheidsventiel van 8 bar. De overstort van het veiligheidsventiel moet aangesloten worden op de rioolleiding.
In de koudwaterleiding in de ketel is een doseerventiel gemonteerd. Het doseerventiel zorgt ervoor dat er een hoeveelheid water geleverd wordt die een gegarandeerde temperatuur van 60°C heeft (uitgaande van een koudwatertemperatuur van 10°C). De hoeveelheid water wordt nagenoeg niet beïnvloed door de waterdruk.
Controleer na installatie het warmwaterdebiet bij volledig geopende warmwaterkraan, Indien het debiet te laag blijkt kan deze verhoogd worden door het uitnemen van het doseerventiel:
- Sluit de (hoofd)kraan van de koudwatertoevoer;
- Open een warmwaterkraan om de waterleiding drukloos te maken;
- Verwijder de mantel en draai de besturingskast naar beneden;
- Verwijder de borgclip (1) naar links;
- Trek de afdichtstop (2) er uit;
- Verwijder de doorstroombegrenzer (3) met behulp van een punttang;
- Monteer de afdichtstop (2) weer terug en borg deze met de borgclip (1)
- Op de (hoofd)kraan van de koudwatertoevoer en ontlucht de waterleiding op alle tappunten
- Controleer op lekkage en plaats de mantel van de ketel weer terug.

8.6.1 Zonneboiler (voorverwarmer) NZ (alleen combiketel)
De ATAG i-Serie combiketel is geschikt voor het aansluiten op een standaard zonneboiler (voorverwarmer). ATAG levert hiervoor de ATAG EcoNorm en CBSolar ^11 . De cv-ketel dient dan als Naverwarmer Zonneboiler (NZ). Sluit de zonneboiler aan volgens VEWIN werkblad 4.4 C.
- Een thermostatisch mengventiel moet in de installatie opgenomen worden. Het thermostatisch mengventiel beschermt de cv-ketel voor te hoge temperaturen. Deze wordt bij de EcoNorm ^II en CBSolar ^II meegeleverd.
Bij 'vreemde' standaard zonneboilers moet een thermostatisch mengventiel geïnstalleerd worden. Levering door derden.
- Voor aansluiting van een standaard zonneboiler op een ATAG i-Serie combiketel wordt een extra aansluitset geadviseerd om onnodig inschakelen van de ketel bij een warme boiler te voorkomen.
- De zonneboiler en de cv-ketel moeten elk apart voorzien zijn van een inlaatcombinatie. Levering door derden.
Figuur 8.6.a geeft een voorbeeldaansluitschema weer van de ATAG i-Serie combiketel met een standaard zonneboiler.

text_image
Thermostatisch mengventiel afstel- len op max. 70°C ter bescherming van de cv-ketel. Schade aan de cv-ketel door te hoog inge- stelde temperatuur valt niet onder de garantie. k W Toevoegen bij 'vreemde'zonneboiler: Thermostatisch mengventiel Instelling: Max. 70°C! Levering door derdenATAG i-Serie combiketel met zonneboiler Figuur 8.6.a
8.6.2 Externe (zonne-)boiler (alleen soloketel)
ATAG levert indirect gestookte (cv-zonne)boilers die toegepast kunnen worden als externe boiler bij een Solo-ketel. De ATAG CBS boilers (leverbaar in 150, 200 en 300 liter) en CBHotTop cv-zonneboilers (leverbaar in 200, 300 en 400 liter) worden staand naast de solo-ketel geplaatst. De soloketel is standaard voorzien van een interne boilerregeling.
Voor het aansluiten van de boiler op de soloketel moeten de volgende accessoires besteld en geïnstalleerd worden:
- Driewegklep 230V met 22 mm klemkoppelingen
of - Driewegklep 230V met 1" buitendraad-aansluitingen
en - Boilersensor
Uitsluitend deze artikelen mogen voor deze toepassing gebruikt worden. Neem contact op met ATAG Verwarming.
De bedrading van de ATAG boilersensor en de driewegklep moeten aangesloten worden in de ketel. Voor nadere informatie verwijzen we naar het installatievoorschrift van de boiler en de bijsluiter bij de optionele driewegklep en boilersensor. Zie ook pagina 42 en 43.
Zie hieronder het schema van de hydraulische aansluiting.

flowchart
graph TD
A["AB: Soloketel"] --> B["Warmwaterboiler"]
B --> C["Verwarmingssysteem"]
D["AB"] --> E["SO Box"]
F["AB"] --> G["SO Box"]
H["AB"] --> I["SO Box"]
J["AB"] --> K["SO Box"]
L["AB"] --> M["SO Box"]
N["AB"] --> O["SO Box"]
P["AB"] --> Q["SO Box"]
R["AB"] --> S["SO Box"]
T["AB"] --> U["SO Box"]
V["AB"] --> W["SO Box"]
X["AB"] --> Y["SO Box"]
Z["AB"] --> AA["SO Box"]
Hydraulisch schema met externe boiler
figuur 8.6.b
8.7 Condensafvoerleiding
De ATAG cv-ketels produceren condenswater. Dit condenswater moet afgevoerd worden, anders zal de ketel niet meer functioneren.
Monteer de sifondelen volgens bijgaande tekening.
De condensafvoerleiding moet door middel van een open verbinding aangesloten worden op de riolering. Hiermee wordt voorkomen dat eventuele rioolgassen in de ketel terecht komen. De rioolaansluiting moet een minimale diameter van 32 mm hebben.
Monteer de condensafvoerleiding volgens de huidige regelgeving.

Het afvoeren van het condenswater op de hemelwaterafvoer is, met het oog op bevriezingsgevaar, niet toegestaan.

Vul vóór het in bedrijf nemen van de ketel de sifon met water.

8.8 Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem
Met het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem wordt bedoeld:
- De rookgasafvoerleiding;
- De luchttoevoerleiding;
- Dak- of geveldoorvoer.
De rookgasafvoer- en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan:
- De regelgeving genoemd in hoofdstuk 2,
- De voorschriften uit dit installatievoorschrift en het installatievoorschrift van het toe te passen rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem.
De ketelaansluitdiameter is ø 80 mm. Hierop kan het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem gemonteerd worden al dan niet voorzien van bochten. Zie tabel 8.8.2.a voor de maximaal toepasbare leidinglengte.

Wij adviseren een eenvoudig rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem samen te stellen uit de Duopass rookgasafvoercomponenten. Voor nadere informatie omtrent het leveringsprogramma van het afvoer- en toevoersysteem verwijzen wij u naar de Productcatalogus.

text_image
Alle rookgasafvoerdelen die zich buiten de schacht of brandwerende omkokering bevinden moeten uitgevoerd zijn in RVS. P RVS Luchtfilter Open opstelling Toestelklasse: B Uitmondingsgebied 1 (II uitmondingsgebied) P P P P P P/A P/A P/A Toestelklasse: C Gesloten opstellingGesloten en open opstelling
Figuur 8.8.a
Duopass is uitsluitend bedoeld en geschikt voor toepassing op ATAG cv-ketels op aardgas of propaan. De maximale rookgastemperaturen van de ATAG cv-ketels liggen beneden 70°C (vollast bij 80/60°C).
De goede werking kan nadelig beïnvloed worden door veranderingen of aanpassingen van het bedoelde gebruik.
Eventuele garantieaanspraken vervallen als gevolg van dergelijke wijzigingen of het onjuist opvolgen van de regelgeving en de installatievoorschriften.
De afvoersystemen die in dit document zijn beschreven zijn uitsluitend geschikt in combinatie met ATAG cv-ketels met Gaskeurlabel HR, Gastec toestelkeuringscertificaat nr: 0063BQ3021, 0063BT3195, 0063CM3648 en 0063CQ3634.
Stel het afvoersysteem samen met uitsluitend de onderdelen uit het Duopass programma.
Combinaties met andere merken of systemen zijn, zonder schriftelijke goedkeuring van ATAG Verwarming, niet toegestaan.
Indien voor ander rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal gekozen wordt, moet het materiaal voorzien zijn van het Gastec QA en/of KOMO® label.
Afschot
Het afvoersysteem dient bij horizontale delen altijd onder afschot (50 mm/m) naar de ketel aangebracht te worden, zodat zich geen condenswater in het afvoersysteem kan verzamelen. Door het teruglopen van het condenswater naar de ketel is de kans op ijspegelvorming aan de dakdoorvoer minimaal. Bij horizontale uitmondingen dient het toevoersysteem onder afschot naar buiten geplaatst te worden om inregenen te voorkomen. Het plaatsen van een extra condensopvanginrichting in het afvoersysteem is overbodig.

De ketel kan, wanneer het in bedrijf is, een witte condenspluim produceren. Deze condenspluim is onschadelijk maar kan, met name bij uitmondingen in de gevel, als hinderlijk ervaren worden. Daarom verdient een bovendakse uitmonding de voorkeur.

Bij toepassing van afvoercategorie B23 en B33 moet een luchtfilter (als accessoire leverbaar met art.nr. DFL080KU) op de luchtinlaat geplaatst worden. De beschermingsgraad van de ketel is dan IPX0D in plaats van IPX4D.
Aansluiten en beugelen
Een rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem moet altijd voorzien zijn van voldoende afsteuning tegen de wand of dak door middel van beugels.
- Fixeer altijd iedere bocht om of nabij de mof met een montagebeugel.
Enige uitzondering: de eerste mof vanaf de ketel indien beide pijpen korter zijn dan 25 cm. Plaats de eerste beugel op maximaal 50 cm vanaf de ketel. - Bij buislengten van meer dan 1 meter: plaats een niet-fixerende beugel tussen de fixerende beugels.
- Maximale beugelafstand horizontale en 45° hellende leidingen: 1 meter
Maximale beugelafstand verticale leidingen: 2 meter
Bij schachten aansluiting:
- Controleer of de leidingen behorende bij de schacht niet geblokkeerd en niet beschadigd zijn.
- Controleer of de leiding onder het juiste afschot is geïnstalleerd.
- Markeer wat de rookgasafvoer en de luchttoevoer is.
- Controleer of de stompen minimaal 50 mm uit de schacht steken. Beugel het laatste element van de verbindingsleiding voor de doorvoer/schacht. Als dit laatste element een bocht is, kan ook het voorliggende element gebeugeld worden.
Uitzetten
- Monteer het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem altijd spanningsvrij.
- Schuif kunststof rookgasafvoerdelen altijd eerst geheel in elkaar en trek de verbinding 10 mm terug. Zo ontstaat er voldoende ruimte tot uitzetten bij temperatuurverhogingen.

Concentrisch

text_image
centrisch Min 3° (80mm/m) Max 0,25m Max 2m Max 0,25m
Beugelafstanden bij concentrisch aangesloten rookgasafvoer en luchttoevoer
Figuur 8.8.c
Afdichtingen en verbindingen
- Voorkom het beschadigen van afdichtringen door haaks afkorten en ontbramen
- Beschadigde afdichtringen vervangen
- Verbindingen niet schroeven, blindklinken, kitten, schuimen of plakken
- Gebruik, indien nodig, het door de fabrikant voorgeschreven smeermiddel voor de afdichtringen. Geen vet, (zuurvrije) vaseline of olie.
Zie de volledige installatievoorschriften van het desbetreffende rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal voor de montageinstructies en het Rogafa advies:
www.hetnieuwebeugelen.nl.
Voor flexibel rookgasafvoermateriaal gelden de installatieinstructies van de desbetreffende fabrikant.
8.8.2 Dimensionering rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem
De diameter wordt bepaald door de totale lengte, inclusief aansluitpijp, en het verloop van het rookkanaal (zoals bij inmeten is vastgesteld) en het type ketel. Een te kleine diameter kan leiden tot storing. Zie tabel 8.8.2.a voor keuze van het systeem met de juiste diameter. De tabel toont de maximale afvoerlengte bij verschillende ketelvermogens.
Toelichting op tabel 8.8.2.a:
Tweepijps afvoersysteem:
maximale opgegeven lengte = afstand tussen
ketel en dakdoorvoer A.
Concentrisch afvoersysteem:
maximale opgegeven lengte = afstand tussen
ketel en dakdoorvoer B.
Bij toepassing van bochten moet de opgegeven waarde achter elke bocht van de maximale rechte lengte afgetrokken worden (zie voorbeeld).
| Dimensionering van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleiding | ||||||
| Type i32S i28C i36C i28EC i36EC | ||||||
| Diameter concentrisch 60/100* | ||||||
| Rechte lengte (B) m 8 23 10 21 8 | ||||||
| Weerstand 45° m -1,3 | ||||||
| Weerstand 87° m -1,9 | ||||||
| Diameter concentrisch 80/125** | ||||||
| Rechte lengte (B) m 40 50 50 50 45 | ||||||
| Weerstand 45° m -1,9 | ||||||
| Weerstand 87° m -3 | ||||||
| Diameter parallel 80/80 (standaard uitvoering) | ||||||
| Rechte lengte (A) m 45 50 50 50 45 | ||||||
| Weerstand 45° m -0,9 | ||||||
| Weerstand 87° m -1,4 | ||||||
| * mogelijk met concentrische adapter 60/100 (Neem contact op met ATAG Verwarming) | ||||||
| ** mogelijk met concentrische adapter 80/125 (Neem contact op met ATAG Verwarming) | ||||||
Tabel 8.8.2.a

text_image
A C D E
text_image
BFiguur 8.8.2.a
Voorbeeld:
Een i36C met een concentrisch afvoersysteem ø80/125mm heeft volgens de tabel een maximale rechte afvoerlengte van 50 m.
In het toe te passen systeem moeten 2x een 45° bocht opgenomen worden.
De maximale afvoerlengte wordt dan:
$$ 5 0 - 2 \times 1, 9 = 4 6. 2 \mathrm{m}. $$

text_image
Rookgassen Lucht LuchtStromingsrichting
concentrisch
Figuur 8.8.2.b
9 Elektrische aansluiting
De ketel voldoet aan de actuele richtlijnen. De installatie moet (blijven) voldoen aan:
- Voorschriften voor elektrische apparaten NEN 1010;
- De plaatselijk geldende voorschriften;
Een afwijking op het net van 230V (+10% of -15%) en 50Hz is toegestaan.
De ketel moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos. Deze moet zichtbaar en binnen handbereik zijn.
Verder gelden de volgende algemene voorschriften:
- Aan de bedrading van de ketel mogen geen wijzigingen worden aangebracht;
- Alle aansluitingen moeten op het aansluitblok gemaakt worden.
- Het netsnoer moet, bij eventuele vervanging, door een ATAG netsnoer vervangen worden.
De elektrische aansluitingen zijn bereikbaar op de achterzijde van de besturingskast:
- Druk lip C een beetje naar links (zie figuur);
- Draai de besturingskast naar beneden.

Openen besturingskast Doorvoer bekabeling onderzijde ketel
Aansluiting ATAG driewegklep (solo)
L: Spanning
N: Neutraal
L': Signaal

text_image
L': Signaal Electrische aansluitingenElectrische aansluitingen
*Buitenvoeler 1 kOhm
Soloketel: warmwatersensor T3 of thermostaat Combiketel: n.a. = geen toepassing
Extern beveiligingscontact
n.a. = geen toepassing
Aan/Uit-thermostaat (potentiaalvrij)
Bus = ATAG One
Bus+OT-LPA = ATAG bus thermostaat of andere OpenTherm regelaar (zie hoofdstuk 9.1)

text_image
Out DHW External safety contact n.a. On/Off Bus* Montage op noord - noord/oost buitengevel van het gebouw. Voorkom invloeden als regen, sneeuw, ventilatielucht-stromen of warmte van schoorstenen.
9.1 Kamerthermostaten
Op de ATAG i-Serie kunnen de volgende (klok-)thermostaten aangesloten worden:

Sluit de ATAG One direct aan op positie BUS.
Bus+OT-LPA ^1) : Sluit een Round Modulation, WiZe of een OpenTherm thermostaat/regelaar aan op OT-LPA (1) en vervolgens de OT-LPA op positie BUS (2). Zie figuur 9.1.a.

1) OT-LPA staat voor OpenTherm Low Power Adapter. Deze adapter moet tussen de stuurautomaat en thermostaat/regelaar aangesloten worden, indien er een ATAG WiZe, Round Modulation of andere OpenTherm regelaar toegepast wordt.
Figuur 9.1.a

ternatief kan gekozen worden voor:
bff: Uitsluitend batterij-gevoede aan/uit kamerthermostaat.
De thermostaat moet over een 2-draads aansluiting beschikken. De kamerthermostaat moet op het aansluitblok aangesloten worden. Gebruik hiervoor de schroefconnector die op het aansluitblok gestoken is.
Voor meer gedetailleerde vragen over componenten, die niet door ATAG zijn geleverd, neem contact op met de betreffende leverancier.
9.2 Buitenvoeler
Voor een weersafhankelijke regeling is de buitenvoeler ARZ0055U optioneel leverbaar. Monteer de buitenvoeler op de buitengevel van het gebouw die naar noord - noord/oost gericht is. Voorkom invloeden als regen, sneeuw, ventilatielucht-stromen of warmte van schoorstenen.
9.3
Elektrisch schema
Installatievoorschrift ATAG i-Serie

flowchart
graph TD
A["19. EARTH FRONT PANEL"] --> B["19. EARTH"]
B --> C["16. ACTUATOR 3 WAY VALVE Combi Solo = OPTION"]
C --> D["15. GAS VALVE"]
D --> E["14. PUMP"]
E --> F["13. IGNITION"]
F --> G["12. IONISATION"]
G --> H["X17"]
H --> I["HIGH VOLTAGE (230V)"]
J["ATAG i-RANGE"] --> K["X8"]
K --> L["T 3,15 H"]
K --> M["T 3,15 H"]
K --> N["FUSES 250V"]
K --> O["X9"]
O --> P["1"]
O --> Q["2"]
O --> R["1"]
O --> S["2"]
O --> T["3"]
O --> U["4"]
O --> V["5"]
W["19. EARTH FRONT PANEL"] --> X["19. EARTH"]
X --> Y["17. EARTH"]
Y --> Z["16. ACTUATOR 3 WAY VALVE Combi Solo = OPTION"]
Z --> AA["15. GAS VALVE"]
AA --> AB["14. PUMP"]
AB --> AC["13. IGNITION"]
AC --> AD["X17"]
AD --> AE["HIGH VOLTAGE (230V)"]
AF["19. EARTH FRONT PANEL"] --> AG["19. EARTH"]
AG --> AH["16. ACTUATOR 3 WAY VALVE Combi Solo = OPTION"]
AH --> AI["15. GAS VALVE"]
AI --> AJ["14. PUMP"]
AJ --> AK["13. IGNITION"]
AK --> AL["X17"]

text_image
LOW VOLTAGE X1 3 2 1 X2 7 6 5 4 3 2 1 10. WATER FLOW SENSOR X4 6 5 4 3 2 1 9. RETURN SENSOR T2 8. FLOW SENSOR T1 3. OUTSIDE SENSOR T4 4. DHW SENSOR T3 / THERMOSTAT OPTION (i-Range Solo) X5 Out DHW External safety contact n.a. On/Off Bus ROOMTHERMOSTAT/CONTROLLER OPTIONS: 6. ON/OFF ROOMTHERMOSTAT OPTION or 7. ATAG ONE ROOMTHERMOSTAT OPTION or 7a. BUS ROOMTHERMOSTAT OPTION X7 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 3 4 X6 22. SERVICE CONNECTOR 10K 2. DHW SENSOR T3 1. WATER PRESSURE SENSOR P1 3 2 1 11. FAN 230V ACInstallatievoorschrift ATAG i-Serie
10 Vullen en ontluchten van ketel en cv-installatie
De cv-installatie dient gevuld te worden met drinkwater. Voor het vullen van de cv-installatie gebruikt u de vul- en aftapkraan. Het vullen gaat als volgt:
1 Steek de stekker in de wandcontactdoos;
2 Het display toont na opstartprocedure '118' (te lage waterdruk);
3 Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan;
4 Vul de slang geheel met drinkwater;
5 Sluit de gevulde vulslang aan op de vul- en aftapkraan van de cv-installatie;
6 Open de vul- en aftapkraan;
7 Open de koudwaterkraan;
8 Vul langzaam de installatie tot 1,5-1,7 bar;
(druk op de eco-toets tot A6 = waterdruk: waarde op het display loopt op);
9 Sluit koudwaterkraan;
10 '105' verschijnt op het display op het moment dat de druk boven 1,3 bar komt: ontluchtingsprogramma van ca. 7 minuten actief;
11 Ontlucht de gehele cv-installatie: begin op het laagste punt;
12 Controleer waterdruk en vul eventueel bij tot 1,5 tot 1,7 bar;
13 Zorg dat de koudwaterkraan en de vul- en aftapkraan gesloten zijn;
14 Koppel de vulslang los;
15 Na beëindigen van het ontluchtingsprogramma ('105') schakelt de ketel in voor het ingeschakelde programma waar de eerste warmtevraag voor is.

Het kan enige tijd duren voordat alle lucht uit een gevulde installatie is verdwenen. Zeker de eerste week kunnen geluiden hoorbaar zijn die wijzen op lucht. De automatische ontluchter in de ketel zal deze lucht laten verdwijnen, waardoor de waterdruk gedurende deze periode kan dalen en er water bijgevuld zal moeten worden.
10.1 Warmwatervoorziening
Breng waterdruk op de warmwatervoorziening door de hoofdkraan en/of de stopkraan van de inlaatcombinatie te openen.
Ontlucht de warmwaterinstallatie door het openen van een warmwaterkraan. Laat de kraan zolang open staan totdat alle lucht uit de warmwaterinstallatie en leidingen is verdwenen en er alleen nog water uit de kraan komt. Tap minimaal 10 liter om eventueel resterende verontreinigingen uit de warmwaterleiding te spoelen.
11 Ketelregeling
De volgende pagina beschrijft de toetsfuncties en symbolen op het display.
De ketel is voorzien van een zelfsturende regeling. Deze regeling neemt een groot deel van de handmatige instellingen over, waardoor het in bedrijf nemen sterk is vereenvoudigd.
Na het vullen van de installatie en het inschakelen van de voedingsspanning wordt het automatisch ontluchtingsprogramma geactiveerd. Het automatisch ontluchtingsprogramma duurt ca. 7 minuten en stopt automatisch. De ketel start om de warmwatervoorziening op de comforttemperatuur te brengen. Hierna zal de ketel voor het ingeschakelde programma (cv of ww) in werking treden.
Warmwaterregeling (combiketel)
Indien warmwater getapt wordt, meet de flowsensor (F1) de taphoeveelheid. Afhankelijk van de gewenste tapwatertemperatuur en taphoeveelheid zal de regeling een aanvoertemperatuur berekenen. Hierdoor wordt op een efficiënte manier de gewenste tapwatertemperatuur gerealiseerd. De warmwatersensor (T3) zal eventuele kleine afwijkingen bijstellen, zodat onder alle omstandigheden de gewenste temperatuur bereikt wordt.
CV-regeling
Bij vragende kamerthermostaat, na het tappen van warm water, start een wachttijd van 2 minuten. Dit voorkomt bij frequent en kortstondige warmwatervraag dat de warmtewisselaar de aanwezige warmte snel verliest. Vervolgens start de pomp en na 30 seconden wordt de gradiënt regeling actief. Het beginpunt van de gradiënt regeling is de op dat moment aanwezige aanvoertemperatuur. Een Delta-T regeling (25K) zorgt voor een stabiele regeling naar warmtebehoefte.
Indien de aanvoertemperatuur onder de T-set waarde van 20°C ligt, zal de ketel direct starten. Mocht tijdens een cv-vraag de brander uitschakelen, omdat de gewenste cv-temperatuur overschreden is, dan treedt er een anti-pendeltijd in werking van 5 minuten. Dat betekent dat de brander na 5 minuten weer inschakelt indien er nog cv-vraag is.
De weersafhankelijke regeling (bij 1kOhm buitenvoeler ARZ0055U aangesloten) werkt op de achtergrond. De besturing van de ketel berekent samen met de gemeten buitentemperatuur een aanvoertemperatuur aan de hand van de gekozen stooklijn. De ruimtetemperatuur blijft leidend.
De ATAG i-Serie is voorzien van ketelsensoren van 10kOhm. De weerstandswaarde met bijbehorende temperatuur is weergegeven in de tabel in Bijlage D.
11.1 Bediening en verklaring van de functies
Warmwater
Instellen van de warmwatertemperatuur:

text_image
Druk kort op de + of - om de ingestelde waarde te wijzigen. Elke wijziging is direct actief. Warmwaterprogramma UIT: Druk op de - tot de laagste waarde en druk vervolgens nogmaals op -. Display toont --. Inschakelen werkt in omgekeerde volgordeCentrale verwarming
Instellen van de cv-watertemperatuur:
Druk kort op de + + het display toont knipperend de ingestelde waarde;
Druk kort op de +100m de ingestelde waarde te wijzigen. Elke wijziging is direct actief.
cv-programma UIT: Druk op de - tot de laagste waarde en druk vervolgens nogmaals op -. Display toont --. Inschakelen werkt in omgekeerde volgorde.
Ketelinformatie
| verkrijgen (gebruik verder de ECO-toets of scroll-toetsen): | |
| A0 | Aanvoerwatertemperatuur |
| A1 | Retourwatertemperatuur |
| A2 | Warmwatertemperatuur |
| A3 | T-set temperatuur (berekend) |
| A4 | Rookgastemperatuur (alleen indien rookgassensor is aangesloten) |
| A5 | Buitentemperatuur (alleen indien buitenvoeler is aangesloten) |
| A6 | Waterdruk |
| A7 | Warmwaterdebiet in l/min. |
| A8 | Ionisatiestroom in μA. |
| A9 | Toerental van de ventilator (x100) |
Opvragen van actuele gegevens:
Druk de ECO-toets 6 seconden in om de volgende waarde te verkrijgen (gebruik verder de ECO-toets of scroll-toetsen):
| A0 | Aanvoerwatertemperatuur |
| A1 | Retourwatertemperatuur |
| A2 | Warmwatertemperatuur |
| A3 | T-set temperatuur (berekend) |
| A4 | Rookgastemperatuur (alleen indien rookgassensor is aangesloten) |
| A5 | Buitentemperatuur (alleen indien buitenvoeler is aangesloten) |
| A6 | Waterdruk |
| A7 | Warmwaterdebiet in l/min. |
| A8 | Ionisatiestroom in μA. |
| A9 | Toerental van de ventilator (x100) |
Om terug te keren naar de standaard weergave druk op ESC.
Reset-toets

text_image
+ eco resetDe reset-toets laat de ketel opnieuw opstarten indien er zich een storing voordoet. Bij een eventuele storing wordt het symbol getoond met een code X XX. In andere gevallen heeft de Resettoets geen functie en zal ook niet reageren bij bediening. Zie hoofdstuk XX voor een kort overzicht met codes
Nevenfuncties:
Enkele toetsen kennen nevenfuncties. Deze nevenfuncties zijn alleen actief indien er volgens de procedure, beschreven in hoofdstuk 10.4, instellingen gewijzigd moeten worden of gegevens opgevraagd worden. Nevenfuncties:
Beide + toetsen = Rookgasanalysefunctie O
CV + toets = OK (bevestigen)
WW-toetsen: Scroll functie ('scrollen' door parameters)
CV – toets = ESC functie (terug naar standaard display)

flowchart
graph TD
A["+"] --> B["eco"]
C["-"] --> D["reset"]
E["+"] --> F["(OK)"]
G["-"] --> H["(ESC)"]
I["+"] --> J["reset"]
K["-"] --> L["reset"]
M["+"] --> N["reset"]
O["+"] --> P["reset"]
Q["+"] --> R["reset"]
S["+"] --> T["reset"]
U["+"] --> V["reset"]
W["+"] --> X["reset"]
Y["+"] --> Z["reset"]
style A fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style C fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style E fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style G fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style M fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style U fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style V fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style W fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style X fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style Y fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
style Z fill:#000,stroke:#fff,color:#fff
Beide – toetsen: Pomp continu aan/uit
2
12 In werking stellen van de ketel
Zorg ervoor, alvorens de ketel in bedrijf te stellen, dat de ketel en de installatie goed ontlucht zijn. Ontlucht de gasleiding en open de gaskraan van de ketel. De ketel behoeft geen afstelling van branderdruk en luchthoeveelheid, omdat deze zelfregelend is en fabrieksmatig is afgesteld en mag niet worden nagesteld.

text_image
-- (netspanning)- Steek de stekker in de wandcontactdoos;
- Als de ketel opstart wordt het volgende getoond:

text_image
eco 18.0 % bar °Cngeschakeld)

Alle segmenten (segmenttest)

text_image
1050 (parameter 9: af fabriek 0)
1 (keteltype: parameter 8)
03 gevolgd door 03 (software versie deel 1 en software versie deel 2)
- Code 105 verschijnt op het display;
Ontluchtingsprogramma van 7 minuten start; - Ontlucht de gehele verwarmingsinstallatie, beginnend van het laagste punt;
- Controleer de waterdruk en vul zonodig bij tot 1.2 - 1.5 bar;
- Zorg dat de koudwaterkraan en de vul- en aftapkraan gesloten zijn;
Waterdruk
De i-Serie is voorzien van een waterdruksensor. Deze sensor kent de volgende instellingen:
0.7 bar: beneden deze druk is de brander geblokkeerd
0.7 tot 1.0 bar: ketelvermogen gereduceerd tot 80%
1.0 tot 3.0 bar: ketel volledig functioneel
3.0 bar: boven deze druk is de ketel geblokkeerd.
Naast deze functie wordt de waterdruksensor ook gebruikt om de ketel vrij te geven voor elke start. Voordat de brander ontsteekt wordt een pompcontrole uitgevoerd. De sensor controleert of er een drukverhoging plaatsvindt op het moment dat de pomp gaat draaien. Als er een pompdrukverhoging wordt geconstateerd zal de brander worden vrijgegeven en ontsteken. Indien er geen pompdrukverhoging wordt geconstateerd wordt de brander geblokkeerd.

text_image
-1 18Als de waterdruk daalt tot onder 1.0 bar zal de code 118 op het display verschijnen;
Deze code verdwijnt indien de waterdruk hoger is dan 1.3 bar. Indien de waterdruk onder 0.7 bar is geweest zal het automatisch ontluchtingsprogramma starten (code 105).

text_image
17 barDit duurt ongeveer 7 minuten en na afloop zal het standaard display verschijnen (actuele waterdruk).
De combiketel zal direct inschakelen om de gewenste warmhoudtemperatuur van de warmwatervoorziening te bereiken (Comfort instelling).
Standaard display
a Warmwatervoorziening

text_image
17 barHet ww-programma is na opstart altijd actief.
Dit wordt aangegeven door
Indien er warmtevraag is, wordt dit aangegeven door een knipperende en, zal de warmwatervoorziening in werking gesteld worden. De circulatiepomp zal gaan circuleren en de ketel zal inschakelen.

text_image
ECO 17 barComfort en ECO
Standaard staat de warmwatervoorziening van een combiketel ingesteld op Comfort.
Omschakelen naar ECO is mogelijk door middel van het indrukken van de eco-toets.
Op het display verschijnt 'ECO'.
De instelling ECO resulteert in een mogelijk iets langere wachttijd voor warm water, omdat de ketel niet zal branden om de
warmwatervoorziening op voorverwarmingstemperatuur te brengen. Eventuele beschikbare restwarmte in de warmtewisselaar zal hiervoor gebruikt worden. De brander zal starten op het moment van warmwatervraag.

text_image
ECO 17 barHet verwarmingsprogramma is na opstart altijd actief.
Dit wordt aangegeven door Ⅲ.
Indien er warmtevraag is, wordt dit aangegeven door een knipperende
en, zal de verwarming in werking gesteld worden. De
circulatiepomp zal inschakelen en de ketel zal na 1 à 2 minuten
inschakelen
Indien er geen warmtevraag meer is zal het symbool 1111 constant zichtbaar blijven of knipperen, maar het symbol verdwijnt. De pomp blijft lopen volgens de nadraaitijd (zie technische specificaties op pagina XX).
c Pompfunctie
Standaard staat de ketel ingesteld, dat de pomp bij warmtevraag voor cv of ww inschakelt. Het in- en uitschakelen wordt geheel door de regeling aangestuurd.
Vorstgevaar

text_image
17 barIndien er vorstgevaar voor de cv-installatie bestaat en er geen buitenvoeler is aangesloten, is het raadzaam de pomp continu te laten draaien.
Houd de beide - toetsen 6 seconden ingedrukt om de pomp in te schakelen voor continu bedrijf.
Indien de pomp continu is gekozen wordt dit weergegeven met ✿.
Vorstbescherming van de installatie
Indien er een buitenvoeler is aangesloten, dan zorgt de regeling voor de aansturing van de pomp:
- Bij buitentemperaturen tussen +1,5 en -5°C draait de pomp om de 6 uur voor 10 min.
- Bij buitentemperaturen beneden -5°C zal de pomp continu draaien.
Tijdens deze functie zal het symbol knipperen.
Vorstbescherming van de ketel
Indien er geen buitenvoeler is aangesloten en de aanvoersensor (T1) registreert een watertemperatuur van 5°C of lager, zal de ketelbrander inschakelen. De ketel blijft ingeschakeld tot een aanvoerwatertemperatuur bereikt wordt van 10°C (gemeten aan de aanvoersensor) en de ketel zal weer uitschakelen.
Tijdens deze functie zal het symbol knipperen.
12.1 Instellingen
Wanneer de ketel geïnstalleerd is, is het in principe gereed om in gebruik genomen te worden. Af fabriek zijn de meeste instellingen van de besturing reeds geprogrammeerd. Alleen parameter P0 (installatietype) moet, indien nodig, gekozen worden om de ketel op de ingesloten installatie in te stellen.
Om een instelling te wijzigen moet u als volgt handelen:
- Druk 3 seconden op de OK-toets.
Het display toont 'P0'; - Druk nogmaals 3 seconden op de OK-toets.
Het display toont 'on' kort daarna gevolgd door 'P0'; - Druk nogmaals op de OK-toets om toegang te krijgen tot P0;
-
Kies een van onderstaande opties door middel van de linker + en - toets (Kraansymbool);
-
CV Tmax: 85°C; Gradiënt: 5; Stooklijn 24
-
CV Tmax: 70°C; Gradiënt: 5; Stooklijn 19
- CV Tmax: 60°C; Gradiënt: 4; Stooklijn 15
-
CV Tmax: 50°C; Gradiënt: 3; Stooklijn 11
-
Druk op de OK-toets om uw keuze te bevestigen;
Indien u meer parameters wenst te wijzigen vervolg dan bij stap 6: Indien u klaar bent druk dan op de ESC-toets totdat het standaard display wordt getoond.

text_image
P0
text_image
scroll + - eco reset + OK ESC- Druk op de Scroll-toets om een andere parameter te kiezen;
- Druk op de OK-toets als u de gekozen parameter wilt wijzigen;
- Verstel de waarde, indien gewenst/mogelijk, met de + of - toets (Kraansymbool)
- Druk kort op de OK-toets om de nieuwe instelling te bevestigen.
Het display toont weer de gekozen parameter - Druk op de ESC-toets totdat het standaard display wordt getoond:
Als gedurende 8 minuten geen enkele toets is gebruikt, verschijnt automatisch de standaard uitlezing op het display.
12.2 Parameters
Par. Fabrieks-instelling Omschrijving Instelbereik
| P0 1 | 1. CV Tmax | 85°C; Gradiënt: 5; Stooklijn 242. CV Tmax: 70°C; Gradiënt: 5; Stooklijn 193. CV Tmax: 60°C; Gradiënt: 4; Stooklijn 154. CV Tmax: 50°C; Gradiënt: 3; Stooklijn 11 | 1-4 |
| P1 Qr | = xx% Vermogen cv in %0% = Qmin, max.% = Qn.(zie hoofdstuk 3 Technische specificaties) | 0 - max.% | |
| P2 max Pomp, max. percentage XX - 100% | |||
| P3 min Pomp, min. percentage min. - XX / XX* | |||
| P4 0% Correctiefactor ventilator. Niet wijzigen! | |||
| P5 5 Gradiëntsnelheid CV 0 - 15 (0=uit) | |||
| P6 24 Stooklijn cv-watertemperatuur (zie ook grafiek stooklijn) 1 - 30 | |||
| P7 25 Zomer-Eco-temperatuur (alleen met aangesloten buitenvoeler)Verwarmingsprogramma schakelt uit bij bereiken van ingestelde buitentemperatuur. | 8 - 30 | ||
| P8 1 Keteltype. Niet wijzigen!1 = Aardgas, 2 = Aardgas en terugslagklep RGA, 3 = Propaan | 1-3 | ||
| P9 0 Service-parameter. Niet wijzigen! | |||
* Afhankelijk van aangesloten regeling/thermostaat.

contour
| buitentemperatuur in °C | aanvoertemperatuur in °C | Value | | ------------------------ | ------------------------- | ----- | | -20 | 20 | 1 | | -15 | 25 | 2 | | -10 | 30 | 4 | | -5 | 35 | 6 | | 0 | 40 | 8 | | 5 | 45 | 10 | | 10 | 50 | 12 | | 15 | 55 | 14 | | 20 | 60 | 16 | | -20 | 30 | 2 | | -15 | 35 | 4 | | -10 | 40 | 6 | | -5 | 45 | 8 | | 0 | 50 | 10 | | 5 | 55 | 12 | | 10 | 60 | 14 | | 15 | 65 | 16 | | 20 | 70 | 18 | | -20 | 40 | 4 | | -15 | 45 | 6 | | -10 | 50 | 8 | | -5 | 55 | 10 | | 0 | 60 | 12 | | 5 | 65 | 14 | | 10 | 70 | 16 | | 15 | 75 | 18 | | 20 | 80 | 20 | | -20 | 50 | 8 | | -15 | 55 | 10 | | -10 | 60 | 12 | | -5 | 65 | 14 | | 0 | 70 | 16 | | 5 | 75 | 18 | | 10 | 80 | 20 | | 15 | 85 | 22 | | 20 | 90 | 24 | | -20 | 60 | 16 | | -15 | 65 | 18 | | -10 | 70 | 20 | | -5 | 75 | 22 | | 0 | 80 | 24 | | 5 | 85 | 26 | | 10 | 90 | 28 | | 15 | 95 | 30 | | 20 | 100 | 32 | | -20 | 70 | 18 | | -15 | 75 | 20 | | -10 | 80 | 22 | | -5 | 85 | 24 | | 0 | 90 | 26 | | 5 | 95 | 28 | | 10 | 100 | 30 | | 15 | 95 | 32 | | 20 | 90 | 34 | | -20 | 80 | 22 | | -15 | 85 | 24 | | -10 | 90 | 26 | | -5 | 95 | 28 | | 0 | 100 | 30 | | 5 | 95 | 32 | | 10 | 90 | 34 | | 15 | 85 | 36 | | 20 | 80 | 38 | | -20 | 90 | 24 | | -15 | 95 | 26 | | -10 | 100 | 28 | | -5 | 95 | 30 | | -2 | 90 | 32 | | -1 | 85 | 34 | | -1 | 80 | 36 | | -1 | 75 | 38 | | -1 | 70 | 40 | | -1 | 65 | 42 | | -1 | 60 | 44 | | -1 | 55 | 46 | | -1 | 50 | 48 | | -1 | 45 | 50 | | -1 | 40 | 52 | | -1 | 35 | 54 | | -1 | 30 | 56 | | -1 | 25 | 58 | | -1 | 20 | 60 | | -1 | -2 | - | | -1 | -3 | - | | -1 | -4 | - | | -1 | -5 | - | | -1 | -6 | - | | -1 | -7 | - | | -1 | -8 | - | | -1 | -9 | - | | -1 | -10 | - | | -1 | -11 | - | | -1 | -12 | - | | -1 | -13 | - | | -1 | -14 | - | | -1 | -15 | - | | -1 | -16 | - | | -1 | -17 | - | | -1 | -18 | - | | -1 | -19 | - | | -1 | -20 | - | |13 Buiten bedrijf stellen
In sommige situaties kan het voorkomen dat de gehele ketel buiten bedrijf moet worden gesteld. Door de 2 functietoetsen, het warmwaterprogramma en cv-programma, wordt de ketel buiten bedrijf gesteld.

Warmwaterprogramma uitschakelen: Druk op de – toets totdat de laagste waarde bereikt is en druk dan nogmaals de – toets. Het display toont - - .
Verwarmingsprogramma uitschakelen: Druk op de – toets totdat de laagste waarde bereikt is en druk dan nogmaals de – toets. Het display toont - - .
ATAG adviseert om de stekker in de wandcontactdoos te laten zitten, zodat automatisch één keer in de 24 uur de circulatiepomp en de driewegklep worden geactiveerd om vastzitten te voorkomen.

Als er sprake is van vorstgevaar is het in dit geval raadzaam de ketel en/of de installatie af te tappen.
14 Onderhoud

Werkzaamheden aan de ketel mogen alleen door gekwalificeerd personeel met gekalibreerde apparatuur plaatsvinden.
Om onderhoud aan de ketel te kunnen verrichten moet de mantel verwijderd worden.
Draai de 2 borgschroeven uit de sluitingen, ontgrendel de sluitingen en neem de mantel naar voren weg. Zie figuur 14.a

Let op dat bij het afnemen van de mantel een aardkabel van de mantel verwijderd moet worden. Er is 400mm vrije ruimte om de aardkabel los te nemen. Vergeet niet de aardkabel bij het terugplaatsen van de mantel terug te steken en let op dat de kabel niet bekneld raakt tussen het voor- en achterpaneel van de ketel.

Het wijzigen van instellingen zoals branderdruk en afstelling van de luchthoeveelheid zijn overbodig. Alleen bij storing aan of vervanging van gasblok, venturi en/of ventilator moet het O _2 percentage gecontroleerd en zo nodig afgesteld worden.

Controleer na (onderhouds-)werkzaamheden aan de ketel altijd alle gasvoerende delen op dichtheid (d.m.v. lekzoekspray).
Aftappen van de ketel/installatie
- Schakel het programma CV en WW uit en neem de 230V stekker uit de wandcontactdoos;
- Draai de kap los van de vul- en aftapkraan in de installatie;
- Sluit een slang met slangpilaar aan op de vul- en aftapkraan en hang het ander uiteinde in de afvoer;
- Draai de vul- en aftapkraan langzaam geheel open. Het water loopt nu uit de ketel/cv-installatie.
Montage/sluiten geschiedt in omgekeerde volgorde. Zie hoofdstuk 11 voor de vulprocedure.
14.1 O _2 -Controle (rookgasanalyse)
De O _2 controle bestaat uit 2 stappen of, indien noodzakelijk, 3 stappen:
Stap 1: Controle op vollast Zie pagina 55
Stap 2: Controle op laaglast Zie pagina 56
Stap 3: Afstelling (indien noodzakelijk). Zie pagina 57

text_image
85 °C 6 sec. 100 % eco reset eco reset
text_image
aa Meetpunt voor rookgasanalyse.
Stap 1: O _2 controle op vollast
De O 2 instelling is af fabriek ingesteld op aardgas. Voor de controle van de O 2 moet een gekalibreerd O _2 meetinstrument gebruikt worden.
Zorg ervoor dat de ketel in bedrijf is en de warmte die hij produceert kwijt kan.
Instellen op vollast
Stel de vollast van de ketel als volgt in:
- Druk de beide + toetsen 6 seconden gelijktijdig in;
- Druk nogmaals beide + toetsen 6 seconden gelijktijdig in als het vlamsymbool verschijnt;
- Het display toont de aanvoerwatertemperatuur (verschijnt in het display);
De ketel schakelt direct naar het maximale vermogen - Druk 1x op de eco-toets; het display toont XX% (ketelvermogen)
- Kalibreer het O _2 meetgereedschap, en steek de lans in het meetpunt "a" (zie figuur).
- Wacht 1 minuut en voer de rookgasanalyse uit.
- Controleer aan de hand van onderstaande tabel of de O 2 waarde overeenkomt.
Vervolgens moet de O2 waarde op laaglast gecontroleerd worden (zie Stap 2 op pagina 56). Indien er afwijkingen in de meetresultaten zijn moet de afstelling op het gasblok gecorrigeerd worden (zie Stap 3 op pagina 57).
| O_2 controle op vollast (Stap 1) | ||
| Vollast Aardgas Propaan | ||
| O_2 | Nominaal 4,7% Nominaal 5,1% | |
| Minimaal 3,6%, maximaal 5,5% Minimaal 4,1%, maximaal 5,8% | ||
Waarden geldig bij gesloten mantel/luchtkast.
O _2 Controle op laaglast (Stap 2/3)

text_image
85 °C 0 % eco reset ESC eco reset
text_image
aa Meetpunt voor rookgasanalyse.
Stap 2: O _2 controle op laaglast
Instellen op laaglast
Stel de laaglast van de ketel als volgt in:
- Druk op de - toets tot de laagste waarde (0%) is bereikt (laaglast)
- Laat het meetgereedschap voor rookgasanalyse de O _2 meting uitvoeren. De gemeten waarden moeten tussen de waarden in onderstaande tabel liggen.
De O 2 waarde op laaglast moet hoger liggen dan de O 2 waarde op vollast. De meetprocedure moet uitgevoerd worden totdat een constant meetresultaat is bereikt. Neem contact op met ATAG indien de gemeten waarden buiten de toegestane toleranties liggen.
Meting beëindigen:
- Druk op de ESC toets ( Ⅲ toets).
Het toestel schakelt uit.
Het display toont 2 seconden code 180 of 181.
De procedure is hiermee beëindigd.
De maximale duur van deze rookgasanalysefunctie is, zonder onderbreking, 8 minuten.
| O_2 controle op laaglast (Stap 2) | ||
| Laaglast | Aardgas | Propaan |
| O_2 | Minimaal 0,5% hoger dan de gemeten waarde op vollast | Minimaal 0,2% hoger dan de gemeten waarde op vollast |
| Maximaal 7,5% | Maximaal 7,3% | |
Waarden geldig bij gesloten mantel/luchtkast.
Instelling op het gasblok (Stap 3/3)

text_image
85 °C 100 % 6 sec. eco reset eco reset
text_image
aa Meetpunt voor rookgasanalyse.
Stap 3: Instelling op het gasblok

Instellen op het gasblok mag uitsluiten uitgevoerd worden indien de gemeten waarden buiten de waarden vermeld in de tabellen op voorgaande pagina's liggen.
- Open de ketel zoals beschreven op pagina 58;
- Stel de ketel in op vollast (zie stap 1)
- Stel de O _2 waarde in met een inbussleutel (2 mm), of een grote platte schroevendraaier, met schroef "b".
Let op de juiste draairichting:
- Met de klok mee betekent minder O
- Tegen de klok in betekent meer O _2

Na het uitvoeren van deze instelling moet de O _2 waarde op vollast en laaglast worden gemeten. Zie Stap 1 en 2.
| Instelling op het gasblok indien de gemeten waarden buiten de vermelde toleranties valt (Stap 3) | ||
| Vollast Aardgas | Propaan | |
| O_2 | 4,7% 5,1% | |
Waarden geldig bij gesloten mantel/luchtkast.
15 Onderhoudswerkzaamheden
Benodigd gereedschap:
- Kruiskopschroevendraaier
- ATAG Sleutelset met 3 bits (inbus 4mm, inbus 5mm en kruiskop PZ2)
- Steeksleutel 8mm

Gebruik bij vervanging uitsluitend ATAG Serviceonderdelen.
Om onderhoud te kunnen verrichten moeten de volgende handelingen uitgevoerd worden:
- Schakel de ketel uit;
- Verwijder de schroeven uit de 2 sluitingen A en B (zie fig. 15.a);
- Ontgrendel de sluitingen A en B, trek de mantel iets naar voren en verwijder de aardkabel van de mantel. Neem de mantel naar voren weg.

Let op dat bij het afnemen van de mantel een aardkabel van de mantel verwijderd moet worden. Er is 400mm vrije ruimte om de aardkabel los te nemen. Vergeet niet de aardkabel bij het terugplaatsen van de mantel terug te steken en let op dat de kabel niet bekneld raakt tussen het voor- en achterpaneel van de ketel.

De mantel heeft tevens de functie als luchtkast:
- Reinig de luchtkast/mantel met een doek en een niet-schurend schoonmaakmiddel.;
Sifon (zie fig. 15.b)
De mate van vervuiling in de sifon is een belangrijke indicatie voor de noodzaak van onderhoud
- Draai de besturingskast naar beneden door lip (C) een beetje naar links te drukken (zie figuur 15.a);
- Draai/trek de afdichtring (1) naar beneden;
- Draai de sifonvergrendeling (2) tegen de klok in/naar rechts;
- Trek de sifonbeker (3) en de sifonpijp (4) uit de warmtewisselaar;
- Neem de sifonbeker met sifonpijp voorzichtig uit de ketel door deze naar beneden te bewegen en onder uit de ketel te nemen;
- Reinig de sifondelen met water;
- Controleer de O-ring van de sifonbeker en vervang deze indien noodzakelijk;
- Vet de O-ringen opnieuw in met zuurvrij O-ringvet om het monteren te vergemakkelijken.
Montage geschiedt in omgekeerde volgorde.
- Vul de sifon met 150 ml water.
- Indien het sifon lekt, vervang dan de gehele sifon.

- Verwijder de klittenband van de demper en verwijder de demper (1);
- Draai de koppeling (2) van het gasblok en de koppeling van de venturi (3) los en verwijder de gasleiding (4);

- Vervang de afdichtringen van de gasleiding door nieuwe ringen;
- Trek de stekkerverbindingen van de ventilator los (5);
- Draai nu met de inbussleutel de linker (6) en rechter (7) knevelstang een kwartslag en trek deze naar voren eruit. Let hierbij op de draairichting (rode controlenokjes);
-
Neem nu de complete ventilatorunit (5) van de warmtewisselaar naar voren weg;
-
Draai de unit om en verwijder de brandercassette (8) van de ventilatorunit;
- Controleer de brandercassette op slijtage, vervuiling en eventuele breuk. Reinig de brandercassette met een zachte borstel en een stofzuiger. Vervang bij breuk altijd de hele brandercassette (8);

De volgende handelingen moeten voorzichtig uitgevoerd worden in verband met de kwetsbaarheid van de terugslagklep\*.
- Na het verwijderen van de brandercassette (8) wordt de terugslagklep* (12) zichtbaar. Controleer de nu zichtbare terugslagklep of deze niet vervormd is en aan de gehele omtrek volledig afsluit (zie fig. 15.e). De klep moet vrij kunnen bewegen. Vervang de klep indien de klep niet goed afsluit. Volg daarbij de instructies die bij het nieuwe onderdeel zijn meegeleverd.

text_image
* Terugslagklep (alleen bij EC-versie) 12Figuur 15.e
Figuur 15.d

text_image
! Figuur 15.f- Vervang de pakking (9) tussen brander (8) en bovenbak (10);
- Vervang de pakking (11) tussen bovenbak (10) en wisselaar (Let op de positie figuur 16.f):
- Controleer de venturi (13) op vervuiling en reinig deze, indien noodzakelijk, met een zachte doek in combinatie met een stofzuiger.
Als de luchtkast sterk vervuild is met stof, is het aannemelijk dat de ventilatorwaaier ook vervuild is. Om deze te reinigen moet de ventilator gedemonteerd worden van de venturi.
Reinig de waaier met een zachte borstel en stofzuiger. Vervang daarbij de pakking en let op tijdens het monteren van de ventilatoronderdelen dat de nieuwe pakking juist gemonteerd wordt.
Montage geschiedt in omgekeerde volgorde.

- Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Reinig deze, indien nodig, met een zachte borstel en een stofzuiger. Voorkom dat eventuele vervuiling naar beneden valt.

Het van boven af doorspoelen van de warmtewisselaar met water is niet toegestaan. 1. OPEN
Montage geschiedt in omgekeerde volgorde.

Let tijdens montage op het juist positioneren van de knevelstangen. Deze dienen verticaal te staan.

text_image
1. OPEN 2. IMBUS 3. GESLOTENOntstekingselektrode
Het vervangen van de ontstekingselektrode is noodzakelijk als de pennen versleten zijn. Als het kijkglas beschadigd is moet de gehele ontstekingselektrode vervangen worden.
Vervanging gaat als volgt:
- Neem de stekkerverbindingen op de ontstekingelektrode weg;
- Druk de clip aan de bovenzijde van de elektrode naar boven en neem de elektrode weg;
- Verwijder en vervang de pakking;

text_image
Figuur 15.gMontage geschiedt in omgekeerde volgorde.

Vervang tijdens een onderhoudsbeurt altijd de pakkingen van losgenomen onderdelen.
Neem de ketel weer in bedrijf en voer een rookgasanalyse uit (zie pagina 54).

Plaats na (onderhouds-)werkzaamheden altijd de mantel terug en borg de mantel met de schroeven A and B. Vergeet niet de aardkabel bij het terugplaatsen van de mantel terug te steken en let op dat de kabel niet bekneld raakt tussen het voor- en achterpaneel van de ketel.

Indien nodig kan de doorstroombegrenzer van de warmwatervoorziening als volgt verwijderd worden:
- Sluit de (hoofd)kraan van de koudwatertoevoer;
- Open een warmwaterkraan om de waterleiding drukloos te maken;
- Verwijder de mantel en draai de besturingskast naar beneden;
- Verwijder de borgclip (1) naar links;
- Trek de afdichtstop (2) er uit;
- Verwijder de doorstroombegrenzer (3) met behulp van een punttang;
- Monteer de afdichtstop (2) weer terug en borg deze met de borgclip (1)
- Op de (hoofd)kraan van de koudwatertoevoer en ontlucht de waterleiding op alle tappunten
- Plaats de mantel van de ketel weer terug.

15.2 Onderhoudsinstructie
ATAG adviseert, om jaarlijks een inspectie-/onderhoudsbeurt aan de ketel uit te voeren, echter minimaal elke 2 jaar een inspectiebeurt en elke 4 jaar een onderhoudsbeurt, afhankelijk van de in de garantievoorwaarden vermelde bedrijfsuren.
15.3 Garantie
Voor de garantievoorwaarden verwijzen we naar de Garantiekaart die bij de ketel is bijgeleverd.
16 Storingsmelding
Op het display wordt een geconstateerde fout aangegeven in blokkerings- of errormeldingen.
- Blokkering code met sleutel-symbool

Fout is van tijdelijke aard en heft zichzelf op of zal na enkele pogingen de ketel vergrendelen (error)
- Error code met bel-symbol

Fout betekent een vergrendeling van de ketel en kan alleen verholpen worden door een reset en/of door interventie van een servicemonteur.
10 Buitenvoeler fout (bv. open, kortgesloten, buiten range)
20 Aanvoersensor fout (bv. open, kortgesloten, buiten range)
40 Retoursensor fout (bv. open, kortgesloten, buiten range)
50 Warmwatersensor fout (bv. open, kortgesloten, buiten range)
61 Geen communicatie via Z-bus (reset alleen mogelijk door spanningsonderbreking)
78 Waterdruksensor buiten range of niet aangesloten of, indien waterdruk OK: pomp defect
105 Ontluchtingsprogramma actief (ca. 7 minuten)
110 Veiligheidstemperatuur overschreden
111 Maximaal temperatuur overschreden
117 Druk te hoog (>3 bar) of pompdrukverhoging te hoog
118 Druk te laag (<0,7 bar) of pompdrukverhoging te laag (geen pompdetectie)
119 Doorverbinding op positie 4 en 5 van X2 mist/onderbroken
129 Ventilator fout (ventilator start niet op)
133 Geen vlam na 5 ontsteekpogingen
151 Ventilator fout (toerentalregeling wordt niet gehaald of ligt buiten range) of defecte stuurautomaat
154 Aanvoer stijgt te snel, Δ-T te groot, retour > aanvoer
180 Geen storing: kortstondig te zien bij verlaten van schoorsteenvegerfunctie
181 Geen storing: kortstondig te zien bij verlaten van 'gaspedaalfunctie'
197 Doorverbinding op positie 'extern beveiligingscontact' mist/onderbroken
Voorbeeld weergave storingsmelding

text_image
-1 18
text_image
1. Positie zekeringen 2. Zekeringtrekker 3. Reserve zekeringenBijlage A Toevoegmiddelen systeemwater
Indien voldaan is aan de gestelde eisen aan het vulwater gesteld in hoofdstuk Waterkwaliteit, zijn er middelen die toegestaan zijn voor onderstaande toepassing en bijbehorende dosering. Indien deze middelen en concentratie niet volgens deze bijlage gehanteerd worden vervalt de garantie op de door ATAG geleverde producten in de installatie.
| Type toevoegmiddel Leveranc | er en specificaties Max. concentratie Toepassing | |
| Corrosie inhibitoren Sentinel X | 100 Corrosiewerend beschermingsmiddel van cv-systemenKiwa gecertificeerd | 1-2 l/100 liter cv-water inhoud |
| Fernox F1 Protector Corrosiewerend beschermings - middel voor cv-installaties, KIWA-ATA K62581, Belgaqua Cat III | 500 ml bus of 265 ml Express / 100 L cv-water inhoud | |
| Antivries Kalsbeek | Monopropyleenglycol / propaan-1,2-diol + inhibitoren AKWA-Colpro KIWA-ATA Nr. 2104/1 | 50% w/w Antivries |
| Tyfocor L Monopropyleenglycol / propaan-1,2-diol + inhibitoren | 50% w/w Antivries | |
| Sentinel X500 Monopropyleenglycol + inhibitoren Kiwa gecertificeerd | 20-50% w/w Antivries | |
| Fernox Alphi 11, monopropyleenglycol met inhibitoren en pH buffer, KIWA-ATA K62581, Belgaqua Cat III | 25-50% w/w Antivries gecombineerd met F1 Protector | |
| Systeem reinigers Sentinel X3 | Oplossing van fosfaat, organische heterocyclische verbindingen, polymeren en organische basen Kiwa gecertificeerd | 1 liter / 100 liter Voor nieuwe cv-installaties. Verwijdert olien/vetten en vloeimiddelresten. |
| Sentinel X400 Oplossing van synthetische organische polymeren | 1-2 liter / 100 liter Voor het reinigen van bestaande cv-installaties. Verwijdert bezinksel. | |
| Sentinel X800 Jetflo Waterige emulsie van dispergeermiddelen, bevochtigingsmiddelen en inhibitoren | 1-2 liter / 100 liter Voor het reinigen van nieuwe en bestaande cv-installaties. Verwijdert ijzer en calcium gerelateerde bezinksel. | |
| Fernox F3 Cleaner Vloeibare pH neutrale allesreiniger voor cv-installaties | 500 ml / 100 L Voor het reinigen van cv-installaties | |
| Fernox F5 Cleaner Express pH neutrale allesreiniger voor cv-installaties | 295 ml / 100 L Voor het reinigen van cv-installaties |
Bijlage B Weerstandstabel
| Buitenvoeler T4 | Aanvoersensor T1Retoursensor T2Warmwatersensor T3Rookgassensor T5 | |
| NTC1k (25°C) NTC10k (25°C) | ||
| Temperatuur Weerstand Temperatuu r Weerstand[°C] [Ohm] [°C] [Ohm] | ||
| -10 4.574 | -10 55.047 | |
| -9 4.358 | 0 32.555 | |
| -8 4.152 | 10 19.873 | |
| -7 3.958 | 12 18.069 | |
| -6 3.774 | 14 16.447 | |
| -5 3.600 | 16 14.988 | |
| -4 3.435 | 18 13.674 | |
| -3 3.279 | 20 12.488 | |
| -2 3.131 | 22 11.417 | |
| -1 2.990 | 24 10.449 | |
| 0 2.857 | 26 9.573 | |
| 1 2.730 | 28 8.779 | |
| 2 2.610 | 30 8.059 | |
| 3 2.496 | 32 7.406 | |
| 4 2.387 | 34 6.811 | |
| 5 2.284 | 36 6.271 | |
| 6 2.186 | 38 5.779 | |
| 7 2.093 | 40 5.330 | |
| 8 2.004 | 42 4.921 | |
| 9 1.920 | 44 4.547 | |
| 10 1.840 | 46 4.205 | |
| 11 1.763 | 48 3.892 | |
| 12 1.690 | 50 3.605 | |
| 13 1.621 | 52 3.343 | |
| 14 1.555 | 54 3.102 | |
| 15 1.492 | 56 2.880 | |
| 16 1.433 | 58 2.677 | |
| 17 1.375 | 60 2.490 | |
| 18 1.320 | 62 2.318 | |
| 19 1.268 | 64 2.159 | |
| 20 1.218 | 66 2.013 | |
| 21 1.170 | 68 1.878 | |
| 22 1.125 | 70 1.753 | |
| 23 1.081 | 72 1.638 | |
| 24 1.040 | 74 1.531 | |
| 25 1.000 | 76 1.433 | |
| 26 962 | 78 1.341 | |
| 27 926 | 80 1.256 | |
| 28 892 | 82 1.178 | |
| 29 858 | 84 1.105 | |
| 30 827 | 86 1.037 | |
| 35 | 687 | 88 974 |
| 40 | 575 | 90 915 |