VA 6111 AT - Vaatwassers Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VA 6111 AT Atag in PDF-formaat.
| Type product | Inbouw vaatwasser |
| Model | VA 6111 AT |
| Merk | Atag |
| Afmetingen (h x b x d) | 85 x 60 x 60 cm |
| Gewicht | 45 kg |
| Energieklasse | A+ |
| Jaarlijks energieverbruik | 260 kWh |
| Waterverbruik per cyclus | 10 liter |
| Geluidsniveau | 44 dB |
| Aantal programma's | 6 |
| Programma's | Intensief, Eco, Normaal, Glas, Snel, Voorweken |
| Aantal couverts | 14 |
| Netspanning | 230 V / 50 Hz |
| Aansluitwaarde | 2100 W |
| Watertoevoer | Koud water |
| Bestekmand | In hoogte verstelbaar |
| Zout- en glansmiddelindicator | Aanwezig |
| AquaStop | Ja |
| Kinderslot | Optioneel |
| Onderhoud | Reinig filters en sproeiarmen regelmatig |
| Vervangbare reserveonderdelen | Filters, sproeiarmen, zoutreservoir, glansmiddeldoseerbakje |
Veelgestelde vragen - VA 6111 AT Atag
Gebruikersvragen over VA 6111 AT Atag
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VA 6111 AT - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VA 6111 AT van het merk Atag.
GEBRUIKSAANWIJZING VA 6111 AT Atag
Informatie voor de gebruiker
Afwasautomaat
VA6111
ATUU/A01
Geachte klant,
Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar het boekje zodat u nog eens iets kunt nalezen.
Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende eigenaar van het apparaat door.
De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:

Veiligheidsaanwijzingen
Waarschuwing! Aanwijzingen die voor uw eigen veiligheid dienen.
Let op! Aanwijzingen die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.

Aanwijzingen en praktische tips

Milieu-informatie

Uw afwasautomaat heeft het nieuwe spoelsysteem
"IMPULSSPOELEN". Om een betere reiniging van het servies te bereiken, worden bij dit spoelsysteem tijdens een afwasprogramma het toerental van de motor en de sproeidruk gevarieerd. Daarom varieert tevens het geluidsniveau van het lopende afwasprogramma.
Inhoud
Gebruiksaanwijzing 4
Veiligheid.... 4
Apparaataanzicht.... 6
Bedieningspaneel 6
Voor de eerste ingebruikname 9
Waterontharder instellen 9
Speciaal zout doseren 11
Glansmiddel doseren 12
Signaaltoon in- en uitschakelen 14
In het dagelijks gebruik 15
Bestek en servies in de machine plaatsen .... 15
Bovenste korf in hoogte verstellen 19
Afwasmiddel doseren 20
Gebruik van 3in1-afwasmiddelen 21
Afwasprogramma kiezen (programmatabel)....22
Afwasprogramma starten 23
Starttijdkeuze instellen 24
Afwasautomaat uitschakelen 25
Onderhoud en reiniging 25
Wat te doen als.... 27
Kleine storingen zelf oplossen 27
Als het afwasresultaat niet bevredigend is.... 29
Afvalverwerking 30
Aanwijzingen voor testinstituten 31
Opstel- en aansluitaanwijzing 33
Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie 33
Opstellen van de afwasautomaat.... 34
Aansluiten van de afwasautomaat.... 35
Service 39
Gebruiksaanwijzing
⚠️ Veiligheid
Voor de eerste ingebruikname
- Volg de "Opstel- en aansluitaanwijzing" op.
Gebruik volgens de voorschriften
- De afwasautomaat is alleen bestemd voor het afwassen van huis-houdservies.
- Constructieve wijzigingen of veranderingen aan de afwasautomaat zijn niet toegestaan.
- Alleen speciaal zout, afwasmiddel en glansmiddel gebruiken dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is.
- Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doseren. Explosiegevaar!
Veiligheid voor kinderen
- Verpakkingsonderdelen buiten het bereik van kinderen houden. Verstikkingsgevaar!
- Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrische apparaten verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de afwasautomaat.
- Controleer of kinderen of huisdieren niet in de afwasautomaat kunnen klauteren. Levensgevaar!
- Afwasmiddelen kunnen gevaar voor ogen, mond en keel veroorzaken. Levensgevaar! De veiligheidsaanwijzingen van de afwasmiddelfabrikant opvolgen.
- Het water in de afwasautomaat is geen drinkwater. Gevaarlijk voor de gezondheid!
Algemene veiligheid
- Reparaties aan de afwasautomaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
- Als de afwasautomaat niet gebruikt wordt, het apparaat uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien.
- De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar altijd aan de stekker.
- Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert.
•Ga nooit op de geopende deur staan of zitten. - Staat de afwasautomaat in een ruimte waar het kan gaan vriezen, dan dient na ieder gebruik de aansluitslang van de waterkraan gescheiden te worden.
Apparaataanzicht

Bedieningspaneel
Voor de bediening van het apparaat moet altijd eerst de deur van de af-wasautomaat worden geopend.

Met de AAN/UIT-toets wordt de afwasautomaat in-/uitgeschakeld.

Met de programmatoetsen wordt het gewenste afwasprogramma gekozen.
Functietoetsen: Naast het aangegeven afwasprogramma kunnen met behulp van deze toetsen de volgende functies worden ingesteld:
Functietoets 1 Waterontharder instellen
Functietoets 2 - niet in gebruik -
Functietoets 3 Signaaltoon in- en uitschakelen

De multidisplay kan aangeven:
-op welk hardheidsniveau de waterontharder is ingesteld.
-of de signaaltoon is in- of uitgeschakeld.
—welke starttijd is ingesteld.
-hoe lang een lopend afwasprogramma naar verwachting nog duurt.
-van welke storing aan de afwasautomaat sprake is.
Controlelampjes hebben de volgende betekenis:
| S 1) | Zout bijvullen |
| ※ 1) | Glansmiddel bijvullen |
| Waterkraan opendraaien | |
1) Deze controle-indicaties branden niet tijdens het lopende afwasprogramma.
Voor de eerste ingebruikname
- Waterontharder instellen
- Zout voor de waterontharder doseren
- Glansmiddel doseren
Als u een 3in1-afwasmiddel wilt gebruiken, let dan op het volgende:
- Lees eerst het hoofdstuk "Gebruik van 3in1-afwasmiddelenl".
- De afwasautomaat inschakelen, op de toets "3in1" drukken. De indicatie van de toets brandt: De 3in1-functie is geselecteerd! U hoeft daarom
-geen zout of glansmiddel te doseren.
-de waterontharder niet in te stellen.
-de toevoer van het glansmiddel niet in of uit te schakelen.
-Voor de start van het afwasprogramma het 3in1-afwasmiddel in het vakje voor het afwasmiddel doseren.
Waterontharder instellen
De wateronderharder moet mechanisch en elektronisch worden ingesteld.
Om kalkafzettingen op servies en in de afwasautomaat te voorkomen, moet het servies met zacht d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. De waterontharder moet volgens de tabel op de waterhardheid binnen uw woongebied worden ingesteld. Informatie over de plaatselijke waterhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.
De afwasautomaat moet uitgeschakeld zijn.
- De deur van de afwasautomaat openen.
- De onderste korf uit de afwasautomaat nemen.
- De schakelaar voor het hardheidsbereik aan de linkerzijde van de kuip op 0 of 1 draaien (zie tabel).

- De toets AAN/UIT indrukken.

Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:
De functietoetsen 2 en 3 gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indrukken.
De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden.
Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is ge-activeerd.
- De functietoetsen 2 en 3 gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.
De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen.
- Functietoets 1 indrukken.
De LED-indicatie van de functietoets 1 knippert.
De multidisplay geeft het ingestelde hardheidsniveau aan.
- Het drukken op de functietoets 1 verhoogt het hardheidsniveau met 1.
(Uitzondering: na hardheidsniveau 10 volgt hardheidsniveau 1).
- Als het hardheidsniveau correct is ingesteld, op de AAN/UIT-toets drukken.
Het hardheidsniveau is dan opgeslagen.
Als de waterontharder elektronisch op "1" wordt ingesteld, dan wordt daarmee het controlelampje voor zout uitgeschakeld.
| Waterhardheid | Instelling van de hardheidsgraad | Indicatie op het multidisplay | Aantal sig- naal- tonen1) | |||
| in °d 2) | in mmol/l 3) | Bereik | mechanisch elektronisch | |||
| 51 - 70 | 9,0 - 12,5 | IV | 1 | 10 4) | 10L | 10 |
| 43 - 50 | 7,6 - 8,9 | 9 | 9L | 9 | ||
| 37 - 42 | 6,5 - 7,5 | 8 | 8L | 8 | ||
| 29 - 36 | 5,1 - 6,4 | 7 | 7L | 7 | ||
| 23 - 28 | 4,0 - 5,0 | 6 | 6L | 6 | ||
| 19 - 22 | 3,3 - 3,9 | III | 0* | 5 | 5L | 5 |
| 15 - 18 | 2,6 - 3,2 | 4* | 4L | 4 | ||
| 11 - 14 | 1,9 - 2,5 | II | 3 | 3L | 3 | |
| 4 - 10 | 0,7 - 1,8 | I/II | 2 | 2L | 2 | |
| onder 4 | onder 0,7 | I | 1 geen zout noodzakelijk | IL 1 | ||
1) Alleen als de signaaltoon is ingeschakeld, wordt de waterhardheid met geluid weergegeven.
2) (°d) Duitse graden, meeteenheid voor de waterhardheid
3) (mmol/l) millimol per liter, internationale eenheid voor waterhardheid
4) Bij deze instelling kan de looptijd van het programma iets langer worden.
*) instelling vanaf de fabriek
Speciaal zout doseren
Om de waterontharder te ontkalken dient speciaal zout gedoseerd te worden. Alleen zout dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is gebruiken.
Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan zout:
-Voor de eerste ingebruikname van de afwasautomaat.
—Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor zout brandt.
- Deur openen, onderste korf uitnemen
- Afsluitdop van het voorraadvakje van het zout linksom opendraaien.
- Alleen bij de eerste ingebruikname:
Het zoutvoorraadvakje geheel met water vullen. - De meegeleverde trechter in de opening van het voorraadvakje steken.
Zout in het voorraadvakje doseren, inhoud afhankelijk van de korrel-grootte ca. 1,0-1,5 kg. Het voor-raadvakje niet overmatig vullen.

Het kan geen kwaad als bij het doseren van het zout water overloopt.
-
De opening van het voorraadvakje van zoutresten ontdoen.
-
De afsluitdop rechtsom dichtdraaien.
-
Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daardoor worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld.
-
De opening van het voorraadvakje van zoutresten ontdoen.
- De afsluitdop rechtsom dichtdraaien.
- Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daardoor worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld.
i Afhankelijk van de korrelgrootte kan het enige uren duren voordat het zout in het water is opgelost en het controlelampje voor zout weer dooft.
Glansmiddel doseren
Omdat het glansmiddel het spoelwater beter laat aflopen krijgt u vlek-vrij, glanzend servies en heldere glazen.
Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan glansmiddel:
-Voor de eerste ingebruikname van de afwasautomaat.
–Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor glansmiddel brandt.
Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor afwasautomaten en geen andere vloeibare reinigingsmiddelen.
- De deur openen.
Het vakje voor het glansmiddel bevindt zich op de binnenzijde van de deur van de afwasautomaat.
- Ontgrendelingsknop van het glansmiddelvak indrukken.
-
Deksel openklappen.
-
Glansmiddel langzaam en precies tot de streepmarkering "max" dose-ren;
dat komt ongeveer overeen met een doseerhoeveelheid van 140 ml - Deksel dichtdrukken tot deze vastklikt.
- Als er glansmiddel naast is gelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd. Anders vormt zich tijdens het afwassen te veel schuim.

Glansmiddeldosering instellen

De dosering alleen dan veranderen als op glazen en servies vegen, melkachtige vlekken (dosering lager instellen) of opgedroogde waterdruppels (dosering hoger instellen) te zien zijn (zie hoofdstuk "Als het afwasresultaat niet bevredigend is"). De dosering kan van 1-6 worden ingesteld. Vanaf de fabriek is de dosering op "4" ingesteld.
- De deur van de afwasautomaat openen.
- Ontgrendelingsknop van het glansmiddelvak indrukken.
- Deksel openklappen.
- De dosering instellen.
- Deksel dichtdrukken tot deze vastklikt.
- Als er glansmiddel is uitgelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

Signaaltoon in- en uitschakelen
U kunt instellen of u, naast een zichtbare indicatie (bij bijvoorbeeld het programma-einde of storingen) ook een signaaltoon wilt horen.
- De toets AAN/UIT indrukken.

Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:
De functietoetsen 2 en 3 gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indrukken.
De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden.
Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is ge-activeerd.
- De functietoetsen 2 en 3 gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.
De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen.
- Functietoets 3 indrukken.
De LED-indicatie van de functietoets 3 knippert.
Het multidisplay geeft de huidige instelling aan:
| 06Signaaltoon uitgeschakeld | |
| 16 | Signaaltoon ingeschakeld (instelling vanaf de fabriek) |
-
Door op de functietoets 3 te drukken verandert de instelling.
-
Als het multidisplay de gewenste instelling aangeeft, druk dan op de AAN/UIT-toets. De instelling wordt dan opgeslagen.
In het dagelijks gebruik
Bestek en servies in de machine plaatsen

Sponzen, huishouddoeken en alle voorwerpen die water opnemen mo- gen niet in de afwasautomaat worden gereinigd. Servies voorzien van een kunststof- en teflonlaag houdt waterdruppels sterk vast. Daarom droogt dit type servies iets minder goed dan porselein en edelstaal.
Voor het afwassen in de afwasautomaat is het volgende bestek/servies
| niet geschikt: wel geschikt: | |
| Bestek voorzien van een houten, hoornen, porseleinen of paarlemoergreepNiet hittebestendige kunststofdelenOuder bestek waarvan de lijm temperatuurgevoelig isGelijmd servies of bestekdelenVoorwerpen van tin en koperKristalRoestgevoelige staaldelenHouten plankjesKunstvoorwerpen | Aardewerkservies alleen in de afwasautomaat reinigen als dit door de fabrikant expliciet als daarvoor geschikt is benoemd.Op het glazuur aangebrachte versieringen kunnen na zeer vaak machinaal afwassen verbleken.Zilveren en aluminiumonderdelen kunnen als gevolg van het afwassen verkleuren. Etensresten zoals eiwit, eigeel en mosterd veroorzaken vaak verkleuringen of vlekken op zilver. Zilver dient daarom, als het niet direct na het gebruik wordt afgewassen, onmiddellijk van etensresten ontdaan te worden.Glaswerk kan na vele afwasbeurten troebel worden. |
- Voordat u het servies in de machine plaatst, moet u:
-grove etensresten verwijderen.
—pannen met ingebrande etensresten inweken.
- Bij het plaatsen van het servies en het bestek op het volgende letten:
-Het servies en het bestek mogen de sproeiarmen niet in hun draai-beweging hinderen.
—Schoteltjes, kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar onderen plaatsen, opdat er geen water in kan achterblijven.
-Servies en bestekdelen mogen niet in elkaar worden geplaatst of elkaar afdekken.
- Om glasbeschadigingen te voorkomen mogen glazen elkaar niet aanraken.
–Kleine voorwerpen (bijv. deksels) niet in de servieskorven maar in de bestekkorf plaatsen zodat ze niet door de korf naar beneden kunnen vallen.
Bestek inruimen

Waarschuwing: Messen met een scherpe punt en scherpkantig bestek dienen vanwege het risico op verwondingen in het bestekvak of in de bovenste korf te worden geplaatst.
Messen, kleine lepels en kleine vorken in het bestekvak inruimen, dat zich op de bovenste korf bevindt.
Vorken en lepels die niet in het be- stekvak passen, plaatst u in de be- stekkorf.

Opdat alle bestekdelen in de bestekkorf door water worden omspoeld, moet u:
-
Roosterinzet op de bestekkorf insteken
-
Vorken en lepels met de greep naar onderen in de roosterinzet van de bestekkorf plaatsen.

Voor grotere bestekdelen zoals bijv. een garde, kan een helft van het bestekrooster weggelaten worden.
Schalen, pannen, grote borden
Groter en sterk vervuild servies in de onderste korf plaatsen (Borden met een max. doorsnede van 29 cm).

Om groter vaatwerk makkelijker te kunnen inruimen, kunnen de beide rechte bordenrekken van de onderste korf worden ingeklapt.

Klein, teer servies of lange, puntige bestekdelen in de bovenste korf plaatsen.
- Serviesdelen op en onder het opklapbare kopjesrek om en om plaatsen zodat het water de diverse delen kan bereiken.

- Voor hoge serviesdelen kunnen de kopjesrekken omhoog worden geklapt.
- Wijn- of cognacglazen in de kopjesrekken hangen of hiertegen la- ten steunen.

Bovenste korf in hoogte verstellen
| maximale hoogte van het servies in | ||
| bovenste korf onderste korf | ||
| bij hoger geplaatste bovenste korf 22 cm 30 cm | ||
| bij lager geplaatste bovenste korf 24 cm 29 cm | ||

De hoogteverstelling is ook bij beladen korven mogelijk.
Hoger / Lager plaatsen van bovenste korf
- Bovenkorf geheel uittrekken.
- Bovenkorf aan de greep tot de aan-
slag omhoog heffen en recht naar
beneden verlagen.
De bovenkorf klikt in de bovenste of onderste positie in.

Afwasmiddelen lossen de vervuilingen van servies en bestek op. Het afwasmiddel moet vóór de start van het programma worden gedoseerd.

Gebruik alleen afwasmiddel voor huishoud-afwasautomaten.
Het vakje voor het afwasmiddel bevindt zich op de binnenzijde van de deur.
- Als de deksel gesloten is: Ontgrendelingsknop indrukken. Deksel springt open.
- Afwasmiddel in het vakje voor af- wasmiddel doseren. Als doseerhulp voor afwasmiddel in poedervorm dienen de markeringen: "20/30" is gelijk aan ca. 20/30 ml afwasmiddel.
Doseer- en bewaaradviezen van de fabrikant opvolgen.
- Deksel dichtklappen en aandrukken tot deze vastklikt.

Bij zeer sterk vervuild servies moet extra afwasmiddel in het zijvakje worden gedoseerd (1). Dit afwas-middel wordt reeds bij het voorspoelen werkzaam.

Compacte afwasmiddelen
Afwasmiddelen voor afwasautomaten zijn vandaag de dag bijna uit-sluitend compacte afwasmiddelen, in tablet- of poedervorm, met een laag alkalisch gehalte en natuurlijke enzymen.

50 °C-afwasprogramma's in combinatie met deze compacte afwasmiddelen ontlasten het milieu en sparen uw servies, omdat deze afwasprogramma's speciaal op de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen in compacte afwasmiddelen zijn afgestemd. Daarom bereiken 50 °C-afwasprogramma's in combinatie met compacte afwasmiddelen dezelfde afwasresultaten die anders alleen met 65 °C-programma's bereikt kunnen worden.
Afwastabletten

Afwastabletten van verschillende fabrikanten hebben een andere oplostijd. Daarom kunnen sommige afwastabletten bij korte programma's niet tot hun volledige werking komen. Gebruik daarom afwastabletten voor afwasprogramma's met voorspoelen.
Gebruik van 3in1-afwasmiddelen
Bij deze producten betreft het een afwasmiddel met een gecombineerde afwasmiddel-, glansmiddel- en zoutfunctie.
-
Controleer of deze afwasmiddelen voor de waterhardheid in uw gebied geschikt zijn.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant. -
Het afwasmiddel uitsluitend in het vakje voor afwasmiddel doseren.
Als u geen 3in1-producten meer wilt gebruiken, ga dan als volgt te werk:
- Vul de vakjes voor zout en glansmiddel.
- Stel de waterontharder op de hoogste instelling in en voer max. drie normale cycli zonder belading uit.
- Stel vervolgens de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.
Afwasprogramma kiezen (programmatabel)
| Afwas-programma | Geschikt voor: | Soort vervuiling | Programmaverloop | Verbruiks-waarden1) | ||||||
| Voorspoelen | Reinigen | Spoelen | Naspoelen | Drogen | Duur (minuten) | Energie (kWh) | Water (liter) | |||
![]() | Servies en pannen | sterk vervuild, opgedroogde etens-resten, met name ei-wit en zetmeel | ● | ● | 2x | ● | ● | 110 - 120 | 1,75 - 1,95 | 23 - 25 |
![]() | Servies en pannen | normaal vervuild aangekoekte etensresten | ● | ● | ● | ● | ● | 90 - 100 | 1,2 - 1,4 | 18 - 20 |
| AUTO2) | Servies en pannen | normaal vervuild, opgedroogde etens-resten | ● | ● | 1 tot 2x | ● | ● | 90 - 110 | 1,0 - 1,5 | 13 - 25 |
![]() | Servies en pannen, temperatuur-ge-voelig servies | normaal vervuild | ● | ● | ● | ● | ● | 130 - 160 | 0,95 - 1,05 | 14 - 16 |
![]() | Dessert- en koffieservies, kwetsbare glazen | licht vervuild - ● | 2x | ● | ● | 73 | 0,9 | 15 | ||
![]() | Alle soorten servies | Gebruikt servies dat in de afwasauto-maat wordt opge-spaard en pas later moet worden afge-wassen. | ● | - | - | - | - | 12 | < 0,1 | 4 |
1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Deze zijn van de belading van de korven afhankelijk. In de praktijk zijn afwijkingen daarom mogelijk.
2) Bij dit programma wordt aan de hand van de vertroebeling van het spoelwater vastgesteld hoe sterk het servies vervuild is. Programmaduur, water- en energieverbruik kunnen sterk variëren - afhankelijk van de belading en de mate van vervuiling. Afhankelijk van de vervuiling wordt automatisch de temperatuur van het spoelwater tussen 50°C en 65°C aangepast.
3) Testprogramma voor proefinstituten
4) Voor dit afwasprogramma is geen afwasmiddel nodig.
Afwasprogramma starten
- Controleren of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
- De kraan helemaal opendraaien.
- De toets AAN/UIT indrukken.
- Het gewenste programma kiezen.
De programma-indicatie brandt. In het multidisplay wordt de te verwachten resterende looptijd van het programma aangegeven.

De resterende looptijd in het multidisplay wordt tijdens het afwassen eventueel aangepast aan de belading, de mate van vervuiling, enzo-voort.
- De deur sluiten. Het afwasprogramma begint.
Aan de onderkant verschijnt een puntvormig lichtsignaal.

een hoge inbouw met een direct aansluitende kastdeur is het lichtsignaal niet meer zichtbaar.
Het puntvormige lichtsignaal is niet gevaarlijk (geen laser). Het brandt altijd als een afwasprogramma loopt en dooft zodra het programma is beëindigd.
Afwasprogramma onderbreken of afbreken
Onderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut noodzakelijk is.
Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat

Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Verbrandingsgevaar!
- De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt.
- De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder.
Afwasprogramma afbreken
- De functietoetsen 2 en 3 indrukken en ingedrukt houden.
De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden.
Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is ge-activeerd.
- De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken.
- Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is.
- Uitschakelen met de toets AAN/UIT.
Starttijdkeuze instellen
i Met de starttijdkeuze kunt u het begin van een afwasprogramma 1 tot 19 uur uitstellen.
- De toets starttijdkeuze zo vaak indrukken tot het gewenste startuitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het afwasprogramma over 12 uur moet starten. De indicatie starttijdkeuze brandt.
- Afwasprogramma kiezen.
- De resterende tijd tot de start van het afwasprogramma wordt doorlopend aangegeven, bijv. 12h, 11h, 10h, ... 1h enz.).
Starttijdkeuze wijzigen:
Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling nog wijzigen:
Starttijdkeuze annuleren:
Druk zo vaak op de toets starttijdkeuze tot in de multidisplay de loop- tijd van het gekozen programma verschijnt. Het gekozen programma start direct.
Afwasprogramma wijzigen
Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het nog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe start-tijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.
Afwasautomaat uitschakelen
Aan het einde van het afwasprogramma gaat het puntvormige lichtsignaal onder de apparaatdeur uit.
Wanneer de signaaltoon is ingeschakeld, klinkt aan het einde van het afwasprogramma een ca. 15 seconde lange, aanhoudende toon.
Als de deur van de afwasautomaat niet wordt geopend, dan wordt het signaal na 3 minuten en na 6 minuten herhaald.
Bij veel afwasprogramma's loopt de droogventilator ook na het einde van het programma door.

De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen.
Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uitruimen eerst ca. 15 minuten laten afkoelen. Daardoor ontstaat er tevens een beter droogresultaat.
- De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties doven.
- De kraan dichtdraaien!
Machine leeghalen

Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel vochtig zijn.
- Eerst de onderste korf, dan de bovenste korf uitruimen. Daardoor voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op servies in de onderste korf druppelt.
Onderhoud en reiniging

Geen meubelreinigingsmiddel of agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.
- De bedieningselementen van de afwasautomaat met een zachte doek en warm, schoon water reinigen.
- De vakjes voor reinigingsmiddel, deurafdichting en watertoevoerslang (indien aanwezig) af en toe op vervuiling controleren en eventueel reinigen.
Reiniging van de zeven

De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuilde zeven beïnvloeden het afwasresultaat.
-
Deur openen, onderste korf uitne- men.
-
Greep ongeveer een kwart slag linksom (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B).
-
Fijne zeef (1) aan het greepoog vastpakken en uit de microfilter (2) trekken.
-
Alle zeven onder stromend water grondig reinigen.


-
Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen.
-
Platte zeef weer plaatsen.
-
Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken.
-
Zeefsysteem inzetten en door het zo ver mogelijk rechtsom draaien van de greep vergrendelen. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt.

Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.
Wat te doen als...
Kleine storingen zelf oplossen
Bij storingen knippert het vloer-lichtsignaal.
Wanneer de signaaltoon is ingeschakeld, klinkt bij een storing een waarschuwingssignaal.
Als tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in de multidisplay wordt aangegeven:
- Foutcode, 10 (problemen met de watertoevoer),
- Foutcode 120 (problemen met de waterafvoer), kijk dan in de onderstaande tabel.
Druk nadat de storing is opgelost op de toets van het begonnen af-wasprogramma. Het afwasprogramma loopt verder.
Bij andere foutcodes (" ," gevolgd door een getal):
-Afwasprogramma onderbreken.
-Apparaat uit- en weer inschakelen.
-Het afwasprogramma opnieuw instellen.
Als de storing nogmaals wordt aangegeven neem dan contact op met de service-afdeling en noem de foutcode.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Er klinkt 1 kort waar-schuwingssignaal, dat voortdurend wordt her-haald.Programma-indicatie van het gekozen afwaspro-gramma knippert: de controle-indicatie brandt, de multidisplay geeft de foutcode , 10 aan (problemen met de water-toevoer). | De kraan is verkalkt of is defect. | Controleer de kraan, indien nodig laten repareren. |
| De kraan is gesloten. Open de kraan. | ||
| Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de kraan is verstopt. | Zeef in de slangkoppeling reinigen. | |
| De zeven in de kuipbodem zijn verstopt. | Druk op de toets van het gestarte afwasprogramma; onderbreek vervolgens het programma (zie hoofdstuk: Afwasprogramma starten); reinig de zeven (zie hoofdstuk: Reiniging van de ze-ven). | |
| Watertoevoerslang ligt niet goed. | De ligging van de toevoer-slang controleren. | |
| Er klinken 2 korte waar-schuwingssignalen, die voortdurend worden her-haald.De programma-indicatie van het gekozen af-wasprogramma knippert, de multidisplay geeft de foutcode 120 aan (afwaswater staat in de kuip van de afwasauto-maat). | De sifon is verstopt. De sifon reinigen. | |
| Waterafvoerslang ligt niet goed. | De ligging van de afvoer-slang controleren. | |
| Er klinken 3 korte waar-schuwingssignalen, die voortdurend worden her-haald.De multidisplay geeft de foutcode 130 aan. | Het beveiligingssysteem te-gen wateroverlast is in wer-king getreden. | Draai eerst de kraan dicht, schakel vervolgens het ap-paraat uit en neem contact op met de service-afdeling. |
| Het programma start niet. | De stekker zit niet in het stopcontact. | De stekker in het stopcon-tact steken. |
| De zekering in de huisin-stallatie is niet in orde. | De zekering vervangen. | |
| Bij modellen met starttijd-keuze:er is een starttijdkeuze ingesteld. | Als het servies direct afge-wassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen. | |
| In de kuip zijn roestvlek-ken zichtbaar. | De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken in de kuip zijn op vreemd roest terug te voeren (roestdelen afkomstig uit de waterlei-ding, van pannen, bestek, enz.). Verwijder vlekken met gangbare reinigingsmidde-len voor edelstaal. | Alleen daarvoor geschikt bestek en servies in de af-wasautomaat reinigen. |
| Fluitend geluid tijdens het afwassen. | Het fluiten geeft geen re-den tot zorgen. | Een ander merk afwasmid-del gebruiken. |
Als het afwasresultaat niet bevredigend is
Het servies wordt niet schoon.
- Onjuiste keuze van het afwasprogramma.
- Het servies was zo geplaatst dat het water niet alle delen heeft bereikt. De korven mogen niet overbeladen worden.
- De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of op onjuiste wijze geplaatst.
- Er is geen merkproduct afwasmiddel gebruikt of er is te weinig gedoseerd.
- Bij kalkafzetting op het servies: het voorraadvakje voor het zout is leeg of de wateronthardingsinstallatie is onjuist ingesteld.
- De afvoerslang ligt niet goed.
Het servies is niet droog en glanst niet.
- Er is geen merkproduct glansmiddel gebruikt.
- Het voorraadvakje voor het glansmiddel is leeg.
Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar.
- De dosering voor het glansmiddel lager instellen.
Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels zichtbaar.
- De dosering voor het glansmiddel hoger instellen.
- Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.
Glascorrosie
- Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.
Afvalverwerking

Verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu en herbruikbaar. De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen, bijv. >PE<, >PS<, enz. Verwijder de verpakkingsmaterialen in overeenstemming met de aanduiding bij de gemeentelijke inzamelplaatsen in de daarvoor bestemde containers.

Oud apparaat verwijderen
Verwijder afgedankte apparatuur conform de in uw woonplaats geldende richtlijnen.

Waarschuwing! Als u het apparaat afdankt dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden. Het aansluitsnoer afsnijden en met de stekker verwijderen.
Het slot van de deur onklaar maken zodat de deur niet meer gesloten kan worden. Daardoor kunnen kinderen zich niet insluiten en zo in levensgevaar komen.
Technische gegevens
| Capaciteit: 12 standaardcouverts inclusief dienbestek | |
| Toegestane waterdruk: 1-10 bar (=10-100 N/cm ^2 = 0,1-1,0 MPa) | |
| Elektrische aansluiting: 230 V, 10 A, zie ook het typeplaatje aan de rechterbinnen-zijde van de deur van de afwasautomaat. | |
| Volledig integreerbare afwasautomaat | |
| Afmetingen: 820 - 880 x 596 x 546 (H x B x D in mm) | |
| Max. gewicht: 50 kg |

Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:
-73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn
-89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richtlijn 92/31/EEG
-93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijn
Aanwijzingen voor testinstituten
De test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.
De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zout-vakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glans-middel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.
| Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestek | Halve belading:6 standaardcouverts incl dienbestek, steeds de 2e plaats vrijlaten | |
| Dosering van het afwas-middel: | 5 g + 25 g (type B) 20 g (type B) | |
| Instelling van het glans-middel: | 4 (type III) 4 (type III) |
Voorbeelden voor het beladen van de afwasautomaat:
Bovenste korf zonder bestekgedeelte *)
Bovenste korf met bestekgedeelte*)

*) Kopjesrek eventueel van rechts naar links verplaatsen. Daarbij absoluut op de gelijke inhanghoogte letten!
Onderste korf met bestekkorf Bestekkorf

Opstel- en aansluitaanwijzing
⚠️ Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie
- De afwasautomaat alleen staand transporteren omdat anders zout water uit de machine kan lopen.
- Voor de ingebruikname de afwasautomaat op transportschade controleren. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.
- Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is.
- De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd randgeaard stopcontact steken.
- Bij vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag alleen door een erkende elektro-vakman worden uitgevoerd.
- Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspanning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen. De vereiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven.
- Meerwegstekkers/-verbindingen en verlengsnoeren mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar als gevolg van oververhitting!
- Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de serviceafdeling of een erkend vakman worden vervangen.
- Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de serviceafdeling worden vervangen.
Opstellen van de afwasautomaat
- De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, stabiel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden.
- Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitgedraaid.
- Afvoerslang, toevoerslang en aan-sluitsnoer moeten binnen de sokkeluitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden.
- De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keukenwerk-

blad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd zijn. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDE-voorschrift gegarandeerd is.
Volledig integreerbare afwasautomaat
(zie bijgevoegd montagesjabloon)
De apparaatdeur kan van een houten plaat/meubelplaat in de volgende afmetingen worden voorzien:
| Breedte: 591 mm – 594 mm |
| Dikte: 16 mm – 24 mm |
| Hoogte: max. 715 mm |
| Gewicht: max. 10 kg |
De meegeleverde montageplaat is bedoeld voor het eenvoudig monteren en stabiel bevestigen van gedeelde meubelplaten.
Aansluiten van de afwasautomaat
Wateraansluiting
- De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden.
- De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.
Toegestane waterdruk
| Laagste toegestane waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa) | Bij een waterdruk van minder dan 1 bar verzoeken wij u contact met uw installateur op te nemen. |
| Hoogste toegestane waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa) | Bij een waterdruk die hoger is dan 10 bar dient een drukverlagingsklep voorgeschakeld te worden (verkrijgbaar bij uw vakhandel). |
Toevoerslang aansluiten

De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of in-eengestrengeld zijn.
De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (3/4 inch) aansluiten. De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien:
- De kunststof aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aandraaien.
- De metalen aansluitmoer van de slangkoppeling moet te allen tijde m.b.v. gereedschap worden aangedraaid.
Vervolgens de dichtheid visueel controleren (controleren of de kraan niet druppelt).

Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren of om aan de beschikbare kraan een aftakstuk te laten installeren.
Als u een langere toevoerslang dan de meegeleverde slang nodig hebt, dan de volgende, bij de vakhandel verkrijgbare VDE-goedgekeurde, complete slangsets gebruiken:
De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.
- Aansluiting van de afvoerslang: maximale toegestane hoogte boven de onderkant van het apparaat: 60 cm.
Verlengslangen
- Verlengslangen zijn via de vakhandel of onze service-afdeling te verkrijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, opdat de functie van het apparaat niet wordt verstoord.
- De totale lengte incl. verlengings-slang mag max. 4 meter bedragen.

Sifonaansluiting
- De tuit van de afvoerslang ( 19 mm) past op alle gangbare sifontypes. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.
- De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaansluiting worden bevestigd.
Beveiliging tegen wateroverlast
Ter voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.
In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de toevoerslang direct de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp in. Daardoor kan het water niet uit- of overlopen. Het restwater dat zich in het apparaat bevindt wordt automatisch weggepompt.
Wanneer het apparaat is ingeschakeld, is bij storingen tevens een signaaltoon hoorbaar.
Elektrische aansluiting
Gegevens over netspanning, stroomsoort en vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is aan de rechterbinnenkant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.
Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.
Let op:
- De stekker moet na de opstelling van het apparaat toegankelijk blijven.
-Na de inbouw mogen spanningvoerende delen en bedrijfsgeïsoleerde bedradingen met de controlevinger volgens DIN EN 60335-1 niet aanraakbaar zijn.
Aansluittechniek
De toevoer- en afvoerslangen evenals het aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de afwasautomaat aangesloten worden omdat daar aan de achterkant van het apparaat geen plaats voor is.

Service
Controleer bij technische storingen eerst of u met behulp van de gebruiksaanwijzing (hoofdstuk "Wat u moet doen als...") het probleem zelf kunt oplossen.
Wanneer u het probleem niet kunt oplossen, neemt u contact op met onze klantenservice of met een van onze servicepartners.
Om u snel te kunnen helpen, hebben wij de volgende gegevens nodig:
-Modelaanduiding
-Productnummer (PNC)
-Serienummer (S-No.)
(u vindt deze nummers op het typeplaatje)
-Soort storing
-Eventuele foutmelding die het apparaat weergeeft

Om ervoor te zorgen dat u de benodigde identificatienummers van uw apparaat bij de hand heeft, raden wij u aan deze hier te noteren:
Modelaanduiding: ....
PNC: ....
S-No: ....




