ProXpress M3825DW - Printer SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ProXpress M3825DW SAMSUNG in PDF-formaat.
| Type product | Laserprinter mono |
| Merk | Samsung |
| Model | ProXpress M3825DW |
| Afdruksnelheid | 38 ppm (A4) / 40 ppm (Letter) |
| Afdrukresolutie | Tot 1.200 x 1.200 dpi effectief (1200 x 600 x 2 bit) |
| Duplex afdrukken | Ja, automatisch (dubbelzijdig) |
| Netwerk | Ethernet 10/100/1000 Base-T + Wi-Fi 802.11b/g/n |
| Draadloze beveiliging | WEP, WPA, WPA-PSK, WPS |
| Papierladen | 1 standaardlade + optionele lade (520 vel) |
| Papieruitvoer | Uitvoerlade (capaciteit niet gespecificeerd) |
| Ondersteunde papierformaten | A4, Letter, Legal, A5, A6, etc. |
| Tonercassette | MLT-D203S (3.000 p.) / MLT-D204S/L/E/U (tot 15.000 p.) |
| Eco-modus | Ja (toner besparen, dubbelzijdig, meerdere pagina's per vel) |
| Beveiligd afdrukken | Ja (wachtwoordbeveiliging) |
| Mobiel afdrukken | Google Cloud Print, AirPrint, Wi-Fi Direct |
| Ondersteunde besturingssystemen | Windows, Mac, Linux, Unix |
| Energiebesparing | Ja (energiespaarstand en automatische uitschakeling) |
| Display | LCD bedieningspaneel met knoppen |
| USB | Hi-Speed USB 2.0 |
| Stroomvoorziening | AC 110-127V of 220-240V, 50/60Hz |
| Inclusief | Printer, netsnoer, gebruikershandleiding, software-cd |
Veelgestelde vragen - ProXpress M3825DW SAMSUNG
Gebruikersvragen over ProXpress M3825DW SAMSUNG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProXpress M3825DW - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProXpress M3825DW van het merk SAMSUNG.
GEBRUIKSAANWIJZING ProXpress M3825DW SAMSUNG
Gebruikershandleiding
Samsung Printer ProXpress
M332x series
M382x series
M402x series
BASIS
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows.
GEVORDERD
Deze handleiding geeft informatie over installatie, geavanceerde instellingen, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
BASIS

1. Inleiding
Belangrijkste voordelen 5
Nuttig om te weten 12
Informatie over deze gebruikershandleiding 13
Veiligheidsinformatie 14
Apparaatoverzicht 20
Overzicht van het bedieningspaneel 23
Het apparaat inschakelen 26
Lokaal installeren van het stuurprogramma 27
Het stuurprogramma opnieuw installeren 30

2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Menuoverzicht 32
De standaardinstellingen van het apparaat 38
Afdrukmateriaal en lade 40
Eenvoudige afdruktaken 54
Een USB-geheugenapparaat gebruiken 61

3. Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 66
Beschikbare verbruiksartikelen 67
Beschikbare accessoires 69
De tonercassette bewaren 70
Toner herverdelen 72
De tonercassette vervangen 74
De beeldeenheid vervangen 77
Accessoires installeren 79
De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 83
Instellen van de waarschuwing toner/beeldeenheid bijna op 84
Het apparaat reinigen 85
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 90

4. Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen 92
Papierstoringen verhelpen 93
Informatie over de status-LED 105
BASIS
Informatie over displaymeldingen 108

5. Bijlage
Specifications 117
Informatie over wettelijke voorschriften 127
Copyright 138

In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken.
- Belangrijkste voordelen 5
- Functies per model 8
- Nuttig om te weten 12
- Informatie over deze gebruikershandleiding 13
• Veiligheidsinformatie 14 - Apparaatoverzicht 20
• Overzicht van het bedieningspaneel 23
• Het apparaat inschakelen 26 - Lokaal installeren van het stuurprogramma 27
- Het stuurprogramma opnieuw installeren 30
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk

- Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en papier kunt sparen (zie "Eco-afdruk" op pagina 57).
- U kunt meerdere pagina's op één vel afdrukken om papier te besparen (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 230).
- Om papier te besparen kunt u op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 230).
- Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
- We raden aan kringlooppapier te gebruiken om energie te besparen.
Snel afdrukken met hoge resolutie

- U kunt afdrukken met een resolutie tot 1.200 x 1.200 dpi effectieve output (1200 x 600 x 2 bit).
- Snel on-demand afdrukken.
- M332x series
- Voor enkelzijdig afdrukken, 33 ppm (A4) of 35 ppm (Letter).
- M382x series
- Voor enkelzijdig afdrukken, 38 ppm (A4) of 40 ppm (Letter).
- M402x series
- Voor enkelzijdig afdrukken, 40 ppm (A4) of 42 ppm (Letter).
Belangrijkste voordelen
Gemak

- Met voor Google Cloud Print™ ingeschakelde apps (zie "Google Cloud Print™" op pagina 198) kunt u vanaf uw smartphone of computer documenten afdrukken, waar u ook bent.
- Met Easy Capture Manager kunt u gemakkelijk bewerken en afdrukken wat u met de toets Print Screen op het toetsenbord hebt vastgelegd (zie "Easy Capture Manager" op pagina 250).
- Samsung Easy Printer Manager en Afdrukstatus zijn programma's die de status van het apparaat controleren en u deze doorgeven, en waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 257 of "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 260).
- Met Samsung AnyWeb Print kunt u een schermopname of afdrukvoorbeeld maken van een scherm in Windows Internet Explorer, en deze bewerken of afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma (zie "Samsung AnyWeb Print" op pagina 251).
- Met Slim bijwerken kunt u controleren op de nieuwste software en de nieuwste versie installeren tijdens het installatieproces van het printerstuurprogramma. Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.
- Als u toegang hebt tot het internet, kunt u op de website van Samsung (www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads) terecht voor hulp, ondersteuning, printerstuurprogramma's, handleidingen en andere informatie.
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.

- Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119).
- Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten aanpassen met woorden zoals "CONFIDENTIAL" (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 230).
- Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 230).
- U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 122).
- Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface.
Belangrijkste voordelen
Ondersteund verschillende instellingsmethoden voor draadloze netwerken.

- De WPS (Wi-Fi Protected Setup™)-knop gebruiken
- U kunt gemakkelijk verbinding maken met een draadloos netwerk door de WPS-knop op het apparaat en op het toegangspunt (een draadloze router) te gebruiken.
- De USB-kabel of netwerkkabel gebruiken
- U kunt verbinding maken en verschillende instellingen voor het draadloze netwerk configureren met een USB-kabel of netwerkkabel.
• Wi-Fi Direct gebruiken
- U kunt eenvoudig vanaf uw mobiele apparaat afdrukken met Wi-Fi of Wi-Fi Direct.

Zie "Methoden voor het instellen van een draadloos netwerk" op pagina 168.
Ondersteunt XOA-toepassingen (alleen M402xNX)

Het apparaat ondersteunt aangepaste XOA-toepassingen.
- Neem voor de aangepaste XOA-toepassingen contact op met de provider van de aangepaste XOA-toepassing.
Functions per model
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.
Besturingssysteem
| Besturingssysteem | M332x series | M382x series | M402x series |
| Windows • • • | |||
| Mac • • • | |||
| Linux • • • | |||
| Unix • • | (alleen M382xND/M382xDW) | • |
(●: beschikbaar. Leeg: Niet beschikbaar)
Software
U kunt het printerstuurprogramma en de software installeren wanneer u de software-cd in het cd-rom-station van uw computer plaatst. Voor Windows selecteert u het printerstuurprogramma en de software in het venster Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
| Software | M332x series | M382x series | M402x series |
| SPL-printerstuurprogramma • • • | |||
| PCL-printerstuurprogramma • • | (alleen M382xND/M382xDW) | • |
Functions per model
| Software | M332x series | M382x series | M402x series | |
| PS-printerstuurprogramma a | ● | ●(alleen M382xND/M382xDW) | ● | |
| XPS-printerstuurprogramma a | ● ● ● | |||
| Samsung Easy Printer Manager | Apparaatinste Ilingen | ● ● ● | ||
| Samsung-printerstatus ● ● ● | ||||
| Hulpprogramma Direct afdrukken a | ● ● ● | |||
| Samsung AnyWeb Print a | ● ● ● | |||
| SyncThru TM Web Service ● ● | (alleen M382xND/M382xDW) | ● | ||
| SyncThru Admin Web Service ● ● | (alleen M382xND/M382xDW) | ● | ||
| Easy Eco Driver ● ● ● | ||||
| Easy Capture Manager ● ● ● | ||||
a. Download de software van de website van Samsung en installeer deze: (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads). Controleer of het besturingssysteem van uw computer de software ondersteunt voordat u met de installatie begint.
(●: beschikbaar. Leeg: Niet beschikbaar)
Functions per model
Verschillende functies
| functies M332x series M382x series M402x series | |||
| Hi-Speed USB 2.0 • • • | |||
| IEEE 1284B parallelstekker a | ○ ○ ○ | ||
| Netwerkinterface Ethernet 10/100 Base TX bedraad LAN | • • | (alleen M382xND/M382xDW) | |
| Netwerkinterface Ethernet 10/100/1000 Base TX bedraad LAN | • | ||
| Netwerkinterface 802.11b/g/n draadloos LAN b | •(Alleen M382xDW) | ||
| Eco-afdruk • • • | |||
| Dubbelzijdig afdrukken • • • | |||
| USB-geheugeninterface • | (alleen M402xNX) | ||
| Geheugenmodule | ○(alleen M382xND/M382xDW) | ○ |
Functions per model
| functies M332x series M382x series M402x series | |||
| Optionele lade (lade 2) | ○ | ○(alleen M382xND/M382xDW) | ○ |
| AirPrint • • • | |||
| Google Cloud PrintTM • • • |
a. Als u de parallelle poort gebruikt, kunt u geen gebruikmaken van de USB-kabel.
b. Draadloze netwerkinterfacekaarten (LAN-kaarten) zijn niet in alle landen verkrijgbaar. In sommige landen kan alleen 802.11 b/g worden gebruikt. Neem contact op met uw plaatselijke Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat kocht.
(●: beschikbaar, ○: optioneel, leeg: Niet beschikbaar)
Nuttig om te weten

Het apparaat drukt niet af.
- Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 55).
- Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 27).
- Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows (zie "Uw apparaat instellen als standaardprinter" op pagina 229).

Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?
- Vraag na bij een Samsung-distributeur of uw detailhandelaar.
- Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of regio voor productinformatie.

De status-LED knippert of blijft branden.
- Schakel het apparaat uit en weer in.
- Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 105).

- Open de klep en sluit deze weer (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 93).

De afdrukken zijn vaag.
- Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette (zie "Toner herverdelen" op pagina 72).
- Probeer een andere instelling voor de resolutie (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).
- Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).

Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden?
- U kunt op de website van Samsung (www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads) terecht voor hulp en ondersteuning, printerstuurprogramma's, handleidingen en bestelinformatie.
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat.
- Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.
- Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.
- De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
- De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.
- De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:
- Document is synoniem met origineel.
- Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
- Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.
Algemene pictogrammen
| Pictogram | Tekst Omschrijving | |
![]() | Opgepast | Biedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten. |
![]() | Opmerking | Biedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat. |
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk
![]() | Waarsch uwing | Gevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken. |
![]() | Opgepas t | Gevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken. |
![]() | NIET proberen. | |
Bedrijfsomgeving

Waarschuwing
![]() | Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | • Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren.Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.• De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
Veiligheidsinformatie

Opgepast
![]() | Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
| Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.U kunt brandwonden oplopen. | |
| Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen. | |
| Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden. |
Bedieningswijze

Opgepast
![]() | Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.U kunt letsel oplopen. |
| [XX4W] | Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken. |
![]() | Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd kinderen uit de buurt.Zij kunnen brandwonden oplopen. |
![]() | Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.Dit kan het apparaat beschadigen. |
Veiligheidsinformatie
| Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken. | |
| Het gebruik van sturingen of instellingen of het uitvoeren van procedures die afwijken van deze hier vermeld kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan straling. | |
| Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact. |
Installatie/verplaatsen

Waarschuwing

Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

Plaats de machine in een omgeving die voldoet aan de gestelde specificaties voor werkingstemperatuur en vochtigheid. Anders kunnen er kwaliteitsproblemen voorkomen en schade aan het apparaat veroorzaken (zie "Algemene specificaties" op pagina 117).

Opgepast

Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst. De onderstaande informatie bevat slechts aanbevelingen gebaseerd op het apparaatgewicht. Wanneer u vanwege uw medische conditie niet kunt tillen, til het apparaat dan niet op. Voor veilig tillen moet u anderen vragen om u te helpen en het apparaat altijd met het juiste aantal personen optillen. Til vervolgens het apparaat op deze wijze op: - Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild. - een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild. - een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
![]() | Kies een locatie met een vlakke ondergrond en voldoende ventilatie voor het apparaat. Houd ook rekening met een ruimte die nodig is voor het deksel en de laden.De ruimte moet goed geventileerd zijn en het apparaat mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht, hitte en vocht. |
![]() | Wanneer u het apparaat langdurig gebruikt of een groot aantal pagina's in een niet-geventileerde ruimte afdrukt, kan de lucht vervuild raken en schadelijk worden voor uw gezondheid.Plaats het apparaat in een goed geventileerde ruimte of open regelmatig een raam om schonen lucht binnen te laten. |
| Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak.Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. | |
| Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWGa of, indien nodig, een grotere telefoondraad.Zo niet kan het apparaat beschadigd raken. | |
| Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.Zo niet, dan kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte, zoals een kast.Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan. |
![]() | Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op het label.Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij. |
a. AWG: American Wire Gauge
Onderhoud/controle
! Opgepast
![]() | Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
Veiligheidsinformatie
![]() | Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt.U kunt letsel oplopen. |
![]() | Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.Kinderen kunnen letsel oplopen. |
![]() | U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden. |
| Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen. | |
| Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. |

- Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.
- Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een medewerker van de technische dienst van Samsung.
Gebruik van verbruiksartikelen

Opgepast
![]() | Haal de tonercassette niet uit elkaar.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
![]() | Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken. |
![]() | Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
Veiligheidsinformatie
| Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen.Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht. | |
| Volg de onderstaande instructies voor verbruiksartikelen die tonerstof bevatten (tonercartridge, cassette voor gebruikte toner, beeldeenheid, enzovoort).• Volg de instructies voor verwijdering wanneer u de verbruiksartikelen weggooit. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor verwijderingsinstructies.• De verbruiksartikelen mogen niet gewassen worden.• Gebruik de cassette voor gebruikte toner niet opnieuw nadat u deze hebt geleegd.Als u de bovenstaande instructies niet opvolgt, kan dit resulterende defecten in het apparaat of verontreiniging van het milieu. De garantie dekt geen kosten die zijn veroorzaakt door nalatigheid van de gebruiker. | |
| Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken.Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water. | |
| Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
Apparaatoverzicht
Onderdelen
![]() | ![]() | ![]() |
| Apparaat Netsnoer Beknopte installatiehandleiding | ||
![]() | ![]() | ![]() |
| Software-cda | Houder voor kaartlezerb | Div. accessoiresc |
a. De software-cd bevat de stuurprogramma's van de printer, de gebruikershandleiding en softwaretoepassingen.
b. Alleen M402xNX.
c. Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek model.
Apparaatoverzicht
Voorkant

- Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende apparaattypes.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8).

| 1 | Bedieningspaneel | 6 | Lade 1 | 11 | Tonercartridge a | 16 | Aanraakschermd |
| 2 | Klep moederbord | 7 | Multifunctionele (of handmatige toevoer) lade | 12 | Tonercartridge b | 17 | Houder voor kaartlezer d |
| 3 | Voorklep | 8 | Uitvoerlade | 13 | Beeldeenheid b | ||
| 4 | Indicator papierniveau 9 Papierbreedtegeleiders op een multifunctionele lade 14 Papieruitvoersteun | ||||||
| 5 | Lade 2c | 10 | Papierbreedtegeleiders op een handmatige invoer | 15 | USB-geheugenpoort d | ||
a. Alleen M3320/M3820/M4020 Series.
b. Alleen M3325/M3825/M4025 Series.
c. Optioneel. Niet beschikbaar voor M382xD.
d. Alleen M402xNX
Apparaatoverzicht
Achterkant

- Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende apparaattypes.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8).

| 1 | EDI-poort voor kaartlezer a | 4 | 5V-uitvoerpoort voor IEEE 1284B-parallelstekker b | 7 | Duplex-eenheid |
| 2 | Netwerkpoort c | 5 | Stroomschakelaar | 8 | Achterklep |
| 3 | USB-poort 6 Aansluiting netsnoer |
a. Alleen M402xNX.
b. De optionele IEEE1284B-parallelstekker kan gebruikt worden door in te pluggen in USB-poort en de 5V-uitvoerpoort.
c. Niet beschikbaar voor M382xD.
Overzicht van het bedieningspaneel

- Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types bedieningspanelen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8).
M332xND/M382xD

| 1 | Toner-LED | Toont de status van de toner (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 105). |
| 2 Eco | Overschakelen naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Eco-afdruk" op pagina 57). | ||
| 3 | Informatieblad | Een configuratieblad en de netwerkconfiguratie worden afgedrukt a -pagina door op deze knop te drukken. | |
| 4 | Annuleren | Stopt de huidige bewerking. | |
| 5 | aan/uit | Met deze knop kunt u de stroom in- en uitschakelen. Of het apparaat weer inschakelen vanuit de energiebesparingsmodus. | |
| 6 | Status -LED | <-->/⚠ | De functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 105). |
a. Alleen M332xND.
Overzicht van het bedieningspaneel
M382xND/M382xDW/M402xND

| 1 weergavescherm | Toont de huidige status en geeft meldingen weer tijdens het gebruik. | ||
| 2 Menu | Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu's (zie "Toegang tot het menu" op pagina 32). | ||
| 3 Pijl | Door beschikbare waarden bladeren door naar vorige of volgende opties te gaan. | ||
| 4 | Numeriek toetsenblok | U kunt cijfers en tekens invoeren met behulp van het toetsenblok (zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 226). | |
| 5 | Eco | Overschakelen naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Eco-afdruk" op pagina 57). | |
| 6 | Informatieblada | [IMAGE] | Hiermee drukt u een netwerkconfiguratieblad af. |
| WPSb | [IMAGE] | Hiermee kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer (zie "De knop WPS gebruiken" op pagina 170). | |
| 7 | Status-LED | <-->/⚠ | De functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 105). |
| 8 | aan/uit | [IMAGE] | Met deze knop kunt u de stroom in- en uitschakelen. Of het apparaat weer inschakelen vanuit de energiebesparingsmodus. |
| 9 | Annuleren | [IMAGE] | Stopt de huidige bewerking. |
| 10 | Terug | [IMAGE] | Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. |
| 11 | OK | Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm. | |
a. Alleen M382xND/M402xND. b. Alleen M382xDW.
Overzicht van het bedieningspaneel
M402xNX

Gebruik voor bediening via het aanraakscherm alleen uw vinger. Scherpe voorwerpen kunnen het scherm beschadigen.

| 1 | Aanraakscherm | Hiermee wordt de huidige status weergegeven en hebt u toegang tot verschillende beschikbare menu's. | |
| 2 | Annuleren | [2KTD] | Hiermee onderbreekt u een taak die wordt uitgevoerd. |
| 3 | Aan/uit | ![]() | Het apparaat in- of uitschakelen of het apparaat activeren vanuit de energiebesparingsmodus. |
| 4 | Status-led | ![]() | De functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 105). |
Aanpassen van het aanraakscherm
U kunt het aanraakscherm hoger of lager zetten voor uw gebruiksgemak. Raadpleeg de onderstaande afbeelding.

Het apparaat inschakelen
1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.

2 Zet de schakelaar aan.

Als u het apparaat wilt uitschakelen, houdt u ⏻ (Aan/uit/ontwaken) ingedrukt.
Lokaal installeren van het stuurprogramma
Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat aan een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 153).

- Wanneer u gebruik maakt van Mac, Linux of UNIX, raadpleegt u "Installatie voor Mac" op pagina 143, "Installatie voor Linux" op pagina 145 of "Het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren" op pagina 160.
- Het installatievenster in deze Gebruikershandleiding kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de gebruikte interface.
- Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
Lokaal installeren van het stuurprogramma
Windows
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cd-rom-station en klik op OK.
- Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App) en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster Tik om te klezen wat met deze schijf moet gebeuren. wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
3 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het
installatievenster. Klik daarna op Volgende.
4 Selecteer USB-verbinding in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
5 Volg de instructies in het installatievenster.

U kunt de softwaretoepassingen selecteren in het venster Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
Lokaal installeren van het stuurprogramma
Vanaf het Startscherm van Windows 8

- De app Samsung Printer Experience kan alleen worden gebruikt in het Startscherm wanneer het V4-stuurprogramma is geïnstalleerd. Het V4-stuurprogramma wordt automatisch gedownload van Windows Update als uw computer verbinding heeft met internet Als dit niet het geval is, kunt u het V4-stuurprogramma handmatig downloaden van de Samsung-website, www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- U kunt de app Samsung Printer Experience downloaden van de Windows Store. Als u de Windows Store(Store) wilt gebruiken, hebt u een Microsoft-account nodig.
1 Selecteer vanuit de balk Charms(charms) de optie Zoeken.
2 Klik op Store(Store).
3 Zoek naar en klik op Samsung Printer Experience.
4 Klik op Installeer.
- Als u het stuurprogramma installeert met de meegeleverde software-cd, wordt het V4-stuurprogramma niet geïnstalleerd. Als u het V4-stuurprogramma wilt gebruiken in het Bureaubladscherm, kunt u het downloaden van de Samsung-website, www.samsung.com >zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- Als u de managementhulpmiddelen voor printers van Samsung wilt installeren, moet u deze installeren met de meegeleverde software-cd.
1 Zorg ervoor dat uw computer is ingeschakeld en verbonden met internet.
2 Zorg ervoor dat het apparaat is ingeschakeld.
3 Sluit de computer en het apparaat aan met een USB-kabel.
Het stuurprogramma wordt automatisch geïnstalleerd via Windows Update.
Het stuurprogramma opnieuw installeren
Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te installeren.
Windows
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung-printersoftware deïnstalleren.
- Voor Windows 8:
1 Selecteer vanuit de balk Charms de optie Zoeken > Apps(App).
2 Zoek naar en klik op Configuratiescherm.
3 Klik op Programma's en onderdelen
4 Klik met de rechtermuisknop op het stuurprogramma dat u wilt deïnstalleren en kies Installatie ongedaan maken.
3 Volg de instructies in het installatievenster.
4 Plaats de software-cd in uw cd-rom-station en installeer het stuurprogramma opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 27).

Vanaf het Startscherm van Windows 8
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Klik op de tegel Samsung-printersoftware deïnstalleren in het Startscherm.
3 Volg de instructies in het venster.
- Als u geen tegel voor Samsung-printersoftware kunt vinden, deïnstalleert u vanuit de bureaubladmodus.
- Als u de hulpmiddelen voor printermanagement van Samsung wilt deinstalleren vanuit het Startscherm, klikt u met de rechtermuisknop op het programma dat u wilt Installatie ongedaan maken > Installatie ongedaan maken en volgt u de instructie in het venster.

2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Dit hoofdstuk levert informatie over de algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen.
- Menuoverzicht 32
- De standaardinstellingen van het apparaat 38
- Afdrukmateriaal en lade 40
• Eenvoudige afdruktaken 54 - Een USB-geheugenapparaat gebruiken 61
Menuoverzicht
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu's voor de instelling en het gebruik van het apparaat.

- Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
- De menu's worden beschreven in de handleiding Geavanceerd (zie "Menu's met nuttige instellingen" op pagina 201).
M332xND/M382xD/M382xD/M382xDW/M402xND
Toegang tot het menu
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2 Druk op de pijltoetsen tot het gewenste menuonderdeel verschijnt en druk op OK.
3 Herhaal stap 2 als het geselecteerde menu-item submenu's heeft.
4 Druk op OK om de selectie op te slaan.
5 Druk op (Annuleren) om terug te keren naar de stand-bymodus.
Menuoverzicht
| Informatie | Lay-out | Papier | Grafisch | Systeeminst. | |
| Menuoverzicht | Afdrukstand | Exemplaren | Resolutie | Datum en tijdd | Aut. doorgaan |
| Configuratie | Staand | MP-lade | Standaard | Klokmodus d | Auto lade wis. |
| Demopagina | Liggend | Papierformaat | Hoge resolutie | Taal | Verv. papier |
| Info verb.art. | Marge | Type papier | Duid. Tekst | Standrdpapier | Lade bescherm. |
| Gebruiksteller | Algemene marge | Lade | Uit | A4 | Blanco pagina's overslaan |
| Accounta | MP-lade | Papierformaat | Minimum | Letter | |
| PCL-lettertype | Type papier | Normaal | Energ.spaarst. | Onderhoud | |
| PS-lettertype | Emulatiemarge | Papierinvoer | Maximum | Ontw.gebeurt. | Toner Op wis.e |
| EPSON-lettert. | Dubbelzijdig | Lade 1 | Auto CR | Time-out taak | Gebruiksduur |
| KSC5843-ltttrt. b | Uit | Lade 2c | Luchtdrukcorr. | Beeldmgr. | |
| KSC5895-ltttrt. b | Lange zijde | MP-lade | Normaal | Ws tr bijna op | |
| KSSM-lettert. b | Korte zijde | Auto | Hoog 1 | Bldeenh bn lgf | |
| Hoog 2 | Ramschijf | ||||
| Hoog 3 | Tonerbesparing | ||||
| Hoog 4 | Eco-instel. | ||||
| Autom. uitsch. | |||||
a. Deze functie is alleen beschikbaar als Taakaccountbeheer is ingeschakeld in het programma SyncThru™ Web Admin Service.
b. Deze optie is niet in alle landen beschikbaar.
c. Deze optie wordt alleen weergegeven wanneer een optionele lade is geïnstalleerd.
d. Alleen M382xDW.
e. Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette nog een kleine hoeveelheid toner bevat.
f. Alleen M3325/M3825/M4025 series.
Menuoverzicht
| Emulatie Netwerk | Taakbeheera | ||
| Type emulatie Instellingen | TCP/IP (IPv4) | Protocolmgr. | Actieve taak |
| DHCP | HTTP | Beveil. taak | |
| BOOTP | WINS | Opgesl. taak | |
| Statisch | SNMPv1/v2 | Afdrukken | |
| TCP/IP (IPv6) | UPnP(SSDP) | Verwijderen | |
| IPv6-protocol | mDNS | Namenbeleid | |
| DHCPv6 config | SetIP | Naam wijzigen | |
| SLP | Overschr. | ||
| Ethernet | Netwerkconf. | ||
| Ethernetpoort | Instel. wissen | ||
| Ethernet-snel. | |||
| 802.1x | |||
| Wi-Fib | |||
| Wi-Fi AAN/UIT | |||
| Wi-Fi-instell. | |||
| WPS | |||
| Wi-Fi Direct | |||
| Wi-Fi-signaal | |||
| Wi-Fi-inst wis | |||
a. Deze optie is beschikbaar als het optionele geheugen is geïnstalleerd of de ramschijf is gecontroleerd. b. Alleen M382xDW.
Menuoverzicht
M402xNX
U kunt menu's eenvoudig instellen met behulp van het aanraakscherm.

- Het startscherm wordt weergegeven op het aanraakscherm op het bedieningspaneel.
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu's uitgegrijsd worden weergegeven.
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
- De menu's worden beschreven in de handleiding Geavanceerd (zie "Menu's met nuttige instellingen" op pagina 201).
Introductie van het Startscherm

| Informatie | ![]() | Drukt verschillende apparaatgegevens en rapporten af. |
| Eco | [WX6A] | Geeft de Eco-instellingen weer. |
| Directe USB | ![]() | Hiermee gaat u naar het USB-menu als een USB-opslagapparaat op de USB-poort van uw printer is aangesloten. |
| Instelling | ![]() | Hiermee bladert u door de huidige apparaatinstellingen of verandert u deze. |
| Taakstatus | [W46G] | Toont de actieve, voltooide of wachtende taken. |
| Teller | [H436] | Geeft het totaal aantal afgedrukte pagina's weer. |
| Help | ![]() | Bekijk informatie over Help en het oplossen van problemen. |
| Beveiligde vrijgave | Geeft de opgeslagen afdruktaken op het apparaat weer. U kunt de opgeslagen afdruktaken in de lijst verwijderen of afdrukken. U kunt ook verificatiemethoden om opgeslagen afdruktaken af te drukken registeren. | |
![]() | Geeft de tonerstatus weer. | |
![]() | Selecteer de helderheid of taal van het aanraakscherm. | |
| [SHWH] | Stelt de instellingen voor opties, zoals tonersterkte, type origineel, en meer, in. | |
Menuoverzicht
| (Informatie) | (Eco) | (Directe USB) | (Instelling) | ||
| Configuratie | Eco - aan | Afdrukken vanaf | Systeem | Beheerinstellingen c | Methodeoverschrijven |
| Demopagina | Uit | (Instellingen voor opties) | Datum & Tijd | Toegangscontrolegebruikers | Tijdenoverschrijven |
| Help-onderwerpen | Aan | Klokmodus | Verificatie | Toepassing | |
| Netwerkconf. | Instellingen | Exempl. | Taal | Stempel | Toepassingsbeheer |
| Info verb.art. | Standaardmodus | Auto aanpassen | Onderhoud | Stempel activeren | Nieuwe toepassing installeren |
| Taakrapporten | Aan | Dubbelzijdig | Stand.formaat | Item | |
| Gebruiksteller | Uit | Papierinvoer | Blanco pagina's overslaan | Opaciteit | |
| Account a | Aan-verplicht b | Bestandsbeheer | Energ.besparing | Positie | Netwerk |
| Lettertypelijst | Functieconfiguratie | (Instellingen voor opties) | Ontwaakgebeurtenis | Bevelligde vrijgave | TCP/IP (IPv4) |
| Standaard | Verwijd. | Autom. uitsch. | Max. aantal taken per gebruiker | TCP/IP (IPv6) | |
| Aangepast | Formatteren | Hoogtecorrectie | Smart vrijgeven | Ethernet | |
| Rulmte tonen | Time-out taak | Vrijgavemodus | 802.1x | ||
| Bestandsbeleid | Wachtwoord beheerder wijzigen | Protocolbeheer | |||
| Time-out rij | Firmware upgraden | HTTP | |||
| Afb. overschr. | WINSSNMPv1/v2 | ||||
| Handmatig | |||||
a. Dit is alleen beschikbaar als Taakaccountbeheer is ingeschakeld via de SyncThru™ Web Admin Service.
b. Als u de ecomodus met een wachtwoord instelt vanaf de SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco Settings) of Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen > Eco), verschijnt het bericht Geforc. . U moet het wachtwoord invoeren om de eco-modus te wijzigen.
c. U moet een wachtwoord invoeren om toegang te krijgen tot dit menu. Het standaardwachtwoord is sec00000.
Menuoverzicht
| [HBWC](Instelling) | [6X4T](Taakstatus) | [X5K4](Teller) | [SW78](Help) | (Beveiligde vrijgave) a | |
| UPnP(SSDP)mDNSSetIPSLPNetwerkconfiguratieInstelling wissen | Gedrag van ladeAutomatisch doorgaanAutomatische ladekeuzePapiervervangingLadebeveilig.GrafischResolutieTekst wissenRandverbeteringAuto CREmulatieType emulatieInstelling | Huidige taakBeveiligde taakOpgesl. taakVoltooide taak | Totaal afgedrukt Basisstroom takenProblemen oplossen | KaartenKaartregistratieId/wwPIN | |
| Lay-outAfdrukstandMargeDubbelzijdigPapierExempl.MF-lade / [Lade]PapierinvoerBevestiging lade | |||||
a. U kunt het standaard aanmeldingsvenster wijzigen via de SyncThru™ Web Service.
De standaardinstellingen van het apparaat

- Voor modellen die niet beschikken over een weergavescherm op het configuratiescherm kunt u de instellingen van het apparaat instellen met Apparaatinstellingen in het programma Samsung Easy Printer Manager
- Als u Windows of Mac gebruikt, kunt u uw instellingen wijzigen via Samsung Easy Printer Manager > (Geavanceerde modus activeren) > Apparaatinstellingen (zie "Apparaatinstellingen" op pagina 259).
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.
Om de standaardinstellingen van het apparaat aan te passen, volgt u de volgende stappen:

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer * (Menu) > Systeeminst. op het bedieningspaneel. OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Systeem > Volg. op het aanraakscherm.
2 Kies de gewenste optie en druk op OK. OF
Selecteer op het model met aanraakscherm de gewenste optie en ga naar stap 5.
- Taal: Pas de taal aan die wordt weergegeven op het bedieningspaneel.
- Datum en tijd: U kunt de datum en tijd instellen. Ze worden afgedrukt in rapporten. Als ze echter verkeerd zijn, moet u ze wijzigen.

Voer de juiste tijd en datum in, met behulp van de pijltoetsen of het numeriek toetsenblok (zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 226).
• Maand = 01 t/m 12
• Dag = 01 t/m 31
- Jaar = vier cijfers vereist
• Uur = 01 t/m 12
• Minuut = 00 t/m 59
De standaardinstellingen van het apparaat
- Klokmodus: U kunt uw apparaat zo instellen dat de tijd wordt weergegeven in de 12-uursnotatie of de 24-uursnotatie.
- Energ.spaarst.: Gebruik deze functie om energie te besparen als u het apparaat niet gebruikt.

- Wanneer u op de aan/uit-knop drukt of begint met afdrukken, zal het apparaat uit de energiespaarstand ontwaken.
- Als u op een willekeurige knop drukt, uitgezonderd de aan/uitknop, wordt het apparaat wakker uit sluimerstand. Druk op > Systeeminst. > Ontw.gebeurt. > Aan op het bedieningspaneel.
- Luchtdrukcorr.: De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waarop het apparaat zich bevindt. Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 225).
3 Kies de gewenste optie en druk op OK.
4 Druk op OK om de selectie op te slaan.
5 Druk op (Annuleren) of het startpictogram ( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Raadpleeg de onderstaande koppelingen voor het configureren van andere nuttige instellingen voor het gebruik van het apparaat.
- Zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 51.
- Zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 226.
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.

- Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Zulke reparaties worden niet gedekt door de garantie of serviceovereenkomst van Samsung.
- Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat beschadigen.
- Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.
- Gebruik aangegeven afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119).
- Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat beschadigen.

Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de printen kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand.
Lade overzicht

Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.

1 Geleider voor lade-
uitbreiding
2 Papierlengtegeleider
3 Papierbreedtegeleid er
Afdrukmateriaal en lade
De duplexeenheid is standaard ingesteld op het papierformaat Letter/LGL of A4, afhankelijk van het land waar u de printer hebt gekocht. Om het papierformaat te wijzigen past u de geleider aan zoals hieronder aangegeven.

De papierniveau-indicator geeft aan hoeveel papier er in de lade ligt.

Papier in de lade plaatsen

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Afdrukmateriaal en lade
Lade 1/ optionele lade
1 Trek de lade uit.

2 Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt om ze in de sleuf te plaatsen met het papierformaat dat onderaan de lade wordt aangegeven (zie "Lade overzicht" op pagina 40).

3 Buig de papierstapel of waaier het papier uit, om de pagina's van elkaar te scheiden voor u het papier in het apparaat plaatst.

Afdrukmateriaal en lade
4 Houd de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt nadat u het papier in de lade heeft geplaatst.

- Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, omdat het papier daardoor kan buigen.
- Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen.



- Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of kreukelen.




Plaats de lade terug in het apparaat.

- Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
6
Stel het papiertype en -formaat voor de lade in als u een document wilt afdrukken (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 51).
Multifunctionele (of handmatige toevoer) lade

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
De multifunctionele (of handmatige toevoer) lade kan speciale groottes en types van afdrukmateriaal bevatten, zoals postkaarten, fiches en envelopes (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119).
Tips voor het gebruik van de multifunctionele (of handmatige toevoer) lade
- Laad slechts een type, grootte en gewicht van afdrukmateriaal per keer in de multifunctionele (of handmatige toevoer) lade.
- Om te vermijden dat papier vastloopt, voeg geen papier toe tijdens het afdrukken als er zich nog papier in de multifunctionele (of handmatige toevoer) lade bevindt. Dit geldt ook voor andere soorten afdrukmateriaal.
- Plaats alleen afdrukmedia die voldoen aan de specificaties. Zo voorkomt u papierstoringen en problemen met de afdrukkwaliteit (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119).
- Maak krullende postkaarten, envelopes en labels vlak voor u ze in de (de multifunctionele (of handmatige toevoer) lade plaatst.
1
Trek de lade voor handmatige invoer uit. Of
U kunt de druk-ontgrendeling van de multifunctionele lade (of handmatige invoer) indrukken om de lade te openen.
• M332xND/M382xD series

- Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
2 Plaats het papier in de lade.

3 Druk de papierbreedtegeleiders van de de multifunctionele (of handmatige toevoer) lade aan en pas ze aan aan de breedte van het papier. Oefen niet te veel druk uit. Het papier kan gaan plooien waardoor een papierstoring ontstaat of het papier scheeftrekt.

- Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmateriaal de richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie "Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 45).
- Als vellen overlappen bij het afdrukken via de multifunctionele lade (of handmatige invoerlade), opent u lade 1, verwijdert u de overlappende vellen en probeert u opnieuw af te drukken.
4 Stel het papiertype en -formaat voor de multifunctionele lade (of handmatige invoer) in als u een document wilt afdrukken (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 51).
Afdrukken op speciale afdrukmedia
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia voor elke lade.
De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.
Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, selecteert u in Samsung Easy Printer Manager de optie (Geavanceerde modus inschakelen) > Apparaatinstellingen.
Of als uw apparaat een displayscherm of aanraakscherm ondersteunt, kunt u dit instellen via het bedieningspaneel.
Afdrukmateriaal en lade
Vervolgens kunt u het papiertype instellen via het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type papier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).

- Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119).
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119 voor papiergewicht per vel.
| Types Lade 1 | Optionele lade a | Multifunctionele (of handmatige toevoer) lade | |
| Normaal papier | ● | ● | ● |
| Dik papier ● | ● | ● | |
| Dikker ● | |||
| Dun ● | ● | ● | |
| Bankpost ● | ● | ● | |
| Kleur ● | |||
| Types Lade 1 | Optionele lade a | Multifunctionele (of handmatige toevoer) lade |
| Kaarten • | • | • |
| Etiketten • | ||
| Transparanten • | ||
| Envelop • | ||
| Voorbedrukt • | ||
| Katoen • | ||
| Kringlooppapier | • | • |
| Archiefpapier | • | • |
a. Deze functie is beschikbaar als u de optionele lade installeert (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Afdrukmateriaal en lade
Enveloppen
Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit.
Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken.

Afdrukmateriaal en lade

- Als de afgedrukte enveloppen kreuken, vouwen of dikke zwarte lijnen vertonen, opent u de achterklep, verschuift u de achterste geleider aan de rechterkant ongeveer 90 graden en probeert u opnieuw af te drukken. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend.

1 Hendel
- Als u op een envelop afdrukt, moet u de uitvoersteun sluiten. Anders kan er een papierstoring optreden.

- Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren:
- Gewicht: niet zwaarder dan 90 g/m 2 , anders kunnen de enveloppen vastlopen.
- Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht.
- Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen.
- Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen.
- Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen.
- Gebruik geen afgestempelde enveloppen.
- Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen.
- Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit.
- Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek.

1 Aanvaardbaar
2 Onaanvaardbaar

- Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
- Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van het apparaat, ongeveer 170 °C. De extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid beschadigen.
- Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15 mm van de rand van de envelop.
- Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen.
Transparanten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen mag u uitsluitend transparanten gebruiken die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.

- Bestand tegen de fixeertemperatuur in het apparaat.
-
Plaats transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het apparaat hebt gehaald.
-
Laat transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan zich dan stof en vuil op afzetten, wat leidt tot vlekken bij het afdrukken.
- Let op dat u geen vingerafdrukken op de transparanten maakt. Dit veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken.
- Bescherm transparanten na het afdrukken tegen langdurige blootstelling aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan vervagen.
- Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of gescheurde hoeken hebben.
- Gebruik geen transparanten die loskomen van de achterzijde.
- Om te vermijden dat afgedrukte transparanten aan elkaar gaan kleven, mag u ze tijdens het afdrukken niet laten opstapelen in de uitvoerlade.
Afdrukmateriaal en lade
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.

- Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat (circa 170°C).
- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.
- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen.
- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.
- Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.
- Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd.
- Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat

- Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4 mm van de zijkanten van de afdrukmedia.
Afdrukmateriaal en lade
Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft.

- Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
- De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen.
- Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de afdrukkwaliteit afneemt.
Glanzende foto
- Aanbevolen afdrukmedia: glanzend papier (Letter) voor dit apparaat: HP Brochure Paper (product: uitsluitend Q6611A).
- Aanbevolen afdrukmedia: glanzend papier (A4) voor dit apparaat HP Superior Paper 160 glossy (product: Q6616A).
Papierformaat en -type instellen
Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en - type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel.
De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.
Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, selecteert u in Samsung Easy Printer Manager de optie (Geavanceerde modus inschakelen) > Apparaatinstellingen.
Of als uw apparaat een displayscherm of aanraakscherm ondersteunt, kunt u dit instellen via het bedieningspaneel.
Vervolgens kunt u het papiertype instellen via het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type papier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).
Afdrukmateriaal en lade

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Kies de 📋 (Menu) > Papier > de knop Papierformaat of Type papier op het bedieningspaneel.
OF
Selecteer voor het model met een aanraakscherm (Instelling) > Papier > Volg. > en selecteer een lade > Papierformaat of Papiertype op het aanraakscherm.
2 Selecteer de gewenste optie.
Selecteer op het model met aanraakscherm de gewenste optie en ga naar stap 4.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
4 Druk op (Annuleren) of het startpictogram ( ) om terug te keren naar stand-bymodus.

Als u papier met speciale afmetingen wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u het tabblad Papier > Formaat > Bewerken... en stelt u Instellingen aangepast papierformaat in Voorkeursinstellingen voor afdrukken in (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).
De uitvoersteun gebruiken

Het oppervlak van de uitvoerlade kan warm worden wanneer u veel pagina's tegelijk afdrukt. Let erop dat u het oppervlak niet aanraakt en houd kinderen uit de buurt.
De afgedrukte pagina's worden op de uitvoersteun gestapeld en de uitvoersteun helpt bij het rechtleggen van de afgedrukte pagina's. Vouw de uitvoersteun uit.

Afdrukmateriaal en lade

- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Als er zich meer dan 50 pagina's (enkelzijdig) Legal-papier bevinden in de uitvoerlade, kunnen onjuiste uitlijning of papierstoringen optreden. Zorg ervoor dat het papier niet opstapelt in de uitvoerlade.
- Bij afdrukken op dik papier kan het papier mogelijk niet juist worden uitgelijnd op de uitvoersteun. Sluit de uitvoersteun of draai vóór het afdrukken het papier om in de lade.
Eenvoudige afdruktaken

Raadpleeg de handleiding Geavanceerd (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 230) voor speciale afdrukfuncties.
Afdrukken

- Wanneer u gebruik maakt van Mac, Linux of UNIX, raadpleegt u Handleiding Geavanceerd (zie "Afdrukken in Mac" op pagina 240, "Afdrukken in Linux" op pagina 242 of "Afdrukken in Unix" op pagina 244).
- Zie "Eenvoudige afdruktaken" op pagina 264 als u Windows 8 gebruikt.
Het volgende venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken is voor Notepad in Windows 7.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.

4 De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken om gebruik te maken van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).
5 Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten.
- Menuoverzicht en basisinstellingen
Eenvoudige afdruktaken
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier:
- U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat () in de taakbalk van Windows.
- U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op
(Annuleren) op het bedieningspaneel.
Voorkeursinstellingen openen

- Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in deze gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer.
- Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken, of i. Het teken wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van het apparaat.
- Zie "Meer instellingen openen" op pagina 265 als u Windows 8 gebruikt.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Kies Afdrukken in het menu Bestand. Het venster Afdrukken wordt weergegeven.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren.
Eenvoudige afdruktaken

De schermafbeelding kan variëren afhankelijk van het model.


- U kunt voordat u gaat afdrukken eco-functies toepassen om papier en toner te besparen (zie "Easy Eco Driver" op pagina 252).
- U kunt de huidige status van het apparaat controleren door op de knop Printerstatus te drukken (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 260).
Voorkeursinstellingen gebruiken
Met de optie Favorieten die op elk tabblad maar niet op het tabblad Samsung verschijnt kunt u de huidige voorkeurinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik.
Volg deze stappen om Favorleten-items op te slaan:
1 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2 Typ in het invoervak Favorieten een naam voor deze instellingen.

3 Klik op opslaan.
4 Voer een naam en beschrijving in en selecteer vervolgens de gewenste icoon.
5 Klik op OK. Als u instellingen opslaat onder Favorieten worden alle huidige stuurprogramma-instellingen opgeslagen.
Eenvoudige afdruktaken

Als u een opgeslagen instelling wilt gebruiken, kiest u deze op het tabblad Favorieten. Het apparaat is nu ingesteld om afdrukken te maken met de gekozen instellingen. Om de opgeslagen instellingen te wissen kiest u deze op het tabblad Favorieten en klikt u op Wissen.
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken en druk op F1 op uw toetsenbord.
Eco-afdruk
Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke afdrukken te maken.
Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, wordt deze modus ingeschakeld. De standaardinstelling in de eco-modus is dubbelzijdig afdrukken (lange zijde), meerdere pagina's per zijde (twee of meer), blanco pagina's overslaan en tonerbesparing. Afhankelijk van het model zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.

- De functie Dubbelzijdig afdrukken (lange zijde) is alleen beschikbaar voor duplexmodellen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
- Afhankelijk van het printerstuurprogramma dat u gebruikt, werkt Blanco pagina's overslaan mogelijk niet juist. Als de functie Blanco pagina's overslaan niet goed werkt, moet u deze functie instellen vanuit de Easy Eco Driver (zie "Easy Eco Driver" op pagina 252).
Eenvoudige afdruktaken
Instellen van Eco-modus op het bedieningspaneel.

- Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer * (Menu) > Systeeminst. > Eco-inst. op het bedieningspaneel.
OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Eco) > Instellingen > Volgende op het aanraakscherm.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
Selecteer op het model met aanraakscherm de gewenste optie en ga naar stap 4.
- Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus uitgeschakeld.
- Uit: Zet de Eco-modus uit.
- Aan: Zet de Eco-modus aan.

Als u de ecomodus met een wachtwoord instelt vanaf de SyncThru™ Web Service (Settings tab > Machine Settings > System > Eco Settings) of Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen > Eco), verschijnt de Geforc. boodschap. U moet het wachtwoord invoeren om de eco-modus te wijzigen.
- Temp wijz: Volg de instellingen van Syncthru™ Web Service of Samsung Easy Printer Manager. Voordat u dit item selecteert, moet u de ecofunctie instellen in SyncThru™ Web Service (tabblad Instellingen > Apparaatinstellingen > Systeem > Eco-instellingen) of Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen > Eco).
- Default Settings: Het apparaat is ingesteld op de Default Eco-modus.
- Aangepaste instellingen: Pas alle vereiste waarden aan.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
4 Druk op (Annuleren) of het startpictogram (↑) om terug te keren naar stand-bymodus.
Eenvoudige afdruktaken
Eco-modus in het stuurprogramma instellen

Klik op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken om gebruik te maken van de geavanceerde afdrukopties.(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).
Open het tabblad Eco om de Eco-modus in te stellen. Als u de ecoafbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus momenteel is ingeschakeld.
Eco-opties
- Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het bedieningspaneel van de printer.
- Geen: Schakelt Eco-modus uit.
- Eco-afdruk: Schakelt eco-modus in. Activeer de verschillende Eco-onderdelen die u wilt gebruiken.
- Wachtwoord: Als de beheerder heeft ingesteld dat de Eco-modus moet worden gebruikt, moet u een wachtwoord opgeven om de status te wijzigen.

Knop Wachtwoord: In SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco Settings) of Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen > Eco) is de wachtwoordknop geactiveerd. Om de afdrukinstellingen te wijzigen, klikt u op deze knop, voert u het wachtwoord in of neemt u contact op met de beheerder.
Resultaatsimulator
De Resultaatsimulator toont de resultaten van verlaagde kooldioxide-emissies, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen.
- De resultaten worden berekend op basis van een totaal aantal van honderd pagina's zonder blanco pagina, als de Eco-modus is uitgeschakeld.
- Zie voor de berekeningscoëfficiënt met betrekking tot CO2, energie en papier het IEA, de index van het Japanse ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie en www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander kengetal.
- Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken.
- De weergegeven hoeveelheid is slechts een schatting omdat de werkelijke hoeveelheid kan verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem, computerkracht, programma's, aansluitmethode, mediatype, mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz.
Eenvoudige afdruktaken
Beveiligd afdrukken

- Deze functie wordt niet ondersteund voor M332xND/M382xD.
- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Mogelijk kunt u complexe documenten niet afdrukken wanneer u gebruikmaakt van de RAM-schijf. Als u complexe documenten wilt afdrukken, moet u aanvullend geheugen installeren.
Als u een printer op kantoor, op school of in een andere openbare ruimte gebruikt, kunt u uw persoonlijke documenten of vertrouwelijke informatie beschermen met de beveiligde afdrukfuncties.
Beveiligd afdrukken starten vanuit de SyncThru™ Web Service
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 Klik rechtsboven in het venster van de SyncThru™ Web Service-website op Aanmelden.
3 Settings > Machine Settings > System > Ram Disk.
Deze functie wordt mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van de opties of het model. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Beveiligde documenten afdrukken vanaf het bedieningspaneel
1 Selecteer 📄 (Menu) > Taakbeheer > Opgesl. taak op het bedieningspaneel van de printer.
OF
Kies op het model met aanraakscherm (pakstatus) > Opgeslagen taken > Volg. op het aanraakscherm.
2 Selecteer het document dat u wilt afdrukken.
3 Voer het wachtwoord in dat u in het printerstuurprogramma heeft ingesteld.
4 Druk het document af.
5 Druk op (Annuleren) of het startpictogram (↑) om terug te keren naar stand-bymodus.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken

Deze functie is alleen beschikbaar voor de M402xNX (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u een USB-geheugenapparaat samen met uw apparaat kunt gebruiken.
Over USB-geheugen
Er bestaan USB-geheugenapparaten met verschillende geheugencapaciteiten die meer ruimte bieden voor de opslag van documenten, presentaties, gedownloade muziek en video's, hogeresolutieafbeeldingen en alle andere bestanden die u wilt opslaan of verplaatsen.
U kunt het volgende doen met uw apparaat en een USB-geheugenapparaat.
- afdrukken vanaf een USB-geheugenapparaat
- back-upbestanden terugzetten in het geheugen van het apparaat
- het USB-geheugenapparaat formatteren
- de beschikbare geheugenruimte controleren
Een USB-geheugenapparaat aansluiten
De USB-geheugenpoort op de voorkant van uw apparaat ondersteunt USB V1.1- en USB V2.0-geheugenapparaten. Op uw apparaat worden USB-geheugenapparaten met FAT16/FAT32 en sectoren van 512 bytes ondersteund.
Controleer het bestandssysteem van het USB-geheugenapparaat van uw leverancier.
U mag alleen een geautoriseerd USB-opslagapparaat met een A plugverbinding gebruiken.


Gebruik alleen een metalen en afgeschermd USB-geheugenapparaat.

Gebruik alleen een USB-geheugenapparaat dat compatibel is, anders wordt het mogelijk niet herkend.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken

- Verwijder het USB-geheugenapparaat niet terwijl het apparaat actief is of bezig is met lezen van of schrijven naar het USB-geheugen. Schade veroorzaakt door onjuist gebruik valt niet onder de garantie.
- Als uw USB-geheugenapparaat bepaalde functies heeft, zoals beveiligings- en wachtwoordinstellingen, kan uw apparaat het mogelijk niet automatisch detecteren. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van het USB-geheugenapparaat voor meer informatie over deze functies.
Afdrukken vanaf een USB-geheugenapparaat
U kunt bestanden die opgeslagen zijn op een USB-geheugenapparaat rechtstreeks afdrukken.
Bestanden ondersteund door de optie voor direct afdrukken.
- PRN: Alleen bestanden die zijn gemaakt met het bijgeleverde stuurprogramma zijn compatibel.

Als u PRN-bestanden afdrukt die op een ander apparaat zijn gemaakt, zal de afdruk verschillen.
• TIFF: TIFF 6.0 Baseline
- JPEG: JPEG Baseline
• PDF: PDF 1.7 of een lagere versie
Om een document af te drukken vanaf een USB-geheugenapparaat
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort van uw apparaat.

2 Druk op (Directe USB) > Afdrukken vanaf > Volg. op het aanraakscherm
3 Selecteer de map die of het bestand dat u wenst en druk op OK.
Als [+] of [D] voor de naam van een map staat, staat er een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map.
4 Selecteer het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken of geef een getal op.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
5 Druk op Afdrukken om het geselecteerde bestand af te drukken.
Nadat het bestand is afgedrukt wordt u op het display gevraagd of u nog iets wilt afdrukken.
6 Druk op (Annuleren) of het startpictogram ( ▲ ) om terug te keren naar stand-bymodus.
USB-geheugen beheren
U kunt afbeeldingsbestanden op een USB-geheugenapparaat een voor een of allemaal tegelijk verwijderen door het apparaat opnieuw te formatteren.

Als [+] of [D] voor de naam van een map staat, staat er een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map.

Bestanden kunnen niet meer worden teruggezet nadat u ze hebt verwijderd of nadat u het USB-geheugenapparaat opnieuw hebt geformatteerd. Voordat u ze verwijdert, moet u dan ook nagaan of u ze niet meer nodig hebt.
Een afbeeldingsbestand verwijderen/opmaken
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort van uw apparaat.

2 Druk op (Directe USB) > Bestandsbeheer > Volg. op het aanraakscherm
3 Druk op de map die/het bestand dat u wil verwijderen en druk op
4 Druk op Verwijd. of Formatteren.
5 Druk op Ja.
6 Druk op (Annuleren) of het startpictogram ( 1 ) om terug te keren naar stand-bymodus.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
De USB-geheugenstatus weergeven
U kunt controleren hoeveel geheugenruimte er nog beschikbaar is voor het scannen en opslaan van documenten.
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort van uw apparaat.

2 Druk op (Directe USB) > Ruimte tonen > Volg. op het aanraakscherm
3 Op het scherm wordt de beschikbare geheugenruimte weergegeven.
4 Druk op (Annuleren) of het startpictogram (↑) om terug te keren naar stand-bymodus.

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt aankopen.
- Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 66
- Beschikbare verbruiksartikelen 67
- Beschikbare accessoires 69
- De tonercassette bewaren 70
• Toner herverdelen 72 - De tonercassette vervangen 74
- De beeldeenheid vervangen 77
- Accessoires installeren 79
- De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 83
- Instellen van de waarschuwing toner/beeldeenheid bijna op 84
• Het apparaat reinigen 85 - Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 90
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen

De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 67,"Beschikbare accessoires" op pagina 69).
Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice.
Beschikbare verbruiksartikelen
Als benodigdheden aan het einde van hun levensduur zijn, kunt u de volgende verbruiksartikelen bestellen voor uw apparaat:
| Type | Gemiddeld aantal afdrukken a | Benaming van onderdeel |
| Tonercassette | Ong. 3.000 pagina's | M3320/M3820/M4020 series: MLT-D203S M3325 M3825 M4025 series: MLT-D204S |
| Ong. 5.000 pagina's | M3320 M3820 M4020 series: MLT-D203L M3325 M3825 M4025 series: MLT-D204L | |
| Ong. 10.000 pagina's | M3820 M4020 series: MLT-D203E M3825 M4025 series: MLT-D204E | |
| Ong. 15.000 pagina's • M4020 series: | MLT-D203U M4025 series: MLT-D204U | |
| Beeldeenheid | Ong. 30.000 pagina's (op basis van 3 gemiddelde pagina's in papierformaat Letter/A4 voor afdruktaak) | M3325 M3825 M4025 series: MLT-R204 |
a. Opgegeven gebruiksduur overeenkomstig ISO/IEC 19752.

De levensduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de opties, het percentage afbeeldingen en de taakmodus.
Beschikbare verbruiksartikelen

Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, kunt u dit het beste doen in het land waar u het apparaat hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen.

Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat.
Beschikbare accessoires
U kunt accessoires aanschaffen en installeren om de prestaties en capaciteit van uw apparaat te verbeteren.

Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8).
| Optie Functie | Benaming van onderdeel | |
| Geheugenmodule a | Hiermee breidt u de geheugencapaciteit van uw apparaat uit. ML-MEM370 : 512 MB | |
| Optionele lade b | Als u frequent problemen met de papiertoevoer hebt, kunt u een extra 520 vastmaken c bladlade. | • S L - S Ê F 3 8 0 0• S L - S Ê F 3 8 0 5 |
| IEEE1284B-parallelstekker f | Maakt het gebruik van verschillende interfaces mogelijk. | ML-PAR100 |
| [3x5y] • Bij de installatie van de printer driver met een IEEE1284B-parallelstekker kan het apparaat niet gevonden worden en zijn na de installatie van de printer driver alleen de basisafdrukmogelijkheden beschikbaar.• Als u de status van het apparaat wilt controleren of de instellingen wijzigen, moet u de machine met een USB-kabel of een netwerk op een computer aansluiten.• Als u de IEEE1284B-parallelstekker gebruikt, kunt u niet tegelijkertijd een USB-kabel aansluiten. |
a. Niet beschikbaar voor M332xND/382xD
b. Niet beschikbaar voor M382xD
c. voor normaal papier van 80 g/m² (bankpostpapier)
d. Voor M3320ND/M3820ND/M3820DW/M4020ND.
e. Voor M3325ND/M3825ND/M3825DW/M4025ND.
f. De optionele IEEE1284B-parallelstekker kan gebruikt worden door in te pluggen in de USB-poort en de 5V-uitvoerpoort.
De tonercassette bewaren
Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid. Samsung raadt u aan deze aanbevelingen te volgen met het oog op optimale prestaties, de hoogste kwaliteit en de langste gebruiksduur van uw nieuwe Samsung-tonercassette.
Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt gebruikt. Idealiter in een omgeving met gecontroleerde temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette pas uit haar originele, ongeopende verpakking op het moment dat u de cassette gaat installeren. Als de originele verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met papier en moet u de cassette in een donkere kast bewaren.
Door de verpakking van de cassette te openen voor u de cassette in gebruik neemt, zal de levensduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk verkorten. Bewaar tonercassetten niet op de grond. Volg de onderstaande procedures om een tonercassette die u uit de printer hebt verwijderd, te bewaren.
- Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele verpakking.
- Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde kant boven als bij de installatie.
-
Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden:
-
Temperaturen boven 40°C (104°F).
- In een omgeving met een luchtvochtigheid van minder dan 20% of van meer dan 80%.
- In een omgeving met extreme temperatuur- of vochtigheidsschommelingen.
-
In direct zon- of kunstlicht.
-
Op stoffige plaatsen.
- In een auto gedurende een lange periode.
- In een omgeving met corrosieve dampen.
- In een omgeving met zilte lucht.
Behandelingsinstructies
- Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de cassette niet aan.
- Stel de cassette niet bloot aan onnodige trillingen of schokken.
- Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde richting. Dit kan interne schade en een tonerlek veroorzaken.
Gebruik tonercassette
Samsung Electronics raadt het gebruik van andere tonercassettes dan van Samsung af, met inbegrip van generische, hervulde of gerecycleerde tonercassettes of tonercassettes van witte producten.

De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan het apparaat die ontstaan is door het gebruik van een bijgevulde cassette, gerecyclede cassette of een tonercassette van een ander merk dan Samsung.
De tonercassette bewaren
Geschatte levensduur van tonercassette
De geschatte levensduur van een cassette is afhankelijk van de hoeveelheid toner die afdruktaken vereisen. De eigenlijke capaciteit kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de pagina's waarop u afdrukt, de omgeving, percentage afbeeldingen, de tijd tussen de afdruktaken, het type media en het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt en moet de cassette waarschijnlijk vaker worden vervangen.
Toner herverdelen
Als de tonercassette bijna leeg is:
- Witte strepen, onduidelijke afdruk en/of verschillende dichtheid aan beide kanten.
- De Status-LED knippert rood. Er verschijnt mogelijk een bericht op het display dat aangeeft dat de toner bijna op is.
In dat geval kunt u de afdrukwaliteit tijdelijk verbeteren door de resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner opnieuw is verdeeld. Vervang de tonercassette (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 67).

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat.

- Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier.
- Raak het groene gedeelte van de tonercassette niet aan. Pak de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.
- Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette.
- Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
Toner herverdelen
De tonercassette heeft de geschatte levensduur bijna bereikt:
- De status-LED en het bericht in verband met de toner op het display geven aan dat de tonercassette vervangen moet worden.
- Het Samsung Printing Status programmavenster van de computer verschijnt en vertelt u wanneer de cartridge bijna leeg is (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 260).

- Schud de tonercassette grondig. Dit verhoogt de afdrukkwaliteit in het begin.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).

- Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier.
- Raak het groene gedeelte van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.
- Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette.
- Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
Tonercassette
Als een tonercassette het eind van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken.
De tonercassette vervangen
De beeldeenheid vervangen
Als een beeldeenheid het einde van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken.

- Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette.
- Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
De beeldeenheid vervangen
Beeldeenheid
M3325/M3825/M4025 series

Accessoires installeren
Voorzorgsmaatregelen
• Koppel het netsnoer los.
Verwijder nooit het toegangspaneel tot het moederbord als de stroom is ingeschakeld.
Koppel steeds het netsnoer los als u interne of externe accessoires installeert of verwijdert om het risico op een elektrische schok te voorkomen.
- Ontlaad statische elektriciteit.
Het moederbord en de interne accessoires (netwerkinterfacekaart of geheugenmodule) zijn gevoelig voor statische elektriciteit. Voordat u interne accessoires installeert of verwijdert, moet u de statische elektriciteit van uw lichaam ontladen door een metalen voorwerp aan te raken, zoals de metalen achterplaat van een willekeurig apparaat dat op een geaarde stroombron is aangesloten. Als u voor het beëindigen van de installatie rondwandelt, herhaalt u deze procedure om nogmaals eventuele statische elektriciteit te ontladen.

Let op bij de installatie van accessoires: het vervangen van de batterij in het apparaat valt onder de service. Vervang ze niet zelf. Er bestaat een explosierisico als de batterij wordt vervangen door een verkeerd type. Verwijder gebruikte batterijen conform de aanwijzingen.
Apparaatopties instellen
Dit apparaat detecteert en stelt automatisch de optionele apparaten in die u installeert, zoals een optionele lade, geheugen, enz. Als u de optionele apparaten die u in dit stuurprogramma hebt geïnstalleerd niet kunt gebruiken, dient u de optionele apparaten in te stellen in Apparaatopties.
1 Klik op het menu Start van Windows.
- In Windows 8: selecteer in Charms(charms) achtereenvolgens Zoeken > Instellingen.
2 In Windows XP/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
- In Windows 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
- In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.
- Zoek voor Windows 8 naar Apparaten en printers.
- In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.
3 Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4 In Windows XP/2003/2008/Vista selecteert u Eigenschappen.
In Windows 7, Windows 8 en Windows Server 2008 R2 selecteert u Eigenschappen van printer in het snelmenu.
Accessoires installeren

Als bij het item Eigenschappen van printer het teken ? staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
5
Het venster Eigenschappen kan variëren afhankelijk van het stuurprogramma of besturingssysteem dat u gebruikt.
6
Selecteer de juiste optie.

Bepaalde menu's kunnen niet voorkomen op het scherm, afhankelijk van de opties of modellen. Indien dit het geval is, is dit niet van toepassing op uw apparaat.
- Ladeopties: Selecteer de optionele lade die u heeft geïnstalleerd. U kunt de lade selecteren.
- Opslagopties: Selecteer het optionele geheugen dat u heeft geïnstalleerd. Als deze mogelijkheid aangevinkt is, kunt u de Afdrukmodus selecteren.
- Printerconfiguratie: Selecteer de printertaal voor de afdrukopdracht.
-
Administratorinstellingen: U kunt de Printerstatus en EMF-spooling selecteren.
-
Taakaccountbeheer: Hiermee kunt u de gebruiker koppelen aan de accountidentificatie-informatie bij elk document dat u afdrukt.
- Gebruikersmachtiging: Als u deze optie aanvinkt, kunnen alleen gebruikers met gebruikermachtiging een afdruktaak starten.
- Groepsmachtiging: Als u deze optie aanvinkt, kunnen alleen groepen met groepsmachtiging een afdruktaak starten.

Als u het wachtwoord voor taakaccountbeheer wilt coderen, vinkt u Wachtwoordcodering taakaccountbeheer aan.
- Instellingen aangepast papierformaat: U kunt een aangepast papierformaat opgeven.
7
Klik op OK totdat u het venster Eigenschappen of Eigenschappen van printer verlaat.
Accessoires installeren
Een geheugenmodule upgraden
Uw apparaat beschikt over een "dual in-line"-geheugenmodule (DIMM). Gebruik deze geheugenmodule om extra geheugen te installeren. We raden u aan om alleen DIMM's van Samsung te gebruiken. Uw garantie is niet geldig als blijkt dat het probleem met uw apparaat wordt veroorzaakt door DIMM's van derden.
Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare accessoires" op pagina 69).

- Als het optionele geheugen is geïnstalleerd, kunt u gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een afdruktaak opslaan of in de wachtrij op de harde schijf plaatsen, een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak specificeren in het venster Eigenschappen van printer. U kunt de actieve opdrachtlijst en het bestandsbeleid beheren in het Taakbeheer menu (zie "Optionele apparaatfuncties gebruiken" op pagina 246).
- Niet ondersteund voor M332xND/M3825D.

De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren
Als u regelmatig geconfronteerd wordt met papierstoringen of afdrukproblemen, controleert u het aantal pagina's dat het apparaat heeft afgedrukt of gescand. Vervang indien nodig de betrokken onderdelen.

- Voor modellen die het weergavescherm niet ondersteunen: Houd in de stand-bymodus de knop (Annuleren) ca. 6 seconden ingedrukt en laat deze vervolgens los. Er wordt een rapport met geleverde informatie afgedrukt.
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud > Gebruiksduur op het bedieningsscherm.
OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Systeem > Volg. > Onderhoud > Info verbruiksartikelen
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
Selecteer op het model met aanraakscherm de gewenste optie.
3 Druk op (Annuleren) of het startpictogram ( ) om terug te keren naar stand-bymodus.
Instellen van de waarschuwing toner/beeldeenheid bijna op
Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED verschijnt of niet.

Voor modellen die een weergavescherm op het configuratiescherm niet ondersteunen, kunt u de instellingen van het apparaat instellen met Apparaatinstellingen in het programma Samsung Easy Printer Manager
- Als u Windows of Mac gebruikt, kunt u uw instellingen wijzigen via Samsung Easy Printer Manager > 📄 (Geavanceerde modus activeren) > Apparaatinstellingen (zie "Apparaatinstellingen" op pagina 259).
1 Selecteer (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud > Ws tr bijna op of Bldeenh bn lg op het bedieningspaneel.
Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Systeem > Volg. > Onderhoud > Ws tr bijna op of Waar. niv.blde laag op het aanraakscherm.
2 Selecteer de optie die u wenst en druk op OK om de selectie op te slaan.
Selecteer op het model met aanraakscherm de gewenste optie.
3 Druk op (Annuleren) of het startpictogram ( ) om terug te keren naar stand-bymodus.
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen.

- Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of vervormen.
- Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan schadelijk voor u zijn.
De buitenkant reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte, pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water op of in het apparaat terechtkomt.
Het apparaat reinigen
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen.

- Om schade aan de tonercassette te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier.
- Raak het groene gedeelte van de tonercassette niet aan. Pak de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.
- Gebruik een droge pluisvrije doek voor het reinigen van de binnenkant van het apparaat. Let op dat u de transportrol of andere onderdelen niet beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen of verdunner. Dit kan de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden en het apparaat beschadigen.

- Gebruik een niet-pluizende doek om het apparaat te reinigen.
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat u het apparaat reinigt.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Het apparaat reinigen

Het apparaat reinigen
Reinigen van de opneemrol

- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat u het apparaat reinigt.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Het apparaat reinigen

Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat
- U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of op zijn kant houden. Er kan immers toner vrijkomen binnenin het apparaat waardoor er schade aan het apparaat kan ontstaan of de afdrukkwaliteit kan verslechteren.
- Als u het apparaat verplaatst, moet u ervoor zorgen dat ten minste twee mensen het apparaat goed vasthouden.

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
- Tips om papierstoringen te voorkomen 92
• Papierstoringen verhelpen 93 - Informatie over de status-LED 105
• Informatie over displaymeldingen 108

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. Als uw apparaat beschikt over een displayscherm, moet u eerst hierop kijken om de fout op te lossen. Als u in dit hoofdstuk geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, kijkt u in het hoofdstuk Problemen oplossen in de handleiding Handleiding Geavanceerd (zie "Problemen oplossen" op pagina 273). Als u geen oplossing kunt vinden in de Gebruikershandleiding of als het probleem blijft optreden, kunt u met de klantenservice bellen.
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen:
• Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 40).
- Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
- Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
- Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
- Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
- Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 119).
Papierstoringen verhelpen

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.
In lade 1

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).

Papierstoringen verhelpen
In optionele lade

Papierstoringen verhelpen
Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied:


Papierstoringen verhelpen
In de handmatige invoer/multifunctionele lade
Papierstoringen verhelpen
M382xND/M382xDW/M402xND series

Papierstoringen verhelpen
Binnenin het apparaat

Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.
Papierstoringen verhelpen
Papierstoringen verhelpen
M3325/M3825/M4025 series


Papierstoringen verhelpen
In het uitvoergebied

Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.

Papierstoringen verhelpen
Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied:

Papierstoringen verhelpen
Rond de duplexeenheid

Papierstoringen verhelpen
Ga naar de volgende stap als u geen papier ziet in dit gebied:

Informatie over de status-LED
De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan.

- Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED's mogelijk niet beschikbaar (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 23).
- Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 108).
- U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Samsung-printerstatus (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 260).
- Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
Informatie over de status-LED
| LED Status Omschrijving | |||
| (←→/△)Status | Uit Het apparaat is offline. | ||
| Groen | Knippert | Als het lampje knippert, is het apparaat bezig met het ontvangen of afdrukken van gegevens. | |
| Aan • Het apparaat is online en klaar voor gebruik. | |||
| Rood | Knippert | • Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Controleer de melding op het display voor modellen die het weergavescherm op het configuratiescherm ondersteunen. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken.• De tonercassette is bijna leeg. Geschatte levensduur van een cassette a van de tonercassette is bijna bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 72). b | |
| Aan | • De tonercassette heeft de geschatte levensduur a bijna bereikt. Het wordt aanbevolen de tonercassette te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).• De klep is geopend. Sluit de klep.• De papierlade is leeg tijdens het ontvangen of afdrukken van gegevens. Plaats papier in de lade.• Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 108).• Er is een papierstoring opgetreden (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 93).• De geschatte levensduur van de cassette van een beeldeenheid is bereikt c Er wordt aanbevolen om de tonercassette te vervangen. | ||
| (○)WPS b | Blauw | Knippert Het apparaat probeert verbinding te maken met een draadloos netwerk. | |
| Aan | Het apparaat heeft verbinding met een draadloos netwerk (zie "Draadloos netwerk instellen" op pagina 167). | ||
| Uit De verbinding tussen het apparaat en het draadloze netwerk is verbroken. | |||
Informatie over de status-LED
| LED Status Omschrijving | |||
| (⊕) Auit | Blauw n | Aan Het apparaat bevindt zich in energiebesparende modus. | |
| Uit Het apparaat staat in de gereedmodus of het apparaat is uitgeschakeld. | |||
| Eco Groen | Aan Eco-modus is ingeschakeld (zie "Eco-afdruk" op pagina 57). | ||
| Uit Eco-modus is uitgeschakeld. | |||
a. De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Dit geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de cassette conform ISO/IEC 19798. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, het percentage van de afbeelding, de tijd tussen afdruktaken, media en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterbijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
b. Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED's mogelijk niet beschikbaar (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 23).
c. Als een beeldeenheid het einde van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken. In dit geval kunt u ervoor kiezen om te stoppen met afdrukken vanaf de SyncThru™Web Service (Settings > Machine Settings > System > Setup > Supplies Management > Imaging Unit Stop) of Samsung Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen > Systeem > Beheer van verbruiksartikelen > Stop beeldeenheid). Door deze optie uit te schakelen en door te gaan met afdrukken kan het systeem van het apparaat beschadigd raken.
Informatie over displaymeldingen
Er verschijnen berichten op het display van het bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis van de berichten en verhelp indien nodig het probleem.

- U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Afdrukstatus (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 260).
- Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak opnieuw uit te voeren. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
- Als u contact opneemt met de klantenservice, is het nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan een medewerker van de klantenservice.
- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige meldingen mogelijk niet op het display.
• [foutnummer] geeft het foutnummer aan.
• [ladenummer] geeft het ladenummer aan.
• [type media] geeft het type media aan. - [formaat media] geeft het formaat van de media aan.
Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen papier
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Pap.st.in uitv.gebied | Er is papier vastgelopen bij de uitgang. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In het uitvoergebied" op pagina 101). |
| Pap.st.in DE | Het papier is vastgelopen bij het dubbelzijdig afdrukken. Dit geldt alleen voor apparaten die over deze functie beschikken. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Rond de duplexeenheid" op pagina 103). |
| Pap.st.in app. | Er is papier vastgelopen in het apparaat. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Binnenin het apparaat" op pagina 98). |
| Papierstoring in lade 1 | Er is papier vastgelopen in de lade. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In lade 1" op pagina 93). |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Papierstoring in lade 2 | Er is papier vastgelopen in de optionele lade. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In optionele lade" op pagina 94). |
| Papierstoring in MP-lade | Er is papier vastgelopen in de multifunctionele lade. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de handmatige invoer/multifunctionele lade" op pagina 96). |
Informatie over displaymeldingen
Meldingen over de tonercassette
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Plaats tonercassette | Er is geen tonercassette geplaatst. | Installeer de tonercassette opnieuw. |
| Er is geen tonercassette geplaatst. | Installeer de tonercassette twee of drie keer om er zeker van te zijn dat deze juist is geplaatst. Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. | |
| Beschermende film niet verwijderd van de toner. | Verwijder de beschermende laag van de tonercassette. | |
| TC niet comp. | De aangegeven tonercassette is niet geschikt voor uw apparaat. | Vervang de tonercassette door een tonercassette van Samsung die speciaal is ontworpen voor uw apparaat (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74). |
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Bereid nieuwe cass. Voor | De tonercassette bevat nog een kleine hoeveelheid toner. Geschatte levensduur van een cassette a van de tonercassette is bijna bereikt. | Houd een nieuwe cassette gereed om de oude cassette te vervangen.U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 72). |
| Vervangen nieuwe cass. | De tonercassette heeft de geschatte levensduur bereikt a . | • U kunt kiezen tussenStopof Doorgaan, zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als uStopkiest, stopt de printer met afdrukken. Als uDoorgaankiest, gaat de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd.• Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten, dient u de tonercassette te vervangen wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette verder blijft gebruiken kunnen er problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74). |
Informatie over displaymeldingen
a. De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er met de cassette gemiddeld kunnen worden gemaakt conform ISO/IEC 19798 (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 67). Het aantal pagina's kan afhankelijk zijn van de omgevingsomstandigheden, het percentage afbeeldingen, de tijd tussen de afdruktaken, media en het mediaformaat. Het is mogelijk dat de cassette nog wat toner bevat wanneer de desbetreffende melding verschijnt en de printer slopt met afdrukken.

Samsung raadt het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gerecyclede cassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes immers niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung worden niet gedekt door de garantie van het apparaat.
Informatie over displaymeldingen
Beeldeenheid-gerelateerde meldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| niet geinstal.Beeldeenheid | Er is een beeldeenheid niet geïnstalleerd. | Herinstalleer de beeldeenheid. |
| Een beeldeenheid wordt niet gedetecteerd. | Installeer de beeldeenheid opnieuw. Herhaal dit twee of drie keer om te controleren of hij goed op zijn plaats komt. Als het probleem aanhoudt moet u contact opnemen met de servicevertegenwoordiger. | |
| Verwijder de beschermende film niet van de toner. | Verwijder de beschermende film van de beeldeenheid. | |
| TC niet Beeldeenheid | De beeldeenheid is niet geschikt voor uw apparaat. | Installeer de overeenstemmende tonercassette met een echte Samsung-cassette (see "De beeldeenheid vervangen" op pagina 77). |
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Houd een nieuwe beeldeenheid gereed | De beeldeenheid bevat nog een kleine hoeveelheid toner. Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is bijna bereikt. | Houd een nieuwe beeldeenheid gereed om de oude te vervangen. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Plaats nieuwe beeldeenheid | De tonercassette van de beeldeenheid is aan het eind van de geschatte levensduur. | • U kunt kiezen tussenStopofDoorgaan, zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als uStopselecteert, zal de printer stoppen met afdrukken. Als uDoorgaankiest, gaat de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd.• Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten, dient u de beeldeenheid te vervangen wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette verder blijft gebruiken kunnen er problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 77).• Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u de beeldeenheid (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 77). |

Samsung raadt het gebruik van niet-originele Samsung-cartridges (bijv. hervulde of gerecyclede cassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-cartridges niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere cartridges dan die van Samsung worden niet gedekt door de garantie van het apparaat.
Meldingen over de papierlade
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| MF-ladein [ladenummer] | De aangegevenpapierlade is leeg. | Plaats papier in de lade(zie "Papier in de ladeplaatsen" op pagina 41). |
Meldingen over het netwerk
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Netw.probl.:IP-conflict | Het IP-adres wordt elders gebruikt. | Controleer het IP-adres of vraag een nieuw IP-adres aan. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | |
| 802.1xnetwerk | Verificatie mislukt. Controleer het netwerkverificatieprotocol.Neem contact op met uw netwerkbeheerder als dit probleem zich blijft voordoen. |
Div. meldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Klep openSluit klep. | De klep is niet goed gesloten. | Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. |
| Fout[foutnummer]Plaats tonercassette | De tonercassette is verkeerd geïnstalleerd of de connector is vuil. | Installeer de tonercassette van Samsung twee of drie keer om er zeker van te zijn dat deze juist is geplaatst.Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Fout[foutnummer]Zet uit en aan | Het apparaat kan niet bestuurd worden. | Start het apparaat opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Fout[foutnummer]Cont. klantend. | ||
| Nt juiste k.tmp.Verplaats apparaat | Het apparaat staat opgesteld in een vertrek met een ongeschikte kamertemperatuur. | Verplaats het apparaat naar een vetrek met de geschikte kamertemperatuur. |
| Uitvoervak volVerw. pap. | De uitvoerlade is vol. Zodra | het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat de printer door met afdrukken. Neem contact op met de klantendienst als het probleem zich blijft voordoen. |
| Vervangen vervangen | De fixeereenheid is versleten. | Vervang de fixeereenheid door een nieuwe. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Plaats nieuwe fixeereenheid | De fixeereenheid is versleten. | |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| • Plaats nieuwe rol voor lade 1 | De lade-opneemrol is versleten. | Vervang de lade-opneemrol door een nieuwe. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| • Plaats nieuwe rol voor lade 2 | De lade-opneemrol is versleten. | |

In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare regelgeving.
- Specifications 117
- Informatie over wettelijke voorschriften 127
• Copyright 138

Algemene specificaties

De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Ga naar www.samsung.com voor mogelijk gewijzigde informatie.
| Items Omschrijving | ||
| Afmetingen | Breedte x Lengte x Hoogte | M332x/M382x/M402xND series: 366 x 365,6 x 262,5 mmM402xNX Series: 366 x 365,6 x 281,2 mm (14,4 x 14,39 x 11,07 inches) |
| Gewicht Apparaat inclusiefverbruiksartikelen | M332xND/M382xD series: 9,86 kg (21,7 lbs)M382xND/M382xDW/M402xND series: 10,18 kg (22,4 lbs)M402xNX Series: 10,35 kg (22,8 lbs) | |
| Geluidsniveaua | Stand-bymodus Minder dan 26 dB(A) | |
| Afdrukmodus | M332x series: Minder dan 55 dB(A)M382x/M402x series: Minder dan 57 dB(A) | |
| Temperatuur Gebruik 10 tot 30 °C | ||
| Opslag (in verpakking) -20 tot 40 °C | ||
| Relatieve luchtvochtigheid | Gebruik 20 tot 80% RV | |
| Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV | ||
Specifications
| Items Omschrijving | ||
| Nominaal vermogenb | Modellen op 110 volt AC 110 – | 127 V |
| Modellen op 220 volt AC 220 – | 240 V | |
| Stroomverbruik Gemiddeld vermogen Minder dan 700 Watt | ||
a. Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken.
b. Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (hertz) en het type stroom (A) voor uw apparaat.
c. Het energieverbruik in de energiebesparende modus wordt mogelijk beïnvloed door de status, de instellingsvoorwaarden en de gebruiksomgeving van het apparaat.
d. Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 8).
e. Stroomverbruik kan alleen volledig worden voorkomen wanneer de voedingskabel niet is aangesloten.
f. Alleen voor draadloze modellen (zie "Functies per model" op pagina 8).
Specifications
Specificaties van de afdrukmedia
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia a | |||
| Lade 1/Optionele lade | Multifunctionele lade | Handmatige invoerb c | ||
| Normaal papier Letter 216 x 279 mm | 70 tot 85 g/m 2 • 250 vellen van 80 g/m 2 . | 70 tot 85 g/m 2 • 50 vellen van 80 g/m 2 . | 70 tot 85 g/m 2 • 1 vellen van 80 g/m 2 | |
| Legal 216 x 356 mm | ||||
| US Folio 216 x 330 mm | ||||
| A4 210 x 297 mm | ||||
| Oficio 216 x 343 mm | ||||
| JIS B5 182 x 257 mm | ||||
| ISO B5 176 x 250 mm | ||||
| Executive 184 x 267 mm | ||||
| A5 148 x 210 mm | ||||
| A6 105 x 148 mm • 150 vellen van 75 g/ | m 2 . | |||
Specifications
| Type | Formaat | Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia a | ||
| Lade 1/Optionele lade | Multifunctionele lade | Handmatige invoerb c | |||
| Envelop Envelop-Monarch | 98 x 191 mm Niet beschikbaar in | lade1/optionele lade. | 75 tot 90 g/m 2 | 75 tot 90 g/m 2 | |
| Envelop Nr. 10 105 x 241 mm | |||||
| Envelop DL 110 x 220 mm | |||||
| Envelop C5 162 x 229 mm | |||||
| Envelop C6 114 x 162 mm | |||||
| Dik papier Zie | Normaal papier Zie Normaal papier | 86 tot 105 g/m 2 | 86 tot 105 g/m 2 | 86 tot 105 g/m 2 | |
| Dikker papier Zie | Normaal papier Zie Normaal papier Niet beschikbaar in | lade1/optionele lade. | 164 tot 220 g/m 2 | 164 tot 220 g/m 2 | |
| Dun papier Zie | Normaal papier Zie Normaal papier | 60 tot 70 g/m 2 | 60 tot 70 g/m 2 | 60 tot 70 g/m 2 | |
| Transparanten Letter, A4 | Zie Normaal papier Niet beschikbaar in | lade1/optionele lade. | 138 tot 146 g/m 2 | 138 tot 146 g/m 2 | |
| Etikettend | Letter, Legal, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 | Zie Normaal papier Niet beschikbaar in | lade1/optionele lade. | 120 tot 150 g/m 2 | 120 tot 150 g/m 2 |
| Kartonpapier | Letter, Legal, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 | Zie Normaal papier | 121 tot 163 g/m 2 | 121 tot 163 g/m 2 | 121 tot 163 g/m 2 |
Specifications
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia a | ||||
| Lade 1/Optionele lade | Multifunctionele lade | Handmatige invoerb c | |||
| Bankpostpapier Zie Normaal papier Zie | Zie Normaal papier Zie | Normaal papier | 106 tot 120 g/m 2 | 106 tot 120 g/m 2 | 106 tot 120 g/m 2 |
| Minimaal formaat (aangepast) e , f | • Multifunctionele (of handmatige toevoer) lade:76 × 127 mm• Lade 1: 105 x 148,5 mm | 60 tot 163 g/m 2 Niet beschikbaar in de optionele lade. | |||
| Maximaal formaat (aangepast) 216 x | 356 mm | ||||
a. De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden.
b. Alleen M332xND/M382xD series.
c. 1 vel voor de handmatige invoer
d. De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte eliketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het gladheidsniveau.
e. De beschikbare papiersoorten in de multifunctionele lade: Normaal, Dik, Dikker, Dun, Katoen-, Gekleurd, Voorbedrukt, Kringloop-, Envelop, Transparant, Etiketten, Karton, Bankpost-, Archief-
f. De beschikbare papiersoorten in lade 1: Normaal, Dik, Dun, Kringloop, Karton, Bankpost, Archief
Specifications
Systeemvereisten
Microsoft® Windows®
| Besturingssysteem | Vereisten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije schijfruimte | |||
| Windows® XP Intel | ® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) | 128 MB (256 MB) 1,5 GB | |
| Windows Server® 2003 Intel | ® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) | 128 MB (512 MB) 1,25 GB tot 2 GB | |
| Windows Server® 2008 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) | 512 MB (2 GB) 10 GB | |
| Windows Vista® | Intel® Pentium® IV 3 GHz | 512 MB (1 GB) 15 GB | |
| Windows® 7 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger | 1 GB (2 GB) 16 GB | |
| • Ondersteuning voor DirectX ® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen). • DVD-R/W-station | |||
| Windows Server® 2008 R2 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2 GHz of sneller) | 512 MB (2 GB) 10 GB | |
| Windows® 8 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger | 1 GB (2 GB) 16 GB | |
Specifications

- Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen.
- Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben.
- Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat.
Mac
| Besturingssysteem | Vereisten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije schijfruimte | |||
| Mac OS X 10.5 | • I n®tpreceissoren• 867 MHz of sneller Power PC G4/G5 | 512 MB (1 GB) 1 GB | |
| Mac OS X 10.6 | • I n®tpreceissoren | 1 GB (2 GB) 1 GB | |
| Mac OS X 10.7 - 10.8 | • I n®tpreceissoren | 2 GB 4 GB | |
Specifications
Linux
| Items Vereisten | |
| Besturingssysteem | RedHat® Enterprise Linux WS 4, 5, 6 (32-/64-bit)Fedora 5 ~ 15 (32/ 64 bit)OpenSuSE® 10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2, 11.3, 11.4 (32-/64-bit)Mandriva 2007, 2008, 2009, 2009.1, 2010 (32/64 bit)Ubuntu 6.06, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10, 9.04, 9.10, 10.04, 10.10, 11.04 (32-/64-bit)SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11 (32/64 bit)Debian 5,0, 4.0, 6,0 (32/64 bits) |
| Processor Pentium IV 2,4GHz (Intel CoreTM2) | |
| RAM 512 MB (1 GB) | |
| Vrije schijfruimte 1 GB (2 GB) | |
Specifications
Unix
| Items Vereisten | |
| Besturingssysteem | Sun Solaris 9, 10, 11 (x86, SPARC)HP-UX 11.0, 11i v1, 11i v2, 11i v3 (PA-RISC, Itanium)IBM AIX 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 6.1, 7.1 (Power PC) |
| Vrije schijfruimte Tot 100 MB |
Specifications
Netwerkomgeving

Alleen voor draadloze en netwerkmodellen (zie "Functies per model" op pagina 8).
U moet de netwerkprotocollen installeren op het apparaat om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund.
| Items Specificaties | |
| Netwerkinterface · Ethernet 10/100/1000 Base-TX bedraad LAN · 802.11b/g/n draadloos LAN | |
| Netwerkbesturingssysteem | · Windows® XP, Windows Server® 2003, Windows Vista®, Windows® 7, Windows® 8, Windows Server® 2008 R2 · Diverse Linux-besturingssystemen · Mac OS X 10.5-10.8 · UNIX OS |
| Netwerkprotocollen · TCP/IPv4 | · DHCP, BOOTP · DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP · Standard TCP/IP Printing (RAW), LPR, IPP, WSD, AirPrint, Google Cloud Print, ThinPrint · SNMPv 1/2/3, HTTP, IPSec · TCP/IPv6 (DHCP, DNS, Standard TCP/IP Printing (RAW), LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP, IPSec) |
| Draadloze netwerkbeveiliging | · Verificatie: Open Syst., Ged. Sleutel, WPA Privé, WPA2 Privé (PSK) · Codering: WEP64, WEP128, TKIP, AES |
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften.
Verklaring inzake laserveiligheid
De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007.
Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I.
Waarschuwing
De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen beschadigen.
Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand, elektrische schokken en letsels te beperken.

CAUTION - CLASS 3B. INVISIBLE LASER RADIATION WHEN OPEN. AVOID EXPOSURE TO THE BEAM.
DANGER - INVISIBLE LASER RADIATION WHEN OPEN. AVOID DIRECT EXPOSURE TO BEAM.
Informatie over wettelijke voorschriften
Veiligheid in verband met ozon

De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1 ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat dus op een plaats met goede ventilatie.
Energiebesparingsmodus

Deze printer is uitgerust met een geavanceerde energiebesparende technologie die het stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd.
ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken.
Meer informatie over het ENERGY STAR-programma vindt u op http://www.energystar.gov
Voor modellen met ENERGY STAR-certificering staat het etiket van ENERGY STAR op uw apparaat. Controleer of uw apparaat gecertificeerd is met ENERGY STAR.
Recycleren

Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze.
Alleen voor China
回收和再循环
Informatie over wettelijke voorschriften
Correcte verwijdering van dit product (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)
(Van toepassing in landen met afzonderlijke verzamelsystemen)

Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog op een duurzaam hergebruik van materialen en ter voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde afvalverwijdering.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
(Alleen voor de Verenigde Staten)
Verwijder elektronica door deze naar een goedgekeurd recyclingbedrijf te brengen. Vind recyclingbedrijven bij u in de buurt op onze website: www.samsung.com/recyclingdirect Of bel (877) 278 - 0799
Proposition 65 van de Staat Californië, Waarschuwing (Alleen V.S.)
Informatie over wettelijke voorschriften
Radiofrequentiestraling
FCC-normen (VS)
Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
- dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken
- en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken.
Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor digitale apparaten van klasse B, zoals vastgelegd in deel 15 van de FCC-voorschriften. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen te treffen:
- Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op.
- Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
- Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
- raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/televisiemonteur.

Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het apparaat te gebruiken vervalt.
Canadese regelgeving inzake radio-interferentie
Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen (limieten van klasse B) voor stoorsignalen vanuit digitale apparatuur die zijn bepaald in de standaard voor apparatuur die interferentie zou kunnen veroorzaken, met de titel "Digital Apparatus", ICES-003 van Industry and Science Canada.
Informatie over wettelijke voorschriften
Verenigde Staten van Amerika
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.
Eventuele draadloze apparaten in uw systeem zijn enkel gekwalificeerd voor gebruik in de Verenigde Staten van Amerika als er een FCC ID-nummer op het systeemlabel staat.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen een draadloos apparaat en het lichaam minstens 20 cm moet bedragen, bij gebruik van het apparaat nabij het lichaam (uitstekende delen niet meegerekend). Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld. Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, liegt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de FCC heeft bepaald.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend.
Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.

Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.
FCC-bepaling voor het gebruik in draadloze LAN's:

Tijdens de installatie en het gebruik van een combinatie van deze zender en antenne kan dicht bij de geïnstalleerde antenne de RF-blootstellingsgrens van 1 mW/cm2 worden overschreden. Daarom moet de gebruiker altijd minstens 20 cm afstand houden van de antenne. Dit apparaat kan niet worden geïnstalleerd met een andere zender en verzendantenne.
Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen voor Rusland

AB57
Alleen voor Duitsland
Alleen voor Thailand
De stekker van het netsnoer vervangen (alleen voor het VK)
Belangrijk
Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe afdekkap hebt op gezet.
Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt gekocht.
Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de aangegoten stekker van het netsnoer.

Als u de aangegoten stekker afsnijdt of weggooit, kunt u hem er niet meer op bevestigen en riskeert u een elektrische schok te krijgen als u hem in het stopcontact steekt.
Informatie over wettelijke voorschriften
Belangrijke waarschuwing:

Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden aangesloten.
De aders van het netsnoer hebben de volgende kleurcodering:
• Groen/geel: aarding
- Blauw: neutraal
- Bruin: fase
Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer niet overeenstemmen met die van de stekker.
Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "N" of zwart is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "L" of de kleur zwart.
In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van 13 ampère zijn aangebracht.
Verklaring van overeenstemming (Europese landen)
Goedkeuringen en certificeringen

Samsung Electronics verklaart hierbij dat deze [ProXpress M332xND, ProXpress M382xD, ProXpress M382xND, ProXpress M402xND] voldoet aan de essentiële vereisten en andere regelgeving van de laagspanningsrichtlijn (2006/95/EC) en de EMC-richtlijn (2004/108/EC).
Samsung Electronics verklaart hierbij dat deze [ProXpress M382xDW] in overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van de R&TTE-richtlijn (1999/5/EG).
De conformiteitsverklaring vindt u op www.samsung.com. Daar klikt u op Ondersteuning > Downloadcenter en geeft u de printernaam (MFP) in om EuDoC te doorzoeken.
1 Januari 1995: Richtlijn 2006/95/EC van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen.
1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EC van de Raad inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende elektromagnetische compatibiliteit.
Informatie over wettelijke voorschriften
9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EC van de Raad inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd.
EC-certificering
Certificering voor Richtlijn 1999/5/EC inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie (FAX)
Dit product van Samsung is gecertificeerd door Samsung zelf voor enkele-terminalverbindingen in heel Europa met het openbare telefoonnet (PSTN), in overeenstemming met richtlijn 1999/5/EC. Het product is ontworpen voor gebruik met de nationale openbare telefoonnetten en compatibele PBX-en van de Europese landen:
Indien er problemen optreden, moet u in eerste instantie contact opnemen met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co., Ltd.
Het product is getest op TBR21. Het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) heeft voor gebruik en toepassing in overeenstemming met deze norm een adviesdocument gepubliceerd (EG 201 121), waarin opmerkingen en extra voorwaarden staan voor netwerkcompatibiliteit van TBR21-terminals. Het product is getest op, en voldoet aan, alle relevante adviezen in dit document.
Europese radiogoedkeuringsinformatie (voor producten uitgerust met door de EU goedgekeurde radioapparaten)
Deze printer is bestemd voor gebruik thuis of op kantoor. Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.
CE
Draadloze apparaten die mogelijk in uw systeem aanwezig zijn mogen in de Europese Unie of daarmee verbonden regio's alleen worden gebruikt als een EG-conformiteitsmerkteken op het systeemlabel staat.
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de Europese Commissie in de R&TTE-richtlijn heeft vastgelegd.
Krachtens de goedkeuring van draadloze apparaten gekwalificeerde Europese lidstaten:
EU-landen
Informatie over wettelijke voorschriften
Europese landen met gebruiksbeperkingen:
EU
EEA/EFTA-landen
Geen beperkingen op dit ogenblik.
Alleen voor Israël
Mededelingen aangaande normen
Draadloze geleiding
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. De volgende sectie geeft een algemeen overzicht van beschouwingen die betrekking hebben op het gebruik van een draadloos apparaat.
Bijkomende beperkingen, waarschuwingen en overwegingen voor specifieke landen zijn opgenomen in de specifieke landensecties (of landengroepensecties). De draadloze apparaten in uw systeem zijn uitsluitend gekwalificeerd voor gebruik in de landen die geïdentificeerd kunnen worden aan de hand van de markering "Radio gekeurd" op het systeemclassificatielabel. Als het land waar u het draadloos apparaat wilt gebruiken niet in de lijst is opgenomen, neemt u contact op met het plaatselijke instantie voor radiogoedkeuring voor meer informatie over de vereisten. Draadloze apparaten zijn streng gereguleerd en mogen niet worden gebruikt.
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de tot dusver bekende RF-blootstellingsgrenzen. Omdat de draadlozen apparaten (die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd) minder energie afgeven dan conform de veiligheidsnormen en aanbevelingen inzake radiofrequentie is toegestaan, is de producent ervan overtuigd dat deze apparaten veilig zijn in het gebruik. Ongeacht het vermogensniveau moet menselijk contact tijdens de normale werking zoveel mogelijk worden vermeden.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen het draadloze apparaat en het lichaam, voor gebruik van een draadloos apparaat nabij het lichaam (zonder uitstekende delen), minstens 20 cm moet bedragen. Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden, wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld en bezig is met zenden.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend.
Informatie over wettelijke voorschriften
Sommige omstandigheden leggen beperkingen op aan draadloze apparaten. Hieronder zijn voorbeelden van gebruikelijke beperkingen opgenomen.

Draadloze RF-communicatie kan interferentie veroorzaken met apparatuur aan boord van burgerluchtvaarttoestellen. De huidige luchtvaartreglementeringen eisen dat draadloze toestellen aan boord van een vliegtuig worden uitgeschakeld tijdens de vlucht. IEEE 802.11- (beter bekend als draadloos Ethernet) en Bluetooth-communicatieapparaten zijn voorbeelden van draadloze communicatieapparaten.

In omgevingen waar het risico op interferentie met andere apparaten of diensten schadelijk is of als dusdanig wordt beschouwd, kan gebruik van een draadloos apparaat beperkt of verboden worden. Luchthavens, ziekenhuizen en ruimtes gevuld met zuurstof en ontvlambare gassen zijn enkele voorbeelden van omgevingen waar het gebruik van draadloze apparaten beperkt of verboden kan zijn. Als u zich in een omgeving bevindt waarvan u niet zeker weet of het gebruik van draadloze apparaten gesanctioneerd is, vraagt u de plaatselijke autoriteiten om toelating voor u het draadloze apparaat inschakelt of in gebruik neemt.

Elk land voorziet verschillende beperkingen voor het gebruik van draadloze apparaten. Aangezien uw systeem uitgerust is met een draadloos apparaat, moet u, als u van het ene land naar het andere reist, voorafgaand aan uw vertrek bij de plaatselijke radiogoodkeuringsinstanties informeren of er beperkingen gelden voor het gebruik van draadloze apparaten in het land van bestemming.

Als uw systeem uitgerust is met een ingebouwd draadloos apparaat, mag u het draadloos apparaat niet gebruiken tenzij alle kleppen en schermen op hun plaats zitten en het systeem compleet is.

Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.

Gebruik alleen stuurprogramma's die goedgekeurd zijn voor het land waar het apparaat gebruikt zal worden. Raadpleeg de systeemherstelkit van de fabrikant of neem contact op met de technische dienst van de fabrikant voor meer informatie.
Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen voor China
产品中有毒有害物质或元素的名称及含量
| 部件名称 | 有毒有害物质或元素 | |||||
| 铅(Pb) | 汞(Hg) | 镉(Cd) | 六价铬( Cr6+ ) | 多溴联苯(PBB) | 多溴联苯醚(PBDE) | |
| 塑料 | O | O | O | O | O | O |
| 金属(机箱) | X | O | O | O | O | O |
| 印刷电路部件(PCA) | X | O | O | O | O | O |
| 电缆/连接器 | X | O | O | O | O | O |
| 电源设备 | X | O | O | O | O | O |
| 电源线 | X | O | O | O | O | O |
| 机械部件 | X | O | O | O | O | O |
| 卡盒部件 | X | O | O | O | O | O |
| 定影部件 | X | O | O | O | O | O |
| 扫描仪部件-CCD(如果有) | X | X | O | O | O | O |
| 扫描仪部件-其它(如果有) | X | O | O | O | O | O |
| 印刷电路板部件(PBA) | X | O | O | O | O | O |
| 墨粉 | O | O | O | O | O | O |
| 滚筒 | O | O | O | O | O | O |
© 2013 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het gebruik van deze gebruikershandleiding.
• Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.
- Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7, Windows 8 en Windows Server 2008 R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation.
• Google, Picasa, Google Docs, Android en Gmail zijn geregistreerde handelsmerken or handelsmerken van Google Inc.
- Google Cloud Print is een handelsmerk van Google Inc.
- iPad, iPhone, iPod touch, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S en andere landen. AirPrint en het AirPrint-logo zijn handelsmerken van Apple Inc.
- Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.
Raadpleeg het bestand "LICENSE.txt" op de meegeleverde cd-rom voor open-sourcelicentiegegevens.
REV.2.03
Gebruikershandleiding
Samsung Printer ProXpress
M332x series
M382x series
M402x series
GEAVANCEERD
Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
BASIS
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows.
GEAVANCEERD

1. Installatie van de software
Installatie voor Mac 143
Opnieuw installeren voor Mac 144
Installatie voor Linux 145
Opnieuw installeren voor Linux 146

2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Nuttige netwerkprogramma's 148
Instelling bekabeld netwerk 149
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 153
IPv6-configuratie 163
Draadloos netwerk instellen 167
Samsung Mobile Print 195
AirPrint 196
Google Cloud Print™ 198

3. Menu's met nuttige instellingen
Voordat u een hoofdstuk gaat lezen 202
Informatie 203
Lay-out 204
Papier 205
Grafisch 206
Systeeminst. 207
Emulatie 211
Netwerk 212
Taakbeheer 215
Beheerinstellingen 216
Eco 218
Directe USB 219
Taakstatus 220
Teller 221
Help 222
Beveiligde vrijgave 223

4. Speciale functies
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 225
GEAVANCEERD
Verschillende tekens invoeren 226
Afdrukfuncties 229
Optionele apparaatfuncties gebruiken 246
Problemen met het besturingssysteem
289

5. Nuttige beheerprogramma's
Managementhulpmiddelen gebruiken 249
Easy Capture Manager 250
Samsung AnyWeb Print 251
Easy Eco Driver 252
SyncThru™ Web Service gebruiken 253
Samsung Easy Printer Manager gebruiken 257
Samsung-printerstatus gebruiken 260
Samsung Printer Experience gebruiken 262
De Linux Unified Driver Configurator gebruiken 269

6. Problemen oplossen
Problemen met papierinvoer 274
Problemen met de voeding en het netsnoer 275
Afdrukproblemen 276
Problemen met de afdrukkwaliteit 281

1. Installatie van de software
Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 153).
• Installatie voor Mac 143
- Opnieuw installeren voor Mac 144
• Installatie voor Linux 145
- Opnieuw installeren voor Linux 146

- Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 27).
- Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
Installatie voor Mac
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
- Voor Mac OS X 10.8 dubbelklikt u op de cd-rom die wordt weergegeven in de vindfunctie.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Doorgaan.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Doorgaan.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
8 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
9 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
10 Selecteer Met USB aangesloten printer in het scherm Type printerverbinding en klik op Doorgaan.
11 Klik op de knop Printer toevoegen om uw printer te selecteren en deze aan je lijst met printers toe te voegen.
12 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Sluiten.
Opnieuw installeren voor Mac
Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u het opnieuw.
1 Open de map Programma's > Samsung > Printer Software Uninstaller.
2 Klik op Doorgaan om de printersoftware te deïnstalleren.
3 Selecteer het programma dat u wilt verwijderen en klik op Installatie ongedaan maken.
4 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
5 Klik na het deïnstalleren op Sluiten.

Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen.
Installatie voor Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
Het Unified Linux-stuurprogramma installeren
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung.
4 Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driver-pakket en pak het uit.
5 Dubbelklik op cdroot > autorun.
6 Klik op Next zodra het welkomstscherm verschijnt.
7 Zodra de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen ondervindt, raadpleegt u de schermhulp die u kunt openen via het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket van Windows-toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of Image Manager.
Opnieuw installeren voor Linux
Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de installatie van het printerstuurprogramma ongedaan te maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3 Open het programma Terminal. Wanneer het venster Terminal verschijnt, typt u het volgende:
[root@localhost root]# cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/
[root@localhost uninstall]# ./uninstall.sh
4 Klik op Next.
5 Klik op Finish.

2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt.
- Nuttige netwerkprogramma's 148
- Instelling bekabeld netwerk 149
- Installeren van een stuurprogramma over het netwerk153
• IPv6-configuratie 163
• Draadloos netwerk instellen 167
• Samsung Mobile Print 195
• AirPrint 196
• Google Cloud Print™ 198

De ondersteunde optionele apparaten en functies kunnen van model tot model verschillen (zie "Functies per model" op pagina 8).
Nuttige netwerkprogramma's
Er zijn verschillende programma's voorhanden om in een netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse apparaten in het netwerk beheren.

- Voordat u onderstaande programma's gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8).
SyncThru™ Web Service
Met de in het netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 253).
- Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
- Apparaatinstellingen aanpassen.
- E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt, wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van een bepaalde persoon gestuurd.
- De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse netwerkomgevingen.
SyncThru™ Web Admin Service
Een webgebaseerd apparaatbeheersysteem voor netwerkbeheerders. Met SyncThru™ Web Admin Service kunt u netwerkapparatuur op een efficiënte manier beheren en op afstand controleren. U kunt bovendien problemen oplossen vanaf iedere plek waar u via het internet toegang hebt tot het bedrijfsnetwerk.
- U kunt dit programma downloaden via http://solution.samsungprinter.com.
SetIP instelling bekabeld netwerk
Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het TCP/IP-protocol.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)" op pagina 150.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Mac)" op pagina 151.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op pagina 152.

- Wanneer het apparaat de netwerkpoort niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 22).
- TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
Instelling bekabeld netwerk
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen bij de installatie van een netwerk.

- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "M332xND/M382xD/M382xD/M382xDW/M402xDN" op pagina 32).
-
Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
-
Het apparaat heeft een displayscherm: Druk op de knop 📋 (Menu) op het bedieningspaneel en selecteer Netwerk > Netwerkconf..
- De printer heeft geen displayscherm: Houd de knop (Annuleren) op het bedieningspaneel langer dan vijf seconden ingedrukt.
- Het apparaat heeft een aanraakscherm: Druk op (Instelling) op het aanraakscherm en kies Netwerk > Netwerkconfiguratie.
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
• MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78
• IP-adres: 169.254.192.192
Instelling bekabeld netwerk
Het IP-adres instellen

- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 22).
- TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IP-adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Configuratiescherm > Beveiligingscentrum > Windows Firewall.
1 Download de software van de website van Samsung. Pak de software vervolgens uit en installeer deze op uw computer. (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
2 Volg de instructies in het installatievenster.
3 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel.
4 Schakel het apparaat in.
5 In het menu Start van Windows selecteert u Alle programma's > Samsung Printers > SetIP > SetIP.
6 Klik op het pictogram in het venster SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
7 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
8 Klik op Toepassen en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
Instelling bekabeld netwerk
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Mac)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren > Beveiliging > Firewall.

De volgende instructies kunnen verschillen per model.
1 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

3 Dubbelklik op het cd-rom-pictogram op het bureaublad van uw Mac-computer.
- Voor Mac OS X 10.8 dubbelklikt u op de cd-rom die wordt weergegeven in de Finder.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Doorgaan.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Doorgaan.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
8 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
9 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
10 Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Doorgaan.
11 Selecteer Op het netwerk aangesloten printer (bedraad of draadloos) in het scherm Type printerverbinding en klik op IP-adres instellen.
12 Klik op het pictogram in het venster SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
13 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.
Instelling bekabeld netwerk

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
14
Klik op Apply en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via System Preferences or Administrator.

De volgende instructies kunnen verschillen per model of besturingssysteem.
1 Open /opt/Samsung/mfp/share/utils/.
2 Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html.
3 Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen.
4 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
5
Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk

- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8).
- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 22).
- U kunt het printerstuurprogramma en de software installeren wanneer u de software-cd in het cd-rom-station van uw computer plaatst. Voor Windows selecteert u het printerstuurprogramma en de software in het venster Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
Windows
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 150).
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cd-rom-station en klik op OK.
- Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App) en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster Tik om te kiezen wat met deze schijf moet gebeuren. wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
3 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
4 Selecteer Netwerkverbinding in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
5 Volg de instructies in het installatievenster.
Vanaf het Startscherm van Windows 8

- De app Samsung Printer Experience kan alleen worden gebruikt in het Startscherm wanneer het V4-stuurprogramma is geïnstalleerd. Het V4-stuurprogramma wordt automatisch gedownload van Windows Update als uw computer verbinding heeft met internet Als dit niet het geval is, kunt u het V4-stuurprogramma handmatig downloaden van de Samsung-website, www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- U kunt de app Samsung Printer Experience downloaden van de Windows Store. Als u de Windows Store(Store) wilt gebruiken, hebt u een Microsoft-account nodig.
a Selecteer vanuit de balk Charms(charms) de optie Zoeken.
b Klik op Store(Store).
c Zoek naar en klik op Samsung Printer Experience.
d Klik op Installeer.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
- Als u het stuurprogramma installeert met de meegeleverde software-cd, wordt het V4-stuurprogramma niet geïnstalleerd. Als u het V4-stuurprogramma wilt gebruiken in het Bureaubladscherm, kunt u het downloaden van de Samsung-website, www.samsung.com >zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- Als u de managementhulpmiddelen voor printers van Samsung wilt installeren, moet u deze installeren met de meegeleverde software-cd.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 150).
2 Ga naar Charms(charms), selecteer Instellingen > Pc-instellingen wijzigen > Apparaten.
3 Klik op Een apparaat toevoegen.
De gedetecteerde apparaten worden op het scherm weergegeven.
4 Klik op de modelnaam of de hostnaam die u wilt gebruiken.
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarop de hostnaam van het huidige apparaat wordt weergegeven (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 186).
5 Het stuurprogramma wordt automatisch geïnstalleerd via Windows Update.
De modus installatie op de achtergrond
De modus installatie op de achtergrond is een installatiemethode die geen tussenkomst van de gebruiker vereist. Zodra u met de installatie start, worden het stuurprogramma van het apparaat en de software automatisch op uw computer geïnstalleerd. U kunt de installatie op de achtergrond ook starten door /s of /S in het opdrachtvenster te typen.
Opdrachtregelparameters
De volgende tabel geeft opdrachten weer die kunnen worden gebruikt in het opdrachtvenster.

De volgende opdrachtregels zijn effectief en worden gehanteerd wanneer de opdracht gebruikt wordt met /s of /S. /h, /H of /? zijn uitzonderlijke opdrachten die alleen gebruikt kunnen worden.
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | |
| /s of /S Start installatie op de achtergrond. | Hiermee worden apparaatstuurprogramma's geïnstalleerd zonder UI's op te roepen en zonder tussenkomst van de gebruiker. |
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /p""of /P"" | Specificeert de printerpoort. | De printerpoortnaam kan worden opgegeven als IP-adres, hostnaam, lokale USB-poortnaam, IEEE1284-poortnaam of netwerkpad.Voorbeeld:• /p"xxx.xxx.xxx.xxx" waarin "xxx.xxx.xxx.xxx" staat voor het IP-adres van de netwerkprinter. / p"USB001", /P"LPT1", / p"hostname", p"\computer_name\shared_printer" or "\xxx.xxx.xxx.xxx\shared_printer", waarbij "\computer_name\shared_printer" of "\xxx.xxx.xxx.xxx\shared_printer" het netwerkpad naar de printer vormt door twee slashes, de computernaam of het lokale IP-adres van de pc die de printer deelt op te geven, en de gedeelde naam van de printer. |
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /a"" of /A"" | Specificeert het doelpad voor de installatie. | Aangezien apparaatstuurprogramma's geïnstalleerd moeten worden op een voor het besturingssysteem specifiek pad, is deze opdracht alleen van toepassing op toepassingssoftware. |
| [TY24] Het doelpad moet een volledig gekwalificeerd pad zijn. | ||
| /n"" of /N"" | Specificeert de printernaam. De printerinstantie zal worden gemaakt conform de opgegeven printernaam. | Met deze parameter kunt u naar wens printerinstanties toevoegen. |
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | |
| /nd of /ND Geeft de opdracht het geïnstalleerde stuurprogramma niet in te stellen als standaard apparaatstuurprogramma. | Het geeft aan dat het geïnstalleerde apparaatstuurprogramma niet het standaard apparaatstuurprogramma op uw systeem zal zijn als er meer dan een printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Als er geen apparaatstuurprogramma op uw systeem is geïnstalleerd, is deze optie niet van toepassing omdat het Windows-besturingssysteem het geïnstalleerde printerstuurprogramma als standaardstuurprogramma a zal instellen. |
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /x of /X Maakt gebruik van bestaande apparaatstuurprogramma bestanden om de printerinstantie te maken als deze al is geïnstalleerd. | Deze opdracht biedt een mogelijkheid om een printerinstantie te installeren die gebruikmaakt van geïnstalleerde printerstuurprogrammabe standen zonder een bijkomend stuurprogramma te installeren. | |
| /up""of/UP"" | Verwijdert alleen de opgegeven printerinstantie en niet de stuurprogrammabestande n. | Deze opdracht biedt een mogelijkheid om alleen de opgegeven printerinstantie van uw systeem te verwijderen zonder effect op andere printerstuurprogramma's. Hiermee zullen de printerstuurprogramma's niet van uw systeem worden verwijderd. |
| /d of /D Verwijdert alle apparaatstuurprogramma's en toepassingen van uw systeem. | Deze opdracht verwijdert alle geïnstalleerde apparaatstuurprogramma's en toepassingssoftware van uw systeem. | |
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /v""of /V"" | Deelt het geïnstalleerde apparaat en voegt andere platformstuurprogramma's toe voor Point & Print. | Alle ondersteunde apparaatstuurprogramma's van het Windows-besturingssysteem worden geïnstalleerd en gedeeld met de opgegevenvoor Point & Print. |
| /o of /O Opent de map | Printers en faxapparaten na installatie. | Deze opdracht opent de map Printers en faxapparaten na installatie op de achtergrond. |
| /h, /H of /? Toont het gebruik van de opdrachtregel. | ||
Mac
1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
- Voor Mac OS X 10.8 dubbelklikt u op de cd-rom die wordt weergegeven in de vindfunctie.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Doorgaan.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Doorgaan.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
8 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
9 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
10 Selecteer Op het netwerk aangesloten printer (bedraad of draadloos) in het scherm Type printerverbinding en klik op Doorgaan.
11 Klik op de knop Printer toevoegen om uw printer te selecteren en deze aan je lijst met printers toe te voegen.
12 Klik op IP en selecteer HP Jetdirect - Socket in Protocol.
13 Typ het IP-adres van uw printer in het invoerveld Adres.
14 Typ de wachtrijnaam in het invoerveld Wachtrij. Als u de wachtrijnaam voor uw apparaatserver niet kunt bepalen, probeert u eerst de standaardwachtrij.
15 Als de automatische selectiefunctie niet goed werkt, selecteert Printersoftware selecteren en uw apparaatnaam in Druk af via.
16 Klik op Voeg toe.
17 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Sluiten.
Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
Het Linux-stuurprogramma installeren en een netwerkprinter toevoegen
1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet bovendien zijn ingesteld.
2 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung.
3 Extraheer het bestand UnifiedLinuxDriver.tar.gz en open de nieuwe map.
4 Dubbelklik op cdroot > autorun.
5 Het venster Samsung Installer wordt geopend. Klik op Next.
6 Het venster "Add printer wizard" gaat open. Klik op Next.
7 Selecteer Netwerkprinter en klik op de knop Search.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
8 Het IP-adres en het model van de printer verschijnen in de lijst.
9 Selecteer uw apparaat en klik op Next.
10 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
11 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
12 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Een netwerkprinter toevoegen
1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator.
2 Klik op Add Printer..
3 Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op Next.
4 Selecteer Network printer en klik op de knop Search.
5 Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in de lijst weergegeven.
6 Selecteer uw apparaat en klik op Next.
7 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
8 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
UNIX
- Controleer of uw printer het besturingssysteem UNIX ondersteunt, voordat u het UNIX-stuurprogramma installeert (zie "Besturingssysteem" op pagina 8).
- De commando's zijn gemarkeerd met "" . Wanneer u de commando's invoert, moet u geen "" typen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Besturingssysteem" op pagina 8).
Om het UNIX-printerstuurprogramma te gebruiken moet u eerst het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren en vervolgens de printer instellen. U kunt het UNIX-printerstuurprogrammapakket downloaden van de website van Samsung (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
Het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren
De installatieprocedure is identiek voor alle varianten van het bovengenoemde UNIX-besturingssysteem.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
1 Download het UNIX-stuurprogrammapakket van de website van Samsung en pak het uit op uw computer.
2 Zorg dat u machtigingen voor de hoofdmap heeft. "su -"
3 Kopieer het juiste stuurprogrammabestand naar de UNIX-computer.

Raadpleeg de handleiding van uw UNIX-besturingssysteem voor meer informatie.
4 Pak het UNIX-printerstuurprogrammabestand uit.
Op IBM AIX gebruikt u bijvoorbeeld de volgende commando's:
"gzip -d < voor de pakketnaam in | tar xf -"
5 Ga naar de uitgepakte map.
6 Voer het installatiescript uit. "/install -I"
install is het installatiescriptbestand dat wordt gebruikt om het UNIX-printerstuurprogrammapakket te installeren/deinstalleren.
Gebruik de opdracht "chmod 755 Install" om de uitvoering van het installatiescript te machtigen.
7 Voer de opdracht "./install -c" uit om de resultaten van de installatie te controleren.
8 Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel. Hiermee wordt het venster van de wizard Add Printer Wizard geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in:

In sommige UNIX-besturingssystemen, zoals Solaris 10, zijn zojuist toegevoegde printers mogelijk niet ingeschakeld en/of kunnen geen taken ontvangen. In dat geval moet u de volgende twee opdrachten uitvoeren in de root-terminal:
"accept
"enable
De installatie van het printerstuurprogrammapakket ongedaan maken

Het hulpprogramma moet gebruikt worden om de geïnstalleerde printer uit het systeem te verwijderen.
a Voer de opdracht "uninstallprinter" uit vanaf de terminal. Hierdoor wordt Uninstall Printer Wizard geopend. De geïnstalleerde printers verschijnen in de vervolgkeuzelijst.
b Selecteer de printer die u wilt verwijderen.
c Klik op Delete om de printer uit het systeem te verwijderen.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
d Voer de opdracht ". /install -d" uit om de installatie van het volledige pakket ongedaan te maken.
e Voer de opdracht ". /install -c" uit om de resultaten van de deïnstallatie te controleren.
Gebruik de opdracht ". /install -i" om de binaire gegevens opnieuw te installeren.
De printer instellen
Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel om de printer toe te voegen aan uw UNIX-systeem. Hiermee wordt het venster van de wizard Printer toevoegen geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in:
1 Typ de naam van de printer.
2 Selecteer het juiste printermodel uit de lijst van modellen.
3 Voer een beschrijving in voor het type van uw printer in het veld Type. Dit is optioneel.
4 Geef in het veld Description een beschrijving van de printer op. Dit is optioneel.
5 Geef in het veld Location een beschrijving van de printer op.
6 Typ het IP-adres of de DNS-naam van de printer in het tekstvak Device voor netwerkprinters. Op IBM AIX met jetdirect kunt u alleen Queue type invoeren. U kunt geen numeriek IP-adres invoeren.
7 Queue type toont de verbinding als lpd of jetdirect in de overeenkomstige keuzelijst. Op Sun Solaris OS is bovendien een usb type beschikbaar.
8 Selecteer Copies om het aantal exemplaren in te stellen.
9 Schakel de optie Collate in om exemplaren gesorteerd af te drukken.
10 Schakel de optie Reverse Order in om exemplaren in omgekeerde volgorde af te drukken.
11 Schakel de optie Make Default in om deze printer in te stellen als standaardprinter.
12 Klik op OK om de printer toe te voegen.
IPv6-configuratie

IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.

Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 8 of "Menuoverzicht" op pagina 32).
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer.
- Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
- Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
- Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
- Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken.
Via het bedieningspaneel
IPv6 activeren

- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "M332xND/M382xD/M382xD/M382xDW/M402xDN" op pagina 32).
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer * (Menu) > Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6-protocol op het bedieningspaneel.
OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6-protocol op het aanraakscherm.
2 Selecteer Aan en druk op OK.
Selecteer op het model met aanraakscherm Aan met behulp van de pijlen op het aanraakscherm.
3 Zet het apparaat uit en weer aan.
IPv6-configuratie

Configureer niet zowel IPv4 als IPv6 bij het installeren van het printerstuurprogramma. We raden aan om IPv4 of IPv6 te configureren.
Configuratie DHCPv6-adres
Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u een van de volgende opties instellen voor standaard dynamische host-configuratie.

- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "M332xND/M382xD/M382xD/M382xDW/M402xDN" op pagina 32).
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer (Menu) > Netwerk > TCP/IP (IPv6) > DHCPv6 config op het bedieningspaneel.
OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Netwerk > TCP/IP (IPv6) > DHCPv6 config. op het aanraakscherm.
2 Druk op de toets OK om de gewenste waarde te selecteren.
Selecteer op het model met aanraakscherm de gewenste optie met
de pijlen en druk op (Terug) om de selectie op te slaan.
- Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom vraagt.
- Altijd gebr.: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de router er niet om vraagt.
- Nooit gebr.: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een router erom vraagt.
IPv6-configuratie
Via de SyncThru™ Web Service
IPv6 activeren
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaardwachtwoord op die hieronder worden weergegeven. We raden u om veiligheidsredenen aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
• ID: admin
- Password: sec00000
3 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings.
4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
5 Schakel het selectievakje IPv6 Protocol in om IPv6 te activeren.
6 Klik op de knop Apply.
7 Zet het apparaat uit en weer aan.

• U kunt DHCPv6 ook instellen.
- Stel het IPv6-adres als volgt handmatig in:
Schakel het selectievakje Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix geactiveerd. Voer de rest van het adres in (bijv. 3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F).
Configuratie IPv6-adres
1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-adressering als URL ondersteunt.
2 Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149).
- Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
- Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
- Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
- Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
IPv6-configuratie

Voer de IPv6-adressen in (bijv. http://[FE80::215:99FF:FE66:7701]).

De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[ ]") worden geplaatst.
Draadloos netwerk instellen

- Controleer of uw apparaat een draadloos netwerk ondersteunt. Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar (zie "Functies per model" op pagina 8).
- Als het IPv6-netwerk niet lijkt te werken, zet u alle netwerkinstellingen terug naar de fabrieksinstellingen en probeert u het opnieuw met behulp van Instel. wissen.
Aan de slag
Uitleg over het type netwerk
Normaal is er tussen uw computer en het apparaat maar één verbinding tegelijk mogelijk.

Infrastructuurmodus
Deze modus wordt doorgaans gebruikt in woningen, kleine kantoren en thuiskantoren. In deze modus verloopt de communicatie met het draadloze apparaat via een toegangspunt.

Ad-hocmodus
In deze modus wordt geen toegangspunt gebruikt. De draadloze computer en het draadloze apparaat communiceren rechtstreeks met elkaar.
Naam van draadloos netwerk en netwerkwachtwoord
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een Netwerkwachtwoord voor het netwerk gegenereerd. Vraag uw netwerkbeheerder om deze informatie voordat u verder gaat met de installatie van het apparaat.
Draadloos netwerk instellen
Methoden voor het instellen van een draadloos netwerk
U kunt de instellingen van uw draadloze netwerk configureren vanaf het apparaat of de computer. Kies de instellingsmethode uit de onderstaande tabel.

Sommige installatiemethoden voor het draadloze netwerk zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van het model of land.
| Installatiemethode Verbindingsmethode Beschrijving & Referentie | ||
| Met toegangspunt | Via de computer![]() | Zie "Toegangspunt via USB-kabel (aanbevolen)" op pagina 174 als u Windows gebruikt. |
| Mac-gebruikers, zie "Toegangspunt via USB-kabel (aanbevolen)" op pagina 180. | ||
| Zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 186. | ||
Vanaf het bedieningspaneel van het apparaat![]() | zie "Apparaten met een display" op pagina 171. | |
| zie "Gebruik van de Menu-knop" op pagina 173. | ||
Draadloos netwerk instellen
| Installatiemethode Verbindingsmethode Beschrijving & Referentie | ||
| Zonder toegangspunt | Via de computerAd-![]() | Zie "Ad-hoc via USB-kabel" op pagina 177 als u Windows gebruikt. |
| Mac-gebruikers, zie "Ad-hoc via USB-kabel" op pagina 182. | ||
| Wi-Fi Direct instellenWi-Fi Direct | zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op pagina 189. | |

- Raadpleeg het probleemoplossingshoofdstuk (zie "Problemen met draadloze netwerken oplossen" op pagina 191), wanneer er zich problemen voordoen tijdens de instelling van het draadloze netwerk of de installatie van het stuurprogramma.
- Het wordt ten strengste aangeraden dat u het wachtwoord instelt op Access Points (Toegangspunten). Als u het wachtwoord niet instelt op Acces Points (Toegangspunten) kunnen onbekende apparaten, waaronder pc's, smartphones en printers, mogelijk ongeoorloofd toegang krijgen. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor Acces Points (Toegangspunten) voor de wachtwoordinstellingen.
Draadloos netwerk instellen
De knop WPS gebruiken
Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen voor het draadloze netwerk eenvoudig en zonder computer configureren door op het bedieningspaneel op de knop (WPS) te drukken.

- Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie.
- Wanneer u de WPS-knop gebruikt om het draadloos netwerk in te stellen, kunnen de beveiligingsinstellingen wijzigen. Vergrendel de WPS-optie in de beveiligingsinstellingen van het huidige draadloze netwerk om dit te voorkomen. De naam van de optie kan verschillen afhankelijk van het toegangspunt (of draadloze router) dat/die u gebruikt.
Wat u nodig hebt
- Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
- Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
• Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus)
Uw type kiezen
Met behulp van de knop (WPS) op het bedieningspaneel kunt u op twee manieren een verbinding met een draadloos netwerk tot stand brengen voor uw apparaat.
Met de PBC-methode (Push Button Configuration) kunt u uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk door zowel te drukken op de (WPS)-knop op het bedieningspaneel van uw apparaat als op de WPS-knop (of PBC-knop) op een toegangspunt (of draadloze router) met ondersteuning voor Wi-Fi Protected Setup™ (WPS).
Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een toegangspunt dat (of draadloze router die) WPS (Wi-Fi Protected Setup™) ondersteunt.
De fabrieksinstelling voor uw apparaat is de modus PBC. Deze wordt aanbevolen voor een gewone draadloze netwerkomgeving.

Druk op * (Menu) > Netwerk > Wi-Fi > WPS) om de WPS-modus te wijzigen via het bedieningspaneel.
Draadloos netwerk instellen
Apparaten met een display
Aansluiten in PBC-modus
1 Kies * (Menu) > Netwerk > Wi-Fi > WPS > Verb. via PBC op het bedieningspaneel.
Of druk meer dan twee seconden op de knop (WPS) op het bedieningspaneel.
De machine wacht maximaal twee minuten tot u op de knop WPS (of PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router) hebt gedrukt.
2 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven:
a Verbinden: Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP SSID: nadat er een verbinding is gemaakt met het draadloos netwerk, verschijnt de SSID van het toegangspunt op het display.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation en volg de instructies op het scherm om het draadloze netwerk in te stellen.
Verbinding maken in PIN-modus
1 Selecteer * (Menu) > Netwerk > Wi-Fi > WPS > Verb. via PIN op het bedieningspaneel.
Of druk meer dan twee seconden op de knop (WPS) op het bedieningspaneel.
2 De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display.
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven:
a Verbinden: het apparaat maakt een verbinding met het draadloos netwerk.
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c Type SSID: Nadat de verbinding met het draadloos netwerk is gemaakt, worden de SSID-gegevens van het toegangspunt weergegeven op het LCD-display.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation en volg de instructies op het scherm om het draadloze netwerk in te stellen.
Draadloos netwerk instellen
Apparaten zonder een display
Aansluiten in PBC-modus
1 Houd de knop (WPS) op het configuratiescherm ingedrukt totdat de status-LED snel begint te knipperen (na ongeveer 2 - 4 seconden).
Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk. De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u op de PBC-knop op een toegangspunt (of draadloze router) drukt.
2 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation en volg de instructies op het scherm om het draadloze netwerk in te stellen.
Verbinding maken in PIN-modus
1 Het netwerkconfiguratierapport met het PIN-nummer moet worden afgedrukt (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149).
Houd in de stand-bymodus de knop (Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel ca. 5 seconden ingedrukt. Het PIN-nummer van uw apparaat wordt weergegeven.
2 Houd de knop (WPS) op het configuratiescherm ingedrukt totdat de status-LED snel gaat branden (na 4 seconden).
Het apparaat maakt verbinding met het toegangspunt (of draadloze router).
3 U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).
De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u de achtcijferige PIN-code invoert.
De WPS-LED begint op de volgende manier te knipperen:
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Draadloos netwerk instellen
4 Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation en volg de instructies op het scherm om het draadloze netwerk in te stellen.
Opnieuw verbinding maken met een netwerk
Wanneer de draadloze netwerkfunctie is uitgeschakeld, wordt automatisch opnieuw geprobeerd een verbinding tot stand te brengen met het toegangspunt (of de draadloze router) met behulp van de eerder gebruikte instellingen voor de draadloze verbinding en het adres.

In de volgende gevallen wordt automatisch een nieuwe verbinding met het draadloze netwerk tot stand gebracht:
- Het apparaat wordt uit- en weer aangezet.
- Het toegangspunt (of de draadloze router) wordt uit- en weer ingeschakeld.
Annuleren van het maken van een verbinding
Als u het verbinden met een draadloos netwerk wilt annuleren terwijl dit proces wordt uitgevoerd, drukt u op de knop (Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel en laat u deze weer los. Wacht 2 minuten voordat u opnieuw verbinding met het draadloze netwerk probeert te maken.
Verbinding met een netwerk verbreken
U kunt de draadloze netwerkverbinding verbreken door langer dan twee seconden op de knop (WPS) op het configuratiescherm te drukken.
- Als het Wi-Fi-netwerk zich in de niet-actieve modus bevindt: De verbinding tussen het apparaat en het draadloze netwerk wordt onmiddellijk verbroken en stopt de WPS-LED met branden.
- Wanneer het Wi-Fi-netwerk in gebruik is: Zolang het apparaat wacht tot de huidige taak is afgerond, knippert het lampje van de WPS-LED snel. Vervolgens wordt de verbinding met het draadloze netwerk automatisch verbroken en stopt de WPS-LED met branden.
Gebruik van de Menu-knop

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Functies per model" op pagina 8).
Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt.
Draadloos netwerk instellen

Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 153).
1
Selecteer ☐ (Menu) > Netwerk > Wi-Fi > Wi-Fi-instell. op het bedieningspaneel.
2
Druk op OK om de gewenste installatiemethode te selecteren.
- Zoeklijst (aangeraden): In deze modus wordt de installatie automatisch uitgevoerd. Het apparaat geeft een lijst met beschikbare netwerken. Nadat een netwerk is geselecteerd, vraagt de printer naar de bijbehorende beveiligingscode.
- Aangepast: In deze modus kunnen gebruikers hun eigen SSID handmatig invoeren of wijzigen, of de details van de beveiligingsoptie kiezen.
Instellen met Windows

Snelkoppeling naar programma Samsung Easy Wireless Setup zonder CD: Als u het printerstuurprogramma eenmaal hebt geïnstalleerd, hebt u zonder cd toegang tot het programma Samsung Easy Wireless Setup (zie "Managementhulpmiddelen gebruiken" op pagina 249).
Toegangspunt via USB-kabel (aanbevolen)
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
• U S B - k a b e l
Draadloos netwerk instellen
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cdrom-station en klik op OK.
- Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms)en selecteert u Zoeken > Apps en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster 'Tik om te kiezen wat met deze schijf moet gebeuren.' wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
4 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
Draadloos netwerk instellen
5 Selecteer Draadloze netwerkverbinding in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.

6 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het draadloze netwerk voor mijn printer instellen Klik vervolgens op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al verbonden met mijn netwerk.
7 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u wilt gebruiken en klik op Volgende.

Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen, klikt u op Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur.
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: Selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients.
- Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP AES).
- Netwerkwachtwoord: Voer de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord in.
- Netwerksleutel bevestigen: Bevestig de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord.
- WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Draadloos netwerk instellen

Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Voer het netwerkwachtwoord van het toegangspunt (of de router) in.
8
Als het venster van de netwerkverbinding verschijnt, verwijdert u de netwerkkabel. Klik daarna op Volgende. De verbinding met de netwerkkabel kan storing veroorzaken bij het zoeken naar draadloze apparaten.
9
Als uw printer Wi-Fi Direct ondersteunt en deze functie is uitgeschakeld, verschijnt het overeenkomstige scherm.
Als u Wi-Fi Direct wilt inschakelen, schakelt u het selectie vakje in en klikt u op Volgende. Wilt u dit niet, klikt u op Volgende.


- M e t Samsung Easy Printer Manager kunt u Wi-Fi Direct opbou (zie "Wi-Fi Direct installeren" op pagina 189).
- Naam Wi-Fi Direct: De standaard Wi-Fi Direct-naam is de modelnaam en is maximaal 23 tekens lang.
- Wachtwoordinstelling is de numerieke reeks en tussen de 8 en 64 tekens lang.
10
Als het instellen van het draadloze netwerk is voltooid, verwijder dan de USB-kabel tussen de computer en de printer. Klik op Volgende.
11
Volg de instructies in het installatievenster.
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos met uw computer verbinden door een draadloos ad-hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen.
Wat u nodig hebt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
-
Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
-
Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
- USB-kabel
Ad-hocnetwerken in Windows instellen
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer en het draadloos-netwerkapparaat aan.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
5 Selecteer Draadloze netwerkverbinding in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.

6 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het draadloze netwerk voor mijn printer instellen Klik vervolgens op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al verbonden met mijn netwerk.
7 Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden. Klik op Geavanceerde instelling.

- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
• Kanaal: selecteer het kanaal. (Auto-inst. of 2.412 tot 2.467 MHz.) - Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
• Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128). - Netwerkwachtwoord: Voer de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord in.
- Netwerksleutel bevestigen: Bevestig de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord.
- WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Draadloos netwerk instellen
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als de beveiliging van het ad-hocnetwerk is ingeschakeld.
Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en klik op Volgende.
- WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
8 Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Volgende.

Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloze netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
• Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-adres automatisch ontvangen (DHCP).
• Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
Draadloos netwerk instellen
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
9 Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid wordt geopend. Klik op Volgende.
10 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. Klik op Volgende.
11 Volg de instructies in het installatievenster.
Instellen met Mac
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
- USB-kabel
Toegangspunt via USB-kabel (aanbevolen)
1 Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en aan staat.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
- Voor Mac OS X 10.8 dubbelklikt u op de cd-rom die wordt weergegeven in de vindfunctie.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Doorgaan.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Doorgaan.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
Draadloos netwerk instellen
8 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
9 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
10 Selecteer Configuratie van draadloos netwerk in het scherm Type printerverbinding en klik op Doorgaan.

11 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u wilt gebruiken en klik op Next.

Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u op Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig).
• Werkingsmodus: selecteer Infrastruct.. - Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: Selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van de vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients.
- Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP, AES.)
- Netwerkwachtwoord: Voer de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord in.
- Netwerkwachtwoord bevestigen: Bevestig de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord.
- WEP-sleutelindex:: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex:.
Draadloos netwerk instellen
Als de beveiliging van het toegangspunt is ingeschakeld, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Voer het netwerkwachtwoord van het toegangspunt (of de router) in.
12 Als uw printer Wi-Fi Direct ondersteunt en deze functie is uitgeschakeld, verschijnt het overeenkomstige scherm.
Als u Wi-Fi Direct wilt inschakelen, schakelt u het selectie vakje in en klikt u op Next. Wilt u dit niet, klikt u op Next.


- M e t Samsung Easy Printer Manager kunt u Wi-Fi Direct opbou (zie "Wi-Fi Direct installeren" op pagina 189).
- Naam Wi-Fi Direct: De standaard Wi-Fi Direct-naam is de modelnaam en is maximaal 23 tekens lang.
- Wachtwoordinstelling is de numerieke reeks en tussen de 8 en 64 tekens lang.
13 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los.
14 Het instellen van het draadloze netwerk is voltooid. Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten.

Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installatie voor Mac" op pagina 143).
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos verbinden met uw computer door een draadloos ad-hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen.
Draadloos netwerk instellen
Wat u nodig hebt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
- USB-kabel
Ad-hocnetwerken op een Mac instellen
1 Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en aan staat.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

3 Dubbelklik op het cd-rom-pictogram op het bureaublad van uw Mac-computer.
- Voor Mac OS X 10.8 dubbelklikt u op de cd-rom die wordt weergegeven in de vindfunctie.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Doorgaan.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Doorgaan.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
8 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
9 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
Draadloos netwerk instellen
10 Selecteer Configuratie van draadloos netwerk in het scherm Type printerverbinding en klik op Doorgaan.

11 Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden. Klik op Geavanceerde instelling.

- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
• Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc. - Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz tot 2467 MHz).
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
• Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128).
- Netwerkwachtwoord: Voer de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord in.
- Netwerkwachtwoord bevestigen: Bevestig de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord.
- WEP-sleutelindex:: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex:.
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft.
Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en klik op Next.
- WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
12 Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Next.
Draadloos netwerk instellen

Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloos netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
• Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-adres automatisch ontvangen (DHCP).
• Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
13 Als het venster verschijnt dat aangeeft dat de verbinding met de netwerkkabel is bevestigd, verwijder dan de netwerkkabel en klik op Volgende.
Als de netwerkkabel is verbonden, kan de computer de printer mogelijk moeilijk vinden tijdens het configureren van het draadloze netwerk.
14 Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt volgens de netwerkconfiguratie.
15 Het instellen van het draadloze netwerk is voltooid. Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten.

Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installatie voor Mac" op pagina 143).
Draadloos netwerk instellen
Een netwerkkabel gebruiken

Wanneer apparaten de netwerkpoort niet ondersteunen, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 22).
Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat netwerkcompatibel te maken, moet u enkele configuratieprocedures doorlopen.

- Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 153).
- Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor informatie over uw netwerkconfiguratie.
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
- Netwerkkabel
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te drukken.
zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149.
IP-adres instellen via het programma SetIP (Windows)
Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt in het netwerkconfiguratierapport terugvindt.
zie "Het IP-adres instellen" op pagina 150.
Draadloos netwerk instellen
Het draadloze netwerk van het apparaat configureren
Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd) weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt.
Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt u SyncThru™ Web Service gebruiken.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk.
1 Controleer of de netwerkkabel op de printer is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. We raden u om veiligheidsredenen aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
• ID: admin
- Password: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings.
6 Klik op Wireless > Wizard.

De Wizard zal u door de configuratie van het draadloos netwerk loodsen. Als u het draadloos netwerk echter rechtstreeks wilt instellen, selecteert u Custom.
Draadloos netwerk instellen
7 Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst.
- SSID: SSID (Service Set Identifier) is een naam die een draadloos netwerk aanduidt. Toegangspunten en draadloze apparaten die een verbinding proberen te maken met een bepaald draadloos netwerk, moeten dezelfde SSID gebruiken. De SSID is hoofdlettergevoelig.
- Operation Mode: Operation Mode verwijst naar het type draadloze verbinding (zie "Naam van draadloos netwerk en netwerkwachtwoord" op pagina 167).
- Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-to-peer-omgeving.
- Infrastructure: in deze modus kunnen draadloze apparaten via een toegangspunt met elkaar te communiceren.

Als de Operation Mode van uw netwerk ingesteld is op Infrastructure selecteert u de SSID van het toegangspunt. Als Operation Mode ingesteld is op Ad-hoc selecteert u de SSID van het apparaat.
8 Klik op Next.
Als het venster met beveiligingsinstellingen voor draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde wachtwoord (netwerkwachtwoord) in en klikt u op Next.
9 Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen juist zijn, klikt u op Apply.

Ontkoppel de netwerkkabel (standaard of netwerk). Als het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.

Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation en volg de instructies op het scherm om het draadloze netwerk in te stellen.
Het Wi-Fi-network in- of uitschakelen

Als uw apparaat een LCD-display heeft, kunt u Wi-Fi ook in-/uitschakelen via het menu Network op het bedieningspaneel van het apparaat.
1 Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
- Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. We raden u om veiligheidsredenen aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
• ID: admin
- Password: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings.
6 Klik op Wireless > Custom.
U kunt het Wi-Fi-netwerk ook in- of uitschakelen.
Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen
Wi-Fi Direct is een gemakkelijk te installeren, peer-to-peerverbindingsmethode tussen de gecertificeerde Wi-Fi Direct-printer en een mobiel apparaat, dat voorziet in een veilige verbinding en betere doorvoer dan de ad-hocmodus.
Met Wi-Fi Direct kunt u uw printer aansluiten op een Wi-Fi Direct-netwerk, terwijl deze ook verbonden is met een toegangspunt. U kunt ook tegelijkertijd gebruik maken van een bekabeld netwerk en een Wi-Fi Direct-netwerk, zodat meerdere gebruikers documenten kunnen openen en afdrukken via Wi-Fi Direct en het bekabelde netwerk.

- U kunt geen verbinding maken met het internet via Wi-Fi Direct op uw printer.
- De lijst met ondersteunde protocollen kan verschillen per model. Wi-Fi Direct-netwerken ondersteunen NIET IPv6-, netwerkfilterings-, IPSec-, WINS- en SLP-diensten.
- Er kunnen maximaal 3 apparaten via Wi-Fi Direct worden aangesloten.
Wi-Fi Direct installeren
U kunt de Wi-Fi Direct-optie inschakelen volgens een van de volgende methoden.
Via een computer die verbonden is met een USB-kabel (aanbevolen)
Wanneer de installatie van het stuurprogramma voltooid is, kan de Samsung Easy Printer Manager worden gebruikt om de Wi-Fi Direct-instellingen te wijzigen.
Draadloos netwerk instellen

Samsung Easy Printer Manager is alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows en Mac OS.
- Selecteer in het menu Start Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung Easy Printer Manager > Apparaatinstellingen > Netwerk.
- Wi-Fi Direct Aan/Uit: Kies Aan om in te schakelen.
- Apparaatnaam: Voer de naam van de printer in om uw printer te kunnen zoeken op een draadloos netwerk. De standaardnaam van uw apparaat is de modelnaam.
- IP-adres: Voer het IP-adres van de printer in. Dit IP-adres wordt gebruikt op uw lokale netwerk en niet voor het bekabelde of draadloze netwerk. Wij raden u aan om het standaard lokale IP-adres te gebruiken (het standaard lokaal IP-adres van de printer voor Wi-Fi Direct is 192.168.3.1)
- Groepsgebruiker: Schakel deze optie in om de printer toe te wijzen aan de Wi-Fi Direct-groepsgebruiker. De Groepsgebruiker functioneert op dezelfde manier als het draadloze toegangspunt. Wij raden u aan deze optie in te schakelen.
- Netwerkwachtwoord: Wanneer uw printer een Groepsgebruiker is, heeft u een Netwerkwachtwoord nodig om andere mobiele apparaten te verbinden met uw printer. U kunt het netwerkwachtwoord zelf instellen, of u kunt het netwerkwachtwoord dat standaard gegenereerd wordt, laten onthouden.
Vanaf het apparaat (apparaat met een LCD-display)

Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "M332xND/M382xD/M382xND/M382xDW/M402xND" op pagina 32).
- Selecteer * (Menu) > Netwerk > Wi-Fi > Wi-Fi Direct op het bedieningspaneel.
• Schakel Wi-Fi Direct in.
Vanaf een computer met netwerkverbinding
Wanneer uw printer een netwerkkabel of een draadloos toegangspunt gebruikt, kunt u Wi-Fi Direct inschakelen en configureren via SyncThru™ Web Service.
- Ga naar SyncThru™ Web Service, kies Settings > Network Settings > Wireless > Wi-Fi Direct.
• Schakel WI-FI Direct in of uit en stel andere opties in.

• Voor Linux OS-gebruikers,
- Druk een IP-netwerkconfiguratierapport af om het afdrukken te controlleren (zie"Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149).
- Ga naar SyncThru Web Service, kies Settings > Network Settings > Wireless > Wi-Fi Direct.
- Schakel Wi-Fi Direct in of uit.
Draadloos netwerk instellen
Het mobiele apparaat instellen
- Raadpleeg de gebruikershandleiding voor het mobiele apparaat na het instellen van Wi-Fi Direct op uw printer om Wi-Fi Direct in te stellen op het mobiele apparaat.
- Na het inschakelen van Wi-Fi Direct moet u de toepassing voor mobiel afdrukken downloaden (bijvoorbeeld: Samsung Mobile printer) om af te kunnen drukken vanaf uw smartphone.

- Wanneer u de printer heeft gevonden waar u verbinding mee wilt leggen vanaf uw mobiele apparaat, selecteert u de printer en gaat het LED-lampje op de printer branden. Wanneer u op de WPS-knop van de printer drukt, wordt er verbinding gemaakt met uw mobiele apparaat.
- Wanneer uw mobiele apparaat Wi-Fi Direct niet ondersteunt, moet u de netwerksleutel van een printer invoeren in plaats van op de WPS-knop te drukken.
Problemen met draadloze netwerken oplossen
Problemen tijdens het instellen of de installatie van het stuurprogramma
Printers niet gevonden
- Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer aan.
- De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet aangesloten. Verbind de printer met uw computer door middel van de USB-kabel.
- De printer ondersteunt geen draadloze netwerken (zie "Functies per model" op pagina 8).
Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden
- De printer kan de door u geselecteerde of ingevoerde netwerknaam (SSID) niet vinden. Controleer de netwerknaam (SSID) op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te maken.
- Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt aan.
Draadloos netwerk instellen
Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging
- De beveiliging is niet op de juiste manier geconfigureerd. Controleer de beveiliging die op het toegangspunt en de printer is geconfigureerd.
Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout
- Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat. Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer.
Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk
- De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de netwerkkabel los van uw apparaat.
Verbindingsprobleem - Het IP-adres toewijzen
- Schakel het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat uit en weer in.
Fout bij verbinding met pc
- Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding maken tussen uw computer en het apparaat.
- Voor een DHCP-netwerkomgeving
Het apparaat ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op DHCP.

Als de afdruktaak niet werkt in DHCP-modus, wordt het probleem mogelijk veroorzaakt doordat het IP-adres automatisch is gewijzigd. Vergelijk het IP-adres van het product met het IP-adres van de printerpoort.
Vergelijken:
1 Druk het netwerkinformatierapport van uw printer af en controleer vervolgens het IP-adres (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149).
2 Controleer het IP-adres van de printerpoort van uw computer.
a Klik op het menu Start van Windows.
- Als u Windows 8 gebruikt, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Instellingen.
b Als u Windows XP/Server 2003 gebruikt, selecteert u Printers en faxapparaten. - Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
- In Windows 7/8 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en printers.
-
In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.
c Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
d In Windows XP/2003/2008/Vista selecteert u Eigenschappen. Als u Windows 7/8 of Windows Server 2008 R2 gebruikt, selecteert u Eigenschappen van printer in het snelmenu. Als bij het item Eigenschappen van printer het teken ▶ staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
e Klik op het tabblad Poort. -
Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
1 Klik op de knop Poort configureren....
g Controleer of Printernaam of IP-adres: gelijk is aan het IP-adres op het netwerkconfiguratieblad.
3 Wijzig het IP-adres van de printerpoort als dat afwijkt van het IP-adres in het netwerkinformatierapport.
Als u het IP-adres van de poort wilt wijzigen met de softwareinstallatie-cd, moet u
Verbinding te maken met een netwerkprinter en Maak vervolgens opnieuw verbinding met het IP-adres.
- Voor een statische netwerkomgeving
De printer gebruikt het statische adres als de toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is ingesteld op Statisch.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
Andere problemen
Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk problemen voordoen, controleert u de volgende punten:

Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke informatie.
- U kunt geen bekabelde en draadloze netwerken tegelijkertijd inschakelen.
- Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze router) of de printer niet ingeschakeld.
- Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er een obstakel in de weg staat, kan dat de ontvangst van het signaal bemoeilijken.
- Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de communicatie met het netwerk te herstellen.
- Controleer of firewallsoftware (V3 of Norton) de communicatie blokkeert.
Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden.
Draadloos netwerk instellen
- Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het netwerkconfiguratierapport af te drukken.
- Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het toegangspunt (of de draadloze router).
- Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het toegangspunt opnieuw is ingesteld.
Registreer het MAC-adres van het product als u de DHCP-server configureert op het toegangspunt (of de draadloze router). Dan kunt u altijd het ingestelde IP-adres gebruiken dat is ingesteld met behulp van het MAC-adres. U kunt het MAC-adres van uw apparaat vinden door een netwerkconfiguratierapport af te drukken (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149). - Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het netwerk in de infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een toegangspunt (of draadloze router).
- Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi. Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth) worden niet ondersteund.
-
In de ad-hocmodus onder besturingssystemen zoals Windows Vista is het mogelijk dat u de draadloze verbinding bij elk gebruik van de draadloze printer opnieuw moet instellen.
-
Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kunnen de infrastructuurmodus en de ad-hocmodus niet tegelijkertijd worden gebruikt.
- Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos netwerk bevinden.
- De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het draadloze signaal kunnen blokkeren.
Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat bevinden.
Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van metaal of beton tussen de printer en het draadloze toegangspunt (of de draadloze router) staan. - De printer mag niet in de buurt staan van andere elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren.
Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetooth-apparaten. - Telkens als de configuratie van uw toegangspunt (of draadloze router) verandert, moet u het draadloze netwerk van het apparaat opnieuw instellen.
- Er kunnen maximaal 3 apparaten via Wi-Fi Direct worden aangesloten.
- Als Wi-Fi Direct is ingeschakeld, ondersteunt dit apparaat alleen IEEE 802.11 b/g.
- Als het toegangspunt is ingesteld om alleen met de 802.11n-standaard te werken, maakt het mogelijk geen verbinding met uw machine.
Samsung Mobile Print
Wat is Samsung Mobile Print?
Samsung Mobile Print is een gratis toepassing waarmee gebruikers foto's, documenten en webpagina's direct van hun smartphone of tablet kunnen afdrukken. Samsung Mobile Print is niet alleen compatibel met uw Android- en iOS-smartphones maar ook met uw iPod Touch en tablet-pc. Het verbindt uw mobiele apparaat met een printer van Samsung die met het netwerk is verbonden of met een draadloze printer via een Wi-Fi-toegangspunt. U hoeft geen nieuw stuurprogramma te installeren of netwerkinstellingen te configureren: u hoeft alleen de toepassing Samsung Mobile Print te installeren en deze detecteert automatisch compatibele Samsung-printers. Behalve het afdrukken van foto's, webpagina's en PDF's kunt u met deze toepassing ook scannen. Als u een multifunctionele printer van Samsung hebt, kunt u elk gewenst document scannen naar een document met de indeling JPG, PDF of PNG en deze snel en eenvoudig op uw mobiele apparaat weergeven.
Samsung Mobile Print download
Voor het downloaden van Samsung Mobile Print gaat u naar de toepassingenwinkel (Samsung Apps, Play Store, App Store) op uw mobiele apparaat, en zoekt u op 'Samsung Mobile Print'. U kunt ook naar iTunes op uw computer gaan voor Apple-apparaten.

Ondersteund mobiel besturingssysteem
- Android OS 2.1 of hoger
- iOS 4.0 of hoger
Ondersteunde apparaten
- IOS 4.0 of hoger: iPod Touch, iPhone, iPad
- Android 2.1 of hoger: Galaxy-serie en Android mobile-apparaat
AirPrint

Alleen machines met AirPrint-certificering kunnen worden gebruikt met de functie AirPrint. Controleer op de doos waarin uw machine geleverd is of de machine gecertificeerd is voor AirPrint.

Met AirPrint kunt u rechtstreeks draadloos afdrukken vanaf uw iPhone, iPad en iPod touch met de nieuwste versie van iOS.
AirPrint instellen
Bonjour(mDNS)- enIPP-protocollen zijn vereist om de AirPrint-functie te kunnen gebruiken op uw apparaat. U kunt de AirPrint-functie inschakelen volgens een van de volgende methoden.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
3 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, voert u onderstaande standaard-ID en wachtwoord in. We raden u om veiligheidsredenen aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
• ID: admin
- Password: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Settings > Network Settings.
6 Klik op AirPrint.
U kunt AirPrint inschakelen.
Afdrukken via AirPrint
De iPad-handleiding geeft bijvoorbeeld de volgende instructies:

1 Open de e-mail, foto, internetpagina of het document dat u wilt afdrukken.
2 Raak het bewerkingpictogram aan
3 Selecteer de naam van uw printerstuurprogramma en het optiemenu om de gegevens in te stellen.
- Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
AirPrint
4
Raak de knop Afdrukken aan. Druk het af.

Afdruktaak annuleren: Klik op pictogram van het afdrukcentrum
( ) in het multi-taskinggebied om de afdruktaak te annuleren of het overzicht van de afdruktaak te bekijken. U kunt in het afdrukcentrum op annuleren klikken.
Google Cloud Print™
Google Cloud Print™ is een service waarmee u met uw smartphone, tablet en alle andere apparaten met webverbinding een document op een printer kunt afdrukken. U hoeft alleen uw Google-account bij de printer te registreren om de service Google Cloud Print™ te kunnen gebruiken. U kunt uw document afdrukken of mailen vanuit Chrome OS, de Chromebrowser of een Gmail™/ Google Docs™-toepassing op uw mobiele apparaat. U hoeft het printerstuurprogramma dus niet op uw mobiele apparaat te installeren. Raadpleeg de Google-website (http://www.google.com/cloudprint/learn/of http://support.google.com/cloudprint) voor meer informatie over Google Cloud Print™.
Uw Google-account bij de printer registreren

- Zorg dat de printer is ingeschakeld en is verbonden met een bekabeld of draadloos netwerk met toegang tot internet.
• Maak eerst uw Google-account.
1 Open de Chrome-browser.
2 Ga naar www.google.com.
3 Meld u aan bij de Google-website met uw Gmail™-adres.
4 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en druk op de Entertoets of klik op Ga naar.
5 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
6 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich als beheerder aanmelden. Typ het onderstaande standaard-ID en het standaard-Password. We raden u om veiligheidsredenen aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
• ID: admin
- Password: sec00000

Als uw netwerkomgeving met een proxyserver werkt, moet u het IP-adres en het poortnummer van de proxyserver instellen in Settings > Network Settings > Google Cloud Print > Proxy Setting. Neem contact op met uw netwerkprovider of netwerkbeheerder voor meer informatie.
7 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Settings > Network Settings > Google Cloud Print.
8 Voer de naam en een beschrijving van uw printer in.
9 Klik op Register.
Er wordt een bevestigingspop-up weergegeven.
Google Cloud Print™

Als u de browser hebt ingesteld op het blokkeren van pop-upvensters, wordt het bevestigingsvenster niet weergegeven. Sta toe dat er pop-ups op de website worden weergegeven.
10 Klik op Finish printer registration.
Uw printer is nu geregistreerd bij de service Google Cloud Print™. In de lijst worden apparaten weergegeven die gereed zijn voor Google Cloud Print™.
Afdrukken met Google Cloud Print™
De afdrukprocedure verschilt per toepassing of apparaat. U kunt de lijst bekijken met toepassingen die de service Google Cloud Print™ ondersteunen.

Zorg dat de printer is ingeschakeld en is verbonden met een bekabeld of draadloos netwerk met toegang tot internet.
Afdrukken vanuit een toepassing op een mobiel apparaat
De volgende stappen zijn een voorbeeld van het gebruik van Google Docs™ op een mobiele telefoon met Android.
1 Installeer de toepassing Cloud Print op uw mobiele apparaat.

Als u de toepassing niet hebt, downloadt u deze van een appwinkel, bijvoorbeeld Android Market of App Store.
2 Open de toepassing Google Docs™ vanaf uw mobiele apparaat.
3 Tik op de knop Opties van het document dat u wilt afdrukken.
4 Tik op de knop Verzenden.
5 Tik op de knop Cloud Print
6 Stel de gewenste afdrukopties in.
7 Tik op Click here to Print.
Google Cloud Print™
Afdrukken vanuit de Chrome-browser
De volgende stappen zijn een voorbeeld van het gebruik van de Chromebrowser.
1 Voer Chrome uit.
2 Open het document of de e-mail die u wilt afdrukken.
3 Klik op het moersleutelpictogram in de rechterbovenhoek van de browser.
4 Klik op Afdrukken. Er verschijnt een nieuw tabblad voor afdrukken.
5 Selecteer Print with Google Cloud Print.
6 Klik op de knop Afdrukken.

3. Menu's met nuttige instellingen
In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt.
• Voordat u een hoofdstuk gaat lezen 202
- Informatie 203
- Lay-out 204
• P a p i e r 205
• Grafisch 206
- Systeeminst. 207
• Em u l a t i e 2 1 1
- Netwerk 212
• Taakbeheer 215
- Beheerinstellingen 216
• Eco 218
- Directe USB 219
- Taakstatus
• T e l l e r
• Help
- Beveiligde vrijgave
220
2 2 1
2 2 2
223
Voordat u een hoofdstuk gaat lezen
In dit hoofdstuk worden alle beschikbare functies voor dit model beschreven om gebruikers te helpen deze functies te begrijpen. U kunt controlleren welke functies beschikbaar zijn voor ieder model in de Basishandleiding (zie "Menuoverzicht" op pagina 32). Hier volgen een aantal tips voor het gebruiken van dit hoofdstuk
- Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu's om het apparaat in te stellen en te gebruiken. Druk op 📋 (Menu) of raak het aanraakscherm aan om toegang te krijgen tot deze menu's.
- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen bepaalde menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder 📋 (Menu) of zonder aanraakscherm op het bedieningspaneel (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 23).
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Informatie

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Informatie op het bedieningspaneel. OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Informatie) > op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Menuoverzicht | Drukt het menuoverzicht met de lay-out en de huidige instellingen van dit apparaat af. |
| Helplijst | |
| Configuratie | Drukt een overzicht van de globale instellingen van het apparaat af. |
| Netwerkconfiguratie | Hiermee drukt u een overzicht af van de huidige netwerkconfiguratie van het apparaat. |
| Demopagina | Druk de demopagina af om te controleren of uw apparaat goed werkt. |
| Info verb.art. | Een pagina met gegevens over verbruiksartikelen afdrukken. |
| Biedt informatie | |
| Item Omschrijving | |
| Gebruiksteller | Drukt een gebruikspagina af. De pagina met gebruiksinformatie bevat het totaal aantal afgedrukte pagina's. |
| Account | Hiermee drukt u voor elke gebruiker een rapport af met aantal afdrukken. Deze optie is alleen beschikbaar als de invoegtoepassing Job Accounting is ingeschakeld via SyncThruTM Web Admin Service. |
| PCL-lettertype De lijst | met PCL-lettertypen afdrukken. |
| PS-lettertype De lijst | met PS-lettertypen afdrukken. |
| EPSON-lettert. De lijst | met EPSON-lettertypen afdrukken. |
| KSC5843-ltttrt.a | De lijst met KSC5843-lettertypen afdrukken. |
| KSC5895-ltttrt.a | De lijst met KSC5895-lettertypen afdrukken. |
| KSSM-lettert.a | De lijst met KSSM-lettertypen afdrukken. |
a. Deze optie is niet in alle landen beschikbaar.
Lay-out

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Lay-out op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Lay-out op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Afdrukstand | Selecteert de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. |
• Staand![]() | |
• Liggend![]() | |
| Item Omschrijving | |
| Marge | • Algemene marge: Hiermee wordt de marge voor elke zijde van het papier ingesteld.• MP-lade: Stelt de papiermarge in de multifunctionele lade in.• Lade X: Stelt de papiermarges in de laden in.• Emulatiemarge/Emulatiemarge: Stelt de papiermarge voor de emulatie-afdrukpagina in. |
| Dubbelzijdig | Als u op beide zijden van het papier wilt afdrukken kiest u de bindrand.• Uit: Hiermee schakelt u deze optie uit.• Lange zijde[IMAGE]• Korte zijde![]() |
Papier

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Papier op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Papier op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Exemplaren Hiermee kunt u het aantal kopieën selecteren. | |
| MP-lade/ [Lade] | Papierformaat: Selecteert het standaard papierformaat.Type papier: Selecteert het type papier dat zich momenteel in de lade bevindt. |
| Papierinvoer | Bepaalt welke papierlade standaard wordt gebruikt.[x37] Auto: U kunt het apparaat instellen om wanneer de gebruikte lade leeg is automatisch naar een lade over te schakelen met hetzelfde papierformaat. |
Grafisch

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Grafisch op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Grafisch op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Resolutie | Specificeert het aantal afgedrukte punten per inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de instelling, hoe scherper de tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. |
| Duid. Tekst | Drukt de tekst donkerder af dan op een normaal document. |
| Auto CR | Met deze optie kunt u een harde return plaatsen aan het einde van een regel, zeer handig voor Unix- of DOS-gebruikers. |
| Randverbetering Gebruikers kunnen de scherpte van tekst en afbeeldingen aanpassen om de leesbaarheid te verbeteren. | |
Systeeminst.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Systeeminst. op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met een aanraakscherm (Installatie) > Systeem of Gedrag van lade op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Datum en tijda | Hiermee stelt u de datum en tijd in. |
| Klokmodus a | Stelt de indeling voor het weergeven van de tijd in, 12-uur of 24-uur. |
| Taal | Stelt de taal van de tekst op het bedieningspaneel in. |
| • Standrdpapier• Stand.formaat | Hiermee kunt u het standaard papierformaat selecteren. |
| Energ.spaarst. | Stel in na welke wachttijd de printer overschakelt naar de energiebesparende modus.Wanneer het apparaat gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt, wordt het energiegebruik automatisch verlaagd. |
| Item Omschrijving | |
| Ontw.gebeurt. | Als deze optieAanis, voert u de volgende handelingen uit om het apparaat uit de energiespaarstand te laten ontwaken:Papier in een lade plaatsen.De voorklep openen of sluiten.Een lade verwijderen of een lade in de printer plaatsen. |
| Time-out taak | Als er gedurende een bepaalde periode geen gegevens worden ontvangen, wordt een taak afgesloten. U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten voordat de taak wordt afgesloten. |
| Luchtdrukcorr.Hoogtecorrectie | Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de hoogte boven zeeniveau ("Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 225). |
Systeeminst.
| Item Omschrijving | |
| Aut. doorgaan | Bepaalt of de printer door moet gaan met afdrukken als waargenomen wordt dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen.0 Sec: Met deze optie kunt u toch doorgaan met afdrukken als het geselecteerde papierformaat niet overeenkomt met het papier in de lade.30 Sec: Als er een papierstoring optreedt, wordt er een foutbericht getoond. De printer zal ongeveer 30 seconden wachten, het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken.Uit: Als het type of formaat papier niet overeenkomt, wacht het apparaat tot u de juiste papiersoort invoert. |
| • Auto lade wis.• Automatische ladekeuze | Hiermee bepaalt u of het apparaat moet doorgaan met afdrukken als wordt vastgesteld dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen. Als bijvoorbeeld lade 1 en lade 2 zijn gevuld met hetzelfde papierformaat, drukt het apparaat automatisch af vanuit lade 2 als het papier op is in lade 1.[2226] Deze optie wordt niet weergegeven als u Automatisch hebt geselecteerd bij PapierInvoer in het printerstuurprogramma. |
| Item Omschrijving | |
| • Verv. papier• Papiervervanging | Hiermee wordt het ingestelde papierformaat in het printerstuurprogramma automatisch vervangen om inconsistenties tussen A4- en Letter-papier te voorkomen. Als u bijvoorbeeld A4-papier in de lade hebt geplaatst, maar u het papierformaat in het printerstuurprogramma op Letter hebt ingesteld, zal het apparaat afdrukken op A4-papier en omgekeerd. |
| • Lade bescherm.• Ladebeveilig. | Bepaalt om deAuto lade wis./Automatische ladekeuze te gebruiken of niet te gebruiken voor bepaalde lades. Als u deze functie bijvoorbeeld inschakelt voor lade 1, wordt lade 1 bij de ladewisseling uitgesloten. |
| Lege pg oversl | De printer detecteert de afdrukgegevens van de computer ongeacht of de pagina leeg is of gegevens bevat. U kunt instellen dat de pagina moet worden afgedrukt of overgeslagen. |
Systeeminst.
| Item Omschrijving | |
| Onderhoud | Toner Op wis.: Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette leeg is.Gebruiksduur: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.Beeldmgr.: Hiermee kunt u de dichtheid aanpassen.Ws tr bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen.Bldeenh bn lg b : Hiermee kunt u het alarm instellen voor als de beeldeenheid bijna leeg is.[BBAC] Alleen M3325/M3825/M4025 series.Ramschijf: Schakelt de ramschijf in of uit voor het beheren van afdruktaken. |
| Tonerbesparing | Als u deze modus activeert, gaat uw tonercassette langer mee en zijn de kosten per pagina lager dan wanneer u in de normale modus afdrukt. Dit gaat echter wel ten koste van de afdrukkwaliteit. |
| Item Omschrijving | |
| Eco-instel. | Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen en milieuvriendelijke afdrukken maken (zie "Eco-afdruk" op pagina 57).Standaardmodus: Selecteer of de Eco-modus in- of uitgeschakeld wordt.pskn1 Geforc.: Schakelt de Eco-modus in. Als een gebruiker de Eco-modus wil uitschakelen, moet deze het wachtwoord invoeren.Sjabloon sel.: Kiest het ingestelde eco-sjabloon via de SyncThruTM Web Service. |
Systeeminst.
| Item Omschrijving | |
| Autom. uitsch. | Schakelt het apparaat automatisch uit als het een bepaalde tijd in de sluimerstand staat. Deze tijdsduur is ingesteld in Autom. uitsch. > Aan > Time-out. |
| • Druk op de knop (⊕ Aan/uit) op het bedieningspaneel (zorg dat de hoofd-aan/uit-knop aan is).• Als u het printerstuurprogramma of Samsung Easy Printer Manager uitvoert, wordt de tijdsduur automatisch verlengd.• Als het apparaat aan het netwerk is verbonden of een afdruktaak uitvoert, werkt de functie Autom. uitsch. niet. | |
| Time-out rij | U kunt de tijd instellen om de tijdelijk gestopte afdruktaak te laten wachten. |
| Bestandsbeleid | Als een bestandsnaam die u invoert al aanwezig is in het geheugen, kunt u de naam wijzigen of het bestand overschrijven. |
| Time-out taak | Hiermee kunt u instellen hoe lang de printer moet wachten voordat de laatste pagina wordt afgedrukt van een afdruktaak die niet eindigt met een afdruktaak om de pagina af te drukken. |
a. Alleen M382xDW
b. Alleen M3325/M3825/M4025 series.
Emulatie

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Emulatie op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Emulatie op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Type emulatie | De apparaattaal definieert hoe de computer met het apparaat communiceert. |
| Instellingen | Stelt de gedetailleerde instellingen voor het geselecteerde emulatietype in. |
Netwerk

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Netwerk op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Netwerk op het aanraakscherm.

U kunt deze functie ook gebruiken via de SyncThru™ Web Service. Open de webbrowser vanaf uw netwerkcomputer en typ het IP-adres van uw apparaat. Als de SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Settings > Network Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 253).
| Optie Omschrijving | |
| TCP/IP (IPv4) | Selecteer het passende protocol en de configuratieparameters voor gebruik in de netwerkomgeving (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 150).T857] Er moeten heel wat parameters ingesteld worden. Als u niet zeker bent, laat u ze ongemoeid of raadpleegt u de netwerkbeheerder. |
| TCP/IP (IPv6) | Selecteer deze optie om gebruik te maken van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6-configuratie" op pagina 163). |
| Ethernet | Configureer de ethernetpoort en de overdrachtsnelheid van het netwerk.[23HZ] Schakel het apparaat uit en weer in nadat u deze optie hebt gewijzigd. |
| 802.1x | U kunt de gebruikersverificatie voor netwerkcommunicatie instellen. Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor details. |
Netwerk
| Optie Omschrijving | |
| Wi-Fi | Selecteer deze optie om gebruik te maken van het draadloze netwerk (zie "Draadloos netwerk instellen" op pagina 167). |
Netwerk
| Optie Omschrijving | |
| Protocolmgr.Protocolbeheer | U kunt de volgende protocollen activeren ofuitschakelen.HTTP:U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt maken van de functie SyncThruTM Web Service.WINS:Hiermee kunt u de WINS-server configureren. WINS (Windows Internet Name Service) wordt gebruikt in het Windows-besturingssysteem.SNMP V1/V2:U moet deze optie inschakelen om het protocol SNMP V1/V2 te kunnen gebruiken. Beheerders kunnen SNMP gebruiken om apparaten op het netwerk te controleren en te beheren.UPnP(SSDP):U moet deze optie inschakelen om het protocol UPnP(SSDP) te kunnen gebruiken.MDNS:U moet deze optie inschakelen om het protocol MDNS (Multicast Domain Name System) te kunnen gebruiken.SetIP:U moet deze optie inschakelen om het protocol SetIP te kunnen gebruiken.SLP:Hiermee kunt u SLP (Service Location Protocol) instellen. Met dit protocol kunnen hosttoepassingen services in een LAN-netwerk vinden zonder instellingen vooraf.Schakel het apparaat uit en weer in nadat u deze optie hebt gewijzigd. |
| Optie Omschrijving | |
| • Netwerkconf.• Netwerkconfigura tie | Deze lijst toont informatie over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 149). |
| Instel. wissen | Hiermee zet u de standaard netwerkinstellingen terug.Schakel het apparaat uit en weer in. |
Taakbeheer

- Deze functie wordt niet ondersteund voor M382xD.
- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Taakbeheer op het bedieningspaneel.
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Instelling) > Systeem op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Actieve taak | Hiermee worden de afdruktaken weergegeven die nog moeten worden afgedrukt. |
| Beveil. taak | Hiermee worden de beveiligde afdruktaken op de schijf weergegeven. |
| Opgesl. taak | Hiermee worden de afdruktaken weergegeven die zijn opgeslagen op de schijf. |
| • Namenbeleid• Bestandsbeleid | Als een bestandsnaam die u invoert al aanwezig is in het geheugen, kunt u de naam wijzigen of het bestand overschrijven. |
Beheerinstellingen

- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
- U moet een wachtwoord invoeren om toegang te krijgen tot dit menu. Het standaardwachtwoord is sec00000.
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm

Beheerinstellingen op het aanraakscherm.

| Item Omschrijving | |
| Toegangscontrolge gebruikers | Hiermee kunt u de toegang van gebruikers tot het apparaat controleren. U kunt verschillende machtigingsniveaus voor gebruikers instellen op het apparaat. |
U kunt deze functie ook gebruiken in SyncThruTM Web Service. Open de webbrowser vanaf uw netwerkcomputer en voer het IP-adres van uw apparaat in. Als SyncThruTM Web Service wordt geopend, klikt u op het tabblad Security > User Access Control. | |
Beheerinstellingen
| Item Omschrijving | |
| Beveiligde vrijgave | U kunt de instellingen voor veilig vrijgeven instellen. De functie veilig vrijgeven laat u toe om de afdruktaak op het apparaat te laten wachten en na verificatie af te drukken.Max. aantal taken per gebruiker: U kan een maximum zetten op het aantal afdruktaken per gebruiker.Slim vrijgeven: U kunt alle opgeslagen afdruktaken die u hebt verzonden nadat u zich hebt aangemeld in een keer afdrukken.Vrijgavemodus: U kunt de modus Vrijgeven kiezen. Indien u kiest voor de Veilige modus worden normale en vertrouwelijke afdruktaken na verificatie afgedrukt. Opgeslagen afdruktaken worden echter zonder verificatie afgedrukt. Andere afdruktaken worden geannuleerd. Als u kiest voor de Gemengde modus worden vertrouwelijke afdruktaken na verificatie afgedrukt, maar andere afdruktaken zonder verificatie. |
| Change Admin.Wachtwoord | Wijzigt het wachtwoord voor toegang tot de Beheerinstellingen van het apparaat. |
| Firmwareupgraden | Als u de nieuwste firmware wilt bijwerken, stelt u deze optie in op 'Aan' en downloadt u het firmwarebestand. |
| Item Omschrijving | |
| Afb. overschr. | U kunt het apparaat instellen om de opgeslagen gegevens in het geheugen te overschrijven. Het apparaat overschrijft de gegevens met andere patronen waardoor de oorspronkelijke gegevens niet meer kunnen worden teruggehaald. |
| Toepassing | U kunt toepassingen installeren of verwijderen.Toepassingsbeheer: U kunt geïnstalleerde toepassingen verwijderen of inschakelen/uitschakelen.Nieuwe toepassing installeren: U kunt een nieuwe toepassing installeren via een USB of via het handmatig invoeren van een URL. |
Eco

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Eco) > op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Eco - aan/Eco - uit | Geef de huidige ecomodus weer en wijzig de optie aan/uit. |
| Instellingen | Hiermee kunt u eco-gerelateerde instellingen configureren en standaardinstellingen wijzigen.Standaardmodus: Hiermee kunt u de standaardmodus in- of uitschakelen.Functieconfiguratie: Selecteer de modus Standaard of de modus Aangepast. Indien u de modus Aangepast kiest kunt u de instellingen instellen die van toepassing zijn voor de Eco-modus. |
Directe USB

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Direct USB) > op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Afdrukken vanaf | Selecteer een bestand om af te drukken. |
| Bestandsbeheer | Selecteer een bestand om te verwijderen. U kunt het USB-apparaat formatteren. |
| Ruimte tonen | Hiermee wordt de resterende ruimte weergegeven. |
Taakstatus

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Taakstatus) > op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Huidige taak | Toont de lijst van taken die worden uitgevoerd en die in de wachtrij staan. |
| Beveiligde taak Geeft de beveiligde afdruktaken weer op de schijf. | |
| Opgeslagen taak Geeft de opgeslagen afdruktaken weer op de schijf. | |
| Taak voltooid Toont de lijst van voltooide taken. | |
Teller

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Teller) > op het aanraakscherm.
Item Omschrijving
Totaal afgedrukt Toont het totaal aantal afgedrukte pagina's.
Help

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Help) > op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Basisstroom taken | Toont de basismethode om uw afdruktaak te starten. |
| Problemen oplossen | Toont de informatie om problemen op te lossen. |
Beveiligde vrijgave

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 32).
Om de menuopties te wijzigen:
- Selecteer op het model met aanraakscherm (Beveiligde vrijgave) > op het aanraakscherm.

Geeft de lijst van afdruktaken weer die de gebruiker in het printerstuurprogramma heeft ingesteld. Stel de afdruktaken in via het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > selecteer de modus in de vervolgkeuzelijkst Printermodus (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).
| Item Omschrijving | |
| Opties | U kunt de verificatiemethoden kiezen om te gebruiken bij de functie Veilig vrijgeven. U kunt meer dan één verificatiemethode selecteren. Als u bijvoorbeeld Kaart en PIN selecteert, moeten gebruikers gemachtigd zijn via zowel kaart als PIN-nummer.Kaarten:U kunt de kaart registreren om als verificatie te gebruiken.Id/ww:U kunt het ID/PW registreren om als verificatie te gebruiken.PIN:U kunt de PIN registreren om als verificatie te gebruiken. |
| Opgeslagen taak | U kunt de afdruktaken opgeslagen op het apparaat en de bijbehorende informatie bekijken. U kunt opgeslagen afdruktaken afdrukken of verwijderen. |
| Huidige taak | U kunt de huidige verzonden afdruktaken in het apparaat en de bijbehorende informatie bekijken. |

4. Speciale functies
In dit hoofdstuk worden speciale afdrukfuncties verklaard.
• Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 225
• Verschillende tekens invoeren 226
• Afdrukfuncties 229
- Optionele apparaatfuncties gebruiken 246

- De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.

U kunt de hoogtewaarde instellen via Apparaatinstellingen in het programma Samsung Easy Printer Manager.
- Als u Windows of Mac gebruikt, kunt u uw instellingen wijzigen via Samsung Easy Printer Manager > (Geavanceerde modus activeren) > Apparaatinstellingen (zie "Apparaatinstellingen" op pagina 259).

- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de hoogte instellen via SyncThru™ Web Service (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 253).
- U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminst. op het display van het apparaat (zie "De standaardinstellingen van het apparaat" op pagina 38).
Verschillende tekens invoeren

Alleen M382xND/M382xDW/M402xND.
U zult voor verschillende taken namen en nummers moeten invoeren.
Alfanumerieke tekens invoeren
Druk een aantal keren op deze toets tot de gewenste letter op het display verschijnt. Om de letter O in te voeren drukt u bijvoorbeeld op cijfertoets 6 met opschrift MNO. Telkens wanneer u op cijfertoets 6 drukt, verschijnt er een andere letter op het display, M, N, O, m, n, o en ten slotte 6. Zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 226 om de letter te vinden die u wilt invoeren.

- U kunt een spatie invoeren door twee keer op 1 te drukken.
- U kunt het laatste cijfer of teken verwijderen door op de pijlknop te drukken.
Letters en cijfers op het toetsenblok

- Afhankelijk van het model en de geïnstalleerde opties kan uw apparaat andere speciale tekensets bevatten.
- Enkele van de volgende sleutelwaarden verschijnen mogelijk niet afhankelijk van de taak die u uitvoert.
Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens
| 1@/.’1 | |||||||
| 2 | A | B | C | a | b | c | 2 |
| 3DEFdef3 | |||||||
| 4GHIghi4 | |||||||
| 5JKLjkl5 | |||||||
| 6MNOmno6 | |||||||
| 7PQRSpqrs7 | |||||||
| 8 | T | U | V | t | u | v | 8 |
| 9WXYZxyz9 | |||||||
| 0 | & | + | - | , | 0 | ||
Verschillende tekens invoeren
Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens
**%^_-\~!#\$( )[]
(Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens)
# # = | ? " : < > ;
(Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens)
Informatie over het pop-uptoetsenbord

- Deze functie is alleen beschikbaar voor modellen met een aanraakscherm.
- Enkele van de volgende sleutelwaarden verschijnen mogelijk niet afhankelijk van de taak die u uitvoert.
U kunt alfabetische tekens, cijfers, diakritische tekens of speciale symbolen invoeren met behulp van het pop-uptoetsenbord op het weergavescherm. Dit toetsenbord is net zo vormgegeven als een normaal toetsenbord, voor meer gebruiksgemak voor de gebruik.
Raak het invoergebied aan waar u alfabetische tekens, cijfers, diakritische tekens of speciale symbolen moet invoeren en het toetsenbord wordt op het scherm weergegeven.

• : Hiermee keert u terug naar het hogere menu.
• AC : Hiermee verwijdert u alle tekens in het invoergebied.
• : Hiermee verwijdert u tekens uit het invoergebied.
- : Hiermee verplaatst u de cursor tussen tekens in het invoergebied.
- OK : Hiermee slaat u het ingevoerde resultaat op en sluit u het invoergebied.
Verschillende tekens invoeren
- : Hiermee voert u een spatie in tussen tekens. U kunt ook een pauze invoegen.
• : Hiermee wisselt u tussen hoofd- en kleine letters.
• 123 Sym : Hiermee schakelt u tussen alfanumerieke tekens en cijfers of speciale symbolen. - : Hiermee schakelt u tussen diakritische tekens.
Afdrukfuncties

- Voor basisfuncties voor het afdrukken, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Eenvoudige afdruktaken" op pagina 54).
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 8).
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
1 Klik op het menu Start van Windows.
2 Selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers.
3 Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4 Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken.

Als bij het item Voorkeursinstellingen voor afdrukken het teken ? staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
5 Wijzig de instellingen op elk tabblad.
6 Klik op OK.

In Voorkeursinstellingen voor afdrukken kunt u de instellingen voor elke afdruktaak wijzigen.
Uw apparaat instellen als standaardprinter
1 Klik op het menu Start van Windows.
2 Selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers.
3 Selecteer uw apparaat.
4 Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als standaard instellen.

Als bij het item Voorkeursinstellingen voor afdrukken het teken ? staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
Afdrukfuncties
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken

- XPS-printerstuurprogramma: wordt gebruikt om af te drukken in een XPS-bestandsindeling
- Zie "Functies per model" op pagina 8.
- Het XPS-printerstuurprogramma kan alleen geïnstalleerd worden op Windows Vista OS of een recentere versie.
- Voor modellen waarbij het XPS-stuurprogramma beschikbaar is via de website van Samsung, http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een bestand.
1 Kruis het selectievak Afdrukken naar bestand in het venster Afdrukken aan.

2 Klik op Afdrukken.
3 Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK. Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam.

Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten, Documents and Settings of Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Afdrukfuncties
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het gebruikte apparaat.

- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Selecteer het menu Help of druk op F1 op uw toetsenbord en klik op de optie waarover u meer wilt weten (zie "Help gebruiken" op pagina 57).
| Item Omschrijving | |
| Meerdere pagina's per vel | U kunt het aantal pagina's selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt worden de pagina's verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina's afdrukken. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
Poster afdrukken![]() | U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken.![]() |
Boekje afdrukkena![]() | Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina's zo gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.[DZ08]Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio.De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Formaat-optie onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn.Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier zonder of markering). |
| Dubbelzijdig afdrukken | U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven.[HSSA]U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Dubbelzijdig afdrukken | [820Z] Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.Standaardinstelling printer: Als u deze optie selecteert, wordt deze functie bepaald door de instelling die u hebt opgegeven op het bedieningspaneel van de printer.Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt. Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt. [D2AX]Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het dubbelzijdig afdrukken. |
Papieropties![]() | Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
Watermerk![]() | Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt de optie bijvoorbeeld om in grote grijze letters "DRAFT" of "CONFIDENTIAL" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina's van een document af te drukken. |
| Watermerk(Een watermerk maken) | a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.c Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in.U kunt maximaal 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven. |
| Watermerk(Een watermerk bewerken) | a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.d Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
| Watermerk(Een watermerk verwijderen) | a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk datu wilt verwijderen en klik op de knop Wissen.d Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Overlaya | Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/SPL-printerstuurprogramma (zie "Software" op pagina 8).Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op uw document af.Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding. · Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.· De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken. |
| Overlaya (Een nieuwe paginaoverlay maken) | a Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het document als een overlay wilt opslaan.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster Overlay bewerken verschijnt.c Klik in het venster Overlay bewerken op Maken.d Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Opslaan als in het venster Bestandsnaam. Selecteer indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover.e Klik op opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays.f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Overlaya(Een\ paginaoverlay\ gebruiken) | a Klik op het tabblad Geavanceerd.b Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst.c Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken... in de lijst en klikt u op Laden. Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster Openen.Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt.Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays.d Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document afgedrukt.e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
| Overlaya(Een\ paginaoverlay\ verwijderen) | a Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het tabblad Geavanceerd.b Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.c Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen.d Klik op Wissen.e Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Afdrukmodusb | Deze functie is alleen beschikbaar als u het optionele geheugen of optionele massaopslagapparaat (HDD) hebt geïnstalleerd (zie "Verschillende functies" op pagina 10).Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.U kunt deze functie inschakelen door de optieOpslagoptiesin te schakelen (zie "Apparaatopties instellen" op pagina 79).Als u geen aanvullende geheugen of een apparaat voor massa-opslag (HDD) in de machine installeert, biedt de RAM-schijffunctie slechts 3 opties:Normaal, Proefafdruk en Vertrouwelijk.Afdrukmodus:de standaard Afdrukmodusis Normaal, en is bedoeld om af te drukken zonder het afdrukbestand op te slaan in het geheugen.Normaal:in deze modus wordt uw document afgedrukt zonder het op te slaan in het optioneel geheugen.Proefafdruk:deze modus is handig als u meer dan een exemplaar wilt afdrukken. U kunt eerst een exemplaar afdrukken om te controleren en daarna de andere exemplaren afdrukken.Vertrouwelijk:deze modus wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet een wachtwoord invoeren om af te drukken.Opslaan:Selecteer deze instelling om een document op het optionele geheugen of massaopslagapparaat (HDD) op te slaan zonder het af te drukken.Opslaan en afdrukken:Deze modus wordt gebruikt wanneer een document tegelijkertijd wordt opgeslagen en afgedrukt.Wachtrij:deze optie is handig om een grote hoeveelheid gegevens te verwerken. Als u deze instelling selecteert, wordt het document op het optionele geheugen massaopslagapparaat (HDD) in een afdrukwachtrij geplaatst en vervolgens van daaruit afgedrukt. Op die manier wordt de belasting van de computer lager.Afdrukschema:selecteer deze instelling om het document op een opgegeven tijdstip af te drukken. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Afdrukmodusb | [xxw6]Taaknaam:Deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand zoekt via het bedieningspaneel.Gebruikersnaam:Deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand zoekt via het bedieningspaneel. Automatisch wordt de gebruikersnaam weergegeven waarmee u zich bij Windows aanmeldt.Voer het wachtwoord in:Als de Eigenschap van het geselecteerde document beveiligd is, moet u het wachtwoord voor het document invoeren. Deze optie wordt gebruikt om een opgeslagen bestand te laden via het bedieningspaneel.Wachtwoord bevestigen:Voer het wachtwoord ter bevestiging opnieuw in. |
| Taakaccountbeheerb | Met deze opties kunt u afdrukken met de toegekende machtigingen.Gebruikersmachtiging:Als u deze optie inschakelt, kunnen alleen gebruikers met gebruikersmachtiging een afdruktaak starten.Groepsmachtiging:Als u deze optie inschakelt, kunnen alleen groepen met groepsmachtiging een afdruktaak starten.Selecteer het menu Help of druk op F1 op uw toetsenbord en klik op de optie waarover u meer wilt weten (zie "Help gebruiken" op pagina 57).Beheerders kunnen Taakaccountbeheer inschakelen en machtigingen instellen op het bedieningspaneel of via SyncThruTM Web Admin Service. |
a. Deze optie is alleen beschikbaar als u het XPS-stuurprogramma gebruikt.
b. Niet ondersteund door M382xD.
Afdrukfuncties
Werken met Hulpprogramma Direct afdrukken

- Deze functie wordt niet ondersteund voor M382xD.
- Hulpprogramma direct afdrukken is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windowsbesturingssystemen.
Wat is Hulpprogramma Direct afdrukken?
Hulpprogramma Direct afdrukken is een programma dat PDF-bestanden rechtstreeks naar uw printer stuurt om ze af te drukken zonder dat u deze bestanden hoeft te openen.
Om dit programma te installeren:
Download de software van de website van Samsung. Pak de software vervolgens uit en installeer deze op uw computer. (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).

- U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken.
- U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die met een wachtwoord worden beschermd. Schakel de wachtwoordfunctie uit en probeer opnieuw af te drukken.
- Of een PDF-bestand al dan niet afgedrukt kan worden met het Hulpprogramma Direct afdrukken is afhankelijk van de manier waarop het PDF-bestand is gemaakt.
- Het programma Hulpprogramma Direct afdrukken ondersteunt PDF versie 1.7 en lager. Bestanden van latere versies moet u openen om te kunnen afdrukken.
Afdrukken
Er zijn verschillende manieren waarop u kunt afdrukken met het Hulpprogramma Direct afdrukken.
1 Selecteer in het menu Start Programma's of Alle programma's.
- Als u Windows 8 gebruikt, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App).
2 Zoek naar Samsung Printers > Hulpprogramma Direct afdrukken.
3 Selecteer uw printer uit de vervolgkeuzelijst Printer selecteren en klik op Bladeren.
- Speciale functies
Afdrukfuncties
4 Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en klik op Openen.
Het bestand wordt nu toegevoegd aan de sectie Bestanden selecteren.
5 Pas de printerinstellingen naar wens aan.
6 Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden.
Via het contextmenu
1 Klik met de rechtermuisknop op het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en kies Direct afdrukken.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend. Het PDF-bestand is hierin al toegevoegd.
2 Kies het te gebruiken apparaat.
3 De apparaatinstellingen aanpassen.
4 Klik op Afdrukken. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden.
Afdrukken in Mac

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund.
Een document afdrukken
Als u afdrukt met een Macintosh-computer moet u in elke toepassing die u gebruikt de instellingen van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer:
1 Open het af te drukken document.
2 Open het menu Bestand en klik op Pagina-instelling (DocumentInstellingen in enkele toepassingen).
3 Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK.
4 Open het menu Bestand en klik op Afdrukken.
5 Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina's u wilt afdrukken.
6 Klik op Afdrukken.
Afdrukfuncties
Printerinstellingen wijzigen
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Open een toepassing en selecteer Afdrukken in het menu Bestand. De printernaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de naam vergelijkbaar met het onderstaande venster.
Meerdere pagina's per vel afdrukken
U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina's af te drukken.
1 Open een toepassing en selecteer Afdrukken uit het menu Bestand.
2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Afdrukstand. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina's per vel het aantal pagina's dat u op één vel papier wilt afdrukken.
3 Kies de andere te gebruiken opties.
4 Klik op Afdrukken.
Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina's op één vel papier af.
Dubbelzijdig afdrukken

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina's wilt inbinden. De bindopties zijn:
- Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het boekbinden wordt gebruikt.
- Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor kalenders.
1 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand van uw Macintosh-toepassing.
2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Afdrukstand.
3 Selecteer een bindrichting in de optie Dubblezijdig.
4 Kies de andere te gebruiken opties.
5 Als u op Afdrukken klikt, drukt de printer op beide zijden van het papier af.
Afdrukfuncties

Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt.
Help gebruiken
Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma beschikt.

Afdrukken in Linux

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund.
Afdrukken vanuit een toepassing
Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al deze toepassingen met uw printer afdrukken.
1 Open het af te drukken document.
2 Open het menu File en klik op Page Setup (Print Setup in een aantal toepassingen).
3 Selecteer papierformaat en afdrukstand en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op Apply.
4 Open het menu File en klik op Print.
5 Selecteer het apparaat waarmee u wilt afdrukken.
6 Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina's u wilt afdrukken.
Afdrukfuncties
7 Wijzig indien nodig andere afdrukopties in elk tabblad.
8 Klik op Print.

Automatisch dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model. U kunt eventueel oneven-even pagina's afdrukken via het lpr-afdruksysteem of andere toepassingen (zie "Functies per model" op pagina 8).
Bestanden afdrukken
U kunt tekst-, afbeeldings- of PDF-bestanden afdrukken op dit apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de opdrachtregel toe te passen. U werkt dan met het CUPS lpr-programma. U kunt deze bestanden afdrukken met de onderstaande opdrachtnotatie.
"Ip -d
Raadpleeg de man-pagina voor lp of lpr op uw systeem voor meer informatie.
Printereigenschappen configureren
In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw printer wijzigen.
1 Open Unified Driver Configurator.
Schakel indien nodig over naar Printers configuration.
2 Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op Properties.
3 Het venster Printer Properties wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
- General: locatie en naam van de printer wijzigen. De naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst in Printers configuration.
- Connection: een andere poort bekijken of selecteren. Als u de poort van het apparaat van USB wijzigt in parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is, moet u de poort van het apparaat op dit tabblad opnieuw configureren.
- Driver: Hiermee kunt u een ander printerstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op Options als u de standaardopties van het apparaat wilt instellen.
- Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren. Schakel het selectievakje Show completed jobs in om een lijst met vorige afdruktaken weer te geven.
- Classes: Hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een geselecteerde klasse.
Afdrukfuncties
4 Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Printer Properties.
Afdrukken in Unix

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund (zie "Functies per model" op pagina 8).
Doorgaan met de afdruktaak
Kies na de installatie van de printer een afbeelding, tekst of PS-bestand om af te drukken.
1 Voer de opdracht "printui
U wilt bijvoorbeeld "document1" afdrukken.
printui document1
Hiermee wordt Print Job Manager van het UNIX- printerstuurprogramma geopend waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan instellen.
2 Selecteer een printer die reeds is toegevoegd.
3 Selecteer de afdrukopties uit het venster, zoals Page Selection.
4 Selecteer in Number of Copies hoeveel exemplaren u nodig hebt.

Druk op Properties om gebruik te maken van de printerfuncties die uw printerstuurprogramma biedt.

Druk op OK om te beginnen met de afdruktaak.
Printerinstellingen wijzigen
Het UNIX-printerstuurprogramma Print Job Manager waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan selecteren in printer Properties.
De volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt: "H" voor Help, "O" voor OK, "A" voor Apply en "C" voor Cancel.
Het tabblad General
- Paper Size: Hiermee kunt u naar eigen keuze het papierformaat instellen op A4, Letter of andere papierformaten.
- Paper Type: hiermee kiest u het type papier. Beschikbare opties uit de keuzelijst zijn: Printer Default, Plain en Thick.
- Paper Source: Kiest uit welke lade het papier gehaald moet worden. De standaardinstelling is Auto Selection.
- Orientation: hiermee selecteert u de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina.
Afdrukfuncties
- Duplex: hiermee worden beide zijden van het papier bedrukt om papier te besparen.

Automatisch dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model. Als alternatief kunt u het lpr-afdruksysteem of andere programma's gebruiken voor het afdrukken van even en oneven pagina's.
- Multiple pages: Hiermee worden meerdere pagina's afgedrukt op één vel papier.
- Page Border: Hiermee kunt een van de randstijlen kiezen (bv.: Single-line hairline, Double-line hairline).
Het tabblad Image
Op dit tabblad kunt u de helderheid, resolutie of de positie van een afbeelding op uw document wijzigen.
Het tabblad Text
Stel de tekenafstand, regelafstand of de kolommen op de afdruk in.
Het tabblad Margins
- Use Margins: Hiermee stelt u de marges van het document in. De marges zijn standaard uitgeschakeld. De gebruiker kan de marges instellen door de waarde in de respectieve velden aan te passen. Standaard worden deze waarden bepaald door het geselecteerde papierformaat.
- Unit: Hiermee kunt u de eenheden wijzigen in points, inches of centimeters.
Het tabblad Printer-Specific Settings
Selecteer verschillende opties in de JCL en General frames om verschillende instellingen aan te passen. Deze opties zijn specifiek voor de printer en afhankelijk van het PPD-bestand.
Optionele apparaatfuncties gebruiken

- Deze functie wordt niet ondersteund voor M382xD.
- Sommige functies zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
vanuit het stuurprogramma van de printer
Als het optionele apparaat installeert, kunt u in het venster Afdrukken gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een proefafdruk maken of een persoonlijke taak afdrukken. Als u het selectievakje massaopslag (HDD) of Ramschijf inschakelt in Apparaatopties kunt u verschillende functies selecteren in Afdrukmodus (zie "Apparaatopties instellen" op pagina 79).
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand. Het venster Afdrukken wordt weergegeven.
3 Selecteer uw printerstuurprogramma in de lijst Printer selecteren.

4 Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren.
5 Klik op het tabblad en selecteer Afdrukmodus.
6 Selecteer de gewenste optie (zie "Speciale afdrukfuncties verklaard" op pagina 231).
Optionele apparaatfuncties gebruiken
Via het bedieningspaneel
Als uw apparaat beschikt over een optioneel massaopslagapparaat (HDD) of ramschijf, dan kunt u deze functies gebruiken via de knop 📋 (Menu) > Systeeminst. > Taakbeheer.
OF
Selecteer op het model met aanraakscherm (Taakstatus) > op het aanraakscherm.

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Actieve taak: Alle afdruktaken die nog niet zijn afgedrukt bevinden zich in de actieve wachtrij in de volgorde waarin u ze naar de printer hebt gestuurd. U kunt een afdruktaak verwijderen uit de wachtrij voordat deze wordt afgedrukt of een afdruktaak sneller laten afdrukken.
-
Beveil. taak: Hiermee kunt u een beveiligde afdruktaak afdrukken of verwijderen. Hiermee verschijnt de lijst met beveiligde taken die de gebruiker in het printerstuurprogramma heeft ingesteld. U moet de gebruikersnaam en het wachtwoord invoeren die in het printerstuurprogramma zijn ingesteld.
-
Opgesl. taak: Hiermee kunt u een opgeslagen afdruktaak afdrukken of verwijderen.
- Namenbeleid: U kunt het bestandsbeleid kiezen voor het genereren van een bestandsnaam voor u doorgaat met een afdruktaak vanaf het optioneel geheugen. Als het optionele geheugen al dezelfde naam heeft als wanneer u een nieuwe bestandsnaam hebt ingevoerd, kunt u het hernoemen of overschrijven (Voor M402xNX selecteert u

(Installatie) > Systeem > Bestandsbeleid op het
aanraakscherm).

Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma's waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten.
- Managementhulpmiddelen gebruiken 249
• Easy Capture Manager 250
• Samsung AnyWeb Print 251 - Easy Eco Driver 252
- SyncThru™ Web Service gebruiken 253
• Samsung Easy Printer Manager gebruiken 257
• Samsung-printerstatus gebruiken 260
• Samsung Printer Experience gebruiken 262 - De Linux Unified Driver Configurator gebruiken 269
Managementhulpmiddelen gebruiken
Samsung biedt verschillende managementhulpmiddelen voor Samsung-printers.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Selecteer in het menu Start Programma's of Alle programma's.
- Als u Windows 8 gebruikt, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App).
3 Zoek naar Samsung-printer.
4 Onder Samsung-printer ziet u geïnstalleerde managementhulpmiddelen.
5 Klik op de managementhulpmiddelen die u wilt gebruiken.

- Nadat het stuurprogramma is geïnstalleerd, kunt u bepaalde managementhulpmiddelen rechtstreeks openen vanuit het Startmenu > Programma's of Alle programma's.
- Als u Windows 8 gebruikt, kunt u nadat het stuurprogramma is geïnstalleerd, bepaalde managementhulpmiddelen rechtstreeks openen vanuit het Startscherm door op de bijbehorende tegel te klikken.
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 8).
Maak een schermafbeelding en start Easy Capture Manager door op de toets Scherm afdrukken te drukken. U kunt nu gemakkelijk uw schermafbeelding onbewerkt of bewerkt afdrukken.
Samsung AnyWeb Print

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Deze functie is alleen beschikbaar voor gebruikers met een Windows- of Macintosh-besturingssysteem (zie "Software" op pagina 8).
Met dit hulpprogramma kunt u van schermen in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma.
Download de software van de website van Samsung. Pak de software vervolgens uit en installeer deze op uw computer. (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
Easy Eco Driver

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 8).
Met Easy Eco Driver kunt u ecofuncties toepassen om papier en toner te besparen voordat u afdrukt. Om deze toepassing te gebruiken, moet onder Eigenschappen van printer op het tabblad Basis het selectievakje Easy Eco Driver starten voor afdrukken van taak zijn ingeschakeld.
Als u onder Eigenschappen van printer het selectievakje Easy Eco Driver starten voordat taak wordt afgedrukt niet hebt ingeschakeld maar wel gebruik wilt maken van Easy Eco Driver, selecteert u Eco Printing Preview in het tabblad Favorieten telkens wanneer u iets afdrukt.
De functie Easy Eco Driver biedt u ook de mogelijkheid tot simpele bewerkingen zoals het verwijderen van afbeeldingen en tekst en nog meer. U kunt instellingen die u vaak gebruikt, opslaan als voorinstelling.
Gebruiken:
1 Open een document dat u wilt afdrukken.
2 Druk het document af.
Er verschijnt een voorbeeldvenster.
3 Selecteer de opties die u wilt toepassen op het document.
U kunt een voorbeeld van de toegepaste functies bekijken.
4 Klik op Afdrukken.
SyncThru™ Web Service gebruiken

- Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet Explorer 8.0 of hoger vereist.
- De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat.
- Alleen voor draadloos model (zie "Software" op pagina 8).
SyncThru™ Web Service weergeven
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Aanmelden bij SyncThru™ Web Service
Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad Security.
1 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
2 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login. Geef de standaard-ID en het standaardwachtwoord op die hieronder worden weergegeven. We raden u om veiligheidsredenen aan het standaardwachtwoord te wijzigen.
• ID: admin
- Password: sec00000
SyncThru™ Web Service overzicht

Information
Settings
Security
Maintenance

Afhankelijk van uw model zullen sommige menu's mogelijk niet verschijnen.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten afdrukken, zoals een foutenrapport.
• Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst.
- Supplies: Toont hoeveel pagina's zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.
- Usage Counters: Toont het tellers van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig.
- Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het netwerk.
- Security Information: Geeft de beveiligingsinformatie van het apparaat weer.
- Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen en lettertyperapporten.
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
- Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in.
- Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving. Stelt opties in zoals TCP/IP en netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
- System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties in- of uit.
- Network Security: Stelt instellingen voor HTTPS, IPSec, IPv4/IPv6 filtering, 802.1x en verificatieservers in.
- User Access Control: U kunt de verificatiemethoden/-modi voor gebruikersverificatie kiezen. U kunt het gebruikersprofiel dat wordt gebruikt voor lokale verificatie toevoegen/verwijderen/wijzigen.
- System Log: Bevat de instellingen die betrekking hebben op logbestanden van het apparaat.
- Log Configuration: Dit tabblad bevat instellingen voor het opslaan van logbestanden.
SyncThru™ Web Service gebruiken
- Log Viewer: Bevat informatie over hoe op het apparaat opgeslagen logbestanden kunnen worden bekeken.
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware te upgraden en contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook verbinding maken met de website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door het menu Link te selecteren.
- Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat.
- License Management: License management biedt instellingen voor of instellingen van geïnstalleerde toepassingen en de licentie van de toepassing.
- Application Management: Deze functie is alleen beschikbaar voor modellen met een aanraakscherm. U kunt toepassingen beheren. U kunt nieuwe toepassingen installeren vanaf USB of een URL.
- Cloning: U kunt verschillende instellingen, bijvoorbeeld apparaatinstellingen, netwerkinformatie en uw adresboek, importeren van of exporteren naar apparaten die beschikken over de functie Cloning in SyncThru™ Web Service.
- Contact Information: Geeft de contactgegevens weer.
- Link: Toont koppelingen naar nuttige websites waar u informatie kunt downloaden of lezen.
E-mailmelding instellen
U kunt e-mails ontvangen over de status van uw apparaat door deze optie in te stellen. Door gegevens, zoals IP-adressen, hostnaam, e-mailadressen en SMTP-servergegevens in te stellen zal de apparaatstatus (tonercassette leeg of machinefout) automatisch naar het e-mailadres van een bepaald persoon worden verzonden. Deze optie wordt mogelijk vaker gebruikt door een apparaatbeheerder.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer Machine Settings > E-mail Notification op het tabblad Settings.
SyncThru™ Web Service gebruiken

Als u de server voor uitgaande e-mail nog niet hebt geconfigureerd, gaat u naar Settings > Network Settings > Outgoing Mail Server(SMTP) om de netwerkomgeving te configureren voor u e-mailmelding instelt.
4 Schakel het selectievakje voor Enable in om E-mail Notification te gebruiken.
5 Klik op de knop Add om een gebruiker van e-mailmelding in te stellen.
Stel de naam van de ontvanger in en het (de) e-mailadres(sen) met meldingsitems waarvoor u een waarschuwing wilt ontvangen.
6 Klik op Apply.

Als de firewall is ingeschakeld, zal de e-mail mogelijk niet verzonden kunnen worden. Neem in dat geval contact op met de netwerkbeheerder.
Informatie over de systeembeheerder instellen
Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de optie e-mailmelding.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator.
4 Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en e-mailadres van de beheerder in.
5 Klik op Apply.
Samsung Easy Printer Manager gebruiken

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Deze functie is alleen beschikbaar voor gebruikers met een Windows- of Macintosh-besturingssysteem (zie "Software" op pagina 8).
- Voor Samsung Easy Printer Manager met Windows is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
Samsung Easy Printer Manager is een programma waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren, instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer. Samsung Easy Printer Manager biedt twee verschillende interfaces waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface en een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een knop.
Informatie over Samsung Easy Printer Manager
Openen van het programma:
Voor Windows:
Kies Start > Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy Printer Manager.
Voor Mac:
Open de map Toepassingen's > de map Samsung > Samsung Easy Printer Manager.
De Samsung Easy Printer Manager-interface bestaat uit verschillende kaders die in de onderstaande tabel worden beschreven:

De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.

Samsung Easy Printer Manager gebruiken
| 1 | Printerlijst De printerlijst geeft printers weer die geïnstalleerd zijn op uw computer en netwerkprinters die zijn toegevoegd met netwerkverkenning (alleen in Windows). | |
| 2 | Printerinformatie | In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt deze informatie controleren, zoals de naam van het printermodel, het IP-adres (of poortnummer) en de printerstatus. |
| U kunt de Gebruikershandleiding online bekijken.Knop Problemen oplossen: Deze knop verandert in Probleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het desbetreffende deel in de gebruikershandleiding gaan. | ||
| 3 | Programma-informatie | Bevat koppelingen voor overschakeling naar geavanceerde instellingen (wisselen van gebruikersinterface), vernieuwen, voorkeursinstellingen, hulp en informatie over het programma. |
| Met de knop kunt u de interface wijzigen in de interface voor gevorderde gebruikers (zie "Overzicht interface instellingen voor gevorderde gebruikers" op pagina 259). | ||
| 4 | Snelkoppelingen | Toont Snelkoppelingen naar printerspecifieke functies. Dit gedeelte bevat ook koppelingen naar toepassingen in de geavanceerde instellingen.[6-10] Als u op uw apparaat verbinding maakt met een netwerk, wordt het pictogram SyncThruTM Web Service ingeschakeld. |
| 5 | Inhoud Toont informatie over de geselecteerde printer, het niveau van de toner en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. | |
| 6 | Benodigdheden bestellen | Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |

Selecteer het menu Help in het venster en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
Samsung Easy Printer Manager gebruiken
Overzicht interface instellingen voor gevorderde gebruikers
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder van het netwerk en de printers.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Apparaatinstellingen
U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen.
Waarschuwingsinstellingen (alleen voor Windows)
Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen over fouten en storingen.
- Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
- E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
- Overzicht van waarschuwingen: Levert een geschiedenis met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de toner.
Taakaccountbeheer
Levert een overzicht van informatie over de verdeling van afdruktaken per specifieke gebruiker. Deze verdeling kan aangemaakt en toegepast worden op op apparaten via taakaccountancysoftware zoals SyncThru™ of de CounThru™ administratiesoftware.
Samsung-printerstatus gebruiken
Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt.

- Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem.
- Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie "Specificaties" op pagina 117).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windowsbesturingssystemen (zie "Software" op pagina 8).
Overzicht Samsung-printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat, kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsung-printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert.
U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Basis > de knop Printerstatus.
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
| Pictogram | betekent Omschrijving |
![]() | Normaal Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten of waarschuwingen. |
![]() | Waarschuw ing Het apparaat is in een toestand waarin er in de toekomst een fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld als het niveau van de toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus. |
| [2704] | Fout Er is minstens één fout in het apparaat. |

Samsung-printerstatus gebruiken
| 1 | Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. | |
| 2 | Optie U kunt instellingen voor waarschuwingen gerelateerd aan afdruktaken opgeven. | |
| 3 | Benod. bestellen | U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |
| 4 | Gebruikershandleiding | U kunt de Gebruikershandleiding online bekijken. Deze knop verandert inProbleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. |
| 5 | Sluiten Sluit het venster. | |
Samsung Printer Experience gebruiken
Samsung Printer Experience is een Samsung-toepassing die beheer en instellingen van Samsung-apparaten in één locatie combineert. U kunt apparaatinstellingen instellen, verbruiksartikelen bestellen, handleidingen voor probleemoplossing bestellen, de website van Samsung bezoeken en informatie over aangesloten systemen controleren. Deze toepassing wordt automatisch gedownload vanaf de Windows Store(Store) als het apparaat is aangesloten op een computer met een internetverbinding.
Alles over Samsung Printer Experience
De toepassing openen:
Vanaf het scherm Start selecteert u de tegel Samsung Printer
Experience ( )
De interface van Samsung Printer Experience biedt verschillende nuttige functies, zoals beschreven in de volgende tabel:

De schermafbeelding kan verschillen afhankelijk van het model dat u gebruikt.

| 1 | Printerinformatie In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt informatie over de machine controleren, zoals de status, de locatie, het IP-adres en het resterende tonerniveau. |
Samsung Printer Experience gebruiken
| 2 | Gebruikershandleiding | U kunt de Gebruikershandleiding bekijken. U moet verbinding hebben met internet om deze functie te gebruiken. |
| Deze knop verandert inProbleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. | ||
| 3 | BestellenVerbruiksartikelen | Klik op deze knop om nieuwe tonercassettes online te bestellen. U moet verbinding hebben met internet om deze functie te gebruiken. |
| 4 | Ga naar Samsung | Koppelingen naar de Samsung-printerwebsite. U moet verbinding hebben met internet om deze functie te gebruiken. |
| 5 | PrinterInstellingen | U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen via SyncThruTM Web Service. Uw apparaat moet verbinding hebben met een netwerk. Deze knop is uitgeschakeld wanneer uw apparaat is aangesloten via een USB-kabel. |
| 6 | Apparatenlijst en Laatst gescande afbeelding | In de scannerlijst worden apparaten weergegeven die Samsung Printer Experience ondersteunen. Onder het apparaat ziet u de laatst gescande afbeeldingen. Uw apparaat moet verbinding hebben met een netwerk om van hieraf te scannen. Dit gedeelte is voor gebruikers met multifunctionele printers. |
Printers toevoegen/verwijderen
Als u geen printers hebt toegevoegd aan de Samsung Printer Experience of als u een printer wilt toevoegen/verwijderen, volgt u de onderstaande instructies.

U kunt alleen op het netwerk aangesloten printers verwijderen/toevoegen.
Een printer toevoegen
1 Ga naar Charms(charms) en selecteer Instellingen.
U kunt ook met de rechtermuisknop op de pagina Samsung Printer Experience klikken en Instellingen selecteren.
2 Selecteer Printer toevoegen
Samsung Printer Experience gebruiken
3 Selecteer de printer die u wilt toevoegen.
U kunt de toegevoegde printer zien.

Als u de markering ziet, kunt u ook op de markering klikken om printers toe te voegen.
Een printer verwijderen
1 Ga naar Charms(charms) en selecteer Instellingen.
U kunt ook met de rechtermuisknop op de pagina Samsung Printer Experience klikken en Instellingen selecteren.
2 Selecteer Printer verwijderen
3 Selecteer de printer die u wilt verwijderen.
4 Klik op Ja.
U kunt zien dat de verwijderde printer niet meer op het scherm wordt weergegeven.
Afdrukken vanuit Windows 8
In dit gedeelte worden veelvoorkomende afdruktaken vanuit het Startscherm uitgelegd.
Eenvoudige afdruktaken
1 Open het af te drukken document.
2 Ga naar Charms(charms) en selecteer Apparaten.
3 Selecteer uw printer in de lijst
4 Selecteer de printerinstellingen, zoals het aantal exemplaren en de afdrukstand.
Samsung Printer Experience gebruiken
5
Klik op Afdrukken om de afdruktaak te starten.

Een afdruktaak annuleren
U kunt als volgt een afdruktaak annuleren in een afdrukwachtrij of afdrukspooler:
- U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat ( ) in de taakbalk van Windows.
- U kunt de huidige afdruktaak ook annuleren door te drukken op de knop

(Stoppen/Wissen) op het bedieningspaneel.
Meer instellingen openen

Het scherm kan afwijken afhankelijk van het model of de opties.
U kunt meer afdrukparameters instellen.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Ga naar Charms(charms) en selecteer Apparaten.
3 Selecteer uw printer in de lijst
4 Klik op Meer instellingen.
Samsung Printer Experience gebruiken
Het tabblad Basis

Basis
Met deze optie kunt u de basisinstellingen voor afdrukken kiezen, zoals het aantal exemplaren, de afdrukstand en het documenttype.
Eco-instellingen
Met deze optie kunt u meerdere pagina's per kant afdrukken om materiaal te besparen.
Het tabblad Geavanceerd

Papierinstellingen
Met deze optie kunt u de basisspecificaties voor het verwerken van papier instellen.
Lay-outinstellingen
Met deze optie kunt u de verschillende manieren instellen om uw document vorm te geven.
Samsung Printer Experience gebruiken
Het tabblad Beveiliging

Sommige functies zijn niet beschikbaar afhankelijk van het model of de opties. Als dit tabblad onzichtbaar of uitgeschakeld is, betekent dit dat deze functies niet worden ondersteund.

Taakaccountbeheer
Met deze optie kunt u afdrukken met de gegeven machtiging.
Vertrouwelijk afdrukken
Deze optie wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet een wachtwoord invoeren om het document te kunnen afdrukken.
Scannen vanuit Windows 8

Dit gedeelte is voor gebruikers met multifunctionele printers.
Met de scanfunctie zet u tekst en afbeeldingen om in digitale bestanden die u op de computer kunt opslaan.
Scannen vanuit Samsung Printer Experience
Voor snel scannen worden de meestgebruikte afdrukmenu's weergegeven.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Klik op de tegel Samsung Printer Experience op het Startscherm.
3 Klik op Scannen ( )
4 Stel de scanparameters in, zoals het type afbeelding, de documentgrootte en de resolutie.
- Nuttige beheerprogramma's
Samsung Printer Experience gebruiken
5
Klik op Voorbeeldscan ( ) om de afbeelding te controleren.
6
Pas de voorgescande afbeelding aan met functies voor scanbewerking, zoals draaien en spiegelen.
7
Klik op Scannen () en sla de afbeelding op.

- Wanneer u de originelen in de ADF (of DADF) plaatst, is
Voorbeeldscan () niet beschikbaar.
- Als de optie Voorbeeldscan is geselecteerd, kunt u de vijfde stap overslaan.
De Linux Unified Driver Configurator gebruiken
Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat hoofdzakelijk bestemd is voor de configuratie van apparaten. U moet Unified Linux Driver installeren om Unified Driver Configurator te kunnen gebruiken (zie "Installatie voor Linux" op pagina 145).
Na de installatie van het stuurprogramma op uw Linux-systeem wordt automatisch het pictogram voor Unified Driver Configurator op uw bureaublad geplaatst.
1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het bureaublad. U kunt ook op pictogram van het menu Startup klikken en Samsung Unified Driver > Unified Driver Configurator selecteren.
2 Klik op de knoppen links om het overeenkomstige configuratievenster te openen.

De Linux Unified Driver Configurator gebruiken

Klik op de knop Help of ? in het venster om gebruik te maken van de schermhulp.

Breng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit om Unifled Driver Configurator te sluiten.
Configuratie van de printer
Printers configuration bevat twee tabbladen: Printers en Classes.
Het tabblad Printers
Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster Unified Driver Configurator om de printerconfiguratie van het huidige systeem weer te geven.

| 1 | Schakelt naar Printers configuration. |
| 2 | Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven. |
| 3 | Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw apparaat weergegeven. |
De Linux Unified Driver Configurator gebruiken
De bedieningsknoppen van de printer zijn:
- Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare apparaten.
- Add Printer: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe.
- Remove Printer: hiermee verwijdert u het geselecteerde apparaat.
- Set as Default: hiermee stelt u het geselecteerde apparaat in als standaardapparaat.
- Stop/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten.
- Test: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te controleren of de printer goed werkt.
- Properties: Hiermee kunt u de eigenschappen van de printer weergeven en wijzigen.
Het tabblad Classes
Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare apparaatklassen weergegeven.

1 Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer.
2
Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal apparaten in de klasse aan.
- Refresh: vernieuwt de lijst met klassen.
- Add Class: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse toevoegen.
De Linux Unified Driver Configurator gebruiken
- Remove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde apparaatklasse.
Ports configuration
In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven, de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een afgebroken taak.

| 1 | Schakelt naar Ports configuration. |
| 2 | Alle beschikbare poorten. |
| 3 | Hiermee geeft u het poorttype, het op de poort aangesloten apparaat en de status weer. |
- Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare poorten.
- Release port: hiermee kunt u de geselecteerde poort vrijgeven.

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
- Problemen met papierinvoer 274
- Problemen met de voeding en het netsnoer 275
• Afdrukproblemen 276 - Problemen met de afdrukkwaliteit 281
- Problemen met het besturingssysteem 289

Voor fouten die optreden tijdens het installeren en instellen van de draadloze software, raadpleegt u de sectie met probleemoplossingen in het hoofdstuk over het instellen van het draadloze netwerk (zie "Problemen met draadloze netwerken oplossen" op pagina 191).
Problemen met papierinvoer
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het papier loopt vast tijdens het afdrukken. | Verwijder het vastgelopen papier. |
| Papier kleeft aan elkaar. • Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven. | |
| Invoerprobleem met een aantal vellen tegelijk. | Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht. |
| Afdrukpapier wordt niet ingevoerd. | • Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.• Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade.• Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.• Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. |
| Het papier blijft vastlopen. | • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de lade voor handmatige invoer als u op speciaal materiaal afdrukt.• U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat.• Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten. |
| Enveloppen trekken scheef of worden niet goed ingevoerd. | Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de envelop net raken). |
Problemen met de voeding en het netsnoer
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat krijgt geen stroom, of de verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. | Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop (Aan/uit) op het bedieningspaneel heeft, drukt u hierop.Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan. |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt niet af. | Het apparaat krijgt geen stroom. | Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop @Aan/uit) op het bedieningspaneel heeft, drukt u hierop. |
| Het apparaat is niet als standaardprinter geselecteerd. | Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. | |
| Controleer het volgende:De klep is niet gesloten. Sluit de klep.Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 93).De papierlade is leeg. Plaats papier (zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 41).Er is geen tonercassette geplaatst. Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Zorg dat het beschermingsmateriaal is verwijderd van de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt. | ||
| De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. | Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan (zie "Achterkant" op pagina 22). | |
| De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is mogelijk defect. | Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een andere kabel voor uw apparaat te gebruiken. | |
| De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort is aangesloten. | ||
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt niet af. | Het apparaat is mogelijk niet goed geconfigureerd. | Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan of alle afdrukinstellingen correct zijn. |
| Mogelijk is het printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd. | Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het programma opnieuw. | |
| Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. | ||
| Het document is zo groot dat er niet voldoende ruimte op de harde schijf van de computer is om toegang te krijgen tot de afdruktaak. | Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document opnieuw af. | |
| De uitvoerlade is vol. | Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat door met afdrukken. | |
| Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoer. | De papieroptie die in Voorkeursinstellingen voor afdrukken is geselecteerd is mogelijk onjuist. | In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). Selecteer de juiste papierbron. Raadpleeg Help bij het printerstuurprogramma (zie "Help gebruiken" op pagina 57). |
| Een afdruktaak wordt uiterst langzaam afgedrukt. | Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de afdrukkwaliteit. | |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| De helft van de pagina is blanco. | Mogelijk is de afdrukstand verkeerd ingesteld. | Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). Raadpleeg Help bij het printerstuurprogramma (zie "Help gebruiken" op pagina 57). |
| Het ingestelde papierformaat stemt niet overeen met het formaat van het papier in de lade. | Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier in de papierlade. Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier dat is geselecteerd in het programma dat u gebruikt (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). | |
| Het apparaat drukt wel af, maar de tekst is niet correct, vervormd of niet volledig. | De kabel van het apparaat zit los of is defect. | Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel. |
| Het verkeerde printControleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.erstuurprogramma is geselecteerd. | Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer hebt geselecteerd. | |
| De softwaretoepassing werkt niet naar behoren. | Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing. | |
| Het besturingssysteem werkt niet naar behoren. | Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het apparaat uit en weer in. | |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Er worden blanco pagina's afgedrukt. | De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de tonercassette.Zie "Toner herverdelen" op pagina 72.Zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74. | |
| Mogelijk bevat het bestand blanco pagina's. | Controleer of het bestand blanco pagina's bevat. | |
| Mogelijk is een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord). | Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. | |
| Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. | Incompatibiliteit tussen het PDF-bestand en de Acrobat-producten. | Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in.[STOS] Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. |
| De afdrukkwaliteit van foto's is niet goed. De afbeeldingen zijn niet duidelijk. | De resolutie van de foto is zeer laag. | Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd. |
| Er komt voor het afdrukken ter hoogte van de uitvoerlade stoom uit het apparaat. | Het gebruik van nat of vochtig papier kan damp veroorzaken tijdens het afdrukken. | Dit is geen probleem. Ga gewoon door met afdrukken. Als u last hebt van de damp, kunt u het papier vervangen door nieuw papier uit een ongeopend pak. |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt geen aangepaste papierformaten zoals rekeningpapier af. | Het papierformaat en de papierformaatinstelling komen niet overeen. | Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). |
| Het afgedrukte papier krult op. | De instelling voor de papiersoort klopt niet. | Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het type in op Dun (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Lichte of vage afdrukkenAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCc | Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of is de tonerbespaarstand ingeschakeld. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85).Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| De bovenste helft van het papier is lichter bedrukt dan de rest van het papier.AaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCc | De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Tonervlekken![]() | Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85).Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85). |
Onregelmatigheden![]() | Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk.Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar deVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel de papiersoort in opDik papier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina:![]() | Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85).Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85).Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Verticale strepen Als de pagina | zwarte, verticale strepen vertoont:Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de cassette. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74, "De beeldeenheid vervangen" op pagina 77).Als de pagina witte verticale strepen vertoont:Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| Zwarte of gekleurde achtergrond | Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):Gebruik papier met een lager gewicht.Controlleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Herverdeel de toner grondig (zie "Toner herverdelen" op pagina 72). |
| Tonervegen | Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85).Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Verticaal terugkerende afwijkingen![]() | Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:De tonercassette is mogelijk beschadigd. Als de problemen zich na het afdrukken blijven voordoen, vervangt u de oude tonercassette door een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina's vanzelf verdwijnen.De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Schaduwvlekken![]() | Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen.Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat wordt afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen veroorzaken.Of selecteerDik papierin het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken, kiest u een andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in deVoorkeursinstellingen voor afdrukken(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkten dit probleem tot gevolg hebben.Als u een nieuwe tonercassette gebruikt, moet u de toner eerst herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 72). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Er blijven tonerdeeltjes hangen rond vetgedrukte tekens of donkere foto's. | De toner hecht mogelijk niet goed aan dit papiertype.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naarVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel het papiertype in opKringlooppapier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55).Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkten dit probleem tot gevolg hebben. |
![]() | |
| Misvormde tekst | Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier. |
![]() | |
| Papier schuin• Plaats het papier op de juiste manier in de lade. | Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier. |
![]() | |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Gekruld of gegolfd • Plaats het | papier op de juiste manier in de lade. |
| • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. | |
| Vouwen of kreuken • Plaats het | papier op de juiste manier in de lade. |
| • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. | |
| Achterkant van afdrukken is vuil | |
| • Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85). | |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Volledig gekleurde of zwarte pagina's![]() | Mogelijk is de tonercassette niet goed geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Losse toner![]() | Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 85).Controleer de papiersoort, de dikte en de kwaliteit van het papier.Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Openingen in tekens![]() | Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn:Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om.Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Horizontale strepen Controleer | bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:De tonercassette is mogelijk verkeerd geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 74).Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerk van de klantenservice. |
![]() | |
| Krullen | Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende:Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade.Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar deVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel de papiersoort in opDun(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 55). |
![]() | |
| • Op enkele vellen verschijnt herhaaldelijk een onbekende afbeelding.• Losse toner• Vage afdruk of vervuiling | Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 225). |
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Windows-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik". | Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. |
| Het bericht "Algemene beschermingsfout", "OE-uitzondering", "Spool 32" of "Ongeldige bewerking" verschijnt. | Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken. |
| De berichten "Kan niet afdrukken" of "Er is een time-outfout in de printer opgetreden" verschijnen. | Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid, controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden. |
| Samsung Printer Experience wordt niet weergegeven wanneer u klikt op Meer instellingen. | Samsung Printer Experience is niet geïnstalleerd. Download de app uit de Windows Store(Store) en installeer deze. |
| Apparaatgegevens worden niet weergegeven wanneer u op het apparaat in Apparaten en printers klikt. | Schakel het selectievakje Eigenschappen van printer in. Klik op de tab Poorten.(Configuratiescherm > Apparaten en printers > Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en selecteer Eigenschappen van printer)Als de poort is ingesteld op Bestand of LPT, verwijdert u de selectiemarkering en selecteert u TCP/IP, USB of WSD. |
Problemen met het besturingssysteem

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die bij uw computer is geleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.
Veelvoorkomende problemen op de Mac-computer
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. | Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in. |
| [SHCZ] Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. | |
| Bepaalde letters worden niet normaal weergegeven tijdens het afdrukken van het voorblad. | Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad. |

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die bij uw computer is geleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Mac OS.
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Linux-problemen
| Probleem Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat drukt niet af. | Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer het tabblad Printers in Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven. Controleer of uw apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw apparaat in te stellen.Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het deelvenster Selected printer. Druk op de knop Start als de status de tekenreeks Stopped bevat. Hierna zou het apparaat weer normaal moeten werken. De status "Stopped" kan geactiveerd zijn wanneer zich problemen met het afdrukken hebben voorgedaan.Controleer of er een speciale afdrukoptie is ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter "-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. In een Gimp front-end kiest u "Print" -> "Setup printer" en bewerkt u de opdrachtregelparameter in het opdrachtitem. |
| De foutmelding "Cannot open port device file" verschijnt als ik een document afdruk. | Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (via LPR GUI bijvoorbeeld) terwijl er een afdruktaak wordt uitgevoerd. In bekende versies van CUPS-server (Common UNIX Printing System) wordt de afdruktaak afgebroken als er afdrukopties worden gewijzigd en wordt de taak vervolgens helemaal opnieuw uitgevoerd. Aangezien Unified Linux Driver de poort tijdens het afdrukken wordt vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken van het stuurprogramma zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven door Release port te selecteren in Port configuration. |
| Bij het afdrukken van een document via het netwerk in SuSE 9.2, drukt de printer niet af. | De CUPS-versie (Common UNIX Printing System) die wordt geleverd bij SuSE Linux 9.2 (CUPS 1.1.21) heeft een probleem met afdrukken via IPP (Internet Printing Protocol). Gebruik "socket printing" in plaats van IPP of installeer een recentere versie van CUPS (Common UNIX Printing System) (CUPS 1.1.22 of een hogere versie). |

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linux-foutberichten.
Problemen met het besturingssysteem
Veelvoorkomende PostScript-problemen
De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt.
| Probleem Mogelijke porzaak Oplossing | ||
| Het PostScript-bestand kan niet worden afgedrukt | Mogelijk is het PostScript-stuurprogramma niet correct geïnstalleerd. | • Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van de software" op pagina 142).• Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt afdrukken in PS.• Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. |
| Het rapport Fout limietcontrole wordt afgedrukt | De afdruktaak is te complex. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit. | |
| Er wordt een PostScript-foutenpagina afgedrukt | De afdruktaak is mogelijk geen PostScript-taak. | Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd. |
| De optionele lade is niet geselecteerd in het stuurprogramma | Het printerstuurprogramma is niet geconfigureerd om de optionele lade te herkennen. | Open de eigenschappen van het stuurprogramma, selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in (zie "Apparaatopties instellen" op pagina 79). |
Contact SAMSUNG worldwide
Verklarende woordenlijst

De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken.
802.11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2.4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetooth-apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Mac (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform.
Verklarende woordenlijst
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het apparaat.
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen.
Verklarende woordenlijst
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt geïntialiseerd.
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IP-netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk.
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan ontvangen.
Verklarende woordenlijst
Duplex
Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina's per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina's per jaar. De levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000 pagina's per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal pagina's tot 2 400 per dag.
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN's. Hiermee worden de bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de MAC/gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de jaren '90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Mac (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Verklarende woordenlijst
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet).
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of netwerken.
Grijswaarden
Een grijstint die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan.
Massaopslagapparaat (HDD)
Een massaopslagapparaat (HDD), doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op snel draaiende platen met een magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie.
Verklarende woordenlijst
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen.
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN's (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN).
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd industriële en commerciële normen.
Verklarende woordenlijst
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto's. Deze indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto's over het internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner.
Verklarende woordenlijst
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om de verzonden informatie te decoderen.
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de cassette, het reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid.
Verklarende woordenlijst
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk, gegevenskoppeling en fysiek.
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters.
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina's per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina's dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden vereenvoudigd.
Verklarende woordenlijst
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of controleert.
PS
Zie PostScript.
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht verzendt naar de server.
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID's zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het netwerkadres is en welk deel het hostadres.
Verklarende woordenlijst
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal verzonden pagina's. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt.
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier gaat hechten.
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-compatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; Dit is een API voor het vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Mac.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
\
Verklarende woordenlijst
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computer-USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden.
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van een WIA-compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
Verklarende woordenlijst
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-modus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
Index
A
accessoires
bestellen 69
installeren 79
afdrukfunctie 229
afdrukken
afdrukken naar een bestand 230
de standaardafdrukinstellingen wijzigen 229
dubbelzijdig afdrukken
Mac 241
een document afdrukken
Windows 54
het hulpprogramma Direct afdrukken gebruiken 239
instellen als standaardapparaat 229
Linux 242
Mac 240
meerdere paginas afdrukken op één vel papier
Mac 241
mobiel afdrukken 195
mobiel besturingssysteem 195
speciale afdrukfuncties 231
UNIX 244
USBgeheugen 62
afdrukmedia
envelop 47
etiketten 50
glanzend papier 51
het papierformaat instellen 51
het papiertype instellen 51
kartonpapier 50
speciale media 45
transparanten 49
uitvoersteun gebruiken 119
voorbedrukt papier 51
AirPrint 196
algemene pictogrammen 13
AnyWeb Print 251
apparaatopties 79
apparaatoverzicht
achterkant 22
voorkant 21
B
bedieningspaneel 23
aanraakscherm 35
beveiligd afdrukken 60
C
conventie 13
D
draadloos
adhocmodus 167
Infrastructuurmodus 167
USBkabel 174
WPS
WPS De printer heeft geen display
PBC 172
PIN 172
draadloos netwerk
netwerkkabel 186
E
ecoafdruk 57
een document afdrukken
Linux 242
Mac 240
UNIX 244
Index
F
foutmelding 108
functies 5
eigenschappen van afdrukmateriaal 119
functies van het apparaat 201
G
geheugen
geheugen uitbreiden 81
geheugenharde schijffuncties 246
handmatige invoermultifunctionele lade gebruikstips 44
plaatsen 44
speciale afdrukmedia gebruiken 45
help gebruiken 57, 242
het programma SetIP 150, 186
hulpprogramma Direct afdrukken 239
|
informatie over de statusLED 105
informatie over wettelijke voorschriften 127
instellingen voor favorieten voor afdrukken 56
L
lade
breedte en lengte instellen 40 de grootte van de lade aanpassen 40
een optionele lade bestellen 69
papier in de handmatige invoermultifunctionele lade plaatsen 44
papierformaat en type instellen 51 parallel bestellen 69
layout 204
Linux
afdrukken 242
algemene Linuxproblemen 291
besturingsbestand opnieuw installeren voor een via een USBkabel verbonden apparaat 146
installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 159
printereigenschappen 243
SetIP gebruiken 152
stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren 145
besturingsbestand opnieuw installeren voor een via een USBkabel verbonden apparaat 144
installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 158
SetIP gebruiken 151
stuurprogramma van een met een USBkabel verbonden apparaat installeren 143
veelvoorkomende problemen op de Maccomputer 290
meerdere pagina's op één vel afdrukken nup
Mac 241
menu
Beheerinstellingen 216
Index
direct USB 219
eco 218
emulatie 211
info 203
taakbeheer 215
taakstatus 220
teller 221
menuoverzicht 32, 203
N
netwerk
algemene instellingen 212
het programma SetIP 150, 151, 152, 186
installatie van draadloos netwerk 167
installatieomgeving 126
instelling bekabeld netwerk 149
introductie van netwerkprogrammas 148
IPv6configuratie 163
stuurprogrammainstallatie
Linux 159
Mac 158
UNIX 160
Windows 154
numeriek toetsenblok 24
0
optionele lade 69
bestellen 69
overlay afdrukken
afdrukken 236
maken 235
verwijderen 236
P
papier 205
papierstoring
papier verwijderen 93
tips om papierstoringen te voorkomen 92
Paralleelne
bestellen 69
plaatsen
papier in de handmatige
invoermultifunctionele lade plaatsen 44
papier in lade 1optionele laden 42
plaatsen in lade 1 41
speciale media 45
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 225
PostScriptstuurprogramma
problemen oplossen 292
printerstatus
algemene informatie 260
printervoorkeursinstellingen
Linux 243
probleem
problemen met het besturingssysteem 289
problemen
afdrukproblemen 276
problemen met betrekking tot netvoeding 275
problemen met de afdrukkwaliteit 281
problemen met papierinvoer 274
R
reinigen
binnenkant 86
buitenkant 85
opneemrol 88
S
samsung printer experience 262
Samsungprinterstatus 260
Index
service contact numbers 293
Speciale functies 224
specificaties 117
afdrukmedia 119
standaardinstellingen
instellingen voor lade 51
status 23, 24, 25
stuurprogrammainstallatie
Unix 160
SyncThru Web Service 253
algemene informatie 253
T
tekens invoeren 226
toetsen
eco 23, 24
schermafdruk 23, 24
WPS 24
tonercassette
behandelingsinstructies 70
de cassette vervangen 74
geschatte levensduur 71
nietoriginele Samsung en bijgevulde
cassettes 70
opslaan 70
toner herverdelen 72
U
uitvoersteun gebruiken 52
UNIX
afdrukken 244
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk 160
Unix
besturingsbestand opnieuw installeren
144, 146
stuurprogrammainstallatie 27, 30, 143,
145
uw apparaat reinigen 85
V
veiligheid
info 14
symbolen 14
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 67
bestellen 67
de gebruiksduur van de verbruiksartikelen
controleren 83
geschatte levensduur van tonercassette 71
tonercassette vervangen 74
verklarende woordenlijst 299
W
watermerk
bewerken 234
maken 234
verwijderen 234
Windows
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk 154
SetIP gebruiken 150, 186
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren 27, 30
veelvoorkomende problemen onder
Index
Windows 289










































(Beveiligde vrijgave) a 





U kunt deze functie ook gebruiken in SyncThruTM Web Service. Open de webbrowser vanaf uw netwerkcomputer en voer het IP-adres van uw apparaat in. Als SyncThruTM Web Service wordt geopend, klikt u op het tabblad Security > User Access Control.


Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt.
[D2AX]Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het dubbelzijdig afdrukken.

· Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.· De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken.

Deze knop verandert inProbleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding.











