CBSolar II - Ketel Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CBSolar II Atag in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CBSolar II Atag
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CBSolar II - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CBSolar II van het merk Atag.
GEBRUIKSAANWIJZING CBSolar II Atag
8A.51.73.00/10.12 Wijzigingen voorbehouden.
Inhoud
Inhoud 2
1 Inleiding....3
2 Regelgeving....4
3 Plaatsing collectoren....5
4 Plaatsing zonneboiler....6
5 EcoNorm ^II en CBSolar ^II ....8
6 CBHotTop....15
7 SolarStation....21
8 Vullen en ontluchten van de zonneboiler 23
9 Inbedrijfname....24
10 Buiten bedrijf stellen....24
11 Onderhoud en garantie....24
12 Storingen....25
13 Technische specificaties....25
14 Checklist....26
Versie
16-10-2012 16:51
1 Inleiding
Dit installatievoorschrift beschrijft de werking, installatie, bediening en het primaire onderhoud van de ATAG zonneboilers.
Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkende installateurs die de ATAG zonneboilers installeren en in gebruik stellen. Lees ruim voor aanvang van installatie van de zonneboiler dit installatievoorschrift goed door.
ATAG Verwarming is niet aansprakelijk voor gevolgen die voortvloeien uit ingeslopen fouten of onvolkomenheden in het installatievoorschrift en de gebruikshandleiding. Tevens behoudt ATAG Verwarming zich het recht voor om haar producten te wijzigen zonder voorafgaande mededeling.

Geef de klant bij oplevering van de installatie duidelijke instructies over het gebruik van de installatie en overhandig daarbij de gebruikshandleiding en garantiekaart aan de klant.
Elke zonneboiler is voorzien van een typeplaat. Verifieer aan de hand van de gegevens op deze typeplaat of de boiler voldoet aan de situatie waarin deze geplaatst moet worden.
Eventuele relevante installatievoorschriften en/of gebruikshandleidingen:
- ATAG CV-ketel A-, E- of Q-Serie
- ATAG SolarCollector Indak-, Opdak- en Platdaksysteem
De ATAG zonneboiler is eventueel ook toe te passen op andere merken CV-toestellen (in geval van de EcoNorm ^II en CBSolar ^II moet de combi-ketel voorzien zijn van het GASKEUR NZ-label of de mogelijkheid hebben tot ombouw hiernaar). Voor het aansluiten dient men de installatievoorschriften van de desbetreffende leverancier te hanteren.
De ATAG zonneboilers zijn te verdelen in de volgende groepen:
ATAG EcoNorm ^II Type: standaard zonneboiler Naverwarming: Combi-ketel
ATAG CBSolar ^II Type: standaard zonneboiler Naverwarming: Combi-ketel
ATAG CBHotTop Type: CV-zonneboiler Naverwarming: Soloketel
2 Regelgeving
Voor installatie van de ATAG Zonlichtboiler gelden de volgende regels:
Voor Nederland:
- Het Bouwbesluit;
- AVWI - NEN 1006;
- Plaatselijk geldende voorschriften.
Voor België:
- Belgische norm NBN D30.003, NBN D51-003 en NBN B61-002;
- Voorschriften van het Algemene Reglement voor de Elektrische Installaties (A.R.E.I.);
- Plaatselijk geldende voorschriften.
Voor Duitsland:
- Wettelijke eisen voor preventie van ongevallen;
- Wettelijke bepalingen voor milieubescherming;
- Regels van de brancheorganisatie;
- Relevante veiligheidseisen van DIN, EN, DVGW, TRGI, TRF en VDE.
De zonneboiler moet aangesloten worden volgens dit installatievoorschrift en alle installatietechnische normen en voorschriften die betrekking hebben op de aan te sluiten installatie.
Houd rekening met de volgende veiligheidsvoorschriften:
- Alle werkzaamheden aan het toestel moeten in een droge omgeving plaatsvinden.
- Laat nooit elektrische en elektronische componenten in contact komen met water.
Voer de volgende handelingen uit bij (onderhouds-) werkzaamheden aan een reeds aangesloten boiler:
- Zorg dat de collectortemperatuur beneden de 40°C is;
- Trek de stekker van het SolarStation uit de wandcontactdoos;
- Sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie bij de boiler.
De volgende (veiligheids-) symbolen kunnen in dit installatievoorschrift en/of op de verpakking voorkomen:

SLEUTEL-symbol. Dit symbool geeft aan dat hier een (de-)montage uitgevoerd moet worden.

LET OP-symbol. Dit symbool geeft aan dat extra aandacht gevraagd wordt bij een bepaalde handeling of product.

Tip, beschrijving van een handigheid.
3 Plaatsing collectoren

Voor het plaatsen van de collectoren, zie installatievoorschrift SolarCollector ^II .
Er mogen maximaal vier collectoren in serie worden geschakeld. Onderstaande afbeelding bevat mogelijke varianten van het schakelen van collectoren.

- = Sensorkabel
2x2,5m² verticaal en horizontaal

3x2,5m² verticaal en horizontaal

4x2,5m ^2 verticaal en horizontaal

Bepaal van tevoren hoe de collectoren geplaatst gaan worden en zorg dat de juiste materialen aanwezig zijn.
De temperatuursensor moet in de laatste (warmste) collector, aan de uitstroomzijde gemonteerd worden. Voor uitgebreidere instructies zie installatievoorschrift SolarCollector ^1 .
Drukverliestabel voor 2x10m leidinglengte tussen collectorset en boilervat
| Collectoren | Debiet [l/h] | Diameter koper | Diameter flex | Drukverlies koper | Drukverlies flex |
| 1 70 15 mm DN12 | 0,4 mwk 0,5 mwk | ||||
| 2 140 15 mm DN12 | 1,3 mwk 1,9 mwk | ||||
| 3 210 15 mm DN12 | 3,0 mwk 4,6 mwk | ||||
| 4 280 22 mm DN16 | 5,1 mwk 5,6 mwk |
Drukverliestabel voor 2x20m leidinglengte tussen collectorset en boilervat
| Collectoren | Debiet [l/h] | Diameter koper | Diameter flex | Drukverlies koper | Drukverlies flex |
| 1 70 15 mm DN12 | 0,6 mwk 0,7 mwk | ||||
| 2 140 15 mm DN12 | 1,7 mwk 2,8 mwk | ||||
| 3 210 15 mm DN16 | 3,5 mwk 3,1 mwk | ||||
| 4 280 22 mm DN16 | 5,3 mwk 6,1 mwk |
Gemeten en berekend met een water/propyleen glycol mengsel (2:1) van 40°C

De aansluitingen aan de collector zijn 3/8" buitendraad koppelingen met O-ring afdichting. Deze koppeling is draaibaar en schuifbaar door de O-ring verbindingen. Vanaf deze koppeling kan verder gegaan worden met RVS flexibel leidingwerk (met collectorkoppelingen) of met een messing knie/T-stuk met 3/8 binnendraad. Deze koppelingen zorgen samen met de O-ringen voor een waterdichte afdichting.
4 Plaatsing zonneboiler
Het verdient de voorkeur om de zonlichtboiler zo te plaatsen zodat het leidingwerk tussen het boilervat en collector, maar ook tussen het boilervat en naverwarmer, zo kort mogelijk is. Dit is om warmteverliezen te minimaliseren. De opstelruimte van het boilervat en SolarStation (regelunit) dient vorstvrij te zijn.
Plaats het boilervat op een stevige en vlakke ondergrond. Houd rekening met het totale gewicht bij een gevuld boilervat. Houd rekening met voldoende ruimte rondom het boilervat.
4.1 Installatie SolarStation

Afhankelijk van het gekozen systeem kan het SolarStation direct op het vat en/of aan de muur gemonteerd worden.
Montage aan het boilervat (EcoNorm ^II 120/2,5 en 200/5,0)
- Plaats de achterzijde van de isolatie over de bovenste aansluiting van het boilervat.
- Vervang de onderste 15mm knie van het SolarStation voor een 22mm.
- Monteer het SolarStation aan de bovenste aansluiting op het boilervat.
- Monteer het expansievat aan de muur en sluit deze aan op het bovenste T-stuk.
- Monteer de sensorkabel vanuit de boiler in de regelunit op positie S2.
- Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
- Klik het voorste isolatiedeel van het SolarStation op het achterste deel.


De regelunit kan de andere kant opwijzen. Draai hiervoor de onderste knie 180 graden.
Montage aan het boilervat (CBSolar ^II 120/2,5 en 200/5,0)
- Verwijder de onderste knie 3/4"x15mm van het SolarStation en demonteer de onderste vulkraan.
- Plaats de achterzijde van de isolatie over de aansluiting van het boilervat.
- Monteer de vulkraan aan het boilervat.
- Monteer het SolarStation aan de vulkraan.
- Monteer het expansievat met de bijgeleverde onderdelen plus teflontape.
- Monteer de sensorkabel vanuit de boiler in de regelunit op positie S2.
- Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
- Klik het voorste isolatiedeel van het SolarStation op het achterste deel.

- Monteer de muurbeugel met bijgeleverde schroeven aan de wand.
- Schuif het achterdeel van de isolatie plus het SolarStation over de beugel.
- Sluit de onderzijde van het SolarStation aan op het koude zonnecircuit van het voorraadvat.
- Sluit de bovenzijde van het SolarStation aan op de aanvoer van het collectorcircuit.
- Monteer het expansievat met de bijgeleverde onderdelen plus teflontape.
- Monteer de sensorkabel vanuit het boilervat in de regelunit op positie S2.
- Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
- Klik het voorste isolatiedeel van het SolarStation op het achterste deel.

Montage aan de muur met expansievat apart (EcoNorm ^II , CBSolar ^II , CBHotTop)
- Monteer de muurbeugel met de bijgeleverde schroeven aan de wand.
- Schuif het achterdeel van de isolatie plus het SolarStation over de beugel.
- Sluit de onderzijde van het SolarStation aan op het koude zonnecircuit van het boilervat.
- Hang het expansievat aan de muur met bijgeleverde beugel.
- Sluit de bovenzijde van het SolarStation aan op de aanvoer van het collectorcircuit, via het T-stuk van het expansievat.
- Monteer de sensorkabel vanuit het boilervat in de regelunit op positie S2.
- Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
- Klik het voorste deel van het SolarStation op het achterste deel.
5 EcoNorm ^II en CBSolar ^II
De EcoNorm ^II en CBSolar ^II is de zonlichtboiler die zorgt voor voorverwarming van het tapwater. Naverwarming vindt, indien nodig, plaats door middel van een combiketel.
5.1 Werking
Het boilervat is verbonden met een collector. Het collectorcircuit is een volledig gescheiden en gesloten circuit, dat onder druk is gevuld met een glycol/water-mengsel.

text_image
warm sanit rond solar temp D De maximale temperatuur van deratieve, de bildtumDe collectorpomp schakelt met minimaal vermogen in zodra de temperatuur van de collectorsensor 6°C hoger is dan de temperatuur in het boilervat (ΔT>6K:pomp aan). De vloeistof wordt rondgepompt en in de collector opgewarmd. Daarna stroomt de verwarmde vloeistof door de spiraalvormige warmtewisselaar in het boilervat. De ate wordt door deze wisselaar overgedragen aan het airwater. De solarpomp zal de vloeistof sneller pompen indien het temperatuurverschil verder oploopt. De pomp zal uitgeschakeld worden als het teratuurverschil nog maar 4°C betreft (ΔT<4K:pomp uit). De aangesloten CV-combiketel, zorgt indien nodig, voor de naverwarming van het sanitaire water.
Beveiliging tegen oververhitting
De maximale temperatuur van het boilervat staat standaard ingesteld op 95°C. Wanneer deze temperatuur bereikt wordt schakelt de solarpomp uit. De temperatuur kan in dit geval verder oplopen in de collector. Als de temperatuur in de collector verder oploopt zal de vloeistof verdampen, hierbij wordt vloeistof in het expansievat gedrukt. Als de temperatuur vervolgens terugloopt zal de collector zich weer vullen met vloeistof en kan het systeem weer gaan draaien.
Vorstbeveiliging
De collector en de leidingen van en naar de collector zijn beveiligd tegen vorst doordat dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel.

flowchart
graph TD
A["1"] -->|s1| B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
- Collector
- Regelunit
- Boilervat
- Mengventiel
- Combiketel
- Warmwater
- Koudwater
S1 Collectorsensor
S2 Boilersensor
5.2 Leveringsomvang
De EcoNorm ^II en CBSolar ^II zonlichtboiler wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:
Boiler:
- RVS boilervat met interne RVS warmtewisselaar;
- Hardschuimisolatieschaal en PVC mantel;
- Voorgemonteerde temperatuursensor (S2) (alleen bij 120 en 200 liter boiler).
SolarStation:
- Bevestigingsmateriaal SolarStation;
• Regelunit metT-regeling;
• Modulerende solarpomp; - Temperatuursensor (S1) voor de collector;
- Temperatuursensor (S2) voor het boilervat (alleen bij 300 en 400 liter boilervaten);
- Twee vulkranen waarvan één in SolarStation verwerkt;
- Terugslagklep (verwerkt in SolarStation);
• Thermostatisch mengventiel;
• Overstortventiel (6 bar); - Aansluitsnoer;
- Expansievat 8 of 18 liter.
Collectorset:
- Afhankelijk van de gekozen ATAG zonneboilerset wordt een ATAG collectorset meegeleverd voor indak, opdak of platdak. Voor de montage hiervan verwijzen wij naar het meegeleverde installatievoorschrift van de SolarCollector ^II .
Installatievoorschriften:
• ATAG zonneboilers;
• ATAG SolarCollector
- Gebruikshandleiding;
- Garantiekaart
| CBSolar" | Aantal collectoren | Boiler (l) | Expansievat (l) | Solar | Station | Mengventiel |
| 120/2,5 | 1 | 120 | 8 | Klein | 15mm | knel |
| 200/5,0 | 2 | 200 | 18 | Klein | 15mm | knel |
| 300/7,5 | 3 | 300 | 18 | Groot | 22mm | knel |
| 400/10 | 4 | 400 | 18 | Groot |
5.3 Technische specificaties
SolarStation klein
| Afbeelding | ![]() | ![]() |
| Afmetingen (bxdxh) [mm] | 160 x 215 x 340 | 160 x 215 x 340 |
| Pomp Wilo | ST/4,5 ECO | TEC ST/6 PWM |
| Aansluitingen | 15 mm knel | 22 mm knel |
| Overstort collectorcircuit | 6 bar | 6 bar |
| Maximaal elektrisch vermogen | 50 W | 50 W |
| Toepassing: | ||
| 120 liter | X | |
| 200 liter | X | |
| 300 liter | X | |
| 400 liter X |
Expansievaten
| Volume [liter] Afm | metingen (dxh) [mm] Aansluiting Voordruk [bar] | |
| 8 205 x 300 3/4" | 1,8 | |
| 18 270 x 410 3/4" | 1,8 |
5.3.1 EcoNorm ^II en CBSolar ^II boilervaten
| Inhoud | l | 120 | 200 |
| Gewicht | kg | 20 | 33 |
| Max. werkdruk boilervat bar | 10 | 10 | |
| Max. werkdruk spiraal bar | 11 | 11 | |
| Max. temp. boiler °C | 95 | 95 | |
| Isolatie | Neopor® | Neopor® | |
| mm | 60 | 60 | |
| Stilstandsverlies DIN 44532 | kWh/24h | 0,92 | - |
| Spiraal | |||
| Spiraaloppervlakte | m2 | 0,5 | 1,0 |
| Vermogen volgens DIN 4708 | kW | - | 44 |
| Debiet spiraal m3/h | 1 | 1 | |
| Drukverlies | mbar | 78 | 156 |

- Warmwater uit
- Van collector
- Aansluiting voor boilersensor (S2)
- Naar collector (via SolarStation)
- Koudwater in
5.4 Aansluiten van de collectorleidingen
Voor het aanleggen van de leidingen van en naar de collector gelden de volgende regels:

Alle leidingen tussen boiler en collector dienen uitgevoerd te worden in 15-22 mm KIWA-gekeurd roodkoper of RVS flexibel geïsoleerd leidingmateriaal (optie).

Tijdens normaal bedrijf kunnen de collectorleidingen kortstondig zeer heet worden (>120°C). De collectorleidingen dienen zorgvuldig geïsoleerd te worden met UV- en hittebestendig isolatiemateriaal (RVS flexibel leidingmateriaal is reeds voorzien van UV- en hittebestig isolatiemateriaal).

ATAG heeft verschillende voorgeïsoleerde flexibele RVS slangen in haar assortiment. De 10 en 15 meter slangen zijn bedoeld voor het direct aansluiten van de collectoren op het boilervat. Aan weerskanten zit een collectorkoppeling. Als de slang door midden word gesneden (met een pijpsnijder) kan deze met een aansluitset (los verkrijgbaar) op het boilervat worden aangesloten.
Zie ook het installatievoorschrift SolarCollector ^II .
5.5 Aansluiten van de sanitaire leidingen
De CV-combiketel met warmwatervoorziening moet geschikt gemaakt worden voor het aansluiten van de CBSolar ^1 :
- ATAG Q-serie combi: Ombouwset naverwarming zonneboiler art.nr. AA1ZB04H
- ATAG E-Serie combi met MCBA stuurautomaat:
Ombouwset naverwarming zonneboiler
art.
- ATAG A- en E-Serie combi met LMU stuurautomaat:
Ombouwset naverwarming zonneboiler
art.
Bij een ander merk/type combiketel moet navraag bij de leverancier gedaan worden.
Monteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving.
De koudwaterleiding naar de zonneboiler en naar de CV-combiketel moet voorzien zijn van een inlaatcombinatie (8 bar). Bij de Q-Serie en de E-Serie moet in de koudwaterleiding het meegeleverde doseerventiel ingebouwd zijn. In de koudwaterleiding mag na de inlaatcombinatie geen kraan of afsluiter gemonteerd worden, omdat bij gesloten kraan of afsluiter de overstort van de inlaatcombinatie niet bereikbaar is voor het uitzettende water. Zorg voor een vrije uitloop van de overstort van de inlaatcombinatie in de sifon naar de riolering. Zie voor het aansluiten van de boiler aan de CV-combiketel het bij de CV-combiketel meegeleverde installatievoorschrift.

text_image
50 cmHet 300 en 400 liter boilervat zijn voorzien van een extra aansluiting aan de zijkant. Deze moet lekvrij afgestopt worden.
Monteer bij de CBSolar ^1 300 en 400 de warmwaterleiding 50cm naar beneden om een warmteslot te creëren en isoleer de leiding goed om warmteverliezen te beperken.

De temperatuur in het boilervat kan oplopen tot 95°C, de plaatsing van een mengventiel is daarom essentieel!
Bij de EcoNorm ^II en CBSolar ^II 120/2,5 en 200/5,0 kan het meegeleverde mengventiel (met vaste instelling van 60°C) direct op het boilervat gemonteerd worden. De vier aansluitingen zijn 15mm knel. Zie onderstaande afbeeldingen.
Koud water (±15°C) Verwarmd water (tot 95°C)

text_image
Koud water (±15°C) Gemengd water (tot ±65°C)Bij de CBSolar ^II 300/7,5 en 400/10 wordt een 22mm instelbaar mengventiel meegeleverd.
5.5 Elektrische aansluiting

Steek de stekker van het SolarStation niet in de wandcontactdoos voordat het systeem gevuld is. Dit ter voorkoming van drooglopen van de pomp.
Voor de werking van het systeem is de juiste plaatsing van de sensoren essentieel!
Plaatsing van de sensor in het boilervat
Bij het 120 en 200 liter boilervat zijn de sensoren reeds geplaatst en behoort de sensor alleen nog in de regelunit te worden aangesloten op de positie S2.
Bij het 300 en 400 liter boilervat behoort de boilersensor met behulp van een sensorbuis geplaatst te worden in de onderste 1/2" aansluiting in het boilervat. Zie hiervoor ook bladzijde 11. De boilersensor moet in de regelunit op positie S2 worden aangesloten.

Plaatsing van de sensor in de collector
De temperatuursensor dient te worden gemonteerd in de laatste (warmste) collector aan de uitstroomzijde. Voor uitgebreidere instructies zie installatievoorschrift SolarCollector ^II .
Voor het plaatsen van de sensoren moet de kruiskopschroef in het regelunit losgedraaid worden waarna de witte kap eruit gekanteld kan worden.
Zorg dat de regelunit spanningsloos is bij het monteren van de sensoren.
Pas na het vullen van het systeem, zie hoofdstuk 9, kan de stekker van het SolarStation in de wandcontactdoos gestoken worden.
5.7 Instellingen regelunit
Aan de instellingen van de regelunit hoeft niets te gebeuren. Deze staan af fabriek zo ingesteld zodat het systeem optimaal functioneert. Zie hoofdstuk 8.3 voor een beknopte uitleg van de regelunit en de standaard instellingen.
6 CBHotTop
De CBHotTop is een CV-zonlichtboiler waarbij het bovenste gedeelte van de zonlichtboiler op temperatuur wordt gehouden door een solo-ketel.
6.1 Werking
Het boilervat is verbonden met een collector. Het collectorcircuit is een volledig gescheiden gesloten circuit, dat onder druk is gevuld met een glycol/water-mengsel.

text_image
De collectorp vermogen in collectorsenso temperatuur aan). Het wate de collector verwarmde v warmtewisselaar door deze wiss sanitairwater. De rondpompen indie oploopt. De solar als het temperatu (ΔT<4K:pomp boilDe collectorpomp schakelt met minimaal vermogen in zodra de temperatuur van de collectorsensor 6°C hoger is dan de temperatuur in het boilervat (ΔT>6K:pomp aan). Het water/glycol wordt rondgepompt en in de collector opgewarmd. Daarna stroomt de verwarmde vloeistof door de spiraalvormige rmtewisselaar in het boilervat. De warmte wordt or deze wisselaar overgedragen aan het hitairwater. De solarpomp zal de vloeistof sneller endpompen indien het temperatuurverschil verder oopt. De solarpomp zal uitgeschakeld worden het temperatuurverschil nog maar 4°C betreft (ΔT<4K:pomp uit).
Het bovenste gedeelte van het boilervat wordt op temperatuur
gehouden door een solo ketel.
Beveiliging tegen oververhitting
De maximale temperatuur van het boilervat staat standaard ingesteld op 95°C. Wanneer deze temperatuur bereikt wordt schakelt de solarpomp uit. De temperatuur kan in dit geval verder oplopen in de collector. Als de temperatuur in de collector verder oploopt zal de vloeistof verdampen, hierbij wordt vloeistof in het expansievat gedrukt. Als de temperatuur vervolgens terugloopt zal de collector zich weer vullen met vloeistof en kan het systeem weer gaan draaien.
Vorstbeveiliging
De collector ^1 en de leidingen van en naar de collector zijn beveiligd tegen vorst doordat dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["S1"]
C --> D["3"]
D --> E["S2"]
E --> F["4"]
F --> G["5"]
G --> H["6"]
H --> I["7"]
I --> J["8"]
J --> K["9"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#bbf,stroke:#333
note right of A: "dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel."
note right of H: "20 selector on de keringen van en kair de selector"
note right of H: "dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel."
15
- Collector
- Regelunit
- Boilervat
- Mengventiel
- Warmwater
- Driewegklep
- Soloketel
- Koudwater
- Ruimteverwarming
S1 Collectorsensor
S2 Boilersensor
6.2 Leveringsomvang
De CBHotTop zonlichtboiler wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:
Boiler:
- RVS boilervat met twee interne RVS warmtewisselaars;
- Hardschuimisolatieschaal en PVC mantel;
SolarStation:
- Bevestigingsmateriaal SolarStation;
• Regelunit met T -regeling; - Modulerende solarpomp;
- Temperatuursensor (S1) voor de collector;
- Temperatuursensor (S2) voor het boilervat;
- Twee vulkranen waarvan één in SolarStation verwerkt;
- Terugslagklep (verwerkt in SolarStation);
• Thermostatisch mengventiel;
• Overstortventiel (6 bar); - Aansluitsnoer;
- Expansievat 8 of 18 liter / voordruk 1,8 bar.
Collectorset:
- Afhankelijk van de gekozen ATAG zonneboilerset wordt een ATAG collectorset meegeleverd voor indak, opdak of platdak. Voor de montage hiervan verwijzen wij naar het meegeleverde installatievoorschrift van de SolarCollector ^II .
Installatievoorschriften:
• ATAG zonneboilers;
- ATAG SolarCollector
- Gebruikershandleiding;
- Garantiekaart
| CBHotTop | Aantal collectoren | Boiler (I) | Expansievat (I) | SolarStation | Mengventiel | |
| 200/2,5 | 1 | 200 | 8 | Klein | 15mm | knel |
| 300/5,0 | 2 | 300 | 18 | Klein | 22mm | knel |
| 400/7,5 | 3 | 400 | 18 | Groot | 22mm | knel |
6.3 Technische specificaties
SolarStation klein SolarStation groot
| Afbeelding | ![]() | ![]() | ||||
| Afmetingen (bxdxh) [mm] 160 x | 215 x 340 | 160 x | 215 x 340 | |||
| Pomp Wilo | ST/4,5 ECO | TEC ST/6 PWM | ||||
| Aansluitingen | 15 mm knel | 22 mm knel | ||||
| Overstort collectorcircuit | 6 bar | 6 bar | ||||
| Maximaal elektrisch vermogen | 50 W | 50 W | ||||
| Toepassing: | ||||||
| 200 liter | X | |||||
| 300 liter | X | |||||
| 400 liter | X | |||||
Expansievaten
| Volume [liter] Afmetingen (dxh) [mm] Aansluiting Voordruk [bar] | ||
| 8 205 x 300 3/4" 1,8 | ||
| 18 270 x 410 3/4" 1,8 | ||
6.3.1 Technische informatie CBHotTop boilervaten
| Inhoud | l | 200 | 300 | 400 |
| Gewicht | kg | 35 | 53 | 70 |
| Max. werkdruk boiler bar | 10 | 10 | 10 | |
| Max. werkdruk spiraal bar | 40 | 40 | 40 | |
| Max. temperatuur boiler °C | 95 | 95 | 95 | |
| Isolatie | EPS | EPS | EPS | |
| mm | 50 | 50 | 50 | |
| Stilstandsverlies DIN 44532 | kWh/24h | 2,11 | 2,29 | 2,86 |
| Onderste spiraal (Collectoren) | ||||
| Spiraaloppervlakte | m^2 | 0,9 | 1,3 | 1,6 |
| Vermogen volgens DIN 4708 | kW | 39 | 55 | 65 |
| Warmwaterprestatie 10-45°C | l/h | 959 | 1368 | 1606 |
| Debiet spiraal | m^3/h | 2 | 2,5 | 3 |
| Drukverlies | mbar | 111 | 238 | 133 |
| Bovenste spiraal (Solo ketel) | ||||
| Spiraaloppervlakte | m^2 | 0,5 | 0,9 | 0,9 |
| Vermogen volgens DIN 4708 | kW | 24 | 40 | 40 |
| Warmwaterprestatie 10-45°C | l/h | 582 | 990 | 977 |
| Debiet spiraal | m^3/h | 2 | 2,5 | 3 |
| Drukverlies | mbar | 61 | 161 | 78 |

text_image
128.0 45° 1. R3/4"CBHotTop 200
- Warmwater uit
- Van Soloketel
- Naar Soloketel
- Van collector
- Koudwater in
- Naar collector
- Boilersensor (S2)
- Positie voor sensor soloketel

text_image
Ø606.0 Ø200.0 34.0 R1/2" 2. R3/4" 3. R3/4" 8. 1/2" R1 1/2" 4. R3/4" 7. R1/2" 5. R3/4" 6. R3/4" 1012.0 642.0 252.0 47.0 1250.0 1002.0 662.0 422.0 252.0
6.4 Aansluiten van de collectorleidingen
Voor het aanleggen van de leidingen van en naar de collector gelden de volgende regels:

Alle leidingen tussen boiler en collector dienen uitgevoerd te worden in 15-22 mm KIWA-gekeurd roodkoper of RVS flexibel geïsoleerd leidingmateriaal (optie).

Tijdens normaal bedrijf kunnen de collectorleidingen kortstondig zeer heet worden (>120°C). De collectorleidingen dienen zorgvuldig geïsoleerd te worden met UV- en hittebestendig isolatiemateriaal (RVS flexibel leidingmateriaal is reeds voorzien van UV- en hittebestig isolatiemateriaal).

ATAG heeft verschillende voorgeïsoleerde flexibele RVS slangen in haar assortiment. De 10 en 15 meter slangen zijn bedoeld voor het direct aansluiten van de collectoren op het boilervat. Aan weerskanten zit een collectorkoppeling. Als de slang door midden word gesneden (met een pijpsnijder) kan deze met een aansluitset (los verkrijgbaar) op het boilervat worden aangesloten.
Zie ook het installatievoorschrift SolarCollector ^II .
6.5 Aansluiten van de CV-leidingen

text_image
60 cm 50 cmVoor de CV-leidingen adviseert ATAG 22mm. De aansluitingen voor de CV-spiraal zijn 34 (200 ltr.) of 1" (300 en 400 ltr.). Monteer de CV-leidingen 50cm naar beneden om een warmteslot te creëren en isoleer de leidingen goed om warmteverliezen te beperken (zie figuur hierboven). De CBHotTop wordt geleverd zonder driewegklep. Indien de CV-ketel niet voorzien is van een driewegklep voor het aansluiten van een externe boiler adviseert ATAG de volgende onderdelen:
Tbv E32S, Q25S, Q38S en Q51S met MCBA stuurautomaat:
S4381800
Driewegklep
VC2010
S4358610
Elektronische
boilersensor
Neem voor andere typen CV-ketels contact op met de leverancier.
Zie verder de meegeleverde instructies bij de driewegklep en het installatievoorschrift van de CV-ketel.
6.6 Aansluiten vare danitaire leidingen

text_image
50 cmMonteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving.
De koudwaterleiding naar de zonlichtboiler moet voorzien zijn van een inlaatcombinatie (6, 8 of 10 bar al naar gelang de voorschriften). In de koudwaterleiding mag na de inlaatcombinatie geen kraan of afsluiter gemonteerd worden, omdat bij gesloten kraan of afsluiter de overstort van de inlaatcombinatie niet bereikbaar is voor het uitzettende water. Zorg voor een vrije uitloop van de overstort van de inlaatcombinatie in de sifon naar de riolering.
Sluit de warmwaterleiding samen met het thermostatisch mengventiel aan volgens de huidige regelgeving.

De temperatuur in het boilervat kan oplopen tot 95°C, de plaatsing van een mengventiel is daarom essentieel!
Bij de 200/2,5 is een 15mm mengventiel bijgeleverd, bij de 300/5,0 en de 400/7,5 een 22mm mengventiel.
Monteer de warmwaterleiding 50cm naar beneden om een warmteslot te creëren en isoleer de leiding goed om warmteverliezen te beperken.
Het 300 en 400 liter boilervat zijn voorzien van een extra aansluiting aan de zijkant. Deze moet lekvrij afgestopt worden.
6.7 Elektrische aansluiting

Steek de stekker van het SolarStation niet in de wandcontactdoos voordat het systeem gevuld is. Dit ter voorkoming van drooglopen van de pomp.

Voor de werking van het systeem is de juiste plaatsing van de sensoren essentieel!
Plaatsing van de sensor in het boilervat
Bij het boilervat behoort de boilersensor met behulp van een sensorbuis geplaatst te worden in de onderste 1/2" aansluiting in het boilervat. Zie hiervoor ook bladzijde 16. De boilersensor moet in de regelunit op positie S2 worden aangesloten.
In de bovenzijde van de boilervaten is een 1/2" aansluiting waarin een voelerbuis en sensor geplaatst kan worden voor de CV-ketel.

Plaatsing van de sensor in de collector
De temperatuursensor dient te worden gemonteerd in de laatste (warmste) collector aan de uitstroomzijde. Voor uitgebreidere instructies zie installatievoorschrift SolarCollector ^1 .
Voor het plaatsen van de sensoren moet de kruiskopschroef in het regelunit losgedraaid worden waarna de witte kap eruit gekanteld kan worden.
Zorg dat de regelunit spanningsloos is bij het monteren van de sensoren.
Pas na het vullen van het systeem, zie hoofdstuk 9, kan de stekker van het SolarStation in de wandcontactdoos gestoken worden.
6.8 Instellingen regelunit
Aan de instellingen van de regelunit hoeft niets te gebeuren. Deze staan af fabriek zo ingesteld zodat het systeem optimaal functioneert.
7 SolarStation
Het SolarStation is er voor het tot stand brengen van circulatie in het collectorcircuit en het zo maximaal mogelijk de zonnewarmte in de zonlichtboiler op te slaan. Dit SolarStation bestaat uit een modulerende solarpomp, een elektronische regelunit, een vulkraan, overstortventiel, terugslagklep en manometer.
7.1 Werking

De solarpomp in het SolarStation wordt modulerend aangestuurd door het elektronische regelunit waarop de sensor van de collector en van het boilervat zijn aangesloten. Vanaf
een temperatuurverschil tussen de collector en het boilervat van 6°C wordt de solarpomp modulerend aangestuurd. Des te groter het temperatuurverschil, des te meer vloeistof er wordt rondgepompt. Indien het temperatuurverschil kleiner dan 4°C is of het boilervat zijn maximum temperatuur van 95°C bereikt heeft, zal de solarpomp uitgeschakeld worden.
Omdat de zonlichtboiler volgens het drukprincipe werkt heeft het SolarStation een aansluiting voor een expansievat en daarnaast een overstortventiel als veiligheid.
- Vulkraan; (perszijde vulpomp)
- Naar collector
- Overstortventiel
- Vulkraan; (retour vulpomp)
- Van onderste aansluiting boilerspiraal
7.2 Elektrische aansluitingen

De installatie moet blijven voldoen aan:
- NL: Voorschriften voor elektrische apparaten NEN 1010;
- B: De voorschriften van het Algemene Reglement voor de Elektrische Installaties (A.R.E.I.);
- Plaatselijk geldende voorschriften;
- Het toestel moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos.
Deze moet zichtbaar en binnen handbereik geplaatst zijn.
Het toestel voldoet aan de volgende voorschriften:
- Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC
- EMC richtlijn 2004/108/EC
Verder gelden de volgende algemene voorschriften:
- De bedrading van het toestel moet volgens de huidige regelgeving worden aangebracht;
- Alle aansluitingen moeten in de regeleenheid gemaakt te worden.

Steek de stekker van het SolarStation niet in de wandcontactdoos voordat het systeem gevuld is. Dit ter voorkoming van drooglopen van de pomp.
De regelunit is beveiligd tegen blikseminslag en is gemaakt van niet brandbare materialen.
7.3 Beknopte uitleg regelunit

text_image
druktoets worden. 1 Voorwaarts 3 SET 2 Terug Als toets zichtbaarDe bediening van de regelunit op het SolarStation vindt plaats door middel van drie druktoetsen. Met behulp van de bovenste en onderste toets kan door het menu gescrold worden. Hierin zijn de volgende waarden zichtbaar:
Aanduiding Betekenis
| COL | Collectortemperatuur | onderin |
| TST | Boilertemperatuur | |
| n% | Pompsnelheid | |
| hp | Bedrijfsurenteller |
Als toets 1 voor minimaal drie seconden wordt ingedrukt, dan worden de instellingen zichtbaar. Door voorwaarts in het menu te navigeren (toets 1) kunt u alle instellingen zien. Een instelling aanpassen kan gebeuren door de SET-toets in te drukken (toets 3), met toets 1 en 2 de waarde aan te passen en vervolgens met de SET-toets te bevestigen. Tijdens de installatie van de zonneboiler is alleen de instelling HND1 benodigd, zie hoofdstuk 9.2.
Bij de EcoNorm ^II en CBSolar ^II en de CBHotTop staan alle instellingen bij levering juist.

Aanduiding Betekenis Standaard
| DT O Aanschakeltemperatuurverschil 6.0 K | ||
| DT F Uitschakeltemperatuurverschil 4.0 K | ||
| DT S Bij het bereiken van DT S, stijgt de pompsnelheid met 10% 10.0 K | ||
| RIS | Bij een stijging van het temperatuurverschil met 2 K boven DT S, stijgt de pompsnelheid elke keer met 10% | 2.0 K |
| SMX | Maximale opslagtemperatuur; na het bereiken van deze temperatuur gaat het laden vertraagd door tot max. 95°C | 80°C |
| EM | Veiligheiduitschakeling collector; boven deze temperatuur schakelt de solarpomp uit | 140°C |
| OCX | Optie systeem koeling na het bereiken van SMX gaat het laden vertraagd door tot max. 95°C | ON |
| CMX | Maximale collectortemperatuur, solarpomp gaat pompen bij deze temp. Indien boilertemp. Tussen SMX en 95°C is. | 105°C |
| OCN Minimale collectortemperatuur functie; antivriesfunctie OFF | ||
| CMN | Minimale collectortemperatuur waarbij de pomp aanslaat. | 10.0°C |
| OCF | Antivries instelling OFF | |
| CFR | Pomp slaat aan als COL beneden deze waarde komt. | 4°C |
| OREC Afkoelfunctie boiler tot SMX OFF | ||
| OTC | Buiscollector functie | OFF |
| OHQM | Warmtehoeveelheid indicatie (extra sensoren benodigd!) | OFF |
| FMAX | Maximale flow in het collectorcircuit in liter/minuut | 6.0 |
| MEDT | Antivries; 0=geen, 1=Glycol, 2=ethyleen, 4=Glycol HT | 1 |
| MED% | Antivriesconcentraat in procenten | 45 |
| kWh | Opgewekte energie in kWh of MWh | kWh |
| nMN | Minimale pompsnelheid in procenten | 30 |
| HND1 | Aansturing pomp; aan, automatisch of uit | Auto |
| Lang | Menutaal (Duits, Engels, Italiaans en Frans beschikbaar) | En(gels) |
*In het grijs de instellingen die niet standaard zichtbaar zijn.
De volledige handleiding van de regelunit kunt u downloaden van onze website.
8 Vullen en ontluchten van de zonneboiler
Vul de volgende onderdelen van de installatie in volgorde:
- sanitairzijdig (boilervat)
- collectorcircuit
8.1 Vullen en ontluchten sanitairzijdig

Gebruik uitsluitend sanitairwater van het waterleidingbedrijf voor het vullen.
Het vullen en ontluchten gaat als volgt:
- open in de installatie een warmwaterkraan;
- open de hoofdtoevoer van het koudwater;
- open de stopkraan van de inlaatcombinatie;
- vul de boiler totdat er water uit de geopende warmwaterkraan komt.

Controleer alle aansluitingen, het inspectieluik in de boiler en de dompelbuis (indien aanwezig) op lekdichtheid.

Laat het water nog enkele minuten stromen om ervoor te zorgen dat de boiler en leidingen volledig gespoeld en ontlucht zijn. Sluit dan de warmwaterkraan.
8.2 Vullen en spoelen collectorzijdig

Voor het op een juiste wijze vullen van het collectorcircuit is een vulpompkar benodigd! (Optioneel leverbaar, bestelnummer: COA1776U)
- Vul de vulpompkar met het door ATAG geleverde glycol en voeg daar water bij tot een mengverhouding van glycol/water van 1:2 om tot een bescherming te komen van -17°C. Een mengverhouding van 1:1½ staat gelijk aan -24°C.
- Sluit de retourslang van de vulpompkar aan op de vulkraan van het SolarStation met de vermelding "Vullen Uit". Sluit de perszijde aan op de andere vulkraan.

Zie de afbeelding bij hoofdstuk 8.1 voor de aansluitingen
- Open de kranen en laat de vulpomp voor vijf minuten rondpompen. Stop de vulpomp en wacht tot al het vloeistof teruggelopen is in de vulpompkar.
- Start nogmaals de vulpomp voor vijf minuten.
- Laat de systeemdruk meerdere keren oplopen tot 3 bar door het sluiten van de retour vulkraan.
- Sluit de vulkranen en zorg dat het systeem op een druk van 2 bar staat.
- Steek de stekker van het SolarStation in het stopcontact en zet de pomp op automatisch, zoals hieronder beschreven.

HND1SET Auto
Druk op de bovenste toets van de regelunit totdat de laatste waarde bereikt is. Hou nu de bovenste toets ingedrukt totdat er nieuwe waardes zichtbaar worden. Druk meerdere keren op de bovenste toets totdat HND1 zichtbaar wordt. Druk op de middelste toets, eenmaal op de bovenste zodat Auto veranderd in On.

Luister of er eventueel nog lucht in het systeem zit en herhaal indien nodig stap 3 en 6.
- Zet na enkele minuten HND1 weer op Auto.
8.3 Vullen en ontluchten CV-zijdig (alleen CBHotTop)
Volg de instructies in het installatievoorschrift van de CV-ketel.
9 Inbedrijfname
Indien het boilervat en het collectorcircuit zijn gevuld en ontlucht, is de zonneboiler klaar voor gebruik.
Zorg dat de stekker van het SolarStation in de wandcontactdoos zit en loop de checklist na (hoofdstuk 15).
10 Buiten bedrijf stellen
In sommige situaties kan het voorkomen dat de installatie buiten bedrijf moet worden gesteld. Trek de stekker uit de wandcontactdoos. De installatie is nu buiten bedrijf.

Als er sprake is van vorstgevaar, bij het boilervat, is het raadzaam de gehele tapwaterinstallatie af te tappen.

Als de collectoren worden ontkoppeld, zorg er dan voor dat elke collector is afgedekt en de temperatuur van de vloeistof onder de 40°C is.
11 Onderhoud en garantie

In het algemeen is de ATAG zonneboiler onderhoudsvrij. De druk van het collectorsysteem en de beschermingsgraad van het glycol/watermengsel moet echter één maal per twee jaar gecontroleerd worden.

De verhouding van het glycol/watermengsel kan gemeten worden met een refractometer (bestelnummer: COA1796U). Plaats hiervoor een druppel van het mengsel op de glazen plaat. Sluit het kapje en kijk door het venster naar de propyleen schaal.
De druk moet minimaal 2 bar zijn.
De pH-waarde van de collectorvloeistof moet minimaal 7 zijn. Deze kan gemeten worden met pH-test strookjes die verkleuren bij aanraking met vloeistof.
Schade aan het boilervat, collector en SolarStation met tussenliggende leidingen als gevolg van bevriezing valt niet onder de garantie.
Voor de garantievoorwaarden verwijzen we naar de garantiekaart die bij de zonneboiler is bijgeleverd.
12 Storingen
Storing
Oorzaak
| Meer dan 50°C verschil tussen collector en voorraadvat, terwijl de temperatuur in het voorraadvat nog geen 80°C is. | Lucht in het systeem | Spoel het systeem door met een vulpompkar |
| De leidingweerstand tussen de collector en de pomp is te hoog | Pas de pompstand aan of het leidingwerk | |
| Defecte pomp Vervang de | pomp | |
| Druk is te laag | Lekkage in het zonzijdige circuit Lekkage verhelpen | |
| Defect expansievat Vervang het expansievat | ||
| Druk loopt erg op wanneer de collector opwarmt | Defect expansievat Vervang het expansievat | |
| Het voorraadvat is heet, maar het uitstromende water is koud | Defect mengventiel Vervang het mengventiel | |
| Tikkende/hakkelende pomp Pas de pompstand aan | ||
| is zichtbaar in het scherm van het SolarStation | Maximale temperatuur collector bereikt | Geen actie vereist, de pomp is gestopt met pompen |
| en zijn zichtbaar in het scherm van het SolarStation | 888.8 = sensorbreuk | Controleer de kabel en vervang eventueel de sensor |
| - 88.8 = kortsluiting sensor | ||
| en zijn zichtbaar in het scherm van het SolarStation | Pomp staat handmatig aan of uit Stel de pomp in op automatisch | |
| is zichtbaar in het scherm van het SolarStation | Maximale temperatuur voorraadvat bereikt | Geen actie vereist, de pomp is gestopt met pompen |
| De systeemdruk is opgelopen tot 3 bar | Mogelijk defect voorraadvat Neem contact op met de fabrikant | |
13 Technische specificaties
ATAG SolarCollector ^II (2,5m ^2 )
| Lengte | 2118 mm |
| Breedte | 1181 mm |
| Dikte | 94 mm |
| Gewicht | 39,9 kg |
| Max. belasting | 1000 Pa |
| Collectorvloeistof | Propyleen Glycol / water |
| Vloeistof verhouding | 1:2 (-15°C) |
| Vloeistofinhoud | 1,63 l |
| Werkdruk | 2 bar |
| Maximale druk | 6 bar |
| Stagnatietemperatuur Bij 1000W/m2 en 30°C omgevingstemperatuur | 209,7°C |
| Bruto oppervlak | 2,50 m2 |
| Netto oppervlak (apertuur) | 2,27 m2 |
| Kleur | zwart |
| Collectoraansluitingen | 3/8" uitwendig draad |
| Toegestane wind- en sneeuwbelasting | 675 Pa |
| SolarKeymark | ja |
Opla
14 Checklist
Buitenwerk
| Collectorsensor juist geplaatst | |
| Juiste installatie t.b.v. afwatering | |
| Voldoende ballast (indien platdak) |
Collectorvloeistof
| Systeemdruk (2 bar) | ___ bar |
| Collectorvloeistof | ___ °C |
Binnenwerk
| Inlaatcombinatie geplaatst | |
| Mengventiel juist geïnstalleerd | |
| Voordruk expansievat 1,5 - 1,8 bar |
Regelunit
| Regelunit geeft geen foutmeldingen | |
| Collectortemperatuur uitleesbaar | |
| Boilertemperatuur uitleesbaar |
Overig
| De werking is uitgelegd aan de eigenaar | |
| De zonlichtboiler werd conform dit voorschrift gemonteerd en in bedrijf genomen, geïnspecteerd en onderhouden. |



