Atag

CBSolar II - Ketel Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CBSolar II Atag in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Atag CBSolar II - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over CBSolar II Atag

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CBSolar II - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CBSolar II van het merk Atag.

GEBRUIKSAANWIJZING CBSolar II Atag

8A.51.73.00/10.12 Wijzigingen voorbehouden.

Inhoud

Inhoud 2

1 Inleiding....3
2 Regelgeving....4
3 Plaatsing collectoren....5
4 Plaatsing zonneboiler....6
5 EcoNorm ^II en CBSolar ^II ....8
6 CBHotTop....15
7 SolarStation....21
8 Vullen en ontluchten van de zonneboiler 23
9 Inbedrijfname....24
10 Buiten bedrijf stellen....24
11 Onderhoud en garantie....24
12 Storingen....25
13 Technische specificaties....25
14 Checklist....26

Versie

16-10-2012 16:51

1 Inleiding

Dit installatievoorschrift beschrijft de werking, installatie, bediening en het primaire onderhoud van de ATAG zonneboilers.

Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkende installateurs die de ATAG zonneboilers installeren en in gebruik stellen. Lees ruim voor aanvang van installatie van de zonneboiler dit installatievoorschrift goed door.

ATAG Verwarming is niet aansprakelijk voor gevolgen die voortvloeien uit ingeslopen fouten of onvolkomenheden in het installatievoorschrift en de gebruikshandleiding. Tevens behoudt ATAG Verwarming zich het recht voor om haar producten te wijzigen zonder voorafgaande mededeling.

Atag CBSolar II - Inleiding - 1

Geef de klant bij oplevering van de installatie duidelijke instructies over het gebruik van de installatie en overhandig daarbij de gebruikshandleiding en garantiekaart aan de klant.

Elke zonneboiler is voorzien van een typeplaat. Verifieer aan de hand van de gegevens op deze typeplaat of de boiler voldoet aan de situatie waarin deze geplaatst moet worden.

Eventuele relevante installatievoorschriften en/of gebruikshandleidingen:

  • ATAG CV-ketel A-, E- of Q-Serie
  • ATAG SolarCollector Indak-, Opdak- en Platdaksysteem

De ATAG zonneboiler is eventueel ook toe te passen op andere merken CV-toestellen (in geval van de EcoNorm ^II en CBSolar ^II moet de combi-ketel voorzien zijn van het GASKEUR NZ-label of de mogelijkheid hebben tot ombouw hiernaar). Voor het aansluiten dient men de installatievoorschriften van de desbetreffende leverancier te hanteren.

De ATAG zonneboilers zijn te verdelen in de volgende groepen:

ATAG EcoNorm ^II Type: standaard zonneboiler Naverwarming: Combi-ketel

ATAG CBSolar ^II Type: standaard zonneboiler Naverwarming: Combi-ketel

ATAG CBHotTop Type: CV-zonneboiler Naverwarming: Soloketel

2 Regelgeving

Voor installatie van de ATAG Zonlichtboiler gelden de volgende regels:

Voor Nederland:

  • Het Bouwbesluit;
  • AVWI - NEN 1006;
  • Plaatselijk geldende voorschriften.

Voor België:

  • Belgische norm NBN D30.003, NBN D51-003 en NBN B61-002;
  • Voorschriften van het Algemene Reglement voor de Elektrische Installaties (A.R.E.I.);
  • Plaatselijk geldende voorschriften.

Voor Duitsland:

  • Wettelijke eisen voor preventie van ongevallen;
  • Wettelijke bepalingen voor milieubescherming;
  • Regels van de brancheorganisatie;
  • Relevante veiligheidseisen van DIN, EN, DVGW, TRGI, TRF en VDE.

De zonneboiler moet aangesloten worden volgens dit installatievoorschrift en alle installatietechnische normen en voorschriften die betrekking hebben op de aan te sluiten installatie.

Houd rekening met de volgende veiligheidsvoorschriften:

  • Alle werkzaamheden aan het toestel moeten in een droge omgeving plaatsvinden.
  • Laat nooit elektrische en elektronische componenten in contact komen met water.

Voer de volgende handelingen uit bij (onderhouds-) werkzaamheden aan een reeds aangesloten boiler:

  • Zorg dat de collectortemperatuur beneden de 40°C is;
  • Trek de stekker van het SolarStation uit de wandcontactdoos;
  • Sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie bij de boiler.

De volgende (veiligheids-) symbolen kunnen in dit installatievoorschrift en/of op de verpakking voorkomen:

Atag CBSolar II - Voor Duitsland: - 1

SLEUTEL-symbol. Dit symbool geeft aan dat hier een (de-)montage uitgevoerd moet worden.

Atag CBSolar II - Voor Duitsland: - 2

LET OP-symbol. Dit symbool geeft aan dat extra aandacht gevraagd wordt bij een bepaalde handeling of product.

Atag CBSolar II - Voor Duitsland: - 3

Tip, beschrijving van een handigheid.

3 Plaatsing collectoren

Atag CBSolar II - Plaatsing collectoren - 1

Voor het plaatsen van de collectoren, zie installatievoorschrift SolarCollector ^II .

Er mogen maximaal vier collectoren in serie worden geschakeld. Onderstaande afbeelding bevat mogelijke varianten van het schakelen van collectoren.

Atag CBSolar II - Plaatsing collectoren - 2

  • = Sensorkabel
    2x2,5m² verticaal en horizontaal

Atag CBSolar II - Plaatsing collectoren - 3

3x2,5m² verticaal en horizontaal

Atag CBSolar II - Plaatsing collectoren - 4

4x2,5m ^2 verticaal en horizontaal

Atag CBSolar II - Plaatsing collectoren - 5

Bepaal van tevoren hoe de collectoren geplaatst gaan worden en zorg dat de juiste materialen aanwezig zijn.

De temperatuursensor moet in de laatste (warmste) collector, aan de uitstroomzijde gemonteerd worden. Voor uitgebreidere instructies zie installatievoorschrift SolarCollector ^1 .

Drukverliestabel voor 2x10m leidinglengte tussen collectorset en boilervat

CollectorenDebiet [l/h]Diameter koperDiameter flexDrukverlies koperDrukverlies flex
1 70 15 mm DN120,4 mwk 0,5 mwk
2 140 15 mm DN121,3 mwk 1,9 mwk
3 210 15 mm DN123,0 mwk 4,6 mwk
4 280 22 mm DN165,1 mwk 5,6 mwk

Drukverliestabel voor 2x20m leidinglengte tussen collectorset en boilervat

CollectorenDebiet [l/h]Diameter koperDiameter flexDrukverlies koperDrukverlies flex
1 70 15 mm DN120,6 mwk 0,7 mwk
2 140 15 mm DN121,7 mwk 2,8 mwk
3 210 15 mm DN163,5 mwk 3,1 mwk
4 280 22 mm DN165,3 mwk 6,1 mwk

Gemeten en berekend met een water/propyleen glycol mengsel (2:1) van 40°C

Atag CBSolar II - Plaatsing collectoren - 6

De aansluitingen aan de collector zijn 3/8" buitendraad koppelingen met O-ring afdichting. Deze koppeling is draaibaar en schuifbaar door de O-ring verbindingen. Vanaf deze koppeling kan verder gegaan worden met RVS flexibel leidingwerk (met collectorkoppelingen) of met een messing knie/T-stuk met 3/8 binnendraad. Deze koppelingen zorgen samen met de O-ringen voor een waterdichte afdichting.

4 Plaatsing zonneboiler

Het verdient de voorkeur om de zonlichtboiler zo te plaatsen zodat het leidingwerk tussen het boilervat en collector, maar ook tussen het boilervat en naverwarmer, zo kort mogelijk is. Dit is om warmteverliezen te minimaliseren. De opstelruimte van het boilervat en SolarStation (regelunit) dient vorstvrij te zijn.

Plaats het boilervat op een stevige en vlakke ondergrond. Houd rekening met het totale gewicht bij een gevuld boilervat. Houd rekening met voldoende ruimte rondom het boilervat.

4.1 Installatie SolarStation

Atag CBSolar II - Installatie SolarStation - 1

Afhankelijk van het gekozen systeem kan het SolarStation direct op het vat en/of aan de muur gemonteerd worden.

Montage aan het boilervat (EcoNorm ^II 120/2,5 en 200/5,0)

  1. Plaats de achterzijde van de isolatie over de bovenste aansluiting van het boilervat.
  2. Vervang de onderste 15mm knie van het SolarStation voor een 22mm.
  3. Monteer het SolarStation aan de bovenste aansluiting op het boilervat.
  4. Monteer het expansievat aan de muur en sluit deze aan op het bovenste T-stuk.
  5. Monteer de sensorkabel vanuit de boiler in de regelunit op positie S2.
  6. Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
  7. Klik het voorste isolatiedeel van het SolarStation op het achterste deel.

Atag CBSolar II - Montage aan het boilervat (EcoNorm ^II 120/2,5 en 200/5,0) - 1

Atag CBSolar II - Montage aan het boilervat (EcoNorm ^II 120/2,5 en 200/5,0) - 2

De regelunit kan de andere kant opwijzen. Draai hiervoor de onderste knie 180 graden.

Montage aan het boilervat (CBSolar ^II 120/2,5 en 200/5,0)

  1. Verwijder de onderste knie 3/4"x15mm van het SolarStation en demonteer de onderste vulkraan.
  2. Plaats de achterzijde van de isolatie over de aansluiting van het boilervat.
  3. Monteer de vulkraan aan het boilervat.
  4. Monteer het SolarStation aan de vulkraan.
  5. Monteer het expansievat met de bijgeleverde onderdelen plus teflontape.
  6. Monteer de sensorkabel vanuit de boiler in de regelunit op positie S2.
  7. Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
  8. Klik het voorste isolatiedeel van het SolarStation op het achterste deel.

Atag CBSolar II - Montage aan het boilervat (CBSolar ^II 120/2,5 en 200/5,0) - 1

  1. Monteer de muurbeugel met bijgeleverde schroeven aan de wand.
  2. Schuif het achterdeel van de isolatie plus het SolarStation over de beugel.
  3. Sluit de onderzijde van het SolarStation aan op het koude zonnecircuit van het voorraadvat.
  4. Sluit de bovenzijde van het SolarStation aan op de aanvoer van het collectorcircuit.
  5. Monteer het expansievat met de bijgeleverde onderdelen plus teflontape.
  6. Monteer de sensorkabel vanuit het boilervat in de regelunit op positie S2.
  7. Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
  8. Klik het voorste isolatiedeel van het SolarStation op het achterste deel.

Atag CBSolar II - Montage aan het boilervat (CBSolar ^II 120/2,5 en 200/5,0) - 2

Montage aan de muur met expansievat apart (EcoNorm ^II , CBSolar ^II , CBHotTop)

  1. Monteer de muurbeugel met de bijgeleverde schroeven aan de wand.
  2. Schuif het achterdeel van de isolatie plus het SolarStation over de beugel.
  3. Sluit de onderzijde van het SolarStation aan op het koude zonnecircuit van het boilervat.
  4. Hang het expansievat aan de muur met bijgeleverde beugel.
  5. Sluit de bovenzijde van het SolarStation aan op de aanvoer van het collectorcircuit, via het T-stuk van het expansievat.
  6. Monteer de sensorkabel vanuit het boilervat in de regelunit op positie S2.
  7. Monteer de sensorkabel vanuit de collector in de regelunit op positie S1.
  8. Klik het voorste deel van het SolarStation op het achterste deel.

5 EcoNorm ^II en CBSolar ^II

De EcoNorm ^II en CBSolar ^II is de zonlichtboiler die zorgt voor voorverwarming van het tapwater. Naverwarming vindt, indien nodig, plaats door middel van een combiketel.

5.1 Werking

Het boilervat is verbonden met een collector. Het collectorcircuit is een volledig gescheiden en gesloten circuit, dat onder druk is gevuld met een glycol/water-mengsel.

Atag CBSolar II - Werking - 1

text_image warm sanit rond solar temp D De maximale temperatuur van deratieve, de bildtum

De collectorpomp schakelt met minimaal vermogen in zodra de temperatuur van de collectorsensor 6°C hoger is dan de temperatuur in het boilervat (ΔT>6K:pomp aan). De vloeistof wordt rondgepompt en in de collector opgewarmd. Daarna stroomt de verwarmde vloeistof door de spiraalvormige warmtewisselaar in het boilervat. De ate wordt door deze wisselaar overgedragen aan het airwater. De solarpomp zal de vloeistof sneller pompen indien het temperatuurverschil verder oploopt. De pomp zal uitgeschakeld worden als het teratuurverschil nog maar 4°C betreft (ΔT<4K:pomp uit). De aangesloten CV-combiketel, zorgt indien nodig, voor de naverwarming van het sanitaire water.

Beveiliging tegen oververhitting

De maximale temperatuur van het boilervat staat standaard ingesteld op 95°C. Wanneer deze temperatuur bereikt wordt schakelt de solarpomp uit. De temperatuur kan in dit geval verder oplopen in de collector. Als de temperatuur in de collector verder oploopt zal de vloeistof verdampen, hierbij wordt vloeistof in het expansievat gedrukt. Als de temperatuur vervolgens terugloopt zal de collector zich weer vullen met vloeistof en kan het systeem weer gaan draaien.

Vorstbeveiliging

De collector en de leidingen van en naar de collector zijn beveiligd tegen vorst doordat dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel.

Atag CBSolar II - Vorstbeveiliging - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] -->|s1| B["2"]
    B --> C["3"]
    C --> D["4"]
    D --> E["5"]
    E --> F["6"]
    F --> G["7"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#cfc,stroke:#333
  1. Collector
  2. Regelunit
  3. Boilervat
  4. Mengventiel
  5. Combiketel
  6. Warmwater
  7. Koudwater

S1 Collectorsensor

S2 Boilersensor

5.2 Leveringsomvang

De EcoNorm ^II en CBSolar ^II zonlichtboiler wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:

Boiler:

  • RVS boilervat met interne RVS warmtewisselaar;
  • Hardschuimisolatieschaal en PVC mantel;
  • Voorgemonteerde temperatuursensor (S2) (alleen bij 120 en 200 liter boiler).

SolarStation:

  • Bevestigingsmateriaal SolarStation;
    • Regelunit metT-regeling;
    • Modulerende solarpomp;
  • Temperatuursensor (S1) voor de collector;
  • Temperatuursensor (S2) voor het boilervat (alleen bij 300 en 400 liter boilervaten);
  • Twee vulkranen waarvan één in SolarStation verwerkt;
  • Terugslagklep (verwerkt in SolarStation);
    • Thermostatisch mengventiel;
    • Overstortventiel (6 bar);
  • Aansluitsnoer;
  • Expansievat 8 of 18 liter.

Collectorset:

- Afhankelijk van de gekozen ATAG zonneboilerset wordt een ATAG collectorset meegeleverd voor indak, opdak of platdak. Voor de montage hiervan verwijzen wij naar het meegeleverde installatievoorschrift van de SolarCollector ^II .

Installatievoorschriften:

• ATAG zonneboilers;
• ATAG SolarCollector
- Gebruikshandleiding;
- Garantiekaart

CBSolar"Aantal collectorenBoiler (l)Expansievat (l)SolarStationMengventiel
120/2,511208Klein15mmknel
200/5,0220018Klein15mmknel
300/7,5330018Groot22mmknel
400/10440018Groot

5.3 Technische specificaties

SolarStation klein

AfbeeldingAtag CBSolar II - Technische specificaties - 1Atag CBSolar II - Technische specificaties - 2
Afmetingen (bxdxh) [mm]160 x 215 x 340160 x 215 x 340
Pomp WiloST/4,5 ECOTEC ST/6 PWM
Aansluitingen15 mm knel22 mm knel
Overstort collectorcircuit6 bar6 bar
Maximaal elektrisch vermogen50 W50 W
Toepassing:
120 literX
200 literX
300 literX
400 liter X

Expansievaten

Volume [liter] Afmmetingen (dxh) [mm] Aansluiting Voordruk [bar]
8 205 x 300 3/4"1,8
18 270 x 410 3/4"1,8

5.3.1 EcoNorm ^II en CBSolar ^II boilervaten

Inhoudl120200
Gewichtkg2033
Max. werkdruk boilervat bar1010
Max. werkdruk spiraal bar1111
Max. temp. boiler °C9595
IsolatieNeopor®Neopor®
mm6060
Stilstandsverlies DIN 44532kWh/24h0,92-
Spiraal
Spiraaloppervlaktem20,51,0
Vermogen volgens DIN 4708kW-44
Debiet spiraal m3/h11
Drukverliesmbar78156

Atag CBSolar II - EcoNorm ^II en CBSolar ^II boilervaten - 1

  1. Warmwater uit
  2. Van collector
  3. Aansluiting voor boilersensor (S2)
  4. Naar collector (via SolarStation)
  5. Koudwater in

5.4 Aansluiten van de collectorleidingen

Voor het aanleggen van de leidingen van en naar de collector gelden de volgende regels:

Atag CBSolar II - Aansluiten van de collectorleidingen - 1

Alle leidingen tussen boiler en collector dienen uitgevoerd te worden in 15-22 mm KIWA-gekeurd roodkoper of RVS flexibel geïsoleerd leidingmateriaal (optie).

Atag CBSolar II - Aansluiten van de collectorleidingen - 2

Tijdens normaal bedrijf kunnen de collectorleidingen kortstondig zeer heet worden (>120°C). De collectorleidingen dienen zorgvuldig geïsoleerd te worden met UV- en hittebestendig isolatiemateriaal (RVS flexibel leidingmateriaal is reeds voorzien van UV- en hittebestig isolatiemateriaal).

Atag CBSolar II - Aansluiten van de collectorleidingen - 3

ATAG heeft verschillende voorgeïsoleerde flexibele RVS slangen in haar assortiment. De 10 en 15 meter slangen zijn bedoeld voor het direct aansluiten van de collectoren op het boilervat. Aan weerskanten zit een collectorkoppeling. Als de slang door midden word gesneden (met een pijpsnijder) kan deze met een aansluitset (los verkrijgbaar) op het boilervat worden aangesloten.

Zie ook het installatievoorschrift SolarCollector ^II .

5.5 Aansluiten van de sanitaire leidingen

De CV-combiketel met warmwatervoorziening moet geschikt gemaakt worden voor het aansluiten van de CBSolar ^1 :

  • ATAG Q-serie combi: Ombouwset naverwarming zonneboiler art.nr. AA1ZB04H
  • ATAG E-Serie combi met MCBA stuurautomaat:

Ombouwset naverwarming zonneboiler

art.

- ATAG A- en E-Serie combi met LMU stuurautomaat:

Ombouwset naverwarming zonneboiler

art.

Bij een ander merk/type combiketel moet navraag bij de leverancier gedaan worden.

Monteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving.

De koudwaterleiding naar de zonneboiler en naar de CV-combiketel moet voorzien zijn van een inlaatcombinatie (8 bar). Bij de Q-Serie en de E-Serie moet in de koudwaterleiding het meegeleverde doseerventiel ingebouwd zijn. In de koudwaterleiding mag na de inlaatcombinatie geen kraan of afsluiter gemonteerd worden, omdat bij gesloten kraan of afsluiter de overstort van de inlaatcombinatie niet bereikbaar is voor het uitzettende water. Zorg voor een vrije uitloop van de overstort van de inlaatcombinatie in de sifon naar de riolering. Zie voor het aansluiten van de boiler aan de CV-combiketel het bij de CV-combiketel meegeleverde installatievoorschrift.

Atag CBSolar II - Aansluiten van de sanitaire leidingen - 1

text_image 50 cm

Het 300 en 400 liter boilervat zijn voorzien van een extra aansluiting aan de zijkant. Deze moet lekvrij afgestopt worden.

Monteer bij de CBSolar ^1 300 en 400 de warmwaterleiding 50cm naar beneden om een warmteslot te creëren en isoleer de leiding goed om warmteverliezen te beperken.

Atag CBSolar II - Aansluiten van de sanitaire leidingen - 2

De temperatuur in het boilervat kan oplopen tot 95°C, de plaatsing van een mengventiel is daarom essentieel!

Bij de EcoNorm ^II en CBSolar ^II 120/2,5 en 200/5,0 kan het meegeleverde mengventiel (met vaste instelling van 60°C) direct op het boilervat gemonteerd worden. De vier aansluitingen zijn 15mm knel. Zie onderstaande afbeeldingen.

Koud water (±15°C) Verwarmd water (tot 95°C)

Atag CBSolar II - Aansluiten van de sanitaire leidingen - 3

text_image Koud water (±15°C) Gemengd water (tot ±65°C)

Bij de CBSolar ^II 300/7,5 en 400/10 wordt een 22mm instelbaar mengventiel meegeleverd.

5.5 Elektrische aansluiting

Atag CBSolar II - Elektrische aansluiting - 1

Steek de stekker van het SolarStation niet in de wandcontactdoos voordat het systeem gevuld is. Dit ter voorkoming van drooglopen van de pomp.

Voor de werking van het systeem is de juiste plaatsing van de sensoren essentieel!

Plaatsing van de sensor in het boilervat

Bij het 120 en 200 liter boilervat zijn de sensoren reeds geplaatst en behoort de sensor alleen nog in de regelunit te worden aangesloten op de positie S2.

Bij het 300 en 400 liter boilervat behoort de boilersensor met behulp van een sensorbuis geplaatst te worden in de onderste 1/2" aansluiting in het boilervat. Zie hiervoor ook bladzijde 11. De boilersensor moet in de regelunit op positie S2 worden aangesloten.

Atag CBSolar II - Plaatsing van de sensor in het boilervat - 1

Plaatsing van de sensor in de collector

De temperatuursensor dient te worden gemonteerd in de laatste (warmste) collector aan de uitstroomzijde. Voor uitgebreidere instructies zie installatievoorschrift SolarCollector ^II .

Voor het plaatsen van de sensoren moet de kruiskopschroef in het regelunit losgedraaid worden waarna de witte kap eruit gekanteld kan worden.

Zorg dat de regelunit spanningsloos is bij het monteren van de sensoren.

Pas na het vullen van het systeem, zie hoofdstuk 9, kan de stekker van het SolarStation in de wandcontactdoos gestoken worden.

5.7 Instellingen regelunit

Aan de instellingen van de regelunit hoeft niets te gebeuren. Deze staan af fabriek zo ingesteld zodat het systeem optimaal functioneert. Zie hoofdstuk 8.3 voor een beknopte uitleg van de regelunit en de standaard instellingen.

6 CBHotTop

De CBHotTop is een CV-zonlichtboiler waarbij het bovenste gedeelte van de zonlichtboiler op temperatuur wordt gehouden door een solo-ketel.

6.1 Werking

Het boilervat is verbonden met een collector. Het collectorcircuit is een volledig gescheiden gesloten circuit, dat onder druk is gevuld met een glycol/water-mengsel.

Atag CBSolar II - Werking - 1

text_image De collectorp vermogen in collectorsenso temperatuur aan). Het wate de collector verwarmde v warmtewisselaar door deze wiss sanitairwater. De rondpompen indie oploopt. De solar als het temperatu (ΔT<4K:pomp boil

De collectorpomp schakelt met minimaal vermogen in zodra de temperatuur van de collectorsensor 6°C hoger is dan de temperatuur in het boilervat (ΔT>6K:pomp aan). Het water/glycol wordt rondgepompt en in de collector opgewarmd. Daarna stroomt de verwarmde vloeistof door de spiraalvormige rmtewisselaar in het boilervat. De warmte wordt or deze wisselaar overgedragen aan het hitairwater. De solarpomp zal de vloeistof sneller endpompen indien het temperatuurverschil verder oopt. De solarpomp zal uitgeschakeld worden het temperatuurverschil nog maar 4°C betreft (ΔT<4K:pomp uit).

Het bovenste gedeelte van het boilervat wordt op temperatuur

gehouden door een solo ketel.

Beveiliging tegen oververhitting

De maximale temperatuur van het boilervat staat standaard ingesteld op 95°C. Wanneer deze temperatuur bereikt wordt schakelt de solarpomp uit. De temperatuur kan in dit geval verder oplopen in de collector. Als de temperatuur in de collector verder oploopt zal de vloeistof verdampen, hierbij wordt vloeistof in het expansievat gedrukt. Als de temperatuur vervolgens terugloopt zal de collector zich weer vullen met vloeistof en kan het systeem weer gaan draaien.

Vorstbeveiliging

De collector ^1 en de leidingen van en naar de collector zijn beveiligd tegen vorst doordat dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel.

Atag CBSolar II - Vorstbeveiliging - 1

flowchart
graph TD
    A["1"] --> B["2"]
    B --> C["S1"]
    C --> D["3"]
    D --> E["S2"]
    E --> F["4"]
    F --> G["5"]
    G --> H["6"]
    H --> I["7"]
    I --> J["8"]
    J --> K["9"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style K fill:#bbf,stroke:#333
    note right of A: "dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel."
    note right of H: "20 selector on de keringen van en kair de selector"
    note right of H: "dit circuit gevuld is met een glycol/water-mengsel."

15

  1. Collector
  2. Regelunit
  3. Boilervat
  4. Mengventiel
  5. Warmwater
  6. Driewegklep
  7. Soloketel
  8. Koudwater
  9. Ruimteverwarming

S1 Collectorsensor

S2 Boilersensor

6.2 Leveringsomvang

De CBHotTop zonlichtboiler wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:

Boiler:

  • RVS boilervat met twee interne RVS warmtewisselaars;
  • Hardschuimisolatieschaal en PVC mantel;

SolarStation:

  • Bevestigingsmateriaal SolarStation;
    • Regelunit met T -regeling;
  • Modulerende solarpomp;
  • Temperatuursensor (S1) voor de collector;
  • Temperatuursensor (S2) voor het boilervat;
  • Twee vulkranen waarvan één in SolarStation verwerkt;
  • Terugslagklep (verwerkt in SolarStation);
    • Thermostatisch mengventiel;
    • Overstortventiel (6 bar);
  • Aansluitsnoer;
  • Expansievat 8 of 18 liter / voordruk 1,8 bar.

Collectorset:

- Afhankelijk van de gekozen ATAG zonneboilerset wordt een ATAG collectorset meegeleverd voor indak, opdak of platdak. Voor de montage hiervan verwijzen wij naar het meegeleverde installatievoorschrift van de SolarCollector ^II .

Installatievoorschriften:

• ATAG zonneboilers;
- ATAG SolarCollector
- Gebruikershandleiding;
- Garantiekaart

CBHotTopAantal collectorenBoiler (I)Expansievat (I)SolarStationMengventiel
200/2,512008Klein15mmknel
300/5,0230018Klein22mmknel
400/7,5340018Groot22mmknel

6.3 Technische specificaties

SolarStation klein SolarStation groot

AfbeeldingAtag CBSolar II - Technische specificaties - 1Atag CBSolar II - Technische specificaties - 2
Afmetingen (bxdxh) [mm] 160 x215 x 340160 x215 x 340
Pomp WiloST/4,5 ECOTEC ST/6 PWM
Aansluitingen15 mm knel22 mm knel
Overstort collectorcircuit6 bar6 bar
Maximaal elektrisch vermogen50 W50 W
Toepassing:
200 literX
300 literX
400 literX

Expansievaten

Volume [liter] Afmetingen (dxh) [mm] Aansluiting Voordruk [bar]
8 205 x 300 3/4" 1,8
18 270 x 410 3/4" 1,8

6.3.1 Technische informatie CBHotTop boilervaten

Inhoudl200300400
Gewichtkg355370
Max. werkdruk boiler bar101010
Max. werkdruk spiraal bar404040
Max. temperatuur boiler °C959595
IsolatieEPSEPSEPS
mm505050
Stilstandsverlies DIN 44532kWh/24h2,112,292,86
Onderste spiraal (Collectoren)
Spiraaloppervlakte m^2 0,91,31,6
Vermogen volgens DIN 4708kW395565
Warmwaterprestatie 10-45°Cl/h95913681606
Debiet spiraal m^3/h 22,53
Drukverliesmbar111238133
Bovenste spiraal (Solo ketel)
Spiraaloppervlakte m^2 0,50,90,9
Vermogen volgens DIN 4708kW244040
Warmwaterprestatie 10-45°Cl/h582990977
Debiet spiraal m^3/h 22,53
Drukverliesmbar6116178

Atag CBSolar II - Technische specificaties - 3

text_image 128.0 45° 1. R3/4"

CBHotTop 200

  1. Warmwater uit
  2. Van Soloketel
  3. Naar Soloketel
  4. Van collector
  5. Koudwater in
  6. Naar collector
  7. Boilersensor (S2)
  8. Positie voor sensor soloketel

Atag CBSolar II - Technische specificaties - 4

text_image Ø606.0 Ø200.0 34.0 R1/2" 2. R3/4" 3. R3/4" 8. 1/2" R1 1/2" 4. R3/4" 7. R1/2" 5. R3/4" 6. R3/4" 1012.0 642.0 252.0 47.0 1250.0 1002.0 662.0 422.0 252.0

Atag CBSolar II - Technische specificaties - 5

6.4 Aansluiten van de collectorleidingen

Voor het aanleggen van de leidingen van en naar de collector gelden de volgende regels:

Atag CBSolar II - Aansluiten van de collectorleidingen - 1

Alle leidingen tussen boiler en collector dienen uitgevoerd te worden in 15-22 mm KIWA-gekeurd roodkoper of RVS flexibel geïsoleerd leidingmateriaal (optie).

Atag CBSolar II - Aansluiten van de collectorleidingen - 2

Tijdens normaal bedrijf kunnen de collectorleidingen kortstondig zeer heet worden (>120°C). De collectorleidingen dienen zorgvuldig geïsoleerd te worden met UV- en hittebestendig isolatiemateriaal (RVS flexibel leidingmateriaal is reeds voorzien van UV- en hittebestig isolatiemateriaal).

Atag CBSolar II - Aansluiten van de collectorleidingen - 3

ATAG heeft verschillende voorgeïsoleerde flexibele RVS slangen in haar assortiment. De 10 en 15 meter slangen zijn bedoeld voor het direct aansluiten van de collectoren op het boilervat. Aan weerskanten zit een collectorkoppeling. Als de slang door midden word gesneden (met een pijpsnijder) kan deze met een aansluitset (los verkrijgbaar) op het boilervat worden aangesloten.

Zie ook het installatievoorschrift SolarCollector ^II .

6.5 Aansluiten van de CV-leidingen

Atag CBSolar II - Aansluiten van de CV-leidingen - 1

text_image 60 cm 50 cm

Voor de CV-leidingen adviseert ATAG 22mm. De aansluitingen voor de CV-spiraal zijn 34 (200 ltr.) of 1" (300 en 400 ltr.). Monteer de CV-leidingen 50cm naar beneden om een warmteslot te creëren en isoleer de leidingen goed om warmteverliezen te beperken (zie figuur hierboven). De CBHotTop wordt geleverd zonder driewegklep. Indien de CV-ketel niet voorzien is van een driewegklep voor het aansluiten van een externe boiler adviseert ATAG de volgende onderdelen:

Tbv E32S, Q25S, Q38S en Q51S met MCBA stuurautomaat:

S4381800

Driewegklep

VC2010

S4358610

Elektronische

boilersensor

Neem voor andere typen CV-ketels contact op met de leverancier.

Zie verder de meegeleverde instructies bij de driewegklep en het installatievoorschrift van de CV-ketel.

6.6 Aansluiten vare danitaire leidingen

Atag CBSolar II - Aansluiten vare danitaire leidingen - 1

text_image 50 cm

Monteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving.

De koudwaterleiding naar de zonlichtboiler moet voorzien zijn van een inlaatcombinatie (6, 8 of 10 bar al naar gelang de voorschriften). In de koudwaterleiding mag na de inlaatcombinatie geen kraan of afsluiter gemonteerd worden, omdat bij gesloten kraan of afsluiter de overstort van de inlaatcombinatie niet bereikbaar is voor het uitzettende water. Zorg voor een vrije uitloop van de overstort van de inlaatcombinatie in de sifon naar de riolering.

Sluit de warmwaterleiding samen met het thermostatisch mengventiel aan volgens de huidige regelgeving.

Atag CBSolar II - Aansluiten vare danitaire leidingen - 2

De temperatuur in het boilervat kan oplopen tot 95°C, de plaatsing van een mengventiel is daarom essentieel!

Bij de 200/2,5 is een 15mm mengventiel bijgeleverd, bij de 300/5,0 en de 400/7,5 een 22mm mengventiel.

Monteer de warmwaterleiding 50cm naar beneden om een warmteslot te creëren en isoleer de leiding goed om warmteverliezen te beperken.

Het 300 en 400 liter boilervat zijn voorzien van een extra aansluiting aan de zijkant. Deze moet lekvrij afgestopt worden.

6.7 Elektrische aansluiting

Atag CBSolar II - Elektrische aansluiting - 1

Steek de stekker van het SolarStation niet in de wandcontactdoos voordat het systeem gevuld is. Dit ter voorkoming van drooglopen van de pomp.

Atag CBSolar II - Elektrische aansluiting - 2

Voor de werking van het systeem is de juiste plaatsing van de sensoren essentieel!

Plaatsing van de sensor in het boilervat

Bij het boilervat behoort de boilersensor met behulp van een sensorbuis geplaatst te worden in de onderste 1/2" aansluiting in het boilervat. Zie hiervoor ook bladzijde 16. De boilersensor moet in de regelunit op positie S2 worden aangesloten.

In de bovenzijde van de boilervaten is een 1/2" aansluiting waarin een voelerbuis en sensor geplaatst kan worden voor de CV-ketel.

Atag CBSolar II - Plaatsing van de sensor in het boilervat - 1

Plaatsing van de sensor in de collector

De temperatuursensor dient te worden gemonteerd in de laatste (warmste) collector aan de uitstroomzijde. Voor uitgebreidere instructies zie installatievoorschrift SolarCollector ^1 .

Voor het plaatsen van de sensoren moet de kruiskopschroef in het regelunit losgedraaid worden waarna de witte kap eruit gekanteld kan worden.

Zorg dat de regelunit spanningsloos is bij het monteren van de sensoren.

Pas na het vullen van het systeem, zie hoofdstuk 9, kan de stekker van het SolarStation in de wandcontactdoos gestoken worden.

6.8 Instellingen regelunit

Aan de instellingen van de regelunit hoeft niets te gebeuren. Deze staan af fabriek zo ingesteld zodat het systeem optimaal functioneert.

7 SolarStation

Het SolarStation is er voor het tot stand brengen van circulatie in het collectorcircuit en het zo maximaal mogelijk de zonnewarmte in de zonlichtboiler op te slaan. Dit SolarStation bestaat uit een modulerende solarpomp, een elektronische regelunit, een vulkraan, overstortventiel, terugslagklep en manometer.

7.1 Werking

Atag CBSolar II - Werking - 1

De solarpomp in het SolarStation wordt modulerend aangestuurd door het elektronische regelunit waarop de sensor van de collector en van het boilervat zijn aangesloten. Vanaf

een temperatuurverschil tussen de collector en het boilervat van 6°C wordt de solarpomp modulerend aangestuurd. Des te groter het temperatuurverschil, des te meer vloeistof er wordt rondgepompt. Indien het temperatuurverschil kleiner dan 4°C is of het boilervat zijn maximum temperatuur van 95°C bereikt heeft, zal de solarpomp uitgeschakeld worden.

Omdat de zonlichtboiler volgens het drukprincipe werkt heeft het SolarStation een aansluiting voor een expansievat en daarnaast een overstortventiel als veiligheid.

  1. Vulkraan; (perszijde vulpomp)
  2. Naar collector
  3. Overstortventiel
  4. Vulkraan; (retour vulpomp)
  5. Van onderste aansluiting boilerspiraal

7.2 Elektrische aansluitingen

Atag CBSolar II - Elektrische aansluitingen - 1

De installatie moet blijven voldoen aan:

  • NL: Voorschriften voor elektrische apparaten NEN 1010;
  • B: De voorschriften van het Algemene Reglement voor de Elektrische Installaties (A.R.E.I.);
  • Plaatselijk geldende voorschriften;
  • Het toestel moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos.
    Deze moet zichtbaar en binnen handbereik geplaatst zijn.

Het toestel voldoet aan de volgende voorschriften:

  • Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC
  • EMC richtlijn 2004/108/EC

Verder gelden de volgende algemene voorschriften:

  • De bedrading van het toestel moet volgens de huidige regelgeving worden aangebracht;
  • Alle aansluitingen moeten in de regeleenheid gemaakt te worden.

Atag CBSolar II - Elektrische aansluitingen - 2

Steek de stekker van het SolarStation niet in de wandcontactdoos voordat het systeem gevuld is. Dit ter voorkoming van drooglopen van de pomp.

De regelunit is beveiligd tegen blikseminslag en is gemaakt van niet brandbare materialen.

7.3 Beknopte uitleg regelunit

Atag CBSolar II - Beknopte uitleg regelunit - 1

text_image druktoets worden. 1 Voorwaarts 3 SET 2 Terug Als toets zichtbaar

De bediening van de regelunit op het SolarStation vindt plaats door middel van drie druktoetsen. Met behulp van de bovenste en onderste toets kan door het menu gescrold worden. Hierin zijn de volgende waarden zichtbaar:

Aanduiding Betekenis

COLCollectortemperatuuronderin
TSTBoilertemperatuur
n%Pompsnelheid
hpBedrijfsurenteller

Als toets 1 voor minimaal drie seconden wordt ingedrukt, dan worden de instellingen zichtbaar. Door voorwaarts in het menu te navigeren (toets 1) kunt u alle instellingen zien. Een instelling aanpassen kan gebeuren door de SET-toets in te drukken (toets 3), met toets 1 en 2 de waarde aan te passen en vervolgens met de SET-toets te bevestigen. Tijdens de installatie van de zonneboiler is alleen de instelling HND1 benodigd, zie hoofdstuk 9.2.

Bij de EcoNorm ^II en CBSolar ^II en de CBHotTop staan alle instellingen bij levering juist.

Atag CBSolar II - Beknopte uitleg regelunit - 2

Aanduiding Betekenis Standaard

DT O Aanschakeltemperatuurverschil 6.0 K
DT F Uitschakeltemperatuurverschil 4.0 K
DT S Bij het bereiken van DT S, stijgt de pompsnelheid met 10% 10.0 K
RISBij een stijging van het temperatuurverschil met 2 K boven DT S, stijgt de pompsnelheid elke keer met 10%2.0 K
SMXMaximale opslagtemperatuur; na het bereiken van deze temperatuur gaat het laden vertraagd door tot max. 95°C80°C
EMVeiligheiduitschakeling collector; boven deze temperatuur schakelt de solarpomp uit140°C
OCXOptie systeem koeling na het bereiken van SMX gaat het laden vertraagd door tot max. 95°CON
CMXMaximale collectortemperatuur, solarpomp gaat pompen bij deze temp. Indien boilertemp. Tussen SMX en 95°C is.105°C
OCN Minimale collectortemperatuur functie; antivriesfunctie OFF
CMNMinimale collectortemperatuur waarbij de pomp aanslaat.10.0°C
OCFAntivries instelling OFF
CFRPomp slaat aan als COL beneden deze waarde komt.4°C
OREC Afkoelfunctie boiler tot SMX OFF
OTCBuiscollector functieOFF
OHQMWarmtehoeveelheid indicatie (extra sensoren benodigd!)OFF
FMAXMaximale flow in het collectorcircuit in liter/minuut6.0
MEDTAntivries; 0=geen, 1=Glycol, 2=ethyleen, 4=Glycol HT1
MED%Antivriesconcentraat in procenten45
kWhOpgewekte energie in kWh of MWhkWh
nMNMinimale pompsnelheid in procenten30
HND1Aansturing pomp; aan, automatisch of uitAuto
LangMenutaal (Duits, Engels, Italiaans en Frans beschikbaar)En(gels)

*In het grijs de instellingen die niet standaard zichtbaar zijn.
De volledige handleiding van de regelunit kunt u downloaden van onze website.

8 Vullen en ontluchten van de zonneboiler

Vul de volgende onderdelen van de installatie in volgorde:

  1. sanitairzijdig (boilervat)
  2. collectorcircuit

8.1 Vullen en ontluchten sanitairzijdig

Atag CBSolar II - Vullen en ontluchten sanitairzijdig - 1

Gebruik uitsluitend sanitairwater van het waterleidingbedrijf voor het vullen.

Het vullen en ontluchten gaat als volgt:

  1. open in de installatie een warmwaterkraan;
  2. open de hoofdtoevoer van het koudwater;
  3. open de stopkraan van de inlaatcombinatie;
  4. vul de boiler totdat er water uit de geopende warmwaterkraan komt.

Atag CBSolar II - Vullen en ontluchten sanitairzijdig - 2

Controleer alle aansluitingen, het inspectieluik in de boiler en de dompelbuis (indien aanwezig) op lekdichtheid.

Atag CBSolar II - Vullen en ontluchten sanitairzijdig - 3

Laat het water nog enkele minuten stromen om ervoor te zorgen dat de boiler en leidingen volledig gespoeld en ontlucht zijn. Sluit dan de warmwaterkraan.

8.2 Vullen en spoelen collectorzijdig

Atag CBSolar II - Vullen en spoelen collectorzijdig - 1

Voor het op een juiste wijze vullen van het collectorcircuit is een vulpompkar benodigd! (Optioneel leverbaar, bestelnummer: COA1776U)

  1. Vul de vulpompkar met het door ATAG geleverde glycol en voeg daar water bij tot een mengverhouding van glycol/water van 1:2 om tot een bescherming te komen van -17°C. Een mengverhouding van 1:1½ staat gelijk aan -24°C.
  2. Sluit de retourslang van de vulpompkar aan op de vulkraan van het SolarStation met de vermelding "Vullen Uit". Sluit de perszijde aan op de andere vulkraan.

Atag CBSolar II - Vullen en spoelen collectorzijdig - 2

Zie de afbeelding bij hoofdstuk 8.1 voor de aansluitingen

  1. Open de kranen en laat de vulpomp voor vijf minuten rondpompen. Stop de vulpomp en wacht tot al het vloeistof teruggelopen is in de vulpompkar.
  2. Start nogmaals de vulpomp voor vijf minuten.
  3. Laat de systeemdruk meerdere keren oplopen tot 3 bar door het sluiten van de retour vulkraan.
  4. Sluit de vulkranen en zorg dat het systeem op een druk van 2 bar staat.
  5. Steek de stekker van het SolarStation in het stopcontact en zet de pomp op automatisch, zoals hieronder beschreven.

Atag CBSolar II - Vullen en spoelen collectorzijdig - 3

HND1SET Auto

Druk op de bovenste toets van de regelunit totdat de laatste waarde bereikt is. Hou nu de bovenste toets ingedrukt totdat er nieuwe waardes zichtbaar worden. Druk meerdere keren op de bovenste toets totdat HND1 zichtbaar wordt. Druk op de middelste toets, eenmaal op de bovenste zodat Auto veranderd in On.

Atag CBSolar II - Vullen en spoelen collectorzijdig - 4

Luister of er eventueel nog lucht in het systeem zit en herhaal indien nodig stap 3 en 6.

  1. Zet na enkele minuten HND1 weer op Auto.

8.3 Vullen en ontluchten CV-zijdig (alleen CBHotTop)

Volg de instructies in het installatievoorschrift van de CV-ketel.

9 Inbedrijfname

Indien het boilervat en het collectorcircuit zijn gevuld en ontlucht, is de zonneboiler klaar voor gebruik.

Zorg dat de stekker van het SolarStation in de wandcontactdoos zit en loop de checklist na (hoofdstuk 15).

10 Buiten bedrijf stellen

In sommige situaties kan het voorkomen dat de installatie buiten bedrijf moet worden gesteld. Trek de stekker uit de wandcontactdoos. De installatie is nu buiten bedrijf.

Atag CBSolar II - Buiten bedrijf stellen - 1

Als er sprake is van vorstgevaar, bij het boilervat, is het raadzaam de gehele tapwaterinstallatie af te tappen.

Atag CBSolar II - Buiten bedrijf stellen - 2

Als de collectoren worden ontkoppeld, zorg er dan voor dat elke collector is afgedekt en de temperatuur van de vloeistof onder de 40°C is.

11 Onderhoud en garantie

Atag CBSolar II - Onderhoud en garantie - 1

In het algemeen is de ATAG zonneboiler onderhoudsvrij. De druk van het collectorsysteem en de beschermingsgraad van het glycol/watermengsel moet echter één maal per twee jaar gecontroleerd worden.

Atag CBSolar II - Onderhoud en garantie - 2

De verhouding van het glycol/watermengsel kan gemeten worden met een refractometer (bestelnummer: COA1796U). Plaats hiervoor een druppel van het mengsel op de glazen plaat. Sluit het kapje en kijk door het venster naar de propyleen schaal.

De druk moet minimaal 2 bar zijn.

De pH-waarde van de collectorvloeistof moet minimaal 7 zijn. Deze kan gemeten worden met pH-test strookjes die verkleuren bij aanraking met vloeistof.

Schade aan het boilervat, collector en SolarStation met tussenliggende leidingen als gevolg van bevriezing valt niet onder de garantie.

Voor de garantievoorwaarden verwijzen we naar de garantiekaart die bij de zonneboiler is bijgeleverd.

12 Storingen

Storing
Oorzaak

Meer dan 50°C verschil tussen collector en voorraadvat, terwijl de temperatuur in het voorraadvat nog geen 80°C is.Lucht in het systeemSpoel het systeem door met een vulpompkar
De leidingweerstand tussen de collector en de pomp is te hoogPas de pompstand aan of het leidingwerk
Defecte pomp Vervang depomp
Druk is te laagLekkage in het zonzijdige circuit Lekkage verhelpen
Defect expansievat Vervang het expansievat
Druk loopt erg op wanneer de collector opwarmtDefect expansievat Vervang het expansievat
Het voorraadvat is heet, maar het uitstromende water is koudDefect mengventiel Vervang het mengventiel
Tikkende/hakkelende pomp Pas de pompstand aan
is zichtbaar in het scherm van het SolarStationMaximale temperatuur collector bereiktGeen actie vereist, de pomp is gestopt met pompen
en zijn zichtbaar in het scherm van het SolarStation888.8 = sensorbreukControleer de kabel en vervang eventueel de sensor
- 88.8 = kortsluiting sensor
en zijn zichtbaar in het scherm van het SolarStationPomp staat handmatig aan of uit Stel de pomp in op automatisch
is zichtbaar in het scherm van het SolarStationMaximale temperatuur voorraadvat bereiktGeen actie vereist, de pomp is gestopt met pompen
De systeemdruk is opgelopen tot 3 barMogelijk defect voorraadvat Neem contact op met de fabrikant

13 Technische specificaties

ATAG SolarCollector ^II (2,5m ^2 )

Lengte2118 mm
Breedte1181 mm
Dikte94 mm
Gewicht39,9 kg
Max. belasting1000 Pa
CollectorvloeistofPropyleen Glycol / water
Vloeistof verhouding1:2 (-15°C)
Vloeistofinhoud1,63 l
Werkdruk2 bar
Maximale druk6 bar
Stagnatietemperatuur Bij 1000W/m2 en 30°C omgevingstemperatuur209,7°C
Bruto oppervlak2,50 m2
Netto oppervlak (apertuur)2,27 m2
Kleurzwart
Collectoraansluitingen3/8" uitwendig draad
Toegestane wind- en sneeuwbelasting675 Pa
SolarKeymarkja

Opla

14 Checklist

Buitenwerk

Collectorsensor juist geplaatst
Juiste installatie t.b.v. afwatering
Voldoende ballast (indien platdak)

Collectorvloeistof

Systeemdruk (2 bar)___ bar
Collectorvloeistof___ °C

Binnenwerk

Inlaatcombinatie geplaatst
Mengventiel juist geïnstalleerd
Voordruk expansievat 1,5 - 1,8 bar

Regelunit

Regelunit geeft geen foutmeldingen
Collectortemperatuur uitleesbaar
Boilertemperatuur uitleesbaar

Overig

De werking is uitgelegd aan de eigenaar
De zonlichtboiler werd conform dit voorschrift gemonteerd en in bedrijf genomen, geïnspecteerd en onderhouden.

ATAG

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Atag

Model : CBSolar II

Categorie : Ketel